REIS DOOR DE WERELD... IN BRUSSEL Etappe 2:
de Pakistaanse gemeenschap
12 07 12
LEES P. 4-5
AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
© BART DEWAELE
Maatschappij > Asiellast ongelijk gespreid
Bosvoorde 32, Brussel 3.200 asielzoekers BRUSSEL – Volgens berekeningen van socioloog Jan Hertogen levert het Brusselse gewest de grootste bijdrage aan de opvang van asielzoekers. Binnen het gewest zijn de schommelingen bovendien enorm: van één asielzoeker per duizend inwoners in Watermaal-Bosvoorde tot 24 op duizend in Sint-Joostten-Node.
Klaar voor de Grote Sprong BRUSSEL – Zowat vijftig actievoerders sprongen zondagmiddag in Anderlecht in het kanaal om een betere waterkwaliteit te eisen. Volgens organisator Gerben Van den Abbeele gedoogde de politie de Big Jump hier, ondanks een verbod door burgemeester Gaëtan Van Goidsenhoven (MR). Van den Abbeele vindt het verbod wat flauw: de ‘gevaarlijke situatie’ was net de reden waarom meer dan tweeduizend mensen zondag
in heel België in meren, rivieren, kreken en kanalen doken. In het noorden van Brussel, aan het waterzuiveringsstation van Aquiris langs de Zenne, lieten ook een aantal Brusselse politici zich in het water zakken. Daar was wel toestemming voor dit Big Jump-initiatief. Een primeur in Brussel, terwijl de actie in Vlaanderen en Wallonië al jaren legaal wordt georganiseerd. TDM
Volgens Hertogen wordt er al jaren geen globaal overzicht van de asielzoekers per gemeente openbaar gemaakt. Dus nam hij de bevolkingsaantallen die de gewesten met het oog op de verkiezingen publiceerden, en berekende hij zelf de omvang van het wachtregister asiel per gemeente. Dat register omvat alle asielzoekers die ergens in de procedure zitten, maar ook de mensen die afgewezen zijn en nog op een bekend adres verblijven. In heel België staan ruim 57.000 asielzoekers ingeschreven in het wachtregister. “23.000 verblijven in opvangcentra of noodwoningen. De overige 34.000 hebben zelf een onderkomen gevonden,” zegt Hertogen. In het Brusselse gewest verblijven er 13.710 asielzoekers, oftewel twaalf per duizend inwoners. Dat is een pak meer dan in Vlaanderen (vier per duizend) en Wallonië (vijf per duizend). Hertogen: “Brussel levert de grootste bijdrage aan de opvang van asielzoekers, niet zozeer door de aanwezige asielcentra, maar vooral door de keuze van de asielzoekers die zelf hun woonplaats zoeken.” Waarom zij dan naar Brussel trekken? “Asielzoekers richten zich sowieso meer op het stedelijke milieu, omdat ze daar meer landgenoten en ook meer solidariteit aantreffen, omdat de geneeskundige hulp er makkelijker bereikbaar is en wellicht ook omdat er meer zwartwerk is.” Net als in Vlaanderen en Wallonië zijn er in Brussel grote verschillen tussen de gemeenten. Blijkt dat de asielzoekers in Brussel zich vooral
vestigen in de ‘armere’ gemeenten. Hoe hoger het gemiddeld inkomen in een gemeente, hoe lager het aantal asielzoekers dat er per duizend inwoners wordt opgevangen. Boven aan de lijst prijkt het kleine Sint-Joost: een gemiddeld inkomen van 8.090 euro en 24 asielzoekers per duizend inwoners, evenveel als in het Vlaamse Steenokkerzeel, waar een groot asielcentrum is. Daarna volgen Schaarbeek (23/1.000, 10.755 euro), Brussel (19/1.000, 11.485 euro), Sint-Gillis (17/1.000, 10.767 euro), Molenbeek (16/1.000, 9.755 euro), Vorst (13/1.000, 13.192 euro) en Ander-
“Asielzoekers zijn de onderklasse van de migratie”
lecht (12/1.000, 11.260 euro). De gefortuneerde gemeente Watermaal-Bosvoorde (17.466 euro) vangt welgeteld 32 asielzoekers op, of één per duizend inwoners. Schaarbeek en Brussel herbergen elk ongeveer drieduizend asielzoekers. Samen met Molenbeek en Anderlecht zijn ze goed voor zeventig procent van het Brusselse totaal. Volgens Hertogen komt het doordat het leven in de gemeenten met een laag inkomen goedkoper is. Ook zijn die gemeenten meer gericht op transit en migratie. Hertogen: “Asielzoekers zijn de onderklasse van de migratie. Ze komen binnen daar waar de stad het minst ontwikkeld is qua uitzicht en esthetiek, maar waar door de migratie sociale netwerken bestaan ter ondersteuning van de bestaanszekerheid.”
Bettina Hubo
N° 1337 VAN 12 TOT 19 JULI 2012 ¦ WEEK 28: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE
OPMERKELIJK
BDW 1337 PAGINA 2 - DONDERDAG 12 JULI 2012 MUSEUM VOOR NATUURWETENSCHAPPEN. © ARCHIEF BDW
‘COPERNICAANSE’ FUSIE VAN GROTE MUSEA BRUSSEL – Federaal minister van Wetenschapsbeleid Paul Magnette (PS) fuseert tien grote musea. Die worden vervangen door vier ‘polen’ met de thema’s Kunst, Ruimte, Documentatie en Natuur. Voor Brussel zijn er een paar nieuwe musea in het vooruitzicht. “Een copernicaanse omwenteling”: zo omschrijft de minister de fusie van de tien grote federale wetenschapsinstellingen, waaronder het KMI, de Koninklijke Bibliotheek en de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten. Die fusie is volgens Magnette nodig om budgettaire, institutionele en politieke redenen. “Zeker voor wetenschapsbeleid moet de staat even efficiënt werken als de privésector. Daarnaast nopen de economisch moeilijke tijden tot rationalisering. Een fusie van de grote wetenschappelijke instellingen biedt enorme schaalvoordelen.” Concreet bedoelt Magnette dat de vier grote polen de Belgische wetenschapshuizen internationaal een belangrijkere plaats moeten geven. Philippe Mettens, directeur van de administratie Wetenschapsbeleid: “De muren tussen musea moeten worden gesloopt. Alleen zo kan het federale niveau een toegevoegde waarde creëren voor de verschillende niveaus, die nu naast elkaar bestaan.” Het Museum voor Midden- Afrika in Tervuren en het Museum voor Natuurwetenschappen fuseren niet; ze liggen in twee gewesten. Wel zullen ze verregaand samenwerken in de pool Natuur. Voor Brussel zit er door de fusie en de daaropvolgende openstelling van de collecties een nieuw museum in: het Fin de Sièclemuseum in het huidige Museum voor Moderne Kunst (eind 2012). Daarnaast wordt de mogelijkheid onderzocht van een Muziekcentrum in het huidige Dexia Art Center en een ArtNouveaumuseum in het huidige Muziekinstrumentenmuseum. Concrete data voor die twee laatste zijn er niet, wel is zeker dat de grote fusies tegen 2014 CD rond moeten zijn.
Uitgelicht > Bouwvergunning voor New Bordet wordt eerstdaags verwacht
Irisziekenhuizen klimmen uit het rood BRUSSEL – Na vijftien jaar zijn de Irisziekenhuizen, de Brusselse openbare ziekenhuizen, eindelijk uit het rood. Voor het eerst kon Iris bij de voorstelling van de jaarresultaten met goed nieuws uitpakken. “Ook dankzij de tienduizend personeelsleden,” zegt adjunct-gedelegeerd bestuurder Dirk Thielens. Het personeelsbestand groeide veel trager dan de ziekenhuisactiviteiten.
T
ot voor een paar jaar stonden de Irisziekenhuizen bekend om hun financiële tekorten en gebrekkige tweetaligheid, maar de kentering lijkt ingetreden, alvast financieel. In 2011 hebben de Irisziekenhuizen voor het eerst, vijftien jaar na de oprichting van de koepel, een financieel evenwicht bereikt. Dat heeft jaren inspanningen en een fikse reorganisatie gevergd. In 1995 was er nog een tekort van meer dan 76 miljoen euro. ‘Financieel evenwicht’, dat wil zeggen dat de tekorten minder dan tien miljoen euro belopen, want Iris krijgt om haar
sociale taken te vervullen jaarlijks tien miljoen euro van het Brussels Gewest. “Maar de sociale taken kosten ons wel 35 miljoen euro,” zei Philippe Close (PS), schepen van de Stad Brussel, die voorzitter van Iris was in 2008-2009. Op de voorstelling van de cijfers flankeerden hij en Brussels OCMW-voorzitter Yvan Mayeur (PS) huidig voorzitster en schepen Faouzia Hariche (PS). Niet alle (financiële) problemen zijn evenwel achter de rug. Iris is volop doende met berekenen hoe groot de pensioenlasten de komende decennia zullen zijn. En de tweetaligheid? Er is een taalbe-
leidsplan, dat jaarlijks geëvalueerd wordt. Eind oktober gebeurt dat opnieuw. In september wordt ook een elektronische leeromgeving in alle ziekenhuizen geïnstalleerd. Mayeur herinnerde er fijntjes aan dat het taalbeleidsplan niet de verdienste van de huidige Brusselse regering is, maar van minister Pascal Smet (SP.A) tijdens de vorige legislatuur.
New Bordet Het optrekken van New Bordet naast het Erasmusziekenhuis moest al begin 2011 van start gegaan zijn. Nu wordt eerstdaags de bouwvergunning verwacht. De beslissing om het Bordetinstituut, voorlopig nog naast het Sint-Pietersziekenhuis in de Marollen, naar Anderlecht te verhuizen, had heel wat voeten in de aarde. De Vlamingen vreesden dat de tweetaligheid zou teloorgaan door de nog nauwere banden met Erasmus en de ULB. En de communalisten binnen de Stad wilden niet dat Bordet – als kankerinstituut met internationale reputatie – Brussel-stad zou verla-
ten. De bouw heeft zware vertraging opgelopen, maar nu komt er dan toch schot in de zaak. Ook in SintPieter – de renovatie heeft twintig
Yvan Mayeur:
“De volgende Brusselse regering zal moeten kiezen tussen investeren in rusthuizen, revalidatie en psychomedische zorg”
jaar geduurd –, Brugmann in Laken, Brien, het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola, Etter-
DE WEEK IN BEELD DOOR BART DEWAELE
Om de tiende jaargang van Brussel Bad extra feestelijk te openen was er vrijdag Mobil’OH!: acht levensgrote boten aan een mobiel, vijftig meter hoog. Brussel Bad loopt nog tot en met 12 augustus.
© BART DEWAELE
WEEKOVERZICHT
BDW 1337 PAGINA 3 - DONDERDAG 12 JULI 2012
© IVAN PUT
WOENSDAG 4 JULI EXTRA JEUGDVERBLIJFCENTRA NODIG. Vlaams parlementslid Paul Delva (CD&V) kaart het gebrek aan geschikte overnachtingsplaatsen voor jeugdbewegingen in Brussel aan. Dat blijkt uit cijfers van het Steunpunt Jeugd. Vlaams minister van Jeugd Pascal Smet (SP.A) belooft na de zomer te onderzoeken of er jeugdverblijfcentra opgericht kunnen worden.
DONDERDAG 5 JULI ONDERWIJS KRIJGT 9,5 MILJOEN EURO. Het Vlaams parlement keurt het sluitstuk van de hervorming van het hoger onderwijs goed. Binnenkort zal er geen verschil meer zijn tussen een academische opleiding aan een universiteit en een opleiding van academisch niveau aan een hogeschool. De Nederlandstalige instellingen voor hoger onderwijs in Brussel krijgen 9,5 miljoen euro om tegemoet te komen aan de uitdagingen van hun taken in de grote stad.
VRIJDAG 6 JULI OMSTREDEN PARKEERPLAN. Brussels minister van Leef milieu Evelyne Huytebroeck (Ecolo) wil bedrijven belasten die over lege parkeerplaatsen beschikken. In de toekomst zouden bedrijven jaarlijks 500 euro per lege parkeerplaats moeten betalen, tenzij ze die plaatsen aan buurtbewoners ter beschikking stellen. De automobilistenfederatie Touring vreest dat op deze manier 55.000 Brusselse parkeerplaatsen bedreigd worden. De Brusselse openbare ziekenhuizen hebben een taalbeleidsplan, dat jaarlijks geëvalueerd wordt. Eind oktober gebeurt dat opnieuw.
beek-Elsene en Molière Longchamp werd de afgelopen zes jaar flink geïnvesteerd. Met andere woorden: de openbare ziekenhuizen zijn mee met hun tijd. Maar wat brengt de toekomst? Mayeur: “Het is duidelijk dat de volgende Brusselse regering bijvoorbeeld zal moet kiezen tussen investeren in rusthuizen, revalidatie en psychomedische zorg.” Nu al, zegt Mayeur, is er onvoldoende aanbod (de privésector inbegrepen) in de psychiatrie en de psychologische opvang. Binnen de Irisziekenhuizen zijn er
“ “ HET WOORD
de voorbije jaren al zware verschuivingen geweest. Het aantal erkende bedden bleef tussen 1997 en 2011 nagenoeg stabiel, terwijl het aantal consultaties in die periode steeg van 100 naar 206 procent en het aantal ziekenhuisopnames naar 156 procent. De Brusselse bevolking steeg in die tijd naar 118 procent. Het aantal medisch-heelkundige bedden is met 27 procent gedaald sinds 1996, het aantal pediatrische met 9 procent. De sterkste stijging kenden revalidatie (72 procent), psychiatrie (21 procent) en neonato-
logie. Eén hoofdstedelijke geboorte op de twee vindt plaats in een Irisziekenhuis. Het grootste probleem waarmee de Irisziekenhuizen kampen, is het vinden van verplegend personeel, en soms ook van gespecialiseerde artsen. Toch is het aantal tijdelijke contracten teruggedrongen. “Een goede zaak,” zegt Hariche. Hoe langer mensen op post blijven, des te beter ze de werkplek kennen, en dat komt de patiënten ten goede.
Danny Vileyn
Ik zeg u: hier is het ook niet altijd een veilige situatie. U moet hier ’s avonds maar eens buiten komen.”
KRITIEK OP GEWESTELIJK BESTEMMINGSPLAN. De Vlaamse regering is niet opgezet met het demografisch bestemmingsplan voor het Brussels Gewest. Dat plan moet Brussel voorbereiden op de verwachte bevolkingsgroei in het komende decennium, door aan de rand van de stad zeventigduizend nieuwe woningen te bouwen. De Vlaamse ministers vrezen voor mogelijke geluidshinder en verkeersopstoppingen op de Ring, die nu al met structurele files kampt.
ZATERDAG 7 JULI GROTE TOELOOP ONDANKS REGEN. De negende editie van het Dilbeeks Vijverfestival kent een groot succes. Ondanks de zware regenval zakken een kleine tienduizend mensen af naar het park voor optredens van onder andere Willow, Gabriel Rios en dj Nadiem Shah.
ZONDAG 8 JULI BIG JUMP VOOR SCHOON WATER. Aan het kanaal in Anderlecht en aan het waterzuiveringsstation Aquiris aan de Zenne springen tientallen Brusselaars het water in, om de vraag naar zuiver en gezond water kracht bij te zetten. Ook verschillende Brusselse politici wagen de sprong om aan te tonen dat het met de waterkwaliteit van de Zenne de goede richting uit gaat. Vóór de komst van het waterzuiveringsstation zes jaar geleden was de Zenne de meest vervuilde rivier van België.
MAANDAG 9 JULI
Na de uitwijzing van Parweiz Sangari vergelijkt staatssecretaris voor Asiel en Migratie Maggie De Block Brussel met de Afghaanse hoofdstad Kaboel (in het VTM Nieuws).
MINDER TRANSITPARKEERPLAATSEN DAN BELOOFD. Van de 16.000 transitparkeerplaatsen die in het Iris 2-mobiliteitsplan uit 2010 stonden, zijn er nog maar 1.881 in gebruik. De transferia zijn bedoeld voor pendelaars die hun wagen aan de rand van de stad achterlaten en overstappen op het openbaar vervoer. Brussels minister van Vervoer Brigitte Grouwels (CD&V) wijt de vertraging aan problemen met bouw- en milieuvergunningen, buurtprotest en technische problemen.
Als ik in Oost-Europa foto’s toon uit Brussel van auto’s die dubbelparkeren of op voetpaden staan, dan kunnen velen amper geloven dat het om een West-Europese stad gaat.”
IRISZIEKENHUIZEN BREAK-EVEN. Voor het eerst in vijftien jaar leggen de Irisziekenhuizen positieve jaarresultaten voor. Sinds de oprichting van de koepel kampten de openbare ziekenhuizen in de negentien Brusselse gemeenten elk jaar met een financieel tekort. De koepel kan zich nu de komende jaren toeleggen op het verbeteren en het uitbouwen van de ziekenhuizen.
Mobiliteitsspecialist Dirk Lauwers (Universiteit Gent) vindt dat de parkeerplaatsen in Brussel beter kunnen worden benut (in De Tijd).
VisitBrussels TV
De gemiddelde hotelgast zou in zijn kamer zo’n tweeënhalf uur per dag voor de buis hangen. Binnenkort kunnen Brusselse toeristen op hun kamer een gloednieuw toeristisch televisiekanaal bekijken: VisitBrussels TV, een zender die op poten gezet is door de toeristische dienst VisitBrussels en de Brussels Hotels Association. Het nieuwe kanaal zal verschijnen op meer dan 6.500
Brusselse hoteltelevisietoestellen en moet citytrippers aanporren om hun kamer te verlaten en ook echt te ontdekken wat Brussel allemaal te bieden heeft: het traditionele toerisme, maar ook het dynamisme van de stad en de vele evenementen. Later komt er ook Brussels Youth TV, specifiek voor jonND ge bezoekers.
DINSDAG 10 JULI PICQUÉ WIL TAALLESSEN VERPLICHTEN. Brussels ministerpresident Charles Picqué (PS) stelt voor dat niet-Europese nieuwkomers voortaan verplicht worden zich in te schrijven bij een onthaalbureau. Daar kan dan onderzocht worden wat de specifieke noden zijn op het gebied van bijvoorbeeld huisvesting, werk of onderwijs. Het voorstel wordt deze week besproken in de Franse gemeenschapscommissie Cocof, en kan dan naar de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
Samengesteld door Stien Mommaerts en Tuur De Moor
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF
BDW 1337 PAGINA 4 - DONDERDAG 12 JULI 2012
Zomerreeks (2/7) > In Brussel – Een reis door de wereld
De stootkarren van de Colruyt BRUSSEL – Aantallen maken de man! In GrootBrittannië zijn ze niet te tellen, in België en Brussel stelt de Pakistaanse gemeenschap weinig voor. Wellicht is dat de reden waarom er weinig onderzoek naar werd verricht. Toch enkele aanknopingspunten.
J
e kent ze wel, die brede, afgeladen volle winkelkarren waarmee Pakistanen voor de kassa in de rij staan. Samen met groothandelaars in alcohol zijn Aldi en Colruyt vaak de belangrijkste formele leveranciers van hun nachtwinkels. Soms werken Pakistanen ook met deur-aan-deurverkopers van telefoonkaarten of families die driehoekige pittige somosa’s bereiden. In het centrum van oud-Molenbeek hebben Pakistanen een eigen moskee en worden er op het SintJan-Baptistvoorplein geregeld cricketpartijtjes gespeeld (foto), maar afgezien daarvan blijven de nachtwinkels het meest visuele aspect van de Pakistaanse gemeenschap. Het gaat om een stevig uitgebouwde etnische niche die gebaseerd is op solidariteit. Voor de opening van een nieuwe shop worden zelden bankleningen afgesloten. De baas put eerst uit zijn persoonlijke reserves. Nadien wordt het startkapitaal zo nodig aangevet met leningen binnen de eigen gemeenschap. Vaak gaat het om allemaal kleine bedragen, die in vertrouwen onder verwanten worden geïnd. De zaakvoerder die iemand tewerkstelt, doet dat vaak onder het statuut van associé. Officieel wordt die dan mede-eigenaar, terwijl ‘verkoper’ stukken dichter bij de realiteit zit. Anders dan bij een registratie als bediende hoef je in dit systeem geen werkgeversbijdragen te betalen. Bovendien kan de werkgever een vast maandloon storten, dat geen rekening houdt met het reële aantal werkuren. Een salaris van om en bij de 1.200 euro voor vijftig à zeventig uur per week zou courant zijn. Onder aan de ladder staat dikwijls ook nog een winkelhulp die in de boekhouding steendood wordt gezwe-
gen. Administratief gezien werkt deze man niet. Hij vult enkel de rekken bij, plakt prijzen, holt gauw naar de winkel als er flessen Bacardi en sloffen sigaretten ontbreken, en met zijn aanwezigheid zorgt hij natuurlijk ook voor extra veiligheid. ‘Pakistaanse nachtwinkeluitbaters’:
In 1974 werden de Ahmadi’s officieel tot niet-moslim uitgeroepen en daardoor politiek monddood gemaakt
het is bijna een cliché geworden. Veel minder bekend is dat er vóór hen een eerste generatie Pakistanen was die voornamelijk als arbeider werkte. Ik ontmoette dochters wier vaders in de jaren 1970 en ’80 in de vismijnen van Oostende of in de slachthuizen werkten. De omschakeling naar de businessbranche kwam pas later en verliep in duidelijke chronologische stappen. Het begon met kledingwinkels. Rond het eind van de jaren 1980 volgden de nacht- en de voedingswinkels, en daarna de carwashes en de pompstations. Het leidmotief was telkens dat men kopieerde wat de andere familie deed. Dat de Pakistanen evolueerden naar het ondernemerschap, had verschillende redenen. Cultureel gezien zit handeldrijven hen in het bloed. Mogelijk speelt voor een deel ook nog
het trauma van het koloniale verleden mee en wil men het liefst vooral eigen baas zijn. Bovendien omzeilen Pakistanen door het creëren van eigen niches het probleem van hun gebrekkige kennis van de landstalen. Vandaag is de overgrote meerderheid ingeschakeld in de zelfstandige sector. Iets anders wordt met verbazing gepercipieerd. “Ik kom uit een redelijk atypisch gezin,” legt Shaireen uit. “Mijn vader werkte zich op en bekleedde uiteindelijk een plaats bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat werd door de andere Pakistaanse families als top beschouwd. Ook ik begon mijn loopbaan bij dat ministerie, maar toen ik nadien overstapte naar de sociale sector, was dit binnen de gemeenschap onbegrijpelijk. Die reactie is tekenend voor het typische arbeidsethos van Pakistanen. Je moet hard werken, zoveel mogelijk geld verdienen en aanzien opbouwen. En dat doe je niet door ‘af te zakken’ naar de sociale branche.”
Aanvankelijk was de Pakistaanse migratie massaal op Groot-Brittannië gericht. Door de verstrenging van de wetgeving in de jaren 1960 verlegde de stroom zich geleidelijk aan. De eerste, overwegend mannelijke pioniers kwamen in België aan omstreeks de tijd van de migratiestop van 1974. Hun regularisatie legde de basis voor familiehereniging. “Ik groeide op in dat milieu van wegbereiders,” zegt Shaireen. “Al die eerste families kenden elkaar. De groep was zo klein dat er ook sterk werd gesympathiseerd met de al even zeldzame Indiase gezinnen. Pas later, met de uitbreiding van de gemeenschap, werden de onderlinge familieverbanden vager, onoverzichtelijker.” In de jaren 1980 vergrootte de schaal. Het militaire regime van generaal Zia-ul-Haq zorgde voor politieke instabiliteit en economische onzekerheid. De latere regeringswissels van onder meer Benazir Bhutto en Pervez Musharraf hielpen
Devroey van de vakgroep Huisartsgeneeskunde van de VUB, voerden. Door het toenemende aantal ou-
Tachtig procent van de tehuis bewoners spreekt maar één taal. deren in de woonzorgcentra wordt het steeds moeilijker om voldoende gekwalificeerd personeel te vinden. In Brussel is er een bijkomend pro-
Doordat de Pakistaanse gemeenschap in Brussel en België klein is, is de sociale controle sterk, en dat bemoeilijkt gemengde huwelijken. “De afstand tussen de families is nog te klein. Voorhuwelijkse relaties kunnen bijvoorbeeld niet,” legt Shaireen uit. “Zelfstandig kiezen ligt ook moeilijk. Tenzij je ervoor in de clinch gaat.”
Monddood Naast de twee grote legale kanalen is er ook nog een kleine instroom door asielmigratie. De meeste leden van de Ahmadi-moslimgemeenschap zijn bijvoorbeeld erkende vluchtelingen. Onder de regering van Zulfikar Ali Bhutto werden de Ahmadi’s in 1974 officieel tot niet-moslim uitgeroepen en hierdoor politiek monddood gemaakt. Zia-ul-Haq ging nog een stap verder en opende de weg naar strafrechtelijke vervolging. Een ander voorbeeld van politieke
“Mijn vader werkte bij het ministerie. Dat vonden de andere Pakistaanse families top. Toen ik ‘afzakte’ naar de sociale sector, vond de gemeenschap dat onbegrijpelijk”
© SASKIA VANDERSTICHELE
Een en ander blijkt uit een recent onderzoek dat Cécile Kalala Ntumba en haar promotor, prof. dr. Dirk
daar niet veel aan. Pakistan bleef een relatief labiel land. Dé hoofdmotivatie om weg te trekken was economisch van aard. Migranten koesterden de droom om hun levensstandaard op te krikken en in een stabielere samenleving veel geld te verdienen en hun kinderen een goede opleiding te geven. Als je de genaturaliseerden buiten beschouwing laat, dan woonden er in 2008 in Brussel 1.443 Pakistanen. Het merendeel van hen lijkt uit de noordoostelijke grensstrook met India te komen. Het gaat voornamelijk over het deel van de provincie Punjab tussen de steden Islamabad en Lahore. Dat de gezinnen relatief sterk ‘samenklonteren’ per herkomststreek, is een gevolg van de familiehereniging en de grote sociale cohesie in de diaspora. Familiehereniging als dominant migratiemodel werd op termijn ont-
Huwelijkskandidaat
‘OOK FRANSTALIGE RUSTHUIZEN KRIJGEN TAALPROBLEMEN’ BRUSSEL – Het tekort aan Nederlandstalige verpleegkundigen en verzorgenden leidt in heel wat Brusselse rusthuizen tot communicatieproblemen en sociale isolatie. Dirk Devroey van de VUB voorspelt dat er over enkele jaren ook een tekort aan Franstalig verzorgend personeel zal zijn.
De hele zomer lang gaat historicus Hans Vandecandelaere op wereldreis... in Brussel. Deze week brengt hij verslag uit van het reilen en zeilen binnen de Pakistaanse gemeenschap.
troond door huwelijksmigratie. Endogamie blijft bijzonder dwingend: als je trouwt, dan doe je dat met een Pakistaanse man of vrouw. De ouders mengen zich doorgaans uitdrukkelijk in de keuze. Huwelijk is immers meer dan een verhaal tussen twee mensen; het houdt ook een overeenkomst tussen families in.
vluchtelingen is dat van de christenen. Ik ontmoette Saleem een eerste keer toen hij op het Schumanplein zijn stem aan flarden schreeuwde voor de afschaffing van de Pakistaanse wet op de heiligschennis. Die bepaalt sinds 1986 dat je levenslange opsluiting kunt krijgen voor het beledigen van de Koran of
bleem: daar moet gezocht worden naar verpleegkundigen en verzorgenden die de taal van de patiënten spreken. De onderzoekers stuurden een enquête naar alle hoofdverpleegkundigen van de Brusselse rust- en verzorgingstehuizen. Er werd gepeild naar de talenkennis van de bewoners en van het verzorgend personeel, en naar de gevolgen van de taalproblemen. 21 van de ruim honderd Brusselse woonzorgcentra werkten mee, waarvan twaalf tweetalige, zeven
Franstalige en twee met een Nederlandstalige erkenning. Vier op de vijf bewoners spreekt maar één taal, zo blijkt. Meestal is dat Frans, maar zeven procent spreekt alleen Nederlands. De meeste verpleegkundigen en verzorgenden zijn wel meertalig: 94 procent spreekt onder meer Frans, 26 procent een Afrikaanse taal, 23 procent Arabisch en 21 procent Nederlands. Van de zeven Franstalige rusthuizen zijn er drie zonder Nederlandstalig personeel en nog eens drie met minder dan vijf Neder-
© FRANCIS MARISSENS
BDW 1337 PAGINA 5 - DONDERDAG 12 JULI 2012
De ‘nachtwinkel-clichés’ voorbij: aan de Molenbeekse Sint-Jan de Doperkerk verzamelen jonge Pakistanen voor informele wedstrijdjes cricket.
de doodstraf voor de ontering van Mohamed. In de praktijk is de wet een instrument waarmee de christelijke minderheid kan worden geviseerd. Slechts een minimaal percentage van de overheidsambten is voorbehouden aan christenen. In het algemeen krijgen ze de lager gewaardeerde jobs. “Ik hield me bezig met christelijke gevangenen tot ik vanuit extremistische hoek bedreigingen ontving. In Pakistan blijven bracht op den duur mijn familie in gevaar,” vertelt Saleem. “In 1999 vroeg ik in België asiel aan. Tijdens de procedure pendelde ik van Brussel naar Verviers om te werken in een voedingsbedrijf. In 2004 werd ik uiteindelijk erkend.” Saleem liet een deel van zijn gezin overkomen, stampte in Anderlecht een voedingswinkel uit de grond en trad, toen de winkel niet van de grond kwam, uiteindelijk als onder-
landstalige verzorgenden, het aantal dat volgens Devroey minimaal nodig is om een Nederlandstalige permanentie te verzekeren. Devroey: “Dat het zo zou zijn in de Franstalige rusthuizen, hadden we min of meer verwacht. Maar uit de enquête blijkt dat ook de helft van de tweetalige instellingen met minder dan vijf Nederlandstaligen werkt. En zelfs in de rusthuizen met een Nederlandstalige erkenning zijn er taalproblemen doordat er veel verpleegkundigen uit Zuid- en Oost-Europa en uit Afrika ingeschakeld worden.”
houdsman in dienst van de gemeente Dilbeek. In Kuregem leidt hij als pastor voor het beetje Pakistaanse aanhangers sporadisch een pinksterkerkdienst in het Urdu.
Witte scholen De eerste generatie is Pakistan altijd blijven beschouwen als hun emotionele thuis. Paraboolantennes en telefonie getuigen daarvan. “Mijn vader herhaalde vaak dat ik een Pakistaanse ben en blijf,” zegt Shaireen met een glimlach. “De kinderen worden doelbewust op vakantie naar Pakistan meegenomen, om de familie te leren kennen en de eigen wortels niet te vergeten.” Toch is terugkeren geen optie. Op materieel en professioneel vlak is België de thuishaven geworden. Inmiddels is er een tweede generatie bijgekomen van hooguit late dertigers. Nagenoeg iedereen bevestigt
Negen van de 21 rusthuizen erkennen dat er door de taalbarrière communicatieproblemen met de bewoners ontstaan, een kwart heeft het zelfs over sociaal isolement. Devroey voorspelt dat door het stijgende aantal buitenlandse krachten in de ouderenzorg ook in Franstalige rusthuizen een tekort zal ontstaan aan verzorgers die de taal van de oudere bewoners spreken, “tenminste als de overheid niets doet om de instroom in het beroep te verzekeren.” Bettina Hubo
de aandacht die de ouders schenken aan de kwaliteit van de opleiding voor de kinderen, zeker tot het niveau van het secundair onderwijs. Ze gaan op zoek naar de betere, het liefst ‘witte’ scholen. Toch blijft de doorstroming naar het hoger onderwijs ondermaats. “Als ik terugblik op mijn tijd aan de universiteit en later aan de Erasmushogeschool, dan liep ik daar als enige Pakistaanse rond,” preciseert Loubna. “En als ik naar
het toneel ga of een tentoonstelling bezoek, dan is dat net hetzelfde.” Vormen van acculturatie worden toegestaan. Thuis dragen de meisjes vaak de shalwar kameez, de traditionele tuniek over een broek. Maar buitenshuis verandert de vestimentaire code en wordt er overgeschakeld op meer westers. De maatschappelijke participatie en de contacten met Belgen zou bij jongeren ook hoger liggen. De genderrol-
Hans Vandecandelaere werkte als historicus twee jaar lang aan een lijvig boek over zestig jaar migratie naar Brussel. In Brussel – Een reis door de wereld verschijnt omstreeks begin november bij uitgeverij Epo. Een zevendelige zomerreeks in BDW blikt vooruit met herziene, ingekorte voorpublicaties.
ADVERTENTIE
len wijzigen stilaan. Tweedegeneratiemeisjes mogen intussen allang gaan werken en winkelen. Op religieus vlak zou een groot aantal jongeren niet strikt praktiseren. Maar het is vooral in de eigen familiekring dat het wat formeler toegaat. De gewoontes om ‘oom’ of ‘tante’ te zeggen tegen de ouderen, niet zelf het woord te nemen en te buigen in plaats van een hand te geven blijven gangbaar. Hans Vandecandelaere Met de steun van de Vlaamse Overheid en Erfgoedcel Brussel Volgende week: de Iraanse gemeenschap U kunt de hele reeks nalezen op www.brusselnieuws.be/ reisdoordewereld
BDW 1337 PAGINA 6 - DONDERDAG 12 JULI 2012
© GEERT VANDEN WIJNGAERT / IMAGEDESK.BE
© CHRISTOPHE VANDER EECKEN / REPORTERS
© SANDER DE WILDE / IMAGEDESK.BE
Federaal minister Steven Vanackere, europarlementslid Annemie Neyts en senator Bert Anciaux: Brusselse politici met boven-Brusselse bekendheid.
Politiek > Welke toekomst voor Brusselse politici na de splitsing van B-H-V?
Verhuizen of blijven BRUSSEL – “Als B-H-V gesplitst wordt, dan verhuis ik naar Vlaams-Brabant,” zei Annemie Neyts (Open VLD) ooit. Het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde ís nu gesplitst. Het einde van de Vlaams-Brusselse politicus met nationale ambities?
D
e Vlaamse Brusselaars zijn in een weinig benijdenswaardige situatie beland nu het kiesarrondissement B-H-V gesplitst is. Een Vlaamse stem uitbrengen voor de federale verkiezingen heeft nog maar weinig zin: die stem gaat nagenoeg zeker verloren. Dat komt omdat er te weinig Nederlandstalige Brusselaars zijn om in het arrondissement Brussel een Nederlandstalig kamerzitje te halen. Maar er zijn mogelijk nóg verliezers. Dat zijn de politici zelf. Het wordt bijzonder moeilijk om als VlaamsBrussels politicus een nationale ministerpost te ambiëren. Niet alleen raakt hij of zij bijna onmogelijk verkozen in het federale parlement, hij of zij kan de nationale populariteit onmogelijk verzilveren met een mooi verkiezingsresultaat: in Brussel zijn er te weinig stemmen te rapen. Het deed Open VLD-coryfee en voormalig federaal minister Annemie Neyts 25 jaar geleden al reage-
ren dat als B-H-V gesplitst wordt, zij naar Vlaams Brabant zou verhuizen. Annemie Neyts is vandaag Europees parlementslid. Ze blijft bij haar standpunt, en “ik heb dat ook verschillende keren herhaald. Ik zei tegen mijn collega’s uit HalleVilvoorde: ‘Denk maar niet dat jullie van me af zijn. Ik verhuis.’ Ik heb Halle-Vilvoorde altijd goed gekend; ik hou ook van de streek.” Ondertussen heeft Neyts haar hele carrière in Brussel-Halle-Vilvoorde doorgebracht. “De vraag stelt zich voor mij persoonlijk niet meer, ik zit aan mijn laatste mandaat.” Talentvolle jonge politici met federale ambities hebben volgens Neyts in Brussel maar twee mogelijkheden: “Ofwel verhuizen ze, ofwel trekken we opnieuw met tweetalige lijsten naar de kiezer en probeert de Vlaamse Brusselaar een verkiesbare plaats te krijgen op de lijst van de Franstalige zusterpartij.” Een Vlaamse eenheidslijst ziet Neyts niet zitten. “Die tijd is nu echt wel
voorbij. De eenheidslijsten dateren van de jaren 1970. In die tijd hadden de Vlaamse partijen in Brussel lokaal nauwelijks structuren en was de communautaire sfeer niet te vergelijken met vandaag. De fase waarin de Vlamingen moesten opboksen tegen een dominant Vlaamsvijandig FDF, is gelukkig voorbij.”
Uitweg Net als Neyts heeft Bert Anciaux (SP.A) op federaal niveau een rol gespeeld. Hij was een tijdje minister; nu is hij senator. Anciaux ziet het niet zo zwart in. “Natuurlijk zijn we in een moeilijke situatie beland, ik waarschuw hier al twintig jaar voor, maar ik heb er het volste vertrouwen in dat de Vlaamse politieke partijen genoeg zorg aan de dag zullen leggen voor de Vlaamse Brusselaars.” Anciaux gelooft dat er ‘op de een of andere manier’ toch nog een Vlaams-Brusselse vertegenwoordiging op federaal niveau mogelijk is.
Dat kan door eenheidslijsten, door samenwerking met de Franstaligen of door coöptatie. Anciaux: “Ik heb zelf het wetsvoorstel ingediend voor de hervorming van de Senaat. In de afvaardiging vanuit de Vlaamse Gemeenschap kan zeker een Vlaamse Brusselaar zitten.” Ook over de nationale politieke
Bert Anciaux: “Ik vertrouw erop dat de Vlaamse partijen genoeg zorg aan de dag zullen leggen voor de Vlaamse Brusselaars” carrière van Vlaamse Brusselaars maakt Anciaux zich niet al te veel zorgen. Volgens hem wordt het nationale niveau minder belangrijk, nu de deelstaten meer bevoegdheden
krijgen. Brusselse politici kunnen tegelijk een mooie carrière opbouwen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. En wie toch federale ambities heeft: “Je hoeft niet per se verkozen te zijn in het federaal parlement om federaal minister te worden. Kijk maar naar Guy Vanhengel,” zegt Anciaux. Er is overigens nóg een uitweg. Brusselaars kunnen zich in heel België verkiesbaar stellen. Kandidaten hoeven niet te wonen in het arrondissement waar ze opkomen. Zo is de Leuvenaar Frank Vandenbroucke ooit kandidaat geweest in B-H-V. Van Steven Vanackere wordt al een tijdje gefluisterd dat hij om electorale redenen Brussel zou verlaten. In Vlaams-Brabant, waar hij is opgegroeid, kan hij politiek veel meer wegen. Volgens sommigen verklaart dat waarom hij geen kandidaat is voor de gemeenteraadsverkiezingen in de Stad Brussel, waar hij woont. Vanackere zelf maakt korte metten met de speculaties; hij beantwoordt de vraag of hij naar Vlaams-Brabant gaat verhuizen, met een kort en krachtig “Nee.” Steven Van Garsse en Danny Vileyn
ADVERTENTIE
BDW 1337 PAGINA 7 - DONDERDAG 12 JULI 2012
Beleid > Lombardstraat lokt 10.000 bezoekers
Vlaamse Brusselaars breken records BRUSSEL – Als u op donderdag deze BDW in handen krijgt, is 11 juli, het Feest van de Vlaamse Gemeenschap, al achter de rug. Dan moet de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie zijn tienduizendste bezoeker begroet hebben. Het parlement van de Brusselse Vlamingen – of Vlaamse Brusselaars, als u dat verkiest – ziet de belangstelling jaar na jaar toenemen. Puzzel Brussel, de dienst Educatie en In formatie van de Raad, draait volgens voor zitter Jean-Luc Vanraes (Open VLD) op kruissnelheid. Een paar cijfers ter illustrat ie: in 2009 en 2010 kwamen er zeventien groepen uit Vlaanderen en 113 uit Brussel op bezoek, het jaar nadien waren dat er dertig en 126, en in 2011-’12 kwamen er 53 uit Vlaanderen en 137 uit Brussel.
Opvallend is het sterk gestegen aantal groepen uit Vlaanderen. En dat is ook nodig. Sinds de herfinanciering van Brussel in het regeerakkoord ingeschreven staat, vrezen de Brusselaars voor een desinvestering van de gemeenschappen, ook van de Franse Gemeenschap. De Vlaamse Gemeenschapscommissie mag dus geen kans laten liggen om de band met Vlaanderen aan te halen. Die bezoeken zijn overigens niet vrijblijvend. Volgend schooljaar brengt de Raad jongeren en senioren samen om ongezouten hun mening te geven, over Brussel en over elkaar. En eind september/begin oktober vinden vier parlementszittingen plaats met laatstejaars middelbaar, om hen goed geïnformeerd naar de verkiezingen van 14 oktober te sturen. DV
© KABINET MINISTER GROUWELS
P-PRAAT Vergeet uw zorgen, want bij hoge nood te Brussel is Brigitte ‘Mädchen’ Grouwels nabij. Zag u ook hoe ze vorige week zondag abseilde om in de Zenne te plonzen? Ware Rambostijl. De Brusselse minister van Vervoer en Staatsveiligheid wilde manu militari het Zennewater zuiveren ter gelegenheid van de Big Jump, dat is een grote sprong door mensen met een goed hart in behoorlijk vuil water, om het water properder te maken. Grouwels kwam dus in de Zenne terecht, keek schichtig om zich heen en verklaarde dat haar haar toch niet nat mocht worden. Special Ops met optie, dus. Maar ook wel met stijl.
Vincent Riga: ‘Streven naar een zorg-op-maat’
Vincent Riga
Schepen in Sint-Agatha-Berchem
Emmanuel Boodts: ‘Zorg voor de Nederlandstalige senioren in Oudergem uitbouwen’ In Oudergem leven er veel Nederlandstalige senioren. Dankzij een opstartsubsidie van VGC-collegelid voor Welzijn, Brigitte Grouwels, werd er daarom enkele jaren geleden een lokaal dienstencentrum opgericht in onze gemeente. CD&V Oudergem hoopt dat dit actieve dienstencentrum op termijn een volwaardige Vlaamse erkenning krijgt, zodat ze een definitieve werking kan uitbouwen in Oudergem. Daarnaast vragen we dat er ook een structurele samenwerking met het OCMW wordt uitgebouwd.
CHIEN ÉCRASÉ BRUSSEL – Als u in het Brusselse stadscentrum een man naakt ziet rondlopen, dan is de kans groot dat het om de Ecolo’er Jérôme Jolibois gaat. De man staat tiende op de lijst bij de komende verkiezingen, en is naar eigen zeggen een, euh, pure naturist. De collega’s van FM Brussel hadden al de eer met hem kennis te maken op hun jongste fuif. Sindsdien leiden zij een eerder teruggetrokken bestaan in het Flageygebouw. FLAGEYGEBOUW – Wij bij de krant hadden Jolibois al langer bij het pietje. Al een paar maanden geleden spotten we hem in een editie van La Capitale, een uitstekende krant voor zulk soort nieuws. We vroegen ons toen af of de naam Jolibois niet een beetje té was. ETTERBEEK – Wie graaft langs Etterbeekse wegen, komt af en toe een obus tegen. Paniek maandag op het gemeentehuis toen arbeiders een beetje verbouwereerd een obus kwamen declareren, een bom uit een langvervlogen wereldbrand. De arbeiders waren aan het werk in een gebouw in de Stafhouder Braffortstraat vorige week toen ze per abuis op de obus stootten. Ze wisten niet goed wat ze met het ding aan moesten en wachtten enkele dagen af om te zien wat er zou gebeuren. De buurt moest geëvacueerd. Uiteindelijk gaat het leven te Etterbeek weer zijn gewone gangetje. FLAGEYGEBOUW BIS – Sinds enkele dagen wordt het Flageygebouw opgeschrikt door zware dreunen, komende van verdieping vijf - één boven uw geliefde krant, bij Ecolo dus. Jérôme Jolibois zal toch niet zo’n vredelievende naturist zijn. Hout vasthouden.
Emmanuel Boodts CD&V Oudergem
Margriet-Marie André-Dumont: ‘voormalige KUB-site biedt mooie ontwikkelingskansen’
Annemie ‘Verbranden als allerlaatste optie’ Maes en Els ‘Geen blad voor de mond’ Ampe waren ook van de partij. De eerste dobberde een beetje rusteloos rond, de tweede vond het erg dat ze geen gsm-ontvangst had. Wie wel ontvangst had, dat was iemand hier ter redactie die telefoon kreeg. Van Pierre Kompany, vader van. Om te zeggen dat hij Nederlands sprak. Kompany was kwaad nadat zijn Ganshorense collega-schepen René Coppens (Open VLD) twee weken geleden in deze krant had gezegd dat een schepen met Congolese roots in zijn gemeente geen Nederlands sprak. Blijkt dat het Kompany was van de partij ProGanshoren. Die in zijn wiek geschoten was en er ons minutenlang van overtuigde dat hij dus wel Nederlands sprak. Hij belde ons dan ook in het Nederlands, de bewijzen zijn keihard. We moesten hem zelfs tegenhouden om de Vlaamse Leeuw te zingen. Conclusie: BDW brengt het beste in mensen naar boven, de gemeenteraad van Ganshoren daarentegen...
Brussel telt vandaag 103.000 senioren tussen 65 en 79 jaar. Over 20 jaar zijn het er 137.000. De uitdaging voor Brussel? Deze senioren gezond houden! Statistieken bewijzen dat wie buiten komt, veel langer gezond blijft, zeker in een wereld waar men langer leeft, en waar dementie soms dreigt. Indien de zorgbehoefte toeneemt, moet men denken aan een huishoudhulp, een mantelzorger, de lokale dienstencentra, dagverzorgingscentra, centra voor kortverblijf,… om zodoende een eventuele rusthuisopname zo lang mogelijk uit te stellen. Enkel op die manier zal men komen tot échte “zorg-op-maat”.
Margriet-Marie André-Dumont CD&V Koekelberg
Het project rond de herbestemming van de voormalige KUB-site in Koekelberg behelst bijna twee hectare voor een duurzaam en kwalitatief huisvestingsproject in het hart van onze gemeente. Naast de bouw van een 100-tal woongelegenheden voorziet men ook de bouw van een woonzorgcentrum, serviceflats en een kinderdagverblijf, evenals recreatieve en sportvoorzieningen. Als jongste kandidaat in Koekelberg ben ik begaan voor het welzijn van alle bevolkingsgroepen en juich ik dan ook enthousiast dit intergenerationeel en multifunctioneel project toe.
Jan Kindermans: ‘Een warme samenleving voor alle leeftijden’ Voor CD&V Elsene tellen senioren mee! Rekeninghoudende met de vergrijzing binnen onze maatschappij dient onze gemeente meer in te zetten op de uitbouw van kwaliteitsvolle rusthuizen, de bouw van service-flats, een degelijke thuisverpleging, etc. Dringend dient men ook werk te maken van meer voorzieningen voor de Nederlandstalige Elsenaars zodat de stadsvlucht kan worden tegengegaan. CD&V Elsene staat voor een warme samenleving waarbij aan het welzijn van ieder wordt gedacht!
Jan Kindermans CD&V Elsene
CD&V Brussel – Wetstraat 89 – 1040 Brussel l hab@cdenv.be www.visieopbrussel.be www.cdenv-brusselsparlement.be
BDW REGIO
BDW 1337 PAGINA 8 - DONDERDAG 12 JULI 2012
Deze week op de stelling > Berchemse jongeren steken handen uit de mouwen
Op naar een eerste werkervaring dat niet.” In tegenstelling tot Wassil, die immersieonderwijs volgt, spreekt Younes maar weinig Nederlands. Volgend jaar wil hij avondles gaan volgen, want hij heeft ondervonden dat kennis van het Nederlands onontbeerlijk is om werk te vinden in het Brusselse. Wassil nam tijdens de paasvakantie al deel aan het proefproject. Deze zomer is hij van plan om in zijn vrije tijd te tekenen en te schilderen, en met zijn vrienden aan tricking te doen, een mengeling van capoeira en taekwondo. In september begint hij aan het zesde jaar wetenschappen-wiskunde in Ganshoren, later wil hij ingenieur worden. Tijdens ons gesprek nemen zijn gedachten al vlug een andere wending. Hij begrijpt niet dat er zoveel7 vooroordelen zijn over de islam, “en de houding van de media maakt het er niet eenvoudiger op. Steeds weer die negatieve beeldvorming. Sommige media geven de lezer het beeld dat ze zelf willen zien.” Zijn blik is ernstig, zijn woorden klinken overtuigd: “De mens is bang voor de ander, voor de vreemdeling.”
In het rusthuis Wassil (links) en Younes (midden) worden begeleid door Johnny, schrijnwerker bij de gemeente. Half juli zou het schilderwerk af moeten zijn: de plafonds opnieuw in het wit, de metalen draagbalken in het paars.
SINT-AGATHA-BERCHEM – De Franstalige jeugddienst van Berchem organiseert deze zomer projectmatig vakantiewerk voor jongeren tussen zestien en achttien, die anders amper of nooit aan vakantiewerk geraken. Het idee is gebaseerd op het Waalse concept Été Solidaire. “Het is simpel,” zegt Younes, “hoe meer je bezig bent, hoe minder je op straat kunt rondhangen.”
I
n de overdekte hal tussen de twee grote speelpleinen van de gemeenteschool Les Glycines staat een stelling. Delen van de betegelde vloer zijn afgeplakt. Younes en Wassil, twee jonge Belgen met Marokkaanse roots, leren er deze week de kunst van het schilderen, afplakken en afschuren. Het is woensdag 4 juli, hun derde werkdag. Nog twee te gaan, want iedereen krijgt hier een weekcontract. ’s Ochtends wordt er begonnen om twintig voor acht. Johnny is schrijnwerker bij de gemeente en begeleidt hen. Hij zegt dat het werk goed opschiet, maar dat Younes en Wassil in het begin nog veel moesten leren. “Het was de eerste keer dat ze schilderden.” Volgende week zetten twee andere jongeren het werk verder. Half juli zou het schilderwerk klaar moeten zijn: de plafonds opnieuw wit, de metalen draagbalken paars. Het concept van de Été Solidaire
komt overgewaaid uit Wallonië, waar jongeren al jaren ingeschakeld worden in arbeidsprojecten, georganiseerd door de gemeenten. Daarvoor zijn subsidies nodig. “In Sint-Agatha-Berchem komen die niet van het Waals Gewest, maar van het gemeentebudget,” legt Marc Vande Weyer (LBR), schepen van Franstalige Jeugd, uit. “Het is de bedoeling om jongeren een eerste contact met het werkveld te bezorgen. We vinden het daarbij belangrijk om specifieke projecten aan te bieden.” Hij benadrukt dat dit uniek is in het Brusselse gewest.
met de bewoners een moestuin op een tafel.” Het project werd positief geëva lueerd. Deze zomer engageerde de gemeente zeventien jongeren die moeite hebben om een vakantiejob
© BART DEWAELE
beek. Hij vertelt dat hij vroeger nogal dik was, maar dat dat niet meer het geval is sinds hij bokst. Met het geld dat hij hier verdient, gaat hij met de boksclub een week naar Zwitserland op stage. “Sporten helpt me om de stress te ventileren. Daarna voel ik me rustig. In feite is het simpel: hoe meer je bezig bent, hoe minder je op straat kunt rondhangen. School, sport en werk zijn goed voor jonge mensen.” Toch ervaart Younes bij vrienden en
Amine: “In mei, nog voor de examens begonnen, heb ik mijn cv afgegeven in veel winkels, onder andere in de Nieuwstraat. ‘We zullen het bekijken,’ zeiden ze allemaal”
Younes en Wassil “Tijdens de paasvakantie zijn we met dit intergenerationele project begonnen, met vier jongeren toen,” vertelt Vande Weyer. “Twee onder hen hielpen met de decoratie van een gang in een bejaardentehuis, twee anderen maakten er samen
te vinden. Hun achternaam speelt daar volgens Vande Weyer vaak een grote rol in. Younes en Wassil kozen voor deze eerste week. Younes zit in het derde jaar sociale administratie in Molen-
kennissen dat er weinig werk is in Brussel. Volgens hem missen veel jongeren ook een goede entourage. Hij kan ergens ook begrijpen dat sommigen onder hen stelen. “Ze zoeken werk, en keer op keer lukt
Ook in het rusthuis van het OCMW zet de gemeente deze vakantie negen jongeren aan het werk, één voor elke week van de schoolvakantie. Ze helpen er met de animatie, delen drankjes en eten uit, begeleiden mensen van hun kamer naar de eetzaal... Deze week is Amine, een perfect tweetalige jongeman die verkoop studeert in een Nederlandstalige school in Laken, hier aan het werk. We treffen hem wanneer hij een gehandicapte vrouw helpt bij haar middagmaal. Hij vindt de job vrij makkelijk, maar doet het graag. Voor de rest van de vakantie heeft hij nog niet veel plannen. “In de maand mei, voordat de examens begonnen, heb ik mijn cv afgegeven in veel winkels, onder andere in de Nieuwstraat. ‘We zullen het bekijken,’ zeiden ze. De lessen Engelse boks liggen nu ook stil, maar ik ga blijven solliciteren.” In augustus gaan de overige vier jongeren aan de slag in het revalidatiecentrum Valida. Het sociale en intergenerationele aspect is nooit ver weg. Voorlopig richt dit project zich alleen tot Franstalige jongeren. Peter Decabooter (LBR), de Berchemse schepen van Nederlandstalige Jeugd, is voor dit project niet geconsulteerd, maar zegt open te staan voor samenwerking. Tuur De Moor
ADVERTENTIE
Brussel
Schaarbeek
Elsene
Anderlecht
Johan Van den Driessche bestuurder van vennootschappen johan.vandendriessche@n-va.be
Guy Polders steenkapper-restaurateur guy.polders@n-va.be
Rik Dhoest vermogensbeheerder rik.dhoest@n-va.be
Nadine van Lysebetten communication officer nadine.vanlysebetten@n-va.be
Sint-Jans-Molenbeek
Sint-Agatha-Berchem
Ganshoren
Jette
Dirk Berckmans ambtenaar FOD Financiën dirk.berckmans@n-va.be
Luc Demullier woordvoerder Jan Peumans luc.demullier@n-va.be
Karl Vanlouwe senator karl.vanlouwe@n-va.be
René Marchal bedrijfsleider rené.marchal@n-va.be
Dit land rijdt zich vast in het status quo. In de 19 Brusselse
Vors t
Sint-Joost-ten-Node
Herman Muylaert bedrijfsleider herman.muylaert@n-va.be
Lieven Tack professor Europacollege lieven.tack@n-va.be
DE KRACHT VAN VERANDERING. OOK IN BRUSSEL.
gemeenten is dat niet anders. Brussel heeft heel wat troeven, maar de problemen worden niet aangepakt. Het verkeer loopt vast, homofoob en ander zinloos geweld neemt toe, het migratie- en asielbeleid faalt… Daarom kiezen wij alvast voor verandering. Dus voor de N-VA. Ook in Brussel. brussel.n-va.be
BDW 1337 PAGINA 10 - DONDERDAG 12 JULI 2012
Brussel > Foto Kanal 2012: jonge Brusselaars tonen hun helden
Iconen langs het kanaal Deze zomer vormen vier plaatsen langs het kanaal het decor voor de openluchttentoonstelling Foto Kanal 2012 – Icons. Zwart-witfoto’s van veertien Brusselse jongeren en hun iconen sieren grote kubussen. Op het Saincteletteplein, aan de Ninoofsepoort en bij de Slachthuizen van Anderlecht staan hoge metalen constructies, bekleed met reusachtige fotoafdrukken. De constructies vormen samen de expositie Foto Kanal 2012 – Icons, een beeldverhaal van veertien jongeren uit de Brusselse centrumwijken en hun iconen. De jongeren, van verschillende achtergrond en origine, kregen de opdracht hun iconen of idolen te fotograferen. Fotograaf Kurt Deruyter hielp de jongeren tijdens hun zoektocht naar rolmodellen en leerde hun de kneepjes van het vak. De selectie iconen is zeer divers: Sarah koos voor de striptekenares Judith Van istendael, omwille van haar zelfbewustheid, vakmanschap en doorzettingsvermogen; Abdelkarim liet zijn keuze vallen op de Amerikaanse bokser Roy Jones Jr., ‘gewoon omdat hij de beste in zijn sport is’. Maar het hoeven niet allemaal bekende mensen te zijn: voor Federica zijn haar moeder en een vriendin haar rolmodel(len) omdat het sterke vrouwen met gevoel voor humor zijn.
tor van Platform Kanal: “Met Foto Kanal willen we bewoners van de kanaalwijken en kunstenaars om de twee jaar in september samenbrengen.” In 2010 presenteerde Foto Kanal 2010 – Je suis le plus beau du quartier op een dertigtal plaatsen langs het kanaal monumentale portretten van fiere ‘kanaaljongeren’. De foto’s werden samen met verhalen en overlevingstips van de jongeren gebundeld.
Strandiconen
Opdracht aan de kanaaljongeren: fotografeer jouw icoon. Dat leverde een caleidoscopisch beeld op, van tekenares Judith Vanistendael tot ‘mijn moeder en vriendin’.
De openluchttentoonstelling Foto Kanal 2012 – Icons maakt deel uit van een project dat in 2010 werd
opgezet door het Agentschap voor Territoriale Ontwikkeling (ATO) en de buurtbeweging Platform Kanal,
Voor de tweede editie van Foto Kanal wilde Platform Kanal verder gaan. Embrechts: “Het was onze bedoeling om de jongeren van de kanaalwijken actiever bij het project te betrekken. Ze moesten zelf op zoek gaan naar modellen en kropen daarna zelf achter de lens.” Foto Kanal 2012 zal tot en met 12 augustus ook aanwezig zijn op Brussel Bad. Wie op het stadsstrand rondloopt, maakt kans om door fotograaf Kurt Deruyter op de gevoelige plaat vastgelegd te worden. Deruyter trekt enkele dagen naar het strand aan de Akenkaai en fotografeert willekeurige bezoekers om een soort galerie van hippe ‘strand iconen’ te creëren. Icons – Beach betrekt op deze manier het jonge publiek van Brussel Bad bij het nadenken over ‘iconen’. Stien Mommaerts
© PLATFORM KANAL
in samenwerking met het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (Efro). Wim Embrechts, coördina-
Ukkel > Discussie over partijdigheid van tijdschrift Wolvendael
Cultureel blad of propagandamachine?
We bladeren even in het blaadje en komen al meteen uit op het ‘woord vooraf’ van Jacqueline Rousseau, voorzitster van het cultureel centrum, vrouw van burgemeester Armand De Decker en ook voorlaatste kandidate op de lijst van haar echtgenoot. Daaronder een foto van het directieteam, met naast Rousseau zelf Jonathan Biermann (MR) en Béatrice Fraiteur (FDF). Als je even verder door het blad bladert, kun je er niet onderuit dat er verkiezingen voor de deur staan. Het blad staat bol van de verkie-
zingsadvertenties, met tussendoor bijdragen waarvan niet echt duidelijk is of het nu om advertenties dan wel om informatieve artikels gaat, zoals een stuk van MR-schepen van Sport Boris Dilliès over het succes van de laatste editie van de 10 km van Ukkel. “Dat is nu net het probleem,” zegt het Ecolo-gemeenteraadslid Pierrot Desmet. “Het blad is officieel een informatieblad, maar de informatie is helemaal niet neutraal.” Desmet heeft het dan ook over de gemeentekatern in het blad, waarin elke schepen zijn of haar beleid nog eens in de verf kan zetten. De gemeentekatern wordt afgesloten met een open tribune voor de oppositie. “Het probleem is dat ook die bladzijde gecontroleerd wordt door de meerderheid,” zegt raadslid Stéphane de Lobkowicz. “Voor dit nummer had ik een kritisch opiniestuk geschreven, maar in de plaats
© CHARLOTTE VAES
Wolvendael, het Ukkelse blad voor gemeentelijke, culturele en commerciële informatie, is volgens de oppositiegemeenteraadsleden Pierrot Desmet (Ecolo) en Stéphane de Lobkowicz (CDH) veeleer een politiek gekleurd blad dan een neutraal informatief blad over het culturele aanbod in de gemeente.
In het ‘cultureel blad’ Wolvendael mag de meerderheid volop schitteren, luidt de kritiek.
daarvan koos de redactie voor een veel braver stuk van een van mijn partijgenoten.” Beide heren zijn het erover eens dat de gemeentekatern niet thuis-
hoort in een blad dat uitgegeven wordt door het cultureel centrum. “Toppunt is dat de hoofdredacteur, Stève Polus, verre familie blijkt te zijn van voorzitster
Rousseau,” zegt De Lobkowicz.
Nepotisme Voorzitster Jacqueline Rousseau begrijpt de commotie niet goed. “Bij de oprichting van het gemeentelijk cultureel centrum in 1958 werd ook meteen de Wolvendael in het leven geroepen. Het was dus van meet af aan het communicatiekanaal van het cultureel centrum én van de gemeente,” vertelt ze. “Bovendien zijn in de raad van bestuur van de krant alle partijen vertegenwoordigd, ook de oppositie. Wij hebben altijd heel constructief samengewerkt. Wat me opvalt, is dat de twee heren die nu kritiek hebben, in de vorige legislatuur in de raad van bestuur zaten. We hebben ze toen nooit gehoord. Ze stuurden toen zelfs hun kat.”
Bruno Schols
© JO VOETS
BDW 1337 PAGINA 11 - DONDERDAG 12 JULI 2012
Steekspel op Zavel en Markt
TELEXREGIO
BRUSSEL – Vorige week ging in de omgeving van de Grote Markt voor de 82ste keer de jaarlijkse traditionele Ommegang uit. De Ommegang is eeuwenoud en houdt tegenwoordig een nabootsing in van de stoet die in 1549 in Brussel georganiseerd werd ter gelegenheid van het bezoek van Keizer Karel. Die kwam zijn zoon, de latere koning Filips II, aan zijn onderdanen voorstellen. In de optocht, die zowel op dinsdag als op donderdag te bewonderen was, gaven meer dan 1.400 figuranten het beste van zichzelf. Regisseur Giles Daoust leidde voor de zesde keer op rij alles in goede banen. De Grote Zavel werd voor de gelegenheid bedolven onder kilo’s zand: daar werd een volledig middeleeuws dorp gebouwd. Bezoekers konden zich er drie dagen lang gratis vergapen aan middeleeuws spektakel in alle vormen en maten: valkenjachten, schietwedstrijden, demonstraties van oude ambachten en traditionele steekspelen ( foto). Alles samen goed voor een knappe combinatie van geschiedenis, amusement en folklore. Nele Derde
Vorst > Gemeente voert nieuw parkeerreglement in
Meer dan tien kilometer extra fietspad De Britse Tweedelegerlaan en een deel van de Sint-Denijsstraat krijgen binnenkort een afgescheiden fietspad. Ook komen er op het Vorstse grondgebied drie fietsroutes bij. Alles bij elkaar gaat het om 12,4 kilometer fietspad. Volgend jaar wordt ook een nieuw parkeerreglement van kracht. Het Brussels Gewest investeert, onder impuls van minister Brigitte Grouwels (CD&V), 10,5 miljoen euro in fietspaden in Vorst. Het is daarmee ook meteen het grootste fietsinfrastructuurproject van deze legislatuur. Op de Britse Tweedelegerlaan en de SintDenijsstraat, twee belangrijke invalswegen, komen er gemengde voet-/fietspaden die helemaal afgescheiden zijn van de autoweg. Ter hoogte van de ingang van de Audi-fa briek komt er een met bomen verfraaide rotonde. Er zullen ook meteen drie Gewestelijke Fietsroutes (GFR’s) aangelegd worden. Dat zijn aanbevolen fietswegen, voor middel-
GANSHOREN – De voorbije maanden zijn zeven Villo-huurfietsenstations ingericht, die volgens burgemeester Michèle Carthé (PS) zo goed als allemaal functioneren: aan Keizer Karellaan, Jacques Sermonlaan, Eeuwfeestsquare, Pieter Goedefroy-, Van Overbeke- en Negen Provincieslaan en Margaretha van Oostenrijkplein. HUB
Deeltijds kunstonderwijs voor kinderen SINT-GILLIS Vanaf september organiseert De samen de 2 acadeXP@Join the City– Ad Agenda 128x178:Layout 1 Pianofabriek 6/25/12 4:01 PM met Page
mies van Anderlecht en Brussel-stad twee cursussen voor 6- en 7-jarigen. Woensdag van 14 tot 16 uur staat er muziekinitiatie op het programma, als voorbereiding op SM notenleer. Zaterdag van 9 tot 12.30 uur is er het atelier beeldende expressie.
lange en lange afstanden, die drukke verkeersassen en zware hellingen vermijden. Op die trajecten komen er wegmarkeringen zoals afgebakende fietspaden, rode stroken, fietslogo’s en fietssluizen en worden ook de kruispunten veiliger ingericht met vooruitgeschoven stoepen en blindegeleidetegels. Er loopt nog een studie om de fietsroutes door te trekken door de aanpalende gemeenten Sint-Gillis en Elsene, waarmee de drie fietsroutes 8, SZ en B volledig afgewerkt zullen zijn. Vorige week liet het Vorstse gemeentebestuur ook weten een nieuw parkeerreglement in te voeren. De gemeente wordt dan opgedeeld in rode, groene en gele zones. In die laatste zone moet iedereen betalen, behalve om te laden en te lossen. Om de parkeeroverlast van evenementen in Vorst Nationaal te voorkomen moeten concertgangers op concertavonden betalen in de buurt rond de zaal. Het parkeerplan geldt vanaf begin volgend jaar. Bruno Schols
ADVERTENTIE
© BRUSSELS GEWEST / OPENBARE WERKEN
Zo wordt binnenkort de Britse Tweedelegerlaan.
Zeven Villo-stations in Ganshoren
ADVERTENTIE
Op wandel door Ukkel
© SASKIA VANDERSTICHELE
TELEXREGIO
BDW 1337 PAGINA 13 - DONDERDAG 12 JULI 2012
UKKEL – Op zaterdag 4 en 11 augustus wandelt het Masereelfonds onder leiding van Michaël Valkeniers. De eerste wandeling vertrekt aan de Churchillrotonde om over de Brugmannlaan en de Sint-Pieterskerk aan het café Au Vieux Spijtigen Duivel te eindigen. De wandeltocht op 11 augustus begint aan het Heldenplein, loopt langs het KMI en heeft Sint-Job als eindpunt. Deelnemen kost 5, respectievelijk 7 euro. SM Inschrijven kan op 02-502.38.80 of brussel@masereelfonds.be.
bloemenwedstrijd in Jette JETTE – Nog tot en met 15 september kunnen Jettenaren die hun gevel versieren met bloemen en planten, meedoen aan de wedstrijd Jette in de bloemetjes. De actie loopt al enkele zomers. Elke Jettenaar die bloemen in de voortuin, in bakken of aan het balkon heeft, kan deelnemen. Er zijn verschillende categorieën, bijvoorbeeld ‘huurders van de sociale woningen van de Jetse Haard’. De winnaars krijgen een bon van 100 euro in het tuincentrum van Nos Pilifs. Het reglement krijgt u bij de dienst HUB Leefmilieu: 02-423.13.62.
© GOOGLE STREET VIEW
Etterbeek > Volkstuinen Nieuwelaan uitgebreid
Duizend vierkante meter meer tuin De volkstuinen langs de spoorweg in Etterbeek worden groter. Ook zal een deel van 250 vierkante meter toegankelijk zijn voor mensen met een handicap. De ‘participatieve tuinen’ liggen tussen de Nieuwelaan en de spoorlijn Schuman-Etterbeek. Vandaag beslaan ze 2.700 vierkante meter groen waar een tiental sociale en ecolo-
De bibliotheek verhuist naar dit voormalige verzekeringskantoor, Vekemansstraat 22.
gische verenigingen samenwerken met buurtbewoners. Er is een ontspanningszone, een composteerterrein, moestuinen, een vijver, bijenkorven en een boomgaard. Het terrein is toegankelijk voor het publiek. Het hele jaar door organiseren de verenigingen die de tuinen beheren, er talrijke activiteiten. In 2013 moet de uitbreiding klaar zijn. CD
ADVERTENTIE
Neder-Over-Heembeek > Bibliotheek moet weg ondanks protest
‘Ze jagen ons de stad uit’ Ondanks het protest van het wijkcomité verhuist de Nederlandstalige bibliotheek van Heembeek naar een veel kleinere locatie. Vanaf september gebruikt de Stad Brussel de prefabgebouwtjes als onthaalklasjes voor de Franstalige school vlakbij. Sinds vrijdag is de bib dicht. ‘Gesloten wegens verhuizing’ staat te lezen op de voordeur. Vorige week moest het bibliotheekpersoneel in zeven haasten alle boeken en cd’s inpakken. In kartonnen dozen van de Colruyt, want echte verhuisdozen waren amper voorhanden. Alles moest snel gaan, want Brussels schepen van Onderwijs Faouzia Hariche (PS) wil dat de lage, in de zomer snikhete prefablokalen op 1 september klaar zijn om Franstalige kleutertjes op te vangen. Toen Marie-Louise De Backer van het wijkcomité Heembeek Blijft dit voorjaar hoorde van de plannen, sloeg ze meteen alarm. Ze trok verschillende Brusselse politici – Els Ampe (Open VLD), Jean De Hertog (CD&V), Bruno De Lille (Groen!) – aan de mouw, maar die konden niet verhinderen dat de bib weg moest. “Er werd alleen nog wat gediscussieerd over mogelijke locaties,” zegt De Backer. “Twee weken geleden hoorden we dan plots dat beslist was dat de bib verhuist naar een gelijkvloerse verdieping van een rijhuis wat verderop in de Vekemansstraat. Die nieuwe ruimte is zeventig vierkante meter groot; we komen van driehonderd vierkante meter.” Ze vindt het ronduit schandalig.
“Waarom wordt die gelijkvloerse verdieping niet omgevormd tot twee onthaalklasjes?”
Complex dossier In de nieuwe bib, die op 1 augustus moet opengaan, zal er volgens bibliotheekmedewerkster Marleen Ceustermans ‘maar een heel beperkte selectie’ boeken te vinden zijn. “En er is geen plaats voor computers, we gaan gewoon terug in de tijd,” zegt Wim van der Elst, bestuurslid van gemeenschapscentrum Heembeek-Mutsaard. Ook de bezoekers zijn niet opgezet met de gang van zaken. “Wij zullen voortaan naar Strombeek-Bever gaan. Die bib is voor ons het dichtstbij. Ze sturen ons dus weg uit Brussel,” zegt een trouwe klant. De Nederlandstalige bib werd in 1995 neergezet, na meer dan vijftien jaar palaveren. Freddy Thielemans (PS), toen schepen van Onderwijs, opende het prefabgebouw. Over enkele jaren moet naast de Pieter en Pauwelkerk een gloednieuwe bibliotheek verrijzen. De Vlaamse Gemeenschapscommissie heeft plannen voor een gebouw dat behalve de bib ook het gemeenschapscentrum en ouderenaccommodaties herbergt. “Daar vestigen we onze hoop op,” zegt Van der Elst, “maar ik hou mijn hart vast. Het is een vrij complex dossier, en er staat nog altijd niets concreets op papier.” Bettina Hubo Nieuw adres bib: Vekemansstraat 22
Eet lokaal en seizoensgebonden !
Sterker nog ! Ik zou zelfs zeggen: eet seizoensgebonden en lokaal !
De maanden juni en juli zijn het seizoen van de kersen in België. Zeg nu zelf, waarom zou u fruit kopen dat van andere kant van de wereld komt of helemaal niets met het seizoen te maken heeft ? Het transport of de cultuur in verwarmde serres vergt onnodig veel energie. Denk eraan seizoensproducten van bij ons te eten. Ze hebben meer smaak, zitten boordevol vitaminen en zijn goedkoper. Zo herontdekt u de smaak van de seizoenen en vermindert u de impact van onze voeding op het milieu. O ja, geef ook de voorkeur aan fruit en groenten die geteeld zijn zonder meststoffen en pesticiden.
Recepten en kalender vindt u op www.leefmilieubrussel.be of via 02 775.75.75. Een initiatief van de Brusselse Minister voor Leefmilieu, Energie en Stadsvernieuwing Alle beetjes helpen, want we zijn met meer dan één miljoen Brusselaars.
BDW 1337 PAGINA 14 - DONDERDAG 12 JULI 2012
Vers talent te over in Brussel, maar terwijl er al honderdduizend mensen naar een baan zoeken, stagneerde de werkgelegenheid de afgelopen tien jaar.
© SASKIA VANDERSTICHELE
Economie > N-VA over steden, veiligheid en economisch succes
‘De economie kan Annelore redden’ BRUSSEL – N-VA stelt voor: Annelore, een vers afgestudeerde high potential, afkomstig uit Kessel-Lo, maar voor zichzelf ziet ze een toekomst weggelegd in Brussel. “Dat kan,” zeggen N-VA’ers Johan Van den Driessche en Lieven Tack, “maar dan moet Brussel vandaag beginnen bouwen aan de stad van de toekomst. Want alleen de steden die de allerbeste levenskwaliteit bieden, zullen de beste krachten aantrekken en behouden.”
BDWOPINIE Annelore Durinck zit in haar laatste jaar en is een paar weken terug van zes maanden Erasmus in Barcelona. Tegen haar ouders heeft ze net gezegd dat ze niet bij hen in Kessel-Lo blijft wonen. Het is haar daar te benauwd. Het wordt ook niet Leuven. In Brussel wil ze zijn, het venster van de wereld en op de wereld. Annelore is niet alleen. De aantrekkingskracht van steden valt te verklaren door de stijgende behoefte aan nabijheid van cultuur, diversiteit, ontspanning, onderwijs, verzorging en... werk. Vandaag leeft de helft van de wereldbevolking in steden, en men verwacht dat dit aandeel binnen vijftig jaar oploopt tot 75 procent. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
zelf verwacht de volgende tien jaar liefst 150.000 bijkomende inwoners, vooral jongeren. De banen volgen echter niet. Terwijl er vandaag al honderdduizend inwoners werk zoeken, was er de afgelopen tien jaar nauwelijks een groei in de werkgelegenheid. Als het Gewest een even grote banengroei had gekend als het gemiddelde van de andere Europese metropolen, dan waren er in deze periode vijftigduizend banen bijgekomen, waarvan een groot deel in sectoren met laaggeschoolden zoals horeca, toerisme en transport. De stad van Annelore kan die jobgroei een stevige injectie geven door een stevig beleid, maar ze schiet daarin nu zwaar te kort. Het is een wetmatigheid dat verminderde veiligheid en netheid de economische groei van een stad afremmen. Wanneer onveiligheid, criminaliteit en vervuiling de kop
“De Vlaamse aanpak, met fatsoenlijk bestuur, transparantie en responsabilise ring, heeft succes” Johan Van den Driessche (l.) en Lieven Tack.
opsteken, dan verlaat al wie het zich kan veroorloven, sneller de stad, slaan bedrijfjes en bedrijven gemakkelijker hun tenten elders op, zakken toeristen en congresgangers minder gemakkelijk af naar de stad, doen leveranciers moeilijker om te komen leveren, valt het nachtleven sneller stil, wat op zijn beurt meer onveiligheid geeft, enzovoorts. Brussel heeft enorme toeristische troeven, en toch bedraagt het aandeel in de Brusselse economie van de horeca en het toerisme slechts vier procent, tegenover gemiddeld zes procent bij de andere Europese metropolen. Dat bewijst dat de negatieve impact van onveiligheid en vervuiling al heeft toegeslagen. Nochtans valt daaraan iets te doen. Buitenlandse voorbeelden zoals
Amsterdam tonen dit aan. Daarvoor is echter visie nodig, gestut met een stevige organisatie en een streng beleid. Gecombineerd moet dat tot een schokeffect leiden en de curve in de andere richting doen omslaan.
Meer Vlaanderen Vlaanderen investeert ongeveer vijf procent van zijn gemeenschapsbegroting in Brussel. De Vlaamse aanpak – met het accent op fatsoenlijk bestuur, transparantie, kwaliteit en responsabilisering – heeft succes. Niet dat het in Vlaanderen allemaal prima verloopt (waar wel?), maar de efficiëntie en kwaliteit van het Nederlandstalig onderwijs, de Vlaamse cultuurhuizen en welzijnsinstellingen in Brussel worden alom geprezen, ook aan
de andere kant van de taalgrens. Zo’n Vlaamse aanpak kan Brussel best gebruiken. Kosten en organisatievormen vergelijken met anderen, de beste praktijken van elders overnemen, het stadspersoneel beter opleiden, welgekozen taken en functies uitbesteden, gezamenlijke aankopen: het zijn maar een paar voorbeelden. De besparingen die daaruit voortvloeien, kunnen dan ingezet worden om de veiligheid en de netheid te verbeteren. Het ultieme doel moet de fusie van de politiezones en de negentien gemeenten zijn, in combinatie met de oprichting van districten natuurlijk. Een vergelijkbare fusie in Antwerpen heeft ertoe geleid dat de financiële put die de stad Antwerpen had gegraven, uiteindelijk kon worden gedicht. De relatie met Vlaanderen moet worden genormaliseerd, eerder dan Vlaanderen als een rivaal te beschouwen. Een grotere gastvrijheid met meer aandacht voor échte tweetaligheid moet Vlaamse shoppers opnieuw naar Brussel halen. Bovendien komen er, door het vertrek van ouderen, de komende jaren in Vlaanderen zowat driehonderdduizend vacatures open te staan. De honderdduizend werkzoekenden in Brussel (en dat aantal dreigt de komende jaren fors te stijgen) kunnen veel van die vacatures invullen.
Meer ondernemerschap De stad moet ondernemerschap uitstralen en met gerichte maatregelen een omgeving uitbouwen waar het aantrekkelijk is om te werken, te ondernemen en te investeren. Veiligheid en netheid zijn daarvoor essentieel, maar er is ook een modern werkgelegenheidsbeleid nodig, een uniek (onthaal)loket, ateliers voor starters, wonen en horeca boven winkels, enzovoorts. Alle economische actoren, en dus ook de internationale gemeenschap en de pendelaars, moeten meer betrokken worden in het beleid, en hun activiteiten moeten als hefboom voor de hele stad worden beschouwd. Ook een studentvriendelijke stad hoort daarbij. De huidige studentenpopulatie in de stad kan naar schatting 25 miljoen euro uitgeven, de huur van hun studentenkamer nog niet meegerekend. Maar dat bedrag wordt niet bereikt omdat de stad voor studenten niet voldoende vriendelijk is. Annelore heeft kinderplannen voor over pakweg vijf of tien jaar. Ze weet nog niet of daarin ook een partner past. Maar in Brussel wil ze blijven, als het kan. Ze kan die kans krijgen, maar dan moet het werk vandaag beginnen: bouwen aan een stad van de toekomst. Want enkel die steden die in staat zijn de allerbeste levenskwaliteit te bieden, zullen erin slagen de beste krachten aan te trekken en te behouden. En dat laatste lukt alleen als de stad economisch succesvol is. Johan Van den Driessche, oud-voorzitter Voka-Comité Brussel, N-VA BrusselStad, en Lieven Tack, hoogleraar Economie aan het Europacollege, N-VA Sint-Joost-ten-Node
BDW 1337 PAGINA 15 - DONDERDAG 12 JULI 2012
BDWOPINIE
BRIEVEN VAN LEZERS lezersbrieven@bdw.be Duden De heer Herman Wilms heeft het moeilijk met Guillaume Duden en nog moeilijker met Guillaume Tell (BDW 1332 van 7 juni, p. 13). Maar zijn oordeel is een beetje overhaast geveld. De Duitser Wilhelm Duden liet zich in Brussel Guillaume noemen, net zoals de Doornikzaan Rogier de le Pasture, die er als geïmmigreerde Brusselaar Van der Weyden van maakte. En Rossini schreef zijn prachtige opera in Parijs, voor de Parijse opera, in het Frans, en noemde die dus gewoon Guillaume Tell. In serieuze operahuizen wordt die in het Frans uitgevoerd. Misschien toch eerst even nadenken voor men van een ‘algemene ziekte bij Franstaligen’ gewaagt.
Stefan Van Camp, Anderlecht
Sluikstorten Tegen verkiezingspropaganda is blijkbaar niets opgewassen. Dan weet men ineens al wat er al jaren mank- en misloopt. En de beloftes om er wat aan te doen, zijn in verhouding. Gisteren gingen we rond 8.30 uur naar het station via de Rogierstraat. De vuilnisophalers waren de zakken aan het ophalen die sluikstorters buitengezet hadden. Ook een grote witte vierdeurs-hangkeukenkast, die we vorige week ook al hadden zien staan, ging de maaltanden van de vuilniswagen in. Dit is ook discriminatie, ten overstaan van de brave burgers, die – zoals het hoort – alleen op de gepaste dagen en uren hun vuilniszakken buitenzetten. Het is altijd op dezelfde plaatsen dat er, soms een of twee uur na de ophaling, alweer nieuwe zakken staan. Overal in Schaarbeek. En nog nooit een boete zien uitschrijven, en evenmin als tegen wildplassers (tegen muren, auto’s, deuren). Er worden boetes uitgeschreven voor geparkeerde auto’s zonder parkeerticket. Héél dikwijls gaat het om Bulgaarse auto’s (en niet van de minste), die soms dagenlang blijven staan. De eigenaars of hun kennissen nemen soms de briefjes van achter de ruitenwissers, soms zelfs meerdere stuks, en zonder ze te bekijken worden ze verfrommeld weggegooid, of ergens in een zak gedropt. Onze ‘beleidsvoerders’ hebben nog nooit gehoord van wielklemmen die het wegrijden beletten... En wat met landgenoten die hun wagen parkeren en daarbij anderhalve plaats innemen, zodat er telkens een auto, betalend of niet, géén parkeergelegenheid heeft? Het wordt altijd oogluikend toegelaten. Dit is in veel gevallen ook inkomsten (van parkeerticket of boete) missen. Waarom wordt daar nooit over gesproken? Deze egoïstische eigenaars zouden opnieuw verplicht moeten worden te leren parkeren zoals het hoort.
P. Croon, Schaarbeek
Gesukkel in Ukkel Ik ben sinds jaren een trouwe Franstalige lezeres van BDW. Graag zou ik antwoorden op de opmerking van Niels Famaey, die zes jaar geleden in Ukkel is komen wonen (‘Je ziet meteen waar hier de prioriteiten liggen’, in BDW 1334 van 21 juni, p. 10). In het stuk staat: “Triest dieptepunt: op het einde van de Drossaardgaarde in de buurt van Sint-Job loopt de route verder via
een steegje. Twee bloembakken versperren er de weg.” Wij wonen sinds 1979 op het nummer 1, dus waar die bloembakken staan. We hebben de gemeente destijds gevraagd om een oplossing te vinden voor dat stukje trottoir, waar altijd wagens geparkeerd stonden, en ze hebben er twee bloembakken gezet, wat de Gaarde versiert en tegelijkertijd het foutparkeren onmogelijk maakt. Ik wou ook signaleren dat er hier hoogstens drie à vier fietsen per dag passeren! (...)
Anne-Marie Melkebeke, Ukkel
Computerpech ‘Om de digitale kloof te dichten’ (BDW 1335 van 28 juni, p. 13) kun je terecht bij de Ateliers TIC Tanneurs voor een tweedehandscomputer. Dat is me slecht bekomen: na enkele maanden weigerde deze computer dienst. Vreemd genoeg bleek de waarborg van een jaar beperkt tot het materiaal, en niet de werkuren. (Lezer stuurt ons in bijlage de orderbon.) Hoeveel werkuren nodig zouden zijn, kon niet verteld worden. Maar de kans bestond dat die kosten de aankoop zouden overtreffen. Een dergelijke waarborgregeling is onwettig – maar wie wil daarvoor procederen om gelijk te krijgen?
Jo Verwimp, Asse
Nederlands en Kompany In ‘Het Grote Vlaamse Schepenen-Interview’ (in BDW 1334 van 21 juni, p. 4-5) verklaart de heer René Coppens, schepen in Ganshoren, over de heer Pierre Kompany: “In mijn gemeente zetelt een schepen met Congolese roots. Die man verstaat geen woord Nederlands.” De heer Pierre Kompany is lijsttrekker van de lijst ProGanshoren, waar CD&V Ganshoren deel van uitmaakt. Graag wens ik langs deze weg mee te geven dat de bewering ‘geen woord Nederlands’ niet met de werkelijkheid overeenstemt. De heer Kompany volgde in de jaren 1990 twee jaar Nederlands in avondschool en krijgt sinds ongeveer een jaar intensief Nederlandse les. Ik kan persoonlijk getuigen dat zijn (passieve en actieve) kennis van het Nederlands er de laatste maanden zeer behoorlijk op vooruit is gegaan. De heer Kompany vraagt ook zelf niet liever dan dat Nederlandstaligen met hem zoveel mogelijk Nederlands spreken. Hij heeft de vaste wil en motivatie om Nederlands te verstaan en te praten. Bovendien staat zijn sympathie en respect voor Nederlandstaligen buiten kijf. Zijn kinderen gingen in Brussel in het Nederlands naar school en waren sinds 1992 lid van de VVKS van Ganshoren.
Bruno Marien, voorzitter CD&V Ganshoren, en de vijf CD&V-kandidaten op de lijst ProGanshoren
Rechtzetting Anders dan in BDW 1335 van 28 juni (p. 4-5) te lezen staat, werd de Nederbelgendag in de Nederlandse ambassade niet door de ambassade zelf georganiseerd, maar door de vzw Algemeen-Nederlands Verbond, Gallaitstraat 86, 1030 Brussel.
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDWBrieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@ bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
Beter laat dan nooit door Danny Vileyn Niet eens zo lang geleden was ‘inburgering’ voor de Franstaligen een perfide instrument van enggeestige Vlamingen die alleen met de eigen navel bezig waren. Vandaag voeren de Walen vrijwillige inburgering in en pleit de Brusselse minister-president voor verplichte taallesssen (Frans of Nederlands) voor nietEuropese nieuwkomers. ’t Kan verkeeren, zei Bredero. Ook ten goede. Over Picqués demarche kunnen we ons alleen maar verheugen. Zoals uit de jongste cijfers van de socioloog Jan Hertogen blijkt, krijgt Brussel heel de wereld over zich. Drie keer zoveel asielzoekers als Vlaanderen, twee keer zoveel als Wallonië. Een kleine gemeente als Sint-Joost heeft evenveel asielzoekers als het Vlaams-Brabantse Steenokkerzeel, waar een groot opvangcentrum is. Maar er zijn niet alleen de asielzoekers, er is ook een grote migratiestroom door de gezinshereniging. Met iedere keer opnieuw zoveel mensen die geen Frans of Nederlands kennen. Langs Franstalige kant zijn de beleidsvoerders er veel te lang van uitgegaan dat nieuwkomers zouden staan springen om de taal van Voltaire of Molière te mogen leren. Hier ter redactie hebben we de jongste jaren een beetje een hekel gekregen aan de term sociale cohesie. Het begrip werd inhoudsloos omdat politici het te pas en te onpas gebruiken. Nu rijpt het besef dat niet de toename van het Engels, maar het gebrek aan kennis van een van beide landstalen een bedreiging is voor een minimum aan integratie en sociale cohesie (en in de hoofdstad van Europa naast de beide landstalen ook het Engels). Met andere woorden: we moeten ervoor opletten dat deze stad niet dusdanig versplinterd geraakt dat we getto’s krijgen waar alleen de gettobewoners de taal verstaan. Veel meer vervreemding kunnen we niet meer hebben. Zeker niet voor de kinderen en jongeren in de meest verpauperde wijken. We kunnen blijven klagen dat de werkloosheid in Brussel torenhoog is, als kinderen en jongeren niet een landstaal (en het liefst twee) leren, dan helpt dat geklaag ons geen meter verder. Ook in de ouderenzorg wordt taal een probleem. Dat er in Brussel een tekort is aan zorgverstrekkers die Nederlands kennen, weten we al langer dan vandaag. De toestand wordt stilaan dramatisch, met meer dan de helft van de woonzorgcentra waar geen begeleiding in het Nederlands is. De VUB voorspelt dat er in de nabije toekomst ook een tekort aan Franskundige zorgverstrekkers zal zijn. In het officieel tweetalige Brussel krijgt taal er een dimensie bij. Maak de inburgering die BON nu al in het Nederlands aanbiedt aan wie wil, verplicht en zorg voor een Franstalige tegenhanger. Zulks niet doen is geen optie.
EVA HILHORST
BDW 1337 PAGINA 16 - DONDERDAG 12 JULI 2012
Eendjes smullen, Smoutebollen vangen BRUSSEL – De Zuidlaan maakt zich op voor de 132ste editie van de Zuidfoor, de grote kermis die 37 dagen lang jong en oud entertaint. Op 14 juli gaat de 132ste editie van de Zuidfoor, een van de grootste kermissen van het land, van start. Tot en met 19 augustus kunnen bezoekers dagelijks vanaf 15 uur hun hart ophalen aan de honderddertig kermiskramen die de kermis rijk is. De Zuidfoor pakt dit jaar uit met twee nieuwe attracties die de avontuurlijke kermisliefhebbers zeker zullen aanspreken. Opgelet: een ritje in de Air Maxx en Vortex is alleen voor de durvers. Een andere nieuwigheid is de gratis tentoonstelling Een rondje in de draaimolen – De Zuidfoor doorheen de jaren, die tot en met 26 augustus loopt in het Huis van Folklore en Tradities. Authentieke affiches, miniatuurpaardenmolens en kermis attributen tonen hoe de kermis door de jaren uitgroeide tot het spectaculaire evenement van nu. In dezelfde ruimte presenteert de Brusselse beeldende kunstenaar Stefan Radu Poleac zijn avondfoto’s van de Zuidfoor. Geïnteresseerden kunnen van donderdag tot en met zondag telkens tussen 13 en 18 uur terecht in de Eikstraat 10. Net als andere jaren schenken de foorkramers een dag bijzondere aandacht aan een speciale groep kinderen. Dit jaar is de eer op donderdag 2 augustus voor een twintigtal patiëntjes van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola en zo’n twintig jongeren van De Ark in Haren, een centrum voor kinderen en jongeren met beperkingen of gedragsproblemen. De Zuidfoor sluit af op 18 en 19 augustus met twee traditionele ‘dagen tegen verminderd tarief’, waarbij de bezoekers tot veertig procent minder SM betalen voor de attracties.
VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK
Groen > Vierde editie Parckdesign palmt de wildernis in
Romantiek van tussen het onkruid
www.zuidfoor.be Op het oude, vervuilde Shell-terrein aan de Vander Bruggenlaan wordt water gezuiverd tot ‘bijna drinkwater’.
© IVAN PUT
ADVERTENTIE
Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap
✆ 0800-15045
alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30
Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be
ANDERLECHT – Braakliggende terreinen en ‘verloren’ ruimtes lijken gedoemd om – soms jarenlang – te liggen wachten op een bouwproject. Maar waar groenzones zeldzaam zijn, hebben zulke terreinen wel degelijk potentieel. Het stadsvernieuwingsproject Parckdesign pakt verwilderde gronden aan, en maakt er een zomer lang verrassende oases voor ontmoeting, spel en natuurbeleving van. Ga er eens langs.
M
et de fiets of in een lange wandeling wordt een tocht langs de gure, vieze braakterreinen in Kuregem (Anderlecht) en de aanpalende kanaalzone
(Sint-Jans-Molenbeek) dé verrassing van de zomer. Achter het traliewerk en in de verwilderde bermen – waar geen brave burger zich door het jaar waagt – schuilen nieuwe, haast
idyllische groene plekjes. Toegegeven: heel bescheiden en subtiel heringericht, maar efficiënt, bruikbaar en gebruiksvriendelijk. Plots lijkt er zoveel bruikbare ruimte in de stad: op loopplanken door het moeras (project ‘Source de friche’, foto hierboven), met een ladderstaketsel tot bij een panoramische skyline over het centrum (project ‘Le jardin de l’eSKYlier’, foto rechtsboven) en van op een stelling genietend van de in- en uitheemse onkruidenrijkdom (project ‘Garden bridges’). Drie edities lang (2006, 2008 en 2010) heeft de biënnale Parckdesign de focus gelegd op meer
BDW 1337 PAGINA 17 - DONDERDAG 12 JULI 2012
en modern stadsmeubilair in parken en openbare ruimtes; het resultaat daarvan is nog te zien in de Tuinen van de Bloemist in Laken. Deze zomer pakten Leefmilieu Brussel (het vroegere BIM) en Brussels minister van Leefmilieu, Energie en Stadsvernieuwing Evelyne Huytebroeck (Ecolo) het concept van Parckdesign anders aan. Negen projecten van binnenen buitenlandse ontwerpers gaven een nieuwe invulling aan de verwilderde restruimtes in Kuregem en de naburige kanaalzone. Dit gebied staat op de kaart van het Brussels Gewest ingekleurd als een van de zones met amper of geen groene openbare ruimte. Her en der zijn wel wat kleine en grote braakliggende gronden te vinden, doorgaans afgezet met beangstigende traliehekken, om passanten buiten te houden. Een paradijs voor onkruid, sluikstorten en rattennesten, zegt u? Dat is het cliché, terwijl deze terreinen de buurt wel degelijk een dienst kunnen bewijzen.
Met de Trash Taxi Braakterreinen liggen soms wel decennia te wachten op een gebouw of parkeerterrein. En een eigenaar – ook de overheid – geeft de grond niet graag uit handen aan ‘groene jongens’ die er een volkstuin van willen maken. Parckdesign vond een gulden middenweg, die toont dat zelfs tijdelijk elk braakterrein
Een paradijs voor onkruid, sluikstorten en rattennesten, zegt u?
bruikbaar kan zijn voor de wijkbewoners. Negen ‘vieze’ sites werden in een lus met elkaar verbonden, als een netwerk van alternatieve groene ruimtes. U kunt ze bezoeken met de Trash Taxi (die onderweg vuil ophaalt, terwijl u achterin naar video’s kunt kijken), te voet (twee uur wandelen) of met de fiets. Tien multidisciplinaire teams van (landschaps)architecten, kunstenaars en designers werkten met de lokale bevolking samen om de ‘verloren’ stroken groen aangenaam en bruikbaar te maken. Duurzaamheid was de leidraad: zwerfvuil en bouwpuin ruimen, paadjes en rustpunten aanleggen en open ontmoetingsplekken maken midden tussen het onkruid – de kwalijke distels werden niet gemaaid. Geen kunstmatige ingrepen dus, maar rudimentaire aanpassingen die de sites bruikbaar maken, met het accent op ecologie. Waar de sites voordien de buurt verstoorden, werden ze nu opgewaardeerd tot groene long. Martine Cantillon van Leefmilieu Brussel ziet het zo: “Het eerste en grootste struikelblok was toelating krijgen om met de braakliggende gronden aan de slag te gaan. Uiteindelijk hapten toch voldoende eigenaars toe: Mobiel Brussel, de MIVB, de gemeente en één privé-eigenaar. Eén bedrijf (Besix, red.), dat een inspirerende lap grond aan de Ninoofsepoort had, zag het niet zitten, uit angst dat de buurtbewoners zich na het Parckdesign-moment het terrein zouden blijven toe-eigenen. Toch zou het mooi zijn mocht een en ander na de zomer nog zijn nut kunnen bewijzen.” Dat laatste geldt in elk geval al voor het project ‘Curo Garden’ (Ropsy-Chaudronstraat 7), waar de lokale verenigingen van Curo-Hall met de buren de binnenplaats herinrichtten tot een zit- en speelruimte, met plantenbakken waarin groenten worden gekweekt. En
Uitzicht van in ‘Le jardin de l’eSKYlier’ aan de Birgminghamstraat: de grootste wauw-ervaring van de zomer.
© IVAN PUT
‘Borderline’ aan de Mariemontkaai: voor wie echt wil, wijkt het hek.
© IVAN PUT
ook leuk: achter de Erasmushogeschool (Nijverheidskaai 170) is een motief gemaaid in het gazon, waardoor het lijkt of kraaien en eksters er een sportterrein op nahouden. Wie het parcours (www.parckdesign2012.be) volgt, komt dus meer tegen dan een ‘toegang’ tot braakgrond. Al blijft die toegang vaak opzettelijk verscholen, achter een rekbare nylondraad, die op een traliehek lijkt (project ‘Borderline’ aan de Mariemontkaai, foto rechtsonder). Maar de grootste aha-erlebnis na een
stevige portie laddergeklim krijg je wel van het project ‘L’eSKYlier’ (Birminghamstraat 118), waar enkele hoogpotige strandwachtersstoelen op een houten platform tussen de bomen een romantisch uitzicht verschaffen over heel
Brussel – breed en mooi, met het ruige dak van het metrospoor onder de voeten. Ook van tussen het onkruid kan Brussel leefbaar zijn. Jean-Marie Binst
Parckdesign 2012, nog tot en met 14 oktober. Info- en vertrekpunt Curo-Hall, Ropsy-Chaudronstraat 7, Anderlecht. Open van 10 tot 18 uur, elke dag. (Huur)fietsparcours: www.provelo.org. Geleide wandeling: www.voiretdirebruxelles.be, 28 juli en 18 augustus in het Frans, 8 september in het Nederlands
BDW 1337 PAGINA 18 - DONDERDAG 12 JULI 2012
Natuur > Belangrijke huiszwaluwenpopulatie aan Ceres-maalderij
Huiszwaluwen te gast
M
et een wetenschappelijke naam als Delichon urbicum is het niet verwonderlijk dat de huiszwaluw (in het Frans hirondelle de fenêtre) een stadsbewoner is. De dakgoten en houten richels aan de oude bakstenen gebouwen van de maalderij lijken het populairst, al kun je ook een nest ontwaren aan de recentere betonnen silo’s. René De Boom van de Vogelwerkgroep Noordwest-Brabant kent als plaatselijke teller hun favoriete plekjes. “Het bakstenen torengebouw is geliefd, maar ook de metalen loopbruggen tussen de gebouwen, waar ze hun nesten bouwen in de U-vorm onderin. Vorig jaar telde ik er 162, terwijl er in 2005 nog maar 41 waren, 84 in 2008, 120 in 2010... Misschien werden mijn tellingen beter, met een telescoop, met oog voor uitwerpselen en nestmateriaal op de grond. Maar terwijl de huiszwaluwen op andere plaatsen achteruitgingen, lijkt dit een ideaal toevluchtsoord, met een veilige aanvliegroute.” “Zwaluwen zijn kolonievogels, ze
© AN DEVROE
HAREN – Het is duizelingwekkend om hoog aan de muren van de Ceres-maalderij de huiszwaluwen te zien rondcirkelen. Volgens de laatste telling waren er 162 koppeltjes, goed voor 57 procent van de Brusselse zwaluwenpopulatie. Elders in Brussel steeg het aantal door de plaatsing van kunstnesten. Hoopvolle cijfers dus voor de insectenetende trekvogels in Brussel, al zorgt de koude lente dit jaar voor een terugval. zitten graag samen met zoveel mogelijk buren.”
Modderbolletjes De Vogelwerkgroep doet waarnemingen en voert tellingen uit voor de Algemene Broedvogelmonitoring (ABV). De Boom kent de zwaluwen door en door. “Boerenzwaluwen zijn half maart terug, huiszwaluwen pas half april. Ze hebben er dan een reis van achtduizend kilometer op zitten vanuit de natuurparken ter hoogte van Nigeria. Vele sneuvelen onderweg door uitputting of stropers, Frankrijk is daarvoor berucht. Na twee weken rust beginnen ze met de restauratie van hun nest van vorig jaar of met de bouw van een nieuw nest in de buurt van hun geboorteplek.” De locatie aan het kanaal is daarom goed gelegen. “Daar is nog modder te vinden. Om een nest te metselen vliegen het mannetje en het wijfje af en aan met wel duizend modderbolletjes. Ze broeden hun vijf tot zes eitjes uit – soms tot drie broedsels op een seizoen – en voeden hun jongen drie weken op het nest. Maar de cy-
De Ceres-maalderij aan het kanaal in Haren is een populair verblijf voor huiszwaluwen. Een bijkomende troef is de rondstuivende bloem, die insecten aantrekt.
clus van de natuur mag niet te veel verstoord zijn. Als het met de bloemen en insecten achteruitgaat, dan gaat het ook met de vogels achteruit. Daarom heeft de maalderij nog een troef volgens mij: de wolken bloem trekken insecten aan.” De Boom vreest wel voor de tellingen van dit jaar. “De zwaluwen zijn drie tot vier weken later teruggeko-
pool van Natagora die samenwerkt met Natuurpunt, volgt de huiszwaluwen in Brussel al jaren op. “Er zijn nog zes locaties met huiszwaluwenkolonies in Brussel,” zegt Charles Carels van de zwaluwenwerkgroep. “De grootste is de Ceres-site, de andere zijn Mater Dei in Sint-Pieters-Woluwe, de Bezemhoek, het Keymplein en Piepelingen
men. Het was een slecht voorjaar in Zuid-Frankrijk en Spanje en ze bleven wachten bij de koude grens. Veel vogels waren verzwakt of kwamen niet terug. Ik schat dat er tot veertig procent minder broedsels zijn.”
Lokvogels De Groupe de Travail Hirondelles (GTH) van Aves, de ornithologische
Natuur > Primeur voor Brussel: mussen krijgen ‘vide’ in Jette
Onderdak voor de stadsmus
Een vide voor de huismus (Passer domesticus) wordt onder de dakpannen geplaatst, en zorgt ervoor dat de mussen zich niet verder kunnen verspreiden in het huis. “In een nieuwbouw is een mussenvide een opportuniteit; bij bestaande daken moet je gewoon de onderste rij pannen wegnemen over de gewenste lengte. Per meter zijn er telkens twee vliegopeningen voor twee nestplaatsen,” zegt natuurliefhebber Erik Meerschaut, die zijn buren, familie, kon overtuigen om in hun lage-energiewo-
© VOGELBESCHERMING VLAANDEREN / JAN RODTS
JETTE – Onze huizen zijn tegenwoordig potdicht, en dat is rampzalig voor nestenbouwers zoals de huismus. De mussenvide is een compromis om een goed geïsoleerde woning én nestgelegenheid voor deze stadsvogels te verzoenen. In Jette werd onlangs de allereerste vogelvide van Brussel geïnstalleerd. ning een vogelvide in te bouwen. “De noordkant is ideaal, de zuidkant kan nog wel als er schaduw op valt. De mussenvide zit namelijk vlak onder de pannen en het is niet de bedoeling om de eitjes te pocheren.”
Opportunistische mus Is succes verzekerd? “Mussen zijn sociale vogels en de aanwezigheid van andere mussen in de buurt zal zeker helpen, samen met een vogelvriendelijke inrichting van de tuin, zoals kruidenrijk grasland en
Ook op bestaande daken is de mussenvide vrij makkelijk te installeren.
beschutting van struiken. Net als bij huiszwaluwen is er voor het koloniseren van een nieuw gebied veel geduld nodig en al eens een kunstgreep, zoals opnamen met mussengetjilp.” Of vogels op den duur nog wel een eigen nest zullen kunnen of willen maken, vindt Meerschaut een haast filosofische vraag. “Ik denk dat de voortplantingsdrang van een soort zo sterk is dat er altijd individuen zullen zijn die hun plan trekken en andere die het wat opportunistischer aanpakken. Wie weet ontstaat er een ondersoort Passer domesticus opportunistus. Darwin had er schik in gehad.” AD www.vogelbescherming.be
BDW 1337 PAGINA 19 - DONDERDAG 12 JULI 2012
compleet nieuwe broedplaatsen te creëren. Zwaluwen zijn geen mezen die je gemakkelijk kunt lokken, klinkt het bij ornithologen. “Als er al zwaluwen wonen, dan kunnen er in een straal van twee-, driehonderd meter nieuwe bijkomen, maar niet vijf kilometer uit de buurt. Soms lukt het wel, na het plaatsen van kunstnesten én het afspelen van een cd met zwaluwgeluid.”
Zomerbodes
KT
RA
CH
ET
En de boerenzwaluw (Hirundo rustica) in Brussel? Vogelwaarnemer Alain Boeckx telt ze voor NatagoraAves. “Dit jaar zijn er niet zoveel door het slechte voorjaar, maar vorig jaar waren er een 25-tal koppeltjes, bij een hoeve, in paardenboxen, bij particulieren,” vertelt hij. “Af en toe broeden er nog elders enkele, zoals in het Scheutbos in Molenbeek of in Bosvoorde, maar samen toch nooit meer dan een tot vijf koppels per jaar. Hoog tijd dus om inspanningen te doen voor deze nuttige en sympathieke diertjes, waarnaar we elk jaar weer uitkijken.” An Devroe
©
NIC
in Watermaal-Bosvoorde, en een art-decogebouw in de Gerijstraat in Vorst waar vroeger de hoofdzetel van Diamant Boart zat.” “Nu kennen wij álle nesten, maar de vorige decennia was dat niet het geval, en toen zijn waarschijnlijk veel nesten gesneuveld. Nesten onder de dakgoten zijn natuurlijk een beetje vuil. Wegnemen mag niet, want zwaluwen zijn beschermd, maar wat er ’s nachts gebeurt, ziet niemand.” Behalve die in Haren bestaan alle andere kolonies voor driekwart uit kunstnesten. Daarmee wordt sinds 1995 geëxperimenteerd. “Solide nesten, geplaatst in een omgeving waar zwaluwen getolereerd worden, en ze zijn minder vuil. Deze beschermingsmaatregelen zijn een succes, want in 2011 waren er samen bijna driehonderd broedkoppels, terwijl dat er in 2002 slechts een dertigtal waren. In de jaren 1970-1980 moeten er naar schatting nog acht- à negenhonderd geweest zijn, verspreid over tientallen locaties,” zegt Carels. Omdat zwaluwen kolonievogels zijn, is het echter heel moeilijk om
Nick Trachet BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT © THIERRY TANCREZ
Weer wier Het zeewierverhaal van vorige week was nog niet afgelopen. Best interessant wat er zoal op de Europese stranden gebeurt.
Je herkent de huiszwaluw aan de donkerblauwe of zwarte veren, de witte onderkant, en een witte vlek net boven de staart.
ADVERTENTIE
S OCIALE V ERHUURKANTOREN
Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen
www.fedsvk.be 02 412 72 44
M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����
Het zeewier uit Bretagne dat we hier kunnen kopen, heeft een biolabel. Maar hoe kan dat? Wildgeplukte wieren komen toch niet uit de landbouw? Het ‘bio’-label werd uitgevonden voor de landbouw. En enkel wat in een bodem gekweekt wordt, kon totnogtoe gelabeld worden als ‘bio’ of ‘organic’. Visserij, jacht en wildpluk waren daarvan uitgesloten, maar ook hydrocultuur – planten kweken zonder bodem – kan geen ecolabel krijgen. Spontaan denken wij makkelijk dat wat uit het wild komt, wel bio móét zijn, maar zo werkt het niet. Men kan van wilde dieren en planten niet of moeilijk controleren wat ze gegeten hebben, wat de kwaliteit van de grond in bos of plukveld was, wat er allemaal in het zeewater zat. Mensen die ‘bio’ willen eten, zijn van nature erg achterdochtig. En zo hoort het ook, als u het mij vraagt. Ik zou een bioboer nooit vertrouwen, zijn winstmarges zijn net ietsje té positief, vergeleken met die van de gemiddelde boer. Daar moet wel fraude van komen. Daarom worden producten uit de biolandbouw gecertificeerd door waarschijnlijk norse controleurs van Blik of Ecocert. Biocertificering is een ernstige zaak. Groot was mijn verbazing dus dat Franse zeewierproducenten ook een biolabel op hun product mogen printen, met de complimenten van Ecocert. Bijna alle Franse zeewierplukkers opereren in Bretagne; elders is er geen ernstige exploitatie. Langs de stranden van dat schiereiland hebben de certificerende instanties enkele gebieden afgebakend waarbinnen de pollutie beperkt is. Vooral in het noorden van Bretagne, aan de ingang van het Kanaal, is er een zeer sterk getijverschil. Tweemaal per dag wordt het strand dus gespoeld à grandes eaux. De plantjes groeien in het voorjaar dan ook met een fenomenale snelheid. In de late lente begint men te oogsten. Dan hebben de wieren een eerste groei achter de rug en zijn ze nog nieuw. Later zullen ze overwoekerd worden door mosdiertjes, zeepokken en andere wieren. Het wier wordt ook
taaier. Bij springtij kan men dan ook mannen op het strand zien lopen met grote oranje zakken vol wier. Het gaat duidelijk niet om toeristen. Er wordt hard gewerkt, want het getij geeft hun maar een paar uur de tijd om te oogsten. Iedere zeewierplukker heeft een concessie van de Franse overheid. Het strand is immers openbaar toegankelijk, en de exploitatie is streng geregeld. De staat geeft ook geen nieuwe concessies meer uit. Maar er zijn zoveel bestaande concessies in omloop, dat niemand schrik heeft dat er op een dag een tekort is. Veel van die vergunningen zijn ‘slapend’, wat betekent dat de vergunninghouder zijn rechten niet uitoefent. Die slapende concessies kunnen later weer in actieve worden omgezet. De plukkers hebben dus hun eigen hoekje. Sommigen oogsten wier voor de keuken, andere voor de versiering van viswinkels, voor het verpakken van oesters, of voor de industrie van caragenen en alginaten, het onzichtbare zeewier in ons voedsel. Zo zien we in de baai scheepjes opereren met een gigantische kurkentrekker erop. Zij draaien het zwarte riemwier (Laminaria) als grote spaghetti bij elkaar, en de boot gaat kreunend onder de zwarte last weer naar de haven. Zo doen ze het al eeuwen! Erg veel schrik voor overexploitatie is er dus niet. De lading keukenwieren gaat van het strand naar de fabriek, waar het grondig wordt gespoeld, gezouten of gemarineerd, in mooie potjes verpakt en hup, op weg naar onze supermarkten. Het is dus wildpluk. En er is meer dan genoeg van. Ik maak me dan ook wat zorgen over de zeewierkwekerijen waarmee hier en daar in de rest van Europa wordt begonnen. In de Oosterschelde is er bijvoorbeeld al een wierderij, een wierenkwekerij in experimentele fase. De wieren worden ingezaaid op koorden, ergens in het noorden van Nederland, en dan uitgekweekt in de warme en heldere Oosterschelde. De wieren groeien er aan de koorden, hangend aan vlotten. Nu zijn daar best veel investeringen voor nodig. Metalen structuren in zee gaan makkelijk stuk en moeten vaak vervangen worden. Maar in Nederland moeten ze wel, want uit het wild oogsten
Alleen wat in een bodem gekweekt wordt, kon totnogtoe gelabeld worden als ‘bio’. Visserij, jacht, wildpluk en hydrocultuur waren daarvan uitgesloten is verboden. Maar zal dat leefbaar zijn? Vergelijk het met de wilde, makkelijke oogst in Bretagne. In Roscoff heerst een tijverschil van meer dan tien meter. Het stenige strand reikt tot aan de einder. Duizenden hectaren zeewier, in tientallen soorten, liggen er te wachten op de plukkers. Welke zijn nu de lekkerste? Eerlijk gezegd ben ik niet zo enthousiast over zeewier. Ik vind de meeste soorten veel te sterk smaken. De zeesla (Ulva) is de groenste, de meest herkenbare als groente, maar een beetje taai, als u het mij vraagt. Wakame en kombu zien er indrukwekkend uit, maar zijn eerder iets voor in de soep. Mijn voorkeur gaat uit naar nori. Dit purperkleurige wier is heel dun, doorzichtig zelfs. Samen met ulva maken de Japanners er de verpakking voor sushi mee. Van die mogen ze er mij nog wel eens meegeven. Nori ligt ook wel gedroogd te koop in de Aziatische winkel. Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet
BDW 1337 PAGINA 20 - DONDERDAG 12 JULI 2012
Door een docentschap aan de Europese School in Woluwe kwam Isaia Iannaccone (rechts) met zijn gezin in Brussel terecht. En toch: “Voor mijn zoon Francesco is het belangrijk dat hij een plek heeft waar hij zich thuis kan voelen, hoe internationaal zijn roots ook zijn. Daarom sturen we hem naar het Brussels onderwijs en niet naar de Europese School.”
© MARC GYSENS
De romanticus in academicus Isaia Iannaccone
‘Als schrijver kan ik god spelen’ ETTERBEEK – “Als schrijver ben ik god. Het lot van de personages, de gebeurtenissen, alles ligt in mijn hand. Kennis, woorden en verbeelding zijn het enige wat een schrijver nodig heeft om hem op de juiste weg te zetten.” Isaia Iannaccone, scheikundige en sinoloog, gespecialiseerd in de geschiedenis van wetenschap en technologie in China, heeft er een half leven als docent op zitten. Nu is hij fulltime romancier (en ook een beetje romanfiguur).
I
saia Iannaccones beste vak op school was scheikunde. “Vandaar ook de keuze voor chemie aan de universiteit. Kort daarop ben ik ook lessen Mandarijn gaan volgen aan de Oosterse Universiteit van Napels: ik droomde er al lang van Chinees te leren om Mao’s geschriften te lezen in de originele versie. Chinees heb ik geleerd, het tweede is er nooit van gekomen. Het leek er ook in alles op dat ik een loopbaan zou uitbouwen in de scheikunde: door mijn specialisatie in de petrochemie was ik tijdens mijn studie in contact gekomen met de aardolie- en energiereus Eni, meer bepaald met de onderafdeling Agip.
Er lag een interessante baan voor me klaar, ik zou aan de slag kunnen in landen als SaoediArabië. Maar net op het ogenblik dat ik afstudeerde, brak er een groot schandaal uit rond Agip. Ik moest dringend iets anders vinden om mijn brood te verdienen, want ik wilde absoluut op mezelf gaan wonen.” Dan maar plan B. “Mijn thesis aan de Oosterse Universiteit behandelde het werk van de jezuïeten in de zeventiende en achttiende eeuw in China. De prof die mijn thesis had begeleid, stelde me voor om het onderricht van de geschiedenis van de wetenschap in China aan de universiteit te introduceren. Het zou
mijn niche worden; twintig jaar lang heb ik erin onderwezen. Ik was ook helemaal alleen in Italië om het te doen, en dat maakte dat ik overal werd uitgenodigd. In de rest van Europa, in Taiwan, in communistisch China.”
Xiao Long Boeiend, maar de volgende etappe stond alweer voor de deur. “Ik was verloofd met Wu Pi-Chung, een Taiwanese barokmuzikante, opera- en theaterregisseuse. Zij woonde in Parijs. De jaren in Napels begonnen te wegen: telkens weer de onzekerheid of mijn contract wel verlengd zou worden; het feit ook dat ik het geregelde contact met collega’s miste omdat ik de enige in Italië in mijn vakgebied was. Meer en meer werd ik naar Parijs getrokken, ook door mijn goede band met het Centre National de la Recherche Scientifique.” Het wérd ook Parijs, zij het kort, en vervolgens Brussel. “Ik had met succes deelgenomen aan een wervingsexamen van de Europese School en kreeg een betrekking als docent scheikunde en wiskunde in Woluwe. Niet lang daarna
is onze zoon ter wereld gekomen, Francesco, die met zijn tweede naam Xiao Long heet, ‘Draak van de Ochtend’. Hij past perfect in het internationale plaatje van Brussel. Ik ben geboren en getogen Napolitaan, zijn moeder is Taiwanese; hij spreekt Italiaans, Frans, Chinees, Nederlands, een beetje Engels. Ik kijk er nu al naar uit hoe hij met al de bagage die hij hier kan opdoen, de wereld zal verkennen.” “Francesco is een van de redenen dat we in Brussel zijn gebleven toen mijn contract met de Europese School afliep, nu een tweetal jaar geleden. Ik had de keuze: ofwel elders een betrekking zoeken en uit Brussel verhuizen, ofwel met vervroegd pensioen gaan en blijven. Ik heb voor het tweede gekozen. Francesco heeft nooit iets anders gekend dan Brussel, en voor hem is het belangrijk dat hij een plek heeft waar hij zich thuis kan voelen, hoe internationaal zijn roots ook zijn. Daarom hebben we er ook voor gekozen hem naar het Brussels onderwijs te sturen, liever dan naar de Europese School. Omdat we in Brussel wonen, omdat we willen dat hij hier wortels heeft.”
BDW 1337 PAGINA 21 - DONDERDAG 12 JULI 2012
Nu kan Iannaccone zich volop uitleven in die andere passie van hem: romans schrijven. Dat vloeide voort uit zijn passie voor de geschiedenis van China. Zijn twee tot dusver gepubliceerde romans heeft hij meegebracht naar onze plek van afspraak: nog vlug even gaan kopen bij Tropismes en laten inpakken in geschenkpapier. Het tekent de gentleman. “In 1995 was ik uitgenodigd door de regering van Taiwan voor een studiereis. In het guesthouse van de Academia Sinica, Taiwans belangrijkste academische instelling, waren we maar met twee westerlingen: de bekende natuurkundige Georges Waysand en ik. Al snel begonnen we te verbroederen, ik vertelde hem dat de missie van de jezuïeten in China bol stond van de interessante verhalen, een roman waard. Waarop Waysand zei: ‘Als je nog eens in Parijs bent, dan stel ik je voor aan een dame die zich specifiek bezighoudt met de publicatie van historische romans.’ Enkele jaren later heb ik hem op zijn woord genomen, en zo heb ik Françoise Roth mogen ontmoeten. Ik zei haar dat ik een historische roman in de vingers had, een waargebeurd verhaal, dat anders misschien een goedbewaard geheim van een handvol mensen zou blijven. ‘Schrijf me een synopsis en één hoofdstuk,’ zei ze. Dat heb ik gedaan. In het Italiaans, waarna ik het
“Er wordt een moord gepleegd in de Europese School in Woluwe, en die wordt opgelost door een Napolitaanse sinoloog die in Brussel woont. Tijdens het schrijven heb ik me rót geamuseerd” naar het Frans heb vertaald met de hulp van Wu Pi-Chung, die me ook de tip had gegeven om de coups de théâtre netjes te verdelen, als in een opera. Françoise was in de wolken, ze moedigde me aan door te gaan. Maar het was net de periode van het begin van mijn nieuwe leven in Brussel, er waren andere prioriteiten.” “Pas enkele jaren later heb ik de pen weer ter hand genomen. Ik had al wel boeken geschreven voor de universiteit, een honderdtal wetenschappelijke artikels, twee reisgidsen voor China in opdracht van de Touring Club van Italië, maar nog nooit een roman. Toch ging het me vlot af. Het boek, L’amico di Galileo, is
een geromantiseerde versie van het verhaal van de Duitse botanicus en geneesheer Johann Schreck, die na jaren clandestiene autopsieën te hebben uitgevoerd in Rome, tot de jezuïeten toetrad en vervolgens als Terentius naar het China van de Mingdynastie vertrok. In China heeft hij onder meer de telescoop, uitgevonden door Galilei, geïntroduceerd.”
Ignatius van Loyola Het verhaal van Terentius werd dus een roman. En de manier waarop het zijn weg vond naar erkenning in Frankrijk en Italië, is een roman op zich waard. “Zodra het manuscript af was, heb ik het naar twee belangrijke Italiaanse uitgevers gestuurd, en naar Françoise Roth. Vervolgens ben ik op vakantie naar Napels vertrokken. Drie dagen later had ik Françoi se aan de lijn: ‘Isaia, heb je al getekend?’ Ik: ‘Wat getekend?’ Zij: ‘Een contract.’ Ik: ‘Een contract waarvoor?’ Zij: ‘Voor je roman.’ Ik: ‘Maar neen, ik heb je een kopie verstuurd, om je te bedanken voor alles wat je gedaan hebt voor mij, al weet ik dat je geen Italiaans kent.’ Françoise weer: ‘Mijn baas, die wél Italiaans kent, heeft het eerste hoofdstuk gelezen. Zijn besluit: kopen!’ Zo komt het dat mijn eerste boek – zonder dat het ooit bij mij was opgekomen – eerst bij een grote Franse uitgever verscheen als L’ami de Galilée en dat de Italiaanse uitgeverijen die het eerst hadden geweigerd, daarna tegen elkaar opboden om de rechten te verwerven.” Het boek heeft maanden aan de top van de bestsellerlijst in Italië en Frankrijk gestaan en is verschenen in zeven talen; volgend jaar komt de Chinese versie uit. Ook Iannaccones tweede roman, Le rideau de Jade, vond zijn weg naar uitgevers, en ondertussen heeft hij alweer twee romans klaar. “De eerste is een geromantiseerde versie van de eerste dertig levensjaren van Ignatius van Loyola. Die schopte het van flierefluiter en notoir vechtersbaasje tot stichter van de jezuïetenorde en heilige. Ik heb de roman geschreven in opdracht van een Italiaanse uitgever, die daarna terugkrabbelde ‘omdat het crisis is’. Mijn fout ook, ik vertrouwde op het gegeven woord van een vriend en had geen contract getekend. Dus ben ik voor dat boek nu op zoek naar een uitgever, net als voor het tweede, een misdaadmysterie. Er wordt een moord gepleegd in de Europese School in Woluwe, en die wordt opgelost door een Napolitaanse sinoloog die in Brussel woont. Tijdens het schrijven heb ik me als gek geamuseerd. Het is ook een hommage aan Brussel, omdat ik van de stad hou. Omdat ik van België hou. Daarom zou ik ook zo graag een Vlaamse uitgever voor mijn boeken vinden.”
Karel Van der Auwera
www.brusselnieuws.be/ingesprekmet
Vorig jaar op het Tianamenplein in Peking: China blijft Iannaccone fascineren.
FREDDI SMEKENS Discuteire In onze moderne maatschappij is communicatie uitgegroeid tot een ware hoeksteen. Niet dat ze in vroegere tijden de rol van zandkorrel vervulde; denken wij hierbij maar aan het onvolprezen spijkerschrift, de boekdrukkunst en, weliswaar korter bij onze tijd, de ontwikkeling van het morse alfabet alsmede de doventaal. Ik hoop dat de inleiding tot deze Brusselse rubriek over discuteire bij de pientere lezer niet al te hevig ter discussie zal staan. “Masscheen neet, mo tot hee too hem ik nog altaaid ni verstoen wa ne zoevelkorrel, nen bakstien of pak na nen hoekstien mè discuteire te moeken heit,” krijg ik daarbij als terechte opmerking mee. Ik zou de ruimte en plaats die mij resten, willen gebruiken om dat even duidelijk te maken. Ik ben ervan overtuigd da ’k mè de leizer in de komende doege mier as de okosje zal kraaige vè mè hem of heu auver ons waudje discuteire veider van gedachte te wissele, zoals dat met zovele woorden en uitdrukkingen uit onze Brusselse streektaal al het geval is geweest. Menige lezer zal al gemerkt hebben dat ik nuut ’n serjeuze of zeulfs minder serjeuze disceuse uit de weg ben gegaan. En het is mij daarbij altijd – tot mijn grote vreugde – opgevallen dat het ernstige aspect van onze disceuses meestal de overhand kreeg. Maar stel u voor, waarde lezer, dat discuteire altaaid mè serjeus zaain te moeke zou hemme. Volgens mij zouden mijn Brusselse stadsgenoten het in dat geval al gauw opgeven. Het is nu eenmaal zo da meense dee hee discuteire, altaaid e plochke vraa haave vè de ziever en de zwans. En het mag gerust gezegd dat het onderwerp van de disceuse in dat geval zo niet een geringe, dan toch een zeer matige rol speelt. Discuteire moet dan ook een vorm van wat de Engelsen entertainment noemen, in zich meedragen. Persoonlijk zou ik het als volgt willen stellen: as we discuteire, moote we ons oek vè e stuk kunne amuseire. En als dat laatste niet mooi rijmt, dan zal ik iets anders moeten uitvinden. Laat discuteire dus gerust maar een nuttige vorm van communicatie zijn, maar vooral
’n plezante leivenshouding blaaive. Verre van mij om hier de moralist uit te hangen, maar ik blijf erbij dat we van discuteire altijd iets kunnen opsteken. Natuurlijk zou het nogal ijdel klinken om uit te pakken met “Ik goen nuut of nuut gien disceuse ooit de weg!” Maar aan de andere kant zouden we flink onze tijd verliezen wanneer we om de haverklap auver alles en nog wa beginne te discuteire. Maar het is zeker zo dat het niet altijd aan ons is om te bepalen woe we auver goen discuteire. Dat het onderwerp van een discussie ons moot oenstoen, of da w’er ten minste e klaain betche verstand van moote hemme, staat buiten kijf. In het andere geval zou de disceuse nuut ni verhit geroeke en zou discuteire eive rap ne flaaven bool weude. Het zij mij toegestaan om bij alles wat voorafging over discuteire, een opmerking te formuleren die met de geschiedenis te maken heeft. Van de Ouden kregen we een spreuk mee; volgens mij komt ze van de Romeinen. Mo omda maain Lataain al eive belabberd es as maain Dosj, vertoel ik ze efkes in het Brussels. Die spreuk gaat alzo: ‘Auver goesting en koleure kan ni gediscuteid weude.’ Welnu, waarde lezer, den deize kan hem in dei spreuk gielegan ni vinne. En wel hierom: als Brusselaar ga ik ervan uit dat we auver alles en mè wee den oek kunne discuteire. Men slaat er het werk van Wittgenstein, Goethe en Rimbaud maar op na wat het discuteire auver koleure betreft. Wannier ’t auver smoek goet, moet ik verwijzen naar de ettelijke kookprogramma’s die ons op de televisie worden voorgeschoteld. Waar ik anderzijds wél in kan komen, is dat er onderwerpen de moojte ni zaain vè er auver te discuteire. Gelukkig beslissen we nog altijd zelf in welk discussiepunt we ons willen laten meeslepen. Ten slotte is er ook nog iets even myste rieus als intrigerends wat discuteire betreft. Namelijk dat we nooit precies weten wannier ’n disceuse begint en oek ni wannier ze goet ophaave. Wat het onderwerp van deze rubriek betreft, hoop ik in elk geval door de lezer neki goo teigegesprauke te weude of anders gielegan gelaaik te kraaige.
REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Tuur De Moor (tuur.demoor@bdw.be), Bettina Hubo (bettina.hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick. jordens@bdw.be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd. hendrickx@bdw.be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, Freddi Smekens, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw.be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).
BDW 1337 PAGINA 22 - DONDERDAG 12 JULI 2012
Atletiek > Frederic Desmedt, koning van de ‘aquatische Parijs-Roubaix’
‘Ik ben mijn frustraties kwijt’ BRUSSEL – Frederic Desmedt (40) is lang op zoek geweest naar uitschieters. De loper op de 1.500 meter heeft altijd constant gepresteerd, zonder er echt uit te kunnen springen. Tot hij in Frankrijk aan de Foulées du Gois deelnam. In die 4,5 kilometer lange strijd tegen water en wind kon hij eindelijk echt schitteren. “Tussen 1990 en 2007 was ik de Belgische atleet met de langste carrière op de 1.500 meter,” vertelt Frederic Desmedt. “Al die jaren heb ik constante prestaties geleverd. Dat heeft me een pak mooie overwinningen opgeleverd, maar de echte uitschieters bleven uit. Ik heb met internationale toppers getraind en zij waren onder de indruk, maar ik had het probleem dat ik nooit de snelheid haalde die erin zat. Soms blokkeer je door schrik van de snelheid, of door te geconcentreerd te zijn op de chrono. Dat probleem had ik.” Desmedt groeide op in het landelijke Geldenaken, maar verhuisde als puber naar de hoofdstad. Hij vergelijkt het met een indiaan die in de grote stad terechtkomt, ook op sportief vlak. Bij Excelsior vroeg een trainer hem om eens een paar spikes aan te trekken en het veld voor de piste te ruilen. “Toen is het echt begonnen voor mij. Mijn tijden waren uitstekend en ik behoorde al snel tot de Belgische top drie bij de junioren. Een jaar later was ik al de beste Belgische belofte.” “Tijdens mijn carrière was ik semiprofessional, maar ik kreeg bij Defensie, waar ik werkte, wel de nodige faciliteiten. Ik heb trouwens drie keer deelgenomen aan de Olympische
de CLUB
Frederic Desmedt (l.): “Het water en de zee geven me veel kracht en vertrouwen. Ik heb een wedstrijd gevonden waar ik eindelijk de snelheid en de resultaten haal die ik miste.”
Spelen voor militairen. Daaraan nemen heel wat olympische atleten deel; het niveau ligt er hoog. Zo heb ik er in de reeksen onder meer de
toenmalige Europese kampioen verslagen, en ik heb er ook een finale gelopen.” De carrière van Desmedt kreeg in 1999 een
ongelooflijke boost toen de geblesseerde loper Stephane Rousseau de Brusselaar vroeg om hem te vervangen in de Foulées du Gois. Dat
Le Roseau, Ukkel
Tennis in een zomers jasje
Le Roseau lijkt wel een pretpark voor sporters. Op het vier hectaren grote domein bij het natuurreservaat Kinsendaal kunt u uw sporthart ophalen. Een greep uit het aanbod: tennis, beachvolley, minivoetbal, fitness en tafeltennis, maar net zo goed lasergames of een gezondheidswandeling. En achteraf kunt u relaxen in de wellnessruimte. “We willen dat iedereen zijn gading vindt bij ons,” vertelt bestuurder Tarek Francis (45), “zowel jong als oud. De meeste leden komen met het gezin, waarna iedereen zijn sport beoefent. De sfeer is gezellig en familiaal. We hebben in een goede vijf jaar tijd een duizendtal leden verzameld, voornamelijk uit Brussel.” Elke zomer kunnen die leden genieten van een partijtje beachtennis. De sport komt overgewaaid uit Amerika en Brazilië, en is een combinatie van beachvolleybal en tennis. “Het is een
© MARC GYSENS
UKKEL – ‘Meer dan gewoon een tennisclub’. Niet gelogen, de slogan van sportclub Le Roseau, gezien het uitgebreide aanbod. U vindt er onder meer beachtennis, een zomers spelletje dat u meteen in vakantiesfeer dompelt.
Elke zomer klapt Le Roseau de strandstoelen uit: tijd voor beachtennis!
© STÉPHANE JORDENS
sport die goed loopt in zonnige landen. Het wordt op een beachvolleybalveld gespeeld waar het net lager hangt (op 1,70 meter, red.). De rackets hebben geen snaren en de bal is lichter dan een tennisbal. Naar mijn weten zijn wij de enige club die het in Brussel aanbieden.” “Het is een toegankelijke sport, gemakkelijker dan tennis. Leuk, maar fysiek niet van de poes. Wij zien het als onderdeel van onze slogan: ‘Meer dan gewoon een tennisclub’. Als het mooi weer is, zetten we ligstoelen rond het veld en krijg je meteen een vakantiesfeer.” Le Roseau is voornamelijk een recreatieve sportclub, al hebben ze bijvoorbeeld wel een zestigtal jonge tennisspelers die aan competitie doen. Wie wil, kan, maar niemand wordt naar de competitie geduwd. “We hebben ook nog een voetbal-, judo-, gymnastiek-, dans- en tennisschool, waar onze jonge leden kunnen proeven van al die sporten. We zorgen goed voor hen, bij andere clubs lijkt het soms meer op kinderopvang. Met Stade Ucclois hebben we ook een rugbyclub voor jongeren tussen zeven en vijftien. En we dromen ervan later een seniorenploeg uit te bouwen, maar daarvoor hebben we niet meteen plaats. Het allerbelangrijkste is onze leden tevreden houden met een uitgebreid aanbod. Groeien om te groeien, daar bedank ik voor. Met tweeduizend leden zou onze faTS miliale sfeer verloren gaan.” www.leroseau.be
BDW 1337 PAGINA 23 - DONDERDAG 12 JULI 2012
is een loopwedstrijd van 4,5 kilometer die bij hoogtij begint en over de oversteek van Gois loopt. In het snel stijgende water wacht de amper dertig geselecteerde lopers een strijd met de natuur. “Je moet aan strenge vereisten voldoen. Het deelnemersveld wordt steevast bevolkt door wereldtoppers die het mooie weer maken op wereldkampioenschappen en Olympische Spelen. Toen ik de kans kreeg, aanvaardde ik natuurlijk meteen. En ik won.”
Darwinisme “Het is niet de sterkste, de slimste of de snelste die overleeft, maar degene die zich het best kan aanpassen aan veranderende omstandigheden. Dat zei Darwin, en dat is voor deze wedstrijd zeker van toepassing. Die is nooit hetzelfde. De zee, de wind, de stro-
“In de Foulées du Gois kun je zelfs met doping niet winnen”
ming: alles verandert, behalve de afstand. Je bent ook nooit zeker van je zege. Op zevenhonderd meter van het einde kan de leider volledig instorten. Dit jaar was ik 2,5 kilometer van het einde nog negentiende, om uiteindelijk als derde te eindigen. Dat zie je niet in een gewone loopwedstrijd. Het is ook heel spectaculair. Het is een constante strijd met de natuur, het water kan tot kniehoogte komen. Lopers die in het water vallen, zijn geen uitzondering.” Desmedt werd al gauw de koning van de Foulées du Gois. Op twaalf deelnames won hij zes keer, werd hij twee keer tweede en twee keer derde. Zijn verleden als gepassioneerd visser speelt volgens hem een belangrijke rol. “Ik voel me daar thuis. Dankzij het vissen ken ik het water goed. Het water en de zee geven me veel kracht en vertrou-
wen. In die wedstrijd ben ik mijn frustraties kwijtgeraakt. Ik heb er een wedstrijd gevonden waar ik eindelijk de snelheid en de resultaten haal die ik miste. Zonder de Gois was ik al lang gestopt. Doping bestaat in de sportwereld en het is een keuze van de atleten, maar dat zorgt toch voor de nodige frustratie. Maar in de Foulées du Gois kun je zelfs met doping niet winnen. Je kunt het nergens anders mee vergelijken. Het heeft me echt een nieuwe adem gegeven.” “In de Foulées ben ik een ster. In Frankrijk is die wedstrijd zwaar gemediatiseerd. Hij leent zich ook perfect voor televisie, want hij duurt tussen de twaalf en twintig minuten. Perfect voor zowel kenners als niet-kenners.”
Top Vijf jaar geleden besloot Desmedt te stoppen met lopen. Hij was net wereldkampioen bij de masters op de 1.500 meter geworden en stortte zich voluit op zijn nieuwe bedrijf, Gala Priminvest. Maar als het kriebelt, moet je sporten, en dus trok hij eind 2009 opnieuw de loopschoenen aan. “Ik was ondertussen zeventien kilogram bijgekomen en ben rustig herbegonnen, maar de resultaten gingen snel in stijgende lijn. Vorig jaar zat ik opnieuw aan een zestal trainingen per week en werd ik toch Belgisch kampioen en vicewereldkampioen op de 1.500 meter bij de masters. Ik behoor nu bij de top, zonder de trainingen te volgen die ik vroeger volgde. Ik kan dus nog beter.” Op zijn veertigste is Desmedt nog niet uitgelopen. Hij barst van de ambitie, en ondersteunt daarnaast ook nog talentvolle atleten en evenementen met zijn bedrijf. In de toekomst zou hij graag de organisatie van de Foulées du Gois overnemen, om het nog groter te maken. “Maar daarvóór wil ik de wedstrijd eerst nog eens winnen. Dat is een ongelooflijke uitdaging, nog maar één master is daarin geslaagd. Ik ben nu al bezig met de editie van volgend jaar, maar mijn volgende doel is volgende maand in Duitsland wereldkampioen te worden op de 1.500 meter bij de masters.”
Tim Schoonjans
Straatvoetballen op flageyplein ELSENE – Jonge balkunstenaars nemen het op maandag 23 juli tegen elkaar op tijdens Lotto Street Soccer. Lotto Street Soccer keert terug naar de basis van het voetbal: de straat. Het straatvoetbaltoernooi reist deze zomer langs tien Belgische steden en landt op maandag 23 juli op het Elsense Flageyplein. Daar zullen ketjes tussen zes en zestien hun voetbalvaardigheden tentoonspreiden. Ze worden onderverdeeld in drie leeftijds categorieën: -10, -13 en -16. De oudste speler van de ploeg bepaalt de categorie waarin ze
spelen. De ketjes mogen aantreden in ploegen van vier tot zes spelers, de wedstrijden worden met vier spelers per ploeg gespeeld. Vanaf 11 uur kunnen de ploegen van de categorieën -10 en -13 zich inschrijven, als ze dat nog niet via de website hebben gedaan. Een halfuur later begint hun toernooi. Voor de -16 zijn die inschrijvingen om 14.30 uur, om tegen 15 uur te beginnen met voetballen. Het toernooi loopt om 18 uur op zijn einde. Naast al het straatvoetbalgeweld zal er ook heel wat animatie zijn, zoals videospelletjes en freestyle-showcases. Meer informatie TS vindt u op www.lottostreetsoccer.be.
Brussel Bad is meer dan luieren BRUSSEL – Het stadsstrand pakt dit jaar uit met een mooi sportaanbod. De Akenkaai wordt van 6 juli tot en met 12 augustus omgetoverd tot een oord van vertier, zand – en véél sport. Demonstraties, proeflessen en toernooien verdringen elkaar op Brussel Bad. Zo staan er onder meer beach golf, rugbeach, frisbee en flag football op het programma. Wie het sporten liever combineert met een glas pastis, kan elke zondag vanaf 14 uur deelnemen aan de petanquecup. Om soepelheid en uithoudingsvermogen
te verbeteren is er dan weer elke voormiddag een sessie soft gym, en op zondag 5 augustus komt het leger met een aërotrim. Sporters die het competitiebeest in zich los willen laten, kunnen op zondag 22 juli deelnemen aan de Beach Volley-beker; in de laatste week van Brussel Bad wordt ook nog de Beach Soccer Cup gespeeld. Wie liever kijkt dan doet, kan op groot scherm naar de Olympische Spelen en de Ronde van Frankrijk kijken. In de Havaianas-bar komen sporters en supporters samen. Meer op www.blb-bb.be. TS
David Steegen Oranje RSC Anderlecht heeft altijd iets gehad met Nederland en met Nederlanders. De speelstijl en het zelfbewuste. Mooie successen, waarschijnlijk de absoluut onvergetelijke, werden behaald met jongens ‘van boven de Moerdijk’, Robbie Rensenbrink en Arie Haan. Haan werd opgeleid door Ajax Amsterdam en trainde op jonge leeftijd al met grootheden als Piet Keizer en Johan Cruijff. Toen hij als zevenentwintigjarige in Brussel arriveerde, had de middenvelder al vier titels, drie Europabekers voor landskampioenen en één intercontinentale beker op zak. Haan is een winnaar. Hij beweert dat de halfzachte Belgische mentaliteit destijds belette dat de club ooit een Europabeker 1 (de huidige Champions League) won. Haan is ook een aantal keer coach geweest van Anderlecht. Op 16 april 1986 bereikte RSCA onder zijn leiding de halve finale van de Europabeker met de grote oren, de beker voor landskampioenen. Paars-wit botste er op de erg sterke Roemeense kampioen, Steaua Boekarest. De uitgelezen kans om de enige Europabeker te winnen die Sporting nog altijd niet gewonnen heeft. En waarschijnlijk nooit meer zal winnen. De heenwedstrijd eindigde in het voordeel van Anderlecht, maar de terugwedstrijd was ontluisterend. Steaua was enorm sterk. Voor de nostalgici: Bölöni, die nog een blauwe maandag voor het ter ziele gegane Racing Jet heeft gevoetbald, Stoica, de vader van Alin, Piţurcă en Lăcătuş. Duckadam op goal. Op dat ogenblik was Steaua Boekarest niet zo’n grote naam in Europa, maar de afwezigheid van de Engelse clubs – voor enkele jaren uitgesloten van internationaal voetbal door het Heizeldrama van het jaar voordien – zorgde ervoor dat zowel Anderlecht als Steaua zo ver kon doorstoten. Het Anderlecht van Haan, met Morten Olsen, Luka Peruzović, Enzo Scifo, Juan Lozano en Franky Vercau-
teren, was niet opgewassen tegen het Roemeense geweld. 3-0 en uitgeschakeld. Als speler was Haan een echte Hollander. Een leider. Veel doorzicht, aanvallend, uitstekende lange bal in de voeten en een geweldig schot. Hij zou zes jaar blijven en veel succes helpen te oogsten: een kampioens titel, een nationale beker, twee Europabekers voor bekerwinnaars en twee Supercups. Toch werd zijn verblijf in de hoofdstad overschaduwd door de moeilijke relatie met Robbie Rensenbrink. Twee verschillende karakters, maar de koppigheid deelden ze. Het meningsverschil ontstond bij de nationale ploeg. Bij Oranje rommelt het altijd, zelfs als het goed gaat. Robbie was populairder. Een scorende spits. Een introverte jongen. Hij was bijzonder karig met woorden, maar wist precies wat hij wilde en – vooral – wat hij niet wilde. Hans Croon, zijn trainer, wilde hem ooit eens als mandekker uitspelen. Drie maanden lang wisselden de twee geen woord, maar Robbie bleef in de aanval. Rensenbrink bezorgde Sporting Anderlecht de mooiste internationale successen. Haan en Rensenbrink bleven lang in België voetballen en wonen. Het goede leven. Ook de nieuwe coach van paars-wit is een Nederlander. John van den Brom is direct, maar zeker niet autoritair. Tijdens persconferenties en in interviews antwoordt hij duidelijk en geeft hij een mening. Dat zijn we hier niet altijd gewoon. Na twee weken werken houdt hij al van de hoofdstad. We sturen hem naar de mooiste en beste plekken van Brussel. Hij is nu al verkocht aan het goede Belgische en Brusselse leven. Dát hebben al die Nederlanders gemeen. Van Mulder tot Van den Brom. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht
ADVERTENTIE
Discussieer met Brussel www.brusselnieuws.be