NT2MAGAZINE HERZIEN
Nederlands in gang In zicht DISK
NT2 BINGO Herkenbare situaties uit de les NT2 KLETSKAARTJES Gesprekken voor bij de koffie
I❤ NT2
Vers van de pers NT2 Docentassistent Nieuwe KNM-eindtermen Praktijkgerichte trainingen Werkvormen Zelfvertrouwen Volksverhalen in de les Artikel Tijdschrift Les Hoe vrijwilligerswerk deuren opent
HÉ NT2-DOCENT, Je hebt een gloednieuw NT2 Magazine in handen. Een magazine bomvol inspiratie, praktische ideeën en liefde voor het NT2-vak. Je leest interviews met auteurs die vol passie vertellen over hun nieuwe uitgaven. Je ontdekt werkvormen voor meer zelfvertrouwen bij cursisten en voor volksverhalen in de les. We inspireren je met een artikel uit Tijdschrift Les over een bijzonder vrijwilligersproject en stellen je voor aan de NT2 Docentassistent: jouw persoonlijke vraagbaak voor alles wat met NT2 te maken heeft. Ook laten we zien hoe je met onze praktijkgerichte trainingen kunt werken aan nog sterker NT2-onderwijs. En natuurlijk mag een beetje plezier niet ontbreken. Pak de NT2 Kletskaartjes erbij tijdens de koffiepauze en ontdek met de NT2 Bingo hoeveel herkenbare situaties uit de NT2-les je kunt afvinken. Veel leesplezier! Team NT2
2
INHOUD HERZIEN NEDERLANDS IN GANG 4 Meer spreken, uitspraak en grammatica in de praktijk
NIEUW NT2 CAHIER VOLKSVERHALEN Probeer een werkvorm uit
25 29
HERZIEN IN ZICHT Stap voor stap van A2 naar B1
7
HERZIEN START.NL 1 Nederlands voor beginners
NIEUW IEDEREEN KLAAR? RAPPEN MAAR! 55 taalraps voor in de NT2-les
11
NIEUW SPREEK JE UIT Leer verstaanbaar Nederlands in zeven stappen
29
NIEUW NT2 CAHIER ZELFVERTROUWEN Probeer twee werkvormen uit
11
30
NIEUW LEKKER LEZEN NAAR B1 Leesplezier als vliegwiel voor taalontwikkeling
14
ARTIKEL OVER KNM-EINDTERMEN Waarom de nette voortuin uit het KNMlesboek verdween NT2 BINGO Herkenbare situaties uit de NT2-les
32
NT2 KLETSKAARTJES Praatjes met je collega’s
17
33
HERZIEN DISK Van taal leren naar taal doen
18
NIEUW NT2 DOCENTASSISTENT Antwoord op al jouw NT2-vragen
NIEUW STER IN SCHRIJVEN A2 Laatste deel van de Ster in schrijven-reeks
21
TRAINING EN ADVIES Voor sterker NT2-onderwijs
34
ARTIKEL UIT TIJDSCHRIFT LES Hoe vrijwilligerswerk deuren opent
22
VERWACHTE UITGAVEN
36
Bestel snel op nt2.nl
INTERVIEW
NEDERLANDS IN GANG VERNIEUWD MEER SPREKEN, UITSPRAAK EN GRAMMATICA IN DE PRAKTIJK ‘De nieuwe editie is niet achter een bureau bedacht: onze ervaringen in de lespraktijk vormden het uitgangspunt.’
Nederlands in gang is al jarenlang een veelgebruikte NT2-methode voor theoretisch geschoolde anderstaligen die toewerken naar niveau A2. Maar ook een vertrouwde methode moet met zijn tijd meegaan. Daarom is Nederlands in gang grondig herzien. Er kwamen nieuwe thema’s en spreekopdrachten bij, uitspraak kreeg een vaste plek in de hoofdstukken en ook de grammatica-aanpak ging op de schop.
Jullie hebben drie nieuwe thema’s toegevoegd: ‘In een hotel’, ‘In een cultureel centrum’ en ‘Op het werk’. Waarom juist deze thema’s? Voor de keuze van de nieuwe thema’s hebben we een enquête gehouden binnen ons docententeam. Daar kwamen deze onderwerpen duidelijk naar voren. Het thema ‘In een cultureel centrum’ is bijvoorbeeld een combinatie van verschillende suggesties uit die enquête.
Wat waren de belangrijkste keuzes achter deze nieuwe editie? En waarom werkt Nederlands in gang al zo lang zo goed? We vragen het aan auteurs Berna de Boer, Margaret van der Kamp en Simone Pentermann.
Bij de keuze vonden we het vooral belangrijk dat cursisten zich herkennen in de situaties uit het boek. Een hotel, een cultureel centrum en de werkvloer zijn plekken en situaties waar veel cursisten in hun dagelijks leven mee te maken krijgen. Zo kunnen ze wat ze in de les leren ook echt buiten het klaslokaal gebruiken.
Welke ontwikkeling in het NT2-onderwijs heeft de grootste invloed gehad op deze nieuwe editie? Niet één specifieke ontwikkeling in het NT2-onderwijs vormde de aanleiding voor de herziening. De belangrijkste inspiratie kwam uit onze eigen ervaringen in de lespraktijk. Door de jaren heen merkten we bijvoorbeeld dat bepaalde onderdelen verouderd raakten en dat cursisten en docenten behoefte hadden aan meer spreekopdrachten, meer oefenmateriaal op de website en uitgebreidere uitleg bij de grammatica.
In de nieuwe editie is er veel meer aandacht voor spreken en actieve werkvormen. Wat merken cursisten daarvan in de praktijk? Spreken en actief leren waren altijd al belangrijke uitgangspunten van Nederlands in gang. In de nieuwe editie hebben we die lijn verder doorgetrokken. Ieder hoofdstuk bevat meer spreekopdrachten en ook de grammaticaopdrachten hebben we zo communicatief mogelijk gemaakt.
Die ervaringen hebben we meegenomen in de nieuwe editie. De methode is daardoor niet alleen geactualiseerd, maar sluit ook beter aan bij wat we dagelijks in onze lessen zien en horen. 4
Auteurs Berna de Boer, Margaret van der Kamp en Simone Pentermann
Daardoor krijgen cursisten nog meer gelegenheid om de taal daadwerkelijk te gebruiken. Ze oefenen niet alleen met woorden en regels, maar passen die meteen toe in realistische situaties en in interactie met elkaar. Zo maken ze zich de taal op een actieve én plezierige manier eigen.
Uitspraak komt daarom al vroeg in ieder hoofdstuk aan bod. Wat cursisten daar leren, kunnen ze vervolgens direct toepassen bij de andere opdrachten. Uitspraak staat zo niet langer los van de rest van de les, maar loopt door het hele leerproces heen. Het doel is dat cursisten op A2-niveau niet alleen de juiste woorden en zinnen kennen, maar zich ook goed verstaanbaar kunnen maken.
‘In de les moet zoveel mogelijk interactie zijn: taal leer je uiteindelijk door die samen te gebruiken.’
Ook de grammatica-uitleg en -oefeningen zijn vernieuwd. Hoe zorgen jullie ervoor dat grammatica ondersteunend blijft aan het daadwerkelijk leren communiceren? Grammatica is voor ons nooit een doel op zich. Tegelijkertijd merken we in onze lessen dat cursisten grammatica vaak prettig vinden als houvast: het helpt ze om correcte zinnen op te bouwen.
Uitspraak heeft een duidelijkere plek gekregen in de methode. Waarom vonden jullie het belangrijk om uitspraak vanaf het begin geïntegreerd aan te bieden? Bij de herziene versie van Nederlands in actie zijn we al begonnen met een geïntegreerde aanpak van uitspraak. Onze collega Karin Brummelman, logopedist en NT2-docent, had daar duidelijke ideeën over. Het was voor ons dan ook vanzelfsprekend om die lijn al vanaf het begin van Nederlands in gang in te zetten.
Daarom gaan de oefeningen op van gestructureerd naar steeds vrijer. Cursisten krijgen eerst de kans om een grammaticale structuur goed te begrijpen en te oefenen, maar het uiteindelijke doel is altijd dat ze die structuur tijdens het spreken zelfstandig kunnen toepassen. Nieuw zijn de grammaticavideo’s met woordenschat uit het boek. Cursisten kunnen deze zelfstandig vóór of na de les bekijken. Zo blijft er tijdens de les meer tijd over voor wat echt telt: communiceren en samen oefenen.
Juist voor beginnende NT2-leerders is het belangrijk om stap voor stap met uitspraak aan de slag te gaan. Zo kunnen zij klanken direct op de juiste manier leren uitspreken en ontwikkelen ze vanaf het begin ook hun gevoel voor klemtoon, ritme en intonatie. 5
Waarom is Nederlands in gang al jarenlang zo succesvol? Dat zouden we natuurlijk eigenlijk aan de gebruikers moeten vragen. Maar we denken dat een belangrijk deel van het succes in de praktijkgerichtheid zit. Nederlands in gang is geschreven door ervaren NT2-docenten en het materiaal wordt ook daadwerkelijk in de les uitgeprobeerd, door onszelf én door collega-docenten. Bovendien vragen we collega’s om mee te lezen en feedback te geven. De methode ontstaat dus niet alleen achter een bureau, maar midden in de NT2praktijk. Daarnaast willen we dat leren vooral ook leuk is. Daarom werken we met levensechte dialogen, herkenbare situaties en opdrachten waar cursisten in hun dagelijks leven iets aan hebben. Van cursisten horen we regelmatig dat ze het leuk vinden om met het materiaal te werken. En dat vinden we minstens zo belangrijk als een goede didactische opbouw. Want uiteindelijk geldt voor ons een heel eenvoudig uitgangspunt: plezier in het leren is een belangrijke voorwaarde om echt tot leren te komen.
Bestel hier:
Als jullie één onderdeel van deze nieuwe editie zouden moeten aanwijzen waar jullie zelf het meest enthousiast over zijn, welk onderdeel is dat dan en waarom? Eén onderdeel kiezen? Dat vinden we te streng. We maken er liever een top drie van – in willekeurige volgorde. Om te beginnen zijn we heel enthousiast over de nieuwe uitspraaklijn. Uitspraak is nu echt verweven met de rest van de methode en krijgt vanaf het eerste niveau de aandacht die het verdient. Daarnaast zijn we blij met de vernieuwde grammatica-aanpak en de bijbehorende video’s. Die sluiten aan bij de behoefte van zowel cursisten als docenten en vormen één geheel met het boek.
ONDERDEEL VAN DE NEDERLANDSSERIE
Nederlands in gang is onderdeel van de Nederlandsserie. Deze communicatieve NT2-leerlijn richt zich op het Nederlands dat studerende en werkende anderstaligen in het dagelijks leven nodig hebben. Alle taalvaardigheden komen aan bod, met extra aandacht voor uitspraak en woordenschat. De heldere opbouw, herkenbare onderwerpen en activerende werkvormen stimuleren cursisten om het Nederlands veel en direct te gebruiken.
En dan zijn er natuurlijk de vele nieuwe spreekopdrachten, waaronder de eindopdrachten. We vinden het belangrijk dat er in de les zoveel mogelijk interactie plaatsvindt. Met deze opdrachten kunnen cursisten veel en gericht met elkaar communiceren. De vaak ludieke eindopdracht zorgt er bovendien voor dat ieder hoofdstuk op een leuke en actieve manier wordt afgesloten.
Bekijk de Nederlands-serie hier:
6
INTERVIEW
In zicht vernieuwd Stap voor stap van A2 naar B1 In zicht helpt NT2-leerders om de grote stap van niveau A2 naar B1 te zetten. In de herziene editie blijft de vertrouwde, stapsgewijze aanpak behouden, maar is de methode op veel punten vernieuwd. Zo zijn teksten en thema’s geactualiseerd, is er meer aandacht voor beeld en audio en wordt nieuwe taal nog geleidelijker aangeboden. Wat hebben leerders op weg naar B1 nodig? Welke keuzes liggen ten grondslag aan de methode? En wat gaan docenten en cursisten merken van de herziening? We vroegen het aan auteurs Sandra Duenk en Wim Tersteeg.
Voor wie hebben jullie In zicht geschreven, en wat hebben NT2-leerders op weg van A2 naar B1 volgens jullie vooral nodig? We hebben In zicht in de eerste plaats geschreven voor middenopgeleiden met een praktisch beroep. Daarnaast is de methode geschikt voor theoretisch opgeleide cursisten die wat meer tijd en herhaling nodig hebben bij het leren van het Nederlands. De stap van A2 naar B1 is behoorlijk groot. Cursisten moeten hun woordenschat uitbreiden tot ongeveer 5000 woorden en krijgen te maken met een bredere grammaticale basis. Daarbij vinden we het vooral belangrijk dat ze die nieuwe kennis ook praktisch leren toepassen. Het gaat er uiteindelijk niet alleen om dat je woorden en grammaticaregels kent, maar dat je ze kunt gebruiken in situaties die je in het dagelijks leven tegenkomt. Wat onderscheidt In zicht volgens jullie van andere NT2methodes voor dit niveau? Een belangrijk kenmerk van In zicht is de vaste en herkenbare structuur. In ieder hoofdstuk komen alle vaardigheden uitgebreid en gevarieerd aan bod. Daarbij werken we steeds volgens het ABCD-model van Neuner: cursisten gaan stap voor stap van receptieve opdrachten naar steeds productievere en vrijere opdrachten. In de herziene editie hebben we bovendien de ondersteuning met audio en beeld verder versterkt. Daarmee bieden we nieuwe taal op verschillende manieren aan en krijgen cursisten meer houvast tijdens het leren.
‘Cursisten gaan stap voor stap van het begrijpen van nieuwe taal naar het zelfstandig gebruiken ervan.’ 7
INTERVIEW
In In zicht staan onderwerpen en taalhandelingen uit het dagelijks leven centraal. Hoe bepalen jullie welke situaties en vaardigheden echt relevant zijn voor cursisten? Voor een deel kijken we naar de taalhandelingen die aan bod komen bij het Staatsexamen NT2 Programma I, met name bij Spreken en Schrijven. Maar het examen is zeker niet ons enige uitgangspunt.
Voor de opdrachten kijken we vooral naar situaties die cursisten op hun werk en in hun dagelijks leven tegenkomen. Daarnaast hebben we collega-docenten gevraagd naar hun ervaringen met In zicht. Zij gebruiken de methode bij verschillende taalaanbieders en weten daardoor goed wat wel en niet aansluit bij cursisten. Die feedback heeft ook echt tot veranderingen geleid. Een aantal onderwerpen is fundamenteel aangepast, vooral in de laatste drie hoofdstukken. Zo blijft de methode aansluiten bij de wereld waarin cursisten het Nederlands daadwerkelijk moeten gebruiken.
Sandra Duenk studeerde Nederlandse taal en letterkunde en specialiseerde zich in taalontwikkeling en variatie. Na haar studie deed ze ervaring op bij verschillende taalscholen en schreef ze diverse NT2lesmethodes.
De methode bouwt op van uitleg en gestuurde oefeningen naar steeds vrijere opdrachten. Waarom hebben jullie voor deze opbouw gekozen en wat levert die cursisten op? Voor onze doelgroep werkt het goed om nieuwe taal eerst te kunnen zien en horen, zonder die meteen zelf te hoeven produceren. Daarna bouwen we de moeilijkheid geleidelijk op: van sterk gestructureerde oefeningen naar opdrachten waarin cursisten steeds zelfstandiger de taal moeten gebruiken. Zo hoeven cursisten niet meteen in het diepe te springen. Ze krijgen eerst de gelegenheid om nieuwe woorden, structuren en taalhandelingen te herkennen en ermee te oefenen. Pas daarna wordt er steeds meer van hen gevraagd. Die stap-voorstap-aanpak geeft houvast en helpt cursisten om met meer zelfvertrouwen Nederlands te spreken en schrijven.
Wim Tersteeg studeerde Engelse taal en Letterkunde aan de Universiteit Utrecht maar verlegde zijn focus na zijn afstuderen al snel naar NT2. Inmiddels geeft hij al ruim 30 jaar cursussen NT2 op alle niveaus.
‘Je hoeft cursisten niet meteen in het diepe te gooien: juist een stapsgewijze aanpak geeft vertrouwen om de taal zelf te gaan gebruiken.’
8
Wat waren voor jullie de belangrijkste redenen om de methode te vernieuwen? De samenleving verandert voortdurend en we vinden het belangrijk dat cursisten dat terugzien in de methode. Sommige situaties, teksten en woorden uit een eerdere editie sluiten na verloop van tijd simpelweg minder goed aan bij het dagelijks leven. Denk bijvoorbeeld aan veranderingen in het openbaar vervoer of aan nieuwe technologie.
Wat is veranderd: De lay-out: mooie foto’s en illustraties, full colour Veel nieuwe leesteksten en luisterteksten Nieuwe thema’s voor hoofdstuk 6-8 Moderne thema’s: gebruik van AI in het dagelijks leven, woordenschat als ‘een tikkie sturen’ Woordspinnen met afbeeldingen in kleur bij praktisch vocabulaire Geleidelijker aanbod (grammaticauitleg opgeknipt, oefeningen toegevoegd) Andere volgorde bij oefeningen met vaste woordcombinaties, en toevoeging van vragen met ‘waar’
Bij nieuwe drukken voerden we daarom al regelmatig aanpassingen door, maar deze herziening bood de kans om dat veel grondiger te doen. Zo komen nu ook actuele onderwerpen aan bod, zoals het gebruik van AI in het dagelijks leven, en woorden en uitdrukkingen die inmiddels heel gewoon zijn geworden, zoals ‘een tikkie sturen’.
Wat hetzelfde blijft: 8 thema’s, elk onderverdeeld in thema A en B de vier vaardigheden (apart of gecombineerd) grammatica en (praktisch) vocabulaire (woorden) ABCD-model van Neuner extra online oefeningen toetsen per thema
Daarnaast konden we ook de vormgeving flink vernieuwen. Het boek verschijnt nu volledig in kleur en bevat veel meer foto’s en illustraties. Dat maakt het materiaal niet alleen aantrekkelijker, maar ondersteunt ook het leren.
Ontdek de nieuwe In zicht:
VAN START
Middenopgeleiden van 0 naar A2 Van start is het eerste deel van de leerlijn voor middengeschoolde cursisten en werd vorig jaar volledig herzien. De methode kreeg nieuwe grammaticaonderwerpen, meer luister- en leesteksten, buitenschoolse opdrachten en extra aandacht voor leren leren, praktische woordenschat en uitspraak. Ook de vormgeving kreeg een frisse, full colour uitstraling. Samen vormen Van start en In zicht een sterke basis voor de NT2-cursist.
Bekijk Van start:
9
VERS VAN DE PERS
NT2 CAHIER ZELFVERTROUWEN
20 werkvormen om je cursist taalzeker te maken
Nederlands als tweede taal leren is méér dan woorden stampen, grammaticaregels toepassen en onbekende klanken oefenen. Ook zelfvertrouwen ontwikkelen hoort erbij. Van door blijven gaan en omgaan met spanning, tot de angst om fouten te maken en het gevoel niet helemaal ‘jezelf’ te kunnen zijn in het Nederlands: ook deze aspecten van het taalleren verdienen een plek in de NT2-cursus.
IEDEREEN KLAAR? RAPPEN MAAR! 55 taalraps voor in de NT2-les
Iedereen klaar? Rappen maar! bevat taalraps voor NT2-leerders vanaf niveau A2, waarmee cursisten handige zinnen en vaste uitdrukkingen leren die ze direct in het dagelijks leven kunnen gebruiken. De taalraps sluiten aan bij herkenbare situaties en thema’s zoals gezondheid, werk, reizen, geld, vrije tijd en verkeer.
In dit cahier laat Rebecca van Raamsdonk zien hoe je in drie stappen cursisten bewuster maakt van hun eigen leerproces, en hoe je ze helpt de obstakels die ze daarbij tegenkomen de baas te worden. Met de 20 werkvormen voor in de les kun je direct aan de slag. Het cahier biedt jou als docent kennis en praktische handvatten om cursisten te helpen taalzeker te worden in hun tweede taal.
Elke taalrap is beschikbaar in drie versies: als dialoog om naar te luisteren; met herhaling om mee te oefenen; met pauzes zodat cursisten zelf kunnen nazeggen en meerappen. Door het ritme, de herhaling en de herkenbare spreektaal krijgen cursisten meer gevoel voor uitspraak, intonatie en vloeiendheid.
Bestel hier:
Het dak gaat eraf, Hoteldebotel en Spic en span... Dat klinkt als muziek in de oren, toch? Deze drie taalraps zijn slechts een voorproefje van de 55 raps uit Iedereen klaar? Rappen maar!. Ontdek de uitgave en rap alvast mee met deze voorbeeldraps: Probeer de raps uit:
Ontdek op de volgende bladzijde alvast twee werkvormen uit het NT2 Cahier Zelfvertrouwen, speciaal voor het NT2 Magazine geselecteerd door auteur Rebecca van Raamsdonk. 11
WERKVORM Beste NT2-docent, Toen ik begon met lesgeven, viel het me direct op: sommige mensen durfden veel te zeggen en te proberen. Anderen waren stiller en dachten lang na voor ze iets zeiden, bang om een fout te maken. Dit verschil fascineerde me, want dit was echt niet alleen een verschil in karakter.
Deze werkvormen bieden een concrete manier om successen én blunders een plek te geven in de les. Zodat cursisten leren dat het taalleerproces niet lineair is, dat ze niet de enige zijn die soms ‘stomme’ dingen zeggen en dat ze vaak meer vooruitgaan dan ze zelf zien.
Hoe kon het dat sommige mensen met veel zelfvertrouwen hun nieuwe taal spraken, en andere mensen niet? Kon ik als docent iets doen om de onzekerdere cursisten te helpen, en zo ja, wat? Ik gunde het ze zo dat ze ook zelf zagen hoe goed ze vooruitgingen.
Zelfvertrouwen is een onderwerp dat in elke NT2-cursus aandacht verdient, op elk niveau. Daarom vind je bij elke werkvorm in het NT2 Cahier Zelfvertrouwen ook nog een paar varianten. Zo kun je de werkvorm altijd goed laten aansluiten bij je groep, de rest van de cursus en je eigen voorkeuren. Daarnaast vind je er suggesties om werkvormen aan te passen aan niveau A1. Benodigde werkbladen zijn kant-en-klaar beschikbaar via de website, vaak in meerdere versies. Ga jij binnenkort ook met je cursisten aan hun zelfvertrouwen werken? Ik weet uit ervaring dat het veel mooie lessen en goede resultaten oplevert.
Uiteindelijk leidde deze fascinatie tot een boek: het NT2 Cahier Zelfvertrouwen. Als docent kun je cursisten namelijk zeker helpen om meer zelfvertrouwen te ontwikkelen. Het cahier bestaat uit een deel theorie, inclusief driestappenplan voor meer zelfvertrouwen, en 20 praktische werkvormen die op alle taalniveaus te gebruiken zijn.
Ik wens je veel plezier en succes!
Ik deel hier graag twee van die werkvormen met je. De twee werkvormen gaan over successen en over blunders, want Nederlands leren gaat met vallen en opstaan. Als NT2-docent weet je dat heel goed. Maar praten we ook genoeg met onze cursisten over hoe dit ‘vallen en opstaan’ eruitziet?
Rebecca van Raamsdonk Docent Nederlands als tweede taal Oprichter Nabu academy
Successen vieren Cursisten staan stil bij de grote en kleine successen die ze behaald hebben. Dit kan elke les of wekelijks op een vast moment, of op willekeurige momenten. Voorbereiding Zorg voor een feesthoed of feestslinger als je het vieren nog zichtbaarder wil maken. Uitvoering Vraag: ‘Wat vier je vandaag? Wat heb je goed gedaan?’ Laat de antwoorden opkomen of geef beurten. Reageer enthousiast en feestelijk op het succes. Zeg bijvoorbeeld ‘Wauw!’ of ‘Wat goed!’, of geef een kort applausje. Stel eventueel nog een vervolgvraag, zoals ‘Hoe heb je dat gedaan?’ of ‘Hoe voelt dat nu voor je?’. Laat een volgende cursist antwoorden. Zorg ervoor dat iedereen aan de beurt komt. Er is altijd een succes te vieren, hoe klein ook! Varianten Gemeenschappelijk: Vier de gezamenlijke successen van de groep. Vraag dan: Wat vieren we vandaag? Wat hebben we als klas goed gedaan? Fysiek: Geef een feesthoed of feestslinger aan de cursist die een succes viert. Aandenken: Schrijf elk succes op het bord en maak er een foto van met de cursist ernaast. Zo hebben ze een visueel aandenken aan dit succes.
12
Een misverstand of een blunder Cursisten vertellen een paar minuten onafgebroken over een misverstand of een blunder in het Nederlands. Voorbereiding Als je voor een presentatie kiest: maak een indeling van wie wanneer aan de beurt is. Bepaal wat je van de cursisten verwacht en, indien van toepassing, hoe je ze gaat beoordelen. Uitvoering Leg uit wat een misverstand is en wat een blunder is. Benadruk dat blunders en misverstanden erbij horen als je Nederlands leert. En ook moedertaalsprekers kan het overkomen! Geef hierbij eventueel een eigen voorbeeld. Leg de opdracht uit: iedereen gaat 3 tot 5 minuten vertellen over een misverstand of blunder in het Nederlands. Heb je gekozen voor een presentatie, leg dan duidelijk uit wat je verwacht en hoe de presentatie wordt beoordeeld. Laat de presentatie of monoloog thuis voorbereiden. Op de dag van de presentatie of monoloog: laat de presentatie of monoloog houden. Laat de andere cursisten een inhoudelijke vraag stellen. Laat de cursisten eventueel ook een compliment en een verbeterpunt geven. Stel zelf de volgende vragen, als die niet in de presentatie of monoloog aan bod zijn gekomen, of niet door een cursist zijn gesteld: Wat deed deze blunder of dit misverstand met je zelfvertrouwen? Hoe voelde je je toen dit gebeurde? Heb je hierna iets niet gedaan of gedurfd? Wat heb je ervan geleerd? Terugblik Neem na afloop van alle presentaties of monologen de tijd om terug te blikken. Wat hebben de cursisten geleerd over presenteren? Wat zouden ze een volgende keer anders doen? En wat hebben ze geleerd over blunders en misverstanden? Is er iets veranderd in hoe ze die zien en hoe ze ermee om (willen) gaan? Varianten Zonder voorbereiding thuis: Laat de cursisten in de les ongeveer 10 minuten hun monoloog voorbereiden. Laat ze vervolgens in groepjes hun monoloog geven. Creatief: Laat de cursisten hun misverstand of blunder illustreren met een foto of een tekening. Schrijven: Laat de cursisten hun misverstand of blunder als verhaal opschrijven. Bijvoorbeeld in de vorm van een column. Maak een boekje van de columns (misschien zelfs met een foto of tekening erbij?). Of laat de columns publiceren op de website, in de nieuwsbrief of in de schoolkrant van de school.
Bestel het NT2 Cahier Zelfvertrouwen voor meer werkvormen die het zelfvertrouwen van jouw cursisten bevorderen.
13
INTERVIEW
Lekker lezen naar B1 Leesplezier als vliegwiel voor taalontwikkeling De stap van A2 naar B1 is voor veel NT2-leerders een flinke. Juist in die fase kan veel lezen helpen om de woordenschat en taalvaardigheid verder uit te bouwen. Maar wat als gewone boeken nog te moeilijk zijn en de teksten uit een lesmethode niet genoeg uitnodigen om uit jezelf verder te lezen? Auteurs Ellis Delken en Sandy Posthumus Meyjes
Met Lekker lezen naar B1 willen de auteurs NT2leerders verleiden om meer leeskilometers te maken. Niet met teksten die je móét lezen, maar met verhalen die nieuwsgierig maken, verbazen of iets bij je losmaken. We vroegen de auteurs waarom leesplezier daarbij zo belangrijk is en hoe hun jarenlange ervaring met leesvaardigheid in het nieuwe werkboek samenkomt.
Om te beginnen: wat is Lekker lezen naar B1 in het kort, en voor wie is het bedoeld? Lekker lezen naar B1 is een boek voor tweedetaalleerders vanaf ongeveer 15 jaar. Het bevat teksten die iets bij de lezer willen losmaken: ze kunnen je raken, nieuwsgierig maken, aan het lachen brengen of juist met verbazing achterlaten. Kortom: teksten die je wílt lezen. Achter dat leesplezier zit natuurlijk ook een didactisch doel. Door veel te lezen ontwikkelen leerders hun leesvaardigheid én hun taalvaardigheid in bredere zin. Daarom bevat het boek naast de teksten ook allerlei verwerkingsopdrachten waarmee leerders hun leescompetenties verder ontwikkelen. Het werkboek sluit aan bij de didactische uitgangspunten uit ons NT2 Cahier Meer doen met lezen. De inzichten die we daarin beschrijven, hebben we in Lekker lezen naar B1 vertaald naar de praktijk.
Bestel Lekker lezen naar B1 hier:
De auteurs van Lekker lezen naar B1 schreven eerder het NT2 Cahier Meer doen met lezen. Met tips en handige werkvormen om op een speelse en activerende manier te lezen in de les.
14
INTERVIEW
Wat was voor jullie de belangrijkste aanleiding om Lekker lezen naar B1 te maken? Na A2 wordt lezen ontzettend belangrijk. Om de grote stap naar B1 te kunnen maken, hebben leerders een veel grotere woordenschat nodig. Door veel te lezen komen ze voortdurend nieuwe woorden en formuleringen tegen en kan hun woordenschat zich steeds verder uitbreiden. Tegelijkertijd zagen we een probleem: gewone boeken zijn op dit niveau vaak nog te moeilijk of te lang. Er is behoefte aan behapbare teksten die toegankelijk zijn, maar óók leuk genoeg om verder te willen lezen.
Wat is lastig aan lezen op weg naar B1, en hoe speelt het boek daarop in? Niet iedere taalleerder is van zichzelf een lezer. Sommige cursisten lezen ook in hun eerste taal nauwelijks. Tegelijkertijd kan juist lezen een enorm vliegwiel zijn voor de verdere ontwikkeling van de taalvaardigheid. Daar zit dus een uitdaging: hoe krijg je iemand die niet uit zichzelf naar een boek grijpt tóch aan het lezen? De teksten in reguliere leergangen zijn daarvoor niet altijd voldoende. Bovendien kan de stap van A2 naar B1 een lastig moment zijn. Sommige cursisten zijn na een lange periode van taal leren moe of hebben het gevoel dat hun vooruitgang stagneert. Juist dan willen we met dit boek iets anders bieden. Door plezier centraal te stellen, hopen we leerders opnieuw nieuwsgierig te maken en te verleiden om door te gaan.
Met Lekker lezen naar B1 wilden we daarom de theorie uit NT2 Cahier Meer doen met lezen concreet maken. We hopen vooral dat de teksten leerders hongerig maken naar méér. En eigenlijk geldt hetzelfde voor docenten: hopelijk krijgen ook zij zin om naast dit boek op zoek te gaan naar andere aantrekkelijke teksten en daar in de les mee aan de slag te gaan.
Waar zijn jullie zelf het meest trots op als jullie door Lekker lezen naar B1 bladeren? Allereerst op de teksten zelf. Tijdens het schrijven hebben we regelmatig gelachen en gegniffeld. We hebben bovendien zelf veel van de onderwerpen geleerd: de teksten prikkelden ook ónze nieuwsgierigheid en hebben onze kennis uitgebreid. Dat is precies het gevoel dat we de lezers ook gunnen.
‘We willen taalleerders hongerig maken naar meer lezen.’ Hoe hebben jullie teksten geselecteerd die zowel toegankelijk zijn als echt leuk zijn om te lezen? We zijn begonnen bij een heel eenvoudig criterium: we moesten de teksten zelf ook graag willen lezen. Veel teksten hebben we zelf geschreven, vaak naar aanleiding van iets wat we tegenkwamen en wat ons raakte, verbaasde of vermaakte. Daarnaast hebben we gezocht naar onderwerpen waarbij leerders een verbinding kunnen maken met hun eigen leven en ervaringen. In het begin van ieder thema is daarom nadrukkelijk ruimte voor interculturele uitwisseling. Leerders kunnen hun eigen ervaringen en perspectieven met elkaar delen voordat ze verder de teksten induiken. Want om met plezier te kunnen lezen, moet een tekst iets met je doen. Dat uitgangspunt stond bij de selectie steeds centraal.
‘Tijdens het schrijven hebben we regelmatig gelachen en gegniffeld.’ Maar achter het boek zit ook een langer verhaal. We houden ons inmiddels zo’n tien jaar bezig met leesvaardigheid binnen het NT2-onderwijs. In die jaren hebben we onze kennis en inzichten steeds verder verdiept. Lekker lezen naar B1 brengt veel daarvan samen. Eigenlijk is het boek het resultaat van een jarenlange zoektocht naar een belangrijke vraag: hoe leren onze NT2cursisten goed lezen – en hoe zorgen we ervoor dat ze daar ook plezier in krijgen? En dan zijn we ook heel blij met hoe het werkboek eruitziet. Dankzij het werk van vormgever Jacky van Heist is het een aantrekkelijk boek geworden dat hopelijk al bij het openslaan uitnodigt om te gaan lezen.
Welke rol spelen de speelse en activerende opdrachten in het ontwikkelen van leesvaardigheid? Een taal leren is niet alleen moeilijk, het kost ook veel tijd. Je moet veel oefenen en vooral ook veel herhalen. Als dat op een speelse manier kan, wordt het een stuk makkelijker om gemotiveerd te blijven. Daarom hebben we in ieder hoofdstuk bijvoorbeeld puzzels en spellen opgenomen.
Ben je benieuwd naar de leuke teksten in Lekker lezen naar B1? Op de volgende pagina vind je één van de vele teksten.
Maar de activerende aanpak gaat verder dan die spelvormen. Het hele boek is gebaseerd op een actieve en samenwerkende didactiek. Lezen hoeft wat ons betreft geen individuele bezigheid te zijn waarbij iedereen stil naar een tekst kijkt. Juist het uitwisselen van ervaringen en inzichten en samen plezier hebben in wat je hebt gelezen, helpt om teksten tot leven te brengen.
15
16
KLETSKAARTJES
NT2 KLETSKAARTJES Wat is er leuker dan met collega’s praten over het mooie NT2-vak? Met onze NT2 Kletskaartjes heb je altijd gespreksstof. Kies een kaartje, stel de vraag en klets tijdens de koffiepauze samen over lesgeven, taal en alles wat het NT2-vak zo leuk maakt.
praatjes met je collega's
Verder praten? Op onze NT2 Community wissel je met 3.500 NT2-collega’s ervaringen, ideeën en tips uit over het vak. Durf jij het gesprek te openen met een van de kletskaartjes?
17
INTERVIEW
VAN TAAL LEREN NAAR TAAL DOEN DIT IS DE NIEUWE DISK DISK is al jaren een vertrouwde NT2-methode in de internationale schakelklas (ISK), maar de praktijk vroeg om vernieuwing. Met een volledig herziene opzet, een nieuw onlineplatform en een sterkere focus op functionele taal en spreekvaardigheid is DISK klaar voor de ISK van nu. Wat is er precies veranderd, wat is bewust gebleven en welke feedback uit het veld gaf richting aan de herziening? We vragen het aan de makers van DISK, Anne Hammers en Nadine Linger van VU NT2.
18
Even terug naar de basis. Wat is DISK? DISK is een lesmethode Nederlands als Tweede taal voor anderstalige leerlingen in de internationale schakelklas (ISK). De doelgroep van DISK bestaat uit leerlingen van 12 tot 16(+) jaar in leerroute 2 en 3 die uitstromen naar het regulier voortgezet onderwijs of een vervolgopleiding op het mbo, hbo of wo. DISK bevat twintig thema’s die op drie verschillende taalniveaus (A1, A2 en B1) kunnen worden doorlopen. Leerlingen oefenen in de thema’s met alle vaardigheden (luisteren, spreken, lezen en schrijven) en met woorden, grammatica en uitspraak. DISK is een online methode, maar heeft ook een werkboek dat in de klas kan worden gebruikt.
Welke feedback uit de ISK (van docenten en leerlingen) kwam vaak terug en heeft jullie het meest gestuurd in de herziening? Voor de start van de herziening van DISK zijn we op verschillende ISK-scholen geweest waar we met veel docenten en leerlingen hebben gesproken. Leerlingen gaven vooral feedback op de technische functionaliteiten van het online platform bij DISK. Docenten gaven vaak aan dat DISK te moeilijk is voor beginnende NT2-leerders. Bovendien was er behoefte aan een duidelijkere opbouw binnen de thema’s, met een betere aansluiting tussen de teksten en de opdrachten, en meer functionele spreek- en schrijfopdrachten. De input van docenten en leerlingen vormde de basis voor de ontwikkeling van het vernieuwde lesmateriaal en het nieuwe online platform.
Wat is volgens jullie de grootste winst van deze herziening? De thema’s in DISK hebben een lineaire opbouw gekregen. De twintig thema’s lopen in moeilijkheid op van het beginniveau naar het streefniveau (van 0 naar A1, van A1 naar A2 of van A2 naar B1). Op die manier worden leerlingen voldoende uitgedaagd om hun taalniveau te verbeteren en hun streefniveau te bereiken. Bovendien is het ABCD-model veel duidelijker terug te zien in de thema’s. Elk thema begint met een leestekst en een luistertekst (A-stap) waarin nieuwe woorden, zinnen en grammatica worden aangeboden. Vervolgens oefenen leerlingen zelfstandig met deze woorden, zinnen en grammatica (B-stap). Daarna volgen gestuurde spreek- en schrijfopdrachten (C-stap), die toewerken naar een vrije spreek- en schrijfopdracht (D-stap).
Wat is gebleven omdat het goed werkt? De drie niveaus in DISK blijven bestaan om differentiatie in heterogene groepen mogelijk te maken. Daaraan is veel behoefte in klassen met continue instroom van nieuwe leerlingen. Alle thema’s zijn dus ook in de vernieuwde DISK op drie taalniveaus te doorlopen. In de herziene versie verschillen de niveaus echter duidelijker van elkaar: zowel de lees- en luisterteksten als de spreek- en schrijfopdrachten zijn afgestemd op de taalniveaus A1, A2 en B1. Daarnaast waren er specifieke taken die volgens docenten en leerlingen zeker niet mochten verdwijnen, zoals een poster over jezelf maken of solliciteren voor een bijbaan. Deze opdrachten hebben weer een plaats gekregen binnen de herziene DISK.
DISK is communicatief en taakgericht: hoe hebben jullie dat in de herziening nog sterker gemaakt? Spreekvaardigheid staat centraal in de herziene DISK. Het materiaal nodigt uit tot veel communicatie en samenwerken. Elk thema gaat uit van functionele taalhandelingen die passen bij het taalniveau. We hebben gekozen voor taalhandelingen die leerlingen nodig hebben in het dagelijks leven en op school. Denk bijvoorbeeld aan ‘iets kopen en betalen’ (thema Geld, niveau A1), ‘jezelf verdedigen en je excuses aanbieden’ (thema Regels, niveau A2) en ‘praten over nieuws en nepnieuws’ (thema Telefoon, niveau B1). De luister- en leesteksten geven een voorbeeld van de taalhandeling, waarna leerlingen productief met de taalhandeling oefenen in de spreek- en schrijfopdrachten.
19
Welke frustratie uit de ISK-praktijk lost DISK het beste op? Een frustratie van veel ISK-docenten is dat ze veel lesmateriaal zelf moeten maken of verschillende lesmethodes naast elkaar moeten gebruiken om de NT2-lessen te kunnen vullen. Met de herziene DISK willen we dit oplossen. Er is voldoende materiaal beschikbaar om twee jaar lang dagelijks op een communicatieve en actieve manier te oefenen met de vier vaardigheden en grammatica, woordenschat en uitspraak. Een frustratie specifiek over DISK was de grammatica. De onderwerpen waren niet over de thema’s verdeeld en docenten misten oefenmateriaal voor in de klas. Dit is ook opgelost: de grammatica is in de herziene DISK volledig vernieuwd en geïntegreerd in de thema’s. Ook wordt er in de onderdelen Spreken en Schrijven met grammatica geoefend. Wat maakt DISK uniek ten opzichte van andere NT2methodes? De mogelijkheid om elk thema op drie verschillende taalniveaus te oefenen is uniek. Leerlingen kunnen daardoor op hun eigen niveau werken en toch met hetzelfde onderwerp bezig zijn. Daarnaast bevatten de twintig thema’s per niveau andere teksten en opdrachten, waardoor er in feite zestig unieke thema’s zijn. Er komt dus een grote hoeveelheid lesmateriaal in de vernieuwde DISK beschikbaar.
Bekijk DISK: Wat maakt een DISK-thema typisch “DISK”? De thema’s in de herziene DISK zijn functioneel maar ook aantrekkelijk voor jongeren. De onderwerpen sluiten aan bij de leefwereld van de doelgroep en de opdrachten lokken veel taal uit. De toon is positief en speels. Het materiaal bevat bijvoorbeeld veel foto’s en leerlingen krijgen de ruimte om hun eigen ervaringen te bespreken. Daarnaast komen er ook serieuze thema’s aan bod, zoals pesten, discriminatie en je thuis voelen in Nederland. De thema’s in de herziene DISK maken het voor docenten makkelijker om interactieve en afwisselende lessen te geven die leerlingen aanspreken en ook zichtbaar bijdragen aan de taalontwikkeling van de leerlingen.
‘Spreken vormt de kern van DISK: daar moet in de les echt tijd voor worden gemaakt.’
Kun je een voorbeeld geven van een thema dat echt vernieuwd is? Alle thema’s zijn inhoudelijk volledig vernieuwd. Sommige thema’s ontbraken in de huidige DISK en hebben we toegevoegd. Zo is het thema ‘Beterschap!’ over gezondheid helemaal nieuw. Hierin oefenen leerlingen bijvoorbeeld met de dokter bellen en een gesprek bij de huisarts voeren. Het thema ‘Nederland’ is vervangen door twee bredere thema’s over talen, landen en culturen, met aandacht voor de verschillende achtergronden en thuistalen van de leerlingen. Andere nieuwe thema’s zijn ‘Op school’, ‘In de natuur’ en ‘Onderweg’.
Wat zou je willen dat elke docent die DISK gebruikt onthoudt? Spreken vormt de kern van de methode DISK. Maak daarom voldoende lestijd vrij voor de spreekopdrachten in DISK en laat leerlingen veel met elkaar samenwerken. Op deze manier werken leerlingen met DISK doelgericht aan het verbeteren van hun taalvaardigheid.
‘Docenten hoeven straks niet meer eindeloos te zoeken of zelf materiaal te maken: met de herziene DISK kun je twee jaar lang vooruit.’
Wil jij met DISK aan de slag? De educatief adviseurs van Boom helpen je op weg en kijken samen met jou hoe DISK past binnen jouw ISK. Neem vrijblijvend contact op via nt2sales@boom.nl
20
VERS VAN DE PERS
Goed te combineren met DISK
STER IN SCHRIJVEN
STER IN LEZEN
Goed nieuws: de Ster in schrijven-reeks is compleet. Met deze motiverende serie werken zowel beginners als leerlingen die de eerdere alfa-delen hebben afgerond stap voor stap toe naar schrijfvaardigheid op A2niveau.
Veel lezen is voor het bevorderen van taalvaardigheid cruciaal. Waar moet je beginnen? Ster in lezen helpt je op weg! De methode is speciaal ontwikkeld voor anderstalige jongeren die pas net beginnen met lezen in het Nederlands.
Schrijfvaardigheid voor ISK-leerlingen
Leesvaardigheid voor ISK-leerlingen
Geen saaie schrijfopdrachten, maar herkenbare en aansprekende thema’s uit het dagelijks leven. Zo schrijft de ISK-leerder bijvoorbeeld over achteraf betalen, kattenkwaad, zoete herinneringen en verborgen talenten. Dankzij de afwisselende opdrachten groeit niet alleen het schrijfplezier, maar ook het zelfvertrouwen in het Nederlands.
Voor wie anders- of niet gealfabetiseerd is, is lezen een flinke uitdaging. Alfaleerders kunnen op drie verschillende niveaus, Alfa A, Alfa B en Alfa C, met de methode aan de slag. Korte teksten, heldere illustraties en begripsvragen helpen de leerling de leesvaardigheid stap voor stap te ontwikkelen. Met Op weg naar A2 en A2 kan de leesvaardigheid van niveau Alfa C of A1 verder getraind worden naar A2. Geschikt voor net-gealfabetiseerde leerders en anderstalige leerders.
Bekijk Ster in schrijven:
Bekijk Ster in lezen:
op Lezen de ISK
21
ARTIKEL Speciaal voor het NT2 Magazine selecteerde de redactie van Tijdschrift Les het artikel ‘Hier krijgen mensen een plaats om te groeien’. In het artikel lees je over een inspirerend project voor anderstaligen die hun Nederlands willen verbeteren. Een mooi voorbeeld van hoe taal, ontmoeting en maatschappelijke participatie hand in hand gaan. foto: Beerschot Atletiek
Anita Van Gool Dieter Wijffels
Hier krijgen mensen een plaats om te groeien
Hoe vrijwilligerswerk deuren opent
22
foto: Beerschot Atletiek
Hoe geef je mensen kansen in een nieuwe samenleving? Hoe bouw je aan taal, zelfvertrouwen en maatschappelijke participatie? En hoe kan een sportclub daarin het verschil maken? Dit artikel belicht het bijzondere traject van Ligo Antwerpen en Beerschot Atletiek. Sinds 2019 kunnen Ligocursisten er een opleiding hulptrainer atletiek volgen. Ze groeien uit tot hulptrainers in de club, met een duidelijke vrijwilligersopdracht. Hun verhalen tonen hoe sport een hefboom wordt voor integratie en persoonlijke ontwikkeling. We horen van trainers, cursisten en begeleiders hoe mensen week na week sterker worden. Anita Van Gool, geletterdheidsondersteuner van Ligo Antwerpen, legt uit hoe het werkt. Samen met Dieter Wijffels is zij de drijvende kracht van het Team Geletterdheidsondersteuning. Een sportclub met een sociale missie Beerschot Atletiek, een atletiekclub voor jong en oud in meerdere buurten van de stad Antwerpen, heeft altijd een sterke sociale missie gehad. De grootste werking bevindt zich in Antwerpen Kiel, een zeer diverse wijk in het zuiden van de stad Antwerpen. Voorzitter Bart Vanderschoot: ‘We vinden dat we als sportclub een sociale rol hebben in de wijk.’ De club investeert bewust in begeleiding en krijgt daar veel voor terug. Bart benadrukt: ‘Cursisten die de opleiding hulptrainer volgen, voelen zich bij ons thuis, krijgen waardering en bouwen aan een sociaal netwerk. Er waren hier altijd al mensen met verschillende achtergronden. Dankzij Ligo en de lessen van Iris Saerens zit er nu veel meer structuur in onze werking. Cursisten leren niet alleen taal, maar ook sportjargon, instructies, veiligheid. Ze ondervinden hoe ze moeten omgaan met kinderen. Zo zijn ze beter voorbereid om te starten.’ Cursisten die voor deze opleiding kiezen, krijgen op woensdag drie uur Nederlands en aansluitend hebben ze drie uur praktijk. Cursisten kunnen deelnemen aan deze lessen als ze A1 behaald hebben. Sommigen combineren het met hun reguliere lessen,
Als vrijwilliger bij een sportclub maak je voor jongeren echt het verschil
Kleine aanpassingen in aanpak maken een groot verschil Deaanpakvan vrijwilligers met eentaaltraject vraagt aanpassingen, bijvoorbeeld rond communicatie. Bart zegt hierover: ‘Mail werkt vaak niet, WhatsApp wel. Digitale formulieren vullen we samen in. Tijdens de training werken we met kleurcodes, tonen we het materiaal en geven we korte duidelijke instructies. Het vraagt wat extra begeleiding, maar het loont.’ Drukke levens en culturele verschillen Veel cursisten zitten in trajectenbij de VDAB,1 hebben tijdelijke jobs of werken in shiften. Vaak is er stress rond het management van het gezin of het regelen van ‘papieren’. Dan is het moeilijk om er elke week te staan. Ook culturele verschillen kunnen een drempel zijn, zoals op tijd komen. Bart: ‘Als trainer sta jij altijd in functie van de kinderen. Dat moeten we vaak expliciet uitleggen.’
anderen volgen de lessen vanuit een sportieve interesse, een nood aan sociaal contact, of omdat ze zin hebben om ook in een andere context bezig te zijn met Nederlands. Van onzekerheid naar assistent-trainer Er is geen klassieke selectie met een cv. Kandidaten moeten voldoende Nederlands begrijpen om snel instructies te volgen en door te geven. Ze moeten een beetje sportief zijn. Iemand start als hulptrainer: meehelpen, observeren, kleine taken opnemen. De volgende stap is het geven van een opwarming of een oefening. Voelt iemand zich zeker genoeg? Lukt het om instructies over te brengen en een groep te hanteren? Kinderen wachten niet en willen trainen, dus een trainer moet er staan en zijn of haar rol opnemen.
Het verhaal van Sing: van stilte naar zelfvertrouwen Sing Raveljeet begonbij Ligo om Nederlands te leren. Hij zegt: ‘Ik kon geen enkel woord zeggen.’ In de atletiekclub vond hij een veilige oefenplek. Grappig genoeg leerde hij de taal via de kinderen daar. Sing: ‘Met kinderen kan ik beter Nederlands oefenen. Ze spreken rustig en duidelijk.’ Sing groeide van hulptrainer naar trainer. Hij zegt trots: ‘Ik ben nu écht trainer en geef vier uur training per week.’ De steun van de club motiveert hem enorm. Soms is het werken met kinderen moeilijk, ze luisteren niet altijd direct, maar hij blijft kalm. Sing: ‘Ik blijf rustig en probeer opnieuw.’
23
De lessen van Ligo hielpen hem om vlot instructies te leren geven. Vrijwilligerswerk geeft hem energie want het maakt zijn hoofd vrij en hij wil blijven groeien. Sing: ‘Ik wil leren hoe je kinderen helpt en motiveert.’
Zijn begeleider bij de sociale dienst (het WMO-loket) Kathleen De Bruyn weet dat tijd interpreteren moeilijk is en helpt hem daarbij. Kathleen: ‘Robel moet een kwartier op voorhand komen. Zo heeft hij tijd om met de trainer te spreken en weet hij wat ze die training gaan doen. Hij is dan voorbereid als de kinderen komen. Kathleen helpt Robel met praktische zaken: ‘Sinds hij mee in de WhatsAppgroep zit, kan hij sneller iets melden. Het verschil zit hem soms in kleine dingen.’
Vrijwilligerswerk maakt mijn hoofd vrij Het pad van Robel: van aarzelend naar actief Robel TkaboTsehay volgde dezelfde opleiding bij Beer-
Sport is een fantastische hefboom en geeft mensen een plek in de samenleving
schot, maar hij woont in Essen, in een gemeente in het noorden van Antwerpen, vlak bij de Nederlandse grens. Daarom wilde hij hulptrainer worden bij de plaatselijke atletiekclub ESAK. De start was spannend. Robel: ‘Ik was de eerste keer heel onzeker. Begrijp ik wat ze mij vragen?’ Bij Beerschot voelde hij steun van andere cursisten, maar bij ESAK moest hij alleen beginnen. Toch zette hij door. De trainer vertelde aan de kinderen dat ik nieuw was en kwam helpen. Hij vindt wat hij moet doen niet moeilijk. Toch zijn er uitdagingen. De eerste keer kwam hij te laat: ‘Ik dacht dat ik er om half acht moest zijn, maar het was half zeven.’
foto: Beerschot Atletiek
Sport als hefboom voor integratie Clubs krijgen veel terug. Bart: ‘Als mensen zich welkom voelen, zijn ze ongelooflijk loyaal.’ Begeleiding daarbij is cruciaal, zeker in het begin. Bart: ‘Zorg voor voldoende taalbasis, werk met kleine stappen en schep duidelijke verwachtingen. Je geeft deze mensen een plek in de samenleving. Sport is daar een fantastische hefboom voor. Hier zien we mensen groeien in zelfvertrouwen, taal en sociale contacten. Dat is voor ons minstens even belangrijk als sportieve prestaties.’ Verhalen als deze2 tonen hoe taal, sport en warme begeleiding nieuwe kansen creëren. Zo veranderen levens. Dit artikel kwam tot stand vanuit het Team Geletterdheidsondersteuning Ligo Antwerpen. In deze Les staat ook het artikel van Dieter Wijffels ‘Over goesting en stapjes naar succes’ (zie pagina 30). De artikelen van Dieter en Anita kunnen worden beschouwd als een tweeluik. Anita van Gool en Dieter Wijffels zijn geletterdheidsondersteuners van Ligo Antwerpen en de drijvende krachten achter het Team Geletterdheidsondersteuning. Correspondentie: geletterdheidsondersteuning@ligo-antwerpen.be Bart Vanderschoot is voorzitter van Beerschot Atletiek. NOOT 1 DeVDAB is deVlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. 2 Lees over sportbegeleiding ook: Eggermont, D., & Van Troyen, E. (2019). Je geeft geen les aan kartonnen dozen! Sportbegeleiding op maat. Les, 37(211), 20-22.
Robel en zijn coach Kathleen
Smaakt dit artikel uit Tijdschrift Les naar meer? Met een abonnement blijf je op de hoogte van de nieuwste inzichten en ontwikkelingen in het NT2-onderwijs én krijg je toegang tot het volledige archief. Kies het abonnement dat bij jou past.
24
WERKVORM
NT2 CAHIER VOLKSVERHALEN
Sprookjes en andere volksverhalen in de NT2-les
Lesmethodes behandelen vaak dezelfde alledaagse onderwerpen en thema’s, zoals eten en drinken, naar de dokter en werken in Nederland. Belangrijke zaken natuurlijk, maar het is ook wel eens leuk om het over iets heel anders te hebben. Volksverhalen nemen cursisten mee naar de wereld van draken en koningen, Roodkapje en Assepoester en sprekende dieren, zoals de sluwe spin Anansi.
Bestel hier:
WIE STEEKT DE DRAAK?
Het feit dat cursisten in het lesboek niets geleerd hebben over draken betekent dat ze niet zomaar kunnen terugvallen op standaardzinnen en van buiten geleerde constructies. Ze zullen creatief aan de slag moeten met de woorden, uitdrukkingen en grammaticale regels die ze geleerd hebben. Kortom, met de taal.
Verhalen voor mensen die Nederlands leren lezen
Om vloeiend te leren lezen in een nieuwe taal moet je veel oefenen. Dat kan met deze bundel verhalen voor beginnende lezers van het Nederlands. Het zijn korte, vaak geestige verhalen uit Nederland, waarin wordt verteld over slimme en domme mensen, over kracht door eendracht, over bovennatuurlijke wezens en het gevaar van hoogmoed.
In dit cahier bespreekt Wilmy van Ulft manieren om sprookjes en andere volksverhalen te gebruiken in de les. Volksverhalen zijn leuk om te lezen en naar te luisteren, kunnen als materiaal dienen om verschillende vaardigheden mee te oefenen en cursisten kunnen, met een beetje hulp, hun eigen sprookje maken. Het cahier bevat ruim twintig praktische werkvormen, geschikt voor verschillende niveaus, en een aantal volksverhalen en werkbladen waar je als docent direct mee aan de slag kunt.
Voor Wie steekt de draak? is geput uit de Volksverhalenbank van de Lage Landen, een databank vol Nederlandse en Vlaamse sagen, sprookjes, legenden, moppen, raadsels en broodjeaapverhalen, opgezet en beheerd door het Meertens Instituut in Amsterdam. De verhalen zijn geschreven op drie verschillende niveaus: A1, A2, B1.
Bestel hier:
Wist je dat deze twee uitgaven heel goed te combineren zijn? Dat laten we zien op de volgende pagina, waar je kennismaakt met de werkvorm ‘Dictoglos’ uit NT2 Cahier Volksverhalen en het verhaal ‘De draak van Gelre’ uit Wie steekt de draak?. 25
Dictoglos Een sprookje reconstrueren Activiteit Het reconstrueren van een voorgelezen tekst. Dit kan een sprookje of ander volksverhaal zijn, maar ook een andere tekst. Wat oefen je? Luistervaardigheid, schrijfvaardigheid, grammatica Niveau Vanaf A1 Tijd Middellang Groepsvorm Tweetallen of kleine groepjes Materiaal Een sprookje of ander (volks)verhaal Pen en papier Uitvoeren Verdeel de cursisten in tweetallen of kleine groepjes. Stap 1: Alleen luisteren De docent leest het verhaal één keer voor, in normaal spreektempo. De cursisten luisteren alleen. Ze mogen nu nog niet schrijven. Stap 2: Luisteren en notities maken De docent leest het verhaal nogmaals voor. Nu mogen de cursisten aantekeningen maken. Lees op een normaal tempo voor. Het is geen dictee. De cursisten schrijven alleen steekwoorden op. Stap 3: Reconstructie maken Vertel de cursisten hoeveel tijd ze krijgen voor deze stap (hangt af van de lengte en het niveau van de tekst). De cursisten gaan in tweetallen of kleine groepjes de tekst die ze zojuist gehoord hebben reconstrueren. Ze mogen hierbij de aantekeningen gebruiken die ze gemaakt hebben. Eén cursist in elk tweetal of groepje schrijft de tekst op. Wijs de cursisten er nogmaals op dat ze moeten letten op de inhoud, maar ook op spelling, zinsbouw en samenhang in de tekst. Stap 4: Nakijken De cursisten gaan een tekst van een ander groepje nakijken. De cursisten moeten nu opnieuw in discussie over de tekst. Misschien zijn ze wel kritischer op andermans tekst dan op hun eigen tekst. Als docent kun je helpen bij het corrigeren.
Uit NT2 Cahier Volksverhalen:
26
A2
DE DRAAK VAN GELRE Bij de stad Pont woont een draak. De draak is gevaarlijk en gemeen. Hij maakt veel lawaai. Hij roept: ‘Gelre, Gelre!’ En hij eet dieren en mensen. Iedereen is bang voor de draak. De Heer van Pont heeft twee zonen. Deze jongens zijn niet bang. Ze heten Wichard en Lupold. Ze zeggen: ‘Wij zullen de draak doden’. ’s Nachts gaan ze naar de draak. Het dier ligt onder een boom te slapen. Maar de draak hoort de broers. En hij wordt wakker. Zijn ogen zijn als vuur. De broers vechten met de draak. Dat is moeilijk. Want de draak is groot en sterk. Eén broer steekt de draak met zijn mes. Hij steekt de draak precies goed. De draak roept: ‘Gelre, Gelre, Gelre!’ Dan is de draak dood. De mensen vieren feest. Ze zijn blij, omdat de draak dood is. De vader van Wichard en Lupold is ook blij. Hij maakt een nieuwe stad. Hij noemt de stad Gelder. Zoals het geluid van de draak. Wichard krijgt steeds meer land. Hij noemt het land: Gelderland. We hebben in Nederland nu nog de provincie Gelderland.
Uit Wie steekt de draak?:
27
VERS VAN DE PERS
Herzien Bestel hier:
Bekijk hier:
SPREEK JE UIT
Leer verstaanbaar Nederlands in zeven stappen
Spreek je uit is een nieuwe online uitspraaktrainer voor cursisten vanaf B1-niveau die hun Nederlandse uitspraak willen verbeteren. De e-learning is gebaseerd op de principes uit het docentenboek Verstaanbaar Nederlands in zeven stappen, geschreven door dezelfde auteurs.
HERZIENING START.NL DEEL 1 Dutch for beginners
Internationale studenten en expats willen Nederlands snel kunnen gebruiken in alledaagse situaties. De communicatieve methode Start.nl helpt hen van 0 naar A1 en al vanaf het begin praktisch met de taal aan de slag te gaan.
De cursist oefent zelfstandig met Nederlandse klanken, klemtoon, ritme en intonatie en werkt in eigen tempo aan een beter verstaanbare uitspraak. De cursist kiest zelf welke onderdelen hij wil oefenen, aan de hand van een overzicht van uitspraakverschillen tussen het Nederlands en verschillende moedertalen. De cursist krijgt stap-voor-stapuitleg, oefeningen en praktische tips om de uitspraak te verbeteren. De cursist traint luistervaardigheid en uitspraak met afwisselende oefeningen, spraakherkenning en video- en audiofragmenten.
Elk hoofdstuk begint met een online voorbereiding met animatiefilmpjes, audio en oefeningen voor luisteren, spreken, grammatica en woordenschat. In de les werken cursisten verder met het boek, waarna ze online extra kunnen oefenen. Nieuw in de herziening: Alle tien hoofdstukken zijn volledig herzien. Thema’s zijn vernieuwd en de volgorde is op onderdelen aangepast. De instructies op de website zijn nu in het Engels, zodat cursisten vanaf niveau 0 zelfstandig aan de slag kunnen. Ook de oefeningen uit het boek zijn digitaal beschikbaar. Hierdoor kan de hele methode online worden doorlopen. Cursisten krijgen grammaticale onderwerpen uitgelegd in korte kennisclips en kunnen deze zelfstandig bekijken.
Verstaanbaar Nederlands in zeven stappen biedt docenten informatie over de klemtoon, het spreekritme, de intonatie en articulatie van klanken, waarbij telkens ook de invloed van de moedertaal van de cur-sisten belicht wordt. Alle aspecten van verstaanbaarheid worden uitgewerkt in zeven praktische stappen; begrijpen, ervaren, letterkennis, luisteren, oefenen, doen en actie!
29
INTERVIEW
WAAROM DE NETTE VOORTUIN UIT HET KNMLESBOEK VERDWEEN Op 1 juli 2025 is het examen KNM aangepast aan de nieuwe eindtermen van het ministerie, opgesteld in 2024. De vierde druk van de methode Welkom in Nederland is in september 2025 verschenen. Deze KNM-methode is herschreven om inburgeraars voor te bereiden op het nieuwe examen. Wat zijn eigenlijk de verschillen met het vorige examen? En hoe is de vierde druk van Welkom in Nederland daaraan aangepast?
‘De nieuwe eindtermen gaan meer uit van het verwerven van kennis en minder van het bijbrengen van gewenst gedrag.’
De nette voortuin De vorige eindtermen van het ministerie dateren uit 2015 en waren nog grotendeels hetzelfde als in 2008. De focus van KNM lag toen voor een groot deel op hoe het hoort in Nederland. Zo waren twee van de eindtermen ‘houdt tuin en omgeving schoon’ en ‘draagt zorg voor een ordelijk aanzicht van de woning’.
Nieuwe samenleving, nieuwe eindtermen Verder zijn de veranderingen in de samenleving natuurlijk ook doorgegaan. Bijvoorbeeld: de digitalisering van de samenleving, zoals het kunnen omgaan met DigiD en je bsn. Veel eindtermen zijn dan ook geactualiseerd. Daarnaast zijn er veel eindtermen helemaal verdwenen en andere nieuwe erbij gekomen. De eindterm over gezond leven en gezonde voeding is bijvoorbeeld verdwenen. Maar een eindterm met kennis over orgaandonatie is nieuw.
Van gewenst gedrag naar toepasbare kennis Tussen de eindtermen van 2015 en die van 2024 zijn dus belangrijke verschillen. De nieuwe eindtermen gaan meer uit van het verwerven van kennis en minder van het bijbrengen van gewenst gedrag. In eindtermen van 2015 stond bijvoorbeeld: ‘realiseert zich dat andere samenlevingsvormen dan het huwelijk geaccepteerd zijn in Nederland en gaat hier respectvol mee om.’ In de eindtermen van 2024 staat ‘weet dat het recht op abortus, homohuwelijk en euthanasie wettelijk zijn vastgelegd’. In de nieuwe eindtermen lezen we geen formuleringen meer als ‘respecteert’, ‘neemt regels in acht’, ‘vat niet persoonlijk op’. Nu lezen we woorden als ‘weet’ en ‘is op de hoogte’. Het gaat nu over kennis die de inburgeraar zich eigen moet maken. Die kennis wordt getoetst in het nieuwe examen. Een vraag bij de eindterm over het homohuwelijk is dan ook: ‘Arno en Timo zijn twee mannen. Ze willen met elkaar trouwen. Wat staat hierover in de Nederlandse wet?’ De antwoordopties zijn dan: A – Dat mag; B – Dat beslist de gemeente; CDat mag niet.
Hoe is Welkom in Nederland aangepast? De cursist moet zich dus voor het nieuwe KNM-examen veel geactualiseerde kennis eigen maken. In de herziene Welkom in Nederland is er dan ook een goed doordachte kennisopbouw: eerst zijn er doelen aan het begin van een subhoofdstuk, aangepast aan de eindtermen. Daarna volgen stukjes tekst op A2niveau met oefeningen. Aan het eind van een hoofdstuk zijn er buitenschoolse opdrachten om de kennis toe te passen in de praktijk. Ook zijn er woordenlijsten op de website in verschillende talen en antwoordsleutels. Verder kan de cursist op de website vragen vinden zoals op het examen, om zijn kennis te toetsen. Er is ook een handleiding voor docenten met onder andere gespreksvragen. Want door in gesprek te gaan, kan de cursist de benodigde kennis personaliseren. Een belangrijk verschil met de vorige druk is ten slotte nog dat de vierde druk veel compacter is: 25% minder pagina’s, omdat er alleen nog tekst is die past bij de eindtermen van het examen.
30
Getest in de prakijk Toen de herziene Welkom in Nederland in conceptversie klaar was, is deze ook uitgeprobeerd door verschillende docenten. Na hun feedback zijn er nog enkele aanpassingen gedaan. De cursisten die aan het uitproberen meededen, verbeterden hun kennis significant in oefentoetsen. In vragenlijsten gaven de cursisten aan dat ze tevreden waren over de opbouw en het niveau van de methode en met plezier aan de proefversie gewerkt hadden. Marilene Gathier is sinds 1990 auteur van diverse NT2methodes. De bekendste uitgaven zijn Beter Lezen en de KNM-methode Welkom in Nederland. Naast het werk als auteur heeft ze haar taalbureau De Taalvraag in Rotterdam, waar sinds 2011 veel cursisten Nederlands geleerd hebben.
Bestel hier:
KIJK OP NEDERLAND
MEER KNM Bestel hier:
KNM-voorbereiding op A1-niveau? Dat kan met Kijk op Nederland! Met eenvoudige taal, veel afbeeldingen en symbolen, en een ontdekkende en herhalende aanpak kunnen cursisten met een lager taalniveau zich voorbereiden op het examen. De basisopzet is behouden, maar er zijn inhoudelijke updates doorgevoerd, zoals het toevoegen van het onderwerp ‘openbaar vervoer’ bij het thema Geld en betaalmiddelen. Voor klassikaal en zelfstandig gebruik. Online vindt de docent een handleiding en de cursist tal van oefeningen voor lees-, luister- en schrijfvaardigheid.
KNM-TRAINER
Met deze volledig digitale KNM-trainer op A2-niveau bereidt de cursist zich zelfstandig voor op het KNMexamen. De cursist oefent met authentieke luisterfragmenten, leesteksten en video’s en gaat met elk onderwerp actief aan de slag. De stof wordt op een uitdagende manier gepresenteerd. Met het onderdeel Test jezelf kan de cursist controleren of er genoeg kennis is voor het examen.
Bestel hier:
Werk je met de methode LINK? Dan hoef je deze trainer niet los te kopen. Daar zit deze trainer in.
31
BINGO
BINGO
Je kent ze wel: van die situaties die zó vaak terugkomen in je NT2-les dat het grappig wordt. Een cursist die vraagt waarom het soms de en soms het is. Je whitebordstift die wéér leeg is. Of die ene vraag waarop je zelf ook even het antwoord niet weet.
herkenbare situaties uit de NT2-les Een cursist vraagt wat een woord betekent dat je zelf dagelijks gebruikt, maar nog nooit hebt hoeven uitleggen.
Je legt een woord uit met nóg moeilijkere woorden.
In deze NT2 Bingo hebben we 25 van zulke herkenbare momenten verzameld. Hoeveel lessen heb jij nodig voor vijf op een rij?
Iemand zegt: ‘Nederlands is echt moeilijk!’
Een cursist haalt niet en geen door elkaar.
Je lesplanning blijkt iets te ambitieus.
Je zegt: ‘Dat moet je gewoon onthouden.’
Je krijgt een vraag waarop je denkt: ‘eh… waarom ís dat eigenlijk zo?’
Een cursist gebruikt spontaan een woord uit de vorige les.
De techniek werkt precies niet wanneer je die nodig hebt.
Je hebt een geweldige werkvorm voorbereid en bent de helft van de les bezig met uitleggen hoe hij werkt.
Een opdracht van 10 minuten duurt een halfuur.
Je tekent iets op het bord en niemand weet wat het voorstelt.
__________________ __________________ __________________
Je hoort een cursist zichzelf verbeteren.
Iedereen knikt dat de opdracht duidelijk is. Niemand weet wat te doen.
Je legt voor de zoveelste keer de woordvolgorde uit.
Er ontstaat een discussie over een Nederlandse gewoonte.
Een cursist heeft iets lekkers meegenomen. Jum!
Je leert een nieuw woord in de moedertaal van een cursist.
Een spreekopdracht loopt zó goed dat je hem langer laat doorgaan.
Je hoort: “Maar op Google Translate staat…”
Een cursist maakt een grapje in het Nederlands en iedereen begrijpt hem.
Je ontdekt dat je whiteboardstift leeg is.
Je hoort buiten de les cursisten Nederlands met elkaar praten.
Je sluit de les af met: ‘Volgende keer gaan we hiermee verder.’
32
DOCENT
JOUW DOCENTASSISTENT Dé NT2-vraagbaak Een passende werkvorm bedenken, een lesidee verder uitwerken of snel iets opzoeken over NT2-didactiek? Met de AI Docentassistent in NT2 School krijg je binnen enkele seconden antwoord op je vraag. Niet op basis van willekeurige informatie van het internet, maar onderbouwd met betrouwbare NT2-vakliteratuur. Tot en met oktober kan iedere NT2 Schoolgebruiker de Docentassistent gratis uitproberen.
Probeer de Docentassistent zelf Benieuwd wat de Docentassistent voor jouw lessen kan betekenen? Probeer hem tot en met oktober gratis uit in NT2 School. Stel een inhoudelijke vraag, laat je inspireren voor je volgende les of vraag om een concrete werkvorm.
Antwoorden uit betrouwbare NT2-vakliteratuur De Docentassistent is ontwikkeld om NT2-docenten snel verder te helpen bij vragen uit de dagelijkse lespraktijk. Stel bijvoorbeeld een vraag over differentiatie, woordenschatverwerving of spreekvaardigheid, of vraag om een werkvorm voor je volgende les.
Heb je de Docentassistent geprobeerd? We horen graag wat je ervan vindt. Stuur je ervaringen, ideeën en verbeterpunten naar nt2@boom.nl.
Bij iedere vraag zoekt de Docentassistent in geselecteerde NT2-vakliteratuur van Boom. Op basis daarvan formuleert de tool een antwoord. Je krijgt daarbij altijd een bronvermelding én een directe link naar de relevante passage. Zo kun je eenvoudig controleren waar de informatie vandaan komt en, als je wilt, verder lezen. Kan de Docentassistent het antwoord niet in de beschikbare bronnen vinden? Dan wordt dat duidelijk aangegeven.
Probeer gratis uit:
Dit is pas het begin... De huidige Docentassistent richt zich op vragen over het NT2vakgebied, maar daar blijft het niet bij. We werken aan nieuwe mogelijkheden waarmee de assistent nog beter aansluit op je dagelijkse lespraktijk. Zo kun je straks:
Ontdek hoeveel tijd én inspiratie de Docentassistent je oplevert.
chatten over de inhoud van je lesmethode; een lesplan laten genereren op basis van je lesmethode; extra oefeningen laten maken die aansluiten bij het lesmateriaal. 33
DOCENT
TRAINING EN ADVIES voor sterker NT2-onderwijs Goed NT2-onderwijs begint bij docenten die de ruimte krijgen om zich te blijven ontwikkelen. Daarom biedt Boom NT2 praktijkgerichte trainingen voor docententeams. Gericht op vragen uit de dagelijkse lespraktijk én direct toepasbaar in de klas. Bekijk snel ons aanbod.
Trainingen bij onze methodes: Met de DISK-training vergroot je je kennis over DISK. Je wordt op de hoogte gebracht van de didactische basisprincipes van DISK. Ook oefen je met het inrichten van een taakgerichte les om zo sneller voor je groep te kunnen schakelen. Ook krijg je bij de training ideeën over hoe je op verschillende niveaus feedback kan geven bij een gedifferentieerde groep. Met deze verdiepende training krijg je meer inzicht in de leergang KlasNL. Wat doe je klassikaal? Hoe kun je KlasNL gedifferentieerd inzetten? Welke hulpmiddelen voor de docent zijn erin opgenomen, zodat je geen extra materiaal meer nodig hebt? Hoe kun je met KlasNL de cursist de regie over zijn eigen leerproces geven? Met deze verdiepende training leer je jouw snel lerende cursisten te begeleiden om het maximale uit hun cursus met de Nederlands-serie te halen. Wat zijn de focuspunten bij een korte cursus? Hoe maak je de lessen voor de snel lerende, theoretisch opgeleide cursisten uitdagend genoeg? Hoe kun je de online tools gebruiken in de les? Met de LINK-training krijg je een groter inzicht in de methode LINK of LINK+. Je wordt op de hoogte gebracht van de didactische basisprincipes en je krijgt de benodigde praktische informatie aangereikt voor een leuke en overzichtelijk les. Ook krijg je nieuwe ideeën over hoe je je les kan inrichten en zo sneller kan schakelen voor de groep. Met deze verdiepende training krijg je meer inzicht in de leergang Goedgeletterd. Hoe kun je de thema’s klassikaal aanbieden? Hoe kun je vervolgens de klas in groepjes gedifferentieerd laten werken? Wat doe je met instromers? Hoe zet je de werkbladen efficiënt in? Hoe geef je de cursist de regie over zijn eigen leerproces? Met de DigLin+-training wordt je op de hoogte gebracht van de ins en outs van het programma. Je leert hoe je oefeningen kan vinden. Ook krijg je ideeën over hoe je je les kan inrichten. Je gaat ook oefenen met het stellen van verwachtingen. Je krijgt de gelegenheid om nieuwe ideeën en inspiratie op te doen.
34
Verdiepende trainingen: In de Staatsexamentraining word je op de hoogte gebracht van de diverse onderdelen van het Staatsexamen NT2. Je leert hoe je materialen van Boom NT2 kunt inzetten om je cursisten goed voor te bereiden op deze examens. Ook krijg je ideeën over hoe je met je klas kunt werken aan strategieën om te slagen voor deze examens. Met deze intervisietraining ga je aan de slag met het opzetten van een intervisiemodel dat bij jouw organisatie past. Wat is intervisie? Wat zijn voorwaarden voor een goede intervisie? Welk intervisiemodel past goed binnen een NT2-organisatie? En we oefenen met twee modellen aan de hand van intervisievragen uit je eigen organisatie. In deze training krijg je handvatten voor coachend lesgeven. Wat is coachend lesgeven? Waarom zou je het doen? Hoe doe je dat? Hoe richt je je les daarop in? Wat zijn de mogelijke valkuilen? Na de training kun je een lesplan maken om coachend les te geven in jouw eigen lessituatie
Trainingen aangeboden door onze partners: De Delftse methode is een communicatieve leerlijn die uitgaat van natuurlijke taalverwerving: veel luisteren en nadoen. In deze training, gegeven door het Instituut voor Talen en Academische Vaardigheden van de TU Delft, krijg je uitleg over de uitgangspunten, de docent als gespreksleider, de lesvoorbereiding en de toepassing in de praktijk. In de boeken Klim op, Wind mee en Blink uit gaan praktisch geschoolde taalleerders op een actieve manier aan de slag. In deze training neemt auteur Sandra Duenk docenten mee in de didactiek achter de methode: het stapsgewijs werken van gestuurde naar wat vrijere oefeningen, het belang van nazeggen en herhaling, en de kracht van audio- en beeldmateriaal. Met In Vorm en Topvorm is er een moderne, activerende grammaticamethode verschenen. In deze training, gegeven door auteur Sandra Duenk, krijgen docenten de mogelijkheid om meer te leren over de didactische grondslagen: het stapsgewijs werken van gestuurde naar vrije oefeningen, het belang van herhaling, en de kracht van audio- en beeldmateriaal.
Hoi NT2-docent, wij zijn Carla de Laat en Julia ten Bos, de educatief adviseurs van Boom NT2. Heb je een vraag over onze uitgaven of trainingen? Neem gerust contact met ons op: nt2sales@boom.nl
35
VERWACHT
NT2-BITS
In NT2-bits geeft Fros van der Maden antwoord op veelvoorkomende taalvragen van gevorderde NT2-leerders vanaf niveau B1. In korte, overzichtelijke modules – de ‘bits’ – krijg je praktische uitleg over Nederlandse woorden en taalregels, met heldere voorbeelden en gevarieerde oefeningen. Het boek is geschikt voor zelfstandig gebruik, samen oefenen of gebruik in de les. december 2026
FOCUS OP TPR
In Focus op TPR laat Kirstin Plante zien hoe je Total Physical Response (TPR) praktisch inzet in de taalles. Door gesproken taal te koppelen aan beweging, handelingen, voorwerpen en gebaren, worden nieuwe woorden en zinnen begrijpelijk zonder dat cursisten ze meteen zelf hoeven te gebruiken. Het boek biedt concrete TPR-activiteiten die zorgen voor veel betekenisvolle mondelinge input en die de luistervaardigheid ondersteunen. december 2026
NT2 KOOKBOEK
Het NT2 Kookboek combineert Nederlands leren met samen koken. Met recepten uit Nederland en andere landen ontdekken taalleerders nieuwe gerechten terwijl ze woorden leren, instructies lezen, rekenen met hoeveelheden en samenwerken. Dankzij duidelijke taal, stap-voorstapuitleg, foto’s en opdrachten oefenen cursisten op een praktische en laagdrempelige manier hun Nederlands én andere vaardigheden. januari 2027 Herziening Nederlands op niveau Herziening Tweede ronde
schooljaar 2027 - 2028 schooljaar 2027 - 2028