WIJ WENSEN U EEN MOOI NIEUW BEGIN! Choreograaf thierry smits zoekt houvast in de crisis En ook: oudejaarsparty’s, Amenra en Blackie & the Oohoos.
20 12 12
DE LAATSTE KRANT VAN HET JAAR... Volgende week verschijnen BDW en Agenda niet. BDW is terug op 3 januari, Agenda op 10 januari.
AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
TEKST EN FOTO: JO VOETS
KERST BIJ MAMY ELISABETH
Ze zet de puntjes graag op de i. Ze is geen negentig, nee, ze is pas over vier maanden jarig. Mamy Elisabeth is geboren in Charleroi, maar belandde via een tussenstop aan de kust in Brussel. Haar beide kinderen zijn zelf al in de zestig, en er is maar één kleinkind. Ze is al sinds haar 48ste weduwe. Bang is ze niet. Ooit zag ze in haar spiegel hoe een man een bivakmuts over het hoofd trok voor hij de toiletten binnenstapte. “Ceci est un hold-up,” riep de man, waarop Mamy in lachen uitbarstte en hem een zakje koperen muntjes toeschoof. Als vrijwilligster zet ze zich in voor de daklozen, onder andere in de keuken van een opvangtehuis. Ze werkt nog maar zeven maanden in de toiletten aan het Zuidstation. Zodra de gang ‘opgewaardeerd’ is, wordt ze vervangen door een geldautomaat van exploitant MIVB.
Wonen > Compact wonen is de boodschap, Philippe Janssens geeft tegengas
Huis verdwijnt, flat verrijst BRUSSEL – In 2001 telde het Brussels Gewest 224.228 woonhuizen, in 2011 was het aantal geslonken tot 218.294. Het aantal appartementen daarentegen steeg in dezelfde periode van 238.665 tot 282.829. Philippe Janssens van het studiebureau Stadim waarschuwt voor de gevolgen van ‘compact’ wonen.
I
n 2010 telde het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 1.089.538 inwoners, 13,6 procent meer dan tien jaar eerder. Ook in Vlaams- en Waals-Brabant nam het aantal inwoners toe, maar minder uitgesproken. Het aantal huishoudens nam
met 9,2 procent toe. Brussel telt 511.458 huishoudens en 546.118 woongelegenheden. Het verschil tussen de twee cijfers is volgens Janssens makkelijk te verklaren: tweede verblijven van ministers en hoge ambtenaren, een onbekend
aantal niet-geregistreerde personen en drie procent van het woonbestand dat gerenoveerd wordt. Belgen wonen ruim en kwaliteitsvol. Dat is het gevolg van de woonpolitiek die na de Tweede Wereldoorlog gevoerd werd. Ook het uniforme van veel Nederlandse straten is ons bespaard gebleven. Maar Janssens vreest dat we aan kwaliteit aan het inboeten zijn door veel te compact te bouwen. “Natuurlijk moeten er flatjes van zestig vierkante meter zijn, maar de overheid moet erop toezien dat er ook voldoende grote
appartementen gebouwd worden.” Janssens maakt zich vooral zorgen over het slinkende aantal eengezinswoningen. Zo werden er in 2010 in Brussel maar 107 bouwvergunningen afgeleverd voor eengezinswoningen. “Niet eens genoeg om de afbraak ten voordele van appartementen te compenseren,” zegt Janssens. Het gemiddeld inkomen per huishouden is er de jongste tien jaar met meer dan dertig procent op vooruitgegaan, zowel in Brussel als in Waals- en Vlaams-Brabant.
Maar de verschillen tussen Brussel en de Rand blijven natuurlijk: het gemiddelde inkomen per huishouden bedraagt in Brussel 27.186, in Vlaams-Brabant 44.916 en in Waals-Brabant 44.634. De hoge prijzen voor eengezinswoningen in Brussel – stukken duurder dan in Vlaams- en Waals-Brabant – maken het Brusselaars, met hun inkomen, moeilijk. Danny Vileyn Lees ook p. 4-5: ‘Woonkwaliteit gaat erop achteruit’
N° 1358 VAN 20 TOT 27 DECEMBER 2012 ¦ WEEK 51: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE
BDW 1358 PAGINA 2 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
IN MEMORIAM © MARC GYSENS
Uitgelicht > ‘Eindtermen niet verlaagd, weg ernaartoe wel aangepast’
JULES VERBEECK, PR-LEGENDE SINT-JOOST-TEN-NODE – Op 11 december overleed Jules ‘Julot’ Verbeeck, ereburger van de Stad Brussel en meer dan een halve eeuw dé showbizzpromotor van grote publiekstrekkers voor de Brusselse podia. Voor en door hem lieten grote sterren als Maurice Chevalier, Edith Piaf, Tino Rossi, Charles Trenet en Maurice Béjart hun licht schijnen in onze stad; ze kwamen graag terug, en daar was Verbeecks warmhartige dandy-ontvangst niet vreemd aan. Verbeecks naam is onlosmakelijk verbonden aan zalen als het Koninklijk Circus, Théâtre des Galeries en de Ancienne Belgique (in 1958 herlanceerde hij de zaal: Claude François en Adamo hadden er hun eerste Brusselse shows). Ook werkte hij 42 jaar voor De Munt, als zelfstandig pr-attaché, “anders mocht ik niet doen waar ik zin in had.” Verbeeck had een fijne neus voor publiekstrekkers; hij loodste een artiest of spektakel naar de juiste zaal. Hij bleef het herhalen: “Brussel mist alleen nog een zaal voor drieduizend man.” Al op achttienjarige leeftijd (in 1939) zette hij voor fans de Charles Trenet Club op in de taverne van het Paleis voor Schone Kunsten (PSK). Artiesten die hij als eerste in Brussel ontving, werden vrienden voor het leven: Maurice Béjart, Adamo, en zelfs Popov, de clown van het Circus van Moskou. In 1956 haalde hij het Circus voor het eerst hierheen; de dieren kwamen in Thurn & Taxis aan. Alleen Verbeeck was niet bang voor die communistische invasie. Op tachtigjarige leeftijd ging Verbeeck met pensioen bij De Munt; de pr- en communicatietijden waren veranderd. Toch bleef hij tot voor kort de operaen danswereld volgen. De éminence d’or van de prattachés werd in alle intimiteit in Ukkel gecremeerd. Tien jaar geleden verklaarde Verbeeck aan onze krant: “Ik ga zelf nooit naar de begrafenis van een artiest. Zelfs op die van mijn idool Trenet was ik niet. Ik ben niet het type figurant dat aan een spektakelbegrafenis meedoet. Artiesten zijn voor mij onsterfelijk.” Jean-Marie Binst
Naar nieuw onderwijsmodel voor concentratiescholen BRUSSEL – Om het welbevinden en de leerprestaties van leerlingen in concentratiescholen te vergroten begint in januari het Project Innoveren en Excelleren in Onderwijs (PIEO). Drie Brusselse scholen doen mee. “Het doel is niet de eindtermen te verlagen, wel de weg ernaartoe te veranderen,” zei Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A), die maandag de aftrap gaf.
besloot Smet tot een vergelijkbaar project voor het Vlaamse onderwijs. In overleg met alle onderwijsnetten en hun begeleidingsdiensten werd PIEO uitgewerkt. De Koning Boudewijnstichting werd gevraagd om het project te coördineren. Intussen zijn dertien basisscholen
O
“Ons huidige schoolmodel is gebaseerd op de Vlaamse blanke middenklasse”
fficieel streeft het Vlaamse onderwijs naar een sociale mix. “Maar er zullen concentratiescholen blijven bestaan,” meent Smet. “In de grote steden heb je concentratiebuurten, een gevolg van het historische woonbeleid. Als basisscholen een afspiegeling moeten zijn van de buurt, heb je logischerwijze ook concentratiescholen.” En in die scholen is er volgens de minister een probleem: er wordt hard gewerkt, er is veel geprobeerd, er zijn extra middelen geïnvesteerd, maar nog worden de
eindtermen niet altijd gehaald. Dit komt onder meer doordat de leerlingen vaak met een achterstand starten en er dus een grotere inhaalbeweging nodig is dan in andere scholen. Bovendien is het referentiekader doorgaans niet afgestemd op de klasrealiteit. Smet: “Ons huidige schoolmodel is gebaseerd op de Vlaamse blanke middenklasse. Kijk maar naar de afbeeldingen in de handboeken, vooral blanke kindjes.” Na een bezoek vorig jaar aan Amsterdam, waar zwakke concentratiescholen een eigen aanpak hebben,
met minstens driekwart kansarme leerlingen geselecteerd om deel te nemen: drie in Brussel, Antwerpen en Gent, vier in Limburg. Per regio
zijn er twee innovatiecoaches die de scholen vijf jaar lang intensief zullen begeleiden. De coaches zullen aangepaste trajecten uittekenen en uitproberen. “Het gaat erom veel ervaring op te doen, om zo tot een nieuw onderwijsmodel te komen, dat achteraf ook in de andere Vlaamse scholen gebruikt kan worden,” zegt Smet. “In elk geval is het niet de bedoeling om de eindtermen te verlagen. Maar de weg ernaartoe moet anders. Er zal anders lesgegeven moeten worden, met meer klemtoon op taal, attitude en eventueel ook op waarden en normen.” De coaches zullen eerst de tijd nemen om een ‘foto’ te maken van de hun toegewezen scholen, vertelt Marita De Koster, die als procesmanager de coaches zal aansturen. “Alles wordt bekeken: de leerlingen en hun leefwereld, de leerkrachten, het schoolbestuur, de schoolorganisatie. We kijken wat werkt en wat niet werkt. Daarna zullen we trajec-
DE WEEK IN BEELD DOOR SASKIA VANDERSTICHELE
Ook operahuis De Munt doet mee aan Music for Life tegen dementie: zondag werd de schouwburg volgeplakt met zevenduizend post-its met herinneringen. Het paar op de foto kent elkaar nu twee maanden.
© SASKIA VANDERSTICHELE
WEEKOVERZICHT
BDW 1358 PAGINA 3 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
© SASKIA VANDERSTICHELE
WOENSDAG 12 DECEMBER KUNST VAN BELFIUS TE KOOP. Omdat ze door de crisis moet besparen, wil Belfius Bank een deel van haar kunstcollectie verkopen. Daartoe behoren werken van onder anderen Rubens, Bruegel, Tuymans en Fabre. Onder de namen Gemeentekrediet en Dexia bouwde de bank destijds regelmatig publieke tentoonstellingen met haar collectie uit. Minister van Overheidsbedrijven Paul Magnette (PS) is tegen de verkoop van de ‘staatsbankverzameling’. STEUN VOOR LUCHTVAART. Het kernkabinet van de federale regering beslist om twintig miljoen euro uit te trekken voor de luchtvaartsector. Zo willen ze de oneerlijke concurrentie tegengaan. Brussels Airlines is blij met de beslissing. Het kernkabinet wil ook een einde maken aan de gunsttarieven die Ryanair geniet op de luchthaven van Charleroi. KAPPER OVERVALLEN MET NEPWAPEN. Vijf minderjarigen tussen 13 en 17 jaar oud proberen een kapsalon te overvallen in de Kleerkopersstraat. Hiervoor gebruiken ze een nepwapen. Wanneer ze merken dat de kassa leeg is, nemen ze hun muts af en beweren ze dat het om een grap gaat. De jongeren worden opgepakt en ter beschikking gesteld van de jeugdrechter. De meerderheid van de jongeren is al bekend bij het gerecht.
DONDERDAG 13 DECEMBER Basisschool Sint-Karel uit Molenbeek is een van de drie Brusselse scholen die de komende vijf jaar intensief begeleid worden.
ten ontwikkelen, die verschillend kunnen zijn van school tot school. We maken daarbij gebruik van de bestaande expertise en van wetenschappelijk onderzoek.” Hoe de nieuwe onderwijsvormen er zullen uitzien, zal volgens De Koster gaandeweg blijken. “Ik denk niet dat er één nieuwe methode uit zal voortkomen, het is veeleer de bedoeling om een aantal beleidsaanbevelingen uit te werken.” Het PIEO-project wordt wetenschappelijk opgevolgd. Eerst is er een nulmeting, daarna zijn er op ge-
regelde tijdstippen evaluaties om de leerwinst te meten. In Brussel krijgen de gemeentelijke Wittouckschool en ’t Plant’Zoentje (GO!) in Laken en de vrije lagere school Sint-Karel uit Molenbeek de komende vijf jaar begeleiding van PIEO. Voorrangsbeleid Brussel en het Onderwijscentrum Brussel, de al bestaande onderwijsondersteuners, zullen hun werk in de drie scholen blijven doen. De Koster: “Wij kijken ernaar uit om met hen samen te werken. Zij hebben hard gewerkt, maar het brengt nog niet
voldoende op. Onze bedoeling is om met een innovatieve aanpak de output van die extra inspanningen te vergroten. We hebben daarbij de grote luxe dat er twee coaches voor drie scholen zijn.” Smet trekt voor het hele project vier miljoen uit. “Een goede investering,” vindt hij. “In de steden zijn nu iets te veel jongeren die opgroeien zonder de nodige basisvaardigheden en -attitudes om mee te draaien in de samenleving. Dat is een tijdbom.”
Bettina Hubo
GROTE BEDRIJVEN MOETEN NAAR ACTIRIS. Brusselse bedrijven met meer dan honderd werknemers moeten hun vacatures voortaan verplicht overmaken aan Actiris. Dat beslist de Brusselse regering. Op die manier moet de arbeidsmarkt transparanter worden. De bedrijven zouden enkel verplicht worden hun vacatures bekend te maken, niet om voorrang te geven aan Actiris.
VRIJDAG 14 DECEMBER HUISVESTINGSCODE GOEDGEKEURD. De Brusselse regering keurt de nieuwe huisvestingscode goed. Sociale huisvestingsmaatschappijen mogen voortaan een beperkt aantal middenklasse woningen verhuren. De code heeft het ook over solidaire en intergenerationele woningen. De Brusselse Bond voor het Recht op Wonen (BBRoW) is niet opgezet met de nieuwe regelingen. RECORDAANTAL FAILLISSEMENTEN. Het handelsinformatiekantoor Graydon geeft mee dat het 10.550ste faillissement van het jaar in België is uitgesproken. Daarmee is het record van 2011 (10.528) al half december van dit jaar geklopt. De vooruitzichten blijven pessimistisch.
ZATERDAG 15 DECEMBER
“ “
De statuten van De Lijn stroken niet met de grondwet. We kunnen dat beter veranderen.” Jos Geuens, voorzitter van de raad van bestuur van LijnCom, over het verbod op anderstalige reclame in bussen van De Lijn. Dat verbod kost de Vlaamse vervoersmaatschappij jaarlijks 2,9 miljoen euro aan misgelopen reclame-inkomsten (in De Morgen).
MAN NEERGESLAGEN NABIJ COMMISSARIAAT. Twee overvallers takelen in de vroege ochtend een 35-jarige man zwaar toe, op een steenworp van het politiecommissariaat achter de Grote Markt. Er is hem eerst om een sigaret gevraagd. Een patrouille pakt de daders op.
ZONDAG 16 DECEMBER JORDAENS-AFSTAMMELINGEN VERZAMELEN. Naar aanleiding van de nieuwe tentoonstelling Jordaens en de Antieken zijn naamgerelateerde en indirecte afstammelingen van de barokschilder Jacob Jordaens (1593-1678) te gast in het Museum voor Oude Kunst, een afdeling van de Musea voor Schone Kunsten. De schilder zelf had geen kleinkinderen.
MAANDAG 17 DECEMBER
Laten we eerlijk zijn. We gaan vandaag naar Parijs of Londen naar kunst kijken, niet bij ons.” Ondernemer Roland Duchâtelet vindt het niet erg dat de kunstcollectie van Belfius verkocht wordt (in La Libre Belgique).
HET WOORD
Parisianisme
Dat moet even pijn hebben gedaan. Van parisianisme worden beticht. Of toch niet? Het overkwam Philippe Close (PS), schepen van Toerisme in de Stad Brussel. Met het verwijt kreeg hij een koekje van eigen deeg. Close had gezegd dat Brussel ambitieus moet zijn. Brussel is Henegouwen niet. Die uitspraak viel ‘in de provincie’ in slechte aarde. Zoveel pretentie! Het was MRparlementslid Denis Ducarme die schimpte dat Close
zich aan parisianisme bezondigde. Ook in Frankrijk is dat een belediging die kan tellen. Het slaat op de Parijse hooghartigheid ten aanzien van de provincie. Hoezeer Close probeerde uit te leggen dat hij misbegrepen was, hij zal ook wel geglunderd hebben. Want geef toe: de Brusselse Parti Socialiste kijkt al langer verlekkerd naar de Lichtstad en alles wat eromheen hangt. Als SVG dat geen Brussels parisianisme is.
BÉA DIALLO KANDIDAAT-PS-VOORZITTER. Ex-bokser en schepen in Elsene Béa Diallo geeft in een interview in Le Soir mee dat hij Rudi Vervoort wil opvolgen als voorzitter van de Brusselse PS. PASCAL SMET LANCEERT PIEO. Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) pakt uit met het Project Innoveren en Excelleren in Onderwijs (PIEO) om de leerprestaties, de leerwinst en het welbevinden van alle leerlingen in ‘concentratiescholen’ te maximaliseren. Drie scholen van Brussel stappen in het proefproject.
DINSDAG 18 DECEMBER ULTIEME HALLUCINATIE WEER OPEN. De Schaarbeekse schepen Sait Köse (FDF), die vorig jaar voor 2,5 miljoen euro het art-nouveaupand De Ultieme Hallucinatie kocht en al een Turks theesalon in Schaarbeek uitbaat, heropent na ruim drie jaar sluiting de zaak. Samengesteld door Nick Vervaeck en Jean-Marie Binst
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF
BDW 1358 PAGINA 4 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
Jongeren dreigen de aankoop van hun droomwoning te moeten uitstellen, constateert vastgoedexpert Philippe Janssens. Een van de oorzaken: “De grootouders worden te oud.”
Vastgoed > Philippe Janssens wil meer huizen en minder appartementen, ook in Brussel
‘De woonkwaliteit gaat erop achteruit’ BRUSSEL – De Brusselse regering moet dringend het roer omgooien, want met het sloganeske ‘betaalbaar wonen’ dreigen we de kwaliteit van ons patrimonium op het spel te zetten. Dat zegt Philippe Janssens van het studiebureau Stadim. Janssens volgt de Belgische vastgoedmarkt al meer dan dertig jaar.
P
hilippe Janssens heeft een lange staat van dienst. Hij begon zijn carrière bij de bank Anhyp, tot 1996 de vastgoedspecialist van België. Toen Anhyp in 1996 zijn vastgoedafdeling opdoekte, mocht Janssens zijn expertise meenemen. Hij zette het bureau Stadim op. Stadim staat voor studie en informatie over immo en beschikt over een databank met vastgoedgegevens die een halve eeuw teruggaan in de tijd. Stadim adviseert overheden en vastgoedspecialisten. Janssens bekijkt het vastgoedgebeu-
ren door een economische bril, maar hij is geen koele cijferaar. “Ik word echt boos als ik zie hoe we onze woonkwaliteit overboord aan het gooien zijn. Het is fout om steeds kleiner te bouwen. Woonkwaliteit is net onze sterkte.” Maar: de bevolking neemt jaar na jaar toe. Bovendien zeggen overheid en specialisten ons dat we in vergelijking met de ons omringende landen te groot wonen. We zijn verwend. Philippe Janssens: “Om de ver-
BRUSSEL – Een gewestelijk fietsexpresnet rond Brussel kost 150 miljoen euro. Dat is evenveel als het jaarlijkse exploitatieverlies van het trein-GEN. De verkeerscongestie in en om Brussel kost de economie handenvol geld en is belastend voor het leefmilieu. De auto wat vaker laten staan is een
van de recepten. Een modal shift van auto naar openbaar vervoer ligt voor de hand, maar kost de overheid veel geld. Het jaarlijkse exploitatieverlies van het Gewestelijk Expresnet (GEN) van de NMBS op kruissnelheid bedraagt maar liefst 140 miljoen euro per jaar. En dat is nog zonder de loodzware investeringen gerekend.
schillen met onze buurlanden te begrijpen moeten we terug in de tijd, meer bepaald tot de periode na de Tweede Wereldoorlog. De vraag naar vastgoed was groot, niet alleen door de oorlog, maar ook door de babyboom. In tegenstelling tot Nederland kende België geen gemeenschappelijke beleggingsfondsen in onroerend goed. Vastgoed was een individuele onderneming. En dat heeft zware consequenties. Nederland moest zijn aandeelhouders een goed rendement bezorgen. Dat heeft gevolgen voor beheer en onderhoud: © SASKIA VANDERSTICHELE
INVESTEREN IN FIETSPENDEL: VEEL KANSEN, WEINIG GELD
uniformiteit, tot dezelfde deuren en ramen toe. Als je in Nederland één huis gezien hebt, dan weet je hoe de straat eruitziet.” “Er is ook de menselijke factor. Het perspectief van de directeurs van fondsen – en net zo goed van de sociale huisvestingsmaatschappijen – is de periode dat zij het voor het zeggen hebben. Zijn ze er voor tien jaar, dan zal het hun een zorg wezen wat er over vijftien jaar gebeurt. Menselijk, al te menselijk.”
oorspronkelijk met kolen verwarmd werden, maar nu met centrale verwarming? Ander voorbeeld: de regel is ondertussen dat we een douche én een bad hebben. Dankzij onze ruime woningen is dat geen probleem; een kleine badkamer zoals in veel Nederlandse huizen laat dat niet toe. Nog een duidelijk voorbeeld zijn de grote keukens die de jongste jaren overal geïnstalleerd worden, ook in woningen van voor 1945.”
Maar daar hebben we bij ons geen last van. Janssens: “Nee. Mede door de hoge registratierechten geldt hier het langetermijnperspectief en dus de aanpasbaarheid van woningen. Hoeveel woningen zijn er niet die
Maar die kwaliteit gaat er nu op achteruit. Janssens: “Met het sloganeske ‘betaalbaar wonen’ worden de woningen steeds compacter. Eén cijfer: de jongste tien jaar is het aantal woonhuizen in het Brussels Gewest met drie procent gedaald, het aantal ap-
Met het jaarlijkse exploitatieverlies van de NMBS voor het GEN kan een heus fiets-GEN worden uitgewerkt in en rond Brussel. Dat blijkt uit een studie van het Leuvense bureau Timenco in opdracht van Vlaanderen, Brussel en Vlaams-Brabant. Een overstap naar de fiets is niet alleen relatief goedkoop voor de overheid, er ligt ook een enorm potentieel voor het rapen. Bijna driekwart van de pendelaars in en rond Brussel verplaatst zich over minder dan 15 kilometer. Die afstand is (net) fietsbaar, maar dan moeten er
wel comfortabele, veilige en snelle fietspaden liggen. Daarover hebben de CD&V-ministers Brigitte Grouwels (Brussel) en Hilde Crevits (Vlaanderen) en CD&V-gedeputeerde Tom Dehaene (Vlaams-Brabant) een akkoord klaar. “We willen dat iedereen in een straal van 15 kilometer rond Brussel in een uur op de Grote Markt kan staan,” zegt Grouwels. Er worden in Brussel geen nieuwe gewestelijke fietsroutes gelegd, maar de bestaande worden aangesloten op het Vlaamse Bovenlokaal
BDW 1358 PAGINA 5 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
© BART DEWAELE
partementen daarentegen is met negentien procent gestegen. Het aantal bouwvergunningen voor huizen volstaat niet eens om de afbraak te compenseren. En dat is een slechte zaak. Ten eerste voor jonge tweeverdieners met kinderen: die willen een huis, geen appartement. Ten tweede voor de publieke ruimte, die al die appartementen niet aankan. De typologie van het gros van de Brusselse straten is aangepast aan woonhuizen, niet aan appartementen. Een voorbeeld: een eengezinswoning die opgedeeld wordt in vijf studio’s, betekent een toename met minstens drie auto’s die allemaal een parkeerplaats moeten vinden op straat. Ooit gold in Brussel een zeer goede regel: in een straat die maar tien meter breed was, mochten de gebouwen – woonhuizen dus, geen appartementen – maar tien meter hoog zijn. De voor- en achtergevel moesten kunnen vallen zonder andere gebouwen te beschadigen. Als de Brusselse regering geen maatregelen neemt ten voordele van de bouw van eengezinswoningen, dan zal de stadsvlucht van jonge tweeverdieners blijven verdergaan.” Het lage aantal nieuwe eengezinswoningen en het opdelen van woonhuizen is volgens u de oorzaak van de tweespalt in de huizenprijzen tussen Brussel en de Rand. Janssens: “De cijfers spreken voor zich. In 2010 was de referentieprijs voor een appartement in Brussel 263.000 euro, in Vlaams-Brabant
250.000 euro en in Waals-Brabant 247.500. De verschillen zijn verwaarloosbaar klein. Referentieprijzen voor huizen zijn een heel ander verhaal. In Vlaams-Brabant was de referentieprijs 326.742 euro, in Waals-Brabant 360.330 en in Brussel 455.238 euro.”
“De kwaliteit en grootte van onze woningen is onze sterkte, een sterkte die we overboord aan het gooien zijn”
Wat raadt u de Brusselse regering aan? Janssens: “Quota vastleggen voor nieuwe appartementen en eengezinswoningen: een verhouding 7525 moet haalbaar zijn. Ook het vertimmeren van eengezinswoningen tot flats moet krachtdadig worden tegengegaan. Het openbaar domein kan de toevloed aan appartementen niet aan. Dat de grond in de stad schaars is, klopt. Anderzijds: bij het ontsluiten van binnenblokken heb je wel degelijk de keuze. Het verschil tussen het aantal degelijke appartementen – geen konijnenkoten – en het aantal eengezinswoningen is maar vijftien procent, al was het maar omdat appartementen veel meer publieke ruimte vergen. Het is dus een mythe dat er in de stad – en hier beschouw ik heel het Brussels Gewest als één stad – geen ruimte is voor eengezinswoningen. Ook moeten de kwaliteitsnormen veel strenger worden en moet de overheid opleggen hoeveel mensen er in een appartement van x-aantal vierkante meter mogen wonen.” Waarom kennen we hier te lande geen vastgoedbubbel? Of hebben we die nog te goed?
Janssens: “Je moet de mechanismen begrijpen. In globo zijn de huidige prijzen in overeenstemming met de parameters ter zake: de inflatie van de afgelopen dertig jaar, de toename van de koopkracht bovenop de inflatie, en de financieringscapaciteit die toegenomen is dankzij de lage interesten en de verlenging van de termijnen. De huidige prijzen liggen zelfs nog vier procent onder de verwachtingen.” Maar het is crisis. Gaan de prijzen dalen? Janssens: “Ik verwacht in eerste instantie een stagnatie van de prijzen. Maar er is een ander probleem: de grootouders worden te oud. Traditioneel springen ouders bij als hun kinderen een huis kopen. Dat is meestal geld dat ze zelf van hun ouders geërfd hebben. Jonge dertigers hadden alzo dertig procent van de aankoopprijs in handen: spaargeld en het cadeau van de ouders. Maar omdat de grootouders langer leven, is dat geld niet langer beschikbaar. De banken hebben dat de laatste jaren gecamoufleerd door langdurige leningen toe te staan en door de mogelijkheid om tot 110 procent van de waarde van het goed te lenen. Nu banken meer en meer de leningen opnieuw beperken tot tachtig procent van de waarde, dreigen jongeren de aankoop van hun droomwoning te moeten uitstellen. Ik voorspel dan ook een vermindering van de transacties. Maar de vraag naar kwaliteitsvolle huurappartementen zal met het uitstellen ADVERTENTIE
Functioneel Fietsnetwerk. Dat moet leiden tot vijftien interregionale fietsroutes in en rond Brussel. Daarmee zou het aantal fietspendelaars (nu enkele duizenden) moeten kunnen verveelvoudigen. Een deel van het netwerk bestaat al, maar de kwaliteit is niet naar behoren. Slechts vijf procent van de fietspaden voldoet aan de hoge eisen van wat een fiets-GEN moet zijn. Tien procent is redelijk, liefst 85 procent krijgt een onvoldoende. Vlaanderen en Brussel trekken nu samen 120 miljoen euro uit om vijf-
tien routes om te toveren tot snelle interregionale fietswegen. Er zullen bruggen en tunnels nodig zijn om sporen en snelwegen te omzeilen; vaak liggen die aan de gewestgrens. Maar net zo goed moet de kwaliteit van de bestaande fietspaden beter. Een voorbeeld? Het fietspad langs het kanaal biedt prachtige kansen voor een ‘fietssnelweg’, maar wordt dan aan de Havenlaan in het centrum een hobbelparcours vol kasseien. Dat stuk wordt vandaag befietsbaar gemaakt. SVG
van de aankoop van het droomhuis toenemen.” De huurprijzen zijn wel hoog voor de lagere middeninkomens. Janssens: “Het probleem is dat er nooit een woonbeleid gevoerd is voor asielzoekers en arbeids migranten. Daarom is de druk van onderuit zo groot. Zes Poolse jongens die in shifts werken en een appartementje met twee slaapkamers huren, kunnen meer betalen dan een jong Brussels koppel met één kind. Ook mensen die uit andere culturen komen en het gewoon zijn om hypercompact te wonen, kunnen meer betalen.” Brussel verarmt zienderogen. Moet het Gewest sociale woningen bouwen? Janssens: “Het is de taak van de samenleving om de sociale behoeften vast te stellen, maar niet alle behoeften moeten noodzakelijk in de stad bevredigd worden. Steden trekken van oudsher armen aan, mensen die zware financiële tegenslagen gehad hebben en de anonimiteit van de stad verkiezen. Het probleem is niet om die mensen te helpen, wel dat je in een spiraal terechtkomt. Hoe meer voorzieningen voor de zwakke segmenten, des te meer je er aantrekt. Ik ben een groot voorstander van sociale mix, maar het is maar de vraag of er in Brussel nog genoeg middenklasse is voor die mix.” Danny Vileyn
BDW 1358 PAGINA 6 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
Ouderenbeleid kan het best op buurtniveau gevoerd worden. Het vormt een goede dam tegen vereenzaming.
© BART DEWAELE
Welzijn > Alternatief wonen als recept voor grootstedelijke bejaardenzorg
Het begijnhof komt terug BRUSSEL – Alle schijnwerpers zijn gericht op de verjonging. Dat doet soms vergeten dat de hoofdstad ook een sterke vergrijzing meemaakt. Tegen 2020 stijgt het aantal 65-plussers met nog eens negen procent, en vandaag zijn er al meer 85-plussers dan in de rest van het land. Het Kenniscentrum Woonzorg Brussel stelde zich de vraag: wat verwacht de (Vlaamse) bejaarde van zijn hoofdstad?
U
it de mond van een politicus kan het soms simpel klinken. “Bouw elk jaar één Vlaams rusthuis in Brussel,” werd tien jaar geleden georakeld in de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. De vaststelling was op het eerste gezicht niet helemaal verkeerd: er zijn nauwelijks Vlaamse rusthuizen, en het geld was toen voorhanden. Maar het politieke verhaal staat soms ver van de realiteit op het terrein. Het Kenniscentrum Woonzorg peilde zopas bij (Vlaamse) bejaarden, experts en zorgverstrekkers naar wat volgens hen de noden zijn van het ouderenbeleid in Brussel. De resultaten werden donderdag voorgesteld op een drukbezochte StatenGeneraal Woonzorg. Belangrijke vaststelling: bejaarden wíllen helemaal niet naar het rusthuis. Ze willen zo lang mogelijk thuis blijven. Dat is niet onlogisch, maar uitstel kan nefast uitdraaien.
De bejaarden belanden er vaak toch, meestal totaal onvoorbereid. “We hebben zelfs situaties gezien,” zegt Olivia Vanmechelen van het Kenniscentrum, “van bejaarden in een rusthuis die er helemaal niet thuishoorden. Dat ze er toch terecht waren gekomen, was een gevolg van complete vereenzaming of andere sociale wantoestanden.” Dat komt deels ook omdat Brussel een overschot aan rusthuisbedden telt. Een rusthuis is dan een (al te) makkelijke uitweg uit sociaal scheefgegroeide situaties. Volop rusthuizen bouwen is dus niet het juiste recept, zo blijkt uit het rapport. Eerder zijn bejaarden gebaat bij de tussenvorm: serviceflats, aanleunwoningen, of zelfs volledig andere vormen. Daarvoor zou Brussel, wil het een groot stedelijk model voor bejaardenzorg uitbouwen, meer oog moeten hebben. Waarom niet met een tiental be-
jaarden afspreken om samen in een blok te gaan wonen en daar één appartement vrij te houden voor een inwonende verpleger en de kosten te delen? Het is een suggestie van een
In religieuze gemeenschappen wordt al eeuwen samengeleefd en voor elkaar gezorgd bejaarde in het rapport. Gestippeld wonen heet zoiets. Kangoeroewonen was al bekend. Daarbij wonen ouderen en jongeren samen en is er wederzijds hulp. Het bestaat al in Brussel, maar blijft toch eerder een fenomeen in de marge.
Er wordt ook met interesse gekeken naar... religieuze gemeenschappen. Daar wordt ook al eeuwen samengeleefd en voor elkaar gezorgd: het begijnhof als woonvorm voor de bejaarde van de toekomst, bij wijze van spreken. Hoe dan ook: zelfstandig wonen tot op hoge leeftijd, met privacy en een zelfgekozen dagindeling, het liefst dan nog in de vertrouwde buurt, blijft voor vele bejaarden een droom. Zeker als daar nog zorg bovenop moet komen.
Mantelzorg Voor Vanmechelen blijft het buurtniveau het belangrijkste. “Dat is het gebied waarop het ouderenbeleid in de stad zich prioritair zou moeten toeleggen.” Zo komt er een zorgcoach per buurt die zicht heeft op wat de individuele bejaarde nodig heeft en die een go-between kan zijn tussen de oudere en het professionele zorgaanbod. Voor Vanmechelen hoeft het overigens niet allemaal via de professionele zorg. Het belang van de mantelzorgers, familie, vrienden en buren blijft vandaag grotendeels onderbelicht. “Een goede ondersteuning van de mantelzorg zou ons al
een heel eind vooruithelpen,” zegt Vanmechelen. En dan is er de vraag van de taal van de zorg. Veel Vlaamse senioren in Brussel zijn tweetalig. Toch vinden ze een Nederlandstalige zorgverstrekking belangrijk. Er zijn verhalen (maar cijfers ontbreken) over Vlaamse bejaarden die de hoofdstad verlaten zodra ze naar een rusthuis moeten, precies omdat ze in het Nederlands verzorgd willen worden. “Natuurlijk is taal belangrijk,” zegt Vanmechelen, “maar dat is ook zo voor de allochtone bejaarde. Het is alvast geen goed idee om een Vlaams eiland te creëren in de stad, waar alle Vlaamse bejaarden terecht zouden kunnen.” Integendeel: er moet juist goed overlegd worden met de Franse Gemeenschap en met de gemeenten, zodat er iets gedaan kan worden aan de gigantische versnippering in de bejaardenzorg. De aanbevelingen van de StatenGeneraal Woonzorg zullen verwerkt worden en moeten leiden tot een aanpassing van het Vlaams Mas terplan Woonzorgzones uit 2007. Dat aangepaste masterplan zou in het voorjaar van 2013 klaar moeten zijn. Steven Van Garsse
BDW 1358 PAGINA 7 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
Maatschappij > BON evalueert zomerproject 16- en 17-jarigen
Inburgering jongvolwassenen is succes BRUSSEL – Het Brussels onthaalbureau voor inburgering BON en de Universiteit Gent voerden een onderzoek naar de inburgering van jongvolwassen nieuwkomers in België. De resultaten, zopas voorgesteld in Bronks, zijn positief. BON zet jaarlijks inburgeringsprojecten op voor zo’n tweeduizend volwassen nieuwkomers in Brussel. Sinds 2010 krijgt de organisatie financiële steun van het Europees Vluchtelingenfonds om ook zo’n programma te bieden aan zestien- en zeventienjarigen. Met het zomerproject Masir Avenir leren de jongeren de Belgische samenleving beter kennen. Ze volgen taalcursussen Nederlands en kunnen deelnemen aan verschillende workshops, mee georgani-
seerd door het Brusselse ‘stadslab’ JES. Tijdens de vorige editie van het zomerproject bestudeerde Floor Verhaeghe, onderzoekster aan de UGent, wat het inburgeringsprogramma voor de deelnemers precies betekende. Hiervoor werden zowel participanten als een controlegroep van niet-deelnemers ondervraagd. Uit de positieve resultaten blijkt dat er genoeg redenen zijn om het project voort te zetten. Zoals verschillende deelnemers het zelf formuleren, biedt het project hulp om je te oriënteren in een onbekende samenleving. Dit jaar werd het project voor de laatste keer meegefinancierd door het Europees Vluchtelingenfonds. Daarom is BON nu op zoek naar nieuwe financiers. Nick Vervaeck
P-PRAAT Dit is de laatste keer dat deze rubriek dit jaar verschijnt, en dat vinden wij toch een heel klein beetje het einde van de wereld – vooropgesteld dat u dit nog leest voor de wereld daadwerkelijk vergaat. Maar omdat wij dus niet meer verschijnen, zitten we te broeden op een extra gemene P-Praat, het is immers après nous le déluge. In een kleine hoek van de redactie hebben wij een ouwerwetse telexmachine staan, zo eentje waaruit af en toe onder gebiep een blad papier rolt. Wij noemen hem Jonas, de telex. Telex Jonas is in deze digitale tijden wat gedateerd, en dat is zonde, want Jonas heeft een ziel. Ofschoon hij haast nooit meer een kik geeft – ook niet na onze offerandes –, werden we vorige week vrijdag opgeschrikt door een subtiele biep. “Hé mannen, Jonas leeft opnieuw!” kirden wij vol enthousiasme. “Eindelijk weer eens nieuws!” Een wit blad rolde uit Jonas, met daarop, tatatataa, de jongste politieke benoemingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. “Aha, politieke benoemingen, altijd sappige verhalen,” dacht een euforische redactie. Wij gaven Jonas een aai, ritsten het blad uit zijn telexmond en begonnen naarstig te tikken. Grégor C. PS-baas van Actiris. STOP. Christiane L. kabinetschef van Brussels minister Benoît C. grote baas Brusselse gewestadministratie. STOP. Auditeur Raad van State benoeming vernietigd. STOP L. te weinig ervaring. STOP. Ministerieel besluit L. alsnog benoemd. STOP. Jonas vervolgt: Jacques E. kabinet minister Brigitte G. directeur bij MIVB. STOP. Geslaagd voor zijn proef? STOP. Benjamin C. chef kabinet Picqué grote baas Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij. STOP. Frédéric F. kabinetschef minister Evelyne H. baas Leefmilieu Brussel. STOP. Patrick B. kabinetschef staatssecretaris Bruno D.L. grote baas Mobiel Brussel. STOP. Jonas is een beleefde machine. Rolde even later uit z’n mond: PRETTIGE FEESTEN. STOP.
CHIEN ÉCRASÉ CITATEN – Wat is er beter om het jaar mee te eindigen dan met een bloemlezing citaten uit onze kranten van het voorbije jaar? EMIR KIR – “Vuil is subjectief.” PHILIPPE VAN PARIJS – “Moeten we wachten op een Picnic the Squares om de Zavel autovrij te krijgen?” PASCAL SMET – “Ik heb zelfs al Brusselse parlementsleden vuil op straat zien gooien.” INDIGNADO – “Wij eisen echte democratie.” KRIS LAUWERS (MIVB) – “De maatschappelijke trend is er een van onveiligheid.” ALAIN COURTOIS – “On va vous changer la ville.” ANN VAN DRIESSCHE (MUNTPUNT) – “‘Belevenisbibliotheek’ gaat over de tendens in het bibliotheekwezen om op een actieve manier vraaggericht te zijn.” LEERSCHOOL – Zo ziet u maar, beste lezer. Het leven is een leerschool, en wel een heel brede.
ADVERTENTIE
BDW REGIO
BDW 1358 PAGINA 8 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
Deze week in de vierkantshoeve > Hof ten Hove/Ferme Rose gerestaureerd
Brabantse parel in negen tinten roze
van Buuren voor het behoud van de intussen fel verkommerde site schenken de erfgenamen van baron Brugmann de hoeve in 1970 aan de gemeente Ukkel, op voorwaarde dat ze gebruikt wordt voor culturele en artistieke doeleinden. In de jaren 1970 – de Roze Hoeve en haar onmiddellijke omgeving zijn sinds 1971 beschermd – worden de zuidelijke vleugel, aan de straatkant, en een deel van de westelijke vleugel gerestaureerd. De gebouwen worden de vaste stek van het marionettentheater Le Ratinet en de culturele vereniging Ferme Rose.
Romantisch Origin onderzocht niet alleen de geschiedenis. “Uit dendrologisch onderzoek bleek bijvoorbeeld dat de bomen voor de steunbalken in de jaren 1647-’48 gekapt zijn. Misschien
“Zo onbeschermd als muren vandaag zijn, waren bakstenen vroeger nooit”
Vlnr.: de zuidelijke vleugel, gesloten naar de De Frélaan, open naar de binnenplaats; de varkensstallen, nu een ruïne, maar de voederbakken in arduin zijn er nog; kruisjes, makkelijk voor de verrekening, waar bakstenen vervangen zijn door de exemplaren van de artisanale steenbakkerij Hove uit Ninove.
UKKEL – Volgende lente zal de De Frélaan in Ukkel een beetje rozer kleuren. Op de oude gevels van Hof ten Hove worden dan staaltjes roze kalkverf uitgetest: het voorlopige sluitstuk van jarenlang historisch en materiaalonderzoek en noodzakelijk stabilisatie- en restauratiewerk aan deze rurale parel in de stad.
‘H
et is nu te koud om te metselen: kalkmortel moet gedurende 24 uur boven de 5 graden kunnen drogen,” verklaren Fabienne Rouby en Pieterjan Franck van het Brusselse Origin Architecture & Engineering. We mogen mee op werfvergadering met Origin, dat tijdelijk samenwerkt met het Ukkelse AAC Architecture voor aannemer Inrebo uit Wilsele. Origin ontfermt zich over de buitenkant, de gevels en de daken, AAC Architecture over de inrich-
ting van het beschermde gebouw. De kersverse schepen van Werken Jonathan Biermann (MR) van de gemeente Ukkel, de eigenaar van de site, komt ook langs. “Monumenten & Landschappen zou wat minder streng mogen zijn,” vindt hij. “Een restauratie zou nog beter tot haar recht komen als er ook moderne volumes geïntegreerd worden.” Origin ziet M&L eerder als “een waakhond, die er vooraf en tijdens de opvolging op toeziet dat de waarde van het gebouw zo-
veel mogelijk behouden blijft.” En verder zijn ook een eekhoorn én een vos van de partij.
Negen tinten roze Origin spitte de geschiedenis van het gebouw uit om de restauratie in een verhaal te vatten, “het verhaal van een karakteristieke Brabantse vierkantshoeve, zeer gesloten langs de buitenkant, open naar de binnenplaats.” Al in de dertiende eeuw is er sprake van een Hof ten Hove langs de Uk-
© AN DEVROE
kelbeek. Vanaf de veertiende eeuw is dat met zekerheid ook een boerderij, met wel vijftien bunders bos en grond, die later nog zou afhangen van het Boetendaelklooster. Volgens een notariële akte werden de huidige gebouwen vermoedelijk gebouwd in 1708. De naam Ferme Rose wordt pas in de negentiende eeuw gangbaar. In die tijd worden er een melkerij en een afspanning in de gebouwen ondergebracht, vanaf de jaren 1920 ook een garage en culturele bedrijvigheid. Er wordt nog boerderij in gehouden tot 1954, het jaar waarin het dak van de varkensstallen instort en een deel van de schapen en geiten omkomt. Na jarenlange inzet van vooral Alice
zijn de huidige gebouwen dan toch nog ouder dan 1708? En een stratigrafisch onderzoek legde tot negen kalklagen in tinten roze bloot, hoe ouder, hoe lichter van kleur. We krijgen wel eens commentaar van buurtbewoners als oude gevels opnieuw worden gekalkt, maar zo onbeschermd als ze nu zijn, waren dit soort muren vroeger nooit. De bakstenen zijn erg poreus geworden, ze bevatten ook veel oplosbare zouten door de urine van dieren, insijpelende regen en strooizout. Voor de bakstenen die vervangen moeten worden, kunnen we terecht bij Steenbakkerij Hove uit Ninove, die gespecialiseerd is in stenen op maat.” Steenbakkerij Hove voor Hof ten Hove: de cirkel lijkt rond. Zodra het weer wat warmer wordt, kunnen de funderingswerkzaamheden aan de grote schuur in de westelijke vleugel hervat worden en worden enkele spectaculaire scheuren verder gedicht. Vooraan komt het marionettentheater, boven de expositieruimte, die met een lift toegankelijk zal zijn, en de achterzijde zal dienst doen als conciërgewoning. De varkensstallen in de noordelijke vleugel (logisch: het verst van het woonhuis verwijderd) en de schuur in de oostelijke vleugel, langs de De Frésquare, worden als ruïne geconsolideerd. Volgens het initiële voorstel van Origin/AAC Architecture worden deze zongeoriënteerde gebouwen, met heel veel potentieel dus, ook gerestaureerd, maar hierover is nog geen akkoord tussen de gemeente en M&L. “Voor de ‘leesbaarheid’ van de vierkantshoeve is het wel belangrijk dat de vier zijden tot hun recht komen,” vinden ze bij Origin. “Op de ruïnes laten we niet-agressieve vegetatie groeien, wat een romantisch cachet zal geven.”
An Devroe
© JO VOETS
TELEXREGIO
BDW 1358 PAGINA 9 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
STOP MET UW GECLAXONNEER! BRUSSEL – Tijdens Winterpret worden verschillende straten in en om het stadscentrum afgesloten voor het verkeer. Om hun ongenoegen te uiten toeteren automobilisten erop los als ze dan een omweg moeten maken. Dat ergert de buurt. Vorig jaar deden enkelen van hen al een oproep om hieraan iets te doen, maar reactie bleef uit. Daarom besloot De Markten om deze kerst te fungeren als ‘luidspreker’ voor het initiatief. Zo zijn er affiches en een Facebook-pagina gemaakt en is er een mail gestuurd naar zoveel mogelijk Brusselaars. In die mail wordt gevraagd om aan de voordeur of straatvenster een afbeelding van een verbodsteken met claxon te bevestigen. Die moet automobilisten duidelijk maken hoe vervelend hun getoeter is voor de NV omwonenden.
SELYS LONGCHAMPS HEEFT OPNIEUW MOOI PERKJE BRUSSEL – Het perkje van vliegenier Jean de Selys Longchamps is in ere hersteld. Het perkje was voor de zomer al eens gerenoveerd, maar moest na een auto-ongeluk en daaropvolgende slecht uitgevoerde werkzaamheden opnieuw onder handen worden genomen. Brussel Deze Week wijdde in augustus nog een stuk aan het monument voor de oorlogsvliegenier. De Selys Longchamps was tijdens de Tweede Wereldoorlog in dienst van de Royal Air Force. Begin 1943 voerde hij met zijn vliegtuig een raid uit op het toenmalige Gestapo-hoofdkwartier op de kruising van de Louiza- en de De Motlaan. Daarvoor kreeg CD hij in 1992 een standbeeld.
Sint-Gillis > In lente wordt onderdoorgang vernieuwd
Winkels Zuidstation krijgen nieuwe look
DRIEKONINGENTOCHt LANGS SOCIALE iNITIATiEVEN
Midi Village, zo heet de grote nieuwe handelsruimte van de MIVB in het Zuidstation. In de lente begint de renovatie van de onderdoorgang naar het station.
BRUSSEL – Om te bekomen van de koop- en consumptiesfeer die rond de eindejaarsfeesten hangt, organiseren Tochten van Hoop, de KWB, het Internationaal Comité en het gemeenschapscentrum De Markten op 6 januari een Driekoningentocht. Die voert langs zeven sociale initiatieven in Brussel die ‘dorstigen laven, hongerigen voeden en gevangenen bezoeken’. De tocht begint om 13 of om 15 uur aan het Centraal Station, uitgang Magdalena. Na de wandeling is er warme drank en een kramiekboterham te krijgen in De Markten. 3 euro voor KWB’ers en familie en 5 euro voor niet-leden. Meer informatie en HUB inschrijven bij Pol Arnauts: 02-557.87.72, pol.arnauts@compaqnet.be.
Autocontrole voor VIER euro BRUSSEL – Wie met zijn auto naar de keuring moet, kan hem voortaan vooraf laten controleren in het Instituut Anneessens-Funck. De leerlingen van de afdelingen automechanica, winkelbeheer en etalage hebben zopas de mini-onderneming ACA Autocontrole Anneessens-Funck opgericht. Voor amper vier euro keuren ze elke maandag en vrijdag tussen 12.30 en 15.30 uur remmen, banden, schokdempers, vloeistoffen en lichten. Het project kwam tot stand met de steun van de Stichting Koningin Paola en de HUB VGC. Reserveren op 02-510.07.50.
© IVAN PUT
Meer dan 450 vierkante meter handelsruimte in het Zuidstation werd sinds april 2008 grondig gerenoveerd. Nu zit het werk erop. “De indeling is helemaal veranderd zodat dit gedeelte van het station een echt ‘dorp’ is geworden,” zegt An Van hamme van de MIVB. “Er zijn allerhande diensten aanwezig: een telefoonwinkel, snoepgoed, geschenkjes, modeaccessoires. De winkeliers ontvangen de reizigers voortaan in moderne, goed verlichte en aangename ruimtes, die niet hoeven onder te doen voor handelszaken in sommige winkelwijken. De kunstige structuren van Jacques Moeschal, die de plafonds kleuren, zijn prima geïntegreerd in de nieuwe ruimten.” De renovatie van de winkelruimtes gaat verder in de lente 2013. De
gang naar de Zuidertoren wordt dan volledig gemoderniseerd. Hier komen vijf winkels. Ook het sanitair wordt helemaal vernieuwd, naar het model van metrostation Madou. “Het sanitair zal meer ruimte bieden voor mensen met een beperkte mobiliteit,” zegt Van hamme. “Er komt ook een babyhoekje, en toezicht en onderhoud worden verzekerd.” Het Zuidstation werd in 1840 in gebruik genomen, maar pas na de aanleg van de noord-zuidverbinding werd het station een echte draaischijf tussen het noorden en het zuiden van het land. Met rechtstreekse spoorverbindingen naar Frankrijk, Nederland, Groot-Brittannië en Duitsland ligt het station BrusselZuid meer dan ooit in het hart van Europa. Het wordt ook ruim bediend door het openbaar vervoer, met twee metrolijnen, acht trams en vier bussen van de MIVB en verschillende bussen van De Lijn en de TEC.
Matthias Vanheerentals
BÜL, nog tot begin januari, van schemering tot middernacht.
Elsene > Gigantische lichtbellen op Stefaniaplein
Het is feest, het is BÜL Voor de eindejaarsfeesten is sinds vorige donderdag de licht- en geluidsinstallatie BÜL te bezichtigen op het Stefaniaplein aan de Louizalaan. Het is een ontwerp van de Canadees Bernard Duguay, van het creatielaboratorium Lucion Média. Tot en met 7 januari worden er, tussen vier uur ’s middags en middernacht, metershoge lichtballen aangestoken. In die transparante bollen speelt zich dan een
artistiek schimmenspel af dat verwijst naar de Louizawijk en naar Brussel in het algemeen. De lichtbellen veranderen van kleur en vormen een licht- en geluids choreografie. Het project werd betaald door het Brussels Gewest, VisitBrussels en het champagnehuis Laurent-Perrier.
Nick Vervaeck
CURSUS PRAKTISCHE FILOSOFIE
ADVERTENTIE
De praktische benadering van Filosofie helpt meer inzicht te krijgen in jezelf en de werkelijkheid om je heen. De cursus biedt een leidraad van hoe wijsheid concreet kan helpen in het leven. Eenheid en volledige ontwikkeling van gevoel, handeling en kennis staan centraal.
Een greep uit de inhoud: n n n n n n
het verschil tussen kennis en wijsheid zelfkennis en vrij door het leven gaan de rede, drie fundamentele natuurkrachten de volledige ontwikkeling van het menselijk potentieel het loslaten van zorgen, twijfels en angst schoonheid, wie ben ik in werkelijkheid?
Nieuwe cursussen filosofie starten: n Schoolhuis, Gachardstraat 43, 1050 Brussel
Frans: maandag 7 januari om 19.30 uur Engels: maandag 7 januari om 19.30 uur Nederlands: woensdag 9 januari om 19.30 uur n Schoolhuis, Sint-Thomasstraat 26, 2018 Antwerpen Nederlands: maandag 7 januari, 19.30 uur n 11 wekelijkse lessen n pauzes met koffie en thee en lesmateriaal inbegrepen Reserveer nu via info@schoolvoorfilosofie.be Inschrijvingsgeld 135 en 40 euro voor jongeren tot/met 25 jaar Inschrijving en betaling lesgeld (alleen contant) eerste lesavond om 19 uur.
Meer info 03/230.04.10 of 02/649.90.29
www.schoolvoorfilosofie.be
BDW 1358 PAGINA 10 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
BDW REGIO
© RTBF
hop e
Sint-Jans-Molenbeek > Oppositie pest meerderheid
Oorlog tussen Sarah Turine en de socialisten De Molenbeekse meerderheid keurt een veiligheidsplan goed en benoemt nieuwe leden van een gemeentelijke vzw. De oppositie gaat volop in de tegenaanval en viseert daarbij Ecolo-schepen Sarah Turine.
Van gevangenis naar rechtbank: moet dat nu echt met zoveel lawaai?
Sint-Gillis > Buurtbewoners Charleroisesteenweg zijn sirenes beu
Met luide trom naar het proces Om gedetineerden van Sint-Gillis naar hun proces in het Justitiepaleis te brengen rijdt het gevangenentransport dagelijks heen en weer over de Charleroisesteenweg. Dat dit steeds met loeiende sirenes gebeurt, leidt tot grote ergernis bij de buurtbewoners. Petra Boekstal woont al zo’n vijftien jaar in de Bronstraat in Sint-Gillis. Die straat grenst aan de Charleroisesteenweg, die de gevangenis van SintGillis met het Justitiepaleis op het Poelaertplein verbindt. Het gevangenentransport rijdt er van ’s ochtends vroeg tot de sluiting van het gerechtsc iro gebouw heen en weer. Haar wekker hoeft Boekstal alleszins niet spte zet-l ten als ze om zeven uur wil opstaan, want dan cre tie loeien de eerste sirenes van het gevangenentransf port al door de slaapkamer. Boekstal en verschillende van haar buren vragen zich af wat het belang orkshop is van sirenes bij het vervoeren van gedetineerden b o ekehier meer naar hun proces. “Een gevangene krijgt poeha en sirenes dan de koning.”
c iro sp clh iro cre tisepf
c iro l sp tief cre
el cre orkshoaptief boewkoerkshop boeke
op orksh c iro boeke
n
h
sp el
a
tief c hiro cre sp el
orkshop
w
ef creati
boeke n
kshop
Artikel 37.3 van het verkeersreglement beschrijft nochtans uitdrukkelijk dat een speciaal geluidstoestel slechts gebruikt mag worden wanneer het prioritaire voertuig een dringende opdracht uitvoert. Probleem is dat nergens gedefinieerd staat wat een ‘dringende opdracht’ is. Wie bepaalt wat urgent is en wat niet, evenmin. Maar aangezien een proces meestal al een hele tijd vastligt, lijkt het nogal onlogisch om van een spoedopdracht te spreken. Volgens de federale overheidsdienst Justitie bepalen operationele richtlijnen van de politiezone Zuid of er al dan niet sirenes of zwaailichten worden ingeschakeld tijdens het vervoer van gevangenen. “Een van die richtlijnen schrijft voor dat prioritaire voertuigen niet mogen stilstaan. Maar het is uiteindelijk de chauffeur van het veiligheidskorps die bepaalt of hiervoor een speciaal geluidstoestel moet worden gebruikt,” vertelt Marie Verbeke, woordvoerster van de politiezone Zuid. Nick Vervaeck
ADVERTENTIE
ADVERTENTIE
hiro eren, Ccre len, doen! l epe c irosps
sp cre a l tief cre wotief rk
shops
boe chkierno orkshop boekesp el
chiro
sp el
c hiro
Het strategische veiligheids- en preventieplan tot midden 2013 moest afgelopen maandag door de gemeenteraad goedgekeurd worden, maar dat ging niet zonder slag of stoot. De oppositie merkte op dat het hetzelfde plan betrof als onder ex-burgemeester Moureaux. “Wat zijn uw intenties, mevrouw Schepmans? U wilt breken met het beleid van uw voorganger, maar u laat ons hier over een veiligheidsplan stemmen dat identiek is aan dat van Moureaux,” klonk het bij de SP.A. Ook raadslid Dirk De Block (PVDA, oppositie) was scherp: “Dit plan is een exacte kopie van vijf jaar geleden, gebaseerd op indicatoren tussen 2005 en 2008. Dat is schandelijk, u lacht de inwoners gewoon uit.” N-VA-oppositielid Dirk Berckmans had enkele inhoudelijke vragen en wilde een specificering van de bedragen die in het veiligheidsplan genoemd worden en een verduidelijking van de bevoegdheden van de gemeentelijke preventiemedewerkers. Ook binnen de meerderheid zelf klonk er gemor. CDH-raadslid Youssef Lakhloufi had enkele inhoudelijke opmerkingen over het plan. “Ik merk op dat het geen rekening houdt met crisismanagement bij rellen en dat het niet echt voor veiligheid zorgt.” Schepen van Preventie Sarah Tu-
rine (Ecolo) antwoordde de PS-SP.Aoppositie dat het onmogelijk is om het preventieplan nu te wijzigen. “De subsidies zijn al toegekend en het zou dom zijn om het plan nu inhoudelijk te veranderen. Ik stel voor dat we en cours de route wijzigingen aanbrengen.” Burgemeester Françoise Schepmans (MR) vulde aan: “Het is een plan in samenwerking met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, nu kunnen we het niet meer veranderen. Akkoord dat het aangepast moet worden, maar niet nu. We moeten de continuïteit van het beleid waarborgen.” Het debat verschoof echter nog in het voordeel van de socialisten, toen die fijntjes opmerkten dat Turine tijdens de vorige coalitie steevast tegen het plan had gestemd, en er nu als schepen vóór stemde. De discussie eindigde in mineur, want de andere oppositieleden kregen geen afdoend antwoord op hun vragen. De socialistische oppositie zorgde ook voor theater bij de nieuwe benoeming van afgevaardigden voor de vzw Cles, die het preventieplan mee uitvoert. Twaalf zitjes behoren de meerderheid toe, acht de oppositie. De socialisten vonden echter dat hun vier zetels toekwamen, en ze pestten Sarah Turine door te stellen dat zij als kleine oppositie in de vorige meerderheid ook een zitje in de vzw had, en dat proportioneel gezien de grote PS-fractie dus ook een flink aantal zitjes verdiende. Waarop Turine kwaad stelde dat het aan de meerderheid is om zulke dingen te bepalen. De socialisten liepen vervolgens ostentatief weg van de stemming. Christophe Degreef
cre atief
shops chiro fwork e i t re al csp e obpseken spel sh o woarktief cre cre atief eken b o workshop workshops boeke n boeken
or w o r chi bloeke n o r sp e hi tief l a e p r De Banier Brussel, Kolenmarkt 85, tel. 02-511 44 31 e s c Meer info op www.debanier.be ps tief ksho
S OCIALE V ERHUURKANTOREN
Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen
www.fedsvk.be 02 412 72 44
M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����
BDW 1358 PAGINA 11 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
Vlaanderen heeft de reputatie dat de rotondes er vol staan met bespottelijke beelden. Maar hoe zit het in Brussel? Voor BDW onderneemt de Nederlandse rotondoloog Tijs van den Boomen de komende maanden een zoektocht naar de rotondes van de negentien Brusselse gemeenten. Welke spiegel houden ze ons voor?
Hoogte Honderd luidt de naam van de rotonde, en dat is slechts een tikje overdreven. In de muur van de kerk op het middeneiland is een ijzeren merkteken aangebracht, dat precies honderd meter boven zeeniveau aanwijst. Het zit op kniehoogte, de rotonde ligt in werkelijkheid dus op 99,5 meter. Tel daarbij de hoogte van de toren op en je komt op 153,5 meter. Daarmee wint de Sint-Augustinuskerk het net niet van de Zuidertoren: het hoogste gebouw van België meet 150 meter en staat op een hoogte van 21 meter: totaal 172. Maar de winnaar is de IT Tower op de Louizalaan: gebouw en heuvel samen komen op 199 meter. Allemaal leuk en aardig, maar de
© TIJS VAN DEN BOOMEN
ROND BRUSSEL (8): VORST er, als projectontwikkelaar avant la lettre, een villawijk van te maken. Op de top van de heuvel liet hij een cirkelvormig plein vrij dat hij aan de parochie schonk, met de verplichting er een kerk te bouwen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog worden de funderingen gelegd voor een Byzantijnse kerk, maar door geldgebrek valt de bouw stil. Eind jaren 1920 krijgen twee jonge architecten de opdracht een ander ontwerp te maken, op basis van het nieuwe bouwmateriaal beton. Als grondvorm nemen ze de combinatie van een Grieks kruis en de cirkel van de heilige hostie. Vanbuiten oogt de kerk hoekig en streng, de ronde vorm valt pas op als je binnen bent. Precies in het middelpunt staat een kruis op de vloer, de stoelen staan er in halve cirkels omheen. Maar het opmerkelijkste is de kruisweg op de muren: de veertien statiën lopen rond als een stripverhaal zonder begin of eind. Nadat Jezus in de veertiende statie in het graf is gelegd, volgt weer de terdoodveroordeling. hoogte in meters is slechts één aspect, het gaat ook om grandeur en monumentaliteit. En die heeft de Augustinuskerk ontegenzeggelijk: welke van de acht wegen naar de top
je ook neemt, steeds is je blik gericht op het kruis dat zich aftekent tegen de hemel. Zó ongeveer moet fabrikant Alexandre Bertrand het aan het eind van de negentiende eeuw
hebben bedoeld, toen hij het oude galgenveld van Brussel kocht om
www.brusselnieuws.be/rondbrussel
ADVERTENTIE
huisvandeMens!
voor mensen door mensen Stalingradlaan 18-20, 1000 Brussel [Premetrostation Anneessens] Tel. 02 242 36 02 E-mail: brussel@deMens.nu Jetse laan 362, 1090 Jette [Bus 13 en 14 halte Legrelle] Tel. 02 513 16 33 E-mail: jette@deMens.nu
DeMens.nu staat in voor de uitbouw van de vrijzinnig humanistische dienstverlening in Vlaanderen en Brussel. Iedereen die het wenst kan in een huisvandeMens terecht voor informatie over o.a. ethische thema’s, maar ook voor info over plaatselijke vrijzinnig humanistische initiatieven en activiteiten. Heb je nood aan een luisterend oor (morele bijstand) of wil je stil staan bij een belangrijk moment in het leven (plechtigheden), dan ben je hier aan het juiste adres. Als deMens.nu willen we er immers zijn voor mensen. Onze dienstverlening is kosteloos.
Je kan in ons huisvandeMens terecht voor: Vrijzinnig humanistische plechtigheden Er zijn van die momenten in je leven die je niet snel vergeet. Die je ook nietsnel wíl vergeten, omdat ze zo ingrijpend zijn. De geboorte van je kind of het overlijden van een goede vriend, bijvoorbeeld. Of misschien sta je graag even stil bij een nieuwe stap in je leven, zoals vb. je huwelijk. In het huisvandeMens kan je aan een consulent vragen om je te helpen bij de organisatie van een vrijzinnig humanistische plechtigheid.
bezoek ons voor meer info op www.deMens.nu
Centrum Morele Dienstverlening is vanaf nu
Tijs van den Boomen
BDW 1358 PAGINA 12 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
© MARK DODDS-A SHADOW OF MY FUTURE SELF
Wees matig met popcorn, waarschuwt Eric Vancoppenolle. Of valt u graag ten prooi aan diarree, dermatitis en obesitas?
Maatschappij > Cinefiel Eric Vancoppenolle ziet zijn filmplezier vergald
Popcorn, chips en andere bestialiteiten BRUSSEL – Zijn recentste bezoek aan de cinema werd eens te meer ontsierd door popcorngeluiden. Journalist en cultuurliefhebber Eric Vancoppenolle stelt zich de vraag of hij het nog kan opbrengen om een bioscoop te betreden. Het antwoord is ‘ja’, want de liefde voor de film is te groot. Maar...
BDWOPINIE Maandagavond 10 december, zaal 6 in UGC Gulden Vlies. Ik maak me op om een intimistisch en intens filmmoment te beleven. De film Jagten van Thomas Vinterberg, de maker van Festen, krijgt zeer goede kritieken. Een psychologisch drama over een veertiger die vals beschuldigd wordt van pedofilie, wat is er beter om te ontspannen op een maandagavond? Aanvankelijk gaat alles goed met het hoofdpersonage, een kleuterleider gespeeld door de Deense acteur Mads Mikkelsen. Hij mag dan wel aan het scheiden zijn, de ontmoeting met een bevallige dorpsgenote is veelbelovend. Helaas zorgt niet alleen de stomende seks tussen beide protagonisten voor kraakgeluiden, maar ook het geknisper van popcorn, onder meer in de rij achter
mij. Een blik over mijn schouder leert me dat er voldoende popcorn in de zaal aanwezig is om een heel regiment uitgehongerde Amerikaanse G.I.’s te voeden. Hoe dieper het hoofdpersonage wegzakt in het drijfzand van vernederingen en beschuldigingen, des te dieper sommige bioscoopgangers in hun megazak popcorn graaien. De graai- en knettergeluiden worden zo vervelend, dat ze lijken weggeplukt uit het logboek met marteltechnieken van de KGB. Wanneer ik de leider van de Popcorn Posse vraag hoe lang zijn gefret nog gaat duren, antwoordt hij me: “Tot de zak leeg is.” Beauty lies in the eye of the beholder, dat wisten we al. Ik zou dit als volgt willen parafraseren: the dirt lies in the mouth of the barbarian. Niet dat ik tegen popcorn ben. Het goedje heeft een rijke geschiedenis. In Peru zijn zelfs 6.700 jaar oude popcornresten aangetroffen. Alleen waren er toen nog geen bioscopen.
of zelfs telefoongesprekken voeren, hardop commentaar geven en ga zo maar door.
Walhalla
ERIC VANCOPPENOLLE:
“Als ik de leider van de Popcorn Posse vraag hoe lang zijn gefret nog gaat duren, antwoordt hij: ‘Tot de zak leeg is’”
Ook het geknetter van chips en het gewriemel met zakjes allerhande scoort hoog in de top 10 van de bioscoop-irritatielijst. Andere succesnummers zijn sms’en versturen
Wat het walhalla van de cinefiel zou moeten zijn, verwordt tot een asociaal oord van consumptie, waar het consumeren van voedsel en drank op gelijke hoogte staat met de consumptie van bewegende beelden. Dat bevestigen de omzetcijfers van de bioscopen. De Kinepolis-groep, met cinemacomplexen in België, Frankrijk en Spanje, haalt 21 procent van haar omzet uit voedsel, drank en retail (een beertje hier, een pin daar). Aangezien de winstmarge op popcorn groter is dan op filmtickets, zijn bioscopen niet geneigd die lucratieve nevenactiviteiten af te bouwen, integendeel. Bioscopen investeren steeds meer in die parafernalia, terwijl de kassa steeds luider rinkelt. “Is er dan echt niets aan te doen?” hoor ik u vragen. Ziehier een tienpuntenplan: 1. Keur een wet goed die het verbiedt voedsel en drank te consumeren in de bioscoop. Meteen kunnen de federale overheid, de gemeenschappen en gewesten werkgroepen
oprichten om uit te pluizen wie hiervoor in België bevoegd is. 2. Cinefiel, neem uw lot in handen. Woody Allens Purple rose of Cairo, waarin het hoofdpersonage uit het witte doek en in het echte leven stapt, kan daarbij inspirerend werken. In het geval van Jagten had ik dus in het doek kunnen stappen om een van de jachtgeweren te veroveren, om daarna opnieuw de zaal in te duiken en een salvo te lossen op de popcornvreters. 3. Stuur de popcornverorberaars op verplichte stage naar Japan. In het Land van de Rijzende Zon wordt er bij iedereen van kindsbeen af ingepompt dat men anderen niet stoort. Geen popcorn en gsm dus in de trein, laat staan in de bioscoop. Een studiereis naar de VS daarentegen wordt ten stelligste afgeraden. 4. Een geleid bezoek aan plekken waar popcorn wordt geproduceerd, kan zeer ontradend werken. 5. Een opvoeding tot filmcultuur en, breder gezien, sociale omgangsvormen. In het geval van popcorn en chips is het niet evident om de aangekweekte gewoonte af te leren. Wetenschappers van de University of Southern California hebben in 2011 vastgesteld dat slechte eetgewoonten gelieerd zijn aan de omgeving waarin we ons bevinden, eerder dan aan de smaak van het voedsel. In dat onderzoek aten proefpersonen – bioscoopgangers die regelmatig popcorn eten – popcorn van één week oud helemaal op. Een andere groep proefpersonen – cinefielen die doorgaans geen popcorn eten – lieten de zakjes onbenut staan. 6. Zoek je bioscoop uit. Kinepolis en UGC De Brouckère kennen het grootste popcorn- en chipsverbruik. Toch is geen enkele bioscoop vrij van asociaal gedrag. Een vriend vertelde me hoe hij in Cinema Nova werd gestoord door een man achter zich die zijn muziek in de koptelefoon keiluid had staan. Hoe de betrokkene de film kon volgen, is niet duidelijk. 7. Zet een protestcampagne op: ‘Stop the corn, blow the horn’. Bij elk popcorngeluid blaas je een lange serenade op een hoorn. 8. Breng op elke zak de vermelding ‘Popcorn kan je gezondheid schaden’ aan. Hef naar analogie met sigaretten meteen ook een zware extra belasting op popcorn en chips. 9. Met de opbrengst van punt 8 richt men een fonds op om de bioscopen te ondersteunen. Op die manier hoeven ze de kaartjesprijs niet te verhogen als de popcorninkomsten dalen. 10. Andere radicale oplossing is juist het uitermate stimuleren van popcorngebruik. Te veel maïs op het dieet kan leiden tot ziektes als pellagra. Die aandoening gaat gepaard met de ‘drie d’s’: diarree, dermatitis en dementie. Een overdaad aan geplofte maïs kan ook leiden tot obesitas en de ontploffing van de consument-in-overdrive. In een pakje popcorn van 375 gram zitten 1.800 calorieën. Sleep aan die troep! Het moge duidelijk zijn dat schrijver dezes voorstander is van punt 1, maar dan zonder de typisch Belgische interne stammentwisten. Eric Vancoppenolle, journalist brusselnieuws.be
BDW 1358 PAGINA 13 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
BRIEVEN VAN LEZERS lezersbrieven@bdw.be Smakelijk Ik ben niet zo’n vleesliefhebber, maar een ‘tabblad van rundvlees’ gaat er wel in, en een ‘kleine zenuw vlakke NET’ vind ik ook wel lekker. Waar ik niet zo dol op ben, is de reeds bereide ‘carbonade heeft bier’, en een ‘rating van 1-bot’ zul je mij ook niet zo snel zien verorberen. In de winter maak ik wel eens spruitjes met ‘low coast van varken’ gereed, en misschien haal ik voor de kerst wel ‘kust van kalfsvlees’ in huis. Deze, en nog andere vleeswaren (lezeres heeft ze voor ons fraai gefotografeerd in hun verpakking, red.) zijn te verkrijgen in onze plaatselijke, en gelukkig meertalige, supermarkt. Aleide Vanhemelryck, Watermaal-Bosvoorde
N-VA en Brussel In het algemeen vind ik uw krant zeer interessant, maar dit keer heb ik het artikel over de N-VA (BDW 1356, p. 1: ‘N-VA is de grootste’) niet graag. Ik ga niet akkoord met de inhoud. Ik ben als Brusseles geboren en nu kan ik zeggen dat ik tweetalig ben dankzij de goede contacten die ik heb met mijn politieke groep uit Vlaanderen, waarmee ik over verschillende maatschappelijke thema’s praat. Als Brusseles vind ik dat de Brusselaars hun eigen politiek kunnen organiseren, hun plan kunnen trekken zonder dat de N-VA-mensen zich komen bemoeien. Hun plannen kunnen ondemocratisch zijn en zij kunnen ook onze cultuurkeuze en doelstellingen bemoeilijken en, soms, schrappen. Roselyne Lories-Demey, Vorst
Vlaamse trams In BDW 1357 (p. 2-3) worden vier redenen gegeven voor de koudwatervrees voor Vlaamse trams op Brussels grondgebied. Maar ik vind er niets in terug over de spoorbreedte. De spoorbreedte van de trams van De Lijn is heel wat kleiner dan die van de Brusselse. Hoe zal dat probleem aangepakt worden? Bijkomende rails leggen om het berijden mogelijk te maken? Zou men er niet goed aan doen door de trams te vervangen door trolleybussen? De bovenleidingen hangen er op vele plaatsen al. Daarenboven zijn bussen veel wendbaarder en zijn de trajecten gemakkelijker aanpasbaar in geval van werk aan de weg. (...) De trolley-techniek is een oudgediende, ik heb ze nog gekend in Gent en Antwerpen. Waarom kan dat nu niet meer? Bovendien is het gewicht van een bus heel wat kleiner dan dat van een tram. Winst dus op het vlak van energie, dat wel gedeeltelijk opgesnoept wordt door een grotere sleet op het wielenstel (rubber banden). Is dit voorstel niet het overdenken waard voor de Vlaamse en Brusselse politici? Roland Aerts, Sint-Lambrechts-Woluwe De Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn neemt voor de trams van het nieuwe Brabantnet de spoorbreedte van de MIVB over, namelijk 1,435 meter. Daarover hoeven alvast geen afspraken meer worden gemaakt. De redactie
Schooltalen Graag reageer ik op de opinie van Julien Borremans in BDW 1357 (‘Waar wachten de scholen op?’, p. 16). De alomtegenwoordigheid van vreemde thuistalen bij leerlingen van het Brusselse Nederlandstalig onderwijs
wordt vaak gezien als een bedreiging. Dat is te begrijpen, want op de schouders van directies en leerkrachten rust een bijna onmogelijke opdracht: zij moeten in de kortst mogelijke tijd het Nederlands van de leerlingen opkrikken tot een werkbaar niveau en tegelijk de eindtermen realiseren. Het onderwijssysteem is opgevat als eentalig moedertaalonderwijs voor Nederlandstaligen, hoewel de Brusselse context radicaal anders is. Geconfronteerd met een moeilijke onderwijssituatie wapenen Nederlandstalige scholen zich vaak met een soort krampachtige afwijzing van alles wat niet Nederlands is. Andere talen zijn binnen de schoolmuren vaak taboe. Want, is de redenering, enkel tijdens de luttele schooluren komen de leerlingen in contact met het Nederlands, en dus moet je onafgebroken Nederlands in die kinderhoofden proppen, toch? Deze aanpak leidt tot ernstige problemen. Allereerst is er stress en frustratie bij leerkrachten door hun erg moeilijke onderwijsmissie. Daarnaast wordt ook de intrinsieke motivatie om Nederlands te leren weinig gestimuleerd. De leerlingen maken kennis met het Nederlands als een autoritaire verplichting, ze leren het Nederlands niet kennen als een vriendelijke, warme en uitnodigende taal, waarmee ze zich, bovenop hun moedertaal, nog rijker kunnen uitdrukken. Evaluaties van Stimob- en OETC-projecten, waarbij sommige Nederlandstalige scholen een aantal uur in vreemde thuistalen onderwijzen, tonen dat een meertalige onderwijsmethode het Nederlands net ten goede komt. De leerlingen voelen dat hun moedertaal wordt erkend en gerespecteerd op school. Dat bevordert niet alleen hun zelfbeeld, maar ook hun motivatie om wél Nederlands te gebruiken tijdens de lessen in het Nederlands. Men kan nog veel remediërende maatregelen treffen, waaronder een strenger taalbeleid: dat blijven onvolmaakte correcties op een falend systeem zolang we blijven uitgaan van een eentalige onderwijsaanpak. De school is een spiegel van de samenleving, maar het Vlaamse onderwijs volgt een tegengestelde logica: onze meertalige samenleving wordt omgebogen naar het keurslijf van een eentalige school. Waar blijft het meertalig onderwijs?
Lennert Daeleman, leraar Nederlands aan volwassenen, Brussel
Nieuwjaarscent Bij u komen ze toch ook langs? De postbode, de vuilnisman, de brandweerman... want het is nieuwjaar en dan krijgen ze toch – geheel vrijwillig, hoor! – een cent? Ik doe het, ik gun het ze, ik betrouw op ze, ik bewonder ze, zo in weer en wind. En ja, ik speel ook op zeker, want wie weet waartoe rancune hen in staat stelt. Maar op zondag 9 december langskomen voor de vuilniskar (20 euro want niets anders op zak) en op 10 december langskomen voor... jawel, de vuilniskar, is dat niet wat van het goede te veel? “Ah non,” beweert de brave man, “vous n’avez rien compris; moi, je suis des sacs bleus et jaunes, celui de hier est des sacs blancs.” Ik vraag hem hoe ik dat nu moet weten, “voor mij hebben jullie een en dezelfde vuilniswagen, dezelfde opdrachtgever en broodheer.” – “Enfin soit, j’ai compris, vous ne voulez pas donner,” zegt de man finaal wanneer ik hem uitleg dat die 20 euro van de dag ervoor ook een stukje voor hem was. Net Brussel, doe hier iets aan! Ofwel leg je de werkmannen uit dat één rondgang volstaat en dat de pot wordt verdeeld, ofwel communiceren jullie duidelijk dat jullie verschillende diensten hebben. Maar kies in deze tijden van drang naar duidelijkheid en behoefte aan solidariteit alstublieft voor het eerste! Dan blijf ik alvast nieuwjaarscenten uitdelen. Hadewych Popelier, Laken
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
BDWOPINIE Verzilvering door Danny Vileyn Op de Staten-Generaal van de Woonzorg Brussel werd het vorige week nog eens herhaald: vereenzaming is een van de grootste problemen van ouderen in de grote stad. De vaststelling is niet nieuw, maar ze wordt wel erg weinig benoemd. Omdat ze ons stoort. Tachtigplussers bijvoorbeeld hebben de Tweede Wereldoorlog nog meegemaakt, ze hebben ongemeen hard moeten werken in de jaren 1960, ze hebben de oliecrisis meegemaakt en de grote werkloosheid in de jaren 1980. Maar dat willen we allemaal niet meer weten. De demografische boom maskeert de vergrijzing en de verzilvering (en meteen ook de noden van ouderen). Het politieke discours, althans in Brussel, gaat (bijna) alleen over de vergroening, over scholen en crèches. Dat zou zich wel eens kunnen wreken, en zelfs vlugger dan gedacht: de senioren laten zich niet langer doen. Niet minder dan honderd senioren zijn vorige week vrijdag naar de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie afgezakt om te protesteren. Het Seniorencentrum heeft er de rem op moeten zetten: er waren nog veel meer kandidaat-betogers. Dat is nooit gezien. Voor velen was het de eerste ‘betoging’ in hun leven. Ze nemen het niet dat het Seniorencentrum in zijn huidige vorm dreigt te verdwijnen. De VGC wil dat het een tweedelijnscentrum wordt, een expertisecentrum. Heeft Woonzorg Brussel die expertise dan niet? Of de ziekenfondsen? Nu zet het Seniorencentrum activiteiten op het getouw – vaak zijn dat uitstapjes – voor niet-georganiseerde senioren, voor de groep die het meest vatbaar is voor vereenzaming. De seniorenwerking moet naar de gemeenschapscentra verhuizen, meent bevoegd VGC-collegelid Bruno De Lille (Groen). Hij heeft het dossier geërfd van het vorige college, dat de marsrichting aangaf. De succesvolle werking van het Seniorencentrum is onder andere te danken aan het grote grondgebied dat het bestrijkt: het Brussels gewest en zelfs daarbuiten. De reisjes die het Seniorencentrum organiseert, zijn ook een middel om veel verschillende mensen te zien. Het is niet goed als senioren opgesloten zitten in eigen buurt. En bovendien: het Seniorencentrum doet het goed. Het centrum bereikt drieduizend ouderen, van wie er velen hun partner verloren hebben en/of niet meer zo goed ter been zijn. De overgrote meerderheid is tussen 70 en 75 jaar. Als de activiteiten van het Seniorencentrum ophouden te bestaan, vallen deze mensen in een zwart gat. En dat wil toch niemand?
EVA HILHORST
© JEUGD EN MUZIEK BRUSSEL
BRUSSELS YOUTH JAZZ ORCHESTRA IN BEURSSCHOUWBURG BRUSSEL – De Beursschouwburg heeft een neus voor jong talent: het Brussels Youth Jazz Orchestra mag er op zaterdag 22 december gloriëren.
Georges Tonla Briquet
Brussels Youth Jazz Orchestra, 22 december om 21.30 uur in de Beursschouwburg (www.beursschouwburg.be). Kaartjes kosten 10 euro ADVERTENTIE
Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap
✆ 0800-15045
alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30
Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be
VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK
© DAVIDSFONDS
De toekomstmogelijkheden voor jonge jazzmuzikanten zijn veeleer beperkt. Daarom richtte Jeugd en Muziek Brussel samen met het BJO vier jaar geleden het Brussels Youth Jazz Orchestra op. Jan Geerts, algemene communicatieverantwoordelijke bij Jeugd en Muziek Brussel, doet het verhaal. “Ons symfonisch jeugdorkest werd opgedoekt in 2007. Net in die periode was het Brussels Jazz Orchestra op zoek naar een partner om een bigband voor jongeren op te richten. Wij hadden nog nooit iets gedaan met jazz, dus leek het ons de ideale kans. Wij verzorgen de praktische kant van de zaak zoals de profilering van het orkest en de boekingen, terwijl het BJO onder leiding van Frank Vaganée voor de artistieke input zorgt. Het pedagogisch aspect staat centraal. Dat maakt het wat moeilijk om optredens te versieren. De organisatoren denken namelijk dat het ‘maar’ een pedagogisch project is, terwijl de kwaliteit enorm hoog ligt.” Iemand die dat wél snapt, is Vincent Tetaert, muziekprogrammasamensteller van de Beursschouwburg. “Dit is een uniek initiatief dat alle aandacht verdient. Toen ik de band begin dit jaar aan het werk zag, was ik overdonderd. Wat een sound! Daarom organiseren we dit concert bij ons. En dan nog wel in onze Gouden Zaal en met zittend publiek, zodat iedereen optimaal kan genieten.” Om de drie jaar verandert de bezetting van het orkest. Bij de vorige lichting zaten jongeren wier naam nu al bij de kenners op de lippen ligt: onder hen Bram De Looze, Marjan Van Rompay, Peter Delannoye, Nathan Daems en Joppe Bestevaar. Voor het concert in de Beursschouwburg is de Nederlander Johan Plomp gastdirigent.
BDW 1358 PAGINA 14 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
Ignace Thevelein begon acht jaar geleden in Brugge met een kerstzangstonde. Ondertussen wordt er op tweede kerstdag op veel plekken in Vlaanderen en Brussel gezongen.
Muziek > Kerstsamenzang op 26 december in Molenbeek en Woluwe
Ook u sijt wellecome! BRUSSEL – Op 101 locaties in Vlaanderen en Brussel kunt u op tweede kerstdag sfeervolle kerstliederen meezingen voor het goede doel: De stem van ons geheugen. Zo raakt u weer wat vertrouwd met de Gheestelycken waeckende staf der Jodische Schaep-Herders (1651) en andere hartverwarmende liedboeken. En spiegelt kerst u de tijdloze boodschap voor dat ‘als een engel met Maria wiegt, Jozef de luiers wast’.
‘S
usa Nina’ en ‘Daar kwamen drie Koningen’. Zonder woorden hoor je de kerstklassiekers elektronisch vuurwerk maken in metrogangen en winkelgalerijen. Maar zingt ú deze liederen nog mee? De Davidsfonds-afdelingen in Brussel houden (op hetzelfde uur als in Vlaanderen) een kerstsamenzang in twee minder bekende kerken: de Molenbeekse Goede Herderkerk en de kapel van het Koninklijk Instituut van Woluwe. Een gratis zangbundel met tekst en muziek, een organist, enkele voorzangers en een zangbegeleider, en een vrijwillige bijdrage voor de actie De stem van ons geheugen, die mensen
met dementie (opnieuw) aan het zingen helpt: meer heeft het zangevenement niet om het lijf. Een schoon kindeken in wat proper stro, zeg maar. Ignace Thevelein is initiator van de zangstonden. Pastor Thevelein is kapelmeester van de Brugse kathedraal en als priester ‘vrijgesteld om kerkmuziek te stimuleren in het bisdom’. In 2004 probeerde hij voor het eerst een kerstliederenuurtje in Brugge uit. “Sindsdien komen er op tweede kerstdag altijd vijf- tot zeshonderd mensen zingen in de kathedraal. Mijn initiatief is snel door Davidsfonds WestVlaanderen overgenomen, en sinds een paar
jaar algemeen verspreid als kerstsamenzang.” Voor U zijt wellekome selecteert Thevelein een twintigtal kerstliederen uit de grote Nederlandstalige canon. “Mensen kennen nog een paar beginregels van kerstliederen, maar deze volksliederencultuur is toch wel uit het collectieve geheugen aan het verdwijnen. Gelukkig werd in de tweede helft van de negentiende eeuw heel wat opgetekend. Daar zijn dan boeken van uitgebracht, in aansluiting met de volksliederenverzamelingen van Edmond de Coussemaker (magistraat en melomaan, 1805-1876, JMB) voor Frans-Vlaanderen en Jan Frans Willems (1793-1846) met zijn Oude Vlaemsche liederen bij ons.” In Brugge brachten Adolphe Lootens en Eusèbe Feys in 1878 hun Chants populaires flamands uit, na jaren van veldonderzoek naar mondelinge overdracht van volksmuziek. Kerstliederen hoorden daarbij. Waarom? Thevelein: “Voor de devotieliederen – Maria- en kerstliederen – is langere tijd belangstelling geweest dan voor het gewone volkslied. Een
© OSVALDO SALAS
75 JAAR L’ARCHIDUC
FOTO’S ALS DWARSLIGGERS
Uit de tijd que Bruxelles jazzait, is L’Archiduc, Antoine Dansaertstraat 8, een taaie overlever. Voor de 75ste verjaardag praat eigenaar Jean-Louis Hennart over zijn art-deco- jazztempel, zijn voorgangers, zijn gasten (huispianist Mal Waldron!) en zijn plannen.
“Omdat amateurfotografen als ik nergens in Brussel terechtkonden met hun werk”, richtte cameraman Vincent Verhaeren zelf een galerie en een fotografenvereniging op. Galerie Verhaeren in Watermaal-Bosvoorde viert haar twintigste verjaardag: tijd voor een overzicht.
LEES MEER OP PAGINA 20
LEES MEER OP PAGINA 18
aantal koren hebben weer volksliederen in hun repertoire opgenomen. Als in kerstliederen nog een Latijns woord opduikt, als kyrie eleis, kort voor eleison, dan kun je nog afleiden dat ze een vertaling zijn van een Latijns kerklied. Die liederen werden in de werkkamers, burgerhuizen en kloosters gezongen, nooit in de liturgievieringen, want vóór het Tweede Vaticaans Concilie, 1962-’65, werd er geen
“De bijbelteksten werden aangepast aan het lokale leven, soms zelfs met een knipoog: Jozef zoekt naar water, maar het putteke was toegevroren”
UIT: DIMITRI DE MAESSCHALCK, VLAANDEREN IN DE KUNST, DAVIDSFONDS UITGEVERIJ, 2010.
© SASKIA VANDERSTICHELE
BDW 1358 PAGINA 15 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
gebenedijd woord Nederlands gezongen in de kerk. Hoogstens kon het in kersttijd eens door de beugel bij het einde van het zondagse lof. De kerstliederen hebben in feite nooit deel uitgemaakt van de mis. Ze pasten eerder in het ‘quête-zingen’ of bedelzingen, naast sterrenzingen met Driekoningen en de volkse straatzang. Het hoorde bij de traditie om van huis tot huis te bedelen voor zakgeld of snoep.”
Sneeuw in Bethlehem Thevelein selecteerde voor de zangnamiddag bekende en minder bekende oude kerstliederen, als ‘Hoe leit dit kindeken’ (17de eeuw), ‘Herders, Hij is geboren’ (Leuven, 1669) of ‘Nu is die roe van Jesse’ (Brugge, 1851), dat vertelt over de twijg ontsprongen aan de boomstronk. “Er zitten ook wat meer populaire liederen bij, zoals ‘De herdertjes lagen bij nachte’, dat met andere teksten op het voetbal gezongen wordt (lacht). Maar doorgaans rakelen we oude schatten op, zoals een lied als ‘Het viel een hemels dauwe aan mynen maegdekeyn’ (1508). Dat verwijst naar de oude zegswijze dat Maria bevrucht is als goddelijke dauw die over de velden valt. De melodie is op de oude melodie van Psalm 54 gezet. (Thevelein zingt voor.) De oudste liederen zijn schatplichtig aan het gregoriaans, al van in de veertiende eeuw, met nieuwe Vlaamse teksten. Zo is op de melodie van ‘Veni Creator’ een Nederlandse tekst gezet: ‘Herders brengt melk en soetigheyd’. (Zingt weer voor.) De teksten uit de bijbel werden vaak aangepast aan het lokale leven, soms zelfs met een knipoog. Zoals in ‘De lucht vol schone engelen vliegt. Een engel met Maria wiegt, daar Jozef werkt de hele nacht, en wast de luiers in de gracht’. Je krijgt een soort inculturatie, net als in ‘Maria die soude naar Bethlehem gaen’, waarin het sneeuwt. Of in een ander lied waarbij Jozef water zoekt, maar ‘het putteke was toegevroren’. Net als in de schilderijen van
Robert Campin, ‘De geboorte van Christus’, ca. 1425-’30.
Bruegel werd de locatie verplaatst naar hier.” Dat de liederenschat van Vlaanderen tot Brussel zijn verankeringen kent, krijgt de bezoeker-gelegenheidszanger ook nog mee. Thevelein: “Vaak kennen die liederen varianten van streek tot streek, zoals in ‘Daar wordt een schip geladen’ (Keulen, 1608), waarin Maria als een schip op een rivier wordt voorgesteld. Het oude beeld van Maria, die een
kind als vracht in zich draagt, verwijst nog naar het pre-christendom, toen men dacht dat alle leven uit het water kwam.” Kunnen wij dat aan Brussel linken? In de Zavelkerk staat
Maria in een scheepje afgebeeld, waarmee ze langs de Zenne uit Antwerpen aanmeert. Jean-Marie Binst
Kerstsamenzang op woensdag 26 december van 16 tot 17 uur, gratis, in Sint-JansMolenbeek (Goede Herderkerk, Korenbeekstraat 231) en Sint-Lambrechts-Woluwe (Kapel Koninklijk Instituut, Georges Henrilaan 278)
Nieuwjaarsnacht begint bij de MIVB.
De Brouckère
Anneessens César De Paepe Chapelle Kapellekerk
Alle Noctis-bussen rijden gratis van middernacht tot 5 uur ’s ochtends. De 4 metrolijnen rijden gratis vanaf middernacht tot 2 uur ’s ochtends. De tramlijnen 3 (Esplanade-Churchill), 4 (Noordstation - P Stalle) rijden gratis vanaf middernacht tot 2 uur ’s ochtends. De tramlijnen 7 (Heizel-Vanderkindere), 19 (Groot-Bijgaarden - De Wand), 39 (Montgomery - Ban-Eik), 92 (enkel tussen Louiza en Dieweg) en 94 (enkel tussen Louiza en Marie-José) rijden gratis vanaf middernacht tot 2 uur ’s ochtends. Plan en dienstregeling op mivb.be
BDW 1358 PAGINA 18 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
Muziek > OPMOC roept op debuut Journeys nieuw genre tot leven: skunk
‘We sluiten ons niet op in één genre’ © OPMOC
Een optreden van OPMOC, dat is een explosie van energie. “We spelen elk concert alsof het ons laatste was.”
SCHAARBEEK – De twintigers van OPMOC hebben met hun fusie van ska, funk, reggae, punk, hiphop en latin een genre uitgevonden dat haarfijn past bij het Brusselse kosmopolitisme: skunk. Zaterdag stellen ze hun debuut Journeys voor in de Hallen. “We vermengen alle muziek die ons aanspreekt.” OPMOC zag het daglicht in de schoolbanken toen een paar makkers samen covers van hun lievelingsgroepen gingen spelen. Al snel voelde het zestal de drang om ook zelf te componeren. Acht jaar en vele concerten later is hun debuutalbum een feit. Acht jaar kan lang lijken, maar als je weet dat de muzikanten vandaag ‘nog maar’ tussen 21 en 25 zijn, dan is dat niet zo verwonderlijk. “We wilden gewoon spelen, zoveel mogelijk op
het podium staan, voor de fun. En dat is nog altijd zo,” zegt tenorsaxofonist Arnaud Guichard. OPMOC stond al op Couleur Café, Esperanzah!, Francofolies de Spa, LaSemo, de Brussels Jazz Marathon en het Vrijheidsfestival. Een hele verwezenlijking voor zo’n jonge band... zonder album. “Het plan om een album op te nemen is er pas twee jaar geleden gekomen, en toen waren we er nog niet klaar voor. We wilden kijken of er een label interesse zou tonen, maar die interesse bleef uit, dus hebben we beslist alles zelf te doen,” vertelt keyboardspeler Martin Salemi. “We hebben onze tijd genomen omdat we het echt goed wilden doen,” voegt drummer Maxime Van Eerdewegh eraan toe. “Zes jaar lang repeteerden we op zondag in mijn kelder, maar
om de overlast voor de buren te beperken, zijn we op zoek gegaan naar een repetitieruimte. Novanoïs heeft ons een voordelige huurprijs gegeven en is partner van het project geworden. Toen we er klaar voor waren, zijn we naar Studio Dada in Schaarbeek getrokken om op te nemen.” De Hallen van Schaarbeek, waar de nieuwe directie naar verluidt opnieuw concerten zal organiseren, vervolledigt de Schaarbeekse drievuldigheid: repetitielokaal, studio en cd-presentatie.
Volle gas Cd-voorstelling op zaterdag 22 december om 20 uur in de Hallen van Schaarbeek, Koninklijke Sint-Mariastraat 22. Kaartjes kosten 5 à 7 euro. Meer op www.halles.be, promofilmpjes op opmoc.com
Journeys is een staaltje van métissage, muzikale vermenging. “We hebben ons nooit vragen gesteld over welke stijl we zouden spelen. Om er toch maar een naam op te plakken, zijn we met skunk gekomen. Nu achtervolgt die
Tentoonstelling > Galerie Verhaeren, his master’s choice
Foto’s als dwarsliggers
© OSVALDO SALAS
© VINCENT VERHAEREN
In 1993 richtte RTBf-geluidsman Vincent Verhaeren de fotografenvereniging Croiseregard en een fotogalerie op. “Omdat ik als amateurfotograaf ondervond dat fotografen in Brussel nergens terechtkonden met hun werk. Contretype bestond al wel, maar legde zich vooral toe op meer experimentele fotografie, en de Botanique bracht dan wel trouw tentoonstellingen, maar vooral van de gevestigde fotografen.” De verjaardagsexpo Une collection toont een selectie van wat Verhaeren zelf kocht of kreeg van de meer dan driehonderd amateur- en professionele fotografen uit binnen- en buitenland die bij hem exposeerden. De focus ligt op sociaal onrecht, wellicht een gevolg van de contacten die Verhaeren legde tijdens zijn tvreportages in meer dan honderd landen. Hij kreeg ooit ook foto’s van Albert Stévenaert, een verpleger in de Eerste Wereldoorlog. Zijn Links 2x Vincent Verhaeren (Wales en Brussel), rechts door Verhaeren bewonderde foto’s van getroffen plaatsjes als Elzendamme, fotografen: boven François Cornil, onder Osvaldo Salas. Pijpegale en Abele uit 1914-’18 zijn een pakkend ik-was-hier. Ze vormen een wat vreemde combinatie met de foto’s van reissouvenirs van lens van vertedering en ergernis opwekken. zien in het gemeentehuis van Watermaal-Bosde Duitse Gaby Rehm, die gemengde gevoe- Verhaerens eigen foto’s zijn vanaf 16 januari te voorde. “Un chemin de traverse, want traverses
© FRANÇOIS CORNIL
© VINCENT VERHAEREN
WATERMAAL-BOSVOORDE – Galerie Verhaeren en de vzw Croiseregard vieren hun twintigste verjaardag met foto’s van exposanten die ‘bleven hangen’.
term ons een beetje, want we willen niet gebonden zijn aan een bepaald genre. We maken gewoon de muziek waar we zin in hebben en we schrikken er ook niet voor terug in een nummer plots van genre te veranderen,” zegt Salemi. Een kleine rondvraag naar hun muzikale invloeden leidt tot een stortvloed aan antwoorden: jazz, funk, mijn vader luisterde veel naar reggae, Eminem, Bill Evans, Bach, Groundation, bigbands, Antibalas, Mano Negra, Rage Against the Machine, Nirvana, zeker ook The Beatles. Maar vooral: “Eigenlijk sommen we niet graag namen op, omdat we dan met die groepen vergeleken worden, en we lijken er überhaupt niet op!” zegt altsaxofoonspeler Bruno Borsu. Journeys is het muzikale verslag van de reis die de band tot nog toe maakte. Die ging langs een heleboel Brusselse cafés, maar ook een akoestische tour in Frankrijk en Spanje met een minibusje en straatconcerten in Mexico, Guatemala en Belize. “Op straat moet je de aandacht van de mensen lokken en houden. Dat stimuleert je om het beste van jezelf te geven,” zegt Salemi. “Die ervaring heeft onze muziek doen evolueren, vooral onze solo’s en onze energie. Nu spelen we elk concert als was het ons laatste!” Benjamin Tollet
zijn dwarsliggers, bielzen, onder de sporen,” zegt Verhaeren. “Het leven zie ik als een lange weg, ik heb landen doorkruist tijdens moeilijke momenten, mijn foto’s zijn een beetje de dwarsliggers.” Verhaeren toont trots zijn eersteling, een foto van John Vinck, “vandaag bij Magnum.” Samen met Herman Bertiau exposeerde hij als eerste in Galerie Verhaeren. “Wat mij ook na aan het hart ligt,” vertelt Verhaeren, “is de relatie die Croiseregard heeft kunnen opbouwen met de Łódzkie Towarzystwo Fotograficzne (ŁTF), de fotografenvereniging van Łódź, opgericht in 1949, en daarmee een van de oudste culturele verenigingen in het Oosten.” Het fascinerende fotoboek Łódź-Bruxelles (2011) toont Brussel door Poolse ogen en de stad van de beroemde filmschool en Roman Polanski door Brusselse ogen. Eerder gaf Croiseregard al Bruxelles, ma belle uit. De volgende tentoonstelling zal ook aan Brussel gewijd zijn, met werk van Catherine Minala en Maciej Burgielski. Tot slot: ziet Verhaeren de fotografie evolueren? “Een foto is nog dikwijls een getuigenis. Om de twee jaar organiseert het Fotografiemuseum van Charleroi een wedstrijd, en ongeveer zeventig procent van het werk blijft in deze lijn. Paradoxaal genoeg krijgen steeds meer reportagefotografen het moeilijk. De media verkiezen het snelle bericht boven diepgaand, gerijpt reportagewerk.” An Devroe Galerie Verhaeren, Gratèsstraat 7, 1170 Watermaal-Bosvoorde, 02-662.16.99. Verjaardagsexpo’s tot en met 20 januari
BDW 1358 PAGINA 19 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
© BART DEWAELE
Film > Jongeren corrigeren media met doe-het-zelfcinema
Festival voor filmmakende plantrekkers BRUSSEL – Voor griezelfilms, voor roze films, voor archeologische films: er zijn al erg veel filmfestivals in Brussel, moest er daar nog eentje bij? Ja! System D onderscheidt zich moeiteloos van de rest. Het wil een platform zijn voor de vele creatieve jongeren die zelf films maken.
Praat
We moeten een kat een kat noemen Gezien: ’n Kat es gin poos van het Brussels Volkstejoêter, op vrijdag 14 december in Zinnema (daar nog tot en met 9 januari: 02-524.60.95, www.beeveetee.be).
achteraf
Allemaal goed en wel, dat Brussels Volkstejoêter (BVT). Als we de gazetten mogen geloven, brengt dat zogezegd amateurtoneel op niveau, trekt dat zogezegd volle zalen door een publiek aan te spreken dat door iedereen vergeten was, en verdedigt dat zogezegd met verve kapitale onderdelen van het Brusselse erfgoed zoals het Brussels dialect en de Brusselse zwans. En nu meent het BVT zelfs dat het een goed idee is om een komedie van Shakespeare te spelen. Want de Bard is zogezegd een Brusselaar en als hij The taming of the shrew in zijn eigen taal had geschreven, dan zou het stuk ’n Kat es gin poos geheten hebben. Maar omdat Will dat nagelaten heeft, vertaalde het BVT het stuk zelf maar. Heel sympathiek natuurlijk, maar we zijn de reputatie van dat BVT toch eens gaan dubbelchecken vorige vrijdag, toen het in Zinnema de zesde van voorlopig tien voorstellingen speelde in Anderlecht (later volgen er nog buiten Brussel). De zaal zat niet helemaal vol, maar toch bijna. De hele cast en een tweekoppig orkestje zaten al voor het begin op het podium een volksfeestje te vieren met Brusselse leekes als ‘Viva m’bomma’ te zingen, in een strak, minimalistisch en dus zeg maar hedendaags decor. De sobere, gekleurde neon van dat decor ondersteunde de feeststemming in Padua, en de geometrische constructie met doorzichtige wanden gaf het orkestje onderdak, en maakte een subtiele scheiding tussen het speelvlak en de arrière-scène waar de acteurs altijd zichtbaar bleven. Gaandeweg maakten we ons wel de bedenking dat er met dat decor nog meer mogelijkheden lagen. Ik had de indruk dat de constructie de echt wel dynamische mise-enscène niet altijd hielp en dat ze de acteurs eerder belemmerde in hun bewegingen. Dit gezegd zijnde heeft regisseur Marc Bober echt vakmanschap afgeleverd. Het is fijn om in een Shakespeare-komedie een hele troep op
de planken te zien, maar je moet die troep ook de baas kunnen en dat was hier het geval. Alles stond en bewoog goed. De dosering van visuele en muzikale humor was à point. Ook in de bewerking had Bober goede keuzes gemaakt: hij schuwde de zijsprongetjes niet, maar waakte over de vloeiende, begrijpelijke en logische voortgang. ’n Kat es gin poos is dus zeker geen kolderieke voorstelling geworden. Ik denk dat de lach bij het publiek vooral binnensmonds aanwezig was. Dat heeft dan alles te maken met de tekst, de Brusselse vertaling in verzen op rijm van Claude Lammens, die waarlijk bewonderenswaardig is. Ik weet niet of het Brussels al ooit zo lang zo mooi heeft geklonken, en tegelijk de poëzie als de humor heeft gediend als in dit stuk. De acteurs hadden er schijnbaar ook geen moeite mee om de tekst recht te doen en toch te spelen met de knipoog die het BVT eigen is. In een amateurgezelschap (en ook in een professioneel gezelschap) zit er wel eens een acteur met een onhebbelijkheid waaraan je je stoort, maar dat was hier niet het geval. Integendeel, de liefdesrivalen waren ook elkaars rivalen als het om verbale kunde ging. Want om toch ook nog even de plot samen te vatten: De getemde feeks draait om de kattige Katherina, die haar vader uitgehuwelijkt wil zien voor hij zijn door talloze aanbidders gesolliciteerde andere dochter Bianca wegschenkt. Gelukkig is daar Petruchio, die in het temmen van de kat wel een uitdaging ziet en haar met haar eigen wapens bestrijdt. Uiteindelijk is Kath hem meer gehoorzaam dan alle andere vrouwen hun man. Te gehoorzaam misschien, al suggereert de regie dat zij niet zozeer voor de man, maar voor hun liefde buigt, door haar finaal nog een vriendschappelijke plaagstoot in de maag van Petruchio te laten planten. Tot slot nog een compliment voor hoofdrolspelers Kathleen Seghers en Kevin Van Doorslaer. Hun lange ontmoetingsscène was klasse. Van Doorslaer, een gast van de kermis wiens acteursambities hem tot in Amerika hebben gedreven, is een groentje bij het BVT. Wat goed voor ons dat hij terug is. Michaël Bellon
System D, van 21 tot en met 23 december in Bronks, Varkensmarkt 15-17, 1000 Brussel. Meer op www.pianofabriek.be, www.bronks.be, www.dbroej.be, 18 7/12/12 16:28 www.zintv.org
ADVERTENTIE
Cultuurcentrum Brussel: het programma van de 22 gemeenschapscentra in 1 klik
Cultuurcentrum Brussel bundelt het aanbod van de 22 Brusselse gemeenschapscentra op 1 website. Muziek, theater, workshops, films, cursussen, activiteiten voor kinderen tot senioren, en een infopunt. Ga eens kijken!
www.cultuurcentrumbrussel.be
Cultuurcentrum Brussel is → De Markten I Elzenhof I De Maalbeek I Everna I De Zeyp I De Linde Heembeek-Mutsaard I Essegem I De Platoo I Nekkersdal I Den Dam I De Kriekelaar I De Kroon De Pianofabriek I De Rinck I De Vaartkapoen I Ten Noey I Op-Weule I Kontakt I Candelaershuys Ten Weyngaert I WaBo pjotr.be
Kathleen Seghers (l.) als feeks Katherina: klasse.
U wilt een voorproefje? Check dan op YouTube het eerste seizoen van Caméra quartier, een idee van Oualdlhadj Nordine, alias Waldo. In een humoristische reeks dompelen jongeren uit Schaarbeek de kijkers onder in hun wereld. Aan belangstelling geen gebrek: de teller van de eerste aflevering is de honderdduizend voorbij. Acht episodes zijn er ondertussen al. “Heel wat jongeren zijn supercreatief, er is in Brussel een enorm potentieel, maar er gebeurt weinig mee,” zegt Soufiane Bouabaya, een van de drijvende krachten achter System D. Het filmfestival is een initiatief van De Pianofabriek samen met D’Broej (een koepel van verschillende jeugdorganisaties en -huizen), Code Rouge, vormingscentrum ZINTV en Bronks. Het jeugdtheater is van 21 tot en met 23 december de gastheer voor het festival. De oproep preciseerde dat je niet geschoold hoeft te zijn. “Voor filmstudenten bestaan er al heel wat projecten. Ons doel is aantonen advertentie agenda 125x178_druk.pdf dat er buiten de scholen en deBDW officiële circuits
nog veel creatieve mensen actief zijn: autodidacten, mensen met een ander parcours. Hen willen we voor het voetlicht brengen,” zegt Bouabaya. System D verwijst naar système débrouille, naar de tactieken van plantrekkers met een gezonde doe-het-zelfethiek. Het festival kiest bewust voor een eclectisch en rauw aanbod zonder vormelijke voorwaarden. Alle soorten audiovisuele creaties waren welkom: kortfilms, videoclips, documentaires, fictie. “Er zit van alles tussen: een liefdesverhaal, een videoclip, maar evengoed een reportage over armoede in Brussel. Nogal wat audiovisuele creaties komen uit het verenigingsleven, van jeugdhuizen en zo. Anderen werkten speciaal voor ons een project uit. We staan open voor iedereen.” Bouabaya benadrukt de verscheidenheid: “Wie wil weten wat de Brusselse jongeren te zeggen hebben, moet komen kijken. Velen kunnen zich niet vinden in het veel te negatieve beeld dat de media van hen ophangen. En toch: dé Brusselse jongere bestaat niet. Ze NR zijn met velen.”
BDW 1358 PAGINA 20 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
Muziek > 75 jaar Archiduc
Wat stelt het nachtleven nog voor? BRUSSEL – Voor wie wil weten hoe bruisend de Brusselse jazzscene was in de periode tussen 1937 en 1957, blijft het boek Dance band – Quand Bruxelles jazzait van drummer Gaston Bogaerts een standaard referentie. Uit die gouden periode is L’Archiduc de enige jazzplek die na 75 jaar nog altijd bestaat.
L’
Archiduc is na meer dan zeven decennia nog steeds de ontmoetingsplek bij uitstek voor jazzcats en nachtraven. We blikken terug met eigenaar JeanLouis Hennart. Typerend voor zijn discrete manier om de club al meer dan 25 jaar draaiende te houden, is dat er rond het jubileum geen bruisende festiviteiten waren. Het leven zoals het is in L’Archiduc: regelmatig concerten op zaterdag en zondag en een trouw publiek dat zijn weg blijft vinden naar de Dansaertstraat nummer 8. Het eerste wat opvalt, is dat je moet bellen om binnen te komen. Jean-Louis Hennart: “Toen ik de zaak overnam in het midden van de jaren 1980, was dit een donkere en gevaarlijke wijk. De Dansaertstraat was nog niet de hippe buurt die ze nu is. Alleen Stijl, de modezaak van Sonja Noël, was hier. L’Archiduc was ’s avonds en vooral ’s nachts een echt lichtbaken in de duisternis. Die bel was indertijd niet overbodig. Toen alles wat rustiger werd, heb ik het systeem behouden, maar ondertussen weet iedereen dat je automatisch binnenkomt bij het bellen.” L’Archiduc en jazz zijn nauw verbonden, maar toch is dit geen typische jazzclub. Hennart: “Wat is het typische jazzpubliek? Goedgeklede lui die van een cocktail nippen in het gezelschap van een mooie griet in een aangepast decor? Of de freaks
die rode wijn of trappist drinken en zich storen aan wie praat tijdens een concert? Net als jazz zelf is het publiek heel gevarieerd. Vandaar de weekendconcerten met een vroeg aanvangsuur, waar mensen op afkomen die anders nooit naar een jazzconcert gaan. Wie ’s avonds naar hier afzakt, komt voor de aparte sfeer. Maar gezien het jazzverleden – tenslotte was Stan Brenders de eerste eigenaar – vond ik dat er ook
“Dit was een donkere en gevaarlijke wijk. De Archiduc was ’s avonds en vooral ’s nachts een baken in de duisternis”
live jazz moest zijn. Om mijn avonden nachtpubliek niet voor het hoofd te stoten voerde ik de zaterdag- en zondagnamiddagconcerten in. Op zaterdag heet dat dan ‘le jazz après shopping’ met gratis toegang. Op zondag hanteren we gewoonlijk hetzelfde aanvangsuur (17 uur, GTB), maar moet je betalen. Zowel Belgische als internationale groepen komen daarbij aan bod. Ik doe dat uit passie, want jazzconcerten organi-
seren op een plek als deze is sowieso verlieslatend.” Voor u L’Archiduc overnam, zat u al in het wereldje met een andere legendarische club, Interference. Hennart: “Meer nog: ik was eerst nog betrokken bij de oprichting van Les Disques du Crépuscule (Brussels label dat internationale faam verwierf met de releases van o.a. Wim Mertens, Cabaret Voltaire en Michael Nyman, GTB). De verkoop van de backcatalogus aan Japan leverde een aardig centje op en daarmee zette ik de Interference op, vlak bij de Grote Markt. Een heel internationale scene kwam daar over de vloer, van Everything but the Girl tot Tuxedomoon. Het was een echt succes, maar al vlug doken er meningsverschillen op tussen de initiatiefnemers en ik vertrok. Zo belandde ik hier.” Als er één jazzartiest onlosmakelijk met L’Archiduc verbonden blijft, dan is het wel de Amerikaanse pianist Mal Waldron, die hier jarenlang zijn thuisbasis had. Hennart: “Ik ontmoette hem eens vluchtig begin jaren 1990. Hij liet toen vallen dat ik hem steeds mocht bellen voor een optreden. Niet lang nadien waagde ik mijn kans. Hij
kon meteen de week daarna beginnen, drie avonden per week als ik wilde! Daar stond ik dan, want ik dacht dat het maanden zou duren eer hij toehapte. Zo’n aanbod kon ik natuurlijk niet weigeren. Alleen wist Waldron aanvankelijk niet goed waar hij terechtkwam; uiteindelijk was dit geen echte jazzclub. Maar hij paste zich snel aan. Als er weinig of geen volk zat, oefende hij gewoon. Daagde er meer publiek op, dan schakelde hij over op een ander repertoire. De man was een groot humorist, zijn manier om niet te zwaar gebukt te gaan onder zijn verleden. Want dat sleepte hij wel degelijk mee. Op een keer hoorde hij in mijn wagen een opname van Dakar, de plaat met John Coltrane waar hij ook op te horen is. ‘That was another me,’ zei hij zachtjes, zonder verder commentaar.” Op uw site staat ‘Round about five’: het ideale uur om aan een nachtje stappen te beginnen? Hennart: “Die traditie komt van het Saint-Germain-des-Prés van de jaren 1960 (Parijse wijk waar jazz en uitgaan toen synoniem waren, GTB). Maar die glorieperiode is natuurlijk voorbij. Met de opkomst van de free is veel verloren gegaan. Wat stelt het nachtleven nu nog voor? Iedereen is doodserieus, heeft een gezinnetje en komt niet meer buiten. Een echte nachtelijke jazzscene is er niet meer. Maar dat zal wel normaal zijn: het is een golfbeweging met hoogten en laagten.” Georges Tonla Briquet
L’Archiduc, Antoine Dansaertstraat 8, 02-512.06.52. Op 22 en 29 december Vincent Thekal Trio (gratis), op 30 december Postman Yelpers (10 euro)
BDW 1358 PAGINA 21 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
© SASKIA VANDERSTICHELE
BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT
© SASKIA VANDERSTICHELE
Nick Trachet Sashimi
Sashimi is de laatste jaren populair in het Westen. Een feestelijk en chic voorgerecht, maar toch eenvoudig, ideaal voor kerst- en nieuwjaardiners. Maar sashimi wordt hier vaak eenzijdig benaderd. Het hoeft niet altijd tonijn te zijn.
Jean-Louis Hennart: “Om mijn avond- en nachtpubliek niet voor het hoofd te stoten voerde ik de zaterdag- en zondagmiddagconcerten in.”
© SASKIA VANDERSTICHELE
Ik hoorde en proefde voor het eerst van sashimi tussen vissers aan boord van een vissersboot. Zij vingen per ongeluk een tonijn, daar waren ze tijdens die reis niet op uit, maar soms gebeurt dat. Het dier vroren ze netjes in voor eigen gebruik, en dat bleek voor de opvarenden altijd een feestelijk gebeuren. We aten het nog licht bevroren, zodat het vlees kraakte tussen de tanden. Gedurende de jaren 1980 groeide de sashimigekte in Japan tot ongekende hoogten en begonnen tonijnvissers overal ter wereld uit te kijken om hun beste tonijnen naar Japan te verschepen, vaak tegen ongelooflijke prijzen. Een blauwvintonijn kan vijfhonderd kilogram wegen, en bij een prijs van méér dan honderd dollar per kilo op de vismarkt van Tsukiji (Tokyo)... – reken maar uit! Toch is het eten van tonijn als sashimi ook in Japan geen oude traditie. Doorheen de geschiedenis was tonijn er armemensenvoer. Japanners willen – in tegenstelling tot de Europeanen – vis die naar vis smaakt, niet naar vlees (tonijn) en ook niet naar kip, zoals zij sommige vissen ervaren. Pas tijdens de jaren ’60 veranderden de zaken. De Japanners begonnen een hogere levensstandaard te verwerven, hun manier van leven veranderde snel. Op de schepen van de grote vissersmaatschappijen installeerde men ULT-vriezers, dat zijn installaties die grote vissen als tonijn snel kunnen bevriezen tot -50 °C, wat tot een bijzonder hoge kwaliteit leidt. Om die installaties te laten renderen moest tonijn stevig worden gepromoot, vooral de minder gewaardeerde stukken zoals de vette buikflappen. De marketingjongens zijn daar zeer in geslaagd, want vandaag zijn die buikstukken van blauwvintonijn, toro in het Japans, van het duurste wat er in de vishandel te vinden is, op kaviaar na. Hoe wat reclame de mensen kan doen veranderen van eetwijze! Ook Japanners. Wij bleekneuzen, eerst de Amerikanen, later de
Europeanen, zijn mee gaan doen, aangespoord door een nieuw soort oriëntalisme. Maar met onze nuchterheid betalen wij ook weer niet voor échte blauwvin van sashimikwaliteit. Die zult u hier nooit in de winkel vinden. Misschien is het ook beter zo, want de twee soorten blauwvintonijn (‘Northern bluefin’ Thunnus thynnus en ‘Southern bluefin’ T. maccoyii) worden door die tonijngekte nu zo zwaar bevist, dat het er voor de dieren niet bijster goed uitziet. Hier liggen andere – wat minder bedreigde – soorten tonijn in de winkel: geelvin, bijvoorbeeld. Maar zelfs dan nog. Ik kijk naar die bruinrode lappen vlees in de winkel en vraag me vaak af: “Is dat nu wat wij als vis op ons bord willen?” Tonijnmoten kunnen rauw worden gegeten, maar zijn hier nooit écht spartelvers, en gebakken zijn het ook geen makkelijke dingen. Voor u het weet, zijn ze doorbakken en dan smaken ze zoals tonijn in blik! Tonijn was in Europa al eeuwen populairder dan in Japan, maar dan ingemaakt, onder olie in potten, later in blik. Voor de tonijngekte de Japanners trof, exporteerden zij hun vis massaal naar het Westen. Sashimi, het eten van rauwe sneetjes vis, is van oorsprong niet speciaal voor tonijn weggelegd. In Japan ligt er op een schoteltje sashimi vaak andere vis, naast tonijn. Kies voor vissen met een uitgesproken smaak. Allemansvrienden als pangasius of tong zou ik er niet voor gebruiken, Het beroemdste geval van sashimi in Japan is de fugu, een koffervis waarvan de ingewanden zó giftig zijn dat het rauw eten ervan een soort ‘Japanse roulette’ vormt. Maar verder komen héél veel soorten vis in aanmerking. Laten we eens een rauwe schotel samenstellen voor ons landje. U kunt met alle vissoorten experimenteren, op voorwaarde dat ze zo vers mogelijk zijn. U herkent verse vis eraan dat de kleuren fris en levendig zijn, de slijmlaag doorzichtig als water, de ogen bol en helder als glas. Vaak is vis uit aquacultuur verser bij aanvoer dan wilde vis, maar de soorten aangevoerd door Franse dagbootjes (via Rungis) zijn vaak uitstekend. De tweede soort vis die ik als sashimi at, was snapper (vivaneau, Lutjanus spp.). Soms ligt er snapper in de exotische vishandel. Makreel kan ook best
Hoe reclame en marketing de mensen kunnen doen veranderen van eetwijze! Ook de Japanners meevallen. Japanners zijn het daar niet altijd mee eens, maar ik heb het vaak gedaan en geloof me, makreelsashimi is lekker. Ik heb nog nooit geprobeerd sashimi te maken van tarbot, maar dat moet ook de moeite zijn. Zeebaars is een goede keuze, en zeker ook kabeljauw, koolvis en zeebarbeel. Naast de cruciale versheid is er nog iets belangrijk: wormpjes. Hoe verser de vis, des te groter de kans dat de parasieten in het vlees ook nog springlevend zijn. Wanneer u de vis schoonmaakt, moet u dus de filet tegen het licht houden en eventueel de donkere parasieten uit het visvlees wurmen. Gekookt kan zo’n wormpje geen kwaad, maar levend kan het in onze ingewanden voor problemen zorgen. Met vis uit aquacultuur doet dat probleem zich nooit voor. Een uitstekend geval is natuurlijk zalm. Die is altijd vers, goedkoop en versnijdbaar in mooie dikke oranje stukken. De Japanners eten ook steeds meer sashimi van zalm. Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet
BDW 1358 PAGINA 22 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
Jean-François Soenens: “De cowboykant van Brussel is gaandeweg verdwenen.”
© MARC GYSENS
Jean-François Soenens, Oostendenaar in Brussel
‘Deze stad valt niet in een paar quotes te verkopen’ BRUSSEL – “Arno en Johan Verminnen hebben absoluut gelijk wanneer ze zeggen dat er maar twee steden zijn in België: Oostende en Brussel. Twee steden die dan nog eens historisch met elkaar verbonden zijn, én letterlijk, door de E40. Oostende is een beetje Bruxelles-Plage, hé. Niet groot, maar wel een smeltkroes van zowat honderdvijftig nationaliteiten.” Jean-François Soenens, Oostendenaar die Brusselaar is geworden, is al heel zijn carrière actief in de muziekwereld. “Nooit gedacht ergens anders te kunnen wonen dan daar waar de zee is. En nu, nu voel ik me meer Brusselaar dan wat anders.”
O
nze plaats van afspraak is de Cirio, daags voor Sinterklaas. Sint JeanFrançois Soenens komt binnen met een gitaar en een viool: de liefde voor muziek speelt duidelijk ook bij zijn twee dochtertjes, Lili (8) en Juliette (6). “De viool is voor Juliette, de gitaar voor Lili. Lili weet al vanwaar de wind waait, Juliette heeft nog even de luxe te mogen geloven in de Sint. Onze jongste is ook wel echt gebeten door de muziekmicrobe, ze heeft net haar eerste concert achter de rug, georganiseerd door
de vioollerares, die boven ons woont. Een feest voor de kinderen, een feest voor de ouders.” “Ook Lili heeft een tijdje viool gespeeld, maar het was niet echt haar ding. Nu heeft ze al een maand lang de mond vol van gitaarspelen. Dat is allemaal spontaan gegroeid, we hebben hen op geen enkel moment gepusht. Wat er allemaal van komt, zullen we wel zien, zolang ze maar gelukkig zijn.” Twee kinderen opvoeden in een stad als Brussel vinden Jean-François en zijn vrouw – van Nederlandse afkomst en opgegroeid in Vil-
voorde – geen enkel probleem. “Zodra de kinderen naar school gaan, krijg je bovendien een heel andere dimensie in je sociaal leven. Door de school, door je kinderen leer je enorm veel mensen kennen. En dat blijft maar uitdijen: tegen de tijd dat ze in het zesde middelbaar zitten, kennen we de hele wijk. Dat maakt het leven er alleen maar aangenamer op. We hebben lang aan Sint-Goriks gewoond, nu hebben we onze stek aan de Diksmuidelaan. Lili en Juliette zitten op school op de Vlaamsesteenweg. Ze voelen zich perfect op hun
gemak, kennen meer mensen dan wij. Echte stadskinderen zijn het. Ze hebben ook nooit anders gekend, zijn helemaal vertrouwd met het internationale.”
Couleur Café Zijn zoektocht naar werk bracht Soenens als afgestudeerd communicatiewetenschapper nu zestien jaar geleden naar Brussel. “Brussel was geen onbekende, de taal was evenmin een probleem. Mijn ouders zijn allebei van hier afkomstig. Thuis hebben we altijd Frans gesproken, mijn Nederlands heb ik op school geleerd en door de vrienden. Ook Lili en Juliette zijn perfect tweetalig, zoals het hoort.” “Bij mijn aankomst wist ik niet echt welke richting uit. Ik ben dan maar een uitzendkantoor binnengestapt, en de volgende dag had ik al werk. Daarop heb ik twee jaar interims gedaan, in mijn vrije tijd ging ik veel
BDW 1358 PAGINA 23 - DONDERDAG 20 DECEMBER 2012
naar concerten, en zo ben ik uiteindelijk in de muziekwereld terechtgekomen. Ik keek naar wie de verantwoordelijke uitgever was van de posters die ik het tofst vond, de organisator van de concerten die me het meest aanspraken. En dat bleek Jazztronaut Entertainment te zijn. Zes maanden lang heb ik die mensen gestalkt, tot ze mij ten langen leste als stagiair binnenhaalden.” Van Jazztronaut ging het naar Universal, waar Soenens onder meer werkte voor Vlaamse zangers, kaliber Günther Neefs, en ook aan de slag kon voor dEUS, ten tijde van The ideal crash. “Dat heeft me een plaats bij Virgin opgeleverd, als assistent van de managing director, die een prachtige stal bijeen getekend had. Gorki met hun eerste plaat, Arno, Axelle Red, Zap Mama, Dead Man Ray. Prachtige tijden, en nadat EMI Virgin had opgeslorpt, heb ik daar mijn ding mogen doen.” “Toen in 2006 de crisis losbarstte in de platenwereld, was het uit met de majors en ben ik voor Rough Trade beginnen werken, een mini-
“Veel mensen vinden dat Brussel vuil is, maar daar wil ik niet aan meedoen” bedrijfje – we waren met zijn drieën – met een originele insteek. De artiest maakte zijn plaat en wij zouden die in de markt zetten. Hij was de baas, wij voerden uit wat hij ons opdroeg. Het was een manier van werken die veel voldoening gaf, maar toen Couleur Café zich aandiende, kon ik onmogelijk weigeren.” “Het grootste deel van mijn werk nu bij Couleur Café is sponsoring: partners zoeken die willen investeren in ons project. We weten perfect wie er naar ons festival komt, voor wie ze komen, hoeveel jaar ze al komen, enzovoort, enzoverder. Dat is iets wat onze partners heel graag hebben. We proberen het allemaal ook net iets anders te doen dan de anderen, in die zin dat ethiek en duurzaamheid voor ons hel belangrijk zijn. Wij zorgen voor een groot feest, maar wel op een verantwoorde wijze. We zijn ook een stadsfestival, geen straatfestival. We zijn omgeven door de stad, en we willen ook iets teruggeven aan die stad.”
Breuklijnen De stad ligt Soenens na aan hart. “Het sympathieke aan Brussel is dat het nooit één verhaal is. Je kunt de stad nooit in een paar quotes aan iemand verkopen. Dat is moeilijk uit te leggen aan mensen die er niet in zitten, maar wel plezant.” “Het is ook een andere stad dan die van mijn
jeugd. Mijn grootvader was pediater in Elsene. Hij woonde in een groot huis aan de Vleurgatsesteenweg, waar hij en mijn grootmoeder tien kinderen hadden grootgebracht. Het Brussel dat ik van toen kende, was betrekkelijk rustig en volks; wij gingen als negen-, tienjarige alleen te voet van mijn grootouders naar mijn oom en tante, die toch een eindje verderop woonden. Dat zou ik mijn dochters niet onmiddellijk laten doen. Ik herinner me ook nog dat ik met mijn ouders naar de Franstalige boekenbeurs in de Martinitoren ging en toen mijn eerste prostituees heb gezien. Wist ik veel. ‘Wat doet dat mens daar in badpak achter het raam? Die moet toch weten dat je niet bruint achter glas!?’ Dat was de cowboykant van Brussel, die gaandeweg verdwenen is. Om zes uur in de ochtend (burgemeester) Michel Demaret zat over straat zien strompelen: zoiets zul je nu niet meer zien.” “Brussel is een stad met breuklijnen alom, soms tot op straatniveau toe. Zo moest ik eens voor een concert van Youssou N’Dour flyers uitdelen in Matonge. Ik heb toen gemerkt dat aan de ene kant van de straat Rwandezen leven en de andere kant Congolezen. Aan de ene kant waren we welkom met onze flyers, aan de andere kant absoluut niet.” Redenen tot ergernis? Ja, die zijn er ook. Dat hoort nu eenmaal bij de grote stad. “Wanneer we zien dat ze de kerstmarkt beginnen op te bouwen, dan weten we dat er een moeilijke maand aan komt. Ik ken niemand in de kaaienwijk, ouder dan tien jaar, die content is dat de kerstmarkt eraan komt. Maar dat heeft met de seizoenen te maken, hé: zo zijn we heel blij wanneer het water weer in de vijvers op de vismarkt staat, want dan weten we dat de zomer in aantocht is.” “Weet je waar ik me wel ongelooflijk kwaad over kon maken? Over het totale gebrek aan visie op mobiliteit van de vorige bewindsploeg in het stadhuis. Maar nu mensen als Ans Persoons daar een en ander over te zeggen hebben, denk ik wel dat er vooruitgang komt.” “Veel mensen vinden dat Brussel vuil is, maar daar wil ik niet aan meedoen. In Brussel heb je veel armoede in de binnenstad, met alle gevolgen van dien, maar die is ten minste niet weggestoken in hoogbouw ver buiten het centrum, zoals in de hoofdsteden in de landen om ons heen. Die ongemakken neem ik er graag bij; de sociale mix bij ons is nog van dien aard dat iedereen van de stad kan genieten. Als je zoveel sociale lagen bijeen hebt, is het normaal dat er een beetje wanorde is, dat is net de charme van de stad. Ik vind het fantastisch dat het hier allemaal dooreen loopt, dat er geen gated communities zijn, aan de rijke noch aan de arme kant.” Karel Van der Auwera
FREDDI SMEKENS Toelendans
I
k kan alle toele, behalve betoele: een uitdrukking, waarde lezer, die de polyglotte Brusselaar te pas en te onpas bovenhaalt om zijn veeltaligheid in de verf te zetten. In Brussel worden talloos veel vruumde toele gesproken. Op de speelplaatsen van onze hoofdstedelijke scholen wordt er tegenwoordig gevoetbald (jongens) en gegiecheld (meisjes) in het Arabisch, Turks, Albanees, Frans, Koerdisch, heel af en toe ook in het Nederlands, zelden of nooit in het Brussels. Als ik mijn krant mag geloven, zijn er de laatste jaren verschillende pogingen ondernomen om al die thuistalen van de ketjes uit de scholen te bannen en om te buigen tot één gemeenschappelijke speelplaatstaal: het Nederlands. De moedertaal werd aldus gedegradeerd tot iets verwerpelijks, iets waarvoor je straf kunt krijgen. Heel lang geleden, toen de dieren nog konden spreken en de Brusselaars nog uit Brussel kwamen, was het enigszins anders. Wij spraken maar één taal op school, het Brussels. Toen ook al werden de messen geslepen om dat dialect uit te roeien. Ik herinner me dat we, ergens midden jaren 1960, verplicht werden om voortaan ABN te spreken op de speelplaats. Op maandagmorgen ging dat het moeilijkst, want dan hadden we het meest te vertellen. Dat ging dan van: “Awel Pansj, wat hebt gij zaterdag gedaan? Zijt gij ook naar de bioscoop geweest?” – “Nee Smee, ik mocht niet buiten van mijn vader.” Elk woord werd overdreven gearticuleerd en luid uitgesproken zodat de toezichthouder duidelijk kon horen dat we goed bezig waren. Maar na die korte introductie in de zogenaamd ‘beschoefde toel’ hielden we het voor bekeken en werd er weer overgeschakeld op het vertrouwde “’k Zen no de cinema geweist zonder ma mokke want dei mocht wei ni booite van ei meike.” Die overschakeling kon ons duur te staan komen. Een boete van vijf frank als we werden betrapt. Met de som van die taalboetes werd op het einde van het schooljaar een boek gekocht dat verloot werd onder de klasgenoten. Een farce als u het mij vraagt, en we lapten de regel al snel aan ons botte. Terug naar de toele. Sinds kort wordt op onze nationale televisiezender het nieuws vertaald in geboeretoel. Vlaamse gebaren-
De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet © BENJAMIN STRUELENS
Zomer in Brussel, met Couleur Café: “Wij doen het net ietsje anders dan de anderen.”
taal. Ik vraag me af hoe het loopt op de speelplaats van een Brusselse school voor doven en slechthorenden... Enig opzoekwerk leert me dat je niet altijd kunt raden wat een gebaar betekent. Wie in een café zijn wijsvinger hoog opsteekt, geeft hiermee aan dat er nog een pint mag komen. Wel, je zou denken dat een dove medemens het al niet gemakkelijk heeft in het leven, dus waarom het nog ingewikkelder maken als hij een pint gaat drinken? Bij onze noorderburen is het gebaar voor ‘bestellen’, en ik citeer: “Je wijsvinger maakt met de palm naar opzij contact met je kin. Beweeg de vinger in een rechte lijn naar voren.” Voor de Vlaamse slechthorende is het simpeler: pink omhoog voor een pint, op je handpalm wijzen voor een Palm, duivelshoorns maken voor een Duvel en naar je oor grijpen voor een kriek, vanwege de kersen die je aan je oor kunt hangen. Astableeft. Gelukkig zijn talen er niet altijd om uitgesproken te worden. Als we iets weten wat we niet willen delen, dan zwijgen we. De uitdrukking “Ik zwaaig in alle toele” maakt kort en bondig duidelijk dat het geen zin heeft om te vissen. En zo komen we naadloos bij de toelfilosauf die de onsterfelijke woorden optekende: “Woevan da ge ni kunt spreike, doe auver mooi zwaaige.” Dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan in tijden waar om het even wie om de haverklap een microfoon onder de neus geduwd krijgt. In deze tijden van oeverloos gekwetter en gekwaak vergeten we wel eens de toel van de poëzee. En die klinkt in het Arabisch, het Turks, het Roemeens, het Albanees, het Frans en het Nederlands altijd even mooi en ontroerend. Zo ook in het Brussels. Als bewijs en als afsluiter, beste lezer, een gedicht over onze stad: gie veu / gienen baxter steulpt het blooie van deize stad // terwaail treig het verdreet saaipelt / oît het aupe gaslek van de veensters / kenne de reigenmoekers eule druugtepoent van twaaifel // de meure zen blaaive stoen / zemme nog schrik vi de pest / het middelieuws arsenoel van de kwoele / de stien in elke geivelneer // in man breeve schreif ik onder mier / “hui veerschoer snaît man blesseure aupe” / “da moeras es e prisong / man toel verroest er / in het spieksel van de stilte”.
REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Bettina Hubo (bettina.hubo @bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele @bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw.be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, Freddi Smekens, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Tijs van den Boomen, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw.be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).