JULI-AUGUSTUS-SEPTEMBER 2026
FOTO BARBARA VANDENDRIESSCHE
CHRISTIAN DE CONINCK IS TWINTIG JAAR SCHRIJVER IK ZEN ER FEER OP NEUVE MERCH EN DE CANADEISE MEUR EDDY VAN GELDER, VLAAMSESTEENWEG 98, 1000 BRUSSEL – P917081 / AFGIFTEKANTOOR: GENT
23
MERCHANDISING neuve
Deir to be Brusseleir
!
Wa vè ne zoumer was ma da… Ik moot et aaile ni vertelle, de zonne was présent! Zërgt ervui da ze blaaift schaaine en kom no ons evenemente. Dresscode: gelak nen Brusseleir! Da vinne waaile tof! Want om haar ‘community’ te verruimen speelt Brusseleir! verder in op de huidige tendensen wat betreft communicatie en vormgeving onder de noemer ‘Brusseleir! Ik zen er feer op!’ De nieuwe look is al zichtbaar in dit magazine, op onze affiches en in onze splinternieuwe merchandising met onze slogan “Brusseleir!, Ik zen er feer op” en de ludieke uitdrukkingen; “Deir to be Brusseleir!” en “Puute van de koesj”. Zet a donc op aaven trent-et-un mè ne neuve ‘sweater’ en ‘n neu klak. De nieuwe communicatiestrategie heeft een heldere kernboodschap, een uniforme ‘tone of voice’, en een duidelijke strategie met een visueel stijlconcept op alle kanalen. Onze ervaren communicatievakman Jan Cordemans licht het allemaal toe in dit magazine. Het Brussels ligt ook nauw aan het hart van Brusseleir Christian De Coninck. Na een mooie en een jarenlange politiecarrière in onze hoofdstad, hanteert hij nu al 20 jaar met groot succes de pen voor misdaadromans waarin Brussel als context fungeert en het Brussels steeds een plaatsje krijgt. Michaël Bellon sprak met hem. Et Brussels uuren en ervan geneete, da kende nateurlaaik altaaid bei et Brussels Volkstejoêter, et comment! Brusselmans en Lanoye in’t Brussels! Da serveit et Brussels Volkstejoêter mè De Canadeise Meur. Alle info over het stuk, over de voorstellingen én de ticketverkoop vind je verderop. Ge zaait gelak as altaaid ginviteid! Welkom! En binnekët volgt er nog vuil mier. Ara!
COLOFON Redactie Geert Dehaes, Michaël Bellon Foto’s Barbara Vandendriessche Vormgeving Florence Collard Bestuursorgaan be.brusseleir vzw Eddy Van Gelder, Voorzitter / Jan Hautekiet, Ondervoorzitter / Anne-Catherine Massagé, Secretaris / Paul Merckx, Penningmeester / Daniel Smets, Veronique De Tier, Karla Verlie, Lynn Tytgat, Gil Dumarey, Herman De Cnijf, Bart Decoster – bestuursleden Johan Verminnen, Erevoorzitter
Algemeen Directeur Geert Dehaes Contact be.brusseleir vzw, Vlaamsesteeweg 98, 1000 BRUSSEL 02/502 76 93 info@brusseleir.eu Reservaties 02/502 55 09 tickets@brusseleir.eu www.brusseleir.eu
DE SLOGAN
“BRUSSELEIR!, IK ZEN ER FEER OP!” DE LUDIEKE UITDRUKKINGEN
“DEIR TO BE BRUSSELEIR!” “PUUTE VAN DE KOESJ”.
SWEATER EN PET
Voor vrouwen en mannen, samenstelling stof: 85 % biologisch katoen, 15 % gerecycleerd polyester – het hoge percentage katoen doet de sweater zeer aangenaam aanvoelen, het polyester verstevigt de stof – donc, dat es ginne…. ! Maten van XS tot XXXl Pet ‘Deir to be Brusseleir!’ > € 25,00 via de site incl. verzending / € 20,00 via de shop Sweater > € 40,00 via de site incl. verzending / € 35,00 via de shop
SURF NO DE WEBSITE
hop
leir.eu/s e s s u r .b w w w / https:/
Geert Dehaes, Brusselambassadeur - ALGEMEEN DIRECTEUR Brusseleir!
2
3
POLITIEMENS EN SCHRIJVER
CHRISTIAN DE CONINCK
“Ik schrijf elke dag, omdat het plezant is” Voormalig politiecommissaris Christian De Coninck is twintig jaar schrijver. Tijd voor een gesprek over zijn politieromans en het Brussel van vroeger en nu. FOTO’S BARBARA VANDENDRIESSCHE - INTERVIEW MICHAËL BELLON
Christian De Coninck werd in 1960 geboren in het ‘Frans Gasthuis’ of ‘Hôpital Français’ waarnaar de gelijknamige laan verwijst. Zijn ouders hadden een bakkerij aan de Broustinlaan in Koekelberg waar hij op jonge leeftijd al het brood mocht snijden en de mensen bedienen. Af en toe aan de patékes zitten was plezant, maar spelen in het Elisabethpark waar de ketsjes Nederlands, Frans en Brussel door elkaar klapten was nog plezanter. Op zijn twaalfde
4
verhuisde het gezin De Coninck naar Zellik, waar hij nu nog altijd woont. In vergelijking met Brussel was Zellik nog een boerengat. “Toen wij hier kwamen wonen, stonden er voor het huis nog koeien in de wei. Als ik dat vertel aan mensen die hier vandaag komen wonen, dan geloven ze mij niet. Ondertussen is het verschil met de stad niet meer zo groot. Maar sowieso heb ik altijd voeling gehouden met Brussel, want ik heb er 40 jaar gewerkt.”
5
de wijkagent die zei: ‘Christianske, hier zijt ge nog te klein voor, hup naar huis!’ Hij is mij thuis gaan afzetten met de melding aan mijn ouders dat ik pas een lijk had gezien en dus misschien niet zo goed zou slapen. Maar ik heb nog nooit zo goed geslapen als die nacht (lacht). Het was als een roeping. Als ik met mijn ouders naar de stad ging, moesten we absoluut langs het commissariaat aan de Kolenmarkt.
Op uw tweeëntwintigste ging u al aan de slag bij de politie, een beroep dat u van jongsaf intrigeerde. Toen ik klein was, was het kruispunt aan de Jetselaan ook al druk en gevaarlijk. Er ging geen week voorbij of er was een ongeval. Als kind ging ik daar dan vaststellingen doen. Ik ging eropaf en schreef alles in mijn boekske. De agenten van het kleine korps in Jette kende mij op den duur, en dan mocht ik af en toe al eens iets afstappen met de podometer. Dan kon mijn dag niet meer stuk. Ik ging ook zelf op patrouille: sociale controle avant-la-lettre! Op een dag zag ik op de Jetselaan een vrouw huilend het huis uitlopen. De deur stond wagenwijd open dus ik ging naar binnen en zag in de donkere gang iemand in een plas bloed liggen. Dat vond ik heel interessant, want ik ben beginnen noteren in mijn boekske tot ik werd vastgepakt door
6
U heeft daar snel carrière gemaakt, werd uiteindelijk commissaris, maar ook woordvoerder van de Politie Brussel Hoofdstad-Elsene. In 2000 werd ik door de toenmalige korpschef Roland Vanreusel gevraagd om woordvoerder te worden, hoewel ik daar toen absoluut nog geen kaas van had gegeten. Maar hij had gezien hoe ik het uitlegde tijdens een televisie-interview bij de inwijding van een nieuwe politieantenne, en daarna heb ik ook nog een cursus communicatie voor openbare ambtenaren gevolgd. Woordvoerders beperkten zich in die tijd tot het meedelen van de resultaten van controles. Ik vond dat we ons ook moesten verdedigen wanneer mensen van ons korps onterecht werden beschuldigd van politiegeweld. Dan vroeg ik het dossier op en belde ik de journalist op om de echte feiten mee te geven. Als politiecommissaris bent u op pensioen. Maar als misdaadauteur bent u 20 jaar bezig. Wanneer begon u te schrijven? Dat is het verhaal van mijn ziekenhuisopname in 2005. Om de tijd te verdrijven las ik een policier waarin de auteur een huiszoekingsbevel liet afleveren door een procureur - wat niet kan. ‘Als het zo zit, kan ik het beter’, dacht ik, en ik ben beginnen schrijven. Gewoon als bezigheidstherapie. Niet om uit te kunnen geven. Maar een collega las wat ik schreef en bleef aandringen. Uitgeverij Houtekiet bleek geïnteresseerd en zo is de bal aan het rollen gegaan: De Praagse Connectie met commissaris Stijn Goris werd een succes. Ik kende ook veel mensen van de pers. Het ging snel rond dat iemand van de politie een roman schreef over het eigen korps. Zo kwam ik in primetime in de journaals van de VRT en VTM terecht.
U benadrukt altijd dat u geen sleutelromans schrijft die rechtstreeks samenvallen met bepaalde mensen of feiten. Maar Brussel is wel een duidelijke inspiratiebron. Inderdaad, al baseer ik mij meestal wel op waargebeurde feiten. Een roman als Nevenschade is bijvoorbeeld gebaseerd op een verhaal dat mij is doorgespeeld door het hoofd Moordzaken van de federale gerechtelijke politie. En veel romans van de ‘Dodenreeks’ met Lode Pynaert en Cyriel De Cruynaere in de hoofdrollen zijn gebaseerd op waargebeurde feiten in de vroege jaren twintig. Brussel is het decor, en daar besteed ik nog meer aandacht aan dan vroeger. Neem nu het voorbeeld van de politiepost op de Grote Markt. Ik zal daar nu details over opschrijven zoals de koperen klink aan de deur. Omdat lezers daar ook naar vragen.
pinken om zijn ‘commis’ kreeft te laten halen aan de Vismarkt en er nog een goede cent aan te verdienen. Voor de Dodenreeks, die in het Interbellum speelt, doet u ook historische research. Ik vind het belangrijk dat het allemaal klopt. Zo moet ik regelmatig nakijken of een straat al bestond in de jaren twintig of niet. Zo heb ik vastgesteld dat de Adolphe Maxlaan al bestond in 1929, terwijl Adolphe Max toen nog burgemeester was. Huisnummers verzin ik meestal wel, omdat ik geen mensen wil stigmatiseren met een moord die in hun huis zou gebeurd zijn.
❛❛ TOEN IK ALS KIND EEN lijk HAD GEZIEN, bracht DE wijkagent MIJ NAAR HUIS
Gaan lezers op basis van de boeken bepaalde plekken bezoeken? Zeker. Toen eigenaar Aldo nog in restaurant La Capannina in de Korte Boterstraat stond, ging ik daar ’s middags dikwijls eten omdat je daar alles kon krijgen wat je wou. Américain stond niet op de kaart, maar ik kreeg die wel als ik er naar vroeg. Hetzelfde als ik zin had in een slaatje met Parma-ham of een omelet met frietjes. Voor mij was dat precies de keuken van thuis, en dus ging Stijn Goris daar in mijn boeken natuurlijk ook eten. Tot Aldo op een bepaald moment tegen mij zei dat ik daarmee moest ophouden. “Uw lezers komen hier en willen allemaal aan ‘de tafel van Stijn Goris’ zitten, maar ik heb er zo maar één.” Toen ik had geschreven dat Goris er een ravioli van kreeft met armoricainesaus was gaan eten, kwam er op een dag een groep van zeven bezoekers naar vragen. Aldo had dat helemaal niet in huis, maar was genoeg bij de
In 2008 werd u Brusseleir van ’t Joêr. Het Brussels dialect speelt dan ook een rol in uw boeken. Dat was een tip van Robert Delathouwer en ‘De Manne van het Platou’. Sindsdien stop ik in elke roman twee, drie zinnen in het Brussels. Robert moet wel de spelling en grammatica nakijken. Een Nederlands redacteur die stage deed bij de uitgeverij heeft het Brussels er eens uitgehaald zonder dat ik het wist. Toen heb ik van mijn oren gemaakt, waardoor in de eerste druk van Het Duivelsdozijn er geen Brussels staat, en in de tweede en derde druk wel.
7
❛❛ IN ELKE roman STOP IK TWEE, DRIE ZINNEN IN HET Brussels! U schrijft ook goed door. Zeker sinds uw pensioen komt u aan een gemiddelde van twee boeken per jaar. Ik heb nu 32 boeken uit, waarvan Beduveld en Dodenuur de recentste zijn. Maar er liggen alweer nieuwe manuscripten klaar. Ik schrijf elke dag, omdat het zo plezant is. Soms zit ik zo in de flow dat ik vergeet dat ik mijn eten nog moet maken. Maar soms heb ik ook absoluut geen inspiratie en ben ik meer bezig met nadenken over de plot dan met schrijven. Een realistische stijl met menselijke personages zijn uw handelsmerk. Politiemensen zijn menselijk, daarom gebruik ik ook het woord politie-‘mensen’. Wij hebben ook onze emoties en onze slechte dagen en goede dagen. Zodra we ons uniform aan trekken moeten we die emoties blokkeren en objectief zijn, maar we blijven mensen. Over de soms harde werkelijkheid van het politiewerk hebt u met ‘Flikstories’ en ‘Die dag heeft Brussel geweend (en ik ook)’ non-fictie geschreven . Zijn die boeken nog verkrijgbaar? Al mijn boeken zijn nog verkrijgbaar. Zelfs De Praagse Connectie, die ook nog altijd wordt verkocht. Flikstories heb ik geschreven op basis van alle krantenartikels die ik van al die zaken had bijgehouden. De koppen van die krantartikels waren voldoende om mij dat overzicht te laten schrijven van al die waargebeurde zaken.
8
In Die dag heeft Brussel geweend (en ik ook) schreef u over de aanslagen van 2016, die u het trauma bezorgden dat u tot uw pensioen dwong. Hoe gaat het met uw gezondheid? Ik sta nog altijd onder dokterstoezicht en ik heb nog altijd last om naar Brussel te gaan. Maar goed, het gaat al veel beter dan ervoor, en dat is ook maar best na meer dan tien jaar. Ik heb de herdenkingen ook zoveel mogelijk aan mij voorbij laten gaan, want ik vrees dat dat een trigger kan zijn, en dat heb ik nu echt niet nodig.
Speelt
Lanoye & Brusselmans in het Brussels
Volgt u de Brusselse politiezaken nog? Ik volg alles nog. Ook de drugsproblematiek met de vele schietpartijen. Soms lijkt die situatie uitzichtloos. Hoe ziet u dat? We hebben nog nooit opgegeven. Vroeger hadden we andere problemen. Uiteindelijk hebben we altijd de middelen gevonden om daar iets aan te doen. Dat zal nu ook het geval zijn. Mijn collega's werken er elke dag aan. Je kan het je niet permitteren om in Brussel een no-go-zone te laten ontstaan, en dat zal ook niet gebeuren. Ook de anti-overvalbrigade levert op dat vlak goed werk. Over de fusie van de politiezones bent u wel sceptisch. Ik ben nogal oldschool op dat vlak. Volgens mij gaat die fusie niets uithalen. Ik hoor sommigen Frankrijk als voorbeeld aanhalen, want daar hebben ze de ‘Police Nationale’ die verantwoordelijk is voor het hele territorium. Wat is het gevolg? Burgemeesters van kleine dorpen klagen dat hun bewoners nergens meer politie zien. Wat hebben ze dan gecreëerd? De Police Municipal. In het begin waren dat ongewapende hulpagenten, maar ondertussen zijn ze al gewapend en hebben ze meer bevoegdheden. Als lokale posten en antennes worden afgeschaft, zie ik dat ook in Brussel gebeuren.
De Canadeise Meur 6/12/13 dec 2026 9/10/16/17/23/24/ 30/31 jan + 7/8 feb 2027 Aanvang op za. 20u en zo. 14u30
ZINNEMA
Veeweidestraat 24-26, 1070 Anderlecht
€20/€23/€57
Res. brusseleir.eu of 02 502 55 09 VERBRUSSELING: Guido Goovaerts REGIE: Dave Nauwelaerts CAST: Davy Van Stichel, Chloë Van Doorslaer, Geert Dehaes, Kathleen Seghers en Guido Goovaerts
9
B R U S S E L S V O L K S T E J O Ê T E R S P E LT
LANOYE EN BRUSSELMANS VERBRUSSELING GUIDO GOVAERTS
De Canadeise Meur Een harteloos familiedrama vol humor over geld, onhaalbare dromen, lang vervlogen tijden, gebroken vriendschap — en dito knieschijven.
Koning Voetbal beheerst het leven van supporters, journalisten, bestuursleden, ordediensten en echtgenotes; het spel bepaalt en beïnvloedt het plot door de ingrijpende wil van de Voetbalgoden. Twee vroegere vrienden ontmoeten elkaar na jaren, twee vrouwen zijn speelbal van intriges en rollenpatronen, en een eenzame vader is de enige met een goedgespekte portefeuille. Een verhaal over voetbal en huiselijke eet- en drankproblemen gespeend van ernst en humor. ARTISTIEKE PLOEG
REGIE DAVE NAUWELAERTS (REGISSEERDE ‘NEN AIR DE FAMILLE’) ASSISTENTIE MONIQUE BOONEN SPEL DAVY VAN STICHEL, KATHLEEN SEGHERS, CHLOË VAN DOORSLAER, GUIDO GOOVAERTS EN GEERT DEHAES DECORTONWERP BARBARA VANDENDRIESSCHE REKWISIETEN KAROLIEN SEMPELS EN NADINE BREMS LICHTONTWERP STEVEN LEFEVER EN BARBARA VANDENDRIESSCHE KOSTUUMS SILKE DEBANDT GRIME GERLINDE VERVENNE
SPEELDATA ZINNEMA, Veeweidestraat 24-26, 1070 Anderlecht
DECEMBER 2026 zo. 6, za. 12, zo. 13 JANUARI 2027 za. 9, zo. 10, za. 16, zo. 17, za. 23, zo. 24, za. 30, zo. 31 FEBRUARi 2027 za. 6, zo. 7 INFO TICKETS
€ 20,00 > -18, +65, groepen vanaf 20 personen € 22,00 > anderen € 59,00 > verwenarrangementen i.s.m. restaurant In Den Appelboom en restaurant Appel Thaï > shuttle, ticket, aperitief, plat, dessert, excl. dranken VGC-paspartoe kan ingediend worden Rekeningnummer be.brusseleir vzw: BE79 7350 3377 0233
RESERVATIES
vanaf oktober 2026: telefonisch via 02/502 55 09 > op woensdag van 10u tot 12u00 en > op vrijdag van 10u tot 12u00 online via onze website: www.brusseleir.eu
Waarom speelt het BVT ‘De Canadeise Meur’? TRISTAN VERSTEVEN, Artistiek Leider De directe, ritmische taal van Herman Brusselmans en Tom Lanoye lijkt gemaakt om luidop, met de nodige branie en ironie, in het Brussels te worden uitgesproken. In deze taal krijgen de replieken een extra levendigheid: rauw, geestig, herkenbaar en soms ontroerend. Het Brussels geeft de tekst een eigen kleur en verankert hem in een stad die zelf doordrongen is van tegenstellingen, nostalgie en verandering. De taal maakt de personages tastbaar en brengt hun verhalen dichter bij het publiek. De Canadese muur gaat over het kleine menselijke: over ambities die groter zijn dan het leven zelf, over heimwee naar betere tijden en over vergane glorie. De personages proberen zich staande te houden, terwijl hun dromen, herinneringen en verwachtingen voortdurend botsen met de werkelijkheid. Net daarin schuilt de kracht van het stuk: achter de humor en de grote woorden blijven heel menselijke verlangens en tekortkomingen zichtbaar. Zo ontstaat een voorstelling die tegelijk geestig en melancholisch is, volks en literair, herkenbaar en verrassend. In het Brussels krijgt De Canadese muur een nieuwe adem — alsof de tekst altijd al gewacht heeft om precies daar, in die taal en in die stad, opnieuw tot leven te komen. Wat mag je van de voorstelling verwachten? DAVE NAUWELAERTS, regisseur 'De Canadeise Meur' brengt u een avond zonder genade, een avond zonder gène. Dat alles in een huis vol mensen die van malkander houden op de Lanoye & enige manier die ze Brusselmans in het Brussels kennen: door ze te draineren in een liter azijn. Maak kennis met een mislukDe Canadeise keling in peignoir, Meur 6/12/13 dec 2026 een vrouw die alles 9/10/16/17/23/24/ Speelt
30/31 jan + 7/8 feb 2027 Aanvang op za. 20u en zo. 14u30
ZINNEMA
Veeweidestraat 24-26, 1070 Anderlecht
€20/€23/€57
Res. brusseleir.eu of 02 502 55 09
PAKT AAVEN A EN AAFT A GZEJENDA ERIED
10
VERBRUSSELING: Guido Goovaerts REGIE: Dave Nauwelaerts CAST: Davy Van Stichel, Chloë Van Doorslaer, Geert Dehaes, Kathleen Seghers en Guido Goovaerts
draagt en niemand bedankt, een copain van weleer die geen copain is maar een rekening, openstaand én met rente. Een coiffeuse zonder inboedel maar met een groot naief hart. En een vader die het predicaat God een nieuwe dimensie geeft met onder de ene arm een bal en onder de andere een vaderlijk vonnis. Voetbal als religie, drank als smeermiddel. Er wordt gelachen, luid en vaak, op momenten waarop u eigenlijk niet zou mogen lachen. Er wordt geschoten. Er wordt gezongen. En à la fin, staat iedereen op precies dezelfde plek in de modderpoel als in 't begin. Alleen iets bloederiger, iets eerlijker en vooral ... met minder illusies. Ik zou zeggen: Welkom! Van waar De Canadese Muur? Het WK-voetbal 1986 in Mexico werd voor de Canadezen geen groots succes. Ze lieten de wereld wel kennismaken met een nieuwigheidje: de Canadese muur. Bij het nemen van een vrijschop plaatsten de Canadezen een eigen muurtje voor het muurtje van de tegenstander. Hiermee hoopten ze het zicht te belemmeren van de doelman en zijn verdediging. Brokken maakten ze wel niet met deze tactiek, of het moest zijn bij hun eigen muur, die tegen de USSR nogal lomp zelf de harde vrijschop moesten incasseren. Het mislukte experiment inspireerde Herman Brusselmans en Tom Lanoye om enkele jaren later een toneelstuk te schrijven met als titel "De Canadese Muur". "Je trapt je bal bijna per definitie op je eigen muur. Voor ons stond het symbool voor je eigen ruiten inslaan door je eigen dommigheid", vertelde Brusselmans erover.
❛❛ 'De Canadese Muur'JE TRAPT JE BAL BIJNA PER DEFINITIE OP JE eigen muur 11
Vocabulaire DOOR ROBERT DELATHOUWER, STREEKTAALCOÖRDINATOR
netten en Monologen van Jan De Baets (auteur van onder meer ‘Rue des Bouchers’): droêg ‘k ’n moesj of droêg ‘k nen ood ‘k Blaaif Brusseleir… of uude ni good! (draag ik een muts of draag ik een hoed – ik blijf Brusselaar… of hoor je niet goed?)
onze reeks over de spelling van het Brussels
In het vorige Magazine die uitkwam in het begin van de Wereldbeker voetbal klaptege we natuurlijk over de… footbal. In plaats van over de letter U, alhoewel dat we er met Urugwee en Uustenraaik en ne gielen uup andere landen die uuk een U in hun naam dragen toch niet ver van verwijderd waren. Om nog te zwijgen over de Ruue Deuvels met Doku, Lukebakio en vanaaiges uuk Lukaku. Zonder natuurlijk te vergeten dat er in Brussel ook één ploeg is waar we “U” kunnen tegen zeggen. Den Union. Maar de echte rubriek over de U is er toen niet gekomen, en dat gaan we vandaag rechtzetten.
OF UUDE NI GOOD!
Onder deze titel bracht Marcel de Schrijver in 2005 zijn voorlaatste versie uit van zijn bekende en onvolprezen bloemlezing over Brusselse merkwaardige woorden en gezegden. Of uude ni good! is geen vraag, maar een Brusselse uitdrukking die gebruikt wordt om iets wat men net uitgelegd heeft kracht bij te zetten. Volgend voorbeeld komt uit de in 1936 verschenen 24 Chanso-
Waar je in het Nederlands perfect het verschil kan horen tussen het werkwoord (horen) en onze instrumenten (de oren) is dat in het Brussels niet zo. Waailen uure mè ons uure, omdat we die verdomde H niet bezigen. Ik uur, gaa uut, zui uut, waailen en zuilen uure, en als we het gehoord hebben emme men et guud. Anders is het als iemand doet alsof hij niets gehoord heeft, daarvan zegt men ei uu ni goo langst daan kant. Daar kan dan ook een periode aan vooraf gaan dat eemand zan uure afgezoêgd eit, iemand die voortdurend zanikt. Natuurlijk zijn er ook mensen die echt niet goed horen, of die niet opletten, dei emme dèn miestal ne frit in uilen uur. Als diezelfde man of vrouw dan herhaaldelijk vraagt ‘wat eie gezeid?’ zal die te horen krijgen ‘kosjt a uuren oeit’! En als je echt kwaad wordt dan zulde wel van a uure moêke, maar dat kun je evengoed van a botte, kluute, nuis, tejoêter, tek en nog ne gielen uup ander affaires. Een mooi vrouwpersoon, en waarom geen man, kan ook aangeduid worden als goo verzeen van uuren en puute, waarbij die oren en die poten op alles kunnen betrekking hebben zonder nodeloos de woke-gemeenschap wakker te schudden.
De oren zijn overigens ook voorwerp van een aantal plezante gezegdes. Tegen kinderen wordt al eens schertsend gezegd ik goên aa nuis (of aan kop) tussen a twie uure zette, om duidelijk te maken dat men zogezegd hardhandig gaat optreden. Of probeer dat eens: op a twie uure sloêpe. Niet gemakkelijk, alhoewel ik een paar kennissen heb wiens oren zich daar misschien wel kunnen toe lenen. Wat je echter ten allen prijze moet vermijden is e stuk of ’n snei in a uur emme, want het betekent dat je redelijk diep in het glas hebt gekeken.
UUG, UUGER, UUGST
Na de oren moeten we het natuurlijk over die andere bijzonder belangrijke zintuigen hebben, de uuge. Maar het woord uug heeft in ’t Brussels meer dan één betekenis. De eerste is natuurlijk het uug zelf waarmee we zien. We kunnen er ook mee slaan, ’n uugske sloêge (in het oog houden). Of er mee pinken, ’n uugske pinke. Naar een uffra bijvoorbeeld. Let wel op, want als die er dan toevallig heel bevallig uitziet heb ik al meermaals ’n klasj in man uug gehad… En je kan natuurlijk een uugsken op eemand emme. Minder jolijtig wordt het als je scheel ziet, daar bestaan andere uitdrukkingen voor, zoals zan ien uug spel biljaar en ’t ander telt de poeinte. Of zoals mijn grootmoeder vroeger zong: ‘twie Uuge zoe scheil, ’t Ien zee no Wemmel en ‘tander no Geil, Twie uuge zoe scheil…’ In het Brussels betekent uug ook hoog. En we krijgen dus eveneens uug, uuger, uugst. Dat laatste wordt niet alleen onze versie van hoogst, maar tegelijkertijd van de oogst. Dat even terzijde. Ei was zoe uug as ’n oeis betekent dat iemand in de hoogste (of zevende) hemel is, dat hij of zij uitermate opgetogen is. Ei (of zui) eig et uug op wordt dan weer gezegd van iemand die hovaardig is. Uugschaaiter is een variante die geen commentaar behoeft. Uug op en nog oenger is dan weer een arrogant persoon waarvan men weet dat zijn dagelijkse kost aan de magere kant ligt. Hovaardig maar van laag allooi wordt dan weer uug op mo lieg gescheite… Minder triviaal is Uug Vloms, dat soms ook gebruikt wordt in de plaats van Schuu Vloms.
Zoals eerder gezegd heeft het Brusselse uug tenslotte ook een derde betekenis. Met de uitdrukking ‘dat angt on ien mè oêken en uuge’ verwijst men naareen taak die slordig afgewerkt werd. Een verhaal kan ook mè oêken en uugen on ien ange omdat het weinig plausibel of onsamenhangend is.
DE REST OP NEN UUP
Veel woorden die met een U beginnen telt het Brussels dialect niet. Zelfs onze goeie vriend Marcel wijdde er uup-en-al (amper) drie pagina’s aan. We smijten de rest dan maar op ’n uppeke (een hoopje). Dat is natuurlijk kleiner dan nen uup. Opgelet: met de hoop meelopen betekent in het Nederlands gewoon de meerderheid volgen, maar in ’t Brussels wordt mè den uup meiluupe niets bijzonders hebben, niet opvallen, banaal zijn. Als uitsmeiter nog twee toffe uitdrukkingen (allei, volges maa toch) over um (hemd) en uksel jeuk): Wat is ne pain francais mè ’n um oên? Een graatmager persoon. En wat betekent wee ginnen uksel eit moot ëm ni krabbe? Wie niets misdaan heeft hoeft zich niets te verwijten.
mans bewerkt, bewijst het gezelschap hoe bijdetijds het wel is. Maar Brusseleir! is nog meer. We willen evengoed jonge gasten bereiken die in het Brussels rappen, maar ook de mensen uit de Brusselse Rand meer betrekken. Om zoveel mogelijk mensen bij Brusseleir! te verwelkomen moeten we de communicatie aanpassen. Van de jeugd in het stadscentrum tot uitgeweken Brusselaars in de Rand: iedereen gaat met het Brussels op zijn eigen manier om, en dat maakt het ook zo plezant en levendig. Destijds kwam ik al uit bij het woord ‘mélange’. De Brusselaar is een mélange van veel volkeren. In de geschiedenis zijn de Spanjaarden gepasseerd, de Oostenrijkers, de Fransen… en iedereen heeft wel iets achtergelaten in die mélange die de Brusselse mentaliteit uitmaakt. De laatste decennia zijn daar weer nieuwe mensen bij gekomen uit Europa, Afrika en de rest van de wereld. Die vormen ook mee Brussel, geven een draai aan de taal, en doen er iets creatiefs mee. Dialect past zich constant aan en Brusseleir! kan daar op inspelen.”
Brusseleir! stelt communicatie scherper Samen met communicatiespecialist Jan Cordemans zet Brusseleir! in op nog intensere en meer herkenbare communicatie naar een breder en jonger publiek. De liefde voor Brussel en voor het Brussels dialect wordt daarbij telkens weer benadrukt: Ik zen er feer op! FOTO’S BARBARA VANDENDRIESSCHE - INTERVIEW MICHAËL BELLON
Jan Cordemans is al decennia actief in de sector van communicatie en marketing. Als grafisch vormgever en campagnebedenker bedacht hij baanbrekende nieuwe huisstijlen, slogans en campagnes voor tal van bedrijven en organisaties. Als absolute Brusselfan heeft hij ook een voorgeschiedenis bij Brusseleir! als het gaat over communicatie en vormgeving. “Rond 2020 heb ik met veel plezier meegeholpen aan de herpositionering, de nieuwe huisstijl en de nieuwe manier van communiceren die gepaard ging met de naamsverandering van be.Brusseleir naar Brusseleir!,” recapituleert Cordemans. “Dat heb ik toen gedaan op basis van technieken die ik
14
leerde uit mijn reclamewerk voor klanten met ons bureau Quattro, of door in Engeland met een bureau als Saatchi & Saatchi samen te werken. Uiteindelijk zijn die technieken erop gebaseerd dat je zo diep mogelijk in de ‘ziel’ probeert te kijken van het bedrijf of de organisatie om te achterhalen wat hun unieke verhaal is. Ieder mens, ieder bedrijf heeft iets dat uniek is, is dat hen onderscheidt van hun concurrenten. Pas als je dat hebt kan je juister communiceren dan met de klassieke clichés waar veel bedrijven mee naar buiten komen. Het gaat dus eerder om een stukje psychologie, dan om een traditionele marketingaanpak. Zo zijn we tot een volledige nieuwe
De boodschap is dus: de herkenbaarheid behouden, maar het bereik nog vergroten. Een grotere aanwezigheid op sociale media is daar een middel toe. Een consequentere communicatiestijl ook. “Het is bijvoorbeeld goed om een herkenbaar en verbindend element te hebben in je communicatie. Dat kun je vrij gemakkelijk oplossen als je een goede slogan vindt. Een goede kreet die je verhaal duidelijk maakt. Dat miste ik: een baseline die je zowel op een pet of een t-shirt kan drukken, als op Instagram of de website kan gebruiken. Ik denk dat we die nu gevonden hebben met ‘Ik zen er feer op!’. Die slogan drukt de trots uit om Brusselaar te zijn, deel uit te maken van wat Brussel is, en het dialect te spreken. Ook al heeft Brussel zijn moeilijke kanten. Als we nu een nieuwe affiche ontwerpen, of een filmpje maken dat gebruikt wordt om te verjongen en nieuwe doelgroepen aan te spreken, dan zal die slogan daar opstaan. Het is een kreet die mensen gemakkelijk onthouden en kunnen overnemen Als je hem maar genoeg blijft herhalen en af en toe opnieuw uitlegt. Dan wordt het echt een element dat alles bij elkaar kan houden.”
❛❛ DAT MISTE IK: EEN baseline DIE JE ZOWEL OP EEN PET OF EEN T-SHIRT KAN DRUKKEN, ALS OP INSTAGRAM OF DE WEBSITE KAN gebruiken look en feel gekomen voor Brusseleir!, met het nieuwe logo, de vernieuwde website, en nog allerlei andere ingrepen die ook de naamsbekendheid ten goede kwam.” Die aanpak heeft gewerkt. Maar stilstaan is achteruitgaan, dus blijft Brusseleir! vooruitkijken. Cordemans: “Brusseleir! wil zichzelf nog verbeteren, en zijn doelgroep nog vergroten. Zo is Brusseleir! niet alleen theater in het Brussels dialect. Het imago van de komische toneelstukken is veel waard, en moeten we koesteren. Als het Brussels Volkstejoêter binnenkort ‘De Canadese Muur’ van Tom Lanoye en Herman Brussel-
15