N°2
10 JANUARI 2013
ZAZIE MAGAZINE N°2 SPECIAL ‘STREET ART’ midden in deze krant
CINEASTE FIEN TROCH OVERTREFT ZICHZELF MET KID. En ook: tg Stan, Winterjazz, Pieter Ampe en Pitcho.
10 01 13
AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
Dweilen tegen de wateroverlast: een courante praktijk in het Jubelparkmuseum.
© SASKIA VANDERSTICHELE
Cultuur > Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis is lek als een zeef
Jubelpark zet de emmers klaar BRUSSEL – De regenval van de afgelopen weken heeft lelijk huisgehouden in het Jubelparkmuseum (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis). Renaissancebeelden moeten ingepakt, en er staan emmers op de vreemdste plaatsen, stelde BDW vast. Het Jubelparkmuseum opende begin oktober de tentoonstelling Prinses Marie-José, tussen België en Italië in aanwezigheid van hoogwaardigheidsbekleders en pers. Niemand merkte dat de regen enkele dagen voordien lelijk huis had gehouden. Het museum had de waterschade zoveel mogelijk aan het oog onttrokken. Een kort bezoek leert dat het Jubel-
parkmuseum zo lek is als een zeef. In de ruimte van de Marie-Josétentoonstelling prijkt op het plafond een bruine vlek van enkele vierkante meters groot. Eronder, op een kast met boeken over de roemruchte prinses, liggen brokstukjes die los zijn gekomen van het rottende plafond. Wat verder, op een hoge vitrinekast, staat eenzaam verloren in de ruimte een grijze emmer. Om
water op te vangen dat door het plafond sijpelt. In een met een gordijn afgeschermde zaal liggen door vocht losgeslagen parketdeeltjes te wachten op reparatie. De schade beperkt zich niet tot de zuidelijke ruimtes. Ook in de Romeinse Zaal sijpelt bij hevige regen water binnen. Of in de Kloostergang. Het museum heeft er in allerijl een renaissancebeeld in zwarte folie ingepakt. Enkele goedgeplaatste dweilen moeten binnenlopend water tegenhouden. Ook buiten is er waterschade. De rechterbuitengevel is met hekken afgezet, op de grond liggen brokstukken. De creativiteit van het museum-
personeel kent geen grenzen. Aan de rotonde van de grote hal is een houten bruggetje gebouwd, waarop emmers staan die water opvangen zonder dat de bezoekers er iets van merken. De koepel van de rotonde zelf begint af te brokkelen. De instandhouding, renovatie en restauratie van de federale musea is een oud zeer. Alles gaat tergend traag, ook voor de musea waarvoor renovatieplannen bestaan. Voor het Jubelparkmuseum bestaat zo’n plan niet eens. Volgens Johan Vanderborght van de Regie der Gebouwen wordt wel alles in het werk gesteld om de veiligheid te garanderen. “We hebben inderdaad scheurtjes
vastgesteld in de koepel. Eronder hebben we een net gehangen om brokstukken op te vangen. We onderzoeken nu hoe de koepel snel hersteld kan worden.” Dit jaar nog komt er ‘een studie naar de oorzaken van de wateroverlast en de aanpak van de totaliteit van de daken’, meldt de Regie. Steven Van Garsse ADVERTENTIE
SALONCONDITIES Sla een andere weg in bij Nissan
N° 1360 VAN 10 TOT 17 JANUARI 2013 ¦ WEEK 2: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE
© B-ARCHITECTEN
BDW 1360 PAGINA 2 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
Uitgelicht > Conflict tussen buurtbewoners en prostituees NIEUWE CAMPUS IN DANSAERTBUURT BRUSSEL – De Erasmushogeschool (EhB) bouwt vlak bij de Dansaertstraat een nieuwe stadscampus met plaats voor duizend studenten. In 2016 zullen de studenten van de lerarenopleiding verhuizen van Jette naar hartje Brussel.
BRUSSEL – Later deze maand beslist de Raad van State of zestien prostituees uit de Alhambrawijk gelijk krijgen in hun protest tegen de GAS-boetes. Dat systeem werd ingevoerd nadat buurtbewoners de overlast beu waren. De Franstalige mensenrechtenliga steunt de sekswerkers. Het stadsbestuur zoekt een oplossing, geschoeid op Antwerpse leest.
S
implistisch en willekeurig, dat zijn kort samengevat de Gemeentelijke Administratieve Sancties of GAS die de Stad Brussel in de buurt van de KVS aan prostituees uitdeelt. Dat is althans de mening van de Liga voor de Rechten van de Mens. Willekeur? “Ja, heel letterlijk,” zegt David Morelli van de Liga. “Een van de prostituees, die in de buurt woont, heeft zelfs een boete gekregen toen ze boodschappen ging doen.” De GAS-boetes hebben volgens Morelli maar één doel: de prostituees
verjagen. “Zonder zich verder om hen te bekommeren. De sekswerkers worden aan hun lot – clandestiniteit met verhoogde onveiligheid en armoede – overgelaten. En ondertussen worden de pooiers met rust gelaten, al kan ik me niet inbeelden dat de politie niet weet wie die pooiers zijn.” Patsy Sörensen van Payoke, de bekende Antwerpse prostitutie-ngo, kent het Brusselse probleem. Ze voerde onlangs nog onderzoek in de Alhambrawijk. “Ik trek me het lot van die meisjes in Brussel heel erg aan,” zegt Sörensen. “Maar ik
begrijp het buurtcomité ook wel in zijn strijd tegen de straatprostitutie. Straatprostitutie is niet meer van deze tijd. Het is logisch dat mensen hun buurt leefbaar willen houden. Prostitutie stoort nu eenmaal.” Sörensen heeft ook wel vragen bij het GAS-systeem. “Misschien is
“Straatprostitutie is stilaan een vorm van folklore geworden”
dat goed voor de stadskas, maar het is geen langetermijnoplossing. Een boete van vijftig euro doet een beetje pijn, maar na een paar boetes
vertrekken de meisjes naar andere oorden, en verlies je het contact. Nee, het Brusselse stadsbestuur heeft er baat bij een duidelijk beleid uit te tekenen in samenspraak met het gemeentebestuur van Schaarbeek, waar je vitrineprostitutie hebt. In Antwerpen hebben we het ook zo gedaan: tegen straatprostituees gezegd dat ze achter een vitrine mochten gaan zitten, maar niet meer op straat mochten ronselen.” Een ander argument van de Liga voor de Mensenrechten is dat het GAS-boetesysteem de prostituees naar duistere ondergrondse netwerken jaagt. “Nu is een groot deel van de prostitutie al ondergronds,” reageert Sörensen. “Met het internet heerst er tegenwoordig grote anonimiteit. In die mate dat straatprostitutie vandaag in feite een vorm van folklore is geworden.” Toch lijkt er beterschap op komst. Vorig jaar ging een Brusselse dele-
DE WEEK IN BEELD DOOR JO VOETS
© JO VOETS
“In Jette is het veel te krap geworden. Daar zitten, behalve de lerarenopleiding, ook de afdelingen gezondheidszorg en landschapsarchitectuur,” zegt Jan Verbeeck van de dienst Infrastructuur van EhB. “Een lerarenopleiding hoort ook niet thuis op een medische campus, ze past veel beter in het centrum, vlak bij de scholen waarmee intensief wordt samengewerkt.” De Erasmushogeschool kocht daarom een terrein van 18 are in de Schootstraat. Het is een achterafstraatje met een driehoekig pleintje, dat eind 2011 door cafémaker Frédéric Nicolay opgekalefaterd werd met een schrootjesmuur en enkele boomstammen. Op het gekochte terrein staat de loods van een vroegere brouwerij, later door drukkerij Nimifi gebruikt als opslagplaats. Het brouwerijgebouw mag niet worden afgebroken. De nieuwe campus wordt dan ook een combinatie van renovatie en nieuwbouw. Het bouwproject is in handen van de B-Architecten en de Sloveense architect Bevk Perović. Zij wonnen de Europese architectuurwedstrijd, georganiseerd door de Vlaamse Bouwmeester. B-Architecten en Perović ontwierpen een transparant en energiezuinig gebouw met twee aula’s, veertig klaslokalen, een bibliotheek, een cafetaria en verschillende zithoeken en terrassen. Het pleintje buiten wordt verbonden met een grote binnenruimte waar onder meer het kap- en schoonheidssalon (voor de opleiding tot leerkracht schoonheidsverzorging) ondergebracht wordt. Het project zal ongeveer 16 miljoen euro kosten. Het is de bedoeling dat alle studenten kleuter-, lager en secundair onderwijs in 2016 naar de nieuwe site in het centrum verhuizen. De Erasmushogeschool heeft vlakbij nog twee andere campussen: de campus Dansaert op het Bloemenhofplein en de audiovisuele afdeling Rits in de Dansaertstraat. Die laatste krijgt over twee jaar een nieuwe studio op de EhB-campus in Anderlecht. Bettina Hubo
Gas, anonimiteit of getinte villa
Geel vat in de linker bovenhoek: hierin wordt het poeder geïsoleerd en geëvacueerd. Rechts onder: een rode tent. Ermiddenin: een witte cirkel waarop de mannen van de dienst Bioalarm elkaar uit hun beschermende pakken helpen. Dinsdag 8 januari: een boze Belgacom-klant heeft een envelop met wit poeder naar de hoofdzetel van het telefoniebedrijf gestuurd...
WEEKOVERZICHT
BDW 1360 PAGINA 3 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
© MARC GYSENS
WOENSDAG 2 JANUARI ‘700 agenten minder op straat.’ Volgens de VRT-radio betekent het invoeren van de Salduz-wet dat er twee tot drie procent minder agenten op straat patrouilleren. Doordat elke verdachte nu moet worden bijgestaan door een advocaat tijdens het eerste verhoor, duren verhoren langer en kunnen agenten minder patrouilleren. WAARNEMEND BURGEMEESTER IN WEMMEL. Walter Vansteenkiste van de lokale Vlaamse lijst Wemmel wordt door de gemeenteraad benoemd tot waarnemend burgemeester. De Vlaamse en de (overwegend Franstalige) burgemeesterslijst hebben allebei evenveel zetels, maar de gesprekken over coalitievorming zitten in het slop omdat de burgemeesterslijst volgens de tegenpartij te veel schepenzitjes zou eisen. Hoe lang Vansteenkiste waarnemend burgemeester blijft, is niet duidelijk.
DONDERDAG 3 JANUARI ‘Brussel heeft duurste ziekenhuizen.’ Volgens de Christelijke Mutualiteit betaalt een patiënt in een Brussels ziekenhuis het meest van heel het land. Een opname in een individuele kamer zou in Brussel meer dan 2.000 euro kosten, zegt de CM. Dat is duizend euro meer dan in Vlaanderen en vijfhonderd euro meer dan in Wallonië. Brusselse ziekenhuizen zouden vooral extra’s aanrekenen voor eenpersoonskamers.
VRIJDAG 4 JANUARI In maart vorig jaar bezochten Marion Lemesre en Els Ampe, toen nog oppositie, het Antwerpse Schipperskwartier. Nu de liberalen in de meerderheid in Brussel zitten, willen ze Antwerpen achterna.
gatie van MR en Open VLD nog op bezoek naar Antwerpen om te zien hoe ze de zaken daar aanpakken. In het vroeger beruchte Schipperskwartier heeft men alle vormen van prostitutie beperkt tot drie straten waar alleen nog raamprostitutie toegelaten is, onder meer in Villa Tinto, een complex met vitrines en een politiekantoor in één. Sörensen zegt dat ze in november nog te gast was bij burgemeester Freddy Thielemans (PS). “Er werd me toen beloofd dat men een beleid zoals in Antwerpen zou uitteke-
“
nen,” zegt ze. Dat wordt bevestigd door schepen Els Ampe (Open VLD), die vorig jaar het initiatief nam voor de trip naar Antwerpen. “Het is alleszins de bedoeling dat we Antwerpen achterna gaan, al zal de concrete uitwerking nog even duren.” Sörensen verklaarde vorig jaar nog dat de strijd tegen mensenhandel opnieuw een prioriteit is en dat prostitutie gevaarlijk blijft. “De meisjes in de Alhambrawijk werken in moeilijke omstandigheden. Een aantal onder hen is al overvallen, zodat ze liever zoveel mogelijk onder veilig-
heidscamera’s werken, wat ik er zelf heb kunnen vaststellen. Als ze dan nog opgejaagd worden door GASboetes, dan krijg je een mijnenveld. Je moet je altijd afvragen waarom er daar, in die wijk, prostitutie is, wie die meisjes zijn en waar ze vandaan komen.” Sörensen geeft ook mee dat een Antwerps model niet automatisch betekent dat alles goed gaat. “Er zijn nog altijd situaties.” Christophe Degreef en Danny Vileyn
We moeten de intellectuele eerlijkheid hebben om te zeggen dat vandaag geen enkele partij een concrete en toepasbare oplossing heeft voor de toekomst van Brussel in een confederaal kader. Ook niet aan Franstalige kant.” Parlementslid Siegfried Bracke (N-VA) zegt in La Libre Belgique dat zijn partij hard werkt aan een oplossing voor Brussel in een confederaal model.
“
Wij zijn de belangrijkste partij in Brussel, maar we zullen moeten vechten om dat te blijven.” Brussels OCMW-voorzitter Yvan Mayeur (PS) in De Tijd. Zijn partij heeft moeite om een valabele opvolger te vinden voor Charles Picqué als kopman bij de komende verkiezingen.
Klacht prostituees. De auditeur van de Raad van State geeft zestien prostituees uit de Alhambraw ijk ongelijk in hun klacht tegen de GAS-boetes. De Raad van State moet zich wel later deze maand nog definitief uitspreken, maar het voorspelt alvast weinig goeds, want normaal gezien wordt de auditeur gevolgd. De boetes werden afgelopen zomer door het stadsbestuur ingevoerd na protest van de buurt. mini-europa en océade doen het goed. Het Europese themapark en het zwembadcomplex op de Heizel hebben vorige jaren bezoekers- en omzetrecords gehaald. Dat blijkt uit cijfers die brusselnieuws.be kon inkijken. In 2011 waren de pretparken goed voor een totaalomzet van 7,5 miljoen euro. Nochtans zijn ze bedreigd door de komst van Neo, het woon-, werk- en winkelproject van de Stad Brussel op de Heizel.
MAANDAG 7 JANUARI VUB-PROFESSOREN MET EMERITAAT. De Vrije Universiteit Brussel neemt afscheid van een paar prominente professoren van de zogenaamde ‘babyboom-generatie’, de generatie die net na de Tweede Wereldoorlog geboren is. Onder hen sociaal geograaf en Brusselkenner Eric Corijn, de bekende socioloog Mark Elchardus en vruchtbaarheidsspecialist Paul Devroey. FAMILIE TAHIRAJ WIL BIJKOMEND ONDERZOEK. De familie van de vorig jaar overleden MIVB-controleur Iliaz Tahiraj vraagt bijkomend onderzoek naar de omstandigheden van het overlijden. De supervisor werd in de lente van vorig jaar doodgeslagen toen hij een botsing tussen een bus en een auto moest onderzoeken. Naar alle waarschijnlijkheid wordt de zaak nu uitgesteld. De familie wil de verdachte laten vervolgen voor doodslag, het parket voor opzettelijke slagen en verwondingen. just under the sky op komst. Het interministerieel comité (IC) spreekt zijn voorkeur uit voor het winkelcentrum Just under the Sky. Daarmee heeft de ondernemersfamilie Mestdagh de sociaaleconomische vergunning op zak. Het comité moest in beroep een klacht tegen die vergunning behandelen. De drie Franstalige ministers in het IC, Melchior Wathelet (CDH), Sabine Laruelle (MR) en Benoît Cerexhe (CDH), stemden voor het project; Johan Vande Lanotte en Monica De Coninck (beiden SP.A) stemden tegen. De goedkeuring is controversieel omdat een eerdere IC-vergadering vorige maand in dubieuze omstandigheden was geëindigd. Just under the Sky heeft nu de beste kaarten om als eerste winkelcentrum klaar te zijn, vóór Neo op de Heizel en Uplace in Machelen.
DINSDAG 8 JANUARI
HET WOORD
Interdépendance
Interdépendance is Frans voor ‘onderlinge samenhang’. Volgens Jean-Marc Nollet, Ecolo-minister in de Waalse en Franse gemeenschapsregering, is dát de toekomst van België. Nollet vertelt in Le Soir van vorig weekend dat België vier deelstaten moet tellen: Vlaanderen, Wallonië, Brussel én de Oostkantons. “Die bepalen wat ze zelf doen, maar ze zijn verbonden door een verklaring van interdépen-
dance.” Een model met vier afzonderlijke deelstaten dus, met duidelijk gemarkeerde grenzen, die in onderlinge samenhang nog wel België vormen. Want binnen Nollets model kiest elke deelstaat een of meer bevoorrechte partner(s). “Wallonië en Brussel, bijvoorbeeld, kunnen samen onderling bevoegdheden uitoefenen.” Samengevat, volgens Nollet: “Alles naar de deelstaten, die dan CD beslissen wat ze samen willen doen.”
CAROLINE MUSIC OPNIEUW OPEN. De muziekwinkel Caroline verrijst aan de Anspachlaan 101, waar Goupilophone zit. De twee werken voortaan samen. Caroline zat vroeger in de Sint-Honoré doorgang, maar moest daar verhuizen voor de renovatie van de galerij. Er komt een gemengd aanbod van tweedehands vinyl (Goupilophone) en nieuwe cd’s (Caroline). Samengesteld door Christophe Degreef
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF
BDW 1360 PAGINA 4 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
Aan de Tweekerkenstraat staan niet, zoals je mag verwachten, twee kerken. Aan de lage kant is het beeld intact, daar prijkt de Sint-Joostkerk. Maar aan de hoge zijde blokkeert een pand van de Europese Unie het zicht: voor de Jozefkerk moet je letterlijk een blokje om.
De blik van buiten De buik van de stad. Om toeristen te trekken kreeg het slachthuis van Anderlecht onlangs een hip logo en een nieuwe naam, maar toch gaat het er nog ouderwets aan toe, niets wordt hier verhuld. Vlees betekent dode beesten.
De afgelopen maanden werkte de Nederlandse journalist Tijs van den Boomen als gastredacteur bij BDW. Hij werd gegrepen door de schoonheid van de stad en fotografeerde de contrasten en de absurditeit, de tristesse en de poëzie. Met weemoed kijkt hij terug.
Verplicht zijn ze niet, de fluovestjes voor kinderen, maar ’s morgens kleuren de straten geel van de schoolgaande jeugd. Vaak zijn ze in klasverband onderweg, één begeleider aan de kop van de stoet, één aan de staart. Fluorescerende mierenkolonies.
Ze houden stand, de tankstations op straathoeken. Vaak zit er een werkplaats bij en dat maakt een knusse indruk, alsof je op het Franse platteland bij de dorpspomp komt. Het is de vraag wanneer ze het afleggen tegen Europese richtlijnen als ‘2009/126/EG inzake fase II-benzinedampterugwinning’.
In het Brussel van 2018 moet een op elke vijf verplaatsingen per fiets gebeuren. Maar geld voor fietspaden ontbreekt, en daarom biedt de verfspuit uitkomst. Fietssymbolen op de rijweg moeten automobilisten afschrikken, rode verf schept de illusie van een echt fietspad. De stad schildert zich een weg naar een fietsbare toekomst.
De Belg mag dan met een baksteen in zijn maag geboren zijn en bovendien een voorliefde hebben voor zich gestaag uitbreidende koterijen, de werkelijkheid is vaak prozaïscher. Een paar vierkante meter balkon met uitzicht op een strak geschoren gazon.
BDW 1360 PAGINA 5 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
Vrijdag verlaten de medewerkers van de Europese Unie massaal de stad. Dus is donderdagmiddag de tijd om te netwerken en te borrelen. Omdat niets menselijks de Europeanen vreemd is, heet de place du Luxembourg dan ‘de vleesmarkt’.
Websites, nieuwsbrieven, tweets, annonces in huis-aan-huisbladen, allemaal leuk en aardig, maar er gaat niks boven de stadsaanplakker om burgers te informeren over bouwplannen voor hun buurt of op handen zijnde verkiezingen.
Renault Vilvoorde, Opel Antwerpen en Ford Genk legden het loodje. Audi Brussels doet het juist steeds beter: per jaar rollen er in Vorst honderdtwintigduizend A1’s van de band, om vervolgens netjes op de trein te wachten.
De verhouding tussen een metropool en haar achterland is altijd gecompliceerd. “Wel profiteren van onze voorzieningen, niet meebetalen,” is het verwijt van de eerste. “Slokop,” pareert de laatste. Maar nergens zijn de grenzen zo scherp en de tegenstellingen zo heikel als bij het Hoofdstedelijk Gewest.
Volksbuurt de Marollen. De woorden zijn een vaste combinatie geworden, mensen denken meteen aan lief & leed, bergen & dalen, ‘het leven zoals het is’. En het klopt nog ook: de bruid trouwt vanuit het ouderlijk huis en de familie doet haar uitgeleide, met Marokkaanse trots & tranen.
Het Vorstrondpunt is vorstelijk bemeten: op het middeneiland is plaats genoeg voor een trambaan en een oorlogsmonument. Twee keer per jaar wordt de roze loper uitgerold en is ook de kermis er welkom.
WORDT VERVOLGD OP PAGINA 6-7
BDW 1360 PAGINA 6 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
De blik van buiten TEKST EN FOTO’S: TIJS VAN DEN BOOMEN
Meer dan duizend treinen rijden elke dag dwars door Brussel, en dat zorgt voor een logistieke puzzel van formaat. En tot wonderschone kunstwerken, zoals het viaduct dat het hoofdspoor bij Haren over een rangeerterrein van maar liefst zevenhonderd meter breed tilt.
Er zijn weinig punten in de stad waar arm en rijk, jong en oud, blank en gekleurd, hip en ambtelijk mengen. Het Sint-Gillisvoorplein is een van die uitzonderingen, en dat komen acrobaten en muzikanten graag opluisteren.
Het Weststation het nieuwe knooppunt van de stad? Vergeet het maar: Belgische steden eisen een rechtstreekse verbinding met BrusselCentraal zonder overstap op de metro, en al helemaal niet in Molenbeek. En dus laat de NMBS op het Weststation steeds minder treinen stoppen en stokt de revitalisering.
De laatste telling van daklozen dateert van november 2010. Toen sliepen er in Brussel 329 mensen op straat, 22 procent meer dan twee jaar daarvoor. Overal in de stad kom je hun ‘huisraad zonder huis’ tegen, inkijkjes in de kwetsbaarheid van ontspoorde levens.
Het is een van de meest misbruikte stedelijke woorden: agora. Met het Griekse plein, waar de bakermat van de democratie ligt, heeft het overdekte winkelcentrum Agora niets te maken, net zo min als de Grote Markt die eraan grenst. Het zijn tippelzones voor toeristen.
Waarom renoveren, moderniseren en upgraden als iets nog functioneert? Door dit respect voor het verleden – anderen noemen het ‘passiviteit’ of ‘desinteresse’ – vind je in Brussel vele tijdlagen naast en door elkaar. In het metrostation Pannenhuis zijn de jaren 1970 nog springlevend.
In de Vijfhoek zijn veel blinde muren opgeleukt met striptaferelen, maar ook daar zijn ze nog te vinden in al hun onbeholpen naaktheid. Kleine oneffenheden verraden iets van de panden die hier stonden voordat de sloophamer kwam.
P-PRAAT De Hoorn, het blad van het Ukkelse gemeenschapscentrum Candelaershuys, wenst zijn lezers een gelukkig en voorspoedig 2013. Met een verhaal. Op pagina’s 14 en 15 staat een interview met de nieuwe OCMW-voorzitter Jean-Luc Vanraes (Open VLD), getiteld: ‘Het verhaal van een onderhandelde participatie in het gemeentelijk beleid’. Wij nemen er een stuk uit over.
Twee zaken moet je als kleinbehuisde stedeling om de hoek hebben: een wassalon en een alimentation générale. Brussel is ermee bezaaid, in arme buurten kun je bij avondkruideniers zelfs terecht voor losse sigaretten.
De Hoorn: Wie wordt Cultuurcoördinator? JLV: “Dat valt nog te bezien, maar hij of zij komt eraan in de gedaante van een Nederlandstalige gemeentelijke ambtenaar. De beslissing hieromtrent is te verwachten voor de maand april. Het gaat hier om een belangrijke functie. (...) Hij of zij wordt de man of de vrouw die belast wordt met de organisatie en de coördinatie van alle Nederlandstalige publieke manifestaties. Eens het profiel vastgelegd, zal de betrekking open worden verklaard en worden de kandidaturen ingewacht.” Volgende zin willen we u ook niet onthouden. Gevraagd hoe het zit met de Nederlandstalige basisschool antwoordt Vanraes: “Wat het project boeiend kan maken en naar de Brusselse situatie toekomstgericht moet overkomen, is dat het in parallel zou kunnen functioneren met een Franstalig gemeentelijk project (...) Dit concept zou van aard kunnen zijn een oplossing te bieden aan het probleem van het ...succes (sic) bij anderstaligen van het Nederlandstalig onderwijs.” Nou nou. Mochten ze bij de Muntpunt-belevenisbibliotheek nog een ghostwriter nodig hebben, dan kan die alvast in het Ukkelse gesitueerd worden. Teneinde de interne en externe communicatie naar de Nederlandstaligen toe op punt te stellen, over te maken en transversaal op te waarderen zonder te vergeten oog te hebben voor de kosmopolitische inslag van velerlei verschillende instituten die in deze stad bezig zijn met sociale cohesie, de demografische boom en conceptdenken over een brede school.
CHIEN ÉCRASÉ MIVB – Schuldbekentenis: wij waren fout. Compleet fout. In al ons gezaag over de metropoortjes waren wij fout, fout, fout. Tijdens de vakantie hebben we het licht gezien: wij zijn niet meer voor poortjes. Schaf ze af, of laat ze gewoon altijd open staan, wat op hetzelfde neerkomt. Vrijheid, blijheid. De MIVB is een geweldig bedrijf, maar met het verkeerde publiek.
Voor de auto zijn hele wijken gesloopt. Toch zijn er ook plannen gesneefd, zoals het doortrekken van de A1 naar het centrum. Een ongebruikte afrit herinnert aan de oorspronkelijke ambities.
GEBALK – Soms schrijft humor zichzelf, en wel vaak in de vorm van journalistiek. Het zit zo: de krant La Capitale schrijft een artikel over een voorstel van de Schaarbeekse PS’er Yves Goldstein om onverkocht voedsel dat nog eetbaar is, aan de Voedselbanken te schenken. Goldstein wil daarover een motie laten goedkeuren in de gemeenteraad. De ijverige journalist van La Capitale is dan aan het werk gegaan om nog meer Brusselse gemeenten warm te maken voor dit mooie gebaar. In vier kaderstukjes met reacties van een schepen uit Ukkel en de burgemeesters van Anderlecht, Vorst en Molenbeek luidt het: ‘Pas contre le principe de favoriser’ (Marc Cools), ‘Je vais en parler au collège’ (Eric Tomas), ‘Je vais étudier la possibilité’ (Marc-Jean Ghyssels) en ‘Je suis pour encourager les initiatives’ (Madame Schep). Elk stuk wordt steevast ondertekend door ‘I.A.’, ‘I.A.’, I.A.’ en ‘I.A’. OPEN DOEL – Bruno De Lille (Groen) is de meest zichtbare Brusselse excellentie in de Vlaamse pers, zo blijkt. Dat komt omdat hij een fietshesje draagt.
© GEMEENTE SINT-GILLIS
BDW 1360 PAGINA 7 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
Het OCMW van Sint-Gillis leert leefloners ook rationeel om te gaan met hun energieverbruik.
Politiek > Vier Vlamingen over het sociaal beleid in hun gemeente
‘Het OCMW is geen B-ploeg’ BRUSSEL – Rond deze tijd moeten alle OCMW-raadsleden van de Brusselse gemeenten bekend zijn. Daar zit altijd minstens één Nederlandstalige bij. Een ronde langs politici die zelden in het nieuws komen. Dat in de OCMW-raden minstens één Nederlandstalige moet zitten, heeft met institutionele evenwichten te maken: raakt er geen verkozen, dan moet een extra raadslid van de Vlaamse taalrol worden toegevoegd. Zo staat het in de Gemeentewet. In Anderlecht was dat niet nodig: daar werden meteen drie Vlamingen op dertien raadsleden verkozen. Onder hen Bert Schreurs voor Groen, die ook kabinetschef van staatssecretaris Bruno De Lille (Groen) is. Hij behoort niet meteen tot een flamingante partij, maar vindt de Vlaamse vertegenwoordiging erg belangrijk. “Om een eenvoudige reden: drie raadsleden weerspiegelen de Anderlechtse bevolking, een gemeente waar nog vele Vlamingen wonen.” In andere gemeenten is het niet zo simpel. Daar is vaak geen Nederlandstalige verkozen in de OCMW-raad, waardoor er één ‘gezocht’ moet worden. Dat is zo in Watermaal-Bosvoorde: daar zijn normaal gezien elf raadsleden. CD&V-raadslid Joris Poschet neemt als twaalfde de Vlaamse honneurs waar. Hij ziet dat niet als een troostprijs, ook al raakte hij niet als gemeenteraadslid verkozen. “Neen, het OCMW is geen B-team voor mij. In 2011 zijn er 3.600 inwoners van onze gemeente in aanraking gekomen met het OCMW. Niet min op een bevolking van 24.000 mensen. Meer dan werk genoeg, dus.”
Hulp of actie? Maar wat doet een OCMW-raadslid nu? Poschet: “Er zijn twee hoofdactiviteiten: persoonlijke dossiers behandelen, bijvoorbeeld mensen die hun gas- of waterrekening niet kunnen betalen, en dan het beheer van de infrastructuur, zoals het OCMW-rusthuis.” Het zijn onderwerpen waarmee je niet meteen politiek kunt scoren. In feite doen OCMW-raadsleden niet zozeer aan politiek, maar zijn ze vooral beheerders. Toch vindt Anderlechts raadslid Schreurs dat hij wel degelijk politieke krijtlijnen kan trekken. “Mijn partij vindt levenskwaliteit belangrijk, net als een goed beleid voor kwetsbaren. Dat ver-
taalt zich als vanzelf in wat het OCMW doet.” Joris Poschet en Bert Schreurs zijn allebei nieuwkomers op het Brusselse OCMW-toneel. Zes jaar meer ervaring heeft Bart Lemmens, bekend van Café l’Union in Sint-Gillis. Hij is een Vlaming, koos voor de Franstalige socialisten en zetelt sinds 2007 voor de PS in de OCMW-raad van Sint-Gillis. Ook hij gelooft in het belang van een Nederlandstalige OCMW-werking in Brussel. “Niet alleen voor de weinige Nederlandstaligen in Sint-Gillis, maar ook voor de ‘vreemdelingen’ die na een kort verblijf in Vlaanderen, met alleen maar een gebrekkige kennis van het Nederlands en geen Frans, in Sint-Gillis aankomen. Daarom is er altijd een Nederlandstalige assistent aanwezig in onze twee vestigingen.” Lemmens wéét waar een OCMW-raad zich zoal mee bezighoudt. “Een voorbeeld: familie X moet na een barkoude winter duizend euro bijbetalen voor gas een elektriciteit. De eerste vraag is: kunnen we financieel tussenbeide komen of niet? Maar even belangrijk: we sturen hen naar de vzw Eco and Co, waar ze een opleiding ‘milieubewust omgaan met energie’ kunnen volgen.” Ook Ethel Savelkoul, Open VLD-raadslid in Etterbeek, zat de afgelopen zes jaar in de OCMW-raad. “Het OCMW functioneert bijna als een afzonderlijke gemeente, de administratie evenaart in omvang zelfs die van de gemeente.” Het OCMW is dus niet zomaar het kleine broertje van de gemeente. Savelkoul is in oktober 2012 verkozen in de gemeenteraad, maar kiest toch voor de OCMW-raad. “Mijn campagne draaide daar om. Ik vind het belangrijk om mensen te helpen, eerder dan aan zuivere politiek te doen.” En ook Savelkoul gelooft dat een Nederlandstalig raadslid een rol te spelen heeft. “Ik heb zelfs het gevoel dat in Etterbeek het aantal Nederlandstalige dossiers stijgt,” zegt ze. En ja, af en toe is er wel een verschil tussen een Vlaamse en een Franstalige Brusselse benadering. Joris Poschet: “Neem nu de naam van het OCMW in het Frans. Die is veranderd van aide sociale (‘sociale hulp’) in action sociale (‘sociale actie’). Dat zegt veel over hoe men in Brussel tegen de zaken aankijkt: alle sociale problemen zijn een zaak van de overheid. In Vlaanderen zien we dat toch anders.”
Danny Vileyn, Steven Van Garsse en Christophe Degreef
BDW REGIO
BDW 1360 PAGINA 8 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
we. “Goeienavond,” zegt hij terug. Er is niets veranderd aan het interieur. De zaal met de treinbankstellen, ontworpen door Henry van de Velde, is er nog, en er is nauwelijks volk. Een mens of tien, vrijwel uitsluitend Nederlandstalig. Er heerst een gedempte sfeer, alsof de avond al ver is gevorderd, hoewel het nauwelijks negen uur is. We krijgen de kaarten overhandigd. Die zitten in dezelfde map als vroeger, en zijn netjes tweetalig. Mijn gezelschap bestelt een koffie verkeerd, een drankje dat het tegenwoordig goed doet in hippe koffiebars. Ondergetekende neemt een kruidenlikeur uit de Franse Alpen. De kaart is tamelijk uitgebreid. Groot is de ontgoocheling wanneer de Chartreuse niet meer dan een lek over ijsblokjes blijkt te zijn, en de koffie verkeerd een verkeerde koffie, deca, namelijk. Dit wordt rechtgezet, nog steeds in onze taal. Een tweede ronde is verwarrender. Als we de drankenkaart vragen, krijgen we een menu, en het woord
Deze week in de Ultieme > Monument opnieuw open
Verkeerde koffie, nieuwe hallucinatie
“De Ultieme is altijd al een vreemd verhaal geweest”
De eerste vrijdagavond van de ‘nieuwe’ Ultieme Hallucinatie maakte het café nog een desolate indruk.
SINT-JOOST-TEN-NODE – Eind 2009 ging, na het overlijden van de eigenaar, de beroemde brasserie de Ultieme Hallucinatie dicht. Nu drie jaar later is het voormalige Vlaamse art-nouveau-etablissement opnieuw open, onveranderd. Hoewel: de nieuwe eigenaar is een FDF’er van Turkse origine. Reden te meer om er eens te gaan neuzen en er een koffie verkeerd te bestellen. Lait russe, in het Frans.
T
oegegeven, ondergetekende is vroeger maar één keer in de Ultieme Hallucinatie geweest. Via via dan nog wel. “Daar moet je echt eens iets drinken, dat is een Vlaams-Brussels monument in prachtige art-nouveaustijl.” En
zo geschiedde. Die avond maakte ik het er zo bont dat ik mijn bus richting Vlaanderen miste, een spurt inzette van ‘de Ultieme’ tot aan het gemeentehuis van Schaarbeek en de vermaledijde bus nog inhaalde. Studententijd, zo mooi.
Geruime tijd was het stil rond de Hallucinatie. Eind 2009 overleed eigenaar Fred Dericks, een getrouwe van Lijst Dedecker. Lang werd er geen koper gevonden, tot in de herfst van vorig jaar bekendraakte dat Sait Köse, FDF-schepen in
Transparantie of meer geld: Elsene kiest Elsene is de enige Brusselse gemeente die gemeenteraadsleden de rekeningen laat nakijken en analyseren in speciale commissies. De oppositie meent dat die traditie in het gedrang komt. In 2012 werden de commissies afgelast vanwege de verkiezingen. Volgens raadslid Julien Milquet (CDH) laat een zogenaamde ‘speciale’ of ‘extra’ commissie leden van meerderheid én oppositie toe om uitgebreid de financiële situatie van de gemeente uit te pluizen en
op te volgen. Gemeenteraadsleden worden tijdens die vergaderingen namelijk bijgestaan door gemeentepersoneel, dat aanwezig is om tekst en uitleg te geven. “Het is een uitstekende manier om moeilijke
technische materie onder de knie te krijgen en de werking van de gemeente transparanter te maken,” zegt Milquet. “Bij zo’n vergadering wint iedereen.” Aan die unieke traditie dreigt volgens CDH een einde te komen omdat er over de vergaderingen in 2013 nog niets vernomen is sinds Viviane Teitelbaum (MR) de nieuwe schepen van Financiën werd. Ironisch,
© MARC GYSENS
Schaarbeek, het pand had gekocht. Hij zou de brasserie gewoon onder dezelfde Nederlandse naam voortzetten. “De Ultieme is altijd al een vreemd verhaal geweest,” wist Kriz Haepers, Dericks’ vrouw, daarover tijdens de officiële opening enkele weken geleden. Vorige week was de Ultieme Hallucinatie dan voor het eerst open voor het grote publiek. Bij het binnenkomen worden we begroet door een telefonerende man, die ober blijkt te zijn. “Goeienavond,” zeggen
want het was net Teitelbaum die in het Brussels parlement deze traditie wilde uitbreiden naar andere gemeenten, zeggen de christendemocraten. “Ik wil voorlopig niet met die traditie breken,” reageert Teitelbaum. “Wel heb ik becijferd dat zulke commissies, alles bij elkaar, makkelijk 20.000 euro kosten aan overuren en zitpenningen. We kunnen de commissies in de toekomst nog wel bijeenroepen, maar dan in afgeslankte vorm, met bijvoorbeeld één raadslid per politieke fractie,
drankenkaart moeten we vertalen naar het Frans. Het aanwezige volk blijkt niet zo strikt, die horen we vaak gewoon in het Frans bestellen. De bediening blijft vriendelijk, zij het een beetje stuntelig. Eén ober doet moeite om in het Nederlands te blijven praten, de anderen niet. Het is duidelijk de eerste werkdag. Om een laatste – te dure – cocktail Four Seasons te krijgen moet de barman uit een aanpalend salon worden gehaald. De avond eindigt rustig, op het einde legitimeren we ons in het Frans als journalist, en dat is geen probleem. Een brasserie met een Nederlandse naam, moeilijk uit te spreken, in art-nouveaustijl, met een Vlaamse achtergrond, een paars-Turks-Belgische eigenaar die koste wat het kost de naam wil behouden en de geschiedenis zegt te koesteren, met Nederlandstalige klanten die Frans spreken. Een vreemd verhaal, nog altijd, inderdaad. Christophe Degreef
en met minder zittingen, zodat de gemeente alvast daar kan besparen.” Teitelbaum voegt er nog aan toe dat een lezing van de rekeningen nog niet betekent dat raadsleden een getrouw beeld krijgen van de werkelijke financiële situatie. De huidige situatie van de Elsense financiën lijkt haar daarbij gelijk te geven. “Daarover doe ik nu nog geen uitspraken. Geef me tijd om me in te werken,” zegt de schepen.
CD
BDW 1360 PAGINA 9 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
biedt. Ga aan het raam zitten en verbaas je over de onafgebroken stroom auto’s, voetgangers, bestelbusjes, fietsers, brommers en vrachtwagens die de krappe ruimte moeten delen
Jette > Minister Grouwels sust onrust over Woestelaan
‘Onderzoek over fietspad leidt niet tot vertraging’ Brussels minister van Openbare Werken Brigitte Grouwels (CD&V) wil de komende maanden onderzoeken of er op de Charles Woestelaan een gescheiden fietspad moet komen. “En nee, hierdoor zal de werf geen vertraging oplopen,” verzekert ze. De heraanleg van de Woestelaan sleept al geruime tijd aan. De stedenbouwkundige vergunning werd in 2008 afgeleverd, maar de eerste werkzaamheden gingen pas in het voorjaar van 2012 van start. Toen begon de openbaarvervoersmaatschappij MIVB met de vervanging van de verouderde tramrails. Nadat dit werk begin december afgerond was, gebeurde er niets meer. De buurtbewoners zijn dan ook enigszins verontrust, vooral omdat de hele straat en het trottoir er momenteel erg slecht bijliggen. Het werk aan de sporen blijkt behoorlijk wat schade aan het wegdek te hebben veroorzaakt.
Veiliger De buurtbewoners kregen te horen dat er een bijkomende vergunning moet worden aangevraagd, omdat er nog een technisch probleem moet
worden opgelost, maar ook omdat er alsnog een gescheiden fietspad zou komen. Ze vrezen nu dat dit tot grote vertragingen zal leiden. Brussels parlementslid Jef Van Damme (SP.A) trekt intussen aan de alarmbel. Volgens hem zullen de bewoners van de Woestelaan nog maanden in onzekerheid gelaten worden tot er duidelijkheid is. “En dan nog minstens een jaar voor de werf helemaal klaar is.” Minister Grouwels ontkent dat. “In de huidige plannen, die dateren van de vorige legislatuur, is er een gemarkeerd fietspad getekend. Maar de gemeente Jette ziet liever een afgescheiden fietspad. Dat biedt een groter gevoel van veiligheid en past ook beter bij de Gewestelijke Fietsroute (GFR) die de Charles Woeste laan is. Er komt daarom een openbaar onderzoek, maar dat zal niet voor vertraging zorgen. Het onderzoek loopt terwijl de nutsbedrijven de komende maanden aan de slag zijn. De heraanleg van de bovengrond is gepland voor mei. Tegen die tijd moet de uitslag van het onderzoek over het fietspad bekend zijn.”
Bettina Hubo
met drie tramlijnen en een bus. Na een tijdje duizelt het je wie voorrang heeft en wie niet, het lijkt vooral op gevoel te gebeuren, en op brutaliteit. De simpele basisregel van de ro-
tonde (wie erop zit, heeft voorrang) gaat hier namelijk niet op: het ver-
Tijs van den Boomen
www.brusselnieuws.be/rondbrussel
Schaarbeek > Kandidaat raakt niet verkozen en dient een klacht in
Malheuren in de OCMW-raad
Je hebt minimaal drie toevoerwegen nodig om een rotonde te rechtvaardigen, maar meestal zijn het er vier: vanuit elke windrichting één. Brussel zou Brussel niet zijn als dat niet beter kon. Hier vind je vijf- en zessprongen met een rotonde in het midden, maar een hoogtepunt is te vinden in Sint-Gillis: de Bareel is een kleine rotonde die door maar liefst zeven wegen wordt gevoed. Dat levert evenzovele fraaie schuine hoeken op. Om deze complexe verkeersmachine in alle rust te bewonderen staat de rotondoloog op vier van die hoeken een café ter beschikking. De beste keuze is The Queen’s, dat aan de hoge kant van de rotonde is gelegen en dus het meeste overzicht
trouwde rotondebord met drie witte pijlen ontbreekt, er staat alleen een bord dat je verplicht rechtsom te rijden. Een miniem verschil met grote gevolgen: voorrang voor verkeer dat de rotonde opkomt. Weinig mensen zijn zich hiervan bewust, en dus doen verkeerslichten een poging om de stromen te beteugelen. Dat lukt slechts gedeeltelijk omdat de lichten aan meerdere kanten tegelijk op groen staan. Bovendien doorkruisen de hevig bellende trams letterlijk de hoofdregel dat verkeer van rechts voorrang heeft. En dan zijn er nog de voetgangers die bij groen mogen oversteken, maar die niet worden beschermd door rode lichten die de afslaande auto’s op datzelfde moment tot stoppen dwingen. Het blijft dus gokken. Een nieuw inrichtingsplan van Mobiel Brussel moet een einde maken aan deze chaos – dan wordt de Bareel van Sint-Gillis een echte rotonde. Misschien krijgen passanten dan tijd om het uit 1900 stammende beeld van het waterdraagstertje te bewonderen.
Jamal Harrar (LB) dient een klacht in bij het rechtscollege nadat hij uit de OCMW-raad werd gestemd. Harrar was kandidaat voor de OCMW-raad, behoort tot de meerderheid en had dus in principe goede kaarten in handen om verkozen te raken. Toch lukte dat niet. De stemming voor de OCMW-raad is geheim, en dan vallen ongelukjes nooit uit te sluiten. Meerderheid en oppositie moeten vooraf goed rekenen, en eventueel deals sluiten om genoeg stemmen te verzamelen voor de verschillende kandidaten. Daarbij kan het al eens fout gaan. Het lijkt er in dit geval op dat iemand van de meerderheid de kandidatuur van Harrar niet heeft willen steunen. Mia Joosten (Open VLD, oppositie) haalde wel genoeg stemmen. Ze zal ontslag nemen en dadelijk worden
TELEXREGIO
Vlaanderen heeft de reputatie dat de rotondes er vol staan met bespottelijke beelden. Maar hoe zit het in Brussel? Voor BDW onderneemt de Nederlandse rotondoloog Tijs van den Boomen de komende maanden een zoektocht naar de rotondes van de negentien Brusselse gemeenten. Welke spiegel houden ze ons voor?
© TIJS VAN DEN BOOMEN
ROND BRUSSEL (9): SINT-GILLIS
opgevolgd door haar partijgenoot Johan Basiliades. Ook Bernadette Vriamont (SP.A) raakte verkozen. De ploeg van burgemeester Bernard Clerfayt (LB/Ecolo/ CDH) heeft door de stemming maar een nipte meerderheid in de OCMW-raad. Jamal Harrar hoopt met zijn bezwaarschrift bij het rechtscollege een nieuwe stemming te kunnen forceren. Maar ook dan kan het fout uitdraaien. Als Joosten niet verkozen raakt en Vriamont ontslag neemt, moet er een Nederlandstalig OCMW-raadslid worden aangeduid. Die komt bovenop de dertien OCMW-raadsleden. Het wordt hoedanook Bernadette Vriamont (zij is eerste Nederlandstalige opvolger in de gemeenteraad). Als de oppositie het een beetje handig aanpakt, haalt ze op die manier de helft van de zetels in het Bureau, het beslissingorgaan van de OCMW-raad. Steven Van Garsse
Commissariaat Mercure definitief dicht JETTE – Het politiecommissariaat in de Mercuregalerij is sinds eind december definitief dicht. In Jette blijft nu alleen nog het centrale commissariaat op het Kardinaal Mercierplein over. Dat is elke dag open van halfzeven ’s ochtends tot tien uur ’s avonds. Het bureau Mercure, in het noorden van de gemeente, bestond aanvankelijk als ‘politievoorpost’, met beperkte openingsuren. In 2008 werd het bijhuis verHUB nieuwd en opgewaardeerd tot een volwaardig commissariaat.
Hadewijch in Sint-Joost SINT-JOOST-TEN-NODE – Veerle Fraeters, hoofddocente Middelnederlandse mystieke literatuur aan de Universiteit Antwerpen, geeft op donderdag 31 januari een voordracht over de dertiende-eeuwse dichteres Hadewijch. De lezing maakt deel uit van Donderse denkende dames, een reeks over de bijdrage van vrouwen in de geschiedenis van het denken, georganiseerd door het Masereelfonds. In gemeenschapsHUB centrum Ten Noey, Gemeentestraat 25, om 20 uur.
BDW 1360 PAGINA 10 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
“Van een Vlaamse gemeente werd Brussel de Belgische hoofdstad, later werd het de Europese hoofdstad met veel zetels van internationale en Europese instellingen. Een hoofdstad bestuur je niet met dorpspolitici.”
© SASKIA VANDERSTICHELE
Politiek > N-VA: ‘Nieuw model voor Brussel, vereenvoudigd en transparant’
Niet zonder Europa
Weg onder de kerktoren BRUSSEL – Een oproep van N-VA’ers Lieven De Rouck en Karl Vanlouwe aan de (in hun ogen al te talrijke) lokale Brusselse politici: heren en dames, kom van onder uw kerktoren, ontstijg het cliëntelisme en het ons-kent-ons, en kweek nu eindelijk eens een stadsgewestelijke reflex. “Het zou deze duale stad ten goede komen.”
BDWOPINIE In zijn lied ‘Les Flamandes’ beschrijft Jacques Brel de Vlaamse vrouw die danst, trouwt en kinderen baart zoals ouders, priester en koster het van haar verwachten. Zo reageert Brel tegen de kleinburgerlijkheid die hij uit zijn jeugd kent. Het lied zorgde voor een haat-liefdeverhouding van Brel met Vlaanderen én omgekeerd. Nochtans had Brel aanvankelijk ‘Les Bretonnes’ als titel, maar ‘Les Flamandes’ bekte beter. Het lied is dan ook geen belediging aan de Vlamingen, en had evengoed ‘Les Bruxelloises’ kunnen zijn. Kleinburgerlijkheid heb je overal. Ook in de hoofdstad. In Brussel worden de burgemeesters vaak baronnen genoemd. Zij staan niet boven de kleinburgerlijkheid, maar staan er midden in. Politiek beschouwd zijn ze soms de verpersoonlijking van kleinheid in een grootstad. Het is er ons-kent-ons,
cliëntelisme op dorpsniveau in het eigen electorale wingewest. Off the record stellen velen – en overigens steeds minder verhuld – zich vragen bij de kwaliteit van de honderden lokale mandatarissen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Op beleidsvlak kijkt men dan ook vaak niet veel verder dan de eigen gemeente – dat is tenslotte de eigen kieskring. “Overal denkt men binnen de grenzen, niet verder dan de eigen container. En dat is nu net het principe dat ter discussie moet worden gesteld. Eerder nog dan het bestaan van de instellingen zelf gaat het om hun vermeende onafhankelijkheid. Terwijl nou net de mondialisering, de grootstedelijke ontwikkeling, steeds meer afhankelijkheid en interdependentie creëert. Interactie, wisselwerking, daar is het om te doen. En dat zou de inzet moeten zijn van de maatschappelijke discussie,” zei Eric Corijn daar onlangs over, in BDW 1346. Er wordt geschermd met principes als ‘subsidiariteit’, ‘lokale democratie’, ‘betrokkenheid’ en ‘proximité’: een
Karl Vanlouwe (l.) en Lieven De Rouck.
“Kleinburger- lijkheid heb je overal. Ook in de hoofdstad” dynamische toekomstvisie hoeft van vele lokale politici niet verwacht te worden. Op politiek vlak daarentegen is er ironisch genoeg wél een gewestelijke reflex. Dan gaat het uiteraard over macht, over machtsconcentratie en over deals. De norm wordt pijnlijk duidelijk als ze niet gevolgd wordt. Toen de PS van Brussel-Stad het voorakkoord met CDH niet nakwam, gaf Picqué daarover commentaar op RTL-TVi: “Ik denk dat de partij niet vooruitgedacht heeft. Voor de eerste keer heeft de PS de lokale, gemeentelijke logica laten voorgaan op de partijlogica.” Bij CDH was er nog steeds wel een ‘gewestelijke logica’ omdat die hen be-
voor de PS,” staat in de Vives-studie. Een nieuw vereenvoudigd en transparant model voor Brussel zou nochtans deze duale stad ten goede komen. Het beleid zou stadsgewestelijk gevoerd worden, op het niveau van de politieke kieskring. Dat hoeft geen alles beslissende moloch te zijn. Districten zorgen voor de couleur locale in het beleid. Checks and balances, zeker! Een adviserende functie voor deze districten met initiatiefrecht, natuurlijk, maar ook met centrale coördinatie en aansturing. De Brusselse beleidsmakers Philippe Close en Yvan Mayeur pleitten voor ‘het einde van taboes’ (in Le Soir van 12 december 2012). Maar daarbij pleitten ze vooral voor het overhevelen van enkele beperkte bevoegdheden links en rechts. En nog steeds denken ze niet echt gewestelijk, maar herhalen ze wat aan Franstalige politieke zijde steeds vaker wordt geopperd, jaren geleden al door bijna-eeuwig-burgervader Moureaux: de grenzen van de gemeenten en het aantal gemeenten kunnen herdacht worden. Alleen: ter compensatie moet dan uiteraard de gegarandeerde politieke vertegenwoordiging van de Nederlandstaligen in vraag worden gesteld. En, erger nog: het model zou helemaal niet evenwichtig zijn, maar meerdere, nog grotere machtsblokken creëren tegenover het gewestelijk niveau.
ter uitkwam, en de gevolgen in SintJans-Molenbeek zijn bekend. Kortom, voor beleid voeren kijkt men niet over het muurtje of werken de gemeenten het Gewest zelfs tegen; voor machtsconcentratie denkt men wel gewestelijk. De gemeenten worden daarbij ‘gebruikt’ als machtsbasis van Brusselse politici en partijen, in een ongezonde verstrengeling. Een recente wetenschappelijke studie van Vives (denktank, gelieerd aan de KUL, red.) bewees dat het Gewest een doorgeefluik voor middelen aan de gemeenten is. Het aandeel van de discretionaire uitgaven in de totale dotaties aan de gemeenten ligt hoger in Brussel dan in Vlaanderen. (Discretionaire toelagen zijn toelagen waartoe de ministers niet wettelijk verplicht zijn, en waarover ze naar eigen goeddunken kunnen beschikken.) Bovendien verklaren objectieve (sociaal-economische, demografische...) criteria slechts ten dele de verschillen in dotaties per gemeente. De politieke kleur van de lokale meerderheid speelt ook een rol, zo blijkt: “Niet alleen socio-economische factoren hebben een impact op de financiële stromen naar de 19 gemeenten, maar daarenboven ontvangen de gemeenten waar PS, Ecolo en MR aan het bestuur deelnemen, additionele financiële stromen, met het sterkste effect
Met enige minachting wordt wel eens over ‘la Flandre profonde’ gesproken, met inwoners die niet houden van Brussel of de Franse taal. Men is allemaal Brusselaar om zich te affirmeren tegenover Vlaanderen, maar niet om intern solidair te zijn. Want dán is men Elsenaar, inwoner van Ukkel of van een van de Woluwes. Uiteraard kan men én Elsenaar én Brusselaar zijn. Maar wees dan consequent beide! Brussel is de hoofdstad van het federale België, en ook Vlaanderen koos Brussel als zijn hoofdstad. Maar de belangrijkste troef van Brussel is de internationale status als hoofdstad van Europa. De stad is dan ook een trekpleister voor diplomaten, lobbyisten, journalisten, zakenlui, toeristen en politici – Europese, federale, gewestelijke en vooral veel gemeentelijke politici. Zonder die Europese en internationale status zou Brussel minder interessant zijn. De stad zou enkel een hoofdstad zijn, zoals er nog 26 zijn in de Europese Unie. Zonder hoofdstedelijke functie zou Brussel misschien een provinciestad zijn, maar dan wel niet meer behorend tot een van de Belgische provincies. Ooit ging het anders: van een Vlaamse gemeente werd Brussel de Belgische hoofdstad, later werd het de Europese hoofdstad met veel zetels van internationale en Europese instellingen. Ondertussen is het aanzien van Brussel veranderd. Hopelijk wordt de omgekeerde weg dan ook niet ingeslagen. Een hoofdstad kun je niet besturen met dorpspolitici. Lieven De Rouck, Brussels N-VA-voorzitter, en Karl Vanlouwe, senator
BDW 1360 PAGINA 11 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
BRIEVEN VAN LEZERS lezersbrieven@bdw.be
Voor de lieve vrede Het is waarschijnlijk wel waar dat men zich in de gemeente Etterbeek geen verhitte discussies meer herinnert rond straatnaamgeving of -wijziging (‘Straatnaamgeving is lakmoesproef voor gemeentepolitiek’ in BDW 1359, p. 18-19). Nochtans is er vroeger een zeer woelige gemeenteraad geweest rond een straatnaam. Een doodlopende straat aan de Waversesteenweg moest een nieuwe naam krijgen, en er kwam een voorstel: impasse du Préau/Pandhofgaarde. Nu was er een gemeenteraadslid dat in die straat woonde en het beneden zijn waardigheid vond in een steeg te wonen. De discussies werden verhitter, en al gauw veranderde de gemeenteraad in een marktplaats waar met voorstellen gegooid werd, het ene al absurder dan het andere. Op een bepaald moment opperde iemand om de naam Préau te behouden, maar er boulevard of avenue voor te plaatsen en erover te stemmen. Iedereen dacht dat het een grap was, en avenue haalde het. Achteraf bleek dat er werkelijk gestemd was en zodoende werd een doodlopende straat een laan. Geert Dujardin, Loker
Kunst in België Ik verslikte me in mijn koffie toen ik in jullie krant (BDW 1358, p. 3) een quote van Roland Duchâtelet, ex-voorzitter van STVV en voorzitter van Standard, las over de verkoop van de Belfius-kunstcollectie. Volgens hem zouden we toch “naar Parijs of Londen gaan om naar kunst te kijken, niet bij ons...” Ik kan het niet sterker oneens zijn met deze stelling. Ik ben trouwens benieuwd of hij hetzelfde zou zeggen over voetbal. Want, laten we eerlijk zijn, we gaan vandaag naar Chelsea of Manchester als we naar voetbal willen kijken, niet naar Sint-Truiden of naar Standard... Toch? J. Matheys, Brussel
Fiets-GEN De studie van het fiets-GEN is afgewerkt en er is een budget afgesproken (‘Investeren in fietspendel’ in BDW 1358, p. 4). Dat is prima. Toch valt te vrezen dat de afwerking op zich laat wachten, net zoals het (trein-)GEN en de Gewestelijke Fietsroutes. Die laatste werden al aangekondigd in het mobiliteitsplan Iris van 1992: zestien fietsroutes van de stadsrand naar het centrum en drie ringroutes. In 1998 was de eerste klaar, van Sint-LambrechtsWoluwe tot het Centraal Station. In mei 2002 schrijft BDW dat “verschillende Brusselse kabinetten naarstig werken om fietsroutes door de stad aan te leggen. Deze legislatuur moet het gros klaar zijn.” De toenmalige Brusselse minister van Openbare Werken en Verkeer bevestigde de afwerking van vijftien routes voor 2005, het einde van die legislatuur. Dat mislukte. In het fietsplan 2005-2009 werd alweer de voltooiing aangekondigd van de negentien Gewestelijke Fietsroutes. Vandaag zijn er vijf (!) volledig klaar en staan er enkele in de steigers. Het worden uiteindelijk vijftien fiets-GEN-routes. Die lopen langs spoor, kanaal of valleien en kunnen gekoppeld worden aan lopende programma’s zoals spoorwegverbredingen. De spoorlijnen richting Leuven en Halle zijn afgewerkt, dus daar zijn de mogelijkheden zeer beperkt. Bij de expreslijn 50A naar Gent was er in 2006 een ruimtelijk uitvoeringsplan waarop de provincie Vlaams-Brabant opmerkingen mocht geven. Op p. 21 en 23 stonden enkele stukjes weg langs de spoorlijn, maar van een fietspad
BDWOPINIE
was geen sprake. Als toenmalig provincieraadslid kon ik met enige moeite de vraag naar een fietspad laten opnemen, maar wat nu wordt uitgevoerd, is me onbekend. Veel kan het niet zijn. Nog in de GEN-zone worden de lijnen 124 (tot Nijvel) en 161 (tot Ottignies) op vier sporen gebracht: geen spoor van fietssnelwegen. De lijn 60 naar Dendermonde ten slotte blijft op twee sporen. Toch wilden de gemeenten Merchtem en Asse er een fietsweg langs leggen, in het verlengde van wat Opwijk al gerealiseerd had. Vanaf 2002 vonden er verschillende overlegmomenten plaats en op 17 december 2008 werd een overeenkomst ondertekend. Merchtem zou het project ‘trekken’, een ontwerper aanstellen en optreden als bouwheer. Maar er gebeurde niets. Na nog eens drie overlegmomenten kwam het tot een akkoord en werd door de provincie op 14 februari 2012 een timing vastgelegd... tot 2017.
Jo Verwimp, Asse
Séparatiste In Le Soir van 5-6 januari pleit Paul Magnette voor een Waals-Brusselse natie: “Il faut construire une nation wallo-bruxelloise.” Dit is een de facto separatistische stellingname. Ze doorbreekt namelijk het historische Belgische compromis gebouwd op de gelijkheid van Franstaligen en Nederlandstaligen op Belgisch én op Brussels niveau. Magnette zet Brussel in het Franstalige kamp, in een nieuwe Franstalige natie. De Vlaamse Gemeenschap verdwijnt in Brussel en Brussel verdwijnt als federaal bindmiddel. België wordt een lege doos. Magnette herhaalt hierbij alleen maar zijn pleidooi in Le Vif van 23 november 2012. Wallonië en Brussel in één regionale entiteit gieten gaat regelrecht in tegen het Belgische model en tegen de door de Vlaamse meerderheid genomen opties, met name een België bestaande uit drie regio’s en uit twee grote gemeenschappen. De PS blijft dus verder werken aan haar Plan B. Wie dit niet wil inzien, is politiek ziende blind en schaadt de Vlaamse Gemeenschap. De PS (Parti Séparatiste) is een ‘gevaarlijke’ partij. Bart, gooi uw (separatistische) kroon naar Elio en co. En blijven de Vlaamse meerderheidspartijen zwijgen?
Guido Ghekiere, Brussel
Onzichtbaar door Danny Vileyn De leden van de Brusselse regering komen amper aan bod in de Vlaamse media. En minister-president Charles Picqué (PS) – de man die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest al meer dan twintig jaar verzinnebeeldt – staat niet eens op de eerste plaats, het is staatssecretaris Bruno De Lille (Groen) die die eer te beurt valt. Op de twintigste plaats. De Lille is de excellentie met de minst zichtbare bevoegdheden, zoals Ambtenarenzaken. Maar hij verzorgt zijn communicatie duidelijk beter dan zijn collega’s. In de top tien van ministers staan wel twee Brusselaars: Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brusselse Aangelegenheden Pascal Smet (SP.A) en federaal minister van Financiën Steven Vanackere (CD&V). Met de demografische boom – niet alleen in Brussel, ook in Antwerpen – staat onderwijs in de belangstelling, en ook een minister van Financiën kan niet in de luwte blijven in tijden van crisis. Naast persoonlijke kwaliteiten zijn er ook objectieve redenen waarom de ene minister meer in de belangstelling staat dan de andere. Nochtans kan niet gezegd worden dat Brussel geen aandacht krijgt in de Vlaamse media. Vandaag (8 januari 2013) wijdt De Standaard niet minder dan drie stukken aan de hoofdstad. Goed, het zijn columns van de usual suspects, Joost Vandecasteele, Paul Magnette en Luckas Vander Taelen, maar toch. Nadeel is dat er over Brussel veel meningen de ronde doen, maar dat er te weinig terreinkennis is. Dat komt ervan als iedereen – politici in de eerste plaats – er maar op los twittert en als de kerstboom op de Grote Markt tot politiek probleem van winter wordt gebombardeerd. Het net begonnen jaar is, behoudens ongelukken, een jaar zonder verkiezingen. Een jaar bij uitstek om de politieke projecten te voltooien die drie jaar geleden in de steigers werden gezet. Een jaar ook om de bevolking de verwezenlijkingen te laten zien. De overwinning van de N-VA in Antwerpen doet echter vrezen dat de verkiezingsstrijd voor de moeder aller verkiezingen in 2014 al ingezet is. Federaal premier Elio Di Rupo (PS) doet in elk geval geen moeite om de strijd voor zich uit te schuiven. Bart De Wever tegen Elio Di Rupo. Antwerpen tegen de rest. En de rest tegen Antwerpen. In het voorjaar gooit minister-president Charles Picqué normaal gezien de handdoek in de ring. Er staan niet meteen sterke figuren te dringen om hem op te volgen. Maar het is niet de eerste keer dat Picqué zijn afscheid aankondigt. Misschien kan hij toch blijven tot aan de verkiezingen en het stadsproject afronden dat hij in 1989 lanceerde.
Seniorencentrum Dank u wel, Greta Holemans, voor uw reactie in BDW 1359 van 3 januari. Ik was een van diegenen die kwamen manifesteren tegen de beslissing van de VGC. Bij het Seniorencentrum heb ik veel geleerd, zoals met de computer werken, anders had ik deze brief niet kunnen schrijven. Wat me heeft doen steigeren, was de reactie op tvbrussel: “De oudjes komen hun reisjes verdedigen.” Ze hebben niks begrepen van ons probleem. Onze reisjes betalen we honderd procent zelf, daar komt de VGC voor geen centiem tussen! Is de VGC ertegen dat we uitstappen maken? Waarom? We moeten zo lang mogelijk fit blijven, zowel lichamelijk als geestelijk, wordt langs alle kanten gepredikt; waarom dan deze organisatie willen kelderen? Ja, wij verdienen, lijk Greta zegt, een volwaardig Seniorencentrum.
Marie-Rose Vranken, Elsene
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
EVA HILHORST
© ARCHIEF BDW
BDW 1360 PAGINA 12 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK
DE mythe van de sociale vooruitgang
© ERIC CLAERHOUT
BRUSSEL – Sociale mix is een mythe, het wérkt niet als hefboom voor sociale vooruitgang. Een provocatieve stelling die Paul Blondeel en Stijn Oosterlynck, sociaal-wetenschappelijke onderzoekers van de UA, op 15 januari in het publiek gooien. Middeninkomens stimuleren om naar kansarme wijken te verhuizen, dat is wat de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor Brussel (Gomb) doet. Ook in Nederland is het geprobeerd, onder andere in de Bijlmermeer in Amsterdam-Zuidoost. De onderzoekers halen dat credo onderuit: zij geloven niet dat sociale mix voor sociale mobiliteit zorgt. Dat maakt ons zeer benieuwd. Ander onderwerp: het belang van tegenstellingen en fricties in de stad. De onderwerpen komen ook aan bod in het boek Mensen maken de stad – Bouwstenen voor een sociaal-ecologische toekomst van Dirk Holemans waarin twintig stadssociologen, filosofen en geografen hun licht laten schijnen op de staat van de stad. De Louis Paul Boonkring grijpt als actieve citywatcher het boek aan om te discussiëren over de staat van onze stad: Brussel(s gewest). Hoe verloopt de avond? Eerst licht Dirk Holemans de denktank Oikos en de opzet van het boek toe. Nadien geven Paul Blondeel en Stijn Oosterlynck hun visie op frictie, sociale mix en sociale mobiliteit. Dan is het de beurt aan de Brusselaars: Betty Dhaenens (coördinator wijkhuis Chambéry in Etterbeek), Frederik Serroen (Kenniscentrum Vlaamse Steden met City Mine(d)-verleden) en Yamila Idrissi (SP.A-volksvertegenwoordigster).
In 1965 op de bovenverdieping van Studio Sonart. “We vonden het daar fantastisch. Aan zo’n speeltuin heb je als filmstudent meer dan aan een steriele ruimte.”
Film > Scholen Rits en Insas vieren hun vijftigste verjaardag
‘Vlaamse film is niet langer een scheldwoord’
DV
Mensen maken de stad: frictie of nonfrictie, dinsdag 15 januari om 20 uur in het Rits Café, Antoine Dansaertstraat 70, 1000 Brussel
ADVERTENTIE
Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap
✆ 0800-15045
alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30
Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be
BRUSSEL – Vrijdag vieren de filmscholen Rits en Insas in Cinematek hun vijftigjarige bestaan. “In het begin was er géén camera. Daarna één.” Een kleine terugblik.
R
its en Insas zijn niet al vijftig jaar. Ze zijn nog maar vijftig jaar. Eigenlijk is het vreemd dat België zo lang wachtte met filmscholen. Als in 1962 het Hoger Rijksinstituut voor Cultuurspreiding of HRITCS en het Institut National Supérieur des Arts du Spectacle et Techniques de Diffusion of Insas de eerste studenten verwelkomen in de gebouwen aan de Naamsestraat, bestaat film al een halve eeuw en maken de publieke televisiezenders zich op voor hun tiende verjaardag. “Vrij laat, inderdaad,” zegt Roland Verhavert. De regisseur van Meeuwen sterven in de haven en Boerenpsalm was een van de pioniers die de school uit de grond stampten. “In tegenstelling tot vergelijkbare kleine landen als Zweden en Denemarken hadden we tot dan geen filmbeleid en nauwelijks productie.
Dus ook geen opleiding. Een groep mensen die enorm met film begaan waren, drong daar fel op aan. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat vooral de Franstaligen heel hard geijverd hebben voor een filmschool. Wat de ene toen kreeg, moest ook de andere krijgen. Zo ontstond in de schaduw van het Insas – maar gelijkwaardig eraan! – het Rits.” Voor de filmscholen dienden regisseurs zich te behelpen. “Je moest jezelf opleiden. Door in Franse, Duitse of Engelse boeken te neuzen en veel films te bekijken. Zo simpel is het,” zegt Verhavert. Van die beginperiode herinnert hij zich vooral de zeer bescheiden werkmiddelen. “In het begin was er géén camera. Daarna één. Ten slotte enkele. Noodgedwongen was er meer theorie dan praktijkles. Ik bleef aandringen op zoveel mogelijk praktijk. Met woorden
en verklaringen maak je geen film. Positief herinner ik me dat de studenten enorm gedreven waren. Tot de eerste generatie behoren veel ondertussen bekende namen uit het filmen televisielandschap. De passie droop ervan af.” Zo herinnert ook muzikant en filmjournalist Roel Van Bambost zich die tijd. “Ik behoorde tot de eerste lichting, net als Pierre Drouot, Paul Collet, Eric de Kuyper of Guido Henderickx. Het voordeel was dat we meteen werk hadden. Toch werd de eerste generatie die een opleiding genoten had, wantrouwig onthaald door de selfmade men op de BRT: de veredelde amateurs – schrijvers, onderwijzers, theatermensen met belangstelling voor het medium – van de beginjaren van de televisie.” “Op school was het behelpen,” vervolgt Van Bambost. “Pellicule mocht niet verspild worden. Met een paar man maakte je een gezamenlijk werk. Als eindwerk gaf ik een draaiboek af waarin ik de camerastandpunten getékend had. Maar het was ook een plezierige
© ERIC CLAERHOUT
© ERIC CLAERHOUT
BDW 1360 PAGINA 13 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
© ERIC CLAERHOUT
© ERIC CLAERHOUT
Academiejaar 1964-’65, filmles van Eric Claerhout. De student uiterst rechts (foto l.) en centraal (r.) is Dirk Dumont; herkent u, lezer, de twee anderen?
Juni 1991: (vlnr.) Erik Van Looy, Roel Van Bambost en Paul Jambers tijdens de deliberatie.
tijd. Na een jaar stelden de studenten een witboek samen met alles wat nog niet gesmeerd liep. De docenten zochten zelf nog hun weg. We hadden de indruk dat we de school mee mochten opbouwen.”
Bloed In de jaren 1970 groeide het aantal studenten veel sterker dan de werkingsmiddelen, en in de jaren 1980 hadden studenten nog maar weinig voeling met de praktijk. Ondertussen bleven wel talenten als Erik Van Looy, Arne Sierens of Stijn Coninx afstuderen. “Het Rits was een openbaring,” bekent Coninx, regisseur van Daens en Sœur Sourire. “Ten eerste was de stad Brussel overweldigend voor een jongen van de buiten. Een wereld ging voor me open. Op school was ik van de inhoudelijke kant meer onder de indruk dan van de technische kant. We kregen ook les van filosofen als Jaap Kruithof en Hugo Van den Enden.” Coninx keerde begin jaren 1990 terug. Hij kreeg de artistieke leiding en moest de kunstenschool een nieuw elan geven. “Ik stelde een gebrek aan inhoud vast. Ik viel achterover van het inhoudsloze. Film was herleid tot drama, drama tot conflict, conflict tot iemand met een mes neersteken. In de meeste eindwerken vloeide bloed. Twee: de eerste generatie docenten, met pioniers als Emile Degelin, Roland Verhavert en voor televisie Maurice De Wilde, was vervangen door docenten van klei-
ne vakken die zich opgewerkt hadden, maar in feite weinig praktijkervaring hadden. De schwung was weg. Dus hebben we de filosofen en denkers weer ingevoerd en hebben we voor elke afdeling opnieuw mensen van buitenaf aangetrokken die het klappen van de zweep kenden: Johan Op de Beeck, Paul Jambers, Walther van den Ende, Senne Rouffaer, Ludo Troch. Maar de school kreeg ook een boost
Academiejaar 1963-’64, tijdens de lessen van Eric Claerhout, met (vlnr.) Huib Duyster, Peter Simons, Danny Huwé, Kurt Ghesquière, onbekend, Rudi Delhem en Alex Kinnet.
effect. Ik mocht het kabinet van Luc Van den Bossche (Vlaams SP-minister van Onderwijs, red.) uitleggen wat er aan de hand was.” De relatieve rust keerde net op tijd terug. Vlaanderen kreeg de smaak voor fictie van eigen bodem te pakken. “Vlaamse film is niet langer een scheldwoord. Mede dankzij de televisie is er een geweldige continuïteit. Ook de filmscholen voelen die hoogconjunctuur. De
Stijn Coninx keerde begin jaren 1990 terug naar het Rits. “Ik viel achterover van het inhoudsloze. Film was herleid tot drama, drama tot conflict, conflict tot iemand met een mes neersteken” door het verschijnsel VTM en de opkomst van het BV-schap. Jongeren wilden graag voor televisie werken. Het Rits raakte overbevolkt.”
Sneller en alerter Toen het Rits als gevolg van het Hogescholendecreet een van de departementen van de Erasmushogeschool Brussel werd, vreesde Coninx even dat het allemaal een maat voor niets was geweest en dat de school zou wegzakken. “In 1996 en ’97 kenden we wilde stakingen. Zelf stapte ik uit protest op. Dat had
nieuwe generaties studenten zijn het scherm gewoon, ze zijn sneller, alerter en vallen veel minder vaak uit de lucht.” Na het vertrek uit het gebouw aan de Naamsestraat in de jaren 1990 raakte de school wat versnipperd over verschillende gebouwen. Het vernieuwde Ritsgebouw in de Dansaertstraat met café en bioscoop bracht soelaas. Maar de
zorgen zijn niet helemaal van de baan. De afdelingen drama en podiumtechnieken huren dure ruimte in de Bottelarij in Molenbeek. Een paar maanden terug nam het Rits afscheid van Studio Sonart in Sint-Pieters-Woluwe. “Een beetje een droevig verhaal,” zegt departementshoofd Bert Beyens. “Dat zag er vanbuiten oud en afgeleefd uit, maar wij vonden het fantastisch. Er lag veel oude rommel die studenten konden gebruiken. Het labyrintische trappen- en gangenstelsel leende zich tot allerlei mogelijke filmdecors. Aan zo’n speeltuin heb je meer dan aan een steriele ruimte.” Erasmus plant een grote studio en opslagruimte in de voormalige kantine van zijn gebouw aan de Nijverheidskaai in Anderlecht. Maar dat project moet nog gerealiseerd worden. De vraag of het Rits binnen een grote entiteit als Erasmus zijn eigenheid kan handhaven, blijft een ‘delicaat onderwerp’.
Niels Ruëll
Met de zeer gewaardeerde medewerking van Eric Claerhout, docent fotografie, filmtechniek en compositie 1962-1993, die bijna alle alumni op de foto’s herkende
In januari en februari vertoont Cinematek vroegere en recente films van alumni van Rits en Insas
ADVERTENTIE
een goede start nemen door eerst op je leven terug te kijken NARRATIEVE ZORG
voor kwetsbare ouderen, ook voor personen met geheugenproblemen contacteer Narratieve Zorg Soin Narratif van Centrum Geestelijke Gezondheidszorg Brussel t 02 771 92 03 (Mikis of Rosanne) narratievezorg@cgg-brussel.be en soinnarratif@cgg-brussel.be
Met de steun van de
ADVERTENTIE
Tijdens een woontour verkennen we alle wijken van Brussel met een woonbril. U verneemt alles over huren en kopen in de hoofdstad. U krijgt er een heleboel praktische informatie over de buurten bovenop: de bereikbaarheid met het openbaar vervoer, de aanwezigheid van scholen en groen, de sfeer ‌ Info en inschrijving via 0800 20 400 of www.woneninbrussel.be.
BDW 1360 PAGINA 15 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
Feest > Nieuwjaarsrecepties in de gemeenschapscentra
En nog ene op 2013!
achteraf
Gezien: de tentoonstelling Hebben en houden van de soldaat tussen leven en dood, nog tot en met 31 januari in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, Jubelpark (dinsdag tot en met zondag, 9-12 en 13-16.45 uur, 02-737.78.33, www.klm-mra.be).
Er wacht ons de komende jaren een overdosis oorlogsherdenkingen. In 2014 staat er een massa evenementen en festiviteiten gepland voor de honderdste verjaardag van de Eerste Wereldoorlog, en in 2015 is het weer prijs, als de tweehonderdste verjaardag van de Slag bij Waterloo herdacht wordt. In 2013 is er niets speciaals te melden, dus gingen we voor onze portie oorlogshistorie nog eens langs in het Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis. Het Legermuseum heeft de laatste jaren dan wel stappen gezet richting museale moderniteit, je kunt er nog altijd terecht voor een ongeleide blik op de volgepropte antieke kijkkasten, of de met een eindeloze reeks driekleuren en netjes geordend wapentuig gedecoreerde muren. Maar eigenlijk kwamen we eens kijken naar een al lang lopende tijdelijke tentoonstelling, die nu haar laatste maand in gaat. Hebben en houden van de soldaat tussen leven en dood contrasteert op een aangename manier met het bataljon uniformen, de vloot gevechtsvliegtuigen en de colonne tanks die in het museum opgesteld staan. De tentoonstelling bestaat uit enkele tientallen vitrinekasten met alledaagse gebruiksobjecten van soldaten, die overal ter wereld werden verzameld door de Zweed Torbjörn Lenskog. Die heeft meer dan duizend van die militaire objecten in zijn bezit, van de achttiende eeuw tot heden, en van de VS over Duitsland en Frankrijk tot Japan en Zweden. Samen geven ze een overzicht van wat Jan-met-de-helm zoal in zijn zakken had als hij naar het front trok: evidente voorwerpen als veldflessen, bestek, verrekijkers en lucifers, maar ook een aantal opmerkelijker zaken waar een verhaal aan vastzit. Zo heeft Lenskog in zijn collectie een origineel exemplaar van de iconische rekruterings affiche van het Amerikaanse leger, waarop een met de vinger wijzende Uncle Sam duidelijk maakt dat hij jou in het leger wil. Het
ontwerp van James Montgomery Flagg uit 1917 is een aangepast zelfportret, werd in de Eerste Wereldoorlog al op vier miljoen exemplaren gedrukt en deed ook een wereldoorlog later weer dienst. Eveneens historisch is een glazen Fantaflesje van Duitse makelijk uit 1940. Het was inderdaad de Duitse vestiging van Coca-Cola die toen bij gebrek aan grondstof voor het populaire zwarte drankje een ersatz liet maken dat Fanta ging heten, een afkorting van het woord Fantasie. En zo zijn er wel meer merknamen met de oorlog verbonden. Het Duitse Maggi bijvoorbeeld, dat sinds 1908 bouillonblokjes produceert en dat vandaag nog altijd doet voor Nestlé, of het Amerikaanse Gillette, dat sinds 1901 kinnen glad scheert en dat nu nog altijd doet voor Procter & Gamble. Of de chocolade van Hershey’s en de sigaretten van Lucky Strike waarmee de Amerikaanse bevrijders zich bij ons populair maakten. Misschien iets minder smakelijk ogen de tandenborstels van de troepen, die vaak van everzwijn- of dassenhaar werden gemaakt. Maar hygiëne was nu eenmaal belangrijk. Ook het poeder om voeten te wassen, de tabletten om drinkwater te zuiveren, de verzorgingskit tegen slangenbeten en de boekjes met uitleg over intieme hygiëne en venerische ziekten getuigen daarvan. Wat ook kon helpen tegen die venerische ziekten, waren de schaarsgeklede pin-ups, die in Amerikaanse bladen als Esquire verschenen. Voor geheel andere lectuur zorgden de taalgidsen en kookboeken, terwijl grammofoonplaten met populaire liedjes of met groeten van de familieleden thuis de zinnen verzetten. Naast de voorwerpen die het leven in het leger aangenamer moesten maken, zoals sportgerief, zelfgemaakte muziekinstrumenten en spelletjes, waren er andere die het verschil konden maken tussen leven en dood, zoals de heliograaf, waarmee je morsesignalen kon verzenden met weerkaatst zonlicht, vloeistof om het zeewater te kleuren als je je voor passerende vliegtuigen zichtbaar moest maken, of zelfs plooifietsen waarmee parachutisten zich snel uit de voeten konden maken als ze op vijandig grondgebied geland waren. Michaël Bellon
Als u deze BDW ter hand neemt, dan is er nog maar één receptie voorbij – Den Dam in Oudergem was er dan ook heel vroeg bij. Donderdag 10 januari kunt u alvast naar cultureel centrum Le Fourquet aan het Kerkplein in Sint-Agatha-Berchem, waar VGC-collegevoorzitter Guy Vanhengel (Open VLD) voor De Kroon de nieuwjaarsspeech mag geven; een receptie volgt tussen 20 en 23 uur. ’s Anderendaags, 11 januari, kunt u vanaf 19 uur terecht in het Koekelbergse Elisabethpark. Aan de andere kant van Brussel, in Sint-Pieters-Woluwe, vindt in het gemeenschapscentrum Kontakt de nieuwjaarsreceptie plaats met livemuziek. In De Linde in Haren (20 uur) en De Zeyp in Ganshoren (19 uur) kunt u op zaterdagavond 12 januari terecht voor drank en gezelligheid. En om het weekeinde af te sluiten is er op zondag 13 januari receptie in Op-Weule in Sint-Lambrechts-Woluwe (11-13 uur), waar voorzitter Kurt Deswert een nieuwjaarsbrief voorleest. In Ten Noey in Sint-Joost-ten-Node begint de receptie om 15 uur (tot 18 uur). Er zijn speeches en muzikale animatie. De gemeenschapscentra van Etterbeek (De
advertentie agenda BDW 125x178_druk.pdf
Maalbeek) en Elsene (Elzenhof ) slaan de handen in elkaar: op zondag 20 januari om 15 uur pakken ze uit met de komische familievoorstelling Meneer en Meneer in De Maalbeek, nadien is er receptie in het Elzenhof. Wie een danspasje wil wagen, trekt op 20 januari naar Ukkel. In Boetendaal (Dekenijstraat 100) organiseert het Candelaershuys er vanaf 15 uur een NY-bal met Nicole en Hugo ( foto). Volledig overzicht op brusselnieuws.be of cultuurcentrumbrussel.be 18
7/12/12
16:28
ADVERTENTIE
Cultuurcentrum Brussel: het programma van de 22 gemeenschapscentra in 1 klik
Cultuurcentrum Brussel bundelt het aanbod van de 22 Brusselse gemeenschapscentra op 1 website. Muziek, theater, workshops, films, cursussen, activiteiten voor kinderen tot senioren, en een infopunt. Ga eens kijken!
www.cultuurcentrumbrussel.be
Cultuurcentrum Brussel is → De Markten I Elzenhof I De Maalbeek I Everna I De Zeyp I De Linde Heembeek-Mutsaard I Essegem I De Platoo I Nekkersdal I Den Dam I De Kriekelaar I De Kroon De Pianofabriek I De Rinck I De Vaartkapoen I Ten Noey I Op-Weule I Kontakt I Candelaershuys Ten Weyngaert I WaBo pjotr.be
Praat
Ik ga naar de oorlog en ik neem mee...
© ERIC DE MEYER
© LENNART DUREHED / LEGERMUSEUM STOCKHOLM
Gecondenseerde melk in handzaam formaat, voor aan het front.
BRUSSEL – De nieuwjaarsrecepties van de 22 gemeenschapscentra vallen dit jaar vooral in de tweede helft van januari. Een gelegenheid om vrienden en bekenden het beste te wensen, of een kans om kennis te maken met uw gemeenschapscentrum.
BDW 1360 PAGINA 16 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
Erfgoed > Wat pakhuizen ons proberen te vertellen
Het pakhuisgehalte van de stad © ARCHITECTURAL ENGINEERING (VUB)
Links: Arduinkaai 20 (vroeger de Hooikaai), een van de oudste pakhuizen van Brussel, met de laaddeuren uitgelijnd onder de hijsbalk. Midden: Werfkaai. Een veeleer bescheiden trap is typisch voor pakhuizen. Rechts: pakhuizen in Molenbeek. Meestal (Boston, Amsterdam, Hamburg...) vind je pakhuizen gegroepeerd; zo niet in Brussel.
BRUSSEL – De Amerikaanse historica Sara Wermiel is een verdedigster van pakhuizen, uiterst kwetsbaar erfgoed. Met Brains (back) to Brussels, een beurs van Innoviris, onderzocht ze samen met de VUB-vakgroep ARCH het ‘pakhuisgehalte’ van Brussel.
‘P
akhuizen,” zegt Sara Wermiel, “vertellen ons iets over hoe onze handel vroeger verliep, toen havens nog diep in onze steden doordrongen, en ze zijn getuigen van de innoverende bouwprocessen.” Maar om iets over de evolutie te leren, moet je de gebouwen eerst
kunnen zien, vindt ze. Daarom was er naast bronnenstudie, zoals de inventaris van industriële architectuur van de Archieven voor Moderne Architectuur (Civa) en La Fonderie, ook veldwerk nodig. Het eerste wat Wermiel opviel, was dat ze geen echte pakhuizenwijk vond. “Meestal vind je pakhuizen
gegroepeerd, zoals in Boston, in het Fort Point Channel District, of in de oude haven van Hamburg langs de pakhuizenstraat Cremon, wat altijd een bijzondere sensatie is. Muren van vijftig pakhuizen lang zoals in Amsterdam zijn er in Brussel waarschijnlijk nooit geweest. Bovendien verschillen de pakhuizen
hier visueel meer van elkaar dan in bijvoorbeeld Amsterdam – maar dat geldt ook voor andere architectuur – en staan ze ook dikwijls midden in een huizenblok.” Toch werden er nog honderddertig pakhuizen teruggevonden in de buurt van de Zenne en de eerste haven in het centrum van Brussel en – toen de handelsactiviteit verschoof na het dempen van de binnendokken in 1910 – ook in Molenbeek en Anderlecht. Je moet wel een getraind oog hebben om in de slotengroothandel aan de Hooikaai
59-65 nog het negentiende-eeuwse pakhuis te herkennen. Door pakhuizen van over heel de wereld te bestuderen wist Wermiel waarnaar ze op zoek moest: “Veel muur in vergelijking met ramen, en een verhoogde vloer tegenover het straatniveau om gemakkelijk te kunnen lossen, bijvoorbeeld van een paardenkar. Soms is er uitzonderlijk nog een hijskraan te zien. Binnen is er veel open ruimte, zonder tussenschotten, kijk maar naar het voormalige magazijn van Val SaintLambert uit 1854, waar nu het ge-
ADVERTENTIE
KRIS VERDONCK/ A TWO DOGS COMPANY & JOHAN LEYSEN
M, A REFLECTION 11 & 12/01 20:30 KAAITHEATER JOHAN LEYSEN IN GESPREK MET ZIJN DUBBELGANGER. JE GELOOFT JE OGEN NIET! SURTITRÉ EN FR!
WWW.KAAITHEATER.BE
RAIMUND HOGHE
PAS DE DEUX
16/01 20:30 KAAITHEATER
GEDANSTE DIALOOG TUSSEN EEN OUDERE EUROPEAAN EN EEN JONGE JAPANNER.
CANTATAS
18 & 19/01 20:30 KAAITHEATER GROEPSCHOREOGRAFIE MET CANTATES VAN BACH EN ANDERE COMPONISTEN.
THOMAS HAUERT & ÀNGELS MARGARIT
ROSAS, DE MUNT/LA MONNAIE & KAAITHEATER PRESENTEREN
KAAITHEATER
KAAITHEATER
FROM B TO B 26/01 20:30 + 27/01 15:00 LUDIEK DANSTHEATER OVER HET VERLANGEN DE ANDER TE BEGRIJPEN. EXTRA: MATINEE KADEE, ZO 27/01 15:00
ROSAS
ELENA’S ARIA 30 & 31/01 + 1 & 2/02 20:30 VIJF VROUWEN VECHTEN MET LIEFDE EN HAAT, LUST EN PIJN.
BDW 1360 PAGINA 17 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
meenschapscentrum De Markten zit. Ook een bescheiden trap is een belangrijke aanwijzing, zodat je weet dat je niet met een gewoon fabrieksgebouw, met veel arbeiders, te maken hebt. In pakhuizen moesten hoogstens een paar pakhuisknechten of havenarbeiders zijn.” Brussel bleek op bouwtechnisch gebied een buitenbeentje. “Eerst zie je houten draagconstructies, vanaf de negentiende eeuw ook gietijzeren en combinaties van beide, en vanaf de
twintigste eeuw kwam er gewapend beton bij, zoals in het Koninklijk Stapelhuis van Thurn & Taxis. Opvallend is dat in Brussel vanaf 1840 resoluut voor ijzer werd gekozen, wat nochtans de duurste optie was. Of was het hier juist betaalbaar door de vlotte verbinding met Charleroi? Zelfs in Engeland vind je niet zoveel van die zogenaamde ‘fireproof’ constructies.”
Hijsdeuren Een zeventiende-eeuws pakhuis met nog veel typische kenmerken, zoals de hijsbalk en ruim bemeten laaddeuren, met luiken, waarlangs de goederen naar binnen werden getrokken, vind je aan de Arduinkaai 20. Het is, samen met onder meer de opslagplaats Stiel en Rothschild, Halles America en Société des Entrepôts de Bruxelles,
An Devroe
ADVERTENTIE
S OCIALE V ERHUURKANTOREN
Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen
www.fedsvk.be 02 412 72 44
M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����
Nick Trachet
© MANDOLUX
“De pakhuizen hier verschillen visueel meer van elkaar dan bijvoorbeeld in Amsterdam”
een van de amper elf beschermde pakhuizen van Brussel die zullen worden besproken in Erfgoed in Brussel. Vorige maand organiseerden de auteurs ervan, Sara Wermiel, Ine Wouters en Inge Bertels van Architectural Engineering (ARCH), al een studiedag over ‘Brussels warehouses’. Om architecten, erfgoed- en beleidsmensen ideeën over hergebruik aan te reiken. In Brussel bestaat nu eenmaal de tendens om de stad terug naar het kanaal te brengen, zoals Jens Aerts van het stadsplanningsbureau Buur kwam toelichten, en dan komen oude pakhuizen ook in het vizier. Hans Bonke, de auteur van het standaardboek Amsterdamse pakhuizen 16de-20ste eeuw (2011), toonde inspirerende voorbeelden van kantoren, studio’s en restaurants die ondergebracht zijn in voormalige pakhuizen. En Nele Stragier van L’Escaut Projects, die samen met Atelier Gigogne het pakhuis van de oude Hallemansbrouwerij in Molenbeek omvormde tot atelierwoningen, kwam vertellen hoe ze het probleem van de lichtinval hebben verzoend met behoud van de industriële look. “Langs één zijde hebben we met ramen en balkonnetjes nieuwe connecties met de stad gemaakt, en verder opteerden we voor een aansluitende nieuwbouw om het karakter van het oude gebouw zoveel mogelijk te vrijwaren.” Wermiel vindt dat we de evaluatie van een pakhuis niet alleen van uiterlijke kenmerken mogen laten afhangen. “Ideaal is natuurlijk dat de laaddeuren, uitgelijnd onder de hijsbalk, behouden blijven. Net als de ritmering van zuilen en balken binnenin zijn die beeldbepalend voor een pakhuis. Maar er moet ook gekeken worden in hoeverre het gebouw getuigt van de economische en de bouwkundige geschiedenis.”
BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT
Nieuwjaren Een aantal recente gebeurtenissen doen mij nu pas schrijven over nieuwjaren. Ruim laat, zult u denken, maar dat is niet zo. In de tijd van mijn grootouders was nieuwjaren een werkwoord, zoals alles toen hard werk was. En het werd niet één nacht, geen twee dagen, maar ruim een half jaar gedaan. Mijn grootouders woonden in een Zuidwest-Vlaams stadje. Grootvader Trachet was ‘Meester Kleermaker’, hij had drie broers en twee halfzussen. Mijn grootmoeder had meer dan tien broers en zussen. Vandaag piekeren we ons suf over wat we met de réveillon gaan eten, wie daarbij wordt uitgenodigd en waar dat moet gebeuren. In hún tijd ging dat alles veel eenvoudiger. Om te beginnen leken réveillons niet te bestaan. Feesten werden de dag zelf gegeven, niet de avond ervoor. Kerstfeest was op 25 december en niet de 24ste ’s avonds. Dat is bij ons nu anders, maar in Engeland bijvoorbeeld is de hoofdmaaltijd nog altijd op de feestdag zelf. De nieuwlichterij van een feest te houden de avond ervoor moet wel uit de horeca komen. Sinds de (vrij recente) opkomst van restaurants als uitgaansvorm proberen zij de families te verleiden, maar dan wel de avond ervoor, om de concurrentie met het échte familiefeest te ontlopen. Zoals we weten, keken onze grootouders neer op buitenshuis eten. Een restaurant, dat bezocht men uit noodzaak, wanneer men ‘onder de baan’ was, maar niet uit vrije keuze. Het was de trots van de huisvrouw om thuis eten op tafel te zetten, zó goed dat het nergens anders te krijgen was. Op eerste nieuwjaarsdag, zo wou de familietraditie het, werd bijeengekomen in het ouderlijke huis, en wanneer de ouders overleden waren, bij de oudste broer of zus. Mijn beide grootouders waren de oudste van hun gezin, dus moesten ze op 1 januari ongeveer het hele huis verbouwen om iedereen aan tafel te krijgen. Schragen en planken werden opgesteld van in de winkel tot aan de keuken. Strak wit linnen zorgde voor een voorname en feestelijke sfeer. Men had een voorraad identieke tafelkleden, precies voor deze gelegenheden. Hetzelfde gold voor bestek en servies. Van dat laatste weet ik dat
mijn grootmoeder en haar oudste zus een identiek servies hadden gekocht, juist om op grote familiefeesten iedereen eenzelfde bord te kunnen voorzetten. Op het hoogtepunt van die feesten waren er soms dertig gasten, jong en oud. Mijn grootmoeder, die spijtig genoeg stierf toen ik tien was, had een reputatie als kokkin. Als jong meisje uit een arm gezin was ze ‘gaan dienen’ bij een textielbaron. Zo had ze de kneepjes van de hoogburgerlijke keuken geleerd. Uiteraard werd er niet ‘à la russe’ (op individuele borden) geserveerd zoals tvkoks ons vandaag willen leren, maar ‘à la française’: op grote schotels die strategisch op tafel kwamen te staan of doorgegeven werden. Een veel gezelligere en socialere manier van voeding delen. Eerst werd er geaperitiefd met Picon of vermout, dan was er vol-au-vent als voorgerecht, niet in van die piepkleine videetjes, maar borden vol, versierd met een half maantje bladerdeeg. Dan was er bouillon met groenten (van de kip voor de volau-vent); hoofdgerecht was doorgaans een rosbief of lamsbout. Heel wat mensen van mijn generatie, die erg veel hebben zien veranderen, staan er vandaag nog paf van wat die mensen allemaal konden eten! Een visgroothandelaar in Rungis knorde het mij ooit toe als bewijs van de neergang van de markt: “Les gens ne mangent plus.” Het feest kabbelde voort met de koffie en de taart, vaak zo’n gigantische Saint-Honoré die al een maaltijd op zich leek, waarna de vrouwen gingen afwassen en de mannen kaarten. Druppels en een pint kwamen dan boven. De kinderen, die men dan al van het behangpapier moest trekken, kregen een cent om ergens bij de bakker nog een stuk bodding of een appelflap te gaan kopen. Tegen zes uur ’s avonds was het ‘middagmaal’ dan ten einde. Maar de clou is dat het daarmee nog niet gedaan was. Na de oudsten was het de beurt aan de tweede oudsten, het weekend erop. En zo kwam een wekelijkse vraattocht op gang die soms tot mei of juni duurde, voor alle tantes waren bezocht ‘om te nieuwjaren’. Omdat wij uit het verre Brussel moesten komen en met onze bolle buiken ook terug moesten in de familiale Volkswagen Kever, werd dit nieuwjaren al spoedig samengevat tot enkele weekends, verspreid
Mijn moeder keek wit wegtrekkend naar ons blijvende enthousiasme. Zelf snakte ze naar een Rennie of Alka-Seltzer over het jaar. Maar we bleven het nieuwjaren noemen. We gingen aperitieven bij tante Zus, eten bij tante Zo, en koffie drinken bij tante Ginder. Het ritueel vereiste dat we tweemaal negatief moesten antwoorden op de vraag of we misschien iets wilden drinken, vooraleer toe te happen. De serie hapjes, pralines, drankflessen, nootjes en gesneden kaas die dan tevoorschijn kwamen, leerden ons dat toeval niet bestond. De namiddag werd afgesloten bij Nonkel, die de kinderen nog een koekestutte met hesp en bouillon voorzette. Mijn moeder keek dan wit wegtrekkend naar ons blijvende enthousiasme. Zelf snakte ze naar een Rennie of Alka-Seltzer. Nieuwjaren was niet voor zwakke zieltjes. Maar: dat waren nog eens tijden. Gelukkig nieuwjaar en... smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet
BDW 1360 PAGINA 18 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
Clothilde Bernair: “Ik ben een echte Belgische. Mijn moeder kwam uit de Gentse bourgeoisie die het chic vindt om Frans te spreken, mijn vader is een Waalse arbeiderszoon.”
© MARC GYSENS
KOEKELBERG – “De uren van hard labeur, van frustratie zijn vergeten als een opdrachtgever zijn bewondering uit voor het geleverde werk. Dan is er alleen voldoening. Dat heeft me ook de motivatie gegeven om er zo lang mee door te gaan. Toch heb ik nu het gevoel dat de cirkel bijna rond is. Mijn lichaam wil niet meer mee, mijn geest kan het niet langer opbrengen.” Clothilde Bernair is een handswerkvrouw, gespecialiseerd in Marokkaanse tadelakt, glanspleister op basis van kalk uit Marrakech. Haar expertise bracht haar zelfs tot in de badkamer van koningin Paola.
P
assie, daarmee is het kernwoord gevallen. “Passie domineert mijn leven. In mijn privé- en in mijn beroepsleven. Spreekt iets me aan, dan gaan de remmen los, dan smijt ik me voor de volle honderd procent. In het werk, in de sport, in de liefde. Dat kan prachtige momenten opleveren, maar evengoed loop ik soms met mijn kop tegen de muur. Ik kan het niet helpen, ik ben nu eenmaal wie ik ben.” Zonder doorzettingsvermogen had het leven van Clothilde Bernair er ook helemaal anders uitgezien. Zonder zou ze het als tiener van zestien niet gered hebben in het voor haar vreemde Brussel. “Op mijn twintigste, nadat ik alsnog mijn diploma middelbaar onderwijs had behaald, heb ik Brussel geruild voor Lyon. Verliefd, vlinders in de buik... Ik geraakte er ook gepassioneerd door kunstgeschiedenis en specialiseerde me in de archeologie. Studeren, gecombineerd met werken. Acht jaar later werd het me allemaal wat te ingewikkeld. Ik werkte in Namen voor de overheid, woonde in Brussel en studeerde in Lyon. Zo kon het niet verder. Mijn vriend had ik al de bons gegeven, ik ben gestopt met werken, en gestopt met studeren in mijn laatste jaar.” “Vervolgens ben ik in Brussel in de wereld van het straattheater gerold, mede omdat nogal wat familieleden actief waren in de wereld van podium en film. Ik was een beetje manusje-
van-alles: decors restaureren, kostuums ontwerpen, soms optreden, dan weer chauffeur spelen, de administratie verzorgen, regisseren... Zowat zes jaar heb ik dat gedaan, met hart en ziel, maar aan alle mooie sprookjes komt een einde.” “Volgende etappe, terwijl ik nog niet goed wist wat ik zou doen: een opleiding in het imiteren met verf van hout en marmer aan het Institut Supérieur Van Der Kelen-Logelain, het oudste instituut in decoratieve schilderkunst van het land. Ongeveer in diezelfde periode heb ik, louter bij toeval, een foto gezien van een badkamer waarvan de badkuip met tadelakt was bekleed. Het was een coup de foudre, en al gauw zat ik in mijn badkamer te experimenteren. Het resultaat was niet fameus. Maar ik was gebeten, en uiteindelijk heb ik, dankzij de Vorstse afdeling van de Mission Locale pour l’Emploi et la Formation, een opleiding kunnen volgen in Marokko, de bakermat van de echte tadelakt.”
Ambacht en kunst Tadelakt wordt onder meer toegepast op wanden, vloeren en ornamenten. Omdat het volledig waterdicht is, wordt het voornamelijk toegepast in badkamers, toiletten en keukens. De basis is simpel: kalk uit Marrakech. De werktuigen zijn al even simpel: een houten strijkbord en een halfedelsteen om de grond-
stof te polijsten. Het resultaat is een oogstrelende combinatie van ambacht en kunst. Bernairs werk siert villa’s op Ibiza, statige herenhuizen, tot zelfs de badkamer van koningin Paola toe. “Fysiek en psychisch is dit ontzettend intensief. Laat je de materie te lang drogen, dan wordt ze te hard om te polijsten; laat je ze niet lang genoeg drogen, dan komt ze weer los. Millimeter per millimeter moet je het bewerken. Vier vierkante meter af in een dag? Dan ben je een kampioen. In het begin is het me meer dan eens overkomen dat ik in tranen uitbarstte omdat ik ‘het moment’ net had gemist.” “Om het werk naar behoren uit te voeren moet je in feite logeren op de werf, zó tijdrovend en intensief is het. ’s Ochtends vroeg strijk je de kalk uit, die je moet laten drogen. Pas in de late namiddag of ’s avonds kun je aan de afwerking beginnen. Meer dan eens gebeurde het dat ik er tot twee, drie uur in de ochtend zoet mee was. En je moet het zelf doen; werkvolk dat die discipline wil opbrengen, vind je niet. De eerste jaren telde ik mijn uren zelfs niet, mijn vriend verklaarde me gek. Uiteindelijk moest ik het wel anders aanpakken.” “Nu voel ik het einde van de cyclus naderen. Met loodzware zakken kalk sleuren, steeds die korte, intense, cirkelvormige bewegingen met de arm: het is zijn tol gaan eisen. Ik heb
Ook dit is tadelakt: in Charleroi bekleedde Bernair een oude gietijzeren badkuip met de Marokkaanse glanspleister.
doorlopend last van tendinitis aan de pols en elleboog, en van verkalking rond het schoudergewricht. En het is een bohemienleven, hé. Een leven dat op persoonlijk en familiaal vlak veel opofferingen vergt. Ik heb een tijdlang zelfs een caravan gehad om de beurzen af te schuimen en tegelijkertijd een slaapplek te hebben.” “Nu komt er meer en meer vraag naar mortex in plaats van tadelakt. Mortex is door een Belgische firma geperfectioneerd op basis van cement, kalk en hars. Makkelijker in het tijdsbeheer, wat concurrentie in de hand werkt.”
BDW 1360 PAGINA 19 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
© KOEN BROOS
3 VRAGEN AAN BRUNO VANDEN BROECKE
“Ik ken getalenteerde, creatieve ambachtslui wie het water constant aan de lippen staat, jongeren die de laatste dagen van de maand geen cent meer hebben om te eten. Vreselijk”
‘Andere taal, andere reacties’
Clothilde Bernair, tadelakt tot in koningin Paola’s badkamer
‘Zonder passie ben je niets’ “Ik ben dus op zoek naar iets anders, iets nieuws om me in vast te bijten. Het liefst in de buurt waar ik ook mijn winkeltje heb, waar ik tot voor kort mineralen verkocht en mijn showroom had. In de Blaesstraat, vlak bij het Vossenplein.”
Overleven Clothilde Bernair doet me haar verhaal in de kleine garage die ze huurt als atelier, terwijl een stoere viervoeter me enthousiast aan het oor lebbert. Xalli is een kruising tussen een Mechelse herder en een Amerikaanse staffordshireterriër. Robuust, een explosieve bundel spieren. Maar een schat. “Ik heb Xalli bij Veeweyde gevonden toen ze amper een jaar oud was. En ja, het is een schat, maar met haar speelsheid – zeker toen ze nog heel jong was – heeft ze me meer dan eens in verlegenheid gebracht. Zoals die keer dat ze haar pakketje dropte in het zwembad van de villa waar ik aan het werk was. Maar de liefde en de warmte die ze me geeft – zeker bij het slapen –, zijn onbetaalbaar.” “Sinds enkele maanden heb ik ook een kat: Nina, zo mogelijk nog zotter. Ze volgt Xalli overal in huis, al is ze eerst wel een maandje bang geweest voor die loebas. Xalli probeert haar zelfs een beetje te bemoederen als een baby, maar daar moet Nina niet van weten...” Het is een verhaal van warmte, geschreven in een avontuurlijke stad. Een stad die perfect past bij Bernairs wereld. En toch... “Brussel is heel lang een stad geweest die me op het lijf geschreven was. De mogelijkheid om van weinig te leven en je te laven aan de bruisende creativiteit die op de meest onmogelijke plaatsen de kop opstak. Mee aangestoken door de
mengelmoes van culturen uit de vier windstreken, van alle mogelijke sociale niveaus. Dat gaf een onvoorstelbaar bruisende dynamiek van uitwisseling, creatie en ontmoetingen, het delen van passies. Maar dat Brussel heb ik geleidelijk zien veranderen. Ik zie de kloof tussen arm en rijk groter worden, het leven wordt steeds duurder. Voor velen is het moeilijk om bezig te zijn met leven, zo druk zijn ze bezig met óverleven. Waar is de tijd dat ik hier deftig kon leven van tienduizend oude Belgische franken? Het geld is nog niet binnen, of het is alweer buiten. Zeker als je er alleen voor staat. Ik ken getalenteerde, creatieve ambachtslui wie het water constant aan de lippen staat, jongeren die de laatste dagen van de maand geen cent meer hebben om te eten. Vreselijk is dat. Leven van iets waarin je passie kunt leggen, wordt hier steeds moeilijker.” “De toenemende spanningen tussen Nederlands- en Franstaligen vind ik ook jammer, want ik hou van Brussel, van België. Ik ben dan ook een echte Belgische. Mijn moeder kwam uit de Gentse bourgeoisie die het chic vindt om Frans te spreken, mijn vader is een Waalse arbeiderszoon. Mijn familie is bovendien ongelooflijk gemengd. Ik heb broers die Iraniër zijn, neven die Afrikaan of Rus zijn. Er zijn Italianen, ik heb een Marokkaanse zus. Niet simpel, maar rijk. Zoals Brussel is, zoals België is. En zoals het hoort te blijven.”
Karel Van der Auwera
www.sablerouge.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet
Vijf jaar al kleeft het theaterstuk Missie, over een witte pater en zijn denken en leven in Congo, aan de huid van acteur Bruno Vanden Broecke (38). In januari brengt hij de literaire parel van David Van Reybrouck opnieuw in de KVS, ditmaal in het Frans en in het Duits. “Omdat dat ook onze landstalen zijn.” Hoe reageerde het publiek in het buitenland op de anderstalige Missieversies? Bruno Vanden Broecke: “Het feit dat ik in andere talen speel, geeft me veel krediet bij anderstaligen. Dat voelde ik al bij mijn eerste Italiaanse uitvoering (in Genk in 2011, JMB).” “In Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk (waar Vanden Broecke de Duitse versie speelde, JMB) verschilden de reacties haast van stad tot stad. In het Oostenrijkse Linz kwam de uitverkochte monoloog ‘van een katholieke missionaris’ hard aan. Er gingen mensen uit de zaal toen ik als pater metaforen over de Bijbel gebruikte, toen ik het had over het afrikanisieren van het Christentum en sprak over condooms uitdelen aan de zwarten. Voor het zeer katholieke Linz bleek zo’n tekst not done.”
Vindt u dat de lichtheid van de humor in het stuk even makkelijk in vertaling tot uiting komt? Vanden Broecke: “Wat in het Nederlands werkt, doet het niet altijd in het Frans. Maar de mopjes zijn secundair in Missie. Ik merk dat de reactiegolven van andere taalgemeenschappen op andere plekken liggen. Een vertaling als ‘Les Congolais n’ont pas peur de prêter main-forte’ deed het minder dan ‘Congolezen zijn een volk van grote krijgers.’ In het Frans laat ik dit nu weg.” De tekst spaart de Congolese leiders niet. Hoe reageert een zwarte in Brussel daarop? Vanden Broecke: “Het blijft fictie, en eerder een menselijk portret dan een historisch relaas, al zitten er ook documentaire feiten in. De Congolezen in Brussel lachen er goed om. Maar diegene die de tekst in Kinshasa voorleest, laat alle kritiek op Kabila veiligheidshalve weg.” JMB
Missie, op 24 januari in het Duits en op 26 en 27 januari in het Frans in de KVS
REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Bettina Hubo (bettina.hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd. hendrickx@bdw.be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, Freddi Smekens, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Tijs van den Boomen, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw.be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).
BDW 1360 PAGINA 20 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
Voetbal > Bij RSCA of elders, na blessureleed wil René Sterckx spélen
‘Ik wil de plaats van Biglia pakken’ © JOHAN EYCKENS / PHOTONEWS
ANDERLECHT – Talent en hard werken leverden René Sterckx een plaats in de A-kern van RSC Anderlecht op, maar dat is niet genoeg. Na zware blessures wil hij nu vooral spelen. Zo nodig bij een andere eersteklasser.
‘O
p voetbalvlak is de Anderlechtse jeugdschool Europese top,” steekt de 21-jarige René Sterckx van wal. “Er loopt hier veel talent rond, en de trainingen zijn top. Vooral je techniek wordt uitvoerig ontwikkeld. Ik ben fier daar een vrucht van te zijn.” De jonge Brusselaar draagt al sinds zijn zevende het paars-witte shirt. Zijn overgang van Strombeek was een droom die uitkwam, al was voor de onbezorgde Sterckx het plezier met de bal prioritair. “Prestatiedruk bijvoorbeeld bestond toen niet. Ik heb me hier altijd geamuseerd. Hoewel ik altijd in een hogere leeftijdscategorie heb gespeeld, was ik steeds zeker van mijn plaats in de basis. Concurrentie heb ik nooit echt gevoeld. Van kleins af lees ik het spel goed, heb ik de nodige vista en een goede passing. Dat ik polyvalent was – doelman is de enige positie waarop ik niet heb gespeeld –, speelde ook in mijn voordeel.” Brussel telt een pak voetballertjes met potentieel, maar doorstoten in een harde en concurrentiële topsportwereld vraagt méér dan een stevige portie talent. “Je entourage en je instelling zijn belangrijke factoren,” zegt Sterckx. “In de jeugdcategorieën lopen heel wat Brusselse jongeren rond die er technisch bovenuit steken, jongens met veel talent. Maar zij, of hun omgeving, gaan wel eens zweven, waardoor ze uiteindelijk verloren gaan voor het topvoetbal. Wat een verspilling! Ik heb de voetjes altijd op de grond gehouden, mede
de CLUB
René Sterckx (l.): “Ik wil het risico niet nemen om nog maar eens wekenlang op de bank te zitten. Hopelijk durft een ploeg mij een kans te geven, zodat ik kan bewijzen dat ik helemaal terug ben.”
Boitsfort Rugby Club Ladies (BRCL)
Dames die kunnen incasseren WATERMAAL-BOSVOORDE – De Boitsfort Rugby Club Ladies (BRCL) doen de goede naam van hun club alle eer aan. Zes jaar na de oprichting zijn ze vaste klant aan de top. “Het project voor een damesploeg is maar op het nippertje goedgekeurd door de raad van bestuur,” vertelt oprichtster Nathalie François (42). “Ik had dat voorstel in mijn eentje uitgewerkt omdat ik vond dat een club als BRC een damesploeg miste. Twintig jaar geleden was er al eens eentje opgericht, maar die hield het maar een seizoen vol. Wij begonnen onze eerste training met zeven dames, en vrij snel kwamen er nieuwe speelsters bij.” De speelsters van het eerste uur waren onder meer moeders en zussen van de spelers. Daarnaast kwamen er ervaren dames over van andere clubs. De naam BRC trok hen over de streep. “BRC is een bekende naam in de Belgische rugbywereld en telt meer dan 560 leden. Hier vind je ook een structuur die heel wat speelsters kan overtuigen. Wij zijn bijvoorbeeld een van de enige damesploegen die verplaatsingen met de bus doen.”
Na een korte trainingsperiode en een eerste beachrugbytoernooi schreven de Ladies zich een paar maanden na hun oprichting al in voor de tweede klasse. Het werd een succes, want tijdens hun eerste seizoen scoorden ze 749 punten, om er maar vijf tegen te incasseren. De combinatie tussen ervaren speelsters en talentvolle neofieten was een succes. Toch liep niet alles van een leien dakje. “Ik voelde van de BRC toch wat weerstand, en die is nooit helemaal verdwenen. Er zijn te weinig velden voor al de ploegen, en de eerste mannenploeg krijgt altijd voorrang. Zij hoeven nooit uit te wijken voor matchen, wij wel. Ach, voor sommigen is rugby een mannensport.” “Ik moet altijd vechten, altijd achter de mensen aan zitten. Dat is vervelend. Mensen van het bestuur komen ook amper naar onze matchen kijken. Dat vind ik niet echt correct. We zitten toch al vijf jaar in eerste en zijn al verschillende keren derde geworden. We zijn geenszins een smet op het clubblazoen.” In hun zesjarige bestaan hebben de BRCL’ers al meer dan honderd meisjes over de vloer gehad. Vandaag zijn er 29 leden, van vijf-
tienjarigen tot dames met meer levenservaring. “Onze kapitein is bijvoorbeeld veertig. We hebben geen enkel probleem om nieuwe speelsters aan te trekken. De sfeer, het respect, het spelletje: we hebben alles in huis om aan te slaan.” “Nee, wij hebben geen truckchauffeurs in de rangen. Je vindt bij ons zowel stevige speelsters als dames die door de week op naaldhakken gaan werken. Dames van alle groottes en breedtes, dat heb je nodig in een goede rugbyploeg.” François zou graag een tweede ploeg oprichten waar beginners hun eerste passen kunnen zetten, maar dat zal, gezien het veldentekort, geen gemakkelijke opdracht worden. “Toch ga ik ervoor vechten. Een andere ambitie is Belgisch kampioen worden, hopelijk dit seizoen nog. Ik denk eraan om mijn functie door te geven om me meer met mijn kinderen bezig te kunnen houden. In het rugby blijf ik wel, want uiteraard spelen ook mijn TS kinderen met de ovale bal.” www.brclub.org
BDW 1360 PAGINA 21 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013
dankzij mijn ouders. Mij zul je geen foute zaken zien doen.” Dat Sterckx opzien baarde bij de Anderlechtse beloften, was dan ook geen verrassing. Hij groeide uit tot een steunpilaar en ging dromen van een kans bij ‘de grote jongens’. Toch bleef de deur van de eerste ploeg voor hem gesloten, en hij koos voor een uitleenbeurt aan eersteklasser Zulte Waregem. “Op een bepaald moment vond ik dat Anderlecht te weinig kansen gaf aan de jongeren. Het is heel vervelend om je kans niet te krijgen als je goed bezig bent. Toen waren er niet veel jongeren in de A-kern, maar daar lijkt met de nieuwe trainer verandering in te komen. Kijk maar naar jongeren als Praet en Bruno die nu
“Biglia is een voorbeeld voor mij. Ik hoop dat hij Anderlecht verlaat, hij verdient het om bij een grote club te spelen” doorbreken. Dit zal spelers uit de jeugdcategorieën hoop geven. Maar voor mij maakt het niet veel verschil.” Bij Zulte Waregem kon de jonge Brusselaar alle beloften inlossen. Hij dwong er snel een basisplaats af, en zo maakte voetbalminnend België kennis met René Sterckx. Maar tijdens de twee seizoenen dat hij uitgeleend werd aan de eersteklasser, gooiden blessures roet in het eten. “Eerst was het mijn knie en dan een pubalgie (terugkerende spierontsteking aan de binnenkant van de dij, red.). Het was een pijnlijke revalidatie, maar mentaal maakte het mij sterker.” “Afzien doe ik op zulke momenten het liefst alleen, maar naast het voetbal moet je ook andere mensen om je heen hebben, anders sla je door. Als je alleen aan voetbal denkt, word je depressief.” Sterckx revalideerde dit jaar van februari tot
juni van zijn pubalgie. Een te snelle terugkeer sloeg hem terug, waardoor hij pas in oktober topfit was. Op dat moment draaide de ploeg al op volle toeren en moest hij zich tevreden stellen met trainingen en een plaats op de tribune. “Ik heb één keer op de bank gezeten, tegen Gent. Het doet me pijn om amper in de wedstrijdkern te zitten, maar Biglia en Kljestan doen het uitstekend op het middenveld. Ik zie mezelf de plaats van Biglia innemen als hij zou vertrekken. Maar ik denk dat de club voor zekerheid gaat kiezen. Dat ambeteert me, maar ik begrijp het wel.” “Mijn spelvisie is een van mijn grootste kwaliteiten. Ik speel wat naar het Spaanse model, zoals Praet eigenlijk, al sta ik liever iets lager op het middenveld. Biglia is een voorbeeld voor mij. Ik hoop dat hij Anderlecht verlaat, hij verdient het om in een grote club te spelen. En ik, ik zou heel graag zijn plaats pakken.”
Zes maanden weg Trainer John van den Brom heeft net voor de winterstop aangegeven rekening te houden met Sterckx. Hij ziet vooruitgang en zou hem graag eens tijdens een match aan het werk zien. Toch ziet het er niet meteen naar uit dat de Brusselaar een basisplaats kan afdwingen, dus stuurt hij aan op een oplossing. “Ik denk dat het beter is om weg te gaan en zes maanden te spelen. Ik wil het risico niet nemen om nog maar eens wekenlang op de bank te zitten. Hopelijk durft een ploeg – en dan het liefst een eersteklasser die niet tegen de degradatie vecht – mij een kans te geven, zodat ik kan bewijzen dat ik helemaal terug ben. Mijn manager is ermee bezig.” “Ik zou graag bij Anderlecht doorbreken. Ik ben in Brussel opgegroeid en hou van mijn stad. Maar als het moet, dan doe ik het wel ergens anders. Als ik nu zes maanden goed presteer, zullen zich wel genoeg Belgische en buitenlandse gegadigden melden. Ik weet dat ik de kwaliteiten heb om bijvoorbeeld in de Spaanse competitie te spelen. Als ik fysiek top ben en regelmatig kan spelen, dan kan ik een aardig niveau halen.”
Tim Schoonjans
David Steegen Winter
© MARC GYSENS
De voetbalpauze is kort. Een weekje is heel weinig om Oud & Nieuw te overbruggen met de familie en de vrienden. Net niet lang genoeg om te onthaasten, af te kicken en afstand te nemen van het populairste spel ter wereld. De ons omringende landen eerbiedigen een degelijke, langere winterslaap. Ajax Amsterdam vertrekt zelfs op tournee naar Brazilië. In Engeland wordt gewoon verder gevoetbald. Op kerstdag en op nieuwjaarsdag. Dat is al altijd zo geweest. De Belgische voetbalhype, ingezet door de Brusselaar Vincent Kompany, laat het niet toe je helemaal af te sluiten van topvoetbal. Het voornemen om eens geen voetbal te volgen tijdens de Belgische winterstop – dat had ik aan mijn dierbaren beloofd – heb ik maar heel kort kunnen volhouden. Op 3 januari, een weekje na het laatste fluitsignaal van RSC Anderlecht thuis tegen SK Lierse, wordt het voornemen helemaal geschonden. Ik neem de opgenomen en gemiste Match of the day-uitzendingen van de Engelse openbare omroep tot mij. Vier uur toptelevisie. MotD is het beste voetbalprogramma aller tijden. Eenvoudige presentatie, twee ervaringsdeskundigen die zonder vooroordelen de wedstrijden kort analyseren. Een hoog ritme aan wedstrijdsamenvattingen. Een programma waarvoor je eens goed gaat zitten. De historische overwinning van de Londense degradatiekandidaat Queens Park Rangers tegen het steenrijke, maar mank lopende Chelsea FC is puur genot. De ene ploeg wil wel, maar kan niet; de andere, QPR, slaat onverbiddelijk toe. Welgeteld één uitgekookte tegenaanval volstaat om de genadeslag toe te dienen. 0-1 eindstand. De schutter is Shaun Wright-Phillips, ooit een grote belofte bij Chelsea. Hij juicht niet na zijn doelpunt. Uit eerbied. De kleine Wright-
Phillips had al vierenvijftig (54) wedstrijden niet meer gescoord. De volledige Premier League is met stomheid geslagen. Enkele dagen eerder had het nietige QPR een pandoering van Liverpool FC gekregen. De Engelse profcompetitie is de spannendste en meest gevolgde competitie ter wereld. Het walhalla van elke voetballiefhebber. Er gaat geen seconde voorbij zonder nieuws. Zelfs op wedstrijdloze dagen. De dag na de triomf van de Rangers gaat de ploegmaat van Vincent Kompany, enfant terrible en superspits Mario Balotelli, met zijn trainer en landgenoot Roberto Mancini op de vuist tijdens de training. Veel geld verdienen maakt mensen niet minder menselijk. Het incident haalt het wereldnieuws. Zelfs tijdens een pasbeurt tijdens de koopjes is het onmogelijk zich af te sluiten van het voetbal. De smartphone staat bol van de tweets en berichten, gestuurd door andere voetbalgekken. En talrijk zijn we. Ik kan niet wachten om de beelden op YouTube te consumeren. De laatste vakantiedag staat in het teken van de inleiding op het belangrijkste deel van de Jupiler League. De laatste acht wedstrijden en de tien finales in de play-offs. De voorbereiding op de cruciale fase wordt nauwgezet voorbereid. De wintertransferperiode draait ook al op volle toeren. RSC Anderlecht vertrekt traditiegetrouw op winterstage. Naar de zon: Turkije. Rivaal Standard Luik zal ook in de buurt zijn. De club wordt gevolgd door vele journalisten. De interviewaanvragen stromen binnen. Een leven zonder voetbal is onmogelijk. Mijn allerbeste wensen aan iedereen. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht
Initiatie nordic walking BRUSSEL – Het Nordic Fitness Center Brussels (NFCB) organiseert op zaterdag 12 januari een proefles Nordic Walking. Nordic Walking is meer dan lopen met twee stokken. Het vraagt oefening en techniek, en dat biedt het NFCB aan. Wie het liever eerst eens probeert, kan naar een proefles. De tweede proefles van 2013 is op zaterdag 12 januari in Brussel (een dag eerder wordt al in het Parc Jules Descamps in Waterloo gewandeld). Plaats van afspraak is het spor-
tief centrum aan de rand van het Zoniënwoud (Waversesteenweg 2057, Oudergem) om 10 uur. Wat volgt, is anderhalf uur Nordic Walking waarin de finesses van de sport worden meegegeven. Als de proefles bevalt, volgt een initiatiereeks over zeker vijf lessen. Daar wordt techniek aangeleerd zoals zich afzetten met de stokken, de pas verlengen en de romp draaien. De proefles kost 10 euro, TS ter plaatse te betalen. www.nfcb.be
Navo loopt en fietst BRUSSEL – Triatlonclub Brussels Ironman Nato (BIN) houdt zijn negentiende runbike.
“In een goede rugbyclub heb je dames van alle groottes en breedtes nodig.”
Bij de BIN vliegen ze er traditiegetrouw hard in aan het begin van het jaar. Op zaterdag 12 januari beginnen de deelnemers na een briefing om 11 uur aan de wedstrijd. Er zijn twee afstanden. De kortste is acht kilometer voor deelnemers jonger dan veertien en families (één volwassene en één min-veertienjarige). Al de andere categorieën leggen twee rondes
en dus zestien kilometer af. Elke ploeg bestaat uit twee deelnemers: een loper en een mountainbiker. Zij moeten samen blijven, maximaal tien meter mag hen scheiden. Na de inspanning komen de deelnemers samen om omstreeks 13 uur op krachten te komen tijdens een gemeenschappelijke maaltijd. Daar worden ook de prijzen uitgeTS deeld. www.binotan.be
N째2
10 JANUARI 2013
vrijheid, adrenaline... dat voelt de bekende street artist Bonom als hij graffiti maakt. Bué the Warrior, een andere straatkunstenaar, heeft het over ‘mensen blij maken en hen verrassen’. Allemaal mooie gedachten, zo bij het begin van een nieuw jaar. Hier is het tweede Zazie Magazine, een street-art-special. Als het te koud is om zelf in de straten straffe beelden te ontdekken, dan brengen wij graag de straat tot bij jullie. Om hopelijk ook jullie te verrassen. Veel kijk- en leesplezier! En voor 2013: heel veel andere mooie ontdekkingen en verrassingen gewenst...
AVONTUUR,
© ILAH
Het verborgen leven van Bonom (NIET LANGER VERBORGEN)
Hij heet Vincent Glowinski, maar we kennen hem beter als BONOM. Jarenlang was hij een van de actiefste, meest talentrijke én mysterieuze street artists van Brussel. Pakweg twee jaar geleden werd Bonom opgepakt, en sindsdien hoeft Vincent zich niet meer te verstoppen. En kan hij ook een uitgebreid interview geven... aan Zazie, bijvoorbeeld.
H
oe ben je met street art begonnen? Vincent (V): In het begin was het een spel met mijn kameraden. Ik zat nog op school, was vijftien, zestien jaar en vaak ging ik achter in de klas zitten om te kunnen schetsen. Op een bepaald moment had ik zin om die tekeningen in het echt uit te proberen. Dan ben ik op zoek gegaan naar verlaten huizen of fabrieken. Het gaf een geweldig gevoel van vrijheid en avontuur om op die braakliggende terreinen iets nieuws te creëren. Je ziet wat vroeger een slaapkamer of salon is geweest, en gaat daarmee aan de slag. Daar heb ik ook geleerd om obstakels te overwinnen, om op plekken terecht te komen die normaal gezien heel moeilijk te bereiken zijn. En hoe heb je de overstap gemaakt naar de straat zelf? V: Goh, dat is allemaal geleidelijk gegaan. Het is moeilijk te beschrijven, maar het gevoel dat je even compleet loskomt van de massa mensen in de stad... dat je echt letterlijk boven hen ‘uitstijgt’ en je daar sporen kan achterlaten, dat geeft een geweldig gevoel van vrijheid. Een soort overwinning ook... ‘Boven de mensen uit’, zeg je. Is het ook daarom dat veel van je graffiti op hoge plekken, vaak net onder het dak, zijn aangebracht? V: Het is gewoon zo dat als je ergens op klimt, je alles veel beter ziet dan wanneer je beneden
midden in de actie staat. Plus, je kan je ook snel verstoppen, hé. Maar het belangrijkste is dat je heel even loskomt van het jachtige leven daar beneden.
“Waarom graffiti spuiten verboden is? Omdat je volgens de regels van onze maatschappij niet mag raken aan andermans eigendom”
Nooit aan parachutespringen gedacht, als je zoveel van hoogte en van overzicht houdt? V: Nee, maar wel aan alpinisme. Als ik op vakantie ben, beoefen ik dat wel eens. Of ik maak een wandeling waarbij ik opzettelijk de paden verlaat. Niet dat ik per se de risico’s opzoek, maar ik vind het spannender om op mezelf de omgeving te ontdekken. Je hebt in Brussel veel dieren geschilderd, een walrus, een enorme spin, een vluchtende vos... Waarom al die beestjes? V: Ik denk door de tekenlessen die ik heb gevolgd. Daarvoor moesten we vaak naar het museum voor natuurwetenschappen, waar ik de lichaamsbouw en de bewegingen van dieren grondig heb bestudeerd. Wanneer ik in de
stad een plek zag waar ik iets wilde maken, kwam er meestal spontaan een dier in me op. Ik denk ook dat het makkelijker is om je in te leven in een dier dan in een boom. Al kan dat ook wel, hoor (lacht). Dieren zijn levende wezens, ze staan dicht bij de mens. Achteraf heb ik beseft dat veel van die dieren eigenlijk een soort weerspiegeling van mezelf zijn: een dier dat wegloopt, een dier dat valt, een dier dat de clown uithangt... Ze vertellen allemaal iets over mezelf. Meestal werkte je ’s nachts aan je graffiti. Wat herinner je je als het meest bijzondere moment? V: Dat was toen ik het portret van mijn vader maakte op een hoge muur tegenover Recyclart. Ik hing toen zes verdiepingen hoog, en een vriend hielp om de touwen vast te houden op het dak. Maar helemaal zeker was ik toch niet van die techniek, ik had alleen maar in een tijdschrift gezien hoe het moest (lacht bedeesd). Daar hing ik dan, en vlak bij mij zag ik overal verlichte ramen en mensen in hun appartementen rondlopen. Dat voelde heel vreemd, bijna alsof ik hun levens binnendrong. Beneden onder mij was er ook een politiepatrouille gedurig aan het controleren. En op de koop toe waren het elastische touwen, dus bij elke beweging die ik maakte, ging ik alle kanten uit. Niet simpel om zo te werken... ‘Wow,’ dacht ik toen, ‘nu ben ik precies niet meer in de gewone werkelijkheid!’ Die nacht heb ik geen oog dicht gedaan... Je bent ook ooit opgepakt door de politie. Hoe voelde dat? V: Het grappige is dat ze me niet betrapt hebben terwijl ik graffiti aan het maken was, maar toen ik gewoon op straat liep, met krukken dan nog. Ik had net daarvoor bij een val mijn been gebroken. Op straat heeft een politieagent me herkend. Ik hoefde geen boete te betalen, ben ook niet in de gevangenis beland. Ik heb gewoon een tijd vrijwilligerswerk moeten doen voor de dienst Netheid van de Stad. Maar het heeft wel veel voor jou veranderd? V: Natuurlijk, ik kan nu niet meer als Bonom te werk
© SASKIA VANDERSTICHELE
ZAZIE MAGAZINE N° 2 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013 - PAGINA 2
© SASKIA VANDERSTICHELE
ZAZIE MAGAZINE N° 2 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013 - PAGINA 3
[ SORRY ] SNORRY ?
De mannen van de anti-tag...
Bonom in actie!
gaan. Ze weten wie ik ben, de magie is weg. Ik maak nu almaar meer muurschilderingen in opdracht. Zoals de dino’s aan het Museum voor Natuurwetenschappen. En bijvoorbeeld hier, op een muur van de nieuwe dansstudio’s van choreograaf Wim Vandekeybus (foto hierboven). Heel fijn om te doen, maar met graffiti heeft het absoluut niets te maken! Waarom wordt graffiti spuiten verboden en soms zwaar beboet? V: Omdat je volgens de regels van onze maatschappij niet mag raken aan andermans eigendom, zo simpel is het. Het zal dus altijd verboden zijn. Natuurlijk moet je ergens grenzen trekken, want anders zou ik ook jouw huis kapot kunnen maken. Maar ik vind het jammer dat men er niet in slaagt om geval per geval te bekijken: er is interessante
en oninteressante street art. Verder kan ik er alleen over zeggen dat graffiti – nu meer dan ooit – iets zeggen over de wereld waarin we leven. Wat dan, volgens jou? V: Een van de belangrijkste signalen van graffiti voor mij is dat het in een stad soms moeilijk kan zijn voor mensen om gewoon ‘maar’ een van de zoveeeeeelen te zijn. Door iets achter te laten heb je het gevoel dat je even ‘uniek’ bent. Maar tegelijkertijd zijn er intussen zoveel graffiti en tags dat je toch weer verdwijnt in de massa. Het is dubbel, hé... Bref, ik denk dat je graffiti ook kan zien als een beeld voor de eenzaamheid van de mens in de grote stad... Meer graffiti van Bonom? www.bonom.be!
Laurent Nicodème, rechts op de foto, is al zeven jaar chef van de dienst Anti-Tag van de gemeente Elsene. Samen met negen anderen verwijdert hij dagelijks graffiti. “Ja, sommige graffiti hebben een artistieke waarde. Maar ik moet mijn job doen, hé.”
Intussen zie je zo wat overál graffiti en tags (een soort gekrabbelde handtekeningen). Waar beginnen jullie? Laurent (L): We krijgen vaak telefoon van de eigenaar van het gebouw waarop de graffiti staan. Soms zijn die mensen zelfs in tranen! En we rijden natuurlijk ook veel rond in de gemeente. En hoeveel telefoontjes krijg je zo per dag? L: Dat verschilt. In de winter krijgen we er gemiddeld zo’n vijftal, in de zomer kan het makkelijk oplopen tot dertig. ‘Graffeurs’ zijn dus veel actiever in de zomer? L: Ja, maar het is ook omdat de eigenaars in de winter niet zo begaan zijn met het onderhoud van hun gebouwen, merken we. Blijkbaar hebben ze dan andere zorgen (lacht). Wat we wel zien, is dat er tijdens de schoolvakanties veel minder graffiti en tags worden aangebracht. We denken dus dat heel veel graffeurs studenten zijn, die tijdens de vakanties niet in Brussel zijn. Hoe lang duurt het om een tag of graffiti weg te krijgen? L: Dat hangt vooral af van de chemische producten waarmee de graffeurs hebben gewerkt: sommige daarvan zijn zo sterk dat we minstens een uur nodig hebben om een heel kleine tag weg te krijgen. In andere gevallen, zelfs bij grote schilderingen, is het al in een halfuurtje gebeurd. Graffiti die hoger dan 2.50 meter zijn aangebracht, mogen wij zelf niet weghalen. Daarvoor schakelen we een privéfirma in. Je kan als graffeur een serieuze boete krijgen, niet? L: Ja, maar die geven wij niet, hé. Dat is het werk van de ‘cel Tag’, dat is een dienst van de politie. Graffeurs die betrapt zijn, krijgen eerst een boete (tussen 80 en 250 euro, PJ), en daarbovenop moeten ze per tekening de kosten terugbetalen van ons werk. Dat is gemiddeld 135 euro per uur. Als je verschillende tekeningen hebt gemaakt, kan die boete wel serieus oplopen... Is het je ooit overkomen dat je voor graffiti stond en ze eigenlijk te mooi vond om weg te halen? L: Zeker, sommige graffiti hebben artistieke waarde! Tags, nee, dat vind ik puur vandalisme. Ken je die gekleurde potloden die je nu overal ziet? Dat is wel knap gedaan, vind ik. Maar ja, de plicht roept: ik moet gewoon mijn job doen, hé.
ZAZIE MAGAZINE N°2 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013 - PAGINA 4
“Als we een fresco willen maken op een huis, dan vragen we dat altijd eerst aan de eigenaars. Maar in Zagreb, de hoofdstad van Kroatië, was het heel erg lastig om de mensen ervan te overtuigen op hun muren te mogen schilderen. Mijn vriend Chase en ikzelf waren echt al uren aan het rondlopen, en net toen we het wilden opgeven, gaf het bommake dat in dit huis woont, toch toestemming. Achteraf was ze heel blij met onze schildering. Haar kleinkinderen hebben zelfs geposeerd voor de foto.”
EREGAST VAN DE MAAND
Muurkunstenaar Bué the Warrior Elke maand nodigen we een kunstenaar uit om zijn of haar gang te gaan met een dubbele pagina in het Zazie Magazine. Met daarbij één enkele opdracht: verwonder ons! Bue (spreek uit: Boe-ee) the Warrior maakt al sinds zijn zeventiende de straten onveilig met zijn kleurrijke monstertjes. “Ik maak geen graffiti, maar muurschilderingen,” zegt hij van zichzelf. Hij woont in Gent, maar laat overal ter wereld zijn tekeningen achter. Een echte wereldburger... Net voor hij weer voor een aantal maanden naar Mexico vertrekt, kan Zazie hem strikken als eregast van deze maand. Bué toont ons enkele beelden van op zijn vele reizen, van Hollywood (Los Angeles) over Brussel tot Zagreb. Bij sommige foto’s vertelt hij een verhaaltje, bij andere kan jij misschien iets verzinnen...
Ook in Gent laat Bué sporen achter.
“Waar mijn artiestennaam vandaan komt? Vroeger tagde ik altijd met Burp, het woordje dat ze in stripalbums gebruiken als iemand een boer laat. Maar ik hield helemaal niet van de letters R en P. Ik heb die vervangen door een E, een mooie ronde letter. Achteraf ontdekte ik dat bue in verschillende talen iets betekent: ‘reddingsboei’ in het Deens, ‘stier’ in het Italiaans, ‘damp’ of ‘mist’ in het Frans. Vooral dat laatste vind ik bij mij passen: ik ben als damp, overal aanwezig en afwezig tegelijk. The Warrior (betekent ‘de strijder’, PJ) heb ik eraan toegevoegd omdat ik een doordrijver ben, iemand die niet makkelijk opgeeft. Als het bijvoorbeeld buiten 10 graden vriest, en mijn tekening is nog niet klaar, dan zal ik toch verder werken. Als mijn handen dan ten minste nog meewillen (lacht).”
ZAZIE MAGAZINE N°2 - DONDERDAG 10 JANUARI 2012 - PAGINA 5
“Achter deze lange muur in Los Angeles, in Amerika, zitten een wassalon en een kapperszaak verborgen. Het meisje dat je op de foto ziet, is de dochter van de eigenares van het wassalon. Ze wordt vaak gepest en daarom verkleedt ze zich graag. Op die manier krijgt ze positieve aandacht en voelt ze zich beter. Terwijl mijn vriend en ik aan het werken waren, kwam ze dikwijls een kijkje nemen. Ze voelde zich helemaal thuis in onze zotte wereld.”
Bloom Hotel, Koningsstraat, Brussel.
ZAZIE MAGAZINE N°2 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013 - PAGINA 6
de Media - Date: 15.09.2009
Page: 4
Laurie repeteert voor haar circusact, in het clubhuisje van Rune. “Ik speel een clown die van zichzelf denkt dat hij goed kan goochelen. Maar elke goocheltruc mislukt.” En ze moet er al van tevoren om lachen.
Ambiance op het dak met de zesde klas van het Heilig-Hart Jette AFLE VERIN G
3
‘Voor een dagje ruilen met een ander...’ ©2009 Turtle Industries™
“Ik zou het wel fijn vinden als er iemand op de wereld rondliep die compleet hetzelfde was als ik. Dan hadden we nooit discussie als we samen spelen,” zegt Lander bij het begin van het bezoek aan Studio Globo. Daar is hij samen met zijn twaalf klasgenoten te gast voor het inleefatelier Wonen op het dak.
“D at zou ik net niet fijn vinden,” reageert Sylva op de uitspraak van klasgenoot Lander. “Het is toch net leuk om de ideeën van de anderen te ontdekken. Het wordt saai als alles altijd hetzelfde was.” En saai, dat werd het absoluut niet, die namiddag in Studio Globo!! De zesdeklassers werden er door animator Wies uitgenodigd om de clubhuizen van andere kinderen te ontdekken. Wies heeft in Anderlecht een soort dakappartement gebouwd, met daarin grote kamers waarin verschillende kids af en toe komen spelen: Rune, Sam en Karim, om er maar enkele te noemen.
Samen sterk Op de dag van het bezoek van de zesdeklassers zijn de vrienden van Wies er zelf niet, ze zitten op school. Dus nodigt Wies de kinderen uit Jette uit om dan zelf in de huid van zijn vriendjes te kruipen. En daarbij een opdracht uit te voeren. “Kijk, dit is het huisje van mijn kameraad Rune,” zegt Wies. “Zijn mama is twee jaar geleden gestor-
ven, en zijn grote hobby is circus. Daarin kan hij veel kwijt. Nu is het aan jullie: probeer met jullie groepje een toffe circusact in elkaar te boksen met een paar personages: een directeur, een clown, en twee acrobaten.” Het wordt een drukke middag, met veel fun, zoals je kan zien op de foto’s. Maar ook met veel overleg om samen iets te kunnen bedenken, om vanuit verschillende ideeën samen tot iets leuks te komen. “Het was anders dan ik had verwacht,” zegt Sylva na afloop van het inleefatelier op het dak. “Ik dacht dat we de kameraden van Wies in levenden lijve zouden ontmoeten. Maar het was tof! En vooral spannend om eens in de huid van Rune te kruipen. Alsof ik voor een dagje kon ruilen met een ander.” En zo werd dit inleef-atelier evengoed ook een uitleefatelier...
Zin om op bezoek te gaan op het dak van Wies? Informatie vind je op www.studioglobo.be.
ZAZIE MAGAZINE N°2 - DONDERDAG 10 JANUARI 2013 - PAGINA 7
© SASKIA VANDERSTICHELE
X-perts
Zazie-redacteurs over hun favoriete cocktail en favoriete feestoutfit! Voor een vrolijk nieuw jaar...
Oumi (9), de keukenprinses
In het clubhuis van Sam staat een complete keuken, omdat Sam vaak voor zichzelf moet koken. Antoine en Jerome proberen er net als Sam Indische koekjes te bakken. “Thuis kook ik ook graag,” zegt Antoine. “Hier heb ik ontdekt dat je met z’n tweeën de dingen soms nog lekkerder kan maken.”
© SASKIA VANDERSTICHELE
Wij, Rosa en Rula, houden van mode en maken onze kleren zelf! Onze week eindigt elke vrijdag met een leuke naainamiddag met de allercoolste Els ter wereld, onze naai-meter. Jullie denken waarschijnlijk: “Naaien is voor oma’s,” maar dat is helemaal niet zo. Het is heel creatief, en ook weer helemaal ‘in’! Rula heeft bijna een hele kleerkast vol met zelfgemaakte hebbedingetjes, perfect om in een musical of film te spelen. Rosa’s cupcake-jurk (zie foto) is eerder ontworpen voor speciale gelegenheden en feestjes. Hier enkele tips hoe je zelf zo’n jurk in elkaar bokst: 1. Neem een tof stofje: hmmmm, cupcakes!! Voor het ‘topje’ kies je een stofje dat ertegen afsteekt, of juist in een van de vele kleurtjes van de cupcakes. Mijn bovenstukje is gemaakt van T-shirtstof. 2. Zet boven & onder aan elkaar met een elastieken band, voor het contrast. 3. Zoom het rokje om (ik koos voor tot net onder de knie). Het topje heeft één blote schouder voor een extra feestelijke touch (brr, wel koud buiten!). Ik heb het expres niet afgezoomd, het mag een beetje rommelig. TIP: Het is volop koopjes, maar loop niet direct naar de winkels. Probeer zelf eens iets te maken... PS: Volgende keer is Rula aan de beurt!!
GEZOCHT
Meer weten over het project van de zesde klas van de Heilig-Hartschool in Jette? Kijk op www.klasindemedia.be! Klas in de Media is een samenwerking tussen de Brusselse media (FM Brussel, tvbrussel, brusselnieuws.be en BDW) en Onderwijscentrum Brussel.
© SASKIA VANDERSTICHELE
Rosa (10) & Rula (11), de modemeiden
Op de kamer van Karim hangen posters van Michael Jackson en Shakira, want Karim is gek op dansen en muziek. Daarom boksen Laura, Florence en Ali een echte choreografie in elkaar, mét gitaarbegeleiding, op de vrolijke tonen van Bruno Mars nog wel! Toen hun klasgenoten op het eind van de middag dat dansje zagen, zei klasgenoot Niki: “Ik was echt verrast om Ali zo te zien, want op school houdt die normaal gezien niet van dansen. Hier ging het heel goed...”
© SASKIA VANDERSTICHELE
Vandaag maak ik een mojito , maar dan zonder alcohol. IN G R E Geschikt voor late D IË PER G N T EN nieuwjaarsfeestjes, L AS 2. vlo 1. één limo eibare en verjaardagen rie 3. spu tsuikersiro it op w a t er en andere leuke 4. 5. ver ijsblokjes s e mu momenten. ntbl aa djes 1. Snij de limoen in vier stukjes. 2. Neem een groot en dik glas of een shaker en plet de stukjes limoen daarin. Als je een shaker hebt, gebruik je best de shaker. Heb je die niet, dan doe je alles meteen in je grote glas. 3. Doe er daarna rietsuikersiroop bij, ongeveer drie eetlepels. Vervolgens doe je er twee ijsblokjes bij en schudt je alles heel goed. 4. Als je klaar bent, giet je er een beetje spuitwater bij en doe je er vijf muntblaadjes in. Als je wil, mag er een rietje of andere versiering in je glas. Je mojito is klaar! PROOST!!!
De X-perts, dat zijn jonge journalisten die nu en dan een kort artikel schrijven voor Zazie (zoals je er hierboven twee kan lezen). We zoeken nog een X-pert voor strips en eentje voor muziek. Lees jij vaak stripverhalen, of luister je regelmatig naar muziek (pop, hiphop, rap, r&b...)? Heb je zin om er iets over te schrijven zodat andere kinderen dankzij jou nieuwe ontdekkingen kunnen doen? Stuur dan als de bliksem een mailtje met je naam, leeftijd, telefoonnummer en je ‘specialiteit’ naar zazie@bdw.be. We nemen dan zeker contact met je op. (PS: Geen paniek, je hoeft niet elke maand in je pen te kruipen, we spreken samen af wanneer er iets van jou kan verschijnen.)
VIER tips van Zazie om er deze maand JANUARI met je ouders of vrienden op UIT te trekken:
FILM: ‘EDWARD SCISSORHANDS’ VAN TIM BURTON
13 JAN
© DEBORAH BLOEMEN, VOOR UBER & KOSHER
–gestippeld UIT-ge-
Had de man die hem uitvond hem ook maar een paar handen gegeven, en niet alleen een lichaam en een hart... Nu zit Edward Scissorhands daar, moederziel alleen in zijn kasteel, met die gigantische scharen in plaats van handen. Peg, een schattige verkoopster van schoonheidsproducten, ontdekt de arme stakker en neemt hem prompt mee naar huis. De tiende film van de licht geniale Tim Burton is een bitterzoet en hartverwarmend sprookje. Met een jonge Johnny Depp in de hoofdrol!
Zanger-muzikant Stijn, a.k.a. ‘de Brusselse Prince’.
WELKE VRAAG LIGT ER OP JE MAAG?
19
WORKSHOP: ‘CREATE HERE’ BIJ TURTLEWINGS
JAN
In Schaarbeek opende heel onlangs een nieuw huis de deuren waar je naar hartenlust creatief kan zijn. Turtlewings heet het, wat zoveel betekent als ‘schildpadvleugels’. Elke eerste en derde zaterdag van de maand kan je er met je (groot)ouders knippen, plakken, tekenen, bouwen... Thema van deze donkere januarimaand is – hoe kan het ook anders? – LICHT. In het design-lab kan je de verschillende kleuren van het licht verkennen, en in het bewegingslab mag je volop experimenteren met de snelheid van je eigen schaduw...
Ik heb twee zonen: de oudste is nog maar vijf. Toch lonkt hij al regelmatig naar mijn smartphone en vindt hij bij zijn vriendjes vlot zijn weg op de tabletcomputer. Zelf ben ik opgevoed met hout, klei, krijtjes en bijenwas. Een kartonnen doos werd bij ons in no time omgevormd tot een vliegtuig! Nu, zoveel jaar later, kijk ik soms met heimwee terug op die tijd. Ik herinner me nog dat we onze ogen uitkeken bij de komst van de eerste spelcomputer, want dat soort zaken kwam bij ons thuis niet binnen. Ik vraag me af: hoe zit het vandaag? Het is bijna onmogelijk om een computer weg te denken uit ons leven. Ik heb er zelf verschillende, en ik weet dat het mijn werk als muzikant erg vergemakkelijkt. Daarom wil ik de kids van vandaag de volgende vraag stellen:
25
CONCERT: ‘SYMFOMANIA’ VAN BRUSSELS PHILHARMONIC EN JEUGD EN MUZIEK BRUSSEL
Elke maand polst Zazie bij een Bekende Brusselaar naar wat hij/zij wil vragen aan jullie, de Jeugd van Tegenwoordig. Deze keer is muzikant-zanger Stijn aan de beurt.
JAN
Op deze avondconcerten van de helden van de klassieke muziek worden nieuwsgierige muziekfanaten vanaf tien jaar in de watten gelegd. Tijdens het eerste deel van het concert, Petrouchka, ontdek je in een creatieve workshop heel wat over de muziek én de componist, de Rus Igor Stravinsky (zie foto). Na de pauze (met een vip-drankje!) luister je in de concertzaal naar het symfonisch orkest. Kippenvel gegarandeerd.
Vanaf welke leeftijd vind jij dat je recht hebt op een eigen computer (zoals een iPad of zelfs een iPhone)? Een computer echt voor jezelf! En hoe zou je je ouders daarvan kunnen/willen overtuigen?
TONEEL: ‘PADVINDERS’ VAN TONEELSCHAP BEUMER & DROST
27
Aan jullie om er thuis of in de klas een rondje over te palaveren. Reacties zijn zeer welkom op zazie@bdw.be. Met de groeten uit Vraagichistan!
JAN
Een spannend en eigenzinnig verhaal over twee padvinders, Akela en Hopman. Zij staan aan het hoofd van een tentenkamp vol scoutsmeisjes en -jongens. Hier heersen orde, reinheid en gezonde moraal. Kampvuur, hangtoilet en platte knoop, ze zijn onmisbaar om te overleven. Hier klinkt gezang door de wouden, want gezongen wordt er! Maar van ver uit het bos komt de dreiging steeds dichterbij. Houden Akela & co de beschaving overeind?
13 JANUARI
19 JANUARI
25 JANUARI
27 JANUARI
EDWARD SCISSORHANDS
TURTLE WINGS WORKSHOP
SYMFOMANIA
PADVINDERS
Bozar (Henry Le Bœufzaal), www.cinematek.be (klik door op ‘Jonge filmfans’)
Huart Hamoirlaan 54, Schaarbeek, www.turtlewings.be/ create-here
Flagey, Heilig-Kruisplein, Elsene, www.flagey.be
Bronks, Varkensmarkt 15-17, Brussel, www.bronks.be
zon 13.1, 15.00
zat 19.1, 11.00-18.00
vrij 25.1, 20.15
zon 27.1, 15.00
Zazie is een maandelijkse bijlage bij Brussel Deze Week en is gratis. Idee & samenstelling: Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be, 02-226.45.54). Vormgeving: Peter Dhondt. Tekeningen: Ilah, Teresa Sdralevich. Eindredactie: Katrien Stroobants. Foto’s: Saskia Vanderstichele. Vragensteller: Stijn. X-perts: Oumi en Rosa. Contact met Zazie? zazie@bdw.be. Zazie is ook op Facebook! Adverteren in Zazie? rika.braeckman@bdw.be. Neem een abonnement: abo@bdw.be. Verantwoordelijke uitgever: BDW, Anne Brumagne, Flageyplein 18, 1050 Brussel. Coverbeeld: Saskia Vanderstichele.
Zazie is terug op 7 februari! www.brusselnieuws.be/zazie
© TERESA SDRALEVICH
Meer weten over Stijn en zijn muziek? Kijk op www.mijnlabel.com.
Teresa Sdralevich is grafica, illustratrice en zeefdrukster. Elke maand maakt ze voor Zazie een Posterzegel – zoals ook een postzegel een mini-postertje is. Die Posterzegel vind je hiernaast. Je kan er even bij stilstaan, ze verzamelen en ze downloaden op brusselnieuws.be/ posterzegel.