AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
08 12 11
O IDIOTA, OF DOSTOJEVSKI OP Z’N BRAZILIAANS IN THÉÂTRE NATIONAL En ook: Geike, Anoushka Shankar en Smith & Burrows.
In deze theaterzaal uit 1889 komen vijf appartementen. “Er is geen ander rendabel alternatief,” zegt de eigenaar.
© SASKIA VANDERSTICHELE
Wonen > Ontwikkelaar wil appartementen in ‘mini-Hallen van Schaarbeek’
Theaterzaal doet stof opwaaien SCHAARBEEK – Een woonproject in de schaduw van het gemeentehuis brengt een pareltje van negentiendeeeuws erfgoed aan het licht. Maar kan de theaterzaal ook bewaard worden?
V
eeleer toevallig ontmoeten we Gui Deneyer op straat, voor het Maison des Jeunes André Vermeulen in de Goossensstraat, waar hij decennialang huiswerkklassen heeft gegeven. Deneyer is priester in ruste. In dit complex van de dekenij heeft hij duizenden kinderen uit de buurt geholpen met hun schoolloopbaan. Hij is bekend in de wijk – heel wat voorbijgangers, meestal allochtone, groeten hem, maar Deneyer is vandaag toch vooral verbitterd. De dekenij heeft het complex een jaar geleden verkocht. “Voor 875.000 euro. Volgens schattingen van de bank was het meer dan het dubbele waard.” Het
jeugdhuis André Vermeulen en de wijkbibliotheek zijn een stille dood gestorven. De nieuwe eigenaar, de nv Cascad, wil er nu een woonproject ontwikkelen met dertien appartementen. De twee panden aan de straatkant vormen geen noemenswaardig probleem. Maar de aanwezigheid van een honderd jaar oude theaterzaal in het binnenblok heeft de buurtbewoners gealarmeerd. Het gaat om een zaal uit 1889 in giet- en smeedijzer. Met wat goede wil lijkt de zaal op de Hallen van Schaarbeek, maar dan kleiner. Volgens Gui Deneyer trad Jacques Brel er nog op. En heeft priester Jozef
Cardijn, de latere kardinaal, er een druk bijgewoonde conferentie gehouden waarin hij priesters opriep om missiewerk in Latijns-Amerika te verrichten. Een zaal met een geschiedenis, dus. De nv Cascad stelt voor om in de theaterzaal vijf appartementen onder te brengen: elke twee traveeën een woongelegenheid over twee etages, goed voor telkens 150 vierkante meter. Van de theaterzaal blijft dan in feite niet veel meer over. Het podium verdwijnt, het binnenperspectief is helemaal weg. Jean-Thomas Van Ranst, architect van de vastgoedontwikkelaar: “Ook wij vinden de zaal aantrekkelijk. Maar er een geschikte functie voor vinden is een andere zaak. Als de gemeente wil investeren in – ik zeg maar iets – een theaterzaal, dan valt erover te praten, maar voorlopig ziet het er zo niet naar uit. Deze zaal
wordt vergeleken met de Hallen van Schaarbeek. Maar dan mag iedereen ook weten dat de Hallen alleen met subsidies kunnen overleven.” Architect Van Ranst zegt al het mogelijke gedaan te hebben om de zaal in ere te houden. Zo blijven de smeedijzeren structuren zichtbaar en wordt de zaal centraal gesteld in het binnenblok door aanpalende gebouwen af te breken. “De zaal zelf wordt dus niet afgebroken. Elk appartement is een theaterzaaltje op zich, met balkons en glaspartijen,” zegt Van Ranst. Buurtbewoners kanten zich tegen het project. Ze vinden dat het gebouw, dat nu in de gewestplannen staat ingeschreven als ‘van collectief belang’, een publieke functie moet krijgen. Ze vrezen ook voor extra druk op de nu al dichtbevolkte buurt. Daarbij krijgen ze steun van Arau, Inter-Environnement
Bruxelles en Pétitions-Patrimoine. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen is een kijkje komen nemen. Die vraagt om de theaterzaal uit het vastgoedproject te lichten om het patrimoniale belang nader te kunnen onderzoeken. “Dat kan eigenlijk niet,” zegt Van Ranst. “Dan is dit vastgoedproject niet langer rendabel.” De gemeente Schaarbeek maakt deze week haar advies bekend. De uiteindelijke beslissing ligt bij het Brussels Gewest. Die volgt over enkele weken. Steven Van Garsse ADVERTENTIE AM-DB35/168451L1
LAATSTE DAGEN!
op stockwagens. -15% overheidspremie
Zie pag. 34
N° 1307 VAN 8 TOT 15 DECEMBER 2011 ¦ WEEK 49: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, FAX: 02-226.45.69, E-MAIL: INFO@BDW.BE
BDW 1307 PAGINA 2 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
OPMERKELIJK © MARC GYSENS
Uitgelicht > Directeur Hessels verlaat Cinematek, Cinema Arenberg gaat dicht
SPORTCLUBS POPULAIR BIJ KETJES BRUSSEL – In Vlaanderen vinden steeds minder jongeren de weg naar de sportclub, bleek vorige week. In Brussel is het tegendeel waar. Het aantal jeugdleden van clubs die bij de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) zijn aangesloten, steeg de afgelopen vier jaar met vijf procent, tot 4.815 leden. Vooral American football en wielrennen groeien. American football is de meest opmerkelijke stijger. Het aantal jonge sporters verdubbelde bijna in vier jaar tijd en bedraagt nu 105. “Onze club is goed georganiseerd en we voeren uitgebreid campagne,” zegt Lesley Moreels van Brussels Bulls, de American football-club uit Sint-AgathaBerchem. “Maar onze sport heeft op zich ook veel troeven voor jongeren. American football is een echte teamsport. Bij ons is er plaats voor elk type speler: dik, dun, groot, klein, snel of traag.” Ook de wielerclubs telden in 2010-’11 bijna dubbel zoveel jonge leden als vier jaar eerder. “Dat heeft vooral te maken met Royal Cureghem Sportief, dat veel nieuwe leden aantrekt,” zegt Mariska De Sutter, sportfunctionaris van de VGC. Voetbal blijft de populairste clubsport onder Brusselse jongeren. De cijfers voor voetbal blijven ook relatief stabiel over de jaren: rond 1.200. Na voetbal komen de vechtsporten, die vorig seizoen door zo’n kleine duizend Brusselse jongeren in clubverband beoefend werden – een stijging van 35 procent tegenover 2007. Opmerkelijkste daler zijn de dansclubs. Terwijl in 2007-’08 nog 79 jongeren lid waren van een dansclub, waren dat er nu nog amper negen. “Dat komt voor een groot stuk doordat een dansclub is opgedoekt,” licht De Sutter toe. “En de meeste clubs die bij ons aangesloten zijn, richten zich vooral tot een ouder publiek.” Ook atletiek doet het, ondanks het succes van de Brusselse broers Borlée, minder goed. Atletiekclubs tellen twaalf procent minder jonge leden dan vier jaar geleden. “Het zou kunnen dat de Franstalige atletiekclubs meer leden aantrekken,” zegt De Sutter, “maar het kan ook dat atletiek gewoon minder jongeren aanspreekt.” Yves Coudron / brusselnieuws.be Lees ook p. 24 in deze krant: ‘Club zoekt zaal’
Schip zonder kapitein, kapitein zonder schip BRUSSEL – Zondag viel het doek over Cinema Arenberg. Directeur Thierry Abel en zijn ploeg moeten zich voortaan zonder bioscoopzaal zien te redden. Bij het Koninklijk Belgisch Filmarchief gebeurt precies het omgekeerde: daar is nog wel een schip, maar geen kapitein meer. Kersvers directeur Wouter Hessels gooit na amper twee maanden de handdoek in de ring.
I
llustere voorgangers Jacques Ledoux en Gabrielle Claes stonden respectievelijk veertig en 24 jaar aan het hoofd van het Filmarchief of Cinematek, Wouter Hessels geen twee maanden. Op 1 oktober werd hij directeur. De voorbije weken daagde hij niet meer op. Vorige maandag liet hij het bureau weten zijn functie niet verder te kunnen zetten. De Standaard bracht het nieuws donderdag en suggereerde dat Hessels en adjunct-directeur Nicola Mazzanti “geen modus operandi gevonden hebben die beiden bevredigde.” Dat verplichtte Hessels om vrijdag een perscommuniqué uit te vaardigen. Daarin benadrukt hij dat “de ingezette samenwerking en
communicatie met Mazzanti steeds goed en vlot verlopen is.” Het ontslag zou een persoonlijke beslissing zijn. “Na overleg heb ik zelf de moeilijke beslissing genomen om mijn opdracht als directeur van Cinematek niet verder te zetten. Ik heb ervaren en vastgesteld dat de belangrijke verantwoordelijkheden die gepaard gaan met deze functie, te groot zijn voor mij.”
hij een karrenvracht filmtitels verwerkte, kreeg in zijn eerste interviews geen vragen voorgeschoteld over zijn liefde voor François Truf-
onze missies en objectieven. Dan gaan we moeten afbouwen. Pijnlijke keuzes maken,” liet hij in deze krant optekenen. Die pijnlijke keuzes gaat iemand anders nu moeten maken. Tijdens de selectieprocedure had de meertalige docent Film van het Rits een uitstekende indruk gemaakt. De raad van bestuur van het Film archief vergadert op 15 december om een oplossing te vinden. Oude
Cinema Arenberg kampte met een zware huurachterstal in de Sint-Hubertusgalerijen
Pijnlijke keuzes Cinematek heeft het niet gemakkelijk. De persconferentie die bedoeld was om Hessels en Mazzanti voor te stellen, werd overschaduwd door de vraag om meer werkingsmiddelen. Hessels, die zich toen voorstelde met een meertalig gedicht waarin
faut of over nieuwe ideeën, maar over de financieel penibele situatie. “De huidige enveloppe volstaat niet langer om te blijven doen wat we doen. Zonder bijkomende inkomsten of een verhoogde dotatie kunnen we onmogelijk voldoen aan al
kandidaten kunnen opgevist worden, nieuwe aangezocht. In afwachting dreigt geen vacuüm. Conservator Gabrielle Claes is nog niet met pensioen. Zij zou hoe dan ook tot eind dit jaar aan boord blijven om de overgang vlot te laten verlopen. Nu
DE WEEK IN BEELD DOOR IVAN PUT
Een betoging van aanhangers van de Congolese presidentskandidaat Etienne Tshisekedi aan de Naamsepoort liep maandag uit de hand.
© IVAN PUT
WEEKOVERZICHT
BDW 1307 PAGINA 3 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
© JIRI SZEPPAN
DONDERDAG 1 DECEMBER STUDIE: ‘CROSSMEDIAAL WERKEN’. Een studie van het adviesbureau Capgemini over de Brusselse media stelt dat Agenda, FM Brussel, tvbrussel, brusselnieuws.be en Brussel Deze Week meer moeten samenwerken. Concreet stelt het bureau één overkoepelende hoofdredacteur voor, al blijven er per medium ook afzonderlijke hoofdredacteurs. De journalisten zouden vaker voor verschillende media moeten werken. Vlaams minister voor Brussel Pascal Smet (SP.A) zegt dat het om een studie gaat en dat nog niets definitief is. Hij gaf de opdracht. De resultaten worden binnenkort besproken met de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). ‘KLASSEGEZONDHEIDSZORG’. Mark Justaert van de Christelijke Mutualiteiten stelt dat de duurste Brusselse ziekenhuizen zich bezondigen aan ‘klassegezondheidszorg’. Vier van de tien ziekenhuizen met de hoogste ereloonsupplementen voor eenpersoonskamers bevinden zich in Brussel en zouden zich volgens Justaert alleen richten op de mensen met geld. Het duurste is Edith Cavell in Ukkel. Gemiddeld bedraagt de factuur voor een eenpersoonskamer er 2.700 euro.
VRIJDAG 2 DECEMBER Vakbonden betogen. Ongeveer vijftigduizend leden van de socialistische, christelijke en liberale vakbonden trekken van noord naar zuid door de stad. Ze protesteren tegen de bezuinigingen van de regering-Di Rupo I. De staart van de stoet schopt keet, valt een journalist aan en vernielt een ruit van het gebouw van de Vlaamse Gemeenschapscommissie aan de Jacqmainlaan. Cinematek moet het al na twee maanden rooien zonder directeur Wouter Hessels. “Ik heb ervaren en vastgesteld dat de verantwoordelijkheden te groot zijn voor mij.”
dat anders uitdraait, blijft ze desnoods een beetje langer.
The end voor Arenberg Was het ontslag van Hessels een donderslag bij heldere hemel, dan was de definitieve sluiting van Cinema Arenberg de kroniek van een aangekondigde dood. De instelling haalde haar dertigste verjaardag net niet en vertoonde zondag haar laatste films. De online petitie voor
“ “ HET GETAL
het behoud van de Arenberg werd door negenendertigduizend mensen ondertekend, en een aantal personaliteiten uit de culturele wereld heeft geprotesteerd. Maar dat woog allemaal niet op tegen de zware huurachterstal die Arenberg had én het aflopen van de huurovereenkomst. Het gebouw is eigendom van de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen. Die vennootschap zocht en vond
nieuwe mensen die in de befaamde galerij een bioscoop willen uitbaten. Cinema Galeries zou na een opknapbeurt op 29 februari van start gaan. Cinédit, de vzw achter de pedagogische projecten, het festival Écran Total en de dagelijkse programmering van Cinema Arenberg, neemt zich voor om zijn engagement verder te zetten. Wordt misschien vervolgd. Niels Ruëll
De politie in ons land is amper opgewassen tegen grootschalige wijkopstanden, zoals die in het Verenigd Koninkrijk deze zomer.” Volgens Frank Schuermans, advocaat-generaal bij het hof van beroep in Gent, valt de waarschuwing door het Comité P aan de politiek in dovemansoren (in Knack).
Een Franstalige op Mobiliteit. Na het wel erg communautaire beheer van Anciaux, Landuyt en Schouppe. Eindelijk! De hemel klaart op voor Brussel en de Rand.” Brussels minister Benoît Cerexhe (CDH) hoopt op minder vliegtuigen over Brussel nu zijn partijgenoot Melchior Wathelet staatssecretaris voor Mobiliteit wordt (op Twitter).
810
Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel is gegroeid met 810 kinderen en telt nu bijna veertigduizend leerlingen. Dat blijkt uit de septembertelling. Zowel het kleuter- en het lager als het secundair onderwijs gaan vooruit, maar de groei is het sterkst in het lager onderwijs. Daar is er een stijging met 415 leerlingen
ten opzichte van vorig schooljaar. Het lager onderwijs telt nu 14.882 leerlingen, het kleuteronderwijs 10.369 kinderen en het secundair, dat jarenlang leerlingen verloor, 12.558 leerlingen. De groei is een gevolg van de demografische ontwikkeling van Brussel. Onder druk van deze evolutie proberen de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie de capaciteit van het Nederlandstalige onderwijs te verhogen. HUB
ZATERDAG 3 DECEMBER Incident op tram 55. Aan het Paviljoenplein in Schaarbeek wordt tram 55 beschoten. Als reactie op het incident rijdt een aanzienlijk deel van de MIVB-bussen en -trams maandag niet uit. Maandagochtend wordt een buschauffeur die wel rijdt, dan nog eens het slachtoffer van geweld ter hoogte van de Prinses Elisabethlaan, ook in Schaarbeek. De laatste tijd wordt het MIVB-net regelmatig opgeschrikt door incidenten. Eerder kondigde de spoorwegpolitie aan niet te zullen staken, hoewel dat eerder wel was gezegd.
ZONDAG 4 DECEMBER Het doek valt. Na net geen dertig jaar houdt Cinema Arenberg in de SintHubertusgalerijen het voor bekeken. De huurovereenkomst voor de mooie bio scoop loopt af, en het bestuur kampt met financiële problemen. Wel opent eind februari op dezelfde plek Cinema Galeries, met een nieuwe directie en nieuwe perspectieven. Ondertussen raakt ook bekend dat de nieuwe directeur van het Koninklijk Filmarchief, Wouter Hessels, zijn functie na amper twee maanden neerlegt.
MAANDAG 5 DECEMBER CONGOLESE BETOGING LOOPT UIT DE HAND. Een betoging van Congolese Brusselaars die oppositiekandidaat Etienne Tshisekedi steunen, ontaardt in relletjes. Een delegatie van de betogers wil naar het PS-hoofdkwartier op de Keizerslaan afzakken, maar wordt daar niet ontvangen. De demonstratie is niet officieel, en wanneer de politie ze wil opdoeken, lopen de gemoederen bij enkele manifestanten hoog op. In de buurt van de Elsensesteenweg sneuvelen winkelruiten. Een deel van de betoging zakt af naar de Amerikaanse ambassade en vernielt ook enkele wagens. Brussel helpt. Op FM Brussel begint de actie Brussel helpt. De radiozender wil Brusselse dak- en thuislozen steunen. Geïnteresseerden kunnen speelgoed wegschenken aan FM, en de radiozender verkoopt de komende weekends ook soep en wenskaarten aan de FM Brussel-bus op Winterpret. Twee weken lang besteden de collega’s extra aandacht aan daklozen door reportages, interviews en nieuws.
DINSDAG 6 DECEMBER 13 MINISTERS, 6 STAATSSECRETARISSEN. Elio Di Rupo (PS) wordt tot premier benoemd door koning Albert II. Zijn regering telt dertien ministers en zes staatssecretarissen. Opmerkelijk is de aanwezigheid van Antwerps OCMW-voorzitter Monica De Coninck (SP.A), die minister van Werk wordt, en Maggie De Block (Open VLD), die staatssecretaris voor Asiel en Migratie wordt. De Brusselaars krijgen Financiën (Steven Vanackere, CD&V) en Binnenlandse Zaken (Joëlle Milquet, CDH). Aanvankelijk was het de bedoeling geen staatssecretarissen te benoemen, maar dat idee werd opgeborgen.
Samengesteld door Christophe Degreef
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF
BDW 1307 PAGINA 4 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
Wereld > Groeiland Turkije laat zijn lot niet langer alleen afhangen van Europese Unie
De mars die de melodie verstoort BRUSSEL – Het was een bizar gezicht aan het Turkse consulaat. Een stoet jonge mannen drumde er samen om de legerdienst in het land van oorsprong af te kopen vooraleer dat te duur is. Het tekent de tweedracht tussen het land van herkomst en het gastland. Net zoals het de tweedracht tekent in de rol die Turkije zichzelf toedicht. Een Brussels-Turks verhaal.
D
e Sloveens-Britse filosoof Slavoj Zizek begon vorige week maandag zijn lezing in een overvolle Henri Le Bœufzaal in Bozar met de volgende stelling: Europa heeft een probleem met Turkije. Zizek zette zijn argument kracht bij door te verwijzen naar de Europese hymne ‘Ode an die Freude’ van Beethoven. “Een hoopgevende melodie, tot plots op een bepaald moment de melodie stilvalt en plaatsmaakt voor een dreigend oriëntaals marsritme. Dat ritme heet niet voor niets ‘mars in Turkse stijl’. Het probleem met Turkije zit in het Europese volkslied verpakt, en die melodie moet dringend vernieuwd worden,” vertelde Zizek. De marxistische filosoof haalde de kern van het Europees-Turkse probleem aan: Europa zegt Turkije als een van hen te zien, maar is toch erg bang van de oosterse Ander. Maar welke rol speelt Turkije?
‘Islam? Niets nieuws’ Een maand voor Zizek te gast was in de hoofdstad, kreeg Brussel ander hoog bezoek, maar dan uit heel andere hoek. In een bomvol auditorium van de VUB zette Egemen Bagis, de Turkse minister bevoegd voor toetreding tot de Europese Unie, de voornaamste stand-
punten van zijn regering uiteen. Bagis begon met een opsomming van de weg die Turkije heeft afgelegd sinds 1959, toen zijn land het associatielidmaatschap aanvroeg bij de toenmalige Europese Economische Gemeenschap. Bagis: “Sindsdien is Turkije steeds Europeser geworden, hebben we onze economie omge-
ste jaren zo hoog heeft gelegd als Turkije.” Bagis pakte er het publiek – veel jonge studenten van Turkse origine – mee in. “Om eerlijk te zijn heb ik meer vertrouwen in jullie als toekomstige generatie dan in de huidige generatie, die al bewezen heeft dat ze de crisis niet de baas kan,” zei hij met een zekere charme.
Maar Egemen Bagis, een vlotte spreker met een diploma uit de Verenigde Staten, liet de deur naar Europa nog open. Turkije heeft nog te veel te winnen bij een toetreding, die nog altijd officieel in het verschiet ligt. Bagis belichaamt dan ook een nieuwe generatie goed opgeleide politici die meer zelfvertrouwen hebben dan de voorgangers onder het kemalisme, tot enkele jaren geleden de voornaamste – seculiere – ideologie van de Turkse staat. Opmerkelijk was hoe Bagis een belangrijk element tegen toetreding pareerde: “Islam? Wel, dames en heren Europese politici, mijn land is al eeuwen islamitisch. In 1959 was
cant deel van de bevolking en van de politieke elite ziet toetreding niet langer als de beste optie. Turkije wil vooral een belangrijke rol spelen in de regio en richt zich niet alleen meer op Europa. Dat brengt verwarring en angst teweeg, omdat men in Europa niet betrokken wil geraken bij regionale conflicten in het Midden-Oosten. Turkije lijkt klaar met Europa, in die zin dat het land het huidige Europa met zijn crisis als zwak beschouwt. De gedachte leeft sterk dat Europa niet langer de Turkse economische belangen dient.” En dat lijkt erg op de metafoor die de huidige Turkse premier Recep Tayyip Erdogan in de jaren 1990 gebruikte om zijn visie op democratie uit te leggen: “Democratie is een tram die je neemt tot waar je zijn moet, en dan stap je af.” Voor de omvangrijke Turkse dias-
Komt Guy Vanhengel terug als minister, dan is het stoelendans.
terugkeren naar de regering-Picqué. Maar met een terugkeer riskeert de numero uno van de Brusselse Open VLD vijanden te maken in eigen rangen. Er komt dan een heuse stoelendans op gang. Jean-Luc Vanraes is dan minister af. Hij kan terugkomen als voorzitter van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, maar moet dan huidig voorzitter Carla Dejonghe terug naar de parlementsbanken sturen. En Herman Mennekens, voormalig kabinetschef van Vanhengel, zal ontslag moeten nemen uit het parlement. Hij is im-
mers opvolger. Volgens brusselnieuws.be bestaat er intussen een akkoord over deze hele operatie. Vanhengel kan ook beslissen om de Brusselse regering links te laten en te gaan zetelen in de Kamer. Dat betekent zo goed als zeker het einde van zijn politieke carrière in Brussel. Als kamerlid zal Vanhengel hier nagenoeg onzichtbaar zijn, en nieuwe gewestelijke verkiezingen zijn er pas in 2014. Vanhengels carrièrezet van de Brusselse naar de federale regering dreigt zo een wel erg bittere naSVG smaak te krijgen.
SUSPENSE OVER TERUGKEER GUY VANHENGEL (OPEN VLD) BRUSSEL – Nu er een federale regering is, kan ontslagnemend minister Guy Vanhengel (Open VLD) terug naar Brussel. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. “Wait and see,” reageert Vanhengel op de vraag of hij zijn ministerpost in Brussel opnieuw zal opnemen.
Vanhengel vraagt enkele dagen bedenktijd. Ter herinnering: in juli 2009 volgde Vanhengel Karel De Gucht op als federaal minister. En hij bleef dat, in een ontslagnemende regering, tot afgelopen dinsdag. Vanhengel heeft in 2009 ook de eed afgelegd als minister in de Brusselse regering: hij kan dus te allen tijde
Van de tram Egemen Bagis was in Brussel op uitnodiging van Selen Sarisoy Guerin, een econome bij de VUB en medewerkster van de Nationale Bank van België. Ze schreef samen met Ioan nis Stivachtis, politicoloog aan de Amerikaanse universiteit Virginia Tech, een boek over de lange weg die Turkije heeft afgelegd als toekomstig EU-lid. “Het succes van Turkije is en blijft vooral een economisch verhaal,” zegt Guerin ter bevestiging op de lezing van de Turkse minister. “Het is Turkije dan ook te doen om de voordelen van lidmaatschap van een economische unie. In dat opzicht is Turkije een zeer goede leerling geweest. Nadeel is dat er meer over de Turkse economie wordt gepraat dan over de Turkse politiek. En als we het dan toch over de schaduwzijde van de economie moeten hebben: Turkije heeft nog flink wat katten te geselen. Zoals de omvangrijke zwarte markt en het gebrek aan investeringen in onderzoek, ontwikkeling en onderwijs.” Medeauteur Stivachtis bekijkt de zaken dan weer vanuit de realpolitik: “De drang naar EU-lidmaatschap is er nog in Turkije, maar is afgenomen bij de publieke opinie. Een signifi-
“Het succes van Turkije is en blijft vooral een economisch verhaal” vormd naar het model van een Europese economie, hebben we Europese wetgeving overgenomen, zijn we steeds democratischer geworden en hebben we onze economie gezond gemaakt. Wij zijn de tweede snelst groeiende economie ter wereld en de zestiende economie wereldwijd. Daarom zeg ik Europa nu: ‘Hier is uw kans, grijp ze.’ Waar het slecht gaat met de Europese economie, staat Turkije klaar om de slabakkende Unie te helpen. Wij volgen de economische dieetprogramma’s die vele Europese lidstaten nalaten te volgen. En zegt Europa dan dat het nog niet genoeg is, dan zeg ik dat geen enkel ander land de lat de laat-
dat geen probleem, en bij de start van de onderhandelingen over volwaardig lidmaatschap in 2004 was dat ook geen probleem. Waarom doen jullie dan nu plots alsof Turkije zich de jongste jaren massaal tot de islam heeft bekeerd? Wij zijn altijd zo geweest.”
BDW 1307 PAGINA 5 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
Turkse mannen voor het consulaat in de Montoyerstraat. Nu kunnen ze hun militaire dienstplicht nog afkopen voor vijfduizend euro, binnenkort wordt dat tienduizend euro. Alle mannen met de Turkse nationaliteit zijn dienstplichtig.
pora in de Europese Unie en Brussel is het verhaal volgens Stivachtis anders. “De Turkse gemeenschap heeft er alle belang bij dat de Turkse overheid geïnteresseerd blijft in Europees lidmaatschap. De diaspora ziet de internationalisering van de Turkse belangen als een succes. Als Turkije de toetredingsmachine zou stopzetten, dan is de diaspora afgesneden van het moederland en overgeleverd aan de politiek in de landen waar ze woont. Dat kan spanningen veroorzaken.”
Goed op tv De Turkse diaspora in Brussel? Dat is de specialiteit van Mehmet Koksal, een geëngageerde Brusselse journalist van Turkse origine. Hij schrijft regelmatig over wat er binnen de Turks-Brusselse gemeenschap leeft. “De Turken hier
zijn niet erg geëngageerd voor EUtoetreding,” zegt hij. “De Brusselse politici van Turkse origine daarentegen wel. Zij hebben er baat bij dat Turkije Europa wordt. Beeld je eens in wat voor een gigantische bureaucratie erbij komt als Turkije zich hier komt vertegenwoordigen. En welke kansen dat de Turks-Brusselse politici en hun lokale electoraat biedt.” Koksal zegt echter, net als Ioannis Stivachtis, dat de geesten in Turkije veranderen. “De AKP, de grootste partij van het land, ziet Turkije momenteel liever als een regionale nummer één dan als natie nummertje 28 in de EU. Turkije speelt het spel van de geopolitiek en wil de toevoer van energie naar Europa controleren. De lokale Brussels-Turkse politici zijn belangrijk zolang ze de Turkse belangen vertegenwoordigen en het officiële eco-
sels PS-staatssecretaris, red.) en Mahinur Ozdemir (Brussels CDHparlementslid, red.) op de televisie opgevoerd als belangrijke ministers in België omdat zij het als Turken ver hebben geschopt. Zie je waarom Kir en Ozdemir er baat bij hebben om
lokale vertegenwoordigers zijn, dan reageert men verontwaardigd omdat men van de media ginds nooit het volledige plaatje te zien krijgt. Het mag alleen gaan over de positieve verhalen, over het succes en de belangen van de natie. De regering-
Erdogan heeft dan ook al 66 journalisten laten opsluiten omdat ze ‘te kritisch’ waren.” Koksal ziet het moderne Turkije ten slotte niet als een tweede Iran, een theocratie die zelf beweert democratie en godsdienst te verzoenen, zoals godsdienstcritici beweren, maar als een tweede Rusland: een mix van favoritisme, economie en energiepolitiek.” “Bovendien,” zegt hij, “is het maar de vraag of het Turkse nationalisme ooit kan stroken met het multinationalisme van de Europese Unie.” Slavoj Zizek vertelde aan het einde van zijn lezing: “Alleen een egalitaire visie kan Europa redden. En egalitarisme, dat idee komt uit het christelijke Europa” – dixit de marxist. Christophe Degreef
Het VGC-college willigde dit jaar 33 van de 76 aanvragen in. Van Damme vindt de keuze ‘bizar’: drie van de tien best geklasseerde projecten kregen helemaal niets. Onder hen het Molenbeekse buurthuis Bonnevie, dat nochtans de beste score haalde. Overigens werd volgens Van Damme zo goed als geen Molenbeeks project geselecteerd, “noch Bonnevie, noch De Vaartkapoen,
noch de Vier-Windenschool, noch het project van de gemeente”. En dat terwijl de vzw Lerni, die zich buigt over leermoeilijkheden, wel ruim 41.000 euro krijgt, hoewel ze onder aan de lijst eindigde. “Het is logisch dat het VGC-college de adviezen van de jury niet helemaal volgt, maar dit jaar is de afwijking wel heel groot. Er is geen transparantie,” zegt Van Damme, die er een parlementaire vraag over stelde. Brussels minister Brigitte Grouwels (CD&V) laat weten dat maximaal dertig procent van het te verdelen
bedrag besteed mag worden aan personeelskosten, en dat minstens dertig procent gebruikt moet worden voor innovatieve projecten. “Dit jaar was er een overaanbod van projecten die om personeelsmiddelen vroegen.” Lerni werd geselecteerd omdat de vzw een ‘erg innovatief’ investeringsdossier indiende. Volgens Grouwels liggen negentien van de gesubsidieerde projecten in de zone Molenbeek-Koekelberg. “We kunnen dus moeilijk stellen dat deze regio slecht bediend is.” HUB
nomisch-culturele succesverhaal verkopen. Die lobbyrol spelen ze met verve, want wie weet zit er ooit een postje in de Turkse hoofdstad Ankara in. Een voorbeeld: in Turkije worden mensen als Emir Kir (Brus-
“De Turks-Brusselse politici spelen hun lobbyrol met verve, want wie weet zit er ooit een postje in Ankara in”
‘GOEDE SCORE, TOCH GEEN GELD. BIZAR’ BRUSSEL – Het college van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) besliste vorige maand welke Brusselse projecten een subsidie krijgen uit het Federaal Impulsfonds voor Migrantenbeleid (FIM). Brussels SP.Aparlementslid Jef Van Damme noemt de keuze ‘politieke willekeur’. Het FIM, dat de maatschappelijke integratie van buitenlanders wil stimuleren, heeft dit jaar 753.040 euro veil voor Nederlandstalige initiatieven in Brussel. Om in aanmerking te komen moeten verenigingen een
aanvraag indienen. Een jury van experts geeft per project een advies en een score. Vervolgens brengt het VGC-college een bindend advies uit, dat formeel bekrachtigd wordt door de Vlaamse regering.
ginds op die manier bekend te zijn?” Volgens Koksal tekent dat het moderne Turkije: “Economisch succesvol, maar zwevend op trots en personencultus. Als ik probeer uit te leggen dat Kir en Ozdemir slechts
© DIDIER LEBRUN / PHOTO NEWS
BDW 1307 PAGINA 6 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
Het bestaande pand van jeugdherberg Bruegel aan de Keizerslaan wordt grondig gerenoveerd; ernaast komt een nieuwe vleugel.
© SASKIA VANDERSTICHELE
Toerisme > Vlaamse ministers willen investeren in jeugdherberg, maar krijgen tegenwind
Bruegel in de wacht gezet BRUSSEL – De Europese hoofdstad krijgt een vernieuwde jeugdherberg Bruegel, betaald door Vlaanderen. De plannen liggen er. De architect wacht. De openbare aanbesteding voor aannemers werd vorige week afgesloten. Alles zit – naar Brusselse normen – op schema. Eén probleem: Toerisme Vlaanderen is nog geen eigenaar van alle gronden. Eén Brusselaar zet er de rem op.
V
laams minister van Toerisme Geert Bourgeois (N-VA) gaat bouwen en heeft 4,26 miljoen euro veil voor de jeugdverblijfplaats Bruegel aan de Keizers laan naast de Kapellekerk. Zijn collega, Vlaams minister voor Jeugd en Brussel Pascal Smet (SP.A), zet mee zijn schouders onder het project. Hij neemt de personeelskosten en de subsidies voor overnachting voor zijn ‘jongerenrekening’. Maar de nv Covimo, eigenaar van de terreinen waarop wordt uitgebreid, heeft na jaren nog geen morzel gronds verkocht aan de Vlaamse overheid. “De eigenaar vraagt het vijfvoudige van de geschatte waarde,” mailt het kabinet-Smet ons. Wie niet waagt, niet wint... Dat de jeugdherberg Bruegel eigendom van Toerisme Vlaanderen
is, komt door het ‘nieuwbouwgeschenk’ aan Brussel, bij de viering van vijftig jaar federatie Vlaamse Jeugdherbergen in 1981. De bouw volgde snel. Al dertig jaar wordt het plekje ‘Vlaamse’ herbergzaamheid, op een steenworp van twee treinstations, de Grote Markt en de highlights van Brussel, gesmaakt door buitenlandse backpackers, en ook door families. Maar: “Het pand is compleet afgeleefd en voldoet niet meer aan de hedendaagse normen die gebruikers verwachten in hoofdsteden,” zegt Ruud Vervaeren van de jeugdherberg. Modernisering is dus nodig. Met de locatie is overigens niets mis, integendeel. “Na de verbouwing krijgen we multifunctionele gemeenschapsruimten, een familiaal arrival point, rolstoeltoegankelijkheid op alle etages, kamers
voor mensen met een handicap, een fietsenstalling, een binnentuin, en een nieuwer kamerconcept, voor twee tot zes personen – want de grote slaapzalen zijn uit de mode.” Het hoekpand van Bruegel zal een totale metamorfose ondergaan, binnen de bestaande gevel, met een upgrading naar bijna tweehonderd slaapplaatsen. Dat is de maximumcapaciteit om dit soort jeugdherbergen ‘sociaal’ te houden. Want nieuwe jeugdherbergen in groot steden als Parijs hebben uitgewezen dat bij driehonderd bedden en meer de sfeer en het persoonlijk contact sterk verwateren.
Nieuwbouwvleugel In de plannen komt naast het bestaande, te renoveren pand een nieuwbouwvleugel. Daardoor ver-
dubbelt de jeugdherberg in bruikbare oppervlakte. Voor de verbouwing en de nieuwbouw heeft de Vlaamse overheid het architectenbureau DFM Team uit Tongeren geselecteerd: architecten met ervaring in de zorgsector (rusthuizen, kinderdagverblijf ). Op de kadasterplannen zie je dat de uitbreiding (tot in de Hoogstraat) op grond komt die nog niet van de bouwheer, Toerisme Vlaanderen, is. Het geld uit Vlaanderen ligt klaar en kadert in de inhaalbeweging die beide Vlaamse ministers voor jeugdverblijfinfrastructuur (in Vlaanderen en Brussel) maken. De kostprijs van het project-Bruegel wordt bevestigd: 1.176.338 euro (voor het deel Keizerslaan), 628.368 euro (deel Hoogstraat) en 527.296 euro (techniek), en daarbovenop de uitbreidingsbouw, die op 2,8 miljoen euro wordt geraamd. Voorlopige onbekende in het dossier is de definitieve prijs die zal worden betaald voor het terrein waarop de nieuwbouw moet komen, want die uitbreiding is nu eenmaal essentieel in het bouwdossier.
“We gaan niets illegaals ondernemen,” stelt Lea Winkeler, woordvoerster van Toerisme Vlaanderen, “maar we willen dezelfde dynamiek in het bouwdossier steken als voor de bouw van de nieuwe jeugdhuizen in Antwerpen en Brugge. De procedure voor aannemers liep onlangs af, indienen kon tot eind november. In december/januari wordt beslist aan wie de bouw wordt toegewezen. Maar met de nieuwbouw zullen we niet beginnen vooraleer we de bouwgrond hebben verworven; de rest kan al van start gaan.”
Tegengas Beide ministers vertrouwen op de onderhandelingen voor de aankoop van de terreinen. Ook architect Yves Favoreel van DFM reageert rustig: “Het dossier zit in de vergunningsfase voor aanbesteding aan de aannemer. Een aanvangsbevel zal vroeg of laat toch in de bus vallen. Als in juni 2012 begonnen kan worden met de eerste fase (verbouwing huidig pand, JMB), dan kunnen we de toegestane uitvoeringstermijn van
ADVERTENTIE
BDW 1307 PAGINA 7 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
36 maanden aanhouden: eind juni 2015. Op een bepaald moment zal de tweede fase wel van start gaan: de bouw op de terreinen die nog gekocht moeten worden, of onteigend.” Hoofdrolspeler in die aankooppolitiek is Toerisme Vlaanderen, dat inspanningen blijft doen om eigenaar Covimo over de brug te halen. Winkeler: “Na lang onderhandelen hebben we het federaal Aankoopcomité gevraagd om de onteigening voor te bereiden. In het verleden hebben zij dergelijke dossiers gunstig voor ons afgehandeld. Daar gaat nu al sinds maart 2011 tijd over, door extra administratief werk (er moest nog een bodemattest geleverd worden, en
Veel alternatieven zijn er niet, als de vraagprijs onredelijk is en er maar één geïnteresseerde koper is er werd een Franse vertaling van de machtiging gevraagd, red.). Onlangs hebben we het Aankoopcomité verzocht het dossier stop te zetten. We willen de onderhandelingen met de eigenaar opnieuw zelf verderzetten. Op een minnelijke schikking kan uiteraard niet nog eens drie jaar gewacht worden.” Veel alternatieven zijn er niet, als de vraagprijs onredelijk is en er maar één geïnteresseerde koper is. “Zo nodig gebruiken we de machtiging tot onteigening waarover we beschikken sinds oktober 2010,” schermt Winkeler. De Stad Brussel noch de federale overheid kan dat verhinderen. De ‘handelende voorzienigheid’ waarop het wachten blijft, is die van Gérard Marcy, van de nv Covimo, met postbus in de Maarschalk Neylaan in Ukkel. In de gloriejaren 1980 was Marcy autoracer in het team van Jacky Ickx; onlangs bleek hij niet bereikbaar – hij zat te racen in de East African Safary Classic Rally. Het pand van Covimo in de Hoogstraat en de Voorzienigheidsgang 48-50 – een oude voetweg die met een deur is afgesloten – zou moeten worden gesloopt, net als de voormalige cinema op de hoek. Ten tijde van Brussels burgemeester De Donnea zorgde de nachtclub Exito 13, in de Hoogstraat nummer 13, al voor aanhoudende burenellende: elk jaar weer waren er verschillende processen-verbaal voor nachtlawaai. “Uiteindelijk werd Exito 13 op gerechtelijk bevel gesloten, en sindsdien staat de club leeg, nu al jarenlang,” weet Ruud Vervaeren van de jeugdherberg Bruegel. “De sluiting had te maken met milieuwetgeving en exploitatie,” verduidelijkt Toerisme Vlaanderen. Maar hoeveel Vlaanderen uiteindelijk zal neertellen voor de grond, en of onteigening nodig zal zijn, blijft onbekend.
Jean-Marie Binst
P-PRAAT Het is crisistijd, en in crisistijd voelen sommigen zich geroepen om het goede voorbeeld te geven. Zo vroeg La Capitale, de krant die groene jongens in hun meest pure vorm afbeeldt, deze week aan een aantal Brusselse politici of ze zouden inleveren mocht het land er even slecht voorstaan als Italië. Gaëtan Van Goidsenhoven (MR), burgemeester van Anderlecht en Brussels parlementslid, geeft het goede voorbeeld en zegt dat hij de eerste zou zijn om in te leveren. Natuurlijk weet Van Goidsenhoven dat-ie niet alles kan inleveren, want dan komt er geen brood op de plank (“Sinon je ne sais pas comment je vivais”). Goed opgemerkt, Gaëtan, maar ere wie ere toekomt, want ook “dans le cas où la Belgique serait dans un état de quasi faillite, abandonner une partie de nos revenus est une mesure à envisager.” Didier Gosuin, FDF-fractievoorzitter in het Brussels parlement en burgemeester van Oudergem, zit op dezelfde lijn en zegt dat hij zijn inkomsten die hij wint door louter fractievoorzitter te zijn – toch tot 1.500 euro netto per maand –, ook zonder morren zou afstaan. Une partie pour la patrie, als het ware. Een welgemeende f*** you echter zegt Vincent De Wolf, de burgemeester van Etterbeek (MR, tiens...). “C’est quand même fort démagogique.” De blauwe overweging slaat zelfs om in rode woede wanneer Brussels PS-voorzitter Rudi Vervoort, tevens burgemeester van Evere, de vraag op zijn bord krijgt. “Au regard de certains on gagnera toujours trop. Ce n’est pas le cas. Il faut arrêter la stigmatisation.” Met andere woorden: ‘Non’ à l’austérité!
Visie op een warm Brussel Paul Delva: ‘Een appèl aan ieder van ons’
Paul Delva Vlaams Volksvertegenwoordiger uit Sint-Pieters-Woluwe
Steven Vanackere: ‘Aandacht vestigen op zwakkeren in onze samenleving’ Het jaar 2012 kondigt zich aan als één waarin de riem straks zal worden aangespannen. In de federale regering heb ik in de afgelopen jaren sterk aangedrongen om de laagste en oudste pensioenen bij voorrang te verhogen. Die inspanning mag in de komende jaren niet teniet gedaan worden. Lage pensioenen duwen vandaag nog te veel mensen naar de armoede, of zelfs over de rand ervan. Een beschaafde samenleving heeft daar oog voor en doet er stapsgewijs iets aan, zelfs in tijden van crisis.
VLEURGATSESTEENWEG – Is stilstaan in een ton een beetje te passief naar uw zin, dan kunt u bij wijze van amusement eens het nieuwe fietspad op de Vleurgatsesteenweg testen (ook daar gaat het naar beneden). Er ligt daar sinds kort een nieuwe laag asfalt voor de automobilisten, en eveneens een laag asfalt voor de fietsers, afgebakend door van die mooie witte stippellijntjes. Weer enkele kilometers afgezonderd fietspad voor de statistiekjes. MOLENBEEK – Mocht u nog een reden vinden om in Molenbeek misnoegd te zijn, dan kunt u ook daar een ton installeren op het plein voor het gemeentehuis. Nu het nog kan, want binnenkort voeren ze daar het shared spaceprincipe in en dan mag u daar met uw ton niet meer parkeren.
Steven Vanackere Federaal Vice-Premier Minister van Buitenlandse Zaken Verhinderd schepen stad-Brussel
Mohammed Abdennahi: ‘Een luisterend oor bieden voor alle Brusselaars’
CHIEN ÉCRASÉ TON – Het is tijd voor actie, beste lezer. Vorige week wierpen we het idee op om in een ton te gaan wonen in een metrostation, en graag roepen we iedereen op deze actie uit te breiden. Dus: allen een ton aanschaffen en voor het Brussels parlement resideren als protest tegen alles wat u niet goed vindt in deze stad (let op, want het gaat daar naar beneden), allen een ton zetten aan het MIVB-hoofdkwartier in de Koloniënstraat (idem...) als protest tegen wilde stakingen, onveiligheid en preventiemedewerkers, allen de ton in ook tegen de verloederde staat van het stadscentrum (voor het stadhuis, al bestaat daar de kans dat u voor een kerstattractie wordt aangezien), en zet ten slotte ook maar een ton voor het kabinet van Charles Picqué aan de Regentlaan om de minister-president erop te wijzen dat met het extra geld voor Brussel zeker in een gewestpolitie kan worden geïnvesteerd.
Brussel wordt steeds meer een duale stad. Sommige inwoners hebben het heel goed, maar steeds meer Brusselaars hebben het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen. Teveel inwoners, ook kinderen, leven vandaag in armoede. Bovendien zijn heel wat Brusselaars “alleen op de wereld”; vereenzaming en isolement loeren om de hoek. Het beleid en de overheid nemen heel wat initiatieven, maar kunnen niet alle noden lenigen. De Kersttijd en haar warme boodschap vormen dus een appèl aan ieder van ons om zorgzaam om te gaan met onze stadsgenoten, die het in deze barre wintertijd niet onder de markt hebben.
Kerstmis staat voor de deur. Een feest dat, net als het offerfeest en Yom Kippoer, symbool staat voor broederschap en verbondenheid. Hoe zal Brussel er binnen 20 jaar uitzien? Mijn wens is dat Brussel een kosmopolitische stad wordt, waar de verschillende gemeenschappen in vrede en vooral in harmonie met elkaar samenMohammed Abden- leven. De Brusselaars, ongeacht hun afkomst, moeten samenwerken aan een mooie toekomst nahi voor de volgende generaties. Zodat ook zij met OCMW-raadslid in Elsene trots kunnen zeggen dat ze in de hoofdstad van Europa wonen. CD&V moet deze uitdaging aangaan door een luisterend oor te zijn voor alle Brusselaars.
De toekomst luistert! CD&V is de partij van de toekomst. De partij met een visie op wat zal komen. Want ook wanneer de toekomst minder rooskleurig lijkt, blijft CD&V geloven in de mogelijkheden. En wanneer we de uitdagingen aangaan in solidariteit met elkaar, worden we er allemaal beter van. De grote verwezenlijkingen uit het verleden bewijzen dit. En dit zal ook in de toekomst niet anders zijn. Maar de toekomst is voor ons geen keuze tussen oud en nieuw. Het is niet of het een of het ander, het is en-en! De toekomst brengt alleen maar méér mogelijkheden. Deze visie van CD&V is gebaseerd op wat leeft onder de mensen, want ‘De toekomst luistert’ naar het heden. Meer weten? Surf www.toekomstluistert.be
www.visieopbrussel.be
www.cdenv-brusselsparlement.be
BDW 1307 PAGINA 8 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
Wonen > 450 nieuwe appartementen in acht voormalige kantoorgebouwen
Leeg kantoor wordt gezellige flat
De kantoorwijk Thiry in Woluwe kampt met een grote leegstand. Het nogal banale kantoorgebouw links wordt er met enige creativiteit verbouwd tot een interessant appartementsgebouw (simulatie r.).
BRUSSEL – Er staat 1,4 miljoen vierkante meter kantoorruimte leeg in Brussel. Tegelijk zijn er op termijn zeventigduizend nieuwe woningen nodig. Kantoren ombouwen tot appartementen wordt alvast een stuk makkelijker. Met dank aan het Gewest.
H
et is een wetmatigheid op de vrije markt van het vastgoed: er komt altijd een moment van overschot. Met de kantoormarkt in Brussel is het ook zo gegaan. Tot in de jaren 1990 floreerde die markt. Er werden overal kantoren gebouwd. Daardoor staan er nu heel wat leeg, meestal de minst aantrekkelijke. “Al in 1995 zijn we gaan nadenken over de reconversie van kantoren tot woningen,” zegt minister-president Charles Picqué (PS). “Niet zozeer omdat er een overschot was, maar om de administ ratieve wijken minder monof unctioneel te maken.” De laatste cijfers spreken boekde-
len. Er staat maar liefst 1,4 miljoen vierkante meter leeg op de Brusselse kantoormarkt; in sommige wijken loopt de leegstandsgraad zelfs op tot twintig procent. De vastgoedmarkt wil daarom meer diversifiëren, en woningbouw is al een tijdje in trek. Zeker nu duidelijk is geworden dat de woningnood alleen maar nijpender zal worden, met de spectaculaire stijging van de Brusselse bevolking in het verschiet. Over tien jaar zouden er zeventigduizend woningen moeten bijkomen.
Luxe in Chambon Kantoren ombouwen tot woningen is echter minder evident dan het
op het eerste gezicht lijkt, om verschillende redenen. Ten eerste zit de vastgoedmarkt gevangen in een eigen marktlogica, zegt Bernard Van Nuffel van het kabinet van staatssecretaris voor Wonen Christos Doulkeridis (Ecolo): “Heel wat kantoren zitten in portefeuilles van vennootschappen. Het is moeilijk om er één gebouw uit te halen om het tot woningen om te vormen. Vaak vertegenwoordigt het gebouw maar luttele percenten van de portefeuille en vinden bestuurders, die vrezen voor waardeverlies, dat niet de moeite.” Er zijn ook architecturale beperkingen. Kantoorgebouwen hebben een specifieke morfologie. De indeling is anders dan bij woningen. Het sanitair zit vaak op de verkeerde plek, er zijn geen terrassen, enzovoorts. Wie van een kantoor appartementen wil maken, moet de structuur van het gebouw dus hoe dan ook omgooien. Soms zijn de gebouwen te diep, of ze
liggen in een kille kantoorbuurt, of de look is volledig die van een kantoorgebouw. Onder impuls van minister-president Picqué en staatssecretaris Doulkeridis werd een instrument ontwikkeld om vastgoedontwikkelaars toch over de streep te trekken. Zij krijgen tussen dertig en (voor sociale woningen) vijftig euro per vierkante meter als ze een kantoorgebouw omturnen tot appartementsgebouw. Deze financiële stimulans dekt grosso modo de kosten voor de plannen: architect, stabiliteitsberekeningen, budgetopmaak... Het Brussels Gewest heeft zelf al driekwart van de lege kantoorgebouwen uitgesloten, omdat ze om allerlei redenen niet geschikt zijn. Uit het overige kwart kwamen elf projecten naar voren, waarvan er nu acht geselecteerd zijn. Het gaat om 450 extra woningen. Dat ligt nog ver van de duizenden woningen die
Sociale economie > Openbaarvervoersmaatschappij in zee met Passwerk
Autisten sporen foutjes op bij de MIVB BRUSSEL – Mensen met autisme mogen dan een arbeidshandicap hebben, bepaalde bedrijfs opdrachten voeren ze meticuleus uit. De MIVB zet hen nu in voor controleopdrachten. Samuel heeft autisme. Hij test chipkaarten van de nieuwe poortjes van de MIVB. Nog drie andere mensen met autisme werken op de ICTdienst van de openbaarvervoersmaatschappij. Ze voeren controlewerk uit, repetitieve opdrachten waar softwareontwikkelaars vaak
van balen. Maar mensen met autisme blinken er juist in uit. Precies dat heeft de MIVB ertoe aangezet om met de cv Passwerk uit Antwerpen in zee te gaan. Passwerk bestaat sinds 2008. Geïnspireerd op een Deens bedrijf, levert Passwerk consultants die gespecialiseerd zijn in het ontwikkelen van testscenario’s. Ze zijn met veertig, zijn hoog- tot normaal begaafd en hebben allen een autismespectrumstoornis (ASS). Nico De Cleen van Passwerk: “Mensen met autisme zien dingen die
anderen niet zien. Daarom zijn ze uiterst geschikt voor het uitvoeren van bepaalde controletaken.” Logisch denken, een hoge concentratie, detailgericht werk, het zijn competenties die van pas kunnen komen bij de uitvoering van opdrachten in de sfeer van informatica en technologie.
Collega’s groeten Passwerk is een commercieel bedrijf, maar met een sociale inslag. De winst gaat terug naar het bedrijf. De consultants staan er ook niet al-
leen voor: ze worden bijgestaan door jobcoaches. Tot nu toe was vooral de overheid geïnteresseerd om met Passwerk aan de slag te gaan: de VDAB, de Vlaamse administratie, maar ook steeds meer privébedrijven doen er een beroep op: softwareontwikkelaars, de logistieke sector,... Als een bedrijf Passwerk inschakelt, dan gaat de jobcoach vooraf op de werkvloer een kijkje nemen. Hij zoekt uit of de werkomgeving geschikt is voor de autist, of er niet te veel prikkels zijn, of het bedrijf
© ATELIER JEAN-PAUL HERMANT
er op de middellange termijn nodig zijn, maar als de appartementen succes kennen, dan kan het de komende jaren snel gaan met de herbestemming en kan dit een deel van de woningnood lenigen. In januari geeft het Brussels Gewest een boek uit met good practices. De nieuwe stedenbouwwet zal het omvormen van kantoren tot woningen makkelijker maken, belooft Picqué. Bij de geselecteerde projecten zijn er gebouwen in kantoorwijken zoals aan de Thiry- of Woluwelaan of aan Madou. Een deel van het Electrabelgebouw op de Elsensesteenweg wordt een studentenhome. Maar ook van historische kantoorgebouwen kan iets moois gemaakt worden. Zo komen er luxeappartementen in het magnifieke Chambon-gebouw (exASLK) aan de Wolvengracht.
Steven Van Garsse
makkelijk bereikbaar is en hoe de bedrijfscultuur in elkaar steekt: wat is bijvoorbeeld de groetpolitiek? Daarnaast krijgen de directe collega’s ook uitleg over autisme. Moeilijkheden ondervindt Passwerk nauwelijks bij de plaatsing van hun consultants. De Cleen: “Door preventief te werken ontmijnen we vooraf alle mogelijke problemen. En als er iets misloopt, is er nog altijd de jobcoach die mee zoekt naar een oplossing.” Kris Lauwers, de adjunct-directeur van de MIVB, is tevreden over de samenwerking met Passwerk. “Iedereen heeft de mond vol van corporate social responsibility. Wel, onze samenwerking met Passwerk toont dat dit voor de MIVB geen dode letter blijft.” SVG
ADVERTENTIE
BDW REGIO
BDW 1307 PAGINA 10 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
Deze week in de Noordwijk > Cultuur als cement voor verscheurde wijk
‘Ik zag het hier veranderen, maar ik zit nog altijd goed’ aan een tafeltje, vrolijk als altijd, van een pint te genieten. “Dit is mijn tweede thuis. Ik kom eigenlijk maar op twee plaatsen: ik ga naar huis om te eten en dan kom ik terug naar hier.” Hij is oorspronkelijk van Quaregnon in de Borinage, maar woont al 35 jaar in de buurt. “Ik heb de wijk zien veranderen, maar ik zit hier nog altijd goed. Ik ken hier genoeg mensen. Vervelen doe ik me geen minuut.”
Littekens
Freddy heeft een vaste afspraak bij Lucia in het café. “Ik ga naar huis om te eten en dan kom ik terug naar hier.”
BRUSSEL/SCHAARBEEK – Juliette, Ergun, Malkos: ze wonen in de Noordwijk en ze doen hun verhaal op de pas gelanceerde tweetalige blog artinnord.wordpress.com. Die verhalenverzameling moet in mei uitmonden in een grote revue in het sport- en cultureel centrum Noordpool, waar de buurtbewoners een kleurrijk beeld ophangen van wat hun wijk te bieden heeft. Met de bewogen geschiedenis als rode draad.
D
e cultuurdiensten van Schaarbeek en Brussel en het gemeenschapscentrum De Markten slaan de handen in elkaar voor het project Noord. Daarmee willen ze de sociale cohesie in deze wijk bevorderen. De straten tussen het Noordstation, het kanaal en de Kleine Ring huisvesten heel wat bevolkingsgroepen. “Zo is er een sterke Marokkaanse, Turkse en Bulgaarse vertegenwoordiging. Maar veel contact is er niet tussen deze gemeenschappen, en daar willen we met dit project iets aan doen,” zegt Adil Fares, de drijvende kracht achter het project. Het bindmiddel is cultuur, in de breedst mogelijke betekenis. “Ik denk dan aan foto’s of poëzie, maar ook aan muzieklinks, culinaire recepten of verhalen over de geschiedenis en de beleving van de wijk,” legt Fares uit. “De bedoeling is dat
het van de bewoners uitgaat.” Hij werkt daarvoor samen met de sociale verenigingen uit de wijk: het dienstencentrum Harmonie, buurthuis Millennium, het ABC-huis ook, waar kinderen hun creativiteit kunnen botvieren. “Met dit project willen we ook de verenigingen laten samenwerken.”
Barrière Met vallen en opstaan heeft Fares de voorbije maanden een netwerk in de wijk opgebouwd. “Er bestaat nu eenmaal een grote culturele barrière. Heel wat mensen kunnen niet bij het project betrokken worden, omdat ze enkel hun moedertaal kennen.” Malkos Kahamar, schatkistbewaarder van de moskee, onderkent het probleem. Hij komt van de Turkse badplaats Trabzon bij de Zwarte Zee en kwam 48 jaar geleden in de wijk
wonen. “Het is hier niet gemakkelijk als Turkse nieuwkomer. Anders dan Marokkanen, die al Frans spreken, zijn de meeste Turken alleen hun moedertaal machtig. Dan is het heel moeilijk om werk te vinden, of een huurwoning. Maar ook binnen
© SASKIA VANDERSTICHELE
Adil Fares neemt me mee naar het dienstencentrum Harmonie op een boogscheut van de Kleine Ring. Hier komen heel wat oudere mensen hun middagmaal nuttigen. Oudgediende Georgette zit haar krant te lezen. “Je ne parle que le français,” verontschuldigt ze zich bij voorbaat. Na dertien jaar Noordwijk woont ze nu in Aalst. “Maar ik kom nog altijd regelmatig naar hier om mijn vriendinnen terug te zien. Hier in de Harmonie word je goed verzorgd.” Ook al is het een Nederlandstalig dien-
“Hier waren 75 goed draaiende cafés. Vroeger zeiden ze: ‘Als je het niet op de Antwerpsesteenweg vindt, dan vind je het nergens’” de Turkse cultuur zelf zijn er grote verschillen. In Trabzon, waar ik vandaan kom, zijn de mensen heel open en sociaal; in andere streken in Turkije zijn ze veel geslotener.”
stencentrum, ze wordt ook in het Frans op haar wenken bediend. “Dat is in Aalst niet overal het geval.” Op de Antwerpsesteenweg stappen we café Lucia binnen. Freddy zit er
De Noordwijk heeft een op z’n minst bewogen geschiedenis, die onmiskenbaar littekens heeft achtergelaten. Even later gaan we Sylvain opzoeken. Hij woont nu in de Paleizenstraat, maar heeft al vijftig jaar op verschillende plaatsen in de Noordwijk gewoond. “Ik heb hier veel zien veranderen, de Antwerpsesteenweg, het hart van de buurt, nog als een bruisend uitgaanscentrum gekend. Er waren niet minder dan 75 cafés die goed draaiden. Tot ver buiten de stad kenden ze ook de braderie op de steenweg. Alles werd er verkocht. Vroeger zeiden de mensen: ‘Als je het niet op de Antwerpsesteenweg vindt, dan zul je het nergens vinden.’” Sylvain woonde in de Herystraat, een straat die nu niet meer bestaat. Het is een van de vele die zijn moeten wijken voor het megalomane Manhattan-project, de kantorenwijk die in de schaduw van het Noordstation werd neergepoot en waarvoor een hele woonwijk moest sneuvelen. “Dat heeft alles kapot gemaakt. De politici zeiden toen dat het toch een ‘vuile buurt’ was, maar het is andersom: de buurtbewoners hebben hun woningen laten verloederen omdat ze wisten dat ze toch verjaagd zouden worden.” Die geschiedenis is nog altijd sterk voelbaar in de wijk. Op een steenworp van de blitse gebouwen staan de troosteloze appartementsblokken van de socialehuisvestingsmaatschappij de Lakense Haard. Chantale woont er in een klein, sober ingericht appartementje. Voor ze ons binnenlaat, verontschuldigt ze zich: “Ik heb niet zoveel geld.” Maar dan: “Een cultureel project in deze wijk? Heel goed. Hier gebeurt anders niet zo veel. Het is een wat geïsoleerde wijk hier. Veel valt er niet te beleven op cultureel vlak. Jongeren moeten, zoals wij vroeger, zoveel mogelijk in contact komen met cultuur, maar het aanbod is hier beperkt.” Bruno Schols
BDW 1307 PAGINA 11 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
ADVERTENTIE
Sint-Gillis > VGC wil geen kinderopvang subsidiëren in de Fortstraat
‘Hier is een kans gemist’ De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) verleent geen steun aan buitenschoolse kinderopvang in Sint-Gillis. Nochtans stond het zo in het wijkcontract Park-Alsemberg. In de Fortstraat komen woningen, met op de gelijkvloerse etage een Initiatief voor Buitenschoolse Opvang (IBO). “Alles is klaar,” zegt Vlaams schepen Willem Stevens (SP.A). “Het IBO kan de speelplaats van het belendende Franstalige schooltje gebruiken. En voor de Sint-Gillisschool, een vrije school die zelf geen buitenschoolse opvang organiseert, is dit een welgekomen initiatief.” Een subsidieaanvraag bij de VGC kreeg
echter nul op het rekest. “Klopt,” zegt de woordvoerder van VGC-collegelid Brigitte Grouwels (CD&V). “We zijn blij dat de gemeente een IBO wil, maar we vinden dat ze die kosten niet op de VGC kan afwentelen.” Sint-Gillis moet maar deelnemen aan een nieuwe subsidieronde, in de loop van 2012. “Dan is het te laat,” reageert Stevens. “Als we in het ongewisse blijven over extra subsidiëring, dan zullen we het IBO-idee moeten laten varen. Dit is een gemiste kans.” De SP.A-schepen begrijpt niet dat een wijkcontract dat door het Gewest is goedgekeurd, door de VGC stiefmoederlijk wordt behandeld, terwijl de ministers van beide overheSVG den elkaar overlappen.
Brussel > Nieuw duurzaam wijkcontract in verloederde buurt
Zennebedding moet zuurstof geven aan Masuiwijk © SASKIA VANDERSTICHELE ADVERTENTIE
Hier liep vroeger de Zenne. Nu wordt het een groen park.
De Masuiwijk kreunt onder de armoede. Een nieuw wijkcontract moet zuurstof geven aan de buurt.
TELEXREGIO
In de wijk valt vooral het gebrek aan groen op. Daar kan met het nieuwe duurzame wijkcontract van het Brussels Gewest wat aan gedaan worden. De wijk werd vroeger bevloeid door de Zenne. Die is al lang geleden verlegd, maar de Zennebedding ligt er nog (deels) onbebouwd bij. Ze zal nu in gebruik worden genomen als langgerekt park van 10.000 vierkante meter met voet- en fietspaden. Het park verbindt
zo op een aangename manier Laken met Brussel-stad. Naast meer groen is er in het wijkcontract ook aandacht voor woningen. Er zullen er zeventig worden gebouwd, voor midden- en lage inkomens. Daarnaast komen er een school, een polyvalente zaal en een crèche. Brussels minister van Leefmilieu Evelyne Huytebroeck (Ecolo) trekt voor het wijkcontract 17 miljoen euro uit. Daar komt in totaal nog eens zoveel bij van de Stad Brussel en van Beliris.
Steven Van Garsse
AMBTENARENPENSIOEN BLIJFT BIJ GEMEENTE SCHAARBEEK – De gemeente gaat de eigen pensioenen van de ambtenaren blijven betalen. Dat is opmerkelijk. De federale overheid probeert met een nieuwe wet van 24 oktober de pensioenstelsels van de lokale besturen juist te hervormen. De federale wetgever stuurt aan op één grote pot om de stijgende lasten op te vangen. Schaarbeek weigert daaraan mee te doen. “We wachten af,” zegt schepen Michel De Herde (FDF). Schaarbeek telt 585 ambtenaren en moet instaan voor 1.200 pensioenen per jaar. Omdat het aantal ambtenaren eerder daalt, en dus ook de bijdragen dalen, terwijl de pensioenlast stijgt, dreigt dit systeem op termijn onhoudbaar te worden. Schaarbeek moet elk jaar 13 miljoen euro aan pensioenen neertellen. SVG
Wist u dat het naleven van bepaalde eisen bij het installeren van uw verwarmingssysteem en een periodiek nazicht van uw ketel u aanzienlijke besparingen op uw gas- of stookolieverbruik kan opleveren ? Daarom werd de periodieke controle van verwarmingsketels in het Brussels Gewest verplicht: om het jaar voor stookolieketels, om de drie jaar voor gasketels. Doe een beroep op een erkend vakman en vraag hem het attest voor periodieke controle. Als u een oude ketel vervangt of als u er een nieuwe installeert, dient deze ook te worden opgeleverd door een erkend vakman. Die zal nagaan of de ketel goed geïnstalleerd werd met betrekking tot de afstelling van de ketel, de isolatie van de leidingen, de ventilatie van het stooklokaal, enz. Dat is goed voor de planeet, maar ook voor u : een goed geïnstalleerde, schone en goed afgestelde verwarmingsketel verbruikt minder en gaat langer mee ! Info en lijst met de erkende professionelen : 02/775.75.75. www.leefmilieubrussel.be
SAMEN MAKEN WE VAN BRUSSEL EEN DUURZAME STAD
BDW REGIO
BDW 1307 PAGINA 12 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
Ukkel > Fotoboek, deel 1: het zuiden van de gemeente
Tussen Kriekenput en de Put van Kalevoet Anders dan andere vroeger-en-nu-fotoboeken bevat Flâneries dans Uccle d’hier à aujourd’hui ‘zoveel mogelijk onuitgegeven’ foto’s en valt er een stevige brok te lezen. Auteur-verzamelaar Yves Barette heeft nog genoeg materiaal voor drie volgende delen. Flâneries is geen boek waarin je gauw-gauw iets opzoekt. Daarvoor ontbreken een index, een kaartje en zelfs een inhoudsopgave. Je moet je laten meevoeren met het verhaal dat Barette vertelt aan de hand van foto’s, uitgespreid op de tafel voor ons, zo lijkt het wel. Hij gaat daarbij heel zuidelijk Ukkel af, bijna van gebouw tot gebouw. Cafés, kastelen, molens ook, want Ukkel was tot 1953 officieel een landbouwgemeente. Persoonlijk commentaar ontbreekt dan ook niet, als een bescherming weer eens een sloop niet heeft kunnen verhinderen, zoals dat in 1950 gebeurde met het café Au Congo aan de Bourdon, of als Barette ons weet te verrassen met een foto uit 1940 van het viaduct van Kalevoet in puin. Brasseries en cafés met terrasjes aan de straatkant lijken de grootste slachtoffers van de komst van de auto. Weg met de vele afspanningen voor voermannen aan het kruispunt van Fort Jaco. En vooral aan Kleine Hut, waar de buurttram tot het begin van de jaren 1960 dagjesmensen van het Rouppeplein naartoe bracht. Omdat de vergelijkingsfoto’s ook in zwart-wit zijn, word je een beetje aan het werk gezet om te zien wat er nu precies veranderd is. Zeker in residentiële wijken is dat al eens subtiel. De omgeving van de Lindenlaan met zijn buitenverblijven
werd door de Belgische Touring Club in 1918 zelfs vergeleken met een kustplaatsje, “zo puur is het zand.” En in de Kriekenput stonden de kriekelaars waarvan de vruchten bestemd waren voor brouwerijen als die van Van Haelen in de Put van Kalevoet (nu een Delhaize). Barette waarschuwt wel voor een idealisering van het verleden. Onze voorouders moesten hard en vaak in slechte omstandigheden werken. Dat werd allemaal vergeten als het feest was. Er zijn foto’s te zien van processies, kermissen en zelfs een schooluitstap van de Decroly-school. Tijdens de kermis van Verrewinkel wordt voor één dag een valse burgemeester gekozen. Het stadion van de Royal Racing Club uit 1902 aan de Waterloosesteenweg bracht internationaal vertier. Vandaag getuigt nog alleen de monumentale betonnen toegangspoort uit 1926, toen de club ‘koninklijk’ werd, van de allereerste wedstrijd van België tegen Frankrijk en van het ontstaan van de Fifa in 1904. De auteur had geen wetenschappelijke publicatie op het oog, maar de dichter ‘Jan Van Nijl’ had hij toch twee keer als Jan van Nijlen mogen spellen. Het Jan van Nijlenpad liep vroeger langs het café Au Grand Pont, bij intimi bekend als ‘Bij Nelle onder de brug’. Na de lectuur van Flâneries ken je Ukkel weer wat intiemer. An Devroe
UIT DE oude doos
Beste lezer, tot nieuwjaar presenteren we u wekelijks een prentbriefkaart met oude (soms verdwenen) beroepen. Veel kijkplezier.
Geen proper bandwerk Wisten deze werkmakkers veel dat hun klein- en achterkleinkinderen milieubelasting zouden betalen, onder meer voor de afvalberg aan autobanden. De exemplaren op deze foto hebben zelfs museum- en antiekwaarde. Zelf koester ik in het heuvelige Pajottenland de bergen neergevlijde autobanden naast menig pachthof. Bedankt voor bewezen slippertjes-op-modder en het platwalsen van egels vervullen ze een tweede dienstplicht: als goedkoop afdekmiddel van veevoeder. Schou-
UIT YVES BARETTE, FLÂNERIES DANS UCCLE
TELEXREGIO
Tot 1953 was Ukkel officieel een landbouwgemeente.
KERSTCONCERT MET KOORMUZIEK VAN gAbriEL FAURÉ van Gabriël Fauré op het programma, waaronder zijn ‘Requiem’. Op 11 december om 18 uur in het gemeentehuis. Kaarten kosten 10 of 8 euro; reserveren is aangewezen. Meer op www.culture1030ecoles.be. SVG
120 kersthonden en 120 kerstkatten te koop ANDERLECHT – Naar jaarlijkse traditie houdt dierenopvangcentrum Veeweyde (Itterbeekse laan 600) Kerstmis voor dieren, nu op 10 en 11 december (10 tot 17.30 uur). Beneden is er een traditionele kerstmarkt; boven kunt u vol-au-
www.brusselnieuws.be/ oudeberoepen Meer op www.academieroyale.be. Met dank aan Dexia en:
Yves Barette, Flâneries dans Uccle d’hier à aujourd’hui, uitg. Studio Real Print, 124 p., 28 euro, te koop in boekhandels in het Ukkelse
Etterbeek > Strijd tegen vuil op Koning Overwinnaarplein
Met dank aan het atheneum Na netheidsproblemen in de buurt van het Koning Overwinnaarplein zette het gemeentebestuur een preventieve campagne op. Die wierp volgens het gemeentebestuur al na één maand vruchten af.
SCHAARBEEK – De gemeente organiseert nu zondag een concert in het teken van koormuziek. Twee koren treden aan: Le Chœur Florilège (Waterloo) brengt werk van Mendelssohn, Rossini en Mozart, het koor À Cœur Joie (Brussel) heeft werk
der aan schouder – met schuldgevoelens bekeken – als de grafstenen op de Duitse militaire begraafplaats JMB van Vladslo.
vent, broodjes met ham, américain préparé en ander dierenvlees eten. De pakweg 120 lieve honden en 120 snoezige poezen van het asiel zoeken nog een nieuwe warme thuis. Tegen de gebruikelijke JMB prijs, uiteraard.
Het grote probleem op het Koning Overwinnaarplein was – zoals zo vaak in Brussel – sluikstorten. Het offensief dat de gemeente als antwoord voerde, waren stadswachten en ambtenaren die bevoegd zijn om boetes uit te schrijven. Waar de stadswachten vooral een preventieve rol speelden, stelden de bevoegde gemeenteambtenaren in een periode van enkele weken toch een aantal overtredingen vast. Opmerkelijk genoeg deelt de gemeente mee dat er de voorbije weken geen echte verhoging te merken is in het aantal boetes. Een boete voor sluikstorten kan oplopen tot 250 euro. Een andere manier waarop het gemeentebestuur probeerde het vuil tegen te gaan, was door het nabijgelegen Athénée Jean Absil in te schakelen. Daar bestrafte de directie, na een bewustmakingscampagne, leerlingen die tegen de lamp der gemeenteambtenaren waren gelopen. Een actie die naar eigen zeggen een
succesvol ontradend effect had bij het jonge volkje. Gemeenteraadslid Rik Baeten (SP.A, meerderheid), die de zaak onder de aandacht bracht in de jongste gemeenteraad, juicht de maatregelen toe, maar vreest dat er nog veel werk aan de winkel is. Hij pleit voor een actieplan op de langere termijn in plaats van de toegenomen tijdelijke aandacht. Baeten interpelleerde het gemeentebestuur ook over de ophaling van groenafval in de Maalbeekgemeente. Officieel zijn er drie ophaalpunten waar burgers hun tuinafval kwijt kunnen, dat dan door het gewestelijke agentschap Net Brussel wordt opgehaald. Vroeger was er sprake van dat Net Brussel een ‘gewone’ ophaaldienst op zondag zou organiseren voor Etterbeek, zoals die nu al in vijftien van de negentien Brusselse gemeenten bestaat. Maar volgens de dienst Openbare Werken zit dat plan in de koelkast omdat Net Brussel met verwerkingsproblemen zou kampen en er behoefte is aan een nieuw composteercentrum. Pas dan zou Etterbeek in aanmerking komen voor een ophaaldienst.
Christophe Degreef
© SASKIA VANDERSTICHELE
BDW REGIO
BDW 1307 PAGINA 13 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
Sint-Jans-Molenbeek > Jongeren evalueren tweede editie BIS Award
‘Nu ken ik mijn plaats in deze wereld’ Vijftien jongeren hebben de afgelopen vier jaar deelgenomen aan de BIS Award, een experimenteel project van Foyer. Ze kregen de kans om hun talenten te ontwikkelen. “De lat kwam steeds hoger te liggen.”
Vijftien jongeren, honderden kansen. De een werd hoofdmonitor bij speelpleinen, de andere scheidsrechter.
De afgelopen vier jaar heeft de Jongerenwerking van Foyer weer vijftien kansarme jongeren intens begeleid op het vlak van studie, sport en vrijwilligerswerk. De deelnemers moesten een individueel en op maat samengesteld takenpakket tot een goed einde brengen: daarin zat sport, studie, sociaal vrijwilligerswerk, maar ook bijvoorbeeld expeditie. “De jongeren stelden in overleg met hun projectcoördinatoren jaarlijks hun pakket samen,” zegt Anne-Sophie Van der Bracht van Foyer. “Ze konden zelf voorstellen op tafel gooien. Vervolgens werden de doelen bepaald: wekelijks twee keer trainen, of de punten voor wiskunde optrekken, leren zwemmen, gitaar spelen, een scheidsrechterscursus volgen. De lat werd steeds hoger gelegd. Zo deden de jongeren ook vrijwilligerswerk, zoals plantjes verkopen voor Kom op tegen Kanker.” De jongeren zijn enthousiast over hun deelname. Ayoub Ben Abdeslam (17) uit Molenbeek volgde een cursus tot atletiektrainer. “Ik ben nu hulptrainer bij Foyer. Ik geef les aan vijftien kinderen van negen en tien jaar. Tijdens de vakanties ben ik ook monitor op de VGC-speelpleinen. Mijn zelfvertrouwen en sociale
ADVERTENTIE
vaardigheden zijn er enorm op vooruitgegaan.” Ines Sahraoui (18) uit Laken heeft ook een animatorcursus gevolgd. “Ik heb al op heel wat VGC-speelpleinen gestaan, in Oudergem, Ganshoren en Jette. Nu ben ik bezig met een opleiding tot hoofdanimator. Vroeger wist ik mijn weg niet goed, zeker niet op school. Ik studeerde toerisme, maar dat lukte niet. Deze projecten hebben mij erdoor geholpen.” En dan is er Diego Del Rio (18) uit Denderleeuw, Colombiaan van origine: “Speelpleinen hebben me geholpen om erachter te komen wie ik ben. Vroeger kende ik mijn plaats niet in de samenleving, ik was niet sociaal. Nu ben ik heel actief en heb ik vrienden en kennissen.” Nabil Fallah (17) uit Molenbeek is ook heel enthou siast. “Ik volgde een cursus scheidsrechter en een trainerscursus. Nu ben ik opgeklommen tot trainer bij de Vlaamse Basketliga. Ik geef trainingen in Brussel, maar ik ga ook wedstrijden fluiten in VlaamsBrabant. Ik krijg daar zelfs een vergoeding voor.” Het project is belangrijk geweest, concludeert Van der Bracht. “Heel wat jongeren uit kwetsbare buurten zitten in een negatieve spiraal en kampen met een minderwaardigheidscomplex. Om dit te doorbreken werken we resoluut in de diepte. Zelfontplooiing staat centraal. En jaarlijks evalueren we de prestaties.” De eerste editie van BIS Award liep van 2002 tot 2006, de tweede van 2007 tot nu.
Matthias Vanheerentals
ADVERTENTIE
Een UiTstapje blijft je inspireren.
FOCUS OP Culturele middagpauzes
in het Museum voor het Kostuum en de Kant 13 en 15 december 2011 om 12u30
Ontdek de meest volledige UiTagenda voor Vlaanderen en Brussel. Met duizenden tips voor cultuur en vrije tijd.
De rondleiding is gratis! | Toegang: € 4 Museum voor het Kostuum en de Kant Violetstraat 12 | 1000 Brussel Info 02/ 279 43 76 | musea.brussel.be
BDW 1307 PAGINA 14 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
Spoken World (1) > July Mollin over het Brussel van over 20 jaar
Bericht aan de Brusselaars, 8 december 2031 BRUSSEL – De slotdag van Spoken World, 10 december, is aan de jeugd: acht Brusselse jongeren tussen 15 en 25 jaar speechen dan in het Kaaitheater, scherp en onverbloemd. Vandaag presenteert BDW u de toespraak van July Mollin; de komende weken beklimmen nog andere ketten bij ons het spreekgestoelte.
BDWOPINIE
Brussel, 2031: “Molenbeek wordt unaniem de aangenaamste plek om te wonen bevonden” maar ook in hun samenwerking gesterkt. Ze hebben lokale problemen doen verdampen die politie, politiek en populisten nooit hebben kunnen begrijpen.
Feesten in Etterbeek De Europese slagader in het hart van Brussel begint ter hoogte van Etterbeek, en hier houden we onze tweede stop. Aangestoken door het
Molenbeek rules! Molenbeek wordt unaniem de aangenaamste plek om te wonen bevonden. Sinds de heropleving van Zeppelin Cargos heeft de indus triële activiteit van het kanaal voorgoed plaatsgemaakt voor een sterk stadsweefsel. Jong en oud flaneren rond, op en soms zelfs in het zuivere water. Langs het kanaal liggen verschillende cultuurtempels en verhuurdiensten van roei- en kajakmateriaal. Op het water dobberen culinaire eilanden, waaronder de beste tajine-speciaalzaak buiten Marokko. Dit is het resultaat van een lange politieke strijd. Hoewel de initiële plannen van het Brussels Gewest in 2011 voor de kanaalzone al de kiemen van het Molenbeek van vandaag in zich hadden, slaagden de politici er toen niet in om deze waterstrook om te vormen tot een plek die jong en oud verbindt.
WIN! Wij mogen van het Kaaitheater 10x2 gratis kaartjes weggeven voor I have a dream!, nu zaterdagvond op Spoken World, waar onder meer July Mollin haar speech brengt. Stuur snel een mailtje met als onderwerp ‘dream’ naar kdc@kaaitheater.be. Succes! De komende weken presenteren we u de toespraken van andere deelnemers aan het project I have a dream!: jongeren spreken, fotograaf Marc Gysens haalt ze voor de lens.
© MARC GYSENS
Liefste Brusselaars, Het is een ongelooflijke eer u als vertegenwoordigster van de Brusselse jongeren toe te spreken ter afsluiting van de vijfde editie van het internationale colloquium Europese stad van de transformatie. Na Berlijn, Istanboel, Gdansk en Stockholm mocht dit jaar Brussel de titel van ‘Europese transformatiestad’ dragen. Vooraleer we binnen enkele weken, op 1 januari 2032, de fakkel overdragen aan Belgrado, blikken we terug op het afgelopen jaar. Ik was enorm vereerd toen de gewestregering drie jaar geleden bij Bxl Bougeert kwam aankloppen met het voorstel om de jongeren mee te laten bouwen aan de Brusselse editie van dit project. Vandaag spreek ik u, met trots, als vertegenwoordigster van deze federatie toe. Brussel zou vandaag niet zijn wat het is zonder het engagement van de jongeren. Laat me jullie meenemen op een reis door vier Brusselse gemeenten: Molenbeek, Etterbeek, WatermaalBosvoorde en Diegem. Laat me u tonen wat ze anno 2031 typeert. Laat me u verrassen en verblijden, maar evengoed met verontwaardiging slaan.
In 2018 werd de sleutel gevonden voor een werkbare interculturele samenleving met, naast een hoge welvaartsgraad, een opvallend genoeg hogere welzijnsgraad dan zeven jaar eerder. De aanbevelingen van de Brusselse burgertop G1080 hebben de verschillende culturele gemeenschappen in hun identiteit,
elan van de Europese buurt verrijst hier binnenkort het Monument van de Europese Culturen, of kortweg Mecu. Dit architecturale pareltje is gebaseerd op het ontwerp van een alliantie van jonge student-architecten uit Kopenhagen, Tirana en Brussel. Juryvoorzitster Zaha Hadid noemt dit ontwerp het meest geslaagde Europese kunstproject van de afgelopen decennia. In het Mecu zullen verschillende Europese jeugdhuizen ondergebracht worden, die nu nog verspreid liggen over heel Brussel. Hierdoor wordt tegemoetgekomen aan een meer dan tien jaar bestaand verlangen van de Brusselse jongerenhuizen om zich met de verschillende Europese huizen fysiek nauwer te verbinden. Het Mecu biedt in de nabije toekomst onderdak aan hoogstaande debatten, verrassende workshops en de beste feestjes van de Benelux.
Wortel schieten in Bosvoorde Watermaal-Bosvoorde is de long van Brussel. Doordat het vegetarisme er sinds 2019 de norm is en bijgevolg het volume groente- en fruitafval blijft toenemen, is de behoefte aan composthopen de voorbije tien jaar enorm gestegen. Spin-offs van de VULB hebben door de jaren efficiëntere compostmethodes ontworpen. Belangrijk neveneffect is dat verschillende plantensoorten die door de aanhoudende smogpieken in 2011 bijna uitgestorven waren, waaronder de iris, op de composthopen weer wortel schieten. Het is niet toevallig dat het grootste Europese kenniscentrum voor de neo-alternatieve energie, een andere spin-off van de VULB, ook onderdak vindt in Watermaal-Bosvoorde. Dankzij het lobbywerk van de groene jongerenbewegingen van onze federatie zal de Europese Unie het centrum financieel ondersteunen om onderzoek naar nieuwe technologie in neerslagenergie verder uit te bouwen.
Verlangens van de Diegemnaar In Diegem verliepen de urbanisatieplannen op een andere manier dan in de rest van Brussel. De uitbreiding van het Brussels Gewest met onder meer Diegem bracht in geen tijd heel wat onvoorziene ongemakken met zich mee. Zo werd de Ring bijna onmiddellijk verbreed, terwijl het Gewestelijk Expresnet tot 2026 op zich heeft laten wachten. De stress van de Diegemse pendelaars nam toe met 35 procent en het aantal verkeersongevallen steeg met tien procent. Onder het credo ‘Alles heeft zijn prijs’ is de solidariteit er het laatste decennium fors gedaald.
July Mollin neemt het woord in het spreekgestoelte dat Satch Hoyt ontwierp voor Spoken World.
Die individualistische mentaliteit en het gebrek aan een gemeenschappelijk urbanistisch project brengt een ontmenselijkt amalgaam van wolkenkrabbers en negenvaksbanen met zich mee. Het afgelopen jaar heeft de federatie via wekelijkse enquêtes nieuwe inzichten verworven in de problemen en verlangens van de Diegemnaars. Ik kan jullie, niet zonder enige trots, meedelen dat Bxl Bougeert op basis van deze informatie een uitgewerkt voorstel aan het gewestbestuur heeft overhandigd. Daarin stellen we voor om groene bufferzones aan te leggen, strengere arbeidscontroles uit te voeren en het cultureel aanbod uit te bouwen. Het Gewest heeft zich er alvast toe verbonden
om ons voorstel als bindende leidraad mee te nemen. Hier eindig ik onze intense reis. Sta mij toe dit bioglas Perle de Boitsfort te heffen op het zesde succesvolle Europese stedenproject. Dat Brussel u mag blijven verleiden!
July Mollin
July Mollin is 24, is onderzoekster publiekrecht aan de VUB en woont een dikke drie jaar in Brussel. De Brusselse chaos en veelzijdigheid passen haar als gegoten. Ze speecht op de slotdag van het Spoken World-festival, zaterdag 10 december in het Kaaitheater (vanaf 20.30 uur; meer op www.kaaitheater.be/spokenworld)
BDW 1307 PAGINA 15 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
BRIEVEN VAN LEZERS lezersbrieven@bdw.be Red Chambéry In Etterbeek vind je in de Sint-Antoniuswijk een huis dat open staat voor alle omwonenden. Je ziet er kinderen, pubers, volwassenen en bejaarden. Ze hebben alle denkbare kleuren en ze komen er graag samen om te werken aan een andere manier van leven in de stad. Zo brengt het sociale restaurant bijvoorbeeld elke middag 130 gasten en vijftien vrijwilligers bij elkaar. Iedere ontmoeting is een klein feest. Eenzame mensen kunnen zich komen warmen aan de gezelligheid van een goede, met iedereen gedeelde tafel. Je hoort er allerlei talen en ze proberen ook elkaars talen te spreken. Soms organiseren ze taallessen. Het belangrijkste is dat je in Chambéry één grote familie aantreft. Soms is het huis vol joelende kinderstemmen. Pubers komen ernaartoe om hun lessen te leren of gewoon om een babbeltje te slaan. Mannen en vrouwen komen er om te leren werken, in de keuken of met de verfborstel. Ze zijn trots omdat ze weer zin krijgen om iets nuttigs te doen voor de samenleving én om voor hun gezin een eerlijke boterham te verdienen. Op geregelde tijdstippen zijn er culturele uitstappen en vormingssessies. Het is een open huis waar het iedereen vrij staat te komen en te gaan, waar iedereen zuurstof kan opdoen om de buurt een menselijker gezicht te geven. Daartoe heb je mensen nodig, mensen op de achtergrond, mensen die voor het voetlicht treden. Chambéry is dan ook een ploeg van een twintigtal medewerkers, een veertigtal vrijwilligers en twee stagiairs, afkomstig uit verschillende culturen en verschillende generaties. Dat alles zou nooit kunnen werken zonder iemand die leiding geeft. Je moet projecten en inspanningen bundelen, je moet openstaan voor het reilen en zeilen van de buurt en haar bewoners, je moet voeling houden met een hele reeks partners over de taalgrenzen heen... Dat is de reden waarom wij willen wijzen op de onvervangbare rol die Chambéry speelt in de buurt. Dat is ook de reden waarom het zo belangrijk is dat zijn projecten genoeg financiële ondersteuning krijgen, zodat ze samen krachtig open kunnen bloeien. Leve Chambéry! Geert van Istendael, Sam Touzani, Mark Elchardus, Paula Semer, Eric Corijn, Johan Verminnen, Abraham Fransen, Stefan De Corte, Wim Vandekeybus, Jamal Boukhriss, Patrick Deboosere, Chris Kesteloot, Lydia Chagoll, Maaike Neuville, Ben Hamidou, Albert Martens, Sr. Françoise
Fietsen Beste Christophe, Een mooi onderschrift bij je opinieartikel van vorige week: “De fietser en de wortel, en nu ook de fietser en de spiegel: waarom doet u eigenlijk mee?” Ja, ik ben schofterig. Ja, ik roep. Ja, ik steek bepaalde lichaamsdelen op. Ja, ik fiets elke dag in Brussel en hoe langer, hoe liever. En waarom? Wellicht uit puur egoïs me. Neen, ik wil niet meer wachten op een tram of bus die bij het minste drupje regen te laat komt. Neen, ik wil niet in het sardineblik zitten omdat de tram of bus weer te laat is, omdat die in de file staat omdat er weer een of andere pipo in zijn auto denkt sneller te zijn dan het rode licht. En ja, ik rijd soms ook door het rood – let wel: alleen rechts afslaan indien veilig. De reden hiervoor is dat ik anders dreig te worden verpletterd door een stelletjes macho’s die nog niet doorhebben dat die madame op haar fietske en haar hakken nog altijd sneller is dan de auto’s. En ja, ik stop voor de voetgangers aan de zebrapaden. Dat zit bij mij in de categorie ‘automobilisten pesten op gepaste wijze’ – lees: het verkeersreglement respecteren.
Ik moet wel toegeven dat ik vermoed dat het voor dames op de fiets soms iets gemakkelijker is. Als ik voorrang krijg met de blik op mijn benen, dan kan je daar toch alleen maar van profiteren. Ideologische redenen? Ik wil en ik hoop dat mijn kleinkinderen ook het lef hebben om te fietsen in Brussel. Dat is zelfs heel naïef, maar heb je nog nooit die zielige kinderoogjes gezien die gevangen achter de autoruit kijken naar je zoon of dochter die in het kinderstoeltje zit, die mee trapt op de aanhangfiets en die uiteindelijk naast jou zelfstandig op de straat mag fietsen zoals de grote mensen. (...) En ik blijf egoïstisch: al ooit geprobeerd om met enige hakhoogte op die met kassei belegde stoepen te lopen in Brussel? Onvoorstelbaar, die pijn aan je voeten. Voilà, puur praktisch en egoïstisch, gewoon met hakken die fiets op, hou je kenbaar met je fluovest (beperkt tot de winterperiode!), zonnebril op (in de wagen kan zo’n laaghangende zon ook enorm irriteren) en je krijgt gegarandeerd voorrang en dus... steeds de snelste.
Mariet Calsius, Schaarbeek
Racisme bij politie In de dertien jaar dat ik lesgeef in het Brussels secundair onderwijs, hoorde ik al veel leerlingen klagen over racisme bij de politie, maar op woensdag 30 november was ik er zelf getuige van. Samen met twee collega’s en dertig leerlingen uit het zesde jaar BSO was ik op weg naar een museum. We staken een druk kruispunt over met verkeerslichten in knipperstand, en werden door een auto de pas afgesneden. Twee agenten deden ons vanuit een combi teken dat we wel voorzichtiger moesten zijn. De stoerste van onze leerlingen zei al lachend: “Ik zal ze weleens duidelijk maken dat ze achter die automobilist aan moeten” en hij wierp de agenten een macho blik toe. Daarop draaide de combi zich om en reed de stoep op waar onze groep stond. De agenten stapten op onze leerling af en riepen hem in het Frans kortaf en uitdagend toe ‘of hij nu nog iets te zeggen heeft?’ Als verantwoordelijke leerkracht kwam ik tussenbeide, ik wees de agenten erop dat we Nederlandstalig zijn en legde uit dat ze hier te maken hadden met puberaal machogedrag. Eén agent sprak Nederlands en nam de woorden ‘smaad aan de politie’ in de mond. Ik wees hem erop dat de leerling geen scheldwoorden had gebruikt en zich alleen maar probeerde te verdedigen. Ondertussen had zijn collega onze leerling al in de combi geduwd en was er sprake van hem mee te nemen naar het commissariaat voor ‘kijken naar de politie zonder respect’ euhm euhm... Uiteindelijk leek de agent met wie ik sprak, toch in te zien dat ze wat overdreven en mocht onze leerling de combi weer uit. Ze wilden alleen nog zijn identiteit controleren... Dat deed de Franstalige agent, tussen zijn lippen door commentaar gevend in de aard van “Ik zal hem weleens te stekken krijgen, ce grand noir avec une boucle d’oreille” of “Quelle école de putes” en meer van dat fraais. Bij onze ‘grand noir’ sloegen de stoppen natuurlijk door en leerkrachten en medeleerlingen moesten er alles aan doen om de jongen te kalmeren. Maar dat zou die agent worst wezen; uit zijn blik lazen wij af dat hij niets liever wou dan dat er ‘geweld tegen de politie’ zou plaatsvinden, want dan zou hij die ‘grand noir’ pas echt een lesje kunnen leren. Het is ons gelukt om onze leerling te bedaren, en dankzij de tussenkomst van een voorbijganger zijn ook de agenten afgedropen. De leerlingen hebben netjes en geïnteresseerd (ja, dat bestaat ook bij beroepsleerlingen!) hun zoekopdracht in het museum gemaakt, maar hoe leerrijk het bezoek ook was, het enige wat ze zullen onthouden, is het incident van hun ‘Grand Noir’ met die racistische ‘flikken’ in Brussel. Sara Stacino, Anderlecht
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
BDWOPINIE Paasbloemen door Anne Brumagne Zag u in de reportage van tvbrussel de vrolijke narcissen die dezer dagen de kathedraal opfleuren? Alsof de paasvakantie nadert en niet de kerstvakantie. Of de roze bloesem op het Spanjeplein? Moeder Natuur is van slag, en VUB-bioloog Ronny Merken is daar niet gelukkig mee. Hij stelt vast dat de klimaatverandering sneller komt dan verwacht. In Durban in Zuid-Afrika wordt er deze week over de alarmerende klimaatopwarming gepraat. Maar de touwtrekkerij en het gelobby op zulke conferenties, over welke landen de meeste inspanningen moeten leveren om de uitstoot van broeistofgassen terug te dringen, leveren geen fraai spektakel op. En onze hoofden staan er niet naar. Media berichten lang niet meer zo gretig over Durban als over de klimaattop in Kopenhagen in 2009. En in hoeverre zijn we er in ons dagelijkse leven nog mee bezig? Eerlijk? De verwarming mag weer een graadje hoger. De droogkast is handiger dan alle wasgoed stuk voor stuk op een droogrek te moeten hangen. En misschien toch eens een vlugge citytrip met het vliegtuig maken...? En dan is er die laatste demarche van de federale regeringsonderhandelaars. Iedereen leek het erover eens dat er maar eens wat eenvormigheid moest komen in de diverse klimaatmaatregelen van de verschillende overheden in het land. Belastingaftrek bij de federale regering, allerlei subsidies op het niveau van gewesten, provincies en gemeenten. Maar in hun bijna radeloze zoektocht naar besparingen hebben de federale onderhandelaars heel plots beslist om de fiscale aftrek af te schaffen. Het beleid wordt overgeheveld naar de gewesten, maar het geld verhuist niet mee. De gewesten zijn op die beslissing niet voorbereid. Het Brussels Gewest had bijvoorbeeld wel meer financiële middelen ingeschreven voor premies, maar dat kan het wegsaneren van het federale geld zeker niet compenseren. Minister Huytebroeck en de groenen reageerden not amused. In De Standaard maakte Guy Tegenbos zich er druk over dat men meer dan vijfhonderd dagen de tijd heeft gehad om de maatregel voor te bereiden samen met de andere overheden, maar dat dit niet was gebeurd. In De Morgen noemde econoom Koen Schoors de abrupte afbouw zonder veel omwegen ‘dwaas’. Jonge bedrijven die zich hadden gespecialiseerd in milieuvriendelijke verbouwingen, maar voor wie de overheidssteun nog essentieel was in hun zakenmodel, dreigen over de kop te gaan. De bestellingen zullen immers een duikvlucht nemen. Maar ja, al dat gezeur en die onheilsberichten over dat warmere weer ook. Dat is toch pittoresk, paasbloemen in de adventstijd?
EVA HILHORST
BDW 1307 PAGINA 16 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
VADROUILLE
Smart reageert op kritiek
DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK © IVAN PUT
BRUSSEL – Smart, voluit Steungevende Maatschappij voor Artiesten, weerlegt de kritiek als zou het bedrijf frauduleus omgaan met het kunstenaarsstatuut.
© IVAN PUT
De wet op het kunstenaarsstatuut kwam er in 2002 om artiesten een betere sociale en juridische bescher ming te geven. Vorige maand bleek uit cijfers van de RVA dat tussen 2004 en 2011 het aantal artiesten met een kunstenaarsstatuut in Brussel ver dubbeld was. Hierop werd Smart er vanuit politieke en artistieke hoek van beschuldigd de wet te misbruiken, onder meer door het kunstenaars statuut via juridische achterpoort jes ook aan niet-kunstenaars toe te kennen. Julek Jurowicz, gedelegeerd bestuur der van Smart, reageert strijdvaardig en noemt de kritiek populistisch: “CD&V-kamerlid Liesbeth Van der Auwera snapt niet waar het over gaat en blijft zeuren tegen beter weten in.” Volgens hem moet de discussie veel breder worden gevoerd. Hij stelt dat de wet van 2002 maar half is uitge werkt. Die ‘lacune’ trekt Smart in zijn beleid recht door de wet ‘met de no dige soepelheid toe te passen’. Jurowicz stuurt aan op overleg om zo vlug mogelijk de wet te herzien en op die manier nieuwe, meer projectma tige arbeidsvormen meer kansen te kunnen geven, al lijkt hij ook te be seffen dat geduld in het huidige poli tieke klimaat een mooie deugd is. Jurowicz omschrijft Smart als een vzw die gebaseerd is op solidariteit en mutualiteit. “Wij hebben ten dele de oplossing om mensen dichter bij elkaar te brengen. Ons ledenaantal stijgt jaarlijks met 25 à veertig pro cent zonder directe publiciteit. Dat wijst erop dat we een breed draagvlak hebben.” Smart is vragende partij voor een breed debat dat dieper gaat dan het woordensteekspel van de voorbije weken. TDM www.smartbe.be ADVERTENTIE
Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap
02/463.58.58 alle werkdagen van 9 tot 12u30 uitgezonderd donderdag van 14 tot 17u.
Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be
Het oude woonhuis van dokter Grégoire aan de Dieweg is een van de weinige ontwerpen van Henry Van de Velde die nog bewoond zijn.
© ANONYMOUSLY YOURS
BDW 1307 PAGINA 17 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
Op de verkoopstentoonstelling in Maison Grégoire worden tekeningen van 82 – tot op de laatste dag anonieme – kunstenaars verkocht.
Tentoonstelling > Anonieme kunst in huis Henry Van de Velde
Kunstwerk vol kunstwerken UKKEL – In Maison Grégoire, een modernistische woning getekend door Henry Van de Velde, heeft een bijzondere tentoonstelling plaats. Tekeningen van 82 vooraanstaande en minder vooraanstaande kunstenaars worden getoond en verkocht tegen een schappelijke eenheidsprijs. Maar wel anoniem: de namen van de kunstenaars worden pas op de laatste dag bekendgemaakt.
A
nonymously yours heet het project voor hedendaagse (Brusselse) kunst dat om verschillende redenen de aan dacht trekt. Het werd speciaal opgezet voor L’Observatoire/Maison Grégoire, dat al vijf tien jaar zowel als privéwoning als als heden daags kunstcentrum fungeert. Emmanuel Lambion van Bn Projects, de cu rator, ontvangt ons in de voormalige woning van de Ukkelse dokter Grégoire, vlak bij het Koninklijk Observatorium. Het huis ligt ook niet zo ver van Henry Van de Veldes eigen mo numentale cottagewoning Bloemenwerf in de Vanderaeylaan, maar dateert van een veel la tere (stijl)periode van de meester-vormgever. Van de Velde maakte het relatief kleine huisje voor de kinderloze dokter Grégoire en zijn vrouw in 1933. Als je de hal binnenkomt, zie je meteen alles: rechts de salon met daarach ter de tuin; meteen links de trap naar de keu ken beneden, en daarnaast de eetkamer met daarachter de voortuin; boven de balustrade van de trap de overloop naar de slaapkamers rechts en het deels overdekte terras links. Op de gelijkvloerse verdieping zijn eetkamer en salon ook nog eens met een ruime doorsteek met elkaar verbonden. De gebruikte kleuren zijn licht en als je in de achtertuin staat, kun je door de salon, de hal en de eetkamer de straat zien. “Dit is een van de weinige woningen van Van de Velde die nog bewoond zijn,” zegt curator Lambion. “Een andere is zijn Maison Wol fers in de Alphonse Renardstraat, waar de kunstverzamelaar Herman Daled woont. Dit huis heeft de huidige eigenaar Thomas Simon rechtstreeks gekocht van dokter Grégoire, die op dat moment naar een rusthuis vertrok, maar intussen overleden is.” Ondertussen is ook aan de renovatie van het
sinds 1982 beschermde gebouw begonnen. De gevels zijn al aan de beurt geweest. Mo numenten en Landschappen kijkt nu toe of bij het herschilderen van de binnenmuren de juiste pigmenten worden gebruikt. Over het algemeen is het huis nog in vrij goede staat.
Anoniem Als u nu besluit de tentoonstelling te bezoe ken, dan moet u het zeker ook voor de nieuwe kunstwerken doen. De tentoonstelling wil er ook op wijzen dat dit een van de oudste Brusselse centra voor hedendaagse kunst is die zonder structurele subsidies werken. Lambion: “In 1995 besloten de eigenaar en zijn partner van het huis een kunstcentrum te maken met een onafhankelijk programma. Philippe Terrier-Hermann heeft als eerste curator van L’Observatoire kunstenaars als
Barbara Visser of Runa Islam voor hun eerste Belgische tentoonstelling naar hier gehaald. Sinds 2000 wordt er met gastcuratoren ge werkt. Ik heb hier sinds 2008 met Bn Pro jects een tiental tentoonstellingen gemaakt. Meestal waren dat solotentoonstellingen om wille van de sfeer. Dit is de eerste keer dat er zoveel werken zullen hangen. Een uitdaging voor deze kleine plek, waar sowieso de archi tectuur al heel aanwezig is. En toch is het huis heel flexibel.” De tentoonstelling zal uitsluitend bestaan uit tekeningen, een discipline die vaak onderbe licht blijft in het kunstbedrijf. Lambion: “Zo wel in de conceptuele als in de meer concrete kunst blijft de tekening nochtans een cruciale etappe in de totstandkoming van een kunst werk, het stadium van het creatieve proces waarin de intentie van de kunstenaar gecon centreerd zit.” De tentoonstelling loopt twee weekends en alle kunstwerken zijn ook te koop. Ze kosten allemaal 400 euro, wat in sommige geval len een prijs is die onder de marktwaarde ligt. Alleen weet je niet zeker wiens werk je koopt, want de werken blijven tot het einde anoniem. Op de website staan de namen van
L’OBSERVATOIRE / MAISON GRÉGOIRE Henry Van de Velde (Antwerpen, 1863 - Zürich, 1957) was een groot Belgisch kunstenaar. Hij begon als schilder en vertegenwoordigde met zijn pointillistische werken nog het neo-impressionisme. Van de Velde was ook lid van de vermaarde Brusselse kunstenaarsgroep Les XX. Hij evolueerde al snel naar de decoratieve kunsten en de architectuur. Tijdens het laatste decennium van de negentiende eeuw hoorde hij nog onder de art nouveau en stond hij onder invloed van de Britse arts and crafts-beweging. Zijn zelfontworpen woonhuis Bloemenwerf in Ukkel uit 1895 is daar getuige van.
Rond de eeuwwisseling verhuisde Van de Velde naar Duitsland, waar hij mee aan de basis lag van het modernistische Bauhaus. Bij zijn terugkeer naar België creëerde hij modernistische parels als de Boekentoren in Gent, de Tweebronnenbibliotheek in Leuven en het kleine Maison Grégoire nabij het Koninklijk Observatorium in Ukkel. Kunstcentrum L’Observatoire is in 1995 ontstaan vanuit de bekommernis om Maison Grégoire voor het publiek toegankelijk te maken en het open te stellen voor jonge internationale artiesten. MB
de kunstenaars met de lettertjes door elkaar gehaspeld. In de catalogus en onder de wer ken komt alleen de beschrijving, maar niet de naam. “Op de laatste dag van de expo worden de namen bekendgemaakt en krijgen de men sen bij de catalogus een boekenwijzer met de namen. Dat is natuurlijk een spel, maar ook een manier om iedereen op hetzelfde niveau te plaatsen, zowel de bekende kunstenaars als de ‘artistes émergents’.”
Klein Berlijn In ieder geval gaat het om Brusselaars, kun stenaars die in Brussel werken, of die in het verleden al met Lambion hebben samenge werkt. Zo onderstreept ook Anonymously yours dat Brussel als kunststad sterk in de lift zit. Lambion kan die tendens bevestigen. “Brussel heeft al sinds het eind van de jaren 1980 een belangrijk statuut op het vlak van de podium kunsten, maar de laatste drie, vier jaar is er een Europese buzz over Brussel als kunststad die een beetje de positie van Berlijn aan het overnemen is. Berlijn is nog altijd interessant, maar ‘the bubble was too big.’ Veel kunste naars die er met veel hoop naartoe trokken en interessante dingen deden, vielen teleurge steld uit de boot. Brussel verwelkomt al jaren interessante kunstenaars, maar je kunt dat niet langer als een well kept secret omschrij ven. De kunstscholen zijn toegankelijker dan bijvoorbeeld in Frankrijk, het leven is hier goedkoper, en commercieel ligt de stad strate gischer, want centraler dan Berlijn. Persoon lijk vind ik ook dat in Brussel de confrontatie en het contrast van de kunst met de realiteit van de stad spannender is. In Berlijn is alles artistically correct. Je kunt er een maand rond lopen en alleen maar kunstenaars, critici en curatoren tegenkomen.” Michaël Bellon Anonymously yours, van 9 tot en met 16 december in Maison Grégoire, Dieweg 292, 1180 Ukkel. Vrijdag van 18 tot 21 uur, zaterdag van 10 tot 17 uur, zondag van 11 tot 18 uur. Meer op www.anyours.be en www.maisongregoire.be
BDW 1307 PAGINA 18 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
Jazz > BJO in zee met Kerkko Koskinen en zijn Agatha
Bigband gaat Finse toer op BRUSSEL – Nog meer dan andere jazzgroepen moet een bigband zichzelf voortdurend heruitvinden om aan de bak te komen. Het Brussels Jazz Orchestra (BJO) doet dat al jaren met verve. Voor hun nieuwste project kwamen ze terecht bij de Finse componist Kerkko Koskinen en zijn werk Agatha.
Het Brussels Jazz Orchestra, voortdurend op zoek naar nieuwe invalshoeken.
hobo, fluit en slagwerk, maar dat er ook gewerkt wordt met een extra solist. Bij het UMO Jazz Orchestra was dat de trompettist Verneri Pohjola; bij ons wordt het Alex Sipiagin, onder andere bekend van bij Dave Holland en de Mingus Big Band. In het verleden stuurde hij ons al een aantal eigen composities op, maar we zijn
Agatha door BJO met Alex Sipiagin en I Solisti del Vento, dinsdag 20 december om 20.15 uur in Flagey (www.flagey.be) en voorts nog op 21 (Vooruit, Gent) en 22 december (deSingel, Antwerpen). Agatha van UMO Jazz Orchestra & Verneri Pohjola is uit op Ricky-Tick Records (www.ricky-tick.com)
© DAVID LEGRÈVE
De 38-jarige Kerkko Koskinen is een buitenbeentje in de Finse muziek. In zijn thuisland scoorde hij met de zeventienkoppige rockgroep Ultra Bra tussen 1994 en 2001 een resem hits en waren er geen grenzen aan de populariteit van de kleurrijke bende. Na het opdoeken van Ultra Bra koos Koskinen voor een solocarrière en vond hij zijn ware roeping: componeren, al dan niet voor films. Een van de resultaten was Agatha. Voor de opname koos hij het UMO Jazz Orchestra, de bekendste bigband van Finland. We vroegen aan Frank Vaganée, muzikant en artistiek leider van het BJO, hoe hij bij deze vreemde vogel terechtkwam. “We zijn met het BJO voortdurend op zoek naar nieuwe invalshoeken. Toen Koskinen ons een tijd geleden de cd Agatha opstuurde, waren we er meteen voor te vinden. Vooral het centrale thema en de manier waarop hij alles uitwerkte, trok ons aan. Wat het extra boeiend maakt, is dat het niet alleen om een uitgebreidere bezetting van een klassieke bigband gaat, met hoorns,
stukken zijn gebaseerd op een verhaal van Agatha Christie. Na een rondvraag bij een aantal organisators bleek dat er voldoende interesse was voor dit nieuwe initiatief van het BJO. Toch zijn Vaganée en zijn muzikanten niet van plan de originele versie van Agatha zomaar over te nemen. “We gaan het uitvoeren op onze manier, met heel wat meer ruimte voor de andere solisten. Bovendien vullen we het programma aan met extra nummers, waaronder een gloednieuwe compositie van Bert Joris. Het is een grootschalig project. Daarom zal ik deze keer enkel de rol van dirigent op mij nemen en zelf niet spelen.” Met het UMO Jazz Orchestra waren ze bij het BJO alleszins vertrouwd. “Het is al tientallen jaren lang een van de grootste orkesten in Europa en ze brengen altijd heel originele programma’s. We weten dus heel goed waar we aan beginnen.” Georges Tonla Briquet
er nog niet toe gekomen die in ons repertoire te verwerken. Sipiagin is echter ook een uitstekend trompettist. Dit was een ideale gelegenheid voor een eerste nauwe samenwerking.” Agatha klinkt als een kruising van Mancini’s filmmuziek en werk van een andere grote componist en arrangeur, David Axelrod. Bijna alle
ADVERTENTIE
Brusselse hoofdpunten in uw mailbox?
ws.be
www.brusselnieuws.be/nieuwsbrief
08-02-11 11:49
Mobiel? Mobiel? m.brusselnieuws.be m.brusselnieuws.be hier begint de stad
BDW 1307 PAGINA 19 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
ADVERTENTIE
© BOB PLEYSIER
Het Klein Kasteeltje bracht een globaal probleem in ons straatbeeld, dat elders vaak op luchthavens wordt weggestopt.
Praat
Kleine Kasteel verhalen Gelezen: Bob Pleysier, Het Klein Kasteeltje, een kwarteeuw asielopvang, eigen beheer, 125 p., 10 euro.
achteraf
Is het u ook overkomen dat u opgelucht en misschien wel goedkeurend reageerde op het bericht dat de regeringsonderhandelaars, daags na het begrotingsakkoord, maar vier uur nodig hadden om tot een akkoord te komen over asiel en migratie? We mogen hopen dat op z’n minst de mensen uit de asielsector, die wellicht hun ergste crisis ooit beleven (eind september moest het bevoegde agentschap Fedasil de tienduizendste asielzoeker in twee jaar tijd zonder hulp op straat zetten), toch de tegenwoordigheid van geest hadden om met enige verontwaardiging te reageren op die verdacht ‘snelle doorbraak’. Een van de mensen uit ‘de asielsector’ is Bob Pleysier. Van 2002 tot 2007 was hij directeurgeneraal van Fedasil, en van 1991 tot 2002 directeur van het Klein Kasteeltje. Over de 25-jarige geschiedenis van dat opvangcentrum schreef hij een boek. Het vreemde gebouw bestond al in de vijftiende eeuw. Het heeft nog gediend als gevangenis voor Franse soldaten na de Slag van Waterloo, en natuurlijk (van 1951 tot 1985) als rekruterings- en selectiecentrum voor de dienstplichtigen. In 1986, toen de regering iets moest doen aan het feit dat de OCMW’s niet langer voor de toenemende stroom ‘vreemdelingen’ wilden instaan, begon een heel ander verhaal. Pleysier wisselt dat verhaal af met eigen bespiegelingen, en het boek staat ook vol foto’s (Bart Dewaele, Dieter Telemans, Filip Claus...), tekeningen (GAL, Judith Vanistendael, Koenraad Tinel...) en korte bijdragen van mensen die ooit in het Klein Kasteeltje passeerden. Een rode draad in de geschiedenis van het Klein Kasteeltje is de onverdroten wil om het gebrek aan middelen te compenseren met een pragmatische aanpak. Het Kasteeltje speelde een pioniersrol, detecteerde noden en problemen en opperde vervolgens oplossingen die pas veel later door het beleid werden opgepikt. Ondertussen moest er vaak worden geïmproviseerd en – cruciaal in situaties waarin de menselijkheid in het gedrang komt – gebruikgemaakt van de menselijke kracht om wetten en regels naar de geest te interpreteren. In die zin is dit boek ook in belangrijke mate een ode
aan het ‘creatieve’ personeel van het Klein Kasteeltje. Als Bob Pleysier kritisch is in dit boek, en hij noemt best wat namen van ministers of andere verantwoordelijken, dan is het vooral op de momenten dat bureaucratie een excuus wordt voor mislukking. Overigens steekt Pleysier ook de hand in eigen boezem: hij schrijft op het einde dat hij misschien te weinig heeft gedaan om te voorkomen dat Fedasil een gepolitiseerd instituut werd, met te veel cynisme in het bestuur en te veel bureaucratie in de opvangcentra. Ondertussen heeft hij nog altijd onrustige dromen waarin hij als directeur van het Kasteeltje onverwijld tussenbeide moet komen in acute crises met muurklimmers, hongerstakers, brandstichtingen, vechtpartijen en vooral plaatsgebrek. Behalve een kritische schets van het asielbeleid door de jaren (met steeds weer veranderende procedures, die er uiteindelijk in resulteerden dat het Kasteeltje van hét nationale transitcentrum nu een van de vele schakels in het opvangnetwerk is geworden) is dit boek vooral een zorgvuldig portret van een zeer bijzondere biotoop. Het Klein Kasteeltje bracht een globaal probleem in ons straatbeeld, dat elders vaak op een luchthaven wordt weggestopt. Talrijk zijn de emotionele verhalen en anekdotes over (ex-)bewoners: de eigenzinnige 23-koppige zigeunerfamilie Cirpaci, de terminale Congolese aidspatiënt die in Sint-Pieter komt sterven, de terminale Macedonische die een busticket krijgt om in haar eigen land te kunnen gaan sterven... Op haar beurt is de stad ook geregeld tot in het Klein Kasteeltje doorgedrongen (dankzij Klinkende Munt, ABC, Het Beschrijf...). Die onderlinge band is de reden waarom dit boekje niet in uw boekenkast zou misstaan. Michaël Bellon Het boek is een initiatief van de feitelijke vereniging Vrienden Klein Kasteeltje. Bestellen bij Bob Pleysier, bob.pleysier@ telenet.be, of te koop bij Passa Porta (Dansaertstraat), Plaizier (Spoormakersstraat), BIP (Koningsplein) en bij enkele boekhandels in Leuven (Acco, Dry Coppen, Paard van Troje). De even tuele opbrengst gaat naar de kinderen van het Klein Kasteeltje
ADVERTENTIE
UITZONDERLIJK OPEN OP 18 DECEMBER
ZONDAG, NOG EEN VERRASSENDE FEESTDAG
www.thewshopping.be
BDW 1307 PAGINA 20 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
Strip > Geert van Bruaene (anti)held in nieuwe stripreeks
Surrealistische belletjes BRUSSEL – Gezelle, Magritte en Hergé lijstte hij in voor zijn café Het Goudblommeke in Papier, en voortaan figureert Geert van Bruaene ook zelf in kadertjes. Magritte en het ‘Maldoror’ boek is het eerste stripalbum in een zevendelige reeks over het leven van Van Bruaene “zoals het geweest zou kunnen zijn”. Met pretlichtjes geschreven door Danny ‘Samson’ Verbiest en getekend door De Marck (van Stam & Pilou).
H
oewel hij zelf beeldend kunstenaar en dichter was, wordt Geert (Gérard) van Bruaene (1891-1964) vooral genoemd als goed gezelschap van de Duitse expressionisten, de Fransman Jean Dubuffet, Belgische surrealisten, de Cobra-leden, de Vijftigers, de Tijd en Mens’en. Hij gaf hun een forum of droeg ze een warm hart toe, in meer dan een galerie of café die hij oprichtte. Zijn naoorlogse Het Goudblommeke in Papier/ La Fleur en Papier Doré in de Cellebroersstraat, een mengvorm tussen café en galerie, ligt er vandaag (weer) bij zoals Van Bruaene het achterliet. Als er nog geen belletje rinkelt, dan hebben de auteurs niet voor niets gedacht dat een stripreeks de zowel geestige als belangrijke rol van deze ‘kleine man in de grote kunst’ in de verf kon zetten. Het idee ontstond tijdens de onthulling van de stripmuur van Stam & Pilou – die kadertjes ophangen – vorige zomer op het binnenpleintje van het Goudblommeke. De aanwezige minister JeanLuc Vanraes (Open VLD), net zoals Van Bruaene een West-Vlaming die
naar Brussel is afgezakt en nu bevoegd is voor het imago van Brussel, beloofde middelen vrij te maken. Allemaal toevallige toevalligheden die wel uit een strip lijken te komen. Uitgeverij Artus zet na haar kunstboeken over Antwerpse kunstenaars zijn lofzang op de stad verder in Brussel. De Van Bruaene-reeks verschijnt zowel in het Nederlands als in het Frans en Engels.
Aperitief in de Greenwich In het Goudblommeke zijn de muren minstens zo interessant als het gezelschap. Zo vind je er nog zes illus traties van René Magritte voor Les chants de Maldoror van Le Comte de Lautréamont, pseudoniem van Isidore Ducasse. Die Chants zijn het leidmotief in het eerste album (dat, met een surrealistische twist, meteen het tweede uit de reeks is). Van Bruaene heeft de tekeningen destijds ingelijst en opgehangen “om er alle dagen naar te kijken.” De muren bevatten aanknopingspunten voor nog meer verhalen. En waar er nog gaten zijn, aan de muren of in de getuigenissen die over zijn
Geert van Bruaene van Het Goudblommeke, ‘kleine man in de grote kunst’, wordt bijna vijftig jaar na zijn dood het hoofdpersonage in een zevendelige stripreeks.
leven de ronde doen, daar hebben de auteurs vrij spel. Alles begint natuurlijk op de vlooienmarkt op het Vossenplein. Want waar beginnen verhalen anders? Is dat trouwens niet Hergé – krant in de jaszak – die een schaalmodel van een zeilschip op het oog heeft? Dat levert vast een verhaal op, al moet hij daar op die zomerse zondag in 1930 nog eens over nadenken.
feste du surréalisme, de hemel in was geprezen. Snel naar de Greenwich dus, waar zijn vriend René Magritte al aan het aperitieven is... Er zit meteen vaart in het verhaal. Zeker als er ook nog eens jacht wordt gemaakt op het boek. De (crisis)sfeer in de straten van de jaren 1930 wordt opgeroepen door de krantenverkoper (zoek de auteur) van De Gazet van Brussel, of door het feit dat een telefoon – die je leven
Zijn nieuwe figuurtje Kuifje heeft hij een jaar eerder gecreëerd. Afronden doet Magritte en het ‘Maldoror’ boek ook weer op het Vossenplein, waar we Hergé deze keer terugzien met een houten beeldje onder de arm. Daartussen volgen we Geert van Bruaene, die juist het boek Les chants de Maldoror (1874) op de kop heeft getikt, een boek dat door André Breton, de auteur van het Mani-
Muziek > Jubileumconcerten Kapel van de Miniemen
In kerstsfeer met Bach
Het ensemble ontstond in 1981 dankzij Julius Stenzel (die overigens nog altijd artistiek directeur is), toen die in de Miniemenkerk een Bachcantate programmeerde. Het succes was zo groot dat orkest en koor gestructureerd geraakten en sindsdien elke voorlaatste zondag van de maand een gratis Bach-cantate presenteren. Met zijn veertig koorzangers en 25 instrumentalisten (van twintig nationaliteiten) organiseert Stenzel iedere maand vier repetities in aanloop naar het maandconcert. Op die manier kunnen de vele buitenlandse leden makkelijk afhaken
en opnieuw inpikken: één maand missen door dienst- of vakantiereizen wordt niet als een handicap gevoeld. Het verklaart mee het blijvende succes van de amateurvereniging. Iedereen draagt zijn steentje bij aan de op- en afbouw van het podium, het maken van programma’s en posters of de actualisering van de website www.minimes.net. Bevlogen dirigenten als Jan Caals, Philippe Gérard, Benoît Jacquemin en Julius Stenzel werken samen met het orkest en koor van de Kapel van de Miniemen. Tot grote vreugde van een trouw publiek, overigens: telkens
© DIDIER LONYS
BRUSSEL – Voor hun dertigste verjaardag vergasten koor en orkest van de Kapel van de Miniemen, 65 man sterk, u op twee cantates van Bach. Op vrijdag 16 december (20 uur) en zondag 18 december (15 uur) brengt de Kapel de monumentale ‘Mis in b-klein’ van Johann Sebastian Bach, met koor en solisten.
De Kapel van de Miniemen brengt Bachs ‘Hohe Messe’.
vier- tot vijfhonderd aanwezigen in de kerk, terwijl er ‘maar’ 375 stoelen zijn. In het kader van de jubileumconcerten voor dertig jaar ensemble zal op zaterdag 12 maart 2012 een Bach Academie voor de jeugd worden georganiseerd (vanaf 14 uur). Tijdens open repetities zullen aanwezigen kunnen meezingen en -oefenen – noem het maar een ‘vocaal bal moderne’. Daags nadien zal samen geconcerteerd worden voor groot publiek (gratis toegang). Opgelet: de zondagmatinees van het ensemble zijn altijd gratis, maar voor de twee jubileumcantates van december wordt uitzonderlijk toegang gevraagd om de werking te betalen.
Jean-Marie Binst
BDW 1307 PAGINA 21 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen
www.fedsvk.be 02 412 72 44
M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����
©
Verhuur uw woning
T
S OCIALE V ERHUURKANTOREN
HE
ADVERTENTIE
Nick Trachet AC
kon redden – nog een zeldzaamheid was. De Marcks stadsdecor in vale tinten doet denken aan vergeelde kleurfoto’s, waartegen de protagonisten goed afsteken. Een wandeling met streetview door hartje Brussel is het, langs het Park van Brussel, de Beurs,... maar ook langs kroegen als ’t Pikkehondje op het Bloemenhofplein (nu restaurant In ’t Spinnekopke) of de Greenwich aan de Kartuizersstraat 7 – de
Van Bruaene speelt zichzelf. Wanneer hij een van zijn overgeleverde aforismen als “Elk mens heeft recht op 24 uur vrijheid per dag” in de mond neemt. Of als degene die kunstenaars doorziet, meer dan zij dat zelf kunnen: “Vrienden, laten we het glas heffen op een groot kunstenaar voor wie men ooit een museum zal bouwen.” Maar we zien hem ook met duistere zaakjes bezig in zijn zoveelste galerie. In 1923 was dat nog Cabinet Maldoror, maar in 1930 houdt hij in de Naamsestraat La Vièrge Poupine open. Voor twintig Belgische franken (en we leren dat dat nu zeventig euro is) maakt hij ‘een Permeke gelijk’ afhandig van een lokale schilder. We gaan niet zo ver als zouden we Samson horen in de grapjes van Danny Verbiest, maar er is toch wel plezier voor iedereen. Bijvoorbeeld als Magritte in de Greenwich enkele omstanders het surrealisme uit probeert te leggen tot ze ‘surrealistische belletjes’ horen rinkelen. An Devroe
TR
24 uur vrijheid
NIC K
© UITGEVERIJ ARTUS
adressen staan erbij. En een kijkje in de huizen en hoofden van menige Brusselaar van toen. Magritte kon je vinden in de Greenwich, achter een schaakbord. En in het appartement op de benedenverdieping van de Essegemstraat 135 natuurlijk, tekenend aan de keukentafel, zijn vrouw Georgette in de buurt. E.L.T. Mesens, kunstenaar en kunsthandelaar, is de redder van Van Bruaenes inboedel, wat hij inderdaad enkele keren in het echt gedaan heeft. Je krijgt er uitleg bij, maar bij Magrittes overbekende schilderij van de pijp-die-geen-pijp-is was dat niet echt nodig. Toch heeft de lezer baat bij een stripreeks die zichzelf ‘ludoeducatief’ noemt. Brusselse uitdrukkingen en beroemde verkeerde vertalingen die nog uit de Spaanse tijd stammen, horen daarbij.
BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT
Brick Ik ontdekte dit speelgoed voor in de keuken bij mijn Marokkaanse slager. Het kan voor allerhande leuke gerechten dienen. Bladerdeeg, zo leerde ik ooit uit een geschiedenisboek van de keuken, kwam tot ons met de horden nomaden uit de steppen van Centraal-Azië. Mensen die geen vaste stek kenden, hadden tijd noch plaats om brood te laten rijzen met gist. En ongerezen brood is taai en hard. Om dan toch geen tanden te breken op harde koeken, maakten ze hun broden flinterdun en rolden ze die op. Echt bladerdeeg wordt gemaakt door deeg uit te rollen. Dan wordt die lap belegd met stukken harde boter, in drie gevouwen en weer uitgerold. De stijve boter verhindert dat de drie lagen deeg aan elkaar gaan plakken. Door steeds opnieuw uit te rollen en te vouwen ontstaat een meetkundige reeks lagen: 3, 9, 36, 108... In geen tijd heb je er spreekwoordelijk duizend, een millefeuille. Het waren de Ottomaanse Turken die deze kunst tot voor de poorten van Buda(pest) brachten. Toen ze daar verslagen werden, namen de Oostenrijkers dit deeg over als trofee: de croissant en de hele ‘viennoiserie’ waren geboren. (Die overwinning heeft trouwens zijn naam, Buda, gegeven aan de wijk in Brussel waar nu de Budabrug staat.) Ook Oostenrijkse apfelstrudel wordt gegeven als voorbeeld van een oorspronkelijk Turks gebak, de börek. Maar hier is het geen millefeuille! Er worden individuele deegschijven uitgerold en uitgerekt op een laken. Deze heel dunne, bijna doorzichtige deeglap wordt dan opgerold rond een vulling die in Wenen uit appel, kaneel, suiker, gebakken broodkruim en pijnboompitten bestaat, maar in Turkije evengoed hartige groenten, vis of kaas kan bevatten. Men gebruikt doorgaans meer dan één deegblad, zodat het eindresultaat gaat lijken op de millefeuille, al is het helemaal anders ontstaan. De börek verspreidde zich over het Ottomaanse rijk en werd in de Maghreb verbasterd tot brick. De invloed van de Turken reikte niet alleen tot het Westen. Aan het hof van de keizers in Peking doken dunne pannenkoekjes op bij de eend, want ook de Chinese keizers waren afstammelingen van steppevolkeren.
Opgerolde böreks werden er loempia’s en nog verder zuidwaarts nems. Börek rules the world! Vandaag verkoopt mijn Marokkaanse slager brickdeeg uit de buurt van Parijs en vierkante diepvriesbörekblaadjes uit Maleisië! In de praktijk is er wel een verschil gegroeid tussen de deeglappen. Met brick bedoelt men nu doorgaans deeg van harde tarwe; börekdeeg, dat door Grieken en Amerikanen filodeeg wordt genoemd, is van wittere, zachte bloem, en nems zijn vandaag uiteraard van rijstmeel. Maar de verschillende soorten worden in het dagelijkse Brusselse leven steeds vaker verwisseld. Een pak brick kost een schijntje. Ik kocht eerst de grovere variant. Dunne pannenkoeken van wel dertig centimeter diameter worden van elkaar gescheiden door een schutblad. Zo’n deeg droogt heel snel uit. Dus eenmaal het pak open is, moet er snel worden gewerkt. Het helpt ook de deegbladen te bedekken met een vochtige doek. Vooral de fijnere börek droogt uit terwijl u ernaar staat te kijken. We smelten boter. Herdersvolkeren zijn immers boterkarners, geen oliepersers. Met gesmolten boter penseelde ik een brickblad glimmend: ik rolde wat kaas in dat blaadje en legde het een tiental minuten in een oven van 200 °C tot het deeg een mooi kleurtje had. Ik stak ook een open brickblad zo in de oven, zonder iets erbij. Toen het goudkleurig was, had ik een krokante koek. Ik moest aan het muziekpapierbrood uit Sardinië denken. Hé, wacht eens even... Met wat komijn en peper erbij lijkt het wel Indische papadum! En de zoete versie? Ik beboterde een blad, bestrooide dat met vanillesuiker, rolde het op en de oven in. Beste lezers, ik denk dat ik zonet de doe-het-zelf cigarette russe heb uitgevonden. Met fijne, vierkante börekbladen maakte ik baklava. Het moeilijkste hierbij is de blaadjes van elkaar krijgen. De rest is poepsimpel. Een bakblik inboteren. Börekblaadjes insmeren met gesmolten boter. Drie lagen op elkaar in het bakblik vlijen en bestrooien
Beste lezers, ik denk dat ik zonet de doe-het-zelf cigarette russe heb uitgevonden met gemalen nootjes (pistache, walnoot...). Weer twee lagen beboterde vellen, weer nootjes. Afwerken met nog drie lagen, en de rest van de gesmolten boter erover gieten. Dan de lagen deeg in porties snijden en de oven in. Ondertussen een stroopje maken van het sap van een sinaasappel, suiker, enkele lepels honing en kaneel, en laten koken. Wanneer de zoete, bruingekleurde ‘lasagne’ uit de oven komt, overgieten met de stroop en laten afkoelen. Tanden poetsen na het eten. Men kan brickdeeg ook in linten snijden. Dat lukt het best met een schaar. Neem twee zulke linten en leg een hoopje bereide groentecurry (met veel aardappel) aan een kant van het dubbele lint. Driehoekig opplooien, bakken in de boter: dat is dan samosa. En ten slotte de brick à l’œuf, hét fastfood van de Maghreb bij uitstek. Beboter een brickblad. Breek er een ei op, doe er een beetje gebakken ajuin bij, wat tonijn uit blik, enkele kappertjes en kruiden, en plooi het geheel als een enveloppe dicht. Even om en om bakken in de frituur. Klaar. Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet
BDW 1307 PAGINA 22 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
Jules Emile Roland, thuis. “Hier herleef ik. Die beelden, die schilderijen spreken mij aan. Steeds weer halen ze me de prachtige mensen die ze gemaakt hebben, voor ogen. Ik kan er dag in, dag uit naar zitten kijken.”
© MARC GYSENS
Jules Emile Roland, Heembeeks wandelende geheugen
‘Ik wil weten waar ik woon’ NEDER-OVER-HEEMBEEK – “Het doet me deugd nog eens te kunnen vertellen, want de mensen luisteren niet meer. Ze zijn niet meer geïnteresseerd. De tijd van de echte, de Vlaamse Heembekenaar is voorbij. Ik denk dat er nog een goede duizend zijn. Heembeek is internationaal geworden.” Jules Emile Roland is het wandelende geheugen van ‘NOH’. Een flukse grijsaard van bijna negentig, die kunst, cultuur en de geschiedenis van zijn gemeente in het hart draagt.
E
en uit steen gehouwen vrouwenfiguur op enkele passen van de voordeur: het is nog maar een voorsmaakje van wat ik binnen te zien krijg. Een ware galerie, zeker vijftien meter diep. Geen stofje te bespeuren, spots aan het plafond, witte muren. Sculpturen van onder meer de Schaarbekenaar Albin Courtois, de man van het Hembecca-monument aan de Oorlogskruisenlaan, schilderijen... Zelfs de stoelen en het meubel van de stereo-installatie zijn kunst. Kunst met kleur en een knipoog. “De stoelen zijn ontworpen door mijn zoon Filip, die architect is en les geeft aan de VUB. Die met het metalen frame is nog tentoongesteld in Le Grand Palais in Parijs. Het zitkussen was indertijd gevuld met water, nu niet
meer. Een van de twee houten bollen aan de leuning is een ingebouwde asbak.” “Sommige van de werken die je hier ziet, heb ik gekocht, andere heb ik gekregen. En die liggende pater in arduin, zonder hoofd, die heb ik gevonden in de hoving van de Sint-Nicolaaskerk. In stukken en brokken, die ik zorgvuldig weer aaneen heb gelijmd. Ook in de kelder hebben we nog heel wat kunst staan, waaronder nogal wat figuratieve schilderijen. Ik heb alles geïnventariseerd, nauwgezet als ik ben. Het zijn stuk voor stuk herinneringen aan al die mooie activiteiten in en rond de Sint-Nicolaaskerk met mijn vzw, het Cultureel Centrum Brussel. Tentoonstellingen, verrijkende ontmoetingen. Ook het beeldje hier aan de straatkant. ‘Anouchka’ van Michaël Onofrei.
Het maakte deel uit van een expo van Roemeense kunstenaars die we in 1969 hebben georganiseerd.” “Maar helaas, de tijden zijn veranderd. En wij moeten ons aanpassen. Soms heb ik het daar moeilijk mee, heel moeilijk. Daarom is het hier ingericht zoals in mijn tijd. Hier herleef ik. Die beelden, die schilderijen spreken mij aan; steeds weer halen ze me de prachtige mensen die ze gemaakt hebben, voor ogen. Naar al wat hier staat of ligt, kan ik dag in, dag uit zitten kijken. Telkens op een andere manier. Men zegt me weleens dat ik hier een aantal dingen heb staan die wat waard zijn. Maar dat interesseert me niet, voor mij telt de sentimentele waarde. De waarde van het hart. Wat mijn zoons Filip en Luk ermee doen als
mijn vrouw en ik er niet meer zijn, dat moeten zij weten.” Fier toont Roland enkele cursussen van de VUB, van Lydia Deveen-De Pauw: kunstgeschiedenis en archeologie. “Onmiddellijk na mijn pensioen in 1989 ben ik aan de VUB beginnen te studeren. Niet voor het diploma, wel uit interesse. Ik was eigenzinnig: ik heb de cursustekst van professor Deveen-De Pauw uitgebreid met eigen bevindingen en opzoekwerk. Om meer in detail te gaan. Hoeveel studenten kunnen zo’n documentatie voorleggen, denk je?”
Samen sterker In 1950 kwamen Jules Emile Roland en zijn vrouw Ann Michiels – beiden geboren en getogen Tervurenaars – in Neder-Over-Heembeek wonen. “Sommige mannen interesseren zich voor auto’s, anderen kaarten graag. En ik, ik ben iemand die graag weet waar hij woont. Dat heeft altijd in mij gezeten. De geschiedenis kennen. En die van wat later Neder-OverHeembeek zou worden, gaat verder terug in
BDW 1307 PAGINA 23 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
de tijd dan de geschiedenis van welke andere Brusselse gemeente dan ook. Zo was er al in 673 een vermelding als Haimbecha.” “Een plek die mij van in het begin in het bijzonder fascineerde, was de Sint-Nicolaaskerk met zijn romaanse toren in Over-Heembeek. Dat kerkje werd in 1935 ontwijd – net als de Sint-Pieterskerk in Neder-Heembeek – omdat met Pieter en Pauwel één kerk voor beide parochies was gebouwd. Op een zekere dag stond de deur van het kerkje open: binnen zag ik een wirwar van folkloristische dingen. Daarna ging ik binnen ‘Bij Coomans’, een café uitgebaat door mevrouw Servaes. De koster, ook een Servaes, vertelde me dat wat ik in de kerk gezien had, het Folkloremuseum van Jan Verbesselt was. Verbesselt was een geestelijke die zijn kazuifel over de haag had gegooid, om met een mooie dame te trouwen. Van het een kwam het ander en in 1955 werd ‘Bij Coo mans’ de oprichtingsvergadering gehouden van het Cultureel Centrum van Brussel-Neder-Over-Heembeek, Onze Kunst.” “Toen dan een aantal jaar later Verbesselt de kerk moest ontruimen, hebben we van het Cultureel Comité Onze Kunst de vzw Cultureel Centrum Brussel (CCB) gemaakt. Van dan af
“Ik was een dikke flamingant voor de ene en een franskiljon voor de andere”
tot in 2001 hebben we niet meer omgekeken. Geen seconde. De vrucht van al dat werk waren ongeveer 170 concerten en welgeteld 604 individuele of collectieve tentoonstellingen. Met de kerk, die we huurden, als constante.” “Het geheim van dat succes was het feit dat ik mij van in het begin heb omringd met de juiste mensen, dat ik de hulp van zwaargewichten in de Brusselse cultuurwereld heb ingeschakeld. Mensen als Jacques Moeschal: ridder in Kroonorde, befaamd architect en beeldhouwer van onder meer het monument aan de Naamsepoort. Of nog: Harry Elstrøm, beeldhouwer, schilder, tekenaar en docent in het kunstonderwijs die de Kalvarie van de basiliek van Koekelberg heeft gesculpteerd. Samen sta je sterker dan alleen; je kunt niet zonder goede relaties. De meeste van die medestanders zijn helaas ondertussen overleden. Ik was de eerste, en zoals het nu gaat, zal ik wellicht ook de laatste zijn.” “Tweede geheim: ik verstond de kunst zowel
de Vlamingen als de francofonen te paaien. Ik wist steun los te weken, bij de Nederlandse Cultuurcommissie eerst, daarna bij de VGC, maar ik heb ook steun gezocht en gevonden bij de Franse Gemeenschap. Als enige culturele vzw in Brussel! Zeer tot ongenoegen van sommige hoge heren op het stadhuis was dat. Het was altijd wikken en wegen. Ik was een dikke flamingant voor de ene en een franskiljon voor de andere.”
FREDDI SMEKENS Kwaait
H
Maquette
et mag in elk geval geen gewoonte worden, zoveel is wel zeker, waarde lezer. Ik heb het hier namelijk over iets verliezen. Beter gezegd: eet kwaait geroeke. Gelukkig zaain we nuut ni alles kwaait wa we kwaait zaain. Denk maar aan de opluchting die we voelen op het moment dat we eet weigevonne hemme. En dat komt haast even vaak voor als het feit dat we eet kwaait gerokt zaain. Moesten we het rekensommetje maken van wat we in ons bestaan al kwaait gerokt zaain, dan zou elk van ons aan een aardig sommetje komen, dacht ik. Ik durf me niet voor te stellen in een wereld te leven waar we nooit meer eet kwaait geroeke. Want stel u voor, waarde lezer, dat we alles nog zouden hebben wat we ooit kwaait gerokt zaain. Zouden we plaats genoeg hebben om alles in onze kelder, op onze zolder, in de woonkamer of keuken op te slaan? Ik paas het ni. En zelfs in ons geheugen zouden we plaats te kort komen. Maar laten we niet te lang bij het verlees stilstaan, waarde lezer. Misschien wél even bij het feit dat wat we kwaait gerokt zaain, toch ééverans moot zaain. Paniek is dus niet nodig. Nog niet zo lang geleden had ik het over serendipiteit. “Gooj doe na waal auver beginne?” schreeuwt een onwetende onverlaat mij toe. En waarom eigenlijk ook niet, waarde lezer? Iets vinden waarnaar men niet op zoek is, kan tot merkwaardige resultaten leiden. Natuurlijk mag het niet de bedoeling zijn zu veul meugelaaik kwaait te geroeke vè zu veul meugelaaik te vinnne. Maar we kunnen er toch rustig van uitgaan dat we de mieste dinge dee we kwaait zaain, op een dag weer zullen tegenkomen. Zonder er daarbij mee rekening te houden dat er dingen zijn die we allemaal leever raaik dan kwaait zaain. Heel belangrijk bij dat alles, waarde lezer, is dat er één ding is waarvoor we moeten waken het niet te vlug te verliezen. Toen iemand onlangs nog vroeg wat dat wel mocht zijn, antwoordde ik: “Gaa zult doe gien last van hemme.” Prompt kreeg ik als repliek: “En vèwa ni?” Wat kon ik toen anders zeggen dan “Omda ge gien verstand hèt”? Het had natuurlijk wat be-
In 2001 werd het huurcontract van de kerk niet vernieuwd (Roland prefereert “Ik ben buitengemeen”) omdat de Stad Brussel liever zelf aan cultuurwerking ging doen in Neder-OverHeembeek. “‘Nieuwe riemen roeien beter,’ hebben ze daar op het stadhuis gedacht. Maar wat ze uit het oog zijn verloren, is dat ik indertijd eerst mensen om me heen gezocht had, vooraleer echt van wal te steken met de vzw Cultureel Centrum Brussel. Mensen die iets te betekenen hadden. Een administratie kan dat niet.” Hij heeft een bladzijde omgedraaid, met pijn in het hart, maar Roland – die ook nog eens zestien jaar lang secretaris is geweest van de Heembeekse handelsvereniging De Joeper en secretaris van de plaatselijke fanfare, die de toneelgroep Rust Roest nieuw leven heeft ingeblazen en als ‘Benoni van Brabant’ plaatselijk medewerker was voor Het Laatste Nieuws – kan niet stilzitten. Dus is hij maquettes gaan maken die de geschiedenis van Heembeek vanaf de zeventiende eeuw weer tot leven roepen. Maquettes van historische Heembeekse panden, maar ook bijvoorbeeld van La Villa des Lions, waar hij is geboren, en van de nu verdwenen Koninklijke Moestuinen van Tervuren, waar zijn vader hoofdhovenier was. Met die maquette won hij een wedstrijd van Erfgoed Vlaanderen. “Twaalf heb ik er gemaakt, maar nu denk ik dat ik ermee ga stoppen. Omdat ik last begin te krijgen van mijn ogen. Dat precisiewerk, het gaat niet meer zoals ik wil. In twee, drie keer herbeginnen omdat het niet goed is, heb ik geen zin. Maar ondertussen heb ik al iets anders gevonden om me bezig te houden. De roman herwerken die ik vele jaren met de hand heb geschreven. Nu op een typemachine. Het fictieve verhaal is geïnspireerd op de belevenissen van mijn vrouw, die in haar jonge jaren als eerste dame in een modehuis aan de Louizalaan werkte. Het oorspronkelijke verhaal was een beetje te veel à l’eau de rose naar mijn zin, ik wil het nu meer de toon van deze tijd geven.” Karel Van der Auwera De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet © MARC GYSENS
Naast maquettes van Neder- en Over-Heembeek maakte Roland ook deze, van de Koninklijke Moestuinen in Tervuren, waar hij van 1925 tot 1939 woonde.
leefder gekund, waarde lezer, mo wannier ze mè mooilaaike vroege afkomme, geroek ik rap de pedalle kwaait. Nu is het ogenblik gekomen om ons woordje kwaait even te relativeren. Persoonlijk hecht ik nooit veel geloof aan iemand die zegt: “Ik ben alles kwaait.” Omdat ik van oordeel ben dat we, zolang we in dit ondermaanse rondwaren, altijd iets zullen hebben wa we ní kwaait zaain. Zelfs wanneer men het noorden kwijt is, kan men zich nog altijd oriënteren door naar het mos tegen de bomen te kijken om het westen te vinden. En nu we het toch over relativiteit hebben, waarde lezer, wou ik me even iets afvragen, iets wat onze Brusselse streektaal betreft. Wat is nu het verschil tussen eet kwaait zaain en eet verlaure zaain? Men zou zich gemakkelijk kunnen voorstellen dat er in feite geen verschil bestaat, waarde lezer. Maar stel u voor dat men zich de bedenking maakt: “Er bestaat een verschil, maar ik weet niet meer welk.” Op dat ogenblik zal men in het Brussels redeneren in termen van “Ik ben het kwaait.” Maar niet “Ik ben het verlaure.” Ik hoop, waarde lezer, dat na het doornemen van dit stukje niemand nog zal uitpakken met, bijvoorbeeld, “Miljaarde! Ik ben maainen bril kwaait” terwijl hij of zij die bril op de neus heeft. Tenslotte is er geen vrolijker situatie dan die waarin men datgene wat men meende kwaait te zaain, bij de hand heeft. En dat daar ettelijke voorbeelden van bestaan, hoef ik hier ongetwijfeld niet te beklemtonen. En dan is er nog die hechte band die kan ontstaan tussen twee personen van wie de ene tegen de andere zegt: “Es het da da ge verleure woit?” – waarbij het verloren voorwerp als een geschenk uit de hemel komt neerdwarrelen. Een laatste vraag die ik bij dit alles stel, is of ik ooit heb kunnen lachen met het volgende verhaaltje. Een Engelsman komt een Brusselaar tegen en begint de conversatie met “Quiet night...” Waarop onze stadsgenoot gelaten antwoordt: “Kwaait het oek ni”...
REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; rekeningnummer 424-5529822-66 van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Lien Annicaert (lien.annicaert@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@ bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Bettina Hubo (bettina. hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Freddi Smekens (freddi.smekens@bdw. be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw. be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Francis Marissens, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw. be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).
BDW 1307 PAGINA 24 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
Skiën > Piste in Anderlecht pikt graantje mee van CitySki op de Kunstberg
‘In één woord: verslavend’ BRUSSEL – De Kunstberg wordt deze maand omgetoverd tot een heuse skipiste. Een prima smaakmaker, maar in Anderlecht komen skiërs al jaren aan hun trekken. Bij Yeti Ski zagen ze hoe de skisport groeide en steeds toegankelijker werd. “Skiën is populair en zal dat blijven.” “Je kunt Yeti Ski zien als het skicentrum van Brussel,” zegt hoofdmonitor Herbert Peeters (43). “We zijn dan ook de enige skipiste in de hoofdstad. Ons publiek bestaat zowel uit Brusselaars als bijvoorbeeld Leuvenaars of mensen uit de Rand. Skiërs van alle leeftijden, die we steeds massaler zien afzakken naar Anderlecht.” Walen verkiezen de bergen, terwijl Vlamingen en Brusselaars sneller naar de skipistes in eigen land gaan. Maar bij alle Belgen winnen vakanties in de besneeuwde bergen aan populariteit. Zo’n vakantie wordt door velen voorbereid op de kunstpiste in Neerpede. “Het beste is een paar lessen te volgen alvorens naar de bergen te gaan. Doordat onze piste vrij kort is, kun je het hier perfect en snel leren. Na een twintigtal seconden sta je beneden en krijg je al feedback van de monitor. Zowel gevorderden als beginnelingen komen aan hun trekken, elk op een verschillend tijdstip. Dat de piste steil is, helpt ook om op snelheid te trainen.” De populariteit van de sport krijgt een boost door het hele gebeuren rond de skipiste op
Vanaf overmorgen op de Kunstberg, het hele jaar door in Neerpede: “Doordat onze piste vrij kort is, kun je het hier perfect en snel leren.”
© MARC GYSENS
Boksen > BBC1000 moet eind dit jaar weg uit Helihavenlaan
Club zoekt zaal
“Onze zaal aan de Helihavenlaan krijgt een nieuwe bestemming,” vertelt Lisa Vanderhaeghen (26), stafmedewerkster Noordwijk van Buurtsport Brussel, de organisatie die de club ondersteunt. “De zaal is eigendom van de Lakense Haard, die ze ter beschikking stelt van de jeugdclub MJ Avenir. BBC1000 mag de zaal gebruiken, maar nu krijgt MJ Avenir een nieuwe. Ook daar is de club welkom, maar die locatie is te klein voor hen. Concreet moet de club tegen het eind van dit jaar de zaal uit. Maar dat is onmogelijk. We hopen minstens tot het einde van het schooljaar te kunnen blijven.” Toch is voorzitter Abou Bakr Mtioui al druk op zoek naar een nieuwe locatie. Die zou de club het liefst vinden in de ruime omgeving van de Helihavenlaan. Ze hopen op hulp van de plaatselijke politiek. Vorige week bezocht Brussels schepen van Sport Bertin Mampaka (CDH) een training, met de belofte dat hij er alles aan zou
© MARC GYSENS
BRUSSEL – Vierhonderd boksende jongeren uit de Noordwijk dreigen op straat te belanden. Een kleine ramp, want Bario Boxing Club 1000 biedt hun perspectief.
BBC1000 is naarstig op zoek naar een geschikte zaal. Misschien kan de politiek soelaas bieden? Brussels schepen van Sport Mampaka (r.) kwam al poolshoogte nemen.
doen om BBC1000 te helpen. Ook in het verleden hielp hij de club bij enkele projecten. De club heeft er alvast goede hoop in.
“Hier moet een oplossing voor gevonden worden,” zegt Vanderhaeghen stellig. “Ik vrees niet dat de club zal verdwijnen, daarvoor is er
al veel te veel werk in gestoken. Het idee voor BBC1000 groeide acht jaar geleden en snel kwam boksen als populairste sport naar voren. Ondertussen zijn we uitgegroeid tot een echte club waar zes dagen per week wordt getraind, zowel door jongens als meisjes. Voor de jongsten is er educatieve boks. Een keer per week wordt er ook aan seniorengym gedaan, en in de toekomst zouden we graag met spinninglessen beginnen.” De bokstrainingen zijn een belangrijke uitlaatklep voor de jongeren uit de Noordwijk. Ze kunnen zich uitleven in een harde, maar faire sport, en leren respect en fair play bij. In een wijk die soms omschreven wordt als ‘moeilijk’, krijgt de sportclub ook meteen een bijkomende taak. “Het extrasportieve is even belangrijk als het boksen,” vervolgt Vanderhaeghen. “Ik heb al verhalen gehoord van jongens die het slechte pad op dreigden te gaan, maar dankzij BBC1000 is dat niet gebeurd. Het is één grote familie. Trainer-voorzitter Abou werkt er dan ook met hart en ziel.” Met een vierhonderdtal ingeschreven jongeren is BBC1000 een groot succes. Om die lijn door te trekken moet de nieuwe thuisbasis in de buurt komen. Het liefst in Schaarbeek, Sint-Joost-ten-Node of Laken. “Als een jongere vier gemeenten ver moet gaan om te boksen, dan haakt hij wellicht af. Het enige wat er nu op zit, is blijven zoeken en hopen op de politiek. We zijn strijdvaardig. Er gaan trouwens petities rond in de wijk. We geven TS zeker niet op.”
BDW 1307 PAGINA 25 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
de Kunstberg. “Er heerst een speciale sfeer. Wintersport heeft veel weg van een citytrip. Het is een sociaal gebeuren waar je continu mensen leert kennen, of je nu in groep of met zijn tweetjes gaat. De gezelligheid en de après-ski maken er een speciale en aangename sport van. Het is gewoon verslavend. Wij proberen dat ook naar hier te halen met af en toe een après-ski. Almaar meer mensen verkiezen de skivakantie boven een zomer vakantie. Skiën is veel meer dan een sport. En de markt groeit nog altijd.” Dat vertaalt zich dus in honderden mensen die kunstskipistes zoals die van Yeti Ski bezoeken. En het potentieel is volgens Peeters nog veel groter. “We werken veel samen met scholen. Dat zorgt ervoor dat we een breed publiek bereiken. Daar ijveren we ook voor: je vindt hier echt alle leeftijden en bevolkings-
“Dankzij nieuwe materialen wordt het steeds makkelijker om te leren skiën of snowboarden” groepen terug. Competitieve jongeren kunnen bij ons Yeti Ski Racing Team terecht. En de tarieven zijn zo geregeld dat je niet meteen zwaar hoeft te investeren. Je kunt bijvoorbeeld een tienbeurtenkaart nemen.”
Snel onder de knie Mensen die ski nog niet kennen, kunnen de sport van 10 tot 25 december – elke dag van 10 tot 22 uur – in hartje Brussel uitproberen. De Kunstberg wordt dan omgetoverd tot een skipiste van honderdvijftig meter lang en
meer dan zeven meter breed, met een hoogteverschil van twintig meter: ziedaar CitySki. Vijftig centimeter sneeuw zal klaarliggen om gezwind naar beneden te glijden. Hiervoor zult u vijf euro per twintig minuten moeten neerleggen; voor het skimateriaal komt daar nog eens acht euro bij. Voor beginnelingen biedt CitySki ook initiatielessen aan. Het blijft ook niet bij ‘gewoon wat skiën’. Gedurende de twee weken worden er allerhande evenementen georganiseerd, en naast de piste wordt de sfeer van de bergen naar de stad gehaald. Op vrijdag- en zaterdagavond zijn er bijvoorbeeld feesten en ski- en snowboardcompetities. Op andere momenten zal de piste dan weer gereserveerd worden voor sleeërs of kinderen. Het moet een echt feest worden, al ziet hoofdmonitor Peeters toch nog wat mogelijke problemen. “Het weer speelt toch een belangrijke rol. Regent het twee weken lang, dan zal de sneeuw gedeeltelijk wegsmelten. Maar bij goed weer kan dit zeker een succes worden en veel volk trekken. Dat kan ook een voordeel zijn voor ons (in Anderlecht, red.). Als de mensen op de Kunstberg de smaak te pakken krijgen, komen ze achteraf misschien bij ons.” Evenementen als CitySki komen de skisport dus alleen maar ten goede. Ze zijn een logisch gevolg van het succes van de sport en de groeiende toegankelijkheid. “Dankzij nieuwe materialen wordt het heel gemakkelijk om te leren skiën of snowboarden. Dat is een eerste belangrijke drempel die al wegvalt. Aangezien je de basis daardoor snel onder de knie hebt, heb je er ook snel plezier aan. Bij tennis of voetbal heb je veel meer training nodig. Daarbij komt ook nog dat de financiële drempel al wat lager ligt. Dat draagt allemaal bij tot het succes van de sport. Ski zal blijven groeien, daar ben ik zeker van.”
Tim Schoonjans
www.cityski.be, www.yetiski.be
David Steegen Het diner
© YETI SKI
Het Belgische voetbal onderhoudt vele tradities. Als een vaderlandse club Europees speelt – en RSC Anderlecht draagt de Brusselse en de Belgische eer al meer dan een halve eeuw uit in het buitenland –, dan organiseert de club een officieel persdiner. Het culinaire treffen vindt de dag voor de wedstrijd plaats en geschiedt uitsluitend op verplaatsing. Het ritueel is strak en duidelijk georganiseerd. De meegereisde journalisten en sponsors worden verwacht op een receptie, waarna een driegangendiner voorgeschoteld wordt. Altijd in een uitmuntend restaurant. Uit tegen Olympique Lyon wordt het gevolg uitgenodigd in de brasserie van de vermaarde chef Bocuse. Na het hoofdgerecht neemt de voorzitter het woord. Roger Vanden Stock spreekt tradi tioneel zijn steun uit voor de andere Belgische clubs die Europees spelen en spreekt steeds weer zijn ijzersterke geloof uit in de spelers en trainers van paars-wit. Hij is ook altijd te vinden voor een kwinkslag en een knipoog. Roger Vanden Stock is een goed redenaar; dat beseft men niet altijd. Hij heeft de perceptie weleens tegen. Nooit zal hij van het verleden kunnen winnen: de mythe van patriarch Constant Vanden Stock. Jammer, want Roger Vanden Stock is een echte voetbalman. Een kenner, die meestal weet wat goed is voor zijn club. Geen zakenman die als supporter een voetbalclub in handen heeft. Let wel, hij is een echte supporter. Maar wel eentje die het hoofd koel houdt. Wil de goegemeente het hoofd van de coach? Daar geeft hij niet aan toe als de trainer goed werk verricht heeft. Heeft de club een probleem met het hoofdveld? Dan grijpt hij onmiddellijk in: hij draagt de verantwoordelijken op om onmiddellijk een nieuw veld te bestellen – al is het december. Eindigt de club op een onnatuurlijke derde plaats, dan neemt hij het risico
om meteen in topvoetballers te investeren. De familie Vanden Stock en Royal Sporting Club Anderlecht zijn verbonden zoals Eddy Merckx en Molteni en de paus en het Vaticaan. Vader Vanden Stock exporteerde RSCA naar het buitenland. Daarvoor had paars-wit maar drie voorzitters nodig om efficiënt geleid te worden. Roger Vanden Stock is de vijfde preses van Sporting. Zijn grootste verdienste is het geloof in het algemeen belang. Hij gunt alle clubs een plaats onder de zon. Dat bewijst de competitiehervorming, de manier waarop de club is omgegaan met de globalisering van het voetbal en met de gevolgen van het Bosman-arrest. Onder Constant Vanden Stock had RSCA een van de grootste budgetten van Europa. Vandaag zit Sporting bij de kleinsten. En toch slaagt de club erin om regelmatig aan de Champions League deel te nemen en minstens te overwinteren in de Europa League. Dat RSCA nog altijd de nummer 1 van het land is, mag op de rekening van Roger Vanden Stock geschreven worden. Voor de wedstrijd tegen AEK slaat de voorzitter de toehoorders met verstomming. Dat hij “toch al zeventig is en stilaan aan zijn opvolging moet denken.” Een toekomst zonder een Vanden Stock? Er wordt geslikt en gekucht. Sommige ogen worden vochtig. Na de redevoering zegt hij met een glimlach dat het niet voor morgen is, maar dat hij er vanaf nu werk van zal maken om de komst van echte voetbalmensen in het bestuur te bewerkstelligen. De familie Vanden Stock is Royal Sporting Club Anderlecht. Tot het tegendeel bewezen is. En dat mag nog jaren duren. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht
ADVERTENTIE
Indoor op echte sneeuw in 2014? ANDERLECHT – Yeti Ski wil zijn kunstpiste inruilen voor een indoorpiste met echte sneeuw. Een ambitieus project in volle opbouw, al is het nog even wachten op de vergunningen. “We zijn hier al zes jaar mee bezig,” legt exploitant Michaël Mathijs uit. “In 2008 draaide een eerste openbaar onderzoek gunstig uit voor ons, niemand verzette zich ertegen. Normaal gezien krijg je dan binnen een redelijke termijn je vergunning en de stedenbouwkundige attesten van de gemeente. Om administratieve redenen was die termijn verstreken en konden we helemaal opnieuw beginnen. Laten we het erop houden dat we leergeld hebben betaald.” Yeti Ski liet de moed niet zakken en begon een nieuwe procedure. Door opmerkingen en protesten tijdens dat onderzoek werd het project teruggefloten. Nu komen ze voor de derde keer met een project, in de overtuiging dat het dit keer de goede keer is. “We hebben een nieuwe architect, en we zijn met hem een nieuw concept aan het opbouwen. Ik heb onlangs de leden van het
college gezien en zij toonden zich alvast enthousiast over de nieuwe plannen. Hopelijk blijft dat zo.” Het nieuwe concept is ambitieus: “Een piste van 250 meter lang met een bocht erin, in een overdekte hal. De piste zal verbreed worden en gedeeltelijk in de grond gaan.” “We zetten nu alles op alles om de nodige vergunningen te krijgen. Op het vlak van investeringen zien we weinig problemen. Dat kan ik nu al zeggen omdat dit project zo interessant is. We zullen heel het jaar open zijn en een honderdtal mensen aan het werk zetten. Met onze centrale ligging in België zal er veel volk op afkomen. Er is een enorm potentieel. De mensen willen op echte sneeuw skiën, en dat willen wij bieden. Het zou ook goed zijn voor het imago van de gemeente.” Zodra alle papieren in orde zijn, kan er begonnen worden met de nieuwbouw. “We schatten één jaar nodig te hebben voor de bouw van de hal. Ons doel is om in oktober 2014 het seizoen te kunnen beginnen op TS echte sneeuw.”
BRUSSEL SPORT
Met Xavier of Peter. Elke zondag vanaf 19u15 op tvbrussel.
BDW 1307 PAGINA 26 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
zaIE ‘Alleen voor opstel Z Boekenbal bij Bronks, een festival vol verhalen
VO
OR IEDE
DOOR PATRICK JORDENS
D O
RE
O T 13 J A T 9
• BD W R A
N VA
EN VAN
RA
NS © T. J IM MY
KE
© RAYMOND MALLENTJER
Hoe begin je aan een nieuw boek? D: Goh, dat gaat telkens een beetje anders. Maar het heeft altijd met iets heel kleins te maken. Een mooie zin bijvoorbeeld. Zoals “Moeders zijn gevaarlijk met messen.” Die zin had ik gehoord en liet me niet meer los! Dus heb ik daar een volledig boek aan gewijd. Zodra ik zoiets kleins in mijn hoofd heb zitten, ga ik daar allerlei personages en gebeurtenissen omheen fantaseren. Daar loop ik zowat een heel jaar mee rond. Pas dan begin ik echt te schrijven.
© UITGEVERIJ INFODOK/DAVIDSFONDS
Hallo Do! Je bent schrijver van beroep. Was dat een kinderdroom van jou? Do (D): Absoluut! Ik wist het al op mijn twaalfde. Vooral door de boeken die ik toen las, dat gaf me zo’n kick. Ik herinner me nog heel goed het boek Ik ben naar Wladiwostok van Jan de Zanger. Zoiets wou ik ook kunnen, dacht ik toen. Voor de rest was ik niet zo’n goeie leerling. Enkel voor opstel had ik altijd goeie punten, de enige goeie eigenlijk (lacht).
TS
Er ooit van gedroomd je te verkleden als bladwijzer, of als Voldemort, de schurk uit Harry Potter? Waag dan je kans! Nu zondag 11 december kan je naar het Boekenbal bij Bronks. En wie weet loop je er wel een van je lievelingsschrijvers tegen het lijf. Do Van Ranst (37) bijvoorbeeld, die er komt voorlezen uit zijn nieuwste boek, Boze buren en bikini’s. Zazie belde hem even op.
of op café. Ik kan ook niet zo lang stil blijven zitten.
En hoe lang duurt het schrijven zelf? D: Hmm, zes maanden tot een jaar ongeveer. Maar ik schrijf nooit aan één stuk door, hé. Gemiddeld zo’n drie uur per dag. Meestal ga ik dan het huis uit: ik schrijf veel liever in de trein
Je hebt intussen al zes boeken geschreven over een twaalfjarig meisje, Dina. Dat moet wel een heel bijzonder meisje zijn als je zoveel over haar te vertellen hebt. Kan je haar even voorstellen voor wie haar nog niet kent? D: Ik heb intussen het gevoel dat ze echt bestaat! Dina is helemaal zot van theater, net als ik. En ze is ook niet op haar mondje gevallen, ze zegt meestal meteen wat ze denkt en voelt. Ze is heel impulsief, wordt ook veel te snel verliefd. Net als ik, alweer (lacht). In de vriendschap is ze wel heel trouw. Ach, ze is gewoon een guitig meisje dat toffe avonturen beleeft. Maar wel vlak bij haar huis. Niet zoals Kuifje of zo... Op het Boekenbal ga je voorlezen uit het laatste boek over Dina, Boze buren en bikini’s. Kan je een tipje van
‘Lekker gemeen doen en niemand die boos wordt’ De Brusselse Amel Moyersoen is twaalf en net als Dina, het hoofdpersonage uit de boeken van Do Van Ranst (zie hoofdartikel), helemaal zot van toneel. Ze vertelt hoe dat komt... “Ik doe al heel lang graag aan toneel, maar ik ben er pas echt actief mee bezig sinds twee jaar. Toen deed ik mee in de Bronks-voorstelling Ajar. Daarin speelde ik Rosa, een meisje met magische krachten. Ze kon heel de boel in de war sturen door gewoon in haar handen te klappen. Dat vind ik het leukst aan theater: dat je heel even iemand anders mag zijn. Zoals in het stuk King Lear dat we op school speelden. Daarin speelde ik
een van de kwade dochters van de koning. Misschien wel mijn leukste rol: lekker gemeen mogen doen, en niemand die boos wordt.” “Of ik later actrice wil worden? Mmmm ja, maar ik denk dat er nog veel andere leuke beroepen bestaan die ik nog niet ken. En de voorwaarde is wel dat ik niet te veel ’s avonds hoef te spelen. Want mijn mama moet voor haar werk vaak ’s avonds weg, en dat vind ik helemaal niet tof!” Zin om ook eens in de huid van een ander te kruipen? In de kerstvakantie (maar ook daarna) organiseert Bronks heel wat theaterworkshops. Bel 02-219.99.21 voor meer info of om je in te schrijven!
BDW 1307 PAGINA 27 - DONDERDAG 8 DECEMBER 2011
© ILAH
theaterfestival in Avignon gaan, in Zuid-Frankrijk! Natuurlijk kiest ze ervoor om mee te gaan naar ZuidFrankrijk. Daar willen ze zelf een straattheateract opvoeren. Maar op de camping moeten ze allerlei klusjes opknappen om gratis te mogen logeren. Natuurlijk loopt er weer van alles fout, je kent dat...
[ SORRY ] SNORRY ?
De zes boeken over Dina van Do Van Ranst zijn verschenen bij Infodok/ Davidsfonds. Een ander boek van hem, De blauwe vogel, kwam net vorige week uit. Het is een bewerking van een heel oud sprookje van Maurice Maeterlinck, en is uitgegeven bij De Eenhoorn. Leuke cadeautips!
Op het Boekenbal in Bronks komen behalve Do Van Ranst nog heel wat andere goeie schrijvers en tekenaars langs, zoals Joke van Leeuwen, Gerda Dendooven en Wouter van Reek. En er valt nog een en ander te beleven... Alles staat op www.bronks.be.
© LEO TIMMERS
de sluier lichten? Waar gaat het over? D: In het vorige boek is Dina verhuisd. Tot haar grote verbazing maakt ze op haar nieuwe woonplek al snel nieuwe vrienden. Maar dan komen haar vroegere vrienden met een geweldig plan op de proppen: met z’n allen naar het
Tot slot: een gouden tip voor beginnende schrijvers? D: Ja, blijven schrijven, niet opgeven, erin geloven! En af en toe je verhalen laten lezen. Aan mensen die je vertrouwt. Maar die ook wel een beetje kritiek durven te geven, maar dan op een positieve manier.
© UITGEVERIJ DE EENHOORN
had ik goeie punten’
De eerste keer van Brahim De populaire Brahim van Ketnet was een dikke week geleden te gast in de bibliotheek van Elsene. Niet om te zingen of te presenteren, maar om verhalen voor te lezen! Zazie kon hem nadien strikken voor een babbel. Het was je eerste keer, Brahim, om voor te lezen? Brahim (B): Ja! En ik vond het best spannend. Ik had de boeken niet van tevoren kunnen doornemen, dus de verhalen waren ook voor mij een verrassing. Het is niet zo simpel als het lijkt. Je moet de goeie intonaties leggen en zo. Maar het was heel leuk! Werd jij als kind vaak voorgelezen? B: Thuis niet, maar op school wel. Ik herinner me nog levendig de stem van meester Mansis van het eerste leerjaar. Als die voorlas, dan hing iedereen aan zijn lippen. Dat heeft mij gestimuleerd om zelf te gaan lezen. Als die man voorlas, dan voelde je zoveel emotie bij een verhaal. Je bent nu heel bekend door het programma i-CLiPS, waar kinderen
Na het voorleesuurtje in Elsene wilde iedereen een handtekening van Brahim, of wat had je gedacht?
in de huid van hun idool mogen kruipen. Welke popster zou jij eens willen zijn voor zo’n videoclip? B: Ik ben nog altijd een megagrote fan van de soulzanger D’Angelo, maar die zullen de kinderen wel niet kennen. Als ik moet kiezen voor een idool van vandaag? Dan Justin Bieber! Ik heb hem al heel lang geleden ontdekt, toen hij nog maar zes of zeven was. Ik zag hem op YouTube en ik merkte dat hij toen al met veel bezieling kon zingen.
© MARC GYSENS
Tot slot: waarom heb jij altijd, weer of geen weer, een hoedje op? B: Tja, dat is begonnen toen ik zo’n veertien jaar was. Ik droeg toen bijna altijd mutsen, en ook van die oversized kleren, te wijde truien en broeken. Cool vond ik dat. Toen ik ouder werd, veranderde ook mijn stijl. Het werd allemaal wat strakker en serieuzer. Maar ik wilde graag iets op mijn hoofd houden. Zonder hoedje voel ik me gewoon niet goed in mijn vel. Ik heb er intussen zo’n honderddertig in de kast liggen!