Skip to main content

BDW - editie 1310

Page 1

AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

Myriam Stoffen KLAAR VOOR DE ZINNEKE PARADE 2012

“Zinneke is één groot statement: dat verschillen niet noodzakelijk het einde van een relatie zijn”

EEN EXTRA DIKKE LEESKRANT MET VIJF

NIEUWJAARSINTERVIEWS BDW EN AGENDA WENSEN U EEN PRACHTIG 2012

Dirk Letens en Karlien Tiebout DIRECTEUR EN LESGEEFSTER VIER-WINDEN MOLENBEEK

“De Franstalige scholen hebben het nog veel moeilijker. Daar ligt pas echt een bom”

Luuk van Middelaar SPEECHSCHRIJVER VAN ‘PRESIDENT’ VAN ROMPUY

“In 2012 gaan we vrolijk voort met de euro te redden, van Europese top naar Europese top”

Klaus Bondam

Brecht Evens

VAN HET DEENS CULTUREEL INSTITUUT

TEKENAAR

“Het goede aan democratie is net dat de burgemeesters elke zes jaar ter verantwoording kunnen worden geroepen”

“Er is nog veel goodwill voor mijn werk. De harde kritiek komt wel als het kaf van het koren gescheiden moet worden”

ADVERTENTIE

NISSAN VERANDERT DE REGELS

Blader verder voor onze condities.

N° 1310 VAN 5 TOT 12 JANUARI 2012 ¦ WEEK 1: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, FAX: 02-226.45.69, E-MAIL: INFO@BDW.BE


OPMERKELIJK

BDW 1310 PAGINA 2 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

Cultuur > Bezoekers spuwen gal over Muziekinstrumentenmuseum

WINTERPRET LAAT HOTELS SCOREN BRUSSEL – De Brussels Hotel Association is tevreden over de toeristische aantrekkingskracht van de tiende editie van Winterpret. De hotels haalden een bezetting van 62 procent in december, zo’n drie procent meer dan in 2010. Uitschieter is de 85 procent tijdens de kerstnacht, een nooit gehaald cijfer. Winterpret lokt de jongste ja­ ren pakweg anderhalf miljoen bezoekers, van wie 300.000 bui­tenlanders. “Wat onze Win­ terpret aantrekkelijk maakt,” stelt burgemeester Freddy Thie­ lemans (PS), “is het gevarieerde aanbod van de kermis – een groot succes dit jaar –, het lichtspel op de Grote Markt tot en met de kerstloop Corrida de la Warme Kriek. Al bij al is dat een veelzij­ diger aanbod dan wat de kerst­ markten elders bieden.” Volgend jaar wil de Stad nog meer anima­ tie. Nu al stromen de aanvragen voor een kerstkraam binnen: er zijn elk jaar 250 chalets te geef. Een rondvraag bij een vijftigtal handelaars leerde dat ze evenveel verkochten als vorig jaar. JMB

AAN ONZE ABONNEES

‘Grote frustraties, valse noten, geen muziek’ BRUSSEL – ‘Koptelefoons en aansluitingspunten werken niet.’ – ‘Weinig opnames zijn beluisterbaar.’ – ‘Le son est médiocre.’ – ‘Quelle déception!’ – ‘Some things here need fixin’.’ De bezoekerscommentaren in het MIM-gastenboek zijn er in 2011 niet bepaald op vooruitgegaan. Het in 2000 nog zo ‘moderne’ museum teert op vergane successen. ‘I will not come back.’

A

ls je dat als museummana­ ger leest in je bezoekersboe­ ken (samen met bijvoorbeeld ‘I am a musician! Shame! Shame! Shame!’), dan moet je (re)ageren. Ze­ ker als dit type negatieve commen­ taren een veelvoud is van reacties als ‘Chouette musée’, die overigens doorgaans alleen uit kinderhand­ schriften te ontcijferen zijn. Maar het Muziekinstrumentenmuseum of MIM, een afdeling van de Ko­ ninklijke Musea voor Kunst en Ge­ schiedenis, steekt al jaren de kop in het zand. Meer nog: elke grote in­ vestering of modernisering blijft uit sinds de opening in juni 2000. “Het Jubelparkmuseum is er nog slechter  aan toe dan het MIM,” was de  reactie van de laatste vastbenoem­ de hoofdconservator, Anne Cahen-  Delhaye. Het MIM is plots weer

beland bij technologische instal­ laties van veertig jaar terug. Huidig hoofdconservator ad interim Michel Draguet investeert de inkomsten van de bezoekers (135.000 per jaar) niet in het MIM. De winsten zouden de gapende put van het Jubelpark­ museum moeten helpen dichten, is de kritiek.

Wat hoor je (niet)? Begin deze eeuw opende het MIM met een concept van draadloze audiophones met infraroodontvanger. Daarmee kreeg de bezoeker in de buurt van een instrument plots­ klaps de bijbehorende muziek te ho­ ren. Fascinerend. Na bijna tien jaar was deze dure ap­ paratuur van Sennheiser verouderd en stuk geraakt. De bijna achthon­ derd koptelefoons, met ingebouwd

antidiefstalalarm, werden nooit vervangen. Hetzelfde type appara­ tuur is niet meer in de handel, en het systeem is ‘te duur’ bevonden. Op een bepaald moment klaagden de bezoekers over het tekort aan au­

ken,” pende een gefrustreerde be­ zoeker in hoofdletters neer. Om ‘voorlopig’ tegemoet te komen aan de verwachtingen worden nu bij het onthaal eenvoudige kopte­ lefoons (gratis) meegegeven. Die moet je inpluggen bij een console naast de instrumentenvitrines. Je kunt dit met vier tegelijk doen. Om zoveel mogelijk instrumenten te ho­ ren worden verschillende muziek­ fragmenten na elkaar weergegeven. En daar gaat het al meteen mis. Je

Of is dit systeem uitgedokterd om bezoekers als ‘domoor’ en ‘muziekanalfabeet’ te ontmoedigen? diophones. Nochtans had het MIM in 2009 de Publieksprijs van de Mu­ seumPrijs gekregen – op zich geen tevredenheidsgarantie, want zoiets kan steunen op vroegere ervaringen met het MIM. “Dit is geen museum over mode, maar over muziek ma­

staat voor een kast met bijvoorbeeld een hakkebord en een draailier. Je steekt de plug van je koptelefoon in het aansluitingspunt. En hoort een instrument. Welk, dat blijft een raadsel. Bij een gang vol accordeons en een kast met elf fluiten (kanaal­

DE WEEK IN BEELD DOOR SASKIA VANDERSTICHELE

Tot nog toe ontving u elke week een anoniem post­ pakket met uw BDW en Agenda. Om het aantal verkeerde afleveringen te beperken worden vanaf deze week de exemplaren verstuurd op naam. Allicht zullen hierdoor een aantal fouten in het adres­ senbestand aan het licht komen. Ontvangt u nog steeds een exemplaar op naam van de vorige bewoners, staan er fouten in uw adres of ontvangt u nu helemaal niets meer? Laat het ons allemaal weten op abo@bdw.be of bel 02-226.45.45, en wij zetten het met plezier recht. En u weet: abonnementen op adressen in ‘Brussel 19’ zijn en blijven gratis. Voor Belgische adressen buiten Brussel betaalt u een bijdrage in de portokosten van 15 euro per jaar, voor buitenlandse adressen is dat 25 euro per jaar. Een surrealistische nieuwjaarsgroet van op de Kunstberg!

© SASKIA VANDERSTICHELE


WEEKOVERZICHT

BDW 1310 PAGINA 3 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

© IVAN PUT

WOENSDAG 28 DECEMBER NIEUWE VEILIGHEIDSMAATREGELEN MIVB. De directie en de vakbonden van de MIVB bereiken een akkoord over bijko­ mende veiligheidsmaatregelen op het metro-, tram- en busnet. Er komen extra controleurs, meer patrouilles en ook meer agenten bij de afzonderlijke MIVB-veiligheidsdienst. In ruil daarvoor laten de vakbonden hun stakingsaanzegging van enkele weken geleden voor de maand januari vallen. Mogelijk zijn er evenwel nog acties tijdens de nationale staking van 30 januari.

DONDERDAG 29 DECEMBER Opnieuw betalen VOOR HOFSTADE. Vanaf april moeten bezoekers van het Bloso-domein in Hofstade opnieuw entreegeld betalen. Dat schrijft Het Nieuwsblad. Volwassenen betalen vijf euro, kinderen één euro. Na incidenten met jongeren uit Brussel eind april vorig jaar moest er ook al een tijd entree betaald worden. Tegen ontheiliging. Het Brusselse stadsbestuur wil van de Sint-Katelijnekerk een overdekte markt maken. In 2012 sluit de kerk al de deuren. Zesduizend ondertekenaars van een petitie willen de kerk in haar huidige functie behouden. Ongeveer dertig Brusselse kerken wacht een zelfde lot.

Nieuwe koptelefoons. ‘Met een driftig hamerende specht op de achtergrond’ schrijft een bezoeker.

fluit, fijfer, hoornfluit, eenhands­ fluit...) denk je dat het systeem uit­ gedokterd is als een quiz, of om je als ‘domoor en muziekanalfabeet’ te ontmoedigen. Tenzij je, tussen het gekraak van de slechte koptele­ foon door, de guslista, kamanch en andere tamboeren uit de Kaukasus zó herkent. In het schemerdonker zoeken naar de labels bij de instru­ menten – waarvoor je vaak eerst de plug uit de muziekaansluitingspunt  moet halen – is ook geen sinecure. ‘Weinig geluid!’, ‘Slechte kwaliteit!’, ‘Son médiocre’ en ‘Lumières non éclairantes’ schrijven de bezoekers

“

achteraf neer. Af en toe werkt het systeem ook niet, of ‘met een drif­ tig hamerende specht op de achter­ grond’. Of hou je van oorverdovend krakende harpen? In arren moede durf je het rotding al gauw niet meer te gebruiken. ‘Grosse frustration!’ staat er dan te lezen. Elke ochtend moeten twee suppoos­ ten alle luisterposten van nieuwe batterijen voorzien (om ze te laten opladen of de gestolen exemplaren te vervangen): praktisch is anders. Bovendien zijn er op drukke dagen te weinig koptelefoons voorhanden, mogelijk omdat ze makkelijk te ste­

len zijn. Wie van het dakrestaurant komt, wandelt zonder toegangsbe­ wijs de museumzalen binnen, want het restaurant raak je binnen zonder te betalen. Uiteraard treft niet alleen het mu­ seum schuld. Dat begrepen we van een alerte passant die neerschreef: ‘Het enige minpunt komt door de bezoekers zelf: ze beschadigen de luisterposten.’ Al zullen slechte er­ varingen van buitenlanders nooit nieuwkomers sturen. ‘Bad service: I will not come back’: zoiets doet pijn.

Jean-Marie Binst

Ik heb geen spijt dat ik heb meegewerkt aan een gratis gedemocratiseerd onderwijs en aan de bouw van honderden nieuwe scholen. Ik ben niet beschaamd over de metro in Brussel en de uitbouw van het tramnet in verschillende Belgische steden.” Herman De Croo (Open VLD) dient Groen!-kamerlid Meyrem Almaci van antwoord. Zij verweet de generatie van De Croo hoogmoed, misleiding en incompetentie (allebei in De Tijd).

“

In het verleden heeft men de Franse Gemeenschap verweten geld in Brussel te pompen ten nadele van Wallonië. Ik heb de indruk dat – zeker als het over investeringen gaat – vandaag het tegenovergestelde gebeurt.” Brussels PS-voorzitter Rudi Vervoort vangt signalen op dat de Franse Gemeenschap de herfinan­ ciering van het Brussels Gewest aangrijpt om de Brusselaars aan hun lot over te laten (in Le Soir).

HET GETAL

T4000

Vorig jaar kwamen er maar liefst 28.000 mensen bij in Brussel, en de vooruitzichten voor de komende jaren zijn dat het hier binnenkort nog meer drummen wordt. De MIVB wil vooruitziend zijn, en dus hebben ze een

bestelling van vijftien trams van het type T3000 omge­ zet in een bestelling van vijftien trams T4000. Het ver­ schil van 1000? Het laatste type is langer en kan dus meer Brusselaars, pendelaars, toeristen en toevallige passanten vervoeren. De vijftien stellen worden in de herfst van 2013 geleverd. Tegen 2015 moeten er 220 nieuwe tramstellen zijn, waarvan een meerderheid ‘ge­ CD wone’ T3000-trams.

‘Grotten van Han’. Volgens de automobilistenvereniging Tou­ ring lijkt de Leopold II-tunnel op de grotten van Han. Touring heeft het dan vooral over de esthetische kant van de zaak. Het kabinet van Brussels minister van Vervoer Brigitte Grouwels (CD&V) beaamt dat de tunnel niet bepaald mooi is, maar zegt dat dat onder meer met de veiligheid te maken heeft. Tegen 2016 wordt de tunnel volledig gerenoveerd.

VRIJDAG 30 DECEMBER TIEN PROCENT DRONKEN BESTUURDERS. De afgelopen maand controleerden de Brusselse politiediensten 2.660 bestuurders op rijden onder invloed. Tien procent van hen had een of meer glazen te veel op. Brussel scoort met dat percentage beduidend hoger dan Vlaanderen en Wallonië, waar respectievelijk drie en vier procent te veel op heeft. Vooral veertigers en vijftigers zondigen. Centrale lanen niet centraal. Ten vroegste in 2014 zou er een heraanleg van de centrale lanen (Adolphe Max, Anspach en Lemonnier) kunnen komen, laat het kabinet van de Brusselse bur­ gemeester Freddy Thielemans (PS) aan brusselnieuws.be weten. Het stadsbestuur wil met de centrale lanen wachten tot het werk aan de Kleine Ring af is. Ook het federale Beliris-fonds, dat een groot deel van de renovatie zal sponsoren, beschikt pas in 2014 over voldoende geld. Het dossier-Centrale Lanen is al meer dan tien jaar oud.

ZATERDAG 31 DECEMBER Oudejaarsnacht. De politie arresteert 37 mensen bij onge­ regeldheden in Schaarbeek en het stadscentrum. Tienduizenden mensen wonen op de Kunstberg het eindejaarsvuurwerk bij. Op de Anspachlaan wordt een jonge vrouw aangereden door een wagen. STEEDS meer oUDEJAARStoeristen. Dit jaar vieren vijf procent meer toeristen de overgang van oud naar nieuw in Brussel. Tijdens de oudejaarsnacht verblijven er 25 à 30.000 toeristen in de hoofdstad.

MAANDAG 2 JANUARI Winterpret SLUIT AF. Winterpret heeft dit jaar anderhalf mil­ joen bezoekers getrokken. Dat is ongeveer gelijk aan de opkomst in 2010, al werd dit jaar wel op twee miljoen gerekend. Door het zachte weer gingen er minder typische winterproducten over de toonbank.

DINSDAG 3 JANUARI Brusselaars met 19.000 meer dan vorig jaar. Uit cijfers van het Rijksregister blijkt dat het aantal Brusselaars tussen 1 november 2010 en diezelfde dag vorig jaar gestegen is van 1,123 miljoen naar 1,142 miljoen. Het inwonersaantal van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stijgt zo met 18.941, de sterkste stijging van de afgelopen jaren. ‘RAC STADSKANKER’. Volgens de Brusselse Raad voor het Leefmilieu (Bral) zit het dossier rond de renovatie van het Rijks­ administratief Centrum muurvast. Er zou onenigheid zijn tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Stad Brussel. Ook zou Studio Arne Quinze, die het project meer glans moest geven, zich hebben teruggetrokken. Samengesteld door Christophe Degreef en Tuur De Moor

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF


Dirk Letens en Karlien Tiebout op het dak van de Vier-Windenschool. Het gebouw wordt dit jaar grondig gerenoveerd, althans het Nederlandstalige gedeelte.

Š SASKIA VANDERSTICHELE


BDW 1310 PAGINA 5 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

Interview > Dirk Letens en Karlien Tiebout over hun Vier-Windenschool

‘Leerkracht in Molenbeek, dat klinkt stoer’ SINT-JANS-MOLENBEEK – “Wanneer er een structurele oplossing komt voor het Brusselse lerarentekort? Wellicht pas als het systeem ontploft. En dat gaat gebeuren.” Een gesprek met directeur Dirk Letens en leerkracht Karlien Tiebout van de Vier-Windenschool over lesgeven in Molenbeek en het groeiende lerarentekort.

D

e basisschool is gevestigd in een aftands gebouw in een kleurloze straat. Boven de toegangspoort trekken een fietswiel en een spandoek de aandacht. Het wiel is het embleem van Spaak, enkele Brusselse leerkrachten die zich twee jaar geleden verenigden om uiting te geven aan hun ongerustheid over het lerarentekort in het Brusselse onderwijs. Het spandoek is een restant van de protestmars eind november. Na een schietpartij in de buurt besloot de school om, tegen het advies van burgemeester Philippe Moureaux (PS) in, met de kinderen op straat te gaan voor meer veiligheid en netheid in de wijk. ‘Molenbeek is onze thuis’ meldt het inmiddels verfomfaaide doek.

Heeft de mars iets uitgehaald? Er ligt weer zwerfvuil op straat. Heeft de burgemeester een charmeoffensief gelanceerd? En is de wijkagent al langsgeweest? Dirk Letens: “Ik heb nog geen effect gemerkt. We hebben wel een goed gesprek gehad met de schepen van Openbare Netheid. Maar de politie blijft een pijnpunt. Ik weet inmiddels wel wie de wijkagent is. Hij zat mee op het overleg met de burgemeester dat na de mars heeft plaatsgevonden. Maar ik heb nog niets van hem gehoord. En neen, de burgemeester is geen charmeoffensief naar onze school begonnen. Ik heb het gevoel dat hij de Vlamingen als een verwaarloosbare minderheid beschouwt. Die hebben toch alleen maar kritiek, lijkt hij te denken.” Vele kandidaat-leerkrachten huiveren als ze ‘Molenbeek’ horen. Is het na de mars nog moeilijker om de vacatures ingevuld te krijgen? Letens: “Dat is wat Moureaux zei: ‘Met jullie mars leggen jullie weer eens de nadruk op het negatieve.’ Ik vind dat flauw. Er is hier vlakbij wel iemand neergeknald. Als burger moet je dan tonen dat je niet akkoord gaat. Ik vond het een positieve mars, die ook op een positieve manier door de media is opgepikt. Volgens mij zal dit uiteindelijk een gunstig effect hebben. Wij hebben getoond dat dit een school is waar beweging is, die haar verantwoordelijkheid neemt. Op de lange termijn zal dit onze

naamsbekendheid en aantrekkingskracht vergroten. Maar daarmee is het probleem van het lerarentekort natuurlijk niet opgelost.” Hoe prangend is dat probleem op dit moment in uw school? Letens: “Ik heb dit schooljaar al een voltijdse GOK-leerkracht moeten inschakelen in een klas. Die GOKuren, bedoeld om leerachterstand weg te werken, vallen dan weg. Voltijdse vacatures raken in bijna geen enkele school in Molenbeek nog ingevuld, toch niet door mensen die daarvoor zijn opgeleid. We zijn nu eenmaal gevestigd in een buurt die als moeilijk geldt en waar ook effectief problemen zijn. Je krijgt in deze school en in deze wijk heel veel mogelijkheden, maar hier lesgeven is niet eenvoudig. Er wordt een extra engagement van de leerkrachten verwacht. Het lerarentekort zal al-

“De Franstalige scholen hebben het nog veel moeilijker. Dat is pas echt een bom” leen maar groter worden. Nu kunnen we nog bufferen, maar op een keer ontploft het.” Karlien Tiebout: “Aanvankelijk was het zo dat we de brandjes tijdens het jaar niet meer geblust kregen. Nu is het aan het begin van het schooljaar al moeilijk om de vacatures in te vullen met bekwame mensen.” Het probleem van het lerarentekort sleept al een hele tijd aan. Er werden al oplossingen gesuggereerd, zoals de Brusselpremie. Maar is er inmiddels iets concreets gebeurd? Tiebout: “Neen, er zijn nog geen maatregelen genomen die het lesgeven in Brussel aantrekkelijker moeten maken. Integendeel, de tweetaligheidspremie is zelfs afgeschaft. Veel stelt die niet voor, dertig euro per maand, maar het is een extraatje. Wie het getuigschrift

behaald heeft, krijgt het geld nog steeds. Maar het examen is inmiddels afgeschaft. Voor nieuwe leerkrachten bestaat die vergoeding dus niet meer.” Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) stelt voor om leerkrachten uit Nederland te halen. Kan dit een oplossing zijn voor een school in Molenbeek? Tiebout: “Ik denk dat de minister het vooral als een oplossing voor Antwerpen ziet. Het probleem van het Brusselse onderwijs is dat het te klein is om te wegen op het beleid. De Vlaamse centrumsteden hebben dezelfde problemen, zo wordt gezegd.” Letens: “Dat klopt ook, maar in Brussel komen er nog een paar elementen bovenop: de grootstedelijke context, de talen, het feit dat Brussel een drempel is voor steeds meer jonge mensen.” Tiebout: “Ook van onze school wonen er maar twee leerkrachten in Brussel.” Wat zou er kunnen gebeuren om het onderwijs in Brussel aantrekkelijker te maken? Tiebout: “De lerarenopleidingen moeten ervoor zorgen dat Brussel niet als iets vreemds, moeilijks en overdreven gevaarlijks wordt aangezien. De HUB stuurde stagiairs bijvoorbeeld altijd met twee naar een Brusselse klas. Welke boodschap geef je dan? De Brusselse opleidingen hebben dat nu wel begrepen, de Vlaamse totaal niet.” Maar er is meer nodig? Tiebout: “Er zit een reusachtig lerarentekort aan te komen, en in de steden zullen we dat het eerst voelen. Er moeten daarom maatregelen voor de steden komen. Ik was zelf geen voorstander van de Brusselpremie, gewoon omdat die te laag was. Mensen komen niet naar Brussel voor veertig, vijftig euro extra. Men zal andere stimuli moeten verzinnen: gratis internet, ik noem maar wat.” Letens: “Je leest soms dat het Nederlandstalig onderwijs in Brussel geen kwaliteit biedt. Maar daar waar de beste leerkrachten nodig zijn, komen ze moeilijk of niet. De overheid wil daar ook niet op inzetten.

Ik wil niet beweren dat er voor Brussel niets gebeurt: we krijgen extra werkingsmiddelen, omkadering en ondersteuning van het Onderwijscentrum. Maar het essentiële punt is: je moet de mensen hebben – en houden. Want vaak beginnen leerkrachten hier vol goede moed, maar vertrekken ze al vlug terug naar Vlaanderen, omdat de druk te hoog is, het werk te zwaar, de verplaatsing te vermoeiend. Wij hebben ze dan opgeleid, drie, vier, soms maar één jaar, terwijl de mentoruren intussen ook afgeschaft zijn. We zijn verworden tot het opleidingscentrum van Vlaanderen.” Realiseert de Vlaamse overheid zich dat dan niet? Tiebout: “Zowel bij de vakbonden als op het kabinet zeggen ze: ‘We zijn ermee bezig, het wordt meegenomen in het loopbaandebat.’ Maar dat verloopt achter gesloten deuren, we weten zelfs niet of Brussel vertegenwoordigd is in dat overleg.” Letens: “Volgens mij zal er voor Brussel niets speciaals uit de bus komen. Ik denk dat het voor de minister ook heel moeilijk is om in dialoog te gaan, enerzijds met de netten en anderzijds met de vakbon-

Dirk Letens & Karlien Tiebout n Dirk Letens (1975) studeerde aan het Instituut voor Katholiek Pedagogisch Hoger Onderwijs in Onze-LieveVrouw-Waver. In 1997 ging hij aan de slag in de basisschool Vier-Winden, eerst als leerkracht en vanaf 2003 als directeur. Hij woont in Mechelen n Karlien Tiebout (1984) volgde de lerarenopleiding lager onderwijs en sociaalcultureel werk aan de Arteveldehogeschool in Gent. Na haar studie begon ze als leerkracht in Vier-Winden. Ze woont in Brussel-stad n Letens en Tiebout zijn beiden actief in Spaak, een groep leerkrachten die bezorgd zijn over de toekomst van het Brusselse Nederlandstalig onderwijs

den. Niemand geeft graag verworven rechten af.” Meer leerkrachten uit de buurt, meer allochtone leerkrachten, zou dat geen oplossing zijn? Letens: “We zouden niet liever willen dan dat er leerlingen van onze school hier later les komen geven. Maar er is een probleem met de perceptie, de prestige van het onderwijs, zeker van het lager. Als allochtonen doorstuderen, kiezen ze voor een beroep met meer prestige.” Tiebout: “Als je zegt dat je onderwijzer bent, krijg je weinig wauwreacties, behalve als je erbij zegt: ‘In Molenbeek’, dan heeft het plots iets chics, iets stoers.” Minister Smet lanceert ook een proefproject waarbij in concentratiescholen op een andere manier wordt lesgegeven. Is dat nodig? Letens: “In echte concentratiescholen is wellicht een andere aanpak nodig. Nu is het voor hen bijzonder moeilijk om de eindtermen te halen. Maar ook voor een school als de onze moet er iets gebeuren. We hebben de afgelopen vijftien jaar steeds meer Nederlandstalige kinderen gekregen. Inmiddels zitten we aan dertig, 35 procent. In zowat elke klas zitten zeer zwakke kinderen, een tussengroep én heel sterke kinderen. Zoveel diversiteit vergt extra ondersteuning. Maar de GOKomkadering daalt omdat we steeds minder GOK-leerlingen hebben.” Tiebout: “Ik vind het Brusselse onderwijs, met zijn opdeling in Fransen Nederlandstalige scholen, heel artificieel. Dat beantwoordt niet aan de realiteit van de stad.” Jullie wisselden enkele jaren geleden voor de taalvakken native speakers uit met de aanpalende Franstalige basisschool. Letens: “Ja, maar dat is gestopt. Het liep vast op verschillen in cultuur, onnozele dingen eigenlijk, zoals het feit dat zij om drie uur stoppen en wij om halfvier. Onze leerkrachten waren heel gemotiveerd, bij de Franstalige lag dat anders. Het is wel zo, zij hebben een ander loon, grotere klassen, andere werkingsmiddelen. Ze hebben het echt veel moeilijker. Hoe zij de eindtermen kunnen halen, is me een raadsel. Dat is pas echt een bom.” Op 1 februari begint de renovatie van het schoolgebouw. Eindelijk. Maar alleen het ‘Vlaamse’ stuk wordt aangepakt. Letens: “Alles is nu inderdaad in orde, we bouwen een passiefschool. De start heeft heel lang aangesleept omdat er alleen maar geld is om de Nederlandstalige school te verbouwen. Maar de derde verdieping was in handen van de Franstaligen. Daar kon dus niets gebeuren, terwijl het dak ook moet worden vernieuwd. Inmiddels hebben we die verdieping ook in handen. De Franstaligen zitten nog alleen in de gebouwen achteraan. En onze kelder is van hen. Daar gebeurt dus niks mee.” Bettina Hubo


Luuk van Middelaar: “Mijn zoontje gaat naar een Franstalige school. Ça te choque?”

© BART DEWAELE


BDW 1310 PAGINA 7 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

Interview > Rondje Europa met Luuk van Middelaar, filosoof en speechschrijver van Van Rompuy

‘Nadenken doe ik later wel’ BRUSSEL – Hij komt uit Nederland, werkt op het kabinet van de voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, en schrijft speeches voor de ‘president van Europa’. Maar bovenal is Luuk van Middelaar een politiek filosoof met enkele veelgeprezen publicaties op zijn naam, die in hoog-Vorst woont, hoog en droog boven de Europese hoofdstad.

L

uuk van Middelaar werkt op het Schumanplein, maar hij springt graag de metro in om tien minuten later aan te schuiven in een restaurant in het centrum van de stad. Het is er druk, ondanks de crisis die dagelijks in onze hoofden gepompt wordt. “Vaak duurt het een hele tijd eer de papieren crisis een vleselijke crisis wordt,” zegt Van Middelaar. “Maar crisis is het wel degelijk, in heel Europa.”

Er moeten politieke keuzes gemaakt worden, zo wordt verteld. Ofwel houden we vast aan onze natiestaten, ofwel gaan we voor een groot Europa. Wordt die beslissing nu genomen? Luuk van Middelaar: “Toch niet. Niet iedereen wil het einde van de natiestaat, dus komen we bij een tussenvorm uit.” “Oorspronkelijk werd Europa opgevat als één. Dat Europa werd langzaam opgebouwd na de Tweede Wereldoorlog, en het idee was toen om de natiestaat te verlaten. Dat was toen een begrijpelijk idee, én een briljant idee. Maar die enorme ontwikkeling – een muntunie, een europarlement, een blauwe vlag – heeft niet geleid tot het einde van de natiestaat. In de praktijk zijn natiestaten steeds meer dingen samen gaan doen. Ze dwingen bij elkaar besluiten en compromissen af. En daarvoor hebben ze Europese instellingen nodig, zoals het parlement.” “Verdwijnen doen natiestaten niet. Een louter bureaucratisch Europa vestigen is niet gelukt, behalve om een eenvormige markt te creëren. Beslissingen die het hart van de nationale politiek raken, die kon men niet bureaucratiseren, die bleven het domein van de natiestaat. Naarmate Europa succesvoller is en de natiestaat dichter op de huid zit, wordt de natiestaat ook gedwongen zich meer met Europa in te laten.”

U werkt voor Herman Van Rompuy, en op die manier behoort u tot de elite. Is dat een natuurlijke habitat voor een filosoof? Van Middelaar: “De filosoof moet een kritische afstand bewaren. Deels heb ik die ook, maar niet veel. De druk van de gebeurtenissen is sterker dan de kracht om je eraan te ontworstelen. De reflectie moet je uitstellen. Ik werk nu voor Herman Van Rompuy, erover nadenken doe ik later wel.” “Een van mijn lievelingsfilosofen is Niccolò Machiavelli. Hij was een hoge ambtenaar van de Florentijnse republiek, een prille democratie aan het begin van de zestiende eeuw. Op een bepaald moment kwam de bankiersfamilie De’ Medici er echter aan de macht, en toen was het afgelopen met de democratie, en dus met de

“In 2012 gaan we vrolijk voort met de euro te redden, van Europese top naar Europese top”

ideaal tussen Nederland en Frankrijk – twee landen waar ik iets mee heb. En het is ook heerlijk onbepaald. Neem nu de Vorstse buurt waar ik woon. Daar loopt van alles door elkaar: migranten, bourgeoisie, bouwvakkers en lagere bourgeoisie. Er zitten geen muren tussen de bevolkingsgroepen. Dat is Brussel ten top.” Ik merk die reflex vaak bij uw landgenoten: Nederland is te strak, Brussel bevrijdt. Bovendien hebben nieuwe Brusselaars vaak de neiging om hun vrijheid in economische termen te zien: keuze tussen winkels, keuze tussen bevolkingsgroepen. Is dat vrijheid? Van Middelaar: “Er is hier niet echt een klassenmaatschappij, in tegenstelling tot in Nederland. Alle identiteiten vloeien door elkaar in Brussel, er is geen echte elite die de meerderheid uitmaakt. De stad maakt vrij in wezenlijke zin, meer dan in economische. Vrijheid is ontmoeting in de openbare ruimte, op pleinen. Dat creëert toeval, kansen, ideeën. En dat heb je hier.”

Luuk van Middelaar n Luuk van Middelaar

(1973) studeerde in Groningen, Parijs en Amsterdam

n Hij werkte voor

Europees commissaris Frits Bolkestein en voor de VVD-fractie (de Nederlandse liberalen) in de Tweede Kamer en was columnist voor NRC Handelsblad en Knack

n Sinds januari 2010

werkt hij voor Herman Van Rompuy, wiens speeches hij schrijft

n Hij doctoreerde in 1999

in de Filosofie met zijn scriptie (en veelgeprezen boek) Politicide – De moord op de politiek in de Franse filosofie. Ook schreef hij De passage naar Europa – Geschiedenis van een begin (uitg. Historische Uitgeverij, nu vertaald naar het Frans: zie onder aan het interview)

job van Machiavelli. Maar hij kreeg door zijn ballingschap wel tijd om te schrijven. Mochten de De’ Medici’s de macht niet hebben gegrepen, dan was Machiavelli waarschijnlijk een aan politiek verslaafde diplomaat en ambtenaar gebleven, die geen afstand van de gebeurtenissen had kunnen nemen.”

Wat zou Machiavelli daarover gezegd hebben, over een stad waarin niemand echt in de meerderheid is? Van Middelaar: “Dat het een absolute voorwaarde voor vrijheid is! Vrijheid in de publieke ruimte veronderstelt strijd tussen groepen. Machiavelli heeft zo het succes van het antieke Rome verklaard: ten tijde van het Romeinse Rijk werden er steeds nieuwe manieren gevonden om de machthebbers en het volk hun strijd te laten uitvechten, en om het volk een stem te geven. Zo is Brussel ook.”

voor een groot Europees rijk. Van Middelaar: “Dat is waar. Brussel is een afzonderlijke plaats binnen België, maar de uitstraling naar buiten is niet zo sterk.” “Mijn zoontje is naar een Vlaamse crèche geweest, en nu gaat hij naar een Franstalige school. Ik wil er een echt Brusselaartje van maken. Het is belangrijk voor hem om hier te kunnen functioneren. Hij moet met zijn vriendjes op straat kunnen praten. Maar ik weet dat dit gevoelig ligt. Misschien vinden sommige Vlamingen dit verraad. Maar ik heb die gevoeligheid als Nederlander minder. Cela te choque?”

Woont u graag in Brussel? Van Middelaar: “Toch wel, en al permanent sinds 2007. Brussel ligt

Maar anders dan het oude Rome is Brussel alleen voor zichzelf zo’n stad, niet

Wat brengt 2012 volgens u? Van Middelaar: “We gaan vrolijk voort met de euro te redden, van

Europese top naar Europese top. Er is geen mirakeloplossing. De voorstelling in de media over de zogenaamde Europese vergaderingen van de laatste kans helpen niet om te begrijpen wat er werkelijk speelt. Voortdurend worden er stapjes genomen die later als één grote stap zullen worden gezien. Ook denk ik persoonlijk dat er uiteindelijk alles aan gedaan zal worden om de euro te redden. Want wat er op het spel staat, is veel groter dan alleen maar geld en banken. Onder de economie liggen immers de verhoudingen tussen groepen landen, de lidstaten. Die hebben vroeger besloten om hun toekomst te delen. Het is ondenkbaar dat de laatste zestig jaar opzij zouden worden geschoven. Die banden mogen niet op het spel gezet worden om financiële motieven.” “Maar de politieke motieven, die worden genegeerd. De euro kwam er niet om de economie te versterken, maar omdat er na de val van de Berlijnse Muur een nieuwe Europese ordening moest komen. De Duitsers hadden steun verworven voor hun hereniging, de Fransen wilden in ruil daarvoor een niet al te sterk monetair Duitsland. Dat was een politieke deal. Alle economische argumenten nadien zijn bijzaak. De existentiële noodzaak van Europa is politiek. Maar die analyse hoor je weinig, wat de onrust alleen vergroot.” Is er geen wervender analyse nodig? Wat twintig jaar geleden gebeurd is, overtuigt mensen daarom nu niet. Van Middelaar: “Twintig jaar is weinig als het gaat over de relaties tussen natiestaten. Het leven is sindsdien niet wezenlijk veranderd. Termen van op- of neergang zeggen niet veel. Er is verandering.” Christophe Degreef Op maandag 23 januari presenteert Luuk van Middelaar Le passage à l’Europe, de geactualiseerde vertaling van De passage naar Europa (2009) op een avond in Bozar, met onder meer Herman Van Rompuy, Paul Magnette (PS) en Philippe Van Parijs (UCL)


Myriam Stoffen over mensen samenbrengen: “Een Zinneke-cyclus duurt anderhalf jaar. Dat is lang genoeg om te proeven hoe het is om met anderen samen te werken, maar na anderhalf jaar kun je het loslaten en iets anders gaan doen.”

© SASKIA VANDERSTICHELE


BDW 1310 PAGINA 9 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

Interview > Zinneke Myriam Stoffen verenigt Brusselaars die elkaar spontaan niet tegenkomen

Knoopjes leggen in de stad LAKEN – In mei 2012 trekt de Zinneke Parade er weer op uit. Al voor de zevende keer. Onvermoeibaar blijven Myriam Stoffen en haar ploeg proberen om groepen Brusselaars die op het eerste gezicht weinig gemeen hebben, samen een artistiek project te laten verwezenlijken. “Knoopjes leggen in de stad,” noemt Stoffen het.

Z

inneke heeft zijn tenten tegenwoordig opgeslagen in de markante Byrrh-gebouwen in de Lakense Dieudonné Lefèvre­ straat. Die staan leeg in afwachting dat ze verbouwd worden tot bedrijvencentrum en crèche. Heel veel is er nog niet te zien van de Parade-in-wording. Toch is er al een boel werk verzet. Het thema is gekozen: ‘Wanorde’. Ook zijn de Zinnodes gevormd, de groepen die elk een artistiek project uitwerken. Dat was zoals steeds een zware, maar boeien­de klus. Stoffen: “De bedoeling is dat organisaties en groepen die elkaar spontaan niet tegenkomen, gaan samenwerken. Eerst luisteren we naar wat elke deelnemende organisatie wil bereiken, waarom ze meedoet. We nemen daar ruimschoots de tijd voor, want het is het ijkpunt voor het hele verdere proces.” “Daarna brengen we groepen  samen, een beetje zoals een  huwelijksbureau, in functie van ge­meenschappelijke uitdagingen  en beschikbaarheden. We willen vooral geen voor de hand liggende matches. Je mag de Zinneke Parade echt niet beschouwen als een lange rit van gezellig, blij samenzijn. We zouden gemakkelijk een Parade kunnen opzetten met gelijkgezinde partners, bijvoorbeeld wit, hoog­ opgeleid, Nederlandstalig, multicultureel georiën­teerd. Maar die groepen komen elkaar sowieso al tegen. Dan krijg je ook weinig vermenging en weinig culturele en sociale confrontaties of intergenerationele ontmoetingen.” Nu de Zinnodes zijn gevormd, is  het tijd voor de artistieke uitwerking. In twee grote opslagruimtes liggen de materialen klaar. Afgekeurde schoonmaaksponsjes, dozen vol plukken katoen, stukjes touw en rubberrestanten, grote stapels ongebruikte affiches, dikke rollen fo­lie en vuilniszakken met een foutje. Industrieel afval, ideaal om een stoet mee op te tuigen. Het Zinneke-feest kan beginnen. Ziet u een evolutie door de verschillende edities van Zinneke Parade? Myriam Stoffen: “Er is een evo-

lutie in de plaats die het project inneemt in de stad. De Parade is voor velen een evidentie geworden. Ook hebben we het deelnemersveld verbreed. Daar waar het in het begin vooral ging over het zichtbaar maken van het verenigingsleven in de wijken van Brussel, zijn we geëvolueerd naar een stadsproject met partners die veel diverser zijn.

“Stadsbewoners leren elkaar plots op een andere manier kennen, hun beenhouwer als operaliefhebber bijvoorbeeld”

Zo zijn er nu bewonersgroepjes, vriendenclubjes, kunstenaarscollectieven, hiphoppers en andere informele netwerken. Brusselaars dus die niet in het klassieke verenigingsleven stappen. We zoeken nu actief groepen en wijken op die zelf niet spontaan komen aankloppen, maar die we er graag bij willen. Dat leidt niet altijd onmiddellijk tot resultaat, maar dat hoeft ook niet. Het gaat over zaadjes planten en zien wat er naar boven komt. Zo hebben we enkele jaren geleden aan onze lokale partners in Etterbeek gevraagd om bruggen met de expats te slaan. Sinds vorige editie is dat gelukt.” Welke groepen zijn moeilijk bereikbaar? Stoffen: “De groepen die het minst bereikt worden, zijn de eerste generatie migranten, de Aziatische gemeenschap, de latino’s en de Turkse gemeenschap. Sommige MiddenAfrikaanse en Latijns-Amerikaanse groepen hebben wel interesse, maar zijn heel sterk bezig met hun eigen traditionele cultuur. De Zinneke

Parade is geen optocht van folkloregroepen. Het gaat erom dat partners die elkaar niet kennen, samen aan de slag gaan om een artistiek project te maken dat het resultaat is van ieders culturele bagage, een bastaard dus. Het kost moeite om dat duidelijk te maken.” “Een andere groep, waar we nu al twee edities op inzetten, zijn de adolescenten. We merken dat heel weinig jeugdwerkers en sociaalculturele organisaties erin slagen om adolescenten op een duurzame wijze te bereiken. Het is ook een moeilijke leeftijd. Adolescenten zijn bezig met de vorming van hun eigen identiteit. In die fase in een project stappen waarin je gaat spelen met je identiteit en terechtkomt in een theaterstuk dat op straat wordt getoond, is geen sinecure.” Ook bij de wijken zijn er hiaten. Stoffen: “Ja, bepaalde wijken zijn moeilijk te mobiliseren. Schaarbeek bijvoorbeeld, en Vorst. Dat heeft verschillende oorzaken. Het hangt af van het soort initiatieven die er bestaan. Is er een cultuur van verenigingen? Laat de politiek de ruimte om dingen in gang te zetten? Is er de nodige infrastructuur? Elke gemeente heeft een ander verhaal. In Vorst heb je bijvoorbeeld organisaties die graag zouden meewerken, maar het personeelsverloop is heel groot. Dat zie je trouwens bij een boel sociaal-culturele organisaties. Daardoor krijgt een project als Zinneke weinig verankering.” Wordt het ook moeilijker om vrijwilligers te vinden? Veel verenigingen klagen daarover. Stoffen: “De klassieke verenigings­ cultuur past gewoon niet bij de nieuwe generaties en de nieuwe bevolkingsgroepen. De meeste analyses over vrijwillige inzet tonen een verschuiving van het soort engagement. Lid worden, je duurzaam verbinden aan een organisatie, dat is onder druk komen te staan. Maar de bereidheid om vrijwillig dingen te doen, die neemt zeker niet af. Aan de Parade werken duizenden mensen mee, de meesten van hen vrijwillig.” “Het tijdelijke concept is in dit opzicht heel interessant. Een Zinnekecyclus duurt anderhalf jaar. Dat is lang genoeg om te proeven hoe het is om met anderen samen te werken, maar na anderhalf jaar kun je het loslaten en iets anders doen.” Moeten jullie soms deelnemers weigeren of wegsturen?

Myriam Stoffen n Myriam Stoffen (1967) studeerde SociaalCulturele Agogiek aan de VUB. Ze werkte dertien jaar als assistent en onderzoekster. Ze richtte mee Cosmopolis op, het VUB-centrum voor stedelijk onderzoek n Sinds 2001 werkt ze voor Zinneke, aanvankelijk als coördinatrice van de wijkprojecten, vanaf 2005 als directeur

Stoffen: “Zelden. Het gebeurt alleen wanneer organisaties zich te laat aanmelden voor een Zinnode of wanneer groepen niet bereid zijn om echt samen te werken. Samenwerken wil zeggen: luisteren naar elkaar, de macht laten circuleren en het gezamenlijke project solidair beheren. Het is niet omdat er middelen zijn, dat die voor jouw organisatie zijn. En het is niet omdat jij ervaring hebt of makkelijk Frans en Nederlands praat, dat je het hoge woord moet voeren tijdens een vergadering.” Dit jaar is het thema ‘Wanorde / Désordre’. Is er één specifieke boodschap? Stoffen: “Neen, zoals steeds heeft elke Zinnode haar boodschap. Het is de veelheid van interpretaties die ons interesseert. Maar het is duidelijk dat het publiek, dat het thema heeft gekozen, bezorgd is om de financiële, de politieke en de ecologische crisis. We zitten in een transformatiefase, we hebben de limieten bereikt van systemen die een tweetal eeuwen geleden uitgedacht zijn en waarover nu opnieuw moet worden nagedacht.” “Zinneke is in feite één groot statement. Het gaat over de expliciete keuze voor een samenleving waarin we een plaats willen geven aan iedereen. We willen tonen dat als je de tijd neemt en de ruimte creëert, mensen kunnen samenwerken, dat het verschil niet het einde van een mogelijke relatie hoeft te betekenen, maar het begin ervan kan zijn.” Wat blijft er nazinderen van een Zinneke Parade, wat zijn de duurzame effecten?

Stoffen: “In sommige groepen leidt het gekozen thema tijdens de voorbereidingsfase tot een diepgaande reflectie. Bij de vorige editie, ‘Aan tafel’, kwamen twee van de begeleidende kunstenaars uit bij het creationisme. Ze zochten een school die wilde meewerken. Enkele leerlingen van het atheneum Gatti de Gamond gingen in de loop van het artistieke traject heel zware filosofische debatten over het onderwerp aan, en ze schreven er uiteindelijk indrukwekkende teksten over. Die jongeren hebben een interessant leertraject afgelegd. Maar dat zie je natuurlijk niet tijdens de Parade.” Zijn er ook meer zichtbare effecten? Is er iets veranderd in de stad? Stoffen: “Er zijn banden gesmeed. Nederlandstalige organisaties die eindelijk zijn gaan samenwerken met Franstalige die vijftig meter verderop bezig waren. Dat soort knoopjes. Of bewoners die elkaar plots op een andere manier leren kennen, hun beenhouwer als operaliefhebber bijvoorbeeld. Soms leidt de Parade er ook toe dat groepen een vzw oprichten en zelf projecten opzetten. En er zijn creaties die na afloop een eigen leven gaan leiden. De Fanfa­ kids zijn het bekendste voorbeeld.” Zinneke Parade is een evidentie geworden, zegt u. Ook voor de overheid? Stoffen: “De morele steun, de boodschap dat Zinneke een zinvol project is, die is verworven. We krijgen ook financiële steun, maar die is veel te precair. In tijden van schaarste kijkt iedereen naar zijn core­business. Een project als het onze, dat op kruispunten gaat staan, valt er makkelijk buiten. Zinneke is niet louter artistiek, niet louter socia­le cohesie, niet louter wijkontwikkeling. Elk jaar is het vechten om de subsidiepuzzel rond te krijgen.” Binnenkort moeten jullie weer verhuizen. Waarheen dit keer? Stoffen: “We hebben nog geen nieuwe locatie. We hopen dat de een of andere overheid ons helpt aan een gebouw waar we voor een appel en een ei kunnen verblijven. Makkelijk wordt het niet. We hebben 2.000 à 3.000 vierkante meter nodig en overal in Brussel neemt de speculatie toe. Een nomadisch bestaan ligt ons wel, maar tweeënhalf jaar is wel heel erg kort. Gelukkig kunnen we in dit fantastische gebouw blijven tot na deze Parade.” Bettina Hubo


Klaus Bondam: “Taal betekent vrijheid. Taal geeft je de kans om werk te vinden, om deel te nemen aan het publieke leven.”

© BART DEWAELE


BDW 1310 PAGINA 11 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

Interview > Klaus Bondam van het Deens Cultureel Instituut over de leefbare stad

‘Als burger mag je nooit een status-quo aanvaarden’ BRUSSEL – Klaus Bondam, voormalig ‘fietsburgemeester’ van Kopenhagen en acteur, is nu precies een jaar directeur van het Deens Cultureel Instituut in Brussel. Een gesprek over de auto in de stad, de multiculturele samenleving en de moeilijke relatie van de Denen met de Europese Unie. “Denemarken is een tribale samenleving.”

D

enemarken is sinds 1 ja­ nuari voorzitter van de Raad van de Europese Unie. Daar is ook een belangrijk cultureel luik aan verbonden. De Denen pakken het bescheiden aan. “Er is de crisis,” zegt Klaus Bondam, “en daarnaast hebben de Denen natuurlijk al va­ ker de Raad van de EU geleid. Ons programma valt daarom misschien wat lichter uit dan dat van Polen, dat zich als nieuwe lidstaat echt heeft willen bewijzen.” De Denen brengen niettemin een flink pak cultuur naar Brussel, met onder meer films van Lars von Trier en een overzichtstentoonstelling van de avant-gardekunstenaar Per Kirkeby. Klaus Bondam is een bezige bij. Hij was jarenlang een populair acteur in zijn land; hij is onder meer te zien in Von Triers Festen. Hij acteert ook vandaag nog, zij het occasioneel. Zo is hij in het najaar op Canvas te zien in de prestigieuze fictiereeks The artists, een Europese coproductie met onder meer Johan Leysen. Maar het bekendst is Bondam mis­ schien wel als ‘fietsburgemeester van Kopenhagen’. In de Deense hoofdstad heeft hij vier jaar lang gestreden voor een beter fietsbeleid. Dat ging niet zonder slag of stoot, maar Bondam vindt dat politici zich daardoor niet moeten laten af­ schrikken. “Politici moeten de juiste vragen stellen. Hoe willen we dat onze stad er over twintig jaar uitziet? Willen we gezondere mensen, die meer wandelen? Willen we samen minder in de file staan? Die vragen moeten de inzet zijn van het politieke debat. Stadsplanning moet in de eerste plaats humaan zijn en zich richten op de leefbare stad. Ik denk dat we daar in Kopenhagen voor een groot stuk in geslaagd zijn.” U woont nu een jaar in Brussel. Vergelijkt u beide steden eens? Klaus Bondam: “Het is ongetwij­ feld prettig voor de pendelaars om via snelwegen van overal in België goed met Brussel verbonden te zijn. Maar voor wie zoals ik in het hart

van de stad leeft, is dat drukke auto­ verkeer vooral hinderlijk. Ingrepen in de stad moeten beide groepen dienen, de stadsbewoner én de pen­ delaar. Een goede oplossing is com­ fortabel openbaar vervoer gecom­ bineerd met hoge parkeertarieven, zodat alleen wie echt moet, de auto neemt om de stad in te komen.” Er ligt een groot parkeerplan klaar, maar de negentien gemeenten liggen dwars. Bondam: “Ik weet dat sommigen de gemeenten in Brussel als hin­

“Ik waan me in Brussel soms in een theaterstuk, wandelend door verschillende decors”

derlijk ervaren. Maar het goede aan democratie is dat de kiezers de burgemeesters elke zes jaar ter verantwoording kunnen roepen. Ik ben daarom niet gekant tegen een gedecentraliseerd stadsbeleid, ten minste als de lokale besturen goed samenwerken.” “Over een belangrijk thema als mo­ biliteit in de stad zou een dialoog moeten ontstaan tussen alle groe­ pen in de stad, van handelaars over migranten en eurocraten tot kun­ stenaars. Dat mag geen louter intel­ lectueel debat zijn. Iedereen moet  rond de tafel gaan zitten met de vraag: hoe kunnen we het mobili­ teitsprobleem oplossen? Als burger mag je nooit een status-quo aan­ vaarden.” Hoe hebt u de inwoners van Kopenhagen kunnen overtuigen van een radicaal fietsbeleid? Bondam: “Veertig procent van de

mensen rijdt in Kopenhagen da­ gelijks met de fiets naar het werk (in Brussel is dat geen vijf procent, SVG). Daarmee kun je als politicus dus makkelijk aan de slag. Ik heb nochtans ook strijd moeten leveren, onder meer met de automobilisten. Maar ook in Christiania (de alternatieve hippiewijk van Kopenhagen, SVG), waar ze de fietspaden als een inbreuk zagen op hun zelfgepro­ clameerde vrijheid. En een journa­ list vindt altijd wel een winkelier die ergens tegen is. Ik heb moeten vechten, maar daar heb ik geen spijt  van. Kopenhagen is een échte fiets­ stad.” Is het dan frustrerend om, als een man van de actie, in Brussel te arriveren en te zien dat hier véél werk aan de winkel is? Bondam: “Eigenlijk niet. Het was eerder een opluchting om opnieuw een gewone stadsbewoner te kun­ nen zijn. Ik heb vier jaar in de kijker gelopen als verdediger van de fiets, en er waren heus wel mensen die het niet met mij eens waren.” “In Brussel komen wonen was een vreemde ervaring voor mij. Ik kende de stad wel een beetje, maar dan al­ leen van de Europese zijde. Ik ben erg nieuwsgierig. Brussel heeft me meer dan eens verrast. Er zijn hier echte juweeltjes te vinden. Brussel zou een toeristische topbestem­ ming kunnen zijn, maar is het jam­ mer genoeg niet.” Waar schort het? Bondam: “Brussel verkoopt zich slecht. Waar zijn de originele hotel­ letjes die niet te duur zijn? Waar zijn de gezellige autovrije pleinen? Neem nu het Kasteleinsplein. Waarom daar geen permanent marktplaatsje van maken? Ook met de kanaalzone valt meer te doen. Waar Brussel wel een streep voor heeft, is in de En­ gelstalige dienstverlening. Musea zijn drietalig. Dat vind je in weinig steden.” Fietst u in Brussel? Bondam: “Ja. Ik gebruik Villo (de huurfietsen van JCDecaux, red.). Het is oké. Niet meer, niet minder. Een eigen fiets heb ik hier niet. Vanwege het risico op diefstal en het gebrek aan fietsstalling, en omdat mijn fiets niet in mijn kleine flat past. Ik wandel ook veel. Brussel is ver­ bazingwekkend. Je gaat een hoek om en komt in een totaal andere wereld terecht. Ik waan me soms

Klaus Bondam n Geboren in 1963.

Zijn moeder is Deens, zijn vader Nederlander

n Acteur sinds 1992 n Sluit aan bij de links-

liberale partij Radikale Venstre in 1999

n Schepen van

Milieuzaken in Kopenhagen van 2006 tot 2010

n Sinds januari 2011

directeur van het Deens Cultureel Instituut in de Koningsstraat

in een theaterstuk, wandelend door verschillende decors. Ik neem mijn vrienden wel eens mee van de Dan­ saertstraat over het kanaal, richting wat ik Klein Damascus noem (oudMolenbeek, SVG). Dan staan ze ver­ steld. Maar ook daar kan het beter. Ik voel me er niet altijd veilig. Waar­ om geen wandelroutes uittekenen die veilig en aangenaam zijn en die de verschillende wijken beter met elkaar verbinden? In Molenbeek zijn wellicht mensen die hun wijk haast nooit uit komen.” “Waar Brussel de boot heeft gemist, is, denk ik, in het behoud van de middenklasse. Er zijn armen en erg rijken. Elke stad heeft middeninko­ mens nodig, mensen die werk heb­ ben, die fiscaal bijdragen. Een stad heeft jonge gezinnen met kinderen nodig die mee aan de stad bouwen. Wat niet wil zeggen dat de armen uit de stad moeten worden gesloten.” Hoe bekijkt u het culturele leven in Brussel? Bondam: “Twee dingen springen eruit. Bozar is fantastisch. Het heeft een open blik en is eigentijds. Ik kom er vaak. Alleen jammer dat er geen café is. En het restaurantper­ soneel is brutaal. Maar het is een prettige plek, die de vergelijking met het Lincoln Center in New York kan doorstaan.” “Daarnaast is er de muziekscene in Brussel. Die is levendig, divers, in­ novatief én goedkoop. Een minpunt is het gebrek aan de betere cinema.” “Mijn Britse vrienden zullen het me niet graag horen zeggen, maar: niet

Londen, maar Brussel is de meest multiculturele stad van Europa. De cultuur is veellagig en altijd verras­ send. Ik zag de Deense popgroep Efterklang in een wat obscure club niet ver van de Kruidtuin. Dat zou in Kopenhagen niet mogelijk zijn.” “Ik probeer ook Kopenhagen te overtuigen van het belang van de in­ ternationale dimensie van cultuur. Dat is niet makkelijk. De Denen vormen een gesloten gemeenschap. Ze houden van hun comfort. Waar­ nemers spreken van een tribale sa­ menleving. Denemarken zal zelden een buitenlandse groep uitnodigen met Deens publiek geld. Internatio­ nale cultuur dringt er dus moeilijk door. Een Britse theatergroep bracht onlangs Hamlet. Ophelia werd door een zwarte vrouw gespeeld. Dat schopte het in Denemarken tot een heus onderwerp in de kranten. In andere steden is zoiets al lang aan­ vaard.” Verklaart die geslotenheid de moeizame relatie van de Denen met de Europese Unie? Bondam: “Europees beleid is voor de Denen ver van hun bed. En als het over de EU gaat, dan spelen de De­ nen in hun perceptie de belangrijk­ ste rol. De Denen denken bijvoor­ beeld dat zij een cruciale rol hebben gespeeld in de voorstellen om de cri­ sis in de eurozone op te lossen. Dat is ver van de waarheid.” Denemarken staat ook bekend om zijn strenge migratiebeleid. Bondam: “Ik ben politicus geweest van een partij die eerder pro migra­ tie is. Ik zeg nu dat we de migranten te lang aan hun lot hebben overgela­ ten. We lieten ze in de sociale zeker­ heid vertoeven, maar we leerden ze de taal niet. Deens leren is voor een migrant niet aantrekkelijk. Het is geen taal waarmee hij in de rest van de wereld terechtkan. Misschien een beetje zoals het Nederlands. Maar hun de taal niet aanleren was fout. Taal betekent vrijheid. Taal geeft de kans om werk te vinden, om deel te nemen aan het publieke leven.” “Iets anders zijn de discussies over vluchtelingen. Denemarken wil een uitstekend opgeleide Albanees zon­ der papieren het land uit. Dat is dom als je weet dat Denemarken net veel geld en energie heeft gestopt in de opleiding van die man, en als je weet dat Denemarken op termijn juist buitenlandse arbeidskrachten nodig heeft.” Steven Van Garsse


Brecht Evens na het jaar van het grote professionele succes: “In 2012 wens ik mezelf een aantal spannende en moeilijke maanden toe, misschien een heel jaar, waarin ik veel doe zonder te goed te weten wat ik aan het doen ben.”

© SASKIA VANDERSTICHELE


BDW 1310 PAGINA 13 - DONDERDAG 5 JANUARI 2011

Interview > Brecht Evens, het leven van de kunstenaar als jonge man

De schoonheid van de contradictie BRUSSEL – “Het is nu oogsttijd voor mij, hé.” Striptekenaar en prijsbeest Brecht Evens (25) geniet nog na van zijn alweer met superlatieven overladen nieuwe album, De liefhebbers. Voor deze opvolger van Ergens waar je niet wil zijn heeft hij bovendien een tweede nominatie op zak voor het befaamde stripfestival van Angoulême. We wisten de golden boy te strikken voor een nieuwjaarsgesprek, net voor hij weer naar Gent verkast.

‘I

k krijg de kans om met een paar goeie vrienden te gaan samenhokken in Gent,” vertelt Brecht Evens. “Oké, Brussel is tof en interessant en zo, maar na twee jaar alleen wonen hou ik het voor bekeken. Per slot van rekening breng ik toch vooral veel tijd door achter mijn tekentafel.”

het equivalent van ‘astronaut worden’: iets onmogelijks. Maar ik heb altijd veel en graag getekend, als je dat bedoelt. Eigenlijk wilde ik uitvinder worden. En dan vroeg ik aan mijn vader hoe dat officieel heette. Hij noemde het dan ‘ingenieurarchitect’. Dat klonk realistischer (grijnst).”

2011 moet een soort wonderjaar voor jou zijn geweest. Zoveel lof voor Ergens waar je niet wil zijn, zoveel vertalingen, tot in Korea toe, de erkenning in Angoulême, en opnieuw alleen maar positieve reacties op je nieuwe boek, De liefhebbers. Wat heeft je het meest verrast? Brecht Evens: “Misschien dat het werkelijk bijna uitsluitend goeie recensies waren voor De lief hebbers. Maar ik begin te begrijpen dat dat niet hoeft te verrassen. Ik heb nog het voordeel te werken in een underdog-medium als de alternatieve strip. Er komen er zo weinig uit dat de lezers en de critici die graphic novels bijna als de hunne beschouwen. Omdat mijn werk nog erg in een niche zit, is er nog veel goodwill. Ik denk dat er pas echt sprake  zal zijn van harde kritiek als er genoeg aanbod op de markt is en critici het kaf van het koren moeten scheiden.”

Hield je als kind veel van strips? Evens: “Zeker. Suske en Wiske, Kiekeboe, Kuifje, maar ook de strips van Urbanus vond ik heel spannend, omdat daar de donkere kant van het leven werd getoond. Het ging vaak over seksualiteit, en drank en depressies en zo... Dat voelde alsof

Is dat nu niet al te bescheiden? Evens: “Ik denk toch dat ik nog voordeel haal uit het feit dat de graphic novel zoals ik ze maak, een behoorlijk pril fenomeen is.”

“Er is nog veel goodwill voor mijn werk. Er zal pas echt sprake zijn van harde kritiek als de critici het kaf van het koren moeten scheiden”

Voor de niet-kenners: wat versta jij onder graphic novel? Evens: “Een volwassen strip. Geen pulp, een artistieke strip kortom. Je kunt het wat vergelijken met de categorieën ‘romans’ en ‘kinderboeken’, zonder afbreuk te doen aan een van beide. Je hebt geweldige kinderboeken en rotslechte romans. Net zo goed zijn er fantastische kinderstrips en mislukte graphic novels.”

ik ergens mee wegkwam. Ik zat ook op tekenschool, en dat was echt een soort veilige haven voor mij. Weg van al die kleine puberpsychopaten op de gewone school! Op mijn zeventiende sloot ik me aan bij het collectief Pulp Deluxe, en dat heeft mijn eerste korte verhaal in strip uitgebracht. Zo heb ik ook Randall Casaer leren kennen; liefde op het eerste gezicht was dat. Hij was mijn mentor, maar ook een soort ‘levensgids’, die me de dingen vaak van een andere kant leerde bekijken. Zo’n figuur op jonge leeftijd tegenkomen is een regelrechte zegen.”

Wilde je altijd al striptekenaar worden? Evens: “Ja, maar voor een kind  is ‘striptekenaar worden’ ongeveer

En toen ging je Illustratie studeren aan Sint-Lucas in Gent? Evens: “Ja, en daar heb ik veel ge-

leerd. Toen ik daar begon, zag ik mezelf echt al als een professioneel striptekenaar. Ik tekende in een Disney­achtige fantasy-stijl, met lichtjes in de irissen van de personages en zo. In het begin wist ik totaal niet waar ze het over hadden. Op een bepaald moment zei een docent: ‘Kijk, die circulaire beweging vind ik interessant’, en dat waren dan twee cirkels. Ik dacht: ‘Ooo shit!! Al die slechte dingen die ze zeggen over kunst, het is nog waar ook.’ Vier jaar lang hebben ze hard op mij moeten werken.” Waarop werken ze dan? Evens: “Ze verbeteren je smaak, ze tonen heel veel zaken die je nog niet kent. In plaats van een tekening louter te zien als een werktuig om iets mee te vertellen, ga je er geleidelijk aan over denken als een spel van vormen en lijnen en texturen... Zoals bij de zeefdruktechniek: daarbij leer je, onder andere, dingen te tekenen door ook wat eromheen is te tekenen. Ik heb het gevoel dat mijn manier van schilderen nu, al die transparante lagen in ecoline, een door zeefdruk geïnspireerde techniek is.” Om even bij jouw bijzondere stijl te blijven: ik heb bij je beelden bijna voortdurend het gevoel dat alles zich ergens tussen droom en realiteit afspeelt... Evens: “Ja, waar ik zelf ook meer en meer van houd, zijn de zogenaamd visionaire schilders. Ik bedoel, schilders die visioenen lijken te hebben. Zoals de Amerikaanse Charles Burchfield. Ken je dat werk? (Toont een boek met reproducties.) Dat is een aquarellist die landschappen schildert en daar dingen in ziet die niets met realisme te maken hebben. Hij tekent de zon bijvoorbeeld als een zwarte vlek, omdat dat ook met je gebeurt als je te lang naar de zon kijkt. Het gaat om het grotesk maken, of het vervormen van de werkelijkheid om daar iets mee te vertellen.” En om ons opnieuw, of anders, te doen kijken? Evens: “Ook; ik zal bijvoorbeeld van

Brecht Evens n Geboren in 1986 in

Hasselt, als zoon van twee germanisten (wat misschien zijn liefde voor taal en verhalen verklaart)

n Studeert Illustratie aan

Sint-Lucas in Gent

n Grote doorbraak met zijn

vierde album, Ergens waar je niet wil zijn, 2009. Wint hiervoor de Willy Vandersteenprijs 2010 en Prix de l’Audace in Angoulême 2011. Vertalingen in onder meer het Frans, Duits, Engels, Spaans en Koreaans

n Start in oktober 2009

met de tweewekelijkse stripreeks ‘Idulfania’ voor onze kinderpagina Zazie

n Met De liefhebbers haalt hij

in oktober 2011 opnieuw een nominatie binnen voor het festival van Angoulême

n Evens’ werk wordt

uitgegeven bij Oogachtend

iemands gezicht soms gewoon een vlek maken, omdat dat een gevoel oproept. Dan lijkt het alsof dat personage zich afsluit of schaamt... Ik wil suggereren hoe je als mens naar de dingen kijkt. Dat is iets totaal anders dan een foto maken van de realiteit.” “De taak van de kunstenaar is om de grenzen van zijn perceptie steeds te verleggen” is het ietwat hoogdravende credo van hoofdpersonage Pieterjan in De liefhebbers. Blijkbaar is dat niet zo ironisch bedoeld? Evens: “Ik heb dat zelf ooit eens gezegd toen ik zat was (lacht). Ik hou niet van de arrogante manier waarop die Pieterjan dat zegt, alsof de kunstenaar van boven af iets aan het gepeupel moet schenken. Maar misschien is dat inderdaad een elementje van wat je als artiest doet. Ik wil mijn tekeningen zeker niet helemaal uitwerken zodat je alles meteen ziet. Het moet een ervaring zijn, je moet sommige tekeningen willen blijven ontcijferen. Dat wekt ze net

tot leven, denk ik. Maar anderzijds tracht ik wel laagdrempelig te zijn: het is aan de lezer/kijker om te bepalen hoe ver hij zelf wil gaan.” Zeker in dit boek verlaat je regelmatig de hoofdintrige om heel kort maar krachtig enkele zijlijnen aan te raken, glimpen van nevenintriges... Waarom? Evens: “Een boek moet overal openingen hebben. Ik vind het belangrijk dat je in een wereld rondloopt die eindeloos naar alle kanten uitwaaiert. Dat je bij wijze van spreken naar rechts had kunnen afslaan, om dan een heel ander verhaal te krijgen.” Je verhaal speelt zich af in een godvergeten provinciedorp, helemaal anders dan de stedelijke atmosfeer uit Ergens waar je niet wil zijn. Was je aan een nieuwe uitdaging toe? Evens: “Het is begonnen met een rare droom die ik had, van een kunstenaar die in een dorp terechtkomt en daar mysterieuze dingen doet. En ik werd ook geïnspireerd door een ervaring van mijn vriend Brecht Vandenbroucke, die ooit op een amateuristisch kunstfestival terechtkwam en me daar de meest hilarische dingen over vertelde. De lief hebbers begint eigenlijk als een ‘uitlach-verhaal’, maar tegelijk blijf je daar toch maar tweehonderd bladzijden lang rondhangen en maak je samen met die mensen allerlei dingen mee. Tijdens het werken aan zo’n verhaal word ik ook almaar milder voor mijn personages. Ze zitten vol contradicties, maar net dat maakt hen schoon. Ze staan bol van de goede bedoelingen, maar ze zijn al even snel afgeleid. Dat wil ik ook tonen: de ambivalentie van mensen. Ook ik maak me wel eens schuldig aan te eenvoudige, functio­nele personages, maar het valt best te vermijden. Iets wat besloten is, is dood. Een contradictie is in beweging en leeft.” Tot slot, de obligate nieuw­ jaars­v raag: wat wens je jezelf en de mensheid toe in 2012? Evens: “Buiten wereldvrede wens ik mezelf en iedereen een grote gulzigheid in feesten en werken. In mijn werk wens ik mezelf een aantal spannende en moeilijke maanden toe, misschien een heel jaar, waarin ik veel doe zonder goed te weten wat ik aan het doen ben.”

Patrick Jordens


BDW 1310 PAGINA 14 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

de realisatie van het GEN- of Gewestelijk Expres­netwerk aangekondigd, gepland en bestudeerd. Elk jaar opnieuw wordt het duidelijker dat het geen prioriteit is voor de NMBS. Het valt te betreuren dat het spoor vooral inzet op langeafstandstreinen en steeds minder geïnteresseerd is in de korte trajecten.

Ambitie

Zou er een correlatie bestaan tussen de onderkomen staat van het treinstation Bockstael (foto) en de depressiviteitsgraad van haar gebruikers?

© BART DEWAELE

Mobiliteit > Annemie Maes (Groen!), desperately seeking BEN*

‘Openbaar vervoer of auto: oneerlijke concurrentie’ * BEN = Brussels Expresnet

BRUSSEL – Maar liefst 31 treinstations heeft Brussel, en in zeven minuten spoor je van Laken naar Berchem. Toch, zegt Annemie Maes (Groen!), moet het Brusselse treinnetwerk zowat het best bewaarde geheim van het land zijn. De openbaarvervoersmaatschappijen laten dan ook kansen bij de vleet liggen, vindt ze.

BDWOPINIE Brussel is één groot knooppunt van openbaar vervoer met 59 MIVBmetrostations, 69 MIVB-bus- en tramlijnen die samen 2.200 haltes bedienen, zestig buslijnen van De Lijn en een vijftal TEC-lijnen. Daarnaast zijn er op het Brusselse grondgebied maar liefst 31 treinstations, waaronder het Centraal Station, dat het meeste aantal reizigers per dag telt: zo’n 73.000. Een enorm aanbod van openbaar vervoer, dat blijkbaar toch onvoldoende is om de wurggreep van de auto op Brussel te verlichten. Willen we het mobiliteitsprobleem in Brussel oplossen, dan moeten we het autoverkeer terugdringen en dus moet het openbaar vervoer comfortabeler, sneller en beter afgestemd worden. Neem nu de Brusselse treinstations. De stations liggen ruim verspreid

over het Brusselse grondgebied, waardoor je je snel binnen Brussel kunt verplaatsen. Je bent in vijftien minuten van Etterbeek in Jette, in twintig minuten van Ukkel in Evere, en van Bockstael naar Sint-AgathaBerchem duurt het traject zeven minuten. De trein heeft in Brussel een enorm potentieel. Ziehier de theorie, want wat blijkt? De Brusselaar gebruikt dit vervoersmiddel maar zelden. De treinen blij­ven leeg. Het Brusselse treinnetwerk is een van de best bewaarde geheimen van dit land. Wat zijn nu de redenen voor die miskenning? Verschillende factoren spelen mee: zich met de auto in Brussel verplaatsen blijft voor vele (niet-)Brusselaars comfortabeler, hoe­wel men met de auto meestal slechts een gemiddelde snelheid van vijf kilometer per uur haalt. Daarnaast verkiezen tal van Brusselaars het netwerk van de MIVB boven dat van de NMBS omdat het fijnmaziger

“De NMBS investeert al jaren niet meer in wat haar corebusiness zou moeten zijn: de reiziger”

Annemie Maes (Groen!).

is en de frequentie van de metro veel hoger ligt. Hier laten we kansen liggen. De combinatie van verschillende manieren van openbaar vervoer is een meerwaarde. Dat deze lijnen en dienstregelingen nog steeds niet op elkaar zijn afgestemd, is een gemiste kans. De spoorwegen missen wel meer kansen. Sommige lijnen van de NMBS wor­den niet meer bediend vanaf een bepaald uur in de avond of in het weekend. Tal van kleine stations in Brussel bevinden zich

bovendien in een toestand van verval, het bewijs dat de NMBS al jaren niet meer investeert in wat haar corebusiness zou moeten zijn: de reiziger. De perrons zijn in slechte staat, de verlichting van de ondergrondse gangen doet het niet... Het zou me niet verbazen dat reizigers die veelvuldig op- of afstappen in halte Bockstael, hoog scoren in de depressiestatistieken. Bovendien zijn er vaak geen bemande loketten meer en hebben treinen bij de minste weersverandering vertraging of worden ze afgeschaft. Al jaren wordt

Nochtans is de toekomst aan het openbaar vervoer. Gelukkig zijn er de plannen van De Lijn om vier nieuwe tramlijnen naar Brussel aan te leggen, complementair aan metro en trein. Er zijn ook de plannen van de MIVB om nieuwe tramlijnen en een nieuwe metro aan te leggen op de noord-zuidas. Elk jaar opnieuw legt de Brusselse MIVB stijgende reizigersaantallen voor. Maar dit succesverhaal heeft een schaduwzijde: doordat het GEN er nog altijd niet is, moeten de metrolijnen van de MIVB een grotere rol op zich nemen, met als gevolg dat de metro’s bij momenten als sardineblikjes door de spits rijden. Het is essentieel dat het openbaar vervoer volwaardig kan concurreren met de auto. Dit betekent propere, niet naar urine stinkende en vooral veilige stations. Dit betekent dat elke pendelaar met maximaal één overstap op zijn bestemming moet kunnen geraken. Dit betekent een uniform abonnement waarmee je bij elke openbaarvervoersmaatschappij terechtkunt, een real time infobord aan de haltes met het volledige openbaarvervoersaanbod van elke maatschappij, en één informatiebrochure met het volledige aanbod en de dienstregelingen van alle bussen, trams, metro’s en treinen. De zesde staatshervorming houdt een extra financiering van 135 miljoen euro in die specifiek voor mobiliteit in Brussel moet worden ingezet. Hiervan is een groot deel bestemd voor de verdere uitbouw van het openbaar vervoer. Dit is nodig om een druk netwerk toch comfortabel, stipt, veilig en snel te maken. Met deze bijkomende middelen kan Brussel een antwoord bieden op de groeiende mobiliteitsvraag. Langs de andere kant spraken de federale regeringspartijen in het regeerakkoord af dat de NMBS 253 miljoen euro moet besparen. Verwacht wordt dat opnieuw het GEN een van de eerste slachtoffers zal worden van die besparing. Wanneer ze naast elkaar blijven werken, zullen de verschillende openbaarvervoersmaatschappijen en bevoegdheidsniveaus er niet geraken. Willen we een ambitieuzer openbaar vervoer dat echt een alternatief kan zijn en dat mensen kan overtuigen om de auto aan de kant te laten staan, dan is er samenwerking nodig tussen alle regeringen en alle maatschappijen. Zowel bij de NMBS als bij de MIVB worden weldra de beheerscontracten vernieuwd. Het is nu dringend tijd om moedige keuzes te maken. Een expresnet van alle openbaarvervoersmaatschappijen samen, dat is wat Brussel nodig heeft. Annemie Maes, Brussels parlementslid voor Groen!


BDW 1310 PAGINA 15 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be Racisme bij politie (3) Tot mijn verbazing las ik in BDW 1308 een reactie op mijn lezersbrief (BDW 1307) waaruit blijkt dat woorden soms anders geïnterpreteerd worden dan bedoeld. Meneer Benjamin Uyttebroeck, ik wou met mijn schrijven, ondanks de in het oog springende titel, niet de boodschap “Het voltallige Brusselse politiekorps is racistisch” overbrengen. Simplistische boodschappen probeer ik zowat elke dag tijdens mijn lespraktijk te bestrijden. Ik schreef mijn brief uit verontwaardiging over een toch wat uit de hand gelopen incident. Ik werk al dertien jaar in een zogenaamde concentratieschool en de verhalen van mijn leerlingen over pesterige identiteitscontroles en buitensporig politiegeweld nam ik dikwijls met een korrel zout. Zelf heb ik immers enkel positieve ervaringen met de politie. Het door mij beschreven incident heeft mij de ogen wat geopend. Oké, mijn leerling had beter niet ‘uitdagend’ naar de politie gekeken. Maar pubers gedragen zich nu eenmaal soms onbezonnen. En ja, die agenten hadden best wel mogen duidelijk maken dat ze daarvan niet gediend waren. Maar de manier waarop... die kon echt niet door de beugel. En met de redenering “Wie zijn gedrag spiegelt aan pakweg gangsta rappers, en wie zich zo kleedt, hoeft niet verbaasd te zijn als hij ook als een gangster behandeld wordt” ben ik het al helemaal niet eens. Was het diezelfde redenering die de agent ertoe bracht om na het zien van enkele schoolmeisjes in minirok te besluiten dat ze in een ‘école de putes’ zaten? Mijn leerlingen zijn gangsters noch hoeren. Het zijn jonge mensen die opgroeien in kansarme gezinnen en vaak het slachtoffer worden van het watervalsysteem in het onderwijs. Ze uiten zich misschien wat onbeholpen en in de ogen van de buitenwereld ongepast, maar laat de vooroordelen en het onbegrip achterwege en geef hun a.u.b. een eerlijke kans. Uit ervaring weet ik namelijk dat de stempel ‘verloren generatie’ niet op elke als gangsta rapper geklede jongere geplakt mag worden.

Sara Stacino, Anderlecht

In Harmonie Ik las het artikel ‘Deze week in de Noordwijk – Cultuur als cement voor verscheurde wijk’ in BDW 1307, p. 10. Wat me opvalt, is de uitspraak van de francofone dame die in het zogezegd Nederlandstalige dienstencentrum Harmonie toch in het Frans wordt bediend en klaagt: “Dat is in Aalst (waar zij nu woont, BF) niet altijd het geval.” Dit is toch zoveel als zeggen: “Ik ben Franstalig, dus ik word overal in België en français bediend.” En dit dus nog anno 2011: faut le faire, zeg ik dan.

Bruno Floré, Wetteren

Moureaux over racisme Zoals bijna elke avond kijk ik naar de uitzendingen op tvbrussel en Télé Bruxelles. Een van de breed uitgespreide items gaat over de twee brieven met doodsbedreigingen die de eerbiedwaardige heer burgemeester en professor Moureaux ontving. Dit is natuurlijk onaanvaardbaar en zeker geen leuke ervaring. Hoewel, zoiets hoort een beetje bij het ambt van burgemeester en politieke figuur in een openbaar ambt. Desalniettemin keur ik het volledig af. Maar: waarom zegt de vader van alle Molenbekenaars dat ze waarschijnlijk door een Vlaming geschreven zijn als reactie op zijn racismewet? En dat zonder de minste bewijzen! Ik ervaar deze uitlating als een persoonlijke kaakslag en een diep gebrek aan respect voor de Vlamingen en de mensen van Vlaamse origine, en dat zegt dan iemand die met een racismewet pronkt!

Deze goedkope, politiek-electoraal geladen uitspraak toont de ware aard van de verdraagzaamheid prekende burgemeester én zijn vooringenomenheid tegenover al wat Vlaams is. Overigens, waarover gaat zijn racismewet? Staat er iets in over de bescherming of het respecteren van de Vlaamse minderheid in zijn (SintJans-)Molenbeek, waar zelfs de hulpdiensten en de politie in noodsituaties met stenen bekogeld worden en geen enkel metrostation ’s avonds veilig is? Sorry dat ik weer schrijf, maar ik ben woedend – en in Molenbeek zelf krijg je geen gehoor.

Rita Reygaert, Sint-Agatha-Berchem

Gelukkig werkjaar Als arbeider, bediende, leraar en nu al geruime tijd als ambtenaar in een federale overheidsdienst en tussendoor ook als steuntrekkende werkzoekende heb ik persoonlijk de voordelen kunnen genieten van onze ‘welvaartsstaat’. Ik ben de vakbonden daarvoor dankbaar. De nationale staking bij de overheidsdiensten van 22 december 2011 en de mogelijke syndicale acties in januari 2012 zijn al vele dagen een hoofdthema in de gesprekken met mijn vrienden en collega’s. Ziehier onze wenken aan de vakbonden, die we verder aan het werk willen zien als vitale partner op de weg naar een duurzamere, eerlijkere en plezierigere welvaartsstaat. 1. Actualiseer uw kennis van de echte wensen van de (zowel niet-gesyndiceerde als gesyndiceerde) werknemers, door middel van een brede en diepgaande enquête. De wereld waarin we leven en werken, is immers sterk veranderd; sommige wensen zijn nog actueel en er zijn er andere bijgekomen. Is ‘tijdig met pensioen gaan’ werkelijk wat de werknemers het meest bezighoudt? Of schuilt daarachter een meer fundamentele behoefte die we niet op het einde, maar tijdens de gehele, decennialange duur van onze loopbaan gerealiseerd willen zien: een boeiende, nuttige baan uitoefenen waarin we onze talenten en hunkeringen ontplooien? De ambtenaar die vooral zou geven om werk- en pensioenzekerheid: wat is er waar van die karikatuur? Zijn de overheidsvakbonden op de hoogte van de gedrevenheid van ambtenaren die ondanks de stroefheid van de hiërarchie met haalbare verbeteringsvoorstellen komen? Willen de staalarbeiders werkelijk van vader op zoon in de staalsector blijven werken? Zij zijn er terecht fier op dat ze dag na dag hard en soms gevaarlijk werk presteren. Maar misschien zijn ze ervoor te vinden die fierheid ook op een andere manier te realiseren? 2. Organiseer de ‘assisen van de vakbonden’ (u mag het ook een andere naam geven) met alle vakbonden en met vertegenwoordigers van onze overheden, de hogescholen en universiteiten, de werkgevers en elke burger die erbij wil zijn. Allen samen leggen jullie de basis voor een strategie van de vakbonden voor een duurzamere en eerlijkere welvaartsstaat. Jullie stellen meerjarige actieplannen op die concreet inpikken op de resultaten van de enquête. Voor de ambtenaren zou dat onder meer kunnen zijn ‘meer ruimte voor de nuttige creatieve inbreng van de ambtenaren, los van hun hiërarchische positie’. Voor arbeiders, tewerkgesteld in de automontage, voor hun kinderen en kleinkinderen kan misschien een mooie toekomst voorbereid worden in de zorgsector. Wij werknemers en werkzoekenden hebben creatieve en proactieve vakbonden nodig, die kennis willen nemen van, en zich samen met de overige sociale partners willen inzetten voor, onze reële wensen voor nu en voor later. Dat draagt bij tot ons geluk en tot de versterking van de motivatie van de productiefactor die we zijn. Dan zullen we elk jaar met geloof en overtuiging kunnen zeggen: “Gelukkig Nieuwjaar.”

Jos Dewint, Watermaal-Bosvoorde

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.

BDWOPINIE 2012 door Anne Brumagne Bij onze krant is het een traditie geworden om in de eerste week van een nieuw jaar uit te pakken met een interviewspecial. Op een moment dat de actualiteit even minder opdringerig is, laten we vijf interessante Brusselaars uitgebreid aan het woord. De mensen naar wie we op zoek gingen, hoefden geen BB’s (‘Bekende Brusselaars’) te zijn die dagelijks op televisie komen, of die de spitante quotes vlotjes aan elkaar kunnen rijgen. Wél mensen die gepassioneerd bezig zijn met hun vak. En liefst ook nog met Brussel. Zoals Dirk Letens en Karlien Tiebout van de Vier-Windenschool in Molenbeek. Met de schoolkinderen organiseerden ze vorig jaar een opgemerkte optocht tegen de onveiligheid in de schoolbuurt. Maar als leden van Spaak vragen ze ook aandacht voor het lerarentekort in het Brusselse onderwijs. Of Myriam Stoffen, die er intussen al ongeveer een decennium mee voor zorgt dat de Zinneke Parade veel méér is dan een bonte stoet die nu eenmaal om de twee jaar door de stad loopt. De Deen Klaus Bondam, directeur van het Deens Cultureel Instituut, was in een vorig leven ‘fietsburgemeester’ van Kopenhagen en vocht er jarenlang voor een beter fietsbeleid. Hij durft zich ook te mengen in Brusselse discussies en roept politici op om de juiste vragen te stellen: “Hoe willen we dat onze stad er over twintig jaar uitziet?” Bij Brussel Deze Week – krant, Agenda, de site brusselnieuws.be – beschouwen we het week na week als onze opdracht om ook mee dat soort van vragen te stellen. Wij hebben de wijsheid niet in pacht, maar we leggen ons oor te luisteren bij zoveel mogelijk mensen die antwoorden willen formuleren. Jong of oud, actief in het centrum van de stad of in een wat verderop gelegen wijk. ‘Generatie-Brusselaars’, of mensen die lang of minder lang geleden van ergens zijn komen aanwaaien. En daarnaast proberen we ‘het leven zoals het is... in Brussel’, met zijn harde en zijn zachte kanten, zo goed mogelijk te beschrijven. En er mee voor te zorgen dat u goed op de hoogte bent van het vele dat er in Brussel wordt georganiseerd. In 2012 zal het niet anders zijn. De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan, en dus zullen we nog meer dan gebruikelijk aandacht besteden aan gemeentelijke berichtgeving. U krijgt regelmatig een interview met een Brusselse burgemeester, maar we zullen ook nagaan waar het de afgelopen zes jaar in de verschillende gemeenten fout is gelopen. Mogen we u allen, beste lezers, nog eens van ganser harte een heel fijn nieuw jaar toewensen?

EVA HILHORST


BDW 1310 PAGINA 16 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

De Brusselse regering moet de referteprijzen van overheidsopdrachten vastleggen, voor (met name) diensten. Dat werpt een dam op tegen onderaannemers-van-onderaannemers en, uiteindelijk, slavendrijvers.

© LOUNGERIE

Economie > ABVV roept ‘grote uitverkoop van overheidsopdrachten’ halt toe

‘Arbeid is geen koopwaar’ BRUSSEL – Zwartwerkers op het dak van het koninklijk paleis. Roemeense schoonmakers uitgebuit door onderaannemers in de stations. Meer dan veertig onderaannemers op de werf van het waterzuiveringsstation Noord. Het zijn maar enkele recente voorbeelden van aberraties in overheidsopdrachten. Philippe Van Muylder van ABVV-Brussel klaagt aan.

BDWOPINIE De overheden zijn belangrijke ‘klanten’: openbare aanbestedingen vormen zowat vijftien procent van het bruto binnenlands product in de Europese Unie. Ze zijn dus een bron van economische ontwikkeling en scheppen nieuwe banen. Maar onder toenemende begrotingsdruk en in een poging om de kosten te drukken gaan de overheden steeds vaker opdrachten toewijzen aan ondernemingen die de dienst of het werk het goedkoopst leveren (het laagste bod). Zo leiden overheidsopdrachten voor werkzaamheden en diensten (bouw, schoonmaak, technisch onderhoud...) regelmatig tot slechte arbeidsvoorwaarden, maar ook tot zwartwerk. Ook de arbeidsomstandigheden staan er onder hevige druk: opge­

dreven arbeidsritme, onderbemanning, niet-nageleefde veiligheidsvoorschriften, gebruik van producten die de gezondheid van de werknemers schaden... Tot slot is trapsgewijze onderaanneming (onderaannemers van onderaannemers) gangbaar geworden bij overheidsopdrachten. Aan het eind van de keten vind je soms echte slavendrijvers, die schaamteloos werknemers zonder papieren uitbuiten. Daarbij komt dat de rechtsstaat vervlakt is, waardoor de controle op het naleven van de basisrechten van de werknemers bemoeilijkt wordt, zelfs in ondernemingen die onderaannemer zijn van de staat. Niet zo lang geleden waren er zelfs werknemers zonder papieren aan de slag bij herstellingen aan het dak van het koninklijk paleis.

Beschermende bepalingen Natuurlijk is dit probleem een gevolg van de structureel ontoereikende

Een bod bij een overheids­ opdracht mag geweerd worden als de prijs abnormaal hoog of abnormaal laag is

Philippe Van Muylder (ABVV-Brussel).

financiering van de inspectiediensten en de gerechtelijke instanties. Die werden zwaar verwaarloosd en verkeren nu blijkbaar in de onmogelijkheid om het arbeidsrecht te doen naleven en de sociale fraude van oneerlijke werkgevers doeltreffend te bestrijden. De federale wetgever was er zich terdege van bewust dat steeds ingaan op het laagste bod kon leiden tot deregulering van de arbeidsmarkt. Daarom heeft hij verschil-

lende beschermende bepalingen ingevoerd in de wetgeving op de overheidsopdrachten en in de wetgeving betreffende het welzijn van de werknemers. De wet bepaalt bijvoorbeeld dat een toewijzende macht een bod mag weren indien de eenheidsprijzen of de globale kostprijs ervan abnormaal hoog of abnormaal laag zijn. De toewijzende macht kan daarbij redenen aanvoeren die verband houden met ‘het naleven van de bepalingen betreffende

de bescherming en de arbeidsvoorwaarden’. Sinds een tiental jaar nemen de toewijzende machten geleidelijk aan sociale en ecologische aandachtspunten op bij het toewijzen van overheidsopdrachten, in een streven naar duurzame ontwikkeling. Hun doel is dit indrukwekkende volume aan werk, dat wordt uitbesteed aan privébedrijven, in te zetten om de werkloosheid op te lossen en het milieu te redden. Zeer lovenswaardig! Maar echt heuglijk zal het pas zijn als deze sociale bedingen op z’n minst werkelijk effect hebben en vooral als de overheidsbeheerders stoppen met, in naam van de begrotingsdruk, op zoek te gaan naar steeds goedkopere onderaannemers zonder zich te bekommeren om de slechtere arbeidsvoorwaarden die daarvan het gevolg zijn. Het ABVV stelt vast dat de Brusselse regeling van de sociale bedingen slecht werkt. De sociale clausules worden te weinig of verkeerd gebruikt, terwijl ze toch wel belangrijk zijn, gezien de massale werkloosheid in het Brusselse gewest. We stellen dan ook een grondige hervorming voor van de wettelijke en reglementaire bepalingen die in Brussel gelden voor het opnemen van sociale bedingen in de openbare aanbestedingen. In het kader van het Pact voor Duurzame Stedelijke Groei (PDSG, ook wel eens ‘New Deal’) hebben de gewestregering en de sociale gesprekspartners in Brussel zich ertoe verbonden de sociale bedingen te evalueren en eventueel aan te passen om er een instrument van te maken voor meer werkgelegenheid, voor opleiding en voor een transitie naar een duurzame en innoverende economie. Opdat deze hervorming doeltreffend zou zijn zonder de inspanningen van het Gewest inzake administratieve vereenvoudiging teniet te doen, stellen we verschillende concrete ondersteunende maatregelen voor. Enkele voorbeelden. Binnen de gewestadministratie moet er een observatorium van de referteprijzen van overheidsopdrachten komen, voor (met name) diensten. Zo kan wie overheidsopdrachten toewijst, inschrijvers die een abnormaal laag bod doen, opsporen, hen ondervragen over het naleven van de arbeidswetgeving (ook door de onderaannemers) en hen eventueel uit de toewijzing van de overheidsopdracht weren. De personen die in de verschillende besturen belast zijn met het gunnen van overheidsopdrachten, moeten gevormd worden en bewust worden gemaakt van de problematiek (er zijn ongeveer vijfhonderd toewijzers in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest!). De ontwikkeling van Brusselse sociale-economiebedrijven die in staat zijn om op overheidsopdrachten in te schrijven, moet gesteund worden. Mogen de sociale gesprekspartners en de Brusselse regering zich ontfermen over deze problematiek en kansen creëren voor duurzame banen in ons gewest.

Philippe Van Muylder, algemeen secretaris ABVV-Brussel


ADVERTENTIE

(K)LEEF JE UiT met Vlieg en slaap met de hele familie in het Atomium

Haal vanaf 29/12 je gratis Vliegsticker bij Libelle Mama!

ADVERTENTIE

nschrijven in een Nederlandstalige school in Brussel?

U vindt de juiste weg op l.be www.inschrijveninbrusse

ADVERTENTIE

Syntra Brussel opleidingen vanaf januari 2012 Campus ukkel

Secundair onderwijs

Bedrijfsbeheer Gezondheidscoach Cosmetisch masseur Welness medewerker Ayurvedische massage Koreaanse massage Visagiste Kruidenstempelmassage Hot stone masage Thaise voetmassage Chinese hoofd-, neken schouder massage Oorkaarsentherapie Babymassage Bamboomassage Cuppingmassage Haarextensions aanbrengen Kindergrime en facepainting Make-up voor zakenvrouwen Lymfedrainage Tuinaannemer Zomerse tafelschikkingen Natuurlijke cosmetica Kruidenzepen maken Werken met gevriesdroogde bloemen Moderne graf- en rouwboeketten Hondentrimmer Aromatherapie voor huisdieren Kruiden en paarden Textielexploratie Patroontekenaar Masterclass bloemen en pluimen Modiste Isolatiedeskundige Installateur centrale verwarming Aannemer tegelzetter/vloerder

Aannemer metsel/betonwerken Cerga professioneel gasinstallateur Aannemer schilderwerken Fotovoltaïsche cellen plaatsen Energiedeskundige Vlaanderen EPB-adviseur Brussel Specialist in kazen Wijnen proeven & kennen

Campus Tour & Taxis

Bedrijfsbeheer Uitbater Bed & Breakfast SQL server database expert Ondernemer e-commerce IT security expert Expeditie in praktijk: transport & logistiek Website bouwen voor niet-technici Webshop bouwen voor niet-technici Hoog scoren bij google E-mail marketing Geomarketing LinkedIn voor- en nadelen Kleuren assorti maken m.b.v. software Boekhouder Praktijkcursus boekhouden Management voor de KMO Adviseur payroll en sociale wetgeving Zakelijk & ondernemend denken voor kunstenaars Zaken doen met Japanners Zelfstandige praktijk voor (para)medici Notarieel medewerker (Assistent) filiaalhouder

Kom langs op onze infodag maandag 9 januari van 14 tot 20 uur Tussen 9 en 27 januari 2012 kunnen broers en zussen van reeds ingeschreven leerlingen zich rechtstreeks inschrijven in de school. In die periode hebben broers en zussen voorrang op alle andere leerlingen. Alle informatie over de aanmeldingen en inschrijvingen van de andere leerlingen vindt u op www.inschrijveninbrussel.be.

LOP Brussel SO

Campus Tour&Taxis ∙ Havenlaan 86C/209 ∙ 1000 Brussel ∙ T 02 421 17 70 Campus Ukkel ∙ Stallestraat 292 ∙ 1180 Ukkel ∙ T 02 331 68 01

www.syntrabrussel.be


BDW 1310 PAGINA 18 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

BRUSSEL – In de negentiende en twintigste eeuw maakten kunstschilders er hun hobby of (armetierig) beroep van om land schappen en markante of idyllische plekjes in Brussel op doek of paneel vast te leggen. In 2010 bracht Fabien De Roose hierover bij Racine het boek Bruxelles vue par les peintres – Promenades au cœur de la ville uit. Nu is er deel twee, dat zich toespitst op zichten uit Sint-Joost-ten-Node, Schaarbeek, Oudergem, WatermaalBosvoorde, Sint-Lambrechts- en SintPieters-Woluwe. Alle olieverfschil­ deringen en aquarellen in het boek zijn in kleur afgedrukt, per gemeente gerangschikt en aan elkaar gelinkt in een wandelparcours (met plattegrond en openbaarvervoersnetwerk). On­ der elk zicht – marktplein, hoekcafé, molen, hoeve, kasteel, kerktoren, ge­ meentehuis, vijver of bosdreef – staat een actuele foto van dezelfde plek. Doorgaans opvallend gelijkend, zelfs na een eeuw. Een bewijs dat de mooi­ ste sites en gebouwen in deze ge­ meenten gekoesterd werden door generaties. De auteur, die als toeristische gids de mooiste plekjes van Brussel tot Nor­ mandië weet te duiden, heeft zeven wandelingen uitgestippeld, van de Kruidtuin tot het Sint-Joostplein, van Sint-Maria tot Sint-Servaas, van het Weldoenersplein tot het Josaphat­ park, van het Keymplein tot het RoodKlooster, langs de Woluwebeek... On­ derweg kunt u (met de hedendaagse foto naast het schilderij) ongeveer op de plaats gaan staan waar de schil­ ders destijds stonden. Schilders met ronkende namen als Anne-Pierre de Kat, Rik Wouters, Paul Delvaux, Auguste Oleffe, François Gaillard en Emile Thysebaert, naast miskende lokale artiesten als Jean-Baptiste Degreef. Op elk blad krijgt u ook het ‘Brusselse’ levensparcours van de schilder mee, en een tip om ‘goed te kijken’. Vooral naar de oude ca­ fés: de mansardekamervensters van de herberg Mignolet, de taverne Le Wolu (een oude doodskistenmakerij), de tijdloos charmante Auberge des Maïeurs. JMB Fabien De Roose, Bruxelles vue par les peintres (II) – Promenades au cœur de la ville (enkel F), uitg. Racine, 176 p., 24,95 euro ADVERTENTIE

Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

 02/463.58.58 alle werkdagen van 9 tot 12u30 uitgezonderd donderdag van 14 tot 17u.

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

Reportage > Terreinverkenning van het Grote Niets

© BART DEWAELE

Wandelen met schilders

Aan de leegte BRUSSEL – Na de feesten van overvloed bekruipen ons leegte en holheid. Geen paniek: we trekken erop uit en kijken het Niets in de ogen. Het licht gaat uit in het Avondland: is het niet fantastisch dat we dat nog mogen meemaken?

B

russel is de anonieme plaats par ex­ cellence, toebehorend aan geen enkele cultuur, geen enkel volk. Brussel is een blinde vlek in het trefzekere Vlaamse omme­ land, een braakland, een kraakpand, een bodemloze put in de politieke retoriek. De parle­ menten zijn er dikgezaaid, maar dunbevolkt. Je praat er voor dovemansoren: een gemeen­ schappelijke taal is onbestaand. En toch: zoals de oude Griekse filosofen De­ mokritos en Leukippos het ledige zagen als gangmaker van de beweging, zo is het ook met Brussel. Juist de leegte, het Niets van deze stad maken het een open plek, vol stof tot na­ denken. Brussel is ongezellig en koud, maar het beweegt. Automatisch trekt de leegte misdadigers en illegalen aan. “It’s a war zone,” hoor je in het nieuws en lees je in de couranten. Een zone belaagd door gauwdieven, kaalgeslagen door betonbaronnen, overbevolkt door mensen­ handelaars en huisjesmelkers. Allemaal waar. Maar in het rafelige, het weerbarstige zit meer poëzie dan in harmonie en perfectie. Dus ik laat ze maar kankeren, de gazetten. De beschaving gaat ook wel ten onder zonder dat ik daar een handje bij hoef te helpen. On­ dertussen fiets ik fluitend door Brussel – So komm! daß wir das Offene schauen (Friedrich Hölderlin) – en kijk welke schone resten er nog overeind staan, dan wel sinds mijn laatste in­ spectie om zeep zijn gegaan. Vallen mijn favo­ riete plekken ten prooi aan de leegte, dan voel ik slechts berusting. De wereld draait door.

Godvergeten Sinds oktober houd ik het op de kop af veer­ tig jaar uit in de hoofdstad. Veertig jaar lang dwaalde ik in een kringetje rond. Ik struinde de straten af, op zoek naar niks in het bijzon­ der; om alvast dát onder de knie te krijgen, de geografie van mijn eigen stad. Hoe leger, hoe mooier, leerden mijn terrein­ verkenningen. Het Begijnhofplein en de Gods­ huisstraat zijn hemelse plekjes, maar liggen er doorgaans godvergeten bij. De Bistrot du Béguinage is driekwart van het jaar gesloten.

De dode zielen van de auteurs in antiquariaat Het Ivoren aapje worden zelden in hun rust verstoord. Niet minder verlaten is de Wolstraat – des te sprekender echter in haar symbolische neer­ gang, van de beaux quartiers naar de Marol­ len, onderweg doormidden gesneden door het Poelaertplein. Op mijn rondes mijd ik opgefokte folklore, dia­ lectbevordering, boomdragers en partizanen van de multiculturaliteit. Verwacht van mij geen lofzangen op internationale uitwisseling. Als een cultuur al steun nodig heeft, dan toch niet alle culturen tegelijk. Meer dan kunstschatten en andere hypes koester ik mijn eigen verholen schatten, in de zalige illusie dat alleen ik ze ken. Rangeerter­ reinen, beroete spoortunnels, desolate stra­ ten. Theater Molière, Studio 1, Pasta e Basta, Novo, Excelsior, Les Pénates, Brasserie Royal, zaal Marni, de Keienveldstraat, het Sint-Job­ plein. Geef mij maar de onbestemde maand augustus, weifelend tussen zomer en nazo­ mer, weggaan of opnieuw beginnen. Het ver­ keer ruist draaglijker, de stadsbewoners zijn uitgeweken naar Blankenberge, Montenegro en andere arbeidersparadijzen. Later in het jaar, tijdens de roerloze dagen van mist en mijmering, rukt de leegte andermaal op. Daarom niet getreurd: uit het zwerven zonder doel waait je een verkwikkende dosis troost aan. Liever dan binnenskamers weg te kwijnen geef ik mij over aan de confrontatie met het Niets. Minutenlang kan ik verwijlen bij een lege bouwput, mij afvragend wat er ko­ men zal. Het mooiste wat Brussel op dat terrein te bie­ den heeft, is de Esplanade van het Rijksadmi­ nistratief Centrum. Toen ik onlangs weer eens een bezoekje wilde brengen aan dat onbe­ twiste hoogtepunt van desolaatheid, bleek de in normale tijden al overweldigende leegte in­ middels herschapen in een aan de DDR herin­ nerend maanlandschap, tegen indringers af­ geschermd met rood-witte schuttingen. Hoog opgeschoten gras zwiept in de wind, tussen de tegels woekert onkruid. Een paar leeg­gehaalde kantoorgebouwen kijken er, uit holle venster­ openingen, verbijsterd op neer. Wat zouden ze daar plannen, de platgooiers? Misschien wel een gezellig nieuw winkelcentrum?

Uitgestorven De leegte en de dood zijn beste maatjes – denk

maar aan het prachtige woord uitgestorven. Zo ademen de kerkhoven van Jette, Laken, Elsene, met hun ingezakte familiegraven, om­ gevallen engelen en monsterlijke ornamenten, een afgeklovenheid die je weer vrede geeft met het leven. De dodenakker bij uitstek is de kluit kerkhoven aan de Kasterlindenstraat, aan de rand van Sint-Agatha-Berchem. De wind waait hier al even guur als in het Pajottenland, dat zich beneden je uitstrekt. De nimmer genoeg


IN DE PRIJZEN

EEN WARME JAS VOOR DE KONINGEN

Voor de Brussels-Malagassische zangeres Talike Gellé lag er een mooi cadeau onder de boom: de plaat die ze met Blindnote uitbracht bij het Brusselse Muziek­publique, is zopas door het toonaangevende tijdschrift Songlines uitgeroepen tot “een van de tien beste wereldmuziekalbums van 2011”. Wereldklasse!

Beste Zazie-fans, tijd voor actie! Potloden, stiften, schaar en glitterlijm in de aanslag, en snel naar pagina 24-25, want daar vind je de drie koningen... in hun blootje! Trek ze snel hun meest modieuze kleren aan, dan zijn ze weer helemaal het heertje voordat morgen hun feestdag begint. Met dank aan illustratrice Oréli.

© ORÉLI

© MARC GYSENS

BDW 1310 PAGINA 19 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

LEES MEER OP PAGINA 22-23

te prijzen volkscafés De Linde en In Quiévrain, doordrenkt van weemoed en verstilling, ma­ ken de sterfscène compleet. Gelukkig hoeft Brussel niet te wachten tot het Laatste Oordeel om uit de doden op te staan. Als een grafkelder doorploegt de noord-zuid­ verbinding de stad, maar op de ruïnes van het station Kapellekerk bloeit nu, zeer symbo­ lisch, Recyclart. Wat er allemaal gerecycleerd wordt, is niet meteen duidelijk. Wél duidelijk

is dat de bar geest en lichaam reanimeert als geen ander – een mening die gedeeld wordt door een bonte en overvloedige bezoekers­ schare. Voor de echte leegte moeten we niet naar Re­ cyclart, wel naar dat andere bijna afgedankte station, Brussel Congres. Heel af en toe stopt er een trein. Maar je kunt er geen kaartje voor kopen want de loketten zijn dicht. Angstaan­ jagende elektronische muzak spookt door

KNIPPEN, PLAKKEN, STYLEN OP PAGINA 24-25

de ruimte. Een sprankje leven gloort in het stations­buffet, waar rozerode lampen de vaal­ heid verlichten. Over lege buffetten gesproken: de cafetaria op de vijfde verdieping van de Albertina, nog al­ tijd met de eeuwig mooie stoelen van veertig jaar geleden, trakteert de schaarse bezoekers op een royale portie ruimte. In overeenstem­ ming met de vraag zijn het aanbod en de ope­ ningsuren dan weer stichtend karig.

Hoe leerrijk is het om daarboven, door nie­ mand gestoord, uit te kijken over de stad! Vooraan gaapt een diepe afgrond; eroverheen reikt de blik tot Koekelberg en verder. Boven de daken cirkelen, als aasgieren, de armen van een stel bouwkranen. Wat gaan ze daar nu weer neerpoten? Een tot leegstand gedoemd kantoorgebouw?

Werner Van den Mooter


BDW 1310 PAGINA 20 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

ADVERTENTIE

Ruim gratis 3m3 grof huisvuil op !*

Op de allereerste editie van Forró da Lua, het tweemaandelijkse Braziliaanse bal in de Lakensestraat.

Muziek > Nieuw in La Tentation: dansconcerten

Voor wie ? Dit aanbod is voorbehouden aan Brusselse gezinnen en enkel op afspraak. Gelieve de week van ophaling in uw gemeente te respecteren (kijk onderaan).

Wat ? - Aanvaard afval : Huishoudtoestellen : fornuizen • koelkasten • diepvriezers • stofzuigers • wasmachines • ovens • TV’s • hifi en computers Meubilair en decoratie : tafels • stoelen • bedden • matrassen • bedbodems • gedemonteerde kasten • sofa’s • fauteuils • bureaumeubels • commodes • tuinmeubels • parasols Andere voorwerpen : fietsen • kinderwagens • strijkplanken • speelgoed • keukenspullen • sportartikelen - Niet-aanvaard afval : tuinafval • giftige afvalstoffen en puin (steen- en kalkafval, afbraak- en renovatiemateriaal).

Hoe ? Voor een persoonlijke ophaling, bel gratis 0800 981 81 (van maandag tot vrijdag van 7.30 tot 19.00 uur, zaterdag van 9.00 tot 16.30 uur, zondag van 14.00 tot 21.30 uur). Aanbod beperkt in functie van de operationele capaciteit.

Uw aanwezigheid bij de ophaling is noodzakelijk.

Zone 1

van 15-01 t.e.m. 21-01-12

Zone 2

van 22-01 t.e.m. 28-01-12

Brussel (Stad Brussel Haren Laken N.O.H.)

Zone 3

van 29-01 t.e.m. 04-02-12

Oudergem

Vorst

WatermaalBosvoorde

Zone 6

Zone 8

Jette Molenbeek

Zone 9

van 26-02 t.e.m. 10-03-12

van 11-03 t.e.m. 17-03-12

Schaarbeek

St.-LambrechtsWoluwe

Etterbeek

Berchem

Elsene

Ganshoren

St.-PietersWoluwe

St.-Gillis

Koekelberg

Evere St.-Joost

van 18-03 t.e.m. 24-03-12

Zone 5

van 19-02 t.e.m. 25-02-12

Anderlecht

Ukkel

Zone 7

Zone 4

van 05-02 t.e.m. 18-02-12

van 25-03 t.e.m. 31-03-12

* 3m3 komt overeen met 1 tweezitsbank bovenop een driezit en 2 clubs. (19€ per bijkomende m3, maximum 5m3).

Onze stad wordt net als heel Brussel zich inzet. www.netbrussel.be

0800 981 81

Forróbal, dansen voor alleman BRUSSEL – Tangobals en salsafeestjes zijn er wel meer in Brussel, maar een forróbal? Binnenkort kunt u in La Tentation naar de tweede Forró da Lua. De Noordoost-Brazilianen van Pau Xêroso spelen er ten dans. En het is dan nog niet eens volle maan...

S

inds jaar en dag kunt u op zondagnamiddag in La Tentation salsa dan­ sen, maar sinds kort gonst het ook op andere dagen op­ nieuw van de activiteiten in het Galicisch centrum in de Lakensestraat. Even het geheugen opfris­ sen: Muziekpublique kende er een vliegende start met de organisatie van wereldmu­ ziekconcerten en folkbals. Sinds de verhuizing van Mu­ ziekpublique was er evenwel nog bitter weinig beweging in La Tentation, totdat Marisol Palomo, dochter van de uit­ bater en medeoprichter van Muziekpublique, er het heft in handen nam. Palomo heeft een ‘gat in de markt’ gevonden. “Er is in Brussel een uitgebreid mu­ zikaal aanbod. Veel concert­ zalen leveren prima werk, en die wil ik geen concurrentie

aandoen. Er is wel een groot gebrek aan plaatsen waar je kunt dansen op traditione­ le muziek en wereldmuziek. Dus besloot ik de zaal open te stellen voor groepen en ver­ enigingen die hier concerten organiseren, telkens in het teken van de een of andere werelddans.”

Hutsepot Zo vond het succesvolle rockabilly-dansconcept Ra­ dio Modern zijn weg naar La Tentation en zijn er flamenco­ lessen en presentaties. Daar­ naast zijn er plannen om Congolese dans, cumbia en andere werelddansen te orga­ niseren. Op 18 november begon het allereerste forróbal van Brus­ sel met een dansinitiatie, gevolgd door het bal zelf met livemuziek. Bruna Fernandes en Flávio de Souza toonden

eerst twee danspassen, xote en baião, beide door paren te dansen, anders zou het geen Latijns-Amerikaanse dans zijn. Deelnemers kregen wat algemene informatie mee over forró, de populaire mu­ ziek uit Noordoost-Brazilië waarbij Afrikaanse invloe­ den (het ritme), Europese melodieën (op accordeon) en indiaanse invloeden elkaar kruisen, met als resultaat een typisch Braziliaanse hutse­ pot. “Er is onenigheid over de origine van het woord forró,” vertelde zanger-gitarist Flá­ vio de Souza na de dansini­ tiatie. “Sommigen beweren dat het komt van de grote feesten in de dorpen en op de suikerrietplantages die En­ gelse ingenieurs rond 1900 voor iedereen organiseerden. Grote populaire feesten, for all. Aangezien de Brazilianen


BDW 1310 PAGINA 21 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

© NICK TRACHET

in  België,”  vertelt  De  Souza. In  Brussel  zijn  niet  veel  nord­ estinos; de meeste Brazilianen  zijn  afkomstig  uit  Goiânia,  vlak  bij  de  hoofdstad  Brasilia  in  het  binnenland.  En  toch  leeft  forró  ook  bij  Brusselse  Brazilianen.  “Dat  is  omdat  je  vandaag  overal  in  Brazilië  forró  vindt.  De  muziek  heeft  zich met de immigratie van de  nord estinos  naar  alle  uithoe­ ken van het land verspreid.”

Dubbele bodem

© BT

dat  niet  konden  uitspreken,  werd  het  al  snel  f  orró.  Dat  is  het  mooie  verhaaltje,  maar  f  orró  komt  wellicht  van  het  Afrikaanse  woord  f  orrobodó,  wat  ook  ‘feest’  betekent  en  door de Portugese kolonisator  minachtend gebruikt werd om  de feesten van het ‘lage volk’ te  omschrijven.” De  Souza  komt uit Recife in de  staat  Pernambuco,  dé  hotspot  voor  populaire  muziek  uit  de  N   ordeste.  Bij  alle   nordestinos  zit  forró  in  het  DNA.  “Elk  volksfeest is er forró; iedereen  danst, het is echt een plezante  gebeurtenis.  Die  ervaring  wil­ len  we  delen  met  iedereen

orró  da  Lua  (‘forró  van  de  F maan’)  zou  maandelijks  moe­ ten  plaatsvinden  bij  volle  maan,  maar  omdat  dat  in  de  praktijk  niet  combineerbaar  is met de beschikbaarheid van  de  zaal,  blijft  het  voorlopig  bij  een  tweemaandelijks  bal  op  vrijdagavond.  “Ik  heb  de  mosterd gehaald in Natal, een  kuststad  in  het  noordoosten,  waar bij volle maan een forró­ bal  plaatsvindt  voor  iedereen,  los  van  ras,  sociale  klasse  of  religie.  Dat  gaan  we  nu  ook  in  Brussel  doen,  een  stad  met  heel  wat  diversiteit  en  sociale  ongelijkheid,  net  als  in  Brazi­ lië.” De  teksten  gaan  over  het  le­ ven  in  de  s  ertão,  de  droge  ak­ kers van het noordoosten. Het  leven  is  er  hard,  en  dat  klinkt  door  in  de  teksten,  maar  de  mensen  hebben  er  ook  gevoel  voor  humor.  Zo  wordt  er  veel  met  taal  gespeeld,  met  dub­ bele  bodems.  Neem  nu  de  groepsnaam,   pau xêroso:  dat  is  een  welriekende  houtsoort,  maar  de  paal  ( pau)  heeft  ook  een  seksuele  connotatie.  Die  verzweeg Flávio de Souza wij­ selijk tijdens de dansinitiatie... Benjamin Tollet Forró da Lua met Pau Xêroso op vrijdag 7 januari in La Tentation, Lakensestraat 28, 1000 Brussel. Dansinitiatie om 21 uur, bal om 22 uur; toegang 5 euro. Meer op www.latentation.be

ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN

Verhuur uw woning zorgeloos

Nick Trachet BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

Kabuis We eten te weinig groente, schrijft men in gezondheidsblaadjes. Dat kan wel zijn, maar waarom doen we dat? Waarom laten we de groene blaadjes links liggen en storten we ons met veel meer enthousiasme op de bok? Waarom zo weinig enthousiasme voor chlorofylconsumptie? Ik heb me vaak afgevraagd hoe dat komt, dus probeer ik  de tegenstand eens op een rijtje te zetten. Ik heb het nu  even niet over aardappelen, niet over bonen en ook niet  over fruit. Maar over echte groente. Zijn groenten te duur? In tegenstelling tot fruit worden  groenten vaak verkocht in bundeltjes of eenheden (per  stuk)  waarvan  we  het  gewicht  niet  kunnen  schatten.  Wat  is  de  gewichtsprijs  van  een  krop  eikenbladsla?  U  zou nogal schrikken. Bij het klaarmaken is er ook veel  verlies door plukken en schillen. Veel afval, en wat over­ blijft,  is  dus  nog  duurder.  De  mooie  seizoensgroenten  zoals witloof en asperges zijn zo al duur. Vlees is voor  arme mensen, groente voor de elite. Groenten zijn moeilijk. Als vader die dagelijks het potje  kookt  voor  zijn  gezin,  weet  ik  waarover  ik  praat.  Prei  schoonmaken  en  ontdoen  van  zand  en  modder  is  een  heel  karwei.  Sla  wassen,  erwtjes  doppen  of  prinses­ sen  toppen,  begin  er  maar  eens  aan.  Daarna  moeten  groenten ook nog in schijfjes of blokjes gesneden wor­ den,  grove  mirepoix,  lange  julienne  of  fi jne  brunoise,  naargelang van het gebruik. Dat is allemaal tijdrovend  vergeleken met een aardappel in zijn jasje koken of een  kotelet in de pan keilen. Selder en prei passen daaren­ boven slecht in de boodschappentas, sla raakt geplet.  Groenten zijn ook niet sexy. We leven in een tijd waar­

Gegarandeerde huur elke maand

Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44

M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����

OPENDEURDAGEN

Steun voor de renovatie

nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet

ADVERTENTIE

Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning

in  sterrenkoks  halve  goden  zijn,  maar  op  restaurant  wordt  er  weinig  aandacht  besteed  aan  groenten.  Een  half stronkje witloof, een half kerstomaatje en dat heet  dan ‘garnituur’. Het woord zegt het zelf. Groenten wor­ den  als  versiering  gezien.  Slordige  sla  moet  de  leegte  vullen rond gerechten die daar niet om vragen, andere  eenzame en misvormde plantjes creëren enkel wat ef­ fect op het bord. Ze zijn vernederd tot blokje, lepeltje of  – godbetert – schuimpje. U hoeft toch geen vegetariër  te zijn om een grote schotel kardoen, voetselder of rode  kool  te  appreciëren?  Mochten  de  tv­koks  ons  tonen  hoe  schotels  vol  bladeren  met  botersaus  of  olijfdrup­ pels  cool zijn, er zou nogal eens groen worden gegeten!  Waar  zijn  de  gevulde  ajuinen  naartoe,  de  bloemkool  met  schuimend  gebakken  broodkruim,  de  salade  van  rode biet? Groente zou toch feest moeten zijn? Maar de  brave burger, hij schijnt geen ‘konijnenvoer’ te lusten. Neem liever een voorbeeld aan de Italianen. Velen van  ons dwepen met hun keuken. Welnu, zij eten wél plan­ ten. Ik heb op mijn reizen door dat land goede herinne­ ringen aan grote schotels groente bij de mensen thuis,  maar ook in de (volks)restaurants: hele  zucchini, of  asparagi al burro. De klant in het restaurant kiest er zijn  groente  zelf,  onafhankelijk  van  vlees  of  vis.  C   ontorni,  zoals de groenteschotels er heten, komen dus niet on­ dergeschikt als versiering met het vlees mee. En na de  maaltijd  volgt  de  onvermijdelijke  kom   insalata mista,  die  door  iemand  van  het  gezelschap  zelf  deskundig  wordt  aangemaakt.  Waarom  staat  er  anders  olie  en  azijn op elke tafel? De groente bij uitstek die in gulle porties op de markt  ligt, en goedkoop bovendien, is de witte kool. Ik vatte  de moed op om er eens een te kopen. Deze gigant onder  de bladgroenten was van mij voor anderhalve euro. U  ziet hem op de foto, enige maaltijden later. Ik heb hem  niet gewogen, maar vier kilo zal wel in de buurt komen.  Een witte kool lost alle groentetekorten in één keer op.  Hij is daarenboven heel gemakkelijk schoon te maken:  we  offeren  twee  buitenbladeren  op  en  klaar  is  Kees.  Binnenin zit stof noch zand: zuiver eetbaar groenvoer. De  oude  naam  voor  witte  kool  is   kabuis.  De  Engel­ sen  hebben  het  over   cabbage,  de  Polen  over   kapusta.  Deze namen verwijzen allemaal naar het Latijn:  caput,  ‘hoofd’. Wetenschappelijk heet een witte kool  Brassica oleracea capitata. Het is een gesloten kool met gladde  bladeren.  Kool  met  gekrulde  of  hobbelige  bladeren  noemen we  savooi. De  kabuis  is  in  de  geschiedenis  altijd  de  belangrijk­ ste  groente  geweest.  Heel  Centraal­Europa  leeft  op  witte kool, al was het onder de vorm van zuurkool. De  Amerikanen zijn er ook niet vies van, die eten sla van  witte  kool  bij  ongeveer  alles,  en  noemen  het  met  een  Nederlands  woord   coleslaw.  Coleslaw  is  een  onderge­ waardeerd  recept.  Maar  iedereen  lust  het.  De  enige  moeilijkheid  is  het  fi jnsnijden  van  de  witte  kool.  Hoe  fi jner,  hoe  beter.  Ik  heb  er  een  ‘mandoline’  voor  ge­ kocht.  Dat  is  zo’n  plankje  met  een  vervaarlijk  schuin  mes waarmee je in de kortste keren kool en vingers tot  fi jne julienne snijdt. Rasp er ook een wortel door, dat  breekt de witheid een beetje. Doe de kool in een kom,  bestrooi met een snuifje zout en meng met gelijke de­ len  room  en  mayonaise,  plus  een  lepeltje  mosterd  en  een scheutje azijn. Goed mengen en minstens een uur  laten marineren. Versier met bieslook en serveer bij al­ les, op elk moment van de dag. Smakelijk.

SAMEN (kinderen, ouders, school) maken we van onze school een leerkrachtige school waar uw kind zich thuis kan voelen. 3 vestigingen in Oudergem! 26 januari: Henri de Brouckèrelaan 16 18 januari: Invalidenlaan 168 20 januari: Schallerlaan 19/21

Van 8.35 tot 12 uur

❐ ❐ ❐ ❐ ❐ ❐ ❐ ❐ ❐ ❐

3 vestigingen in Oudergem Groene school Eigen speelbos Uitgewerkte zorgstructuur met zorgteam Geïntegreerde werking van ICT : gebruik van computer en internet in alle klassen, smartboard,beamer,… Zwemmen vanaf 1ste leerjaar Opvang van 7u30 tot 18 uur Aangepast aanbod Frans Culturele en pedagogische uitstappen voor alle klassen Familiale sfeer

HENRI DE BROUCKÈRELAAN 16

02/672.87.18

INVALIDENLAAN 168 SCHALLERLAAN 19/21 1160 OUDERGEM

bs.oudergem@g-o.be www.destadsmus.be


BDW 1310 PAGINA 22 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

Talike Gellé: “Ik blijf vechten tegen het feit dat in veel landen in volle ontwikkeling kinderen door volwassenen worden gezien als een bron van inkomsten. Niet als de mens voor wie ze verantwoordelijk zijn, voor wie ze moeten zorgen.”

Z

e heeft het zingen in het bloed, Talike Gellé. Ifotaka, het dorpje van haar jeugd, heeft het snel mogen ondervin­ den. “Mijn papa – van Franse afkomst, maar op Madagaskar geboren – speelde accordeon. De kost kon hij er niet mee verdienen, het was louter voor zijn plezier en dat van de mensen om hem heen. Mijn moeder dirigeerde het koor van het protestantse kerkje. Na het ondergaan van de zon was het steevast feest: vader haal­ de zijn accordeon boven, de rest van het gezin zong. Of het moest zijn dat grootmoeder een verhaal vertelde, dan hing iedereen aan haar lippen. Het was ook zowat het enige wat er te beleven viel in ons dorpje daar in de brousse, waar het primitief leven was. Elektriciteit had­ den we niet, water moesten we putten uit de plaatselijke bron. Primitief, maar toch heb ik er een mooie jeugd gehad.” “Al sinds mijn vijfde wist ik dat ik wou zingen. Mijn droom was een plaatsje in moeders koor. Ik heb lang moeten zeuren, steeds weer zei ze dat ik te jong was. Een klein beetje chantage heeft me geholpen: telkens als het koor tijdens de eredienst begon te zingen, stond ik recht en zette ik mijn keel open in plaats van de soliste. Tot mijn moeder het uiteindelijk beu was en

eieren voor haar geld koos. Het smaakte naar meer: toen ik dertien was, heb ik mijn eerste groepje gevormd. We traden op in de omlig­ gende dorpen. Begrafenissen, feesten, besnij­ denisplechtigheden. Toen al ben ik mijn eigen nummers beginnen te schrijven, traditionele muziek.”

The Smokers Door op het juiste moment op de juiste plaats te zijn kreeg Gellé al jong de kans een groot stuk van haar land te doorkruisen. “Toen ik op een avond uitging in de hoofdstad Antanana­ rivo, waar ik ook studeerde, was er in de 7/7 een optreden van The Smokers, een bekende Malagassische groep. Toen ik binnen kwam en zag dat de zangeres niet van de partij was – ze had eerder die dag boos haar boeltje ge­ pakt –, ben ik spontaan het podium op ge­ sprongen en ben ik gaan zingen. Al gauw was ik goedgekeurd.” “Met The Smokers heb ik een groot stuk van het land mogen zien, plaatsen waar ik anders nooit gekomen zou zijn. Dat past perfect bij wie ik ben: ontdekken, herbronnen. Nog altijd ga ik ten minste een keer per jaar terug naar mijn geboorteland. Telkens twee weken bij de

© TALIKE GELLÉ

BRUSSEL – “Ik heb al op verschillende plekken in België gewoond, maar in Brussel heb ik mijn stek gevonden. Hier heb ik eindelijk het stigma van vreemdeling kunnen afwerpen. Wat een verschil met mijn tijd in het dorpje nabij Hannuit, waar de mensen wantrouwig achter het raam naar me loerden.” Zangeres en vertelster Talike Gellé is opgegroeid op Madagaskar en vond in Brussel een tweede thuis.

© MARC GYSENS

familie en twee weken de hort op per taxibus, om weer te kunnen proeven van Madagaskar, nieuwe ervaringen op te doen. Er is nog zoveel te ontdekken: Madagaskar mag dan een eiland zijn, het is wel twintig keer groter dan België. Ik overnacht dan telkens bij mensen thuis. Dat doe ik altijd als ik in het buitenland ben: me tussen de plaatselijke bevolking begeven.”

Muziek met een doel Het liefst van al was Talike Gellé daar op Ma­ dagaskar gebleven. Maar het leven heeft er anders over beslist. “Ik ben westwaarts ge­ trokken, omdat ik niet echt een andere keuze had. Ik had drie kleine kinderen, ik mocht niet alleen aan mezelf denken. Ik wilde hun een echte toekomst geven, en dat kon niet in mijn thuisland. Een ingewikkeld verhaal, waarop ik moeilijk verder kan ingaan. Dat het België is geworden, is toeval.” “Hier ben ik links en rechts gaan werken – er moest brood op de plank komen – en af en toe kon ik een optreden versieren. Ik zong num­ mers van anderen, maar tegelijkertijd was ik op zoek naar mijn eigen stem. Daarom heb ik na een tijdje zelf een groepje opgericht. Een  a capella trio. Daaruit is na twee jaar een ander trio gegroeid, Tiharea. We zongen in het Ma­ lagasi, en toen we een internationale prijs in Rotterdam wonnen, gingen er deuren open.” Ondertussen heeft Gellé al op vijf cd’s haar stem laten klinken, in verschillende genres: “Ik ben wel een touche-à-tout.” Een mooi pal­ mares, maar het belangrijkste voor haar is met muziek een verschil te kunnen maken. Haar steentje bij te dragen tot een betere wereld,

Tongasoa Amboasary, ‘welkom in Amboasary’, de stad van Talike Gellés kinderjaren. Ze bewaart er mooie herinneringen aan.

hoe bescheiden ook. “Zo is er Woman Care. Vier Noorse zangeressen en vier Afrikaanse, onder wie Marie Daulne van Zap Mama, vijf Tanzaniaanse muzikanten. Een project dat op poten is gezet door Care, een Noorse ngo die werkt rond de preventie van aids op Madagas­ kar en de strijd tegen vrouwenbesnijdenis in Mali. We traden op tot in Afrika toe, en het heeft in 2005 geleid tot de cd Woman care. Die plaat leidt nog altijd een eigen leven, maar met de optredens zijn we helaas moeten stoppen door te drukke persoonlijke agenda’s.” Trots is Talike Gellé ook op Blindnote, waarbij ze nu actief is: een symbiose van volksmuziek van over de hele wereld. De gelijknamige cd was volgens het toonaangevende wereld­ muziektijdschrift Songlines een van de tien


BDW 1310 PAGINA 23 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

FREDDI SMEKENS Vollen bak “Het rijke culturele leven hier is een openbaring als je uit een land komt waar een museum een curiosum is”

Talike Gellé, zangeres-vertelster

‘Iedereen een minderheid, niemand een vreemdeling’ beste van 2011. “Blindnote werkt samen met de Belgische ngo Light for the World, die aan­ dacht vraagt voor het lot van blinde kinderen in Afrika. Daarom ook beginnen we elk optre­ den in het donker, waarna het publiek meege­ nomen wordt op een audiovisuele reis. De op­ brengsten van de cd en de optredens gaan naar Afrika. Amper honderd euro volstaat om een kind het licht in de ogen schenken. Voor mij is dat mee de essentie van muziek, van zingen: het moet een betekenis hebben. Een betekenis in de tekst, helpen anderen te helpen.” “Nu een halfjaar geleden heb ik Talilema opge­ richt. Een duo, een beetje terug naar de bron. Kilema is een jonge muzikant uit Madagaskar die in Spanje woont en traditionele instru­ menten bespeelt. Traditioneel, maar zonder grenzen. Zo zijn we drie maanden geleden in de prijzen gevallen op het internationale we­ reldmuziekfestival Sharq Taronalari in Oezbe­ kistan, waar we de eer hadden Madagaskar te vertegenwoordigen.” “Ook in de verhalen die ik vertel – verhalen  uit Madagaskar in het Frans, traditioneel en eigen werk –, zit altijd het aspect van din­ gen delen, een boodschap overbrengen. Iets  waartegen ik bijvoorbeeld vecht, is het feit dat in veel landen in volle ontwikkelings­ fase kinderen door volwassenen worden ge­ zien als een bron van inkomsten. Niet als de  mens voor wie ze verantwoordelijk zijn, voor wie ze moeten zorgen. Zo krijg je toestanden dat een jongen of meisje zich prostitueert  om de familie te eten te geven. Daarvoor zet  je toch geen kind op de wereld!” De verantwoordelijkheid voor haar twee zonen

en dochter heeft Talike Gellé wel degelijk op zich genomen. Alle drie hebben ze hun weg mogen zoeken en vinden in België. “Maar makkelijk was het niet. Gelukkig maar dat ik het Frans al beheerste toen ik hier kwam – het is op Madagaskar de tweede taal –, dat ik uit de voeten kon met boekhouding en dat ik ie­ mand ben die zich niet laat afschrikken door nieuwe levensomstandigheden. Met het weer had ik het nog het moeilijkst. Grijs, koud, wei­ nig licht. Waar ik ben opgegroeid, is het acht maanden per jaar veertig graden en meer, onze winter is te vergelijken met de Belgische zomer. Regen kennen we daar amper. Maar daartegenover stonden zoveel andere din­ gen. Het rijke culturele leven onder meer. Een openbaring, als je komt van een land waar een museum een curiosum is. En het mooie daar­ bij is dat die cultuur ook bereikbaar is voor mensen die het niet breed hebben. Je hebt ook geen geld nodig om iets te delen met anderen. Zeker op muzikaal vlak niet. Het volstaat om nieuwsgierig te zijn, open te staan voor men­ sen uit andere culturen. Zien, inspiratie op­ doen, delen. Brussel geeft het je, gratis en voor niets. Als je maar wilt. En dat alles in een stad waar iedereen een minderheid is, en niemand een vreemdeling.” Karel Van der Auwera talilema.blogspot.com, talike.blogspot. com, tiharea.blogspot.com, talikegelle.blogspot.com, De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet

I

k heb het moeilijk om uit te vissen of onze Brusselse uitdrukking vollen bak ergens in ons Algemeen Nederlands een tegenhanger heeft. In Brussel heeft vollen bak eerder alles met alles dan met alles of niets te maken. Wanneer men bijvoorbeeld zegt: “Het es hee vollen bak,” dan mag men er gerust van uitgaan dat men geen speld zal horen vallen. Onze uitdrukking vollen bak staat dan ook iets hoger aangeschreven dan ’t ien en ’t ander of eventueel naaig. Ik kan rustig stellen, waarde lezer, dat wan­ neer we het over vollen bak hebben, er geen paar druppels bij kunnen alvorens de em­ mer overloopt. Eigenaardig bij dat alles is dat vollen bak altijd een positieve geladenheid heeft. Zo kan men het bijvoorbeeld nooit hebben over “’t Es hee vollen bak tristeg.” En ook “Da lukt hee vollen bak ni” gaat niet op. Neen, waarde lezer, onze uitdrukking vollen bak hangt zowel letterlijk als figuurlijk samen met de leuke anekdoten van het leven. En toch blijf ik mij de vraag stellen waar die bak vandaan komt, en waarom hij zo no­ dig vol moet zijn. Mijn eerste gedachte gaat naar ne vollen bak bee. Want die vollen bak biedt uitzicht op het toekomstige lessen van eventuele dorst. Anderzijds kan “Vollen bak!” ook gebruikt worden als aansporing om er de nodige ambiance in te blazen. Als Brusselaar zou ik vollen bak een breuge­ liaans etiket willen opplakken: ik stel er mij een opgeblazen blaaspijp bij voor. Maar er zijn andere schilders die volgens mij ’t ien en ’t ander gezeid hemme vè ‘vollen bak’ in de verf te zette. Kunstkenners uit mijn om­ geving reageren dan met: “Toch Magritte ni? Of wel?” Neen, inderdaad, waarde lezer, Magritte was giene ‘vollenbakschilder’, want op ien of andere maneer was hij te serjeus vè as plezant auver te komme. En tot mijn grote opluchting en verbazing stemmen de kunstkenners uit mijn omgeving in met deze analyse. Schiet mij nog een schilder te binnen die ‘vollen bak’ op een overtuigende manier uit zijn kwast getoverd heeft? Na enig denk­ werk kom ik bij James Ensor terecht. Mis­ schien om die veelheid van personages en

maskers van hem. En op literair gebied zie ik bijvoorbeeld Paul van Ostaijen dicht aan­ leunen bij wat ik ‘vollenbakpoëzie’ zou noe­ men. En het is uiteraard zo dat ook de mu­ ziekwereld uitgebreid kan bijdragen vè eet vollen bak te loete zaain. In dat geval slaat vollen bak van het podium als een magische vonk over naar het publiek. Al meigemokt, waarde lezer? De vraag stellen is ze uiter­ aard beantwoorden. Laten we het artistieke en creatieve aspect van vollen bak nu even terzijde laten. Ooit heb ik het in deze Brusselse Kroniek gehad over volle gaas. “Bestoet er ’n echt verschil tusse volle gaas en vollen bak?” vraag ik me soms af. Vermits er twee uitdrukkingen bestaan, moet er ongetwijfeld wel een ver­ schil zijn. Iemand zei ooit gevat: “Moest het alle doege vollen bak zaain, we zoude het ni lang trekke!” En toch is een deftig leive zon­ der af en toe het vollenbaksyndroom niet of nauwelijks denkbaar. De overtreffende trap van vollen bak zou ik verwoorden als vollen bak ambiance – hoewel dat natuurlijk net zo goed een sta­ pelvorm zou kunnen zijn. Maar laten we  ervan uitgaan, waarde lezer, da we allemoe op elk moment kunne zeurge dat het vollen bak es. Even de filosofische toer op, nu. Het faait da we op deize weireld rondluupe, zal ik altijd als vollen bak beschouwen. Maar er zijn ui­ teraard nog andere voorbeelden da we in ’n vollenbaksituoese terechtkomme. Laten we samen even nagaan, waarde lezer, waar en wanneer die situatie zich nog heeft voorge­ daan, ervan uitgaand dat ook e vol bakske daarbij in rekening gebracht kan worden. Welnu, het zou mij verwonderen dat wij ons daarover lang het hoofd zouden moe­ ten breken. Zo kunnen we ook even stil­ staan bij het gezegde “We goen er hee neki vollen bak invleege.” Dat betekent dat niets ons zal tegenhouden om iets koste wat het kost te bereiken. Laten we er in elk geval van uitgaan, waar­ de lezer, dat de vollen bak die altijd en over­ al achter het hoekje kan liggen of staan, ons altaaid mier plezeer as verdreet zal bezurge.

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; rekeningnummer 424-5529822-66 van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Lien Annicaert (lien.annicaert@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@ bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Bettina Hubo (bettina. hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Freddi Smekens (freddi.smekens@bdw. be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw. be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw. be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


BDW 1310 PAGINA 24 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

zaE ZI

Teken, knip, plak . i l é r O t e m . .. t a d n a v r e e en m

DOOR PATRICK JORDENS

Even genoeg van urenlang gamen op je computer, of van buiten spelen bij 2 graden onder nul? Wat dacht je dan van een gezellige creatieve namiddag bij de kachel?

Zazie vroeg tekentale nt Oréli (of wel Auré lie Henquin) om je ev En nu is het aan jou! en op weg te helpen Veel teken-, knip- en . plakplezier.

No cheese! Oei, de familiefoto van het kerstfeest is een beetje mislukt. Er lagen dit jaar geen cadeautjes onder de kerstboom, met alle gevolgen van dien. Zijn de feestvarkens daar kwaad om, triestig of vooral heel verbaasd?

WIN!

De meest originele tekening wint een mooie gesigneerde poster van Oréli! Stuur je ‘familieportret’ voor 15 januari naar Zazie/BDW, Eugène Flageyplein 18 in 1050 Brussel en vermeld duidelijk je naam, adres en leeftijd.


eg n en) ing( nder w

n en o e koaren dag d w n

De

va ningen n e r e ko kle Dri

ethle a ar B

h em . Na e

en nachtje slape

n in h

een nieuwe ‘look’? je hun Geef

un t ent

ble

ken

plot

s hun ko

ninklijke kleren verd

w en en .


BDW 1310 PAGINA 26 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

Beleid > Brussel tegen februari ‘in orde’ met antidopingcode

‘Extra aandacht voor fitness’ BRUSSEL – België werd onlangs ferm op de vingers getikt door het wereldantidoping­ agentschap Wada: het Brussels Gewest en de Duitstalige Gemeenschap leefden de antidopingcode niet na die België had on­ dertekend. Het vereiste wetgevende proces is deze zomer in gang gezet, en Brussel zou tegen februari opnieuw in orde zijn.

‘D

e voornaamste vraag van het Wada was dat we sporters onderverdeelden in twee categorieën,” vertelt Philippe Henry de Generet, adviseur van Brussels minister Benoît Cerexhe (CDH) in de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC). “In de ordonnantie uit 2007 was er sprake van één algemene categorie, waar alle sporters onder vielen, zowel amateurs als professionals. Het Wada heeft ons verplicht twee categorieën te maken: gewone sporters en elitesporters. Al die opmerkingen zijn opgenomen in de nieuwe ordonnantie.” De aanpassing gebeurde in samenspraak met de andere gemeenschappen. In juni werd een samenwerkingsakkoord ondertekend waarin onder meer eensluidende bepalingen over de categorieën, procedures en elitesporters werden opgenomen. “Onmiddellijk na de ondertekening van dat akkoord hebben we deze zomer aan de nieuwe ordonnantie gewerkt. We hebben het Wada op de hoogte gebracht en hebben hun een timing doorgegeven van de verschillende stappen in de procedure. Begin december was er een akkoord in de GGC over de eerste lezing. Nu moet de Raad van State nalezen en een advies formuleren. Begin 2012 zal dat advies beschikbaar zijn, en na een tweede le-

Brussel werkt voor de dopingcontroles samen met de Vlaamse (foto) en Franse Gemeenschap. Het Gewest is bevoegd voor voetballers, hockeyers en niet bij een federatie aangesloten elitesporters.

zing door het college zullen we het voorontwerp aan het parlement overmaken. De timing is dat zij tegen eind januari stemmen. Rond 15 februari kan de nieuwe ordonnantie klaar zijn,

en dan zijn we volledig in orde voor het Wada.”

Verschil in interpretatie Het Brusselse dopingbeleid werd al in 2007

© BELGA / ISOSPORT

geregeld in een ordonnantie. De gevraagde aanpassing daarvan liet op zich wachten omdat er – op vraag van de sportwereld – werd gezocht naar een uniforme definitie van elite­

ADVERTENTIE

KVS_BINNENKORT BEN HAMIdOu

SAINTE FATIMA dE MOlEM

KOEN AuguSTIjNEN LES baLLEtS c dE La b

MANu RICHE, THOMAS guNZIg & jOSSE dE PAuW

Au-dElà

AlIZE ZANdWIjK RO tHEatER

HONdSdAgEN

RAYMONd 25.02 > 10.03.2012

14>15.02.2012

AlIZE ZANdWIjK RO tHEatER

BRANdEN

06 > 07.03.2012

14 > 15.03.2012

www.kvs.be – T 02 210 11 12 ARDUINkAAI 7 – 1000 bRUsseL

dANS

THEATER

© LEO VAN VELZEN

THEATER

© LEO VAN VELZEN

dANS

© SOMETHING ELS

THEATER

© BASHIR BORLAKOW

12>14.01.2012


BDW 1310 PAGINA 27 - DONDERDAG 5 JANUARI 2012

sporters. Dat duurde twee jaar en leverde het Gewest een waarschuwing op. Maar Chris Cloots, adjunct-kabinetschef van Brussels minister Guy Vanhengel (Open VLD), is er gerust op. “We staan even ver als de andere gemeenschappen,” zegt hij. “Het verschil is dat zij al een bekrachtiging hadden gekregen van het Wada. Een verschil in presentatie, dat is alles.” “Aangezien het Brussels Gewest een te kleine entiteit is, zal het zelf geen controles op poten zetten en rekent het op artsen van de andere gemeenschappen. We hebben een samenwerkingsakkoord met de Franse en Vlaamse Gemeenschap om dopingcontroles te organiseren in Brussel. De meeste sporters vallen zo al onder hun bevoegdheid, aangezien bijna alle sportfederaties geregionaliseerd zijn. Alleen sporters die in Brussel zijn gedomicilieerd én aangesloten zijn bij een van de

“Bij fitness weten we dat er een probleem met dopinggebruik is”

enige twee federale sportfederaties – voetbal en hockey –, vallen onder de Brusselse ordonnantie. En elitesporters die in Brussel sporten zonder tot een federatie te behoren, maar dat is een heel kleine groep.” “Bij de controles zullen de artsen onze ‘Brusselse’ regels toepassen,” vervolgt Cloots. “Er zijn kleine verschillen tussen de gemeenschappen, maar we proberen die zoveel mogelijk te harmoniseren. De interpretatie zal hier en daar wat kunnen verschillen.”

Tot opsluiting toe Ook het systeem van de whereabouts, het  invullen en bijhouden van de gegevens van  de sporters, wordt aangepast. Een adminis­ trator van de GGC zal de gegevens bijhouden voor de enkele Brusselaars die hiertoe  verplicht zijn. Voor ploegsporten is er één persoon verantwoordelijk voor de where­ abouts van heel de ploeg. Kaaiad BDW 120104.pdf

1

15/12/11

Doordat de nieuwe ordonnantie op zich laat wachten, bleef een klein deeltje van de Brusselaars sinds 2007 buiten schot. Maar de meesten werden wel gecontroleerd door hun sportfederatie. Zodra de nieuwe ordonnantie rond is, plant het Gewest controles. “We hebben vanuit de GGC een budget van twintigduizend euro uitgetrokken voor 2012,” verklaart Edith Poot van de directie Welzijn van de GGC. “Daarnaast zullen de andere gemeenschappen hier dus ook controleren. Zowel in het Brussels Gewest als in heel België zal er meer gecontroleerd worden. De gemeenschappen beslissen zelf welke sporten. Wij peilen naar het risico, en in functie daarvan gebeuren de controles. Het Belgisch Olympisch Comité geeft ons ook een seintje als er problemen zijn in een bepaalde sporttak. Sowieso gaat het om sporters van een zeker niveau.” “Er is een uitzondering voor fitnessers, omdat we weten dat er in die sporttak een probleem met dopinggebruik is,” zegt Poot nog. “Zij zullen zeker gecontroleerd worden. We beschouwen de gebruikers in de fitnesszaal als slachtoffers van een systeem. In onze ordonnantie kunnen we ook de beheerder van de fitnesszaal bestraffen, tot opsluiting toe.” De GGC heeft wel een belangrijke handicap: ze is bevoegd voor Volksgezondheid, maar problemen aankaarten rond het niet-respecteren van de waarden van de sport is geen GGC-bevoegdheid. Dat is zo vastgelegd in de Bijzondere Brusselwet. “Concreet wil dat zeggen dat we bij een positieve controle de sporter geen maatregelen kunnen opleggen via de sportfederatie. Die moet zelf bestraffen. Wij kunnen hen niet dwingen, alleen vragen en aanbevelen. Maar een federatie die niet bestraft, zal uiteraard meteen onder druk komen te staan.” De deadline voor de nieuwe ordonnantie is het begin van de Olympische Spelen in Londen op 27 juli 2012. Normaal gezien is alles tegen midden februari al in orde. Maar, merkt Poot op, “de Wada-code evolueert en er komen steeds nieuwe procedures bij. Als ze hun code nog eens aanpassen, dan moet alles opnieuw, heel het wetgevende proces. We hebben de Unesco-conventie ondertekend en zijn het engagement aangegaan om de Wada-code te volgen. En daar houden we ons aan.” Tim Schoonjans 17:22 ADVERTENTIE

C

M

Y

CM

MY

CY

CMY

K

David Steegen Gouden jongen Fernando Canesin Matos is een gouden jongen. En niet alleen op het voetbalveld. De kleine Braziliaan debuteerde op het einde van vorig seizoen tegen Sporting Lokeren Oost-Vlaanderen. De wedstrijd van het verdronken kalf. RSCA zou op een oneigenlijke derde plaats eindigen. De match werd verloren, maar Fernando veroverde de harten van elk paars-wit-stamlid. Sierlijk en snel, technisch vaardig en altijd dominant. Zo hebben we ze graag. Enkele maanden later zouden sommige spelers en bestuursleden op de jaarlijkse Fandag, een familiale feestdag, schaamteloos en onverbiddelijk uitgejouwd worden. Het geraas ging bij elke clubmedewerker door merg en been. Pijn. Maar de negentienjarige Fernando werd bedolven onder golven  van applaus. Op dat ogenblik rustte alle Brusselse voetbalhoop op zijn frêle schouders. Fernando glimlacht altijd. Samba in Brussel. Het jongetje wordt stilaan een man en heeft zich in enkele maanden tijd opgewerkt tot een vedette. Canesin heeft doorgezet. Zijn contract werd opengebroken, en binnenkort haalt hij zijn moeder, zus en broertje naar België. De nederigheid en bescheidenheid heeft hij behouden. Het Braziliaantje is misschien wel de grootste revelatie van dit seizoen bij Royal Sporting Club Anderlecht. Milan Jovanovic, de doorgewinterde Serviër, heeft hem onder zijn vleugels genomen. Fernando komt uit de voetbalschool van FC Olé Brasil. Toen hij vernam dat Sporting hem zes maanden op proef wilde, leerde hij onmiddellijk de Franse taal. Op zichzelf. Canesin had maar enkele weken nodig om de directie te overtuigen. Ondanks een zwaar knieletsel dat hem maanden aan de kant hield tijdens die bewuste proefperiode, werd zijn contract een eerste keer verlengd. Mijn beste vriend, een topman uit de inter-

nationale reclamewereld, stuurde me onlangs een interview met de onlangs gestorven Braziliaanse voetballer Socrates. Die stierf begin december op 57-jarige leeftijd aan een darmbloeding. Het moederbedrijf van mijn vriend had het voetbalicoon net voor zijn dood geïnterviewd. Over creativiteit. Ik heb Socrates één keer live zien spelen. Met Fiorentina tegen Anderlecht, begin jaren 1980. Een grote, rijzige middenvelder. Fluwelen voetballer. Hij liep op het voetbalveld zoals Jezus op het water. Socrates was dokter. Een echte. Een ongewone, boeiende man. Hij is in het Albert Einsteinziekenhuis van São Paulo gestorven. Geen toeval. “Creativiteit is het heruitvinden van wat al bestaat,” stelt Socrates. “Het is de regenboog boven zwart en wit, de overwinning van de zintuigen,” vervolgt de voetballende dokter. “Creëren is vrij en onafhankelijk, het gaat steeds tegen de stroom in.” Hij besluit met een van de mooiste zinnen die ondergetekende ooit gehoord heeft: “Creëren is vereeuwigen.” Socrates is nooit wereldkampioen geweest, maar zijn nalatenschap is eeuwig. Gelukkig bestaat YouTube. Neem wat tijd om hem te bewonderen. Ik laat Fernando Canesin het filmpje zien. Zijn ogen worden vochtig. Ik stel hem voor om het filmpje te delen, in zijn naam, met alle supporters van RSC Anderlecht op de officiële Facebook-pagina van de club. Hij valt me in de armen. “Bedankt,” stamelt hij, “een mooi kerstcadeau.” – “Neen, dat ben jij, al sinds die wedstrijd tegen Lokeren in mei,” antwoord ik. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook