WEER DRIE NIEUWE CAFÉS VAN
Frédéric Nicolay KVS: Manu riche tovert raymond goethals tot leven En ook: Rodrigo y Gabriela, Guido Belcanto en St. Vincent.
EN EEN INTERVIEW OP PAGINA 14-15
23 02 12
AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
Moureaux op de achtergrond
© MARC GYSENS
SINT-JANS-MOLENBEEK – Lezer, let op! Deze krant bevat een reportage die niet gaat over kommer en kwel in Molenbeek. Niets dan goeds? Dat ook weer niet, maar wel een kennismaking met de nieuwe inwoners van Molenbeek. Degenen die de moeite opbrengen om naar een informatieavond te komen, welteverstaan. Lees pagina 8: ‘Tussen Brussel en Vlaanderen ligt een kleine provinciestad’
Milieu > Brusselaar sorteert slechts 25 procent van zijn afval
Steeds meer huisvuil BRUSSEL – De Brusselaar sorteert een kwart van zijn afval. Dat ligt ver onder de Europese doelstelling (50 procent) en mijlenver van wat Vlaanderen bereikt (75 procent). De hoeveelheid restafval blijft stijgen.
D
e Brusselaar is sinds januari 2010 verplicht om huishoudelijk afval te sorteren. Dat leverde in dat jaar mooie cijfers op: restafval (witte zakken) daalde met negen procent; pmd (blauwe zakken) steeg met maar liefst 64 procent. Aan die positieve trend lijkt een einde te komen. In 2011 is er een
daling van het opgehaalde afval in gele en in blauwe zakken (min 16 procent). Volgens Net Brussel is de kwaliteit van dat gesorteerd afval wel beter. De productie van restafval stijgt van 305.741 ton naar 315.983 ton in 2011. Als de bevolkingsstijging in rekening wordt gebracht, is er wel een lichte daling van het restafval:
Net Brussel gooit de huisvuilophaling volledig om
van 281 naar 276 kilo per inwoner. Er zijn grote regionale verschillen. Brussel produceerde vorig jaar 276 kilo restafval per inwoner, in Vlaan-
deren was dat gemiddeld 150 kilo, in Antwerpen 166 kilo. Dat verschil tussen Vlaanderen en Brussel is niet onlogisch. Vlaanderen zet al veel langer in op een efficiënt afvalbeleid. Wie veel restafval produceert, moet daar ook voor betalen: via een betaalzak, in sommige gemeenten zelfs per gewicht. Daarnaast haalt Vlaanderen ook organisch afval op en is er een betere regeling rond grofvuil. Tegen 2020 moet ook de Brusselaar de helft van het afval gesorteerd krijgen. Dat is een Europese doelstelling. Staatssecretaris Emir
Kir (PS) gelooft dat het mogelijk is. In zijn nieuwe Netheidsplan 20122017 staan een aantal aanzetten om de Europese doelstelling te halen. Zo gaat Net Brussel de ophaling van organisch afval bestuderen en in de nabije toekomst de ophaling ervan op vrijwillige basis organiseren. Daarnaast zal het dumpen van grofvuil in de containerparken niet meer ongelimiteerd kunnen. Elke Brusselaar krijgt per jaar een gratis maximum. Daarna wordt het betalen. Een betaalzak voor restafval komt er niet. De meest ophefmakende verandering is een andere organisatie van de ophalingen. Blauwe en gele zakken zullen vanaf 1 april niet meer elke week worden opgehaald, maar alternerend om de andere week. De ophaling van tuinafval wordt veralgemeend in heel Brussel, met uitzondering van de Vijfhoek. Steven Van Garsse
N° 1317 VAN 23 FEBRUARI TOT 1 MAART 2012 ¦ WEEK 8: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, FAX: 02-226.45.69, E-MAIL: INFO@BDW.BE
BDW 1317 PAGINA 2 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
IN MEMORIAM © KLINIEK SINT-JAN
Uitgelicht > 514 preventiewerkers voor 19 gemeenten
‘NEDERIG, DESKUNDIG EN MET EEN GROOT HART’ BRUSSEL – Zondag 19 februari overleed zuster Leontine (88) op de palliatieve dienst van het Sint-Jansziekenhuis. Ze richtte die dienst in 1990 op en werd daarmee de pionier van de palliatieve zorg in België. Zuster Leontine werd in 1923 geboren als Jozefa de Buysscher. Na een beroepsopleiding handel ging ze op haar zeventiende aan het werk als boekhoudster. Tijdens een vakantiebaantje in het Sint-Jansziekenhuis kwam ze in contact met de Gasthuiszusters en besloot ze in te treden. Ze was toen 26. Ze zou niet lang ziekenzuster blijven. Haar toenmalige zusteroverste wou dat een van haar zusters een diploma geneeskunde behaalde zodat de kloof met de artsen in het ziekenhuis kleiner werd. De keuze viel op zuster Leontine, die met een spoedcursus Grieks, Latijn en wiskunde klaargestoomd werd voor de universiteit. Probleemloos haalde ze het diploma geneeskunde, en ze plakte er ook nog een licentie ziekenhuiswetenschappen aan vast. Intussen was ze directeur geworden van Sint-Jan. Dat zou ze 25 jaar blijven. Vlak voor haar pensioen werd ze geconfronteerd met een wanhopige man die het ziekenhuis verweet dat niemand zich bekommerde om zijn stervende echtgenote. Zuster Leontine besefte dat er een hiaat was. Ze trok naar de VS, en later ook naar Engeland, waar palliatieve zorg al langer bestond. In 1990 richtte ze in Sint-Jan ’s lands eerste residentiële afdeling voor palliatieve zorg op. Zij zag het als een waardevol, ‘humaner’ alternatief voor euthanasie. In het begin was de dienst niet erkend en dus ook niet gesubsidieerd. “Zuster Leontine trok naar zowat elke parochiezaal om geld in te zamelen,” vertelt Anne d’Udekem, die vanaf het begin op de afdeling werkte. Als ‘klein Vlaams nonneke’ was ze ook niet bevreesd om aan te kloppen bij de toenmalige minister van Volksgezondheid Philippe Busquin. Voor haar inzet kreeg ze onder meer het Grootkruis in de Kroonorde en een eredoctoraat van de KUB. “Maar ze bleef nederig,” zegt d’Udekem. “Ze was bovendien heel deskundig en had een groot hart.” Zuster Leontine wordt zaterdag om halfelf begraven in de FinisHUB terraekerk.
‘Een geruststellende aanwezigheid’ BRUSSEL – Tussen nu en 2014 krijgen de negentien Brusselse gemeenten 55 miljoen euro om overlast en spijbelen te bestrijden. Elke gemeente heeft een eigen plan mogen indienen. Ruim een derde van de middelen wordt ingezet om vandalisme, hangjongeren, geluidshinder en drugs tegen te gaan.
S
telt u zich ook wel eens vragen bij het nut van preventiewerkers? U bent vast niet de enige. (Een deel van) het publiek vindt dat ze vaak niet genoeg (kunnen) doen, en sommige politiemannen kijken op hen neer. Toch hebben de preventiewerkers ook hun fervente verdedigers. Minister-president Charles Picqué (PS) is zo iemand. “Op de nieuwjaarsreceptie van de preventiewerkers in Sint-Gillis heb ik nog eens herhaald hoe belangrijk ze zijn,” zegt Picqué. “Hun werk heeft niet alleen een ontradend effect op wie zich geroepen voelt om zich te misdragen, ze verlichten ook het werk van de politie.” Terwijl er vroe-
ger soms tot veertien politieagenten ingezet werden voor braderieën, volstaan tegenwoordig vier agenten en tien gemeenschapswachten. Toch weet ook Picqué dat preventie limieten kent. Preventiewerkers kunnen de politie niet vervangen, daarom moeten ze haar ook kunnen oproepen als het de spuigaten uitloopt. Daarom krijgen gemeenschapswachten binnenkort gsm’s en walkietalkies. En ook daarom gaat de dertig miljoen euro die het Gewest (na de goedkeuring van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde) voor veiligheid van de federale regering krijgt, integraal naar de politie en niet naar preventie. Maar dit terzijde.
Elke gemeente heeft een plan mogen indienen. Elke gemeente legt eigen accenten. Neem nu Evere en Schaarbeek. Twee gemeenten die aan elkaar grenzen. Twee heel verschillende gemeenten. Twee verschillende budgetten en plannen. Evere trekt 128.000 euro uit voor schoolverzuim, 240.000 euro voor de strijd tegen overlast en 246.000 euro voor conflictbemiddeling. Dat schoolverzuim ruime middelen krijgt, is niet verwonderlijk. Twintig procent van de jonge Brusselaars verlaat het middelbaar onderwijs zonder diploma, de helft heeft in het eerste jaar middelbaar al een jaar achterstand. Het rapport 2010-’11 van de schoolinspectie van de Franse Gemeenschap bevat verontrustende cijfers over het absenteïsme in het middelbaar technisch en beroepsonderwijs. Een leerling van het derde jaar BSO is, naargelang van de school, veertien tot 64 halve dagen afwezig. De veiligheidsmonitor uit 2009 ver-
meldt dat de Brusselaar zich blauw ergert aan rommel op straat, bekladde muren (graffiti) en geluidsover-
Een leerling van het derde jaar beroepsonderwijs is, naargelang van de school, veertien tot 64 halve dagen afwezig last. Ook de vernieling van tram- en bushokjes en telefooncellen werkt op de zenuwen. Maar de belangrijkste bron van ergernis en onveiligheidsgevoel zijn rondhangende jongeren die passanten of buurtbewoners lastigvallen, en over-
DE WEEK IN BEELD DOOR SASKIA VANDERSTICHELE
Nog een tweetal weken en volkscafé Chez Marcel aan het Vossenplein wordt gesloopt. Na 37 jaar verdwijnt het stukje Brusselse folklore om terug te keren in een nieuwbouwpand.
© SASKIA VANDERSTICHELE
WEEKOVERZICHT
BDW 1317 PAGINA 3 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
© BART DEWAELE
WOENSDAG 15 FEBRUARI VGC WIL MEER VLAAMS GELD. Volgens VGC-collegevoorzitter Guy Vanhengel (Open VLD) en collegelid Brigitte Grouwels (CD&V) moet de Vlaamse Gemeenschapscommissie jaarlijks 21 miljoen euro uit het Stedenfonds krijgen. Nu is dat maar dertien miljoen. Volgens de visitatiecommissie zijn de berekeningen van Vanhengel en Grouwels ‘mathematisch correct’. OPHEF OVER ‘TAALSTUDIE’. Het Sint-Pieterscollege in Jette wil straffen opleggen aan kinderen die Frans spreken op de speelplaats en lokt daarmee heel wat negatieve reacties uit. Leerlingen die drie keer betrapt worden, moeten voortaan maandagavond nablijven. Verschillende ouders uiten hun ongenoegen in Franstalige media. DE MOL TRAINT FC BRUSSELS. Voetbalclub FC Brussels meldt dat ex-Rode Duivel Stéphane De Mol de nieuwe trainer van de tweedeklasser wordt. De Mol tekent een contract tot het einde van het seizoen en volgt Michel De Wolf op, die in oktober ontslagen werd.
DONDERDAG 16 FEBRUARI ARCHITECT ATOMIUM STERFT. Jean Polak, de laatste nog levende architect van het Atomium, overlijdt op 91-jarige leeftijd in Ukkel. Samen met zijn broer André Polak en de ingenieur André Waterkeyn ontwierp hij het monument voor de wereldtentoonstelling van 1958 op de Heizel. Ook de nieuwe Innovation, het Muntcentrum en het World Trade Center in de Noordwijk zijn het werk van de Polak-broers.
Egregoros heeft in Evere pionierswerk verricht.
last verbonden aan drugsgebruik. De grootste hap uit het budget gaat naar conflictbemiddeling. Evere was de eerste Brusselse gemeente die aan ‘buren- en buurtbemiddeling’ doet, zoals coördinator Marc De Decker het formuleert. De gemeenschapswachten van Egregoros staan zeven dagen op zeven van tien uur ’s ochtends tot twee uur ’s nachts ter beschikking van heel de Everse bevolking, en niet alleen in de moeilijke wijken. Ze krijgen 2.400 oproepen per jaar. Bij burenruzies is het beter een bemiddelaar van Egregoros op te roepen dan de politie in te schakelen: dat is de filosofie achter
“ “ HET GETAL
de vzw. Komt de politie, dan is er een slachtoffer en een dader, bij burenbemiddeling kan de zaak in der minne geregeld worden, de kans is kleiner dat de zaak escaleert.
Schaarbeek De gemeente Schaarbeek legt in haar beleid de nadruk op de aanwezigheid van preventiemedewerkers in parken, op markten en in schoolomgevingen. De bevolking wordt steeds veeleisender ten aanzien van de gemeenschapswachten, vertelt Philippe Lamens. “Terwijl hun enige wapens hun stem en hun houding zijn.” Ook de beveiliging
van de schoolomgeving staat hoog in het Schaarbeekse prioriteitenlijstje. Alle lagere scholen krijgen twee uur per dag een klaar-over aan de poort, 38 in totaal. En de rijkere gemeenten? Ukkel investeert vooral in zichtbare aanwezigheid (gemeenschapswachten) en de strijd tegen overlast (straathoekwerkers). Sint-Pieters-Woluwe legt de nadruk op de strijd tegen schoolverzuim en tegen overlast, met straathoekwerkers en administratieve boetes. Ook de administratieve boetes zijn preventief. Danny Vileyn
Verbod en gebod hebben nog nooit tot meer taalvaardigheid geleid.” Taalkundige Koen Jaspaert (KU Leuven) ziet weinig heil in de ‘straf’ die het Jetse Sint-Pieterscollege uitdeelt in de vorm van een taalbon voor kinderen die Frans spreken op de speelplaats (op Radio 1).
De PS staat niet te springen om het euthanasiedebat te openen. Ze wil haar moslimkiezers niet afschrikken.”
VRIJDAG 17 FEBRUARI VUILNISBAK OM DE HONDERD METER. Staatssecretaris voor Openbare Netheid Emir Kir (PS) maakt de doelstellingen van zijn nieuwe netheidsplan bekend. In 2017 wil hij in de Brusselse straten om de honderd meter een vuilnisbak zien staan. Ook meer politiecontrole en boetes moeten het sluikstorten terugdringen. 2,5 MILJOEN VOOR BIOTECHNOLOGIE. In Sint-LambrechtsWoluwe gaat op de campus van de Université Catholique de Louvain (UCL) een nieuwe bio-incubator open. In dat gebouw krijgen startende biotechnologiebedrijven bureaus en laboratoria ter beschikking. De Brussels Life Science Incubator kost het Gewest 2,5 miljoen euro. De ULC legt 1,3 miljoen euro bij.
ZATERDAG 18 FEBRUARI DRONKEN TWINTIGER RIJDT VOETGANGER AAN. Een jonge bestuurder rijdt onder invloed van alcohol een voetganger aan bij de Hallepoort. De man heeft een voorlopig rijbewijs en is in het bezit van een gestolen identiteitskaart. Het parket trekt zijn rijbewijs voor twee weken in. Het slachtoffer is niet in levensgevaar.
ZONDAG 19 FEBRUARI DRIE GEWONDEN BIJ SCHIETPARTIJ. Na een uit de hand gelopen ruzie bij de Keizerlaan in het centrum trekt een van de betrokkenen een wapen en lost hij verschillende schoten. Drie mensen raken gewond, een van hen is in levensgevaar. Twee dagen later houdt de politie een man van twintig aan, die verdacht wordt van poging tot doodslag. Een jongen van zeventien wordt in een jeugdinstelling geplaatst.
MAANDAG 20 FEBRUARI EINDELIJK RENOVATIE. Na tien jaar wachten begint vandaag de renovatie van het zwembad Nereus in Ganshoren. Het zwembad sloot in 2002 de deuren om veiligheidsredenen. Beliris, het samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en het Brussels Gewest, betaalt een groot deel van de kosten. Op 15 augustus 2013 moet het zwembad opnieuw open gaan.
Bio-ethicus Herman Nys (KU Leuven) in Knack.
4.876.452
Hoeveel is Schaarbekenaar en Vlaams schepen Luc Denys (Groen) waard in euro’s? Antwoord: het bedrag dat u hierboven leest (plus 65 eurocent). De goedkoopste schepen is Denys’ partijgenote Annemie Vermeylen uit Watermaal-Bosvoorde. Ondertussen geen schepen van Vlaamse Aangelegenheden meer, maar toch nog 292.345 euro waard. Wonen er dan zestien keer zoveel Vlamingen in Schaarbeek als in Bosvoorde? Nee. Heeft Schaarbeek dan zestien keer zoveel geïnvesteerd in de Nederlandstaligen als Bosvoorde? Bij ons weten niet. Schaarbeek bouwt
PREVENTIEF BELEID. De Brusselse regering maakt 55 miljoen euro vrij om tussen 2012 en 2014 overlast en spijbelen te bestrijden. Elke gemeente heeft een eigen plan ingediend. In de negentien gemeenten zijn 514 preventiemedewerkers aan de slag.
DINSDAG 21 FEBRUARI wel een nieuwe Nederlandstalige gemeenteschool, maar die kost de gemeente geen eurocent. Volgt u nog? Eén: de federale subsidies voor gemeenten met een Vlaams schepen of OCMW-voorzitter komen niet in de kas van de Vlaamse schepen, dus kan hij ze ook niet uitgeven. Ze komen in de grote pot terecht. Twee: de criteria voor de verdeling van de 35 miljoen euro federale subsidies zijn die van het Gemeentefonds. En die hebben niets met Vlaams/Nederlandstalig/Nederlandskundig te maken, wel met criteria als de grootte van een geDV meente en het aantal OCMW-steuntrekkers.
ZENNE GAAT EROP VOORUIT. Uit metingen van de Vlaamse Milieumaatschappij blijkt dat de waterkwaliteit van de Zenne de laatste jaren verbeterd is. Ook twijfels over de werking van het waterzuiveringsstation Brussel-Noord worden door een rapport van experts van tafel geveegd.
Samengesteld door Lidewij Nuitten
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF
BDW 1317 PAGINA 4 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
Sport > Waarom de fiets in de Vlaamse hoofdstad een marginaal verschijnsel blijft
Wielrennen en de barst in het parcours VORST – In Gent heb je de wielerpiste aan de Blaarmeersen: leg in Brussel iets vergelijkbaars aan, en de hoofdstad van Europa zou opnieuw een zesdaagse of een wereldkampioenschap binnen kunnen halen. Aan de vooravond van Kuurne-Brussel-Kuurne, de voorjaarsklassieker die dit jaar niet dichter dan Denderwindeke komt, maakt wielerbondsvoorzitter Tom Van Damme de optelsom van de kansen die Brussel laat liggen.
B
Hoe verloopt de samenwerking met de twee gemeenschapsafdelingen, te beginnen met Wielerbond Vlaanderen? Tom Van Damme: “Wel, die verhouding is op dit moment goed tot uitstekend. De afdelingen hebben uiteraard hun eigen bevoegdheden. Ze zijn verantwoordelijk voor het recreatie- en jeugdwielrennen en de voorbereiding van de nationale ploeg, maar de werking van die laatste is dan weer een bevoegdheid
van de KBWB. Die decentralisering is ook nodig, omdat wij een heel internationaal programma hebben dat een gedegen voorbereiding vereist. De koepel staat daarnaast in voor de organisatie van nationale én internationale wielerwedstrijden. Ondanks de goede synergie tussen de verschillende niveaus van de Wielerbond denk ik dat zowel de Waalse als de Vlaamse afdeling nog heel wat kan doen op het vlak van recreatiewielrennen. Daarin schuilt namelijk een grote toekomst. Een recreant die zich bij ons inschrijft, wordt ergens lid van dezelfde familie als Boonen of Gilbert. Ik denk dat de afdelingen dat nog meer moeten uitspelen. In Vlaanderen zijn mo-
Tom Van Damme (Leuven, 1961) werkte als senior consultant voor het pers- en communicatiebureau Dialogic mee aan de voorbereiding van de Olympische Spelen van Barcelona 1992 en Atlanta 1996 en verschillende andere BOIC-projecten. Tussen 1997 en 2010 was hij algemeen directeur van de Koninklijke Belgische Wielerbond (KBWB). Daarna volgde hij Laurent De Backer op als wielerbondsvoorzitter bij diezelfde KBWB. Daarnaast is hij bestuurder van Be Cycling, een vzw die zich bezighoudt met de ontwikkeling van de wielersport in België. Van Damme zit ook in de raad van bestuur van het BOIC en van de Wielerbond Vlaanderen en is lid van de werkgroep Communicatie van de UCI. TDM
menteel twintig- à dertigduizend recreanten aangesloten. Dat zouden er vijf keer zoveel moeten zijn.” Lijkt de samenwerking niet eerder op een gedwongen huwelijk? Van Damme: “Nee, maar de realiteit is wat ze is: de sport moet zich aanpassen aan de politiek. Als een achtervolgingsploeg bestaat uit zes renners, van wie er bijvoorbeeld
In 2010 lag de finish van de tweede rit van de Tour de France op de Lakense Houba de Strooperlaan.
WEGWIJS IN DE RUSTHUIZEN BRUSSEL – Bij nieuwbouw moeten rusthuiskamers voor de Vlaamse Gemeenschap 16 vierkante meter zijn, of 28 vierkante meter voor een tweepersoonskamer. De Franse gemeenschapscommissie Cocof en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) zijn al tevreden met 15 en 22 vierkante meter. Alle drie hebben ze rusthuizen in Brussel. Home-Info, van onder meer de klachtenlijn voor rusthuisbewoners, legde de drie reglementen naast elkaar. Wij luisterden mee. Jef Geelen van Home-Info maakte een uitgebreide studie van de drie reglementen. Afgemeten aan de belangstelling van sociaal werkers bij de presentatie was dat een welkome oefening. Maar het is ook belang-
twee uit Wallonië komen en vier uit Vlaanderen, dan kan dat problemen geven als er geen wil tot samenwerking is tussen Adeps en Bloso, de sportadministraties van beide overheden. Let wel: de wil tot samenwerking is er nog altijd, en ik hoop dat dat zo blijft.”
© BART DEWAELE
russel hinkt hopeloos achterop wat fietsinfrastructuur en -uitstraling betreft. Wat in metropolen als Londen en Melbourne mogelijk is, lijkt in Brussel in een institutioneel niemandsland te verzanden. Een enorm potentieel blijft zo onbenut. Kluisbergenaar Tom Van Damme, voorzitter van de Koninklijke Belgische Wielerbond (KBWB) die dit jaar honderddertig jaar bestaat, heeft er een uitgesproken mening over. Hij ontvangt ons in het aftandse bondsgebouw aan de Globelaan. Binnen doen portretten van onze nationale wielerhelden hun best om de boel een beetje op te smukken. Een zestal mensen verzorgt de dagelijkse werking van de nationale wielerfederatie. Dat zijn er niet overdreven veel, gezien de uitgebreide bevoegdheden en het belang van dit sportief orgaan.
Tom Van Damme
rijke informatie die de Brusselaars kan helpen een keuze te maken. Het zijn de gemeenschappen die instaan voor de normering van de gewone rusthuizen (ROB), maar de federale overheid is bevoegd voor de rust-
en verzorgingstehuizen (RVT). Het gros van het geld komt van het federale niveau (Riziv). Wat moet u weten als kandidaatrusthuisbewoner? Eerst en vooral is er de leeftijd. Bent u zestig jaar oud,
Het recreatiewielrennen is populair in Vlaanderen, maar lijkt in Brussel vrijwel afwezig. Hoe verklaart u dat? Van Damme: “Dat klopt, en dat is een groot probleem. Ik denk dat we moeten beginnen bij het begin. Om te fietsen of om aan wielrennen te doen, heb je een degelijke infrastructuur nodig. Ik denk dat Brussel en de andere grote Belgische steden daar toch voor een inhaalbeweging staan. In Melbourne (waar dit jaar het WK op de piste verreden wordt, red.) zie je elke ochtend werkelijk honderden mensen naar het werk fietsen, die daar dan ook een douche kunnen nemen. Ik zie een grote toekomst in de fietsautostrada’s. In Brussel moet dat ook kunnen, er is de kanaalzone.”
Van Damme: “Op dit moment niet. We willen wel lobbyen voor de puur sportieve infrastructuur. Om de stedelijke fietspaden verder te ontwikkelen, is de Fietsersbond het best geplaatst.” Hoe vindt u het Brusselse fietsbeleid? Van Damme: “Laten we even teruggaan naar de jaren 1960. Veel kinderen konden toen niet zwemmen. Nu zijn dat uitzonderingen, dankzij het onderwijs. Momenteel zijn er heel wat grote steden waar kinderen niet meer leren of kunnen fietsen. En daarenboven: wie durft zijn kind nog alleen met de fiets naar school te sturen? Daarop zal iets gevonden moeten worden.” “BMX zit als vrij recente én olympi-
“BMX zit als recente en olympische discipline in de lift. Het lijkt me dé toekomst voor een grootstad als Brussel”
Wordt er overlegd, gelobbyd?
sche discipline sterk in de lift; het lijkt mij dé toekomst voor grootstedelijke gebieden. BMX is een sport die naast het puur fysieke ook artistieke en materiaalkennis vereist. Zo zou er een sociaal project kunnen worden opgezet met jongeren in de grootstad. De Belgische wielercultuur en de stedelijke jongerencultuur kunnen zo tot een interessante symbiose komen.”
dan kunt u terecht in een rusthuis van de Cocof en de GGC. Om in een rusthuis van de Vlaamse Gemeenschap te trekken, moet u 65 jaar oud zijn. Bent u 58 en kunt u niet meer zelfstandig wonen, dan kunt u makkelijker in een rusthuis van Cocof of GGC terecht: daar wordt vijf procent bewoners jonger dan zestig toegelaten (uitzonderlijk tien procent). In de Vlaamse rusthuizen moet elke afwijking van de leeftijd individueel medisch gemotiveerd worden. Inzake hygiëne zijn de Vlaamse rusthuizen minder streng dan de
Franstalige en de tweetalige: in de eerste moet het beddengoed maar om de twee weken ververst worden, in de andere om de week. Wat de taal betreft is het Nederlands de voertaal bij de Vlaamse Gemeenschap, het Frans bij de Cocof en het Nederlands of het Frans bij de GGC. Let op bij het invullen van de documenten: daar wordt uw taalkeuze bepaald. En dan zijn er nog regels over hitte, roken en eten. In de drie types rusthuizen moet er steeds voldoende en gratis drinkbaar water voorhan-
© IVAN PUT
BDW 1317 PAGINA 5 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
project aan de Heizel. Ik wil nagaan of daar een BMX-piste ingeplant kan worden. Eventueel kan daar in een parkstructuur ook aan wegwielrennen gedaan worden, op bepaalde momenten van de dag. In New York en Parijs gebeurt dat al. Ter Kamerenbos is ook een optie. Beide plekken liggen trouwens ver genoeg uit elkaar. En waarom zou het niet mogelijk zijn om een wereldkampioenschap Veldrijden te organiseren in en om het Ter Kamerenbos?” En een wielerpiste in de hoofdstad, is dat een optie? Van Damme: “Dat is een interessante piste... Rond Brussel zijn er twee beschermde omlopen, in Affligem en Tubeke. Die zijn in beton en ook toegankelijk voor gewone wegfietsen. De piste in Affligem is
“Schrijnend dat er in de hoofdstad van dit wielerland geen multifunctioneel sportcomplex is”
Tom Van Damme, voorzitter van de Koninklijke Belgische Wielerbond, droomt van een internationaal uithangbord voor de Europese hoofdstad, en van BMX-pistes in de hele stad.
de vier hoeken van Brussel. Er zijn genoeg terreinen waar dat kan, met een minimum aan kosten.”
BMX in de stad, hoe ziet u dat? Van Damme: “Er zijn honderden voetbalterreinen in het Gewest, maar er is niet één BMX-terrein. Toch heb je maar een beperkte ruimte nodig. Dat kan de jeugd – ook de allochtone – aanspreken. Er zouden BMX-pistes moeten komen in
Zijn er al stappen gezet? Want die jongerencultuur leeft wel in Brussel. Van Damme: “Dat is iets wat voor-
den zijn: dehydratatie is bij ouderen steeds een gevaar. De GGC eist ook dat de bewoners beschermd worden tegen zonnestralen; Vlaanderen is nog strenger: er moet aangepaste zonwering zijn waarbij het uitzicht naar buiten zo weinig mogelijk gehinderd wordt (voor niet weinig ouderen is het zicht op straat of tuin een belangrijk contact met de buitenwereld), en bij temperaturen hoger dan 29 °C moet er een hitteplan zijn. In de GGC- en Cocof-rusthuizen moet er keuze zijn tussen twee me-
nu’s ’s middags en ’s avonds. Het reglement van de Vlaamse rusthuizen zegt hier niets over. In de GGC-rusthuizen is een volledig rookverbod niet toegestaan: er moet een rokers lokaal zijn. Vlaanderen gaat uit van de rookwetgeving. Om veiligheidsredenen kan het rusthuis roken op de kamer verbieden, maar dan moet er wel een rookzaal zijn. Ook de Cocof legt rokerslokalen op tenzij er een algemeen rookverbod is. Uitgebreide uitleg over de reglementering vindt u op www.home-info.be. Danny Vileyn
al door de twee afdelingen gedaan moet worden, want die zijn samen bevoegd voor Brussel. Het is mijn rol om ervoor te zorgen dat de neuzen een beetje in dezelfde richting staan. Daarnaast ga ik zelf contact opnemen met de Brusselse burgemeester in verband met het Neo-
nog maar pas open en heeft al 1.500 gebruikerskaarten verkocht. Het prijskaartje ligt rond het half miljoen euro.” “Daarnaast denk ik ook aan een Brusselse velodroom, zoals in de Gentse Blaarmeersen. Die wielerpiste zit van ’s ochtends tot ’s avonds bomvol, en op het middenplein wordt ondertussen gevolleybald en getennist. Maar er moet een politieke wil zijn om een multifunctioneel sportcomplex neer te planten, zodat er op permante basis aan wielrennen kan worden gedaan. Ook economisch is dit zeker haalbaar. Zo’n sportcomplex zou op termijn opnieuw een zesdaagse of een WK naar de hoofdstad kunnen brengen, want ik vind het toch wel schrijnend dat er in een sport- en wielerland als België geen enkele overdekte atletiek- of wielerpiste is – op Gent na, dan. Even ter vergelijking: Groot-Brittannië telt twintig velodromen.” “Ik denk dat er ten oosten van de drukke verkeersas AntwerpenCharleroi plek is voor een wieler-
piste. Voor mij mag dat gerust in Brussel zijn.” Je kunt je niet van de indruk ontdoen dat de Belgische wielercultuur aan de stadsrand halt houdt. Hebt u hier een verklaring voor? Van Damme: “Ik denk dat dat ook met de moderne tijden te maken heeft. Vroeger werden hier in bepaalde wijken wielerkoersen georganiseerd, maar ik denk niet dat dat nu nog gebeurt. De kosten en toelatingen zijn veel duurder dan in landelijk gebied, waar dertig seingevers soms al volstaan om een wedstrijd voor jongeren te organiseren.” “Daarenboven rijzen er altijd twee vragen in Brussel. Tot wie moet je je in godsnaam richten, en wie zal zo’n project trekken?” Blijft wel dat de zichtbaarheid van de wielersport uitblijft. De Grote Prijs Eddy Merckx kwam in de jaren 1980 aan in Brusselcentrum, sinds 2004 is die zelfs afgeschaft. Van Damme: “De Grote Prijs was een vrij dure wedstrijd, met grote namen en serieuze gages. Daarbij komt dat de publieke belangstelling voor een tijdrit toch niet dezelfde is als voor een wegrit. Anderzijds zou er rond een emblematisch figuur als Merckx wel opnieuw iets kunnen worden opgebouwd.” “Zelfde verhaal voor Kuurne-Brussel-Kuurne. De renners slaan af in het Pajottenland en doen Brussel al jaren niet meer aan. Ik zie ook veel potentieel in Parijs-Brussel, een internationale najaarswedstrijd die een prachtige, licht oplopende finish heeft aan de Heizel.” De gemiddelde Brusselaar ligt er niet wakker van. Van Damme: “Ik denk dat zoiets tot het takenpakket van een minister van Sport behoort. Als ik denk aan een internationale aankomst in Brussel, dan vraag ik dat de Stad of het Gewest dit kadert en nadenkt hoe de jeugd en de stad daarbij betrokken kunnen worden. Als de minister ambities heeft met het wielrennen, dan kan hij binnenkort met de bevoegde federaties aan tafel gaan zitten. Wij zijn alvast vragende partij. Een multifunctioneel sportcomplex moet mogelijk zijn.”
Tuur De Moor en Jean-Marie Binst
Kuurne-Brussel-Kuurne wordt gereden op zondag 26 februari. Meer op www.kuurne-brussel-kuurne.be ADVERTENTIE
BDW 1317 PAGINA 6 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
© BART DEWAELE
Twee hoogopgeleide Grieken, twee werkloze expats: Stavros (l.) en Maria (r.). “Misschien verbetert de situatie in Griekenland pas als ik zestig ben.”
Internationaal > Grieken op zoek naar werk in de hoofdstad van Europa
‘Teruggaan is geen optie’ BRUSSEL – Naar Duitsland, Turkije of zelfs buiten Europa: steeds meer Grieken zoeken door de crisis werk in het buitenland. Ook in Brussel stromen Griekse gelukzoekers toe. Maria en Stavros doen hun verhaal.
E
en diploma Politieke Wetenschappen en Internationale Betrekkingen, een master in de Oost-Europese Politiek en werkervaring genoeg. Als het op haar cv aankomt, kan Maria een mooi stukje papier voorleggen. En toch slaagt de 36-jarige Griekse er maar niet in werk te vinden. Drie maanden geleden besliste ze haar geboortestad Athene de rug toe te keren om in Brussel haar zoektocht naar werk voort te zetten. “Nadat ik in Londen mijn master had gehaald en er nog twee jaar als verkoopster en politiek-economisch analiste had gewerkt, kwam ik te-
rug in Athene met de gedachte dat ik Griekenland nooit meer zou verlaten,” vertelt ze. “Ik werkte als freelancer en was nog heel optimistisch. Met mijn ervaring in Engeland en mijn master op zak lag ik niet wakker van de toekomst.” Pas in 2006 ziet Maria de problemen opduiken. Na twee goede banen, bij een denktank van het ministerie van Buitenlandse Zaken en in een adviserend bedrijf voor Europese ontwikkelingsprojecten, stapelen de ontslagen zich op. Het wordt steeds moeilijker om werk te vinden en te houden. Na april 2010 verandert ze liefst vijf keer van werk. Zo dient ze
onder meer op in een restaurant en verkoopt ze koffie en broodjes in de stad. “De attitude van de werkgevers veranderde zienderogen. Ze toonden steeds minder respect voor hun werknemers. Op mijn laatste werkplek werd ik op een zo brutale manier ontslagen dat ik besliste geen enkele job meer in Griekenland te zoeken. Mijn broer woonde al enkele jaren in Brussel, en dus besliste ik het daar te proberen.”
Iedereen universitair Het exacte aantal Grieken dat in Brussel werk komt zoeken, is moeilijk vast te stellen. Toch gaat het
volgens Dimitri Argyropoulos, de voorzitter van de Helleense Gemeenschap van Brussel, om een aanzienlijk aantal. “In tegenstelling tot eerdere migratiegolven gaat het ook duidelijk niet meer om laaggeschoolden. Bijna alle Grieken die hier aankomen, hebben een universitair diploma op zak. Architecten die in een restaurant moeten werken, zijn hier al lang niet meer ongewoon.” Dat laatste is voor Stavros (36) geen onbekend gegeven. Hoewel hij van opleiding informaticus is, gaat Stavros enkele maanden na zijn aankomst aan de slag in een Grieks restaurant op de Grote Markt. “Dat was echt mijn ding niet,” zegt hij. Nadien werkt Stavros nog twee keer voor de Europese Commissie, maar zijn contracten lopen na enkele
maanden af. Sinds 1 januari zit de Griek weer zonder werk. “Het liefst zou ik ergens als account assistant aan de slag gaan. Maar ik weet dat ik realistisch moet blijven. Op dit moment zou ik om het even wat aannemen, want anders weet ik niet hoe lang ik de huur nog kan blijven betalen.” Opvallend genoeg is het aantal Griekse werkzoekenden dat bij arbeidsbemiddelaar Actiris geregis treerd staat, de laatste vijf jaar niet gestegen. Het aantal ingeschreven Grieken schommelt elk jaar rond de vijfhonderd. “We raden Grieken die hier aankomen, altijd aan zich in te schrijven bij Actiris,” reageert Argyropoulos, “maar veel Grieken gaan niet naar Actiris omdat ze na hun inschrijving binnen de drie maanden werk moeten vinden, en dat schrikt af.” Stavros meldde zich wel meteen aan na zijn aankomst, maar een jaar na zijn inschrijving heeft hij nog geen enkele aanbieding gekregen. Ook Maria heeft geen hoge pet op van Actiris. “Ik heb me niet ingeschreven, want na wat ik in Griekenland had gezien, was ik er niet echt van overtuigd dat de staat je kan helpen.” Maar na de eerste maand beseft Maria dat het toch niet zo eenvoudig is om zelf aan werk te geraken. “Ik ben gelukkig wel al op
BDW 1317 PAGINA 7 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
“Architecten die in een restaurant moeten werken, zijn al lang niet ongewoon meer” Nederlands laat Stavros de vruchten van een jaar les horen. Toch denkt hij eraan naar het Frans over te schakelen. “Ik dacht dat Nederlands gemakkelijker zou zijn om te leren en dat er meer werkaanbiedingen zouden zijn. Maar ondertussen heb ik ondervonden dat je zonder Frans moeilijk aan werk geraakt.” Maria koos wel voor Frans, maar ze beseft dat tweetaligheid in Brussel onoverkomelijk is. “Het is helaas onmogelijk voor mij om beide talen in korte tijd goed te beheersen. Dat maakt me wel wat pessimistisch. Ik had niet verwacht dat er zo weinig banen voor Engelstaligen zouden zijn. Achteraf bekeken had ik misschien best tegelijk voor banen in Brussel als in een Engelstalig land gesolliciteerd.” Naast haar zoektocht naar werk en haar Franse lessen probeert Maria er zoveel mogelijk andere activiteiten in Brussel op na te houden. Zo volgt ze ook nog Russische les en werkt ze als vrijwilligster bij SOS Opvang, het noodopvangproject voor daklozen dat acht ngo’s deze winter in Anderlecht oprichtten. “Ik wil zo goed mogelijk integreren in de stad,” zegt ze. “In Athene was ik constant omringd door vrienden en familie, en ik was bang dat ik hier in Brussel geïsoleerd zou raken. Dus ik dacht dat als ik dingen zou ondernemen die ik graag doe, ik ook mensen zou ontmoeten met dezelfde interesses. Daardoor ontmoet ik elke dag wel nieuwe gezichten en heb ik de tijd nog niet gehad om Griekenland te missen.” Ook Stavros’ terugkeer is nog niet voor meteen. “Zolang de manier van denken in Griekenland niet verandert, is er daar geen toekomst.” Toch hoeft de vraag over een terugkeer geen twee keer gesteld worden. “Het is zeker niet mijn plan om de rest van mijn leven in Brussel te blijven,” zegt Maria. “Maar wie weet verbetert de situatie in Griekenland pas als ik al zestig ben. En ik wil niet oud worden in een ander land.”
Lidewij Nuitten
P-PRAAT Grimbergen: le Premier néerlandais doit s’expliquer. Knap hoe de krant Le Soir twee prangende thema’s die met het Nederlands te maken hebben, tot één geheel weet te smeden. Voor de goede verstaander: het stuk onder deze titel ging over het meldpunt voor lastige Oost-Europeanen van Geert Wilders. En ook wel over het meldpunt voor lastige Franstaligen in Grimbergen, dat niet bestaat, behalve bij Le Soir. Nieuws uit Watermaal-Bosvoorde, dat is lang geleden. In de gemeente van 150.000 bomen en zeshonderd Vlamingen zal in het najaar een christendemocratisch geïnspireerde lijst aan de kiezer worden voorgelegd, samengesteld uit lokale kandidaten van CD&V, CDH en de tweemansfractie van Gestion Municipale. De lijst zal GMH heten, wat dus duidt op een humanistisch verbond. Doelstelling is om de al eeuwen durende Payfa-dynastie eindelijk te beëindigen. Van een uitdaging gesproken. Dat ze maar opletten bij GMH, want straks scharen de weinige Bosvoordse Vlamingen zich nog achter burgemeester Payfa, een hardleerse FDF’ster. Waarom de Bosvlamingen dat zouden doen? Wel, omdat Martine Payfa al een aantal jaar – sinds Groen-schepen Annemie Vermeylen ervan afzag – de bevoegdheid Nederlandstalige Aangelegenheden waarneemt. Een FDF-burgemeester die over de Vlamingen waakt, zeg nu zelf, dat is toch een stem waard. Wel, eigenlijk weten we niet wie er schepen van Nederlandstalige Aangelegenheden is in Bosvoorde. De gemeentewebsite geeft geen uitsluitsel, het staat er gewoon nergens vermeld. Ach ja, zolang de kassa maar rinkelt.
CHIEN ÉCRASÉ NACHTPARKEERPLAATS – Nachtparkeren in Sint-Joost-ten-Node, dat we daar zelf niet op gekomen zijn. Het probleem: te veel auto’s en inwoners die hun auto foutparkeren ’s nachts. De oplossing van de gemeente: foutparkeren ’s nachts toelaten. De hoop: dat de nachtparkeerders om zeven uur ’s ochtends hun auto eventjes reglementair zouden willen parkeren. Het gevolg: raad eens. HORTA – Het gaat niet goed met Horta. Met het premetrostation, welteverstaan. Sinds er een maand geleden verfbommen werden rondgegooid, zijn de sporen van het vandalisme nog duidelijk zichtbaar. De verf is wel weg, maar blijkbaar hebben de vandalen een sterk soort kleursel gebruikt, want het is nog goed zichtbaar waar er geklad werd. De MIVB had er misschien goed aan gedaan de verf te laten, dat was nog te verkiezen boven de troosteloosheid en het smerige uiterlijk van het station vandaag. KONINGSSTRAAT – Afsluiten doen we met de krant boven de parfumwinkel, beter bekend als Le Soir, met redactie in de Brusselse Koningsstraat. Naar verluidt vinden ze ons daar te min. Te min? Volgens Etterbeeks gemeenteraadslid Rik Jellema (Groen) wilde de Franstalig-Brusselse krant laatst niet dat een dubbelinterview met hem en Ecolo-voorzitster Sarah Turine ook in onze krant gepubliceerd zou worden omdat wij niet gelijkwaardig zouden zijn met Le Soir. Jellema werd trouwens ook niet als gelijkwaardig gezien, zodat uiteindelijk alleen Turine de pagina’s van de krant haalde. Wij zullen sportief zijn: wij hebben geen parfumwinkel onder onze redactie nodig om goed te zijn, beste Soir.
Politiek > Functie ‘toezichthouder taalwet’ wordt niet afgeschaft
Kabinetschef Grouwels wordt vicegouverneur BRUSSEL – Jozef Ostyn wordt de nieuwe vicegouverneur. Dat vernam tvbrussel. Met zijn aanstelling komt een eind aan anderhalf jaar speculeren over het verdwijnen van de functie. Jozef Ostyn is kabinetschef van minister Brigitte Grouwels en al jaren een vertrouweling van de CD&V-minister. Hij zal als kabinetschef worden opgevolgd door Johan Van Looy, die nu adjunct-kabinetschef is. De toekomstige benoeming van Ostyn betekent dat de federale en Brusselse regering niet van plan zijn de functie van vicegouverneur af te schaffen. Wel is het mogelijk dat zijn titel verandert. Hij zou dan commissaris van de Brusselse regering worden. De vicegouverneur waakt over de toepassing van de taalwet in Brussel. De gemeentebesturen moeten tweetaligen aanwerven; doen ze dat niet, dan tikt de vicegouverneur hen op de vingers. De vorige vicegouverneur, Hugo Nys, ging in september 2010 met pensioen. Hij werd toen opgevolgd door gouverneur ad interim
Jozef Ostyn leidde al tal van kabinetten van minister Grouwels.
Jean Clément. Daarover ontstond ophef omdat Clément Franstalig is. Ostyn wordt eerst waarnemend vicegouverneur. Pas als de gouverneur verdwijnt, zoals in het federaal regeerakkoord staat, wordt hij definitief benoemd. Steven Van Garsse
Stedenbouw > Europawijk in de ban van densificatie
‘Stadsverdichting is de norm aan het worden’ BRUSSEL – Meer bouwlagen op dezelfde oppervlakte: het principe is aanvaard voor de Wetstraat en inspireert nu ook de rest van de Europese wijk. Maar volgens de Brusselse Raad voor het Leefmilieu (Bral) wordt er te weinig rekening gehouden met de negatieve gevolgen van stadsverdichting. Vorige week sprongen de onderhandelingen af tussen Brussel en de Europese Commissie. De Commissie wil een tweede Europese pool aan Delta, maar het Brussels Gewest vond dat ze te veel kantoren eiste. Delta dreigde een volledig monofunctionele wijk te worden. Exit Deltawijk. Intussen wordt in alle stilte verder gewerkt aan de ontwikkeling van de wijk rond het Schumanplein en de Wetstraat. De Commissie wil daar haar kantoren uit de rest van de Europawijk concentreren. Zopas vaardigde de Brusselse regering een Zonale Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening (ZGSV) uit, een nieuw stedenbouwkundig vehikel dat de aflevering van bouwvergunningen mogelijk moet maken, in de lijn van het ontwerp van architect Christian de Portzamparc. Het ZGSV gaat binnenkort in openbaar onderzoek. Duidelijk is dat de Europawijk aan densiteit zal winnen. De totale vloeroppervlakte van de Wetstraat gaat van 490.000 naar 880.000 vierkante meter. Om dat te bereiken zullen enkele torens moeten worden gebouwd, onder meer op de hoek met de Etterbeeksesteenweg en aan Kunst-Wet. De verhouding vloeroppervlakte/terrein (V/T) in de wijk gaat van 4,5 naar 8. Dat is bijna een verdubbeling. Volgens Bral lijkt het erop dat die nieuwe
© ATENOR
twee gesprekken uitgenodigd, ook al ging het om stages van 750 euro en 400 euro per maand.” Net als veel van haar landgenoten begon Maria al in Griekenland met haar zoektocht naar werk in het buitenland. Argyropoulos: “We krijgen steeds meer telefoontjes van Grieken die naar hier willen komen. Maar mensen die hier geen kennissen hebben of mensen die niet goed Frans spreken, raden we het al af. We geven nieuwkomers dan ook altijd het advies om zo snel mogelijk taallessen in avondschool te volgen.” Dat advies sloegen Stavros en Maria niet in de wind. In een onberispelijk
Trebel in de Trierstraat: verdubbeling van de vloeroppervlakte. tendens ook in de rest van de Europawijk ingang vindt. Dat mag blijken uit het feit dat er een studie bezig is over de Europese wijk minus de Wetstraat. “Ook nu al zien we een verdichting,” zegt Hilde Geens van Bral. Zo is er de woontoren op de Maerlantsite (zie BDW 1316, p. 9) en het project Trebel aan de Belliardstraat (nu in openbaar onderzoek). In dat project gaat Atenor een jarentachtiggebouw met de grond gelijk maken voor een gloednieuw prestigieus gebouw voor het Europees parlement. De vloeroppervlakte stijgt van 18.000 naar bijna 32.000 vierkante meter. Is een compacte stad dan een slechte zaak? Geens: “We zien zeker ook positieve zaken. Zo zijn er tal van woonprojecten in de Europawijk: dat is nieuw. Maar toch is kritiek op zijn plaats. Meer kantoren en woningen betekent meer mensen in de Europese wijk. Daar moet een mobiliteitsantwoord op worden gegeven. En daar hebben we voorlopig nog niets van gezien.” SVG
BDW REGIO
BDW 1317 PAGINA 8 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
Deze week op de welkomstdrink > Molenbeek ontvangt zesduizend nieuwe inwoners
Tussen Brussel en Vlaanderen ligt een kleine provinciestad
Nieuwe Molenbekenaren op het welkomstfeestje van afgelopen week. Tussen speeches, broodjes en drank werd er gegrasduind in het gemeentelijk informatieblaadje, tweetalig en dus tweezijdig gedrukt.
© MARC GYSENS
Dan richt Philippe Moureaux zich tot zijn nieuwe inwoners. Een korte speech in beide landstalen – zelfs eerst in het Nederlands – zonder poespas en zonder de ideologische uitspraken die hem normaal gezien kenmerken. Hij roept op om tezamen een glas te drinken en een broodje te eten en zich vooral welkom te voelen. Mocht u twijfelen: er was wel degelijk alcohol beschikbaar. Een observatie van de nieuwe inwoners leert trouwens dat die niet allemaal Maghrebijns zijn. Kleurrijk, dat wel. Zwart-Afrikaans ook, want Molenbeek begint zo stilaan veel Congolezen te tellen. Een blik op de kleding en de manieren leert dat het hier toch wel om een voorzichtige middenklasse gaat. Of zoals we het ergens in de zaal verwoord hoorden: “Dit zijn de mensen die bereid zijn zich te engageren.” Met “Ik zou graag mijn kinderen naar het Nederlandstalig onderwijs sturen,” leidt een man van Congolese origine zijn vraag in. “Kunt u me helpen?” Hoewel het niet tot de corebusiness behoort, probeert de dienst Nederlandstalige Cultuur de man toch te helpen. Hij wil graag onze taal leren, en zijn kinderen moeten hem voorgaan. Even later voert een vrouw met hoofddoek een gesprek in het Nederlands. Ook over onderwijs.
Laïcité
SINT-JANS-MOLENBEEK – “Onze gemeente ligt pal tussen Vlaanderen en het centrum van Brussel. Wees welkom.” Ziedaar de boodschap van Philippe Moureaux. Zoals u hem niet kende: als stille burgervader, zich ver houdend van de controverse. Voor het eerst hield Molenbeek een informatieavond voor (officiële) nieuwkomers. Want sinds 1996 zit de bevolkingsgroei in de lift. Nu zijn er al bijna 94.000 zielen.
D
it verhaal heeft een voorgeschiedenis. In maart vorig jaar bracht ondergetekende de problemen van het reclamebureau BBDO in de Maritiemwijk in kaart, en enkele maanden later – in juni – bereikte dat nieuws ook de nationale media. Wat volgde, was een verhaal dat een eigen leven ging leiden en soms geen behoefte meer leek te hebben aan context. De mediaheisa deed burgemeester Philippe Moureaux (PS) een emotionele persconferentie houden die zijn gemeente zo mogelijk nog meer schade berokkende. Het nieuws dat BBDO toch wilde blijven, in het najaar, deed de rust voorlopig weerkeren. En ja, in feite is het al een hele tijd rustig in Sint-Jans-Molenbeek. Hoewel, rustig. De gemeente barst uit haar voegen. Zesduizend nieuwe
inwoners kwamen er vorig jaar bij, mediaheisa of niet. En dus vond het bestuur van Postcode 1080 dat het tijd was om daar iets mee te doen: een welkomstavond waarop nieuwelingen volop vragen kunnen stellen over hun nieuwe stek.
Tien procent Woensdagavond 15 februari, zes uur. Wanneer we uit metrostation Ossegem stappen, worden we aangeklampt door een man van Maghrebijnse origine. Met Hollandse tongval vraagt hij de weg naar de gemeentelijke feestzaal, waar de avond zal plaatsvinden. Aan de zaal is het druk, een af- en aanrijden van auto’s. En mensen. Aan de ingang treffen we zowaar burgemeester Moureaux aan, die ons de hand schudt en welkom heet.
Het is de eerste keer dat we Moureaux spontaan Nederlands horen spreken. Gemeentewoordvoerster Virginie
“Tja, het zal wel niet in heel Molenbeek veilig zijn, zeker?” Pochet is aangenaam verrast door de aanwezigheid van de pers – undercover gaan we niet, en in Molenbeek wonen we al evenmin. Ze nodigt ons uit eens rond te kijken. En te luisteren. En dat doen we. Twee Nederlandstalige jongedames vra-
gen aan de infostand van de dienst Nederlandstalige Cultuur hoeveel Vlamingen er in Molenbeek wonen. “Zo’n tien procent,” klinkt het. De twee zijn nieuw in Molenbeek en hebben het naar hun zin. “Tja, we moeten ons soms wel verantwoorden voor onze keuze, maar eigenlijk hebben we nog niets meegemaakt. Nu ja, het zal wel niet in heel Molenbeek veilig zijn, zeker?” Onze korte ronde bij de stand waar er parkeerinformatie te rapen valt (“Heeft u een auto?”) en bij de dienst Leefmilieu leert ons dat Molenbeek toch wel redelijk Nederlandsvriendelijk is. Hier toch. Bij de laatste infostand leren we ook dat er volgende week een door de gemeente georganiseerde wandeling is naar het waterzuiveringsstation Brussel-Noord, en dat er nog plaats is. “Zeker voor Nederlandstaligen, dus schrijf maar in!” En dat allemaal gratis. De politie is ook aanwezig – toch wel wat Vlamingen –, maar kent vanavond niet zoveel succes. Ze hebben nochtans hun schoonste kostuum van tussen de mottenballen gehaald.
“Natuurlijk gaat het vaak fout in Molenbeek,” zegt een enthousiaste medewerkster van het Huis van Culturen. Ze is Franstalig, maar staat erop Nederlands te spreken. “Zeker in de Maritiemwijk – en probeer aan vijftienjarigen maar eens cultuur bij te brengen. Maar het is ons menens. Als de media nu ook een beetje over ons zouden schrijven, en wat we allemaal proberen...” Het Huis van Culturen was de plaats waar Moureaux vorig jaar zijn kwade persconferentie hield. Hij maakte zich toen ook boos over het gebrek aan aandacht voor het goede in zijn gemeente. De jongedame schuift ons een flyer toe. ‘Laïcité, Inch’Allah’ staat erop. Het gaat over een documentaire van een Tunesische die de liberale visie op de islam van haar landgenoten in beeld wil brengen. Niet meedoen aan de ramadan, bijvoorbeeld. Vóór de Arabische Lente gefilmd, weliswaar. “Hier kunnen we last mee krijgen, maar we doen het toch.” Christophe Degreef
BDW 1317 PAGINA 9 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
Anderlecht > Burgemeester met brede lijst naar de kiezer
Burgemeester Gaëtan Van Goidsenhoven (MR) heeft zijn team bijeen voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Opvallendste naam is die van ‘hardnekkig oppositielid’ Walter Vandenbossche. Ook opmerkelijk zijn de voormalige FDF-kopstukken. Gaëtan Van Goidsenhoven (MR) op één, gevolgd door achtereenvolgens Monique Cassart (MR), Jean-Jacques Boelpaepe (FDF), Walter Vandenbossche (CD&V) en Françoise Carlier (MR): de top vijf vat de lijst goed samen. Het wordt namelijk een mix van verschillende centrumrechtse strekkingen die de krachten bundelen om GVG’s burgemeesterssjerp te verdedigen of, zoals dat officieel heet, ‘samen een nieuw project voor Anderlecht te verwezenlijken’. Van Goidsenhoven deed hard zijn best om de constructieve boodschap te verkondigen, maar in het speciaal daartoe afgehuurde MIVB-busje waarmee de journalisten op een toeristische trip getrakteerd werden, kon hij maar heel moeilijk om de polemiek heen die zijn partij het afgelopen jaar in twee spleet: Anderlecht heeft dit jaar een LB/MR- én een FDF-lijst. Toch is
© SASKIA VANDERSTICHELE
‘Ons project voor Anderlecht bindt ons’
lang praten heb ik besloten om samen met hem voor een mooi project te gaan.” Vandenbossche benadrukt wel dat hij tussen nu en de gemeenteraadsverkiezingen nog ‘keihard’ oppositie zal voeren. Wat Van Goidsenhoven ertoe bracht om Vandenbossche een vierde plaats aan te bieden? “Walter Vandenbossche heeft een legitimiteit bij een groot deel van de kiezers.”
Ook Open VLD
De CD&V’er Walter Vandenbossche staat later dit jaar op de Lijst van Burgemeester Gaëtan Van Goidsenhoven (foto), maar zal in de tussentijd nog ‘keihard’ oppositie voeren.
Van Goidsenhoven erin geslaagd drie boegbeelden van die laatste fractie achter zich te krijgen. Dat zijn, naast Boelpaepe, Anne-Marie
Vanpévenage (huidig schepen, op nummer 9) en Guy Vandecasteele (voorzitter van de Anderlechtse Haard en lijstduwer).
Het alleropvallendste is dat Walter Vandenbossche (CD&V) op de lijst staat. “Ik werd een jaar geleden door de burgemeester gevraagd, en na
Vandenbossche is overigens niet de enige Vlaming op de lijst. Ook Open VLD stuurt drie kandidaten: Vlaams volksvertegenwoordigster Ann Brusseel, Stefaan Van Hee en Jacob van de Zandschulp. Voor CD&V prijken naast Vandenbossche ook Anne Mertens, Erik Longin en Pieter-Jan Mattheus op de lijst. Zoals gebruikelijk juichen de kandidaten in koor dat het om een ‘nieuw, gezamenlijk project’ gaat ‘dat Anderlecht hoop moet geven’. Toch kan bij de ‘politieke vernieuwingsfactor’ van enkele kandidaten vraagtekens geplaatst worden: bij de derde plaats voor de omstreden Boelpaepe (in 2006 uit de partij gezet nadat hij torenhoge onkostenvergoedingen had ingediend) of de negende voor Vanpévenage (die sommige interpellaties lallend beantwoordt), bijvoorbeeld. Ook de komst van Vandenbossche, die wel eens aangewreven krijgt demagogische trekjes te hebben, wordt bij de jongere MR-garde niet bepaald op gejuich onthaald. Bruno Schols
TELEXREGIO
ADVERTENTIE
Problemen voor basisschool De Kriek SCHAARBEEK – Wordt de school van hout een school van blik? Daar lijkt het op, nu is gebleken dat het mooie ontwerp in hout voor de Nederlandstalige gemeentelijke basisschool in de Grote Bosstraat niet realiseerbaar is. Er reageerden maar twee aannemers op de openbare aanbesteding; één offerte was niet helemaal in orde en de tweede was dubbel zo duur als begroot. Schepen van Nederlandstalig Onderwijs Luc Denys (Groen) moet nu zijn toevlucht nemen tot containerklassen. Gemeenteraadslid Bernadette Vriamont (SP.A) vraagt zich af hoe lang die er zullen staan. Ook het project aan de Van Ooststraat, waar de school uiteindelijk naartoe gaat, vlot niet. In De Kattepoel, waar de school nu zit, kunnen de kinderen niet blijven omdat de school volgend jaar extra klaslokalen nodig heeft. De school heeft ondertussen wél een naam. Ze heet SVG voortaan, zo is in de gemeenteraad beslist, De Kriek.
Sport, cultuur, curSuSSen of
Groen en de globalisering BRUSSEL – Donderdag 23 februari om 19.30 uur wordt in De Markten The economics of happiness vertoond. De ondertitelde documentaire vertelt hoe milieu, economie en de mens lijden onder de genadeloze globalisering. Daarna is er een debat met Dirk BV Holemans van de aan Groen gelieerde denktank Oikos. Meer op 02-512.01.10.
jeugdactiviteiten
Woluwe wil weer...
in uw buurt?
SINT-PIETERS-WOLUWE – Wil je met mij...? maakt voor de vijfde keer anderstaligen warm voor het Nederlands. Nog tot en met 22 maart organiseert de gemeente samen met de VGC en het Huis van het Nederlands ludieke activiteiten, van een gidsbeurt door de KVS tot een cursus zelfverdediging of heerlijke hapjes. De kleinsten genieten mee: voor hen is er theater en fantasierijke dierenverhalen in de bibliotheek. Het taalproject sluit af met de jaarlijkse speeddate. Een initiatief van schepen Carla Dejonghe (Open BV VLD); meer op www.wiljemetmij.be.
Meer info vindt u in de gratis brochures
Terdelt wordt woonerf SCHAARBEEK – De gemeente maakt Terdelt autoluw. De straten van de tuinwijk uit het interbellum worden heraangelegd zonder voetpad, en er zal een snelheidsbeperking van 20 kilometer per uur gelden. De gemeente trekt voor de aanleg 3,1 miljoen euro uit. De oppositie (PS en CDH) vindt dat weggegooid geld. Volgens hen is de buurt helemaal niet opgezet met de heraanleg. Schepen van Openbare Werken Christine Smeysters (Ecolo) zegt dat de meeste buurtbewoners wel degelijk tevreden zijn over de SVG plannen.
www.vgc.be/vrijetijd - vrijetijd@vgc.be 02 563 03 00
BDW 1317 PAGINA 10 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
DE SUKKELSTRAAT (3)
Atelier 340 in Jette
‘Nu geen geld voor bakstenen’ Op 14 oktober zijn er gemeenteraadsverkiezingen. De komende maanden legt BDW in de reeks De Sukkelstraat elke week een pijnlijk aanslepend dossier uit een van de 22 Brusselse gemeenten op tafel.
Al jaren hangt er een groot oranje zeil over het laatste huis van de De Rivierendreef, een doodlopende straat langs het spoor. Het half afgewerkte huis moet al twintig jaar onderdeel worden van Atelier 340, het centrum voor hedendaagse beeldhouwkunst. Chronisch gebrek aan geld verhindert de afwerking van het project. Atelier 340 Muzeum werd ruim dertig jaar geleden uit de grond gestampt door de eigenzinnige Pool Wodek Majewski. In het vervallen werkmanshuisje op nummer 340 van de De Rivierendreef begon hij opmerkelijke tentoonstellingen en debatten rond hedendaagse beeldhouwkunst te organiseren. Al vlug had hij meer ruimte nodig. Ook de gemeente wilde de steeg met haar bouwvallige huisjes nieuw leven inblazen en zag wel iets in een kunstencentrum. In 1993 sloot ze met de vzw Atelier 340 een erfpachtovereenkomst van 35 jaar voor een heel rijtje huisjes, in 2000 kwam er nog een perceel bij. Voorwaarde voor de lage huur was dat de huisjes binnen de vijf jaar na de bouwvergunning gerenoveerd zouden worden. Wodek haalde er de kunstenaar-architect
Atelier 340 heeft geen geld om het renovatieproject af te werken.
Richard Flament bij, die een mooi, vrolijk ontwerp tekende. In 1995 werd de bouwvergunning goedgekeurd. Pas drie jaar later stemde de Franse Gemeenschap ermee in om een deel van het bouwproject te subsidiëren en kon het werk beginnen. Er kwam een volledig nieuwe ingang, met veel glas en hout, en ook verderop in de straat werden enkele huisjes opgeknapt. En toen was het geld op en viel het werk stil. Atelier 340 kampt al van bij zijn ontstaan met chronisch geldgebrek. Vorige zomer schrapte minister van Cultuur van de Franse
Wodek is ervan overtuigd dat Merry Hermanus achter het dichtdraaien van de subsidie kraan zit
© SASKIA VANDERSTICHELE
Gemeenschap Fadila Laanan (PS) de structurele jaarlijkse subsidie van 153.000 euro. Als reden werd financieel wanbeleid opgegeven. Wodek is er echter van overtuigd dat Merry Hermanus (PS), de Jetse schepen-zonder-bevoegdheden die het Atelier en zijn président-concierge al jaar en dag het vuur aan de schenen legt, achter het dichtdraaien van de subsidiekraan zit. Koppig weigerde hij een stap opzij te zetten of te stoppen. Het atelier, dat tien mensen tewerkstelt, leeft nu van het entreegeld, de productie van kaartjes, de occasionele verkoop van een
kunstwerk, de caféopbrengst en hier en daar een kleine projectsubsidie. Inmiddels staat het water Atelier 340 aan de lippen. Gas en elektriciteit werden al een keer afgesloten. Met de hete adem van de schuldeisers in de nek heeft Wodek nog amper de tijd om met kunst bezig te zijn. Enkele weken geleden deed hij een dramatische oproep om het nieuwe beeldenpark te redden. Een stuk van dat buitenterrein valt onder de erfpacht, maar het Atelier ging zelf een lening aan om het aanpalende perceeltje en een kunstenaarsappartement te kopen. Tegen 15 februari moest er 10.000 euro op tafel liggen voor de afbetaling. “U begrijpt dat ik in deze omstandigheden geen geld heb voor bakstenen,” zegt Wodek. De afwerking van het hoekhuis is voorlopig dus niet aan de orde. Maar ook elders in het gebouw zijn er nog grote delen waar de wind door de ramen giert en het dak bestaat uit simpele golfplaten. In 2004 gaf de gemeente uitstel tot in 2008 voor de afwerking van de renovatie. Het mocht niet baten. Erg moeilijk doet het schepencollege, Hermanus uitgezonderd, er niet over. “De meerderheid hecht aan het voortbestaan van het atelier,” zegt schepen van Cultuur Paul Leroy (LBJ). Daarom ook is het college bereid om de jaarlijkse steun, nu 2.500 euro, op te trekken. Maar geld om de renovatie over te nemen heeft de gemeente niet, althans dit jaar niet. “In 2012 staat de verbouwing van twee scholen op het programma. Misschien is er daarna iets mogelijk.” Bettina Hubo
ADVERTENTIE
PREMIÈRE!
TINE VAN AERSCHOT & CO
WE ARE NOT AFRAID OF THE DARK 1, 2 & 3/03 20:30 KAAISTUDIO’S
BELGISCHE PREMIÈRE!
NATURE THEATER OF OKLAHOMA
LIFE AND TIMES – EPISODE 2 8, 9 & 10/03 20:30 KAAITHEATER
Een voorstelling over overleven, maar vooral over liefde.
Een briljante, warholiaanse musical over het alledaagse. + CURSUS: JOHAN THIELEMANS OVER NTO, 9/03, 18:00
WWW.KAAITHEATER.BE
WWW.KAAITHEATER.BE
PREMIÈRE!
CINDY VAN ACKER/ COMPAGNIE GREFFE
NIXE + OBTUS
14 & 15/03 20:30 KAAISTUDIO’S
DIFFRACTION 17/03 20:30 KAAITHEATER
Danssculpturen van lichamen, ruimte, tijd en geluid. WWW.KAAITHEATER.BE
PREMIÈRE!
HEINE AVDAL & YUKIKO SHINOZAKI/FIELDWORKS
NOTHING’S FOR SOMETHING 23 & 24/03 20:30 KAAITHEATER De meesters van het Unheimliche aan het werk in het theater. WWW.KAAITHEATER.BE
BDW 1317 PAGINA 11 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
Elsene valt voor camera’S
Anderlecht > Oude maalderij wordt hypermodern bedrijven- en cultuurcentrum
Pareltje voor het kanaal © BOGDAN & VAN BROECK
De volgende jaren komen er in de politiezone Brussel-Elsene heel wat bewakingscamera’s bij. 51 zelfs in Elsene alleen, waaronder op het Flageyplein. Dit jaar gaat de eerste fase van start van het cameraplan-Brussel-Elsene. In de gemeente van burgemeester Willy Decourty (PS) komen er dan vijf camera’s, die het veiligheidsgevoel in de gemeente moeten vergroten en de criminaliteit helpen aanpakken. Van die eerste vijf camera’s komen er twee op het Flageyplein, een aan de Yourcenarlaan en twee op het Kasteleinsplein. In een tweede fase komen er dan op de rest van het Elsense grondgebied camera’s bij; waar is nog niet duidelijk. Het dossier over de plaatsing van camera’s gaat al een tijdje mee. Al sinds 2009 was er sprake van vier camera’s op het grootste plein van het Brusselse gewest, het Flageyplein. Uiteindelijk zijn het er voorlopig twee geworden. Een van de redenen waarom het zo lang geduurd heeft om de dingen te plaatsen, is dat de aanbesteding voor de camera’s op zich liet wachten en de nieuwe camera’s opgenomen waren in een plan dat de hele politiezone omvat. De eerste fase waarvan sprake, bijvoorbeeld, gaat niet alleen over vijf Elsense camera’s, maar ook over bijna zestig camera’s op het grondgebied van Brusselstad. In een derde fase komen er ook camera’s in Laken. De camerabeelden zullen niet permanent bekeken worden, zo weet Decourty nog. Waar ze worden geplaatst, zullen verplicht bordjes hangen om iedereen erop te wijzen dat de politie meekijkt. Indirect, dan.
De stevig gerenoveerde maalderij biedt vanaf 2014 ruimte aan bedrijfjes én moet een toeristische trekpleister worden, met een adembenemend uitzicht over de kanaalzone.
De voormalige maalderij aan de Demetskaai zal de komende twee jaar een ware metamorfose ondergaan. De oude industriële site, nu nog gebruikt als bandencentrale, wordt omgetoverd in een hypermodern bedrijvencomplex en een ‘Interpretatiecentrum’, dat de bezoeker alle aspecten van de kanaalzone laat ontdekken.
onderverdeeld in vijftien modules. Daarnaast komt er een ontdekkingscentrum van zo’n duizend vierkante meter waarin het typische karakter van de Brusselse wijken rond het kanaal in beeld gebracht zal worden, met de klemtoon op de industriële geschiedenis en het multiculturele karakter. Voor de precieze invulling van het
De prestigieuze renovatie wordt mogelijk gemaakt dankzij het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, kortweg Efro, dat de sociaaleconomische kloof tussen wijken wil verkleinen. Niet voor niets werd dit pand in het hart van de kanaalzone gekozen, een belangrijk onderdeel van Kuregem, tussen de Sluis van Molenbeek en de Biestebroekkaai. Het architecturale pronkstuk moet de hele wijk een nieuw gezicht geven en vooral de economische en culturele dynamiek aanzwengelen. Het hele terrein is twintig are groot. Van de ruimte is drieduizend vierkante meter bestemd voor kmo’s,
Het oudste gedeelte van de maalderij Moulart dateert van 1903.
ontdekkingscentrum zal volgende maand een museograaf aangesteld worden.
Hall of Fame Bij het uit de doeken doen van de plannen schuwden hoofdarchitecten Oana Bogdan en Leo Van Broeck – samen Bogdan & Van Broeck Architects – de chique woorden niet. © BOGDAN & VAN BROECK
Bezoekers worden op de benedenverdieping verwelkomd in de Hall of Fame, waar het onthaal van de bedrijfsruimtes en het Interpretatiecentrum liggen. In het midden van de hal bevindt zich de silo, een verticale ruimte die de verschillende verdiepingen met elkaar verbindt, met op de eerste verdieping aan de ene kant de ontdekkingsstudio voor projecties en aan de andere kant de vuurtoren, die de bezoeker een panoramisch uitzicht op de kanaalwijk biedt. Opmerkelijk is ook het innoverende atelier waar houten boten zullen worden gemaakt. Er zou ook een historische werf komen waar een aak gebouwd wordt, al moet dat idee nog nader onderzocht worden. Het gerenoveerde gebouw zou begin 2014 de deuren moeten openen en heeft een kostenplaatje van 7,67 miljoen euro. Ook de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Brus sel (Gomb, voor de aankoop van het gebouw) en de gemeente Anderlecht dragen een steentje bij. Bruno Schols
Schaarbeek > Dissidentie bij de Franstalige liberalen
‘De MR is één en ondeelbaar’ De Schaarbeekse MR heeft beslist om in een kartel met FDF-burgemeester Bernard Clerfayt naar de kiezer te trekken. De afdeling organiseert daarmee haar eigen dissidentie. De splitsing van het MR-FDF-kartel blijft voor troebelen zorgen. FDFvoorzitter Olivier Maingain had opgeroepen om voor de gemeenteraadsverkiezingen in Brussel geen kartellijsten aan te gaan met de MR. Voor de Schaarbeekse schepen Georges Verzin (MR) is het de logica zelf dat ook de MR dan apart van het FDF opkomt. “Waarom zou-
Georges Verzin, de nieuwe MR-kopman in Schaarbeek.
den wij burgemeester Clerfayt aan stemmen helpen? In een kartellijst hebben we als liberalen geen enkele zichtbaarheid,” zegt Verzin. De MR kwam in 2006 wél in kartel met het FDF op. De MR-schepenen Etienne Noël en Bernard Guillaume willen die samenwerking verderzetten en kregen de steun van de lokale afdeling. 21 van de 35 leden van het bestuurscomité stemden vorige week in een geheime stemming vóór het kartel. Daarmee is Verzin in de minderheid gesteld. Toch heeft hij het pleit niet verloren. Integendeel. Verzin heeft de steun van de partijtop. Als alles
goed gaat, wordt Verzin lijsttrekker voor de MR op 14 oktober, tenzij Louis Michel nog snel-snel bereid wordt gevonden naar Schaarbeek te verhuizen. Frédéric Cauderlier, de woordvoerder van MR-voorzitter Charles Michel, bevestigt dat zijn partij apart opkomt bij de gemeenteraadsverkiezingen. “De MR-leden die een akkoord tekenen met het FDF, zetten zich de facto uit de partij,”zegt Cauderlier. “De MR kan niet apart opkomen én in kartel met het FDF.” Over het gebruik van het MR-logo heeft de partijhoofdkwartier alvast het laatste woord.
Christophe Degreef
Volgens Cauderlier is de lokale afdeling haar boekje te buiten gegaan. “Er waren verzoeningspogingen bezig. Die zijn twee keer door de lokale afdeling met voeten getreden. Een keer hebben Noël en Guillaume een communiqué verstuurd over hun akkoord met het FDF. En vorige week heeft de lokale afdeling hierover een stemming gehouden. Die is niet geldig, want we waren nog met gesprekken bezig.” Intussen laat het FDF een charter rondgaan. Daarin wordt gevraagd zich te verzetten tegen het insluiten van Brussel door Vlaanderen en actief te ijveren voor de uitbreiding van Brussel. Dat ligt gevoelig bij de MR. MR-schepen Noël liet in La Libre Belgique weten dat hij dat FDFcharter niet zal tekenen. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
Steven Van Garsse
BDW 1317 PAGINA 12 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
Het Brussels gewest verjongt. Als we jonge gezinnen naar de hoofdstad willen lokken, dan moeten we er ook voor zorgen dat hun kinderen hier ruimte hebben om zich te ontspannen. Dat ze in onze stad kunnen ravotten, zwemmen, fietsen en uitgaan. Wie een woonbeleid beperkt tot een huisvestingsbeleid, toont aan geen voeling te hebben met de behoeften van moderne gezinnen. Brussel heeft net behoefte aan meer ontspanningsmogelijkheden voor de jeugd. We hebben één schaatsbaan voor meer dan een miljoen inwoners. In West-Vlaanderen zijn er voor evenveel inwoners drie. Er zijn nauwelijks binnenspeeltuinen in het noorden van Brussel. In het Kinderparlement vroegen kinderen al tweemaal op rij een avonturenpark, waar ze vrij kunnen ravotten. “In Brussel is te weinig plaats om te spelen,” hoor je.
Gewest-Stad: het botst
De Heizel moet recreatief blijven, vindt Els Ampe. “Als we jonge gezinnen naar de hoofdstad willen lokken, dan moeten we er ook voor zorgen dat hun kinderen hier ruimte hebben om zich te ontspannen. Wie een woonbeleid beperkt tot een huisvestingsbeleid, toont aan geen voeling te hebben met de behoeften van moderne gezinnen.”
© JOHNMCGA
Stedenbouw > Open VLD verwijt Stad Brussel verborgen agenda
‘Heizel moet ontspanningsgebied blijven’ “Met de oprichting van allerhande vzw’s schakelt men de democratische controle van de gemeenteraad uit”
LAKEN – Het Neo-project moet de Heizel een nieuwe bestemming geven. Open VLD’ster Els Ampe verzet zich: “Alles moet wijken voor de verkavelingsdroom van burgemeester Thielemans. Het aloude burgemeesterssyndroom, voor een ‘eerste steen’ die generaties later nog moet glinsteren. Of is er meer aan de hand?”
BDWOPINIE Waarom zet de Stad toch door en volgt ze een eigen agenda? Omwille van een duidelijke toekomstvisie voor de hoofdstad? Omdat ze jonge gezinnen wil aantrekken? Om bedrijven meer ruimte te geven? Was het maar waar! Ik vrees dat er andere motieven spelen. Kijk even mee naar het kluwen van vzw’s dat achter de hele operatie schuilgaat. De Stad Brussel is eigenaar van de Heizelgronden. Die laat ze uitbaten door de vzw Tentoonstellingspark. De vzw sluist een aantal opdrachten door naar de nv Excs. Die nv sluit op haar beurt huurcontracten af met Mini-Europa,
Océade, Kinepolis en Bruparck. Het Koning Boudewijnstadion wordt dan weer beheerd door een andere stads-vzw: Prosport. De reden waarom de Heizelvlakte een verwaarloosde lappendeken is, kun je dus moeilijk toeschrijven aan enkele concessionarissen zoals Mini-Europa, Océade en Kinepolis. Het kluwen van vzw’s leidt tot wanbeheer. Sterker zelfs: met de oprichting van allerhande vzw’s schakelt men de democratische controle van de gemeenteraad uit. Men trekt als het ware een muur van vzw’s en beheersorganen op om pottenkijkers buiten te houden. De nv Excs bijvoorbeeld bestaat alleen uit leden van de meerderheid: burgemeester Freddy Thielemans (PS), schepen Philippe Close (PS), sche-
Els Ampe (Open VLD).
pen Christian Ceux (CDH), Henri Dineur (PS, ex-kabinetschef van Charles Picqué) en vastgoedtycoon Paul Delesenne (via zijn nv Iza). Dat Delesenne mee in het beheer zit, moet toch ook vragen doen rijzen. Wat doet een vastgoedmakelaar in de raad van bestuur van een exploitatievennootschap? Het algemeen belang dienen? Hoeft het te verbazen dat de Stad bij de Europese Commissie ging ijveren voor EU-kantoren op de Heizel? Het plan van de Stad werd onder meer opgesteld door diezelfde Paul Delesenne, die samen met Richard
Boomer in 1991 het vastgoedbedrijf Codemer oprichtte. Boomer adviseerde de vorige EU-commissaris Siim Kallas over de locatie van de kantoren van de Europese Commissie. Louter toeval allemaal? Hoog tijd dat er een doorlichting komt van dit kluwen aan vzw’s en beheersorganen. Tijd vooral dat de gemeenteraad zijn democratisch controlerecht terugkrijgt. Voor mij moet de Heizelvlakte haar oorspronkelijke doelstelling – recreat ie voor de mensen die in de stad wonen – behouden. Océade en Mini-Europa zijn daarin belangrijk.
Over de toekomst van de Heizel zitten de Stad Brussel en het Brussels Gewest niet op dezelfde lijn. De Stad wil er graag woningen, kantoren en een megashoppingcenter bouwen. Recreatieve activiteiten zoals Océade en Mini-Europa moeten daarvoor wijken. Het Gewest ziet het anders. Kantoorruimte op de Heizel is nutteloos. Met anderhalf miljoen vierkante meter leegstaande kantoorruimte vormt er zich geen probleem van aanbod. Het Gewest wil ook dat Mini-Europa, Océade en Kinepolis blijven. Dat staat overigens in het regeerakkoord. 250 mensen zouden hun baan verliezen als de nv Excs (in opdracht van de Stad) het contract met Océade en Mini-Europa niet verlengt. De Stad is zich duidelijk niet bewust van de economische crisis. De nv Excs argumenteert dat Océade lelijk is en wil een ‘upgrade’. Wat belet de nv om die upgrade aan Océade te vragen? De voorbije jaren kwam het geregeld tot botsingen tussen Stad en Gewest. Zo erg zelfs dat op een gegeven moment Stad en Gewest elk met een ander verhaal naar de Europese Commissie trokken over de Heizel als mogelijke vestigingsplaats. Het gaat zelfs verder. De Stad probeerde de Europese Commissie op de Heizel te krijgen achter de rug van Gewest en gemeenteraad om. Ze doopten hun dossier ‘Voldemort’, voor de (niet-)Harry Potter-kenners: ‘hij die niet genoemd mag worden’. In een onbewaakt moment formuleerde de minister-president van het Brussels Gewest het als volgt: “Het ware potentiële conflict stelt zich met Brussel-Stad. De stad die we wel eens als een staat in de staat durven te omschrijven...” Het Neo-plan ruikt naar Vanden Boeynants-toestanden. Kortetermijndeals met vastgoedoperatoren, maar geen globale, geïntegreerde (toekomst)visie op de stad. Het Brussels Gewest moet nu een vuist maken. Het kan nog. Els Ampe Els Ampe is Open VLD-fractievoorzitster in het Brussels parlement en gemeenteraadslid in Brussel-Stad
BDW 1317 PAGINA 13 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
BRIEVEN VAN LEZERS lezersbrieven@bdw.be Hedendaags (1) In de analyse die Yamila Idrissi (SP.A) maakte van het falende cultuurbeleid in Brussel (in BDW 1314 van 2 februari, p. 14: ‘Het culturele voorjaar wordt een mager beestje’), ontbreken een aantal essentiële elementen. Vooreerst is er geen ‘totaal gebrek aan ambitie en visie in Brussel’, maar eerder ‘voor Brussel’. De aangehaalde musea zijn stuk voor stuk federale instellingen waarover Brussel (lees: Gewest, gemeenschappen of Stad) strikt genomen niks te zeggen heeft, op inhoudelijk, beleidsmatig, infrastructureel of personeelsvlak. De vroegere parels van de Belgische staat worden al jaren verwaarloosd door het federale niveau, ongeacht waar ze zich bevinden: denk maar aan de Plantentuin van Meise. Maar aangezien acht van de tien federale wetenschappelijke instellingen op Brussels grondgebied liggen, is het nogal gemakkelijk om weer populistisch-negatief Brussel met de vinger te wijzen. “De hoofdstad mist ambitie, mist visie” moet dus eigenlijk zijn “België mist ambitie en visie voor zijn eigen hoofdstad.” Het is natuurlijk waar dat bepaalde federale culturele instellingen niet goed functioneren door een gebrek aan beleid, aan transparantie, aan ambitie, maar vooral door veel politiek gekonkel aan de top. Maar ook de Stad Brussel heeft een verpletterende verantwoordelijkheid door een eigengereide koers te varen, door leegstaande gebouwen aan te kopen (Dexiagebouw en Beurs) om er een museum van moderne kunst in onder te brengen zonder enig plan, zonder enige visie. Voorts miskent het artikel kunstinstellingen die wel een dynamisch tentoonstellingsbeleid hebben inzake hedendaagse en moderne kunst, zoals Wiels en Bozar. Het zogezegde ‘braakliggend terrein’ voor hedendaagse kunst is al jaren ingenomen door verschillende spelers in Brussel die duidelijk meedraaien op internationaal niveau. Niet voor niets schieten de laatste tijd de internationale galerieën voor moderne en hedendaagse kunst in Brussel als paddenstoelen uit de grond. Hedendaagse kunst leeft dus wel degelijk in Brussel, evenwel vaak dankzij privé-initiatief (en dan eventueel met financiële steun van de gemeenschappen). Gezien de terechte kritiek op het falende beleid van de federale overheid en van de Stad Brussel moet de boodschap vooral gericht worden aan de socialistische mi-
BDWOPINIE
nister Onkelinx, die bevoegd is voor de federale culturele instellingen, en aan de socialistische burgemeester Thielemans. Annemie Maes, Brussels parlementslid (Groen)
Europa boven door Danny Vileyn
Hedendaags (2) Het verhaal van Yamila Idrissi (BDW 1314, p. 14) kan verder genuanceerd worden. In Bozar en vooral in Wiels (voor hedendaagse kunst) wordt er vandaag wel een dynamisch tentoonstellingsbeleid ontwikkeld. Eigen tentoonstellingen worden er overgenomen door de grootste musea, waaronder het Moma in New York. Hedendaagse kunst leeft wel degelijk in Brussel, en het negatieve verhaal over de huidige toestand in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten dient ruimer gekaderd te worden om niet in negativisme over de hoofdstad te vervallen. De economische return is een ander verhaal, dat beter niet primeert op inhoudelijke vernieuwing. Die return is natuurlijk wel belangrijk voor de financiële haalbaarheid van het beleid. Zo niet bestaat – bijvoorbeeld – het risico dat je een knap Magritte Museum binnen de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten opent en de rest moet wachten op betere tijden. Ik ben er niet van overtuigd dat alle huidige en potentiële cultuurdragers onder één hoedje samenbrengen de ideale formule voor Brussel is. Dit wordt geen museum van de negentiende eeuw, toch? Bovendien vraagt een werking in functie van collectievorming en/of het opzetten van tijdelijke tentoonstellingen om prioriteiten: bij de uitbouw van een verzameling zijn representativiteit en de keuze voor België of internationaal een punt. Dit vormt geen ‘belemmering’ voor Wiels of Bozar. Zowel inhoudelijk als beleidsmatig is de gelijkschakeling ‘hedendaagse avant-garde’ en ‘moderne kunst’ niet evident. Voor mezelf ligt de overgang ergens tussen het stimuleren en duiden van talent en de fase waarbij kunst een studieobject wordt. Om het met John Baldessari te zeggen: “Spreken over kunst is geen kunst. Spreken kan kunst zijn, maar dan is het geen spreken over kunst.”
Wouter Bracquené, Elsene © BELGA / BELGIAN FREELANCE
Het afblazen van een tweede Europese kantoorwijk op de Delta-site in Oudergem is niet de meest gelukkige beslissing van de regeringPicqué IV. Het was nota bene een optie die de vorige regering Europa zelf aangereikt had. Nu heet het dat het water te diep is tussen de Europese wensen en de verwachtingen van Gewest en gemeente. Ook FDF-burgemeester Didier Gosuin is tegen. Natuurlijk heeft minister president Charles Picqué (PS) gelijk als hij stelt dat het Gewest stedenbouwkundig niet met om het even wat moet instemmen. Anderzijds: in deze crisistijden kan het geen kwaad eraan te herinneren dat Europa heel veel banen oplevert, direct en indirect, voor Brusselaars en Vlaams- en Waals-Brabanders. En heel België. We moeten dus ook Europa niet tergen, hoeveel (pertinente) vragen de Europese politiek dezer dagen ook oproept. Europa in Brussel blijft een zegen. Zelfs het argument dat de eurocraten zoals wij ze noemen, geen gemeente- of gewestbelastingen betalen, is sinds het aantreden van de regering-Di Rupo niet langer ter zake. Vanaf 2013 krijgt het Brussels Gewest een flinke compensatie voor de gederfde belastinginkomsten. In 2013 is het bedrag nog bescheiden (48 miljoen euro), in 2015 beloopt het al 159 miljoen. Eurocraten brengen het Brussels Gewest voortaan geld op. Nu nog de ‘eurocraten’ meer bij de stad betrekken. En daar dienen zich een paar uitzonderlijke gelegenheden aan. De verhuizing van de gevangenissen van Vorst, Sint-Gillis en Berkendael naar Haren is zo’n gelegenheid. Op de grens van Sint-Gillis en Vorst komt negen hectare grond vrij. Of beter: er komt een terrein vrij, met gebouwen waarvan een deel zeker het behouden waard is. Een deel ligt op het grondgebied van Sint-Gillis, een groter deel op het grondgebied van Vorst. Een nieuwe Europese school hoort er zonder twijfel thuis. Maar ook woningen die eurocraten en andere expats met schoolgaande kinderen kunnen verleiden. Toch moet het geen eurocratengetto worden. Er horen ook woningen te komen voor hogere en lagere middeninkomens. De site moet ook dienen om jonge en minder jonge stadsvluchters in de stad te houden. Ook alleenstaanden. We moeten buiten de lijntjes durven te kleuren. Het Brussels Gewest heeft belastingbetalers nodig. Sint-Gillis en Vorst hebben hen hard nodig. Een gemengde wijk – eurocraten, nieuwe en autochtone Brusselaars – met een architectuur die de gebruikelijke middelmaat overstijgt: geef toe dat het verleidelijk klinkt.
EVA HILHORST
Het Museum voor Moderne Kunst, onderdeel van Schone Kunsten, is dicht, de collectie opgeborgen. Op de achtergrond het Paleis van Karel van Lotharingen.
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
© SASKIA VANDERSTICHELE
BDW 1317 PAGINA 14 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
VADROUILLE
Zavel wordt Mekka van de strip BRUSSEL – Na eerst een studentenbuurt, later een antiquairscentrum en het jongste decennium een concentratieplek van chocoladeverkopers te zijn geweest, profileert de Zavel zich stilaan als het eldorado van de strip.
Horeca > Weer drie nieuwe cafés van Frédéric Nicolay
‘Ik doe mijn zin’ BRUSSEL – Op 1 maart opent halverwege de Dansaertstraat BarBeton, en ondertussen staan in dezelfde straat Belle Equipe, en in de Lakensestraat café Flamingo in de steigers. Frédéric Nicolay (zie ook: Zebra, Café Belga, Bar du Matin en zoveel meer) slaat weer toe.
F
rédéric Nicolay (1969), kok van opleiding, blies met zijn hippe cafés verschillende Brusselse wijken nieuw leven in. Hij ontvangt ons ontvangt ons in zijn bureautje annex atelier in de Vandenbrandenstraat. Daar zitten hij en zijn vier medewerkers sinds een paar maanden in een oude autogarage. We krijgen er een espresso en tijd voor een gesprek, dat begint met het ophalen van herinneringen aan zijn beginperiode, toen hij met zijn cafés het Sint-Goriksplein reanimeerde. De drang om initiatieven te nemen in probleembuurten heeft hij blijkbaar nog altijd. Of ontvouwt hij zijn strategie in nauwe samenspraak met de gemeente? “Nee, helemaal niet,” zegt Nicolay stellig. “Ik word nooit getipt. Ons project met Flamingo in de Lakensestraat is daar een voorbeeld van. Gisteren hoorde ik pas dat de Stad in die buurt voor 26 miljoen geïnvesteerd heeft. 26 miljoen! En dan moet je zien hoe verrot het daar nog altijd is!” Benadert de Stad u dan nooit om de plannen wat op elkaar af te stemmen?
Nicolay: “Ik moet zeggen dat ik daar zelf niet zo tuk op ben. Ik doe liever mijn zin dan dat ik word opgebeld om een project te doen voor iemand anders. Zelfs van zakenlui die geld hebben maar een concept met een naam die me niet aanstaat, loop ik het liefst hard weg.” Een ander misverstand dat nog altijd leeft, is dat u ook eigenaar zou zijn van de panden die u inricht. Nicolay: “Nooit.” U koopt ook geen gebouwen op om er later eventueel iets mee te doen? Nicolay: “Helemaal niet. Het pand van BarBeton stond op een dag gewoon te huur. Eerst heb ik de mensen van boekhandel Filigranes gebeld omdat ik die goed ken. In het begin toonden ze zich enthousiast om daar iets te beginnen, maar uiteindelijk trokken ze zich terug. Toen ik de eigenaar vroeg of ik er misschien een café van mocht maken, zei hij dat het dat ooit al geweest was. We zijn gaan breken en hebben de granito op de vloer terugge-
© IVAN PUT
Galerie Champaka werd als eerste bekend met de verkoop van originele stripplaten, dan kwam het Comics Café met zijn Stripdorp, en op 22 maart opent de stripkunstgalerie Petits Papiers de deuren in het voormalige achterpand van La Vaisselle au Kilo. De galeriehouders openden naast hun zaak aan het Fontainasplein in 2010 een nieuwe in het Parijse Saint-Honoré: Galeries Petits Papiers BD Franco-Belge. Nu komen ze terug en beginnen ze in de Bodenbroekstraat 8 (tegenover de Zavelkerk) met drie verdiepingen. Petits Papiers pakt uit met duo-exposities waarin telkens een (strip)tekenaar naast een plastische kunstenaar tentoonstelt. In de kelderruimten zullen originele stripplaten hangen, op de gelijkvloerse en eerste verdieping is de tijdelijke tentoonstelling: illustrator Jean-Claude Götting en fotograaf Patrick Van Roy (rond wandelingen in Brussel), schilder Alex Varenne en Georges Pichard (rond vrouwen) en Claude Viallat met illustrator François Avril. De eerste expositie wordt volledig gewijd aan Philippe Geluck (Le Chat). Brusselaar Ever Meulen werd al gevraagd om in 2013 met nieuw werk te exposeren. “Het stripverhaal komt zich aan de Zavel vestigen; de hele kunstwereld daarrond is nieuw en concurrentie is gezond,” zegt hij. “In 1989-’90 maakte ik tekeningen voor het Siru-hotel, ik kreeg toen honderdduizend frank voor de reeks van tien. In 2010 is alles daarvan geveild, het moest weg. Voor één plaat werd toen een tienvoud neergeteld. Ik heb contact opgenomen met de Argentijnse Parijzenaar Antonio Seguí, wiens werk ik al als student in Gent bewonderde (1966). Ik ben schetsen gaan maken naar zijn popartachtige kunst. Zijn werk blijft me intrigeren. Al had ik net zo goed kunnen kiezen voor Panamarenko of Wim Delvoye voor de duotentoonstelling in Petits PaJMB piers.”
DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK
vonden, de tegeltjes in de toiletten. Een goede plek, dus. En alle projecten gaan op deze manier. De plek waar nu Potemkine zit (aan de Hallepoort, red.), vond ik mooi, maar ik had er niet echt een idee voor. Ik heb mijn vrouw gebeld en gezegd dat ik het zou doen als ze binnen anderhalf uur een goede naam vond. Ze kwam met Potemkine.” Waarom nam u het initiatief om Filigranes te bellen? Idealisme? Nicolay: “Vooral omdat je merkt dat het voor Modèle – ondertussen Bistro du Canal – en Walvis op het einde van de Dansaertstraat nog altijd niet evident is om de boel draaiende te houden. De realiteit is dat dat lange stuk tussen het begin en het einde van de Dansaertstraat moeilijk te overbruggen blijkt. De zaken rond Walvis en Bistro du Canal zijn bijna allemaal pourri.” Naast Modèle wilt u Belle Equipe openen, een bar met wijn en pizza’s. Nicolay: “Dat is nog altijd het idee, maar we moeten nog geschikte uitbaters vinden. Daarom weten we ook nog niet wanneer we kunnen openen, hoewel alles klaarstaat. Als het een kleine zaak is, dan moeten de uitbaters interessante mensen zijn. Als in Café Belga de serveuses onuitstaanbaar zijn, dan is dat vervelend, maar uiteindelijk ben je toch met vrienden. Ik geef trouwens toe dat in de bars die ik heb vormgegeven, de uitbating niet altijd geweldig is. Maar dat is niet mijn fout. Met de exploitatie ga ik me echt niet bezighouden.”
www.petitspapiers.be Aan de gevel van Belle Equipe hangt al een luifel met reclame voor de Volgapils die ook in Potemkine verkocht word. Iets mis met Vedett? Nicolay: “Nee. Zoals je weet, heb ik Vedett van brouwerij Moortgat mee helpen herlanceren. Maar het idee om een bier te maken dat Volga heet, heb ik al lang. Toen mijn vrouw met de naam Potemkine kwam, moesten we er wel werk van maken. Het merk is van mij, brouwerij Saint-Feuillien brouwt het op dit ogenblik.”
ADVERTENTIE
Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap
✆ 0800-15045
alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30
Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be
BarBeton in de Dansaertstraat gaat op 1 maart open. De toog is een exacte kopie uit Corbusiers Cité Radieuse. “Bijna een Zwitsers chalet, zoveel hout als we hier gebruiken!”
Als het vroegere Café Modèle en Walvis het moeilijk hebben, is het dan een goed idee om nog meer bars te openen? Nicolay: “In het begin vond ik dat inderdaad zelf ook niet zo’n goed idee. Toen de Stad
© IVAN PUT
BDW 1317 PAGINA 15 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
Frédéric Nicolay in Flamingo in de Lakensestraat, een van zijn projecten in de steigers. “We twijfelen nog hier en daar. Het mag niet te chic zijn, en we moeten in het begin niet te veel investeren. We zijn niet beschermd tegen molotovcocktails.”
Brussel mij vroeg om ook het café van de SintGorikshallen te doen, heb ik gepast omdat ik dat het café te veel vond. Maar als er op de Dansaertstraat nauwelijks andere zaken bijkomen, dan moeten wij het wel doen. Al is het niet omdat ik erachter zit dat het per se ook goed marcheert. Soms gaat het ook het minder goed.” Bijvoorbeeld? Nicolay: “De Roi des Belges had het in het begin heel moeilijk. In Mappa Mundo zaten de mensen graag omdat we daar veel hout hadden gebruikt. In de ultrahedendaagse Roi des Belges zaten hooguit twee, drie kunstenaars. We hebben dus parket op het beton gelegd, spiegels opgehangen, de verlichting veranderd, en toen was het wel vertrokken. In dit koude land willen de mensen warmte.”
“Als in de Belga het personeel onuitstaanbaar is, dan is dat vervelend, maar uiteindelijk ben je er toch met vrienden. De uitbating van mijn bars is inderdaad niet altijd geweldig”
Wat zijn de concrete plannen? Nicolay: “Voor de opening mikken we nu op half mei. Er komt een groot terras, maar wel een dat geen direct zonlicht heeft. Daarom hebben we het plan om met een grote spiegel het zonlicht op het terras te weerkaatsen. In Le Monde heb ik dat eens gezien bij een bar in Italië. We hebben aan de Stad toelating gevraagd en we gaan hetzelfde doen. Verder wordt het een groot café. Het OCMW wilde zijn gebouw oorspronkelijk in vier kleine handelsruimtes onderverdelen, maar ik wilde alleen het geheel. Op die plek kun je geen klein cafeetje openen. De mensen lopen niet helemaal naar het einde van de Lakensestraat als de kans klein is dat ze er iemand tegenkomen die ze kennen.”
Nicolay: “We twijfelen nog over een aantal zaken. Gezien de buurt mag het ook niet te chic zijn en moet je in het begin ook niet te veel investeren. We zijn namelijk niet beschermd tegen molotovcocktails.” Zijn er dan nog projecten waar we nog niets van af weten? Nicolay: “We gaan een paviljoen maken voor Bergen (in 2015 culturele hoofdstad, MB). Misschien ga ik me ook bezighouden met de cafetaria van Cinema Galeries. En we denken ook mee na of we iets met de Greenwich kunnen doen. De renovatie was zwaar, dus de huur is navenant, maar het is een uitdaging om ervoor te zorgen dat het daar geen museum wordt.”
Krijgt Flamingo ook in figuurlijke zin de allure van een ‘grand café’?
© IVAN PUT
Michaël Bellon
www.barbeton.be
Is die er in BarBeton? Nicolay: “Heb je al eens gezien hoeveel hout we daar gebruiken? Het is bijna een Zwitsers chalet. Alleen de raclette ontbreekt nog. De toog is inderdaad in beton: een kopie van de receptie van La Cité Radieuse van Le Corbusier in Marseille.” Doet u wel eens een marktonderzoekje, bijvoorbeeld om te zien of Flamingo in de Lakensestraat kan werken? Nicolay: “Nee, maar we zijn natuurlijk ook geen debielen. Als iets niet kan werken, dan doen we het niet. Het is waar dat er in de buurt rond Flamingo een probleem is met straatprostitutie, maar langs de andere kant wonen daar ook heel wat normale mensen zoals u en ik, die de eersten zullen zijn om het project te ondersteunen. De naam Flamingo moet de Vlamingen rond de KVS in elk geval prikkelen.”
(l.) Bonsoir Clara, waar het voor Nicolay allemaal mee begon, en (r.) Zebra.
© IVAN PUT
BDW 1317 PAGINA 16 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
Muziek > Kristal Klaar komt tienduizend euro te kort
‘We vallen tussen twee stoelen’
In 2008 krijgt klarinetleraar John Van Laethem het idee om jong talent van de Kunsthumaniora Brussel buiten de schoolmuren te brengen. Met het leerling-meesterproject Kristal Klaar wil hij jonge muzikanten kennis laten maken met de cultuurwereld door ze een ‘echt’ podium aan te bieden. “Een mooie kans voor de leerlingen om eens voor een ander publiek te spelen dan hun ouders, vrienden en kennissen zoals bij schooloptredens of open dagen,” zegt Henri Vandenberghe van de vzw Brosella, die de concerten organiseert. “Elk jaar zijn er drie optredens in de Spiegelzaal van het gemeenschapscentrum De Markten. Na het eerste deel, van de leerlingen, wordt het tweede deel ingevuld door hun leerkracht die samen met zijn orkest bekend is en dus een ander publiek trekt.” De samenwerking met Brosella is een evidente keuze voor de Kunsthumaniora. De vzw, die voornamelijk op vrijwilligers draait, bestaat al 35 jaar, maar is lang ‘cultureel dakloos’. In 2008 neemt ze haar intrek op het domein van de Kunsthumaniora. De buren worden meteen vrienden. Directeur Jurgen Wayenberg ziet in de organisator van het jazzfestival Djangofolllies en het Brosella Folk & Jazz Fes-
© SASKIA VANDERSTICHELE
LAKEN – Het muziekproject Kristal Klaar wordt bedreigd. Het initiatief van de vzw Brosella en de Kunsthumaniora Brussel biedt leerlingen al vier jaar de kans om samen met hun leerkrachten professioneel op te treden. Maar door een gebrek aan financiële steun plaatst de organisatie grote vraagtekens bij het voortbestaan.
Vorig jaar sprak Henri Vandenberghe de spaarpot van Brosella aan om Kristal Klaar te kunnen organiseren. “We hebben te lang gewacht om een signaal te geven.”
tival een ideale partner om de organisatie van Kristal Klaar op zich te nemen. Ondertussen zit Kristal Klaar in zijn vierde seizoen. Op donderdag 1 maart vindt het tweede concert van het schooljaar plaats, dat in het teken staat van de altviool. Maar of het derde concert er komt, is nog lang niet zeker. Nochtans is Kristal Klaar geliefd bij de bevoegde politici. Zo kreeg het project in het begin van voormalig minister Bert Anciaux een impulssubsidie van 15.000 euro, en ook Pas-
cal Smet (SP.A), Guy Vanhengel (Open VLD) en Bruno De Lille (Groen) betuigden al hun steun. Waar gaat het dan fout? Vandenberghe: “Het probleem is dat we met dit soort optredens niet in een vakje passen. Kristal Klaar valt zowel onder de bevoegdheid Onderwijs als onder Cultuur. Daardoor zitten we tussen twee stoelen. Vanuit de politiek komt wel de vraag naar meer interactie tussen beide domeinen, maar helaas is er helemaal geen reglementering voor dit soort subsidies. Bovendien kan Smet
WIN!
BDW mag 5x2 kaartjes weggeven voor de Kristal Klaar-editie rond altviool, op 1 maart om 20 uur in De Markten.
Mail voor 27 februari ‘kristal’ naar win@bdw.be. Succes!
Geschiedenis > ‘Een parel, vergelijkbaar met Chartres’
Het stadhuis te boek
Links: waarschijnlijk de oudste foto van het stadhuis door G. Claine, circa 1850. Rechts: Sint-Michiel als windwijzer, in 1993 van de torenspits gehaald voor restauratie.
© V. HEYMANS
Of u nu dagelijks aan het stadhuis voorbijkomt of het (nog) maar een paar keer gezien hebt, het doet er niet toe. De schoonheid van de Grote Markt is onmiskenbaar. Het geheel is mooi. Toch zijn er uitschieters. Het stadhuis is er zo een. Victor Hugo, die er ooit recht tegenover woonde, schreef: “Het stadhuis van Brussel is een parel, vergelijkbaar met de torenspits van Chartres.” En stadsarchivaris en historicus Guillaume Des Marez (1870-1931) meende dat er nergens mooiere stadhuizen te vinden zijn dan in de voormalige Nederlanden, en dat Brussel het mooiste van allemaal bezit, niet omwille van de beelden (ook Leuven, Oudenaarde, Gent en Brugge zijn rijkelijk voorzien), maar omwille van de juiste proporties. Wedden dat u het stadhuis na het lezen van het boekje van Jacqmin en Demeure nog mooier en, vooral, nog interessanter gaat vinden?
© MUSEUM VAN DE STAD BRUSSEL
BRUSSEL – Hoeveel boeken zouden er over het stadhuis van Brussel al van de persen gerold zijn? Veel. Toch is Het stadhuis van Brussel van Yves Jacqmin en Quentin Demeure geen overbodige uitgave. Het is zelfs een aanrader.
als Vlaams minister van Onderwijs het moeilijk verantwoorden om voor zo’n klein, lokaal project een budget vrij te maken.” Ondertussen is de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) ook overgestapt op structurele subsidies van 2.000 euro per jaar. Concreet komt Brosella dit jaar dus 10.000 euro te kort van de 12.000 die nodig zijn om een seizoen van Kristal Klaar mogelijk te maken. “Bruno De Lille heeft wel al beloofd nog 5.000 euro vrij te maken,” zegt Vandenberghe. “Daar krijgen we eind maart uitsluitsel over. Maar dan nog is het niet genoeg om het project voort te laten bestaan. Na de impulssubsidie was het de bedoeling dat Kristal Klaar zelf verder kon, maar daar zijn we gewoon niet commercieel genoeg voor. We proberen erop te vertrouwen dat het nog in orde komt, maar we moeten duidelijk laten weten dat het niet vanzelf zal gaan. Dat hebben we vorig jaar te laat ingezien. De concerten konden toen gefinancierd worden met de spaarpot van Brosella, maar we hebben toen te lang gewacht om een signaal te geven.” Lidewij Nuitten
Het stadhuis van Brussel belicht vele facetten van het gebouw, te beginnen met de geschiedenis. Het stadhuis dateert van de vijftiende eeuw en werd na het bombardement van Villeroy in 1695 gedeeltelijk heropgebouwd en heringericht. In de achttiende en negentiende eeuw werd het gebouw nog eens grondig verbouwd. De auteurs besteden niet alleen aandacht aan de architectuur, ook de inrichting van het stadhuis komt uitgebreid aan bod. Leest u even mee onder het hoofdstukje ‘Brusselse iconografie’: “Een opvallend aantal schilderijen roept herinneringen op aan oud Brussel. In de gang van de schepenen hangen drie stadsgezichten van François-Antoine Bossuet (1789-1889). Ze dateren uit de jaren 1887’89. Een ervan toont de resten van de tweede stadsomwalling in 1829, tussen de Anderlechtsepoort en de Hallepoort. Op een ander doek ontwaren we hoe deze laatste poort eruitzag voordat ze gerestaureerd werd door Hendrik Beyaert (1823-’94), en hoe grondig hij het karakter veranderde met een massief silhouet dat het gebouw het uitzicht gaf van een burcht die zo ontleend kon zijn aan een miniatuur van De zeer rijke uren van de Hertog van Berry.” Danny Vileyn
Yves Jacqmin en Quentin Demeure, Het stadhuis van Brussel, in de reeks ‘Historia Bruxellae’, 61 p., 9,50 euro, te koop in het Museum van de Stad Brussel (Broodhuis, Grote Markt) en bij Passa Porta, Dansaertstraat 46
BDW 1317 PAGINA 17 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
Praat
Artistiek verantwoord naakt
Erfgoed > Creatief met brieven en manuscripten
Museum wil open boek zijn BRUSSEL – Het Museum der Letteren en Manuscripten wil bruisen: dat maakt een propvol programma voor 2012 amper vier maanden na de opening wel duidelijk.
achteraf
Bezocht: het Museum of Erotics and Mythology, open vanaf 1 maart (van donderdag tot en met maandag van 14 tot 20 uur of op afspraak). Sint-Annastraat 32, 1000 Brussel, 02-514.03.53, info@m-e-m.be, www.m-e-m.be. Kaartjes kosten 8 euro, geen toegang voor -16-jarigen.
© COLLECTIE DR. MARTENS
Amsterdam heeft (geloof ik) een Sexmuseum en Parijs heeft de Eiffeltoren, maar in Brussel stond de fallus nog nergens. Dankzij de Brusselse dokter Guy Martens is daar nu verandering in gekomen. De inmiddels gepensioneerde arts verzamelt al veertig jaar erotische kunst. Omdat zijn appartement te klein werd, heeft hij nu eigenhandig een Museum van de Erotiek en de Mythologie ingericht. Een stichting moet ervoor zorgen dat zijn verzameling na zijn dood samen blijft, want die verzameling valt nauwelijks te onderschatten. Alleen al de ongeveer driehonderd erotische kunstwerken die hij tentoonstelt, vormen een voor Europa unieke collectie. Het museum, over drie verdiepingen in een huisje vlak bij de Grote Zavel, gaat pas op 1 maart voor het publiek open. De vooropening had plaats op Valentijnsdag, hoewel er voor het overige geen plaats is voor kitsch op deze plek waar antieke stukken samenkomen van over de hele wereld, en van alle tijden. Dokter Martens beschouwt een beeld van de Frygische god Attis als zijn belangrijkste stuk. Je kunt hier niet van een buste spreken, want wat onder de gordel zichtbaar is, is cruciaal: afbeeldingen van deze hermafrodiete god(in) zijn uiterst schaars. Het oudste stuk uit de collectie is een Sumerische kleitablet van 4000 voor Christus, waarop een dame de hasjpijp rookt terwijl ze achterwaarts in de poes genaaid wordt. Ook fallussen uit Timor, India of Mexico houden het al honderden, soms al duizend jaar vol. Bezienswaardig is ook het Italiaanse beeldje uit de vijftiende eeuw waarin de erfzonde nu eens niet eufemistisch wordt afgebeeld. Verrassend routineus zijn Adam en Eva bezig aan de eerste geslachtsdaad aller tijden. Even historisch: een Frans condoom uit 1830 met een elegante erotische tekening erop. Ook daarvan zijn er wereldwijd maar een paar bewaard gebleven. En nog indrukwekkender, het moet gezegd, is de replica van de penis van de Russische monnik en hofintrigant Grigori Raspoetin. Het Erotisch Museum van Sint-Petersburg beweert ’s mans legendarische lid op sterk water tentoon te stellen. Dokter Martens zet daar een afgietsel van het lid tegenover dat werd vervaardigd in 1903. Raspoetin klokte af op 28 centimeter, en zonder die merkwaardige knobbel ergens halverwege had hij ongetwijfeld ook de derde decimeter volgemaakt. De kunstvoorwerpen zijn geschikt volgens het materiaal waarin ze gemaakt zijn. De dokter houdt vooral van ivoor. Nijlpaard, zeerob, mammoet – allemaal stonden ze materiaal af voor het goede doel. En hoe langer de slagtand, hoe massaler de vrijpartij. Puik ambachtswerk is ook het negentiende-eeuwse Japanse setje peniskokers en penisringen, vervaardigd uit het bewerkte schild van de schildpad. Het verschil tussen antieke Japanse en antieke Chinese erotische kunst valt makkelijk te determineren, zo blijkt. Die gekke Japanners hielden gewoon hun kleren aan. Dat is te zien op de talrijke prenten van de achttiende-eeuwse meester Kitagawa Utamaro, maar ook aan een porseleinen beeldje dat je echt aan de onderkant
moet bekijken om iets aanstootgevends te zien. Het zet allemaal de toon in een collectie die op geen enkel moment vulgair of gemeen is. De werkjes ademen de sfeer van de openlucht, de nonnetjes, de aapjes, de hondjes... Het Weense erotisch brons maakt gebruik van speelse mechaniekjes om de mantel van de afgebeelde open te slaan of een rok omhoog te heffen. De deurklink van een Frans bordeel is natuurlijk een fallus, al viel er in dat opzicht dan weer meer te doen met het sleutelgat vlak eronder. Naast de fallussen zijn de heteroseksuele taferelen overigens veruit in de meerderheid. Homo-erotische kunst is zeldzaam, de ietwat necrofiele copulerende skeletten uit Chinees ivoor nog zeldzamer. En dan is er natuurlijk ook nog de mythologische kant. Jupiter en Io, Leda en de zwaan, Neptunus en een of andere meermin: zij waren maar zelden braaf aan het kleurenwiezen. In de vitrine van het museum staat de naakte Hebe ( foto), die de goden op de Olympus voortdurend van haar nectar bijschonk. Het is een vrij recent beeld van de hand van de Duitser Victor Seifert. Ook van Paul Wunderlich en Matteo Pugliese is er hedendaags werk te zien. Prenten zijn er minder, al hangen er mooie tekeningen en litho’s van Félicien Rops, Leonor Fini, Hans Bellmer en André Masson. Minpunten van het MEM zijn de ietwat droge presentatie in glazen kasten en het gebrek aan een leidraad of een korte geschiedenis. Toch is dit een collectie die gekoesterd mag worden en hopelijk nog lang in Brussel blijft. Michaël Bellon
Het jongere broertje van het Parijse Musée des Lettres et Manuscrits is zo zichtbaar, en daardoor ook zo onweerstaanbaar, een brievenmuseum, dat de vertaling naar letterenmuseum wat geforceerd overkomt. In het pas bekendgemaakte programma zijn dan ook een reeks briefvoorlezingen opgenomen. De brieven van onder anderen Gustave Flaubert, Colette, Marcel Proust en Antoine de Saint-Exupéry worden in de originele versie voorgelezen. Van Gogh komt aan bod bij de (Franstalige) conferenties, net zoals Leonardo da Vinci of de surrealisten. Enkele tweetalige conferenties zijn er toch ook te vinden: over Jean Cocteau, honderdvijftig jaar Les misérables van Victor Hugo en Hugo Claus. Het museum toont documentaires over Victor Hugo, Pierre Alechinsky en René Magritte, en voor de langere adem zijn er grotere en kleine tentoonstellingen. Eind februari komt er al een expositie over Maurice Maeterlinck waar u een blik kunt werpen op de manuscripten van L’oiseau bleu of La mystique flamande. In de lente passeren alle personaliteiten die van Brussel een kunsthoofdstad maakten, de revue in de expo Van Victor Hugo tot René Magritte. Je hebt de bannelingen, zoals Baudelaire en Hugo, de schrijvers die met Brussel opgroeiden, zoals
Michel de Ghelderode, Marguerite Yourcenar en Amélie Nothomb, en de avant-gardisten van Brussel Les XX met stichters als Ensor en Khnopff. Het was op een van hun salons dat Van Gogh zijn enige werk tijdens zijn leven verkocht, ‘De rode wijngaard’, aan de Brusselse impressionistische schilderes Anna Boch. Het Café de la Renaissance, nu Taverne du Passage, dat net als het museum in de Sint-Hubertusgalerijen ligt, was de verzamelplaats voor de Cercle Artistique et Littéraire. Nu worden hun brieven hier bewaard, vroeger liepen Baudelaire, Victor Hugo, Apollinaire en Verlaine hier gewoon rond. Ook Brel, CoBrA, de striptekenaars en de surrealisten zetten Brussel op de kaart. Het fenomeen van het surrealisme raakte zelfs bekend door een briefwisseling van Paul Nougé en anderen. Een latere tentoonstelling is gewijd aan De surrealistische vonk, en er volgen er nog over Verlaine/Rimbaud en Hugo Claus. Elke schoolvakantie zijn er workshops in het Nederlands en Frans die de jeugd weer willen leren schrijven. Er is keuze uit spijkerschrift, hiërogliefen, paleografie of het alfabet ontdekken. Voor de adolescenten is een eerste reeks educatieve boekjes verschenen, met brieven uit de Eerste Wereldoorlog en de verlichting, of brieven van musici, uitvinders en kunstenaars.
An Devroe
Meer informatie en reserveren op 02-514.71.87 en www.mlmb.be
ADVERTENTIE
S OCIALE V ERHUURKANTOREN
Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen
www.fedsvk.be 02 412 72 44
M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����
T
EN
E
STRIP
LHORS HI
N WAUTER MANNAERT GE VA EN A T R EV PO A E R
© EVA HILHORST & WAUTER MANNAERT
BDW 1317 PAGINA 19 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
SINT-LAMBRECHTS-WOLUWE – In de onvolprezen Karrestraat brengt de Stichting Albert Marinus een panoramisch overzicht van het fenomeen ‘chocolade’. Het verhaal begint natuurlijk bij de vroege geschiedenis van het lekkers in exotische werelddelen. De Maya’s en de Azteken gebruikten het goedje als geldeenheid en voor het vereffenen van hun belastingschulden, en vanaf 1527 werden er obligaties uitgeschreven met de opbrengst van de plantages. De Koninklijke Bibliotheek gaf voor de tentoonstelling een indrukwekkend aantal affiches in bruikleen, meestal over het nationale chocoladegebeuren. Al die vergeten en opgeslorpte merknamen, al die verorberde repen en al die grafi sche kunst! Want de blikken, speelgoed en andere parafernalia rond chocolade zijn een verhaal op zich. In het post-Wittamertijdperk gaat het er allemaal wat minder voorspelbaar toe. Zo is er een Japanse chocolatier die de waanzinnigste combinaties op zijn publiek loslaat: chocolade met bont bijvoorbeeld. Sasumu Koyama laat zijn dozen openschuiven als puzzels (emaki ). In het Gemeentelijk Museum wordt
de hele evolutie van het fenomeen getoond: van opkikkerend drankje voor volwassenen over snoep voor kinderen tot een ‘totaalervaring’ met onvoorstelbaar nauwe banden met kunst en design. Er prijkt ook een hele reeks moules, mallen in metaal, waarin de chocola dan zijn vorm kreeg. Opvallend is de pedagogische strekking van die kleinoden: hoe kinderen fatsoenlijk aan tafel eten, hoe ze daarna gewillig op het potje gaan, enzovoorts. Het verhaal van didactiek en beloning wordt gecombineerd met dat van tandbederf. Het was de verzameling moules van een Brusselse dame die de stafleden van het Fonds Albert Marinus op het idee bracht voor deze tentoonstelling. Omdat het Fonds nu eenmaal afhangt van de Franse Gemeenschap, zijn er enkel onderschriftjes in het Nederlands. Maar het initiatief is alleszins uiterst kindvriendelijk en… gratis! Lieven Bulckaert Chocolat!, nog tot en met 13 mei in het Gemeentelijk Museum, Karrestraaat 40, 1200 SintLambrechts-Woluwe. Open van dinsdag tot en met zondag van 12 tot 17.30 uur. Meer op 02-762.62.14
Rond 1890-1910 werd chocolade een massaproduct.
HE AC TR ICK ©N
Van opkikker over snoep tot ‘totaalervaring’
T
Tentoonstelling > De geschiedenis van de chocola
Nick Trachet BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT
Foodways Buiten de grote schijnwerpers van sterrenkoks en voedselfestivals wordt er in Brussel ook op andere manieren rond eten en de keuken gewerkt. Hard gewerkt. Maak kennis met de wereld van Fost. Ik babbel al enige jaren mee op het blog van een professor in de geschiedenis van de voeding. Zij is een Britse, die na les te hebben gegeven aan tal van Amerikaanse universiteiten, onder andere die van Hawaï, neerstreek in Mexico en daar zeer interessant onderzoek doet naar de plaatselijke keuken. Een vrouw met zicht op de wereld. Onlangs liet ze weten dat ze naar Brussel kwam, om te spreken op een congres over Food studies van Fost, een voedingsgroep van de VUB. Ik was blij haar eindelijk eens in the flesh te ontmoeten. Maar waarom ze dan zomaar naar het kleine Brussel kwam? “Weet jij dat dan niet? Brussel is vandaag het belangrijkste centrum voor food studies, nergens ter wereld worden zoveel doctorale thesissen gemaakt rond voeding,” zei ze. Het gaat meer bepaald om Fost. Dat is niet die groep die zich bezighoudt met recyclage van huishoudafval, maar een onderzoeksgroep aan de VUB – Sociale & Culturele Voedingsstudies. Op hun website zeggen ze het zo: “In de voorbije tien jaar groeide de interesse voor voedingsstudies enorm. Sociologen, antropologen, economen, historici, kunsthistorici, sociaal geografen, linguïsten, filosofen, archeologen, volkskundigen en sociaal-culturele theoretici houden zich steeds meer bezig met ‘banale’ zaken als winkelen, koken, eten en drinken. Deze groeiende aandacht leverde een uitgebreid onderzoeksveld op, gaande van sociaaleconomisch beleid over gezondheidskwesties naar identiteitsvorming, ongelijkheid en globalisering.” Een hele mond vol. Er is dus veel meer in verband met voedsel te onderzoeken dan hoe het geproduceerd wordt, hoe het moet klaargemaakt en welke invloed dat heeft op onze gezondheid. Nee, voedsel is ook beleven, macht, zich tonen in zijn wereld. En zoals vaak met nieuwe disciplines levert elke omgedraaide steen verrassend nieuwe visies en ontdekkingen op. Al die aspecten rond eten en drinken geven ook aanleiding tot nieuwe woorden, zoals foodscapes (voedsellandschappen) of foodways, het bredere beeld rond wat we eten. En net hier in Brus-
sel, aan de VUB bij Peter Scholliers, tekent zich het oog af van een groeiende draaikolk van studies over onze dagelijkse kost. Het congres vond plaats in de lokalen van Faro, het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed. Het thema was ‘De smaak van thuis’. Daarmee kan men alle kanten op. Onze Britse Mexicaanse, Rachel Laudan heet ze, opende het congres met een bijdrage over ‘regionale gerechten’ en waarom die soms helemaal op verkeerde ideeën berusten. Streek, dorp en familie zijn allemaal voorbeelden van wat we ‘thuis’ zouden kunnen noemen. Zij nam als uitgangspunt de door Europa onlangs als streekgerecht beschermde Cornish pasties, hartige gebakjes met vleesvulsel uit Cornwall. Bij nader inzien zijn de ingrediënten van deze specialiteit alles behalve Cornish. Het idee vindt zijn oorsprong meer in de migratie van mijnwerkers uit Cornwall naar landen als Australië en Mexico, dan uit de keuken van het thuisland zelf. Niks streekgerecht! Een Française die in Amerika studeert, gaf een beeld van de symbolische betekenis van couscous aan de hand van Frans-Algerijnse films. Een Turkse sprak over de veranderende foodways van de Sefardische Joden in het Ottomaanse Rijk. Er waren twee bijdragen over de reclame bij de opkomst van de ijskast. Twee Amerikaanse jongedames onderzochten respectievelijk de weerslag van de voedselhulp van Amerika tijdens de Eerste Wereldoorlog en de inhoud van kookboekjes in Engeland tijdens de Tweede. Een Italiaanse professor had alle films rond eten (La grande bouffe, Tampopo, Goodfellas, Bienvenue chez les Ch’tis...) bestudeerd. En nog zoveel meer. Dit congres was één bont feest rond eten en wat we ervan willen weten. Boeiend, maar ook erg divers en van verschillend niveau. Jong onderzoek zit zo in elkaar. Ik hoop dat ik spoedig weer naar zo’n congres mag. Geen recept dit keer, maar wel boeken. De ontdekkingen van de ploeg van Fost en hun collega’s in Europa zijn op de drukpers gelegd. Gelijk met het congres werd door Scholliers en zijn Europese ploeg een nieuwe boekenserie voorgesteld: European food
“Weet jij dat dan niet? Brussel is vandaag het belangrijkste centrum voor food studies, nergens ter wereld worden zoveel doctorale thesissen rond voeding gemaakt” issues / L’Europe alimentaire. De reeks wordt uitgegeven door het Zwitserse P.I.E. Peter Lang en zal de publicaties opnemen die uit deze voedselstudies voortkomen. Als eerste verscheen nu Manger en Europe, met artikels over ‘patrimonium, uitwisselingen en identiteit’ rond eten in Europa. Daarin staat een opmerkelijk artikel van Peter Scholliers en Steven Van den Berghe over de namen van de restaurants in Brussel in de negentiende en de twintigste eeuw, en wat we daarvan kunnen leren. Het tweede deel is de boekversie van de nu al veelbesproken thesis van Daniëlle De Vooght over tafelen aan het Belgische Hof: The king invites. Het komende jaar zouden nog een vijftal boeken over dit lekkere onderwerp het licht moeten zien. Alvast smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet
BDW 1317 PAGINA 20 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
Hamida Chikhi: “Een groot probleem zijn de alleenstaande Marokkaanse ouderen. Daar komt de gemeenschap niet graag mee naar buiten, maar veel kinderen hebben geen tijd meer om voor hun ouders te zorgen.”
BRUSSEL – “In Brussel wordt een positief verhaal geschreven. Als ik daarin niet zou geloven, dan zou ik mijn werk niet volhouden. En de autochtone Belgen moeten het met de vreemdelingen doen, dat is de realiteit. België is altijd al gestoeld geweest op verschillende culturen, en dat is een rijkdom. Je moet je eigenheid koesteren, maar daarom hoef je nog geen anderen uit te sluiten.” Hamida Chikhi is verantwoordelijk voor de cel ‘interculturele bemiddelaars in de gezondheidszorg’ bij Foyer in Molenbeek en zit in de raad van bestuur van FM Brussel.
A
l heel jong kreeg Hamida Chikhi interesse voor het interculturele, het internationale. “We woonden in Leuven. Vader was arbeider, moeder huisvrouw. Als kind heb ik heel die escalatie rond Leuven Vlaams meegemaakt. Spijtig vond ik het. Veel buitenlandse studenten – Marokkaanse, Zuid-Amerikaanse, Franse... – waren kind aan huis bij ons. Mijn moeder was hun toeverlaat, ze bood een luisterend oor. In goede tijden, in trieste tijden. Zo ben ik in een internationale filosofie opgegroeid.” De vurigste wens van de jonge Hamida: haar plaats in de wereld veroveren. Maar evident was het niet, thuis heersten traditionele waarden. “Voor mij was in principe maar één toekomst weggelegd: trouwen, huismoeder worden. Trouwen? Vergeet het! Mijn ambitie was studeren, verpleegkundige worden. Ondertussen waren we verhuisd naar Kessel-Lo, waar vader een huis had gekocht omdat we al met vijf kinderen waren. De rol van mijn moeder is op dat moment heel belangrijk geweest, ze heeft vader kunnen overtuigen: ‘Geef Hamida toch de kans om verder te studeren.’ Maar in Leuven zaten alle opleidingen vol. Dus werd het Brussel, alweer dankzij mijn moeder. De afspraak was: ‘Gebuisd? Gedaan.’ En gebuisd was ik... Maar papa had gelukkig
gezien dat ik mijn best had gedaan, en hij gaf me nog een tweede kans. Knap van hem – achteraf bekeken waren mijn ouders toch vrij open, ondanks hun traditionele opvoeding.”
Vrijwilliger De ontvangst is hartelijk. Op tafel staat muntthee, gezet volgens de regels van de kunst, en traditionele Marokkaanse lekkernijen. “Nee, ik heb ze niet zelf bereid. Ik kan het wel, maar tijdens de week heb ik gewoonweg de tijd niet. Zowel de pannenkoeken als de briwats komen van bij de bakker. En de honing heb ik uit het zuiden van Marokko meegebracht.” Daar doet Chikhi occasioneel aan vrijwilligerswerk. “Dat is er toevallig van gekomen. Vijf jaar geleden was ik er op vakantie met een vriendin, die hier werkt in het CGKR, het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding. In Tiznit ontmoette ik de burgemeester van Arbaa Sahel, en die heeft mij gevraagd of hij eens op bezoek kon komen bij Foyer. Om te zien hoe daar alles in zijn werk gaat. Zo gezegd, zo gedaan, en hij was zo onder de indruk dat hij directrice Loredana Marchi om structurele steun vroeg voor een Gezondheidshuis voor Vrouwen dat hij uit de grond wou stampen. Gevolg: ik heb daar een tiental dagen als ondersteunende coördinatrice mee de ope-
ning voorbereid. De patiënten in het Vrouwenhuis zijn Berbervrouwen, de artsen spreken Arabisch. De vrouwen die er werken, tolken en staan mee in voor de verzorging.” “Nog altijd ga ik daar een handje toesteken als het nodig is. Werken én vakantie nemen, het zuiden van het land verder verkennen. Ik heb daar ook vier fijne mannen uit Izegem leren kennen. ‘Rasechte’ Vlamingen, van wie er twee al jarenlang ondersteuning geven aan dat gebied. Financieel en materieel.”
Jezelf helpen, anderen helpen Na haar studie vond Chikhi werk in Brussel. “In een onthaalhuis voor psychiatrie. Ik studeerde ondertussen ook Arabisch aan het Centrum voor Levende Talen in Leuven, met in mijn achterhoofd: ‘Ik ga terug naar Marokko en bouw daar mijn leven verder uit.’ Maar om de een of andere reden is het er nooit van gekomen. Zo ben ik uiteindelijk bij Foyer beland: ik begon er met administratief werk op de juridische dienst, tolken voor mensen ook. Halftime, want ik wilde de poot verpleegkundig werk behouden.” “Een tiental jaar geleden – ik zat toen al een hele tijd onder de vleugels van Johan Leman – heeft Loredana Marchi me gevraagd of ik de coördinatie wou verzorgen van de intercul-
© MARC GYSENS
turele bemiddeling in de gezondheidszorg in Brussel, naar analogie met Vlaanderen. Ik zou drie jaar lang bemiddelaars opleiden. Hen leren tolken, leren informatie geven. Halftijds. Zes jaar geleden ben ik samen met meneer Leman weggegaan bij het CGKR, omdat ik het niet meer eens was met bepaalde beleidslijnen. Toen ben ik voltijds aan de slag gegaan bij Foyer.” “Knap aan het project is dat vrouwen van vreemde afkomst een kans krijgen om een diploma te behalen, hun positie in de maatschappij te versterken én anderen te helpen. Er zijn er ondertussen 55 afgestudeerd. Geen enkele is weer naar de dop gegaan, of naar het OCMW. Ik vind het mooi om te zien hoe die vrouwen assertief worden, hoe ze opkomen voor anderen, hoe we hun het besef kunnen bijbrengen: ‘Je hebt rechten, maar ook plichten.’ Vrouwen bijvoorbeeld, die alleen zijn komen te staan en bij ons komen uithuilen. En dan helpen we hun de schouders te rechten, zich niet in zelfmedelijden te verliezen, te vechten voor hun plaats in de maatschappij. We doen het altijd samen met de hulpverleners: de dokter, de sociaal werker. Je ziet dan vrouwen die echt de draad weer willen opnemen, die zich inschrijven voor lessen en dergelijke, die mentaal veranderen. Al die doelgroepen zijn allemaal verschillend en tegelijkertijd toch hetzelfde. Pijn en verdriet zijn voor iedereen hetzelfde. Alleen uit niet iedereen dat op dezelfde manier.”
Sociale en religieuze mix Het is een mooi verhaal, een verhaal dat mijn gastvrouw schrijft in Brussel, een stad waarvan ze vooral de diversiteit in het hart draagt.
BDW 1317 PAGINA 21 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
FREDDI SMEKENS Leize
V “Ik heb al heel veel gereisd, maar zo’n mengelmoes als in Brussel heb ik nog nergens gezien”
Hamida Chikhi, bemiddelaar bij Foyer
‘Een positief verhaal’
© REPRO MARC GYSENS
“Ik heb al heel veel gereisd, maar zo’n mengelmoes als in Brussel heb ik nog nergens elders gezien. En het is leefbaar, ondanks alle problemen. Een van die problemen – en daar wordt te weinig over gesproken – zijn de alleenstaande Marokkaanse ouderen. Daar komt de gemeenschap niet graag mee naar buiten, vasthoudend aan het beeld van de familieband en de solidariteit. Maar de kinderen hebben geen tijd meer om voor de ouderen te zorgen omdat ze hun eigen leven leiden, zoals dat ook gebeurd is bij de ‘echte Belgen’.” “Die oude Marokkanen zijn eenzaam, meer dan de Belgische senioren, die veelal kunnen terugvallen op een netwerkje. En vooral de vrouwen hebben het moeilijk. Veel van hen ontdekken de wereld pas de dag dat hun partner overlijdt. Ze kennen de taal niet, ze kunnen lezen noch schrijven, ze zijn amper het huis uit geweest. Mijn moeder heeft pas leren lezen op haar 65ste, Nederlands dan nog. Dat
“Er zou een emancipatieprijs moeten komen voor plattelandsvrouwen die ongeschreven kennis van overleving en doorzetting hebben. Traditie versus moderniteit...”
heeft ze gedaan voor haar kleinkinderen. Chapeau. Ze zal gelukkig ook niet sociaal geïsoleerd komen te staan als mijn vader eerst zou sterven. Ze tuiniert, ze heeft een goede band met de buren.” “Maar ondanks alle problemen die onze gemeenschap kent, weiger ik onze toestand te dramatiseren. Je hebt natuurlijk drama’s, maar die heb je ook in een ‘gewoon’ Belgisch gezin. En de Vlamingen waren vroeger ook arm, die mensen hebben ook moeten vechten om het goed te hebben.” “Ik heb een hekel aan alles wat extreem is. Daarom pleit ik voor een sociale en religieuze mix, met tolerantie en verdraagzaamheid van beide kanten. Ik vecht tegen elke vorm van monocultuur waarachter mensen zich verstoppen en waardoor anderen op een subtiele manier worden uitgesloten, vooral als het over kansen op werk gaat. En dat duwt hen naar extremisme en afzondering. Ik zie het dagelijks in Brussel: bekwame artsen, verpleegkundigen, kinesisten die als zelfstandige in hun wijk gaan werken, mensen die zelf maar een winkel openen omdat ze ergens anders – om wat voor reden dan ook – hun culturele en religieuze tekenen niet mogen dragen. Op de dienst Interculturele Bemiddeling hebben wij atheïsten, moslims, orthodoxen, protestanten, katholieken, mensen van de Pinksterbeweging.... Enkelen van hen dragen hun culturele of religieuze kentekens, maar daarvoor hebben we duidelijke afspraken, met als criteria: respect, veiligheid en gezondheid.”
Karel Van der Auwera
De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet
antaaid herleis ik maain Brusselse Kroneek, en dan kom ik de uitdrukking ‘waarde lezer’ tegen. Helemaal toevallig zal dat wel niet zijn. Want zonder leizers zoude er gien schraaivers zaain. Hier en daar zal een verlicht filosoof mij misschien tegenspreken, maar dat zij dan maar zo. Laat er mij maar direct aan toevoegen da ’k naa ’n betche vè maaine aaige winkel spreik. Tot daartoe dan maar. Leize heeft in de eerste plaats te maken met ons amuseire en ons informeire. Zover zal het voor iedereen wel duidelijk zijn, al vraagt men mij voor de n-de keer of ik da gielegans allien gevonne hem. Laat me stellen dat leize veel minder grenzen kent dan men op het eerste gezicht vermoedt. Zo kunnen sommigen onder ons gedachteleize of in de blik van de andere zijn/haar gedachten ontcijferen. De mare gaat zelfs, waarde lezer, dat men deu in de sterre te leize de tookomst kan veuspelle. Persoonlijk geloof ik daar niet zoveel van, maar het zou natuurlijk kunnen. Maar mogen we ons al niet gelukkig genoeg achten dat we een boek, een krant of zelfs een straatnaambord tot ons brein kunnen laten doordringen? Er bestaan medemensen dee ni kunne leize of schraaive. Ooit heb ik met een van hen gepraat. Het was misschien een wat droevig, maar wat mij betreft toch ook een verhelderend gesprek. Delen van de dialoog geef ik hier graag weer. “Ik pak de metro, mo ik weit ni woe ik moon afstappe. Omda ik de noem van de stoeses ni kan leize. Awel, maainen treuc es naaig sumpel. Ik onthaaf de koleur van alles stoeses. En op dei maneer weit ik altaaid woe da ’k ben.” Ieder zijn systeem, dus. Over naar iets anders, nu. Wat weinigen onder ons kunnen, is lipleize. Nochtans moet er een manier bestaan om te zien wat iemand zegt. “Nog ’n chance da gaa a lippe van taaid tot taaid staaif op ien haaft,” zegt men mij dan. Waarvan akte. En die akte meteen ongescheurd de prullenmand in! De lezer die iet of wat tusse de laaine kan leize, zal ongetwijfeld begrijpen wat ik bedoel. Diezelfde lezer kan mij misschien helpen met het volgende. De uitdrukking
’n ooitgeleize gezelschap bestaat in onze Brusselse streektaal niet, of toch niet bij mijn weten. Ik heb mij altijd afgevraagd waar die lacune vandaan komt. Misschien omdat de meesten onder ons niet beseffen waarom een gezelschap uitgelezen zou zijn? Maar laten we daar nu niet te lang bij stilstaan. Want interessanter lijkt mij de opmerking van iemand die net verhuisd was en mij zei: “De meure in maain hoois woere bekan zu dun as het tapisseirpapee. Zu dun da ’k maain gebeure van gedacht kon huure verandere. Straffer nog. Ik kon zeulfs heule gedachte leize!” Na dat alles komen we bij veuleize, waarde lezer. Ooit is mij de kans én de eer te beurt gevallen om uit eigen dichtwerk te leize ter aanvulling van de Brusselse Blindenbibliotheek. Volgens de blinde technici was elke opname prachtig. Maar het kon altijd nét iets beter. Welnu, nuut hem ik maain aaige zuveul huure leize, maar ook nooit heb ik met zuveul plezeer veugeleize. Zelfs de memorabele Nachten van de Poezie of de optredens tijdens Mallemunt hebben mij nooit op dergelijke wijze kunnen ontroeren. Natuurlijk zijn er ook meer mysterieuze kantjes aan leize. Afleize op schaul is daar een schoolvoorbeeld van. Dat ik ooit spiekbriefjes gebruikt heb tijdens het een of ander schriftelijk examen, zal altijd een goed bewaard geheim blijven. Want stel u even voor, waarde lezer, da ’k den ienigste zou zaain dee vanzeleive op schaul afgeleize hem. In feite doet het er niet toe of het nu van nen klasgebeur of van ’n brifke was. Laat het mij voor één keer simpel stellen: het ienige da ’k tristig zou vinne, zou zaain dat er nuut ni eemand in de klas van maa afgeschreive zou hemme. Een en ander belet niet dat ik mij nooit aan handleize zou wagen. Misschien heb ik in de loop der jaren wel ontdekt dat er booite de leivenslaain oek ’n duudslaain bestoet. En hoe dan ook zal nen boek leize altijd iets anders zijn dan ne film bezeen. Persoonlijk zie ik ons eerder vijf keer dezelfde film bekijken dan twee keer hetzelfde boek lezen. Maar laten we in elk geval leize en blaave leize. En moge dat laatste lang en in de gloria zijn.
REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; rekeningnummer 424-5529822-66 van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Lien Annicaert (lien.annicaert@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@ bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Bettina Hubo (bettina. hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Freddi Smekens (freddi.smekens@bdw. be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw. be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw. be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).
BDW 1317 PAGINA 22 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
Gymnastiek > Turner Jimmy Verbaeys hoopt op kwalificatie voor Olympische Spelen
‘Ik moet mezelf overtreffen’ VORST – Jimmy Verbaeys wordt volwassen, als mens en als atleet. Na een knappe Belgische titel aast hij de komende maanden op een kwalificatie voor de Olympische Spelen van Londen. Een harde noot, want hij zal zijn persoonlijke records moeten breken. “Daar gaat mijn olympische droom,” dacht de achttienjarige Verbaeys toen hij de te halen minima zag. “Ik moet resultaten behalen die ik tijdens wedstrijden nog nooit heb gepresteerd. Op training wel, maar dat kun je niet vergelijken. Toch geef ik mezelf tot 75 procent kans om het te halen. Ik geloof erin. Ik ga hard werken om in topvorm te geraken en mijn ticket voor de Olympische Spelen vast te krijgen.” Die topprestaties moet Verbaeys tijdens de komende vijf toernooien van de World Cup en Challenger Cup op de mat brengen. De eerste grote afspraak is eind maart in het Duitse Cottbus; zijn laatste kans heeft de Brusselaar op 10 juni in Gent. “Het zou dus kunnen dat ik mijn ticket pas een paar weken voor de Spelen bemachtig.” “De gemiddelde leeftijd van de turners op de Spelen is 23 jaar. Ik zou dus een van de jongsten zijn. Mijn trainer probeert me gerust te stellen door te zeggen dat ik in feite nog wat te jong ben. Zo houdt hij de druk wat van mij af. Maar ik wil gaan en zal er alles voor doen.”
Nieuwe taal De basis voor zijn carrière legde Verbaeys bij het Oudergemse Gym Phenix. Zijn toenmalige trainers zagen wel wat in hem en loodsten hem op zijn elfde naar de Gentse Topsportschool. Een noodzakelijke, maar moeilijke stap. “Ik heb meteen ja gezegd. Was ik wat ouder ge-
de CLUB
Spannende dagen voor Jimmy Verbaeys: mogelijk kwalificeert hij zich pas op de valreep voor de Olympische Spelen van Londen. “De Spelen, dat is het allerhoogste. Daarvoor doe je het.”
Royal Alpa, Schaarbeek / Elsene
Oudste tafeltennisclub verjongt
Met voorzitter André Destoop (79) duiken we de geschiedenis in. “Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het niet evident om tafeltennis te blijven spelen,” vertelt hij. “Ik heb daar heel wat verhalen over gehoord van onze anciens. Zo aasden de Duitsers op de jonge mannen om hen voor verplichte arbeid op te vorderen. Als de spelers met de fiets vertrokken om een wedstrijd te gaan spelen, moesten ze goed opletten. Het was haast in het geniep. Balletjes waren toen ook een schaars goed. Als ze kapot waren, werden ze hersteld met lijm of plakband. Terwijl tafeltennis tijdens de oorlog vooral in achterafzaaltjes van cafés werd gespeeld, hadden wij toen al een serieus lokaal met een vijftal tafels.” In die beginjaren bestonden de clubs La Palette en L’Albert naast elkaar, om in 1970 te fuseren. 35 jaar lang had de club in het Institut Saint-Boniface een lokaal, liefst achthon-
© MARC GYSENS
BRUSSEL – Tafeltennisclub Royal Alpa is met haar 73 lentes de oudste club van Brussel en Brabant. Ze zet in op de jeugd, maar sukkelt net als zoveel hoofdstedelijke clubs met de infrastructuur.
Zeg nooit pingpong tegen tafeltennis. “Pingpong speel je op vakantie op je slippers.”
derd vierkante meter groot met plaats voor twaalf tafels, een grote bar en kleedkamers. Een tweetal jaar geleden werd de ruimte opgeëist en moesten ze plaatsruimen. “Sinds-
dien moeten we op drie locaties in Elsene en Schaarbeek trainen: allesbehalve ideaal. Toen we ons lokaal verloren, zijn onze beste spelers vertrokken. Toen kwamen we net onder de
© MARC GYSENS
eredivisie uit, nu spelen we in lagere regionale klassen.” Toch loopt er wat talent rond bij Alpa. Op de honderdvijftig leden zijn er maar liefst een honderdtal jonger dan 21. En zij hebben zich al kunnen bewijzen. In 2010 behaalden ze op het Belgisch kampioenschap maar liefst zeven medailles, waaronder vijf gouden exemplaren. “Die kadeekes doen dat goed. Trainer Dirk Roels, een grote naam in het tafeltenniswereldje, speelt daar een belangrijke rol in. Hij is een echte vader voor die kinderen. Ze komen van overal in het land om training van hem te krijgen.” “Bij ons is geen plaats voor huurlingen die maar een of twee seizoenen komen spelen. Onze jeugd krijgt voorrang. Je hebt ploegen waar Chinezen of Brazilianen komen spelen, die betaald worden met appartementen en auto’s. Maar zodra de pot leeg is, gaan die clubs failliet. Dat zal ons niet gebeuren.” Tot slot: noem tafeltennis zeker geen pingpong. “Dat speel je op vakantie op je slippers. Tafeltennis is een sport die veel conditie en reactiesnelheid vergt. Dat leren onze leden snel. Hopelijk kunnen we hen binnenkort onderbrengen in één zaal. De gemeenten Schaarbeek en Elsene zoeken mee naar een oplossing. Schaarbeek belooft ons dat we in 2014 een zaal zullen hebben. Er was even sprake van dat we een lokaal zouden krijgen in het gerenoveerde stadion van Crossing, maar dat is niet gelukt. Ach, we zien wel. Hoop doet leven.” TS
BDW 1317 PAGINA 23 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
David Steegen Bittere ballen weest, dan had ik misschien wat meer nagedacht. Je gaat weg van je familie, op internaat, en komt terecht op een school waar een andere taal wordt gesproken. Ik had tot dan toe wekelijks wel twee uur Nederlands op school, maar daar bleef het bij. Het eerste jaar was dan ook echt lastig. Ik heb een
“Ik geniet van mijn leven en zou niet willen ruilen. Weinig mensen kunnen dit meemaken” paar keer overwogen te stoppen, maar met de steun van mijn familie heb ik doorgebeten. En daar ben ik nu blij om.” De Topsportschool was zwaar. Al om halfacht ’s morgens begon de eerste, drie uur durende training, die in de namiddag nog eventjes werd overgedaan. Tijd om te feesten was er niet. “Daar heb ik wel wat spijt van. Maar het is nu zo, ik heb ervoor gekozen. Ik geniet van mijn leven en zou niet willen ruilen. Weinig mensen kunnen dit meemaken.” “Toen ik naar de Topsportschool trok, werd het serieus. Ik turn echt heel graag. Het is een van de moeilijkste sporten en dat maakt het voor mij ook de mooiste. Je hebt zes disciplines: grond, paard met bogen, ringen, sprong, brug en de rekstokken. Als je in een ploeg aan een toernooi deelneemt, neem je één discipline voor je rekening. Je kunt ook
individueel deelnemen: dan moet je alles doen. Veel turners focussen zich op een of twee toestellen, maar ik doe nog altijd alles.” De prestaties van Verbaeys in de jeugdreeksen verliepen met ups en downs. Een vijfde plaats op het Europees kampioenschap voor junioren in Birmingham en zijn Belgische titel van vorig jaar behoren tot zijn mooiste herinneringen. “Maar mijn mooiste overwinning moet nog komen (lacht). Sinds ik vanaf mijn zestiende bij de senioren zit, gaat het goed. Normaal gezien is die overstap de lastigste, maar ik heb hem vrij goed verteerd. Ik ben ook volwassener geworden. Vroeger was ik wel eens lastig als mijn trainer opmerkingen maakte en bleef ik soms te lang op mijn kont zitten. Ik besef nu dat ik serieuzer moet zijn en dat mijn trainer me alleen maar wil helpen. Onze communicatie gaat beter. Ik heb nu ook meer zelfvertrouwen.” Vorig schooljaar studeerde Verbaeys af aan de Topsportschool. Hij begon aan een studie Architectuur aan Sint-Lucas in Gent, waar hij van een topsportstatuut geniet. Tijdens de week zit hij in de Arteveldestad op kot, samen met onder meer turner Donna-Donny Truyens. “Het studeren staat nu even op een laag pitje, zodat ik me volledig kan concentreren op mijn kwalificatie voor de Spelen. Ik volg nog een paar lessen. Daarnaast staat dagelijks meestal een zestal uur training op het programma. Ik wil echt naar de Spelen. Ik ben maar achttien, maar met drie EK’s en twee WK’s heb ik toch al redelijk wat ervaring. En daar hou ik het overigens niet bij: ook in 2016 en 2020 wil ik op de Spelen staan.” Tim Schoonjans
Brussel ondersteunt zes topsporters
Vóór de verplaatsing naar Alkmaar wist ik niet eens waar het stadje precies lag. Net boven Amsterdam, dus. De club is wel bekend. In de jaren 1980 was de Noord-Hollandse club een nationale en internationale grootheid. De periode van de broers Molenaar, mecenassen van het zuiverste soort. De Wastora-jaren. Wasmachines, Stofzuigers en Radio’s. Het indrukwekkende pand van het bedrijf was een van de locaties in de Nederlandse filmklassieker Turks fruit. De Molenaars maakten van AZ’67, het product van een lokale fusie in 1967, een wereldclub. De jaren van Kristen Nygaard, Jan Peters, John Metgod, Willem van Hanegem en Kees Kist, de vrijbuiter. De prestaties van AZ gingen al snel achteruit toen de Molenaars zich steeds minder met de club gingen bezighouden. Na hun vertrek was het hek helemaal van de dam. AZ’67 zakte in 1988 naar de eerste divisie (tweede klasse). De gemeente sprong bij toen de club met een faillissement flirtte. AZ is een club van vallen en opstaan: sinds 1998 speelt ze weer onafgebroken in de eredivisie, de hoogste klasse. Dick Scheringa was een voormalig politieagent die fortuin maakte in de financiële wereld. Een ambitieuze man. Hij trok Willem van Hanegem aan als trainer, later Louis van Gaal en Co Adriaanse. Scheringa haalde ook Italiaans jeugdinternational Pellè binnen. Onze trots Moussa Dembélé ontbolsterde in Alkmaar. Luikenaar Sébastien Pocognoli werd kampioen met AZ. Scheringa, stichter van een heuse bank (DSB), durfde veel. In 2009 ging de bank van Scheringa failliet. De acute financiële problemen zorgden voor onrust en de sportieve prestaties gingen snel achteruit. Ronald Koeman werd ontslagen en opgevolgd door de kleine generaal Dick Advocaat. Die bracht rust en Europees voetbal. Vedetten als Pocognoli en Ari wer-
den verkocht om de club uit de financiële storm te halen. Vandaag staat AZ aan de leiding in Nederland met prachtig totaalvoetbal. De infrastructuur, de mentaliteit, het opleidingsmodel en de voetbalstijl werken inspirerend. Elk jaar vertrekken jonge Nederlandse voetballers naar buitenlandse topcompetities. Een enkeling gaat kopje-onder, de meerderheid slaagt: Dirk Kuyt (Liverpool), Arjen Robben (Bayern München), Wesley Sneijder (FC Internazionale Milano). Clubs mogen ondernemen in Nederland. Het loopt wel eens fout, maar elke vorm van ambitie wordt door de gemeenschap gedragen. Alkmaar Zaanstreek doet het met jongens uit de regio en met enkele jonge buitenlanders. RSCA kreeg (even) voetballes in de heenwedstrijd. Het stadion van AZ is een toonbeeld van grondig bestudeerde stedenbouwkunde. Het mooie, nieuwe stadion is netjes buiten de stad gebouwd, aan het eind van de afrit. Ontelbare fietspaden leiden naar het AFAS Stadion. Parkeerplaats genoeg, ook. Plaats zat voor fans en vips. De Beneliga is nog niet voor morgen. Het is al 10-0 voor de Nederlanders op het vlak van infrastructuur. Alles is er doordacht. Er kan in de beste omstandigheden gewerkt worden, door alle geledingen van de club. Voor de wedstrijd worden de aanwezige mediamensen getrakteerd op bitterballen, een Hollandse specialiteit. Na de met 1-0 (wat komen we goed weg...) verloren wedstrijd worden nieuwe porties aangerukt in het cafeetje net buiten het stadion. Na een tijdje smaken ze niet meer. Bittere ballen. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht
ADVERTENTIE
BRUSSEL – Met de Geco-contracten wil het Brussels Gewest topsporters alle troeven bieden om hun ambities waar te maken. De Geco-contracten werden al in 2002 in het leven geroepen om topsporters alle kansen op slagen te geven. Met succes. Het mooiste voorbeeld zijn de broers Borlée, die internationaal hoge toppen scheren. Zij behoren ook dit jaar tot de zes gelukkige Brusselaars, samen met zus Olivia Borlée, Anne Zagré, Arnaud Destatte en Frédéric Xhonneux. De Geco-overeenkomsten worden niet zomaar aan om het even wie gegeven. Elk jaar
worden de prestaties van de atleten geëvalueerd en beoordeeld. Geïnteresseerde topsporters komen nog altijd in aanmerking, want voor dit jaar zijn er nog plaatsen. Brussels minister van Werk Benoît Cerexhe (CDH) roept de sportfederaties dan ook op om nieuwe sporters aan te trekken en zich aan te sluiten bij het systeem van de Geco-sporter, ongeacht de discipline. Wie wil schitteren op de komende wereldkampioenschappen of de Olympische Spelen van Rio de Janeiro in 2016, moet nu al de handen uit de mouwen steken. En dan lijkt zo’n Geco-contract een aardige duw in de rug. TS
Studenten discussiëren over sport BRUSSEL – Op 1 maart organiseert Studentensport Brussel een discussie over de sportende student in de hoofdstad. Ben je tevreden over de sportfaciliteiten en het -aanbod op je campus? Wat zou je graag in de toekomst zien gebeuren? Wat ontbreekt volgens jou in Brussel? Het zijn maar drie vragen die op donderdag 1 maart aan bod komen. Studentensport Brussel organiseert dan vanaf 18 uur een vier uur lange discus-
sie over waar het de komende vier jaar heen moet met studentensport in de hoofdstad. Na een lange dag in de schoolbanken is een zware discussieavond voor de gemiddelde student een opgave. De avond in het Ritscafé (Dansaertstraat 70) zal dan ook in een relaxte cafésfeer baden, met tapas en frisse pinten. Met de studenten schuiven ook sportfiguren en specialisten mee aan tafel. Inschrijven wordt aanbevolen en kan nog tot vandaag: www.studentensportbrussel.be. TS
Discussieer met Brussel www.brusselnieuws.be
BDW 1317 PAGINA 24 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
O T 13 J T 9
ER
Z
OR IE D
zaIE
VO
A
• BD W AR
k a l p , ip n k , n .. . t a Teke d n a v r e en me li é r O t me S
ORDEN
J ATRICK DOOR P
EEN VAN
, akantie v r e e Het is w ken we bij ma en dan ts ag plaa a r g e i Zaz éli. voor Or r s,
aske zin in m i? Maar n e e g n tt Eve of confe je) in n e s s u r(t k r ok monste t e h m w el o en? s te lat o l f l e z je en - en eze tek d lijf... n a d Ga hten te c a r d p lo ntjes: k nu t s e ze icoo o r e d r al naa at je zo w Kijk uit n e t e je w ze laten . n zelf kan doe ien ver zin je h sc wij En mis it waar e it iv t c a nog een achten. d n a niet a zier! e Veel pl
© ORÉLI
Aaaah, daar komt Frankie! Kan je het gedrocht hiernaast nóg gruwelijker maken? Speel zelf voor dr. Victor Frankenstein en vul je monster op met allerlei gekke voorwerpen, door te knippen en/of zelf te tekenen. Want het creatuur van dr. Frankenstein bestond ook uit allerlei gevonden voorwerpen en ledematen. Wie nog meer wil griezelen, moet zeker eens ‘Frankenstein’ intikken op YouTube.
BDW 1317 PAGINA 25 - DONDERDAG 23 FEBRUARI 2012
Halve Minotaurus De Minotaurus was half mens, half monsterachtig wezen dat jarenlang opgesloten zat in een doolhof op Kreta. Kan jij onze Minotaurus helpen zijn kop terug te vinden? © ORÉLI
Held lust monsters Teken jezelf als superheld en jaag de monstertjes lekker de stuipen op het lijf.
GRRRROOOOAAAAAA!!
© ORÉLI