Issuu on Google+

NIEUWE REEKS: DE SUKKELSTRAAT

DE MENS: TWINTIG JAAR NO-NONSENSE En ook: Abel Ferrara, Per Kirkeby en P.F. Thomése.

09 02 12

22 gemeentelijke pijnpunten DEEL 1: WAYEZ ANDERLECHT, P. 10

AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

IEDEREEN IN DE KAST!

“De school is uit, iedereen de kast in!” De lenige klas van juf Bianca van de Scheutplaneet won de fotowedstrijd van Klas in de Media. Op een drafje haalden de Anderlechtenaartjes de Publieksprijs binnen: 655 stemmen! (Meer op www.klasindemedia.be.)

Economie > Mini-Europa en Océade bereiden zich voor op sluiting

‘Stad blaast warm en koud’ LAKEN – Een sluiting van Mini-Europa en Océade in augustus 2013: dat is het scenario dat eigenaar Thierry Meeùs voor zich ziet als de Stad Brussel niet bijdraait.

A 

lles draait om het Neo-project waarmee de Stad Brussel de hele Heizel wil herinrichten. Dat prestigieuze project, gelanceerd in 2008, plant een groot congrescentrum, een shoppingmall, woningen en ook wat ontspanningsfaciliteiten. Al vier jaar heerst er onduidelijkheid over de toekomst van MiniEuropa en Océade, gebouwd op grond van de Stad. In 2010 kregen beide parken een huurverlenging,

maar slechts tot augustus 2013. Eigenaar Thierry Meeùs is ten einde raad. “Océade is het grootste aquapark tussen Parijs en Den Haag. We hebben altijd geïnvesteerd. Vandaag openen we twee nieuwe glijbanen. Maar al vier jaar krijgen we van de Stad te horen dat we lelijk en loemp zijn, niet succesvol en dat we geen huurverlenging zullen krijgen.” Tegelijkertijd leest Meeùs in de pers dat de toekomst van zijn parken volgens Brussels burgemeester Freddy

Thielemans (PS) verzekerd is. “De Stad blaast koud en warm tegelijk.” Bij de presentatie van het masterplan voor de site door het Rotterdamse architectenbureau KCAP zag Meeùs dat Océade verplaatst zou worden en dat de gebouwtjes en de hoge haag rond Mini-Europa zouden verdwijnen. Voor de architecten kunnen beide parken inderdaad blijven, met weliswaar een flinke upgrade. Meeùs: “Wat is dat, een upgrade? Is Océade nu niet goed? Het park honderd meter verplaat­ sen gaat niet, dat zou ettelijke  miljoenen kosten. En wat zijn  we met een Mini-Europa dat niet afgesloten mag worden?”

Meeùs is ook hoogst verbaasd dat de Stad deze week plots zegt dat hij maar een moderniseringsvoorstel moet indienen in het kader van de aanbestedingen die deze maand voor het project worden uitgeschreven. Voor hem is het duidelijk dat de Stad geen belangstelling heeft voor de economische en toeristische betekenis van Mini-Europa en Océade. “En ook niet voor haar bevolking. We hebben een enquête gehouden onder Lakenaars: 78 procent wil dat de parken blijven.” Zoals de zaken er nu voorstaan, ziet Meeùs dat Mini-Europa en Océade in augustus 2013 sluiten. Hij heeft ook al enkele kandidaat-overnemers

voor de attracties. Maar voor hij de strijd definitief opgeeft, lanceert hij nog een petitie. MR en Open VLD dienen in de volgende gemeenteraad een motie in waarbij de verlenging van het huurcontract (mét duidelijk omschreven upgrade) wordt gevraagd.  Bettina Hubo ADVERTENTIE

STRAFFE SALONCONDITIES 26 OP P.XX

DB35/199335B2

N° 1315 VAN 9 TOT 16 FEBRUARI 2012 ¦ WEEK 6: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, FAX: 02-226.45.69, E-MAIL: INFO@BDW.BE


BDW 1315 PAGINA 2 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

OPMERKELIJK © GOOGLE STREET VIEW

Uitgelicht > Belgische brouwers samen naar de Beurs

Beurs, Bourse, Beers... NIET-DAKLOZEN OOK IN DE KOU SINT-JOOST-TEN-NODE – In een appartementsgebouw aan het Sint-Lazarusplein doet de centrale verwarming het al enkele dagen niet meer. En het ziet er niet naar uit dat het euvel vlug opgelost zal zijn. De stookolieketel in het voormalige hotel werd maandagochtend officieel kapot verklaard, hoewel dat zich al veel langer aankondigde. De verschillende eigenaars vonden begin vorig jaar net niet de nodige twee derde meerderheid, noch de financiële middelen, om een individueel verwarmingssysteem in de 68 appartementen te installeren. AISSJ, het sociaal verhuurkantoor van Sint-Joost, verhuurt een kwart van de appartementen, maar is niet de eigenaar. Die appartementen werden stuk voor stuk gerenoveerd, terwijl de andere 51 flats in een vaak deplorabele staat verkeren. Sommige bewoners zijn op 6 ampère stroom gezet, waardoor ze in hun kleine ‘hotelkamer’ met enkel glas zelfs geen elektrisch vuurtje kunnen installeren. Groen-gemeenteraadslid Frederic Roekens bezocht enkele appartementen en stelde er heel lage temperaturen vast. “Sommigen laten hun elektrische verwarming een hele dag aanstaan, opdat hun living een beetje leefbaar zou zijn als ze ’s avonds thuiskomen. Hierdoor is er reëel brandgevaar,” bevestigt Thierry Balsat van het Observatoire National de l’Habitat et de l’Urbanisme (ONHU). Bertrand van Hoorebeke, gedelegeerd bestuurder van AISSJ, weet dat slechts een derde van de privé-eigenaars zijn rekeningen betaalt. “Zo loopt er een rechtszaak tegen deze wanbetalers voor 180.000 euro aan achterstallige betalingen. Maandag diende de gemeente opnieuw een klacht in tegen de eigenaars, ditmaal omdat de verwarmingsketel het niet meer doet.” En wat als er vandaag of morgen brand uitbreekt? “De gemeente zou het gebouw nu kunnen evacueren, maar er is geen plaats om deze mensen op te vangen.” Roekens houdt zijn hart vast voor de komende dagen en weken. Volgens hem kan er uit deze pijnlijke casus alvast één belangrijke les worden getrokken: “Een sociaal verhuurkantoor moet heel goed opletten om iets aan te vangen met oude gebouwen waarvan iedereen weet dat er problemen zijn.” Tuur De Moor 

BRUSSEL – Er komt geen museum voor moderne of hedendaagse kunst, en ook geen Vlaamse hogeschool in de Beurs. De Stad Brussel bekijkt de plannen voor een ‘bierbelevingscentrum’ dat de renommee van de Belgische bieren internationaal moet uitdragen, naar het model van Dublin en Amsterdam.

H 

et idee voor zo’n belevingscentrum, een andere naam voor een museum met de nadruk op actie (proeven, dus) en interactie, gaat al een tijdje mee. Het was ex-politicus en bierkenner Sven Gatz die het lanceerde om Brussel als ‘Beer Capital of the World’ te promoten. België mag zich het land van het bier noemen in die zin dat nergens anders zoveel verschillende bierstijlen geproduceerd worden. Brussel en omgeving zijn dan weer uniek omdat er met de lambiekbieren geuze, faro en kriek nog volgens de letterlijk antieke methode van spontane gisting gebrouwen wordt. Ooit kwam de oude geuzebrouwerij van Belle-Vue aan het kanaal in beeld als locatie voor het biermuseum, maar Belle-Vue heeft inmiddels een bestemming als hotel en opleidingscentrum. Toen de Stad Brussel opnieuw de beschikking kreeg over het Beurs-

gebouw (nadat tegen een vergoeding van 4,7 miljoen euro de erfpachtovereenkomst met beursbedrijf Euronext verbroken was), bracht Gatz in zijn nieuwe functie als directeur van de Belgische Brouwers de nodige partijen rond de tafel. De toplocatie trok niet alleen AB InBev, maar ook de andere vier grote Belgische brouwerijen over de streep. De naam Belgian Beer Temple sluit aan bij de Belgian Beer Cafes, een ander internationaal project waarvoor de grote Belgische brouwers samenwerken.

Stad Brussel brengt dus het Beursgebouw in. Burgemeester Freddy Thielemans (PS) bracht de voorbije maanden overigens al bezoekjes aan het Guinness Storehouse in Dublin en Heineken Experience in Amsterdam, die allebei goed zijn voor meer dan een half miljoen bezoekers per jaar. Op dit moment werkt Krishan Maudgal in opdracht van de Belgische Brouwers aan het plan met

Campagne

Zo’n attractie op een steenworp van het stadhuis biedt volop fotomomenten met prominente gasten

Voor de opening mikt men op de herfst van 2014, de kosten worden geraamd op zo’n 15 miljoen euro. Het Brussels Gewest zou officieus drie tot vijf miljoen toegezegd hebben, maar naast de brouwers zal wellicht nog een derde investeerder gevonden moeten worden. De

de concrete invulling dat iedereen moet overtuigen. Maudgal heeft een verleden als manager bij Affligem en Alken Maes van de Heineken-groep, maar werkt nu onafhankelijk en begeleidde zo onlangs nog de succes-

volle campagne rond de verkoop van Westvleteren XII bij Colruyt.

Hertog Jan Zowel Heineken als Guinness vult een klassieke locatie in met hedendaagse technologie. Traditie en touch­screens gaan er hand in hand. De sfeer combineert die van een museum met die van een pretpark. De Heineken Experience werd uitgebouwd in de oude brouwerij van de wereldberoemde Amsterdamse pils. In een replica van een oude bar vertelt een virtuele barman achter de toog de geschiedenis van de brouwerij. In de authentieke brouwzaal wordt het productieproces uitgelegd. Hippe jongens en meisjes geven de bezoekers uitleg over de ingrediënten of over bierproeven. Bezoekers kunnen ook zelf een biertje bottelen of in een reclamespotje meespelen. Ook The Guinness Storehouse is ingebed in een oud brouwerijcomplex en baart opzien door de architectuur: het ontwerp over de zeven niveaus binnenin roept het beeld op van een reusachtige pint, met als schuimkraag een half boven het dak zwevend stadspanorama. Heeft het beschermde Beursge-

DE WEEK IN BEELD DOOR IVAN PUT

Vrijdagavond halfacht aan de Beurs. Voetje voor voetje door de eerste sneeuw. Op de baan sneuvelen vlotjes records: er staat tot 1.275 kilometer file.

© IVAN PUT


© IVAN PUT

BDW 1315 PAGINA 3 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

Historische link: notoir bierliefhebber Hertog Jan I, ‘Gambrinus’, ligt onder het Beursgebouw begraven.

bouw van architect Léon Suys uit 1868 iets dergelijks te bieden? Er is in elk geval genoeg plaats. Ook als beursbedrijf Euronext als huurder blijft, dan nog blijft er negen- van de elfduizend vierkante meter over:

“ “

de monumentale beursvloer vormt samen met nog zes vergaderzalen de eerste verdieping. Gelijkvloerse verdieping en -1 krijgen minder daglicht, maar zijn toch bruikbaar. Op de tweede verdieping zijn er ruimtes

rond de vide boven de beursvloer. Op de derde verdieping zitten in de vier hoeken grote zalen waar telkens twee- à driehonderd mensen binnen kunnen. Die zalen zijn nog helemaal casco, krijgen veel licht en zijn door passerellen met elkaar verbonden. Bovendien stond op de plek van de Beurs vroeger het Minderbroedersklooster, waarvan nog restanten te zien zijn op de archeologische site Bruxella 1238. Het klooster had niet alleen een brouwerij, maar is ook van belang omdat hertog Jan I van Brabant (1254-1294) er begraven ligt, waardoor Brussel definitief de hoofdplaats van het Hertogdom Brabant werd, ten nadele van Leuven. Hertog Jan stond bekend als veldheer, als dichter en als liefhebber van jachtpartijen, feesten en... bier. Hoewel aan zijn hof wellicht vooral wijn gedronken werd, ging Jan I de geschiedenis in als de allegorische bierkoning Jan Primus of Gambrinus, die meestal wordt afgebeeld op een biervat. Tal van bieren en cafés werden naar hem vernoemd. Er wordt nog bekeken of de link van het bierbelevingscentrum naar de grafplaats van Jan I ook fysiek gemaakt kan worden, maar ondertussen is de link met de huidige burgemeester wel duidelijk. Met zo’n attractie op een steenworp van het stadhuis liggen de fotomomenten met prominente buitenlandse gasten voor het grijpen. Ten slotte opent de aanwezigheid van de Belgian Beer Temple ook perspectieven voor het Belgian Beer Weekend van de Belgische Brouwers, dat de Grote Markt stilaan is ontgroeid. 

Michaël Bellon

We gaan zo’n belangrijke beslissing toch niet laten afhangen van het feit dat de grond in Mechelen goedkoper is dan in Brussel? Daar is de kruidenier weer, altijd die kosten-batenanalyse.” VRT-journalist William Van Laeken, nu met pensioen, ziet meer dan een reden om de Vlaamse radio- en televisieomroep in Brussel te houden (blog op deredactie.be).

Ik heb geen hoop dat ze de dader zullen pakken. Ik denk dat de Brusselse politie wel andere prioriteiten heeft. Nederlands leren bijvoorbeeld.” Acteur Roel Vanderstukken, cynisch, nadat hij slachtoffer werd van sackjacking in zijn auto aan het Saincteletteplein (in Gazet van Antwerpen).

WEEKOVERZICHT WOENSDAG 1 FEBRUARI Opnieuw asielcrisis. In een open brief geeft Peter De Roo, afgevaardigde bij de opvang van asielzoekers, kritiek op staats­ secretaris voor Asiel Maggie De Block (Open VLD). Die zou te weinig maatregelen treffen om asielzoekers op te vangen. Het probleem wordt (opnieuw) prangend door de vrieskou. SCHOOLINSCHRIJVINGEN van start. Tijdens de eerste dag van de inschrijvingen in het Nederlandstalige basisonderwijs worden 927 kinderen aangemeld. Ouders die hun kind willen inschrijven, kunnen zich nog de hele maand februari online aanmelden.

DONDERDAG 2 FEBRUARI Nieuwe voorzitter visitbrussels. Alain Hutchinson (PS) is de nieuwe voorzitter van VisitBrussels, het toerismebureau van de Stad Brussel. Hij volgt tijdelijk PS-schepen Philippe Close op. Oppositiepartij MR spreekt van een politieke benoeming. KELNER DOODGESTOKEN. In café New Cardinal in Ganshoren wordt een kelner neergestoken. Een klant treft de 47-jarige Bruno Thoelen met verschillende messteken in de hals aan in de toiletten. Het parket denkt in de richting van een roofmoord. De kelner was ooit speler bij RSC Anderlecht. ALLOCHTONE JEUGDBEWEGING. Vlaams minister van Jeugd Pascal Smet (SP.A) pleit voor aparte jeugdbewegingen voor kinderen van migranten, omdat het traditionele aanbod er niet in slaagt deze doelgroep aan te spreken. Scouts en Gidsen Vlaanderen kan zich in het voorstel vinden, Chirojeugd Vlaanderen niet.

VRIJDAG 3 FEBRUARI Extra opvang. Ook in dit barkoude weekend kunnen een honderdtal mensen ’s nachts terecht bij SOS Opvang in Anderlecht. Dit consortium van ngo’s hekelt het gebrek aan krachtdadige signalen uit politieke hoek. Belgacom stelt een tweede gebouw ter beschikking van Samu Social voor de opvang van vijftig daklozen. Donderdag heeft Belgacom al een gebouw in Schaarbeek ter beschikking gesteld.

ZATERDAG 4 FEBRUARI Controlestop na doodsbedreigingen. In verschillende metrohaltes schort de MIVB de controles op na een politiewaarschuwing. Dat meldt La Libre Belgique. Er zijn ook doodsbedreigingen geuit ‘tegen alle personen in uniform’. Volgens een controleur zouden er no-go zones zijn waar nooit gecontroleerd wordt. De MIVB spreekt dat tegen. Magnette WIL GEWESTELIJK ONDERWIJS. PS-minister Paul Magnette wil de onderwijsbevoegdheid overhevelen van de gemeenschappen naar de gewesten. Dat zou betekenen dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een eigen onderwijsbeleid kan gaan voeren.

ZONDAG 5 FEBRUARI RUNDSKOP IN DE PRIJZEN. Rundskop, de film van de Brusselse cineast Michaël R. Roskam, krijgt vier Magrittes. Dat zijn de filmprijzen van Franstalig België. De film wint in de categorieën ‘beste acteur’ (Matthias Schoenaerts), ‘beste montage’, ‘beste scenario’ en ‘beste Vlaamse film in coproductie’.

MAANDAG 6 FEBRUARI KILOMETERHEFFING. Minister van Vervoer Brigitte Grouwels (CD&V) oppert in Metro het idee om de oplopende kosten van de MIVB te financieren met een kilometerheffing. Het extra geld voor Brussel uit de staatshervorming en het duurder maken van de vervoersbewijzen volstaan niet voor de noodzakelijke uitbreiding van het Brusselse openbaar vervoer. BIERMUSEUM IN DE BEURS. In de herfst van 2014 opent in het Beursgebouw waarschijnlijk de Belgian Beer Temple. Dat meldt De Standaard. De financiering is nog niet rond. Het ‘bierbelevingscentrum’ moet een toeristische topattractie worden.

DINSDAG 7 FEBRUARI.

HET GETAL

428

Waar een kleine gemeente groot in kan zijn... Van alle Brusselse gemeenten blijkt het kleine Sint-Joost-tenNode absolute kampioen in spijbelen te zijn. Het gaat om 21 jongeren in het Nederlandstalig secundair onderwijs die in Sint-Joost wonen. Ik hoor u al zuchten: “Máár 21?” Inderdaad, maar 21. Maar die 21 vertegenwoordigen wel 11,5 procent van het aantal leerlingen.

En dat is niet weinig. Leerlingen die in Sint-Jans-Molenbeek wonen, staan op twee met 8,3 procent problematische afwezigheden. Tellen we de spijbelaars in de negentien gemeenten samen, dan komen we aan 428, of 3,5 procent van alle leerplichtige leerlingen uit het Nederlandstalig middelbaar onderwijs. Dat cijfer is vergelijkbaar met de cijfers in Antwerpen (3,2 procent) en Gent (3,7 procent). Dat alles blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) aan Vlaams parlementsDV lid Paul Delva (CD&V).

IJS SPEELT KANAAL PARTEN. Door de barre temperaturen raakt het kanaal stilaan dichtgevroren. De Haven van Brussel doet er alles aan om het kanaal ijsvrij te houden. Vooral de sluizen krijgen het zwaar te verduren.  Samengesteld door Christophe Degreef, Tuur De Moor en Steven Van Garsse

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF


BDW 1315 PAGINA 4 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

Geld > Zoektocht naar stabiliteit in bancair systeem nooit eerder zo intensief

Islamitisch bankieren wil voet aan de grond in België BRUSSEL – Speculatie, rommelkredieten, financiële en economische crisis, en sinds kort ook officieel recessie in België. Nooit was de financiële wereld zo onstabiel, en nooit was haar clientèle meer op zoek naar ethiek, veiligheid en stabiliteit. Uitgerekend nu werkt de Marokkaanse Chaabi Bank aan islamitische spaarrekeningen voor de Belgische markt.

C 

haabi Bank heeft drie kantoren in Brussel, een in Antwerpen en een in Luik. Haar Europese hoofdkantoor ligt in Parijs. Vandaar kwam een maand geleden de mededeling dat de bank in België en Duitsland spaarrekeningen wil aanbieden die voldoen aan de regels van de sharia. Die islamrekeningen bestaan in Frankrijk al sinds vorig jaar. Voor België mikt de bank op juni van dit jaar. Volgens Mohamed Boulif ligt de fiscale wetgeving nog dwars: “2013 is misschien realistischer.” Boulif is financieel consultant en organiseerde in oktober 2011 de eerste opleiding islamitisch bankieren in België (zie inzetje). Met Chaabi Bank onderhoudt hij nauw contact. Jaarlijks groeit deze relatief jonge bankmethode wereldwijd met tien tot vijftien procent. Boulif: “Het grote verschil tussen islamitisch bankieren en ons ‘gewone’ westers bankieren is dat alle transacties gebaseerd zijn op onderpand – iets tastbaars, dus. Schulden verhandelen, een van de oorzaken van de kredietcrisis, is uit den boze.” Ook interesten zijn verboden in de islam, net als speculatie. Tot de islamitische principes behoort ook een verbod op beleggen in sectoren zoals wapenhandel, de seksindustrie, alcohol, gokken... Boulif: “Als je je geld plaatst op een spaarrekening bij een islamitische

bank, dan neem je geen risico en maak je geen winst. Kies je voor een beleggingsfonds, dan teken je een overeenkomst dat je de eventuele winst of het eventuele verlies deelt met de bank. Je krijgt dan op het einde van het jaar geen rente, maar een aandeel in de winst. Zo’n twintig procent van de winst gaat naar de

Geert Van Lerberghe, Febelfin:

“Er is opnieuw een hechtere relatie nodig tussen de bank en de klant”

bank, voor onkosten zoals kantoren en personeel, en haar eigen winst. De overige tachtig procent wordt verdeeld tussen de intekenaars op zo’n belegging. De opbrengst kun je, via de bank, doneren aan sociale of liefdadigheidsorganisaties.” “Als je een lening wilt aangaan om een huis te kopen,” vervolgt Boulif, “dan koopt de bank het huis in jouw plaats, en ze verkoopt het vervol-

gens aan jou verder met een winstmarge. Een andere mogelijkheid is dat de bank het huis koopt zodat je het kunt lenen voor een bepaalde periode tot je ten slotte zelf eigenaar wordt.” In beide gevallen verandert de woning twee keer van eigenaar. Bijgevolg worden er ook twee keer registratierechten betaald. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedragen die 12,5 procent. “Dat is een serieuze hinderpaal,” geeft Boulif toe. “Een aanpassing van de wetgeving is daarom nodig. In het Verenigd Koninkrijk is de bancaire regelgeving hierover al aangepast, zodat je maar een keer registratie-

Kleiner risico Geert Van Lerberghe is director risk affairs bij Febelfin, de koepelorganisatie van de Belgische financiële sector. “Als gevolg van de crisis zijn een aantal mankementen in het westers bankieren aan het licht gekomen,” zegt hij. “Automatisch gaat er daardoor meer aandacht naar ethisch bankieren, en islamitisch bankieren valt daaronder. Islami-

Opleiding islamitisch bankieren BRUSSEL – Het consultancybedrijf Al Maalya, waarvan Mohamed Boulif voorzitter is, en het Brusselse opleidingscentrum Impact Cooremans zetten in oktober vorig jaar de opleiding islamitisch bankieren op. Een primeur voor België. Zo’n 25 studenten, onder wie ook niet-moslims, volgden de cursus. Tien weken lang, twee avonden per week, kregen ze les over bankieren volgens de regels van de sharia. Het inschrijvingsgeld bedroeg

1.500 euro, studenten en werklozen betaalden 500 euro. De opleiding is net afgelopen, en midden februari leggen de cursisten examens af. Boulif: “De interesse voor islamitisch bankieren groeit snel. Daarom zijn er dringend competente mensen nodig. De opleiding richt zich vooral tot mensen met een economisch profiel, maar staat open voor iedereen.”  JW

© SASKIA VANDERSTICHELE

‘LEKKER FRIS: WEL IN HET BUITENLAND, NIET IN BRUSSEL’ BRUSSEL – Vlaanderen scoort met het project Lekker fris in het buitenland, maar vangt in Brussel bot. “De Vlaamse Gemeenschap investeert meer dan 700 miljoen euro in Brussel, en daar varen velen wel bij,” zegt Brusselaar en Vlaams parlementslid Paul Delva (CD&V), “maar op de grens gewest (Brussel) en gemeenschap (Vlaanderen) loopt het mis.” Tijdens de ministeriële conferentie Gezondheid en Milieu in 2010 kreeg Vlaanderen de Cehape Good Practice Award voor het project Lekker fris. Het project, gelanceerd in

2008, moet op een budgetvriendelijke manier gezonde binnenlucht in de scholen bevorderen. Maar wat in het buitenland succes oogst, wil in Brussel ook twee jaar later

tisch bankieren zal ons systeem niet kunnen vervangen, maar we kunnen er zeker iets van leren. Eén ding is zeker: als er een aantal zeer strenge ethische principes waren toegepast in het westerse kader, dan was de kans op een zo ver doorgedreven crisis veel kleiner geweest. Er is opnieuw een hechtere relatie nodig tussen de bank en de klant.” Johan Leman, voorzitter van het regionaal integratiecentrum Foyer, treedt hem bij: “Waar zit de verantwoordelijkheid nog? De mensen die de boel om zeep geholpen hebben, dragen nauwelijks de gevolgen. Als klant voel je je onmachtig, je bent te weinig medeparticipant. Dat heb je veel minder bij islamitisch bankieren. De verantwoordelijkheid wordt gespreid tussen de bank en de klant, zowel bij winst als bij verlies. En de belegger kiest zelf in welke sector of activiteit zijn geld wordt belegd. Een beetje zoals Triodos Bank bij ons.  Ik vind dit als niet-moslim een gezonde manier om met geld om te gaan.” Toch zijn er ook nadelen aan verbonden. Van Lerberghe: “Islamitisch bankieren staat nog in de kinderschoenen. Het model is nog altijd in ontwikkeling en er bestaat geen uniform geheel van principes. Een ander mogelijk nadeel is de angst en de vooroordelen van het publiek voor bepaalde islamitische symbolen.” Boulif: “Wanneer ik over islamitisch bankieren spreek, dan wordt vaak de link gelegd met terrorisme. Maar als terrorist kun je maar beter niet naar een islamitische bank gaan. Zoals alle banken zijn ze onderworpen aan de westerse internationale re-

kosten betaalt. Ook in Frankrijk is men bijna zo ver.” Bij zo’n hypothecaire lening betaal ik toch ook rente aan de bank? Is dat dan niet verboden in de islam? Boulif: “Als je iemand geld leent, en je vraagt daarop winst, dan is dat interest, wat inderdaad verboden is. Maar als je een huis of een ander goed verkoopt, en je vraagt daar winst op, dan is dat commerciële winst. Er wordt iets tastbaars verkocht.”

nog altijd niet lukken: onderwijs is  een gemeenschapsmaterie, milieu een gewestbevoegdheid. “Leefmilieu Brus­sel neemt een weinig proactieve houding aan,” zegt Delva. Ook in de welzijnssfeer loopt Brussel heel wat mis. Neem nu de Vlaamse cel Wonen-Welzijn, die woningaanpassingen voor senio­ ren en gehandicapten op de agenda plaatst. Projecten van Vlaamse or-

Paul Delva: Brussel vangt bot.

ganisaties worden niet geselecteerd, en het Vlaams-Brusselse werkveld wordt niet uitgenodigd op de vergaderingen. Delva heeft niet minder dan zeven voorbeelden van dossiers waarbij het fout loopt omdat ze op het kruispunt gewest-gemeenschap liggen. Opvallend is dat het vaak om heel concrete initiatieven gaat die voor mensen – en vaak de zwakkeren – een wezenlijk verschil kunnen maken. Soms gaat het gewoon over de benaming van wetgevende initia­ tieven. Het decreet Lokale Dien­


BDW 1315 PAGINA 5 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

De Chaabi Bank aan de Zuidlaan. Mohamed Boulif promoot islamitisch bankieren in België: “Als terrorist kun je maar beter niet naar een islamitische bank gaan. Zoals alle banken zijn ze onderworpen aan de internationale regels.”

gels. Daarnaast hebben islamitische banken ook de morele controle door het sharia-comité.” Van Lerberghe stelt zich wel vragen bij de governance, het bestuur, van die zogenaamde sharia board. “Dat zou toch wel duidelijk moeten zijn. De transparantie moet zeker opgedreven worden.” Boulif: “De crisis zou zeker niet veroorzaakt zijn door de ‘fundamenten’ van islamitisch bankieren. Er kunnen wel liquiditeitsproblemen zijn of problemen met kredietrisico’s, maar geen problemen die voortkomen uit speculatie, gebrek aan transparantie of shortselling: islamitisch bankieren is gebaseerd op de reële economie.”

Vraag en aanbod Boulif: “Volgens ons consultancybureau is er bij de Belgische moslims een grote potentiële markt

voor islamitische producten, zoals woonkredieten. Ik wil islamitische financiële diensten aanbieden in

waarop moslims kunnen intekenen via de bestaande banken. Een andere mogelijkheid is de toepassing

Johan Leman, Foyer:

“Ik vind dit als niet-moslim een gezonde manier om met geld om te gaan” België, aan moslims en aan nietmoslims.” Van Lerberghe: “Er is bij Febelfin voor de Belgische sector geen globale analyse over de markt voor islamitisch bankieren. De vraag is: hoe kan het islamitisch bankieren met succes georganiseerd worden in België? We zien een mogelijkheid in de verkoop van producten

van enkele islamitische principes in de Belgische wetgeving, zodat je een ethisch kader krijgt.” Leman: “Het is moeilijk in te schatten of de moslimgemeenschap zit te wachten op de mogelijkheid van dit alternatieve bankieren. De gewone man kijkt om zich heen en ziet banken als KBC, Dexia, BNP Paribas en richting het Zuidstation hier in

© BART DEWAELE

Brussel ook enkele Marokkaanse kantoren, maar geen islamitische bank. Zodra het systeem een beetje bekend is, denk ik wel dat een aantal moslims er gebruik van zullen maken, en zelfs een aantal nietmoslims met een deel van hun geld. Behoeften worden voor een stuk gecreëerd. Mocht er hier een moslimbank in de buurt zijn, ik zou er zonder probleem gebruik van maken. Naast de andere banken weliswaar.” Boulif vertelde in 2010 in enkele media dat hij van plan was om een bank op te richten. Is dat nog altijd het plan? “Als er in België interesse voor is, en we vinden investeerders, in het Midden-Oosten bijvoorbeeld, dan mag het vereiste startkapitaal geen hinderpaal zijn. Op dit moment

sen (gemeenschap) naar Mobiliteit  (gewest). Hier dreigen Brusselaars met een handicap uit de boot te vallen. Is er een oplossing? Delva: “Vlaanderen moet zich bij de voorbereiding van wetgevende initiatieven grondig informeren over de vigerende wetgeving in Brussel.” Maar dat volstaat niet, zo beseft Delva: “De uitvoering hangt af van een goede voorbereiding en van de goodwill van Vlaamse en Brusselse ambtenaren.” 

Danny Vileyn



Jan Wouters

Jan Wouters schreef deze tekst als afstudeerproject Journalistiek aan de Erasmushogeschool Brussel ADVERTENTIE

steneconomie – projectfinanciering voor buurtsport, preventieve gezinsondersteuning en buurtgerichte kinderopvang, ook al op de grens gemeenschap-gewest – is tot nader order een Vlaams gewestdecreet, en dus vallen Brusselse projecten niet in de prijzen. Flanders’ Care, een investeringsfonds voor vernieuwende welzijns- en gezondheidsinitiatieven, eist dan weer dat Brusselse initiatieven ook in Vlaanderen actief zijn. En dan is er nog de Vlaam­se Dienst Aangepast Vervoer, die overgebracht wordt van Gelijke Kan­

werken we aan een product, een woonlening met zekerheden. Zowel op juridisch en fiscaal vlak als volgens de eisen van de sharia is dit bijna rond. Het grote probleem is hoe dit concept van bankieren in België mogelijk kan worden onder de lokale en internationale regelgeving. Ik geloof steeds meer in het aanbieden van islamitische producten via de conventionele banken, om economische en psychologische redenen. Voorlopig is er bij de Belgische banken echter weinig interesse voor islamitisch bankieren. Een alternatief is om de islamitische producten via Marokkaanse of andere Arabische banken aan te bieden.”


BDW 1315 PAGINA 6 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

Veiligheid > Warandepark is toeristische hotspot voor homoseks

Cruisen naast de warme wafels post, om 19 uur, gaat het crescendo de nacht door,” bekent de lokale politie van Zone 1 (centrum), die in de bosjes een kantoorpaviljoen heeft. We horen dat de nacht ook andere emoties aanzuigt: NoordAfrikaanse en Oost-Europese ‘macho’s’ komen hier hun agressie botvieren op de homo’s die hier cruisen. Gaybashing is onder geen beding te tolereren. Maar het politiekantoor is dicht.

Prioriteiten en personeel

“Tussen de Brusselse wafels en de muur waarachter de parade op 21 juli defileert, daar moet u zijn, meneer: bij de twee valleibosjes.”

BRUSSEL – De lente priemt door het dorre bladerentapijt in het Warandepark, maar her en der priemt ook wat anders: een gebruikt condoom, een tube glijmiddel. Overdag, maar vooral in de schemering en ’s nachts wordt hier intensief gecruiset door homo’s op zoek naar sekspartners. Op het internet vindt de toerist snel de weg naar dit Bourgondische jachtterrein: het cruisen wordt wereldwijd gepromoot in de voortuin van Kamer en Senaat.

H 

et Warandepark staat met stip bij de ‘hottest gay cruising places around the World’: toeristisch attractief, terwijl iedereen weet dat cruising bekendstaat als ‘risicocontact’. In alle talen, van Engels tot Russisch en Spaans, wordt dit cruisingpark op internet aanbevolen, naast andere publieke locaties in de hoofdstad. De overlast (“Hoezo, overlast?” wordt er geschermd, “de activiteiten vinden toch achter de struiken plaats?”) heeft vooral te maken met de condooms, glijmiddelverpakking en spuiten die na de nacht worden achtergelaten. Wandelaars en joggers overdag, maar vooral kinderen die met de jeugdvereniging ’s weekends in de bosjes ravotten, worden met de viezigheid geconfronteerd.

In december en januari maakten we verschillende promenades in het park, om de foto’s te verduidelijken die onze fotograaf makkelijk kon maken. “O meneer, ik ken ze wel, ze zijn niet agressief, de mannen die seks met andere mannen zoeken,” stelt de wafelbakker in zijn kiosk ons gerust. “Een Zuid-Italiaanse toerist zei me met pretoogjes dat het hier dag en nacht ‘actie’ was. Hoe hij de plek ontdekte? Gewoon aangeraden op een Italiaanse site, zei hij.” De ambtenaren op hun parkbank doen er wat giechelig over: “Tussen de Brusselse wafels en de muur waarachter de 21 juliparade defileert, daar moet u zijn: bij de twee valleibosjes.” We kennen de restanten van het oorspronkelijke niveauverschil wel

(foto); er glimt van alles op het vries­ tapijt. Nu er weinig bladergroen is, blijft de bedrijvigheid overdag bescheiden. Eens de middagjoggers

© BART DEWAELE

met zijn fluohesje al van ver opvalt. Ook bij het grote fonteinbassin op een steenworp van het parlement is cruising een vast ingrediënt van de parkanimatie. “Hoe laat is het, meneer?” wordt me gevraagd als ik langer dan beleefd naar een getraind figuur staar, te traag wandelend wellicht. Een andere avond begint iemand zowaar heupwiegend rakelings langs me heen te lopen. Oogcontact zoeken leidt hier snel tot

“Na sluitingstijd van de politiepost, om 19 uur, gaat het crescendo de nacht door”

met het lentezonnetje terugkeren, wordt het weer drukker. “Het zou goed zijn mocht er voor maart opnieuw een grootscheepse politieactie plaatsvinden,” zegt de wijkagent, die net als de parkwachters

meer. Waar het struikgewas dicht is, zoals achter het Parktheater, groeit al lang geen gras meer op de olifantenpaadjes. Van valavond tot middernacht neemt de bedrijvigheid toe. “Na sluitingstijd van de politie-

Het hoofd van de lokale zedenpolitie windt er geen doekjes om: “Cruising hoort niet tot ons kernpakket (wel verkrachting, seksueel misbruik, prostitutiecontrole in het kader van mensenhandel, jeugdprostitutie,...; red.). Als we tijd over hebben, houden we wel eens een controle; cruising op zich is overigens niet strafbaar. We kunnen wel openbare zedenschennis vaststellen op publieke plaatsen, maar aanwezigheid van mannen is op zich geen probleem als er geen klacht voor overlast ingediend wordt.” Dat de politieacties zeldzaam zijn, is bekend. De laatste grote controleactie dateert van het vroege 2011, georganiseerd door de federale gerechtelijke politie in het kader van een dossier inzake jeugdprostitutie. De resultaten van dit onderzoek werden niet overgemaakt aan andere korpsen (en dat hoeft ook niet); de lokale politie weet dus van niets. “Kort nadien is het enige tijd rustiger geweest,” bevestigen de wafelbakker en de wijkagent. Als het vaderhart voor ‘spelende kinderen in gevaar’ opspeelt, waagt de wijkagent zich toch eens aan een eigen actie. Te vaak mag/kan dat ook weer niet, klinkt het met een zucht. “Mag ik hier niet vrij wandelen misschien?” reageert de homo dan snel geprikkeld. Waarom gaat het park niet gewoon dicht ’s nachts, als je kinderen de confrontatie met een gebruikt condoom wilt besparen? Het antwoord is eenvoudig: omdat er niemand is om de boel te sluiten. De hele lokale politie van Brussel-centrum telt zes wijkagenten. Zowel ’s morgens als ’s avonds zou minstens drie man dagelijks paraat moeten staan om het hele park op bezoekers uit te kammen, om nadien alle poorten te kunnen sluiten. Nochtans is er maar één oplossing om de overlast in de kiem te smoren, horen we van wandelaar en wijkagent tot zedencommissaris: “’s Nachts het park sluiten!” Of daar personeel voor is of kan komen, kunnen/willen zij niet gezegd hebben. “Daarop kan alleen de politiek een antwoord geven,” klinkt het bij de lokale zedenbrigade. 

Jean-Marie Binst


BDW 1315 PAGINA 7 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

P-PRAAT Onze collega’s van de nationale pers slaan de bal al eens mis. Zo werd onze aller Pascal Smet (SP.A) in Het Laatste Nieuws gekoppeld aan een nieuwe vlam. Smet stond op de foto met Jean-Charles Luperto (PS), voorzitter van het parlement van de Franse Gemeenschap. Het foto-onderschrift had het over ‘de minister van Onderwijs en zijn echtgenoot’. Enthousiaste fotoshoppers mogen ons hun beste creaties met andere Brusselse excellenties doorsturen. Een aantal Schaarbekenaren kreeg onlangs telefoon met wat vragen over hun lokale politici. Een peiling van de MR, zo wordt gefluisterd, die wil onderzoeken

Welzijn > ‘Waarom wil niemand als zelfstandige werken?’

of het een goed idee is om oud-voorzitter Louis Michel naar de Ezelsgemeente te halen. Een van de vragen was wat ze vonden van politici die opkwamen bij de gemeenteraadsverkiezingen terwijl ze er nog niet lang wonen: zie Laurette Onkelinx (PS). Louis Michel zou alvast niet enthousiast zijn over een verhuizing. Misschien kan een modeste villa in Lasne hem van gedachten doen veranderen. Tot slot nog een geval van radicale vernieuwing binnen de PS: Charles Picqué wordt lijsttrekker in SintGillis bij de gemeenteraadsverkiezingen. Wij zijn blij dat jong talent een kans krijgt in deze stad.

CHIEN ÉCRASÉ DANSAERTVLAANDEREN – Durf en lef, dat heeft deze stad nodig: een uitspraak die wij in gezellige etablissementen in de Dansaertwijk wel eens horen. In dat opzicht is er goed nieuws. Bij een interventie van een ambulance in Sint-Gillis ging een jeugdige onverlaat er met de ziekenwagen vandoor. Al viel hij na enkele meters stil en moest hij te voet de benen nemen. Een paar dagen later dook dan weer een filmpje op van een Brusselse snowboarder die achter een auto tegen 90 kilometer per uur over de E411 sjeesde. HEIZEL – Er komt een einde aan iets meer dan twee decennia kleffe jeugdherinneringen: Océade en MiniEuropa gaan dicht, ze hebben geen plaats in het nieuwe Neo-project op de Heizel. En dat stemt ons droef.

Een bezoek als kind aan de twee pretparken kon best plezant zijn. Iets zegt ons dat onze bloedjes minder plezier zullen beleven aan het congrescentrum dat er in de plaats komt. SCHAARBEEK – Het zat er vorige week weer bovenarms op tussen de gemeente Schaarbeek en Net Brussel. De gemeentelijke dienst Netheid betrapte Net Brussel op sluikstorten. De vuilnismannen zouden niet-reglementaire zakken verhuisd hebben van de Haachtsesteenweg (gewestweg) naar de L’Olivierstraat (gemeenteweg). Foei en een bank achteruit zonder  kus van de juf. Schaarbeek moet anders niet te veel klagen: zij krijgen een stukje gemeentelijke autonomie terug.

Vroedvrouwen zoeken vroedvrouw SINT-JANS-MOLENBEEK – De Nederlandstalige vroedvrouwenpraktijk Zwanger in Brussel is naarstig op zoek naar twee extra vroedvrouwen. “Als er niemand bijkomt, vrees ik dat we moeten stoppen.” Drie jaar geleden begon Elke Van Den Bergh samen met twee andere jonge vrouwen de zelfstandige vroedvrouwenpraktijk in de Verrept-Dekeyserstraat in Molenbeek. Ze hanteren een natuurlijke benadering van alles wat met zwangerschap en bevallen te maken heeft; geen medische ingrepen als het niet nodig is. Vrouwen kunnen bij Zwanger in Brussel terecht voor prenatale controles, zwangerschapsvoorbereiding, thuisbevalling of assistentie bij een bevalling in het ziekenhuis, postnatale controles en ook voor allerlei cursussen. De natuurlijke aanpak van Zwanger in Brussel spreekt steeds meer vrouwen aan. De praktijk kreunt inmiddels onder het succes. Een

van de drie vroedvrouwen is een tijd afwezig, en haar vervanging loopt niet van een leien dakje. “We zoeken twee bijkomende vroedvrouwen, het liefst mensen uit Brussel die Frans spreken,” zegt Van Den Bergh. “Met twee trekken we het niet meer. We werken dag en nacht. Op korte termijn hebben we zeker iemand extra nodig voor de huisbezoeken.” Zelfstandige vroedvrouwen blijken moeilijk te vinden. “We krijgen geen spontane sollicitaties. Blijkbaar willen vroedvrouwen niet als zelfstandige werken, en zeker niet in Brussel. In het ziekenhuis ligt aan het einde van de maand je loonbriefje klaar. Als zelfstandige verdien je zeker zoveel, maar je moet er harder voor werken.” Het grote voordeel als zelfstandige is volgens Van Den Bergh dat je zelf je dag regelt en het beleid bepaalt. “Bovendien krijg je veel erkenning. We volgen de vrouwen soms een jaar, in het ziekenhuis is dat meestal maar vier dagen.”  Bettina Hubo

ADVERTENTIE

DE TOEKOMST VAN BRUSSEL OP ORDE ZETTEN De Brusselse CD&V fractie & CD&V Brussel-19 nodigen u uit op een debatavond over Brussel en de zesde staatshervorming met WOUTER BEKE. U krijgt de kans om te luisteren, maar ook om zelf vragen te stellen over deze voor Brussel zo belangrijke onderhandelingen. Wanneer: Waar: Achteraf:

Dinsdag 28 februari 2012 om 19 uur Kaaitheater, Sainctelettesquare 20, 1000 Brussel Informele babbel met hapje en drankje

Gelieve in te schrijven op: cd&v@bruparl.irisnet.be of 02/549 64 86 Steven Vanackere, Brigitte Grouwels, Brigitte De Pauw, Walter Vandenbossche, Bianca Debaets en Paul Delva verwelkomen u!


BDW REGIO

BDW 1315 PAGINA 8 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

Deze week in Schaarbeek > Hoe de gemeente de straten schoon houdt

‘Niets eerlijker dan nultolerantie’

hebben gezien hoe een bewoner een volledige dressing en een matras uit zijn huis heeft gesleept en aan de overkant van de straat heeft gedumpt. Hij is er gloeiend bij. Ook hij haalt allerlei smoezen uit de kast. Zijn camionnetje doet het niet... Pierre: “Dit wordt een boete van zeshonderd euro.” Bij heterdaadbetrapping komen de kleine kantjes van de mens boven. Pierre: “Mensen hebben altijd de neiging om hun daden te banaliseren.” Hij kent de leugens als geen ander. Mensenkennis is de compagnon de route van elke goede brigadier. Een enorme spiegel staat buiten aan het huis van een oude Turkse man. Met het feit geconfronteerd stelt de Turkse man voor om de spiegel weer binnen te zetten. Pierre: “Dan weet je het wel, hé. Er is niemand die andermans brol binnenzet.” De man komt ervan af met negentig euro. En zo gaat het door. Er zullen vanavond zestien pv’s worden uitgeschreven. Dat is niet enorm, maar de hele buurt is wel uitgekamd en opgekuist en tientallen mensen zijn er op z’n minst op attent gemaakt dat sluikstorten in Schaarbeek cash wordt betaald.

Wildplassen

In de Brichautstraat wordt een hoop vuilnis uitgevlooid. Niet veel later vinden de brigadiers een rekeninguittreksel met naam en adres. Bingo!

SCHAARBEEK – Vuile straat? Hier geldt een lik-op-stukbeleid. Sluikstorten, hondenpoep, een papiertje of peuk op straat, of godbetert een argeloze plaspauze: de brigadiers van de netheidsdienst duiken op wanneer je ze niet verwacht.

G 

rote stad, vuile stad. Het is een cliché, maar Schaarbeek bewijst dat het anders kan. In vergelijking met andere centrumgemeenten liggen de straten er opvallend schoon bij. Zeven jaar geleden besloot Schaarbeek dat het genoeg was geweest met het vuil op straat. Het gemeentebestuur hervormde de netheidsdienst, lanceerde bewustmakingsacties bij de bevolking, maar vooral: het voerde de repressie gevoelig op. Vandaag doet de netheidsdienst vijftig interventies per jaar. Dat is er bijna één per week: hondenpoepcampagnes, Dust Bust (onderzoek naar daders), Netty (in schoolomgevingen) en spectaculaire Trashacties met betrapping op heterdaad. Dat leverde in 2011 maar liefst vierhonderdduizend euro aan retributies op. Die liggen tussen de 90 en de 615 euro per overtreding. “Het bedrag is niet eens zo belangrijk,” zegt diensthoofd Geert Pierre. “De pakkans is van groter belang. Dat blijkt uit alle studies.”

Het is dinsdagavond en het is bar koud. De netheidsdienst heeft een Trash-actie op stapel staan. Geert Pierre houdt in de lokalen aan de Rodenbachlaan een uitgebreide briefing. De politie is aanwezig, samen met een tiental straatvegers. Zij worden mee ingeschakeld voor de betrapping op heterdaad. Voor hen is het een aangename afwisseling op het dagelijkse straatvegen. Maar het is ook extra motiverend. Deze mensen worden dagelijks met straatvuil geconfronteerd. Zo kunnen ze mee de kwaal bij de wortel aanpakken. Pierre brieft zijn collega’s in een onnavolgbaar Brussels Frans: de straatvegers moeten altijd de politie verwittigen, ze moeten lang genoeg wachten voor ze in actie treden zodat het flagrant delict onherroepelijk is, ze mogen nooit de polemiek aangaan... Het zijn elementaire regels die tot efficiëntie en een ordelijke gang van zaken leiden. “Ik verwacht een kalme avond,” zegt Pierre. “De meeste mensen blijven

liever knus binnen.” We rijden toertjes in een pick-up in de wijk tussen Haachtsesteenweg en Colignonplein. Na een kwartier is het al prijs. De brigadiers hebben enkele kubieke meters sluikstort gevonden in een zijstraat van de Poststraat. Een oude kast, balatum en een handvol witte

“Dat is toch niet slim! Ge gooit geld op straat”

en blauwe zakken. We bellen aan. De arme eigenaar van het huis weet van niets. Dan maar de vuilniszakken uitvlooien. Het eerste resultaat is ontgoochelend. Enkel een anonieme dienstencheque. Wat later vinden de brigadiers een rekeninguittreksel met naam en adres. De dader blijkt een man van Afrikaanse origine te

© DIETER TELEMANS

zijn. Hij woont in het huis ernaast. Hij is niet thuis, maar zijn huisgenoot weet dat hij op verhuizen staat. Pierre: “Het is geen toeval dat we onze actie plannen op het eind van de maand. Een verhuizing gaat vaak met sluikstorten gepaard.” De Afrikaan wordt opgespoord. Hij geeft het sluikstort toe, maar put zich uit in excuses. Hij was net van plan om het boeltje weg te halen. Veel indruk maakt hij niet, hij krijgt een gepeperde rekening van enkele honderden euro’s in de bus. We rijden toertjes in de wijk. Af en toe zien we wat hangjongeren op een hoek van de straat staan. Pierre groet ze. Het zijn mannetjes van zijn eigen dienst. Ze houden iedereen discreet in de gaten. Het is koud, dus de straatvegers kunnen zich geregeld opwarmen in de auto’s die verdekt worden opgesteld. Even later hebben ze prijs. Een jongeman heeft een blikje op de grond gegooid. Politie komt erbij. “Dat is toch niet slim,” zegt Pierre tegen de man. “Je gooit geld op straat.” De jongeman geeft gelaten zijn identiteitspapieren. Hij is negentig euro armer. Een grote vangst is er op de Haachtsesteenweg. De incognito brigadiers

Schrijnend is het zigeunerjongetje van tien dat op wildplassen wordt betrapt. De politie brengt hem naar huis. De vader, een Roemeen, is in alle staten. De jongen krijgt er stevig van langs. De vader smeekt daarna om clementie. Hij heeft vijf kinderen. Omdat de man geen verblijfsvergunning heeft, moet hij de negentig euro handje contantje betalen. “Nee, compassie mogen we niet hebben,” zegt Pierre. “Iedereen is gelijk voor de wet. Eerlijker dan nultolerantie bestaat niet. Waar komen we anders uit? Het dametje dat brood strooit voor de duiven laten betijen? Of de mooie blondine? Of het groepje Marokkanen met pitbulls? Dat kom je dus tegen, hé. Maar daaraan mag je niet toegeven. Nooit.” De avond mondt bijna uit in een handgemeen. De gemeente Schaarbeek voert al een tijdje een open  oorlog met het gewestelijk agentschap Net Brussel. Pierre: “Snelsnel het huisvuil ophalen, dat is het enige wat voor Net Brussel telt. Er is nul kwaliteitscontrole.” Pierre toont foto’s van straten zoals Net Brussel ze heeft achtergelaten: de vuilniszakken liggen opengereten op straat. Erger is het incident op de Haachtsesteenweg waarvan we getuige zijn. De mannen van Net Brussel gooien witte vuilniszakken zomaar in een hoekparkje dat eigendom is van de gemeente. “Hier staat geen huis. Dus nemen we ook geen huisvuil mee,” verdedigen de mannen zich. Er wordt wat heen en weer geroepen, maar dan bedaren de gemoederen. De mannen van Net Brussel en die van Schaarbeek weten maar al te goed dat ze nog met elkaar te maken zullen krijgen. Maar Geert Pierre, die Schaarbeek schoon wil krijgen, is er niet minder boos om. “Dit krijgt nog een staartje,” zegt hij, “neem dat maar van mij aan.” 

Steven Van Garsse


ADVERTENTIE

t? i e t i v i t a e barst je van catror op het speelplein! anim word (hoofd)

amuseer je te pletter organiseer knallende activiteiten geef je vriendenaantal een boost tover een glimlach op kindergezichten en verdien wat bij door te spelen!

schrijf je in via sp eelpleine

n.vgc.be

VOOR DE PAASVA

KANTIE: IN DE M

AAND FEBRUARI

ADVERTENTIE


BDW 1315 PAGINA 10 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

Kloppend hart bloedt stilaan leeg De Sukkelstraat (1)

in de Veeweidestraat een apotheek heeft. “2010 was een uitzonderlijk goed jaar. Mijn broer wilde toen echt verdergaan, maar het parkeerreglement heeft hem de das omgedaan – en hem niet alleen, overigens. Alle kleine handelaars klagen erover: dit is een echt pestbeleid.” We gaan ook even langs bij Michael Sturbois van de bekende brasserie Le Chapeau Blanc in de Wayezstraat. “Een zaak sluit niet alleen door een parkeerbeleid, daar moeten we niet flauw over doen. Feit is wel dat het beleid ons echt niet gunstig gezind is. Ook wij zijn klanten kwijt. Eters kunnen hier maximaal twee uur parkeren, en het reglement op voetbalavonden maakt het alleen ingewikkelder. We krijgen het niet uitgelegd. Wij kunnen natuurlijk rekenen op een uitgebreide klantenkring, maar een beginnend restaurateur houdt het hier niet lang vol.” De gemeente geeft bij monde van schepen van Middenstand Danielle Depré (FDF) toe dat de Wayezstraat erop achteruitgaat. “Ik heb de situa­t ie geanalyseerd en ik merk inderdaad dat kwaliteitshandelszaken verdwijnen en geen waardige vervanger vinden, denk maar aan de kaaswinkel. We moeten een uitgebreid debat voeren over de Wayezstraat, waarbij we ook het parkeerplan moeten durven te evalueren en een actieve politiek voeren om kwaliteit aan te trekken.” Is dat dan niet rijkelijk laat? “Ik ben nog maar een jaar schepen en werk me nog in.” Dat hebben haar twee voorgangers, (ex-)partijgenoten Willy Raes (MR) en Gaëtan Van Goidsenhoven (MR), in een en dezelfde legislatuur waarschijnlijk ook gedaan.  Bruno Schols

ANDERLECHT Een nieuwe reeks: De Sukkelstraat. Tot de de zomervakantie legt BDW elke week een pijnlijk aanslepend dossier uit een van de 22 Brusselse gemeenten op tafel. Komt er ooit schot in de zaak? We trappen af met de Wayezstraat, ooit dé winkelstraat van Anderlecht.

Gezellig, levendig, met kwaliteitsvolle handel en leuke restaurantjes: daar stond de Wayezstraat ooit om bekend. Maar de laatste jaren verloor het kloppende hart van de gemeente veel pluimen. Wandelend van het Dapperheidsplein naar het kanaal kom je door Anderlechts bekendste straat, de Wayezstraat, het bruisende centrum van de gemeente, de plaats waar een van de oudste jaarmarkten van het land plaatsvinden. Maar je kunt er niet onderuit: net als zoveel andere Brusselse winkelstraten heeft de Wayezstraat de afgelopen jaren pluimen verloren. Het straatbeeld wordt meer en meer gedomineerd door snackbars en goedkope winkels die om de haverklap van eigenaar veranderen. De evolutie heeft ongetwijfeld te maken met de veranderde bevolking in de wijk. Maar er is meer aan de hand. De handelaren, die klanten van ver buiten de gemeente trokken, hielden er in de loop der jaren mee op. Onlangs nog gingen een goede viswinkel en een kaashandel dicht. “Tja, het is een Brussels fenomeen,

Dat dekselse parkeerplan toch! “We zijn klanten kwijt,” klinkt het bij veel restauranthouders hier. “We krijgen het niet uitgelegd.”

zeker?” zegt Carlos Declerck, die al 22 jaar de slagerij in de Veeweidestraat uitbaat. “De Maria-Christinastraat (in Laken, red.) bruiste vroeger ook. De tijden veranderen.” De wijk is ook ten goede veranderd. Het Verzetsplein werd dankzij een wijkcontract onder handen genomen. Het autovrij maken van het plein en de fontein in het midden maken het plein mooier, dat moet ook René van de bekende gelijknamige Friture toegeven. Toch zat ook hij met vragen toen hij van de plannen hoorde. Hij vreesde net als veel andere middenstanders dat zijn klanten hun parkeerplaats kwijt waren. “Voorlopig heb ik niet te kla-

“Het beleid is ons, handelaars, niet echt gunstig gezind”

gen,” zegt hij. “De klanten blijven komen. Daar zal mijn goede reputatie wel mee te maken hebben.” Voor

© SASKIA VANDERSTICHELE

Alain Cornelis, de bekende restaurateur van het gelijknamige restaurant in de Paul Jansonlaan even verderop, liep het minder positief. Hij heeft zijn dienst eind vorig jaar gehalveerd: “We werken alleen nog op bestelling.” De directe aanleiding is het nieuwe parkeerreglement op wedstrijdavonden van RSCA. “Sinds het parkeerplan in het centrum van kracht is, waren we al veel klanten verloren. De wedstrijdavonden maakten veel goed, maar die vielen nu ook weg.” Anderen zeggen dat Alain Cornelis al van plan was te stoppen en dat hij het parkeerreglement als excuus aangrijpt. We vragen het aan zijn zus Bernadette, die

ADVERTENTIE

De nieuwe N-VA afdeling Brussel-stad nodigt u uit op een gespreksavond met

en

Huub Broers

Senator, burgemeester Voeren

Wanneer: 15 02 2012 Waar: Raad van de VGC Lombardstraat 67 1000 Brussel Onthaal : 19u30 Aanvang: 20u00 Inschrijven: brusselstad@n-va.be

Orthodoxen naar Molenbeek Er is al heel wat te doen geweest rond de herbestemming van de SintKatelijnekerk, die na kerst de deuren sloot. De Regie der Gebouwen is rond Oud en Nieuw begonnen aan de broodnodige stabilisering van het onderkomen gebouw. De Stad Brussel wil de kerk omtoveren tot een groente- en fruithal, al is dat nog niet voor dit jaar. Daar werd in 2011 en begin 2012 nog onthutst op gereageerd: de misvieringen van de Roemeense orthodoxe kerk en de rooms-katholieken mochten niet wijken, vonden de protestvoerders. Vorige week heeft het vicariaat Brussel binnen de kanaalzone een oplossing gevonden voor de zoektocht van de orthodoxen naar een nieuwe stek. De katholieke Sint-Barbaraparochie in Sint-Jans-Molenbeek (Hertogin van Brabantplein) is be-

© KERKEN IN VLAANDEREN

Zuhal Demir

Kamerlid, Antwerpen

Brussel > Katelijne-kerkgangers vinden rust in compromis

Sint-Barbarakerk, Molenbeek.

reid haar kerk te delen. “Volgens het vicariaat is een overeenkomst gesloten tussen beide kerkfabrieken, waarin de gebruiksvoorwaarden worden vastgelegd,” meldt KerkNet. Vorige zondag, 5 februari, werd de eerste Roemeens-orthodoxe liturgie al gevierd in de neogotische Barbarakerk (uit 1869). “Metropoliet Joseph dankt de katholieke Kerk voor haar bereidwilligheid. De samenwerking is een mooie vrucht van de Gebedsweek voor de Eenheid onder de christenen,” stelt KerkNet nog. De Franstalige katholieken zijn in januari al verhuisd naar de Rijke Klarenkerk (waar sindsdien elke  dag een mis is). De Nederlandstaligen vinden aansluiting bij de dien­ sten in de Finisterrae- en Begijnhofkerk.  JMB


TELEXREGIO

BDW 1315 PAGINA 11 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

Elsene > Buurt wil parkeerplaatsen Buyllaan behouden

‘Stop de MIVB’

Essegem heeft nieuwe directeur JETTE – Tatjana Eekman (28) is de nieuwe directeur van gemeenschapscentrum Essegem. Ze volgt Marc Absolon op, die inmiddels verantwoordelijk is voor de ICT bij de koepelstructuur Gemeenschapscentra. Eekman werkt sinds 2008 als cultuurfunctionaris in Essegem. Ze is geboren in Brussel uit een Chileense vader en een Duitse moeder en ging naar de Nederlandse basisschool Prinses Juliana in Etterbeek. “Ik ben dus een echte Brusselse.” Ze woont nu in HUB Schaarbeek, maar verhuist binnenkort naar Jette.

De Kroon, DE VORDERINGEN SINT-AGATHA-BERCHEM – De nieuwbouw en renovatie van het gemeenschapscentrum De Kroon schieten goed op. Het Krooncafé is sinds oudjaar gesloten, op 1 maart gaat het hele gebouw dicht. Het secretariaat verhuist (tot eind dit jaar) naar de bovenverdieping van De Viool, Kerkplein 1 (zelfde openingsuren, zelfde telefoonnummer: 02-482.00.10; dekroon.vgc.be). Inmiddels is al begonnen met de bouw van de nieuwe brasserie, boven de ruwbouw van de grote JMB zaal en de foyer. ADVERTENTIE

Buyllaan, tegen de plannen van de MIVB.

De MIVB wil haar trams vlotter over de Adolphe Buyllaan krijgen; ondertussen vrezen buurtbewoners voor hun parkeerplaatsen. Het comité Re-vivre à Ixelles onder leiding van MRgemeenteraadslid Michel Breydel de Groeninghe neemt het niet dat de Buyllaan en de Devèzesquare worden heraangelegd en dat daarvoor 57 parkeerplaatsen moeten sneuvelen. “Onze wijk is een schoolvoorbeeld van een gemengde wijk met handelaars, bewoners en studenten,” legt Breydel uit. “De tramsporen en het wegdek zijn versleten, en de MIVB wil daarom werk uitvoeren waarbij een flink aantal parkeerplaatsen verdwijnt. Wat moeten al die handelaars doen? En: hier wonen veel oude mensen. Die moeten dus voortaan altijd te voet?” Om zijn protest kracht bij te zetten heeft het raadslid de actie ‘Stop MIVB’ op het getouw gezet. Met succes: zowat de hele buurt heeft de knaloranje affiches aan de gevel hangen. De Adolphe Buyllaan verbindt de Generaal Jacques­ laan met het gehucht Boondaal, op de grens met Watermaal-Bosvoorde. Alleen voor een beperkt deel van de laan staat er werk gepland. “Eigenlijk grijpen wij werkzaamheden van de gemeente Elsene aan om onze commerciële snelheid te verbeteren,” reageert

© SASKIA VANDERSTICHELE

An Van hamme van de MIVB. “Elsene plant een her­ aanleg van de Devèzesquare waarbij een deel van de openbare ruimte aan de voetganger wordt teruggegeven, en daar sneuvelen inderdaad parkeerplaatsen. Van die heraanleg profiteren wij om op de Buyllaan een nieuwe trambedding en nieuwe halteplaatsen in één richting aan te leggen en in te grijpen in de verkeerssituatie: tussen Devèze en de Hogeschoollaan wordt het eenrichtingsverkeer in de richting van Boondaal. Voor onze werkzaamheden sneuvelen maar weinig parkeerplaatsen. Door de eigen bedding richting Generaal Jacques zullen de trams wel drie tot vijf minuten sneller rijden.” Het principe is hetzelfde als in de Schaarbeekse Gallaitstraat: ook daar zorgde de MIVB als bouwheer, in samenwerking met het gemeentebestuur, voor de heraanleg, gesponsord met een afzonderlijk budget van het Brussels Gewest. De planning zit nog maar in de onderzoeksfase. Begin maart krijgt de buurt de kans om bezwaren over te maken aan de gemeente en de MIVB. Het begin van de werkzaamheden staat gepland voor einde 2012, om te eindigen in de eerste helft van 2014. Als de buurtbewoners het zien zitten, tenminste. 

Christophe Degreef

Elsene > Heraanleg steenweg begint na zomerkoopjes

‘De handel draait weer’

ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN

Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand

Met een maandelijks overleg, veel animatie en de (al langer geplande) heraanleg van de Elsensesteenweg hopen Gewest en gemeente Elsene de handel aan de Naamsepoort er weer bovenop te krijgen na de uit de hand gelopen betogingen. Volgens schepen van Handel Dominique Dufourny (MR) krabbelt de buurt al weer overeind. “Sint-Bonifaas draait zoals voorheen. De Elsensesteenweg doet het overdag goed, ’s avonds is het er nog rustiger dan normaal. Alleen in de Waversesteenweg blijven de klanten weg.” Gewest en gemeente stelden een actieplan op, samen met het gewestelijke handelsagentschap Atrium. Atrium zorgt de volgende maanden voor veel animatie: paaseieren rapen, een open keukendag in de restaurants, een roos voor Moederdag, wereldkeukenbeurs in Matonge. Voorts komt er maandelijks

overleg tussen gemeente en handelaren. Ook wordt, zoals bekend, de Elsensesteenweg heraangelegd. Het werk, dat in verschillende fases worden uitgevoerd, begint na de zomerkoopjes. “We willen echt rekening houden met de belangen van de handelaren,” zegt minister van Economie Benoît Cerexhe (CDH). Toch zijn die niet allemaal overtuigd. “Het allerbelangrijkste is dat het hier veiliger wordt,” zegt Alain Gagnaire, voorzitter van de handelaarsvereniging Guldenvlies. “Nu wordt er gedeald op de Waversesteenweg, er liggen spuiten in de parkeergarages.” Dufourny erkent het probleem. “Daarom willen we ook uit de politiezone Brussel-Elsene. Die focust vooral op Brussel.” Dat het lang aangekondigde politiekantoor in de Lang-Levenstraat nog altijd niet klaar is, schrijft Dufourny toe aan de vakbond, die extra beveiliging wil. “Het gaat in principe in maart open. Dan zitten we op tien meter HUB van de moeilijkste buurt.” 

Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44

M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����


BDW 1315 PAGINA 12 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

© IVAN PUT

op gang brengt waardoor lambiek en dus ook geuze gebrouwen kunnen worden? In de Brusselse lucht hangt nog een tweede unieke bacterie waaraan geen enkele Brusselaar ontsnapt, de Nonseriosces rebelensis. Brusselaars nemen zichzelf niet te serieus en trekken hun plan in

“Pas als het leven aangenaam is, kan een mens zich de luxe veroorloven om fier te zijn op haar/zijn stad”

Onder ruime belangstelling, en met onder meer ook (vlnr.) Fons Van Dyck (BBDO), Xavier Taveirne (moderator), Guy Vanhengel (Open VLD) en (niet op de foto) Joost Vandecasteele, had Wij Brusselaars op 2 februari een eerste thema-avond. De Nederlandse dame voorin vindt Manneken Pis ‘te scabreus’ als officieel symbool voor Brussel.

Maatschappij > Wij Brusselaars, bouwen aan een stad om trots op te zijn

‘Alles kan beter, en wij doen een gooi’

Vier avonden

BRUSSEL – “Wij zijn Brusselaars met een groot hart voor onze stad, maar soms wordt het ons verdomd moeilijk gemaakt.” Het open collectief Wij Brusselaars plant vier gespreks- en brainstormavonden. “Want verliefdheid gaat over, en liefde moet onderhouden worden.”

BDWOPINIE Moeten wij echt vrede nemen met een stad die zichzelf zo weinig au sérieux neemt, die een kwart van de bevolking onder de armoedegrens duldt, die geen garantie op degelijk onderwijs biedt aan haar toekomstige generatie, die het toelaat dat politieagenten snelheidslimieten en fietspaden aan hun laars lappen, die haar jonge inwoners niet voldoende vorming en jobs biedt? Nee, het moet beter kunnen. Wij Brusselaars doen een gooi! Brussel heeft een smoel, une gueule nodig, en moet voluit inzetten op citymarketing. Begrijp ons niet verkeerd: het gaat ons niet gewoon om een campagne of een slogan. Er moet een wervend project komen dat Brusselaars verbindt. Investe-

ren in bakstenen ja, maar vooral in mensen. Brusselaars verdienen een goed en betaalbaar huis, onderwijs en vorming, mooie straten, groen, buurtwinkels, veiligheid en een baan. Pas als het leven aangenaam is, kan een mens zich de luxe veroorloven om fier te zijn op haar/ zijn stad, of zich fier gaan voelen om Brusselaar te zijn. Naar New York of Londen komen mensen ‘om het te maken’, om hun geluk te beproeven; in Brussel lijkt het er eerder op dat men ernaartoe komt om zich te verschuilen, in de anonieme chaos waar iedereen zijn plan trekt.

Manneken Pis Troeven te over in Brussel. De jonge bevolking, de unieke architectuurmix, de stripcultuur, de smeltkroes van internationaal en multicultureel, de Brusselse groene longen, het oneindige culturele aanbod en

vele opzichten. Met zijn film Les Barons bewijst Nabil Ben Yadir, net als vele anderen, dat deze bacterie zich ook weinig aantrekt van cultuur en afkomst. Er is in onze stad historisch een zinnekescultuur. Zelfs de ‘meest echte Brusselaar’ die authentiek Brussels spreekt, heeft bloed uit alle windrichtingen door haar/zijn aderen stromen. Daar zit een ongelooflijke kans in. Iedereen die in Brussel woont of komt wonen, kan zich Fiere Brusselaar gaan voelen en noemen, zonder dat er iemand op de vingers komt tikken. Het potentieel aan fiere Brusselaars ligt dus netto op 1.145.000. Vele Brusselaars zijn nu al verliefd op hun stad, maar verliefdheid gaat over, liefde moet onderhouden worden. Trouwens, die verliefdheid heeft ook ons al moeite gekost. Die was er niet bij de eerste oogopslag, er ging bij velen onder ons een incubatieperiode aan vooraf. Soms wordt onze keuze voor Brussel danig op de proef gesteld en heel soms denken we wel eens dat het niet de juiste keuze was. Maar de liefde blijft.

– waarom ook niet? – de Brusselse cafécultuur: het zijn stuk voor stuk unieke kenmerken van onze stad. Ze wachten op iemand die ze uitspeelt. Waarom niet de etnische eigenheid van bepaalde wijken in de verf zetten? Klein Anatolië rond het Liedtsplein, het Europees centrum rond Schuman, Shopping Marokko op de Gentsesteenweg, Ibérica in SintGillis, Little Asia bij Sint-Goriks, het art-nouveaudistrict tussen Ambiorix en Montgomery, elk met zijn satellieten uiteraard. Brussel heeft ook een symbool, een logo of een slogan nodig, als een hoed die elke Brusselaar past. We zijn er nog niet uit. Het moet een proces, een zoektocht worden. We doen de oefening met Manne-

ken Pis. De emotie en authenticiteit die dat Ketje in zich draagt, bieden heel wat kansen. Marketeers zouden hoge gages aanrekenen om zo’n symbool voor een stad te ontwikkelen. Zie je ’t al voor je? Zo’n gestileerd Manneken Pis op elke communicatie tussen de overheid en haar bewoners, op elk kaartje dat van Brussel naar het thuisfront wordt gestuurd, of als pin op de borst van elke Brusselse politica/-us. Qua schalksheid en rebellie kan dat tellen. Iedereen kan Brusselaar worden, maar er is ook ‘de aard van het beestje’. Misschien kent u de Brettanomyces bruxellensis, de unieke Brusselse bacterie die de spontane gisting

Wij Brusselaars brengt mensen met een hart voor de stad en de nodige kritische zin samen. Iedereen is welkom. Hoe zien wij Brussel in de toekomst, wat zijn dé thema’s om nog meer te gaan houden van onze stad? De antwoorden kunnen volgens ons enkel komen uit creatieve en interactieve dialoog. Daarin neemt Wij Brusselaars een rol op. We claimen niet de Brusselse bevolking te vertegenwoordigen, maar we hebben vanuit onze ervaring en onze drang om onze stad te verbeteren, wel iets te zeggen. We begonnen op 2 februari met ‘Fier op Brussel: Citymarketing’. Dit opiniestuk is gebaseerd op dit debat en de uitgangsmotieven van de organisatoren. Tijdens de volgende drie bijeenkomsten zijn ‘Veilig Brussel’, ‘Brussels onderwijs’ en ‘Multinationaal Brussel’ onze uitdagingen. Brusselaars, stap in, laat je horen, iedereen welkom! Wij Brusselaars: Ben, Pieter-Jan, Tomas en Wannes

www.facebook.com/wijbrusselaars, wijbrusselaars@gmail.com


BDW 1315 PAGINA 13 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be

(On)betaalbare kunst Naar aanleiding van Yamila Idrissi’s opiniestuk in BDW 1314 van 2 februari (‘Het culturele voorjaar wordt een mager beestje’, p. 14) een aantal bijkomende vergelijkingen, plus overwegingen. Dat het Fin-de-sièclemuseum in de maak is, waar symbolisme en art nouveau hand in hand zullen gaan, valt echt te prijzen. Zoals onze René Magritte prominent aanwezig is in het surrealisme, zo schittert onze Fernand Khnopff in het symbolisme; Khnopff is er zelfs de voorman van. De moderne kunst komt hoogstwaarschijnlijk terecht in het Vanderborghtgebouw. Dat de zogenaamde Klimt-expo in het Jubelpark­ museum afgelast werd, ligt onder meer aan het feit dat de prestigieuze tentoonstelling in de allereerste plaats een Stoclet-tentoonstelling was, en dat sommige leden van de familie Stoclet voor bepaalde bruiklenen zouden hebben dwarsgelegen. Dat de grootscheepse expositie van de Parijse surrealisten in de Musea voor Schone Kunsten er niet komt, wordt inderdaad alleen aan geldgebrek toegeschreven. Ongeveer twee miljoen euro bijeenschrapen zou – in deze crisistijden – onhaalbaar of onaanvaardbaar zijn. Maar dan verneem ik dat het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen voor zijn merkwaardige De weg naar Van Eyck-tentoonstelling er wel op rekent dat het 1,4 miljoen euro kan vergaren, door middel van actieve crowd funding: met kettingbrieven (en veel publiciteit) worden mensen aangeschreven om duizend euro (of meer, of minder) te doneren. De respons is zo groot dat het museum ervan overtuigd is dat het zelfs meer dan die beoogde som zal bijeenbrengen. Hoewel er ondertussen ook grote sponsors op de kar gesprongen zijn, kan men toch stellen dat het publiek het project financiert. Het Gentse Smak organiseert dit jaar Track, een grootschalige stadstentoonstelling. Kostprijs 3,2 miljoen euro. Haalbaar voor het Smak! En dan komt het bericht dat Jan Hoet in de Gentse Sint-Baafskathedraal een expositie voor ogen heeft die Sint-Jan zal heten (verwijzend naar de oude benaming van de kathedraal), met werken van jonge en van internationaal gevestigde kunstenaars als Michaël Borremans en Wim Delvoye. Hoeveel heeft hij in kas? Nul euro! Maar toch zegt Hoet dat hij zijn project hoe dan ook zal verwezenlijken...  

Rody Vanrijkel, Kortenberg

Telenet Ik heb het verschrikkelijke verhaal van de heer Pitteman over Telenet bij de lezersbrieven van 26 januari (BDW 1314, p. 15) gelezen en ik wilde mijn dramatische geschiedenis ook wel vertellen. Vanaf juli 2011 ontving ik ook de hele tijd brieven en facturen. De brieven kwamen aan op een fout adres, en de facturen waren voor betaling van een nieuw abonnement, terwijl ze zich steeds vergisten in het adres, en terwijl het jaarabonnement betaald was tot 7 november 2011. Vervolgens hebben ze ook mijn klantennummer en accountnummer veranderd. Er kwamen ook berichten waarin stond: “U hebt ons laten weten dat u uw Telenet-abonnement voor analoge tv wilt opzeggen” (wat ik nooit gedaan had). Dan een schrijven: “U bent zonet verhuisd. Wilt u een nieuwe tv-aansluiting aanvragen?” Absoluut nooit verhuisd! Ik heb Telenet wel medegedeeld dat ik het nieuwe abonnement zou betalen, als ik een factuur ontving waarop duidelijk zou staan dat het bedrag diende voor de volgende periode, dus van 7 november 2011 tot 7 november

BDWOPINIE

2012. Ik heb nooit een dergelijke factuur ontvangen en toen ik bemerkte dat er in november geen tv-verbinding meer was, heb ik op 5 december 2011 mijn abonnement per aangetekend schrijven opgezegd. Op 24 januari 2012 heeft Intrum, de gerechtsdeurwaarders uit Gent (inderdaad verstuurd vanuit Den Haag, Nederland), mij geschreven voor een betaling die Telenet vereist. Ik ben nu dus bezig om het volledige dossier in orde brengen en zal het dan maar naar Intrum sturen. Nou ja, dat was mijn onaangename ervaring met Telenet. Ik heb overigens ook al wel een probleem van een andere persoon vernomen. 

C.U. Roedig, Brussel

Kamperen (In de nacht van dinsdag 31 januari op woensdag 1 februari kampeerden een honderdtal ouders om hun kind in te schrijven in het Koninklijk Atheneum Etterbeek. Briefschrijfster was een van hen, red.) Ik moet na al die jaren nog steeds vaststellen dat men als Nederlandstalige ouder geweigerd wordt in het Nederlandstalig onderwijs in de buurt. (...) Als mondige ouder stel ik slechts vast dat men, in het KAE bijvoorbeeld, een nummertje moet trekken en op matjes moet slapen tussen vreemden (om ieder misverstand te vermijden: ik bedoel daarmee mensen die ik niet ken) en dan alsnog te moeten horen dat men geweigerd wordt. Ik vind deze situaties mensonterend.  

Sonja Stommels, Elsene

Hoste & Hoste Een kleine lapsus in een overigens voortreffelijk overzichtsartikel (‘Het vertrokken dagblad’ in BDW 1314, p. 16-17): de stichter in 1888 van Het Laatste Nieuws, Julius Hoste (1848-1933), was niet “een West-Vlaams senator die in Brussel het Vlaamse leven kwam ondersteunen.” Hij was al in 1857, op negenjarige leeftijd, met zijn familie uit Tielt naar Brussel verhuisd. Er wordt hier verward met zijn zoon, ook een Julius Hoste (1884-1954), die in 1949-’54 senator was en voor de oorlog kort minister van Onderwijs (1936-’38). Ere wie ere toekomt, in dit geval ‘vader Hoste’. 

door Danny Vileyn “De intra-Brusselse ad hoc werkgroep zal nagaan hoe de opdrachten van de huidige vicegouverneur het best kunnen worden gehandhaafd.” Dat staat te lezen in het regeer­ akkoord van Di Rupo I. Een draak van een zin is het; in mensentaal luidt dat: de Franstalige partijen PS, MR, Ecolo en CDH gaan samen met de Nederlandstalige partijen Open VLD, SP.A, CD&V en Groen rond de tafel zitten om te kijken hoe de opdrachten van de vicegouverneur – de taalwaakhond van de Brusselse Vlamingen – het best kunnen worden gehandhaafd. En hier knelt het schoentje nu al. Twee maanden na de eedaflegging van Di Rupo I is de werkgroep nog niet een keer samengekomen. Er ligt zelfs nog geen datum vast waarop de acht rond de tafel gaan zitten. En hoe dichter we de gemeenteraadsverkiezingen naderen, hoe moeilijker het wordt om sereen te onderhandelen. Nu al zijn de concretisering van het parkeerplan en het openbaar onderzoek voor het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO) verschoven naar december 2012 of zelfs naar 2013. Frans­ talige partijen zijn er als de dood voor dat de parkeertarieven de inzet van de gemeenteraadsverkiezingen zouden worden. Met de toekomst van de vicegouverneur (mogelijke nieuwe naam: toezichthouder taalwetgeving) zal het niet anders zijn. De vicegouverneur kijkt erop toe hoe de gemeentebesturen de taalwetgeving toepassen. Of aan hun laars lappen. Maar zonder vicegouverneur zou het nog erger zijn, veel erger. Er zijn weinig Franstaligen die positief tegen de officiële tweetaligheid aankijken. Niet weinigen – en heus niet alleen FDF’ers – vinden tweetaligheid ballast. Ze zouden het liefst de Vlamingen herleiden tot een absolute minderheid die niet onheus behandeld wordt. Het streven naar een sterker gewest past in die strategie. Daarom moeten de Vlaams-Brusselse partijen ervoor ijveren dat de functie van taalwaakhond niet uitgehold wordt. Dat is het minimum minimorum. De opvolger van de vicegouverneur moet een Vlaming zijn met exact dezelfde taken en vrijheid als de voorganger. Met andere woorden: hij of zij moet het recht hebben gegevens op te vragen bij de gemeenten, hij of zij moet taalrapporten opstellen die openbaar worden gemaakt, en hij of zij moet recht van spreken krijgen. Het mag geen ambtenaar zijn die slaafs de voogdijminister moet volgen en spreekverbod heeft. Hij moet in alle vrijheid zijn werk kunnen doen. Zoals de laatste echte vicegouverneur, Hugo Nys, en zijn voorgangers.

Wim van der Elst, voorzitter AMVB, Laken

Harmonie zoek

EVA HILHORST

Begin januari (BDW 1310, p. 15) verscheen ik in uw blad met een lezersbrief over een opmerking die een dame maakte over bediend worden in het Frans in het ontmoetingscentrum Harmonie (en in haar geval: ook in Aalst). Twee weken later kwam er een antwoord van dit centrum bij monde van de heer Bouquiaux, de manager, die mij in zijn brief (in BDW 1312, p. 15) uitnodigde op een maaltijd aldaar. Diezelfde week ging ik daar bevestigend en met veel zin op in via een mail (wat hij me in die brief persoonlijk voorstelde, dat kunt u uiteraard perfect nalezen). Dat is nu dus een drietal weken geleden, maar nog steeds kreeg ik geen antwoord. Dus was het allemaal maar fake, de intentie van deze heer? 

Taalwaakhond

Bruno Floré, Wetteren

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.


© BG GRAFISCHE VORMGEVING

Liefde en passie AAn de basiliek

BDW 1315 PAGINA 14 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

© SASKIA VANDERSTICHELE

KOEKELBERG – Op zondag 12 fe­bruari baadt Koekelberg in liefde en passie: dan vindt de vierde editie van Serenade aan balkon plaats, een romantisch parcours rond het Elisabethpark en de basiliek ter gelegenheid van Valentijn. Op het programma staan tegendraadse liefdesgedichten van enkele Koekelbergenaren, comedy, oriëntaalse dans, een concert door studenten van het Lemmensinstituut en enkele staaltjes burleske luchtacrobatie. Het publiek wordt van de ene attractie naar de andere gegidst door een vrolijke fanfare van Afrikaanse percussionisten. De promenade begint om 17 uur in de Nederlandstalige bibliotheek en eindigt rond 20 uur in het sfeervolle café-restaurant Chez Adrienne onder de basiliek. Daar zingt Johny Voners chansons HUB van Charles Aznavour. Een organisatie van de schepenen van Nederlandstalige en Franse Cultuur en GC De Platoo. Meer op 02-412.14.47, 0476-86.39.01 of mbultereys@koekelberg.irisnet.be

LABtrio in de kunsthumaniora LAKEN – Op 14 februari, Valentijnsdag, treedt ’s middags in de Kunsthumaniora het LABtrio op. Het trio bestaat uit Bram De Looze (piano), Lander Gyselinck (drums) en Anneleen Boehme (contrabas). Ze vormen een open muzikaal laboratorium waar jazzinvloeden, improvisatie, hiphop en elektronische muziek vermengd worden. Het concert begint om 12.45 uur en wordt voorafgegaan door een optreden van enkele leerlingen van de Kunsthumaniora. Het evenement, georganiseerd door Brosella, kadert in de reeks Broodje Brussel.  HUB www.brosella.be ADVERTENTIE

Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

✆ 0800-15045

alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

Christophe Coppens: “Ik leef hard in het heden, het verleden interesseert me niet.”


© SASKIA VANDERSTICHELE

BDW 1315 PAGINA 15 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

Vier- en vijfhoog in de voormalige magazijnen Merchie-Pède vestigde Christophe Coppens zijn atelier.

Mode > Atelier Christophe Coppens verhuist naar de Marollen

‘Wat voorbij is, is voorbij’ BRUSSEL – “Mode, dat is puur commercie,” provoceert ontwerper en hoedenmeester Christophe Coppens, en hij lijkt het nog te menen ook. Al zal geen mens met smaak daar een hoed of sjaal van Coppens voor laten. Twintig jaar na ons eerste interview in zijn werkkamer in SintGillis straalt hij, in de gloed van het pastellicht dat door het koepelglas van zijn nieuwe atelier vol sierlijke ontwerpen valt. en de uitvoeringstechniek,” vertelt er eentje. Coppens heeft overal in Brussel en het land ambachtslui die zijn ontwerpen uitvoeren: de ene kent alles van leder of zijde, de andere breit sjaals. “Ook grote goedkope series, gemaakt in China, vragen erom inventief te zijn,” leert de meester ons. Een warm strijkijzer glijdt over een sjaal op een naakte heer; althans, dat is de hoesfoto van een strijkplank. Clin d’œil apprécié. “Als je het over mijn boek wilt hebben... Het is geen biografie, ik zie het als een state of being:

alles op een rijtje zetten wat vandaag belangrijk is,” herhaalt hij, naast een te vuil raam dat niet open kan. Zoiets moet voor hem als

Magasins Merchie-Pède © SASKIA VANDERSTICHELE

E 

en coupe champagne en veelkleurige macarons, een intens en stijlvol ‘hier en nu’-moment’ onder de lichtkoepel van de voormalige Grands Magasins MerchiePède. Meer hoefde de persuitnodiging rond de publicatie HomeWork (bespreking in Agenda 1314) niet te zijn voor Christophe Coppens. Hij wou gewoon het fin-de-siècledecor van zijn nieuwe atelier in de Huidevettersstraat tonen. Het pand aan de Nieuwe Graanmarkt, “waar het binnen regende en de passanten alsmaar ons werk verstoorden”, heeft hij verlaten. Het nieuwe duplexatelier zal alleen nog op afspraak te bezoeken zijn, voor verdelers en privéklanten. De boetiek op de hoek van de Dansaert- met de Lepagestraat – waar zijn moeder u ontvangt – blijft. Coppens heeft een bladzijde van zijn leven en werk omgeslagen, zegt hij zelf. Er was eind 2010 de tentoonstelling en veiling bij Pierre Bergé aan de Zavel, de retrospectieve catalogus, en nu het boek HomeWork. De verhuizing is het eerste sluitstuk van een twintig jaar lange evolutie. Het nieuwe atelier heeft langs de Spiegelstraat vitrines die een inkijk gunnen op de stock. Hier is ook plaats voor tijdelijke projecten en exposities. Het duplexatelier begint pas vier hoog in het aanpalende handelspand MerchiePède. Twee dakterrassen bakenen het atelier af. “Thuis in Eppegem hou ik van tuinieren. Hier wil ik dakterrasbakken met groenten, waarvan het personeel kan eten,” vertelt de kunstenaar. Ik heb vooraf wat gelaveerd naast de houten mallen voor hoeden die met de hand vervaardigd worden in Duitsland, naar tekeningen van Coppens. Vierhoog zitten de naaisters ijverig te werken, altijd vertrekkend van schetsen. “Het blijven de ideeën van monsieur Coppens; onze creativiteit zit in het researchwerk

“Thuis in Eppegem hou ik van tuinieren; hier wil ik het dakterras vol groentebakken voor het personeel”

BRUSSEL – Het meest oorspronkelijke gedeelte van het pand in de Huidevettersstraat dateert van 1898, toen architect François Timmermans achter een ‘publicitaire’ gevel een magazijn in neorenaissancestijl optrok. Het echtpaar Merchie-Pède hield er eerst een detailhandel in koopjeswaren (stoffen, schoenen...) en een groothandel voor winkeliers. In 1902 werd het pand uitgebreid met grote galerijen rond een lichttoren, bekroond met een (intact gebleven) glazen koe-

een inktvlek op satijn zijn – ik raad hem mijn ruitenwasser aan. “Ik leef hard in het heden. Alle stukken zijn ooit gemaakt om te verkopen, ze horen bij tentoonstellingen waar toen veel werd verkocht. Al heb ik nog veel in het archief zitten... (lacht) Doordat ik geen band heb met materiële zaken, hoort het verleden bij het verleden. Een collectie of tentoonstelling bedenken en uitwerken is fantastisch, tot het resultaat zichtbaar is. Vanaf de voorstelling interesseert het me amper nog, dan is het downhill. Ik denk er niet aan om tentoonstellingen te maken van dingen die ik vroeger maakte.” “Zijn er dan geen referentiepunten waarnaar u teruggrijpt binnen uw eigen creativiteit?” vraag ik hem. “Er zijn wel klassiekers, zoals die sjaal met die man en vrouw erop, of die gezichtshoed, die in de collectie blijven. Waar ik alle belang aan hecht, dat is aan de projecten van morgen. Wat voorbij is, is voorbij.” Ik denk aan de surrealistische humor in sommige van Coppens’ creaties – een vossenkop op een hoed geprint, mijn T-shirt met speelkaarten. Ook de inschatting van zijn expressie, nu en tijdens de vorige ontmoetingen, doet me de vraag stellen: “Bent u weemoedig van nature?” Verwonderd glimlachend zegt hij: “Niet meer of minder dan iedereen die eerlijk is, denk ik. Voor zulke dingen lijkt nooit plaats in een interview, omdat men mij altijd over het ‘werk’ vragen komt stellen. In het boek til ik de sluier meer dan genoeg op, vooral door de selectie van de foto’s. Het is aan de lezer om het relevante erin te ontdekken.” Of de perfectie dan niet het hoogste goed is in Coppens’ werk? “Japan fascineerde me vijftien jaar geleden, en nog steeds kick ik op Japanners. Ze zijn correct in hun handel, ze appreciëren mijn werk, al blijft er een zweem van mysterie over hun manier van denken hangen. Het prikkelt me.” “Weet je, mode draait altijd rond commer­cie, in Japan, Parijs of hier. Gelukkig is het ple­zier in mijn werk het accentueren van ie­mands persoonlijkheid, door een bijzonder acces­­soire toe te voegen, een hoed bijvoorbeeld. Daar­ om moeten creaties ook altijd vernieuwend zijn.” Jean-Marie Binst

Box met twee boeken HomeWork – Christophe Coppens (F/E/N), uitg. Lido, 510 p., 89,90 euro. Ateliers, Huidevettersstraat 50, 1000 Brussel (alleen na afspraak). www.christophecoppens.com

pel. Er waren werk- en stocketages, en zelfs een restaurant met orkestruimte in de panoramische rotonde. De historische lift wordt op dit moment gerestaureerd. Merchie-Pède was gespecialiseerd in de fabricage en verkoop van textielproducten (voor klein- en groothandel) met sterke prijskorting. De kortingen werden zelfs gestort in een pensioenfonds voor de klant. Later kwamen er lederwaren, kantoorartikelen, speelgoed, keukengerei en zelfs meubels bij. De zelfstandige bedrijven etaleerden hun koopwaar in het magazijn per verdieping: een enorm bord in de hal laat dat nog zien: V. Niego, manufacture moderne, robes, manteaux et tailleurs op de vijfde etage en Michiels, couture, confection en gros op de vierde – de twee verdiepingen waar de Ateliers Christophe Coppens nu neergestreken zijn (naast de gelijkvloerse stockverdieping, die ook van Coppens is). Op de overige verdiepingen zaten destijds groothandels als Bonneteries Finkelstein, Fourrures Defrenne/Hertveldt, Macolux en Valisère (‘textile et peaux’). Oorlogs- en economische crises, de concurrentie van grootwarenhuizen in en bij de Nieuwstraat, maar vooral de kwalijke hinder van de jarenlange aanleg van de noord-zuidverbinding deden uiteindelijk de Grands Magasins Merchie-Pède de das om. Dat was in 1956. De aankoop in 1996 door het OCMW van Brussel, en de recentere herverkoop en restauratie hebben het gebouw grotendeels gered. De plafonnering boven de derde verdieping, waardoor de lichtkoepel enkel nog deel uitmaakt van de vierde en vijfde verdieping (bij Coppens), is behouden. Op de lagere verdiepingen kwamen appartementen; helemaal boven bij Coppens is de neorenaissancesfeer gerestaureerd, met JMB zuilen, doorkijkbalkons en de monumentale glaskoepel.


BDW 1315 PAGINA 16 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012 © VISITBRUSSELS

Gastronomie > Themajaar Brusselicious nog lang niet op kruissnelheid

De smultram laat op zich wachten BRUSSEL – Tram Experience, het eerste grote publieksproject van het gastronomiejaar Brusselicious 2012, is uitgesteld tot eind februari. De vijftienhonderd mensen die bij organisator VisitBrussels een plekje in de rijdende restauranttram reserveerden, blijven dus nog even op hun honger. Tram Experience staat voor een tram die een toeristische rit van bijna twee uur door het gewest maakt terwijl in het mobiel een menu geserveerd wordt. Dat wordt (vooraf ) klaargemaakt door topchefs. Kostprijs van het menu: 75 euro. De tram draagt logo’s van de partners van Brusselicious 2012 (Electrolux, MIVB, Delhaize, Ford,...) en is het moderne model 7700 van de MIVB, langs buiten helemaal in het wit en uitgerust met een koude en deels warme keuken en eettafels. Zes koks zetten elk twee weken hun verrassingsmenu op de kaart. Alles

bij elkaar rijdt de tram dus twaalf weken rond. Van wie u te eten krijgt op ‘uw’ tourdag, staat nu nog niet vast.

Veel aanvragen De tram zou daags na Valentijn op het spoor gezet worden, maar moet eerst nog proefdraaien. “We kunnen pas op 28 februari echt van start gaan. De lijst van zes topchefs die de catering verzorgen, is nog niet rond,” zegt Olivier Marette, projectmanager bij VisitBrussels. “We moeten honderd procent zeker zijn van de kwaliteit, zodra we de wachtlijst van reserveringen aansnijden.” Inmiddels heeft VisitBrussels al 1.500 aanvragen voor de culinaire tramervaring, zowel van particulieren als van bedrijven. Per tramrit kunnen 38 mensen dineren.

Dresseren Brusselicious 2012 liet vorige maand van zich horen met een gooi naar het Guinness Recordboek met

‘het grootste aantal koksmutsen die gelijktijdig in de lucht gaan’, een evenement op de Grote Markt. Nu was het de beurt aan Tram Experience. Afgaand op het succes van The Cube, een glazen restaurantcontainer op het dak van het Jubelparkmuseum midden vorig jaar, zou dit soort van aparte hoogculinaire projecten een voltreffer moeten worden. Het verschil met The Cube van Electrolux is wel dat de topchefs niet zelf in de tram zullen staan koken. Het verrassingsmenu wordt vooraf bereid; enkel het afwerken en het dresseren op het bord gebeuren in de tram. “Er zijn wel ovens voor de warme catering, maar het personeel kan moeilijk aardappelen staan jassen in de tram,” klinkt het bij Marette. Reserveren kan nog altijd op visitbrussels.be. Door de week rijdt de tram ’s avonds, op zondag op het middaguur.   Jean-Marie Binst

Twee uur kriskras door Brussel, en ondertussen eten.

ADVERTENTIE

Tijdens een woontour verkennen we alle wijken van Brussel met een woonbril. U verneemt alles over huren en kopen in de hoofdstad. U krijgt er een heleboel praktische informatie over de buurten bovenop: de bereikbaarheid met het openbaar vervoer, de aanwezigheid van scholen en groen, de sfeer … Info en inschrijving via 0800 20 400 of www.woneninbrussel.be.


ADVERTENTIE

BDW 1315 PAGINA 17 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012 © TIBET / FOOT MAGAZINE

Sport, cultuur, curSuSSen of jeugdactiviteiten in uw buurt?

Johan Boskamp, in 1982 getekend door Tibet.

Onze vriend Jan

Meer info vindt u in de gratis brochures

Praat

www.vgc.be/vrijetijd - vrijetijd@vgc.be Gezien: Johan Boskamp, overal, vroeger en nu.

achteraf

Af en toe moet ik het over voetbal hebben. Vooral als ik van al de rest depressief word. Het excuus dat ik dit keer bedacht heb, heet Johan Boskamp. Die man is altijd wel ergens te zien, zijn werkplek was en is meestal Brussel, en hij behoort tot onze cultuur. Johan Boskamp is goed op weg om de nieuwe Raymond Goethals te worden. Mensen krijgen niet genoeg van zijn bijdragen. Omdat hij zo vaak en zo hard lacht, en omdat het expliciete taalgebruik waarmee hij zijn gesprekspartners een klap voor de eikel verkoopt, bevrijdend werkt voor al wie altijd braaf van de Rotterdamse straat is weggebleven. Ik vind Boskamp vooral intrigerend omdat hij, net als Goethals zaliger, bijna uitsluitend met voetbal bezig is. Als om vier uur ’s nachts een vriendschappelijke wedstrijd tussen Bhutan en het tweede elftal van Brann Bergen wordt uitgezonden, dan kijkt hij. Voetbalboulimie is een existentiële kwestie die mij bovenmatig interesseert. Een tijd geleden heb ik me wat oude voetbaltijdschriften aangeschaft. Foot-magazines uit de tijd dat ik nog te klein was om ze zelf te kopen en zo de eeuwige voetbalsoap echt goed te kunnen volgen. Ik beleef de hoogtepunten van weleer nu dus in sneltempo opnieuw. Bovendien levert journalistiek van dertig jaar geleden soms geestige lectuur op, waarin uiteraard ook geregeld sprake was van Johan Boskamp, die 1974 tot 1982 bij RWDM voetbalde. Het allereerste nummer van Foot verscheen in januari 1982, precies dertig jaar geleden. De redactie, waartoe onder meer François Colin, Carl Huybrechts en Frank Raes behoorden, was blijkens het colofon gevestigd in de Finstraat 4, in het Molenbeek van Boskamp. In dat eerste nummer staat een interview met Raymond van het Groenewoud dat past in ons thema. “Soms denk ik dat ik té veel van voetbal hou,” luidt het citaat van de zingende liefhebber in de kop. Hij speelde op dat moment in de reserveploeg van vierdeprovincia­ler Wemmel (‘het laagste wat nog officieel genoteerd wordt’), en “als ik het geluk heb om met

tien mensen te spelen die niet in conditie zijn, dan spring ik eruit.” Raymond werd supporter van RWDM toen hij naar een Antwerp-RWDM ging kijken en mannen als De Bree, Boskamp en Polleunis het veld op zag komen: “Ik dacht dat het een rugbyploeg was.” Hij raakte bevriend met een aantal spelers en schreef het lied ‘Het verschil met mijn vriend Jan’, over de kloof die er in discipline en mannelijkheid scheen te gapen tussen hem en Jan Boskamp. De meest prangende verzen uit dat lied zijn: ‘Maar aan de andere kant / Hoe zit het met Jan? / Dat heeft hij mij nog nooit verteld’. In het tweede nummer van Foot staat vervolgens een lezersbrief van ene Jean-Paul Van Ransbeeck uit Overijse: “Graag zou ik in één van Uw volgende uitgaven een artikel zien verschijnen over Johan Boskamp, die volgens mij sinds 1974 tot nu een stempel van klasse, talent en jeugdpolitiek op het Belgisch voetbal heeft gedrukt. Hij heeft er zeker recht op.” Het onderschrift van de redactie op die brief gaat als volgt: “Laat ons het maar onmiddellijk stellen: wij laten ons niet, hoe vriendelijk en met overtuiging ook gevraagd, ‘chanteren’ door vragen van deze aard.” Het lijkt er sterk op dat die lezersbrief gefingeerd was, want in Foot nummer 3 is het al zo ver. Interview met Johan Boskamp: “Soms doe ik dingen waarvan ik denk: dat is niet normaal meer op een voetbalveld.” Het hele interview gaat over zijn viriele speelstijl en zijn bijzondere ‘kwaliteiten’ als communicator. We lezen dat hij tijdens zijn eerste vier wedstrijden in België telkens een gele kaart kreeg en in acht jaar vijf trainers versleet, maar dat de Belgen ‘qua hard voetbal en afbluffen’ sindsdien veel bijgeleerd hebben. Toch is ook de andere Boskamp (al) zichtbaar: hij is bij RWDM al de facto spelertrainer, er is sprake van mogelijke buitenlandse avonturen, hij gaat het komende WK integraal en intensief volgen om er wat van op te steken, en vooral: hij houdt zich buiten zijn uren intensief met de jeugdspelers bezig. Van het Groenewoud heeft dat goed aangevoeld: ook Boskamp was niet zozeer een echte vent, voetbalverslaafden zijn het liefst van al nog kind.  Michaël Bellon

02 563 03 00

ADVERTENTIE

Tafeltje dek je! Broodje Brussel in het Museum van de Stad Brussel 14 en 16 februari 2012 om 12.30u De rondleiding is gratis! Toegang museum: € 4

Museum van de Stad Brussel Grote Markt (tegenover het Stadhuis) Info: 02 279 43 71 | musea.brussel.be


BDW 1315 PAGINA 18 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

De galm- of echokamer van de Jet Studio, beroemd om zijn bijzondere reverb-geluid. “Ik investeer liever in een goed geluid dan in de luxe eromheen,” zegt Rudy Coclet, de nieuwe eigenaar.

© DIETER TELEMANS

Muziek > Rudy Coclet (Jet Studio) over hoog- en laagconjunctuur van opnamestudio’s

‘De toekomst zal niet makkelijk zijn’ KOEKELBERG – Anderhalf jaar geleden stond de oudste Belgische muziekopnamestudio nog te koop wegens niet rendabel genoeg. Gelukkig deed de overnemer in muziek en niet in vastgoed. “We staan voor moeilijke crisisjaren,” beseft Rudy Coclet, gereputeerd geluidsingenieur en de nieuwe eigenaar van de Jet Studio. “Alleen als we ons karakter behouden, zullen we overleven.”

O 

p weg naar de vernieuwde Jet Studio krijgen we een déjà vu. We zijn al wel va­ ker in een Brusselse opnamestudio beland, maar het was telkens toch even zoeken. En sta je dan uitein­ delijk ergens voor een anoniem rij­ huis – dit keer in Koekelberg –, dan valt enkel van de deurbel af te leiden dat er zich achter de gevel een waar walhalla voor de muzikant bevindt. Opnamestudio’s in Londen of Mem­ phis hebben natuurlijk een nog veel roemrijker verleden, maar ze com­

ook buitenlandse acts zoals Manic Street Preachers, Live en Dominique A, die er momenteel aan het mixen is, staan op het uitgebreide cv van de studio.

Te bescheiden municeren ook beter. Hier ontdek­ ken we naast de bel het bescheiden opschrift Jet Studio, Rising Sun Studio. Rising Sun Studio is de vennoot­ schap waarmee Rudy Coclet samen met zijn zakenpartner Pascal Flam­ me van Studio Caraïbes eind 2010 de Jet Studio overnam van Staf Ver­ beeck, de vorige eigenaar. In de aan­ koopakte zat niet alleen het gebouw en de inboedel, maar ook het recht om de naam Jet Studio te gebrui­ ken. Dat laatste is niet onbelang­

rijk, want naam en locatie hebben een mythische plaats verworven in de Belgische muziekgeschiedenis. Edith Piaf, Shirley Bassey, Toots Thielemans en Salvatore Adamo, die in de eerste helft van de jaren 1980 zelf eigenaar was, namen er op toen het hier nog Decca Studio’s heette. Sinds de naam Jet Studio zich in 1997 aan de locatie vastklonk, pas­ seerde de top van de Belgische pop en rock er aan de opnametafel, van Will Tura over Hooverphonic tot The Hickey Underworld. Maar

Ook al had de crisis de muziekmarkt stevig in haar greep, dan nog was het een kleine verrassing toen in 2010 bekendraakte dat de oudste studio in Brussel – Fonior/Studio Decca nam er in 1942 zijn intrek – te koop stond. Deels omdat de bui­ tenwereld nauwelijks weet had van de klankenrijkdom die er achter de gevel schuilde. “Dat is ook te wijten aan het gesloten karakter van de Brusselse studio’s,” geeft Coclet toe. “Onder producers en geluidsinge­ nieurs heerst een zekere discretie.

Die bescheidenheid heeft haar char­ me, maar ik besef dat het protectio­ nistisch kan overkomen. Pretentie is het zeker niet. Ik ben zelf ook geen tafelspringer.” Klinkt logisch, anders had de man, die veel erva­ ring opdeed als livemixer van Arno, wel zelf op het podium gestaan en niet achter de schermen zijn brood verdiend. Al bij al is het een geluk dat Coclet al langer samenwerkte met de Jet Studio, zodat het gebouw geen an­ dere bestemming hoefde te krijgen. “De oudste studio van het land had nu ook een appartementsblok of een winkel kunnen zijn. Er was interes­ se voor.” Maar ook al was zijn voorganger afgehaakt door de laagconjunctuur in de sector, Coclet zag kansen in de overname. Hij was altijd al on­ der de indruk geweest van de fraaie akoestiek van de opnameruimte en van het bijzondere geluid van bij­ voorbeeld de echo- of galmkamer. Dat was er al in de jaren 1950. “Ook tijdens de verschillende renovaties is het karakteristieke van de stu­ dio altijd behouden. Er hangen nog foto’s van bigbands en jazzartiesten beneden die hier met twee à drie mi­ crofoons live opnamen. De opname­ technologie heeft ondertussen een metamorfose ondergaan, maar een ruimte blijft een ruimte.” De grote technologische verande­ ringen begonnen in de jaren 1970, toen men met multitrack ging wer­


BDW 1315 PAGINA 19 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

“Een studio moet zijn specifieke karakter behouden. Vroeger hebben we ons misschien te veel als een kameleon gedragen” draaide.  De  ICP  begon  en  zou  later  uitgroeien tot de grootste en meest  geavanceerde  Brusselse  studio.  De  industrie  b  oomde.  De  studio’s  die  niet moderniseerden, moesten toen  al afhaken.” Het  succes  kon  niet  blijven  duren.  Zeker  op  het  einde  van  de  jaren  1990,  toen  de  digitale  muziek  haar  intrede deed, was het alle hens aan  dek.  Coclet:  “Op  een  bepaald  mo­ ment  was  het  voor  de  studio’s  niet  meer  rendabel  om   vintage  te  blij­ ven.  Wie  dat  wel  deed,  overleefde  het  niet.  De  democratisering  van  de  technologie  had  ervoor  gezorgd  dat  muzikanten  thuis  achter  hun  pc  gingen  opnemen.  Met  de  komst  van  het  softwareprogramma  Pro­ Tools  raakte  die  evolutie  nog  in  een  stroomversnelling.”  Haast  te­ gelijk  stokte  de  cd­verkoop  doordat  de  jeugd  massaal  ging  downloaden  zonder te betalen, waardoor de bud­ getten  voor  studio­opnames  dras­ tisch naar beneden gingen. Dubbele  pech dus voor de studio­eigenaars.

Intelligent zakendoen   et  zijn  de  slimste  leerlingen  van  H de  klas  die  overleven.  Coclet:  “De  ICP  in  Elsene  heeft  steeds  op  het 

ICK

TR A

CHE

T

juiste  moment  de  juiste  keuzes  ge­ maakt. Dan Lacksman, de man ach­ ter  de  SynSound  Studio’s  in  Laken,  is  naast  producer,  opnameleider  en  mixer  ook  een  bijzonder  intelligent  zakenman. En de Dada Studio weert  zich dapper. Het belangrijkste is dat  een  studio  zijn  specifi eke  karakter  behoudt en dat in de toekomst zelfs  nog  wat  beter  in  de  verf  zet.  Vroe­ ger  stelden  we  ons  misschien  iets  te  fl exibel  op,  gedroegen  we  ons  te  veel als een kameleon, maar die tijd  is defi nitief voorbij.” In zekere zin heeft de crisis de Brus­ selse  studio’s  verplicht  om  terug  te  keren naar de essentie van hun be­ staan,  namelijk  hun  klankenpalet,  hun  akoestiek.  Coclet:  “Die  maakt  dat  artiesten  er  willen  opnemen.  Tegenwoordig  nemen  muzikanten  de   overdubs  of  de  mixen  thuis  op,  maar  voor  de  eigenlijke  opnames,  zeker als ze een full band live willen  inblikken,  verkiezen  ze  nog  steeds  een  professionele  studio­omgeving.  Daarom  investeer  ik  liever  in  een  goed  geluid  dan  in  de  luxe  erom­ heen.  Zo  kan  ik  de  prijs,  die  door  de crisis sowieso gezakt is, redelijk  houden. In vergelijking met de jaren  1980  is  het  allemaal  wat  minder  elitair.  Studio’s  zijn  niet  alleen  de­ mocratischer, maar ook menselijker  geworden.” Om dat te benadrukken wil Coclet in  de toekomst af en toe livesessies or­ ganiseren waarbij muzikanten in in­ tieme kring hun ding kunnen doen.  “Ik  wil  een  klimaat  creëren  waarin  muziekliefhebbers  zich  op  hun  ge­ mak  voelen,  eventueel  een  of  twee  radiozenders  erbij  betrekken,  af­ hankelijk van de stijl van de muziek.  De intieme opnames die An Pierlé of  Arno  hier  vroeger  maakte,  zorgden  ook voor naamsbekendheid.” “De  technologie  heeft  de  zakelijke  kant  van  de  muziek  problemen  be­ zorgd,” besluit Coclet. “Maar aan de  creatieve  kant  heeft  ze  toegelaten  dat  meer  muzikanten  zich  kunnen  uitdrukken.” “De volgende jaren zullen niet mak­ kelijk  zijn.  Maar  we  kunnen  onder­ tussen  wel  dingen  in  gang  steken,  contacten  leggen,  beter  communi­ ceren. En het tij kan ook keren. Te­ genwoordig vreet men muziek zoals  fastfood,  maar  misschien  zal  men  in  de  toekomst  anders  willen  gaan  luisteren.  De  terugkeer  van  vinyl  is  misschien een teken aan de wand.”

©N

ken.  In  de  jaren  1980  ging  het  van  acht naar zestien naar 24 sporen en  meer.  Geluidsingenieurs  moesten  zich  constant  bijscholen  om  mee  te  zijn.  Er  kwamen  meer  studio’s,  omdat platenfi rma’s grotere budget­ ten ter beschikking hadden. Coclet:  “Het was de tijd van de stadionrock.  Mike  Butcher  en  Alan  Ward  van  Electric  City  werkten  toen  in  het  Brusselse fi liaal van de Morgan Stu­ dio in Vorst, waar ze een quadrafo­ nisch geluidssysteem installeerden.  Er  was  de  ondertussen  verdwenen  Studio Madeleine die op volle toeren 

Nick Trachet BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

Crisiskeuken Er wordt van alles gegeten in deze wereld en de wereld ligt op ons bord in Brussel. Daarover gaat het meestal in deze column. Maar zal dat zo blijven?

Tom Peeters © DIETER TELEMANS

Rudy Coclet: “Studio’s zijn niet alleen democratischer, maar ook menselijker geworden.”

Fortuin is vergankelijk. De laatste vijftig jaar heb­ ben  ons,  westerlingen,  ongehoorde  rijkdom  ge­ bracht.  Velen  van  ons  kunnen  op  reis,  vaak  ver­ schillende keren per jaar. We hebben tonnen ‘vrije  tijd’.  Op  vele  plaatsen  in  de  wereld  wordt  die  ge­ bruikt om groenten te telen, bij te klussen, een huis  te  onderhouden  of  te  bouwen.  En  wij?  Wij  slapen  uit, hangen voor de televisie of maken een wande­ ling in het park. Het leven is immers zo goedkoop.  Heel  wat  van  de  luxe  die  we  ons  kunnen  permit­ teren, komt doordat ons voedsel zo effi ciënt, zo in­ dustrieel, zo goedkoop wordt geproduceerd. Twee,  drie  generaties  geleden  gaf  de  gemiddelde  Belg  de  helft van zijn loon uit aan eten. Vandaag is dat geen  twaalf procent, volgens sommigen. Het  is  evident  dat  de  wereld  verandert.  Europa  schuift op naar de zijlijn van de wereld, zoals Grie­ kenland  en  Italië  dat,  millennia  geleden,  binnen  Europa hebben gedaan. Ook aan de goedkope aard­ olie komt een eind, het leven zal duurder worden,  zoveel is zeker. We zullen het met minder moeten  leren doen. Is  het  een  voorteken?  Net  op  nieuwjaarsdag  vond  ik dit boekje tussen de collectie van vrienden. Een  grauw,  halfvergaan  druksel  op  slecht  papier.  Het  werd  exact  zeventig  jaar  geleden  uitgegeven,  in  1942.  Er  staan  ‘ 320 recepten, aangepast aan den huidigen tijd’  in.  Die  tijd,  dat  was  natuurlijk  de  Tweede  Wereldoorlog.  Het  was  de  tijd  van  bespa­ ren   par excellence.  In  dat  jaar  waren  de  voorraden  van  voor  de  oorlog,  die  nog  overgebleven  waren  in  de  kelder,  grotendeels  op.  De  wonderbaarlijke  visvangst  van  1943  lag  nog  niet  in  het  verschiet.  De  mensen  waren  nog  niet  zo  kwistig  als  van­ daag,  maar  in  dit  boekje  worden  allerhande  re­ cepten  en  tips  gegeven  om  toch  dat  beetje  luxe,  dat  sprankeltje  troostvoedsel  terug  te  vinden  in  onzekere  tijden.  Hergebruik,  afvalvermindering, 

ersatz. We leerden het woord van de Duitsers zelf. Het boekje was een privé­initiatief. De uitgever kon  ik  niet  identifi ceren,  want  de  achterkaft  ontbreekt.  Wel staat er op het binnenblad voorin reclame voor  andere boekjes, zoals  600 vindingrijke wijzen en bezuinigingsmiddelen. Wat  leren  zulke  boekjes  ons  vandaag?  In  Italië  werd onlangs eenzelfde oorlogsboekje heruitge­ geven.  Een  recensent  schrijft  dat  het  ons  niet  alleen  leert  wat  er  wél  te  krijgen  was,  maar  ook  wat  de  huisvrouw  toch  zo  graag  wou  maken, zonder te beschikken over de nor­ male  ingrediënten.  In  Engeland  kocht  ik  enkele jaren geleden een heruitgave van  Good eating – Suggestions for wartime  Good dishes (van de  Daily Telegraph). Het  toont  een  stijgende  interesse  voor  crisiskeuken. In  ons  Belgische  boekje  zien  we  vooral hoe de huisvrouw vertrouwd  moest worden gemaakt met knollen (bie­ ten, raapkool, rapen, knolselder), maar ook met  exotische dingen als  ‘Japansche crosnen’ en  topinamboers. Groenten die voordien niemand kende, maar  in onze tijd terug zijn als ‘vergeten’ groenten. Verge­ ten door hun oorlogsverleden, natuurlijk. Ter vervanging van frieten geeft men een recept met  raapkool.  Men  snijdt  ze  zoals  frieten,  laat  ze  eerst  in water koken en dan twee uur in azijn weken met  peper en zout. Waar dat goed voor is, wordt niet uit­ gelegd. Om ze bruin te bakken, rolt men ze eerst in  wat  bloem  of  beschuitkruimels.  Wat  een  mens  al  niet zou doen om toch de schijn van zondagskost op  te houden! Verder  lezen  we  heel  wat  recepten  met  kastanjes  ‘om  aardappelen  te  vervangen’.  Marsepein  wordt  dan weer van aardappelen gemaakt: meng 250 gram  aardappelpuree  met  even  veel  witte  poedersuiker,  één eiwit en wat amandelextract en oranjebloesem.  Laat 48 uur drogen in de kelder. De grote obsessie  die  door  heel  het  verhaal  loopt,  is  het  besparen  op  en  vervangen  van  vet.  Hele  pagina’s  worden  daar­ aan besteed. ‘Mayonaise zonder olie, boter noch ei­ eren’  is  een  ongekruide  witte  saus  (bechamel)  met  fi jngehakte peterselie en ajuin en wat citroen en/of  mosterd. Naarmate  de  pagina’s  voorbij  schuiven,  wordt  het  boekje  inventiever.  Voederbieten  fi jn  snijden,  dro­

Recepten om paardenkastanjes eetbaar te maken en wijn te brouwen van suikerbiet gen en dan branden in plaats van koffi e (vele huizen  hadden een Leuvense stoof, en de koffi ebrander was  daar  een  accessoire  van).  Cichorei,  wat  zelf  al  een  ersatz  was,  wordt  nagebootst  door  perenschillen  te drogen en te branden. Het wordt helemaal hoog­ technologisch  als  we  recepten  lezen  om  paarden­ kastanjes eetbaar te maken en wijn te brouwen van  suikerbiet.  De  kastanjes  worden  geraspt  en  de  gif­ tige saponinen eruit gespoeld en geperst, dan wordt  het meel geweekt en gedecanteerd. Het lijkt wel een  indianenrecept voor bittere cassave. Om bietenwijn  te maken wordt gretig gebruik gemaakt van zwavel­ zuur en zwavelalcohol. Het gekke is dat de moderne industrie deze trucjes  al jarenlang toepast om ons eten ook vandaag winst­ gevender te maken. Goedkope marsepein wordt nu  ook  van  (wittebonen)puree  gemaakt,   ‘light’  mayo­ naises bulken van het zetmeel. Net als toen. Is de oorlog dan nooit afgelopen? Waar we nog goed­ kopere producten gaan vinden, de dag dat het nodig  is, is mij een raadsel. Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet


BDW 1315 PAGINA 20 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

Henri Ruttiens: “Mijn vrouw deelt mijn passie voor boeken, maar ze heeft het soms moeilijk met mijn verzamelwoede en met de impact ervan op ons huis.”

‘E 

en originele biotoop’, zo noemt Henri Ruttiens Brussel. “Origineel door de relatief kleine oppervlakte, gecombineerd met de enorme diversiteit. Die is zo gegroeid door de opeenvolgende immigratiegolven en de komst van de Europese Gemeenschap. Welgesteld naast minder welgesteld, arm naast rijk, rijk naast arm: die mengeling maakt Brussel enorm interessant. Ik denk niet dat je in de wereld veel steden vindt met maar net iets meer dan een miljoen inwoners die zo divers zijn.” “Tot dusver heerst hier ook een sfeer van verdraagzaamheid, al is de evenwichtsoefening rond immigratie veel ingewikkelder dan elders in het land. Ik hoop dat die verdraagzaamheid standhoudt, ik hoop ook dat Brussel niet verzandt in communautair gekissebis, als je kijkt naar hoe er vandaag gestemd wordt. Het zou spijtig zijn als de taalkloof ook Brussel zou veranderen. Nu is er vaak nog een interessante uitwisseling, vooral in de wereld van kunst en cultuur, en in de journalistiek.”

Buitenverblijf Het witte huis waarin Henri Ruttiens al zowat dertig jaar lief en leed deelt met Antoinette,

zijn compagne de route en medestandster, zou makkelijk ergens op het platteland kunnen staan. Oud en charmant, wars van schone schijn. “Een buitenbeentje, inderdaad. Ons huis trekt geregeld de aandacht van mensen die met hun fototoestel op pad zijn. Het is ook het oudste huis van de straat: zowat honderdvijftig jaar geleden gebouwd als buitenverblijf van een gewezen leraar van het atheneum van Brussel, dat later het Athénée Robert Catteau zou worden. Brussel was toen nog niet wat het was, dit was echt nog de buiten. Waar je nu steen en beton vindt, was alles groen. Groen voor schapen en koeien, die hier tot in de jaren 1950 gezapig hebben kunnen grazen. Groen waarin de oorspronkelijke eigenaar uitstapjes maakte met zijn paard. Kijk maar naar onze stal, net groot genoeg voor één ros, die wij gebruiken voor onze fietsen.” “Zowat dertig jaar geleden hebben we het huis gekocht voor een wel heel schappelijke prijs. We hebben er nauwelijks iets aan veranderd, het was goed voor ons zoals het was, het is goed zoals het is.” Van Ruttiens’ liefde voor het geschreven woord getuigen vele honderden boeken in de gang van zijn huis, het merendeel getekend

door de tand des tijds. “Liefde voor boeken? Eigenlijk is dat niet juist uitgedrukt. Ik zou het veeleer een pathologische aandoening noemen. Mijn studentenflatje van zoveel jaren terug was al één grote hoop boeken. Zeker vierduizend stuks, mogelijk meer. En met de jaren is mijn verzameling gestaag blijven groeien; ik kan werkelijk niet zonder boeken. Maar wat wil je? In zowat elk boek is wel iets interessants te vinden. Er zijn zelfs periodes – maandenlang – dat ik me het televisiekijken ontzeg om me volledig te kunnen concentreren op het lezen. De avonden, de weekends. Ontdekken, herontdekken, in boeken over de meest uiteenlopende zaken.” “Er zijn onderwerpen die ik systematisch verzamel. Boeken bijvoorbeeld over savoir-vivre, de juiste manieren, van de negentiende eeuw tot nu. Ik wil inzicht verwerven in de zeden van toen en nu. Ik heb ook veel lectuur over de sociale geschiedenis, de arbeidersbeweging, congresrapporten van de Parti Ouvrier Belge/Belgische Werkliedenpartij en de FGTB van de jaren 1940, ’50 en ’60. Veel literatuur ook, vooral van de jaren 1920 tot 1960. Frans of naar het Frans vertaald; in een andere taal lezen valt me moeilijk, het verschaft me geen plezier omdat het te veel tijd kost.” “Ik hou van chineren. In tweedehands boekenwinkels, maar ook in openbare bibliotheken. Het is steeds weer een plezier om onverwachte ontdekkingen te doen. Brussel en België zijn daarvoor droomplekken. Goedkoper dan Nederland, Frankrijk, Duitsland... Je hebt hier een goede prijs-kwaliteitsverhouding, door de wet van vraag en aanbod. Er zijn nu eenmaal

© MARC GYSENS

ELSENE – “Ik ben dan wel in Wallonië geboren, waar ik bovendien een deel van mijn jeugd heb doorgebracht, toch voel ik me Brusselaar in hart en nieren. Ik denk niet dat ik elders in het land zo zou kunnen aarden.” Brussel is ook de plek die Henri Ruttiens aanstak met het linkse gedachtegoed, dat hij met overtuiging uitdraagt. Als hij niet in een boek zit te snuffelen, ten minste.

© MARC GYSENS

Ruttiens’ gipsen buste van Jean Jaurès (1859-1914), Frans staatsman, vermoord om zijn radicale anti-oorlogsstandpunt. te veel boeken op de markt, maar dat geldt ook voor andere objecten. Dat komt doordat de Belgische middenstand en de kleine bourgeoisie honderd jaar lang relatief welgesteld zijn geweest. Ze hebben veel gekocht, die mensen: schilderijen, zilverwerk... Ze waren ook relatief groot behuisd. Maar met de jaren zijn mensen, door de bank genomen, kleiner gaan wonen, ze hebben minder ruimte om dingen in huis te houden. Daardoor overstijgt het aanbod van tweedehandsspullen de vraag.” “Ik ben er nooit toe gekomen om zelf iets te schrijven, neen. Er is ooit wel eens een kinder-


BDW 1315 PAGINA 21 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

FREDDI SMEKENS Deugeneet

I 

“Voor mij is de vakbond, tot nader order, de enige valabele beweging die de politiek wijst op haar verantwoordelijkheden”

Henri Ruttiens, boekenwurm/vakbondsman

‘Brussel past bij wie ik ben’ boek geweest, maar wanneer weet ik niet meer juist. Ik heb er zelfs geen exemplaar meer van. Wat ik wel doe, is af en toe deelnemen aan een wedstrijd. Zo heeft er ooit eens een tekst van mij uitgehangen in de metro.” Of Ruttiens ook Librairie Abélard, de tweedehands boekenwinkel naast de deur, openhoudt? “Neen, dat is een initiatief van Antoinette. Nu al meer dan 25 jaar legt ze er haar ziel in. Ze is halftime aan de slag als psychologe, en de rest van de tijd houdt ze de boekenwinkel open, gespecialiseerd in werken van de negentiende eeuw tot nu. Ze deelt inderdaad mijn passie voor boeken, al heeft ze het soms moeilijk met mijn verzamelwoede en met de impact ervan op onze woning.”

Vakbond Naast een passie voor boeken koestert Ruttiens ook een passie voor de syndicale beweging. En daar heeft Brussel in meegespeeld. “Toen ik dertien was, is mijn vader van Bergen – waar hij onderzoeksrechter was – overgeplaatst naar Brussel. Mijn nieuwe schoolomgeving werd het atheneum van Elsene. Daar waaide een betrekkelijk vooruitstrevende wind. Zo was mijn leraar zedenleer bijvoorbeeld openlijk trotskist, en dat werd getolereerd. Die man heeft een grote invloed op mij gehad. Door hem en door vrienden met dezelfde interesses is bij mij al gauw het linkse gedachtegoed geworteld. In allerlei comités zaten we. Tegen de oorlog in Vietnam onder meer, of nog tegen de Apartheid in Zuid-Afrika. Aan de ULB, waar ik wat later pers- en communicatiewetenschappen ging studeren, heeft zich dat alleen maar

voortgezet. Zo was ik een van de sympathisanten rond de pro-Chinese communistische partij van verzetsstrijder Jacques Grippa. Ik deelde pamfletten uit in fabrieken, praatte met stakende arbeiders en vakbondslui, deed vertaalwerk, redigeerde teksten.” Die achtergrond kwam Ruttiens na zijn studie goed van pas toen hij verkozen werd tot permanent syndicaal afgevaardigde bij de FGTB-ABVV. “Toch stond ik na vijf jaar weer op straat, na een interne machtsverschuiving. Secretaris-generaal René De Schutter – een sterke persoonlijkheid met een heel open geest, die een grote sympathie had voor gauchisten als ik – kreeg geen nieuw mandaat van de Centrale. Ik was een van de velen die zich hebben verzet tegen het opzijschuiven van De Schutter, en daarop ben ik afgerekend. Antoinette onderging twee jaar later hetzelfde lot. Onder de jongeren die wel gebleven zijn, was er een zekere Eric Vandersmissen: een vriend met wie ik altijd contact ben blijven houden. Meer dan vijftien jaar na mijn ontslag heeft hij met succes gepleit voor mijn herverkiezing als permanent vertegenwoordiger. En dat heb ik met hart en ziel gedaan tot aan mijn pensioen, nu twee jaar geleden. Voor mij is de syndicale beweging, tot nader order, de enige valabele beweging die de politiek wijst op haar verantwoordelijkheid, en dat is: werken aan sociale vooruitgang.” 

Karel Van der Auwera

De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet

n elk van ons, jong of oud, leid altaaid wel nen deugeneet op de loor. Zoals we  ook steeds een van onze handen kunnen omtoveren in de spreekwoordelijke kinderhand dee rap gevuld es. Ik zou haast  durven te stellen, waarde lezer, dat ik een soort medelijden voel met wie nuut nen deugeneet geweist es, of hem nuut heit ooitgehange. In ons Brussels vertoont die deugeneet overeenkomsten met ne vagger, in die zin dat beiden iets sympathieks over zich hebben. Van één ding kunnen we zeker zijn: nen deugeneet geeft op zaain of heur maneer koleur on ons leive, in tegenstelling misschien tot ne vagabond, want in dat geval gaat het om een personage waarvan de stoute kantjes ni afgevaaild zaain. Een echt Ketje zal dus in het algemeen meer hebben van nen deugeneet dan van nen echte stouterik of, in het slechtste geval, e klaain rotzakske. Hierbij wil ik even aanstippen dat het haast onmogelijk is om de hele tijd, dag in, dag ooit dus, nen deugeneet te zaain. Zeker niet omdat we bij dat alles niet vergeten, waarde lezer, dat deugeneeteraa in vele gevallen een zekere energie vergt van de deugeneet in kwestie, en uiteraard ook van de persoon of personen die met hem of haar te maken hebben. Ook de aandacht van de andere blijven vasthouden is niet altijd evident. Zo bestond mijn meest recente deugeneeteraa erin in het lang en in het breed uitleg te geven over de oorsprong van het woordje deugeneet. Toen ik, na een exposé van iets meer dan twintig minuten, er eindelijk toe kwam de ware herkomst van het woord deug(e)niet uit de doeken te doen, was  de opluchting van mijn toehoorders dan ook bijzonder groot. “Mè ‘nen deugeneet’,” sprak ik, “wille we faaitelaaik van eemand zegge da hij of zij ni deugt.” Het hoeft geen betoog, waarde lezer, dat er haast een klein applausje af kon, zó blij dat men was dat ik eindelijk afgerond had en tot een plausibele conclusie was gekomen. Heel even nog had ik zin om uit te pakken met “Zaain er nog vroege?”, maar ik bedacht me gelukkig op tijd. Zoals hierboven al aangestipt, kan men den

deugeneet ni blaaive ooithange. Toch moote we de sloepende deugeneet in ons van taaid tot taaid neki wakker schudde. Kwestie van alert te blijven en de saaiheid van ons dagelijkse leven te bekampen. We mogen daarbij wel niet uit het oog verliezen dat we op elk moment een koekje van eigen deeg door een andere deugeneet voorgeschoteld kunnen krijgen. En da’s mo good oek, zou ik zeggen. Een goede oefening om te begrijpen wat een echte deugeneet betekent, is proberen na te gaan wannier we vè de leste ki den deugeneet ooitgehange hemme. Velen van ons – althans, dat hoop ik – zullen daar niet zoveel last mee hebben. Voor de anderen is er een troost: wee nuut gienen deugeneet geweist es, kan er altaaid en op elk moment iene weudde. Natuurlijk wil ik niemand aanzetten om niet te deugen. Maar laat mij er gewoon van uitgaan dat deugdelijkheid, met geduld ontwikkeld en opgebouwd, ook met mate aangewend moet worden. Maar goed, eeder zaain gedacht op da gebeed nateurlaaik. De aandachtige lezer zal merken dat bij die laatste opmerking den deugeneet in maa wei kleirwakker geschaute es. Mij viel ooit de eer te beurt as nen echten Taail Ooilespeegel omschreven te worden. Van toen af kon mijn reputatie van deugeneet niet meer stuk. Toch zou ik deze Brusselse Kroniek graag op een ernstige manier afsluiten, maar het delicate onderwerp ervan laat mij dat helaas niet toe. Nog ’n chance, zou ik zo zeggen. Ten slotte nog een paar omschrijvingen die met onze deugeneet verwant zijn. Elke rechtgeaarde Brusselaar kent ongetwijfeld het subtiele bronzen beeld van De Vaartkapoen nabij het kanaal. Die Vaartkapoen is een rasechte deugeneet. Maar de deugeneet waarin ik mezelf het meest herken, zit nog op de lagere school. Ik vertaal hier graag een merkwaardige dialoog in het Brussels. “Awel!” roept de schoolmeester uit, “er stoet niks in a schrift van reikene! Hoo komt da?!” Waarop onze deugeneet maar één antwoord kan verzinnen: “Da komt omda ’k on huufdreikene doon, miester.”

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; rekeningnummer 424-5529822-66 van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Lien Annicaert (lien.annicaert@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@ bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Bettina Hubo (bettina. hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Freddi Smekens (freddi.smekens@bdw. be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw. be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw. be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


BDW 1315 PAGINA 22 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

Special tafelvoetbal > Brusselse kickerbond aast op ‘Vlaamse’ toverformule

‘Geen spelletje, maar een sport’ BRUSSEL – We modderen de laatste jaren aan op het grasveld, maar aan de kicker­ tafel heersen we: België kroonde zich begin janua­r i tot wereldkampioen tafelvoetbal. In Vlaanderen is het al een echte hype; voor Brussel is het nog even afwachten. “Brussel kende zijn hoogdagen in de jaren 1970,” vertelt Patrice Pintez (38), de voorzitter van de Brussels-Waalse kickerfederatie. “Je had toen honderd à honderdvijftig ploegen en meer dan duizend spelers in vijf divisies. Bekerwedstrijden moesten tijdens de week gespeeld worden omdat er in het weekend niet genoeg tijd was. Dat is vandaag wel anders. Kicker lijdt erg onder de concurrentie van onder meer poker, zaalvoetbal en videospelletjes. Er is gewoon veel meer te doen.” De Fédération Belge de Football de Table Amateur (FBFTA) werd in 1950 opgericht en is daarmee een van de oudste wereldwijd. De eens zo florerende vereniging begon in de jaren 1990 pluimen te verliezen. “Vandaag zijn er in Brussel nog een vijftiental clubs met telkens een tiental spelers. Je vindt in zeker meer dan honderd Brusselse cafés een kicker­tafel, maar niet iedereen ziet het zitten om competitie te spelen. Elk jaar doen we de ronde om de caféuitbaters aan te sporen een club te vormen,

Tradities worden in ere gehouden: tafelvoetbalwedstrijden worden steevast vrijdagavond om tien uur gespeeld, en lopen tot in de vroege uurtjes. Maar sinds kort wél rookvrij.

© MARC GYSENS

ADVERTENTIE

de  CLUB

Tafelvoetbalclub KC Montmartre, Elsene

Psychologische oorlogvoering aan de kickertafel ELSENE – Jonge en gemotiveerde Brus­ selse tafelvoetballers, ze bestaan. Zo blies Quentin Verlant (24) dit seizoen de kicker­ club Montmartre nieuw leven in. “Een goed draaiend stamcafé kan veel betekenen voor een succesvolle kickerclub.” “Kicker is mijn passie,” vertelt Verlant, die ook kapitein is van de ploeg. “Ik speel het al tien jaar en doordat ik in cafés werk, kom ik er dagelijks mee in contact. En hoe meer ik speel, hoe meer ik zin krijg om te spelen.” Le Montmartre ligt aan de Boondaalsesteenweg in Elsene. “Heel wat mensen vroegen me om de caféploeg van Montmartre in handen te nemen, en uiteindelijk heb ik toegehapt,” vertelt Verlant. “In het verleden heeft het café al een paar ploegen gehad, maar het zat de laatste tijd wat in het slop.” Door het beperkte aantal ploegen mag KC Montmartre dit seizoen al meteen in eerste klasse aantreden. Met een plaats in de middenmoot zijn de twaalf mannelijke spelers tevreden, maar er wordt hard gewerkt om beter te doen. “Op woensdag trainen we normaal gezien op specifieke spelsituaties en wedstrijden. Vrij-

dag is er dan steevast competitie. Maar als je naar het café komt, dan vind je meestal wel iemand die bereid is te kickeren. Le Montmartre is een café waar veel jongeren en studenten komen, en de meesten spelen met plezier een match.” “Tijdens die trainingen en matchen zijn de spelers heel geconcentreerd, er wordt dan flink gezweet. Je armen werken veel. Ik gebruik bijvoorbeeld heel mijn lichaam. Het is heel intensief.”

Psychologisch Die intensiteit gaat regelmatig nog de hoogte in als de ploeg van La Paix op bezoek komt. Zij hebben door de jaren heen een mooi palmares bijeen gespeeld en hebben hun thuisbasis op een paar tientallen meters van Le Montmartre. “De wedstrijd tegen La Paix is bijna een Clásico (de voetbaltopper Barcelona-Real Madrid, TS). Zij zijn een ploeg vol ervaren rotten die moeilijk te verslaan zijn. In vergelijking met hen zijn wij jonge broekjes. Kicker is ook een psychologisch spelletje, en zij kennen de knepen van het vak. Ze kunnen je destabiliseren door bepaalde gebaren of woorden. Een kickerwedstrijd vraagt ook mentaal inspanningen van


BDW 1315 PAGINA 23 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

maar het blijft moeilijk. In Vlaanderen is kicker een hype aan het worden. Ik heb hun al gevraagd hoe ze het doen, maar ze weten het zelf niet. Vlaanderen telt nu meer dan honderd clubs, Wallonië maar een twintigtal. We organiseren regelmatig toernooien in omni­ sportzalen, maar het wil niet echt aanslaan. Het is niet evident om het enthousiasme en de dynamiek uit Vlaanderen over te brengen.” Kicker wordt onder de cafésporten gerekend. Niet onlogisch, en toch vindt Pintez dat jammer, en dan vooral door de connotatie die eraan vasthangt. “Kicker is geen spelletje,

“Voor de kickersport is het rookverbod op café een goede zaak”

het is een sport. Je reflexen moeten scherp zijn en het vraagt een pak concentratie. Zonder dat je loopt, zweet je toch heel wat tijdens een match. Alcohol voor of tijdens een match is uit den boze, want dat vertraagt je reactiesnelheid.” “Voor de kickersport is het rookverbod op café een goede zaak. Veel spelers krijgen meer zin om te spelen als er niet constant rook om hen heen hangt. Aan de andere kant doet het dalende cafébezoek pijn. Mensen leren de sport en onze federatie steeds moeilijker kennen, en dat voelen we.” Dat de competitiematchen steevast op vrijdagavond tien uur gespeeld worden en tot

twee uur ’s nachts uitlopen, zal de allerjongsten ook wel afschrikken. Maar tradities zijn er nu eenmaal om in ere gehouden te worden. “Een duel wordt in negen opeenvolgende matchen gespeeld. Wie als eerste elf keer scoort en twee goals verschil heeft, wint de match en krijgt twee punten. Wie na de negen matchen tien punten telt, heeft gewonnen. Elke ploeg heeft drie spelersparen die elk drie matchen spelen.”

Babyfoot Begin januari werd België wereldkampioen kicker bij de mannen in het Franse Nantes. Daarnaast veroverde de Luikenaar Frédéric Collignon een gouden medaille, zowel individueel als in het dubbelspel. En ook de Brusselaars staan hun mannetje. “In de jaren 1970 speelden al de beste Brusselaars in de hoofdstad, maar toen de interesse afnam, verhuisden ze naar andere regio’s. Maar ook vandaag lopen er nog goede spelers rond. Op het einde van elk seizoen spelen de beste van de zeven verschillende Belgische federaties tegen elkaar, en daar kapen de Brusselaars nog altijd regelmatig prijzen weg.” “Ik weet niet waarom België zo goed is. Het is hier traditie. Nochtans heb je ook bijvoorbeeld in Duitsland heel wat spelers en zijn er in de VS zelfs professionals. Het is wel zo dat al de verschillende landen hun eigen tafels en regels hebben. Onze kicker is iets technischer dan bijvoorbeeld de Franse babyfoot. Dat is wel een voordeel. Op een WK wordt tijdens elke manche verschillende matchen op de tafels van beide landen gespeeld. Onze topper Frédéric Collignon heeft thuis bijvoorbeeld de verschillende tafels staan. Maar hét geheim? Tja... Je moet vooral heel vaak spelen.”  Tim Schoonjans

David Steegen Champagnevoetbal Albert Roossens, de derde voorzitter van RSC Anderlecht, ontdekte hem. De voorganger van Constant Vanden Stock wist wat hij zocht. Een trainer van de vernieuwing. Een inspirator, een innovator ook, die de wereld met verstomming zou slaan. Geen passant. De Corsicaan Pierre Sinibaldi was in 1960 bondscoach van Luxemburg, niet bepaald een voetbalnatie. Toen hij in de wandelgangen van het voetbaluniversum vernam dat paars-wit een nieuwe coach zocht, stuurde hij zijn cv naar Brussel. Bij de eerste ontmoeting klikte het meteen. Hij paste bij de grandeur van Sporting. Strak in het pak, de regenjas netjes over de arm. Een mooie man. De jonge Michel Verschueren was destijds physical coach van Anderlecht. “Een gedistingeerd figuur,” zegt hij vandaag nog. Roossens en Sinibaldi waren beiden voorstander van mooi, aanvallend voetbal. Paul Van Himst was de artiest, de magiër. Julien Kialunda, door Jan Mulder als ‘adembenemend gezellig’ beschreven, was zijn rots in de branding. Hij kreeg de slappe lach bij een virtuoze dribbel – en dat als verdediger. Een manier als een ander om de tegenstander van de wijs te brengen. Jean Trappeniers was het sluitstuk, de keeper. Hij knokte zich in de ploeg ondanks Árpád Fazekas en Zdenko Vukasovic. Ook Georges Heylens, de vliegende back, eerste flankaanvaller en eerste verdediger, was een Sinibaldi-speler. Hij voetbalde 22 jaar voor RSCA. Hij had er alles voor over om bij Sporting te slagen. Na zijn dagtaak nam hij de fiets van Etterbeek naar Anderlecht om te trainen. Hij kreeg een afscheidswedstrijd tegen Manchester City, die Anderlecht met 3-1 won. Ook Wilfried Puis en Laurent Verbiest, de sierlijke West-Vlamingen, waren echte Sinibaldi-spelers. Puis, de sierlijke rechtsbuiten; Verbiest, de Vincent Kompany avant la lettre, een stopper met allure. De eerste

stierf op zijn 38ste aan kanker, de tweede verloor op 26-jarige leeftijd het leven in een auto-ongeluk. Twee mythen. De ‘blanke Pelé’ was de inspirator. De speler van de eeuw. Wat Cruijff voor Ajax Amsterdam is, dat is Van Himst voor Anderlecht. Het verschil is dat Van Himst zijn mond op het juiste moment open doet en dat hij oprecht van zijn club houdt. Nooit zal hij paars-wit verloochenen. Nooit. Laten we ook Jean Plaskie, Jean Cornelis (leraar moraal), ‘Poep’ Hanon, Jean-Pierre Janssens, Jacky Stockman en Richard Orlans niet vergeten. Dankzij Sinibaldi werden zij onsterfelijk. Jan Mulder, de dichterkunstenaar uit Winschoten, is voor eeuwig aan Anderlecht verbonden. Hij kostte maar 16.000 gulden, omgerekend zo’n 7.200 euro. Een diepgaande, doelgerichte spits. Hij won zes titels en twee bekers met RSCA, daarna verkaste hij naar Ajax, voor zeventien miljoen frank (425.000 euro). Bij Ajax kwam hij nauwelijks aan spelen toe. Jef Jurion, de eerste RSCA-speler die de Gouden Schoen won, was ook een belangrijke schakel: het brein van het elftal. De eerste ‘Mister Europe’, voorbestemd om voor Union Saint-Gilloise te voetballen. Gelukkig bedacht hij zich en koos hij voor Anderlecht. Dankzij Roossens. De derde voorzitter van Anderlecht was bepalend, de grondlegger van alle successen. De voorzitter van de eerste Europese finale, verloren van Arsenal in 1970. Maar de ziel van RSCA, die is voor een groot deel door Sinibaldi bepaald. Champagnevoetbal. Pierre Sinibaldi overleed op 24 januari. Hij werd 87. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht

Voetbal tijdens de derde helft: Waar? BRUSSEL – Op café gaat de aandacht tegenwoordig vooral naar drinken, eten, praten en niet-roken, maar er zijn in Brus­ sel ook nog kroegen waar tijdens de derde helft gevoetbald kan worden. Een kort overzicht van cafés waar u kunt aanschui­ ven aan de voetbaltafel.

Kapitein Quentin Verlant (r.) en Salvatore Treville van KC Montmartre. “Hoe vaker je speelt, hoe meer zin je krijgt.”

de spelers. Tijdens een match zijn de spelers supergeconcentreerd, maar er wordt wel wat af­geroepen in het café. De ene roept, de andere is stil, het hangt af van je karakter. Het gebeurt ook wel dat er spanningen zijn en dat het testosteron opspeelt. Je speelt toch om te winnen, hé. Maar het wordt altijd snel bijgelegd.”

Levendig stamcafé De club KC Montmartre is aan zijn eerste seizoen bezig, en het belangrijkste is nu voor­ al de spelersgroep samenhouden. De moti­ vatie en de sfeer erin houden is belangrijk, want spelers haken snel af. “We hebben tafels

© MARC GYSENS

van goede kwaliteit die goed onderhouden worden én een café dat leeft als thuisbasis. Alles is aanwezig om een goede thuis te vormen voor een kickerclub. De Montmartre is een echt stamcafé dat leeft. Een café waar amper een klant aan de toog hangt, zal niemand aantrekken. Bij ons weet je dat er altijd wel iemand klaarstaat voor een potje kicker.” “Het allerbelangrijkste is dat we ons amuseren, en daarna zien we wel of we vooruitgang maken. We beseffen dat we nog een lange weg te gaan hebben. Van een titel mag je pas dromen als de ploeg goed gerodeerd is en lekker TS draait.”

De grootste kans om in een handomdraai wat goaltjes te maken is er natuurlijk in de studentencafés. Zo hebben de cafés Confrater, Draftsbar en Luigi’s, die nauwelijks honderd meter van elkaar liggen op de Generaal Jacqueslaan bij de VUB-campus, allemaal een voetbaltafel. Ook op de campus van de UCL wordt er gekickerd: Manhattan Café op het Carnoyplein heeft naast een snooker en een paar televisies ook een voetbaltafel in huis. In café The Student in de Paleizenstraat bij Sint-Lukas ontvangen de Griekse uitbater Apostolos en zijn vrouw Thérèse studenten die hun boterhammen opeten bij een grenadine of een Royco Minute Soup, maar ook stoom kunnen aflaten dankzij de sjotterkes. Binnen de Vijfhoek (let op, deze lijst is niet exhaustief ) kun je voetballen in de Coaster in de Rijkeklarenstraat. Dat is geen puur

studentencafé, maar het jonge, rumoerige volkje is er toch veruit in de meerderheid. Hetzelfde geldt voor Le Cobra Jaune aan de Zuidlaan bij het Zuidstation. Ook deze plek is veel studenten welbekend om de feestjes die er gehouden worden, maar er staat ook een voetbaltafel. Voorts signaleren we de kickertafel in het culturele (en veel rustigere) café Pianococktail annex eethuis Marmite in de Hoogstraat. En dan zijn er natuurlijk de cafés die élke sport een warm hart toedragen. Zo is The Old Inn in Washingtonstraat bij de Louiza­ laan een internationaal sportcafé, waar Brusselse rugby- en voetbalclubs thuis zijn en waar veel naar sport op televisie wordt gekeken. Wat de cafésporten betreft staan er een dartbord, speelkasten en een kickertafel ter beschikking. De symbiose van dartborden, speelkasten, biljarts en voetbal­tafels treft men ook aan in Le Montmartre aan het Klein Zwitserlandplein in Elsene (artikel hiernaast), de perfecte kruising tussen een volkscafé en een kroeg waar ook hippe studenten komen. Een plek met geschiedenis trouwens, want hier zit al bijna honderd jaar een café.  Michaël Bellon


BDW 1315 PAGINA 24 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

Wat een job! – aflevering 2: De frietenbakker

Een keer per maand snort Zazie iemand met een ongewoon beroep op. Deze keer gaan we een frietje eten bij Steve, een professionele frietenbakker in Patrick’s Frit Shop in Laken. Waardoor wij al meteen in de war raken, want: als hij Steve heet, waar is Patrick dan?

‘Een friet, die zingt in het vet!’ DOOR PATRICK JORDENS

Steve (S): Patrick is ooit met dit frietkot begonnen en heeft hier ongeveer 25 jaar frieten gebakken. Toen hij met pensioen ging, kwam Gisèle in zijn plaats. Die is er vorig jaar ook mee opgehouden. Toen heb ik het van haar overgenomen. Een jaar geleden, dus frieten bakken is nog heel vers voor jou? S: Wel, het is te zeggen: ik werk al heel lang, zowat achttien jaar, in de horeca (in restaurants, cafés enzoverder). Soms werkte ik als kelner in de bars van chique hotels, van Knokke tot Brussel, en soms ook als frietenbakker. Op Brusselse kermissen bijvoorbeeld, meestal samen met mijn pa. Hij heeft mij al frieten leren bakken op mijn twaalfde! Wat is het geheim van een goeie friet? S: Eerst en vooral moet je de frieten bakken in rundvet, nooit in olie. Frieten bakken in olie, dat is gewoon crimineel! Maar in veel snackbars doen ze dat nu, hé. En verder moet je dat vet ook regelmatig verversen, zeker twee keer per week. Is het soort aardappel ook belangrijk? S: Zeker! Ik werk zelf met bintjes, de echte ‘patat’ zeg maar. Je moet maar eens ruiken. Riekt ge dat niet?? Die aardappelen zijn een beetje zoeter, en ook goed bloemig binnenin. Elke morgen worden hier verse bintjes geleverd. Hoe lang moeten frieten in het vet om ze krokant te krijgen? S: Je hebt de voorbak, die duurt zo’n zes à zeven minuten, en dan de eigenlijke bak, gemiddeld twee minuten. Dan moet je altijd op je horloge kijken? S: Nee, je hoort dat...

Steve in zijn frietkot in Laken. “Ook thuis ben ik de kok. Ik heb nooit een vrouwtje gehad dat beter kon koken dan ik.”

Je hóórt dat? S: Ja, een friet, die zingt in het vet, hé. Als ze bijna klaar zijn, gaat het vet anders pruttelen. Dan weten wij dat het bijna tijd is. Dat wordt een automatisme. En hoe zijn de klanten? S: Die vallen best mee. Weet je, wij zijn voor vijftig procent psycholoog, hé. Sommige mensen vertellen graag hun verhaal. Zo komt hier regelmatig een oud madammeke van de buurt dat niet anders doet dan klagen over haar bovenburen. Anderen vertellen in geuren en kleuren wat ze in het weekend gaan doen... Ik probeer daarnaar te luisteren. Maar er zijn van die dagen... dan is het: het ene oor in en het andere uit, wat wilt ge? Maar ik zeg altijd: de klanten, dat zijn de boterhammen op mijn bord. Ik bedoel, ik kan alleen maar leven dankzij hen. ‘De boterhammen op je bord,’ zeg je. Liggen daar soms ook frieten op, of kan je geen friet meer zien na het werk? S: Toch wel, maar ik moet ze wel zelf gebakken hebben! Ik ben ook de kok thuis, ik heb nooit een vrouwtje gehad dat beter kon koken dan ik. Het zal in mijn bloed zitten...

© SASKIA VANDERSTICHELE

Wat zijn de minder leuke kanten aan je beroep? S: Het kot kuisen en het vet verversen, dat is er soms te veel aan. En het is ook lang rechtstaan, hé. En stink je ’s avonds niet te hard naar het vet? S: Bah, valt wel mee. Een warme douche en het is weg, hé. Tot slot, welke zijn de favoriete sausjes van het moment (bij de kinderen)? S: Ketchup is nummer 1, en dan komen mayonaise en brasil: dat is een gesuikerde saus op basis van ananas en zo. Bij de volwassenen is de sauce andalouse het populairst. Bij jou ook? S: Meestal eet ik ze het liefst met mayonaise of tartaar, dan proef je de friet zelf ook nog een beetje. Kom Steve, een kleintje met tartaar, a.u.b.! Patrick’s Frit Shop (van Steve) vind je pal tegenover de ingang van het metrostation Pannenhuis in Laken.


BDW 1315 PAGINA 25 - DONDERDAG 9 FEBRUARI 2012

X-perts

[ SORRY ] SNORRY ?

‘Vers, stevig en lang!’

Sien over Anna, het toneelstuk van de maand

We namen de proef op de som, en vroegen aan een klant wat hij van de frietjes van Steve vindt.

Wat is dan het verschil tussen een Brusselse en een Vlaamse friet? B: “Goh, hier zijn het nog echt verse frieten, en ze zijn ook stevig en lang. In mijn dorp zijn het altijd diepvriesfrieten, en die smaken toch lang zo goed niet.”

PS: Wist je dat het woord frieten afgeleid is van het Franse patates frites? Dat betekent ‘gefrituurde aardappelen’. En als je echt alles wilt weten over dit eeuwenoude populaire Belgische gerecht, dan moet je afzakken naar Brugge. Daar staat sinds 2008 het enige frietmuseum ter wereld! (www.frietmuseum.be)

© BRONKS

Bram (B) woont in Etterbeek, maar hij werkt in Laken. “Na het werk ga ik op woensdagavond altijd naar mijn Arabische les, en onderweg kom ik hier dan wel eens een frietje eten. Ze zijn heel lekker, ja. Ik ben afkomstig van Hamme, en zulke frieten vind je niet in Vlaanderen, hé.”

Onze X-pert Sien Hendrickx (10) ging bij Bronks naar de theatervoorstelling Anna van Joke Devynck kijken, en weet er nu het fijne van... “Ik vind het eigenlijk wel moeilijk om erover te schrijven omdat er niet echt een verhaal is. Het gaat over twee meisjes, Joske en Jozina – koosnaam Zina –, die veel kletsen en zich heel de tijd vragen stellen over wat en waarom. Zoals: dingen die in je hoofd gebeuren, zoals een ei laten vliegen, waarom kunnen die niet echt gebeuren? Joske vroeg: ‘Waarom loop je achteruit?’ Waarop Zina antwoordde: ‘Anna zegt dat, als je het even niet meer weet of als je in de war of verdrietig bent, dan moet je achteruit lopen tot aan de vraag.’” “Zina en Joske zijn twee kinderen die op straat ooit een meisje hadden gevonden, Anna. Ze werden heel goede vrienden en Anna kwam bij hen wonen. Op een dag klom Anna in een boom om hun poes eruit te halen. De tak waarop ze zat, brak af en sindsdien is ze weg. Zina en Joske hopen dat Anna elk ogenblik terugkomt...”

© BRECHT EVENS

Idulfania door Brecht Evens

“Het zijn wel twee volwassen actrices die het stuk spelen, maar je kunt heel goed zien dat het kinderen zijn: ze spelen kinderspelletjes, zoals een Mentos in een fles cola steken en die dan in hun gezicht laten spuiten, of ze spelen met hun schaduwen. Het decor is heel speciaal: een boomhut, een constructie van hout en touwen. En hun kleren zijn ook heel leuk. Joske heeft een grappig, kort, wijd kleed aan, gemaakt van verschillende lappen zwarte en grijze stof. Wat ook grappig is, is dat ze ballonnetjes aan haar tenen heeft. Zina draagt een lang kleed met veel kleuren, en beenwarmers aan haar armen. Haar kapsel is ook gek, een opgestoken dot met felgekleurde rietjes erdoor.” “Ik raad jullie dit toneelstuk zeker aan! Het is soms grappig en soms droevig, maar altijd leuk.”

WIN!

Zazie mag van Bronks 3 x 2 vrijkaarten weggeven voor de voorstelling van zondag 12 februari, om 15 uur. Mail voor vrijdagmiddag 10 februari je naam, adres én leeftijd naar win@bdw.be. Snel zijn is de boodschap!! Anna is een toneelstuk voor iedereen vanaf 9 jaar.


BDW - editie 1315