GREY GARDENS: TUINIEREN MET STEF LERNOUS En ook: Dominique Deruddere, Gabriel Rios en De Roovers.
27 03 14
KAAITHEATERDIRECTEUR HUGO VANDEN DRIESSCHE MET PENSIOEN LEES P.14-15
AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
GEMEENTE VINDT NIEUW JEUGDHUIS TE DUUR EN WIL NIET BIJPASSEN
De Branding weer in het slop © SASKIA VANDERSTICHELE
JETTE – Na een odyssee van jaren zou jeugdhuis De Branding dit jaar een nieuwbouw krijgen naast het station van Jette. Maar de VGC-subsidie van een half miljoen euro blijkt te weinig om het plan te realiseren. En de gemeente wil niet bijpassen.
D
e Branding moest in 2005 weg uit de zolder in de Lakense Schijfstraat en is sinds die tijd op zoek naar een vaste stek. Het jeugdhuis kreeg even onderdak in Tongeluk in Ganshoren en later in gemeenschapscentrum Essegem. Intussen probeerde de vorige schepen van Nederlandstalige Jeugd, Brigitte De Pauw (CD&V), een pand te vinden dat verbouwd kon worden tot jeugdhuis. Dat lukte niet. In 2010 bereikten de gemeente Jette en de Vlaamse Gemeenschapscommissie een akkoord over een nieuwbouw: Jette zou een terrein op het Kardinaal Mercierplein in erfpacht geven, de VGC trok 500.000 euro uit voor de bouw. Normaal gesproken moest de nieuwbouw begin dit jaar beginnen.
Maar er is weer een fameuze kink in de kabel. Om te beginnen is de grondruil nog niet afgehandeld. De gemeente wilde een lapje grond ruilen met spoorwegbeheerder Infrabel zodat het jeugdhuis een mooi rechthoekje van 180 vierkante meter zou hebben om te bebouwen. Maar dat is nog altijd niet rond omdat, zo zegt huidig schepen van Nederlandstalige Jeugd Brigitte Gooris (Open VLD), bij Infrabel momenteel niemand bevoegd is voor het dossier. Dit is maar klein bier in vergelijking met het echte probleem: de kostprijs van de nieuwbouw. Het ontwerp voor het nieuwe jeugdhuis, getekend door architectenbureau L3M, is begroot op 800.000 euro, 300.000 euro meer dus dan het subsidiebedrag van de VGC. De jongeren van De Branding vinden
dat de gemeente moet bijspringen. Deze week sturen ze hierover een open brief, mee ondertekend door andere Jetse jongerenverenigingen, naar het schepencollege. “Zonder hulp van de gemeente gaat het project niet door. Dat zou doodjammer zijn want er is absoluut nood aan een jeugdhuis in Jette,” zegt Yan-
“Voor 500.000 euro moet je toch een gelijkvloers en één verdieping kunnen bouwen”
nick Schandené, bestuurder van De Branding. “Door mee te investeren is de gemeente ook meer betrokken en wordt het jeugdhuis geen VGCeiland op het plein.” Schepen Gooris ziet het anders:
“Wij investeren al want we geven de grond in erfpacht.” Volgens haar staat de gemeente volledig achter de bouw van het jeugdhuis maar struikelt ze over de ‘overdreven’ bouwkost. “Voor 500.000 euro moet je toch een gelijkvloers en een verdieping kunnen bouwen als je de grond krijgt. Er is niet eens een kelder en de eerste verdieping wordt niet afgewerkt. Nog eens 300.000 euro erbij, dat krijg ik niet door het college. Er zijn ook andere noden, de senioren, de bibliotheek.”
Mobiel jeugdhuis “We hebben altijd geprobeerd de prijs zo laag mogelijk te houden,” zegt Samuel Fuller van JHOB, de vzw die de Brusselse jeugdhuizen ondersteunt en die hier als bouwheer optreedt. “Maar we zijn ook realistisch. Met 500.000 euro komen we er niet. Het gebouw moet akoestisch geïsoleerd worden. Ook zijn we door de ligging op het plein verplicht om twee bouwlagen neer te zetten. Boven het café komt een polyvalente ruimte, die ook door andere Jetse
verenigingen kan worden gebruikt. Dat kost natuurlijk geld. Daarom vinden we dat de gemeente haar verantwoordelijkheid moet opnemen.” Intussen is De Branding verder op de dool. Tot september zat het jeugdhuis in het leegstaande café Barapaat op het Mercierplein. Daar moest De Branding, na drie bloeiende jaren, weer weg omdat het huurgeld op was en de eigenaar zijn café volgende maand heropent. Om de werking toch voort te zetten beginnen de jongeren deze zomer een mobiel jeugdhuis: met een camionette, die ze krijgen van de gemeente en laten ombouwen, willen ze rondtrekken van evenement naar evenement. Bettina Hubo ADVERTENTIE
SPEEDDATEN MET EEN ONDERNEMER?
GA DAN SNEL NAAR PAGINA 7
N° 1319 VAN 27 MAART TOT 3 APRIL 2014 ¦ WEEK 13: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE
OPMERKELIJK
BDW 1419 PAGINA 2 - DONDERDAG 27 MAART 2014
Welzijn > Pleidooi voor gezondheidswijsheid
‘PIEO IS GEEN TOVERDOOS’ LAKEN – De eerste meetresultaten van het Project Innoveren en Excelleren in Onderwijs (PIEO) worden in mei bekendgemaakt. Het pilootproject loopt sinds januari 2013 in drie Brusselse concentratiescholen. Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) wil lesmethodes ontwikkelen die in concentratiescholen tot betere leerprestaties en een groter welbevinden leiden. Daarom trok hij vier miljoen euro uit voor het project PIEO, dat intussen in dertien Vlaamse concentratiescholen loopt: drie in Brussel, Antwerpen en Gent, vier in Limburg. Voor elke regio zijn er twee innovatiecoaches. Het eerste halfjaar kwam het project moeilijk van de grond. Al snel moest de procesmanager, die alles coördineert, gewisseld worden en was er ook een wissel bij de Brusselse coaches. Maar inmiddels draait PIEO op volle toeren. In september organiseerde het universitaire begeleidingsteam een nulmeting en in mei gebeurt een nieuwe meting. “Bedoeling is na te gaan welke recepten werken,” zei minister Smet, die maandag de Wittouckschool in Laken bezocht, een van de deelnemende scholen. “We willen nieuwe werkwijzen leren kennen en ervaring opdoen. Ik heb niet veel zin om nog maar eens extra geld te pompen in meer van hetzelfde. Het moet anders. Het systeem moet zich aanpassen aan de gewijzigde context.” Procesmanager Leen Van Heurck legt uit hoe de PIEOcoaches te werk gaan. “Wij komen niet aanzetten met een toverdoos. Wij vertrekken van wat er is en proberen ‘lerende teams’ te vormen, leerkrachten die samen gaan nadenken over de klaspraktijk en van elkaar leren.” Directrice Christine Sterckx van de Wittouckschool is tevreden over de begeleiding. “Veel ruimer en intensiever dan wat tot nu gebeurde,” zegt ze. “De leerkrachten worden aangezet tot overleg. Hier zijn al zes lerende teams.” Ook in de Molenbeekse Sint-Karelschool loopt het project goed. “PIEO werkt procesmatig. De coaches nemen niet één enkel aspect, zoals spelling, onder de loep, maar de hele werking van de school,” zegt directeur Lieven Lemmens. Het project loopt af eind 2017. Het is de bedoeling dat de PIEOcoaches ook de pedagogische begeleiders van de netten opleiden zodat de nieuwe inzichten overgedragen worden naar andere Vlaamse scholen. HUB
Maagdenvliesherstel en abortus uit onwetendheid SINT-JOOST-TEN-NODE – De abortuscijfers in Brussel stijgen, vooral bij minderjarigen. Volgens het expertisecentrum vzw Kraamzorg Volle Maan is dat niet zelden te wijten aan onwetendheid over de eigen seksuele anatomie. Soms om dezelfde reden krijgen gynaecologen in Brussel de vraag om het maagdenvlies te herstellen, als bewijs van maagdelijkheid voor het huwelijk.
‘V
ooral rond het maagdenvlies heerst bij bepaalde gemeenschappen nog een heel groot taboe,” zegt Hanan Ben Abdeslam van vzw Kraamzorg Volle Maan. Het Brusselse expertisecentrum informeert onder andere vrouwen uit kwetsbare maatschappelijke groepen over anticonceptie. Vorige week kreeg de vzw de eerste Well Done Award voor ‘gezondheidswijsheid’, een prijs die door veertien partners uit de Belgische gezondheidssector wordt uitgereikt. Gezondheidswijsheid, in de vakliteratuur ‘health literacy’, verwijst naar de capaciteit van mensen om medische informatie op te zoeken, te begrijpen en te gebruiken. Onge-
letterdheid gaat in die context van foute medicijninname tot het niet kunnen interpreteren van bijsluiters of opsporen van informatie over behandelingen. Uit Europees onderzoek uit 2012 in acht Europese landen blijkt dat 47 procent van de Europeanen onvoldoende ‘gezondheidswijs’ is. “De onwetendheid beperkt zich zeker niet tot minderheidsgroepen. Zelfs bij de best scorende landen zoals Nederland kan zo’n 10 procent van de bevolking niet goed functioneren in het bestaande gezondheidszorgsysteem,” zegt professor Stephan Van den Broucke, hoogleraar psychologie en gezondheidspreventie aan de Université Catho-
lique de Louvain (UCL). België nam niet deel aan dat onderzoek. “Maar het zou ons verwonderen als de cijfers voor België fundamenteel beter zouden zijn.”
Vrouwelijke anatomie Zo komt in Brussel wel vaker een gebrek aan kennis over de vrouwelijke en mannelijke seksualiteit voor. “Naast een bevraging van lokale ziekenhuizen legde een studie van de KU Leuven bloot dat hier, net zoals in andere grootsteden, bij bepaalde kwetsbare groepen een informatiekloof rond anticonceptie bestaat,” zegt Ben Abdeslam. “In Brussel kiest een op de vier vrouwen voor abortus. Veertig procent is van allochtone afkomst. Ook liggen de abortuscijfers vier keer hoger bij asielzoekers dan bij autochtonen. Bij vrouwen jonger dan twintig komt abortus in Brussel bijna drie keer zoveel voor als in Vlaanderen.” Naast onwetendheid speelt ook de sociaal-economische positie van de vrouwen een rol: de anticonceptiepil kost nu eenmaal geld.
Vzw Kraamzorg Volle Maan werkte met steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie aan een voorlichtingskoffer waarmee de
“Sommigen vragen zich bijvoorbeeld af of het menstruatiebloed zich niet elders in het lichaam ophoopt bij gebruik van de pil”
vaak allochtone en ongeschoolde vrouwen op een visuele manier bijleren. “Wij horen soms de gekste dingen tijdens voorlichtingssessies. Sommigen vragen zich bijvoorbeeld af of het menstruatiebloed zich niet elders in het lichaam
DE WEEK IN BEELD DOOR SASKIA VANDERSTICHELE
Honderd dozen met archiefmateriaal uit de periode 1914-1944 worden weggebracht uit het Rijksarchief. Via de oorspronkelijke eigenaar, de Duitse ambassade, reizen ze naar hun eindbestemming, Berlijn.
© SASKIA VANDERSTICHELE
WEEKOVERZICHT
BDW 1419 PAGINA 3 - DONDERDAG 27 MAART 2014
© VZW KRAAMZORG VOLLE MAAN
WOENSDAG 19 MAART 85 JOBS weg DOOR FAILLISSEMENT CEGEAC. De Brusselse Ford-dealer Cegeac is failliet verklaard door de rechtbank van koophandel. 85 mensen verliezen hun baan. De autoverdeler, de grootste concessiehouder van Ford in en rond Brussel, zou al drie jaar op rij verlies maken.
DONDERDAG 20 MAART Taaltest voor afwezige kleuters afgevoerd. Kleuters die te vaak afwezig zijn op school moeten vanaf volgend jaar geen taaltest meer ondergaan. In de plaats komt een taalscreening voor alle leerlingen van het eerste leerjaar. Leerlingen die volgens die screening het Nederlands onvoldoende beheersen, krijgen een aangepaste begeleiding. Zo wil de Vlaamse regering het zittenblijven tegengaan. Open VLD wil nog verder gaan en de leerplicht instellen vanaf 3 jaar. Opvang Daklozen verlengd. De opvang voor de meest kwetsbare personen en gezinnen is met drie maanden verlengd tot 30 juni. Concreet gaat het om 56 gezinnen, in totaal 189 personen. Er is 400.000 euro voor opzijgezet.
De voorlichtingskit van vzw Kraamzorg Volle Maan licht kwetsbare vrouwen in over anticonceptie.
ophoopt bij gebruik van de pil.” Ook rond het maagdenvlies verdringen nog veel mythes de kennis, weet Ben Abdeslam. “Niet elk meisje is geboren met een intact vlies. Het hymen kan ook scheuren bij een simpele split tijdens de sportles.” Dat verklaart waarom zo’n veertig procent van de vrouwen geen bloeding heeft bij een eerste seksueel contact. Planning Familial Marolles is één van de weinige publieke gezondheidscentra waar meisjes en vrouwen terechtkunnen voor een hymenreconstructie. In 2012 kreeg het centrum 126 keer de vraag tot herstel van het vliesje als bewijs voor de maagdelijkheid, in bepaalde
“ “
culturele tradities een voorwaarde voor het voltrekken van een huwelijk. In dertig gevallen werd de kleine en pijnloze chirurgische ingreep ook effectief uitgevoerd. “Het gaat vooral om jongeren, maar ook om oudere vrouwen die bijvoorbeeld nooit getrouwd geweest zijn of die een daad van seksueel geweld lang verborgen hebben gehouden.” Planning Familial Marolles krijgt de meeste aanvragen vanuit de Marokkaanse en Turkse gemeenschap, gevolgd door andere moslimgemeenschappen van Arabische origine. Maar ook aanhangers van de orthodoxe of katholieke kerk vinden de
weg naar de Marollen. “Wij doen het voor de vrouwen. Ze worden niet altijd als gelijkwaardig beschouwd als het aankomt op de maagdelijkheidsvereisten,” zegt Véronique Fraccoro van Planning Familial. Rond beide problematieken is nog veel sensibilisering nodig, vinden beide instanties. Uit een bevraging van Volle Maan blijkt dat 75 procent van de vrouwen aangeeft geen hymenreconstructie te kiezen als ze beter geïnformeerd zouden zijn en ondersteuning zouden krijgen. Het expertisecentrum breekt een lans voor meer diversiteit in de seksuele voorlichting op school. Kim Verthé
Complexer dan Brussel maken ze steden niet, dat vind ik er zo geweldig aan. Brussel is als het leven zelf: een beetje verfomfaaid, schoon in zijn lelijkheid. (...) Ik heb al dertig jaar heimwee naar Brussel.” Historica Sophie De Schaepdrijver (Pennsylvania State University) in DS Magazine.
Zonder de overheden zal er nooit een stadion zijn.” Johan Beerlandt van bouwbedrijf Besix gelooft niet dat een nieuw nationaal stadion op Parking C rendabel kan zijn zonder overheidsgeld (La Libre).
PRIJS VOOR GEZONDHEIDSWIJSHEID. Vzw Kraamzorg Volle Maan, die onder andere kwetsbare vrouwen inlicht over anticonceptie, krijgt de eerste Well Done Award. De prijs beloont projecten die zich inzetten om mensen meer wegwijs te maken in het bestaande gezondheidssysteem. Projecten die willen meedingen voor de tweede editie kunnen inschrijven op www.welldoneawards.be tot 25 april. Brussel telt 4 keer meer armen dan Vlaanderen. Nergens in ons land is de armoede zo groot als in Brussel. Uit het nieuwe Jaarboek Armoede in België blijkt dat 34 procent onder de armoedegrens leeft, tegenover 9 procent in Vlaanderen. In Wallonië ligt de armoedegraad op 19 procent. Bij meer dan 10 procent van de kinderen in Brussel is er geen geld voor voldoende kledij, verwarming en activiteiten met vrienden. Bemesting medeoorzaak smogpiek? De aanwezigheid van ammoniak uit meststoffen droeg bij tot de smogpiek van half maart, zegt de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu (Ircel). Pas achteraf bleek dat de fase II-grens voor het smogalarm overschreden was. Ircel had toen voorspeld dat dat niet zou gebeuren.
VRIJDAG 21 MAART opvangcentrum drugsverslaafden. De Brusselse regering geeft 678.000 euro steun aan de vzw Transit die een opvangcentrum voor drugsverslaafden uitbaat. Volgens minister-president Rudi Vervoort (PS) staat het opvangcentrum bekend om zijn grote deskundigheid. Uitnodiging voor dictator Equatoriaal GuineA. Teodoro Obiang, dictator van Equatoriaal Guinea, komt volgens de Spaanse krant El País begin april naar Brussel voor een EuropeesAfrikaanse top. Het Instituto Cervantes nodigt hem uit voor de conferentie ‘Het Spaans in Afrika’. In Equatoriaal Guinea wordt onder meer Spaans gesproken.
ZATERDAG 22 MAART Nieuw kinderziekenhuis voor UZ Brussel. In het UZ Brussel is een vernieuwde afdeling van het kinderziekenhuis ingehuldigd. De vleugel biedt evenveel plaats als voorheen, alleen zijn het vanaf nu allemaal eenpersoonskamers. Het ziekenhuis wil tegemoetkomen aan de vraag naar meer privacy voor kind en ouders.
MAANDAG 24 MAART AB wint prijs voor Cultuurmanagement. De Ancienne Belgique heeft de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Cultuurmanagement 2012-2013 gewonnen. De jury looft “het ondernemerschap en de ondernemingszin van de vzw en de voortrekkersrol die de AB in een complexe Brusselse context vervult.”
DINSDAG 25 MAART
HET GETAL
-6%
Het fietsgebruik in Brussel is vorig jaar met 6 procent gedaald, zo blijkt uit tellingen van ProVelo. Dat is opmerkelijk aangezien het aantal fietsers in Brussel sinds 1999 jaar na jaar met zo’n 12 procent steeg. In 2011 was de groei zelfs nog groter. In 2012 was de stijging minder groot, slechts 6 procent. De sterke daling in 2013 schrijft staatssecretaris voor
Mobiliteit Bruno De Lille (Groen) toe aan de erg lange en strenge winter. De staatssecretaris maakt zich sterk dat het fietsgebruik in Brussel dit jaar opnieuw zal stijgen. De zachte winter heeft volgens De Lille alvast zijn effect. In januari 2014 zouden 61 procent meer fietsers geteld zijn dan in dezelfde maand vorig jaar. Mathieu Declercq
Eerste steen ziekenhuis Delta. Op het Deltaterrein langs de Triomflaan in Oudergem wordt de eerste steen gelegd van het nieuwe ziekenhuis van de CHIREC-groep. Het nieuwe gebouw vervangt de vijf verouderde ziekenhuizen: één in Eigenbrakel en vier Edith Cavell, Park Leopold, St-Anna St-Remi en Basiliek - in Brussel. Samengesteld door Mathieu Declercq
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF
BDW 1419 PAGINA 4 - DONDERDAG 27 MAART 2014
François Janne d’Othée dichtbij het Rogierplein: “Het beroep van taxichauffeur is op het lijf gegoten van Rwandezen: in een netwerk werken, radiocontact houden, observeren,... Alles zien, maar niet opvallen.”
© IVAN PUT
Herdenking > 20 jaar genocide in Rwanda blijft Brussel beschamen
‘Kagame n’aime pas les Belges’ BRUSSEL - Tien dagen voor de herdenking van 20 jaar genocide begint het te zinderen onder de Rwandese Brusselaars: van overlevenden en overgangsgeneratie tot vermeende daders op vrije voet. “Een vonk is genoeg om het vuur aan te steken,” beseft Midden-Afrikakenner, journalist en auteur François Janne d’Othée, ongetwijfeld de Stanley van Rwanda in de 21ste eeuw. “Als president Paul Kagame op 2 april naar Brussel komt, ga je de opponenten horen.”
N
a de genocide, beginnend op 7 april 1994 in Rwanda, waardoor haast een miljoen Tutsi’s naast Hutu’s uit de oppositie vermoord werden, volgde de grote exodus. Ook België kreeg zijn deel, met de doodslag van tien paracommando’s enkele uren na de moord op de Rwandese president. De diaspora liet sporen na tot in China. Met
10.000 tot eerder 40.000 zijn ze hier vandaag, de Rwandezen, met vooral Brussel en Vlaanderen (Dendermonde, Aalst) en in mindere mate Wallonië als onderdak. Vaak zijn ze het Nederlands machtig omdat ze zich makkelijk aanpassen aan het gastland. De Hutu’s (de voormalige landbouwbevolking) noemen zich de Vlamingen van Afrika: harde
werkers. François Janne d’Othée was de eerste die een enquête voerde onder de overlevende Rwandezen en onder de Belgische burgerslachtoffers. Hij sprokkelde getuigenissen te over. “Er blijft maar één groot probleem: wat wordt met de stem van de overlevenden gedaan? De internationale gemeenschap faalde in dit drama.” Deze week ligt zijn boek
L’Afrique Centrale, 20 ans après le génocide bij boekhandel Filigranes.
Petit Futé Het loopt allemaal parallel met een positief verhaal voor Janne d’Othée uit Sint-Joost, die ook werkte voor de Speciale Vertegenwoordiger voor de EU bij de Grote Meren. Vorige maand toerde hij in Rwanda rond om zijn toeristische gids van Petit Futé te actualiseren. Waarom een Brusselaar Rwanda toeristisch gaat inblikken, begrijpt men zelfs in Kigali niet. Janne d’Othée: “Ik vraag me af hoe sommige hotels gebouwd zijn, met legaal of witwasgeld van Congolese mijnen? Vóór mijn eerste
gids van 2007, die ik tweejaarlijks herzie, bestond er geen toeristische gids in het Frans over Rwanda (in het Nederlands nog niet, red.). En in het Engels bestaat enkel Bradt, dat politiek te inschikkelijk is (met inleiding door de premier, red.). Dat er geen goed woord over Rwanda verscheen, had jaren te maken met het alles overschaduwende schuldgevoel, van Brussel tot de VS. Over Rwanda werd na 1994 enkel in termen van politieke gevolgen en veroordelingen geschreven. Ik baalde van dat continue negativisme in de pers. De rijkdom van de natuur en de volkscultuur kwam nooit ter sprake. Als een pionier ben ik van
nul af aan, reizend zonder geld, alles wat bezienswaardig was gaan opzoeken in 2006. Niemand bleek te wachten op een gids, noch de Belgische Samenwerking noch Trotter (Guide Routard) die enkel publiceert over landen met voldoende toerisme. Nochtans zijn de berggorilla’s in Rwanda uniek in de wereld, Nyungwe is het grootste oerbos van Afrika en er is het nationaal park van Akagera (uitgebaat door Nederlanders) waar alle wild na 1994 was opgegeten. Daar leven nu opnieuw leeuwen, olifanten en giraffen. Voor mijn eerste gids moest ik in Kigali verschijnen voor een soort inquisitietribunaal van mannen die me vragen stelden van a tot z, de bladzijde met onderstreepte zin bij de hand. Na zes maanden ‘vagevuur’ kwam het boek toch te koop bij de toeristische dienst in Kigali, vandaag niet meer.” “Het bleek totaal nieuw om ‘anders’ over Rwanda te berichten, en vooral positief. Terwijl Rwanda voor België en Europa een oud verhaal vol misverstanden en negatieve ervaringen was - de moord op tien Belgische blauwhelmen op kop. En de excuses van Verhofstadt, en heel dat melodrama van de nog steeds gespannen verhoudingen tussen Rwanda en België. De minste vonk blijkt nog steeds genoeg om het poeder te ontsteken, want de spanning wordt gevoed: Kagame n’aime pas les Belges. Hij beschuldigt België ervan de etnische deling te hebben uitgelokt, door de invoering van de etnische identiteitspasjes in 1934 (op basis van het sociale verleden als Hutu, Tutsi en Twa, red.) onder Belgisch mandaat. Het werkte wel, maar het maakte de genocide van 1994 ook mogelijk, gezien het pasje werd gevraagd. Als Hutu passeerde je, als Tutsi werd je vermoord. Ook tijdens de grote sociale hervormingen van 1959-1962, toen een oppergezag van Hutu werd geïnstalleerd, moesten de Tutsi’s in ballingschap vertrekken, met inbegrip van de familie van Paul Kagame (toen een kleuter), en al sinds 1994 l’homme fort. Kagame verwijt de Belgen dat zij onrechtstreeks de oorzaak zijn van zijn ballingschap. De relaties tussen België en Rwanda blijven daarom gespannen. Vanuit Brussel wordt amper kritiek geleverd op het regime, want het wederwoord - ‘België heeft de problemen ontketend’ - ligt altijd klaar.”
Rwandezen in Brussel Even speuren we in Brussel. Niemand die een Rwandees herkent, of toch? Er zijn cafés langs de Ninoofsesteenweg en Wayezstraat waar de Rwandezen elkaar vinden. Maar in Matonge wagen ze zich niet, omdat vele Congolezen hen verwijten in hun land de oorlog en rebellie te hebben gezaaid. De intellectuele klasse woont hier verspreid, de studenten van de ULB en UCL meegerekend. Sommige betrekken eerbare postjes, zoals in de bank, aan Brusselse gemeenten, de universiteit, in een ziekenhuis. Of zij door Belgen werden geholpen, vragen we Janne d’Othée: “Zij die naar hier vluchtten, waren zowel overlevenden als daders. Er zijn Bel-
gen die de ene of de andere hebben geholpen. Op het eerste Rwandaproces in België bijvoorbeeld kreeg Vincent Ntezimana twaalf jaar voor misdaden tegen de mensheid; voordien had hij wel een postje aan de universiteit verkregen. Het proces in 2001 kreeg ook de kritiek dat men met het geld veel rechters in Rwanda had kunnen betalen.” Wie achter het Zuidstation of bij het Rogierplein een taxi zoekt, vindt er onmiddellijk Rwandezen. Ze hebben de taximarkt van de Grieken ingepikt. “Zelfs een oud-minister is taxichauffeur,” krijgen we te horen. Een vrouwelijke chauffeur geeft wel toe dat ze dagen van twaalf uur klopt: “Je kan toch niet niksen, het leven is duur. Rwandezen willen werken, onze origine heeft geen belang.”
“De wonden maken de relatie met Rwanda niet comfortabel. De malaise en het schuldgevoel blijven hier hangen. Vandaar horen, zien en zwijgen” Al bekent één taxichauffeur (foto) wel aan onze fotograaf dat zijn vader Hutu en zijn moeder Tutsi was. Janne d’Othée: “Het taxiberoep is op het lijf gegoten van Rwandezen: in een netwerk werken, radiocontact houden, observeren, communiceren,… Alles zien en horen, zonder opgemerkt te worden – dat is het cliché waar ze zich goed bij voelen. In een Rwandees café zie je enkel schaduwen. Je ziet amper waar je kan zitten, maar iedereen heeft jou gezien.”
Spanning Om elektriciteit in de lucht te voelen en te horen dat Rwandezen elkaar mijden, gaan we naar de wekelijkse sitting (zie kaderstuk) tegenover het Rwanda House. Het is een straatvoorbeeld van de deling tussen gemeenschappen. “Ik ervaar het eerder als iets ingehouden en onzichtbaar,” vindt Janne d’Othée. “Het feit dat de tegenpolen zich mijden in Brussel, houdt het gecontroleerd kalm, daar waar Congolezen hier de confrontaties niet uit de weg gaan. Toen ik twee keer een enquête voerde over de genocideplegers die hier rondhangen, heb ik wel ervaren dat zwijgen in twintig jaar tijd een sterk cultuurgegeven is geworden. Ik heb het moeten stellen met een cijfer van honderden daders, die hier een nieuw leven leiden. De ambassade van Rwanda is een grote ontmoetingsplaats van Tutsi’s. Ze houden
er een groot feest, met bier, op 4 juli, de dag van de machtsgreep van het Rwandees Patriotisch Front (FPR). Toch zijn er heel wat Rwandezen die nooit een stap op de ambassade willen zetten.” “Het demonstreert dat er een sterke deling blijft. Verhalen van moorden blijven ook vaak onopgelost. Herinner u het mysterie van een oud-minister die een paar jaar geleden in het kanaal werd teruggevonden. Hier leeft veel oppositie. Omdat die oppositiepartijen in Rwanda verboden zijn, en geweerd worden bij verkiezingen, proberen ze van hieruit hun stem te laten horen. De partij van dé icoon van de oppositie, de Hutu Victoire Ingabire, wordt niet erkend; zelf werd ze tot 15 jaar gevangenschap veroordeeld in Kigali. De dag nadat ik haar op haar laatste meeting in Laken zag, reisde ze naar Kigali, waar ze als devisionist werd afgedaan, omdat ze zei: ‘Ik kom knielen voor alle Tutsi’s die dood zijn, maar er zijn ook Hutu’s gestorven.’ Zoiets kan daar niet door de beugel. Het klinkt alsof je zou zeggen dat er naast veel Joden ook Duitsers gestorven zijn in het bombardement van Dresden. Al klinkt hier ook oppositie langs Tutsi-zijde, zoals van Deo Mushayidi die levenslang kreeg, en die ik nog in zijn kleine bureau aan de Roodebeeklaan in Schaarbeek zijn partij uit de grond zag stampen. Hij werd in Burundi opgepakt en aan Rwanda uitgeleverd, waar hij beschuldigd werd van ‘het willen omverwerpen van het regime.’ Mensen die ik de ene week zie, en die kort nadien gehandboeid in een pick-up weggevoerd worden - het is hallucinant.“ “En is het niet vreemd dat Brussel vol tags staat, en er niet één te zien is in Kigali? Getuigt het van angst of van cultureel gedrag? Nog steeds wordt het doen en laten van een overste er niet in vraag gesteld. De dramatische consequentie van die ingebakken ‘gehoorzaamheid’: de twee radiozenders die op 7 april 1994 als autoriteit opriepen om Tutsi’s te elimineren, met direct gevolg.”
© IVAN PUT
BDW 1419 PAGINA 5 - DONDERDAG 27 MAART 2014
Iedere dinsdag zetten Rwandezen een tent op in de Tervurenlaan.
Zitacties voor het Rwanda House Middenin de Tervurenlaan in Woluwe is de witte tent een vast straatbeeld geworden op dinsdag. Sinds 2010 houden Rwandezen er wekelijks een zitactie voor het Rwanda House, de ambassade van Rwanda. Iets minder dan twintig vrijwilligers (meer mag niet) treffen er elkaar rond een kopje thee of koffie. Ze houden beurtrollen per thema, soms inzake vrouwenrechten, dan weer na de dood van een oppositieboegbeeld, af en toe zijn het kleine partijen. “In een sfeer van bonne ambiance willen wij een zichtbaar teken blijven geven dat echte oppositie in Rwanda geen stem krijgt,” stelt jong en oud. “We klagen het onrecht aan, zoals van de gevangen gezette opposanten van het regime, die geen eerlijk proces kregen,” zo worden de spandoeken toegelicht. “Onze strijd houden we noodgedwongen hier, zolang we niet terug kunnen naar een vrij en democratisch land, België is ons tweede thuisland.”
Jambonews
Herdenking Of er verzoening in zicht is na 20 jaar, willen we geloven uit Janne d’Othées mond. “De malaise en het schuldgevoel blijft hier hangen. De wonden maken de relatie met Rwanda niet comfortabel. Volgende woensdag (2 april) komt Kagame naar de topontmoeting EU-Afrika in Brussel. De opposanten bereiden manifestaties voor. En van 6 tot 8 april zijn de ministers Reynders (MR) en Labille (PS) met familie van de gedode para’s en Belgische burgerslachtoffers welkom in Kigali. Wat gaat Brussel daar zeggen?”
Jean-Marie Binst
L’Afrique Centrale, 20 ans après le génocide, Arnaud Zacharie & François Janne d’Othée, ed. La Muette, 21 euro, Rwanda, ed. Petit Futé, François Janne d’Othée, 239 blz, 9,49 euro, www.petitfute.com
Volgens Ruhumuza Mbonyumutwa, oud-hoofdredacteur van Jambonews en kleinzoon van de eerste (voorlopige) Hutu-president van Rwanda (1961), net voor de onafhankelijkheid, verenigt de sitting een overgangsgeneratie. Er zijn dus geen directe betrokkenen uit het politieke veld of het vroegere establishment en ook geen overlevenden van de genocide. Ruhumuza: “Het zijn burgers die hier met Joseph Matata zijn gestrand, een mensenrechtenactivist die tot 1994 openbaar op handen gedragen werd om als Hutu de Tutsi-minderheid te verdedigen. Achteraf heeft Matata veel interviews afgenomen
van overlevenden van de genocide en alles in het werk gesteld om de volkerenmoord aan te klagen. Na 1994 heeft hij ook de moorden van de Groupe de Sécurité de la Présidence de la République (GSPR) aangeklaagd (daar is nooit rechtspraak over geweest, red.). Dat maakte hem sindsdien tot doelwit van het regime. Vandaag zijn het eerder de Hutu’s zelf die door het regime onderdrukt worden. “Elke reactie wordt gediaboliseerd door het regime,” horen we nog in het tentje. “Er lijkt enkel voor of tegen te bestaan, een tussenmening kan niet. We hebben als Rwandezen enkel een andere ‘sociale’ afkomst, leven gemengd doorheen Rwanda en hebben één gemeenschappelijke taal - dus eigenlijk is de situatie makkelijker dan de gemeenschappenproblematiek in België. Aan oudpremier Leterme werd gevraagd om opposanten van het regime uit te schakelen. Als we hier beland zijn, is het door levensomstandigheden. Dit gaat om een onvrijwillige migratie, en iedereen wil terug.” De website Jambonews.net bestaat sinds oktober 2010, als onderdeel van vzw Jambo, hier gesticht in 2008 door jongeren tussen 20 en 30 jaar, doorgaans studenten van de ULB en UCL. Vandaag wordt de site met vertalers (Frans en Engels) ondersteund door Erasmusprojecten. Jambonews vindt dat de dramatische toestand in de regio van de Grote Meren (dus ruimer dan Rwanda), zeker inzake mensenrechten, objectief in beeld moet worden gebracht. Er worden getuigenissen gegroepeerd - niet enkel van slachtoffers - om een totaalplaatje van de geschiedenis te krijgen. Voor Rwandese jongeren in België wordt networking aangeboden: feestjes, een journalistenwedstrijd, sportdagen,... Kortom, kansen om de Rwandese jeugd warm te maken om intern of extern een engagement voor Rwanda aan te gaan. Altijd in het vooruitzicht van weerkeren: “Rwanda blijft ons moederland.” Jean-Marie Binst
BDW 1419 PAGINA 6 - DONDERDAG 27 MAART 2014
Samenleving > Bleri Lleshi, het gevecht tegen het moderne geldgewin
‘Wie arm is, wordt gestraft’ ELSENE – Bleri Lleshi bindt in zijn nieuwe boek De neoliberale strafstaat de strijd aan met het onrecht dat vooral jonge mensen en uitgeslotenen ervaren. Dat onrecht is volgens de 32-jarige filosoof van de VUB te wijten aan het neoliberalisme dat mensen altijd verantwoordelijk maakt, verarmt en hen ook straft als ze niet meer mee kunnen. “Het huidige discours is ongelooflijk hard.”
B
leri Lleshi is een geëngageerde Brusselaar die zich al jaren bekommert om de jongeren in de stad. Die ervaringen verbindt hij in zijn nieuwe boek, een aanklacht tegen het neoliberalisme. Lleshi: “Een derde van de Brusselaars is jonger dan 25. Brussel is een van de jongste hoofdsteden van Europa, en als je weet dat al deze jonge mensen de toekomst zijn, dan kunnen we het best zoveel mogelijk tijd en energie in hen steken. De afgelopen twintig jaar is Brussel er echter zwaar op achteruitgegaan. Een grote groep jonge mensen in deze stad heeft het moeilijk.” “Velen onder hen haken dus af of zijn wantrouwig tegenover allerhande socioculturele organisaties die hen zogezegd helpen. Die staan in hun ogen voor de staat, de staat die hen verwerpt.” Waarom vertrouwden die jongeren u? Wat is er anders aan uw aanpak? Lleshi: “We zijn er tegenwoordig zo van overtuigd dat jongeren hun uitzichtloze situatie alleen aan zich-
zelf te danken hebben, terwijl ze gewoonweg niet meer verantwoordelijkheid kunnen dragen omdat hun situatie precair is. Ik veeg hun eigen verantwoordelijkheid niet onder de mat, en in de mate van het mogelijke probeer ik hen ook te vertellen dat ze een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben. Als ze merken dat ik zoiets zeg vanuit een engagement, dan aanvaarden ze dat ook. Ik vertrek van de jongeren zelf en tracht een alternatief te bieden. Mijn visie is emancipatorisch, niet paternalistisch. Dat appreciëren ze.” U bent er sterk van overtuigd dat sociale achterstelling meestal de schuld is van de samenleving. Legt u dat eens uit? Lleshi: “Wat is het grootste probleem in Brussel? De sociale ongelijkheid. Dat zeg ik niet alleen, dat zeggen Brusselse politici en onderzoekers ook. Hoe groter de ongelijkheid, hoe groter de criminaliteit en de intolerantie.” “Daarbij wordt de criminaliteit onder jongeren fel overdreven. Er is een kleine minderheid die over de
schreef gaat. Dat is ook niet abnormaal. Tijdens je puberteit haal je streken uit. Op jonge leeftijd zijn vrienden het allerbelangrijkste en is de groepsdruk groot. Een jongeman alleen op straat fluit niet naar een vrouw, maar in groep wel, bijvoor-
kansen jongeren op school krijgen. Aan het eind van het middelbaar onderwijs heeft een leerling 95 procent kans om in het ASO te zitten als de moeder een universitair diploma heeft, en 80 procent kans om in het BSO te zitten als de moeder laag opgeleid is. Naast de ouders heeft het onderwijs een belangrijke taak, namelijk jongeren vormen tot goede burgers. Maar het onderwijs creëert ongelijkheid, en we gaan daar slecht mee om.” “Als je vanuit een autoritaire visie
“Mijn visie is emancipatorisch, niet paternalistisch. Jongeren appreciëren dat”
beeld. We moeten er bewust van zijn hoe groepen werken en welke sociale factoren er meespelen.” “Een deel van de verantwoordelijkheid ligt bij jongeren, zeker, maar hoe antwoorden wij als samenleving? Hou er ook eens rekening mee in welke situatie vele ouders zitten. Meestal zijn die ouders - vaak alleenstaande moeders - laag opgeleid. En hoe lager het opleidingsniveau van de moeder, hoe minder
P-PRAAT Ziede wel. Vorige week voorspelden we dat er in de huidige kiesstrijd nog iets gezegd zou worden over fietspaden en dat de Vlaamse socialisten daar een grote rol in zouden spelen. Dat Brigitte Mädchen Grouwels te weinig fietspaden heeft aangelegd. En dat Bruno verkoopstruc De Lille te veel fietspromotie heeft gevoerd in plaats van het fietsen te bevorderen, zegt Brussels parlementslid Jef Van Damme. Correct, Jef. In het geval van Bruno De Lille herinneren wij ons nog de halfnaakte jongens en meisjes die op autoloze zondag aan het beursplein fietsen moesten wassen. Zomaar ter promotie. Voor zoiets krijgt een normaal mens vandaag een boete van Joëlle Milquet, maar toen waren het nog blije tijden. In het geval van het Mädchen zouden we echter onze joker willen inzetten. Oké, ze heeft misschien niet genoeg fietspad gegoten, en ja, een Brussels fietspad is altijd hopeloos, maar mevrouw de kanselier heeft wel wat beters te doen. De Krimoorlog afwenden, bijvoorbeeld. Le Soir vatte de essentie over fietsers trouwens nog helder samen in een artikel: “Quand il y a une piste cyclable, le cycliste doit l’emprunter. Quand il n’y en a pas, il doit rouler sur la chaussée au même titre que les autres usagers. Dans les deux cas, il doit respecter le code de la route.” Als de Franstaligen het zo bondig kunnen samenvatten, dan moet het wel waar zijn. Lang geleden dat we het over Madame Schep hebben gehad. Excuus daarvoor, maar het heeft zo zijn redenen: Schep was de voorbije tijd te flitsend. Niet dat haar kapsel is veranderd, maar de burgemeester van Molenbeek beende van receptie naar opening en van feest naar bijeenkomst. Er was gewoonweg geen volgen aan. Molenbeek Culturele Hoofdstad 2014, Den Daring die het goed doet, het Molenbeekse sociale weefsel dat vibreert in de lentezon... Een mens zou nog vergeten dat Schep ondanks haar flitsende bestaan zeer begeerd wordt door haar partij, de MR. Die wil haar uitspelen op de lijst voor de federale Kamer. Dik tegen haar goesting, want ze wil - uiteraard alleen met het sociale weefsel bezig zijn. Enfin, Schep “attend les engagements de son parti,” zo zegt ze zelf. Als het in het Frans zo bondig wordt samengevat, dan wil Schep gewoon zeggen: laat mij met rust.
alleen op de problemen wijst, dan sluiten jongeren zich op in hun overtuiging, en dan worden de problemen erger. Zo nemen ze niet deel aan het openbare leven. Laissezfaire is geen optie, dat is te veel gebeurd. Soms moeten we de confrontatie aangaan. Alleen zo leren we van elkaar, en alleen zo kunnen we rekening met elkaar houden.” Denkt de modale burger niet
dat het allemaal wel goed komt met jongeren, los van de slogans? Lleshi: “Ik kan u in ieder geval zeggen dat het discours voor jongeren ongelooflijk hard is. Mediatieke en politieke boodschappen liegen er niet om. Maar op wat is dat gebaseerd? Kennis van de stad? Nee, eerder op stereotypen. Volgens die mensen zitten we met een verloren generatie, die ze het liefst van al zouden ‘terugsturen’.” Als oorzaak van dat denken wijst u naar het ‘neoliberalisme’. Maar we hebben nog altijd sociale voorzieningen, ook voor jongeren. Lleshi: “Wij hebben nog een welvaartsstaat, dat klopt. Maar die wordt volop afgebouwd. Ook hier wordt er geprivatiseerd, en ook hier wordt er steeds meer nadruk gelegd op de eigen verantwoordelijkheid van individuen. Zo’n manier van denken levert ons als samenleving niets op. Kijk maar naar de cijfers: de armoede is de jongste twintig jaar gestegen in Brussel terwijl er meer welvaart is gecreëerd. 34 procent van de Brusselaars leeft in armoede. Dan kunnen we toch onmogelijk stellen dat het allemaal wel meevalt? Onze politici weten niet goed hoe ze daarmee moeten omgaan. Ze hebben in feite geen
CHIEN ÉCRASÉ FLAGEY – Het politiekantoor op de vijfde verdieping van het Flageygebouw is al meer dan een jaar open, en al meer dan een jaar wordt het VlaamsBrusselse journaille - wij dus - geconfronteerd met hulpelozen voor de ingang die smekend de weg naar het politiekantoor vragen. Wij helpen deze brave mensen altijd goed op weg, al is de neiging soms groot om hen naar het Ecolo-hoofdkwartier te sturen, recht tegenover de flikken. Het verschil zou toch nauwelijks opvallen. “Dat grote groene paneel? Dat is in het kader van de nabijheidspolitie, meneer. Maakt de mensen rustig. Ecolo, staat er? Ja, ze verkleinen hun voetafdruk graag bij de politie. Brooddozen en zonnepanelen en zo.” Bovendien heeft het opperhoofd bij Ecolo ook een snor. Veel verschil met de echte politie is er dus niet. FLAGEY BIS - Op het internet circuleert een uitgaansgids over de buurt rond het Flageyplein, u weet wel, het plein waar de zon nooit ondergaat. In die gids worden de beste cafés van de buurt opgesomd, tezamen met hun doelpubliek. Wat er in het foldertje ook staat, is een kaartje waarop staat welke drugs je op welke straathoek kan krijgen. We ontdekken dat bij de Belfiusbank cocaïne wordt gedeald, op het plein flink geblowd wordt en bij het bruine café naast de Delhaize heroïne te vinden zou zijn. Het feit dat we op de hoogte zijn van dat hoogst belangrijke nieuws, is te danken aan Twitter, het moderne communicatiegedoe voor journalisten met te veel tijd. O ja, wij staan ook in die uitgaansgids, trouwens. Geen idee waarom eigenlijk. TWITTER – Nog even melden dat de ‘hashtag’ #boboland nu ook al bestaat op Twitter. Geen idee waarom eigenlijk.
© IVAN PUT
BDW 1419 PAGINA 7 - DONDERDAG 27 MAART 2014
ideeën. Net dan komt de strafstaat in actie. Vroeger bestond er een consensus over de welvaartsstaat, die sociale schokken opving. Maar de welvaartsstaat wordt ontmanteld, en dus moeten armen en mensen die buiten de lijntjes kleuren ‘gestraft’ worden. Zo komen we in een totalitaire staat met veel armen terecht. Zo’n situatie moet onder controle gehouden worden, met cameratoezicht, met gevangenissen, met privatiseringen van politie en justitie en met GAS-boetes.” Dat is toch ook in het nadeel van het kapitalisme zelf? Een samenleving waarin mensen onder de knoet worden gehouden creëert minder welvaart. Lleshi: “Maar het kapitalisme is niet geïnteresseerd in voldoende welvaart voor iedereen, men wil net een zeer ongelijke samenleving. Vroeger werd winst in de samenleving geïnvesteerd, maar vandaag de dag vloeit die winst naar een kleine elite aandeelhouders en managers.” Naar welk model grijpt u dan terug? Naar Karl Marx? Lleshi: “Marx is slechts één denker die inzichten verschaft. Maar Marx alleen zal ons niet redden. Wat er moet komen, weet ik als individu alleen ook niet, dat krijgt alleen vorm door samenwerking met anderen. Marx moet dus geactualiseerd worden. We zullen toch anders moeten nadenken over eigendom en werk. Werk is vandaag een last: er zijn heel veel mensen die niet graag werken. Waarom kunnen we dan niet praten over een dertig urenweek? Want nu werken we langer en moeten we flexibel zijn. Geef mensen toch ook eens wat ruimte om te leven. Of moeten
Bleri Lleshi: “Wij hebben nog een welvaartsstaat, dat klopt. Maar die wordt volop afgebouwd.”
we echt werken tot we doodvallen?” Maar dan moet zoiets op wereldschaal worden ingevoerd, want anders worden samenlevingen nog steeds tegen elkaar uitgespeeld volgens wie de beste voordelen biedt. Lleshi: “Dat is een dooddoener. Zo worden mensen gedemotiveerd en zal er niets veranderen. Maar goed, de welvaartsstaat moet behouden worden op Europees niveau, anders heeft hij geen toekomst.” Veel van uw discours lijkt ons PVDA-geïnspireerd. Lleshi: “Ik ben links, en de PVDA is een linkse partij, maar pin me niet vast op de PVDA. Links dient het behoud en het versterken van de welvaartsstaat en van de sociale rechten opnieuw op zijn agenda te zetten. Solidariteit is een links principe en moet dat blijven. Een tweede principe is dat van de herverdeling. Wil links een project hebben om de ongelijkheid aan te pakken, dan zal dat via herverdeling moeten gebeuren.” “Het gekke is dat het grootste gedeelte van de neoliberale agenda werd uitgevoerd door sociaaldemocraten als Tony Blair in het Verenigd Koninkrijk en Gerhard Schröder in Duitsland. De sociaaldemocratie is bang geworden om in de welvaartsstaat te geloven. Ik begrijp dan eigenlijk ook niet meer hoe mensen voor een rechts programma kunnen stemmen als ze zien wat de verwoestende resultaten zijn van de besparingen in Griekenland of Spanje. Het besparingsbeleid heeft daar goed gewerkt. Voor de rijken.” Christophe Degreef en Steven Van Garsse Bleri Lleshi, De neoliberale strafstaat, uitgeverij epo, 320 blz., 22,50 euro
ADVERTENTIE
3de cultural mindfood
ondernemendevrouweninBrussel van 19u00 tot 21u30
woensdag 2 april ¬ P&V Groep - Koningsstraat 151 - Brussel
Kom speeddaten met Nikolay Dentchev [professor in ondernemerschap en MVO, VUB & KUL]
Nadia
Verbeeck [expert in reclame en branding] Katrien Pauwels [oprichtster koffiebar Or] Dr. Ingrid Molderez
[expert in duurzaam ondernemerschap, KULeuven @HUBrussel] coaching]
Kim Neuskens [expert in mediarelaties en
Vicky Corbeels [ervaringsdeskundige ondernemen in Brussel]
PR, social media & blogging]
Kristien Vermoesen [expert in
Margot Ghysels [advies in design en interieur, interieurbureau Sacré+Sucré]
Ilse De Troyer [tax expert KULeuven @HUBrussel] Elke Jeurissen & Cato Leonard [experts in stakeholder
engagement, Glassroots]
Erik Baptist [Atrium Brussels]
Kim Van de Velden [advocaat fiscaal recht, Eubelius]
Isabel Peeters [commercieel directeur, BBDO]
Programma & info www.yamilaidrissi.be Toegang gratis - Inschrijven vóór 31 maart via lore.vandoorne@vlaamsparlement.be - 02 552 42 52 Yamila Idrissi
Brusselaar in het Vlaams parlement
Een initiatief van Yamila Idrissi en zij-kant
BDW 1419 PAGINA 8 - DONDERDAG 27 MAART 2014
BDW REGIO
Deze week ondergronds in Anderlecht > Railway Model Club 783 bouwt miniatuurspoorwegennet
‘Liefde voor de trein brengt ons samen’ sen via zoekertjes in de krant of op ruilbeurzen aangeboden. Bovendien verkopen winkels als de Orient-Express op de Louizalaan modeltreinen en andere accessoires. Voor een zeldzame trein leg je al snel honderden tot duizenden euro’s op tafel. “Voor een Canadese Northlander-
“De sporen zijn heel goed gelegd. We kunnen de treinen nu aan een maximumsnelheid laten rijden zonder dat ze ontsporen”
passagierstrein heb ik vijftien jaar geleden 425 euro betaald. Ik heb het exemplaar later verkocht voor 1.375 euro.”
Treinverslaving
Voorzitter Jacques Marteau: “Houden van de trein en sfeer bijbrengen in de groep, dat zijn de voorwaarden om lid te worden.”
ANDERLECHT – Elke woensdagavond komen achttien Brusselaars samen om hun grootste passie te delen: de trein. In een ondergrondse ruimte in het centrum van Anderlecht bouwen de leden van Railway Model Club 783 een netwerk van miniatuursporen uit. Discretie over de precieze locatie is geboden, want de treinliefhebbers hebben liever niet te veel pottenkijkers.
V
an arbeiders en bedienden tot zelfstandigen en ondernemers. De trainlovers – zoals ze zichzelf noemen - van de modeltreinclub RMC 783 komen ADVERTENTIE
Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap
✆ 0800-15045
alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30
Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be
uit alle sociale klassen. Vrouwelijke leden zijn er niet. “Dat is altijd zo geweest,” zegt voorzitter Jacques Marteau (78). “Modeltreinen interesseren hen gewoonweg niet.” De club is opgericht in het begin van de jaren zeventig. Na een zwerftocht door Brussel van bijna 30 jaar vestigde ze zich uiteindelijk in het centrum van Anderlecht. “In het begin kwamen we samen in een achterkamer van een Etterbeeks café. Onze eerste werkruimte in Elsene moesten we verlaten omdat het Huis van de Vrouw en het Kind daar werd ingericht. Vervolgens moesten we door de bouw van Wolubilis ook in Sint-Lambrechts-Woluwe vertrekken. In 2008 moest ons lokaal boven metrostation Anneessens wijken voor de plannen van minister van Mobiliteit Pascal Smet (SP.A) die
er cultuurevenementen wou organiseren. Maar we hebben een contract met de MIVB waardoor de vervoersmaatschappij verplicht was ons een
© BART DEWAELE
den van de trein en sfeer bijbrengen in de groep,” aldus Jacques. Eenmaal per week komen de leden in Anderlecht samen om hun levenswerk verder uit te bouwen. Sommigen zijn gespecialiseerd in het aanleggen van de sporen, anderen in de elektronica. Momenteel is de club uitsluitend bezig met het decor, een werk van maanden of zelfs jaren. “De sporen zijn heel goed ge-
“Voor een Canadese Northlanderpassagierstrein heb ik vijftien jaar geleden 425 euro betaald. Ik heb het exemplaar later verkocht voor 1.375 euro”
nieuw onderdak toe te wijzen. Zo zijn we in Anderlecht beland.” Er zijn twee voorwaarden om lid te kunnen worden van de club: “Hou-
legd. We kunnen de treinen nu aan een maximumsnelheid laten rijden zonder dat ze ontsporen.” De treinen zelf worden door men-
De club is geen coöperatieve. Elk lid is eigenaar van zijn eigen materiaal. “Maar met de treinen op het sporennet rijden, is gratis. Met de opbrengst van het bier en de frisdrank in de koelkast kopen we gezamenlijk het materiaal om de sporen te bouwen.” Voor Jacques, Georges-Alain en de meeste leden begon de treinverslaving al toen ze vijf à zes jaar oud waren. Patrick Alexandre (62) ontdekte zijn passie pas op latere leeftijd, toen hij in de jaren negentig besloot een modeltrein te kopen. Jaar na jaar breidde hij zijn collectie uit. In 2011 werd hij lid van modeltreinclub 783. “Ik wist niet goed wat ik met mijn verzameling treinen moest aanvangen. De beste oplossing leek me in een modelclub te stappen en mijn ervaringen te delen met medeliefhebbers. Het is de liefde voor de trein die ons samenbrengt,” aldus Patrick. Tot en met 4 mei kan u enkele modeltreinen en een sporennet van de Railway Model Club 783 bewonderen in het CIVA. Het architectuurcentrum biedt een terugblik op het werk van mensenrechtenkunstenares Françoise Schein. De treinen leiden de bezoekers als het ware door het oeuvre van de Brusselse architecte en stedenbouwkundige.
Mathieu Declercq
Sint-Lambrechts-Woluwe > Schepen overlijdt onverwacht
Benoît Veldekens is niet meer Benoît Veldekens (LB), schepen van Financiën en Begroting in Sint-LambrechtsWoluwe, is onverwacht overleden. Veldekens was 66 jaar en vader van vier kinderen. Benoît Veldekens was samen met Dominique Harmel oprichter van de CDF, Chrétiens Démocrates Fédéraux, toen in 2002 de PSC van naam veranderde in CDH. Veldekens en Harmel richtten de CDF op uit onvrede met het verdwijnen van het woord ‘christelijk’ uit de partijnaam van de CDH. In 2006 nam Veldekens ontslag als voorzitter van de CDF om zich met de gemeente bezig te houden. Veldekens zat voordien ook in het Brussels
© JO VOETS
BDW 1419 PAGINA 9 - DONDERDAG 27 MAART 2014
parlement voor de PSC en was al gemeenteraadslid sinds 1988. Hij was in 2006 onafhankelijke kandidaat op de Burgemeesterslijst van Olivier Maingain en werd schepen. Dat hij de portefeuille Financiën kreeg, is niet zo verwonderlijk: de tweetalige Brusselaar was eerste auditeur bij het Rekenhof. De begrotingen die hij voorstelde, waren altijd vergezeld van een omstandige uitleg in het Frans en Nederlands. Vorige week dinsdag werd Veldekens onverwacht getroffen door een hartaanval. Wie Veldekens opvolgt, is nog niet bekend. Het college neemt hierover donderdag een beslissing. Steven Van Garsse
Schaarbeek > Tweede editie van ‘Schaarbeek Laat’ Oudergem > Uitzonderlijke rondleidingen in Hertoginnedal
Over priorinnen en Europese prioriteiten “Wat nu de Priorij genoemd wordt, is eigenlijk een overblijfsel van de boerderij, en wat nu Kasteel Hertoginnedal is, was het laatste priorinnenkwartier. De wandelpaden in het park waren vroeger straten waar huizen langs stonden, de middeleeuwse Sint-Annakapel, ooit een belangrijk bedevaartsoord, lag vroeger buiten en ligt nu binnen het domein.” ‘Niets is wat het lijkt’, zo heeft gids Dora De Haeck haar wandeling genoemd in het op zaterdag 29 maart uitzonderlijk voor het publiek toegankelijke Domein van Hertoginnedal. Op andere dagen komt u er niet in, dan maken staats- en regeringsleiders en hoofden van Europese instellingen er contemplatieve wandelingen tijdens hun verblijf in het kasteel of tussen het vergaderen door in kasteel of priorij. De Haeck zal vertellen over welke geschiedenis hier zoal geschreven is: de verdragen die aan de basis lagen van de Europese Unie, de taalwetten uit de jaren 1960, de passages van Dehaene en Leterme. AD
TELEXREGIO
Rondleiding in het Nederlands om 15u, inschrijven via events1160@gmail.com, gratis, rondleidingen in het Frans door andere gidsen om 10u30, 11u, 11u30, 14u, 14u30, 15u30, 16u, 16u30
Cultuur in onverwachte hoek Acteur Maarten Ketels leefde twee weken in een houten huisje in het Centraal Station van Antwerpen en Amsterdam. Hij maakte er een monoloog van, die hij afgelopen maandag bracht in repetitiecentrum Novanois (foto). De formule om cultuur aan te bieden op bijzondere plekken in Schaarbeek, heeft vorig jaar goed gewerkt. Ook deze tweede editie van
‘Schaarbeek Laat’ trok zich straf op gang. Eind april kan je dan weer de Leuvense groep The Customs aan het werk zien in The Magic Land Théâtre, en in mei moet je in L’Os à Moelle zijn voor een solodansvoorstelling van Sabine Molenaar, geïnspireerd door haar fascinatie voor dromen. Meer info op www.1030cultuur.be. SVG
WFP/Alexis Masciarelli
ADVERTENTIE
De bevolking van de Centraal Afrikaanse Republiek: Hertoginnedal is op 29 maart open voor het grote publiek.
TORNADO DOOR ETTERBEEK Woensdag 2 april rond het middaguur zullen 160 eerstejaars van het GO! Atheneum Etterbeek in het Jubelpark een dans brengen: de tornado. ‘Transformeer je gemeente’ is het thema van de alweer vierde Etterbeekdag. De leerlingen volgen een muzisch traject langs culturele organisaties in de gemeente richting Jubelpark. Het uiteindelijke doel is om jongeren Brussel te leren kennen op een creatieve manier. MD
Verscheurd door geweld, gevlucht van huis en haard. Binnenkort slaat de regen toe, sluit de wegen af en brengt ziektes met zich mee. Ondervoeding ligt op de loer. Wij hebben uw hulp nodig hen te voeden – voordat het te laat is. Doneer vandaag. nl.wfp.org/donate/doneer
(Her)ontdek Kuregem Op dinsdag 1 april kan u zelf te weten komen wat Kuregem te bieden heeft. Het Zuiden in Zicht organiseert om 9u15 een wandeling door de wijk. Op het programma staan een bezoek aan een sociale dienst, een werkgelegenheidsinitiatief en een atelier voor het actief zoeken naar werk. Deelnemen kost €15 inclusief een warm middagmaal. Inschrijven kan via 015-22.86.10 of op cursuscentrum@heist-opMD den-berg.be.
Bezoek ons op Facebook Volg ons op twitter @wfp_europe
Fighting Hunger Worldwide
BDW 1419 PAGINA 10 - DONDERDAG 27 MAART 2014
Vorst > Bewoners verzetten zich tegen woonprojecten in Meunierwijk
Bewoners in de bres voor art deco
Wijkcomité Meunier is al een paar jaar actief om de wijk om en rond het gelijknamige plein met wijkfeesten en andere initiatieven te laten bruisen. Er wordt volop gebouwd in de wijk. Niet minder dan vijf projecten zitten er in de pijplijn. Een evidente evolutie in een stad die schreeuwt om woningen, vindt ook het wijkcomité. Maar twee van de bouwprojecten kunnen niet door de beugel. Ze zouden een smet op het blazoen van de architecturale charme van de wijk vormen. Het gaat over een nieuwbouwproject in de Meyerbeerstraat. Daar moet een eengezinswoning plaatsruimen voor een complex met vijftien appar-
© NAAM FOTOGRAAF
Twee geplande bouwprojecten in de Meunierwijk in Vorst stuiten op protest van buurtbewoners. Dat er groene ruimte moet sneuvelen voor een nieuw gebouw is volgens de bewoners ontoelaatbaar. De twee nieuwe constructies vloeken ook met het art-decokarakter van de wijk.
Het Constantin Meunierplein is erkend als zone van culturele, historische en esthetische waarde (GCHES).
tementen. Daardoor zou het complex wel dieper en hoger zijn dan het huidige huis, wat niet strookt met de Gemeentelijke Stedenbouwkundige Verordening. Zo zou de prachtige binnentuin achter het gebouw opgeofferd worden: “We zien zo een prachtig stukje natuur verdwijnen met waardevolle inheemse bomen en zelfs de aanwezigheid van bossen. Het is onaanvaardbaar dat dit zou moeten wijken voor een appartementsgebouw,” zegt Ingrid Verschueren van het wijkcomité. Aan straatzijde is het gebouw dan een aanslag op het straatbeeld dat uit statige herenhuizen met prachtige art-decogevels bestaat. Hetzelfde kan gezegd worden van een ander bouwproject in de Molièrelaan op de hoek met het prachtige Meunierplein. Dat gebouw zou twee verdiepingen hoger zijn dan het huidige en de glas- en zinkconstructie als een luide valse noot in het harmonieuze art-decogeheel van het Meunierplein laten klinken. Dat het gebouw geen groen dak krijgt, strookt overigens ook niet met de huidige opvattingen van ecologisch bouwen. Dinsdag maakten de bewoners hun grieven aan het gemeentebestuur op de overlegcommissie bekend. Het is nu wachten op een initiatief van de gemeente om de bouwheren een halt toe te roepen.
Bruno Schols
ADVERTENTIE
LEVEN IN EEN ÉÉNOUDERGEZIN ALS JE ER ALS OUDER (BIJNA) ALLEEN VOOR STAAT Een boeiende gespreksavond over ouderschap Je kinderen (zo goed als) alleen opvoeden, al dan niet na een scheiding, zorgt vaak voor hoofdbrekens. in een uitdagende situatie
Hoe krijg ik de kinderen op tijd op school en mezelf op het werk? Klopt de rekening op het einde van de maand? Welke plaats neemt de ‘andere ouder’ in? Hoe voelt mijn kind zich hierbij? Heeft mijn kind voldoende ‘rolmodellen’? Op voorhand inschrijven bij : marijke.decanck@cawbrussel.be, 02 2896017 Deelname kost 3 euro. Betalingsinfo volgt na inschrijving. Start 19.30u, onthaal vanaf 19.15u.
3 APRIL‘14 19.30U-21.30U WWW.CAWMOZAIEK.BE
WWW.OPVOEDINGSWINKELBRUSSEL.BE
@CAW BRUSSEL,
PRIEMSTRAAT 19A
Vorst > April zit vol met workshops
Vorst gaat duurzaam de lente in April is in Vorst de maand van de duurzame ontwikkeling. Elke week kan je in de gemeente terecht voor ateliers, lezingen, wandelingen en andere activiteiten rond duurzame thema’s als natuur, mobiliteit, netheid, huisvesting. Moestuinieren, hoe begin ik eraan? Hoe verklein ik mijn afvalberg? Hoe verbouw ik met respect voor de natuur? Kortom, praktische tips om je ecologische voetafdruk te verkleinen en tegelijk misschien ook flink wat geld te besparen. Daarvoor kan je van 31 maart tot en met 27 april in het gebouw van Une Maison en Plus (Britse Tweedelegerlaan, 27) in Vorst terecht. De Lente van Duurzame ontwikkeling is ondertussen al aan haar zesde editie toe. Elke week staat telkens een thema centraal. De eerste week is dat ‘huisvesting’. Op woensdagnamiddag 2 april kan je kiezen tussen twee ateliers: een met tips om energie te besparen en een andere
om vocht uit je huis te houden of te krijgen. De dag nadien, op donderdagnamiddag, komt u alles te weten over de plannen van het duurzame wijkcontract Albert. De vereniging Une Maison en Plus zal die dag ook meer uitleg geven over haar werking. De week daarop is ‘mobiliteit’ aan de beurt met onder andere een fietsherstelatelier van 14u tot 16u op woensdag 9 april, door de vereniging Papadouala. Op dinsdagnamiddag 22 april kan u er met al uw vragen over wasbare luiers terecht. Of u kan zelf uw ecologische huishoudproducten leren maken. Wil u zelf uw bloembakken in elkaar knutselen, dan houdt u best woensdagnamiddag op 16 april vrij voor het atelier over stadstuinieren. Het is slechts een bloemlezing uit het programma. Meer details over het uitgebreide aanbod vindt u op de gemeentelijke website www. vorst.irisnet.be of op 02-348.17.35. Bruno Schols
Etterbeek > Burgemeester grijpt in
Minderjarige relschoppers krijgen wijkverbod Vier jongeren die een winkelier terroriseerden hebben een wijkverbod gekregen. Een primeur voor zowel Etterbeek als het hele land. Vorige week werden vier minderjarige jongeren betrapt toen ze in een supermarkt in de Veldstraat een diefstal pleegden. Zij werden door het aanwezige personeel vastgehouden tot de politie zou komen. De jongeren lieten dit echter niet gebeuren, trommelden vrienden op en in een mum van tijd probeerde een groep van enkele tientallen personen de verdachten hardhandig te bevrijden. Enkele aanwezige personeelsleden en klanten raakten daarbij gewond. Nadien bedreigden zij klanten en het personeel van de supermarkt meermaals. Burgemeester Vincent De Wolf greep
in. Hij legde de vier per GAS-boete een wijkverbod van een maand op. Als ze dat verbod niet respecteren, kunnen ze een bijkomende boete van 175 euro per keer of een administratieve aanhouding verwachten. De overige relschoppers konden niet geïdentificeerd worden. “De feiten zijn ernstig genoeg,” zegt De Wolf. “Een burgemeester kan, als de openbare orde ernstig bedreigd is, zo’n maatregel invoeren. Ik heb ook de politieaanwezigheid opgevoerd en samengezeten met onze preventiediensten om dit soort delicten in de toekomst te voorkomen.” De vier moeten deze week ook voor het schepencollege verschijnen, dat beslist of hun straf verzwaard of verlicht wordt. “Het wijkverbod kan twee keer verlengd worden,” aldus De Wolf. CD
© KABINET ANS PERSOONS
BDW 1419 PAGINA 11 - DONDERDAG 27 MAART 2014
Met een budget van 270.000 euro wil de stad Brussel de sokkel rondom de vijf woonblokken van de Brusselse Haard opfleuren.
Brussel > Streepje kleur in afwachting van grondige renovatie
Troosteloze Papenvest krijgt kleur en bomen BRUSSEL - De stad Brussel trekt 270.000 euro uit om de onmiddellijke omgeving van de Papenvest op te fleuren. Marie Nagy (Ecolo), gemeenteraadslid op de oppositiebanken, vraagt zich af of de stad de investering op middellange termijn zal kunnen waarmaken. Schepen van Wijkcontracten Ans Persoons (SP.A) is het daarmee niet eens: “We gaan toch niet nalaten om te investeren omdat het onderhoud wel eens mis zou kunnen lopen?” De Papenvest is niet direct de omgeving waar je vrijwillig gaat wonen. Toch niet als je de middelen hebt om elders te wonen. Maar er wonen wel meer dan driehonderd gezinnen. En sommige wonen er naar verluidt graag. De Papenvest, dat zijn de troosteloze blokken aan de gelijknamige straat. Het was CD&V die ooit – terecht – voorstelde om ze af te breken. Maar je moet natuurlijk wel een alternatief hebben voor de huidige bewoners. De Papenvest, dat is ook de hoofdzetel van de Brusselse Haard. De sociale huisvestingsmaatschappij weet dus wat er moet gebeuren. Eigenlijk moeten de panden dringend afgebroken of grondig gerenoveerd worden. Maar de kostprijs bedraagt 70 tot 75 miljoen euro en dat is de taak van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM), en niet van de stad. Een datum voor de renovatie ligt nog niet vast, en de stad wil niet meer wachten. In het raam van het wijkcontract Bloemenhof trekt de stad een pak geld uit voor het opfleuren van de sokkel van de wijkcontracten. Persoons: “Correctie. We doen veel met een beperkt budget. We willen de grijze blokken kleur geven, bomen planten en nieuwe speeltuigen plaatsen.” Er komt een bosje met vijftien nieuwe
bomen, er worden ook zeven grote bomen geplant. Persoons: “Bij het uittekenen van de plannen werd ook rekening gehouden met de zoninval.” En niet onbelangrijk: de tegels krijgen een kleurtje. Nagy vraagt zich af of de stad wel in staat zal zijn om de site na heraanleg te onderhouden. Eigenlijk bedoelt Nagy: zal de stad na vandalenstreken iedere keer opnieuw de site herstellen? Persoons: “Heel de heraanleg is met de bewoners besproken. Dat is een heel andere aanpak. Op grond daarvan zijn we ervan overtuigd dat dit wel goed loopt. Maar we gaan toch
“We gaan toch niet nalaten om te investeren omdat het onderhoud wel eens mis zou kunnen lopen?” niet nalaten initiatieven te nemen omdat het wel eens mis zou kunnen lopen met het onderhoud?” Overigens ontkent Persoons niet dat de Papenvest een moeilijke wijk is. De veelgeplaagde sporthal is er een voorbeeld van. De stad krijgt er moeilijk meisjes en vrouwen aan het sporten omwille van het mansvolk dat ze aanstaart vanop straat. Persoons zoekt naar een oplossing voor de vensters. De werken voor de heraanleg zijn gepland voor oktober. Ook de Grootgodshuisstraat wordt aangepakt. Het moet de buurt een pak kleurrijker maken. Danny Vileyn
Info & Reserv. MCCS / HCSS T : 02 / 415 86 03 • Tarif : 2 €
www.molenbeek2014.be
LIVING EXPO 29 & 30.03.14 05 & 06.04.14
© Oiseaux Sans Tête / www.ostcollective.org
ADVERTENTIE
Theatervoorstellingen bij bewoners thuis ! Foto-installaties op straat !
BDW 1419 PAGINA 12 - DONDERDAG 27 MAART 2014
laten je eerst 20 minuten wachten alvorens ze je te woord te staan met de boodschap… dat er geen informatie beschikbaar is. In gemeenten als Sint-Gillis en Elsene krijg je onmiddellijk antwoord (5 euro in Sint-Gillis, gratis in Elsene). In Vorst is de dienstverlening dus tachtig keer duurder en acht keer trager. Is het in de eenentwintigste eeuw dan zo moeilijk om inlichtingen binnen een redelijke termijn te ontvangen?
Dakgoot
“Dankzij ons worden gebouwen - mits grote investeringen - gesaneerd en van de sloop gered. Te vaak wordt de investeerder in vastgoed gezien als een rijke speculant die in zijn streven moet worden geremd.”
© BART DEWAELE
Schaarbeek. Ik neem zeer snel de beslissing om een gebouw te kopen. Het is een kraakpand. De eigenaar is een bejaarde man die noch het geld noch de kracht heeft om het goed te onderhouden. Hij werd door alle verzekeringsmaatschappijen geschrapt. Ik teken het compromis, verzeker het goed, laad vier containers vol met het vuil en de rommel die in het huis opgehoopt liggen. Ik beveilig het gebouw en vervang de rotte ramen, ik schilder de vuile gevel in gebroken wit. Bij de ondertekening van het compromis verzekert de notaris me dat hij geen kennis heeft van enige stedenbouwkundige overtreding. Wanneer me ik een jaar later bij de gemeente Schaarbeek aandien, krijg ik een reeks overtredingen voorgeschoteld: eerst gaat het over de vorm van de ramen, vervolgens over de kleur van de gevel (die oorspronkelijk blijkbaar okergeel was…) en nu gaat het over de bekisting van de dakgoot. Terwijl de dakgoot er al tien jaar zo bij hangt! De bekisting van de dakgoot gold niet als een overtreding bij de aankoop van het goed, maar een jaar later is dat als bij toverslag wel het geval.
Coherente aanpak
Vastgoed > Valérie Dereymaker laakt administratieve rompslomp
Dringend nood aan coherente Brusselse aanpak BRUSSEL – Als investeerder en handelaar in vastgoed in de negentien Brusselse gemeenten wordt Valérie Dereymaker geconfronteerd met de administratieve rompslomp bij de stedenbouwkundige diensten en het gebrek aan samenhang tussen de gemeenten onderling. Er is dringend nood aan een coherente aanpak van de verschillende Brusselse gemeenten, vindt ze.
BDWOPINIE Tegenwoordig vragen notarissen en andere professionals van de immobiliënsector om, nog voor de ondertekening van het compromis, bij de gemeentelijke stedenbouwkundige diensten informatie in te winnen over het goed in kwestie. Twee voorbeelden. In Vorst is de Dienst Stedenbouw maar twee dagen per week voor het
publiek toegankelijk. Als je er om 10 uur aankomt, duurt het tot 12 uur vooraleer alle personen die in de wachtzaal zitten, aan de beurt zijn geweest. Op het middaguur sluiten de kantoren. Je moet dus in de namiddag terugkomen. Kortom, je verliest er een hele dag, waarna je het nieuws krijgt dat je je eerst tot de diensten van het kadaster in de Kruidtuinlaan moet wenden, waar je een kadastraal plan moet afhalen van het goed en zijn onmiddellijke omgeving. Zonder afspraak doe
je er zo ongeveer een voormiddag over om dat document te bekomen (heen- en terugreis en een uur ter plaatse). Wanneer je je terug in je bureau bevindt, kan je eindelijk het aanvraagdocument samen met het kadastraal plan en het betalingsbewijs van 400 euro naar de stedenbouwkundige dienst van Vorst faxen. Je bent 411 euro armer en hebt een hele reeks administratieve beslommeringen achter de rug. Wanneer je na zeven dagen nog niets hebt ontvangen – ze kampen
“Is het in de eenentwintigste eeuw dan zo moeilijk om inlichtingen binnen een redelijke termijn te ontvangen?”
Een dergelijke arbitraire, dictatoriale aanpak is schandalig. Begrijpen de gemeenten dan niet dat we hun bondgenoten zijn? Dankzij ons worden gebouwen - mits grote investeringen - gesaneerd en van de sloop gered, waarna ze aan jonge koppels worden verkocht, die ze naar eigen smaak renoveren en inrichten. Die jonge kopers zullen vervolgens deelnemen aan de verkiezingen en gemeentebelastingen betalen. We helpen de gemeenten om huisvesting te creëren en om jonge gezinnen aan te trekken die hun kinderen in de gemeente naar school sturen. Waarom niet samenwerken, met de neuzen in dezelfde richting? Te vaak wordt de investeerder in vastgoed gezien als een rijke speculant die in zijn streven moet worden geremd en waarvan men maar beter profiteert door hem een paar overtredingen te laten regulariseren… Brussel heeft nood aan woningen. Om die woningen te leveren, moeten we administratieve rompslomp doorworstelen en schandalige, arbitraire en ongegronde boetes betalen. Kortom, er is dringend nood aan een duidelijke, transparante en coherente aanpak vanwege de verschillende Brusselse gemeenten!
immers met een achterstand – neem je telefonisch contact met hen op. Ze
Valérie Dereymaeker Vastgoedhandelaar, Vorst
BDW 1419 PAGINA 13 - DONDERDAG 27 MAART 2014
© CULTUURCENTRUM BRUSSEL
BDWOPINIE Amerikaans theater door Danny Vileyn
Gemeenschapscentrum De Markten: bot vangen na drie rondes inschrijvingen voor de zomerkampen.
Samenleving > Inschrijvingen bij zomeractiviteiten voor kinderen
Zomeropvangstress BRUSSEL – “Oei, je bent te laat,” zegt een bevriende ouder mij wanneer ik in lichte draf bij het GC De Markten in Brussel kom aangelopen, “de wachtnummertjes werden net uitgedeeld.” Het is maart, het regent, maar de zomer dringt zich aan ons op. Met 'ons' bedoel ik de groep Brusselse ouders die op zoek gaan naar een fijne zomeractiviteit voor hun kroost. Het seizoen van de zomeropvangstress is bij deze ingezet. De plaatsen voor de toffe Nederlandstalige zomerkampen in het Brusselse zijn beperkt en dus gegeerd. Om niet onvoorbereid aan de start te komen, nam ik de dag voordien de spelregels voor de inschrijvingen samen met de organisatie nog eens telefonisch door. Om 9 uur, zo werd mij gezegd, delen ze de volgnummers uit en om 10 uur beginnen de inschrijvingen. Elk kind mag maar voor één kamp ingeschreven worden, dat is eerlijker. Ik vroeg of de 'urban legend' van kamperende ouders, met wachtrijen tot buiten, al van vroeg in de ochtend een te vrezen realiteit zijn. Maar de dame antwoordde mij – niet geheel geruststellend – dat ze niet mag spreken over het uur waarop de eerste ouders beginnen aan te schuiven. Ze kon wel prijsgeven dat er een informele namenlijst zou zijn. De ouders die als eerste aankomen, kunnen zich daar alvast een eerste keer op inschrijven. Een ranglijst voor de ranglijst die de inschrijving voorafgaat dus. Impressionant. De vriendelijke stem kan me nog wel meedelen dat het café van het gemeenschapscentrum pas om 8u30 de deuren opent. Ik wist wat ik moest weten. Ik had al de nodige documenten op zak en was de avond voordien speciaal niet op café geweest. En toch faalde ik. Een reconstructie: om 8u20 wandel ik naar de metro. Ik rij richting centrum, maar een verdomd boeiende weekendkrant maakt dat ik mijn halte mis. Ik stap af, maar ik heb intussen 15 minuten vertraging opgelopen. Een onoplettendheid die mij later fataal zou zijn. Verdomde weekendkrant. Wanneer ik om 9u07 in de wacht/inschrijfruimte aankom, ligt de informele lijst – je weet wel, de lijst die de volgorde voor de volgnummers bepaalt – al verweesd op de tafel. Ik ben duidelijk te laat. Ik krijg het nummer 193 en hoop van harte dat ze niet bij één zijn beginnen te tellen. Ik richt mij naar het ondertussen geopende café
van het gemeenschapscentrum. Ouders, gelukkig niet allemaal vergezeld van hun kroost, drinken er hun lait russe en keuvelen wat. Allen in volle verwachting van de derde ronde – de échte inschrijvingsronde. Even wordt de gezellige drukte verstoord. Een mama is haar rangnummer kwijt. Verdorie toch. Je moet het maar meemaken. Op zaterdagochtend, in plaats van gezellig de kinderen voor de tv te planten zodat jij in pyjama in huis kan rommelen, sta je daar bij dag en dauw om je naam op de wachtlijst voor de wachtlijst te zetten... en dan verlies je in de laatste rechte lijn toch wel je rangnummer? De gesprekken worden gestaakt. De gezichten van de andere ouders die de moeder en haar zoektocht aanschouwen, spreken boekdelen. De moeder in kwestie kijkt onder de menukaart. Haar handen gaan in en uit haar broekzakken, en nog eens en nog eens. Ouders kijken onder hun stoelen, handtassen worden van de grond getild, om dan allen samen opgelucht adem te halen: het rangnummertje zat veilig opgeborgen in het voorzakje van de handtas. Want zo gaat dat met kostbare zaken, we bergen ze zo goed op dat we niet meer weten waar we ze gestoken hebben. Naast mij zit een Engelstalige moeder, duidelijk een nieuwkomer in het systeem. Ze doet haar beklag aan de telefoon. Dat ze een halve dag kwijt is om haar kind in één kamp, voor één week in te schrijven. Enfin, dat hoopt ze toch, want net als ik was ook zij een laatkomer. Alsof het afgesproken is, staan de ouders samen op en begeven ze zich naar de wacht/inschrijfruimte. Het is 9u50. Ik volg, rolnummer en inschrijfformulier in de hand. Om 10 uur stipt worden onze nummers afgeroepen. Hoor je jouw nummer, dan moet je zeggen voor welk kamp je komt en krijg je te horen of er nog plaats is. Een dertigtal ouders later ben ik aan de beurt. Helaas, mijn zomerkamp zit vol. Mijn naam belandt, jawel, op een wachtlijst. “Misschien belt er nog iemand af,” troost men mij, “dat gebeurt wel eens hoor.” Ik krijg een schouderklopje. Het volgende nummer wordt al afgeroepen. Ik druip af. Het is 11 uur. Ondertussen schijnt in Brussel de zon, maar die zomer mag wat mij betreft voorlopig nog even uitblijven. Débora Votquenne is freelance journaliste en woont in Brussel
Een vraag van gemeenteraadslid Bianca Debaets (CD&V) over de plannen van de stad Brussel met het Amerikaans Theater eindigde tijdens de jongste gemeenteraad in het proces van federaal staatssecretaris Servais Verherstraeten (CD&V) en de Regie der Gebouwen. De verkiezingen naderen met rasse schreden. En dat zullen we geweten hebben. Het schepencollege van de stad Brussel kan niet lachen met de uitlatingen van Benjamin Dalle, kabinetschef van Verherstraeten op brusselnieuws.be. “Het project van de stad voor het Amerikaans Theater op de Heizel is niet concreet genoeg,” zo had Dalle laten weten. En hij voegde er nog aan toe dat de stad Brussel duidelijk geen concurrentie wil voor haar eigen concertzaal in Paleis 12 van de Heizel. De stad repliceert daarop dat zij de enige is die met geld over de brug wil komen: vijf miljoen euro. Dat wekt het wantrouwen van Verherstraeten: volgens de Ancienne Belgique - die ook op het Amerikaans theater aast, maar geen geld heeft - is er immers 25 miljoen euro nodig om van het Amerikaans Theater, een iconisch gebouw uit 1958, een 21ste-eeuwse muziektempel te maken. De Ancienne Belgique is de enige die een uitgewerkt cultureel project klaar heeft. Als het geen afkeer van de ‘Vlaamse’ AB is die de stad Brussel drijft - wat we niet durven te denken - dan moet er na de verkiezingen een oplossing gevonden worden. Maar dan gaan ook de Regie der Gebouwen - die eigenaar is - en de Vlaamse minister van Cultuur met geld over de brug moeten komen. Het schepencollege maakte van de vraag van Debaets handig gebruik om het proces van Verherstraeten te maken. Het is dankzij de gemeenschappen en Beliris dat er een oplossing is voor het Muziekconservatorium, zo gooide minister Pascal Smet (SP.A) Debaets voor de voeten. Dat de Regie der Gebouwen tekortschiet in de hoofdstad, is een understatement. Het Justitiepaleis, de musea van het Jubelpark, de Japanse toren en het Chinees Paviljoen: hun toestand is om bij te huilen. Maar dat helemaal in de schoenen van Verherstraeten schuiven, is kort door de bocht. Didier Reynders (MR), toen nog Luikenaar, is zeer lang voogdijminister geweest. En nog belangrijker: nooit hebben er zoveel Brusselaars in de federale regering gezeten als het jongste decennium. Langs Vlaamse kant zijn Guy Vanhengel (Open VLD) en Steven Vanackere (CD&V) federaal minister geweest. Langs Franstalige kant herinneren we ons Bernard Clerfayt (FDF) en Gisèle Mandaila (FDF). Nu zijn er nog altijd Laurette Onkelinx (PS), Joëlle Milquet (CDH) en Didier Reynders (MR). We zullen met plezier de verkiezingsprogramma’s uitvlooien op zoek naar de plannen voor de Regie der Gebouwen (in Brussel).
WAUTER MANNAERT
BDW 1419 PAGINA 14 - DONDERDAG 27 MAART 2014
VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK Cultuur > Kaaitheaterdirecteur Hugo Vanden Driessche met pensioen
Kei achter de coulissen BRUSSEL – Het Kaaitheater neemt eind maart afscheid van zijn algemeen directeur Hugo Vanden Driessche, die met pensioen gaat. Collega’s, kunstenaars en politici noemen hem een van de pioniers van de Vlaamse kunst- en cultuurwereld in Brussel, die een hoofdrol speelde in de professionalisering en het overleg in de sector. Een portret. halen, en heb ik ooit nog een contract met Dire Straits getekend voor duizend dollar.” Het Kaaitheater beleefde zijn eerste editie in 1977 in een tent op de Arduinkaai naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de
KVS. Het werd het geesteskind van Hugo De Greef die eveneens vanuit de Beursschouwburg opereerde, maar die in 1978 een aantal artiesten – waaronder Josse De Pauw, Anne Teresa De Keersmaeker van Rosas en Jan Lau-
© MICHIEL HENDRYCKX
H
ugo Vanden Driessche is eigenlijk nog maar 63, maar heeft er al een lange carrière opzitten en wil ervoor zorgen dat zijn opvolging binnen het Kaaitheater geregeld is vooraleer daar de dossiers voor de nieuwe Vlaamse subsidieperiode 2017-2020 moeten worden opgemaakt. Het is huidig artistiek leider Guy Gypens die hem zal opvolgen als algemeen directeur, Valerie Vernimme neemt de zakelijke leiding van Vanden Driessche over. Deze invulling van de functies aan de top van een cultuurhuis – met de zakelijke leider die het financiële en administratieve kader creëert waarbinnen de artistieke leider en de kunstenaars hun ding kunnen doen – is vandaag gemeengoed geworden, maar heeft Vanden Driessche in de jaren zeventig mee ‘uitgevonden’.
1978: de stichters van vzw Schaamte die later opging in Kaaitheater: Lieven Van den Broeck (destijds programmator Beursschouwburg, vorige maand overleden), Josse De Pauw en Pat Van Hemelrijck (Radeis), Luc De Smet (Panem et Circenses), Hugo Vanden Driessche, Jay Geary (Panem et Circenses) en Hugo De Greef.
JOSSE DE PAUW, THEATERMAKER EN AUTEUR
Deficits Vanden Driessche werkt sinds 1993 bij Kaaitheater, maar was er ook al bij toen Kaaitheater in 1977 begon als een festival waarbij zowel de KVS als de Beursschouwburg toen betrokken waren. Het was in de Beursschouwburg dat de carrière van Vanden Driessche was begonnen. Hij werd in 1976 door Jari Demeulemeester gevraagd om er zijn burgerdienst te komen doen nadat hij zijn eerste beroepsjaren aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid gecombineerd had met universitair avondonderwijs in de handels- en consulaire wetenschappen. Met zijn profiel werd Vanden Driessche er financieel verantwoordelijke, en vanaf 1981 ook algemeen directeur. Terwijl het Vlaamse cultuurleven in de steden nog in zijn kinderschoenen stond, organiseerde de Beursschouwburg heel veel met heel weinig geld. Hugo Vanden Driessche: “Financieel was die periode ontzettend moeilijk. We werkten voortdurend met het mes op de keel. Veel artiesten hebben toen zwarte sneeuw gezien. Gelukkig waren er af en toe buitenkansjes, zoals de promotietournees die platenmaatschappijen organiseerden met hun artiesten. Zo konden we Tom Waits en U2 naar de Beurs
wers van het Epigonentheater – rond zich verzamelde in het artiestencollectief Schaamte. Vanden Driessche was stichtend lid van de vzw, die huisde in de gebouwen van de huidige Kaaistudio’s. In 1987 regelde Vanden Driessche ook nog de fusie tussen Schaamte en het Kaaitheater, om dan tussen 1990 tot 1993 op vraag van Frie Leysen aan de slag te gaan in deSingel in Antwerpen. Bij zijn terugkeer waagde hij zich aan de financiële sanering van het Kaaitheater, dat vanaf toen door toe-
‘Geen binnenweggetjes’
OMTRENT HUGO HUGO DE GREEF, INTENDANT EN STICHTER KAAITHEATER
‘Unieke kwaliteiten’ “Ik was in 1976 pas begonnen aan een studentenjob in de Beursschouwburg, waar ik in een klein kantoortje zat om wat communicatiewerk te doen, toen een pas aangeworven gewetensbezwaarde tegenover mij werd gezet. Dat was Hugo Vanden Dries-
sche. Vanaf dat moment heeft hij gewerkt vanuit zijn kwaliteiten die vrij uniek waren en die de sector echt wel nodig had. Hij vervulde zijn rol op het zakelijke en administratieve vlak ook altijd met een enorm respect voor de artiesten en hun werk. Hij wist dat dat de essentie was en daarom hoorde hij er voor de kunstenaars ook altijd bij. Er werd naar hem geluisterd. Toen hij in 1993 van deSingel naar het Kaaitheater terugkwam, heeft hij mij eerst gepusht om de structuur daar te versterken. Het is op dat moment dat Wilfried Martens er voorzitter geworden is. Zijn hardnekkigheid kwam altijd voort uit een overtuiging en is in deze stiel een noodzaak om tot kwaliteit te komen. Dat hij mensen en structuren samenbracht waar hij daar de kans toe zag, hangt samen met zijn maatschappelijk engagement.”
“Hugo en ik hebben een serieus stuk van het traject samen afgelegd. Hij was er bij in de Beursschouwburg, en toen we Schaamte opgericht hebben. Maar ik ken hem zelfs al van in onze woelige adolescentiejaren. Ik herinner me dat hij eens uit de kliniek van Asse is ontsnapt en tot bij mij thuis is geraakt. Dat typeert wel een beetje zijn karakter. Koppig ja, maar op een fantastische manier. Omdat hij altijd recht in zijn schoenen staat. Hugo was niet te verleiden tot binnenweggetjes. Hij was een van de eerste mensen die de chaotische kunstwereld van toen een structurele en financiële basis gaf. Hij had ook veel begrip voor de kunstenaars die allemaal ontzettend veel wilden, terwijl er weinig middelen waren. De vergaderingen waarin het soms hard tegen hard ging, waren voor ons een goede scholing. Daarnaast maakte hij ook op een waardige manier de moeilijke link tussen kunstenaars en de politiek. Zijn reputatie is stevig in het hele landschap, want hij heeft zijn kennis ook altijd graag doorgegeven.”
BDW 1419 PAGINA 15 - DONDERDAG 27 MAART 2014
doen van Vlaams minister Hugo Weckx ook kon beschikken over het Lunatheater (huidige Kaaitheater, red.). Vanden Driessche: “Het deficit in het Kaaitheater wegsaneren, was een redelijk waanzinnig verhaal, maar we zijn er in geslaagd. Voordien had ik ook al het tekort in deSingel helpen wegwerken. Vandaag worden zulke financiële tekorten niet meer getolereerd, maar toen heb ik wel eens het gevoel gehad dat men mij juist vroeg omdat er gesaneerd moest worden. ‘Neen’ zeggen tegen kunstenaars omdat er geen middelen zijn, is natuurlijk moeilijk - zeker als de artistieke kwaliteit buiten kijf staat en die kunstenaars internationaal op handen werden gedragen.”
Kunstenoverleg Volgens Vanden Driessche werd de Vlaamse golf in de podiumkunsten in belangrijke mate mee gefinancierd door buitenlandse speelplekken zoals Théâtre de la Ville in Parijs of Mickery in Amsterdam. De Vlaamse regering is volgens hem ook nooit echt gul geweest voor Brussel, dat minder dan sommige andere steden kon rekenen op politieke lobbying. In 1996 leidde het terugschroeven van de subsidies in vergelijking met de adviezen die voorlagen zelfs tot het ontslag van Hugo De Greef bij het Kaaitheater. “Als de Brusselse culturele instellingen bij de recentste subsidieronde een belangrijk deel van de Vlaamse subsidies hebben gekregen, en het Kaaitheater zelfs een mooie verhoging, dan heeft dat niets te maken met het politieke gewicht dat Brusselse politici in Vlaanderen in de schaal werpen, want dat gewicht is miniem. Het heeft alleen te maken met de kwaliteit die hier te vinden is, en het feit dat de subsidieadviezen tegenwoordig ook verregaand worden gevolgd door de minister.” Na de periode De Greef zorgde Vanden Driessche mee voor de stabiliteit die het Kaaitheater ook onder de artistieke leiding van Johan Reyniers, Agna Smisdom en Petra Roggel en daarna Guy Gypens en Katleen Van Langendonck bleef kenmerken. ➜
HUGO WECKX, VOORMALIG VLAAMS MINISTER VAN CULTUUR EN BRUSSELSE AANGELEGENHEDEN
‘Bedrijfskundige benadering’ “Hugo was een kunstmanager avant-lalettre. Hij staat aan de bakermat van het Vlaamse culturele leven binnen Brussel. Voor wat hij samen met Jari Demeulemeester en Hugo Degreef verwezenlijkt heeft, zijn wij hem veel dankbaarheid verschuldigd. Ik denk aan de manier waarop hij leiding gaf aan de onderhandelingen tussen de werkgevers van de culturele instellingen, de vakbonden en het personeel, om mee de collectieve arbeidsovereenkomsten vorm te geven waarin hij heeft kunnen doen aanvaarden dat in die instellingen uiteraard soms ook ‘s avonds moet kunnen worden gewerkt. Hij was dus ook buiten zijn functies bij de Beursschouwburg en het Kaaitheater een uitstekend bemiddelaar. Hij benaderde de kunsten meer bedrijfskundig dan vroeger gebruikelijk was, en dat was ook mijn instelling. Cultuur en economie moeten en kunnen hand in hand gaan. Maar zijn belangrijkste verwezenlijking is uiteraard dat hij het Kaaitheater heeft uitgebouwd tot een kunstencentrum dat naast de Vooruit in Gent en deSingel in Antwerpen kan staan.”
MB
Hugo Vanden Driessche: “In de jaren 1980 werkten we financieel met het mes op de keel. Gelukkig waren er af en toe buitenkansjes. Ik heb ik ooit nog een contract met Dire Straits getekend voor duizend dollar.”
➜
Vanden Driessche: “Als het Kaaitheater voor artistieke continuïteit heeft kunnen zorgen, dan ligt dat zeker niet in de eerste plaats aan mij. Criticus Pieter T’Jonck noemde in dat verband Marianne Van Kerkhoven het geheime wapen van het Kaaitheater. Zij zette ons ertoe aan om tegen alles kritisch te blijven aankijken. Maar ik denk wel dat ik samen met de raad van bestuur die continuïteit heb helpen bewerkstelligen.” Daarnaast was Vanden Driessche ook niet te
beroerd om als verbindingspersoon op te treden in overlegstructuren die vandaag stevig zijn uitgebouwd, zoals de werkgeversorganisatie en belangenbehartiger Overleg Kunstenorganisaties (oKo). Hij was ook de initiatiefnemer van het Brussels Kunstenoverleg, dat onder meer het Brussels cultuurplan en Brxl Bravo lanceerde, en stampte eind jaren 1990 Brussel Deze Week mee uit de grond als onafhankelijk bestuurder. Wat dat betreft heeft hij toch nog een kleine waarschuwing:
© SASKIA VANDERSTICHELE
“Ik vind niet dat cultuur vandaag in het politieke verdomhoekje zit. Ik ben wel een beetje bang dat cultuur terug meer zal politiseren. Recente ontwikkelingen in Brussel, zoals die van Muntpunt, breken met de traditie van onbezoldigde raden van bestuur waar ook bevlogen onafhankelijken in kunnen zetelen. De politiek komt heel snel om de hoek kijken als er geld op de tafel komt.” Michaël Bellon
BDW 1419 PAGINA 16 - DONDERDAG 27 MAART 2014
Drie Malinezen die Essadek ontmoette op zijn reis: een wasvrouw en een metaalbewerker in Bamako, en in Sikasso een oud-strijder die voor de Fransen moest vechten in de Algerijnse oorlog van 1956.
Fotografie > Ilyas Essadek ging per autostop naar Kinshasa
‘Wanneer men me iets afraadt beleef ik juist iets geweldigs’ SINT-JANS-MOLENBEEK – Reizen van Brussel naar Kinshasa. Het is al wel eens eerder gedaan. Maar misschien niet op de manier waarop Ilyas Essadek het deed: onbevangen, onvoorbereid, met autostop en onderweg fotograferend.
A
graferen volgde met het reizen. In het begin deed ik het nog met mijn telefoon. Fotografie draait voor mij rond ervaringen delen. Ik beleef ook de momenten die ik capteer.” Essadek is al op veel plekken in de wereld geweest, maar wou al lang naar Afrika. “Ik ben van Marokkaanse origine, dus daar was ik al dikwijls geweest, maar Kinshasa heeft me altijd doen dromen. Ik ben
“Mensen die je nooit meer zal terugzien hebben de neiging om meer aan jou te vertellen dan aan anderen” © ILYAS ESSADEK
ls ik hem op het einde van ons gesprek vraag of we nog iets onbesproken hebben gelaten dan zegt Ilyas Essadek doodleuk dat hij eigenlijk een heel slecht oriëntatievermogen heeft. “In Brussel gaat er geen dag voorbij dat ik niet verloren loop.” Straf voor iemand die altijd in Molenbeek gewoond heeft en die er net een reis van vele duizenden kilometers heeft opzitten die hij nauwelijks had voorbereid. Drie maanden had Essadek zichzelf gegeven om van Brussel in Kinshasa te geraken. Hij vertrok begin december en kwam exact op 28 februari in de Congolese hoofdstad aan. Ondertussen nam hij foto’s waarvan hij er gemiddeld één per dag doorstuurde naar het Huis van Culturen aan het thuisfront, voorzien van een beetje tekst. Vlak na zijn thuiskomst begon hij daar aan de voorbereiding van de fototentoonstelling die momenteel loopt. Essadek volgde een hogeschoolopleiding management, maar zijn passie ligt duidelijk bij het reizen en fotograferen. “Als ik niet op reis ben dan ben ik aan het wachten tot ik weer kan vertrekken. Het foto-
te vertrekken. Verhalen in de media over hongersnood en oorlog neem ik altijd met een korreltje zout omdat ik weet dat media de neiging hebben
opgegroeid met heel wat gasten uit de Congolese gemeenschap in Brussel. Ik hoorde hen Lingala praten, en als ik eens bij hen ging eten at ik hun gerechten. Ik wilde die cultuur nu zelf ontdekken, en in plaats van het vliegtuig te nemen wilde ik daar mijn tijd voor nemen. Dus leek het me wel iets om per autostop van het hart van Europa naar het hart van Afrika te gaan.” Dat hij daarvoor weinig voorbereidingen treft lijkt bij Essadek wel een reisstrategie te zijn. “Ik had mijn paspoort pas twee dagen voor ik vertrok en ik had geen enkel visum op zak. Ik maak er ook altijd een zaak van om zonder vooroordelen
Het Marokkaanse kuststadje Essaouria bij zonsondergang.
om zaken uit te vergroten. Elke keer wanneer men me iets afraadt beleef ik juist iets geweldigs. Zo heb ik in Mali bijvoorbeeld geen enkel probleem gehad. Alleen in het grensgebied tussen Benin en Nigeria ben ik mannen tegengekomen die met de kalasjnikov naar me wezen. Omdat ik Nigeria snel heb verlaten, belandde ik zonder visum in Kameroen. Dat zou een probleem worden als ik Kameroen wilde verlaten. Daarom heb ik dat gedaan door met een groep houthandelaren door een natuurreservaat te trekken: een gratis safari tussen de gorilla’s en de oli-
fanten. Ik heb ook met illegale olifantenjagers gereisd, met diamanthandelaren, met opstandelingen die grote omwegen moesten maken in de woestijn om politiecontroles te vermijden. Maar nooit ben ik bestolen of lastig gevallen.”
Prostitutiehotel Verder is ook het oriëntatieprobleem van Essadek eigenlijk een zegen. “Omdat het me dwingt om mensen aan te spreken en op die manier hoor je veel verhalen. Bijna altijd kreeg ik vervoer, logies en eten aangeboden. In Senegal word je op vijf minuten tijd tien keer uitgenodigd om te komen eten. Als je daar te lang blijft, word je obees. Daarom vind ik het ook zo vreemd dat er in Afrika zo weinig backpackers te zien zijn. In Dakar begrepen de inwoners ook niet dat de toeristen in hun Club Med bleven zitten terwijl zij vijfhonderd meter verder hun typische visgerechten aan het maken waren. Ik ben na een tijdje wel opgehouden met uit te leggen wat ik deed, dat ik zomaar aan het reizen was. Ze begrepen echt niet wat een blanke – want zo noemden ze me – daar langs de kant van de weg stond te doen.” Zijn de relaties die je op zo’n reis aanknoopt niet te vluchtig? “Misschien, maar ze zijn wel echt. Mensen die je nooit meer zal terugzien hebben ook de neiging om je meer te vertellen dan ze tegen iemand anders zouden doen. Ik ben dus met
BDW 1419 PAGINA 17 - DONDERDAG 27 MAART 2014
© ILYAS ESSADEK
veel verhalen teruggekomen. Afrika heeft ook een ‘menselijkheid’ die ik nog nergens anders ben tegengekomen. De mensen zijn oprecht. Ze vroegen me geen geld. Ze hielden me soms gewoon staande om wat te praten. Om woorden uit te wisselen.” Voor zijn allerlaatste etappe van Brazzaville in Congo-Brazzaville tot Kinshasa in Congo, had Essadek wel wat extra connecties nodig. Die twee landen en steden zijn alleen gescheiden door de Congostroom. Na drie maanden stond ik dus op dertig minuten van mijn doel, maar ik had een visum nodig en dat kon
ik alleen krijgen in het land waar ik gedomicilieerd was – in België dus. Uiteindelijk ben ik erin geslaagd om me in Brazzaville te laten domiciliëren. Omdat ik niet wist waar ik daar goedkoop kon slapen, had iemand me naar een hotel gestuurd dat door prostitués werd gebruikt. De directeur van dat hotel bleek verschillende politici te kennen die bij hem over de vloer kwamen en heeft me op die manier een visum voor Congo kunnen bezorgen, met als mijn thuisadres het adres van het prostitutiehotel (lacht).” Michaël Bellon
Click ‘n Ride, Bruxelles-Kinshasa par la route, foto’s van Ilyas Essadek in het Cafet’arts van het Huis van Culturen, Mommaertsstraat 4, SintJans-Molenbeek, tot 30/04, van maandag tot zaterdag van 10 tot 17u. 02-415.86.03, contact@lamaison1080hethuis.be, www.lamaison1080hethuis.be, www.facebook.com/i.essadek, http://clicknride.wordpress.com, gratis
ADVERTENTIE
Sociale Verhuurkantoren (SVK)
Verhuur uw woning zonder risico en zonder zorgen
a Gegarandeerde huur elke maand a
Verzekerd verhuurbeheer
a
Onderhoud van uw woning
a Hulp bij renovatie a Fiscale voordelen
www.fedsvk.be 02 412 72 44
gave bladeren en behoort tot een eigen familie, de Illiciaceae, een van de oudste afsplitsingen in de Illiciaceae stamboom van de zaadplanten. De steranijs is dus een verwant van de waterlelie en de magnolia. We mogen dat geen primitieve planten noemen – want alle planten die nog bestaan zijn elkaars gelijke – maar wel een van de vroegste zaadplantensoorten. Het is opmerkelijk dat veel specerijenplanten ook tot die vroege families behoren: de peper, muskatnoot en... de laurier. Maar ook de avocado. Steranijs wordt altijd droog gebruikt. In een pakje zitten ze met zijn achten stervormig tegen elkaar: het zijn houtige vruchtwanden met (soms nog) een zaadje erin. Plantkundig spreken we van nootjes. Het parfum dat we zo begeren, zetelt in die noot, niet in het zaadje! Nochtans zijn het mooie zaadjes. Bekijk ze even, als ze er nog in zitten: hun zaadhuid is spiegelglad. Dat heeft een functie. Wanneer de vrucht rijpt gaat de houtig wordende vruchtwand zwellen. De druk wordt alsmaar hoger en op een ogenblik wordt het gladde zaadje door de vrucht weggeschoten als in een botanisch vlooienspel. Een glad zaadje zal verder wegschieten dan een ruw. Dat is dus een manier van de plant om zich verder te verspreiden. Zonder veel succes, zo blijkt. De geur – omdat de mens er zo veel van houdt – heeft veel meer gedaan voor de verspreiding van de boom dan dit mechanisme. Survival of the fittest, zoals Darwin het noemde, gaat nooit op een geplande manier. Nog gekker is de geur van anijs. Die geur wordt verBRUSSEL EN DE WERELD oorzaakt door de chemische stof annetol. Die komt CULINAIR ONTDEKT ook voor in de échte anijs, Pimpinella anisum, een Middellandse Zeeplant, en verder in venkel, dille en (Roomse) kervel. Zelfde geur maar een ander continent (voor de anijs is dat Afrika) en een totaal andere familie, de schermbloemigen (Apiaceae), die een zeer gevarieerde keukenkruidfamilie vormt (peterselie, komijn, selder, koriander...). Vreemd, hé? Zoiets noemen we convergente evolutie: niet verwante soorten produceren onafhankelijk identiek hetzelfde antwoord op de interactie met hun omgeving. Geuren werken op ons geheugen. Wat wij als Anijs en steranijs hebben dus een verbazend gelijjongeling hebben geroken kan soms jaren later kende geur en smaak. Die van de steranijs wordt terugkeren. Dan borrelen de herinneringen op. vaak als ‘warmer’ omschreven. Dat heeft dan te Anijs was de geur in een kast van mijn grootmoe- maken met enkele andere vluchtige oliën die ietsje der in Menen. verschillen van die bij de ‘gewone’ anijs. Ik meldde hoger dat we in ‘onze’ keuken nauwelijks Toen ik laatst mijn neus in een zakje steranijs stak, steranijs gebruikten. Schermbloemanijs wel, denk herinnerde ik mij plots weer de binnenkant van maar aan de Nederlandse ‘muisjes’ en sommige die oude kast. Ik zag de oude koekendoos met ba- anijskoekjes. Anijs heeft immers kleinere zaadjes, rokke beschildering voor me, één waarin specerijen werden bewaard, ik zag de zitkamer en het koertje naast de achterkeuken. De sterretjes steranijs erfden wij na haar verdwijnen. Ze zijn lang in de doos blijven zitten, want wie gebruikt er nu steranijs? Het is wellicht de mooiste der specerijen, een geurige kerstversiering. Ik zeg specerij en niet kruid, want het verschil tussen beide is dat kruiden snel hun geur en smaak verliezen. In de kast gaan ze hoogstens een paar maanden mee. Specerijen daarentegen kunnen decennialang bewaren. Dat moest ook, want voor de tijd van het snelle vrachtvervoer waren ze soms maanden, zelfs jaren onderweg van het verre Oosten naar onze contreien. De intercontinentale specerijenhandel, die zo belangrijk is geweest in de geschiedenis van de mensheid was nooit ontstaan, moest de geur van kaneel of peper zijn vervlogen zoals die van munt of peterselie. Van de meeste specerijen weten we nauwelijks hoe de plant eruitziet die ze voortbrengt. Kaneel is de schors van een boom, kruidnagels zijn gesloten bloemknoppen. De anijsster is de vrucht van een wat handiger werkt dan die grove houtige nootschaplant. Dat is gemakkelijk te zien, maar wist u dat len. Steranijs moet je verpoederen of de nootjes er ze aan bomen groeiden? Ik niet, tot enkele weken na het koken weer uitvissen, zoals de bouquet garni. Mijn grootmoeder gebruikte soms steranijs in de geleden. Steranijs zijn de gedroogde vruchtjes van de Illici- thee, naar het schijnt. In de Chinese keuken duikt um verum, een boompje uit Zuidoost-Azië, men ver- hij op in stoofpotjes. Ik heb het geprobeerd, en een moedt Vietnam of Zuid-China. Al heel lang geleden gewone stoverij gaat er plots een stuk Chineser door is men het boompje gaan verplanten naar andere smaken. Vandaag is steranijs vooral een designerlanden, maar het heeft nog altijd warme omstan- kruid dat door (toepasselijk) sterrenchefs wordt gedigheden nodig om te gedijen. Het is zo door de bezigd. Door mensen zoals wij, zeg maar. Smakelijk. mens getemd dat men geen steranijsjes meer kent die in het wild groeien. Illicium, wat verleiding zou nick.trachet@bdw.be betekenen, was waarschijnlijk altijd al zeldzaam en heeft zich, door de mensen te verleiden, laten be- De hele reeks nalezen? schermen en vermeerderen. De boom heeft grote www.brusselnieuws.be/trachet
Nick Trachet
Steranijs
“Steranijs is een specerij, geen kruid. Kruiden verliezen snel hun geur en smaak. In de kast gaan ze hooguit een paar maanden mee. Specerijen kunnen decennialang bewaren”
BDW 1419 PAGINA 18 - DONDERDAG 27 MAART 2014
17de eeuw (Van Dijck, Jordaens, Rubens,…). De ‘Moderne kunst van 1860 tot 1960’ met veel strekkingen van symbolisme tot fauvisme (Ensor, Khnopff, Mellery, Wouters, Delvaux, Magritte,…). En de periode ‘1960-2000’ (Broodthaers, Raveel) met aankopen van levende kunstenaars als Tuymans, Fabre, De Bruyckere. De meer internationale stukken, zeer divers en heel hedendaags – geërfd van Bacob – pasten niet in de thematiek België en zijn van de hand gedaan.
Erfgoed > De kunstschatten van de banken – Deel II: Belfius
‘Dit is België’ © SASKIA VANDERSTICHELE
BRUSSEL – Met 4.500 werken van Belgische kunstenaars bezit Belfius Bank de grootste ‘private’ kunstverzameling van het land. Op elf en twaalf hoog in het Pachecogebouw zijn de topstukken uit de collectie gratis te bekijken in een museale opstelling. Tot vorige week kond dat drie zaterdagen dit jaar, vanaf oktober nog eens drie extra zaterdagen, voor wie geen groep vormt.
D
e Collectie Belfius (tot 2012 Dexia Bank Collection) wordt algemeen beschouwd als historisch relevant om de Belgische kunst, vooral van 1860 tot 2000, te vertegenwoordigen. Jan Hoet kleefde er bij leven, in 2012, een waarde van 200 miljoen euro op. Niet dat de bank er nog aan denkt om haar erfgoed van voor de Belgische onafhankelijkheid van de hand te doen. Voor een werk van Jan Brueghel de Oude en twee werken van Rubens, die onder het Topstukkendecreet vallen, gaat dat trouwens niet zonder instemming van de Vlaamse overheid. “We hebben een andere missie dan producten te verkopen in dit huis: de kunstverzameling maakt onderdeel uit van de maatschappelijke waarde die we in de samenleving willen brengen,” zo geeft secretaris-generaal Ann De Roeck het erfgoed een plaats. De Roeck ademt bedrijfsethiek uit. “Mijn naam is Belfius, en mijn voornaam ook,” zegt ze. Daarmee staat ze voor wat de bank is en dus ook voor wat van de collectie na naamsveranderingen is geworden: een verzameling Belgische kunst, toegankelijk voor alle Belgen. De collectie valt onder de afdeling Corporate Communicatie, en dat zegt genoeg.
Zeker is dat de bank ‘gouden’ aanwinsten heeft verricht doorheen de tijd. In de jaren 1970 zijn een honderdtal etsen van Ensor gekocht, vandaag een unicum. Ook ander werk kwam binnen toen de kunstenaar geen hype was. “Als morgen beslist wordt om iets waar we te veel van hebben (drie Tuymans-schilderijen, red.) te verkopen tegen wat ontbreekt (Borremans, red.), dan kan dat altijd. Maar sinds 2008 is kunstaankoop geen prioriteit, de collectie vormt een afgesloten geheel,” weet De Roeck. Op de twee hoogste verdiepingen van de zetel is de collectie toegankelijk gemaakt sinds 2008. Eén verdieping verzamelt topwerken, de rest zit in reserves beveiligd in de oude bankkluis én in een extern huurpand. Daar zijn sculpturen te zien als Knaap met waterzak van George Minne, Het zotte geweld
“Er worden continu honderd werken uitgeleend. We zien dit als mecenaat en promotie van Belgische kunst”
Historiek De kunstcollectie vindt haar oorsprong in drie ‘voorvaders’: het Gemeentekrediet, Paribas en Bacob. Rond 1960 wilt het Gemeentekrediet, onder impuls van Marcel van Audenhove, een betekenisvolle rol gaan spelen op het vlak van kunst. De Roeck: “De aankoop van kunst is nooit bekeken geweest als een investering of als kantoordecoratie. Een bank maakt winst, en het is de aandeelhouder die bewust heeft toegestaan dat er werd geïnvesteerd in kunst.” De collectie verrijkte zich met Belgische kunst van na 1860, en de aankoop van de verzamelingen Gustave Van Geluwe en De Graeve. Daarnaast was er Paribas. Al in de jaren 1950 kocht Maurits Naessens voor Paribas historische panden, die hij aankleedde met meubels, wandtapijten, beelden, oude boeken en schilderkunst. In het Antwerpse Osterriethuis (inmiddels opnieuw verkocht) kon de bank haar Rubenswerken hangen. Waarheen ze nu moeten, weet Belfius nog niet. Uitgebreid met werk van Belgische expressionisten (Constant Permeke, Frits Van den Berghe) won het aandeel ‘moderne kunst’ aan omvang. En dan was er nog Bacob dat (vanaf 1980) een verzameling hedendaags werk aanlegde. “Uit de erfenis van alle banken hebben we een keuze gemaakt,” bekent De Roeck. “We weerhielden drie accenten, met één rode draad: kunst van hier. Vlaamse meesters uit de 16de en
Afgesloten geheel
Belfius-topvrouw Ann De Roeck voor Staand naakt (1936) van Constant Permeke.
In de galerij van Belfius: (vlnr.) sculptuur van Rik Wouters: Huiselijke zorgen (1913), Gustave van de Woestyne: Portret van Joseph de Craene (1914), Albert Baertsoen: Steenbakkerij te Heusden (1888) en Théo van Rysselberghe: Meisje in witte jurk (1912).
van Rik Wouters of een man op een teil met dekens over zijn lijf van Berlinde De Bruykere, niet makkelijk af te stoffen. En schilderwerk met renommee, van Alechinsky, Dotremont, Paerels en Delvaux. Of fotografie van MarieJo Lafontaine. Op de andere verdieping wordt sinds vijf jaar een thematentoonstelling georganiseerd om de collectie te laten roteren. Na Ensor, Abstracte kunst, Rik Wouters en tijdgenoten was er deze winter Meesters van het expressionisme te bewonderen, van Brusselmans, Tytgat en Masereel tot Permeke en Jespers. Verder stuurt de bank de collectie de wereld in. “In totaal worden er continu honderd werken uitgeleend. We zien dit als mecenaat en promotie van Belgische kunst, want de dure verzekerings- en transportkosten nemen we voor onze rekening. We hebben een zestal werken voor twee jaar uitgeleend aan het nieuwe Fin-de-Siècle Museum, ook met musea in Oostende en Poperinge hebben we een partnership,” stelt De Roeck. Over de toegankelijkheid van de galerie blijven de meningen op straat verdeeld. “Onze collectie is toegankelijker dan ten tijde van het Gemeentekrediet,” scherpt De Roeck aan.”We proberen de galerij zoveel mogelijk open te stellen. Groepen kunnen betalend een gids reserveren, ook voor nocturnes. Als we thematentoonstellingen houden neemt de interesse telkens een vlucht. In de zomer is de interesse minder, vandaar de beslissing om de galerij dan te sluiten.” Laat niet weg dat de verzameling de titel van Belgisch museum waard is. Jean-Marie Binst Meer info op www.belfius.be/info/NL/ UenWij/MaatschappelijkEngagement/ Cultuur/Collectie/index.aspx
BDW 1419 PAGINA 19 - DONDERDAG 27 MAART 2014
Artists in residence Jonathan Safran Foer en Odessa
Lachen en huilen met Oekraïne Toegegeven: we kennen niet meteen een Oekraïense schrijver die zijn of haar land beschreef. Dat we het moeten doen met een zeer onbetrouwbaar boek van een Amerikaan die het land ooit eens een keertje bezocht is dus een zwaktebod. Eveneens toegegeven: Alles is verlicht is helemaal geen stadsroman. Integendeel. Het boek gaat over de zoektocht van het personage Jonathan Safran Foer naar een vrouw die zijn later geëmigreerde grootvader zou hebben gered van de nazi’s, die in diens geboortedorp Trachimbrod haast de volledige joodse gemeenschap hebben uitgemoord. Alleen blijkt Trachimbrod (de historische joodse stetl Trochenbrod) niet meer te bestaan. Alles wat Safran Foer vindt op de plek waar zich de indringende familiegeschiedenis zou hebben afgespeeld, is een veld met wat bosjes. Maar dat laatste is ook een goede zaak: met een mengeling van verbeelding, overgeleverde verhalen en historische documenten creëert de auteur Safran Foer zijn eigen Trachimbrod, wat zeer mooie, ontroerende en tragi-
© MARYSOL
BRUSSEL – De gebeurtenissen in Oekraïne deden ons teruggrijpen naar het debuut van de Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer. In dat debuut ‘Alles is verlicht’ fictionaliseert Safran Foer een studiereis die hij eerder maakte naar dit land dat wij niet kennen.
‘Everything is illuminated’: een still uit de film naar het boek van Jonathan Safran Foer uit 2005.
sche hoofdstukken voor het boek oplevert. Oekraïne doet het naar onze smaak dan ook geweldig als land waar we het fijne niet van weten maar waarbij we ons heel wat mogen inbeelden. Eigenlijk is het spijtig dat we er de laatste tijd zo veel beelden van te zien krijgen, want die doen alleen maar afbreuk aan de mythe. Fantastische naam om te beginnen, ‘Oekraïne’. Twee strakke trocheeën die een duize-
lingwekkende geschiedenis aan ons zicht onttrekken. Dezelfde mythische slagkracht heeft de naam van het betwiste schiereiland ‘Krim’, waarvan de Engelse variant ‘Crimea’ zo mogelijk nog minder onschuldig klinkt. En dan zijn er nog die namen van de Oekraïense steden. Kiev klinkt even streng en hermetisch als Oekraïne. De westelijke stad die in het Oekraïens ‘Lviv’ heet en in het Russisch ‘Lvov’, heeft nog iets komisch. Maar de steden met de beste
namen ter wereld zijn ongetwijfeld Odessa en Sebastopol, de illustere havensteden waar de schepen in mijn dromen permanent wereldgeschiedenis laden en lossen. In Alles is verlicht worden de hoofdstukken over de geschiedenis in Trachimbrod afgewisseld met lichtvoetiger hoofdstukken, waarin Safran Foer op sleeptouw wordt genomen door zijn jonge Oekraïense tolk Alexander. Alex moet het van zijn enthousiasme hebben, want zijn Engels is hilarisch slecht. De reden dat hij alle woordenboeken uit de kast haalt om voor de reizende Amerikaan te kunnen tolken is dat hij Amerika adoreert. Alleen is het beeld dat hij van Amerika heeft even ontoereikend, achterhaald, ongenuanceerd en dus fantastisch als het beeld dat ik koester van Oekraïne. Toch laat ook Alex niet na om op komische en aandoenlijke wijze Oekraïne aan Safran Foer aan te prijzen als een land dat zijn plaatsje in de schaduw van Amerika best waard is. Over Lvov beweert hij dat ‘New York is nagemaakt van Lvov, dat vele hoge gebouwen heeft. Ook zijn er vele standbeelden in Lvov, en vele plaatsen waar ooit standbeelden stonden.’ Maar nog mooier dan Lvov is volgens hem nog zijn thuisstad Odessa ‘met vele beroemde stranden waar meisjes op hun ruggen liggen en hun superieure boezems vertonen’. Overigens vind ik persoonlijk Sebastopol de absolute top als het om onbekende steden gaat. Ik zag het onlangs in de krant als ‘Sevastopol’ geschreven staan, en dat vind ik maar niets, net als het feit dat er zoals ik al zei zoveel prozaïsche beelden van worden getoond. Over Sebastopol wordt in Alles is verlicht met geen woord gerept. Geweldig boek. Michaël Bellon
ADVERTENTIE
Jouw verhaal in de krant?
Heb je een vlotte pen en geeft Brussel je inspiratie? Doe dan mee aan de schrijfwedstrijd van Brussel Deze Week en word wereldberoemd in de hoofdstad! ige lled ment o v Het jdregle op stri wed vind je ws.be/ u lnie strijd e s s bru rijfwed sch
Brussel Deze Week i.s.m.:
Stuur ons jouw kortverhaal dat zich afspeelt in Brussel. Een vakjury kiest de beste verhalen uit en beslist welke inzendingen gepubliceerd worden in onze krant. Bovendien zijn er nog heel wat andere prijzen zoals boeken en boekenbons te winnen.
PRAKTISCHE INFORMATIE Schrijf een verhaal tussen 10.000 en 16.000 tekens (inclusief spaties) dat zich afspeelt in Brussel of een duidelijke band met de stad heeft. Stuur je inzending ten laatste op 30 april 2014 door naar schrijfwedstrijd@bdw.be. Een jury, bestaande uit Marc Didden, Pascal Verbeken, An Mertens en Sigrid Bousset kiest acht winnende verhalen die tijdens de zomermaanden in onze krant gepubliceerd worden.
aat deze roemrijke kans niet liggen en kruip in je pen!
BDW 1419 PAGINA 20 - DONDERDAG 27 MAART 2014
Claudia Bonamini: “Italië heeft het ook moeilijk wanneer het woord ‘migratie’ valt. Terwijl we zelf een geschiedenis van migratie hebben.”
© MARC GYSENS
Claudia Bonamini, beleidsmedewerker Vluchtelingenwerk
‘Ik ben een multinationaal burger’ BRUSSEL – “Er zijn veel mensen van een andere nationaliteit dan de Belgische, die net als ik in Brussel wonen en zich op en top Brusselaar voelen. Multinationaal burgerschap noem ik het. Ik kan hier Brusselse zijn, ik kan Italiaanse zijn, ik kan burger van Europa zijn.” Claudia Bonamini, opgegroeid in Verona, is beleidsmedewerker bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen.
I
n Brussel is Claudia terechtgekomen – met een diploma politieke wetenschappen onder de arm – door de honger naar andere invloeden dan die van haar roots. “Tijdens mijn middelbare studies met de nadruk op talen als Frans, Engels en Duits, had ik al meermaals van het buitenland mogen proeven. De eerste keer toen ik veertien was. Een verblijf in Oostenrijk, in het kader van een uitwisselingsprogramma. Daarna volgden nog Duitsland, Zweden en Frankrijk. Het was echt wel mijn eerste liefde, talen, maar uiteindelijk heb ik gekozen voor politieke wetenschappen als hogere opleiding: politiek boeide me, mijn talenkennis kon ik op termijn als bijkomende troef uitspelen.”
Politieke interesse, talenkennis... én sociaal engagement. Engagement voor vluchtelingen, asielzoekers. Voor mensen die desnoods een arm en een been zouden geven voor een betere toekomst. Nog tijdens haar studies kwam Claudia tot het besef dat ze er voor de volle 100 procent wilde voor gaan. “Mijn thesis aan de unief in Padua behandelde de status van Vluchtelingen in de Europese Unie. Het was 2005, een interessant moment. De eerste fase van de Europese wetgeving betreffende asiel was zo goed als rond. Ik had zin om verder rond het thema te werken, maar dan niet op papier, wel op het veld. Rechtstreeks in contact komen met vluchtelingen, asielzoekers. Met andere culturen, waarnaar
het in Verona ver zoeken was. En het eigenlijk nog steeds is: telkens ik terugkeer, valt het me op hoe blank de stad wel is.” “Italië heeft het ook moeilijk vanaf het moment dat het woord migratie valt. Terwijl we zelf een geschiedenis van migratie hebben. Heel wat Italianen hebben tijdens de vorige eeuw een betere toekomst in het buitenland gezocht. Het fenomeen van migratie heeft zich met de economische ongelijkheid in de wereld, de brandhaarden links en rechts, alleen maar scherper gesteld de jongste jaren. De mensen die er het slachtoffer van zijn hebben niet echt een keuze. Het is creperen, of het elders opnieuw proberen. Mocht ik in hun schoenen staan, ik zou het ook het laatste doen. Het is alleen maar menselijk, daarom had ik het er moeilijk mee dat er in Italië van langsom meer geklaagd werd.” Het ijveren voor een betere toekomst voor anderen werd gaandeweg Claudia’s ambitie, maar toch wilde ze het niet verwezenlijken op kosten van haar familie. “Zo ben ben ik via het European Voluntary Service programma in België terechtgekomen.
In Deinze. Waar ik als vrijwilliger werkte in een opvangcentrum voor asielzoekers van het Rode Kruis. Ik kon ook naar Litouwen, maar België droeg mijn voorkeur weg. Omdat mijn vriend niet veraf woonde, in Den Haag. Onderkomen had ik bij een gastgezin in Nevele. Een cultuurschok was het alleszins, van de stad in Italië terechtkomen op het Vlaamse platteland. Maar het was wel een prachtervaring. Het gezin dat me toen zo goed heeft opgevangen, beschouw ik voor altijd als mijn tweede familie. En het werk was boeiend: er speelde een gevoel van machteloosheid, maar toch zei een stemmetje in mijn achterhoofd dat ik die mensen hielp. Superdankbaar waren ze voor heel weinig. Weinig, soms gewoon luisteren. Het gaf me zin in meer, om meer te doen voor asielzoekers. Helpen om betere structuren op poten te zetten, mee een betere wetgeving af te dwingen.”
Kleurtje Het heeft ertoe geleid dat Claudia, bijna zeven jaar geleden, voor het eerst voet aan de
BDW 1419 PAGINA 21 - DONDERDAG 27 MAART 2014
sen die hier op Europees niveau stage komen lopen. De competitie is groot. Mijn kennis van het Nederlands dat ik leerde tijdens mijn verblijf in Oost-Vlaanderen is daarbij een grote hulp gebleken.” “Brussel is een ongemeen boeiende habitat. Je hebt een hoofdstad met alle voordelen van dien, die terzelfdertijd geen mastodont is. Een kleine grote stad. Ik woon in de buurt van de Louizalaan, vandaar ben ik op nog geen half uur te voet in het centrum. En ik heb vlakbij het Ter Kamerenbos waar ik kan joggen. Oefenen voor de ’20 km door Brussel’. Voor mij zal het de vierde deelname zijn, voor ons team van Vluchtelingenwerk de tweede. Wat ik niet te voet doe, daar heb ik dan weer het openbaar vervoer voor. Dat is al eens het mikpunt van klaagzangen, maar wat mij betreft valt het allemaal best mee. Zeker in vergelijking met Italië. Hier heb ik geen auto nodig, denk ik er zelfs niet aan. Terwijl ik, wanneer ik in Italië ben, voor alles en nog wat de auto nodig heb.” En dan speelt nog het internationale aspect van Brussel. “Formidabel. Mijn hersenen werken hier op een heel speciale manier. Op de werkvloer spreek ik Nederlands, op straat vaak Frans. Thuis is het Nederlands en Italiaans, door elkaar. Met vrienden: Italiaans, Engels naargelang het gezelschap en de omstandigheden. Dat en nog andere zaken maken dat ik me echt wel Brusselse voel. Multinationaal
Zorgwekkend All man’s land waar Claudia werkt rond een wereld zonder grenzen. Werk dat onder druk staat. “De lijn die van hoger af wordt getrokken, is de jongste jaren gestaag verhard. Net zoals onze maatschappij. Een hardere politiek wellicht ook door de opvangcrisis van een aantal jaren geleden en daaropvolgende regularisatiecampagne. Het discours dat nu opgang maakt is het beperken van de instroom en meer uitstroom, al dan niet vrijwillig. Steeds meer wordt er over cijfers gesproken in de plaats van over mensen. Zorgwekkend vind ik dat, soms boezemt het me zelfs angst in. Ook de economische crisis heeft hierin een grote rol gespeeld bij de achterban: de angst om zelf niet meer genoeg te hebben.” “Op dit moment ben ik sterk betrokken bij de campagne Europe Act Now, die we net hebben gelanceerd, over de toegang van Syrische vluchtelingen naar Europa en meer bepaald naar België. We vragen daarbij heel duidelijk aan politici in België en Europese leiders: Doe iets, er is nood aan legale manieren voor Syrische vluchtelingen om op een veilige manier hier onderdak te vinden. Europa, onderneem alsjeblieft een gecoördineerde actie om die mensen te helpen. Van de maar liefst 2,5 miljoen Syrische vluchtelingen, die in erbarmelijke omstandigheden moeten zien te overleven is slechts 3,5 procent tot in Europa geraakt. Mocht er een grotere solidariteit bestaan onder de Europese landen onderling, dan zou er zo veel meer verwezenlijkt kunnen worden.”
Karel Van der Auwera
www.vluchtelingenwerk.be
3 VRAGEN AAN PETER DE CALUWE
‘Opera mag uw achtste hoofdzonde zijn’ BRUSSEL – Peter de Caluwe, intendant van het nationale operahuis De Munt, presenteerde vorige week zijn achtste seizoen. Met de zeven hoofdzonden als thematiek die in vele producties gesmaakt wordt, maar dan wel in positieve zin. Maakt niet weg dat de overheidssubsidies al vijf jaar naar beneden gaan. Hoe lost u de sluitingsperiode voor broodnodige vertimmering van het theater op – het gebouw is dan technisch werkloos, en dus een grote verliespost? Peter de Caluwe: “Ik heb nog een jaar om naar andere locaties uit te kijken. Huurcontracten om van juni 2015 tot januari 2016 elders te spelen weet ik wel te onderhandelen. Maar het grote probleem is dat de infrastructuur nergens geschikt is: we hebben kleedkamers en douches nodig, een tribune met adequate verlichting en decorbouwmogelijkheden, ... Gezien we dat buitenshuis zelf moeten installeren, wordt dat een gigantische kost (lukt niet met de plafonnering van het budget sinds 5 jaar, jmb). Dit seizoen hebben we al enkele extra muros producties, in bioscoopzaal Marivaux en in Wiels. Maar voor 20152016 moeten nog veel locaties gevonden worden. Het personeel (werken aan Ateliers vanaf november dit jaar, red.) vindt alvast onderdak in de Nationale Bank.” U ziet de cultuursubsidies al enige tijd niet als overheidssteun maar als investering: leg uit. de Caluwe: “In België maakt geld voor cultuur – net als in Frankrijk – 0,5 procent uit van het Bruto Nationaal Product. In Frankrijk is de terugkeer van die investering berekend op 3,85 procent. De culturele sector is belangrijker dan de auto- en landbouwindustrie. Toch blijft men halstarrig speken in termen van ‘betoelaging’, terwijl het net een investering van de overheid is. Wij zijn allemaal betrokken partij als burger om de overheid te overtuigen
© SASKIA VANDERSTICHELE
“Steeds meer wordt er over cijfers gesproken in de plaats van over mensen. Zorgwekkend vind ik dat, soms boezemt het me zelfs angst in”
burgerschap is voor mij geen ijdel begrip: zonder de nationaliteit van het land van verblijf te hebben, je toch volwaardig burger voelen. In mijn geval burger van Brussel. Naar Verona terugkeren is steeds aangenaam, maar tegelijkertijd mis ik er de energie van Brussel, waar zoveel te doen is. Op alle mogelijke vlakken: cultuur, sport, sociale contacten over de grenzen heen.” “Soms vraagt men mij in Italië: ‘En wat ga je doen mocht je kinderen krijgen?’ Wel, ik denk dat het voor mij makkelijker zal zijn om hier een kind groot te brengen dan op de plek die me in mijn jeugd zo vertrouwd was. Mijn vriend, die ik als Erasmusstudente in Den Haag heb leren kennen, is een Nederlander van Angolese afkomst. Hij heeft een kleurtje. In Verona zou hij enorm opvallen, onze kinderen zouden enorm opvallen. In Brussel niet. Gemengd zijn is hier de normaalste zaak ter wereld. Dit is een all man’s land.”
Peter de Caluwe: ”Voor 2015-2016 moeten we nog veel locaties vinden.”
dat de investering in cultuur rendeert.” U hangt de seizoensprogrammering op aan het leidmotief de zeven hoofdzonden. Zijn die wel erg? de Caluwe: “Het world wide web is 25 jaar oud deze maand, en ook daar wordt gretig omgesprongen met de hoofdzonden: van hoogmoed, wellust, gramschap, afgunst, gulzigheid en luiheid tot hebzucht. Volgens het Oude Testament zijn er vijf zonden van de geest en twee van het vlees. Terwijl Thomas van Aquino nuanceerde dat enkel de daad als zonde telt, en niet het denken aan de zonde. Zonde is niets meer dan een gebrek aan liefde die verdwaald is. In de operawerken die we dit seizoen presenteren, komen verschillende van die hoofdzonden aan bod: we lichten ze uit als iets positief, een waarde. En daar komt gerust nog wat bij: opera mag uw achtste hoofdzonde zijn.” Jean-Marie Binst Seizoensprogramma: www.demunt.be
De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet
VIJFTIG LIDORGANISATIES Vluchtelingenwerk Vlaanderen zet zich in voor asielzoekers en vluchtelingen. De organisatie telt 43 leden, waaronder een tiental goed uitgebouwde vrijwilligersgroepen. Er zijn internationaal zowat vijftig lidorganisaties die hetzelfde, voor een groot deel op vrijwilligersbasis. Samen verhogen ze de druk op het beleid en sensibiliseren ze het ruime publiek, coördineren ze ook een eigen netwerk van opvang. Of rond terugkeer. “We ondersteunen iedereen die asielzoekers en vluchtelingen bijstaat. Leidraad hierbij zijn het Vluchtelingenverdrag, de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens en het Europese Mensenrechtenverdrag. Dat alles geschraagd door vier pijlers: het verbreden van het maatschappelijk draagvlak en beïnvloeden van de publieke opinie, druk uitoefenen op het beleid, ondersteuning geven aan al wie vluchtelingen bijstaat, het stimuleren van samenwerking.”
ART)&(MARGES VALT IN DE PRIJZEN. RAWR! collective en art)&(marges krijgen de Museum Night Fever Awards 2014. De nacht van de Brusselse musea, waaraan 24 instellingen hebben deelgenomen, lokte 15.500 bezoekers. Art)&(marges kreeg de juryprijs voor de inrichting van het museum als een plek voor prettig gestoorde workshops. Philip Dansar & AmuseeVous kregen de publieksprijs voor hun optreden in hetzelfde museum. De tweede prijs gaat naar het Joods museum, de derde naar het Museum van Elsene. n THEODORE VERHAEGEN BESCHERMD. De Brusselse regering heeft beslist om het hoofdgebouw van de ULB - het zogenaamde gebouw A - op de campus Solbosch te beschermen. Het standbeeld van Théodore Verhaegen aan de Franklin Rooseveltlaan onderstreept het symbolisch belang van de site. Het gebouw is opgetrokken in Vlaamse renaissance, het interieur is art deco. Ministerpresident Rudi Vervoort (PS) : “Dit is de plaats waar ik voor het eerst met mijn universiteit in contact kwam, het was in de hal van gebouw A dat ik me heb ingeschreven aan de faculteit rechten in 1976.” n KVS INTERNATIONAAL. Coup Fatal, de Congoproductie van de KVS en les Ballets C de la B, gaat in wereldpremière op de Wiener Festwochen. Nadien staat ze ook nog op het Hollandfestival en het Festival van Avignon. Het Festival de Marseille ontvangt twee KVS-producties, Badke en Raymond. Het Griekse dansfestival Kalamata heeft eveneens Badke uitgenodigd. n PODIUMTECHNIEKEN PIANOFABRIEK IN SINT-GILLIS VIERT FEEST. Dat gebeurt onder meer met een tentoonstelling rond podiumtechnieken van 1940 tot nu. Zowel instellingen, iconische voorstellingen als techniek krijgen aandacht. De expo loopt tot en met 29 maart van 10 uur tot 20 uur. Op de laatste dag wordt er ook gefeest met onder andere De Fanfaar, Blue Velvet, SondervanMorel, MDM Band en Calypso Gigolos. Info op www.pianofabriek.be. DV
CULTUUR KORT
grond zette in Brussel. Voor een stage bij de ngo European Council on Refugees and Exiles – Europese koepel van vluchtelingenorganisaties. Dit na het volgen van een Europees Masterprogramma rond mensenrechten en democratisering. En nu is ze al bijna drie jaar beleidsmedewerker van Vluchtelingenwerk Vlaanderen, ijvert ze voor de rechten van vluchtelingen uit de vier windstreken. “Ik prijs me gelukkig dat ik ben kunnen blijven en kan werken in het vakgebied dat me boeit. Iets wat niet weggelegd is voor veel jonge men-
BDW 1419 PAGINA 22 - DONDERDAG 27 MAART 2014
Handbal > Jean-Jacques Barbier wil met United Brussels van het hoogste niveau proeven
‘Handbal zal herleven in Brussel’ BDWSPORT
BRUSSEL – Krijgt Brussel terug een handbalclub op het hoogste niveau? Het antwoord op deze vraag ligt in de handen van de spelers van United Brussels. Na één seizoen in tweede klasse maken zij kans om meteen door te stoten naar de eerste klasse. Het zou de ambitie van de club extra kracht geven: Brussel terug op de kaart van het Belgische handbal zetten. Met Jean-Jacques Barbier (55) staat een ervaren trainer aan het roer. “Als speler maakte ik deel uit van de laatste Brusselse club die op het hoogste niveau uitkwam: Sporta Evere,” vertelt Barbier. “We hebben een aantal seizoenen in eerste gespeeld alvorens in 1993 te degraderen. Ik was op dat moment al fin de carrière, maar had er mooie jaren op zitten. Ik was top in België en maakte ook deel uit van de nationale ploeg.” De vriendengroep die van Sporta Evere een goede ploeg maakte, kreeg jammer genoeg geen opvolging. De afgelopen jaren was het wat betreft handbal op het hoogste Belgische niveau dan ook armoe troef in Brussel. “In die tijd waren er nog niet zo veel buitenlanders die ons konden versterken. Het is ook gewoon zo dat er in Brussel niet echt een handbalcultuur leeft, en dat heeft zo zijn gevolgen voor de financiële steun. In dorpen als Bocholt en Neerpelt vind je die cultuur wel. Het is ook zo dat de Brusselaars zeer veel vrijetijdsmogelijkheden hebben. Dat grote aanbod is wel een handicap voor ons.” Na zijn spelerscarrière plukte Barbier meteen de vruchten van de trainingsopleidingen die hij volgde. Hij kreeg onder meer Charleroi, Kraainem en Jette onder zijn hoede, maar als prille veertiger had hij nood aan een nieuwe uitdaging. Die vond hij als scheidsrechter. “Ik ben opgeklommen tot het niveau van de Beneliga, waardoor ik regelmatig in Nederland mocht fluiten. In België heb ik onder meer de finale van de play-offs en de bekerfinale gefloten. Je mag dus zeggen dat ik hier het topniveau heb gehaald. Dat ik bakken ervaring had, speelde daarin uiteraard in mijn voordeel. Jammer genoeg moest ik er op mijn 52ste mee stoppen, omdat dat de ‘pensioenleeftijd’ is voor scheidsrechters.”
Bibberen en beven Op zaterdagavond gezellig in de zetel blijven zitten, dat is niets voor Barbier. Het was dan ook geen optie om na het scheidsrechterschap de handbalwereld te verlaten. Zijn vele contacten brachten hem vorig jaar naar een nieuwe, ambitieuze Brusselse ploeg. “Ik ben in mei 2013 naar United Brussels komen kijken toen ze de finale van de play-offs in derde klasse speelden. Na drie zwaarbevochten wedstrijden haalden ze het en iets later werd me gevraagd om de ploeg over te nemen. De toenmalige trainer had goed werk geleverd, maar onder meer de verre verplaatsingen deden hem afhaken. Ik aanvaardde de uitdaging, maar het was al augustus. De transferperiode was vergevorderd en dat maakte het niet gemakkelijk.” “Ik had dus wat tijd nodig om er terug in te komen. Maar dat liep wel los, net als de ploeg trouwens. We zijn gegroeid in de competitie en mede dankzij een sterke novembermaand zijn we in de top vier kunnen eindigen.”
Jean-Jacques Barbier: “Ons doel is om handbal terug te laten leven in Brussel en daarvoor heb je onder meer een sterke eerste ploeg nodig. We zijn alvast goed op weg.”
“Ik weet hoe play-offs verlopen, het zijn de details die over winst of verlies beslissen” Bij United Brussels vond de trainer een club met ambitie. Hun doel is handbal te doen herleven in Brussel en daar zetten ze de nodige middelen tegenover. Sinds hun ontstaan in 2011 lijken ze te slagen in hun opzet. “De club is een fusie van Mouloudia, dat een werking had die vooral gericht was op jongeren uit de buurt, en l’Amicale Handbalclub uit Schaarbeek, dat een goede structuur had en de ambitie koesterde de sport te ontwikkelen in Brussel. Ze beseften dat het beter was om samen te werken en hebben zich verenigd in Brussels United. Anderlecht HC is daar nadien nog bij gekomen.” “De club is begonnen met de jongste jeugdcategorie en elk jaar komt de volgende reeks erbij. Op dit moment gaapt er dus een kloof tussen de eerste ploeg en de jeugd, maar dat gat wordt elk jaar verkleind. Er werd trouwens ook een vrouwenploeg opgericht.” Die ploeg werd samengesteld uit spelers met verschillende achtergronden. Na een moeilijk competitiebegin zorgden een Tunesische en Roemeense speler voor de kwaliteitsinjectie die de groep nodig had. United Brussels stond lang op de derde plaats, die hen een deelname aan de play-offs garandeerde, maar op het einde van de competitie was het toch nog bibberen en beven. “We moesten onze twee laatste matchen winnen en hopen dat Sint-Truiden
NU OF NOOIT United Brussels besefte dat het dit seizoen een ongelooflijke kans krijgt om de promotie af te dwingen naar eerste klasse. Maar liefst drie van de vier ploegen die de playoffs spelen, promoveren. Maar net nadat ze zich voor de eindronde plaatsten, leken hun kansen gevoelig te slinken. ‘Die regeling kwam er door de oprichting van een Benelux liga waarin vier ploegen uit België, Nederland en Luxemburg zouden aantreden. Maar een paar weken geleden trokken de Luxemburgers zich plots terug. Uiteindelijk werd beslist om een BENE league te organiseren, waardoor de regeling rond de degradatie en promotie behouden blijft. Door een competitie met de Nederlanders verbeteren onze topploegen, en door kleinere ploegen naar de eerste klasse te laten overgaan, gaat ook hun niveau omhoog.”
een puntje verloor. In de laatste match, tegen Waterloo, leek de ploeg wat last van de druk te hebben, maar we hebben toch de vierde plaats kunnen pakken.” “Als vierde zijn we de play-offs met één punt begonnen, de derde had er twee, de tweede drie en de eerste vier. Dat is een handicap, ja. Maar ik denk dat onze ploeg sterk genoeg is om de promotie af te kunnen dwingen naar
© MARC GYSENS
eerste klasse. We kennen de ploegen tegen wie we moeten spelen. Ik weet hoe play-offs verlopen, het zijn de details die over winst of verlies beslissen.”
Brusselse antennes United Brussels zit dus op koers om de ambities snel waar te maken. De club maakt naam en geniet van de voordelen die een stad als Brussel biedt. Zo komen buitenlanders die hier tijdelijk of definitief verblijven, zich aanbieden. Dat zorgt voor een diverse spelersgroep, volgens Barbier naar het imago van de stad. Maar indien de club promoveert, zal er toch het ene en het andere moeten veranderen. “Dan zouden er zeker twee à drie spelers met ervaring aangetrokken moeten worden. Ik heb vertrouwen in onze jongens – je mag de tweede klasse zeker niet onderschatten – maar versterking zou zeker nodig zijn. Wat de omkadering betreft ben ik tevreden, maar voor de eerste klasse zou het nog professioneler moeten. We zouden dan ook eens moeten nadenken over het aantrekken van bijvoorbeeld een physical coach. Ik heb alvast vertrouwen in de voorzitter, ook voor het financiële luik. Hij weet wat hij doet en is gepassioneerd.” “Hier is zeker het potentieel aanwezig om een topploeg te vormen. De jeugdwerking wordt uitgewerkt en het doel is om in het Brusselse verschillende antennes te hebben, zoals we nu al in Anderlecht hebben. Van die verschillende werkingen kunnen de beste spelers doorstromen naar de eerste ploeg. Ik ben er zeker van dat handbal zal herleven in Brussel.” Tim Schoonjans Meer info op www.ubhc.be
BDW 1419 PAGINA 23 - DONDERDAG 27 MAART 2014
@DaringMolenbeek First chapter is written. Let’s write the second one together! #(semi)finals #MolemFamily Hockeyclub Daring Molenbeek heeft een prachtprestatie neergezet. Dankzij een 1-6 zege op en tegen Gantoise hebben ze zich voor de play-offs geplaatst. Op twee speeldagen van het einde stonden ze nochtans vijfde, maar door een perfect parcours en een misstap van Beerschot halen ze toch de eindronde. Daarin moeten ze het volgende maand opnemen tegen de eerste in de stand: Watducks. Indien ze de finale halen, zal Racing Club de Bruxelles of Dragons de tegenstander zijn.
Groot Judofeest in Schaarbeek
© MARC GYSENS
Crossing in feeststemming
SCHAARBEEK – Judoclub Crossing Schaarbeek heeft heel wat leuks in het verschiet. Komend weekend organiseren ze een Groot Judofeest en op de tatami presteert hun poulain Toma Nikiforov uitstekend. “We willen kinderen die op Schaarbeekse scholen judoles krijgen, laten kennismaken met wat wij doen,” vertelt Alain De Greef, voorzitter van Crossing Schaarbeek. “Wij bieden een structuur aan waarin toch intensiever en op een hoger niveau wordt gewerkt. Op een leuke manier ontdekken zij wat wij aanbieden en wij kunnen tegelijkertijd jonge talenten ontdekken. We organiseren het Groot Judofeest in samenwerking met de Schaarbeekse scholen. Het vindt trouwens plaats in school zes (Landbouwstraat 46 in Schaarbeek) omdat onze zaal te klein zou zijn.” Ook kinderen die buiten Schaarbeek schoollopen, zijn uiteraard welkom. Ze kunnen zaterdag al om negen uur langskomen voor een ontbijt, alvorens om half tien met de sportdag te beginnen. Behalve judolessen, initiaties
SPORT KORT
De lente is in het land en dan beginnen de heupen van heel wat Brusselaars nog wat meer te kriebelen. En als het kriebelt, dan moet je dansen. Dus komt het SUPER SALSA FESTIVAL net op tijd. Van 27 tot 30 maart worden in de Silver Club (Jourdanstraat 28 in Sint-Gillis) drie dagen lang verschillende workshops, shows en feestjes georganiseerd. Salsa, bachata, kizomba, ... Ook wat dansstijlen betreft is het aanbod zeer ruim. Tickets zijn per dag verkrijgbaar, een pas voor het hele evenement kost 125 euro. Op zaterdagavond 29 maart wordt een gratis initiatie salsa georganiseerd. Meer informatie vindt u op www.supersalsafestival. be. n Close contact zal er ook deze vrijdag zijn. De elfde SCHOOLGRAPPLING van de Brussels Brazilian Jiujitsu Academy staat dan op het programma. Tijdens de schooluren komen kinderen uit de lagere school samen in de Koekelbergse sportzaal Victoria om elkaar te bekampen. De deelnemers hebben voorafgaand aan het tornooi een initiatie
en andere judogerelateerde activiteiten staat er nog heel wat op het programma. “Onze ervaren trainers leren bijvoorbeeld hoe men goed valt, ze leren specifieke technieken aan, etc. Maar er zal ook een luchtkasteel zijn, de kinderen kunnen in een sumokostuum kruipen, er worden allerhande demonstraties georganiseerd; er wordt echt heel wat leuks georganiseerd.” “We hebben voor de nodige afwisseling gezorgd zodat iedereen plezier heeft. Het hele gebeuren is gratis (einde omstreeks 18 uur), al zal er voor sommige randanimatie misschien een kleine vergoeding van pakweg één euro gevraagd worden.”
Elitesporter bij het leger Crossing Schaarbeek bewijst met dit evenement nog maar eens dat het niet aarzelt om actie te ondernemen. De club draait ook op sportief vlak goed en presteert al jarenlang op het hoogste Belgische niveau. Het grote voorbeeld daarvan is Toma Nikiforov. “Hij behaalde een paar weken geleden nog een gouden medaille op de European Open voor senioren in Praag. Dat zijn belangrijke punten om zijn doel te bereiken: naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro gaan. Daar werkt hij hard aan. Toma is nu elitesporter bij het leger, waardoor hij veel meer kan trainen. Hij doet het goed en ik hoop echt dat hij zijn droom kan waarmaken.”
Tim Schoonjans
Meer informatie vindt u op www.judoschaerbeek.com.
gekregen of hebben al een paar trainingen achter de kiezen. De school met de meeste overwinningen wint de School of Grappling Trofee. n Voor het werk van lange adem moet u dit weekend in het Ter Kamerenbos zijn, waar de 24 UUR FIETSEN plaatsvindt. Tijdens de 28ste editie van deze aflossingswedstrijd wordt ook opnieuw de 5 uur per mountainbike georganiseerd voor kinderen tussen 7 en 12 jaar. Meer informatie vindt u op www.24heuresvelo.be. n Voor een aardige pot petanque zijn de velden van Royal Petanque Uccle Centre komende zondag vanaf 9 uur de place to be. De club organiseert dit jaar voor de tweede maal zijn GROTE CHALLENGE ROBERT VERBIST. Die begon op 1 februari en na verschillende tornooien wordt nu met een grote finale geëindigd. Er wordt zondag in doubletteploegen gespeeld, die eerst in poules uitkomen en het in de namiddag in wedstrijden met directe uitschakeling tegen elkaar opnemen. Er wordt maar liefst 3.800 euro uitgedeeld. Meer informatie op TS de Facebookpagina van de club.
ESTAFETTE > BRAM VAN DE VELDE
Achtervolging in Ter Kamerenbos Vanuit sociologisch oogpunt zijn lopers vreemde wezens. Zet ze samen in een wedstrijd en het zijn de beste vrienden. Ze motiveren elkaar. Ze delen ervaringen en zelfs water of eten. Maar zoek je ze op in hun natuurlijke habitat, dan valt het op dat lopers eerder solitaire wezens zijn. De meerderheid trekt er alleen op uit. Ga ’s middags maar eens kijken in het Warandepark. Op piekmomenten zie je tientallen sportievelingen hun kilometers malen. Soms in kliekjes. Maar vaak zijn het einzelgängers. Ik ben geen uitzondering. Ik hoef al geen muziek in mijn oren, laat staan een maatje voor onderweg. Geen gekakel aan mijn kop of andermans tempo om mee rekening te houden. Heerlijk. Behalve soms. Dan kan ik het niet laten. Soms haak ik gewoon mijn karretje aan. Zoals afgelopen donderdag. Ik kondigde mijn laatste plaat af, hees me in mijn loopplunje en zette koers richting het Ter Kamerenbos. Lopen. Heerlijk. Maar die avond toch ook een tikkeltje saai. Na een grote lus door het bos langs de Denneboslaan, de Bosvoordelaan, de Groenendaalselaan en de Panoramalaan had ik het gezien. Verandering van spijs doet eten. Ik besloot op het pad rond de vijver te gaan lopen. Doe ik normaal nooit. Net op het moment dat ik afdraaide richting water sneed een groepje van vier lopers me de pas af. Iets sneller dan ik tot dan toe aan het lopen was. Maar ach, ik had nog wat overschot en besloot te volgen. Kort na mijn aansluiting moest er eentje de rol lossen. Ik nestelde me in het spoor van een volledig in het zwart gehulde loper. Het enige witte aan hem was het snoertje dat naar zijn rechteroor leidde. Vooraan bepaalde een jongeman met pet en blauw jasje de tred. Pittig, maar niet afmattend. Het pad rond de vijver is niet verlicht. Uitkijken was de boodschap. Loper twee loste de rol. De eerste ronde zat erop. Geen idee hoeveel we er zouden doen. Ik wilde alleen volgen. Blauwe jas leidde. Ik zat mijn zwarte haas op de hielen. Hij zal het wat vervelend gevonden hebben, zo’n onbekende collega
ongevraagd in zijn kielzog. Hij wilde me afschudden en versnelde richting blauwe jas. We hadden een wedstrijd. Ik versnelde. Tot net naast zwarte haas. Geen blik, geen woord. Ik kan goed tegen mijn verlies. Maar als deze loper mij eraf wil hebben, dan zal hij het potverdikke moeten verdienen, dacht ik. Ronde drie ging in. Wedstrijdsituatie: blauwe jas op kop, gevolgd door zwarte haas en mezelf. De rest deed niet meer mee voor de knikkers. Blauwe jas liep op wolkjes. Hij was zich niet bewust van de krachtmeting die zich achter zijn rug afspeelde. Het parcours kende een kleine scherprechter. De helling achter Le Chalet Robinson. Een eitje voor blauwe jas. Zwarte haas kreeg het moeilijk. Zijn tempo stokte. Was het een echte wedstrijd geweest, dan was dit het moment waarop ik zilver veilig zou stellen. Maar dit was gewoon een rondje lopen met onbekenden. Supertof. Ik was al lang dankbaar dat zwarte haas en co de sleur uit mijn training hadden gehaald. Ik bleef bij hem, prevelde een bemoedigend woordje in het Frans en liet hem als eerste aan de afdaling beginnen. Met een laatste krachtinspanning spurtte hij naar beneden, het zilver tegemoet. Hij mocht het hebben. Aangekomen bij het overzetbootje richting Le Chalet Robinson polste ik naar hun ambities. De vier bleken studenten. Ze trainden voor de 10km van de ULB op 27 april. Een tip voor wie onlangs startte met zijn voorbereiding voor de 20km door Brussel. De opbrengst van de wedstrijd dient trouwens om wetenschappelijk onderzoek aan de universiteit te steunen. Nobel. Mijn sociologisch onderzoek was rond. Als we maar willen, hoeft een looptraining echt niet in alle eenzaamheid te gebeuren. En als je op de juiste onderzoeksmaterie stoot, haal je behalve een korte babbel ook nog extra rendement uit je training. Ik liet de heren op adem komen en zette weer koers naar Flagey. Bram Van de Velde is presentator op FM Brussel en actief vrijetijdssporter
REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van Brussel Deze Week vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 70.490 exemplaren. PROMOTIE EN DISTRIBUTIE Ute Otten, Anne Burger, Maurice Droogh. ADVERTISING MANAGER Lisa Decrick: 02-226.45.41, 0474-67.03.84, fax 02-226.45.69. MARKETING MANAGER Frederik Welslau. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne. COÖRDINATIE Kim Verthé. EINDREDACTIE Ken Lambeets (eindredactie@bdw.be). VORMGEVING Peter Dhondt. REDACTIE Jean-Marie Binst, Christophe Degreef, Bettina Hubo, Steven Van Garsse, Danny Vileyn. BRUSSELNIEUWS Kris Hendrickx (nieuwsmanager), Sandra Schreurs (projectcoördinator), Jelle Couder, Goele de Cort, Eric Vancoppenolle, Laurent Vermeersch. REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele, Gerd Hendrickx. MEDEWERKERS Michaël Bellon, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Bram Van de Velde, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh. VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE François Bettens (a.i.). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).