Skip to main content

BDW - editie 1331

Page 1

Na de verfransing: burning ice festival: door het vuur voor moeder aarde En ook: Dirty Tree, Joachim Lafosse en Emilie Dequenne.

31 05 12

DE INTERNATIONALISERING VAN DE VLAAMSE RAND 4 5 6

© JO VOETS

AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

EEN ZONNIGE 20 KM

Heet was het op het Brusselse asfalt. Zelfs in de schaduw, en ondanks het vervroegde aanvangsuur. 28.000 lopers kwamen aan de start. De hulpdiensten moesten 650 keer uitrukken, maar niemand raakte in kritieke toestand.

Mobiliteit > Rolstoelgebruikers verzetten zich tegen privatisering busdienst

‘Wij zijn geen pakjes’ BRUSSEL – Minister van Vervoer Brigitte Grouwels (CD&V) wil de MIVB-dienst voor gehandicaptenvervoer vervangen door een taxidienst. De gebruikers vrezen dat door die besparing hun omkadering wegvalt.

‘D

e keuze voor een collectieve taxidienst in plaats van het huidige minibussensysteem komt neer op een besparing van twee miljoen euro,” zegt Grouwels’ woordvoerder Philippe Vanstapel. “Wij willen van een weinig efficiënte dienst met een lage

kostendekkingsgraad naar een taxidienst. Die zal beter toegankelijk zijn. Dat is goedkoper dan de achttien oude MIVB-busjes vervangen. De kostprijs voor de gebruiker blijft gelijk: 1,70 euro per rit.” Vanstapel benadrukt dat er nog niets definitief beslist is, en dat het om een

principeakkoord gaat, dat nog afgetoetst moet worden met verschillende belangenorganisaties en met de MIVB zelf. Toch wordt er op het voorjaar van 2013 gemikt voor de invoering van de taxidienst. Veel rolstoelgebruikers vre­zen de nakende verandering. “Onze collectieve MIVB-dienst zijn we gewoon. We kennen de chauffeurs, zij kennen ons, en ze weten hoe ze met gehandicapten moeten omgaan en wat onze noden zijn. Bij een taxidienst zijn we bang dat die omkadering

zal wegvallen. Onze ervaringen met taxibedrijven zijn ronduit slecht,” zegt rolstoelgebruikster Gabriela Stanciu. “Dit is zo’n dienst die je in naam van het algemeen belang niet mag privatiseren. Wij zijn geen pakjes.” Haar rolstoel-collega Carine Haelemeersch beaamt: “Minister Grouwels zegt dat de hele operatie een besparing is, maar daar hebben we onze twijfels bij. Als je de opleiding die de taxichauffeurs zullen moeten volgen, erbij telt, plus het extra aan-

tal ritten – in een taxi kan maar één rolstoel –, dan zou de hele operatie wel eens duurder kunnen uitvallen dan de dienst die we nu kennen.” Beide rolstoelgebruiksters spreken in eigen naam, maar sluiten zich aan bij de kritiek die de belangenorganisaties Welzijnsraad Brussel en Collectif Accessibilité WallonieBruxelles (CAWaB) op de hervorming hebben. “De gehandicapte staat centraal bij veranderingen van deze dienst,” klinkt het in een persbericht van CAWaB. “En toch worden we genegeerd.”

Christophe Degreef ADVERTENTIE

SPECTACULAIR OPENINGSWEEKEND VRI JDAG 15 JUNI VANAF

15:00!

Laeken Van Praet

N° 1331 VAN 31 MEI TOT 7 JUNI 2012 ¦ WEEK 22: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE


BDW 1331 PAGINA 2 - DONDERDAG 31 MEI 2012

OPMERKELIJK © ARCHIEF BDW

Uitgelicht > Brussels Gewest mag geen scholen bouwen van Grondwettelijk Hof ONGEHOORZAME PICKNICK OP ANSPACHLAAN BRUSSEL – De Brusselaars zijn het beu. Het mobiliteitsbeleid loopt mank en Koning Auto regeert de stad. Burgers reageren: ‘Picnic the streets!’

BRUSSEL – Het Brussels Gewest is niet bevoegd om scholen te bouwen. Dat zegt het Grondwettelijk Hof. De uitspraak komt niet als een verrassing.

B

elgië is een federaal land met exclusieve bevoegdheden: el­ ke deelstaat heeft een afge­ lijnd pakket aan taken waaraan niet te tornen valt. Het kan ook anders: er zijn ook federale landen waar bevoegdheden overlappen. Daar is voortdurend overleg nodig tussen de deelstaten en de federale over­ heid om tot een consensueel beleid te komen. Niet zo in België. Het Bel­ gische systeem heeft het voordeel van de duidelijkheid. Het arrest van het Grondwettelijk Hof van 24 mei mag dan ook geen verrassing heten. In de begro­ ting-2011 had de Brusselse regering negen miljoen euro uitgetrokken voor de bouw van (prefab)scholen. Daar gaat het Brussels Gewest zijn boekje te buiten, zegt het Hof. Scho­ len bouwen is een taak voor de ge­ meenschappen, niet voor gewesten.

Eerder al had de Brusselse rege­ ring geld uitgetrokken voor kinder­ dagverblijven. Ook toen heeft het

verdomd goed dat het begrotings­ artikel de grenzen van het huidige federalisme overschrijdt. Hij heeft dat zelf met zoveel woorden gezegd in het parlement. Bovendien bestond de mogelijkheid om geld voor scholenbouw door te sluizen naar de gemeenschappelijke

Het lijkt er sterk op dat de Brusselse regering bewust met vuur heeft gespeeld, louter en alleen om een politiek statement te maken Grondwettelijk Hof die uitgaven nie­ tig verklaard.

Met vuur Het lijkt er sterk op dat de Brusselse regering bewust met vuur heeft ge­ speeld, louter en alleen om een poli­ tiek statement te maken. Ministerpresident Charles Picqué (PS) wist

gemeenschapscommissies (VGC en Cocof ). Picqué heeft dat bewust niet gewild. Hij wou de federale staatsin­ deling testen en heeft een juridische argumentatie ontwikkeld om de be­ steding van de middelen te verant­ woorden. Volgens Picqué verhindert het tekort aan opvangplaatsen in crèches en kleuterscholen ouders

om te gaan werken. De bouw van scholen is dus een tewerkstellings­ maatregel, en daar heeft het Brus­ sels Gewest wel degelijk de vrije hand in. Picqué zei voorts onder meer in het parlement om het doel voor ogen te houden (de openbare dienstverlening) en niet het middel, en creatief om te springen met de bevoegdheiden. Het Grondwettelijk Hof heeft voor die argumenten wei­ nig begrip.

Communicerende vaten Vreemd is dat de Nederlandstaligen in de Brusselse regering meegestapt zijn in dit verhaal. Ze hadden perfect kunnen eisen om de middelen door te sluizen naar VGC en Cocof. Voor toenmalig minister Jean-Luc Van­ raes (Open VLD) volstond het echter dat de gemeenschapscommissies een advies verleenden. Picqué maakt zich in een reac­ tie op het arrest behoorlijk boos op de indieners van de klacht, het Vlaams Komitee voor Brussel en de Vlaamse Gemeenschap. “Het was

DE WEEK IN BEELD DOOR IVAN PUT © IVAN PUT

“Boos, woedend zelfs kan ik worden als ik aan mijn stad denk,” schreef filosoof en Brus­ selaar Philippe Van Parijs vo­ rige week in deze krant (p. 14). Het mobiliteitsbeleid in Brussel moet beter. Er bestaan wel goe­ de bedoelingen en dromen voor de Brusselse weggebruikers, maar concrete plannen blijven uit. Daarom roept Van Parijs op tot een daad van burgerlijke on­ gehoorzaamheid. Hij stelt voor om elke zondag een picknick te organiseren op de Anspachlaan en het Beursplein, want “als de overheden niet mee willen stap­ pen in dit verhaal, dan moeten de Brusselse burgers zelf de zaak in handen nemen.” Daar hebben een aantal bur­ gers meteen werk van gemaakt: op Facebook waren kort na de oproep al een drietal pagina’s te vinden die aansporen om op zondag 10 juni met z’n allen te picknicken op de Anspachlaan. In het verleden zijn de Brus­ selaars er met een soortgelijke sit-in in geslaagd de Grote Markt autovrij te krijgen, en dat inspi­ reert. De organisatoren, die ano­ niem wensen te blijven, leggen uit: “We klagen met z’n allen al jaren over het Brusselse verkeer en het politieke wanbeleid, maar nu is het tijd voor actie. Of we concrete resultaten boeken, we­ ten we niet, maar we kunnen het op z’n minst proberen.” Dat gevoel leeft bij veel Brus­ selaars: al meer dan 1.600 Facebook-leden hebben hun aanwezigheid op de eerste on­ gehoorzame picknick bevestigd. Bij mooi weer hopen de orga­ nisatoren zelfs op het dub­ bele, en de deelnemers spreken geestdriftig over een ‘Brusselse Lente’. “We willen onze actie natuurlijk niet in impact verge­ lijken met de Arabische Lente,” zeggen de organisatoren, “maar het is wel een term die wijst op vernieuwing, dus in die zin ho­ ren we het graag.” Wie mee komt picknicken, krijgt meer dan een gewone sit-in. “We rekenen op de Brusselaars om talrijk aanwezig te zijn, maar we zorgen ook voor straatani­ matie en krijgen hulp van een aantal verenigingen. We hopen dat we dit soort sit-ins met enige regelmaat kunnen organiseren.” Wie mee wil picknicken, moet op zondag 10 juni tussen 12 en 14 uur op de Anspachlaan zijn. Nele Derde

Een eenmalig experiment

Mannen met baarden spelen beter niet met vuur. Gelukkig was er een koelbloedige toeschouwer die zijn jas toewierp om het vuur te doven. “Niks aan de hand,” zei de baard. “Volgende keer een ander doekje gebruiken om de brandstof van mijn mond te vegen.”


WEEKOVERZICHT

BDW 1331 PAGINA 3 - DONDERDAG 31 MEI 2012

© SASKIA VANDERSTICHELE

WOENSDAG 23 MEI FEDERAAL AGENT AANGEHOUDEN. Een agent van de ge­ rechtelijke politie van Brussel is aangehouden op verdenking van passieve corruptie en schending van het beroepsgeheim. Hij wordt ervan verdacht vertrouwelijke informatie van de politie doorgespeeld te hebben aan het criminele milieu. De inspecteur zit in de gevange­ nis van Sint-Gillis, maar hij ontkent de feiten.

DONDERDAG 24 MEI GEWESTELIJK SCHOLENPLAN AFGESCHOTEN. Het Grond­ wettelijk Hof vernietigt de financiering voor het scholenplan van het Brussels Gewest. Dat scholenplan creëert 3.800 extra schoolplaat­ sen, maar wordt nu afgeschoten omdat Onder­ wijs een gemeenschapsbevoegdheid is. Volgens minister-president Charles Picqué (PS) komen de extra plaatsen niet in gevaar. JACQUELINE HARPMAN OVERLEDEN. De Franstalige schrijf­ ster en psychoanalytica Jacqueline Harpman overlijdt op 82-jarige leeftijd na een lange ziekte. De Etterbeekse mocht tijdens haar car­ rière verschillende literaire prijzen in ontvangst nemen. Haar werk is in vele talen vertaald. MEISJE AANGEREDEN DOOR TRAM. Een meisje van vijftien wordt aangereden door een tram in Evere. Ze wordt in kritieke toestand afgevoerd, maar haar toestand is intussen stabiel. Volgens getuigen droeg het meisje een koptelefoon op het moment van de aanrijding.

Scholen bouwen is een taak voor de gemeenschappen, niet voor de gewesten, besluit het Grondwettelijk Hof.

nooit de bedoeling om de plaats van de gemeenschappen in te nemen,” zegt Picqué, “wel om hen bijstand te verlenen om de dringende noden op te vangen die voortvloeien uit de bevolkingsgroei. Het scholenplan had een sterke band moeten smeden tussen het Gewest en de twee ge­ meenschappen. Door een beroep in te dienen bij het Grondwettelijk Hof heeft het Vlaanderen deze hoop de kop ingedrukt.” De 3.836 extra plaatsen in scholen zijn niet bedreigd, het Grondwette­ lijk Hof eist niet dat de bestede mid­ delen worden terugbetaald. Maar

moeilijkheden. Het onderwijs in Brussel is voor een deel onderhevig aan het principe van communice­ rende vaten. Hoe minder de Franse Gemeenschap investeert, hoe gro­ ter de druk op de Nederlandstalige scholen – en vice versa. Dat kan al­ leen worden opgelost met overleg, zelfs met een akkoord, tussen de twee gemeenschappen en het Brus­ sels Gewest. En laat nu net dat over­ leg verder af te staan dan ooit. Zeker na dit arrest, en de boze reactie van Picqué. Steven Van Garsse

VRIJDAG 25 MEI VIJFTIG BEJAARDEN GEËVACUEERD. Vijftig senioren worden geëvacueerd bij een brand in een gebouw met serviceflats in de Beeckmanstraat in Ukkel. Vermoedelijk ontstaat de brand door een elektrisch fornuis in een flat op de derde verdieping. Zes bewoners worden overgebracht naar het ziekenhuis, de overige bejaarden wor­ den opgevangen in een nabijgelegen rusthuis.

ZATERDAG 26 MEI RADWAŃSKA WINT BRUSSELS OPEN. De Poolse Agnieszka Radwańska wint de tweede editie van het tennistoernooi Brussels Open. De nummer drie van de wereld verslaat de Roemeense Simona Halep met 7-5 en 6-0 en wint 637.000 dollar. RUS WINT ELISABETHWEDSTRIJD. De Rus Andrey Baranov wint de Koningin Elisabethwedstrijd voor viool. De Brusselaar Marc Bouchkov, de enige Belg in de finale, eindigt niet bij de eerste zes; de Amerikaanse Esther Yoo (17), die sinds haar zesde in Brussel woont, krijgt de vierde plaats.

ZONDAG 27 MEI

“ “

dat het een eenmalig experiment is, staat tot nader order nu wel vast. Vraag is hoe het nu verder moet. Want dat er een tekort is aan scholen in Brussel, is overduidelijk. Vlaamse en Franse Gemeenschap beweren alvast dat ze wel degelijk investeren. Vlaanderen en de VGC trekken twee jaar lang 21 miljoen euro uit voor de uitbreiding van de schoolcapaci­ teit in Brussel, wat het aantal extra plaatsen op 3.500 zou moeten bren­ gen. De Franse Gemeenschap trekt geld uit voor 4.150 nieuwe plaatsen. Wellicht levert dat nog niet genoeg plaatsen op. En dan beginnen de

Als de VRT uit Brussel weg wil, valt niet eens de naam van Antwerpen. Nochtans is het de grootste stad, dubbel zo groot als Gent.” Annemie Turtelboom, lijsttrekster voor Open VLD in Antwerpen, vindt dat Antwerpen ambitie mist en pleit in De Morgen in één moeite door voor de verhuizing van de VRT naar Antwerpen.

De werkloosheid stijgt meedogenloos en ik zie niets in Brussel dat het tij kan doen keren.” Frans De Keyser van Beci, de samenwerking tussen Kamer van Koophandel en de Brusselse ondernemers, schetst in La Dernière Heure een pessimistisch beeld van de Brusselse arbeidsmarkt.

AUTO RIJDT IN KANAAL. In Molenbeek komt in de nacht van zaterdag op zondag aan de Mariemontkaai een auto in het kanaal terecht. In de wagen zitten twee Brusselse jongeren van 18 en 19 jaar. De jongste overleeft het ongeval niet. ZONNIGE 20 KM. Ruim 28.000 mensen nemen deel aan de 20 km door Brussel. De Ethiopiër Dame Tasama komt als eerste over de streep na 1 uur en 51 seconden. Het Rode Kruis doet 657 interven­ ties, voornamelijk door de warmte. De MIVB voert extra controles uit in de metro en betrapt zo een aantal lopers zonder vervoersbewijs. De boetes zorgen voor een fikse rel tussen minister van Vervoer Brigitte Grouwels (CD&V) en de Brusselse PS.

MAANDAG 28 MEI JONGEREN BEROVEN TRAM NA AANRIJDING. Een zeven­ tal jongeren beroven een trambestuurder in Koekelberg. Ze maken gebruik van de verwarring die ontstaat nadat de tram een voetganger heeft aangereden. De jongeren gaan er met de inhoud van de kassa vandoor. Een van de overvallers wordt later opgepakt. Het slachtoffer van de aanrijding wordt naar het ziekenhuis overgebracht.

DINSDAG 29 MEI

HET WOORD

Moestuinkit

Eén Brusselaar op de vijf kweekt zelf groenten. Brussels minister van Leefmilieu Evelyne Huytebroeck (Ecolo) wil dat aantal verdubbelen en een moestuinnetwerk uit­ bouwen om de groenteteelt in Brussel te stimuleren. Om de moestuinoppervlakte te vergroten zullen initiatieven rond gemeenschappelijke tuinen of schoolmoestuinen steun krijgen. Er wordt ook een gratis moestuinkit ver­ spreid, die vier zaadvariëteiten bevat, en nuttige tips om

zelf tien kilo groenten te kweken op één vierkante me­ ter. De moestuinkits worden uitgedeeld op markten en op de Dag van het Leefmilieu (5 juni). U kunt hem ook bestellen op www.leefmilieubrussel.be. Hebt u zelf een tuintje, een plat dak, een balkon of gewoon een venster­ bank? Haal dan de kit in huis en kweek uw eigen boon­ tjes, snijbiet, radijsjes en rucola. ND

MIVB NEEMT EXTRA MAATREGELEN. De raad van bestuur van de openbaarvervoersmaatschappij MIVB buigt zich over de vei­ ligheid van zwakke weggebruikers in de buurt van trams. Twee leden van de raad van bestuur leggen enkele veiligheidsvoorstellen op tafel. Ook de bestuurders vragen om opnieuw te mogen claxonneren bij het vertrek of bij het naderen van een kruispunt. Er zijn dit jaar al vier doden gevallen bij aanrijdingen met trams.

Samengesteld door Lynn Pasteleurs

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF


BDW 1331 PAGINA 4 - DONDERDAG 31 MEI 2012

© SASKIA VANDERSTICHELE

INTERNATIONALISERING VAN DE VLAAMSE RAND

SYNTRA STUURT AMBASSADRICE NAAR ALLOCHTONEN BRUSSEL – Het Nederlands­ talige opleidingscentrum Syn­ tra houdt op 2 juni open huis. Meteen is dat de start van een nieuwe, op Brussel gerichte promotiecampagne. Vanaf het schooljaar 2012-’13 verschuift het accent van avond- naar dag- en leertijdopleidingen. En: een allochtone opleidings­ ambassadrice gaat de deuren platlopen. Vorig jaar werd Syntra door de Brusselse overheid verzocht om meer aandacht te hebben voor grootstedelijke behoeften. Een Brussels publiek moest directer aangesproken worden, en ‘typisch stedelijke’ beroepen mochten meer deel uitmaken van het aanbod (ruitenwasser en kantoorschoonmaker, bijvoorbeeld). Syntra heeft het aanbod per direct herwerkt. “Daar waar dit schooljaar 97 procent van de gesubsidieerde cursisten in de klassieke avondcursussen zit, gaan we het aanbod in 2012-’13 meer diversifiëren,” stelt Syntra-directeur Sigurd Vangermeersch. “We hebben elementen uit het avondonderwijs herwerkt tot cursussen voor dagonderwijs met praktijkopleidingen. Daarmee richten we ons heel duidelijk op een jongerenpubliek van 18- tot 25-jarigen, vooral op hen die in het hoger onderwijs uit de boot vallen.” Een tweede accentverschuiving van het aanbod komt de Leertijd (onderwijs met leercontract) ten goede, in de eerste plaats voor nog leerplichtigen. “We gaan van drie beroepsopleidingen in de Leertijd naar een aanbod van negen,” zegt Vangermeersch, “met specifieke aandacht voor jongeren met taalproblemen.” Het palet wordt uitgebreid tot de beroepen elektricien, metselaar, tegelzetter, voeger, kapper, kamerjongen/-meisje, verkoper, administratief medewerker en logistiek medewerker in de

zorg. Het aanleren van die beroepen gebeurt op één lesdag bij Syntra en vier praktijkdagen per week bij een ondernemer. Vangermeersch: “Brussels minister Guy Vanhengel (Open VLD), bevoegd voor Onderwijs, heeft de uitbouw van de Leertijd ondersteund in het kader van onze nieuwe deal met de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). We hebben er sinds april een medewerker bij, speciaal voor Leertijd.” Wat het aanbod van specifiek grootstedelijke beroepen betreft (zoals de overheid vroeg), heeft Syntra zijn huiswerk niet

Nieuwe focus op 18- tot 25-jarigen, vooral op wie in het hoger onderwijs uit de boot valt helemaal af gekregen. Uitleg van de directeur: “Opleidingsprogramma’s uitwerken vraagt tijd, al was het maar omdat beroepscommissies en -federaties er hun zegje in hebben. Het is nog niet voor volgend schooljaar, maar we werken eraan.” Dat het hele opleidingenaanbod van de campussen Thurn & Taxis en Ukkel nieuwe promotie naar Brusselaars kon gebruiken, heeft Syntra goed begrepen. Tegen 2 juni moet de nieuwe website operationeel zijn, en ook de promotiecampagne gericht op grootstad Brussel en haar allochtone bevolking komt eraan. “We zijn van plan om vanaf juni een allochtone opleidingsambassadrice met een toolkit naar de jeugdhuizen te sturen.”

Van oud Frans en nieuwe talen BRUSSEL – De Vlaamse Rand rond Brussel internationaliseert tegenwoordig meer dan dat hij verfranst: het bleek onlangs nog uit een studie van de Vlaamse regering. De houding van de expats tegenover het ‘Vlaams karakter’ is ambigu: de helft leert Nederlands, maar nogal wat Europeanen staan negatief tegenover het Nederlands als officiële taal. Een nieuwe strijd?

M

eer dan een kwart van de bevolking van de Vlaamse Rand rond Brussel is van buitenlandse origine. Dat is veel minder dan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar opmerkelijk meer dan in de rest van Vlaanderen. In de Vlaamse Rand wonen niet minder dan 114 verschillende nationaliteiten. Nog eentje, om het af te leren: in de Rand zijn vier op de tien jongeren van tussen nul en elf jaar van vreemde origine, in het Brussels Gewest zijn er dat drie op de vier. Vroeger was er alleen zoiets als verfransing: Franstalige Brusselaars die zich in de Rand vestigden. Tegenwoordig ent zich bovenop die bestaande verhouding tussen Nederlands- en Franstaligen een internationalisering. Een voorbeeld: Kind & Gezin stelt vast dat in dertig procent van de gezinnen die de dienst begeleidt, Nederlands noch Frans wordt gesproken. Toch is ‘de Rand’ geen eenheidskoek. In de faciliteitengemeenten ligt het aandeel ‘vreemdelingen’ uit Noord- en West-Europa hoger dan in de gemeenten zonder faciliteiten. Het aandeel inwoners van Marokkaanse herkomst ligt het hoogst in Vilvoorde en Machelen; in Drogenbos gaat het maar over zeven procent van de bevolking.

Linkebeek

Jean-Marie Binst

Open dag Syntra Thurn & Taxis (Havenlaan 86c) en Ukkel (Stallestraat 292), zaterdag 2 juni vanaf 14 uur. Meer op www.syntrabrussel.be

Linkebeek en Drogenbos zijn twee kleine faciliteitengemeenten die aan elkaar grenzen. Linkebeek telde op 1 januari 4.693 inwoners, Drogenbos 4.929. Opvallend: de studiedienst van de Vlaamse regering ver-

wacht dat de bevolking tegen 2020 lichtjes zal dalen in beide gemeenten, wat overigens geldt voor alle zes de faciliteitengemeenten. Dat staat in schril contrast met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat een sterke demografische groei zal kennen. Linkebeek is een rijke gemeente die, lang na de andere faciliteitengemeenten, nu ook expats aantrekt. Drogenbos is dan weer een wat vergeten arbeidersgemeente

om Nederlands te leren omdat ze in Vlaanderen wonen.” Rik Otten is sinds altijd inwoner van Linkebeek. In de loop der jaren is de gemeente erg exclusief geworden. “Ik heb het geluk er te kunnen wonen,” beseft Otten. “De internationalisering van Linkebeek is echter een recent fenomeen en is niet even sterk als in Hoeilaart of Overijse. Toen twintig jaar geleden gesproken werd over de internationalisering van de Rand, zeiden wij nog: ‘Niet bij ons.’ En toch is het gebeurd, heel langzaam. De jongste vijf jaar zijn er ook nogal wat Nederlanders en Fransen bijgekomen. Internationalisering brengt een stijging van de huizenprijzen met zich mee. De nieuwkomers zijn hoofdzakelijk gegoede mensen.” De term eurocraten vindt Otten te

“De internationalisering van Tervuren is de jongste jaren wat gestagneerd”

tussen de industriegebieden van Ruisbroek en Vorst. Karel Gouwy is leraar Nederlands aan het taleninstituut GLTT. Vorig schooljaar gaf hij les in Drogenbos, dit jaar in Linkebeek. Gouwy: “De cursisten in Linkebeek zijn vooral gegoede mensen, personeel van de Europese Commissie ook, die beroepshalve Nederlands volgen. Ze zijn doorgaans niet aan de gemeente gebonden en hebben er geen speciale band mee. Er zijn er uit Lasne, Sint-Genesius-Rode en Waterloo.” In Drogenbos heb je een ander publiek: “Dat zijn vooral werkende mensen die geen Nederlands leren uit beroepsmotieven. Het zijn vaak Franstaligen die uitgeweken zijn uit Brussel en de behoefte hebben

negatief. “Er zijn mensen bij die voor de Europese instellingen werken, en er zijn er die gewoon voor grote bedrijven werken.”

Drogenbos Buurgemeente Drogenbos is een ander verhaal. Minder expats, volkser. En in de perceptie ook Vlaamser. In café Le Pavillon, in de volksmond ‘de Betty Boop’, naar het icoon van de populaire cultuur, vind je nog Vlamingen, zo wil de overlevering. Dat valt op een doordeweekse donderdagnamiddag toch wel tegen. “Er komen Vlamingen, maar het leeuwendeel zijn Franstaligen. Vergeet niet dat Drogenbos voor 75 procent Franstalig is,” zegt cafébazin Martine. De Nederlandstalige Daniëlle


BDW 1331 PAGINA 5 - DONDERDAG 31 MEI 2012

De Rand: niet overal groeit de bevolking.

Bruyninckx, die al sinds 1954 in Drogenbos woont, beaamt dat: “In de jaren 1950 hoorde je hier op straat geen woord Frans, niets. In de jaren 1960 kwamen de Brusselaars, daarna de Spanjaarden en de Italianen. De jongste twintig jaar waren het de Marokkanen en in mindere mate de Turken, en sinds een paar jaar de Congolezen.” En hoe loopt de integratie? Bruyninckx: “Ze doen hun best.” Caféganger Jerome Segers woont in Ukkel, maar hij brengt sinds 1976 veel meer tijd door in Drogenbos dan in Ukkel. Ook hij heeft Drogenbos zien veranderen. Segers: “Vroeger waren er hier tien cafés op rij, nu nog twee. En ook de slager is vertrokken.” Segers is een tweetalige Brusselaar; met zijn kameraden aan de toog in de Betty Boop spreekt hij Frans, maar hij leest al vijftig jaar Het Laatste Nieuws, “voor de sportbladzijden”. Segers is vele decennia voetbaltrai-

ner geweest, in Ukkel, in Dworp, in Evere, Rode en in Drogenbos. “Vroeger was Drogenbos Vlaams, toen zijn de Franstaligen gekomen, en dan de vreemdelingen. Niets op tegen, ik stel alleen maar vast.” Een kleine wandeling tot aan het museum FelixArt doet dorps aan. Ook de vriendelijkheid aan de balie van het museum is bijna onsteeds. Maar de schrik om door de stad opgeslorpt te worden leeft – het heeft iets dreigends. “Ze blijven maar bijbouwen,” constateert Segers.

Tervuren Wanneer je het over internationalisering hebt, kun je niet buiten Tervuren. In de Voergemeente, op enige afstand toch van Linkebeek en Drogenbos, is het goed wonen, en dat weten ook de eurocraten en expats. In 2006 werd de gemeente door het weekblad Knack tot ‘meest leefbare van Vlaanderen’ verkozen. Toch is Tervuren een bizar stukje Vlaande-

© MARC GYSENS

ren, zo naast Brussel. “In de perceptie van vele buitenlanders is het een voorstad van Brussel,” zegt burgemeester Bruno Eulaerts (Open VLD). “We zijn een groene oase, en daardoor trekken we veel mensen aan die in de rust willen komen wonen. Toch is de internationalisering van Tervuren de jongste jaren ietwat gestagneerd. We hebben een bevolking van 21.000 zielen: tegenover vorig jaar zijn er maar tien nieuwe inwoners bijgekomen. Er zijn maar liefst 109 verschillende nationaliteiten, en de niet-Belgen maken toch 25 procent van de bevolking uit. De overgrote meerderheid daarvan zijn EU-ingezetenen. Het aantal nietBelgen is tegenover 2010 wel licht gedaald.” Het internationale succes van zijn gemeente heeft ook nadelen. Eulaerts: “De huizenprijzen zijn hoog, en het is soms moeilijk samenleven. We hebben de discussie over het gebruik van het Nederlands in de ADVERTENTIE

publieke ruimte, en een sterke internationalisering leidt tot vervreemding van de bevolking onderling. Tervuren is veranderd. Ikzelf ben opgegroeid in deelgemeente Duisburg, toen nog een dorpje. Vandaag kennen de mensen elkaar er veel minder. Het is anders omgaan met elkaar, gebrekkig vaak.” Wat Eulaerts sterk tegen de borst stuit, is dat heel wat expats België nog altijd beschouwen als een exclusief Franstalig land. “Naast het Engels spreken heel wat expats in de eerste plaats Frans, en omdat Tervuren dicht bij Brussel ligt, waar natuurlijk veel Frans wordt gesproken, menen ze hier ook in het Frans terecht te kunnen en gebruiken ze het als omgangstaal. De Franstalige politieke partijen maken daar misbruik van om buiten-

landers voor hun zaak te winnen.” Maar Eulaerts vecht terug. “Er wonen enorm veel Nederlanders in Tervuren, en hen roep ik dan ook op om aan onze kant te staan en altijd het Nederlands te gebruiken,” schertst de burgervader. Ironisch genoeg moest Eulaerts onlangs het Nederlandse bedrijf Zeeman terugfluiten. Die hadden Nederlandsonkundigen tewerkgesteld in de lokale vestiging in het dorpscentrum omdat ze er – verkeerdelijk? – van uitgingen dat Tervuren Franstalig was. Een Nederlands bedrijf, een Vlaamse gemeente dicht bij Brussel, en Frans als belangrijke expat-taal. Toch nog een beetje een taalstrijd, die internationalisering. Danny Vileyn en Christophe Degreef

Demografisch behoort ook Aalst, 25 kilometer van Brussel, tot de ‘Vlaamse Rand’. Lees de reportage op p. 6


BDW 1331 PAGINA 6 - DONDERDAG 31 MEI 2012

vlot. We raakten met de situatie in de knoop. Een jaar of vier geleden hebben we daarom beslist om onze hele aanpak om te gooien.” Vandaag zitten de leerlingen in klassen op leeftijd, maar werken ze voor bijvoorbeeld rekenen en taal in deelgroepen, aangepast aan het niveau van elk kind. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan de betrokkenheid van de ouders, met veel persoonlijk contact. “In het Nederlands, desnoods met handen

“U weet hoe dat gaat: hier woonden al wat vrienden van ons, en die waren heel positief”

Op de Aalsterse Grote Markt, bij Dirk Martens, in de volksmond ‘de Zwarte Man’.

Reportage > Ook centrumstad Aalst internationaliseert

Een nieuwe thuis voor Brusselaars AALST – Een huis kost er bijna honderdduizend euro minder dan in Molenbeek, in de scholen is er nog plaats, en de treinverbinding met Brussel is prima. Geen wonder dat steeds meer Brusselaars hun oog op Aalst laten vallen. “Iedereen moet zich aanpassen aan de nieuwe realiteit.”

B

door onze ligging vlak bij het station waren wij de eersten die ermee te maken kregen. Ouders brachten hun kind naar hier en konden dan makkelijk de trein nemen naar hun werk in Brussel,” vertelt Van den Eeden. Vandaag is zowat dertig procent van de leerlingen van huis uit Franstalig.

dingswaren die je nergens anders vindt, en prima haarproducten, ook voor niet-Afrikanen.” Hij is via mond-tot-mondreclame in Aalst terechtgekomen. “U weet hoe dat gaat: hier woonden al wat vrienden van ons, en die waren heel positief.

Ze zeiden dat Aalst rustig en veilig was. Dus zijn we ook verhuisd, en daar hebben we geen spijt van: dit is een heel aangename stad. Nu hebben we hier sinds twee weken onze eigen winkel. Wat wil je nog meer?” Op zoek naar rust en veiligheid dus. Maar volgens schepen van Onderwijs Serge Grysolle (Open VLD) zijn de Congolese ouders vooral ook de concentratiescholen in de hoofdstad beu, en gaan ze op zoek naar een betere opleiding voor hun kinderen in ‘onderwijsstad Aalst’. Daarin blijken ze niet helemaal ongelijk te hebben. “We stellen vast dat kinderen die uit het Franstalige onderwijs in Brussel komen, doorgaans onder het verwachte niveau presteren. Vooral voor wiskunde hebben ze vaak een achterstand,” zegt schooldirectrice Van den Eeden. De instroom van kinderen uit het Brusselse bracht nog andere problemen met zich mee. “Een groep kinderen in de klas die niet begrijpen wat je zegt, dat is niet evident voor een leerkracht. En ook de afspraken met de ouders verliepen niet altijd © SANDER DE WILDE

asisschool De Notelaar ligt in hartje Aalst, maar de drukke speelplaats heeft veel weg van die van een Brusselse concentratieschool. Kinderen van de meest diverse origines lopen er door elkaar, en vooral het grote aantal leerlingen met een Afrikaans uiterlijk springt in het oog. Opvallend genoeg wordt er op de speelplaats, naast de universele taal van het voetbal, vooral veel Nederlands gesproken. “Daar is discussie over, maar voorlopig staan we erop. De kinderen begrijpen waarom en ze spreken elkaar er zelfs op aan: ‘Nederlands, alsjeblieft’. Alleen nieu­we leerlingen mogen wat Frans gebruiken. Ze moeten zich hier wel goed voelen, natuurlijk,” zegt directrice Sylvia Van den Eeden. Ongeveer tien jaar geleden begon de instroom van Franstalige leerlingen, net verhuisd uit Brussel, en die instroom is sindsdien alleen maar groter geworden. “Nu zie je het in alle Aalsterse scholen, maar

© SANDER DE WILDE

Rustig en veilig De dienst Integratie van Aalst bevestigt dat er de laatste jaren opvallend veel mensen uit Brussel naar de Ajuinenstad migreren, en dan vooral Afrikanen. “Het grootste deel zijn Congolezen, en daarnaast is er ook een kleinere Rwandese gemeenschap.” Ze wonen vooral in wijken als Rechteroever en rond de watertoren, waar traditioneel ook veel Turken wonen. Naast de Turkse bakker duiken er nu ook Afrikaanse voedingswinkels en haar- en nagelsalons op. De uitbater van een speciaalzaakje op Rechteroever prijst zijn waren aan. “We hebben exotische voe-

Vastgoedprijzen zijn hier nog redelijk – maar hoe lang nog?

en voeten. We hebben ons anders georganiseerd, maar het werkt. Gewoon verder doen zoals vroeger, dat kan geen enkele school in Aalst zich meer permitteren. We moeten ons allemaal aanpassen aan de nieuwe realiteit.” Ook de Franstalige ouders lijken zich nu beter aan te passen aan hun nieuwe omgeving, vindt de directrice. “Een paar jaar geleden hadden we soms het gevoel dat ze zich niet aanpasten, geen Nederlands wilden leren. Dat is helemaal veranderd.” Die trend merken ze ook op bij de integratiediensten en het Huis van het Nederlands. “Lange tijd was deze groep voor hun werk en hun sociaal leven nog helemaal op Brussel gericht, maar stilaan vormt er zich een Afrikaanse gemeenschap met typische winkels en cafés. Het gebeurt nu dat mensen in het weekend uit Brussel afzakken om in Aalst naar een feest te komen, in plaats van andersom. Ook de werksituatie verandert: heel wat van die vrouwen werken in de Brusselse zorgsector. Maar met hun onregelmatige uren raken ze het pendelen beu en zoeken ze een nieuwe baan in het Aalsterse. En dan moeten ze wel Nederlands leren.” Aalst wordt dus een nieuwe thuis voor veel Brusselaars. En dat is ook goed voor hun portemonnee. Want dat is misschien wel de belangrijkste troef: een huis kost er gemiddeld honderdduizend euro minder dan in pakweg Molenbeek. Bij het vastgoedkantoor De Rick aan de Capucienenlaan voelen ze de stijgende vraag. “Het gaat bijna altijd om gezinnen met kinderen die een huis in de lagere prijscategorie zoeken,” zegt Marc De Rick. “Dat begint stilaan wel problemen op te leveren. Die nieuwe groep heeft niet altijd een goede reputatie als huurder, en daardoor wordt het voor hen steeds moeilijker om op de privémarkt een woning te vinden. Ik denk dat de overheid toch eens moet gaan investeren in meer sociale woningen in de streek.” Een roep om meer sociale woningen: als dat geen verbrusseling is. Goele De Cort / brusselnieuws.be


BDW 1331 PAGINA 7 - DONDERDAG 31 MEI 2012

Onderwijs > Smet plant doorstart lerarenuitwisseling

‘Native speakers zijn verrijking voor scholen’ BRUSSEL – Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) is van plan om de uitwisseling van leerkrachten tussen Nederlandstalige en Franstalige scholen in Brussel nieuw leven in te blazen. Smet antwoordde dat op een vraag van Vlaams CD&V-parlementslid Paul Delva. Smet maakt zich sterk dat de ‘lerarenswitch’ tussen de twee gemeenschappen vanaf volgend schooljaar een doorstart zal maken. Tijdens de vorige regeerperiode namen de Vlaamse en de Franse Gemeenschap het initiatief om leerkrachten uit te wisselen zodat de taallessen gegeven konden worden door native speakers. Aanvankelijk, met name in 2008-2009, was het initiatief een behoorlijk succes, met negentien uitwisselingsprojecten tussen 38 scholen. Maar de belangstel-

ling van de scholen nam snel af omdat het toch niet zo simpel bleek om een en ander te organiseren en omdat de deelnemende leerkrachten vaak verschillende statuten hadden. Dit schooljaar is er nog maar één uitwisseling. Volgens Smet gaat er binnenkort een ontwerp van besluit naar de minister van Begroting over het behoud van de statutaire rechten van de deelnemende leerkrachten. Ook wordt overwogen om een projectleider aan te stellen die de uitwisselingen coördineert. De CD&V-parlementsleden Paul Delva en Bianca Debaets zijn tevreden en hopen dat er een grote campagne wordt opgezet om de scholen opnieuw warm te maken voor het initiatief. “De uitwisselingen zijn een enorme verrijking voor onze scholen.” HUB

P-PRAAT Ter gelegenheid van het N-VA-offensief in de hoofdstad en de oprichting van twee nieuwe afdelingen in het westen van Brussel kwam Vlaams parlementslid Theo Francken de kandidaten uit Molenbeek, Jette, Ganshoren en Sint-Agatha-Berchem een hart onder de riem steken. De strijd om uw ziel belooft immers moeilijk te worden. “Eén tegen allen, in Vlaanderen, maar zeker in Brussel,” aldus Francken. Naast een uiteenzetting over asiel en migratie gaf hij de Brusselse neofieten meteen ook wat advies voor de campagne. “Investeer niet in affiches. Het loont niet. Huisbezoeken, dat werkt. Overwin uw schroom. De mensen hebben weinig tijd, maar ze zijn niet onsympathiek, ze zijn vaak blij dat iemand zich komt voorstellen. En nog een laatste tip: presenteer je, maar ga nooit binnen. In het begin heb ik me een paar keer laten vangen. Je komt dan bij een mensje dat oud en vereenzaamd is en je haar hele leven vertelt. Pas helemaal aan het eind van het verhaal blijkt dat haar kleindochter op de lijst van de blauwen staat.” Met een beetje geluk speelt zich het volgende scenario af: enkele goedbedoelende N-VA’ers bellen ergens in Molenbeek aan. Een wat oudere, maar toch energieke man opent de deur. “Mijnheer, wij brengen u de boodschap. Molenbeek werkt niet met Moureaux.” Waarop het heertje van wal steekt: “Het is toch iets met die PS tegenwoordig, hé. Verraders. Cafards,   hypocrieten. J’en ai marre!” Voldaan overhandigt de N-VA-afdeling dan een geel-zwart foldertje aan het heertje, en bedankt hem alvast voor de stem op 14 oktober. Zegt het heertje, na even denken: “Maar ik bén Philippe Moureaux.” In Elsene heeft l’ombudsvrouw de eed afgelegd als ombudsman van de gemeente. In het Frans. Uitsluitend in het Frans, want volgens burgemeester Willy Decourty (PS) moet dat niet in het Nederlands. Maar l’ombudsvrouw zou wel Nederlands spreken, zegt Decourty.   Ja, dat zal wel, als je het zelf niet spreekt. N-VA Elsene trekt haar stapschoenen al aan.

CHIEN ÉCRASÉ ANSPACHLAAN – Het is u niet ontgaan dat deze krant dankzij de ietwat rebelse filosoofBrusselaar Philippe Van Parijs een kleine revolutie heeft ontketend. Van Parijs is het zat dat Brussel door de auto wordt ingepalmd, en dus stelt hij voor om op een zonnige zondag de Anspachlaan te bezetten. In Van Parijs’ jonge jaren was er een vergelijkbare actie, om de Grote Markt autovrij te maken, met succes. En hop, fietsminnend Brussel – veelal Vlaams, hip en boos – sluit zich aan op Facebook. 1.500 mensen, uit het niets. Van Parijs beseft niet waar hij aan begonnen is. Ter info: het opiniestuk was vooral bedoeld om in de Franstalige pers voor een beetje debat te zorgen. BOOS – Vlaamse bendevorming, zowaar. Met z’n allen op een boulevard gaan zitten provoceren, blokkeren en boos zijn. Zeg nu zelf: hoe zou u reageren als 1.500 allochtonen dit zouden doen omdat ze die fietsers zat zijn? Nou nou. PYONGYANG – Tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren, weten wijzen. In plaats van Facebook-protest te gedogen en wat loze beloften te doen zou het Brusselse stadsbestuur beter de volgende maatregel invoeren: privéautobezit wordt verboden. Werd ons ingefluisterd door een ingewijde hier ter redactie die net terug is van een retourtje Pyongyang. Heerlijke stad, zo klonk het. Rustig, geen criminaliteit, gedisciplineerde mensen. Een droom, zo besloten wij. En dus gaat deze redactie binnenkort op werkbezoek naar Noord-Korea. Wij komen met een geheel nieuwe krant terug, beloven we.

ADVERTENTIE


BDW REGIO

BDW 1331 PAGINA 8 - DONDERDAG 31 MEI 2012

Deze week in Sint-Monika > Aangepaste dagzorg voor mensen met dementie

‘Dan heb je mijn nonkel in Kinshasa nog gekend’

naar een verpleegster heeft gezocht. “Er is echt een nijpend tekort, ook aan gespecialiseerde logopedisten, kinesisten en psychologen. Er is een psychologe, maar die komt maar vier uur per week. Ze is er zowel voor het personeel als voor de bezoekers.” Een individuele behandeling is hier dus verre van evident.

Nonkel uit Kinshasa We gaan in de gezellige binnentuin zitten. De Boeck heeft een schoendoos versierd en gevuld met prentjes en vragen. Het thema is ‘het huis’. Iedereen trekt een kaartje en mag iets vertellen. Anna, een Griekse vrouw die maar weinig Frans spreekt, houdt zich een beetje afzijdig. In stilte neemt ze het nieuwe in zich op. Een beetje verlegen vertelt ze over haar hond Bobby, die ’s nachts haar voeten warmt. Plots lacht ze en kijkt ze kinderlijk verwonderd naar boven. Ze heeft een duif gezien. Ondertussen gaat het gesprek alle richtingen uit. Het valt op hoe er naar elkaar geluisterd wordt, oprechte interesse ontstaat, bijvragen worden gesteld. Roger beschrijft zijn voormalige woning in Kinshasa. Pierre – die hier vandaag voor de eerste keer komt – is enthousiast, en antwoordt met een naïeve evidentie dat Roger dan zeker zijn nonkel gekend moet hebben: “Die was tijdens de koloniale periode districtshoofd in Kinshasa.” Hij zal die opmerking vandaag nog een paar keer herhalen. Arat dwaalt zoekend over de paadjes van de tuin, op zoek naar een uitweg. Uiteindelijk gaat hij toch zitten, en deelt hij met iemand een sigaret.

Bloemen planten

Jacques laat zich gewillig fotograferen. Vroeger was hij aannemer. Of hij dan ook heel sterk is? Hij lacht, zegt dat hij gelukkig is.

BRUSSEL – Nu zaterdag, 2 juni, is er een ‘Infosalon’ voor mensen met geheugenproblemen en hun mantelzorgers. Wij gingen een kijkje nemen in het dagverzorgingscentrum Sint-Monika in de Marollen. Daar begeleiden ze mensen met dementie die nog thuis wonen. “Het is belangrijk dat we mensen met deze onomkeerbare en degeneratieve ziekte in een vroeg stadium begeleiden,” zegt Julie Genot.

G

enot, ergotherapeute en sinds vijf jaar verantwoordelijke in het centrum, heet ons welkom. De tweetalige vzw Sint-Monika is een van de weinige gespecialiseerde dagcentra voor de sterk groeiende groep dementerenden in het gefragmenteerde Brusselse zorglandschap. “De dagprijs voor een bezoeker is 20,28 euro. Soms is dat een drempel. De rest wordt via subsidies van de Riziv en GGC bijgepast. We vragen ook een bijdrage voor het vervoer van de mensen die hier niet op eigen houtje geraken. Elke bezoeker komt minstens twee keer per week, sommigen komen elke dag.” De verzamelruimte lijkt op een grote living en is heel huiselijk ingericht. Iedereen heeft een vakje voor persoonlijke spullen in een open kast. Vandaag hebben zestien vakjes een naamkaartje. In de salon zit niemand, in de eetkamer gonst het van de activiteit. Bij sommigen althans,

anderen zitten roerloos in een soort rolstoel. Te slapen, of gefocust op een punt vlakbij. Of in de verte, denkend aan lang geleden? Arat, een Armeense man, spreekt me aan in een mengeling van Frans en Turks. Zijn broeksriem is los. Het

stagiaire in de ergotherapie, verzorgt het actualiteitenuurtje. Iedereen zit in een grote cirkel. Er wordt opvallend goed geluisterd. Hubert stelt de bezoekers nog eens aan elkaar voor, legt haar handen op hun schouders, stopt er dynamiek en

Het valt op hoe er naar elkaar geluisterd wordt, oprechte interesse ontstaat, bijvragen worden gesteld ene uiteinde zit in zijn broekzak. Amandine Kodeck, medeverantwoordelijke en ook ergotherapeute, merkt het op en spreekt hem erover aan, bij zijn familienaam. “Een kwestie van respect.” Ze vraagt of ze mag helpen en sluit de riem discreet. Het is bijna tien uur. De eerste activiteit gaat van start. Joanna Hubert,

humor in. Ze probeert iedereen bij het gesprek te betrekken. Dat bevordert de onderlinge communicatie. Het gaat over het weer, maar evengoed over wat er die dag in de krant  staat. Roger, een voormalige advocaat van Congolese origine, weet dat de Dalai Lama uit Tibet komt.  Er ontstaat interactie, een wereldkaart verschijnt op het toneel.

© SASKIA VANDERSTICHELE

Jacques laat zich ondertussen gewillig fotograferen. Hij lacht altijd. “Lachen, lachen, lachen,” zegt hij. Ik laat me vertellen dat hij hier in het centrum heel kalm is, maar thuis geagiteerd uit de hoek kan komen. Ik zeg hem dat ik heb gehoord dat hij aannemer is geweest. Met trotse ogen kijkt hij me aan. Of hij dan ook heel sterk is, vraag ik nog. Hij lacht, zegt dat hij gelukkig is. Telkens als hij een woord niet vindt, als de draadjes in zijn hoofd in een knoop draaien, tekent dat tafereel zich af. Ik vraag hem dan maar om iets te tekenen. Hij tovert vier vierkanten, verbonden met schetsmatige pijlen, op een blad. Terwijl ik even met zijn buurvrouw praat, tikt hij dwangmatig en onrustig met zijn nagels op de stoelleuning. Na tien minuten samen zoeken kom ik erachter dat hij de deuren van zijn huis getekend heeft. Een keuken lijkt hij niet te hebben. Om elf uur volgt de tweede activiteit. Die wordt geleid door verpleegster Cécile De Boeck. Kodeck vertelt dat het centrum meer dan zes maanden

De tafels voor ’s middags zijn al gedekt. Monique lepelt haar glas tafelbier uit. Ik praat even met Guido, met zijn eenenzestig de op één na jongste van de groep. “Het is moeilijk. Vorig jaar kreeg ik een depressie. Ik heb altijd heel hard gewerkt. Ik was zelfstandige, een van de beste in mijn vakgebied. Ik ben vaak angstig en praat ook niet zo veel meer als vroeger. Onlangs hebben ze alzheimer bij me ontdekt.” Tijdens de siësta gaan sommigen naar de tuin, anderen hangen voor de televisie, een vrouw frunnikt aan de uiteinden van haar witte bloes. Ik schuif een stoel bij aan een tafeltje. Lutgarde vertelt me dat er bij haar thuis nogal wat wordt afgelachen. Tot twee keer toe beschrijft ze me hoe ze haar man heeft ontmoet. Jacques lacht. “Met hem kom ik goed overeen,” zegt ze, “maar die man daar, die haat ik. Het enige waar hij aan denkt, zijn blote vrouwen.” Om twee uur staan er nog twee activiteiten op het programma. Onder de grote boom wordt er petanque gespeeld, iets verderop planten de anderen bloemen. Anna is nu helemaal in haar element.

Tuur De Moor

De namen in dit artikel zijn fictief uit respect voor de privacy

Infosalon Dementie, 2 juni in Square op de Kunstberg, van 10 tot 14 uur. Reserveren op 02-552.01.26


ADVERTENTIE


BDW 1331 PAGINA 10 - DONDERDAG 31 MEI 2012

DE SUKKELSTRAAT (17)

Laken, op en onder het Bockstaelplein

‘Een lelijke puist’ Op 14 oktober zijn er gemeenteraadsverkiezingen. De komende maanden legt BDW in de reeks De Sukkelstraat elke week een pijnlijk aanslepend dossier uit een van de 22 Brusselse gemeenten op tafel. Deze week: op en onder een slecht aangelegd plein in hartje Laken.

Zowel boven als onder de grond is het Bockstaelplein een desolaat oord. Of: hoe een onzorgvuldige aanleg en inrichting van de openbare ruimte de onveiligheid en het onveiligheidsgevoel kunnen vergroten. Donderdagavond, halftien. Trein­ station Bockstael ligt er eenzaam en verlaten bij. Door de oubollige luidsprekers klinkt geen muziek; de roltrappen zitten weggeborgen achter een houten bekisting; de naargeestige ondergrondse gang die de twee perrons verbindt, is nat, vies en akelig verlicht. Het is al een hele kunst om het station te vinden. Boven op het plein en beneden in het aangrenzende metrostation is er nauwelijks een indicatie dat hier ook een halteplaats voor treinen is. Nochtans moet Bockstael een GENstation worden. Op de perrons wachten drie reizigers in stilte op hun trein. Plots wordt de rust verstoord door enkele jonge gasten die het perron via de grasberm bereiken. Ze maken kabaal en vliegen elkaar om de haverklap naar de keel. Als de trein aan komt rijden, vergasten ze de passagiers op luid gebons op de ruiten. Twee meisjes die nietsvermoedend het raampje hebben opengezet, krijgen een brandende sigaret in de schoot geworpen. Niemand reageert, ook de conducteur laat betijen. Hij blaast op zijn fluitje en stapt snel weer in. Voor Jurgen Wayenberg, directeur van de nabijgelegen Kunsthumanio-

Doorgang naar het treinstation Bockstael, met de dag en nacht natte vloer.

ra, is zo’n verhaal vertrouwde kost. Zijn leerlingen en leerkrachten worden regelmatig lastiggevallen in het station. Soms moeten ze hun gsm of portefeuille afgeven, begin mei werden enkele leerlingen met stenen bekogeld. Voor de Kunsthumaniora en de andere scholen in de buurt was de maat vol. Scholengroep Brussel schreef een boze brief naar minister van Overheidsbedrijven Paul Magnette (PS). Wayenberg: “Al vier jaar vragen wij aan de NMBS dat er beter gecontroleerd wordt, dat het station opgeknapt wordt en ’s nachts wordt afgesloten zodat het geen ontmoetingsplek meer is voor dealers en hangjongeren. Er kwamen intussen camera’s, maar na het laatste incident bleken de beelden niet beschikbaar. Er moet dringend een structurele oplossing komen. Anders gaat dit ons leerlingen kosten.” De NMBS ontkent dat het station wordt verwaarloosd: er kwamen drie camera’s en de beelden kunnen

“De stadswachten hebben geen duidelijke opdracht. Puur bezigheids­ therapie”

wel degelijk opgevraagd worden. Het aangrenzende metrostation oogt amper vrolijker. De verlichting is slecht, de inrichting somber, het enige winkeltje dicht. Maar over dit MIVB-station hebben de naburige scholen en omwonenden minder klachten. Het is er altijd druk, wat meer sociale controle geeft. Bovendien is hier, ten minste aan één kant,

© SASKIA VANDERSTICHELE

nog een bemand loket en lopen er tegenwoordig ’s avonds mensen van de metropreventie rond. Volgens de MIVB hangen er twintig camera’s. En er staat een renovatie, met inbegrip van een heus metrokunstwerk, op stapel. Boven dan, het plein zelf. Dat werd in 2005 heraangelegd met geld van Beliris. Het oogt misschien iets minder grauw dan voorheen, maar al bij al is de make-over een miskleun: een immense parkeerplaats met langszij een brede verzameling tram- en busbanen, niks gezellig. ‘Een lelijke puist’ noemt apotheker Peter Colpaert de plek. Hij heeft vanuit zijn apotheek een goed zicht op het dagelijkse leven op het plein. Dat is bij tijd en wijle behoorlijk ruig. Vechtpartijen, agressie, drugsdealen, joyriding, diefstal en aanranding, racketeering of afpersing. “Het laatste nieuwe fenomeen: kettingen die van de hals gerukt worden,” zegt Colpaert, die al twee keer

in zijn apotheek overvallen werd. Ter controle van zowel het plein, de Maria-Christinastraat en het plantsoentje aan de Tielemansstraat, waar drugs- en andere bendes zich ’s avonds graag ophouden, staat er welgeteld één camera. Samen met andere handelaars heeft Colpaert bij handelsorganisatie Atrium aangedrongen op meer camera’s. En op een heraanleg van het plein, met meer groen en speel- en fietsruimte voor de kinderen. Colpaert: “Maar gras en bomen zijn blijkbaar lastig, omdat er allemaal tunnels onder het plein lopen. Bovengrondse pergola’s met groen, een ander voorstel van Atrium, blijken dan weer niet te mogen vanwege de markt en de kermis op het plein.” Is er dan niemand die deze plek echt ter harte neemt? Probleem is dat de verantwoordelijkheden verspreid liggen. Mobiel Brussel, Infrabel, de Stad, de NMBS en de MIVB, de spoorwegpolitie, metro- en lokale politie, allemaal hebben ze iets te zeggen. “Maar we overleggen geregeld,” zeggen vervoersmaatschappijen en politiediensten. Ze gaan ook prat op de goede samenwerking met Bravvo, de preventiedienst van de Stad Brussel. Die is aanwezig met een leger aan straathoekwerkers, bemiddelaars en stads­wachten en realiseerde met de jongeren van de buurt onder meer een fresco in het metrostation. Hun aanwezigheid blijkt het onveiligheidsgevoel echter niet te kunnen wegnemen. “Ze hebben geen vorming, geen duidelijke opdracht. Niemand weet waarvoor ze dienen. Het is pure bezigheidstherapie,” zegt Didier Wauters van het wijkcomité Maria-Christina. “Meer blauw op straat, dat is nodig.” Wayenberg vestigt zijn hoop op de opening van de ‘poepchique’ Europese school in de buurt. “Misschien dat die iets zal veranderen.” Bettina Hubo www.brusselnieuws.be/ sukkelstraat

Watermaal-Bosvoorde > FDF-ploeg heeft lijst klaar

‘Een zeer gewilde gemeente’ Het FDF van burgemeester Martine Payfa gaat vol optimisme de gemeenteraadsverkiezingen tegemoet. “Toch moeten we waakzaam blijven.” “Twintig procent van de woningen in Watermaal-Bosvoorde zijn sociale woningen. De jongste jaren hebben ze een andere bevolkingssamenstelling gekregen. Een socio­

logische breuklijn dient zich aan in onze gemeente,” vertelt Martine Payfa tijdens een geanimeerde bijeenkomst van haar partij. Nochtans weet het gros van de FDFleden in Bosvoorde dat er goede kanten zijn aan het feit dat WatermaalBosvoorde une commune voulue is. “Dit is een dorp, een dorp waar iedereen elkaar kent, waar de mensen nog dag zeggen tegen elkaar en waar

een gemeenschapsgevoel heerst,” zegt Inès Fonsny, nummer 9 op de burgemeesterlijst. Maar Payfa is ferm: “We hebben middenklassewoningen nodig, we moeten zorgen dat onze jonge gezinnen kunnen wonen. Totnogtoe is onze gemeente gespaard gebleven van veel criminaliteit, maar we moeten waakzaam zijn, want de criminaliteit rukt op.” De dreigende taal van Payfa mag de

pret niet bederven. Op haar burgemeesterslijst heeft ze 27 mensen weten aan te trekken, van wie vier onafhankelijke kandidaten en één MR-lid, huidig schepen Philippe Desprez. De onafhankelijken zorgen voor wat kleur. “Dit is vooral een lijst die open staat voor verschillende mensen, niet noodzakelijk FDF’ers, zegt Sandra Ferretti, een nieuwelinge die

op de zesde plaats staat. Zelf is ze lid van de Fédéralistes Democrates Francophones, maar: “Onze partij gaat door voor extremistisch, maar we zijn in de eerste plaats een centrumpartij met een verhaal voor Bosvoorde, voor iedereen. Martine Payfa is bijvoorbeeld erg open naar de Nederlandstaligen.”

Christophe Degreef


BDW 1331 PAGINA 11 - DONDERDAG 31 MEI 2012

© IVAN PUT

Sint-Gillis > ‘Energievriendelijk renoveren is haalbaar’

Ecohuis in de Fortstraat Wie zijn woning energievriendelijk wil renoveren, kan binnenkort voor advies terecht in het Ecohuis van de gemeente Sint-Gillis. De gemeente heeft een wat banaal huis in de Fortstraat smaakvol gerenoveerd tot een ecologisch info­punt, met een ruim appartement erboven en een originele polyvalente ruimte in de tuin. Energiezuinig verbouwen was de boodschap, maar de architecten wilden het realistisch houden. Het gebouw ligt letterlijk in de schaduw van De Pianofabriek, “voor zonnepanelen kiezen had dus geen zin,” zegt architect Cédric Polet. “We hebben de ingrepen niet te ver door-

Het voormalige gebouw van de chemiegroep Solvay krijgt een nieuwe bestemming. De buurt heeft argwaan.

gedreven.” Het resultaat is er wel: de energievraag is een derde van een klassiek huis. Het gebouw in de tuin is volledig passief. Voor het duurzaamheidsbeleid van de gemeente is het huis een belangrijke stap, zegt schepen Willem Stevens (SP.A). “We hebben ons tot nu toegespitst op duurzaamheid bij de gemeentediensten zelf. Nu willen we ons naar de bevolking richten.” In het Ecohuis leren de bezoekers onder meer hoe wonen energiezuiniger kan. Dat het gebouw zelf een toonbeeld is van lage energie, is mooi meegenomen. De renovatie heeft 670.000 euro gekost, voornamelijk gefinancierd door GroSVG testedenbeleid.

Elsene > Bewonerscomité ongerust over plannen Solvay Anderlecht > Tien jaar dienstencentrum Peterbos

‘Geef ons een park, geen mastodont’ Het bewonerscomité XL Nord port de gemeente aan om werk te maken van een park in het toekomstige Solvay-complex. Ze vrezen dat de projectontwikkelaar alleen uit is op verdichting. “De noordkant van Elsene is zeer dicht bebouwd; elke bewoner heeft bij wijze van spreken tien vierkante centimeter groen ter beschikking. Nu de historische Solvay-site wordt afgebroken en plaats moet ruimen voor een winkel-wooncomplex, geloven we dat een parkje en speeltuin meer dan ooit nodig zijn, eerder dan een mastodont van een bouwproject,” zegt comitévoorzitter Didier Cossé. Met het gemeentebestuur was afgesproken dat de projectontwikkelaar de bestaande binnentuin van 1.500 vierkante meter publiek toegankelijk maakt. Hoewel schepen van Stedenbouw Nathalie Gilson (MR) meent

‘Een tweede familie’

dat de ontwikkelaar zich aan die afspraak te houden heeft, zijn de bewoners op hun hoede. “Op een boogscheut komt ook het gecontesteerde project Le Toison d’Or, een verdichting zonder veel groen,” zegt Cossé. XL Nord krijgt steun van oppositiepartij Ecolo. “In de wijk heeft maar liefst tachtig procent van de bewoners geen toegang tot een tuin,” zegt gemeenteraadslid Yves Rouyet. Volgens hem zijn de aanbevelingen van Gilson moeilijk afdwingbaar en bieden ze geen juridische garanties. “Alleen politieke, en daar moeten we mee opletten, vermits het schepencollege binnenkort misschien een andere samenstelling heeft.” Het Solvay-complex dateert van het eind van de negentiende eeuw. In december vorig jaar werden de historische gebouwen van de chemiegroep aangekocht door ontwikkelaar Allfin-CFE. Die stelde JaspersCD Eyers/A2RC aan om plannen uit te werken.

Al tien jaar kunnen senioren in Peterbos aankloppen voor hulp of een babbel. Dat werd vorige week gevierd met sangria, pannenkoeken, sandwiches en koffie. In tien jaar tijd is de dienstverlening in het centrum zowat vervijfvoudigd. Vandaag kloppen er jaarlijks ongeveer tienduizend mensen aan. Een van hen is Christiane Roussieau. Sinds 2004, na een trombose, is ze slecht ter been en sindsdien doet ze een beroep op de drie chauffeurs en de boodschappendienst van het centrum. “Iedereen is hier vriendelijk en gedienstig, schrijf dat maar in de krant.” Vooral senioren met een beperkte mobiliteit gebruiken de chauffeurs-

dienst om naar ziekenhuis, dokter of tandarts te gaan. Maar het centrum biedt ook een ruime sociale dienstverlening. Zo kun je er terecht met administratieve vragen, van het regelen van een energiecontract tot schuldbemiddeling, voor een helpende hand in het huishouden, voor voedselhulp of de boodschappendienst. “Heel wat senioren komen ook gewoon over de vloer om dag te zeggen,” zegt Jeanine Reynewaeter, die al zeven jaar als receptioniste bij het centrum werkt. “Vaak moeten de mensen even hun hart kunnen luchten en een gezellig babbeltje slaan. Een tiental mensen komt zowat dagelijks. Voor die mensen zijn wij zowat familie.” Bruno Schols

ADVERTENTIE

EXTRA MUROS!

WE THE GARDENERS... 5>9/06/2012

OPENINGSAVOND DI 5/06 KAAITHEATER 19:00 ANNA MENDELSSOHN[AT] CRY ME A RIVER Internationaal bekroonde theatersolo.

20:30 CAROLYN STEEL[GB] HUNGRY CITY

Steel over haar boek ‘Hungry City’, een internationale bestseller. WWW.KAAITHEATER.BE/BURNINGICE

WWW.KAAITHEATER.BE/BURNINGICE

CHRISTOPH DE BOECK & PATRÍCIA PORTELA[BE/PT]

EVA MEYER-KELLER & SYBILLE MÜLLER[DE]

WO 6>ZA 9/06 10:00>18:00 + LECTURE PERFORMANCE OM 12:30, 17:00, 12:30, 17:00 IN ERASMUSHUIS EN -TUIN, 1070 BRUSSEL

VR 8 & ZA 9/06 20:30 KAAISTUDIO’S

HORTUS

Licht, wind en sapstromen omgezet in geluid. En verhalen van Patrícia Portela. WWW.KAAITHEATER.BE/BURNINGICE

COOKING CATASTROPHES

Tiengangenmenu van modderstromen, vulkaanuitbarstingen, bosbranden, etc… WWW.KAAITHEATER.BE/BURNINGICE


BDW 1331 PAGINA 12 - DONDERDAG 31 MEI 2012

?

Is BRUSSEL – Europese instellingen verdrietig omdat Brussel de nieuwe site Delta niet wil inrichten zoals Europa dat wil. Belgische onderwijsvakbonden boos omdat de nieuwe Europese school te luxueus is. Europese ambtenarenvakbonden bang omdat eurocraten agressief bejegend worden in de Europese wijk. Het zijn maar enkele incidenten die de afgelopen tijd de pers haalden waar het ging over de relatie Brussel-Europa. En gelukkig maar, zegt Rik Jellema: “Europa maakt nog emoties los in Brussel.”

BDWOPINIE De relatie Brussel-Europa is nooit rimpelloos geweest, al zou je na ruim vijftig jaar ‘Europa in Brussel’ inmiddels toch anders mogen verwachten. Het lijkt wel alsof het nooit iets zal worden tussen die twee. Misschien is het niet zo vreemd dat nu het Europees project op steeds meer kritiek stuit, ook de zichtbare aanwezigheid van ‘Europa’ in de hoofdstad weer opduikt als problematisch. ‘In de hoofdstad’, maar welke hoofdstad: hun hoofdstad of onze hoofdstad? Hoe meer hun hoofdstad, des te minder onze hoofdstad, is dat het dilemma?

Opvallend is dat het bezittelijk voornaamwoord onze in de Vlaamse pers altijd wordt gebruikt als de relatie van Vlaanderen met zijn zelfgekozen hoofdstad – een statement dat kon tellen – weer eens woelig is en de Vlaamse publieke opinie bijna stikt van verontwaardiging. Het warme woord ons wordt gebezigd ter overcompensatie van een gevoel dat kil en afstandelijk is: ‘Dit is niet onze hoofdstad, het is die van de ander : de Franstalige, de Arabier, de moslim, de vreemde, de eurocraat...’ Hoofdstad, maar geen hartstad, zoveel moge duidelijk zijn. De gemiddelde Vlaming pendelt liever naar Brussel om er te komen werken dan dat hij er zou moeten wonen. Daartegenover staan de vele ‘eurocraten’,

© JO VOETS

Rik Jellema:

“Hoe meer hún hoofdstad, des te minder onze hoofdstad, is dat het dilemma?”

het meest zichtbare deel van de expat-ijsberg, die wel in Brussel wonen en leven, en niet alleen werken. Hiermee leveren zij een niet-onaanzienlijke bijdrage tot de economie van hun hoofdstad. Want dit bezittelijk voornaamwoord moet wel letterlijk worden genomen: zij hebben bezit genomen van Brussel, zij maken er deel van uit, deze stad behoort ook hen toe. Daar waar de echte expats meestal na x aantal jaar weer naar een ander land vertrekken, zijn de Europese ambtenaren in feite inpats. Eih bennek, eih blaivik om het met Ottokar (Hergé, De scepter van Ottokar) te zeggen – kan het Brusselser?

Bij elke Europese uitbreiding wordt het leger Europese ambtenaren groter en... jonger. Want sinds de salarissen verminderd zijn – toegegeven, het is nog steeds geen hongerloon –, is het moeilijker om ervaren ambtenaren aan te werven. Met als gevolg dat de nieuwe lichting jonger is. Jonger en stedelijker en Engelstaliger. Op zich is dat een goede zaak voor Vlaanderen. De verhouding tussen de eerste en de tweede landstaal in onze hoofdstad wordt er evenwichtiger door. De internationalisering van de Vlaamse Rand blijft, deels onder druk van Europa, wel doorgaan, maar ook dat verschijnsel kan steeds minder gelijkgesteld wor-

den met verfransing. Uit een recent VUB-onderzoek blijkt zelfs dat het aantal expats in de Rand die Nederlands leren, stijgt! Kijken we enkel naar de Europese ambtenaren, dan zien we dat die in toenemende mate kiezen voor het Brussels Gewest als woonplaats. Brussel is dus met recht en reden hun hoofdstad, waar zij wonen omdat ze er werken. Dit betekent ook dat zij er het openbaar vervoer gebruiken (procentueel zelfs meer dan de gemiddelde Belgische werknemer!), en dat hun kinderen er naar school gaan. Natuurlijk zou het getuigen van integratie als meer Europese ambtenaren hun kinderen naar Belgische scholen stuurden, mits die ook beter onderwijs, en vooral taalonderwijs, aanboden. Maar mag men ze daarom verwijten dat ze de voorkeur geven aan hun schoolmodel? Elitair, dat wel – maar wil niet elke ouder het beste voor zijn kind? Dat de vierde Europese school, in Laken, zo luxueus is, steekt de ogen uit in deze tijden van crisis en (vooral) scholentekort in Brussel. Bij de drie eerste Europese scholen – die toch ook zeker niet armoedig te noemen zijn – hoorde je die kritiek amper. The times they are a-changing: Europa is niet meer populair, want het is een ‘eliteproject’, en dus krijgen de elites die het project maken, het ook steeds moeilijker in de publieke opinie. In plaats van zich daarop blind te staren zou de Belgische en vooral de Brusselse politiek zich beter kunnen afvragen of en hoe het Europese model zou kunnen worden opengesteld voor alle Brusselse kinderen. Meer België in de Europese scholen? Meer Europa in de Brusselse scholen? Of simpelweg: meer goede scholen voor alle Brusselaars? Tot slot: hoe stedelijk en Brussels ook, zijn de eurocraten ‘geïntegreerd’? Als je kijkt naar het lage percentage dat deelneemt aan de gemeenteraadsverkiezingen, dat sinds de eerste keer in 2000 ook niet significant lijkt te stijgen, dan ben je geneigd ‘nee’ te antwoorden. Laten we het voor het gemak maar steken op de gecompliceerde indeling van ons Gewest: de nieuwe Brusselaars zijn in de eerste plaats Brusselaar en dan pas Jettenaar, Ganshorenaar, Etterbekenaar... Kan het grootstedelijker? Paradoxaal zou je kunnen stellen dat hoe gedesintegreerder de stad, hoe geïntegreerder de Europeanen, die zich perfect kunnen vinden in de extreme versnippering van het Brussels gewest in gemeenten, wijken, netwerken... Een stad als Hasselt is ongetwijfeld een warme gemeente, waar iedereen thuis is; Brussel is als grootstad een verwarrende stad waar iedereen zich thuis mag voelen door er niet thuis te zijn. En soms, zoals bij verkiezingen, ‘niet thuis te geven’. Hetgeen niet uitsluit dat zij erbij horen, niet meer, maar ook niet minder dan de gemiddelde Brusselaar. Hun hoofdstad, onze hoofdstad? That’s not the question. Rik Jellema, inpat (NL), voorzitter Groen Brussel, gemeenteraadslid Etterbeek


BDW 1331 PAGINA 13 - DONDERDAG 31 MEI 2012

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be

Picnic the streets! Na de oproep van Philippe Van Parijs (‘Picnic the streets!’ in BDW 1330 van 24 mei, p. 14) besloten we zijn woord met een Facebookgroep kracht bij te zetten. Omdat het iedere Brusselaar aanbelangt, hadden we graag op jullie gerekend om hier ruchtbaarheid te geven. Neem gerust een kijkje bij onze groep: www.facebook.com/ groups/310382979046452/. Avenue Picknik Laan, Brussel

Groenafval (Open brief aan staatssecretaris Emir Kir.) Hoopvol nam ik kennis van uw barnumreclame voor het ophalen van het groenafval begin dit jaar. Men zou vanaf 1 april ook in mijn gemeente, Sint-Joost-ten-Node, elke zondag een huis-aan-huisophaling organiseren. Groot is mijn verwondering dat er anderhalve maand en vier telefoontjes (naar Net Brussel) later nog niemand in mijn straat is langsgekomen om mijn groene zakken mee te nemen. Ik heb ze nu voor de derde week op rij weer binnengezet! Tot eind vorig jaar stond er elke zondagmiddag een afvalwagen voor het Dexia-gebouw aan de Galileelaan. Elke week kon ik daar met gerust gemoed mijn tuinafval achterlaten. Kunt u mij zeggen wat ik nu moet doen om verlost te worden van mijn tuinafval?

Yves Du Bois, Sint-Joost-ten-Node

Gegijzeld Brussel, de gegijzelde stad in een bufferstaat die België heet... Sinds 1830 is er, op enkele staatshervormingen na, weinig veranderd. De bufferstaat is langzaam aan het verbrijzelen door een vretend mechanisme – noem het (con)federalisme – dat de hoofdstad en het Brussels Gewest gijzelt. Wie zijn de gijzelaars? Twee regio’s, Vlaanderen en Wallonië, die zich vastklampen aan hun occulte gewestelijke machten om Brussel te claimen. Wat Brussel en zijn multiculturele burgers wensen, maakt niet uit. Dat zijn we nu beu. Op 14 oktober gaan we stemmen. Na ons wereldrecord zonder regering is het enthousiasme wat bekoeld en gaan we naar de verkiezingen als naar een schavot. Waarom? De enigen die zich nog interesseren voor de politieke campagne, zijn de Vlaamse en Franstalige radicalen die het land willen versnipperen of laten annexeren. Op de RTBf had een journaliste het over ‘nos voisins du Nord’ toen ze de Vlamingen bedoelde, en in De klas van Frieda op de VRT kon een kandidaat zich de naam van de huidige premier absoluut niet herinneren. (...) De radicalen willen het land op de korte of lange termijn splitsen. Dat is een opinie, een recht zelfs, maar er zijn politici die denken dat ze koffiedik kunnen kijken en die in het buitenland gaan rondbazuinen dat België tegen 2020 of 2030 niet meer bestaat en dat het absurd zou zijn om te investeren in ons land. Dit is onverantwoord, en onaanvaardbaar in een periode waarin nieuwe bedrijven en financiële steun nodig zijn om de werkloosheid en de recessie tegen te gaan. We mogen zulke uitlatingen, die de toekomst van onze economie en van de jeugd in het gedrang brengen, niet dulden. Nu blijft het nog te hopen dat de niet-radicale partijen niet vervallen in hun holle politieke blabla en dat ze wat creatiever worden om ons even sterk te boeien. Als radicalen en niet-radicalen dat allemaal niet aankunnen, dan is het tijd om tot een referendum over te gaan: vox populi, vox dei. Dan krijgen we te horen dat dit

BDWOPINIE

niet grondwettelijk is of dat dit gevaarlijk is. De geschiedenis kan slechts geschreven worden als er sprake is van (r)evolutie. (...) Marianne Vincent, Watermaal-Bosvoorde

Bouts Met veel belangstelling en genoegen heb ik het artikel over het boek Albrecht Bouts van Valentine Henderiks gelezen (‘De man van mijn leven,’ in BDW 1328 van 10 mei, p. 24-25). Graag meer van dat! Evenwel had ik graag daarbij mogen vernemen of uitgever Brepols het boek ook in het Nederlands aanbiedt; zulks is uit het artikel van de heer Van der Auwera niet op te maken. Vooral wil ik signaleren ten behoeve van mevrouw Henderiks (voor het eerder onwaarschijnlijke geval dat zij dit niet al zou weten... maar men weet nooit!) en ter inlichting van andere belangstellenden onder uw lezers, dat in de kerk van de abdij van Ter Kameren in een kleine nis een werkje hangt van Albrecht Bouts – pardon, van Albert Bouts, want dat is daar een zeer franskiljonse parochie, waar geen woord Nederlands te bespeuren valt in heel de kerk en waar men dus ook geen eerbied kan opbrengen voor der mensen eigennamen. Dit staat gelukkig in lovenswaardige tegenstelling tot mevrouw Henderiks, voor wie Albrecht ook Albrecht blijft in haar Franse tekst en op het voorplat van haar schitterende boek. Herman Thuriaux, Vorst De monografie Albrecht Bouts (1451/55-1549) is wel degelijk ook in het Nederlands vertaald: ISBN 978-2-930054-16-2.

UitMUNTend BDW berichtte reeds over de beroemde Koningin Elisabeth-muziekwedstrijd, die vorig weekend ten einde liep. Maanden geleden werd beslist een gedenkmunt van 2 euro voor de 75ste verjaardag uit te geven. Goed idee, maar... de eerste slag van de productie van een oplage van vijf miljoen was pas vorige vrijdagmiddag, in aanwezigheid van de minister van Financiën en enkele leden van het comité van de wedstrijd. Dat was veel te laat! Indien men bij het begin van de wedstrijd de productie gestart had, dan had men die munten als souvenir kunnen geven aan de musici en de jury, en te koop aanbieden aan het concertpubliek. Want het is een echt muntstuk van 2 euro waarmee men in alle zeventien eurolanden kan betalen. (...) Deze munt zal nu pas begin juni verkrijgbaar zijn, een week na de wedstrijd! Foute timing van het ministerie van Financiën – spijtig. (...) De afbeelding op de munt, die op vijf miljoen exemplaren wordt geslagen, toont het logo van de Koningin Elisabethwedstrijd, over een naar links kijkend portret van de koningin. Aan de onderrand staat er ‘Queen Elisabeth Competition’, en ‘BE’, de verplichte aanduiding van het land dat de munt uitgeeft; gelukkig hier volgens de norm ISO-3166. Ik vraag me wel af waarom het woord ‘Music’ er niet bij staat, desnoods met de hele inscriptie in een wat kleinere letter. Een potentiële (buitenlandse) verzamelaar die zo’n muntstuk als wisselgeld in handen krijgt, vraagt zich af om wat voor ‘competition’ het gaat: voor het kweken van bepaalde plantsoorten, voor voetbal? Mijn verwachting was dat er een viool en een piano te zien zouden zijn. Maar toch heeft men met het embleem van de wedstrijd voor de BE-gedenkmunt een waardige keuze gemaakt.

Herman A.O. Wilms, Vorst

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.

Stormpje door Danny Vileyn Je mag de openbaarvervoersmaatschappij MIVB veel verwijten, doch een verwijt dat ze zwartrijders controleert, hoort daar niet bij. Toch denkt – vreemd genoeg – niet iedereen er zo over. Ridouane Chahid, de ondervoorzitter van de MIVB, is een van hen. Chahid schiet met scherp op de MIVB omdat de maatschappij deelnemers van de 20 km door Brussel die zich vorige zondag aan zwartrijden bezondigden, op de bon heeft geslingerd. Zegt Chahid: “Slechte reclame voor Brussel.” En daar heeft hij een punt. Maar wat wil hij? Dat de MIVB zwartrijden tolereert? Chahid moet zich in dezen tot de organisatoren van de 20 km richten: voordien hadden zij een overeenkomst met de MIVB. Samen met een rugnummer kregen de lopers een dagpas voor de MIVB. Maar dit jaar was de MIVB volgens de 20 km reclamegewijs te inhalig. Dan maar geen gratis kaartjes, met zwartrijders en politieke heisa tot gevolg. Gelukkig probeert minister van Vervoer Brigitte Grouwels (CD&V) de gemoederen te bedaren. Zij stelt voor om alsnog een contract te sluiten en de boetes ongedaan te maken. Zaak gesloten? Niet voor Ridouane Chahid, die deze storm in een glas water – want dat is het – aangrijpt om zich te profileren. Chahid is de eerste ondervoorzitter van de MIVB die permanent in het nieuws komt met uithalen naar de maatschappij die hij vertegenwoordigt. Mét de steun van zijn partij. Rudi Vervoort, de PS-voorzitter van Brussel-19, heeft zich met zijn volle gewicht achter Chahid geschaard en deed er nog een schep bovenop. Vervoort stelt de visie van Grouwels op openbare dienstverlening in vraag. En Chahid vindt Kris Lauwers, de Nederlandstalige algemeen directeur ad interim, persoonlijk verantwoordelijk voor alles wat in zijn ogen misloopt. Gemakshalve vergeten Vervoort en Chahid dat Lauwers gebonden is aan een beheerscontract, en Grouwels aan het regeerakkoord. Uiteraard gaat het niet over lopers die zwartrijden en beboet worden. De PS vindt de MIVB-leiding en de voogdijminister te Vlaams. Er moet binnenkort ook een nieuwe algemeen directeur aangesteld worden. En dus wordt de PS zenuwachtig. Tussen de vorige algemeen directeur – de als liberaal geboekstaafde Alain Flausch – en de PS boterde het niet. Ook al omdat Flausch wel eens zei waar het op stond. De PS wil dat scenario vermijden. Maar wil de PS een algemeen directeur die titel waardig, dan zal de partij het eens moeten zijn met de opdracht van de MIVB: reizigers vervoeren tegen een redelijke prijs, in veilige en comfortabele omstandigheden, van a naar b. Tenzij de PS andere plannen heeft met de MIVB.

EVA HILHORST


© VISITBRUSSELS

FEESTWEEK VOOR WIJNLIEFHEBBERS

BDW 1331 PAGINA 14 - DONDERDAG 31 MEI 2012

VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

Brusselicious heeft er al een hele reeks evenementen en initiatieven op zitten, en het einde is nog niet in zicht. Een week voor de start van de zondagse piQniQs, die drie maanden zullen lopen, zet het themajaar wijnen in de kijker tijdens de eerste editie van de Brussels Wine Week. Een week lang worden er activiteiten georganiseerd die allemaal in het teken van deze verfijnde drank staan. Op het programma staan seminaries, masterclasses, proeverijen en andere activiteiten rond thema’s en specifieke wijnregio’s. Daarnaast wordt in verschillende Brusselse restaurants een speciaal Brussels Wine Weekmenu aangeboden, en in Cinema Flagey staat dagelijks een film over wijn geprogrammeerd. Hoogtepunt van de week wordt het wijndorp in de tuin van de Kunstberg. Van vrijdagavond 1 tot en met zondag 3 juni wordt de Kunstberg een heus Bordeaux-tentendorp. Zestig wijnproducenten van Bordeaux en Bordeaux Supérieur reizen af naar Brussel om hier hun rode, witte en roséwijn aan de man te brengen. De uitgelezen gelegenheid om de producenten te ontmoeten, hun wijnen te proeven en eventueel te kopen. Het wijndorp opent vrijdag de deuren van 17 tot 22 uur, zaterdag van 11 tot 20 uur en zondag van 11 tot 18 uur. Geïnteresseerden kunnen deelnemen door voor vijf euro een Brussels Wine Week-degustatieglas te kopen. Dit glas is het ‘toegangsbewijs’ tot degustaties, maar ook tot de andere activiteiten. U kunt het glas kopen op alle locaties waar er een activiteit plaatsvindt. Lynn Pasteleurs www.brusselswineweek.be ADVERTENTIE

Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

✆ 0800-15045

alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

© 2012 CHARLY HERSCOVICI, BRUSSEL

BRUSSEL – Wijnliefhebbers kunnen van 28 mei tot en met 3 juni terecht op de Brussels Wine Week. In het gastronomisch jaar Brusselicious zet het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in samenwerking met Vino Magazine een hele week wijnen in de spotlights.

Beeldende kunst > Boek met recent ontdekte werken van René Magritte

Vondsten openen ogen BRUSSEL – Bezoekers hebben al heftig gereageerd op de erotische prenten die sinds vorige week deel uitmaken van de kleine appetizertentoonstelling Magritte herontdekt in het Musée Magritte Museum. De onthullende intro tot de Magrittezalen kwam er naar aanleiding van Newly discovered works, een zesde addendum op Magrittes Catalogue raisonné, uitgegeven door het Mercatorfonds.

H

et Magritte Museum bestaat drie jaar, en kent na anderhalf jaar megasucces een kleine terugval (cijfers op www. brusselnieuws.be). Ter ondersteuning van de overheids- en privécollectie die er gegroepeerd wordt, heeft het Comité Magritte heel wat studie- en onderzoekswerk verricht. Het Comité Magritte is in 2000 opgericht rond Sarah Whitfield, coauteur van Magrittes oeuvrecatalogus, Gisèle Ollinger-Zinque, erecurator van het Museum voor Moderne Kunst, en Richard Calvocoressi, directeur van de Henry Moore Foundation. Opzet van hun ‘collectioneursclub’, zoals Whitfield haar Comité zelf noemt, is eigenaars van werk van Magritte uit de kast halen. De jongste tien jaar is dat aardig gelukt, bewijst Newly discovered works. Dertien olieverfschilderijen, dertig gouaches en 101 tekeningen en schetsen op brieven – ja, zelfs met balpen op een blaadje – zijn (her)ontdekt. Verwacht geen zwaar wetenschappelijke pre-

sentatie: het werd een kijkboek voor nerds, zo omschrijft Sarah Whitfield de toegankelijke publicatie, die uiteraard grondig onderbouwd is.

Madame Edwarda Het Comité schakelde heel wat kenners in om Magrittes werk dat (opnieuw) boven water kwam, te ‘identificeren’. Doorgaans gebeurde dat bij ontdekkingen bij (of na) veilingen van Sotheby’s en Christie’s in Europa en Amerika. Het Comité stelt wel duidelijk dat echtheidsbepalingen te allen tijde voor correctie vatbaar zijn. Met andere woorden: missen is menselijk. Dat missen gebeurde alvast in een van de vorige bijlagen van de Catalogue raisonné, deel II, zo vonden we. En precies voor een wel bijzondere reeks van zes pikante tekeningen uit 1946, ter illustratie van een heruitgave van de erotische novelle Madame Edwarda van Geor-

ges Bataille. Ja, we vallen meteen met de deur in huis (tekeningen rechtsboven). De opdracht hiertoe werd aan Magritte gegeven door Gabriel Brissaud (Parijs). Precies door de geheimdoenerij rond de uitgave zou Magritte de prenten niet gesigneerd hebben, beweerde Marcel Mariën. Later verkocht Brissaud de ‘schunnige opdrachtjes’ aan de Brusselse boekhandelaar Albert van Loock. Foutief werd in Deel II vermeld dat Van Loock de opdrachtgever van Magrittes erotische reeks was, bekent de nieuwe bijlage nu. Kan het u deren wie eigenlijk de tekeningen bestelde? De hand van de meester, daar gaat het om. Museumdirecteur Michel Draguet liet alleszins weten dat de reacties in de tentoonstellingszaal meteen violentes (‘heftig’) waren. Besjes krijgen er een masturberende Christus en andere fantasieën van Magritte, voortbordurend op hetzelfde thema te zien. “Deze opvallende reeks opent de deur voor meer onderzoekswerk rond het onderwerp,” werd in het museum geopperd. “En mogelijk gaan bezoekers nu in de zalen op zoek naar meer herkenbaars van dit soort in Magrittes oeuvre.” Een zoveelste surrealistische twist.

Zegt Georgette Het twintigtal recente vondsten op de expositie, waaronder zelfs een blauw-zwart ka-


© SASKIA VANDERSTICHELE

© MARC GYSENS

BDW 1331 PAGINA 15 - DONDERDAG 31 MEI 2012

Veertig jaar dienstbaarheid Plácido Domingo begroette hem in Washington amicaal met een “Ola amigo, como va?”, mevrouw von Karajan nodigde hem hoogstpersoonlijk uit op een receptie in het Hilton: Mohamed Chouri – ‘Chouri’ voor de vrienden – heeft een lange staat van dienst als ‘chef podium’ bij Bozar. Een portret. LEES MEER OP PAGINA 20-21

WAT EEN JOB! Thomas is baby-verpleger in het Sint-Jansziekenhuis in het centrum van de stad. De baby’tjes die hij verzorgt, zijn vaak veel te vroeg geboren. Soms wegen ze maar anderhalve kilo! Zazie zegt: wat een job! Aflevering 5 in een boeiende reeks. LEES MEER OP PAGINA 24-25

© 2012 CHARLY HERSCOVICI, BRUSSEL

© 2012 CHARLY HERSCOVICI, BRUSSEL

Vlnr.: ‘La leçon de musique’, ‘Par une belle fin d’après-midi’ en twee tekeningen uit een reeks van zes voor de clandestiene heruitgave van de erotische novelle Madame Edwarda.

merscherm toegeschreven aan Magritte, is maar een smaakmaker voor het verrassend

lijvige ‘vondstenboek’ van het Mercatorfonds. De olieverfdoeken, de gouaches en de teke-

ningen – veelal in groot formaat gedrukt, zodat ook de teksten te lezen zijn – krijgen

Cherchez la femme: Georgette Magritte

“De liefde kan niet verwoest worden; ik geloof in haar overwinning.” Daarvan was de meester van het Brusselse surrealisme overtuigd. Een symbiotische relatie hadden Georgette en René Magritte, alle kennissen zijn het daarover eens. René was stapel op ‘zijn Georgette’ vanaf de eerste keer dat hij haar zag op de paardenmolen van de kermis in Charleroi. Dat was in 1913; René is vijftien, zij twaalf. De ‘kalverliefde’ blijft een heel leven duren en zelfs na Renés dood in 1967 blijft Georgette negentien jaar lang (tot haar dood in 1986) zijn herinnering en nalatenschap bewaken. Georgette is een mooie, fotogenieke vrouw met donker, golvend haar en grote, heldere ogen. Een onweerstaanbare mengeling van raadselachtigheid en schalksheid. De zwijgzame ‘bedenker van mysteries’ aanbad haar en bleef eeuwig verliefd. Zij is een gracieuze toeverlaat, een discrete handlangster, een inspirerende raadgeefster, misschien een surro-

© CHARLY HERSCOVICI, MET ZIJN VRIENDELIJKE TOESTEMMING - C/O SABAM-ADAGP, 2012

BRUSSEL – “Als Georgette sterft, zal ik haar ook laten opzetten en een plaatsje naast mijn bed geven.” Wat zou René Magritte zijn geweest zonder Georgette? Veertig jaar lang was ze zijn compagne de route. Zijn muze, zijn model, zijn minnares.

‘L’ombre et son ombre’: Georgette en René Magritte in 1932, thuis in de Essegemstraat in Jette.

gaat moederfiguur voor de adolescent die zijn moeder door zelfdoding verloor. ‘Diepe wateren’ is de titel van een foto waar-

voor Georgette poseert. Ook het schilderij ‘Poging tot het onmogelijke’, waarbij een schilder in maatpak een naakte vrouw schildert, is een dubbel zelfportret. Het ‘onmogelijke’ slaat hier niet op de liefde, wel op een schilderij, een konterfeitsel dat nooit de mogelijke waarheid kan omvatten. De foto die aan de basis ligt van het schilderij, bestaat ook. Daarop beschildert René met een penseel zijn vrouw. Hoe surrealistisch de grap ook is, ze toont ook de kleinburgerlijke conventionaliteit van het koppel. Georgette draagt een donker badpak met een dijbroekje. Op schilderijen staat Georgette dan wel naakt, maar op foto’s – waaraan ze gretig meewerkt – nooit of te nimmer. Dat hoort niet voor een deftige vrouw als Georgette Marie Florence Berger, geboren op 22 februari 1901 in Marcinelle als slagersdochter. Haar ‘fijne vleeswaren’ toont ze alleen in intiem, echtelijk ‘verbond’. De jeugdige verliefden vonden elkaar bij toeval in 1920 terug in de tuinen van de Kruidtuin. Georgette, negentien dan, werkte als verkoopster bij de Coopérative Artistique, een Brusselse zaak in schildersbenodigdheden. Twee jaar later trouwen ze in de Koninklijke Sint-Mariakerk in Schaarbeek. Van dezelfde dag – 28 juni 1922 – dateert een foto waarop

evenwaardige aandacht: alleen dat al is uniek. Over de gouache ‘Par une belle fin d’aprèsmidi’, twee rustende doodskisten op een muurtje (1964), die een verzamelaar in 1965 van Alexandre Iolas kocht, en die pas in 2005 eerst bij Sotheby’s New York en in 2008 alweer bij Sotheby’s Londen werd verkocht, schreef Magritte gewoon dat hij het onderwerp voor een expositie in Parijs herwerkt had en een nieuwe titel had gegeven. Ook ‘La leçon de musique’ (1963, titel van 1965), waarover Magritte correspondeerde in 1963, weten we dat het al een andere naam had gehad: ‘La sonnette d’Achille’ (links boven). Verder zijn heel wat ‘Brusselse verhalen’ te ontdekken, zoals over een Christus met doornenkroon. Magritte schilderde dit naar een prentkaartje met werk van Gabriel Max (18401917), opgedist uit een prentkaartenverkoopstalletje in de stad. Het oorspronkelijke werk werd geschonken aan Prosper Van de Weghe, de koster van de Schaarbeekse Sint-Mariakerk, als dank voor bewezen diensten. Voorts is ook wel wat werk terug te vinden afkomstig van Georgette Magritte-Berger (artikel rechts onder) en haar zus Léontine. Opvallend is wel dat ze in de jaren 1970 wat tekenwerk zelf expliciet toeschrijft aan haar man: “Je certifie que ce dessin a été fait par mon mari René Magritte.” En wie zou Georgette durven tegen te spreken?

Jean-Marie Binst

Georgette op de schoot van René lijkt te zitten. Recht in de lens kijkend hebben ze hun hoofden tegen elkaar gevlijd, en zij legt teder en elegant haar hand om zijn wang. Tederheid en respect, een leven lang. Georgette speelt piano in het salon, Magritte schildert in de belendende woonkamer. Als het financieel penibel is, zorgt Georgette voor de inkomsten. Maar als André Breton, de Franse kunstpaus van het surrealisme, Georgette misprees omdat ze een gouden kruisje om haar hals droeg, keerde Magritte een belovende carrière in Parijs de rug toe en ging hij in Jette wonen. Een plek die hij verafschuwde – maar Georgette was er dicht bij haar zus. Georgette bleef altijd gelovig, terwijl Magritte een agnost was. En toch was er een perfecte overeenstemming tussen de begeerde, geduldige muze en de cynische, schuwe schaker. Kinderen kreeg het echtpaar nooit; Georgette zou wel een miskraam gehad hebben. Maar ze hadden wel hondjes, bitse keffertjes die Magritte liet opzetten. Misschien hadden ze aan elkaar genoeg, wie zal het zeggen? Over zijn rol van huisvader zei René: “Het is een rol die mij niet schikt en de tuin is groot genoeg voor de kinderen die we niet hebben.” En Georgette? Zij zweeg, als altijd met haar gezond verstand.

Eliane Van den Ende

‘René and Georgette Magritte with their dog after the war’ van Paul Simon (1983): www.youtube.com/watch?v=Jj5RUNLQBQE


BDW 1331 PAGINA 16 - DONDERDAG 31 MEI 2012

Muziek > Driehonderd (!) man van Academie Sint-Agatha-Berchem op de planken in Kaai

Berchem ziet u gaarne De muziektheatervoorstelling is het resultaat van een samenwerking tussen de academie en drie door de wol geverfde artiesten. Tekenaar en auteur Randall Casaer zette een kaderverhaal voor de voorstelling op papier. Hij is onder meer bekend van zijn samenwerkingen met Wouter Deprez en Wim Helsen, en van zijn illustraties in Humo. Vital Schraenen, die onder meer werkt als acteur en regisseur, nam de regie van het geheel op zijn schouders. De muziek werd bedacht door Chris Carlier, die naast muziekleerkracht ook bassist en contrabassist in verschillende groepen is en een groot deel van zijn tijd besteedt aan componeerwerk. Een echte muzikale duizendpoot dus, die het bovendien gewend is om zijn muziek te integreren met andere disciplines en media. Een tweetal jaar geleden componeerde Carlier vier kinderliedjes voor de muziekschool, in opdracht van toenmalig directeur Dirk Baeten. Uit dat project is nu de muziektheatervoorstelling Hoe gaarne (ik u zie) gegroeid. “Het doel was van in het begin om een doorsnede te ma-

en we zijn tevreden met het resultaat.” Zowel jong als oud, grote ensembles als kleine groepjes, uit elke uithoek van het muzikale spectrum, zullen het podium bevolken. De academie belooft een opwindende muzikale kruisbestuiving: een jazzensemble met een klassiek koor, bijvoorbeeld. Of een akoestische, een klassieke en een elektrische gitaar en een barokluit die samen aan de snaren plukken. Vertederende poëzie op de zwoele tonen van een bigband. Een tango-orkest als partner voor frêle kinderstemmen, en meer verrassende combinaties. “Wie de voorstelling komt bekijken, kan vooral héél veel muziek verwachten, en dat alles in het kaderverhaal van Casaer geweven,” zegt Carlier. Het thema van de voorstelling is – wat had u gedacht? – de liefde. Details wil Carlier liever niet kwijt: wachten tot het moment suprême, dus. Maar een tipje van de sluier wil hij wel Componist/dirigent/bassist/drijvende kracht Chris Carlier: oplichten: “Casaer vertelt een prachtig verhet begon met een kinderliedje... haal over een jeugdliefde, doorspekt met veel humor.” Wie meer wil weten, zal zelf moeten komen kijken op vrijdag 1 of zaterdag 2 juni, ken van de muziekschool,” legt Carlier uit. “De De makers lijken in hun opzet geslaagd: op de telkens om 20 uur. academie biedt een breed gamma: folk, Arabi- planken geven liefst een driehonderd muzi- Nele Derde sche muziek, klassiek, tango, jazz en nog veel kanten en acteurs het beste van zichzelf. “Een meer. We wilden de volledige muziekschool serieuze uitdaging om zoveel mensen te coör- Meer info en reserveren op 02-465.16.05 aan bod laten komen.” dineren,” zegt Carlier, “maar het is ons gelukt en www.academiesab.be © ACADEMIE MUZIEK & WOORD SINT-AGATHA-BERCHEM

BRUSSEL – De Academie voor Muziek & Woord van Sint-Agatha-Berchem is komend weekend te gast in het Kaaitheater met de bruisende muziektheatervoorstelling Hoe gaarne (ik u zie).

ADVERTENTIE

IK DOE MEE, JIJ OOK?

ROOK OP 31 MEI 24 UUR NIET EN MAAK KANS OP EEN PLAYSTATION 3 IK GA VOOR EEN FRISSE ADEM.


BDW 1331 PAGINA 17 - DONDERDAG 31 MEI 2012

Praat

Groetjes uit het Brussel van vroeger

ADVERTENTIE

opleidingsbeurs 2012 Uw schakel naar werk

bourse de la formation 2012 En route vers l’emploi

Nederlandstalige opleidingstrajecten in Brussel - Parcours de formations en néerlandais à Bruxelles

dinsdag 12 juni / 10u - 16u mardi 12 juin / 10h - 16h Ancienne Belgique Boulevard Anspachlaan 110 1000 Brussel/Bruxelles

Gelezen: Peter Jacobs, Een tijdreis door België – Schrijvers op bezoek 1814-1915, uitg. Lannoo, 237 p., 24,99 euro.

Gratis inkom/Entree gratuite

achteraf

Dit boek, een mooie, in linnen gebonden retro-uitgave, verzamelt frag­­menten uit reisverslagen van 21 buitenlandse schrijvers – nog bekend of al vergeten – die tussen de vooravond van de Slag bij Waterloo en het begin van de Eerste Wereldoorlog België bezochten per postkoets, trein of automobiel. De 23 bijdragen (Victor Hugo en Stefan Zweig doen twee keer hun zegje) zijn netjes verdeeld over (vooral) Vlaanderen en Wallonië. Maar ook Brussel, dat als hoofdstad meestal reisdoel of vertrekpunt was van de langere reis waar dit boek altijd maar een fragment kan uitlichten, komt aan bod. Een van de fragmenten die integraal over Brussel gaan, is afkomstig van de ondertussen vergeten Amerikaanse reisschrijfster Adeline F. Trafton (1845?-1920?) uit Massachusetts, die debuteerde met An American girl abroad in de voor welopgevoede meisjes bestemde The Girlhood Series. Met haar chaperonne Mrs K. bezocht Trafton Brussel in 1869, waar ze onder meer op ‘bedevaart’ ging naar het Pensionnat Heger, waar dertig jaar eerder de schrijvende zusjes Brontë gezeten hadden. Daarover gaat het fragment echter niet. Trafton verblijft aan het Warandepark, vlak bij het ‘grijze barakachtige paleis’ (dat toen inderdaad voorwerp was van een lange renovatie), waar ze dames een tapijtje ziet uitspreiden voor hun poedel als dat beestje even wil uitrusten. Voor honden – afhankelijk van of ze aan de leiband lopen of karren trekken – is Brussel ‘waarlijk het paradijs en het vagevuur’. Over de Grote Markt, met zijn ‘macabere’ standbeeld van Egmont en Hoorn en zijn ‘versleten huizen, liefelijk in hun verval’, doet Trafton niet wild. Het stadhuis kan haar wel bekoren, maar over het algemeen zet ze de oude binnenstad (‘kronkelig, saai en schilderachtig’) in negatieve zin af tegen de ‘mooie Parijsachtige bovenstad’. Beide zijn aan elkaar gekoppeld ‘als een oude man aan een vrolijke jonge vrouw’. Trafton laat haar verbeeldingskracht zien in de beschrijving van de enormiteit van onze kathedralen, die ‘niet zozeer steen op steen lijken te zijn gebouwd, maar er te hebben gestaan sinds het begin van de wereld, eenzaam, alleen, tot er na lange eeuwen een stad aangewandeld kwam om er zich over te verbazen, ze te vereren en vol eerbied aan hun voeten te zitten.’ De Vlaamse schilderijen vindt ze over het algemeen oninteressant (‘dode Christussen, lijkbleek, gruwelijk, vreselijk om naar te kijken’), maar ze besteedt wel veel aandacht aan het werk van Antoine Wiertz, waaronder

Tram lijn 3 en 4 – halte Beurs Tram ligne 3 et 4 – arrêt Bourse

www.tracebrussel.be

Georganiseerd door/Organisée par:

‘Une scène de l’enfer’, dat Napoleon afbeeldt in het (helle)vuur van de strijd: “De situatie is uitgesproken onplezierig voor de held, en je verlangt naar een emmer koud water.” Ook interessant is het stukje uit Croquis de Belgique van Paul Verlaine (foto). In 1893, twintig jaar na de affaire en de schietpartij met Arthur Rimbaud in de Brouwersstraat, is Verlaine terug in België voor een met absint overgoten literaire tournee. Was bij zijn vorige doortocht in Brussel de Zenne pas overwelfd, dan heeft de modernisering zich sindsdien doorgezet. Verlaine protesteert daartegen: “Het pittoreske maakt er jammer genoeg stilaan plaats voor de smaak die men modern noemt, maar die ik van alle tijden vind, want het is DE SLECHTE SMAAK.” Hij heeft wel stille bewondering voor de Beurs, het Postgebouw en zelfs het Justitiepaleis, ‘een beetje waanzin, misschien, maar dan wel op een positieve manier, vind ik.’ De binnenkant vindt hij wel minder dan de buitenkant: “Er is daar in het bijzonder een assisenhof waar ik in geen geval ter dood veroordeeld zou willen worden, zo aardedonker is het er.” Tot slot komt Brussel ook even aan bod in het verslag Around the world with a king, dat William N. Armstrong maakte van zijn wereldreis met koning Kalakaua van Hawaï. In 1881 logeerde die in Hotel Belle Vue, naast het paleis van Brussel, om vandaaruit (in de striemende regen) Waterloo te gaan bezoeken. Het is geestig om Armstrong daar tegen de koning te horen zeggen dat diens ‘wilde voorouders’ tenminste het verstand hadden om na een veldslag de lijken op te eten in plaats van ze te verspillen en te laten rotten, en hoe de koning nog enkele aanmerkingen geeft op Napoleons strategie. Terug in Brussel krijgt het staatshoofd nog het bezoek van Leopold II, die – hoewel hij naast de deur woont – staatsiekoets, lakeien en cavalerie laat aanrukken. Michaël Bellon

Met de steun van/Avec le soutien de:

ADVERTENTIE

Zijn jullie klaar voor het Groot milieufeest ? > 12h 3 JunI park Jubel

THem

a

ua JOSH IS

GraT rT Ce COn 19h

Duu rZ VOeD ame InG

INFO : 02 775 75 75 - WWW.LEEFMILIEUBRUSSEL.BE


BDW 1331 PAGINA 18 - DONDERDAG 31 MEI 2012

Jazz > Jonge wolf Igor Gehenot vormt trio met ervaren rotten

‘Liever jam dan conservatorium’

M

et een moeder die pianolerares was aan het conservatorium, kon de jonge Igor Gehenot het lot moeilijk ontlopen en werd hij ingeschreven voor lessen klassieke piano. Echt interesseren deed het hem niet. Maar toen hij de biopic Ray zag, over het leven van Ray Charles, was het hek van de dam. “Ik raakte helemaal in de ban van boogie en wilde meteen ‘Hit the road Jack’ kunnen spelen. Daarnaast begon ik de kleine lettertjes op de hoezen te lezen. Zo verschoof mijn interesse meer en meer richting jazz. De plaat die indertijd de meeste indruk op mij maakte, was The real McCoy van McCoy Tyner met daarop ‘Search for peace’.” Het logische vervolg was de jazzacademie en nadien het conservatorium. “Daar leerde ik de wereld van Bill Evans en de aanpak van het klassieke jazztrio kennen. Dat mijn voorkeur tegenwoordig uitgaat naar die formule, stamt uit die periode. Bij Evans intrigeerde mij vooral het algemene geluid, zijn spel en zijn lyrisme. Zijn werk met Scott LaFaro en Paul Motian blijft voor mij absolute top.” Na een jaar conservatorium in Maastricht kwam hij naar Brussel

© KRISTEL MERCKX

BRUSSEL – Onlangs verscheen het debuut van de jonge getalenteerde jazzpianist Igor Gehenot (23). Road story heet de plaat: “We staan aan het begin van het avontuur, we hebben nog een hele weg te gaan.” Als reiscompagnons krijgt Gehenot niemand minder dan de ervaren globetrotters Teun Verbruggen en Sam Gerstmans mee. omdat hij absoluut les wilde volgen bij Eric Legnini. “Maar ik ben geen echt schooltype: na twee jaar hield ik het voor bekeken. Het leek me interessanter om als autodidact verder te gaan en, vooral, om de jamsessies af te schuimen. De Sounds (Tulpstraat, Elsene, red.) is de laatste vier jaar zowat mijn vaste stek op maandagavond. Zo kreeg ik de gelegenheid om met de meest uiteenlopende muzikanten te spelen en ontdekte ik het repertoire van de standards. Het was ook een ideale manier om een uitgebreide kennissenkring op te bouwen.”

Goed op weg

Het Igor Gehenot Trio: pianist Gehenot geflankeerd door drummer Teun Verbruggen (l.) en bassist Sam Gerstmans (r.).

Nadat Gehenot met zijn Metropolitan Quartet al in de prijzen viel tijdens het concours in Comblain (2009), kreeg hij vorig jaar de Sabam Jazz Award voor jong talent. Onlangs verscheen dan Road story (Igloo), de debuut-cd van zijn trio, dat voor de rest bestaat uit drummer Teun Verbruggen en bassist Sam Gerstmans. Op het repertoire staat uitsluitend eigen werk van Gehenot. “Componeren doe ik al een aantal jaar. Ik schrijf continu, maar ik voer wel een strenge selectie door. Voor mijn trio heb ik het geluk te kunnen re-

kenen op twee straffe muzikanten.” Bill Evans, Eric Legnini en in mindere mate ook Brad Mehldau (al komt die invloed eerder live tot uiting) zijn niet ver weg op Road story, maar het lyrisme en de soundtrack-verwante stukken van Gehenot worden vakkundig in evenwicht gehouden door een aantal meer up-tempo passages. Op 5 juli staat Igor Gehenot met zijn trio op het podium van Gent Jazz. Dat is natuurlijk wat anders dan een cluboptreden, “en daarvan ben ik

ADVERTENTIE

me bewust. In april en mei kreeg ik gelukkig een residentie aangeboden in de Sounds. Daardoor konden we zowel het materiaal van de cd als nieuwe composities rustig verder uitwerken en bijschaven.” Hij mag dan al een aantal mooie dingen verwezenlijkt hebben, toch blijft Gehenot realistisch. De titel en

de hoes van de cd zijn daar een symbool van. “We staan aan het begin van het avontuur en hebben nog een hele weg af te leggen. We zien wel hoeveel zijwegen er zijn en waar we uiteindelijk uitkomen.” Georges Tonla Briquet

Igor Gehenot Trio op 2 juni om 18 uur (!) in JazzStation (Leuvensesteenweg 193A) en op 5 juli als openingsact van Gent Jazz

ADVERTENTIE


© DIETER TELEMANS

BDW 1331 PAGINA 19 - DONDERDAG 31 MEI 2012

Gouden Ketje voor Begeleid Wonen Brussel: bruggenbouwers tussen thuislozen en mensen met een handicap.

Prijzen voor baanbrekende samenwerkingen BRUSSEL – De Vlaamse Gemeenschapscommissie heeft voor de vijfde keer de Gouden Ketjes uitgereikt. Thema dit jaar was ‘Muren slopen, bruggen slaan’. De VGC reikt de Ketjes uit aan Brusselse  organisaties,  instellingen  of  verenigingen  die  op  een  uitzonderlijke, baanbrekende en open manier  samenwerken en zo een meerwaarde  voor  Brussel  zijn.  Elke  winnaar  krijgt vijfduizend euro.  Het  Gouden  Ketje  voor  Onderwijs  en  Vorming  gaat  naar  het  project  Jongerencoaching van Don Bosco in  Sint-Pieters-Woluwe.  De  jongerencoach  moet  de  uitval  en  de  achterstelling  in  het  Brusselse  secundair  onderwijs tegengaan. Het Ketje voor Welzijn gaat naar het  project  Bruggenbouwer  van  Begeleid  Wonen  Brussel.  Zij  willen  een  brug  slaan  tussen  thuislozen  en  fysieke  of  mentaal  gehandicapten.

Ik en den Theo  van  Piet  Maris  en  Théophane  Raballand  krijgt  het  Gouden  Ketje  voor  Cultuur,  Jeugd  en Sport.  Ik en den Theo is een tweetalig  liedjesprogramma  dat  aansluit  bij  de  leefwereld  van  kleuters  en  jonge  kinderen.  Volgens  de  jury  van de Ketjes verbindt het initiatief  mensen  van  verschillende  taalgemeenschappen en slaat het een brug  tussen jeugd, cultuur, onderwijs en  welzijn.  “De  muzikanten  zijn  kritisch  en   maatschappelijk transformerend bezig.” Maris is heel tevreden met de overwinning. “We hadden het helemaal  niet verwacht, want er zaten enkele  heel  sterke  kandidaten  tussen.  Het  is heel leuk om erkenning te krijgen.  We slaan een muzikale brug tussen  de landstalen. Wat ons betreft zal  Ik LP en den Theo nog lang lopen.” Meer over Ik en den Theo op www.choux.net

ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN

Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44

M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����

© NICK TRACHET

Evenement > Gouden Ketjes uitgereikt

licum is slechts een van de vele basilicumsoorten  en  variëteiten  die  er  bestaan.  Men  denkt  dat  basilicum  van  oorsprong uit Afrika komt, maar voor  het eerst gekweekt werd in India. In  onze streek is basilicum een eenjarig  kruid,  maar  er  bestaan  ook  langlevende soorten, en zelfs  basilica   (?) die tot  boompjes uitgroeien. Er bestaan er met citroensmaak,  met  kaneelgeur,  met  paarse  blaadjes,  met heilige namen, er is meer basilicum dan ons lief  is in deze wereld, zelfs Mexicaans. De smaak van het ‘gewone’ basilicum is zeer complex  en  moeilijk  te  vergelijken  met  dagelijkse  kruiden.  En  toch  is  er  die  ene  herinnering  die  bij  het  ruiken aan geplet basilicum naar boven komt. Toen  ik nog heel klein was, werden ziekten en koorts nog  wel eens behandeld met kamferalcohol. Men wreef  de  borst  van  de  zieke  ermee  in.  Welnu,  basilicum  ruikt  ook  naar  kamfer,  de  Aziatische  variëteiten  zelfs nog wat meer dan de Europese.  Maar wij associëren basilicum met Italië. Van oudsher wordt het er gebruikt. Misschien heeft het kruid  zelfs de populariteit van de tomaat – een vrij recente  aanwinst  in  de  Italiaanse  keuken  –  bespoedigd?  Basilicum  en  tomaat  gaan  wonderlijk  goed  samen.  Dat wordt bewezen in die klassieker van de zuiderse  keuken,  de   insalata caprese:  sneetjes  mozzarella,  schijfjes  tomaat  en  versnipperd  basilicum  (en  een  draai  van  de  pepermolen!).  De  Italiaanse  traditie  verbiedt  dat  basilicum  wordt  gesneden  met  mes  of  BRUSSEL EN DE WERELD schaar. Het kruid moet met de vingers stuk getrokCULINAIR ONTDEKT ken  worden.  Bijgeloof  wil  dat  wie  basilicum  snijdt,  zal worden gebeten door de adder. In werkelijkheid  zorgt  het  kneuzen  van  de  bladeren  ervoor  dat  de  geur  beter  vrijkomt.  Dat  verhaal  hoorde  ik  vanuit  Umbrië en Latium (waar Rome ligt). Hoe het noordelijk en zuidelijk verliep, weet ik niet, maar het is  wel opvallend dat de pizza margherita, die dezelfde  ingrediënten  heeft  als  de  insalata  caprese,  als  een  vrij recente creatie wordt beschouwd. De margherita  De recente populariteit van basilicum doet aan wordt  exact  gedateerd  in  het  jaar  1889,  in  Napels.  een rage denken, al duren rages meestal niet zo Dit  kan  alleen  betekenen  dat  men  voorheen  deze  lang. Basilicum, onbekend bij de Oude Belgen, drie ingrediënten niet op pizza’s gebruikte. lijkt een blijver. Het is dan ook een makkelijk In het noorden van Italië, Ligurië (Genua), is men bakruid met een onweerstaanbaar, zij het besilicum gaan gebruiken in industriële hoeveelheden,  schaafd aroma. met name in de pesto. Die saus is sinds enkele jaren  een must bij  foodies over heel de westerse wereld. En  Een  anekdote.  Lang,  lang  geleden  waren  we  een  toch moet ook deze uitvinding vrij recent zijn. In het  dagje uit geweest en kwamen we Brussel weer bin- boek  van  Pellegrino  Artusi,  het  basiswerk  van  de  nen met reuzenhonger. De eerste de beste pizzeria  Italiaanse keuken, zelfs in de latere editie van 1910,  moest  volstaan.  We  installeerden  ons  dus  bij  een  onbekende Italiaan in Laken en struinden door de  menukaart, toen plots: een lachstuip. De uitbaters  hadden een netjes tweetalige kaart gemaakt en ik  las  bij  de  Nederlandse  ingrediëntenlijst  van  een  pizza margherita:  ‘kaas, tomaat,... koningshagedis’.  Ik zweer het. Dit recept hoorde eerder thuis langs  de kades van Hongkong, waar gemarineerde kip en  verpoederde gekko nog geen curiosa zijn. Maar hagedissen op een Italo-Brusselse pizza, dat leek mij  niet echt traditioneel. Gelukkig was er de Franse tekst, die het eenvoudig  hield:  ‘fromage, tomate, basilic’. Basilicum, dus. Het  toont maar weer aan hoe belachelijk het is om vertalingen te maken met een woordenboek in de hand  (of  vandaag  met  een  vertaalprogramma).   A little komt pesto nog helemaal niet voor. Artusi beschrijft  knowledge is dangerous,  zeggen  de  Britten.  Straks  wel  een  Genuese  saus  voor  gekookte  vis  ( salsa vinden we in een toeristische brochure over Brussel  genovese per pesce lesso),  waarin  we  naast  andere  ingrediënten  voor  pesto  (pijnpitten,  look,  kappernog de  Koningshagedis van Koekelberg terug. Basilicum  is  in  onze  taal  en  streken  een  exotisch  tjes) vooral peterselie ( prezzemolo) aantreffen. Deze  verschijnsel.  We  hebben  er  geen  woord  voor.   Ba- saus  lijkt  op  een  Franse  tapenade.  Ook  andere    oningskruid?  Omdat   basileus  Grieks  bronnen  vermelden  dat  pesto,  wat  eigenlijk  ‘gezielkruid?  K is  voor  ‘koning’?  Het  zal  wel.  Maar  de  verwarring  stampt’ betekent, van oorsprong met peterselie (en  met  een  soort  reptiel  komt  van  nog  verder.  In  an- kappers) werd gemaakt. De Azurenkust van Franktieke beestenboeken beschreef men de  basilisk, dat  rijk kent dan weer  pistou, waar vanouds wel basiliwas een koning van de slangen, een verschrikkelijk  cum in gaat, maar dan weer geen gestampte pijnpitmonster dat zelfs met zijn blik kon doden. Moderne  ten. biologen hebben die mythische naam gebruikt om  Hoe het ook zij, de geur doet ons dromen van zomereen  genus  van  Zuid-Amerikaanse  hagedissen  een  se vakanties en goed weer, en we hebben dat soms  wetenschappelijke naam te geven:  Basiliscus. Van- nodig. Smakelijk. daar de verwarring tussen kruid en kruipdier. Maar  hier  gaat  het  om  het  kruid.  O   cimum basili- nick.trachet@bdw.be cum is een lid van de  Lamiaceae ofte lipbloemigen.  Tot die familie behoren ook andere sterk geurende  De hele reeks nalezen? kruiden  als  munt,  salie  en  melisse.  Deze  O. basi- www.brusselnieuws.be/trachet

Nick Trachet

Basilicum

Ingrediënten van de pizza margherita in een Lakense pizzeria: kaas, tomaat, koningshagedis


BDW 1331 PAGINA 20 - DONDERDAG 31 MEI 2012

Mohamed Chouri – de achternaam volstaat. “Voor het optreden stapte de vrouw van Herbert von Karajan op mij toe: ‘Ik geef vanavond een receptie in het Hilton, en uw aanwezigheid zou me veel plezier doen.’ Dat raakte me.”

© MARC GYSENS

Mohamed Chouri, veertig jaar chef podium in Bozar

‘Meester, ik zal proberen’ ANDERLECHT/BRUSSEL – “Ik was zowel technicus als psycholoog. Met één motto: zeg nooit ‘nee’ tegen een artiest; zeg altijd: ‘Ik zal proberen.’ Als je negatieve signalen geeft, dan ben je geen goede medewerker.” Zijn voornaam is Mohamed, maar zijn vrienden noemen hem bij zijn achternaam: Chouri. Zo was het veertig jaar geleden, toen hij begon als chef podium in Bozar, zo is het nog. Nu is hij met pensioen, maar “ik heb meer dan genoeg omhanden. Me uitleven met doek en penseel, me bezighouden met mijn zoontje Amir.”

N

oblesse oblige: ‘Chouri’ geeft me afspraak in Bozar. De Koningin Elisabethwedstrijd, 75 jaar jong, is nog altijd volop bezig. Ik zie op een affiche een zwart-witfoto van Chouri die zijn oog tegen een kijkgaatje in de coulisse drukt. “Ze is genomen tijdens de editie van vorig jaar. Waarom ze net die foto hebben gekozen? Als hommage? Geen idee. Dat zul je aan iemand anders moeten vragen.” We passeren de gesloten deuren van het Koninklijk Salon en installeren ons in de coulissen van de Henry Le Bœufzaal, waar Chouri al die jaren aan de touwtjes heeft getrokken, waar hij bij wijze van spreken ’s ochtends het

licht aanstak en het ’s avonds weer uitdeed. “Nog tijdens mijn studie aan de Academie voor Schone Kunsten ben ik hier komen werken, bij de sectie Tentoonstellingen. Vervolgens hebben ze mij gevraagd voor de podiumregie, en geen twee seconden heb ik getwijfeld. Veertig jaar lang heb ik het met hart en ziel gedaan. Daarbij kon ik rekenen op een ijzersterke gezondheid, ik kan me niet herinneren dat ik één dag heb gemist door ziekte. Of het nu voor wereldsterren was of voor mindere goden, steeds heb ik er minutieus op toegezien dat het podium opgesteld stond zoals gevraagd.” “Kwam de crème de la crème, dan was het kot te klein. Bijvoorbeeld Jessye Norman, sopraan

buiten categorie. Dan werd alles opgepoetst tot in de kleinste details, er kwamen barricades om ongewenste blikken te weren. In haar loge mocht niemand haar benaderen, behalve ik. Zelfs voor de repetitie was er een ritueel: ik moest wachten op een teken om de deur te openen. Nooit vragen: ‘Madame, vous êtes prête?’ Neen, wachten. En zodra ze ‘ja’ knikte, wist ik: c’est parti.” “Mijn motto was altijd en overal: ‘Meester, ik zal proberen.’ Een voorbeeld. Maurizio Pollini, de befaamde Italiaanse pianist en dirigent, is aan het repeteren. Na een tijdje staat hij op en begint hij rond te lopen in de zaal. Vraagt mij: ‘Kunt u de piano niet een beetje meer naar

daar zetten?’ Zegt tegen de stemmer: ‘Speel eens.’ Dat herhaalt zich zo een aantal keer, tot de piano terug op haar oorspronkelijke plaats staat. Pollini: ‘Nu is het zoals het moet zijn.’ En tegen mij: ‘Meneer, u kent uw werk.’ Ik wist al vooraf dat het zo zou zijn, ik kende de perfecte plek voor de piano: dat weet je als je de akoestiek van de zaal kent. Puur psychologie. Nooit mag je een artiest een negatieve impuls geven. Het is iets wat ik mijn twee opvolgers, die ik nu begeleid, altijd op het hart druk.” Nog zoiets: discretie. “Ik heb ze allemaal zien passeren. Van Yehudi Menuhin tot Barbara Hendricks. Van Toots Thielemans tot Shirley Bassey. Van Miles Davis tot Louis Armstrong. Zoveel sappige anekdotes zou ik kunnen vertellen, maar zelfs nu nog staat discretie boven aan mijn lijstje. Goede herinneringen, daar heb ik er ook tientallen van. De beste misschien toch wel van het laatste optreden van wijlen Herbert von Karajan met de Berliner Philharmoniker. Von Karajan pakte graag


BDW 1331 PAGINA 21 - DONDERDAG 31 MEI 2012

groots uit, in alles. Hij was steevast vergezeld door twee bodyguards, had zijn privéjet, waar hij niets te kort kwam; zelfs zijn Mercedes vloog mee. Helaas was hij toen al erg ziek en kon hij niet meer rechtstaand dirigeren, maar zittend op een fietszadel. Voor het optreden stapte zijn vrouw Michèle op mij toe: ‘Ik geef vanavond een receptie in het Hilton, en uw aanwezigheid zou me veel plezier doen.’ Dat heeft me echt wel geraakt. Maar eigenlijk is

“Ik ben altijd blijven samenwerken met de Marokkaanse ambassade, voor culturele activiteiten. Dat, én op tijd en stond een pintje drinken met mijn vrienden van Bozar: het zal me nog lang jong houden”

elke dag dat alles op rolletjes liep, een goede herinnering. En een voorrecht.” Chouri heeft er massa’s foto’s aan overgehouden, en handtekeningen. Vriendschappen ook: binnen de Bozar-familie, en met mensen die hij heeft mogen begeleiden. “Zo was ik eens in Washington. Ik wist dat Plácido Domingo zou optreden in het Kennedy Center Opera House. Ik wou hem dag gaan zeggen, maar mocht niet binnen. Daarop gaf ik mijn visitekaartje. Tijdens de pauze kwam Domingo zelf met een brede lach naar mij toe: ‘Ola amigo, como va?!’”

Mooi geschenk 1968: het jaar dat de jonge Mohamed Chouri, zoon van een beroepsmilitair, voor het eerst voet in Brussel zette. Gedreven door één passie: schilderen. “Na mijn middelbare school heb ik drie jaar gestudeerd aan de Nationale School voor Schone Kunsten in Tétouan. Ik heb in die jaren ook geregeld tentoonge-

steld. In het Amerikaans cultureel centrum in Tanger, in het Spaans cultureel centrum in Tétouan... Een van mijn eerste doeken heb ik verkocht in Meknes, op een tentoonstelling van Jeunesse et Arts Plastiques. Aan een Joodse kleermaker, die in ruil mijn eerste kostuum heeft gesneden.” “Ik was toen al jaren heel erg geboeid door Vlaamse schilders als Rubens, van Dyck, Memling, van der Weyden. Ik kreeg zin om naar West–Europa te verhuizen, om me ter plekke in het werk van mijn favoriete meesters te verdiepen. Zo ben ik eerst terechtgekomen in Parijs, enkele tableaus onder de arm om ze te verkopen en zo een tijdje in mijn levensonderhoud te voorzien. Ik wilde me in Parijs inschrijven aan de Académie des Beaux-Arts, maar ik werd aan het lijntje gehouden en besloot mijn kans te wagen in Brussel. Dat was een goede keuze: hier ging alles veel vlotter. Na vier dagen kon ik al een toelatingsexamen doen aan de Koninklijke Academie, enkele maanden later kreeg ik een studiebeurs van zes jaar bij het ministerie van Cultuur. Etsen, monumentale schilderkunst, naturalisme.” “In mijn vrije tijd ben ik altijd blijven schilderen in mijn atelier: ik heb veel doeken gemaakt waarop ik orkesten en artiesten afbeeld. Op verschillende plaatsen tentoongesteld, ook. In Brussel, buiten Brussel. En nu nog hang ik elk jaar met de Koningin Elisabethwedstrijd enkele van mijn schilderijen op in Brasserie Cap d’Argent, recht tegenover Bozar.” Nu, met een zoontje van zes in huis zal vervelen er al helemaal niet bij zijn, daar thuis aan de Oude Veeartsenijschool in Anderlecht. “Amir is een mooi geschenk van mijn tweede vrouw, Ann. Ze werkt in het federaal parlement, ik heb haar leren kennen toen ze hier in Bozar stage liep. Hoe jong ook, Amir is wel degelijk net als ik aangestoken door de artistieke microbe. Hij volgt de stages van Jeunesse et Musique, schilderlessen ook in het Cultureel Centrum van Dilbeek. En zaterdag en zondag krijgt hij lessen Arabisch in de moskee. Zo zal hij drietalig zijn. Zijn moedertaal is Nederlands, met mij spreekt hij Frans.” “Ik ben altijd blijven samenwerken met de Marokkaanse ambassade, voor culturele activiteiten: concerten, lezingen... In Bozar vooral, maar het heeft me ook lang door West-Europa gevoerd. Ik deed dat als vrijwilliger, alleen mijn onkosten werden vergoed. Graag zou ik ook ooit eens de toer van het Nationaal Orkest in Marokko begeleiden. Dat, én op tijd en stond een pintje drinken met mijn vrienden van Bozar, het zal me nog lang jong houden.”

FREDDI SMEKENS En?

W

e goen het deize ki keut haave, waarde lezer. En waarom dan wel? Omdat ons woordje en zowat de kortste zin is, de bondigste vraag die we kunnen gebruiken om na te gaan hoe het met onze medemens gesteld is. Of we op die vraag ook altijd een afdoend antwoord kunnen geven, moet ik hier in het midden laten. Ik probeer het trouwens even bij mezelf uit: “En? Hoowest ermei?” Veel meer dan “Mooj d’a mè aa!” schiet mij niet onmiddellijk te binnen. Zoals we weten, kan dat op meer dan een manier aangevuld worden. En nog e geluk oek. Anders zou het doe gielegan allien in de kaa blaave stoen. Zo kan het gaan van “En wa naa?” over “En vewa ni?” naar de inmiddels algemeen bekende uitroep “En waaile weg!” We hebben er alle belang bij om niet met minachting neer te kijken op en. Misschien een kleine opmerking wat de bondigheid van dat woordje betreft. Onze Franstalige broeders en zusters, alsmede onze zuiderburen, houden het even kort als wij dat doen. Et, dus. De Engelsen en Duitsers daarentegen hebben het niet kunnen laten om uit te weiden. Zoals iedereen weet, moeten zij het doen met het ellenlange, haast oneindige and en und. Wie die twee laatste vreemde woorden even vergelijkt met het Nederlandse – en zeg gerust ook maar Brusselse – woordje dat ertussen staat, zal ongetwijfeld begrijpen wat ik bedoel. Maar laten we bij dat alles niet te veel over de grenzen kijken. Want ik zou in hemelsnaam niet weten hoe men en in pakweg het Fins of Hongaars zegt, uitspreekt, laat staan schrijft. Ik had het hierboven over een kórt woordje. Verre van mij om op die bewering terug te komen. Wanneer ik lukraak put uit onze rijke woordenschat, schieten mij onmiddellijk de woorden nu, ja, ik en of te binnen. Ik had het wel over lukraak, want enig speurwerk zou mij uiteraard heel wat meer opleveren. Zou en toevallig niet een van de woordjes zijn die wij in ons Nederlands en dus ook in het Brussels het meest gebruiken? Da ’k da masscheen on de Academee van het Brussels moon vroege, staat buiten

Karel Van der Auwera

De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet REPROGRAFIE: MARC GYSENS

Werk van Chouri waarin zijn passies samenkomen: schilderkunst, muziek, de bühne.

kijf. En het weze mij toegestaan het hierbij ook onmiddellijk te doen. Persoonlijk heb ik de indruk dat en een grote kans maakt, hoewel ook ik zeker niet in de shortlist mag ontbreken. We stellen ons even onze taal voor zonder dat en erin zou voorkomen, of een wereld waarin we nooit ik zouden gebruiken. Men zal daarbij ongetwijfeld de opmerking maken da ’k wei de surrealist on ’t ooithange ben. Niet helemaal onterecht, trouwens. Maar anderzijds vraag ik me toch ook af waar ik mijn inspiratie zou blijven halen zonder dat vleugje surrealisme dat onze taal, en zeker het Brussels, rijk is. Misschien – en zelfs haast zeker – is het dat laatste aspect dat mij ertoe heeft aangezet het in deze Brusselse Kroniek over en te hebben. “Weudde we er allemoe ni veul slummer van, het zal toch oek gi kwoed kunne,” zou ik de lezer daarbij willen meegeven. Het is alleszins zinvol vè vantaaid neki baa eet sumpel stil te stoen. Voor mij zijn woorden er niet alleen om gebruikt te worden. We moote er vantaaid oek neki baa stil stoen om ze te aanschouwen  en eventueel met zorg en liefde te koesteren. Zoals u ongetwijfeld al gemerkt hebt, laat ik ook de dichter in mij af en toe aan het woord. Een enkele opmerking als “As daan dichter het mo keut genoeg haaft” neem ik er uiteraard graag bij. En hoewel en niet bepaald een typisch Brussels woordje is, heeft het mij toch plezier gedaan het hier even in het licht te stellen. Evenals het feit dat er woordjes zijn woe da we anders nuut ni baa stil stoen, mo dee toch beiter verdeene. Een volgende keer zal ik het misschien over het woord parterretrap hebben, dat zowel van voor naar achter als van achter naar voor gelezen kan worden. Alhoewel ik nu al betwijfel of ik dat de lezer wel zal aandoen. In elk geval durf ik te hopen dat mijn betoog over en niet in slechte aarde is gevallen. En de mensen bij wie dat wél het geval mocht zijn, raad ik aan eens één enkel dagje door te brengen zonder en in de mond te nemen. Veel geluk, én succes!

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Lien Annicaert (lien.annicaert@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Tuur De Moor (tuur.demoor@bdw.be), Bettina Hubo (bettina.hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick. jordens@bdw.be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd. hendrickx@bdw.be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, Freddi Smekens, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw.be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw. be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


BDW 1331 PAGINA 22 - DONDERDAG 31 MEI 2012

Volleybal > Philippe Vanescote zakt met Barbãr X-Elles, maar blijft positief

‘Stilstaan is achteruitgaan’

“We hadden een ploeg om in de eredivisie te blijven, maar een gebrek aan ervaring en het niet altijd goed beheren van belangrijke matchen heeft er anders over beslist,” legt de trainer uit. “We hebben toch zes van de 22 matchen gewonnen en zijn amper uit verband gespeeld. Dat we zakken, is onze fout. Dat is positief, want het betekent niet dat je niet in die eredivisie thuishoort. We hebben gefaald, maar we hadden wel het niveau.” De promotie naar de eredivisie was de beloning van hard werk en, toegegeven, ook wat geluk. Als tweede profiteerde Barbãr X-Elles namelijk van een eredivisieploeg die ermee stopte om hun plaats in te nemen. De snelle degradatie is uiteraard een ontgoocheling, maar het afgelopen seizoen was uitermate leerrijk. “Het werd snel duidelijk dat je, als je gevolgd wilt worden door media en supporters, op het hoogste niveau moet spelen. Ach, dit seizoen heeft ons sterker gemaakt en we beseffen dat we in de eredivisie mee kunnen draaien. De Belgische volleybalwereld kent ons nu ook beter, we hebben respect afgedwongen.” Het afgelopen seizoen was voor Vanescote niet de eerste kennismaking met het hoogste

de  CLUB

© MARC GYSENS

BRUSSEL – Barbãr X-Elles moet na één seizoen de eredivisie alweer verlaten. Een valse noot op het mooie parcours dat de volleybalclub nu al vijf jaar lang rijdt. Trainer Philippe Vanescote (51) laat de moed niet zakken en is ervan overtuigd dat zijn dames snel opnieuw bij de top kunnen horen. Zelf is hij wellicht aan zijn laatste seizoen bezig.

Onder Philippe Vanescote (l.) richtte Barbãr X-Elles een van de eerste beachvolleyclubs van het land op, ook voor de kleinsten.

niveau. Als speler draaide hij jarenlang mee in de hoogste klasse bij Anderlecht, tot topper Torhout hem kwam halen. “Ik was een

versterking in de breedte, maar door blessures heb ik de meeste matchen mogen spelen. Ook Europees. Ik had nooit gedacht de carrière te

kunnen spelen die ik heb gehad. Hard werk, veel trainen en een portie geluk hebben het verschil gemaakt.”

Basketbalclub Black Devils, Vorst

‘Meer dan wat met een balletje spelen’

“De meeste van onze jongens zijn kinderen van de jaren 1990,” vertelt Cathy Van Keymeulen (56), begeleidster van de junioren. “Die verjonging is dertien jaar geleden ingezet door een grootvader binnen de club. We hadden toen alleen een seniorenploeg; hij lanceerde een jongerenploeg om de ketjes goesting te doen krijgen.” De Black Devils werden in 1946 opgericht, toen nog veel Amerikaanse legerploegen basketten in Brussel. Nog altijd zitten er leden van het eerste uur in het bestuur. Zij zagen de club evolueren van een familie- naar een vriendenclub. “Vroeger waren vooral Vorstenaren lid; die spraken buiten het sportgebeuren regelmatig af. Vandaag komen onze jongens uit heel Brussel. We tellen een dertigtal spelende leden. Daar zijn geen dames meer bij, al vind je die nog wel rond het veld. Maar we moesten afbouwen, we konden het niet meer bolwerken. We steken nu al zoveel

© MARC GYSENS

VORST – Nederlandstalige basketbalclubs zijn in de hoofdstad op één hand te tellen. De Black Devils is er zo een en draait op volle toeren. De jeugd krijgt er alle kansen.

Black Devils, in Vorst sinds 1946.

energie in de club... Zolang het mocht, hebben we met gemengde jeugdploegen gespeeld, maar dat mag dus niet meer. Jammer, want

het was leerrijk voor jongens én meisjes.” De Black Devils is een van de weinige Nederlandstalige basketbalploegen uit de hoofd-

stad. Maar in de allereerste plaats zijn ze een Brusselse club: “Elke time-out gebeurt in twee talen. We hebben ook gasten uit het Franstalige onderwijs die hun Nederlands hier bijspijkeren. Onder vrienden durf je meer, dat helpt.” De jonge, dynamische ploeg plukt dit seizoen de vruchten van zijn goede jeugdafdelingen. Zo hebben de junioren de Beker van Vlaams-Brabant gewonnen en stijgt de drie jaar geleden opgerichte seniorenploeg naar eerste provinciale. “Ook bij onze eerste ploeg speelt de jeugd een belangrijke rol. Zij winnen matchen dankzij hun hoge tempo. Die gasten zijn echt in vorm.” “De meeste van onze ploegen zitten vol. Jongeren vanaf zestien kunnen zich wel inschrijven voor onze ploeg in derde provinciale, maar dan moeten ze toch al wat kunnen ballen. Jongeren geboren in 1997, 1998 of 1999 zijn zeer welkom voor onze miniemenploeg. Dit seizoen hebben zij geen competitie kunnen spelen omdat ze met te weinig waren. Daarom willen we de ploeg uitbouwen.” Een lekker draaiende ploeg met jonge talenten lokt in de sport traditiegetrouw kapers op de kust. Niet zo bij de Vorstenaren, waar de hechte spelersgroep elkaar trouw blijft. “Weinig spelers vertrekken. En als er iemand vertrekt, dan gebeurt het regelmatig dat die terugkomt. De vriendschap tussen de jongens is belangrijk, ze hebben echt plezier. Basketbal is meer dan met een balletje spelen. Het is TS ook een levensschool.” home.scarlet.be/blackdevils


BDW 1331 PAGINA 23 - DONDERDAG 31 MEI 2012

Na passages bij Anderlecht en Hemiksem sloot Vanescote zijn carrière op hoog niveau af. Hij richtte zich steeds meer op het trainerschap, waarmee hij al tijdens zijn spelerscarrière was begonnen. Zowel bij Forza Ukkel (dat hij mee heeft opgericht) als de Dauphines van Charleroi en Temse werkte hij met dames. “Ik heb ook mannenploegen getraind, maar ik voel me beter bij de vrouwen. Het is een manier van volleyballen die compleet anders is. Mannen concentreren zich op hard slaan, het draait er te veel rond kracht. Bij vrouwen is het technischer, met langere rally’s. Een mannenmatch is steeds meer een hanengevecht.” Uiteindelijk ging Vanescote naar het Brusselse Alma, waarmee hij uit de lagere klassen promoveerde alvorens te fuseren met de ploeg van de ULB. Toen hun zaal niet aan de eisen bleek te voldoen, belandde hij in het Elsense Sportcentrum A. Demuyter. “Samen met mijn oude vriend en huidig voorzitter

“Ik voel me beter bij de vrouwen. Een mannenmatch is steeds meer een hanengevecht” Pascal Hermans hebben we toen beslist om daar de club in handen te nemen en te doen wat we wilden doen. Zelf verantwoordelijkheid nemen. Aangezien we niet meer aan de ULB speelden, moesten we op zoek naar een nieuwe naam. Toen brouwerij Lefebvre op zoek was naar een vrouwelijke sportploeg om haar biermerk Barbãr te promoten, ontstond Barbãr X-Elles – perfect, net wat we wilden.” Sinds het ontstaan, vijf jaar geleden, is Barbãr bezig aan een steile weg omhoog. In Elsene heerst een echte dynamiek rond de club, die ook sterk gesteund wordt door de gemeentelijke sportdienst. De cijfers spreken voor zich.

“We begonnen hier met dertig speelsters en hebben er nu iets van een 180, waarvan de helft jonger dan achttien. Het aantal ploegen is ook sterk gestegen. Volgend seizoen hebben we ploegen in zowel eerste, tweede en derde nationale, twee ploegen in derde provinciale en vijf jeugdploegen. Behalve de valse noot van de eerste ploeg maakte afgelopen seizoen elke ploeg vooruitgang.” “We kunnen vandaag onze ploegen voeden met eigen speelsters, behalve de eerste ploeg – daarvoor zijn we nog te jong. We moeten nu een volgende stap zetten en vanaf komend seizoen aan het serieuze werk beginnen. Tot nu toe hebben we vooral enthousiasme bijgebracht; nu gaan we meer op kwaliteit werken.” Het dynamisme rond Barbãr blijft niet onopgemerkt. Het Gewest beloofde al meer financiële steun en de club zelf blijft vernieuwen. Zo hebben ze als een van de eerste Belgische ploegen een beachvolleyclub opgericht, ook voor de kleintjes. “Wie niet vooruitgaat, gaat achteruit. Als je zegt dat je blij bent met de huidige situatie, dan komen er geen ambitieuze mensen meer en ga je achteruit.” “De ambitie van iedereen is om zo snel mogelijk te promoveren. Maar met mijn ervaring weet ik dat behoud op een hoger niveau gemakkelijker is dan kampioen spelen op een lager niveau. Maar ik geloof er zeker in. Vier meisjes zijn vertrokken en werden vervangen door ervaren speelsters. We staan sterker dan vorig seizoen.” De ploeg heeft dus alles in huis om te strijden voor de titel in eerste nationale. Onder leiding van Philippe Vanescote, maar wellicht voor het laatste seizoen. “Natalia Tomaszewska, een van onze beste speelsters, krijgt volgend seizoen de ploeg uit tweede nationale onder haar hoede en wordt mijn assistente. Als alles goed verloopt, zal zij me in de toekomst vervangen. Op het einde van komend seizoen stop ik normaal gezien, of we nu promoveren of niet. Ik wil geen rem zijn op de ontwikkeling van de ploeg. Ik ben zeker nog niet ‘op’, maar ik wil wel anticiperen op de toekomst.”

Tim Schoonjans

Op de loop in het Laarbeekbos

David Steegen Penalty Laat nooit een strafschop nemen door een Nederlander. Arjen Robben van Bayern München mist de cruciale penalty tijdens de verlengingen van de Champions Leaguefinale tegen Chelsea FC. Chelsea wint onverdiend op strafschoppen. RSCA moet nu de slopende voorronde spelen om zich in de goed betaalde (vijftien miljoen euro) groepsfase te nestelen. In het andere geval was Brussel verzekerd van deelname aan het kampioenenbal. De halve finales van het Europees kampioenschap 2000, Nederland-Italië. Het penaltytrauma. De wedstrijd werd gespeeld in een sfeer van totale euforie. Oranje had van topvoetbal weer een feest gemaakt. Speels en dartel, sexy en complexloos aanvallend voetbal. Voor de halve finale had de Nederlandse Omroep Stichting (NOS) onderzoek gedaan naar het geloof van de Nederlanders in de goede afloop van de cruciale wedstrijd. 88 procent van de deelnemers was ervan overtuigd dat Italië opzijgezet zou worden. Italië, de donkere kant van voetbal tijdens het EK van de Lage Landen, speelde erg negatief. Tactisch vernuft, strijd en onverzettelijkheid en vooral een erg brutale verdedigende instelling hadden hen zo ver gebracht. Bij Italianen gaat winst vóór alles. Tijdens de wedstrijd miste Nederland twee strafschoppen. Frank de Boer en Patrick Kluivert. Wereldvoetballers. Na verlengingen bleef het 0-0. Strafschoppen, dus. Bestaat er iets oneerlijkers? Voetbal is een collectieve sport. Tot de jaren 1970 werden finales die eindigden op een gelijkspel, gewoon de dag nadien opnieuw gespeeld. De mentaal sterkste wint altijd. Op dat niveau kan iedereen een bal trappen van op elf meter. Slechts één Nederlander scoorde, de Italianen drie keer. Italië dus in de finale. Ik herinner me het paastoernooi van Sporting Club Union Progrès in 1978. Gezellige

braadworstdrukte aan de Tentoonstellingslaan. Heerlijk zonnige dag, veel wedstrijden spelen tegen leeftijdsgenoten uit Sint-Gillis, Leuven, Molenbeek, Dilbeek en een handvol andere clubs uit het Brusselse. Ondergetekende wordt ingedeeld bij het groepje dat strafschoppen mag nemen. Elke wedstrijd wordt, ongeacht de uitslag, afgesloten met een reeks van vijf strafschoppen, om de einduitslag te bepalen. Op training, de week voordien, had ik er geen enkele gemist. Het net bolde bij elke trap. Rechterbovenhoek. Wat voelde ik me als twaalfjarig jongetje groot en machtig. Het kampioenschap verliep fantastisch. We wonnen veel, er zaten wat spannende gelijke spelen tussen en zelfs een nederlaag of twee. Een prachtige dag. Verbrande billen en rode wangen op het einde van de dag. IJskoude Coca-Cola, appelsienschijven en hotdogs. Prijsuitreikingen en medailles. Vooral dat laatste maakte diepe indruk. Als je van voetballen houdt, gaat dat gevoel nooit meer weg. Wie voor de prijzen speelt, de bekers en de medailles, is een gelukkig man. Ik mag een beslissende strafschop trappen in de laatste wedstrijd. De zenuwen gieren door mijn keel. Voordien had ik ze er allemaal fluitend in geknald. De keeper, een leeftijdsgenootje, lijkt plots volwassen. Ik weet het al voor ik trap. Eén nanoseconde maakt alles duidelijk. Ik mis. Ontroostbaar ben ik. Arjen Robben kan voor altijd op mijn begrip rekenen, ondanks de vijftien miljoen euro. Als we er in september niet bij zijn, zullen we hem, heel eventjes toch, in Brussel vervloeken. Ook dat is voetbal. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht

ADVERTENTIE

JETTE – Het Laarbeekbos ontvangt op zondag 10 juni de zevende editie van de loopwedstrijd Laarbeeksepaden. De jogging- en triatlonclub van Ganshoren zet elk jaar de knappe paden van het Laarbeekbos in Jette in de kijker. De tien kilometer lange jogging loopt over een heuvelachtig parcours, dat ook onder meer het Poelbos en het Koning Boudewijnpark aandoet. Ook het Normandische chalet zal tijdens het lopen te zien zijn. Vorig jaar tekenden 191 lo-

pers present, en ook voor deze zevende editie verwacht de joggingclub een mooi deelnemersveld van zowel jonge beloften als wat oudere veteranen. Het startschot wordt op 10 juni om 10 uur gegeven aan het lokaal van Jogging Ganshoren (Bosstraat 11). Inschrijven kan op voorhand op www.joggingganshoren.be, voor vijf euro. De betaling moet dan wel voor 3 juni gebeurd zijn. Op de dag van de wedstrijd zelf kunt u zich vanaf halfnegen inschrijven; u TS betaalt dan een euro meer.

Boksers klimmen naar de top BRUSSEL – De Brussels Boxing Academy (BBA) trekt eind juni met een paar boksers opnieuw op expeditie naar de Mont Blanc. BBA is meer dan een gewone boksclub, en bewijst dat nog maar eens met deze nieuwe expeditie op de 4.810 meter hoge berg. Een select groepje leerlingen is al wekenlang aan het trainen, met onder meer een deelname aan de 20 km door Brussel achter de rug, om klaar te zijn voor de beklimming. Inzet en leeftijd spelen een belangrijke rol in de keuze van wie mee mag. De beklimming

van de Mont Blanc is dan ook een niet te onderschatten sportieve uitdaging. De boksers moeten tot het uiterste gaan en ook als groep werken, want alleen geraak je niet boven. Voor BBA heeft deze expeditie ook een symbolische betekenis. Als je in staat bent de top te halen, dan kun je misschien ook andere dromen verwezenlijken... De expeditie loopt van vrijdag 22 tot en met zaterdag 30 juni. De berg wordt in verschillende etappes beklommen, en er worden ook de nodige rustdagen ingepland. TS

Discussieer met Brussel www.brusselnieuws.be


© SASKIA VANDERSTICHELE

BDW 1331 PAGINA 24 - DONDERDAG 31 MEI 2012

zaIE

O VO

RE

Z

R IE D E

O T 13 J A T 9

• BD W R A

EN VAN

Amper dertig weken jong, veertig centimeter klein en met een gewicht van zo’n anderhalve kilo: dat is zowat de allerkleinste baby die Thomas Gerulus ooit in zijn armen heeft gehad. Nochtans is hij geen papa, maar een kinderverpleger. Sterker nog: een baby-verpleger. “Ik ben altijd heel gelukkig als ik een kindje naar huis zie vertrekken,” vertelt Thomas.

WAT EEN JOB! Aflevering 5 de baby-verpleger

‘Vroeger dacht ik:

DOOR PATRICK JORDENS Je werkt in het Sint-Jansziekenhuis, op de afdeling met de moeilijke naam neonatologie. Kan je dat even uitleggen? Thomas (Th): Op onze afdeling liggen ofwel te vroeg geboren baby’s, ofwel pasgeboren baby’s die het risico lopen ziek te worden. Soms kan een baby’tje bij de bevalling een infectie oplopen. Ze zijn dan niet echt ziek, maar kunnen het wel makkelijk worden. Wij gaan ze hier dan zo’n vijf dagen verzorgen. En daarnaast zorgen we hier dus ook voor te vroeg geboren baby’s. Een kindje komt soms al ter wereld op 30 of 32 weken, terwijl het eigenlijk minstens 37 weken in de baarmoeder zou moeten blijven. En hoe zorgen jullie voor hen? Th: Eerst en vooral leggen we ze in een couveuse. Dat is een soort gesloten bedje waarin het altijd 34 °C graden warm is. Het moeilijkste voor zulke kleine kindjes is om hun eigen lichaamstemperatuur op peil te houden. Ook drinken is voor hen heel vermoeiend: je zou het kunnen vergelijken met de marathon lopen voor ons! Sommige baby’s geven we dan heel voorzichtig te drinken met een bekertje, maar bij

werken met kinderen? NOOIT!’ andere kindjes moeten we een sonde steken. Een sonde, wat is dat? Th: Dat is een héél dun buisje dat we aanbrengen in hun neusje, en zo gaat de melk dan naar hun maag. In kleine dosissen, want die baby’tjes hebben ook een piepkleine maag. Ongeveer zo groot (toont het met zijn vingers), een kleine walnoot. Het is heel secuur werk, zeg! Is dat niet heel stresserend? Je hebt veel verantwoordelijkheid... Th: Ja, maar dat vind ik er ook net boeiend aan. Die baby’tjes zijn waarschijnlijk de meest kwetsbare patiënten die je kan verzorgen. Ik vind het geweldig om hen te zien aansterken, om hen te helpen gezond naar huis te kunnen. Ook een goed contact opbouwen met de ouders vind ik een uitdaging. Veel ouders weten helemaal niet wat hen overkomt als hun baby’tje hier moet blijven, dus we moeten hen goed informeren en ook geruststellen. Vaak in verschillende talen, want ouders in Brussel spreken dikwijls een andere taal. Mogen de ouders hun kindjes bezoeken?

Th: Ja, in ons ziekenhuis mogen de ouders 24 uur op 24 langskomen, ook ’s nachts. We proberen hen er zoveel mogelijk bij te betrekken. En de broers en zusjes? Th: Die mogen twee keer op bezoek komen, op woensdag- en op zaterdagnamiddag. Dat is niet vaak... Th: Dat is waar, maar je mag niet vergeten dat kinderen graag rondlopen en makkelijk lawaai beginnen maken. Dat is normaal, maar voor die kleine kindjes is dat natuurlijk niet ideaal. Maar ze mogen wel hun baby-zusje of -broertje eens vastnemen, of soms zelfs een flesje geven. Hoe lang liggen de meeste baby’tjes hier? Th: Goh, dat wisselt sterk. Soms ligt een baby hier maar één dag, maar een te veel vroeg geborene kan hier soms wel twee maanden blijven voordat hij of zij echt sterk genoeg is. Wat voel je als het baby’tje dan vertrekt, na al die tijd? Th: Ik ben altijd heel gelukkig als het naar huis


BDW 1331 PAGINA 25 - DONDERDAG 31 MEI 2012

BLIKVANGER

lastig, zeker als we elkaar in de ogen moesten kijken. Marie (M): En daarna hebben Tine en onze meester een verhaal bedacht over verschillende mensen en ook over een haan en een kip die heel graag kinderen/kuikens willen, maar ze niet kunnen krijgen. Totdat ze een winkel ontdekken waar ze kindjes kunnen kopen... Nu je het zegt, waarom willen sommige mensen kinderen? Heb je dat ook aan je ouders gevraagd? K + M: (verbaasd) Euh, nee. En waarom willen de volwassenen in jullie toneelstuk graag kinderen? M: Omdat ze dan minder alleen zijn, denk ik. Ze noemen die kinderen ‘het wonder van hun leven’... Ik zou later ook graag mama worden. Thuis heb ik twee kleinere zusjes en daar speel ik altijd mee. Kinderen zijn lief.

Noa, Lucie, Kamil en Marie dromen in hun toneelstuk van een baby: “Kijk eens hoe lief!”

Je bent de enige man hier, op neonatologie. Th: Ja, maar dat heeft ook zijn voordelen. De verpleegsters waren heel blij toen ik hier begon, het was dertig jaar geleden dat ze nog met een man hadden gewerkt! Dus ik word hier zelf soms ook in de watten gelegd (lacht).

Mijn kind, schoon kind Waarom worden we geboren? Of nog: waarom willen volwassenen kinderen? Daarover gaat het toneelstuk Mijn kind, schoon kind. Het vierde leerjaar van de SintJozefschool in Ukkel zal dat stuk dit weekend op de planken brengen in het Bronks-jeugdtheater. Marie (10) en Kamil (10) spelen de dubbelrollen oude vrouw/ postbode en haan/priester. Ze vertellen meer over hun theateravontuur. Kamil (K): Eerst kwam Tine van Bronks allerlei toneelspelletjes met ons doen om beter te leren spelen, en om niet te beginnen lachen terwijl we acteren. Dat was

Waarom ben ik er? © WOLF ERLBRUCH / UITGEVERIJ QUERIDO

Was het je droomjob, babyverpleger worden? Th: Nee, helemaal niet (lacht). Ik was eerst aan Romaanse filologie begonnen (het bestuderen van talen zoals Frans en Italiaans, red.). Maar in het derde jaar besefte ik dat het moeilijk zou zijn om met zo’n diploma werk te vinden. En ook: ik wou graag iets betekenen voor mensen. Toen ben ik verpleegkunde gaan studeren, en door de stages kwam ik in contact met kinderverpleegkunde. Dat klikte meteen! Tot mijn grote verbazing, eigenlijk. Vroeger dacht ik altijd: werken met kinderen, nooit! En nu zou ik niets anders meer willen...

© SASKIA VANDERSTICHELE

mag, want dat betekent dat ik mijn werk goed heb gedaan. Maar soms is het ook emotioneel, want ergens ben je toch een beetje de mama of papa geweest van dat kind, hé. Het mooiste moment was toen twee Afrikaanse ouders hun te vroeg geboren zoontje mochten komen halen. Ze kwamen spontaan naar me toe om me te knuffelen, met tranen in hun ogen van geluk. Dat was een machtig gevoel, zoveel dankbaarheid...

Idulfania door Brecht Evens

De hond, de bakker, de soldaat, de steen die je hiernaast ziet, de dood, en als laatste de moeder...

Een heel jaar werkten jullie met de hele klas aan een project rond theater. Was het leuk? M: In het begin deed ik het niet zo graag, want ik kreeg de rol van oud vrouwtje en ik dacht dat ik dan krom moest lopen en met zo’n oma-stem moest spreken. Maar dat hoeft niet, ik speel die vrouw gewoon als Marie. Nu vind ik het almaar leuker. K: Ik vind het spannend. Ik ben blij dat we als enige klas in Brussel hieraan mochten meedoen, en dat we bij Bronks mogen optreden voor veel mensen. Zelfs voor mensen die we niet kennen! Op zaterdag 2 juni (16 uur) en zondag 3 juni (15 uur) kan jij ook het toneelstuk van Marie, Kamil en hun 22 klasgenoten zien. Mijn kind, schoon kind is gratis overigens, maar wel even reserveren bij Bronks, op 02-219.99.21. Alle info staat op www.bronks.be.

allemaal geven ze hun antwoord op de hamvraag: waarom jij er bent. Je leest de antwoorden in het wonderlijke prentenboek Waarom jij er bent van Wolf Erlbruch. En soms ontdek je het antwoord door gewoon naar zijn heerlijke tekeningen te kijken... Waarom jij er bent? Om te genieten, daarom! Waarom jij er bent van Wolf Erlbruch, uitgeverij Querido (2004), is voor alle leeftijden. (Het boek is nu niet meer te krijgen in de winkel, maar in de bib bij jou in de buurt vind je het vast wél...)


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
BDW - editie 1331 by brusselnieuws.be (archief) - Issuu