Skip to main content

BDW - editie 1386

Page 1

P.6-7

11 07 13

BUGS’ FOOD WRIEMELT ZICH NAAR BRUSSEL

AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

Mag ik deze dans van u ?

© SASKIA VANDERSTICHELE

BRUSSEL – Op de Vlaamse feestdag worden Brusselse straten en pleinen omgedoopt tot dansvloer. Als opwarmer voor de dansfestiviteiten doken de afgelopen dagen hier en daar al dansers op in opvallende pakjes, zogenaamde morphsuits. Choreograaf Koen Augustijnen, bekend van onder meer Les Ballets C de la B, en zijn team verleidde menig Brusselaar zo al tot een danspas. Op 11 juli verwacht organisator Muntpunt u swingend en in groten getale. KV

Mobiliteit > Brussel is geen voortrekker, maar volgt internationale trend

Voetgangerszones op tien jaar tijd verdubbeld BRUSSEL – Het Brussels Gewest telt 7,6 kilometer voetgangerszone. Dat is een verdubbeling in vergelijking met 2003. Het aantal kilometers woonerf nam in dezelfde periode toe met 25 procent tot 6,7 kilometer. “Brussel volgt een internationale trend.”

D

e uitbreiding van de autovrije zones situeert zich vooral binnen de Vijfhoek, met de heraanleg van het Bloemenhofplein, het voorplein aan de kathedraal maar vooral de uitbreiding van de voetgangerszone rond de Grote Markt. In Schaarbeek kreeg de voetganger meer ruimte op het Gaucheretplein. De recentste aanwinst is het Voorplein in Sint-Gillis. Samen goed voor 7,6 autovrije kilo-

meters. Dat berekende Mobiel Brussel op basis van gegevens van de verschillende gemeenten. Ook woonerven, waar auto’s maximaal 20 kilometer per uur mogen rijden, zijn in opmars. Nieuwe erven op het Bogenplein, Lehonplein, Stephensonplein en in de Visélaan hebben het aantal kilometer woonerf opgetrokken tot 6,7. Dat is 25 procent meer dan tien jaar geleden. Scoort Brussel daarmee goed of

slecht in vergelijking met andere steden? Navraag leert dat de Gentse binnenstad 8,6 kilometer voetgangersgebied telt. Het grotere Parijs telt net geen 10 kilometer autovrije zone. In groot-Rijsel loopt dat op tot 17 kilometer. “Het is moeilijk vergelijken omdat veel afhangt van de structuur van de stad en de manier van tellen”, zegt Geert Van Waeg van de internationale voetgangersfederatie.

“Bovendien zijn er nog veel andere parameters die mee bepalen of een stad voetgangersvriendelijk is.” Brussel is geen voortrekker, maar lijkt wel op de goede weg. “Brussel volgt zeker de internationale trend en de evolutie richting meer autovrije gebieden zal zich waarschijnlijk doorzetten. Handelaars die eerst tegen zijn, vragen daarna vaak zelf om een voetgangersgebied uit te breiden. Dat zien we heel goed in Kopenhagen, waar de Stroget, zeg maar de oervoetgangerszone van Europa (ingericht in 1962, red.), in de loop van de jaren steeds groter is geworden.” Het Voetgangersplan van het Gewest mikt alvast op

20 kilometer autovrije straten en woonerven in 2018. Onlangs bleek nog dat de verplaatsingen te voet belangrijker zijn geworden dan die met de wagen. Met 37 procent verplaatsingen te voet zit Brussel niet ver van Europese koplopers als Lyon en Genève (40 procent). Laurent Vermeersch ADVERTENTIE

Lees over vrijwilligerswerk op pagina 9 in deze krant.

N° 1386 VAN 11 TOT 18 JULI 2013 ¦ WEEK 28: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE


OPMERKELIJK

BDW 1386 PAGINA 2 - DONDERDAG 11 JULI 2013 © deBuren

Financiën > Brusselse regering moet dit jaar nog 111 miljoen besparen

deBuren zijn weer thuis BRUSSEL – Het VlaamsNederlandse Huis deBuren zit na bijna vijf jaar weer op zijn oude – verbouwde – stek in de Leopoldstraat. Van het uitbreidingsplan kwam niets terecht. Of er op de lege hoek met de Wolvengracht nu studentenen artiestenflats komen, staat nog niet vast. Bijna tien jaar geleden besloot de Vlaamse regering onder impuls van cultuurminister Bert Anciaux (SP.A) om het pand van deBuren uit te breiden. Architectenbureau RAUW tekende een nieuwbouw met een auditorium en een café, dat Kaas zou heten. Intussen kocht de Vlaamse gemeenschap het lapje grond met de vijgenboom op de hoek en het gebouw van café Dada. De beschermde vijgenboom werd verhuisd maar overleefde het niet. Vandaag ligt het lapje grond nog steeds braak en staat café Dada nog overeind. De uitbreiding ging namelijk niet door. StadBrussel deed moeilijk over het ontbreken van woningen in het plan. Bedoeling was dat Vlaanderen hierover in onderhandeling zou gaan met de Stad, maar dat is nooit gebeurd. Anciaux liet het dossier aanslepen, zijn opvolgster Joke Schauvliege (CD&V) bekeek het hele plan met iets minder enthousiasme. Zij was er dan ook niet rouwig om toen deBuren in 2011 zelf vroeg om af te zien van de uitbreiding en alleen het bestaande gebouw op te knappen. “Wij waren al van begin 2009 weg uit ons gebouw en zagen dat het niet vooruitging,” zegt directeur Dorian Van der Brempt van deBuren. “Bovendien bleek dat onze subsidies niet zouden verhogen. In die omstandigheden hadden we weinig zin om er een paleis bij te krijgen.” Het gebouw is inmiddels grondig gerenoveerd en technisch verbeterd, ook door RAUW. Zowel beneden als op de eerste verdieping is er nu een grote zaal, boven zijn kantoren. deBuren keerde zopas terug naar zijn stek en houdt op 4 september een openingsfeest. Wat met de lege hoek? Hoewel de opdracht aan RAUW nooit is stopgezet, is duidelijk dat de uitbreiding er niet komt. Volgens ingewijden werkt minister Schauvliege samen met haar collega Pascal Smet (SP.A) aan een project met studenten- en artiestenflats. De bewindslieden willen hierover echter nog niet communiceren. “We werken met spoed aan een nieuwe bestemming,” is alles wat het kabinet-Schauvliege kwijt wil. Bettina Hubo

Domper op het rustige begrotingspad BRUSSEL – Het wordt een pijnlijke nazomer voor de Brusselse regering. Ze kan op zoek naar 111 miljoen euro. “We wijken zeker niet af van het geplande begrotingspad,” zegt Vanhengel.

I

n oktober zal het Brussels parlement zo goed als zeker een aanpassing van de begroting 2013 moeten goedkeuren. Dat is gebleken in de commissie Financiën waar minister-president Rudi Vervoort (PS) en minister van Financiën Guy Vanhengel (Open VLD) tekst en uitleg gaven bij de beslissingen van het Overlegcomité tussen de federale overheid en de deelstaten. Vorige week raakte bekend dat de federale overheid aan de deelstaten een inspanning vraagt van 260 miljoen euro om de federale begroting uit het rood te halen. Dat laatste is belangrijk, omdat België een miljoenenboete van de Europese Commissie boven het hoofd hangt als het haar begroting niet op orde krijgt. De 260 miljoen euro komt volgens de federale regering overeen met het totale tekort bij de lokale besturen, maar komt, wellicht niet toevallig,

ook overeen met het bedrag dat de federale regering de deelstaten aanvankelijk wou laten betalen voor de oneigenlijke bevoegdheden. Dat is gewestelijke materie waar de federale regering nog steeds voor betaalt. Die laatste discussie is in de koelkast beland. Er is in het overlegcomité een verdeelsleutel afgesproken, waarbij het Brussels Gewest 19 procent moet ophoesten van de 260 miljoen euro, goed voor 50 miljoen. Dat is vreemd, want volgens Belfius hebben de Brusselse gemeentes in 2013 maar een totaal tekort van 25 miljoen euro op hun begroting. De Nationale Bank heeft de verdeelsleutel echter gebaseerd op de rekeningen van het boekjaar 2011, en die zagen er voor Brussel blijkbaar minder rooskleurig uit. Minister Vanhengel betwist de cijfers: “We kunnen maximaal twintig miljoen

euro bijdragen,” zegt Vanhengel. Vanhengel en Vervoort zullen nagaan of er zich in 2011 geen bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan die die hoge 19 procent kunnen verklaren. Zo hopen ze de bijdrage naar beneden te halen. Maar eigenlijk lijkt de Brusselse regering er zich bij neer te leggen dat ze in het slechtste geval toch de 50 miljoen euro zal moeten neertellen. Ze beseft de sense of urgency en wil hoe dan ook niet verantwoordelijk worden gesteld voor de mogelijke miljoenenboete door de Europese Commissie. Er was afgelopen week nog meer slecht nieuws voor de Brusselse regering. De hervorming van de financieringswet loopt vertraging op. Die zal pas in 2014 of 2015 uitgevoerd worden, zo is onlangs gebleken. Die hervorming is belangrijk voor een deel van de herfinanciering van Brussel. Het Brussels Gewest werd in 2013 13 miljoen euro beloofd voor de inkomsten die het misloopt door de talrijke pendelaars, en 48 miljoen voor de inkomsten die Brussel misloopt door de talrijke expats,

die geen belastingen betalen in Brussel. Dat is in totaal 61 miljoen euro. Minister Vanhengel heeft die al in de begroting 2013 ingeschreven - ze staan ook voor 2013 in het

Een snelle hervorming van de financieringswet is voor Brussel van cruciaal belang

Vlinderakkoord. Maar aangezien de hervormde financieringswet nog niet van kracht is, kan het geld ook nog niet naar Brussel vloeien. Overigens loopt dat bedrag in 2014 op tot 129 miljoen euro, en in 2015 tot 203 miljoen euro. Een snelle uitvoering van de financieringswet is voor Brussel dus van cruciaal belang.

DE WEEK IN BEELD DOOR SASKIA VANDERSTICHELE

De nieuwe thuisbasis van Leefmilieu Brussel op de site van Thurn & Taxis krijgt stilaan vorm. Het Atomium is nog even zichtbaar door het stalen geraamte van de passiefbouw.

© SASKIA VANDERSTICHELE


WEEKOVERZICHT

BDW 1386 PAGINA 3 - DONDERDAG 11 JULI 2013

© BART DEWAELE

WOENSDAG 3 JULI TWEETALIG BESTUUR niet de norm. Uit het 2012-Taalrapport van de Brusselse vicegouverneur Jozef Ostyn blijkt dat tweetaligheid nog steeds geen bindend criterium is bij personeelsbenoemingen voor lokale besturen. De bestuurstaalwetgeving schrijft dit wel voor. De tweetaligheid in 2012 is er bovendien op achteruitgegaan: slechts 44 personeelsleden hadden een taalbrevet, terwijl er dat het jaar ervoor 92 waren.

DONDERDAG 4 JULI BRUSSEL MOET 111 MILJOEN EURO vinden. De Brusselse regering moet eind dit jaar wellicht met 111 miljoen euro op de proppen komen. 50 miljoen euro daarvan is om het tekort van de lokale gemeenten bij te passen, wat neerkomt op 19 procent van de totale verdeelsleutel van 260 miljoen. De overige 61 miljoen euro is geld dat Brussel eigenlijk moet krijgen, maar dat het door de vertragingen in het doorvoeren van de financieringswet voorlopig zelf moet ophoesten.

VRIJDAG 5 JULI

Minister van Financiën Guy Vanhengel. De Brusselse regering moet tegen oktober mogelijk op zoek naar 111 miljoen euro. Het is vandaag hoogst onduidelijk waar het geld vandaan moet komen.

In de Comori, het uitvoeringscomité voor de zesde staatshervorming, zijn er pogingen ondernomen om de herfinanciering van Brussel toch al in 2013 ingang te laten vinden, los van de financieringswet, maar dat is tot vandaag nog niet gelukt. Dat mag blijken uit een uithaal van minister-president Vervoort naar de MR die er volgens de PS’er alles aan zou doen om een oplossing voor het heikel probleem te dwarsbomen. Waarop MR-parlementslid Vincent De Wolf terugbeet dat Vervoort niet

“ “ HET WOORD

eens deel uitmaakt van die Comori.

Begroting in evenwicht Voor Vanhengel betekent dat wel dat hij tegen oktober in het slechtste geval op zoek moet naar 111 miljoen euro extra in de begroting: 50 miljoen om de tekorten van de lokale besturen bij te passen en 61 miljoen euro omdat de financieringswet nog niet van kracht is. Vanwaar het geld moet komen, is hoogst onduidelijk. “Die discussie zal nu binnen de regering gevoerd worden,” zegt Van-

hengel die benadrukt dat, los van deze tegenvallers, de Brusselse begroting nochtans op kruissnelheid zat: de uitgaven zijn onder controle en de inkomsten zitten op schema. Vanhengel wil ook niet dat er aan de belastingen geraakt wordt. Wel wil hij landen op een totaal tekort van niet meer dan 132 miljoen euro, zoals is afgesproken met de deelstaten, waardoor Brussel in 2015 een begroting in evenwicht kan afleveren. Steven Van Garsse

OPENING BRUSSEL BAD. Met de elfde editie van Brussel Bad krijgt de hoofdstad opnieuw een zomers strandgevoel. Muziek, watersport, animatie, een dj-cruise en dit jaar ook een openluchtbioscoop, sieren tot en met 11 augustus de Akenkaai. Het festival viert eveneens de twintigste verjaardag van de Haven van Brussel, met panoramafoto’s van de Brusselse waterweg. VLAAnderen KLAagt BRUSSELSE BEGROTING aan. De Vlaamse regering trekt opnieuw naar het Grondwettelijk Hof met een klacht over de begrotingsbesteding van de Brusselse regering. Die heeft investeringen ingeschreven voor Beroepsopleidingen en Sport, wat gemeenschapsbevoegdheden zijn. Brussels minister van Begroting Guy Vanhengel (Open VLD) noemt de zet “hemeltergend.”

ZATERDAG 6 JULI SPRINTEN MET GRAND PRIX. De Brusselse Grand Prix is terug van weggeweest, en voorziet dit jaar weer een uitgebreid atletiekparcours in het Koning Boudewijnstadion. Topatleten en andere atletiekliefhebbers kunnen het tegen elkaar opnemen in onder meer hordelopen, verspringen en polsstokspringen.

ZONDAG 7 JULI TWEE GEWONDEN BIJ POTJE VOLLEY. In het Park van Vorst is vroeg in de ochtend een volleybalmatch ontaard in een steekpartij. Een man haalde tijdens een ruzie een snijdend voorwerp boven en verwondde zijn twee tegenstanders. De dader is ondertussen opgepakt.

Hij staat hier ergens, maar waar?” Voormalig Kamervoorzitter Herman De Croo (Open VLD) is op zoek naar de troon in de gebouwen van het federaal parlement. Die is nodig voor de troonsbestijging van kroonprins Filip op 21 juli (in De Standaard).

LAATSTE DAG PLAZEY. Het ‘festival in de voortuin’ van Brussel, Plazey, sluit haar 21ste editie af met een laatste familiezondag. Vier dagen per week, en dat vier weken lang, organiseerde het stadsfestival allerlei festiviteiten in het Elisabethpark in Koekelberg. Naast muziek, film en gastronomie konden de Brusselaars deelnemen aan tal van creatieve ateliers.

MAANDAG 8 JULI

Buitenlandse klanten willen niet langer een boete riskeren.” CEO van Brussels Airport Arnaud Feist klaagt dat de Brusselse geluidsnormen het vrachtverkeer nekken: tijdens het eerste half jaar een verlies van 12,8 procent. Heel het logistiek weefsel om en rond Zaventem dreigt aangetast te worden (in De Tijd).

Pop-up petanque

Pop-up doet spontaan denken aan pin-up. Of niet? Misschien denk ik dat alleen maar omdat ik een gloeiende hekel heb aan pop-ups. U weet wel, die ongevraagde online advertenties die uw en mijn privacy om zeep willen helpen. Of het al hebben gedaan. Maar hiermee doe ik de initiatiefnemers van de pop-up petanquebaan oneer aan, want in tegenstelling tot de echte pop-ups mogen de Boulistes Bruxellois, zoals ze zichzelf noemen, wel illegaal hun ding doen. Omdat ze – zo zeggen ze zelf

– een gezelligere stad willen. Les Boulistes Bruxellois ontstonden in het zog van Picnic the Streets. Pop-up the Streets rolde zijn petanquebaan al uit op de Anspachlaan en in de buurt van de Kunstberg, en misschien duiken ze een dezer dagen wel op aan het Sint-Goriksplein. Of elders. Stadszender tvbrussel heeft mooie beelden in stock. Danny Vileyn

EXPATSTUDIE IN BRUSSEL. Het Verbindingsbureau BrusselEuropa bevroeg 9.000 Europese expats in Brussel over hun leven in de hoofdstad. Uit de gegevens blijkt dat ze Brussel een aangename culturele en gastronomische stad vinden. 81 procent geeft de vervuiling en verkeersdrukte wel aan als ernstige minpunten. Het drietalige uitmagazine Agenda is met 18 procent vaste niet-Belgische lezers een van de populairste bladen bij de expatgemeenschap. CENTRUM BRUSSEL BELAAGD MET GAS. Ongeveer zestig politieagenten in opleiding verspreiden zich ’s middags vanop het Muntplein over de stad voor een grootscheepse overlastcontrole. In totaal slingeren ze meer dan 150 mensen op de GAS-bon voor het verstoren van de openbare netheid of veiligheid.

DINSDAG 9 JULI GELUIDSNORMEN NEFAST VOOR ZAVENTEM. Brussels Airport verloor dit jaar door de strenge geluidsnormen al 12,8 procent aan vrachtverkeer. Vliegtuigen die tussen 6 en 7 uur ’s ochtends opstijgen, overtreden de norm en worden fors beboet. Veel luchtvaartmaatschappijen verschuiven daarom een deel van hun vluchtroutes naar elders. Samengesteld door Céline Vincent

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF


BDW 1386 PAGINA 4 - DONDERDAG 11 JULI 2013

Rector Paul De Knop: “Ik mag niet zeggen dat een universiteit een bedrijf is. Maar wij worden door de overheid wel beoordeeld als een bedrijf. We moeten ‘goed besturen’, een term die zo is overgewaaid uit het bedrijfsleven.”

Onderwijs > VUB-rector Paul De Knop treedt in concurrentie

‘Er woedt een stedenoorlog’ ELSENE – 11 juli is het Feest van de Vlaamse Gemeenschap. Maar wat betekent die Vlaamse Gemeenschap in het Brussel van de 21ste eeuw? Wij vroegen het aan VUBrector Paul De Knop. “Is de VUB nog Vlaanderen?,” zo vraagt de rector zich af. Een gesprek over steden, onderzoekswaarden en internationalisering.

H

et denken mag zich nooit onderwerpen, noch aan een dogma, noch aan een partij, noch aan een hartstocht, noch aan een belang, noch aan een vooroordeel, noch aan om ’t even wat, maar uitsluitend aan de feiten zelf, want zich onderwerpen betekent het einde van alle denken. Een stenen tafel met dit bekende gebod van de Franse wiskundige

Henri Poincaré hangt naast de deur van het kantoor van Paul De Knop. “Het lag in de kelder, en ik vond het belangrijk genoeg om van onder het stof te halen,” zegt de rector. Een voorbode van een identitair réveil? Om met de deur in huis te vallen: is de VUB een Vlaamse of een Nederlandstalige universiteit?

Paul De Knop: Beide: wij worden gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, en dus wordt van ons verwacht dat wij Nederlandstalige opleidingen voorzien. Terecht, maar bekijk het niet te eng. Kijk naar de internationale universiteiten die hier een afdeling hebben: Kobe, Boston, Kent, Maastricht. De Vlerick Business School Leuven-Gent zit ook al in Brussel. Brussel is immers

internationaal bekender dan België. Het is logisch om de stad te gebruiken om onderwijs en onderzoek te promoten.” “Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V) heeft een ‘academische diplomatie’ opgezet, wat een zeer goed idee is. Maar ik had wel enkele bemerkingen. Wij zijn meer dan buitenlandse universiteiten gebonden aan een taalregeling. Zelfs onze Franstalige collega’s mogen meer in het Engels doceren. Bij ons mag dat ook, maar alleen op voorwaarde dat elders in Vlaanderen dezelfde opleiding ook in het Nederlands wordt aangeboden. De taal-

regeling staat dus nog steeds een beetje in de weg van onze concurrentiekracht.” “Kijk naar de ingenieursopleidingen. Er zijn 8.000 ingenieurs te weinig in Vlaanderen. Waar moet ik ze gaan halen als de Vlaamse studenten niet geïnteresseerd zijn in ingenieursstudies? In het buitenland staan er mensen te springen om hier te komen studeren. Maar ze zouden dan wel in het Nederlands moeten studeren. Idem wat Geneeskunde betreft, waar de studenten eerst een Nederlandstalig toelatingsexamen moeten afleggen.” “Een bedenking – de meest perti-


BDW 1386 PAGINA 5 - DONDERDAG 11 JULI 2013

Janssens: Brussel internationaliseert, je kan hier dus geen strikte taalregeling meer verantwoorden. Geef de VUB een uitzonderingspositie, denk ik dan.” Hoe ver wil u in die internationalisering gaan? Waar trekt u de grens? De Knop: “Ik ben voor de democratisering van het hoger onderwijs. De bacheloropleidingen moeten in het Nederlands. Maar de masters, die zijn er als specialisering. In de masters moet men daarom soepeler zijn. De universiteiten zullen wel zelf bepalen hoe soepel. Hasselt zal bijvoorbeeld niet zoveel Engelstalige studenten aantrekken als wij. In Brussel zit je echter met een bevolking die in het Engels wil studeren. We hebben in onze associatie al het Engelstalige Vesalius College, maar daar betaal je veel voor een opleiding. De overige Engelstalige studenten worden weggekaapt door plaatselijke filialen van buitenlandse universiteiten.” Bent u niet van twee walletjes aan het eten? Enerzijds wil u tezamen met Brussel internationaliseren, maar de band met Vlaanderen moet wel behouden blijven. De Knop: “Brussel is toch Vlaanderen?” Maar u ziet Brussel toch meer als een internationale gemeenschap. De Knop: “Is het dat dan niet?” Ja, maar nog niet in de structuren. De Knop: “Juist. Maar kijk naar de samenstelling van de bevolking. De wereld evolueert. Er is niet alleen globalisering, maar ook lokalisering. De universiteit heeft de stad nodig. Want de toekomst is aan de steden.” © DIETER TELEMANS

nente eigenlijk – is echter: gaat de VUB in de toekomst nog wel tot Vlaanderen behoren? Als Vlaanderen Brussel loslaat, wat dan met ons?” De N-VA neemt u uw standpunten niet in dank af. Vlaams parlementslid Kris Van Dijck dreigde met een stopzetting van de financiering. De Knop: “Waar de N-VA niet op wil toegeven, is de taalregeling. Ik begrijp dat. Maar niet iedereen die hier studeert, gaat in Vlaanderen werken.” Maar het komt u niet goed uit dat de N-VA sterk staat in Vlaanderen én in Brussel. De Knop: “Ik heb een brief naar Siegfried Bracke geschreven. Waarom Gentenaar Bracke? Omdat hij de opdracht heeft gekregen van de N-VA om een Brusselnota voor te bereiden. Ze geraken er niet uit bij de N-VA, hé. Ze weten niet waar naartoe met Brussel. Kijk naar de recente taalbarometer van Rudi

Mark Waer, de aftredende rector van de Katholieke Universiteit Leuven, zei wel dat uit onderzoek gebleken is dat universiteiten ofwel gedijen in kleine steden, ofwel in miljoenensteden. Brussel is geen van beide. De Knop: “Waarom voert de KU Leuven dan reclame in het buitenland als ‘op vijftien minuten van Brussel gelegen’?” “Vergis u niet. De verstandhouding met Leuven is nog nooit zo goed geweest. Er is concurrentie, maar ik wil niet groter of beter worden dan de KU Leuven. Neen, ik wil de concurrentie met het buitenland aangaan. In Leuven hebben ze wel het voordeel dat ze de burgemeester mee hebben, natuurlijk. Als ik met een burgemeester moet onderhandelen, dan heb ik er direct drie voor me zitten: die van Etterbeek, Elsene en Oudergem.” Krijgt u gehoor bij die drie burgemeesters? De Knop: “Als ik een burgemeester moet zien, dan doe ik dat altijd samen met mijn Franstalige collega van de ULB. Dat gaat gemakkelijker.” “We hebben wel al een samenwer-

Paul De Knop Paul De Knop (1954) is doctor in de Lichamelijke opvoeding en licentiaat in de Vrijetijdsagogiek aan de VUB. Daarnaast behaalde hij ook nog een diploma Sportsociologie aan de Universiteit van Leicester (in het Verenigd Koninkrijk). Naast een carrière aan de VUB en aan de universiteit van Tilburg werd hij in 2008 rector. Daarvoor was hij decaan van de faculteit Lichamelijke opvoeding en Kinesitherapie. Hij zat ook in de raad van bestuur van Bloso en was adjunctkabinetschef van Vlaams minister van Sport Bert Anciaux (SP.A). Zijn hobby’s zijn zwemmen, lopen, fietsen, skiën, triatlon, fitness, rafting en valschermspringen. CD

kingsakkoord afgesloten met de drie omliggende gemeenten. En we zitten vaak met verschillende gemeentediensten samen om de praktische organisatie van de universiteit in goede banen te leiden. Maar er zijn nog wel af en toe spanningen. Neem het voorbeeld van de kazernes. De gemeente Elsene is het niet volledig met onze toekomstplannen eens. (De VUB wil nieuwe studentenkoten bouwen, red.).” Weet men soms niet goed wat men met de VUB aanmoet, als Nederlandstalige instelling? De Knop: “Ik zal u een anekdote vertellen. Toen ik pas aangesteld was als rector, was er net een richtschema opgesteld met voorstellen over wat men op deze campus allemaal kon doen, bouwen en renoveren. Op de plannen stond een nieuwe weg dwars over onze campus getekend! Men had de plannen wel laten goedkeuren, maar alleen door de rector van de ULB. Ons waren ze vergeten.” Wat betekent ideologie nog voor universiteiten? Er was in het verleden een plan van de KUB om met de VUB samen te gaan, maar dat is toen niet gelukt. De Knop: “Identiteit is belangrijk. Er woedt een stedenoorlog tussen universiteiten. Men gaat prat op de stad in de naam, of op de regio. Want studenten hebben geen boodschap meer aan ideologie, zegt men. Maar ideologie komt wel nog tussen de regionalisering fietsen. Laat me uitleggen hoe dat komt.” “Marleen Vanderpoorten (Open VLD) heeft als minister van Onderwijs de associaties mogelijk gemaakt. Zij dacht dat er regionaal kon samengewerkt worden. De KU Leuven heeft dat echter niet toegelaten, want daar dacht men door die regionalisering gereduceerd te worden tot ‘universiteit van het Hageland.’ Dus heeft Leuven alle katholieke hogescholen opgeroepen om zich te

associëren met haar. Met als gevolg dat de KU Leuven elk jaar groeit met 13.000 studenten. Dat is het totale aantal studenten van de VUB.” “De VUB heeft daar lange tijd geen antwoord op gehad. Wij zijn te weinig een Brusselse universiteit, en we benadrukken onze waarden te weinig. Daar moet verandering in komen. De VUB wordt bepaald door het vrije onderzoek. Wij staan voor de scheiding tussen kerk en staat. Waarom moet je je identiteit verloochenen? Er komt dus een commissie die zich over die zaken zal buigen. En ik ben bezig een keuzevak te ontwerpen waarin studenten geleerd wordt wat de waarden zijn die eigen zijn aan vrij onderzoek. Het vak luistert naar de naam Eigenzinnige reflectie.” “Heel de discussie wordt natuurlijk bemoeilijkt door de studentennormen die we moeten halen. Zodoende kunnen we ons ook niet te sterk ideologisch profileren. Ik zou niet graag hebben dat Wijsbegeerte straks alleen in Leuven gegeven wordt omdat er voor onze universiteit niet genoeg studenten zouden zijn die die richting volgen.”
 Hebben de VUB-principes nog met de vrijmetselarij te maken? De Knop: “De georganiseerde vrijmetselarij is slechts een gedeelte van wat ik vrijzinnig noem. De vrijzinnigheid is breder. Dit is geen universiteit van de loge, maar een vrije universiteit, vrijzinnig en open.” In hoeverre bent u onafhankelijk van bedrijven die onderzoeksprojecten financieren? De Knop: “We moeten er over waken dat het aandeel van bedrijven niet te belangrijk wordt. Soms kan het wel niet anders. Neem nu het hotel dat ik op onze campus wil laten bouwen. Ik heb geen geld om het

“Wij staan voor de scheiding tussen kerk en staat”

zelf te bouwen, dus moet dat ofwel volledig aan de privésector uitbesteed worden, ofwel moeten we op zoek naar een gemengde formule. Laat me vooral stellen dat de privésector niet mag bepalen wat we doen.” “Een kanttekening: de overheid dwingt ons om competitief te zijn. En men verwijt ons ook wel eens niet in de top-100 van beste universiteiten ter de wereld te staan. Ik daag u uit: waarop is dat eigenlijk gebaseerd? Niemand weet dat.” “Een denkfout die men ook durft te maken is: ‘Omdat het met de privésector is, bepaalt die privésector ook wat er onderzocht moet worden.’ Ik wijs u erop dat de overheid soms meer druk uitoefent dan bedrijven. Het komt vaak voor dat een bevoegd minister eerst zes maanden de resultaten van een onderzoek wil

doornemen alvorens openbaarmaking. Is dat dan vrij?” “De overheid geeft geld, maar stelt daar wel voorwaarden aan zoals ‘er moeten vrouwen tewerkgesteld worden door dit project. Is dat vrij? Gent en Antwerpen hebben een genderdecreet opgelegd gekregen. Maximum twee derde van de raad van bestuur mag van hetzelfde geslacht zijn. Wij hebben dat niet, want wij zijn een vrije instelling. Men kan ons dat niet opleggen. En dat wil ik ook zo houden.” “In Amerika bestaat er een heel ander model, waarbij er fondsen worden voorzien door rijke mensen of bedrijven, maar waarbij de invloed ook navenant is. Wij proberen ook een beetje aan fondsenwerving te doen, maar we zitten lang niet in die Amerikaanse en Britse cultuur. En ik wil dat ook niet.” Engelstalige opleidingen willen instellen is toch wel meegaan in de Angelsaksische logica? De Knop: “Als men terug naar het Latijn wil, mij goed, maar ik weet niet of de jeugd dat graag zou hebben.” In Frankrijk woedt het debat ook of men Engels moet toelaten. Daar zegt men ook dat de landstaal een barrière is voor buitenlandse studenten. Maar wat blijkt? Er zijn meer buitenlandse studenten aan Franse universiteiten dan aan Amerikaanse. De Knop: “Wij volgen de globalisering. De meest gepubliceerde wetenschappelijke artikelen zijn in het Engels geschreven,dat wordt het criterium.” “Daardoor wordt de focus verlegd. Terwijl maatschappelijke relevantie toch ook belangrijk is. Kijk naar Rudi Janssens. Internationaal gezien is zijn onderzoek over taalgebruik in Brussel misschien een klein artikeltje in het Engels waard, terwijl het voor ons toch veel opzienbarender is wat hij onderzocht heeft en hij dus meer aandacht verdient dan een klein wetenschappelijk artikeltje in het Engels. Die aandacht heeft hij ook gekregen.” Ziet u uw universiteit als een bedrijf? Want dat is soms een beetje de kritiek van studenten... De Knop: “Daarover kan je redetwisten. Ik mag ook niet zeggen dat een universiteit een bedrijf is. Maar ook al zijn we het niet, wij worden door de overheid wel beoordeeld als een bedrijf. We moeten ‘goed besturen’, en die term is zo overgewaaid uit het bedrijfsleven. Men kijkt of dit ‘bedrijf’ goed gerund wordt. Dat moet voor onze accreditatie. En ik kan niet anders, ik moet uitvoeren wat de overheid beslist heeft.” “U begrijpt: de overheid bespaart, en wij besparen ook. Ik mag mijn geld niet bij de studenten halen. Wie blijft er over? De bedrijven. Als ik het geld zou hebben, dan zou ik dat niet doen. Maar ik heb het geld niet.”

Christophe Degreef en Steven Van Garsse


BDW 1386 PAGINA 6 - DONDERDAG 11 JULI 2013

© IVAN PUT

Onderneming > Bugs’ Food wriemelt zich naar Brussel

Na de koe en de kreeft komt de krekel ELSENE – Een knapperige bladerdeegstick gevuld en afgetopt met sprinkhanen, een peper-sprinkhanencrumble met een subtiel botersmaakje en gevriesdroogde larven van de buffalokever. Brecht Vanhecke en Jasper Peeters schotelen met hun bedrijf Bugs’ Food insecten voor. U weet wel, beestjes die we doorgaans genadeloos vertrappelen of doodmeppen. De twee jonge ondernemers vestigen zich binnenkort in de kanaalzone van Brussel, en plannen de grootste dierensoort ter wereld ingang te laten vinden in ons voedingspatroon. onderzoeksbureau Into The Minds. Vanhecke en Peeters trachten met Bugs’ Food de humane consumptie van insecten in België te introduceren. “De psychologische drempel is de grootste uitdaging,” zegt Peeters.

“Insecten bevatten evenveel proteïnen als vlees en zijn bovendien verrijkt met koolhydraten”

Driestappenplan

Food’ de BSE-prijs van de ‘Brussels Sustainable Economy Academy’, een wedstrijdproject dat uitgaat van de Brusselse regering. Die hoopt zo duurzame en rendabele ondernemingen aan te trekken in de Brusselse kanaalzone, een gebied dat geplaagd wordt door veel leegstand en een hoge werkloosheidsgraad. De twee ondernemers sleepten drie maanden huur in het bedrijvencentrum Village Partenaire in Sint-Gillis in de wacht, een jaar begeleiding van het Brussels Agentschap voor de Onderneming, en twee maanden ondersteuning van het markt© IVAN PUT

Bugs’ Food is zeker niet de eerste onderneming in haar soort. In Nederland experimenteert men al langer met eetbare insecten. Klassieke boerderijen zien er hun kans schoon om naast de traditionele veeteelt ook insecten te kweken. Via websites kan je al tal van insecten bestellen, gaande van gevriesdroogd tot verwerkt in chocolade, of vermalen in een lollypop. “De voordelen van insecten zijn enorm,” licht Peeters toe. “Ze zijn rijk aan eiwitten en chitine, een stof die het immuunsysteem versterkt. Bovendien ligt de uitstoot van ammnoiak en broeikasgassen veel lager dan bij veeteelt.” Hoewel het bedrijf zich nog verder moet ontpoppen, weten de twee wat ze willen en hoe ze het moeten aanpakken. “We gaan niet overhaast te werk,” vertelt Vanhecke. “Met dit soort onderneming moet je eerst voldoende prototypes ontwikkelen en testen. Een ideologie prediken is mooi, maar het moet commercieel realiseerbaar zijn. Als het eerste contact van de consument met het product negatief verloopt, is de kans op succes zo goed als nihil.” Er lijkt dan ook een duidelijke taakverdeling te zijn. Vanhecke legt zich vooral toe op het marktonderzoek, terwijl Peeters het visuele aspect verzorgt. Insecten, stijlvol bereid door chef-koks, gepresenterd in een luxueuze designverpakking, dat is hoe Bugs’ Food de gemiddelde Belg over de streep wil trekken. Ze werkten al samen met Roger Van Damme, Wouter Keersmaekers en Tim Boury, allen koks met een Michelinster. “Het was niet moeilijk om hen te strikken,”geeft Peeters

Brecht Vanhecke (boven) en Jasper Peeters: insectenambassadeurs. © IVAN PUT

Een lekker bordje insecten: rijk aan eiwitten en chitine. Bij de pro­ ductie ligt de emissie van broeikasgassen veel lager dan bij veeteelt.

© IVAN PUT

‘T

rek de vleugels en pootjes er maar af. Die zijn niet zo gemakkelijk verteerbaar,” zegt Brecht Vanhecke met een grijns. Een klassiek culinair onderonsje is het niet met de bedenkers van Bugs’ Food. Entomofagie, het wetenschappelijke woord voor de menselijke consumptie van insecten als voedsel, staat bij ons nog niet in het woordenboek, en ook niet op een doorsnee menukaart. In werelddelen zoals Afrika, Azië en Zuid-Amerika zijn insecten wel al eeuwenlang onderdeel van het traditionele dieet. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) eten al meer dan twee miljard mensen wereldwijd de beestjes. Geen slecht idee, aangezien de voedselzekerheid langzaam maar zeker in het gedrang komt. “Insecten vormen een waardevol en voedzaam alternatief voor vlees. Ze bevatten evenveel proteïnen en zijn bovendien verrijkt met koolhydraten.” Vanhecke, milieuconsulent uit West-Vlaanderen, en Peeters, Antwerps projectontwikkelaar, zijn alvast overtuigd van het potentieel van de krioelende diertjes. Ze wonnen vorige maand met hun startende onderneming ‘Bugs’

Eenmaal ontdaan van vleugels en pootjes verteren insecten beter.


BDW 1386 PAGINA 7 - DONDERDAG 11 JULI 2013

aan. “Koks zijn voortdurend op zoek naar nieuwe smaken en texturen. Experimenteren met insecten is voor hen een uitdaging.” Hij diept foto’s op van enkele fantasierijke gastronomische creaties: insectenroomijs, een torentje van wormpjes met spek en groentjes. “Je kan ze in alles verwerken,” zegt Vanhecke. “Ik maak vaak slaatjes met verkruimelde sprinkhanen, en meng ook insecten door mijn brooddeeg.” De gevriesdroogde sprinkhanen en buffalowormpjes kraken en smaken inderdaad niet slecht. Wie een zwak heeft voor noten zal het niet zo moeilijk hebben met insecten. Maar de aanblik van de beestjes, waarvan we als kind geleerd hebben dat ze ‘vies’ zijn, kan u wel wat kriebels bezorgen. “Volgens het marktonderzoek dat ik gedaan heb in Brussel en Gent zijn mensen wel degelijk klaar om insecten te eten. Maar ze moeten verwerkt zijn met andere voedingsingrediënten, om het element van afkeer weg te nemen,” verklaart Brecht Vanhecke. Daarom dat ze bij Bugs’ Food met een integratieconcept werken: naast de ‘durfproducten’ – hele insecten, zonder enige opsmuk – presenteren ze de ‘doe-producten’ – insecten als aanvulling in een gekend gerecht. Om mensen vertrouwd te maken met de geleedpotigen presenteren ze ook een derde aspect, dat ze de ‘waarheidsafdeling’ noemen: “Via workshops en aanbiedingen in restaurants willen we het taboe rond de beestjes geleidelijk aan wegwerken. We moeten in het Westen leren dat insecten eten allesbehalve primitief is.”

P-PRAAT Kindjes, kindjes, kindjes... Als u kinderen heeft, dan zit u tegenwoordig wel gebeiteld in deze stad. U hoeft maar een tent op te slaan aan de schoolpoort en direct verzamelen zich vijf journalisten die uw verhaal met veel mededogen opschrijven. Hebt u een kinderwagen, dan hebt u recht op extra plaats op de bus. Op veel extra plaats zelfs, want er zijn dan ook veel kinderwagens. Tot zover niets aan de hand. Kinderen zijn de toekomst, toch? Jazeker, alleen zijn de ouders er soms te veel aan. Neem nu het recente debacle te Sippelberg in Ganshoren. Enkele ‘bezorgde mama’s’ hadden daar geklaagd over de lokalen van de plaatselijke scouts, die tot vorige week gebruikt werden voor de speelpleinwerking. Die lokalen waren, zo klonk het, niet geschikt. Er stonden immers gescheurde zetels en de gootsteen was te hoog. Her en der stond ook nog een verloren gasfles, maar voorts: niets aan de hand. Zo dacht ook VGC-collegelid bevoegd voor Sport Bruno De Lille (Groen), die vorige week in het VGC-college nog zei dat “het aantal kinderen bleef stijgen in de loop van de week. Zo’n groot probleem zal het dus wel niet zijn.” Ook de dienst Preventie van de gemeente Ganshoren zag het probleem niet. Maar ja... Een paar dagen later staat er een groot artikel in La Capitale waarin een bezorgde mama haar verhaal dunnetjes overdoet en de lezer getrakteerd wordt op wazige foto’s van een oude zetel, een gasfles achter een hoop rommel en een gootsteen. Prompt volgt de mededeling dat de peuters die naar het speelplein Sippelberg gaan, de rest van de zomer opgevangen worden in het gemeenschapscentrum De Zeyp. De Lille: “We begrijpen dat sommige ouders hun kleine kinderen liever elders willen laten opvangen.” Tja... De Lille wilde Brusselse media zonder oogkleppen, weet u nog? U ziet wat er van komt.

Brussel op de proef De hoofdstad vormt de uitvalsbasis van hun project. De Brusselaars zijn dus spilfiguren in de verdere ontwikkeling van Bugs’ Food. Peeters en Vanhecke lijken echter niet bezorgd. “Het is een multiculturele stad, met veel ruimdenkende personen. We gaan niet ver moeten zoeken om mensen te vinden die al insecten gegeten hebben!” grapt Peeters. Uit een rapport van het FAO blijkt dat België inderdaad al jaarlijks drie ton Mopane rupsen importeert vanuit Congo, met als grootste afzetmarkt de Matongéwijk in Brussel. Op termijn hopen ze kwekerijen te installeren in de hoofdstad, en zo werkgelegenheid te creëren. “Insecten hebben niet veel ruimte en infrastructuur nodig, een leegstaand gebouw is vaak al voldoende. Er komt wel veel handenarbeid en expertise bij kijken. Dat betekent dat we zowel laag- als hooggeschoolden nodig hebben,” zegt Vanhecke. Hoewel dit plannen op langere termijn zijn, wordt een eerste obstakel weldra weggewerkt. De Europese Commissie staat namelijk op het punt enkele insectensoorten veilig voor consumptie te verklaren. Maar voor u al dartelend met de vlindervanger aan de slag gaat, raden we u aan eerst na te gaan wel insecten de stoofpot in mogen. Niet alle soorten zijn eetbaar, en smaken wellicht naar heel wat anders dan een knapperig amandelnootje. Céline Vincent

CHIEN ÉCRASÉ HEIZEL – De stad Brussel heeft een effectieve manier gevonden om pottenkijkers van het Heizelplateau te weren: Berenklauw! Deze plant wordt tot twee meter hoog, groeit normaal gezien ergens in de Kaukasus maar voelt zich blijkbaar kiplekker op de Heizel, waar hij welig tiert. Waarom is Berenklauw een effectieve manier om pottenkijkers weg te houden? Het sap van de plant, dat vrij komt bij aanraking, versterkt zonlicht, waardoor u tweedegraads brandwonden kunt krijgen. Een ondoordringbaar fort. MOEDIG – Eén politicus biedt echter moedig weerstand. Brussels schepen van Groene ruimten Ahmed El Ktibi (PS) kwam deze week op de plaats van het onheil om te zien wat er moest gebeuren. De trams van de MIVB konden er nauwelijks nog door, en u weet dat men er bij de MIVB voor beducht is om de commerciële snelheid niet nog te verlagen. En vermits trams al voor eendjes vol in de remmen gaan, kan u begrijpen dat voor een horde Kaukasische bijtplanten het rampenplan wordt afgekondigd in de Koloniënstraat. De grote middelen worden daarbij niet geschuwd. De troepen van de groendienst van El Ktibi voeren momenteel een verbeten strijd met de groene gedrochten. Dat is zeer letterlijk te nemen: de omgehakte planten worden dan ook nog eens in brand gestoken. U houdt deze week beter ramen en deuren gesloten als u aan de Heizel woont. OPMERKING – Tiens, planten die branden die in brand worden gestoken. Wel een beetje overkill.

ADVERTENTIE


BDW 1386 PAGINA 8 - DONDERDAG 11 JULI 2013

Links: een sterk aftakelende trap. Rechtsboven: de voet van de lantaarnpaal is in verval. Rechtsonder: hekken schermen vallende stenen en brokstukken af.

© STEVEN VANDENBERGH

Patrimonium > Regie der Gebouwen moet dringend ingrijpen

Buitenkant Legermuseum aan onderhoud toe BRUSSEL – Een trap die afbrokkelt en een lantaarnpaal die dreigt om te vallen, beide dicht bij een kindertuin. Rondom het Legermuseum wacht de Regie der Gebouwen veiligheids- en onderhoudswerken.

T

erwijl het verroeste ijzer van de trap aan de dienstingang van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in het Jubelpark meer en meer loskomt, brokkelen de stenen treden af. Twee draden bakenen de ruimte af, maar of dat voldoende is om de kinderen van de nabijgelegen speeltuin tegen te houden, is zeer de vraag. Een ander veiligheidsrisico voor diezelfde kinderen, en bij uitbreiding

voor alle voorbijgangers, vormt een stalen lantaarnpaal die aan de voet grotendeels doorgevreten is. Enkele meters verder hangt een ijzeren draad, hoog aan de buitenkant van de muur, los. Tags ontsieren de muren, in een donkere hoek slaapt een dakloze op een vuile matras. In de vele anonieme hoeken rondom het museum merkt de wandelaar donkere urinevlekken en een soms onfrisse geur. Een hele flank is met

hekken afgeschermd voor vallende stenen en brokstukken. Aan de publieksingang krabt een personeelslid het gras van rond de kanonnen, het groen tussen de kasseien op de esplanade groeit verder. Aan de overkant verbaast een gesloten toegang tot de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis met een mozaïek van vogelpoep, gebroken glas en onkruid.

“De gevels zijn onderzocht en de herstellingswerken worden nog dit jaar aangevat”

Herstellingswerken Zorgt de Regie der Gebouwen voor voldoende en tijdig onderhoud van het cultureel patrimonium? En wie is juridisch aansprakelijk bij een ongeluk?

Johan Vanderborght, woordvoerder van de Regie der Gebouwen, laat weten dat “veiligheidsmaatregelen met betrekking tot de dienstingang werden genomen en dit in afwachting van herstellingswerken die gepland zijn voor 2014. Ook de verlichting in het park wordt in de loop van 2014 aangepakt, in samenwerking met Beliris.” “Voor het gewone onderhoud van de directe omgeving staat de gebruiker (het museum, SVdb) zelf in. De gevels zijn onderzocht en de herstellingswerken worden dit jaar nog aanbesteed en aangevat.” Steven Vandenbergh

Samenleving > Bij Masir Avenir leren pubers Belgische samenleving kennen

Jongere burgert opnieuw in

Het Brussels Onthaalbureau voor Nieuwkomers (BON) organiseert in juli en augustus voor de vierde keer op rij Masir Avenir. Tijdens dat project leren zestig zestien- en zeventienjarigen niet alleen via lessen Nederlands en Maatschappelijke Oriëntatie maar ook met workshops bij JES (Jeugd en Stad) de Belgische samenleving kennen. De meerderheid van de jongeren

© BON

BRUSSEL – Masir Avenir, een project waarbij jonge nieuwkomers inburgeren, is deze zomer dan toch van start gegaan. Maar wat volgend jaar?

leeft hier zonder ouders en komt uit landen als Afghanistan, Ghana en Guinee. Volgens Sofie De Dobbeleer, stafmedewerker minderjarigen bij BON, staat deze editie open voor alle anderstalige minderjarige nieuwkomers. Bleef dat de voorbije jaren beperkt tot asielzoekers en vluchtelingen, dan behoren nu ook gezinsherenigers tot de groep.

Structurele subsidie

Tijdens een workshop van Jeugd en Stad worden de jonge nieuwkomers ondergedompeld in de beginselen van multimedia.

Vorig jaar ontstond nog twijfel over het voortbestaan van dit inburgeringsproject. Het Europees Vluchtelingenfonds, dat voor het gros van

de financiering verantwoordelijk was, stopte namelijk met de steun. Dat probleem lijkt nu van de baan. Vlaams minister van Inburgering Geert Bourgeois (N-VA) voorziet het zomerproject van een eenmalige subsidie van 87.000 euro. Maar wat gebeurt nadien? Kris Snijkers, woordvoerder van de minister, zegt dat het Vlaams decreet recent aangepast is, waardoor minderjarigen ook tot de doelgroep behoren. Daardoor zou het project vanaf volgend jaar over een structurele subsidie kunnen beschikken.

Steven Vandenbergh


ADVERTENTIE

Uitgave nr 18 - verschijningsdatum 11 juli 2013 - hetpuntbrussel@gmail.com

Vrijwilligen in Brussel Deze maand nemen we tijd voor MINDERHEDEN IN BRUSSEL. We gaan op bezoek bij PIGMENT VZW en het LOKAAL DIENSTENCENTRUM HET ANKER. Onze hoofdstad is een bonte mix van mensen met verschillende tradities, politieke, sociale en economische achtergronden. Ken jij je buurvrouw? Ken jij het verhaal van de man in je straat? WORD VRIJWILLIGER EN DUIK IN DE WERELD VAN EEN ANDER.

“Ik geef iets terug dat ze zelf aan mij gegeven hebben” om anderen hulp te kunnen bieden.

Vandaag op dinsdag, wordt er gekookt door vrijwilligers van LDC Het Anker. Jean-Pierre, zuster Rita en Johan zijn druk in de weer met het bereiden van het middagmaal. Tijdens het fijnhakken van de uitjes en de aardappelen voor de frietjes, het wassen van de wortels en het bereiden van het vlees, begroeten mensen elkaar. Er heerst een heel aangename, warme en ontspannen sfeer. De tafels zijn mooi gedekt en iedereen zit watertandend klaar voor het verorberen van de soep. Marie-Louise, een vrouw van gezegende leeftijd, vertelt me dat het eten hier elke keer opperbest is. Ik krijg een grote tas witloofroomsoep aangereikt en kan dit onmiddellijk beamen. Marie-Louise werkt al 10 jaar vrijwillig bij LDC Het Anker. Ze helpt de mannenkledij die hier verzameld wordt sorteren, wassen en strijken alvorens het wordt uitgedeeld aan daklozen. Op dinsdagnamiddag helpt ze bij het brei- en speelatelier. Ze vertelt vol vuur over het vrijwilligerswerk, het leuke gezelschap, het contact met de daklozen en geeft nogmaals een pluim voor het lekkere eten dat vervolgens op tafel verschijnt. Ik laat haar rustig verder genieten en zet mijn gesprek verder met JeanPierre. Hij zorgt ervoor dat iedereen zijn buikje rond kan eten en niemand iets tekort komt. Jean-Pierre werkt al een jaar actief mee in de keuken. Hij woonde 30 jaar zelfstandig en kende LDC Het Anker niet tot op het moment dat hij het moeilijk kreeg en zelf bij de vzw aanklopte. ‘Ik ben zo blij dat ik hier terecht gekomen ben, je moet de goede mensen op het juiste moment leren kennen’. En hij vervolgt: ‘we leven in een wereld waar veel miserie is en waarmee steeds meer mensen geconfronteerd

Hier vind je een greep uit de Brusselse vrijwilligersvacatures. Surf voor nog meer vacatures naar

www.hetpuntbrussel.be Het Punt vzw, Steenkoolkaai 9B, 1000 Brussel. 02/ 218 55 16

1000 BRUSSEL

u Eventvrijwilliger Muntpunt

Stamp deze zomer 2 grootse feesten uit de grond met untpunt: flyeren vooraf, publiek onthalen en informeren ter, productiewerk,... Bij Muntpunt - Lotte Gijbels, 02/278 11 11, lotte.gijbels@muntpunt.be.

u Onthaal leeszaal museumbibliotheek KMSKB

Onthaal van de lezers, uitleg werking van bibliotheek, schakel tussen lezers en bibliotheek, bijhouden van statistieken... Gelieve cv + motivatiebrief te sturen naar sylviane.van.droogenbroeck@fine-artsmuseum. be. Bij Vrienden van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België vzw - Sylviane Van Droogenbroeck, 02/508 35 47 (dinsdag tot donderdag). Talenkennis:

u Onthaal museumbezoekers

Tweetalige (nl/fr) vrijwilligers gezocht voor het onthaal van de bezoekers van het toekomstige Fin de Siècle museum.Gelieve cv en motivatiebrief te sturen naar sylviane.van.droogenbroeck@fine-artsmuseum. be. Bij Vrienden van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België vzw - Sylviane Van Droogenbroeck, 02/508 35 47 (dinsdag tot donderdag). Talenkennis:

Met steun van de Vlaamse minister bevoegd voor Brussel

© Het Anker

R

uben, een van de medewerkers, verduidelijkt dat dinsdagmiddag voorbehouden is voor de senioren van LDC Het Anker. Zij krijgen dan, tegen een kleine vergoeding (€5), een lekkere warme maaltijd voorgeschoteld. Op alle andere middagen kunnen alle bezoekers, ook andere mensen in een armoedesituatie, terecht in dit onthaal, waarvoor ook Pigment vzw wekelijks instaat. Elke middag kan een maaltijd worden besteld bij LDC Harmonie.

worden. De wereld van mensen in armoede en daklozen is een minimaatschappij. Je leert elkaar en goede organisaties zoals deze ‘bouche à oreille’ via straathoekwerkers, verplegers, organisaties kennen. Ikzelf heb het hier leren kennen door andere daklozen. Je bent alleen, je wil praten, je weet niet waar je naartoe kan. Veel ‘mensen van de straat’ gaan soms 4 keer per dag naar de winkel. Niet omdat ze iets echt nodig hebben, maar gewoon omdat ze sociaal contact nodig hebben.’ Wat doe jij hier precies? JP: Ik ben hier begonnen als onderhoudsman, ik kuiste de lokalen. Nu sta ik sinds een jaar in de keuken en dat is plezant. We zijn een team van 3 personen en zijn goed op elkaar afgestemd. Iedereen kent zijn werk en weet wat hij aan de andere heeft. We doen ons best, want het eten op tijd klaar hebben voor zoveel mensen is een kunst. Ik doe het graag en zeg altijd: ‘beter 1 ding goed doen, dan 2 half’ en ‘niet zeggen, maar doen’. Duidelijke afspraken zijn ook cruciaal om problemen nadien te vermijden. Vind jij je werk hier boeiend? JP: Ja, het is niet steeds gemakkelijk, want iedereen heeft zijn karakterhij lacht, ik ook!- en je moet veel geduld hebben. Mensen hebben veel problemen en lopen verloren, zeker de ‘nieuwe’. Mensen komen hier met allerlei vragen en problemen. Ze krijgen hier hulp. Als ’t koud is, komen veel mensen hier in de warmte zitten. Er is hier dan soms 70 man! Kan iedereen vrijwilligerswerk doen? JP: Neen, veel mensen doen vrijwilligerswerk voor de verkeerde reden. Ze zeggen: ’ik ben een beetje depressief en ik ga vrijwilliger worden’, maar dat is niet de juiste reden. Je moet zelf sterk staan en stabiel zijn

u Sportbegeleiders doorheen Brussel

Vanaf september zoekt de VGC-sportdienst vrijwilligers voor een gevarieerd aanbod: seniorengym, naschoolse sport, loopbegeleiding, G-sport begeleiders, mensen leren fietsen,... Laat van je horen! Bij Sportdienst van de Vlaamse Gemeenschapscommissie - Kevin Friant, 0491/62 42 37, kevin.friant@hotmail.com. Talenkennis:

u Fietsende boekenwurm

Begeleid 25 en 26 juni de internationale fietstocht Cycling for Libraries mee! Meer info op http://www.fietsersbond. be/brusselsgewest/nieuws/cyclingforlibraries. Bij Fietsersbond vzw - Renske Witteveen, 02/502 68 51, renske.witteveen@fietsersbond.be. Talenkennis:

u Vrijwillige tolken/vertalers gezocht

Het Sociaal Vertaalbureau Brussel Onthaal zoekt vrijwilligers om te tolken en te vertalen. Spreekt u Nederlands en 1 of meerdere andere talen, aarzel dan niet om ons te contacteren. Brussel Onthaal - Bjorn Truwant, 02/5117268, vertalingen.svb.bo@skynet.be. Talenkennis:

u Zonnetje aan het onthaal

Het onthaal verzorgen van het rust- en verzorgingstehuis. Bezoekers die voor het eerst het rusthuis bezoeken wegwijs maken, telefoon aannemen en doorverbinden. Kleine boodschappen aannemen. Bij vzw Huize St-Monika Hellen Pereira (vanaf 14/06), 02 545 60 60, animatie@huizesintmonika. Talenkennis:

u Rechterhand bij de maaltijden

Begeleiding van maaltijden bij bewoners die niet meer in staat zijn om zelfstandig te eten. Voornamelijk tussen 17u en 19u en in het weekend (ochtend, middag of avond). Bij vzw Huize St-Monika - Sigrid De Geyter, 02 545 60 62, sigrid.de.geyter@huizesintmonika.be.Talenkennis:

u Spanish and English volunteers

for a project for domestic workers on sunday afternoon in Brussels. You speak fluent Spanish and English to provide animation to a group of Filipino and Latin-American domestic workers. You will help organizing our sunday activities and create a fun atmosphere. Bij OR.C.A. vzw

Waarom blijf je dit werk doen? JP: Ik geef iets terug dat ze zelf aan mij gegeven hebben. De mensen waren hier heel sympathiek en hebben me goed opgevangen. Ik krijg hier warm eten, soep, koffie, goed gezelschap, dat is fantastisch. Ik leef echter van dag tot dag en ik plan niets. Je moet blij zijn met wat je hebt, want iemand zijn leven kan op heel korte tijd een totaal andere wending nemen. Ik heb het zelf meegemaakt en mensen denken vaak ‘mij overkomt dit niet’, maar ’t is er soms rapper dan je denkt. Intussen is Rita bij ons komen zitten. Het is heel erg stil in de zaal. Rita fluistert me toe: ‘Als het eten smaakt, zijn mensen stil, dat is mooi. Ze waarderen het ook sterk. Vele mensen zitten thuis alleen en hebben geen geld om zelf een maaltijd te bereiden of te kopen. Hier krijgt men gezelschap en lekker eten.‘ Waarom doe jij vrijwilligerswerk? Rita: ik ben gepensioneerd en ik kan niet de hele tijd alleen thuis zitten en niets doen. Ik kook graag en ik doe graag iets voor anderen. Hier duurde het eventjes alvorens we op elkaar afgestemd waren, maar nu is het echt tof. We werken mét elkaar, vele mensen kunnen dit niet en maken elkaar zo het leven moeilijk. Hier helpt iedereen elkaar spontaan. Zoeken jullie nog vrijwilligers? Ja, zeker. De bezoekers kunnen hier voor een paar cent een kop koffie drinken, maar de vuile tassen blijven staan. We zoeken mensen om hier mee te helpen afwassen, de keuken op te ruimen, koffie klaar te maken en op te dienen. Het is leuk een propere ruimte te hebben met gelukkige mensen. • Ilse Verhamme

MEER NFO? Pigment vzw en LDC Het Anker Marcqstraat 25, 1000 Brussel, TEL: 02 217 52 91 pigment.vzw@gmail.com, ldc.hetanker@skynet.be

(Organisation for Undocumented Workers) - Omar Garcia, 02/204.06.34, omar.garcia@orcasite.be. Talenkennis: Spaans en Engels.

1020 LAKEN

u (Co)coördinatoren, animatoren, keukenprinsessen en logistieke ondersteuning

Heb je zin om als animator, kok of manusje-van-alles mee te gaan op onze vakanties? Samen met ons kan je een aantal kansarme gezinnen, kinderen of jongeren een aangename vakantie bezorgen! Bij A Place To Live Jeroen Leysen, 02/4242101, jeroen@aplacetolive.be. Talenkennis:

1080 MOLENBEEK

u Dialoogbegeleider

Voor het project ‘Brussel in Dialoog’ is Foyer op zoek naar geëngageerde personen met een open hart en luisterend oor die een dialoogtafel in goede banen willen leiden. Bij Regionaal Integratiecentrum Foyer vzw - Rein Callewaert, 02/609 55 63, rein.callewaert@foyer.be. Talenkennis:

1210 SINT-JOOST-TEN-NOODE

u Kamperen in een zorgvoorziening

Wil je samen met andere jongeren kamperen in een zorgvoorziening en vrijwilligerswerk doen? Activiteiten organiseren, bezoekje brengen, wandeling maken,... zo bezorg je de bewoners een week vakantie! Bij Joka - Joke Haegemans, 02/248 10 42, info@jokaweb.be. Talenkennis:

1030 SCHAARBEEK

u Lesgever Arabisch

Onze senioren en enkele buurtbewoners willen graag Arabisch leren spreken en schrijven! Kan jij hen dit bijbrengen? Dan is dit iets voor jou! Bij Aksent vzw - Kim De Bock, 02 240 71 90, kim@aksentvzw.be. Talenkennis: Basis Nederlands en/of Frans en vlot Arabisch.

u DJ gezocht!

Krijg jij onze senioren aan het dansen? Heb je zin om één

WEGWIJZER VOOR VRIJWILLIGERS Wil jij deel uitmaken van ons enthousiast onthaalteam? Je ontmoet mensen met uiteenlopende interesses die je op weg helpt naar leuk vrijwilligerswerk in een Brusselse organisatie. Momenteel bevinden we ons op de Steenkoolkaai en vanaf september doen we het onthaal aan de onthaalbalie van Muntpunt. Interessante opleiding &

leuke ervaring verzekerd!

Bij Ilse Verhamme, Het Punt vzw, Steenkoolkaai 9B, 1000 Brussel. Tel.: 02/218 55 16 hetpuntprojecten@gmail.com Talenkennis: keer per maand (namiddag) alles te geven tijdens een feest bij Aksent? Dan is dit misschien iets voor jou! Bij Aksent vzw - Kim De Bock, 02 240 71 90, kim@aksentvzw.be. Talenkennis:

1080 ST-JANS MOLENBEEK

u ICT-vrijwilliger

Oxfam-Solidariteit is op zoek naar een ICT-vrijwilliger voor het opstarten van een nieuwe databank bij onze tweedehandswinkels . Een opportuniteit om je kennis om te zetten in praktijk! Bij OxfamSolidariteit - Kathleen Aneca, 02/501 6728, kan@oxfamsol. Talenkennis:

u Promotiemedewerker voor de concertwerking

Vk* concerts uit Molenbeek zoekt gemotiveerde vrijwilligers om het promo-team te ondersteunen. Bij Vk* concerts, Tristan Lagae, 02/413 04 10, info@vkconcerts.be. Talenkennis:

VU: Veerle Leroy, Steenkoolkaai 9, 1000 Brussel

Dinsdagmiddag, 12u00, Marcqstraat 25 Brussel, ik bevind me precies bij een wissel van de wacht in de lokalen van lokaal dienstencentrum Het Anker en Pigment vzw. Mannen van uiteenlopende leeftijd die een koffie drinken, op internet surfen, een praatje slaan of gewoon op hun gemak zitten in de zetel, maken plaats voor toestromende senioren.


BDW 1386 PAGINA 10 - DONDERDAG 11 JULI 2013

DEM EY HER RMA NNDEB RO U X

BEA ULIE U

DEL TA

HAN K AR

LON PÉT IL

THI EFFR Y

MER ODE

SCH UM AN

ALB EEK MA

ET KUN ST-W

PAR K

N STA T IO A AL

OUC KÈR E

CEN TR

ELIJ NE

DE B R

LAA NV F VA GR A A

SIN T-K A T

NDE REN

ERS RTE

VIJV

NT Z WA

BEE KK A

N TS T ATIO WES

UES BRE L

E

JACQ

AUM AL

T-G U S IN

WEI DE VEE

ID O

Een Brusselse zomerreis van Erasmus tot Herrmann-Debroux (2): Liliane Dussart uit Sint-Guido

BIZE T

AD HET R

CER IA

EDD YM ERC KX

ER A SMU S

METROLIJN 5

Een stukje Brugge in Brussel trostation, want daar sta ik meestal alleen in. Ik ben een echte stadsmens. Een leven buiten de stad, weg van de mensen, is niets voor mij!” Sociaal als ze is, heeft ze het soms wel moeilijk met de mentaliteit in en rond het metrostation zelf: “Ik hou van Saint-Guidon, maar de metro-

“Op een bepaald moment vroeg mijn vader of ik hem wilde vergezellen op de bühne, want zijn danseuse had volgens hem twee linkerbenen”

Liliane Dusart, hier in haar geliefde Zinnema, staat al 67 jaar op de planken en is thans aan haar laatste voorstellingen toe. “Als ze nog eens bij me aankloppen, zal ik zeker geen neen zeggen.”

ANDERLECHT – Wie dacht dat Anderlecht enkel een voetbalgemeente is, slaat de bal mis. Entertainment, kunst en multiculturaliteit zijn maar enkele andere troeven waarmee Anderlecht zich onderscheidt van andere Brusselse gemeenten. Anderlecht, Sint-Guido, 13u55. In het cultuurcentrum Zinnema heb ik afgesproken met Liliane. Lichtjes verkouden heet ze me hartelijk welkom in Saint-Guidon. “In Brussel zeggen we de namen van metrostations altijd in het Frans. We hebben het dus nooit over SintGuido, maar wel over Saint-Guidon. En dat geldt ook voor de straatnamen.” Liliane Dussart, geboren en getogen in Anderlecht, woont al bijna heel haar leven in de SintGuidowijk. En daar is ze trots op: “Het is een heel aangename buurt. Saint-Guidon kan je een beetje vergelijken met Brugge, maar daar

zijn er veel meer smalle straatjes.”

Bobbejaan Schoepen En ik moet toegeven: Lilianes vergelijking is meer dan terecht. De Place de la Vaillance (het Dapperheidsplein) is een knus en gezellig plein, omringd door architecturale pareltjes zoals de Sint-Pieter-en-SintGuido-Kerk en de Muziekacademie. “Toeristen op zoek naar culturele bezienswaardigheden kunnen hier zeker hun hart ophalen.” Maar er is meer: in het cultuurcentrum Zinnema krijgen amateurkunstenaars de kans om hun artistieke vaardigheden te ontplooien. “Zelf geef ik er al

Onze zomerreeks Metrolijn 5 wordt verzorgd door studenten Journalistiek en medewerkers van HUB, Luca en ISFSC. Elke week gaan ze bovengronds aan een van de metrohaltes tussen Erasmus en Herrmann-Debroux om het verhaal van een bijzondere persoon uit de buurt te vertellen.

zeven jaar lang voorstellingen,” zegt Liliane kwiek en monter. “En altijd voor volle zalen!” Liliane staat zelf al 67 jaar op de planken en is aan haar laatste voorstellingen toe. Met pijn in het hart. “Maar als ze nog eens bij me aankloppen, zal ik zeker geen neen zeggen.” De podiummicrobe kreeg Li-

© MARCUS CAMILLE

liane te pakken via haar vader: “Hij was clown en heeft nog samen met Bobbejaan Schoepen opgetreden. Van kleins af aan volgde ik mijn vader bij al zijn voorstellingen. En op een bepaald moment vroeg hij of ik hem wilde vergezellen op de bühne, want zijn danseuse had volgens hem twee linkerbenen.” Liliane is een echte duivel-doet-al: behalve in dansen blinkt ze ook uit in cabaret en zang. En de laatste jaren entertaint ze samen met haar Dussy Club-team de senioren uit de buurt.

Levende legende Na onze gezellige babbel in het cultuurcentrum brengt Liliane me naar de mooiste uithoekjes van haar wijk. Om de haverklap wordt ze aangeklampt door buurtbewoners. Liliane is graag onder de mensen, en de mensen zijn graag bij haar. “Ik gebruik niet graag de lift in het me-

buurt is een ‘doorgang’. De mensen lopen gewoon door en kijken niet naar elkaar om. Ik vind dat spijtig.” “Tussen de buurtbewoners onderling heerst er wel een gemoedelijke sfeer. We spreken Frans, Nederlands en Brussels met elkaar. Omschakelen van de ene taal naar de andere doen we automatisch.” Van spanningen tussen Nederlands- en Franstaligen is hier geen sprake. “De taalkwestie wordt gewoonweg opgeblazen door de media en de politici.” Liliane was van oorsprong Franstalig, maar op haar Nederlands valt niets aan te merken. “Dat heb ik te danken aan het toneel, waar ik veel in contact kwam met Nederlandstaligen.” Liliane neemt me op sleeptouw naar Gemeenschapscentrum De Rinck. De directrice strooit kwistig met lofwoordjes: “Liliane is hier een levende legende. Wanneer ze ophoudt met haar voorstellingen, zal ze een groot gemis zijn voor de lokale cultuurverenigingen.” Nadat Liliane me uitstekend gegidst heeft door Saint-Guidon, wil ze me nog een van de groenste plekjes uit de buurt laten zien: de tuin bij het Erasmushuis. We houden halt aan de vijver. Een merel dompelt zijn vleugeltjes onder in het water. Liliane bewondert het tafereel en geniet. Hannes Tahon Met dank aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de VGC.


BDW 1386 PAGINA 11 - DONDERDAG 11 JULI 2013

ADVERTENTIE

Koekelberg > Wandelkaart belicht architecturale pareltjes

Onverwacht mooie art déco Koekelberg is niet meteen een toeristische trekpleister. Toch telt de Basiliekgemeente heel wat architecturale pareltjes. Die werden nu verzameld in een wandelbrochure. Koekelberg herbergt bijvoorbeeld de eerste realisatie in art-décostijl van architect Henri Jacobs. Jacobs is vooral bekend om zijn art-nouveaugebouwen. Met zijn indrukwekkende Athénée royal de Koekelberg verkende hij in 1933 nieuwe wegen. En er is nog meer art déco te bewonderen in Koekelberg: woningen, het gemeentehuis – gebouwd door Jacobs’ zoon Henri-Aimé – en ook de grote Basiliek. Voorts zijn er mooie

art-nouveauwoningen en valt ook de modernistische sociale woningbouw op. De nieuwe brochure, die een historisch overzicht en twee wandelingen bevat, werd geschreven door Anne-Marie Pirlot en kadert in de reeks à la carte van de Directie Monumenten en Landschappen. Per Brusselse gemeente wordt een tweetalige wandelgids gemaakt over de stedenbouwkundige evolutie. De serie is inmiddels bijna volledig. Behalve over Koekelberg verscheen zopas ook een brochure voor Sint-AgathaBerchem. Alleen Jette, Ganshoren en Brussel-Stad ontbreken nog. De gidsen zijn gratis verkrijgbaar in het gemeentehuis, de Sint-Gorikshallen en in het BIP. Bettina Hubo

Sint-Jans-Molenbeek > Investeringsplan bijgesteld

Renovatie Vaartkapoen wordt uitgesteld © BRAM TACK

Brussels Staatssecretaris Bruno De Lille (Groen) stelt de grote renovatie van de Vaartkapoen met enkele jaren uit wegens de complexiteit van het dossier. Dat antwoordde hij op een vraag van Brussels parlementslid Jef Van Damme (SP.A). “Het is een zeer complex project,” geeft staatssecretaris Bruno De Lille (Groen) toe. “ Maar de Vaartkapoen is een project dat ons na aan het hart ligt. We hebben beslist om de zaal bruikbaar te houden en de investeringen daarvoor te behouden. Er wordt dus wel degelijk geïnvesteerd in de Vaartkapoen. We trekken 900.000 euro uit om de werking van de Vaartkapoen veilig te stellen. We hebben ervoor gekozen om eerst de noodzakelijke werken aan de zaal te laten uitvoeren, zodat de zaal verder kan worden gebruikt. Daarbij wordt gefocust op veiligheid. De gunning van de werken aan De Vaartkapoen wordt gepland in 2014. De rest van de investeringen wordt naar het volgende investeringsplan verschoven, na 2015.” Brussels parlementslid Jef Van Damme (SP.A), die De Lille hierover ondervroeg, reageert teleurgesteld. “De Vaartkapoen krijgt in plaats van een volledige renovatie nu enkel de absoluut noodzakelijke renovatiewerken. De verbouwing van het gemeenschapscentrum de Vaartkapoen wordt nog maar eens uitgesteld met drie jaar. Het wordt gewoon doorgeschoven naar een nieuw investeringsplan. En dat is jammer, want de noden in de Vaartkapoen zijn heel groot. Momenteel komt zelfs de concertwerking van de Vaartkapoen in gevaar door geluidsproblemen en gevaar voor vallende lichten. Ik zie ook dat de VGC voor De Vaartkapoen al jarenlang een gigantische leegstandboete van 30.000 euro per jaar betaalt. Echt jammer dat Bruno De Lille zijn oorspronkelijk investeringsplan drastisch veranderd heeft.”

Matthias Vanheerentals

UW GIDS DEZE ZOMER De komende drie weken zit er geen AGENDA magazine bij uw krant. In juli en augustus zijn er immers de extra dikke zomerspecials die u ook deze zomer mee op stap nemen doorheen Brussel en de Rand. U krijgt er het volledige aanbod swingende festivals, verkoelende terrasjes, leuke uitstapjes, en nog veel meer. Voor jong en oud. Hebt u het maandnummer vorige week gemist? U vindt het gratis in de displays in de stad of kan het bestellen op agendamagazine.be

HET VERHAAL GAAT VERDER OP AGENDAMAGAZINE.BE Verbouwing De Vaartkapoen: opnieuw met drie jaar uitgesteld.


ADVERTENTIE

Shoppen tijdens de solden begint bij de MIVB.

www.mivb.be


© RAAD VAN DE VGC

BDW 1386 PAGINA 13 - DONDERDAG 11 JULI 2013

Jette > Werken Woestelaan herbeginnen op 19 augustus

Toch afgescheiden fietspad De Charles Woestelaan wordt uiteindelijk aangelegd met een afgescheiden fietspad. Xavier Liénart (tweede van links, bovenste rij) is lid van de Conferentie van Vlaamse schepenen.

Sint-Lambrechts-Woluwe > Xavier Liénart (LB) vertaalt Vlaanderen.be

Vlaamse schepen snelt Franstaligen in de Rand ter hulp Vlaamse schepen Xavier Liénart (LB) snelt Nederlandsonkundige Randbewoners ter hulp met een vertaalwebsite. Een Franstalige bibliotheek openen in Zaventem met het Lombardgeld voor de Vlaamse schepen. Het is de natte droom van FDF-voorzitter Olivier Maingain, tevens burgemeester van Sint-Lambrechts-Woluwe. Zo ver is het nog niet, maar op de laatste gemeenteraad heeft schepen Xavier Liénart wel de eerste maatregelen voorgesteld die Woluwe neemt om de verweesde Franstaligen in de Rand te helpen. Liénart (ex-CD&V) is als Nederlandstalige verkozen op de lijst van burgemeester Maingain en is als schepen bevoegd voor de relaties met de Franstaligen in de Rand. Hij heeft een website ontwikkeld die alle relevante teksten van Vlaanderen.be, bijvoorbeeld die van de wooncode, in het Frans beschikbaar stelt. “We geven ook informatie aan Franstalige belastingsbetalers in Vlaanderen,” zegt Liénart, “We leggen uit hoe ze hun belastingsbrief via tax-on-web toch in het Frans kunnen invullen.” Als een Franstalige een bouwaanvraag wil indienen in een Vlaamse Randgemeente kan die het document door de website laten vertalen. Woluwe heeft hiervoor de rechten gekocht van Google Translate.

Liénart geeft toe dat die vertaaltool nog niet naar behoren werkt. Zo vertaalt Google ‘schepen’ als ‘navires’ terwijl het ‘échevin’ zou moeten zijn. “Maar goed, het is toch al een eerste hulp. Een aantal Vlaamse wetteksten zijn al vertaald, ten behoeve van de inwoners van de faciliteitengemeenten. Weinig mensen weten dat. Wij stellen die teksten op de website ter beschikking.”

Troonswisseling Liénart ontkent niet dat Maingain met de website communautaire bedoelingen heeft, maar wat hem zelf betreft ziet hij geen probleem. “De website vertaalt teksten in alle Europese talen. Alle anderstaligen hebben er baat bij, ook diegene die in Brussel wonen.” Het was aanvankelijk de bedoeling om de website op 21 juli voor te stellen, maar omdat op dat moment de troonwisseling alle aandacht zal opeisen is de voorstelling van de website verdaagd naar eind augustus. Oppositielid Philippe Geelhand (Open VLD) is niet te spreken over het initiatief. “Dit is geld van Woluwenaars dat wordt weggegooid voor belachelijke provocaties. Het geld zou beter besteed worden aan het volledig Nederlandstalig maken van de website van de gemeente.”

Steven Van Garsse

Brussel > Oplossing in de maak tegen wildparkeren

Paaltjes voor de Louizalaan Het stukje Louizalaan tussen Louizapoort en Stefaniaplein kreunt onder het wildparkeren. Gewest, gemeenten en handelaars willen daar iets aan doen. De ‘flessenhals’ of ‘goulet Louise’ zoals die in de volksmond heet, is al langer bron van problemen. Auto’s parkeren zich op het voetpad, vrachtwagens die leveren blokkeren het verkeer of rijden op het trottoir om het verkeer niet te hinderen. De tram rijdt in een beschermde baan, waardoor auto’s moeilijk kunnen uitwijken. En dan zijn er nog de talrijke voetgangers die van de ene kant naar de andere proberen te geraken. Het zorgt ervoor dat de goulet een echt zwart punt is op vlak van mobiliteit. In de vorige legislatuur heeft minister van Vervoer Pascal Smet (SP.A) geprobeerd om de flessenhals autovrij te maken. Verkeerstechnisch is dat mogelijk. Er loopt een autotunnel onder. Er is dus voldoende capaciteit voor de auto via deze invalsweg. Maar Smet beet er zijn tanden op stuk. Blijkbaar zorgt de huidige situatie ook niet voor voldoening, want sinds enkele maanden vergaderen de drie betrokken gemeenten Elsene, Brussel-Stad en

Sint-Gillis, Mobiel Brussel, het kabinet van vervoersminister Brigitte Grouwels (CD&V) en van economieminister Celine Frémault (CDH), samen met de handelsverenigingen om tot een oplossing te komen. Daar is een eerste denkpiste uit gekomen. Het trottoir zou over de volledige lengte paaltjes krijgen. Daar waren de handelaars aanvankelijk tegen, omdat het de leveringen bemoeilijkt.

Stadsmeubilair Om dat probleem op te vangen, zou beslist worden om de leveringen toe te laten op de rijweg tussen 10 en 12 uur. “Uit onderzoek is gebleken dat 70 procent van de leveringen in die tijdspanne gebeurt,” zegt de woordvoerder van het kabinet van minister Grouwels. Vraag is wel of de tram hierdoor niet bijkomend gehinderd zal worden, want de auto’s zullen uitwijken naar de trambaan. Minister Grouwels belooft tegelijkertijd om de trottoirs en het stadsmeubilair te herstellen zodat de chique winkelstraat terug aan glans kan winnen. Als er snel een akkoord wordt bereikt, kunnen de werken in het najaar van start gaan. Steven Van Garsse

De heraanleg van de Woestelaan sleept al jaren aan. In de zomer van 2008 kreeg Mobiel Brussel de bouwvergunning. Die moest in 2011 verlengd worden omdat de werken nog altijd niet gestart waren. Midden vorig jaar begon de heraanleg dan toch. Tussen mei en december verving vervoersmaatschappij MIVB de tramsporen. Sinds eind december liggen de werken echter stil, tot grote consternatie van de buurt. Minister van Openbare Werken Brigitte Grouwels (CD&V) gaf begin dit jaar uitleg: de gemeente Jette wilde een afgescheiden fietspad in de plaats van het geplande gemarkeerde fietspad. Daarvoor moest een bijkomende stedenbouwkundige vergunning worden gevraagd. Grouwels liet nog weten dat dit niet tot vertraging zou leiden omdat alvast begonnen kon worden met de noodzakelijke nutswerken. Maar dat is niet gebeurd. Volgens

Grouwels’ woordvoerder een gevolg van het barslechte weer in het voorjaar. “Pas in mei, juni had men kunnen beginnen, maar dan ben je al kort bij het bouwverlof. Om te vermijden dat er in de zomermaanden een put zou liggen, heeft men besloten om pas in augustus te starten.” Grouwels gaat ervan uit dat de vergunning voor het fietspad nog deze maand uitgereikt wordt. In de nieuwe plannen komt het fietspad naast en op gelijke hoogte met het voetpad, iets hoger dan de rijweg. De parkeerplaatsen worden ingericht langs de middenberm. Op de infovergadering, vorige week, werd de buurtbewoners meegedeeld dat de werken herbeginnen op 19 augustus en tegen de herfst 2015 klaar zouden zijn. De werf wordt namelijk opgesplitst in zes deelwerven van vier maanden. Op elk stuk wordt eerst de weg opengelegd, waarna Sibelga, Vivaqua, Belgacom en andere nutsbedrijven hun gang kunnen gaan. Vervolgens gebeurt de bovengrondse aanleg. Bettina Hubo

Glascontainers op Fabiolaen Paolaplein GANSHOREN – Net Brussel gaat twee bijkomende ondergrondse glascontainers installeren in Ganshoren. Ze worden geplaatst op het Fabiolaplein en op het Paolaplein. Nu staan er slechts op één plek ingegraven glasbollen, met name op

de hoek van de Sergeant Sorensenstraat en de Doulceronstraat. Het Ganshorense gemeentebestuur is tevreden, want door het ingegraven van de containers nemen de sluikstorten en de lawaaioverlast af. HUB

ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN

Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44

M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����


BDW 1386 PAGINA 14 - DONDERDAG 11 JULI 2013

In succesvolle ‘steden van aankomst’ zoals de wijken aan de Brusselse kanaalzone, is de bevolking een mix van jonge koppels die hier geboren zijn, immigranten, artiesten en ondernemers.

Samenleving > Jef Van Damme (SP.A) over ‘steden van aankomst’ in Brussel

De kanaalzone: de sociale roltrap van België BRUSSEL – Alle ogen in Brussel zijn dezer dagen gericht op de kanaalzone. De Franse architect en stedenbouwkundige Alexandre Chemetoff werd aangesteld om een richtplan uit te werken en organiseerde vorige week een brainstorm over het gebied. Deze analyse moet voor Jef Van Damme (SP.A) vertrekken vanuit de vaststelling dat de wijken aan het kanaal fungeren als de sociale roltrap van België.

BDWOPINIE Voor veel mensen staat de Brusselse kanaalzone niet meteen synoniem voor goed nieuws. We associëren de wijken lang het kanaal in Molenbeek, Laken of Anderlecht met overbevolking, armoede en een gebrek aan openbare ruimte. We denken aan relletjes, onveiligheid en laaggeschoolde jongeren die rondhangen in vuile straten. Dat zijn natuurlijk stereotypen. Want de kanaalwijken zijn ook kleurrijk, zitten vol verbor-

gen pareltjes en enthousiastelingen die leven in de brouwerij brengen, zoals in het nieuwe hotel in de oude Belle-Vue brouwerij. Toch kunnen we niet ontkennen dat de kanaalzone kampt met hardnekkige problemen die verre van opgelost zijn.

Economisch hart Vaak wordt de oorzaak voor wat er fout loopt gezocht bij slecht bestuur. Afhankelijk van het standpunt zijn het ‘rechtse’ politici die bepaalde wijken verwaarlozen, of ‘linkse’ politici die te laks optreden. Ik wil hier graag twee kanttekeningen bij ma-

“De historische centra van Molenbeek, Anderlecht en Laken zijn onze steden van aankomst, plekken waar sociale mobiliteit voor veel mensen begint” ken, omdat de dynamieken achter veel problemen aan het kanaal het lokale niveau overstijgen. Enerzijds is er de geschiedenis van de economische ontwikkeling van Brussel. Anderzijds speelt het weinig zichtbare maar immens belangrijke fenomeen van de sociale mobiliteit. Vanaf het begin van de industriële revolutie, bijna 200 jaar geleden, vormde de kanaalzone steeds het economische hart van Brussel. Inwijkelingen op zoek naar een job of huisvesting kwamen daarom in de wijken langs het kanaal terecht. In de negentiende eeuw waren de

meesten arme en ongeschoolde Vlaamse boeren op de vlucht voor armoede of honger. Na de Tweede Wereldoorlog globaliseerde de migratie. De eerste golven kwamen uit Zuid-Europa, gevolgd door NoordAfrikanen in de jaren 1970 en 1980. De laatste decennia zien we een mix van Afrikanen, mensen uit het Midden-Oosten en Oost-Europeanen. Het is verleidelijk om Molenbeek, Laken en Anderlecht te zien als statische probleemgemeenten die er niet in slagen hun bevolking uit de miserie te helpen. Veel indicatoren duiden inderdaad op sociaal-eco-

© SASKIA VANDERSTICHELE

nomische achteruitgang in de laatste twintig jaar. Maar de realiteit is complexer: de bevolking van twintig jaar geleden is niet die van vandaag. Anderlecht en Molenbeek kenden tussen de verkiezingsjaren 2006 en 2012 een bevolkingsgroei van meer dan 10 procent. Je zou dus verwachten dat het aantal mensen dat in 2012 voor de eerste keer stemde, ook zo’n 10 procent bedraagt. Maar in realiteit bracht maar liefst een derde van de Molenbekenaren voor de eerste keer hun stem uit in 2012. Meer dan 30 procent van de Molenbeekse stemgerechtigde bevolking van 2012 woonde dus in 2006 nog niet in de gemeente. Op 6 jaar tijd kwamen er heel wat nieuwe inwoners bij. Maar tegelijk vertrok ook een aanzienlijk deel weg uit de gemeente, vaak naar middenklassewijken in en rond Brussel.

Meerlagige aanpak We kunnen bijna stellen dat zo goed als de hele Molenbeekse bevolking elke twintig jaar wordt vervangen. Deze hoge mobiliteit in zeer diverse maar sociaal kwetsbare stadsdelen is een van de karaktertrekken van een ‘stad van aankomst’, zoals Doug Saunders die beschrijft in zijn gelijknamige boek over de wereldwijde verstedelijking. Vandaag leeft al meer dan 50 procent van de wereldbevolking in steden. De historische centra van Molenbeek, Anderlecht en Laken zijn onze ‘steden van aankomst’, de plekken waar de sociale mobiliteit voor veel mensen begint. We focussen te veel op het structurele, bijna noodlottige karakter


BDW 1386 PAGINA 15 - DONDERDAG 11 JULI 2013

BRIEVEN VAN LEZERS

BDWOPINIE

lezersbrieven@bdw.be

Neo, Just Under The Sky en Uplace

Brusselse expats

Er komen drie nieuwe woon- en handelsprojecten die op slechts enkele kilometers afstand van elkaar liggen. Dat kan allemaal in Brussel. Komende van de Heizel is er het Neoproject, dat na een paar tramhaltes langs Mabru komt, waar ook nog een winkelcentrum zou komen. Enkele kilometers verder richting Haren/Vilvoorde, komt Uplace er dan nog eens bij. Dat kan niet in deze crisistijd en zonder al te veel protest zoals op het Taksimplein. Ja, op drie plaatsen protesteren is misschien wat veel. Toch zou het interessant om deze drie projecten, die niet ver uit elkaar liggen, samen te zien op één plattegrond. Hendrika Herrebosch, Neder-over-Heembeek

door Anne Brumagne

Zwemmen in Schaarbeek Toen ik bijna tien jaar geleden in Schaarbeek kwam wonen, was ik blij dat ik op enkele minuten van het gemeentelijk zwembad woonde. Op al die tijd heb ik er echter niet meer dan twintig keer gebruik van gemaakt, denk ik. Waarom? Deels omdat ik, hoewel ik graag zwem, moeilijk te motiveren ben als het koud is. Al dat gedoe met uit- en aankleden, nat haar, etc. Daar komt bij dat je in Neptunium via een koude trappenhal van de kleedkamer naar het zwembad moet en terug, brrr! Maar als het lekker zomers weer is, dan is het best zalig om een frisse duik te kunnen nemen, na het werk of op een zondagmorgen, als de meeste mensen nog slapen. Helaas is het zwembad dan meestal gesloten. Elke zomer is er een nieuwe variatie op hetzelfde liedje. De vorige jaren ging het zwembad tijdens de zomermaanden voor een telkens variabel aantal weken dicht. Dit jaar lijkt het erop, voorlopig toch, dat het zwembad open blijft, zij het met de openingsuren van een bank! Wie in Schaarbeek woont en overdag werkt, zal tijdens warme zomerdagen geen frisse duik kunnen nemen in het gemeentelijk zwembad voor of na het werk en al evenmin in het weekend. Neptunium is immers in juli en augustus enkel open op weekdagen van negen tot vier. Iedereen moet al uit het water om kwart na vier. Wat een service! Paula Dumont, Schaarbeek © HELEN HERMANS

van de problemen aan het kanaal. Te weinig aandacht gaat naar het spectaculair persoonlijk traject en de enorme sociale mobiliteit van de mensen die er (tijdelijk) leven. Doug Saunders zegt daarover: ‘we moeten op een andere manier naar deze wijken kijken: niet als een vast en tijdloos geheel maar wel als een verzameling van menselijke trajecten. Mensen wonen hier niet alleen, ze zijn hier vooral ook op doortocht. Sommige van de meest succesvolle ‘steden van aankomst’, op het vlak van economische integratie en sociale mobiliteit, zijn die wijken waar armoedecijfers constant blijven of zelfs stijgen.’ Arme mensen komen er toe, voeden er hun kinderen op en zoeken er een job. Gaandeweg beklimmen ze de sociale ladder, zetten ze hun persoonlijk traject verder en verhuizen ze naar ‘betere’ middenklassewijken. Molenbeek, Anderlecht en Laken doen dus dienst als de sociale roltrap van Brussel en zelfs van België en vervullen op die manier een essentiële en ook positieve rol in onze maatschappij. Betekent dit dat lokale politici van al hun verantwoordelijkheden ontheven worden? Natuurlijk niet! Doug Saunders pleit voor een meerlagige politieke aanpak. Politici moeten tegelijk de problemen in de ‘steden van aankomst’ aanpakken, de sociale roltrap draaiende houden en de levenskwaliteit verbeteren. Kwalitatieve openbare ruimte is cruciaal. Straten en pleinen moeten veilig zijn op elk moment van de dag. Ze moeten proper zijn en minder gedomineerd worden door (auto-)verkeer. Al iets gewaagder is het voorstel van Saunders om alle obstakels voor het openen van kleine handelzaken te elimineren, zoals het afschaffen van de vereiste om een diploma bedrijfsbeheer te behalen. Volgens hem vormen dat onbegrijpelijke hindernissen voor veel immigranten. Nog minder evident is zijn visie over nachtwinkels en phoneshops als belangrijke hubs voor het informele internationale netwerk van veel immigranten en als noodzakelijk voor de sociale roltrapfunctie van deze wijken. Ten slotte pleit Saunders voor een betere sociale mix. Die moet er komen door een ambitieuze woningpolitiek en door te investeren in onderwijs, in ‘magneetscholen’. Saunders: “De meest succesvolle steden van aankomst in de wereld zijn de wijken waar de bevolking een mix is van jonge koppels die hier geboren zijn, immigranten, artiesten en ondernemers: dit is de beste mix voor een snelle sociale mobiliteit.” Sociale mix en de heropleving van wijken zijn een belangrijke motor voor de noodzakelijke sociale mobiliteit. Ook de bewoners van de Brusselse kanaalwijken hebben nood aan mooie pleinen en nieuwe scholen. Het is precies in het stimuleren van deze mix in onze ‘steden van aankomst’ dat Brusselse politici een belangrijke rol kunnen spelen. Zo kunnen de kanaalwijken in Molenbeek, Anderlecht en Laken zowel succesvolle steden van aankomst blijven en tegelijk aantrekkelijke wijken worden waar iedereen graag woont. Jef Van Damme, Brussels parlementslid (SP.A)

In het voorjaar van 2012 hield het Verbindingsbureau Brussel-Europa een grootschalige enquête bij de internationale gemeenschap hier in de hoofdstad, met als bedoeling te weten te komen wat er leeft bij de expats, en hoe ze tegen de stad aankijken. Bij de resultaten van zo’n enquête zijn altijd een paar ‘maars’ te plaatsen. Hier bijvoorbeeld dat men geen wetenschappelijk ‘staal’ van expats heeft genomen, maar mensen via verschillende kanalen – voornamelijk die van de Europese instellingen – heeft uitgenodigd om vrijwillig deel te nemen. Die vrijwilligheid zorgt er op zijn beurt weer voor dat mensen die deelnemen zich al meer bij het onderwerp betrokken voelen, en vanzelf al wat mondiger en kritischer zijn dan mensen die de vragenlijst aan zich laten voorbijgaan. En wat antwoordden de meer dan 9.000 deelnemers? Spectaculair zijn de resultaten geenszins. De expats zijn niet razend enthousiast over de hoofdstad, maar ze zijn er ook niet door gedegouteerd. Misschien moet de belangrijkste algemene conclusie wel zijn dat de mening van de internationale gemeenschap over Brussel niet zo heel erg afwijkt van wat Brusselaars zelf over hun stad vinden. Zeker diegenen die al wat langer in de stad wonen, formuleren dezelfde opinies. Men vindt Brussel wel groen, maar vooral veel te vuil. En de expats zeggen heel nadrukkelijk dat Brussel dringend maatregelen moet nemen om het autoverkeer terug te dringen. Een meerderheid is het bovendien eens met de stelling dat er in Brussel veel armoede is. Wat ten slotte ook zorgen baart, is dat de expats Brussel geen veilige stad vinden, vergeleken met andere Europese grootsteden. Over de gezondheidszorg, de gastronomie of het culturele leven is men wel behoorlijk tevreden. Uit de enquête blijkt zelfs dat de culturele participatie hoger ligt dan bij de Belgische respondenten. En wat de politiek betreft, blijkt de interesse in de Belgische politieke niveau’s groter dan wat we doorgaans vermoeden – zo heel erg in hun eigen bubble leven die expats dus ook weer niet. Maar daar denken ze zelf anders over. Ze vinden dat de internationale gemeenschap in een aparte wereld leeft en weinig contact heeft met de andere Brusselaars. Maar ook dat die Brusselaars veel te weinig beseffen hoe belangrijk de Europese instellingen voor hun stad zijn. Men mag hier volgens hen best nog wat meer inspanningen leveren om de internationale gemeenschap goed te onthalen. Dat laatste zal wel koren op de molen zijn van de opdrachtgever van de studie, het Verbindingsbureau. Dat ziet zijn bestaansreden bevestigd. Het neemt niet weg dat we de boodschap maar beter goed in onze oren knopen. De internationale gemeenschap is erg belangrijk voor Brussel, en maakt deel uit van de identiteit van de stad. We willen toch niet dat iedereen in zijn eigen afgesloten wereldje blijft leven?

EVA HILHORST

In Neptunium moet je via een koude trappenhal van de kleedkamer naar het zwembad en terug: koud in de winter. SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@ bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.


© SASKIA VANDERSTICHELE

CHAMBÉRY DANST ROSAS ETTERBEEK – Rosas danst Rosas, de dansklassieker die de doorbaak betekende voor Anne Teresa De Keersmaeker, bestaat dertig jaar. Om die verjaardag te vieren heeft De Keersmaeker enkele filmpjes op YouTube gezet waarin de choreografie van de inmiddels beroemde stoelenscène stap voor stap wordt uitgelegd. Bedoeling is om zoveel mogelijk mensen in beweging te brengen en eigen varianten te laten maken van de scène. Het inspireerde buurthuis Chambéry tot een interpretatie met ouderen en kinderen. Afgelopen vrijdag verzamelden dertien senioren tussen zeventig en negentig en zeven kinderen. Onder leiding van enkele animatoren leerden ze de basisbewegingen en namen ze een versie op met twintig stoelen, op de muziek van ‘Forever Young’ van Alphaville. Binnenkort te zien op YouTube. HUB

DUIMEN VOOR VINCENT KOMPANY BRUSSEL – Vincent Kompany is met zijn kersverse voetbalploeg BX Brussels genomineerd voor het Klein Duimpje van de Vlaamse Jeugdraad. Hiermee steekt de Jeugdraad jaarlijks haar duim in de lucht voor een persoon of organisatie die zich inzet voor kinderen en jongeren, en de samenleving nog een tikkeltje sterker tracht te maken. Voetbalster Kompany, een rasechte Brusselaar, kocht eind maart FC Bleid op en kneedde het tot BX Brussels, een voetbalclub die jong Brussels talent verzamelt. Kompany wil de jeugd, binnen een positief en sportief kader, stimuleren om haar kwaliteiten te ontdekken en ontplooien. De Jeugdraad ziet in hem een groot voorbeeld voor jongeren, en maakte hem dan ook tot een van de vijf ‘supergenomineerden’. De uiteindelijke winnaar wordt op 12 augustus, de Internationale Dag van de CV Jeugd, bekendgemaakt.

BDW 1386 PAGINA 16 - DONDERDAG 11 JULI 2013

VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

ZOMERREEKS (2) MIA DROESHOUT WAS DERTIEN IN 1967

‘Ik was een rebel’ GANSHOREN - Droeshout, plus ganshorenois et tu meurs. De Brusselse wortels van de familie gaan terug tot in de zeventiende eeuw. Telg Mia Droeshout werd radiojournaliste en woont vandaag in het huis waar ze is geboren. “Ik heb een waanzinnige jeugd gehad.” 1967. Vrijheid blijheid. De vooravond van de studentenrevoltes. De jeugd zette zich af tegen het katholieke burgerlijke Vlaanderen. Ze stonden op de barricades om hun links gedachtengoed te verkondigen en de seksuele revolutie te bepleiten. In Ganshoren was daar op dat moment nog niet veel van te merken. Zeker niet voor Mia Droeshout, toen dertien jaar. Die ging, liefst met de jongens, ravotten in park De Wip, waar de lokale schuttersgilde gevestigd was en waar vandaag het zwembad Nereus in stelling staat. Droeshout: “Ons huis grensde aan dat park. We konden er via de tuin in. ‘s Morgens trokken we er naartoe, om ‘s avonds terug te keren. Het leek wel of de ouders afspraken om op hetzelfde moment eten te maken. We hadden een zalige tijd.” Op de koer van het ouderlijk huis hield vader

Droeshout een volière met 48 kanaries. Er werd gevoetbald, tot ergernis van de vader. Zeker toen de bal een opening maakte in het gaas van de volière. Van de 48 kanaries waren er 45 ontsnapt. “Toen was het gedaan met voetballen op de koer,” lacht Droeshout. Nog een reden om naar het park te gaan. Ganshoren-les-Bains, neffens Jette-Plage, Zo klonk het toen. Niets te maken met het zwembad. Dat stond er toen nog niet. Het was elke dag vakantie. Mia Droeshout woont vandaag nog altijd in Ganshoren. In het huis dat haar grootvader liet bouwen, en waar ze zelf geboren is. Ze haalt een brief boven uit 1936 die haar grootvader aan de gemeente schreef. Een bouwaanvraag op vergeeld papier, maar mooi getypt in het Frans. Niet lang na haar geboorte ging ze met haar ouders aan de overkant wonen. Ze maakten de ruil

met de grootouders. De hele familie woonde in de straat of buurt, en ook vandaag nog zijn er heel wat Droeshouts in Ganshoren te vinden. Honkvast. Ganshoren was in de jaren 1960 op weinig vlakken te vergelijken met het Brussel van vandaag. De middenstand floreerde. Moeder Droeshout had een pantoffelwinkel. Mia werd al op jonge leeftijd ingeschakeld om te helpen. Droeshout: “Als het winter was, wisten we dat er veel volk over de vloer zou komen, om caoutchouc botten te kopen. En begin september kwamen de scholieren aanschuiven voor stoffen witte gymschoentjes met elastiekje. De dozen met turnschoenen stonden toen tot in de badkamer! In de keuken werden er laarzen gepast.” “Pas later besef je in wat voor een beschermde omgeving je bent opgegroeid. We waren een echt dorp. Met een hechte Vlaamse gemeenschap. We gingen ook zelden naar de stad. Af en toe om kleren te kopen in de rue Neuve, ja, dat wel. We namen de tram. Een auto hadden we niet. De tram had hier zijn terminus. Daar heb ik mijn eerste si-

ADVERTENTIE

Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

✆ 0800-15045

alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

De dertienjarige Mia Droeshout bij de volière van haar vader. Negen jaar later speelt het amateurgezelschap Hoop Op Oogst in de Beursschouwburg. “Mia Droeshout bracht ons een briljante vertolking,” schrijft Het Nieuwsblad. Ook Jari Demeulemeeester, Jan Beghin, Jempi De Cooman en wijlen Ivo Goris stonden op het podium.


BDW 1386 PAGINA 17 - DONDERDAG 11 JULI 2013

Mia Droeshout: “Al op mijn vijftiende wist ik dat ik radiojournaliste zou worden. Ik had nooit gedacht dat ik het zou halen.”

garet gerookt. Ik was toen veertien jaar.” Maar naar Dilbeek gaan met de bus, dat was voor Droeshout de échte vrijheid. Van het beschermde dorp Ganshoren naar de Rand. “Ik liep school in Sint-Lutgardis. Met zeven meisjes van de klas beslisten we om Latijn te gaan studeren. Dat hadden ze daar niet. We hadden hier alles op vijftig meter van ons huis: de chiro, de school, de Wip. En plots moesten we met de schoolbus naar Regina Celis in Dilbeek. Je kan je voorstellen dat zoiets indruk maakt op een dertienjarige.” Maar het liep niet goed af met de vrijheid. Na twee jaar werd Mia Droeshout vriendelijk verzocht om een andere school te kiezen, met een vuistdikke map aan opmerkingen van het PMS. Droeshout: “Dat kwam zo: we moesten aan het begin van het schooljaar het beroep van onze ouders invullen. Ik was niet te spreken over die inmenging in mijn privéleven en schreef ‘arbeider’ op de steekkaart, om contrair te doen en beïnvloed door het links gedachtengoed van mijn broer. We spookten met mijn vriendinnen nogal wat uit, maar van de weeromstuit kreeg ik altijd de schuld. Het zogenaamde arbeiderskind.”

Strafkamp Droeshout moest van haar ouders een jaar ‘op strafkamp’, op internaat in Ternat. Droeshout: “Dat was van de vrijheid naar het slot. Dat was bangelijk. Wegens te rebels, mocht ik ook daar niet blijven! Daarna kon ik gelukkig naar Maria-Boodschap. Oef dacht ik, ik ben terug thuis. Met geld dat ik had verdiend door te werken bij de bakkerij om de hoek, kocht ik een brommertje. Ik herinner me nog het kruispunt van de Vierwindestraat en de Gent-

TIJDSBAROMETER Van welke verenigingen was je lid? Chiro, volleybalclub Gavo en het amateurgezelschap Hoop op Oogst.

Welke historische gebeurtenis in Brussel bleef je bij? De brand in de Inno! Toen we van school kwamen, zagen we de rookpluim van op de Mettewielaan.

Wie was je held? Che Guevara.

Welk voorwerp was je dierbaar? Een houtsnijwerk van de kerk van Ganshoren. Mijn vader sneed het toen hij ondergedoken zat tijdens WO II.

Een plek waar je graag vertoefde? Het park ‘De Wip’. We moesten onze fietsen op de heuvel zetten van wijkagent Maurice, de vader van Alain Beeckmans. We noemden hem Mauricekeschrijf-op.

sesteenweg. Het verkeer stond elke ochtend volledig vast. De agent gaf een knipoog en liet mij door.” De jaren 1970 betekende ook de opkomst van het FDF. Politicus Jan Beghin, een generatiegenoot van Droeshout, en ook uit Ganshoren, vertelde ooit aan BDW dat hij in zijn jonge jaren voor sale flamand werd uitgemaakt. “Nooit meegemaakt,” zegt Droeshout resoluut. “Maar Jan was een inwijkeling, hé. Ze spraken thuis West-Vlaams! Wij waren Ganshorenaars. Spraken Frans als dat nodig was, of Brussels. Het hele verenigingsleven in Ganshoren draaide op Vlamingen. De Franstaligen waren inwijkelingen. We voelden ons nooit een minderheid. En politiek speelde het FDF geen rol van betekenis. We hadden hier de Lijst van de burgemeester, met PSC’er Richard Beauthier.” Mia was bijna veertien toen de studentenrevoltes van mei ‘68 uitbraken. Droeshout: “Met de flower power deden we wel mee, in uitgesteld relais. Ik zie ons nog zitten met onze mouton retourné en de opzwepende sixties-muziek. Let op: dat was de brave versie hoor. Van drugs was geen sprake. Ik dweepte met Che Guevara. Bij zijn dood in 1967 ben ik een guevaraan geworden. Maar eigenlijk had ik mei ‘68 niet nodig. Ik was zo al contrair genoeg. Later zou ik in Leuven met een Amadees vrijen. Ik dacht toen wel, amai: als dàt den Amada is, ...” En dan was er de koers. “Ik ben vrij vroeg een coureurfan geworden. Ik was daarvan goed op de hoogte. Dat was niet zo onlogisch. Ik ben met jongens opgegroeid en we hadden erg vroeg een televisie. Eén moment staat me nog scherp voor de geest. We

© SASKIA VANDERSTICHELE

waren in Kalmthout op bivak met de chiro. Onze proost van de chiro was goed bevriend met Tom Simpson. Toen die stierf na zijn val op de Mont Ventoux, was hij in zak en as. Dat heeft een diepe indruk op mij gelaten. Ik ben sindsdien een echte wielerfanaat. Rik Van Steenberghe was mijn held, niet Eddy Merckx, en ook niet Rik Van Looy. Dat was ne propere, ne wanker. Die moest ik niet. Ik neem nog steeds verlof om naar de Ronde van Frankrijk te kijken. Zo’n bergrit, daar kan ik vier uur naar kijken.” Wie dertien is, droomt ook over de toekomst. Dat was bij Mia Droeshout niet anders. “Ik ben altijd journalist willen worden. Al van toen ik vijftien was. Ik had nooit gedacht dat ik dat zou halen. Wat me bij radio fascineerde, was de snelheid van de berichtgeving. Je gaat naar een plek, je analyseert de situatie en je brengt het op antenne. Dat heb ik altijd graag gedaan.” Droeshout ging naar Leuven om Rechten te studeren maar haakte na drie jaar af. Dat ze toch journalist is geworden bij Radio 2 heeft ze te danken aan Wim Van Gansbeke, befaamd theatercriticus die de regie had gedaan van een stuk van het Ganshorense gezelschap Hoop op Oogst. Hij had Mia aangeraden om dictie te volgen, en nam haar ook mee naar allerlei culturele activiteiten. “Ik was zo’n kind dat als een spons alles opzoog wat me aan kennis werd aangeboden. Later, toen hij voor Radio 2 werkte, heeft mij aangezocht om de filmcriticus te worden. En zo werd ik Mia van de cinema van Radio 2.”

Steven Van Garsse


BDW 1386 PAGINA 18 - DONDERDAG 11 JULI 2013

OP VADROUILLE MET NICK TRACHET (2): MET DE BOEMELTREIN NAAR LEMBEEK

De sluis naar Wallonië komen sta ik op een plein dat er al heel Waals uitziet. De neogotische kerk is niet van zand- of baksteen, maar van verroeste kwartsiet, een keihard primair gesteente dat in dit stukje van de Zennevallei voor het eerst boven de grond uit komt piepen. Het alluviale Vlaanderen ligt achter ons!

Technisch kunstwerk

Aan een voetgangersbrug werd er een overstort van de Zenne in het kanaal gebouwd, wat heel erg van pas komt bij hoge waterstanden.

© BART DEWAELE

LEMBEEK – Lembeek is een scharnierplek. Een bordje langs de Bergensesteenweg, maar ook een hoekpaal van het Pajottenland. Ik neem in het Zuidstation de boemeltrein richting ‘s Gravenbrakel en twintig minuten later ben ik er, over Vorst en Halle.

D

vooraan aan het perron onder dat viaduct buitenstap, sta ik bij het bedrijfje dat Lembeek in de moderne tijd weer op de kaart zette: brouwerij Frank Boon. Aan de kant van het viaduct (Zuiderstraat) kunt u een

glimp opvangen van de hypermoderne brouwzaal, waar de gouden medaille winnende geuze wordt gemaakt. De brouwerij is niet zomaar te bezoeken. Voor de ingang loopt een weg richting kerk. Daar aange-

Lembeek had ooit een kasteel met een grote kasteeltuin. Rechtsachter de kerk zie ik daar nog een poortgebouw met een hele uitleg over wie daar ooit woonde. Maar linksaf voor het poortgebouw kronkelt de baan langs oude beddingen van de Zenne, die ooit aan de voet van het kasteel stroomde. Waarom dat niet meer zo is, zien we iets verderop. Als de beplanting wijkt, staan we voor een eigenaardig waterwerk. Tussen 1827 en 1831 werd het kanaal van Charleroi gegraven. Daarmee werd het landschap hier grondig veranderd. Meanders van de Zenne werden doorstoken en het hoger gelegen kasteelpark in twee gesneden. Vlak aan een voetgangersbrug is er een overstort van de Zenne in het kanaal gebouwd, in geval van hoge waterstanden. Een groots technisch kunstwerk. Aan de andere kant lijnen kleine huizen het steile valleitje af waar vroeger de Zenne stroomde. Nu is er een moeras dat wacht op heraanleg door één of andere milieu-instantie.

Ronquières De volkswijk komt tot einde aan de Berendries waar een bus weer naar Halle vertrekt. Rond het moerasgebeid draaiend bereik ik de Dr. Spitaelslaan. Hier beginnen de velden. Ter hoogte van de Mussenberg aan

© ML

MB

e aankomst is wat bevreemdend. Tussen dorp en treinhalte verrijst een muur. In werkelijkheid is dit de hogesnelheidslijn naar Parijs die hier boven de pendelaar hangt. Als ik helemaal

Lembeek was door de politiek van het Ancien Régime een vrijplaats geworden. Er werden dus geen accijnzen geheven. Het kleine gebied stond vroeger daarom vol jeneverstokerijen. Geen stokerij zonder brouwerij, dus waren er minstens evenveel brouwerijen en het Lembeeks werd, zeker in afzetmarkt Brussel (er rijdt al sinds 1840 een trein) een begrip. Lembeek klinkt als Lambiek, en dat is ook de oorsprong van dat woord. Loop even de kerk binnen. Een beetje banaal, maar rechts naast het koor staat een merkwaardige graftombe, die van Sint-Veroon. Hij ligt er als gisant, uitgedost als een koning. Voor deze heilige wordt ieder jaar een merkwaardige processie georganiseerd op paasmaandag, waarbij de figuranten verkleed gaan als militairen uit de belle époque. Dat is trouwens ook weer een Waals trekje, over de taalgrens bestaan er tal van marches militaires, die hun oorsprong vinden in religieuze processies, maar vandaag vooral een hoog ‘re-enactment’ gehalte hebben.

Zomerse dagen, zomerse uitstapjes. Vaak gaan ze naar verre oorden of grote bestemmingen, maar Nick Trachet blijft dichter bij huis. In de onmiddellijke omgeving van Brussel zocht hij enkele pareltjes uit, waar nog nooit iemand in een reisbureau aan gedacht heeft.

Expo > Schildersbrieven in het Museum voor brieven en manuscripten

Vergeeld, maar niet vergeten BRUSSEL - Brieven van schilders uit de negentiende en twintigste eeuw bestaan er in vele tinten vergeling. Het Brievenmuseum toont ze in al hun broosheid, en ook de schilder is te zien in al zijn kwetsbaarheid. “Geschilderd met de drie chromaatgeelen, geel oker en veronees groen en anders niets,” zo beschrijft Van Gogh zijn zonnebloemen in een brief. Ook aangespoelde Brusselaar Magritte, samen met Vlaming Ensor en Waal Rops na de expo in het Parijse moedermuseum hier prominent aanwezig, zet zijn schilder- en denkwerk graag verder in brieven. In een ervan vind je de schets van Le Modèle Vivant. Die andere surrealist Ernst heeft het in een brief dan weer

over de meest reële schilderijen die hij ooit gemaakt heeft. Schilders zoeken of verlenen onderling steun via de brief. Dubuffet vraagt beleefd Picasso’s mening over marginale kunst, Kandinsky geeft een kandidaat-schilder een tekenlesje perspectief en voorts de gouden regel: niet te veel anderen nadoen omdat dat nu eenmaal sneller resultaat geeft, liever: “Dan is het maar niets, maar een niets dat van u komt.”

En soms moet een moedeloze schilder aangepakt worden door iemand met dezelfde gevoeligheid. Schrijver Mirbeau vertelt Monet dat Rodin zowat overal, bij een veranderende zee, voor een verre horizon, bij het ruisen van bladeren, enthousiast uitriep: “C’est un Monet!” Mirbeau waarschuwt Monet wel voor zijn “ziekte om alles altijd beter te willen doen” en vervolgt wijs dat op een bepaald punt een mens niet meer verder kan. Ensor getuigt dan weer zelfzeker dat hij exposanten nu een weg ziet inslaan die hij dertig jaar geleden al insloeg toen hij in 1881 deelnam

In Magrittes brieven ontkiemen schilderijen.


BDW 1386 PAGINA 19 - DONDERDAG 11 JULI 2013

KT RA CH ET

fauna. Terug naar het kanaal langs een steile holle voetweg, de Botermelksestraat, kom ik weer aan het moerasgebied aan de Dr. Spitaelslaan. Er is een ingang voor een wandelweg waarlangs ik, verborgen

NIC

“Lembeek klinkt als Lambiek, en dat is ook de oorsprong van dat woord”

door de begroeiing, de waterfauna en -flora kan gadeslaan. De weg leidt naar een open grasplateau, ooit ook deel van dat kasteelpark, waar een merkwaardig romantisch gebouwtje staat, de Malakoftoren. Engelsen zouden dat een folly noemen. De Lembekenaars komen er picknicken en zonnen. Langs een steil pad klauter ik terug naar het jaagpad van het Kanaal dat hier slingerend verbreedt tot een brede zwenkplaats (waar schepen kunnen keren) en wachtplek voor de sluis van Lembeek. Die sluis, gehouwen in de kwartsiet, leidt de schepen Wallonië binnen, op weg naar Ronquières en Charleroi. Over de brug leidt de weg weer naar het dorpsplein. Tijd voor een fles geuze van Boon op het versleten terras van ‘t Goo plosjke. Men heeft er het beste zicht op het gezellige plein, maar er scheelt wel wat aan het enthousiasme van de uitbaters. Er zijn ook wel enkele andere adresjes. Spoor 2 aan de andere kant van de spoorweg is tenslotte niet ver meer. Nick Trachet

©

de Kasteelbrakeselsteenweg (die minder breed is dan zijn naam) heb ik een prachtig zicht op de basiliek van Halle ver in het noorden en de industrie van Klabbeek, achter de Waalse heuvels in het zuiden. Voor wie trek heeft in een langere tocht op de taalgrens ligt het Lembeekbos, dat eigendom is van de ULB. Men mag er alleen de centrale dreef bewandelen naar het kasteel, wat goed is voor de plaatselijke flora en

Nick Trachet BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

© BART DEWAELE

De Malakoftoren, een merkwaardig romantisch gebouwtje.

aan de expo van het Brusselse progressieve salon La Chrysalide. Wie de brieven na elkaar leest, voelt de schilders balanceren tussen hybris en twijfel. Van Gogh vraagt zich af of hij gek is, maar vastberaden portretteert hij zijn dokter, want hij is zijn “evenwigt als schilder nog niet ten eenemale verloren.”

Improvisatie in de lariksen Niet alleen voor artistieke, maar ook voor financiële, amoureuze, existentiële problemen wordt al schrijvend naar oplossingen gezocht. Mondriaan vraagt in een brief aan Eugène Lux (wiens Compositie met zwart en wit, met dubbele lijnen in 2009 voor 9,2 miljoen dollar geveild werd) of hij zich bij een organisatie voor werkloze kunstenaars zou aansluiten. Monet laat zijn toekomstige vrouw Alice weten dat haar amper halve bladzijde op een bestraffing lijkt. Voor het hoogtepunt van de brievenparade zorgt ongetwijfeld Rops, die in twaalf kantjes en acht fijne tekeningen (onder andere van een ge-

vangenisdeur met ‘Fou par amour - Dangereux’) zijn liefdesverdriet en meteen ook de droefgeestige burgerlijkheid van zich afschrijft. Hij zorgt onmiddellijk voor veel sfeer (voor het vervolg in het originele Frans verwijzen we u naar het museum, of de catalogus (met vertaling) van de nieuwe directeur Stijn van Rossem): “Het wordt misschien lang, of kort, ik weet niet, ik ga mijn potlood of mijn pen op goed geluk laten ronddwalen, al naar gelang de luim van onze kleurrijke schutspatroon, de Heilige Fantasie. Het is tien uur ‘s avonds, ik ben alleen in het grote atelier dat lijkt op een oude kerk, de wind, mijn lievelingsmaestro, improviseert voor mij in de lariksen langs de dreef een vreemde en oude klaagzang (in c-lariks) vol herfstige halftinten die zachtjes met mijn gedachten harmoniseert. Pan en Toby liggen met de snuit op hun poten te snurken bij de haard.” An Devroe Nog tot 13 oktober 2013, Koningsgalerij 1, 1000 Brussel, www.mlmb.be

Stevia Iets meer dan een jaar geleden was er heel wat te doen rond stevia. Het verhaal van een zoetmiddel dat voor veel problemen zorgt. Het zijn de Zuid-Amerikaanse indianen die ons de stevia lieten ontdekken. Stevia rebaudiana is de wetenschappelijke naam van deze plant. De Guaraní van Paraguay zelf noemden het plantje ka’a he’ - u kunt dus begrijpen dat de Westerse industrie het liever op stevia hield. Dat woord verwijst naar de Spaanse humanist Petrus Josephus Stevus (Pedro Esteve, 1500-1556). Er bestaan wel honderden soorten Stevia tussen Chili en het Zuiden van de Verenigde staten, maar enkel S. rebaudiana wordt industrieel gebruikt. In Paraguay werd het kruid vooral aangewend om de maté (de nationale drank) te zoeten in plaats van met suiker. In dat land groeit het plantje in het wild en is het dus gratis. Ene professor Rebaudi zuiverde er voor het eerst de zoete stof uit. Hij werd ervoor vereeuwigd met een soortnaam. Dat zoete bleek niet veroorzaakt door suikers, maar door glycosiden. Rebaudi vond dat het spul niet (of nauwelijks) wordt opgenomen door het menselijk lichaam, geen voedingswaarde heeft, niet vergaat bij koken of zuren, niet vergist tot alcohol, niet giftig is. Wat wilt u nog meer? Kortom, stevia was de redding voor de zoetekauw. Het is tweehonderd tot driehonderd keer zoeter dan suiker. Hoe meten ze dat eigenlijk? Wel, ze nemen een getraind panel proevers en geven die eerst zuiver water te drinken, dan iets met meer suiker erin, dan met nog meer tot de helft van de panelleden ‘iets’ proeft: dat is de drempelwaarde voor die zoetstof. Bij welke concentratie die drempelwaarde gehaald wordt, bepaalt de zoetheid van een stof. Zo vond men bijvoorbeeld dat fructose, een suiker dat veel gebruikt wordt in frisdranken, 1,4 maal zo zoet is als sucrose (gewone biet- en rietsuiker). Heel de wereld viel ervoor, vooral Japan en China. Dat laatste land is nu ook de grootste producent van stevia in de hele wereld. Als men een kilo suiker kan vervangen door 5 gram stevia, dan is dat een grote besparing. In Europa konden ze daar niet mee lachen. Hier werd suikerproductie als strategisch beschouwd en beschermd door de overheid. Dus mocht bij ons geen stevia (of althans niet de gezuiverde glycosiden) gebruikt worden in de industrie. Tot twee jaar geleden, toen de Europese Commissie overstag ging. Suiker is vandaag de baarlijke

duivel en de subsidies voor suikerbiet verdwijnen. Dus kan het Europa niet zoveel meer schelen. De suikerlobby – ook die schijnt te bestaan – heeft er wel voor gezorgd dat stevia niet overal in mag worden gebruikt. Dat opdat de gewone man niet slinks een te grote dagelijkse dosis stevia zou binnen krijgen. Dat stevia giftig zou zijn is niet aangetoond, maar het voorzichtigheidsprincipe, weet u wel. Stevia is nog zo nieuw dat niemand weet waar de limiet ligt. Tot er ooit een voedselhysterie ontstaat zoals destijds met aspartaam. Die is nu finaal opgelost, met de komst van stevia. Toch is daarmee het paradijs niet op aarde teruggekeerd. Suiker is niet alleen een zoetstof. De bewaarbaarheid van jam, bijvoorbeeld, komt door de hoge suikerconcentratie. Met stevia zal dat niet lukken. En als we tweehonderd keer minder gewicht nodig hebben om een koekje zoet te maken, dan daalt het gewicht van het koekje aanzienlijk. Dus gaat de prijs per kilogram omhoog! De consument houdt daar niet van. En hoe vervangen we klontjes of schepjes suiker in de thee? Een voorbeeld: ooit kwamen wij regelmatig met een groep vrienden bij elkaar om naar voetbal te kijken op tv. Wij dronken daarbij rum cola – het was in de tropen. Elke voetbalwedstrijd keken we bij dezelfde vriend thuis, hij was de enige met een tv en hij kocht de drank. Op een goede dag stelde hij voor om de plaatselijke rum (35 procent alcohol) te vervangen door de veel sterkere versie van 90 procent. “Dat wordt goedkoper, je moet veel minder alcohol gebruiken,” zei de handelsingenieur. Wat denkt u dat het gevolg was? Op het einde van de avond hadden we allemaal een stuk in onze kraag van hier tot in Rio de Janeiro. Een mens heeft nu eenmaal zijn schenkgewoontes. En ik ga alvast niet spontaan het kwart van mijn gewone dosis schenken, zo even losjes uit de pols. Zeker niet wanneer ik tv zit te kijken. De steviaverkopers weten dat. Hoe kan de klant een tweehonderdste van zijn gebruikelijk klontje in zijn koffie doen? Staat er in de toekomst een precisieweegschaal op de theetafel? Het antwoord is: vulmiddel. Er zijn heel wat merken en verpakkingsvormen te koop. Ze verschillen van elkaar door de vulmidde-

“Als we 200 keer minder gewicht nodig hebben om een koekje zoet te maken, dan daalt het gewicht van het koekje aanzienlijk. Dus gaat de prijs per kilogram omhoog”

len, zuivere stevia is bijna niet te vinden. Sommige merken mixen stevia met suiker, maar “where’s the point?”, zoals ze in Oostende zeggen. Deze is gemengd met erythritol. Dat kende ik niet, maar het blijkt een suikeralcohol te zijn dat niet helemaal calorieloos is. Zoet is het poeder zeker, maar het smaakt toch niet zoals suiker. Ik proef een beetje drop. De zoetigheid heeft ook een heel ander mondgevoel: het is alsof de smaak zich rond de tong ontwikkelt in plaats van erop. Vreemd. Voor mij hoeft het niet. Ik gebruik nooit suiker in eten of drank, dat doet af van de echte smaak van een product. Maar voor wie het niet kan laten: smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet


BDW 1386 PAGINA 20 - DONDERDAG 11 JULI 2013

Heike Herma Thomsen groeide op in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein en woont nu al acht jaar met haar man in Brussel. “We hebben we er bewust voor gekozen ons niet in te metselen in het Eurocratenmilieu. Ik voel me Brusselse.”

©MARC GYSENS

Heike Herma Thomsen spreekt Nederduits

‘Het is mijn moedertaal en ik ben er trots op’ UKKEL – Heike Herma Thomsen – Heike voor de vrienden – is afgestudeerd in de Engelse, Spaanse en Nederlandse literatuur, steunt als trainer, consultant en coach mensen die vastzitten in hun werk, carrière en communicatie. Verder organiseert ze nog workshops in creatief schrijven.

‘N

ederduits is mijn moedertaal. Een taal waar lang een beetje op neergekeken is. Zeker in de jaren 1960, toen Hoogduits gesproken moest worden op school. Hoogduits is de taal van de stedelingen en de betere klasse, Nederduits de taal van de buren en plattelandsbevolking. Daarom kan ik ook een beetje de huidige houding van de Vlamingen tegenover het Frans verstaan. Vandaag is het Nederduits op brede schaal erkend, maar er zijn nog steeds mensen die het nu over Nederduits hebben in termen van

‘schattig!’ Maar het is niet schattig, het is een volwaardige taal, mijn moedertaal.” Opgegroeien deed Heike in Jörl, een minuscuul dorpje in de Duitse deelstaat SleeswijkHolstein. Met ten noorden Flensburg dat nabij de Deense grens is gelegen en ten zuiden Husum, dat aanleunt bij Noord-Friesland. Een streek waar Nederduits wordt gesproken, ook wel Plattdeutsch genoemd. Een zustertaal van het Nederlands. “Mijn ouders baatten er de Rastätte Paulsgabe uit, pension annex pompstation. Een zaak die

meer dan tweehonderd jaar in handen van de familie is geweest. In de jaren 1960, ik was toen nog klein, is van hogerhand beslist dat de kinderen best in het Hoogduits zouden worden opgevoed. Omdat het hen het leven op school makkelijker zou maken. Vele ouders hebben het gedaan, maar ze waren het niet gewend om Hoogduits te spreken; ze maakten fouten die de kinderen overnamen. Maar ik niet, dankzij het feit dat er bij ons gasten over de vloer kwamen die wel perfect Hoogduits spraken. Mijn ouders konden het ook, maar hebben steeds Nederduits met ons gesproken. De maatregel van de overheid had als gevolg dat er steeds minder mensen Nederduits machtig zijn. In mijn geboortestreek beheerst nog slechts 25 procent van de bevolking de taal goed.” “Linguïstisch gezien kan je zeggen dat het een

dialect is, omdat het maar in enkele streken wordt gesproken en de terminologie heden ten dage bepaalde grenzen heeft. We hebben geen woorden voor moderne zaken zoals bijvoorbeeld het internet. Daarvoor gebruiken we termen uit het Hoogduits, of uit het Engels. Maar tegelijkertijd heeft het Nederduits ook kenmerken van een taal. Het verschilt tevens van streek tot streek. Waar ik ben opgegroeid, worden bijvoorbeeld veel Deense woorden gebruikt. In de streek van Bremen, een stad die dicht aanleunt bij de Nederlandse grens, worden dan weer veel woorden uit het Nederlands gebruikt. In Keulen is het Nederduits anders dan in Husum, in Husum is het anders dan in Flensburg. Om maar te zeggen, van het Keulens platt versta ik zo goed als niets. Het kan zelfs sterk verschillen van dorp tot dorp in dezelfde streek.”


BDW 1386 PAGINA 21 - DONDERDAG 11 JULI 2013

“Ik voel me Brusselse. Telkens iemand met negatieve commentaar uitpakt, kan ik de drang in de tegenaanval te gaan niet weerstaan” besloot  om  toch  voor  mijn  erfenis  uit  te  komen.  Omdat  er  in  de  jaren  1970  een  beetje  een  renaissance  was  –  de  mensen  begonnen  te begrijpen dat er toch wel veel cultuur is in  het  Nederduits.  In  de  literatuur,  in  het  theater. Onder meer Thomas Mann schreef in het  Nederduits. Hij was van rijke komaf en kreeg  voor zijn familiesaga  Buddenbrooks de Nobelprijs  voor  Literatuur.  Ook  was  Nederduits  de  taal van de commerciële gilden. Merkwaardig  is  bovendien  dat  het  geen  schrijftaal  is,  een  offi ciële  of  gemeenschappelijke  spelling  bestaat  niet.  Wie  in  het  Nederduits  schrijft, schrijft min of meer zoals  hij het zelf voor ogen ziet. Die schemerschone  heeft  mijn  moedertaal  ongetwijfeld  parten  gespeeld.  Het  was en is in de ogen van de goegemeente de taal van de plattelandsbevolking en de boeren.”  De  kans  om  Nederduits  te  spreken  krijgt  Heike  Thomsen  helaas

Verbrusseld   cht  jaar  leeft  Heike  nu  al  met  haar  man  in  A Brussel. “We woonden in Kiel, in het Noorden  van  Duitsland  aan  de  Baltische  Zee,  stonden  voor de keuze. Ofwel blijven we hier ons vertrouwd leventje leiden tot onze oude dag, ofwel  gaan  we  er  nog  eens  voor.  Het  is  het  tweede  geworden.  Mijn  man  heeft  daarop  gesolliciteerd voor een baan aan de Europese School,  hij kreeg Brussel toegewezen. We hebben het  ons nog geen seconde beklaagd, van de eerste  dag voelde deze plek aan als thuis.” “Ik beweeg me veel in Europese kringen, Holger onderwijst Duits en fi losofi e aan de Europese school, hier in Ukkel. Toch hebben we er  bewust voor gekozen ons niet in te metselen  in het milieu van Eurocraten. Ik voel me ook  Brusselse.  Telkens  iemand  met  negatieve  commentaar  uitpakt,  kan  ik  de  drang  in  de  tegenaanval  te  gaan  niet  weerstaan.  Natuurlijk dat niet alles perfect is, maar dat doet allerminst afbreuk aan de leefbaarheid. Zo gaat  het me er soms een beetje te traag toe, zoals  aan de kassa’s van de warenhuizen. Maar tegelijkertijd heb ik juist de omgekeerde reactie  wanneer ik in Duitsland ben en er boodschappen  ga  doen.  Ik  heb  me  er  ook  al  op  betrapt  dat ik me in Duitsland gedraag zoals in Brussel  en  dat  ik  daar  word  op  aangekeken.  Acht  jaar Brussel, dat verandert een mens toch wel.  Acht  jaar  waarin  we  volop  hebben  genoten  van  het  rijke  cultuurleven.  Acht  jaar  waarin  we  veel  vrienden  hebben  gemaakt.  En  mooie  plekjes  hebben  ontdekt.  Het  restaurant  Va  Doux Vent hier in le Quartier du Chat bijvoorbeeld,  het  Ter  Kamerenbos.  Of  nog  het  Sint-

Het pension annex pompstation Rastätte Paulsgabe was meer dan tweehonderd jaar eigendom van de familie Thomsen.

bitter  weinig.  “Ik  spreek  het  nog  steeds  met  enkele vrienden, met mijn zus ook. Mijn man  kan  het  begrijpen  en  spreken,  maar  hij  is  in  het  Hoogduits  opgevoed,  dus  converseren  we  niet  in  het  Nederduits  met  elkaar.  Ik  ben  nu  52,  het  is  eigenlijk  de  taal  van  de  ouders  geworden,  niet  die  van  de  kinderen.  Ik  heb  ook geen kinderen, dus kan ik het niet doorgeven. Het uitsterven staat er dus allicht aan  te  komen.  Al  zijn  er  nog  uitzonderingen.  Zo  heb ik een vriendin, die haar kinderen in het  Nederduits  heeft  opgevoed,  terwijl  ze  in  een  Hoogduitse  omgeving  zijn  opgegroeid.  Zij  heeft  de  kans  gekregen  om  haar  moedertaal  door te geven. Als ik met haar in Kiel ben en  we  samen  op  café  bij  een  koffi e  wat  kletsen,  krijgen  we  geregeld  welsprekende,  vriendelijke blikken in onze richting: mensen vinden  het  leuk  zonder  dat  ze  er  veel  van  verstaan.  Hier evenzeer. Als ik met iemand Nederduits  spreek, zie ik anderen de oren spitsen zonder  dat  ze  er  kop  of  staart  aan  krijgen.  Ze  horen  hier en daar woorden die als Nederlands klin-

3 VRAGEN AAN HENRI VANDENBERGHE

ken  zonder  dat  ze  de  taal  kunnen  plaatsen.”

Gillisvoorplein, het Sint-Goriksplein  en de straten rondom, de Kleine Zavel. En dan heb ik het nog niet over  het vele groen, de leuke markten.” “Wat er dan beter zou kunnen, afgezien van de  wachtrijen aan de kassa’s van de warenhuizen?  De  dienstverlening.  Maak  een  afspraak  om  thuis iets te laten leveren of op orde te brengen  en  je  krijgt  te  horen:  ‘We  komen  tussen  acht en vier. En daar zit je dan met je vingers  te  draaien.  Het  heeft  bijvoorbeeld  zes  weken  geduurd eer mijn telefoon en internet in orde  was. Een beetje meer burgerzin zou ook welkom  zijn.  In  het  verkeer  bijvoorbeeld,  ik  fi ets  graag, maar hier vind ik het toch wel gevaarlijk. Spijtig ook dat ik te weinig kans krijg om  mijn Nederlands op peil te houden. En als ik  het dan tracht te doen, stoot het me een beetje  tegen de borst dat er nogal wat mensen zijn die  me onmiddellijk corrigeren als je al eens een  taalfout maakt. Want dat werkt toch wel een  beetje demotiverend.” Karel Van der Auwera De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet

© BENJAMIN TOLLET

Het  Nederduits  is  ook  een  taal  waar  lange  tijd op werd neergekeken. “Op de middelbare  school  in  Flensburg  heb  ik  aanvankelijk  niemand verteld dat ik Nederduits sprak. Was het  al  ‘erg’  van  het  platteland  te  komen,  daarbovenop nog eens Nederduits spreken, was jezelf  zo goed als buitensluiten. Dus heb ik niemand  op  school  verteld  dat  ik  Nederduits  sprak  tot  ik  veertien,  vijftien  jaar  oud  was,  waarop  ik

Henri Vandenberghe: “We willen de muren tussen genres slopen.”

‘Brosella bestaat dankzij Groentheater’ LAKEN – Dit weekend vindt in het Groentheater onder het Atomium de 37ste editie van Brosella Folk & Jazz plaats. “Een fadozangeres met een klezmerband? Een festival dat jazz en folk combineert? Dat kan enkel op Brosella, het zit in het DNA van ons festival.” Folk en jazz op hetzelfde festival, een rare combinatie...  Henri Vandenberghe:  “Heel  raar.  In  1982  verklaarden  ze  me  zot  toen  ik  een  jazzdag aan het festival toevoegde. We zijn  in  1977  gestart  met  folk,  het  tweede  folkfestival  van  België  na  Dranouter.  De  grenzen tussen folk op zaterdag en jazz op zondag  laten  we  opzettelijk  een  beetje  open,  we  zijn  stout  genoeg  om  steeds  een  groep  verkeerd te programmeren. Sinds het begin  willen we muren tussen genres slopen. Weg  met de etiketten!” Wat is er zo speciaal aan het Groentheater?  Vandenberghe: “De akoestiek. Het openluchttheater  werd  voor  Expo  1935  ontworpen om theater en muziek op te voeren  zonder versterking. Ik heb hier ooit Brussels  Jazz  Orchestra  akoestisch  georganiseerd.  Toch  hebben  wij  deze  plek  nooit  gekozen,  het Groentheater koos voor ons. Toen ik in  1977 jeugdwerker was voor de stad Brussel  vroeg mijn baas me om iets te doen in het  Groentheater.  Eender  wat,  als  er  maar  iets

gebeurde.  Ik  koesterde  al  langer  de  droom  om  een  folkfestival  te  organiseren.  Brosella bestaat dus dankzij het Groentheater,  en  vandaag  bestaat  het  Groentheater  nog  dankzij Brosella. De Pijler van de Burgerlijke Bouwkunde van Expo 58 en het labyrint  hebben moeten wijken voor de Trade Mart,  en ten tijde van het Heizeldrama wou Vanden Boeynants op de plaats van het Groentheater een kantoortoren plaatsen.” Welke groepen mogen we zeker niet missen?  Vandenberghe: “Geen enkele!  ( lacht) Zelfs  groepen die je op een ander ook kunt zien,  doen hier een specialleke. Op zaterdag gaat  de carte blanche naar Green Moon, allemaal  zonen  van  bekende  muzikanten  die  voor  de  gelegenheid  hun  vader  meenemen  –  op  voorwaarde  dat  ze  braaf  zijn,  hé  .  De  carte  blanche op zondag kon naar Big Noise gaan,  op voorwaarde dat ze een muzikant uit New  Orleans  meenamen,  nen echte van ginder.  Na  wat  zoeken  kwamen  ze  bij  klarinettist  Evan Christopher uit. Zo zie je, door je wat  te moeien met de groepen, ontstaat er magie op Brosella!” Benjamin Tollet

Brosella Folk & Jazz op 13 en 14 juli in het Groentheater op de Heizel. Start om 15u, inkom gratis. Meer info op www.brosella.be

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 15 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van Brussel Deze Week vzw. Buiten België 25 euro per jaar. OPLAGE 70.490 exemplaren. PROMOTIE EN DISTRIBUTIE Ute Otten, Paul De Weerdt, Maurice Droogh. ADVERTISING MANAGER Rika Braeckman: 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. MARKETING MANAGER Frederik Welslau. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne. COÖRDINATIE Kim Verthé. EINDREDACTIE Ken Lambeets (eindredactie@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst, Christophe Degreef, Bettina Hubo, Patrick Jordens, Steven Van Garsse, Danny Vileyn. BRUSSELNIEUWS Kris Hendrickx (nieuwsmanager), Sandra Schreurs (projectcoördinator), Jelle Couder, Goele de Cort, Eric Vancoppenolle, Laurent Vermeersch. REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele, Gerd Hendrickx. MEDEWERKERS Michaël Bellon, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, Freddi Smekens, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt. FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh. VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie. Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


BDW 1386 PAGINA 22 - DONDERDAG 11 JULI 2013

Zaalvoetbal > Asielzoekers en Brusselaars verdedigen samen de kleuren van Daringmen

‘Asielzoekers zijn de echte daringmen’ BRUSSEL – Den Daring is een begrip in de Brusselse voetbalwereld en maakt komend seizoen zijn comeback. Niet op het hoogste niveau, maar wel in de Brusselse zaalvoetbalcompetitie. Onder de noemer Daringmen zal een mix van asielzoekers en Brusselaars samen voetballen en verbroederen. De spelers zijn er al, maar om het budget rond te krijgen, zijn ze nog op zoek naar steun. “Mensen die vandaag nog langs elkaar lopen op straat zullen hierdoor, hopelijk, vrienden worden,” vertelt initiatiefnemer Gerben Van den Abbeele. “Nieuwkomers in Brussel zullen samen met Brusselaars de kleuren van Daringmen verdedigen. Sport is een fantastische manier om mensen te verbinden. De titel? Graag (lacht). Maar dat is nu niet het belangrijkste.” Het idee om deze mix van mensen samen een zaalvoetbalploeg te laten vormen, dateert eigenlijk van vorig jaar. Van den Abbeele richtte tien jaar geleden al een zaalvoetbalploeg op en wou die onderneming herhalen. Maar het nijpend sportzalentekort in de hoofdstad stelde zijn plannen uit. “We hadden een beschikbare zaal gevonden, maar te elfder ure ketste dat alsnog af. Ook dit jaar was het een lange zoektocht. Uiteindelijk hebben we pas tegen het einde van juni groen licht gekregen. Op korte tijd hebben we al de verplichtingen, zoals als het openen van een bankrekening en het afsluiten van een verzekering, in orde gebracht.” “Gelukkig hebben we vrij snel spelers gevonden. Daarvoor hebben we heel wat hulp gehad van Globe Aroma, een Brusselse sociaal-artistieke organisatie die werkt met vluchtelingen. Ook Geneeskunde voor het Volk steunt ons.

Gerben Van den Abbeele (achteraan): “Asielzoekers zijn mensen die hun land verlaten om ergens anders een nieuw leven te beginnen. Voor mij zijn zij durvers, echte daringmen.”

© MARC GYSENS

© SIMON ALLÈGRE

de  CLUB

Brussels Gentlemen’s Rugby Club

Rugby uit de oude doos BRUSSEL – Het Belgische rugby evolueert met rasse schreden, maar voor sommigen gaat het te snel. De Brussels Gentlemen’s Rugby Club wil de rugbygeest en tradities behouden die verloren dreigen te gaan. “De derde helft is even belangrijk als de match.” Jean-Paul Rondiat (72) is een begrip in de Belgische rugbywereld. Hij is momenteel het langst aangesloten lid bij de Belgische rugbybond en was maar liefst vijftig jaar actief bij Racing Jet. Een paar jaar geleden besloot hij om met pensioen te gaan, maar oude kennissen haalden hem terug naar de wereld van de ovalen bal. Vandaag is hij voorzitter van de Brussels Gentlemen. “De club is ontstaan toen een twintigtal spe-

lers Racing Jet besloten te verlaten,” legt Rondiat uit. “Ze waren het nieuwe bestuur niet echt genegen en besloten zelf een club op te richten. Aangezien ik goede contacten heb in de rugbywereld en bij de gemeentelijke instanties, hebben ze me gevraagd om voorzitter te worden. Het zou niet al te lang duren, maar ik ben ondertussen al een zestal jaar in functie.” “Een van de redenen voor het vertrek van die jongens was dat er te veel vulgariteit was, er waren bijvoorbeeld te veel vechtpartijen. Eigenlijk wilden nog meer spelers van Racing Jet de overstap maken in die beginperiode, maar wij hebben toen besloten om even geen nieuwe spelers van Jet te aanvaarden, zodat die club niet zo doodbloeden.”

Brussels Gentlemen’s Rugby Club: rugby met vrienden, voor het plezier.


BDW 1386 PAGINA 23 - DONDERDAG 11 JULI 2013

Zij staan ter beschikking indien iemand zich blesseert. We mogen hen na een match altijd bellen.” De naam van de ploeg lag vrij snel vast, en dat om verschillende redenen. Den Daring is sowieso een bekende naam in de Brusselse voetbalwereld. Café Daringman, uit de Vlaamse Steenweg, is ook nauw betrokken: uitbaatster Martine Peeters wordt namelijk voorzitster van de ploeg. “Ik zie de naam Daringmen ook in de zin van: mannen die durven. Asielzoekers zijn men-

“Er wordt veel gepraat over integratie en integratieprojecten, wij proberen daar een klein steentje aan bij te dragen” sen die hun land verlaten om ergens anders een nieuw leven te beginnen. Voor mij zijn zij durvers, echte daringmen.” “Ik denk dat we in Brussel, bij mijn weten alleszins, de eerste zijn die een project in deze vorm opzetten. Je hebt uiteraard ook de voetbalploegen die aan de Homeless Cup deelnemen, maar dat is toch weer iets anders. We hebben geen specifiek doel met deze ploeg. Het is gewoon belangrijk om samen te komen en elkaar te leren kennen. Er wordt veel gepraat over integratie en integratieprojecten, wij proberen daar op een natuurlijke manier een klein steentje aan bij te dragen.”

Paars met groene bolletjes De thuisbasis van Daringmen wordt de sporthal van de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Koekelberg, waar ze een twaalftal thuismatchen zullen afwerken. Aangezien ze maar achttien keer over de zaal kunnen beschikken, wordt regelmatig trainen niet mogelijk. “Trainingen zullen deze zomer wellicht in de parken doorgaan. Daar kunnen we elkaar leren kennen en wat shotten. De keren dat we de zaal niet gebruiken voor een competitiematch, zullen we gebruiken om oefenmatchen te spelen. Mensen uit het asielcentrum van Alsemberg willen alvast

Brussels Gentlemen is de jongste club van de hoofdstad en onderscheidt zich door haar filosofie. Sportieve promotie is niet de voornaamste doelstelling en een negatieve houding wordt meteen aangepakt. “Wij houden de traditionele rugbyspirit hoog in het vaandel, de spirit van gentlemen à l’anglaise. Trouw aan de club is een voorname waarde en de derde helft is even belangrijk als de match. Je moet respect hebben voor de scheidsrechter en de tegenstander. Het gebeurt wel eens dat er, in de scrum bijvoorbeeld, een ferme tik wordt uitgedeeld. Als wij dat zien, wordt de speler geschorst. Herhaalt die fout zich, dan vliegt hij buiten. Wij nemen dit zeer serieus en hebben al spelers aan de deur gezet.” “Onze derde helften zijn altijd zeer feestelijk. Het is een rugbytraditie dat er dan gezongen wordt, maar dat gaat wat verloren. Wij respecteren die traditie en willen dat in stand houden. Ik ben wel degene met het grootste repertoire, gezien mijn jarenlange ervaring…”

Jongeren gezocht De club telt momenteel een vijfenveertigtal spelers. Jongeren zijn daar momenteel niet bij, maar de club is wel van plan om jeugdploegen op te richten. De opvolging moet klaar staan

een oefenpot spelen en we staan open voor andere voorstellen.” Het gebruik van de zaal is uiteraard niet gratis. De deelname aan de Brusselse zaalvoetbalcompetitie brengt verschillende administratieve kosten met zich mee, maar ook nog: hoe zullen de verplaatsingen naar de Rand, voor een wedstrijd tegen pakweg Wemmel, moeten gebeuren? De Belgen betalen vijftig euro lidgeld, maar dat volstaat niet. Om hun budget rond te krijgen, zijn de Daringmen op zoek naar allerlei steun. “Ik reken op een budget van om en bij de duizend euro om een jaar in competitie te spelen. Die som zouden we tegen de maand september bij elkaar moeten sprokkelen. Maar de steun moet niet noodzakelijk in harde valuta gebeuren, het mag ook in natura. Zo zal onze voorzitster de truitjes wassen na de wedstrijd. De man die om de hoek van café Daringman garnaalkroketten verkoopt, gaat binnenkort dan weer per verkochte kroket een euro opzij zetten voor ons. Dit zou wel eens een katalysator kunnen worden voor leuke projecten deze zomer.” “Trouwens, indien iemand nog oude truitjes heeft liggen, nemen we die met plezier aan. Zelfs al zijn ze groen met paarse bolletjes. Indien we zelf onze truitjes moeten kopen, zullen we opteren voor zwart, rood en wit.” Daringmen is een interculturele uitdaging, stelt Van den Abbeele, dat behalve plezier ook de aandacht trekt op de asielzoekers en de moeilijke situatie waarin zij verkeren. Deze zaalvoetbalploeg zou wel eens kunnen uitgroeien tot een voorbeeld. “Misschien schudt dit sommige mensen wakker en kan het aanleiding geven tot andere projecten. Het zou tof zijn mochten er andere zaalvoetbalploegen volgen. Zelf een tweede ploeg oprichten behoort niet tot mijn ambities, maar ik wil zeker wel een helpende hand bieden.” “Meer ploegen zoals de onze zou een betere afspiegeling geven van de Brusselse bevolking. Vandaag zijn het voornamelijk blanke Brusselaars die aan de competitie deelnemen. Het is zeer tof, maar het zou nog leuker zijn mocht er een echte Brusselse mix zijn. De competitie zal de evolutie van de stad wel volgen. Je moet dat zijn natuurlijke gang laTim Schoonjans ten gaan.” Wie het project wil steunen, kan terecht bij gerben.vda@gmail.com.

om hun voortbestaan te garanderen. “In september gaan we een campagne lanceren om jongeren te rekruteren. De komende weken gaan we ook aankloppen bij clubs als Bosvoorde, Kituro en ASUB. Zij hebben te veel jongeren en kunnen niet aan al die gasten de nodige aandacht besteden. Wij willen een samenwerking waarbij wij jongeren overnemen. Indien die spelers na verloop van tijd de top blijken aan te kunnen, is het voor ons geen probleem dat die clubs hen terughalen.” “We zullen de bestuursleden van die andere clubs aanspreken tijdens de komende manches van de Beach Rugby Tour. We zouden graag in augustus een vergadering beleggen. Beschikbare infrastructuur is geen probleem voor ons want ik heb goede banden met de stad Brussel.” De belangrijkste doelstelling van de Brussels Gentlemen is de ware geest van rugby in stand houden. Promotie naar de tweede klasse is geen ambitie. “Als onze ploeg er de kwaliteit voor heeft, dan zullen we dat doen. Maar promoveren om elke week afgeslacht te worden, wil ik niet. Rugby met vrienden, voor het plezier. Daar staan wij voor.” Tim Schoonjans Meer info op www.rugby-bruxelles.eu

David Steegen De voorzitter We hebben het aan de stad Brussel en aan de beste foorkramers van het land beloofd. De eerste ploeg van RSC Anderlecht zal een bezoek brengen aan de Zuidfoor, la Foire du midi. Sporting Anderlecht is, meer dan ooit, een Brusselse club. Om de komst van de landskampioen voor te bereiden, wordt een vergadering in het jeugd – en oefencentrum in Neerpede belegd. Patrick De Corte is erbij. De Corte is Brusselaar, een echte. De goedlachse man is bovenal de voorzitter van de Brusselse foorkramers. De familie De Corte is al vijf generaties lang actief op de kermissen in heel het land. Hun kramen bieden de lekkerste smoutebollen, beignets, ijs, wafels en frieten. Daar werden enkele jaren geleden Churros aan toegevoegd. Zoals elke echte Brusselaar staan ze open voor de buitenwereld. De goedlachse voorzitter is er helemaal klaar voor. De jaarlijkse Zuidkermis staat in de steigers en hij wil veel volk zien. Niet alleen om commerciële redenen. Hij houdt oprecht van zijn beroep. De hele familie werkt mee, ook de schoonfamilie. De familie De Corte is van Haren. Het beroep is zwaar. Elke dag voor dag en dauw opstaan, werken tot ’s avonds laat en wroeten wanneer de anderen vrij hebben. Hard labeur om de mensen te plezieren. De voorzitter en zijn echtgenote wonen in een huis. De kinderen huizen, samen met hun levenspartners en kinderen, in woonwagens op het erf. De Brusselaars hebben voeling met alle mentaliteiten van alle inwoners van het land. Zij ervaren hoe een West-Vlaming denkt, weten hoe een Antwerpenaar feest en ervaren hoe Luikenaars zich gedragen. Als eersten zien ze steden en gemeenten evolueren. Foor- en marktkramers zijn de eerste getuigen van wat leeft in kleine en grote gemeenschappen. Ze zien en merken alles. Geen enkele studie of peiling

kan de kennis en de levenservaring van de mobiele commune kloppen. Zij nemen de hele wereld tot zich. Elke dag opnieuw. De commissaris van de politie is een beetje ongerust. Moeten de spelers afgeschermd worden? Komt hier niet te veel volk op af? Kan de veiligheid verzekerd worden? De aanwezige persattaché van de schepen van Economie, Handel, en Tewerkstelling sust de vertegenwoordiger van de arm der wet. We beslissen om eventueel wat stewards van de club in te zetten om alles in goede banen te leiden. We weten uit ervaring dat mensen komen om hun vedetten te zien. Ze zijn schroomvol uit op een glimlach, een vriendelijk gebaar, een foto en een handtekening. Het gaat tenslotte niet om een wedstrijd. Supporters appreciëren de beschikbaarheid van hun helden. Bovendien kijken vele stervoetballers uit naar de uitstap. Zo zijn rechtsback Guillaume Gillet en zijn echtgenote trouwe kermisklanten. Ook Patrick De Corte doet zijn duit in het zakje en belooft wat collega’s op te trommelen om de spelers en de trainers, indien nodig, af te schermen. De man van de politie gaat akkoord. Brusselaars komen er altijd uit. Iedereen koestert mooie herinneringen aan de kermis. Het autocircuit op de houten piste van onze kindertijd in de jaren 1970 heeft inmiddels plaats gemaakt voor opwindende attracties als de Breakdance en de Enterprise, maar de smoutebollen van De Corte zijn dezelfde gebleven. De foor aan het Zuidstation bestaat al sinds 1882, zesentwintig jaar langer dan RSC Anderlecht. Dat verdient een bezoek en een eerbetoon. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht

basketbal op straatmaat BRUSSEL – Het Muntplein wordt op zaterdag 13 juli voor één dag de ontmoetingsplek voor basketbalspelers. Die dag strijkt het circus van de 3X3 Masters in Brussel neer. Voor fans van streetball, basketbal en urban life style wordt het een feest. Behalve sport zijn er ook breakdance shows, dj-sets, een dunk- en 3-pointcontest. Maar wat is 3X3 eigenlijk? Twee ploegen van telkens drie spelers nemen het gedurende tien minuten tegen elkaar op. Er wordt op een

half basketbalveld gespeeld, met één ring. De discipline wordt eigenlijk al jarenlang op allerlei sportpleintjes gespeeld, maar is uitgegroeid tot een discipline die misschien ooit op de Olympische Spelen te zien zal zijn. Het Brusselse tornooi maakt deel uit van een toer die ook nog vier Vlaamse steden aandoet. Op 20 juli wordt de grote finale op de Antwerpse Groenplaats gespeeld. Voor meer informatie kunt u op www.3x3masters.be terecht. Spelers van alle leeftijdscategorieën TS zijn welkom.

Landskampioenen gezocht BRUSSEL – De Belgische atletiektop strijdt op 20 en 21 juli voor de landstitels in het Koning Boudewijnstadion. Zaterdag 20 juli staat in het teken van de kwalificatiereeksen voor de loopnummers. De sportdag gaat om halfeen van start met de 400 meter voor dames (76cm) en iets na halfvijf gaat met de 1500 meter voor heren de laatste wedstrijd van de dag van start. Zondag begint de strijd tussen de vrouwe-

lijke polsstokspringers om 12 uur. Al de bekende atletiekdisciplines komen aan bod. Vanaf 14 uur worden de finales van de loopnummers afgewerkt. Deze Belgische kampioenschappen zijn een mooie gelegenheid om onze nationale toppers aan het werk te zien. Het Koning Boudewijnstadion zal wellicht niet tot de nok gevuld zijn, zoals we gewoon zijn tijdens de Memorial Van Damme. Tickets zijn te koop aan de ingang van het TS stadion.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
BDW - editie 1386 by brusselnieuws.be (archief) - Issuu