1 minute read

Vijftig jaar in actieve dienst als vrijwilliger

Een zeldzaam moment op brandweerpost Nieuwegein-Zuid: brandweervrijwilliger Gerard Koekman vierde op 9 september zijn 50-jarig jubileum als actief brandweerman. Om deze bijzondere mijlpaal te vieren, werd hij na zijn oefenavond bij terugkomst op de kazerne verrast met een moment van waardering.

Hierbij reikte Directeur Brandweerrepressie Carolien Angevaren namens de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) een jubileumoorkonde uit en ontving hij uit handen van burgemeester Frans Backhuijs de Erepenning van de gemeente Nieuwegein.

Eerste brandweerman

‘Ik kwam in 1971 bij de brandweer, in hetzelfde jaar dat de gemeente Nieuwegein werd opgericht’, blikt Gerard terug op het begin van zijn brandweerloopbaan. ‘De burgemeester gaf ook aan dat ik de eerste brandweerman van de toen nieuwe gemeente Nieuwegein was. Dat hebben ze nog opgezocht. Ik heb de aanstellingsbrief altijd bewaard, getekend door de toenmalig burgemeester en gemeentesecretaris. Op een blanco velletje overigens, want de gemeente Nieuwegein had nog niet eens een logo.’

Gerard (rechts) en collega’s in de jaren ‘70

Gerard (rechts) en collega’s in de jaren ‘70

Luisterend oor

Volgens Gerard is er een hoop veranderd sinds 1971: ‘In mijn eerste jaren bij de brandweer werden we nog gealarmeerd met ouderwetse sirenes. De gemeente liet die afgaan als er brand was gemeld en dan liepen we als brandweervrijwilligers met z’n allen uit. In 1974 kregen we voor het eerst een pieper en later ook een rechtspositieregeling. Daarvoor was het echt volledig vrijwillig. Je deed het voor je dorp, voor je gemeenschap. Wat ik echt beter vind aan de huidige tijd? De manier waarop nazorg wordt ingericht. Na heftige incidenten vind je nu direct een luisterend oor. Dat was vroeger anders.’

Ereburger

Gerard heeft veel meegemaakt in zijn 50-jarig dienstverband, maar spijt heeft hij nooit gehad: ‘Ik heb het altijd ontzettend mooi en eervol gevonden. Het is voor mij en mijn vrouw altijd belangrijk geweest iets voor de samenleving te doen. Zij doet dat via vrijwilligerswerk bij de voedselbank, ik via de brandweer. Dat ik dan nu zo verrast wordt en uitgeroepen wordt tot Ereburger van de gemeente, dat doet wel wat met je. Toen we aankwamen zag ik een speciaal spandoek voor mij hangen. De mensen van de post waren er en mijn dierbaren, dat was gewoon geweldig.’