© IVAN PUT
DARE TO KNOW-FESTIVAL: HOEVEEL POLITIEK VERDRAAGT KUNST? En ook: ’t Hof van Commerce, Axum en Lucas Belvaux.
15 03 12
2
Aanslag moskee Kuregem Imam komt om
AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
Reuzenplein aan slachthuis MASTERPLAN HERTEKENT 10,5 HECTARE IN ANDERLECHT
© SASKIA VANDERSTICHELE
D
e nv Abatan baat zowel de slachthuizen en de weekendmarkten als de Kelders van Kuregem uit. De drie poten van het bedrijf kampen volgens directeur Joris Tiebout allemaal met infrastructuurproblemen. “Ik krijg van stedenbouwkundigen ook vaak te horen dat we de site niet optimaal gebruiken.” Daarom vroeg hij aan architect Alexander D’Hooghe (ORG) om een masterplan voor het terrein te maken. D’Hooghe tekende rond de oude, beschermde markthal een plein van twee- op driehonderd meter, dat het Groot Plein van Brussel zal heten, omgeven door de nieuwe overdekte voedingsmarkt en vijf bijna identieke pakhuizen. “Zo krijgt deze belangrijke site een heel duidelijke vorm.”
Volgens het plan wordt het huidige slachthuis afgebroken en vervangen door een ‘stedelijk’ slachthuis in een van de entrepots die uitgeven op het kanaal. “Het wordt een compacter slachthuis, dat minder overlast geeft en ook andere functies naast zich toelaat. Nu zijn andere activiteiten bijna niet te combineren, terwijl dat wel de bedoeling is,” zegt D’Hooghe. Om ruimte te besparen worden er volgens Abatan-communicatieverantwoordelijke Paul Thielemans op termijn mogelijk geen varkens meer geslacht. Nu zijn er twee slachtlijnen, een voor varkens en een voor grootvee.
Voor iedereen De bestemming van de andere pakhuizen, die flexibel in te richten zijn en allemaal een torentje krijgen, ligt
© ORGPERMOD.COM
ANDERLECHT – Tegen 2020 moeten de rommelige slachthuizen er helemaal anders uitzien. Er ligt een masterplan klaar, met daarin de al eerder aangekondigde overdekte voedingsmarkt, een compacter slachthuis en een reusachtig plein.
Als het bestemmingsplan aangepast kan worden, krijgen de vijf bijnaidentieke en multifunctionele pakhuizen allemaal een torentje.
nog niet helemaal vast: een blackbox voor de Kelders, een auditorium, wellicht ook lichte industrie. “Denk aan onderhoud van liften. Dat is een typisch stedelijke activiteit,” zegt Tiebout. In het plan krijgt de site vier voorkanten en kun je er langs alle kanten dwars doorheen lopen. Zo komt er een betere verbinding met de stad en wordt het terrein publiek. Voorlopig is alleen de voedings-
markt van 11.000 vierkante meter echt concreet. Die biedt een overdekte plek en opslagruimte aan een deel van de huidige marktkramers en zal het grootste deel van de week open zijn. De nv Abatan hoopt na de zomer de bouwvergunning te hebben, zodat er dit jaar nog van start kan worden gegaan. De opening is gepland voor de lente van 2014. Het project is begroot op achttien miljoen euro, maar Abatan krijgt een
Europese subsidie van zes miljoen. Voor de realisering van de rest van het masterplan-2020 is Abatan nog op zoek naar financiële partners. Ook moeten de buren nog definitief akkoord gaan, want hier en daar gaat het masterplan verder dan het terrein dat Abatan nu in erfpacht heeft. Zo moet de Erasmushogeschool bereid zijn om een stukje terrein publiek te maken en zo een doorgang te bieden aan de bezoekers van de slachthuissite. Ten slotte moet het bestemmingsplan, dat nu geen torentjes of verdiepingen toestaat, worden aangepast. Maar volgens PS-schepen Fabrice Cumps is de gemeente bereid om erover te praten. Bettina Hubo ADVERTENTIE
v wperfectdays.be
Zie p. 34.
Das Auto.
N° 1320 VAN 15 TOT 22 MAART 2012 ¦ WEEK 11: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, FAX: 02-226.45.69, E-MAIL: INFO@BDW.BE
OPMERKELIJK
BDW 1320 PAGINA 2 - DONDERDAG 15 MAART 2012 © LIEVEN SOETE
Uitgelicht > Anderlechtse moskeeën veroordelen de moord eensgezind
ADMINISTRATIEVE SANCTIES UITGEBREID BRUSSEL – De politiezone Hoofdstad-Elsene breidt de bestraffing met administratieve boetes uit. Onder meer slagen en gaybashing worden daarmee aangepakt, klinkt het. Gemeentelijke administratieve sancties (GAS) zijn boetes tot 250 euro die uitgeschreven worden voor een waaier aan overtredingen die als ‘overlast’ worden beschouwd: sluikstorten, samenscholingen, lawaaioverlast, snelheidsovertredingen enzovoort. De maatregel is vooral bedoeld om burgers te kunnen bestraffen zonder dat een politierechter zich hoeft uit te spreken. De rechtbanken in dit land worden immers overstelpt met werk, en lichte overlast kan ook gewoon met een boete worden ‘bestraft’, redeneert de wetgever. Het systeem wordt nu in Brussel en Elsene uitgebreid. Onder meer voor gaybashing (het verbaal of fysiek belagen van holebi’s), lichte slagen en verwondingen, diefstal en vandalisme kunt u nu een boete oplopen zonder uitspraak van de rechtbank. De besturen van de twee gemeenten sloten onlangs een protocolovereenkomst af met de politie en het Brusselse parket om dit mogelijk te maken. “Zo worden feiten die anders ongestraft blijven, alsnog aangepakt,” klinkt het. “Het parket kan zich dan bezighouden met zwaardere zaken.” Het proefproject van de twee gemeenten krijgt alvast de steun van minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (CDH), die al langer een uitbreiding van het GAS-concept bepleit, net zoals ze gewonnen is voor een bestraffing vanaf 14 jaar. Toch gelooft niet iedereen in het heil van administratieve sancties. Bernard Clerfayt (FDF), de burgemeester van Schaarbeek, bijvoorbeeld. “Uit principe ben ik tegen administratieve sancties omdat de eindverantwoordelijkheid bij het uitschrijven bij de burgemeester ligt. Een gekozene dus, een politicus. Mijns inziens is dat een schending van de scheiding der machten. Alleen uit pragmatische overwegingen laten we het in Schaarbeek toe, en dan nog gelimiteerd, zoals voor sluikstorten. Als blijkt dat het proefproject in Brussel werkt, ben ik bereid een uitbreiding te overwegen, maar zolang blijf ik sceptisch. GAS is CD niet zaligmakend.”
Sjiitische imam komt om bij aanslag in Kuregem ANDERLECHT – Maandagavond is een imam omgekomen bij een aanslag in een moskee. De dader had mogelijk antisjiitische motieven. Als dat klopt, dan is het de eerste keer dat België met deze vorm van religieus geweld te maken krijgt.
M
aandagavond zeven uur. Een man met een rugzak dringt de Reda-moskee binnen, een groot herenhuis in de Dr. De Meersmanstraat in Kuregem. Hij verspreidt brandversnellers, steekt ze aan en haalt mes en hakbijl boven. De aanwezige moslims kunnen hem overmeesteren, maar voor de 46-jarige imam, sjeik Abdellah Dahdouh, komt alle hulp te laat. Hij probeert de brand te blussen en zal ter plekke sterven aan rookvergiftiging. Volgens getuigen riep de dader van de aanslag antisjiitische slogans, en verwees hij daarbij naar het conflict in Syrië. De Reda-moskee is van sjii tische gezindte en ontving in 2007 al bedreigingen.
De sjiieten vormen een uitgesproken minderheid in Brussel. Cijfers zijn er niet, maar door het feit dat de migratielanden Marokko en Turkije overwegend soennitisch zijn, en dat het sjiisme sowieso een minderheid vormt binnen de islam, zal dat cijfer niet boven de vijf procent uitkomen. ULB-onderzoekster Corinne Torrekens schat hun aantal zelfs op niet meer dan vierduizend. Er zijn maar vier sjiitische moskeeën in Brussel, tegenover vijftig soennitische. Het verschil tussen de twee stromingen binnen de islam gaat terug tot de origines van de godsdienst. Soennieten geloven alleen het woord van Mohammed, bij sjiieten bepalen Mohammeds volgelingen mee de leer van de islam.
Vraag is of het recente geweld in Syrië een motief kan zijn voor de aanslag. In Syrië is de macht in handen van president Assad. Hij is een aleviet, een kleine strekking binnen het sjiisme. Iran, dat overwegend sjiitisch is, gebruikt het sjiisme dan weer om geopolitieke motieven en
“Niets wees erop dat er een aanslag op til was”
probeert een as Iran-Syrië-Hezbollah (Libanon) uit te bouwen, om zo de dominantie van het soennisme te breken. Wat de dader maandag bezield heeft, blijft onduidelijk. Veel mede-
werking heeft het parket nog niet gekregen. Zo had hij vlak na zijn arrestatie al drie verschillende identiteiten opgegeven, maar hij heeft al wel toegegeven illegaal in het land te verblijven. Het zou om een dertiger van Noord-Afrikaanse origine gaan. Mogelijk behoort hij tot de radicale salafistische strekking binnen het soennisme, die aan een opgang bezig is in Brussel. Als er anti-Syrische motieven spelen in de aanslag – wat bij het ter perse gaan nog niet was aangetoond –, dan zou dat de zoveelste keer zijn dat een mondiaal conflict een verlengstuk in Brussel krijgt. Er waren eerder al rellen tussen Turken en Koerden, tussen Congolezen en Rwandezen, en er is het geïmporteerde conflict tussen Israël en Palestina. Een aanslag tegen de sjiitische gemeenschap in Brussel was nog niet eerder vertoond in België. In 1989 werd in Brussel de Saoedische imam Abdullah al-Ahdal van de Grote Moskee doodgeschoten.
DE WEEK IN BEELD DOOR JO VOETS
Zondag 11 maart. Dag op dag één jaar na de (eerste dag van de) kernramp in het Japanse Fukushima trekt een manifestatie tegen kernenergie door Brussel.
© JO VOETS
WEEKOVERZICHT
BDW 1320 PAGINA 3 - DONDERDAG 15 MAART 2012
© IVAN PUT
WOENSDAG 7 MAART DODER-BRANDSTICHTER BEKENT. Een twintigjarige man uit Sint-Joost-ten-Node bekent de moord op Ulrick Pirard. De man kreeg op 7 februari dertig messteken; vervolgens werd zijn woning in Elsene in brand gestoken. De advocaat van de jonge man verklaart dat zijn cliënt psychiatrische problemen heeft.
DONDERDAG 8 MAART NEUTRALE ZONE UITGEBREID. De Kamer beslist om de zone rond het koninklijk paleis en het federale parlement, waar niet gemanifesteerd mag worden, te vergroten. De zone strekt zich voortaan uit van de Brederodestraat tot aan het Surlet de Chokierplein aan Madou. RAAD VOOR MAN-VROUWGELIJKHEID. Op Internationale Vrouwendag keurt de Brusselse regering de Raad voor Gelijkheid tussen Vrouwen en Mannen goed. De raad zal 21 leden tellen, uit werknemers-, werkgevers- en middenstandsorganisaties. Volgens Brussels staatssecretaris voor Gelijke Kansen Bruno De Lille (Groen) werkt de raad vooral adviserend.
VRIJDAG 9 MAART
De tulband van de vermoorde imam wordt na de aanslag teruggevonden. Onder de omstanders gaat het verhaal dat het doek moest dienen om de imam naar een veiliger verdieping te heffen, maar dat hij verkoos te blijven om de brand te blussen.
Die moord is nooit opgehelderd. Voor de Anderlechtse burgemeester Gaëtan Van Goidsenhoven (MR) is dit het zoveelste incident dat het samenleven in zijn gemeente onder druk zet. Uit vrees voor meer geweld riep hij alle lokale moskeeverantwoordelijken samen voor overleg. Op een gezamenlijk persmoment in het gemeentehuis riepen de verantwoordelijken van de acht moskeeën op om alle geweld af te zweren. “Dit gaat om een geïsoleerd geval van een
“ “
bij de Anderlechtse moslims onbekend persoon,” zei Kamal M’Rabet, woordvoerder van de Reda-moskee. “De islam staat voor vrede, niet voor geweld.” Volgens M’Rabet deed de vermoorde imam er alles aan om de eenheid en de dialoog tussen sjiieten en soennieten te bevorderen. M’Rabet kondigde ook een vreedzame witte mars aan, nu zondag. Hadden de Belgische autoriteiten de aanslag kunnen verijdelen? De moskee zou enkele dagen geleden
nog bedreigingen hebben gekregen. En Isabelle Praile, vicevoorzitster van de Moslimexecutieve en zelf sjiitische, zei dat de Reda-moskee al lang onder politiebescherming had moeten staan. Volgens de burgemeester wees er evenwel niets op dat er een aanslag op til was. De waakzaamheid in de straten rond de moskeeën in Anderlecht wordt wel verhoogd.
Steven Van Garsse
Wat met Brussel? Dat is een buitengewoon hachelijke kwestie. Tegen 2014 moeten we daarmee klaar zijn.” Bart De Wever (N-VA) erkent dat zijn partij nog geen sluitende visie heeft over de hoofdstad, maar ze wil die wel hebben tegen de volgende federale verkiezingen (in De Standaard).
Als de Vlaamse en Franse gemeenschap het enkel nog opnemen voor mensen die ze als hun ‘zuivere’ achterban beschouwen, dan laten we duizenden Brusselse kindjes aan hun lot over.” Elke Van den Brandt en Bruno De Lille (Groen) zijn tegen de voorrangsregel voor Nederlandstalige kinderen in de crèches (in een open brief).
HET WOORD
Energids
Nieuw in de brievenbus vanaf maart: Energids. Aan wie zich de vraag stelt wat te doen met zijn energieabonnement als hij verhuist, of zich geen raad weet met het grote aanbod aan ledverlichting in de doe-het-zelfzaak, biedt de compacte magazine (voordien simpelweg Sibelga) tal van tips. Drie keer per jaar zal het blad verdeeld worden in alle Brusselse brievenbussen. En voor
de onbeantwoorde vragen is er voortaan de website www.energids.be. Geen reclame, enkel handige informatie die verdeeld is over thematische categorieën. Nuttige telefoonnummers, tarieven en informatie over milieu en verbruik: in één klik is de vraag beantwoord. Wie dat wil, kan zich ook inschrijven voor de nieuwsbrief op de BV website.
ASIELZOEKER NAAIT MOND DICHT. Een jonge Marokkaan naait zijn mond dicht uit protest tegen het asielbeleid van staatssecretaris Maggie De Block (Open VLD). Hij eist een verblijfsvergunning en een werkvergunning voor een jaar. 23 asielzoekers houden al vijftig dagen een hongerstaking in een gebouw nabij de VUB. De universiteit hebben ze op 1 maart moeten verlaten.
ZATERDAG 10 MAART VERKEER OP RING HELE DAG VERSTOORD. Om halfvijf ’s nachts komt een personenwagen in aanrijding met een Tsjechische vrachtwagen met giftige lading. De hele dag wordt er een veiligheidsperimeter ingesteld. In de namiddag staat er acht kilometer file, van Dilbeek tot Wemmel. Tot in Ternat is het traag rijden.
ZONDAG 11 MAART BATIBOUW LOKT 310.000 MENSEN. De 53ste editie van de bouw- en renovatiebeurs Batibouw op de Heizel krijgt negenduizend bezoekers minder over de vloer. De meeste belangstelling gaat naar duurzame materialen en semiprofessionele keukens. UITBREIDING SANCTIES IN BRUSSEL-ELSENE. Misdrijven als bedreigingen, beledigingen, gaybashing, slagen en verwondingen en gewone diefstallen worden binnenkort sneller bestraft. De politieambtenaar kan voortaan zelf een boete opleggen van 75 tot 250 euro, als het parket niet binnen de twee maanden een beslissing neemt. In Elsene verwachten de agenten een stijging van dertig procent van het aantal gemeentelijke administratieve sancties (GAS).
MAANDAG 12 MAART POSTBEDIENDE BEKENT DIEFSTAL. Een werknemer van het distributiecentrum Brussel X heeft sinds vorig jaar voor tienduizenden euro’s aan ecocheques, maaltijdcheques en waardebonnen gestolen. Hij wordt op heterdaad betrapt en geeft de feiten snel toe. De man wordt onmiddellijk gedagvaard. AANSLAG OP MOSKEE. In de Dokter De Meersmanstraat in Kuregem sticht een man om 18.45 uur brand in de moskee. Twee mannen, onder wie de imam, komen vast te zitten in de vlammen. De imam verstikt, de andere man loopt lichte verwondingen op. De dader wordt opgepakt. Leden van de moslimgemeenschap beschuldigen de salafisten van de aanslag. Het salafisme is een fundamentalistische islamitische strekking die behoort tot het soennisme.
DINSDAG 13 MAART DEXIATOREN TE KOOP. De Vlaamse regering is geïnteresseerd in de Dexiatoren (of Rogiertoren) op het Rogierplein. Dat schrijft de krant De Tijd. De transactie zou 225 miljoen euro opleveren, geld dat de bank Belfius/Dexia goed kan gebruiken. Een definitief akkoord is er nog niet. Met de aankoop van het gebouw beoogt de Vlaamse regering een centralisering van haar beleid. ZELFMOORDPOGING VOOR KASTEEL LAKEN. Een auto rijdt doelbewust in op de escorte van de ambassadeur van Qatar. De acht motoragenten die aan de tralies van het kasteel van Laken wachten, raken gewond en worden allen naar het ziekenhuis gebracht. Een van hen is even in levensgevaar. De automobilist, die ook gewond is, legt uit dat hij zelfmoord wilde plegen. Samengesteld door Boris Vanschoubroeck
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF
BDW 1320 PAGINA 4 - DONDERDAG 15 MAART 2012
Gezondheid > Belg sterft gemiddeld 13,6 maanden vroeger aan gevolgen fijn stof
‘Haal mens en verkeer uit elkaar’ AALST/BRUSSEL – Van fijn stof liggen de meeste mensen niet wakker. Cardioloog Marc Goethals daarentegen wordt in zijn praktijk dagelijks geconfronteerd met de gevolgen ervan. In België sterven jaarlijks 12.800 mensen vroegtijdig ten gevolge van luchtverontreiniging. “Naast de economie en de politiek is de onverschilligheid van de mens het grootste obstakel in dit debat.”
M
eisenaar Marc Goethals ontvangt ons hartelijk in zijn bureau aan de straatkant van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst. Hij is duidelijk gebeten door de materie. Vroeger, vertelt hij, was hij veel schuchterder. “Ik dacht dat ik een afwijkende mening had, maar dat idee heb ik ondertussen al lang begraven. (speelse glimlach) Nu denk ik eerder dat het omgekeerd is. De massa heeft het niet altijd bij het rechte eind.” Goethals was de laatste vijf jaar een luis in de pels van heel wat beleidsmakers. Hij mengde zich in het debat rond de Lange Wapper, liet zich kritisch uit over de concentratie en de omleiding van de nachtvluchten over de Vlaamse Rand en geeft tal van lezingen. Ook over vervuiling en mobiliteit in Brussel heeft hij een uitgesproken mening.
U bent cardioloog. Wat maakt fijnstofdeeltjes zo schadelijk voor onze gezondheid? Marc Goethals: “Fijn stof dringt door tot diep in onze longen, de meest kwetsbare plek van ons lichaam. Hoe kleiner dit stof, hoe dieper het in onze longen doordringt, en hoe gevaarlijker dus. De correlatie tussen fijn stof en hart- en vaatziekten is ondertussen genoegzaam bekend. Uit een recente Europese studie blijkt dat een Belg gemiddeld 13,6 maanden minder lang leeft ten gevolge van de luchtverontreiniging. Daarmee zijn we de trieste koploper in Europa, ook al omdat we zo dichtbevolkt zijn natuurlijk.” “Deze doden lijken immaterieel en spreken niet echt tot de verbeelding. Hun lijdensweg zien we niet, terwijl de bijna duizend verkeersdoden per jaar stuk voor stuk de krantenpagina’s halen.” Volstaat de huidige Europese regelgeving, die trouwens regelmatig overschreden wordt? Goethals: “Die norm is een pseudoveiligheid, want het is een compromis. De Europese Unie stelt een norm van 25 microgram per kubieke meter (µg/m³) voor tegen 2015, terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie een drempel van
10 µg/m³ als richtlijn naar voren schuift. In de Verenigde Staten ligt de maximumgrens voor fijn stof sinds eind jaren 1990 op vijftien microgram, in de deelstaat Californië zelfs op twaalf. Oké, dat is een veel minder dichtbevolkt land, en dieselwagens zijn er in de minderheid (diesel stoot veel meer fijn stof uit dan benzine, TDM), maar we moeten als Europeanen niet doen alsof we goede leerlingen zijn.” Er zijn dus verschillende manieren om fijn stof in kaart te brengen? Goethals: “Absoluut. Destijds vertrok men van PM10 (met PM voor Particular Matter, red.). Dit cijfer werd gehanteerd in de metingen en
gen diep in de longen door en veroorzaken er een ontstekingsproces. Dit verhoogt de kans op een trombose aanzienlijk.” “Problematisch is dat de massa van deze superfijne stofdeeltjes nagenoeg verwaarloosbaar is. De huidige fijnstofwaarden worden gemeten met een PM2,5-meter en geven dus een vertekend beeld van de reële vervuiling. De PM2,5-meter tekent een gemiddelde waarde op en wordt pas meetbaar wanneer de allerkleinste stofdeeltjes samengeklonterd zijn tot iets wat in massa meetbaar is. Maar dan zijn de directe effecten eigenlijk al voorbij.” “Ik zal dit met een voorbeeld staven. De Vlaamse Milieumaatschappij plaatste voor een studie een PM2,5-
“Tunnels lijken me het enige valabele alternatief in dit transitland, ook onder Brussel”
refereert aan de maximale grootte van een afzonderlijk stofdeeltje – in dit geval tien micrometer. Dit mag je niet verwarren met de Europese streefcijfers die ik daarnet aanhaalde. Die refereren namelijk aan de maximaal toegelaten hoeveelheid, in massa, van deze partikels per kubieke meter.” “Partikels kleiner dan tien micrometer komen in onze longen terecht. Naderhand heeft Europa – ik geloof in 2008 – zijn parameter voor de berekening van fijn stof verfijnd tot PM2,5. Dit is volgens mij nog niet voldoende, want daarin worden de schadelijke effecten van UFP’s (Ultra Fine Particles, met PM0,1, red.) niet opgenomen.” Nu wordt het wel heel technisch. Zijn die UFP’s dan zo schadelijk? Goethals: “Zeker. UFP’s zijn het meest schadelijke fijn stof en komen vooral vrij direct na de verbranding van fossiele brandstoffen. Ze drin-
meter op de plek waar de vliegtuigen opstijgen in Zaventem. Na een passage van een viermotorige Boeing 747 zag het toestel zwart van het roet, maar het registreerde geen bijkomende vervuiling. Even later plaatsten de onderzoekers een PM0,1-meter, en telkens wanneer er een vliegtuig passeerde, sloeg de meter van het toestel tilt. Onmeetbare waarden!” De huidige meetapparatuur en normering volstaan dus niet? Goethals: “De huidige meetparameters zijn niet fijn genoeg. Er zullen vroeg of laat wel UFP-normen komen. De wetenschap vordert, en men begint te beseffen waar het om gaat. Maar moet je daar als politicus of overheid niet op anticiperen, vraag ik me dan af.” We moeten economisch toch ook het hoofd boven water kunnen houden. Goethals: “Het klopt dat we door
onze ligging een logistieke draaischijf binnen Europa zijn, maar we mogen ons daar niet blind op staren. Binnenkort zal het nieuwe dok in de Antwerpse haven open gaan, en dat zal voor miljoenen extra containers op onze wegen zorgen. Sommige politici pretenderen dat deze uitbreiding getuigt van visie, maar voor mij is dit het mooiste bewijs van gebrek aan visie. Deze keuze zal achterhaald worden in de feiten, je zult dat zien. Als men hier niet visionair is en die bijkomende verkeersdruk onder controle houdt, dan is dat volgens mij pure waanzin.” “Zo ben ik er voorstander van om alle kosten van economische activiteit in kaart te brengen. Sociale en ecologische kosten van een product moeten in de prijs verrekend worden. Zo simpel is dat.” Is transport dan gewoon te goedkoop? Goethals: “Zeker en vast, de vervuiler betaalt daar niet voor. De grote transportfirma’s die ons land dagelijks doorkruisen, zijn niet in België gevestigd, maar gebruiken ons land om al die containers te laten passeren. Maar de burger betaalt voor dit alles wel met zijn gezondheid.” Hoe kan Brussel op al dit onheilsnieuws anticiperen? Goethals: “Ook in Brussel denkt men nog te vaak dat alles goed gaat zolang de norm niet overschreden wordt. Ik vind dat te laks, we moeten nadenken over de effecten van ons doen en laten op de lange termijn. Zo moet het verkeer worden weggetrokken uit voor de mens gevoelige zones. Je woont niet vlak naast het verkeer, je doet daar geen sport, je organiseert er geen ziekenhuisactiviteit, geen kinderdagverblijven.” “Daarom stel ik voor om bijkomende verkeersinfrastructuur onder de grond te stoppen, zoals ze dat in Antwerpen nu ook van plan zijn. Dan ben je meteen het lawaai kwijt, en de vuiligheid wordt beheersbaar. Oké, de luchtkwaliteit in de tunnel zal – ook met ventilatie – altijd slecht zijn, maar iedereen heeft de keuze: ik rijd erdoor, of ik zoek een alternatief.” Lijkt een tunnel u ook het geschiktste alternatief voor de Brusselse Ring? Goethals: “In Brussel moet er iets gebeuren. Het verkeer moet worden geneutraliseerd. Het enige valabele
© SASKIA VANDERSTICHELE
alternatief voor de Ring lijkt me een tunnel onder de stad. Op die manier hoeft de bestaande Ring niet uitgebreid te worden. Op termijn is een overkapping of ondertunneling ook daar mogelijk. Zo zou veel leefkwaliteit en ruimte kunnen worden gewonnen. Stel je voor dat op de plek van de huidige Ring een parkzone komt: dat zou toch geweldig zijn.” “In afwachting van structurele mobiliteitsinitiatieven stel ik voor om op de Brusselse Ring een permanent smogalarm in te voeren. Dat zal de files tot een minimum herleiden.” Wat vindt u van het voorstel van Brussels minister van Vervoer Grouwels (CD&V) om het rekeningrijden in te voeren?
BDW 1320 PAGINA 5 - DONDERDAG 15 MAART 2012
“Sporten in de Wetstraat of op andere plekken met een ‘canyoneffect’ is heel gevaarlijk, waanzinnig eigenlijk”
maten en twee gewichten. Boven de vliegroute ten zuidoosten van Brussel – waar de bevolking rijker is – worden de opstijgende vluchten zo breed mogelijk gespreid, waar er boven de noordelijke routes naar wordt gestreefd om zo precies mogelijk boven de Ring en het kanaal te vliegen. Denkt men dat het daar de woestijn is? Er wonen daar dus wel een pak mensen, hé. De voetafdruk van een vliegtuig is niet vijfhonderd meter, maar vijf kilometer.”
Cardioloog Marc Goethals over de ravage die luchtverontreiniging en fijn stof aanrichten: “Van elk product zouden de sociale en ecologische kosten in de prijs verrekend moeten worden.”
Goethals: “Dat idee lijkt me een logische stap en het komt ook geen dag te vroeg, maar de politieke wil ontbreekt in België. Ik zeg dit niet voor mijn eigen portemonnee, want ook ik zal meer moeten betalen. Ik zou graag met het openbaar vervoer tussen Meise en Aalst pendelen, maar dan ben ik maar liefst twee uur en een kwartier onderweg, voor een enkele reis. Ons verkeer loopt dagelijks vast. We moeten afstappen van ons concentrische model.” “Neem ook de bedrijfswagens. De logica zou zijn dat men de belastingdruk verlaagt en al die idiote aftrekken afschaft, hé. We moeten er alles aan doen om het autoverkeer te beperken en ons openbaarvervoersnetwerk uit te bouwen.” “Een tijdje terug kondigden enkele
van onze topministers met veel poeha hun nieuwe wagenpark aan. Een Volkswagen Touareg of een Audi A6 mogen dan wel CO2-vriendelijk zijn, maar men lijkt te vergeten dat dit zware dieselwagens zijn. Met fijn stof wordt nog onvoldoende rekening gehouden.” Waarom is er zo weinig protest tegen fijn stof? Goethals: “Fijn stof is vooral een probleem van sociaal minder gegoede klassen. Deze mensen wonen vaker langs grote wegen met veel vervuiling of onder drukke vliegroutes en hebben het soms simpelweg te druk met overleven. Lucht- en lawaaivervuiling zijn vaak niet hun eerste zorgen. Lawaai is overigens een onderschat probleem en heeft
Ten slotte een vraag die misschien wat retorisch klinkt: is sporten in de stad eigenlijk wel verantwoord? Goethals: “Er zijn heel weinig locaties in Brussel waar je gezond kunt sporten. Als je sport, valt de nabijheid van verkeer maar beter te mijden. Sporten in de Wetstraat of andere plekken met een ‘canyoneffect’ – waar ventilatie dus niet mogelijk is – is heel gevaarlijk, waanzinnig eigenlijk. De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek heeft destijds vergelijkende UFP-metingen uitgevoerd tussen de Jozef II-straat en de Wetstraat. De resultaten zijn hallucinant. De UFP’s in de verkeersluwere Jozef II-straat liggen veel lager dan in de drukke Wetstraat, die minder dan honderd meter verderop een parallelle weg vormt.” “Sporten doe je het best op een plek waar ventilatie is. Sommige parken zijn misschien aangewezen om te joggen, maar ook het tijdstip lijkt me belangrijk. Niet in de spits dus, voor alle duidelijkheid. Anderzijds maakt lichaamsbeweging ons als mens ook weerbaarder.” Tuur De Moor
Stad > De toekomst van Brussel volgens 51N4E
‘Centraal Station? Weg ermee’ © KOMIMO
ook ernstige gevolgen voor onze gezondheid. Verschillende studies hebben dat aangetoond. Het is niet omdat een mens subjectief geen hinder ondervindt van lawaai, dat je er geen objectieve schade door kunt oplopen. Dat is een groot misverstand.” “Maar om terug te komen op het protest: het klopt dat vooral de rijkeren protesteren. Ik heb ook meer geld dan de gemiddelde kanaalbewoner in Brussel. Om te weten te komen waarom ze in Brussel een vliegroute boven de kanaalzone in gebruik hebben genomen, volstaat het om even naar de inkomenskaart te kijken. Uit sociaal oogpunt vind ik dat onethisch. Politici meten voor verschillende regio’s met twee
Het Centraal Station zuigt te veel de aandacht naar de Vijfhoek.
BRUSSEL – Een automatische stadstrein en een nieuw groot park aan de Molenbeek: het is maar een greep uit de stedenbouwkundige voorstellen van het bureau 51N4E. Het architectenbureau van Peter Swinnen, de Vlaamse bouwmeester, maakt de reflectie in opdracht van het Brussels Gewest. De vraag luidt: hoe moet Brussel er in 2040 uitzien? De vaststelling is niet nieuw: Brussel ligt midden in een rijke regio, vergelijkbaar met Boston-New York-Washington, maar doet te weinig om het potentieel te ontwikkelen. “De stad moet fundamenteel herdacht worden,” vindt Freek Persyn van 51N4E. “Brussel heeft ingrijpende veranderingen ondergaan: de Europese wijk, de noord-zuidverbinding, er zijn hele wijken afgebroken. Dat laat sporen na. Symptoombestrijding volstaat niet. Er is een totaal andere kijk nodig. Daar willen we toe bijdragen.” De studie van 51N4E zoomt in op mobiliteit, bebouwde ruimte en landschap. Brussel moet sneller bereikbaar zijn vanuit de periferie. Daarnaast moet het intrastedelijk openbaar beter georganiseerd worden. Om de congestie op de noord-zuidas op te lossen stelt 51N4E voor om een oostelijke en westelijke trein- en metrolus te creëren met tientallen stopplaatsen langs de vandaag onderbenutte NMBS-stationnetjes. Het Centraal Station verdwijnt als hoofdstation. Drie ‘multimodale’ stations blijven over: BrusselsCity (Zuidstation), Brussels-Park (Schaarbeek) en Brussels-Europe (Luxemburg). Daar kunnen de forenzen vlot overstappen op het intrastedelijk treinverkeer. De noord-zuidverbinding wordt zo ontlast. Voor deze oplossing zijn weinig infrastructuuraanpassingen nodig. Die ingreep past in de nieuwe visie op de stad die, zo vindt 51N4E, minder concentrisch moet zijn, minder op het centrum gefixeerd. Brussel heeft te veel
leuke plekken om alle aandacht naar de Vijfhoek alleen te laten gaan. Brussel moet een polycentrische stad worden. Het provocerend schrappen van het Centraal Station staat daar symbool voor. De stad zelf dan. 51N4E doet voorstellen op kleine en grote schaal, vaak op ogenschijnlijk ‘moeilijke’ plekken: Haren, de slachthuizen, de moerassen van Ganshoren. Kernpunt is dat Brussel in de eerste plaats een woonstad moet worden. Groen is daarbij onontbeerlijk. 51N4E werkte voor dit onderdeel samen met
Brussel heeft te veel leuke plekken om alle aandacht naar de Vijfhoek alleen te laten gaan landschapsarchitect Bas Smets. Die ging de mosterd halen bij Frederick Olmsted (1822-1903), de grondlegger van het Park System, het idee om een netwerk van groen aan te leggen in de stad. Smets keek naar de onderliggende hydrografie van de stad: de rivieren en beken die – soms letterlijk – onder de stad vloeien. Dat levert niet alleen reliëf op in Brussel, maar het gegeven kan ook beter benut worden om de parken met elkaar te verbinden. 51N4E werkt één case uit: die van de Molenbeek, die het Koning Boudewijnpark, het Laarbeekbos en de moerassen van Ganshoren verbindt. Een heel nieuw park kan zo verrijzen, zo groot als Central Park in New York. Steven Van Garsse Brussel in 2040 – Drie visies voor een metropool, met studies van 51N4E, KCAP en SecchiViganò, tot en met 15 april in Bozar, gratis
BDW 1320 PAGINA 6 - DONDERDAG 15 MAART 2012
Het Amerikaanse offensief begon in de ‘standaard’ Nieuwstraat en rond Louiza (foto: Stefaniaplein), maar nu zoeken de Amerikaanse ketens ook minder voor de hand liggende plekken op. De Grasmarkt en Dansaert, bijvoorbeeld.
Economie > Doorbraak van Amerikaanse mode en lifestyle in Brussel
Een Amerikaanse droom die uitkomt BRUSSEL – Het begon ooit met een lekkere Big Mac en een strakke 501. Vandaag zijn het een latte in foam cup met zeemeerminlogo en een op de borst geborduurde eland. Amerikaanse producten zijn a way of life geworden. Het duurde lang voor Amerikaanse mode in Brussel voet aan de grond kreeg, maar nu is de opmars niet te stuiten.
I
n 2011 brak de Amerikaanse retail door in de hoofdstad van Europa, en het einde van de opmars is nog niet in zicht. In alle stijlen en tegen alle prijzen kan je er nu als een échte (Amerikaan) bij lopen. In spotgoedkope basics van Forever21, in navy blue van Abercrombie&Fitch, of nog in funky streetwear van bij Urban Outfitters. Tot nu toe bleef het beperkt tot de mainstream Nieuwstraat en de luxueuze Louizawijk. Nu breekt de Amerikaanse mode zelfs door in het Brusselse modemekka, Dansaert. Na het make-upatelier Bobbi Brown in de Ortsstraat opent Marc
Jacobs een eerste Belgische flagship store op de hoek aan de Nieuwe Graanmarkt. Bookmarc is een primeur voor Europa: de boekenselectie van de ontwerper, alleen in Brussel verkrijgbaar (na New York en Tokyo).
Mind the GAP “Al die Amerikaanse merken, dat is zeker geen toeval.” Pierre-Yves Bolus staat aan het hoofd van Atrium, de dienst die de handel in Brussel helpt te ontwikkelen. “Brussel, met al zijn openbare instellingen, is ten opzichte van andere steden een veilige zet in tijden van crisis. Londen
kreeg het in 2008 veel zwaarder te verduren doordat de privébanksector er zo oververtegenwoordigd is.” Tot dan was Londen de enige Europese stad die de Amerikanen boeide. “Amerikanen kijken nu dus verder als ze de Europese markt willen veroveren. In België heeft Brussel een voetje voor op Antwerpen en Luik.” Het is nochtans niet altijd even makkelijk om ze naar Brussel te lokken. Zo laat het kledingmerk GAP Brussel pertinent links liggen, al bestaat het al jaren in Rijsel. Retailspecialist Gino Van Ossel, docent marketing aan de Vlerick Management School, oordeelt dat
er nog veel werk aan de winkel is voor Brussel een winkeloord met internationale allure wordt. Grootste pijnpunt is het onduidelijke parcours, wat internationale investeerders afschrikt. De Nieuwstraat mag dan groener worden volgens de plannen van de Stad, het is en blijft een smalle straat zonder aansluiting op de andere winkelstraten van Brussel. Ook Bolus is zich daarvan bewust. “Aan de spreiding valt weinig te doen. Toch proberen we het winkelparcours aangenamer te maken door de internationale spelers aan te raden verder te kijken dan de Nieuwstraat of de Louizalaan.” De Amerikanen komen daar verrassend uit de hoek. Vans, het schoenenmerk voor skaters, ging de uitdaging aan en zit nu op de Grasmarkt. “Nu onderhandelen we om die trend verder door te trekken naar de Naamsestraat.” De
© SASKIA VANDERSTICHELE
Nieuwstraat is dan niet meer zo ver verwijderd van de Louizawijk. Tweetalig Brussel is vaak onaantrekkelijk voor buitenlandse investeerders. Van Ossel wijst erop dat de buurlanden vaak afgeschrikt worden door de ‘taalkwestie’ in Brussel. “Amerikanen breken zich daar in het algemeen minder het hoofd over. Zij laten de marketing aan hun fans over. In New York hangen overal affiches van Abercrombie. Hier is dat niet nodig. Er wordt over die merken massaal geblogd.” “Volgens diezelfde logica is het dan ook geen toeval dat de inrichting van al die winkels telkens zo traag verloopt dat men zich afvraagt of ze nog wel opengaan,” merkt Bolus op. De kenners willen het allemaal weten, want moeten ze nu wel of niet een boodschappenlijstje meegeven aan hun naar de VS reizende vrienden? “Marc Jacobs had al veel langer kunnen openen, Starbucks (koffiezaak, red.) kondigt anderhalf jaar op voorhand aan dat het zich vestigt in een instapklaar pand. En A&F is wel het mooiste voorbeeld.”
Nep-Amerikaan Europeanen kijken naar veel producten totaal anders dan de Amerikanen zelf. “Dat is geen nieuw fenomeen. Tommy Hilfiger en Levi’s gelden hier in België als ‘modieuze’ merken, terwijl een 501 of een polo daar als leisure worden beschouwd.” Het zijn dan ook kleren die hier veel duurder zijn. Met de nieuwe golf is het niet anders. Abercrombie wordt bijvoorbeeld gedragen door veel oudere mannen dan de doelgroep die het
BDW 1320 PAGINA 7 - DONDERDAG 15 MAART 2012
merk voor ogen houdt. Alleen is het zo ver gekomen dat ‘Amerikaanse’ kleding zelfs niet meer uit Amerika hoeft te komen. Neem nu America Today (Nieuwstraat). Meer patriottisch kan een naam niet klinken. En toch: de kleren mogen dan geïnspireerd zijn op de US college teenagers en de marketing mag dan in het Engels gevoerd worden, de keten is op en top... Nederlands. Van Ossel betwijfelt of sommige van de nieuwe merken wel echt zullen aanslaan. “Het is bijzonder lastig om trendy te blijven. Zeker met de Abercrombie-look.” Hoezo? “A&F heeft een heel beperkte collectie en produceert in massale aantallen. Als tiener die de kudde wil leiden,
“Misschien moeten wij ook zo klantonvriendelijk ontwerpen: versleten na amper één seizoen en ouderwets na twee maanden” sta je er slecht voor. Morgen draagt de meeloper niet alleen hetzelfde merk, maar ook hetzelfde stuk. For ever21 redeneert radicaal anders en haalt om de week nieuwe collecties binnen.” Dat is volgens Van Ossel dan ook een blijver. Verder zijn ook de exorbitante prijzen – voor bedenkelijke kwaliteit, nota bene – en de beperkte vestigingen niet gunstig voor de toekomst. “Als ze niet snel meer verkooppunten openen én hun prijzen naar beneden halen, dan ziet het ernaar uit dat Abercrombie het Bikkembergsscenario te wachten staat,” voorspelt Van Ossel. Dirk Bikkembergs kon de echte fashion addicts maar een paar maanden bekoren met zijn T-shirts en voetbalschoentjes. Kobe Lecompte heeft als pionier bij Modo Brussels veel oog voor creativiteit en kwaliteit. Ook hij denkt dat de trend wel weer overwaait, al valt er wat te leren van de Amerikanen. “Ze zijn er als de pinken bij. De kleding op zich valt best mee, al mist ze toch wat afwerking. Het blijft dan ook made in China. Misschien zouden wij in België ook zo klant onvriendelijk moeten ontwerpen: versleten na amper één seizoen en ouderwets na twee maanden. We zouden goed verkopen, zég!” Op het vlak van marketing doen ze het natuurlijk uitstekend. Ze beheersen het idee van hoe een concept store moet draaien, volledig. “De middenklasse, daar gaat het ’m nu om.” De crisis heeft na 2008 onze winkelgewoonten door elkaar geschud. Ook rijkere burgers kopen alleen nog maar accessoires in luxezaken en kleden zich in goedkopere, maar toch kwaliteitsvolle merken. “Onze ontwerpers denken nog steeds exclusief in termen van ‘luxe’. Daardoor verkopen ze veel minder.” Boris Vanschoubroeck
P-PRAAT Weer een kaart. Op brusselaar-tellen-maar.be kunt u als inwoner van een randgemeente stemmen om uw gemeente bij Brussel te voegen. Volgens de maker van de site is het democratischer als het volk geraadpleegd wordt over een uitbreiding van Brussel, en voelen toch zoveel inwoners van Vlaamse en Waalse randgemeenten zich Brusselaar. Het nieuws over de kaart werd ons aangereikt door – hoe kan het ook anders? – Le Soir. Sinds een tijdje hebben ze daar blijkbaar een redactie Kaarten & Aanverwante. Belfius, dat Engelstalige gedrocht dat Dexia Bank opvolgt, heeft dringend geld nodig en zoekt een koper voor de Dexi... euh, Belfiustoren op het Rogierplein. De Vlaamse regering zou geïnteresseerd zijn om een deel van de kantoorruimte te kopen om er ambtenaren te stapelen. Wedden dat er alsnog een biertempel komt? Kuch, kuch. Net in een stapel oude kranten gedoken, en dit kleinood viel ons op: de verkiezingsbijlage van uw stadskrant, een speciale editie van 28 september 2006, geheel gewijd aan de gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2006 – waar is de tijd? Alle negentien Brusselse gemeenten voorgesteld, met Vlaamse kandidaten, een balans van elke gemeente en een grappige fotocollage. Even kijken wat in 2006 de uitdagingen waren. Brussel-stad: “Het mobiliteitsbeleid is een flop. De heraanleg van de centrale lanen blijft uit.” Elsene: “De politiek in Elsene kent een egocultuur.” Sint-Gillis: “De omgeving van het Zuidstation blijft vuil.” Sint-Jans-Molenbeek: “Er is geen antwoord op de gettovorming binnen de gemeente.” Sint-Pieters-Woluwe: geen uitdagingen. Natuurlijk zijn er ook positieve aspecten per gemeente, maar daarover onderhouden wij u volgende week wel. Wij wilden uw nieuwsgierigheid bij dezen prikkelen, evenals onze slijmvliezen. Kuch.
CHIEN ÉCRASÉ UKKEL – Uccle valt voor de Villo-fiets, vernam onze redactie. Let maar goed op als je daar gaat fietsen, denken we er dan bij, want in Uccle zijn de straten niet altijd egaal. Nu nog een metro trekken en ze horen er daar in ’t zuiden nog echt bij. BOSVOORDE – Ook in Watermaal-Bosvoorde komen er Villo-fietsen, maar burgemeester Payfa eist wel dat de dingen paarsroze worden geverfd in plaats van ‘Vlaams geel’. FLAGEY/VIJVERS – De eerste zonnestralen verlichten uw en ons pad, en dat betekent dat het niet lang zal duren eer er horden indignado’s op het Flageyplein neerstrijken met plastic zakken vol halve liters, kilo’s wiet en luide djembés. Ook zullen binnenkort de fonteinen op het plein weer worden geactiveerd. Wij, met uitzicht op al dat fraais, zien het maar met lede ogen aan. Ons voorstel: verwijder de deklaag van het plein tussen de maanden maart en november, giet het stormbekken en de parkeergarage vol vijverwater en zet een veerpont in om ons naar onze geliefde broodjeszaak op de Elsensesteenweg te brengen. Zijn we meteen ook verlost van die ambetante bezoekers van café Belga, want dat terras zal dan ook gewoon vijver zijn. Valt er niets meer te hipsteren. En nu we toch bezig zijn: laat tussen november en maart het water ook maar staan. Kunnen we schaatsen. Een constructief stedenbouwkundig voorstel dat een pak problemen oplost: geluidsoverlast, stoeferij, verkeersproblemen en een vuil Flageyplein. En dat zonder consultant.
ADVERTENTIE
BDW 1320 PAGINA 8 - DONDERDAG 15 MAART 2012
Welzijn > Nieuw steunpunt helpt oudere Brusselaars met aanpassingen in huis
Obstakel: geld en (mede-)eigenaars D
e meeste ouderen blijven graag zo lang mogelijk in hun huis wonen. Maar vele woningen zijn totaal niet aangepast aan het ouder worden van de bewoner. Er is bijvoorbeeld geen lift, of de voordeur is alleen via een trap te bereiken. Maar ook binnen zijn de huizen vaak onaangepast: smalle gangetjes waar geen rollator doorheen kan, een bad in de plaats van een douche, een te hoog bed. Dat kan leiden tot onveilige situaties en ongelukken. “Wat vaak voorkomt: mensen worden ’s nachts wakker, staan op om naar het toilet te gaan en vallen. Omdat ze de trap af moeten, omdat de gang onvoldoende verlicht is, omdat ze open schoeisel dragen of omdat ze slaapdronken of duizelig zijn. De weg tussen bed en toilet is het gevaarlijkste traject,” zegt Isabelle Makay, stafmedewerkster bij het Kenniscentrum Woonzorg Brussel. Door het huis aan te passen kan de bejaarde er vaak langer blijven wonen. Maar vele Brusselse senioren weten niet hoe ze dat moeten aanpakken. Er bestaan nochtans al geruime tijd organisaties die hulp bieden. Ziekenfondsen geven gratis advies, sociale klusjesdiensten voeren goedkoop kleine verbouwingswerkzaamheden uit. Maar, zegt Makay, “het probleem was dat die organisaties tot dusver niet samenwerkten.” Daarom richtte het Kenniscentrum Woonzorg, met de financiële steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het Steunpunt Woningaanpassing Brussel op. Daaraan werken dertien organisaties uit de woonzorg mee. Brus-
© SASKIA VANDERSTICHELE
BRUSSEL/LAKEN – Het Steunpunt Woningaanpassing helpt sinds 1 maart oudere Brusselaars bij het veilig en comfortabel maken van hun huis. Probleem blijft dat vele bejaarden het geld niet hebben om de verbouwing te betalen. En dat (mede-)eigenaren soms dwarsliggen. selaars met vragen over woningaanpassing hoeven nu nog maar naar één telefoonnummer te bellen, waarna ze van a tot z verdergeholpen worden. Makay legt uit: “De telefooncentrale geeft de vraag door aan de deelnemende ziekenfondsen.
“De weg tussen bed en toilet is het gevaarlijkste traject”
Die sturen een ergotherapeut ter plaatse, die een adviesrapport opmaakt.” De voorgestelde aanpassingen kunnen sterk variëren. Makay: “Soms volstaan eenvoudige hulpmiddelen: een veiligheidsgreep aan het bad, een looprek of een hoge keukenstoel om zittend te koken. Soms zijn er kleine aanpassingen nodig, zoals de vloer slipvrij maken, tapijten vast leggen, de verlichting verbeteren, de rolluiken automatiseren. Maar het gebeurt ook dat er grote aanpassingen noodzakelijk zijn: een traplift installeren bijvoorbeeld, drempels wegwerken, of het bad vervangen door een douche.” De ergotherapeuten stellen vervolgens voor om contact op te nemen met een van de klusdiensten, zodat de aanpassingen ook daadwerkelijk gebeuren. Zeker als er grote ingrepen nodig zijn, duikt er in dat stadium vaak een probleem op, name-
Fran Van den Bogaert wil een rolstoelhelling naast de trap, maar de mede-eigenaars weigeren.
lijk dat de bejaarden geen geld voor de aanpassing hebben. Makay: “In Vlaanderen zijn er allerlei premies voor woningaanpassing, in Brussel niet. Hier bestaat alleen de renovatiepremie, maar die kun je maar aanvragen als je eigenaar bent. Alleen als je gehandicapt bent en jonger dan 65, kun je – ook in Brussel – een © SANDER DE WILDE
Gouden munten duiken op in de vormgeving van Muntpunt.
Muntpunt, over een jaar BRUSSEL – Over ongeveer een jaar zal het gebouw op het Muntplein waar vroeger de hoofdstedelijke bibliotheek zat, helemaal gerenoveerd en opgeknapt zijn. Muntpunt neemt niet alleen de bibliotheekfunctie over, maar wordt ook de plek waar iedereen terechtkan voor informatie over wonen, studeren, winkelen en uitgaan in Brussel. Afgelopen vrijdag werd in de ruwbouw de eerste bibliotheekkast plechtig in gebruik genomen, met een sierlijk vers van Geert van Istendael AB erin.
beroep doen op het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH).” Het Kenniscentrum vraagt dan ook aan staatssecretaris voor Huisvesting Christos Doulkeridis (Ecolo) dat hij nadenkt over een tegemoetkoming. “De voorwaarden voor de renovatiepremie zouden herbekeken kunnen wor-
den,” zegt directeur Herwig Teugels. Een andere moeilijkheid is dat vele bejaarden in Brussel hun woning huren. De eigenaar moet natuurlijk akkoord gaan met aanpassingen in de woning. Maar zelfs als de woning in eigendom is en het geld er is, kunnen er nog obstakels zijn. Poliopatiënte Fran Van den Bogaert (64) woont al twintig jaar tweehoog in een flatgebouw in Laken. Sinds een jaar of vier woont ze alleen. Als gehandicapte zelfstandig leven blijkt niet simpel. Binnen in het appartement zijn er enkele aanpassingen gebeurd: de voordeur is geautomatiseerd, het toilet is verhoogd en er is een inloopdouche geïnstalleerd. Anders is het gesteld met de toegankelijkheid van het gebouw: met haar rolstoel past Van den Bogaert net in de piepkleine lift, maar de trappen aan de voordeur vormen een onoverkomelijke hindernis. Als de mensen van de thuiszorg langskomen om met haar naar de kinesist of de supermarkt te gaan, pikken ze haar op in de ondergrondse parkeergarage. Maar Van den Bogaert is een dynamische, cultureel geïnteresseerde vrouw die ook wel eens alleen een ommetje wil maken. Ze had daarom aan de mede-eigenaren voorgesteld om een hellend vlak te leggen naast de trappen aan de voordeur, ze zou hiervoor een premie van het VAPH krijgen. Maar de mede-eigenaars weigeren. Het zou de standing van het gebouw naar beneden halen, lieten ze haar weten. “En nu er geen helling komt, krijg ik van het ziekenfonds ook geen elektrische rolstoel.” Voor Van den Bogaert is het een reden om uit te kijken naar een andere woning. “Wat moet je anders, na zo’n uiting van collectief egoïsme?”
Bettina Hubo
Steunpunt Woningaanpassing Brussel, 02-240.80.81
Lenteschoonmaak! Ontdek onze grote
VUILNISSPECIAL
VOLGENDE WEEK IN
ADVERTENTIE
Advertentie Zorgberoepen 1/2 pagina liggend (255 x 178 mm) 1568 euro (maximum op pagina 8-9)
BDW REGIO
BDW 1320 PAGINA 10 - DONDERDAG 15 MAART 2012
Deze week rond de Squares > Boekhandelaar Ambiorix met pensioen, wie neemt over?
‘Een krantenwinkel was mijn jongensdroom’ is al helemaal onmogelijk. Twintig of dertig jaar geleden ging dat nog, er was toen nog geen btw.”
Internationaal
Jean-Pierre Clarysse temidden van zijn 582 verschillende titels. “Ja, ik rook in mijn winkel. Het is hier wel een tabakswinkel, hé. Voorlopig is dat nog niet verboden.”
BRUSSEL – Jean-Pierre Clarysse nam negentien jaar geleden boekhandel Ambiorix over en maakte zo op 45-jarige leeftijd alsnog zijn jongensdroom waar. In geen tijd maakte hij er een bloeiende handelszaak van. Daarmee ging zijn jongensdroom in vervulling, maar dit jaar wil hij met pensioen. Geïnteresseerde overnemers genoeg, maar niemand vindt het geld om de ‘dorpel’ te betalen. De banken doen moeilijk.
B
uiten kaarten mannen en flaneren gezinnetjes op het Ambiorixplein. De burgerwoning waarin Jean-Pierre Clarysse zijn boekhandel Ambiorix openhoudt, baadt in de lage lentezon. Het is zaterdagmiddag. Om één uur sluit hij. “Vroeger hield ik op zaterdag tot drie of vier uur open. De Grieken kwamen toen ’s namiddags om hun krant, omdat die pas na het middaguur werd geleverd. Tijdens de week bestelde ik die niet, want dan lazen ze hun krant op kantoor. Enfin, ik verkocht na één uur nog een tiental kranten, maar daar ben ik al vlug mee gestopt.” Zijn vrouw, die al gepensioneerd is, helpt vandaag schoonmaken. Nadat de rolluiken neergelaten zijn, leidt Clarysse me het donkere achterafzaaltje binnen, met een amalgaam
aan asbakken, rekken met oude Panini-boeken, bestofte zonnebrillen en een bureautje voor de adminis tratie. Er gaat iets nostalgisch van uit. “Ik huur deze winkelruimte voor een goede prijs. Mijn huisbaas heeft de index nooit aangepast. De winkel draait goed, ik heb geen tijd om mijn krant te lezen. Altijd ben ik bezig: bestellingen, administratie, verkopen, een klapke doen. Soms vertelt een klant twee dagen na elkaar hetzelfde. Ik luister dan gewoon alsof het de eerste keer is en zeg niet: ‘Ja maar, dat heb je gisteren al gezegd.’ Horen, zien en zwijgen.” “Ik vraag 90.000 euro overnameprijs. Van al de jonge mensen – vooral dertigers – die interesse tonen, vindt niemand het geld. De bank wil dertig procent van dat bedrag voor ze een lening geeft. Wie kan dat zo-
maar op tafel leggen? En op je vijftigste begin je er ook niet meer aan.” Clarysse is bij de pinken als het op cijfers aankomt en lapt zonder schroom taboes aan zijn laars. “Ik
© IVAN PUT
dat je daar zes of zeven ten honderd van overhoudt om van te leven. Ik kom geen boterham te kort, maar ik moet ook niet te zot doen, hoor. De mensen zien daar vaak alleen het schoonste van.” “En mijn pensioen dan! Voordat ik deze winkel overnam in 1993, heb ik 23 jaar voor de ASLK gewerkt. Voor die eerste ‘halve’ loopbaan zal ik 900 euro pensioen krijgen, wat zeker niet slecht is. Ik heb ook
“De winkel draait goed, ik heb geen tijd om mijn krant te lezen. Altijd bezig: bestellingen, administratie, verkopen, een klapke doen” kan het u allemaal zwart op wit voorleggen. Jaarlijks draai ik hier een omzet van 400.000 euro, en dat is nu al enkele jaren zo.” Als ik hem vraag of zoiets de mensen de ogen niet uitsteekt, antwoordt hij heel zelfbewust: “Je moet rekenen
al nagevraagd wat mijn loopbaan als zelfstandige me uiteindelijk zal opleveren, en dat is amper honderd euro per maand. Maar ik heb als zelfstandige ook wel belastingen betaald hé, en nog geen klein beetje. En inderdaad, in het zwart werken
“De kranten- en sigarettenverkoop blijft nu al jaren gelijk, dat mindert niet. Ik verkoop hier 582 verschillende tijdschriften, kranten en boektitels. Ik denk niet dat er veel krantenwinkels in Brussel zijn die dat hebben. ’s Ochtends worden al die kranten in de hal geleverd, ze hebben de sleutel. Vooral de Duitsers kopen veel: de Frankfurter Allgemeine, de Süddeutsche Zeitung, Bild, Stern, Der Spiegel, noem maar op. Met minder dan drie stuks gaan die hier niet buiten. De Fransen kopen veel minder, en de Engelse kranten zijn ongelooflijk duur, hé. NRC Handelsblad komt pas de volgende dag, want dat is een avondgazet. Le Monde ook: die krant verschijnt om drie uur in Parijs, en ligt pas de volgende ochtend in mijn winkel, zo gaat dat. De kranten die ik aan het eind van de dag niet heb verkocht, zend ik terug, dat spreekt voor zich. Als dat niet mogelijk zou zijn, dan zou ik maximaal vijf stuks van elke krant inkopen.” “En ja, ik rook in mijn winkel. Het is hier wel een tabakswinkel, hé. Voorlopig is dat nog niet verboden, maar dat zal niet lang meer duren.” En valt er met dit achterafhuis iets te doen? Zijn er uitbreidingsmogelijkheden? “Zeer zeker, maar daarvoor moet je minstens met twee zijn, alleen kan ik dat niet. Je zou hier een wijn- of bierwinkel kunnen openen, met zelfs een klein cafeetje in.” Het heeft inderdaad iets herbergachtigs, dit huis met houten lambriseringen en statig glaswerk erin verwerkt. “Maar een terras mag hier niet. Dit is een residentiële wijk, hé. Ik heb eens een bankje voor mijn winkeldeur gezet, maar de stad heeft dat weggehaald.” “Wat ik wil doen als ik met pensioen ben? Ik zou graag wat meer tijd hebben, en reizen. Nu sluit ik maximaal tien dagen, voor de klanten. Maar reizen wordt pas leuk als het niet te nauw steekt, als je je niet aan een vooropgestelde einddatum hoeft te houden.” Wie deze zaak zal overnemen, weet dat hij zelf voor zijn pensioen zal moeten werken, maar weet ook dat dit een bloeiende handelszaak in een internationale wijk is, mét uitbreidingsmogelijkheden binnen de muren. Tuur De Moor
BDW 1320 PAGINA 11 - DONDERDAG 15 MAART 2012
Sint-Joost-ten-Node > Nieuwe asfaltlaag voor Leuvensesteenweg
‘Gewestwegen zijn goed onderhouden’ Volgens automobielorganisatie Touring onderhoudt het Brussels Gewest zijn wegen goed. De herasfaltering van de Leuvensesteenweg past in dat beleid. “Met het onderhoud van de gemeentewegen is het beduidend minder goed gesteld,” vindt Touring. Het voorbije weekend kreeg de Leuvensesteenweg tussen het SintJoost- en het Daillyplein een nieuwe asfaltlaag. Een deel van de Notelaarsstraat werd ook meegenomen. Twee weekends geleden kregen de Verbist- en de Tweetorenstraat ook al nieuw asfalt. Alles bij elkaar werd 17.400 vierkante meter asfalt vijf centimeter afgeschraapt en met nieuw asfalt begoten, en dat alles in amper vier dagen en nachten tijd. Twee weekends lang waren deze straten volledig afgesloten voor het verkeer. Het leek er wel autoloze zondag. Volgens Vincent Reeners, ingenieur bij Mobiel Brussel, was de vorige asfaltlaag op sommige plekken helemaal versleten. “Door het zware bus- en vrachtverkeer en de vele
Jong en oud herontdekt deze invalsweg, hun straat.
acceleraties was de slijtage hier heel groot. We moesten wachten op deze zachtere temperaturen om het werk
© SASKIA VANDERSTICHELE
aan te vatten, omdat het water in het asfalt anders misschien bevriest.” Minister van Openbare Werken en
Vervoer Brigitte Grouwels (CD&V) wijst erop dat deze nieuwe asfaltlaag ten minste tien jaar zal meegaan.
Het kostenplaatje bedraagt 300.000 euro. Dat geld komt uit het potje van 8,1 miljoen euro die de Brusselse regering heeft uitgetrokken voor herstellingen aan de gewestwegen. Verderop dit jaar plant Mobiel Brussel nog een hele reeks herstellingsof asfalteringswerkzaamheden op de gewestwegen. Onder andere (delen van) de Louizalaan, Elsensesteenweg, Havenlaan, Charleroisesteenweg en Oudergemlaan zullen dan onder handen genomen worden. “De Brusselse gewestwegen zijn in goede staat en worden ook goed onderhouden,” vindt Touring. Een terreinonderzoek van de automobielorganisatie wijst uit dat de gewestwegen er veel beter aan toe zijn dan de gemeentewegen in Brussel. “Negentig procent van de alles bij elkaar 331 kilometer Brusselse gewestwegen vertoont weinig of geen gebreken. Ter vergelijking: negentig procent van de gemeentewegen in de Vijfhoek heeft putten, kraters of andere gebreken.”
Tuur De Moor
ADVERTENTIE
Sint-Agatha-Berchem > Ministers niet sneller dan burgemeester
Onteigening raakt er niet door Twee huizen die al lang onteigend hadden moeten zijn, zijn meer dan ooit een kink in de kabel voor de heraanleg van het Dr. Albert Schweitzerplein.
Wijkcomité verzet zich tegen nieuwe school ANDERLECHT – De plannen voor een nieuwe school in de Adolphe Willemynsstraat worden door de buurt niet op gejuich onthaald. De straat, voor de wijken Moortebeek en Peterbos de enige toegangsweg tot het centrum van Anderlecht, kampt nu al met een ellendige verkeersdrukte; de school zou de situatie alleen maar verergeren. BS
Peperdure klasjes voor honderd KLEUTERS SINT-AGATHA-BERCHEM – Om in te spelen op de verjonging is snel werk gemaakt van de uitbreiding van de gemeentelijke Openveldschool (Franstalige afdeling). De vier betoncontainers (met refter, rustkamer en bewegingsklas) voor honderd kleuters kosten 1,2 miljoen euro. Zeventig procent komt van het Brussels Gewest, dertig procent van de gemeente. De klasjes zouden dubbel glas hebben, geïsoleerd zijn en JMB moderne stookketels hebben. Voor dat geld mocht dat ook wel.
JOHAN VERMINNEN
zaterdag 14.4.2012 - 20:00 - KAAITHEATER info & tickets: www.kaaitheater.be - 02/201 59 59
concert ten voordele van Kinderdienst Brussel vzw & Born in Africa vzw
foto © Lieve Blancquaert
TELEXREGIO
Terwijl bouwfase 1 van het nieuwe gemeenteplein vandaag van start gaat, en er nog altijd een volledige afwerkingstermijn van acht maanden wordt vooropgesteld, blijft één hinderlijk dossier aanslepen: de onteigening van twee oude panden. Het gaat om de eerste twee huizen van de Kerkstraat (na het Schweitzerplein): de oude apotheek op nummer 12 en het aanpalende sociaal huis van de vzw L’Oranger. Om het nieuwe plein zijn volle expansie te gunnen moeten de huizen tegen de vlakte; dat was al in 2008 bekend. Een nieuwbouw staat ingekleurd op de plannen, met een ge-
vel die zes meter achter de huidige rooilijn begint. Drie jaar terug trok minister van Openbare Werken Pascal Smet (SP.A) het dossier naar zich toe, omdat de gemeente de onteigening niet geklaard kreeg. “De onteigening was de taak van de gemeente, maar we hebben nu afgesproken dat het Gewest dat zal doen,” stelde de toenmalige minister. Ook zijn opvolger, Brigitte Grouwels (CD&V), krijgt het dossier niet vlot: de afbraaktermijn van de huizen blijft onbepaald. Vandaag blijkt de onteigening geblokkeerd te zitten op een toelating om eerst asbest te verwijderen. Tegen eind 2012, begin 2013 ‘hoopt’ men de zaak te kunnen uitklaren, zeggen ze bij de gemeente. Daar gaan ze het dossier weer naar zich toe trekken om de verloren tijd in JMB te lopen.
BDW 1320 PAGINA 12 - DONDERDAG 15 MAART 2012
DE SUKKELSTRAAT (6)
Laag-Vorst, historisch overstromingsgebied
Dweilen met kraan open Op 14 oktober zijn er gemeenteraadsverkiezingen. De komende maanden legt BDW in de reeks De Sukkelstraat elke week een pijnlijk aanslepend dossier uit een van de 22 Brusselse gemeenten op tafel. Deze week: groeten uit nat Vorst!
Als de bewoners van de SintDenijswijk een dreigende onweerswolk boven Vorst Nationaal zien hangen, dan weten ze hoe laat het is. Het regenwater stroomt dan in ijltempo naar hun vallei, en nog voor het onweer boven het plein zelf is losgebarsten, staan de bewoners met schoppen, zandzakjes en emmers klaar om de kelders droog te houden. Het is bijna een routineklus geworden voor de mensen rond het SintDenijsplein. De voorbije jaren trokken ze vier maal per jaar de laarzen aan om zoveel mogelijk waterschade te voorkomen. Françoise Debatty woont al tientallen jaren in het oudste huis van de Driesstraat, een van de meest getroffen straten in de wijk. Haar huis, een voormalig postkantoor, blijft dankzij forse investeringen gespaard van waterellende, maar met lede ogen ziet ze hoe bij de buren keer op keer de kelders onderlopen. “We helpen elkaar zoveel mogelijk bij een overstroming. Die solidariteit is ook een van de redenen waarom de mensen hier zo graag blijven wonen,” zegt ze. Al jaren vecht ze als
De bewoners van de Driesstraat zijn solidair bij overstromingen.
lid van het wijkcomité Stop Inondations om het probleem voorgoed op te lossen. “Laag-Vorst is altijd al een overstromingsgebied geweest.” Debatty plaatst het probleem meteen in zijn historische context. De paters in de abdij van Vorst zagen hun buurt meermaals per jaar onderlopen. Vorst was/is dan ook, zoals een groot deel van de stad aan de Zenne, een moerassig gebied dat later drooggelegd werd. De naam van de straat zegt het ook: dries betekent ‘moerassig gebied’. De huizen zijn
ADVERTENTIE
© SASKIA VANDERSTICHELE
Het wijkcomité heet hier Stop Inondations een meter boven de grond gebouwd, in de veronderstelling dat een betonlaag het water wel kon tegenhouden. Een historische vergissing. In de meeste kelders kun je aan de golvende vloer precies zien waar het
grondwater tegen het beton drukt. In sommige keldervloeren is de druk te groot en ontstaat een ware geiser. Ondanks pogingen van de laatste jaren om de wateroverlast het hoofd te bieden, onder andere met de aanleg van een stormbekken onder de garage van Audi Brussel, staat de wijk nog altijd vier keer per jaar blank. “Voordat het regenwater het nieuwe stormbekken kan bereiken, zit het al in onze kelders,” zegt Debatty. “Het regenwater moet met een bypass naar het stormbekken geloodst worden, maar die overbrugging ligt ho-
ADVERTENTIE
S OCIALE V ERHUURKANTOREN
Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen
www.fedsvk.be 02 412 72 44
M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����
ger dan onze kelders, met alle gevolgen van dien. De Audi-fabriek blijft wel gespaard van de waterellende. Ik vraag me dan ook af voor wie dat stormbekken eigenlijk gemaakt is.” Evelyne Huytebroeck (Ecolo), die in Vorst woont en in de Brusselse regering bevoegd is voor waterbeleid, is zich bewust van de bouwkundige bypass-flater. Dat is ook de reden waarom het bekken nog niet offi cieel in gebruik is genomen. Er is een werkgroep opgericht waarin alle betrokkenen – de gemeente, het Brussels Gewest, Vivaqua en de Brusselse Maatschappij voor Waterbeheer (BMWB) – samen een oplossing zouden uitdokteren. Die zou erin bestaan de afvoercapaciteit van de Geleytsbeek, die onder de Audifabriek loopt en het water met een omweg naar het waterzuiveringsstation Zuid loodst, te vergroten door de benedenloop van de beek aan te passen. Ook de capaciteitsuitbreiding van het waterzuiveringsstation zelf zou soelaas brengen. Er wordt dus wel degelijk aan een oplossing gewerkt, maar het is een meerjarenplan. Maar wat er ook ondernomen wordt, de belangrijkste oorzaak van de wateroverlast is de ondoordringbare betonlaag die de voorbije eeuw over Vorst gegoten werd. Dat ondervonden ook de inwoners tussen de Neerstalsesteenweg en de Kersbeeklaan. Net als Sint-Denijs staat die wijk bij hevige regenval blank door het water dat de Vorstse heuvels af stroomt. Over een maand wordt begonnen met de aanleg van een stormbekken ter hoogte van de Stuart Merrilllaan en de Jean-Baptiste Baeckstraat. Maar tegelijk staat er aan de Neerstalsesteenweg een groot bouwproject in de steigers, waartegen het wijkcomité NFK (NeerstalleFuchsias-Kersbeek) zich met succes verzette. “Het project voor 124 woningen was een klassieke betonconstructie, die totaal geen regenwater kon absorberen,” vertelt Anne Murs van NFK. “Zeker in onze gemeente is het essentieel dat bij elke nieuwbouw goed nagedacht wordt hoe er zoveel mogelijk regenwater opgevangen kan worden. We hebben heel wat voorstellen gedaan om de densiteit van het project omlaag te halen én om het water meer in het project te integreren. Je kunt water best zien als een rijkdom voor je gemeente, door bijvoorbeeld vijvertjes en kanaaltjes aan te leggen. Het voorkomt heel wat ellende en geeft een grote meerwaarde aan een wijk.” In Vorst staan er de komende jaren meer projecten in de steigers. De woningnood is hoog, en Vorst is een van de weinige gemeenten waar nog redelijk wat grond beschikbaar is. De gemeente heeft de afgelopen jaren, onder impuls van Ecolo-schepen Marianne Courtois, halfweg de legislatuur opgevolgd door partijgenote Annie Richard, nieuwe stedenbouwkundige voorschriften opgesteld, onder meer over groendaken en het gebruik van waterdoorlaatbaar materiaal voor parkeerterreinen. Bruno Schols www.brusselnieuws.be/ sukkelstraat
BDW 1320 PAGINA 13 - DONDERDAG 15 MAART 2012
Haren > Gegidste wandeling naar sporen van cafés en winkels van weleer
Dorp van verdwenen middenstanders Harenaar André Vanbellinghen zal gidsen. Hij heeft tal van prentbriefkaarten, foto’s en getuigenissen uit de vorige eeuw verzameld om de sfeer van de Verdunstraat en de Harenheidestraat te reconstrueren, voordat alles geleidelijk verdween vanaf de jaren 1970. Elke Harenaar had zijn stamkroeg. De voetballers, die geen vestiaires hadden, dronken er niet enkel hun pint, maar konden zich ook omkleden in het café. De Fanfare Gretry vond je aan de toog van In De Poort, waar ze ook repeteerden. Die toog staat er vandaag nog. ‘Concurrent’ Van Beneden, die is daarentegen dichtgegaan. Daar ging de Koninklijke Harmonie De Eendracht zich opwarmen. En o wee als de fanfare op het territorium van de harmonie kwam, of omgekeerd! Bij Palmierke behoorde zelfs de kelder tot de inboedel. Voor iedereen die binnenkwam, ging mevrouw
© COLLECTIE A. VANBELLINGHEN
Op 24 maart organiseert gemeenschapscentrum De Linde een nostalgische ontdekkingstocht door de straten van het ‘dorp in de grote stad’. “44 cafés, zegt u dat iets?”
Guillaume en Celina Vanderick-Deschoenmaecqer, ouders van Philomène, voor hun beenhouwerij-van-vader-op-zoon in de Verdunstraat. Foto van rond 1945.
Palmyre naar de koele kamer om de flesjes uit de grond te graven. “Zes beenhouwerijen hadden we
hier!” De schoonouders van Vanbellinghen baatten er eentje van uit in de Verdunstraat. Zijn vrouw ADVERTENTIE
Philomène herinnert zich hoe ze van ’s morgens vroeg tot de middag vlees met haar fiets moest leveren
aan de huishoudens in het dorpje. Van Makro en Carrefour was nog geen sprake.
Witloofstation Witloof werd aangevoerd naar het Witloofstationnetje, vandaag HarenZuid, en vertrok vandaar per spoor naar Frankrijk, Zwitserland en zelfs de VS. De witloofwortels werd nabij het station gebrand om er cichorei van te maken. In café Ons Huis werden op een krijtbord de witloofquota van de lokale telers bijgehouden. René Magritte heeft nog in Haren gewerkt. Onder toezicht van een andere bekende naam, Victor Servranckx, ontwierp hij behangpapier voor de Usines Peters-Lacroix, kortweg UPL, in de Dobbelenbergstraat. 107 handelszaakjes in kaart gebracht, evenveel verhalen die de deelgemeente maken tot wat ze nu is. Boris Vanschoubroeck André Vanbellinghen en Georges Michiels verwachten de deelnemers op zaterdag 24 maart om 14 uur voor de kerk. Meer bij GC De Linde, 02-242.31.47
BDW 1320 PAGINA 14 - DONDERDAG 15 MAART 2012
Wellicht behoor ik zelf in meerdere of mindere mate tot die groep. Maar dat optimisme maakt me niet blind, en de verontwaardiging voor on recht haalt altijd de bovenhand. Het stedelijk optimisme is voor bijgegaan aan hele groepen stede lingen: de werkloosheid bij jonge allochtonen is blijven stijgen, de scholingsgraad is laag gebleven, de onveiligheid is toegenomen, her opwaardering had ook nefaste bij effecten zoals de verdringing van kapitaalarmere mensen, en intole rantie tegen culturele minderheden enerzijds en tegen holebi’s en trans genders anderzijds blijft zeer aan wezig. Bovendien was de instroom van de nieuwe middenklasse on voldoende groot om de stadskas te compenseren voor de stadsvlucht van middeninkomens.
Stadskorting
Parlementslid Khadija Zamouri vindt ‘bobo’ geen scheldnaam; met hun open blik doen bobo’s veel goeds voor de stad. Maar, waarschuwt ze, “het stedelijk optimisme is voorbijgegaan aan hele groepen stedelingen.” (Foto: Dansaertstraat.)
© FABONTHEMOON
Politiek > Brussel, Antwerpen, Luik, Gent en Charleroi moeten eisen bundelen
Steden samen sterk BRUSSEL – “De stad was de grote afwezige in de opeenvolgende staatshervormingen,” stelt Vlaams parlementslid (en Brusseles) Khadija Zamouri (Open VLD) vast. “Staatshervormingen worden afgedwongen onder politieke druk van de kiezers, zo hoort dat in een democratie. Daarom acht ik de tijd rijp voor een coalitie van steden en stedelingen voor een grootstedelijke staatshervorming.”
BDWOPINIE Terecht werd het sterk gecentrali seerde België de afgelopen decennia omgebouwd tot een federaal land met gewesten en gemeenschappen. Op de taaldiversiteit in België was een institutioneel antwoord nodig. Maar zijn we ons niet te eenzijdig op de taalproblematiek gaan concen treren en hebben we andere klas sieke breuklijnen niet uit het oog verloren? De voorbije drie decennia werden gekenmerkt door de stadsvlucht van de middenklasse en de spectaculaire daling van het gemiddeld belastbaar
inkomen in de steden. Gelijktijdig waren er verschillende golven van immigratie, de arbeidsimmigratie eerst, de opvolgingsimmigratie en politieke vluchtelingen vervolgens, die de steden sterk gekleurd hebben en het samenleven in de stad hebben veranderd. De gewijzigde patronen in mobiliteit hebben ook zware in frastructuursingrepen in de steden veroorzaakt en hebben het aanzien van de stad grondig veranderd. Deze evoluties kregen vooralsnog geen institutioneel antwoord, hoogstens oplapwerk om zogenaamde ‘toene mende stedelijke problemen’ niet te laten ontsporen. Anderzijds was er de voorbije jaren ook de trend van ‘terug naar de stad’.
“Steden hebben pas zin als ze ook de burgers van buiten de stad iets te bieden hebben” Khadija Zamouri.
Er ontstond een heel discours over hoe een nieuwe creatieve economie, aangestuurd door een stedelijke generatie bobo’s of bourgeois-bohémiens met een open blik op culture le diversiteit, de stad opnieuw deed opleven. We kennen ze uit boeken als The rise of the creative class van mediasocioloog Richard Florida. Stedelijkheid was plots opnieuw ‘hip’. Beleidsmatig betekende stede lijkheid plots niet meer alleen ‘een hoop problemen’. Vitale steden met een bloeiend cultureel leven en een
goed verankerde gay scene boden kansen voor de economische groei van een hele regio. De stedelijke tolerantie voor culturele diversiteit, voor de nieuwe immigranten, voor holebi’s en transgenders was niet enkel ethisch belangrijk, maar ook nog eens economisch profijtelijk. Mijn progressief ethisch en klas siek economisch liberalisme vin den elkaar hier. Als ik vandaag door Brussel loop, zie ik hoe de stad ver anderd is en hoe de ‘bobo’s’ daarin een positieve rol hebben gespeeld.
Vandaar ook mijn oproep: Brussel moet samen met steden als Ant werpen, Luik, Gent en Charleroi een aantal eisen op tafel leggen. Steden moeten een structurele financiële solidariteit afdwingen voor alle ta ken die ze op zich nemen en die hun stadsgrenzen ver overstijgen: extra OCMW-uitgaven in armoedebe leid, sociale huisvesting, onderwijs, cultuur, openbaar vervoer. Steden moeten hier vandaag te veel om be delen bij andere instanties. De krachten bundelen is ook de bes te manier om een fiscale stadskor ting af te dwingen van het federale niveau. Deze korting moet stedelijk wonen (wat minder belastend is voor het milieu, en financieel voor delig in het aanbod aan basisvoor zieningen voor de inwoners) finan cieel belonen. Het moet de nodige investeringen in snel en veilig open baar vervoer in en rond de steden afdwingen, investeringen in de vei ligheid van de stad en in de aantrek kelijkheid van het ontspannings- en cultuuraanbod. Steden hebben pas zin als ze ook een centrumfunctie hebben naar hun ommeland en als ze de inwoners van buiten de stad iets te bieden hebben. We hebben al vaak onder veel me diabelangstelling zitten staren naar het overleg tussen de ministers-pre sidenten van dit land. Misschien is het tijd voor een regelmatig overleg tussen Charles Picqué en Guy Van hengel voor Brussel, Patrick Jans sens en Annemie Turtelboom voor Antwerpen, Daniël Termont en Ma thias De Clercq voor Gent, Willy De meyer en Didier Reynders voor Luik, Eric Massin en Olivier Chastel voor Charleroi. Samen zijn deze vijf ste den (de centrumsteden Mechelen, Brugge, Oostende, Namen of Leuven – met vergelijkbare stedelijke evolu ties als de grootsteden – niet eens meegerekend) goed voor een kwart van de bevolking van België. Misschien is het nu wel tijd voor de grootstedelijke staatshervorming die Sas Van Rouveroij, Christian Leysen en Sven Gatz in 2004 in hun Stadslucht maakt vrij (een samen werking tussen liberale politici uit Antwerpen, Gent en Brussel) aan kondigden. Goedmenende politici aller steden, verenigt u! Khadija Zamouri, Vlaams parlementslid (Open VLD)
BDW 1320 PAGINA 15 - DONDERDAG 15 MAART 2012
BRIEVEN VAN LEZERS lezersbrieven@bdw.be
Vuil Graag uit ik mijn ongenoegen omtrent het afvalbeleid in Brussel. Om de haverklap horen we dat Brussel vuil is en dat men over het grof huisvuil struikelt. Ik heb als ‘propere burger’ aan den lijve kunnen ondervin den wat het is om in Brussel je grof huisvuil kwijt te ra ken. Ik woon in Koekelberg en vroeger konden we in Gans horen terecht voor ons grof huisvuil. Geruime tijd ge leden werd die mogelijkheid afgeschaft omdat het hier een gemeentelijk en geen gewestelijk containerpark be treft. Nu weet ik ook dat er om de drie weken ophaalronden worden georganiseerd in de buurt. Maar wat doe je dan drie weken met dit afval? We probeerden het dan maar bij het containerpark langs het kanaal. Dat blijkt open te zijn tussen negen en kwart voor vier. Ik denk dat elke degelijke gemeente in Vlaanderen of Wallonië betere openingsuren heeft. Doe zo voort en de gefrustreerde medemens keilt zijn vuilnis waar hij er zin in heeft (dit is al schering en in slag in sommige Brusselse wijken). Misschien dan toch maar meer en beter bereikbare con tainerparken openen, met ruimere openingstijden? Ik zal alvast met zeer veel goesting de extra belastingen betalen om een properder Brussel te krijgen.
Erik Debackere, Koekelberg
Bus 34 Ik heb met veel aandacht het artikel gelezen over de be jaarden die klagen dat bus 34 niet meer naar Transvaal rijdt (‘We zijn van de wereld afgesneden’, in BDW 1318 van 1 maart, p. 8). Bij mij is het in de andere richting, naar de Beurs. Ik woon aan de Jacht. Vroeger nam ik daar de 34, en die reed direct naar de Beurs (in ongeveer twintig minuten). Nu moet ik eerst tram 81 nemen tot aan het Flageyplein en dan de 71 tot aan het De Brouckèreplein – of meer dan een uur! Als je wat zegt, antwoorden ze: “Ge moogt nu gratis rijden en ge zijt nog niet content.” (Ik ben 82 jaar oud.)
Hilda De Bruyne, Etterbeek
Moderne Kunst In het artikel over de Brusselse Museumraad in BDW 1318 van 1 maart (p. 16-17) las ik iets over wilde plan nen voor een nieuw museum voor Moderne Kunst op het Koningsplein, of anders in het Jubelpark, of ja, zelfs pal op de Sainctelettebrug over het kanaal! Oké, dat laatste, vergeet dat maar, het mooie zicht van de Botanique naar de Basiliek gaan verknoeien? Neen maar, zeg! En dan het Jubelpark… da’s toch een eindje van onze Kunstberg vandaan – al gedacht aan het com fort van de kopers van een combiticket? Al eens gedacht aan de smet op de historische koninklijke kunstconcen tratie van onze wereldberoemde Mont des Arts? Het is nochtans niet moeilijk. Kijk, je komt uit het Museum voor Schone Kunsten, je staat op de trappen in de Regentschapsstraat, en dan hup, blik naar rechts, en wat zien we daar? Ja, u ziet het goed. Een pracht van een kanjer van een gebouw! Prestige, marmer, mo numentale trappen, alles wat je hart belieft, en op de koop toe massa’s depotruimte in de kelders. Het Jus titiepaleis, inderdaad. Wel werk aan de winkel wat de beveiliging betreft.
BDWOPINIE
Waar moeten we dan met justitie naartoe? Ook niet moeilijk. Kijk, aan de Havenlaan zijn ze nog een tijdje zoet met het wegwerken van het would-be logistiek cen trum. Neen, het komt er echt niet, niemand wil het daar. En om de pil makkelijker te doen slikken, kom je dan maar beter met een alternatief: een gerechtelijk centrum – een gloednieuw justitiepaleis van hout, glas, beton en groendaken, waarom niet? En vergeet niet om wat ruim te in te plannen voor de burgers die gewoon nieuws gierig zijn hoe justitie nu precies ineenzit, met enkele educatieve ruimtes voor onze schoolgaande jeugd, een adviescentrum waar je een pro-Deoadvocaat en gratis informatie kunt vinden, een boekenwinkel, moderne computers met dito software, een archiefbunker, enzo voorts. En wat dan met het logistiek centrum? Waren er niet ergens plannen voor een shoppingcentrum onder een viaduct, dat een ander shoppingcentrum in de schaduw zou zetten...? Nu nog iets vinden in de plaats van die verrekte biertem pel van de Freddy. Ach, was ik maar Mega Mindy...
K. Van den Bossche, Laken
Prostitutie Met grote belangstelling heb ik uw artikel gelezen over de werkwijze waarop de stad Antwerpen de pros titutie toelaat (‘Antwerps prostitutiemodel inspireert liberale Brusselse oppositie’, in BDW 1319 van 8 maart, p. 6). Ik kom uit Nederland en heb zelf jaren aan de rand van het Red Light District gewoond. In Nederland werden jaren geleden de legalisering van prostitutie en het ge doogbeleid zeer ver doorgevoerd onder het mom van: ‘Als we het niet toelaten, dan gebeurt het illegaal en wordt de situatie voor de prostituees nog slechter.’ En kele jaren geleden is nota bene de man die dit beleid zo ver doorgevoerd heeft – Job Cohen van de PvdA –, erop teruggekomen. Waardoor? 1) De vrouwenhandel is zwaar toegenomen in Neder land. 2) Veel vrouwen doen tegen hun zin aan prostitutie, door seksueel misbruik in het verleden, om economische re denen, door leugens, een laag zelfbeeld... 3) Drugs, drugshandel en criminaliteit zijn nauw ver bonden met prostitutie. Amsterdam heeft economisch heel hard geprofiteerd van het Red Light District. Waarom heeft men dit zo lang toegelaten? Omdat de ‘gewone man’ – lees: de bars, de fastfoodrestaurants, de hotels, de toeristenbureaus, kortom: de hele Amsterdamse economie – ervan meege profiteerd heeft, letterlijk op de rug van deze vrouwen. De Nederlanders hebben erkend dat ze een fout heb ben gemaakt. Ze zijn teruggekomen van dit beleid, ze hebben veel ramen gesloten en ik hoop dat het hele Red Light District langzamerhand tot het verleden gaat be horen. Nu ken ik de Belgen ondertussen wel. Ze zijn zo slim om eerst te kijken naar die ‘snelle’ Nederlanders, die een be paald beleid toepassen en dan pas hun fouten inzien. De Belg wacht om te zien welke fouten er gemaakt worden, en past dan het ‘gefilterde’ beleid toe. Prostitutie heeft maar een doel: uitbuiting van vrouwen door de hele maatschappij en door de economie die dit toelaat. Ik hoop dat België leert van de fouten van Ne derland, dat jarenlang in heel de wereld bekend heeft ge staan als een makkelijke doorgang voor vrouwenhandel.
Marina Schapendonk, Anderlecht
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
Ervaringsbestemming door Anne Brumagne Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schau vliege (CD&V) staat deze week misschien wel voor de delicaatste beslissing uit haar carrière: het al dan niet toekennen van een milieuvergunning aan ‘ervaringsbestem ming’ (u leest het goed) Uplace in Machelen. Door net voor de gewestelijke verkiezingen van juni 2009 een zogenaamd Brownfield convenant af te sluiten voor de sanering van het vervuilde terrein bij de brug van Vilvoor de, is de Vlaamse overheid in dit dossier be trokken partij én rechter geworden. Die dub bele rol heeft de provincie Vlaams-Brabant aan zich laten voorbijgaan door uit het convenant te stappen. Daar, in die allerlaatste bijeenkomst van de vorige Vlaamse regering, moet een serieuze koehandel hebben plaatsgevonden. De regeringspartijen wilden allemaal nog enkele grote dossiers binnenhalen. Beseften de betrokkenen op dat ogenblik zelf de draagwijdte van dat gigantische project in Machelen? Het protest tegen de komst van Uplace weerklonk toen overigens nog niet erg luid. Dat is intussen wel even anders: Vlaams-Brabantse gemeenten zeggen en masse ‘nee’ omdat ze vrezen dat hun handelskernen zullen leeg lopen. Eenzelfde bezorgdheid klinkt bij Unizo. Milieuverenigingen én de mobiliteitsorganisatie Touring wijzen op het gevaar van een per manent verkeersinfarct op de nu al verzadigde Ring. Volgens VlaamsBrabant zal Uplace een rem zetten op de reconversie van de rest van het gebied. En intussen is ook duidelijk dat de Vlaamse Inspectie van Financiën, de Bouwmeester én het departement Stedenbouwkundig Beleid negatieve adviezen hadden gegeven. Het begint er steeds meer op te lijken dat de lusten voor de privéprojectontwikkelaar zullen zijn, en dat de lasten bij de belastingbetaler dreigen terecht te komen. Het zijn allemaal argumenten die Vlaanderen niet zomaar kan negeren. Een fundamentele kritiek, niet alleen op Uplace, maar ook op de Brusselse projecten Neo en Just under the Sky, kwam er ook van trendwatcher Nathalie Bekx. In Amerika zijn de consumenten de on persoonlijke megashoppingcentra zo beu als koude pap, schreef Bekx in De Standaard. Elfhonderd malls (die zich misschien ook allemaal als ‘ervaringsbestemming’ promootten?) zijn er intussen gesloten. “In België vraag je je af waarom je überhaupt megashoppingcentra nodig hebt als je overal zalig kunt winkelen in eeuwenoude steden,” schrijft Bekx. “Want daar heb je een natuurlijke vervlechting van retail en openbare voorzieningen.” Wat bezielt overheden toch om de toekomst van hun vitale stadsker nen zo te hypothekeren?
EVA HILHORST
ADVERTENTIE
Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap
✆ 0800-15045
alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30
Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be
REPRODUCTIE IN BULLETIN DE L'ASSOCIATION BELGE DE PHOTOGRAPHIE, VOL. 3, NR. 4, 1886
Espris d’amours is pas sinds januari in de handel, maar was eind vorig jaar al te koop in de Koninklijke Bibliotheek. Dat kwam zo: al in 2003 deed dirigent en contratenor Marnix De Cat voor een dansvoorstelling onderzoek naar de meerstemmige muziek (of ars nova) uit de veertiende en vijftiende eeuw. Daaruit volgde in 2009 een eerste cd (met veertiendeeeuwse muziek); in 2011 kwam dan Espris d’amours (vijftiende eeuw) op vraag van de Koninklijke Bibliotheek van België. De muziekopname moest de Brusselse najaarstentoonstelling Miniatures flamandes (bespreking in Agenda van 30 september 2011) opluisteren, over de Vlaamse miniatuurkunst ten tijde van Filips de Goede en zijn opvolgers. Die expositie is nu overigens te zien in de Bibliothèque Nationale de France (Parijs). De zelden onderzochte, zelden gespeelde en zelden opgenomen ars nova-muziek past wonderwel bij de handschriften. Het gaat om vernieuwende muziek die de Bourgondische hertogen onder meer lieten spelen in het paleis op de Koudenberg (waar nu het Koningsplein ligt). Van de teruggevonden afbeelding van de ‘muzikale vernieuwers’ Guillaume Du Fay en Gilles Binchois wordt aangenomen dat het de eerste illustratie van met naam bekende musici is. Behalve van Binchois (die een kwarteeuw aan het hof werkte) en Du Fay (die ook al eens in Italië vertoefde) brengt het Capilla Flamenca-kwintet ook werk van Johannes Pullois (‘Op eenen tijd in minen zyn’), Pierre Fontaine, Robert Morton, Walter Frys, Antoine Busnois, Nicolas Grenon... Naast de luit-, lier-, viola da gamba- en fluitspelers van Capilla Flamenca dragen ook tenor Tore Denys, bariton Lieven Termont en bas Dirk Snellings bij tot de gelauwerde kwaliteit van de opname. JMB
DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK
REPRODUCTIE IN BULLETIN DU CERCLE L'EFFORT, 1901-1902, SP.
BRUSSEL – Het polyfonische ensemble Capilla Flamenca krijgt de Caecilia Prijs 2012 voor zijn cd Espris d’amours: muziek die de hertogen van Bourgondië lieten spelen in hun paleis op de Koudenberg.
VADROUILLE REPRODUCTIE IN BULLETIN DE L'ASSOCIATION BELGE DE PHOTOGRAPHIE, VOL. 30, NR. 12, 1903
CAPILLA FLAMENCA.
espris d’amourS wint caecilia prijs
BDW 1320 PAGINA 16 - DONDERDAG 15 MAART 2012
Fotografie > Danielle Leenaerts plakt foto-onderschriften onder de hoofdstad
Stadsontwikkeling en fotografie, één verhaal BRUSSEL – Ze bestudeert de pioniers van de fotografie, en zelf is kunsthistorica Danielle Leenaerts een pionierster van de Brusselse fotogeschiedenis. In alles wat ze doet, leert ze haar volk foto’s lezen.
Z
e doctoreerde op het legendarische geïllust reerde Franse tijdschrift Vu en leverde intussen het boek L’image de ville – Bruxelles et ses photographes des années 1850 à nos jours (CFC Éditions, 2009). Les, voordrachten, artikels, zoals deze maand in het elektronische tijdschrift Brussels studies over het kantelmoment in de Brusselse fotografie. “Vergeleken met andere Europese landen zoals Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en Italië is de fotografiegeschiedenis in
België echt ondervertegenwoordigd,” vindt ze. Door veel in de fotomusea van Charleroi en Antwerpen, de Stads- en Rijksarchieven, de Koninklijke Bibliotheek en het Centre d’Information, de Documentation et d’Étude du Patrimoine te vertoeven, haalt Leenaerts nogal wat Brusselse fotografen uit de vergetelheid. “De ontwikkeling van de stad Brussel is nauw verbonden met die van de fotografie. Fotografie is zowat uitgevonden op het einde van de jaren 1830, op het moment dat Brus-
sel de hoofdstad van België werd. Fotografie was voor de pioniers een nieuwe techniek om de realiteit objectief weer te geven. Een halve eeuw later brak zowel voor de stad als voor de fotografie een nieuwe fase aan, en voor hun onderlinge relatie. Dat viel samen met de modernisering van de stad door burgemeester Jules Anspach onder het bewind van koningbouwer Leopold II.”
Stadslandschap of zeezicht? “De aanleg van de Kunstberg of de noordzuidverbinding lokte weerstand uit, maar het was ook bepalend voor de stadsidentiteit. In kringen van fotografen gebeurde iets vergelijkbaars: ze verenigden zich vanaf 1874 in de
HET Sporthart VAN BRUSSEL En de winnaar van de grote FM Brusselwedstrijd ‘Sporthart van Brussel’ is... Atlemo uit Molenbeek, een atletiekclub die oog heeft voor talent en zwaar inzet op sociaal engagement. “Met deze titel kunnen we uitpakken!” LEES MEER OP PAGINA 24-25
© SASKIA VANDERSTICHELE
© ATLEMO
BDW 1320 PAGINA 17 - DONDERDAG 15 MAART 2012
Zazie in het ziekenhuis Adam is negen jaar en heeft een aangeboren nierziekte. Daardoor moet hij sinds zijn derde elke week een paar keer naar het ziekenhuis, mist hij soms lessen op school en kan hij op woensdag niet naar het basket. Maar gelukkig zijn de verplegers en dokters in het Koningin Fabiolaziekenhuis héél, héél lief. LEES MEER OP PAGINA 26-27
PRIVÉCOLLECTIE, BRUSSEL
1. Léon Bovier, ‘Brussel, winter’, ca. 1901. 2. Édouard Mahy, ‘Mist’, ca. 1903. 3. Henri Tournay, ‘Zicht op de Anspachlaan met in de verte de Augustijnenkerk’, 1885. 4. Adolphe Lacomblé, ‘Het Stapelhuisdok’, jaren 1890.
comblé maakte ook landschapsfoto’s van Tervuren en het Zoniënwoud. “Fotografen zoeken de rand van de stad op, net om de tegenstelling tussen de intacte natuur en de snel veranderende stad te accentueren. Op een foto van het Rood-Klooster in Oudergem die aan William Van Renynghe wordt toegeschreven, zijn geen sporen van de stad meer te bekennen. Het zijn toevluchtsoorden voor de stedeling.
Kunstenaars en de rand De volgens Leenaerts ondergewaardeerde La-
De plaats roept ook spiritualiteit op omdat de site vroeger door religieuzen werd gebruikt. Omdat hier ook een schildersschool gevestigd was, treden de fotografen hier op als rivaliserende kunstenaars.” Ook fotografen worden op hun beheersing van bepaalde technieken beoordeeld. “De gouden medaille voor het beste negatief werd gewonnen door Henri Tournay voor zijn beeld uit © COLLECTIE FOTOMUSEUM ANTWERPEN
Association Belge de Photographie, ter verdediging van fotografie als volwaardige en zelfstandige kunstvorm. Onder de 143 stichtende leden waren er 66 Brusselaars.” Fotografen werden systematisch ingezet om campagne te voeren, zoals voor de sanering van de Zenne in 1867: “De nieuwe Vismet werd door de Brusselse fotografendynastie Géruzet in beeld gebracht. Door de saneringswerkzaamheden aan de Zenne moest de vismarkt verhuizen naar de site van de dokken van de Brusselse binnenhaven. Door een bestudeerd hoog en diagonaal camerastandpunt zijn de funderingen van de toekomstige hallen goed te zien. De stadsvernieuwing wordt voor het nageslacht vastgelegd.” “De Brusselse amateurfotograaf Adolphe Lacomblé doet iets helemaal anders,” het is de verdwijning zelf die de kunstenaar raakt: “Van het nabijgelegen Stapelhuisdok, dat later werd omgebouwd tot wapenhuis en nog later tot de KVS, maakt hij een foto met de weerspiegeling van de zeilboten in het water. Het roept verlangens op naar de open zee en komt dus in conflict met het leven in de stad. Vergelijkbare beelden maakte Louis Ghémar net voor de overwelving van de Zenne aan het eind van de jaren 1860. Hij legde een laatste herinnering aan het oude Brussel vast. Deze poëtische voorstelling van de stad is typisch voor de zogenaamde picturalistische fotografen.”
Jules Géruzet, ‘De nieuwe vismarkt’, 1882.
1885 van de Anspachlaan met op het eind nog de Augustijnenkerk. Dankzij de gelatine-bromide-emulsies kon ook de beweging worden stilgezet, zodat het leven in de stad zichtbaar werd.” “Bij een mooi uitgelichte foto die Hector Colard vanuit zijn vensterraam aan het Anneessensplein maakte, is de esthetiek zelfs ondergeschikt aan het feit dat hij de foto bij maanlicht nam, gedurende een uur en een kwartier. Het was deze Colard die de principes van de picturalistische esthetiek hielp te verspreiden door essays over fotografie te vertalen. De Engelse fotograaf Peter Henry Emerson had het in zijn voordracht Photography: a pictural art in 1886 over de weergave van de onvolkomenheden van het natuurlijk zicht.” Met een titel als ‘Brouillard’ (‘Mist’) is de foto van Édouard Mahy daar alleszins een illustratie van. In 1903 verschijnt in het blad van de Association Belge de Photographie de clairobscurfoto van d’Aa Met (het Vossenplein) van Alfred Cumont. “De lichamen zijn silhouetten geworden. Het is een zuiver plastische interpretatie door de kunstenaar, de beschrijving of herkenning is ondergeschikt,” legt Leenaerts uit. In die tijd leverde zo’n foto het bewijs dat fotografen wel degelijk kunstwerken maken. “Kunstfoto’s verdienen hun plaats naast houtskooltekeningen en etsen, waar ze soms zo op gelijken dat een leek zich zou kunnen vergissen.” An Devroe
BDW 1320 PAGINA 18 - DONDERDAG 15 MAART 2012
Jazz > Cezariusz Gadzina trommelt de jonge wolven op
Onverbeterlijk optimist-saxofonist © TOMASZ CIBULLA
BRUSSEL – Na zijn recente avonturen met grootschalige groepen als Saxafabra en het European Saxophone Ensemble (ESE) zocht de saxofonist Cezariusz Gadzina voor zijn nieuwe cd Light in sight de intimiteit van een hedendaags jazzkwartet op. Het werd meteen een boodschap van hoop. Met Cezariusz Gadzina over muziek praten doe je niet zomaar eventjes. Hij neemt graag de tijd om zijn achterliggende ideeën nader te verklaren. Een aantal perfect gekoelde Westmalle Tripels maken daar ten huize Gadzina deel van uit, een ritueel waar we ons moeiteloos in kunnen vinden. Titels zijn bij u nooit vrijblijvend. Wat is het verhaal achter Light in sight? Cezariusz Gadzina: “Ik wil een positief idee naar voren brengen: het licht na een donkere periode die iedereen wel eens doormaakt. Er is altijd licht aan het einde van de tunnel. Als je geen licht ziet, betekent het dat je nog niet op het einde bent. Ik probeer mijn levenservaringen en zienswijzen in mijn composities te stoppen. Optimisme hoort daarbij.” “Ik wil niet pathetisch klinken, maar ik trek gewoon mijn positieve levensvisie door naar mijn muziek. Vandaar ook dat ik mijn cd’s
Cezariusz Gadzina (2de l.) met Christophe Devisscher en Lionel en Eve Beuvens.
steeds opbouw als een verhaal met een intro en een einde. De vraag is telkens hoe je die verhalen en die gevoelens uitdrukt als muzikant. Mijn vertrekpunt is het idee van de woestijn waar buiten de wind geen enkel geluid is. Na een week in zo’n omgeving kun je je inbeelden dat een enkele noot beladen is met een overvloed aan gevoelens. De kunst is het vinden van die ene noot, gevolgd door andere noten die daarbij aansluiten.” Daarvoor heb je muzikanten nodig die op dezelfde golflengte zitten. Gadzina: “Wie ik voor Light in sight wilde,
lag al even vast. De stijl van pianiste Eve Beuvens wordt getekend door een hoge graad van gevoeligheid, net wat ik zocht. Bassist Christophe Devisscher ken ik al van in mijn beginperiode. Drummer Lionel Beuvens is een meester in het scheppen van allerlei atmosferen, een onmisbaar aspect als je een goed verhaal wilt opbouwen.” Met het ESE was u omringd door een bende jongeren, en ook nu weer speelt u met jongere muzikanten. Is dat een bewuste keuze? Gadzina: “Leeftijd heeft totaal geen belang.
Ik heb vrienden van zeventig die jong zijn, en zelf voel ik mij ook nog steeds jong (lacht). Het moeten goede muzikanten zijn met de juiste vibes.” Geef eens raad: wat is de grootste fout die een jonge muzikant kan maken? Gadzina: “Onvoorbereid naar een concert gaan. Ouderen kunnen terugvallen op hun ervaring, maar zelfs voor hen is het niet aangeraden. Je moet er bovendien steeds rekening mee houden dat je, in een groep althans, een schakel in een ketting bent. Is er een schakel stuk, dan werkt het geheel niet meer. Respecteer je medemuzikanten, in om het even welke situatie. Ik zag ooit een bassist een cimbaal naar een drummer gooien. Dat doe je dus niet (lacht).” Georges Tonla Briquet
Light in sight verscheen bij W.E.R.F. Cezariusz Gadzina Quartet live in Jazz Station (Leuvensesteenweg 193, Sint-Joostten-Node) op 21 maart om 20.30 uur. Op 10 mei concerteert Cezariusz Gadzina met Anna Ciborowska met een programma rond Gaston Compère in Espace Senghor in Etterbeek
ADVERTENTIE
www.warmred.be
BEURS VOOR CREATIEVE VRIJETIJDSBESTEDING
Zaterdag & zondag !
Hall 7
15 18 03 2012 Info : 02 808 41 68 www.creativa-belgium.com
BDW 1320 PAGINA 19 - DONDERDAG 15 MAART 2012
Het leven in afleveringen
TELEX VADROUILLE Kinepolis: minder, maar zoeter volk © ANNA STÖCHER
BRUSSEL – De Kinepolis Group doet het goed, maar dat komt niet door de ticketverkoop. Voor de hele Kinepolis Group (elf complexen in België, drie in Spanje en één in Polen en Zwitserland) was er een verlies van 700.000 bezoekers in de eerste jaarhelft (min 6,8 procent). Dat kon eind 2011 worden goedgemaakt door de hype rond Rundskop, waardoor de hele keten uiteindelijk afklokte op ‘maar’ min 0,3 procent, want landen als Spanje pikten geen graantje mee van de Rundskop-hype bij ons. Harry Potter en de relieken van de dood (deel 2) brachten volk naar Kinepolis, maar een monsterscore als voor Avatar in 2010 was het niet. Kinepolis-Brussel staat daarin niet alleen: de
groep heeft 138 zalen in België en 91 in het buitenland. Dat de groep financieel wel goed boert, komt door een managementbijsturing. De kaartjesprijs steeg fors, en vooral de bedrijfsfeesten, ruildeals, vouchers, ‘alternatieve content’ als sport en opera waren lucratief (een stijging met 23,7 procent). Gemiddeld spendeert de Kinepolis-bezoeker 2,50 euro aan extra’s (2,37 euro in 2010), zoals popcorn, frisdrank, dvd’s en ijsjes. De ‘verplichte’ passage langs de Mega Candy’s heeft er dus voor gezorgd dat Kinepolis financieel van suiker is gaan leven. JMB
Het evangelie volgens Fred Brouwers
Praat
Bevreemdend (voor even): de vertolkers hossen rond in een flashy training, volgens een rigide, maar niettemin lachwekkende musicalchoreografie.
Gezien: Life and times – Episode 2 van Nature Theatre of Oklahoma, op 8 maart in het Kaaitheater.
achteraf
Vorm en inhoud: in de kunsten geeft deze tweevuldigheid vaak aanleiding tot filosofische discussies. In de voorstellingenreeks Life and times van het niet-onhippe New Yorkse gezelschap Nature Theatre of Oklahoma staat de verhouding tussen de twee ook op scherp. Het vorige stuk dat ik van NToO zag, heette Romeo and Julia. Het was een reconstructie van de Shakespeareklassieker op basis van de gebrekkige herinneringen van hun vrienden aan het liefdesverhaal. In Life and times gebruikt NToO eveneens ruw tekstmateriaal dat niet meteen in aanmerking komt voor de Toneelschrijfprijs. Kristin Worrall, een lid van het gezelschap, vertelde in een reeks van tien lange telefoongesprekken zo goed en zo kwaad als het ging haar hele levensverhaal. Die geïmproviseerde monoloog werd integraal uitgeschreven, inclusief aarzelingen, stopwoorden, versprekingen, onderbrekingen en gedachtesprongen. Met dat enorme autobiografische corpus aan spreektaal maakt Nature Theatre of Oklahoma nu een serie van tien voorstellingen die elkaar opvolgen als afleveringen van een soap. Het punt is wel dat het leven van Worrall niet zo uitzonderlijk is: geen sprake van armoede, een beroemde vader, een tirannieke moeder, ongevallen of moorden, gewoon het leven van een meisje dat opgroeit aan de Oostkust, school doorloopt, vriendinnetjes heeft, schoolmoe wordt, pubert en uiteindelijk, aan het einde van deze tweede aflevering, toch haar eerste kus van een jongen beetheeft. Aan dit herkenbare en banale leven tien voorstellingen ophangen is een radicale keuze, waar vooral sterke vormvereisten aan vasthangen. Gelukkig is NToO goed in vorm. Zo maakten ze van Life and times een musical. De hele tekst wordt gezongen, met bewust onbeholpen melodieën op een met een computerprogramma in elkaar geknutselde soundtrack. Onderwijl huppelen de vertolkers rond als Teletubbies in een flashy trainingspak, volgens een rigide, maar niettemin lachwek-
kende choreografie. Het effect is vooral humor en bevreemding. Het arrangement van NToO geeft de meest banale zinnen, zelfs de uitentreuren weerkerende aarzelingen (Ah, um) en stopwoorden (ook Worrall kampt met het Amerikaanse syndroom van ‘like’), een onweerstaanbare allure die natuurlijk nergens op gebaseerd is. De autobiografie bevat al eens een indringende passage, zoals het eerste existentiële moment van zelfbewustzijn, dat de vertelster om de een of andere reden beleefde toen ze eens door de spijlen van de sofa naar haar moeder keek. Maar de meeste veelbelovende volzinnen worden prematuur geaborteerd, en de hoop op toch één spectaculaire ontboezeming wordt systematisch gefrustreerd. NToO had de clichés van het musicalgenre ook veel meer kunnen uitbuiten, maar weigert dat. Het gezelschap weerstaat de spanningsbogen en crescendo’s, en keert voortdurend terug naar het nulpunt van stilte waarop doordringt dat een doorsnee leven echt niet zoveel voorstelt, hoewel de mens zichzelf maar beter het tegengestelde wijsmaakt als hij het leefbaar wil houden. Levert dit alles boeiend theater op? In mijn beleving niet, al behoeft dat wel enige toelichting. Na een kwartier was de grap er wel af, enkele latere toevoegingen niet te na gesproken (de nogal aparte stijl van actrice Anne Gridley, het tekstfragment dat Fumiyo Ikeda voor haar rekening nam, het absurde gastoptreden van een bende Brusselse locals). Maar het punt is waarschijnlijk, we speculeren nu ten gunste van de makers, dat deze ‘grap’ niet het einddoel van de voorstelling was. De hoor- en zichtbare reacties uit het publiek hadden dan wel altijd met de geestige incongruentie tussen vorm en inhoud te maken, het feit dat NToO twee uur lang op dezelfde spijker bleef kloppen, deed vermoeden dat ze hoopten een volgende dimensie te bereiken, waarin de impact van deze bedwelmend herkenbare tranche de vie minder zichtbaar, maar des te groter zou zijn. Bij mij vingen ze bot, maar de grens tussen opperste verveling en een doordringende epifanie bij de toeschouwers is soms maar een armleuning dik. Michaël Bellon
BRUSSEL – Het Vlaams-Brabantse barokkoor La Furia en het Collegium Frascati onder leiding van Kris Stroobants brengen de Johannespassie van Johann Sebastian Bach in de Goede Bijstandskerk en voegen er een vreemde, hedendaagse toets aan toe. De recitatieven werden in het Nederlands én Leuvens hertaald door oud-Klara- en festivalpresentator Fred Brouwers. Brouwers kruipt ook in de rol van Johannes de Evangelist en draagt met zijn herkenbare stem-uit-de-duizend zijn vertaling voor. André Van de Putte neemt
de teksten van Christus voor zijn rekening. Voorts staan de solisten Benny Barends, Reinoud Vanmechelen, Gunther Vandeven en Iris Luypaers het monumentale koorwerk bij. De Duitse paasweekklassieker neemt in deze ‘Vlaamse’ versie ook wat minder tijd in beslag, anderhalf uur ongeveer. Voor dit concert nam La Furia Collegium Frascati in de arm. Opvoering op zondag 25 maart om 16 uur in de Goede Bijstandskerk aan de Kolenmarkt. Kaartjes kosten 20 euro; meer op www.lafuJMB ria.be of 0471-80.07.48.
ADVERTENTIE
DINSDAG 20 MAART 2012
DE NACHT VAN DE GESCHIEDENIS Meer dan 220 historische activiteiten op één avond Overal in Vlaanderen, ook bij u in de buurt In Brussel o.a. bier degusteren met Sven Gatz (Jette), middeleeuws op café gaan (Brussel), meer ontdekken over verdwenen brouwerijen (Etterbeek en Ukkel) of genieten van oude drankaffiches (SintJoost-ten-Node)
Santé!
Alle info: www.davidsfonds.be/evenementen 016/310.600 | #nacht2012
Marc Sleen is meer dan Nero. Vanaf 1950 laat hij Vlaanderen vijftien jaar lang genieten van de fratsen van Fonske, Bikini, Oscar en Lange So, alias de Lustige Kapoentjes. In het Marc Sleen Museum (Zandstraat 33-35, 1000 Brussel, www.marc-sleen.be) loopt nog tot en met 3 juni de tentoonstelling Marc Sleen in ’t Kapoentje.
Š WWW.MARC-SLEEN.BE
BDW 1320 PAGINA 21 - DONDERDAG 15 MAART 2012
Erfgoed > Bier centraal op Nacht van de Geschiedenis
BRUSSEL – De jaarlijkse Nacht van de Geschiedenis van het Davidsfonds staat volledig in het teken van drank. Tijdens de activiteiten in Brussel gaat het verdacht veel over bier. Tijdens de avond en de nacht van dinsdag 20 maart trakteren vijf lokale Davidsfonds-afdelingen op een activiteit waarin drank en drinken in een historisch perspectief worden geplaatst. Hoewel het onderwerp op heel verschillende manieren wordt benaderd, staan bier, brouwers en herbergen in vele gevallen centraal. In Ukkel geeft Raf Meurisse in de Nederlandstalige bibliotheek een uiteenzetting over de brouwerijen die in de gemeente actief waren. Daar was ook een brouwerij van tafelbier en een limonadebrouwerij bij. Meurisse licht eerst in het algemeen het brouwproces (vooral van geuze) toe en overloopt dan de Ukkelse brouwgeschiedenis. Van de zestiende eeuw, toen er nog twintig molens stonden, tot de opkomst en ondergang van de industriële brouwerijen als Merlo, De Kroon, Château d’Or en Van Haelen-Coche op de Alsembergsesteenweg. Na de uiteenzetting wordt er geproefd. Ook in Etterbeek gaat het over bier brouwen. Eerst verbreedt deskundige Jan Lichota het perspectief door het over de biertradities en diversiteit in Europa te hebben van vroeger tot nu. Lichota is een Pool die in Etterbeek woont, maar lid is van een biervereniging in Polen en een bierverzamelclub in Spanje! Na hem koppelt amateur-bierbrouwer Marc Lindekens de theorie van zijn hobby
aan de praktijk van het proeven. In Jette is Sven Gatz de spreker. De directeur van de Belgische Brouwersfederatie geeft in GC Essegem een overzicht van de Belgische biercultuur aan de hand van een begeleide proeverij van zes bieren waarbij ook zogenaamde bapas of biertapas worden geserveerd. In GC Ten Noey in Sint-Joost valt de Nacht van de Geschiedenis samen met de vernissage van de tentoonstelling Drank in de publiciteit – Op je gezondheid. Daarin worden een dertigtal affiches besproken met reclame voor water, koffie, wijn, champagne, jenever, en... bier, uit de verzameling van Jos Laporte. In Brussel-centrum ten slotte is het Goudblommeke in Papier het decor voor een avond die de geschiedenis van de biercultuur koppelt aan die van de muziek. Bram Vannieuwenhuyze en Philip Geukens van de vereniging Caldenberga doen uit de doeken hoe ze onderzoek doen naar de geluiden die in de middeleeuwse straten en herbergen moeten hebben weerklonken. Daarna heeft de musicoloog August de Groote het over de profane middeleeuwse muziek van hovelingen, vagebonden en troubadours die ook in die herbergen speelden. Michaël Bellon Nacht van de Geschiedenis op dinsdag 20 maart. Meer op 016-31.06.00 en davidsfonds.be/evenementen. De activiteiten in Brussel beginnen om 20 uur, behalve in Jette en Sint-Joost (19.30 uur). Reserveren is aangewezen
Culinair > Brusselicious haalt Frans icoon naar Heizel
Cateringkok Wissels naar finaleplaats Bocuse d’Or BRUSSEL – Twintig koks dingen mee naar de Bocuse d’Or Europe, de laatste etappe naar de grote finale in 2013. Robrecht Wissels verdedigt de Belgische driekleur. Onder de vlag van het fijnproevers jaar Brusselicious vindt de Europese voorronde van de Bocuse d’Or Mondial 2013 uitzonderlijk plaats in Brussel, tijdens Horeca Life in Brussels Expo op de Heizel op 20 en 21 maart. De tweejaarlijkse Franse hoogmis onder de culinaire concoursen (sinds 1987) wordt als afvalrace georganiseerd, nadat landen apart al selectierondes hebben gehouden. Vorig jaar werd al bekendgemaakt dat de ‘onbekende’ Robrecht Wissels in maart mag vechten om bij de twaalf Europese laureaten te horen. Als hij opnieuw geselecteerd wordt,
dan hoort hij al bij de top 24 van ‘beste chefs ter wereld’. Op de Heizel zal Wissels onder het waakzame oog van voorzitter Peter Goossens en erevoorzitter Alex Atala (São Paulo) zijn versie toveren van bereidingen met opgelegde ingrediënten: eerst een schotel waarin zeetong en garnalen moeten zitten, en dan een vleesgerecht opgebouwd rond biologische blauwpootkip. Tot vandaag heeft België drie zilveren en drie bronzen medailles gewonnen in de Bocuse d’Or Mondial. In volgend BDW-nummer brengen we een uitgebreidere reportage over Wissels’ bedrijf Belgocatering, dat in Brusselse bedrijven de personeelskeuken verzorgt met chefs met sterrenrestaurantervaring. Jean-Marie Binst www.brusselicious.be
Nick Trachet
© NICK TRACHET
Een nacht aan de drank
BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT
Pismaniye Eetkatoen, snoepwatten, vezelgebak. Een Neder˛ landse naam bedenken voor pismaniye is niet zo moeilijk. Hoe doen ze het toch, die fijne draadjes maken die lijken op textielvezels? Waarschuwing: poets uw tanden na het lezen van dit artikel. Ik weet weinig van snoeptechnologie. Nochtans worden er in de confiserie waarlijk alchemistische technieken gebezigd, worden texturen en smaken ontwikkeld die misschien ver afstaan van wat wij natuurlijk en eenvoudig zouden noemen, maar die toch boeiend kunnen zijn, en eetbaar bovendien. Ik zou er wel meer van willen weten, want geen enkele andere keukendiscipline is zo origineel. De slager bij het plein deed me een pakje cadeau. Er leek witte wol in te zitten, maar het was wel verpakt zoals een voedingsmiddel. Nu ben ik gestopt met me af te vragen bij welke gelegenheden moslims zoal cadeaus uitdelen. De buren en de handelaars in de buurt hier zijn gul met geschenken. Het is niet bij te houden. Frustrerend daarbij is dat het altijd zo moeilijk blijkt om eens iets terug te doen. Ik weet nooit of ze het wel zullen lusten of mogen. Gelaten laat ik mij dus allerhande welgemeend voedsel toestoppen. Het zij zo, denk ik dan, en “Dank u” is zowat het enige wat ik nog kan zeggen... en aan de lezers uitleggen wat ze zoal verkopen in hun winkels, uiteraard, dat kan alleen maar goed zijn voor de commerce. Dit draderige snoep heet pişmaniye. Het wordt in Turkije al eeuwenlang geproduceerd om van te genieten bij de thee. Dat kan gewoon zo, als plukjes katoen tussen de vingers, of opgerold als een bolletje, soms met een noten- of andere vulling. Pişmaniye zou uit Perzië kunnen komen, waar het ook bestaat en men het pasmak noemt. Ook in China blijkt dit snoep populair, onder de naam drakenbaard. Zou het kunnen dat dit snoep langs de Zijderoute heeft gereisd, in een van de richtingen? Natuurlijk kan het evengoed dat men aan beide zijden van Azië hetzelfde heeft ontdekt. Net zoals de spaghetti en de noedels. Slimme mensen leven overal, niet alleen in China. Pişmaniye is niet hetzelfde als suikerspin ofte barbapapa. De productie van pişmaniye is véél vernuftiger en bevat bloem.
Om pişmaniye te maken begint men met suiker. In China is dat traditioneel gerstsuiker (maltose), dichter bij ons biet- of rietsuiker (sucrose). Die suiker wordt gekookt met een beetje zuur (azijn) om de suiker te inverteren. Dat klinkt gevaarlijk, maar het betekent gewoon: de suiker splitsen in zijn twee componenten; voor onze bietsuiker zijn dat glucose en fructose. Als wij suiker eten, gebeurt hetzelfde trouwens in onze maag. Het voordeel is dat invertsuiker niet meer gaat kristalliseren en een kneedbare massa blijft. Er wordt een gat in de schijf afgekoelde suiker geduwd, en de snoepmaker rekt de massa gelijkmatig uit tot een ring. Tegen het plakken wordt de ring door een poeder gehaald: in het Turkse geval tarwebloem die droog gebakken is met wat boter. Daardoor kan pişmaniye ook als gebak worden beschouwd. Als de ring groot genoeg is, vouwt men hem achtvormig terug en neemt men beide ringen beet. Met die in de hand en door constant de suikerstreng door de bloem te halen rekt men de ring weer langer. Opnieuw vouwen, weer rekken, door de bloem halen en zo voort. Dit is een mooie oefening om de machten van twee nog eens te herhalen. Na veertien keer vouwen en rekken kunnen we zo berekenen dat de snoepmaker 16.384 strengen tussen zijn vingers heeft, en dat lijkt aardig op een kluwen wol. Het soort poeder dat gebruikt wordt om de streng droog te houden, bepaalt de smaak en de kleur. De Chinezen gebruikten vroeger alleen kokosmeel, de Perziërs pistachemeel. Het poeder moet vooral fijn zijn. Vandaag wordt ook cacao gebruikt. Dat zorgt voor een aangenaam smaak- en kleurverschil tussen de soorten pişmaniye. Erg veel kost het ook allemaal niet. Wel is een zekere handigheid vereist. Het valt op dat deze techniek trouwens identiek is met het artisanaal draaien van spaghetti of sommige Chinese pasta’s. Ook daar wordt het basisdeeg getrokken, gedraaid en door de bloem gehaald. Hoe langer men vouwt en rekt, hoe fijner de spaghetti, spaghettini, capelli, capeletti enzovoorts. Deegwaren door een mal persen is van recentere, indust riële oorsprong. Vroeger deed men het zoals bij pişmaniye. Zou er nog iemand in Italië op deze manier te werk gaan? In de Chinese keuken is het nog vaker te zien. Vaak draait men de noedels er in het bijzijn van de klant. Ik heb het in Brussel al een paar keer zien doen, ook in een eenvoudig Chi-
Een mooie oefening om de machten van twee te herhalen: na veertien keer vouwen en rekken heeft de snoepmaker 16.384 strengen tussen zijn vingers nees eethuisje. Wat als eerste kwam, de noedels of het snoep, is vergeten in de nevelen der tijden. Maar vandaag wordt in de pişmaniye-fabriek (de pişmaniyerie?) in Turkije het rekwerk ook al door grote machines gedaan. Steeds minder mensen maken het thuis. Nu vroeg ik me af of ook kadaıf, die fijndraderige broer van de baklava (die de Grieken khadaïf noemen), op deze manier wordt gedraaid. Blijkt van niet: kadaıf wordt als een dun straaltje deeg op een ronddraaiende hete plaat gegoten en gebakken. Het is dus een superlange, superdunne pannenkoek. Vernuftig snoepgoed, die pişmaniye, niet alleen om te eten, maar ook om te maken. Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet
BDW 1320 PAGINA 22 - DONDERDAG 15 MAART 2012
Caroline Baerten: “De invloed van onze geest op ons lichaam, en omgekeerd, heeft me altijd al geboeid.”
D
e eerste etappe voor Caroline Baerten was de studie van kunst en cultuur. “Als adolescente had ik twee dada’s: kunst en – vooral – koken. Toen ik zestien was, heb ik mijn ouders gevraagd of ik naar de hotelschool mocht. Maar chefs waren toen nog niet de publieke sterren van nu, ik was een goede leerling en in hun ogen had ik meer in mijn mars dan beroepsonderwijs. Daarom ben ik uiteindelijk kunstgeschiedenis gaan studeren. Drie jaar Leuven, één jaar Madrid als Erasmusstudent, mijn thesis afgewerkt in Londen. Ik heb me echt wel gesmeten in die wereld van kunst en cultuur. In Leuven was ik amper weg te slaan uit ’t Stuc (nu Stuk, red.), ik was actief in de studentencultuurraad, en als er culturele activiteiten georganiseerd moesten worden, stond ik mee op de eerste rij. Na mijn studie ben ik al snel aan de slag gegaan in de galeriewereld. Hedendaagse kunst. In Brussel, omdat de stad me enorm fascineerde.” “Ik kookte ondertussen nog altijd heel erg graag en bovendien was mijn dorst om een stuk van de wereld te zien nog niet gelest. Dus ben ik gaan reizen. Frankrijk, Japan, ZuidAfrika, een groot deel van Oost-Europa... Ik kwam er aan de kost door kookopdrachten en door kooklessen te geven. Dan, op mijn 29ste, heb ik besloten een professionele opleiding te volgen. Een jaar volwassenenonderwijs aan Hotelschool Ter Duinen. Continu was ik met eten bezig; tijdens de week volgde ik de opleiding, in de weekends verdiende ik wat bij.
De volgende logische stap was werken in een professionele keuken, wat ik ook een aantal jaar heb gedaan. Maar langzamerhand begon het me te dagen dat het weer niet was wat ik werkelijk wilde. Sociaal én fysiek viel het me te zwaar.”
Rozijn Baerten probeerde een andere insteek te vinden voor haar interesse voor alles rond voeding. Ze besloot een bachelor in de voedingsleer aan de Erasmushogeschool Brussel te volgen. “Wat de invloed van onze geest is op ons lichaam en omgekeerd, heeft me altijd al geboeid. Zo ben ik vrij jong in contact gekomen met meditatie, in het bijzonder de Vipassanamethode, die haar oorsprong heeft in Birma. Vipassana is voor mij met de jaren een heel bruikbare techniek gebleken om te leren omgaan met moeilijke passages in mijn leven. Moeilijke momenten, waar iedereen wel eens door moet. Die interesse heeft me ertoe gebracht ook mindfulness te gaan volgen, bij Edel Maex. Acht weken om te leren met een open, onbevangen geest mild en alert aanwezig te blijven en te handelen of los te laten, gelijkmoedig te blijven bij genot én bij lijden.” “De eerste oefening die Maex samen met ons deed, was die van de rozijn. Bekijken, ruiken, voelen, ernaar luisteren zelfs, proeven. Al de zintuigen werden geïntegreerd in die ene, tien minuten durende oefening. Een week nadien
vertelden mensen uit de groep me dat ze plotseling veel bewuster aten, met veel meer aandacht. Ik vond dat opmerkelijk, ik dacht: ‘Daar moet ik iets mee doen.’ Mindfulness koppelen aan voeding en eten. Zo ben ik terechtgekomen bij Jean Kristeller van de Indiana State University en haar mindfulness-based eating awareness therapy (MB-EAT). Een klinisch, wetenschappelijk onderbouwd programma voor mensen met een verstoord eetgedrag. Dr. Kristeller bood professionals ook een vormingsprogramma van tien weken aan. Nog de avond zelf dat ik het had gelezen, heb ik het besproken met mijn levensgezel. Het was een positief gesprek, en prompt heb ik een vlucht naar de States geboekt. Een impulsieve beslissing, maar ik voelde intuïtief: dit is wat ik zoek, dit is de kapstok.” “In overleg met mijn promotor heb ik die kennis, enigszins aangepast, in mijn eindwerk geïntegreerd. En vorig jaar heb ik een proefstudie uitgevoerd, uitgaande van een acht wekenprogramma, opgesteld op basis van mijn ervaringen bij Edel Maex en David Dewulf én van de opleiding tot trainer in mindfulness bij Jean Kristeller. De deelnemers die ik zes maanden heb opgevolgd – en die aanvankelijk zeer onevenwichtige eetpatronen vertoonden –, bleken veel vooruitgang te hebben geboekt. Ze sloegen niet meer per definitie automatisch aan het eten om negatieve gevoelens weg te duwen: eten als aspirientje. Of ze konden andere eetpatronen doorbreken, zoals te snel eten zonder te proeven.”
Geen eenheidsworst Enkele maanden geleden richtte Baerten in Jette het MeNu-voedingscentrum op. Het heet een ‘Centre for Mindful Eating and Nutrition’ te zijn, waar mensen terechtkunnen voor het MB-EAT-programma en voor aangepast voe-
© ÉDITIONS HACHETTE
JETTE – “De zoektocht naar wat ik echt wil, heeft me steeds geboeid. ‘Volg je hart’, dat is een motto en een drijfveer in mijn leven. En ik ben zoals een kat: ik kom altijd wel op mijn pootjes terecht.” Caroline Baerten is master in de kunstgeschiedenis, gediplomeerd kok en voedingsdeskundige. Ze is ook de enige gecertificeerde Belgische trainer in mindfulness-based eating awareness therapy (MB-EAT).
© MARC GYSENS
“François Couplan is een man in perfecte harmonie met zichzelf en de omringende natuur. We zijn samen in het Zoniënwoud op zoek gegaan naar eetbare wilde planten: hij traceerde ze moeiteloos.”
dingsadvies. Daarbovenop organiseert ze ook nog eens MB-EAT-masterclasses op vraag van de Erasmushogeschool. “Wat deze behandelingsvorm zo uitzonderlijk interessant maakt, is dat er geen externe voedingsadviezen worden gegeven, maar dat er wordt gekeken naar waarom én hoe iemand eet. Praktisch gezien gaat het als volgt: de groep komt één keer per week samen, acht weken lang. Ik leer de mensen daarbij vooral aandacht te schenken aan zichzelf. Ik nodig hen als het ware uit hun innerlijke leefwereld beter te leren kennen. Met als focuspunten:
BDW 1320 PAGINA 23 - DONDERDAG 15 MAART 2012
FREDDI SMEKENS Nen oeverechte
E
“Veel mensen slaan automatisch aan het eten om negatieve gevoelens weg te duwen: eten als aspirientje”
Bewust eten met Caroline Baerten
‘De verboden vrucht bestaat niet’ lichamelijke gewaarwording, emoties en gedachten. Het vertrekpunt is de ademhalingsfocus. Leren soepel met de ademhaling om te gaan, omdat het een soort van ankerpunt is waarop mensen altijd kunnen terugvallen. Je ademhaling observeren maakt je vanzelf rustiger, je gaat minder onmiddellijk reageren op dingen, er wordt een pauze ingelast tussen de situatie, de interpretatie en de reactie. De ademhaling is een barometer van je emotionele toestand. En laat mensen met overgewicht nu juist mensen zijn die vaak moeilijk in contact komen met hun emoties.” “Naast de ademhalingsfocus hebben we de lichaamskennis. Van kop tot teen. Onder begeleiding van mijn stem tasten we traag het lichaam af. Daarbij geef ik telkens wat meer aandacht aan die plekken waar ze het dikwijls moeilijk mee hebben. De dijen, de bovenbenen, het zitvlak, de buikstreek. Opmerkelijk: vaak dwaalt de aandacht van de mensen af als ze bij het stukje buik komen. Zo van: ‘Ja, plotseling zat ik aan de keel.’ Dat is gewoon een spelletje dat onze geest speelt: je komt in contact met een onaangenaam gevoel, je wilt dat niet voelen, je gaat afdwalen. Dat is een systematiek die ook in hun eetgewoonten zit: het onaangename wegduwen door te eten. Het zijn allemaal aspecten die in de loop van de sessies bij de deelnemers bovenkomen en hun een rode draad in hun gedrag doen inzien.” “Tijdens elke sessie zijn er eetoefeningen. Te beginnen met die van de rozijn. Bekijken, rui-
ken, proeven. De oefening met het stuk chocolade ook. Ik laat ze een stukje chocolade op hun tong leggen en zeg: ‘Als er nu kritische gedachten bovenkomen, merk het dan op en laat ze gewoon los.’ Dan nodig ik hen uit een tweede stukje te nemen. Sommigen nemen het, anderen zeggen: ‘Neen, hoeft niet. Ik ben tevreden met dat ene kleine stukje.’ En ze zijn daar zelf verbaasd over. Bewust geproefd, hun smaakpapillen zijn verzadigd.” “Daarna gaan de deelnemers op eigen houtje verder experimenteren tijdens hun dagelijkse leven. Zodoende leren ze: less is more, minder is meer. Dat is de boodschap die ik probeer over te brengen: je hebt geen grote hoeveelheden voedsel nodig om verzadiging te bereiken.” “Met diëten heeft het niets te maken. Je mag alles eten, niets is verboden, er wordt geen maximum aan calorieën opgelegd. Gewoon door bewust te zijn, ook bewust gaan eten. Traag, aandachtig. Alsof je aan een wijnproeverij deelneemt. Een zak chips na enkele happen weer wegleggen, zonder er verder nog aan te denken. Niet zoals voorheen wegleggen met de gedachte: ‘Ik mag het nu niet meer eten, want dat is slecht.’ Zulke gedachten werken alleen maar averechts: zo wordt die zak chips onbewust de verboden vrucht en gaat het verlangen nog sterker worden. Jezelf ontdekken, dat is net het mooie van mindful eating. Het is geen eenheidsworst.”
Karel Van der Auwera
In het kader van de eerste Dag van de Zorg op zondag 18 maart kunnen geïnteresseerden terecht in MeNu voor gratis workshops en uitleg over mindful eating (MeNu, Gielelaan 20, 1090 Jette, 02-420.63.75, www.me-nu.org, www.mindfuleating.eu) www.brusselnieuws.be/ingesprekmet
en Brussels gezegde zegt wijselijk “Wa ni recht es, es oeverecht.” Er zullen weinig lezers zijn die dat adagium tegenspreken. Welnu, over de meetkundige benadering van oeverecht zullen we het later hebben, waarde lezer. Eerst iets over nen oeverechte of eventueel ’n oeverechte, zoals we ze in het dagelijks leven af en toe tegenkomen. Beginnen we met te stellen dat ieder van ons op een bepaald ogenblik nen oeverechte kan zaain, of zich althans zo kan ontpoppen. En dat het feit van nen oeverechte te zaain niet altijd een negatieve bijklank hoeft te hebben. Natuurlijk zijn we met die oeverechte niet altijd in goed gezelschap. Maar anderzijds kan wie als nen oeverechte overkomt, altijd voor wat animatie in de conversatie zorgen, of eventueel zelfs een verhitte discussie ontketenen. Dat fenomeen leg ik graag even uit. Nen oeverechte wordt in ons Brussels ook ne contraire genoemd. Het kan misschien wat eigenaardig klinken, mo contraire zaain es vantaaid veul moojlaaiker dan gelaaik geive. Dat is althans hoe ik erover denk. En nu komen we tot het volgende punt. Die gieten we even in een stelling die door een bewijs uit het ongerijmde (oeverecht, dus) bewezen kan worden. Iemand die iedereen altijd gelijk geeft, is even ambetant as eemand dee altaaid den oeverechte of de contraire ooithangt. We scheppen er altijd een zeker plezier in om tegenspraak te dulden... Want zonder tegenspraak zouden we ons vlug uitgesproken voelen. Wat er ons natuurlijk niet van mag weerhouden af en toe iemand gelijk te geven. We vergeten bij dat alles niet dat oeverecht zaain altaaid ’n betche mè subtilitaaid te moeke heit. Het is dus iets te gemakkelijk om wit te zeggen wanneer de andere het over zwet heeft, en omgekeerd uiteraard. Ne gooje oeverechte moot het iest auver zwet hemme, en den van graais no wit goen. Niet dat het altijd lukt, waarde lezer, maar het is het proberen meer dan waard. Oeverecht zaain is dus niet helemaal van hetzelfde kaliber als iemand teigespreike, hoewel het ene wel met het andere te maken heeft. Ik zou zeggen dat nen oeverechte niet
altijd ne reuzemoeker is. En anderzijds is het ook zo dat men niet as nen oeverechte op de weireld komt. Alles hangt af van de ogenblikken waarop men zich als nen oeverechte of ne contraire opstelt. Persoonlijk heb ik mij daar altijd een wat vreemde bedenking bij gemaakt. Wanneer het gevoel nen oeverechte of ne contraire te zijn in ons de bovenhand neemt, moeten we ons daar niet tegen verzetten. Zelfs niet wanneer we het tegen onszelf hebben. Laat de contramine gerust haar gang gaan. Graag terug nu naar nen oeverechte als een wat irritant, maar tegelijk ook kleurrijk personage. Wie van ons kent niemand in zijn of haar omgeving van wie we nu eens nooit gelijk krijgen? Gelukkig zijn er niet zoveel mensen die er genoegen in scheppen ons steevast tegen te spreken of terecht te wijzen. In ons Brussels mogen we er, in dat geval, niet voor terugdeinzen om die personen als zaaikers af te doen. Waarmee ik ook niet gezegd wil hebben da ne zaaiker altaaid nen oeverechte es, verre van zelfs. En het omgekeerde is natuurlijk ook waar. Maar stellen wij ons nu even een wereld voor die zou bestaan uit allemoe oeverechte. Een universum dus waar alleman alleman altaaid teigesprekt. Niet gemakkelijk, uiteraard; even moeilijk voor te stellen als een planeet waarop niemand het kan nalaten de andere voortdurend gelijk te geven. “Awel, we zouden ons ambeteire da ’t giene noem heit,” hoor ik daar opmerken, en ik ben ervan overtuigd dat iedereen met die opmerking onvoorwaardelijk akkoord zal gaan. Laat dus die oeverechte en die contreire gerust hun gang gaan. De moralist in mij stelt het zo: “Van taaid tot taaid oeverecht zaain, mo er giene leiveswandel van moeke.” Bij alles wat voorafging, waarde lezer, hebt u ongetwijfeld kunnen opmaken dat ik nen oeverechte zo niet in mijn hart draag, dan toch hem of haar hiel good kan verdroege. En nu nog even naar de meetkunde. Wie thuis de opmerking krijgt “Tiens, daan kader hangt schief”, kan altijd repliceren met “Ne kader mag ni té recht hange.”
REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; rekeningnummer 424-5529822-66 van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Lien Annicaert (lien.annicaert@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw. be), Bettina Hubo (bettina.hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw.be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, Freddi Smekens, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw. be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).
BDW 1320 PAGINA 24 - DONDERDAG 15 MAART 2012
Wedstrijd > Atletiekclub Atlemo verkozen tot Sporthart van Brussel
‘Hier kunnen we mee uitpakken’
Atlemo is door de luisteraars van FM Brussel verkozen tot Sporthart van Brussel. “Je kunt wel zeggen dat Atlemo een echte Brusselse club is.”
SINT-JANS-MOLENBEEK – Het kleine broertje heeft het gehaald. Atlemo, kort voor ‘Atletiek in Molenbeek’, verzamelde de meeste stemmen op FM Brussel en mag zich een jaar lang het Sporthart van Brussel noemen. Een combinatie van talent en sociaal engagement maakt van Atlemo een verdiende winnaar. “We stonden op de piste toen we het goede nieuws vernamen,” vertelt hoofdtrainer Raf Wyns (48). “Iemand had een radiootje mee-
genomen en volgde het live. Toen ze uitriep dat we hadden gewonnen, steeg er meteen gejuich op. Het was toch wel een verrassing. Met onze honderdtwintig leden waren we veruit de kleinste van de finalisten, maar onze inspanningen om zoveel mogelijk mensen te mobiliseren, hebben vruchten afgeworpen.” De andere finalisten – Circus zonder Handen, Friskis&Svettis, Brussels Gay Sports en Fitness Palace – hadden het nakijken. Toch zijn er bij deze eerste editie van het Sporthart van Brussel geen echte verliezers: de Brusselse
sportclubs kregen de afgelopen weken de aandacht die ze verdienen. “Een heel leuk initiatief,” vindt Wyns. “Ik ben verbaasd over wat hier allemaal leeft in Brussel.” “Dat er zo massaal op ons is gestemd, is toch wel een teken dat heel wat mensen zich met ons identificeren. Deze titel is zeker iets om mee uit te pakken, en goed voor onze ledenwerving bovendien. Hier zijn we fier op. En het zal onze leden ook wel dichter bij elkaar brengen. Daar zal het sportfeest dat we cadeau krijgen, een belangrijke rol in spelen.”
Naast het grote FM Brussel-sportfeest krijgt Atlemo ook een VGC-materiaalcheque van 750 euro. Voor de andere vier finalisten is er een cheque van 250 euro. Cadeaus die goed van pas komen in een wereld waar geld en infrastructuur regelmatig voor kopbrekens zorgen. “Nieuw materiaal is altijd welkom, want het verslijt toch zo snel. Voor het feest moeten we nog met FM Brussel overleggen, maar het zou leuk zijn als we het tijdens onze Leopold II-jogging kunnen organiseren. Die is elke tweede zaterdag van september.”
Evenement > VUB organiseert zevende Ket2Sport voor 5de en 6de leerjaar
Ketjes aan het sporten gezet
“We willen leerlingen uit het Brusselse Nederlandstalige onderwijs van zoveel mogelijk sporten laten proeven,” vertelt Sylvie Decoster (32), verantwoordelijke voor Schoolsport en Grootstedelijke Sportpromotie bij de VGC. “Tijdens Ket2Sport lopen ze vrij rond op de VUB-campus en kunnen ze verschillende initiaties van een vijftiental minuten volgen. Brusselse sportclubs zorgen voor de omkadering en op het eind van de dag krijgen de leerlingen een boekje mee met alle informatie over sport in Brussel. Zo kunnen ze de volgende stap zetten en het eens proberen bij een club.” Ket2Sport zit al aan zijn zevende editie en verwacht ook dit jaar rond de 1.800 leerlingen, gespreid over maandag 19 en dinsdag 20 maart. “Elke school kan een halve dag deelnemen. Maar omdat het voor velen toch een serieuze verplaatsing is, bieden wij de mogelijkheid om
© KET2SPORT
BRUSSEL – Leerlingen van de derde graad van het lager onderwijs wrijven zich in de handen. Op de zevende editie van Ket2Sport kunnen ze smullen van meer dan 25 sporten.
Hordeloop, airtrack, hockey of boksen, voor elk wat wils.
er een hele sportdag van te maken. Zo kunnen scholen een halve dag gaan zwemmen aan de VUB of schaatsen bij Poseidon. Daar komt nu een derde nevenactiviteit bij: Ket2Adventure.
Dat is een wandelzoektocht op de campus van de VUB en ULB met een kaart. Als de klas in de zoektocht slaagt, vinden ze een schatkist met een verrassing.”
Hordeloop, airtrack of boksen: de mogelijkheden op Ket2Sport zijn enorm. De organisatie vindt elk jaar wel wat nieuwigheden en dat is meestal het werk van de bachelorstudenten Event- en Projectmanagement van de VUB. Zij organiseren het sportevenement, met ondersteuning van de VGC, Bloso en de Stichting Vlaamse Schoolsport. “Zij hebben er bijvoorbeeld voor gezorgd dat er lacrosse in het aanbod zit, een razendsnelle sport die komt overgewaaid uit Amerika. De studenten zijn het creatieve brein.” “Het heeft voor- en nadelen om met studenten te werken. Ze zijn flexibel, enthousiast en bereid bij te leren. Voor hen is het uiteraard leuk om praktijkervaring op te doen. Aan de andere kant zien we dat ze elk jaar dezelfde fouten maken, je begint telkens weer van nul. Ze zijn soms moeilijk in te tomen en willen dan alles omgooien. Zo wilden ze ook dit jaar weer topsporters uitnodigen, maar dat lukte niet. Ze hebben wél een paar kleppers zoals Gella Vandecaveye, Kevin Van Der Perren en Freddy De Kerpel kunnen strikken voor een filmpje op de website. Dat is knap.” Het uiteindelijke doel van Ket2Sport is de Brusselse jeugd aan het sporten zetten. Of dat ook lukt, is moeilijk te staven met cijfers, maar de jongeren krijgen alvast alle kaarten in handen. “We vergroten de kans dat ze gaan sporten, we geven een duw in de rug.” TS www.ket2sport.be
BDW 1320 PAGINA 25 - DONDERDAG 15 MAART 2012
© ATLEMO
Het in 1998 opgerichte Atlemo is een van de sportpijlers van de vzw Foyer, die zich bezighoudt met de integratie van allochtone bevolkingsgroepen. De club groeide uit BIS-Foyer (Brussel Integratie door Sport) en heeft al een mooi parcours afgelegd, met deze titel als bekroning. “Ons doel is jongeren uit de buurt aan het sporten te zetten, en dat lukt vrij goed,” vertelt Wyns. “Onze atleten komen vooral uit Molenbeek en de omliggende gemeenten. We werken ook samen met BON (Brussels Onthaalbureau, red.) en het Klein Kasteeltje
(opvangcentrum asielzoekers, red.). Zo is een van onze trainers een asielzoeker uit Niger die in eigen land een topatleet is.” Atlemo is meer dan een sportclub. Ze staan ook voor sociaal engagement en moedigen hun leden aan om hun verantwoordelijkheid te nemen. Met een betaalbaar lidmaatschapsgeld houden ze de drempel zo laag mogelijk. De financiële steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie is hierbij een belangrijke steun. En die werpt vruchten af. Of wat dacht u van een palmares met maar liefst veertien Belgische titels? “Sportief staan we zeker ons mannetje. Monder Rizki is lang ons uithangbord geweest, met onder meer twee deelnamen aan de Olympische Spelen. En ook Mounia Aboulahcen is een mooi voorbeeld, met een pak overwinningen en titels op haar naam.” “We hopen dat we kunnen blijven groeien en nog meer leden kunnen aanzetten om hun verantwoordelijkheid te nemen. En uiteraard willen we ons typisch Brusselse karakter behouden. Ik zie nu bijvoorbeeld ook meer Vlaamse Brusselaars bij ons rondlopen. Het is hier echt een mengelmoes van nationaliteiten en mensen. Ik denk wel dat Atlemo een echte Brusselse club is.” Het Sporthart van Brussel maakte niet alleen Brusselse sportclubs gelukkig. Organisator FM Brussel blikt tevreden terug op deze eerste editie en plant volgend jaar een nieuwe. “We hebben veel positieve reacties van de sportclubs gehad,” zegt Nadia Scheys. “We wilden de Brusselse sport in de kijker plaatsen en zijn daar wel in geslaagd, denk ik. Dat mocht ook wel eens, want hier zijn zoveel mooie initiatieven die niet altijd de aandacht krijgen die ze verdienen. Het is een feit dat het Brusselse verenigingsleven belangrijk is. Ik vind het persoonlijk ook wel leuk dat een heel scala van verschillende sporten vertegenwoordigd was.” “Ik heb vooral geleerd dat het bij die verschillende sportclubs om meer dan sport alleen draait. Het pintje achteraf is voor sommigen even belangrijk als de training. Sport verbindt mensen, en dat mocht wel eens in de verf gezet worden.” Tim Schoonjans
David Steegen De ervaring Een weekend zonder voetbal. Eindelijk wat tijd voor het gezin en de vrienden. In die volgorde. Het vooruitzicht om van de stad te genieten, verblijdt het gemoed. De avant-première van het langverwachte vrije weekend op vrijdagavond is al geslaagd. Na de training van dochterlief blijven hangen in het gezelligste clubhouse van het land, dat grenst aan puur geluk. Hockey- en Tennisclub Daring Molenbeek, achter het appartementsblok aan de Mettewielaan waar wijlen Raymond Goethals een groot deel van zijn leven doorbracht, is de beste plek om een derde helft door te brengen. Lokale verankering en een goed uitgebouwd gemeenschapsleven zijn essentieel. Ik verheug me om de volgende dag de topwedstrijd tegen Gantoise van mijn dochter te volgen. De Gentse hockeyclub ligt net achter het Jules Ottenstadion. Onze Brusselse meisjes winnen. 0-2. Een geladen wedstrijd. De meisjes van Gent zijn onverbiddelijk. Verbaal en fysiek. Gelukkig is daar Bob, vader van de spits van Daring. Hij leidt de wedstrijd met natuurlijk gezag. Als de gemoederen verhit raken – meisjes van dertien kunnen hard zijn –, weet hij de kalmte terug te brengen, steeds weer. Deze keer is ook de Gentse scheidsrechter goed bij de les. (Hockeywedstrijden bij de jeugd worden gefloten door een vertegenwoordiger van elke ploeg. Elke ref heeft de verantwoordelijkheid over een helft van het veld.) Het duo leidt het duel wonderwel. In de late namiddag worden we door heel goede vrienden, wijkgenoten van ons, opgepikt. Ze trakteren ons op de Tram Experience, gastronomisch dineren in een design tram. Eerst nemen we het aperitief in een brasserie aan het Poelaertplein, vanwaaruit je geniet van een van de mooiste panorama’s over de hoofdstad. De vooravond is helder, de sfeer uitgelaten. Naar het schijnt is 2012
Tem je fiets LAKEN/JETTE – Fietsen in de stad een calvarietocht? De kneepjes van het vak leert u tijdens Start to Bike. Fietsleken en kinderen, maar ook ervaren rotten vinden hun gading bij Start to Bike, georganiseerd door gemeenschapscentrum Nekkersdal. Zo leer je je evenwicht te houden en de juiste houding te vinden op de fiets. De eerste trappen worden in het park bij het Atomium gedaan. Later wordt aangeleerd hoe je veilig in het verkeer fietst en volgt een prak-
De prachtige groene long zal een weekend lang afgesloten worden voor auto’s om plaats te maken voor de fiets. Een honderdtal secties van scouts en gidsen spreken er op zaterdag 24 maart af om 24 uur aan een stuk te fietsen. Slapen doen de ploegen in tentjes. Het blijft niet bij een gewone aflossingswedstrijd. Heel de dag, nacht en dag zijn er allerhande randactiviteiten: concerten, jam-
www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht
ADVERTENTIE
tijktest in de straten van Brussel. Dit eerste deel van Start to Bike wordt nog drie zaterdagen gegeven: op 17, 24 en 31 maart van 11 tot 12 uur. Het tweede deel van Start to Bike is steviger. Er wordt een schema gevolgd waarmee je lichaam aan het nieuwe ritme kan wennen. Ook dit tweede deel wordt vier zaterdagen gereden, vanaf 21 april, met start aan het Jetse Boudewijnpark. De lessen worden gegeven door geoefende fietsers en kosten 10 euro voor de hele reeks. TS Voor KWB-leden is het gratis.
Fietsfeest in Ter Kamerenbos BRUSSEL – Voor de 26ste keer is het Ter Kamerenbos 24 uur lang het decor van een aflossingswedstrijd voor fietsers.
het jaar van de gastronomie: Brusselicious. Wanneer de tram eraankomt, is het gekir duidelijk hoorbaar. Iedereen neemt foto’s met de smartphone, sommige filmen, mensen verbroederen. De route is adembenemend. De Louizalaan, de Chasse in Etterbeek, Flagey, de Terhulpsesteenweg, Montgomery, de Tervuursesteenweg, het Jubelpark, Woluwedal, langs het park van Woluwe, het centrum van Bosvoorde, het enige dorpje van Brussel: alle plekken op de route zijn geruststellend. De rit is een levendige promotiecampagne voor onze stad. Lachende passanten wuiven spontaan naar de dinerende reizigers. Iedereen is blij, een beetje uitgelaten zelfs. Voor verzuring is er geen plaats. In de tram worden vele talen gesproken. Het doet allemaal trendy aan. Ik ben fier op mijn geboortestad. Naast ons dineren twee vrienden, een Braziliaan en een Ier. Ik wil hen zo veel mogelijk uitleggen. Ze vinden het allemaal goed. Gelukkig is daar het gezelschap om mij tot de orde te roepen. Het initiatief wordt gesteund door het Gewest, de MIVB en enkele partners uit de privésector. Zo hoort het. De sterrenchefs die hun recepten schenken aan de Tram Experience, zijn vermaard in binnen- en buitenland. Allemaal Belgen. Onze rit bood een fantastische driegangenmaaltijd van Lionel Rigolet, de chef van Comme chez Soi. Na het onvergetelijke diner wandelen we door de stad. De lente hangt in de lucht. We eindigen de avond in het Goudblommeke in Papier in de Cellebroersstraat. Beter kan niet. Brussel is mijn stad.
sessies, spelletjes, een springkasteel, noem maar op. Of wat dacht u van een circus- of dansatelier en een commandoparcours? Drugs, alcohol en energiedranken zijn niet welkom. Niet alleen de scouts en gidsen die het meeste aantal rondjes hebben afgelegd, worden beloond, ook de deelnemers met folkloristische fietsen krijgen een prijs, en fair play en technische hoogstandjes worden beloond. Voor de zeven- tot twaalfjarigen wordt er zaterdagnamiddag een vijf uur durende mounTS tainbikewedstrijd georganiseerd.
Discussieer met Brussel www.brusselnieuws.be
BDW 1320 PAGINA 26 - DONDERDAG 15 MAART 2012
ER
O T 13 J
9T
OR IE D
Z
VO
zaIE
AA
8 maart was Dag van de Nierzorg
R • BD W
DOOR PATRICK JORDENS
‘Het is niet leuk, maar het moet’
EEN VAN
M
et ‘ze’ bedoelt Adam de dokters en verplegers van het kinderziekenhuis Koningin Fabiola. (Lees ook SorrySnorry?, hieronder, als je meer wil weten over dat ziekenhuis.) Elke week komen er een tiental kinderen naar dat hospitaal omdat hun nieren niet werken zoals het zou moeten. En de nieren zijn een heel belangrijk orgaan bij de mens: zeven tot acht keer per dag zuiveren ze ons bloed van schadelijke stoffen. Het is ook daarom dat we regelmatig moeten plassen, zodat die stoffen uit ons lichaam kunnen verdwijnen. Bij Adam werken allebei zijn nieren niet zo goed. Gelukkig kunnen ze hem daar in het Fabiolaziekenhuis wel voor behandelen. Adam (A): Ik kom hier al sinds ik drieëneenhalf ben. Vroeger twee keer per week, nu drie keer. Ik heb hier boven (wijst naar zijn borst) een apparaatje zitten, met een gaatje in. Daar prikken ze dan met een spuit in, en zo komt er een vloeistof in mijn lichaam terecht.
© SASKIA VANDERSTICHELE
“Sinds mijn derde heb ik een nierziekte, en daarom moet ik nu drie keer per week naar het ziekenhuis komen,” vertelt Adam (9) uit Anderlecht. “Ik vind het niet leuk, maar ze zorgen hier wel goed voor mij.”
Albumine heet die vloeistof. Die wordt normaal gezien gemaakt door de nieren, maar bij mij lukt dat niet zo goed meer. Doet het pijn als ze jou daar prikken? A: Nee, toch niet als ik de zalf heb opgedaan. Door die zalf is mijn huid verdoofd en voel ik niks. Maar soms vergeet ik de zalf en dan doet het pijn. Moet jij zelf de zalf aanbrengen? A: Nee, mijn leerkracht doet dat op school, net voor ik naar hier kom. Je komt dus vaak rechtstreeks van de school naar het hospitaal? A: Ja, en soms ook tijdens de les. Op vrijdag bijvoorbeeld ben ik ongeveer vier uur hier terwijl ik eigenlijk op school zou moeten zijn. Raak je dan achterop met de lessen op school? A: Nee, ik heb hier in het ziekenhuis een eigen leerkracht die mij soms
Adam (9) heeft een nierziekte en moet daarvoor drie keer per week naar het ziekenhuis. “De dokters en verpleegsters zijn hier héél, héél lief,” zegt hij.
© SASKIA VANDERSTICHELE
[ SORRY ] SNORRY ?
‘Hier kan je eens een stevige knuffel geven’ Adam (uit het artikel hierboven) wordt behandeld in het Koningin Fabiolaziekenhuis in Laken. Dat was het eerste kinderziekenhuis van België, en er is plaats voor 168 kinderen. Hoofdverpleger Jan Foubert vertelt er wat meer over.
verplegers, verpleegsters en dokters zijn speciaal opgeleid om voor en met kinderen te werken: ze weten heel veel over kinderziektes. En op elke afdeling is er ook een opvoeder, om bijvoorbeeld met de kids te spelen. (Op de foto hiernaast, links, zie je de deur van het schooltje.)
Jan (J): Alles is hier aangepast aan kinderen: de bedden bijvoorbeeld, maar er zijn ook speelzalen, we hebben een eigen schooltje, er komen cliniclowns, enzovoort. Alle
Moeten de zieke kinderen hier helemaal alleen op hun kamer liggen? J: Nee, alle kamers zijn zo ingericht dat een van de ouders
BDW 1320 PAGINA 27 - DONDERDAG 15 MAART 2012
X-perts Rogier las Groeten uit 2030 © ILAH
Wat vind je ervan dat je zo vaak moet komen voor de behandeling? A: Niet leuk, maar het moet. Vandaag moet ik mijn baskettraining missen, en dat vind ik spijtig. Maar op maandag kan ik wel gaan. En verder kan ik bijna alle sporten doen, zelfs zwemmen! Wat vind je van de verpleegsters en dokters? A: Die zijn héél, héél lief, ze zorgen echt goed voor mij. Kom je in je eentje naar het ziekenhuis? A: Nee, mijn mama komt altijd mee. Maar ze kan er niet tegen als ze mij prikken, ze ziet dat niet graag. Dan gaat ze met alle mama’s van de andere zieke kinderen naar beneden. Als het klaar is, komt ze me weer halen.
kan blijven slapen. Je mag ook niet vergeten dat we er alles aan doen om het kind hier niet lang te houden. Alleen als het echt niet anders kan, blijven ze langer dan het gemiddelde, en dat is drie dagen. Mag je een laptop hebben op je kamer, om te chatten of te gamen? J: Voor de meeste kinderen kan dat niet want het wifi-systeem is hier niet actief. Voor de langdurig zieke kinderen, zoals kankerpatiëntjes, maken we een uitzondering. Maar we vinden ook dat kinderen niet te veel prikkels mogen krijgen als ze ziek zijn. Het is toch vooral de bedoeling dat ze rusten.
FONDS
“Groeten uit 2030 is een boek (fictie of non-fictie?) dat over de toekomst gaat. Het is zeker de moeite waard. Zo vertelt een robot met een roze zonnebril op (hihihi) die in 2030 leeft, over zijn leven, energiebronnen, natuurrampen, ziektes, andere robots... Je komt zelfs te weten dat je 1.500 liter water nodig hebt om een computer te maken en liefst 6.000 liter voor... één jeansbroek!” “Als je dit boek hebt gelezen, weet je ook wat een futuroloog is. En dat er misschien wel robots zullen zijn die je kunnen helpen bij je huiswerk. Weet je wat cradle to cradle betekent? Ook dat kom je te weten in dit boek. Jan Paul Schutten, de schrijver, werkte voor dit boek samen met zes professoren van de Katholieke Universiteit van Leuven. Als je dus in een niet al te dik boek wil weten hoe onze toekomst er misschien gaat uitzien, dan moet je zeker Groeten uit 2030 lezen.”
Denk je dat je ooit helemaal kunt genezen? A: Ik weet het niet, ik hoop het. Mijn oudere broer heeft dezelfde ziekte als ik en hij moest na een tijd een nieuwe nier krijgen... Ook al is het niet zo leuk om naar hier te komen, heb je toch goeie herinneringen aan dit ziekenhuis? A: Ja, in augustus is er altijd een sportkamp en daar doe ik soms aan mee. Je kan dan veel verschillende sporten proberen, zoals hockey, baseball, golf... En in de zomer ben ik al een paar keer mee op vakantiekamp geweest, naar Bretagne. Daar is ook een speciaal medisch centrum. Soms zie ik dan vrienden terug die ik hier heb leren kennen, maar die nu niet meer naar het ziekenhuis komen. Dat vind ik tof!
Is er een bibliotheek waar ze strips en boeken kunnen lenen? J: Nee, maar het Rode Kruis komt soms langs met boeken. Maar boeken, die zijn niet zo populair bij kinderen tegenwoordig, hé... Werk jij liever in een kinderziekenhuis dan in een ‘gewoon’ hospitaal? J: Ja, eigenlijk wel. Want als je een ziek kind kan helpen, dan zijn ze jou héél erg dankbaar, en hun ouders natuurlijk ook. Ik vind het ook belangrijk dat je hen eens een goeie knuffel kan geven, als ze zich triest of slecht voelen. Dat kan je niet zo gauw met een volwassen patiënt.
Jan Paul Schutten, Groeten uit 2030 – Van plastic soep tot allesmakers, uitg. Davidsfonds/Infodok & De Fontein, 72 p., 16,50 euro
© DAVIDSFONDS
Wie is Adil? A: Dat is een van mijn vrienden hier, daar ligt hij (hij wijst naar een bed verderop). Hij heeft ook een nierziekte. En Jordanka is een vriendin van mij. Ik heb hier al veel vrienden gemaakt.
En wat doe je als je met vakantie wil? Kan je wel op reis gaan? A: Ja, dan maakt mijn mama een afspraak met de verpleegsters. Ze krijgt dan een grote doos met alles erin: de spuiten, de albumine, de pleisters... Met al die spullen gaan we dan naar een ziekenhuis in Marokko, waar we soms een maand lang op vakantie zijn. Ze doen daar dan hetzelfde als hier in Brussel.
© DAVIDS
bijwerkt. En op woensdagnamiddag maak ik hier in bed altijd eerst mijn huiswerk, zodat ik me niet verveel. Daarna mag ik tv-kijken, samen met Adil.
Reken eens gauw uit: hoe oud ben jij over ongeveer twintig jaar? In het boek Groeten uit 2030 reis je naar de toekomst: het beschrijft hoe ons dagelijks leven er in 2030 kan uitzien. X-pert Rogier (9) las het voor jullie, en hij was enthousiast!
En omdat afgelopen zaterdag de Jeugdboekenweek is begonnen, tippen we jullie met plezier een tweede boek van de schrijver Jan Paul Schutten: Kijk je ogen uit!, een mooi fotoboek waarin meer dan honderd afbeeldingen staan van allemaal beestjes. Van een lieveheersbeestje tot een enorme walvis, van een vertrouwd konijn tot een exotische maki. J.P. Schutten heeft er vele verrassende weetjes over te vertellen. Een echte ontdekkingsreis door de wondere dierenwereld! Jan Paul Schutten, Kijk je ogen uit! – De mooiste dierenfoto’s uit de natuur, uitg. Davidsfonds/Infodok, 192 p., 19,95 euro