Skip to main content

BDW - editie 1359

Page 1

AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

DE SPRAAKMAKERS VAN 2012 IN EEN EXTRA DIKKE INTERVIEWKRANT

MET ONZE BESTE WENSEN VOOR 2013

SOFIE PEETERS draaide Femme de la rue

“In de Anneessenswijk zijn veel mannen geen fan van mij”

THÉRÈSE COENS (FAMILIEHULP) neemt vertwijfeld afscheid

“Ik weet niet of Familiehulp over tien jaar nog in Brussel actief zal zijn”

OLIVIER DELEUZE werd burgemeester

“Ik wens het niemand toe dat Ecolo de absolute meerderheid haalt”

LINDA VAN WAESBERGE zag modehuizen verdwijnen

“Zolang jongeren consumentistisch blijven, zullen multinationals de mode bepalen” ADVERTENTIE

WARD VERBAKEL zag Picnic the Streets neerstrijken

“De burger geeft eindelijk aan dat sommige zaken echt problematisch zijn”

SALONCONDITIES Sla een andere weg in bij Nissan

N° 1359 VAN 3 TOT 10 JANUARI 2013 ¦ WEEK 1: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE


MENSEN

BDW 1359 PAGINA 2 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013 © SASKIA VANDERSTICHELE

ZINNEMA KRIJGT DIRECTRICE ANDERLECHT – Op de tweede dag van het nieuwe jaar trad Nathalie De Boelpaep aan als algemeen directeur van Zinnema, het Vlaams Huis voor Amateurkunsten in Brussel. Ze volgt de pensioengerechtigde Mars Moriau op, die vanuit de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) zes jaar lang werd gedetacheerd om Zinnema te sturen. De Boelpaep (36) is licentiate Germaanse talen en master sociale en culturele antropologie. Half september 2012 kwam ze bij Zinnema in dienst als zakelijk leider. Eerder werkte ze als communicatie- en persattaché voor Brussels minister Brigitte Grouwels (CD&V) en was ze producer bij Contour Mechelen en Muziektheater Transparant. Ook voor Zinnema, Theater LOD, Flagey en P.A.R.T.S. freelancete ze. De Boelpaep erft een Zinnema dat opnieuw financieel gezond is, na de zware besparingsijver van de afgelopen jaren. Met die eer en met een gerust gevoel kon Moriau (60) vertrekken. Met zijn vertrek in het vooruitzicht bepleitte hij ook het inschrijven van een directeursfunctie in de begroting 2013; Moriau stond bij de VGC op de loonlijst. Het dagelijks bestuur van Zinnema selecteerde in december 2012 uit drie kandidaten uiteindelijk De Boelpaep, die intern had gesolliciteerd. “Haar eerste opdracht wordt het personeelsplan aanpassen en nieuwe doelgroepen bereiken,” stelt voorzitster Anja Van Roy. “De nieuwe directeur gaat inzetten op verjonging van de artistieke projecten, verbreding van het publiek naar welzijnsorganisaties en de buurt, en verheldering van het profiel van Zinnema.” Een week voor kerst werd Moriau in eigen Zinnema verrast met een groots pensioneringsfeest, opgezet door het personeel en het Vlaams-Brusselse (amateur)kunstencircuit. Geno­ digden als oud-ministers Vic Anciaux en Hugo Weckx konden de jamsessie van Jan Hautekiet en Flávio de Souza smaken. Met de trekzak voor de buik en de amateurkunstenaarspet op het hoofd gaf Moriau zeer geëmotioneerd de fakkel door.

JMB

Uitgelicht > Nieuw: Gewest gaat gratis digitale taalcursussen aanbieden

Brussel spiekt bij internetklas Wallangues BRUSSEL – In ruim een jaar tijd bereikte het nieuwe internetplatform Wallangues, waarmee Walen Nederlands, Engels, Duits of (beter) Frans leren, 180.000 gebruikers. Tijd om ook voor Brussel een soort ‘Brulangues’ aan te bieden, dacht minister Benoît Cerexhe. “Eind eerste semester 2013 moet de website operationeel zijn,” bevestigt diens kabinet. Een openbare website waar de Brusselaar gratis een taalopleiding aangeboden krijgt: ziedaar het nieuwjaarsgeschenk van het Brussels Gewest. Het digitale taalcursusplatform moet nog worden uitgewerkt, maar “in de eerste drie maanden van 2013 willen we de openbare aanbesteding rond krijgen,” zegt Kathrine Jacobs, woordvoerster van Benoît Cerexhe (CDH), Brussels minister van Werk en Opleiding van de Middenstand. “We moeten met een openbare aanbesteding werken, er wordt dus nu een lastenboek klaargestoomd.” Bedoeling is dat websiteontwikkelaars of aanbieders van taalcursussen de ‘ideale taalopleiding’ voor de

Wallangues, alleen voor inwoners van het Waals Gewest: het geld komt van het ‘Plan Marshall 2.Vert’.

DE WEEK IN BEELD DOOR IVAN PUT

Weinig winters, en tot nu toe ook weinig pret voor de standhouders op Winterpret. De aanhoudende regen en de abnormaal hoge temperaturen doen de verkoop de das om. Winterpret loopt nog tot en met 6 januari.

© IVAN PUT


BDW 1359 PAGINA 3 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

Waals Gewest een extra stimulans aangereikt opdat burgers makkelijk én gratis andere talen kunnen leren. In 2011 werd het interactie­ ve taalcursusplatform Wallangues op­­ge­zet, met grote bijval. De website Wallangues werd in november 2011 online gezet, en in 24 uur tijd hadden zich al tienduizend bezoekers aangemeld. In december 2012, dertien maanden later, hadden al 180.000 Walen zich van Wallangues bediend. © BART DEWAELE

overheid uitwerken en tegen april online zetten. Jacobs: “We willen tegen het einde van het eerste semester de website operationeel krijgen. Het budget voor de ontwikkeling van de website is geraamd op 250.000 à 300.000 euro. In de begroting 2013 werd dat bedrag al gereserveerd.”

Groot aanbod De gedachte achter een extra stimulans om de andere landstalen of Engels te leren is ingegeven door de ‘evidentie’ dat meertaligheid een primaire behoefte en een troef op de arbeidsmarkt is. Aan taalcursusformules is er alleszins geen tekort in Brussel: van de VDAB en de openbare dag- en avondscholen tot privécursussen, het aanbod is internationaal ongeëvenaard. Ook Bruxelles Formation is een hefboom tot taalverwerving: in korte tijd is hiervoor 9 miljoen euro veil gehouden. Het systeem van de taalcheques werkt. Daarnaast kan er ook vanuit de stoel achter de pc een taal geleerd worden. Bedrijven als Internet Polyglot en Berlitz bieden al geruime tijd digitale taalopleidingen aan. Maar die cursussen zijn niet gratis.

“ “

Walen eerst

Alleen Walen kunnen gratis een taal leren bij Wallangues. Daarom zet Brussel in de eerste helft van 2013 zelf een website op

Daarbij komt dat het nog altijd niet evident is om de drempel te nemen om die tweede (derde,...) taal te leren of beter onder de knie te krijgen. Toch wordt stilaan overduidelijk dat eentaligheid een zware communicatieve en culturele handicap is, en dat het de kans op achterstelling op de arbeidsmarkt verhoogt. Vanuit die vaststelling heeft het

En daar komt de regionale reflex: om toegang te krijgen tot het digitale taalcursusplatform moet de gebruiker in Wallonië wonen (en meerderjarig zijn). Franstalige Brusselaars kunnen dus geen Nederlands leren via deze Waals-regionale overheidswebsite. Dat onevenwicht tussen Franstaligen (Wallonië/Brussel) brak Brussels minister Benoît Cerexhe meteen zuur op; hij noemde het een regelrechte discrepantie. Daarom gaat Brussel nu een eigen website ontwikkelen om de Franstaligen hier van dienst te zijn, en bij uitbreiding natuurlijk alle mensen die in Brussel gedomicilieerd zijn – dus ook ‘exoten’ als Vlaamse inwijkelingen, Polen en Brazilianen. Want in de hoofdstad wordt meertaligheid al van oudsher als het meest noodzakelijk ervaren. Nog even wachten dus, en niemand – ook de vele Parisiens niet – heeft nog het excuus dat hij of zij niet kan inloggen op de Brusselse talenwebsite. En als het niet thuis kan, dan in de lokale bibliotheek of in het internetcafé. Jean-Marie Binst

Zelfs frietvet dumpen ze erin.” Heel wat mensen nemen de gele containers van Spullenhulp voor een vuilnisbak. De organisatie trof er dit jaar zevenhonderd ton vuilnis in aan. Dat vertelt Hilde Van Severen van Spullenhulp op tvbrussel.

Dit is oneerlijke concurrentie.” Fietsenmakers zijn boos over het steeds ruimere takenpakket voor de Fietspunten, de gesubsidieerde fietsherstelplaatsen van de NMBS. Dat zegt Daniel Labours van de vzw Federauto in Le Soir.

WEEKOVERZICHT VRIJDAG 21 DECEMBER 2012 JONGEMAN DOODGESTOKEN. Nabij het Centraal Station steekt een tiener van Congolese komaf een jongeman van Rwandese origine dood. De dader is bekend bij het gerecht en is mogelijk lid van de stadsbende Versailles. Zowel dader als slachtoffer zou gedronken hebben. Drie miljoen voor veiligheid. De Brusselse regering trekt 3,16 miljoen euro extra uit voor veiligheid bij de MIVB. Dat bedrag zal onder meer geïnvesteerd worden in meer veiligheidsagenten en veiligheidsmateriaal, een prioriteit bij de MIVB sinds de dood van supervisor Iliaz Tahiraj in april. Het extra geld komt er dankzij de zesde staatshervorming. ‘Lijst islam onder Iraanse invloed.’ De Brusselse partij Islam heeft volgens Le Soir felicitaties gekregen van de ‘internationale sjiitische organisatie’ uit Iran. Redouane Ahrouch, het hoofd van de partij, is zelf een sjiiet, maar de godsdienstige partij stelt in een reactie dat ze er “voor alle moslims” is. De overgrote meerderheid van de moslims wereldwijd is soennitisch, een minderheid van ongeveer vijftien procent is sjiitisch. Die laatsten scheurden zich in de zevende eeuw af na onenigheid over de opvolging van de profeet Mohammed.

MAANDAG 24 DECEMBER 2012 Politicoloog xavier Mabille overleden. De gerenommeerde Franstalige politicoloog Xavier Mabille overlijdt op 79-jarige leeftijd. Mabille werkte zijn hele leven bij het onderzoekscentrum Crisp en schopte het daar tot voorzitter. Ook werkte hij mee als politiek commentator op de RTBf en doceerde hij aan de ULB en de UCL. BDW interviewde Mabille in 2009. Toen stelde hij onder meer dat “het Brusselse politieke landschap, in tegenstelling tot het Vlaamse en Waalse, nooit stabiel is geweest.” (U kunt het interview nalezen op brusselnieuws.be.)

DONDERDAG 27 DECEMBER 2012 MO* veroordeeld OM cartoon. Het ‘mondiaal magazine’ Mo* moet van het hof van beroep 5.000 euro schadevergoeding betalen voor een spotprent op haar voorpagina. Daarop staat zakenman George Forrest afgebeeld als voormalig Zaïrees president Mobutu. De prent leidde een kritisch artikel in over dubieuze mijnbouwcontracten in Congo. Het hof van beroep vindt wel geen graten in de publicatie van het artikel. ELSENE ZET KRAKERS UIT. Het gemeentebestuur van Elsene laat een tiental krakers uit leegstaande woningen van de Elsense Haard zetten. De krakers woonden al sinds eind november in de te renoveren appartementen van de gemeente. In Elsene staan meer dan tweeduizend mensen op een wachtlijst voor een sociale woning. De directeur van de Elsense Haard wijt de trage renovatie van de geviseerde woningen aan de logge procedures. De oppositie heeft het slechte woningbeleid in Elsene al meermaals aan de kaak gesteld. Splitsing b-h-v kost vier miljoen euro. Volgens De Tijd kost de splitsing van het gerechtelijk arrondissement BrusselHalle-Vilvoorde vier miljoen euro, en dat voor de eigenlijke verhuizing naar Asse. Het geld dient onder meer om personeelskosten te betalen. De extra kosten zijn niet ingecalculeerd. ‘Geweld stadsbendes wordt erger.’ Dat zegt de vzw Ba Ya Ya, die werkt rond stadsbendes. Volgens de vzw worden er ook te weinig middelen vrijgemaakt om iets aan het geweld te doen. Het geweld zou volgens de groepering onder meer te verklaren zijn door het lage zelfbeeld van veel Afrikaanse jongeren, die vaak de hoofdmoot vormen van zulke bendes.

VRIJDAG 28 DECEMBER 2012 Laat trouwen in Ukkel. Vanaf het eerste trimester van 2013 kunnen inwoners van Ukkel ook in de vooravond trouwen. Dat kondigt schepen van Bevolking Boris Dilliès (MR) aan in La Capitale. Het gaat om een primeur in het Brusselse gewest.

DINSDAG 1 JANUARI 2013

HET GETAL

GRATIS TAALCURSUSSEN. De Brusselse regering wil begin 2013 gratis online taalcursussen aanbieden, naar het voorbeeld van het succesvolle Waalse initiatief Wallangues. Het is een initiatief van minister Benoît Cerexhe (CDH).

300

De Haven van Brussel en de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij (Gomb) beloven 300 banen. Die zullen er komen doordat op de terreinen van Thurn & Taxis een duurzame economische zone wordt opgericht. Het gaat niet om een traditionele industriezone, maar om een economisch gebied dat in het stadsweefsel geïntegreerd wordt en waar de klemtoon vooral zal liggen op de directe bevoorrading van de stad en haar economie.

53.500 vierkante meter wordt ingetekend als bedrijventerrein, waarin al ongeveer zeventig bedrijven geïnteresseerd zouden zijn. 26.800 vierkante meter wordt dan weer gereserveerd om er een logistiek pakhuis van ongeveer 19 miljoen euro op te bouwen. Het aanpalende TIR-centrum krijgt een renovatie. Er wordt ook gedacht aan zogenaamde ‘stadsboerderijen’ op de daken van alle CD nieuw op te trekken gebouwen.

Samengesteld door Christophe Degreef

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF


26 JULI 2012: FEMME DE LA RUE UITGEZONDEN OP VRT

© MARC GYSENS


BDW 1359 PAGINA 5 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

SOFIE PEETERS, DE DOCUMENTAIREMAAKSTER DIE DE ANNEESSENSWIJK ONTVLUCHTTE

‘Ze zijn zich maar al te zeer bewust van hun gedrag’ BRUSSEL – Deze zomer zette ze het land in rep en roer met haar documentaire Femme de la rue, en ook elders maakte ze naam, tot in Nederland, Tsjechië en Canada toe. Sofie Peeters had het niet verwacht. “Ik had geen groots opgezet plan, ik wilde gewoon het probleem aankaarten.”

Z

e is geen hardleerse feministe, zegt ze zelf. Dat is het antwoord op een vraag die velen waarschijnlijk aan Sofie Peeters willen stellen. Neen, de net afgestudeerde documentairemaakster houdt de beide voetjes op de grond. “Femme de la rue kreeg trouwens niet zo’n hoge score van mijn eindexamenjury. Er waren felle voor- en tegenstanders.”

Waaraan hebt u zich het meest gestoord na afloop? Sofie Peeters: “Dat Femme de la rue meteen gekaapt werd door extremisten. Het Vlaams Belang plaatste het nieuws direct op zijn website, en ik had het gevoel dat ik daardoor een speelbal van de politiek werd. Dat was nooit mijn bedoeling.” “Die periode was heel overrompelend en hectisch. Maar ik heb er wel veel uit geleerd. Met Femme de la rue heb ik bereikt wat ik wilde: ik heb een probleem onder de aandacht gebracht en mensen doen nadenken. Er waren mensen die tegen mij zeiden dat ze blij waren dat iemand het eindelijk had aangedurfd, maar er waren er ook die vonden dat het de racistische kant op ging. Flauw, natuurlijk, want ik ben maar de boodschapper. Maar dat hoort erbij, de pertinente en minder pertinente meningen die je er ongevraagd bij krijgt.” Blijft de beschuldiging van racisme niet heel erg kleven? Wij hebben de indruk dat u in het begin het fenomeen duidelijk benoemde als een probleem van hoofdzakelijk allochtonen, maar dat u nadien voorzichtiger bent geworden. Peeters: “In de media ben ik niet echt van racisme beschuldigd, op één stuk op het linkse blog dewereldmorgen.be na dan, waarvan de auteur haar woorden nadien heeft

ingetrokken. Nu ja, als mijn documentaire echt racistisch was geweest, dan had Terzake ze ook niet uitgezonden.” “Ik blijf bij mijn standpunt dat in negen van de tien gevallen het seksismeprobleem op straat een probleem van allochtonen is. Dat is jammer,

“We hebben toch nog zelf genoeg gezond verstand om te weten wat seksisme is en wat niet?” want het geeft een vertekend beeld van die gemeenschap. Het is immers niet zo dat negen op de tien allochtone mannen seksistisch zijn. Dat is een belangrijke nuance. En omdat ik veel media-aandacht kreeg, ben ik gaan nuanceren waar dat moest, opdat mijn boodschap niet zou verwateren.” Gelooft u in de oplossing die voor seksisme werd bedacht: administratieve boetes? Peeters: “GAS-boetes zijn geen langetermijnoplossing. Die gasten weten maar al te goed dat vrouwen zulk gedrag niet accepteren. GASboetes gaan dus weinig veranderen. Het is een gedragsprobleem. Symbolisch is het natuurlijk wel een belangrijke stap om administratieve boetes uit te schrijven, maar ook niet meer dan dat. Want hoe objectiveer je gevallen van seksisme? Hoe kan iemand seksisme officieel vaststellen? Er is niet zoiets als objectief seksisme. Seksisme hangt van de context af. Er moet nog ruimte zijn

voor humor en normale contacten. Veel situaties zijn een grijze zone. Als Raymond van het Groenewoud zingt dat vrouwen ‘van boven de hersens’ hebben, en ‘van onder het nat’, dan is dat niet seksistisch. Als een dokter dat tegen zijn naakte patiënte zegt, dan is dat natuurlijk iets anders. Maar we hebben toch nog zelf het gezonde verstand om te  weten wat seksistisch is en wat niet?” ‘Gewone’ mannen zien het gedrag in de Anneessenswijk met lede ogen aan, want er wordt van alles geprobeerd om de uitwassen te duiden, cultureel of socio-economisch. En ondertussen worden subtiele toespelingen die niet slecht bedoeld zijn, bij voorbaat bestraft. Iedereen moet eraan geloven, terwijl de grofste daders ermee wegkomen. Peeters: “Ik begrijp dat soort reacties wel. De regels worden ook altijd maar strenger, en objectiever, maar daardoor wordt er niet meer naar de context gekeken. En niemand wil ten onrechte van seksisme worden beschuldigd.” “Ook voor vrouwen is het een moeilijk evenwicht. Je wilt niet over je heen laten lopen, maar je wilt ook niet overdreven reageren. Met als voorwaarde dat wanneer je gekwetst wordt door een opmerking, je dat wel openlijk moet kunnen zeggen.” Bent u er zelf uit of seksisme sociaal-economische oorzaken heeft, dan wel culturele, of beide? Peeters: “Moeilijk te zeggen. Onlangs was ik in Mexico, en daar kwam het ook voor. Het heeft eerder te maken met een machocultuur, denk ik, gecombineerd met andere factoren zoals werkloosheid en verveling.” Hier en daar klonk de kritiek dat seksisme meer is dan opmerkingen op straat. Bent u zelf al het slachtoffer geworden van seksisme van het subtielere soort? Peeters: “Ik ken vriendinnen die

Sofie Peeters Sofie Peeters (1986) studeerde communicatiewetenschappen aan de KU Leuven en daarna audiovisuele kunsten en documentaire aan het Rits in Brussel. Haar eerste grote documentaire Femme de la rue kwam eind juli 2012 uit en werd meteen op de VRT uitgezonden. In die documentaire klaagde Peeters het seksisme aan van allochtone mannen in de buurt waar ze toen woonde, de Brusselse Anneessenswijk. Dat seksisme ging van ongevraagde kleine opmerkingen en gefluit tot oneerbare voorstellen. Ze moest vaak met verborgen camera filmen. Sofie Peeters is nu aan de slag als reportagemaakster voor het VRTprogramma Koppen. CD

niet in een rokje gaan solliciteren, omdat ze dan niet voor vol worden aangezien. Zelf heb ik ooit een toneelstuk met dertig jongeren geregisseerd. Een oudere regisseur dacht dat zo’n jong meisje als ik daar niet het gezag voor had, maar achteraf heeft hij toegegeven dat hij fout zat. Iedereen heeft vooroordelen, dat is menselijk. Ik wil niet iedereen met een vooroordeel als seksist brandmerken. Mensen kunnen veranderen, mensen kunnen praten. Moeten praten.” Is de situatie verbeterd sinds uw documentaire? Peeters: “Ik krijg dubbele signalen uit Brussel. Een meisje uit de Anneessensbuurt vertelde me dat de

mannen van de wijk na de zomervakantie een soort ‘pact’ gesloten leken te hebben, genre ‘We gaan het nooit meer doen.’ Een andere vriendin zei dan weer dat, wanneer ze de daders aansprak op hun gedrag, ze de vraag kreeg ‘of ze nu ook een documentaire ging maken.’ Met andere woorden: de meeste mannen van de Anneessenswijk zijn zich wel bewust van het probleem dat ze veroorzaken, en dat is al een goede eerste stap.” U wordt reportagemaker voor Koppen. Als seksismespecialiste? Peeters: “Tuurlijk niet (lacht). Ik ga niet op mijn lauweren rusten. Documentaires zijn voor mij een manier om problemen in de maatschappij in kaart te brengen en te duiden, zodat mensen reageren en er misschien iets verandert. Het is een innerlijke drang. Een goede documentaire is nodig omdat ze los staat van politieke agenda’s, ze niemand pleziert en ze ongevraagd komt. Nadien is het aan de samenleving om er conclusies aan te verbinden.” Komt u nog in Brussel? Peeters: “In de Anneessenswijk ben ik persona non grata. Want daar zijn heel wat mannen geen fan van mij (lacht). Onlangs was ik er nog met een televisieploeg van France 2, en toen ben ik op de loop moeten gaan.” “Het probleem is dat een flink deel van de lokale mannen daar denkt dat ik een portret van hun wijk heb gemaakt, terwijl ik alleen probleemgedrag in hun wijk in beeld bracht, en dan nog een specifiek probleem. Ik kreeg te horen dat ik une sale Flamande was die niets over hun wijk wist. Ik kreeg ook de boodschap dat ik beter weg kon blijven, want dat er anders wel eens iets zou kunnen gebeuren.” “Maar om op uw vraag te antwoorden: ja, ik kom nog in Brussel, want de stad heeft uiteindelijk veel te bieden. Ik heb er ook altijd graag gewoond. Maar het seksisme, dat was er te veel aan.” Christophe Degreef en Goele De Cort


14 OKTOBER 2012: GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN

© BART DEWAELE


BDW 1359 PAGINA 7 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

OLIVIER DELEUZE, DE EERSTE EN ENIGE GROENE BURGEMEESTER VAN BRUSSEL

‘Ik ben van de Franstalige cultuur’ BRUSSEL – Hij bestuurt Watermaal-Bosvoorde voor Ecolo, waar hij een meer dan dertig jaar durende FDFdynastie van de troon stootte. Olivier Deleuze is een tweetalige Brusselaar die het groene gedachtegoed uitademt, en die zegt dat het in de hoofdstad anders en beter moet. “32 sociale woonmaatschappijen, dat gaat niet.”

E

en paar jaar geleden woonde Olivier Deleuze nog in Kenia voor zijn werk bij de Verenigde Naties. “Een gevaarlijk land,” zegt hij. Toen zijn familie vervroegd naar België terugkwam en hij nog enkele maanden moest blijven, kocht hij een fototoestel om de natuur te fotograferen. Tegen de verveling. Enkele foto’s die de burgemeester ons uit die periode laat zien – onder meer van een klein uiltje –, zouden niet misstaan in National Geographic. Passend wel, voor een burgervader van een groene gemeente.

Toen u vorige maand uw eerste gemeenteraad voorzat in Watermaal-Bosvoorde, stelde u dat u blij was dat er geen extremistische partij verkozen was. Wat bedoelde u daarmee? Olivier Deleuze: “Ik bedoel daarmee dat de sociale samenhang  in Watermaal-Bosvoorde dermate sterk is dat demagogen als die van het Front National er geen voet aan de grond krijgen. Dat wil zeggen dat de mensen zich goed voelen in mijn gemeente en niet naar valse oplossingen zoeken. Wij zijn Europees, en ik hou niet van het denken dat bij ons, en volgens onze manier alleen, alles beter is. En daarmee doel ik ook op de lijst Islam. Dat zijn vijanden van de wereld, dat is fascisme.” Vindt u als goede tweetalige Brusselaar niet dat het FDF een extremistische partij is? Deleuze: “Neen, zowel het FDF als de N-VA beschouw ik als democratische partijen, want zij respecteren het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Je mag niet te snel zeggen dat partijen extremistisch zijn omdat je met hen van mening verschilt, dat is al te makkelijk. Het FDF is in zichzelf gekeerd, maar dat

is hun recht. En de gemeentepolitiek is ook anders, weet u. Wij hebben bijvoorbeeld goed samengewerkt met het FDF in Watermaal-Bosvoorde.” Steekt het niet een beetje dat Groen op 14 oktober zo goed heeft gescoord? Soms ging dat ten koste van Ecolo. Deleuze: “Maar neen! Wij zijn vrienden. Taal bepaalt niet of we

“Een autonoom Brussels Gewest is financieel niet haalbaar” goede relaties hebben. We delen een politieke filosofie. Jammer genoeg is het niet mogelijk om bij gewestverkiezingen tweetalige lijsten te hebben.” Ecolo heeft al sinds 2004 een minister in de Brusselse regering, is al een tijdje ‘verankerd’. Wat heeft dat tot nog toe opgebracht? Deleuze: “De CO2-uitstoot is verminderd, omdat wij bezig zijn geweest met het verbeteren van woningen en met energiezuinigheid. We hebben premies voor zonnepanelen en isolatie mogelijk gemaakt. De sociale woningen worden gerenoveerd, en we hebben natuurlijk de nodige mobiliteitsinterventies gedaan.” Het aantal auto’s stijgt wel. Deleuze: “Dat is waar.” Acht jaar Ecolo heeft op dat gebied dus niet veel veranderd.

Deleuze: “Dat ontken ik niet. Wij hebben ook geen absolute meerderheid, hé. Maar met de passiefwoningen zijn we wel baanbrekend. Het is dus geen zwart-witverhaal.” Als Ecolo een absolute meerderheid zou halen, komt er dan een fusie van de negentien gemeenten? Deleuze: “Eén: ik wens het eigenlijk niemand toe dat wij de absolute meerderheid zouden behalen (lacht). Twee: een vereenvoudiging van de Brusselse instellingen, daartegen zeggen we ja. 32 sociale woonmaatschappijen, dat gaat niet. En de politiezones moeten beter samenwerken. Ook moet er een einde komen aan het cumuleren van politieke ambten. Zoals bij de Brusselse parlementsleden, want dat parlement moet een echt modern gewestelijk parlement worden, en niet een verzameling mensen die er alleen voor hun wijk of gemeente pleiten.” “Maar de negentien gemeenten zijn ook niet in alles baronieën. De machtsverschuiving richting Brussels Gewest is op komst, daaraan wordt gewerkt. En hoe meer dat gebeurt, des te moeilijker het werk van Bart De Wever in Vlaanderen wordt. Dat is toch geen onaangename motivatie (lacht).” Wat dan met de Fédération Wallonie-Bruxelles? Deleuze: “Ik ben van de Franstalige cultuur. Dat is niet de beste cultuur, maar wel de mijne. Dat is belangrijk. Mijn banden met de Franstalige Belgen zijn dus sterk. Het is dan maar normaal dat onderwijs en cultuur in de twee gewesten samenvallen. Er zijn problemen, jazeker, en die moeten op Brussels niveau aangepakt worden, maar anderzijds zijn nauwe banden goed. Hoe zouden we anders ons onderwijs in Brussel kunnen blijven betalen? Het gemiddelde inkomen in de stad blijft dalen. Een autonoom Brussels Gewest is financieel niet haalbaar.” Brussel is dus geen région à part entière, een volwaardig gewest op gelijke hoogte met Vlaanderen en Wallonië?

Olivier Deleuze Olivier Deleuze (1954) is landbouwingenieur van opleiding. Van 1989 tot 1995 was hij directeur van Greenpeace België. Ook werkte hij bij de Ver­ enigde Naties als milieuspecialist. Het gro­ te publiek kent hem ech­ ter als federaal staats­ secretaris van Energie en Duurzame Ontwikkeling in de regering-Verhof­ stadt I (1999-2003). Daar stapte hij samen met toenmalig minister van Verkeer Isabelle Durant op na onenigheid over het nachtvluchtendossier. Bij de jongste gemeente­ raadsverkiezingen werd Deleuze met Ecolo de tweede partij in Water­ maal-Bosvoorde, maar wist hij tezamen met MR en een lokale lijst het grote FDF van ex-burge­ meester Martine Payfa te omzeilen. CD

Deleuze: “U speelt met woorden om mij in de problemen te brengen (lacht). Groen en Ecolo zijn allebei van mening dat Brussel een afzonderlijk gewest moet zijn, in die zin dat we constitutieve autonomie moeten krijgen (grondwettelijke autonomie, waardoor de ordonnanties van het Brussels Gewest op gelijke voet komen met Vlaamse en Waalse decreten en federale wetten, CD/ SVG). Maar een geografisch afzonderlijk gewest zijn, dat is gezien onze ligging onmogelijk. België is ook geen afzonderlijk land; we hebben bijvoorbeeld geen grondstoffen. En ook individuen bestaan alleen in

relatie tot de ander. Wij leven in Europa, hé.” “Wat is belangrijk voor de inwoners van Brussel? Rust vinden, vooral lokaal, tegen een maatschappij van stress en uitputting. De rest is bijzaak.” Het antwoord van ecologisten op sociaal-economische problemen is steevast ‘duurzaamheid’. Volstaat dat? Deleuze: “Kijk, wat is beter voor mijn kind? Een baan bij Ford Genk, of een baan in een bedrijf dat isolatie produceert? Ik wil niemand kwetsen, ik wil alleen de vraag stellen waar er binnen tien jaar de meeste banen gecreëerd zullen worden. En dat is niet in de verouderde sectoren. Je moet niet herlanceren wat niet te herlanceren valt. Wat is het voordeel van België, vergeleken met andere landen? Innovatie. We moeten dus de juiste transitie maken. De werknemers van Ford Genk kunnen begeleid worden in die transitie. Daar hebben ze recht op. Wij groenen zijn voor de modernisering van onze industrie. Bedrijven en overheid moeten samenkomen om van gedachten te wisselen over wat de sectoren van morgen zijn, waar toekomst zit.” “Let wel, ik ben niet voor een planeconomie, maar ook niet voor een volledig vrije markt. De staat heeft nu al duurzame pro-industrieplannen. Want wij hebben wel degelijk industrie nodig in België. Innovatieve industrie, en gedifferentieerde groei. We moeten de vraag stellen wat goed is voor de stad, het gewest, maar ook het dorp. Dat kan perfect binnen internationale normen, zowel economisch als sociaal. Laten we modern zijn.” Geeft dat dan niet juist meer stress, altijd uitdagingen aangaan en jezelf moeten aanpassen? Deleuze: “Stress zit ’m daar waar iemand een baan heeft die weinig voldoening schenkt, of een baan zonder toekomst, in een land zonder visie.”

Christophe Degreef en Steven Van Garsse


10 JUNI 2012: EERSTE PICNIC THE STREETS VOOR AUTOVRIJ BEURSPLEIN

© SASKIA VANDERSTICHELE


BDW 1359 PAGINA 9 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

ARCHITECT WARD VERBAKEL OVER STADSPLANNING, VISIE EN HET BURGERLIJK ONGEHOORZAME PICNIC THE STREETS

‘Waar blijft het grote gebaar?’ BRUSSEL – “Een hoogtepunt van 2012? De burgerlijke ongehoorzaamheid van Picnic the Streets,” zegt Ward Verbakel van plusoffice architects. “De burger begint aan te geven dat sommige zaken echt problematisch zijn.” Voor Verbakel tonen de Brusselse overheden veel te weinig lef in architectuur en stedenbouw. “Een bijzonder project, eentje dat moed vraagt, dat komt er gewoon niet.”

V

anuit zijn kantoor heeft Ward Verbakel een mooi uitzicht op het De Brouckè­ replein en de centrale lanen. “Er is een probleem met die lanen, net zoals er een probleem is op een prestigeplek als de Louizalaan en op vele andere plaatsen in Brussel. Het is moeilijk om daar als voetgan­ ger aanwezig te zijn. Brussel is een echte autostad en heeft moeite met zijn openbare ruimte. Hier en daar zijn er wel kleine ingrepen om het autoverkeer terug te dringen, maar echt stevige standpunten durft men in Brussel niet in te nemen. Picnic the Streets gaf aan dat er een draag­ vlak voor een andere mobiliteits­ visie ontstaat.” Er waren nog andere gebeurtenis­ sen die Verbakel het afgelopen jaar vrolijk stemden. “Voor de verkiezin­ gen werd enkele straten en pleinen heraangelegd, het Muntplein en de Varkensmarkt bijvoorbeeld. Er was dit voorjaar ook de publicatie van het boek Brussel 2040 waarin drie architectenteams op vraag van het Brussels Gewest hun toekomstvisie voor de stad mochten uittekenen. Op architecturaal vlak ben ik tevre­ den dat er binnenkort een Mode- en Designcentrum opengaat. En wat ons bureau betreft ben ik heel blij dat onze bouwaanvraag voor de ver­ bouwing van de Leonidasfabriek is goedgekeurd.” U werkt in Vlaanderen en in Brussel. Gaat het er in Brussel anders aan toe? Ward Verbakel: “In Brussel is er een ander tempo. De procedures zijn zeer omslachtig. Er moet meer gemasseerd worden. Van het eerste project dat we in Brussel binnen­ gehaald hebben, de nieuwe bib van Sint-Pieters-Woluwe, is de eerste steen nog steeds niet gelegd. Een tijdje geleden was alles klaar om te beginnen, de budgetten waren goedgekeurd, en plots doken in­

stanties op die ook hun zeg moesten doen. We zijn er zes jaar mee bezig.” “Hoewel het Brussels Gewest in­ middels werkt aan een online pro­ cedure voor de bouwaanvraag, ge­ beurt alles nu nog heel archaïsch: je moet twintig exemplaren van dit formulier, tien plannensets, zestien samenvattingen insturen. Op het absurde af, zeker voor een kleine verbouwing van een appartement. Vlaanderen is op dat vlak veel min­

“Wie wil hier voor de stedenbouw­ kundige diensten werken? Er gebeurt niets, er is geen visie, geen slagkracht” der veeleisend. Dat soort pietlut­ tigheden zorgt er mee voor dat de stedenbouwkundige diensten in Brussel overbelast raken. En dat ze dingen die echt belangrijk zijn, door de vingers zien. Dat een werf veel te lang aansleept, bijvoorbeeld. Of dat er nu aan het kanaal een woonto­ ren verrijst die de omgeving consu­ meert, maar niets teruggeeft aan de stad.” Moeten we niet blij zijn dat er nog eens een nieuwe woontoren komt in Brussel? Verbakel: “Ik heb niks tegen hoog­ bouw, goede hoogbouw is fantas­ tisch. Brussel heeft in die zin een lange weg afgelegd. Tien jaar ge­ leden moesten er stukken van to­ rens afgeknipt worden, zoals bij de Madoutoren en de Financietoren.

De Martinitoren is zelfs helemaal afgebroken. Ik ben dus blij met nieuwe hoogbouw. Maar niet met wat hier nu neergezet wordt. Zeker op die plek, aan het kanaal. UP-site is saai en goedkoop uitgevoerd. De kwaliteit van de gevelbekleding, gewone crépi, is laag. De hoogte is gemaximaliseerd, maar de stoepen zijn heel smal, vrachtwagens sche­ ren rakelings langs het gebouw. Er is niet eens een voorportaal, terwijl er zoveel mensen in en uit die toren moeten. En de garage geeft uit op een drukke invalsweg. Er is gewoon niet over nagedacht. Projectontwik­ kelaar Atenor mag hier een project met een enorme bouwoppervlakte neerzetten en geeft uiteindelijk niets terug.” U geeft regelmatig les in het buitenland. Hoe beschrijft u Brussel en zijn architectuur? Verbakel: “Brussel heeft iets van Berlijn, in die zin dat de stad heel veel creatieve mensen aantrekt. Velen blijven hangen, ook al omdat de vastgoedprijzen laag zijn. Brus­ sel is bijvoorbeeld dé dansstad van de wereld. Maar op architectuurge­ bied is Brussel geen voorloper. Als ik met buitenlanders een rondrit maak, kan ik fantastische projecten uit de jaren 1930 en 1950 tonen. Je hebt hier art nouveau, art deco, het Stoclethuis, de tuinwijken Le Logis en Floréal, de Modelwijk, gebouwen van Lucien Kroll. Maar na de jaren 1960 en 1970, de periode van de grote scheuren in de stad, zijn er nauwelijks nog relevante gebouwen neergezet. In de woningbouw zijn er nog wel enkele mooie projecten geweest of gaande, meestal op ini­ tiatief van de privésector. Maar voor de rest?” “Ik zit in de redactiecommissie van het Belgische architectuurtijd­ schrift A+. Altijd weer blijkt het heel moeilijk om interessante projecten uit Brussel te vinden. Voor Vlaande­ ren is dat nooit een probleem.” Waarom zijn de interessantste projecten in Vlaanderen en niet in Brussel? Verbakel: “Door het beleid van de Vlaamse bouwmeester is er in Vlaanderen een professionalisering ontstaan, zowel bij de opdrachtge­ vers als bij de architecten. Vlaamse architecten moeten zich in interna­

wordt uiteindelijk verdrongen door een lange lijst van zaken die ook be­ langrijk zijn, maar die niet dezelfde waarde zouden mogen hebben. De grijze middelmaat wint dan. Want aan een heel straf project zullen al­ tijd problemen zijn. Maar die zijn te verdragen door het feit dat het pro­ ject bijzonder is en iets toevoegt. Je moet durven kiezen voor dat grote gebaar.”

Ward Verbakel Ward Verbakel (Leuven, 1979) studeerde architectuur en stedenbouw aan de KUL en Columbia University (New York), waar hij ook enkele jaren les gaf. Nu doceert hij stedenbouw aan de KUL en is hij voorzitter van de redactiecommissie van het architectuurtijdschrift A+. In 2006 richtte hij samen met Nathan Ooms plusoffice architects op. Het bureau heeft drie grote projecten in Brussel lopen: de nieuwe bibliotheek van Sint-Pieters-Woluwe (de eerste passiefbib van het land), de verbouwing van de Leonidasfabriek aan de Papenvest tot studentenflats en stadsappartementen, en de vernieuwbouw van kleuter- en secundaire school Regina Pacis in Laken. HUB

tionale wedstrijden meten met bui­ tenlandse tegenstanders. Ze hebben een strakke neomodernistische stijl ontwikkeld. In Brussel overheerst het Frans georiënteerde postmoder­ nisme. Het is vaak een hedendaagse interpretatie van art nouveau en an­ dere stijlen.” “Probleem in Brussel is ook dat te veel mensen en instanties mee beslissen. Daardoor is het makke­ lijker om een saai project erdoor te krijgen dan een bijzonder project. Ik zat onlangs in de jury voor een groot scholenproject in Schaarbeek. We waren met minstens vijftien, veel uitgebreider dan in Vlaanderen. De ene ging over sociale duurzaam­ heid, de andere over energiezuinig­ heid, een derde over respect voor de omgeving en zo verder. De vraag of het een mooi en goed project is,

Wat ontbreekt er in Brussel? Verbakel: “In Brussel gebeurt veel te weinig stadsplanning. Je hebt wel diensten die ermee bezig zijn, maar die zijn overstelpt door de meters­ hoge bouwaanvraagdossiers. Wie wil er hier ook voor die diensten werken? Er gebeurt niets, er is geen visie, geen slagkracht. In Antwer­ pen is de stadsbouwmeester erin geslaagd om van zijn dienst een van de meest gegeerde plekken voor ste­ denbouwkundigen te maken. Wie in dat team zit, werkt aan fantastische projecten, met toparchitecten uit de hele wereld. Die mensen denken na over de stad en geven richting. Ze maken de stad.” “In Brussel spreekt niemand zich uit. Je krijgt als architect ook amper richtlijnen mee. Er is heel weinig duidelijkheid over wat kan en wat niet kan. Maar stadsplanning is no­ dig. De Brusselse overheid zou zelf moeten weten wat waar moet ko­ men, anders wordt de ontwikkeling van de stad bepaald door de vast­ goedsector, en die heeft hele andere doelstellingen.” Nochtans heeft Brussel sinds twee jaar een bouwmeester. Verbakel: “Klopt, ik weet alleen niet wat hij doet. Met alle respect voor Olivier Bastin, maar het blijft oorverdovend stil. De Brusselse bouwmeester heeft natuurlijk een heel moeilijke taak en nauwelijks middelen of bevoegdheden. Ik denk dat zijn aanstelling puur symbolisch is.” Vooral kommer en kwel dus in Brussel? Verbakel: “Brussel is ook een intri­ gerende plek. Hoewel ik in Leuven opgegroeid ben, kom ik van in mijn kindertijd in Brussel. Mijn grootva­ der was stationschef in het station van Schaarbeek. Hij woonde er met zijn gezin.” “Na mijn studie in Leuven heb ik in New York gewoond. Toen ik naar België terugkeerde, was Brussel de enige stad waar ik kon leven. Brus­ sel is veel meer eclectisch dan Has­ selt, Leuven, Gent of Antwerpen. Die lijken allemaal op elkaar. Het is er mooi, veilig, schoon, je weet wat je kunt verwachten. Maar dingen die niet zo evident zijn, kunnen er niet. Hier verrijzen plots bomen in afvalhout. Hier is ruimte voor expe­ riment.” Bettina Hubo


5 MEI 2012: MODEONTWERPER CHRISTOPHE COPPENS IS FAILLIET

© SASKIA VANDERSTICHELE


BDW 1359 PAGINA 11 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

LINDA VAN WAESBERGE ZIET CRISIS ALS POSITIEF KANTELMOMENT

‘Succes voel ik aan mijn water’ BRUSSEL – 2012 was een bar jaar voor de mode. In Brussel hielden onder meer Olivier Strelli en Christophe Coppens het voor bekeken. We vroegen stijladviseur Linda Van Waesberge om duiding. “Zolang het consumentisme van jongeren naar H&M en consorten doet grijpen, zonder wakker te liggen van ecologie en ethiek, zullen ketens de mode bepalen. Maar wie klein en goed bezig is in Brussel, houdt ook stand.”

‘W

e beleven een scharniermoment waarin alles kantelt en verandert, in veel domeinen”: stijlcoryfee Linda Van Waesberge leest de sterren voor 2013. Ze nipt van haar espresso. “Mensen denken soms nog: ‘De crisis komt, de crisis gaat’, dus alles wordt ooit wel weer ‘normaal’. Dat zal absoluut niet zo zijn. Er is geen weg terug. Economie, ecologie, waarden, de manier van denken, sociale media: alles evolueert al tien jaar in snel tempo naar iets onbekends. De technologische ontwikkeling heeft een mega-impact op onze manier van leven en handel drijven. Van die gigantische invloed zijn we ons te weinig bewust. Snel kunnen inspelen op verandering zal moeten.” Linda Van Waesberge – ze wordt dit jaar zestig – staat bekend om haar nuchter-synthetiserende stijladvies, maar voor BDW pakt ze profetischer uit.

netjes op een rij hebben en toch totaal mislukken. In de mode, schilderkunst, muziek, film... Waarom marcheert die ene goede film en een vergelijkbare film niet? Toeval en geluk maken het verschil. Ik voel het soms al aan mijn water, nog voor de film uit is: ‘Dit gaat lukken, dat mislukt.’ De ene film wint dan prijzen her en der, voor een andere komt niemand zijn huis uit.” Talent is toch de basis van succes in het ontwerpersmilieu? Van Waesberge: “We hebben twee belangrijke scholen, de Antwerpse Academie en La Cambre. Daar komt elk jaar schoon talent uit. Ze willen het allemaal maken als ontwerper.

“Met talent kun je de straten vol plaveien”

Vindt de creatieveling nog zijn weg in de wereldconcurrentie? Linda Van Waesberge: “Niets is vandaag nog zeker voor bedrijven en consumenten. Het daagt iedereen – ook mij – uit om anders te gaan denken. Voor creatieve beroepen bieden de snel veranderende omstandigheden grote voordelen. Neem nu de muzieksector. In korte tijd is de stap gemaakt van onbetaalbare studioopnamen tot een kostprijs van bijna nul. ‘Voor creatie heb je talent nodig,’ hoor ik. Daar lach ik mee: talent is er meer dan genoeg. Wat vandaag voor een ontwerper telt, is kennis van zaken, productkennis, zin voor onderneming en... veel geluk.”

Maar die droom is niet realistisch; ze kunnen met talent de straat vol plaveien. Je kunt als jongeling beter kiezen om bij een ontwerper het metier te leren, ook los van creatie: dat is zeer verstandig. Jaren later kun je dan uitmaken om het zelfstandig te gaan doen, met een extra visie. Of – en dat is erg in opmars – je kunt heel artisanaal en kleinschalig je ding gaan doen. Wie dan alles onder controle houdt, zonder schulden te maken, en wie genoegen neemt met een verkoop aan klanten die je echt wilt – wel, die is misschien wel klein, maar zeer goed bezig.”

Leg mij eens uit hoe een sector kan leven op ‘geluk hebben’. Van Waesberge: “Je kunt alles

Noem eens een paar goede voorbeelden? Van Waesberge: “Wie klein be-

gonnen is en goed bezig blijft, is Kim Stumpf. Ze werkte na La Cambre anoniem voor anderen (Vivienne Westwood, Natan, Bruno Pieters, JMB). Zo kon ze een eigen collectie opzetten, met specialisatie in breiwerk, stola’s en mantels.” “Wat telt, is dat je ernstig in de markt stapt. Willens nillens moet je naar de modebeurs in Parijs of huur je daar een showroom. Die investering kost een bom geld. Maar heel de wereld passeert daar, ook de Belgische boetieks die hun bestellingen plaatsen. Je moet dus wel. Met wat geluk (er zijn twee beurzen per jaar, JMB) keer je terug met opdrachten.” De mode wordt beheerst door de grote huizen. Hoe zwem je daar als kleine vis tussen? Van Waesberge: “De groten in Parijs als Dior en LVMH (Moët Hennessy Louis Vuitton) hebben wereldwijd steun op marketingvlak. Stella McCartney heeft jarenlang verlies gemaakt, maar kon dat compenseren door de rest van haar eigendommen. De Belgen moeten hun tegenslagen anders, creatief, oplossen. Een redding kan zijn om als Belg artistiek directeur te worden van grote ontwerpers, zoals het Kris Van Assche en Raf Simons gelukt is. De Brusselaar Jean-Paul Knott heeft zich ondanks serieuze moeilijkheden altijd weten te herpositioneren. Sinds enkele jaren heeft hij een contract met Japan en China: zijn plaatje klopt zakelijk.” Maar hoe overleeft de kleine handel in Brussel? Van Waesberge: “Klein kan ook. Mijn schoolvoorbeeld, Nicolas Woit, zit hier om de hoek, in de Léon Lepagestraat. Hij had een eigen collectie, een eigen winkel, verkocht aan boetieks in het hele land.. – en is ermee

Linda Van Waesberge Stijlconsulente Linda Van Waesberge werd bekend als boegbeeld van het modepromotiehuis Modo Bruxellae (nu Modo Brussels), als designadviseur en projectleider van tentoonstellingen, modeparcours, pop-up stores en catwalks. Sinds 2009 geeft ze stijl­consults op zelfstandige basis. Ze werkt ook als personal shopper en stadsgids. De mode-weetal woont in de Dansaertstraat. JMB

gestopt. Woit keerde terug naar de kern. Hij produceert niet meer voor derden. Heeft alles teruggebracht tot zijn ene winkel en tot bestellingen. Het gaat nu veel beter met hem. Of Mieke Cosyn (trouwkleren, in dezelfde straat, JMB), die haar collectie pret-à-porter heeft stopgezet en nu op bestelling werkt. Haar clientèle groeit opnieuw aan door de renommee die ze heeft op basis van haar metierkennis. Vergeet niet dat klanten trouw kunnen zijn.” En wat met jongeren en hun kledinggewoonten? Van Waesberge: “Hun koopgedrag is spectaculair anders: zij shoppen online. Meisjes bestellen in groep een pak kleren, passen gezellig thuis en sturen alles terug wat ze niet kopen. Ze doen dat met het grootste gemak. De onlineservice zit ook supergoed in elkaar. Ik

zeg aan Stijl (zaak in Dansaertstraat die vooral Belgische ontwerpers promoot, JMB) en iedereen in de wijk die vooruit wil, dat ze dringend een onlineshop moeten uitbouwen naast hun zaak. De winkel Hunting & Collecting in de Kartuizersstraat staat als shop in de top tien van de wereld. Zij verkopen sinds de eerste dag ook op internet. Zonder dit was deze Brusselse winkel al dicht geweest.” Koopgedrag is toch ook vaak onverantwoord? Van Waesberge: “Jongeren kopen wekelijks bij H&M, Forever 21, New Look en Mango. Zolang hun consumentisme naar dat soort zaken doet grijpen, zonder dat ze wakker liggen van ecologie en arbeidsethiek in derdewereldlanden, zullen multinationals de mode bepalen. Als in Bangladesh, waar mensen tegen dertig euro per maand onze goedkope T-shirts maken, de fabriek afbrandt, wie ligt daar dan van wakker? Niemand, op een paar uitzonderingen na, kinderen die met ethische waarden opgevoed worden. Een T-shirt voor twee euro kunnen kopen, daar gaat het voor iedereen toch om.” Hoe hou je zonder financiering nog het hoofd boven water, om Christophe Coppens te parafraseren? Van Waesberge: “Eindeloze geldreserves heeft niemand. Kom die onbetaalde rekeningen van failliete textielleveranciers of klanten-boetieks maar te boven als je al hebt aangekocht, werkuren betaald, geproduceerd en geleverd. Van seizoen naar seizoen is het hopen op geluk. Er zijn nergens meer grote geldreserves. Ook voor grote namen geldt dat, op enkele gezonde grote bedrijven na, zoals Dries Van Noten en Lingerie Van de Velde (van Marie Jo en PrimaDonna, JMB). Brusselaars als Olivier Strelli of Christophe Coppens en Luc Duchène hebben op tijd zeer wijze beslissingen genomen: zij hebben hun zaak verkocht of zijn ermee gestopt.” Jean-Marie Binst


13 DECEMBER 2012: STATEN-GENERAAL WOONZORG BRUSSEL

© BART DEWAELE


BDW 1359 PAGINA 13 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

THÉRÈSE COENS VAN FAMILIEHULP OVER OUD WORDEN IN DE STAD

‘Brusselaars belanden sneller in het rusthuis’ BRUSSEL – Thérèse Coens was tien jaar lang directeur van de ACW-organisatie Familiehulp. Over een maand gaat de Schaarbeekse met pensioen. Een gesprek over rusthuisfobie bij bejaarden, Afrikaanse dokters en de toekomst van de Nederlandstalige thuiszorg in Brussel.

H

et is een huizenhoog cliché, maar het klopt wel: door de institutionele versnippering is Brussel een moeilijk werkterrein voor wie welzijn hoog in het vaandel draagt. Ook in de thuiszorg kunnen ze ervan meespreken: er zijn Vlaamse, Franstalige en tweetalige organisaties, sommige van het OCMW, sommige van de Cocof, andere alleen door Vlaanderen erkend. Een echte jungle lijkt het soms. Nochtans is goede thuiszorg onnoemelijk belangrijk. Brussel is naast een stad van verjonging ook een stad van verzilvering, met meer hoogbejaarden dan in de rest van het land en een toenemende vergrijzing. Over oud worden in de stad hebben we het met Thérèse Coens. Zij is tien jaar directeur bij Familiehulp, de thuiszorgorganisatie van het ACW. Coens gaat over een maand met pensioen. Ze woont al 25 jaar in Brussel en kent de stad dus goed.

Het Kenniscentrum Woonzorg hield zopas een studiedag over oud worden in Brussel. Wat hebt u geleerd? Thérèse Coens: “Het aanbod is nog altijd te weinig bekend. Veel zorgbehoevenden in deze stad vinden hun weg niet naar de thuiszorg. In Vlaanderen gaat dat veel vlotter. Dat heeft veel te maken met de rol van de Vlaamse OCMW’s en ziekenfondsen, die een goed aanspreekpunt vormen. Dat kennen we veel minder in Brussel.”

len, dan antwoorden ze daar ‘Nee’ op. Wie oud wordt, stelt het rusthuis zo lang mogelijk uit. Het is de grote verdienste van het Kenniscentrum Woonzorg dat het andere woonvormen bestudeert die het midden houden tussen thuis en het rusthuis.” Ook in Vlaanderen stellen bejaarden de verhuizing naar een rusthuis uit. Coens: “Dat klopt, maar anders dan in Vlaanderen is hier minder mantelzorg, zijn er meer alleenstaanden, is er meer vereenzaming en bevinden de ouderen zich in een moeilijkere woonsituatie. Smalle huizen

“Af en toe wordt binnen Familiehulp de vraag opgeworpen: moeten we nog in Brussel aanwezig zijn?” met veel trappen zijn niet ideaal voor wie slecht ter been is. Het verklaart ook waarom Brusselaars sneller de stap zetten naar het rusthuis dan Antwerpenaars. Zelfs al willen ze dat niet.”

al de Brusselse werklozen om naar de zorg. Daarover kan ik een verhaal van vele bladzijden lang vertellen. Wij organiseren al jaren opleidingen om werklozen aan de slag te krijgen in de zorg. Ze leren Nederlands, ze doen hard hun best en dan komen ze bij de ouderen en spreken die... Brussels. Neen, makkelijk is het niet.” Niet alleen de taal kan voor vervreemding zorgen, ook de diversiteit. Thuisverzorgers zijn van een steeds diversere origine. Hoe reageren bejaarden? Coens: “Er is in Brussel opvallend minder aversie tegenover gekleurde verzorgers dan in Antwerpen. Maar ik zeg niet dat we hier geen racisme meemaken. We hadden eens een oud dametje dat helemaal met de tram uit Sint-Agatha-Berchem naar ons kantoor in Elsene kwam om te melden dat het toch niet kon dat ze door een zwarte werd verzorgd.” “In zo’n geval is ons antwoord onverbiddelijk: wij sturen competente thuisverzorgers, en of die nu vrouw of man zijn, gekleurd of blank, jong of oud, dat doet er niet toe. Het is niet aan de cliënt om een voorkeur uit te spreken. Ik zei die mevrouw ook: ‘Binnenkort komt u misschien in het ziekenhuis terecht en zult u blij zijn dat de handen die u verzorgen, zwart zijn, of die nu van verpleegster of dokter zijn.’ Ze zei: ‘Ik dácht wel dat u dat zou zeggen.’ Ze is weggegaan en we hebben haar nooit meer teruggezien.”

Hoe kan het beter? Coens: “Het Kenniscentrum hamert terecht op het belang van buurtwerk: dicht bij de mensen aanwezig zijn, zichtbaar zijn en samenwerken op het terrein. Daar is een belangrijke taak weggelegd voor de Lokale Dienstencentra en de gemeenschapscentra.”

Als de bejaarden in een Brussels rusthuis terechtkomen, dan is de kans gering dat ze zorg in het Nederlands aangeboden krijgen. Coens: “Veel senioren zijn tweetalig en vinden dat nog niet eens zo erg. Voor anderen is zorg in het Nederlands op de oude dag wél essentieel.”

Zwarten en Oost-Europeanen komen als personeel vrij vlot in de zorg terecht, Turken en Marokkanen moeilijker. Coens: “Klopt. We merken dat moslima’s aarzelen om alleenstaande mannen te verzorgen. En gaan ze toch akkoord, dan is het vaak hun man die het hun verbiedt. Het is organisatorisch niet haalbaar om moslima’s alleen vrouwen te laten verzorgen. Dus laten we niet toe dat de verzorgers cliënten weigeren. Alleen weet ik niet of we die lijn zullen kunnen aanhouden.”

Meer Vlaamse rusthuizen voor Brussel, klonk het ooit. Daar horen we nu niets meer van. Coens: “Als je aan de senioren vraagt of ze naar een rusthuis wil-

De zoektocht naar goed tweetalig personeel is een blijvend obstakel in de bejaardenzorg. Coens: “Je hoort het vaak: school

Oud worden in een stad als Brussel zorgt voor moeilijkheden, maar er zijn ongetwijfeld toch ook voordelen?

Thérèse Coens Thérèse Coens, die 60 wordt in januari, is geboren in Brugge en woont in Schaarbeek. Ze studeerde socio­ logie in Leuven en humanresources­ management in Die­ penbeek. Ze gaf les in Torhout en werd daar­ na gedetacheerd bij de Stichting Lodewijk de Raet in Schaarbeek. Ze werkt(e) als trainer en consultant in de social profit en als leidinggevende bij Ka­ tholiek Vormingswerk Landelijke Vrouwen (KVLV) en Familiehulp. SVG

Coens: “Voor wie een beetje mobiel is, is de stad ideaal. Winkels zijn er op loopafstand, je hebt contact met veel mensen. Oud worden op het platteland is in dat opzicht een stuk lastiger. Neem nu het Josaphatpark in Schaarbeek: je ziet daar de mensen hun dagelijkse wandeling maken, en voor de oudere Albanezen is het een echte ontmoetingsplek.” “Problematisch blijft de mobiliteit op de wat langere afstand. Roltrappen van stations die niet werken? Dat is écht beangstigend voor bejaarden. Als we de bejaarden in de stad willen houden, dan zal daarover nagedacht moeten worden.” Hier en daar klinkt een pleidooi voor een nieuw grootstedelijk model voor ouderenzorg. Coens: “We moeten de grootstad zien als laboratorium. Laten we experimenteren en al te strikte regels overboord gooien. Onze sector is overgereglementeerd. Een voorbeeld: onze thuiszorgers hebben een arbeidersstatuut en moeten ieder gepresteerd uur kunnen verantwoorden. Wil je in een buurt één

thuiszorger aanstellen die daar zelf uitgestippelde rondes doet, dan kan Vlaanderen dat niet subsidiëren. Dat klopt niet, hé.” “Laten we ook nieuwe woonvormen uittesten, het liefst dan nog tweetalige. Vandaag werken Franstaligen en Vlamingen naast elkaar. Dat heeft geen zin. Laten we bewijzen dat samenwerken kán.” Nu is er concurrentie tussen Vlaamse en Franse Gemeenschap. Coens: “(laat tabellen zien) Onze prijzen liggen merkelijk hoger dan die van de Franstalige thuiszorg, en het personeel wordt er beter betaald. Dat geeft ons een concurrentieel nadeel. We maken ons ook ongerust over de nabije toekomst. De Vlaamse regering wil in 2014 de thuiszorgbijdragen transparanter maken. Dat is op zich een goede zaak. Alleen zullen de cliënten nog méér moeten betalen. In ruil komt er een maximumfactuur in de thuiszorg, maar alleen voor wie is aangesloten bij de zorgverzekering. In Brussel zijn weinig ouderen bij de zorgverzekering aangesloten. Bij wijze van boutade: als de hervorming er komt, zonder aparte regeling voor Brussel, dan kunnen we hier de boeken sluiten.” Zal Familiehulp, los van het verhaal over de maximumfactuur, over tien jaar nog actief zijn in Brussel? Coens: “Dat is een moeilijke vraag. Dat gaat niet alleen over de politiek (van Vlaanderen, SVG), maar ook over de politiek van onze organisatie. Wij worden gesubsidieerd om dertig procent van de Brusselaars te bedienen. We doen daar écht inspanningen voor, met wisselend resultaat. Hier en daar wordt de vraag wel eens opgeworpen: ‘Moeten we nog in Brussel aanwezig zijn?’ Onze raad van bestuur staat daar nog altijd pal achter, maar ik kan me inbeelden dat ons bestuur ooit een andere keuze maakt.” “Laat één ding duidelijk zijn: dat wij in de hoofdstad actief zijn, kan alleen bij de gratie van de grote landelijke organisatie waar wij deel van uitmaken. Zonder dat houden we in Brussel het hoofd niet boven water.”

Steven Van Garsse


ADVERTENTIE

VANAF 7 JANUARI, GAAN DE BLAUWE ZAK EN DE GELE ZAK UIT ELKAAR.

Nieuwe ophaling: 1 week de blauwe zak / 1 week de gele zak. Om uw huisafval nog beter te sorteren en te recycleren worden vanaf 7 januari uw blauwe en gele zak om de beurt opgehaald: de ene week de blauwe, de andere week de gele. Voor de witte zak verandert er niets.

Raadpleeg de kalender die u ontvangen heeft in uw brievenbus of surf naar www.netbrussel.be

www.netbrussel.be


© CHRISTOPHE DEGREEF

BDW 1359 PAGINA 15 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

Mobiliteit > Groen licht voor gewestelijk parkeerplan

Parkeren met gelijke munt BRUSSEL – De regering heeft na weken onderhandelen het gewestelijk parkeerbeleidsplan van minister van Vervoer Brigitte Grouwels (CD&V) goedgekeurd.

Mobiliteit > Eerste vergelijkende studie

Villo! haalt Europees brons BRUSSEL – De stad Lyon heeft het beste openbare huurfietssysteem in Europa. Dat blijkt uit een vergelijkend onderzoek in veertig grote steden. Het Brusselse Villo! haalt een mooie derde plaats. De Nederlandse fietsmetropolen scoren dan weer opvallend slecht. In zowat elke grote stad vinden in­ woners en bezoekers tegenwoor­ dig publieke huurfietsen. Euro­ Test, een samenwerkingsverband van automobilistenverenigingen, voerde deze zomer de allereerste vergelijkende studie uit. EuroTest beoordeelde veertig openbare huurfietssystemen in achttien Europese landen op vier criteria: toegankelijkheid, informatie, leen­ gemak en kwaliteit van de fiets. Het gebruiksgemak voor toeristen stond centraal in het onderzoek.

Pionier Lyon Lyon krijgt als enige stad de score ‘zeer goed’. EuroTest zwaait Vélo’V lof toe voor de constante beschik­ baarheid, de vlotte verbinding met het openbaar vervoer, gemakkelij­ ke gratis registratie en meertalige informatie. Lyon, dat in 2005 pio­ nierde met een automatisch huur­ fietssysteem met magneetkaart, herbergt vierduizend huurfietsen in 345 stations. Parijs eindigt in het onderzoek van EuroTest op de tweede plaats. Met 24.000 huur­ fietsen en 1.745 stations is Vélib’ het grootste openbare huurfiets­ systeem in Europa. Op som­ mige dagen registreert Vélib’ tot 135.000 fietsritten. Villo! Brussel, in grootte verge­ lijkbaar met Lyon, vervolledigt het podium. In Brussel betreurt Euro­ Test de niet-gratis hulplijn en de mindere kwaliteit van de fietsen. Vélo’V, Vélib’ en Villo! worden alle drie geëxploiteerd door straatre­ clamegigant JCDecaux, zelf ooit gesticht in Lyon. Naast de Franse presteren ook de Duitse steden goed. In acht grote Duitse steden en aan veertig Hauptbahnhöfe staan fietsen van

Call a Bike. Het systeem verschilt van stad tot stad. Zo kunnen ge­ bruikers in Keulen en München hun huurfiets aan elke straathoek achterlaten. In verschillende Duit­ se steden verdwijnen de huurfiet­ sen ’s winters van de straat. In het heuvelachtige Stuttgart plaatste Call a Bike zestig elektrische fiet­ sen. Op die Pedelecs is een ac­ cu met oplaadkabel gemonteerd, waar­door de fietsen aan elk station kunnen opladen met volledig her­ nieuwbare energie. De Pedelecs kosten 12 eurocent per minuut.

Fiets met weerbericht Verbazend is de lage score van de Deense ‘fietshoofdstad’ Kopen­ hagen. Al sinds 1995 kunnen er huurfietsen ontleend worden door er, zoals in een winkelkarretje, een muntstuk in te steken. In 2013 krijgt Kopenhagen nieuwe, ket­ tingloze huurfietsen met een licht aluminium frame. Aan het stuur van de Gobikes zal een tablet­ scherm met gps hangen, waarop fietsers allerlei informatie kun­ nen terugvinden, zoals de kortste fietsroute, de dichtstbijzijnde sta­ tions, weerberichten en kortingen in musea of restaurants. De bat­ terijen van het tabletscherm laden automatisch op wanneer de huur­ fiets in het station staat. Helemaal onderaan bengelen Den Haag, Amsterdam en Utrecht. De drie Nederlandse steden krijgen de score ‘zeer slecht’ omdat hun OV-fietsen enkel aan treinstations beschikbaar zijn, zoals de Bluebikes van de NMBS. “Nederland is een fietsland met een heel eigen geschiedenis,” verklaart EuroTestprojectleider Nicolas Adunka de afwezigheid van een kwaliteitsvol huurfietsensysteem bij onze noor­ derburen. “Elke Nederlander heeft verschillende fietsen thuis. Boven­ dien is de markt voor privéfiet­ senverhuur er goed ontwikkeld.” Nederlanders die goede publieke huurfietsen willen uittesten, zak­ ken voortaan dus beter af naar de Belgische hoofdstad. Lukas Vanacker

Steven Van Garsse

ADVERTENTIE

ADVERTENTIE

KIJKDAGEN

Minpunten: hulplijn niet gratis, kwaliteit fietsen niet optimaal.

Dat het een moeilijke bevalling was, heeft te maken met de weerstand van de Brusselse gemeentebesturen. Die moeten een deel van hun autonomie opgeven. Zo komen er in het hele gewest eenvormige zones en tarieven. Ook de bedragen van de bewonerskaarten worden gelijkge­ trokken. De gemeentebesturen mogen wel zelf beslissen hoe ze de zones op hun grondgebied inrichten. Voorts zullen er bovengrondse parkeerplaatsen ver­ dwijnen. Dat stond al in het gewestelijk mobiliteitsplan Iris 2 (goedgekeurd in 2009). De daling gaat gepaard met een evenredige stijging van het aantal parkeerplaat­

sen buiten de openbare weg. Daarvoor komen er nieuwe buurtparkings. Volgens Grouwels liggen de gewestelijke parkeertarie­ ven alvast aan de lage kant. In steden als Amsterdam, Lyon of Genève kost de eerste bewonerskaart al snel meer dan 100 euro, in Brussel is dat maar 5 euro. Ook de uurtarieven liggen in die steden een pak hoger. Het duurt nog even voor het gewestelijk parkeerbeleids­ plan van kracht wordt. Het plan moet eerst in openbaar onderzoek. Dat gaat van start op 21 januari. Daarna moeten de gemeenten hun lokaal parkeerplan opstellen en indienen bij het Gewest. Ook die plannen zullen aan de bevolking worden voorgelegd.

SAMEN (kinderen, ouders, school) maken we van onze school een leerkrachtige school waar uw kind zich thuis kan voelen.

INVALIDENLAAN 168: Donderdag 17 januari. SCHALLERLAAN 19/21: Dinsdag 8 januari. HENRI DE BROUCKÈRELAAN 16: Donderdag 10 januari.

Van 8.35 tot 12 uur

HENRI DE BROUCKÈRELAAN 16

02/672.87.18

3 ❐ ❐ ❐ ❐ ❐ ❐ ❐

❐ Groene school ❐ Eigen speelbos Uitgewerkte zorgstructuur met zorgteam Geïntegreerde werking van ICT : gebruik van computer en internet in alle klassen, smartboard,beamer,… Zwemmen vanaf 1ste leerjaar Opvang van 7u30 tot 18 uur Aangepast aanbod Frans Culturele en pedagogische uitstappen voor alle klassen Familiale sfeer VESTIGINGEN IN OUDERGEM

INVALIDENLAAN 168 SCHALLERLAAN 19/21 1160 OUDERGEM

bs.oudergem@g-o.be www.destadsmus.be ADVERTENTIE


BDW 1359 PAGINA 16 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

In oktober 2011 stelden Elio Di Rupo (PS), toen nog formateur, en de onderhandelaars van acht partijen het institutioneel akkoord voor de zesde staatshervorming voor.

© LIEVEN VAN ASSCHE / IMAGEDESK.BE

Politiek > Zesde staatshervorming: ABVV is er niet gerust op

‘Gelijke rechten voor Brusselaar en pendelaar’ BRUSSEL – Philippe Van Muylder, algemeen secretaris van de Brusselse afdeling van de socialistische vakbond ABVV, waarschuwt voor een ongebreidelde concurrentie tussen de gewesten en voor rechtsongelijkheid tussen Brusselaars en pendelaars. Toch biedt de zesde staatshervorming ook kansen, meent hij.

BDWOPINIE De acht partijen die het institutioneel akkoord ondertekend hebben, moeten binnenkort hun voorstellen voor de institutionele hervorming aan het federaal parlement voorleggen. Daarin moet bepaald staan welke federale bevoegdheden naar de deelstaten worden overgedragen. Gewesten en gemeenschappen van hun kant bespreken hoe ze deze nieuwe bevoegdheden zullen opnemen. Ze hebben beloofd de sociale partners hierbij te betrekken... Maar tot nu toe hebben de Brusselse werkgevers en vakbonden nog geen signaal ontvangen. Het is nu trouwens ook duidelijk dat de belangrijkste bevoegdheidsoverdrachten er niet komen vóór de verkiezingen van 2014. Daarom heeft ABVV-Brussel in de Economische en Sociale Raad on-

gedragen maatregelen zullen worden overgeheveld naar het Gewest, of naar de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, of naar beide gemeenschappen, of naar de Franse gemeenschapscommissie. Ten slotte is er een risico op rechtsongelijkheid tussen pendelaars en niet-pendelaars binnen eenzelfde bedrijf indien de socialezekerheidsbevoegdheden uitgeoefend worden door het gewest waar ze wonen en niet het gewest waar ze werken.

langs een nota voorgelegd. Deze nota bestrijkt lang niet alle uitdagingen van de staatshervorming, maar ze wijst alvast op de belangrijke gevaren én kansen die de Brusselaars moeten inschatten.

Gevaren Wat zijn de belangrijkste gevaren waartegen de Brusselaars zich moeten wapenen? Allereerst is er het gevaar van een ongebreidelde concurrentie onder de gewesten, in en om Brussel, door sociale ‘dumping’ op de arbeidsmarkt. Een tweede gevaar is dat de intergewestelijke mobiliteit van de werknemers wordt belemmerd doordat de gewesten tegenstrijdige maatregelen nemen. Ook zullen de overgedragen maatregelen voor werk in het al nauwe begrotingskeurslijf ingepast moeten worden, wat kan leiden tot een financiële wurggreep. Er is het gevaar van een verlammend institutioneel kluwen, want de over-

PHILIPPE VAN MUYLDER:

“Alle werknemers die in Brussel werken, moeten gelijk behandeld worden, ongeacht hun woonplaats”

Kansen Toch biedt de bevoegdheidsoverdracht ook kansen om de tewerkstellingsmaatregelen te heroriënteren. Waarom? Omdat zowel de minister-president als de minister van Economie een belangrijk principe gewaarborgd heeft: het behoud van het paritair beheer voor alle materies die nu paritair beheerd worden op federaal niveau. Allereerst kan de overdracht van de trekkingsrechten en RSZ-verlagingen voor de gesubsidieerde contractuelen gebruikt worden om deze structurele banen te ‘normaliseren’. Dit deed het Vlaams Gewest tien jaar geleden al. Daarnaast dienen ook de andere tewerkstellingsprogramma’s te worden vereenvoudigd.

Bovendien stellen we voor om de individuele maatregelen van RSZ-vermindering af te schaffen ten voordele van collectieve maatregelen. Die kunnen aan de bedrijven worden toegekend voor quota van werknemers die tot doelgroepen behoren. Ten vierde vragen we de oprichting van echte reconversiecellen bij herstructureringen of bedrijfssluitingen om outplacement van de ontslagen werknemers te bevorderen. Ten vijfde moeten corrigerende mechanismen in het dienstenchequesysteem worden ingebouwd, zodat deze banen kwaliteitsvoller worden en het systeem financieel leefbaar blijft. Het ABVV vindt alvast dat één spoor voorrang moet krijgen, namelijk het globaal beheer van alle materies die behoren tot de sociale zekerheid. Om een solidair beheer van deze materies te waarborgen stellen we voor dat de gewesten en gemeenschappen (vrijwillig) één enkele (paritair beheerde) instelling oprichten. Die instelling beheert dan op een globale en geïntegreerde manier alle budgetten voor de behoeften die verband houden met de overgedragen bevoegdheden inzake werk, gezondheidszorg en gezinsbijslag op hun gemeenschappelijk grondgebied. Het samenvoegen van alle overgedragen inkomsten en uitgaven van de sociale zekerheid waarborgt ons inziens de financiële uitvoerbaarheid van deze materies. Kan dat niet, dan eist ABVV-Brussel dat er samenwerkingsakkoorden worden afgesloten per materie waardoor ad hoc solidariteitsmechanismen in werking treden. ABVV-Brussel stelt ook voor om bij alle socialezekerheidsmaatregelen die samenhangen met het werk (RSZ-vermindering, activering, kinderbijslag...) uitsluitend de werkplaats als criterium te hanteren. Dat zal voor extra kosten zorgen, want dan komen de activeringsmaatregelen voor de ondersteunde banen die door Vlaamse en Waalse pendelaars worden ingenomen, ten laste van de Brusselse begroting. Daarom kan deze maatregel slechts worden overwogen als er financiële compensatiemechanismen worden ingevoerd. Dit biedt heel wat voordelen: het activeringsbeleid van de Brusselse arbeidsmarkt wordt eenvormig gemaakt; ongezonde concurrentie wordt vermeden tussen Brusselse, Vlaamse en Waalse activeringsmaatregelen in eenzelfde Brussels bedrijf; de administratieve procedures voor de werkgevers worden vereenvoudigd; alle werknemers die in Brussel werken, worden gelijk behandeld, ongeacht hun woonplaats, en ten slotte kan het Gewest controle houden op alle ondersteunde banen op zijn grondgebied. De afloop van de verkiezingen in 2014 kan niet voorspeld worden. Toch vindt ABVV-Brussel het belangrijk dat de sociale gesprekspartners in de eerste helft van 2013 al de belangrijkste uitdagingen van de zesde staatshervorming aangaan. Philippe Van Muylder, algemeen secretaris ABVV-Brussel


BDW 1359 PAGINA 17 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be

Huis vs. appartement In het artikel ‘Huis verdwijnt, flat verrijst’ in BDW 1358, p. 1, stelt Philippe Janssens vast dat er de laatste tien jaar een sterke vervanging is geweest van woonhuizen door appartementen in het Brusselse gewest. Dit zou een onwenselijke trend zijn, die een halt moet worden toegeroepen door middel van een quotum op het vergunde aantal appartementen. Sta ons toe deze conclusie te nuanceren. De trend doet zich niet voor in het hele gewest. Zoals uit onze recente studie voor de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij BGHM (‘Koopmarkt voor woningen in het Brussels Gewest in de periode 19902010’) blijkt, doet de daling van woonhuizen zich vrij geconcentreerd voor in enkele gemeenten zoals Vorst, Sint-Gillis en Elsene. Dit gebeurt inderdaad vooral door opsplitsings- en vervangingsbouw tot studio’s en appartementen van een (verouderd) woonareaal van rond de eeuwwisseling. In het licht van een aantal demografische en economische trends in deze gemeenten is deze evolutie van het woonpatrimonium vraaggestuurd en niet meer dan logisch. Bovendien is de claim dat deze trend een kwaliteitsdaling veroorzaakt, ongegrond. Kwaliteit zit evenzeer in de functionele inrichting van leefruimtes, keuken en badkamer, in energiezuinigheid, in oriëntatie en lichtinval... Op dat vlak draagt de opsplitsing en vervangingsbouw van vaak oude, onaangepaste woonhuizen door (ver)nieuw(d)e appartementen eerder bij aan de kwaliteitsstijging in het Brusselse woonpatrimonium. Het is ook maar de vraag of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de ambitie moet hebben om zoveel mogelijk gezinnen met een klassieke woondroom (grondgebonden woning met tuin) te huisvesten. Ons inziens niet: het gewest moet (zeker in de gemeenten in de eerste kroon) net een alternatief bieden en zijn voordeel als stad uitspelen. Dat doe je door een aangename stedelijke omgeving te creëren met voldoende activiteiten, voorzieningen, veilige en goed onderhouden parken, vlot openbaar vervoer... Dat zal de tweeverdieners aantrekken die de stad nodig heeft, en dit kan zeker gecombineerd worden met een stijgend aandeel appartementen. Opvallend genoeg scoren Elsene en Sint-Gillis, de gemeentes die onbewust geviseerd worden, op dat vlak sinds enkele jaren vrij goed. Als desondanks een groter aanbod aan (iets) goedkope(re) woonhuizen toch het doel zou zijn, dan kan een quotum op vergunningen van appartementen hier mogelijk voor zorgen. Toch lijkt ons zo’n maatregel in geen geval een goed idee. Gezien de zeer grote verschillen in de woningmarkt van de negentien Brusselse gemeenten kan een dergelijke maatregel onmogelijk blindelings worden toegepast. Bovendien kan dat een reeks negatieve externe effecten teweegbrengen: een prijsstijging op de appartementenmarkt gaat ten koste van de groep die zich nu nog net een appartement kan veroorloven. Ook een eventuele stijging van de huurprijzen zou de huishoudens met de laagste inkomens treffen, en extra vraag genereren naar sociale huurwoningen. Pieter Staelens en Lucien Kahane, Idea Consult, Sint-Joost-ten-Node

Popcorn Het verheugt me om ook eens van een ander te horen hoe storend ‘onaangepast’ gedrag van medemensen in de bioscoop kan zijn (Eric Vancoppenolle in BDW 1358, p. 12). Enkele dagen geleden werd ook mijn kijkplezier behoorlijk vergald tijdens de avant-première van Life of Pi in Kinepolis Brussel. Het jonge paartje naast mij

BDWOPINIE

wist van geen ophouden, en ritselde en knabbelde er twee uur lang op los, gekruid met luid commentaar. De enige oplossing: mijn rechteroor met de vinger dichtdrukken. (Oordopjes zijn hier niet toepasselijk, want dan lijkt het alsof je naar een stomme film zit te kijken, in plaats van naar een hoogtechnologische 3D-film.) Van het tienpuntenplan in het artikel geniet nummer 1 ook mijn voorkeur: de wet aanpassen. Wat ik eerder al vermoedde, namelijk dat de verkoop van al dat lekkers meer opbrengt dan de film zelf, wordt in het artikel hard gemaakt. En dit werd nog gestimuleerd door er, samen met het (gewonnen) kaartje voor de avant-première, nog een tegoedbonnetje bij te doen ter waarde van 50 eurocent op een aankoop van minimaal 4 euro! Nog even, en ik zal toch genoodzaakt zijn om een thuisbioscoop te overwegen...

Helga Boom, Asse

Senioren Ik ben ten zeerste verontwaardigd over de jarenlange negatieve houding van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) tegenover het Seniorencentrum in de Leopoldstraat in Brussel. Deze organisatie biedt een rijkgevuld programma aan 55-plussers, iedereen is er welkom, ieder naar eigen belangstelling en mogelijkheden. Je kunt er terecht voor allerlei informatie, een klusjesdienst, sportbeoefening, taal- en computercursussen... Daarnaast is er ook een weduwen-en-weduwnaarswerking. Veel van de activiteiten worden begeleid door senioren die zeer gemotiveerd zijn. Onze leden zijn ouderen die meestal jarenlang zeer trouw onze organisatie promoten én in familieverband terugkeren naar de plaatsen die zij met het Seniorencentrum bezochten. Dat is dus goed voor de economie. Gedurende vele jaren volgde ik als ondervoorzitter de bestuursvergaderingen. Nooit hoorde ik van de waarnemers van de VGC enige waardering over onze werking. Steeds kwamen voornamelijk geldgebrek en ontevredenheid ter sprake. Als ik hun dan vroeg welke activiteiten we zouden moeten veranderen of verbeteren, kreeg ik geen antwoord. Ze beloofden tien jaar geleden al onze achterbouw te renoveren met voor ons de mogelijkheid om hiervan huurgelden op te strijken. Dit is er nooit van gekomen. Na verschillende bezoeken samen met het bestuur aan de Lombardstraat kwamen wij tot een overeenkomst over de inhoud van onze missie: “Mensen op een democratische manier bij elkaar brengen.” Welnu, daar slagen we schitterend in. Het Seniorencentrum verdient ons aller respect en waardering. Directie, personeel en vrijwilligers zetten zich met veel enthousiasme in. De leden promoten onze werking en smeden vriendschappen; vrienden en kennissen uit het hele land bezoeken daardoor Brussel. Ontmoedigd door deze jarenlange negatieve houding van de VGC haakten vele bestuursleden en mensen die eventueel zouden willen toetreden tot een stuurgroep, af. Geachte leden van de VGC, wordt het geen tijd de hand in eigen boezem te steken? Subsidiëren jullie niet te veel aparte projecten? Waarom Home-Info, Meldpunt Ouderenmis(be)handeling, de noodhulptelefoon enzovoorts niet samenbrengen in het Seniorencentrum? Waarom prestigeprojecten zoals Daarkom, Huis van het Nederlands, enzovoorts? Onze ouderen werkten, zorgden en deden vrijwilligerswerk tot op heel hoge leeftijd. Zij verdienen in Brussel, hoofdstad van Europa, een volwaardig Seniorencentrum.

Greta Holemans

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.

Autodruk door Danny Vileyn Na jaren palaveren heeft de regeringPicqué IV eindelijk het gewestelijk parkeerbeleidsplan goedgekeurd. De ordonnantie waarop het plan geënt is, dateert nog van de tijd dat Pascal Smet minister van Openbare Werken en Verkeer was. Dat laat zien hoe traag het hier allemaal gaat. Het is een prestatie van minister Brigitte Grouwels dat de regering de stap eindelijk heeft gezet. Toch is de strijd nog niet gestreden. Het plan moet nog in openbaar onderzoek en nadien moeten de negentien gemeenten ook nog elk een parkeeractieplan goedkeuren. En ook dat wordt aan de bevolking voorgelegd. Hopelijk wordt het parkeerbeleidsplan nog van kracht voor de verkiezingen van 2014. We mogen niet het risico lopen dat de volgende regering – al dan niet in een andere samenstelling – het plan in de vuilnisbak kiepert. Kom, laten we niet op de zaken vooruitlopen. Dit plan is wel degelijk een grote stap vooruit. De negentien gemeenten moeten zich schikken naar de gewestelijke parkeerlogica. Dat is nieuw en ongezien. Bewonerskaarten bijvoorbeeld zijn geldig per woonwijk en niet beperkt tot één gemeente. Zo hoort het. Het parkeerbeleidsplan maakt ook komaf met het ongebreideld uitdelen van bewonerskaarten. Het aantal bewonerskaarten per gezin wordt beperkt tot twee. Vier of vijf per gezin is waanzin. De bewonerskaarten blijven wel spotgoedkoop. Vijf euro voor de eerste dekt niet eens de kosten van het aanmaken van zo’n kaart. In buitenlandse steden kost een bewonerskaart minstens honderd euro. Om maar te zeggen. Het parkeerbeleidsplan is het enige instrument dat de regering rest om tegen 2018 de autodruk met twintig procent te verminderen. Van stadstol wil de Brusselaar niet weten, en ook rekeningrijden is niet voor morgen. Het zou al helpen als de discussies over automobiliteit rationeel zouden kunnen worden gevoerd. Auto’s heten bijvoorbeeld een melkkoe te zijn. Volgens de Technische Universiteit van Dresden, geciteerd in de krant De Morgen, is het omgekeerde waar. Iedere Belg – ook de zuigeling – sponsort de autosector voor 950 euro per jaar. Het Europese gemiddelde is 750 euro. Ontnuchterende cijfers, die aantonen dat niet alleen het openbaar vervoer de belastingbetaler geld kost. En dat er allicht nog meer in geïnvesteerd moet worden. Al was het maar om de autodruk op de stad te verminderen. De aankondiging dat er over tien jaar een metro in Ukkel en Schaarbeek rijdt, volstaat niet. Het is nu dat de frequentie van metro, bus en tram opgevoerd moet worden. En ook als de pendelaars naar huis zijn.

EVA HILHORST


BDW 1359 PAGINA 18 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

VADROUILLE Vander Taelen op de planken BRUSSEL – Het fenomeen Luckas Vander Taelen komt voor in verschillende hoedanigheden. Straks weer in die van acteur/verteller, in zijn nieuwe monoloog Abajoot!, te zien in De Markten. Op het moment dat we hem bellen, heeft Vander Taelen net een repetitie achter de rug in CC De Werf, in zijn geboortestad Aalst, waar Abajoot! (lees: ‘Maar natuurlijk!’) in première zal gaan. De lichtvoetige tragikomedie wordt uitgesproken in het plaatselijke dialect, want van alle talen is zijn moedertaal Vander Taelen het dierbaarst. Abajoot! is zijn vierde theatertekst, na De zin van het leven, Marina en Verosjekes van oever ’t woter. “Ik probeer de traditie in ere te houden om verhalen te vertellen en daarbij de verschillende personages te vertolken. Als ik dat in fijne omstandigheden kan doen, met een compagnon als Kloot Per W, dan is dat toch wel het liefste wat ik doe, hoor. In Aalst komt er vrij veel volk naar de voorstellingen kijken, maar ook in andere steden heb ik al mogen merken dat het Aalsters een weliswaar apart, maar verrassend goed verstaanbaar dialect is.” De drie voorstellingen in De Markten zijn try-outs, maar het stuk zal dan wel al helemaal af zijn. “Het verschil met Marina en Verosjekes van oever ’t woter is wel dat Abajoot! minder gebaseerd is op ervaringen uit mijn jeugd. Deze keer vertel ik het verhaal van Isidoor. Hij woont nog bij zijn moeder, leeft in een fantasiewereld en vertoont autistische trekjes. Ik moet toegeven dat er ook een aantal uitvergrote trekjes van mezelf in zitten.” MB

ADVERTENTIE

Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

✆ 0800-15045

alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

Toponymie > Straatnaamgeving is lakmoesproef voor gemeentepolitiek

Adaliasgaarde, voor de lieve vrede BRUSSEL – Verhitte discussies zoals in de stad van het Pieter/Herman de Coninckplein, komen die ook voor in Brussel? “De tijd van de heethoofden lijkt nu wel zo’n beetje voorbij.”

E

ugène Flagey, die in 1937 een groot deel van het Heilig-Kruisplein naar zichzelf noemde: het was het enige twistpunt rond naamswijziging volgens de dienst Stedenbouw in Elsene. Of de Camille Van Exterstraat in Ukkel, die een tiental jaar terug naar een recent overleden plaatselijk politicus werd genoemd: eigenlijk kan zoiets niet. In 1919 besliste de Brusselse gemeenteraad tot een Adolphe Maxlaan, maar Max zelf bleef als enige de oude naam Noordlaan gebruiken. Pierre Van Nieuwenhuysen, nog maar sinds kort lid van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie (Franstalige afdeling), waarvan de Brusselse gemeenten een gunstig advies moeten krijgen, vat de richtlijnen samen die in principe gevolgd moeten worden bij toekenning of wijziging van een straatnaam: vermijd onnodige wijzigingen om kosten te besparen; oude, plaatselijke toponiemen hebben de voorkeur, en iemand moet minimaal vijftig jaar overleden zijn. Een notoir tegenvoorbeeld is Toots Thielemans, die in 2011 levend en wel een eigen straat kreeg in Vorst. “Te mijden zijn namen van plaatselijke politici of weldoeners die na verloop van tijd misschien illustere onbekenden geworden zijn.” En sowieso moeten de straatbewoners geraadpleegd worden: volgens Van Nieuwenhuysen is dat maar democratisch. Volgens Willy Van Langendonck van de Nederlandstalige afdeling van de Toponymiecommissie, gaat hun advies in feite alleen over spelling. “Die toepassing van de richtlijnen over de leeftijd en zo wordt toch vooral in de gemeenteraad bedisseld. Ik ga niet opzoeken hoe lang iemand overleden is. We schreven bijvoorbeeld wel aan de gemeente Evere: ‘De Commissie adviseert voor de vertaling van clos in de Brusselse straatnaamgeving al een hele tijd om de term gaarde te gebruiken. Het is dus raadzaam om in dit geval van Leemputgaarde te spreken i.p.v. Leemputerf. Overigens klinkt de term gaarde zeker galanter dan erf, dat veeleer aan een boerenerf doet denken.’” De Ukkelse heemkundige Leo Camerlynck vindt gaarde dan weer ‘te Schoon Vlaams’.

“Door zijn Monty Python-achtige humor en de controversiële ideeën van OCMW-voorzitter Van Exter zal zeker niet iedereen achter zijn naam gestaan hebben voor de straat van de nieuwe verkaveling achter de Stallekapel. Daarom werd er ook aan Kapelgaarde gedacht, maar waarom niet gewoon met een uitgang die iedereen begrijpt, zoals erf of woonerf ?”

Promenade De Adaliasgaarde/clos des Adalias is nog niet verhard, zo nieuw is deze zijstraat van de Olieslagerslaan in Sint-Pieters-Woluwe. Ze heeft een ietwat lyrische naam gekregen, en dat heeft zijn redenen, vertellen ze ons op de dienst Stedenbouw. “Hier in Sint-Pieters-Woluwe spelen we op veilig. Geen namen die politiek zus of zo begrepen kunnen worden. Neem nu de Adaliasgaarde – hoewel, weet ú wel wat gaarde betekent, en Adalia? Lieveheersbeestje. En zo wordt er niet gebakkeleid over straatnamen. In buurgemeente Sint-Lambrechts worden wel nog dikwijls persoonsnamen gekozen...”

Jan van Nijlen eren met een straatnaam? Prompt kwam in de gemeenteraad de vraag of Van Nijlen geen collaborateur was geweest

Als het aan burgemeester Olivier Maingain (FDF) had gelegen, dan had hij in 2008 de Woluwelaan in Paul-Henri Spaaklaan herdoopt. Dat botste op hevig verzet van de handelaars, die vreesden dat hun klanten het noorden zouden kwijtraken. Ze werden gehoord, en enkel een gedeelte van de Paul Hymanslaan, tussen metrostation Roodebeek en de Woluwelaan, werd herdoopt in Paul-Henri Spaakpromenade/cours Paul-Henri Spaak. © AN DEVROE

Abajoot!, 10 januari om 20.30 uur, 11 januari om 12.30 uur (Broodje Brussel) en 20.30 uur, in De Markten, Oude Graanmarkt 5 (02-550.19.14, www.demarkten.be)

DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

De Ukkelse OCMW-voorzitter was nogal, tja, excentriek.


© AN DEVROE

BDW 1359 PAGINA 19 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

© AN DEVROE

De Van Meyelstraat in Molenbeek mocht haar naam behouden: naar de Vlaamse auteur (van Hard labeur) Reimond Stijns werd in 1907 een nieuwe (toen nog landelijke) straat vernoemd.

Paul-Henri Spaak behoeft in Sint-Lambrechts-Woluwe blijkbaar enige uitleg. Uiteindelijk werd niet de hele Woluwelaan, maar enkel een deel van de Paul Hymanslaan naar de oud-premier vernoemd.

aan de pogingen tot vernederlandsing van het openbaar leven tijdens de Hollandse periode, een goede twintig jaar eerder, maar niet aan de verregaande wijzigingen en verfransing van benamingen tijdens de Franse periode, die natuurlijk wel nog vijftien jaar verder lag.” Niets is zo vluchtig als glorie, weet ook Lebouc. Daarvan getuigen vele voorbeelden van straatnaamwijzigingen al naargelang van hoe de wind stond. Het Oranjeplein in Brussel werd het Barricadenplein ter herinnering aan de vele barricaden in de stad tijdens de op-

stand, in Anderlecht werd de Karl Marxstraat de Democratiestraat. In 1906 offerde men in Vorst nog graag een Heilige Annestraat op voor de Duitse mecenas Wilhelm Duden. Maar de Eerste Wereldoorlog was nog maar begonnen, of de Dudenstraat werd al veranderd in Bondgenotenstraat/rue des Alliés. Tijdens de Duitse bezetting echter, in 1915, werd ze weer Dudenstraat, om drie jaar later, aan het eind van de oorlog, opnieuw Bondgenotenstraat te worden. Nog andere strijden werden uitgevochten door © AN DEVROE

Georges Lebouc, verzamelaar van allerlei wetenswaardigheden over Brussel, schrijft dat Maingains politieke rivale Danielle Caron (op dat moment CDH, nu MR) Maingain verweet deze demarche te ondernemen voor de schone ogen van dochter Antoinette Spaak (FDF). Op de promenade leren panelen ons dat Spaak niet alleen medestichter van de Europese Unie was, maar ook een fervent tegenstander van vegetariërs als staatshoofd. “Het woord promenade is nogal vreemd in het Nederlands, maar er zijn in Brussel zovéél onlogische dingen in verband met de vertaling van toponiemen, zoals Bruidstraat/rue de la Fiancée, terwijl bruid hier ‘vuilnis’ betekent, of de vele squares die rond of ovaal zijn, en dus niet vierkant,” zegt Van Nieuwenhuysen. Een ander voorbeeld waar inwoners opkwamen voor de naam van hun straat, krijgen we van Maria Vandenbosch van de heemkundige kring Molenbecca. “In 1907 wilde het Molenbeekse gemeentebestuur de Van Meyelstraat veranderen in de Reimond Stijnsstraat, de Vlaamse auteur van onder andere Hard labeur. De vele winkeliers in de buurt van Thurn & Taxis hadden echter geen zin om hun voorraad briefpapier en enveloppen te vernieuwen. In 1908 gaf het schepencollege de naam Reimond Stijns dan maar aan een nieuwe straat in een landelijke wijk.” De naam is gebleven, het landelijke karakter niet.

Robbertje Duden In een verslag van een Brusselse gemeenteraad uit 1852 viel heemkundige Wim van der Elst iets op: “Dat er nog met spot herinnerd wordt

Sint-Pieters-Woluwe vernoemt niet naar mensen, maar kiest bewust onschuldige namen zoals het nieuwe Adaliasgaarde, naar een lieveheersbeestje.

middel van straatnamen. In het boek over het Brugmannziekenhuis van Daniel Désir is te lezen hoe de straatnamen ten zuiden van het ziekenhuis, naar Jette toe, vernoemd zijn naar katholieke artsen, en ten noorden van het ziekenhuis, naar Brussel toe, naar vrijzinnige artsen. En Lebouc voegt er nog aan toe dat onmiddellijk na de Franse Revolutie de straatnamen die van ver of dicht naar de Kerk verwezen, gewijzigd werden, om later in ere hersteld te worden door de wil van het volk. Het valt op dat veel gemeenten zich “geen debat herinneren” rond straatnaamwijzigingen: Etterbeek, Sint-Joost, Evere, WatermaalBosvoorde, zelfs Sint-Lambrechts-Woluwe niet. Camerlynck reageert: “Dat is ofwel desinteresse, ofwel koudwatervrees – of beide. Ik weet niet hoe men binnen het Ukkelse gemeentebestuur zou reageren.” Niet, eigenlijk. Terwijl er eind de jaren 1980 veel wrevel was: “Toen Jean-Luc Vanraes pas aantrad in de gemeenteraad, stelde hij voor een straat naar de Vlaamse dichter Jan van Nijlen te noemen, die lang in Ukkel gewoond heeft en er overleden is. Maar zoals gewoonlijk als er een Vlaming werd voorgesteld, staken verstokte franskiljons hun vooroordelen niet onder stoelen of banken en werd in de gemeenteraad de domme vraag gesteld of Jan van Nijlen geen collaborateur was. En dat terwijl Charles, zijn zoon, omkwam in een concentratiekamp en op het oorlogsmonument op het Heldenplein staat. Maar gelukkig is de tijd van de heethoofden zo goed als voorbij.” An Devroe


BDW 1359 PAGINA 20 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

Tentoonstelling > La Fonderie brengt arbeidsomstandigheden jaren 1990 in beeld

Leerlooierijen en luxegebak “De jaren 1990 waren een overgangsperiode,” vertelt Pascal Majerus, conservator van La Fonderie, het Brussels Museum voor Arbeid en Industrie. “In die jaren brak de informatica door. Van de gefotografeerde bedrijven zijn er een aantal verdwenen of drastisch gewijzigd.” Dat is duidelijk te zien op de foto van de centrale van Taxis Verts in pre-informaticatijden. Rond de tafel zitten vier mannen, voor hen een kaart van Brussel met gekleurde en genummerde blokjes. Hadden ze geen koptelefoon op, je zou zweren dat ze een gezelschapsspel speelden. La Fonderie heeft vijfduizend foto’s in honderd ondernemingen laten maken, er hangen er een paar tientallen te kijk. Ook vroeg La Fonderie aan een brede groep mensen om reacties. Op de foto van een leerlooierij reageerden autochtonen en allochtonen heel verschillend. Negentiende-eeuws, klonk het bij de een. “Herinneringen aan mijn jeugd in Fez,” zei Hassan. De foto van de leerlooierij Thompson: je voelt de koude en de vochtigheid, je ruikt de pelsen.

© LA FONDERIE

BRUSSEL – Op de foto’s van het postsorteercentrum aan de Fonsnylaan zien de werknemers er (nog) gelukkig uit. Heel herkenbaar, en tegelijk ook heel ver weg. Welkom in de wereld van de arbeid in de jaren 1990.

ervaring, in het Frans en het Nederlands. (De hele tentoonstelling is overigens in het Frans en deels in het Nederlands.) Terug naar het postsorteercentrum aan de Fonsnylaan. Je kon er brieven afgeven tot middernacht. In 1998 verhuisde het sorteercentrum naar de Industrielaan in Anderlecht, later moet het naar de Carcoke-site. Bijna niemand schrijft nog brieven, zeker niet met de hand. Ook daaraan doen de foto’s denken: aan handgeschreven brieven. Maar ik dreig opnieuw nostalgisch te worden. Met de Nocturnes van de Brusselse Musea kreeg La Fonderie onlangs 250 belangstellenden over de vloer. Leerlingen van Don Bosco in Woluwe lieten er zien wat werken is. Ook dat rekent La Fonderie tot haar taken: het technisch en beroepsonderwijs herwaarderen. Danny Vileyn

Postsorteercentrum Brussel X, toen nog aan het Zuidstation.

“Hard labeur,” zegt Majerus. De leerlooierij bestaat intussen niet meer. In schril contrast hiermee staat de foto van lachende gezichten in de ateliers van de luxepatissier Debailleul. La Fonderie levert met de foto’s een mooi tijdsbeeld, maar wil niet nostalgisch zijn: La Fon-

derie wou ook weten waarom mensen werken. Om hun brood te verdienen, dat spreekt. Maar ook voor de waardering en zelfontplooiing. Voor sommigen is werken ook een martelgang. La Fonderie heeft een video gemaakt met gesprekken met mensen over hun eerste werk-

Brussel aan het werk – Foto’s en verhalen uit de jaren ’90, tot en met 23 maart in La Fonderie, Ransfortstraat 27, 1080 SintJans-Molenbeek. Gesloten op maandag. Kaartjes kosten 1,25 à 4 euro. Op zondag 6 januari is er feest en is de toegang gratis. Meer op www.lafonderie.be en 02-410.99.50

ADVERTENTIE

DIT JAAR WORDT UW KERSTBOOM OPGEHAALD OP DE GEBRUIKELIJKE OPHAALDAG VAN UW GROENE ZAKKEN. Levert u uw tuinafval normaal bij een inzamelpunt in? Geen probleem. Wij halen uw kerstboom op 6 en 13 januari 2013 bij u thuis op.

ZET UW BOOM ZONDER POT EN ZONDER VERSIERINGEN VOOR 13 UUR OP DE STOEP.


ADVERTENTIE

BDW 1359 PAGINA 21 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013 © SASKIA VANDERSTICHELE

Als onze kunstwerken een beetje op openbare werken lijken, dan lijken onze openbare werken ook een beetje op kunstwerken.

Praat

Het jaar van de stelling achteraf

Het nieuwe jaar is begonnen. Winterpret is nog niet voorbij, maar de veelbesproken alternatieve kerstboom op de Grote Markt is al verwijderd. Het probleem met die kerstboom was natuurlijk niet dat hij onze christelijke tradities onder de multiculturele mat wou vegen. Het probleem met die kerstboom was, zoals verschillende mensen terecht hebben opgemerkt, dat hij was opgetrokken uit stellingen. Terugblikkend zou je kunnen zeggen dat 2012 het jaar van de stelling was.

Het was ook vorig jaar dat de rechter de stellingen van het Justitiepaleis illegaal verklaarde. En het was het jaar waarin het gebouw in de Nieuwstraat waar H&M, Forever 21 en Hema onderdak hebben, in brand vloog omdat het voor renovatie in de stellingen stond. Het was ten slotte ook het jaar waarin de gevels van de Grote Markt eindelijk van hun stellingen werden verlost. Dat de kerstboom op de Grote Markt in feite gewoon een verlichte stelling was, hoeft niet te verwonderen. In Brussel is het al langer een trend dat kunstenaars zich door het fenomeen ‘stelling’ laten inspireren. In hoeverre we in dat geval van constructie of deconstructie moeten spreken, is ons niet duidelijk. We zijn in het verleden al vaker langs stellingen op pleinen gelopen die kunstwerken moesten voorstellen. Niet dat we het ermee vergelijken, maar het werk van de (niet toevallig) Brusselse kunstenaar Arne Quinze kun je interpreteren als een subliem, iconisch en permanent voorbeeld van de stellingenkunst. De veel gepl(a)ag(ieer)de kunstenaar heeft ondertussen dan ook al meer navolgers dan hem lief is. In een poging om op de kar van deze kunsttrend te springen heeft zelfs het onvolprezen Brusselse Alibi Collectief in 2012 zijn stokoude theatervoorstelling Échafaudages opnieuw opgevoerd. Tot slot blijken stellingen ook zeer goed van pas te komen voor het aankondigingen van cultuurevenementen. U moet bijvoorbeeld maar eens langs Sainctelette. Daar staat altijd wel een wildgeparkeerde stelling een evenement in Thurn & Taxis aan te kondigen. In wezen gaat het hier om visuele pollutie, maar kunstenaars kunnen uiteraard alleen maar werken met de inspiratie die de realiteit hen aanreikt. En die realiteit is dat Brussel

altijd vol stellingen staat. Want u fronste daarnet terecht de wenkbrauwen: de stelling dat 2012 het jaar van de stelling zou zijn, klopt helemaal niet. In Brussel is elk jaar een jaar van de stelling. Je vraagt je af of er misschien een zwaar lobbyende beroepsgroep achter zit. Temeer daar men in buitenlandse steden toch niet zoveel last lijkt te hebben van stellingen als bij ons. Dat kunstenaars die bouwvakkeresthetiek overnemen, versterkt nog eens de perceptie dat Brussel een eeuwige bouwput is. En dat nadeel heb maar één voordeel: als onze kunstwerken wat op openbare werken lijken, dan lijken onze openbare werken ook wat op kunstwerken. Maar voor de rest hoeven we ons geen illusies te maken: Brussel zal er echt niet definitief mooier uitzien als deze of gene werkzaamheden eindelijk achter de rug zijn. Want op dat moment staan alweer nieuwe stellingen klaar. En helemaal op het einde beginnen we van voor af aan. In die zin hebben stellingen wel een dubbelzinnige symbolische lading. Ze kunnen duiden op vertraging, mislukking en oplapwerk, maar ook op de dynamiek van goede voornemens en work in progress. Een van de mooiste theaterervaringen van 2012 hadden we begin december in de Modelwijk, waar de KVS met het stadsproject Tok Toc Knock Skieven en All problems can never be solved voorstelde. Skieven was een monumentale theatertekst van Thomas Gunzig over architectuur, en All problems... was een tentoonstelling van vijftig utopische, niet realiseerbare, maar wel ongemeen poëtische en geestige architectuurmaquettes. De redenering van kunstenaar Jozef Wouters achter de tentoonstelling was de volgende: het oorspronkelijke, ideale ontwerp van de Modelwijk mag dan een maquette zijn gebleven die nooit uit de stellingen is geraakt, het moment waarop dat ideale ontwerp werd ontwikkeld en aan de mensen werd voorgesteld, moet zeer heuglijk en feestelijk geweest zijn. Waarom dan niet gewoon maquettes verzinnen zonder de rompslomp van de uitvoering erbij te nemen? Dat is dan meteen het goede nieuws over de goede voornemens die u voor dit jaar in de steigers hebt gezet. Er echt aan werken hoeft niet. 2013 wordt toch weer het jaar van de stelling. Michaël Bellon

Vind je opleiding! Start je eigen zaak.

Opleidingen vanaf januari 2013! E-commerce · Social media consultant · Eventmanager · Adobe Photoshop · HTML & CSS · Bedrijfsbeheer · Medisch secretaresse Wijn leren proeven · Aannemer metsel- en betonwerken · Energiedeskundige · Elektrotechnisch installateur · Hotstone massage Cosmetisch masseur · Gelnagels · Accessoires ontwerpen · Boekhouder · Winkelmanager én meer.

www.syntrabrussel.be

Campus Tour & Taxis Havenlaan 86c/209 1000 Brussel T 02 421 17 70

Campus Ukkel Stallestraat 292 1180 Brussel T 02 331 68 01

ADVERTENTIE

VAN DONDERDAG 03 TOT DONDERDAG 31 JANUARI

SOLDEN

KOOPJES VAN DE MAAND

UITZONDERLIJK OPEN OP ZONDAG 6 JANUARI

www.thewshopping.be


BDW 1359 PAGINA 22 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

Jean-Jules Eggericx ontwierp het Belgisch paviljoen voor de wereldtentoonstelling van Parijs 1937 (midden onder) en het Hoefijzer (1925) in de tuinwijk Floréal (rechts: voorstudie).

Architectuur > Archief van Jean-Jules Eggericx uitgestald

Eén met zijn omgeving ELSENE – Pas terug uit Engeland, na de Eerste Wereldoorlog, scoort de architect Jean-Jules Eggericx met zijn ‘Britse’ tuinwijken Floréal en Le Logis in Watermaal-Bosvoorde. Maar van Brussel tot de kust staan nog meer parels van zijn hand. De Stichting voor Architectuur wijdt een expositie aan zijn oeuvre.

D

e twin towers Leopold en Albert bij de De Meeûssquare, de statige villa PetrucciWolfers in Elsene en de vakantiekolonie Home des Enfants du Hainaut in Bredene: stuk voor stuk tijdloze gebouwen die rust uitstralen door hun perfecte integratie in de omgeving. Dit is werk van Jean-Jules Eg-

gericx (1884-1963), die het bekendst werd met zijn tuinwijken Floréal en Le Logis. Het archief van de architect werd door de Koning Boudewijnstichting aangekocht en geschonken aan de Archives d’Architecture Moderne (AAM). Daarin zat zo’n schat aan documenten, plannen, aquarelteke-

ningen, schetsen, foto’s en correspondentie, dat een retrospectieve rond het werk van Eggericx niet kon uitblijven. Meteen kwam er ook lijvige monografie: J.-J. Eggericx. Gentleman architect, créateur de cités-jardins, een turf van een boek, dat kan inspireren tot vele architectuurpromenades.

Rad en Floréal Na het Atheneum van Elsene stapt Eggericx – kind van een tuinier, voor wie hij in 1911 een huis tekent – naar de Université Nouvelle (ULB) en (even) naar de Académie des Beaux-Arts. Stages bij gere-

Voor de danseres Akarova bouwde Eggericx een privézaal. De tentoonstelling toont naast de maquette zelfs kleding­ ontwerpen

nommeerde architecten als Alban Chambon, Dewin en Horta kneedden hem tot een ingenieur en architect van formaat. Naar de reden van zijn vertrek naar Engeland (in 1914), waar hij de Eerste Wereldoorlog doorbracht, blijft het gissen. Bij de Daimler Company in Coventry (1915-1919) doet hij ervaring op. Met Britse knickerbockers, en een Engels-Ierse vrouw, keert hij in 1919 terug om naar het Angelsaksische sociale huisvestingsmodel van Letchworth (1903) een tuinwijk te ontwerpen. De socialistische coöperatieven zagen heil in sierlijke woonparken om de

© XAVEER DE GEYTER ARCHITECTEN

Stedenbouw > Vier visies op de noord-zuidverbinding

Een oplossing op het weefgetouw BRUSSEL – Het collectief Jonction, een initiatief van onder andere kunstencentrum Recyclart en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, heeft vier architectenbureaus uitgenodigd om een visie te ontwikkelen op de noord-zuid-treinverbinding, en die in een kunstzinnig ‘wandtapijt’ te gieten. Die tapijten worden nog tot eind januari tentoongesteld in Bozar. De noord-zuidverbinding heeft een lange voorgeschiedenis. De eerste plannen voor een ondergrondse treinverbinding dateren al van de negentiende eeuw, maar de verbinding die er nu ligt tussen Noord- en Zuidstation, werd pas in 1952 geopend. Een knap staaltje ingenieurswerk binnen het vooruitgangsdenken, maar met verregaande gevolgen voor het stadsweefsel: om de tunnel aan te leggen verdwenen hele wijken van de kaart. De huidige verbinding heeft haar

beste tijd gehad. Omdat ze verzadigd is – het treinverkeer piekt –, moet ze worden uitgebreid, of, zoals de jongste tendensen aangeven, worden afgebouwd, als ze al niet volledig geschrapt wordt. Er is immers maar weinig overheidsgeld over om zeer ingrijpende werkzaamheden aan de jonction te laten uitvoeren. Dat houdt de vier architectenbureaus, gevraagd naar hun visie op treintunnel en stad, niet tegen om te dromen. Zo is er het voorstel van Xaveer De Geyter om meteen ook

een oost-westtunnel aan te leggen, die de noord-zuid kruist in het Centraal Station. Een ander voorstel, van bureau 51N4E, wil dan weer treinreizigers laten overstappen, omdat dat onvermijdelijk zou zijn in een toekomst waar stedelijkheid en transport moeten samenvallen. De andere twee voorstellen, van Studio012/Karbon en V+, benadrukken vooral de filosofische aspecten van de zaak: dat Brussel een unieke stad is, die niet vergeleken kan worden met andere hoofdsteden, en dat de noord-zuidverbinding dus gerechtvaardigd is, en (bij V+) dat de noordzuidverbinding de grens aangeeft tussen boven- en benedenstad.

Christophe Degreef

Xaveer De Geyter wil naast noord-zuid- ook oost-westverbinding.

4x4 – Vier visies op de noord-zuidverbinding, nog tot en met 27 januari in Bozar, Ravensteinstraat 23. Meer op 02-507.82.00 en www.bozar.be


BDW 1359 PAGINA 23 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

© AAM

Vakantiekolonie Van 1921 tot 1940 werkt Eggericx ook aan een ‘nieuw type appartementsgebouw’ met verticale elegan-

tie, waarvan Brussel er vele telt. Het uithangbord van zijn kantoor (foto) herinnert aan die periode. Verder zoomt de tentoonstelling in het Civa in op thema’s als de paviljoenen voor de wereldtentoonstellingen van 1937 in Parijs, Antwerpen en Brussel (onder meer voor Het Laatste Nieuws), het stadsontwikkelingsplan van Oostende, het cottageachtige vakantiekoloniedomein in Bredene en de privé-danszaal van Akarova (Renbaanlaan). Het maakt postuum goed dat La Cambredocent Eggericx naast een directeursfunctie in La Cambre greep, toen Herman Teirlinck in 1936 (tot 1950) die eer toebedeeld kreeg. Of verzwijgt de geschiedenis vooralsnog iets over een danseresje? Jean-Marie Binst

Tentoonstelling tot en met 7 april in het Civa, Kluisstraat 55, 1050 Elsene. Van dinsdag tot en met vrijdag van 12 tot 18 uur, weekends vanaf 10.30 uur. Boek J.-J. Eggericx – Gentleman architecte, créateur de citésjardins, uitg. AAM & CFC-Éditions, 336 p. (alleen in het Frans), 45 euro

ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN

Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44

M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����

Nick Trachet

© NICK TRACHET

stadsontwikkeling groen te houden. De tentoonstelling pakt dan ook groots uit met de ontwerpplannen van Het Rad in Anderlecht en de aquarelplannen van de tuinsteden Le Logis en Floréal, sinds 2001 beschermd. De tachtig hectare grote site schittert met haat ruime woningen, het belfortachtige Hoefijzerappartementsblok in baksteen, de plantsoenen en de grote variatie in voetgangerszones. Kortom, het perfecte architectonische huwelijk tussen uniformiteit en diversiteit. De tekening met alle types van buitenen binnendeuren in de tuinwijk, gebaseerd op één lijnenspel, illustreert dit perfect.

BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

Fish stick Iedereen kent ze, maar we durven vaak niet toe te geven dat we ze eten. Visvingers, fish sticks, een icoon van de twintigste eeuw, een symbool voor de snelle hap thuis. De man achter het gepaneerde stokje was ook nog een eigenaardige figuur. In januari denk ik al eens aan de lege portemonnees, en dus aan het goedkope voedsel dat in de supermarkt op ons ligt te wachten. Diepvriesvoedsel is vaak goedkoper dan vers, wat eigenaardig lijkt: om iets diepgevroren te bewaren is heel wat meer energie nodig dan voor verse groente op de markt. Hoe komt dat? Een perceptieprobleem, allicht. De koeltechniek is al heel oud. De rijke Romeinen leefden in een warm land, maar hadden een groot deel van het jaar toegang tot ijs, voor koele zomerdrankjes. Italië heeft dan ook hoge bergen met eeuwige sneeuw vlak bij huis, van in de Alpen tot op de Etna in Sicilië. In onze streken is het niet zo warm, maar sneeuw ligt er niet het hele jaar door. We moeten al zevenhonderd kilometer rijden om er te vinden. Dus plunderde men in de winter de vijvers en meren en sloeg men het ijs op in ijskelders. Elk kasteel met een op te houden naam had zo’n geïsoleerde kamer in het kasteelpark. Op heel wat plaatsen zijn er vandaag nog te zien, zoals in het Egmontpark in hartje Brussel. In 1834 vond ene Perkins in Engeland de eerste ijsmachine uit. Zo kon me ook voedsel invriezen voor later gebruik. In 1876 werd voor het eerst transcontinentaal bevroren vlees getransporteerd aan boord van het schip Le Frigorifique, van Argentinië naar Frankrijk. De mode van de Argentijnse steak was begonnen. Maar ingenieurs zijn geen gastronomen. Het vlees dat zo was ingevroren, kon dan wel lange tijd bewaard worden, het was eigenlijk niet lekker. Men liet het voedsel maar net bevriezen, en dan gaat water herkristalliseren: grote ijskristallen groeien doorheen het weefsel en maken de cellen kapot, waardoor bij het ontdooien al het sap wegloopt. Er blijven alleen vellen en membranen over. Al spoedig wou niemand nog bevroren voedsel, zelfs niet de paupers in de stadsbeluiken. Het was een bioloog die een uitweg vond. Clarence

Birdseye, een man met een vreemde naam, werd geboren in Brooklyn, New York, op 8 december 1886. Hij ging biologie studeren, maar kon zijn studie nooit afmaken bij gebrek aan geld. Het Amerikaanse ministerie van Landbouw wierf hem aan als assistant naturalist bij grote wetenschappelijke projecten. Op die manier werkte hij tussen 1911 en 1915 in Labrador in het Hoge Noorden, tussen de Eskimo’s. Daar leerde hij dat vis die in de winter werd opgevist, een veel betere kwaliteit behield dan vis die in de zomer werd ingevroren in het natuurijs. Het was, zo ontdekte hij, zaak voedsel bij een zo laag mogelijke temperatuur in te vriezen, het liefst bij -30 °C of nog lager, in plaats van het traditionele bevriezen net onder de nul graden. Een nieuwe techniek was geboren. Om commerciële redenen vond men er een nieuw woord voor uit: niet bevriezen, maar diepvriezen; niet congeler, maar surgeler. Birdseye zette een bedrijf voor diepvriesproducten op en vond de plaatvriezer en later de tunnelvriezer uit. Het succes kwam moeizaam. Op den duur verkocht hij zijn patenten aan een multinational, voor veel geld. Zijn naam werd voor altijd verbonden met het merk van diepvriesvis en dito erwtjes, maar dan wel gesplitst in twee woorden: Birds Eye Company. Al spoedig kwamen er graat- en velloze visplankjes, later met een korstje broodkruim eromheen. De fish stick ontstond op het einde van de jaren 1920 in Amerika. Vanaf de jaren 1950 ging Birds Eye ook stokjes maken in Engeland, waar ze fish fingers werden gedoopt. Amerika ging voor de bijl. De grote landen, met handel over lange afstanden, zagen als eerste het nut van diepvries in. De kleine marktjes van Europa hadden er niet zo’n behoefte aan. Daarenboven was de reputatie van bevroren voedsel er ook grondig bedorven. Nog altijd eigenlijk. In Italië of Japan maakt men van diepvriesvis geen enkel punt, bij ons lijkt het wel een vies woord. In de jaren ’60 lanceerde Birds Eye (Clarence stierf in 1956) een charmeoffensief via televisiespotjes over de sympathieke Captain Birdseye, die op het

In Italië of Japan maakt men van diepvriesvis geen punt, bij ons lijkt het wel een vies woord

continent nóg populairder werd onder de naam Captain Iglo. In Italië werd hij Findus gedoopt. Ook ons deel van de wereld ging aan de fi sh sticks, maar dan wel een beetje blozend, alsof het toch niet echt hoort. Fish sticks zijn verbazend goedkoop. Bij de nu verdwenen ‘witte producten’ destijds kon ik echt niet begrijpen hoe een redelijk ingewikkeld product als een fi sh stick zo goedkoop kan zijn. Goedkoper dan de simpelste verse vis. Vandaag hebt u voor 2,50 euro 450 gram product, dat zijn vijftien stokjes die voor twee derde uit vis bestaan (we hebben ze gepeld om het uit te vinden). Naargelang van het merk kan de hoeveelheid paneermeel nogal variëren. Klaarmaken is simpel. Haal vooral géén frituurolie boven. Schuif ze gewoon in een hete oven, en na enkele minuutjes hebt u een eenvoudige, doch voedzame maaltijd. Citroentje erbij en klaar is Kees. Dank u, mijnheer Birdseye, en smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet


BDW 1359 PAGINA 24 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

Alex Deforce, duizendpoot. “Ik ben ongeduldig – waarschijnlijk té ongeduldig – geworden door Brussel.”

SINT-GILLIS – “Kennissen van vroeger zeggen me dat ik verbrusseld ben. En gelijk hebben ze. Ik kan er heel goed mee leven, Brussel en ik, het is echte liefde. Over alle dingen die ik doe, heb ik wel eens getwijfeld, maar nooit over wonen in Brussel.” Alex Deforce verwisselde zowat tien jaar geleden Roeselare voor Brussel, een stad op maat van de duizendpoot die hij is. Een gesprek bij een goede Duvel (of twee).

A

lex Deforce is dj. Hij tekent en schildert. Hij produceert met zijn eigen centen platen van talent dat in zijn ogen een doorbraak verdient. Hij is freelance webmaster. Hij is blogger. Hij durft zich al eens aan journalistieke escapades te bezondigen... Geen routine voor deze jongen, en Brussel bedient hem daarbij op zijn wenken. “Ik ben ongeduldig – waarschijnlijk té ongeduldig – geworden door Brussel. Brussel kan alle kanten uit schieten, wat perfect past bij mijn persoonlijkheid. Het grappige is dat ik meteen bij mijn aankomst met mijn neus op die veelzijdigheid werd gedrukt, zonder er echt bij stil te staan. Ik zat op kot in Elsene, bezijden de Kroonlaan, de buurt van Flagey en de Europese wijk. Voor de cursussen van het Rits moest ik in De Bottelarij in Molenbeek zijn. Twee compleet verschillende werelden. En elke dag deed ik met de fiets de Kunstberg, nog een andere wereld.” “Natuurlijk spelen er hier en daar wel routines in Brussel, dat is onvermijdelijk. Maar het is veel minder het geval dan in andere steden. Een keer per maand draai ik in Amsterdam, een radioshow. Dat is een stad die leeft, maar ik heb wel de indruk dat het steeds eenzelfde leven is. Het enige wat ik er omzeggens zie veranderen, is een klerenwinkel die verdwijnt, een klerenwinkel die erbij komt.

Terwijl Brussel – Brussel verandert constant. Het is ook een plek waar niet alles bij iedereen terechtkomt, als je begrijpt wat ik bedoel. Zo heb ik tijdens de zomer gedraaid op Bruksellive. Ik had een maat van mij meegenomen, een Rwandese zanger die al jaren in Brussel woont, en een hoop van zijn kompanen. Die hadden nog nooit van Bruksellive gehoord! ‘Allez, een festival onder het Atomium en wij weten er niet van?!’ Ik: ‘Mannen toch, de affiches hangen in de hele stad.’ Stel je in Parijs een muziekfestival onder de Eiffeltoren voor: niemand die het niet zou weten. In Brussel kan zoiets blijkbaar wel.”

Frustratie Nadat het aan het Rits niet was gelopen zoals hij het voor ogen had, is Deforce in Brussel blijven plakken. Uiteindelijk heeft hij ook een diploma behaald: communicatiebeheer, optie journalistiek, aan de Erasmushogeschool. “In de journalistiek wou ik aanvankelijk ook verdergaan. Vertrekkend van mijn passie voor muziek en beeldende kunst. Maar de onderwerpen die ik aanbracht, waren blijkbaar te moeilijk, te underground. Zelfs voor De Morgen. Ik had mooi praten: als Studio Brussel het niet speelde, was het voor hen underground. Terwijl nu iemand als een James Blake hot is, of nog: Flying Lotus. Genres die vroeger in een

klein tentje zaten, staan nu op de grote podia. Maar daar was ik indertijd dus vet mee.” “Om bezig te blijven en een portfolio op te bouwen ben ik zulke mensen dan voor mezelf gaan interviewen. Dikwijls samen met maten die ik meenam. Namen die later groot zijn geworden, heb ik als eerste een – zij het klein – perspodium heb gegeven op mijn site, On Point. Die geschreven interviews zijn na een tijdje geëvolueerd tot video-interviews. Het eerste video-interview was met Delta, een gast uit Amsterdam, oorspronkelijk een graffiti-artiest die overgestapt is op sculpturen en nu als Boris Tellegen terechtkan in galeries over heel de wereld. Het interview was in het Nederlands en Engels ondertiteld. Hier was er niemand die erom gaf. Maar het was wel het eerste interview met die kerel dat in het Engels was ondertiteld, en het bleek dat er – vooral in Japan – mensen op zaten te wachten. Onmiddellijk vijftigduizend views: niet enorm, maar toch... Dat was nog vóór Face­book, allemaal nog een beetje anders dan nu. Toen zat nog niet iedereen op het web; al dat internetgedoe was nog iets voor de nerds.” “Zo heb ik een paar van die gevallen gehad waarmee ik niet hoefde aan te komen bij de grote kranten of de boekskes. José James bijvoorbeeld. Maar vanaf het moment dat hij met Jef Neve aan de slag ging, was hij ineens wél goed genoeg voor diezelfde boekskes. Nu wil ik dat weer meer en meer beginnen doen, die journalistiek. Wel met anderen samen, omdat ik ondertussen zelf te weinig tijd heb om alles van a tot z te doen.” Nu bijna drie jaar geleden zette Deforce ook een platenlabel op. “Een beetje vanuit de frustratie dat veel potentieel links bleef liggen, mensen die echt kwaliteit brachten zonder

© MARC GYSENS

Uit de Japan-serie, 2012. “Tekenen en schilderen is mijn grootste passie. Maar ontspanning is het niet, het is pure stress.”

de aandacht te krijgen die ze verdienden. Ondertussen zitten we al aan de achtste plaat. Artiesten als Delvis, of JtotheC, die enkele weken geleden nog in de AB Club heeft opgetreden. Het is vrij moeilijk om uit de kosten te geraken, maar ondertussen hebben wel enkele van die platen de andere kant van de Oceaan bereikt, en dat heeft dan weer mijn activiteiten als dj vooruitgeholpen.” “Ik ben een dj met een uitgesproken liefde voor


BDW 1359 PAGINA 25 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

FREDDI SMEKENS Ne gelukkige! “Ik ben nog aan het zoeken. Ik doe alles verkeerd wat ik verkeerd kan doen, maar ik kan het niet helpen, het is sterker dan mezelf”

Alex Deforce, avonturieren in Brussel

‘Een beetje als Don Quichot’ vinyl, die begonnen is met het kapot scratchen van de platen van mijn oom. Ik was vijftien, en ik snapte er toen nog niets van. Maar het moest. Een fascinatie. Een zwarte schijf, je legt er een naald op en er komt muziek uit! Met de jaren is het uit de hand gelopen.” “Ik ken mensen die in de new beat zaten en die iedere week vijftienduizend platen verkochten. Ik begin bij vijftig. Die mensen zeggen trouwens dat ik zot ben. Noem het een uit de hand gelopen hobby, een beetje de Don Quichot in mij die bovenkomt. Maar ik ga niet klagen, het loopt goed en een plaat is uiteindelijk voor de artiest én voor mij een visitekaartje.” Tussendoor vindt Deforce ook nog de tijd om te tekenen en te schilderen, vooral figuratief. “Dat is waarschijnlijk mijn grootste passie. Maar ontspanning is het niet. Het proces is niet genieten, het is pure stress. Pas nadien, als het af is, komt de voldoening.” “Ik ben bijna volledig autodidact: de basis heb ik meegekregen in de plaatselijke jeugdacademie als kind en tiener, maar vervolgens heb ik mijn weg gezocht. Ik heb nu sinds een halfjaar een klein atelier in een sous-sol. Gratis ter beschikking gesteld door een maat. Dat heeft alles wel veranderd: daarvoor was mijn slaapkamer mijn werkdomein, een veeleer claustrofobische situatie.” “Eigenlijk ben ik nog aan het zoeken. Ik doe alles verkeerd wat ik verkeerd kan doen, maar ik kan het niet helpen, het is sterker dan mezelf. In mijn agenda staat nu een kleine tentoonstelling in de Bonnefooi, het café in de Steenstraat tegenover het AB Café. Ik heb dat vorig jaar ook gedaan: daar gewoon dingen op-

gehangen die ik in de voorbije twee jaar had gemaakt. Deze keer zal het de inspiratie van het moment zijn. De expositie heet Week 52: alles – een tiental werken – wordt gemaakt in de laatste week van het jaar (ondertussen is dat gebeurd: de vernissage is vandaag, red.). De inspiratie zal waarschijnlijk uit fotoboeken komen die ik her en der heb liggen. Die fotoboeken kopen is waarschijnlijk de enige echte pure ontspanning die ik heb. Ik koop ze in de tweedehandswinkels van de Zuidstraat en de Lemonnierlaan. Het wordt stressen, ik weet nog niet hoe het gaat uitdraaien. Ik heb het mezelf een beetje aangedaan, maar ik wil nu eenmaal per se één keer per jaar tentoonstellen.” “En waar beter dan in de Bonnefooi? Dj’s, live bands, expo’s, het café met wellicht de ruimste openingsuren van heel Brussel. Ik heb er onlangs nog gedraaid met een maat, van tien uur ’s avonds tot halfnegen in de ochtend. Dan zie je heel Brussel passeren. Van de mensen die zijn komen kerstshoppen, de mensen die van een concert van de AB komen, de mensen die van een ander café komen dat ondertussen gesloten is, personeel van andere bars dat komt afzakken na de uren en, uiteindelijk, de ‘halve zotten’. De max. Pure rock-’n-roll!”

Karel Van der Auwera

Week 52, van 3 tot en met 31 januari in de Bonnefooi, Steenstraat 8, 1000 Brussel (www.alexdeforce.tumblr.com) www.on-point.be

De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet

N

atuurlijk had ik aan de titel het woordje Neuvejoer kunnen toevoegen. Maar het is nu eenmaal de gewoonte, waarde lezer, dat – in tegenstelling tot bij verjoerdag – het woordje Neuvejoer door heel wat Brusselaars weggelaten wordt. Eventueel kan de formule aangevuld worden met ’n gooi gezondhaaid of vervangen door “Maain beste wense!” Men zou kunnen opmerken dat de inleiding van deze Brusselse Kroniek ietwat schoolmeesterachtig overkomt. Mij daarentegen komt ze goed uit. Temeer omdat ik in de loop der jaren gemerkt heb dat heel wat nietBrusselaars de kroniek gebruiken om zich een klein stukje van onze streektaal eigen te maken. Ik heb trouwens al dikwijls gemerkt dat velen van ons vertrouwd zijn met wensen in een andere taal. Het doot altaaid plezeer eet ooit ons maaf te schudde da de andere ni verwachte. Uiteraard zal men in onze buurlanden niet raar opkijken wanneer men uitpakt met “Bon anniversaire!”, “Good luck!” of “Prosit!”, om het bij die enkele voorbeelden te houden. En het gaat uiteraard niet uitsluitend om wensen die men iemand toewuift. Ook dankbetuigingen behoren tot dei ieste waude dee we in ’n vruumde toel wille oenliere, en dus oek het minste rap vergeite. Zo werd het woordje merci niet alleen overgenomen van het Frans in onze contreien. De beleefdheidsformule “Dank u wel” zou in het Brussels misschien niet ondenkbaar zijn, maar zou toch wel heel raar in de oren klinken. Graag nu even naar een wens die ik daarnet, bij mijn reeksje voorbeelden, niet heb aangehaald. Men zal terecht opmerken da ’k z’al vergeite was. Het gaat inderdaad om goojendag. Dit onvermijdelijke attribuut van ons Brussels is er ook eentje dat we als eerste in een vreemde taal aanleren en dat ons, door het veelvuldig gebruik ervan, nooit ofte nimmer zal ontsnappen. Het zal al wel vele jaren zijn dat het woordje goojendag wordt aangevuld met bonjour. Zeker wanneer men in een heterogeen gezelschap terechtkomt, krijgt men wel eens de uitroep “Goojendag bonjour!” te horen. Ik hem da persuunlaaik altaaid raar gevonne omda ’k ervan ooitgoen dat alleman zuwel het waudje goojendag als

bonjour verstoet. Maar misschien wil men er alleen maar mee aangeven dat men wil vermijden iemand of meer mensen van het gezelschap over het hoofd te zien. Wanneer het nu gaat om een groep van mensen van wie we zeker weten dat het Brussels hen verre van vreemd is, pakken we uit met: “Alleman ne goojendag!” De Brusselaars hebben het gelukkig niet zo ver gedreven als de Franstaligen wat de repliek daarop betreft: we krijgen namelijk soms te horen dat op “Bonjour, tout le monde” door het gezelschap gerepliceerd wordt: “Bonjour, tout seul!” We zulle sebeet nog neki weikomme op “Ne gelukkige”, mo we blaave iest nog e momentche bij ons waudje goojendag. Het is volgens mij een vaststaand feit dat elk volk in de eigen taal op verschillende manieren goojendag kan wensen. Waarmee ik bedoel dat het woordje op verschillende broertjes en zusjes kan rekenen die dezelfde betekenis hebben. Maar in deze rubriek houden we het bij het Brussels. Zoals bij “Ne gelukkige” is ook hier de verkorte vorm “Dag!” gangbaar. Wanneer men iemand ontmoet die ons niet onmiddellijk een blik gunt, kunnen we zonder schroom uitpakken met “Ge moet giene goojendag zegge, zenne.” Wanneer ik met zo’n terechtwijzing geconfronteerd word, is mijn repliek haast automatisch: “Awel, da ging ik na just doon. Mo was het ni iest on aa vè goojendag te zegge?” Bon. Gelak as we gezeid hemme, komme we nog efkes wei op “Ne gelukkige!” Het ogenblik is voor mij aangebroken er alle leizers, joeng en oud, Brusseleirs en andere, iene too te weense. En da ’k er ‘Nog veul leisgenot in Deize Weik’ on toovoog, zal neemand doon stoemstoen. Ik haup ooit het deepste van maain hèt da deteen e geluksgetal zal zaain. En as er dinge verandere, meuge ze het dan in de gooie zin doon. Vè de rest wil ik aaile dielachtig moeke mè maain devees: “Lot ze mo komme!” Ik weit da ’k as Brusseleir ni den ienige ben mè dei woepespreuk. In eeder geval: van alles het beste. Vè aaile en vè ons Brussels. Dit was de laatste wekelijkse Kroniek van Freddi Smekens. Tot de noste ki, Freddi, vi a stukske moeke we altaaid plosj!

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Bettina Hubo (bettina.hubo @bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele @bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw.be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, Freddi Smekens, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Tijs van den Boomen, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw.be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


BDW 1359 PAGINA 26 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

Lopen > Corine Castellana bewijst: nooit te oud om te beginnen sporten

‘Hoe zwaarder, hoe liever’ BRUSSEL – Corine Castellana (44) is als een kind in een snoepwinkel. Ze begon pas op haar 33ste te sporten, maar heeft al van heel wat lekkers geproefd. Of het nu cross, marathon of triatlon is, ze krijgt er maar niet genoeg van. Haar ultieme droom is een Ironman.

‘A

ls jong meisje droomde ik van een carrière als langeafstandsloopster,” vertelt Corine Castellana. “Maar omdat mijn ouders niet zoveel middelen hadden en ze vooral inzetten op mijn fietsende broer, heb ik het nooit mogen proberen. Was dat wel gebeurd, dan had ik zeker iets kunnen bereiken. Ik heb goede spieren en pezen, waardoor ik nooit geblesseerd ben. En mentaal sta ik sterk. Maar onder meer door mijn werk in de horeca werd sport naar de achtergrond verbannen – tot mijn 33ste.” Toen ze naar de atletiektrainingen van haar zoon stond te kijken, besloot de Brusselse zijn voorbeeld te volgen. Het begin was confronterend: zelfs één pisteronde kon ze niet afwerken zonder te stoppen. “Maar daar kwam snel verandering in. Mijn kinderdroom kwam terug en kreeg echt vorm toen ik na een jaar trainen bij de loopgroep van trainer Guy Demol kwam. Ik trainde vijf keer per week en mede dankzij mijn goede lichaamsbouw, karakter en hard werken haalde ik een goed niveau. Het ging zelfs zo goed dat Guy me deed starten in de CrossCup, waar ik ineens moest concurreren met de beste veldloopsters van het land. Daar was mijn voornaamste doel de wedstrij-

de  CLUB

Corine Castellana droomde als kind al van een carrière als langeafstandsloopster, maar noodgedwongen moest ze haar sportambities opbergen... tot haar 33ste.

Crossfit Brussels, Ukkel

‘Spierballen zijn geen doel op zich’ UKKEL – Fitness als verslaving: het klinkt ongezond, maar is het zeker niet. De fitnessrage crossfit is een complete work-out die elke les weer verrast. Brussel herbergt de grootste zaal van Europa, en ja, telt ook een paar zwaar verslaafden. “Crossfit is geïnspireerd op sporten als gewichtheffen, gymnastiek en atletiek,” legt Yves Patte (33), trainer bij Crossfit Brussels, uit. “Het is de fitnessdiscipline die het meest compleet wil zijn. Competenties als kracht, uithoudingsvermogen, explosiviteit en coördinatie worden constant ontwikkeld.” De één uur durende crossfitles begint pittig met vijftien à twintig minuten intensieve training waarbij amper gerust wordt: lopen, springen en nog veel meer vermoeiends. Tijdens het tweede deel van de les wordt gewerkt op techniek. “Een les is nooit twee keer dezelfde, zodat het lichaam de oefeningen niet gewoon wordt. Anders zouden de oefeningen na een tijd geen effect meer hebben.”

“Als we aan de techniek werken, wordt bijvoorbeeld ook met gewichten gewerkt. Daar worden dus elementen van de klassieke fitness gebruikt, maar niet met het doel om je spieren op te pompen. Met deze lessen win je onder meer aan kracht, snelheid en uithoudingsvermogen. Spierbundels zijn geen doel, maar komen er vanzelf wel bij.” ‘Je goed voelen’ staat dus centraal, de looks veel minder. In de crossfitzaal zijn er dan ook geen spiegels te bespeuren. Toch kan er niet naast het resultaat gekeken worden. “Na een maand zie je toch al een verschil. De eerste lessen zijn zwaar, maar je maakt snel vorderingen, ook in spiermassa. En doordat de oefeningen heel intensief zijn, verlies je ook snel vetmassa.” “Mensen zijn sterker en sneller dan ze zelf denken en verbazen zichzelf tijdens de lessen. De perceptie van jezelf verandert en het werkt echt verslavend. Toch raad ik de nodige rustdagen aan. Vier lessen per week is genoeg.” De intensieve fitnesstraining is een uitstekende voorbereiding voor sporters die in andere

disciplines uitblinken. Boksers, American football-spelers en ook golfers zijn vaste klanten. Ze komen er in een ploeg terecht waar de deelnemers het uitstekend met elkaar kunnen vinden. “Op onze lessen komen zowel tieners als zestigjarigen af. We passen de intensiteit en zwaarte van de oefeningen aan de deelnemers aan. In België vind je vooral mannen in de les, maar op wereldvlak zijn de vrouwen aan de macht.” Crossfit Brussels was de eerste Brusselse club in haar genre. Ze heeft naar eigen zeggen de grootste zaal van Europa en draait op volle toeren. De toekomst lijkt verzekerd. “Vergroten is moeilijk, maar we kunnen uiteraard nieuwe zalen openen; dat doen we binnenkort al in Waterloo. Heel wat leden worden doorgestuurd door dokters, bijvoorbeeld na een operatie of als ze last hebben van diabetes. Van crossfit zul je nog horen!” TS reebokcrossfitbrussels.be

© MARC GYSENS


BDW 1359 PAGINA 27 - DONDERDAG 3 JANUARI 2013

den uitlopen zonder dat ik werd ingehaald.” De geroemde trainer zag vooral levensvreugde in de kleine loopster en begeleidde haar op haar ontdekkingstocht. Als een kind in een snoepwinkel ging ze van alles wat proeven, van de vijfduizend meter tot de marathon. “Het is snel hard gegaan. En hoe zwaarder,

“Door te sporten ben ik het leven meer gaan appreciëren” hoe liever. In het lopen zijn voor mij zowel de vreugde als de resultaten belangrijk. Aan een wedstrijd start ik niet louter voor het plezier. Elke wedstrijd begin ik om alles te geven, en alles wat voor mij is, wil ik opeten (lacht).” “Sport heeft me veranderd. Naast de fysieke ontwikkeling geeft het me zelfvertrouwen, en het zorgt ervoor dat ik mezelf altijd in vraag moet stellen. Ik ben het leven ook meer gaan appreciëren.”

Loden hitte Op marathons kijkt Castellana met gemengde gevoelens terug. “Mijn eerste wedstrijd in mijn eigen stad, met finish op de Grote Markt, was fantastisch. Het liep zo lekker dat ik in Rotterdam een tijd van 3u30’ wou halen. Door een kleine inzinking heb ik er negen minuten langer over gelopen. Die ontgoocheling zorgde ervoor dat ik er even wat genoeg van

had en iets anders wou. Dat werd triatlon.”  De Brusselse proefde in Vilvoorde voor het eerst van de sport en wou meer. Ze schreef zich in bij de triatlonclub van de Navo en omringde zich met experts: Jean Moureau voor het zwemmen, Alexandra Tondeur voor het fietsen en Guy Demol voor het lopen. “Ik dacht dat ik met het lopen mijn limiet had bereikt, maar dat was niet het geval. Triatlon bood me de kans me verder te ontwikkelen. Vandaag ben ik sterker in het lopen dankzij die andere sporten, en ik zie mijn tijden nog steeds vooruit gaan. Het vraagt wel een volledige toewijding. Vanaf januari train ik zes keer per week, met uitschieters van twee trainingen per dag.” En dat allemaal met één groot doel: een halve marathon uitlopen. In augustus was ze naar het Franse Vichy afgezakt om haar droom te verwezenlijken. Ze had er een heel jaar voorbereiding aan gewijd, maar een hittegolf besliste er anders over. “Alles liep goed, tot ik bij het lopen ineens de loden hitte van maar liefst 45 graden op mijn hoofd voelde vallen. Op tien kilometer van de meet haalde de scheidsrechter me uit de wedstrijd omdat ik twee minuten boven de limiet zat. Ik smeekte om voort te doen, maar het mocht niet zijn. Dat was echt een enorm verdriet. Ik heb een paar weken nodig gehad om me mentaal te herstellen. Ik zat niet goed in mijn vel. Uiteindelijk ben ik herbegonnen met een kwarttriatlon, en nu ben ik weer aan het opbouwen.” Ondertussen is Castellana op triatlonstage vertrokken: in die discipline liggen haar voornaamste doelen. Volgend jaar verhuist ze met haar partner Guy Demol naar Nice, en daar zal ze nieuwe uitdagingen aangaan. “Mijn ultieme droom is een Ironman uitlopen. En waarom niet die van Nice? Maar daarvoor moet je je goed voorbereiden. Ik zou daar maar liefst  vijftien uur over doen. Het is in feite zottenwerk.” “Ons vertrek naar Nice wordt een klein drama. Op de atletiekclub ben ik voor sommigen een voorbeeld en ik begeleid nu ook een damesgroep. Ik sport voluit en het doet me plezier dat anderen mij erin volgen. Het is leuk als je je passie kunt doorgeven.”

David Steegen Kerstpakket RSC Anderlecht-coach John van den Brom nodigt de volledige technische staf en de partners uit op een etentje om samen het eerste deel van het voetbalseizoen te vieren. De nieuwe roerganger houdt van de hoofdstad. Daar hebben de Brusselaars van de club de voorbije maanden voor gezorgd. We hebben hem subtiel op de geneugten van Brussel gewezen. Eerst aperitieven op de kerstmarkt, in de schaduw van de SintNiklaaskerk achter de Beurs. Aan de kraam van De Corte (specialiteit: smoutebollen). Keeperstrainer Max de Jong, een Hagenees, is helemaal weg van de ‘Belgische oliebollen’. Kerstmis vieren is een belangrijk ritueel in de Lage Landen, ook boven de Moerdijk. Van den Brom geniet van de sfeer, ondanks de miezerige regen. Het omkaderingsteam van paars-wit is divers. De physical trainer komt uit Henegouwen, de team manager is van het Waasland, de dokter is een Leuvenaar, de kinesist een Stroppendrager, zijn medewerker komt van Ninove, de analist en scout komen ook uit dezelfde streek, het hoofd van de sociale dienst woont in Halle, zijn medewerker is een Limburger, de ene assistent-trainer is een Albanees, de andere assistent een Sinjoor, de materiaalmannen, het hoofd van de opleiding, de trainer van de beloften en ondergetekende zijn Brusselaars. Een verscheiden, bont, maar hecht gezelschap. Daar heeft Van den Brom in een mum van tijd voor gezorgd. Hij heeft de cultuur van de club ingrijpend veranderd. Met goede resultaten gaat dat vlot. “Het is niet omdat we al 26 jaar hetzelfde doen, dat we niet moeten veranderen,” is van zijn favoriete uitspraken. Op de avond van het kerstfeestje treedt de

grote baas, Herman Van Holsbeeck, op in Reyers laat, op Canvas. De baas verwoordt het treffend. Openlijk en eerlijk roemt hij de kwaliteiten van de coach. “Hij is direct, zijn communicatie is eenvoudig en eerlijk. Daardoor eten de spelers uit zijn hand.” Na het aperitief gaan we naar Grote Markt, naar La Rose Blanche in de schaduw van de bizarre kerstboom. De meningen zijn verdeeld, maar het mooie lichtspel maakt veel goed. In het restaurant is de verrassing groot: een stapel verhuisdozen torent hoog in de hoek van de mooie eetzaal. We eten en drinken en lachen. Max de Jong en zijn vrouw vertellen honderduit over hun stad Den Haag. We genieten van de verhalen. RSC Anderlecht lijkt van buitenaf koud en kil. Niets is minder waar. Onder collega’s heerst een familiale warmte die niet te beschrijven valt. Na het diner, net voor het dessert, staat Van den Brom op. De nieuwe trainer dankt ons voor de steun en het goede werk. Het team is essentieel voor hem. De man uit Amersfoort spreekt zijn liefde uit voor de stad, het gewest, Brussel. Hij drukt de trots uit om voor paars-wit te mogen werken. Van den Brom is voor altijd een volwaardig lid van de paars-witte familie. Als afsluiter mogen we allemaal een verhuisdoos mee naar huis nemen. Elke doos is gevuld met vele geschenken. Het kerstpakket. Daar heeft Van den Brom hoogst persoonlijk voor gezorgd. Voor hem gaan we allemaal door het vuur. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht

Tim Schoonjans

Train uw brein © MARC GYSENS

SINT-LAMBRECHTS-WOLUWE – De bridgeclub van Sint-Lambrechts nodigt geïnteresseerden uit om eens mee aan tafel te schuiven. ‘Meer sporten’ moet zowat het meest vernoemde goede voornemen zijn van de Brusselaars. Iedereen denkt daarbij meteen aan fysieke sport, maar waarom eens geen denksport proberen? Bij de bridgeclub van Sint-Lambrechts-Woluwe kunt u bijvoorbeeld in aangenaam gezelschap en een gezellige sfeer uw geest aanscherpen. De denksport bridge wordt weleens omschre-

ven als ‘schaken met kaarten’ en is ondanks de mentale inspanning zeer ontspannend. De bridgespelers van Woluwe komen elke dinsdagnamiddag van 14 tot 17.30 uur samen om met de kaarten te spelen. Plaats van afspraak is het gemeenschapscentrum OpWeule, Sint-Lambertusstraat 91. Competitie is er niet aan de orde, plezier hebben des te meer. En dat voor een prikje. De club wil graag wat meer leden en nodigt alle geïnteresseerden uit. Iedereen is welkom voor een vrijblijvende kennismaking. Meer inlichtingen bij jozefdevocht@hotmail.com. TS

Een voor allen, allen voor een BRUSSEL – Jogging- en triatlonclub Le Lendemain de la Veille verwacht opnieuw duizenden enthousiastelingen voor haar 26ste Relais Givrés.

Er zijn geen twee lessen crossfit gelijk, zodat het lichaam nooit went aan de oefeningen.

De aflossingswedstrijd is met de jaren uitgegroeid tot een vaste afspraak voor Brusselse lopers. Op het heuvelachtige parcours in Neder-Over-Heembeek leggen ploegen van vijf lopers 44 kilometer als team af. Elke deelnemer neemt acht kilometer voor zijn rekening, om dan in groep de laatste ronde van vier kilometer af te leggen. De ploe­gen moeten minstens één vrouw en één vete­raan (40+) in hun rangen tellen.

Bij de Relais Givrés staan teamspirit en plezier centraal. Elk jaar is het een leuk weerzien van de verschillende lopers, en dat verklaart het grote succes. Met ongeveer 1.500 lopers en evenveel toeschouwers is het elk jaar over de koppen lopen. Het startschot wordt op zaterdag 19 januari om 13 uur gegeven. Vijf minuten eerder gaat al de Mini-Relais Givrés van start. Daarbij lopen vier kinderen tussen zeven en veertien jaar oud en één loper ouder dan veertien om de beurt vier kilometer, om de laatste twee kilometer in groep af te leggen. Meer informatie en inschrijven op www.relaisgivres.be. TS


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook