LIEVE POLET STOPT MET HAAR EETCAFÉ FREEK WAMBACQ IS LAUREAAT PRIJS JONGE BELGISCHE SCHILDERKUNST En ook: Explosition, Working Title Platform en Vetiver. AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
16 06 11
10
’t Werm Woeter, de leste druppel
BAROKKE PRACHT BRUSSEL – Misschien houdt u meer van gotiek of van romaans. Misschien vindt u de barok al te triomfant. Laat dat geen reden zijn om de nieuwe tentoonstelling Barok onthuld links te laten liggen, al was het maar omdat de unieke grafkapel van de familie Thurn und Taxis in de Zavelkerk uitzonderlijk open is voor het grote publiek. DV ‘Beeldhouwkunst in de herkansing’, p. 18-19 © BART DEWAELE
Energie > Armlastige energieconsument nog beter beschermd
Van zes naar tien ampère BRUSSEL – De nieuwe Brusselse energieordonnanties bieden meer bescherming aan de consument, vooral aan de behoeftige Brusselaar.
O
p 1 januari 2007 werd de Brusselse energiemarkt vrijgemaakt. Dit heeft uiteindelijk niet zoveel effect gehad. Ongeveer negentig procent van de Brusselaars neemt zijn elektriciteit en gas vandaag nog steeds af bij Electrabel. Een slecht resultaat is dat niet, zegt Brussels minister van Energie Evelyne Huytebroeck (Ecolo). “In slechts zeven EU-landen koos meer dan tien procent van de consumenten voor een andere leverancier. Brussel hoort
bijna bij de ‘betere leerlingen’.” Bij de liberalisering zorgde de Brusselse overheid voor een behoorlijke bescherming van de consument: de leverancier moest een contract van minimum drie jaar aanbieden en voor behoeftige gezinnen werd de status van beschermde klant ingevoerd. Een budgetmeter, waarbij de klant vooraf, wanneer hij geld heeft, energie koopt, mocht niet, en er mochten ook geen afsluitingen gebeuren zonder beslissing van de rechter. Op 1 juni keurde de Brus-
selse regering wijzigingen aan de liberaliseringsordonnantie goed. Hierin wordt de bescherming van de consument nog verbeterd: leveranciers en netbeheerders moeten een klachtendienst hebben en grote leveranciers ook lokale klantendiensten. Als leveranciers en netbeheerders hun werk niet goed doen, krijgt de klant een forfaitaire schadevergoeding en de Brusselse energieregulator Brugel richt een onafhankelijke geschillendienst op. De wanbetalers dan. Voor hen wordt het makkelijker om de status van beschermde klant en het bijbehorende sociale tarief te krijgen. Wie een energiebegrenzer heeft, krijgt voortaan tien in de plaats van zes
ampère, en zelfs de rechter mag ‘s winters niemand afsluiten. Dit heeft wel consequenties voor de andere consumenten. Beschermde klanten - er zijn er nu zo’n 5000 worden doorgesluisd naar Sibelga. Op die manier loopt hun oorspronkelijke leverancier geen financieel risico meer. Het verschil tussen het commercieel en sociaal tarief wordt voor sommigen bijgepast door de federale regulator CREG. Voor anderen - zij die alleen volgens de Brusselse criteria beschermde klant zijn - wordt het verschil betaald door alle andere consumenten samen. Het valt onder de kosten van openbare dienstverlening, die bij de energieprijs gerekend wor-
den. Deze kost zal dus mogelijk stijgen als er meer beschermde klanten zijn, erkent ook Huytebroeck. Toen Nuon vorig jaar vertrok, gaf het bedrijf als reden ondermeer de te goede bescherming van de Brusselse consument op. Zullen er nog wel nieuwe leveranciers durven komen? Huytebroeck: “Ik heb mijn twijfels over dat argument van Nuon, dat bedrijf wou sowieso weg uit Brussel. Bovendien zijn de administratieve verplichtingen voor leveranciers nu vereenvoudigd.” Bettina Hubo ADVERTENTIE
De VGC verhuist … Zie bladzijde 15.
N° 1284 VAN 16 TOT 23 JUNI 2011 ¦ WEEK 24: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, FAX: 02-226.45.69, E-MAIL: INFO@BDW.BE
BDW 1284 PAGINA 2 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
OPMERKELIJK © ISAMIGA76
Uitgelicht > Parlement roept MIVB-baas ter verantwoording
BRUSSEL INT KADASTRAAL INKOMEN ZELF BRUSSEL – Het Brussels Gewest richt een belastingadministratie op om de onroerende voorheffing te innen.
BRUSSEL – MIVB-baas Alain Flausch zit opnieuw in het oog van de storm na een uitgelekte nota van een directeur. Een deel van de politiek vraagt zijn ontslag. Toch gaat dit over meer dan over de persoon van Flausch.
A
l twee jaar komen met de regelmaat van een klok berichten in de media die MIVB-baas Alain Flausch in moeilijkheden brengen. Zo lekte er een proces-verbaal uit dat de eigen MIVB-diensten tegen Flausch hadden uitgeschreven omdat hij bij het voorsorteren met zijn auto op de tramsporen zou zijn gaan staan. De liberaal geëtiketteerde Flausch wordt ook politiek in het vizier genomen. In een onlangs gelekte interne SWOT- of sterkte-zwakteanalyse over de toekomst van de vervoersmaatschappij stond bij het lijstje met ‘zwaktes’: ‘de versterking van links’, een opmerking die Flausch wel zelf liet weghalen. Flausch liet zich intussen ook niet onbetuigd in het openbaar maken van zijn politieke visie op mobiliteit. Zo zei hij dat rechtse regeringen meer in-
vesteren in openbaar vervoer dan linkse. De (linkse) meerderheid in het Brussels parlement reageerde verbouwereerd. Vorige week zat het er opnieuw bovenarms op tussen de Brusselse meerderheid en de MIVB-baas. La Libre Belgique bracht een nota van 16 november 2010 uit met als titel Vision 2040 – Evolution du paysage politique bruxellois et influence sur la politique de la mobilité et la STIB en particulier. De auteur schetst een somber beeld van een stad waarin de elite de stad verlaat en allochtonen en bobo’s het bestuur overnemen. Er is steeds minder staatsmanschap; banen creëren wordt belangrijker dan openbaar vervoer organiseren. De auteur geeft ook commentaar bij de institutionele evolutie van het land. Bij een versterking van het Brussels Gewest zal – gezien de
geschetste tendens – de toestand alleen maar verslechteren. Het is daarom van belang dat de federale overheid en de andere deelstaten een vinger in de pap krijgen in het MIVB-bestuur. Zowel de denigrerende uitlatingen over de allochtonen als het pleidooi tegen een versterking van het Brussels Gewest lokten een storm van protest uit. Bij PS, Ecolo en CDH klonk snoeiharde kritiek. Een dag later raakte de auteur van de nota bekend. Het gaat om JeanMichel Mary, ooit aan de slag bij Inter-Environnement, daarna op het kabinet van toenmalig minister Didier Gosuin (FDF). Het hek was helemaal van de dam toen uit interviews bleek dat Flausch zich maar ternauwernood van de interne nota distantieerde. “Ik ben het deels oneens met de nota, maar iedereen heeft recht op een mening,” zei hij, en hij maakte zich ook boos: volgens hem is de nota gestolen. Voorts bevestigde Flausch dat het klopt dat het voor een openbaarvervoersbedrijf moeilijker werken is als het on-
der druk staat van bepaalde lokale belangen. “Werkgelegenheid is het fonds de commerce van links. Dat is normaal.” Er rezen veel vragen over het statuut
Dat de nota net nu opduikt, is volgens Didier Gosuin (MR) geen toeval van de nota. Minister van Openbaar Vervoer Brigitte Grouwels (CD&V) en Adelheid Byttebier, voorzitster van de raad van bestuur van de MIVB (Groen!), benadrukten dat ze de nota nooit hebben gezien. Intussen blijkt dat de nota onderdeel is van een interne brainstorm ter voorbereiding van het beheerscontract dat de MIVB binnenkort met de Brusselse regering moet sluiten. In die brainstormsessies wordt MIVB-
DE WEEK IN BEELD DOOR BART DEWAELE © BART DEWAELE
Brussel haalt jaarlijks 1 van zijn 2,5 miljard euro inkomsten uit belastingen, onder meer uit registratierechten, gewestbelasting en onroerende voorheffing. Voor dat laatste doet het Gewest nog altijd een beroep op de federale belastingdiensten. Al een tijdje wil de Brusselse meerderheid die bevoegdheid in handen krijgen. Ze heeft daar het recht toe; Vlaanderen int de onroerende voorheffing ook al jaren zelf. De Brusselse inkomsten uit onroerende voorheffing bedragen jaarlijks 120 miljoen euro. Geen enorm bedrag, maar daaraan moet 500 miljoen worden toegevoegd die de Brusselse gemeenten jaarlijks uit de onroerende voorheffing halen. Die gemeenten hangen nu volledig af van de federale belastingdienst voor het doorstorten van de onroerende voorheffing. Een jaar geleden besliste de Brusselse regering om een eigen belastingdienst op te richten. Ondertussen zijn de meeste besluiten genomen; een aantal wetswijzigingen zijn onderweg naar het parlement. Over een halfjaar kan het Gewest dan ambtenaren aanwerven en software aankopen. Na een testfase zal Brussel dan zelf de voorheffing innen. De Brusselse politiek wou de eigen belastingdienst omdat ze dacht zo efficiënter te innen. De federale overheid heeft immers geen direct belang bij een goede inning, zo was de redenering, want het geld gaat nadien toch naar het Gewest. Dat argument klopt in feite niet, zegt minister van Financiën Jean-Luc Vanraes (Open VLD). “De onroerende voorheffing wordt vlot door de federale overheid geïnd. Het realisatiepercentage bedraagt 97,5 procent.” Toen Vlaanderen de inning zelf ging organiseren, was er eerst zelfs een daling van het realisatiepercentage. Waarom dan toch zelf een belastingdienst oprichten? Deels om symbolische redenen (‘fiscale autonomie’), maar ook voor het praktische nut. Het Gewest zal voortaan beter weten hoeveel er geïnd wordt en wanneer het geld binnenkomt. De kadastrale inkomens wijzigen (perequatie) zal niet mogelijk zijn: die bevoegdheid blijft tot SVG nader order federaal.
Alain Flausch opnieuw in het oog van de storm
Pinkstermaandag, halfdrie. In het park van Neerpede is het druk: mensen komen er golfen, badmintonnen, joggen, de hond uitlaten. De Brusselaar Oli-B (ofte Olivier Binamé) werkt er al een tijd aan een nieuw kunstwerk. Hij denkt tegen vijf uur klaar te zijn. Hij is een van de graffiti-artiesten die aan bod komen in Dehors!, de publicatie die de tentoonstelling in het Museum van Elsene begeleidt.
© SIMON BLACKLEY
BDW 1284 PAGINA 3 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
De discussie over Flausch is ook een inhoudelijke: welke richting moet de MIVB uit?
directeurs gevraagd om hun verbeelding de vrije loop te laten. In die zin is het niet helemaal eerlijk dat de auteur van de nota zo publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld.
“ “
Zelfs oppositiepartij MR kon niet anders dan toegeven dat de nota op z’n minst onhandig of zelfs ronduit dom was. Volgens Didier Gosuin (FDF), MR-fractieleider in het parle-
ment en voormalige baas van Mary, heeft de meerderheid de nota al enkele maanden in haar bezit en is het geen toeval dat ze nu naar buiten komt. Christian Dochy, directeur van de dienst Ontwikkeling van het Net, gaat deze maand met pensioen. Mary staat met stip op één om hem op te volgen. Gosuin suggereert een beschadigingsoperatie. Toch is de zaak ook voor Flausch vervelend. Het is een publiek geheim dat de PS en Ecolo, en ook een deel van CDH, hem aan de kant willen schuiven. Toen hij in 1999 algemeen directeur van de MIVB werd, heeft Flausch een contract van onbepaalde duur onderhandeld. Hem ontslaan is geen optie. De PS wekt intussen ten minste de indruk er alles aan te doen om hem buiten te werken. Maar zo ver is het nog niet. Flausch heeft nog de steun van een deel van de regering, CD&V en Open VLD bijvoorbeeld. Over Flausch kan veel gezegd worden, maar hij heeft wel de verdienste dat hij van een stoffige parastatale een goed draaiend overheidsbedrijf heeft gemaakt. Maar volgens een deel van de regering is de slinger doorgeslagen. In die zin is de discussie over Flausch ook een inhoudelijke: welke richting moet het uit met de MIVB? Opvallend daarbij is dat PS-parlementslid Philippe Close – onbedoeld misschien – de notaschrijver gelijk gaf. “De MIVB moet niet alleen transport organiseren,” zei hij in het parlement, “maar maakt ook deel uit van een stadsproject.” En voor de PS’er is werkgelegenheid daarvan ongetwijfeld een belangrijk onderdeel.
Steven Van Garsse
Wie ook de nieuwe hoofdredacteur wordt, ik ben er vrij zeker van dat de Franstalige identiteit van Le Soir alleen maar harder wordt.”
WEEKOVERZICHT WOENSDAG 8 JUNI CASSATIE VERWERPT BEROEP KABUNDA. Het Hof van Cassatie verwerpt het beroep van Junior Kabunda. Eind vorig jaar werd Kabunda veroordeeld tot levenslang voor de moord op zijn dochtertje, op de grootmoeder van zijn ex-vriendin en op de pianist Benjamin Rawitz, en voor poging tot moord op zijn ex-vriendin. Zijn advocaten gaan nu naar het Europees Hof.
DONDERDAG 9 JUNI NON-PROFIT OP STRAAT. De non-profitsector protesteert in het centrum van Brussel. De bonden ABVV, ACV en ACLVB, die de betoging organiseerden, eisen extra middelen en nieuwe sociale akkoorden voor de hele zorg-, welzijns- en culturele sector. Er dagen meer dan zestienduizend manifestanten op. CONTROVERSIËLE MIVB-NOTA. De MIVB-top neemt afstand van een gelekte nota van de directie Ontwikkeling van het Net. Daarin staat dat, door de versnippering van de bevoegdheden, Brusselse politici steeds minder staatsmanschap tonen. Volgens de nota is er een verschuiving van de machtsverhoudingen naar links en centrum-links en is er door de toename van het aantal migranten de aanwervingspolitiek prioritair boven de uitbouw van het net. COLLECTO BOOMT. In april vervoerde de nachtelijke taxidienst Collecto 7.450 mensen, bijna tien keer meer dan de achthonderd passagiers van april 2010. Aan de basis van dat succes liggen de hervormingen die minister van Openbare Werken en Vervoer Brigitte Grouwels (CD&V) in april vorig jaar doorvoerde. De nachtbussen van Noctis vervoeren, na de geschrapte lijnen, tien procent minder passagiers. Meer dan twintigduizend mensen maken ’s nachts gebruik van het openbaar vervoer in Brussel, een stijging van dertig procent. VAN AVIAPARTNER NAAR SWISSPORT. Werknemers van bagageafhandelaar Aviapartner staken omdat Brussels Airport Company het bedrijf geen licentie wil geven voor de komende zeven jaar. De vakbonden sluiten een protocolakkoord met Flightcare en Swissport, de afhandelaars die wel een licentie kregen. Het akkoord bepaalt dat Swissport al het betrokken personeel van Aviapartner in dienst neemt tegen dezelfde loons- en arbeidsvoorwaarden.
VRIJDAG 10 JUNI NEERGESCHOTEN OP STRAAT. Twee misdadigers schieten ’s ochtends een man neer vlak bij zijn woning in de Grote Haagstraat in Etterbeek. Het 58-jarige slachtoffer wordt minstens drie keer geraakt. Hij wordt overgebracht naar het ziekenhuis, waar hij overlijdt aan zijn verwondingen. Van de daders en een motief ontbreekt elk spoor. Het Brussels parket onderzoekt de zaak.
ZATERDAG 11 JUNI SP.A TEGEN FOUTPARKEERDERS. In de Louizalaan beplakken SP.A-parlementsleden Sophie Brouhon en Jef Van Damme fout geparkeerde auto’s met een werflint. Foutparkeerders krijgen een folder toegestopt met alle legitieme parkeergelegenheid in een straal van vijfhonderd meter.
Le Soir-journalist Olivier Mouton in De Standaard over het vertrek van Béatrice Delvaux als hoofdredacteur.
BARONS WINNEN HOMELESS WORLD CUP. De Brusselse voetbalclub Les Barons wint de finale van de Belgian Homeless World Cup, de competitie voor teams van dak- en thuislozen. De competitie, die elk jaar aan populariteit wint, heeft een sterk sociaal aspect. In augustus vertegenwoordigen Les Barons België op het WK in Parijs.
Brussel is een beetje ons Jeruzalem. Brussel loslaten zou voor beide kampen een ondraaglijke vernedering zijn.”
ZONDAG 12 JUNI
Filosoof Philippe Van Parijs (UCL) gelooft niet dat België snel uit elkaar zal vallen (in Libération).
INDIGNOS VERGADEREN OP FLAGEY. Tussen 18 en 21 uur vindt op het Flageyplein in Elsene een volksvergadering plaats van de Indignos, actievoerders die opkomen voor meer democratie en de besparingen aanklagen die veel regeringen doorvoeren. Een dag eerder was er ook al een samenkomst van de Indignos op het Flageyplein. Toen de manifestanten het plein niet wilden verlaten na de toegestane tien minuten, werden ze hardhandig door de politie verdreven.
DINSDAG 14 JUNI
HET GETAL
200
Tweehonderd jaar, zo lang bestaat de Brusselse balie, de oudste en grootste van België. Met het decreet van 14 december 1810 beval Napoleon dat er in elke stad een tableau of lijst opgesteld moest worden met minstens twintig advocaten. In juni 1811 maakten de Brusselse advocaten als eersten zo’n tableau. De Or-
dre Français des Avocats du Barreau de Bruxelles en de Nederlandse Orde van Advocaten bij de Balie te Brussel vieren op 22 juni dan ook hun tweehonderdste verjaardag. Naar aanleiding daarvan kregen twee juristen, Bart Coppein en Jérôme de Brouwer, de opdracht een boek te maken over de lang verwaarloosde geschiedenis van de balie. Ze stonden onder meer stil bij de woelige begin periode, de rol van de advocaten in de Septemberrevolutie van 1830, de opening van het Justitiepaleis in 1883, de weigering in 1888 om Marie Popelin toe te laten tot de HUB balie, en de oorlogsjaren.
VOETBALCONTRACT BENADEELT BRUSSELAARS. Telenet, dat onlangs de uitzendrechten voor de topwedstrijden van de eerste klasse van het Belgisch voetbal verwierf, is alleen te ontvangen in Etterbeek, Ganshoren, Koekelberg, Jette, Schaarbeek, Sint-AgathaBerchem en Vorst. Nederlandstalige voetballiefhebbers die niet in een ‘Telenet-gemeente’ wonen, moeten een alternatief zoeken.
Samengesteld door Yves Coudron
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP
© IVAN PUT
BDW 1284 PAGINA 4 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
Beleid > Naar één Kunstpool voor de federale kunstmusea in Brussel
Het rijk der lichten van Michel Draguet BRUSSEL – Voor het nu twee jaar oude – en uiterst succesvolle – Magritte Museum krijgt museumdirecteur Michel Draguet niets dan lof. Ondertussen protesteren kunstenaars al vier maanden tegen de sluiting van het Museum voor Moderne Kunst – ook een initiatief van Draguet. Toch blijft hij de toekomst zonnig tegemoet zien.
D
e mot zit niet alleen in Jan Fabres oeuvre. Al een jaar wacht Michel Draguet (47) als directeur van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten (KMSK) op de kans om aan het hoofd te komen van de vier afdelingen van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG). Daar cumuleert hij sinds de zomer 2010 een directeursfunctie ad interim. De tweestrijd met kandidaat Constantin Chariot kan niet beslecht worden zolang er geen nieuwe regering is. Ondertussen blijft Draguet onverstoorbaar grootse plannen tekenen en nieuwe samenwerkingen uitzetten.
Legt u het concept ‘Kunstpool’ nog eens uit in enkele zinnen. Draguet: “In de 21ste eeuw zijn begrippen als ‘museum voor oude en moderne kunst’ en ‘museum voor kunst en geschiedenis’ totaal achterhaald. Wij hebben een collectie die niet te betitelen valt als ‘alle’ moderne kunst, noch als dit of dat. Het concept van Pôle Art of Kunstpool – een koepelstructuur – draait niet louter om een economisch plan, maar ook rond collecties bijeenbrengen om nieuwe verhalen te vertellen. Daarbij komt dat één pool veel geld bespaart. De drie instellingen (KMKG, KMSK en KIK of Koninklijk Instituut voor Kunstpatrimonium, red.) werken met drie algemeen directeurs, drie ondersteunende directeurs, dertien operationele directies. Er kan efficiënter
Gaat u het model van het Magritte Museum overal kopiëren? Draguet: “Het komt erop aan nieuwe structuren aan onze musea te geven. Toeristen weten niet wat we in huis hebben. Onze topcollecties moeten een duidelijkere naam krijgen om aan te slaan. Ik denk aan iets als ‘The Flemish Heritage’, wat zou beginnen met de Bourgondische bibliotheek, en alle meesterwerken verenigt van miniaturen, sculptuur en schilderkunst tot wandtapij-
“Mijn prioriteit is een nieuwbouw museum voor moderne en hedendaagse kunst in het Jubelpark” ten. Zowel het Museum voor Oude Kunst als het Jubelparkmuseum kan hier meer uithalen. Samen. Zolang Anne Cahen directeur was in het Jubelpark, viel daar niet over te onderhandelen.” Hoe staat het met de ‘optie’ Dexia Art-gebouw in de Schild knaapstraat als extra ruimte? Draguet: “De deal tussen Dexia en Brussel-Stad is ongeveer rond. De Munt wil een ruimte voor repetities van het koor. Mij interesseert het om in de rest van het gebouw de collecties moderne kunst onder te brengen. In afwachting van een museum in een nieuw gebouw. Nieuwbouw blijft hét doel. (Het project van begin jaren 1990 om op de Kunstberg tegenover het MIM een glazen huis te bouwen, werd onder meer door denktank Arau gekelderd, red.) Het Museum aan de Stroom (MAS) in
Antwerpen is een perfect signaal geweest voor een stad. Nu is het aan Brussel.” Lukt het om minder afhankelijk te zijn van subsidies? Draguet: “Met wat de overheid ons biedt, doen we alsmaar minder. We zouden lessen moeten trekken uit wat de Britse musea overkomt. Zij moeten gratis toegankelijk zijn, en daardoor hebben ze minder geld voor wetenschappelijk onderzoek, sociale en publieksprojecten. So-
geld op tafel helpt te brengen. Anders vrees ik dat deze brievencollectie naar een fanatieke collectioneur gaat, die alles verbergt. Om meer dan dit wetenschappelijk interessant studiemateriaal durf ik niet te smeken. Want voor aankoop van een doek vinden we zeker nergens geld.”
Welk aankoopbudget krijgt u voor nieuwe kunst? Draguet: “Daar is geen overheids enveloppe voor. We moeten het stellen met het geld van activiteiten. Alleen meer bezoekers leidt tot meer inkomsten. De unieke correspondentie van Magritte met de Amerikaanse galeriehouder Alexander Iolas (geschat op 250.000 dollar voor de veiling bij Sotheby’s op 17 juni, red.) interesseert ons. We hopen dat de Koning Boudewijnstichting het
Moet u dan lijdzaam toezien hoe uw moderne kunstverzameling niet uitbreidt? Draguet: “Er is nu eenmaal geen budget voor, al niet meer sinds de jaren 1990. Ik heb één werk gekocht van Thierry De Cordier (1954) en één van Luc Tuymans (1958). Dat we hedendaagse kunst minder kunnen opvolgen – wat nog wel kon in de jaren 1960, 1970 en 1980 –, heeft alles te maken met de hervorming van de Belgische staat. De verdeling van de bevoegdheid Cultuur onder de gemeenschappen heeft tot een vertraging en terugval geleid in de aankoopmogelijkheden. De Fédération Wallonie-Bruxelles wil nog een partner zijn, maar de Vlaamse Gemeenschap weigert elke vorm van steun, zelfs aan tentoonstellingen. Hun excuus is dat ze niets te schenken hebben aan een federale instelling. De federale regering moet ons nu maar zeggen hoe we verder te werk moeten gaan.”
DALKIA-SCHADEDOSSIER ‘EN COURS’ BRUSSEL – Conservator Liesbeth De Belie en algemeen directeur Michel Draguet leggen samen uit wat de stand van zaken is in het schadedossierDalkia. In 2008 bracht Dalkia’s defecte luchtbevochtiger 842 werken in de problemen (lees ‘Hoe zou het zijn met... de schade in het Museum voor Oude Kunst’, in BDW 1274 van 8 april). De Belie: “Een equipe van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium of KIK heeft de eerste weken na het ongelukkige incident een conserverende ingreep uitgevoerd (lees in dezelfde BDW ‘Laat de belastingbetaler zien wat het KIK doet’). Alles wat los dreigde te komen, werd geëgaliseerd en gehecht. Later kwam de schadeberekening en een periode van afwachten hoe de schadeclaim zou uitpakken. Omdat de zaak begon uit te lopen, zijn we, na een akkoord van de tegenpartij in het verzekeringsdossier, begonnen met restauraties aan de werken.” Draguet vult aan: “Wat het meeste tijd vraagt, zijn de onderhandelingen tussen de advocaten. (De KMSK hebben geen jurist in dienst en moeten het doen met de advocaat die door
© MICHIEL HENDRYCKX
Vindt u dat uittredend federaal minister van Wetenschapsbeleid Sabine Laruelle (MR) het benoemingsdossier blokkeert? Michel Draguet: “Neen, in lopende zaken moet ze de regels van de procedure tot aanstelling volgen. Alle musea moeten wachten tot er een regering komt voor een benoeming. Een voorlopig mandaat zou wel kunnen. Mijn visie (oprichting van een Kunstpool, red.) is genoegzaam bekend. Als de nieuwe minister vindt dat dit geen optie is, dan kom ik terug naar de KMSK en vergeet ik het project.”
gewerkt worden én bespaard met één algemeen directeur, twee ondersteunende en drie operationele directies. We zijn geen Mexicaans leger vol generaals.”
wieso kunnen wij ons al niet meten met de grote musea in Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland. Vandaar dat de tijd dringt om te vernieuwen. Door partnerschappen met de Stad en door citymarketing moet een groter publieksbereik mogelijk zijn.”
de minister is aangesteld, red.) We werken sinds midden 2010 met twee externe restaurateurs die twee dagen per week aan deze collectie werken. (De KMSK hebben ook geen eigen restaurateurs, red.) Het is niet de ernst van de schade die het dossier doet aanslepen – want alle schade is omkeerbaar –, wél de omvang. De restauratie van heel deze reserve, soms met een geschiedenis van vroegere restauraties, werd geschat op ongeveer een miljoen euro. Ondertussen blijven we verplicht om met Dalkia te werken, omdat Dalkia een contract heeft met de Regie der Gebouwen. De procedure om een nieuwe partner te vinden, gaat met openbare aanbesteding, en nadien heeft de minister het laatste woord. We houden nu dubbele controles, met hoogtechnologische apparatuur naast oudere systemen om elk risico te mijden. Tegen eind 2012 denken we de klus geklaard te hebben.” JMB
Het is toch bizar dat het openbaar kunstbezit niet representatief is voor alle kunstperiodes? Draguet: “Vandaar mijn project om het Museum voor Moderne Kunst te vernieuwen door een ‘fonds’ op te richten binnen de KMSK. Eén conservator zal voor dit fonds instaan, in partnerschap met privéverzamelaars en derden die onze instelling ondersteunen.” Bezorgen de protestacties ‘Museum zonder museum’, tegen de sluiting van de afdeling moderne kunst, u geen kiespijn? Draguet: “Iedereen vergeet onze geschiedenis. In de jaren 1960 bestond een project – over de waarde ervan spreek ik me niet uit – om een nieuw museum voor moderne kunst te bouwen. Begin jaren 1970 werd er ruim gereageerd door mensen die beweerden dat hedendaagse kunst niet tot het patrimonium behoorde. Ze hebben het bouwproject toen onthoofd, en het beperkt tot een ‘putafdeling’ van -2 tot -8 op het Museum-
BDW 1284 PAGINA 5 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
durft te noemen, terwijl dit duidelijk Brussel blijft en nergens anders.” “Minister Laruelle vindt het nieuwbouwproject positief, al kan zij vandaag niets doen, want ze is ontslagnemend. En zeg me eens welke minister ons zijn American Express leent? Ik geloof dat bij privépartners gemakkelijker geld te vinden is voor een project rond moderne en actuele kunst dan rond negentiende-eeuwse of oude meesters. Ons volwaardige partnerschap met Brussel-Stad en het Brussels Gewest heeft ertoe geleid dat er een aantal plaatsen ‘afgetast’ worden (Beursgebouw, Dexia Art Center, Congrespaleis, red.). Maar mijn voorkeur blijft uitgaan naar het Jubelpark.” Een nieuwbouw in het Jubelpark? Draguet: “Moet kunnen. De plek bij de omgekeerde krater (‘la trémie’) waar de Wetstraatt unnel even in het park bovengronds komt, zou perfect zijn voor een modern ontwerp. Het zou het verkeer ondergronds houden en aan diverse functies tegemoetkomen. De site is bovendien prachtig gelegen, naast het Legermuseum, de KMKG en het KIK. Voor mij is deze locatie een prioriteit, net als dit museum dag in, dag uit mijn prioriteit is. Het wordt een museum voor kunst van 1914 tot 2014, 2015, en verder. Ik bestudeer dagelijks alle mogelijkheden en ontmoet mensen die me erbij willen helpen.” Zou u de protestvoerders niet mee voor die kar spannen? Draguet: “Dat heb ik geprobeerd. Hun antwoord was simplistisch: eerst een nieuw museum, en dan pas de afdeling sluiten. Sinds 2006 strijd ik al voor die optie, eerst met het Dexia Art Center. Maar de toon van de politici was: ‘Waarom creëert u een probleem voor moderne kunst? U heeft toch een museum!’ Wel, nu is er pas een echt probleem.”
Michel Draguet bij Magrittes ‘L’empire des lumières’: “Musea moeten verhalen aanbieden om een nieuw publiek te trekken.”
plein. Toen het in 1988 openging, organiseerden vele kunstenaars een happening rond ‘de dood van de moderne kunst’. Ik was ook niet overtuigd van dit museum. Het is geen volwaardig museum voor moderne kunst, en zelfs enkel een museum voor ‘moderne kunst in België’. Ruim twintig jaar later heeft de put veiligheidsproblemen. En hoeveel keuzes heb ik? Ook de negentiendeeeuwse kunst moest verhuizen.” Waarom legt u de focus eerst op een Fin-de-sièclemuseum?
Draguet: “Omdat er veel partners in de stad zijn om die periode mee in de verf te zetten. Beginnend met de wandelparcours langs art-nouveauhuizen, een topattractie voor Brussel. Brussel heeft stedenbouwkundig amper iets interessants te bieden van na de Tweede Wereldoorlog. De slechte ervaringen in stadsontwikkeling, lang gefocust op transport en administratieve gebouwen, hebben de negatieve term verbrusselen gevoed. Als we een signaal willen geven om moderne en hedendaagse kunst samen een gezicht te
geven, dan heeft de hoofdstad van Europa daarvoor een etalage nodig: een nieuwbouw.” Wanneer ziet u dat nieuwe museum verrijzen? Draguet: “Alles vraagt tijd. Er moet eerst een wedstrijd voor grote architecten komen. Kijk naar de situatie in Lens (daar, in Noord-Frankrijk, komt een nieuwbouw-dependance van het Louvre, red.), toch ongeveer the middle of nowhere. En Metz met zijn nieuwe museum: een stad die men al het kruispunt van Europa
Denkt u dat de acties tegen de sluiting uw visie ontkennen? Draguet: “Men joelt over de naam Museum voor Moderne Kunst, maar ziet de inhoud van de werking niet. Laat staan of de naam museum de lading dekt, zoals Pol Bury in 1988 terecht schreef door een lijst te maken van alle kunstenaars die niet vertegenwoordigd zijn. Al sinds 2006 tonen we in de Patio moderne werken in het rotatieproject ‘De keuze van de conservator’. Dat loopt nog. Vijftig, en in september zelfs tachtig werken tonen: dat is niet min. Er zullen ook tijdelijke oplossingen volgen, zoals Cadavre exquis, een soort verhaalexposities met een selectie van moderne kunst door mensen als Paul Dujardin. Trouwens, hoeveel betogers doken er de afgelopen weken nog op? Dertig? Daartussen zitten zelfs oud-personeelsleden die hun persoonlijke probleem met onze instelling ventileren. En een van de actieve initiatiefnemers van de kritiek is iemand die een topwerk van Broodthaers bezat. Wel, hij heeft het verkocht zonder een voorstel aan ons Museum voor Moderne Kunst te doen.”
Jean-Marie Binst
IDRISSI WIL NIEUW MUSEUM MODERNE KUNST
BRUSSEL – Op de sluiting van het Museum voor Moderne Kunst wordt ook in politieke en wetenschappelijke hoek verontwaardigd gereageerd. “Er is een enorm potentieel aan kunst in Brussel. Het is schandalig dat er geen museum is om de werken te tonen,” zeggen Vlaams parlementslid Yamila Idrissi (SP.A) en kunstwetenschapper Hans De Wolf (VUB). Anders dan Draguet, die pleit voor een Kunstpool waarin collecties bij elkaar gebracht worden (hiernaast), droomt Idrissi van een nieuwe collectie in een nieuw museum. De collectie waarover ze het heeft, zou niet alleen uit de kelder van de Musea voor Schone Kunsten komen. “Overheidsbedrijven, privéverzamelaars en grote banken zoals KBC, ING en Dexia hebben enorme collecties moderne kunst. Die zitten grotendeels achter slot en grendel.” De Wolf wijst er net als Draguet op dat Brusselaars en toeristen ‘het prachtige potentieel aan beeldende kunst’ niet kennen. Ook op bestuurlijk niveau wordt dat onvoldoende beseft. Dexia beschikt met 4.500 kunstwerken over de grootste collectie hedendaagse kunst in België. Ook de topwerken uit de verzameling van Nationale Bank, ING, KBC, NMBS en privéverzamelaars krijgt het publiek nooit te zien. Idrissi en De Wolf willen een werkgroep oprichten om de kunst aan het publiek te tonen. In het buitenland zijn er voorbeelden genoeg van samenwerking tussen de publieke en de private sector. “In Frankrijk kunnen verzamelaars hun werken onder juridisch goede voorwaarden achterlaten in musea,” zegt De Wolf. Eerst en vooral is er een gebouw nodig voor het nieuwe museum, beseft ook Idrissi. “Met dit initia tief proberen we een draagvlak te creëren bij de bevolking, kunstenaars en andere betrokkenen.” Grote kunstenaars als Luc Tuymans en Angel Vergara zijn al enthousiast over het nieuwe project. Volgens Idrissi moet er snel een beslissing komen, het liefst nog vóór juli, wanneer het parlement traditioneel vakantie neemt. “Het museum kan in een bestaand gebouw komen, maar nieuwbouw draagt mijn voorkeur weg,” zegt Idrissi. Sam Vanermen
BDW 1284 PAGINA 6 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
Onderwijs > Jean-Luc Vanraes antwoordt Pascal Smet
‘Iemand moet het doen’ BRUSSEL – “Mochten de gemeenschappen hun verantwoordelijkheid nemen, dan was een interventie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet nodig.” Jean-Luc Vanraes (Open VLD) reageert daarmee op het BDW-interview van vorige week met Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A). Vanraes is binnen de Vlaamse Gemeenschapscommissie bevoegd voor Onderwijs en legt uit waarom het Brussels Gewest geld vrijmaakt voor onderwijs.
O
nderwijs, dat is in dit federale land een gemeenschapsbevoegdheid. Het is dus op z’n minst vreemd dat het Brussels Gewest onlangs aankondigde negen miljoen euro uit te trekken voor de bouw van scholen. “Dat is vreemd, maar dat is wat we moeten doen als de gemeenschappen allebei de andere kant opkijken. Als Vlaams minister Smet en de minister van de Franse Gemeenschap Marie-Dominique Simonet (CDH) de kat uit de boom kijken en niet genoeg investeren in Brusselse scholen, moet iemand handelen. Wij, het Brussels Gewest dus.” Jean-Luc Vanraes kondigde de negen miljoen Brusselse euro’s niet aan binnen de hoedanigheid van zijn VGC-bevoegdheid, maar als Brussels minister van Financiën. “Over de wettelijkheid van deze maatregel kun je discussiëren, maar weet dat deze demarche niet uniek is. Na de rellen in Anderlecht van 2009 trok het Brussels Gewest ook geld uit voor veiligheidsmaatregelen. Strikt genomen is dat ook geen bevoegdheid van het Gewest, maar niemand vond dat toen erg. Integendeel, de bevolking begreep toen dat Brussel iets moest doen.”
Concreet is de negen miljoen euro van de Brusselse regering voor het schooljaar 2012-’13. Het moet 3.500 (Franstalige en Nederlandstalige) extra plaatsen opleveren. Nochtans trok de Vlaamse regering
“Men mag zich niet achter de taskforce verschuilen om daarbuiten niets te doen”
een maand geleden ook al achttien miljoen euro uit voor nieuwe schoolinvesteringen. Onderwijs: het debat woedt volop.
Grondwettelijk Hof In het Brussels parlement stelt de N-VA zich vragen over het Brusselse geld voor een gemeenschapsbevoegdheid. Zij vinden het, net als Pascal Smet, vreemd dat een Gewest met een geldtekort hiervoor wel geld kan vrijmaken, en ze hebben dan
ook een klacht ingediend bij het Grondwettelijk Hof. Volgens Brussels minister-president Charles Picqué (PS) zijn er achttienduizend plaatsen te kort in het hele gewest.
Vanraes: “Tegen 2015 zitten we met een grote demografische uitdaging, en tegen dan moeten er heel wat scholen bijkomen in Brussel. Brussel heeft als hoofdstad de taak mensen samen te brengen, en
dat hebben we ook gedaan met de zogenaamde Taskforce Onderwijs. Die is twee keer bij elkaar gekomen op ons initiatief. Gelukkig, want ondertussen is er heel weinig communicatie tussen de kabinetten van
© IVAN PUT
Mobiliteit > MIVB wil reizigersstromen in kaart brengen
‘Valideren is goed voor iedereen’ BRUSSEL – ‘Denk eraan te valideren om niet te frauderen’: met die slogan wou vervoersmaatschappij MIVB de reiziger vorig jaar aansporen om zijn vervoersbewijs te valideren, af te stempelen. Maar vijftigduizend folders, een grootschalige stickeractie en alle controlepoortjes ten spijt, blijven sommigen volharden in de boosheid. Stel, je werkt in de Wetstraat. Na een dag hard labeur heb je wel wat ontspanning verdiend, en je besluit een terrasje te doen. Je neemt de metro naar De Brouckère, wandelt vandaaruit naar de Sint-Gorikshallen en gaat aan je favoriete tafeltje zitten, het is gelukkig nog vrij. Enkele uren (en enkele drankjes) later stap je in de tram naar Sint-Gillis, waar je woont. Uit statistieken, afkomstig van een grootschalige enquête die de MIVB in januari voerde, blijkt dat van de tien reizigers die jou in de metro vergezelden, er gemiddeld negen over een geldig gevalideerd ver-
voersbewijs beschikten. Van de tien die met jou een tram deelden, waren dat er amper twee. Mocht je ergens onderweg in een MIVB-bus met tien passagiers gestapt zijn, dan hadden er statistisch gezien zes een correct gevalideerde kaart op zak. Het is belangrijk dat reizigers ‘afklokken’, en dat geldt zowel voor mensen die een (vooraf betaald) abonnement hebben als voor reizigers die een rittenkaart gebruiken. Door te ‘ontwaarden’ krijgt de MIVB immers inzicht in de reizigersstromen, en die informatie kan de vervoersmaatschappij gebruiken om de dienstverlening te optimaliseren. Ze
kan bijvoorbeeld bepaalde aansluitingen vlotter maken, of extra bussen inzetten waar nodig. Valideren doe je dus niet alleen voor jezelf of voor de MIVB, maar voor iedereen die van het openbaar vervoer gebruikmaakt, is de redenering. Niet valideren gebeurt op eigen risico. In het beheerscontract dat de MIVB met het Brussels Gewest sloot, staat dat er controles moeten zijn op minstens één procent van alle ritten. Meestal scoort de MIVB beter. Wanneer je geen correct gevalideerd vervoersbewijs kunt voorleggen aan de controleur, dan kost je dat tien euro. Als je dat bedrag niet binnen de tien werkdagen betaalt, loopt de boete op tot honderd euro. Naast die repressieve controles organiseert de MIVB ook ontradende controles. Wie bij zo’n controle door de mand valt, krijgt een waarschuwing en mag zijn
Poortjesglippen wordt weldra moeilijker.
vervoersbewijs op dat moment valideren zonder beboet te worden. Maar stel, het was zo druk dat je niet bij het ontwaardingstoestel kon. “Geen geldig excuus,” zegt An Van hamme, woordvoerster van de MIVB. “In metro, tram en bus staan er voldoende toestellen, altijd bij de deuren. Het is onmogelijk dat je er niet bij kan, maar soms moet je daarvoor wel enkele reizigers vragen om plaats te maken. Een defect ontwaardingstoestel kan wel een geldig excuus zijn, maar dat zullen we uiteraard controleren.” Sinds het verplicht werd om vooraan in te stappen, is zwartrijden in
de bus flink teruggedrongen. Bij de metro hebben de controlepoortjes eenzelfde effect gehad. Volgens Van hamme komen er nog extra maatregelen. “De controlepoortjes zijn nog niet allemaal geactiveerd, maar daaraan wordt gewerkt. Zodra ze allemaal werken, zullen we de controles toespitsen op trams en accordeonbussen, waar het niet verplicht is om vooraan in te stappen. Ook willen we de tijd tussen het open- en dichtgaan van de controlepoortjes korter maken. Nu is het in principe nog mogelijk om er met twee door te glippen.” Alain Flausch, directeur-generaal van de MIVB, heeft nog ideeën om het niet-valideren te counteren. Zo komt er waarschijnlijk een nieuwe campagne, en er wordt ook nagedacht over een systeem van tariefdifferentiatie, dat inhoudt dat je minder betaalt naarmate je meer valideert. In de metro wordt het alleszins moeilijker om te frauderen, want tegen 2013 zijn alle stations uitgerust met controlepoortjes, waar zowel bij het binnenkomen als bij het buitengaan gevalideerd moet worden. Yves Coudron
BDW 1284 PAGINA 7 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
P-PRAAT Wat is er gebeurd met Willy Decourty, de burgemeester van Elsene? In zijn laatste persbericht stond geen letter fout geschreven in het Nederlands. Niets! Dat moet een primeur zijn. Het persbericht ging dan ook over speelstraten.
© SASKIA VANDERSTICHELE
Vergeefs gezocht naar het chaud lapin van Ecolo dat ergens in het Flageygebouw moet rondlopen, maar niemand gevonden die én warmbloedig is én af en toe een sigaretje opsteekt. Toch niet bij de groenen. Groen en roken gaan niet zo samen. Groen en een snor klaarblijkelijk wel, maar dat verhaal kent u al. Wat de groenen wel goed kunnen, is feestjes organiseren. Zo ook de jongerenafdeling van Groen!, die tijdens de laatste rit van de laatste trein van Brussel naar de kust vorige zaterdag (vertrek te Brussel-Zuid om 00.27 uur, binnenkort een uur vroeger) vierde dat er binnenkort niets meer te vieren valt voor late pendelaars, ecologisten, dronkaards, journalisten die een zomerreportage schrijven, Poolse bouwvakkers en al dan niet toevallige bezoekers van de hoofdstad die na een avond Brussel were hôan noa ’t zeètje. Naar verluidt lieten de jonggroenen de trein zelfs proper achter na hun protestfeestje. Vriendelijke mensen: hun openbaar vervoer wordt afgenomen en ze vieren dat propertjes. Slaat men u op de linkerwang... enzovoort. Binnenkort wordt er waarschijnlijk ook volop op los geslagen op het Gemeenteplein van SintJans-Molenbeek. Schepen van Mobiliteit Jef Van Damme (SP.A) voert op dat plein het ‘shared space-principe’ in. Dat wil zeggen dat er geen markering meer op het wegdek wordt aangebracht en er geen verschil meer bestaat tussen trottoir en rijweg. Voetgangers mogen bij shared space vrijelijk lopen waar ze willen, en automobilisten vinden dat uiteraard tof. Thumbs up!
Smet en Simonet. Men mag zich ook niet alleen achter die taskforce verschuilen om daarbuiten geen andere maatregelen te nemen.” Christophe Degreef
‘GEEN PAPIEREN, TOCH ONDERWIJS’ BRUSSEL – Samenlevingsopbouw Brussel en het centrum voor basiseducatie Brusselleer hielden dinsdag een tocht, van Zuid naar Beurs. Ze protesteerden tegen het besluit van minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) om voortaan alleen mensen die wettig in het land zijn, toe te laten tot de gratis cursussen Nederlands en andere opleidingen. De initiatiefnemers vinden dat de maatregel discrimineert en verdere uitsluiting in de hand werkt. “Mensen zonder papieren hebben dus niet het recht om de taal te leren van hun kinderen, die hier wel naar school gaan?” stelt Ilse Grieten van Brusselleer. Over hoeveel mensen het gaat, is moeilijk te schatten. “In elke klas zijn er wel een paar, vaak mensen die niet terugstuurbaar zijn.” De nieuwe regel belast de opleidingen ook met een controletaak. Grieten: “Er komt een lijst met 36 verschillende papieren die een wettig verblijf kunnen staven. En wij zullen het mogen uitzoeken.” HUB
CHIEN ÉCRASÉ KONINGSSTRAAT – Het moest ervan komen. Die van de gazet boven de parfumwinkel houdt het voor bekeken als hoofdredactrice. Béatrice Delvaux van Le Soir zal in de toekomst wel nog editorialen voor haar krant schrijven. Zoek het verschil. BRUSSEL-CENTRAAL – Wil iemand JCDecaux eens vertellen dat het Villo-station aan het Centraal Station al een jaar of wat leeg staat, met van die rode dingen in de bevestigingspaaltjes? Nog altijd. Enkele maanden geleden klonk het: “Er zijn problemen met de elektriciteitstoevoer.” Blijkbaar zijn er nog altijd problemen. Dat moeten ze ons eens uitleggen: hoe er in de buurt van een treinstation met geëlektrificeerde sporen problemen kunnen zijn met de elektriciteit. Tapt iemand stiekem af? Zijn ze bij de heraanleg van de Brusselse Ramblas – u weet wel, die kale strook middenberm ter hoogte van het station – vergeten kabels te leggen? Knagen de ratten? MELLAERTSVIJVERS – De liefhebbers van bucolica die rond de Mellaertsvijvers wonen, hebben hun zin gekregen. De zwanenpedalo’s zijn door Leefmilieu Brussel aan de kant gezet, want ze stroken niet met het bucolische karakter (Van Dale: ‘betrekking hebbend op het land- en herdersleven’) van de vijvers. Wat is er dan volgens Leefmilieu Brussel bucolisch genoeg? Een herdershondpedalo? Een schaap? Op een vijver past toch een stel zwanen? Misschien moet Leefmilieu Brussel maar afgeschaft worden. Want wat is er nu bucolisch aan een organisatie die leefmilieu promoot in een stad?
ADVERTENTIE
ADVERTENTIE
© SERGE BRISON
BDW 1284 PAGINA 9 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
Economie > Herstructurering bij terugloop buitenlandse investeringen
Brussel Export heet voortaan Invest & Export BRUSSEL – De buitenlandse investeringen in Brussel liepen vorig jaar terug. Daarom besloot minister van Buitenlandse Handel Benoît Cerexhe (CDH) om de dienst Investeringen onder te brengen bij Brussel Export.
Brussel kent een lange traditie van publiek-private samenwerking (foto: Kinetix Schaarbeek). De Brusselse regering richt nu, naar Vlaams voorbeeld, een expertisecentrum op om pps beter te omkaderen.
Overheid > Groen licht voor pps-ordonnantie
‘Privégeld is geen wondermiddel’ BRUSSEL – De Brusselse regering heeft een ordonnantie klaar die privaat-publieke samenwerking (pps) in het Gewest makkelijker moet maken. “Pps mag niet louter dienen om de begroting te verlichten,” waarschuwt Steven Van Garsse, pps-expert van de Vlaamse overheid (en naamgenoot van de schrijver van dit stuk). Publiek-private samenwerking (pps) bestaat al jaar en dag. Al kort na de oprichting van België werd voor de uitbouw van de openbare spoor- en telecominfrastructuur een beroep gedaan op de privésector. De laatste tien jaar is pps in de hele wereld aan een ware opmars bezig. “De maatschappij is complexer geworden,” verklaart Vlaams pps-manager Steven Van Garsse die tendens, “en de overheid is steeds meer op zoek naar slimme oplossingen. Als de projecten goed geselecteerd zijn, dan kan pps een uitkomst bieden.” Vlaanderen heeft in 2002 een expertisecentrum opgericht binnen de administratie. Dat is nodig om gewapend te zijn tegen de knowhow die internationale bedrijven in huis hebben. Een pps is pas geslaagd als alles contractueel goed in elkaar zit. De overheid heeft dan ook baat bij eigen specialisten. Het Vlaamse expertisecentrum staat lokale besturen en de Vlaamse overheid bij. In Vlaanderen worden wegen, bruggen en sporen aangelegd in ppsconstructies, maar ook zwembaden, gemeentehuizen en scholen gebouwd. Ook in het Brussels Gewest zijn pps-constructies al een tijdje in zwang. De Gomb-woningen zijn een voorbeeld van publiek-private samenwerking, net als het waterzuiveringsstation Noord. Maar een wettelijke omkadering was er nog niet. Dat de Brusselse regering nu een pps-ordonnantie klaar heeft, noemt Van Garsse een belangrijk politiek signaal. “Het zal vertrouwen geven aan de privésector.” Daarnaast is de nieuwe wet ook noodzakelijk om bepaalde drempels weg te werken en zo pps te vergemakkelijken. Uit het advies van de Economische en Sociale Raad van Brussel blijkt alvast dat ondernemers en vakbonden zich niet tegen de ordon-
nantie verzetten. Vakbonden waarschuwen wel dat ze niet tot verdere privatisering mag leiden. Van Garsse vindt het onderscheid tussen pps en privatisering cruciaal. “Er zijn veel misvattingen over pps. Het is geen privatisering, want bij een goed contract houdt de overheid de touwtjes stevig in handen, al kunnen bepaalde onderdelen wel worden uitbesteed.” Een ander cliché wil dat pps duurder is. Van Garsse: “Studies lijken dat tegen te spreken. Vaak worden bij klassieke projecten de verborgen kosten onderschat.” Een goed voor-
Tot dusver werkten de twee diensten los van elkaar. Er is Brussel Export, gevestigd in het gebouw aan de Louizalaan waar ook Beci zit, dat de uitvoer van de Brusselse bedrijven moet stimuleren. Wereldwijd beschikt de dienst over ruim dertig eigen en 55 Vlaamse en Waalse handelsattachés die de kmo’s aan potentiële klanten helpen. Voorts organiseert Brussel Export buitenlandse missies en verleent het financiële steun aan exporteurs. De dienst Invest in Brussels was tot nu een afdeling van het in Sint-Jans-Molenbeek gevestigde Brussels Agentschap voor de Onderneming (BAO). Drie mensen hielden zich bezig met het aantrekken van buitenlandse investeringen. Kandidaat-investeerders krijgen bijvoorbeeld drie maanden lang een gratis werkplek met begeleiding in Brussel. In 2010 kenden de buitenlandse investeringen een terugval met een vijfde tot een kwart, afhankelijk van het gehanteerde onderzoek. Cerexhe besloot daarom om Invest in Brussels naar de Louizalaan 500 te halen. Jacques Evrard, hoofd van de investeringsdienst,
werd de baas van het nieuwe Brussel Invest & Export. “Vroeger konden we niet zomaar een beroep doen op de buitenlandse attachés. Nu hebben ze er een taak bij: buitenlandse investeerders aantrekken.” Die aanpak loont, vindt Evrard. “We hebben dit jaar al 28 nieuwe investeringsdossiers, vooral van Amerikanen en Chinezen.” Volgens de officiële cijfers van het Nationaal Instituut voor de Statistiek maakt de Brusselse export nauwelijks meer dan twee procent
“Al 28 nieuwe investeringsdossiers dit jaar, vooral uit de VS en China” uit van de Belgische export. Dat cijfer strookt niet met de werkelijkheid, vindt Cerexhe. “De diensten worden niet meegeteld, en Brussel exporteert nu eenmaal vooral diensten, zoals software, design, vertaling, juridisch advies.” Met de diensten erbij, zo liet de minister berekenen, komt Brussel aan een aandeel van bijna een kwart, tegen 65 procent voor Vlaanderen en tien voor Wallonië. HUB
ADVERTENTIE
“De pps-ordonnantie zal vertrouwen geven aan de privésector” Eet lokaal en seizoensgebonden !
beeld vindt Van Garsse de constructie van een gebouw. In een klassiek project komen de bouwkosten achteraf meestal hoger uit en wordt het project later opgeleverd. Bij een pps-constructie is dat niet zo. “De privépartner wordt geprikkeld om de kosten beheersbaar te houden en het project binnen de vooropgestelde termijn te realiseren. De overheid kan intussen de betalingen spreiden in de tijd, voor de levensduur van het project.” Zoals bekend kampt het Brussels Gewest op de korte en middellange termijn met een gigantisch gebrek aan middelen. Om autotunnels te onderhouden, nieuwe tram- en metrolijnen aan te leggen, riolen te renoveren en woningen te bouwen zijn bakken geld nodig. Toch waarschuwt Van Garsse voor overdreven enthousiasme. “Sommige politici beschouwen pps als een handige manier om de begroting te verlichten. Dat mag zeker niet het enige doel zijn. Een slecht opgezet ppsproject kost de overheid uiteindelijk meer. Daarom is het belangrijk om de projecten goed voor te bereiden. Dat kost tijd, maar bij een goede selectie levert het de overheid voldoende meerwaarde.” SVG
Sterker nog ! Ik zou zelfs zeggen: eet seizoensgebonden en lokaal !
De maanden juni en juli zijn het seizoen van de kersen in België. Twee maanden lang kan u dan lekker smullen van dit sappige, lekkere fruit. Smakelijk ! Zeg nu zelf, waarom zou u groenten kopen die van de andere kant van de wereld komen of helemaal niets met het seizoen te maken hebben ? Het transport of de cultuur in verwarmde serres vergt onnodig veel energie. Kies daarom voor lokale en seizoensgebonden producten. Zo herontdekt u de smaak van de seizoenen en vermindert u de impact van onze voeding op het milieu. O ja, geef ook de voorkeur aan fruit en groenten die geteeld zijn zonder meststoffen en pesticiden.
Recepten en kalender vindt u op www.leefmilieubrussel.be of via 02 775.75.75.
EET LOKAAL EN VOLGENS SEIZOEN D A’ S G O E D V O O R U E N G O E D V O O R O N Z E P L A N E E T. Een initiatief van de Brusselse Minister voor Leefmilieu, Energie en Stadsvernieuwing
Alle beetjes helpen, want we zijn met meer dan één miljoen Brusselaars.
BDW REGIO
BDW 1284 PAGINA 10 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
Deze week in de Marollen > Lieve Polet stopt met haar eetcafé
De leste druppel Werm Woeter
Lieve Polet stak negentien jaar ziel en zaligheid in haar ontbijt- en brunchcafé in de Vossenstraat.
BRUSSEL – “Je hoeft niet alles zelf ambachtelijk klaar te maken.” Dat wil Lieve Polet net voor haar 65ste nog meegeven aan geïnteresseerde overnemers van haar ontbijten brunchcafé Het Warm Water. Zelf kreeg ze die wijsheid negentien jaar geleden ook mee. Maar stug sloeg ze de raad in de wind. En de grijze haren groeiden.
G
elukkig zag ik het meteen. Er viel een kartonnetje van tussen het deurkozijn en het slot, net toen ik de voordeur met een harde stoot openzwaaide. “Dag, Lieve. Ik ben er geraakt, voor de laatste keer,” en ik strompel de zaak binnen. “O, Jan,” – want zo noemt ze me –, “ben je er al? Heb je het kartonnetje terug geplaatst?” En ik: “Euh, ja. Sluit je deur niet goed misschien?” – “Nee, er staat te veel wind; dan waait ze altijd open.” De Vossenstraat, de hobbeligste bergaf met kasseien tussen Hoog- en Blaesstraat, blijft het koudste trekgat van de Marollen. Op dit middaguur, als het Hirsch par terre-volkje zijn laatste rommelgoed op het Vossenplein beneden bijeenscharrelt, steelt de wind alles wat vliegen kan. Pardoes, de Vossenstraat omhoog. Het Warm Water zit vol, op één krakkemikkig tafeltje na, naast het suggestiebord met ‘Zeven ontbijten’. Lieve glimlacht verlegen en strijkt met beide handen de haarlokken van haar voorhoofd. Vandaag oogt ze content. Al ziet ze wat ik denk, als ik me bedwing om spontaan een
stoel te pakken. Haar blik wijst een tafel aan. “’k Word wel vaker versleten voor een moeilijke,” stelt ze me gerust. Enkele koffieleuters glimlachen. Het verhaal achter de naam Het Warm Water kennen zij wellicht niet. Een eeuw terug was warm water verkopen op straat iets alledaags. Huisvrouwen liepen met hun potten en waterketels af en aan. Maar volks en antiek is Lieves café niet, al lijken de scheve, groene luiken op de meloengele gevels het Montmartre van weleer te imiteren. Binnenkomen in ’t Werm Woeter voelt als thuiskomen. Lieve heeft hier bijna een derde van haar leven ambiance gebakken en verkocht. “Wat drink je?” – “Awel, een kriek, als ’t kan.” Ik schuif achter het tafeltje door, om zicht te krijgen op de open keuken en de gelagzaal. Drie Limburgse dames die een week met vakantie in Brussel zijn, luisteren vermaakt mee. Ze logeren in hotel Amigo, achter het stadhuis. Duur, maar goed. Dat weet ik snel, omdat ik toch moet wachten op die kriek. “Wachten op drank duurt altijd lang voor wie dorst heeft,” roep
ik Lieve tegemoet. Daarmee krijg ik haar niet aan het lachen. Ze geeft de hulp bij het fornuis kordaat een laatste opdracht: “De soep op tafel 3!” En dan komt ze bij me zitten. Een dik bierglas met oor, vol kriek, erbij. Voor mij. Net als de faro en de geuze komt de kriek van de Pajotse brouwer Girardin in vaatjes van tien liter. De tijd van de vatenrollers is
© MARC GYSENS
weest in het gemeenschapscentrum van Sint-Joost had ik er plots genoeg van. Toen de politiek en de vakbond een stevige greep op het sociaal-cultureel werk in Brussel kregen, ben ik uit de sector gestapt. Hun bemoeienissen, nee, dat zag ik niet zitten.”
Madame Potelet “Je bent vandaag de eerste man in Het Warm Water. ’t Zit hier vol met dames.” Het was me niet opgevallen. Hier een plankje brood met plattekaas en radijsjes, ginds een pannenkoek. En overal koffiekopjes van verschillend serviesgoed. “Hulp
“Mijn mueslimix, waarvan ik het geheim niet verklap, was jaren het donderdagse eten voor mijn kinderen” voorgoed voorbij. “Je collega Freddi Smekens heeft het eerste artikel geschreven toen mijn café openging. En nu kom jij, als ik ermee stop.” Brussel blijft een dorp, denk ik. Haar manier van geluk te verwoorden leidt me precies waar ik haar hebben wil. “Hoe ben je hier weer mee begonnen?” Een zucht volgt. “Na negentien jaar actief te zijn ge-
was niet altijd evident, maar nu heb ik de beste equipe van studenten ooit. De moeilijke oefening bestaat erin een evenwicht te vinden tussen veel zelf maken en er geen slaaf van zijn. Klanten appreciëren het ambachtelijke, maar ze beseffen niet hoeveel arbeidsuren het kost. Zelf alle dagsoepen maken, confituur van fruit uit de tuin, de lasagnesau-
zen, alle taarten en pannenkoeken. Ik baal van convenience goods.” Iemand vraagt de rekening, met een bonnetje. Lieve haalt er een scheurbladenboekje bij en een grote, rode drukstempel. Zo gaat het een paar keer: het handgeschreven briefje en de stempel. Haar bril op het puntje van de neus. “In Duitsland ontdekte ik het gezellige concept van Frühstückskneipe,” vertelt ze. “Ik blijf een grote fan van ontbijt. Mijn Warm Water-ontbijt begint met een hartig radijsje, dat is echt mijn ding. En mijn mueslimix, waarvan ik het geheim niet verklap, is jaren het donderdagse eten voor mijn kinderen geweest. In 1993 (Het Warm Water zat eerst twee huisnummers lager, red.) heb ik wellicht het ‘buitenshuis ontbijten’ geïntroduceerd in Brussel. Zaken als Le Pain Quotidien zijn gevolgd, en de formule geraakte vertrouwd. Vandaag biedt iedereen petit déjeuner aan, al vind ik een koffie met croissant en een sapje niet erg inventief. Ik wou het café ook meteen inbedden in de wijkcultuur. Concertjes en wat hoogstaand amusement hoorden daarbij.” Eind mei was hier nog een Stoemp!-concert. “Het begon allemaal met Jef De Keyser van de Academie van het Brussels, met wie ik enkele kennissen bijeenbracht die in het Brussels schreven en zongen. Zo werd op zaterdag 18 december 1993, samen met Het Warm Water, het politiek cabaretgezelschap Createef Complot geboren. In wisselende formaties is het collectief lang actief gebleven, tot de laatste pionier afhaakte. Maar op 25 juni willen ze nog eenmaal spelen voor mijn beste klanten.” “Mensen vinden dit café authentiek, al lach ik in mijn vuistje als ik dat hoor. Het is allemaal van eind vorige eeuw. Dit stuk Marollen had een cafétraditie. De echte volkscafés sterven uit. Voor mij zijn de twee meest ‘typische’ al weg: Brasserie Ploegmans, nu een restaurant, en Chez Alex, nu een antiekzaak, allebei in de Hoogstraat. Iedereen liep daar binnen, en niet louter Marolliens zoals in Le Renard hier om de hoek en het nog volksere Le Petit Léon. Rond de markt zelf blijven La Clef d’Or, Chez Marcel en La Brocante overeind. Maar de verzaveling doet de wijk geen deugd. Gelukkig kreeg ik altijd sympathieke mensen over de vloer, niet dat chichi-volkje.” Als we nog een ommetje maken over het Vossenplein, kan ze er niet over zwijgen: de demonteerbare paaltjes die van de Vossenstraat een voetgangersweg moeten maken, worden alsmaar gesaboteerd. “Sinds ik de deeltijdse voetgangersstraat in 1995 geregeld kreeg, om onze terrassen te kunnen zetten, blijven sommigen autodoorgang opeisen. En ik maar reclameren bij de Stad. Daaraan dank ik de bijnaam ‘Madame Potelet’, ‘Mevrouw Paaltje’.” Tijd om afscheid te nemen. “Heb ik niet het recht om op mijn 65ste te stoppen, om zelf opnieuw van cultuur en een sociaal leven te genieten, na al dat weekendwerk?” En dan, schalks: “Ik teken voor nog 35 jaar erbij, maar niet in Het Warm Water.” Jean-Marie Binst www.hetwarmwater.be
BDW 1284 PAGINA 11 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
Sint-Gillis > Zuidwijk maakt tussentijdse balans op van herinrichting
Picqué zegt spoorwegen de wacht aan Minister-president Charles Picqué (PS), die ook titulair burgemeester van Sint-Gillis is, wil dat NMBS en federale regering hun verantwoordelijkheid nemen in de Zuidwijk. “Alle verhoudingen in acht genomen is het Zuidstation even belangrijk als de luchthaven van Zaventem,” vindt Picqué. Het is de conclusie van een tussentijdse balans die hij samen met schepen Patrick Debouverie (MR-PRL) maakte. De spektakelarchitectuur van Jean Nouvel voor het Zuidstation maakt weinig indruk op Picqué. Niets op tegen, vindt de minister-president, maar het is maar een papieren schets. En: “Waarvan onder geen beding sprake kan zijn, is van een spectaculair project voor het Zuidstation in ruil voor een slordige werf bij de verbreding van de noordzuidverbinding. De stad mag niet opengereten worden.” Zo ver is het nog niet. Picqué moet nog overtuigd worden van de noodzaak van de verbreding. De hamvraag voor hem is hoe de NMBS haar plaats ziet in de Zuidwijk. Brussel moet krijgen wat Antwerpen en Luik gekregen hebben, maar: “De NMBS
De Argonnestraat wordt een semi-voetgangersstraat.
praat niet met één mond. Met wíé moeten we praten? Eurostation? Infrabel? De Holding?” De gemeente Sint-Gillis leeft al langer op gespannen voet met de
NMBS. Al in de jaren 1970 knapten eigenaars in de Emile Féronstraat hun eigendommen niet meer op omdat ze een onteigening vreesden. Die onteigeningen waren uitADVERTENTIE
© BART DEWAELE
eindelijk veel minder massaal dan gevreesd, en ze gebeurden veel later, eind twintigste, begin 21ste eeuw. Picqué: “Toen ik in 1985 burgemeester werd, was de Zuidwijk
langs beide kanten van het station al verloederd, op een paar panden na.” Toen hij in de vroege jaren 1990 de afbraak en heropbouw van de wijk aankondigde, was dat naar eigen zeggen om de speculatie die welig tierde – de hogesnelheidstrein was in aantocht –, in te dijken. Maar Picqué heeft geen zin om de ‘steriele polemieken’ van destijds weer op te rakelen. De tussentijdse balans oogt niet zo kwaad, al zullen de actievoerders van destijds het hier vermoedelijk niet mee eens zijn. Er komen 321 door de overheid verhuurde woningen in de Zuidwijk (een aantal is al gerealiseerd). Daarnaast staan er ook meer dan vierhonderd woningen op de privémarkt, nieuw of gerenoveerd, op stapel. Ook de handel komt langzaam maar zeker terug. Voorts zijn er meer dan vijfhonderd hotelkamers, veel collectieve voorzieningen (crèches, een Nederlandstalige bibliotheek, een Huis van de Culturen) en uiteraard kantoren. Maar het werk is nog niet af. Zo bestudeert een werkgroep een project voor de volledige herschikking van de mobiliteit en een betere toegankelijkheid van het station. De gemeente Sint-Gillis is intussen ook begonnen met de straten die aan de vernieuwde Zuidwijk grenzen. De Argonnestraat, de straat van de Griekse restaurantjes, staat in de belangstelling. Schepen Debouverie wil de bestaande handel nieuw leven inblazen. Danny Vileyn
BDW 1284 PAGINA 12 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
BDW REGIO
© IVAN PUT
Anderlecht > Protest tegen flats en winkelcentrum
Burgemeester formeel: ‘Plan aanpassen, of weg’
Brussel > Atheneum schakelt Linda Van Waesberge in voor Dansaert-contacten
School zoekt leerlingen In de Moutstraat gaat in september een nieuwe middelbare school, Atheneum Brussel, open, een ASO-school met artistieke inslag. Er wordt hard gewerkt om de lokalen en de speelplaats in orde te krijgen, een lerarenteam samen te stellen en leerlingen te vinden. De school komt in het gebouw van het vroegere Koninklijk Atheneum van Brussel, maar neemt maar een deel van het grote pand in. Beneden zit basisschool De Kleurdoos. Boven worden vijf klaslokalen vrij gemaakt. Hier zat tot voor kort het vrijzinnig archief Karel Cuypers, dat onderdak krijgt bij de VUB. Ook het CVO Brussel geeft er nu nog heel even les. Maar in september zullen de lokalen helemaal opgefrist zijn voor de leerlingen van het atheneum. Heel veel plaats zal het atheneum de eerste tijd nog niet nodig hebben. De school begint met een eerste en tweede jaar, twee klassen dus. Eerst was het de bedoeling om de keuze te laten tussen Latijn en artistieke vorming, maar inmiddels is besloten om alle leerlingen twee uur Latijn en twee uur creatieve projecten (muziek, woord, plastische kunsten) te laten volgen. Het is overigens
de bedoeling om de leerlingen tijdens alle vakken met cultuur in contact te brengen. Hiervoor willen de leerkrachten de talrijke mogelijkheden in de onmiddellijke omgeving benutten. Dansaertkenner Linda Van Waesberge is ingehuurd om de contacten met de buurt te leggen en ervoor te zorgen dat de creatievelingen uit de Dansaertwijk de school leren kennen en eens langskomen. “We willen dat de leerlingen weten hoe plezant cultuur kan zijn,” zegt Van Waesberge. Intussen is Viviane Smekens, directeur secundair onderwijs bij Scholengroep Brussel, nog volop op zoek naar leerlingen. “Ik heb zeventien inschrijvingen, maar er is plaats voor meer. Het probleem is dat we nog niks kunnen laten zien. Veel ouders wachten af. Ze vragen ook of er een sociale mix is, maar daarvoor is het nodig dat er zich ook voldoende Nederlandstaligen inschrijven.” De school begint dus kleinschalig. Dat heeft zijn voordelen: vier leerkrachten nemen het gros van de vakken voor hun rekening, en elke leerling heeft in de klas een eigen laptop. Atheneum Brussel is een vestiging van het Atheneum van Anderlecht en heeft dus geen eigen directie. Bettina Hubo
ADVERTENTIE
Nieuw is het project op de Shell-site niet. Het eerste ontwerp van het project van Group GL dateert al van 1998. Vorige week deed de architect van het project in de overlegcommissie een vernieuwde versie uit de doeken. Er zouden woonblokken komen met 84 appartementen, een winkelcentrum en een parkeerterrein met 272 plaatsen waar de shoppers hun wagen kwijtkunnen. Het project lokt heel wat reactie uit bij de buurtbewoners, de handelaars van de Wayezstraat en het handelaarsverbond Atrium. Zij noemen het project een bedreiging voor de wijk. Met een shoppingcenter met 272 parkeerplaatsen wordt de wijk overrompeld door auto’s en wordt het broze evenwicht tussen grote ketens en kleine handelaars in de Wayezstraat helemaal verstoord. Met slechts drie procent waterdoorlaatbare oppervlakte in het hele project is er bovendien ook een reëel overstromingsgevaar. Buurtbewoner en SP.A-lid Gerben Van den Abbeele bundelde de opmerkingen in een bewaarschrift dat hij richtte aan burgemeester Gaëtan Van Goidsenhoven (MR). “We willen niet alleen protesteren, we willen ook met een alternatief op de prop-
© GERBEN VAN DEN ABBEELE
Er zijn plannen om op het braakliggende terrein tussen de Raymond Vander Bruggenlaan en de Scheutveldstraat, in de kanaalzone, appartementsgebouwen en een shoppingcenter te laten verrijzen. Dat is niet naar de zin van bewoners en handelaars. Zij dienden in de overlegcommissie vorige week een bezwaarschrift in. “Dit is het laatste wat deze buurt nodig heeft.”
pen komen. Daarvoor is het goed dat we met alle partijen om de tafel gaan zitten,” zegt Van den Abbeele. “De voorgestelde 84 appartementen zijn, volgens mij, veel te veel. Als je naar de densiteit kijkt, zit dit echt op de grens van het toelaatbare. We moeten naar kwalitatief hoogstaande woningen en kunnen daarvoor eventueel samenwerken met de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Brussel (Gomb). We willen een gezonde mix, met veel openbare groene ruimte. Daarnaast denk ik dat de Shell-site plaats moet bieden aan projecten die passen binnen het economische kader van de wijk, en niet het zoveelste shoppingcenter.” In zijn reactie is burgemeester Van Goidsenhoven duidelijk: “Het is een slecht project dat niet door de beugel kan. De gemeente stelt voor de kanaalzone een Bijzonder Bestemmingsplan op om een gezonde ontwikkeling van de buurt te garanderen, en dit project past duidelijk niet in dat plaatje. Group GL wil de site zo rendabel mogelijk maken, maar dat is ons probleem niet. De projectontwikkelaar heeft de keuze: ofwel de plannen grondig aanpassen, ofwel het terrein verkopen.” Bruno Schols
BDW 1284 PAGINA 13 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
OPENBARE BIBLIOTHEKEN IN BRUSSEL aflevering 11 SINT-AGATHA-BERCHEM
© AN DEVROE
Dorpsbib met koffie
De Berchemse bib, dat zijn jonge lezers, een up-to-date aanbod en altijd verse koffie.
Achter de oude muren van een boerderij, een estaminet en twee aanpalende huisjes gaat de frisse bibliotheek van Sint-Agatha-Berchem schuil. Ook de tuin van de bibliotheek, het Maurice Van den Beginpark (opgedragen aan de eerste voorzitter van de bib), verenigt erfgoed en dynamiek. “De tuin werd opnieuw ingericht als boomgaard met inlandse pruimen, peren en appels,” vertelt bibliothecaris Hugo De Vreese. “Dat is een echte troef. Vorig jaar werd hier het Feest van de Vlaamse Gemeenschap gevierd omdat het de tiende verjaardag was van de erkenning van de bib
door de Vlaamse overheid. Nu zijn er vergevorderde plannen voor een leesterras. De tuin zal dan nog geschikter zijn voor activiteiten, een causerie, het lezen van de krant,... met koffie en appeltaart van eigen bodem!” Koffie is er nu al te krijgen, waardoor deze bibliotheek de enige Nederlandstalige bib van Brussel is die naar koffie geurt. Het roept associaties op met lezen, ontmoeten en geïnspireerd worden. De glimmende kaften op de aanwinsten tafels zijn alleszins uitnodigend. Het valt telkens weer op hoezeer de bibliothecaris zijn of haar stempel op de bibliotheek drukt. “Boeken die pas in de boekhandel liggen,
zijn hier praktisch onmiddellijk beschikbaar. En heel fier zijn we op de kwaliteit van onze prentenboeken,” zegt De Vreese. Ook hier ondervinden ze een toename van de uitleningen sinds de bibliotheek toetrad tot het BruNOnetwerk. Sinds haar komst naar deze locatie in 2003 zag de bib haar lenersaantal en uitleencijfers alleen maar stijgen. “Wanneer we de verhouding meten tussen het aantal leners en het aantal inwoners, dan moeten we in Brussel alleen de bibliotheek van Jette voor laten. In tegenstelling tot vele andere gemeenten bedienen we meer eigen inwoners. Bovendien bereikt
ADVERTENTIE
geen enkele Brusselse bibliotheek procentueel meer jongeren in haar werkgebied. De scholenwerking bepaalt twee derde van onze uitlening: zonder uitzondering komen alle scholen van Sint-Agatha-Berchem langs. Met de Jeugdboekenweek krijgen we 750 kinderen over de vloer. En elke derde woensdag van de maand zijn er voorleesnamiddagen voor acht- tot twaalfjarigen.” De bib ligt vlak bij het gemeenschapscentrum De Kroon en het Franstalige cultureel centrum Le Fourquet, in het centrum van Berchem. De geschied- en heemkundige kring Sint-Achtenberg heeft zijn stek in de bib, die het secretariaat
verzorgt. “We krijgen vragen van mensen die bijvoorbeeld op zoek zijn naar hun grootmoeder die hier gewoond heeft,” zegt De Vreese. “En een universiteitsstudent wilde weten of een wandeling die Louis Paul Boon in Sint-Agatha-Berchem liet beginnen, ook in het echt gewandeld kan worden.” An Devroe Kerkstraat 131, 1082 SintAgatha-Berchem, 02-468.02.15, www.sint-agatha-berchem. bibliotheek.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/bib
Werken in oude tabaksfabriek © SASKIA VANDERSTICHELE
BDW REGIO
Sint-Jans-Molenbeek > Tien jaar na de 350 ontslagen
TELEXREGIO
BDW 1284 PAGINA 14 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
Autovrij spelen IN Elsene ELSENE – Ook dit jaar richt het gemeentebestuur op vraag van bewoners autovrije speelstraten tijdens de zomervakantie in waar kinderen (en iets ouderen) naar hartenlust kunnen spelen. De voorwaarden: een meerderheid van de inwoners van de straat moet het plan zien zitten; er moet een snelheidsbeperking van 50 kilometer per uur in de straat gelden, en er mag geen openbaar vervoer door de straat passeren. Een speelstraat is wel nog met de auto toegankelijk voor bewoners en autobezitters met een garage in de straat, maar dit soort verkeer moet stapvoets door de straat en moet voorrang verlenen aan voetgangers. Aanvragen voor speelstraten moeten worden ingediend bij het kabinet van de burgemeester, Elsensesteenweg 168, 1050 Elsene. Meer informatie op 02-515.61.25. De gemeente nam het initiatief na een interpellatie van gemeenteraadslid Bianca CD Debaets (CD&V).
Sint-Aleidis wordt Montmartre
Het nieuwe bedrijvencentrum Lavoisier. Uit ecologische overwegingen beperkte Assar Architects de afbraak tot een minimum.
De Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor Brussel (Gomb) heeft de oude tabaks fabriek British American Tobacco gerenoveerd tot een modern bedrijvencomplex. Het project moet 350 tot vijfhonderd banen opleveren. De voormalige tabaksfabriek British American Tobacco (BAT) werd grondig gerenoveerd tot moderne kantoorruimte. Het zes verdiepingen hoge complex, dat de naam Lavoisier kreeg, heeft 12.900 vierkante meter beschikbaar voor kleine, middelgrote en grote ondernemingen. “Elke module heeft een oppervlakte van minstens 500 vierkante meter en wordt verhuurd tegen een aantrekkelijke prijs,” zegt Julien Meganck van de Gomb. “We bieden een waaier aan betaalbare ruimte aan voor bedrijven, op een boogscheut van de Vijfhoek. Lavoisier is makkelijk bereikbaar met trein en metro en over de Ring.” Lavoisier ligt in de De Koninckstraat, op de plaats waar vroeger de BAT-fabriek stond. Het was zeventig jaar lang een van de grootste sigarettenfa-
brieken van Brussel. In de glorietijd, midden jaren 1950, werden hier vijftig miljoen sigaretten per dag geproduceerd. In 2001 sloot de fabriek zijn deuren; ruim 350 arbeiders stonden op straat. Om de site niet te laten verloederen, kocht de Gomb het gebouw in 2002. Het architecten bureau Assar Architects nam de renovatie op zich. “Het gebouw werd gerenoveerd volgens de principes van duurzame ontwikkeling,” vertelt architecte Miriam Dubois. “Het gebouw is nu heel ecologisch, milieuvriendelijk en goed geïsoleerd. De afbraak werd tot een minimum beperkt. Het industriële karakter van de site, die dateert van het begin van de jaren 1920, werd dan ook grotendeels behouden.” Kosten voor aankoop en renovatie van het gebouw bedroegen 23,5 miljoen euro. Op de plaats waar tien jaar geleden een sociaal bloedbad plaatsvond, wordt nu nieuwe werkgelegenheid gecreëerd. Het nieuwe bedrijvencentrum biedt werk aan 350 à 500 mensen. Matthias Vanheerentals
ProvenÇaals lekkers aan Vismet BRUSSEL – Een volledig nieuwe markt, Les Provinciales, met streekproducten uit heel Frankrijk strijkt dit weekend neer op de Vismet, vlak bij het Sint-Katelijneplein. De marktkramers van Les Provinciales doorkruisen sinds 1995 Frankrijk om hun streekproducten in de grootste steden te verkopen. Het is de eerste keer dat de markt naar Brussel komt. U kunt er kennismaken met eenden- en ganzenlever uit Gers of de Dordogne, gevulde hammen van de Auvergne of de Savoie, macarons of Bretonse patisserie, olijven uit het zuiden, een selectie van de beste bergkazen. Ook de wijnliefhebbers komen uitgebreid aan hun trekken, met wijnen uit de Bourgogne, de Elzas, de Loire, de Beaujolais en de Bordeauxstreek. De markt begint op vrijdag op de middag en duurt tot 20 uur. Op zaterdag en op zondag kunt u er vanaf 10 uur terecht, zaterdag tot 20 uur en zondag SV tot 18 uur.
Anderlecht > Tien sociale woningen in industrieel pand
ADVERTENTIE
IT’S
SINT-PIETERS-WOLUWE – Het WoluFestival wordt dit weekend voor de derde keer georganiseerd en zet dit keer de MooiBoswijk en het Sint-Aleidisplein in de schijnwerpers. Het thema van dit jaar is ‘Montmartre in Sint-Aleidis’. Voor de gelegenheid wordt het plein omgetoverd in de wereldberoemde Parijse wijk. De festiviteiten worden vrijdagavond om 19.30 uur op gang getrapt met een cabaretavond in een grote tent op het plein. Zaterdag zijn er de hele dag door, vanaf tien uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds, activiteiten: u kunt dan onder meer een artiestendorp, een braderie, een fototentoonstelling over Mooi-Bos en een kinderboerderij met een klein circus gaan bezoeken. Alle activiteiten zijn gratis; gratis parkeren kan in de SV Witte Vrouwenlaan.
-TIME
Milieuvriendelijk in Kuregem Een krot minder, tien energiezuinige sociale woningen meer. Dat is de balans van het renovatieproject op de Bergensesteenweg dat afgelopen week feestelijk werd voorgesteld. De nieuwe huurders kregen de sleutel overhandigd van schepen Anne-Marie Vanpévenage (MR-FDF).
eindejaarstentoonstelling
Vernissage: 24 juni vanaf 18:00
www.sintlucas.be
SINT-LUCAS ARCHITECTUUR BRUSSEL 24 25 26 JUNI 2011 PALEIzENSTRAAT 65, 1030 BRUSSEL 11:00-18:00
In Kuregem, met zijn industriële verleden, staan heel wat panden al jaren leeg. In het kader van het duurzame wijkcontract Raad renoveerde de gemeente een pand op de Bergensesteenweg in de buurt van het metrostation Clemenceau. Voor de renovatie werd de binnenkant helemaal verbouwd, maar werd de gevel in zijn originele staat bewaard. Er komen tien sociale appartementen van uiteenlopende grootte, van
eenkamerflatjes tot duplexappartementen met vier kamers. Twee huurders zullen over een tuintje beschikken. Het nieuwe gebouw heeft oog voor het milieu, met onder meer een doorgedreven isolatie en thermische zonnepanelen, die het water voor sanitair verbruik opwarmen. De kostprijs van het nieuwe gebouw bedraagt zo’n drie miljoen euro. Daarvan neemt de gemeente een kwart voor haar rekening en krijgt ze de steun van het federale fonds voor Grootstedenbeleid (vijftien procent) en, als grootste geldschieter, het Brussels Gewest, dat zestig procent betaalt. De gemeente zal instaan voor het verdere beheer van de gebouwen.
Bruno Schols
WE Z IJ
N HIER
De VGC verhuist
ADVERTENTIE
De VGC verhuist naar hartje Brussel. De Vlaamse Gemeenschapscommissie verhuist in de week van 22 augustus naar de Emile Jacqmainlaan 135 in 1000 Brussel. Het nieuwe administratiehuis centraliseert bijna alle VGC-diensten, die nu verspreid in het Brusselse werken. Van daaruit willen wij de Brusselaars nog beter van dienst zijn.
Omdat Brussel ons na aan het hart ligt. www.vgc.be
BDW 1284 PAGINA 16 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
Zeventigduizend studenten hoger onderwijs zijn er in Brussel, en toch slaagt de stad er niet in zich te profileren als ‘studentenstad’.
© IVAN PUT
Onderwijs > CD&V wil ‘Brussel, studentenstad’
Brussel, waar studenten thuis zijn?
BDWOPINIE Met zeventigduizend studenten, onder wie 23.000 Nederlandstalige, is Brussel de grootste studentenstad van het land. En hun aantal blijft stijgen. Met onder meer de VUB en de HUB beschikt Brussel dan ook over grote, kwaliteitsvolle hogeronderwijsinstellingen. De HUB alleen al heeft meer dan zesduizend studenten en duizend lesgevers (professoren, docenten,...). En jaarlijks volgen zo’n zevenduizend deelnemers een van de door de HUB aangeboden postgraduaatsprogramma’s. Toch heeft Brussel niet het imago van een volwaardige studentenstad. De hoofdstad kampt bij het brede publiek met een nogal negatief imago: onveiligheid, armoede, onvoldoende betaalbare huisvesting,... De recente uitspraken van
André Oosterlinck, voorzitter van de Leuvense associatie waartoe de HUB behoort, zijn illustratief (De Morgen, 3 mei): “Als ik zie dat veel Brusselse studenten in Leuven op kot verblijven, heeft Brussel nog een lange weg te gaan. Dat ze eerst maar eens zorgen dat hun eigen studenten in Brussel willen wonen. Het is na de werkuren dan ook geen aangename stad. Op het gebied van veiligheid zijn er eveneens problemen.” Met zulke uitspraken dreigt Oosterlinck de vele inspanningen die Brusselse hogeronderwijsinstellingen leveren om studenten uit Vlaanderen aan te trekken, teniet te doen. Brussel betrekt zijn instellingen voor hoger onderwijs onvoldoende bij het beleid. De Brusselse gemeenten of het Gewest faciliteren hun hogeronderwijsinstellingen nauwelijks. Waar steden als Antwerpen, Gent of Leuven echte partners zijn voor de universiteiten op hun grond-
© BART DEWAELE
BRUSSEL – Koester de vele jonge mensen die in Brussel studeren, zeggen parlementsleden Bianca Debaets en Paul Delva (CD&V), want zij zijn de Brusselaars van morgen. Voortbordurend op de New Deal van de Vlaamse en Franstalige studentenfederaties stelt CD&V enkele prioriteiten voorop.
Bianca Debaets en Paul Delva.
“Ons actieplan moet ertoe leiden dat studenten na hun afstuderen in Brussel blijven ‘plakken’”
gebied, is dat in Brussel helaas niet het geval. Eén loket in Brussel, waar directies en rectoren met hun vragen rond huisvesting, openbaar vervoer, bouwplannen enzovoorts terechtkunnen, zou al een immense stap voorwaarts zijn. De Vlaamse
minister van Onderwijs en Brussel is zich van deze situatie bewust, en verklaarde in de commissie Brussel van het Vlaams parlement dat hij daarover gesprekken zal voeren met de burgemeester van Brussel. Hopelijk met gunstig resultaat.
Nochtans heeft Brussel alle troeven in handen. Het is de thuisbasis van de Europese instellingen en de Navo. De stad is een melting pot van wijken waar vele talen en gemeenschappen thuis zijn. Ook cultureel is Brussel the place to be: KVS, Kaaitheater, De Munt, Wiels en de vele socioculturele verenigingen waar je volop je artistieke en sportieve talent kunt ontplooien. Daarbovenop is Brussel met tal van betaalbare eethuisjes en zowel bruine als trendy kroegen een paradijs voor de levensgenieter. Daarom is de New Deal van de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) en haar Franstalige tegenhanger, de Fédération des Étudiants Francophones (FEF), een unieke aanzet voor de ontwikkeling van Brussel als studentenstad. Op 3 mei werd een charter ondertekend waarmee de Stad Brussel, de Vlaamse en de Franse Gemeenschap, de gemeenschapscommissies en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zich ertoe verbinden een gezamenlijk onthaalbeleid voor studenten te ontwikkelen. CD&V wil mee aan de kar trekken en stelt enkele prioriteiten voorop. We stellen vast dat studentenkamers steeds schaarser worden. Brussel is met een gemiddelde van 286 euro per maand de duurste Belgische stad om op kot te zitten. Naast uitbreiding van het kamerbestand bij Quartier Latin moet het beleid nieuwe wooninitiatieven stimuleren, zoals het intergenerationeel kotwonen. Daarbij bieden senioren een leegstaande kamer aan tegen een aanvaardbare prijs in ruil voor enkele vooraf vastgelegde huishoudelijke taken. Onze studentenkoten moeten ook zo optimaal mogelijk geografisch worden gespreid. Veel studentenkamers van Quartier Latin zijn nu geconcentreerd in de Vijfhoek, wat de prijs van een kot meteen opdrijft. Er moet ook werk worden gemaakt van een onthaalbeleid voor studenten. Buiten een beter openbaar vervoer tussen de studentenkoten en de campussen moet de overheid voldoende vrijetijdsinfrastructuur aanbieden. Uit een rondvraag bij jeugden studentenorganisaties blijkt dat er te weinig beschikbare ruimte is, in het bijzonder voor dj-sets, fuiven en repetitieruimtes voor bands. We hebben ook een vernieuwend promotiebeleid nodig, waarbij Brussel op de (internationale) studentenkaart wordt geplaatst. Hiervoor is onder meer samenwerking nodig tussen het onlangs opgerichte Muntpunt en Quartier Latin. De media kunnen bijdragen door evenementen als Music for Life naar Brussel te halen. En ten slotte vinden we de stem van de student belangrijk. Studentenkringen moeten de mogelijkheid krijgen om grote activiteiten te organiseren. Dit actieplan moet er finaal toe leiden dat de alumni van ons hoger onderwijs de vele aangename kanten van Brussel leren kennen en in Brussel blijven ‘plakken’. Studenten zijn de beste ambassadeurs voor Brussel. Laten we ze koesteren. Paul Delva (Vlaams parlement) en Bianca Debaets (Brussels parlement), CD&V
BDW 1284 PAGINA 17 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
BRIEVEN VAN LEZERS lezersbrieven@bdw.be
Taal Graag was ik even ingegaan op de lezersbrief van ene heer Beelprez (‘Taal (2)’ in BDW 1283 van 9 juni, p. 15), die het heeft over de inderdaad lompe (maar daarom niet onware) opmerkingen van Vic Van Aelst. Bij mijn weten is het totaal onwaar dat elk Franstalig politicus Nederlands ‘moet’ spreken op de VRT. (Andersom: élke Vlaming praat Frans op de RTBf, altijd al zo geweest, of hij komt er zelfs niet in.) (...) Dan wordt lezer Beelprez helemaal dolkomisch: “Dat geldt niet voor Engelstaligen of Marokkanen.” Kent meneer Beelprez dan één Marokkaan die zijn taal praat op de VRT? Dit is toch al te gek voor woorden. Hij maakt van elke Vlaming ook maar ineens een Vic Van Aelst, hij bezondigt zich met andere woorden zwaar aan de culpabilisering van een volk van zes miljoen inwoners. En dan heb ik het nog niet eens over zijn regelrechte belediging aan het adres van de West-Vlamingen én de Vlaamse journalisten, die hij allemaal in één zak steekt. Faut le faire! Bruno Floré, Wetteren
Tour... Met belangstelling de opmerking van J. Segers uit Keerbergen (in BDW 1282 van 2 juni) gelezen in verband met de niet-vertaling in het Nederlands van Thurn & Taxis op sommige affiches van evenementen die er plaatsvinden, terwijl het wel in het Frans vermeld wordt als Tour & Taxis. Het is echter belangrijk om te weten dat Tour & Taxis van Tour et Tassis komt, een verkorting van de la Tour de Vassarina et Tassis, daterend van toen in 1650 de Italiaanse familie Torre e Tasso in de adelstand verheven werd. Later, toen een tak van de familie zich vestigde in het West-Romeinse Rijk, namen ze de naam Thurn und Taxis aan. Deze zeer belangrijke familie, met takken in talrijke Europese landen, had het monopolie op de post van de dertiende tot de achttiende eeuw. Ik ben er dus niet van overtuigd dat deze familienaam in het Nederlands vertaald moet worden. We hebben al genoeg problemen om te weten of een beroemde Brusselse (Vlaamse, Waalse?) schilder de la Pasture of van der Weyden genoemd moet worden. Waarschijnlijk zijn beide overigens juist, of kunnen ze minstens verdedigd worden.
Pierre Block, Brussel
... of Thurn? (slot) Ik erger me al jaren aan Tour et Taxis. De naam van het pakhuis op de Havenlaan verwijst naar het oude adellijke geslacht Thurn und Taxis, wat door de Franstaligen verbasterd werd tot Tour et Taxis en in het Nederlands vertaald is als Thurn en Taxis. Franstaligen – en ook veel Vlamingen – hebben er allicht geen flauw benul van wat er achter de familienaam Thurn und Taxis schuilgaat. Het volstaat om even te googlen en op Wikipedia te lezen dat Thurn und Taxis een oud adellijk geslacht is dat door zijn activiteiten in het postwezen grote rijkdom verwierf. Ik ga niet de hele tekst op Wikipedia citeren; laat mij volstaan met te vermelden dat deze dynastie teruggaat tot de vijftiende eeuw, en nog steeds bestaat. Door Thurn und Taxis te verbasteren tot Tour et Taxis, wordt de historische achtergrond van Thurn und Taxis genegeerd, wat ik een teken van domheid vind. Bovendien: een familienaam kan en mag niet vertaald worden. De tijd dat Van den Berge vertaald werd in De la Mon tagne, is toch al lang voorbij! Ik ben het dus niet eens met Johan Segers uit Keerbergen, die in dezen pleit voor
BDWOPINIE
respect voor de beide landstalen. Er is maar één juiste benaming: Thurn und Taxis. Ik heb het altijd op prijs gesteld dat BDW niet meedoet aan dit idiote francofone gedoe en altijd consequent Thurn & Taxis gebruikt. Houden zo!
door Anne Brumagne
Paul Aerts, Schilde
Touring ‘BDW Opinie’ van 2 juni (‘Busbanen’, p. 15) is niet alleen eenzijdig, er staan ook pertinente onjuistheden in. Dat Touring geen belangenvereniging zou zijn, is volstrekt onjuist. In de statuten staat zwart op wit dat Touring sinds de oprichting opkomt voor de belangen van de weggebruiker. Wat de busbanen betreft: bewijs ons dat wij ooit gezegd of geschreven zouden hebben dat alle busbanen nutteloos zijn en dus weg moeten. Wat we wel zeggen: een aantal busbanen zijn inderdaad nutteloos, een aantal andere zijn goed. We hebben gevraagd om dit te evalue ren en bij te sturen. Wie kan daar iets tegen hebben? Het enige antwoord dat de minister geeft, is: “Er komen nog meer busbanen.” Wat u ook mag beweren: er bestaan geen cijfers over de zogenaamde winst op de commerciële snelheid. Dat heeft de minister ook moeten toegeven bij de interpellatie in het parlement. Punt. Dit was ons nochtans al twee jaar geleden beloofd door minister Grouwels. De gebrekkige antwoorden van de Brusselse overheid maken natuurlijk het verschil met de andere regio’s, waar de ministers wat meer gefundeerd antwoorden en de zaak ten minste laten onderzoeken. Mevrouw de hoofdredacteur, is het niet juist door dergelijke onjuiste informatie te verspreiden, zoals u doet in uw opiniestuk, dat u het cliché in de hand werkt alsof wij enkel opkomen voor de automobilist? Bovendien: komt de MIVB, die zich een mobiliteitsorganisatie noemt, dan wél op voor fietsers, motorrijders en automobilisten? U weet zeer goed dat wij de autoluwe zondag sponsoren, met meer dan vierduizend gratis fietsherstellingen op die dagen, dat wij onderzoek doen naar de infrastructuur van fiets- en voetpaden en van oversteekplaatsen. Misschien rijdt u wel over een fietspad dat dankzij de aanbevelingen van Touring werd verbeterd. Inderdaad, de auto neemt plaats in. Automobilisten brengen daarvoor elk jaar veertien miljard euro op aan de staat. Dan mag men toch wat van infrastructuur genieten, zeker? Waarom zegt u bijvoorbeeld niet dat wij elk jaar verkeersveiligheidsacties voeren aan en bij de start van de scholen? Dat het Touring is dat aangedrongen heeft op snelheidscontroles aan wegwerkzaamheden? Dat wij ook zeggen dat de autobestuurders/cowboys eruit moeten? Dat wij petities hebben georganiseerd voor veiligere infrastructuur voor motorrijders en fietsers? Dat het mede dankzij Touring is dat auto’s stilaan veiliger worden voor voetgangers en fietsers? Verkeerd afgestelde lichten? Ja, ook de overheid geeft dit eindelijk toe.
NMBS
Danny Smagghe, woordvoerder Touring
Theaters Als je je door de straten van Brussel begeeft, dan tref je wegwijzers aan naar theaters. Franstalige theaters weliswaar; er zijn zo goed als geen aanduidingen naar Vlaamse zalen als de AB, het Kaaitheater, Bronks en anderen. Je zou verwachten dat Vlaams-Brusselse politici daartegenin zouden gaan en een gelijke behandeling eisen. Van Vlaamse schepenen in de gemeenten en ook Vlaamse excellenties op gewestelijk niveau zou je toch actie verwachten. (...) Johan Segers, Keerbergen
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
In het Brussels parlement wordt het ontslag geëist van Alain Flausch, de directeur-generaal van de MIVB. Hij ligt onder vuur door een controversiële (informele) toekomstnota van een MIVB-directeur. Er drijven ook onweerswolken boven die andere vervoersmaatschappij, de NMBS. En die zijn veel donkerder en dreigender. De afgelopen weken kwamen om de haverklap al dan niet concrete plannen bovendrijven om in de dienstverlening te snoeien. Jong Groen! voerde zaterdagnacht nog actie tegen het (tijdelijk?) schrappen van de laatste trein tussen Brussel en de kust. In plaats van rond halfeen ’s nachts vertrekt die laatste trein nu al een uur vroeger. En De Morgen kopte zaterdag dat een nog niet door de raad van bestuur besproken besparingsplan van de NMBS 941 treinen wil afschaffen, waaronder ritten tussen Brussel en de luchthaven van Zaventem. Kleinere stopplaatsen zouden worden geschrapt. In Brussel wordt Simonis genoemd, een station dat nog maar twee jaar geleden opnieuw open ging. En dan was er een paar weken terug nog de mare dat de NMBS overweegt om de stations Kapellekerk en Congres te sluiten, omdat de maatschappij op die manier hoopt de noord-zuidverbinding te ontlasten, en zo de stiptheid te verbeteren. Het is geen geheim dat er bij de NMBS heel veel fout loopt. Mobiliteitsjournalist Herman Welter schreef afgelopen week op deredactie.be een meer dan ontluisterend stuk over hoe het achter de schermen van de NMBS compleet verkeerd loopt: de splitsing tussen infrastructuur en dienstverlening (op vraag van Europa), die in België op een foute manier is doorgevoerd, met als gevolg diensten die volledig naast elkaar werken, een verlieslatende goederenpoot, royaal vergoede bazen met veel te veel macht, dure uitbestede onderzoeken waarvan de uitkomst alleen bevestigt wat iedereen al weet... Besparen op de kerntaak, de openbare dienstverlening, noemt Welter ‘rommelen in de marge’. “De staat heeft de verdomde plicht orde op zaken te stellen,” stelt hij. Van de drie miljard euro overheidsgeld die de spoorwegen elk jaar krijgen, vloeit volgens hem veel te weinig terug naar de samenleving en de treingebruikers in het bijzonder. En dan te bedenken dat er uitgerekend bij het spoor nog grote mogelijkheden zitten om het mobiliteitsprobleem beter aan te pakken – ook binnen Brussel. En om de CO2-uitstoot terug te dringen en de druk op het klimaat te verminderen. Want dát dreigen we helaas stilaan weer helemaal uit het oog te verliezen.
EVA HILHORST
BDW 1284 PAGINA 18 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
Big BAND GRETRY SPANT DE CROON SINT-LAMBRECHTS-WOLUWE – Big Band Gretry brengt op 19 juni een kleurrijk aperitiefconcert in Op-Weule. En het orkest zelf is al even kleurrijk. Op een zwoele zomeravond in 1997 werden er in Peutie nostalgische verhalen opgehaald over de Koninklijke Fanfare Gretry, die toen al jaren ter ziele was gegaan. Enkele vrienden en leden van de clan-Croon richtten ter plaatse een moderne opvolger van de Koninklijke Fanfare uit VilvoordePeutie op. André Gretry, de Luikenaar die talloze opera’s en operettes componeerde, zou bij wijze van eerbetoon genoemd worden. De muzikanten gaan voor free music, alle tijdsperiodes van de jaren 1920 tot en met ’60. Dirigent Rudy Croon, tevens directeur van de Woluwse Academie voor Muziek en Woord, verwoordt het als volgt: “Iedereen kan noten spelen. Maar er moet met nuances gespeeld worden, met respect voor sound en sfeer. Onze wortels liggen misschien in een dorpsfanfare en in een familieonderonsje – jawel, voorzitter Danny Croon is mijn broer, en bibliothecaris Pieter Croon is mijn grootvader –, maar we streven heel serieus naar kwaliteit en authenticiteit.” Op de onschuldige suggestie dat de bibliothecaris van een bigband toch vooral de pintenrekening moet bijhouden, antwoordt de dirigent zoals altijd heel gedecideerd. “De bibliothecaris van een bigband speelt een belangrijke rol: alle partituren en arrangementen bijhouden en tijdig aan de muzikanten bezorgen. Zonder bibliothecaris geen bigband! En dat zeg ik niet omdat het over mijn grootvader gaat.” Lieven Bulckaert Aperitiefconcert van Big Band Gretry op zondag 19 juni om 11 uur in GC Op-Weule (Sint-Lambertusstraat 91, 1200 Sint-LambrechtsWoluwe, 02-775.92.00). Kaartjes kosten 8,20 euro (VGC-cultuurwaardebon welkom; lunchmogelijkheid voor 10 euro) ADVERTENTIE
VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK
De kapel van Thurn und Taxis in de Onze-Lieve-Vrouw ter Zavelkerk.
© BART DEWAELE
Erfgoed > Unieke kans om grafkapel Thurn und Taxis te bezoeken
Beeldhouwkunst in de herkansing
Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap
02/463.58.58 alle werkdagen van 9 tot 12u30 uitgezonderd donderdag van 14 tot 17u.
Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be
BRUSSEL – Met Barok onthuld, een tentoonstelling met bijbehorend wandelparcours, wil de Stad Brussel de (barok)beeldhouwkunst in ere herstellen. De onlangs gerestaureerde kapel van de familie Thurn und Taxis is tijdens de expositie uitzonderlijk geopend. Een unieke kans.
‘E
en nieuwe blik op de beeldhouwkunst in Brussel en in België’, dat is de ondertitel van de tentoonstelling. De beeldhouwkunst is volgens Francis Carrette, een van de drie curatoren van de tentoonstelling, lange tijd het ondergeschoven kindje van de kunstgeschiedenis geweest. Inzicht erin
verwerven is daarom des te lastiger. “Er zijn ook te weinig tentoonstellingen en boeken aan gewijd. En toch heeft de liefhebber toegang tot een gratis museum van beelden dat bijna permanent geopend is (parken, kerken, gevels, DV) en waar de beelden bovendien zijn opgesteld op de plaatsen waarvoor ze werden
ontworpen. Het enige wat de kunstliefhebber hoeft te doen, is de deur van onze kerken openduwen!”
Rubens in Brussel Het parcours dat nu uitgetekend werd, is hiervan een treffende illustratie. Van de twaalf stopplaatsen zijn er niet minder dan acht kerken – die vandaag nog steeds als cultusplaats gebruikt worden. De barok is niet voor niets de kunst van de Contrareformatie, de kunst waarmee de katholieke kerk wou imponeren en verloren schapen wou terugwinnen.
© BART DEWAELE
© MARC GYSENS
BDW 1284 PAGINA 19 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
EEN VROUW, TWEE MEISJES Mina Oualdlhadj werd weggerukt uit een onbekommerde kindertijd in het Marokkaanse Al Hoceima en kwam in Brussel in de Grieks-Latijnse terecht. “Ik heb altijd tussen twee culturen gelaveerd.” Haar boek Ti t’appelles Aïcha, pas Jouzifine is nu vertaald als Twee meisjes.
ZAZIE WORDT ZEN Wat zie je op de foto? Vleermuizen? Nee, het zijn Kwinten, Jef Raven en hun yogavrienden, onderste boven in de vleermuishouding. Een Zazie waarin yoga centraal staat – wie weet vind je er wel een paar nuttige tips om te ontstressen tijdens het studeren voor de examens! LEES MEER OP PAGINA 28-29
De heilige Simon van Lucas Faydherbe. Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal.
© CHRIS MEYER
© LISA ETIENNE
Sint-Bartholomeus van Hiëronymus Duquesnoy. Sint-Michiels- en SintGoedelekathedraal.
Detail grafmonument Lamoral von Thurn und Taxis.
© SARAH LUYCKX
© VIRGILE REUSS
© MALLAURY VASTESAEGER
© QUENTIN GUEUNING
LEES MEER OP PAGINA 24-25
Preekstoel in de Kapellekerk.
Wie ‘barok’ zegt, denkt spontaan aan Pieter Paul Rubens, het genie van de barokke schilderkunst, die ook de architectuur en de beeldhouwkunst beïnvloedde. Volgens co-curator Denis Coekelberghs is het dankzij Rubens dat de barok hier te lande een geslaagde synthese is geworden tussen plaatselijke tradities en modellen uit Italië (en dus ook uit de oudheid). Uitgerekend in Brussel werd in 1618 een van de eerste grote realisaties onder leiding van Pieter Paul Rubens opgetrokken, een kunstwerk waarbij schilderkunst, architectuur en beeldhouwkunst werden verenigd: het hoofdaltaar van de Onze-Lieve-Vrouw ter Kapellekerk. Om een schilderij dat bij hem besteld was, een ‘Tenhemelopneming van Maria’, volledig tot haar recht te laten komen, ontwierp Rubens ook het retabel. De beeldhouwer Hans van Mildert moest het ontwerp in steen en marmer omzetten. Net als bij Van Mildert doen de namen Lucas Faydherbe, Hendrik Frans Verbrugghen, Bergé en Willem Kerricx de Oude hoogstens bij (kunst)historici een belletje rinkelen. Toch behoren ze tot de groten van de barok, niet van de schilderkunst, maar van de – miskende – baroksculptuur. Aan Lucas Faydherbe hebben we een ander pronkstuk van de barokkunst in Brussel, de grafkapel van de familie Thurn und Taxis in
‘De faam’. Detail grafmonument Lamoral von Thurn und Taxis.
de Onze-Lieve-Vrouw ter Zavelkerk, te danken. In de kapel vind je belangrijke beelden van verschillende kunstenaars, waaronder het meesterwerk van Mattheus van Beveren, het grafmonument van Lamoral von Thurn und Taxis. Thurn und Taxis was een adellijke familie die al in de dertiende eeuw koerierdiensten verzorgde tussen de Italiaanse stadstaten; hun terrein breidde zich later uit naar heel het Heilige Roomse Rijk en Spanje. Lamoral von Thurn und Taxis was hoofdpostmeester in Brussel.
Manneken Pis Manneken Pis is vooral bekend (en gebanaliseerd) als toeristische attractie. Toch behoort de schepper, Hiëronymus Duquesnoy de Oude, tot de iconen van de barok. Het beeldje werd in 1619 besteld door het stadsbestuur, een jaar nadat Rubens aan zijn grote opdracht in de Kapellekerk begonnen was. Het verwondert dat Manneken Pis, als schoolvoorbeeld van de maniëristische traditie van het einde van de zestiende eeuw, zelden vanuit kunsthistorisch perspectief wordt bekeken. Manneken Pis mag dan het bekendste voorbeeld zijn van profane barokke kunst in Brussel, ook in de Abdij van Ter Kameren zijn er zulke voorbeelden te vinden. En op de Grote Markt, waar in het stadhuis
Preekstoel in de kathedraal.
Hiëronymus Duquesnoy de Oude, de beeldhouwer van Manneken Pis, is een van de iconen van de barok een heel educatieve tentoonstelling loopt. De Gotische Zaal van het stadhuis laat een groot aantal voorbereidende studies zien voor marmeren of houten beeldhouwwerken van grote omvang. Grote foto’s leggen het verband bloot tussen de maquettes in terracotta en de kunstwerken op ware grootte. Het valt op dat er tussen de maquettes grote verschillen zijn in afwerkingsgraad. De verklaring is eenvou-
dig: hoe vermogender de opdrachtgever, hoe fijner de maquette. Hiervan getuigen de gedetailleerde terracotta’s, ontworpen voor de steenrijke familie Thurn und Taxis. Ook tussen de ontwerptekeningen voor barokke kunstwerken zitten volgens de curatoren unieke stukken. Een groot aantal heeft een directe band met Brussel: zo zijn er een paar fraaie tekeningen van de Bijstandskerk. Aan de tentoonstelling hebben niet alleen beheerders van openbare collecties deelgenomen, ook op privéverzamelaars werd een beroep gedaan. De privécollecties hebben de curatoren van de tentoonstelling verrast. Een mooie catalogus brengt de verhalen achter de kunstwerken. De belangstelling van privéverzamelaars voor de barok wijst er volgens de curatoren op dat er in de toekomst op nog meer ontdekkingen kan worden gehoopt.
Danny Vileyn
Tentoonstelling Barok onthuld – Nieuwe blik op de beeldhouwkunst in Brussel en in België, nog tot en met 25 september in het Stadhuis aan de Grote Markt. Dagelijks van 10.30 tot 18 uur, gesloten op maandag. Kaartjes kosten 6/4,50/2,50 euro. Er zijn rondleidingen voor de tentoonstelling en voor het parcours. Meer op 02-279.64.44/43/68. Wie het parcours zelf wil afleggen, kan een brochure oppikken op de tentoonstelling. De tweetalige catalogus Barok onthuld telt 192 pagina’s en kost 24,99 euro
BDW 1284 PAGINA 20 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
Evenement > Recyclart en Congrès nodigen iedereen uit om na te denken over ’s lands grootste flessenhals
Retourtje noord-zuid De noord-zuidverbinding viert in 2012 haar zestigste verjaardag én is dringend aan herziening toe. De drukste spoorverbinding van het land, de flessenhals die de twintig binnenkomende sporen in Noord en Zuid naar amper zes herleidt, is volgens de NMBS verzadigd. De minste storing op die as kan in het hele land vertragingen veroorzaken. Een oplossing is er nog niet, maar er zijn verschillende ideeën. Er wordt onder andere nagedacht over extra tunnels en over het omleiden van de treinen langs andere stations. Een andere mogelijkheid is de sluiting van Kapellekerk en Congres, twee stations die net als het Centraal Station pal op de noord-zuidverbinding liggen. Beide stations zijn volgens de NMBS overbodig geworden: weinig reizigers maken ervan gebruik, en een sluiting zou de stiptheid van de treinen verhogen. Toen onlangs bekendraakte dat die optie overwogen werd, lokte dat een storm van
© ARCHIEVEN STAD BRUSSEL / JONCTION.BE
BRUSSEL – Vanaf september richt Brussel de schijnwerpers op de noord-zuidverbinding. Met debatten, lezingen en evenementen nodigen de cultuur-vzw’s Recyclart en Congrès twee lang jaar Brusselaars, pendelaars, politici, NMBS-personeel en toeristen uit om mee te denken over de toekomst van ‘s lands drukste treintraject.
Binnenkort zestig jaar oud, en knoop- en pijnpunt tegelijk: de noord-zuidas.
protest uit. Onder de critici bevindt zich Recyclart, het tweetalige kunstencentrum aan de voet van Kapellekerk dat zich al meer dan tien jaar inzet voor de opwaardering van het sta-
tionsgebouw en de buurt eromheen. Ook het station Brussel-Congres heeft een eigen vzw die zich verzet tegen een mogelijke sluiting: het Franstalige kunstencentrum Congrès.
Beide vzw’s worstelen met dezelfde vraag: hoe moet het met ons verder als ons station zou sluiten? Recyclart en Congrès zetten samen met Brussels Bouwmeester Olivier Bastin en ATO, het Agentschap voor Territoriale Ontwikkeling, het project Jonction op. Bij lezingen, debatten, culturele evenementen en geleide wandelingen zullen mensen uit de privé- en de openbare sector samenkomen om samen naar oplossingen te zoeken. De debatten, discussies en de lezingen richten zich op architectuur en stadsontwikkeling. Beleidsmakers, projectontwikkelaars en belanghebbenden kunnen er hun visies toetsen aan die van elkaar en die van het publiek. Cultuurliefhebbers worden bij Jonction verwend met een heel divers aanbod. Zo komen er onder andere kunstwerken in de openbare ruimte rond de noord-zuidverbinding, filmvoorstellingen, tentoonstellingen en installaties die de link leggen tussen muziek en ruimte. Naar goede Recyclart- en Congrès-gewoonte zullen er ook feesten georganiseerd worden.
Jonction begint in september en loopt tot eind 2013. Meer op www.jonction.be
ADVERTENTIE
we zijn er voor jou Het huisvandeMens is het lokale contactpunt
huisvandeMens in Brussel-Jette
van de vrijzinnige gemeenschap. Iedereen kan
Stalingradlaan 18-20,
er terecht voor morele hulp bijstand, vrijzinnig
1000 Brussel
humanistische plechtigheden, informatie en
(Premetrostation Anneessens)
vormingen rond vrijzinnige waarden.
tel. 02 242 36 02
Het huisvandeMens is de draaischijf voor een
cmd.brussel@uvv.be
actief vrijzinnig humanistisch verenigingsleven in brussel. We bieden ondersteuning aan lokale vrijzinnig humanistische organisaties en informeren je over hun activiteiten. Onze dienstverlening is kosteloos. Wil je meer weten over over bepaalde actuele,
Jetse Laan 362, 1090 Jette (Bus 14 halte Legrelle) tel. 02 513 16 33 cmd.jette@uvv.be
ethische of levensbeschouwelijke onderwerpen; over humanisme en vrijzinnigheid? Het huisvandeMens beschikt over een bibliotheek met uitgebreide informatie. Iedereen kan van deze informatie gebruik maken.
Yves Coudron
www.deMens.nu
BDW 1284 PAGINA 21 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
© BRUSSELBLOGT.BE
Mode > Vintageboetiek in Dansaertstraat sluit deuren
Idiz Bogam gaat in reclame
Praat
Ondertussen in de blogosfeer... Gelezen: www.brusselblogt.be.
achteraf
Hoe zou het nog zijn met BrusselBlogt? De Brusselse stadsblog bestaat ondertussen zes jaar en werd vorig jaar nog helemaal in een nieuw kleedje gestoken. Wel, op het eerste gezicht gaat het niet zo slecht. Zo lang blijven bestaan is al een prestatie, maar bovendien worden er toch nog bijna dagelijks nieuwe berichten of foto’s gepost. Op die berichten komt meestal ook reactie. De iets drukker bediscussieerde onderwerpen zijn de typische pijnpunten: mobiliteit (Villo, MIVB), netheid, het rookverbod, Nederlandskundige tandartsen. Al gaan de bloggers vaak in op prominente stadsevenementen (de 20 km, de Pride, het Irisfeest,...), toch vormen de reeksen de ruggengraat van BrusselBlogt. De bekende, ook in boekvorm uitgegeven lijstjes van Thijs Snauwaert (de vijf beste terrasjes, pita-adressen,...) zijn inmiddels uitgeput, maar nog steeds raadpleegbaar. Ook nog van de partij is de fotorubriek ‘Brussel in beeld’, die een wekelijkse selectie toont van foto’s die leden van de BrusselBlogt-groep op Flickr postten. In ‘Dixit’ laat Tom Van Bogaert citaten over Brussel los op de bloggemeenschap, die mag raden van wie ze zijn. Me dunkt is die laatste van 7 juni een citaat van David Van Reybrouck. Ook de fotorubriek ‘Ontdek je plekje’ is nog steeds goed voor minutenlang quizplezier. ‘Stationsroman’ van Barbara Moens telt nog niet veel afleveringen, maar is ook de moeite. Zij praat op treinreizen met drugsdealers, 84-jarige taxichauffeurs enzovoort. En dan zijn er nog de bijdragen van Devrouwdie ofte Rebecca Lenaerts, een artieste die we misschien eens apart moeten behandelen. De geestigste reeks vinden wij evenwel ‘De Grote Encyclopedie van de Kleine Hardloper’ van observator William Deraedt, die ook een persoonlijke blog (hetrijkderzinnekes.blogspot. com) onderhoudt. In verschillende afleveringen beschrijft hij tal van soorten uit de Brusselse joggersfauna. Zoals de Vroege Vogel (die al om zeven uur gaat lopen), de Duimelaar (“houdt zijn vuisten gebald en beide duimen in de hoogte alsof hij zichzelf wil feliciteren”), de Wandelaar & de Jogster (“Hij marcheert,
zij loopt traag naast hem. Wie pleziert wie?”), de Brillendoos (“houdt een zilveren brillendoosje in haar geheven rechterarm alsof het een duur en dierbaar kleinood is. Ze lijkt eerder het doosje te etaleren dan te komen lopen”), de Averechtse (“Alleman loopt in de richting van de klok, maar mijnheer loopt koppig in omgekeerde richting”), of DeSoepStaatOp (“Je leest op zijn gezicht dat hij ongerust is want er pruttelt entwat op het vuur. Het moet dus vooruitgaan of alles staat thuis in de fik”). Natuurlijk zijn er ook losse pareltjes te vinden, zoals de foto gepost door Mike Reys die graffiti toont van Manneken Pis op het Conscienceplein in Antwerpen met het onderschrift ‘Saves you a trip to Brussels’, het filmpje van snowboarders in het Ter Kamerenbos, of de zoektocht naar de oorsprong van goenschdag, de Brusselse variant op woensdag. Hannibal komt in zijn ‘Mijmeringen van een lapjeskat’ op het volgende tafereel: “Op het terras in het Warandepark brainstormen een Vlaamse confederalist, een Waalse federalist en een Duitstalige rattachist. ‘Laten we de Eerste Wereldoorlog vergeten en de Oostkantons weer afstaan,’ zegt de Duitstalige rattachist. ‘Waarom de Belgische onafhankelijkheidsstrijd niet vergeten,’ werpt de Vlaamse confederalist op, ‘kan Vlaanderen ineens een deel van een Europese Unie van Regio’s worden.’ – ‘Dan ook maar Waterloo vergeten,’ treedt de Waalse federalist de anderen bij, ‘maken we van Wallonië een federale eenheid van een francofone federatie.’” Maar net op het moment dat je denkt dat er vast een kandidaat-uitgever te vinden moet zijn voor ‘Het beste van BrusselBlogt’, droogt het wat op. De blog heeft de enorme verdienste geen zeurbarak te zijn, en ook geen vergaarbak van elders gepikte stukjes en nieuwtjes. De bijdragen zijn goed tot zeer goed geschreven, actueel, nuttig of grappig. Alleen zijn het iets te vaak de usual suspects die ervoor zorgen. De zeventien vaste BrusselBloggers zijn lang niet allemaal even actief. Ze zouden een format moeten vinden die meer Brusselaars met grotere regelmaat naar de site kan lokken. Misschien dat er zich bij dezen nog een aantal aandienen. Michaël Bellon
© SASKIA VANDERSTICHELE
BRUSSEL – Na twintig jaar in de mode houdt Jacqueline Ezman van de vintageboetiek Idiz Bogam het voor bekeken. Ze sluit haar winkel in de Dansaertstraat en wil met een reclamebureau beginnen. Ezman begon begin jaren 1990 met haar vintagekleren op het Vossenplein en in de Blaesstraat. Als Belgische met Russische roots noemde ze haar winkeltje Idiz Bogam, Russisch voor ‘Ga met God’. Ze had ook nog even een zaakje in Elsene, voor ze in 1996 neerstreek in de Dansaertstraat. Ook daar pionierde ze met vintage, en dat aanbod breidde ze later uit met collecties van jonge ontwerpers. Ze voelt zich niet meer thuis in de Dansaertstraat. “Vroeger waren hier allemaal min of meer gekke ontwerpers, nu vooral ketens: Diesel, Replay. De sfeer waar ik van hou, is weg. Ik wil verrassen en verrast worden.” Dus deed ze wat enkele andere ontwerpers haar al voordeden: ze verkocht haar zaak voor goed geld aan een kapitaalkrachtig modebedrijf. Vanaf augustus zit Essentiel in het pand. Ezman is uiteindelijk tevreden. “Ik kan al mijn schuldeisers betalen en hou zelfs iets over voor een nieuwe zaak.” Dat wordt geen winkel meer. Ezman wil een reclamebureau opzetten. “Ik ben per toeval in de mode gerold, ik ben geen styliste van opleiding. Wat ik altijd het liefst deed, was etalages maken en modeshows op touw zetten, mise-en-scène dus. Dat ga ik nu doen in de vorm van recla-
De afscheidsvitrine van Idiz Bogam: een doodskop en een zerk. me.” Ze wil een beroep waarin ze niet meer afhangt van de vastgoedmakelaars, die de huur opdrijven, en van de Brusselse politici, die met hun gebrek aan visie de stad om zeep helpen. “Met Brussel hebben ze goud in handen, maar HUB ze doen er niets mee.”
ADVERTENTIE
Met de steun van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd,Gelijke kansen en Brussel
BDW 1284 PAGINA 22 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
© SASKIA VANDERSTICHELE
Oscar Haus, Lina Bossat en Marcel Azzola, kleurpotlood op papier.
Georges Counasse, mixed media.
Directrice Carine Fol met keramiek van Seyni Awa.
Museum > Art & Marges plaatst kanttekeningen bij culturele hiërarchie
Kunst? Kantje boord! BRUSSEL – Het museum Art & Marges toont werk waarvoor geen plaats is in het officiële circuit. Nog niet, want directrice Carine Fol wil niet alleen een brug slaan tussen marginale kunst en het publiek, maar ook tussen ‘outsider-’ en ‘insiderkunst’. “Want waar ligt de grens? Wij stellen de culturele hiërarchie in vraag.”
T
ussen twee expo’s door, de afbraak van Gek van Hongarije en de opbouw van What’s up?, banen we ons een weg naar het kantoortje van Carine Fol in het Art & Marges-museum, hartje Marollen. Aan de naamswijziging van de oorspronkelijke vzw Art en Marge (kunst ín de marge) van de jaren
1980 is de evolutie en de stempel van Fol af te lezen. “In 2009 zijn we een museum geworden, erkend door de Franse Gemeenschap en gesteund door het OCMW en de Stad Brussel. Subsidies waren belangrijk, maar ook de naam museum, waar sowieso mensen op afkomen. Ik wenste toen het museum Sans (‘zonder’) Marges
te noemen, maar het werd Art & Marges, kunst én marges. Het belangrijkste was dat de grenzen in vraag werden gesteld.” Hoewel dat niet systematisch gebeurt, houdt Fol ervan om marginale kunst te linken met officiëlere kunst, zoals nu weer bij de expo What’s up?, ‘op de rand van de mar-
ge’. Erg interessant was ook haar project 20+20, waarbij twintig werken uit de collectie van Art & Marges werden opgesteld naast werk uit twintig andere musea (KMSK, Raveelmuseum, Civa, MAC’s,...). Fol noemt het een one shot, want er bestaat nog altijd een kloof tussen de twee werelden. “Mijn bedoeling was de marginale kunst uit de marge te halen. Bizar soms hoe werken elkaar aanvullen.” Fol neemt er het boek Verrassende confrontaties – Dialogen over outsiderkunst bij: “Antonio Dalla Valle met zijn ingetapete
tekstboekjes naast de beschreven schoolborden van Joseph Beuys die zei: ‘Jeder Mensch ist ein Künstler.’” Tekst keert dikwijls terug bij marginale kunst, soms onleesbaar, soms als een mantra, zoals bij Michel Dave: L’écrit.est.déchirée/L’écrit.est. torturé/L’écrit.est.gommé/L’écrit.est. mort (...) “Bij deze kunstenaars is het proces van het maken, het stapelen, het belangrijkste. Al mag je niet veralgemenen, deze kunstenaars hebben meestal niet die afstand tot hun werk. Outsiderkunst is wellicht existentiëler, expressiever dan de meer conceptuele kunst. Toch zijn er ook werken die aanleunen bij naïeve kunst met de noodzaak iets ‘moois’ te maken. Ik wil dat we afstappen van de clichés. Outsiderkunst is veel diverser dan gehandicapten die kinderachtige tekeningen maken.”
Psychiaters en curators Art & Marges doet onderzoek in creatieve ateliers van psychiatrische instellingen in binnen- en buiten-
Culinair > Belgische bieren en hapjes in verrassende combinaties
Na de tapas komen de bapas BRUSSEL – Bij cider en wijn eten Spanjaarden van na de middag tot het avonduur een smakelijke, handpalmgrote hongerdoder. Tapas heten die inventieve proevertjes. Ook de Belgische bieren kunnen wat hartigers verdragen dan pindanoten, kaasblokjes, chips en olijven. Dat leert het recepten- en suggestieboek Bapas, dat een nieuwe vorm van culinaire verwennerij aanprijst. De klok rond. Een lijvig fotoboek over hapjes die bij bier passen – bapas – met snelle recepten als toemaat, dat hadden we nog niet gehad. Sven Gatz, nog even Brussels politicus totdat hij deze zomer verhuist naar het Brouwershuis op de Grote Markt, wil met zijn coauteurschap van Bapas het Belgische bier eren. Samen met zijn medewerker Jan Pille, met docent voedings- en ge-
zondheidsleer Karl Van Malderen, fotograaf Bram Belet en foodstyliste Inse Van Rossom legde hij zich toe op een receptenboek dat de Belgische streekbieren in de verf zet. Over drie pagina’s krijg je telkens een bapa, een hapje voorgeschoteld, dat een interessant huwelijk sluit met een verfijnd bier. Die bieren komen overigens uit alle Belgische regio’s.
Eerst krijg je een basisles in bierproefkunst van Gatz, zodat de smaakpapillen al gaan werken. Vanwaar komt de bitterheid in het bier, dat aromatische, die zoetheid soms, de zurigheid en de weleens zilte smaak? En hoe zit het met de oorsprong van het bier? Wie is de brouwer? En in welk glas drink je het? Het Bosbier uit het Limburgse Opitter – een fruitbier, zoals de kriekenlambiek in het Pajottenland – past perfect bij wat rauwe venkel, gedrenkt in verhitte camembert (fondue). En bij mosseltjes in
saffraansaus past Hopus uit Quenast. Een blonde Leffe mag met popcorn geserveerd, maar dan wel met een dipsausje van aardbeien. Tips te over om bij heerlijke bieren ook fijne, snel bereide hapjes te serveren. Met onverwachte combinaties om er een aparte avond of – waarom niet? – een heel feest van te maken, helemaal ‘BelJMB gisch’, naar spijs en drank. Sven Gatz e.a., Bapas – Belgische biertapas, Standaard Uitgeverij, 251 p., 19,95 euro, www.bapas.be
BDW 1284 PAGINA 23 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
|
Edouard de Thibaultlaan 2 - 1040 Etterbeek Kleine Kerkstraat 12-14 - 1150 Sint-Pieters-Woluwe www.rhok-academie.be
©
MA 27 JUNI NOCTURNE VAN 18 TOT 21 UUR
T
ZA 25 + Z0 26 JUNI | VAN 14 TOT 18 UUR
HE
OPEN ATELIERS + EXPO 2011
AC
ADVERTENTIE
TR
www.artetmarges.be
Nick Trachet
K
land, maar ook bij autodidacten die geïsoleerd bezig zijn, en soms zijn er ontdekkingen via jury’s waarin Carine Fol zetelt, zoals voor de Canvascollectie. Maar de vaste collectie van Art & Marges bevat ook werk van bijvoorbeeld een oud-banketbakker die de kermismolens uit zijn jeugd reconstrueert, een schoenmaker die op een dag op de zolen begon te tekenen, of een vrouw die ineens met de kleurpotloden van haar kleinkinderen aan de slag ging en niet meer is opgehouden. “Of mensen die in heel hun leven geen potlood hebben vastgenomen, zoals – grote naam in de outsiderkunst – Paul Duhem. Hij begon altijd met bovenaan links zijn naam te schrijven en dan tekende hij een hoofd of een deur, vijfduizend tekeningen in tien jaar tijd. Die herhaling, van het onderwerp of van elementen, zie je dikwijls.” Werken zoeken en vinden is subjectief, maar enkele basiscriteria heeft Fol toch. “Voor mij is het belangrijk dat de kunstenaar een bepaalde schriftuur heeft. Als je redelijk veel
NI C
Fernanda Reyns, balpen op papier.
werken ziet – en de meesten zijn zeer productief, op het obsessieve af -, dan merk je onmiddellijk wat typisch is. En vinden is één ding, maar hoe presenteer je het werk? Soms voelen de makers zich helemaal geen kunstenaar, of is een dialoog niet mogelijk en verloopt de communicatie via de familie. Het gevaar van paternalisme loert om de hoek bij het werk van mensen met een mentale of fysieke handicap. Van bij de oprichting van de vzw Art en Marge was ‘kunst van mensen met een handicap’ precies een tweede identiteit, terwijl het voor mij heel belangrijk is dat we geëvolueerd zijn naar ‘interessant werk dat we kunnen bekijken in het concept van een expo’.” Als kunsthistorica werkte Fol dan ook eerst in het gewone kunstcircuit (onder meer Botanique) en onderzocht ze de evolutie van het perspectief om te kijken naar kunst van outsiders. Eerst via de blik van de psychiaters, dan via de Franse kunstenaar Jean Dubuffet, die in 1945 de term art brut lanceerde, en ten slotte via de curators die dit soort kunst bij het grote publiek willen brengen. “Dubuffet verdedigde de outsiderkunst tégen de corrupte cultuur, en dat was toen misschien nodig, maar zo raakte ze ook wat in een getto.” Fols museum wil volk trekken en zelf ook naar buiten treden met onder andere Esprit mine in het historisch mijncentrum van Lewarde, de nocturnes van de Marollen, Europalia Brazilië, een eerbetoon aan Geert Van Bruaene, ateliers. De bezoeker van de permanente collectie wordt verwelkomd door een soort oermoeder van de Senegalese keramiste Seyni Awa. “Voor deze kunstenares begint te creëren, doodt ze eerst een dier, waardoor ze in een trance komt.” En zo kan Fol over alle werken verhalen vertellen. An Devroe
BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT
Maatje meer Verleden week heb ik me laten meeslepen in mijn humeur over de zogenaamde duurzaamheidscertificering. Dat was een weinig verheffend verhaal en ik wil niet op zo’n negatieve noot blijven zitten. Tenslotte is het maatjesseizoen begonnen, en over de haring valt toch zoveel te vertellen. Ik lees nu het boek Haring, een liefdesgeschiedenis van Huib Stam (pas uit bij Meulenhoff ). Stam was een recensent van tv en film die zichzelf tot historicus heeft gerecycleerd. Over haring schrijft hij 310 bladzijden vol. De haring is, zo vindt hij, wars van nationalisme, een internationaal fenomeen. Hij heeft het in zijn boek over de middeleeuwen, toen de Hanzen de haring maar moesten oplepelen aan de kust van Zweden. Een populatie van noordzeeharing trok er elk jaar door de Sont, en dan kwam de hele middeleeuwse internationale gemeenschap in Skåne bijeen om deze vis te verduurzamen. Daar begon het kaken, daar verpakte men voor het eerst haring in tonnen met goed zout van de Lüneburger Heide. Skåne heette in Vlaanderen en Zeeland Schonen en men sprak van Schonense haring. Maar op een gegeven moment vonden Denen, Duitsers en Zweden dat die Vlaamse vreemdelingen maar lastigaards waren, en de toegang tot Skåne werd hun ontzegd. Gelukkig zat er ook haring in de échte Noordzee, op de Doggersbank bijvoorbeeld. De Laaglanders maakten visserskampen langs de Engelse kust, maar de lokalen en hun koning vonden dat blijkbaar ook niet splendid. Ze gooiden de vissers van hun land. Van de nood een deugd makend krabde een Vlaming uit Biervliet of zo eens in zijn zoute kruin en dacht: “Als we niet aan land mogen, dan zullen we het maar op zee doen.” En dus werd er snel-snel aan boord van de schepen gekaakt en in vaten verpakt. Wat een nadeel was, werd een dubbel voordeel. Want die haring, die onder de pekel verdween, was natuurlijk veel verser dan vis die eerst aan land
wordt gebracht. (Van vis in ijs hadden ze toen nog niet gehoord.) Misschien werd er ook wat slordiger schoongemaakt op zo’n bootje, en het stukje maag dat in de buik van de vis achterbleef, zou zorgen voor die typische ‘enzymatische fermentatie’ die maatjes zo zacht en smeuïg maakt. Plots werd de haring, verwerkt door Zeeuwen en Vlamingen op zee, geroemd om zijn kwaliteit. Maar ook de scheepsbouw verbeterde erdoor, want een vissersboot waar een hele fabriek in wordt gevestigd, moet groter en zwaarder zijn dan een gewoon bootje. De godsdienstoorlog deed de rest. Ondernemers vluchtten naar het noorden, en Nederland betaalde zijn onafhankelijkheid van Spanje met tonnetjes haring. Amsterdam, zo wil de traditie, is gebouwd op haringgraten. Maar denkt u nu dat maatjes toen al smaakten als vandaag? Helemaal niet. Huib Stam merkt op dat de traditie van de ‘Hollandse nieuwe’ goed vijftig jaar oud is! De historische haring waarvan hierboven sprake, was een lang bewarend exportproduct. Haring was inderdaad volksvoedsel, maar werd zwaar gezouten (een kilo zout per vier kilogram vis). Dat is geen kost die men even bij de staart grijpt en genietend in de keel laat glijden: veel te zout. Die haring moest eerst ontzout worden. Dat gebeurde hier te lande vaak in melk, omdat melk het zout nog extra maskeerde. Zoals u weet, kent de haring een cyclus. Hij komt de winter uit als ‘ijle’ haring, graatmager. Met de terugkeer van de lentebloei gaat het diertje eten en wordt het vetter met de dag. Hij is op zijn vetst net voordat hij/zij kuit en hom gaat produceren. De vetreserves worden in de zomer omgezet in voortplanting, en daarom spreekt men in mei en juni van ‘maagdelijke’ haring, maa(g)tjes. Nu is een maagdelijke haring zo vet dat hij moeilijk zout opneemt. Voor de oude industrie was dat een nadeel, dus men vermeed om zo vroeg in het jaar al haring te vangen. Die was helemaal niet goed om te verwerken. Pas met de motorisering van de vissersvloot, na de Eerste Wereldoorlog, kwam haring terug aan land vooraleer het zout er volledig in doordrongen was. Er ontstond een mode van het eten van groene haring, minder zout. Toen ontstond ook de ‘haringrace’ om als eerste de lichtgezouten haring te kunnen aanbieden. De snelheid van de boten zorgde ervoor dat er minder moest worden gezouten, men kon nu ook vettere vis gebruiken. Haring werd een delicaat, bederfelijk
Maatjes zijn van het modernste voedsel dat er bestaat product. Hij werd zelfs een probleem voor de volksgezondheid. Want het weinige zout was niet sterk genoeg meer om de parasieten in de vis dood te krijgen. En haring eet men rauw. Er ontstonden problemen met haringworm, en de Nederlandse regering verbood in 1967 de verkoop van alle haring die niet eerst minstens 48 uur was ingevroren. Sindsdien hebben we dus een totaal verschillend product. Want als er dan toch moet worden ingevroren, dan speelt zout helemaal geen rol meer in het bewaren van de vis. Het zout dat vandaag wordt toegevoegd, is er enkel voor de smaak. Dankzij de technologische ontwikkeling is een maatje geworden wat het vandaag is, een zachtgerijpte, romige delicatesse, boordevol proteïne en onverzadigde omega 3-vetzuren. Dankzij die technologie is er ook geen haringseizoen meer. Heel het jaar door mogen we ervan genieten. Dit is van het modernste voedsel dat er bestaat. Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet
BDW 1284 PAGINA 24 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
Mina Oualdlhadj leerde haar man in Brussel kennen. “Liefde tussen het noorden van Marokko en het zuiden. Liefde dankzij België, want in ons vaderland hadden we elkaar wellicht nooit ontmoet.”
SCHAARBEEK – “Ik mag dan fier zijn op mijn roman, toch zie ik mezelf niet als auteur. Het is een hobby, meer niet. Komt er een tweede boek, mooi. Komt er geen tweede boek, ook goed. Er zijn nu eenmaal andere prioriteiten: mijn werk, mijn gezin.” Mina Oualdlhadj is directrice en coördinatrice van de vzw Crèches de Schaerbeek. Haar roman Ti t’appelles Aïcha, pas Jouzifine wordt als educatief materiaal gebruikt in het Franstalige onderwijs en heeft ondertussen een Nederlandse en Duitse vertaling: Twee meisjes en Mimi und Aïcha.
T
wee Marokkaanse meisjes van de tweede generatie. Vriendinnen. De ene geboren in Marokko, de andere hier. Een onderscheid dat hun entourage niet kan of wil maken. Voor hen de aanzet tot een louterende nacht, waarin ze het verleden bezoeken om het heden beter te kunnen begrijpen. Twee meisjes is geen autobiografische roman, maar toch bevat het boek wat in het Frans zo mooi ‘du vécu’ heet. Geschreven door een vrouw die in het midden van de jaren 1970 als meisje naar België kwam. “Ik ben opgegroeid in de kuststad Al Hoceima, in het noorden van Marokko. Mijn jeugd was gelukkig. Zon, zee, de familie, vriendinnetjes, school. Thuis waren we met vijf, drie meisjes en twee jongens. Voor mijn vader was niets te min om in ons levensonderhoud te voorzien. Het land bebouwen, smokkelen, vissen. Een onzeker bestaan, en uiteindelijk zag hij zich genoodzaakt naar Europa te emigreren: hij vreesde op de lange duur zijn werk te verliezen en niet meer voor ons te kunnen zorgen. Val je in Marokko zonder werk, dan heb je niets meer. Geen werkloosheidsvergoeding; van een OCMW hebben ze nooit gehoord.” “Emigreren dus, en het werd België. Omdat een van mijn ooms hier al sinds de jaren 1960 met zijn gezin woonde. Eerst ging mijn vader
alleen, om af te tasten. Na drie jaar, toen er toekomstperspectief was, heeft hij ons laten overkomen. Voor mij was dat verscheurend, ronduit verscheurend. Ik was elf, en ik begreep het niet. Ik begreep niet dat ik Marokko, waar ik zo gelukkig was, moest achterlaten. Het was het bruuske einde van een onbezorgde kindertijd, een sprong in het onbekende. Brussel was druk, lawaaierig, met grijze huizen, slecht weer, weinig licht. Een grote, anonieme stad, waar ik niet op straat kon spelen, waar er veel auto’s waren. De mensen konden me niet verstaan, ik kon hen niet verstaan. Terwijl ik van een zonovergoten plek kwam waar iedereen iedereen kende. Het was hard, maar we hadden geen keuze.”
Wijze raad Ook de school was aanvankelijk een kleine hel. “Mijn Frans was zo goed als onbestaande; veel verder dan ‘Bonjour’ en ‘Au revoir’ kwam ik niet. Toen heeft een van de onderwijzeressen me onder haar vleugels genomen. Ze nam me dikwijls apart, gaf me boeken om te lezen, waardoor mijn Frans er met rasse schreden op vooruitging. Eeuwig dankbaar zal ik haar blijven. Diezelfde onderwijzeres heeft me ook aangeraden om voor Latijn-Grieks te kiezen. Tegen de gewoonte in om jongeren van de mi-
gratie naar het beroepsonderwijs te oriënteren. Ik heb haar wijze raad ter harte genomen en heb het me geen seconde beklaagd.” “Daarna heb ik aan de universiteit een master in de Franse taal en literatuur gehaald. Meer voor het plezier van me te verdiepen in taal, dan met het oog op een beroepsleven. Wat wel in mijn achterhoofd speelde: met mijn diploma op zak wou ik gaan lesgeven in Marokko. Daar wou ik vroeg of laat weer gaan wonen. Maar dat verlangen is met de jaren gesleten. België werd mijn tweede vaderland, Brussel de adoptiestad waaraan ik me gaandeweg meer en meer ben gaan hechten.” “Ik ben hier ook getrouwd, heb drie prachtige kinderen op de wereld mogen zetten. Brussel is mijn stad, is hun stad geworden, Marokko het land van de vakantie en van mijn kindertijd. Mijn man heb ik aan de universiteit leren kennen, hij was al op veel jongere leeftijd naar hier gekomen, hij voelt zich nog meer Belg dan ik. Liefde tussen het noorden van Marokko en het zuiden. Liefde dankzij België, want in ons vaderland hadden we elkaar wellicht nooit ontmoet: het noorden en het zuiden liggen duizend kilometer uit elkaar.” Mina Oualdlhadj woont opzij van de Haachtsesteenweg. De buurt is meer Turks dan Marokkaans. “Toch voel ik me er op mijn gemak,
© MARC GYSENS
de parkeerproblemen even terzijde gelaten. Perfect op mijn gemak, zelfs ’s nachts alleen op straat. Brussel is echt wel mijn stad geworden, de stad waar ik me thuis voel. Niet in het minst door het cultuuraanbod. Altijd is er ergens wel iets interessants te beleven, dikwijls veel meer avant-garde dan in Parijs. Tentoonstellingen, theater, concerten, dans. De bio scopen – ik ben een enorme cinefiel – bieden een ruime keuze, van blockbuster tot arthouse. Cultuur genoeg dus om van te proeven, ten minste voor de mensen die over voldoende financiële middelen beschikken.”
Eeuwige strijd Na haar studie ging Mina Oualdlhadj eerst aan de slag in het onderwijs. In concentratiescholen, waar ze als tussenpersoon een dialoog moest proberen te creëren tussen onderwijzend personeel, leerlingen en ouders. “Niet makkelijk, omdat je zo dikwijls een taalbarrière hebt, en omdat de vooroordelen niet van de lucht waren.” Vervolgens heeft ze in zogenaamd ‘gevoelige’ wijken, meer bepaald in de buurt van Noordstation, socioculturele projecten gecoördineerd. “Met een ploeg van straatwerkers, een sociale en juridische permanentie ook, in samenwerking met het OCMW. Werken met jongeren, drugsverslaafden, prostituees. Zo ben ik beetje bij beetje de human resources in gerold. Conflictbeheersing, dialoog creëren. Misschien onbewust, omdat ik heel mijn leven tussen twee culturen had gelaveerd. En zo ben ik uiteindelijk hier beland, als directrice van de vzw Crèches de Schaerbeek. Dit werk doe ik heel graag, omdat het contact en dialoog impliceert; het is aller-
BDW 1284 PAGINA 25 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
FREDDI SMEKENS “Een onderwijzeres nam me apart, gaf me boeken te lezen, waardoor mijn Frans er met rasse schreden op vooruitging. Zij raadde me ook aan om voor Latijn-Grieks te kiezen”
Mina Oualdlhadj scoort met Twee meisjes
‘Noem mij alsjeblieft geen auteur’ ben we op de wachtlijst staan. De bevolking in Brussel blijft stijgen, en met de crèches kunnen we niet volgen. Onderdak vinden, middelen om het personeel te betalen, het blijft een eeuwige strijd.”
Bescheiden
“Mijn geboortestad Al Hoceima. Elf was ik toen we emigreerden, en ik vond het verscheurend, ronduit verscheurend.”
minst een routineuze bezigheid. En onderweg leer ik bij, veel bij. Alles evolueert ook, de populatie van de crèches, de manier waarop we ons bezighouden met de kinderen. Als ik het louter als een administratieve baan zou beschouwen, dan zou ik er veel minder voldoening uit halen.” “De grootste obstakels? De financiën. De middelen in onze sector zijn beperkt, net als in het onderwijs en heel de sociale sector trouwens. We willen de kleintjes de best mogelijke opvang bieden, maar helaas kunnen we niet aan alle noden voldoen. Zeshonderd mensen heb-
De zorg voor kinderen op het werk, de zorg voor kinderen thuis. Maar er is ook een uitlaatklep: schrijven. Uiteindelijk werd het een mooi, onverhoopt avontuur. “Schrijven deed ik in mijn vrije tijd. Als hobby. In de weekends, tijdens de vakanties. Dingen op papier zetten die ik wilde overbrengen. Me uitdrukken, een andere klok luiden dan je doorgaans hoort. Vervolgens heb ik een en ander laten lezen aan kennissen, die het interessant vonden, en uiteindelijk ben ik bij Michel Cordier van Éditions Clepsydre terechtgekomen. Hij reageerde enthousiast, hij hield van de stijl, vond het leerrijk en heeft me aangemoedigd breder te gaan. De schooltijd in het verhaal te betrekken, de geijkte feestdagen. Feestdagen die thuis niet worden gevierd, terwijl men er op school rond die periodes steeds mee wordt geconfronteerd.” “Prachtig vind ik dat het boek – op voorspraak van (Waals minister-president) Rudy Demotte – nu in de Franstalige scholen gebruikt wordt als instrument tot dialoog. Dat had ik nooit durven te dromen toen ik mijn eerste woorden aan het papier toevertrouwde.”
Karel Van der Auwera
Mina Oualdlhadj, Twee meisjes, uitg. Beefcake Publishing, 157 p., 16 euro
Artist
I
n ieder van ons, waarde lezer, of we het nu willen of niet, schuilt nen artist. Wie of wat die artist dan wel mag zijn, moeten we zelf uitmaken. Voor mij is het in elk geval een hoopgevende gedachte dat hij of zij altijd aanwezig is. Wat moeten we ons bij nen artist eigenlijk voorstellen? Mijn eerste bedenking daarbij is dat die artist niet noodzakelijk een kunstenaar hoeft te zijn. Het tegenovergestelde zou uiteraard heel droevig zijn, maar nóg zieliger zou zijn, waarde lezer, dat we af en toe niet als nen artist zouden worden omschreven. De uitdrukking “Gaa zaait toch nen artist!” zal in elk geval nooit als een belediging opgevat worden. En toch kleeft er iets eigenaardigs aan ons woordje artist, zeker omdat die omschrijving niet altijd op een kunstenaar slaat. Met andere woorden: we moote ni specioel kreateef zaain vè van taaid tot taaid as nen artist deu het leive te goen. Laten we ons Brusselse woordje artist even nader analyseren. Daarbij komen we terecht bij zowel het Engelse als bij het Franse woord art. “Da’s toch ni mier as normoel?” hoor ik daar zeggen. En terecht ook. Maar toch wou ik hier even aanstippen dat het woord kun steneir niet echt opgang in ons Brussels gemaakt heeft; men behelpt zich in dat geval met omschrijvingen. Net daarbij stelde ik me onlangs een aantal vragen. Bijvoorbeeld: in het Brussels heeft men het over ne schraaiver wanneer men een schrijver bedoelt. Ne sculpteur wordt meestal gebruikt wanneer men over een beeldhouwer spreekt. Maar een dichter blijft nen dichter en een schilder ne schilder. In dat laatste geval kunnen er wel subtiele nuances optreden. Wat bijvoorbeeld gedacht van ne fasadeklacher wanneer men een huis- of gevelschilder bedoelt? Graag even opnieuw naar ons Brusselse woordje nen artist. We beginnen met de opmerking dat nen artist niet dezelfde betekenis of hetzelfde gehalte heeft als ne klaun. Met andere woorden, waarde lezer, en dat geldt voor iedereen onder ons: men kan hier de klaun ooithange, maar niet den artist ooithange. De eretitel nen artist kan
men namelijk maar voor een heel beperkte tijd meedragen of voeren. Hoe kan men zich nu eigenlijk tot nen artist ontpoppen, of hoe kan men als zodanig erkend worden, zonder echt een kunstenaar te zijn? Volgens mij is dat heel simpel. Wie in het Brussels als nen artist omschreven wordt, moet over een zekere dosis creativiteit en vindingrijkheid beschikken. Over een zekere durf, ook. Ik zou het zo verwoorden: “Nen artist es eemand dee plezant es, mo nuut ni ambetant.” Hetzelfde kan niet gezegd worden van eemand dee de klaun ooithangt. Nen artist is dus wel degelijk iemand die joviaal overkomt. Temeer omdat hij (of zij!) om de haverklap welke sfeer of situatie dan ook kan omtoveren, zonder daarom per se de plezante noenkel of tante te moote ooit hange. De vraag is natuurlijk: hoo zou de weireld erooitzeen moeste we allemoe artiste zaain? Welnu, waarde lezer, mij zou dat persoonlijk helemaal niet storen. Temeer omdat nen artist zaain en de dinge serjeus oenpakke wel degelijk hand in hand kunnen gaan. En omdat iemand met kwade bedoelingen in ons Brussels nooit als ‘nen artist’ omschreven zal worden, zoveel is wel zeker. Bij alles wat voorafging, hoop ik den ar tist in elk van ons even wakker geschud te hebben. En de beste manier om hem of haar in ons wakker te houden, is de weireld te bezeen deu d’uuge van nen artist. Wie het even uitprobeert, zal merken dat het niet zo moeilijk is, en zeker voor herhaling vatbaar. Voilà, waarde lezer, den artist hei gezeid wat hem auver alle andere artiste te zegge haa. Ik ga er graag van uit dat we vanaf nu “Gaa zaait toch nen artist!” als een aanmoedigend compliment zullen beschouwen. Temeer omdat we niet uit het oog verliezen dat nen artist altijd voor de nodige inspiratie zorgt om ook de mensen om zich heen tot artiste om te toveren. En tegelijk hoop ik dat ieder van ons die als (al dan niet zelfverklaard) kunstenaar door het leven gaat, ooit als nen artist bestempeld mag worden.
REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; rekeningnummer 424-5529822-66 van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.660 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Bettina Hubo (bettina.hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Freddi Smekens (freddi.smekens@bdw.be), Steven Vandenbergh (steven.vandenbergh@bdw.be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny. vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Lien Annicaert (lien.annicaert@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw.be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Francis Marissens, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw.be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw. be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).
BDW 1284 PAGINA 26 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
Judo > Francis Bardax is wereldtopper bij de masters
‘En nu wil ik de wereldtitel’ BRUSSEL – Francis Bardax (53) is al vier jaar op rij Europees kampioen en behaalde een handvol podiumplaatsen op het WK judo voor masters. Een palmares om u tegen te zeggen, maar er ontbreekt nog één hoofdprijs: de wereldtitel. Nu zaterdag wil de Brusselaar die wegkapen.
‘I
k moet de wereldtitel binnenhalen,” zegt Bardax. “Ik doe er alles voor; aan falen denk ik niet. Dit jaar wordt er gestreden in Frankfurt, waar ik vrijdag word gewogen en zaterdag moet kampen. Tot de finale staan vijf à zes kampen op het programma. Het belangrijkste is dat eerste gevecht doorkomen. Dan ben je vertrokken...” Bardax begon als negenjarige te judoën: hij moest wat ingetoomd worden. In zijn jeugd behaalde hij onder meer vier Belgische titels, en hij vertoefde ook regelmatig in het buitenland. Net toen zijn carrière wat begon uit te doven, ontdekte hij judo voor masters, waarvoor tegenwoordig al deelnemers van dertig à 35 jaar oud in aanmerking komen. “In 2002 zat ik samen met Alain De Greef, de voorzitter van mijn club Crossing Schaarbeek, op het wereldkampioenschap in Noord-Ierland. Judo voor masters bestond toen nog maar een tweetal jaar. Het was een avontuur, we wisten niet wat ons te wachten stond. Maar het was een leuke ervaring, in een vriendschappelijke, sportieve sfeer. Ik eindigde vijfde.” “Die masterscategorie was een zegen: voordien was er na je carrière niets, dan gaapte het
de CLUB
Francis Bardax (53) ontdekte judo voor masters toen hij fin de carrière in het reguliere circuit was. “Een zegen: voordien was er na je carrière niets, dan gaapte het zwarte gat.”
Petanqueclub New Ixelles, Elsene
‘De Fransen hebben ons niets te leren’ “We hebben de afgelopen seizoenen geen geluk gehad,” legt voorzitter Serge Soyez (55) uit. Dat zit zo: in 2008 fuseerden La Besaçe en P.I.X. tot New Ixelles. “De eerste twee seizoenen na de fusie eindigden we tweede, om vorig seizoen eindelijk kampioen te worden in eerste provinciale. Terwijl je dan normaal gezien meteen promoveert, werd ineens een regel ingevoerd waardoor we tegen een andere provinciale kampioen, Pepinster, moesten spelen. Onze hoofdploeg verloor, waardoor we nu weer in eerste provinciale zitten.” “We hebben meer dan honderdvijftig leden, onderverdeeld in zes senioren- en vier veteranenploegen. De mannen zijn in de meerderheid, maar er komen ook heel wat vrouwen met de ballen smijten.” Wat wel meteen opvalt, is de afwezigheid van jongeren. “Dat is een probleem in de Brusselse petanquewereld, ja. De jeugd heeft hier zoveel mogelijkheden, in kleinere dorpjes is dat veel minder het geval. Daar heb je één bist ro waar iedereen samen-
© MARC GYSENS
ELSENE – Het goede weer haalt de petanquespelers naar buiten. Maar bij New Ixelles wordt er het hele jaar door gespeeld. En gefeest.
Volgend jaar verdubbelt New Ixelles zijn aantal banen. “We dromen van nóg meer leden.”
komt. Ik moet toegeven dat we ook geen acties opzetten om hen aan te trekken. We gaan niet hengelen.” Veel mensen zien petanque als een bezigheid
voor Zuid-Franse oude mannen, glas pastis in de hand: een beeld dat je wel ergens terugvindt bij New Ixelles, maar dan in een Brusselse versie. “Er is altijd veel ambiance en volk in ons
© MARC GYSENS
lokaal. Naast de dinsdagtraining van onze hoofdploeg organiseren we wekelijks vier mélées, toernooien onder elkaar. Je kunt dat ook zien als training.” “In het jaar is ons lokaal elke dag open, behalve ’s maandags. Tijdens de zomer is het ook op woensdag gesloten. Maar op de andere dagen wordt er van 13 uur tot een uur of acht, negen petanque gespeeld en plezier gemaakt. We hoeven de Fransen niet te benijden als het op feesten aankomt. Sommigen hebben drie of vier glazen nodig om beter te spelen, anderen kunnen na hun derde glas niet meer recht gooien (lacht).” Bij New Ixelles wordt er het jaar rond gepetanquet. In de herfst en de winter werken ze de competitie af, tijdens de zomer worden toernooien gespeeld. Petanque trekt in de hoofdstad – en met het goede weer valt dat nog extra op – steeds meer spelers. “Het is haalbaar voor elk budget. Intensief is het niet echt, maar het is wel goed voor het lichaam. Je moet je bukken, verplaatsen – vooral voor de oudere spelers is die beweging welkom.” Bij het lokaal van New Ixelles liggen nu zes banen; volgend jaar worden dat er twaalf. Noodzakelijk door het hoge aantal leden, die de club overigens graag ziet komen. “Ik droom van nóg meer leden en hoop uiteraard die promotie dit jaar wel te halen. Daarnaast blijft het plezier van petanque het belangrijkste. Competitie of gewoon plezier, New Ixelles TS biedt elk wat wils.” www.newixelles.be
BDW 1284 PAGINA 27 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
Gedopeerde Russen
“Maar ik moet zeggen dat dat nogal gemakkelijk is. Voor de rest ga ik vier of vijf keer per jaar naar het buitenland, meestal Frankrijk. Ik neem ook nog deel aan de interclubs met Crossing, maar wel in de derde klasse.” De Brusselse bonk werd de laatste vier jaar Europees kampioen en behaalde onder meer drie bronzen en een zilveren medaille op het WK. “Ik sta niet zo graag in the picture, maar als je vaak op het podium staat, dan kennen de mensen je gezicht nu eenmaal. Het is ook wat ambetant, want ze kennen mijn manier van vechten. Er is bijvoorbeeld een Russische trainer die zijn judoka’s speciaal traint om mij op de juiste manier te bekampen.” “Over Russen gesproken: ik moet toch even zeggen dat ik het jammer vind dat er geen dopingcontroles zijn. De Russen zijn sterk in dopinggebruik. We hebben op kampioenschappen al capsules in hun vestiaire gevonden. Ze zijn abnormaal in vorm.” Terwijl in het begin alles in een vriendschappelijke sfeer verliep, worden de masters judo competitiever naarmate het niveau stijgt. “Powerliften, lopen, ik doe het allemaal nog wekelijks. Ik volg ook twee trainingen bij Crossing; afwisselend bezoek ik één keer per week een andere sterke club, en ik geef ook nog eens drie keer les in de judoclub van Oudergem. Die zijn iets minder zwaar. Ik heb wel wat afgebouwd tegenover vroeger: toen trainde ik vier uur per dag.” Ondanks zijn 53 jaar kan de Brusselaar nog wel een paar jaar mee. “Masters judo gaan tot zestig, maar ik weet niet of ik het tot dan blijf doen. Het kost echt handenvol geld. Als ik zou stoppen, dan is het om het geld. Ik heb toch ook nog een familieleven... Als we beter omringd en financieel ondersteund zouden worden, dan zou ik zeker op de kar springen.” “In oktober is er voor het eerst judo op de Olympische Spelen voor masters. Het zal weer een stevig budget vergen, maar ik denk wel dat ik ga. Een olympische titel zou toch mooi staan op mijn palmares.”
De competities judo voor masters spelen zich grotendeels in het buitenland af. In België is alleen het Belgisch kampioenschap van enige tel.
zwarte gat. Dit gaf me weer een doel, het was de start van een nieuwe carrière.” Bardax en De Greef wilden judo voor masters naar België halen, maar ze vonden amper gehoor bij de Franstalige liga. Die houding is
“Een Russische trainer traint zijn judoka’s speciaal om mij op de juiste manier te bekampen”
vandaag lichtjes veranderd, maar de sport wordt nog altijd een beetje stiefmoederlijk behandeld. “Ik vind dat er een Belgische ploeg gevormd moet worden met Vlamingen, Walen en Brusselaars die af en toe samenkomt en, vooral, als organisatie, als groep aan competities deelneemt. Nu doet iedereen dat op eigen houtje, met eigen geld. En ik verzeker u dat de kosten hoog oplopen.”
Tim Schoonjans
Handballen op gras
David Steegen De Eeuwige Stad In 1896 werden in Athene de eerste Olympische Spelen van de moderne tijden georganiseerd. Veertien landen, vertegenwoordigd door 250 atleten, namen deel aan het grootste sportevenement van die moeilijke tijden. Vele landen die deelnamen, voerden op dat ogenblik oorlog met elkaar. Maar sport verenigt, sport verzacht de zeden. Die eerste Olympische Spelen waren het begin van een geordende sportbeleving en promootten sportbeoefening bij de jongeren uit die tijd. Een Romein had die boodschap goed begrepen. Luigi Bigiarelli was een Bersagliere, een Italiaanse soldaat uit de elitetroepen. De man had gevochten in de Slag om Adoea, Ethiopië, waar zevenduizend Italianen in de pan gehakt werden door het leger van Menelik. Dat trauma inspireerde Bigiarelli. Hij besliste om met enkele atleten in Rome een atletiekclub op te richten. Bigiarelli had een ideaal. Hij wou sport structureren om zoveel mogelijk jongeren op vaste tijdstippen in dezelfde kleuren met elkaar te laten wedijveren. Op dat ogenblik werd er in Rome vooral gelopen en gezwommen. Enkelingen – de meer gefortuneerden – fietsten. Een dure sport. Bigiarelli was van Pippa Nera. In 1900 richtte hij samen met zijn vrienden de Società Podistica Lazio op. Ze kwamen samen aan de Piazza della Libertà, zodat iedereen aan alle competities kon deelnemen in dezelfde kleuren. Lazio verwijst naar de Eeuwige Stad, Urbs Aeterna, Rome. Bigiarelli wou een verwijzing die Rome ontsteeg. Latium, Latijn voor Lazio, is de vallei waarin Rome ligt. Bigiarelli koos de kleur lichtblauw: lichtblauw en wit waren de kleuren van Griekenland, de bakermat van de Olympische Spelen. Lazio groeide snel uit tot een succes. De meeste sporten werden er beoefend: turnen, lopen, zwemmen. Vandaag telt La-
zio meer dan 34 verschillende sportdisciplines. Een jaar na de oprichting van de Romeinse sportclub meldde zich een bizarre man aan bij de club. Bruno Seghettin, een Italiaanse migrant die lid was van Paris Racing Club, nam een kleinood uit zijn lederen tas: de eerste bal die ooit op Romeins grondgebied te zien was. Het ideaal van Bigiarelli raakte in een stroomversnelling. Voetbal werd al snel de eerste sport van Lazio Roma. De club van Paolo Di Canio, Alessandro Nesta, Christian Vieri, Michael Laudrup, Sebastián Verón en vele andere wereldsterren. Bigiarelli heeft het niet meer meegemaakt. Nog geen jaar na de oprichting kwam er onenigheid met enkele medestichters: Bigia relli wilde dat alle bestuursleden op voet van gelijkheid de club zouden leiden en weigerde derhalve om voorzitter te worden. Daarop volgde hij zijn broer die naar Brussel emigreerde om goudsmid te worden. De stichter van Lazio was een uitzonderlijk atleet en liep ooit van Rome naar Firenze, zevenhonderd kilometer, in twee dagen en negentien uur. Hoewel hij niet meer bij Lazio aangesloten was, bleef hij in het lichtblauw en wit sporten. Ondanks zijn uitmuntende conditie stierf hij op 25-jarige leeftijd aan een longinfectie. Luigi Bigiarelli ligt in Elsene begraven. Brussel is niet alleen een bedevaartsoord voor Romeinse voetbalfans; het is ook de laatste rustplaats van een visionair, een van de eersten die het maatschappelijk draagvlak van sport begrepen. Een stukje Eeuwige Stad in Brussel. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht
ADVERTENTIE
EVERE – Een ecologisch toernooi met een internationaal deelnemersveld, dat is Brussels Green Handball. Het Belgische handbalseizoen zit erop: tijd voor de eerste editie van Brussels Green Handball. Op 18 en 19 juni nemen twintig handbalploegen het tegen elkaar op in het François Guillaume-sportcomplex van Evere. Tien dames- en tien herenploegen uit binnen- en buitenland spelen op zaterdag de poulewedstrijden; op zondag komen de finalerondes aan bod. De organisatoren, Brussels Handbal Club en
Handbal Club Kraainem, willen hun sport in de vitrine zetten, maar er zit meer achter dan ‘een potje handballen’. Het toernooi moet ecologisch worden, een duurzaam evenement waarbij respect voor het milieu als basis geldt. Zo worden er lokale en seizoensgebonden producten gepromoot, zal alle vuilnis gesorteerd worden en zijn er alleen recycleerbare drinkbekers. Er zijn ook eetstandjes en – voor na de wedstrijden – een mooi assortiment Belgische bieren. TS www.brusselsgreenhandball.be
Yoga voor het goede doel BRUSSEL – Verwelkom de zomer en steun tegelijkertijd het goede doel met uw deelname aan Yoga Mala. Maar liefst 108 zonnegroeten staan er zondag 19 juni op het programma in Autoworld in het Jubelpark. Maar laat u niet afschrikken, u hoeft ze niet allemaal te doen. Het belangrijkste is uw deelname aan Yoga Mala. Van 10.30 uur tot de middag wordt er in groep gemediteerd in een sfeer van liefde, vrede en plezier. Deelnemen kost twee euro,
maar er wordt ook verwacht dat u een duit in het zakje doet voor Luape, een spelotheek in Sint-Pieters-Woluwe die aangepast is aan kinderen en volwassenen met een handicap. Geïnteresseerd? Stuur dan een mailtje naar brusselsyogamala@gmail.com met uw gegevens. Op 19 juni brengt u gewoon een matje, een fles water en heel wat energie mee. Kinderen zijn ook welkom: er wordt een yogasessie voor kinderen georganiseerd. Wie graag meehelpt, mag zich ook melden; de orTS ganisatie zoekt nog helpende handen.
BDW 1284 PAGINA 28 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
R • BD W A A
J
O T 13 9T
ZIE
EEN VAN
ie a geen godsd ggen: ‘een wetensch tond. Hier e z nts o n e ia ig d (somm leden in In e g e yoga r a ja e d m licha lijk e d vijfduizen l r ts en a r o o die je xamenkoo e n ten is v e s e d e g u in W N n t e fe h oe olop in eraturen v elf reeks van p z m n je e te t e n e : e d m it n u e r de b bek monie schien voo om in har om alle n yoga mis a : k d , g n e e kan doen z jg e ? ti g n s anders eling zorge af te zetten te zijn. Of beetje afko je n n e nde a e v s s e tr n. onze yogaë le n e a a o v t e h onnodige s te n l e in je ve We vroeg 2) en Jef en je goed een manier om s Wannes (1 r te r o p e r jonge te iens yogaYoga als aar beter 2), én aan d (1 lm a n e v lf a e R z je 1). en... Kwinten (1 leren kenn kameraad ? IJK T EN WAT BL
ER
K sofie E DUIDELIJ L L A R et is een filo r O H O . V te , k T e s S e R EE erig evee nst of zwev p’) die ong
za
OR IE D
an dactie die a wse r ie z a Z e onz nieu jongens uit at maakte ons erg ten. d . e .. et h n pra m s n e yoga doen e e gingen w gierig. Dus HEID: yoga is
VO
TWEE
RDENS
DOOR PATRICK JO
. E NOG NIET.. R E D N A E D A IS DE ENE YOG © BART DEWAELE
am er wel geraak te mijn licha een paar maanden aan gewend. n toen we n van de eerste kere JR: Ja, ik weet nog ee n zei: “Pff gingen, dat Kw inte na de les de trap af (lachen ecies bodybuilding!” zeg, dat is hier pr rk rampte heel vaak in een ve allebei) We moeten n of liggen. houding staan, zit te te zijn om deze yoga Moet je dan lenig doen? ig van, el, je wordt er ook len K: Ja en nee, ik bedo doen. net door het veel te val word een spor t; in elk ge JR: Yoga is gewoon n je zo de volgende dag be je heel moe van, en stijf als een hark. dat ik lgende dag beter, om K: Ik voel me de vo slapen. el goed heb kunnen na zo’n les altijd he gd dat je yoga kan Er wordt ook geze worden, om meer doen om rustig te te en en minder last discipline te krijg de et m . Helpt dat nu hebben van stress eeld? examens, bijvoorb ende aar er zijn verschill K: Euh, dat kan, m en hier geen soor ten yoga. Wij do meditatieyoga, hé.
Dorothée helpt Jef Raven in de vleermuishouding.
het n yogalessen bij ve a R f Je n e n te win hooljaar volgen K les bijwonen. sc ’n g zo ri g vo in g in g e e zi b a s Z Sind ssel. tre, in hartje Bru n e C y d inten zich in het tu S w K a g n e Yo n ve a R f Iyengar ten Je ie te n brandde, werk zo e d n gen onder de kn e it in u d b u o l ij -h a g Terw yo e k ij eil een illende, soms mo bel, terwijl ze in b a b n e e e w n e zweet om versch d had tterlijk!). Nadien le k o o k a a (v ... n e krijg p een stoel zaten o g in d u o h le a min of meer norm en? e met yoga begonn Waarom zijn julli yoga, en af en mama deed al lang Kw inten (K): Mijn tof. Toen we ar. Ik vond het wel ha et m ee m ik ng toe gi we toevallig deze buur t, hebben eens rondliepen in dag, en we t. Het was net open ek td on m ru nt ce ga dit yo ingeschreven. hebben mij meteen lerares en ief mama is zelf yoga st ijn M ): (JR n ve Jef Ra en. Ik dacht: t eens wilde prober ze vroeg me of ik he beweging moest toch iets van ik k, oo En ? et ni waarom doen...
het Frans hoofdzakelijk in De les wordt hier stig? gegeven. Is dat la t, kan je s je niet alles begrijp al k Oo . ee m l ga no K: Valt voor. We hebben juf doet altijd alles toch volgen want de maar in het in het Nederlands, n se les ga yo ar na t gezoch ar niet. Spijtig... l bestond dat blijkba centrum van Br usse Wat jullie je na zo’n yogales? Hoe voelen jullie kelijk... ek niet altijd mak daarnet deden, le doodmoe. Maar na keren was ik altijd K: Goh, de eerste
meditatie? Wat bedoel je met kt, helemaal leeg maa K: Dat je je hersens t je compleet rustig dat je zen wordt... da wordt, gewoon. van t dat een fabeltje is, JR: Ik denk toch da denk . Weet je wat ik dat rustig worden na examens? Voor en wat goed helpt bij n ar keer door je knieë het st uderen een pa t turnen, zodat er wa zakken. Een beet je l za rsenen gaat. Dat zuurstof naar je he je). eerder helpen (lach ms ga-oefeningen so Doen jullie de yo s? ook gewoon thui a, tonen aan mijn mam te K: Eerder om ze s tijdens de examen maar niet voor of te gen zijn ook vaak of zo. De oefenin en er echt inspanning moeilijk, ik moet s niet, hoor, maar al voor doen. Ik weet g gewikkelde houdin je in een superin je onder je armen en staat, met je been
denk niet dat je n in je nek... ik ne te je en d, of ho (lacht). xed van wordt la re g di el w ge daar zo ik verkrampte w ij doen, noem e di ga yo e D : JR yoga (lacht). oor vaak n jaar les. Ik h éé u n en lg vo Jullie s na lange tijd ct van yoga pa fe ef et h je at d d jaar n jullie volgen aa G . en el vo te begint verder? nlijk hou ik nogal saai. Eige ga yo ze de nd JR: Ik vi ezier te doen. ijn mama een pl m om l vo al or vo vond het ik wel verder. Ik K: Misschien ga r ik vind dat er proberen, maa te t he om uk le zit. Eerlijk de oefeningen in g lin se is w weinig af cheld. Ik denk n beet je ontgoo ee ik n be gd ze ge . Ofwel iets eyoga w il doen ti ita ed m er rd dat ik ee oorbeeld! rs: atletiek bijv de an l aa m le he ? deze yogalessen Meer weten over . be w.iyengaryoga. Kijk eens op w w meteen zijn/ volgen, zal ook Wie er les gaat jkeren. haar Frans bijspi
HEL E
‘Op het einde doen we altijd dood lijk’
© SASKIA VANDER STIC
© BA RT DE WA ELE
[ SORRY ] SNORRY
BDW 1284 PAGINA 29 - DONDERDAG 16 JUNI 2011
s Dewit (12) doet al Zazie-repor ter Wanne j Dancingkids van de drie jaar lang yoga, bi in Vorst. danscompagnie Rosas rtje les, lg wekelijk s een uu Wannes (W): Ik vo en: er altijd andere oefening op zaterdag. We doen . En ook enwichtsoefeningen bij zit ten veel rek- en ev andere n, waarbij de ene de vaak partneroefeninge mmige beter te stretchen. So moet helpen om nog ‘het en ’ ter ug, zoals ‘de hond basisposities komen oefeningen n ook altijd nieuwe kind’. Maar er kome t is een we altijd ‘dood lijk’: da bij. En op het eind doen en dan grond liggen, ogen toe paar minuten op de na al die emt. Zo word je rustig luisteren naar hoe je ad oefeningen.
. uding tusho o l ncing n i D bij a ne s ) n n a e s W n ie je (of da .be. Hier z g aën gkids o n i y c r n e ov w w.da M e er e op w j d n i k id s v
l rustgevend. lang yoga? is zo een uurtje yoga we n da Waarom doe je al zo en ld, wi ak va n zij geten. En je wordt t goed doet. Kinderen W: Gewoon, omdat he ek even compleet te ver we ije orb vo de n va en om de beste in alle gebeur teniss het helemaal niet doet je t Het helpt mij ook om da is , ga yo bij d Wat ik ook heel leuk vin er fit en lenig van, hé! re spor ten wel. tie. Bij de meeste ande eti mp co en ge is er n, te zij en heéééééél erg Een aanrader dus? l altijd kriebelen om ev we les ’n zo na t he ik Al voel W: Ik vind van wel, ja. te lesgevers. rlijk ook goeie en slech tuu na n zij er En ). cht (la
wild te zijn
Ze moeilijke oefeningen. Leg eens uit. altijd, ze geven veel te ren de kin de or een en vo att ch tijd overs ld geen W: Slechte yogaleraars : ze maken bijvoorbee op t nie les n hu en uw pesten we isseling en bo kt er niet veel van. Die ba die brengen niet genoeg afw en r, ste ng va ver . Soms hebben we een goeie opwarming en zo (lacht smakelijk). caderen de deur en al rri ba we , ijd alt k oo n da uding? Eentje is je favoriete yogaho t wa t, slo t To ... an niet op doorga Oké, daar zullen we bben? examenstress iets he de ns de tij s er n op je dijbenen te lez ze waaraan on voorbeeld door je voete bij , ten zit zit ers ak ht houdt. Je gaat in kleerm rug hebt en je hoofd rec hte W: De lot ushouding! rec n ee je t da is niet. Het belangrijkste leggen, maar dat hoeft . ’t Is echt heel simpel... rustig in- en uitademen er ke ar pa n ee n da En
Idulfania door Brecht Evens