Skip to main content

BDW - editie 1431

Page 1

Brussels by night. Eind juni is het amper zeven uur donker, maar in de winter duren de nachten tot zestien uur. Een goede stadsverlichting is dus belangrijk. De meeste Brusselse gemeenten – en ook het gewest – hebben tegenwoordig hun eigen lichtplan. Zo’n plan moet de krijtlijnen uitzetten voor een energiezuinig verlichtingspark dat veiligheid en sfeer biedt. Eenmaal goedgekeurd schept het voor het gemeentebestuur ook een kader. “Een burgemeester kan niet meer beslissen om plots alle lampen in zijn straat te vervangen.” HUB

LICHT IN HET DONKER

tristero: drama rond een baksteen En ook: Stephan Balleux, Fête de la musique en Plazey.

19 06 14

AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

© SASKIA VANDERSTICHELE

LEES P. 4-5

Nulluptat. Et augait lum iliscil iquat, vel dit vero conullum qui blamet dolute feumquat prat.

Samenleving > Maritiemwijk zet jeugdwerker in met focus op arbeidsbegeleiding

Van de straat naar een job SINT-JANS-MOLENBEEK – Eind juni krijgt de Maritiemwijk in Molenbeek er een jeugdwerking bij. JES stadslabo Brussel installeert er samen met de gemeente Molenbeek en de arbeidsbemiddelingsdienst Mission Locale twee jeugdwerkers, van wie één de straat op trekt en gehoor geeft aan de vragen en frustraties van jongeren over de arbeidsmarkt. Bedoeling is dat die ‘arbeidscompetentiebegeleider’ (ACB’er) de jongeren motiveert, en uiteindelijk bemiddelt tussen de straat en de loketten van de VDAB en Actiris.

Antwerpen is de enige stad in België die dat recept al enkele jaren toepast. “We werken met drie ACB’ers in Deurne Noord, Borgerhout en het Kiel, drie buurten met hogere kansarmoede, hogere werkloosheidscijfers en een hogere diversiteit,” zegt Thomas Surmont, JES-stafmedewerker in Antwerpen, in de marge van een studiedag over stedelijke jeugdwerkloosheid in Brussel. Na vijf jaar ACB-werking in Antwerpen is de positieve impact duidelijk: in 2013 hebben de drie ACB’ers, die vaak zelf een moeilijke zoektocht in het arbeidscircuit achter de rug hebben maar intussen over een goed

De ACB-werking bereikt jongeren waarvan 60 procent zich ‘onder de radar’ bevindt

netwerk beschikken, 235 jongeren begeleid. 40 procent werd begeleid naar een job, een kwart naar een opleiding. Anderen werden terug naar school gestuurd, maar er rest een

groep die nog geen plek heeft gevonden. “Het gaat om jongeren die heel veel wantrouwen in zich dragen. De samenleving moet tijd voor hen creëren,” bepleit Patrick Mangelinckx, directeur van JES vzw. Nog een opvallend cijfer: van die 235 jongeren bevond 60 procent zich ‘onder de radar’, ze waren noch aan het werk, noch ingeschreven op school, noch bij de VDAB. “Voor Brussel wil ik er geen cijfer op plakken, maar ik ga ervan uit dat de situatie gelijkaardig is,” zegt Liselotte Vanheukelom, coördinator van het vrijetijdsteam van JES Brussel. De uitvalsbasis in Molenbeek wordt

een polyvalent sportzaaltje aan het Saint-Rémyplein. De ACB’ers werken immers nooit zonder wat JES een JCC noemt, een jongerencompetentiecentrum. “Een JCC is een open jeugdhuis, waar je makkelijk binnen- en buitenloopt. Je mag niet vergeten dat veel van die gasten geen aansluiting vinden bij de klassieke jeugdwerking. In zo’n JCC kan je ontspannen of gewoon wat rondhangen, maar je kan er ook met vragen terecht,” aldus Surmont. “Cruciaal is dat we werken rond competenties. Als jongeren bij ons doorgroeien en vrijwilligerswerk doen, leren we hen dat dat een troef is bij sollicitatiegesprekken.” Kim Verthé ADVERTENTIE

EXPO EXPO

Opening vrijdag 21 juni van 18u-21u

zaterdag 22 juni / 14u-18 u zondag 23 juni / 14u-18 u maandag 24 juni / 18u- 21u dinsdag 25 juni / 18u- 21u

www.academieanderlecht.be

info@academieanderlecht.be - T 02 523 03 71 - Dapperheidsplein 17 - B-1070 Anderlecht

Opening vrijdag 21 juni van 18u-21u zaterdag 22 juni / 14u-18 u zondag 23 juni / 14u-18 u maandag 24 juni / 18u- 21u dinsdag 25 juni / 18u- 21u

Zie blz blz xx 5 Zie

www.academieanderlecht.be www.academieanderlecht.be info@academieanderlecht.be - T 02 523 03 71 - Dapperheidsplein 17 - B-1070 Anderlecht

N° 1431 VAN 19 TOT 26 JUNI 2014 ¦ WEEK 25: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE


BDW 1431 PAGINA 2 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

IN MEMORIAM © VRT – JOKKE CLEUNTJES

‘Kapitein Zeppos’actrice Vera Veroft (1937-2014) BRUSSEL – Actrice Vera Veroft is begin deze week overleden na een langdurige ziekte. Als podiumactrice was ze jarenlang verbonden aan de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel, maar het grote publiek leerde haar kennen via haar werk voor televisie. Vooral door haar rol als Ariane Despinal in de BRT-jeugdserie Kapitein Zeppos veroverde ze in de jaren 1960 de harten van televisiekijkend Vlaanderen. Despinal is in de serie de vrouw van het hoofdpersonage Kapitein Zeppos, vertolkt door Senne Rouffaer. Later werden Veroft en Rouffaer ook in het echte leven man en vrouw. Rouffaer overleed in 2006. Verofts faam werd nog groter na haar televisierollen als de brocantehandelaarster Elia in Axel Nort en Freda in Het Zwaard van Ardoewaan, de allereerste jeugdreeks die in kleur werd uitgezonden door de BRT. Haar carrière was in de periode 1960-1994 ook nauw verbonden met de KVS. In die tijd waren Vic De Ruyter (van 1956 tot 1972) en later Nand Buyl (1972-1992) er artistiek directeur. Veroft speelde aan de zijde van acteurs zoals Walter Moeremans, Dora van der Groen, Anton Peters, Wies Andersen, Jeanine Schevernels en Vic Moeremans. KVSproducties waarin ze schitterde, waren onder meer Het huis van Bernarda Alba (1988-89) en La Grande Magia (1991-1992). Ze werkte ook mee aan de succesvolle KVS-productie Romeo en Julia (1988-1989). Aan de samenwerking met de KVS kwam in 1994 voor Veroft abrupt een einde. Op een ploeg van dertien vaste KVS-spelers was ze één van de zeven acteurs die wegens besparingen de laan werden uitgestuurd, een drastische maatregel van de nieuwe KVS-directeur Franz Marijnen. De zeven gedumpten pikten hun ontslag niet en eisten een verbrekingsvergoeding. Het kwam tot een rechtszaak, waarin de arbeidsrechter hen gelijk gaf. Mede daardoor graafde het Brusselse theatergezelschap eind jaren 1990 een financiële put. Aan het einde van haar carrière vertolkte Veroft vooral gastrollen, in reeksen zoals De collega’s en Lili en Marleen. KV

Uitgelicht > Migratie uit Brussel in kaart gebracht

Het dilemma van de verstedelijking BRUSSEL/HALLE – Nu de onderhandelingen over de vorming van Vlaamse regering lopen, stelt de provincie Vlaams-Brabant een dossier over de wisselwerking met Brussel voor. De cijfers zijn duidelijk: er is een sterke migratie van de hoofdstad naar het ommeland, 70.000 mensen de jongste vijf jaar. Hoe die verhuizing de komende jaren zal opgevangen worden, is koffiedik kijken. De Vlaamse regering lijkt er zelf niet uit te komen.

D

e dienst ‘sociale planning’ van de provincie VlaamsBrabant heeft een dossier uitgebracht dat de wisselwerking tussen de provincie – en dan vooral het arrondissement Halle-Vilvoorde – en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in kaart brengt. De conclusies verrassen niet: in hoofdlijnen trekt het hoofdstedelijk gewest jongvolwassen alleenstaanden aan, en vangt de Vlaamse Rand jonge werkende ouders op. De migratie naar Vlaanderen is overigens divers: een meerderheid van de vertrekkers is

van niet-Belgische origine. Ondanks het opvangtekort in de Randscholen – de kinderen van inwijkelingen gaan nog altijd in groten getale naar Brusselse scholen – biedt de Rand dus een interessanter samenlevingsmodel voor wie werkt en kinderen op te voeden heeft. Dat de provincie Vlaams-Brabant in deze regeringsvormende tijden oproept om in Vlaams-Brabant meer welzijnsvoorzieningen, zoals scholen, te bouwen, is dan ook de logische politieke conclusie. Men wil de instellingen in de Rand aanpassen aan de feiten.

Toch. De migratie vanuit Brussel is dan wel een feit, de manier waarop het beleid in de Vlaamse Rand met die migratie om wil gaan is niet altijd duidelijk. Grosso modo zijn er twee stromingen: die van stedenbouwkundige Alexander D’Hooghe, een Belgische academicus die in de

Hoe groter de bevolkingsgroei in Brussel, hoe meer migratie naar Vlaanderen

Verenigde Staten werkt en vindt dat de Rand beter als een aaneengesloten stad kan bestuurd worden. Daartegenover staat de officiële

doctrine van de Vlaamse regering dat de Rand best zo groen en landelijk mogelijk blijft. Er is ook nog het Brusselse standpunt, dat zegt dat de Rand economisch en sociaal bij Brussel hoort, een variant van het kamp pro verstedelijking. Het officiële beleid in de Rand schippert in de praktijk tussen die twee stromingen. Vermits de instroom uit Brussel zo sterk is, worden er vanzelf stedelijke consequenties aan het beleid verbonden: de Rand wordt bebouwd, internationaliseert en ontnederlandst. De Vlaamse regering werkt de verstedelijking dan ook nog eens zelf vaak in de hand door vastgoedprojecten als Uplace voorrang te geven op groene ruimte en kleine handel. De lokale besturen, die de instroom aan den lijve ondervinden, dringen dan nog eens aan op een erkenning als ‘centrumstad’, waardoor het beleid stedelijke antwoorden op de bevolkingsdruk formuleert. Maar volgens de offici-

DE WEEK IN BEELD DOOR BART DEWAELE

Ook Delhaize Verhaeren in Schaarbeek moet de deuren sluiten. Klant Isabelle Despaigne tekent een petitie voor het behoud van de vestiging. Op 21 juni volgt er een manifestatie van de klanten.

© BART DEWAELE


WEEKOVERZICHT

BDW 1431 PAGINA 3 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

WOENSDAG 11 JUNI Staking bij Delhaize. Alle 23 Brusselse vestigingen van Delhaize zijn in de namiddag gesloten door een staking van het personeel. Veertien niet-rendabele supermarkten moeten mogelijk sluiten of worden overgelaten, waaronder één Brusselse vestiging in de Emile Verhaerenlaan in Schaarbeek. In heel het land zijn 2.500 banen bedreigd.

DONDERDAG 12 JUNI

© PROVINCIE VLAAMS-BRABANT

De migratie in de Vlaamse Rand. Donkerrood zijn gemeenten met een sterke inwijking vanuit Brussel. De witte staafdiagrammen duiden op het hoge aantal werkende inwijkelingen.

Gemeenteraadslid sterft in familiedrama. In Koekelberg vindt men het lichaam van gemeenteraadslid Bram Moerman en zijn twee kindjes. Alles wijst op een gezinsdrama. De moeder van de kinderen is aan het werk wanneer de politie de levensloze lichamen vindt. “Er heerst grote verslagenheid bij de Groenen in Brussel,” aldus Groen-parlementslid Elke Van den Brandt. Burgemeesters overleggen over vliegtuighinder. De burgemeesters van Oudergem, Watermaal-Bosvoorde en de twee Woluwes overleggen over de hinder van opstijgende vliegtuigen. Ze vragen dat het Brussels Gewest de normen rond vliegtuiglawaai strikt toepast en extra geluidsmeters plaatst. Aanleiding van de ontmoeting is de wijziging van de vliegroutes van en naar Brussels Airport door Belgocontrol, eind mei.

VRIJDAG 13 JUNI ële lijn heet het dus nog altijd dat de Rand groen, Vlaams en rustig is. Volgens ontslagnemend senator Bart Laeremans (Vlaams Belang), die een studie schreef over de maatschappelijke veranderingen in de Rand, weet de Vlaamse regering het zelf gewoon niet zo goed. “Men doet er niks aan om de migratie vanuit de hoofdstad tegen te houden,” aldus Laeremans. “Ik ben niet tegen vooruitziendheid en tegen een beleid om nieuwkomers op te vangen, maar de Vlaamse Regering faciliteert de inwijking grotendeels zelf. Een beleid waarbij de Vlaamse Rand zijn karakter behoudt, vereist echter een kritische massa Nederlandstaligen die hier wonen. Aan dit tempo worden de Vlamingen in de Rand ge-

“ “ HET WOORD

minoriseerd, en dan zal er ook geen integratiebeleid meer zijn.” Op het kabinet van Vlaams minister bevoegd voor de Rand Geert Bourgeois (N-VA) wil men door de regeringsonderhandelingen geen commentaar geven op de toekomstige richting van het beleid. Op de vraag of de Rand eerder als een stad dan wel als een groen gebied moet beschouwd worden, evenmin. Uit het dossier van de provincie Vlaams-Brabant blijkt dat de immigratie uit Brussel samenhangt met de bevolkingsdruk. Algemeen geldt dat de uitstroom naar Vlaams-Brabant toeneemt naarmate de bevolkingsgroei in de meeste Brusselse gemeenten groter is, zo staat er in de conclusies. Verontrustend voor

Brussel is dat de stad zo haar werkende bevolking kwijtraakt, terwijl er continu mensen met weinig middelen bij komen. Migratiebeleid en de daaraan gekoppelde bevolkingsgroei zijn bevoegdheden die niet op Vlaams of Brussels niveau, en zelfs niet meer op Belgisch niveau beslist worden. Bevolkingsdruk is nochtans een belangrijke menselijke factor, zo blijkt ook uit bovenstaand dossier. Ter illustratie uit het buitenland: een van de redenen waarom een meerderheid van Zwitsers – in hoofdzaak het plattelandsgedeelte – zich onlangs uitsprak tegen economische immigratie, was ‘dat de treinen vol zaten’. Christophe Degreef

Het Brusselse non-beleid heeft meer bereikt dan het Vlaams inburgeringsbeleid” Volgens opiniemaker Abu Jahjah is er in de hoofdstad een Brusselse identiteit en lotsverbondenheid aan het ontstaan die niet, zoals in Vlaanderen, door de overheid wordt opgelegd (in De Standaard).

Vandeweghe en De Morgen hadden kunnen kiezen voor een rechtzetting of voor gas terugnemen. Ze kozen voor de arrogante opgestoken middenvinger” Het stadstheater KVS zet zijn samenwerking stop met De Morgen na een omstreden column van sportjournalist Hans Vandeweghe over Afrikaanse voetballers (op de KVS-website).

Kinderarmoede alarmerend in Brussel. In een colloquium van de Koning Boudewijnstichting in Bozar worden onthutsensde cijfers over kinderarmoede in Brussel naar voren gebracht. Vier op de tien kinderen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest leven in armoede. Dat is veel meer dan in Wallonië en in Vlaanderen, waar respectievelijk een op de vier en een op de tien in armoede leven.

ZONDAG 15 JUNI 600 mensen manifesteren tegen wooncrisis. In Sint-Gillis komen ongeveer 600 manifestanten bijeen om het tekort aan sociale woningen in Brussel aan te klagen. Eind 2013 stonden 44.000 Brusselaars op de wachtlijst voor een sociale woning, zowat 5.000 meer dan het jaar voordien. De manifestatie is een initiatief van Platform Wonen, dat zo het probleem onder de aandacht van de Brusselse regeringsonderhandelaars wil brengen.

MAANDAG 16 JUNI Bert Anciaux opnieuw naar Senaat. De SP.A coöpteert Bert Anciaux voor de Senaat. Dat beslist het partijbureau deze morgen unaniem. Anciaux raakte op de Brusselse lijst voor het Vlaams Parlement op 25 mei niet verkozen. Hij is tevreden met zijn coöptatie en wil zeker nog een rol van betekenis spelen. “In de Senaat kunnen we de waan van de dag overstijgen en out of the box nadenken over de grote maatschappelijke uitdagingen waar ons land voor staat,” klinkt het. 70.000 Brusselaars naar Vlaams-Brabant. De afgelopen vijf jaar trokken meer dan 70.000 mensen van Brussel naar Vlaams-Brabant. Vaak gaat het om jonge gezinnen met kinderen. Nieuw is dat steeds meer mensen met een migratieachtergrond naar Vlaams-Brabant verhuizen. Hoe de Vlaamse regering die verhuizing de komende jaren zal opvangen is nog niet duidelijk.

DINSDAG 17 JUNI KBC lanceert KBC Brussels. De bank KBC lanceert volgend jaar een apart merk voor Brussel. KBC Brussels moet het “specifieke kosmopolitische karakter van Brussel” weerspiegelen en beter inspelen op de specifieke noden van de Brusselaar. KBC Brussels zal onder andere bestaande kantoren herpositioneren, nieuwe kantoorconcepten ontwikkelen en een specifiek aanbod uitwerken voor retail- en kmo-zaken.

Br(ikBike

Veel studenten ervaren Brussel nog niet genoeg als een fietsstad. Uit een onderzoek van studentenservicedesk Br(ik bij meer dan 1.000 studenten blijkt dat 33 procent van de studenten in Brussel fietst. De fietsende student vraagt om meer en veiligere fietspaden en meer ruimte om de fiets veilig te stallen. Een van de grootste drempels die studenten ervan weerhouden om te fietsen is de fietsonvriendelijke rijattitude van automobilisten.

Alhambrawijk krijgt moestuin. Volgende lente krijgt de Alhambrawijk een collectieve moestuin. Opmerkelijk is dat de moestuin niet op een pleintje komt, maar op straat, op een plek waar doorgaand verkeer nu al onmogelijk is door een van de betonblokken die autobestuurders op zoek naar prostituees uit de wijk moeten houden. De moestuin zal een stukje straat inpalmen in de buurt achter café Flamingo. Het wijkcomité hoopt dat de moestuin de buurtbewoners dichter bij elkaar kan brengen.

Twaalf procent van de ondervraagden geven aan dat ze fietsen in Brussel gevaarlijk vinden. Diegenen die wel met de fiets de baan op gaan geven ‘snelheid’ als belangrijkste reden, gevolgd door vrijheid, goedkoop en gezond. Vijf procent fietst omdat het hip is. Het volledige onderzoek kan je nalezen op www.brik.be/fietsonderzoek. Stefanie Luppens

Samengesteld door Stefanie Luppens

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF


BDW 1431 PAGINA 4 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

Een voorbeeld van hoe het niet moet: het Klein Kasteeltje zou, mits betere belichting, een ankerpunt in de stad kunnen zijn - ook na het vallen van de avond.

© SASKIA VANDERSTICHELE

Stedenbouw > Lichtplan kost wat, maar rendeert achteraf

‘Geen anarchie en ontsporingen meer’ BRUSSEL – De meeste Brusselse gemeenten – en ook het gewest – hebben tegenwoordig een lichtplan. Het geeft vorm aan de nachtelijke identiteit van de wijken. Voor intercommunale Sibelga, die zorgt voor de openbare verlichting van de gemeentewegen, is het een heel handig werkinstrument. “Met zo’n plan vermijd je anarchie en vriendjespolitiek.”

B

russel-Stad liet onlangs weten dat de gele natriumlampen overal vervangen gaan worden door wit licht. De beslissing vloeit voort uit het lichtplan dat de stad vorig jaar goedkeurde en nu stap voor stap zal worden uitgevoerd. In vergelijking met andere Brusselse gemeenten is BrusselStad behoorlijk laat met haar plan. Schaarbeek begon er rond 2000 mee en werd gevolgd door onder meer Ukkel, Elsene, Anderlecht en

Sint-Gillis. Vandaag doen alleen Sint-Jans-Molenbeek en kleine gemeenten als Ganshoren, Koekelberg en Sint-Joost nog zonder. Sowieso loopt ons land een jaar of twintig achter op Frankrijk waar de eerste denkoefeningen rond openbare verlichting al vanaf 1980 gemaakt werden, onder impuls van lichtkunstenaar Jean-Michel Jarre en de viering van de Bicentenaire. Een lichtplan brengt in kaart wat er in een gemeente bestaat aan straat-

verlichting en geeft voorts een reeks aanbevelingen. Het schrijft met name voor welk type van verlichting op welke plekken moet worden aangebracht om een gevoel van veiligheid en, afhankelijk van de buurt, een bepaalde sfeer te creëren. In de meeste gemeenten is in de loop der jaren een bonte verscheidenheid aan straatlantaarns ontstaan. Zo bezit Brussel-Stad wel 250 verschillende verlichtingstoestellen. Een lichtplan moet daar vereenvoudiging in brengen. Het voorziet ook in een gefaseerde vervanging van de oude lantaarns door energiezuinigere exemplaren. Voorts wordt aangegeven hoe de historische monumenten van de gemeenten opgelicht kunnen worden. Sommige gemeentebesturen vragen zelfs richtlijnen voor de kerstverlichting.

Voor de opmaak van zo’n plan doen de gemeenten een beroep op studiebureaus gespecialiseerd in lichtontwerp. Voor een eenvoudige plan wordt al gauw 40.000 euro aangerekend. Het lichtplan van BrusselStad kostte 300.000 euro. Maar er zijn forse subsidies, met name van netbeheerder Sibelga, die sinds tien jaar instaat voor het onderhoud en de vernieuwing van de straatverlichting langs de gemeentelijke wegen. Sibelga betaalt voor een lichtplan 70 cent per inwoner, wat gemiddeld neerkomt op 70 procent van de kostprijs. “We ondersteunen de gemeenten met plezier,” zegt communicatiedirecteur Philippe Massart van Sibelga. “Want achteraf rendeert zo’n plan. Het maakt ons werk veel gemakkelijker.” Toen Sibelga in 2005 de openbare

LICHT BRANDT NOOIT OP ZELFDE UUR De straatlampen in Brussel gaan elke dag op een ander moment aan en uit. De verlichting is immers geprogrammeerd volgens het tijdstip van zonsondergang en -opgang. Althans in de winter. Tussen maart en eind oktober gaan de straatlantaarns pas een kwartier na zonsondergang aan en al een kwartier voor zonsopgang uit. Volgende week – de tijd van de langste dagen – worden de lampen dus pas om kwart over tien ‘s avonds ingeschakeld. In tegenstelling tot Vlaanderen werkt de Brusselse straatverlichting niet met een sensor, die ook reageert op de weersomstandigheden. HUB

verlichting overnam van de Brusselse gemeenten, werd de intercommunale geconfronteerd met negentien verschillende werkwijzen, aldus Massart. “Het was een chaos, er waren wel tweeduizend types van armaturen. Er gebeurden


BDW 1431 PAGINA 5 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

geen openbare aanbestedingen en de burgemeester of bevoegde schepen werden voortdurend het hof gemaakt door de verlichtingsfabrikanten. ” Voor Sibelga vormen de lichtplannen dus een heel handig werkinstrument. Massart: “Het vermijdt anarchie en ontsporingen en zorgt voor een efficiënter gebruik van de middelen. Ook kunnen we sneller vooruitgaan met de vernieuwing doordat de fasering van de investeringen vastligt. Een burgemeester kan dus niet meer beslissen om in zijn straat plots alle lantaarns te vervangen.” Hoewel het de gemeente is die de opdracht voor het plan geeft aan de lichtontwerper, is het wel de bedoeling dat die laatste samenwerkt met Sibelga. “Wij kijken er bijvoorbeeld op toe dat de ontwerper kiest uit onze catalogus van lichtmeubilair. Die is intussen gereduceerd tot een honderdtal verschillende types. En we letten er op dat gekozen wordt voor energiezuinige lampen,” zegt Bénédicte Collard, verantwoordelijk voor openbare verlichting bij Sibelga. Tegenwoordig verloopt dat overleg meestal vlot. Tien jaar geleden was het een heel ander verhaal. Collard: “Toen werd vaak een beroep gedaan op Franse ontwerpers. Zij zagen zichzelf als de creatievelingen en ons als de elektriciens die moesten uitvoeren.” Inmiddels wordt steeds vaker gewerkt met Belgische ontwerpers. “Zij zijn redelijker en begrijpen dat hun voorstellen uitvoerbaar moeten zijn. Tegelijkertijd heeft mijn ploeg meer oog gekregen voor de esthetische en stedenbouwkundige aspecten. Het is nu geen gevecht meer.” In de lichtplannen van de Brussel-

se gemeenten zijn volgens Collard enkele grote tendenzen te onderscheiden. “In de meeste gemeenten kiest men voor een sobere verlichting, met hier en daar accenten. Net als in Brussel-Stad wordt meer en meer overgeschakeld van gele natriumlampen naar metaalhalogeenlampen. Die geven een wit licht. Dat lijkt in eerste instantie misschien wat verblindend, maar uiteindelijk zie je de details beter en komen ook de kleuren beter tot hun recht. Het geeft een groter gevoel van veiligheid.” Voorts worden de straatlampen nu een stuk dich-

“Een burgemeester kan niet meer beslissen om in zijn straat plots alle lantaarns te vervangen” ter tegen de grond aangebracht en meer gericht op het trottoir. “Zo heb je minder lichtvervuiling. Maar het vraagt natuurlijk wel een meer lichtpunten. Het aantal straatlampen steeg de afgelopen vijf jaar van 77.000 naar 80.000.” De uitvoering van de lichtplannen vergt altijd een langetermijnstrategie. In Brussel-Stad zal op tien jaar tijd uiteindelijk maar een kwart van het verlichtingspark worden vernieuwd. Dit komt omdat men verlichtingstoestellen jonger dan twintig jaar niet zomaar wil vervangen, maar vooral omdat de budgetten beperkt zijn. Sibelga neemt zowel het onderhoud en de vernieuwing als het verbruik van de stadsverlichting voor zijn rekening,

Ontwerpers en Commissie in de clinch BRUSSEL – De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML) blokkeert alle plannen voor de verlichting van historische gebouwen, zegt het Brusselse architectenbureau Arter. “Niet waar,” klinkt het bij de Commissie. “We vragen wel dat een gebouw goed leesbaar blijft.” Arter mocht in opdracht van Stad Brussel het lichtplan uitwerken. De stad, die zo’n 26.000 lichtpunten telt, beschikt immers over een verouderde uitrusting. Veertig procent van de straatlampen is ouder dan twintig jaar, maar er zijn ook lantaarns die er al zestig jaar staan en nog op kwik werken. Het lichtplan, dat vorig jaar door het Brusselse stadsbestuur werd goedgekeurd, voorziet in de vervanging van 25 procent van alle straatlampen in tien jaar tijd. Te beginnen bij de oude kwiklantaarns, die vanaf 2015 verboden zijn door Europa. In het belang van de zichtbaarheid worden overal de gele natriumlampen vervangen door wit licht van metaalhalogeenlampen. “De hele vervangoperatie zal na tien jaar tot een daling van het energieverbruik met vijftien procent leiden,” zegt Marc Gemoets van Arter. In het plan, dat samen met lichtontwerper Barbara Hediger uitgewerkt werd, worden de historische centra geaccentueerd en voorts ook alle grote verkeersas-

ADVERTENTIE

een totale kost van 22 à 24 miljoen euro per jaar. De middelen hiervoor zijn afkomstig van de bijdrage die iedereen die aangesloten is op het elektriciteitsnet betaalt via zijn energiefactuur. Voor vernieuwing en investering is er jaarlijks tien miljoen euro beschikbaar, een bedrag dat volgens een vaste sleutel verdeeld is tussen de gemeenten. Zo is er voor Brussel-Stad elk jaar 1,6 miljoen euro.

Agenda, het drietalig uitmagazine van de Vlaams-Brusselse Media is op zoek naar een

REDACTIESECRETARIS

Niet onleefbaar Dat het gewest voor zijn wegen – ongeveer een kwart van de Brusselse straten – eigen straatverlichting en een eigen lichtplan heeft, maakt het er voor de lichtontwerpers en voor Sibelga natuurlijk niet simpeler op. “Rond het Schweitzerplein, een gemeentelijk plein omgeven door gewestwegen, was het echt te gek,” herinnert Massart zich. Maar dat is nog niet alles. Sommige parken vallen voor hun verlichting onder Leefmilieu Brussel. En dan zijn er nog de verlichtingsprojecten in het kader van de wijkcontracten. Die worden uitgevoerd door Beliris, het federaal-gewestelijk fonds voor Brussel. “Zij raadplegen niemand. Probleem is dat wij achteraf wel het onderhoud moeten overnemen,” zegt Massart. “Dan moeten we soms vaststellen dat die armaturen niet stabiel zijn of niet waterdicht. Of zo specifiek dat ze moeilijk te onderhouden zijn. De nieuwe verlichting aan het metrostation Beekkant bijvoorbeeld.” Volgens Massart valt op het vlak van openbare verlichting nog een stuk efficiëntiewinst te boeken in Brussel. “Maar het is niet meer onleefbaar, zoals vroeger.” Bettina Hubo

sen, de wijken met een sterke identiteit, de haven en het kanaal. Natuurgebieden en parken worden niet of zwak verlicht. Dat is beter voor de biodiversiteit. Arter had aanvankelijk ook de opdracht om tien historische – en beschermde – gebouwen te verlichten zodat die ‘s nachts beter uit de verf zouden komen. Zo bijvoorbeeld de Sint-Michielskathedraal, de Beurs, de Kapellekerk, de Hallepoort, het Martelaarsplein en het Klein Kasteeltje. Het bureau deed verschillende voorstellen, maar die botsten telkens op grote bezwaren van de Commissie voor Monumenten en Landschappen. “We hebben twee jaar lang geprobeerd om met de Commissie tot een akkoord te komen. Talloze nachtelijke vergaderingen zijn eraan gewijd. Uiteindelijk hebben we het moeten opgegeven. De Commissie wil niets, onder het voorwendsel dat de gebouwen vroeger ook niet verlicht waren,” zegt Gemoets. “Brussel is daarmee de enige stad in Europa waar de historische gebouwen en monumenten geen scenografische verlichting hebben.” De Commissie is het oneens met deze kritiek. “Wij zijn niet tegen de verlichting van gebouwen. Kijk maar naar de Grote Markt, het stadhuis van Schaarbeek en de Koninklijke Sint-Mariakerk in Schaarbeek. Maar met deze voorstellen konden we niet akkoord gaan omdat ze ten koste gingen van de leesbaarheid van de gebouwen. Voor ons moeten alle belangrijke delen van een gebouw verlicht zijn. Dus niet alleen het dak of de sokkel.” Ook was de Commissie niet gelukkig met het overmatige gebruik van led-lampen, die het gebouw van onderuit aanstralen. “Daarmee wordt elke oneffenheid zichtbaar en worden details verlicht die niet bedoeld zijn om geaccentueerd te worden. Dit geeft een onesthetisch resultaat.” Bettina Hubo

(M/V)

FUNCTIE: Je staat in voor de input en de controle van culturele gegevens voor de kalender van Agenda. Je wordt ingeschakeld bij het beheer van de blog, onder meer voor het verwerken van audio- en videobestanden. •

PROFIEL: Je bent tweetalig Nl/Fr of Nl/Eng en je kunt je in de derde taal (Fr of Eng) behelpen.

•

Je hebt een goede schrijfstijl en spelt foutloos.

•

Je bent “Brussel minded” en je kent het Brusselse culturele landschap.

•

Je interesse voor blogs, websites en sociale media is een troef.

•

Je bent georganiseerd, je werkt zelfstandig en flexibel, je bent stressbestendig en je houdt van onze gezellige drukte.

•

Je bent open en sociaal, betrouwbaar, behulpzaam en je neemt je verantwoordelijkheid. WIJ BIEDEN: Een deeltijds (3/5de) bediendencontract Een fair loon met extralegale voorwaarden Een stimulerende werkomgeving binnen een boeiend mediabedrijf INTERESSE ? Stuur jouw motivatiebrief en cv op tegen 15 juli 2014 naar: Kristel De Wolf – HR manager Vlaams-Brusselse Media vzw – Flageyplein 18 – 1050 Brussel Mailen kan naar kristel.de.wolf@tvbrussel.be

ADVERTENTIE

EXPO EXPO

Opening vrijdag 21 juni van 18u-21u

zaterdag 22 juni / 14u-18 u zondag 23 juni / 14u-18 u maandag 24 juni / 18u- 21u dinsdag 25 juni / 18u- 21u

www.academieanderlecht.be

info@academieanderlecht.be - T 02 523 03 71 - Dapperheidsplein 17 - B-1070 Anderlecht

Opening vrijdag Opening vrijdag 2120juni junivan van18u-21u 18 u. - 21 u. zaterdag2221juni juni/ 14u-18 / 14 u. >u 18 u. zaterdag zondag2322juni juni/ 14u-18 / 14 u. >u 18 u. zondag maandag2423juni juni/ 18u/ 18 u. > 21 u. maandag 21u dinsdag2524juni juni/ 18u/ 18 u. > 21 u. dinsdag 21u

www.academieanderlecht.be

www.academieanderlecht.be - info@academieanderlecht.be Dapperheidsplein 17, B-1070 Anderlecht - T 02 523 03 71

info@academieanderlecht.be - T 02 523 03 71 - Dapperheidsplein 17 - B-1070 Anderlecht


BDW 1431 PAGINA 6 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

Vincent De Wolf: “De PS heeft niet voor de stabiliteit van het land gekozen, maar voor het eigen partijbelang.”

© BART DEWAELE

Politiek > Vincent De Wolf (MR) over de verkiezingen en de Brusselse formatie

‘Het gevoel van een spagaat’ BRUSSEL – Vincent De Wolf heeft zich op enkele jaren tijd in de kijker gewerkt als de nieuwe sterke man van de Brusselse MR. Dat werd beloond met een mooie kiesuitslag, maar een mandaat in de nieuwe Brusselse regering levert dat niet op. “De PS is deloyaal.”

D

e Wolf is een man van vele stielen: hij is burgemeester van een middelgrote gemeente, fractieleider van de Franstalige liberalen in het Brussels parlement, maar daarnaast ook nog advocaat en docent aan de ULB. “Ik ben fier dat ik niet louter beroepspoliticus ben,” zegt De Wolf. “Er zijn er niet zoveel die dat kunnen zeggen. Hoe ik dat combineer? Een privéleven heb ik nauwelijks. Verder drink ik niet en vul ik mijn tijd zo efficiënt mogelijk in. (Toont hoe hij tegelijk met linker- én rechterhand schrijft, SVG). De amendementen bijvoorbeeld schrijf ik tijdens de plenaire zittingen.” De MR heeft voor de verkiezingen gezegd: wij willen in alle regeringen zitten. Dat

wordt moeilijk... Vincent De Wolf: “We zijn een partij die haar verantwoordelijkheid opneemt. In 2010 is de MR in een federale regering gestapt, met het risico dat het FDF zou afscheuren. Dat was geen keuze voor het belang van de partij, maar een voor het landsbelang. In dezelfde logica lag het voor de hand om na de verkiezingen overal dezelfde meerderheden te installeren. Alleen zo krijg je stabiliteit in dit land. De uitdagingen zijn groot: socio-econonomisch, terrorisme, etcetera. De PS heeft die stabiliteit niet gewild.” Was de keuze van de PS voor CDH een verrassing? Er was voordien al sprake van een voorakkoord. De Wolf: “Daar weet ik niets van.

Ook over een voorakkoord MR-PS hebben de media druk gespeculeerd, terwijl ik u kan zeggen: dat was er niet.” “Een PS-MR-coalitie zou een teken van fair play geweest zijn, van loyauteit. De MR heeft er mee voor gezorgd dat België uit de financiële crisis is geraakt, en dat Elio Di Rupo premier is kunnen worden.” “Intussen mag het FDF, dat zich verzet heeft tegen die staatshervorming, in Brussel mee aan tafel. Dat is niet normaal. De PS is deloyaal.” De MR krijgt de kans om federaal aan de macht te komen. Ziet u dat gebeuren, ook als CDH afhaakt? De Wolf: “Daar spreek ik me niet over uit. Ik heb een persoonlijk mening, maar die geef ik niet.”

Open VLD en CD&V hebben de vorming van een Brusselse regering een week lang geblokkeerd omwille van het FDF, maar ze lieten het verzet al snel varen. Was dat ernst of een stukje theater? De Wolf: “Is het gedeblokkeerd? Er is nog geen regering.” De formatie is wel begonnen! De Wolf (kijkt naar zijn woordvoerder, die dat bevestigt): “Ah, is dat zo? Bon. Ik snap de terughoudendheid van Open VLD ten aanzien van het FDF, maar kon dat verzet hoedanook lang blijven duren?” U heeft stevig oppositie gevoerd, maar een ministerpost heeft dat niet opgeleverd. Pijnlijk? De Wolf: “Ik heb het gevoel in een spagaat terecht gekomen te zijn. De partij heeft me gevraagd om de nieuwe sterke man in Brussel te worden. Dat was geen evidente opdracht want ik was in 2009 slechts elfde op

de lijst, haalde 5.000 stemmen, en was nooit minister geweest. Maar het heeft gewerkt. De MR is de winnaar in Brussel. Ik heb bijna 20.000 stemmen gehaald, meer dan Rudi Vervoort (PS), Joëlle Milquet (CDH) en Charles Picqué (PS). Er is dus iets gebeurd in Brussel.” “Er is dat gevoel van vreugde, maar vervolgens de uitsluiting. Dat doet wat met een mens. Maar ik ben een vechter. Ik heb nooit iets bereikt zonder te vechten. Ik ben hier in Etterbeek begonnen met een liberale fractie van vier personen. De verkiezingen nadien waren het er acht, en nu ben ik burgemeester.” Wat gaat u nu doen? De Wolf: “Ik ben opnieuw fractieleider. Die fractie is gegroeid van dertien naar achttien deputés. Ik wacht intussen af wat er federaal gebeurt.” U kan daar misschien minister of staatssecretaris worden... De Wolf: “Laten we eerst zien of we


er deel van uitmaken. Daarna is het aan de partijvoorzitter om te beslissen. En als die me iets voorstelt, zal ik beslissen.” U pleit voor symmetrie op regionaal en federaal niveau. Ook op gemeentelijk en regionaal vlak zijn er verschillende meerderheden. Zal de MR vanuit de gemeenten het de Brusselse regering lastig maken? De Wolf: “Neen. Wat ons interesseert zijn onze burgers. We gaan niet uit revanchisme de Brusselse regering aanvallen, wel als vastberaden oppositiepartij. We wachten het regeerakkoord af. Want eerlijk

“Ik ben een vechter. Ik heb nooit iets bereikt zonder te vechten”

gezegd: in de verkiezingsdebatten kregen wij, als MR, vaak bijval van de andere partijen. Bijvoorbeeld over het samenvoegen van de departementen werk en beroepsopleiding.” Vreest u de linkse inslag van het nieuwe Brusselse regeerakkoord? De Wolf: “Het socio-economisch programma van het FDF staat dicht bij dat van ons. Die partij heeft veel van ons gekopieerd.” “Waar het wel de slechte weg mee op kan gaan is het respect voor het privé-initatief, de administratieve vereenvoudiging, het ondernemersvriendelijke klimaat, het eigendomsrecht, etcetera... We zullen ook met aandacht kijken naar nieuwe wetgeving over huurovereenkomsten (die bevoegdheid gaat naar de gewesten, SVG).” Ook bij regeringspartij Open VLD kan u gehoor vinden... De Wolf: “Wellicht. Guy Vanhengel is een vriend van me, en op politiekideologisch vlak staan MR en Open VLD dicht bij elkaar.” Didier Reynders (MR) was, net als u, kandidaat-ministerpresident. Heeft hij dat echt overwogen, of was het verkiezingspraat? De Wolf: “Neen. Hij wou dat echt, maar hield ook andere opties open. Voor de rest blijf ik bij mijn stelling. Eén: de voorzitter beslist, en twee: het moet de meest natuurlijke kandidaat zijn. En dan kom ik uit bij mezelf, zeker na mijn mooie score.” “De ironie is nu dat de PS die Reynders altijd verweten heeft om federaal kandidaat te zijn maar regionaal minister-president te willen zijn, nu zelf misschien Laurette Onkelinx (stond op de federale lijst, SVG) naar voor schuift als ministerpresident in Brussel.”

Steven Van Garsse

P-PRAAT

© BART DEWAELE

BDW 1431 PAGINA 7 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

Wat is dat toch met die nachtvluchten. Le Soir ontdekte begin deze week dat er ‘s nachts maar liefst acht vluchten over Brussel vliegen, terwijl zij dat niet mogen. Acht. Het is daarenboven empirisch en statistisch vastgesteld dat Brusselaars zich niet langer dan een nachtvlucht kunnen concentreren op een taak, en dus als er acht vluchten per nacht passeren die concentratie ver te zoeken is. In Timboektoe, bijvoorbeeld. We zeggen maar iets. Of in Kinshasa. Volgens een of andere commentator zou er ook daar iets schorten met de concentratie, vooral bij sportwedstrijden, maar vermits uw commentator geen expert op dat gebied is zwijgen we daar liever over. Alhoewel we onze best doen, kunnen we toch niet zwijgen over een welbepaalde ondervoorzitter van een welbepaald parlement. Die post op Facebook emotionele verhaaltjes van Mohammed Ali die op een mooie dag zijn dochters in weinig verhullende kleren tegen kwam. Volgens Ali mag dat niet, want “alles wat schoon is heeft God diep verborgen, denk maar aan diamanten en goud.” En vermits Ali’s dochters ook schoon zijn, moeten dus ook zij bedekt blijven. Uw commentator neemt die raad erg ter harte. Vermits wij toch niet van de lelijksten zijn, dragen wij vanaf nu een boerka. Met die boerka kunnen wij trouwens geheid naar de verjaardagsfeestjes van de MIVB, want daar schenken ze tegenwoordig geen alcohol meer, naar ‘t schijnt. Tot groot ongenoegen van enkele diehards, die het gegeven bijgevolg omschreven als ‘behoorlijk saai’. Wel was er, om de zeden te verzachten, alcoholvrij bier. We hebben lang naar een mogelijke oorzaak van deze drastische maatregel gezocht, maar misschien is dat gewoon de wereld volgens de MIVB: feestjes zonder bier, bussen zonder passagiers en chauffeurs zonder scrupules.

Festival > Vijfduizend kinderen in Park van Vorst

Magische sfeer op Kinderkunstenfestival VORST – Er trokken zondag vijfduizend kinderen, ouders en grootouders naar het park van Vorst voor de derde editie van het SuperVliegSuperMouche Kinderkunstenfestival. Het festival werkte dit jaar samen met Wiels, het Centrum voor Hedendaagse Kunst. “Onze stoutste verwachtingen werden overtroffen,” legt coördinator Benoit De Wael uit. “We hadden gehoopt op 2.500 bezoekers, uiteindelijk

werden het er dubbel zoveel. Alle activiteiten waren permanent bevolkt.” Er vonden in totaal meer dan zestig voorstellingen, performances en ateliers plaats. Zo was er bijvoorbeeld de workshop Maderas van de vzw Kamo, waarbij de kinderen door hun verbeelding, handigheid en concentratie te gebruiken, vormgaven aan een stapel planken. Stefanie Luppens

ADVERTENTIE

INVESTEER MET VOORSPRONG.

CHIEN ÉCRASÉ Erratum! We hebben voor de eerste keer in ons leven iets geschreven dat fout was. Beste lezer, excuus. U weet dat we het vorige week over de hangganzen van de Flageyvijvers hadden. Wel, volgens een kenner zijn dat geen ganzen, maar halfganzen. De Nijlgans behoort namelijk tot de onderfamilie van de Tadorninae – de halfganzen dus –, en niet tot de onderfamilie van de Anserinae, de echte hangganzen en -zwanen. Dus: het is vanaf nu de hanghalfnijlgans. Neen, pardon, de hangnijlhalfgans. Als u met succes het vorige woord in deze rubriek hebt uitgesproken zonder dat u het gevoel had simultaan Duits en IJslands te spreken terwijl u hete kersenpitjes in uw mond probeerde te houden, dan mag u verder lezen.

TIP VOOR DE ERVAREN BELEGGER ✓ Ruime tuinappartementen ✓ Met groot comfort en luxueuze afwerking

Met ingetogenheid neemt deze redactie kennis van het verzet van de KVS tegen De Morgen. Niet dat we geschrokken zijn, want wij weten natuurlijk al sinds jaar en dag dat wij het enige echte progressieve baken in deze wereld van behoudsgezindheid en onrecht zijn. Maar goed: wij hebben ons deze week beziggehouden met de vraag wat dat nu eigenlijk is, een gesubsidieerde parochiezaal. Is het een zaal waarin mensen gezellig samen komen om de wereld te verbeteren? Ja. Een kamer vol kamergeleerden die waarden debiteren? Absoluut! Dus: eigenlijk, zo kwamen wij tot de constatatie, is ook Brussel Deze Week een soort parochiezaal, en zelfs een gesubsidieerde. Niet dat we ons dat erg aantrekken, maar de waarheid heeft – u kent ons – haar rechten. Mooi, en nu verder oefenen op hangnijlhalfgans.

✓ Op een exclusieve locatie in Brussel ✓ Ambassadewijk = Top huurderscliënteel ✓ Eigen verhuurservice met jarenlange ervaring = VERZEKERD RENDEMENT ✓ Te bezichtigen elke zaterdag van 10 tot 12u

Kies voor direct rendement en investeer in een verhuurklaar appartement. Waarom maanden voorbij laten gaan tussen het kopen van een eigendom en ervan genieten? Investeer in een eigendom dat alleen nog ingericht moet worden. MEER INFO? KIJK VLUG OP SKYLINEEUROPE.EU OF BEL RECHTSTREEKS OP 0497 38 34 32

Meer info: 02 679 00 00 www.skylineeurope.eu

vastgoed met visie


BDW 1431 PAGINA 8 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

Kerkleven > Alle nieuwe Gemeenschapskerken en Inloopkerken opgelijst

Elf Vlaamse parochies in Brussel BRUSSEL – Vanaf september concentreert het Nederlandstalig pastoraal in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zich op elf parochiale Gemeenschapskerken voor de Nederlandstalige cultus en dienstverlening. Het worden ‘ankerpunten’ voor de Nederlandstaligen. Daarnaast komen zeven meertalige Inloopkerken met een laagdrempelig dagonthaal. Op regelmatige basis zullen ook hier nog Nederlandstalige missen kunnen plaatsvinden.

I

n mei heeft hulpbisschop voor Brussel Jean Kockerols elf parochies en Gemeenschapskerken aangeduid, waar vanaf 7 september elke zondag een Nederlandstalige mis plaatsvindt. In die ‘nieuwe’ parochies zal ook de diaconale zorg worden opgenomen voor de Nederlandstalige stedeling. Dat betekent dat hier initiatieven worden gegroepeerd rond rouwzorg, ziekenzorg, Broederlijk Delen, Welzijnszorg en dies meer. De beslissing biedt garanties voor de Nederlandstalige gelovigen in de stad. Het gaat om nieuwe ‘ankerpunten’ waarrond de parochiale werking kan geconcentreerd worden; de keuze is trouwens deels bepaald door de zichtbaar verjongde werking in die parochies. De garantie bieden dat op zon- en hoogdagen (minstens) een eucharistieviering in het Nederlands gehouden wordt, biedt een culturele houvast. Indien mogelijk gaan er ook missen in de week gehouden worden, maar dat wordt per Gemeenschapskerk bekeken. De elf uitverkoren Gemeenschapskerken zijn O.L.V.-van-Goede-Bijstand (Brussel-Stad), O.L.V.-vanVreugde (Anderlecht, Vogelenzang), de Verrijzeniskerk (Sint-JansMolenbeek, Paloke), Sint Pieter (Jette), Sint-Martinus (Ganshoren),

Sint-Pieter en Sint-Paulus (NederOver-Heembeek), Heilig-Hart en Sint-Lambertus (Laken, Heizel), Sint-Jozef of ‘Paduwa’ (Evere), O.L.V.-Stokkel (Sint-Pieters-Woluwe), O.L.V.-Koningin-der-Hemelen (Watermaal-Bosvoorde, Bezemhoek) en tot slot O.L.V.-van-Troost (Ukkel, Kalevoet).

Inloopkerk Een en ander is het gevolg van de grote herdenking van de hele pastorale werking in de hoofdstedelijke regio van het aartsbisdom Mechelen-Brussel, zoals hulpbisschop De Kesel het in 2005 inleidde in zijn pastorale brief over ‘De toekomst van de parochies en de aanwezigheid van de Kerk in Brussel’. Sindsdien is op vele plaatsen al de uitbreiding van de pastorale eenheden een feit geworden. Vooral uit economische overwegingen, en om de ‘leefbaarheid ‘ van het geloof in de stad te vrijwaren. Monseigneur Kockerols onderstreept dat naast een concentratie op Gemeenschapskerken, ook gerust talloze andere Nederlandstalige initiatieven kunnen verder bloeien zoals gezinsgroepen, schoolpastoraal, Bijbelse leerhuizen, jeugdbewegingen, ziekenhuisen rusthuispastoraal en ruimere solidariteitsinitiatieven. Naast de

De Finisterraekerk wordt in haar functie van aloude ‘inloopkerk’ voor passanten herbevestigd.

De parochiale werking wordt geconcentreerd rond elf nieuwe ankerpunten Gemeenschapskerken werd ook het concept van Brusselse Inloopkerken gelanceerd, naar het laagdrempelig en succesrijk model in Nederland.

De Inloopkerk heeft een bredere uitstraling dan de lokale parochie of pastorale eenheid. Ze dankt haar naam aan de lange(ere) toegangsuren. De Finisterraekerk in de Nieuwstraat, waar passanten constant in-en uitlopen, is daar al decennia een toonbeeld van. In die kerk gaat het vicariaat een goed onthaal uitbouwen, met meertalige aanwezigheid, dus ook voor Nederlandstaligen. De aandacht voor volksdevotie blijft er een van de aantrekkingspunten. En verder zullen hier op regelmatige basis Nederlandstalige missen in de week of

Politiek > Regeringsformaties kunnen holebi’s niet vergeten

Nieuw verkozenen sleuren memorandum mee BRUSSEL - Vóór de verkiezingen heeft Çavaria, de koepel van een hondertwintigtal holebi- en transgenderverenigingen in Brussel en Vlaanderen, de politici een memorandum laten tekenen met vijf eisen. Het gaat om prioriteiten die meegenomen moeten worden bij de regeringsonderhandelingen door de diverse partijen, dus vandaag en morgen. De vijf eisen die onderschreven werden waren: onderwijs (van kleutertot hoger onderwijs) moet oog hebben voor holebi’s en transgenders. Er moet een suïcidepreventiebeleid op maat van holebi’s en transgenders voorzien worden (gezien de

Vlaamse zelfdodingcijfers bij de slechtste van Europa zijn). Er moet werk gemaakt worden van de strijd tegen homofoob en transfoob geweld (waaronder opleiding voor zij die voor veiligheid en bescherming instaan – een goede verstaander

ziet de knipoog naar de politie). De rechtspositie van transgenders moet verbeterd worden. En als vijfde eis, moet werk gemaakt worden van de strijd tegen hiv.

Verbeterde wetgeving “Nu de regeringsformaties vorm krijgen is het zaak, te kijken wie het memorandum ondertekend heeft,” luidt het bij Çavaria. Het engagement blijkt verdeeld, maar is hoopvol. Van de verkozen onderte-

kenaars in het Brussels Parlement zijn er 5 van Open Vld, 3 van N-VA, 2 van Groen, 2 van SP.A en 2 van PVDA. In het Vlaams Parlement ondertekenden 28 N-VA’ers het memorandum, op 43 verkozenen, 17 SP.A’ers (op 18), 13 Open Vld’ers (op 19), 11 CD&V’ers (op 27) en 9 van Groen (op 10 verkozenen). In de Kamer (federaal parlement) waren er 21 verkozen ondertekenaars van N-VA, 10 van SP.A, 9 van CD&V, 8 van Open Vld en 6 van Groen. Ook

© MARC GYSENS

op zondag gevierd worden. Het gaat om zeven Inloopkerken: O.L.V.-vanFinisterrae (Brussel-Stad), de Abdij van Terkameren (Elsene), de Grotkapel van O.L.V.-van-Lourdes (Jette), Sint-Guido en Sint-Pieter (Anderlecht), O.L.V.-van Laken, de Basiliek van het Heilig-Hart (Koekelberg) en de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal. Het vicariaat organiseert een startbijeenkomst van de nieuwe parochiale werking van de Gemeenschaps- en Inloopkerken op zondag 7 september om 16 uur in de Finisterraekerk. Jean-Marie Binst

het engagement van Nederlandstalige Europese parlementairen is opgetekend: 4 verkozen ondertekenaars van N-VA, 2 van CD&V, 1 van Groen, 1 van Open Vld en 1 SP.A. Ook bij de vorige verkiezingen, vijf jaar terug, werd een memorandum met vijf eisen meegenomen naar de regeringsafspraken - trouwens met succes. De vernieuwde wet op transseksualteit en aanpassingen van de grondwet worden genoemd als de voornaamste verbeteringen van de voorbije legislatuur. “België prijkt nu op de eerste plaats als meest holebi- en transgendervriendelijk land van Europa, ingevolge een verbeterde wetgeving,” zo stelt Çavaria nog. Jean-Marie Binst


BDW 1431 PAGINA 9 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

ADVERTENTIE

© NAAM FOTOGRAAF

© ANJA GALICIA

Roma in Brussel zijn afkomstig uit verschillende dorpen en regio’s.

UW GIDS DEZE ZOMER

Roma > Foyer maakt balans op

ONTDEK HEM VOLGENDE WEEK!

‘Voor wat hoort wat’ BRUSSEL - Het aantal Roma in Brussel blijft stijgen. In 2014 zijn er in het Brussels Gewest ongeveer 3.000 meer Roma dan tien jaar geleden. Meer dan driekwart komt uit Roemenië en Bulgarije. Er leven in het Brussels Gewest nu rond de 10.000 Roma. Dat blijkt uit cijfers van het regionaal integratiecentrum Foyer die gepubliceerd werden in het boek Roma in beweging. “Vooral het aantal Bulgaarse nieuwkomers steeg opmerkelijk, zowel in heel België als in de hoofdstad. In 2006 waren er in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 500 Bulgaren, nu zijn dat er 3.600,” aldus Koen Geurts, auteur van het boek. De toename is te verklaren door de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie in 2007, maar Foyer verwacht dat het aantal Roma niet sterk meer gaat toenemen. “Roma die de stap wilden zetten om te migreren, hebben die wellicht al gezet,” denkt Geurts. Het boek geeft ook inkijk in de diversiteit binnen de Roma-gemeenschap, en waar ze wonen in Brussel. Roma komen van verschillende dorpen, regio’s en achtergronden. De belangrijkste aanwezige nationaliteiten zijn Roemenen, Bulgaren en ex-Joegoslaven. Minstens de helft van de Bulgaarse Roma woont in Schaarbeek, waar ze de Turkse gemeenschap opzoeken en werken in Turkse cafés en snackbars. De laatste jaren is er echter een nieuwe groep

duidelijker aanwezig in Brussel, namelijk Slovaakse families. Het is een kleine minderheid van maximaal 300 personen, die dan ook nog eens vaak dakloos zijn of in kraakpanden leven. Het is een problematische groep. “De families die naar Brussel komen zijn al minstens drie generaties werkloos. Ze komen vooral uit de armste regio’s van Slovakije (onder andere Kosice en Presov) waardoor ze maatschappelijk extreem kwetsbaar zijn. We merken dat deze minderheid een sterke invloed heeft op het imago van Roma in Brussel. Wie aan Roma denk, denkt bijna onmiddellijk aan bedelaars met kinderen. Maar dat is slechts een kleine groep die het beeld vertekent,” legt Koen Geurts uit. Het boek geeft niet alleen een schat van informatie over Roma in Brussel, het is tegelijk een handleiding voor onderwijs en de sociale hulpverlening. Foyer heeft immers in tien jaar een enorme expertise opgebouwd. Geurts: “De Roma-bemiddelaars van Foyer proberen om iedere familie individueel te benaderen want elk verhaal is anders. We schenken veel aandacht aan wederkerigheid: voor wat, hoort wat. We willen hun zelfredzaamheid zoveel mogelijk bevorderen en verwachten daarom ook dat de Roma inspanningen leveren wanneer we hun hulp bieden,” aldus nog Koen Geurts.

Stefanie Luppens

LAND VAN HERKOMST

GEMIDDELDE

Roemenië

4.061

Bulgarije

3.633

ex-Joegoslavië

1.125

Macedonië

850

Slovakije

275

Andere landen (Hongarije, Albanië, Tsjechië, Litouwen, etc)

62

BRON: FOYER

Aantal Roma in Brussel per nationaliteit volgens bronnen binnen de eigen gemeenschap.

De extra dikke zomerspecials van AGENDA magazine nemen u ook deze zomer mee op stap doorheen Brussel en de Rand. Met het volledige aanbod swingende festivals, verkoelende terrasjes, leuke uitstapjes, en nog veel meer. Voor jong en oud. U vindt uw gratis exemplaar voor juli volgende week bij deze krant of in de verdeelpunten in de stad.

HET VERHAAL GAAT VERDER OP AGENDAMAGAZINE.BE


BDW 1431 PAGINA 10 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

zaal van de gemeente (en waar zelfs het FDF gretig gebruik van maakt) was ooit zijn woonst. Uit de oude siertuin Pirsoul dateren ook de ‘opmerkelijke bomen’. Met tien reuzen van snel twintig meter hoog staan ze ingeschreven in de Inventaris van het natuurlijk erfgoed van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Brussels Leefmilieu). Van een moerascipres en een eenstijlige meidoorn tot enkele essen, een esdoorn (Acer pseudoplatanus Purpurascens) en een grauwe abeel. De abeel is de achtste grootste in zijn soort in het gewest, de esdoorn zelfs de vijfde grootste in het gewest. Een tamme kastanje – niet zo courant in het gewest – haalt bijna vier meter omtrek. Hoe oud deze erfgoedjongens zijn, is minder bekend. In mei 1956 liet Pirsoul het tuinperceel van de familie, iets meer dan een halve hectare groot, over aan de gemeente. Sindsdien zijn er generaties kinderen wel bij gevaren, in de villa zat jaar en dag een crèche. De Belgo-Congolezen petit Pelé Mboyo (KRC Genk) en zijn neef en vicekampioen van België 2014 Geofrey Mujangi Bia (Standard), Michy Batshuayi (Standard) en Anderlechtspelers Hervé Kage en Anthony Vanden Borre waren hier als kind the stars in wording. Ze speelden er voor de eer, want hun reputatie stond op spel. Enkel de besten waren aan zet, zo getuigen ze alle vijf in Sportmagazine van enkele weken terug. Het voetbalveld van het Pirsoulpark was trouwens voor de beste shotters uit heel wat Noord-West gelegen Brusselse parken de meest begeerde competitiestek. “Ik heb hier mijn zoon zien leren voetballen, en nu zit ik hier nog, met mijn kleinkinderen die hetzelfde doen,” zegt een buurtbewoonster me op een zonnige bank, part of the job.

BDW REGIO

Deze week in het Pirsoulpark > Voormalig oefenterrein Anthony Vanden Borre

Eerst op de olifant, dan naar het topvoetbal

Al decennialang zetten de jonge spelers hun beste beentje voor, achter de afsluiting. Onder andere Rode Duivel Anthony Vanden Borre bracht hier ooit vele uren door.

© MARC GYSENS

Touwladders

SINT-AGATHA-BERCHEM – Als alle ogen gericht zijn op Rode Duivel Anthony Vanden Borre en andere topvoetballers, dan mag hun ‘leerterrein’ ook even in beeld: het Pirsoulpark. In de volksmond gekend als het speelveld L’Eléphant - het Olifantenparkje - blijkt het kraaknette achteruitparkje een oase voor tieners die het al ver geschopt hebben, met hun benen althans. Had Georges Pirsoul, wiens naam op oude bankbiljetten prijkt, ooit kunnen dromen dat hier de crème van het topvoetbal leerde shotten?

‘P

utain. Mes couilles. Attention, je vais baiser ta mère!” Het vocabularium van enkele jonge tieners liegt er niet om. Ze zijn net van school en leven zich met een voetbal zwetend uit op een boogscheut van de gemeenteschool.

Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

✆ 0800-15045

alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

parkwachters houden hen ‘koest’ “gooi je leeg flesje eens in de vuilbak in plaats van in het gras,” onderwijzen ze kordaat. Het kleine park met drie speelpleinen voor diverse leeftijden, is in

© MARC GYSENS

ADVERTENTIE

Abdel (11) en Oussama (12) komen op me aandraven: “Die man daar heeft ons gezegd dat jij weet wie van hier ooit in eerste klasse heeft gespeeld.” Daar gaat mijn artikel, dankzij mijn loslippige fotograaf, denk ik. “Dat kun je volgende week in Brussel Deze Week lezen, je leert toch Nederlands?,” zo hou ik de spanning er nog even in. “We leren Nederlands, maar we verstaan er geen bal van,” is de reactie. En ze druipen weer af, al dribbelend richting vijf meter hoge afsluiting rond kunstgrasspeelveld, met echte goals. In die groene kooi stroomt het vol van de jongelui, zelfs twee ‘mondige’ meisjes met een step en een eigen bal wagen zich erbij. De groepjes voetballen ogenschijnlijk chaotisch naast elkaar, maar eigenlijk is het goed doordacht – ieder zijn hoek en de goal om beurten. “Ik kom hier elke dag een uur of twee,” horen we van verschillende tieners. Twee

de volksmond bekend als le parc de l’Eléphant, langs de Bloemkwekersstraat. Ook te vinden langs de binnenweg tegenover het gemeentehuis. De echte naam van het park komt van de gulle schenker van het landgoed: Georges Pirsoul. Zijn handschrift is nog terug te vinden op oude Belgische bankbiljetten van de jaren 1950 van vorige eeuw. Georges Pirsoul was toen schatbewaarder en directielid van de Nationale Bank van België. De riante villa in Anglo-Normandische stijl die nu dienstdoet als te huren feest-

De oude olifant is verhuisd naar het OCMW-rusthuis.

Het park is dan ook altijd een begeerde en exemplarische speeltuin geweest. Vijf jaar terug zijn de laatste achterliggende volkstuinen die er verlaten bijlagen, omgeploegd tot een nieuwe speelhoek om u tegen te zeggen. De schommelzitjes voor peuters en kleuters, een glijbaan, klimrek, een amusant kunstheuveltje en leuke ‘wipdieren’, zijn mooi omringd door zitbanken voor de toezichthoudende ouders. Alles veilig omheind. Achterin zijn twee hygiënische afgebakende terreinen voor hondlief. En aan de ingang van het park, ligt de vernieuwde ‘oude’ speeltuin voor grotere kinderen, met klauterpalen, touwladders, brandweerpalen en schommelhaken: speeltorens te over en alles zeer robuust als je ziet hoe alles getrotseerd wordt door het zotte geweld. Hier staat een metalen gele olifant als klimrek, eigenlijk het olifantenjong van de oorspronkelijke groene reus die hier decennia pronkte. Te gevaarlijk, en ontdaan van de plankieren glijbaan die menige broek versleet, rust hij nu verdiend, vijftig meter verder, in de tuin van het OCMW-rusthuis Bloemendal (foto). “Er mag niemand meer op, hij is te oud,” hoor ik daar. Maar dat is zonder de Berchemse jeugd gerekend, zien we snel. Jean-Marie Binst


ADVERTENTIE

BDW 1431 PAGINA 11 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

Anderlecht > Cultureghem organiseert tweede Mixtus Youth Festival

Jonge leeuwen in het slachthuis Op woensdag 25 juni vindt de tweede editie van het Mixtus Youth Festival plaats in de Abattoir. Met dit festival wil Cultureghem een podium bieden aan jong Brussels talent en een plek creëren om te feesten, te delen en plezier te maken. Cultureghem heeft als doel een culturele, sociale, educatieve en sportieve dimensie toe te voegen aan de marktactiviteit van de Slachthuizen van Anderlecht en zet daarbij de enorme beschikbare ruimte van de overdekte markt en de kelders in om de sociale cohesie te versterken. De organisatie stippelt projecten op maat uit met oog voor de noden van scholen en andere educatieve, culturele en sociale organisaties uit de buurt. Verder wil Cultureghem de Abattoirsite omvormen tot Urban Youth Zone waar Brusselse jongeren zich creatief en sportief kunnen uitleven, met als grootste uit-

gangsbord het Mixtus Youth Festival dat een springplank wil zijn voor jong artistiek geweld. Woensdag wordt er van 14 tot 17 uur gespeeld en gedanst tijdens workshops, daarna volgt een dansbattle met crews uit acht verschillende steden. Om 19 uur opent het jeugdpodium waarop twintig groepen zullen strijden voor de eer en voor een plek op andere Brusselse festivals. Nadien zal een dj de dansvloer aanvuren. Vorig jaar kreeg Mixtus zevenhonderd jongeren over de vloer, voor de tweede editie gaat het festival voor het dubbel.

rhokacademie_expo_2014 www.rhokacademie.be

Benjamin Tollet

Zaterdag 21 juni, 14–18h Zondag 22 juni, 14–18h, Jazzconcert om 16h Maandag 23 juni, 18–21h

Mixtus Youth Festival op woensdag 25 juni van 14u tot 22u onder de overdekte markt van de Slachthuizen van Anderlecht. Gratis inkom. Meer info op www.cultureghem.be

© VIRGINIE SCHREYEN

rhok_jewellery design “Je kunt je haast niet meer inbeelden hoe ruw het parkje er ooit uitzag,” dixit fotografe Virginie Schreyen.

Laken > Zeven jaar Thurn & Taxis in beeld

‘Benieuwd naar het effect van het park op de buurt’ Met de opening van het nieuwe park bij Thurn & Taxis, eindigt ook een tijdperk. Het ruwe, onbeminde gebied dat het hippe park ooit was, is volledig uitgevlakt. Zeven jaar lang volgde fotografe Virginie Schreyen de evolutie. Gewapend met camera, ging ze op zoek naar de meest sprekende beelden. Het resultaat is een mapje met tien postkaarten, te koop in het park zelf. “Het was Ruth Plaizier, grafisch vormgeefster voor onder meer uitgeverij Plaizier, die me zeven jaar geleden vroeg of ik de wijk rond Thurn & Taxis wilde fotograferen,” legt Schreyen uit. “Ruth had er net een huis gekocht en voelde iets borrelen in de wijk. Dat het uiteindelijk een park zou worden, wist nog niemand.” De metamorfose doorheen de jaren is enorm. “Je kan je nu haast niet meer inbeelden hoe ruw het er toen uitzag,” vertelt Schreyen. “De buurt was volledig aan haar lot overgelaten. Bewoners gooiden afval en zelfs oude meubels over de brug waar nu het park is.”

Toch zag Schreyen ook de schoonheid van het lelijke. “Ik ontdekte schrijnende toestanden: daklozen die in de struiken onder de brug leefden, Roma die zich warm hielden door het stortafval te verbranden. Maar er waren ook mooie initiatieven. Zo eigenden buurtbewoners zichzelf een stukje grond toe en begonnen ze een stadstuintje. Ik ontmoette ook een Pool die een soort openluchthotelletje had gemaakt met de meubels die hij vond.”

magie van beweging

Blijven opvolgen Hoe mooi Schreyen het park vandaag ook vindt, er is een naïviteit voorgoed verdwenen. “De eerste fase van het park is nu af, maar Ik ga het blijven opvolgen. Ik ben benieuwd naar het effect ervan op de buurt.” Ella Martens De postkaarten met begeleidende tekst zijn te koop in het FarmHouse in het park bij Thurn & Taxis voor acht euro. Meer info op www.parckdesign.be.

rhok_animatiefilm/animation


BDW 1431 PAGINA 12 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

Aan de Ninoofsepoort is er niet alleen ruimte om te bouwen, er is ook ruimte voor een park en ruimte voor de verrijking van de skyline van Brussel, vindt Marcel Rijdams.

© IVAN PUT

Stedenbouw > Beslissing over Citroëngarage viel te snel, vindt Marcel Rijdams

Waarom het MAK naar de Ninoofsepoort moet BRUSSEL – Kort voor de verkiezingen sloot de Brusselse regering een akkoord om het Citroëngebouw om te vormen tot een museum. Het was niet slim om in dat dossier zo snel en zonder breed overleg een beslissing te nemen, vindt Marcel Rijdams. De Ninoofsepoort is volgens hem een betere plek voor het museum.

BDWOPINIE De Brusselse Regering was het al eerder eens dat een nieuw museum voor hedendaagse kunst aan het kanaal moet ingeplant worden. Twee mogelijke plekken waren in de running: de Ninoofsepoort en Citroën aan de Akenkaai. Kort voor de verkiezingen heeft Rudy Vervoort aangekondigd dat hij met Citroën een ‘akkoord’ had. Het was onduidelijk wat er van aan was en ik vermoed dat daarover in de nieuwe regering nog een woordje gepraat zal moeten worden. Ik ben het alvast grondig oneens met deze keuze, ik vind het ook niet slim om in een dergelijk belangrijk dossier zonder breed debat een knoop door te hakken. Toegegeven, het Citroëncomplex is een interessant gegeven: de showroom aan het IJzerplein en de ateliers tussen kanaal en Willebroekkaai. Het is ongeveer 16.500 vierkante meter, het heeft pignon sur rue en het heeft stijl. Het aankopen is op het eerste zicht ook ‘gemakkelijker’ dan de optie bouwen op de Ninoofsepoort en Citroën blijkt daartoe be-

reid. Het oorspronkelijke idee om alles plat te gooien voor kantoortorens is door diverse instanties afgeblokt. Er wordt gewerkt aan de bescherming van het complex omwille van zijn terechte erfgoedwaarde. Citroën zit dus een beetje klem en kan zich de openbare belangstelling alleen maar verheugen. Voor het Brussels Gewest is het gefundenes Fressen: zij hebben zelf de touwtjes in handen en dat is een goede onderhandelingspositie. Maar: na kopen komt verbouwen. Men koopt een vrijwel leeg glas in een ijzeren doos. Dit gebouw met respect voor het origineel, conform de brandweervoorschriften én volgens de huidige energienormen én voldoende aan museale voorwaarden verbouwen, lijkt me geen eenvoudige opgave met een kostenplaatje dat aardig uit de hand zou kunnen lopen. Heeft men wel een kostenraming gemaakt? Een haalbaarheidsstudie is meer dan nodig en de uitkomst ervan minder dan ooit voorspelbaar. De kosten van een nieuwbouw zijn in de gegeven omstandigheden veel eenvoudiger en betrouwbaarder in

MARCEL RIJDAMS:

“We moeten een Molenbeek Anneessens Kuregem Arts Center uit de grond stampen, op maat van Brussel in Europa en in de wereld” te schatten. Ik vind het ook van weinig visie, weinig ambitie en weinig creativiteit getuigen om deze weg in te slaan. Gooi het oubollige museum overboord: een centrum voor stedelijke creativiteit moet meer ambitie heb-

ben dan het recycleren van een interessant gebouw. Een MAK Art Center moet meer zijn dan een museum waarin de collecties van onze ‘genationaliseerde’ of ‘gesubsidieerde’ banken, van onze openbare instellingen en tekortschietende musea vertoond worden. Het museum moet gebruik maken van de creatieve dynamiek die leeft in de wijken van downtown Brussel, en het moet de motor zijn die meewerkt aan het wegwerken van de sociale ongelijkheid in Brussel. Een MAK Art Center moet de hedendaagse kunst op een meer menselijke, kritische en sociale manier brengen dan het circuit dat kunst gebruikt als beleggingsen status object – denk aan de benadering van Alain de Botton. Tien argumenten waarom de Ninoofsepoort een betere plek is dan de Citroëngarage: 1. De terreinen zijn al voor twee derde eigendom van het Gewest en voor een deel van de Stad en moeten dus niet meer aangekocht worden. 2. De Ninoofsepoort is de draaischijf tussen drie gemeenten, tussen verschillende dichtbevolkte wijken (Dansaert, Anneessens, Kuregem, Molenbeek-Manchester en oud-Molenbeek), een potentiële interculturele ruimte, een belangrijk impulsgebied voor de stedelijke ontwikkeling. 3. In deze wijken leven duizenden

jongeren. In de kanaalwijken werken honderden creatievelingen en kunstenaars en er zit nog veel meer potentieel in de interculturele samenleving die hier langzaam groeit. 4. De Ninoofsepoort is ruimtelijk en stadslandschappelijk een brandpunt tussen Ring en kanaal: een interessante ruimtelijke constellatie. Er is ruimte en perspectief, niet alleen ruimte om te bouwen maar ook ruimte voor een park, ruimte voor verrijking van de skyline van Brussel. 5. De Ninoofsepoort is de vijfde hoek van de Vijfhoek, het vijfde wiel, de verwaarloosde hoek, een symbolisch belangrijke schakel. Een uitstekende plaats voor emblematisch openbare architectuur. Men mag zulke symbolische plekken niet overlaten aan promotoren zoals die van de Up-site. 6. De Ninoofsepoort ligt op amper 1.250 meter wandelafstand van de Grote Markt. 7. Er bestaat voor de Ninoofsepoort een haalbaarheidsstudie. De stedenbouwkundige studie die in opdracht van de Brusselse Huisvestingsmaatschappij samen met de privépartner Besix door het bureau XDGA opgemaakt werd, toont klaar en duidelijk de mogelijkheden om hier een gemengd project van wonen, werken en cultuur te realiseren. 8. Het kostenplaatje bij nieuwbouw is beter onder controle te houden. De moeilijkheid zal de financiering zijn van de culturele poot. Hierin zullen federale overheid, Gewest, Beliris en mecenaat hun rol moeten spelen. Het Gewest moet hierin de leiding nemen in plaats van voor gemakkelijkheidsoplossingen te kiezen. 9. De aanwezigheid van een belangrijke privépartner (Besix Red) op de site Ninoofsepoort kan een eigen dynamiek geven aan het project. Het vraagt wel enig denkwerk en juridisch duidelijke afspraken om zulke publiek-private samenwerking vorm te geven. 10. MAK op de Ninoofsepoort kan en moet een belangrijke locomotief zijn voor de opwaardering van de omringende ‘achtergestelde’ wijken. De overheid ontdekt nu pas mondjesmaat het Creative City concept en betuigt er niet veel meer dan lippendienst aan. Het MAD Mode and Designcenter, opgericht in het kader van het Plan voor Internationale Ontwikkeling, is een flauw afkooksel van dat waarin steden als Londen, Berlijn of Barcelona sinds vele jaren investeren. We moeten durven om hier iets nieuws uit de grond te stampen: een Molenbeek Anneessens Kuregem Arts Center op maat van onze ambitie, op maat van Brussel in Europa en in de wereld. Marcel Rijdams architect-stedenbouwkundige Voormalig OCMW-raadslid Ecolo 2001-2013


BDW 1431 PAGINA 13 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

BDWOPINIE

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be

De stadssnelweg

Globale ontslagen In het weekoverzicht (BDW 1430, p.3) lees ik dat op 4 juni het hotel Méridien in Brussel failliet werd verklaard. 140 personeelsleden werden ontslagen. Er kwam geen enkele reactie van syndicaten of pers. Zijn personeelsleden van Delhaize dan belangrijker? Waarom verdienen zij alleen een speciale behandeling zoals een prepensioen? Hoeveel mensen worden dagelijks ontslagen en aan hun lot overgelaten? Maar alleen sensatie schijnt de pers te halen en dat zal niet zo snel veranderen.

Raymond Van Calster, Brussel

Grootste der dwergen Ik wil geen polemiek opstarten na de reactie van de heer Collaer (BDW 1430, p.13), typerend in mijn ogen voor wat ik de hysterische debatten rond taalkennis/taalwetgeving van de ‘locals’ noemde, enkel een kleine rechtzetting. Ik ben maar een halve Vijfde Colonne, vermits ik als

door Anne Brumagne

Kwinten Lambrecht, Vorst © BART DEWAELE

Ze sterven. De fietsende kindjes, de overstekende voetgangers, de roekeloze chauffeurs. Vaak hebben ongevallen een gemeenschappelijke factor: snelheid, té snel. Ik ben een fietser in Brussel, niet omdat ik me geen auto kan veroorloven maar gewoon omdat het zo sneller gaat, het zo beter is voor mijn longen en die van de stad en omdat er genoeg alternatieven zijn in de stad. Als fietser en als stadsmens sta ik er telkens weer van versteld, voel ik opnieuw dat verslagene wanneer ik dooreen van de grotere avenues van Brussel rijd. Ik denk dan spontaan aan de Zuidlaan, Slachthuislaan, Anspachlaan of de Fonsnylaan. Als je op deze lanen fietst ben je letterlijk in levensgevaar, overal geldt een theoretische snelheidsbeperking van 50 tot zelfs 30 kilometer per uur, maar de ervaring leert ons dat dit stadssnelwegen zijn. Het zijn lanen die, als ze niet worden opgeslorpt door eindeloze files, vooral naar de avond toe en in het weekend gebruikt worden als heuse circuits voor snelheidsduivels. De duiveltjes zoeven dan aan 70, 80 soms 90 kilometer per uur naast je stalen ros. Van de schrik neem je snel het voetpad. Bruno De Lille, tot op heden nog steeds Staatssecretaris voor mobiliteit, antwoordde doodleuk en misschien wel naïef op een Tweet “waar mag je 70?” Als politici de problematiek van bange, gewonde en in de ergste gevallen zelfs stervende zwakke gebruikers niet onder ogen durven te zien, hoeveel is de stem van een simpele inwoner dan nog waard? Waar blijft de ‘leefbaarheid’ als Brusselaars worden geterroriseerd door auto’s met respectloze en egoïstische bestuurders? Het Belgisch Instituut Voor Verkeersveiligheid besteedt jaarlijk miljoenen aan billboards op de E40, de E19 en de A12, maar nergens zie je dergelijke posters nog in Brussel of Gent. Je verwacht dat ook niet meer in tijden waarin de helft van de totale wereldbevolking in steden woont. In theorie mag je in Brussel nergens een snelheidsduivel zijn en toch mag je in praktijk heel veel. Op de ‘lanen des doods’ is er welgeteld één flitspaal, en uiteraard kent iedereen die. Chauffeurs die in Leuven rijden weten dat ze op elke hoek van de straat op hun

Onderhandelen

hoede moeten zijn, want heel de stad staat vol flitspalen. Mensen passen automatisch hun snelheid aan omdat Leuven erom gekend is je te flitsen waar je bij staat. In Brussel geeft de straffeloosheid op heel wat vlakken vleugels, the sky is the limit. Je kan je afvragen welke politici gekant zouden zijn tegen de veiligheid van ‘hun’ burgers. Hoe is het te verantwoorden dat de dingen blijven zoals ze zijn, terwijl andere steden zo snel evolueren? Er is een groot draagvlak voor flitspalen en een repressiever beleid, dat bewees de ‘Ik Flits Mee’ campagne met meer dan 50.000 inzendingen. Waar loopt het mis? Is het de autolobby, zijn het de buurtbewoners die graag in het lawaai van brullende auto’s leven, is er geen budget? “Het is Brussel en je moet het erbij nemen”: ik wil dat niet meer horen. Laat deze stad die ooit op de oevers van een moeras werd gebouwd geen drijfzand worden voor zij die Brussel in hun hart dragen.

geboren Oostendenaar voortspruit uit een Oostendse moeder en Waalse vader, Waalse vader die 49 jaar geleden bij aankomst in Oostende snel diende vast te stellen dat de communicatieve meerwaarde van zijn Nederlands aan de kust nihil was (en vaak nog is). Hij heeft dus aan mijn moeder gevraagd om hem Oostends te leren, wat hem op zes maanden tijd gelukt is. Niet slecht voor een luie, taalonkundige Waal, niet? Die Taalimperialist heeft vervolgens zijn twee kinderen het belang van taalkennis door de jaren heen erin gedramd. Als men het toch over taalonderdrukking wil hebben, dan kan ik me, net als de overgrote meerderheid van mijn Oostendse generatiegenoten, als ervaringsdeskundige naar voren schuiven, vermits we onderwijs hebben moeten volgen in een vreemde taal, het Nederlands, dat ook door het gros van de (heel goede) leerkrachten als een noodzakelijk kwaad beschouwd werd. In die optiek kan ik dan ook vaststellen dat politicae die in datzelfde ‘pluralistische taalbad’ en open-geestonderwijs opgegroeid zijn aan het Koninklijk Atheneum van Oostende – Ann Brusseel en Els Ampe – niet aan dat negentiende-eeuws Calimero-complex lijden… Arm Alles Voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor Kristus.

Joeri Guillaume, Sint-Pieters-Woluwe

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.

Politieke partijen die dezer dagen onderhandelen voor deze of gene regering, moeten beslissen welke elementen uit hun programma ze absoluut in het regeerakkoord willen. En welke ze eventueel willen ‘opofferen’. Wat Brussel betreft weten we al dat de onderhandelaars instemmen met het handhaven van de communautaire vrede. Dat wil onder meer zeggen dat het FDF, wil het een zitje in de Brusselse regering, niet moet morrelen aan de gewaarborgde vertegenwoordiging van de Vlamingen. Een goede zaak is dat. Maar van het FDF wordt ook verwacht dat het zijn verzet opgeeft tegen Neo/ Europea en tegen het nieuwe voetbalstadion op Parking C. Terwijl over die projecten toch een paar kritische vragen op hun plaats zijn... Neem Neo. Een globaal plan voor de Heizelsite was zeker welkom. Alleen heeft de promotor van het project, de stad Brussel, nooit een afdoend antwoord kunnen formuleren op erg fundamentele kritiek. Namelijk dat het nieuwe shoppingcenter op de Heizel, Mall of Europe, de handel in de eigen binnenstad en in de ruime Noordrand zal laten bloeden. Evenmin is duidelijk waarom sommige bestaande ‘attracties’ in het concept worden ingepast, en andere zeker moeten verdwijnen. Zoals zwemparadijs Océade. Zijn die plastieken buizen aan de buitenkant te lelijk? Feit is dat er in Brussel nauwelijks zwembaden zijn waar je met je kroost op een vrije dag naartoe kan. De geplande zwemvijver zal als alternatief niet volstaan. En dan is er het voetbalstadion op Parking C, dat men wil bouwen in de hoop om een belangrijke wedstrijd van het Europees Kampioenschap in 2020 te mogen organiseren. Ook al hebben we op een paar honderd meter al het Koning Boudewijnstadion, waar ook nog eens atletiekwedstrijden kunnen worden georganiseerd. Ook al hebben sommige buurlanden met een minstens even grote voetbaltraditie niet eens zo’n apart stadion voor nationale wedstrijden. Daar wacht de leden van de nieuwe Brusselse regering zeker een taak: erop toezien dat, zoals nu uitdrukkelijk wordt gesteld, de financiële inspanningen voor het nieuwe stadion uiteindelijk niet door de Brusselse overheid worden gedragen. Het zou niet de eerste keer zijn dat de lusten voor de privépartner en de lasten voor de overheid zijn. De stad Gent betaalde voor de Ghelamco-arena uiteindelijk bijna 40 miljoen euro, waarvan 18,5 miljoen euro via een intercommunale... voor water. Naar verluidt is Ghelamco ook een van de kandidaten voor de bouw van het Brusselse stadion.

WAUTER MANNAERT


BDW 1431 PAGINA 14 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

I

© OLIVIER DONNET

s het nu 25 jaar Vk* of Vaartkapoen? De verwarring heerste zelfs even bij de redactie van deze krant. Vk* slaat op Vk* concerts, de concertorganisator/muziekclub. De Vaartkapoen is het Vlaams gemeenschapscentrum met zijn vele tentakels tot diep in Oud-Molenbeek. Sara Corsius, coördinatrice van Vk* concerts, loodst ons doorheen het kluwen. “De Vaartkapoen bestaat al tien à vijftien jaar langer, het is moeilijk om een exacte begindatum op te plakken. Er was in de jaren 1970 nood aan een theaterzaal in Molenbeek, maar tegen dat de zaal er was, was het actieve theaterleven al wat afgezwakt,” legt ze uit. “Er was dus een prachtige theaterzaal, zonder invulling. De sociale buurtraad, voorganger van onze gemeenschapscentra, merkte dat er een gebrek was aan concertzalen voor fanfares, undergroundmuziek en reggae. Zo is de muziekprogrammatie van start gegaan, 25 jaar geleden.” De andere werkingen van het socio-cultureel centrum zijn rond die periode ook van start gegaan. Toen nog onder één dak, maar intussen uitgegroeid tot zelfstandige afdelingen: de Welvaartkapoen, IBO, Caleidoscoop, Vk*art en Vk* concerts. “Het gemeenschapscentrum heeft twee sterke werkingen gericht op de buurt, vooral laag-Molenbeek: Caleidoscoop zet cultuur in als middel om mensen te

Grenzen doorbreken

VK* CONCERTS VIERT VERJAARDAG OP GEMEENTEPLEIN

© VK CONCERTS

emanciperen en Vk*art programmeert theatervoorstellingen voor scholen en staat in voor wijkprojecten. Dialoog staat daarbij centraal, we willen voelen wat er leeft in de buurt en daar met kunst een antwoord op bieden,” zegt Corsius, die ook in de directie van De Vaartkapoen zetelt en daaruit het zakelijk beleid, de financiën en de artistieke visie van het gemeenschapscentrum mee vormgeeft. “Verder bestaat ons dienstencentrum Welvaartkapoen intussen al vijftien jaar, met een sociale economieproject, een sociaal restaurant, een vervoerdienst voor mensen die moeilijk te been zijn... Al wat kan helpen om tegemoet te komen aan de noden van mensen die in precaire omstandigheden leven. IBO, onze buitenschoolse kinderopvang met sociale inslag, bestaat elf jaar.” Al die afdelingen, die beetje bij beetje op eigen benen zijn gaan

staan, maken deel uit van de grote familie De Vaartkapoen. “De rode draad is het laagdrempelige aanbod. Concerten voor groot publiek, diensten voor armen...”

‘HET KAN HIER HEEL WARM WORDEN’ SINT-JANS-MOLENBEEK – Hoe de nood aan een theaterzaal in Oud-Molenbeek uitmondde in een van België’s betere alternatieve muziekclubs, of hoe onverwachte wendingen indrukwekkende gevolgen kunnen hebben. Het is het verhaal van Vk* concerts, dat op 21 juni zijn vijfentwintigste verjaardag viert met een festival op het Gemeenteplein van Molenbeek. “Wij blijven op het scherp van de snede.”

Sinds een paar jaar is Vk* concerts erkend als Vlaamse muziekclub en lid van ClubCircuit. “De werking is bovenlokaal. Dat is onze kracht: we willen het publiek naar Molenbeek halen en de interactie tussen publieken en culturen stimuleren. De grens laten vervagen in een toch wel geconcentreerde wijk. Het kanaal blijft een psychologische grens, het blijft moeilijk om mensen het kanaal te laten oversteken. Steeds meer organisaties zijn daar rond aan het werken, we willen de kanaalzone opentrekken.” Interactie met de buurt staat daarbij centraal, en dat mag geen eenrichtingsverkeer zijn. “Als we geaccepteerd willen worden door de buurtbewoners, moeten die zich ook kunnen vinden in ons aanbod. Nu blijkt dat twee derde van onze programmatie hen niet interesseert, dus trachten we dat bij te sturen. Er zijn steeds meer projecten met buurtjongeren en we zoeken aansluiting bij de buurt door samen te werken met Caleidoscoop (families) en Vk*art (jongeren), maar ook met het Huis der Culturen. Maar we verlaten daarbij het specifieke Vk* profiel nooit. Het is tweerichtingsverkeer. Wij openen ons naar hun leefwereld en willen hen ook graag onze wereld laten ontdekken.” Vk* concerts voegt dus het lokale bij de bovenlokale. De eerste stap in die richting is het festival Molenzik, drie dagen lang op het Gemeenteplein. Deze samenwerking tussen het Huis der Culturen, Vk* concerts, Molenbeek Métropole Culture en Fête de la Musique wil komen tot een grote mix van publieken. Daarover leest u alles in het kaderstuk hiernaast.

Fingerspitzengefühl Sinds het begin heeft Vk* concerts een gave om groepen te ontdekken die nadien doorbreken. Zo passeerden Rage Against The Machine, The Fugees, Skunk Anansie, Cypress Hill, Queens of the Stone Age, The Gossip, Ice T, Therapy, Hole, Blur, Marilyn Manson of nog Lee Scratch Perry de revue. De zaal lijkt wel vóór op zijn tijd. “Wij willen cutting edge zijn. We gaan op zoek naar de niche in de alternatieve muziekgenres, op het scherp van de snede. Het moet energiek zijn, zowel qua originaliteit als qua ritme en vibe. Interessante intimistische artiesten staan hier dus niet op hun plaats,” zegt Corsius. “Als middelgrote club zijn we voor een opkomende artiest de ideale plek als eerste groter podium na cafés en jeugdhuizen. We zoeken dan ook actief naar artiesten die het verdienen op groter podium te spelen, met een groter publieksbereik en professionele ondersteuning. Dat vergt veel vinger aan de polswerk, maar dat gaat vanzelf, we zijn allemaal gepassioneerd door muziek.” Twee jaar geleden heeft Vk* concerts een bijsturing gehad. Toen werd beslist zich te con-


BDW 1431 PAGINA 15 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

centreren op zes genres waarin de zaal tevoren al sterk mee bezig was: garagerock met uitlopers tot punk, metal, hiphop, reggae, elektronica en experimentele muziek. “Hardcore en metal staan nu wat tussen haakjes omdat we op dat domein overlappen met Magasin 4 hier vlakbij. Moest Magasin 4 verzwakken, dan pikken we meteen terug in,” aldus Corsius. “Met elektronica doel ik op nieuwe dingen als Kutmah of Gilles Peterson, hiphopbeats en turntablism met een touch of groove, funk, jazz en elektronische beats. Niets dat naar techno neigt. Het experimentele gedeelte slaat op muzikanten die met genres jongleren.” Reggaefanaten zullen misschien met heimwee terugblikken op de tijd waarin Vk* concerts de reggaekeet van België was. “Iedere programmator heeft zijn voorkeuren. Fons was een grote reggaefan en de Vk* werd een trekpleister als reggaetempel, met een heel trouwe

“We willen het publiek naar Molenbeek halen en de interactie tussen publieken en culturen stimuleren. De grens laten vervagen in een toch wel geconcentreerde wijk” aanhang. Maar die poel was leeggevist, alle groepen waren gepasseerd, er was een gat van tien à vijftien jaar tussen de reggaeveteranen en de interessante nieuwe bands die er intussen wel zijn. Nu doen we drie tot vier grote reggaeshows per jaar met een goede nieuwe reggaeartiest of nen ouwe pé van vroeger, Max Romeo, The Congos...”

Pionier

Coördinator van Vk* concerts Sara Corsius: “Ook de buurtbewoners moeten zich kunnen vinden in ons aanbod.”

MOLENZIK Molenzik is een driedaags festival op het gloednieuwe Gemeenteplein van Molenbeek, dat vrijdag ingehuldigd wordt. In het kader van Fête de la Musique en Moleneek Métropole Culture hebben Vk* concerts en het Huis der Culturen de krachten gebundeld om een heus stadsfestival op poten te zetten. De eerste dag staat het Huis der Culturen in voor de programmatie, met de chaabi brassband Fanfaraï, de Ivoriaanse bassiste Manou Gallo en de Braziliaanse reggaezangeres Fla-

via Coelho. Zaterdag staat in het teken van 25 jaar Vk* met rock (Stuff), reggae (Max Romeo), hiphop (Puppetmastaz), een Belgische surprise act en een afterparty in de Vk*. Zondag is er een gezamenlijke programmatie: de ruige Arabische elektro van Omar Souleyman en de Berberse superster Idir. Zondag vindt ook het straattheaterfestival Ô De Molenbeek plaats. “Het is het eerste openluchtconcert op grote schaal van de Vk*. Zo kunnen we tonen wie we zijn aan mensen uit de buurt en van daarbuiten. Het is zeer laagdrempelig en bovendien gratis, als traktatie voor onze verjaardag. En we

© BART DEWAELE

willen ook een krachtig positief signaal geven uit Molenbeek,” zegt Corsius. “Het is een festival in Belgische stijl, groots, professioneel, iets dat een wijkfeest overstijgt. Een stadsfestival waarmee je kunt uitpakken, maar wel in een bepaalde wijk.” Of het een jaarlijks festival wordt? “Eerst zien wat de reactie van het publiek is, want we laten het zomaar los op de buurt. Het is niet take it or leave it, maar take this!” BT

In de toekomst wil de Vk* vooral zijn pioniersrol blijven uitspelen. “We willen mee evolueren met onze tijd en nieuwe genres een plaats geven. Momenteel zijn veel jonge artiesten bezig met de kruising tussen hiphop-beats en elektronica. Het rockgedeelte blijft ook belangrijk, maar geen pop-rock, geen singersongwriters, dat is te braaf en wat saai. Wij gaan voor het straffere gitaarwerk, garagerock en psychedelica.” Om terug de aandacht te trekken naar Vk* concerts als merk, maar ook om mee te zijn in tijden van tablets en smartphones, heeft de muziekclub een nieuw logo en een nieuwe website gelanceerd. In het najaar komt er een documentaire over 25 jaar Vk*, met getuigenissen van programmatoren en medewerkers van toen en nu, evenals van concertgangers. “We willen de geschiedenis en de sfeer van het huis reconstrueren, niet enkel vanuit de organisatie. De beste levendige ervaring komt van diegene die het meegemaakt heeft als concertganger!” Voel je je geroepen om je unieke ervaring te delen, neem dan zeker contact op met de Vk*. Tot slot, een noot over een aanslepend probleem van de zaal: de temperatuur. “Het gebouw is van de VGC. Er ligt al vijftien jaar een infrastructuurdossier op tafel, maar de administratieve molen verloopt zeer traag. Binnenkort kunnen we eindelijk beginnen met kleine herstellingen en een degelijke ventilatie installeren. Want het kan hier heel warm worden, letterijk en figuurlijk!” Benjamin Tollet

Festival Molenzik op vrijdag, zaterdag en zondag op het Gemeenteplein van Molenbeek. Gratis. Meer info op www.molenbeek2014.be

Verjaardag Vk* concerts op zaterdag 21 juni vanaf 15u op het Gemeenteplein van Molenbeek. Gratis. Meer info op www.vkconcerts.be


BDW 1431 PAGINA 16 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

Klassieke muziek > Brussels Chopin Day verhuist naar Kapel van Boondaal

Dagje Chopin door twintigers ELSENE – Met een doordachtere formule dan de editie 2013 in het Petit théâtre Mercelis verhuist de Brussels Chopin Day naar de Kapel van Boondaal. Een betere akoestiek en een kleiner aantal pianovirtuozen – allemaal twintigers – moet het verschil uitmaken. “Maar het blijft een ideologisch project: de pianisten komen voor de liefde voor Chopin,” benadrukt organisator Matthieu Idmtal.

V

orige lente waagde Brussels pianist Matthieu Idmtal (25) zich aan een nieuw, kleinschalig festival: de Brussels Chopin Day. En wat bleek: het was meteen een schot in de roos, alsof mensen zaten te wachten op niets dan Chopin. Voor het grote geld kwam het jong talent toen niet spelen, en dit jaar evenmin – al is de gemeente gul, door de zaal ter beschikking te stellen. Festivaldagorganisator Idmtal heeft er wel zijn handen mee vol. Naast de twee dagen pianoles die hij aan de Academie van Mechelen geeft, heeft hij nog drie podiabezigheden. “Ik speel voornamelijk solo, vooral in Nederland,” stelt hij. “En daarnaast is de tijd evenwichtig verdeeld tussen mijn pianoduo met de Oekraïense Anastasia Kozhushko (26) en mijn duo met Maya Levy, een zeventienjarige vioolbelofte.” Levy heeft een aantal wedstrijden gewonnen, en Idmtal leerde haar kennen bij het jongerenconcours Belfius Classics, zo legt hij de relatie uit.

Wat betreft concept verandert de Brussels Chopin Day amper van de eerste editie, toen zes jonge pianisten aantraden. Ook nu speelt Idmtal zelf mee. De hele dag draait rond vroeg tot laat werk van Frédéric Chopin, in totaal goed voor bijna vier maal een uur muziek, door vier pianisten. Mazurkas, ballades, impromptu’s, de derde pianosonate,... De variatie is groot. Na twee pianisten is er een lange pauze, genoeg tijd voor een diner of om een luchtje te gaan scheppen. “Bedoeling is het hele repertoire van Chopin aanschouwelijk te maken, zonder daarom chronologisch te gaan spelen. Chopin heeft bijna uitsluitend voor piano geschreven, dus de persoonlijkheid van iedere pianist speelt wel mee,” stelt Idmtal. De betrachting is om vier jonge muzikanten een platform te geven. De jongste deelneemster Béatrice Stellzmüller (23) uit Oostenrijk, was er vorige keer ook bij. Net als Anastasia Kozhushko (26).

Organisator Matthieu Idmtal: “Misschien doe ik ooit nog eens naast Chopin iets rond Alexander Scriabin, my favorite one.”

Literatuur > In ‘De Kansmachine’ van Tom Kenis liggen diepe thema’s verscholen

Thriller geïnspireerd door Einstein en Brussel

Hoofdpersonage Martine Brumagne verlaat haar echtgenoot en het platteland en trekt naar Brussel. Vanuit de grootstad blikt ze terug op een leven vol verkeerde keuzes. Ze kan als secretaresse aan de slag gaan bij een bedrijf. Daar ontdekt ze geheime za-

ken die het daglicht niet mogen zien. “Onder de stad bevindt zich een soort deeltjesversneller,” vertelt Kenis. “Die staat in verbinding met andere deeltjesversnellers in alle Europese steden. Het geheel vormt een machine die de wereld kan veranderen.” Het idee voor de ondergrondse machine komt eigenlijk van Albert Einstein, geeft Kenis toe. “Hij was het die in Café Metropole het gekke idee had om een soort machine te bouwen die alle hoofdsteden met elkaar zou verbinden.” De Kansmachine is een duistere spionagethriller, maar onder de spannende, ‘makkelijke’ laag, gaan diepere thema’s verscholen. “De

© SANDER DE WILDE

BRUSSEL – Welke grote geheimen leven er in of onder een stad als Brussel? Vertrekkend vanuit die vraag begon Tom Kenis aan zijn boek ‘A Billion Worlds’, dat hij later vertaalde naar het Nederlands. Het resultaat is ‘De Kansmachine’, een thriller die zich grotendeels afspeelt in het ondergrondse Brussel.

Tom Kenis schreef met ‘De Kansmachine’ een duistere spionagethriller.

mens heeft altijd periodes waarin hij gewoon wacht op een volgende wending in zijn leven. Hij gaat dan op zoek naar shortcuts, om sneller bij een bepaald doel te komen. De kansmachine is een metafoor voor die shortcuts,” vertelt Kenis. Ook perceptie en betrouwbaarheid zijn thema’s van De Kansmachine, het verhaal wordt verteld door drie vertellers, maar stilaan daagt het je dat geen van hen betrouwbaar is. “Toen ik zijn eerste boek, Sinai, las, dat Kenis in eigen beheer uitgaf, dacht ik meteen: ‘die auteur moet ik hebben!’”, vertelt Karel Dierickx, uitgever bij WPG Uitgevers (uitgeverij die onderdak biedt aan Uitgeverij Manteau, red.). “Toen ik hem contacteerde had hij A Billion Worlds al geschreven. Ook dat boek vond ik overweldigend. Het deed me denken aan The Circle van Dave Eggers. Ook met de Nederlandse vertaling toont Kenis een zeer sterk taalgebruik.” Ella Martens De Kansmachine van Tom Kenis, 19,99 euro. 320 blz. Uitgeverij Manteau


BDW 1431 PAGINA 17 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

“Kozhushko leerde ik kennen op het Conservatorium van Gent, ze vervolmaakt zich nu in Leuven en we spelen al acht jaar samen,” bekent Idmtal. “De Nederlander Remon Holsbergen ontmoette ik op een van mijn tournees bij de noorderburen. Hij had een concert met de 24 Preludes van Chopin, en dit wou ik zeer graag aan een Brussels publiek laten horen. Het is bovendien vrij uniek dat een jong iemand die 24 Preludes in één keer kan brengen. Ik vind het trouwens interessanter om zo iemand op het podium te sturen, dan een man van vijftig die zijn carrière al gemaakt heeft. Het enthousiasme druipt er meer van af.”

Gevestigde waarde Of de Chopin-promotor aan andere themadagen denkt? Idmtal: “Was ik een zanger geweest, dan had ik een liederendag van Schubert of Rossini geprogrammeerd. Misschien doe ik ooit nog iets rond de Russische componist Alexander Scriabin, ‘my favorite one’. Het probleem is dat hij minder bekend is, maar toch.” En verder: “Het grote voordeel van Chopin is dat je geen melomaan moet zijn om zijn muziek goed te smaken. Hij is een toegankelijke componist, zonder daarmee gezegd te hebben dat deze muziek makkelijk is. De festivaldag beoogt een ‘ontdekking’ aan te bieden, meer niet. Ik wil de volgende jaren de Brussels Chopin Day wel uitbouwen tot een gevestigde waarde in Elsene.”

© SASKIA VANDERSTICHELE

Jean-Marie Binst

Brussels Chopin Day op zaterdag 21 juni om 17 uur en om 20 uur. Eén concert kost 15 euro, de hele avond kost 25 euro. Reservatie: brusselschopinday@gmail.com

ADVERTENTIE

Sociale Verhuurkantoren (SVK)

Verhuur uw woning zonder risico en zonder zorgen

a Gegarandeerde huur elke maand a Verzekerd verhuurbeheer a

Onderhoud van uw woning

a Hulp bij renovatie a Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44

Nick Trachet BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

Maïzena Ik weet niet waarom maïzena mij nostalgisch maakt. Het product straalt huiselijkheid uit, en iedereen (die nog kookt) heeft het wel ergens bij de hand. Maïzena in de keukenkast. Het stond er bij mijn grootouders, bij tantes en vrienden. Het is wellicht een van de oudste pakjes-en-zakjes hulpstoffen in de keuken die onze voorouders begonnen te gebruiken, al voor de Eerste Wereldoorlog, toen bloem en zout nog gewoon uit grote zakken werden geschept bij de kruidenier. Maïzena is een industrieel product dat al in 1865 werd gepatenteerd door een Amerikaans bedrijf. Nochtans is het woord Mexicaans-Spaans. Maïzena (of maicena) werd er mogelijk al eeuwen lang gemaakt. Het is zetmeel van maïs. Geen bloem of meel dus! Zetmeel is de zuiverste vorm van bloem. De Azteken, het volk dat ons de maïs gaf, hadden al de techniek van het ‘nat malen’ uitgevonden, een manier van malen die het in de oude wereld nooit heeft gehaald. Door de maïskorrels te weken en dan te malen op een steen (metate) kreeg men een fijner deeg dan droog. Maar het maakte het ook mogelijk om het pure zetmeel uit het meel te spoelen en te wassen, terwijl vliezen, kiem, proteïnen en vezels achterbleven. Dat goedje had veel toepassingen: om lijm te maken, om witgoed te stijven, maar uiteraard ook als zeer verfijnd voedsel. Onze voorouders hadden heel andere ideeën over wat ‘natuurlijk’ is dan vandaag. Het voedsel uit de landbouw was gecontamineerd met allerhande onzuiverheden, zo vonden ze. Door granen te malen en te bewerken kon die aardse ongerechtigheid verwijderd worden, tot de ‘natuurlijke’, zuivere voedingsstoffen overbleven. Daarom hebben onze vaderen zoveel moeite gestoken in het ontwikkelen van wit brood, geraffineerde suiker en andere witte lekkernijen. Dat idee zou blijven leven tot begin jaren 1980, toen de voedingsleer en de marketing – heel plots – de vezels (her)ontdekten. Sindsdien horen we zoveel mogelijk kaf te eten. Het zuivere voedsel, zo vereerd in oude tijden, heet nu ongezond. Maar zelfs de oude Egyptenaren zuiverden al zetmeel uit de wortels van de lisdodde en de gra-

nen van de gierst. Tot een generatie of twee geleden maakte men zelfs thuis van de mindere aardappelen rijstaardappel- en ‘rijstcrème’, zuiver zetmeel. De maïs van de Azteken won op alle gebied. “De mens is rondlopende maïs”, schreef Michael Pollan in het begin van zijn bestseller The Omnivore’s Dilemma. Ongeveer alles wat wij eten komt van maïs. Eieren komen van kippen die maïs kregen. Onze steak komt van met maïs gevoerde runderen. De melk ook. De plastic rond het clubblad van Natuurpunt is van maïs gemaakt, zelfs Franse sigaretten worden gerold in maïspapier. Kijk deze zomer eens naar de Vlaamse ‘weiden als wiegende zeeën’? Het enige gewas dat nog geteeld wordt is maïs, voor de veeteelt en wie weet waarvoor nog allemaal? Allemaal de schuld van Richard Nixon, schrijft Michael Pollan. Nixon slaagde er voor zijn herverkiezing in 1972 in om de maïsprijzen te doen stijgen door gigantische hoeveelheden te verkopen aan de Sovjet-Unie. Met die prijsstijging kreeg hij de boeren op zijn hand en won hij de verkiezingen met een landslide. Maar toen ging het mis. De hogere maïsprijs sloeg over op alle andere voeding, de inflatie nam toe en binnen de kortste keren stonden huismoeders aan de supermarkt te manifesteren tegen de levensduurte. De boeren slachtten hun kuikens omdat ze het voer niet meer konden betalen, voedsel werd schaars in de USA. Hoe kon dat nu, in het rijkste land ter wereld? Het antwoord van de administratie was simpel. Plant zoveel mogelijk maïs en de overheid belooft alles op te kopen aan een vaste prijs. Landbouwsubsidie. De boeren deden dat en de industrie zat plots met bergen goedkope gesubsidieerde maïs, waarmee ze naar hartenlust konden experimenteren en afzet zoeken. Inbevs bieren worden vandaag niet meer van gerst gemaakt (of slechts gedeeltelijk). De bulk komt van maïs. Moderne softdrinks worden gezoet met HFCS, in het Nederlands is dat “maisstroop met hoog fructosegehalte”. Maïs is goedkoop, maïs is overal. Het gele pakje is nog de oudste, meest onschuldige vorm van maïs die in ons leven is doorgedrongen. Waarom waren onze bomma’s er zo tuk op? Wij kennen een traditionele keuken van stoofpotten en smoorschotels. Erg ingewikkeld is die niet, maar het moeilijkste van stoven is op het einde de saus de juiste dikte te geven. Wie met bloem werkt, weet dat die gemakkelijk klontert en lang moet meekoken

“Ongeveer alles wat wij eten komt van maïs. Eieren komen van kippen die maïs kregen. Onze steak komt van met maïs gevoerde runderen. De melk ook” om de smaak niet te vervormen. Maïzena, even opgeklopt in wat koud water of melk, kan op het einde van het stoofproces snel en makkelijk de saus zijn juiste dikte geven. Vandaar dat iedereen het in huis had. De huidige televisiekoks doen alsof ze nooit maïzena gebruiken, maar geloof mij vrij, het is een reddingsboei in een zee van (te) lopende saus. Staat de maïzena te verpieteren in de kast? Er kan ook superleuk speelgoed van worden gemaakt. Meng een kop maïzena met iets minder dan een kop water. Er ontstaat een pap die vast wordt wanneer men er in knijpt of op slaat, maar vloeibaar wordt wanneer men hem met rust laat. Eindeloos grappig. Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet


BDW 1431 PAGINA 18 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

In Gooik kan je wandelen in de oude bedding van de boerentram naar Brussel.

ken Pajotse prei mee naar huis te nemen.” Gesterkt door een glas zelfgemaakte limonade van wilde munt uit de moestuin van het Blauw-Groen huis in Anderlecht gaat het eerst per fiets naar De Paddenbroek in Gooik. Op het eind wandelen we in de oude bedding van de boerentram tussen Ninove en Brussel. Vroeger werd hier het fruit van de hoogstamboomgaarden opgeladen voor de Brusselse vroegmarkt, nu is er een centrum voor natuur- en plattelandseducatie voor het hele Pajottenland. Vlakbij ligt de getuigenheuvel van de Kesterheide die fietsers en stappers even later in de kuiten bijt. Maar het zicht op Brussel vanop de hoogste top van het Pajottenland is adembenemend. Behalve de IJzeren Man, een meetpunt uit 1836, herinnert een Navocommunicatiemast aan de strategische plek die het ook al voor de Kelten en de Romeinen was. Natuurpunt wil hier de heide weer een kans geven om te herstellen. De inhoud van een geschenkbox toont dat je aan natuur veel kunt linken: hij bevat oude postkaarten, verhalen en muziek die de rovers en de geest van de Kesterheide oproepen, en het kruidige bier de Tongsneyder met ingrediënten die op termijn allemaal in De Paddenbroek zullen geoogst worden, “waarna je stilaan zwijmelend over de Kesterheide ronddwaalt.” Dagenlang wandelen en fietsen door een streek – Pajot is trouwens afgeleid van pays/ streek – is iets anders dan het bord met Pajottenland op voorbijrijden op de snelweg tussen Aalst en Brussel, wist Vander Taelen al. “Je ziet de hele dag zo’n mooi landschap, het geheugen laat het niet meer los,” zo formuleerde Otto van Driel uit Waterloo het achteraf: “En dan draai je een hoek om en daar verschijnt ineens een picknick, niet met droge boterhammen, maar met een luxebuffet met lokale producten.” “Op de reuzendeken aan de oever van de beek de Mark,” ook Ann Van den Borre uit Liedekerke vond het een van de hoogtepunten: “Minpuntjes waren de ontdekking dat een aantal wandelpalen waren uitgerukt, en het wandelpad dat was verdwenen, ik begrijp dat sommige boeren niet achter dit project staan.” Er zullen dus nog wat wederzijdse misverstanden en palen rechtgezet moeten worden.

© MARC GYSENS

Wandelen > Pajots wandelnetwerk breidt uit tot 760 km

De mooiste omweg BRUSSEL – Aanknopen met de aloude banden tussen het Pajottenland en Brussel: het nieuwe, uitgebreide Wandelnetwerk Pajottenland is meer dan louter een wandeling in de natuur. We trokken een dag mee met de wegbereiders van het eerste uur.

O

Van Broeksele naar De Paddenbroek Na de beklimming van de 70 meter hoge skiheuvel in Neerpede kunnen de expeditieleden met een faro of frambozenbier in de hand zowel Brussel als het Pajottenland overschouwen. Aan de voet een braakland waarvan de BIM en de Vlaamse Landbouwmaatschappij een soort poort tussen de gewesten wil maken. Patrick Moyersoen van onderzoeksbureau Sum vertelt over de historische band: “Er kwam rijkdom in de Pajotse dorpen dankzij de Brusselse afzet-

markten, Brussel op zijn beurt was een grote mestleverancier. Je moest destijds betalen om de paardenmest in de stad te mogen opruimen. Het Pajottenland was een gevarieerd landschap met grote graanakkers op de kouters, de heuvelruggen, en beemden met veeteelt in de Zennevallei en groenten en boomgaarden in de beekvalleien. Vanaf de jaren 1950 en 1960 veranderde het landschap omdat we verspreid gingen wonen. Mobiliteit is vandaag niet meer vanzelfsprekend en tegelijk gaan mensen weer anders om met voedsel. De vraag naar kwaliteitsvolle producten die ze hebben zien groeien kunnen landbouwers beantwoorden door zich terug te richten op lokale afzetmarkten.” Alwin Loeckx van het Regionaal Landschap P&Z droomt luidop: “Brusselaars zouden naar hier kunnen wandelen en fietsen om twee zak-

Amateurs

© MARC GYSENS

p de Grote Markt van Brussel verklaarden Luckas Vander Taelen én de Gooikse belleman vorige vrijdag Expeditie Pajottenland voor geopend. Bij de lancering van het nieuwe wandelnetwerk organiseerde het Regionaal Landschap Pajottenland & Zennevallei een driedaagse trektocht van de Brusselse Rand in Neerpede via Gooik, Herne en Bever naar Galmaarden. Het zachtst klonk de stem van Vander Taelen: “Hoewel ik van Aalst ben en een groot Brusselliefhebber, moet ik helaas toegeven dat ik op mijn 56ste een Brabander ben geworden. Als inwoner van Vorst ga ik graag op zoek naar mooie circui�tjes om naar Aalst te fietsen, en dan kies ik niet de snelste weg, maar de grootst mogelijke mooie omweg. Achter de urbane chaos van de Ikea ontvouwt zich ineens het Pajottenland in al zijn splendeur, zacht glooiend, al zijn er in Roosdaal de verschrikkelijkste hellingen. Het verwondert me telkens opnieuw: ben ik door een sluipgangetje naar het verleden geglipt? Het is al te dikwijls een politiek discours of Brussel deel uitmaakt van Vlaanderen, ik vind dat geen politiek, maar een emotioneel discours. Ik hoop dat niemand van plan is die band te verbreken.” Je eigen wandellussen uitstippelen kan door de rode knooppunten te combineren, een formule gekend van het populaire fietsnetwerk. Het wandelnetwerk werd uitgetekend door het Regionaal Landschap Pajottenland & Zennevallei en Toerisme Vlaams-

Brabant, in samenwerking met gemeentelijke werkgroepen. Een weerbestendige kaart met infobrochure geeft de aard van de wegen aan, vermeldt slaap- en eetgelegenheden, ‘paradijsplekjes’ en de verbinding met de Groene Wandeling.

De wandelaars samen op de foto bij de Paddenbroek.

“Bepaalde stukken van Bever zijn ook nu nog enkel via beton en asfalt te ontdekken,” zegt Philippe Castelain, een van de peters (en meters) van het wandelnetwerk die op vrijwillige basis de bewegwijzering en toegankelijkheid zullen nakijken: “Soms maken een of twee extra paadjes een groot verschil, omdat je zo gevaarlijke gewestwegen kan vermijden. Een must voor gezinnen die kinderen of honden vrij willen laten lopen. Zelf vind ik de lus van Akrenbos op de rand met Geraardsbergen en Lessen zeer authentiek en divers.” Misschien ook eens aanknopen bij dat derde gewest? Verder op het pad van de deelnemers: doedelzakspeler Stefaan Timmermans, Amaryllis Temmerman, overnachten in de supermaneschijn bij Hof Ter Rijst of in Rosario, een ecologisch verbouwd klooster in Bever. Daar riep de lezing ‘Het lelijkste land ter wereld?’ van Ward Verbakel interessante vragen op: is onze voorgevel ook geen onderdeel van de publieke ruimte? zijn alleenstaande woningen op een verkaveling nog verantwoord? Realisaties zoals van de architecten De Vylder Vinck Taillieu spelen met onze typische wachtgevels en betonnen panelen. De driedaagse was een voorproefje van wandelarrangementen rond geuze, lambiek en kriek in samenwerking met VisitBrussels en van het toeristische luik bij de Vlaamse VTM-reeks Amateurs. An Devroe Meer info op www.pajot-zenne.be en www.toerismevlaamsbrabant.be


BDW 1431 PAGINA 19 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

Artists in residence Astrud Gilberto in Rio de Janeiro

Op zoek naar het meisje van Ipanema BRUSSEL – Toen Duran Duran begin jaren 1980 op zoek was naar een meisjesnaam die stond voor exotisme en feestjes die nooit eindigden, kozen ze voor ‘Rio’. Maar in de Braziliaanse badstad lopen nog meisjes rond die zich een weg baanden naar de verbeelding.

Erickson  op  een  wit  strand  afgebeeld.  Er  zitten  dus  op  zijn  minst  behoorlijk  wat  onnauwkeurigheden  in de uitleg van de professor.

Sensuele zangpartij De Italiaan Umberto Eco, wereldberoemd geworden  door  zijn  historische  whodunit   De naam van de roos,  is  behalve  auteur  ook  professor.  Hij  doceerde  semiotiek  ofte  tekenleer  aan  verschillende  universitaire  instellingen.  Op  die  manier  specialiseerde  hij  zich  in  literaire  interpretatie,  het  onderdeel  van  de  literaire kritiek waarin het verband tussen teken  en  betekenis  een  belangrijke  rol  speelt.  En  natuurlijk  had  zijn  vakgebied  ook  invloed  op  zijn romans. Die zitten immers vol verwijzingen die uitnodigen tot interpretaties van (over) ijverige  lezers,  waar  Eco  dan  weer  commentaar op kan geven. Zo vertelt Eco in het boekje   Bekentenissen van een jonge schrijver over het  Braziliaanse  meisje  Amparo,  de  Braziliaanse  liefde van de held Casaubon in zijn roman  De slinger van Foucault. Toen Eco eens had laten  vallen dat hij eigenlijk niet wist waarom hij het  meisje  Amparo  had  genoemd,  en  alle  vergezochte  speculaties  daaromtrent  van  de  hand  gewezen had, wees een vriend hem op het liedje  G   uantanamera,  waarin  inderdaad  de  naam  ‘Amparo’  voorkomt.  Toen  hij  dat  hoorde  ging  Eco overstag:  “Ik kende dat liedje heel goed, al  kon ik me er geen woord van herinneren. Het  werd, in het midden van de jaren 1950, gezongen door een meisje op wie ik in die tijd verliefd  was. Ze was Latijns-Amerikaans, en erg mooi  (...) Het is duidelijk dat ik, toen ik een charmant  Latijns-Amerikaans meisje verzon, ik aan dat  liedje  had  gedacht,  en  dat  de  naam  ‘Amparo’,  die ik compleet was vergeten, van mijn onderbewustzijn naar de pagina was verhuisd.” Dat  is  natuurlijk  een  mooi  verhaal.  Een  gewaagde maar misschien wel geslaagde historische reconstructie, die ernstig was bemoeilijkt  door de grillen van het geheugen. Een verhaal  dat  inderdaad  ook  mooi  illustreert  hoe  zelfs  een auteur als Umberto Eco niet altijd weet of  beseft waarom hij bepaalde zaken schrijft, en  hoe dus zelfs in zijn romans bepaalde ‘keuzes’  totaal  irrelevant  zijn  voor  de  interpretatie  ervan. Toch  heb  ik  bij  de  uitleg  van  Eco  nog  vragen.  Om te beginnen was ‘Amparo’ in het liedje  Gu-

antanamera niet de naam van een meisje maar  van een berg ( Mi verso es un cierro herido/Que busca en el monte amparo’: mijn vers is als een  gewond hert dat vlucht op de berg Amparo). En  een ‘Guantanamera’ is een meisje dat afkomstig is van (het Cubaanse eiland) Guantanamo  en dus geen Braziliaanse. Bovendien verwierf  het lied met de tekst van de Cubaanse dichter  José  Martí  pas  bekendheid  in  de  jaren  1960,

toen  eerst  Pete  Seeger  en  daarna  de  Amerikaanse  band  The  Sandpipers  er  commercieel  succesvolle  opnames  van  maakten.  Tegen  de  uitleg van Eco pleit zeker dat noch Seeger, noch  The  Sandpipers  mooie  Latijns-Amerikaanse  meisjes waren. Al hadden The Sandpipers wel  achtergrondzangeressen, en stond op hun platenhoes  van  hun  versie  van  het  nummer  wel  het donkerharige Amerikaanse model Dolores

ou het kunnen dat Eco de  Z naam  Amparo  wel  aan  G   uantanamera  heeft  ontleend,  maar  dat  er  zich  in  zijn  onderbewustzijn  toch  ook  nog  andere  associatieve  processen hebben voltrokken? Eco’s  uitleg doet namelijk veel meer  denken  aan  een  ander  liedje,  dat  wél  over  een  Braziliaans  meisje  gaat  en  dat  ook  door  een  Braziliaans  meisje  werd  gezongen.  De  wereldhit   T he girl from Ipanema, oorspronkelijk  G   arota de Ipanema,  dateert  in ieder geval uit exact dezelfde  periode  als   Guantanamera.  Het  werd  geschreven  door  Antônio  Carlos  Jobim,  die  daarmee  de  fundamenten  legde  van  de  Braziliaanse  bossa  nova.  De  geboorteplaats  van  deze  muziekstijl  tussen  samba  en  jazz  wordt  dan ook gesitueerd in Ipanema, de  mondaine badplaats in het zuiden  van Rio de Janeiro. Het liedje werd  in  1965  wereldberoemd  in  de  versie van de Amerikaanse saxofonist  Stan  Getz,  de  Braziliaanse  gitarist  João Gilberto en diens toenmalige vrouw Astrud Gilberto die de sensuele zangpartij voor  haar rekening nam. Misschien is Eco’s Amparo wel een combinatie van Astrud Gilberto en  het  denkbeeldige  meisje  uit  Guantanamera.  Het meisje van Ipanema op haar beurt is nog  weer  iemand  anders,  namelijk  Heloísa  Pinheiro, het meisje dat de auteurs van het nummer dagelijks in Ipanema voorbij zagen lopen  en dat later carrière maakte in  Playboy. Onze  supporters in Rio zijn dus andermaal gewaarschuwd: hou je hoofd erbij als er vrouwen in  het spel zijn. Michaël Bellon

www.brusselnieuws.be/inresidence

ADVERTENTIE

MOLEN ZIK

20.06>22.06.2014

IS

GRAT

GEMEENTEPLAATS

FÊTE DE LA MUSIQUE 25 JAAR VK CONCERTS Ô’DE MOLENBEEK

FLAVIA COELHO MAX ROMEO IDIR MANOU GALLO PUPPETMASTAZ OMAR SOULEYMAN

MOLEMCAPITALE FANFARAÏ PIKNIK ELEKTRONIK STUFF.

WWW.MOLENBEEK2014.BE


BDW 1431 PAGINA 20 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

LAURENCE PUTMAN: MAATSCHAPPELIJK WERKER, MUZIEKBEEST

‘BRUSSEL, LIEFDE OP HET EERSTE GEZICHT!’ © MARC GYSENS

SINT-JANS-MOLENBEEK – “Het werk heeft me naar Brussel geleid, maar tegelijkertijd speelde ook het verlangen om deze wondere plek beter te leren kennen. Noem het gerust liefde op het eerste gezicht. De eerste avond dacht ik: ‘Jongens, dat ik dit niet eerder heb gedaan!” Laurence Putman is adjunct op het departement socio-professionele inschakeling van het OCMW van Molenbeek. Haar passie: muziek.

D

e weg naar Brussel verliep langs Gent – waar Laurence als pagadderke haar eerste stapjes heeft gezet – en Antwerpen. “Na het behalen van mijn diploma in de Sociale Wetenschappen aan de hogeschool, besloot ik om het parcours aan te vatten dat ik voor mezelf voor ogen had. Mijn liefde voor muziek in al haar aspecten te verkennen. Die liefde was er al heel vroeg. Mijn oma was een pianiste van conservatoriumniveau. Mijn moeder, een kind van de yéyé-generatie, speelde gitaar en schreef haar eigen liedjes.” “Ik had mijn diploma waarop ik kon terugvallen, mocht het nodig zijn. Het ging richting Antwerpen, naar de Jazz Studio: een periode waarop ik met veel plezier terugkijk. De opleiding was top, met meer persoonlijke aandacht dan aan het conservatorium. De mensen die ik in ’t Stad leerde kennen, waren zo mogelijk nog meer top. Onder meer Jan Meijers, die toen als bassist actief was bij Blue Blot. Zo ben ik in de plaatselijke blueswereld gerold, beginnen zingen bij groepjes links en rechts. Ik voelde me als een kind in een speeltuin. In die periode is Laurence Putman zangles beginnen te geven in schoolverband. Ze had zelfs een tijdje haar eigen school. “Les geven heb ik zowat tien jaar lang gedaan. Tot het repetitieve ervan me een beetje parten begon te spelen. Waarom niet iets doen met mijn diploma in de sociale sector? Mensen hun weg helpen te vinden in onze dikwijls harde maatschappij is iets dat me eigenlijk steeds heeft beziggehouden. De beste plek om dat te doen leek me Brussel, waar de sociale uitdagingen letterlijk op de straatstenen liggen. De klik was er onmiddellijk: dit doe ik zo graag! Overdag mensen helpen, na mijn werkuren me uitleven in mijn muziek.” Nu zijn we zes jaar verder. Laurence Putman is niet langer sociaal assistente op het terrein, ze is adjunct op het departement socio-professionele inschakeling van het OCMW van Molenbeek. “Het is eigenlijk meer een managementfunctie, maar dat doe ik al even graag. Het was een toffe ontdekking. Het schept veel meer voldoening dan gewoon maar werken, louter om de kost te verdienen. Het is ook heel boeiend door de problematieken waarmee de gemeentes in Brussel moeten afrekenen. Problematieken die van gemeente tot gemeente variëren.”

Familiale sfeer Het werk leidde Putman naar Brussel, maar ook het verlangen om die grote onbekende

Laurence Putman: “Muziek leeft hier. Of het nu jazz is, of pop, of rock. Iedereen komt aan zijn trekken, mits de nodige inzet.”


BDW 1431 PAGINA 21 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

heb de stap gezet zonder enig vooroordeel, en ik heb het me nog geen seconde beklaagd.” “In mijn buurt, tussen de Zwarte Vijvers en Beekkant, ben ik omringd door joviale, sympathieke mensen. Grotendeels van Maghrebijnse afkomst, maar ook veel Vlamingen. Mensen van alle allooi. Dat geeft een fijn ge-

Prince als grote inspiratie De lijst van Putmans muzikale voorbeelden is lang. “Alle artiesten die me raken zijn mijn voorbeelden. Maar mijn eerste grote vriend, dat is Prince. Ik luisterde al van kleins af naar muziek, maar Prince horen, dat was het echte ontwaken. Dat was niet van deze wereld. Ik heb hem ondertussen al vier keer live gezien, nooit heeft hij me teleurgesteld. Het is Prince die me zin heeft gegeven om niet alleen te luisteren, maar om het ook werkelijk te doen. Niet alleen te performen, maar het hele pakket aanpakken. Componeren, arrangeren, produceren en uitvoeren. Liedjes schrijven, bedenken hoe het gaat klinken, het maken, het delen met andere mensen. Het is Prince die me bewust heeft gemaakt van dat hele proces.”

3 VRAGEN AAN STIJN WAUTERS

Two Tones Een eclectische kijk op het leven, een eclectische kijk op muziek. “De muziek is er voor na de uren en is nog steeds dag in dag uit een plezier. Heel proactief, allemaal in eigen beheer, tot het maken van clips toe. Brussel is op dat gebied ook de ideale stad door haar diversiteit, door het talent dat wordt aangezogen. Alle genres zijn hier vertegenwoordigd. Voor ieder wat wils. Met enorm veel festivals die heel toegankelijk zijn. Gratis of tegen een schappelijke toegangsprijs. Muziek leeft hier. Of het nu jazz is, pop of rock. Iedereen komt aan zijn trekken, mits de nodige inzet. Een van mijn absolute lievelingsplekken is de AB. Een formidabel aanbod aan optredens, een brede waaier aan goede muziek. Maar er zijn nog zo veel andere fantastische plekken voor optredens waarvan ik gretig proef. Zoals de Heizel en Vorst Nationaal.” “Me vastpinnen op een enkel genre in mijn eigen muziek is er voor mij niet bij. Klassieke muziek, jazz, pop, rock, tot zelfs zware rock, funk, soul: overal vind ik wel iets in. Als een artiest zijn waarheid aan het vertellen is met muziek, dan begrijp ik hem. Over taalbarrières heen. Misschien is het daarom dat Brussel past bij mij, de verscheidenheid die spreekt. Brussel is niet vast te pinnen op één ding, ik pin mij niet graag vast op één ding. Wel ben ik iemand die zich op het moment zelf kan vastbijten in een enkel project. Op dit ogenblik is dat Two Tones. Ik op zang en gitaar, samen met Nicolas Lefèvre op keyboards en Jan Meijers – een trouwe, muzikale vriend voor het leven – op bass.” “Het mooie aan dit alles is dat je steeds weer kan terugvallen op mensen die je kent, mensen met wie je ervaringen kan delen. Commercieel succes mag, maar daar zijn we niet mee bezig. Wel met muziek en door die muziek ervaringen te delen. Muzikanten, fotografen, regisseurs: we hebben elkaar allemaal wel iets te bieden. Als onze vriend Emiliano Manzillo, regisseur, iets nodig heeft van muziek voor bij zijn beelden, dan kunnen wij daar voor zorgen. Als wij beelden nodig hebben bij onze muziek, dan kan hij daar voor zorgen. Ik beleef muziek en ik geniet er met volle teugen van. Elke dag opnieuw. Doen en blijven doen. Met mensen die ik graag zie. Delen. Geven, zonder te vragen. En als je iets terugkrijgt in de plaats: zoveel te beter.”

Karel Van der Auwera

De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet

Stijn Wauters: “Dertig is een confronterende leeftijdsgrens.”

Eerbetoon aan Duke Ellington BRUSSEL – Stijn Wauters is de muzikale gastheer voor de volgende aflevering van Concert@home, zowat de gezelligste huiskamerconcerten in Brussel. De bijna dertigjarige pianist bewijst dat er ook jazzleven is zonder eerst een tijd in New York te verblijven. Bij groepen als The Smoky Midnight Gang en The Jacquelines ligt de focus duidelijk op het verleden. Voor Concert@home breng je een eerbetoon aan Duke Ellington. Wat trekt je aan in die muziek? Stijn Wauters: “Op het conservatorium leerde ik ook de modernere stijlen spelen maar al snel voelde ik aan dat mijn passie eerder lag bij de muziek uit de jaren 1920, 1930 en 1940 en bij pianisten als Oscar Peterson en Erroll Garner. Wat mij boeit bij die muziek is het swinggevoel. In de moderne jazz verdwijnt dat jammer genoeg en staan rockelementen en elektronica meer en meer centraal.” Je geeft onder andere les aan de Kunsthumaniora in Brussel. Wie krijg je zoal over de vloer? Wauters: “Jongeren die heel bewust kiezen voor een kunstrichting. Dat is het grote ver-

CULTUUR   KORT

“Molenbeek, ‘Molem’, is voor velen een conversatiestopper. Maar ik heb de stap gezet zonder enig vooroordeel, en ik heb het me nog geen seconde beklaagd”

voel: buren die je kent en buren die jou kennen. Een familiale sfeer die aanstekelijk werkt. Mooi is ook dat ik in een loftcomplex woon, waar voor ieders budget wel iets te vinden is. Dat hebben we te danken aan de huisbaas die een enorm sociaal inzicht heeft, zich niet focust op een bepaald type van huurder. De samensmelting van verschillende culturen werkt. Het is prachtig om te zien hoe alle kinderen, van welke afkomst ook, samen spelen op de binnenplaats. Een eilandje van puur geluk, eigenlijk. Ja, in Molenbeek.” “Het enige negatieve dat ik in al die jaren heb gezien – het negatieve dat de nationale media zo graag uitsmeren – is een gevecht op straat. Ik zag plots mensen samentroepen, ging kijken. Twee jonge gasten wilden elkaar uitzinnig van woede te lijf gaan. De ene gewapend met een antenne van een autoradio, de andere met een vork. Niks pistolen, uzi’s, messen... Een antenne van een autoradio en een vork. Hilarisch eigenlijk. Natuurlijk zijn er af en toe problemen, het is niet alle dagen even gemakkelijk. Armoede zal niet veel helpen. Maar je aanvaardt wel bepaalde dingen, zeker als je sociaal assistente bent. Niets is maar één perspectief. Er zijn altijd verschillende manieren om naar iets te kijken.”

© MEHDI LENOIR

beter te leren kennen. “Het was liefde op het eerste gezicht. Van bij dag één voelde ik me thuis. Hoezeer ik ook van Gent houd en van Antwerpen, Brussel is me op het lijf geschreven. De energie die hier leeft, de diversiteit waarin een mens zich kan onderdompelen, de opportuniteiten die voor het oprapen liggen. Brussel is ook een stad die een mens uitnodigt om naar buiten te komen en te ontdekken. En dat is iets dat perfect bij mij past. Veel heb ik niet nodig om thuis in Molenbeek de voordeur dicht te slaan en de stad lijfelijk te ervaren. Soms alleen, soms met mijn hond. Mijn labrador retriever, Whoopi. Brussel is dan ook een toffe stad voor hondjes en hun baasjes, met al het groen. Wandelen, snuffelen, ontdekken, merktekens achterlaten. En het is alweer een aanzet tot sociaal contact.” “Naar Molenbeek ben ik verhuisd om niet te ver van mijn werk te wonen. Omdat ik in mijn vrije tijd absoluut met muziek bezig wil zijn, onmiddellijk beschikbaar wil zijn voor mijn passie. Ik weet het Molenbeek, ‘Molem’, is voor velen een conversatiestopper. Maar ik

schil met andere muziekscholen waar het dikwijls de ouders zijn die hun kinderen die verplichting opleggen. Wie jazz kiest in de kunsthumaniora dient sowieso piano te leren spelen. De lessen zijn zeer praktisch gericht want sommigen komen hier pas in het zevende jaar terecht om zich voor te bereiden op het conservatorium.” Je wordt dit jaar dertig. Tevreden met wat je bereikte als jazzpianist? Wauters: “Het is een confronterende leeftijdsgrens. In je jeugd heb je heel wat verwachtingen en doelstellingen. Dan ben je plots dertig en merk je dat je sommige dromen niet realiseerde. Zoals zovelen was ik van plan om naar New York te gaan maar die boot miste ik. Ik belandde al snel in een stramien van lesgeven. Toch heb ik nergens spijt van. Met groepen als The Smoky Midnight Gang en The Jacquelines is het plezierig optreden. De tribute aan Duke Ellington die ik in Ganshoren breng, is een boeiend gegeven. De man heeft zo een gevarieerd repertoire. Het is dan ook een uitdaging om met twee pianisten nummers uit zijn oeuvre te brengen, zeker met een muzikant als Dirk Van Der Linden die van alle markten thuis is.” Georges Tonla Briquet

Concert@home met Stijn Wauters & Dirk Van Der Linden, 24.06, 20.00, Huize Decraene (Landsroemlaan 53, 1083 Ganshoren). Tickets: €10. Info: onthaal@dezeyp.be.

MAGRITTE MUSEUM BESTAAT VIJF JAAR. Het Musée Magritte Museum opende voor het eerst de deuren in juni 2009. Vijf jaar later vonden meer dan 1.500.000 bezoekers de weg naar het surrealistische universum van René Magritte. Het museum heeft met meer dan 230 werken en archiefstukken de rijkste Magritteverzameling ter wereld. n TWAALFDE BRUSSELS FILM FESTIVAL AFGESLOTEN. Op 14 juni is in Flagey het Brussels Film Festival afgesloten. De grote prijs in de officiële competitie ging naar Of Horses and Men van de IJslandse regisseur Benedikt Erlingsson. De film kreeg de Golden Iris Award, goed voor 10.000 euro ter ondersteuning van een Belgische release. Er werden twee kortfilms bekroond: Millionaires van Stéphane Bergmans en Cadet van Kevin Meul. Alle winnaars: www.brff.be. Stefanie Luppens


BDW 1431 PAGINA 22 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

Straatvoetbal > Elias Tadili laat de Verenigde Staten kennis maken met zijn passie

‘Ik hang de ster niet uit’ BDWSPORT

BRUSSEL – De European Street Cup haalt het kruin van de straatvoetbalwereld naar Brussel. De komende dagen zullen de zotste bewegingen en de vernederendste panna’s elkaar in hoog tempo opvolgen op de Nieuwe Graanmarkt. Elias Tadili (24) is een grote naam in het wereldje maar zal er niet bij kunnen zijn. Hij reist drie maanden lang door de Verenigde Staten om zijn passie te verspreiden.

“Het is een reclame van Nike waarin onder meer Edgar Davids spectaculaire bewegingen uithaalde, die me heeft getriggerd,” vertelt Tadili. “Ik begon zelf met allerlei moves uit te proberen en postte in 2004 mijn eerste video op het internet. Ik speelde toen in derde provinciale bij Etterbeek, waar ik op mijn zestiende debuteerde bij de eerste ploeg. Maar een knieblessure gaf mijn carrière een andere wending.” De zeventienjarige Brusselaar verdiepte zich tijdens zijn revalidatie namelijk steeds meer in freestyle voetbal. Deze toen nog ongekende discipline maakte opgang in ons land. “Ik deed aan freestyle voetbal, Soufiane Bencok deed aan streetsoccer. We hebben elkaar een zestal jaar geleden ontmoet en hebben het niveau hier naar boven getrokken. Wij zijn de pioniers van het Belgische straatvoetbal. Samen hebben we de Freestyle Akkademy opgericht, waarmee we vandaag nog steeds shows opvoeren en aan competities deelnemen.” “Freestyle voetbal is, kort samengevat, artistiek jongleren. De bal omhoog houden en ondertussen allerlei bewegingen uitvoeren. Streetsoccer wordt met de bal op de grond gespeeld, zoals pannawedstrijden, waarbij je probeert je tegenstander te poorten.” Tadili weet zich al jarenlang stand te houden in dit wereldje. Wekelijks traint hij dan ook minstens vijf keer – thuis, in het Noordstation of indien mogelijk in een zaal – en hij zit ook met zijn gedachten regelmatig bij freestylen. Zijn sterkste punt is het creëren van nieuwe bewegingen. “Het niveau gaat altijd maar de hoogte in, de volgende generatie komt er aan. Mijn visie is dat als je creatief bent en anders doet dan de anderen, je dan sterker wordt. Je voegt een persoonlijk toets toe aan je spel en je helpt de sport evolueren. Ik voeg bijvoorbeeld bewegingen uit het breakdancen toe. Creativiteit is iets waar je aan kunt werken. Meestal kom je wel tot iets nieuws, soms à l’improviste.”

Belgische selectieheer Elias Tadili is iemand die de waarden uit de sport toepast in het dagelijkse leven. Zaken als doorzettingsvermogen en respect zorgen ervoor dat hij ook in zijn studies marketing slaagt, met eind dit schooljaar wellicht een diploma als beloning. Hij zal het nieuws vanuit het buitenland moeten vernemen, want de komende drie maanden zit hij in de Verenigde Staten. “Ik trek met een Engelse organisatie naar de VS om het straatvoetbal te promoten. We gaan er bijvoorbeeld les geven aan voetbalploegen, zij beseffen hoe belangrijk techniek is. We geven ook workshops op pleintjes, geven shows op evenementen, etc.

Elias Tadili (links onderaan): “Ik heb Soufiane Bencok een zestal jaar geleden ontmoet. Wij hebben het niveau naar boven gehaald. Wij zijn de pioniers van het Belgische straatvoetbal.”

“Brussel is de Belgische bakermat van het straatvoetbal en hier loopt nu nog altijd het meeste talent rond” We toeren rond in verschillende steden.” “Dankzij mijn passie kan ik een droom waarmaken. Maar: het is belangrijk dat het niet omgekeerd is. Je moet niet aan straatvoetbal doen om te kunnen reizen, geld mag geen drijfveer zijn. Het is al gebeurd dat ik gasten heb moeten terechtwijzen omdat ze te veel bezig waren met die zaken.” De reis naar Amerika heeft wel één groot nadeel: Tadili mist de European Street Cup, die van 19 tot 22 juni plaatsvindt op de Nieuwe Graanmarkt. Het kruim van het straatvoetbal zal er vier dagen lang het beste van zichzelf geven in allerhande competities en demonstraties.

Breakdance als voorbeeld “Het is jammer dat ik er niet bij zal zijn. Ik heb wel mijn steentje bijgedragen door samen met Bruno Keustermans (stichtend lid van de Vlaamse Straatvoetbalbond, red.) de selectie te maken. We hebben testen gedaan om te zien wie in aanmerking komt.” “Vorig jaar hebben de Belgen heel wat prijzen gepakt en dat verwacht ik dit jaar terug. We

HOE WORD IK STRAATVOETBALLER? Geheimen zijn er volgens Elias Tadili spijtig genoeg niet om een goede straatvoetballer te worden: je moet werken, werken en nog eens werken. “Begin met video’s te bekijken en ga daarmee aan de slag. En dan: hard trainen. Sommige bewegingen heb je pas na een jaar onder de knie. Eens het goed loopt, kan je zelf video’s maken en ze op het internet posten. Het werkt verslavend. Ik ging bijvoorbeeld steeds regelmatiger kijken hoeveel mensen het filmpje hadden bekeken. Ondertussen post ik minder video’s omdat ik die drang minder voel. Men kent mij en de mensen met wie ik wil werken, weten wie ik ben.”

willen zeker revanche nemen tegen Denemarken omdat ze ons toen in de 4vs4 finale hebben verslagen. Je moet zeker de Belgische ploeg in het oog houden (met onder meer Brusselaars Léamssi en Soufiane Bencok, red.), maar ook de Fransman Séan Garnier, de Nederlander Jean Doest, en dan vergeet ik nog heel wat jongens.” Dat onze landgenoten – en dan vooral de Brus-

© SPORTIZON

selaars – tot de wereldtop behoren, is volgens Tadili geen toeval. Vooral onze diversiteit is volgens hem een groot pluspunt. “Onze meerwaarde is dat onze spelers zowel goed zijn in freestyle als in streetsoccer, anderen specialiseren zich meestal in een van de twee. Het feit dat we bij de eerste landen waren waar de sport zich heeft ontwikkeld, geeft ons ook een voorsprong. Brussel is de Belgische bakermat en hier loopt nu nog altijd het meeste talent rond. En de opvolging staat klaar.” “Het belang van een organisatie als Electrabel Street Heroes, die heel het jaar door straatvoetbaltornooien organiseert, mag je niet onderschatten. Maar ik vind dat ook andere organisaties en bijvoorbeeld gemeentes wat meer de handen uit de mouwen mogen steken.” De Brusselaar is bereid om dat ook te doen. Hij zou graag nog een master behalen en achteraf, waarom niet, zijn werk met zijn passie verenigen. Maar hoe dan ook staat hij klaar voor de spelers. “Ik hang de ster niet uit, ik maak mijn handen vuil. Ik help bij de opbouw van evenementen, ben af en toe scheidsrechter, sta klaar om de jongeren te helpen. Ik wil met straatvoetbal doen wat de anciens met breakdance hebben gedaan: een sport die alleen op straat werd beoefend laten evolueren naar een sport die door duizenden mensen wordt beoefend in topcompetities. Ik wil ervoor zorgen dat de volgende generaties de faciliteiten hebben die wij niet hadden.”

Tim Schoonjans

Meer info op www.europeanstreetcup.com


BDW 1431 PAGINA 23 - DONDERDAG 19 JUNI 2014

Brusselse Duivels (7): Georges Grün

ESTAFETTE > BRAM VAN DE VELDE

Koppen met een knappe kop Grün scoorde al meteen in zijn debuutmatch voor de Rode Duivels op het EK ‘84 in Frankrijk. Dat toernooi eindigde voor de Belgen in mineur na nederlagen tegen Frankrijk (5-0) en Denemarken (3-2), maar was uitstekend begonnen met de wedstrijd tegen Joegoslavië. Het was op de hoekschop van Enzo Scifo dat Grün de 2-0 eindstand binnenkopte. Binnenkoppen deed Grün een jaar later natuurlijk nog eens in de beroemde wedstrijd in de Kuip tegen Nederland. Het beslissende uitdoelpunt dat doelman Hans Van Breukelen aan de grond nagelde was niet alleen om geel van te worden (dixit Rik De Saedeleer), het volgde ook op een oneindige reeks door Grün gewonnen kopduels die de boomlange Nederlander John Van Loen, zijn rechtstreekse tegenstander, degradeerden tot een falende debutant. Het toppunt is dat Grün van zichzelf vond dat hij niet zo’n goede kopper was. Hij speelde dan ook liever op de rechtsachterpositie dan in het centrum van de verdediging, waar de spelers met het sterkste kopspel meestal geposteerd werden. Zolang Eric Gerets Rode Duivel bleef, kon Grün die rechtsbackpositie niet claimen, maar hij speelde toch redelijk veel. Op het WK 1986 stond hij alleen in de wedstrijd tegen Mexico niet op het veld. Op het WK 1990 speelde hij tegen Uruguay en tegen Engeland, en op de World Cup in Amerika in 1994 was Grün zelfs kapitein. Op die World Cup liet Grün zich al een eerste keer opmerken in de met 1-0 gewonnen openingswedstrijd tegen Marokko, waarin hij een gele kaart kreeg. In de tweede wedstrijd, tegen Nederland, was het niet toevallig opnieuw Grün die de hoekschop van Marc Degryse doorkopte tot bij doelpuntenmaker Philippe Albert. In de derde groepswedstrijd tegen Saoedi-Arabië werd Grün door bondscoach Paul Van Himst aan de kant gelaten. Een tweede gele kaart zou namelijk betekenen dat de kapitein er in de achtste finale niet bij zou zijn. Door een 1-0 nederlaag

SPORT   KORT

Wie eens van atletiek wil proeven, moet vrijdag op de atletiekpiste van de Vrije Universiteit Brussel in Elsene zijn. De BRUSSELSE ATLETIEKVERENIGING organiseert er van 18.30 uur tot 20 uur een meeting om jongeren (vanaf zes jaar) en volwassenen te laten proeven van sprint, afstandlopen, verspringen en 4x200 meter achteruitlopen. Deelnemen is gratis, inschrijven kan vanaf 18.15 uur. n Niet al de Brusselse spelers zullen aanwezig zijn op de European Street Cup, want op zaterdag wordt aan het gemeentehuis van Evere de STADSFINALE gespeeld van Electrabel STREET HEROES, een tornooi dat het hele jaar door in verschillende Belgische steden wordt georganiseerd. De Brusselse stadsfinale vindt plaats van 13 tot 17 uur. n Om het weekend in schoonheid af te sluiten, moet u zondag tussen 13 en 16 uur op de Grote Markt van Brussel zijn.

© REPORTERS

BRUSSEL – Georges Grün is een jongen uit Schaarbeek die zich langzaam naar de Europese top voetbalde, maar altijd zijn bescheiden zelf bleef. Wanneer de Rode Duivels belangrijke doelpunten maakten, was hij als aanvallend ingestelde verdediger opvallend vaak in de buurt.

Op zoek naar startkabels

Georges Grün is kapitein op het WK in de Verenigde Staten in 1994 (hier in duel met Rudi Völler tegen Duitsland).

eindigde België pas derde in de groep en moest het in de volgende ronde tegen de Duitse groepwinnaar in plaats van tegen de Ieren of de Zweden. Toch scoorde Grün tegen Duitsland opnieuw een knap doelpunt, dat helaas werd afgekeurd door de corrupte Zwitserse scheidsrechter Kurt Röthlisberger. België verloor met 3-2 nadat ook Klinsmann en Albert nog eens hadden gescoord en een strafschopfout op Josip Weber niet werd gefloten. Met zijn club Anderlecht won Georges Grün vier kampioenschappen en twee bekers. Tussenin speelde hij ook vier seizoenen voor AC Parma, waarmee hij één keer de Italiaanse beker en één keer de Europese Beker der bekerwinnaars won. Uiteindelijk speelde hij vier Europese finales, en kwam hij 77 keer uit voor de Rode Duivels, waarvan hij vijf jaar lang de kapitein was. Vandaag is Grün nog regelmatig op het scherm te zien als voetbalpresentator bij Club RTL. De beau garçon ziet er eigenlijk nog altijd hetzelfde uit. Michaël Bellon

Daar wordt namelijk de BRUSSELS ZUMBA PARTY georganiseerd. Zowel latino dansstijlen als Bollywood, buikdansen en swing zullen de revue passeren, onder leiding van instructrices Murielle Petit, Natacha Mendes en René Lomanga. n Om het volgende sportseizoen goed voor te bereiden, rept u zich zaterdag best naar de bureaus van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (Emile Jacqmainlaan 135 in 1000 Brussel). De sportdienst gooit er van 10 tot 13 uur zijn deuren open voor een INSCHRIJFDAG. n Heugelijk nieuws van onze Brusselse sporters en clubs: Judoka TOMA NIKIFOROV heeft namelijk zowel op de Europese Open in Madrid als op de Grand Prix van Havana de gouden medaille behaald, in de klasse tot honderd kilogram. Tafeltennisclub Logis Oudergem is dan weer fier dat het topper JEAN-MICHEL SAIVE twee seizoenen langer aan zich heeft kunnen binden. TS

Ik huppel de laatste tijd wat achter mezelf aan. Achter mijn vormpeil van vroeger, bedoel ik dan. Heimwee bekruipt me als ik terugdenk aan vorige zomer. Eind september 2013 kon ik zeggen dat ik zes triatlons op mijn actief had. Met mijn tweedehands koersfietsje had ik in de Franse Var-streek op een dag de Mont Faron, de Mont Caume en de Coudon beklommen. Later volgden de hemelsmooie Col de Babaou en de heroïsche Mont Ventoux – langs Bédoin bovendien, de moeilijke flank. De kilometerteller op mijn fiets ging in 2013 richting de tweeduizend. En ik lag twee keer per week in het zwembad. Zonder twijfel mijn beste sportzomer ooit. Ik bazuinde het ook overal uit. Iedere maandag had ik tijdens de lunch wel een ander verhaal van een fietstocht of een triatlon ergens te lande. Vrienden, familie en collega’s waren van iedere druppel zweet op de hoogte. Ik heb er zelfs een column in deze fijne krant aan overgehouden. Dat was toen. Tegenwoordig is het even lastig. Passieve sportbeleving viert dezer dagen hoogtij. Roland Garros zit er net op. Wimbledon staat voor de deur. De Dauphiné Libéré heeft het pad geëffend voor de Ronde van Frankrijk. Om over het WK voetbal maar te zwijgen. Alsof er nog geen cafés genoeg zijn in de stad poppen ze speciaal voor koning voetbal op aan de nieuwe Graanmarkt en de Grote Markt. Gek genoeg stel ik momenteel vast dat hoe meer er rondom mij heen gesport wordt, des te minder ik het zelf doe. Waarom zou ik zelf nog zweet vergieten, als ik kan bekijken hoe anderen het in mijn plaats doen? En waarschijnlijk nog beter doen ook. Is het bovendien niet net ietsje te warm om zelfs maar de trap te nemen? Les excuses sont fait pour s’en servir. En met

een wereldkampioenschap, iets te warme temperaturen en een zoon van een half jaar moet ik niet eens zo lang nadenken over excuses. En om aan dat goddelijke strandlijf te timmeren is het bovendien toch al te laat. Redenen genoeg voor deze amateur om het sportieve werk aan anderen over te laten en in het gezelschap van een gekoelde tapkraan een pot voetbal mee te pikken. Niets mis mee. Maar toch. Ergens knaagt het ook. Negentig minuten lang kijken hoe Nederland uittredend wereldkampioen Spanje in de pan hakt is tof. Maar ik weiger om helemaal te plooien. Hoe aanlokkelijk ook de terrasjes. Hoe spannend ook dat WK. Hoe hemeltergend ook de noodkreet van mijn kind. Ik heb sinds kort een tienbeurtenkaart voor het zwembad van Etterbeek. Het was een ingeving van het moment. Zoonlief frequenteert een crèche in de buurt van het zwembad. (Jawel, collega jonge ouder. We hebben er na lang zoeken een gevonden). Ik wilde me informeren over de staat van het peuterbadje en stond wat later weer buiten met een abonnement. Er staan nog acht beurten op de kaart. Maar de kogel is door de kerk. Samen met mijn inschrijving voor een triatlon in Brasschaat eind deze maand moet dat een stok achter de deur zijn. Het is gemakkelijk om te verzaken in lekker niets doen. En ik wil niet zeggen dat luieren per definitie slecht is. Maar het smaakt extra zoet na honderd kilometer op de fiets. Ik ga mijn motor opnieuw aanzwengelen. Dat staat bij deze zwart op wit. U mag altijd meedoen.

Bram Van de Velde is presentator op FM Brussel en actief vrijetijdssporter

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van Brussel Deze Week vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 70.490 exemplaren. PROMOTIE EN DISTRIBUTIE Ute Otten, Anne Burger, Maurice Droogh. ADVERTISING MANAGER Lisa Decrick: 02-226.45.41, 0474-67.03.84, fax 02-226.45.69. MARKETING MANAGER Frederik Welslau. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne. COÖRDINATIE Kim Verthé. EIND­REDACTIE Ken Lambeets (eindredactie@bdw.be). VORMGEVING Peter Dhondt. REDACTIE Jean-Marie Binst, Christophe Degreef, Bettina Hubo, Steven Van Garsse, Danny Vileyn. BRUSSELNIEUWS Kris Hendrickx (nieuwsmanager), Sandra Schreurs (projectcoördinator), Jelle Couder, Goele de Cort, Eric Vancoppenolle, Laurent Vermeersch. REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele, Gerd Hendrickx. MEDEWERKERS Michaël Bellon, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Bram Van de Velde, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh. VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE François Bettens (a.i.). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
BDW - editie 1431 by brusselnieuws.be (archief) - Issuu