TOERISME IN BRUSSEL
TWEE HOTELS, TWEE STEDEN
10 07 14
LEES P.4-5
AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
Welzijn > Binnenkort twee Vlaamse rusthuizen in Anderlecht
Zorgtoren aan het kanaal ANDERLECHT – Aan de Bergensesteenweg verrijst het eerste Vlaamse seniorenproject in Brussel dat zowat alle vormen van woonzorg omvat, van thuishulp tot rusthuis.
I
nitiatiefnemer van het project is de vzw Solidariteit voor het gezin, een pluralistische organisatie met hoofdkantoor in Gent en in Brussel, vooral bekend als Vlaamse aanbieder van gezinszorg. De organisatie werd een tijd geleden door het Brusselse Kenniscentrum Woonzorg gewezen op een opportuniteit in de Anderlechtse kanaalzone, de site van Potiez-Deman, die vrij was komen te staan nadat de verhuisfirma naar Evere was ge-
trokken. “Er was in die buurt een duidelijk behoefte aan woonzorg voor ouderen, er was ruimte in de Vlaamse programmatie en de locatie was betaalbaar,” zegt Pol Debrock van Solidariteit voor het Gezin. De organisatie wil de gebouwen afbreken en er een volledig nieuwe constructie neerzetten. Om te beginnen een rusthuis met 105 bedden, door Solidariteit zorghotel genoemd omdat het qua inrichting en aanpak ‘anders’ wordt. Zo komt
er een therapeutisch zwembad met wellnessfaciliteiten. Voorts 26 serviceflats, zes plekken voor kortverblijf, een dagverzorgingscentrum met vijftien plaatsen, een dienst voor gezinszorg en ook een crèche voor 48 kindjes. Het geheel zal zo’n 24 miljoen euro kosten, maar wordt deels gesubsidieerd door Vlaanderen. Op de site staat ook een ‘zorgtoren’ gepland van 23 verdiepingen met in totaal 82 appartementen. Die wil Solidariteit voor het Gezin laten neerzetten door een bouwpromotor. “In principe zal iedereen die appartementen kunnen kopen, maar we zullen de promotor zeker aanmoedigen om in de verkoopsbrochure
uit te pakken met het zorgaanbod op de site,” zegt Debrock. Bij het project hoort ook nog een ondergrondse parking en een wandelparkje. De bouwvergunning is nog niet binnen en het technisch-financieel plan is nog niet ingediend. Maar de organisatie verwacht weinig problemen. “We hebben alles goed afgetoetst bij de verschillende overheden,” zegt Debrock, die verwacht dat het complex in 2017 of 2018 zal opengaan.
© SASKIA VANDERSTICHELE
Op de voormalige site van verhuisfirma Potiez-Deman aan de Bergensesteenweg komt er een Vlaams woonzorgcentrum.
weg, moet eind volgend jaar een commercieel Vlaams rusthuis voor 120 ouderen opengaan, in combinatie met 10 serviceflats. Initiatiefnemer hier is projectontwikkelaar Dockx, die met zijn dochtervennootschap Arabesk al verschillende rusthuizen in Vlaanderen heeft. Arabesk wilde eerst in een gebouw in Kuregem beginnen, maar ondervond, nog voor de koop rond was, zoveel agressie dat besloten werd om uit te wijken naar een rustigere plek in de gemeente.
Agressie Het is overigens niet het enige Vlaamse rusthuis dat binnenkort in Anderlecht verrijst. Een kilometer verderop, ook op de Bergensesteen-
Bettina Hubo
Lees ook p.2-3: ‘Rusthuizen genoeg in Brussel’
N° 1434 VAN 10 TOT 17 JULI 2014 ¦ WEEK 28: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE
OPMERKELIJK
BDW 1434 PAGINA 2 - DONDERDAG 10 JULI 2014
Uitgelicht > Kenniscentrum: ‘Nu tijd voor kleinschalige en alternatieve woonvormen’
FIETSBRUG MET HINDERNISSEN LAKEN – De nieuwe fiets- en voetgangersbrug over het spoor aan de Fransmanstraat is zo goed als afgewerkt. Tot grote verbazing van omwonenden en fietsers blijkt de fietshelling niet mooi effen. Ze is opgebouwd uit oplopende tredes. Niet goed, zegt de Brusselse fietsmanager. De brug is een uitloper van het vorige wijkcontract Leopold tot Leopold en vervangt een honderd jaar oude, versleten passerelle. De futuristisch ogende stalen brug, kostprijs 2,6 miljoen euro, werd ontworpen door de bureaus Ney en MSA. Vorig jaar werd eerst de romp geïnstalleerd. Vervolgens zette de aannemer – met enige vertraging – de sokkels neer. Zopas werkte hij de trappen en fietshellingen af. Die laatste bestaan uit tredes van 3 à 4 cm. “Lastig met de buggy,” zeggen de buurtbewoners, die wel blij zijn dat ze weer over de brug kunnen. Ook het fietsen gaat niet lekker. “Door de combinatie van de helling en de scherpe tredes geraak je niet boven,” zegt Frederik Depoortere, fietsmanager van het Brussels gewest. En dat is bijzonder jammer omdat de brug deel uitmaakt van de geplande paleizenroute, een gewestelijk fietsparcours van het Justitiepaleis naar de Heizelpaleizen. In 2008 kreeg Depoortere nochtans inzage in het ontwerp. “Maar de tredes waren niet te zien op de plannen die wij kregen,” zegt hij. “Die zijn er later, tijdens de bouwaaanvraag, bij gekomen.” De tredes zijn bedacht door de ontwerpbureaus, zo blijkt. “De nieuwe brug moest van de NMBS hoger zijn dan de oude. Omdat de helling niet langer kon, zou ze automatisch steiler worden, 11 procent namelijk, dat is niet te fietsen,” zegt Matthieu Mallié van Ney. “Om het stijgingspercentage te verzachten, hebben we voorgesteld om te werken met kleine tredes. Niet ideaal, maar er was weinig keuze.” Volgens Mallié stond in hun ontwerp wel dat de trappen afgeschuind zouden worden, maar dit heeft de aannemer niet gedaan. Fietsmanager Depoortere heeft contact gezocht met BrusselStad in de hoop dat die met een oplossing op de proppen komt. HUB
Rusthuizen genoeg in Brussel BRUSSEL – Omdat de bouw van Vlaamse rusthuizen in Brussel inmiddels vlot en er zelfs een overaanbod van rusthuizen dreigt, legt het Brusselse Kenniscentrum Woonzorg in het nieuwe masterplan het accent op kleinschalige woonvormen in armere wijken.
Z
es jaar geleden was het aanbod van Vlaamse ouderenvoorzieningen in Brussel ondermaats. Vlaanderen had wel een woonzorgprogramma voor de hoofdstad, maar dat werd amper ingevuld. Er waren nauwelijks Vlaamse rusthuizen en er was slechts één serviceflatresidentie. Een dagverzorgingscentrum was er niet. Die enorme achterstand was de aanleiding voor de opmaak van een eerste masterplan en de oprichting van het Kenniscentrum Woonzorg. In het masterplan lag de klemtoon op de uitbouw van residentiële voorzieningen voor Vlaamse senioren. Na een moeizame start wist het Kenniscentrum toch verschillende rusthuisprojecten van de grond te krijgen. Vandaag telt Brussel drie Vlaamse rusthuizen, Bellevue in
Vorst en De Overbron en Pagode in Neder-over-Heembeek, goed voor zo’n 250 plaatsen. “Nog dit jaar gaan in Evere twee woonzorgcentra open en breidt Pagode uit. Dan zitten we aan 536 Vlaamse rusthuisplaatsen,” zegt Herwig Teugels, directeur van het Kenniscentrum. “Met alle projecten die nog op stapel staan, onder meer in Anderlecht en Oudergem, zullen alle 1.255 geprogrammeerde plekken tegen 2017 ingevuld zijn.” Met de andere woonzorgvoorzieningen loopt het niet zo’n vaart. Er is op dit moment nog altijd maar één Vlaams erkende serviceflatresidentie, maar er zijn wel plannen voor meer. Brussel telt inmiddels ook twee Vlaamse dagverzorgingscentra, Terranova in de vijfhoek en Tram 82 in Sint-Agatha-Berchem.
Ook zijn er nog enkele in voorbereiding. Volgens de programmatie echter zou er één centrum per Brusselse gemeente moeten zijn. Teugels: “Het grote probleem is dat een dagverzorgingscentrum, in tegenstelling tot een rusthuis, niet rendabel, zelfs niet break-even te krijgen is. Binnenkort worden dan ook nog de infrastructuursubsidies van Vipa
ter op Vlaanderen. Volgens Teugels heeft die achterstand te maken met het feit dat de Vlaamse thuiszorg in Brussel – Familiehulp en Solidariteit voor het Gezin – weinig zichtbaar is en bovendien duurder dan de gezinszorg van Cocof en GGC. Het Kenniscentrum stelde zopas een masterplan op voor 2014-2020. Daarin wordt niet langer gemikt
“Het grote probleem is dat een dagverzorgingscentrum, in tegenstelling tot een rusthuis, niet rendabel, zelfs niet break-even te krijgen is” afgeschaft. Wie gaat het dan nog willen doen?” Het allergrootste pijnpunt is de gezinszorg. Die blijft al jaren steken op 137.000 uren oftewel 15 procent van het vooropgestelde aantal. Brussel loopt daarmee enorm ach-
op nieuwe rusthuizen. “Rusthuizen, ook Vlaamse, zijn er genoeg,” zegt Teugels. Er dreigt zelfs een overaanbod. Met het aanbod van GGC en Cocof erbij telt Brussel binnenkort immers 16.000 rusthuisbedden, verhoudingsgewijs meer
DE WEEK IN BEELD DOOR JO VOETS
De buurjongens van fotograaf Jo Voets (v.l.n.r.: Cheetah, Taïb, Koala en Spek) hebben de eerste week van de ramadan achter de rug. Ook vandaag hebben ze weer tot zonsondergang gewacht om samen de iftar (het avondmaal, red.) te nuttigen. Naast de heerlijke harira, de frisse karnemelk en het zoete gebak zijn ook de frietjes erg in trek. Met samouraisaus, natuurlijk!
© JO VOETS
WEEKOVERZICHT
BDW 1434 PAGINA 3 - DONDERDAG 10 JULI 2014
© SASKIA VANDERSTICHELE
WOENSDAG 2 JULI Postbodes betogen tegen mogelijk baanverlies. Een paar duizend postbodes protesteren tegen de uitbesteding van het contract om kranten te distribueren. Het contract is nu in handen van bpost, maar er zijn nog meer bedrijven geïnteresseerd, waaronder de Belgische Distributiedienst. De vakbonden denken dat er zo´n 3.000 banen verloren zullen gaan bij een herstructurering. Werkloosheid Brusselse jongeren blijft dalen. De daling van de werkloosheid onder Brusselse jongeren zet door. Hoewel het aantal werklozen stijgt, gaat het met de jongeren goed. In juni 2013 bedroeg de werkloosheidsgraad onder jongeren 29 procent, waar dat dit jaar 26,6 procent is. Dat betekent dat er dit jaar zo´n duizend jongeren meer aan het werk zijn dan vorig jaar rond dezelfde periode. Brussel viert feest NA WINST TEGEN VS. Het Koning Boudewijnstadion stroomt vol met 13.000 supporters. Door de winst tegen de Verenigde Staten mag België naar de kwartfinale en dat wordt gevierd: automobilisten mijden op advies van de politie het Beursplein, waar de supporters na de wedstrijd verder feesten.
DONDERDAG 3 JULI Vorig jaar opende de groep Armonea het Vlaamse woonzorgcentrum Pagode in een verbouwd kantoorgebouw in Heembeek. Binnenkort zijn ook de kamers in de nieuwbouw klaar.
dan het dubbel van Vlaanderen. Bovendien is bijna veertig procent van de Brusselse rusthuisbewoners niet zwaar hulpbehoevend. “Velen belanden er plots, bijvoorbeeld na een val, omdat ze thuis geïsoleerd leven of omdat hun woning niet aangepast is,” zegt Olivia Vanmechelen, stafmedewerker bij het Kenniscentrum. Rusthuizen zijn ook niet geliefd bij allochtone ouderen. En de verkleuring van de vergrijzing zit er volop aan te komen. Daarom richt het Kenniscentrum zich in het nieuwe plan op kleinschalige en alternatieve woonvor-
“ “ HET WOORD
men, met name in de armste wijken, waar nu amper residentiële woonzorg is. Een voorbeeld is het project De Harmonie in de Noordwijk, negen appartementen boven een Lokaal Dienstencentrum, waarvan één groepswoning.
Zesde staatshervorming Voor het Kenniscentrum moet de buurt voortaan het speerpunt zijn. Vanmechelen: “We noemen dit de zorgzame wijk. Ouderen moeten zo lang mogelijk thuis kunnen blijven, met de nodige hulp en verzorging aan huis. Maar dan moet de thuis-
zorg wel flink omhoog. En er moet in elke buurt een zorgregisseur komen die een en ander coördineert.” Voorlopig zijn er in Brussel alleen tijdelijke projecten van zorgregie op wijkniveau. Geld voor iets structureels is er niet. Teugels meent dat de zesde staatshervorming een uitweg kan bieden. “Alle woonzorg komt in handen van de gemeenschappen. Hopelijk maakt Vlaanderen nu een apart luik voor Brussel. Zo zouden de middelen voor extra rusthuizen in Brussel naar de zorgregie kunnen gaan.” Bettina Hubo
Tekort van 300 miljoen brusselse regering. De onderhandelingen over de Brusselse regering worden er niet gemakkelijker op: voor 2015 is er nog een tekort van 300 miljoen euro, schrijft La Libre Belgique. Onder andere dure infrastructuurprojecten en gemeentefinanciën zorgen voor het tekort. De onderhandelaars kondigen daarom een fiscale hervormring aan in 2017. Ommegang trekt oPNIEUW duizenden bezoekers. Het jaarlijkse evenement ter ere van de intrede van Keizer Karel trekt ook dit jaar weer veel bezoekers. 2.200 mensen kochten een ticket voor zitplaatsen, daarnaast waren er nog duizenden bezoekers zonder ticket.
VRIJDAG 4 JULI Akkoord over geluidshinder vliegtuigen. De onderhandelaars van de nieuwe Brusselse regering zijn het eens geworden over geluidshinder (een federale bevoegdheid, red.): ze willen geen vliegtuigen boven Brussel tussen 22 uur ´s avonds en 7 uur ´s ochtends. Nieuw masterplan woonzorg. Het Kenniscentrum Woonzorg stelt het nieuwe masterplan 2014-2020 voor. Daarin ligt het accent eerder op kleinschalige woonvormen dan op nieuwe rusthuizen.
ZONDAG 6 JULI Actiegroep MELDT noodlanding. De actiegroep Pas Question, die zich inzet tegen overlast van vliegtuigen, ontdekt een noodlanding op het vliegveld van Zaventem. Het gaat om een vliegtuig naar Caïro, dat opnieuw voet aan de grond zet vanwege een botsing met een vogel. De controledienst Belgocontrol bevestigt het bericht en vermeldt dat er geen enkel gevaar was voor passagiers of buurtbewoners.
Ik weet ook nog niet precies wat de bedoeling is” Open VLD-politica Ann Brusseel, een van de vijf Vlaams-Brusselse senatoren, over de nieuwe Senaat (in De Morgen).
MAANDAG 7 JULI Rode Duivels vliegen naar huis. Zowel de luchthaven van Zaventem als de KBVB hebben opgeroepen om niet naar de luchthaven te komen om de Rode Duivels te begroeten. Dit doen ze om chaos op de luchthaven te vermijden. Wel begroeten de Rode Duivels hun fans op het Paleizenplein, waar een duizendtal fans samenkomen om hun helden te eren.
De mooiste nachten in Brussel zijn de nachten die je niet plant, avonden die ontsporen”
DINSDAG 8 JULI
Televisiemaker Arnout Hauben (in DM.City).
b-quark
De jonge Belgische wetenschapper Petra Van Mulders krijgt een belangrijke rol bij het onderzoekscentrum dat ook het Higgsdeeltje (een elementair atoomdeeltje) ontdekte. Nadat Van Mulders haar master fysica behaalde aan de VUB, ontwikkelde ze een methode om b-quarks te identificeren. B-quarks zijn kleine deeltjes, die onderdeel uitmaken van de feriomen, de materiedeeltjes van een atoom. Het onderzoek naar deze deeltjes deed ze bij
het CMS experiment, een deeltjesdetector van het Europees Centrum voor Nucleair Onderzoek (Cern). Haar onderzoek viel blijkbaar in de smaak, want het Cern heeft haar geselecteerd om twee jaar leiding te geven aan een onderzoeksgroep van tachtig mensen. Het onderzoekscentrum bevindt zich nabij Genève.
Jasmijn Post
geen akkoord over vliegroutes De federale regering heeft geen akkoord bereikt over de vliegroutes over Brussel. CD&V, SP.A en Open VLD gaan in tegen het plan van bevoegd staatssecretaris Melchior Wathelet (CDH) om vliegroutes boven Brussel te wijzigen. Burgemeester wordt voorzitter Vivaqua Yvan Mayeur (PS) gaat 46.000 euro bruto extra verdienen per jaar als voorzitter van watermaatschappij Vivaqua. Oppositieraadslid Marie Nagy (Ecolo) keurt de functie af: “Het voorzitterschap van Vivaqua levert de stad niets op”, zegt zij aan brusselnieuws.be. Samengesteld door Jasmijn Post
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF
BDW 1434 PAGINA 4 - DONDERDAG 10 JULI 2014
ME SIN INING T-J ERH ANS OT -MO EL LEN BEE
NIA PET E
Waarin schuilt de aantrekkingskracht van het hotel dan? van Litsenburg: “De manier waarop we ons online presenteren is erg belangrijk, en daar letten we dus ook goed op. Die transparantie van het internet vinden we belangrijk.” “Eigenlijk hoeven we geen reclame te maken, onze klanten doen dat voor ons, en internet helpt hen daarbij, onder anderen door ons hotel hoge scores te geven op kijk-en-vergelijkwebsites. We werken ook vaak met bloggers samen die over steden schrijven, hier logeren en ons dan ook in de marge van hun verhaal vernoemen. Traditionele reclame, een advertentie bijvoorbeeld, daar doen we eigenlijk niet meer aan. Onze strategie bestond er in de beginperiode van dit hotel in om lage prijzen te vragen, zodat we een golf van commentaren op het interent teweeg konden brengen. De rest volgde vanzelf.”
Wat onderscheidt Brussel van andere steden? Wat maakt het aantrekkelijk om hier te investeren als hotelketen? van Litsenburg: “O, Brussel is tegenwoordig sowieso een vrij hippe bestemming. Meininger zoekt bestemmingen die al populair zijn om in te investeren, dus we hoeven Brussel niet te promoten. Brussel verkoopt zichzelf al, en het is dus een van de steden die goed binnen het Meininger-concept past.” Bert Wauters: “Eenmaal we besloten hebben om ergens te investeren, contacteren we vastgoedmakelaars met de vraag om voor ons uit te kijken. Dat is ook hier in Brussel gebeurd. Wij geven de markt aan wat we min of meer nodig hebben, en meestal komen daar wel een aantal interessante panden uit, in elke stad.”
ALI FOR
Hoe gaan de zaken na een jaar Meininger Molenbeek? Pieter Bas van Litsenburg: “De resultaten van het voorbije jaar zijn buiten verwachting goed. We hebben een heel divers publiek van jong en oud weten aan te trekken, rugzaktoeristen, studenten, maar ook families. Vanaf dag één wist men ons te vinden. Het Meininger hotel mikt op een zeer breed publiek.”
TWEE HOTELS, TWEE ©C
M
eininger Molenbeek is nu iets meer dan een jaar open. Gemiddeld bezoeken er tussen de 17.000 en de 19.500 bezoekers per maand het Meiningerhotel, en ligt de kamerbezetting in het hoogseizoen op 100 procent. “We verwachten dit jaar voor het eerst de magische grens van 20.000 bezoekers per maand te doorbreken,” zegt Pieter Bas van Litsenburg, regiomanager bij de Duitse keten Meininger. van Litsenburg leidt momenteel Bert Wauters op tot nieuwe manager van het hotel aan het Molenbeekse kanaal.
Toerisme > De slag om de hippe klant
© BART DEWAELE
Zoals elke stad heeft Brussel een klassiek hotelaanbod. Daarnaast zijn er ook hotels die mikken op hippe klanten. Wij bezochten er twee, langs beide kanten van het financiële spectrum: het Duitse Meininger van de gelijknamige keten aan de Molenbeekse Henegouwenkaai, en The Dominican van de NederlandsBritse Carltongroep in de Brusselse Leopoldstraat.
K
Is dit hotel jullie pronkstuk? van Litsenburg: “Het is het meest nieuwe, dus in die zin is het wel een pronkstuk, ja. Ieder hotel dat we bouwen willen we iets beter maken dan het hotel er voor. Momenteel zijn we bezig met een uitbreiding in Amsterdam, dat ons nieuwe pronkstuk moet worden. De komende twee jaar zullen er nog aardig wat vestigingen bij komen in het buitenland.” En in Brussel? van Litsenburg: “Laten we zeggen dat we onze ogen hier goed open houden (lacht).” Hoe is de relatie met de gemeente Molenbeek? Begin dit jaar heeft de gemeente een extra hotelbelasting uitgevonden, en daar waren jullie niet tevreden over. van Litsenburg: “Neen, want die taks was alleen maar voor ons bedoeld, vermits wij haast het enige hotel zijn in Molenbeek. En dat terwijl we onze nek hier uitgestoken hebben en veel hebben geïnvesteerd, wat trouwens positief afstraalt op de buurt. Maar goed, het is zo, we zeuren er niet meer over. De manier waarop de gemeente het heeft aangepakt, verdient echter geen schoonheidsprijs (de aankondiging van de taks kwam eind 2013, toen Meininger al de begroting voor 2014 had afgesloten, red.) Hoeveel heeft Meininger dan
Pieter Bas van Litsenburg (l) en Bert Wauters: “Sinds wij hier zijn doen de Dönertenten in de buurt goede zaken.”
geïnvesteerd op deze locatie? van Litsenburg: “Daar kan ik helaas niets over kwijt.” Veel? van Litsenburg: “Ja, veel. U moet weten dat we graag een langeter-
mijnvisie ontwikkelen voor onze hotels, en dat we dus ook graag langlopende huurcontracten tekenen. We huren dit pand, maar hebben wel mee geïnvesteerd in de renovatie van de Belle-Vuebrouwerij.”
En accepteert de buurt het hotel? van Litsenburg: “Vooraf bestond er bij buitenstaanders - mensen van buiten Molenbeek dus - de vrees dat het hotel het niet gemakkelijk zou hebben in deze buurt. Daar is niets
© BART DEWAELE R AY A ST ©S US AN
STEDEN van aan. Akkoord, er gebeuren dingen die in elke grootstad gebeuren, maar echte problemen kennen we hier niet. Aan de kaaien wordt af en toe wel eens een autoruit ingegooid, maar onze gasten hebben nog geen andere problemen
“Tussen onze gasten zitten nogal wat avonturiers die graag de andere buurten in een stad opzoeken” gesignaleerd. Er werken ook veel mensen uit de buurt in ons hotel.” Wauters: “Het is een erg diverse buurt, maar dat maakt het ook net interessant voor veel van onze gasten. Daar zitten namelijk nogal wat avonturiers tussen, mensen die graag de andere buurten in steden opzoeken, weg van de gebaande toeristische paden. Zulke mensen gaan confrontaties niet uit de weg.” “Eigenlijk is deze buurt best gezellig. Mensen die hier in de buurt wonen zien ook wel dat het hotel goeds brengt. Onze lokale werknemers moeten niet meer naar de andere kant van de stad om te werken. De Dönertenten hier in de buurt draaien goed sinds wij hier zijn. En mensen uit de buurt komen hier ook af en toe eens iets drinken in onze bar, of een beetje poolen.” van Litsenburg: “Maar we zijn maar een klein radertje in de buurt, natuurlijk, laten we wel wezen.” Wauters: “We kunnen maar hopen dat onze komst andere investeerders naar hier brengt.” Ook hotels? van Litsenburg: Zeker. Concurrentie is goed. Er is in de buurt bijvoorbeeld al een jeugdherberg, en die hebben hun eigen publiek. Iedereen tevreden.” Wauters: “Verschillende cafés naast elkaar, daar zitten de terrassen toch ook vol?” Tot slot: wat zijn de meest voorkomende klachten in het hotel? van Litsenburg: “We hebben momenteel last met ons internet. Je kan je inbeelden dat zoiets voor jonge mensen van dezelfde grootorde is als water moeten missen (lacht). Maar klachten? Sommige mensen vinden het centrum ietsje te ver af, maar dat is een minderheid.” Christophe Degreef
TH DOME H O T IN I C EL A N
✯✯
BRU
SSE
✯✯
L-ST A
D
V
iersterrenhotel The Dominican bestaat zeven jaar en staat bekend als een ‘boetiekhotel’. Onder anderen The Simple Minds en Chris Rea zijn er kind aan huis. “Het is het vlaggenschip van onze groep, want het is het meest nieuwe en eclectische hotel,” zegt verkoopsmanager Gilles Devos. Wie wil weten hoe het aan zijn naam komt, moet er eens naar het toilet gaan.
Wat is de defi nitie van een boetiekhotel? Gilles Devos: “Een boetiekhotel staat trendgevoelig in de markt en probeert altijd te anticiperen. Mensen moeten zich thuis voelen in een boetiekhotel, daar waar een hotel vroeger liefst zo ver mogelijk van het huis moest staan, zowel letterlijk als figuurlijk. Dat is nu anders. Een boetiekhotel beoogt een totaalconcept, zowel qua luxe als qua gezelligheid, comfort en dienstverlening. De klant moet er zijn eigen identiteit in erkennen, moet hier thuis zijn.” “Maar The Dominican een boetiekhotel noemen is ook wel verkeerd. Wij hebben immers 150 kamers, terwijl klassieke boetiekhotels maximaal 40 kamers hebben. Het unieke bij ons is dat je niet zoveel kamers verwacht als je hier binnenstapt. The Dominican probeert bewust niet definieerbaar te zijn.” Op welk soort klanten mikken jullie? Devos: “Er is een verschil tussen doelgroep en bekendheid. We zijn graag bij iedereen bekend, ook bij mensen die zich hier niet direct zien slapen. Alles wat op de markt komt moet inkomsten genereren, zo simpel is het. Wat onze gasten kenmerkt is hun sterke identiteitsbeleving. Je hebt zakenmensen die hier komen omdat ze willen afstappen van het afgelikte stramien dat ketenhotels bieden. Voorts komen er ook veel hipsters naar ons hotel, en daar associëren we ons ook graag mee. Mensen denken vaak dat het hier een soort luxehotel is, maar we mikken op andere niches dan op alleen maar de klassieke bontjassen.” “We hebben trouwens al verschillende evenementen georganiseerd die je op het eerste gezicht niet zou vereenzelvigen met dit hotel, zoals geitenwollensokken-kunstavonden, dj-avonden, maar ook een optreden met een Afrikaanse artiest die hier een akoestische set komt spelen, of een tangoavond. We cultiveren bewust de tegenstelling tussen ons
Gilles Devos: “De basis is nog altijd het belangrijkste: minibar aangevuld, vriendelijke receptie.”
ietwat theatrale interieur en wat je hier kan beleven. En onze klanten weten dat te appreciëren.” Botsen die verschillende types gasten nooit? En bij welk soort gasten ligt de grens? Devos: “Hier kan veel. Maar het mag nooit uitdraaien op een orgie of een braspartij. Hell’s Angels zouden hier niet welkom zijn. Hoewel...” Hoe voeren jullie reclame? Devos: “Hoofdzakelijk op sociale media, via onze website en via nieuwsbrieven. Onze website is een soort van Wikipedia, een online encyclopedie waar je kan zien hoeveel kamers er zijn, hoeveel het hier kost, enzovoort. Ons beste reclame-instrument zijn echter de sociale media. Na het Bloom-hotel in Sint-Joostten-Node hebben wij het grootste aantal volgers op Facebook. Het is echter niet makkelijk om op alle sociale media sterk aanwezig te zijn. Daarom heb ik een team van zeven mensen die alle grote sociale media opvolgen, dat besteden we dus niet uit aan een reclamebureau. We hebben bijvoorbeeld al een campagne gehad waarbij foto’s van sip kijkende bekende personen bewerkt wer-
den met de tekst ‘Jammer genoeg slaap ik niet in The Dominican’. Dat was een succes, en na verloop van tijd stuurden heel wat mensen ons zelf foto’s op. Een ander belangrijke magneet: de famous check out, waarbij we laten weten welke bekende gasten hier gelogeerd hebben, uiteraard met
“Vroeger moest een hotel anders zijn dan thuis, nu moeten mensen er zich thuisvoelen” hun goedkeuring. Ook al gaan mensen het niet toegeven, toch willen ze graag eens verblijven in het hotel waar X of Y gelogeerd heeft.” En volstaat dat, reclame voeren met sociale media? Devos: “Als ik eerlijk ben: nee. Wij doen alles zonder marketingbureau, en de uitkomst van een reclamecampagne is dus ook
wisselend. Maar dat nemen we er bij.” “Maar alle evenementen in acht genomen: het logeren van mensen is natuurlijk onze hoofdbekommernis. En dat lukt aardig, want de bezetting is doorgaans goed. Een hotel houden is nog altijd bedden verkopen. Evenementen organiseren, dat is maar een relatief klein aandeel van het werk.” Wat is de belangrijkste klacht die gasten hier hebben? Devos: “Het niet invullen van hun verwachtingen. Sommige klanten denken dat het hier een vijfsterrenhotel is, en zijn dan ook kwaad als er aan de deur geen voiturier staat, of iemand die hun koffers draagt. Dat is niet noodzakelijk de schuld van de klant, neen, dat betekent dat je als hotel misschien niet goed gecommuniceerd hebt.” “Maar als manager zit ik er het meest mee in als de basis niet goed is: de minibar die niet is aangevuld, of een slecht onthaal aan de receptie. Daar word je op afgerekend. Terwijl je niet kan afgerekend worden op de service die je niet verleent.” Christophe Degreef
BDW 1434 PAGINA 6 - DONDERDAG 10 JULI 2014
BRUSSELSE ONDERZOEKERS IN DE WERELD (2)
‘Geslaagde micro-ondernemers, zijn zij toevalstreffers?’ V
lerick Business School, is dat niet de instelling die vooral de blik richt op de big business? “Onderzoek naar àlle vormen van ondernemen zit bij Vlerick in de genen. Sinds ik hier werk, is er ook steeds aandacht geweest voor sociaal ondernemerschap. Zo hebben we een forum voor sociaal ondernemerschap en onze studenten worden uitgestuurd naar sociale ondernemingen. De aandacht ervoor blijft groeien,” zegt Jacob Vermeire, terwijl hij ons naar een vergaderhoekje op de nieuwe campus in het prestigieuze Manhattan Center leidt. Volgend jaar trekt Vermeire, bedrijfspsycholoog, voor zijn doctoraatsstudie naar Zuid-Afrika. Afrika telt meer micro-ondernemers per inwoner dan welk continent dan ook. Zelfs in het meer geïndustrialiseerde Zuid-Afrika vertegenwoordigt de informele economie ruim 70 procent, zonder de landbouwsector mee te rekenen. “Ik heb Zuid-Afrika eruit gepikt omdat bepaalde structuren er beter zijn uitgewerkt dan in andere Afrikaanse landen. Zo is de munt er stabieler en zijn de wegen beter, voorwaarden die het zouden moeten toelaten een onderneming te doen groeien.” Samen met de Zuid-Afrikaanse ngo Small Entreprise Foundation, die microkredieten verstrekt, wil Vermeire de slaagkansen van lokale micro-ondernemingen onder de loep nemen. “Het blijft vaak bij kleine handeltjes, bijvoorbeeld vrouwen die een naaiatelier hebben. Van alle micro-ondernemingen groeit slechts gemiddeld twee procent door tot een onderneming met tien of meer medewerkers. Zijn zij toevalstreffers, of pakken die succesvolle micro-ondernemers het daadwerkelijk anders aan? Hebben ze misschien meer toegang tot bepaalde belangrijke contacten in hun omgeving of plannen ze de toekomst bijvoorbeeld op een andere manier?” Of je nu in extreme omstandigheden leeft of niet, zit er in de passie voor het ondernemen iets universeels? Jacob Vermeire: “Het hangt ervan
© SASKIA VANDERSTICHELE
BRUSSEL – Hoe zet je een bedrijf op met een uiterst krap budget en als elke stabiele structuur om je heen ontbreekt? Veel derdewereldburgers bijten hierop hun tanden stuk. Maar ook in Brussel is het een vaker dan vermoede realiteit, veelal voor kansarmen, werklozen of ongefortuneerde nieuwkomers. Jacob Vermeire van de Vlerick Business School bestudeert hoe een ondernemer in extreme omstandigheden functioneert. af hoe je ‘ondernemen’ definieert. De meest gangbare definitie gaat over het combineren van bestaande middelen tot iets nieuws, waarmee je meerwaarde creëert. Als je ondernemerschap op wereldschaal bestudeert, zie je vaak twee grote stromingen. In de westerse wereld komt ondernemen vaak neer op een keuze. Burgers ondernemen, niet omdat ze moeten, maar omdat ze iets extra’s willen genereren, zij het geld, status of persoonlijke ontwikkeling. In ontwikkelingslanden bestaat veel vaker ondernemerschap dat gemotiveerd is vanuit ‘niet anders kunnen’. Mensen zien geen andere optie om geld te verdienen en te overleven. Maar ook deze ondernemers kunnen gepassioneerd zijn of worden.” Micro-ondernemen is ook in Brussel in opmars, via organisaties zoals Microstart. Ziet u een parallel tussen micro-ondernemen in Brussel en pakweg Zuid-Afrika? Vermeire: “Voor alle duidelijkheid: micro-ondernemen is de context waarin ik mijn onderzoek ontwikkel. Ik noem mezelf geen expert in microfinanciering.” “Er zijn zeker grote verschillen, maar als we naar de psychologie van de individuele ondernemer kijken, zien we tegelijk een grote overlap. Wat voor een micro-ondernemer in Afrika onzeker is, is relatief. Iemand die in België arriveert in precaire omstandigheden, zonder geld noch identiteitskaart, kijkt aan tegen alle zekerheden waarin concurrerende ondernemers hier opereren. Nieuwkomers zijn dan initieel enorm benadeeld. Het is goed mogelijk dat de onzekerheid die ze psychologisch ervaren, gelijkaardig is.” Jouw onderzoek focust zich vooral op tijdsbeleving tijdens ondernemerschap. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Vermeire: “Laat me het uitleggen aan de hand van een simpel voorbeeld: rokers en niet-rokers. Niet-rokers zijn sterker bezig met de toekomst. Ze leggen gemakkelijk de link tussen wat ze vandaag doen
Jacob Vermeire is optimistisch als het over ondernemen in moeilijke omstandigheden gaat: “We kunnen nog veel leren van hen.”
en een bepaald gezondheidsdoel. Zij zullen sneller stoppen met roken of gewoonweg nooit een sigaret ter hand nemen. Mensen die minder belang hechten aan de toekomst, zijn minder geneigd om te stoppen. Je tijdsbeleving beïnvloedt je keuzes.”
“In ontwikkelingslanden, waar vele zaken onzeker zijn, leven mensen ook in hun privéleven vaak van dag tot dag. Plannen gaat zoveel moeilijker. Iedereen is er ook minder in getraind. Men stelt vaker kortetermijndoelen, omdat het gewoonweg
dé manier is om te overleven. Er zijn bovendien geen vangnetten zoals onze sociale zekerheid. Dus ook al ben je als ondernemer in Afrika toekomstgeoriënteerd, het is moeilijk om eenzelfde doel te bereiken op de manier die wij kennen: met een
BDW 1434 PAGINA 7 - DONDERDAG 10 JULI 2014
businessplan, inclusief een strakke timing. Bovendien gelden er ook andere opvattingen over welke doelen belangrijk zijn in het leven, zoals familiale.” “Uit de proefinterviews die ik afnam in Zuid-Afrika, bleek ook telkens dat het professionele en het familiale en bredere sociale leven veel meer met elkaar verweven zijn. Er kan plots een familielid komen aankloppen omdat die geen geld heeft om de kinderen naar school te sturen. Zoiets kan sterk het vooropgestelde plan van een ondernemer doorkruisen. Korte- en langetermijndoelen uit verschillende levensdomeinen treden vaker met elkaar in conflict.” Wie moet daar welke lessen uit trekken? Vermeire: “Microfinancierders in de derde wereld moeten de terugbetalingstermijnen herbekijken. Vaak is het zo dat zij snel hun geld terug willen, maar die logica sluit langetermijninvesteringen uit. In bepaalde sectoren, zoals informatica, heb
“Het professionele en brede sociale leven is in Afrika veel meer met elkaar verweven. Zoiets kan het plan van een ondernemer doorkruisen” je weliswaar geen groot startkapitaal nodig. Maar in de klassieke sectoren blijf je anders steken in weinig complexe ondernemingen.” “Organisaties in Zuid-Afrika bestuderen ook al of het mogelijk is om grotere leningen te verstrekken. Maar dan moet tegelijk het groepsmodel, zoals het ontworpen werd door Nobelprijswinnaar Muhammad Yunus, herbekeken worden. Yunus gelooft dat groepsdruk bijdraagt tot terugbetalingsdiscipline. In ontwikkelingslanden wordt microfinanciering dus veelal toegekend aan groepen van mensen. Als één van de kredietnemers zijn individuele lening niet kan terugbetalen, kan de hele groep zijn krediet verliezen. Dat groepsmodel is niet houdbaar bij het toekennen van grotere leningen, want de onzekerheid wordt groter, zowel voor de kredietverstrekker als voor wie geld leent.” En in Brussel? Wat kan hier beter als het over microondernemen gaat? Vermeire: “Daar durf ik me momenteel moeilijk over uit te spreken. Maar voor spelers zoals een Microstart in Brussel of commerciële banken die een potentieel zien in microfinancieren, lijkt het mij interessant om steeds dat conflict tussen korte- en langetermijndoelen van hun klanten voor ogen te houden. Inzicht in de tijdsbeleving kan zinvol zijn bij de begeleiding van micro-ondernemers, en kan ook begrip opleveren voor mislukkingen.” Kim Verthé
P-PRAAT Olivier Deleuze, de moustache van Bosvoorde, is niet meer. Voor u naar de zakdoek grijpt: uiteraard is hij er nog wel, in levende lijve, maar hij is geen voorzitter meer van Ecolo. Zijn co-voorzitter Emily Hoyos trouwens ook niet meer. Zij hebben de handdoek de voorbije weken in de ring geworpen, wat meteen de geluidsoverlast – het gedreun en gebonk van de verdieping boven ons, weet u wel – in het Flageygebouw verklaart. Waarschijnlijk zaten er stenen in die handdoek, kwestie van elkaar eens goed pijn te doen, want dat doen groenen graag met de medemens. Maar goed: to the point. Wie de nieuwe voorzitter van Ecolo wordt is bij het ter perse gaan nog niet geweten. Hoyos zou nog nadenken over een kandidatuur, terwijl de moustache zich definitief terugtrekt in het bos. Mensen met gezond verstand moeten zich toch eens afvragen waarom Ecolo in deze erg over- en bevlogen tijden zo slecht gescoord heeft tijdens de verkiezingen. Het is kwaad vliegtuigen eten met groenen, waarschijnlijk. Bevlogen tijden, jawel. De Brusselse politici zitten al weken de vredespijp te roken, de N-VA zit nog altijd ondergronds en terwijl het politieke leven zich afzijdig houdt floreren de handel, de wetenschap en de letteren. Uw commentator heeft dan ook een goede raad voor de dames en heren verkozenen: haast u vooral niet om een regering te vormen. Wat valt er eigenlijk te vormen? De financiën zijn aan Europa uitbesteed, boetes en laattijdig betaalde belastingen worden door ambtenaren geïnd, het Brusselse fietsbeleid is in handen van JC Decaux, de sociale zekerheid wordt verzorgd door de studiedienst van de PS (en het bijfiliaal CDH genaamd) en het Vlaams beleid in Brussel is in handen van het FDF. Wat blijft er dan nog over? De vredespijp. Nu is het nog wachten op de terugkeer van de groenen eer dat ook verboden wordt.
CHIEN ÉCRASÉ Laten we het deze week opnieuw hebben over alles wat vliegt. Ganzen, bijvoorbeeld. Hoewel... Vorige week heeft het Agentschap Natuur en Bos in Tervuren een vlok ganzen om zeep geholpen. 32 bastaardganzen en 381 Canadese ganzen, zo luidde het officiële communiqué. Want de beesten waren te agressief. Onze medior writer, een vogelliefhebber en tevens voorzitter van het centrum voor Gelijkheid van Gans, schoot direct in zijn wiek. Meteen werd er een tegencampagne opgezet in de media die stelde dat ganzen helemaal niet agressief zijn. Uw commentator is natuurlijk geen specialist, maar kan getuigen dat Nijlganzen – die van Elsene, toch – wel agressief zijn. Maar dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat het halfganzen zijn. En dan is het nu tijd voor een fictief gesprek. Een rustige dag op de redactie van Brussel Deze Week. De telefoon rinkelt. - “Hallo, met uw commentator.” - “Ja, u moet ik hebben. Wat gij allemaal schrijft over mensen die last hebben van vliegtuigen, dat gaat niet hé. Wij liggen dus wel wakker. Een beetje medeleven met de gewone mens, alstublieft.” - “Ik begrijp uw grieven, meneer, maar u moet ook begrijpen dat ik wekelijks uitgenodigd word op de luchthaven voor een goed diner. Ze houden daar nogal van goede communicatie. En uw commentator moet ook eten.” - “En wat eet meneer de commentator dan op kosten van de luchthaven, en op ons kap?” - “Een stukje vette ganzenlever, dat treft. Maar dat is voor de goede zaak. Er zijn al zoveel ganzen, meneer. Hebt u daar dan geen last van?”
Politiek > Schepencollege verdedigt voetbaluitstap
‘Brazilië kost stad Brussel maximaal 200 euro’ BRUSSEL – De uitstap van burgemeester Yvan Mayeur (PS), eerste schepen Alain Courtois (MR) – ook bevoegd voor Sport – en schepen van Stadseigendommen Mohamed Ouariaghli (PS) naar Brazilië was geen plezierreisje. Mayeur en Courtois hebben de Braziliëreis uitgebreid verdedigd op een extra gemeenteraad. “Als u ooit burgemeester wordt en zo’n kans doet zich voor dan zal u ze ook grijpen,” antwoordde Courtois op een vraag van Fabian Maingain (FDF) over de aanwezigheid van de burgemeester en twee schepenen op de Wereldbeker voetbal. Het was volgens Courtois het moment om te lobbyen voor de co-organisatie van het EK Voetbal in 2020 in Brussel. Zo heeft hij met de Russische delegatie kunnen spreken en bovendien was er ook een bijeenkomst van de FIFA. De reizen zullen de stad hoogstens 200 euro kosten, aldus Mayeur. Omdat de burgemeester van São Paulo alleen Portugees spreekt was er een tolk nodig bij de ontmoeting met Mayeur. De rest is op rekening van de Belgische Voetbalbond. “Maar,” aldus Mayeur “als de stad de rekening had moeten betalen waren we ook geweest. Internationale uitwisseling is belangrijk voor de stad.” Mayeur wijst erop dat de 30.000 euro die voor buitenlandse reizen
Alain Courtois: “Brazilië was het moment om te lobbyen.” in de begroting ingeschreven staat, quasi onaangeroerd is. In september volgt een discussie over de samenwerking met buitenlandse steden. Normaal was er deze week geen gemeenteraad geweest, maar omdat er vorige week te weinig gemeenteraadsleden van de meerderheid aanwezig waren, moest er een extra gemeenteraad ingelast worden. Het over- en weer vliegen heeft bovendien tot heel wat verwarring geleid. Toen Courtois wees op ‘een interessante match’ werd er ten onrechte gezegd en geschreven dat hij zijn vliegtuig naar Brazilië moest halen. Dat vliegtuig vertrok pas de vrijdag nadien. DV
ADVERTENTIE
BDW 1434 PAGINA 8 - DONDERDAG 10 JULI 2014
Juwelierster Marianne Timperman: “Door de Franse grootketens die elk vervallen huurcontract inpikken, klopt het imagoplaatje van Dansaert niet meer.”
© MARC GYSENS
Deze Week in de nieuwe kolonie van Parijs > Brusselse kmo’s trekken weg
Franse boetieks heer en meester over Bruxelles BRUSSEL – De instroom van merkboetieks uit Frankrijk zou voor een gezonde mix voor de gehypete Dansaertstraat zorgen. Maar vandaag is hun meerderheidspositie een nefast fenomeen geworden. Zo goed als gans het eerste deel van de straat zit vol Franse ketens. De Brusselse kmo’ers worden weggejaagd, door de exuberante huurprijzen die Monsieur Paris wel kan neergooien.
W
ie in koopjestijd uitgeeft in de Dansaertstraat, helpt voornamelijk Franse merkketens met overleven. ADVERTENTIE
Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap
✆ 0800-15045
alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30
Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be
Ook de politiek ziet geen graten in het wegstromen van de Brusselse kmo’ers. De voorbije jaren heeft menig middenstander er het bijltje bij moeten neerleggen, ten gunste van buitenlandse ketens die het adres inpikken. Brussel ‘verparijst’ in sneltempo. Tussen half 2012 en half 2013 is de prijs van appartementen in Brussel met 3,2 procent gestegen, in de Dansaertstraat is dat met 7,7 procent, volgens Beci. Voor de handelszaken op de gelijkvloerse verdieping is een hoge meervraag na het einde van de huurceel, doorgaans de aanleiding tot vlucht. “Van 3.000 tot 5.000 euro huur per maand is de pijnlijke realiteit,” stelt Lenie Steels, projectmanager bij MAD Brussels. “De Belgische boetieks verhuizen
naar de ruimere buurt: Papenvest, KartuizersVlaamsesteenweg, straat.” Al zit in de Kartuizersstraat ook al Franse commercie, met Blender 01. En is er voor elke Nina & Sia die het waagt, ook een Parisien als Papers die hier start.
Soloslim Buitenlandse ketens die een seizoen of zelfs twee jaar verlieslatend zijn, kunnen gerust tegen de bittere pil van hoge huishuur. Goede bereikbaarheid vanuit Parijs (80 minuten), Londen (110 minuten) of de metro naar Schuman triggeren de investeerders. Buitenlanders zien hierin kansen. Cotélac, Zadig & Voltaire, Sandro, Comptoir des Cotonniers, One Step, MAC (groep Estée Lauder), BA&SH, The Kooples, … Ze
vallen niet meer te tellen, de aardige boetieks van Franse grootketens die een vaste stek in de Dansaertstraat namen. Allemaal Frans, naast Marc Jacobs (Amerikaans), Filippa K (Zweeds) en sinds 2008 Replay (Italiaans), waar voordien een jachtartikelenzaak was. Al kwamen er ook Belgische ketens bij als Ikks. Ze her-
MODEGOEROE VAN WAESBERGE:
“Liever een Frans merk dan leegstand”
overen het terrein dat werd geëffend door decennialange inspanningen van Stijl (sinds 1984), Rue Blanche (1987) en Stijl Underwear (1987). Nu spelen de Fransen soloslim. De jongste legislatuur hebben het ge-
west en de gemeente laks toegekeken hoe internationale bonzen de Brusselse markt overnamen. Op een handvol authentieke Brusselse boetieks zoals Stijl, Annemie Verbeke, Bella Belli, Underwear en Marianne Timperman na, kun je het schudden. Het begon ongeveer vijftien jaar terug met de verspreide landing van Franse handelszaken in Brussel, elders dan de Louizalaan en op cruciale plekken met handelspotentieel. De vitrines leken op een nieuw, ongekend aanbod, maar maakten toen al deel uit van meer dan één adres in Frankrijk. Achter het stadhuis in de Violetstraat kwam kapsalon-kunstgalerie Marianne Gray, die om de week tussen Parijs en Brussel pendelde. Bij het Oude Korenhuis kwam Le Palais des Thés (1998), een Franse grootketen, met een gerant uit Rijsel, die er prat op ging dat hij op 35 minuten met de tgv vanuit Brussel thuis was. Inmiddels zit Le Palais des Thés ook in de bovenstad en lonken nieuwkomers uit Frankrijk naar de place to be: quartier Brugmann, Boulevard de Waterloo en le Sablon, zoals de tweetalige verkoopsters Frans-Engels, die wijken benoemen. Christian Louboutin is de laatste ‘nouveau venu’ aan de Zavel, met stiletto’s en pumps van 650 tot 2.000 euro. “Slechts vijf procent van het volk van de bovenstad komt shoppen in Dansaert,” stelt Marianne Timperman. “De mode is hier niet klassiek genoeg. Dansaert moet het hebben van de verre Vlamingen, de fans van de Belgische boetieks en de toeristen. Maar nu keert het tij. Door de grootketens die van de Ortsstraat tot de Oude Graanmarkt, elk vervallen huurcontract aftroggelen, klopt het imagoplaatje niet meer.”
Meerwaarde creëren Inderdaad, waar Olivier Strelli huisde, zit nu Sandro (Frans), waar decennialang de wasserij Pressing N°1 zat verdienen Fransen het geld. Juweelontwerpster Christa Reniers had het al langer bekeken in het voorste deel van Dansaert. Eerst probeerde ze nog aan het kanaal; de Zavel waar ook zondagverkoop kan, bleek haar redding. Kinderboetiek Kat en Muis week uit naar de achterbuurt, omdat de huur verhoogd werd. Zelfs de eerste nietdesignerswinkel Diesel (Italiaans) trekt nu weg. American Vintage pikt binnenkort het adres in. Modegoeroe Linda Van Waesberge, die er woont, geeft het toe. “De Belgen zijn al lang vertrokken, door de immobiliënmarkt die de huur de lucht in jaagt. Niemand kan dat houden, enkel grootketens om wie het slechte cijfer van één winkel niet geeft. Al is er een veelvoud van oorzaken, ook de online verkoop – waar die ketens al voor stonden – weegt zwaar. Enkel wie een meerwaarde kan creëren als klantenservice en advies, houdt stand. Geografisch lonkt Parijs al langer naar Brussel.” Van Waesberge relativeert graag: “Dansaert is een begrip, eerder dan een realiteit. Positief is wel dat de commerciële gaten direct worden ingevuld – en dat helpt alle handel vooruit. Dus liever een Frans merk dan leegstand.” Jean-Marie Binst
© SASKIA VANDERSTICHELE
BDW 1434 PAGINA 9 - DONDERDAG 10 JULI 2014
Sint-Jans-Molenbeek > Theater in het Nederlands
Bruxellons wordt even ‘Brusselons’ Voor het eerst zullen er op het theaterfestival ‘Bruxellons’ voorstellingen in het Nederlands worden gehouden. Het gaat om een proefproject.
De nieuwe fietsbox op het pleintje aan de Lakense Felix-Sterckxstraat zou binnenkort dan toch gebruikt gaan worden.
Brussel-Stad > Stad plaatst dit jaar nog zestien extra fietstrommels
Onbekende box landt op pleintje Eind april verscheen onverwachts en onaangekondigd een donkergroene metalen box op het pleintje aan de Lakense Felix-Sterckxstraat. Een fietsbox, zo bleek bij nader toezien. Voor wie het object bedoeld was, wie er gebruik van zou kunnen maken en hoe de trommel geopend kon worden, bleef onduidelijk voor de buurtbewoners. Die waren enkele jaren geleden ook al eens verrast door de plotse verschijning – en al even plotse verdwijning – van een canisette voor hun deur. Intussen hebben de gebruikers van het pleintje, variërend van spelende kinderen en rondhangende jongeren tot bierdrinkende Oost-Europeanen, zich het nieuwe straatmeubel van de firma Velo-Boxx helemaal eigen gemaakt. Kleine kinderen aanzien het als speeltuig en klimmen erop, de iets ouderen wisten de trommel al open te krijgen en te transformeren tot goal. Dit is niet de bedoeling, zo klinkt het bij Brussel-Stad, dat de box op advies van de fietsvzw Cyclo installeerde. Maar waarom werd de trommel dan zonder enige vorm van communicatie neergezet en waarom blijft ze ongebruikt? Hugo Stegen van de dienst wegeniswerken van Brussel-Stad geeft tekst en uitleg. “We schakelen momenteel over op een nieuw type van fietstrommels. Die werken met een badge in plaats
van sleutels. Het duurde even voordat het systeem op punt stond.” Bovendien werd de Lakense box tijdens de hagelstorm in juni zwaar beschadigd. “Inmiddels is ze hersteld. Deze week zou de definitieve oplevering moeten gebeuren. Daarna kan de box in gebruik genomen worden en verhuurd worden aan mensen die vooraf interesse getoond hebben.” Naast de fietstrommel in Laken worden eerstdaags ook de drie nieuwe boxen in het centrum opgeleverd. Dat brengt het totale aantal in Brussel-Stad op zeventien. Tegen eind 2014 moeten er nog zestien bijkomen. De boxen, die 3.500 à 4.000 euro per stuk kosten, zijn bedoeld voor mensen die thuis geen plek hebben om hun fiets te stallen. Ze worden geplaatst in die buurten waarvoor Cyclo het meeste aanvragen krijgt. Elke box biedt plaats aan vijf fietsen. Een plekje kost 60 euro per jaar. Volgens Stegen is de belangstelling voor de trommels erg groot. “Meer dan negentig procent is verhuurd.” Dat de box op het pleintje in Laken zonder badge opengemaakt kon worden, bevreemdt Stegen. “Normaal gesproken is het systeem heel veilig. Er is nog geen enkele fiets gestolen. Wel werd een van onze boxen aan de buitenkant zwaar gevandaliseerd.” Bettina Hubo
Schaarbeek > Ouders lanceren petitie aan de gemeente
‘Geef onze jongeren een skatepark’ Enkele ouders vinden dat Schaarbeek dringend een skatepark moet krijgen. “Er zijn er maar twee in heel Brussel die naam waardig.” Renaud Delville heeft hierover een petitie gelanceerd. “Ik heb de gemeente meermaals gecontacteerd, maar kreeg er geen gehoor. Dan doen we het maar met een petitie.” Hij heeft zelf een zoon die graag skate en kunstjes doet met de trottinette (scooter step). “Hij moet nu met zijn vrienden naar de Kapellekerk of naar een terreintje aan het zwembad van Evere. Terwijl ook Schaarbeek heel wat jongeren telt.” “Ik merk hoe het een sport is die jongeren op een positieve manier samenbrengt,” zegt Delville. “Het lijkt
soms een beetje grimmig aan het skatepark maar de beoefenaars zijn maar met één ding bezig is: skaten. Dat is hun passie.” Delville vindt het jammer dat hij geen gehoor krijgt bij de gemeente. Hij vermoedt dat de schepen van Sport Saït Köse (FDF) meer met voetbal bezig is, maar die ontkent in alle toonaarden. “Ik heb net nog een initiatief genomen voor een pingpongclub en probeer handbal en volley te promoten,” zegt Köse. “Ik ben ook helemaal niet tegen een skatepark in Schaarbeek, maar we moeten er wel de plaats voor hebben en de middelen.” Köse belooft de vraag van de ouders te onderzoeken. Steven Van Garsse
Bruxellons is een theaterfestival dat jaarlijks in de zomer plaatsvindt in het Molenbeekse Karreveldkasteel. Op de vijftiende editie van het Franstalige festival worden er voor het eerst drie Nederlandstalige voorstellingen aangeboden. Zo speelt op zaterdagavond 12 juli het gezelschap Hof van Eede Waar het met de wereld naartoe gaat, daar gaan wij naartoe, de laureaat van de Theater Aan Zee KBC-Jongtheaterprijs 2012. Voor die voorstelling geeft de gemeente gratis plaatsen
weg, te reserveren op het onderstaande nummer. Daarnaast zijn er nog twee andere Nederlandstalige voorstellingen: De vloek van de zegen van Luc Apers op dinsdag 29 juli en het goochelspektakel Tussen vier handen op 7 en 27 augustus. Een abonnement voor de drie shows kost 30 euro. Als het Nederlandstalige mini-festivalletje succes heeft, wordt het misschien volgend jaar uitgebreid. Er is wel nog werk aan de winkel: de website van het festival is niet erg goed vertaald. CD Reservaties en info op 02-724.24.24 of op www.bruxellons.be
Vorst > Vergunning voorlopig ingetrokken
Bewoners nemen composteerproces op de korrel De verlenging van de milieuvergunning voor het gewestelijk composteercentrum in Vorst is voorlopig ingetrokken. Daarmee halen de bewoners hun slag voorlopig thuis. Zij eisen strengere voorschriften om de geur- en milieuhinder die het centrum veroorzaakt drastisch te verminderen.
plastic zakken waarin de compost wordt opgehaald mee. Daardoor is de geurhinder voor omwonenden ondraaglijk en komt er een grote hoeveelheid methaan, een belangrijk broeikasgas, in de lucht terecht. Maar blijkbaar gaat het rendement van het centrum voor op de gezondheid van de mensen.”
Sinds 2002 wordt het Brusselse compost verwerkt aan de Britse Tweedelegerlaan, op een steenworp van de Vlaamse grens. Vanaf het prille begin al stuitte dat op protest van omwonenden van de belendende gemeenten Vorst en Drogenbos, tot zelfs Anderlecht en Sint-Gillis. Nu de milieuvergunning verlengd wordt, eisen de bewoners strengere voorschriften om de milieu- en geurhinder te beperken. De bewoners nemen vooral het composteerproces op de korrel: “Eerst en vooral wordt er te veel compost aangemaakt in het centrum,” zegt André Robe van de overkoepeling van wijkcomités Forest-Inter-Quartier in Vorst. “De composthopen zijn veel te hoog, waardoor er veel gassen vrijkomen. Bovendien verbrandt het centrum de
Nieuwe vergunning Volgens Robe zou de overlast met een betere werking van het centrum vermeden kunnen worden. “Eerst en vooral moet de capaciteit naar omlaag door een deel van de compost te laten verwerken in het overkoepelende centrum in Grimbergen. De plastic zakken zouden ofwel manueel moeten geledigd worden, ofwel moet men overgaan tot composteerbare zakken, met een iets hogere kortprijs.” Het milieucollege, de gewestelijke instantie die zich over de toekenning buigt, heeft alvast de grieven van de bewoners aanhoord en zal zich in de loop van de zomer uitspreken over de nieuwe vergunning en de daarbijhorende voorschriften. Bruno Schols
ADVERTENTIE
ZAVELENBERG SINT-AGATHA-BERCHEM
Een springplank naar een kansrijke toekomst!
Onze leerlingen tekenen al hun arbeidscontract tijdens hun schoolcarrière.
Nieuwe opleiding : ELEKTROMECHANICA Onze opleidingen naar knelpuntberoepen…
TSO: informaticabeheer, secretariaat-talen, podiumtechnieken en elektromechanica BSO: ruwbouw, elektrische installaties, centrale verwarming, sanitaire installaties en verzorging Meer info of inschrijven: www.kta-zavelenberg.be KTA Zavelenberg, Oscar Ruelensplein 13, 1082 St. Agatha-Berchem, tel: 02.482.01.01
BDW 1434 PAGINA 10 - DONDERDAG 10 JULI 2014
mend te versterken door synergieën tussen naburige bedrijven en verwante activiteiten op te zoeken en te optimaliseren. De mobiliteit wordt geminimaliseerd door functies op wandelafstand van elkaar te leggen zodat het gebruik van vervoersmiddelen wordt teruggeschroefd.
Productieve dynamiek
De functie van dit emblematische gebouw kan verderleven in de uitbouw van een economisch platform voor de vervoersmiddelen die de stad van de toekomst zullen ontsluiten, oppert ingenieur-architect Jo Huygh.
© JEAN-PAUL REMY
Stedenbouw > Ingenieur-architect Jo Huygh over de toekomst van de kanaalzone
Maak van de Citroëngarage een mobiliteitshub BRUSSEL – Marcel Rijdams haalde onlangs in deze krant tien argumenten aan waarom het Museum Aan het Kanaal eerder thuishoort aan de Ninoofsepoort dan in de Citroëngarage (BDW 1431, p.12). Ingenieur-architect Jo Huygh voegt daar nog een elfde argument aan toe: de Citroëngarage moet een mobiliteitshub worden.
BDWOPINIE Over de plek waar het museum thuishoort wil ik het niet hebben, en zeker niet over de evidentie dat het er dient te komen. Er is echter een elfde argument dat had kunnen toegevoegd worden aan de argumentatie van Marcel Rijdams. Niet zozeer om aan te tonen dat de Ninoofsepoort een betere plek is dan het IJzerplein, wel om na te denken over de toekomst van de talloze industriële panden die de kanaalzone rijk is. De Citroëngarage, met haar indrukwekkende showroom, haar met licht overgoten werkplaatsen en overvloedig gebruik van staal en glas, is een prachtig staaltje van functionele architectuur uit het interbellum. Het is een gebouw met een grote belevingswaarde voor voorbijgangers, maar ook voor de gebruikers, zij die er ooit een aankoop hebben gedaan, er hun auto hebben laten onderhouden, of er gewoonweg hun job
hebben uitgeoefend. Toegegeven, tijdens de eerste editie van het Brussels Light Festival eind vorig jaar wierp een olifant in het atelier van de garage al een ander licht op wat een mogelijk toekomstig gebruik van de ruimtes zou kunnen worden. En toch begint daar het schoentje te wringen.
Synergieën Heel wat productieve, logistieke, artisanale en semi-industriële activiteiten hebben sinds jaren hun vertrouwde stek in de kanaalzone verlaten. Of om het anders te stellen: een belangrijk deel van de economische activiteit, die de stad draagt en ondersteunt, is uit het centrum vertrokken met heel wat leegstaande industriële panden tot gevolg en sporadisch ook braakliggende terreinen. Daar waar in het verleden heel wat van die panden, soms vele jaren, leeg bleven staan, krijgen ze sinds een aantal jaren nieuwe bestemmingen: appartementen, gezins-
JO HUYGH:
“De stad van de toekomst zal groener zijn, toegankelijker ook, maar bovenal ook productiever dan de stad die we vandaag kennen”
woningen, studentenhuisvesting, atelierruimtes, creatieve beroepen, horeca,…. Deze evolutie kan alleen maar worden toegejuicht. Mobiliteitsproblemen zijn de belangrijkste reden voor de meeste bedrijven die uit Brussel wegtrekken of dit overwegen. Problemen om de werknemers op tijd op het werk te krijgen, problemen om de grondstoffen aangeleverd te krijgen op normale tijdstippen, problemen om de klanten tijdig te bedienen, kortom heel wat praktische bezwaren die een stedelijke reflex onderdrukken. De paradox is daar: terwijl bedrijven de stad in toenemende mate verlaten, houdt de stad zelf niet op met aan te groeien in bewonersaantal. De demografische ontwikkeling van Brussel vergroot de vraag naar residentiële ontwikkeling, en maakt dat er meer werkkrachten en consumenten zullen wonen in een stedelijke context waar de ontwarring van de mobiliteitsknoop nog niet voor morgen lijkt te zijn. Toch biedt deze complexe situatie ook mogelijkheden en kan ze een stimulans zijn voor de creatieve zoektocht naar stedelijke verdichting, door niet alleen wonen en werken, maar ook productie en consumptie beter op elkaar af te stemmen. Het idee van de korte keten dus, bijko-
De stad van de toekomst zal groener zijn, toegankelijker ook, maar bovenal ook productiever dan de stad die we vandaag kennen. En waar kunnen deze stedelijke productieve activiteiten beter worden gehuisvest dan in de bestaande industriële infrastructuren die speciaal daarvoor ontworpen werden? Deze gebouwen beschikken over grote oppervlaktes, zijn bestand tegen grote overlasten en uitgerust met de nodige logistieke toegangen. Uiteraard zullen nieuwe technieken, waarvan vele reeds voorhanden zijn, en nieuwe architecturale modellen moeten worden getoetst om dit stedelijk model uit te werken. Daarnaast wordt de samenwerking tussen stakeholders, waaronder bedrijven en bewoners, een cruciaal element voor het welslagen in een context waar het wijkniveau opnieuw een centrale rol krijgt, zonder voorbij te gaan aan de onvermijdelijke mondialisering. Op een aantal authentieke plekken in de stad is de productieve dynamiek nooit verdwenen. Abattoir in de wijk Kuregem is een mooi voorbeeld, met economische activiteiten sinds het einde van de negentiende eeuw, die gelukkig gered werden van de verdwijning in de jaren 1980. Productieve voedingsactiviteiten krijgen er vandaag nieuwe, eigentijdse groeikansen om vorm te geven aan de stad van de toekomst. Het socio-economisch belang hiervan kan niet voldoende worden onderstreept.
Kruispunt En zo komen we opnieuw bij de Citroëngarage, een industrieel gebouw op een symbolische plek, vlakbij het Saincteletteplein boven het Kanaal, als een toegangspoort tot het centrum van de stad. De keuze voor een museum in dit aantrekkelijk gebouw is begrijpelijk. De keuze om de bestaande activiteit te laten vertrekken is dit minder. Dat wil niet zeggen dat de garagefunctie absoluut behouden dient te worden; het gebruik van de auto wordt immers afgebouwd. De functie van dit emblematische gebouw kan verderleven in de uitbouw van een economisch platform voor de vervoersmiddelen die de stad van de toekomst zullen ontsluiten. Een kruispunt van openbare vervoersmiddelen (kanaal, metro, bus) versterkt de positie van het platform. Volledig in de lijn van haar geschiedenis en architectuur wordt de Citroëngarage een hub voor verkoop, onderhoud en herstelling van alles wat met mobiliteit te maken, gelegen op wandelafstand voor de bewoners van het centrum van de stad. Misschien moet dit industrieel gebouw gewoon een industrieel gebouw blijven ? Jo Huygh Ingenieur-architect, Brussel
BDW 1434 PAGINA 11 - DONDERDAG 10 JULI 2014
BRIEVEN VAN LEZERS lezersbrieven@bdw.be Philippe Thys Ik heb met interesse het artikel over de drievoudige winnaar van de Tour de France Philippe Thys (BDW 1432, p.23) gelezen. In 1939, direct na mijn studies aan de normaalschool, kon ik aan de slag in een school voor bijzonder onderwijs in Anderlecht. Elke dag bracht een bus de kinderen naar school, maar op een dag was de bus defect en werd die vervangen door een magnifieke autobus met Philippe Thys aan het stuur. Ik kende hem niet, maar ik vond hem erg sympathiek. Mijn baas zei me: weet je wel dat je een lokale beroemdheid ontmoet hebt? Van sport heb ik echt geen kaas gegeten, maar het was een prettige ontmoeting, die zich herhaalde want onze oude Anderlechtse bus was tot niet veel meer in staat. Philippe Thys staat soms in het maandblad van Anderlecht, tussen andere beroemdheden, maar ik wist niets van zijn ‘unieke’ prestaties. Sinds enkele jaren schrijf ik mijn meest bijzondere herinneringen neer op papier – ik ben intussen 93 jaar oud – en Philippe Thys maakt er deel van uit. Ik heb onlangs nog een foto die in Le Soir Magazine stond uitgeknipt waarop hij gefeliciteerd wordt door prins Leopold (de latere koning Leopold III). Wat een plezier om over hem te lezen in een artikel dat aan een koning is gewijd! Bravo voor deze reus van de baan in een tijdperk waar je als wielrenner ook smid moest zijn!
Georgette Vanderbeke, Anderlecht
Vliegtuiglawaai (1) Ik heb de klachten gelezen over het vliegtuiglawaai over het Brusselse (BDW 1433, p.11). Ik denk dat er veel overdreven wordt. Ja, het is een probleem, maar het is verre van nieuw. Ik woon in Laken (tussen Heizel en Bockstael) sinds 1976. Sindsdien vliegen er dagelijks talloze vliegtuigen over mijn huis, zowel opstijgende (de lawaaierigste) als landende. De vliegtuigen van vandaag zijn toch véél minder luidruchtig dan die van vroeger. Als er een ‘Caravelle’ of een ‘DC 8’ opsteeg was dat absoluut oorverdovend, maar wij namen dat aan zonder te klagen. Hedendaagse toestellen zijn toch een goede vijftig procent minder lawaaierig. Maar mensen zijn nu eenmaal onverdraagzaam, veel meer dan vroeger. Ik durf bijna te wedden dat diezelfde onverdraagzame mensen geen problemen hebben met het lawaai dat hun vakantievliegtuig maakt. Nou ja, het is nu eenmaal zo. Lawaai is niet plezierig, maar dat is de prijs die we moeten betalen voor de ‘vooruitgang’. Guy de Valk, Laken
Jan De Cock en Sint-Lukas De bereidwilligheid waarmee Jan De Cock met de terbeschikkingstelling van zijn atelier tegemoetkomt aan de verhuisproblematiek van de Sint-Lukas kunsthumaniora getuigt niet alleen van bravoure, maar vooral van spontane bezieling en het tonen van een ‘groot hart’ (BDW 1432, p.1). Het is ongetwijfeld een unicum in de Belgische beeldende kunstsector. Niettegenstaande de gebruikelijke gulheid blijft de beeldend kunstenaar meestal een minder sociaal-communicatief individu, in tegenstelling tot de meeste van zijn collega’s van andere disciplines zoals muzikanten, zangers, acteurs, schrijvers, cineasten, en anderen. Deze vorm van ‘dépannage’ komt Sint-Lukas goed uit en past perfect in het
vernieuwde educatief-artistieke concept dat de directie heeft uitgetekend voor de verbouwde school: de leerlingen vanaf het begin van hun studies onderdompelen in het reële kunstmilieu, hetgeen vergelijkbaar is met het succesrijke ‘immersion’-onderwijstype zoals toegepast in het Franstalige basis-en secundair onderwijs. Naar verluidt zal Jan De Cock zich enkel in de coulissen ophouden en is er geen lesgeversrol voor hem voorzien. Hij zal zich beperken tot een coördinerende toezichtfunctie, en af en toe als adviseur optreden. De communicatieve toegankelijkheid en de welsprekendheid waarmee Jan De Cock zich in de media begeeft is aanstekelijk. Zijn gewilligheid om een bestaande kunstschool tijdelijk te laten intrekken in zijn eigen gebouw valt eigenlijk als een ‘godsgeschenk uit de hemel’. Iedereen is tevreden en voldaan over deze combinatie; vooral Jan De Cock die als introductie van zijn toekomstige BAI_haus gedurende drie jaren meteen kan beschikken over 300 beschikbare leerlingen. Zijn vergelijking met het Duitse Bauhaus van weleer is slechts oppervlakkig, omdat die instelling wat betreft omvang en personeelscorps uitgebreider was. Het initiatief (en het beheer) van BAI_haus betreft slechts één kunstenaar, en valt bijgevolg eerder te vergelijken met de werking van het legendarische Rubensatelier. Alle lof voor Jan De Cock die met de creatie van zijn BAI_haus een bepaalde lacune opvult, naar analogie met wat Anne Teresa De Keersmaeker met Parts heeft gedaan voor dans. Eigenlijk hebben zowel de dans- als de beeldende kunstsector moeten wachten op het lef van twee privé-initiatieven van telkens één kunstenaar. Dit moet de ultieme gelegenheid zijn voor de publieke sector (= VGC, Ministerie Cultuur, Vlaamse Gemeenschap) om in Brussel een pand aan te kopen en ter beschikking te stellen als ateliers ten behoeve van professionele kunstenaars. In combinatie met het toekomstige BAI_haus dat Jan De Cock plant, de volledig vernieuwde SintLukassite, en het komende museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst kan Brussel zich profileren als een stad die niet alleen investeert in cultuur in toeristische rendabele spotlights. Jonas Wille, Oudergem
Vliegtuiglawaai (2) Ik dank de lezer die op de Chien Écrasé (BDW 1432, p.7) reageerde. Wat een lef! Spreken over politici en hun acties is inderdaad de taak van journalisten, maar mensen uitlachen met de werkelijke, rechtstreeks meetbare zware last van de vliegtuigen stinkt even erg als een chien écrasé. Ik ben sinds kort getuige van deze last in de kanaalzone en geloof mij: het gaat niet over een klein gerucht. ‘s Ochtends rond zes uur kan er soms een file van vier à vijf vliegtuigen boven ons hoofd circuleren. Dat betekent 30 à 45 minuten ononderbroken vliegtuiglawaai. Hetzelfde geldt voor de ‘avondshift’ rond 23 uur, ook tijdens de weekends. Man, dat deze anonieme schrijver cynisch de spot drijft met een ‘burgeractie’ en een democratische reflex, hangt me de keel uit. Moed en objectiviteit blijken niet uw cup of tea te zijn. Maar toch zou ik u de kans willen geven om het vliegtuiglawaai zelf te komen waarnemen. Wie weet schreef u uw vorige Chien Écrasé zonder voldoende inlichtingen en feitenkennis. Ik stel dus voor om naar Anderlecht te komen. Ik zal graag zelf als gids optreden. Als u vroeg genoeg bij mij bent, kunt u het geluid zelf opmeten. naam en adres bekend bij de redactie
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
BDWOPINIE In het midden door Danny Vileyn De onderhandelaars voor de Brusselse regering kondigen een grote fiscale hervorming aan voor halverwege de legislatuur. Hiermee laten de zes partijen (PS,FDF en CDH, Open VLD, SPA en CD&V) zien dat de minister van Financiën die Guy Vanhengel opvolgt – misschien wel Vanhengel zelf – niet zal moeten stilzitten. Het Brussels Hoofdstelijk Gewest staat na de zesde staatshervorming nog meer op eigen benen. Voor de camera’s van Télé Bruxelles wou Vanhengel alleen kwijt dat het niet gaat over extra belastingen maar over een heroriëntatie die beter aansluit op het beleid van de regering. Die toelichting is niet onzinnig: belastingen dienen om een beleid te voeren ten dienste van de bevolking. Dat klinkt behoorlijk ouderwets, maar het is daarom niet minder juist. Maar politiek is ook twee keer kiezen. De eerste keer ligt het te voeren beleid op de tekentafel. Het prijskaartje inbegrepen. En dan moet er beslist worden bij wie de overheid het geld gaat halen. Spontane kandidaturen zijn in deze zeldzaam. Inkomens uit arbeid zwaarder belasten lijkt uitgesloten. Daar lijkt een consensus over. De belasting op inkomen is weliswaar federaal, maar in Brussel zijn er net zoals elders in het land gemeentelijke opcentiemen (en in de hoofdstad agglo-opcentiemen). Een deel van de personenbelastingen wordt doorgestort en daar kunnen de gewesten de komende jaren mee spelen. Met de herfinanciering van Brussel krijgt het hoofdstedelijk gewest de komende jaren ook compensaties voor de inkomensderving van expats en pendelaars. Terecht. In Brussel is het immers een slinkende middenklasse die voor het geld moet zorgen. Net zoals elders kunnen de armen geen belastingen betalen en vinden de rijken er vaak wel iets op. Maar een slinkende middenklasse – op welke manier dan ook – meer belasten is uit den boze. Dat geldt ook voor het woonbeleid. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal een eigen woonbeleid kunnen ontwikkelen. Begin dit jaar heeft het Brussels parlement de vrijstelling van successierechten op de gezinswoning voor de langstlevende partner goedgekeurd. Dat was een wijze beslissing. De gezinswoning moet in de toekomst nog meer behoed worden voor de fiscus. Daar zijn veel argumenten voor te bedenken. Bijvoorbeeld: een eigen woning is een goede verzekering voor de oude dag. Stedelijk wonen is ook ecologischer dan iedere dag honderd kilometer met de wagen naar Brussel. Er wachten ons boeiende debatten.
WAUTER MANNAERT
BDW 1434 PAGINA 12 - DONDERDAG 10 JULI 2014
VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK
© STADSARCHIEF BRUSSEL
Links: Huiselijk tafereel bij Brussels gezin tijdens de Groote Oorlog. Rechts: Duitse bezetters in de Brusselse straten.
Muziek > Emballage Kado brengt muzikaal project over WO I
Op het surrealistische af lachen met ‘den dosch’ BRUSSEL – Over de gruwel aan het IJzerfront en de achtergrond van WO I krijg je momenteel een overvloed aan informatie. Maar hoe beleefden de Brusselaars die tijd? Vorig jaar verscheen ‘De Grooten Oorlog in Brusselse straatliedjes’ van Guy Janssens. Op vraag van Brosella werkte folkgroep Emballage Kado hieromtrent een muzikaal project uit in het Brussels onder de titel ‘Zeet Ee Den Ourlog’.
H
et is niet de eerste keer dat Brosella en de Brusselse folkgroep Emballage Kado de handen in elkaar slaan. In 2011 was er reeds een eerste samenwerking onder de titel Ik Zaain Getrouwd Mê ’n Kwôie Greet (waarbij de folkies zelfs gekoppeld werden aan de Brusselse rockers van De Fanfaar). Beide partijen wagen zich nu gezamenlijk aan een nieuw avontuur. We vroegen aan Willy Dessers (gitaar, zang) en Mars Moriau (diatonische accordeon, zang) naar de achtergrond van dit toch wel bijzonder project.
Plaats van afspraak is bij deze laatste thuis in de Begijnhofwijk. Meteen gaat het richting catacomben, oftewel de kelder-repetitieruimte met originele gewelven. Een aangepast decor voor een interview over Brussel in tijden van oorlog. De soundtrack bij ons gesprek is de gloednieuwe cd Zeet Ee Den Ourlog. Nog voor we een eerste vraag kunnen stellen, steekt Moriau enthousiast van wal. Dat hij een paar uur voordien de eerste exemplaren in handen kreeg van de heruitgave van het boek, nu met cd erbij, is daar niet vreemd aan, natuurlijk.
“De Grooten Oorlog in Brusselse straatliedjes is geen traditioneel boek. Auteur Guy Janssens baseerde zich op een schriftje van zijn grootmoeder. Zij was naaister ‘apprentie’ bij een kledingfabrikant in de Marollen. Tijdens hun werk zongen de vrouwen liederen waarvan zij er tweeënvijftig noteerde in het Nederlands, het Frans en het Brussels (Zuidwest-Brabants). Om het in het Brussels te zeggen: Brusselse stroetleekes opgeschrijve dui e schuun Brussels mokke dee vui de kost moest zörge serwaail ui poepa ont front teige den Duisj ging battere.
Jan Vanderauwermeulen, verantwoordelijk voor de Brusselcollectie bij Muntpunt, ging bij Henri Vandenberghe (directeur van Brosella) aankloppen met de vraag of hij hier iets origineels mee kon aanvangen in het jaar van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Vandenberghe liet hierover een ballonnetje op bij ons. Na beraadslaging met alle groepsleden en vooral een inschatting van het werk dat dit alles met zich zou meebrengen, stemden we toe.” De dialectspecialisten van be.brusseleir werden erbij gehaald, evenals twee extra muzikanten om de groep meer klankkleur te verlenen terwijl acteur Marc Bober bereid werd gevonden om de tussenteksten aan elkaar te praten. Het eindresultaat: een verhaal uit het leven van de gewone Brusselaar tijdens WO I, samengevat in twaalf liedjes.
© VEERLE SLOOTMANS
BDW 1434 PAGINA 13 - DONDERDAG 10 JULI 2014
pect geaccentueerd bleef, is een sterke troef. We zijn straatzangers en onze eigen warme klank is perfect weergegeven. Je hoort echt Emballage Kado en geen coverband uit die tijd. Dat was niet evident want het origineel materiaal is niet allemaal even interessant. Et Saldoêtekind bijvoorbeeld is oorspronkelijk op het randje af van te ouderwets maar we hebben er toch iets levendigs van gemaakt door de arrangementen. Belangrijk bij dit alles was de inbreng van de twee gastmuzikanten, bassist Otto Kint en zangeres Veerle Slootmans. Ze integreerden zich niet alleen perfect in onze groep, wat op zich al geen sinecure was (lacht), maar droegen tevens hun steentje bij tijdens de eindafwerking van de nummers. We hebben ook veel te danken aan de hele ploeg van de Zennestudio-Zinnema.” Brusselaars blijven Brusselaars, ook tijdens een oorlog en daarom vinden we naast onderwerpen als miserie en angst ook die typi-
“Als je zo intens met een dergelijk onderwerp bezig bent, ga je automatisch vragen stellen en trek je een aantal conclusies zoals het feit dat oorlog geen oplossingen biedt”
© STADSARCHIEF BRUSEEL
sche zwans, vertelt Moriau: “Er werd met ‘den dosch’ gelachen maar op zo een manier dat deze het niet verstond, bijna op het surrealistische af. Luister maar eens goed naar de tekst van De Weireld Op Za Leste. Daarnaast werd er tevens afgerekend met de vrouwen die wat te vriendelijk omgingen met de vijand. Dat vind je terug in een lied als De Slechte Waaive, gebaseerd op Sur Les Bords De La Riviera.”
Nooit meer oorlog
Boven: een extra-bezetting van Emballage Kado voor ‘Zeet ee den ourlog’. Onder: Duitse soldaten in Brussel tijdens bezetting: “Es da pjêd ginnen os?” Er ging duidelijk heel wat voorbereiding aan vooraf, zowel inhoudelijk als muzikaal. Moriau hierover: “We lieten de geselecteerde liedjesteksten naar het hedendaags Brussels vertalen door de mensen van be.brusseleir, want anders zou niemand er iets van begrijpen door het archaïsch taalgebruik van toen. Daarna gingen we op zoek naar de partituren van de muziek die er bij paste. De tweeënvijftig liedjes in kwestie werden in het werkatelier welis-
waar a capella gezongen, maar die Brusselse teksten waren meestal geplakt op bestaande populaire deuntjes. De melodie van Et Deut Al Vuil Te Lang is bijvoorbeeld gebaseerd op Sous Les Ponts De Paris terwijl de muziek van Et Soldoêtekind deze is van La Valse Brune. Daarnaast schreven wij zelf ook een aantal originele deuntjes. Dat alles was een heel hecht samenwerkingsproces. Eerlijk gezegd zijn we daardoor als groep sterk geëvolueerd.”
“Alles moest kloppen tot in de puntjes want er werd ook een cd opgenomen waar we trouwens heel tevreden over zijn,” vertelt Dessers. “Vooral de manier waarop het akoestische as-
Welke lessen ze persoonlijk trokken uit dit hele project? Moriau heeft zijn antwoord meteen klaar. “Voor we hieraan begonnen, documenteerden we ons heel uitgebreid door het lezen van boeken, gedichten, oorlogskranten, … Als je zo intens met een dergelijk onderwerp bezig bent, ga je automatisch vragen stellen en trek je een aantal conclusies zoals het feit dat oorlog geen oplossingen biedt en dat de verhouding slachtoffers en eindresultaat totaal zoek is. Ook opvallend is dat de mens tot veel in staat is of tot veel in staat gebracht kan worden door bepaalde belevingen te koppelen aan macht. Als je extreme vormen van nationalisme linkt aan macht, dan kunnen er vieze dingen gebeuren. Hoe is de mens in staat om tot dergelijke patriottische ideeën te komen en dan ook nog eens bereid om bijna blindelings ten strijde te trekken? Dankzij een Europees overlegplatform hebben we nu toch al wat meer alternatieven voor de gewelddadige oplossingen. Kijk naar de situatie in de Krim. Mocht dat toen gebeurd zijn, stond de wereld weer in brand, denk ik. In die zin is het belangrijk om WO I te herdenken en er aandacht aan te schenken. Nooit meer oorlog dus.” Georges Tonla Briquet
Het boek van Guy Janssens ‘De Grooten Oorlog in Brusselse straatliedjes uit 1914-1918’ (acco) mét de cd ‘Zeet Ee Den Ourlog-De gruuten ourlog in Brusselse stroêtleekes’ van Emballage Kado is verkrijgbaar bij Muntpunt, Acoo en Brosella en tijdens de concerten. Live tijdens Brosella op zaterdag 12 juli om 16u45.
BDW 1434 PAGINA 14 - DONDERDAG 10 JULI 2014
OP VADROUILLE MET NICK TRACHET MET DE 47 NAAR BORGT
De ring van Borgt © SASKIA VANDERSTICHELE
BORGT – Men schrijft Borcht of Borgt – de plek is zo afgelegen dat men het daarover nooit eens is moeten worden – maar het blijft een vreemd hoekje aan de Rand van Brussel.
W
e nemen de 47, dat kan al aan de Brouckère, en dokkeren over de kasseien langs het kanaal naar de voorhaven en dan dwars door Neder-over-Heembeek. Voorbij de VTM-studio’s gaat het bergaf naar de brug van Vilvoorde. Wanneer we de rondpuntige Rubensstraat oprijden is het hoog tijd om te bellen. We moeten er af aan halte VilvoordeVlierkens! We steken de straat over aan de rotonde en duiken een volkswijk in. ‘Borgt’ staat op de plannen, maar de plek is zo bijzonder dat iedereen hier het over ‘de’ Borgt heeft. De inwoners zijn fier en solidair en hebben in dit leven maar één vijand: ‘die van ‘t Kassei’, van de wijk waar we net met de bus doorheen reden.
Jetski’s
Kunstmatige heuvel Rechts voor het bruggetje gaat de ring verder (J. Deschampsstraat). We wandelen even om via het groe-
Het kanaal met in de verte de plek waar ooit de oude draaibrug stond, die nog met de hand werd geopend. Op de voorgrond poseert een parmantige zonnekloper.
“Ooit was deze plek belangrijker dan Vilvoorde of Grimbergen. Men hield er, beschermd door de Tangebeek, toezicht op de Zenne”
Tsunami Net voorbij de bootjes van de jachtclub gaat de Jan Jozef van Engelgomstraat – de straatnamen zijn hier langer dan de huizen hoog zijn! – linksaf. We zien het kerkje, er is een trap achteraan. Deze kerk ligt bijzonder hoog ten opzichte van het dorp. We zien hier hoe de straatjes
ne park. Hier stonden destijds de vernielde huizen, niemand wou hier opnieuw bouwen. De Tangebeek is nu overwelfd en zopas werden er ondergrondse collectoren aangelegd. Er zijn twee vijvers, oude meanders van de beek die vandaag onder het kanaal door vloeien richting Zenne. Rechtsaf stappen we de Humbeeksesteenweg in, die ons terug naar onze dorpsring brengt. En net over de straat zien we de oplossing voor het raadsel van de ring: een poort waarachter een heuvel ligt, draagt © SASKIA VANDERSTICHELE
Via de Teniersstraat komen we bij het kanaal. We worden hier bijna verpletterd door de brug van Vilvoorde (Europabrug) die het kanaal overspant sinds 1972. Als we een honderdtal meter langs het water richting Willebroek lopen (noordwaarts) komen we aan de plek waar ooit de oude brug lag. Van hier vertrekt de Grimbergsesteenweg en aan de overkant leidt de weg naar de markt van Vilvoorde. Het was een draaibrug die met de hand werd geopend. Dat duurde minstens zo’n twintig minuten en de automobilisten hadden dus alle tijd om op de steenweg te blijven stilstaan en een pint te pakken. De straat telde toen 28 cafés, allemaal azend op wachtende automobilisten. Als pa later thuis kwam dan gewoonlijk was dat dan ook het perfect excuus: “voor de brug gestaan!” Een feestelijke plek was het. Nu is er bij het water nog één frietkot, alle cafés zijn verdwenen. Wij lopen verder langs het kanaal en de jachtclub van Vilvoorde. Er is hier een zone voor snelle watersporten. U kunt er dus – als het even meezit – kijken naar de jongens en meisjes op water- –en jetski’s die over de golfjes razen.
allemaal kronkelen in cirkels, wie met de auto in de Borgt rondrijdt is snel gedesoriënteerd. De Borgt is een ‘ringdorp’, een eigenaardigheid in onze streek. We volgen die ring in wijzerzin. Aan het pleintje (Jozef van de Berghestraat) kan een mens stoppen voor een pak friet, veel horeca is er verder niet meer. De ring loopt verder via de Adriaan Walravensstraat. De huisjes hier zijn aandoenlijk klein en gezellig. Zo komen we op de Leopold Luypaertstraat. Wij wandelden zonet in de gemeente Grimbergen, de overkant van de Luypaertstraat is echter Vilvoorde. Rechts komen we aan een brugje over de Tangebeek. Een kapelletje herinnert ons aan de 74 doden die hier vielen in 1839. Parallel met deze straat loopt hogerop de Grimbergsesteenweg, die werd op een talud aangelegd. De beek stroomde door een koker onder de steenweg door. Maar bij een wolkbreuk in juni van dat jaar verstopte de koker, het water steeg dramatisch en de dam van de weg brak door. De tsunami die hier daarop volgde vernielde 11 huizen. Men vond de meegesleurde slachtoffers tot kilometers ver terug. Dat was zowat de laatste keer dat de Borgt het nationale nieuws haalde.
het opschrift: ‘Motte van Borcht, hier woonden de eerste heren van Grimbergen’. Een kunstmatige heuvel dus, met 113 bij 105 meter een fors ding, waar meer dan duizend jaar geleden (misschien zelfs in de tijd van de Romeinen) al een houten burcht op stond. Ooit was deze plek belangrijker dan Vilvoorde of Grimbergen. Men hield er, beschermd door de Tangebeek, toezicht op de Zenne. In theorie is de plek te bezoeken, maar de dame van de toeristische dienst van Grimbergen zei aan de telefoon “Oei! Misschien iets om in groep af te spreken?” Hier stond ooit de burcht van de Berthouts, de machtige Grimbergse familie die de oorlog verklaarde aan de hertog van Brabant in 1139. Zij dolven het onderspit in 1159 en hun burcht werd afgebrand. Genoeg geschiedenis. Het is tijd om terug te keren. Via een van de kronkelstraatjes (hier stond de muur rond het neerhof van de burcht) draaien we om de kerk heen en via de Borchtstraat komen we al spoedig langs het sympathiek café Galoiske, waar we de dorst kunnen laven tegen democratische prijzen. De Blaezenbergstraat brengt ons omhoog bij de brede Rubensstraat. Aan de overkant (Vlierkenslaan) is er de halte van de 47, om weer naar huis te gaan. Nick Trachet
Ook in Borgt kan de dorst gelest worden tegen democratische prijzen.
De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ opvadrouille
BDW 1434 PAGINA 15 - DONDERDAG 10 JULI 2014
© CHRISTOPHE LICOPPE
Twee niveaus van het Atomium krijgen opnieuw een bijzondere licht- en geluidsinstallatie.
Expo > Licht en geluid door Visual System
Sciencefiction in het Atomium BRUSSEL – Het Atomium heeft voor de jaarlijkse zomertentoonstelling ‘Innovative Display’ opnieuw voor Visual System gekozen. De Franse kunstenaars geven het interieur van twee niveaus van het Atomium een bijzondere uitstraling met hun licht- en geluidsinstallatie Out of Control. Ook vorig jaar verzorgde Visual System de tentoonstelling in het Atomium. Verantwoordelijke voor de tentoonstelling Inge Van Eycken: “We vonden dat de kunstenaars de ruimte volledig tot zijn recht deed komen. De installatie is speciaal voor het Atomium gemaakt. De kunstenaars zijn ter plaatse gekomen, met een
idee in hun hoofd, en hebben dat aan de ruimte aangepast.” Met hun installatie willen de kunstenaars de relatie tussen mens en machine bestuderen. Dat doen ze door op poëtische wijze een woordenreeks te laten horen, die correspondeert met de lichtinstallatie. De tentoonstelling is geïnspireerd op een novelle van de sciencefi ctionschrijver Stéphane Beauverger. Het geluid bij de tentoonstelling is van Thomas Vaquié. Jasmijn Post Expo tot 31 augustus in het Atomium. Meer info op www.atomium.be
ADVERTENTIE
Sociale Verhuurkantoren (SVK)
Verhuur uw woning zonder risico en zonder zorgen
a Gegarandeerde huur elke maand a
Verzekerd verhuurbeheer
a
Onderhoud van uw woning
a Hulp bij renovatie a Fiscale voordelen
www.fedsvk.be 02 412 72 44
kust zouden rondlopen, De rode schorpioenvis komt voor van Senegal tot de zuidkusten van Engeland en Ierland, maar vooral in de Méditerranée. Daar leeft hij tussen de riffen en rotsen en wacht geduldig tot een prooivisje te dicht in de buurt komt zwemmen. Dan opent hij een grote muil en in milliseconden is de prooi verdwenen naar binnen. Maar nu is het onze beurt. Uiteraard kunt u de visboer vragen om de vis schoon te maken en desnoods te fi leren, want de vis heeft stevige, dikke fi lets. Maar dat is spijtig voor zo’n zeldzaamheid. Ik nam hem in zijn geheel mee naar huis ‘”Moet ik ze niet schoonmaken? Heel zeker?”, vroeg de visboer. Ik heb het trouwens al meegemaakt dat handelaars weigerden om zo’n soort vissen aan een leek mee te geven. Ze willen de verantwoordelijkheid niet voor klanten met pijnlijk gezwollen handen. Dan moet ik het verhaal van het ‘neusje van de zalm’ bovenhalen. De kop heeft twee vlezige kaken en die zijn – natuurlijk – het lekkerste van de hele vis. Trouwens, het gif wordt vernietigd door koken! De rascasse behoort tot de canon van de lekkere vissen, daar aan de Côte d’Azur. Hij prijkt er tussen de zeebarbeel ( surmulet), goudbrasem ( daurade royale) en zeebaars ( loup). Maar omdat hij zo lekker stevig is, behoort de kapoen ook tot de vaste ingrediënten van een BRUSSEL EN DE WERELD goede bouillabaisse. CULINAIR ONTDEKT Ik ging voor ovengebakken. Strip de vis (wanneer dat nog niet gebeurd is in de winkel), haal er met andere woorden de ingewanden uit. Knip de gevaarlijke vinnen (zie hoger) af met een stevige schaar. Met een tandjesmes kunt u nu de schubben wegkrabben van de huid achteraan in de richting van de kop. Wie geen schubben tot tegen het plafond wil, doet dat onder water in de bak van het aanrecht. Droogdeppen en inwrijven met citroensap, binnen De officiële vislijst wil dat we deze vis ‘rode en buiten (snij daarvoor een citroen in vier en wrijf schorpioenvis’ noemen, maar kapoen is leuker, met de partjes over de vis. Vervolgens zouten en koel neen? Wie eet er nu schorpioenen, tenzij miswegzetten tot het tijd is om te koken. Onze vis kan schien in China, geroosterd op een stokje? dan in de oven, rechtop zittend (met de buik naar beneden) op een schotel met een bodempje van in Kapoen is de naam dis ze er in Italië aan geven ( ca- ringen gesneden ajuin en tuinkruiden. Kruid eens pone). In het Frans wordt dat rascasse, cochon... Die met wat geraspte gember? Dat is weinig gebruikecochon mag u niet verwonderen, want de wetenschappelijke naam van de vis is S corpaena scrofa, en s crofa is Latijn voor ‘zeug’! En dat is nog maar voor de rode schorpioenvis, er is ook een zwarte: Scorpaena porcus, en porcus betekent varken. De vissen uit de familie van de S corpaenidae zien er allemaal nogal woest en gevaarlijk uit, niet helmaal onterecht trouwens, want ze hebben stekels. Die van de vinstralen op de rugvin, buikvinnen en aarsvin zijn ook nog eens giftig. Aan de basis van die eerste vinstekels zit een gifklier. Het venijn zit in het slijm rond de half holle stekel. Het effect op de mens gaat van pijnlijk tot dodelijk. Deze kapoen wordt beter met respect behandeld, maar zware vergiftigingsgevallen zijn zeldzaam. Ik hoor in de zomer vaker praten over de slachtoffers van de pieterman, hier aan onze kust, of van de stonefish (steenvis) uit de tropen, een vis die eruitziet als een steen op de bodem, maar wee degene die erop trapt! Het venijn van de steenvis is zo sterk als dat van lijk, maar vaak een succes. Zet de oven niet te heet, een cobra. 180 graden Celsius. Dat voorkomt dat de buitenkant Maar dat zijn allemaal gevaren voor badgasten met van de vis droog braadt terwijl de binnenkant nog blote voeten. Vissers en visboeren zijn het gewoon rauw blijkt. Hoe lang hangt van de vis af, kapoenen om deze vissen vast te pakken, en als er al eens ie- kunnen een halve meter lang worden, maar dan zijn mand een steek oploopt, is er geen haan die er naar ze te groot voor de oven! Bescherm de vis desnoods kraait. Vissers staan niet vaak in de krant. met aluminiumfolie. Wanneer de vis gaar is kan ieDat hij giftige stekels heeft, wil nog niet zeggen dat dereen er het vlees afhalen met een vork, terwijl de een schorpioenvis niet goed is om op te eten. In te- graten rechtop op de schotel blijven staan (in theogendeel. De Franstaligen hebben twee aparte woor- rie, meestal lukt dat niet perfect). Vergeet de wanden voor giftig: v énéneux en venimeux. Een gif- getjes van de vis niet, die worden bij de kapoen erg tige paddenstoel of Gelderse roos is vénéneux, een gewaardeerd. Het spreekwoordelijke ‘neusje van de schorpioenvis is venimeux maar net zoals gifslan- zalm’ betreft immers niet het neusje, maar de kaakgen perfect eetbaar. Het Frans heeft iets met vis en spieren van een vis. Smakelijk. gif trouwens, poison en poisson klinken in de mond nick.trachet@bdw.be van een beginnend Fransspreker erg gelijkend. Deze kapoenen zijn nu en dan te vinden in de zuiderse vishandels. Ze geven mij een gevoel van zo- De hele reeks nalezen? mers genot, alsof we ergens aan de Adriatische www.brusselnieuws.be/trachet
Nick Trachet
Kapoen
“Vishandelaars weigeren soms om dit soort vissen aan een leek mee te geven. Ze willen de verantwoordelijkheid niet voor klanten met pijnlijk gezwollen handen”
BDW 1434 PAGINA 16 - DONDERDAG 10 JULI 2014
DE LAUREATEN VAN DE BDW-VERHALENWEDSTRIJD
Manu
Zevende plaats: Lucien Roosen uit Anderlecht ILLUSTRATIE: BRAM ALGOED
Gedurende een volgende volledige halve seconde wilde ik me tegelijk verontschuldigen, heel hard weglopen en doen alsof ik die vraag nooit had uitgesproken; ervan overtuigd dat nu zoiets zou volgen in de zin van: ‘Dat zijn uw zaken niet!’, ‘Rot op!’, ‘Get a life!’ In een flikkering van haar ooghoeken zag ik messen, schietijzers en valkuilen maar toen ze mijn ontreddering merkte, trok een vergevingsgezinde glimlach over haar lippen. “Waar ik zat aan te denken?” herhaalde ze. “Aan mijn leven, aan het leven, aan Brussel, aan de zon, aan dit moment, aan alles.” “Aan het leven, aan Brussel, aan alles.” echoode ik, “Ben je van Brussel?” En of ze van Brussel was. Als kind woonde ze met haar moeder op de
Charles Quint, en ik bedoel niet aan de Karel de Vijfdelaan maar echt op de Charles Quint; pal op de autosnelweg die Brussel ingepompt wordt, vier rijbanen dik, file en getoeter, 24 op 24. Daar heeft ze geleerd dat Brussel elke dag wordt gegaveerd als een mishandelde foie-gras-gans. Eentje die dag en nacht massale hoeveelheden petrol door de strot geramd krijgt tot ze erbij ontploft, ziek en gezwollen. Net zoals haar moeder, wat misschien wel de reden was waarom ze nooit of te jamais Brussel uitkwam. De stad Brussel en haar moeder: die twee leken te veel op elkaar. De mooie jonge vrouw zei: “Als spiegelbeelden van lelijkheid en verleptheid.” Het waren woorden die eigenaardig genoeg niet vloekten met de zon in haar glas wijn. C’était le temps... ‘s Avonds trad moeder op in cafés, zo een beetje chanson populaire, van Piaf tot Brel quoi, voor toeristen, studenten van de campus aan Koekelberg en voor de artiesten van de vaart. Haar moeder was er serieus beginnen drinken, ook als ze niet op café was. De mooie jonge vrouw vertelde met fluisterende, hypnotiserende stem. Ze sprak tot zichzelf, als in een monologue intérieur. Ik wenkte de ober en bestelde voor ons beiden nog een glas wijn. We toastten op de zon en de mooie mensen, op de kunst van het genieten. En met mijn kenmerkende talent voor het verkeerde woord op het verkeerde moment, voegde ik ploerterig toe: “Aux bons souvenirs.” Ze fronste minzaam en ging voort op haar zachte toon. Dat ze ze niet meer kon tellen, de alcooliques die ze als kind had moeten wegjagen van haar zetel. Les souvenirs douces de l’enfance, dat rook voor haar naar mannenkots en die eeuwige gaz van die eeuwige file op de Charles Quint. Die eeuwige nooit eens stoppende, dag en nacht toeterende Vlaamsche navetteurs, allemaal gestresseerd, allemaal zo rap mogelijk die autostrade op, die autostrade af, die tunnel in, die tunnel uit, et que çà gaze. Het enige grappige aan die buurt is die Zavelenberg rechtover het shoppingcentrum. Plots in het centrum van Brussel: een bult, een wei met koeien. Het is alsof ze het er voor gedaan hebben; opdat de Flamands die dan van de buiten komen niet te veel choqué geraken bij het binnenrijden van de stad. Het heeft iets symbolisch.
© SASKIA VANDERSTICHELE
E
erst was ze gewoon een mooie jonge vrouw op het terras van de Markten aan de Sainte-Cathérine. De zon brak een eerste keer door het wintergrijs en verlichtte het pleintje tot een festival van zonnebrillen, blote billen en exuberante modegrillen. Op een catwalk van kinderkopkes paradeerden meisjes met ogen als maagden en boezems als hoeren. Leernichten slaakten gilletjes boven een Spa, gepiercete kunstzinnige types rolden hun sigaretten tot kleine toetertjes en een koppel zakenlieden molenwiekte enthousiast naar het vrijgekomen tafeltje. Mijnheer bestelde van de weeromstuit een fles Champagne, mevrouw rechtte ongezien haar kousen en staarde met professioneel dédain naar het opengeslagen dossier. De bomen waren nog niet in bot maar er hing al zomer in de lucht. De mooie jonge vrouw zat alleen; voor haar een gsm, een asbak en een glas witte wijn. Ze keek met gesloten ogen het zonlicht in, de rood aangezette lippen getuit tot een kus voor de hele stad, de hele wereld. Ze droeg een lang, bloemig, bijna zigeunerachtig kleed waaronder één voet op en neer wipte terwijl de andere vanuit zijn rode laarsje gedwee geplant bleef op de kasseisteentjes. Af en toe liet een nog frisse bries haar ruglange lokken als blond zeewier waaien in de stroom stadslucht. Ik betrapte er mezelf op verliefd te worden, moest dringend ingrijpen, stoppen met dit schaamteloze gestaar. Zoiets kan je voelen, zelfs met je ogen dicht. Ik tastte naar mijn sigaretten maar vond weer eens geen aansteker. Dit was het lot. Haar zelfgerolde saf lag uit te doven naast het wijntje. Ik raapte mijn moed bij elkaar en vroeg haar vuur, gaf haar een compliment voor haar bottines en bedankte haar met een opmerking die me verbaasde door de schaamteloosheid en het aplomb: “Waar zat je aan te denken?”
DE BIOGRAAF VAN WILLEM VAN RUBROUCK Lucien Roosen (43) uit Anderlecht geeft zowel Nederlandse als Franse les aan het CVO – Brussels Education Centre, veelal aan doctorandi die voor langere tijd in Brussel verblijven. In zijn vrije tijd schrijft hij verhalen, en onlangs werkte Roosen samen met enkele historici van de KU Leuven nog een biografie over de Franse franciscaan en ontdekkingsreiziger Willem van Rubrouck af. “Van Rubrouck maakte in 1253 een lange reis naar Mongolië. Zijn reisverslag is zelfs vandaag nog een belangrijke bron over het Centraal-Azië van die tijd. We zijn wel nog op zoek naar een uitgever voor het boek, dus als iemand zich geroepen voelt...” Waar Roosen de inspiratie voor zijn verhaal van de schrijfwedstrijd haalde? “Op het terras van De Markten, natuurlijk! Maar alle gelijkenissen met echte personen berusten op puur toeval (lacht).” KL Meer over Willem van Rubrouck: www.willemvanrubrouck.be
“Ah,” zei ik, “de surrealistische charme van deze stad.” “Nee,” antwoordde ze, “geen surrealisme, het is symbolisme. Komen ze allemaal bumper aan bumper van hun E40 de stad ingereden in hun dure, altijd blinkende, altijd grijs en antracietzwarte autookes, moeten ze eerst aanschuiven tussen langs de ene kant een shopping – dat kennen ze, dat zijn ze gewoon, daar rijden ze in
het weekend ook naartoe – en langs de andere kant een groene heuvel van een grasveld met daarop een paar altijd onverstoorbare koebeesten met van die zachte gelaten koeienogen, met altijd dezelfde herkauwende kinnebakken, volstrekt ongenaakbaar knabbelend op dat van de uitlaatgassen zwart uitslaande gras.”
“De koe als symbool voor Brussel. Dat is origineel.” bedacht ik, “maar toch ook een beetje surrealistisch.” Ze bleef hameren op het symbolische. Ze noemde het een passage en douceur voor de Vlamingen die dan doorschuiven, langzaam, langzamer, langzaamst, voorbij de wasserettes, de zuipcafés, de garages d’entretien en al de andere Belgacomwinkels of tapijtenverkopers, tot ze wegduiken onder een gigantisch rood neonlichtend kruis bovenop een mastodont van een koperen kerkkoepel, overdonderend als het hemelgewelf zelve, uitnodigend als een hoepelrok, dwingend en overtuigd van de eigen heilige geilheid. Ze moeten er onderdoor; niet erlangs, niet links, niet rechts maar recht onder de rokken van de basiliek. Als kleine, minuscule spermatozoïden die dagelijks in die gigantische vulva van Brussel worden gepompt, rijden die Vlaminkjes in hun autootjes onder de basiliek door de tunnel in, op zoek naar het plekske, het zachte warme plekje waar ze het harde bolstertje van hun voitureke kunnen achterlaten om zacht en feutré op te gaan in de gloedvolle warmte van een nieuwe dag op kantoor. “Wat een fantasie!” riep ik uit; te luid, te enthousiast. Mezelf herpakkend bleef ik toch hangen bij het idee van de pendelaars als zaadcellen die de bronstige deerne Brussel dagelijks bezwangeren met hun gewriemel, hun gehijg, hun getoeter. “Er valt wel iets voor te zeggen,” zei ik. “Weet je wel hoeveel daghotels deze stad telt? Al die opgefokte lieden, al die hoeren, al die escortes in dienst van lobby’s uit binnen- en buitenland. Naar het schijnt raken na de middagpauze de riolen ei zo na verstopt door die dagelijkse stortvloed aan rubbertjes. Tonnenladingen zaadzakjes worden dagelijks doorgespoeld; deze stad verkeert in een permanente staat van opwinding, wat zeg ik, het is een nooit stoppend, lillend, hijgend, trillend orgasme. Ik vraag me af wat de kardinaal zou denken van zijn basiliek als de vulva van Brussel.” “Het enig wat ik wist, als kind, was dat ik er weg wou,” zei de geblondeerde schoonheid. Het besef kwam al zeer vroeg door een tante – ze noemde haar liefdevol “een naar Bastosstinkend viswijf” – die de wasserette openhield waar ze elke zaterdagmorgen naartoe moest met een shoppingkarretje vol natte was. Dat mens moest elke week opnieuw vertellen hoe zij ook naar Notre Dame de la Sagesse was geweest en dat ze in gedachten zichzelf zag lopen als ze haar zag en dat zij ook kind was geweest in Koekelberg. Ze zat daar ondertussen wel met haar rokershoest en haar waspoederkes en haar zagende oude vrouwkes waarvan ze op een dag nog eens de caniches mee zou proppen in de droogtrommel. De mooie jonge vrouw, die toen nog een
© BRAM ALGOED
lief klein meisje was, besefte dat ze ‘coûte que coûte’ weg moest van een toekomst vol incontinente poedels en paarse permanenten. Nooit, nooit van mijn leven, bedacht mijn mysterieuze Brusselse daar, zal ik een wasserette ophouden op de Charles Quint. Ik niet, ik doe andere, plezierigere dingen. “That’s the spirit!”, zei ik. “Alles overboord gooien. Alles moet weg. Een nieuwe lente, een nieuw geluid. Niet versagen. Aanpakken.” Ze vond dat ik klonk als een soort van reclame voor wasproducten, dat ik onzin sprak als een publiciteit voor een slecht tv-programma. “Het leven is niet in slogans te vatten, ge hebt er te weinig vat op, soms. Had ik Manolo niet ontmoet, was alles anders geweest.”
“Manolo” herhaalde ik, niet zonder een ondertoon van jaloezie voor de kerel die het voorrecht had gehad mijn schone te redden uit de klauwen van de wasserettes en uitlaatgassen. Ze nam een trek van haar sigaret, schudde haar lange haren, sloot de ogen en mijmerde onbezorgd tot in de armen van haar Manolo. Haar eloquentie verstomde tot een paar gestamelde halve woorden; “Argentina, de lucht, Algarroba del Aguila, paarden, zwanger.”
aan de lokroep van zijn pampa, zijn paarden, zijn grote luchten. Ik ging mee. Natuurlijk. En toen werd ik zwanger. Een kindje krijgen op een dagreis van Algarroba del Aguila, dat verandert een mens. Het was een tijd vol passie en liefde, hoogoplopende ruzies en tomeloze verzoeningen. Soms mis ik Zuid-Amerika; de mengeling van uitzichtloze verveling en authentieke menselijkheid. De natuur. Soms mis ik ook Manolo: zijn grote handen, de pampageur in zijn zwarte haar, zijn blik die van kleur veranderde als hij op een paard zat.”
“Ik versta u niet,” zei ik. “Je kan mij ook niet begrijpen,” repliceerde ze, “Met Manolo was het liefde op het eerste gezicht. Hij was een Argentijn. Hij deed een Erasmusjaar in Brussel maar weerstond niet
Ze dronk haar glas in één teug leeg, keilde haar peuk weg, blies de rook uit in een kus aan het verleden en verklaarde vrolijk: “Maar ik zie hem nog elke dag. In de ogen van Manu. Mijn zoontje. En daarbij, het leven gebeurt hier en
nu. Met het zonnetje in een glas Chardonnay en een jongetje dat ik subiet van school ga halen. Oh, là, là, zo laat al. Ciao, ciao. By the way, vanavond is er een meet & greet met een Cubaanse kunstenaar die exposeert in mijn vintage winkel annex lounge bar annex kunstgalerij.” Ze wierp een roodgestift luchtkusje naast mijn oor en verdween met een zwierig zwaaien van lange rokken. Vanavond ga ik, denk ik, eens wat Cubaanse kunst ontdekken.
n
ADVERTENTIE
BDW 1434 PAGINA 18 - DONDERDAG 10 JULI 2014
E
2
E V E
R K
G N
A
FASE
K •
• GEN
VE PA
R
E
© SASKIA VANDERSTICHELE
INVESTEER IN EEN BEWEZEN SUCCES
P
Gebroken relaties maken deel uit van de soorten souvenirs of brocante die iedereen wel ergens in huis heeft liggen.
Tentoonstelling > Museum van Gebroken Relaties
Nog een vol pakje condooms over ETTERBEEK – De reizende tentoonstelling ‘Museum of Broken Relationships’ is na negentien landen vorige maand in Brussel gestrand. Daar probeert ze u op een ludieke en relativerende manier te helpen een emotionele kater te boven te komen, mocht u een gebroken relatie achter de rug hebben. Met de revue van typische souvenirs: een liefdesgedicht, een zakdoek of een ongebruikt pakje Russische condooms. Herkenbaar materiaal?
98%
verhuurd in FASE 1 FASE 1 verhuurd aan
900€ - 2400€ per maand
TOPLOCATIE vlakbij de NAVO
Meer info: www.genevepark.be 02 679 00 00
Wie tijdens zijn of haar vakantie het Kroatische Zagreb aandoet, ziet amper nog sporen van het oorlogsdebuut in 1991 en de aanleiding tot het uiteenvallen van Joegoslavië. Al het toerisme glijdt nu af naar het populaire Museum of Broken Relationships. Daar wordt het idee gekoesterd dat alle gevoelens, emoties en relaties gekoppeld aan liefde een universeel karakter kennen. Aan de hand van voorwerpen, die als memorabilia of relieken gezien worden en herinneren aan een gebroken relatie, werd een ‘universele’ collectie aangelegd: van liefdesbrieven, oorringen, een eenogig teddybeertje, een fles met een boodschap voor de zee, een fopspeen, zonnebrillen, een stukgeslagen single, een lade vol muziekcassettes en snoep, ... Kortom, van het meest ordinaire tot het meest exclusieve wat een rol kan spelen in een tijdelijke relatie. Met het Kroatische en later ook het buitenlandse materiaal, is de collectie gaan reizen. In 2006 concipieerden de Kroaten Olinka Vištica en Dražen GrubišiĆ het concept dat de museumverzameling kon aangroeien overal waar ze kon worden tentoongesteld. Inmiddels is dat al in tientallen steden, verspreid over negentien landen, gebeurd. Eigenlijk vormt dit ‘gebroken relatieverhaal’ een rode draad die herkenbaar is voor alle Europeanen, vandaar ook de interesse van het informatiecentrum Parlamentarium (Europese Parlement), dat er een kleine zaal voor openstelde.
Iedereen ervaringsdeskundige
vastgoed met visie
Aan de hand van een negentigtal voorwerpen, netjes uitgestald op staanders en in vitrines, komt het museum van Gebroken Harten dicht in de buurt van uw ervaring, mocht u een relatie hebben gekend waarachter een punt kwam te staan – vrijwillig of
onvrijwillig. Speciaal voor de Brusselse versie van de tentoonstelling is ze uitgebreid met een veertigtal objecten van gulle Belgische schenkers. En dat maakt de band met ‘gedeelde levenservaring en -emoties’ nog nauwer. Het is zaak om her en der bij de genummerde objecten even stil te staan, en de bijhorende uitleg te lezen. Het liefdesverdriet van de andere wordt meteen gedeeld, door de herkenbaarheid. De nieuwsgierigheid naar andermans hartenzeer wordt geprikkeld bij het zien van het handgeschreven gedichtje op een post-it, een boodschap als ‘we spoke about the Godiva shop’, een geborduurd slipje met ‘Bart’ op, een zwarte dildo, enkele loterijbiljetten en een My Desperados-biertje en zelfs een medaille van een Braziliaanse jujitsuwedstrijd Dutch Open 2012-2013 - waar mensen toch al niet herinneringen aan overhouden? Zelden verwerkte, vaak diep ontroerende. De boodschappen erbij liegen er niet om. ‘Mijn hart zit in mijn sokken’, bij een paar sokken. ‘We dachten hier samen uit te drinken op een zomerreis, maar spijtig genoeg waren we tegen het volgende stappersseizoen al gescheiden.’ Gebroken relaties leven duidelijk niet enkel voort in herinneringen, maar maken deel uit van het soort souvenirs- en brocantespul dat eenieder wel ergens in huis heeft liggen of hangen. Soms is het niet meer dan een ongeopende flacon douchegel (nummer 70 in de expositie), waarover iemand uit Brussel getuigt: “We zagen deze film samen in de bioscoop toen hij me voor het eerst kuste. (...). Door hem ging ik dromen van vakantie. (...) Hij beloofde me de eerste kus van het naderende nieuwjaar, een chocoladedouche en meer avonturen. Het waren de beste feestdagen ooit. (...) En de chocoladedouchegel staat nog ongeopend in de badkamer.” Heeft u ook nog zo’n hebbeding liggen van een onverwerkt liefdesverleden? Hoog tijd voor een donatie aan het museum van Gebroken Harten - het lucht op.
Jean-Marie Binst
Nog tot 17 oktober in het Parlamentarium, Wiertzstraat 60, Blok Willy Brandt (links van het Luxemburgstation), 1047 Etterbeek. Open ‘s weekends vanaf 10u., op maandag vanaf 13u., overige dagen vanaf 9u., telkens tot 18u., www.europarl.europa.eu/visiting
BDW 1434 PAGINA 19 - DONDERDAG 10 JULI 2014
Artists in residence Jørn Utzon in Sydney
Deense appelsien in Australië
Want waaraan denkt u als de naam van Australië’s grootste stad Sydney valt? Toch eerst aan het Sydney Opera House, dat inmiddels vijftig jaar oud is en tot het werelderfgoed van de Unesco behoort. Het operahuis is het werk van de Deense architect Jørn Utzon (19182008), en behalve een symbool van een stad ook een symbooldossier van zowat alles wat exceptionele architectuur aan controverse kan losmaken. Met zijn ligging aan de haven, waar het gebouw langs alle kanten kan bekeken worden, is het Sydney Opera House een vroeg voorbeeld geworden van hedendaagse spektakelarchitectuur met een culturele functie. Tegelijk leest het onstaansproces van het gebouw, dat verschillende zalen herbergt, als een saga waarin de architect op een ouderwetse manier wordt
© FARTRIPPER
BRUSSEL – Kunst weet zich vaak te onttrekken aan nationalistische recuperatie. Ook Italiaanse opera’s, Zweedse crimi’s, Franse chansons en Vlaamse primitieven zijn van iedereen. Soms gebeurt het zelfs dat een volksvreemde kunstenaar mee het imago en de symbolen van een ander land creëert, waardoor je naar Parijs gaat voor een schilderij van een Italiaan, naar New York voor het standbeeld van een Franse beeldhouwer, of naar Sydney voor het werk van een Deense architect.
geconsumeerd door zijn eigen creatie. Utzon had al architectuur in de hele wereld bestudeerd (Marokko, Mexico, VS, China, Japan, India,...) toen hij in 1957 in Australië aankwam. Met zijn bureau in Kopenhagen won hij vooral wedstrijden met ontwerpen die uiteindelijk nooit gerealiseerd werden, maar in Sydney liep het als het ware omgekeerd. Ware het niet door de ferme voorspraak van Eero Saarinen geweest, Fins-Amerikaans architect en jurylid, dan had Utzon de prestigieuze wedstrijd wellicht niet gewonnen. Nochtans was er van een ontwerp nog maar nauwelijks sprake. Utzon hield het vooralsnog bij schetsen waarvoor de berekeningen en technische oplossingen voor de uitvoering nog ontbraken. Op die manier werd de bouw
van het operagebouw een lijdensweg die veel langer en duurder zou uitvallen dan gepland, en een nachtmerrie voor zowel bouwheer als architect. De architectuurwedstrijd was al in 1955 uitgeschreven door de staat New South Wales, maar het gebouw zou pas worden geopend in 1973, tien jaar later dan gepland. Het project kostte uiteindelijk meer dan honderd miljoen dollar, terwijl het aanvankelijk begroot was op zeven miljoen. Met name de kenmerkende dakconstructie, waar jaarlijks zo’n zeven miljoen toeristen naar komen kijken, zorgde voor grote problemen. Op het moment dat hij de wedstrijd won, wist Utzon namelijk zelf nog niet welke vorm die schelpen, die als zeilen uit het water oprijzen, precies zouden hebben. Laat staan op welke manier ze zouden
worden gerealiseerd en wat er nodig was om de constructie te kunnen dragen. Daar gingen verschillende jaren over, waardoor eerdere werken die wel al af waren geraakt, nadien weer moesten worden aangepast. Uiteindelijk kwamen de architect en de ingenieurs op het idee om voor de dakstructuur schelpen te gebruiken die allen konden worden gezien als grotere of kleinere onderdelen van eenzelfde sfeer – als stukken schil van eenzelfde appelsien. Daardoor kon één grote mal gebruikt worden om de verschillende stukken te gieten, waardoor de kosten toch enigszins konden worden gedrukt. Maar dan nog liep het mis tussen Utzon en de bouwheer.
Pritzker Prize Nieuwe politici waren het project minder genegen en lieten de plannen verder aanpassen. Daardoor plaatste men Utzon in een positie waarin hij alleen nog de eer aan zichzelf kon houden. Hij vertrok uit Australië en zou zijn eigen chef d’oeuvre nooit in afgewerkte staat kunnen bewonderen. Op het moment dat Australië terug enige toenadering zocht was het te laat. Utzon overleed nadat hij in 2003 de Pritzker Prize had gekregen, de officieuze Nobelprijs voor Architectuur. Michaël Bellon www.brusselnieuws.be/inresidence
ADVERTENTIE
Kom op 11 juli naar Brussel en dans door de straten van de hoofdstad! Laat je verrassen op het feestparcours. Kom op de Grote Markt meedansen op de klassiekers van Rocco Granata, de slows van dj Zaki, de sambasoul van de Braziliaanse Lilian Vieira, en de zwoele beats van Buscemi. Duik in de urban underground op het Muntplein en feest mee op de beats van Uberdope, TLP en Lefto. empowered by
Vlaanderen feest
Brussel danst, op het feest van de Vlaamse Gemeenschap. Vanaf 17 uur in hartje Brussel. www.brusseldanst.be
Brussel Deze Week
BDW 1434 PAGINA 20 - DONDERDAG 10 JULI 2014
Viviane met haar trouwe vriend Boris: “Mijn leven is niet gemakkelijk geweest. Maar ik heb het geleefd en leef het nog steeds met overgave.”
© MARC GYSENS
Viviane, vrouw met een groot hart
‘Ik heb maar van één ding spijt’ JETTE – Achtenzestig is ze, Viviane. Een sterke vrouw. Een mooie lach. Jette, water toen hij met vakantie ging. Mei is Ook al heeft ze miserie gekend, de tinteling in haar ogen heeft het niet de maand van het kinderfeest, er is jaarlijks een brocante. Dit is echt wel een straat die leeft.” kunnen doven. Haar groot hart toont ze dagelijks. “De jackpot heb ik nooit gewonnen, maar onderweg hebben zoveel positieve dingen me Valse start overvallen.” Viviane Flament is als kind opgegroeid in de
I
k word begroet door Boris. De aanhankelijke vierpoter, een kruising tussen een Epagneul en een Engelse Cocker, vraagt om te spelen. Er zijn ook nog katten: Perle en Fifi. Boris gedogen ze, want ze waren er eerst. “Boris was de hond van mijn bovenbuur Rachel die er nu 86 is. Ik heb hem geadopteerd, toen zijzelf te oud geworden was. Ik doe alles voor Rachel: voer haar naar de kapper, het ziekenhuis, ik doe haar boodschappen. Elke dag ga ik eventjes langs om te zien hoe ze het stelt. Sociaal leven, het is ontzettend belang-
rijk voor mij.” Viviane (die haar achternaam liever niet in de krant vermeld ziet, red.) heeft lang in de Sylvain Denayersytraat in Anderlecht gewoond. Nu is Jette haar thuis. “De straat is haast een dorp, in de goede zin van het woord. In Anderlecht had ik weinig contact met de buren – uitgezonderd een goedemorgen en een goedenavond. Hier is er echt sociaal contact. De mensen kennen elkaar, helpen elkaar als het nodig is. Ik was hier nog maar net of ik gaf de planten van mijn buur, de burgemeester van
streek tussen Bergen en de Franse grens. Zowat een halve eeuw geleden leefde ze voor het eerst in Brussel. Maar dat avontuur duurde slechts één jaar. “Ik had zo mijn eigen willetje. Al op mijn veertiende ben ik gestopt met school te lopen. Ik ben beginnen te werken, zoals dat in die tijd ging. Werk was er genoeg, een diploma was niet nodig. Ik ben ook al heel jong getrouwd, te jong. Nog geen 18 was ik. Ik ben toen samen met mijn man voor het eerst verhuisd naar Brussel. Ik had werk gevonden in Anderlecht. Het was beter betaald dan in de provincie.”
“De aanpassing viel me echter moeilijk. De grootstad, het echtelijke leven en een huishouden zonder mijn familie in de buurt. Ik was nog een kind zonder veel ervaring. Ik voelde me aan mijn lot overgelaten. Dus zijn we teruggekeerd naar de provincie.”
Uitbreken naar Brussel “Mijn echte leven in Brussel is begonnen in 1974. Ik was 28 en voelde dat mijn huwelijk niet werkte. Niet in het minst doordat mijn man de drankduivel in zich had. Ik wilde de cirkel doorbreken en naar mijn gevoel kon dat niet in de provincie waar iedereen iedereen kende en ieders leven als het ware op de straatstenen lag.” Viviane verbrak haar huwelijk, maar kreeg telkens opnieuw te maken met de verslavingsdrang. “Mijn eerste man was verslaafd aan al-
BDW 1434 PAGINA 21 - DONDERDAG 10 JULI 2014
‘Twee jaar zat ik in het playbackwereldje. Plots kon ik iemand zijn die ik met mijn eigen stem niet kon zijn: Zizi Jeanmaire, Liza Minnelli... Vervolgens zette ik zelf kleine shows op met een travestiet die in mijn muziekgroep zat’ Je kan er wel een aanleg voor hebben. Alcoholist ben je en blijf je, maar met de hulp van anderen is het mogelijk de fles links te laten liggen.”
Al-Anon De verslavingen van de mannen in Vivianes leven hebben haar uiteindelijk doen belanden bij Al-Anon, een vzw die morele hulp verleent aan familie en vrienden van alcoholverslaafden. Ze was 42 toen ze bij de beweging aanklopte. “Ik heb bij Al-Anon mensen leren kennen die me deden inzien dat ik me steeds weer in moeilijke situaties plaatste omdat ik te veel aan anderen dacht en te weinig aan mezelf. Het heeft me de moed gegeven om op mijn strepen te staan. Naderhand durfde ik dingen te doen waarvan ik als kind had gedroomd maar altijd had nagelaten om ze te verkennen: dansen, zingen, de artiest in mij zoeken. Voorheen was ik te verlegen. Ik kwam uit een bescheiden milieu, mijn vader was mijnwerker. De artistieke wereld was iets voor de anderen. Een goede secretaresse worden, dat kon ik bereiken!” “Bij Al-Anon ben ik ook begonnen met het verzorgen van animatie op feestjes en het opzetten van kleine shows. Ik herschreef gedeeltelijk de teksten van liedjes om er Al-Anon in te verwerken, liedjes die ik dan zelf vertolkte. Het heeft uiteindelijk geleid tot het groepje
Les Joyeux Baladins, waarmee we tourden in homes of instellingen voor personen met psychische problemen. We brachten vreugde in de trieste realiteit van alle dag. Vijf, zes jaar hebben we dat gedaan. Ik hield me ook bezig met publieke voorlichting in scholen of in medische instellingen, voor sociale assistenten. Zo ben ik verantwoordelijke van Al-Anon geworden voor Brussel en Waals-Brabant.”
Travestiet Vivianes artistieke activiteiten voor Al-Anon gingen niet onopgemerkt voorbij. “Een professionele actrice met wie ik bevriend was geraakt, bracht me in contact met het theater en met de schrijfster van een theaterstuk over alcoholisme, Autopsie d’une bouteille. Een amateurgezelschap wilde het stuk opvoeren en had een rol voor mij: die van controlearts. Er is echter nooit iets van gekomen. Na drie maanden repeteren is de regisseuse plots met de noorderzon verdwenen, richting Afrika. De liefde achterna? Wie zal het zeggen? Een tijd later werd ik gecontacteerd door een regisseur die het stuk wilde brengen met dove acteurs. Of ik als enige sprekende de rol van controledokter wilde spelen? Zeker. In die tijd frustreerde het me dat ik geen gebarentaal sprak. Ik besloot het te leren, alweer een openbaring.”
Playback Vervolgens is Viviane in het playbackwereldje beland, door toedoen van iemand die haar activiteiten met ‘Les Joyeux Baladins’ kende. “Plots kon ik iemand zijn, die ik met mijn eigen stem niet kon zijn. Zizi Jeanmaire, Liza Minnelli... Twee jaar heeft het stand gehouden. Vervolgens ben ik zelf kleine shows beginnen op te zetten met een travestiet die deel uitmaakte van de groep en met wie ik bevriend was geraakt. Het geeft me het plezier waarvan ik niet heb kunnen genieten toen ik nog jong was. Ik mag nu wel gepensioneerd zijn, stilzitten doe ik niet. Zo doe ik ook al jaren aan yoga. Dat geeft me innerlijke rust. En ik heb Bokwa ontdekt, de nieuwe fitnessrage. Je moet bewegen op muziek en tegelijkertijd letters op de grond tekenen. Ik doe dat in het Senior Sport Centrum in Koekelberg. Het helpt mijn chronische spierpijn te verlichten.” “Mijn leven is niet makkelijk geweest. Maar ik heb het geleefd en leef het nog steeds met overgave. Dat ben ik, dat is mijn verantwoordelijkheid. Van één ding zal ik echter steeds spijt blijven hebben (Even krijgt mijn gastvrouw een krop in de keel, kvda). Mijn zoon heb ik niet kunnen behoeden voor de drugs, evenmin heb ik hem weer op de goede weg kunnen helpen. Zijn druggebruik heeft zijn lichaam en zijn leven verwoest. Op dit moment is hij gelukkig opnieuw op de goede weg.”
Karel Vander Auwera
De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet
Al-Anon Familiegroepen De Al-Anon Familiegroepen vormen een gemeenschap van verwanten en vrienden van alcoholisten. Ze bespreken onderling hun ervaringen en geven elkaar kracht en hoop. Ze geloven dat alcoholisme een gezinsziekte is en dat verandering van levenshouding kan bijdragen tot herstel. Al-Anon heeft geen binding met sekten, kerken, politieke organisaties of welke andere instellingen dan ook. Al-Anon neemt ook niet deel aan maatschappelijke discussies en kiest geen partij voor of tegen een bepaalde zaak. Het lidmaatschap is gratis, in de behoeften wordt voorzien door vrijwillige bijdragen van de leden. Meer info: www.al-anonvl.be
3 VRAGEN AAN ANNE VAN AERSCHOT © MICHEL FRANÇOIS
cohol, mijn tweede levensgezel aan het spel, gokken. Mijn zoon is in de val van het druggebruik getrapt. Ook mijn huidige partner, met wie ik nu al meer dan 20 jaar samen ben, heeft zijn problemen gehad met de drank. Maar hij heeft die duivel weten te temmen, waarvoor ik hem ten zeerste bewonder.” “Ik heb lang gedacht dat enkel mensen van minder bevoorrechte milieus er het slachtoffer van worden, dat het een teken van geestelijke zwakte is. Maar dat is een misvatting. Alcoholverslaving kent geen rang noch stand.
Anne Van Aerschot: “Er zitten veel donkere beelden in het boek.”
Fotograferen tot het donker wordt BRUSSEL – Rond deze tijd danst Anne Teresa De Keersmaekers gezelschap vier voorstellingen die behoren tot Rosas’ vroegste werk. Eén daarvan, ‘Rosas danst Rosas’, zorgt op 11 juli ook voor inspiratie tijdens Brussel Danst!, wanneer het publiek in een bijzondere versie van het ‘Re:Rosas-project’ de kans krijgt om de bekende stoelenscène uit ‘Rosas danst Rosas’ aan te leren. Maar ondertussen organiseren Rosas en de Librairie des Galeries ook een tentoonstelling, gewijd aan de foto’s die vaste Rosas-fotograaf Anne Van Aerschot maakte van voorstellingen ‘En Atendant’ en ‘Cesena’, die ook in een boek worden uitgegeven. Hoe word je fotograaf bij Rosas? Anne Van Aerschot: “Ik werk al sinds het begin van de jaren 1990 bij Rosas, in het begin als assistente van De Keersmaeker. Ik was ook bij een aantal filmprojecten van Rosas assistente voor onder andere Thierry De Mey en Walver Verdin. Uiteindelijk ben ik fotografie gaan studeren aan de academie. Ik maakte altijd al veel foto’s als Rosas op tournee was, maar geen voorstellingsfoto’s. Ik fotografeerde wat er rond de voorstellingen om gebeurde en maakte portretten van de dansers. Sinds 3Abschied (een project van De Keersmaeker met Jérôme Bel uit 2008), ben ik ook foto’s van de voorstellingen beginnen maken. Ik focus vooral op de personen, de dansers. Ook op de foto’s voor deze tentoonstelling zit je dicht op het lichaam en de gezichten van de dansers.” ‘En Atendant’ en ‘Cesena’ gingen in 2010 en 2011 in première op het Festival van Avignon. Wat maakt de foto’s daarvan geschikt voor een tentoonstelling en een boek? Van Aerschot: “Wat mij echt boeide aan die voorstellingen was dat ze in een natuurlijk licht werden opgevoerd, en dus niet met theaterlicht. In En Atendant gaat de dag stilaan over in de nacht en in Cesena de nacht in de dag. Slechts in een gedeelte van de voorstelling heb je voldoende licht, maar je moet ook onderbelicht fotograferen. Dat zie je aan de foto’s: de korrel wordt groter en groter. Het zijn trouwens analoge foto’s.”
“What appears in the darkness and disappears in the light”: dat blijkt uit boek en expo. Van Aerschot: “Dat was inderdaad het motto voor de diptiek van voorstellingen. Waar begin je naar te kijken als het donker wordt? Er zitten behoorlijk veel donkere beelden in de tentoonstelling en in het boek. In beide wordt de selectie van beelden chronologisch gerangschikt, en gepresenteerd zonder tekst. Omdat de selectie in het boek uitgebreider is, verandert het licht daarin langzamer.” MB “What appears in the darkness and disappears in the light”, nog tot 31 augustus in Librairie des Galeries, Koningsgalerij 2, Brussel. Rosas danst Rosas op Brussel Danst! op 11 juli op het Europakruispunt www.rosas.be, www.brusseldanst.be, www.rosasdanstrosas.be
BDW 1434 PAGINA 22 - DONDERDAG 10 JULI 2014
Andy en Freddy Missotten bij de wagen van Topsport Vlaanderen - Baloise, waar Andy ploegleider is. Rechts: Jef Missotten moedigt zoon Freddy aan.
© MISSOTTEN
Wielrennen > De familie Missotten heeft haar strepen verdiend in en rond het peloton
Knokken uit liefde voor de fiets BDWSPORT
BRUSSEL – Missotten is een naam als een klok in de Belgische wielrennerij. Vader Freddy (68) is een selfmade man die heel wat zaken in beweging heeft gezet, zoon Andy (42) is een vechter. In 1997 beefde hun wereld toen Andy een hartstilstand kreeg na een valpartij. Maar ze hebben zich erdoor geknokt en zijn zich nog harder gaan inzetten voor hun passie.
‘O
p veertienjarige leeftijd kwam mijn vader Jef, een Limburger, in de Anderlechtse Brogniezstraat werken als bakkersgast,” vertelt Freddy. “Bij Madame Muyls. Tijdens de oorlog ging hij het brood per fiets ronddragen, met daarin de verzetskrant La Libre Belgique verstopt. Koersen heeft hij nooit gedaan, maar hij was een grote wielerliefhebber. Hij stond mee aan de wieg van Ruisbroek Sportief.” De passie voor de fiets heerste in huis, maar door de moeilijke financiële gezinssituatie was het voor Freddy niet evident om zelf te koersen. Op zijn achttiende maakte hij toch zijn intrede in het peloton. Zijn eerste fiets en koerstenue recupereerde zijn vader, die inmiddels vuilnisman geworden was, uit de vuilniskar. “Ik ben nooit prof geworden, maar heb wel naam gemaakt in mijn categorie. Bij de liefhebbers ben ik onder meer achtste geworden in Parijs-Roubaix (voor Roger De Vlaeminck!) en twee keer achtste in de Ronde Van Vlaanderen. Ik was eerder een wroeter en werd aanzien als een slimme renner. Mede daarom ben ik later ook een sterke ploegleider geworden. Maar op mijn 33ste ben ik gestopt met koersen. De koers lezen lukte nog zeer goed, maar de benen wilden niet meer mee.” De carrière achter en rond het peloton werd heel wat productiever. Freddy hielp bijvoorbeeld bij de gestage uitbouw van Ruisbroek Sportief en tijdens zijn professionele carrière speelde de man een belangrijke rol in de ontwikkeling van het wielrennen. “Ik ben opgeklommen van opsteller in het meteorologisch instituut in Ukkel tot directeur bij de Administratie Buitenlands Beleid, en de laatste jaren van mijn beroepsloopbaan kreeg ik de kans om mee een nieuwe administratie Sport te helpen ontwikkelen binnen de Administratie
KANSEN VOOR JONGE RENNERS Na Andy’s fietscarrière stampte hij samen met vader Freddy het Jong Vlaanderen wieleropleidingsproject uit de grond, een ploeg die jonge renners een kans geeft. “Ik heb altijd het doel gehad om jonge mensen een kans te geven,” zegt Freddy. “In negen jaar hebben we met Jong Vlaanderen 44 jonge renners prof zien worden. Mannen als Jurgen Roelandts, Jelle Vanendert, Sep Vanmarcke, Greg Van Avermaet; de lijst is lang. Ook topmecaniciens en -verzorgers zijn bij ons gepasseerd, allemaal dankzij een goed programma, een duidelijke visie en structuur en door goed rond te neuzen. Ik deed vooral het administratieve, Andy nam het sportieve luik voor zijn rekening. En dat ging goed.”
Jeugd en Sport van de Vlaamse Gemeenschap. Ik heb onder vijf ministers van Sport gewerkt – onder wie Guy Vanhengel en Bert Anciaux. Wij waren de stuwende krachten achter de uitbouw van het wielercentrum Eddy Merckx in de Gentse Blaarmeersen en het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde.”
Geen bleiter De lijst verwezenlijkingen is te lang om op te noemen, maar twee verdienen toch meer aandacht. De eerste door zijn onbekendheid, de tweede door zijn belang. “Tijdens de jaren 1980 was ik bondscoach van de ploeg van de honderd kilometer tijdrijden. Die discipline werd door ploegen van vier renners gereden op parcoursen die zo recht mogelijk waren, meestal een snelweg. Het was vooral populair in het Oostblok, maar is na de Val van de Muur uitgedoofd. We begonnen
hier nochtans goede resultaten neer te zetten – ik had onder meer Marc Wauters en Johan Verstrepen in de ploeg. Als ik het wereldkampioenschap ploegentijdrijden zie, gaat mijn hart nog steeds wat sneller slaan.” “Een paar jaar later, in 1994, was ik voor uitwisselingsprojecten in Quebec. Tijdens een clash of ideas met Fons Leroy (toenmalig kabinetschef van minister van Werk Detiège en huidige baas van de VDAB, red.) opperde ik het idee om, net zoals de VDAB bijvoorbeeld met
“Door zuurstofgebrek tijdens mijn hartfalen belandde ik in een rolstoel. Na een jaar hard werken kon ik terug stappen” beenhouwers doet, ook coureurs te begeleiden en op te leiden. Dat idee is gegroeid en uiteindelijk is zo het huidige Topsport Vlaanderen ontstaan, een schitterend project dat nu ongeveer tachtig procent van onze topwielrenners voortbrengt.” Wielrennen beheerste het leven van Missotten, ook thuis. Zijn zoon Andy groeide uit tot een coureur met potentieel. Bij de jeugd verzamelde hij heel wat overwinningen. Freddy trad op als trainer en begeleider, maar maakte daarin naar eigen zeggen een fout door Andy te veel te pushen. Die werkte, op negentienjarige leeftijd, van vijf uur ’s ochtends tot ’s middags bij Viangros, alvorens een paar uur te trainen en ’s avonds naar de avondschool te trekken. Een hels tempo.
Hartaanval “Ondertussen was het ook druk op familiaal vlak: mijn eerste dochtertje werd geboren en we hadden net ons huis gekocht,” vertelt Andy. “Het was misschien wat te veel. Maar was dat slecht? Als ik vandaag
sommige renners hoor, dan denk ik dat ze niet goed weten wat voor een luxeleven ze hebben. Ik ben nooit een bleiter geweest.” Het doorzettingsvermogen en de goede benen van Andy leverden hem een profcontract op. Tijdens zijn eerste profseizoen behaalde hij meteen een overwinning, maar het jaar erop begon hij wat te sukkelen. Op een wedstrijd in Leuven, de Grote prijs Jef Scherens, ging het pas echt fout. Andy viel en kreeg een hartaanval. Na vijf dagen coma ontwaakte hij. Een mirakel. Volgens vader Freddy keken bevriende topdokters ernaar met open mond. “Door een zuurstofgebrek tijdens mijn hartfalen belandde ik in een rolstoel, maar ik had wel een kansje om terug te kunnen stappen. Ik was dus zeer gedreven. Was de dokter te laat voor mijn revalidatie? Dan maakte ik mij boos, want het moest vooruit gaan. Ik wou terugkomen. Na een jaar hard werken in revalidatiecentra kon ik terug stappen.” Zijn fietscarrière was wel definitief gedaan. Andy stampte samen later samen met zijn vader het Jong Vlaanderen wieleropleidingsproject uit de grond (zie kaderstukje). “We kregen wel subsidies, maar we draaiden vooral dankzij privésponsoring waardoor we voortdurend op zoek moesten gaan naar geld. Het was constant knokken. Toen de Wielerbond en de Vlaamse minister van Sport beslisten om de samenwerking stop te zetten – waarom weet ik nog altijd niet – hebben we nog een seizoen op eigen middelen gedraaid. Dit jaar zijn we ermee moeten stoppen. Zeer jammer dat we zo’n succesvol project moeten beëindigen.” Ondanks het einde van Jong Vlaanderen blijven vader en zoon zich inzetten voor de wielerwereld. Vader Freddy is onder meer bezig met een Spaans–Belgisch project om een nieuwe ploeg op te richten, zoon Andy zit meer tussen de coureurs dan thuis. “Ik ben ploegleider bij het Topsport Vlaanderen-Baloise profteam. En dat staat me echt wel aan. Ik heb niet meteen ambitie om diezelfde rol te hebben bij een ploeg als Quick-Step. Wat ik nu tegen die gasten zeg heeft nog invloed, aan Tom Boonen heb je niet veel te zeggen. Hier haal ik veel meer voldoening uit.” En zo blijft het liefdesverhaal van de familie Missotten en het wielrennen voortduren. Tim Schoonjans
BDW 1434 PAGINA 23 - DONDERDAG 10 JULI 2014
Brusselse Duivels (slot): Adnan Januzaj
ESTAFETTE > BRAM VAN DE VELDE
Een ket voor de toekomst © BELGA
BRUSSEL – Als verstand en verantwoordelijkheidszin het ook in de toekomst niet halen, dan mogen we voor het WK van 2026 een vergeefse poging doen om ons te kwalificeren met een Wallo-Brussels en een Vlaams nationaal voetbalteam. Of groeit Brussel ooit uit tot een zelfstandige voetbalstadstaat?
Adnans trotse Kosovaarse vader Abedin maakte het lang spannend, maar op een gegeven moment doken er beelden op van de Belgische vlag op Adnans scheenbeschermers, en ik weet nog precies waar ik was op 23 april van dit jaar, toen ik op de radio hoorde dat Januzaj had laten weten voor de Rode Duivels te kiezen. Het enthousiasme dat Januzaj losmaakt, is gebaseerd op de aantrekkingskracht die uitgaat van puur talent. Januzaj kan alles. Alle mensen die met hem te maken hebben gehad, van de sportleraar op het Koninklijk Atheneum van Jette tot Sir Alex Ferguson, komen superlatieven te kort. Januzaj voetbalde vaak in het Elisabethpark hij woonde vlakbij metrostation Simonis - en belandde al snel bij RWDM waar hij iedereen het nakijken gaf. Hij mocht meteen een leeftijdscategorie hoger, bezorgde zijn team vaak monsterscores, papa kreeg voortdurend aanbiedingen van makelaars en clubs. Bij Anderlecht was hij opnieuw de beste, en toen hij op zijn zestiende naar Manchester United trok duurde het niet lang of hij werd daar ‘Reserve team player of the year’ en nadien de grootste belofte van het eerste elftal. Het ziet er niet naar uit dat Januzaj nog veel speelminuten zal krijgen op dit WK. Hij mocht zestig minuten spelen tegen Zuid-Korea, op een moment dat er door de vele wissels weinig lijn zat in het Belgische spel en de Rode Duivels na de rode kaart van Defour met tien verder moesten. Maar de toekomst is aan hem. Hij kan op verschillende posities uit de voeten. Hopelijk krijgt hij daarvoor in de nabije toekomst voldoende kansen. Anders kiest hij alsnog voor Kosovo, of houdt hij er al op zijn 31ste mee op. Michaël Bellon
Leden van de politie, de brandweer, het gevangeniswezen en de douane zakken van 12 tot en met 20 juli af naar Brussel. Dan staan de tweejaarlijkse EUROPEAN POLICE & FIRE GAMES op het programma. Het Zuidpaleis ontvangt bijvoorbeeld de jiujitsu competitie, aan de Heizel vindt het boogschieten plaats, etc. Voor disciplines als politieschieten en interventie met politiehond worden politiekazernes gebruikt. Meer info op www.european-policefire-games.com. n DARING ATHLETIC CLUB
MOLENBEEK organiseert een atletiekmeeting. Afspraak komende zondag vanaf twee uur in het Sippelbergcomplex. n Zwemliefhebbers vanaf 2,5 jaar kunnen vanaf 1 september terecht bij de recreatieve ZWEMCLUB GUPPIES in zwembad Nereus. Inwoners van Ganshoren konden al even inschrijven, wie ergens anders woont, kan dat vanaf maandag 21 juli. Voor een schooljaar betalen de kinderen 180 euro voor één lesuur per week, voor twee lesuren per week 270 euro. Meer info op www.guppies.be. TS
SPORT KORT
Een simulatie op basis van de Belgische kern die Brazilië haalde, levert een Vlaamse ploeg op van elf spelers (plus twee reservekeepers), en een Franstalige ploeg van tien (zes Walen en vier Brusselaars) waar dan voor de volledigheid de herstelde Christian Benteke aan toegevoegd kan worden. Die Franstalige ploeg heeft dan geen keeper, maar wel de bondscoach. De derby’s tussen de twee voormalige landsdelen zullen ongetwijfeld voor de nodige spanning zorgen. Maar hoe kan je als voetballiefhebber nu in godsnaam kiezen tussen een team met Kompany en Hazard in de rangen aan de ene kant, en een team dat kan rekenen op de flitsen van Courtois en Mertens aan de andere? En zouden de Brusselse spelers trouwens wel willen kiezen tussen noord en zuid? Misschien is er binnen tien jaar wel genoeg spelersmateriaal voor handen voor een Brusselse nationale ploeg. Voor drie van de huidige Brusselse duivels komt 2026 in ieder geval sowieso te laat. Vincent Kompany (geboren in 1986 in Ukkel, op zijn achtste op de pleintjes in de Noordwijk ontdekt door Anderlecht, en in 2004 op zeventienjarige leeftijd gedebuteerd bij de Rode Duivels) is tegen dan eigenaar van een resem Europese clubs waaronder Anderlecht zelf. Marouane Fellaini (geboren in 1987 in Etterbeek, van zijn zevende tot zijn tiende speler van Anderlecht en in 2007 op negentienjarige leeftijd gedebuteerd als Rode Duivel) is tegen dan een welbespraakte voetbalanalist op de Engelse televisie. Anthony Vanden Borre (geboren in 1987 in het Congolese Likasi, op zijn achtste naar Anderlecht, en in 2004 op zijn zestienjarige leeftijd gedebuteerd als de op een na jongste Rode Duivel ooit) is binnen twaalf jaar de coach die uitpakt met een revolutionaire veldbezetting met maar twee verdedigers. Maar er is wel nog Adnan Januzaj. Die zal in 2026 nog ‘maar’ 31 jaar zijn, en al een tijdje kapitein van zowel de Belgsiche Rode Duivels als de Red Devils uit Manchester. Komt de Kosovaarse ket dan voor de tweede keer in zijn leven voor de moeilijke opdracht te staan om voor een bepaalde nationale ploeg te kiezen? Want het verhaal van Januzaj’s choice is ondertussen bekend. Adnan werd in 1995 in Brussel geboren maar is het kind van een Kosovaarse vader en een Albanese moeder. Door het feit dat Kosovo nog lang een afhankelijk onderdeel bleef van Servië,
en het feit dat de Albanese familie van zijn moeder ooit naar Turkije werd gedeporteerd, kon Januzaj behalve voor België nog voor vier andere nationale ploegen kiezen.
Zuid-Korea
De eerste van het jaar 13u55. Tijdens de eerste honderd meter van het looponderdeel voelen mijn lange stelten als zeemansbenen. Het zijn ongeleide projectielen die onder mijn romp zwabberen als resultaat van te weinig voorbereiding en wat kopwerk in de laatste fietskilometer. Na tien minuten heb ik mijn loopbenen te pakken. De snelheid van vorig jaar zit er niet meer in. Maar ach wat. Tijd is niet de grootste uitdager. Even terugspoelen. Mijn eerste triatlon van het jaar zit erop. De laatste zondag van juni stond ik, net als vorig jaar, aan de start van de triatlon van Brasschaat. Waar de Pfaffs wonen, ja. ‘t Is een achtste triatlon geworden. Voor de kwart heb ik nog wat extra trainingskilometers nodig. 10u00. Ik ben zonder twijfel de slechtst georganiseerde deelnemer aan de start. Dat ik überhaupt aan de start verschijn is al een krachttoer. ‘s Morgens kom ik erachter dat mijn koerspaard nog een nieuwe achterband van doen heeft. En o ja, waar heb ik mijn eendelig, gestroomlijnd en met reclame bedrukt triatlonpakje ook alweer gelaten? Ik gris een extra binnenband mee, improviseer met een koersbroek en een strakzittend t-shirt zelf een aerodynamisch sportpakje en prop alles in de Toyota Yaris van mijn vriendin. Richting Antwerpen dan maar. De E19 leidt me behalve naar mijn eerste wedstrijd van het jaar ook naar een plensbui van jewelste. 12u30. Mijn band vervangen moet in de gietende regen. Maar ach, nat zullen we toch worden na 750 meter zwemmen in de E10-plas. Op de atletenparking hijst deelnemer na deelnemer zich in zijn wetsuit. Ach ja, het regent toch. Het moet een mooi zicht zijn. Een halfuur voor aanvang fietsen alle atleten naar de start, allemaal al in hun zwempak. Een resem rubberfetisjisten op de Bredabaan in het poepchique Brasschaat. 12u59. Een minuut voor de start. Ik herken Marcel nog. Een sympathieke Nederlander wiens kikvorspakje ik vorig jaar nog dichtritste. Ik bewijs hem opnieuw dezelfde dienst en hij doet hetzelfde voor mij. We schuifelen naar voren, richting start. Een zeventigtal atleten troepen samen aan de
waterkant. Niks geen stoere praat vooraf. Eerder excuses genre: ga jij maar eerst, ik kan toch amper zwemmen. Of: als ik over een uur niet terug ben, stuur dan de duikers maar. 13u00. Start! Het blijft vreemd: zwemmen in open water. Al die spartelende ledematen rondom me, ik ben het niet meer gewend. Zichtbaarheid nihil in dat troebel water. Zeker voor een brillendrager zoals ikzelf. Ik stoot halverwege eerder toevallig op een gigantische gele boei. Goed bezig. Nog 375 meter zorgen dat ik geen bruine brij inslik. 13u15. Achteraf bekeken zijn de eerste kilometers op de fiets de meest – excusez-moi le mot – klote. Ik ruil zo snel mogelijk mijn haaienpak voor mijn koerspaard. Ik verlaat met Wouter, zo staat toch op ‘s mans rug geschreven, de wisselzone. Flashback: ik ken Wouter. Vorig jaar fietste ik ook met hem samen. Twintig kilometer lang hadden we goed geroteerd en na de wisselzone van het looponderdeel zou Wouter enkel de onderkant van mijn schoenen zien. Helaas heeft Wouter dit jaar precies wat meer op de fiets gezeten dan vorig jaar. Of, en da’s zeker zo, ik wat minder. Ik zie de lettertjes op zijn rug steeds kleiner worden. Pijnlijk. Dan maar aanpikken bij een sterveling van een minder kaliber. 14u18. Na een uur, zeventien minuten en vijfenvijftig seconden overschrijd ik de finish in het park van Brasschaat. Enkele partjes sinaasappel en een paar plakjes peperkoek later ben ik een nieuw mens. De Toyota Yaris voert me terug naar Brussel. In de koffer staat een vuilniszak met natte spullen. In de achteruitkijkspiegel houd ik mijn fiets in de gaten. De regen heeft plaats gemaakt voor de zon. En in mijn binnenste heerst bevredigende rust. Een rust die een trip naar Antwerpen, zwemmen in bruine brij, sterven in een achterwiel en strompelen op zeemansbenen meer dan de moeite waard maakt. Tot volgend jaar, Brasschaat. Bram Van de Velde (@bram_vandevelde) is presentator op FM Brussel en actief vrijetijdssporter
REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van Brussel Deze Week vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 70.490 exemplaren. PROMOTIE EN DISTRIBUTIE Ute Otten, Anne Burger, Maurice Droogh. ADVERTISING MANAGER Lisa Decrick: 02-226.45.41, 0474-67.03.84, fax 02-226.45.69. MARKETING MANAGER Frederik Welslau. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne. COÖRDINATIE Kim Verthé. EINDREDACTIE Ken Lambeets (eindredactie@bdw.be). VORMGEVING Peter Dhondt. REDACTIE Jean-Marie Binst, Christophe Degreef, Bettina Hubo, Steven Van Garsse, Danny Vileyn. BRUSSELNIEUWS Kris Hendrickx (nieuwsmanager), Sandra Schreurs (projectcoördinator), Jelle Couder, Goele de Cort, Eric Vancoppenolle, Laurent Vermeersch. REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele, Gerd Hendrickx. MEDEWERKERS Michaël Bellon, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Bram Van de Velde, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh. VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE François Bettens (a.i.). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).