Skip to main content

BDW - editie 1435

Page 1

samenleving

17 07 14

Herinnering aan de holocaust ONDER DRUK LEES P.4-5

AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

© Saskia Vanderstichele

Leeuwenoprit moet weg SCHAARBEEK – De iconische Leeuwenoprit aan het station van Schaarbeek wordt afgebroken en vervangen door een nieuwe brug. Dat bevestigt Thomas Baeken, woordvoerder van Infrabel: “De brug is aan het eind van haar leven. We hebben even overwogen om ze niet te vervangen, maar nu is beslist om een nieuwe brug te bouwen.” De brug restaureren is dubbel zo duur als de bouw van een nieuwe brug. De brug met de sierlijke bogen werd gebouwd in de jaren 1920 en is uitgevoerd in beton. Er zijn grote stabiliteitsproblemen vastgesteld en loszittend beton bedreigt het treinverkeer. De brug werd daarom maanden geleden al afgesloten voor zwaar verkeer. SVG

Politiek > Inkomens minder belast, huizen zwaarder belast

Fiscale ommezwaai BRUSSEL – De Brusselse regering zet als eerste de stap voor een fiscale ommezwaai. Werken wordt de komende jaren minder belast, huizenbezit (een beetje) zwaarder. Vanaf 1 januari 2017 moet de werkende Brusselaar minder belastingen betalen. Dat is tenminste de ambitie van het regeerakkoord dat formateur Laurette Onkelinx (PS) en coformateur Guy Vanhengel (Open VLD) hebben voorgesteld. De nieuwe coalitie (PS, FDF, CDH, Open VLD, SP.A en CD&V) wil de

agglomeratie-opcentiemen op de personenbelasting schrappen. Die bedraagt één procent op de personenbelastingen die federaal worden geïnd. Omdat de Brusselse bevolking verarmt, brengt die belasting jaar na jaar minder op en bovendien valt de opbrengst ook moeilijk te voorspellen. De afschaffing be-

tekent voor een modaal gezin van tweeverdieners een winst van een paar honderden euro’s. Ook de gewestbelasting van 89 euro sneuvelt. Er waren ondertussen zoveel Brusselaars die vrijstelling genoten dat die gewesttaks niet langer te rechtvaardigen viel. Beide belastingen brengen samen om en bij de 70 miljoen euro op. Dat geld vloeit terug naar de Brusselaar.

‘Maar klein beetje omhoog’ Die financiële aderlating moet de armlastige Brusselse regering el-

ders compenseren. Belastingen op vastgoed liggen voor hand. Die zijn veel stabieler, brengen ook veel meer op en bovendien treffen ze ook nietBrusselaars. De jaarlijkse vastgoedtaks brengt het gewest nu al 140 miljoen euro op. Dat betekent dat die met de helft moet verhogen om de geschrapte belastingen van 70 miljoen te compenseren. Conclusies voor de individuele belastingbetaler zijn echter voorbarig. Vanhengel zegt dat de onroerende voorheffing voor de private huiseigenaar maar een klein beetje omhoog zal gaan.

De hervorming is goed nieuws voor de huurders: zij betalen geen vastgoedbelasting en betalen niet langer agglotaks op hun inkomensbelasting. Het gevaar bestaat dat met de belastingverhoging ook de huurprijzen stijgen. Vanhengel onderstreept dat de regering niet over één nacht ijs gaat. Ze neemt de beste fiscalisten onder de arm om de zaak rond te krijgen. En dat zal nodig zijn, want nu al dreigt het Algemeen Eigenaarssyndicaat met gerechtelijke stappen. Danny Vileyn

N° 1335 VAN 17 TOT 24 JULI 2014 ¦ WEEK 29: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE


OPMERKELIJK PARLEMENTSLID WIL DIRECTEUR WORDEN Mag een parlementslid solliciteren naar een mandaat in de openbare sector? Dat is de vraag waar de Raad van State zich over moet buigen, na een klacht van Jef Van Damme (SP.A). Die had zich, als parlementslid, kandidaat gesteld voor de job van directeur van het nieuwe Gewestelijk Parkeeragentschap. Zijn kandidatuur werd niet weerhouden omdat de vacature, in een eerste fase, alleen openstaat voor wie in de openbare sector werkt. Een parlementslid wordt beschouwd als ‘zelfstandige’ en niet als ‘ambtenaar’. Dat in tegenstelling tot kabinetsmedewerkers, die wél worden beschouwd als ‘ambtenaren’. Jef Van Damme gaat met die redenering niet akkoord, zo blijkt uit een bericht in het Staatsblad. Hij vecht bij de Raad van State de benoeming aan van Eric Dubois, die begin dit jaar door de regering is aangesteld als directeur van het nieuwe Gewestelijk Parkeeragentschap. Dat is merkwaardig omdat Eric Dubois zelf van SP.A-signatuur is. Het is ook merkwaardig omdat Jef Van Damme het verzet aantekende net voor de verkiezingen, terwijl hij toen al nagenoeg zeker was dat hij, als opvolger, in het parlement zou belanden. Van Damme lijkt er dus op te hopen dat hij toch nog in aanmerking kan komen voor die directeurspost. Van Damme’s verzet bij de Raad Van State is in de toekomst wel niet langer relevant. Bij de laatste hervorming die staatssecretaris Bruno De Lille (Groen) heeft doorgevoerd in de openbare dienst, mag voor­taan iedereen solliciteren naar mandaatfuncties in het Brussels Gewest: mensen uit de openbare en private sector, maar ook zelfstandigen en parlementsleden.

BDW 1435 PAGINA 2 - DONDERDAG 17 JULI 2014

Uitgelicht > Brusselse regering stelt akkoord voor

Onkelinx komt, beschikt en gaat BRUSSEL – In het Brusselse regeerakkoord waarmee PS, FDF, CDH, Open VLD, SP.A en CD&V de komende jaren aan de slag gaan, staan de aanpak van de jeugdwerkloosheid en de hervorming van de fiscaliteit centraal. Onderhandelaar Laurette Onkelinx wordt dan toch geen minister-president.

F

ormateurs Laurette Onkelinx (PS) en Guy Vanhengel (Open VLD) hebben gestaag doorgewerkt en vijftig dagen na de verkiezingen kunnen ze als tweede deelstaatregering, na de Duitse Gemeenschap, een regeerakkoord voorstellen. Het is een stevig werkstuk geworden dat afsteekt tegen het wat slordige regeerakkoord uit 2009 van Picqué IV. Wat biedt de regering de komende vijf jaar? Veel ademruimte is er niet. De herfinanciering van Brussel, na de zesde staatshervorming, wordt haast volledig opgesoupeerd door de budgettaire noden. Het komt er dus op aan om efficiëntiewinst te boeken met de hui-

dige middelen. De Brusselse regering neemt zich voor om de interne structuren te hervormen, zowel in de sectoren Economie, Toerisme, Ruimtelijke Ordening als in het waterbeheer. Het aantal instellingen zou op die manier van veertig naar vier moeten gaan. Verder zal de regering versnippering tegengaan door haar budget meer toe te spitsen op een beperkt aantal projecten. De ontwikkeling van de Kanaalzone en de uitbouw van tien nieuwe stadswijken van Thurn & Taxi’s, over Reyers tot Delta vormen daarbij de leidraad. Over de termijnen is de nieuwe regering realistisch. Een en ander zou pas tegen 2025 gerealiseerd moeten zijn. Ook veel realisme op vlak van mobi-

liteit. Geen grootste plannen, maar voornamelijk een opsomming van wat al beslist is in het beheerscontract (2012-2016) van de MIVB. Een nieuwigheid misschien: de studie van een tramlijn langs de (brede) Franklin Rooseveltlaan. Die zou de problemen met de tram in de (smalle) Buyllaan moeten oplossen. De regering verwacht ook veel van de uitbouw van een Brussels Gewestelijk Expressnet, al is die taak eigenlijk weggelegd voor de (federale) NMBS. Voor de fietsers belooft het regeerakkoord een gescheiden fietspad op de Kleine Ring en fietssnelwegen. Het bannen van de auto uit de stad staat dan wel in het regeerakkoord, maar over hoe dat zal gebeuren blijft de tekst vaag. Stadstol is alvast geen optie voor de nieuwe Brusselse regering. Dat sluit aan bij een algemene indruk: echt veel groene accenten vallen er in het regeerakkoord niet te ontwaren. De afvalbestrijding bijvoorbeeld blijft vrijblijvend: van

een betalende zak voor restafval is nog steeds geen sprake. Daarnaast worden een resem Ecolo-verwezenlijkingen naar de prullenmand verwezen of ‘geheroriënteerd’. De

DE WEEK IN BEELD DOOR BART DEWAELE

Steven Van Garsse

BDW gaat met vakantie Op 7 augustus zijn we er opnieuw! Vijf jaar lang kleurde het kunstwerk ‘The Sequence’ het Vlaams Parlement oranjerood. Het afscheidsfeest voor het kunstwerk van Arne Quinze trok duizend bezoekers. Op 8 augustus wordt het afgebroken.

© BART DEWAELE


WEEKOVERZICHT

BDW 1435 PAGINA 3 - DONDERDAG 17 JULI 2014

© DIETER TELEMANS

WOENSDAG 9 JULI Protest tegen Israël op luxemburgplein. Het Luxemburgplein stroomt vol met een paar honderd sympathisanten voor Palestina. Ze protesteren tegen de aanvallen in Gaza en vragen de Europese Unie om een duidelijk standpunt in te nemen.

DONDERDAG 10 JULI Verdachte Bende van Nijvel is vrijgelaten. De man die is opgepakt als betrokkene bij de Bende van Nijvel is vrijgelaten. De man, die werd opgepakt vanwege zijn cafépraat over betrokkenheid bij de zaak, blijkt onschuldig na DNA-onderzoek en huiszoekingen. Brandweer heeft een drukke nacht. Meer dan duizend mensen doen een oproep aan de brandweer, na het zware onweer. Ook de Stefaniatunnel staat grotendeels onder water.

VRIJDAG 11 JULI Vervoort blijft waarschijnlijk minister-president. De formatiegesprekken voor de Brusselse regering schieten al op: er zijn concrete plannen voor de nieuwe posities. Waarschijnlijk zal Rudi Vervoort zichzelf opvolgen als minister-president van Brussel. Gebouw bezet door sans-papiers. Het voormalig bejaardentehuis op de Leopold II-laan wordt al twee weken bezet door honderd asielzoekers en sans-papiers. De bezetters vragen een betere regularisatie en een einde aan de uitzettingen. Mogelijke herstructurering bij Cora. Na herstructureringen bij Delhaize dreigt nu ook bij hypermarktketen Cora een herstructurering. Volgens de vakbond gaat het om een verlies van 447 van de in totaal 2.500 banen. Cora zelf hoopt met het plan ‘coravenir’ de toekomst van de werknemers veilig te stellen.

Onkelinx en Vanhengel. Een resem Ecolo-verwezenlijkingen worden naar de prullenmand verwezen.

Huizen van Energie bijvoorbeeld verdwijnen, net zoals de premies voor passiefbouw. De torenhoge Brusselse jongerenwerkloosheid was een belangrijk thema in de campagne en de nieuwe Brusselse regering wil hier ook duidelijk wat aan doen. De zesde staatshervorming biedt hier ook de instrumenten voor. Het doelgroepenbeleid is een volledige gewestelijke bevoegdheid.

Niet nieuw Brussel telt gemiddeld zo’n twaalfduizend werklozen onder de 25, waarvan slechts de helft op eigen kracht werk vindt. De regering neemt zich voor om de andere zesduizend snel aan een opleiding, stage of baan te helpen. De Jongerengarantie, zoals dit plan heet, is opgelegd door Europa en is op zich niet nieuw. Ze werd vorige herfst al aangekondigd door de vorige regering en moest op 1 januari van dit jaar van start gaan. Maar bij gebrek aan beroepsopleidingsplaatsen, banen en ook stages kon de belofte vooralsnog niet hard gemaakt worden. Voor de stages wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de door de federale overheid gefinancierde instapstages van federaal minister Monica De Coninck (SP.A). Brussel mocht er 1.650 organiseren maar heeft tot dusver slechts aan een kleine driehonderd werkloze jongeren een plaats kunnen bieden. Desondanks wil de Brusselse regering nu 2.000 extra stages creëren en ook 3.000 beroepsopleidingsplaatsen en 1.000 banen. Een deel van die nieuwe banen wordt voorbehouden voor jonge werklozen die, ondanks alle inspan-

ningen, achttien maanden zonder werk blijven. Zij krijgen de garantie – en dat is nieuw – op een inschakelingscontract, een baan van een jaar bij een Brusselse instelling of een privébedrijf (dat subsidies krijgt). De Jongerengarantie – elke jonge werkloze krijgt na enkele maanden een voorstel voor stage, opleiding of baan – kost voor dit en volgend jaar 39 miljoen euro, waarvan twee derde betaald wordt door Europa. De inschakelingscontracten zullen deels betaald worden met het budget van het doelgroepenbeleid, deels met geld dat nu naar de – 6.000 – geco’s (gesubsidieerde contractuelen) gaat. Het geco-beleid is immers aan een grondige herziening toe, zo meldt het regeerakkoord nog.

Vraag van één miljoen Het blijft vreemd dat een op zich veelbelovend regeerakkoord niet uitgevoerd zal worden door een regering geleid door de politica die het akkoord onderhandeld heeft. Laurette Onkelinx geeft de fakkel immers door aan Rudi Vervoort. Waarom Onkelinx geen MP wil worden? “Dat is de vraag van één miljoen,” zo antwoordt ze ontwijkend. De andere ministerposten worden binnenkort bekendgemaakt, maar de meeste waarnemers gaan ervan uit dat Guy Vanhengel opnieuw minister van Begroting wordt. Didier Gosuin (FDF) krijgt Werk en Economie en Céline Frémault Leefmilieu. Pascal Smet (SP.A) wordt opnieuw minister van Openbare Werken en Mobiliteit. Drie staatssecretarissen (PS, FDF en CD&V) krijgen dan nog gedelegeerde bevoegdheden.

Steven Van Garsse en Bettina Hubo

OOK DAT NOG De regering wil verder... • gratis wifi in elk metrostation • een museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst in de Citroëngarage voor 2019 • een ambitieus project met kunst in de Kanaalzone en langs de Kleine Ring • naast Brussel-Bad, Brussels Summer Festival en Winterpret nog twee bijkomende evenementen, in de lente en in de herfst • het vetorecht van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen afschaffen • 6.500 nieuwe woningen, waarvan 60 procent sociale • een huurtoelage • de afbraak van het Reyersviaduct onderzoeken • ongebruikte daken omvormen tot tuinen en cafés • pop-up containerparken installeren op braakliggende terreinen • de Havenlaan asfalteren • een commissaris voor Europa • de gemeentelijke hoteltaks overhevelen naar het gewest • quads verbieden en lawaaierige brommers beboeten • een ethische gedragscode invoeren voor alle Brusselaars • de voogdij over de gemeenten versoepelen • de woonbonus behouden (tot 2017) en de korting op de registratierechten verhogen • het aantal gemeenteraadsleden en schepenen bevriezen, ondanks de bevolkingsstijging

Regen weerhoudt bezoekers niet. Ondanks het slechte weer komen er 7.000 bezoekers naar Brussel Danst. Dat zijn er meer dan vorig jaar. Tijdens het festival, dat de Brusselse invulling van de Vlaamse feestdag is, zijn er dansen te zien van over de hele wereld.

ZATERDAG 12 JULI Politie in Elsene voelt niets voor camera`s. Het plan om vanaf 1 augustus beveiligingscamera`s op te hangen in Elsene stuit op weerstand bij de plaatselijke politie. Vakbonden dreigen met een staking. De camera`s, die iedereen, ook de politie, zouden beschermen, maken volgens de vakbonden inbreuk op de privacy.

ZONDAG 13 JULI Vier gewonden bij botsing binnenring. Bij een kettingbotsing op de E14 zijn vier mensen gewond geraakt, waarvan één iemand zwaargewond.

MAANDAG 14 JULI Brussels regeerakkoord is rond. Na weken onderhandelen is het Brusselse regeerakkoord een feit. Laurette Onkelinx (PS) en Guy Vanhengel (Open VLD) stellen het akkoord voor aan de pers. Hoofdpunten zijn jongerenwerkloosheid, mobiliteit en huisvesting. Ook zullen er twee belangrijke Brusselse belastingen wegvallen: de gewesttaks en agglomeratietaks.

DINSDAG 15 JULI Veilinghuis Sotheby gaat werken met ebay. Het bekende veilinghuis Sotheby zal vanaf het najaar een livestream plaatsen op eBay, waar mensen kunnen meebieden. Het bekende veilinghuis heeft vijftig vestigingen verspreid over de hele wereld, waaronder in Londen, New York en Brussel. Slachtoffer steekpartij overleden. De zesendertigjarige man die gisteren overvallen werd in Neder-over-Heembeek is overleden aan zijn verwondingen. De redenen voor de overval zijn niet bekend. Het nieuwe gebouw van de VRT kost 105 miljoeN. De VRT gaat verhuizen. Het nieuwe pand komt op de Reyerscampus, achter het huidige gebouw. Tot april 2015 kunnen ontwerpers hun voorstel indienen, in 2019 hoopt de VRT het nieuwe gebouw in gebruik te kunnen nemen. Samengesteld door Jasmijn Post

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF


BDW 1435 PAGINA 4 - DONDERDAG 17 JULI 2014

Samenleving > Herinnering aan de Holocaust staat onder druk

Superdivers, zonder Shoah BRUSSEL – Van Laurent Louis tot de aanslag in het Joods museum van Brussel, allebei zijn ze het product van een samenleving die de Holocaust steeds openlijker in vraag stelt. Die graadmeter legt een bredere kloof bloot: het wordt aartsmoeilijk om in diverse en digitale steden een gemeenschappelijke geschiedenis te vinden die iedereen aanvaardt.

V

ier gebeurtenissen, die niets met elkaar te maken hebben, behalve dat ze in hetzelfde tijdvak gebeuren, in hetzelfde jaar ook. Ze mogen natuurlijk niet onderling worden verbonden, maar ze vinden wel plaats in een en dezelfde stad. De jaarwende. Laurent Louis bereikt met zijn beweging Debout Les Belges zijn hoogtepunt. In een zaaltje van het federale parlement verzamelt hij een flink aantal volgelingen. Hij laat uitschijnen dat de Holocaust fel gerelativeerd kan worden, zo niet ontkend. Slotsom: de huidige economische en maatschappelijke malaise is de schuld van het wereldwijde zionisme, de leer die stelt dat Joden een eigen staat nodig hebben. Het zionisme, aldus Louis, beheerst de wereld, onderdrukt moslims, knecht ontwikkelingslanden en perverteert samenlevingen. 24 mei. Mehdi Nemmouche, een Fransman van Algerijnse origine, dringt het Joods museum in Brussel binnen en opent er het vuur. Vier personen sterven. Nemmouche vocht in Syrië, maar bleef onzichtbaar voor de veiligheidsdiensten. Een eenzame wolf, zelfs niet actief op Facebook, in stilte geradicaliseerd. Voor welke zaak? Dat weet men eigenlijk niet. Nemmouche had geen sterke religieuze gevoelens. Juni. Dyab Abou Jahjah stelt zijn boek De stad is van ons voor. Het is een ‘manifest van een nieuwe meerderheid’, waarmee Abou Jahjah bedoelt: een alliantie tussen politiek links-progressieve krachten, gematigde moslims, mensen die de superdiversiteit omarmen en mensen die het Westen waarin ze zijn opgegroeid, met zijn geschiedenis, normen en waarden en zijn nationale tradities, niet meer als ijkpunt van de wereld beschouwen. Deze meerderheid krijgt vorm in de steden, en vooral in Brussel, zo stelt Abou Jahjah. Hoewel Jahjah een intellectueel is, laat hij niet na Antwerps burgemeester Bart De Wever een ‘zionistenpijper’ te noemen. Nog volgens Abou Jahjah is zijn nieuwe meerderheid de beste garantie tegen een ‘verrechtsing’ van de samenleving,

maar ook tegen de militante islam. Juli. Na de ophef die er in Israël is ontstaan bij de moord op drie Israëlische tieners door Palestijnen, regent het vergeldingen langs beide zijden van de Israelisch-Palestijnse grens. Een Palestijnse tiener wordt vermoord door joodse kolonisten, waarop raketten richting Israël worden gelanceerd. Waarop de Gazastrook wordt geviseerd door het Israëlische leger. Op Facebook laten verschillende Brusselse politici – hoofdzakelijk moslim en/of (extreem)links – hun verontwaardiging over het lot van de Palestijnen blijken. Vaak met oproepen om Israëlische producten te boycotten. Er broeit duidelijk iets in Brussel, kortom.

Islam Het werd al eerder gesteld: in deze stad wonen veel immigranten, of kinderen van immigranten. Bij vele moslims onder hen zijn de Joden niet geliefd. Dat toonde alvast on-

“Andere culturen kennen het ijkpunt dat de Holocaust voor ons is niet” derzoek aan van socioloog emeritus Mark Elchardus van de Vrije Universiteit Brussel. Hij voerde de voorbije jaren onderzoek naar antisemitisme bij scholieren van de tweede en derde graad in Brussel, Gent en Antwerpen. De resultaten zijn duidelijk: van de niet-moslims is om en bij de tien procent antisemitisch, bij moslimjongeren is dat 45 tot 50 procent. Elchardus: “Wat sociologisch zo mogelijk nog interessanter is, is dat er bij de niet-moslims een duidelijk verband bestaat met sociale achtergrond. Hoe armer of precairder hun situatie, hoe sterker antisemitisch. Bij moslims daarentegen is er geen aantoonbaar verband tussen sociale achtergrond en wantrouwen tegen-

over Joden. Het maakt met andere woorden niet uit of ze arm of rijk zijn, of hun ouders hoogopgeleid zijn of niet. Dus kunnen we concluderen dat het antisemitisme heel sterk samenhangt met hun religieuze identiteit.” “Daarmee zeg ik dus niet dat een moslim per definitie antisemitisch is, laat staan dat antisemitisme inherent zou zijn aan die godsdienst,” zo verduidelijkt Elchardus met klem. “Ik zeg daarmee dat, als je een traditionele moslim bent, de kans vandaag groot is dat je antisemitisch bent.”

Kwaad (1) “Voor mijn generatie is de Holocaust het morele ijkpunt van het kwaad,” zo gaat Mark Elchardus verder. “Ik ben opgegroeid met de schuldvraag die aan de Holocaust vasthing, namelijk een genocide die zich heeft voorgedaan binnen een rijke en hoge Europese cultuur. Andere culturen hebben datzelfde ijkpunt niet, en op zich hoeft dat niet erg te zijn, behalve als mensen daaruit concluderen dat in een diverse samenleving de geschiedenis dan ook maar moet aangepast worden ten gunste van minderheidsgroepen. Groepen die bijvoorbeeld vinden dat door het Westen begane gruwelen in het Midden-Oosten minstens evenveel aandacht verdienen als de Holocaust. Ik wil gruwel echter niet vergelijken. De Holocaust blijft voor mij een ijkpunt van het kwaad omdat het wijst op de gevaren die in onze westerse cultuur schuilen.”

Wetenschap Voor Elchardus is de demarcatielijn duidelijk: “Het Westen leeft dankzij wetenschap. Dat systeem wil ik verdedigen. Momenteel vormt de traditionele islam hiervan het tegendeel: het gaat lijnrecht in tegen het Westen. Religieus traditionalisme gaat uit van duidelijke normen, gestrengheid in de leer en gehoorzaamheid. Het Westen daarentegen gaat uit van waarden die worden onderzocht. Dat is een moreel project, zeker, maar wel een moreel project dat het resultaat is van een lang traject van onderzoek, en niet van hiërarchie.” Het Westerse model staat dus onder druk, zegt Elchardus, niet alleen door de traditionele islam, maar ook door een Westerse denkfout. Elchardus: “De individuele vrijheid die we hier kennen is geen uitgangspunt door de natuur gegeven, maar een product van de vrije samenleving.

Laten we dat niet vergeten.”

Symbooldossier Herman Van Goethem is conservator van de Mechelse Dossinkazerne, vanwaar in de Tweede Wereldoorlog transporten naar de concentratiekampen Auschwitz-Birkenau vertrokken. Bijgevolg is hij goed geplaatst om onze herinnering aan de Holocaust te duiden, en de invloed van de symboliek van het IsraëlischPalestijns conflict op de Holocaust toe te lichten. Van Goethem: “Onze ‘obsessie’ met de Holocaust komt voort uit de Europese schuldvraag. Men wilde hel-

der duiden waarom de Holocaust had plaatsgevonden, vooral vanaf de jaren 1970. En dus is men dat systematisch gaan onderzoeken. Maar zelfs in Israël leefde de Holocaust niet echt voor het proces van SS-kopstuk Adolf Eichmann begin jaren 1960. De stichting van Israël in 1948 was in de eerste plaats een geopolitiek gegeven, pas later kwam de Holocaust erbij als verhalend element.” “Momenteel is de Holocaust, zoals ook het Israëlisch-Palestijnse conflict, de inzet van een veel bredere tegenstelling, namelijk de simplistische polarisering tussen ‘het Wes-


BDW 1435 PAGINA 5 - DONDERDAG 17 JULI 2014

mag, maar je wordt nu eenmaal geacht om, als je hier woont, onze samenleving en onze geschiedenis te aanvaarden. Een rode draad daarin is de zoektocht naar de Verlichting. Ook dat is een ideologie, maar door haar nadruk op individuele vrijheid is ze per definitie rationeler dan andere ideologieën.”

Kwaad (2) Essayist en filosoof Wim van Rooy is somberder in zijn analyse. van Rooy schreef al talloze kritieken op de multiculturele samenleving en de gevolgen van dat idealistische maatschappijmodel. “Het Westen beleeft momenteel een periode van grote verwarring. Het ontbreekt ons aan de nodige kaders om een aantal maatschappelijke tendensen te zien, en het toenemende antisemitisme en de vlucht van Joden uit Europese steden naar Israël is er daar een van. Meer algemeen zou ik durven stellen dat we hier in Europa in al onze verwarring verleerd zijn om het kwaad te zien. Dat is een moeilijk te omschrijven begrip. Maar we zijn zo bezig met de vraag hoe we een goed mens kunnen zijn dat we een gevaarlijke evolutie over het hoofd zien. Misschien zouden we beter af en toe ons gezond verstand gebruiken in plaats van altijd dreigingen goedgelovig weg te redeneren.”

Obsessie

© Wauter Mannaert

terse model’ en ‘de Islamwereld’. Vergelijk het met een symbooldossier als Voeren of Brussel-Halle-Vilvoorde. Vlamingen en Franstaligen bevechten elkaar volgens de eigen logica van een symbolenstrijd, maar aan buitenstaanders valt zoiets niet rationeel uit te leggen.”

Ideologie “Als we het over symboliek hebben, dan zitten we inderdaad in het vaarwater van ideologie, en ideologie is vaak irrationeel,” zegt Van Goethem. “Hoe vaak ontmoet ik niet mensen die ‘de Jood’ als categorie gebruiken: zo maak je het mee dat

een Belgische Jood dus ook schuldig wordt geacht aan Palestijns leed. Ideologie is geen zaak van ratio of intelligentie, maar van groepsidentiteit. Moslims van hun kant zetten zich, om de eigen identiteit te benadrukken, af tegen het Jodendom en het Westen, dat ze als één machtig blok aanzien.” “Zulke evoluties werken ook door in onze omgang met de geschiedenis. Europa heeft een obsessie met identiteit, waardoor we de Holocaust niet willen loslaten. Migranten stellen echter andere vragen over geschiedenis omdat ze die verbondenheid met de Holocaust niet hebben. Dat

Hebben jonge mensen dan helemaal geen recht om kritiek te hebben op het Westen, en op het verlichtingsproject? Of op Israël, of het Zionisme? “Uiteraard wel,” zegt de Luikse filosoof en politoloog Jérôme Jamin, die de Franse komiek Dieudonné volgt, een notoire ‘antizionist’ die flirt met antisemitisme, en ook in Brussel populair is onder de jeugd. Jamin: “Alleen verwarren vele jongeren een kritische geest met eenzijdig kritiek leveren. Een voorbeeld: het is perfect legitiem om kritiek te hebben op de staat Israël, zeker als je in Gaza woont en raketten een kwestie van leven of dood zijn. Dat verandert echter als je hier woont en meent om elke dag kritiek op Israël te moeten hebben. Dan wordt het een obsessie, een bestaansreden, en dan kan je je afvragen of er geen antisemitische agenda achter die kritiek zit.” “Het is goed dat mensen een kritische geest hebben en vragen stellen bij alles wat de media ons willen doen geloven. Dat is echter een eerste stap. Ik vrees alleen dat voor heel

Handicap & informatie ZAVELENBERG

✆ 0800-15045

alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

Lastigvallen “Ook bij mijn studenten merk ik op dat het niet altijd meer vanzelfsprekend is om het over de Holocaust of de Joden te hebben,” zegt Jamin. “Jongeren uit alle lagen van de bevolking vragen zich af waarom het nooit over de Gazastrook mag gaan. Dat is natuurlijk onzin: er wordt ook veel over de Gazastrook bericht, maar men vergeet dat de Holocaust - het gepland vermoorden van mensen op grote schaal door een regime dat verkozen was - niet hetzelfde is als de oorlog in Gaza. Het feit dat de Holocaust in de media nog altijd als ijkpunt wordt gezien, voelt voor jongeren echter aan alsof het alleen maar daar over gaat. En de internetgeneratie zegt dan: ‘Goed, als we ons er geen vragen over mogen stellen, dan lachen we er mee.’ En dan krijg je figuren als Dieudonné of Laurent Louis, die de Holocaust afdoen als de schuld van de blanken.” Jamin trekt de lijn door: “De jongste generatie is opgegroeid met internet. Dat is een geatomiseerde wereld waarin je perfect je eigen wereldbeeld kan samenstellen, een soort van schijnwereld waarin dingen waar zijn, of misschien niet waar zijn, maar waarin men het gevoel heeft dat het op het einde van de rit allemaal niet uitmaakt. In zo’n wereld hebben websites die een ander, duidelijker verhaal vertellen natuurlijk meer aantrekkingskracht. Mijn vrees is dan ook dat mensen, als ze moeten kiezen tussen een slechte leider of helemaal geen leider, zullen kiezen voor het eerste. Daarom ook dat zoveel aanhangers van alternatieve theorieën de Russische president Vladimir Poetin achternalopen.” Het is moeilijk om de breuklijn waarvan sprake in dit artikel echt te duiden. Religieus-moreel ontmoet andersglobalisme, paart met internetglobalisme, en bindt zich in een solidaire saus. En nestelt zich in de superdiverse stad.

Christophe Degreef

ADVERTENTIE

ADVERTENTIE

Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

wat mensen die eerste stap volstaat als zingeving. Alternatieve analyses van de geschiedenis zijn dan wel vaak (deels) gebaseerd op ware feiten, maar de gevolgen die mensen er aan geven niet. Zo kom je tot een wereldbeeld waarin kritiek op bijvoorbeeld de Europese Unie perfect leidt naar een systeem dat in handen is van Joden of bankiers, en mensen wil onderdrukken.”

SINT-AGATHA-BERCHEM

Een springplank naar een kansrijke toekomst!

Onze leerlingen tekenen al hun arbeidscontract tijdens hun schoolcarrière.

Nieuwe opleiding : ELEKTROMECHANICA Onze opleidingen naar knelpuntberoepen…

TSO: informaticabeheer, secretariaat-talen, podiumtechnieken en elektromechanica BSO: ruwbouw, elektrische installaties, centrale verwarming, sanitaire installaties en verzorging Meer info of inschrijven: www.kta-zavelenberg.be KTA Zavelenberg, Oscar Ruelensplein 13, 1082 St. Agatha-Berchem, tel: 02.482.01.01


BDW 1435 PAGINA 6 - DONDERDAG 17 JULI 2014 © ARCHIEF LACA

In 1914 was het Koninklijk Circus de grootste zaal van Brussel. De vredesbetoging van 9 juli 1914 - om de gevreesde oorlog af te wenden lokte volgens ooggetuigen 6.000 aanwezigen, terwijl er slechts 3.000 zitplaatsen waren.

Wereldoorlog I in Brussel > Focus 1: Het Koninklijk Circus, 29 juli 1914

Het circus van de hoop BRUSSEL – Op dinsdag 29 juli 2014 zal het precies honderd jaar geleden zijn dat in het Koninklijk Circus van Brussel een internationale vredesmeeting plaatsvond tegen de oorlog, minder dan een week voor het uitbreken van de Groote Oorlog.

D

e massabijeenkomst werd bijgewoond door duizenden linkse sympathisanten. De meeste deelnemers kwamen vooral voor Jean Jaurès, begenadigd spreker en politieke ster aan het Franse socialistische firmament. De aankondigingen in linkse kranten om op woensdagavond 29 juli 1914 massaal naar het Koninklijk Circus af te zakken voor een internationale meeting en een betoging voor de vrede hadden hun effect niet gemist. Al vroeg in de avond vertakten de aanzwellende wachtrijen zich in lange slierten vanuit de Onder-

wijsstraat over de hele omgeving van de Vrijheidswijk. In 1914 was het Koninklijk Circus de grootste zaal van Brussel waar een massabijeenkomst van een dergelijke omvang kon worden gehouden. Toch was de capaciteit ontoereikend, want in een mum van tijd zat het circus tot aan

volgens sommige ooggetuigen waren er minstens 6.000 aanwezigen. Het bureau van de Tweede Internationale (de naam van de overkoepelende organisatie van alle socialistische partijen, red.), had een uitgebreid programma samengesteld met gastsprekers uit Duits-

Jean Jaurès: “Ah! Het paard van Attila dat vroeger met opgeheven hoofd galoppeerde, het maakt nog bang, maar het struikelt. We moeten van die aarzeling gebruik maken om de vrede op te leggen”

de nok gevuld. Veel belangstellenden geraakten niet binnen. Officieel waren er 3.000 zitplaatsen maar

land, het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Italië, Nederland en Frankrijk. De socialisten hadden gedreigd met

een algemene staking mochten de kapitalisten het tot een wereldbrand laten komen. Ze stonden pal achter Marx’ credo dat proletariërs eigenlijk geen vaderland hadden. Daarom zouden de leiders in Brussel hun afschuw uitdrukken over het wapengekletter in de Balkan dat nu ook heel Europa in zijn val dreigde mee te sleuren. Top of the bill was de Franse socialistische voorman Jean Jaurès. Een man die even hard door links werd bewonderd voor zijn retorisch talent als door rechts verafschuwd vanwege zijn radicale standpunten. Jaurès was als charismatische spreker in staat om de massa’s in vervoering te brengen met beeldrijke taal. Het publiek in het Koninklijk Circus behoorde niet alleen tot de socialistische of progressieve zuil maar voelde zich aangetrokken door Jaurès-de-redenaar; hij zou een hoopvolle en pacifistische bood-

WO I IN BDW Op 20 augustus 2014, amper zestien dagen nadat Duitsland de oorlog had verklaard, trekken de Duitse soldaten Brussel binnen. Enkele dagen voordien hadden ze de amper twee maand oude brug over het kanaal te Humbeek in brand gestoken, Brussel blijft niet langer onbezet. Onze redactie brengt een zomer lang verhalen uit het stadsleven gegrepen die bewijzen dat de mentale spanning in de hoofdstad niet moest onderdoen voor de gruwels aan de frontlijnen. De Brusselaar was maximaal betrokken bij het leed van de verdrukking. In de reeks ‘Eerste Wereldoorlog in Brussel’ focust Stefan Moens, docent journalistiek aan de Erasmushogeschool Brussel, op gebouwen en historische personages die zwarte bladzijden hebben gekleurd in de geschiedschrijving van de hoofdstad. Focus 1 gaat aan de oorlog vooraf. JMB


schap brengen. Er zaten in het publiek naast arbeiders ook burgers, bedienden, ambachtslui, vrouwen met kinderen en heel wat buitenlanders. Wanneer Jaurès als laatste het spreekgestoelte bestijgt, krijgt hij een minutenlange ovatie en schreeuwt het publiek “Leve Jaurès! Bravo! Hoera! Vive la France!”. Zijn speech wordt voortdurend onderbroken door toejuichingen en applaus. Jaurès zegt dat hij in de Brusselse straten gelukkige koppels ziet flaneren maar dat hij in de indruk krijgt dat de Dood al met hen meeloopt. Zijn betoog is een striemende aanklacht waarin hij afrekent met de machthebbers: “Zij leiden de volkeren naar de afgrond, maar op het laatste moment aarzelen ze. Ah! Het paard van Attila dat vroeger met opgeheven hoofd galoppeerde, het maakt nog bang, maar het struikelt! We moeten van die aarzeling gebruik maken om de vrede op te leggen.” Na afloop veert iedereen in de zaal recht. Er wordt druk gezwaaid met hoeden en zakdoeken. Emile Vandervelde, als leider van de Belgische Werkliedenpartij (BWP) medeorganisator van de meeting, kan met moeite de meeting afsluiten. De tonen van de Internationale overstemmen zijn aanmaningen om de kalmte te bewaren. Het is halfelf. De betoging kan vertrekken. De socialistische en liberale militanten wandelen met hun rode en blauwe vlaggen via de Onderwijsstraat en het Vrijheidsplein naar de Schaarbeekse Poort. Goed omkaderd door de politie vervolgen duizenden manifestanten hun weg via de Kruidtuinlaan naar de benedenstad. Via de centrale lanen bereikt de menigte de Grote Markt waar de optocht rond middernacht zonder incidenten wordt ontbonden. Revolverschot Een taxi brengt Jaurès na afloop van de meeting terug naar zijn Brussels hotel: Hôtel Espérance. Op 30 juli is er nog een laatste vergadering van het Bureau van de Internationale in het Volkshuis. Na afloop lopen Jaurès en Vandervelde naar de Zavel. Jaurès probeert Vandervelde gerust te stellen: “De crisis zal aflopen zoals die om Agadir. Het komt en het gaat. Maar het kan niet dat de dingen niet geregeld raken. Ik heb nog twee uur voor mijn trein vertrekt. Laten we nog een bezoek brengen aan uw Vlaamse Primitieven in het Museum voor Schone Kunsten.” Vandervelde moet het aanbod weigeren want hij wordt in Londen verwacht. Ze nemen afscheid van elkaar. Ze zullen elkaar nooit meer zien. Twee dagen later wordt Jaurès door een dolgedraaide nationalist in een Parijs restaurant met een revolverschot in de rug vermoord. Vier dagen na de moord op Jaurès zal Vandervelde samen met zijn socialistische kameraden de oorlogskredieten stemmen in een bewogen parlementszitting. Niets stond de oorlog nu nog in de weg…

Stefan Moens

In de volgende aflevering (BDW van 7 augustus): Het Paleis der Natie, 4 augustus 1914: Koning Albert spreekt het Parlement toe

© ARCHIEF LACA

BDW 1435 PAGINA 7 - DONDERDAG 17 JULI 2014

P-PRAAT

Ook fotomateriaal kan ons bij de neus nemen, hier tweemaal dezelfde foto uit Evere (gemeentebestuur en burgerwachtoversten), als de eerste Duitse soldaten stranden.

Laatste kolom voor ons zomerreces. Inderdaad, ook uw commentator verdient een vakantie. Graag hadden wij ons enkele maanden teruggetrokken op een landgoed in Frankrijk om ons daar te beraden over de toekomst, waarna u luidkeels zou smeken om onze terugkeer. Maar er werd ons maar een luttele twee weken vrijaf gegeven, waarop wij terug zullen zijn nog voor u ons mist. Tant pis. Over Frankrijk gesproken: Olivier Maingain heeft zijn eerste overwinning in la coalition Beulemansoise al binnen. Of vond u het toeval dat het regeerakkoord op Quatorze Juillet werd voorgesteld in de spiegelzaal van Versailles het Brussels parlement? Wedden dat er voor het einde van deze regeerperiode een congres van de francité wordt georganiseerd in Brussel, waarop het Mädchen Grouwels plechtstatig zal moeten verklaren dat Brussel een Franstalige stad is? En wij koesterden nog enige hoop dat ze noordelijk tegengas zou geven nu Duitsland wereldkampioen voetbal is geworden. Bruno De Lille van de Vlaams-Brusselse groenen is trouwens terug van een beetje te zijn weggeweest. Hij vindt dat het huidige regeerakkoord van de FDF-SP.A-CD&V-CDH-PS-OpenVld-coalitie te veel oog heeft voor de jonge werkzoekenden, en te weinig voor de oudere werkzoekenden. Voorts moeten wij Bruno feliciteren met de term ‘moerascoalitie’, een knap staaltje framing. Zo te zien is de ex-staatssecretaris de truken van de consultancyfoor nog niet verleerd.

Op het bordje op de bovenste foto staat: Nous les attendons l’arme au pied. Met fotoshop-avant-la-lettre publiceerden de Duitsers de tweede foto: Paisibles Belges attendant les Allemands barbares, maar het laatste woord is dan weer uitgeveegd...

Verslaggeving 1914-1918 > Karel Van de Woestijne vanuit Brussel

Uit het ‘Dagboek van den Groote Oorlog’ BRUSSEL - De hele maand augustus dompelen we u onder in de sfeer van het hoofdstedelijk nieuws anno augustus 2014 – november 2018. Met sfeerverslaggeving van toen die beklijft, en het straatleven in de stad tastbaar maakt. Schrijver Karel Van De Woestijne is onze spiegel. We sprokkelen daarom uit de lijvige reeks van dertien bundels Columns in de Nieuwe Rotterdamsche Courant, opgetekend als Dagboek van den Grooten Oorlog, door oorlogscorrespondent van dienst Karel Van de Woestijne (1878-1929), broer van kunstschilder Gustave. Al in 1904 had Van de Woestijne gevist naar een job bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant, getuige: ‘Kunt ge er niet voor zorgen dat ik de vetbetaalde correspondent zij van een Hollandsche Courant voor ‘t Nederlandsch Congres?’. In tijden van gecensureerde en clandestiene pers in België bleek de pers in het ‘neutrale’ Nederland een essentiële bron van informatie over het reilen en zeilen in Brussel, en in die troosteloze oorlogsjaren zaten Herman Teirlinck en Karel Van de Woestijne zo goed als ‘opgesloten’ in het bezette Brussel. De journalist flaneerde dan ook door de stad waar hij woonde, en sprokkelde nieuws voor zijn co-

lumns. Eten bijvoorbeeld was een essentiële bekommernis in de overlevingsstrijd die de Brusselaar binnen zijn stadsgrenzen moest voeren; het onging hem niet. Er was omzeggens geen politiek leven in Brussel, waar kon oorlogscorrespondent Karel Van de Woestijne dan anders over schrijven? Soms liederlijk, soms literair, soms pathetisch en soms koel-waarnemend, maar altijd alleszeggend zuigt Van de Woestijnes pen ons mee in de confrontatie met de bezette stad. We illustreren de reeks met ‘getuigenisfotografie’ van verzamelaars, die hun foto’s bezorgden aan Laca, de Geschied- en Heemkundige Kring van Laken, gearchiveerd door Wim van der Elst (zie bovenaan). Eén snede uit Van de Woestijnes getuigenverslag onthouden we u alvast niet. Bij de poort van het Ministerie van Buitenlandse Zaken krijgt hij bevestiging van zijn vermoeden, op dag één, 4 augustus 1914, van de oorlog. ‘In (...) zijn diepe, donkere oogen stonden twee tranen als groote parelen. En meer moest ik niet weten: het was er...’. Jean-Marie Binst Aflevering 1: ‘De Duitse soldatenkantines’ in BDW van 7 augustus

Bij de N-VA zijn ze trouwens ook opnieuw wakker geworden na enkele maanden stilzwijgen. Wellicht is het de Vlaamsnationalisten niet gelukt de draaiing van de aarde met een geijkte meetlat te registreren. Om het met een boutade te zeggen: mochten de flaminganten evenveel communiceren als Bruno De Lille, dan zou de Vlaamse onafhankelijkheid al per opbod kunnen verkocht worden op eBay. Zo, prettige vakantie, en vergeet ons niet luidkeels terug te roepen, dames en heren.

CHIEN ÉCRASÉ Nee, geen ganzen deze week. Wij hebben gemerkt dat onze rubriek te zeer in trek is geraakt bij vogelliefhebbers, en te weinig bij vliegtuighaters. Nee, eigenlijk zouden wij ons in deze laatste Chien Ecrasé nederig moeten neerleggen bij al het oorlogsleed dat u in de kolommen hiernaast kan lezen. Toch enkele opmerkingen: de grote foto op pagina 6 van deze krant lijkt een beetje op de bijeenkomst van de nieuwe Brusselse regering. Schijn bedriegt echter, dames en heren, want de premissen zijn honderd jaar later toch een beetje anders, ook al zou men het op het eerste gezicht niet zeggen. Toentertijd verheugde men zich in een circus te verzamelen om vrede te prediken terwijl den Duits voor de deur stond, terwijl men zich nu in een parlement ophoudt om communautaire rust te bevelen terwijl men de fédération Wallonie-Bruxelles langs de voordeur binnenlaat. Nu ja, honderd jaar geleden kwam er toch oorlog van, dus dat circus is toch niet zo’n goed idee gebleken. Dan toch maar een parlement, en la fédération. Wij kiezen eieren voor ons geld. Ganzeneieren, voor de vogelliefhebbers. Hoewel, we hebben het stuk op pagina zes eens goed gelezen, en eigenlijk moeten we bekennen dat er in honderd jaar tijd toch weinig veranderd is. Toen al riep links in Brussel ‘Vive la France’ om de kapitalistische macht te breken. Wat is dus het verschil met nu? De vraag van één miljoen... Wel, dames en heren, dat links Brussel vandaag zelf door de marxisten wordt uitgejouwd.


BDW REGIO

BDW 1435 PAGINA 8 - DONDERDAG 17 JULI 2014

Deze week aan de Antwerpsepoort > Gedoogzone krijgt kritiek van op straat

Straatprostituees aan IJzer niet eens met plan Mayeur

hele andere weg dan afgesproken begon uit te gaan is ze uit de auto gesprongen. Nu zit ze met een gebroken voet.” De aanwezigheid van de politie is de laatste weken wat geminderd. Maar de eerste maand na de afkondiging van het plan van burgemeester Mayeur was dat wel anders. “Er zijn agenten die niets zeggen, maar je hebt er evengoed andere die vanuit hun dienstwagen met de megafoon op je roepen dat je je terug in de gedoogzone moet begeven,” aldus Kamyla. “Maar het hangt af van de interpretatie van de agenten. Hoe je gekleed bent bijvoorbeeld,” vertelt Sofie. “Ik ben eens op straat aangesproken terwijl ik gewoon naar de winkel ging. Dat is toch totaal absurd.” “Er is overlast, dat wil ik niet ontkennen. Klanten die hier in groepen rondhangen, meisjes die kabaal maken, afval,... Maar er gebeuren wel meer dingen die niet kunnen in de wijk. Waarom worden wij geviseerd? De politie overdrijft.” Sofie en Kamyla zien dat sommige meisjes niet meer opduiken. “Misschien is dat wat men wil, maar wat doen die vrouwen nu in de plaats? Ze staan alleszins niet achter de kassa van de supermarkt.”

Regionale aanpak nodig

In een open brief aan de burgemeester klaagt een groep prostituees dat het stukken moeilijker werken is in de nieuwe zone waar straatprostitutie getolereerd wordt.

BRUSSEL – Eind maart besliste de Brusselse burgemeester Yvan Mayeur om de straatprostitutie in de Alhambrawijk aan banden te leggen. Er werd een gedoogzone ingesteld, prostituees die zich toch elders opstellen kunnen op een boete rekenen. “Maar ten gronde verandert er niets, alleen wordt ons het leven lastig gemaakt.”

H

et is behoorlijk druk op het plein aan de Antwerpsepoort. Zeker een dertigtal vrouwen zijn aan het werk. Zelfs als duidelijk gehaaste voorbijganger krijg je een “ça va, chérie?”. Het doet vreemd aan, straatprostitutie in de voormiddag. Het pleintje aan de Antwerpsepoort valt binnen de gedoogzone, samen met delen van de Antwerpselaan en de Boudewijnlaan. Maar de kleine straatjes in de buurt waar zich ook enkele rendezvoushotels bevinden, zijn nu verboden terrein voor de prostituees. Nochtans was het vooral daar dat de meeste van hen hun plek hadden. Als reactie op de beslissing van Mayeur kwam er een open brief ondertekend door een groep prostituees. Ze klagen aan dat het stukken moeilijker werken is in de nieuwe zone waar straatprostitutie getolereerd wordt en dat de politie op overdreven respectloze wijze de prostituees binnen de gedoogzone dwingt. Daar

kan de verkiezingskoorts wel voor iets tussengezeten hebben, want de laatste weken is de politie minder opvallend aanwezig, althans volgens Sofie en Kamyla. Beide vrouwen werken al enkele jaren als prostituee in de Alhambrawijk.

zichtbaarder geworden sinds de straten in de Alhambrawijk tot verboden terrein verklaard werden. Dat maakt niet alleen dat veel klanten wegblijven, ook passanten worden veel meer geconfronteerd met de straatprostitutie, en dat geeft spanningen. “Als prostituee word je

© BART DEWAELE

inkomsten. Dat heeft zijn gevolgen voor vrouwen voor wie prostitutie vaak een noodzaak is om te overleven. “Vrouwen laten hun prijzen zakken. Sommigen die ‘s nachts werken aanvaarden klanten voor 15 of 20 euro,” vertelt Sofie. “Voor ons is die prijs niet acceptabel, maar het gebeurt meer en meer. Steeds meer meisjes gaan erop in als een klant geen voorbehoedsmiddelen wil gebruiken.” “We zien ook andere dingen die we vroeger minder zagen. Meisjes die

Verkiezingskoorts “Er komen beduidend minder klanten sinds eind maart. De discretie is weg, en dat schrikt af. Zelfs veel habitués zien we niet meer,” vertelt Kamyla. “Er staan ook veel te veel meisjes op een hoop, want binnen die gedoogzone is heel wat minder plaats dan vroeger in de straten eromheen. Dat maakt de sfeer op straat heel anders, veel agressiever. Meisjes klampen potentiële klanten aan, dat gebeurde vroeger minder. Nu word je als klant bijna in twee getrokken,” lacht ze. “Mensen aanklampen interesseert me niet zo, het is beter als ze naar je toe komen.” De straatprostitutie is een stuk

CHRISTINE LEMMENS (ENTRE 2):

“De burgemeester zegt dat hij geen straatprostitutie meer wil in de Alhambrawijk, maar nu verplaatst het fenomeen zich enkel” constant beledigd. Door iedereen. Bewoners, voorbijgangers, groepjes jongeren,... Dat was tot voor kort anders, beter, of minder erg alleszins.” Minder klanten betekent minder

meegaan in de auto bijvoorbeeld,” vult Kamyla aan. “Zelf doe ik dat nooit. Je weet niet wat er kan gebeuren. Een vriendin stapte laatst in de auto van een klant. Toen die een

Ook Christine Lemmens heeft weinig goeds te vertellen over de nieuwe situatie die er ontstaan is na het invoeren van de gedoogzone. Lemmens staat aan het hoofd van Entre 2, een organisatie die werkt met de prostituees aan IJzer. “Dergelijke absurde en arbitraire situaties laten zien dat deze maatregel echt geen oplossing is. Er verandert niets ten gronde, alleen de levenskwaliteit van de vrouwen gaat erop achteruit. De burgemeester zegt dat hij geen straatprostitutie meer wil in de Alhambrawijk, maar nu verplaatst het fenomeen zich enkel. Nu goed, de laatste weken is het weer rustiger. De verkiezingen zijn natuurlijk altijd een interessante periode om zijn inwoners een plezier te doen. Het is bijna een karikatuur.” Mayeurs stelt dat de gedoogzone er is gekomen in overleg met de Brusselse organisaties die opkomen voor de prostituees. Dat ziet Lemmens toch anders. “Mayeur heeft zijn plan doorgedrukt zonder enige rekening te houden met ons advies. Daarom dat we uit het overleg gestapt zijn. Dat is jammer, onze ervaring wordt miskend. Enkele dagen geleden kwam Mayeur met het idee van een Villa Tinto zoals in Antwerpen. Zo’n voorstel laat zien dat men niet weet waarover men spreekt.” “Villa Tinto heeft zijn verdienste, maar een dergelijk project zou niets veranderen aan de straatprostitutie aan Yzer.” Hoe moet het dan wel? “Er is nood aan een regionaal platform waar alle actoren uit Brussel samenzitten. Nu verdedigt elke burgemeester zijn eigen belangen, wat leidt tot beslissingen die elkaar tegenwerken. En ondertussen heeft niemand oog voor de prostituees als mens.”

Toon Lambrechts


BDW 1435 PAGINA 9 - DONDERDAG 17 JULI 2014

Brussel-Stad > Stad wil geen belastingverhoging

Brussel-Stad > Ecolo laakt optreden tijdens Europese Zakentop

‘Evaluatie politie volgt’

Stripmuur: de fiscus kijkt toe Het stripparcours van de stad Brussel wordt in de Lokvogelstraat in Laken uitgebreid met een tekening van Jommeke.

TELEXREGIO

Ook de Franstalige oppositie kan het voorstel van schepen Ans Persoons (SP.A) smaken, maar toch had Hamza Fassi Fihri (CDH) slecht nieuws. Een eigenaar die zijn muur in het verleden ter beschikking stelde voor een striptekening, zag zijn onroerende voorheffing stijgen omdat zijn pand in waarde geste-

gen was. Het schepencollege bleek niet op de hoogte te zijn. Burgemeester Yvan Mayeur: “Dat is alvast niet de bedoeling, maakt u me de identiteit van de eigenaar over? We gaan dat in het college onderzoeken. Indien het klopt, gaan we de conventie die de stad met de eigenaars sluit, aanpassen.” De Vlaamse Gemeenschapscommissie staat in voor het ontwerp, de financiering en de verwezenlijking van Jommeke. De stad gaat DV de stripmuur onderhouden.

NEDERLANDS IN EVERSE WINKELS De gemeente Evere gaat handelaars en horeca-uitbaters aanmoedigen om Nederlandstalige klanten in hun taal aan te spreken. Schepen van Economie Martine Raets (Open VLD) heeft in samenwerking met het Huis van het Nederlands een mapje uitgewerkt, Let’s Talk Shopping, waarin een op maat gemaakt lexicon zit met courante uitdrukkingen in het Nederlands tussen klanten en handelaars. Daarnaast kunnen handelaars taallessen nemen of zelfs 100 minuten persoonlijke coaching winnen door een zelfklever op hun raam te hangen. SVG

BEZOEK AAN ‘DEN ABATTOIR’ Het slachthuis in Kuregem zou in de toekomst wel eens the place to be kunnen worden in Brussel. Er staan allerlei projecten op til. Het Masereelfonds kijkt naar het verleden van ‘den abattoir’ en blikt vooruit met een wandeling op deze levendige plek gegidst door Dirk De Caluwé. Afspraak donderdag 7 augustus om 18 uur aan de zitbanken van het Baraplein in Anderlecht (uitgang Zuidertoren van het Zuidstation). 5/7 euro. Inschrijven SVG is wenselijk: 02-502.38.80 of brussel@masereelfonds.be

Burgemeester Yvan Mayeur(PS) raadt de manifestanten van L’Alliance D19-20 - die hier reden menen voor te hebben - aan om klacht in te dienen bij Comité P en hem een kopie te sturen. L’Alliance D19-20 betoogde op 15 mei tegen de onderhandelingen op de transatlantische zakentop TTIP. De politie is toen volgens gemeenteraadslid Cathérine Lemaître (Ecolo) zwaar haar boekje te buiten gegaan. De betogers mochten hun ding doen op het Poelaertplein en ze hadden de politie duidelijk gemaakt dat ze de wijk waar de onderhandelingen plaatsvonden wilden omsingelen. Lemaître: “Er was duidelijk gezegd dat de betoging geweldloos zou verlopen.” Mayeur merkte op dat hij verboden had om te betogen in de Grote Hertstraat en in de buurt van de Grote Synagoge. Maar daar gaat het volgens Lemaître niet over, de betogers hebben zich gedragen. Het is de politie die volgens haar zwaar zijn boekje is te buiten gegaan: “Een groep van 150 betogers is door de politie teruggedrongen terwijl ze wilden ingaan op een politiebevel om naar het Poelaertplein terug te keren. De politie heeft het waterkanon ingezet terwijl ze op de grond zaten omsingeld door twee politiecordons. Dat is een zware vernedering.” Volgens Lemaître zijn er voldoende filmpjes die laten zien dat de aanhoudingen illegaal

Gemeenteraadslid Lemaître: “Politieoptreden, een georganiseerde provocatie.”

waren. Lemaître vraagt afdoende maatregelen om te voorkomen dat zulks nog gebeurt. Mayeur heeft al met de politie, klagers en de vakbonden gesproken. Formele klachten heeft hij nog niet gekregen, maar het optreden van de politie wordt geëvalueerd. DV

ADVERTENTIE

VZW SINT-GOEDELE BRUSSEL ZOEKT:

DIRECTEUR

(M/V)

VOOR HET SINT-JOZEFSCOLLEGE (SECUNDAIR ONDERWIJS) TE SINT-PIETERS-WOLUWE

• • •

• •

•

•

FUNCTIE

PROFIEL

De directeur:

De directeur beschikt over volgende kwaliteiten:

leidt de school in de geest van het pedagogisch project; is verantwoordelijk voor het algemeen beleid van de school; staat open voor communicatie zowel met leerkrachten, als met leerlingen en ouders; voert een transparant beleid en besteedt tijd en aandacht aan de participatie van alle interne en externe partners; werkt collegiaal samen met de directeur van de lagere school; werkt constructief samen met de directeurs van de andere scholen van de vzw Sint-Goedele Brussel , de directeurs van de scholengemeenschap SintGorik en met de pedagogische begeleidingsdiensten; vertegenwoordigt de school in de interne en externe overlegorganen en houdt zich loyaal aan de visie en de standpunten van het schoolbestuur; verantwoordt het gevoerde beleid t.a.v het schoolbestuur.

•

• • • • • •

• •

is christelijk geïnspireerd in levensvisie en levenshouding en is bereid het christelijk karakter van de school mee gestalte te geven en verder mee uit te bouwen; getuigt van en sterke persoonlijkheid; heeft leidinggevende capaciteiten en een open en vooruitstrevende visie; is bereid zijn deskundigheid te verhogen door zelfstudie en nascholing; kan een team inspireren en de groepsdynamiek voeden en sturen; is sociaal vaardig en luisterbereid, is een goede communicator en bemiddelaar; kan collegiaal en constructief samenwerken, beschikt over de nodige agogische en vergadertechnische vaardigheden; heeft zin voor organisatie en administratie en is vertrouwd met ICT toepassingen; beschikt over de nodige flexibiliteit en wil tijd en energie investeren, ook buiten de schooluren.

Het Sint-Jozefscollege is een christelijke en Nederlandstalige school aan de rand van Brussel met gelijke kansen voor iedereen. Degelijk en dynamisch onderwijs waar vernieuwing en participatie een belangrijke plaats innemen. Het Sint-Jozefscollege maakt sinds 2002 deel uit van de vzw Sint-Goedele Brussel.

TAKENPAKKET Het takenpakket van de directeur, het opvoedingsproject en de functiebeschrijving van leidinggevende kan u op eenvoudig verzoek bekomen bij cristeldemol@sint-goedele.be.

VEREISTEN •

•

beschikken over het vereiste bekwaamheidsbewijs van master (of daarmee gelijkgesteld) en over een bewijs van pedagogische bekwaamheid; bijkomende kwalificaties en/ of bewijzen van nascholing en een ruime onderwijservaring vormen zeker een meerwaarde.

KANDIDAATSTELLING Bent u geïnteresseerd en voldoet u aan de wettelijke voorwaarden dan kan u uw gemotiveerde kandidaatstelling, uw curriculum en uw visie over de rol van directeur ten laatste op 27 juni 2014 indienen bij vzw Sint-Goedele Brussel, aan de voorzitter van de Inrichtende Macht, Verheydenstraat 39 te 1070 Anderlecht, cristeldemol@sint-goedele.be. Indien uw kandidatuur door de inrichtende macht weerhouden wordt, zal u tijdig uitgenodigd worden voor een gesprek met de selectiecommissie. De kandidaatstellingen en alle briefwisseling en gesprekken hieromtrent zullen met de nodige discretie behandeld worden.


BDW 1435 PAGINA 10 - DONDERDAG 17 JULI 2014

aantrekt met haar creatief klimaat. Een grootmoedige stad die nieuwkomers vanaf dag één aanvaardt als Brusselaar. Een stad met een enorme potentieel aan jonge mensen met talent.

Nachtvluchten

“We zullen iedereen die in Brussel wil komen wonen, met open armen ontvangen,” zei Ans Persoons op de Vlaamse feestdag.

© INES SARAIVA

Vlaamse feestdag > De speech van Ans Persoons (SP.A)

Pleidooi voor meer emotie BRUSSEL – In de toespraak die schepen van Nederlandstalige Aangelegenheden van Brussel-Stad Ans Persoons (SP.A) hield op de Vlaamse feestdag op het Brusselse stadhuis, vergelijkt ze de relatie tussen Brussel en Vlaanderen met een liefdesverhouding.

zwemmen in openlucht – wordt nog te vaak beschouwd als iets schadelijks, te mijden. Terwijl Brussel en de Brusselaars zoveel moois in zich dragen.

Bastaardmentaliteit

BDWOPINIE Het Brusselse stadhuis telt vele mooie ruimtes. Mijn favoriet blijft onze trouwzaal, hier vlak naast. Eeuwen geleden was het een rechtszaal, vandaag worden er jaarlijks honderden verliefde koppels in het echt verbonden. Er heerst al lang geen recht meer, maar hartstocht. Ik trouw zelf regelmatig Brusselaars en probeer dan altijd iets zinnigs te zeggen over de liefde. Dat is niet eenvoudig. Menselijke relaties zijn complex, maar hoe zit het met de relatie tussen Vlaanderen en Brussel? We omarmen elkaar en zitten in elkaar verstrengeld. De liefde tussen Vlaanderen en Brussel: daar wil ik het vandaag graag kort over hebben.

Exceltabellen Er zijn mensen die relaties beschrijven met termen geleend uit de economie. Als een win-winsituatie die tot persoonlijk rendement moet leiden. Die mensen eindigen vaak teleurgesteld: ze hebben altijd het

gevoel dat zij méér ‘geïnvesteerd’ hebben in de relatie dan de ander. Soms heb ik het gevoel dat Vlaanderen met zo’n blik naar Brussel kijkt. Vlaanderen investeert veel middelen in Brussel op het vlak van onderwijs, cultuur, welzijn. En lijkt zich steeds vaker af te vragen: wat krijgen we daar voor terug? Wat zit er in voor ons? Ik weet niet welke resultaten precies verwacht worden. Kinderen die school lopen in het Nederlands worden er niet gevormd tot Vlamingen. Ze krijgen de kans om iets van hun leven te maken. Het rendement van de Vlaamse investeringen is niet vatbaar in Exceltabellen, het gaat over welbevinden, ontplooiing, geluk. Een relatie is emotie, geen economie.

“Ik waag me aan een voorstel dat moet lukken voor Brussel en Vlaanderen: een liefdevolle latrelatie”

Zwemmen in openlucht Het is normaal dat partners na de eerste verliefdheid een beetje van hun wolk vallen, maar er is altijd een zekere mildheid nodig , een positieve ingesteldheid die maakt dat de nadruk ligt op de kwaliteiten, en niet op de gebreken van de ander. Om een relatie te doen slagen, helpt een roze bril.

Op dat vlak zit er tussen Brussel en Vlaanderen soms een haar in de boter. Vlaanderen draagt Brussel nog te weinig in het hart. En ook al zit Brussel institutioneel stevig verankerd achter taalgrenzen, een uitzwerming van Brusselaars naar de Vlaamse Rand – of het nu is om er te komen wonen of gewoon te

Focussen op wat de ander wel eens verkeerd zou kunnen doen, een gebrek aan ‘roze bril’: dat is een dooddoener voor elke relatie. De valkuilen van de liefde zijn talrijk en het geheim van een goede relatie is moeilijk te vatten. Toch waag ik me aan een voorstel dat volgens mij moet lukken voor Brussel en Vlaanderen: een liefdevolle latrelatie. (Lat staat voor living apart together, red.) Het geheim van een dergelijke relatie schuilt in de ander niet willen veranderen, maar graag zien net om wie hij is en in de erkenning dat je de ander nodig hebt (ook al woon je niet samen). Brussel en Vlaanderen zijn heel anders. Dat is geen probleem, we vullen elkaar perfect aan. Deze stad is het waard graag gezien te worden precies voor wat ze is: een bonte meertalige stad die voortdurend in beweging is en zelden slaapt. Een stad met een bastaardmentaliteit die niemand vraagt om binnen te lijntjes te kleuren. Een stad waar Stromae op de feestdag van de Franse gemeenschap vraagt om Vlaams te spreken. Een stad die artiesten en kunstenaars van overal ter wereld

Brussel doet iets met een mens. Onze stad nestelt zich als een virus onder je vel en laat je niet meer los. We willen graag ook het hart van Vlaanderen beroeren. Living apart together gaat ook over aanvaarden dat je elkaar nodig hebt, ook al woon je gescheiden. Als Vlaanderen en Brussel zich tegen elkaar beginnen afzetten, als we denken dat we het wel alleen kunnen, loopt het mis. Kijk maar naar de discussie over de nachtvluchten. Het gaat niet meer over veiligheid, over hoe zo weinig mogelijk mensen overlast te bezorgen, over rekening houden met bevolkingsdichtheid en stadskernen. Het gaat enkel nog over het sparen van de eigen bevolking, ook al gaat dat ten koste van één van de armste en dichtst bevolkte gebieden van Europa, de Brusselse Kanaalzone. Wat Vlaanderen en Brussel nodig hebben, is een latrelatie gestoeld op liefde, wederzijds begrip en respect. Er is geen alternatief: we kunnen elkaar ook proberen te bekampen, maar daar komen we allebei gehavend uit. Een sterk Vlaanderen gaat hand in hand met een sterk Brussel.

Groot hart Er zijn bibliotheken volgeschreven over de liefde, maar ik wil graag besluiten met de rake woorden van de Engels-Amerikaanse dichter W.H. Auden: “If equal affection cannot be, let the more loving one be me.” Als het onmogelijk is dat Vlaanderen en Brussel elkaar even graag zien, laat Brussel dan degene zijn met de meeste liefde. Iedereen weet: een respectvolle relatie uitbouwen, gebaseerd op emotie en niet op cijfers, en gevoed met de nodige dosis ‘roze bril’, dat vergt tijd en energie. Er is goede wil nodig, en openheid. Laat dat nu net ons grootste talent zijn. Brussel heeft een groot open hart en biedt het u aan. Op een schoteltje. Inderdaad, u hoort het goed: Brussel maakt Vlaanderen het hof. We zullen iedereen die in Brussel wil komen wonen, met open armen ontvangen. We zullen gretig en met nog meer goesting gebruik maken van de Vlaamse culturele huizen en scholen in Brussel. We zullen de harten van de pendelaars veroveren en ervoor zorgen dat ze met plezier 10 minuten wandelen van het Noordstation tot aan kantoor. We zullen trachten alle Vlamingen warm te maken voor hun hoofdstad. Te beginnen met de leden van de nieuwe – nog te vormen – Vlaamse regering, die ik graag nu al wil uitnodigen voor een ontdekkingstocht door Brussel. We hopen u te verbazen, ontroeren en te inspireren.

Ans Persoons (SPA), Schepen van Nederlandstalige Aangelegenheden in Brussel-Stad


BDW 1435 PAGINA 11 - DONDERDAG 17 JULI 2014

BDWOPINIE

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be

Freddy Missotten Wat was ik vanmorgen blij verrast uw artikel te lezen over de familie Missotten (BDW 1434, p.22). Inderdaad ik ken Freddy Missotten en zijn vrouw met wie ik in de beginjaren 1960 op de schoolbanken in het Atheneum van Sint-Jans-Molenbeek zat. Freddy kwam toen gestaag te laat want hij kwam met de fiets uit Ruisbroek en stond toen vaak voor de bareel (de brug bestond nog niet). Ook zijn vader heb ik nog gekend, want ik fietste soms uit Anderlecht (waar ik bij mijn zus logeerde) en met zijn toekomstige (die daar kortbij woonde) al eens via de kanaalzone naar Ruisbroek. Ondanks het slechte weer vandaag kan mijn dag niet meer stuk. Ik hoop dat het de familie goed gaat en wens hen al het beste. Greta Buys, Anderlecht

Franse boetieks Groot was mijn verbazing bij het lezen van uw artikel Franse boetieks heer en meester in de Dansaertstraat (BDW 1434, p.8); ik zie namelijk geen link tussen het fenomeen van de Dansaertstraat en de Karthuizerstraat waar ik Blender01 vier jaar en half geleden geopend heb in een tijdperk waarin de enige andere geïnteresseerden in mijn winkelpand uitbaters van nachtwinkels waren. U spreekt over internationale ketens met een ongelimiteerd budget, die geen enkel risico nemen om een huur van 5.000 euro te betalen en gooit onze winkel op dezelfde hoop. Wij zijn een totaal onafhankelijke en enige winkel van een vennootschap naar Belgisch recht die zijn belastingen en sociale bijdragen in België betaalt en die zich absoluut geen pand in de Antoine Dansaertstraat zou kunnen veroorloven, zoals de meerderheid van de Belgische onafhankelijke winkels waar u over spreekt.

Een bos bloemen

Ik ben inderdaad de uitbater en bedenker van Blender 01 en ja, ik heb de Franse nationaliteit, maar ik heb twaalf jaar in Italië gewoond en zes jaar in Luxemburg, vijftien jaar in Brussel en een totaal van nul jaar in Frankrijk. Ik ben wat men noemt een Europeaan en ik ben trots op de cultuur die dit me heeft meegeven. Een cultuur die ik trouwens probeer verder te zetten in mijn winkel. Omwille van deze reden wil ik niet dat mijn winkel gecategoriseerd wordt als een ‘Franse commercie’. Dit heb ik u trouwens allemaal verteld toen u mijn zaak bezocht heeft, maar u heeft besloten enkel te onthouden wat u uitkwam van de informatie die ik u gaf: de kleur van mijn paspoort. Ik wens u trouwens ook nog mee te geven dat een groot deel van de winkels in de Kartuizersstraat geopend werden door buitenlanders, waaronder enkele Fransen en de huurprijzen hier zijn niet deze van de Dansaertstraat. Hebben deze buitenlanders de Belgische winkels weggejaagd? Hebben deze belet dat jonge, Belgische ondernemers zich in de buurt komen installeren? Ik denk het niet. Als u echter een probleem heeft met het feit dat buitenlanders komen investeren in Brussel, dan raad ik u aan u te richten tot onze politici om te praten over het vrij verkeer van goederen binnen Europa.

door Danny Vileyn

Alexis Bellavoine, Brussel-Stad

Snijden Graag reageer ik op het artikel Snijden van dhr. Nick Trachet (BDW 1428, p.19). Mijn moeder sneed in de jaren 1950 altijd het brood zoals beschreven wordt in het artikel. Voordat ze aan een nieuw brood begon, maakte ze altijd een kruisje op de onderkant van het brood. R. Bosman, Sint-Jans-Molenbeek © BERT BOOGAERTS

Niets dan lof voor Brussels formateur Laurette Onkelinx (PS). Coformateur Guy Vanhengel (Open VLD) had een grote bos bloemen en een fles wijn klaar. Dat hoort zo. Maar ook in de coulissen viel te noteren hoe goed Onkelinx het gedaan heeft. Ook van onderhandelaars die het niet gewoon zijn om de PS (figuurlijk) bloemetjes toe te werpen. De ambiance achter de formatietafel leek oprecht goed. En dat was naar verluidt ook het geval tijdens de onderhandelingen. Helemaal anders dan vijf jaar geleden met Ecolo en Groen (luidt het nu). Nochtans waren de Vlamingen aanvankelijk niet zo happig op een coalitie waarin langs Franstalige kant het FDF de tweede partij wordt. Dat Didier Gosuin, die ook bij de Vlamingen een goede reputatie als bestuurder geniet, mee rond de tafel zat, zal zeker een rol gespeeld hebben. Het akkoord is zeker ambitieus wat de jongerenbanenplannen betreft, maar of dat haalbaar is, is een ander paar mouwen. Maar er moet iets gebeuren en er bestaat geen onuitputtelijk arsenaal aan middelen. Over het algemeen is het akkoord zeker haalbaar, ook al omdat sommige plannen pas tegen 2020 of 2025 moeten gerealiseerd zijn. Aan ambitie lijkt het wel te ontbreken wat leefmilieu betreft. De volgende minister van Leefmilieu zal het moeten waarmaken zonder stevige rugdekking van een regeerakkoord. Een sterk punt van het regeerakkoord is alvast dat de toekomstige regering zich voorneemt om met alle beleidsniveaus nauw samen te werken. Met de Vlaamse en de Franse Gemeenschap bijvoorbeeld voor Onderwijs. Het regeerakkoord stuurt ook niet aan op avonturen. Onderwijs moet gemeenschapsmaterie blijven, al komt er wel een tweetalige normaalschool. Niet onbelangrijk: er komt een ‘regeringscommissaris’ die permanent contact houdt met de Europese instellingen. De onderhandelaars beseffen maar al te goed dat het creëren van banen in de eerste plaats door ondernemers moet gebeuren. (Sociaal) overleg met werkgevers en vakbonden staat uitdrukkelijk in het akkoord. Dat is duidelijk in tijden waarin Vlaamse ondernemers dreigen te staken met investeren als de PS van de partij is. Toch zijn er nog tal van onduidelijkheden. De dienstencheques worden bijvoorbeeld behouden, maar de kostprijs mag niet de pan uitrijzen. De energiepremies worden bestudeerd om het mattheuseffect – aan wie heeft zal gegeven worden – uit te schakelen. De concrete invulling moet nog volgen. Over vijf jaar een bos bloemen en een fles wijn voor de ploeg die het waargemaakt heeft.

WAUTER MANNAERT

Correctie In het artikel ‘Hoe fotografeer je een onderstroom?’ (BDW 1433, p.12) sloop een foutje. De

foto rechtsonderaan werd niet genomen door Ben Boogaerts, maar door Bert Boogaerts. De foto hierboven werd door Bert Boogaerts genomen. Onze excuses.

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.


BDW 1435 PAGINA 14 - DONDERDAG 17 JULI 2014

en er wordt nog verder uitgebreid). Ze zijn er niet weinig fier op, daar aan de rand van Oost-Vlaanderen. In de jaren 1950 moet het Buggenhoutbos een top-toeristische bestemming zijn geweest, getuige de baancafés die er middenin werden gebouwd. Natuurlijk kapten ze daarbij nog meer bos, maar alla. Vandaag zijn er nog drie cafés over. Een vierde, dat werkelijk gigantisch moet zijn geweest, is nu heringericht tot meubelwinkel. Eén en ander heeft allicht

“In het Buggenhoutbos kiezen voor de aanplant van wintereiken is best eigenaardig: Buggenhout betekent immers ‘beukenbos’”

De Boskapel, een plek van volksdevotie, ligt in het Buggenhoutbos.

te maken met de aanwezigheid van een plek van volksdevotie, de zogenaamde Boskapel. Waarschijnlijk staan ze hier op hoogdagen met volle bussen gepensioneerden aan te schuiven. Verder hebben privévilla’s langs de weg het bosbestand verder aangevreten als maden een kaas. Buggenhoutbos is heel bijzonder, zo zegt de toeristische info langs de weg. Het is het bos met de grootste concentratie wintereiken in heel Vlaanderen. Dat is zo geworden door moedwillig beheer. Eiken zijn schaars geworden, ook in Brussel. Ik vraag mij af wat ze tegen die boom hebben, want in onze parken en bossen zie je ze bijna niet en ze worden blijkbaar ook niet aangeplant, terwijl iedereen het zo graag heeft over ‘inlandse eik’. Maar het Buggenhoutbos kiezen voor de aanplant van wintereiken is dan weer eigenaardig: Buggenhout betekent immers ‘beukenbos’. Beuken staan er gelukkig ook nog, sommige werden aangeplant in 1850.

© SASKIA VANDERSTICHELE

OP VADROUILLE MET NICK TRACHET MET DE 245 NAAR BUGGENHOUT

Volksdevotie in een bos met heel veel wintereiken BUGGENHOUT – De bus naar Dendermonde stopte vlakbij mijn oude school. Hij nam schoolvriendinnetjes mee naar vreemd klinkende oorden als Peizegem en Buggenhout. Het was destijds een ‘groene bus’, als ik het mij goed herinner, eentje van de spoorwegen (NMBS).

D

Boskapel ten na mijn vertrek in Bockstael).

Tripel Karmeliet Aan het station neem ik de dorpsstraat (Kerkstraat) zuidwaarts. Buggenhout is een weinig schilderachtig dorp. Links een oud kerkje met van binnen veel bladgoud. Ooit was dit land eigendom van de Berthouts, waarover we het in de Borgt al hadden. Het was toen een deel van Brabant. Verder wandelend zie je waar Vlaanderen vandaag écht mee bezig is: een beauty salon, een yogacentrum, een meeneemchinees en Delhaize. Maar dan op een hoek (toch nog) een imposant gebouwencomplex. Het is brouwerij Bosteels, de laatste jaren erg populair met hun Tripel Karmeliet en al wat langer met Kwak, dat het vooral moet hebben van zijn glas. Nu pas valt mij op dat er nergens een taverne lijkt te zijn met de plaatselijke specialiteit. Ik zag er slechts één drenkplaats,

Het bos, dat weet ik, is de echte trekpleister van Buggenhout. Ik moet daarvoor de Kasteelstraat door die deze zomer helemaal openligt, maar te voet red ik het. Voorbij de Kalkenstraat stap ik het bos tegemoet. Ga

er zo snel mogelijk naar binnen, beste lezer, want het is een pareltje. Buggenhoutbos is oeroud. Ooit was het een deel van het legendarische kolenwoud. In de late middeleeuwen was het nog 500 hectare groot, zoals vandaag het Hallerbos. Maar het ging steeds achteruit, vooral in de Eerste Wereldoorlog werd er heel wat gerooid en daarna in landbouwgrond omgezet. De Belgische staat verwierf de overblijvende 140 hectare in 1933 en sindsdien is het weer beginnen groeien (nu 170 hectare

Baancafés

© SASKIA VANDERSTICHELE

e gewone ‘Boerenbussen’ (de buurtspoorwegen, NMVB) waren rood voor alles op een hoopje werd gegooid tot wat nu ‘De Lijn’ heet. Na al die jaren wou ik zelf wel zelf eens gaan kijken waar die meisjes naartoe trokken en hun dagelijks avontuur over doen, met een witte bus dan maar. Lijn 245, vertrokken van het Noordstation, stopt (doorgaans) om 51 minuten na het uur aan metrostation Bockstael. Vandaar kronkelt hij zich naar het UZ en dan de Ring onder, Vlaanderen binnen. Langs Brussegem tot Merchtem gaat het vrij rechtdoor, maar eenmaal in het centrum van het dorp van Maggie De Block (die naar diezelfde school ging als ik) begint de weg te kronkelen. Peizegem is zo voorbij en even dreigt het landelijk te worden. Maar dan rijdt de bus door een bos vooraleer te stoppen in het centrum van Buggenhout (40 minu-

recht tegenover de kerk, een oud cafeetje dat ook nog vrolijk reclame maakte voor een bier dat het dorp verderop (Baasrode) wordt gebrouwen. Vlaanderen is ook niet echt mee.

Brouwerij Bosteels, vooral bekend van Tripel Karmeliet en Kwak.

Maar zeker, het is een mooi bos. Er zouden ook alle salamandersoorten leven die in Vlaanderen te vinden zijn, niet in het minst de legendarische vuursalamander, die ik in mijn leven nog maar drie keer ‘in ‘t echt’ heb gezien. Om die te ontwaren, gaat u best naar het natte deel, langs de Hollebeek, ten oosten van de weg. Neem de tijd en bezoek dit bos op een vroeg, mistig zomermoment vooraleer er te veel toeristen in rondlopen. Eikenbossen hebben iets feeërieks, trekken andere vogels of insecten aan en hebben een verschillende ondergroei dan we gewend zijn in andere bosjes. Ook langs de zoom is er een mooi zicht op velden en boerderijen. Als u er genoeg van hebt, zijn er de baancafés om de innerlijke mens te versterken en aan de halte Boskapel komt bus 245 weer langs op weg naar Brussel. Nick Trachet De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ opvadrouille


BDW 1435 PAGINA 15 - DONDERDAG 17 JULI 2014

© DIETER TELEMANS

In de serre worden de wasramen klaargemaakt voor de slinger (machine rechts)

Bijen > Eerste honingoogst in park Thurn & Taxis

Imkeren in de stad BRUSSEL – Hoewel de bijen de afgelopen jaren de media voornamelijk haalden vanwege controversiële pesticiden, lijkt het met de bijen in Brussel vooral heel goed te gaan. Sinds kort heeft er bijvoorbeeld een bijenkolonie een bijzonder kleurrijk onderkomen gevonden in het park op het terrein van Thurn & Taxis. Het  park  bij  Thurn  &  Taxis  is  nog  volop  in  ontwikkeling.  Maar  één  ding is in ieder geval af: een kleurrijke,  manshoge  bijenkast.  De  kast  is  ontworpen door kunstenaar Jacques  Dujardin,  die  zelf  ook  imker  is.  De  meeste mensen die bij de bouw van  de kast betrokken zijn, houden zelf  ook  bijen.  Dat  is  eigenlijk  niet  zo  verwonderijk, want de imkervereniging  van  Brussel  (SRABE)  telt  naar  schatting vijfhonderd leden.  Dit  jaar  was  de  tweejarige  imkercursus  binnen  een  paar  minuten  vol.  Hoe  valt  deze  populariteit  te  verklaren? Etienne Bruneau, van de  Waals-Brusselse  koepelorganisatie  voor apicultuur (Cari): “Dat ligt aan  verschillende  factoren.  Ten  eerste  begint  de  apicultuur  (bijenteelt,  red.)  bekender  te  worden:  voorheen  had  niemand  het  erover.  Het  kan  ook meespelen dat bijen wilde beesten zijn. Ze zijn onvoorspelbaar. Dat  past  in  de  trend  van,  bijvoorbeeld,  extreme sporten. Mensen willen een  beetje spelen met gevaar. Tegelijkertijd is bijen houden iets heel natuurlijks.  Dat  is  een  contradictie,  maar  het spreekt mensen aan.”

Stadsbijen Bovendien  is  het  voor  veel  mensen  een  manier  om  iets  te  doen  voor  het  milieu.  Ze  lezen  bijvoorbeeld  over  bijensterfte  en  besluiten  op  kleine  schaal  iets  te  veranderen.  Bruneau,  die  zelf  32  jaar  imker  is,  vertelt  hoe  je  een  andere  blik  ontwikkelt: “Je begint te kijken naar de  bomen;  bloeien  ze  al?  Je  moet  ook  voortdurend iets doen met die bijen:  zorgen dat je ze niet gaan zwermen,

BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

Bulgur

kijken  of  je  ze  moet  bijvoeren.  Je  bent  actief  met  de  natuur  bezig.”  Dat  er  in  Brussel  bijna  vijfhonderd  imkers succesvol bijen kunnen houden, moet wel betekenen dat Brussel  voor bijen een aantrekkelijke omgeving is. Hiervoor zijn twee belangrijke redenen, zegt Yves Van Parys van  SRABE. “De bijen in de stad hebben  minder last van de pesticiden die op  het land gebruikt worden. Ook is er  bijna  het  hele  jaar  door  een  gevarieerd  aanbod  van  bloemen  en  planten, in tegenstelling tot op het platteland, waar door de landbouw een  veel homogener aanbod van planten  is.” Ook Nicolas Vereecken, die voor  de  ULB  onderzoek  doet  naar  stadsecologie en bestuiving, beaamt dit.  “Er  zijn  in  Brussel  bijensoorten  die  op de lijst van bedreigde diersoorten  staan,  de  liste rouge van  het  IUCN.  Dat komt omdat Brussel qua planten  heel divers is.”  Hij vindt het dan ook belangrijk dat  er  onderzoek  gedaan  wordt  naar  stadsbijen.  De  resultaten  van  het  onderzoek  zouden  dan  als  guidelines kunnen  dienen  voor  botanisten  of  imkers. Die zouden dan advies kunnen  krijgen  over  welke  planten  ze  het best kunnen nemen voor een divers  aanbod.  Onderzoek  naar  bijen  is  relevant,  benadrukt  Vereecken.  “De  landbouw  is  voor  84  procent  afhankelijk van de bijen. De economische waarde die bijen opbrengen,  door bijvoorbeeld fruitbomen te bevruchten, is 153 miljard. Minstens.”  Vereecken  onderzoekt  niet  alleen  bestuiving en biodiversiteit in Brussel, maar houdt zich ook bezig met  stedelijke  agricultuur.  Hij  besluit:  “In de toekomst zullen steeds meer  mensen in steden wonen, het is dus  belangrijk  om  te  weten  hoe  we  het  best met bijen en stedelijke agricultuur kunnen omgaan.”

Nick Trachet

Jasmijn Post

Meer informatie op: www.api-bxl. be en www.parckdesign.be/ activites/bee-car

Turkse winkels zijn doorgaans boeiend. Turkije mag dan ook fier zijn op een van de grootste keukens van de wereld, met daarbij een voedingsindustrie die interessante producten op de markt brengt. Ergens achterin zo’n winkeltje in Laken stootte ik op een pak bulgur. Boulgour gros, stond er in ’t Frans op. In het Duits  werd dat  Weizengrutze gro. Zouden dat nu de grutten  uit  het  Nederlandse  aftelrijmpje  zijn?  Die  van  grootgrutters en klein grut? Niet echt.  Grutten  zijn  gebroken  of  grof  gemalen  zaden.  In  onze vaderlandse geschiedenis werd de term vaak  voor boekweit gebruikt, maar het kon evengoed om  gerst, haver of erwten gaan. Van grutten maakten  de mensen pap. In onze streken gebruikte men in  de regel geen tarwegrutten. Tarwe was immers een  luxeproduxt. Hier groeide vanouds de zachte tarwe  ( Triticum aestivum), geschikt om sausen mee aan te  dikken of om brood mee te bakken, desnoods ook  cake.  In de tijd van de Romeinse republiek aten de mensen  vooral  gortepap:  puls.  Cato,  Seneca  en  andere  ernstige mensen zaten op een krukje pap te lepelen,  denkend dat ‘echte mannen’ eenvoudig hoorden te  eten  en  geen  Griekse  of  Perzische  lifl afjes.  Historica Rachel Laudan zet het allemaal op een rijtje in  haar  kanjer  van  een  boek  F   ood & Empire.  Hoe  ‘de  republiek’  frugaal  moest  leven  om  moreel  superieur  te  zijn.  De  protestanten  zouden  hen  daarin  later  volgen,  Amerikaanse  revolutionairen  en  Nederlandse  reformanten  aten  opzettelijk  armzalig,  grutten dus. Het achtervolgt hen vandaag nog! Rond de Middellandse Zee groeit er een zeer harde  oude tarwesoort,  Triticum durum. Dit graan bevat  zoveel  gluten,  dat  je  er  zelfs  geen  brood  van  kunt  bakken. Het deeg wordt te taai, het kan niet rijzen.  Daarbij bewaart deze tarwe slecht, zodat men het  snel een eerste bewerking moest geven om het verder  te  kunnen  opslaan.  In  Noord-Afrika  mengde  men het meel met zout water en rolde er piepkleine  bolletjes  van,  dat  werd  dan  couscous  of  maftoul.  Die  couscous  wordt  vaak  voorgestoomd  en  weer  gedroogd.  In  het  zuiden  van  Italië  kneedde  men  er deeg van dat men tot strengen rolde en liet drogen,  zo  ontstond  de  Zuid-Italiaanse  pasta.  En  in  het Midden-Oosten kraakte men de korrels, liet ze  voorkoken en dan drogen op de platte daken van de  huizen. Zo kreeg men bulgur. Bulgur  is  een  reuzemakkelijk  product,  ideaal  voor  de hondsdagen wanneer niemand trek heeft in koken. Bulgur is al gekookt. Het enige wat je eigenlijk  moet doen, is de tarwe laten weken. Let wel op: er

bestaan  verschillende  variëteiten.  Grove bulgur moet wel een uur  of  twee  weken.  Fijne  bulgur  is  misschien  al  in  een  half  uur  gezwollen.  Deze  laatste  noemen  de  Turken   köftelik,  omdat  ze  ook  als  bindmiddel  in  de  k   öfte,  de  gehaktballetjes  wordt  gebruikt.  Grove  bulgur  kun  je  ook  klaarmaken  zoals  rijst.  Net  op  dezelfde  manier.  Neem  een  kop  bulgur  voor  twee  koppen  water.  Snuifje  zout.  Opzetten  en  laten  inkoken.  Wanneer  het  water  opgeslorpt  is,  is  de  bulgur  klaar.  Hoop ik toch. Spannender wordt het wanneer je de  bulgur eerst laat toasten in een droge pan, dat geeft  een wat notig parfum. Je kan ze ook eerst in vet aanbakken  (met  wat  ajuin)  en  dan  koken,  dat  heet  in  Turkije  pilaf, net zoals gebakken rijst. Maar  de  bekendste  toepassing  van  bulgur  is  toch  wel taboulé, een Levantijnse specialiteit die vaak als  mezze (hapje) wordt opgediend. Op een hete zomerdag  kan  taboulé  ook  als  volledige  maaltijd  dienen.  Van oorsprong wordt taboulé dus gemaakt met bulgur, niet met couscous. Dat laatste lukt maar sinds  men voorgekookte couscous verkoopt! De versie van  taboulé die ik hier opneem, komt uit een oud Libanees kookboek. Neem genoeg fi jne bulgur voor het gezelschap, maar  denk eraan: volume en gewicht zullen meer dan verdubbelen tijdens het weken. Spoel zo nodig eerst om  in een grote kom en laat de gebroken tarwe dan weken  gedurende  meer  dan  een  halfuur.  Laat  daarna  de  bulgur  uitlekken  en  wring  hem  desnoods  extra  uit in een schone handdoek. Het beoogde resultaat  is  immers  een  slaatje,  geen  soep!  Hak  vervolgens  een ajuin heel fi jn en ‘vermoei’ die op zijn oosters.  Dat  wil  zeggen  dat  je  de  gehakte  ajuin  mengt  met  wat grof zout en peper en dan met de hand plet tegen de wanden van de slakom, tot je enkel nog een  soort puree overhoudt. Je handen zullen dagenlang  stinken, maar dat hoort er blijkbaar bij (misschien  zijn  een  vijzel  en  stamper  hier  toch  wel  handiger).  Neem  verder  (veel)  platte  peterselie,  pijpajuin,  enkele takjes munt, en hak alles fi jn. Ontpit een grote  hoeveelheid tomaten en snijd ze in kleine stukjes. In  een originele taboulé zit er meer groenten dan bul-

“Cato, Seneca en andere ernstige Romeinen zaten op een krukje pap te lepelen, denkend dat ‘echte mannen’ eenvoudig hoorden te eten en geen Griekse of Perzische liflafjes”

gur. Meng alles goed door elkaar met citroensap en  olijfolie.  Niet  vergeten  te  zouten,  in  de  zomer  hebben we meer natrium nodig. Dit dien je op met apart  wat komkommer, slabladeren, koolbladeren of, authentieker nog, wijnbladeren. Je rolt wat taboulé in  een blaadje sla of een wijnblad en propt dat zo in je  mond.  Ik  zag  het  al  opgediend  worden  in  diep  gekrulde  bladeren  ijsbergsla,  die  doen  dan  dienst  als  individuele kommetjes voor elke gast. Wie dit allemaal  te  vegetarisch  vindt,  kan  er  bijvoorbeeld  nog  een blik tonijn door mengen. Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet


BDW 1435 PAGINA 12 - DONDERDAG 17 JULI 2014

VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK Literatuur > Over schilderkunst, schilderlevens , passie, ziekte en tragiek

Tussen Brussel en Parijs ligt Tervuren ©HDV

TERVUREN – Auteur en Tervurenkenner Herman De Vilder heeft met ‘Dood van een landschapsschilder’ een merkwaardig boek geschreven. Het verenigt de kwaliteiten van Georges Simenon en de vroeg twintigste-eeuwse feuilletonschrijvers. Hippolyte Boulenger, de gangmaker van ‘De school van Tervuren’, beantwoordt aan vele clichés, zoals het leven zelf. Een boek over de band tussen het dorp Tervuren en de grote stad.

H

et Koninklijk Museum voor MiddenAfrika is voor drie jaar dicht, maar dat is geen reden om Tervuren – je bent er zo vanuit Brussel met tram 44 – links te laten liggen. Misschien moet u doen zoals wij onlangs deden: een bezoek brengen aan het Hof van Melijn – Tervuren is tenslotte meer dan een verbond met Leopold II. Het Hof van Melijn is een oude boerderij die tot gemeentelijk museum werd vertimmerd, al heeft dat wel heel lang geduurd. De zeventiende-eeuwse hoeve werd al in 1936 aangekocht, maar het heeft 70 jaar geduurd voor het museum er was. In het museum hangen werken van ‘De school van Tervuren’. Niet de grote werken, die hangen in Antwerpen en in Brussel, maar wel de werken die de evolutie van Boulenger mooi laten zien, alsook een prachtig portret van Hippolyte van de hand van Guillaume Vogels. Tussen juni en september 2015 vindt er een grote tentoonstelling plaats over ‘De School van Tervuren’ in Museum M in Leuven en in het Hof van Melijn. Maar dit geheel terzijde. In het Hof van Melijn hangen twee versies van de Sint-Hubertusmis te Tervuren, een van Boulengers bekendste werken. Ze verwijzen naar de gelijknamige kapel die Herman De Vilder me later zou laten zien langs het School-van-Tervurenpad, een wandelroute die de landschappen merkt die door de Schoolvan Tervuren op doek vereeuwigd zijn. Die Sint-Hubertuskapel speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van Tervuren. De legende wil dat Sint-Hubertus in een bootje op de Voer gestrand was, ziek naar Tervuren gebracht op een paard zou hij op de plek van de Sint-Hubertuskapel gestorven zijn. Zijn hart zou er in een loden kistje begraven zijn.

Maar nog even terug naar het Hof van Melijn met zijn prachtig gerestaureerde muur in de huiskamer waar de voorbode van het latere hangpapier te zien is, maar ook met werken die de beginnersfouten van Boulenger laten zien. Fascinerend om zien is dat de landschapsschilders dag en nacht aan het schilderen waren, soms met doeken van een onwaarschijnlijke grootte zoals Vijverhoek bij kasteel van Robiano van Joseph Coosemans. Een doek van 2,5 meter bij 3,55 meter in openlucht geschilderd.

Parijs Het is diezelfde Coosemans die we aan het begin van Dood van een Landschapsschilder leren kennen in een zaaltje boven café Cirio aan de Brusselse Beurs: “De vijfenvijftigjarige schilder is deze namiddag nogal vroegtijdig weggelopen uit de zaal waar de zogenaamd laatste veiling plaatsgreep van schilderijen, aquarellen en tekeningen uit het atelier van zijn nu reeds bijna tien jaar geleden gestorven Hippolyte Boulenger. Ondanks zijn uitgesproken rustige aard, werd Coosemans daarstraks in de verkoopzaal heen en weer geslingerd tussen boosheid, opstandigheid en droefheid. Hij is meestal een zeer bedaarde man, maar hij liep zonet rood aan en hij slaagde er met moeite in om zich te beheersen.” Coosemans is boos en verdrietig omdat ook onaffe schilderijen en tekeningen van zijn vriend op de kunstmarkt gegooid worden. De stemming onder de vrienden van Boulenger is even triest als ‘s mans jeugd. Hippolyte Boulenger werd in 1837 geboren in Doornik, zijn moeder was een ziekelijke Parisienne, zijn vader een aan de drank verslaafde militair. Als oudste moet Hippolyte al vroeg voor zijn

Portret van Hippolyte Boulenger door Guillaume Vogels.


BDW 1435 PAGINA 13 - DONDERDAG 17 JULI 2014

Herman De Vilder schreef met ‘Dood van een landschapsschilder’ een merkwaardig boek over de band tussen het dorp Tervuren en de grootstad.

broertje en zusje zorgen, maar al vanaf zijn achtste zwerft hij ook door stad en natuur met papier en potlood. Na de dood van zijn vader, hij is dan dertien jaar oud, wordt hij naar zijn grootmoeder in Parijs gestuurd. Tot ook die drie jaar later sterft en hij zijn moeder, broer en zus zonder adres in Brussel moet terugvinden.

Het Bos

biotoop geworden. Urenlang trekt hij dwars door de aanplantingen van beuken, eiken of sparren. Hij wringt zich door het kreupelhout en blijft dan plots staan om één of ander detail op een papier of karton te schetsen. Soms weet hij niet meer waar hij zich bevindt, maar zonder enige paniek probeert hij zich dan te oriënteren en zoekt hij naar een pad dat hem wel zal terugbrengen.’ Ons advies: koop het boek, trek naar Tervuren, bezoek het Hof van Melijn en wandel langs het School-van Tervurenpad. Danny Vileyn

© HDV

Herman De Vilder had voor hij Dood van een Landschapsschilder schreef een reeks teksten gewijd aan De School van Tervuren. Het geromantiseerde leven van Hipplyte Boulenger

– hij werd maar 36 jaar – schreef hij in de cafetaria van Gasthuisberg tijdens de langdurige ziekenhuisopname van zijn echtgenote. Het verhaal van het kunstenaarsleven is een stuk kunstgeschiedenis. Herman De Vilder slaagt er op een ongemeen trefzekere manier in om de tijd van toen op te roepen. Geniet even mee van een van de passages die Herman De Vilder aan het bos wijdt: ‘Voor Boulenger verlopen de daarop volgende dagen en weken volgens het gekende stramien: vroeg uit de veren, snel ontbijt, lunchpakket opbergen en dan op stap. De studies en de uitgewerkte schilderijen rijgen zich aan elkaar. Het bos is nu echt zijn

Links: Kapel aan de Hertenbergstraat te Tervuren van Hippolyte Boulenger. Rechts : Bloeiende Boomgaard in Groenendaal van Louis Frank.

© Bart Dewaele

•Herman De Vilder, Dood van een landschapsschilder, 316 p. met illustraties. Het boek kost 20,15 euro bij de auteur en hij kan het u zelf kan bezorgen in Tervuren of omgeving. herman.devilder@ telenet.be of 02-767.62.26. In het Hof van Melijn of via De Standaardboekhandel betaalt u 23,50 euro. •Het Hof van Melijn is open op vrijdag, zaterdag en zondag van 14 uur tot 17 uur. Melijndreef 6,3080 Tervuren. Een rondleiding met gids kan je reserveren bij de dienst voor Toerisme, Markt 7. 02-766.53.40


BDW 1435 PAGINA 16 - DONDERDAG 17 JULI 2014

DE LAUREATEN VAN DE BDW-VERHALENWEDSTRIJD

Wolk in Progress Zesde plaats: Roos Lowette uit Sint-Jans-Molenbeek ILLUSTRATIE: BRAM ALGOED

Ongewoon verzoek Er was maar één loket open en Dris schoof aan in de rij. Twee mannen en een vrouw gingen hem voor en lieten hun verrichtingen doen door de kale man achter de balie. Voor de rest van het bankpersoneel zat de werkdag er al op. Uit de luidspreker perste zich een goedkoop deuntje, daaronder bromde de monotone, ongeïnteresseerde stem van de bediende. Dris vorderde in de rij en liet een nat spoor na op het blauwe tapijt. Hij was de laatste voor die dag en sloot de rangen. Precies zoals hij gehoopt had. Even later bleef hij als enige over. ‘Meneer?’, zei de kale zonder op te kijken. Dris schraapte zijn keel. ‘Ik kom voor een nieuwe kaart’, zei hij schor. De kale man keek niet op en nam verveeld een nagelknipper uit zijn borstzakje. Hij droeg een grauw hemd met streepjes, zijn vale das volgde de golving van zijn buik. Zorgvuldig begon hij met zijn lange pinknagel en ging van daar verder tot zijn duim. Bij elke knip viel een bruin maantje op de wisselkoersen en geïnde cheques. Dris kuchte voorzichtig. ‘Een visakaart of eentje voor uw zichtrekening?’, vroeg de kale meteen alsof hij zijn laatste klant oprecht vergeten was. Dris aarzelde. ‘Ik dacht eerder aan een wereldkaart’, zei hij zacht. De kale keek traag op. De dikke duimnagel waar hij bijna door was geworsteld bleef hangen tussen knipper en vinger. ‘U zei?’ Dris herhaalde zijn verzoek en de kale bekeek hem nu aandachtig, het hoofd schuin. Dris keek in twee donkergroene ogen die zich tot geconcentreerde spleetjes vervormden. Hij had gehoopt niet te blozen, maar nu voelde

hij het bloed toch naar zijn hoofd stijgen. Hij sloeg zijn ogen neer en toen hij weer opkeek, staarde hij naar twee gezichten aan de overkant. Vlak naast de stoel van de bediende stond een beer van een bewakingsagent. Kort geknipt kapsel, gespierde nek, armen over en benen uit elkaar. Hij inspecteerde de natte, maar niet onverzorgde kerel aan de overkant en verroerde geen vin. Hoe had Dris gemist dat hij erbij was komen staan? Hij voelde zich ongemakkelijk worden. ‘U kwam een speciale kaart vragen’, sprak de spierbal. Dris schrok. De stem van de man klonk twee octaven hoger dan zijn lichaamsbouw en houding deden vermoeden. ‘Klopt.’ De bewakingsagent knikte en verplaatste zijn gewicht van zijn rechterbeen naar zijn linker en terug. Zijn armen hield hij strak gekruist over elkaar. ‘Wij hebben strenge procedures voor ongewone verzoeken’, piepte hij. ‘En ik kan u nu al zeggen dat we niet zomaar toegeven aan de allerhoogste eisen. U komt misschien in aanmerking voor een Brusselkaart. Die wereldkaart zien we later nog.’ Dris knikte en antwoordde snel. ‘Ik ben bereid me te schikken.’ De twee achter de balie keken mekaar aan. De kale nog altijd met zijn nagelknipper aan zijn duim, de spierbal zonder een kik te geven. ‘We zien u deze avond om elf uur in Café Dolle Mol’, richtte hij zich weer tot Dris. ‘U komt alleen, bestelt voor ons al een La Chouffe en bedenkt een goede mop.’

Schaterlachje Dris dacht dat hij de mondhoek van de spierbal naar boven zag komen, maar in de rook die hen omringde wist hij het niet zeker. Het was lekker warm in de Dolle Mol, en volk liep binnen en buiten. Zijn natte kleren had hij thuis gewisseld voor nieuwe, maar in zijn vers gestreken hemd stonden alweer grote okselvijvers. De spierbal leunde met zijn onderarmen op tafel en staarde zonder knipperen in Dris’ ogen. De kale kuchte kort, keek weg en nam een slok. Dris was geen grapjas, en al zeker niet op commando. In groep trok hij liefst zo weinig mogelijk aandacht, laat staan dat hij zich aan een mop waagde. Hij pulkte aan zijn bierkaartje en liet de ongemakkelijke stilte hangen. In zijn ooghoek zag hij hoe de kale een vakje aanvinkte op het papier dat voor hem lag. ‘Een droom dan misschien?’, vroeg de spierbal met een streng gezicht. Dris keek hem vragend aan. ‘Je mop was een sisser, daarover zijn we het alledrie eens. Maar vertel op: wat droomde je vannacht?’ Dris leunde achterover en slikte zijn bier door. ‘Ik was een rond pistoleeke. En ik lag midden op een groot plein op één van de kasseien.’ De dubbele nek van de spierbal begon te trillen, zijn schouders trokken zich omhoog en

© SASKIA VANDERSTICHELE

D

e druppel gleed van zijn bil naar zijn knieholte en baande zich een weg naar beneden langs zijn behaarde kuit. In zijn schoenen stond een vijvertje. Nog geen vijf minuten liep hij in de regen en Dris was doornat. Niet dat hem dat in een slecht humeur bracht. Regen deerde hem nooit. Hier onder de ingang van het Fortiskantoor aan De Brouckère moest hij zijn en dat was voorlopig het belangrijkste. Hij had nog tien minuten, tijd genoeg om als laatste geholpen te worden. Nonchalant leunde hij met zijn rechterschouder tegen de betonnen pilaar en bekeek de grijze stroom van pendelaars. Die holden met hun kraag opgetrokken van muf kantoor naar muffe wagon. De werkdag van vandaag was oud nieuws, morgen zou weer nieuwe geschiedenis geschreven worden. Met zijn linkerhand griste hij een pakje sigaretten uit zijn versleten lederen jas, voelde meteen dat het doorweekt en bovendien leeg was en stak het weer weg. Dan kon hij maar evengoed naar binnen gaan. Vijf minuten te vroeg, dat zou geen probleem vormen. Zijn schoenen maakten zompige geluidjes toen hij door de draaideur naar binnen wandelde en zijn zwarte haren hingen in slierten tegen zijn wangen. Maar hij was er.

‘Eerste keer dat ik een lang verhaal schrijf’

hand richting achterzak ging. Hij droeg nog altijd zijn security-outfit van tijdens de werkuren en dat lokte de aandacht van wie het café binnenkwam. Met zijn kolenschoppen van handen legde hij een boek speelkaarten op tafel en verdeelde het in twee gelijke delen. Die legde hij naast elkaar en zonder haperen liet hij met beide handen de linkse stapel in de rechtse schuiven. Hij tikte de kaarten op hun horizontale en hun verticale kant en maakte een nieuw hoopje. In een vloeiende beweging spreidde hij de 52 exemplaren in een waaier voor Dris’ gezicht. ‘Tijd voor jouw Brusselkaart.’ Dris zette zich recht om goed bij de kaarten te kunnen. ‘Mag ik er maar eentje kiezen?’, vroeg hij licht ongerust. De spierbal knikte bevestigend. ‘Maar hoe weet ik dan of ik de juiste trek?’ ‘Dat’, klonk het zwaarmoedig bij de spierbal, ‘weet je natuurlijk nooit. Maar ga ervan uit dat geen enkele kaart een foute keuze kan zijn. Jij bent tenslotte degene die hem trekt.’ Daarover moest Dris even nadenken. En toen reikte hij – zij het nog altijd met lichte twijfel – naar een kaart aan de linkerkant van het midden. Met duim en wijsvinger hield hij zijn keuze even vast en nam haar er traag uit. Zonder te kijken gaf hij de kaart aan de spierbal. ‘Zozo.’ De spierbal krabde door zijn haren en fronste diep. ‘Zozo.’ Hij schoof de kaart over de tafel naar de kale. Die maakte meteen nieuwe aantekeningen en knikte ingehouden opgewonden terwijl hij ‘het kanaal’ mompelde. ‘Wat betekent dat misschien’, vroeg Dris toen beide heren in gepeins verzonken bleven. ‘Dat betekent werk aan de winkel’, lachte de spierbal. ‘Deze Brusselkaart is in jaren niet meer getrokken, interessant dat jij hem nu van onder het stof haalt. Kom, inpakken en wegwezen. We worden verwacht.’

De stop

Roos Lowette (30) uit Sint-JansMolenbeek woont en werkt in Brussel. In bijberoep doet Lowette aan copywriting: ze redigeert voornamelijk commerciële teksten en artikels. “Met fictie schrijven had ik nog geen ervaring – het is de eerste keer dat ik een lang verhaal schrijf – maar het begint me meer en meer te boeien. Volgend jaar start ik met het basisjaar literair schrijven aan de Antwerpse Schrijversacademie.” Lowette begon het schrijfproces met een leeg papier en een beeld van een wereldkaart in een bankkantoor. “De rest van het verhaal zat nog niet in mijn hoofd, maar kwam er als vanzelf tijdens het schrijven. Al zal de stad me onrechtstreeks wel geïnspireerd hebben: ik woon in Molenbeek en fiets elke dag langs het kanaal, waar ‘Wolk in Progress’ zich grotendeels afspeelt.” KL

uit zijn vlezige mond klonk een hoog schaterlachje. ‘En wat nog?’ ‘Ik ging langs bij al mijn vrienden, schudde prachtige poëzie uit mijn mouw en schreef die op hun lampenkappen.’ ‘Nog meer?’ ‘Niet dat ik me kan herinneren, nee.’ ‘Genoeg checks op onze list?’, vroeg de spierbal aan de kale. Die krabde in zijn haar, nam het lijstje nog eens door en knikte bedachtzaam. ‘In orde dan.’ De spierbal liet zijn hele lichaam naar links hellen terwijl hij met zijn rechter-

‘Zal ik het nog even voor je herhalen, of ben je helemaal mee?’, vroeg de spierbal. Dris staarde verkleumd voor zich uit. Tegen zijn linkerschouder voelde hij de stofjas van de kale, op zijn rechterschouder de kolenschop van de spierbal. Voor hem strekte het kanaal zich lang en donker uit. In het midden van de brug hoorde hij hoe de barman van de Walvis alle terrasstoeltjes vastbond met een ketting. In de nachtwinkel ertegenover liep af en toe een enkeling naar binnen en weer naar buiten. Voor de rest was het verbazend rustig op straat. Niemand keek op naar het drietal waarvan de middelste in badkostuum stond te bibberen. ‘Jullie zijn compleet gestoord’, zei hij zachtjes. ‘Maak je geen zorgen’, grinnikte de spierbal, ‘het zal sneller gedaan zijn dan je denkt. Ik moet eerlijk bekennen dat ik ook benieuwd ben naar het resultaat.’ De kale kuchte en nam de handdoek van Dris’ schouders. Die verroerde geen vin. ‘Dus’, sprak de spierbal, ‘zo meteen ga je langs de trapjes naar beneden, zwem je tot bij het bootje ginder, doe je een eendenduik en …’ ‘… trek ik de stop uit het kanaal’, vulde Dris aan. Hij zuchtte diep. ‘Volgens de laatste metingen zit de stop precies onder het bootje. De kapitein zal je genoeg licht geven. Hij houdt je ook in de gaten. En als je zover bent, liggen je kleren op het dek te wachten.’ ‘En dan, wat gebeurt er dan?’ ‘Jullie hebben ruim de tijd om aan te meren en voet aan vaste grond te zetten. En eens al het water weg is, lijkt het me zo klaar als een klontje wat er zal gebeuren. Maar eerst actie, nu moet je echt beginnen te zwemmen.’ Dris brulde toen hij het water indook. De koude verlamde zijn lijf en hersens, maar de spierbal maande hem aan om te beginnen bewegen. Te blijven bewegen. Langs de kant van het water liep hij het hele eind tot de boot


© BRAM ALGOED

mee. De kale keek vanaf de brug met grote ogen en maakte een laatste aantekening op zijn checklist.

Om het af te leren Het was zijn gesloten rechtervuist die als eerste boven water kwam. Nadien volgde Dris’ hoofd. Hij proestte en schreeuwde en maakte woeste bewegingen. De kapitein maakte aanstalten om een boei overboord te gooien, maar wachtte tot hij bevel kreeg van de spierbal. Die gebaarde om nog een beetje te wachten. Het duurde even voor de heren doorhadden dat Dris onbedaarlijk aan het lachen was. ‘Ik heb hem!’, joelde hij in de kuip van het kanaal. ‘Ik heb heeeeeuuum. En ik snap het nu, ik snaaaaaaaaap heeeeeet.’ Hij zong het bijna terwijl hij nog eens met een vlakke hand op het water klopte. Het geluid van zijn uitbar-

sting echode in de stilte van de nacht. Zelfs toen de kapitein hem met al zijn kracht op de boot trok en hem een handdoek aanreikte, bleef Dris het uitgieren. Terwijl hij zich grinnikend afdroogde, zette de kapitein koers naar de kade waar de kale en de spierbal hen opwachtten. ‘Dat heb je goed gedaan’, sprak de spierbal plechtig toen hij zijn hand uitstak naar Dris. ‘Piece of cake’, grinnikte Dris die vanonder zijn handdoek een verkleumde hand teruggaf. Met vier op een rij en zonder een woord te zeggen, keken ze toe hoe het kanaal langzaam maar zeker leegliep. Dris droeg intussen weer al zijn kleren en had zelfs een dekentje voor over zijn schouders gekregen. Op zijn gezicht stond nog altijd een grote grijns. Iedereen keek vol bewondering naar de teke-

ningen die stukje bij beetje tevoorschijn kwamen. Hoe had Bonom het klaargespeeld om die onder het water te verstoppen? Een half uur verstreek in stilte toen Dris zijn keel schraapte: ‘Trouwens. Willen jullie een giller van een mop horen? Ik heb er eentje klaar.’ De kale en de spierbal keken elkaar geamuseerd aan. ‘Wij gaan slapen’, zei de spierbal terwijl hij een hand op Dris’ schouder legde. ‘Maar ik ben er zeker van dat de kapitein je mop wil horen. We zien je binnenkort opnieuw. De wereldkaart, weet je wel?’ Toen het duo bijna voorbij de Walvis wandelde, hoorde het in de verte de gekunstelde lach van de kapitein.

Bezweet gefluit Brussel schroeit onder een hittegolf zoals je ze vurig wenste toen je niet lang geleden nog met een rode neus over de kerstmarkt dwaalde.

Dris wordt wakker, zijn vriend opent het raam en komt weer in zijn oksel liggen. De matrassen op de grond van hun zolderkamertje baden in het zweet, de lakens liggen op een propje aan hun voeteneinden. Een guts frisse lucht waait de ochtendgeluiden naar binnen. Ook in de zomer gaan de werken aan het kanaal voort. Gespierde mannen in bloot bovenlijf boren, drillen, graven. Dris en zijn vriend trillen net niet mee. Hij waakte zo-even nog tussen slaap en droom, maar daar komt snel een eind aan. Hij zucht gespeeld zwaarwichtig en gromt dat hij nu wel wat vogeltjes in de plaats zou willen horen. Zal ik een eindje voor jou fluiten, stelt zijn vriend voor, en hij doet het geluid van een vogeltje na. En nog een ander vogeltje. Dris grinnikt. Zijn lach doet het hoofd van zijn vriend op en neer schudden en een van zijn krullen kruipt zachtjes in Dris’ neus. n


ADVERTENTIE

BDW 1435 PAGINA 18 - DONDERDAG 17 JULI 2014

E

2

E V E

R K

G

N

A

FASE

K •

• GEN

VE PA

R

E

© Sander de Wilde

INVESTEER IN EEN BEWEZEN SUCCES

P

© Sander de Wilde © Sander de Wilde

98%

verhuurd in FASE 1 FASE 1 verhuurd aan

900€ - 2400€ per maand

TOPLOCATIE vlakbij de NAVO

Meer info: www.genevepark.be 02 679 00 00

vastgoed met visie

Feest > 11 juliviering lokt 7.000 bezoekers

Brussel herdenkt 1302 en danst BRUSSEL – Op vrijdag 11 juli werd in Brussel het feest van de Vlaamse Gemeenschap gevierd. Muntpunt organiseerde opnieuw Brussel Danst, dat 7.000 bezoekers trok. Op de Grote Markt waren Oosterse en Latijns-Amerikaanse dansers te bewonderen terwijl op het Muntplein een heuse dance battle aan

de gang was. Elders in het centrum konden de bezoekers nog tientallen professionele en amateurdansgezelschappen aan het werk zien. Of zelf meedansen. Later op de avond traden kleppers Rocco Granata, Buscemi en Zaki op. Natuurlijk waren er ook Vlaamsgezinden die 11 juli op een meer traditionele manier – met vlag en wimpel – vierden. HUB


BDW 1435 PAGINA 19 - DONDERDAG 17 JULI 2014

Artists in residence Aki Kaurismäki in Le Havre

Een migrant in filmland © FILMINT.NU

BRUSSEL – Aki Kaurismäki is een Fin. De cineast - bekend van films als ‘Drifting Clouds’ en ‘The man without a past’, van zijn onpeilbare humor, en van zijn voorliefde voor de vetgekuifde Leningrad Cowboys - woont het grootste gedeelte van zijn tijd in Portugal. Toch is men Kaurismäki ook in de Normandische havenstad Le Havre dankbaar voor de aandacht die hij de stad schonk. Le Havre is niet bepaald een toeristische trekpleister, aangezien er tijdens de Tweede Wereldoorlog flink werd huisgehouden. Brusselse architectuurliefhebbers kennen de stad misschien, want de Franse architect Auguste Perret, die Le Havre na de oorlog heropbouwde in geometrisch geordende blokken gewapend beton, werd in 1874 in Elsene geboren. Het feit dat Perrets werk vandaag op de werelderfgoedlijst van de Unesco staat, gaf Le Havre cachet dat het lang had moeten ontberen. Nochtans werd Le Havre ook in een vroeger verleden al door kunstenaars opgezocht. In 1872 schilderde Claude Monet, die vanaf zijn vijfde in Le Havre woonde, er zijn Impression soleil levant - het schilderij dat zijn naam aan de impressionistische stroming zou geven. In 1938 werd de filmklassieker Le quai des brumes uit 1938 er gedraaid. In 2011 deed ook Kaurismäki zijn duit in het zakje met zijn film Le Havre. Het is een film over een oudere man, Marcel Marx, die samen met zijn migrantenvrouw

Schoenpoetser Marcel Marx verschaft de jonge vluchteling Idrissa onderdak.

Arletty en zijn hond Laïka in de gedelapideerde vissershaven van Le Havre woont. Hij is schoenpoetser en heeft nauwelijks centen, maar geniet in zijn stamcafé, bij de bakker en de kruidenier respect. Hij is immers een man met een goed hart, wat blijkt als hij onderdak verschaft aan de jonge vluchteling Idrissa uit Gabon. Die ontsnapte uit een container met bestemming Londen, die per ongeluk in Le Havre was blijven staan. Hoewel de zaak de

plaatselijke media beheerst en de grenspolitie een klopjacht organiseert, stelt Marcel alles in het werk om de jongen bij zijn familie in Londen te krijgen.

Ongegeneerde romantiek Het bijzondere aan de film van Kaurismäki is dat hij van dit vluchtelingenverhaal geen rauwrealistisch drama maakt. Heel even komen er nieuwsbeelden voorbij van de ontrui-

ADVERTENTIE

F NDARD F -O- STA K C I CA & K / RS

IP RUGGE V N LUB B I WA - C

33x

CHAMPIONS 2013/14

C RS

RSCA FAN DAY vrijdag - vendredi

25-07-2013 10-19 HU constant vanden stock stadium

www.rsca.be

ming van het asielkamp “la jungle” in Calais in 2009, maar voor het overige is dit een warm sprookje. En daar profiteert ook Le Havre van. De binnenstad van Perret komt eigenlijk niet zo vaak in beeld. En als dat wel het geval is dan eerder als onpersoonlijk oord waar schoenenpoetser Marx nauwelijks gedoogd wordt, en zijn protégé Idrissa het gevaar loopt opgepakt te worden. Maar in het wijkje aan de vissershaven waar Marcel woont hebben de gevels bonte kleuren en zorgt iedereen voor elkaar. Kaurismäki, die eerder al de Franstalige film La Vie de Bohême maakte, maakt in ‘Le Havre’ zijn kennis en liefde voor de Franse cinema helemaal te gelde. Dat blijkt uit de ongegeneerde romantiek van stokbroden en accordeonmuziek, uit de bijrollen die de cineast voorbehield aan oude bekenden van François Truffaut en Jacques Tati, uit het feit dat hij zijn favoriete actrice Kati Outinen castte in de rol van Arletty, aan de gestileerde dictie en actie, aan de met eerbied gepersifleerde Franse filmesthetiek uit de jaren 1950 en 1960. Le Havre wordt zo een film noir in kleur, die bovendien boordevol vrolijke anachronismen zit (een oude Renault R16 bolt naast moderne politiecombi’s, een onheilspellend zwarte bakelieten telefoon doet het nog net zo goed als de gsm). Dat de inspecteur die het onderzoek naar de ontsnapte Idrissa leidt Monet heet, is natuurlijk ook geen toeval. De inspecteur gaat volgens de codes van de klassieke ‘policier’ wel helemaal in het zwart gekleed, maar hij staat in het kleurrijke kamp van Marcel. In deze film toont Kaurismäki zich als een ambitieuze migrant in filmland, wiens overdreven ijver om zich aan zijn adoptieland Frankrijk aan te passen even aandoenlijk als grappig overkomt. Michaël Bellon www.brusselnieuws.be/inresidence


BDW 1435 PAGINA 20 - DONDERDAG 17 JULI 2014

Mufuki Mukuna: “Ik woon graag in Kuregem, ondanks het feit dat de wijk een beetje een residentieel getto is.”

© MARC GYSENS

Mufuki Mukuna, kunstschilder

‘Als een Japanse boogschutter’ ANDERLECHT – Hij heeft Congolees en Belgisch bloed door de aderen stromen, Mufuki Mukuna. Zijn leven wordt bepaald door olieverf en canvas. Daarbij wordt hij geïnspireerd door de Ierse expressionist Francis Bacon. En door de zenfactor in kyudo, de Japanse kunst van het boogschieten. “Als ik verrast ben, weet ik dat het goed zit.”

M

ukuna ontvangt me bij hem thuis. Een bescheiden appartement in Kuregem. Bescheiden maar praktisch: het achterhuis biedt atelierruimte waarvoor menig kunstenaar een arm en een been zou geven. “De eigenaar is het Woningfonds van het Brussels Gewest. De huur wordt berekend op het inkomen. Ik heb toegehapt vanwege de praktische accommodatie, met in het achterhoofd toch een beetje voorbehoud. Omdat ik vreesde dat eventuele contactpersonen vanwege de reputatie van Kuregem angst zouden

hebben om tot hier te komen. Onterecht, zo is gebleken.” “Ik woon hier graag, ondanks het feit dat de wijk een beetje een residentieel getto is. Het sociaal contact met de buren beperkt zich tot een vluchtige ‘goedemorgen’, een even vluchtige ‘goedenavond’. Maar tegelijkertijd heb ik toch gemerkt dat hier wel degelijk sociale cohesie is. Dat je, als je deel uitmaakt van de buurt, bescherming geniet in bepaalde situaties. Bescherming van de wijkbewoners uit. Dat is iets waarvan je in bevoorrechte delen van het gewest, zoals bijvoorbeeld Ukkel, en-

kel van kunt dromen. Dat er kleine criminaliteit is een feit. Dat de discussie van de dag van de jongeren niet verder gaat dan die over auto’s en over het voetbal, is jammer. Maar samenhorigheid is er. Een samenhorigheid die ik verkies boven die van de eurocraten, die naar mijn gevoelen als een ufo in Brussel zijn beland en er als een ufo leven. Maar ja, het is wat het is.” “Ik begin mij er steeds meer bewust van te worden dat mijn roots hier in Brussel liggen. Dat het de plek is waar ik de meeste bakens heb. Mijn vrienden, mijn familie. Het is voor mij ook een interessante plek om te creëren, inspiratie op te doen, omdat mijn kunst dicht staat bij wat de mens is. Op urbanistisch vlak inspireert de stad me echter minder. Vergeleken met bijvoorbeeld New York, stelt het allemaal niet bijster veel voor. In de jaren 1990 heb ik twee keer een maand kunnen verblijven bij een neef van mijn vader in de Big Apple.”

“Even heb ik ook overwogen de sprong in het onbekende te wagen. New York, Amerika. Maar uiteindelijk heb ik gekozen voor wat me vertrouwd was. Mede omdat de Amerikaanse maatschappij een harde maatschappij is, veel harder dan de onze én omdat Brussel een heel leefbare plek is. Misschien wel té leefbaar, net als het hele land. Het lijkt wel of dat de mensen hier een beetje ingeslapen zijn. Er is comfort, er is welstand bij de meesten, er wordt al eens geklaagd. Klagen zonder dingen fundamenteel te willen veranderen, veel beweegt er niet. Klagen en tegelijkertijd een beetje slaapwandelen in een luilekkerland, je moet echt wel oppassen om niet in die val te trappen.”

Zoektocht Moeder psychologe, vader psycholoog. Allebei universitair geschoold, gewapend voor de maatschappij. Het heeft gemaakt dat Mufuki


BDW 1435 PAGINA 21 - DONDERDAG 17 JULI 2014

ding was naar mijn zin te academisch, te veel gericht op het aanleren van klassieke regels. Daarom heb ik er al snel mijn boeltje gepakt en me ingeschreven aan een kleinere school voor plastische kunsten, het Institut SainteMarie aan de Hallepoort. Daar was de klik er wel, omdat de kunstleraars er een punt van maakten je creativiteit te stimuleren, buiten de regeltjes te denken. Bijvoorbeeld koffiepoeder te gebruiken om te tekenen in de plaats van houtskool.”

Delirium Er volgde een jaartje Kunstgeschiedenis aan de ULB. “Maar dat was mijn ding niet. Het was te veel gericht op het opslorpen van geschreven kennis.” Daarna keerde Mufuki terug naar de Académie Royale des Beaux-Arts. “Daar heb ik geleerd op monumentaal canvas te werken, met olieverf. Het ging me goed af. Ik was zelfs de primus. Maar ik had echter ook nog een andere droom, die zich steeds nadrukkelijker manifesteerde: acteur worden. Na mijn tweede jaar van de vier ben ik daarom opgestapt en ben ik cursussen beginnen te volgen bij Parallax, een bescheiden acteursschool vlakbij Madou. Het heeft me weliswaar enkele rollen opgeleverd, maar gaandeweg heb ik ondervonden dat het toch niet echt was wat ik wilde. Personages spelen die niet overeen komen met wie ik ben. Steeds weer jezelf moeten ‘verkopen’.”

Kyudo Wat Mufuki Mukuna doet is niet meteen wat je van een kunstschilder met Congolese roots zou verwachten. Waar de Congolese populaire schilderkunst kan omschreven worden als de uitdrukking van het volk, met een boodschap voor hetzelfde volk – in de stijl van de naïeve schilderkunst – is de creativiteit van Mufuki van een andere orde. Mufuki’s werk is figuratief, expressionistisch, gebed in vrije vormgeving. Laat plaats aan de verbeelding van de aanschouwer. Nu eens springt er gekweldheid van het doek, dan weer dromerigheid, eenzaamheid. “Ik vergelijk mijn manier van schilderen graag met hoe de adepten van de Japanse kunst van het boogschieten, kyudo, tewerk gaan. De inspiratie daarvoor heb ik gevonden door het lezen van het boek Le zen dans l’art du tir à l’arc. Het gaat over een Duitser die naar Japan trekt om daar de kunst van Japanse boogschieten onder de knie te krijgen. Alles ligt in de voorbereiding, niet in het mikken als dusdanig. Een evenwicht vinden binnenin, jezelf laten verrassen door het resultaat. Dat is ook zo in mijn werk: ben ik verrast, dan weet ik dat het goed is. Dat het leeft.”

3 VRAGEN AAN THÉRÈSE SYMONS

Directrice Thérèse Symons: “Verhalen geven kleur aan de geschiedenis.”

‘Het gaat om de kleine geschiedenis’ BRUSSEL– Het Archief van de stad Brussel bewaart al ruim honderd jaar de documenten van Brussel. Begin juni deed directrice Thérèse Symons een oproep naar getuigenissen van Brusselaars over het dagelijks leven. Wat was de aanleiding voor jullie oproep? Symons: “Onze oproep aan de Brusselaars komt voort uit de inzending van de voormalige leraar Jean Uyttersprot. Hij heeft de schepen van Cultuur benaderd met de vraag of zijn verhaal gepubliceerd kon worden. Het was erg duur om zijn verhaal op papier te publiceren, maar er zijn gelukkig ook andere methodes. We hebben er daarom voor gekozen om zijn verhaal online te presenteren. Daarna hebben we een oproep gedaan naar meer van dat soort verhalen.” Waarom vindt u het belangrijk dat deze persoonlijke verhalen bewaard blijven? Symons: “Jean Uyttersprot schrijft bijvoorbeeld over hoe in zijn familie de kinderen vroeger op de stoep moesten eten, omdat er binnen in het huis geen plaats was. Nu

weten we wel dat de mensen in die tijd in kleine huizen woonden, maar je begrijpt pas wat dat betekende als je een dergelijk verhaal hoort. On trouve ça banal, maar het zijn juist deze kleine details die ons inzicht geven in het leven van vroeger. Zo`n verhaal geeft kleur aan de feiten van de geschiedenis. Niet de grote geschiedenis zoals in de boeken, maar de kleine geschiedenis van de mensen.” Wat voor soort documenten verwacht u nog meer? Symons: “In eerste instantie waren we vooral op zoek naar verhalen, maar het kan echt van alles zijn; foto´s, teksten, brieven; alle documenten kunnen relevant zijn. Als je bijvoorbeeld een trouwkaart van vroeger neemt, dan zie je dat die vaak werd geschreven door de ouders van het bruidspaar. Toen was dat heel vanzelfsprekend, maar nu zie je dat dat heel anders is. Veel documenten kun je pas na een tijd duiden. Voor de inzameling van onze documenten zoeken we wel altijd een link met Brussel.” Jasmijn Post Meer info op www.brussel.be

Karel Van der Auwera

De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet

De invloed van Francis Bacon “Al tijdens mijn studies voelde ik me sterk geraakt door de Ierse expressionistische schilder Francis Bacon, die in de twintigste eeuw door zijn figuratieve aanpak tegen de stroom in zwom. Hij wilde dat ‘de verf een eigen leven ging leiden’, waarmee hij bedoelde dat ieder mens in de compositie kon zien wat hij erin kon zien. Bacon maakte portretten van personen, waarbij het gezicht of lichaam misvormd was, om een betere indruk van hun psychische en emotionele gesteldheid te geven. Wat me vooral aansprak was de autodidact in Bacon, die het bovendien aandurfde om figuratief te werken in een periode dat het eigenlijk not done was. Een eenzaat. Zowel de persoon zelf als zijn werken, hebben me geïnspireerd en de moed gegeven om door te zetten.”

ROSAS IN LA LIBRAIRIE DES GALERIES. In de boekhandel aan de Koningsgalerij 2 loopt tot 31 augustus een expo met foto’s van het dansgezelschap Rosas. Het gaat om foto’s van verschillende dansoptredens, En Attendant en Cesena. Anne Van Aer heeft uit de collectie foto’s van de opvoeringen in Avignon de meest sprekende beelden gekozen. Rosas geeft bij deze gelegenheid ook een fotoboek uit dat voor 49 euro te koop is tijdens de tentoonstelling. n MEER ROSAS. Anne Teresa De Keersmaeker heeft in de New York Times van 8 juli een paginabreed artikel gekregen. Aanleiding was de voorstellingreeks Early Works die tot deze week woensdag op de aqffiche stond in New York. De krant houdt De Keersmaeker verantwoordelijk voor de transformatie van Brussel tot Europees dansmekka. n VIER ORGELCONCERTEN IN DE KAPELLEKERK. De concertreeks Duisternis en Licht, van de Renaissance tot de Barok, van Italië tot Engeland, loopt van 17 tot 23 augustus. Op 17 augustus brengt Vox Luminis Duisternis en Licht aan het Hof van Engeland. Er staat werk van Byrd, Dowland, Gibbons en Tallis op het menu. Op maandag 19 augustus verhuizen we met het Gesualdo Consort Amsterdam naar Italië. Het Consort zingt Gesualdo en tijdgenoten. Met het ensemble Les Pléiades verhuizen we op woensdag 21 augustus naar het Elisabethaans gouden tijdperk van onder andere Jenkins en Byrd. De reeks wordt op vrijdag 23 augustus afgesloten met muziek van het seicento, van Venetië tot Londen. Een avond met zang en orgel, Maria Cristina Kiehr en Jean-Marc Aymes. De concerten beginnen om 20 uur en kosten 17 euro. Studenten en leden krijgen korting. Reserveren kan op 02-465.01.79 of via brussel@masereeelfonds.be. DV

CULTUUR   KORT

“Er was geen nachtgelegenheid in het centrum die ik niet kende, geen fles waarvan ik de bodem niet heb gezien. De nacht kon niet genoeg de nacht zijn. Het bracht me inspiratie, maar het was tegelijkertijd excessief en zelfvernietigend”

Een heftige periode was het, een moeilijke periode. “Er was geen nachtgelegenheid in het centrum die ik niet kende, geen fles waarvan ik de bodem niet heb gezien. De nacht kon niet genoeg nacht zijn. Het bracht me inspiratie, maar het was tegelijkertijd excessief en zelfvernietigend. De wake-up call was een zwaar ongeval in een toestand van delirium. Ik besloot de drank af te zweren, positiever in het leven te staan, me opnieuw te focussen op het schilderen. Financieel begon het echter meer en meer te nijpen, leven van mijn kunst kon ik niet echt. Het was 2006, ik was bijna midden de 30, de wanhoop groeide gestaag. En toen had ik het geluk om te mogen exposeren in Matonge, in de galerie van Marc Dengis, de zoon van Roger Somville.” “Ik heb toen verschillende doeken verkocht, het heeft me een nieuw elan gegeven, toegestaan om een evenwicht te vinden. Creëren met discipline –’s ochtends vroeg opstaan om te schilderen, de avond reserveren voor vrije tijd – contacten leggen. Het meest vruchtbare contact was dat met de Galerie Lumières d’Afrique aan de Waversesteenweg. Met dank aan mijn ouders die me steeds zijn bijven steunen, steeds in mij zijn blijven geloven. Ik denk niet dat ik zonder hun hulp had kunnen doorzetten in het nastreven van mijn kunst. Ik heb er ook voor gekozen om op mezelf te leven. Huisje, tuintje, kinderen niet na te streven. Bescheiden te leven. En dat geeft me de vrijheid om te doen wat ik wil doen.”

© MARC GYSENS

opgegroeid is in comfortabele omstandigheden. De weg die hij voor zichzelf heeft gekozen is echter minder comfortabel. “Ik heb van kleins af altijd al getekend en geschilderd. Met mijn neus in de schoolboeken zitten was minder aan mij besteed, om niet te zeggen helemaal niet. Dus ben ik op mijn veertiende gekapt met het aso en heb ik me ingeschreven aan de Académie Royale des Beaux-Arts aan de Zuidstraat. Om zo mijn diploma middelbaar onderwijs te behalen. Mijn draai vond ik daar echter niet. De oplei-


BDW 1435 PAGINA 22 - DONDERDAG 17 JULI 2014

Wielrennen > Carrière Jean-Marie Wampers is meer dan die ene Parijs-Roubaix

‘Ik zou een tweede kassei moeten hebben’ BDWSPORT

© WWW.CYCLINGWEEKLY.CO.UK

BRUSSEL – Jean-Marie Wampers (55) maakt deel uit van een uitstervend ras: Brusselaars die meedraaien in het topwielrennen. Zijn naam wordt in een adem genoemd met de klassieker Parijs-Roubaix, een zege waar hij uiteraard apetrots op is, maar zijn carrière is rijker dan wat hij op 9 april 1989 presteerde. Vraag maar aan Eddy Merckx...

‘W

e hebben uw zoon terug bijna omvergereden,” kreeg mijn moeder soms te horen in haar bakkerij. “Ik vraag mij zelf ook af hoe ik het deed, in Brussel fietsen. We woonden op de kruising van Ukkel, Vorst en Elsene. Ik had wel het voordeel dat het Ter Kamerenbos vlakbij was. Een ideale uitvalsbasis.” De eerste kennismaking van Wampers met het peloton gebeurde echter in... Nederland. Hij ging tijdens de schoolvakanties regelmatig op bezoek bij zijn grootouders in Limburg en belandde er net over de grens in een wedstrijd voor onderbeginnelingen, de huidige aspiranten. Terug thuis schreef hij zich meteen in bij een lokale club. “In de humaniora trainde ik door de tijd opslorpende school aanvankelijk alleen op woensdagnamiddag. Ik reed dan via Overijse naar Leuven en terug. Ik won wel wat koersen en tegen het laatste jaar van het secundair waren dat er al zeventien, ik eindigde toen ook twaalf keer als tweede. Dat was wel met meer training in de benen.” Wampers kon zowel in de sprint als bergop zijn plan trekken, zonder uit te blinken in een specifiek onderdeel. Hij moest het dan ook vooral van aanvallen hebben en dat leverde hem onder meer de titel van Belgisch kampioen bij de amateurs op. Maar vooral: een profcontract in Italië. “Ik was tijdens mijn vakantie naar het wereldkampioenschap in het Franse Sallanches getrokken en raakte er aan de praat met een man. Die was blijkbaar overtuigd door mijn prestaties en raadde mij aan bij een ploeg. Op een dag ontving ik een brief, in het Italiaans. Die taal sprak ik niet, dus ging ik naar Eddy Merckx om hem te laten vertalen. Ik kende Eddy omdat ik mijn Belgische titel bij de amateurs op een van zijn fietsen had behaald, het eerste grote succes van zijn fabriek. Hij heeft me voor die reclame zelfs bedankt met een nieuwe fiets.” “Eddy las de brief diagonaal en zei me dat ik onderaan moest tekenen. Hij zei me dat ik naar Italië moest gaan, dus deed ik dat. Ik wist alleen dat Roger De Vlaeminck daar veel koersen won (lacht). Uiteindelijk beleefde ik er twee leerrijke jaren. Ik ben er een internationale renner geworden, ik heb er geleerd dat er meer was dan alleen de Belgische koersen. Ik heb er de stiel geleerd in de best mogelijke omstandigheden.”

Het bedrog van San Remo Op vlak van resultaten liet Wampers meteen zien wat hij in zijn mars had. Zo won hij de se-

Jean-Marie Wampers (hier op de velodrome van Roubaix in 1990): “Het jaar na mijn zege in Parijs-Roubaix had ik de beste benen in koers. Ik had eigenlijk opnieuw moeten winnen, maar ik moest voor Eddy Planckaert rijden.”

“Ik kreeg brieven die geadresseerd waren aan Wampers – België, zonder adres. Maar ze kwamen wel terecht” miklassieker GP Città di Camaiore, een wedstrijd met een indrukwekkend palmares waar amper drie Belgen op staan. Tijdens zijn eerste Milaan – San Remo eindigde hij twaalfde, of was het zevende? “We reden achter een groepje ontsnapte renners en toen we aan de Poggio kwamen, zijn vijf renners op de grote baan blijven rijden waardoor ze de klim niet hebben gedaan. Op de beelden zie je hoe zij op een gewoon tempo over de meet rijden, terwijl wij een hoge snelheid halen dankzij de afdaling. Maar het viel blijkbaar niet genoeg op, want zij zijn niet gediskwalificeerd.” “Na twee seizoenen ben ik teruggekeerd naar België. Ik wou hier de koersen rijden die me nauw aan het hart la-

‘DE TOUR IS HET SUMMUM’ Jean-Marie Wampers stond drie keer aan de start van de Ronde van Frankrijk. Eigen successen behaalde hij er niet, maar hij was wel een belangrijke pion voor de ploeg. “Ik heb een paar keer geprobeerd hoor, maar ik ben er nooit in geslaagd om de aanval tot een goed einde te brengen. Ik heb wel ploegsuccessen behaald: ik zat met Claude Criquielion in de ploeg, en was regelmatig zijn kamergenoot toen hij negende eindigde. Bij Panasonic zat ik in een ploeg die voor al de truien meestreed. Met hen heb ik veel op kop moeten rijden. De Tour is zowat het summum, vergelijkbaar met wat het WK voor voetbal is.”

gen. Die kans kreeg ik in Italië niet.” Het duurde niet lang of Wampers liet zich ook hier gelden. Hij behaalde onder meer een mooie negende plaats in de Ronde van Vlaanderen en pakte in 1986 de zege in de Rund um den Henninger-Turm, dat jaar een koers buiten categorie. “Dat was een mooi zege, maar geen verrassing. Men kende mij ondertussen wel in het peloton. Ik moest mijn plan trekken maar slaagde er toch in regelmatig te winnen. En als ik won, was het een koers met een zekere waarde.” “Ik zat dikwijls vooraan, maar miste meestal dat tikkeltje geluk op het juiste moment. Ik ben onder meer twee keer tweede geëindigd in Gent-Wevelgem, ik heb een paar keer net naast een klassieker gegrepen. Ik ben van oordeel dat als je in de top twintig van een klassieker kunt eindigen, je op termijn zo’n wedstrijd kunt winnen.” Wampers bewees zelf dat zijn theorie klopt. Na een paar mooie top twintig plaatsen in verschillende klassiekers, schoot hij in 1989 de hoofdvogel af. Tijdens Parijs-Roubaix kende hij geen pech, trok de ploeg zijn kaart en bleek hij over betere benen te beschikken dan medevluchter Dirk De Wolf. “In de ploeg hadden we steeds vier – vijf kanshebbers om te winnen, er moest dus gekozen worden. Het jaar na mijn zege ben ik bijvoorbeeld vijfde geëindigd omdat ik voor Eddy Planckaert moest rijden, terwijl ik de beste benen in de koers had. Eigenlijk zou ik een tweede kassei moeten hebben. Maar in 1989 reed de ploeg voor mij.” “Toen ik de kloof van dertig seconden met koploper De Wolf in amper vijf kilometer dichtte, wist ik dat er meer in zat. Ik had de beelden van de vorige edities bestudeerd om te zien waar ik de sprint moest aangaan. Met succes. Het was nochtans geen gemakkelijk wedstrijd, want het was zowel nat als droog, met heel wat valpartijen tot gevolg.”

Rondrijden met vips Wampers wordt vandaag nog regelmatig aangesproken over die mooie zege. Hij beseft eigenlijk nu pas echt wat de waarde is van een overwinning in een klassieker. Het is iets dat je heel je leven meedraagt. “Ik kreeg brieven die geadresseerd waren aan Wampers – België, zonder adres. Maar ze kwamen wel terecht. Een zege in een klassieker brengt heel wat teweeg.” Zijn carrière eindigde vroegtijdig doordat het financiële plaatje niet meer klopte. Zijn benen wilden nog wel, maar wat hem werd aangeboden was te weinig. Hij bleef wel in het peloton als sportdirecteur bij Collstrop, drie jaar lang. “Als ik echt had gewild, was ik er in gebleven. Maar dat heb ik niet gedaan en ik ben aan de slag gegaan als verkoper. Ik kom soms nog wel in het peloton als begeleider van de vips voor Omega Pharma. Ik zal dat dit jaar ook heel de Tour lang doen. Het is iets waar je naar uitkijkt, maar je bent ook wel blij als het gedaan is. En zo heb ik toch nog een link met het wielrennen.” Tim Schoonjans


BDW 1435 PAGINA 23 - DONDERDAG 17 JULI 2014

@BrigitteBecue Halve finale 100m cr @AlexisBorisavlj en Lise 200m ss. Proficiat.

Boek over Philippe Thys

Openbaring van een wielergeheim

BRUSSEL – De Tour winnen in 1913, 1914 en 1920, dertien etappes op je naam schrijven, maar amper een belletje doen rinkelen? Philippe Thys (1890 – 1971) is een van de beste bewaarde geheimen van onze wielergeschiedenis, tot nu. “Dat mag je zeker stellen,” aldus auteur Johan Van Win. “Hij is wat door de mazen van het net geglipt doordat wielerboeken in zijn tijd eerder uitzondering waren. Thys liep ook niet te koop met zijn carrière. Zijn kleinzoon wist bijvoorbeeld weinig over wat zijn grootvader allemaal heeft gepresteerd.” Spijtig, want de carrière van Thys is indrukwekkend. Hij reed niet zoveel wedstrijden, maar won wel koersen als de Ronde van Lombardije, Parijs-Tours en uiteraard drie maal de Tour. En, stel u eens voor dat de Eerste Wereldoorlog niet was uitgebroken... “Zijn palmares had een pak indrukwekkender kunnen zijn, want hij was een renner die zijn tijd ver vooruit was. Hij spitste zijn seizoen toe op de Tour en ging zeer minutieus te werk. Hij volgde een aangepast dieet, trainde op basis van hartslag en was na elke rit meteen weg om de nodige rust te hebben. Vreetpartijen waren niet aan hem besteed.” “Hij was ook tactisch zeer sterk. Hij reed in een periode waarin lange aanvallen en grote exploten geen uitzondering waren, maar hij was eerder een volger die op het gepaste moment toesloeg. Een intelligente renner zonder echte vrienden en zonder echte vijanden in het peloton. Dat

SPORT   KORT

Een jaar geleden verraste FRANCOIS HUMBLET vriend en vijand door Belgisch kampioen duatlon te worden. Sindsdien kende de Brusselaar een sterke progressiemarge, mede dankzij een professionele aanpak. Hij verscheen eerder deze maand als favoriet aan het nationale kampioenschap en maakte die rol helemaal waar door zichzelf op te volgen. n Dat onze straatvoetballers top zijn, las u onlangs nog op deze sportpagina’s. Om hen live aan het werk te zien, moet u op donderdag 17 juli aan het Koning Boudewijnstadion zijn. LOTTO STREETSOCCER strijkt er van elf tot achttien uur neer met een tornooi waarin jongeren (van zes tot zestien jaar) het tegen elkaar opnemen in ploegen van vier spelers. Meer info op www. lottostreetsoccer.be. n Op zaterdag 26 en zondag 27 juli kunt u in datzelfde stadion het BELGISCHE KAMPIOENSCHAP ATLE-

heeft hem geholpen tijdens zijn carrière.” Een passage over Thys in het eerste wielerboek dat Van Win als jonge ket kreeg – we spreken over het begin van de jaren 1970 – wekte zijn interesse. Die groeide met de jaren en is nu uitgemond in het boek Philippe Thys – De vergeten drievoudige Tourwinnaar. Daarin wordt het levensverhaal van de Anderlechtenaar begeleid door prachtige foto’s en heel wat leuke anekdotes. “Er komen ook Brusselse faits divers aan bod die zijn loopbaan kruisten. Zoals de bouw van de slachthuizen van Anderlecht tijdens zijn jeugd, zijn vlucht uit Brussel kort na zijn tweede Tourzege toen de Duitsers binnenvielen, etc.” “Het is mijn bedoeling om Philippe Thys in ere te herstellen. Een renner met drie Tourzeges zou vandaag op heel wat belangstelling kunnen rekenen. Hij verdient dat ook.”

Tim Schoonjans

‘Philippe Thys – De vergeten drievoudige Tourwinnaar’ van Johan Van Win, 248 pagina’s, 19,5 euro, uitgave van uitgeverij Les Iles.

WIN!

© UITGEVERIJ LES ILES

Het zijn drukke tijden voor Alexis Borisavljevic. De Brusselse zwemmer trekt volgende maand naar China om er deel te nemen aan de Jeugd Olympische Spelen. Vorige week was hij in het Nederlandse Dordrecht actief op de Europese Jeugdkampioenschappen zwemmen. Hij werd er zesde in de 4X200 meter finale met de Belgische aflossingsploeg. Die prestatie leverde hem felicitaties op van voormalige zwemtopper Brigitte Becue. Spijtig genoeg haalde de Brusselaar de finale van de 100 meter crawl net niet. TS

Wat was de bijnaam van Philippe Thys? Mail het juiste antwoord naar win@bdw.be en maak kans op een van de drie exemplaren van ‘Philippe Thys - De vergeten drievoudige Tourwinnaar’

TIEK volgen. Zowel de mannen als de vrouwen werken er op zaterdag de reeksen af, op zondag staan de finales op het programma. Tickets kunt u ter plekke kopen. n Voetbalfans zijn de afgelopen weken verwend, nu worden ze eigenlijk echt bedorven: het wereldkampioenschap is nog maar net afgelopen of het clubvoetbal begint stilaan op volle toeren te draaien. RSC Anderlecht organiseert op vrijdag 25 juli naar goede gewoonte zijn FANDAG. De deuren van het Constant Vanden Stock stadion gaan van 10 uur tot 19 uur open. Het hele gebeuren is volledig gratis. n Rugbyclub Bosvoorde beschikt na lang wachten over een SYNTHETISCH VELD. Ketjes (geboren tussen 2002 en 2007) die er zelf eens van willen proeven kunnen zich nu inschrijven voor de stages die tijdens de maand augustus doorgaan. Meer info op www.brclub.org. TS

ESTAFETTE > KEN LAMBEETS

Vergane glorie met heel veel charme Tijdens de Belle Époque is het voor de beau monde goed toeven in Brussel. In hun vrije tijd houden de bemiddelde Brusselaars zich onledig met het verzamelen van kunst, het bijwonen van exclusieve garden parties en met sportieve activiteiten zoals het opkomende tennis of de paardensport. In en rond Brussel wemelt het namelijk van de hippodromen. De eerste Brusselse paardenrenbaan wordt in 1782 geopend aan de Groendreef. Een tweede renbaan verrijst niet veel later op het plateau van Linthout, in de buurt van het huidige Jubelpark. Tussen 1870 en 1910 is er in laag-Vorst een belangrijke hippodroom in de Zennevallei. Volgens de overlevering passeren er op koersdagen zoveel wagens en trams dat de omwonenden hun kinderen verbieden om op straat te spelen. Uiteindelijk wordt op basis van morele overwegingen – gokken is een goddeloze gewoonte – besloten om de renbaan te sluiten. In de buurt van het SintAlixvoorplein in Stockel is er in de eerste helft van de twintigste eeuw een renbaan waar naast paardenkoersen ook hondenrennen en luchtshows worden georganiseerd, met enkele spectaculaire ongelukken tot gevolg. De laatste paardenkoers vindt er plaats in 1957, een jaar later wordt de hippodroom helaas afgebroken. De enige Brusselse hippodroom die de tand des tijds heeft doorstaan is die van Bosvoorde, op het grondgebied van Ukkel. Die wordt in 1878 geopend door Leopold II, de allerminst onbesproken vorst die naast een geniale urbanist ook een groot paardenliefhebber is. Om de duizenden toeschouwers die op wedstrijddagen naar de hippodroom afzakken te vervoeren, wordt er zelfs een tramlijn aangelegd. Met tram 94 geraak je vandaag nog altijd aan de hippodroom van Bosvoorde, een ideale uitstap voor een zomerse zondag. Wie liever wandelt geraakt er via het Ter Kamerenbos langs het Ruiterpad, een aarden ventwegje van de Terhulpsesteenweg.

De renbaan zelf heeft duidelijk betere tijden gekend. Het traliewerk van de brede tribune met twee spitse torentjes is verroest, er groeit niets dan onkruid tussen de staanplaatsen en je moet al even zoeken naar een stukje muur waar er geen graffiti op werd gespoten, om nog maar te zwijgen van de vele gaten in het dak. Op deze plaats moedigden de graven en baronnen tijdens de races hun paarden aan. Naast de tribune staan de ‘pesage’, een klein bijgebouw waar de jockeys werden gewogen voor de race begon, en een witte uitkijktoren met wenteltrap voor de leden van de jury. Op de zeker tien meter brede renbaan vonden zowel koersen met als zonder hindernissen plaats. Niet alle paarden waren in staat om de scherpe bochten van de met zijn 1.600 meter betrekkelijk korte hippodroom te nemen. In het midden van de renbaan ligt een grote grasvlakte: de ‘pelouse’, vandaag een golfplein. Het tunneltje onder de renbaan dat op wedstrijddagen naar de goedkoopste plekjes op het middenplein leidde, wordt vandaag gebruikt door elegante personenwagens die op weg zijn naar het clublokaal van de Brussels Golf Club. In de jaren 1990 sluit de ene renbaan na de andere, mede door de opkomst van de lotto en andere kansspelen. De laatste paardenkoers op de hippodroom van Bosvoorde dateert van 1995. Door financiële problemen komt de renbaan in handen van het Gewest, dat de site nu wil ombouwen tot een recreatief park met een synthetische schaatsbaan en een uitkijktoren met deathride. Hopelijk wordt de vergane glorie in ere hersteld. Eindredacteur Ken Lambeets houdt van literatuur en van echte sporten

Over welke ‘vergeten’ Brusselse sportheld(in) of sportgebeurtenis zou u graag een portret lezen in de krant? Suggesties welkom via ken.lambeets@bdw.be

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van Brussel Deze Week vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 70.490 exemplaren. PROMOTIE EN DISTRIBUTIE Ute Otten, Anne Burger, Maurice Droogh. ADVERTISING MANAGER Lisa Decrick: 02-226.45.41, 0474-67.03.84, fax 02-226.45.69. MARKETING MANAGER Frederik Welslau. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne. COÖRDINATIE Kim Verthé. EIND­REDACTIE Ken Lambeets (eindredactie@bdw.be). VORMGEVING Peter Dhondt. REDACTIE Jean-Marie Binst, Christophe Degreef, Bettina Hubo, Steven Van Garsse, Danny Vileyn. BRUSSELNIEUWS Kris Hendrickx (nieuwsmanager), Sandra Schreurs (projectcoördinator), Jelle Couder, Goele de Cort, Eric Vancoppenolle, Laurent Vermeersch. REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele, Gerd Hendrickx. MEDEWERKERS Michaël Bellon, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Bram Van de Velde, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh. VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE François Bettens (a.i.). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
BDW - editie 1435 by brusselnieuws.be (archief) - Issuu