© IVAN PUT
16 08 12 AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
TRAKTATIE OP DE ZUIDFOOR
BRUSSEL – Een honderdtal arme Brusselse bejaarden kon vrijdag genieten van een muzikale middag in het bekende Huis Vandervaeren op de Zuidkermis. Ze kregen er gratis wafels, pannenkoeken en smoutebollen geserveerd. Zangeres Eliane Robin zorgde voor de gezellige sfeer. De liefdadigheidsactie is een initiatief van De Stuiver van de Grijsaard, een organisatie die negentig jaar geleden werd opgericht door handelaars uit de Lakensestraat. De Stuiver van de Grijsaard organiseert zestig muzikale namiddagen in Brusselse rusthuizen, het jaar rond. De vereniging draait op giften van gulle mecenassen. DV
Milieu > Minister Huytebroeck: ‘Geen lage-emissiezones in Brussel’
Oude diesels blijven welkom BRUSSEL – Er komen geen lage-emissiezones in Brussel. Dat zegt minister van Milieu Evelyne Huytebroeck (Ecolo). Vervuilende auto’s bannen heeft volgens een studie te weinig effect op milieu en mobiliteit.
L
age-emissiezones bestaan al een hele tijd in tal van Europese steden. Auto’s die veel fijn stof uitstoten, zijn er in bepaalde wijken niet langer welkom, of ze worden zwaar belast. Lage-emissiezones moeten de steden gezonder en leefbaarder maken. Ook in Brussel gingen er stemmen op om in sommige buurten een lage-emissiezone in te voeren. Het idee stond bijvoorbeeld in het ver-
kiezingsprogramma van regeringspartij Groen; het regeerakkoord maakt er melding van, en het vervoersplan Iris 2 schuift het naar voren als een mogelijke oplossing om de dagelijkse toevloed aan auto’s naar de hoofdstad in te dijken. De Europese wijk zou fungeren als proefproject. De Europese Commissie dringt er al langer bij het Brussels Gewest op aan om iets te doen aan het vervuilende autoverkeer
rond Schuman. De EU moet immers met schaamrood op de wangen toegeven dat wat ze zelf in heel Europa promoot – een duurzame mobiliteit –, in haar eigen wijk ver te zoeken is. Maar de lage-emissiezones komen er dus niet. Dat antwoordt minister van Milieu Evelyne Huytebroeck (Ecolo) op een schriftelijke vraag van parlementslid Anne-Charlotte d’Ursel (MR). Uit een rapport dat het Brussels Gewest bestelde bij het studiebureau Transport & Mobility Leuven, blijkt dat de effecten op het leefmilieu, maar vooral die op de mobiliteit, gering zijn. Lage-emissiezones zijn voorts om-
slachtig om in te voeren, brengen weinig geld in het laatje en zwenge-
Lage-emissiezones liggen ook politiek gevoelig len de autoverkoop aan. 75 procent van de voertuigen die de zones niet meer in mogen, zo blijkt uit voorbeelden in andere landen, wordt
vervangen, om toch toegang te krijgen tot de zone. De impact op de mobiliteit is dus gering. “De echte oplossingen voor het luchtkwaliteitsprobleem,” zegt Huytebroeck, “zitten in andere maatregelen, zoals het gebruik van openbaar vervoer en een rationeel gebruik van de auto.” In Brussel liggen lage-emissiezones ook politiek gevoelig. Vooral de minder bemiddelde Brusselaars rijden rond in oudere en vervuilende auto’s, en de Brusselse regering is er als de dood voor om die groep de toegang met de auto tot bepaalde wijken in de stad te ontzeggen. Steven Van Garsse
N° 1340 VAN 16 TOT 23 AUGUSTUS 2012 ¦ WEEK 33: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE
BDW 1340 PAGINA 2 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
OPMERKELIJK © BDW
Uitgelicht > Rundskop-regisseur mag proefepisode maken voor betaalzender HBO
EERST RENOVEREN, DAN SLUITEN SCHAARBEEK – Half september wordt de eerste steen van het spoorwegmuseum Train World gelegd. Dat meldt de NMBS-Holding. Het station van Schaarbeek wordt een halteplaats zonder loket, maar werd onlangs wel gerenoveerd. Het station van Schaarbeek – dat in feite op het grondgebied van Brussel ligt – wordt momenteel gerenoveerd en herschikt. Het reizigersloket is verplaatst naar het oorspronkelijke stationsgebouwtje, links (met het plein in de rug) van de grote stationshal. De grote hal zelf staat leeg en wacht op renovatie en aanbouw van het spoorwegmuseum op het stuk braakliggende grond rechts half september. Dat museum zal verhalen over de geschiedenis van de ijzeren weg in België. Toch gaat het loket ondanks de renovatie later dit najaar onherroepelijk dicht. Er komen net als in andere kleine stations kaartjesautomaten.
Roskam verkoopt Budabrug aan Amerika BRUSSEL – Michaël R. Roskam trok zijn stoute schoenen aan en stelde de toonaangevende Amerikaanse betaalzender HBO een futuristische serie voor die zich in Brussel afspeelt. De zender heeft er wel oren naar en vraagt de regisseur van Rundskop nu een proefaflevering uit te schrijven. In Buda Bridge Bitch is Brussel een donkere hoofdstad die wegglijdt in morele en politieke chaos.
I
s de Budabrug, een referentiepunt voor automobilisten en binnenschippers die Brussel vanuit Vilvoorde binnenrijden of -varen, straks een vertrouwd beeld voor de liefhebbers van de betere Amerikaanse tv-serie? Het zou zo maar even kunnen. De industriële hefbrug met een metershoge metalen constructie die in Neder-Over-Heembeek het Kanaal Brussel-Schelde overspant, staat centraal in de tv-serie die Michaël R. Roskam mag uitwerken voor HBO. Met series als The Wire, The Sopranos en Sex and the City zorgde deze Amerikaanse betaalzender ervoor dat tv-series niet langer beschouwd worden als het kleine broertje van de bioscoopfilm. Voor Roskam gaat het pokkehard
sinds Rundskop begin vorig jaar in de zalen kwam. De film over de gefnuikte liefde van een getormenteerde vetmeester lokte een half miljoen kijkers, hielp hoofdrolspeler Matthias Schoenaerts aan een internationale carrière en draaide in verschillende landen. Het vakblad Variety riep Roskam uit tot ‘director to watch’. Klap op de vuurpijl was de Oscarnominatie voor beste buitenlandse film. In de marge van die drukbekeken prijsuitreiking ontmoette de in Brussel aangespoelde Limburger Roskam Michael Mann (regisseur van Heat, Miami Vice en Public enemies) en Mark Johnson (producent van Rain Man, Donnie Brasco en de tv-serie Breaking bad, en daarnaast ook verantwoordelijk voor het
Foreign Language-comité van de Oscars). Beide prominenten waren onder de indruk van Bullhead. Roskams idee
de look en de sfeer, verduidelijken. Daarnaast mag hij ook het scenario voor een proefaflevering uitwerken. Dat is de proloog die de personages introduceert en de situatie schetst. Als HBO het licht op groen zet, dan zal Roskam die aflevering zelf regisseren. Valt de proef in de smaak, dan werkt de writers’ room, een bataljon scenaristen, de reeks volledig uit op basis van de bijbel. Michael Mann
“Schrijven en gefocust blijven is nu de boodschap. Ik wil in alle rust kunnen werken” voor een tv-serie bekoorde hen. “We zijn samen bij HBO langsgegaan en hebben hun de serie ‘verkocht’,” laat Roskam weten. Hij krijgt van HBO nu de opdracht een bijbel uit te werken: documenten die het opzet, het concept en alles wat cruciaal is voor
en Mark Johnson houden als executive producers een oog in het zeil.
In alle rust Michaël Roskam tempert zelf het enthousiasme: “Uiteraard is dit fantastisch nieuws. Anderzijds mogen
Metro
DE WEEK IN BEELD DOOR JO VOETS © JO VOETS
Het dossier over de renovatie en de bouw van het spoorweg museum is complex. De overkoepelende NMBS-Holding is verantwoordelijk voor de renovatie van het station en de bouw van het spoorwegmuseum, maar de loketten ressorteren dan weer onder NMBS-Reizigers. Dat verklaart de nogal onlogische keuze om eerst te renoveren, en vervolgens te sluiten. Of de perrons van het station worden gerenoveerd, is dan weer een vraag voor Infrabel, de component van de NMBSgroep bevoegd voor infrastructuur. “De perrons zijn al voor de helft onder handen genomen en verhoogd,” weet Thomas Baeken van Infrabel. “Of de andere helft ook wordt gerenoveerd, is nog niet zeker. We wachten ook de beslissing van het Hoofdstedelijk Gewest af of er een metro naar Schaarbeek komt, want in dat geval wordt het station waarschijnlijk een overstapplaats en dan zouden werkzaamheden geen zin hebben. Ook moet nog bekeken worden of er wel middelen kunnen worden vrijgemaakt. Dat hangt dan weer af van het nieuwe investeringsplan 2013-2025, waarover nog onderhandeld wordt.” Het spoorwegmuseum en de renovaties kosten meer dan 16 miljoen euro. Christophe Degreef
Zondagmiddag hing er een Amerikaanse fifties vibe over de Kunstberg, met het festival Brockxelles 58. Schalkse dames in petticoats, maar ook getatoeëerde heren met een grommende V8 aan de voet. Vriendelijke jongens overigens, deze rockers uit Charleroi.
WEEKOVERZICHT
BDW 1340 PAGINA 3 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
© IVAN PUT
© MIKAREGOLO
WOENSDAG 8 AUGUSTUS Cipiers sint-gillis staken voort. De cipiers van de gevangenis van Sint-Gillis besluiten hun stakingsacties elke maandag en vrijdag voort te zetten. Het is al geruime tijd onrustig in de gevangenis, de cipiers eisen loonsopslag. Bemiddeling met de directie leverde totnogtoe niets op. De taken van de cipiers worden overgenomen door de lokale politie. ROSKAM VERKOOPT BUDABRUG AAN AMERIKA. De Amerikaanse betaalzender HBO vraagt de Belgische regisseur Michaël R. Roskam (Rundskop) de eerste aflevering uit te schrijven van de serie Buda Bridge Bitch. Die serie speelt zich in Brussel af en schetst een donker beeld van een stad in moreel en politiek verval. Nieuwstraat opnieuw open na brand. Dinsdagavond woedt er een zware brand op het dak van H&M en Hema. Delen van dat gebouw worden gerenoveerd, en bouwmaterialen vatten vuur. De rookpluim is tot in Leuven te zien. Twee brandweerlui raken gewond. Wat de brand heeft veroorzaakt, is niet duidelijk. Woensdag gaat de Nieuwstraat opnieuw open voor voetgangers. Een woningcomplex van 97 appartementen in aanbouw dreigt door de brand vertraging op te lopen. Bij Hema blijft er gevaar voor instorting. Wanneer de winkels opnieuw kunnen openen, is niet duidelijk.
De Brusselse succesregisseur Michaël R. Roskam (inzetje) mag voor HBO het scenario voor een proefaflevering uitwerken voor een serie waarin de Budabrug een bijzondere rol speelt.
we niet te hard van stapel lopen. Beschouw dit als scenariosteun krijgen van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF).” Nog niet de helft van de bestelde pilots komt effectief op televisie. Veel series worden in de kiem gesmoord of verdwijnen geruisloos van de radar. Het is op dit moment nog niet duidelijk of en voor hoe lang het HBO-avontuur Roskams plannen verijdelt om Rundskop op te volgen met een film noir over Brussel die Le fidèle zou kunnen gaan heten. Ros-
“ “ HET WOORD
kam zelf wil geen verdere verklaringen meer afleggen of interviews geven tot het vaststaat dat de serie ook echt gedraaid wordt. “Schrijven en gefocust blijven is nu de boodschap. Ik wil in alle rust kunnen werken.”
Donkere hoofdstad De futuristische série noire heet voorlopig Buda Bridge Bitch en speelt zich in de nabije toekomst af in Brussel. Een geheimzinnige vrouw op de Budabrug, een toevloed aan gewelddadige misdaden en on-
orthodoxe onderzoekstechnieken brengen de donkere hoofdstad van Europa in een staat van morele en politieke chaos. Op internetfora van verschillende media werd meteen gevreesd dat Brussel imagoschade zou lijden. Alsof New York twee toeristen minder lokt wanneer het door een grote filmregisseur weer eens als een oord van verderf afgeschilderd wordt...
Uplace wil vooruit. De Raad van State verwerpt een aanvraag van een consortium van projectontwikkelaars om het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (Grup) voor de Vlaamse Rand te schorsen. Dat schrijft De Standaard. Het consortium had bouwplannen in de buurt van Machelen en voelt zich benadeeld door het geplande winkelcomplex Uplace. Uplace-woordvoerder Lorin Parys verklaart dat er al in 2013 gebouwd kan worden. Er loopt wel nog een procedure bij de Raad van State van acht stadsbesturen en milieuverenigingen, die het Grup eveneens willen vernietigen.
DONDERDAG 9 AUGUSTUS MIVB wil poortjes in de herfst. De MIVB wil metropoortjes bij de uitgang van de stations testen in de herfst. Na die tests evalueert de openbaarvervoersmaatschappij het systeem en stelt ze een planning op om alle stations te sluiten voor zwartrijders. Nu zijn er al toegangspoortjes in 52 van de 69 (pre)metrostations.
VRIJDAG 10 AUGUSTUS Niels Ruëll
Het zou billijk zijn als er de dag na de verkiezingen een Ecolo-burgemeester in Brussel zou zijn.” Emily Hoyos, co-voorzitster van Ecolo, vindt dat haar partij goed werk heeft geleverd in de lokale gemeentebesturen (in La Libre Belgique).
‘BRUSSEL HEEFT IMAGOPROBLEEM.’ Brussel verliest steeds meer terrein als toeristische bestemming. Tegenover 2011 verliest de hoofdstad zes plaatsen (tot plaats 23) op de European Cities Monitor, een internationale rangorde van Europese bestemmingen. Volgens reisbureaus heeft Brussel een imagoprobleem door berichten over onveiligheid en verkoopt de stad zichzelf slecht. Te weinig STUDENTENKAMERS. Zo goed als alle Br(ikkamers zijn bij het naderen van half augustus al verhuurd. Er zijn er welgeteld nog tien vrij. De stormloop op koten in Brussel zou verklaard kunnen worden door het groeiende succes als studentenstad, en door een steeds vroeger startende zoektocht. Br(ik is de officiële organisatie die Nederlandstalige studenten begeleidt.
ZATERDAG 11 AUGUSTUS
Zodra onze agenten hun rug hebben gedraaid, gaat het handeltje weer verder.” De Elsense politiecommissaris Patrick Thibou getuigt in Le Soir over de forse toename van illegale drugsverkoop op straat in Matonge.
Sterretjesweide
De gemeente Sint-Pieters-Woluwe plant een sterretjesweide op de gemeentelijke begraafplaats. Voortaan kunnen foetussen die tussen vijftien weken en zes maanden zwangerschap overlijden, daar begraven worden. Tot voor een paar jaar was dat alleen mogelijk bij sterfte na zes maanden zwangerschap, maar in 2008 keurde het Brussels parlement een ordonnantie goed die foetussen
vanaf vijftien weken zwangerschap officieel erkent. Ze krijgen dan ook een naam en een plek in het bevolkingsregister. Voor het ontwerp van de sterretjesweide neemt het gemeentebestuur een architect in de arm. Het geheel wordt groen, zonder grafstenen, maar met witte sterren TDM waar de namen van de kinderen op staan.
AGENTEN GETUIGEN. De Standaard pakt uit met een groot artikel waarin zes Brusselse agenten vertellen over het gebrek aan respect voor hun werk. De agenten voelen zich in de steek gelaten door het gerecht, dat weinig of niet zou straffen en bedreigingen tegen agenten ook niet serieus zou nemen. Voor agenten van Marokkaanse origine zouden de vernederingen nog groter zijn; zij worden gezien als verraders. 1.500 pv’s voor overdreven snelheid. De politie controleert ’s avonds en ’s nachts op te snel rijden. Er worden maar liefst 1.500 processen-verbaal uitgeschreven op twintigduizend gecontroleerde voertuigen. 65 rijbewijzen worden ingetrokken, negentien personen rijden onder invloed van alcohol, twee onder invloed van drugs.
ZONDAG 12 AUGUSTUS SUCCESVOL FESTIVAL. Het Brussels Summer Festival kent succes door het mooie weer. Op het Paleizenplein pakken kleppers als John Cale en Iggy Pop het publiek in. Meer dan vijftigduizend mensen maken hun opwachting. Het festival loopt nog tot volgende week zondag. Samengesteld door Christophe Degreef
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF
BDW 1340 PAGINA 4 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
Zomerreeks (5/7) > Een reis door de wereld: de Amerikanen
In Brussels we trust BRUSSEL – Amerikaanse Brusselaars. Ze vinden Brussel open minded, maar ook een plek waar piepkleine Coca-Cola’s niet eens automatisch worden bijgevuld. Het zijn alvast twee van hun echo’s. Maar wie zijn die mensen precies? Een verkenning.
O
p de campus van de Université Catholique de Louvain in Sint-Lambrechts-Woluwe huurt The American University een verdieping. Elk semester worden vanuit de Verenigde Staten een dertigtal studenten aangetrokken. ’s Nachts slapen ze bij Belgische gezinnen, overdag buigen ze zich over de werking van de Europese instellingen. Jerome Sheridan stampte de infrastructuur in 1991 uit de grond en vult de lesprogramma’s in. “De Amerikaanse gemeenschap van Brussel valt uiteen in verschillende groepen die, elk op hun eiland, relatief weinig met elkaar in contact komen,” vertelt Sheridan. “De kring van militairen leeft redelijk op zichzelf in de legerbasissen van Wallonië. Dan is er de groep van diplomaten. Doorgaans verblijven die gemiddeld drie jaar in Brussel. Voor opvang, huisvesting en oriëntatie vallen ze sterk terug op de ambassade. Door het toenemende belang van Europa is hun aantal in Brussel de laatste twintig jaar gestegen.” “Vervolgens heb je een studentenpopulatie met eigen alumniverenigingen, én een groep van inmiddels gepensioneerde Amerikanen die ooit besloten hebben om in Brussel te blijven. Meestal zijn die laatsten aangesloten bij de historisch gegroeide clubs van Brussel. The American Club of Brussels en The American Women’s Club of Brussels zijn op dat vlak de twee belangrijkste ijkpunten. En ten slotte is er de grootste kring: de zakenmensen en werknemers van multinationals.
Een deel hiervan valt terug op de historische verenigingen, maar een niet te onderschatten deel beweegt zich in een geheel eigen sociaal netwerk dat wordt opgebouwd rond de verschillende kerken en de twee internationale scholen in WatermaalBosvoorde en Waterloo.”
Final Friday Zo’n analyse kan tellen als eerste kennismaking! Ik bezocht enkele van die eilanden. En al gauw blijken de woorden van Sheridan steek te houden.
Bij voorkeur worden er werknemers zonder kinderen gestuurd: een forse bezuiniging, met 32.000 euro schoolgeld per jaar
De president van The American Club of Brussels, Margaret Nicholson, nodigt me uit om op de hoogste verdieping van het Sheraton-hotel aan het Rogierplein het jaarlijkse Thanksgiving bij te wonen. Gigantische gevulde kalkoenen worden
bij hopen op diensttafels de zaal in gerold. De Club werd in 1921 gesticht door Amerikaanse zakenlui die na de Eerste Wereldoorlog in België bleven hangen. Ze is een van dé referenties van de Amerikaanse aanwezigheid in de stad. Al meer dan negentig jaar blijft de ambitie min of meer dezelfde: zakenlui oriënteren in hun nieuwe leefomgeving en tegelijk een platform uitbouwen voor sociale contacten. “Elke laatste vrijdag van de maand organiseren we bijvoorbeeld een Final Friday in het Renaissance Hotel, vlak bij het Luxemburgplein. Dat zijn drinks waar oud- en nieuwkomers elkaar op een heel informele manier kunnen ontmoeten,” zegt Nicholson. Vijftien kilometer verderop, op de grens tussen Ukkel en Sint-Genesius-Rode, vind je de vrouwelijke evenknie van The American Club. The American Women’s Club of Brussels werd in 1947 opgericht met de bedoeling hooggeschoolde, maar dikwijls werkeloze vrouwen uit de VS met sociale en culturele activiteiten op te vangen. De vereniging komt hiermee tegemoet aan de geheel eigen problematiek van de trailing spouses, (hoofdzakelijk) vrouwen die hun echtgenoten volgen in het kader van een werkcontract, maar zelf door hun gebrek aan talenkennis niet aan de bak komen. En dan heb je dat derde monument, op de rand van het Zoniënwoud in Watermaal-Bosvoorde. Kort na de Tweede Wereldoorlog werd het neoclassicistische kasteel van baron de Bisschofsheim, een tijdgenoot van Leopold I, gerecupereerd als uithangbord voor The American School, die echter heel snel evolueerde tot de ISB, de International School of Brussels. Trotse moeder Julie leidt me er rond. Je weet niet wat je ziet. Rond een statig pand groeide een schaduwrijke campus
Het openbaar onderzoek van het nieuwe GBP is afgelopen en IEB
heeft zijn bevindingen vrijgegeven in een dertig pagina’s tellend document. Die zijn niet mals voor de plannen van minister-president Picqué (PS). ‘Opportunistisch’, ‘op maat van de vastgoedontwikkelaar’, ‘een plan voor de loftbewoner, niet voor de Brusselaar’. IEB beschuldigt de regering zelfs van belangenver-
met gymnastiekzalen, tennisvelden, een klimmuur, een theaterzaal, moduleerbare klassen, sportvelden voor baseball en American football. Kraaknet, soms kamerbreed tapijt in de lokalen. Een akoestiek om u tegen te zeggen. En bij goed weer zelfs een ingericht openluchtklasje in het bos. “Afstuderen doe je op basis van een International Baccalaureate. Dat wordt wereldwijd erkend,” vertelt Julie. “Leerlingen die dichter bij het Amerikaanse curriculum willen blijven, kunnen een Advanced Placement behalen.” Hoewel het instituut aanvankelijk
Het GBP: de bevolkingstoename is maar een excuus.
tijdens de reizen te leren kennen. De ISB is hiermee een reële concurrent van de clubs. “Ik ervaar totaal geen noodzaak om me bij clubs aan te sluiten,” zegt Julie. “De school biedt alles. Nieuwkomers worden door anciens met champagne onthaald. Ze kunnen taallessen Frans en Nederlands volgen of een oriëntatiecursus die hun leert dat je in Belgische supermarkten al een eeuwigheid niet meer met cheques betaalt, zoals dat in de VS gebruikelijk is.” Het is niet dat je er met de school en de twee clubs het hele gamma van sociale netwerken door hebt
“Op oriëntatiecursus leer je dat je in Belgische supermarkten al een eeuwigheid niet meer met cheques betaalt” ‘American’ in zijn naam had, is het geen echte Amerikaanse school. Maar de geest van het Amerikaanse onderwijsmodel leeft hier wel sterk. Dat blijkt uit de teamspirit en het onwaarschijnlijk sterk uitgebouwde net van buitenschoolse activiteiten. Sportploegen bekampen hun leeftijdgenoten uit andere internationale scholen in Parijs, Frankfurt of Amsterdam. Theater- en muziekgroepen treden internationaal op. Indirect schept dat ruimte voor de ouders om elkaar
© MARC GYSENS
‘ER IS TE WEINIG NAGEDACHT OVER DE STAD’ BRUSSEL – Geen goed woord heeft de milieukoepel Inter-Environnement Bruxelles (IEB) voor het nieuwe gewestelijke bestemmingsplan (GBP) van ministerpresident Charles Picqué (PS).
De hele zomer lang gaat historicus Hans Vandecandelaere op wereldreis... in Brussel. Deze week brengt hij verslag uit van het reilen en zeilen binnen de Amerikaanse gemeenschap.
menging. Zo was een groot advocatenkantoor tegelijk adviseur van de Brusselse regering en van een belangrijke vastgoedspeler aan Thurn & Taxis. Nieuw is dit soort kritiek niet, maar ze is dit keer wel goed onderbouwd. De belangrijkste stelling van IEB is dat het nieuwe GBP er niet komt om de stad te dienen vanuit een ruimtelijke visie, maar om een oplossing te bieden voor aantal pregnante stedenbouwkundige problemen, zoals de shoppingmall op de Heizel. IEB doorprikt de mythe dat het GBP
gedraaid. Maar je kunt dit trio toch wel als een historische heilige drievuldigheid beschouwen.
Kinderloos In de jaren 1950 was het nog vooral de Antwerpse haven die Amerikanen aantrok. In de jaren 1960 en ’70 kenterde het zwaartepunt in het voordeel van Brussel. De twee clubs zagen omstreeks 1975 hun ledenaantallen pieken. Het hoogtepunt lijkt nu wel voorbij. Het einde van de Koude Oorlog
moet dienen om de Brusselse bevolkingsexplosie op te vangen, want, zo zeggen ze bij IEB, die bevolkingstoename zit vooral bij de kansarme bevolking, en die heeft geen boodschap aan de luxewoningen die dankzij het GBP aan het kanaal zullen verrijzen. Intussen doen grondeigenaars dankzij het GBP gouden zaken. Het IEB stelt voorts dat de terreinen aan het kanaal worden opgeofferd voor lofts en dure appartementen in plaats van daar op industriële ontwikkeling te mikken. Die is volgens
© HANS VANDECANDELAERE
BDW 1340 PAGINA 5 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
Plechtig moment op het jaarlijkse Thanksgiving-diner in het Sheraton: de kalkoen wordt aangesneden.
deed niet alleen militairen vertrekken, maar ook zakenmensen die van het leger afhankelijk waren. De jaren 1980 waren nog topjaren, met Amerikaanse bedrijven die effectief door Amerikaanse expats werden geleid. Vanaf de jaren 1990 werd echter steeds meer geopteerd om er Belgen voor in de plaats te zetten en op deze manier te besparen. Dit kon omdat de stock aan Belgen die in de VS ervaring hadden opgebouwd, voldoende groot was. Bovendien konden de moederhuizen dankzij nieuwe technologieën, zoals internet, van een afstand controle uitoefenen. Een andere heel markante strategie was om bij voorkeur werknemers zonder kinderen naar België te sturen. Een forse bezuiniging, als je weet dat het schoolgeld van de International School – 32.000 euro per jaar – doorgaans door de multinationals wordt betaald. Momenteel lijkt er een stabilisering
te zijn. “Wie overbodig was, werd weggefilterd. Zo hou je een residu over dat nog moeilijk verder kan zakken. Wie er nog is, kan niet worden gemist,” beweert Jerome Sheridan. In 2008 verbleven er nog ongeveer drieduizend Amerikanen in Brussel. De dalende trend is merkbaar in de clubs. Het ledenbestand van The American Women’s Club en The American Club kelderde. Mogelijk heeft dit voor een deel met de opkomst van internet te maken, waar-
door ze een stuk van hun sociale werking verliezen. En ook in de ISB daalt het aandeel Amerikanen. In het schooljaar 1967-’68 waren 850 van de 997 leerlingen Amerikaans, naast twintig andere nationaliteiten. In 2009-’10 zat je met 288 Amerikanen op een leerlingenbestand van 1.500, van zeventig nationaliteiten. Meteen blijkt hieruit de toenemende internationalisering van Brussel. De gemiddelde verblijfsduur van Amerikaanse Brusselaars is vijf
Hans Vandecandelaere werkte als historicus twee jaar lang aan een lijvig boek over zestig jaar migratie naar Brussel. In Brussel – Een reis door de wereld verschijnt omstreeks begin november bij uitgeverij Epo. Een zevendelige zomerreeks in BDW blikt vooruit met herziene, ingekorte voorpublicaties.
jaar. België en de VS werkten op het niveau van de sociale zekerheid een akkoord uit waarbij expats na een aantal jaar verplicht worden om te kiezen uit twee stelsels: trouw blijven aan het Amerikaanse model of overstappen op het Belgische systeem. Dat laatste betekent dan belastingen in België betalen, afstand doen van Amerikaanse faciliteiten en het paspoort aanpassen. Een kleine minderheid zet die stap. Amerikanen komen van over heel het land en installeren zich voornamelijk in de beide Woluwes, Overijse, Waterloo, Kraainem en Sint-Genesius-Rode. Wat hen in Brussel kan storen, zijn de vroege sluitingsuren van de winkels, de trage bediening in de restaurants, het vuil, de agressievere rijstijl en de prijsverschillen als gevolg van
jaar geleden de voorbereidende werkgroepen voor het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO), dat andere ruimtelijk plan van Picqué. Sindsdien is de kritiek op de regering-Picqué niet van de lucht. Vraag is of de kritiek veel indruk zal maken. De regering keurt normaal gezien eind dit jaar het nieuwe GBP goed. De kans is groot dat er tegen dan nauwelijks een letter aan gewijzigd zal zijn.
Steven Van Garsse
Hans Vandecandelaere
Met de steun van de Vlaamse overheid en Erfgoedcel Brussel
Volgende week: de Zuid-Amerikanen www.brusselnieuws.be/reisdoordewereld ADVERTENTIE
IEB nochtans broodnodig voor de banencreatie in het gewest. Ook over de mobiliteit is te weinig nagedacht, oordeelt IEB. Zo komen de nieuwe ontwikkelingsgebieden er op plekken die matig tot slecht bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en juist erg goed bereikbaar met de wagen. “Sporen en waterwegen worden als een barrière voorgesteld, terwijl die juist een economisch en industrieel potentieel hebben.” De aanval van IEB op het bestemmingsplan is niet zo verwonderlijk. De milieukoepel verliet een klein
de koers van de dollar tegenover die van de euro. McDonald’s is in Brussel minstens dubbel zo duur. Peil je naar pluspunten, dan volgt het klassieke rijtje van troeven: het internationale en open karakter van de stad, de uitstekende centrale ligging in Europa en de hogere levenskwaliteit. Amerikanen die door hun lange verblijfsduur in staat zijn om evoluties te onderscheiden, zien Brussel erop vooruitgaan. Properder, meer gerenoveerd. “De Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal staat al lang niet meer op instorten,” zegt Jerome Sheridan met een knipoog.
BDW 1340 PAGINA 6 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
© AN DEVROE
Links boven: het geodetisch punt aan de Sint-Augustinuskerk op Hoogte Honderd in Vorst. Links onder: opvallende verspringingen in de rooilijn in de Marconistraat, een herinnering aan de oude landweg die deze straat ooit was. Rechts: het Pierre Paulusparkje in Sint-Gillis, een van de laatste plekken waar het oorspronkelijke reliëf van Brussel nog zichtbaar is.
Reportage > Gidsenvereniging Klare Lijn komt met reliëfwandeling
Volg de berggids VORST/SINT-GILLIS – Dankzij het reliëf zul je niet gauw verdwalen in Brussel, maar met een gids van Klare Lijn ontdek je ook de verrassende kantjes van een hellende stad. De wandeling vertrekt op het Hoogte Honderdplein, zodat je met een gerust hart ‘de langste afdaling’ (want zo heet de geleide tocht) kunt inzetten.
L
inks van de ingang van de Sint-Augustinuskerk wijst onze gids Michaël Valkeniers naar een ijzeren plaatje. “Een van de geodetische punten van het Nationaal Geografisch Instituut. Niet honderd meter boven de zeespiegel, maar 102,338 meter om precies te zijn, en eigenlijk ligt de hoogste plek van Brussel 127,5 meter hoog in het Zoniënwoud. Maar van hieruit heb je natuurlijk het mooiste uitzicht, zeker als je ook nog eens de 54 meter hoge toren van de modernistische kerk bestijgt.” Hier en daar vind je in de stad nog oudere hoogteaanduidingen. “Die bronzen gevelplaten vind je bijvoorbeeld nog aan het parlement – 61,97 meter –, of aan restaurant François op de Baksteenkaai: 17,73 meter.” Geografisch is Brussel alvast geen losstaand geheel: “Brussel heeft het reliëf van het omringende Pajotten-
land. Veel valleitjes dus, waarin de eerste pre-industriële activiteiten ontstonden, terwijl de hellingen benut werden voor bos, graan en zelfs wijnranken. In de Cité Messidor verwijzen de straatnamen nog naar de wijnbouw. Pas vanaf 1900 werd de heuveltop rond het Hoogte Honderdplein door een grootgrondbezitter verkaveld, daarvoor was het hier nog de boerenbuiten.” Valkeniers leest de stadsplanningsgolven af aan de architectuur: belle époque, art deco, jarenvijftigappartementen op de flanken, “op de plaats waar in de negentiende eeuw buitenverblijven werden opgetrokken: het kasteel van Wilhelm Duden, groothandelaar in kant, is er daar nog een van. Het was typisch voor de tweede en derde generatie rijken om te bouwen op afgelegen plekken, terwijl de eerste generatie nog had willen uitpakken
langs de drukke, centrale lanen.”
Hygiëne Vanaf het Hoogte Honderdplein zetten we de afdaling in en belanden we op de Alsembergsesteenweg. Volgens de gids was de steenweg een alternatief voor de weg in de vallei, die in het regenseizoen vaak onbruikbaar was. Wie de Alsembergsesteenweg nam, moest dan weer de heuvels trotseren. Een groen doorsteekje brengt ons tot in de Marconistraat bij enkele paviljoenen van het oorspronkelij ke Molière-Longchampziekenhuis. “Een van de obsessies van eind negentiende, begin twintigste eeuw was de hygiëne,” zegt Valkeniers daarover. “Sloegen allerlei plagen niet toe in de impasses van de stad? Ziekenhuizen werden voortaan gebouwd waar nog veel licht, lucht en ruimte was: hoog dus.”
Hier vind je ook nog de oude motorenfabriek Magnéto en drie socialeappartementsgebouwen uit de jaren 1901-1905 netjes naast elkaar, het ene al met een zwierigere art-nouveausignatuur dan het andere. In de achterliggende Rodenbachstraat hebben de appartementsblokken zelfs het voorkomen van een kasteel. In de Marconistraat, die net zoals de Rodenbachstraat het tracé van een oude veldweg volgt, zijn ook nog enkele oudere arbeidershuizen die uit de rooilijn springen, ‘op miraculeuze wijze bewaard’. Tussen de mondaine Molière- en de Albertlaan werden de arbeiderswijken verwezen naar de zijstraten. De Molièrelaan volgde de mode van begin negentiende eeuw om nieuwe straten een bochtig, pseudo-organisch tracé mee te geven: “Een pittoresk kader voor de bourgeoisie, die pottenkijkers kon missen als kiespijn.” Behalve zieken werden ook veroordeelden naar de woeste hoogten gebracht. “Er kwam een gevangenis op de hoogten van Sint-Gillis waar in
de jaren 1870-1880 nog bijna niets was. Hier waren ze ver genoeg verwijderd van hun ‘crimineel milieu’, een pas ontdekt begrip.”
Park voor hoog en laag Van op het hogergelegen deel van het Park van Vorst heb je een machtig vergezicht op de vallei van de Zenne. “Leopold II liet het park aanleggen met de bedoeling ontspanning te bieden aan de arbeiders uit de wijken beneden aan het spoor, maar ook aan wie zich een villa op de heuveltop kon veroorloven,” zegt Valkeniers. “De vrijstaande woningen waren echter niet zo’n succes, zodat er ook rijhuizen kwamen – dat voelde wellicht veiliger. Aan de Jupiterlaan kwamen in de jaren 1950 en ’60 appartementsgebouwen die een ware ‘dijk van Vorst’ vormen: met zicht op de Zennevallei. De hoogbouw kende een boost na de Tweede Wereldoorlog. Een eengezinswoning met alle comfort was duur, en nieuwe bouwtechnieken en compactere liften maakten hoogbouw aantrekkelijk. Zelfs Victor Horta ging in een appartement wonen.”
BDW 1340 PAGINA 7 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
We dalen af door het park langs paadjes waarvan er na iedere stortbui minder lijken te zijn, en komen in steile, kronkelige straten terecht: “Dát is Sint-Gillis.”
Godin van de Bocq Een vader laat zijn kinderwagen, met kind, uit zichzelf de straat af bollen. Valkeniers vertelt dat vóór de waterleiding de waterdraagsters deze hellingen op moesten naar ‘Obbrussel’. “In 1891 – BrusselStad had dan al een halve eeuw leidingwater – stichtten Sint-Gillis, Sint-Joost en Schaarbeek de eerste intercommunale. Hun water werd vanaf 1899 over tachtig kilometer aangevoerd vanuit de Bocq, een zijriviertje van de Maas. Dat droeg bij tot de verstedelijking van het hogergelegen deel van Sint-Gillis. Symbolisch voor die bloeitijd is het majestueuze stadhuis, met zijn voorgevel fier naar Brussel-Stad gericht.” Voor
“Er kwam een gevangenis op de hoogten van SintGillis: hier waren ze ver genoeg verwijderd van hun crimineel milieu”
het gebouw staat een naaktfiguur van Jef Lambeaux die de godin van de Bocq voorstelt. Het beeld werd ooit naar de catacomben verwezen: “De natuurlijke heuvels mochten niet getoond worden.”
Strategische hoogte Vanuit veel straten van Sint-Gillis zien we de Hallepoort in de diepte liggen, waarmee de gids duidelijk maakt hoe kwetsbaar Brussel aan die kant was. “Sint-Gillis kijkt uit over Brussel, wat het strategisch belangrijk maakte. Op het kruispunt van de Fort- en de Vestingstraat sta je in het hart van het vroegere Montereyfort. In 1695 heeft dat zijn nut bewezen. De troepen van Lodewijk XIV moesten uitwijken naar Anderlecht en Molenbeek om er vanuit een moeilijkere positie Brussel te beschieten. Dat heeft Brussel waarschijnlijk van de totale vernieling gered.” En dan brengt de gids je onverwachts in het Pierre Paulusparkje, een van de laatste plekken die nog een idee geven van het oorspronkelijke reliëf van Sint-Gillis. Het ‘kasteel op de berg’, een buitenverblijf uit 1905, staat er nog. Het parkje erbij werd ingericht als een romantische Engelse rotstuin. Het landhuis zelf lijkt wel op de rotsen gebouwd, maar het zijn neprotsen. Een man bestijgt een pad: het zou een bergtafereel kunnen zijn. An Devroe Groepen kunnen de gegidste wandeling ‘De langste afdaling’ boeken bij Klare Lijn op 0493-50.40.60
P-PRAAT Het komt nooit meer goed tussen Brussels staatssecretaris Bruno De Lille (Groen) en MR-parlementslid Jacqueline Rousseaux. In de jongste commissie Infrastructuur in het Brussels parlement brak een gevecht uit op leven en dood tussen die twee over het nut van fiets en openbaar vervoer in de stad. Volgens Rousseaux hinderen Villo-fietsen voetgangers en worden ze niet gebruikt (althans pas à Uccle) en wordt de fiets door mensen als De Lille ‘bejubeld’. Rousseaux gaat door: “De fiets is voor geprivilegieerden: gezonde mensen zonder evenwichtsproblemen, handicap of pijn (...). Bij koud weer is de fiets niet populair (...). Wie het openbaar vervoer gebruikt, wordt regelmatig gegijzeld door stakend personeel.” Rousseaux spreekt zich ook uit over het openbaar vervoer: “Buiten de piekuren rijden abnormaal lange trams nagenoeg leeg rond, ze houden het verkeer op, er wordt abnormaal veel in geïnvesteerd en er worden bomen voor gekapt: absurd.” De blauwe dame geeft evenwel aan: “Ik ben niet tegen de fiets en het openbaar vervoer, maar een zeker evenwicht is nodig.” Na deze frontale aanval had De Lille naar alle waarschijnlijkheid een massage nodig om de stress uit zijn lijf te krijgen. Gelukkig heeft Brussels minister van Financiën d’Aller et de Retour Guy Vanhengel (Open VLD) de middenweg bedacht tussen fiets en gemotoriseerd verkeer: de motor. Met zijn rode Ducati leukt hij twee volle pagina’s in de weekend editie van De Standaard op, getiteld: ‘Een beetje motard heeft een Pirelli-kalender’. De Brusselse excellentie ging – zeer uitdagend – motorrijden naast de luchthaven van Zaventem, ‘Brussels Airport’ in de volksmond. Volgens het relaas in de krant viel hij daar met motor en al omver toen de fotograaf hem vroeg een wegje met kiezeltjes te nemen ‘voor de foto’. Dat gaat hard.
CHIEN ÉCRASÉ MIVB – De MIVB meldt dat La Compagnie du Plak’Art een week lang animatie en mysterie zal brengen in de Brusselse metro. Het is de eerste keer dat het gezelschap ondergronds gaat om promotie te maken voor het festival Théâtres Nomades eind augustus. “Drie groepen van telkens twee acteurs spelen korte sketches in mime in de metrostations van lijnen 1 en 5 tussen De Brouckère en Stokkel/Herrmann-Debroux. Een begeleider geeft tekst en uitleg aan de nieuwsgierige reizigers. De toneelgroep doet de metro aan buiten de spits, van 10 tot 12 uur en van 14 tot 16 uur. Een audioboodschap kondigt de komst van deze vreemde figuren in de Brusselse ondergrondse aan,” luidt het in een persmededeling. NOMADE – Théâtres Nomades, ze hadden geen betere naam kunnen vinden voor MIVB-gebruikers die hun Mobib-kaart niet valideren. STRAATVEGERS – Is het u trouwens opgevallen, beste lezer, dat er de jongste tijd heel wat straatvegers eveneens een nomadisch bestaan leiden in de Brusselse straten? Dat kan maar één ding betekenen: de verkiezingen komen eraan! Behalve in Schaarbeek; daar wordt de straat zonder bijbedoelingen elk uur van de dag geveegd. Maar in Sint-Gillis en Elsene, alsook in Vorst, duikt de eenzame veger op, slechts gewapend met borstel, vuilnisbak en een groot rood aureool boven zijn hoofd. Rood, jazeker. PREVENTIE – Tiens, het valt ons nu ook op dat de MIVB-preventiemedewerkers een rood hesje dragen. Toeval?
Politiek > Partij is tal van kopstukken kwijt
VB uitgedund naar kiezer BRUSSEL – Vlaams Belang komt maar op in de helft van de gemeenten waar de partij in 2006 een lijst indiende. Zes jaar geleden kwam het Belang in twaalf Brusselse gemeenten op. Nu komt de partij alleen in Anderlecht, Brussel, Jette, SintJans-Molenbeek, Sint-Agatha-Berchem en Schaarbeek met een lijst, zes gemeenten dus. “Misschien komen er ook nog Vorst en Watermaal-Bosvoorde bij,” zegt Brussels partijvoorzitter Frédéric Erens. Vorige keer kwam de partij bijvoorbeeld ook op in Koekel-
berg, Ganshoren, Sint-Gillis en Evere. Net als op andere plekken heeft het Vlaams Belang moeite om kandidaten te vinden. Heel wat lijsttrekkers van vorige keer doen niet meer mee. Brusselse parlementsleden Greet Van Linter (Ganshoren) en Johan Demol (Schaarbeek), Vlaams parlementslid Erik Arckens (Brussel), Valérie Seyns (verkozen in Molenbeek) en Christine Pynket (verkozen in Evere) keerden de partij de rug toe. Anderlechts Belang-kopstuk Raymond Deroover overleed vorig jaar, en de lijsttrekker uit 2006 in KoeHUB kelberg, Erland Pison, is verhuisd.
Economie > Vakbond geschokt door houding Stefanini-directie
‘Belgisch bedrijf onwaardig’ HAREN – De vakbonden zijn woest op de directie van het callcenter Stefanini, omdat die aan de ontslagvergoedingen probeert te ontsnappen. Stefanini ontslaat 182 werknemers omdat Belgacom, zowat de enige opdrachtgever, het contract niet verlengt. Volgens de directie is er geen geld voor ontslagvergoedingen. “Ze wil amper 500 euro boven het wettelijk mi-
nimum geven en probeert zelfs daaronder uit te komen door bij de rechtbank bescherming tegen schuldeisers te vragen,” zegt Jan Meeuwens van BBTK. De bond plant geen verdere acties omdat ze de jobbeurzen van later deze maand wil afwachten. Belgacom en de vijf andere callcenters verbonden aan het telecombedrijf, hebben beloofd om bij nieuwe aanwervingen voorrang te geven aan de afgeHUB dankte werknemers van Stefanini.
ADVERTENTIE
BDW REGIO
BDW 1340 PAGINA 8 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
Deze week in Sint-Gillis > Samenhuizen wint aan populariteit
‘Zoektocht naar kamer lijkt wel sollicitatiegesprek’ tegelijk thuis zijn,” zegt Joris. We lezen op het bord bijvoorbeeld ‘Wat is het paswoord voor de wifi?’, of ‘Please guys, don’t leave the dirty dishes for the one who has to clean the house’. Er is ook een poetsschema. Alle gemeenschappelijke ruimtes krijgen wekelijks een grondige beurt.
Ongedwongen sfeer
Sofie Poncelet en Joris Vandecruys hebben het naar hun zin in hun gemeenschapshuis in Sint-Gillis.
SINT-GILLIS – Meer en meer studenten en jonge werkmensen kiezen ervoor om samen een huis of appartement te huren in de stad. Dat is een pak goedkoper dan alleen wonen, maar het heeft ook tal van andere voordelen. BDW ging langs bij vier Vlamingen en een Canadees in Sint-Gillis.
W
oensdagavond, halftien. Sofie Poncelet, die bij het Steunpunt Vakantieparticipatie bij Toerisme Vlaanderen werkt, heet ons welkom en ontkurkt een fles Spaanse wijn. Joris is op komst. De andere huisgenoten zullen we vanavond niet zien, maar ze komen wel ter sprake. In afwachting gidst Sofie ons door hun statige achterhuis met mooie binnenplaats. Het huis telt drie verdiepingen. Op de gelijkvloerse verdieping is er een grote leefruimte, een keuken, washok en terras. Op de eerste verdieping liggen de kamers van de drie mannen des huizes. Daar zijn ook de twee badkamers. Op de zolderverdieping met het schuine dak woont naast Sofie ook Annaïk. “Die zou hier vanavond ook zijn, maar verwittigde me daarnet dat ze laat moet doorwerken.” Terug beneden ontmoeten we Joris Vandecruys, die werkt voor de FOD
Financiën. Hij is 29 en woont hier al het langst. “Op 1 januari 2013 zal ik hier vijf jaar wonen. Ik nam de kamer over van iemand die andere oorden opzocht. Deze woning was toen al ruim drie jaar een gemeenschapshuis. Het verhaal doet de ronde dat de huisbazin eerst nogal sceptisch was om deze woning als gemeenschapshuis te verhuren, maar dat ze gerustgesteld was toen ze vernam dat het Nederlandstaligen waren. Een halfjaar later trok Dieter hier in.” Ruim een jaar geleden vond Sofie hier haar stek. “Voordien pendelde ik tussen Sint-Truiden en Brussel, maar dat vond ik vervelend. Je zit dagelijks in dezelfde routine, hebt maar één rechtstreekse trein per uur. Mijn zoektocht naar een geschikte plek liep niet van een leien dakje. Het aanbod aan kamers is veel kleiner dan de vraag. Je moet constant online zijn (op gespeciali-
seerde websites als samenhuizen.be of appartager.be of op Facebook, TDM), en de goede plekken zijn direct weg. Soms is die zoektocht een echte concurrentiestrijd, bijna een sollici-
© IVAN PUT
komt, stellen we bepaalde data voorop en nodigen we geïnteresseerden uit, waarna we gezamenlijk een beslissing nemen. Daarbij laten we ons gevoel spreken. Als we twijfelen, kijken we naar gemeenschappelijke interesses. We proberen ook het bestaande evenwicht tussen jongens en meisjes te bewaren.” “Thomas is een Franstalige Canadees, maar de gemeenschappelijke
“Brussel is een stad die wat moeite vergt, maar op deze manier is het fijn wonen. Ik heb hier mijn eigen ruimte, maar er is altijd iemand om mee te praten”
tatiegesprek. Ik was al een halfjaar op zoek toen ik op de advertentie van deze woning botste.” “Ondertussen sta ik aan de andere kant, en kwamen ook Thomas en Annaïk erbij. Als er een kamer vrij
huistaal is Engels. Niet iedereen spreekt namelijk even goed Frans. Voor praktische zaken hebben we een krijtbord. Daar schrijven we de meest dringende zaken op, want het gebeurt zelden dat we allemaal
Er wordt zelden samen gekookt. Daarvoor ligt het levensritme van de vijf huisgenoten te ver uiteen. Als iemand eten over heeft, kan er wel wat geregeld worden, maar los daarvan kookt iedereen zijn eigen potje. ‘Iedereen’, dat zijn gemiddeld een tweetal mensen per avond. Joris eet elke middag op zijn werk, Annaïk komt pas laat thuis en bereidt dan nog een snelle hap. Veel gezamenlijke activiteiten zijn er niet. Soms is er een etentje, trekken ze samen de stad in, of ze kijken een film. Sofie: “Hoewel de kamers niet allemaal even groot zijn, betaalt iedereen vierhonderd euro. Daarin zitten naast de huur ook alle gemeenschappelijke kosten en basisproducten zoals olijfolie, toiletpapier en vuilniszakken.” Het krantenabonnement wordt apart geregeld, want Thomas en Dieter lezen niet mee. In haar omgeving is Sofie een beetje de vreemde eend in de bijt. De meeste van haar vrienden wonen in Limburg, het gros van haar collega’s pendelt. Ze is heel tevreden met haar keuze voor Brussel. “Het is een stad die wat moeite vergt, maar op deze manier is het fijn. Ik heb hier mijn eigen ruimte, maar als ik wil, is er altijd iemand om mee te praten. Ik zou ook een kleine studio kunnen zoeken, maar niet tegen deze prijs en met dit comfort. We hebben een terras in het midden van de stad, in Sint-Gillis!” Alle vijf zijn ze hier gedomicilieerd. Sofie vindt dat belangrijk, zo kan ze hier gaan stemmen. “Ik leef in SintGillis en maak hier gebruik van allerlei gemeentediensten, dus dat is toch logisch.” Joris vindt het jammer dat er soms wel juridische belemmeringen zijn. Zo vraagt hij zich af of het wel nodig is om een gezinshoofd aan te stellen als je met vijf jonge mensen samenwoont. Voorts vindt hij niet dat hij hier privacy moet opgeven. “Spanningen zijn er niet bepaald. En zelfs al zouden die er zijn, dan verkies ik die boven avonden alleen spenderen in een appartement.” Tuur De Moor
BDW 1340 PAGINA 9 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
BDW REGIO
© VAN DER ELST
Anderlecht > Conservator vertrekt naar Genève
Grote personeelswissel in Erasmushuis In oktober ruilt Alexandre Vanautgaerden, conservator van het Erasmushuis, Anderlecht in voor Genève.
De Dikke Beuk uit 1984, kleinzoon van de Arbre Ballon, wordt geïntegreerd in de groenaanleg van het traject van de nieuwe tramlijn 9.
Dikke Beuk mag blijven Op de Dikke-Beuklaan tussen het UZ Brussel en de Tentoonstellingslaan loopt straks de nieuwe tramlijn 9. Ergens middenin staat een beuk, een boom met een verhaal. De tram gaat rekening met hem houden. De ‘nieuwe’ Dikke Beuk refereert aan zijn historische voorvader, de Arbre Ballon, een eeuwenoude beuk die op 12 mei 1912 geveld werd (zie ons artikel van 10 mei 2012 op www.brusselnieuws.be). Even werd gevreesd dat ‘kleinzoon Beuk’ gekapt zou worden, maar dat blijkt niet het geval: de boom blijft staan, ook al staat hij niet op de inventaris lijst van opmerkelijke bomen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. “Bij het ontwerp van groenvoorziening werd wel degelijk rekening gehouden met de beuk uit 1985 (geplant op 5 mei 1984, red.); er is ons verteld dat
die moest blijven staan,” zegt architecte Livia de Bethune van het bureau SumProject, dat samen met Mobiel Brussel de infrastructuurplannen uittekent. De Dikke Beuk is terug te vinden op de nieuwe middenberm naast de tramsporen. In het verlengde van de beuk komen nieuwe platanen. De eerste plataan wordt op elf meter geplant; tussen de platanen zelf komt negen meter ruimte. De Dikke Beuk krijgt dus ruimere groeikansen voor zijn kruin, en zal opvallen bij een voetgangersdoorgang. De nieuwe berm rond de boom waaiert zelfs meer uit dan in de huidige situatie. “Zolang er gewerkt wordt, zal de beuk beschermd moeten worden, net zoals bij de platanen op de Jetselaan zal gebeuren,” stelt De Bethune nog. Jean-Marie Binst
ADVERTENTIE
Puin ruimen tussen de tramsporen Zondag heeft een handvol buurtbewoners de tramsporen aan het Weldoenersplein opgeruimd. De gemeente Schaarbeek en de MIVB kibbelen al sinds 2007 over wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van de tramhaltes aan het negentiende-eeuwse plein. Sindsdien stapelt het zwerfvuil zich op. De bewoners hebben er genoeg van. Zondag gingen ze zelf aan de slag met handschoen en vuilniszak. Dat leverde vijf witte zakken en
een volle blauwe zak zwerfvuil op. De trambedding is ook vergeven van het ‘onkruid’, maar dat lieten de bewoners staan, omdat de soortenrijkdom voor mooi groen zorgt tussen de sporen. Na het opruimen gingen de bewoners over tot een wildzaaiactie. Er werd lavendel, salie en citroenmelisse gezaaid in de trambedding. De bewoners vragen de MIVB en gemeente de strijdbijl te begraven en duidelijke afspraken te maken. SVG
S OCIALE V ERHUURKANTOREN
zoekt wegens uitbreiding: KOK BEENHOUWER / TRAITEUR
VERKOPER/STER
BEENHOUWER / TRAITEUR
We zoeken een ambitieuze, ervaren kok met passie voor het vak. U wordt verantwoordelijke voor de traiteurtoonbank en dagschotels.
We zoeken een commercieel talent voor versterking in de winkel. Samen met je team sta je in voor een klantvriendelijke bediening.
Beenhouwer/traiteur gezocht met passie voor het vak. Je draagt de verantwoordelijkheid voor de afdeling vers vlees/salades en panklare produkten.
Profiel: U hebt ondernemingszin en u legt de lat hoog, zowel voor de kwaliteit van uw product als voor de resultaten van uw werk.
Profiel: U bent vlot tweetalig en steekt graag de handen uit de mouwen. U hebt een verzorgd en vriendelijk voorkomen.
Wij bieden: • Voltijds contract – 5dagen werkweek (geen weekendwerk) • Opleiding binnen de firma • Modern ingerichte keuken • Werkzekerheid in een stabiele werkomgeving.
Wij bieden: • 5dagen werkweek (1 zaterdag op 2 werken) • Werkzekerheid in een stabiele werkomgeving.
Profiel: • Je beschikt over een getuigschrift/ diploma van beenhouwer/traiteur • Ervaring in het coachen en motiveren van medewerkers • Je bent vlot in de omgang, positief ingesteld en klantvriendelijk • Je kan je werk en dat van je medewerkers organiseren in functie van de prioriteiten van het moment • Je bent bereid 1 zaterdag op 2 te werken • Hygiëne en netheid vind je vanzelfsprekend.
Interesse? Stuur uw kandidatuur en motivatie naar info@peter-sabine.be
Schaarbeek > Bewonersactie tegen zwerfvuil
ADVERTENTIE
Slager - Traiteur PETER & SABINE
www.peter-sabine.be Sint-Pieters-Woluwe T. 02 660 30 71
Vanautgaerden wordt conservator van de Bibliothèque de Genève (BGE), een van de oudste bibliotheken van Europa, opgericht door theoloog en reformator Johannes Calvijn (1509-1564). “Ik ben hier nu achttien jaar conservator; het is tijd voor een nieuwe uitdaging,” zegt Vanautgaerden. “De Bibliothèque bezit een grote kunstverzameling, is gespecialiseerd in de zestiende eeuw en heeft honderdvijftig man in dienst.” Eerder dit jaar ging ook de Nederlandstalige adjunct-conservatrice Kathleen Leys weg: zij werkt nu als
diensthoofd Cultuur en Toerisme in Dilbeek. Leys werd samen met Vanautgaerden in 1994 aangesteld om het taalevenwicht te garanderen in het gemeentelijke museum, in opvolging van conservator JeanPierre Vanden Branden, die veertig jaar aan het roer had gestaan. De functie van adjunct-conservator werd niet opnieuw ingevuld. Wel treden in september twee personeelsleden in dienst, betaald door de Franse Gemeenschap: een halftijdse voor de Verzamelingen, een voltijdse voor Publieke Werking. Ook de onthaalbediende heeft haar overplaatsing gevraagd naar de administratie in het gemeentehuis. Pas in september schrijft de gemeente de vacature voor een nieuwe JMB conservator uit.
Wij bieden: • Werkzekerheid in een stabiele werkomgeving • De kans om in een moderne werkomgeving je stiel als beenhouwer/traiteur uit te oefenen.
Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen
www.fedsvk.be 02 412 72 44
M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����
BDW 1340 PAGINA 10 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
De basisregel van ecodriving: schakel niet terug.
© FLICKR / Paul Nicholson
Mobiliteit > Rijinstructeur John Willemsen leert Brusselaars ecodriving
‘Vijftig per uur in vierde versnelling’ BRUSSEL – “Wilt u ook wel wat geld besparen? Wilt u een schoner milieu? Een veiliger verkeer? Minder stress tijdens het rijden? Die vier zaken bereikt u makkelijk door een rijstijl toe te passen die het autorijden eenvoudiger en ook nog eens goedkoper maakt.” John Willemsen leert u ecodriving.
BDWOPINIE Ecodriving wordt al jaren toegepast. Sterker nog, voor veel landen is ecodriving de regel, niet de uitzondering. Ecodriving is de rijstijl die is aangepast aan de moderne auto en die optimaal gebruikmaakt van alle mogelijkheden om brandstof te besparen. Door ecodriving toe te passen kan uw verbruik met gemak met twintig procent of meer dalen. Hoe werkt ecodriving? Het betekent dat je iets moet loslaten wat je hebt geleerd: terugschakelen. Ecodriving houdt in dat je niet meer terugschakelt. Nu hoor ik iedereen al zeggen: “Maar je móét terugschakelen!” Waarom? U hebt het zo geleerd, u bent het gewend, maar niet elke gewoonte is een goede gewoonte... Wat is de bedoeling bij ecodriving? Simpel. Wanneer je moet afrem-
men, schakel je niet terug en druk je de koppeling niet in. Laat alleen het gas los, rem zo nodig bij, en laat de auto uitrollen in de versnelling waarin je staat. Doe dit dan ook zo vroeg mogelijk; hoe vroeger je dit doet, des te meer brandstof je bespaart. Dit noemen we het rollend vermogen, de bewegingsenergie, de snelheid die de auto heeft. Om die energie in de auto te steken geef je gas en verbrand je dus brandstof. Dat kost geld. Maar waarom nog brandstof blijven verbruiken als het verkeerslicht verderop rood is, als er een voetganger oversteekt, er auto’s van rechts komen, enzovoorts? Zo gooit u geld weg! Nu kun je zeggen: “Dan zet ik hem in ‘de vrij’,” maar dan ben je ten eerste voor een deel de controle kwijt, wat nooit ideaal is. Ten tweede is dit een onnodige handeling die de aandacht afleidt, zeker bij beginnende bestuurders, en ook tot min-
“Schakel direct naar de correcte versnelling. In plaats van 5-4-3-2 kun je 5-2 schakelen” John Willemsen.
der (stuur)controle leidt. Ten derde moet de motor dan brandstof verbruiken om (stationair) te blijven draaien. Wanneer je echter het gas loslaat, zorgt de snelheid van de auto ervoor dat de motor blijft draaien. Natuurlijk moet je soms de koppeling indrukken. Maar dit is alleen nodig als de motor stationair draait en je nóg langzamer wilt gaan. Een deel van het ‘eco’-pakket van een auto is een toerenteller, juist zodat je dit kunt zien. Natuurlijk kun je niet altijd in dezelfde versnelling blijven rijden. Dat is ook niet de bedoeling. Maar je schakelt simpelweg wanneer dat nodig is, en dan direct naar de
correcte versnelling. Dus in plaats van 5-4-3-2 kun je 5-2 schakelen. Omlaagschakelen via alle tussenliggende versnellingen is compleet nutteloos. Je bespaart er niet door, het is onnodig en logischerwijs kun je niet betwisten dat je met één hand aan het stuur altijd minder controle hebt dan met twee handen.
Sportief? Ook belangrijk is anticiperen, wat van ecodriving een veilige rijstijl maakt. Om op de beschreven manier te kunnen besparen, moet je oplettend zijn, ver voor je uit kijken en vroeg reageren. Hoe verder je voor je uit kijkt, des te eerder je kunt reage-
ren en des te eerder je dus kunt beginnen besparen. Moeten remmen of stoppen kan immers altijd nodig zijn (ook onvoorzien) bij mogelijke conflictpunten, zoals kruispunten en zebrapaden. Die benader je dus best rustig, waardoor je jezelf direct meer tijd geeft om de situatie waar te nemen en beter – eerder – te reageren. Wanneer je ziet dat je moet afremmen, doe je dat best vroeg, zodat stoppen bij voorkeur niet nodig is en je in de tweede versnelling door kunt rijden. Terugschakelen naar eerste is in principe alleen nodig bij snelheden onder vijf per uur. Opvallend genoeg is de grootste besparing juist te boeken binnen de bebouwde kom, en gebeuren de meeste ongelukken juist binnen die bebouwde kom, op diezelfde conflictpunten... De toerenteller vertelt je bovendien wanneer je omhoog moet schakelen, namelijk rond 2.000 toeren. Schakel je vroeger, dan mist de auto kracht bij het optrekken. Schakel je later, dan verbruik je meer brandstof dan nodig. Later schakelen is een kenmerk van een ‘sportieve’ rijstijl. Sportief – én brandstofverslindend... Nu gaat onze veiligheid natuurlijk altijd vóór besparen. Daarom mag u bij ecodriving soms best versnellingen overslaan als u omhoog schakelt; 3-5 is dan het meest voorkomend. Zo kunt u met voldoende snelheid invoegen, bijvoorbeeld als u wilt invoegen op een provinciale weg of op de autosnelweg. U zult ook moeten wennen aan andere versnellingen kiezen: derde voor 30, de vierde voor 50 en de vijfde voor 70 kilometer per uur. Heeft uw auto een zesde, dan die vanaf 90 kilometer per uur. Tot slot, de tien belangrijkste principes van ecodriving: 1. Schakel zo vroeg mogelijk, tussen 2.000 en 2.500 toeren, naar een hogere versnelling. 2. Rij zoveel mogelijk in de hoogste versnelling waarin de motor nog soepel loopt. 3. Rijd 30 km/u in derde, 50 km/u in vierde en 70 km/u in vijfde versnelling. 4. Kijk zo ver mogelijk vooruit en anticipeer op veranderingen in het verkeer. 5. Houd voldoende afstand. 6. Vermijd sterk optrekken en afremmen. 7. Ziet u dat u snelheid moet minderen of moet stoppen, laat dan op tijd het gas los, trap de koppeling niet in en laat de auto uitrollen in dezelfde versnelling. 8. Houd u aan de snelheidslimiet. 9. Zet de motor uit wanneer dat kan. Het loont al bij stops van ongeveer een halve minuut. Gebruik het start/ stop-systeem als u dat hebt. 10. Vermijd onnodig energieverbruik door energievreters zoals de airconditioning en de achterruitverwarming. John Willemsen John Willemsen is rijinstructeur in Brussel. Hij heeft een blog: geefjekindzelfrijles.joral.be, en geeft op 17 en 24 september en 1 oktober (19-22 uur) een driedelige cursus ecodriving in GC Den Dam in Oudergem (10 euro voor de reeks; meer op 02-663.89.50)
BDW 1340 PAGINA 11 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
BRIEVEN VAN LEZERS lezersbrieven@bdw.be
BDWOPINIE
Nultolerantie In Elsene is Delphine Bourgeois (MR) duidelijk in haar campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen: vanaf 2013 nultolerantie inzake netheid op straat. Daarbij vergeet ze dat zij ondertussen al zes jaar schepen van Netheid is en dat Elsene op dat punt in vergelijking met andere steden in ons land zonder meer achterop is geraakt. Uit rondvragen komt netheid telkens weer als de prioriteit naar voren inzake de stedelijke kwaliteit voor de bewoners. Maar toegegeven, in al zijn eenvoud is het is een sterk standpunt. Een rechts standpunt ook… Elsene verdient beter. Sommige politici denken blijkbaar nog dat een college van burgemeester en schepenen alleen in staat is om de mentaliteit bij de bevolking bij te sturen, met verbaliserende ambtenaren (gemeentelijke administratieve boetes) en politie achter de hand. Wat Elsene en de andere Brusselse gemeenten nodig hebben, is een sociaal contract. De gemeente engageert zich naar de bevolking dat ze geregeld, bijvoorbeeld wekelijks, in elke straat opruimt. Daar staat tegenover dat ze zonder pardon verbaliserend optreedt tegen egoïstisch gedrag. Voor individuen die geen gebruik willen maken van de gemeentelijke service om gratis groot huisvuil aan huis op te halen, hoeven we als gemeenschap geen tolerantiebeleid te voeren. Ik hoor ook weinig klachten over de frequentie van de huisvuilophalingen van Net Brussel. Zonder een mentaliteitswijziging bij de Elsenaars staat de politiek machteloos. Iedereen is vragende partij voor een duidelijk contract tussen de overheid en de inwoners. Een sociaal contract.
Wouter Bracquené, Elsene
Fietspendelen De bewegwijzering van de hst-route tussen Leuven en Brussel laat inderdaad te wensen over (‘Pendelen kan ook per fiets’, in BDW 1338 van 19 juli, p. 6-7), maar niet in Vlaams-Brabant, wel in het Brussels gewest. - Een wegwijzer is nodig die aanduidt dat de Generaal Wahislaan moet worden overgestoken. - Aan de overkant van de Wahislaan staat een wegwijzer, maar die is haast onzichtbaar door de begroeiing (bovenste foto). - Vervolgens ontbreekt een wegwijzer rechtsaf naar de Papaverstraat. - Vervolgens ontbreekt een wegwijzer rechtsaf naar de Cambierlaan. - Aan de Prévost-Delaunaysquare word je richting
Bij de les blijven door Danny Vileyn
Generaal Eisenhowerlaan gestuurd. Dat is fout, het moet meer naar links, richting Jan Stobbaertslaan (onderste foto). In afwachting van beterschap is de fietskaart van Brussel onmisbaar (GFR 1B), of de website van de provincie Vlaams-Brabant: www.routeyou.com/route/ view/402117/fietsroute-hst-fietsroute-leuven-brussel.nl.
Jo Verwimp, Asse
Tweetalig cultureel In de aanloop van de verkiezingen pleit de Cultuurraad van de Stad Brussel voor een tweetalig cultuurbeleidsplan (opiniebijdrage van voorzitster Anne-Sophie Van Neste, in BDW 1339 van 9 augustus, p. 12). Men zou al kunnen beginnen met het aanstellen van een tweetalige schepen van Cultuur. Dit geldt trouwens ook voor het schepenambt van Onderwijs, dat onder meer bevoegd is voor de Nederlandstalige stadsscholen.
Vorige week maandag werden twee homo’s in elkaar geslagen in het Anderlechtse Neerpede. Een van de daders is hun buurman. De twee mannen durven niet meer buiten te komen. Volgens de slachtoffers is de dader alweer vrijgelaten, maar onderzoeksrechter Jean Coumans weigert elk commentaar, en ook het parket houdt de lippen stijf op elkaar. Een ondraaglijke gedachte voor slachtoffers van gaybashing, dat zwijgen. Waarmee de wereldvreemdheid van het gerecht nogmaals aangetoond is. Wat ook aangetoond is: gaybashing is geen exclusief fenomeen van de Brusselse Anneessenswijk, en het is evenmin een exclusief allochtone aangelegenheid. Maar dat wisten we al. Toch is vanuit cultuurrelativistische hoek de tegenaanval ingezet. In een artikel in het weekblad Knack heet het dat de wereld nog wel door andere kwalen geteisterd wordt dan homofobie. Discriminatie, bijvoorbeeld. Armoede en uitbuiting. Enzovoort. Kijk, iedere vorm van discriminatie is verwerpelijk, en armoede en uitbuiting zijn afschuwelijk. Een hiërarchie van gevallen van onrecht opstellen is dat in dezen evenzeer. Een aanslag op de fysieke integriteit is van het ergste wat een mens kan meemaken. Omdat je homo bent. Of zwart. Of blank. Islamiet of katholiek. Het maakt niet uit. De zeer verdienstelijke reportage van Rits-studente Sofie Peeters dreigt hetzelfde lot te ondergaan. Peeters filmde hoe allochtone mannen in de Anneessenswijk haar de zwaarste verwensingen naar het hoofd slingerden en de grofste voorstellen deden. Niet meer, niet minder. Er was belangstelling tot over de landsgrenzen. Nu dreigt de discussie over te hellen naar zelfverwijt. Want het heet ondertussen dat de westerse wereld ook heel erg seksistisch is. Zie: bloot in de reclame. Zie: porno op internet. Dat kan allemaal best waar zijn. En ook die discussies mogen gevoerd worden. Maar kunnen we even bij de les blijven? In elkaar geslagen homo’s hebben geen boodschap aan cultuurrelativistische beschouwingen en waarschuwingen. Die willen dat de dader gestraft wordt en dat ze veilig over straat kunnen, dat is een primair recht. Net zoals westers geklede vrouwen die in wijken als Anneessens wonen, zonder grove beledigingen (of erger) over straat moeten kunnen lopen. De Stad Brussel pakt vanaf september uit met gemeentelijke administratieve sancties. Niet dat we daar alle heil van moeten verwachten; seksisme en homofobie woekeren al twintig jaar in de Anneessenswijk. Maar de GAS-boetes zijn een signaal. Het is een begin.
Werner De Bus, Brussel
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
MEER OPINIE DE HELE WEEK ROND OP
SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF
EVA HILHORST
BDW 1340 PAGINA 12 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012 © Google street view
Établissement d’En Face verhuist naar Ravenstein BRUSSEL – Het kunstenaarsplatform Établissement d’en Face verhuist naar de Ravensteinstraat. Het platform, voortgedreven door verschillende vooraanstaande actuele beeldende kunstenaars zoals Sven Augustijnen, Olivier Foulon, Harald Thys en Michael Van den Abeele, zorgde tien jaar lang voor artistieke zuurstof in de Dansaertwijk, die mede daardoor uit het dal kroop. Ook de nieuwe stek ligt in een niet zo evidente buurt. Directeur Etienne Wynants: “We wisten sinds vorig jaar dat ons contract in de Dansaertstraat niet verlengd zou worden: de eigenaar opent er een espressobar. Maar na tien jaar werd het ook tijd om het geweer eens van schouder te veranderen. We hebben zowel in de bovenals in de benedenstad gezocht naar een pand dat rechtstreeks in contact staat met de straat. Wat de artiesten in het verleden met onze typische vitrineruimte gedaan hebben, vond ik altijd interessant, we wilden dus geen loft in een oude industriële ruimte. Het mocht ook niet veel groter zijn, want we zijn geen instituut.” Toch is dit niet bepaald een buurt met veel galerieën en kunstenaarscafés. Of wordt Établissement d’en Face een voorpost van Bozar? Wynants: “Ho maar. We zullen ons niet laten opslokken, en we functioneren ook anders dan een commerciële galerie. De Kunstberg is een interessante plek, waar de kaalslag van de noordzuidverbinding plaatsgemaakt heeft voor allerlei institutionele gebouwen. We kijken ernaar uit om in dat rare gebied iets te gaan betekenen, goed wetende dat er nauwelijks sociale beweging is vanuit een kunstenaarsperspectief, dat er niemand woont en dat er na de kantooruren inderdaad geen interessante cafés open zijn. Misschien herhaalt de geschiedenis van de Dansaertstraat zich hier.” Het nieuwe Établissement d’en Face opent op 8 september tijdens de MB Brussels Art Days. www.etablissementden faceprojects.org, www.brusselsartdays.com ADVERTENTIE
Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap
✆ 0800-15045
alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30
Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be
VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK
Interview > Directeur Mars Moriau over vijf seizoenen Zinnema
‘De stad is meer dan de Vijfhoek alleen’ ANDERLECHT – In 2007 veranderde het Centrum voor Amateurkunsten van naam, van koers en van leiding. Directeur Mars Moriau is na vijf seizoenen Zinnema blij verrast door het artistieke werk, enthousiast over standplaats Anderlecht, maar wel een beetje bezorgd over de financiële toestand.
H
et is de opdracht van Zinnema om individuen en groepen die in hun vrije tijd creatief zijn in wat voor artistieke discipline dan ook, te ondersteunen, en tegelijk een platform te zijn voor kwaliteitsproducties van deze amateurkunstenaars uit Brussel en de Rand. Maar lukt dat ook? We vragen het aan Zinnema-directeur Mars Moriau. “Dat lukt zeker. We beginnen nu te oogsten wat we de laatste jaren hebben gezaaid. Wat mij toch verraste op ons slotfeest van vorig seizoen, is dat er zich toen liefst dertig projecten zijn komen voorstellen waarmee we een band hebben opgebouwd. Die projecten zijn heel divers en de uitvoerders ervan zijn telkens vertegenwoordigers van een hele achterban van mensen die Zinnema hebben leren kennen. Ik denk echt dat onze impact groot is. Zes jaar geleden hebben we hier letterlijk de rolluiken opgehaald en nu ontvangen we van ’s morgens tot ’s avonds mensen.”
Als zich hier een man met een gitaar meldt, dan zoekt u een plek voor hem? Mars Moriau: “Bijna elke dag ontvangen we individuen die graag ergens bij aansluiten of die zelf een project hebben waarvoor ze nog mensen zoeken. Ons artistieke team zoekt daar dan de beste oplossing voor. We hebben ateliers, zoals het decoratelier, het muziek- of het dansatelier, die altijd naar een eindproduct toe werken. We schuwen daarbij de inbreng van professionals niet, want het behoort ook tot onze kernopdracht om de kwaliteit te laten aansluiten bij het professionele gebeuren.” “Gemiddeld hebben in Zinnema dertig activiteiten per week plaats, van repetities over creaties tot presentaties. Elk weekend zitten we ook met minstens één volle schouwburg van 360 mensen, maar dikwijls zijn dat er
zelfs twee of drie. Op jaarbasis vullen we twintigduizend stoeltjes.” Wie zijn al die mensen? Moriau: “Dat gaat van het Brussels Volkstejoêter (BVT) tot Afrikaanse dansgroepen. Zeven projecten zijn hier in residentie. Daar is het BVT bij, maar ook de twee scholen van de bekende koraspeler N’Faly Kouyaté, die nog bij Urban Trad heeft gespeeld en die hier om de hoek woont. Dat gaat dan om honderdvijftig à tweehonderd leerlingen, die hier drie keer per week komen repeteren. Dan heb je ook nog
“De sociaal achtergestelden vinden niet spontaan de weg naar Zinnema, nee” dansgroep Monyama rond de Congolese choreograaf Josaphat Bawayi Balokola, die ook de Anderlechtse Zinnode van de Zinneke Parade leidt, Theater Erasmus, Cie Mannetje Blauw... Dat is al een serieuze onderbouw. Daarbij komen dan projecten als de Prijs Roger Van de Voorde of Muzinne. Muzinne is opgezet door de jonge muzikant Sebastien Paz, die hier uiteindelijk dertig muzikanten heeft binnengebracht die elke week muziek komen spelen. Tussen hun creaties zitten echte parels. Dat zijn de dingen waarvoor je het doet.” Is het nu een voor- of een nadeel dat u in Anderlecht zit, en niet in het centrum?
Moriau: “Het heeft het nadeel dat je niet zoals in het centrum over een publiek beschikt dat sowieso Nederlandstalig is en aansluiting heeft met de culturele instellingen die daar gevestigd zijn. Het voordeel is dat wij een veel grotere diversiteit in onze werking hebben, omdat we niet meteen worden ingepalmd door een specifieke groep. We krijgen de hele straat binnen, en vormen tegelijk de brug naar het Vlaamse hinterland. Daar liggen misschien nog veel grotere kansen, maar ik vrees dat we daarin een beetje tegen de politieke realiteit van Brussel op botsen. Vlaamse politici en media hebben nog meer dan hun Franstalige collega’s de neiging om Brussel te beperken tot de Vijfhoek. De rest staat zowel artistiek als anderszins veel minder op de agenda. Een gemeente als Anderlecht combineert nochtans de stedelijke functie met die van natuurlijke toegangspoort tot de zuidrand. De doorstroming van stad naar rand en omgekeerd is er te weinig. Het zou mooi zijn als Zinnema dat mee zou kunnen verhelpen.” Buiten het centrum zak je ook sneller onder de kritische drempel inzake Nederlandstaligen. Is dat moeilijk werken? Moriau: “Het is een evenwichtsoefening die inderdaad niet gemakkelijk is. Guy Devroede, de vroegere directeur Onderwijs van de VGC, zei altijd: ‘Je mag niet kunnen twijfelen aan het taalkarakter van een Nederlandstalige instelling, maar intern moet je wel je klant bedienen zoals het hoort.’ Hier binnen worden alle talen van de wereld gesproken, maar zelf proberen we altijd de vertaling naar het Nederlands te maken. En als ons dat niet lukt, dan krijgen we snel kletsen om de oren.” Is er misschien toch een groep die u niet bereikt? Moriau: “De sociaal achtergestelden vinden niet spontaan de weg. Die komen binnen via organisaties in Kuregem, de Foyer in Molenbeek enzovoort. Maar Anderlecht en Brussel hebben zoveel publieken dat je anderen zou uitsluiten door
BDW 1340 PAGINA 13 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
zwaar te focussen op een van die groepen.” In uw slottoespraak van vorig seizoen had u het over een volle Zinnema-bak, maar een lege geldlade. Moriau: “De lade is inderdaad leeg omdat de overheid haar beloften niet nakomt. Wij hebben een overeenkomst met de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie waarin alle subsidiebedragen zijn bepaald. De infrastructuur wordt ons toevertrouwd door de Vlaamse Gemeenschap; wij betalen zelf onderhoud, personeel en werking met een bedrag dat zou worden aangepast aan de index. Maar dat is nooit gebeurd. Integendeel: het bedrag voor 2010 werd onaangekondigd en met terugwerkende kracht verminderd met 30.000 euro, op een totaal van 650.000 euro, en dat pas in juni 2011. Dan is het niet moeilijk dat het geld op raakt, want een lamp doen branden kost vandaag ook meer dan gisteren. De VGC geeft 180.000 euro en we komen zelf aan zo’n 350.000 euro eigen inkom-
“Als de overheid wil dat je bestaat, dan moet daar een correct minimumbedrag tegenover staan. Onder een bepaalde grens moet je sluiten. En wij naderen die grens” sten. Dat zijn mooie bedragen, maar alleen aan infrastructuur en energie ben je 300.000 euro kwijt. Als men wil dat je bestaat, dan moet daar een correct minimumbedrag tegenover staan. Als je onder een bepaalde grens zakt, dan moet je sluiten. En wij naderen die grens.” Voorlopig kunt u in september gelukkig weer gewoon een openingsfeest organiseren: KampoKanall. Moriau: “We hebben altijd al iets gehad met ons kanaal. Het is een natuurlijke en ook de ‘meest rechte’ verbinding tussen de binnenstad en Anderlecht. Bij de opening van Zinnema zijn we ook van het centrum naar hier gevaren, en sindsdien organiseren we ons openingsfeest aan het stukje poëtisch kanaal aan de Biestebroekkaai. We willen dat promoten bij de gemeente en het Gewest, want het heeft alle potentie om een recreatiegebied te worden. Tegelijk sluiten we aan bij de kermis en de jaarmarkt.” “Op het feest geven we een voorzet voor wat volgend seizoen in de kijker staat bij Zinnema. Waar we vorig seizoen focusten op video, zal dat nu op schrijven zijn. We installeren een schrijfmuur en een schrijftent, een vertelcaravan en een aantal tipi’s met verhalen van Zinnema-residenten en -projecten. We zingen het Kanaallied en organiseren de tentoonstelling Het beest in de mens met Beeldenstorm naar aanleiding van duizend jaar Sint-Guidofeesten. En ’s avonds leert Johan Verminnen het publiek rond het kampvuur nummers uit zijn nieuwe repertoire, om ze daarna samen te zingen.” Michaël Bellon
Mars Moriau van Zinnema: “Zes jaar geleden hebben we hier letterlijk de rolluiken opgehaald, en nu ontvangen we van ’s morgens tot ’s avonds mensen. Onze impact is echt wel groot.”
© IVAN PUT
KampoKanall, zaterdag 15 september om 15 uur aan de Biestebroekkaai (brug Pierre Marchantstraat). Meer op www.zinnema.be
BDW 1340 PAGINA 14 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
Het zijpad (1) > Oude wegels
Oude weggetjes, trage weggetjes, holle en uitgeholde weggetjes: waar in Brussel vind je ze nog?
BRUSSEL – Je loopt geen twee keer door dezelfde straat, de stad verandert nu eenmaal voortdurend. Maar waar er nog voetwegen zijn, lijkt de stad toch langzamer te veranderen. Er hangt nog een sfeer van hoe er vroeger werd geleefd en hoe we misschien weer willen leven. I n 1841 werden alle Belgische gemeenten verplicht een atlas en een inventaris te maken van hun voies de communication, zowel de openbare wegen als de privéwegen met openbare erfdienstbaarheid. Deze Buurtwegenatlassen uit de jaren 1840-1850 bevatten de ruggengraat van onze belangrijkste wegen. In Vlaanderen werden ze al gedigitaliseerd, in het Brusselse gewest is het voorzichtig bladeren op de stedenbouwkundige dienst van de verschillende gemeenten. Zo werden in de Atlas des chemins vicinaux de la commune d’Uccle uit 1844 bijvoorbeeld 152 buurtwegen opgetekend, waaronder 41 straten (chemins), breed genoeg voor een kar, en in stippellijntjes 111 voetwegen (sentiers) van ongeveer anderhalve meter breed. In de atlassen kregen ze een volgnummer, al vermeldde
© AN DEVROE
‘Vertrappelen om te behouden’ Heembeek weet: “Ik herinner me dat mijn grootvader, een verwoed wandelaar, er een zaak van maakte om het paadje dat de boer ieder jaar mee omploegde en inzaaide, telkens weer genoeg te bewandelen om het opschietend gewas te vertrappelen en op die manier een oude erfdienstbaarheid te bewaren.”
de inventaris ook de volksnaam als er een was. Voetweg 67 in Ukkel werd zo de Stinckaertweg genoemd, wat de geschiedschrijving weer wat vooruit helpt. “In Evere zijn nog maar drie voetwegen overgebleven, en dan nog sterk ingekort,” zegt Jérôme Philippon, een straatschuimer zoals elke gemeente die heeft. “Die drie zijn de Diegemvoetweg, de Konijnenweg (‘du chemin dit Oude Keulsche baen au Chemin dit Postweg’), en de Hertogenwegel, die begon aan de Edward Stuckensstraat op de hoek met de herberg Bij den Boer.” De voetwegen verbreedden tot straten, of ze verdwenen door verstedelijking of werden onwettig ingepalmd. Soms ontstonden er nieuwe voetwegen, zoals een relict van de Pampoelstraat in Ganshoren, onlangs herdoopt in Groen Hartwegje.
Twee deuren Een man met een Ferrariskaart uit 1771, dat moet onze afspraak zijn. Louis Schreyers, straatschuimer in Oudergem, brengt ons naar de Oude Molenstraat, waar de toeristen nooit komen, “behalve als ik ze naar hier breng, laatst nog Chinezen.” Schreyers is lid van de Brusselse Greeters, een gidsenvereniging die belangstellenden de stad buiten de platgetreden paden leert kennen. “De Oude Molenstraat, die al op de Ferrariskaart stond en dus ook in de Buurtwegenatlas, leidde in de ene richting naar de Sint-Annapriorij van het Hertoginnedal en in de andere richting naar het Rood Klooster. Het was dus logisch dat hier de mankracht voor deze abdijen woonde, zoals molenaars en houthakkers.” “Door de industrialisatie kwam hier ook veel volk werken in de blekerijen. Achter de Oude Molenstraat kwamen er rijtjes werkmanshuisjes bij, dwars op de straat. De moestuintjes en latrines lagen aan de overkant van het pad. Daaruit zijn allerlei koterijtjes gegroeid, en zelfs
Strijd tegen de boer Tot de huidige dag heeft de Buurtwegenatlas kracht van wet om de grens tussen privé en publiek domein te bepalen, en zijn gemeenten verplicht om de voetwegen te onderhouden. Toch reken je in de praktijk beter op de gebruikers zelf, zoals Wim van der Elst uit Neder-Over-
Oudergem, opzij van de Oude Molenstraat: lage arbeidershuisjes die hun moestuin en toilet aan de overkant van het paadje hadden.
Erfgoed > Merkwaardige notelaar hindert archeologisch onderzoek
Bruegel heeft harde noten te kraken In oktober 2009 kwam het Bruegelhuis in de Hoogstraat in het bezit van de federale Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis. Het ging om een legaat van Irène Heulens-Van der Meiren, die in 2007 overleed. Het museum ondernam meteen acties om het pand in te richten, en legde elke wijziging vast in een fotoarchief. Het is de bedoeling om het beschermde monument als museumafdeling toegankelijk te maken en de historische context van het huis van Pieter Bruegel de Oude te evoceren. Regenpijpen, dakgoten, centrale verwarming, een brandbe-
veiliging en alarm zijn al in orde gebracht. Achter het huis wil men een zestiende-eeuwse tuin inrichten, maar daar zet een okkernotenboom (Juglans regia) het dossier een hak. De boom werd opgenomen in de inventaris van opmerkelijke bomen van het Gewest, op 25 november 2009, dus toen het huis al in handen was van het museum. Pas onlangs kwam de projectleider-conservator van het Bruegelmuseum dit te weten. De boom, elf meter hoog, heeft een forse wortelvertakking en zijn kruin waaiert op twee meter boven de stam flink uit. “Dit zorgt voor een schaduwtuin én voor wortels
© IVAN PUT
BRUSSEL – De plannen om een zestiende-eeuwse stadstuin aan te leggen achter het Bruegelhuis in de Marollen worden gedwarsboomd door... de oude notenboom in de tuin. De okkernoot staat op de lijst van opmerkelijke Brusselse bomen.
Deze Juglans regia herschiep de Bruegeltuin in een schaduwtuin.
die de tuinmuur optillen, een muur die moet worden bewaard,” legt de conservator uit. “Snoeien aan de beschermde boom mag niet, en niet snoeien doet de muren verder aftakelen – een complex dossier dus.” Het museum werkt aan een dossier om er een historische stadstuin aan te leggen. Middeleeuwse tuinen van landgoederen zijn voldoende bekend, maar over stadstuinen van toen is pas onlangs historisch materiaal gevonden. De plantenkeuze is beperkt omdat de notenboom alles in de schaduw zet. In het Antwerpse Rubenshuis staat ook een eeuwenoude boom, een taxus; het plan is om te gaan kijken hoe daar werd gewerkt om een historische tuin in te richten. Jean-Marie Binst
BDW 1340 PAGINA 15 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
Heembeek, Kasteel Beyaerdstraat: zulke voetwegjes tussen de groentetuinen waren talrijk.
een woning, die er nu nog altijd zijn.” Ook de halflandelijke huizen op de Bergoje (berghuizen) aan de Waversesteenweg, de Luizenberg zoals hij vroeger genoemd werd omdat de armeluizen er woonden, zijn ook zo’n dorpje in de stad met alleen maar wegeltjes. In een van de ruige tuinen bevindt zich zelfs een vossenhol. In de Walckierslaan laat Schreyers ons zelf naar sporen van een oude voetweg zoeken, maar de tijd camoufleert erg goed. “Is het niet raar dat dat huis twee voordeuren heeft? Achter een ervan was er een wegje, een servitude, dat naar een waterput voor de buurtbewoners leidde.”
Gemeengoed In de tuinwijken wil WatermaalBosvoorde het uitzonderlijke netwerk van de utopische paden opwaarderen. Geograaf Erik Swyngedouw, een Vlaamse hoogleraar aan de universiteit van Manchester, vindt dat je met groene paden ook moet oppassen. “De succesvolle High Line in Manhattan is erg geslaagd als groene, stedelijke wandelweg, maar heeft de gentrificatie mee in de hand gewerkt, wat leidde tot een grotere ongelijkheid en verdringing van de economisch zwakkeren.” Hoe kan het dan wél werken? “Door ervoor te zorgen dat groene en andere gemeenschappelijke ruimten niet vrij worden gegeven voor privé-eigendom en speculatie, maar collectief eigendom zijn.” An Devroe
High Line Dat Neder-Over-Heembeek pas laat
Volgende week: trage wegen
Erfgoed > Pandjeshuis richt wijnkelder in
De wijn van Barmhartigheid BRUSSEL – De Berg van Barmhartigheid, het eeuwenoude pandjeshuis van de Stad Brussel, beschikt sinds kort over een wijnkelder om in pand gegeven flessen in optimale omstandigheden te bewaren. Deze zomer zijn de grote kelders van het pandjeshuis in de Sint-Gisleinsstraat heringericht. Een gedeelte waar een wijnhandelaar in de jaren 1970 wijnvaten opsloeg (hij huurde de kelder), doet voortaan dienst als wijnkelder. Het is de bedoeling dat de ‘betere wijn’ die in pand gegeven wordt, in de beste omstandigheden kan worden bewaard. Tot nu toe kreeg de openbare kredietinstelling enkel de vraag om wijn te verkopen.
Minstens vijftig euro Voortaan zullen ook leningen wor-
den toegestaan voor wijnflessen die in pand worden gegeven, bevestigt de communicatiedienst. Maar dan wel met het voorbehoud dat de fles een schattingswaarde van minstens vijftig euro moet hebben, om een lening van dertig euro te krijgen. Dertig euro is het minimumbedrag voor een lening van zes maanden. “Met een kistje van 24 flessen van vijf euro per stuk hoeven mensen niet bij ons aan te kloppen; die wijn blijft geen jaren goed,” zeggen ze bij de Berg van Barmhartigheid. Het merendeel van de voorwerpen die in pand worden gegeven (97 procent), zijn juwelen. Wijn valt in de categorie ‘bewaarbare voedingsmiddelen’. De wijnkelder werd ingericht om honderd flessen te bewaren. JMB
©
NICK TRACHET
© NICK TRACHET
verstedelijkte, verklaart wellicht het grote fotoarchief van weggetjes. Wim van der Elst laat ons meegenieten. “Vóór de grote veranderingen in de jaren 1960, toen grote straten zoals de Oorlogskruisenlaan werden aangelegd, was het wegennet in Heembeek erg beperkt. Het werd aangevuld door een wirwar van veldweggetjes. De vele, erg versnipperde percelen voor groente- en bloementeelt werden ontsloten door vele tientallen kleine paden die grotendeels verdwenen zijn.”
Nick Trachet BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT
Sojascheuten Soja is een vreemde boon. Een van de meest gekweekte gewassen op aarde. Maar voor de mens is soja niet te eten. Daarom maken we er sojascheuten van. Hier en daar kunt u rauwe sojabonen vinden in de winkel. Glycine max is de wetenschappelijke naam, soja is een lid van de bonenfamilie. Maar u zult hard moeten zoeken. Waarom? Omdat sojabonen niet lekker zijn, slecht verteren en rauw zelfs giftig zijn voor de mens en voor de meeste dieren. Kippen gaan dood van soja, varkens ook. Alleen herkauwers kunnen er weg mee. Soja is dus beestenvoer, tenzij het vernuftig wordt bewerkt. Men maakt er ersatzmelk van en namaakkaas (tofu). Men laat hem gisten (sojasaus), beschimmelen (tempé), spruiten of perst er goedkope olie uit. Maar zo eten? Neen. Om er dus toch iets lekkers mee te doen, kiemt men de bonen tot sojascheuten. Na ze eerst te hebben doen weken, laat men de bonen in warme, donkere en vochtige kamers kiemen. Uit het oogpunt van de volksgezondheid is dit levensgevaarlijk, zeker als het op grote schaal gebeurt. De EHEC-epidemie van verleden zomer werd dan ook al snel gelinkt aan grote sojascheutfabrieken (sojascheuterijen?) in Duitsland. Later bleek de oorzaak elders te liggen, maar het toont wel dat deze industrie altijd verdacht is in de ogen van de voedingsinspectie. Sojascheuten kwamen onze stadscultuur binnen rond 1970. De Koninklijke Vlaamse Schouwburg in de Lakensestraat had ermee te maken. Mijn ouders hadden een seizoensabonnement. Het was de tijd dat gewone burgers nog naar het theater gingen, vandaag zitten daar alleen nog kunstcritici en de ouders van de acteurs. Maar in die tijd was het maandelijkse avondje theater een burgerlijk evenement, en na de voorstelling gingen de cultuurliefhebbers ook nog iets drinken en eten. Ik zat thuis met de babysit, maar de volgende ochtend kreeg ik bij het ontbijt verslag van het theaterstuk en het eten achteraf. Avontuurlijk was dat. De theatergangers ontdekten regelmatig nieuwe vormen van voedsel. Het duurde niet lang of ik begreep dat het post-thespisch gelag vaak interessanter was dan het stuk van die avond. Zo leerden ze de loempia
kennen. Die stond op de kaart van Café Waltra, naast het theater (het gebouw staat er nog, links van de KVS_Box). En in die loempia ontdekten ze (een beetje) kip en (veel) sojascheuten. De Waltra, met zijn Vlaamse theaterminnende publiek, was het idee allicht in Amsterdam gaan halen. Niet veel later pakten de supermarkten uit met loempia: eerst in de vleesbediening, later in diepvries. Het werd een mode. Nog even later kwamen er pakken sojascheuten in de rekken. De Brusselaar had de scheut ontdekt. Waarom niet eerder? Sojascheuten zijn teer. Men kan ze zomaar niet vanuit Azië importeren, dat zou te lang duren. Dus was het wachten op bedrijven die de bonen importeerden om hier (of in Nederland) te laten kiemen. De jaren zeventig zorgden voor een ware voedselexplosie in onze stad. Sindsdien kennen we sojascheuten. En zo staat het ook op de verpakking van de lading scheuten op de foto. Ik kocht ze in de Chinese supermarkt. Maar er stond ook nog iets anders op: Germes de soja (haricots mung) / Soyascheuten (mungbonen). En op de ingrediëntenlijst: soyascheuten (sic). Hola, wat zijn het nu, sojascheuten of mungscheuten? De mungboon is dan wel een boon, maar van een ander geslacht dan Glycine. De mungboon (of mungoboon) heet wetenschappelijk gesproken Vigna radiata en is een soort die niet uit China, maar uit India stamt. Ik lees op verschillende plekken dat de mung fijnere scheuten levert. De boon zelf is ook kleiner dan de soja, beter verteerbaar en minder giftig. Soja is dus in zijn eigen categorie wederom verslagen door andere gewassen. Sojabonen zijn niet geschikt om goede scheuten te leveren, die van de mungboon zijn beter. Maar taalkundig zitten we hier wel met een eigenaardig fenomeen. We blijven ze sojascheuten noemen, ook in het Frans, ook al zijn het er geen. En het is niet eens fraude, want iedereen doet het en het staat netjes op de verpakking vermeld ook. Dat is zoals de zeepaling bij de visboer.
Soja is beestenvoer, tenzij je hem bewerkt tot namaakmelk en -kaas (tofu) of hem laat gisten (sojasaus), beschimmelen (tempé) of spruiten. Maar zo eten? Neen Zeepaling is altijd hondshaai, maar iedereen noemt het zeepaling, zelfs de voedselinspectie heeft zich daarbij neergelegd (twintig jaar geleden werden daarvoor nog pv’s opgesteld). ‘Sojascheuten’ worden zo vers mogelijk gegeten. Ze moeten knappen tussen de vingers en krokant onder de tand vallen. Bij voorverpakte letten we op de eindjes, die moeten wit rechtop staan en niet bruin liggen te verleppen. De zaadlobben zelf moeten eraf zijn. Die resten van de boon zijn immers taai en bitter in de mond. Het beste is nog om de bonen thuis zelf te laten kiemen, op een schaaltje in een donker hoekje van kelder of kast. Met nat keukenpapier om de bonen vochtig te houden, of in zo’n kiembakje dat daarvoor speciaal wordt verkocht, waar het water over spoelt maar ook draineert. Scheuten zijn nog het lekkerst rauw als slaatje, maar u weet dat ze evengoed gewokt kunnen worden. Ik zou u afraden om ze in stoofpotjes te gebruiken. Als ze slap worden, is de charme eraf. Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet
BDW 1340 PAGINA 16 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
Marie Vennin, enthousiaste inwoonster van Sint-Gillis: “We hebben hier ons eigen dorpje. Ieder heeft zijn leven, maar we helpen elkaar als het maar even kan. Even een ei nodig? Aankloppen bij een buur is toch leuker dan naar de nachtwinkel lopen.”
H
et theater, dingen beleven samen met anderen, Vennin had er als kind al de smaak van te pakken. “Ik verdeelde mijn tijd tussen school en de jeugdbeweging – de gidsen, vanaf de kabouters. Die liefde voor ‘samen dingen doen’ zette zich ook voort op de planken. In schoolverband én in het Théâtre Pré-Vert. Ik werd daarin gesteund door mijn vader en moeder, die mijn broer en mij altijd hebben aange moedigd om te doen waar we ons goed bij voelen.” Vennins jeugd was onbezorgd. Toch leerde ze al gauw dat niet alle kinderen in Brussel het even goed hebben. “Niet op school; daar waren de leerlingen van vreemde origine kinderen uit het diplomatieke milieu. De andere kant van de medaille zag ik doordat mijn moeder werkte in een tehuis voor uit huis geplaatste kinderen. Kinderen die ook wel eens bij ons thuis kwamen. Dat contact met verschillende milieus heeft me verrijkt, het heeft zich ook doorgezet in mijn verdere parcours.” Na de middelbare school wilde Vennin actrice worden. Maar er was ook zoiets als de zachte dwang van thuis: het zou toch jammer zijn als
je geen echt diploma had... “Daar had ik wel oren naar; ik dacht aan de normaalschool, want lesgeven zei me wel iets. Maar mijn ouders vonden dat ik toch de universiteit moest proberen. Zo ben ik in Louvain-la-Neuve beland: Romaanse filologie paste heel goed bij mijn interesse in literatuur. Ik leefde daar als in een luchtbel, als op vakantie, omringd door generatiegenoten van de meest uiteenlopende nationaliteiten. Er was zoveel te beleven, en dat maakte het voor mij moeilijk om regelmatig in mijn boeken te duiken. Gelukkig maar dat ik thuis tijdens het weekeinde de schade inhaalde.” “Ik was ondertussen toneel blijven spelen, en toen ik mijn diploma had, zei ik: ‘Zo, dat is achter de rug, nu zou ik toch wel echt mijn ding willen doen. Anders is het misschien te laat.’ Mijn ouders respecteerden mijn ambitie, maar die studie moest ik zelf bekostigen. Mijn keuze viel op het conservatorium van Bergen, niet dat van Brussel, om de eenvoudige reden dat Frédéric Dussenne daar lesgaf, van wie ik ongelooflijk veel goeds had gehoord. Hij had het conservatorium van Brussel verlaten voor dat van Bergen, daarin gevolgd door de meeste
van zijn studenten. Om maar te zeggen hoe inspirerend één persoon kan zijn. Het geld verdiende ik in de horeca, en om te besparen woonde ik bij mijn ouders of trok ik een tijdje in bij vrienden.” “Dussennes uitgangspunt – de tekst schept het personage – was voor mij één dimensie, maar ik was ook geïnteresseerd in lichaamsexpressie. Daarom volgde ik tegelijk een opleiding bij de Ligue d’Improvisation. Dat stond haaks op wat Dussenne doceerde, maar vulde het tegelijk ook aan.”
© MICHEL RUESS
SINT-GILLIS – “Het prachtige aan theater is hoe het mensen samenbrengt. Telkens als ik aan een project begin, als lerares of als actrice, weet ik dat er magie zal gloren. Tegelijk besef ik dat het maar voor even is, dat iedereen achteraf weer zijn weg zal gaan.” Marie Vennin, opgegroeid in Sint-Pieters-Woluwe, beleeft haar liefde voor het theater elke dag met ongebreideld enthousiasme.
© MARC GYSENS
Roodkapje Vennins thuis is een bescheiden, maar knusse woning, met binnenplaatsje, vlak bij het Bethlehemplein in Sint-Gillis, waar ze haar geluk beleeft samen met haar partner Guillaume en Charlie, hun zoontje van veertien maanden. Een liefdesnestje, kleurrijk als een kinderboek. Knalrood zet de toon, aangevuld met helgeel en -groen. De gastvrouw zelf vult het perfect aan met een rood-wit gestreept T-shirt, knalblauwe tuinbroek en rode gympen. Rechtopstaande haren ook: “Dat is de clown in mij. Een beetje een tegenwicht voor de grijsheid van de stad, de donkere dagen van het jaar.” “Wonen in Sint-Gillis was een bewuste keuze, ja. Guillaume en ik hadden hier al elk onze eigen plek toen we elkaar leerden kennen en besloten samen te gaan wonen. Het is een heel levendige omgeving, die goed bij mijn persoonlijkheid past, met mensen van allerlei
Vennin met haar partner Guillaume Eustace in Le fil à linge (2010).
nationaliteiten en van alle slag, van artiesten tot bobo’s. Perfect geschikt om Charlie te laten opgroeien met een open blik op de wereld.” “Leuk hier vind ik dat we als het ware ons eigen dorpje hebben. En net als in een dorpje is burencontact geen loos woord. We hebben allemaal ons leven, maar we helpen elkaar als het maar even kan. Liever dan naar de nacht-
BDW 1340 PAGINA 17 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
FREDDI SMEKENS “Het is geweldig om te zien hoe kinderen zich uitleven op het podium, en hoe hun ouders, die misschien nog nooit een theater hebben bezocht, ervan genieten”
Kwaait
Marie Vennin, actrice en dramadocente
‘Ik bied de stadse grijsheid tegenwicht’ winkel te lopen voor wat eieren, even aankloppen bij een buur. Even op de kleine passen? Geen probleem. We zijn met zeven gezinnen die op die manier een band hebben gekregen. Het is een beetje alsof we toch de behoefte hebben om zo de anonimiteit van de stad te ontstijgen.” “Van vrouwonvriendelijk gedrag, waarover je nu zoveel hoort klagen, heb ik weinig of geen last. Ik ben altijd nogal jongensachtig gekleed en mijn kapsel is ook al niet zo meisje-meisje, veeleer punk. Soms krijg ik weliswaar een opmerking, maar dan wel een van een heel andere soort dan het commentaar dat meisjes in luchtige jurkjes te beurt kan vallen. Meestal speels: ‘Kijk nu, Roodkapje!’ Het negatiefste is zowat: ‘Amai, ik wist niet dat het vandaag carnaval was.’ Dat stoort mij niet. Ook niet als iemand en passant zegt: ‘Bent u vrij, mevrouw?’ Vrijpostig? Inderdaad. Maar ik voel me daardoor niet aangevallen in mijn vrouw-zijn.”
Avonturen In het theater, met acteren en acteerlessen geven, beleeft Vennin haar grote passie. “Ik heb nooit zonder werk gezeten, nooit hoeven te zoeken. Ik ben altijd gevraagd. Wat ik ook doe, acteren of lesgeven, steeds is het een geweldig avontuur. Nu eens improvisatielessen geven aan bevoorrechte jongeren in een prachtig landhuis, dan weer in Vlaanderen Nederlandstaligen inleiden in het acteren in het Frans, dan weer kinderen van nieuwe immigranten, die nauwelijks Frans spreken, onder
mijn hoede krijgen. Ik geef nu ook al zes jaar lang zes uur per week les in een theaterschool in Bergen, aan veertien-, vijftienjarigen, met wie ik aan het einde van elk schooljaar een stuk opvoer. Kinderen uit de hele provincie, die in een cultuurarm milieu zijn opgegroeid. Het is prachtig om te zien hoe ze zich uitleven op het podium, en hoe hun ouders, die misschien nog nooit een theater hebben bezocht, ervan genieten.” “Mijn mooiste ervaring dit jaar was met de organisatie Pierre de Lune, die opereert vanuit de Botanique en mensen naar scholen stuurt. In mijn geval naar het gemeenteschooltje Arc-en-Ciel in Molenbeek. Daar heb ik gewerkt met zeventien kinderen uit de vijfde klas, die in één schooljaar een onvoorstelbare vooruitgang hebben geboekt in het Frans, bijna uitsluitend door het stuk dat ik met hen heb opgezet.” “Ik geniet er enorm van mensen uit verschillende milieus en van verschillende nationaliteiten te ontmoeten, en te werken met gepassioneerde mensen. Klein nadeel: ik ben een maniak in het bijhouden van allerlei dingen die mogelijk van pas kunnen komen in de kostumering of als rekwisiet. En dat drijft Guillaume soms tot lichte wanhoop (lacht).”
Karel Van der Auwera
De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet
Net als in ons Algemeen Nederlands wordt er in het Brussels een onderscheid gemaakt tussen iets verloren hebben en iets kwijt zijn. Bij ons gaat het dus bijvoorbeeld van “Ik ben eet kwaait” en in het andere geval “Ik ben eet verlaure.” De lezer zal mij niet tegenspreken wanneer ik beweer dat het verschil eerder subtiel is. Maar het hoeft geen betoog dat we ons in beide gevallen op ons ongemak, dan wel droevig of – in het slechtste geval – zelfs wanhopig voelen. Elk van ons, waarde lezer, kan herinneringen plakken op eet kwaait speile en eet verleeze. En die herinneringen zijn we in de meeste gevallen leever kwaait dan raaik. Veel heeft bij dat laatste te maken met het feit dat we ervan uitgaan, althans in eerste instantie, nuut nemi wei te vinne wa we just kwaait gespeld zaain. En daarin ligt ook ergens het onderscheid tussen eet kwaait zaain en eet verlaure zaain. Zelf zie ik het zo dat eet verleeze iets onherroepelijks heeft. Het verlies van iemand die ons dierbaar is omdat de persoon in kwestie is overleden, kan hierbij als voorbeeld gelden. Maar ook in dat geval geeft de taal zich niet gewonnen wat subtiliteit betreft. Zo is het, althans volgens mij, niet ongepast om in voornoemd geval uit te pakken met “We zaain heu (of hem) vè goot kwaait.” Laat het me gerust zo stellen dat da toch ’n betche mier meileive inhaaft as “We zaain ervan af.” De lezer heeft op dit ogenblik van mijn betoog zeker geen ongelijk wanneer hij opmerkt da ’k het na genoeg auver tristige dinge hem gehad. Vandaar graag even over naar de meer praktische of, beter geformuleerd, de meer alledaagse kanten van respectievelijk eet kwaait zaain en (wat in feite op hetzelfde neerkomt) eet kwaait gespeld zaain. Waar men die rare combinatie van het werkwoord speile met kwaait vandaan gehaald heeft, is mij tot hiertoe een raadsel gebleven, en dat zal waarschijnlijk ook altijd zo blijven. Vermits ik ook eet kwaait zaain altijd als een veeleer nare ervaring beschouwd heb, verkies ik de uitdrukking
“Ik ben eet kwaait gerokt” boven “Ik ben eet kwaait gespeld.” In elk geval zal het ongemak er in beide gevallen, hoe men ze ook omschrijft, niet minder op worden. En misschien kan ik in dat geval wel weten waarover ik spreek. Verre van mij om te gaan beweren dat eet kwaait speile of eet kwaait geroeke als mijn handelsmerk beschouwd moet worden. Dat mag uiteraard wel, maar ik wil de vriendelijke lezer hierbij toch vragen die omschrijving aan mezelf over te laten. Een en ander sluit echter niet uit dat ik mij bij het begin van de dag afvraag: “Wa goen ik vandoeg wei kwaait geroeke?” Tijdens bepaalde periodes, in mijn weliswaar jongere jaren, ben ik in díé mate dinge kwaait gerokt dat zelfs de vraag “Wa goen ik vandoeg wei weivinne?” helemaal niet uit den boze was. Alvorens nog wat door te gaan over kwaait geroeke sta ik toch graag even stil bij de heuglijke gebeurtenis die alles met weivinne te maken heeft. Hoe ambetant eet kwaait geroeke of kwaaitspeile oek es, zo hartverwarmend kan eet weivinne zijn. Temeer omdat weivinne op een even onvoorspelbare manier als kwaaitspeile kan gebeuren. Ik denk bijvoorbeeld aan het terugvinden van een voorwerp waarnaar men jaren geleden al vloekend op zoek is geweest en dat nu plots uit het niets en het nergens opduikt. Mijn eerste reactie in dat heuglijke geval is “Loete ligge woe dat het leit, anders ben ik het binne de keutste kiere wei kwaait!” Ik moet daarbij toegeven, waarde lezer, dat ik geen overschot aan zelfkennis heb. Maar wat eet kwaait geroeke betreft kan ik gerust mijn mannetje staan, althans met het relativeren ervan. Zo durf ik er bijvoorbeeld niet van uit te gaan alles wei te vinne wa da ’k uut zaain kwaaitgerokt. Natuurlijk zijn er dingen dee ik ben kwaaitgerokt waar ik af en toe met een vleugje nostalgie aan terugdenk. Maar de overgrote meerderheid is in de loop der tijden gelukkig in de vergeetput naast het geheugen beland. En zelfs mocht ik erin kunnen afdalen, dan nog betwaaifel ik of ik het zou doon.
REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Tuur De Moor (tuur.demoor@bdw.be), Bettina Hubo (bettina.hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw.be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, Freddi Smekens, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw.be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).
BDW 1340 PAGINA 18 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
Worstelen > Jean-Pierre Wafflard kon olympische droom niet helemaal waarmaken
‘Alleen de medailles ontbreken’ SCHAARBEEK – Het succes van een sportcarrière wordt afgemeten aan de zeges en de medailles. Jean-Pierre Wafflard (43) kwam een paar keer héél dicht bij het gegeerde eremetaal, maar greep er telkens net naast. Twee deelnamen aan de Olympische Spelen verzachten de pijn enigszins. “In mijn jeugd was karate populair door de films van Bruce Lee,” legt Jean-Pierre Wafflard uit. “Op mijn negende ging ik een vechtsportzaal in de Hoogstraat binnen om karate te leren, maar het bleek een worstelclub te zijn. De proefles die ik kreeg, kon me overtuigen, en zo ben ik ermee begonnen. Ik heb zowel vrije stijl als Grieks-Romeins gedaan, maar later heb ik me in het tweede gespecialiseerd.” Al na een week had Wafflard zijn eerste wedstrijd, en die won hij meteen. Het bleek de voorbode van een knappe carrière. Worstelen lijkt op judo, maar is minder technisch en vraagt meer fysieke kracht. De Brusselaar is dan ook een imposante verschijning. “Ik had het geluk dat er veel sterke senioren in de club waren toen ik jong was. Ik heb veel van hen opgestoken door samen te trainen. Later ben ik naar Frankrijk en Nederland getrokken om daar met de beste worstelaars te trainen. Dat was belangrijk om concurrentie op te zoeken en te blijven groeien. Op dat moment vond ik in België geen sparringpartners meer van mijn niveau.” “Mijn ouders hebben er mee voor gezorgd dat ik mijn carrière heb kunnen ontplooien. Mijn vader nam me mee naar de buurlanden voor trainingen, terwijl ik lag te slapen. Ook financieel hebben ze me zwaar gesteund. Zo heeft mijn vader mijn reis naar Amerika betaald, waar ik deelnam aan het wereldkam
de CLUB
De erelijst van Jean-Pierre Wafflard mag gezien worden – alleen een echte topprijs heeft hij nooit gepakt. “Ach, ik weet niet waar het aan lag. Ik miste blijkbaar iets wat de toppers op de grote afspraken wél hadden.”
pioenschap voor cadetten. Toen ik alles op de Olympische Spelen van Barcelona (1992) zette en mijn baan daarvoor even opgaf, zijn ze ook bijgesprongen.” De financiële steun werd aangewend om op stage te gaan, naar
onder meer Bulgarije, Rusland en Cuba. Wafflard was een echt trainingsbeest. ’s Morgens nam hij nog de tram om van Schaarbeek naar zijn werk in Anderlecht te gaan, maar ’s avonds keerde hij al lopend terug alvorens
een fitnesssessie en een worsteltraining af te werken. “Dat heeft er mee voor gezorgd dat ik in de jeugdcategorieën zilver en brons heb behaald op wereldkampioenschappen. Dat motiveert je wel, je beseft dan dat niemand
Tafeltennisclub Logis, Oudergem
‘Saive is goed voor ons imago’ “We willen Belgisch kampioen worden,” zegt sportief directeur Christophe Devaux (43) resoluut. “We hebben de twee beste Belgische spelers en we gaan ervoor. Al weet je in de sport natuurlijk nooit. Ons ambitieuze project is een van de voornaamste redenen waarom we JeanMichel Saive hebben kunnen binnenhalen.” Logis heeft al twee Belgische titels op zijn naam, maar die dateren van de jaren 1970. De club wil terug naar die gloriedagen en kan alvast rekenen op topinfrastructuur. “We beschikken over meer dan dertig tafels. Dat is toch niet niets. Die zijn er voor iedereen: recreanten en competitiespelers. Wij bieden onze leden de kans om bij te trainen en zich te ontwikkelen als speler, zonder daarvoor extra geld te vragen. We zijn een van de weinige clubs die spelers van alle niveaus een plaats geven. De meeste van die spelers zijn al jarenlang lid van
© BELGA
OUDERGEM – Tafeltennisclub Logis barst van de ambitie. Die zette de neo-eersteklasser kracht bij door de topper Jean-Michel Saive aan te trekken. De uitdrukking ‘The sky is the limit’ is op haar plaats.
Jean-Michel Saive: “Zegen voor onze club.” de club. De sfeer is dan ook heel gemoedelijk. Ondertussen hebben we zo’n tweehonderdvijftig leden, als ik de sympathisanten erbij tel.” Logis mag zich de beste tafeltennisclub van Brussel noemen. De kampioenen bij de jeugdploegen zijn niet op de vingers van een hand te tellen en de eerste ploeg heeft afgelopen
seizoen de promotie naar de hoogste klasse afgedwongen. Komend seizoen willen ze op dat elan doorgaan. “Ons doel is blijven groeien. Als we de titel of de beker winnen, dan willen we een ploeg samenstellen om Europees iets te betekenen. We willen onze plaats opeisen in het Belgische tafeltennis.”
© MARC GYSENS
De komst van Saive is daarbij een grote stap – én een statement. De zevenvoudige olympiër lag er aan het begin van de Spelen uit in de tweede ronde en kan zich nu volledig toeleggen op zijn nieuwe club. “Het was niet eenvoudig om hem aan te trekken. Door perikelen bij zijn club was hij pas op het einde van de transferperiode vrij, en verschillende clubs trokken al aan zijn mouw. Heel wat mensen van onze club hebben zich het vuur uit de sloffen gelopen, en uiteindelijk hebben we hem kunnen overtuigen.” “Saive is goed voor het imago van je club. Hij is de Belg met het mooiste palmares, een leider en een voorbeeld. Hij kan voor een omslag zorgen. Wie weet kan hij ook na zijn spelerscarrière belangrijk worden voor onze club – maar dat is toekomstmuziek.” Een topper van dat formaat aantrekken vergt ook de nodige financiële inspanningen. Het is voor Logis een constante strijd om sponsors en subsidies aan te trekken. Dat leidt tot frustratie door de zware concurrentie met onder meer voetbalclubs, maar ze blijven wel ijverig werken. “We moeten nu leren goed te beheren. We mogen niet hollen voor we kunnen stappen: eerst dus voor een goede basis zorgen en stevig op onze benen staan, en dan zien of de sponsors en partners volgen. Maar ik ben er gerust op: dit project heeft alles. Mooi toch voor het imago van Brussel?” TS www.logis-auderghem.be
BDW 1340 PAGINA 19 - DONDERDAG 16 AUGUSTUS 2012
in België je nog kan verslaan. Ik heb ook nog een dertigtal Belgische titels verzameld in de verschillende stijlen. In mijn tijd moest je daar nog voor zwoegen.”
Geen vitaminen “Ik trainde als een gek om internationaal medailles te behalen, maar ik heb er altijd naast gegrepen. Dat blijft een gemis. Ik heb nochtans olympische en wereldkampioenen verslagen. Soms zaten de omstandigheden gewoon tegen. Ik herinner me een halve finale op het Europees kampioenschap in Turkije, tegen een Turk. Hopen mensen stonden daar op de mat, tot op twee meter van ons.
“Als je eruit ligt op de Olympische Spelen, dan doet dat naturlijk wel meer pijn dan op een ander toernooi. Je hebt maar één kans om de vier jaar”
De security kon hen niet tegenhouden. Ze waren zeer fanatiek en sloegen op de mat. Dat was best intimiderend. Ook voor de scheidsrechter, denk ik, want hij heeft toen een paar dubieuze beslissingen genomen.” Waar het gebrek aan medailles aan ligt, weet Wafflard niet. Al heeft hij na even nadenken toch een idee. “In Cuba zag ik de ploegdokter langskomen en zijn worstelaars een spuitje geven. Wat zat daarin? Dat waren geen vitaminen, me dunkt. Op wedstrijden zag ik tegenstanders soms pilletjes nemen. Dat zal toch wel een rol gespeeld hebben. Ach, ik weet niet wat ik miste. Ik miste iets wat de toppers op de grote afspraken wél hadden.”
Wafflard kan wel pronken met twee deelnamen aan de Olympische Spelen: die van Barcelona in 1992 en die van Atlanta in 1996. Al waren die niet echt succesvol. “Ik ben er telkens in de tweede ronde uitgevlogen, veel te snel. Een keer was dat tegen de latere bronzenmedaillewinnaar, met één schamel puntje. Een slechte loting kan je de das omdoen. Maar ja, dat is sport. Als je er eenmaal uit ligt, doet het natuurlijk wel meer pijn dan op een ander toernooi. Je hebt maar één kans om de vier jaar. Als het snel voorbij is, dan is dat heel zuur. Na mijn verlies moesten ze me een paar uur alleen laten. Ook mijn trainer moest me dan niet benaderen.” “Ik ben trots dat ik heb mogen deelnemen aan de Spelen, al heb ik er in mijn privéleven veel voor opzij moeten zetten. Als Belg is het heel moeilijk om een selectie te halen. Het BOIC maakt het sporters moeilijk, door de voorwaarden ontzettend streng te maken.”
Feestje Sportief waren de Olympische Spelen dan wel niet top, maar het hele gebeuren maakte grote indruk op Wafflard. Hij maakte een paar legendarische feestjes mee. “Het had iets magisch. Het is ‘maar’ een sporttoernooi, maar wat ís het toch fantastisch! Je komt in een wereld terecht met duizenden atleten, onder wie de besten van de wereld. Ik heb het Dream Team gezien, Carl Lewis, Ben Johnson, noem maar op.” “In de Belgische delegatie heerste een echte teamsfeer, vooral omdat we voor het toernooi telkens samen op stage waren geweest. We waren een hechte groep. Als iemand een medaille won, dan was het groot feest. Het mooiste feestje is wellicht dat na de gouden medaille van Fred Deburghgraeve in Atlanta. Ongelooflijk was dat.” Tegenwoordig heeft Wafflard het worstelen ver achter zich gelaten. Hij behaalde na zijn worstelcarrière nog onder meer een Belgische titel met de Schaarbeekse judoclub en geeft nu training aan jongens die aan Mixed Martial Arts-gevechten deelnemen. “Ik blijf bij de vechtsporten. Dat lijf-aan-lijfgevecht trekt me gewoon aan.”
Twee keer olympisch De medailles ontbreken op zijn erelijst, maar
Tim Schoonjans
Freestyle-voetbal BELOOFT SPEKTAKEL
David Steegen Kiki en Roger Madame Kiki is deze week zeventig geworden, samen met haar echtgenoot. Man en vrouw zijn op dezelfde dag jarig en delen hun geboortejaar. Ongewoon. Monsieur Roger, haar man, kreeg op 20 juni 1996 de scepter in handen van de grootste club van het land, Royal Sporting Club Anderlecht. Voetbal is altijd zijn eerste, zijn favoriete sport geweest. Naar verluidt was hij een degelijke verdediger. Hij speelde enkele seizoenen voor de Brusselse club La Forestoise, waar hij als rechtsachter of als centrale verdediger uitgespeeld werd. Er is geen groot talent aan hem verloren gegaan, maar als tennisser had Roger Vanden Stock het veel verder kunnen schoppen. Hij speelde wel eens samen met de Belgische tennislegende Jacky Brichant. Zijn niveau situeerde zich net onder dat van die andere topper, Eric Drossart. Op 54-jarige leeftijd volgde Roger zijn vader op, een levende legende. Constant Vanden Stock had van Sporting Anderlecht een internationale grootheid gemaakt. Vanden Stock senior was een niet te overstijgen persoonlijkheid – en dat zal de zoon geweten hebben. De buitenwereld bekeek hem met veel argwaan. Maar Roger Vanden Stock is altijd zichzelf gebleven, hij verloochende zichzelf nooit. Doorzicht, voetbalkennis en een grote dosis menselijkheid deden niet alleen zijn aanzien in de buitenwereld groeien, hij maakte de club ook klaar voor de toekomst en consolideerde het menselijke en financiële kapitaal van Royal Sporting Club Anderlecht. De vereniging zonder winstoogmerk groeide uit tot een moderne naamloze vennootschap waarin persoonlijkheden zetelen waar vele organisaties Sporting Anderlecht om benijden. Vanden Stock overwon vrijwel onmiddellijk enkele obstakels waaraan een gewone sterveling onderdoor zou zijn gegaan. Het Xp@Ad BDW:Layout 1
6/20/12
vermaledijde arrest-Bosman uit 1995, dat de transfergelden afschafte voor spelers die einde contract zijn: Roger Vanden Stock reageerde gepast. Hij dwong de club om eigen jeugd in te passen. Het geval-De Bilde, het jaar daarop, kostte hem veel hoofdbrekens. De Brusselse aanvaller, geliefd bij de supporters, werd geschorst en achteraf verkocht aan PSV Eindhoven omdat hij een impulsieve vuistslag had toegediend aan de Aalsterse verdediger Krist Porte. Vanden Stock kreeg ook te maken met een onfrisse affaire in een vermeend omkoopschandaal. Ook daar maakte hij korte metten mee. De tegenslagen waren de broodnodige loutering om definitief uit de schaduw van zijn geliefde vader te treden, zonder afbreuk te doen aan het roemrijke verleden. Even flirtte hij zelfs met het bondsvoorzitterschap. Helaas werd hem de leiding van het nationale voetbal ontzegd door kleinere geesten die de oprechte idealen van Vanden Stock verwarden met ongepaste ambitie. Roger Vanden Stock dient altijd en overal het algemeen belang. Dat weet inmiddels iedereen. Zijn verdiensten zijn groot. Maar niet zonder Madame Kiki te vermelden. De twee zijn uit hetzelfde hout gesneden. Brouwerskinderen. Achter elk groot man schuilt een heel sterke vrouw: dat is geen cliché. Voor zijn naaste medewerkers is het ondenkbaar dat Roger Vanden Stock ooit geen voorzitter meer zou zijn van paars-wit. De meest succesvolle voetbalvereniging van België heeft maar vijf voorzitters gekend, in 104 jaar bestaan. Dat mag nog een eeuwigheid duren. Gelukkige verjaardag. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht
10:16 PM
ADVERTENTIE
BRUSSEL – Freestyle-voetballers van over het hele land zakken op 24 augustus af naar Thurn & Taxis af voor een echte battle. Red Bull Street Style brengt de meest getalenteerde freestyle-voetballers van de aardbol samen. Om van 20 tot en met 22 september te mogen deelnemen aan de finale in Lecce worden in meer dan vijftig landen kwalificatietoernooien gehouden. Op vrijdag 24 augustus vindt het nationale kwalificatietoernooi plaats in de Magic Mirrors-tent naast Thurn & Taxis. Wie wil deelnemen, kan zich gratis inschrij-
ven op www.redbull.be: maak daar een profiel aan en load een zelfgemaakte video up om uw kunnen te tonen. Dat kan nog tot en met 19 augustus. De zestien beste freestylers mogen naar het kwalificatietoernooi. Daar zullen de deelnemers battles van drie minuten uitvechten, één tegen één. Elke freestyler krijgt dertig seconden de bal en moet er de indrukwekkendste kunstjes mee uithalen, op het ritme van de muziek. De gespecialiseerde jury beoordeelt de deelnemers op stijl, techniek, controle en creativiteit. Toeschouwers zijn welkom om van de show TS te genieten.
Hoog bezoek voor brussels bulls BRUSSEL – De zoektocht naar de beste jonge Europese American Football-spelers brengt een Amerikaanse delegatie naar Brussel. Thurmond Moore is een voormalige National Football League-speler en -trainer, nu coach van de Football University. Hij reist in augustus rond in Europa om de beste Europese American Football-spelers jonger dan negentien jaar op te sporen. De gelukkigen zullen
later dit jaar met een Europees sterrenteam deelnemen aan de International Games in San Antonio, Texas. Dit is dé kans voor spelers uit heel België om hun talenten te tonen. Op 28 augustus kunnen ze tussen 18 en 22 uur deelnemen aan verschillende proeven. Voor Belgische trainers geeft Moore zelf ook nog een coaching clinic. Deelnemen aan de proeven kost 35 euro. Meer op www.brusselsbulls.be. TS
Page 1