HET LERARENTEKORT ONDER DE LOEP
psk onder hoogspanning met bozar electronic arts festival En ook: Sidi Larbi Cherkaoui, Wire en De Sprekende Ezels.
19 09 13
Leerkrachten en directeuren aan het woord LEES P. 4-5
AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
© SASKIA VANDERSTICHELE
Bye bye Emanuelle...
Onderwijs > Slechts zeven procent van de Franstaligen noemt zichzelf drietalig
Talenkennis daalt pijlsnel BRUSSEL – Het onderwijs in Brussel levert steeds minder drietaligen af. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van Rudi Janssens (VUB).
D
e taalbarometer blijft voor verrassingen zorgen. Socioloog Rudi Janssens presenteerde op de zomeruniversiteit van Aula Magna nieuwe cijfers die de drietaligheid weergeven bij Brusselaars die in het Nederlandstalig of Franstalig onderwijs les hebben gevolgd. De cijfers zijn relevant omdat uit diezelfde taalbarometer is gebleken dat het taalgebruik op de werkvloer in Brussel in ijltempo veranderd is.
Vroeger werd er voornamelijk Frans gesproken. Vandaag is het aantal bedrijven waar Frans, Nederlands en Engels wordt gesproken (30 procent) sterk in opmars. En het Frans is op zijn retour. Dat is een groot verschil met de cijfers van de talenkennis bij Brusselaars uit het Nederlandstalig of Franstalig onderwijs. Waar in 2001 82 procent van de Nederlandstaligen zich goed tot zeer goed drietalig noemden, is dat
vandaag nog maar 42 procent. Bij de Franstaligen is het nog erger gesteld. In 2001 vond 15 procent dat ze goed tot zeer goed Nederlands en Engels spraken. Vandaag is dat nog maar 7 procent. Ook de talenkennis van de andere landstaal gaat erop achteruit. In 2001 zeiden bijna alle Vlamingen in Brussel dat ze goed tot zeer goed Frans spraken. Vandaag is dat gezakt tot 86 procent. Het aandeel Franstaligen dat zei goed tot zeer goed Nederlands te spreken bedroeg in 2001 een kwart, vandaag is dat nog maar 14 procent. Rudi Janssens wil de cijfers nog verder verfijnen. Zo is de leeftijds-
categorie in deze cijfers tamelijk uitgebreid. De ondervraagden zijn Brusselaars tussen de 18 en 45 jaar. “Maar de tendenzen kloppen,” zegt Janssens. Voor verklaringen is verder onderzoek nodig. Heeft de achteruitgang van de talenkennis te maken met de kwaliteit van het Brussels onderwijs, of met de samenstelling van de Brusselse schoolpopulatie die in vijftien jaar tijd grondig door elkaar is geschud. Of met beide? Steven Van Garsse ‘Een Marnixplan voor Brussel’. Interview met Philippe Van Parijs. Zie pagina 6.
BRUSSEL – Cinema ABC, de beruchte seksbioscoop aan de Adolf Maxlaan nr 149, is niet meer. Zelf hebben we er ons nooit binnen gewaagd voor een blik op Emanuelle chez les cannibales of Schulmädchen-Report, maar volgens Jimmy Pantera, specialist ter zake, was ABC “een waar pornomuseum, uniek in Europa met zijn non-stop live striptease tussen filmvertoningen op vintage pellicule uit een eigen archief dat 300 titels telde.” De Brusselse Cinema ABC was in de jaren 1970 het vlaggenschip van een heus sexploitation-imperium met filialen in Luik, Antwerpen, Gent en Oostende. De reden van de sluiting is GH niet bekend.
ADVERTENTIE
U WILT ER EVEN TUSSENUIT? Ga dan naar pagina 7
N° 1394 VAN 19 TOT 26 SEPTEMBER 2013 ¦ WEEK 38: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE
BDW 1394 PAGINA 2 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
OPMERKELIJK © JPPLUS60
Uitgelicht > Directeur Brussels Airport legt mobiliteitsprioriteiten vast
REGERING ZOEKT TOPMAN (BIS) BRUSSEL - De Brusselse regering zoekt een opvolger voor Jean-Claude Moureau, baas van Mobiel Brussel. Die gaat met pensioen. De gedoodverfde kandidaat heeft stevige concurrentie gekregen. Patrick Balcaen stond voor de zomer met stip genoteerd als de nieuwe toekomstige directeur-generaal bij Mobiel Brussel (BDW 1380, p.2). Balcaen is kabinetschef van staatssecretaris Bruno De Lille (Groen) en heeft een Ecolo-etiket. Maar zijn positie is bedreigd nu JeanPaul Gailly zich kandidaat heeft gesteld. Gailly zou de voorkeur wegdragen van de jury. Hij heeft bakken ervaring als directeur-generaal bij de federale overheidsdienst Mobiliteit, een functie die hij sinds 2002 uitoefent. Voordien was hij adjunct-kabinetschef van federaal minister Isabelle Durant (Ecolo). Gailly nam afstand van de groene partij en heeft vandaag een uitgesproken PS-profiel. Er is nog een derde opmerkelijke kandidaat: Brussels parlementslid Jef Van Damme (SP.A). Die liet al langer uitschijnen dat hij zich in zijn oppositierol in het parlement niet helemaal in zijn sas voelt en zich liever op het uitvoerend niveau beweegt. Sinds december 2012 is hij bovendien geen schepen meer, en moet hij oppositie voeren in de Molenbeekse gemeenteraad. De jury heeft haar beoordeling klaar. Het is nu aan de regering om te trancheren. Dat zou al eerstdaags kunnen gebeuren. De kansen voor de gedoodverfde Ecolo-kandidaat Patrick Balcaen lijken kleiner nu er een PS-MRas in de maak is, zònder Ecolo. Een Ecolo’er op een sleutelpost in de Brusselse administratie zou het toekomstig regeerwerk van PS en MR kunnen bemoeilijken. Daarnaast hebben de groenen met Frederic Fontaine, ex-kabinetschef van Evelyne Huytebroeck (Ecolo) al een topbenoeming gekregen. Fontaine heeft zopas zijn intrede gedaan als nieuwe directeur-generaal van Leefmilieu Brussel. Zo komt PS’er Jean-Paul Gailly als grootste kanshebber in beeld. Anderzijds zouden er nog enkele Nederlandstaligen benoemd moeten worden om het communautair evenwicht te verzekeren in de Brusselse administratie. Daar zou Van Damme dan weer van kunnen profiteren. Steven Van Garsse
‘Diabolotoeslag slecht voor luchthaven’ BRUSSEL/ZAVENTEM – Als het van Brussels Airport afhangt, wordt de luchthaven niet zomaar een luchthaven, maar ook een overstapstation voor trein, bus en tram. Dat blijkt uit de mobiliteitsvisie 2025 van het bedrijf. Mogelijk is de luchthaven zelfs een deel van de oplossing voor de verzadigde Noord-Zuidverbinding.
T
egenwoordig is een luchthaven niet zomaar een luchthaven. Het begint al bij een financiële doorlichting: de Belgische staat is slechts voor 25 procent aandeelhouder van ‘Zaventem’. De overige aandelen zijn gespreid over een Canadees Pensioenfonds en Macquarie European Infrastructure Fund, een investeringsfonds van de Australische investeringsgroep Macquarie ter waarde van anderhalf miljard euro. Dat betekent dat de luchthaven geen overheidsbedrijf meer is, en dus gezien wordt als een economische speler. Een economische speler die wel een verplichting heeft ten opzichte van het land
waarin hij zich bevindt, maar daarnaast toch onafhankelijk een eigen koers kan varen. Ook wat betreft de kernactiviteit is een luchthaven tegenwoordig niet zomaar een luchthaven. Dat weet Arnaud Feist, de CEO van Brussels Airport, ook. Brussels Airport doet het dan wel relatief goed ondanks de recente financieel-economische crisis en kan stand houden wat betreft passagiersaantallen. Daarom werd Feist vorig jaar nog uitgeroepen tot ‘manager van het jaar’. Maar, waar het goed gaat met de passagiers, krijgt de luchthaven, net zoals de aangrenzende stad wier naam zij draagt, af te rekenen met de mobili-
teitsknoop. En dus moet het bedrijf onderhandelen met de overheid om dingen gedaan te krijgen. Zij is immers zelf geen overheid meer, of toch niet volledig.
Schuman-Josaphattunnel Feist heeft dan ook een lijstje opgesteld met mobiliteitsprioriteiten. Zo wordt er tezamen met de Vlaamse overheid overwogen om een zuidelijke toegansweg van de E40 Leuven-Brussel naar de luchthaven te trekken. De luchthaven wil ook meer passagiers met het openbaar vervoer naar de vertrekhal lokken. Slechts 26 procent van de passagiers komt nu met het openbaar vervoer, tegenover 53 procent met de auto. Van alle West-Europese luchthavens is dat het op één na hoogste aantal voor auto’s. Op lange termijn verwacht de luchthaven ook dat het vliegverkeer op korte afstand vervangen zal worden door hogesnelheidstreinen. De luchthaven wil dus zo goed mogelijk
verbonden zijn met andere Europese steden. Zo is er bijvoorbeeld al de Thalys van Brussels Airport naar Parijs. Met de opening van de SchumanJosaphattunnel in Brussel in 2016 komt er dan nog een reuzekans bij voor de luchthaven: elke grote Belgische stad zal dan per trein verbon-
In 2016 is de luchthaven per trein verbonden met alle grote Belgische steden
den kunnen worden met de luchthaven, en daarbij in de meeste gevallen de gevreesde Brusselse Noord-Zuid-
DE WEEK IN BEELD DOOR BART DEWAELE
De protestpicknicks aan de Ninoofsepoort en aan het Fernand Cocqplein in Elsene (foto) trokken vorige zondag een achterhondtal deelnemers. De organisatie vraagt het Gewest om snel werk te maken van een heraanleg van beide punten.
© BART DEWAELE
WEEKOVERZICHT
BDW 1394 PAGINA 3 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
© BART DEWAELE
WOENSDAG 11 SEPTEMBER FIETSERS MOGEN DOOR HET ROOD. Het Brussels Gewest plaatst op 75 plaatsen nieuwe verkeersborden die fietsers moeten toelaten om door het rood te rijden. Minister Grouwels (CD&V) en staatssecretaris De Lille (Groen) willen hiermee zoveel mogelijk drempels wegnemen voor fietsers. GEEN JAARREKENINGEN BIJ GGC. De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie heeft alleen jaarrekeningen ingediend voor de jaren 1989, 1990, 2009 en 2010. Dat blijkt uit het jongste verslag van het Rekenhof. Brussels parlementslid Elke Roex (SP.A) wijst erop dat de GGC in de nabije toekomst een loodzware portefeuille zal moeten beheren, nu de kinderbijslag wordt overgeveheld van de federale overheid naar de gemeenschappen.
DONDERDAG 12 SEPTEMBER MOBILITEIT ROND DE LUCHTHAVEN. Brussels Airport wil dat tegen 2025 40 procent van reizigers en personeel met openbaar of gedeeld vervoer naar de luchthaven komt. Ze rekent daarbij op nieuwe tram- en treinlijnen.
VRIJDAG 13 SEPTEMBER
Met de Diaboloverbinding is Brussels Airport al veel beter bereikbaar vanuit Antwerpen, Luik en Leuven. Er moet niet meer eerst naar Brussel gereden worden.
verbinding kunnen vermijden. De Schuman-Josaphattunnel leidt treinen immers door minder drukke stations als Brussel-Luxemburg en Schuman. Dat laatste station wordt trouwens een nieuw overstapstation van waar men van de trein vlot kan overstappen op de metro. Volgens Feist heeft de luchthaven dan ook “niet alleen nood aan een doordacht mobiliteitsnetwerk, maar kan zij een sleutelrol spelen in het oplossen van het mobiliteitsvraagstuk.” In de visie van de CEO betekent dat
“ “
dat de luchthaven in feite een groot overstapstation wordt waar treinpassagiers niet alleen kunnen overstappen op een vliegtuig, maar ook op een (hogesnelheids)trein, op de bus en, in de toekomst, op de tram. De luchthaven wordt met andere woorden een oplossing voor de verzadigde treinstations BrusselNoord, -Centraal en -Zuid. De spoorwegen doen er volgens Feist dan ook goed aan om de zogenaamde ‘Diabolotoeslag’ af te schaffen. Die belasting op treintickets van
en naar de luchthaven kwam er om nieuwe spoorinfrastructuur te bekostigen. “De Diabolotoeslag heeft een negatieve impact op het luchthavenvervoer,” zegt Feist vlakaf. De paradox is dat Brussels Airport als overstapstation Brussel minder aantrekkelijk maakt als eindbestemming. De luchthaven wordt integendeel meer een bestemming op zichzelf. Maar misschien is dat ook een beetje de bedoeling. Christophe Degreef
Laten we het Klein Kasteeltje sluiten en de asielzoekers naar andere centra brengen, in Vlaanderen en Wallonië.” Brussels OCMW-voorzitter Yvan Mayeur wil de voormalige legerkazerne aan het kanaal vervangen door woningen en een school (in La Capitale).
Onze volksvertegenwoordigers gedragen zich als lakeien van Koning Voetbal.” Sporteconoom Wim Lagae (KU Leuven) over de ‘plannen’ voor een nieuw nationaal voetbalstadion. Hij vindt dat politici zich te veel voor de kar laten spannen van het voetbal (in De Standaard).
PALEIS 12 OPENT DE DEUREN. Brussel heeft een nieuwe grote concertzaal. Paleis 12, dat deel uitmaakt van de tentoonstellingspaleizen op de Heizel en geëxploiteerd wordt door de stad Brussel, kan tot 15.000 bezoekers ontvangen. Eerder raakte bekend dat Vorst Nationaal voortaan door het Antwerps Sportpaleis zal worden uitgebaat. ‘TAALEISEN NIET VAN TEL IN STADION’. De taalwet zal niet van toepassing zijn op het nieuwe nationale voetbalstadion als dat door privépromotoren wordt gebouwd. Dat zegt de taaladviseur van de Vlaamse Gemeenschap. Minister Philippe Muyters (N-VA) liet eerder uitschijnen dat hij taalvoorwaarden wou koppelen aan de bouw van het nieuwe stadion op Vlaams grondgebied. BEERSEL SLUIT HERMAN TEIRLINCKHUIS. De gemeente Beersel trekt zich niets aan van het protest. Op een speciaal bijeengeroepen gemeenteraadszitting wordt beslist om het museum van de hand te doen. Het Herman Teirlinckhuis is een museum in het voormalige woonhuis van de gelijknamige romanschrijver.
ZATERDAG 14 SEPTEMBER zigeuners kamperen op heizel. In de nacht van vrijdag op zaterdag strijken dertig caravans met zigeuners neer op de Heizel. Het hoofd van de zigeunerfamilie zegt dat ze een vergunning hebben. Maar zowel PS-burgemeester Freddy Thielemans (Brussel) als CD&V-burgemeester Marleen Martens (Grimbergen) ontkennen dat.
ZONDAG 15 SEPTEMBER PVDA tegen belasting op rusthuiskamers. Ook de extreemlinkse Partij van de Arbeid (PVDA) is tegen de belasting van de gemeente Evere op rusthuiskamers. De belasting gaat bejaarden nog meer in de armoede duwen, zegt de partij. Vorige week berichtte deze krant als eerste over de rusthuistaks in de witloofgemeente.
MAANDAG 16 SEPTEMBER DYAB ABOU JAHJAH KEERT TERUG. De voormalige AELfrontman Abou Jahjah verhuist van Libanon naar België. Hij zegt dat hij zich wellicht in Brussel zal vestigen omdat zijn kinderen niet voldoende Nederlands spreken. FIETSERSBOND ONTEVREDEN OVER MIVB. De Fietsersbond begrijpt de MIVB-campagne niet waarin de openbare vervoersmaatschappij waarschuwt voor te veel fietsen in de metro. In steden als Berlijn vormt dat geen probleem. FEDERALE POLITIE ZOEKT BRANDSTICHTER. De gemeentes Vorst en Ukkel krijgen hulp van de federale politie om een pyromaan te zoeken. In beide gemeenten gingen de voorbije tien dagen 27 auto’s in de fik.
DINSDAG 17 SEPTEMBER
HET GETAL
SP.A helpt schaarbeekse huiseigenaars. De SP.A start een campagne om huiseigenaars te helpen een deel van hun onroerende voorheffing te recupereren. Schaarbeek heeft de hoogste onroerende voorheffing van heel Brussel, maar geeft korting aan huiseigenaren die hun huis zelf bewonen en minder dan 75.000 euro per jaar verdienen. De maatregel is echter ingewikkeld, vandaar. Samengesteld door Steven Van Garsse en Danny Vileyn
70.000
De Open Monumentendagen op 14 en 15 september lokten zo’n 70.000 bezoekers. Dat zijn er een beetje minder dan in 2012 (75.000) maar veel minder dan in 2011 (100.000) en de jaren voordien. Het thema van de jubileumeditie was ‘Brussel m’as-tu vu?’. Bij de directie Monumenten en Landschappen ziet men volgende re-
denen voor de daling: het slechte weer, de loskoppeling van de Autoloze Zondag en de geringere aandacht in de media. De organisatoren gaan in de toekomst nog meer aandacht besteden aan communicatie via de sociale media. Eric Vancoppenolle
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF
BDW 1394 PAGINA 4 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
je ermee als je de uren niet ingevuld krijgt?” Spaak gaat nu dus zelf aan de slag. Zo bijvoorbeeld met de hogescholen. Omdat er niet zomaar extra leerkrachten nodig zijn maar wel leerkrachten met de juiste ingesteldheid en kwaliteiten, wil de groep in over-
“De nieuwe doorlichting geeft hopelijk een eerlijke stand van zaken”
Spaak blijft bezorgd om de kwaliteit van het Brusselse onderwijs. V.l.n.r.: Christophe Herremans, Dirk Letens en Karlien Tiebout.
© SASKIA VANDERSTICHELE
HET LERARENTEKORT ONDER DE LOEP
SPAAK TREKT OPNIEUW AAN DE BEL
‘Wij kunnen het niet altijd waarmaken’ BRUSSEL – Het lerarentekort blijft het Brusselse onderwijs hypothekeren. Daarom laat Spaak, een groep gemotiveerde leerkrachten, opnieuw van zich horen. Met een eigen versie van de XII Werken wil de groep de pijnpunten, maar ook de troeven van het Brussels onderwijs blootleggen. Een gesprek met drie Spaak-leden.
C
altijd waar kunnen maken. Dat is onze grote bezorgdheid,” zegt Herremans. Volgens hem zijn er kinderen in het Brussels Nederlandstalig onderwijs die ‘maandenlang’ zonder eigen leerkracht zitten. “Ofwel neemt een van de zorgleerkrachten over, ofwel worden de kinderen verdeeld over de andere klassen.”
Samenwerken met Brik Spaak stelt grote verschillen in onderwijskwaliteit vast tussen de Brusselse scholen en vraagt zich af in hoeverre de eindtermen in Brussel gehaald worden. De groep kijkt dan ook uit naar de doorlichting die op komst is. Dit schooljaar immers neemt de Vlaamse onderwijsinspectie de Brusselse scholen onder de loep. “Die nieuwe doorlichting geeft hopelijk een eerlijke stand van zaken ,” zegt Herremans. Bij de vorige inspectieronde, zeven jaar geleden, kwam het Brussels onderwijs er bekaaid vanaf. Daarop
organiseerden de vroegere Vlaamse onderwijsminister Frank Vandenbroucke (SP.A) en Brussels minister
Guy Vanhengel (Open VLD) een rondetafelconferentie. “Maar behalve de fusie van de onderwijsondersteuners is daar niet veel uit gekomen. De premie voor leerkrachten waarover even sprake was, werd snel afgevoerd,” zegt Letens. Hij erkent wel dat het Brusselse onderwijs extra middelen krijgt. “Maar wat doe
Van Ieper naar Laken, elke dag opnieuw LAKEN – Al vier jaar lang pendelt Cédrine Covemaeker, leerkracht van het vijfde leerjaar in de Kakelbontschool, dagelijks tussen Ieper en Laken. “Ik moet er niet aan denken om in een West-Vlaamse school te staan.” Na haar afstuderen aan de Brugse hogeschool kon Covemaeker zes jaar geleden geen werk vinden in WestVlaanderen. Ze stootte per toeval op een vacature van Kakelbont. Een week later was ze aangenomen. De directeur had er wel op aangedrongen dat ze in de buurt van de school zou komen wonen. Dus verhuisde
Covemaeker met haar vriend naar een appartementje in Laken. Na twee jaar hielden ze het daar voor bekeken en gingen ze opnieuw in Ieper wonen. “Al onze vrienden en familie woonden daar. Bovendien wilden we iets kopen. Hier in het Brusselse was dat niet te betalen.” Geen sprake van echter dat ze haar baan in Brussel zou opgeven. Al vier jaar neemt Covemaeker dan ook elke ochtend de trein van halfzes, stapt over in Kortrijk, springt in het Brusselse Zuidstation op de metro en is rond kwart voor acht op Kakelbont. ‘s Avonds legt ze het traject in om-
© SASKIA VANDERSTICHELE
hristophe Herremans staat voor de vierde klas in de Kakelbontschool in Laken. Karlien Tiebout en Dirk Letens zijn respectievelijk leerkracht en directeur van de Molenbeekse Vier Windenschool. Zij stonden drie jaar geleden mee aan de wieg van Spaak oftewel ‘de Brusselse leerkrachten die de fiets nog niet aan de haak gehangen hebben.’ Ze sloegen toen alarm vanwege het lerarentekort in Brussel. Dat is alleen maar groter geworden. Een exact cijfer van de omvang van het tekort heeft Spaak nochtans niet. “Dat is meteen ons eerste Werk,” zegt Tiebout. “We hebben de afgelopen jaren al geprobeerd om het tekort te objectiveren, maar langs officiële weg geraken we niet aan de cijfers. Daarom gaan we het nu proberen via een rondvraag in de scholen.” Door het tekort komt de kwaliteit van het onderwijs in het gedrang. “Het zorgt ervoor dat wij het niet
Het verloop van leerkrachten in Brussel is verontrustend hoog. Zestig procent geeft er binnen de vijf jaar de brui aan. Volgens Spaak, een groep Brusselse leraren, wordt het tekort alleen maar nijpender en heeft het een negatief effect op de kwaliteit van het onderwijs. Enkele leerkrachten en directeuren aan het woord.
leg gaan met de lerarenopleidingen van de Erasmushogeschool en de HUB. Herremans: “Als leerkracht in Brussel moet je heel veel in je mars hebben: rust, luisterbereidheid, inzicht, structuur. Bovendien moet je je echt willen smijten in een school met een zeer heterogeen publiek. Vanwege die specifieke situatie moet je je voortdurend in vraag durven stellen en out of the box willen denken. Want pasklare oplossingen zijn er niet. Er is geen handleiding voor deze leerlingen.” De hogescholen zouden studenten met deze eigenschappen al in een vroeg stadium kunnen ‘opvissen’. Tiebout: “Tijdens de verplichte Brusselstage zou bijvoorbeeld extra geïnvesteerd moeten worden in deze talenten zodat ze gemotiveerd worden om voor het Brusselse onderwijs te kiezen.” Spaak wil met zijn XII Werken niet alleen ‘klagen’ en de moeilijkheden benadrukken. “We willen ook het positieve in de verf zetten, de waardering die we krijgen,” zegt Letens. Hiervoor zal samengewerkt worden met studentendienst Brik, die van de Vlaamse Gemeenschapscommissie de opdracht heeft gekregen om behalve het studentenleven ook het lesgeven in Brussel te promoten. Letens: “Wij willen samen met hen het positieve beeld van leerkrachten in Brussel ondersteunen. Maar we blijven onafhankelijk en kritisch. Brik is een gesubsidieerde organisatie en kan dus moeilijk tegen de schenen van de minister stampen.” Een van de geplande Werken in sa-
BDW 1394 PAGINA 5 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
menspraak met Brik is een feest voor de leerkrachten. Voorts wil Spaak een pedagogische studiedag voor Brussel organiseren, waarop de scholen hun ervaringen kunnen delen. Ook zal de groep op zoek gaan naar geëngageerde ouders die willen meedenken over het Brusselse onderwijs en is ze van plan zich voortaan veel meer te mengen in de discussies over onderwijs. De website wordt vernieuwd en over twee jaar, aan het eind van de Werken, komt er een debat.
Vraag is of deze acties volstaan om te verhelpen aan het probleem. “Neen, uiteraard niet,” zegt Letens, “maar het is aan de overheid om oplossingen aan te reiken en een visie te ontwikkelen.” Tot hiertoe hebben de Brusselse scholen uit die hoek niet veel vernomen. “Er wordt bijvoorbeeld al lang gewerkt aan het loopbaanpact. Ik ben benieuwd wat daaruit voort zal komen.” Spaak beseft wel dat het geen simpele opdracht is. Herremans: “Je kan nu eenmaal niet aan elke juf en meester een Mercedes geven. Evenmin kan je voor elke oudere leerkracht een ondersteunende functie bedenken, het is een vlakke loopbaan.” Tiebout ziet wel mogelijkheden: zo bijvoorbeeld jonge leerkrachten een tijdlang voltijds betalen maar hen slechts halftijds voor de klas laten staan zodat ze tijd overhouden om zich in te werken. “Natuurlijk, ik weet dat het onderwijs een log instituut is en dat voorstellen voor verandering vaak door de vakbonden en netten zelf geblokkeerd worden,” zegt ze. Herremans ziet de toekomst van het Brussels onderwijs al bij al somber in. “Het is nu al zo moeilijk. Als je dan bedenkt dat er zoveel extra scholen nodig zijn en dus evenveel lerarenteams.” Tiebout van haar kant wil niet doemdenken. “Het kan wel lukken, maar dan moet er een hele grote maatschappelijke beweging op gang komen.” Bettina Hubo Lees ook opinie op pagina p.18-19: “Nederlandstalige scholen in Brussel doorgelicht” en p.14: “Bijna 1000 extra plaatsen Nederlandstalig onderwijs”.
SINT-JANS-MOLENBEEK – Lieven Lemmens, directeur van de Molenbeekse basisschool Sint-Karel, is nog altijd opgelucht dat hij met een volledig lerarenteam het schooljaar heeft kunnen aanvatten. “Maar een team vormen in september is niet zo moeilijk. Het gaat erom je ploeg de rest van het schooljaar te behouden.” De Sint-Karelschool, gelegen onder de toren van de Sint-Karelkerk, is een van die Brusselse scholen die dringend aan uitbreiding toe zijn. Directeur Lemmens onderzoekt al ruim een jaar de mogelijkheden voor nieuwbouw, verbouw of bijbouw. Voorlopig heeft hij nog geen oplossing en moet hij het aantal leerlingen in zijn lagere school beperken tot 140. Om de zes klassen te runnen en de nodige extra zorg te kunnen bieden aan zijn in hoofdzaak anderstalig leerlingenpubliek heeft hij twaalf leerkrachten nodig. Vandaag “is de puzzel gelegd” met een team afkomstig uit de Rand, Leuven en Oost-Vlaanderen. Maar hij weet uit ervaring dat het verloop gedurende het jaar erg groot is. “Vorig jaar zijn hier vier nieuwe leerkrachten begonnen. Drie van hen zijn al in het eerste trimester vertrokken. Van de drie vervangers zijn er ook al twee weer weg. Dat is frustrerend als je iets probeert op te bouwen.” En daar komen dan nog de ziekteverloven en andere afwezigheden bij. Lemmens herinnert zich nog het moment vorig jaar dat er slechts vier van de dertien teamleden aanwezig waren. “Het allermoeilijkste is om iemand te vinden voor een interim.” Hij opent zijn map met spontane sollicitaties. Die bevat
‘Het allermoeilijkste is om iemand te vinden voor een interim’
Directeur Lieven Lemmens van Sint-Karel: “Tien procent van de kinderen verlaat de school zonder diploma, sommige jaren zelfs meer.” slechts een paar brieven, onder meer van een grafisch vormgever, een regent natuurwetenschappen en iemand uit Beveren. “Het probleem is dat sommigen het als iets tijdelijks zien en niet echt voor Brussel kiezen. Of ze hebben het verkeerde diploma.” Niet dat elk ander diploma een
bezwaar is voor Lemmens. “Ik krijg mensen over de vloer die Pedagogie, Psychologie of Logopedie gestudeerd hebben. Zij hebben het ideale profiel voor de zorgfuncties op school. Maar omdat ze niet over een lerarendiploma beschikken, krijgen ze het minimumloon en kunnen ze ook
Meester Guido keert niet terug BRUSSEL – Meer dan twintig jaar gaf Guido Scufflaire les in een lagere school in Ganshoren. Twee jaar geleden verruilde hij Brussel voor een school in de Vlaamse Rand. “Ik heb weer plezier in het lesgeven.” Scufflaire heeft altijd graag gewoond in Brussel en gaf er ook graag les. Behalve het laatste jaar: hij had een zware klas en privéomstandigheden beletten hem om helemaal voluit te gaan. In juni van dat jaar trok hij de deur achter zich dicht en ging over de gewestgrens
procent, sommige jaren zelfs meer. Bij andere kinderen blijft het taalniveau problematisch. Hierdoor kan een team ontmoedigd raken.” Wat moet er dan gebeuren? Een extra premie, zoals ooit beloofd? Lemmens gelooft er niet in. “Met een kleine premie lukt het niet. En een grote is in deze tijden van crisis niet realistisch.” Lemmens ziet wel nog groeimarge in de kwaliteit van het onderwijs. Onder meer door de brede scholen verder uit te bouwen, zodat er meer samengewerkt wordt met lokale verenigingen en de leerlingen ook na vier uur ‘s avonds nog Nederlands horen. Voorts moet ingezet worden op onderwijsinnovatie. “Er wordt vaak nog te traditioneel lesgegeven.” Lemmens is dan ook blij dat SintKarel uitgekozen is voor PIEO, het coachingsproject Innoveren en Excelleren in Onderwijs van Vlaams onderwijsminister Pascal Smet (SP.A). “Hopen dat daar wat meer buiten de lijntjes wordt gedacht.”
wonen en werken. “Aanvankelijk voor één jaar. Maar ik heb nu geproefd van iets anders. Ik ga niet terug. Hier kan ik weer iets bereiken.” In Brussel botste hij op een directie door wie hij zich niet gesteund voelde. Ook knapte hij af op het feit dat de doelen die hij zich aan het begin van een schooljaar stelde, steeds moeilijker gehaald werden. “De leerstof raakte niet altijd gezien. Daardoor had ik steeds minder voldoening.” Scufflaire heeft dan ook vragen bij het Brusselse multiculturele schoolmodel. “Het
HUB
© SASKIA VANDERSTICHELE
gekeerde richting af. De treinritten gebruikt ze om haar lesvoorbereidingen en verbeteringen te maken. Ook nu ze een dochtertje heeft, blijft ze achter haar keuze voor het Brussels onderwijs staan. “Het gaat er hier onder leerkrachten heel anders aan toe dan in West-Vlaanderen. Daar heerst soms toch nog te veel een sfeer van achterklap. Hier mag iedereen zijn mening zeggen, ook de kinderen. Er wordt veel gediscussieerd en samen naar oplossingen gezocht.” De verschillende culturen en anderstaligheid vindt ze heel boeiend. “Je leert hier zoveel. In de zes jaar dat ik hier sta, heb ik veel meer opgestoken dan tijdens mijn opleiding HUB van drie jaar.”
‘Iedereen weet het, niemand lost het op’ © SASKIA VANDERSTICHELE
Maatschappelijke beweging
DIRECTEUR BASISSCHOOL OVER HET LERARENVERLOOP
niet vast benoemd worden. Ze worden weggejaagd uit het onderwijs.” Lemmens staat nu acht jaar in het onderwijs en heeft de indruk dat alle problemen al honderden keren benoemd zijn. “Iedereen weet het, maar niemand lost het op.” Integendeel, de mentoruren en het GOK-punt werden afgeschaft. “En het is juist door het gebrek aan begeleiding dat vele jonge leerkrachten afhaken.” Nochtans krijgen de Brusselse scholen ondersteuning van het Onderwijscentrum Brussel en Voorrangsbeleid Brussel. “Dat is zo, maar desondanks blijven we op onze honger zitten. Het taalniveau van sommige kinderen blijft problematisch. Er zijn nog altijd leerlingen die het basisonderwijs verlaten zonder diploma. Die belanden in de B-stroom. In onze school gaat het om zo’n tien
GOK-decreet werkt niet. Er zijn een paar witte scholen en heel veel grijszwarte scholen. Maar in een concentratieschool waar haast niemand na schooltijd Nederlands spreekt, is het heel moeilijk om je job als leerkracht waar te maken.”
Scufflaire erkent dat er ondersteuning kwam van het Onderwijscentrum Brussel en Voorrangsbeleid Brussel. “Dat was soms heel nuttig, maar ook was het een extra belasting. Voor mij kon het efficiënter.” Scufflaire is een geëngageerde leerkracht die, toen hij nog in Brussel werkte, ook lid was van Spaak. “Ik wou iets veranderen, maar een mens kan niet tot in de eeuwigheid blijven proberen.” Voor zij die wel blijven, heeft hij veel bewondering. Hij komt ook altijd nog graag een pintje drinken in Brussel. En hij mist de creativiteit van zijn Ganshorense leerlingen. “Bij een vak als muzische vorming vlogen ze erin. Nu moet ik meer HUB trekken en sleuren.”
BDW 1394 PAGINA 6 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013 © SASKIA VANDERSTICHELE
Philippe Van Parijs: “Meertaligheid is met mijn hele zijn verbonden. Ik ben zelf meertalig. Mijn kinderen en mijn kleinkinderen zijn het ook.”
Taal > Philippe Van Parijs over het Marnixplan voor een meertalig Brussel
‘Moedertaal migranten mag niet verdwijnen’ BRUSSEL – UCL-professor Philippe Van Parijs zit niet stil. Hij lanceerde vorig jaar met veel succes Picnic The Streets en zet nu zijn schouders onder het Marnixplan voor een meertalig Brussel. “Het is interessant om in het hart van een netwerk te staan.”
D
e bibliotheek van filosoof en economist Philippe Van Parijs neemt stilaan mammoetproporties aan. “Ik moet beginnen te stapelen. Er zijn boeken waarvan de kans miniem is dat ik ze nog ooit in mijn leven opensla. Maar zeker weet je het nooit.” Dat Van Parijs zich voor meertaligheid interesseert, is niet zo bijzonder. Hij schreef vorig jaar een boek over taalrechtvaardigheid, dat zopas in het Duits werd vertaald en goed werd onthaald. “Meertaligheid is met mijn hele zijn verbonden,” zegt Van Parijs. “Ik ben zelf meertalig. Mijn kinderen en mijn kleinkinderen zijn het ook.”
Hoe is het Marnixplan ontstaan? Van Parijs: “Na de Staten-Generaal in 2009 hebben we met de denktank Aula Magna mensen uit Luxemburg en Barcelona uitgenodigd die hun ervaringen met meertalig onderwijs met ons hebben gedeeld. Dat is interessant omdat in beide meertalige steden ook een belangrijke migrantengemeenschap leeft. Barcelona is nog het interessantst, omdat in de Catalaanse stad, net als in Brussel, een dominante en gedomineerde taal aanwezig zijn.” “Ik ben me verder in meertaligheid gaan verdiepen. Ik zag statistieken van Actiris die aantonen dat werk-
loosheid het hoogst is bij eentaligen. Meertaligheid als oplossing ligt dan voor de hand. Die is alleen niet makkelijk van bovenaf op te leggen. We hebben allerlei stakeholders verzameld, van Johan Leman van Foyer over Actiris-baas Gregor Chapelle tot topmensen van EU-instellingen en hebben beslist om rond meertaligheid een website op te zetten en evenementen te organiseren.” Waarom vinden jullie meertaligheid belangrijk? Van Parijs: “Omdat eentaligheid een drempel is voor de toegang tot de arbeidsmarkt. Tien jaar geleden was de voertaal in driekwart van
de Brusselse bedrijven uitsluitend Frans. Vandaag is Frans nog maar in een derde van de bedrijven de exclusieve voertaal.” “Daarnaast valt de stijging op van het aantal Brusselaars dat geen van de drie belangrijkste talen spreekt. In de eerste taalbarometer van onderzoeker Rudi Janssens (VUB) was dat twee procent. Vandaag spreekt maar liefst acht procent noch Frans, Nederlands of Engels. Dat geeft problemen met de sociale cohesie. Als je alleen je eigen taal spreekt, blijf je in je eigen kringetje hangen. En er is het probleem van de politieke deelname. De meeste van die mensen hebben stemrecht. Hoe kunnen zij een oordeel vormen over de politieke besluitvorming?” “Belangrijk is dat ons pleidooi voor meertaligheid verzoenbaar moet zijn met het behoud van de moeder-
taal. Een van de grote rampen uit het verleden is onze vraag geweest aan migranten om met hun kinderen Nederlands of Frans te spreken. Dat is om twee redenen problematisch. Kinderen leren slecht de schooltaal, omdat de ouders ze slecht spreken. Daarnaast is er het geleidelijke verlies van de moedertaal. Wat niet wil zeggen dat ouders geen Frans of Nederlands moeten leren. Die hebben de talen nodig om met de school in gesprek te kunnen treden en volwaardig deel te kunnen uitmaken van de stad.” U houdt in uw laatste boek een radicaal pleidooi voor het Engels als wereldvoertaal. Is dat niet in tegenspraak met de promotie van een meertalig Brussel? Van Parijs: “Ik zeg niet dat het Engels de andere talen moet verdringen. De kennis van het Engels in Brussel is een steeds grotere troef in het contact met de Europese instellingen en de civil society. De kennis van het Frans en Nederlands blijven dan weer belangrijk in het contact met de omliggende gewesten. Brussel is een piepklein territorium dat voortdurend met die twee andere regio’s te maken heeft.” U verwijst in een andere publicatie naar Ernest Gellner. Die bestudeerde de natievorming en zag de wereld evolueren van de veelkleurige schilderijen van Kokoschka naar de afgelijnde vlakken van
BDW 1394 PAGINA 7 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
Modigliani. Talen en naties zijn meer en meer met elkaar gaan samenvallen. Als ik u hoor, blijft Brussel een soort Kokoschka? Van Parijs: “We moeten het model van Gellner nuanceren. Misschien moeten we een grijze waas leggen over Modigliani, nu het Engels in Europa zo in opmars is. Wat Gellner ook niet kon bevroeden, was het belang van de diaspora die - zeker met de digitale revolutie - zorgt voor het voortbestaan van de migrantentalen. Zelfs in Engelse steden wordt nu meertaligheid bestudeerd. In Manchester bijvoorbeeld zijn migrantentalen in opmars.” “Maar om op uw vraag te antwoorden. Er zijn hoe dan ook een aantal plaatsen waar de regel van Gellner niet opgaat. Dat is met name zo wanneer het om sociolinguïstische of geografische redenen realistisch en wenselijk is om de algemene kennis van meer dan één taal te bevorderen. Brussel is zo’n regio.” “De paradox zit elders. De meertaligheid in Brussel is alleen mogelijk door de officiële eentaligheid in Vlaanderen. Het is precies omdat Vlaanderen een taalpolitiek voert, en de Vlaamse rand niet verder verfranst, dat Brussel meertalig kan zijn. Kon men overal in Brabant wonen en werken met Frans als enige taal, dan zou Brussel nooit meertalig kunnen zijn.” Uw plan verwijst naar Marnix van Sint-Aldegonde, maar dat doet de Vlaamsgezinde serviceclub Marnixring al langer dan vandaag. Van Parijs: “Klopt. Marnix van Sint-Aldegonde dook zelfs even op in een samenwerkingsproject van het Vlaams Belang en Pim Fortuyn.” “Ik heb al lezingen gehouden voor de Marnixring. Ik leg dan telkens uit dat Marnix een Franstalige Brusselaar is, afkomstig van een familie van Savoyards die in de Toulousestraat in Brussel een buitenverblijf had. Marnix van Sint-
‘Marnix van SintAldegonde was geen flamingant. Hij was een kosmopoliet die vele talen sprak’
Aldegonde was geen flamingant. Hij was een kosmopoliet die vele talen sprak (Van Parijs schetst het leven van Marnix, van het beleg van Antwerpen tot de oprichting van de universiteit van Leiden, SVG). In die zin staat ons Marnixplan ook in het teken van het ons opnieuw toe-eigenen van een Brusselaar. Het is geen marshallplan - Marshall was een Amerikaanse antibolsjeviek. Neen, het is quelqu’un bien de chez nous.” Is een pleidooi voor Brussels meertalig onderwijs niet naïef? Van Parijs: “We hebben heel wat academische expertise in huis. Het klopt dat er geen model voor meertaligheid bestaat dat in elke onderwijssituatie toegepast kan worden. Er is een groot verschil tussen meertalig onderwijs in een klas waar heel veel talen aanwezig zijn, en meertalig onderwijs in een monoculturele context.” Kan jullie plan een kentering teweeg brengen? Van Parijs: “We gaan geen scholen inrichten. Laat dat duidelijk zijn. De middelen zijn bescheiden en dat zal zo blijven. Maar dat wil niet zeggen dat we geen invloed kunnen uitoefenen. We kunnen dat doen door dingen zichtbaar te maken. Het
moet om betrouwbare informatie gaan, die losstaat van het pamflettaire. We kunnen de beleidsmakers er bijvoorbeeld op wijzen dat er geen Nederlands wordt onderwezen in sommige jaren in het Franstalig beroepsonderwijs in Brussel. Of dat het pover gesteld is met het taalonderwijs in Brussel. Uit nieuwe cijfers van Rudi Janssens blijkt dat slechts zeven procent van de jongeren die in het Franstalig onderwijs les hebben gevolgd, zich drietalig noemt. Janssens stelt een dalende trend vast. Ook in het Nederlandstalig Brussels onderwijs trouwens.” “Ik geloof ook in het netwerkeffect. Het is interessant om in het hart van een netwerk te staan. Een goed uitgebouwd netwerk van relevante personen in alle lagen van de maatschappij kan heel wat teweegbrengen.” “Maar misschien is lobbying niet het belangrijkste. Het is een attitude: we mogen fier zijn dat we met meertaligheid bezig zijn, dat Brussel een meertalige stad kan zijn. We moeten niet bang zijn om een taal te spreken die we niet perfect onder de knie hebben. Wederzijdse hulp moet er zijn en fierheid over wat we samen kunnen verwezenlijken.”
Steven Van Garsse
Het Marnixplan wordt voorgesteld op 28 september in het BIP, met onder meer een debat tussen Rudi Vervoort, Guy Vanhengel, Pascal Smet en Marie-Martine Schyns. Meer info www.marnixplan.org
P-PRAAT Hebben wij het al over het vuige seksisme gehad waaraan Staatssecretaris voor Mobiliteit Bruno De Lille (Groen) zich bezondigt? Neen? Op autoloze zondag kan u op het Muntplein uw fiets laten wassen door ‘knappe mannen en babes in short of bikini’. Een ideetje van de staatssecretaris zelf. Nu zou u als burger eens tegen een groene moeten zeggen dat uw auto alleen maar door knappe mensen in bloot bovenlijf mag gewassen worden. O wee als u uw kinderen dan ook nog eens naar een witte school stuurt, en ze met een 4X4 aan de poort afzet. Juist, de reactie zou net zo zijn als u het uzelf inbeeldt. ‘Het gaat om een ludieke actie, een knipoog,’ zo verdedigt men zich nog op het kabinet-De Lille. Zoiets als: het is een fiets die gewassen wordt, en daarom is het goed. SP.A-politica Yamila Idrissi kan er alvast niet om lachen, om de ludieke Grüne Körperkultur. Tot zover de progressieve frontvorming. Volgens ingewijden bij de progressieve partijen zou de N-VA na de komende verkiezingen uitgesloten worden van regeringsdeelname in Brussel. Dat zeggen ze althans bij de N-VA zelf. Nu ja: wie wil er nu met de N-VA regeren? Ze hebben niet eens - nog altijd niet dus - een standpunt over Brussel. Nu, de andere partijen hebben dat ook niet, maar zijn dat vergeten, of hebben het al sinds de jaren 1980 niet meer aangepast. En nu moeten we opletten wat we zeggen, want anders kunnen we binnenkort de centrale lanen plaveien met Brusselcongressen.
CHIEN ÉCRASÉ MIVB – U mag dus niet meer massaal met de fiets de metro op, zegt de MIVB. Ze hebben er zelfs stickers voor gemaakt. Twee dingen: alleen de MIVB presteert het om zoiets te beginnen in de Week van de Vervoering. Twee: als u fietst moet u niet op de metro, maar moet u fietsen. En eigenlijk zouden we daar nog een derde argument aan toevoegen: als fietsen niet meer op metro’s mogen, dan kinderwagens ook niet meer, want die dingen nemen nog meer plaats in dan een fiets. Zo. Volgende probleem. Wat maakt men de wereld moeilijk. STRAATETEN – Jazeker, vorige week zondag werd er weeral gegeten op straat. Met 800 waren ze deze keer. Samen. Want de straateters, overigens een gevolg van een oproep die de filosoof op de pagina hiernaast op een blauwe maandag deed, zijn tegen de heraanleg van de Elsensesteenweg. Want de Elsensesteenweg wordt heraangelegd, en vermits zij er nu gegeten hebben, zijn zij er tegen. Bij de Ninoofsepoort liggen de zaken anders: daar protesteert een uitgebreid stel Vlamingen – het voltallige N-VA-kiespubliek van Molenbeek, dunkt ons – tegen het feit dat de Kleine Ring niet mag heraangelegd worden zolang de centrale lanen niet heraangelegd zijn. En de centrale lanen wachten op de Brusselcongressen, dus...
ADVERTENTIE
PARK SPOORLOOS Brussel is een groene stad maar dat geldt niet voor alle buurten. In de dichtbevolkte wijken in en rond het centrum blijft groene ruimte schaars. Nochtans kunnen we op sites als Tour & Taxis en langs het kanaal een mooi park creëren. Het “Park Spoor Noord” in Antwerpen is een prachtig voorbeeld dat in enkele jaren werd gerealiseerd. Dat moet ook in Brussel kunnen! Bruxelles est une ville verte, mais ce n’est pas le cas dans tous les quartiers. Pourtant nous pourrions créer un beau parc sur des sites comme Tour & Taxis et aux abords du canal. Le parc “Spoor Noord” à Anvers constitue un bel exemple qui a été réalisé en quelques années. Ca doit être faisable à Bruxelles également!
SOPHIE BROUHON Brussels parlementslid
www.spa-brussel.be
BDW 1394 PAGINA 8 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
Krijgt Brussel binnenkort bezoek van de OESO? Als het van Brussels parlementslid Bianca Debaets (CD&V) afhangt wel.
Internationaal > OESO: steden en regio’s door een economische bril
‘Brussel scoort slecht voor inburgering’ BRUSSEL/PARIJS – Zeggen dat de hoofdstad enkele problemen heeft, zoals hoge werkloosheid en bevolkingsgroei, is een open deur intrappen. Mocht de Brusselse regering het nodig achten, dan kan zij echter de OESO om een doorlichting vragen. Deze organisatie geeft de marsrichting aan voor de Westerse wereld.
D
at Brussel Deze Week de kans heeft om een dag op bezoek te gaan bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, kortweg de OESO, komt omdat Brussels parlementslid Bianca Debaets (CD&V) er enkele dagen stage loopt. Zij had opgevangen dat de OESO op vraag van (regionale) overheden doorlichtingen publiceert, en wilde weten of zulks ook voor Brussel interessant zou zijn. Wij mochten een dag mee naar het hoofdkwartier in Parijs. De OESO werd in 1947 opgericht als samenwerkingsverband om de naoorlogse wederopbouw van Europa in goede banen te leiden. In de jaren 1960 werd de organisatie zo omgevormd dat ook niet-Europese landen lid konden worden. Tegenwoordig telt de OESO 34 lidstaten, waaronder, naast quasi alle Europese landen, onder meer de VS, Australië, Japan, Turkije en Mexico. Officieel
heet het dat de landen in de organisatie “tezamen sociaal en economisch beleid bespreken, bestuderen en coördineren, gezamenlijke problemen proberen op te lossen en trachten internationaal beleid op elkaar af te stemmen.” Kort gesteld: de marsrichting voor de Westerse wereld aangeven vanuit een hoofdzakelijk economisch kader. De OESO wordt geleid door de Mexicaan Angel Gurria. De tweede in rang is niemand minder dan Yves Leterme, voormalig premier van dit land, en partijgenoot van Debaets. Maar wat kan een groot internationaal verband nu concreet betekenen voor een stad als Brussel? “Als een regionale overheid, bijvoorbeeld de Brusselse, ons uitnodigt, dan onderzoeken wij op hun vraag bepaalde kenmerkende parameters voor dat gebied, zoals het gevoerde economische beleid, de sociale samenhang, het milieu, onderwijs,
enzovoort,” zegt Marissa Plouin van de OESO. “We werken dan gedurende een periode in de diepte en gaan vergelijken met soortgelijke voorbeelden in het buitenland. Doorgaans brengen we twee bezoeken aan het te onderzoeken gebied en baseren we ons op informatie van de overheden zelf. Zo’n onderzoeksproject kost tot 500.000 euro per jaar. Op alle mogelijke momenten werken we ook nauw samen met de lokale overheid.” De OESO publiceerde zo recent een doorlichting van de Amerikaanse stad Chicago. De conclusie luidt dat de economie er niet significant groeit, er weinig nieuw talent wordt aangetrokken, de werkloosheid er hoog blijft en er te weinig werk wordt gecreëerd.
Metropolitan Explorer aan, een interactief speeltje op de website van de organisatie. Volgens statistieken daar zijn er in de Brusselse grootstedelijke regio (dus niet het Gewest) 107.296 personen werkloos
YVES LETERME:
“In sommige landen wordt de welvaartsstaat afgebouwd en blijft ze alleen over voor de allerarmsten”
Toverwoord migratie Die conclusie zou ook voor Brussel kunnen gelden. Zoals haast iedereen weet is de werkloosheid in Brussel hoog – 20 procent van de beroepsactieve bevolking – en heeft Brussel ondanks de gunstige ligging moeite om een echte wereldstad te zijn. Kan de OESO soelaas bieden? De methoden van de OESO zijn alleszins soms vreemd, zo toont de
op een nationaal totaal van 333.400 werklozen. Die cijfers kloppen niet: alleen al in het Brussels Gewest zijn er meer dan 111.000 werklozen, en het nationale aantal ligt doorgaans rond de 500.000. Uit al bestaande publicaties van de OESO blijkt verder dat migratie een van de toverwoorden van de organi-
© IVAN PUT
satie is. Die moet het Westen helpen om de verouderende bevolking te kunnen onderhouden. België scoort echter slecht wat betreft het aan het werk zetten van migranten, zo wijzen de publicaties aan. Nochtans zou migratie volgens de organisatie verwaarloosbaar weinig wegen op de fiscaliteit van lidstaten, en als ze al weegt, dan is dat te wijten aan de lagere economische positie van migranten en niet aan sociale uitgaven voor diezelfde migranten. “België heeft enkele aanzienlijke moeilijkheden met migratie,” vat OESO-expert Jean-Christophe Dumont samen. “Brussel scoort daarbij slecht voor inburgering, een gegeven waar Vlaanderen veel beter in is.” Dumont zegt dat sommige OESOlanden veel succesvoller zijn in migranten aan werk helpen dan andere. “Vooral landen die op voorhand selectief te werk gaan, zoals Canada, zijn goede leerlingen.” Hoe komt het dan dat landen zo sterk kunnen verschillen wat betreft het succes van migratie? Dumont: “Er wordt in landen als Frankrijk en België nog altijd om historische redenen gemigreerd, en dan vooral door familieleden, en minder om te werken.” Dat deze factoren door kunnen wegen op de sociale zekerheid van een land, beseft ook Yves Leterme, aan wie we enkele vragen stellen, onder meer over de toekomst van de welvaartsstraat. “Het is een tendens in sommige landen om de welvaartsstaat af te bouwen en ze alleen beschikbaar te maken voor de armsten. Dat stuit mij als christendemocraat tegen de borst. Je moet zoveel mogelijk mensen inschakelen,” zegt de nummer twee van de organisatie. Christophe Degreef
ADVERTENTIE
BDW 1394 PAGINA 9 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
Gezondheidszorg > Nieuwe kankerkliniek in Sint-Jan
Elke dag brengen wij je de energie die je nodig hebt.
‘Wie zich goed voelt, leeft langer’ BRUSSEL - Het Sint-Jansziekenhuis heeft zijn nieuwe kanker- en borstkliniek voorgesteld. “We willen de kankerpatiënt in de watten leggen.” Patiënten die een kankerdiagnose krijgen, komen in het Sint-Jansziekenhuis in een globaal zorgprogramma terecht. Een multidisciplinair team tracht de patiënt zo goed mogelijk op te volgen. De nieuwe aanpak komt er op initiatief van dokters en verplegers van het Sint-Jansziekenhuis maar heeft een wettelijke basis. Het federaal kankerplan van minister Laurette Onkelinx (PS) voorziet in subsidies, onder meer via het Riziv, voor ziekenhuizen die extra aandacht besteden aan zorg voor de kankerpatiënt. Het Sint-Jansziekenhuis probeert al langer dan vandaag hoog in te zetten op kankerbehandeling. Het heeft hiervoor de laatste moderne apparatuur in huis die accuraat en veel sneller dan vroeger de patiënt kan bestralen. Directeur Benoît Hermans toont een hypermodern stralingstoestel dat tegelijk ook radiografieën maakt en de bestraling in enkele minuten afwerkt. Oudere toestellen doen daar soms een halfuur over, tijd die de patiënt bovendien in zijn eentje moet doorbrengen, soms zelfs in een ‘tunnel’, en waarbij geen millimeter bewogen
mag worden. Toch volstaat technologie niet, zegt Hermans. “Een menselijke aanpak is zeker even belangrijk. En daar hebben we de laatste tijd hard op ingezet.” Het Sint-Jansziekenhuis heeft het diverse zorgaanbod gecentraliseerd, soms zelfs letterlijk op één etage, zodat de kankerpatiënt niet van hot naar her moet. Kankerpatiënten kunnen in Sint-Jan verder terecht voor psychotherapie of zijn welkom in ateliers waar kunsttherapie wordt gegeven. Daar kunnen ze hun gevoelens uiten via penseel of boetseerklei, wanneer dat via woorden moeilijk is. Voor kinderen van kankerpatiënten zijn er creatieve ateliers. Er is een fitness- en een wellnessruimte waar schoonheids- en relaxerende behandelingen gegeven worden. De patiënten die chemo krijgen, kunnen er ook kappersadvies krijgen, of ze kunnen langsgaan bij een onco-diëtiste. Tot slot werden de ruimtes van de kanker- en borstkliniek in een nieuw kleedje gestopt waarbij gebruik werd gemaakt van zachte kleuren. Bedoeling is dat de kankerpatiënt zich zo goed mogelijk voelt, “want het is bewezen,” zegt oncologe Hilde Vernaeve, “dat wie zich goed voelt en wie voldoende beweging neemt, ook langer leeft.” Steven Van Garsse ADVERTENTIE
Brussel-Energie, een milieuspeler ! Brussel-Energie produceert energie met uw huishoudelijk restafval (en gelijkgesteld afval), maar respecteert het ook het milieu ? In het kader van de Openbedrijvendag zet Brussel-Energie zijn deuren open. Kom op 6 oktober 2013, tussen 10.00 en 17.00 uur, ontdekken waarom “verbranding” niet noodzakelijk gelijkstaat met “vervuiling”. Energie Brussel- rkaai 8 oye L. Monn ussel 1000 Br etbrug) Van Pra .be e d ij b a e (n -energi u r .b w ww
ADVERTENTIE
Uw schoolabonnement herladen begint bij onze 400 verkooppunten. Advertentie Full page MIVB
www.mivb.be
BDW 1394 PAGINA 11 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
Brussel het wil verkopen aan de gemeente Molenbeek. “We wisten dat er een moment ging komen dat men iets met dit gebouw ging doen,” zegt Giada. “Maar daar zijn we nog lang niet. Het lijkt ons absurd om een plek die zo intensief wordt gebruikt weg moet om enkel de ramen en deuren dicht te metselen en het zo te laten voor enkele jaren.” Met een stevig dossier onder de arm werd er aangeklopt bij verschillende instanties. En kijk, met resultaat. De dreigende ontruiming lijkt van de baan. Voorlopig toch. De gemeente Molen-
Theater > Leegstaand pakhuis wordt broedplaats voor jong theater
Kunst aan de kade SINT-JANS-MOLENBEEK – Al zeven jaar beweegt er iets in wat ooit een verlaten pakhuis aan het kanaal was. Letterlijk, want een groep theaterstudenten stampte er een drukbezochte repetitieruimte uit de grond. De vraag is alleen hoelang die er nog zal staan. “Deze plek opgeven om het gebouw leeg te laten staan, zou totaal absurd zijn.” Zaterdagavond aan het kanaal in Molenbeek. De miezerige regen kondigt de herfst aan, maar binnen brandt er licht. De fleurig versierde deur verraadt dat het niet om een of andere opslagplaats gaat. Via de trap gaat het naar een oude, industriële ruimte. Een jongleur houdt vijf ballen in de lucht met behulp van zijn handen, voeten en neus. Vanavond staan er enkele korte voorstellingen op het programma en een try-out van Collectif auQuai, de theatergroep van de enkele van de bewoners, in samenwerking met choreografe Ana Stegnar. Een erg fysiek stuk, geïnspireerd op revolutionaire scenes. Het publiek dat daarnet nog rustig naar een jongleur zat te kijken wordt meegesleurd in het spel. Geen ontsnappen aan. Het verhaal van auQuai begon in 2006. Een groep studenten van de theaterschool Lassaad zocht naar een geschikte plek om te repeteren en op te treden. Maar repetitielokalen zijn schaars in Brussel, en dus erg prijzig. Hun oog viel op een oud pakhuis annex woonhuis aan de Henegouwenkaai. Het pand werd gekraakt en de eigenaar, de Grondregie Brussel, toonde zich bereid
“Wie pas begint en een ruimte zoekt om te oefenen, kan onmogelijk de prijzen neertellen die men in Brussel durft te vragen”
Een jongleur, een van de vele gebruikers van de repetitieruimtes in het leegstaande pakhuis.
een bezettingsovereenkomst af te sluiten. Nu, zeven jaar later, is er veel veranderd. De eerste verdieping werd omgetoverd tot een sfeervolle podiumzaal. De bovenverdieping dient als repetitieruimte. Een helft van de ruimte is verwarmd, kwestie van in de winter niet te bevriezen tijdens het spelen. De andere helft staat vol met rekken met fleurige kostuums en bizarre attributen.
Betaalbaar repeteren “In het begin werd de zaal enkel door ons gebruikt,” vertelt Giada, een
© JO VOETS
van de mensen achter het Collectif auQuai. “Maar de plek kreeg meer en meer bekendheid. Nu is zowat elk moment ingevuld door mensen die hier komen repeteren voor de meest uiteenlopende projecten. Vooral bewegingstheater, maar bijvoorbeeld ook een Boliviaanse dansgroep. Wie pas begint en een ruimte zoekt om te oefenen, kan onmogelijk de prijzen neertellen die men in Brussel durft te vragen. Hier betaal je een symbolische bijdrage. Als je ziet hoe snel mensen hun weg naar auQuai gevonden hebben, denk ik dat we
een dringende behoefte vervullen. Vorig jaar zijn hier 70 groepen bezig geweest. Bezoekers leren andere mensen kennen, omdat het hier allemaal wat minder formeel aan toe gaat. Dat vind ik zelf het meest interessante aan deze plek.” Bezettingsovereenkomst of niet, een dergelijk project is altijd iets tijdelijks. Toch kwam de brief met het bevel het pand te verlaten eind april als een donderslag bij heldere hemel. Er waren immers nog helemaal geen concrete plannen met het pand, behalve dat de Grondregie
beek wil het gebouw aankopen en is ermee akkoord dat het theatercollectief blijft, maar de Grondregie wil hen er alsnog uit. “Het idee dat deze plek zou leegstaan terwijl er zoveel behoefte aan is, vind ik onaanvaardbaar. Het gebouw mag misschien wel niet aan alle standaarden beantwoorden, het is wel een plaats waar al veel gecreëerd werd, waar mensen elkaar ontmoeten. Dat heeft zijn waarde, ook voor het gebouw en de wijk.” Giada blijft achter het idee staan. “Voor mij voelt auQuai niet aan als precair, als iets wat niet goed genoeg is. Integendeel, het is een plek waar ik graag woon en werk, iets wat we zelf opgebouwd hebben en kunnen delen met anderen.” Toon Lambrechts
ADVERTENTIE
BEDANKT / MERCI / THANKS
Brussel heeft een bibliotheek nodig waar je niet alleen boeken vindt, maar ook mensen, koffie, tips, ontmoetingen. Het was Relinde Raeymaekers, voormalig hoofdbibliothecaris van de HOB, die me hierop wees. Ze had gelijk. Als Brussels Minister begon ik samen met de VGC en toenmalig Vlaams minister Bert Anciaux te werken aan de bibliotheek van de toekomst. De architecten maakten een straf ontwerp en in 2009 ging de renovatie van start. Als Vlaams minister kreeg ik de kans het gebouw niet alleen vorm maar ook inhoud te geven. Zo werd Muntpunt geboren. Ann Van Driessche, Guy Polspoel en hun team zetten Muntpunt in korte tijd op de kaart. Muntpunt staat er. Hartelijk dank aan iedereen die deze droom mee hielp realiseren. MUNTPUNT Munt 6, 1000 Brussel • www.muntpunt.be
PASCAL SMET Vlaams minister bevoegd voor Brussel
www.spa-brussel.be
BDW REGIO
BDW 1394 PAGINA 12 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
Deze week in Kuregem > Landschapsarchitecten hertekenen de kanaalzone
En waarom geen jachthaven in Kuregem? © SASKIA VANDERSTICHELE
Jef Degryse en Daniël Roggeman broedden op toekomstplannen voor de Anderlechtse kanaalzone.
ANDERLECHT – Dat water zichtbaarheid verdient in een stad en maximaal benut moet worden, daar zijn veel architecten en urbanisten het over eens. Daniël Roggeman en Jef Degryse gaan nog een stap verder. In hun toekomstplannen voor de Anderlechtse Kanaalzone is er plaats voor een ware jachthaven. Die moet de breuklijn, die het kanaal tussen Kuregem en het centrum van Anderlecht vormt, vervagen.
W
e spreken af aan de ingang van de voormalige Renaultgarage aan het Albert I-plein in Kuregem. Twee jaar geleden sloot de showroom zijn deuren om naar Drogenbos te verhuizen. Het gebouw is nu eigendom van de winkelketen Lidl die het tot nog toe onaangeroerd liet. Het troosteloze, leegstaande gebouw zette landschapsarchitect Jef Degryse en zijn leerling Daniël aan het denken. De twee lieten hun fantasie de vrije loop en maakten een toekomstplan voor het Albert I-plein en de nabijgelegen kanaalzone. De aanwezigheid van water is daarin duidelijk de rode draad. “Brussel is ontstaan als de stad aan de Zenne, aan het water,” vertelt De Gryse, “maar dat belangrijke element is door de overwelving van de
centrale lanen verloren gegaan. De stad heeft nadien een kanaal gekregen, maar ook dat was een chirurgische ingreep en heeft de stad verscheurd.” De breuklijn die het kanaal doorheen de stad vormt, is nergens anders zo voelbaar als in Anderlecht. Daar scheidt het kanaal Kuregem en de industriezone rond het Klein Eiland helemaal af van het centrum van de gemeente. Deze dualiteit in de stad tegengaan en er tegelijk voor zorgen dat de oorspronkelijke bewoners hun wijk niet moeten verlaten - dat fenomeen noemen we ook gentrification - is volgens Roggeman en De Gryse de grootste urbanistische uitdaging. De twee landschapsarchitecten vertrekken vanuit het Vanderveldeplein, niet toevallig de plek
waar de Bergensesteenweg het kanaal oversteekt en waarop ook de Wayezstraat uitgeeft. Een verkeersknoop die even chaotisch als troosteloos is, maar tegelijkertijd
de slachthuizensite van Abatan enerzijds en de Biestebroekkaai een beetje verderop aan het kanaal anderzijds. De bedoeling is om deze twee zones te verbinden en zo tot een coherent geheel te komen.
Plaats voor een jachthaven Op de plannen van het architech-
“De jachthaven moet voor iedereen toegankelijk zijn. We denken dan aan boten die door de overheid aangekocht worden, zodat iedereen er gebruik van kan maken” heel veel potentieel heeft om het tot een aantrekkelijke pool in de stad te schoppen. Bovendien ligt het plein tussen twee aantrekkelijke zones:
tenduo wordt rekening gehouden met de komst van het GEN-station Kuregem, dat een belangrijke mobiliteitsfunctie vervult. Als het van
beide heren afhangt, zou vervolgens een groot deel van de wijk tegen de vlakte gaan en plaatsmaken voor een jachthaven. Zo zouden de blokken tussen de Bergensesteenweg en de Materiaalstraat, nu gedeelteijk industriegebied, tegen de grond gaan. Op de Bergensesteenweg zou een prestigieus gebouw verrijzen dat een waar Brussels landmark moet worden. Roggeman vergelijkt met bijvoorbeeld het Museum aan de Stroom (MAS) in Antwerpen, met dat verschil dat het multifunctioneel moet zijn, bijvoorbeeld een bibliotheek en een concertzaal in één gebouw. Via de achtergevel zou je in het gebouw dan uitkijken op een jachthaven die zich tot aan de overkant van het kanaal uitstrekt. De rest van de vrijgekomen ruimte zou dan ingevuld worden met nieuwe gemengde bebouwing en groene zone. Verder zouden de omliggende straten in het plan Degryse-Roggeman autoluw worden. Bovendien wordt er voorzien in een wandelpad dat voetgangers van het nabijgelegen Abatan naar het prestigieuze Albert I-plein brengt, om van daaruit verder te stappen dwars door de blok tussen de Transvaal- en de Grondelstraat, richting het kanaal. De aanwezigheid van wandelaars in de bebouwde zone moet voor sociale controle zorgen. Het grauwe Albert I-plein zou hierdoor een hele metamorfose ondergaan en met een jachthaven onwaarschijnlijk aan uitstraling winnen. De vraag is hoe een jachthaven te rijmen valt met het demografi sche karakter van de wijk. De modale Kuregemnaar zit niet te wachten op een parkeerplaats voor zijn jachtboot. “De jachthaven moet voor iedereen toegankelijk zijn,” aldus Roggeman. “We denken aan boten die door de overheid aangekocht worden, zodat iedereen er gebruik van kan maken.” Ontbreekt het het plan niet aan realisme? De twee laten het antwoord in het midden. “Het is ten eerste een plan dat pas op lange termijn – vijftien, twintig jaar - kan worden gerealiseerd. En bovendien verwachten we niet dat ons plan helemaal wordt overgenomen. Als een deel ervan vroeg of laat wordt uitgevoerd of als onze denkpiste als inspiratiebron kan dienen voor toekomstige plannen, dan zijn we al tevreden. We willen in de eerste plaats als burger onze visie meedelen en zo wegen op de besluitvorming. We willen niet alles overlaten aan de politiek.” Momenteel is de Parijse landschapsarchitect Alexandre Chemetoff in opdracht van het Brussels Gewest aan een masterplan bezig voor de Brusselse kanaalzone. Het masterplan, waar hij nu de laatste hand aan zou moeten leggen, zal voor de Brusselse regering het uitgangspunt vormen voor de hertekening van de kanaalregio. De Gryse en Roggeman hopen alvast dat ook hun plan de debatten over de toekomstige zone zal Bruno Schols stofferen.
© KABINET RUDI VERVOORT
BDW 1394 PAGINA 13 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
Elsene > Vlaams-Brussels conflict in Elzenhof
Deuren dicht (voor N-VA) De N-VA van Elsene wil een Brueghelavond houden in het gemeenschapscentrum Elzenhof, maar dat mag niet. “Toch vreemd dat Pro Bruxsel hier wel een congres mag houden,” zegt Rik Dhoest (N-VA). Bij Elzenhof houden ze het op een misverstand. De N-VA-afdeling van Elsene, Etterbeek en de beide Woluwes wil in de herfst een Brueghelavond organiseren en denkt daarvoor aan het Elsense gemeenschapscentrum Elzenhof als locatie. Maar Volgens Elsens N-VA-lid Rik Dhoest wordt de partij uit het Elzenhof gehouden. Dhoest: “Na enkele keren heen en weer gemaild te hebben met de directie van Elzenhof, blijkt dat open evenementen van politieke partijen niet welkom zijn in het centrum. Dat is een beetje bizar, want je zou verwachten dat Vlaams-Brusselse gemeenschapscentra wel openstaan voor alle politieke partijen. Nog vreemder is dat Pro Bruxsel, de Brusselsgezinde partij, in het voorjaar wel een congres mocht houden in het Elzenhof. Op de website van Pro Bruxsel staat evenwel dat het om een evenement gaat dat niet alleen voor leden, maar ook voor sympathisanten bedoeld is. Dat is dan toch ook een ‘open’ evenement?,” zegt Dhoest. “De voorzitter van de raad van bestuur is dan ook een lid van
Pro Bruxsel,” voegt de N-VA’er er nog aan toe. Bij Elzenhof meent men dat het om een misverstand gaat. “Het is een beslissing van onze raad van bestuur om geen open politieke evenementen toe te laten, dat klopt,” zegt centrumverantwoordelijke Ilse Schoonackers. “In het geval van Pro Bruxsel ging het om een gesloten evenement. In het geval van de N-VA gaat het om een open evenement en dat laten we het niet toe. De voorzitter van onze raad van bestuur, Ognev Vlaeminck, is lid van Pro Bruxsel, dat is juist. Maar ondertussen is hij geen voorzitter meer van Elzenhof. Dat heeft overigens niets te maken met deze zaak.” Vlaeminck zelf zegt dat hij niets ondernomen heeft om het Pro-Bruxselcongres te laten plaatsvinden in Elzenhof. “Het was wel degelijk een gesloten evenement, want betalend. Maar ik begrijp dat deze zaak moeilijk ligt. Dit heeft hoegenaamd ook niets met de N-VA te maken. De afspraak om geen open politieke evenementen te laten plaatsvinden dateert van voor mijn tijd.” “Waarom ik geen voorzitter meer ben? Precies om belangenvermenging te voorkomen,” aldus Vlaeminck. “En omdat ik er geen zin meer in had.”
Etterbeek > Eerbetoon aan architect Cochaux
Jubelparkwijk beschermd Voor de tweede keer in een half jaar tijd heeft de Brusselse regering een geheel van eclectische huizen beschermd. De panden dateren van het begin van de vorige eeuw. Eerst werden huizen in de Menapiërsstraat (24-36) beschermd, vorige week in de Stafhouder Braffortstraat (9-23). De twee architecturale gehelen zijn voorbeelden van
Christophe Degreef
het oeuvre van architect Georges Cochaux die in Etterbeek gewoond en geleefd heeft. Cochaux heeft de gemeente architecturaal mee vorm gegeven. Cochaux tekende ook – samen met Edmond Serneels – de plannen voor de Sint-Antonius van Paduakerk in Etterbeek. Al bij al bleef het oeuvre van Cochaux beperkt. Hij stierf op 39-jarige leeftijd. Danny Vileyn
© GEMEENTE SINT-JANS-MOLENBEEK
ADVERTENTIE
BRUSSEL HEEFT HONDERDEN LEERKRACHTEN NODIG
Is nim irit ercincilit, quat. Ut wis niat, se dunt il incincipit ad tissequis
Sint-Jans-Molenbeek > Kanaalgemeente op oude plaat
Twaalf keer nostalgie De gemeente Molenbeek geeft in samenspraak met het stedelijk Molenbeeks museum MoMuse oude prentkaarten uit. Tot de voorraad strekt. Nadien kunnen ze nog aangekocht worden. Het gaat om twaalf prentkaarten met historische foto’s van Sint-Jans-Molenbeek. Zo zijn er zichten op De Vlaamsepoort, het Hertogin van Brabantplein en uiteraard het Karreveldkasteel. Volgens schepen van Toerisme Anne Gilles-Goris (CDH) dient de uitgave Molenbeek als
toeristische bestemming te promoten. Tijdens het afgelopen erfgoedweekend waren de prentkaarten al te bezichtigen in het Huis van Culturen. De collectie huist normaal gezien in het stedelijk museum MoMuse, dat echter nog altijd gesloten is voor het grote publiek, tenzij op afspraak. Kopies van de prentkaarten zijn nog gratis te verkrijgen in café La Tour op het Sint-Jan-Baptistvoorplein. Vanaf oktober kunnen zij tegen betaling gekocht worden op diverse toeristische locaties in de gemeente, zoals in het CD Meiningerhotel.
Word leerkracht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In de nabije toekomst zullen talrijke nieuwe scholen hun deuren openen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ook voor u kan dit een niet te missen kans vormen. Binnenkort zullen inderdaad honderden betrekkingen van leerkracht in het lager en middelbaar onderwijs gecreëerd worden, zowel voor Nederlandstaligen als Franstaligen. Voelt u zich aangesproken om deze Brusselse uitdaging aan te gaan en een loopbaan als leerkracht te beginnen? Meer info: dasklasse.be of Actiris 02 800 42 42
BDW 1394 PAGINA 14 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
© BRAM TACK
Bijna 1000 extra plaatsen Nederlandstalig onderwijs BRUSSEL – “We mogen er fier op zijn dat de stad Brussel nog een van de zeldzame inrichtende machten is die een visie heeft op en de mogelijkheden heeft om het Nederlandstalig onderwijs uit te breiden,” aldus Faouzia Hariche (PS), schepen van Onderwijs van de stad Brussel op een vraag van gemeenteraadslid Johan Van den Driessche (N-VA). Naast de forse uitbreiding van drie scholen, wil de stad ook een gloednieuwe school in de Vijfhoek openen. Eerst de uitbreidingen. Klavertje Vier in de Noordwijk krijgt prioriteit. Voor 2014 trekt de stad 2,4 miljoen euro uit voor 144 bijkomende plaatsen. Ze rekent op 1,92 miljoen subsidies. Maar eerst moet er een hypotheek gelicht worden – een buurman van de school is naar
de Raad van State getrokken om de uitbreiding tegen te houden.
Zoektocht naar locatie De Wittouckschool in Laken mag op 20 miljoen euro rekenen in 2016 om 192 leerlingen extra te onthalen. Eveneens in 2016 is er 30 miljoen
Drie Nederlandstalige scholen in Brussel-Stad worden uitgebreid.
euro voorzien om de Mutsaardschool, de Koningin Astridschool en het atheneum Karel Buls met 357 leerlingen uit te breiden. Tenminste als er geen nieuwe school in de Vijfhoek opgetrokken wordt. “De vier projecten realiseren wordt een moeilijke klus,” aldus Hariche, die er evenwel op rekent dat minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) en collegelid Guy Vanhengel (Open VLD) voor (een deel van de) centen voor het optrekken van de nieuwe school zorgen. De nieuwe school staat in het bestuursakkoord van de stad Brussel, maar een locatie vinden is binnen de Vijfhoek geen evidentie. De stad heeft wel al een plek op het oog maar wil om evidente redenen geen detalis geven zolang er geen zekerheid is.
Danny Vileyn
ADVERTENTIE
FH adv mantzorg 255x60_Opmaak 1 11/09/13 15:05 Pagina 1 ADVERTENTIE
Infomomenten voor Mantelzorgers Sta je in voor de zorg van een dierbaar persoon zoals een familielid, je partner of buur? Dan ben je Mantelzorger.
Familiehulp en Solidariteit voor het Gezin organiseren in Brussel 2 infomomenten voor Mantelzorgers.
25 sept. vanaf 13.00u tot 16.30u. (onthaal vanaf 12.30u.)
2 okt.
vanaf 9.00u tot 12.30u. (onthaal vanaf 8.30u.)
Familiehulp vzw, Koningsstraat 294, 1210 Brussel (Sint-Joost-ten-Node)
Schrijf je GRATIS in vóór 23 sept. via mantelzorg@familiehulp.be of via 0474 48 70 48.
BDW 1394 PAGINA 15 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
Inauguratie van werk van Jan Fabre in het Brusselse Museum voor Schone Kunsten, september 2013.
© DIRK WAEM / BELGA
Kunst > Onderdak voor hedendaagse kunstcollecties in Brussel
Een museum moet in de eerste plaats museum zijn
BDWOPINIE In een straal van honderd kilometer rond Brussel komt men meerdere musea voor hedendaagse kunst tegen. Die musea trekken elk zo’n 50.000 à 100.000 bezoekers per jaar. Gelukkig hebben ze elk een duidelijk profiel en een eigen tentoonstellingsbeleid, zodat ze toch een beetje uit elkaars vaarwater blijven. Hun jaarbudget schommelt tussen de drie à vijf miljoen euro. Die feiten lezen we zelden in de bijdragen over een nieuw Brussels museum. In opiniestukken regent
het wel argumenten over tewerkstelling, imago en opwaardering van verpauperde wijken, maar nergens leest men iets over de taak van het museum zelf. Het is alsof men zou spreken over de inplanting van een nieuw ziekenhuis en men zich niet afvraagt of er wel behoefte is aan zorgverlening op die plek. De opiniemakers en pleitbezorgers van het nieuwe project hangen met andere woorden veel te veel taken en verwachtingen op aan het nieuwe museum. Daarbij gaat men totaal voorbij aan de kerntaken van een museum. Waarvoor dient immers een museum? Wie de definitie van de In-
© SASKIA VANDERSTICHELE
BRUSSEL – In de hele discussie over een nieuw museum voor hedendaagse kunst in Brussel komen er verdacht weinig stemmen uit de museumwereld zelf. Dat is niet zo moeilijk te verklaren, oordeelt Peter Wouters, directeur van Openbaar Kunstbezit Vlaanderen. Zitten de musea wel te wachten op een nieuwe collega?
PETER WOUTERS:
“Alvorens men droomt van weeral een nieuw museum, zou men beter eerst orde op zaken stellen in de federale musea”
ternational Council of Museums (onderdeel van Unesco) bestudeert, komt op het volgende uit: bewaren, verzamelen, bestuderen en ontsluiten. Wat hebben we dus nodig? Een verzameling, wetenschappelijk personeel, publiekswerking en een depot. En een gebouw natuurlijk, dat
beantwoordt aan de hedendaagse eisen van acclimatisatie en conservatie. Vergeet dus de renovatie van bestaande gebouwen want dat gaat handenvol geld kosten.
Nieuw museum? De Brusselse bouwmeester sprak
zich negatief uit over de renovatie van het Vanderborchtgebouw, waar sommige spelers al lang naar loeren. Dan is er nog de collectie. Paradoxaal genoeg is er in Brussel meer hedendaagse kunst te zien dan in die straal van honderd kilometer. De New York Times loofde dit voorjaar Brussel voor de bloeiende artistieke scène op het gebied van beeldende kunsten. Zowel Wiels als Bozar brengen regelmatig tentoonstellingen over hedendaagse kunst. Dan zijn er nog de vele Brusselse galerijen en, niet te vergeten, de jaarlijkse beurs Art Brussels. Maar dat steek je niet zomaar in een museum. Museumcollecties groeien doorheen de jaren. Het zijn restanten van legaten, giften van verzamelaars met veel burgerzin. Dat fenomeen is voorbij. Verzamelaars van hedendaagse kunst creëren zelf hun musea. Denk in Brussel maar aan de Vanhaerents Art Collection en aan het kunstencentrum Maison Particulière. Rest dan nog het publiek. Volgens een advies van de Inspectie van Financiën moet een eventueel nieuw museum zelfbedruipend worden en hiervoor een kleine 400.000 bezoekers per jaar aantrekken. Het Magrittemuseum flirt met die grens en het MAS (Museum Aan de Stroom, Antwerpen) gaat er momenteel vlotjes over. Maar daar zal het zowat ophouden, denk ik. Er is geen enkel museum voor hedendaagse kunst zelfbedruipend. Paradoxaal genoeg heeft Brussel officieel al een Museum voor Moderne en Hedendaagse kunst. Het is een onderdeel van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Het Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst organiseerde bijvoorbeeld de grote overzichtstentoonstelling van Panamarenko in 2005 en koopt regelmatig hedendaagse kunst, werk van Taeymans, video-installaties en onlangs nog een mooie Jan Fabre. Maar het is net die afdeling die ongeveer 2,5 jaar geleden gesloten werd en waarvoor men op zoek gaat naar een alternatief. Daar wringt natuurlijk het schoentje. De gebouwen aan het Museumplein in Brussel staan al jaren leeg. Vanuit de federale overheid zijn die musea geen prioriteit. Integendeel, het lijkt erop dat de overheid die musea langzaam maar zeker laat verrotten. Verhalen over waterinsijpeling, het stopzetten van verbouwingen en veiligheidsproblemen zijn schering en inslag. Het personeel rolt er vechtend over de grond en enige motivatie is ver te zoeken wegens de totale afwezigheid van enig toekomstperspectief. Die musea bezitten nochtans de grootste kunstcollectie van ons land. Alvorens men dus droomt van weeral een nieuw museum zou men beter eerst orde op zaken stellen in de federale musea en vooral een langetermijnvisie ontwikkelen met het nodige budget.
Peter Wouters, Directeur Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen vzw. Al bijna dertig jaar inwoner van Brussel
BDW 1394 PAGINA 16 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
velingen: waar mogelijk komt er tenminste elke 100 meter een voetgangersdoorsteek door bouwblokken. Elk zebrapad langer dan twee meter krijgt een eilandje. Stoplichten worden zo afgesteld dat er een “groene golf” ontstaat voor voetgangers. Maar, het plan is niet of nauwelijks plaats-specifiek. Het geeft niet aan waar de overheid moet ingrijpen. De kritiek: het is een catalogus van goede intenties, zonder ruimtelijke uitvoeringsvoorstellen. Maar laten we niet vergeten dat het een strategisch plan is, geen actieplan. Andere instrumenten als het GPDO en de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening moeten de goede intenties hard maken. Ook de gemeenten zullen zich hier aan moeten aan houden.
Langzaam maar zeker
Trage Wegen vzw onderzoekt de actuele staat van alle autoluwe wegen van het Gewest, zoals hier aan Graaf Van Vlaanderen in Sint-Jans-Molenbeek.
© JO VOETS
Mobiliteit > Geert te Boveldt (Trage Wegen vzw) over wandelen in de stad
BRUSSEL – De Brusselse voetganger heeft lang in de kou gestaan, zegt Geert te Boveldt van Trage Wegen vzw, maar stilaan lijkt de politieke wind uit de juiste hoek te waaien. “We moeten de voetganger verwennen,” staat in het onlangs goedgekeurde Strategisch Voetgangersplan van het Brussels Gewest. Wat kunnen we aanvangen met deze veelbelovende woorden?
BDWOPINIE Brusselse buurtcomités en actiegroepen ijveren al jaren voor een betere omgevingskwaliteit en mobiliteit. Vooral de voetganger eist de aandacht op, denk aan de bezettingsacties van het Beursplein, de Elsensesteenweg en de Ninoofsepoort. Hoe komt het dat de voetganger zowel de schijnwerpers van de politiek als het middenveld op hem gericht krijgt? De voordelen van stappen in de stad zijn legio en behoeven nauwelijks een betoog. Stappen is goed voor mensen én hun omgeving. Voor gezondheid, sociale cohesie én de lokale economie. Stappen: iedereen kan en doet het.
Omwegen Helaas. Ondanks het enorme potentieel kan je Brussel vandaag nog
geen voetgangersstad noemen. De openbare ruimte lijkt grotendeels gereserveerd voor auto’s. De stad wordt ook in stukken gehakt door de harde barrières: het kanaal, spoorlijnen, stadssnelwegen als de Kleine Ring. Voeg daar nog de omwegen aan toe rond monotone kantoor- of industriegebieden, ontoegankelijke zones als het Koninklijk Domein of het VRT/RTBF-terrein en een voetganger stapt in de auto of op de bus. Zelfs de parken, voetgangersgebied bij uitstek, vormen soms een hindernis. Dankzij poorten en hekken loopt de kortste weg er vaak niet eens doorheen. Bovendien zijn ze ’s avonds meestal niet toegankelijk. In Brussel is het verschil tussen de reële wandelafstand en de afstand in vogelvlucht groot. De kortste weg om een boulevard over te steken is vaak lastig te vinden: zo wordt de psychologische afstand nog groter. Aangrenzende wijken liggen in de
© FANNY BROISSAND
Voetgangersplan: een stap in de goede richting GEERT TE BOVELDT:
“Actiegroepen en buurtcomités moeten beleidsmakers een duwtje in de rug geven door gebruik te maken van het platform dat het Gewest biedt”
hoofden van mensen soms mijlenver uit elkaar.
Korte afstanden Brussel heeft alles om een voetgangersstad te worden. Het is compact en dichtbebouwd. De oude dorpskernen buiten de Vijfhoek kunnen knooppunten worden in een gewestelijk voetgangersnetwerk. Zo hoeft het centrum van Brussel geen voetgangerseiland te zijn, zoals in andere steden het geval is. Voorzieningen moeten op wandelafstand komen. De ‘stad van de korte afstanden’ is hét ruimtelijk ontwik-
kelingsmodel in het GPDO. Het Voetgangersplan schept verwachtingen: van Brussel tegen 2040 een voorbeeldige voetgangersstad maken, met verplaatsingspercentages te voet vergelijkbaar aan Barcelona, Lyon en Zürich. Daarvoor hanteert het plan tien principes, de GO10: fijnmazig netwerk, rechtstreekse en continue routes, vlotte intermodaliteit, beleving, meer ruimte, fysiek comfort, universeel, magneten, gegarandeerde veiligheid en rustig verkeer. Die principes zijn vertaald naar behoorlijk concrete beleidsaanbe-
Het Gewest zet de deur open voor voetgangers. Het middenveld moet hiervan profiteren. Een eerste concretisering is alvast het project Stapas. Trage Wegen vzw onderzoekt op initiatief van de Brusselse staatssecretaris van mobiliteit Bruno De Lille en Mobiel Brussel de actuele staat van alle autoluwe wegen van het Gewest. Dat is nodig voor het maken van een voetgangerskaart, een routeplanner én om concrete verbeteringsvoorstellen aan het voetgangersnetwerk te doen. Een flink aantal vrijwilligers werkt mee: Stapas maakt zoveel mogelijk gebruik van de kennis van plaatselijke bewoners. Zij zijn op hun beurt het meest gebaat bij een degelijke voetgangersinfrastructuur. Het project gebruikt het contact met bewoners als hefboom om het stappen in Brussel te promoten. Een stedelijke omgeving als Brussel biedt kansen: er zijn relatief veel meer voetgangers dan op het platteland, maar ook vanwege de mogelijkheid om de modal share van verplaatsingen te voet flink te vergroten. Trage wegen verkorten de afstand voor voetgangers vergeleken met die voor automobilisten.
Cultuurverandering Het voetgangersplan is een strategisch plan en geeft de richting aan voor toekomstige beleidskeuzes. “Eerst de voetgangers, daarna de gebouwen,” staat er. De voetganger als uitgangspunt voor elk stedenbouwkundig project. Dit moet doordringen tot alle beleidsniveaus en –sectoren. Mobiliteit, maar ook leefmilieu, stedenbouw en ruimtelijke ordening. Niet min, want ook de gemeenten moeten mee. Actiegroepen en buurtcomités pleiten sinds lang voor een goed voetgangersbeleid. Nu moeten ze beleidsmakers een duwtje in de rug geven door gebruik te maken van het platform dat het Gewest biedt. Een “hefboom en inspiratiebron om een cultuurverandering teweeg te brengen,” noemt het Voetgangersplan zich. Tot de Gewestregering begint deze cultuurverandering dus door te dringen. Alvast één stap in de goede richting. Geert te Boveldt Projectcoördinator Stapas (Trage Wegen vzw) www.stapas.be
BDW 1394 PAGINA 17 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
BRIEVEN VAN LEZERS lezersbrieven@bdw.be Bombardement Etterbeek Het artikel over het bombardement van Etterbeek (BDW 1392, p.10-11) heeft veel herinneringen bovengehaald. Ik was toen 14 jaar. Mijn broer die acht jaar ouder was, werd opgeroepen om in Duitsland te gaan werken. Als werkweigeraar was hij ondergedoken op nummer 23 in de Henri Marichalstraat. Na het bombardement werden de straten afgesloten en had hij geen doorgang naar het nummer 23. Gelukkig kon hij, door toedoen van een oude rijkswachter, de straat binnen, waar hij dan kon helpen met het opruimen. Hij verbleef nog enkele dagen in de ruïnes. Daarna woonde hij tot het einde van de oorlog bij een tante in Bunsbeek bij Tienen. Tot daar mijn verhaal. Adrienne Verhuxt, Anderlecht
Laat rusthuizen met rust Vorige week schrok ik mij een bult toen ik op de voorpagina van BDW1393 de titel ‘Rusthuizen moeten dokken’ las. Een Brussels gemeentebestuur wil een nieuwe belasting heffen op bejaardenrusthuizen want het is een economische activiteit. Met de huidige discussies om het brugpensioen van 55 naar 52 jaar te verschuiven, verkleint de waarde van het eindpensioen na de brugperiode, en zal de kostprijs van verblijf in een rusthuis sowieso al duurder uitvallen. Rusthuizen zijn voor de bejaarden duur: het is niet alleen de huur van een stuk woonruimte, het is ook het nodige personeelsbestand dat dag en nacht de bejaarden moet helpen om hun laatste levensjaren menswaardig door te brengen. En dat nu een gemeente een extra belasting wil invoeren, is zot zijn in het kwadraat. Als 1 Brusselse gemeente dat mag doen, zullen de andere 18 wel spoedig volgen. En wie zal dat betalen? De onrustig geworden Brusseleir met een klein pensioentje wordt een bedeleir. Onmenselijk! De echtgenote van de schrijver van deze brief, bijna 90 jaar, ligt sinds een jaar in een Brussels rusthuis, in de speciale afdeling voor Alzheimerpatienten. Herman A.O. Wilms, Vorst
Islamisering Terug van vakantie las ik de reactie van Lieve Cochoul (BDW 1390, p.13) op de lezersbrief van Lieven Van Mele over een incident met een moslim die een Roemeense vrouw verbood te roken tijdens de ramadan. De reactie van mevrouw Cochoul geeft geen enkel zinnig antwoord op een uiterst belangrijk probleem dat de heer Van Mele aan de hand van een voorbeeld duidt. Lezer Saïd Zayou brengt in dezelfde krant vanuit zijn gemeenschap wel zinnige argumenten aan, maar die zijn volgens mij niet steeds correct. De enorme bevolkingsgroei in onze regio is wel degelijk voornamelijk te wijten aan de islamgemeenschap, zoals heel wat recent in de media verschenen artikelen (onder andere in BDW) aantonen. Bij de verderzetting van die tendens zal zij over een tiental jaar dankzij haar hoog geboortecijfer de meerderheid vormen in de Brusselse agglomeratie. En je moet maar de krant openslaan om vast te stellen dat de gevallen van onverdraagzaamheid van islamjongeren toenemen, in die mate dat het woordje ‘jongeren’ een codewoord werd voor moslimjongeren. Het is spijtig dat al die politiek correcte sociologen en professoren die de kranten vullen met beschouwingen over de xenofobie van de au-
tochtone bevolking, nooit een studie publiceren over de vraag waarom straatgeweld en onverdraagzaamheid zo weinig voorkomen bij zwarte Afrikanen, en nog minder bij Aziatische jongeren, die nochtans ook “arm zijn, een moeilijke jeugd kenden, enzovoort,” maar zich op eigen kracht trachten op te werken, zonder de andere Brusselaars te storen. Misschien vrezen zij toe te geven dat het verschil hem zit in de cultuur en de godsdienst? André Monteyne, Jette
Wat wel en niet kan Graag zou ik twee zaken, die ik persoonlijk heb meegemaakt, willen toevoegen aan de lezersbrief van Willy Van der Biest (BDW 1393, p.17). Als conciërge praatte ik met een Congolese inwoonster van ons gebouw. Ik moest haar uitleggen hoe de recyclage in Brussel gebeurde. Tijdens dat gesprek keek ik haar aan, totdat zij mij erop attent maakte dat ik heel erg onbeleefd was. Ik keek haar rechtstreeks aan en dat mocht niet, want op die manier toonde ik geen respect voor haar. Ik was stomverbaasd en heb haar uitgelegd dat in België het omgekeerde het geval is. Tijdens een gesprek de persoon geen enkele keer aankijken, is voor mij wel onbeleefd. Maar ze bleef bij haar standpunt en eiste van mij dat ik mij zou aanpassen aan haar. Dat heb ik niet gedaan, maar zij heeft van haar kant ook nooit de recyclageregels gerespecteerd. Een tweede voorval gebeurde toen ik op de tram stapte. Ik zag een vrije zitplaats en ging er naartoe. Juist voor ik wou gaan zitten, wrong een jongetje van ongeveer zes jaar zich tussen mij en de zitplaats en zette zich neer. Ik was verbaasd en heb hem gevraagd om op te staan – ik was ongeveer 60 jaar ouder dan hij. Hij is opgestaan en ik heb mij neergezet. Daarmee is het verhaal nog niet afgelopen. Daarop kwam een zwarte vrouw bij me staan en ze begon mij al roepend uit te maken. Met welk recht liet ik haar zoon opstaan? Hij zat voor mij op die plaats, dus moest ik maar rechtstaan. Ik was Belg en was dus rijk genoeg, dus moest ik maar de auto nemen en niet de tram, dan was er meer plaats vrij voor haar zoon. Toen ik zei dat ik ziek was en van het ziekenhuis kwam, zei ze dat dat geen reden was, want haar zoon was ook ziek. Ik heb gezegd dat ik niet opstond. Drie keer heeft ze mij uitgemaakt voor racist en uiteindelijk heb ik haar gezegd dat niet ik racist was, maar zijzelf. Daar verschoot ze toch eventjes van. En had ik gelijk of niet, want als zij geen Belgen op de tram verdraagt, dan is ze toch wel racist, nietwaar? Ze had vijf kinderen bij zich, die ongeveer tussen 5 en 12 jaar oud waren en op elke plaats die vrijkwam liet ze een van haar kinderen neerzitten. Verder moet u weten dat wij als senioren 60 euro per jaar moeten betalen voor een abonnement op het openbaar vervoer en dat kinderen tot 12 jaar nog altijd gratis rijden. Nog iets wat op de tram voor veel wrevel zorgt, zijn de grote kinderwagens, die alle doorgang belemmeren. Wij moesten vroeger met een buggy op de tram, die we moesten dichtplooien en de kinderen moesten we op onze schoot nemen. Mijn vriendin die nog 10 jaar ouder is dan ik, herinnert zich dat ze eens voor een kinderwagen een plaats heeft moeten betalen. Waar zijn onze waarden en normen, onze tradities en onze gebruiken naartoe? Als kinderen kregen wij 1 uur per week een les ‘opvoeding’ op school en daar leerden wij onder andere dat we onze plaats moesten afstaan aan oudere mensen. Elsie Vaal, Jette
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
BDWOPINIE Mastodontisch door Anne Brumagne Er worden ambitieuze plannen gekoesterd voor het noorden van Brussel. Paleis 12, een concertzaal op de Heizel die tot 18.000 bezoekers kan ontvangen, heeft zijn vuurdoop afgelopen vrijdag al gehad – vreemd genoeg met een coverband. Nu is het nog wachten op het nieuwe nationale stadion dat men zo graag klaar wil hebben om een enkele wedstrijd op het Europees voetbalkampioenschap van 2020 te kunnen organiseren. En dan zijn er natuurlijk nog de twee veelbesproken shoppingcentra die worden gepland: dat van Neo en, iets verderop, Uplace. Of al die mastodontische vrijetijdsprojecten pal bij een van Europa’s meest verzadigde stukken snelweg een goede wissel op de toekomst vormen, daarover wordt maar bitter weinig gedebatteerd, ook al trekken belangrijke beleidsverantwoordelijken de dossiers naar zich toe. Er staat veel op het spel. Als de dossiers ondoordacht worden aangepakt, dreigen de buurtbewoners, Brusselaars of Randbewoners, met een pak overlast te worden opgescheept. Hoe die nu al compleet verzadigde Ring de bijkomende autobewegingen zal verwerken, is een vraag die onderbelicht blijft. En wat zal de impact op de stadskernen zijn, zeker van de geplande shoppingcentra? Small is beautiful (‘Hou het klein’) luidde de titel van een invloedrijk boek van econoom Ernst Friedrich Schumacher (1911-1977). Hij pleitte voor een economie op mensenmaat, en gedecentraliseerd. De titel werd een slogan, maar een die je tegenwoordig niet zo vaak meer hoort. Schaalvergroting is nu de boodschap. Af en toe zouden we dat small is beautiful toch maar beter weer eens bovenhalen, om dat evenwicht tussen ‘mega’ en ‘klein’ weer wat te herstellen. Neem nu dat stadion: zouden de toppolitici die net hun handtekening onder het dossier voor het Europees kampioenschap hebben gezet, niet beter eerst de vraag stellen hoe gemeentes in deze moeilijke tijden nog geld kunnen vinden om de capaciteit van hun overbevraagde sportinfrastructuur – sporthallen, zwembaden – te vergroten? Zodat iedereen, de jeugd op kop, de geneugten van sport kan leren kennen. En was er echt nood aan een nieuwe concertzaal voor Mylene Farmer en co? Zouden we niet beter investeren in repetitiekoten voor jonge groepjes? Ervoor zorgen dat al die fantastische Belgische groepen goed ondersteund worden? Nu zijn dat beleidsthema’s voor vakministers of lagere overheden, die minder macht hebben en elke cent verschillende keren moeten omdraaien. Terwijl sporthallen een betere wissel op de toekomst zijn dan dat nieuwe stadion op Parking C.
WAUTER MANNAERT
BDW 1394 PAGINA 18 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
bellen Vlaanderen-Brussel spreken al een decennium voor zich. Met een bonzend hart in de keel zullen onze inspecteurs al even nerveuze directies aanspreken, leerkrachten en terloops leerlingen ondervragen, programma’s nakijken, checklists aflopen en hopelijk ook nog wat levendige indrukken opdoen over de realiteit van het schoolleven in Brussel. Methodes worden gewikt en gewogen. Verslagen opgesteld. En dan? … Dat is de Groote Vraag.
Pijnpunt Nederlands
“Ik wens Brussel een voorrangspositie toe op alle onderwijsschalen van de wereld. Voor mijn kinderen, maar voor alle andere”, zegt Karen Van den Bossche.
© BART DEWAELE
Onderwijs > Karen Van den Bossche over Brusselse scholen
Nederlandstalige scholen in Brussel doorgelicht BRUSSEL – Aan inzet en expertise van leerkrachten in het Brussels Nederlandstalig onderwijs zal het niet liggen. Toch kampen de Brusselse scholen - in vergelijking met scholen in Vlaanderen - met tal van vooroordelen en reële problemen. Karen Van den Bossche gaat als pedagogisch medewerker vaak langs in de scholen en laat als ‘buitenstaander’ graag even haar licht schijnen.
BDWOPINIE De gangbare opvatting over het Brusselse onderwijslandschap luidde lang dat het Franstalige onderwijs ondermaats scoort en dat het Nederlandstalige net het veel beter doet. Deze stelling is volgens mij vandaag achterhaald. Nu het nieuwe schooljaar zich op gang trekt en een algemene inspectie in het verschiet ligt, wil ik graag mijn opgedane indrukken en persoonlijke mening delen.
Een paard van Troje? Zelf ben ik geen leerkracht en al zeker geen inspecteur, maar voor mijn
werk kom ik zowat elke week in een Nederlandstalige lagere of middelbare school in het Brussels Gewest. Daar draai ik een hele dag mee met een buitenschoolse activiteit in de voormiddag, en in de namiddag sta ik voor de klas. Ik ben dus eigenlijk een buitenstaander met een (weliswaar beperkt) zicht op wat er binnen gebeurt. Toch geeft het me de kans om veel dingen te zien en te horen. Al zeven jaar lang. Verder ben ik moeder van twee kinderen in een Brusselse Nederlandstalige lagere school. En ook dat biedt een rijkdom aan boeiende schoolervaringen. Wat heb ik opgemerkt? Eerst en vooral - en zeer belangrijk - enorm veel positieve en goede inzet. Ik zie tal van geëngageerde leerkrachten,
KAREN VAN DEN BOSSCHE:
“Het boe-Brussel waar de boescholen zijn met daarin de boekinderen, boezemt nog steeds angst in. Of op zijn minst drempelvrees”
toegewijde directies, massa’s enthousiaste leerlingen. Werkelijk waar. De toekomst van Brussel ziet er rooskleurig uit, op voorwaarde dat we er goed mee omgaan. En jammer maar helaas, daar wringt het schoentje.
De Groote Doorlichting Het voelt een beetje aan als het be-
gin van een Groote Oorlog. Inspecteurs uit alle hoeken van Vlaanderen maken zich op om naar het front te gaan. Vergeef me de woorden, maar het boe-Brussel waar de boe-scholen zijn met daarin de boe-kinderen, boezemt nog steeds angst in. Of op zijn minst drempelvrees. De inspectie wéét immers al dat het in Brussel verkeerd loopt. De vergelijkende ta-
Neem nu de trots en de enorme inzet van ons Nederlandstalig onderwijs in Brussel: het Nederlands. Het taalonderwijs zelf, dus. Eerlijk gezegd, het is pover gesteld. In het 6e leerjaar kunnen leerlingen zich amper uitdrukken, zowel mondeling als schriftelijk, laat staan één zin schrijven zonder fouten. Hun woordenschat is beperkt, hun opgebouwde zinsconstructies zijn banaal of gewoon fout. Zinnetjes als ‘Mag jij even komen, juf?’ (in plaats van ‘Kan jij…’) zijn schering en inslag in alle scholen. Met deze schijnbagage gaan leerlingen dan naar het middelbaar. Daar gaan ze natuurlijk helemaal de mist in. Kinderen die humaniora aankunnen, komen terecht in het technisch onderwijs, enzovoort. De oude mallemolen blijft draaien, de neerwaartse studierichting heeft het meeste succes! Het gevolg daarvan is dat onze enthousiaste en gemotiveerde leerlingen vreselijk gefrustreerd geraken. Ze voelen zich machteloos, gaan twijfelen aan zichzelf en beschouwen zich op den duur als dommeriken en nietsnutten. Daar zie je dan ook de effecten van op de arbeidsmarkt. Of liever op de werklozenmarkt. Et voilà, daar komen we in gewestelijk vaarwater. Heeft de Vlaamse Gemeenschap haar taak volbracht? Dat is een ander verhaal. Maar hoe is het nu zo ver kunnen komen? Voor mij - en dit is een op ervaring gebaseerde, persoonlijke opinie - ligt een van de voornaamste oorzaken bij een gebrekkige methode. Veel blabla en weinig structuur. Als we ervan uitgaan dat een taal zich intuïtief moet aanleren, dan slaan we de bal goed mis. Speelse leermethodes leveren soms echt resultaat op, maar er moet ook plaats zijn voor het serieuze werk: de grammatica, de wiskunde van de taal. De afbouw van alles wat structuur geeft in het onderwijs, is werkelijk nefast. Ik leer, jij leert, hij of zij leert, wij leren, … dat moet er weer in! Open en gesloten lettergrepen, werkwoorden, lidwoorden, geef die kinderen alstublieft weer wat houvast! Ze staan te popelen om het te leren, laten we het nu niet verbrodden! Een aangeleerde structuur in één taal maakt je in één klap wegwijs in tien andere talen. Gezien de meertalige context in Brussel moeten we het Nederlands steeds meer gaan aanleren als een vreemde taal. En liefst op een klassieke manier: je start vanuit een tekst, daaruit haal je een woordenlijst die je laat instuderen, en je legt een grammaticale regel uit. Rond af met oefeningen woordenschat, grammatica en zelf zinnetjes maken, mondeling en schriftelijk. En
BDW 1394 PAGINA 19 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
zo ga je verder, hoofdstuk per hoofdstuk. In de jaren 1990 hadden wij in het middelbaar Eventail om Frans te leren. De boekenreeks stak structuur in de taal en liet toe stelselmatig op te bouwen. Nu is ons taalonderwijs steeds meer als een moeras. Eender wie, zelfs de beste, moet en zal erin verdrinken. Is het zo dat je de liefde voor een taal opbouwt? Volgens mij niet.
Brede eerste graad Inderdaad, de minister heeft gelijk. Iedereen moet eens een hamer kunnen vasthouden en we gunnen iedereen het plezier om carpe diem te scanderen. Waarom niet? Een gemeenschappelijk eerste jaar middelbaar met een beetje van alles, om echt zin te kunnen krijgen in iets. Nog een idee: bied een leuk timmeratelier aan in de lagere school. Constructieve en vanuit talent gemotiveerde keuzes maken, het is een mooi vooruitzicht en een nobel doel. Maar! Ons Brussels beroepsonderwijs trappelt veel te vaak ter plaatse. Echt goed uitgeruste ateliers zijn zeldzaam. Samenwerken met privépartners kan of mag niet. Karikaturaal gesteld moeten leerlingen leren bouwen zonder betonmolen en elektriciteit leren leggen zonder stopcontacten. Moeten ze straks hout leren bewerken zonder hout? Veel wordt aangereikt, maar hoeveel technieken krijgen leerlingen ook echt onder de knie? Basiskennis, zoals het meten van een oppervlakte, ontbreekt. Leerlingen vullen er soms uren met hangen en niksen, als ze al naar school komen… Het is een realiteit in Brussel. Spijtig van de verknoeide tijd. En dan zijn er ook nog de ontmoedigde en uitgebluste leerkrachten. Je zou voor minder, gezien de torenhoge sociale problemen bij te veel leerlingen. Eigenlijk zou elke school een voltijds maatschappelijk werker in huis moeten hebben, die ook bij de leerlingen thuis op bezoek mag. Je kan van leerkrachten toch moeilijk verwachten dat ze alles aankunnen en alles moeten dragen? Het is zo al moeilijk genoeg.
Gaten in de infrastructuur
Maar... ook de speelplaatsen lijken vaak te zijn gekrompen. Die worden in tweeën opgedeeld (bijvoorbeeld bij de scheiding van de campus van een Nederlandstalige en Franstalige school, of opgeofferd aan containerklassen. Daarom voeren veel scholen shifts in. Ook goed gevonden, ja, behalve dat leerkrachten dus dubbel zo vaak toezicht moeten houden. Daar gaat alweer een kwartier van hun middagpauze. Dan moet er nog snel even vergaderd worden voor een project. Nog een kwartier weg. Papieren moeten ingevuld worden. Veel papieren. Vaker gaat het om administratie dan om echte lesvoorbereidingen. De hoeveelheid leerstof zou in twintig jaar tijd trouwens zowat verdubbeld zijn. En dan heb je last but not least het lerarenlokaal. Dat ontbreekt in veel scholen. Of bestaat het wel, maar is het minimalistisch. Daar vinden we één tafel met daarrond acht stoelen voor een korps van twintig leerkrachten. Wie eerst komt, eerst maalt en eerst zit. Daar tref je maar één microgolfoven en één kleine koelkast, in een hoek gedrumd tussen het kopieerapparaat en de
KAREN VAN DEN BOSSCHE:
“Veel scholen hebben geen refter. Dan eten ze maar in de klas. Goed gevonden als noodoplossing”
kartonnen dozen schoolmateriaal. Uit die frigo en oven komt dan een onaangenaam geurtje, want voor de schoonmaak is niemand echt verantwoordelijk. Op tafel ligt steevast een stapel schooltijdschriften in de weg. Gelukkig brengen leerkrachten vaak snoepjes en chocolaatjes mee voor elkaar. Dat maakt veel goed. Met een kopje koffie erbij, lekker. Als je je kop dan maar niet vergeet zelf uit te spoelen in de afwasbak. © CLARITA
Wat is er dan zo moeilijk voor die leerkrachten? Ze hebben toch twee maanden vakantie, zeker? Ja, dat zegt men dan. Maar kom zelf maar eens een dag - begin zelfs beter met een halve - voor de klas staan. Je zingt onmiddellijk een toon lager. Het is een toffe job, maar ook een harde en lastige taak. De anderstalige realiteit, met onafgestemde methodes en de sociale problemen. Doe daar bovenop nog eens de grote gaten in de infrastructuur. En dan heb ik het niet alleen over die honderden kinderen die elk jaar geen plaats vinden in het onderwijs wegens het gebrek aan klaslokalen, leerkrachten, enzovoort. Veel scholen hebben bijvoorbeeld geen refter. Dan eten ze maar in de klas. Goed gevonden als noodoplossing, maar dat houdt wel in dat de leerkracht zijn of haar pauze niet kan nemen zoals het hoort en ook niet even stoom kan afblazen onder volwassenen. Maar ook de leerlingen worden opgejaagd. Eet wat sneller, weet je wel? En dan hup, buiten.
“Echt goed uitgeruste ateliers zijn zeldzaam. Samenwerken met privépartners kan of mag niet”.
Enfin, zo wordt dus het laatste kwartier van de pauze doorgebracht. Dan nog even naar het toilet. Uit ervaring weet ik dat er weinig toiletten voor volwassenen op scholen zijn. Leerkrachten moeten gaan op of bij de kindertoiletten. Soms wordt ergens op een gang overhaast een kabinet bijgebouwd. In elk geval is er niet veel privacy. Voorts is me op een school nog nooit een lift opgevallen. Trappen, gangen en nog eens trappen, dat wel. Wat dus met leerkrachten die een dagje ouder worden en iets minder goed te been zijn? Wat met leerlingen die hun been gebroken hebben, wat met materiaal, wat met banken die verhuisd moeten worden? Als leerkracht kan je maar beter over stevige spierballen beschikken. En zo komen we aan bij de sportinfrastructuur. In veel scholen is er geen turnzaal meer. Alweer uit plaatsgebrek of omwille van verouderde infrastructuur. Turnlessen worden dan maar in de gangen gegeven, in containers of op een kwartiertje stappen van de school vandaan. Ook de zwembaden zitten overvol, dus worden de zwemuren afgeschaft. Misschien moeten we aan alternatieven beginnen te denken: muurklimmen of paardrijden. Dankzij veel goede wil van turnleraren wordt er toch nog zinvol aan sport gedaan. Gelukkig maar.
Staken voor meer Als volwaardige werknemer van de overheid zou je verwachten dat elke leerkracht tenminste een draagbare computer ter beschikking gesteld zou krijgen. Neen hoor, daar moeten ze ook zelf voor instaan. In het beste geval staan er een paar gedeelde computers in het lerarenlokaal. Maar is dat alles een manier om respectvol met je personeel om te gaan?
© SASKIA VANDERSTICHELE
In hun plaats was ik waarschijnlijk al lang beginnen te staken… Als je een bediende aan het werk zet, dan geef je hem toch ook een degelijk bureau, een bureaustoel, een telefoon, een computer en schrijfgerief? Als we iets aan de kwaliteit van het Brussels onderwijs willen doen, moeten we eerst en vooral beginnen met het erkennen van de inzet, de kwaliteit en de expertise van onze leerkrachten. We moeten hen respecteren, correct betalen en de juiste middelen geven. Instroom vanuit de privésector moet zeker meer gestimuleerd worden, met erkenning van anciënniteit bijvoorbeeld. En ook leerkrachten die in Brussel geboren en getogen zijn, moeten er een plaats kunnen krijgen. Heel positief zijn volgens mij de ‘vliegende’ leerkrachten die her en der in de klassen ondersteuning bieden. Hopelijk luisteren de inspecteurs naar de leerkrachten. Hopelijk vliegen de rapporten niet meteen de onderste lade in. Hopelijk komt er weer wat structuur en methodiek. Hopelijk... Want ik wens Brussel een voorrangspositie toe op alle onderwijsschalen van de wereld. Ik wens het voor mijn kinderen en voor alle andere. Want telkens als ik een klas voor mij zie, denk ik: wat gaat er worden van die persoon en die persoon? Soms volstaat één dag om een hele klas in je hart te sluiten. Meestal zijn het geen engeltjes, maar toch. Brusselse leerlingen zijn zo de moeite waard. Tot slot, aan iedereen een fijn schooljaar gewenst.
Karen Van den Bossche, Laken Pedagogisch medewerker rond architectuur en geschiedenis in de Brusselse grootstad
BDW 1394 PAGINA 20 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
22 GEMEENSCHAPSCENTRA OP ééN FIETSLUS
DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK
Tentoonstelling > Henry van de Velde schittert in Jubelpark
‘Schoonheid is een wapen’ © DIETER TELEMANS
BRUSSEL – Tijdens autoloze zondag op 22 september kan u een bewegwijzerde fietsroute volgen langs de 22 Brusselse gemeenschapscentra. Het hele parcours is 74 kilometer lang, maar kan ook in stukken worden afgelegd. Vertrekken kan een hele dag lang aan elk gemeenschapscentrum, tussen 10 en 17 uur. De fietskaart en de fietstocht zijn gratis. Bij elk gemeenschapscentrum valt iets te beleven. De fietsers kunnen onderweg een dagspaarkaart laten afstempelen bij de gemeenschapscentra. Daarmee vallen prijzen te winnen. Het initiatief sluit aan bij de promotie van zachte mobiliteit in de hoofdstad, en werd uitgestippeld door de VGC-sportdienst De Binnenband/Brucyclons, de Fietsersbond en Cultuurcentrum Brussel. JMB Meer info op www.cultuurcentrumbrussel.be
VADROUILLE
ACADEMIE VAN ANDERLECHT GAAT VREEMD SINT-GILLIS – Het Gemeenschapscentrum Pianofabriek heeft de Academie van Anderlecht in de arm genomen voor de opstart van Nederlandstalige kunstklassen (initiatie) voor het kleine grut. “Het feit dat steeds meer Nederlandstalige kinderen in Sint-Gillis en buurtgemeenten wonen en school lopen maakt ons initiatief des te legitiemer,” meldt de organisator. Op zaterdag wordt door de Academie van Anderlecht Tekenen en Beeldende Kunsten aangeboden. Op woensdag organiseert de Academie van Brussel de klas Muziekinitiatie. Inschrijven voor deze ateliers kan nog tot eind september in de academies zelf of in GC Pianofabriek (www.pianofabriek.be). De nieuwe klassen zullen meewerken aan grotere projecten zoals de jaartentoonstelling 2014. JMB ADVERTENTIE
Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap
✆ 0800-15045
alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30
Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be
Schitterende meubelen, een bezoekster kijkt naar het portret van Maria Sèthe van Theo Van Rysselberghe.
BRUSSEL – Henry van de Velde in 553 stukken, daarmee pakt het Jubelpark uit ter gelegenheid van de 150ste verjaardag van ‘s mans geboorte. Van de Velde was een totaalkunstenaar en dat is op de expo duidelijk te zien. Dat het Jubelpark twijfelde om de tentoonstelling - die eerder in Weimar te zien was - naar Brussel te halen, is onbegrijpelijk. Wie de komst doordrukte, verdient een bonus.
D
e directie van het Jubelpark was in 1900 visionair. Het Jubelpark was het eerste museum ter wereld dat werk van Henry van de Velde (1863-1957) aankocht voor de pas opgerichte afdeling moderne sierkunsten: twee zesarmige, verzilverde kandelaars waarmee de tentoonstelling opent. Het Jubelpark telde er 850 frank voor neer. Te veel vond de directie, toen de koop al gesloten was. Van de Velde had er twee jaar aan gewerkt,
850 frank was het jaarloon van een ambtenaar. De kandelaars ogen perfect, de hele opzet van de tentoonstelling is absolute top. Ook de auteurs van de schitterende catalogus vragen zich vertwijfeld af hoe één enkele kunstenaar een zo omvangrijk en veelzijdig oeuvre kon realiseren. Van de Velde was de architect van de Gentse boekentoren, waarmee hij nog altijd bekendheid bij het grote publiek geniet, maar ook van schepen en spoorwegwagons.
Hij begon als schilder, maar gaf de schilderkunst alras op voor toegepaste kunst. In zijn oeuvre kwamen alles aspecten van het dagelijkse leven aan bod: kleren, sieraden, barometers, luchters, zilveren bloemenvazen, meerschuimpijpen, speelgoed, kachels, bestekken, wand- en meubelstoffen. Van de Velde was een internationaal figuur wiens carrière deels in Weimar afspeelt. Dat leidde tot tegenwerking in Frankrijk: Parijzenaars vonden dat hij te Duits was. De expo was eerder te zien in Weimar, maar de samenwerking tussen de Klassik Stiftung Weimar en de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis met Werner Adriaenssens heeft geleid tot een duizelingwekkend kunstenparcours – met schilderijen, wandtapijten, meubelen, maquettes, plannen, vazen
© DIETER TELEMANS
BDW 1394 PAGINA 21 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
Een kapsalon zoals je er geen meer vindt.
de Velde ontworpen werd. Het bestek, dat in totaal bestaat uit 375 stuks, heeft een marktwaarde van 500.000 euro. Aan de intieme tafel schuiven aan: Hélène Krôller-Müller van het gelijknamige museum, Harry Graf Kestler (die hem naar Weimar haalde) en de socialistische voorman Camille Huysmans (die hem terug naar België haalde). Ook Elisabethe Förster-Nietzsche, de zus van de filosoof, is erbij.
Grote vertwijfeling De expo laat zien dat kunst en ambacht bij van de Velde één geheel vormden. Van de Velde ziet de eigen woning als de ruimte bij uitstek voor de kunstzinnige ontwikkeling van ieder individu: “Dat is wat wij hebben gekozen, de schoonheid als middel om de maatschappij
te verbeteren. Ik kom in opstand en ik stel dat de schoonheid een wapen is en het middel revolutionair. Ik ken geen betrouwbaarder wapen noch middel!” Van de Velde had socialistische sympathieën, hij was naast alles-kunstenaar ook een begenadigd pedagoog, hij sloot zich aan bij de Britse Arts & Crafts-beweging, en lag zelf aan de basis van Bauhaus. Hij richtte ook de architectuurschool La Cambre op. Hij wordt gezien als een van de vaders van de art nouveau, het modernisme in de bouwkunst, het design, de
branding en het moderne kunstonderwijs. Het oeuvre van van de Velde mag dan overweldigend zijn, privé ging het hem niet altijd voor de wind. Hij begon zijn carrière met muziek en schilderkunst, maar ook in grote vertwijfeling. Hij eindigde in zelfgekozen ballingschap in Zwitserland. Maar daartussen bouwde hij, creëerde hij, schreef hij en organiseerde hij onaflatend. Het resultaat is te zien in het KMKG. Danny Vileyn
Henry van de Velde, Passie Functie Schoonheid loopt in het Jubelparkmuseum tot en met 12/01/14. Toegangsprijs 10 euro. Nocturne op 12-13/10. De catalogus van uitgeverij Lannoo kost 45 euro. Meer info op www.kmkg-mrah.be
© Dieter Telemans.
© DIETER TELEMANS
– met Belgische accenten. Zo laat een van de pronkkasten duidelijk de invloed van van de Velde op Val-Saint-Lambert zien. De expo eindigt met het bureau dat van de Velde ontwierp voor Koning Leopold III, het enige meubel van van de Velde dat wat ons betreft – wat betreft omvang alleen al – de perfectie niet benadert. Daartussen wordt ook werk gepresenteerd van kunstenaars die van de Veldes pad kruisten: Theo Van Rysselberghe, James Ensor, Toulouse-Lautrec, Edvard Munch en vele anderen. Op de expo hangt trouwens een heel mooi portret van Maria Sèthe, de echtgenote van van de Velde, van de hand van Theo van Rysselberghe uit 1891. Centraal op de expo staat een meterslange tafel met ergonomisch tafelzilver dat door van
Links: maquettes van de huizen die van de Velde heeft ontworpen. Rechts: een portret van de meester.
BDW 1394 PAGINA 22 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
Theater > Bâtard stelt pas afgestudeerd talent voor op Incubate
Brusselse bastaards in Tilburg
Tot en met zondag loopt in Tilburg een van Europa’s beste avontuurlijke festivals. Ruim driehonderd voornamelijk jonge bands komen aan bod, maar ook een flinke hap beeldende kunstenaars, theatermakers, schrijvers en cineasten. Sinds weken zijn de hotels in de Nederlandse stad volgeboekt. Incubate weet dan ook het grote publiek te lokken door kleppers te programmeren zoals Lambchop, Cocorosie of de Brusselse oudgedienden van Front 242. Dagelijks stelt Bâtard, een vrijwilligersorganisatie die sinds 2005 de belangen van starters
© TOM CALLEMIN
TILBURG – Voor het eerst in negen jaar gaat het Brusselse festival voor podiumkunsten Bâtard internationaal. Deze week stelt net afgestudeerd talent zich voor in Tilburg, op het alternatieve muziek- en kunstenfestival Incubate. Artistiek leider Dries Douibi spreekt van een kans uit de duizend. “We kunnen leren van de Nederlanders.”
voorbeeld bands suggereren of de teksten op de website aanpassen. Tilburg trekt 15.000 betalende bezoekers. Een fantastische kans om meer publiek te bereiken: in Brussel hebben wij zo’n 2.000 mensen. ‘Incubate’ groeide in een vijftal jaar uit van een nichegebeuren naar een middelgrote speler. Dit zonder hun horizontale manier van werken en hun erg avontuurlijke affiche op te geven. We kunnen dus veel leren van de Nederlanders.”
Bruin café
Bâtard programmeert op Incubate onder andere Benni Pohlig met de voorstelling Dance yourself clean.
in de podiumkunsten verdedigt, er een ander project voor. “We nemen de hele theaterprogrammering voor onze rekening. Incubate nodigde ons uit omdat onze festivals duidelijke parallellen vertonen,” zegt Bâtards Dries Douibi. “We trachten
beiden zo open mogelijk te werken. Zo stellen wij ons Brusselse festival – het programma maar ook de inhoud – in nauw overleg samen met kunstenaars en publiek. Diezelfde democratische houding zie je ook in Tilburg. Bezoekers kunnen bij-
De voorstellingen die Bâtard in Tilburg programmeert zijn bewust kleinschalig en laagdrempelig. Het gaat om interventies in de openbare ruimte of op ongebruikelijke plaatsen zoals een bruin café. Douibi: “De centrale vraag op de voorgaande editie van Bâtard was hoe makers zich het beste tot de lokale gemeenschap kunnen verhouden. Dat leeft in Tilburg verder. Omdat bezoekers niet altijd in groten getale de theaterzaal intrekken, stelde Incubate
voor op pleinen en straten te programmeren, plekken tussen de grotere festivallocaties. Zo krijgen we spontaan kijkers. In Tilburg tonen we kunstenaars die eerder op Bâtard passeerden plus jonge makers die ik in deze context vond passen.” De Nederlander Nick Steur brengt bijvoorbeeld Freeze! op het Heuvelplein. In die voorstelling perfectioneert hij een techniek die hem sinds zijn kindertijd bezighoudt: het eenvoudigweg opstapelen van stenen. In uiterste concentratie en met engelengeduld zien we de jongeman wankele constellaties bouwen. Dit poëtische werk draait rond stilte en contemplatie – zen. Van een heel andere orde is A dance to music from the guard house van de Brusselaars Siet Raeymaekers en Lieven Martens Moana. Zij brengen een zeer fysieke dansvoorstelling op live elektronische muziek in Paradox, Tilburgs podium voor actuele muziek. Van 5 tot 7 december vindt Bâtard voor de tiende maal in Brussel plaats. “We gaan op basis van openheid verder,” klinkt het. “In mei deden we een oproep over wat makers zorgen maakt. We kregen vragen over huisvesting, verloning of ecologie. Die trachten we in oktober naar een festival te vertalen op een congres met studenten van kunstscholen als Parts, Rits en de universiteiten. Op die manier hopen we te blijven bijleren van ons publiek.” Ive Stevenheydens
ADVERTENTIE
rs. urs tou w nto / on oo m o wo / .c k m o o o .c b k e o c o a b .f e w c w a .f w w w w
Tijdens een woontour verkennen we alle wijken van Brussel met een woonbril. U verneemt alles over huren en kopen in de hoofdstad. U krijgt er een heleboel praktische informatie over de buurten bovenop: de bereikbaarheid met het openbaar vervoer, de aanwezigheid van scholen en groen, de sfeer … Info en inschrijving via 0800 20 400 of www.woneninbrussel.be.
BDW 1394 PAGINA 23 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
© ARTWORLD
TELEX VADROUILLE filmprogramma nederlandstalige scholen
Artworld: een kruisbestuiving tussen fotografie en beeldend werk.
Praat
Op ontdekkingsreis in de Kelders achteraf
Gezien: Artworld, nog tot 22 september 2013, van 10u tot 20u in de Kelders van Abattoir, Jules Ruhlstraat, Anderlecht. (metro Clemenceau of Delacroix), www.abattoir.be, www.artworld.be, gratis.
De site rond de slachthuizen van Anderlecht blijven een terrain vague waar naargelang dag en tijdstip verschillende zaken aan de hand zijn. Tussen de vleesverwerking en de nering op de markten door, zorgt Cultureghem in de Kelders van Abattoir - zoals ze tegenwoordig heten - met regelmaat voor artistieke en socioculturele interventies en activiteiten. Zo loopt er nog tot volgende dinsdag een ultra-Brusselse tentoonstelling die fotografie aan ander beeldend werk koppelt. Het initiatief voor Artworld komt van twee Brusselse twintigers: Sanae Jamaï et Ilyas Essadek. Zij studeerde communicatiemanagement en belandde zo in de culturele sector. Hij studeerde internationale handel en journalistiek. Ontwikkelingswerk bracht hem daarna in verre landen, waar hij de lens van zijn fototoestel goed de kost gaf. Sanae en Ilyas ontmoetten elkaar in een theater, en stapten in april met hun concept voor deze tentoonstelling naar Cultureghem. Die korte termijn bleek toch genoeg om nagenoeg zonder middelen hun doel te bereiken. Idee was om Ilyas’ reisfoto’s te gebruiken als inspiratiebron. Omdat mensen dergelijke beelden toch altijd op een heel persoonlijke manier interpreteren, wilden Sanae en Ilyas wel eens zien op welke manier een reeks Brusselse beeldende kunstenaars dat zouden doen. Ze zochten tentoonstellingen, scholen en academies en het internet af naar onbekend talent en vonden zo een vijftigtal kunstenaars. Reizen bleek het geschikte thema om elkaars pad te kruisen. Op de vernissage waar ook Fadila Laanan en Rudi Vervoort naartoe waren getroond, klonken naar verluidt alle talen van de wereld.
Fasen van een reiziger Essadeks foto’s hangen vooral in de gang die de entree vormt. Legendes ontbreken omdat de beelden vooral dienen als uitgangspunt voor alles wat volgt. De foto’s zijn wel geordend volgens de fases die je op een reis kan doormaken: Solitude toont vooral de ruggen van eenzame bewoners in dorpen, steden, gebergtes en kustgebieden. In Regards veranderen de ruggen in gezichten die de fotogra-
ferende reiziger in zich opneemt: vluchtig of intens, met een oogopslag die verwondering, interesse, onverschilligheid of achterdocht verraadt. Tot slot is er Reflection: de reiziger komt zichzelf tegen in de confrontatie met het vreemde. Want ‘seul le chemin connaît le voyageur’, zoals helemaal op het einde van de tentoonstelling ook te lezen staat op een doek dat HMI op de vernissage zelf creëerde.
Artistiek engagement De eigenlijke tentoonstelling begint als de kleuren, landschappen en figuren op de foto’s gereflecteerd en vermenigvuldigd worden tot de kaleidoscoop van beelden, materialen en technieken die de beeldende kunstenaars creëerden. Alicia Eyg breekt portretten tot mozaïeken met felle kleuren, Carine Leroy laat haar onderwerp met verbluffend vaste hand vervloeien op een groot doek, Radouane Dahmouni tovert met spijkers en licht, Cash met blacklight, Imade Monadi eert met enkel een potlood en aandoenlijke toewijding de mooie ogen van haar model, verschillende kunstenaars verleggen de grenzen van grafitti, street art en kalligrafie. Een fijn aspect van de tentoonstelling is dat bepaalde beelden en portretten steeds terugkeren. Mede door de labyrintische indeling van de Kelders waan je je zo in een spiegelpaleis. Soms zijn de herinterpretaties van eenzelfde foto ook frappant divers. Mooi is ook dat sommige foto’s door de herwerking haast iconische kwaliteit krijgen, zoals in de sjabloonportretten van Yassine Belarbi, die ook een werk in braille maakte. Daarnaast worden er ook montages gemaakt van verschillende beelden. Debutant Achille Kazadi assembleerde zelfs vijftien verschillende foto’s tot één tekening die de contouren van het Brussels gewest meekrijgt. Het liefhebbersgehalte van verschillende werken is groot, maar de organisatoren wilden iedereen die artistiek engagement toonde, de ruimte geven. Zo belandden ook de therapeutische werkjes van de borstkliniek Sint-Jan op de tentoonstelling. En wie zich niet kon inhouden en een hele serie produceerde, kon ook zijn gang gaan. Hopelijk profiteren alle kunstenaars van de zichtbaarheid die ze ook op de website krijgen. De tentoonstelling is gratis, maar het geld dat je in de lounge spendeert, komt ten goede aan de vereniging Dafa Yow, die educatieve projecten in Senegal ondersteunt en daarbij ook oog heeft voor artistieke vorming. Michaël Bellon
BRUSSEL – Ciné Galeries slaat de handen in elkaar met de verenigingen Lessen in het Donker en Jekino voor een filmprogramma op maat van de Nederlandstalige scholen in Brussel. Bedoeling is om kleuters en scholieren kennis te laten maken met en ook warm te maken voor de minder commerciële film. Het programma biedt een divers palet, gaande van inventieve animatiefilms voor de allerkleinsten tot maatschappelijk relevante documentaires voor jongeren. Zowel klassiekers komen aan bod (De Witte Ballon, Billy Elliot) als recente meesterwerkjes (Ernest en Celestine, Nono, Hannah Arendt). Van humoristische prenten (Rumba, Moonrise Kingdom) tot gevoelige films die de complexiteit van de kindertijd en adolescentie niet schuwen en ze
soms in een nieuw daglicht plaatsen (Where the Wild Things Are, An Education). “Als er sprake kan zijn van een grootste gemene deler is dat misschien de poëtische kwaliteit van de geselecteerde films,” luidt het bij Galeries. Elke film wordt voorzien van de nodige omkadering, gaande van lessuggesties tot een voor-of nagesprek in de zaal of een workshop in de klas. Bij de aftrap woensdag maakten een dertigtal scholen kennis met de formule. Vlaams Onderwijsminister Pascal Smet (SP.A) ondersteunt het project. “Vanaf dit schooljaar verzorgt Galeries op mijn vraag een aangepast programma voor scholen. Ik hoop dat de Brusselse scholen massaal intekenen op dit uitstekende initiatief.”
GRATIS UITGAANSTICKETS VOOR SENIOREN BRUSSEL – Cultuurschepen Karine Lalieux (PS) stelt samen met eerste schepen Alain Courtois (PS), bevoegd voor Senioren, meer gratis uitgaanstickets ter beschikking van senioren. Het aantal gratis plaatsen voor evenementen in Brusselse cultuurhuizen werd vanaf september opgetrokken tot 1200, dat zijn er 200 meer dan vorig seizoen. Ook het aantal theaters waar de tickets gebruikt kunnen worden, is fors gestegen. De vrijbonnen mogen nu ook gebruikt worden voor concer-
ten en dansvoorstellingen in het operahuis De Munt, in het centre culturel Riches-Claires, het Théâtre de Poche en voor de programmatie in de Brigittines. De KVS en het Théâtre National deden eerder al mee. Vanaf vandaag (19/9) kunnen senioren twee tickets per gezin afhalen (Sint-Katelijneplein 17, tussen 13 en 16 uur) tot de voorraad strekt. Opgelet vooraleer u uw jas aantrekt en het huis uit snelt: u moet als senior wel gedomicilieerd zijn in de JMB Stad Brussel.
ADVERTENTIE
BDW 1394 PAGINA 24 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
Gastronomie > Brussel maakt zich op als gaststad voor de Week van de Smaak
Witloof, bier en brochetten E
en stad uitroepen tot Stad van de Smaak is een traditie in de Vlaamse Week van de Smaak. Dit jaar is het thema ‘water en vuur’. De organisatoren hebben het dit jaar zo uitgelegd: “Wie Brussel zegt, zegt een waslijst aan culinaire iconen en inspiratiebronnen, een mix van nationaliteiten en culturen, een gigaaanbod van toprestaurants, lokale en internationale keukenspecialiteiten. Ruim genoeg voorhanden dus om de ankerpunten water en vuur uit te spelen en te verenigen. Wie tot rust wil komen aan het water, een vurig feestje wil bouwen, lekker wil eten of zich op vakantie wil voelen in eigen (hoofd)stad, doet er goed aan zijn oog op Brussel te laten vallen. En al helemaal tijdens de Week van de Smaak 2013.”
Maag van België Kortom: Brussel is de maag van België, en dat mag nog maar eens duidelijk gezegd worden. Het thema water en vuur - nodigt uit om mee te surfen op vernieuwende tendensen op culinair gebied, maar evengoed om te duiken in eeuwenoude tradi-
© WEEK VAN DE SMAAK
BRUSSEL – Wie vorige donderdag aan Sainctelette over de brugleuning keek, kon er de Gentse Barge zien liggen. De reconstructie van de historische trekschuit is dit jaar omgedoopt tot de Smaakboot en zal in november door Vlaanderen varen. Brussel, uitgeroepen tot Stad van de Smaak, krijgt de boot dan twee dagen op bezoek. ties. Beide elementen verwijzen ook naar wedstrijden en culinaire duels. Maar ook elk apart staan zij hun mannetje: roken, stomen en stoken, vis en de zee, koffie en jenever, bier en kraantjeswater, havens en rivieren. Allen worden ze op een eigenwijze manier in de verf gezet tussen 14 en 24 november.
Inschepen in stijl De Smaakboot sluit aan bij het nieuwe thema. De boot vaart van 14 tot 24 november – want dan vindt de Week van de Smaak plaats – dwars door Vlaanderen en Brussel voor een historische culinaire tocht langs elf steden (van Zeebrugge naar Hasselt). Schepen dagelijks in: een topchef, een witloofteler en een biersommelier, samen met veertig gelukkigen. Die genieten aan boord van de Smaakboot van een driegangenlunch, met witloof en streekbier in de hoofdrol. ’s Avonds worden ze verwelkomd in de volgende ankerstad waar ze overnachten. De dag daarna vaart de boot uit met andere gasten, klaar voor een nieuw culinair avontuur.
Tijdens de Week van de Smaak schepen dagelijks een topchef, een witloofteler en een biersommelier in, samen met veertig gasten.
ADVERTENTIE
Evenement > Nocturnes van de Brusselse musea
Musea maken het bont
Op 19 september wordt de dertiende editie van de museumnocturnes van de Brusselse Museumraad feestelijk geopend in het BIP en het Belvue Museum. Tot 12 december bieden op donderdag telkens andere musea een speciaal avondprogramma aan tot 22 uur. De ateliers en (wandel) voordrachten zijn dit jaar geïnspireerd op het thema kleur. Wie wat onder de oppervlakte wil graven, kan in de Musea van het
© KLM
BRUSSEL – Lichaam en geest houdt u fit met een partijtje Twister op een reuzekaart van Brussel en met de quizvragen van Brussels Pursuit in Brussels Info Plein. Of doolt u liever in het schijnsel van een zaklantaarn tussen de resten van het paleis op de Coudenberg? Verre Oosten uitleg krijgen over kleurtechnieken als schijnporselein en inlegwerk met blauwe ijsvogelveertjes. En in het Erasmushuis over de verschillende lagen van paneel tot vernis bij het werk van Jeroen Bosch - alleen jammer dat deze uiteenzetting over ‘den duvelmakere’ niet in het Nederlands wordt gegeven. Het Charlier Museum hoopt dat het Indiase coloriet van zijn tentoongestelde Brusselse schilder Jean Robie zal helpen bij het kiezen van uw
eigen kleurenpalet. In het Museum van Elsene werken uw spruiten met kleuren tot ze zoals bij Victor Vasarely lijken te trillen. Tijdens een sessie camouflagetechnieken in het Legermuseum laten ook jongens zich schminken. Meeborduren, insiders en outsiders samen, aan een collectief werk in het Art & Marges Museum of mannetjes van speculaas maken in het Brussels Museum van de Molen en de Voeding en daarmee een stukje kannibalistische volkscultuur doen herleven: via My Nocturnes op de website kan u uw eigen programma (let op eventuele reserveringen) samenstellen en naar uw vrienden sturen. Slechtzienden of blinden kunnen begeleiders aanvragen die een kleurrijke taal hanteren. An Devroe
BDW 1394 PAGINA 25 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
In Brussel komen ze aan op 19 november. De gasten logeren in het Meiningerhotel, vlakbij het kanaal in Molenbeek. Op woensdag 20 november vertrekt de Smaakboot nog niet. Of toch wel, maar hij blijft in Brussel. De organisatie nodigt de veertig passagiers uit om de stad te bekijken met andere ogen, namelijk vanop het water. David Martin (van La Paix) verzorgt het voorgerecht, terwijl de boot koers zet richting Anderlecht.
Tien soorten brochetten I n de slachthuizen van Anderlecht komt hip Brussel al eens naar het afterwork evenement Boeremet en
Elk land heeft zo zijn variant van de brochette. En Brussel heeft er tien. Want zoveel verenigingen maken in de Abattoir hun versie van de brochette klaar, inclusief bijgerechtje. tijdens het weekend vind je hier de grootste markt van België. De Abattoir is trouwens het enige slachthuis in Europa dat zich nog in het stadscentrum bevindt. Op 20 november slijpen tien Brusselse verenigingen er de messen. Niet om te slachten, wel om te grillen. Grill Kanal vindt plaats van 12u tot
15u en zet de brochette in al haar facetten in de kijker. Multicultureel, verrassend en lekker: van shish kebab uit Turkije tot Griekse souvlaki, van satay uit Thailand tot Portugese espetadas; elk land heeft zo zijn variant van de brochette. En Brussel heeft er tien. Want zoveel verenigingen maken in de Abattoir hun versie van de brochette klaar, inclusief bijgerechtje. Extra inspiratiebron is chef David Martin, die in een kookdemo één van zijn ultieme grillspecialiteiten klaarmaakt. Niet alleen de passagiers van de Smaakboot kunnen komen genieten van de minibrochettes: iedereen die in Brussel woont, werkt of toevallig op bezoek is, is welkom om te komen proeven van de minibrochettes én om te stemmen op zijn favoriet. Naast de publieksjury is er ook een professionele jury aanwezig om onder leiding van David Martin te beslissen wie naar huis gaat met de hoofdprijs, een ‘gouden brochette’. Ontwerpers Kimy Gringoire en Alex Lejeune ontwierpen voor de winnende vereniging een juweel, een symbolische ‘gouden brochette’. Ook het publiek maakt kans op een fantastische prijs: de professionele Broil King Imperial waarop David Martin die dag de grill-demo doet, gaat mee met een gelukkige winnaar. Wie mee wil reizen met de Smaakboot - niet alleen in Brussel maar ook op de andere trajecten die het schip afl egt - moet deelnemen aan een wedstrijd op de website van het evenement (www.weekvandesmaak.be). Je kan kiezen tussen een fotowedstrijd over witloof of een quiz over bierkennis. De winnaars krijgen duotickets om deel te nemen en kunnen dan een trip naar keuze boeken. Nick Trachet
www.weekvandesmaak.be
ADVERTENTIE
Sociale Verhuurkantoren (SVK)
Verhuur uw woning zonder risico en zonder zorgen
a Gegarandeerde huur elke maand a
Verzekerd verhuurbeheer
a
Onderhoud van uw woning
a Hulp bij renovatie a Fiscale voordelen
www.fedsvk.be 02 412 72 44
Nick Trachet BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT
Urd Kleine plezante boontjes uit een ver land. Belangrijk voedsel voor de hele mensheid. We moeten wat meer om bonen geven. De historici hebben het soms over de ‘Columbiaanse uitwisseling’. Columbus voer naar Amerika en kwam terug met allerlei nieuwigheden voor de keuken (en één vieze ziekte). De indianen hielden er heel wat minder aan over. Maar veel van die nieuwigheden zouden ons continent traag veroveren. De aardappel zou twee eeuwen treuzelen vooraleer aanvaard te worden, de tomaat vier! De rest van de lijst oogt indrukwekkend: chilipepers en cacao, maïs en maniok, de barbarie-eend en de kalkoen kwamen uit Amerika. Veel minder opvallend kwamen er ook bonen mee naar Europa. Witte, groene, bruine, sperzie- en boterbonen van het geslacht Phaseolus. Ze zijn allemaal Amerikaans van origine. Maar we zouden daarbij bijna vergeten dat de Oude Wereld al bonen kende voor Columbus: de tuinboon, de erwt, de linze en de kikkererwt, om te beginnen. Daarom gingen die nieuwe soorten geruisloos op in de bestaande eetcultuur. Men zegt soms dat de struikbonen Amerikaans zijn en de staakbonen (klimbonen) Euraziatisch, maar zo eenvoudig is het nu ook weer niet. Bonen groeien gemakkelijk. Bonen zijn waarschijnlijk het oudste landbouwgewas, nog voor de granen. Ze hebben in de natuur ook een wonderlijke samenwerking met bacteriën ontwikkeld waardoor ze hun eigen bemesting verzorgen. De boonachtigen, de familie van de Fabaceae, hebben die eigenschap met elkaar gemeen en voor de wereldlandbouw is dat van cruciaal belang, zeker nu energie en dus kunstmest duur worden. Een seizoen bonen telen op een stukje grond en de vruchtbaarheid gaat omhoog. En het is nog vrij evenwichtig voedsel ook. In Azië kenden ze de soja, maar ook de mung en, zo leer ik pas, de urd . Wat? De urd . Maar men mag ook u rid of urad zeggen, al klinkt dat niet veel beter. Het zijn vrij kleine soorten boontjes die elkaar in zekere zin overlappen. Herinner u dat taugé , hier verkocht als ‘sojascheuten’, niet van soja, maar van mungbonen wordt gemaakt. Nu zijn mungbonen ( Vignia radiata) danig verwant met urd bonen, dat ze tot niet zolang geleden als variëteiten van dezelfde soort werden beschouwd. Modern wetenschappelijk inzicht maakt dat de urd echter als een andere soort mag worden beschouwd. Ze gaven de boon de naam Vigna mungo. Dat vertaalt zich als ‘mung(o)boon’. Probeer het allemaal maar te onthouden! Maar waar wetenschappers het moeilijk maken, kennen de keukenpieten hun bonen wel uit elkaar.
De mung staat ook bekend als golden gram of g reen gram, de urd als black gram of ... white gram! Verlies de moed niet, beste lezer. Ik zal het uitleggen. Als de boontjes heel zijn, ziet de mung er groen uit en de urd veel donkerder, bijna zwart. Maar eenmaal dubbel gedopt - dat is wanneer de zaadhuid van elke boon wordt verwijderd en enkel de zaadlobben overblijven - dan is het vruchtvlees van de mungboong goudgeel en dat van de urd wit. Om het verhaal te besluiten: de zaadlob van de linze ( Lens culinaris) is groen (en van een andere soort roze). Dat heeft in de keuken allemaal zijn waarde. Urd is dus in verschillende vormen terug te vinden. Er wordt ook meel van gemaakt. Bonenmeel. Daarvan kunnen lekkere balletjes worden gebakken, maar ook papadum of Indische chips worden van urd en urdmeel gemaakt. Ik kocht een zakje hele, ongedopte urd bij de Pakistaan. Ik zette een portie te week in gekookt (maar koud) kraantjeswater. Van gekookt water zijn de kalk en sommige andere zouten immers neergeslagen, hard of kalkrijk water maakt het velletje van bonen hard. Daarom gebruiken ook veel huismoeders regenwater om bonen te weken en te koken. Dat weken is voor urdbonen niet echt nodig - ze moeten toch al zo lang koken - maar ik wou kijken of ik er ook scheuten van kon kweken. En ja hoor, ze sproten enthousiast uit en na enkele dagen kon ik voor mijzelf een kiemenslaatje klaarmaken. Dat spruiten gebeurt best in het donker, want anders worden de kiemen onmiddellijk groen. Dat ze zo goed kiemen, houdt ook nog ander goed nieuws in: het betekent dat de boontjes niet werden bestraald of op een andere hoogtechnologische manier gedood. Met de rest van de geweekte urd heb ik urddal gemaakt. Dal is een Indisch gerecht van bonen of linzen dat het midden houdt tussen soep en puree. Ik gebruikte hele bonen, maar vaak gebruiken de Indische mama’s de dubbel gedopte. Dat doen ze voor de
“Bonen zijn waarschijnlijk het oudste landbouwgewas, voor de granen. Ze hebben in de natuur ook een wonderlijke samenwerking met bacteriën ontwikkeld waardoor ze hun eigen bemesting verzorgen” kleur maar ook omdat ontvelde bonen een gladdere pureesoep oplevert. Laat de boontjes zacht koken in (regen)water, met een ajuin en enkele tenen look erbij (geen zout!). Dat mag een paar uur duren. Bij de eindbereiding laat u een ajuin stoven in arachideolie (of geklaarde boter, g hee) samen met gehakte selder. Gooi in de stovende olie enkele lepels goed kerriepoeder en laat die binden met het vet. Doe er dan de bonen bij en zoveel water (of groentebouillon). Laat gedurende onbepaalde tjid afkoken, pureer het geheel door er in te roeren en te stampen, tot de soep de voor u ideale dikte heeft bereikt. Kruid af en maak ze zo heet als u wenst met chilipepertjes. Versier met gestampte korianderbolletjes en een scheut kokosroom. Hier hoort uiteraard Indisch plat brood bij. Smakelijk! nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet
BDW 1394 PAGINA 26 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
Susie Jones: “Ik beleef het beste van twee werelden: ik heb sterke banden met Brussel en tegelijkertijd kan ik de nomade in mezelf botvieren.”
© MARC GYSENS
Susie Jones: nieuwe paden na de Europese Commissie
‘Zeg nooit nooit’ ETTERBEEK – “Ik verwacht mijn eerste kindje. Mijn instinct zegt me voor roots te zorgen en het kleintje bijvoorbeeld naar een plaatselijke school te sturen in plaats van naar een internationale. Roots laten toe iets op te bouwen. Dat heb ik in mijn kindertijd niet gekund.” Susie Jones ruilde enkele jaren geleden haar prille carrière bij de Europese Commissie in voor yogales geven en scholieren met aanpassingsmoeilijkheden begeleiden.
G
een roots kunnen opbouwen, het had te maken met vaders beroep. Een beroep dat hem naar de vier windstreken voerde . “Ik ben geboren in Londen. Zes maanden later zat ik al op de Seychellen. Mijn vader was en is nog steeds actief als statisticus. Veelal in ontwikkelingslanden, waar hij helpt bij het optimaliseren van boekhoudkundige systemen. In mijn kindertijd en jeugd heb ik veel landen gezien. Het maakte dat ik me overal en tegelijkertijd nergens thuis voelde. Maar het heeft me een open blik op de wereld en op
verschillende culturen gegeven. Dat is onbetaalbaar. Dat ik uiteindelijk besloot om Sociale Antropologie te studeren, in Cambridge, zal er ongetwijfeld mee te maken hebben.” “Na mijn studies heb ik een jaar gewerkt voor Television Trust for the Environment, gespecialiseerd in producties over milieukwesties en sociale zaken. Vervolgens ben ik, aangemoedigd door vrienden, begonnen aan een stage binnen het Media-programma van de Europese Gemeenschap. Het was meteen ook mijn eerste kennismaking met Brussel. Ik woonde
in een piepkleine studio in de Marollen, het hart van Brussel en een waanzinnig interessante buurt. Ook heb ik het geluk gehad al snel enkele Belgen te leren kennen. Dat is niet evident voor expats. Daaruit zijn mooie vriendschappen gegroeid én een liefdesrelatie met een Belgische man.” “Het maakte dat ik na mijn stage echt niet klaar was om Brussel weer te verruilen voor Londen. Ik hield van het leven hier. Brussel heeft een internationale uitstraling en is tegelijkertijd op mensenmaat gesneden. Minder stresserend, minder speedy dan Londen, waar ik ruim een uur onderweg was naar mijn werk. Hier kan je alles te voet of met de fiets doen zonder veel tijd te verliezen. Werken met mensen uit alle delen van Europa, is bovendien verrijkend. Net zoals de kennismaking met de Belgen toen was. Ik hou van hun gemoedelijkheid, hun gastvrijheid, hun gevoel voor humor. België is voor mij ook een heel merkwaardig
land, met al die verschillen op een toch wel kleine oppervlakte. En Brussel heeft me in zekere zin de vrijheid gegeven mijn eigen weg te zoeken. De hoofdstad is een biotoop waar je anders mag zijn, waar iedereen in feite een minderheid is.”
Vrij als een vogel Na de stage rolde Jones in enkele jobs binnen de programma’s van de Europese Gemeenschap. Ze hield zich bezig met projectmanagement en research. “Zo kon ik aan een mooi researchproject werken rond Europese culturele hoofdsteden. De job stond me toe te reizen en andere culturen op te snuiven. Ik kwam in Lille, Porto, Helsinki, Stockholm, IJsland, Praag... Daarna kon ik voor de Europese Commissie werken. Dat werk was goedbetaald en interessant. Maar diep binnenin voelde ik dat het niet was waar ik met mijn leven heen wilde. Mijn nevenactiviteiten vond
BDW 1394 PAGINA 27 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
ik zoveel interessanter. Ik volgde lessen fotografie aan de academie en yogatraining om lerares te kunnen worden. Dus heb ik er na twee jaar de brui aan gegeven. Het was een scharniermoment, ook omdat mijn relatie met mijn Belgische vriend op de klippen was gelopen.” “Veel eindes waren het én een verlangen om iets anders te zoeken. Maar ook twijfel, angst... Omdat alles weer open lag. Wat nu? Ik heb toen veel gereisd dankzij mijn spaarpotje. Als een pijl uit een boog vloog ik naar India. Het plan was om er een jaar te blijven. Uitein-
“Brussel heeft me in zekere zin de vrijheid gegeven mijn eigen weg te zoeken. De hoofdstad is een biotoop waar je anders mag zijn, waar iedereen in feite een minderheid is” delijk zijn het er twee geworden. Ik wilde niet weg. Ik voelde dat wat ik wilde doen, nog niet af was. Ik heb vanuit India veel gereisd en zijsprongen gemaakt: naar China, Tibet, Nepal... Zo vrij als een vogel voelde ik me, en niet gedwongen in een rol. Ik was er een vrouw alleen in een vreemde wereld, maar nooit heb ik me bedreigd gevoeld. Mensen leggen makkelijker contact met je als je alleen reist. Het maakte dat ik geregeld iemand leerde kennen, met wie ik dan enkele weken optrok. Endelijk kon ik weer beginnen te ontdekken wie ik was en wilde zijn.” “Ik heb er ook yogatraining gevolgd bij de Isha Foundation in Tamil Nadu, een prachtige, vreedzame plek. Ik heb er als vrijwilligster meegewerkt aan het project Green hands, dat draait rond het planten van bomen. Ook heb ik massagelessen en meditatieretraites gevolgd in Thailand. Het was een formidabele periode. Ik zoog alles op. Het was een reis doorheen mezelf. Ik ging ver weg om mezelf weer te ontdekken en om vertrouwen te tanken, om te kunnen doen wat ik wilde doen met mijn leven”.
mogelijk was te leven op een andere manier dan voorheen. Op de manier die ik wilde. De eerste maanden waren een schok. Moet ik weer gaan werken om de kost te verdienen? Ik koos voor Brussel omdat ik hier een netwerk had. Een kantoorjob liet ik links liggen. In de plaats daarvan ben ik yogalessen beginnen te geven – zij het aanvankelijk met weinig vertrouwen. Als interimkracht kon ik ook aan de slag in The British School of Brussels, in Tervuren. Ik kon er werken met de jongsten. Van de kinderen heb ik veel opgestoken, omdat ze leven in het hier en nu, onvoorwaardelijk. Hun creativiteit en hun levendigheid vind ik schitterend. Maar het eist ook veel van je: het dwingt je alert te blijven. En sinds dit jaar werk ik met jongeren met aanpassingsmoeilijkheden. Het is een nieuwe uitdaging, want meer one on one, daar waar ik voorheen met groepen werkte. Het is een nieuwe uitdaging, maar het voelt vooral bijna niet aan als werken, meer als leven. Alles vloeit ineen.” “Mogelijk ligt ook mijn toekomst hier, ja. Maar zegt nooit ‘nooit’. Brussel is voor mij nu ‘thuis’, maar gaat het dat steeds blijven? Er is nog steeds dat nomadische stemmetje dat weigert te zeggen: ‘Ik ben en blijf hier’. Wel is de kans groot dat het de laatste stad is waarin ik zal wonen, want de natuur spreekt me eveneens aan. Maar wat steden betreft, is en blijft Brussel voor mij top, vooral door het vele groen. Het Zoniënwoud binnen handbereik hebben, is formidabel. Ik heb er zelfs al bomen geplant. Maar reizen zal steeds in mijn bloed zitten. Nog steeds ga ik af en toe terug naar India: om aan yoga of vrijwilligerswerk te doen. Ik beleef het beste van twee werelden: ik heb sterke banden met Brussel en tegelijkertijd kan ik de nomade in mezelf botvieren”. “Zo heb ik twee jaar geleden het voorrecht gehad in de Anandwan Leprosy Community in Centraal-India te mogen vertoeven. De beweging is zestig jaar geleden ontstaan als een gemeenschap van lepralijders, maar is doorheen de jaren geëvolueerd tot een vrijhaven voor verschoppelingen. Ze hebben er onder meer een school voor blinde en slechthorende kinderen. Je zou er miserie verwachten, maar in werkelijkheid is het een hele mooie plaats, waar iedereen iedereen helpt, waar niemand zichzelf opstelt als slachtoffer. De beweging stelt zich buiten de conventies van de maatschappij. Voor mij is het als een soort Utopia, beklijvend en inspirerend. Waarom heb ik het nu pas ontdekt?” Karel Van der Auwera
Utopia Toch koos Jones ervoor terug te keren naar Europa. Naar Brussel. “Blijven zou aangevoeld hebben als de makkelijke weg. Dus ben ik weergekeerd naar Europa om te zien of het
www.yogaroots.be
3 VRAGEN AAN EVELYN CRUYT
‘Zotte wetenswaardigheden over Brussel’ Het Gentse Vizit organiseert stadstours in elf steden en gooit deze week de gebruiksgids Brusselse toeren op de markt. Een praktische gids voor wie Brussel zelfstandig wil ontdekken, weg van de platgetreden klassiekers zoals de Grote Markt. “We brengen het verhaal achter de stenen,” tipt coördinator Evelyn Cruyt. Als vanuit Vlaanderen Brussel aangeprezen wordt, moet er een reden voor zijn. Evelyn Cruyt:”We hebben eerst een vijftal jaren enkel in Gent gegidst. Als tweede stad kozen we twaalf jaar geleden voor Brussel. Enerzijds omdat enkele van onze gidsen er waren gaan wonen. Anderzijds omdat we het een ongelooflijk toffe stad vinden. Het evident toeristische Brugge laten we bijvoorbeeld links liggen, maar een stad als Brussel kan je moeilijk vatten zonder iemand die de stad van binnenuit kent, of zonder gids of boekje.” Hoe vallen mensen te overtuigen dat er in Brussel veel bijzonders te zien is? Evelyn Cruyt: “Het boekje helpt voor wie de stad ook vanuit de luie zetel wil leren kennen. Voor onze eigenzinnige adresjes speuren we alsmaar rond. Dat zorgt voor prikkelende ontdekkingen. We proberen met Vizit altijd het verhaal achter de stenen te zoeken, met historische anekdotes en alle (soms zotte) wetenswaardigheden. Het brengt ons bij de ‘mentaliteit’ in Brussel – iets wat intrigeren kan zijn voor niet-Brusselaars. Mensen willen in hun fantasie geholpen worden om het Brussel van vroeger te begrijpen. Daar dient een gids voor.” Waar vindt u de extra’s over Brussel die u wilt delen? Evelyn Cruyt: “Ik zit hier iets te lezen over de rijkste families van België en de negentiende eeuw. Dat is iets dat ik kan gebruiken bij het gidsen langs de Brusselse hôtels de maître. Een verhaal kunnen koppelen aan
Cruyt: “Een stad als Brussel kan je moeilijk vatten zonder gids of boekje.”
een plek in de stad, daar komt het bij een gids op aan. In het boekje brengen we verhalen als over de Britse schrijfster Charlotte Brontë, die in Brussel op kostschool zat en er verliefd werd op haar leraar. Of over de Zuid-Italiaanse anarchist Rubino, en hoe hij het plan beraamde om hier Leopold II te vermoorden.”
Jean-Marie Binst
Brusselse Toeren, Lannoo, 160 blz., 15,99 euro, www.vizit.be
De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 15 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van Brussel Deze Week vzw. Buiten België 25 euro per jaar. OPLAGE 70.490 exemplaren. PROMOTIE EN DISTRIBUTIE Ute Otten, Paul De Weerdt, Maurice Droogh. ADVERTISING MANAGER Rika Braeckman: 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. MARKETING MANAGER Frederik Welslau. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne. COÖRDINATIE Kim Verthé. EINDREDACTIE Ken Lambeets (eindredactie@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst, Christophe Degreef, Bettina Hubo, Patrick Jordens, Steven Van Garsse, Danny Vileyn. BRUSSELNIEUWS Kris Hendrickx (nieuwsmanager), Sandra Schreurs (projectcoördinator), Jelle Couder, Goele de Cort, Eric Vancoppenolle, Laurent Vermeersch. REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele, Gerd Hendrickx. MEDEWERKERS Michaël Bellon, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, Freddi Smekens, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt. FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh. VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie. Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
Deze foto maakte Susie Jones tijdens een reis naar Thailand.
ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).
BDW 1394 PAGINA 28 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
Atletiek > Will Oyowe pakt vijfde plaats op het wereldkampioenschap met de aflossingsploeg
‘Ik ben nog een ruwe diamant’ BRUSSEL – Zo goed het parcours van de broertjes Borlée is gepland, zo atypisch verloopt het traject van Will Oyowe (25). De stevige bink werkte zijn schoolloopbaan af in Engeland en ontwikkelde er de liefde voor lopen. Met vallen, opstaan en heel wat doorzettingsvermogen verwezenlijkte hij deze zomer een eerste droom: een vijfde plaats op het wereldkampioenschap met de 4x400 meter aflossingsploeg. En dit is nog maar het begin. “Het kon de trainers die ik tijdens mijn jeugd (in Engeland, red.) zag passeren echt niet deren,” vertelt Oyowe. “Het waren oude mannen die zelf helemaal niet gemotiveerd waren. Ik kreeg zelfs te horen dat ik het toch niet zou halen. Zij hebben mij heel wat tijd doen verliezen. Uiteindelijk heb ik zelf de zaken in handen moeten nemen om te geraken waar ik nu ben.” Oyowe werd in Brussel geboren, maar ging vanaf zijn zevende zijn hele schoolloopbaan lang naar Engelse scholen. Het is ook daar dat zijn liefde voor atletiek ontstond, al groeide die uit tot een turbulente relatie. “In 2008 had ik er een slecht seizoen op zitten en dacht ik zelfs eventjes aan stoppen. Tot ik de Olympische Spelen op televisie zag. Ik besefte dat dat was wat ik wilde. Op een bureau werken, een hele dag lang? Nee, dat is niets voor mij. Dus nam ik mijn lot in handen. Tot dan toe was mijn voeding niet aangepast en, zoals gezegd, hielpen de coaches me helemaal niet.” “Ik wist dat ik goed was. Veel atleten met wie ik trainde, haalden de tijden niet die ik, amper getraind, haalde. Dat wilde toch wel iets zeggen. Ik besefte ook wel dat ik met het aanleren van de juiste techniek nog sneller kon lopen.”
de CLUB
Will Oyowe: “Op zo’n wereldkampioenschap besef je dat er nog heel wat zaken beter moeten. Maar ik heb nog wat jaren voor de boeg om te tonen wat ik echt in mijn mars heb.”
Tijdens zijn laatste jaar aan de universiteit ging de Brusselaar onder meer aan de slag met trainingsschema’s die hij op het internet vond.
Hij paste zijn levensstijl ook aan en maakte vooruitgang. Maar op die hobbelige weg kwam hij heel wat verrassingen tegen.
© ERIC LALMAND / BELGA
“Hoe meer ik over atletiek las, hoe meer ik besefte dat het iets is dat veel meer inhoudt dan ik dacht. Ik dacht dat het eenvoudig is, dat het
Bike Polo Brussels
‘Verwacht geen ruwe, bebaarde mannen’ SINT-GILLIS – Bike polo is nog steeds niet doorgebroken in de hoofdstad. De Brusselse harde kern is nochtans zeer actief en op zoek naar nieuwe speelmaats. Dit weekend wordt op het Moricharplein Le Grand Royal georganiseerd: een tornooi dat, wie weet, nieuwe zieltjes kan winnen. Heeft u er geen idee van wat bike polo is? Stel u een veld voor van (bij voorkeur) veertig meter op twintig, met boarding rondom. Daarop twee ploegen van drie spelers die er alles aan doen om als eerste vijf doelpunten te maken. De spelers zitten op een fiets, mogen de voeten niet op de grond zetten, en bespelen de bal met een stick. En ook dit nog: de duels zijn bij momenten stevig. Ziet u deze sport zitten? Dan moet u dit weekend zeker afzakken naar het Moricharplein in Sint-Gillis, waar de tweede editie van Le
Grand Royal doorgaat. Een tornooi met een koninklijk tintje, want de naam is een verwijzing naar de troonswisseling die plaatsvond toen de organisatie op poten werd gezet. “Zestien ploegen afkomstig uit België, Zwitserland, Engeland, Frankrijk en Duitsland zullen het dan tegen elkaar opnemen,” vertelt medeorganisator Antoine Salemi (35). “Op zaterdag worden de poulematchen betwist: verschillende rondes waarin iedereen uiteindelijk tegen elkaar speelt. Op de autoloze zondag gaat de eliminatiefase in, om zo tot de finale te komen. Wie dan in de namiddag langskomt, mag zeker zijn dat hij bike polo op hoog niveau te zien krijgt.” Dat het tornooi op een dag wordt gehouden waarop de auto wordt geweerd uit de hoofdstad, is uiteraard geen toeval. In navolging van de eerste editie, vorig jaar, hopen ze op heel wat belangstel-
Bike Polo Brussels: “Onze ambitie is een eigen veld vinden.”
ling van al dan niet toevallige passanten. “Toen namen alleen Brusselse en Antwerpse ploegen deel. Op zo’n autoloze zondag heb je sowieso heel wat mensen die van alle windstreken naar Brussel komen voor een aangenaam moment. Dit is een leuke manier om onze sport te promoten. Er is alvast plaats genoeg om veel volk te ontvangen. En wie weet kunnen we zo de ene of andere speler aantrekken. Het is alvast de moeite waard om eens langs te komen. De sport is zeer spectaculair, intens en technisch. Je moet het eens gezien hebben!”
Nieuwe spelers zouden meer dan welkom zijn. Brussels Bike Polo is een collectief van een twintigtal spelers die zeer actief zijn in binnen- en buitenland. Zo bouwden ze een aardig netwerk op waardoor ze voor Le Grand Royal ook een mooi deelnemersveld konden samenstellen.
Onzichtbaar zonder veld “We waren onlangs nog op een tornooi in Londen waar maar liefst 56 ploegen aan deelnamen. De sport leeft daar echt, elke avond wordt er wel een match gespeeld. Zoals bij
BDW 1394 PAGINA 29 - DONDERDAG 19 SEPTEMBER 2013
Dromen van metaal Eind 2011 keerde Oyowe terug naar België en kreeg hij voor het eerst een contract als atleet. Coach Jacques Borlée had hem op een Gentse meeting sterk zien presteren en geloofde in hem. De samenwerking tussen beide heren verliep echter niet altijd even vlot en werd vroegtijdig afgerond. “Het klikte niet tussen ons op vlak van persoonlijkheid, en zijn trainingsmethodes waren niet echt aangepast aan mij, al probeerde
“Het klikte niet met Jacques Borlée. Hij heeft hoge standaards en het was zeer moeilijk om die te halen. Ik moest even snel lopen als zijn zonen, maar dat is uiteraard niet evident”
hij wel. Zijn methodes werken wel voor zijn zonen, maar niet voor mij. Ik ben een lang persoon en ik moet bijvoorbeeld andere technieken gebruiken bij het starten. Maar die kreeg ik niet aangeleerd. De trainingen waren ook niet zo leuk. Hij heeft hoge standaards en het was zeer moeilijk om die te halen. Ik moest even snel lopen als zijn zonen, maar dat is uiteraard niet evident. Het gaf me een slecht gevoel dat ik niet bleek te presteren zoals hij hoopte.” De scheiding met zijn coach belette de Brusselaar niet om vooruitgang te blijven maken.
Tot het vorige indoorseizoen van start ging. Hij voelde zich wat down, trainde zelfs een week niet meer. Het draaide gewoon niet. Het zat niet goed in het kopje en dat besefte Oyowe zelf ook. Maar een goede start van het buitenseizoen gooide het roer om. En hoe lager de tijden, hoe hoger de motivatie. “Als ik er op terugkijk, dan was het toch een fantastisch jaar. Mijn tijden bleven maar zakken en als ik er moest staan, dan stond ik er. De kers op de taart was uiteraard het wereldkampioenschap. Het was de eerste keer dat ik aan zo’n groot tornooi mocht deelnemen. Het was ongelooflijk om al die sterren te zien en op sportief vlak liep het ook vrij goed. Al had ik gehoopt dat we in de finale met de aflossingsploeg de vierde plaats konden vasthouden (Oyowe was de laatste loper, red.). Maar ik kon die gasten op het einde niet meer houden.” “Ik was nooit echt nerveus voor die finale, maar had eerder positieve energie. Op geen enkel moment heb ik gepanikeerd en ik was nooit onder de indruk van de omstandigheden. Ik had op de individuele nummers wel beter kunnen presteren, maar mijn trainer zei dat ik beter wat reserve hield voor de aflossing. Op dat moment was ik daar niet zo tevreden mee, maar achteraf gezien was het misschien wel beter zo. Ach, deze vijfde plaats op een WK heb ik bemachtigd. Niemand zal het mij nog afpakken. Het is de eerste keer dat ik echt iets bereikt heb. Ja, ik heb wel diploma’s, maar hiervoor word ik echt erkend.” Ondanks de goede prestatie met de aflossingsploeg wil Oyowe niet op die discipline focussen. Hij gelooft in zijn kunnen en wil tonen wat hij waard is op het volgende Europees kampioenschap. Zijn doel? Metaal! “Ik ben nog altijd een ruwe diamant die bijgeschaafd moet worden om hogerop te geraken. Op zo’n wereldkampioenschap besef je dat er nog heel wat zaken beter moeten. Maar ik heb nog wat jaren voor de boeg om te tonen wat ik echt in mijn mars heb. Mijn voornaamste doel is een medaille op het Europees kampioenschap, het wereldkampioenschap en de Olympische Spelen. Het maakt me niet uit welke kleur. Ik droom er constant over, dat moet toch een teken zijn … Tim Schoonjans (lacht).”
David Steegen Brusselaars in Europa Wanneer u dit gelezen heeft, weet u of RSC Anderlecht het goed gedaan heeft in de openingswedstrijd van de mooiste voetbalcompetitie van Europa, de Champions League. Dertig jaar geleden won paars-wit haar laatste Europa Cup van de rood-witten van Benfica Lissabon. Traditieclub. De finale werd destijds in twee wedstrijden gespeeld. De wedstrijden van Juan Lozano. De dartele magiër, opgeleid op de Wilrijkse pleinen, heerste en scoorde het broodnodige doelpunt in het Estadio De La Luz. De heenwedstrijd eindigde op 1-1. De terugmatch werd in het Heizelstadion gespeeld, twee jaar voor het drama. Het Constant Vanden Stockstadion was in aanbouw. Kenneth Brylle Larsen, de Deense opportunist van Sporting, scoorde het enige doelpunt. Nadien troffen Anderlecht en Benfica elkaar nog enkele keren. In 1988 in de Europa Cup 1, de voorloper van de Champions League. Benfica werd tweemaal verslagen. In 1994 werden de Portugezen in de groepsfase van Champions League ingedeeld met Anderlecht. Paars-wit verloor uit met 3-1 en speelde thuis 1-1 gelijk. Het meest memorabele duel tussen beide clubs, op die finale na, vond plaats in 2004, in de laatste voorronde voor de plaatsing voor het financieel lucratieve kampioenenbal. De vuurdoop van kersvers RSCA-manager Herman Van Holsbeeck. Hij had net een inloopperiode van zes maanden achter de rug om Mister Michel (Verschueren) op te volgen. Een zware erfenis. Alle ogen waren op hem gericht. Bovendien wilde onze steraanvaller, de Ivoriaan Aruna Dindane, weg. Twee vuurdopen in één maand. De heenwedstrijd, Benfica uit, eindigde op 1-0. Twee weken later zinderde het Constant Vanden Stockstadion. Met dank aan de Ivoriaan. Hij scoorde
© WAKASTUDIO.BE
veel zaken neemt het in Brussel nogal wat tijd. Het probleem is dat we niet echt zichtbaar zijn, we hebben geen vaste plek waar we spelen. Nu spelen we wat overal, zoals op de schaatsbaan van het Ter Kamerenbos. Onze ambitie is een eigen veld vinden. Waar maakt niet uit, maar het is niet gemakkelijk om een terrein van die omvang te vinden.” “Met een eigen veld zouden we meer geïnteresseerden trekken, dat denk ik wel. We staan alvast in contact met andere ploegen – onder meer met de Brussels Derby Pixies (roller derby) – om samen een dos-
sier in te dienen voor een eigen veld.” Behalve uitbreiding, mag de samenstelling van de Brusselse gemeenschap volgens Salemi ook evolueren. De achtergronden van de spelers zijn zeer divers, maar hun tienerjaren liggen al ver achter hen. “De meeste spelers zijn toch al dertigers. Jongeren zijn dus zeker welkom. Bij ons vind je mensen met allerhande stijlen. Ruwe, bebaarde mannen vol tatoeages zijn er niet meteen bij. Dat beeld bestaat wat, maar bij ons vind je eerder een divers, echt Brussels publiek.” Tim Schoonjans
TENNIS OP STRAAT ANDERLECHT – Je hebt geen biljartvlak tennisveld nodig om een balletje met je tennisracket te slaan. Ook op straat kan je perfect een partijtje tennissen, zo bewijst United Tennis. Om kinderen aan het sporten te krijgen, hing de sportvereniging onder impuls van de gemeente Anderlecht vorige woensdag een paar netten op op het Verzetsplein. Een veertigtal jongeren kon zich gratis inschrijven voor een initiatie streettennis onder het toeziend oog van animatoren. Wie er na de intiatielessen niet genoeg van kreeg, werd uitgenodigd voor een stage van een week. Wie wil, kan zich daarna nog
twee keer. Jestrovic maakte de klus af. Aruna Dindane bleef na een zenuwslopend spel blufpoker. De nieuwe manager ging Dindane, gevlucht naar Afrika, terughalen. Zijn spitsbroeder in de aanval, de flamboyante Serviër Nenad Jestrovic, was vorige zaterdag een aandachtige toeschouwer in het park. Hij heeft Anderlecht geholpen om de jonge Aleksandar Mitrovic te halen. De stevige aanvaller was vorige zomer gegeerd door heel Europa. De ervaring van Van Holsbeeck, gecombineerd met zijn onvolprezen onderhandelingstalen, het juiste netwerk en ontiegelijk veel geduld hielpen om het talent naar Brussel te halen. Hij scoorde al na twee minuten. Later nette hij een tweede goal bij de vijf-nul overwinning tegen KV Mechelen. Van zo’n debuut kan je alleen maar dromen. De twintigduizend fans stonden letterlijk op de banken van het Astridpark toen hij vervangen werd, diep in de tweede helft. Na de wedstrijd reageerde de negentienjarige Serviër kort maar krachtig. “Blij met de goals, maar de ploeg is het belangrijkste.” Mitrogol weet wat hij wil. De meest opmerkelijke Brusselaar in het voetbal van dit weekend is misschien wel Adnan Januzaj, opgeleid door RSC Anderlecht. De club deed er alles aan om hem te houden, maar zijn omgeving en hijzelf kozen om bijna gratis (net voor zijn zestiende verjaardag) naar Manchester United te vertrekken. Twee seizoenen later debuteert hij in de hoofdmacht op Old Trafford. Hij deed het voortreffelijk. Alsof hij nooit anders gedaan heeft. Daar mogen we trots op zijn. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht
in een club inschrijven. United Tennis, sinds 2005 aan de slag om kinderen de kans te geven deel te nemen aan de tennissport, kreeg doorheen de jaren ook de steun van Carlos Rodriguez, de coach van ex-tenniskampioene Justine Henin. Ook volgende week kunnen ketten tussen zeven en twaalf de sport van Kim en Justine uittesten. Dan worden de netten op het Jorezplein in Kuregem BS gespannen.
© STU SEEGER
vooral afhangt van talent. Maar er komt zoveel meer bij kijken. Na een korte passage in België trok ik terug naar Engeland voor een master in het Engels. Maar deze keer was het aan een sportuniversiteit waar ik goed omkaderd werd.”
TOEREN MET HET STALEN ROS BRUSSEL – Koning fiets verovert de hoofdstad tijdens de autoloze zondag en daar profiteert fietsrecreatieclub West-Uit van. De Groene Gordel van West-Uit vertrekt op zondag 22 september omstreeks kwart voor tien (vertrek om tien uur) aan de Gossetlaan nummer elf, in Groot-Bijgaarden. Wat volgt, is een 55 kilometer lange fietstocht langs de Brusselse bossen en parken: een doortocht langs het Warandepark om dan via het centrum aan de vijvers van Elsene uit te komen.
Vervolgens passeren onder meer het Zoniënwoud, het Woluwe- en Maloupark. Na een lunch aan gemeenschapscentrum Op-Weule wordt voortgereden naar groene longen als het Josaphatpark, het Dielegembos en het Laarbeekbos. Om dan rustig terug te keren naar de plek waar het allemaal begon. De tocht is gratis, de lunch moet uiteraard zelf voorzien worden. Meer informatie vindt u op www.info-zomaar.be/Sport.htm Tim Schoonjans