Skip to main content

Gehoord feb-jun 2011

Page 1

Hoofdsponsor:

Het Gelders Orkest daar horen we

GEHOORD

FEB JUN

2011


Hoofdsponsor:

Co-sponsor:

Mediapartners:

Het Gelders Orkest daar horen we

Gemeente Apeldoorn Gemeente Arnhem

Projectsponsors: Four Digits, Connexxion Partners: Allegro Automatisering, GE Artesia Bank, Wijnhandel Appeldoorn, Beekman & Partners, Bénard.Verstraaten Advocaten, Berns Museum­ Management, Breed, Buro voor de Boeg, CCV Holland B.V., Deloitte Accountants, Djam B.V., Electrabel Nederland N.V., Erku B.V., Eromes, Four Digits, Best Westernhotel Haarhuis, Den Hartog Heuff Notarissen, De heer H. Hierck en mevrouw J. van Nes, Hoes Errogas B.V., K+V Interim Management, Ondernemers Sociëteit KAN, Kiwa Gas Technology, N.V. Kema, MeerWaarde Management en Advies, Meeùs, Nysingh advocaten-notarissen, P2, Handelsonderneming PD, Peutz B.V., PriceWaterhouse Coopers, Q-Marq B.V., Rabobank Arnhem e.o., De heer B.R.C. de Roo, Saréco, Sequoia Vermogensbeheer, Synthon, Thoma TBB Bedrijfsmakelaars, Tien Organisatieadvies, Stipp B.V.

2


GEHOORD

pag. 6 Vuur van Stravinsky Ken-ichiro Kobayashi dirigent pag. 14 LoveSeat over de liefde HGO Rebels en Gif.t

pag. 16 Beethovens ‘Eroica’ Sascha Goetzel dirigent

pag. 24 Finlandia Antonello Manacorda dirigent Peter Donohoe piano pag. 32 Bruckner nr. 4 Antonello Manacorda dirigent Lorenzo Gatto viool pag. 40 Zuidelijke passie Christian Vásquez dirigent Igor Roma piano pag. 50 Beethovens

Vioolconcert

Adrian Prabava dirigent Simone Lamsma viool

pag. 60 Koorbegeleiding

De Passies van Bach

Joop Schets dirigent Bachkoor Apeldoorn Toonkunst Arnhem Rob Vermeulen dirigent Bachkoor Nijmegen

pag. 62 Passie voor muziek op

Gelderse kastelen

Peter Verduyn Lunel fluit

pag. 64 Kamermuziek PLUS

HGO Strijkkwintet 3


pag. 68 Kamermuziek PLUS

HGO Rebels met Martijn Padding

Charlotte Riedijk sopraan

pag. 74 Operabegeleiding

Puccini: La Bohème

Patrick Davin muzikale leiding Jim Lucassen regie De Nationale Reisopera

pag. 76 Dvorák nr. 7 ° Jakub Hrusa dirigent Cédric Tiberghien piano ^

pag. 84 Passie voor muziek op

Gelderse kastelen

Mette Laugs fagot

pag. 86 CD-voordeel

pag. 88 Orkestbiografie pag. 91

4

Concertagenda


Vuur van Stravinsky

Ken-ichiro Kobayashi dirigent

Zutphen

do. 24 februari (Serie Z) Hanzehof, 20.00 uur

Inleiding Jochem van der Heide, 19.00 uur

Arnhem

vr. 25 februari (Serie B) Musis Sacrum, 20.15 uur

Inleiding Jochem van der Heide, 19.15 uur Adoptieconcert Teijin Aramid

Nijmegen

za. 26 februari (Serie 2-4) De Vereeniging, 20.15 uur

Inleiding Jochem van der Heide, 19.15 uur

6


Vuur van Stravinsky

Programma Béla Bartók (1881-1945) Concert voor orkest

zz zz zz zz zz

Introduzione Giuoco delle coppie Elegia Intermezzo interrotto Finale

pauze

Igor Stravinsky (1882-1971) Vuurvogelsuite (1919)

zz zz zz zz zz

Introduction Ronde des princesses Danse infernale du roi Kastcheï Berceuse Final

7


Ken-ichiro Kobayashi dirigent De Japanse dirigent Ken-ichiro Kobayashi is sinds september 2006 als vaste dirigent aan Het Gelders Orkest verbonden. Hij leidde het orkest in het voorjaar van 2007 en 2009 tijdens uitgebreide, zeer succesvolle tournees door zijn geboorteland Japan. Ook in eigen land oogstten de concerten onder zijn leiding met werken van o.a. Tsjaikovski, Berlioz, Moesorgski en RimskiKorsakov zeer veel lof. In het seizoen 2010-2011 dirigeert hij o.a de Negende symfonie van de Dvorák en Stravinsky’s Vuurvogel­ suite. Ken-ichiro Kobayashi studeerde directie bij Akeo Watanabe en Kazuo Yamada aan de Tokyo National University of Fine Arts. In 1974 startte hij zijn Europese loopbaan met het winnen van het Internationale Dirigentenconcours in Boedapest. Sindsdien heeft hij met veel belangrijke orkesten in Europa gewerkt, in landen als Hongarije, Duitsland, Oostenrijk, Engeland, Frankrijk, Italië en Tsjechië. Kobayashi was gedurende tien jaar artistiek leider en chef-dirigent van het Hongaars Nationaal Philharmo­ nisch Orkest en lange tijd als Music Director verbonden aan het Japan Philharmonic Orchestra.

8


Vuur van Stravinsky Concert voor orkest ‘Ik werk aan een opdrachtstuk. Ik weet niet of de verbetering van mijn gezondheidstoestand ermee te maken heeft, maar in ieder geval ben ik druk bezig. Ik werk er nagenoeg de gehele dag aan. Het wordt een lang werk: vijf delen, maar de eerste vier zijn al af. Ik heb nu problemen met het laatste deel, dat om bepaalde redenen het moeilijkst is. In zoiets zitten altijd een hoop details, hoewel veel minder dan wanneer je een wetenschappelijk werk schrijft. Ik zou het graag hier willen voltooien.’ Dit schreef Béla Bartók aan zijn zoon in september 1943, vanuit de Verenigde Staten waar hij zich in 1939 gevestigd had. De grote Hongaarse componist had weliswaar dit ballingsoord zelf verkozen, op de vlucht voor het oorlogsge­ weld in Europa, maar hij viel er ten prooi aan depressies die hem het werken lang onmogelijk zouden maken. Bovendien leed hij aan leukemie, een ziekte die hem fataal zou worden in 1945. Het bezoek van de fameuze dirigent Serge Koussevitzky in mei 1943, in het ziekenhuis waar Bartók was opgenomen, kwam dan ook als een geschenk uit de hemel. Te meer omdat Koussevitzky de componist een ruime toelage van duizend dollar kon toekennen voor een werk ten behoeve van het Boston Symphony Orchestra. Het was over die opdracht dat Bartók aan zijn zoon schreef, en die betekende een behoorlijke stimulans voor hem. Toch bleek de verbetering in zijn gezondheidstoestand slechts tijdelijk. De componist zou zijn vaderland niet meer levend terugzien na de nederlaag van de Nazi’s – na zijn dood is zijn

9


stoffelijk overschot overgebracht naar Boedapest waar het nu een ereplaats heeft. Het moge duidelijk zijn dat het hierboven genoemde opdracht­ stuk Bartóks Concert voor orkest is. Hij schreef zelf in de toelichting bij de première ervan: ‘Dit orkestwerk dat op een symfonie lijkt, behandelt de afzonderlijke instrumentgroepen eerder als in een concertante of op solistische manier. Deze eigenschap verklaart de titel: ‘Concert voor orkest.’ Bartók begon er waarschijnlijk aan in 1942, hoewel hij naar alle waarschijnlijkheid teruggreep op schetsen voor een symfonisch ballet dat gepland stond voor 1939. Dat zou een project geweest zijn voor het ballet van het New York Ballet Theatre, maar het beleefde nooit zijn voltooiing. Bartók recyclede het materiaal dat hij voor de New Yorkers al had, en zo werd het Concert uiteindelijk onlosmakelijk verbonden aan het orkest van Boston. Ongelukkigerwijze overleed Koussevitzky’s vrouw Natalie tijdens het compositieproces, en daarom droeg Bartók het Concert op aan haar, als een In memoriam. Het was Serge Koussevitzky die het nieuwe werk in première bracht, op 1 december 1944 in New York. In zijn vijf delen combineert het Concert verschillende technie­ ken en stijlen. Na het eerste deel, een introduzione met fugato gedeelten, klinkt het Giuoco delle coppie (‘Spel van de koppels’). Daarin komt het concertante karakter van het werk exempla­ risch naar voren: verschillende paren houtblazers spelen in parallellen. De fagotten in sexten, de hobo’s in tertsen, de klarinetten in septiemen, de fluiten in kwinten en de trompet­ ten in secundes. Het wordt gevolgd door de Elegia, ‘een lugubere dodenzang’ zoals de componist het zelf noemde, en een ‘onderbroken intermezzo’. In dat laatste deel koppelt Bartók ‘Da geh’ ich zum Maxim’s’ (uit Lehárs Lustige Witwe, naar verluidt Hitlers favoriete muziek) aan de melancholieke Hongaarse sferen uit de volksmuziek. Althans, dat beweren sommigen: Antal Doráti aan de andere kant betoogde dat Bartók dat nooit zo als citaat bedoeld had, en anderen zien eerder een overeenkomst met Sjostakovitsj’ Leningrad symfonie. Hoe het ook zij, met name in de finale, met de folkloristische rondedans waarmee het Concert eindigt, onderstreept Bartók zijn grote passie die in zijn muziek even­ zeer aantoonbaar is als in zijn wetenschappelijke werk: de volksmuziek uit zijn geboortestreek.

10


Ook Igor Stravinsky verdiepte zich in de volksmuziek van zijn vaderland en dat met name in zijn vroegere jaren. Hoewel hij zijn opleiding in Rusland genoot, verkaste hij al op jonge leeftijd naar het Westen en vestigde zich in Parijs. Daar vierde hij zijn eerste triomfen (en schandalen) met de balletmuziek die hij voor ‘Les Ballets russes’ schreef. Hij debuteerde er met De vuurvogel; een opdracht die hem verleend was door impresario Sergej Diaghilev, nadat de jonge componist in 1909 enkele instrumentaties had gemaakt voor het ballet Les sylphides. Diaghilev was direct overtuigd van Stravinsky’s enorme talent. Wijzend op de kleine Rus zei hij tegen prima ballerina Tamara Karsavina, tijdens de repetities van De vuurvogel: ‘Let goed op hem, die man staat op het punt beroemd te worden.’

Vuur van Stravinsky

Vuurvogelsuite

Diaghilev had volkomen gelijk. Want toen De vuurvogel zijn eerste uitvoering beleefde in juni 1910 werd het ballet, volgens de formulering van de componist, ‘door het Parijse publiek met enthousiasme ontvangen. Het zou uiteraard niet bij me opkomen dit succes uitsluitend toe te schrijven aan de partituur; het is evenzeer te danken aan de dramati­ sche realisatie in het prachtige decor van de schilder Golowin, aan de briljante vertolking van Diaghilevs artiesten en aan het talent van de choreograaf.’ Stravinsky mag geprezen worden om zijn bescheidenheid, maar dat laat onverlet dat hij een geweldige partituur afleverde. Niemand minder dan Claude Debussy kwam bij de première spontaan het podium op om de onbekende componist te feliciteren. Het verhaal van De vuurvogel is gebaseerd op een aantal legendes over de jonge Tsarevitsj Ivan, die in het rijk van Kasjtsjei allerlei magische objecten en monsters tegenkomt, waaronder een prachtige vuurvogel die hij weet te vangen. De vogel smeekt om zijn leven en belooft Ivan te helpen als die hem vrijlaat, wat de prins doet. In een volgend tafereel wordt Ivan verliefd op dertien prinsessen en hij vraagt Kasjtsjei om de hand van één van hen. Die stuurt echter zijn monsters op Ivan af en slaat hem in de boeien. Maar de vuurvogel komt tussenbeide, betovert Kasjtsjei en zijn monsters zodat ze zich verliezen in een Danse infernale. Ze vallen allen in slaap en Ivan heeft zo de kans Kasjtsjei te doden. Daarmee lost de imaginaire wereld van Kasjtsjei op: Ivan en de prinses blijven over en kunnen trouwen.

11


Zoals gezegd, was De vuurvogel meteen een doorslaand succes. Niet alle werken van Stravinsky zouden zo positief onthaald worden: zijn volgende ballet Le sacre du printemps kreeg een bijzonder rumoerige première en zou nog lang onbegrepen blijven. Wat dat betreft was De vuurvogel een veel beter lot beschoren: ‘Toen ik uit de beste nummers een suite had samen­ gesteld en georkestreerd, werd de muziek van De vuurvogel in heel Europa gespeeld en weldra ontwikkelde ze zich tot een van de populairste stukken uit het orkestrepertoire.’ In werkelijk­ heid stelde de componist overigens drie suites uit het ballet samen; vanavond wordt die uit 1919 gespeeld. Frits de Haen

CD-voordeel

Zie bladzijde 86-87 voor HGO/Bergmann cd-voordeel.

12


loveseat

HGO Rebels Alexander de Blaeij dirigent Nina Funk dans Dominik Blank dans Lorenzo Borella choreograaf

Arnhem

do. 3 maart Luxor Live, 20.30 uur

Nijmegen

vr. 4 maart LUX, 20.30 uur

Apeldoorn

za. 5 maart Radio Kootwijk, 20.30 uur Kaarten à € 15,- (met je eigen kussen) € 20,- (met stoel­huur) zijn te koop in onze webshop. Webshop.hetgeldersorkest.nl. Voor Radio Kootwijk zijn tevens buskaartjes te bestellen.

14


Loveseat

Programma MuziekDansVoorstelling over liefde en contact Liefde en relaties. Contact, aantrekkingskracht, verwijdering… Rebellen uit Het Gelders Orkest en choreograaf Lorenzo Borella maken een prachtige MuziekDansVoorstelling over deze thema’s. Op bijzondere, sfeervolle locaties. Verstilde serenades, hartstochtelijke tango. Oude en nieuwe muziek met dans. Een voorstelling die je raakt. Recht in je hart. Als publiek kies je zelf hoe je de voorstelling beleeft. Mét wie en naast wie. Je wordt uitgenodigd op kussens of stoelen plaats te nemen in de ruimte. Op daarvoor ingerichte zones. Je zit midden in de voorstelling. Na de voorstelling is er volop gelegenheid om na te borrelen. Met elkaar en met de musici en dansers. Een prachtige beleve­ nis voor geliefden, oude vrienden, hechte vriendinnen, de familie, of durf je het aan met collega’s? Volg de HGO Rebels op www.facebook.com/hetgeldersorkestlab

15


Beethovens ‘Eroica’

Sascha Goetzel dirigent

Doetinchem

do. 10 maart (Serie D) Schouwburg Amphion, 20.00 uur Inleiding Martin Buninga, 19.00 uur

Ede

za. 12 maart (Serie E) Cultura, 20.15 uur

Inleiding Martin Buninga, 19.15 uur

Arnhem

zo. 13 maart (Serie M) Musis Sacrum, 14.15 uur

Inleiding Martin Buninga, 13.15 uur Vriendenarrangement

16


Beethovens ‘Eroica’

Programma Martijn Padding (1956)

Glimpse

Ludwig van Beethoven (1770-1827) Octet voor blazers in Es

zz zz zz zz

Allegro Andante Menuetto Finale. Presto

pauze

Ludwig van Beethoven (1770-1827) Symfonie nr. 3 ‘Eroica’

zz zz zz zz

Allegro con brio Marcia funèbre: adagio assai Scherzo: allegro vivace Finale: allegro molto

17


Sascha Goetzel dirigent Het Gelderse publiek kon in december 2009 voor het eerst kennis maken met de Oostenrijkse dirigent Sascha Goetzel, een debuut dat met deze productie geprolongeerd wordt. Goetzel begon zijn carrière als violist bij de Wiener Philharmo­ niker. Daar ontstond zijn passie voor het dirigeren. Hij studeerde aan de Sibelius Academie onder de vleugels van Jorma Panula en volgde op diens uitnodiging lessen van Seiji Ozawa in Tanglewood. Daarna kreeg hij invitaties van talloze orkesten waaronder het City of Birmingham Symphony Orchestra, het Berliner SinfonieOrchester en het Sjanghai Symfonieorkest om er maar enkele te noemen. Inmiddels is hij uitgegroeid tot een geliefd gastdirigent. Daarnaast verzorgt hij regelmatig operaproducties bij de Wiener Staatsoper en Volksoper en was te gast in het befaamde Mariinsky Theater in Sint Petersburg. Momenteel is Sascha Goetzel chefdirigent bij het Kuopio Symfonieorkest en het Borusan Philharmonisch Orkest van Istanbul. Tevens verleent hij zijn medewerking aan het Interna­ tionales Orchesterinstitut Attergau, een kweekvijver voor talentvolle orkestmusici onder de vleugels van de Wiener Philharmoniker. Tot slot mag vermeld worden dat Sascha Goetzel een succesvol arrangeur is, die onder meer voor Ensemble Wien, Ramòn Vargas en José Carreras heel wat mooie arrangementen op zijn naam heeft staan.

18


Beethovens ‘Eroica’ Beethoven en Padding ‘Hou me niet voor het lapje. Kom maar liever terug naar Bonn, want het wordt daarginds helemaal niets met jou!’ Dat kreeg de jonge Beethoven in Wenen te horen van zijn broodheer en subsidieverstrekker, keurvorst Maximilian Franz. Hij had ook een stomme zet gedaan. Na een tijdlang lessen te hebben gevolgd bij Joseph Haydn besloot Beethoven om een aantal composities naar de keurvorst te sturen, als een proeve van zijn vooruitgang. Daartoe behoorde ook een ‘Partita voor acht blazers’, het werk dat we nu kennen als opus 103. Een misreke­ ning, ‘want’, zo schreef de keurvorst terug, ‘dat stuk had je hier in Bonn al gecomponeerd en het is hier zelfs uitgevoerd.’ Wat bezielde Beethoven - en Haydn, die van alles op de hoogte was - om oud spul terug te sturen aan een man die als een muziekkenner te boek stond? Was het een misverstand? Een te haastig genomen besluit? Er is veel over gespeculeerd. Tegen­ woordig houden we het er op dat Beethoven weliswaar het betreffende blaasoctet terugzond, maar in sterk gereviseerde en verbeterde vorm. Die versie is helaas verloren gegaan, maar omdat Beethoven er ook een versie voor strijkkwintet van maakte, opus 4, weten we toch zo ongeveer wat hij er aan veranderde. En dat is heel wat. Het pretentieloze jeugdwerkje van de teenager uit Bonn werd een uit de kluiten gewassen, hoogwaardig stuk in de Weense klassieke stijl. De keurvorst moet die correcties niet zo snel hebben herkend, vandaar zijn uitval. Het originele blaasoctet uit Bonn, toen nog ouderwets ‘Parthia’

19


genoemd, bewaarde Beethoven bij zijn oude spullen. Het kwam na zijn dood tevoorschijn, en werd toen gepubliceerd. Vreemd genoeg is het daarna heel populair geworden. Als Beethoven dat wist, zou hij zich omdraaien in zijn graf. Hij vond het stuk namelijk onvolwassen, mislukt. Zoals hij zich in latere jaren over zijn Septet uitliet (‘Verbranden, dat ding’), zo zou hij vast ook hebben gesproken over dit niemendalletje. Hoe was dit te vergelijken met zijn echte grote meesterwerken? De Eroica, de ouverture Coriolan, de Egmont-muziek, de ballet­ muziek Prometheus, de Vijfde symfonie – al die beroemde werken van Beethoven hebben iets gemeenschappelijk. Er wordt heldhaftigheid in uitgedrukt. Je hoort dat er sprake is van een conflict. De overwinning daarvan leidt tot een juichen­ de triomf, een extatisch feest. En indien het niet goed afloopt, dan is daar altijd nog de herinnering aan de nobele held, die postuum wordt geëerd. Beethoven kende een ‘heroïsche fase’. Muzikaal, maar ook in zijn persoonlijke leven. Zo identificeerde hij zich met de Franse consul Bonaparte, de wereldverbeteraar die de idealen van de Franse Revolutie wilde uitdragen. Het leidde tot een baanbre­ kend werk, de Derde symfonie. Is dat nu een muzikaal portret van de bewonderde generaal? Beethoven hoopte inderdaad dat Napoleon de mensheid de weg zou wijzen naar rechtvaardig­ heid en dat hij de verslaving aan religie zou aanpakken. Maar het liep anders, Napoleon sloot een concordaat met de paus. Bij Beethoven sloeg dat in als een bom, het was verraad aan de goede zaak. En dan die eigenhandige keizerkroning! Beethoven legde een relatie met Julius Caesar, achttien eeuwen eerder, die eveneens zijn idealen inwisselde voor ongebreidelde macht. Hij verscheurde het titelblad van zijn symfonie, met daarop ‘Buonaparte’, en noteerde: ‘Sinfonia Eroica composta per festeggiare il sovvenire di un grand Uomo’. Beethovens ideeën over ‘grote mannen’ met humanitaire idealen werden gevoed door het boek Vitae parallellae van Plutarchus. Dit in de renaissance herontdekte geschrift uit de eerste eeuw van onze jaartelling werd in de achttiende eeuw gretig gelezen, met name in Frans-revolutionaire kringen. Napoleon dweepte ermee. Ook Beethoven raakte in de ban van de Romeinen. Hij ging zelfs zo ver om zijn haren ‘à la Titus’ te laten knippen en op zijn werktafel stond een beeldje van de republikein Lucius Junius Brutus. Met die adoratie was hij een kind van zijn tijd. De boeken van Seneca, Tacitus, Cicero,

20


Behalve door literatuur en geschiedenis werd Beethoven geboeid door de antieke filosofie. De trotse Romeinen dienden hem als voorbeeld voor een bezonnen, stoïcijnse levenshouding, met een gezonde argwaan ten aanzien van aardse geneugten. ‘Eten, drinken en seks – dat is iets voor de beesten in de wei’, placht hij Seneca na te zeggen. Matig­ heid, beheersing van hartstochten, minachting van het zintuiglijke en het emotionele – door dit te praktizeren kon je als mens tot grote hoogte komen. Daarmee kweekte je zelfrespect, innerlijke kracht, een nobel en hoogstaand karakter.

Beethovens ‘Eroica’

Quintilianus en vele anderen werden bij de betere klassen gemeengoed. Zelfs de mode raakte afgestemd op die van het oude Rome: dames soigneerden en kleedden zich naar oude afbeeldingen, met lange, mouwloze gewaden die kort onder de boezem waren ingesnoerd. Ook meubels, munten, gebouwen en allerlei politieke instituties werden gemodel­ leerd naar die van de oudheid.

Beethoven las hoe hij levensproblemen de baas kon worden. Bijvoorbeeld de schok van zijn afnemende gehoorvermogen. In 1802, onmiddellijk vóór de Eroica, schreef hij: ‘Het vergalt werkelijk mijn leven en al bijna twee jaar lang mijd ik elk gezelschap, omdat ik niet tegen mensen durf te zeggen: ik ben doof. Vaak al heb ik de Schepper en het leven vervloekt. Plutarchus heeft me de weg gewezen naar berusting. Het valt niet mee om al op je achtentwintigste te worden gedwongen om filosoof te zijn, vooral niet voor een kunste­ naar.’ Het was de filosofie van de Stoa die Beethoven psychische veerkracht schonk. Laat je niet klein krijgen door begeerte, angst, pijn of liefde, maar spot daarmee, zei deze leer. Denk groots, maak plannen voor de langere termijn, formuleer universele idealen, voor jezelf en voor je mede­ mensen. Duizelingwekkende wijsheden, die Beethoven ter harte nam tijdens zijn heroïsche fase. Een diepe crisis werd daarmee overwonnen. En juist toen (1803-04) ontstond die mijlpaal in de geschiedenis van de muziek, de Eroica. Is deze symfonie nu een muzikaal portret van Napoleon, zoals met name Anglo-Amerikaanse auteurs nog altijd menen? Nee, het is een algemene, anonieme impressie van zo’n gelouterde grand Uomo – een waardig persoon die weet hoe je behoort te leven en te sterven. Een impressie van de herboren Beethoven.

21


En dan is daar Glimpse, het orkestwerk van Martijn Padding op basis van Beethovens muziek. Het ging in première bij het Holland Festival van vorig jaar, toen Jos van Immerseel alle symfonieën dirigeerde. Het stuk van Padding hield daar verband mee, het was een soort reflectie op Beethoven. Padding nam een Beethovensymfonie als uitgangspunt die vrijwel niemand kent, de Tiende. Die bestaat in gereconstru­ eerde vorm, gemaakt door de Britse musicoloog Barry Cooper, maar je hoort die eigenlijk nooit. Padding verdiepte zich er in. ‘Ik wilde een stuk schrijven over de stilte rondom Beethoven, en over de werveling in zijn hoofd waarmee de noten van die symfonie ontstaan’, zei hij. Het werd geen nieuwe reconstructie of zelfs maar een vrije aristieke interpretatie van de schaarse noten die Beethoven van zijn Tiende naliet. Glimpse is eerder een interpretatie van het scheppingsproces dat zich bij Beethoven kan hebben voltrokken. Van belang is natuurlijk dat hij stokdoof was. Bij Glimpse moet de muziekliefhebber dan ook de oren spitsen, want veel voltrekt zich in een driedubbel pianissimo. ‘Ik gebruik noten van Beethoven, maar het stuk is vooral mijn fantasie over het scheppingsproces van de Tiende’, zegt Padding. ‘Ik lever de contouren, superzacht, zodat het publiek met de hand naast het oor moet luisteren.’ De hand naast het oor bij een traditioneel Beethovenorkest met koperblazers en pauken? Volgens Padding kan het. ‘De violen vormen geen probleem, met de houtblazers kom ik een heel eind. De uitdaging ligt bij het koper. Dat zijn buiteninstrumenten, luister maar naar Beethoven: als de trompetten erbij komen wordt het knallen. Met dat zachte neem ik een risico. Maar dat hoort bij het vak.’ Het stuk draagt verder Paddings eigen handtekening. ‘Geestig, overtuigend en authentiek patchwork’, schreef Trouw na de première. Jos van der Zanden

CD-voordeel

Zie bladzijde 86-87 voor HGO/Bergmann cd-voordeel.

22


Finlandia

Antonello Manacorda dirigent

Peter Donohoe piano

Arnhem

vr. 18 maart (Serie A) Musis Sacrum, 20.15 uur Inleiding Jacob Jansen, 19.15 uur

Nijmegen

zo. 20 maart (Serie M) De Vereeniging, 14.15 uur Inleiding Jacob Jansen, 13.15 uur

24


Finlandia

Programma Jean Sibelius (1865-1957) Finlandia, opus 26

B茅la Bart贸k (1881-1945) Pianoconcert nr. 3 in E

zz Allegretto zz Adagio religioso zz Allegro vivace - Presto - Allegro vivace pauze

Jean Sibelius (1865-1957) Symfonie nr. 3 in C, opus 52

zz Allegro moderato zz Andantino con moto, quasi allegretto zz Moderato - Allegro (ma non tanto)

25


Antonello Manacorda dirigent Aanvankelijk bekwaamde de in Turijn geboren Antonello Manacorda zich op de viool. Na zijn opleiding aan het conserva­ torium in zijn geboorteplaats afgesloten te hebben, volgde hij nog verdere lessen bij onder anderen Herman Krebbers in Amsterdam. In 1997 richtte Manacorda met Claudio Abbado en enkele andere leden van het Gustav Mahler Jugend Orchester het Mahler Chamber Orchestra op, waar hij als concertmeester optrad. In 2002 besloot Manacorda zich op het dirigeren toe te leggen en volgde twee jaar lessen bij Jorma Panula. Dat leidde in 2006 tot zijn eerste vaste verbintenis als chef­ dirigent bij het ensemble I Pomeriggi Musicali in Milaan, waar hij deze functie nog steeds met groot succes vervult. Er volgden diverse uitnodigingen van orkesten als Orchestra della Svizzera Italiana, het Scottisch Chamber Orchestra en het Helsingborgs Symfoniorkester. Drie jaar geleden stond hij voor het eerst voor het orkest dat hij zelf had opgericht: het Mahler Chamber Orchestra. Maar ook opera laat Antonello Manacorda niet onberoerd. In de afgelopen jaren leidde hij producties in Florence, Milaan en Napels. Afgelopen voorjaar nog maakte zijn interpretatie van Mozarts Don Giovanni in het Teatro La Fenice in VenetiÍ grote indruk. Manacorda was in november 2009 voor het eerst te gast bij Het Gelders Orkest. En ook de kerstconcerten 2010 dirigeerde hij met veel succes.

26


Finlandia

Peter Donohoe piano Hoewel Peter Donohoe (1953) piano studeerde bij o.a. Derek Wyndham, Olivier Messiaen en Yvonne Loriod, begon hij zijn carrière als slagwerker bij het City of Birmingham Orchestra. Een verzoek in 1974 om pianist bij het orkest te worden bracht hem terug op het spoor van de piano. Dat dit een uitstekende keuze was, bleek zes jaar later toen hij als eerste niet-Russische deelnemer in 1982 in de prijzen viel bij het prestigieuze Tsjaikovski Concours in Moskou. Peter Donohoe behoort tegenwoordig tot de grote pianisten van onze tijd. Hij concerteert met de belangrijke orkesten van de wereld, geeft recitals en heeft talloze cd’s op zijn naam staan. Daaronder een aantal bijzondere opnames gewijd aan het Britse pianorepertoire. Daarnaast treedt Donohoe graag op in kamermuziekverband en vormt hij een vast duo met collega-pianist Martin Roscoe. Zeventien jaar op rij was hij gevierd solist tijdens de befaamde BBC-proms. Bijzonder is zijn band met dirigent Sir Simon Rattle, voorma­ lig chef­-dirigent van het orkest in Birmingham. Toen deze in 2002 bij de Berliner Philharmoniker aantrad als chef, vroeg hij Donohoe als solist. En samen zitten ze in het bestuur van het Conservatorium van Birmingham waar ze beiden regelmatig gastcolleges verzorgen. Voor zijn grote verdienste voor de Britse muziek is Peter Donohoe in 2010 geridderd als Commander of the Order of the British Empire.

27


Finlandia Schuilnaam Politieke muziek: wat mogen we ons daarbij voorstellen? Dat maffe lied van Geert Wilders, dat Erik van Muiswinkel en consorten in opdracht van Geert Zelf tijdens het jongste Oudjaar maar effe moesten zingen? ‘t Kan ook beschaafder en dan kom je bijvoorbeeld op de Marseillaise, de Internationale of Tsjaikovski’s Ouverture 1812. Maar ook Deutschland Deutschland über Alles dat door een zeker regime uit Haydns Keizerkwartet werd gedestilleerd, Hop Marjanneke stroop in ’t kanneke of – ja­ zeker! – Mozarts opera Le nozze di Figaro die stijf staat van het gedachtengoed van de aankomende Franse Revolutie. Hoe het ook zij, het is me een allegaartje. Je zou het misschien niet zeggen maar ook Finlandia van Jean Sibelius hoort in dit rijtje thuis. Het klinkt zo romantisch en zwaarmoedig maar het is keiharde politiek. Sibelius schreef het werk in november 1899. Zijn vaderland Finland stond onder Russisch bestuur waar de Finnen niet blij mee waren. Nieuwste maatregel: verscherping van de censuur waardoor een aantal grote kranten niet meer mocht verschijnen. Om wat aan de armlas­ tige situatie van de pers te doen, organiseerde men in Helsinki een groot driedaags festival ten bate van het Pers Pensioen­ fonds. Sibelius schreef hiervoor een cyclus van zeven stukken die de Finse geschiedenis bezong. Zeker het laatste deel, Finland ontwaakt, was absoluut een heroïsch werk. Met zijn dramatische toon en een schitterend koraal dat halverwege opklinkt en in de slotsectie luid wordt uitgezongen, was vooral dit deel een enorm succes. Sibelius werkte het een jaar later om tot zelfstandig stuk onder de titel Finlandia. Het werd een symbool voor de moeilijke Finse situatie. En bij elk geschil met de Russen laaide de populariteit van Finlandia weer extra op, zoals toen Finland in 1917 een hernieuwde gooi naar bestuurlijke zelfstandigheid deed en aan de vooravond van WOII toen de Russen zich weer eens agressief deden gelden. Behoorlijk politiek geladen dus, Finlandia; in die mate zelfs dat men het soms om veiligheidsredenen maar onder de schuil­ naam ‘Impromptu’ uitvoerde…

28


Onderaan het manuscript van Bartóks Derde pianoconcert lees je het woord ‘sega’. ‘Einde’, in het Hongaars. Het was niet Bartóks gewoonte zoiets te doen. Als romantische jongeling misschien, vol trots omdat hij een werk voltooid had. Maar als volwassene deed hij dat niet meer. Er moet dus een andere speciale reden voor zijn.

Finlandia

‘Einde’

Een werk voor zijn vrouw Ditta moest het worden, dit Derde pianoconcert. Zij was een uitstekend pianiste, fysiek alleen niet zo sterk en toen ze het veeleisende Tweede pianocon­ cert van haar man instudeerde, bleek dat eigenlijk te zwaar voor haar. Bartók wilde haar daarom voor haar verjaardag een nieuw concert cadeau doen. Het moest een verrassing zijn. Alleen zijn zoon Péter liet hij weten ‘voor moeder een pianoconcert te willen schrijven.’ Dat hij het voor zijn geliefde vrouw schreef, verklaart misschien de ‘lichtheid’ van het concert, een zekere ontspanning, een afwezigheid van echte somberheid en robuustheid wat bij Bartók nogal verbaast. Soms noemt men de pianopartij haast ‘vrouwelijk’, alsof die voor vrouwen is gecomponeerd. Bartók werkte er in de zomer van 1945 hard aan; andere opdrachten schoof hij terzijde of zei hij af, uitgezonderd die voor een altvioolconcert. Samen met zijn gezin verbleef hij aan Saranac Lake in de staat New York (Bartók was in de Tweede Wereldoorlog naar de VS geëmigreerd). Het werk vlotte goed. Tot zeker moment, eind augustus. Eigenlijk was Bartók toen al ernstig ziek: leukemie in een gevorderd stadium. Al een tijd voelde hij zich vooral ’s avonds doodmoe. Tenslotte werd de koorts zo hevig dat het beter was naar zijn huis in New York terug te keren. Bartók was nu gedwongen zijn dagen in bed door te brengen. Hij wist hoe ziek hij was en dat hij voor zijn leven vechten moest. Geen moment laat hij het werk aan zijn pianoconcert los. Hij schrijft, ondanks hevige gewrichtspijn. Zijn zoon laat hij de maatstrepen trekken; dat gaat met een verzwakte hand en liggend in bed zo moeilijk. In de nacht van 21 september wordt zijn toestand kritiek. Ziekenhuisopname is nu nood­ zakelijk. ‘Jammer dat ik met een koffer vol vertrekken moet,’ is zijn reactie. Kort voor de componist in een toestand van halve bewusteloosheid raakt, heeft hij de instrumentatie van het concert voltooid tot zeventien maten voor het slot.

29


Op de laatste twee pagina’s staan alleen dunne maatstrepen, de namen van de orkestinstrumenten en in de eerste maat enkele noten. Voltooid is wel de ‘short score’. Zijn vriend Tibor Serly zoekt hem op; aan hem vertelt hij misschien hoe de ontbrekende maten moeten worden geïnstrumenteerd. De laatste paar dagen van zijn leven komt de componist niet meer bij bewustzijn; zijn vrouw en zoon waken bij hem. Op 26 september 1945, rond het middaguur, sterft Bartók. Het is dan aan Serly om de instrumentatie van het concert te voltooien. Het Derde pianoconcert is dus geschreven door een doodziek man. Bartók wist dat het zijn laatste compositie zou zijn; het ‘einde’ onderaan het manuscript is niet alleen het einde van dit concert. Misschien ook heeft het bij Bartók zo uitzonderlijke opschrift Adagio religioso boven het tweede deel binnen dit kader betekenis. Men heeft dit deel met zijn omspeelde koraal­ melodie wel vergeleken met het Adagio uit één van de laatste strijkkwartetten van Beethoven, opus 132, ‘Heiliger Dankge­ sang eines Genesenen an die Gottheit’. Schreef Bartók dit concert dat met zijn sprankelend E grote terts juist de zonnige kanten van het bestaan lijkt te weerspiegelen, in de wens dat ook hij een ‘Genesene’ was? Of liet het leven bij hem, ondanks alles, toch een laatste indruk achter van voldoening, liefde en schoonheid?

‘Tsjaikovski van het Noorden’ wordt klassiek ‘Nu ik dan eindelijk tot rust ben gekomen, kan ik pas echt met mijn leven en mijn kunst in het reine komen,’ schreef Sibelius in 1907 aan een vriend. Hij had juist zijn intrek genomen in zijn villa Ainola in Järvenpää, acht kilometer buiten Helsinki in de vrije natuur. Een vriendelijk, goeddeels houten huis dat lief oogde, half tegen een berg op gebouwd. Ontroerend staken de witte muren af tegen de donkere bomen waartussen het lag. Een rustplek in het hart van Finland, een toevluchtsoord waar een mens geconcentreerd kon werken. Hij zou er de rest van zijn leven, tot zijn dood in 1957, blijven wonen. De artistieke bezinning waar Sibelius in het brieffragment op zinspeelde, had opmerkelijke resultaten. Eén van de eerste werken die hij in Ainola voltooide, was de Derde symfonie. Een werk dat een duidelijke breuk in zijn oeuvre is. Tot op dat moment droeg Sibelius niet zonder reden de bijnaam ‘Tsjaikovski van het Noorden’: een laatromantisch componist die groots opgezette werken schreef van een brede epiek en grandeur, veelal zwaarmoedig van toon, met een voorliefde voor zware

30


Finlandia

koperpassages (denk bijvoorbeeld aan zijn beroemdste werk, dat u zojuist hoorde: Finlandia). Een componist die dat prachtige lege land, Finland, in muziek vertaalde en zijn werk vaak baseerde op verhalen uit het Finse heldenepos de Kalevala. Maar na twee grote symfonieën gooide Sibelius het roer ineens om. De Derde symfonie is een beknopt werk, hecht van structuur en consequent van thematische uitwerking. Het werk is klassiek georiënteerd; de helderheid en eenvoud van het eerste deel zijn te vergelijken met werk van Haydn en Mozart, bepaald de laatste componisten waaraan je bij Sibelius’ vroegere werk zou denken. De hele klank is veranderd, dunner, soberder geworden: de Derde lijkt eerder een skelet dan een lichaam. Opvallend is de slanke klank van de strijkers en het koper is zeker op rant­ soen: in het tweede deel ontbreken trompetten en trombo­ nes zelfs helemaal. Veel luisteraars wisten niet goed wat ze met dit nieuwe geluid aan moesten. In Duitsland verloor men ieder vertrouwen in Sibelius: ‘De nieuwe symfonie heeft niets van het karakter van deze voorheen zo gerespecteerde en bewonderde componist. Is het echt mogelijk dat hij is uitgeschreven?’ Het Russische publiek was er ook al van overtuigd dat het Sibelius maar vaarwel moest zeggen; het vond de nieuwe klankcombinaties ‘contrasten in horror’ terwijl een Petersburgse krant het stuk hoorde als ‘een suite in de stijl van Mendelssohn, zo monotoon als het Finse landschap zelf.’ Het Boston Symphony Orchestra repeteerde het werk maar had vervolgens geen zin om het uit te voeren; opmerkelijk, want Amerika was anders het land waar Sibelius het meest populair was. Eigenlijk was er alleen in Sibelius’ thuishaven Helsinki begrip voor deze nieuwe weg: ‘Sibelius staat zonder twijfel op de top van zijn kunnen,’ oordeelde daar een recensent. ‘Hij heeft al zijn maniertjes opzij gelegd en terwijl hij zich vroeger wel eens herhaalde, put hij nu uit een nieuwe bron.’ Zelf hield Sibelius ook erg veel van zijn Derde: ‘Zij is de door mij meest gekoesterde hoewel minst fortuinlijke van mijn kinderen.’ Stephen Westra

CD-voordeel

Zie bladzijde 86-87 voor HGO/Bergmann cd-voordeel.

31


Bruckner nr. 4 Antonello Manacorda dirigent

Lorenzo Gatto viool

Nijmegen

vr. 25 maart (Serie 2-5) De Vereeniging, 20.15 uur Inleiding Maarten Brandt, 19.15 uur

Zutphen

za. 26 maart (Serie Z) Hanzehof, 20.00 uur

Inleiding Maarten Brandt, 19.00 uur

Apeldoorn

zo. 27 maart (Serie I-5) Orpheus, 16.00 uur

Inleiding Maarten Brandt, 15.15 uur

32


Bruckner nr. 4

Programma Felix Mendelssohn (1809-1847)

Vioolconcert in e, opus 64

zz Allegro molto appassionato zz Andante zz Allegretto non troppo – Allegro molto vivace pauze

Anton Bruckner (1824-1896) Symfonie nr. 4 in Es ‘Romantische’

zz zz zz zz

Ruhig bewegt: allegro molto moderato Andante: quasi allegretto Scherzo: bewegt, vivace non troppo Finale: Mässig bewegt, allegro moderato

33


Antonello Manacorda dirigent Aanvankelijk bekwaamde de in Turijn geboren Antonello Manacorda zich op de viool. Na zijn opleiding aan het conserva­ torium in zijn geboorteplaats afgesloten te hebben, volgde hij nog lessen bij onder anderen Herman Krebbers in Amsterdam. In 1997 richtte Manacorda met Claudio Abbado en enkele andere leden van het Gustav Mahler Jugend Orchester het Mahler Chamber Orchestra op, waar hij als concertmeester optrad. In 2002 besloot Manacorda zich op het dirigeren toe te leggen en volgde twee jaar lessen bij Jorma Panula. Dat leidde in 2006 tot zijn eerste vaste verbintenis als chefdiri­ gent bij het ensemble I Pomeriggi Musicali in Milaan, waar hij deze functie nog steeds met groot succes vervult. Er volgden diverse uitnodigingen van orkesten als Orchestra della Svizzera Italiana, het Scottisch Chamber Orchestra en het Helsingborgs Symfoniorkester. Drie jaar geleden stond hij voor het eerst voor het orkest dat hij zelf had opgericht: het Mahler Chamber Orchestra. Maar ook opera laat Antonello Manacorda niet onberoerd. In de afgelopen jaren leidde hij producties in Florence, Milaan en Napels. Afgelopen voorjaar nog maakte zijn interpretatie van Mozarts Don Giovanni in het Teatro La Fenice in Venetië grote indruk. Manacordo was in november 2009 voor het eerst te gast bij Het Gelders Orkest. En ook de kerstconcerten 2010 dirigeerde hij met veel succes.

34


Bruckner nr. 4

Lorenzo Gatto viool Voor het feit dat hij in 2009 de tweede prijs won in de befaamde Koningin Elisabeth Wedstrijd heeft de jonge violist Lorenzo Gatto (1986) wel een verklaring: “Je moet muziek leren voelen, want uiteindelijk gaat het om het overbrengen van een boodschap, je weten uit te drukken op het podium, de dialoog aangaan met het publiek en een verhaal vertellen�. Hij begon op vijfjarige leeftijd op de viool. Toen hij nog maar twaalf jaar oud was, kon hij zich inschrijven aan het Brussels Conservatorium waar hij na vijf jaar met de hoogste onderscheiding afstudeerde. Daarna volgde hij nog lessen aan de muziekopleidingen van Graz en Wenen. Gatto is een bevlogen musicus die respect afdwong bij vele grote orkesten zoals de BBC Philharmonic, deFilharmonie van Vlaanderen en dirigenten als Seiji Ozawa, Philippe Herreweghe en Jaap van Zweden. Zo ook bij Het Gelders Orkest waar hij in 2009 een indrukwekkend debuut maakte. Zijn jeugdige gedrevenheid bewaart hij niet alleen voor zichzelf maar wil hij ook uitstralen naar leeftijdsgenoten. Om die reden was hij medeoprichter van Cl4ssik, een organisatie die jonge, zeer getalenteerde musici wil ondersteunen en stimuleren zich ten volle te ontplooien.

35


Bruckner nr.4 Tromboneconcert Het kan wonderlijk lopen in een carrière. Ferdinand David (1810-1873) was in zijn tijd één van de grootste violisten, van hetzelfde kaliber als Joseph Joachim enige jaren later. Hij schreef enkele vioolconcerten en kamermuziek waarin de viool een belangrijke plaats inneemt. Tegenwoordig is hij volstrekt vergeten met als uitzondering een concertino voor trombone dat voor trombonisten nog steeds verplichte kost is op proef­ spelen en concoursen. Toch stond David aan de wieg van één van de grootste vioolconcerten aller tijden, dat van Felix Mendelssohn. Beide mannen kenden elkaar goed. Ze waren nota bene een jaar na elkaar in hetzelfde huis in Hamburg geboren, en beiden telg uit gerespecteerde Joodse families die tot het Lutheranisme over waren gegaan. Er groeide een vriendschap tussen Mendelssohn en David en de componist nam de violist regel­ matig op sleeptouw in zijn carrière. Als dirigent van het Leipziger Gewandhausorchester stelde Mendelssohn David in 1835 aan als concertmeester. En toen hij in 1843 met een legaat van een overleden weldoener het conservatorium in Leipzig kon stichten, benoemde hij David tot hoofdvakdocent viool, overigens tot grote voldoening van de leerlingen. Toen Mendelssohn, die van huis uit pianist was, met het idee voor een vioolconcert rondliep, was het vanzelfsprekend dat hij bij zijn vriend David te rade ging. Hij had hem al in 1838 toevertrouwd dat er een thema in mineur door zijn hoofd spookte dat hij maar niet los kon laten. Het moest een vioolcon­ cert voor David worden, maar hoe precies, wist de componist ook niet. Het zou dan ook nog zes jaar duren voor het werk

36


Geen applaus

Bruckner nr. 4

volledig voltooid zou zijn. En David had er een behoorlijke hand in. Hij voorzag Mendelssohn van waardevolle informa­ tie en raad die de componist dankbaar ter harte nam. Mede daardoor werd de première op 13 maart 1845 met het Gewandhausorchester een groot succes.

Wat betreft techniek en virtuositeit was het advies van David zeer welkom. Maar wat betreft het inhoudelijk componeren was Mendelssohn zijn eigen heer en meester. Het vioolconcert is een prachtig voorbeeld hoe componisten uit de eerste helft van de 19e eeuw langzamerhand steeds vrijer omgaan met de klassieke vormen zonder de voordelen daarvan overboord te gooien. Zo handhaaft Mendelssohn in het eerste deel de klassieke sonatevorm. Maar wel laat hij, in tegenstelling tot de traditie, eerst de solist het thema spelen, dat vervolgens door het orkest overgenomen wordt. Ook haalt Mendelssohn de cadens naar voren zodat het een integraal onderdeel van het muzikale verloop wordt. Daarnaast laat Mendelssohn de drie delen naadloos in elkaar overlopen. Nu was dat wel een stokpaardje van hem. Hij had een gruwelijke hekel aan applaus tussen de delen door en dat kon hij op deze wijze voorkomen, een procédé dat hij al eerder had toegepast. Het publiek dacht daar anders over. Al bij de uitvoering van de Schotse symfonie had hem dit kritiek opgeleverd van de pers, en ook nu was dit het enige minpunt in de recensies. Maar Mendelssohn veran­ derde geen noot aan zijn enige vioolconcert.

Balboekje In de allerlaatste minuten van het jaar 1873 zette Anton Bruckner de laatste maatstreep van zijn Derde symfonie en schreef daarbij de woorden : “Helemaal klaar, 31 december 1873, ’s nachts”. Veel tijd om deze grootse arbeid te over­ denken gunde hij zich niet. Amper twee dagen later zette hij de eerste schetsen op papier van een nieuwe symfonie, waarover hij al een tijdje liep na te denken. Het hele jaar 1874 zou het werk aan de Vierde symfonie hem in beslag nemen voordat hij het in november van dat jaar voltooide. Nu had Bruckner in deze tijd ook niet veel anders omhanden. Hij woonde in Wenen, maar had geen vast werk. Diverse malen probeerde hij een functie te verwerven aan de Weense Universiteit. Die moest niet al te intensief zijn om tijd genoeg over te houden voor het componeren, maar de pogingen mislukten. Voor de rest leidde Bruckner een

37


eenvoudig bestaan en leefde op bescheiden voet. Hij at meestal buitenshuis waarbij vooral herberg ‘Riedhof’ favoriet was. Het lag dicht bij het Allgemeine Krankenhaus en Bruckner was dol op de spannende medische verhalen die de daar dinerende artsen elkaar vertelden. Verder was hij vaak te vinden in de diverse danslokalen van de stad waar hij nauwgezet een balboekje bijhield met daarin de namen van de dames waar hij mee danste. Wellicht verwachtte hij dat het ooit nog eens tot een relatie met één van hen zou komen, maar die hoop was ijdel.

Eindelijk beroemd Meteen nadat de Vierde klaar was, begon Bruckner aan de Vijfde symfonie. Maar zoals gewoonlijk liet hij, onzeker als hij was, een eenmaal voltooid werk niet gauw los. Eindeloos bleef hij er aan schaven en verbeteren en schreef soms hele nieuwe versies. Met de Vierde maakte hij het wel helemaal bont. In 1878 begon hij aan een grondige herziening waarbij het derde en het vierde deel volledig nieuw geschreven werden. Maar de nieuwe finale, die hij de titel Volksfest had meegegeven, beviel hem niet. In 1880 maakte hij weer een nieuwe finale, die echter voor een deel teruggreep op de oorspronkelijke versie van 1874. Tot een uitvoering was het echter nog steeds niet gekomen, ondanks diverse pogingen van Bruckner. Maar in 1881 toonde Hans Richter, toenmalig chef-dirigent van de Wiener Philhar­ moniker, belangstelling. In een officieel abonnementsconcert durfde hij het echter niet aan, de première vond plaats tijdens een besloten concert van de Akademische Wagner-Verein. En Bruckner bleef worstelen met het werk. Voortdurend kwam hij met kleine en grote revisies en het zou tot 1888 duren, voordat hij, na een laatste proefdruk nog grondig gereviseerd te hebben, een definitieve partituur kon laten uitgeven. In juni 1886 kwam de doorbraak voor Bruckner. Toen werd zijn Zevende symfonie met groot succes door Richter uitgevoerd. Een half jaar later volgde de Vierde, met zo mogelijk nog groter succes. Eindelijk was Bruckner – hij was inmiddels 63 – een echt beroemd componist geworden.

Lyriek Nog steeds behoort de Vierde, naast de Zevende tot Bruckners meest gespeelde symfonieën. Maar Bruckner had zichzelf dan ook een flinke leerschool gegeven. In de drie voorgaande symfonieën (plus een extra apocriefe symfonie, die als de Nulde de geschiedenis is ingegaan) horen we een Bruckner die heel direct, soms op het ruige af, zijn muziek op de luisteraar

38


Bruckner nr. 4

afvuurt. In de Vierde heeft hij veel meer nuance bereikt. De overgangen zijn vloeiender, de thematiek is duidelijker en de muziek is over het geheel begrijpelijker geworden voor de toehoorder. Bruckner gaf het werk de bijnaam Romantische. Daarmee doelde hij niet zozeer op pathos als wel op lyriek. Dat blijkt al meteen uit het openingsdeel dat de componist de programmatische beschrijving meegeeft als het ontwa­ ken van een middeleeuwse stad, waarbij de hoorns in de eerste maten het begin van de dag aankondigen. Het tweede thema ziet hij als het gekwinkeleer van een kool­ mees. Het tweede deel klinkt als een gezongen gebed. Het derde deel is een jachttafereel, groots met uitbundig hoorngeschal, maar in het trio teruggebracht tot een pastorale Ländler, een rustige volkse dans die in Bruckners dagen in de omgeving van Wenen nog steeds populair was. Over het laatste deel liet Bruckner zich niet uit. Wellicht dat de tweede versie hiervan met de titel Volksfest nog enige programmatische betekenis had. In de definitieve versie is hier niets meer van te merken. Maar wel laat Bruckner even het hoornsignaal van de opening horen, waarmee de symfonische cirkel rond is. Kees Wisse

CD-voordeel

Zie bladzijde 86-87 voor HGO/Bergmann cd-voordeel.

39


Zuidelijke passie Christian Vรกsquez dirigent Igor Roma piano

Arnhem

wo. 30 maart Musis Sacrum, 12.45 uur

Gratis lunchconcert: aangepast programma

Arnhem

vr. 1 april (Serie B) Musis Sacrum, 20.15 uur

Inleiding door Jacob Jansen om 19.15 uur Muzikale Proeverij (voor nieuwkomers, zie hetgeldersorkest.nl) Adoptieconcert De Gelderlander

Nijmegen

za. 2 april (Serie 1-5) De Vereeniging, 20.15 uur

40

Inleiding door Jacob Jansen om 19.15 uur Muzikale Proeverij (voor nieuwkomers, zie hetgeldersorkest.nl) Adoptieconcert De Gelderlander


Zuidelijke passie

Programma Manuel de Falla (1876-1946)

El sombrero de tres picos, suite nr. 2

zz Seguidillas: Dans van de buren zz Farruca: Dans van de molenaar zz Jota: Slotdans

Frédéric Chopin (1810-1849)

Variaties over ‘La ci darem la mano’, opus 2 pauze

Manuel de Falla (1876-1946)

Nachten in de tuinen van Spanje

zz En el Generalife zz Danze lejana zz En los jardins de la Sierra Córdoba

Richard Strauss (1864-1949)

Don Juan, opus 20

41


Christian Vásquez dirigent De jonge Venezolaanse dirigent Christian Vásquez heeft zijn opleiding gehad onder de bescherming van wat men in zijn geboorteland ‘El Sistema’ noemt: een organisatie die alle kinderen overal in het land met muziek in aanraking brengt en de meest getalenteerde een professionele opleiding biedt. Zo begon Vásquez als negenjarige violist in één van de jeugdorkesten. Vanaf 2001 studeerde hij orkestdirectie onder leiding van José Antonio Abreu, de oprichter van El Sistema. Vásquez leidde diverse jongerenorkesten, maar zijn grote doorbraak kwam in 2008 toen hij met het Simón Bolívar Jeugd­ orkest Mahlers Tweede symfonie dirigeerde. Met dit orkest maakte hij ook diverse tournees. Het bracht de dirigent onder de aandacht van veel orkesten zoals het Orchestre Philharmonique de Radio France, de Bamberger Symphoniker en het Los Angeles Philharmonic Orchestra. Bij deze en andere orkesten kreeg hij een stroom aan engagementen. Maar Vásquez vergeet zijn vaderland niet. Nog afgelopen najaar toerde hij door Europa met het grote Teresa Carreno Jeugdorkest, waarmee hij in veel beroemde zalen concerteerde. De pers was bijzonder lovend, vooral over de wijze waarop hij een groot ensemble in perfecte harmonie en uitmuntend samenspel naar zijn hand wist te zetten.

42


Zuidelijke passie

Igor Roma piano Hoewel hij is geboren in Duitsland is Igor Roma een echt Italiaanse pianist die in Nederland zeer actief is. Na een gedegen opleiding in Italië, won hij veel prijzen op diverse concoursen wereldwijd. Maar zijn overtuigende winnen van het prestigi­ euze Lisztconcours in Utrecht van 1996 bracht zijn carrière pas goed op gang. Het leidde tot een uitgebreide tournee door ons land en gastoptredens bij diverse Nederlandse orkesten. Inmiddels is hij ook ver buiten Nederland en buiten Europa een gerenommeerd pianist van grote klasse. Roma werkt veel samen met collega-pianist Enrico Pace. Zij gaven diverse recitals als pianoduo en ook in een speciaal programma met twee slagwerkers. Maar ook de samenwerking met jazzpianist Harmen Fraanje is zeer succesvol. Hun naadloze afwisseling tussen klassieke composities en improviserende jazz trok een groot publiek. Hij is een uitstekend arrangeur die voor zijn tweede cd ‘Encores’ zelf de arrangementen schreef. Daarnaast is Igor Roma een enthousiast docent die aan diverse conservatoria masterclasses geeft. Ook als jurylid voor concoursen is hij actief. In die laatste hoedanigheid is hij weer terug bij waar zijn succes ooit begon: het Liszt Pianoconcours.

43


Zuidelijke passie Don Juan, de vrouwenversierder Tal van kunstenaars hebben zich laten inspireren door het Don Juan-thema. Zo schreven auteurs als Molière en Shaw toneel­ stukken over de legendarische vrouwenversierder, wijdden Byron en Lenau er epische gedichten aan en figureerde het personage van de onverzadigbare vrouwenverleider ook in tal van films. In hoeverre het karakter dat Tirso de Molina rond 1620 als onderwerp nam in zijn ‘El burlador de Sevilla’ fictief is of dat het geënt is op de Sevillaan Pedro Téllez-Girón, zal wel nooit meer opgehelderd worden. Feit is in ieder geval dat deze Don Pedro, hertog van Osuna, een kleurrijk leven leidde. Als Spaans generaal was hij actief in de Nederlanden en hij be­ kleedde van 1611 en 1620 het ambt van onderkoning van Sicilië en Napels. Ook liet hij zich gelden als kunstmecenas. Maar door zijn eigenzinnigheid viel hij in ongenade en hij stierf uiteindelijk in gevangenschap, in 1624. Osuna liet zes kinderen na, van wie vier buitenechtelijk: twee bij een Vlaamse vrouw, eentje bij een Siciliaanse en eentje in Napels. Terug naar Don Juan als inspiratiebron: ook componisten lieten zich niet onbetuigd. Natuurlijk is er Mozart, met zijn Don Giovanni, maar hij staat niet alleen. Want Mozart baseerde zich in zijn benadering van zijn kant op een eerdere opera, van de hand van Giuseppe Gazzaniga. Maar ook iemand als Christoph Willibald von Gluck liet zich inspireren: hij componeerde een ballet Don Juan. En veel later was er dan natuurlijk Richard Strauss, met zijn symfonisch gedicht Don Juan. Overigens was de lectuur van de boven genoemde Nikolaus Lenau de directe aanleiding voor de jonge Richard Strauss om dit werk te schrijven.

44


Zuidelijke passie

Strauss had het epische gedicht (althans wat er van af was, Lenau had het niet kunnen voltooien voordat hij in 1844 krankzinnig werd) in de zomer van 1888 gelezen en zag meteen de mogelijkheden dit werk muzikaal uit te beelden. Via Alexander von Ritter was Strauss kort tevoren in contact gekomen met de muziek van Wagner en Liszt, en de jonge componist wendde zich af van het idioom van zijn jeugd. In een brief aan Hans von Bülow beleed hij dat een componist, wilde hij een overtuigende indruk maken op een luisteraar, zelf een levendig beeld moest hebben van wat hij wil uitdrukken. Strauss bekeerde zich tot het symfonisch gedicht en zwoer de klassieke symfonische vorm af als drager van absolute muziek. Hij begon in 1887 aan Don Juan te werken, juist in de tijd dat zijn romance met Pauline de Ahna (zijn latere vrouw) begon. Don Juan is in de opvatting van Lenau geen onbekommerde rokkenjager, maar iemand op zoek naar een vrouw in wie, in Lenau’s woorden, ‘hij geniet van alle vrouwen op aarde die hij niet als individu kan bezitten’. Weliswaar heeft Strauss’ toonzetting geen exact omschreven programma, hoewel hij wel een drietal fragmenten van Lenau als voorwoord van zijn partituur opneemt. Aan elk orkest biedt Don Juan een uitgelezen mogelijkheid om zich van zijn meest virtuoze en kleurrijke kant te laten horen. Dat bij de première niet alle musici even ingenomen waren met wat Strauss van hen vroeg, blijkt uit een brief van de jonge componist aan zijn vader. Hij schrijft: ‘Een van de hoornisten zat uit te blazen met het zweet op zijn wenkbrauwen en hij vroeg: “Goede God, hoe hebben we gezondigd dat U ons deze plaag stuurt?” De première was echter een enorm succes en maakte Richard Strauss op slag wereldberoemd.

Chopins variaties op La ci darèm la mano Had een wereldberoemd pianist als Liszt Don Juan geëerd met zijn parafrase op Mozarts opera, ook zijn tijdgenoot Frédéric Chopin liet zich met het thema in. Chopins liefde voor Mozart werd hem met de paplepel ingegeven, onder meer door zijn eerste pianoleraar, de Bohemer Wojciech Zywny. Anders dan bij Liszt is het bij Chopin echter een werk voor piano en orkest. Chopin schreef deze Variaties op La ci darèm la mano in 1927 en daarmee is het het vroegste werk voor piano en orkest dat we kennen; de componist was nog maar zeventien jaar. Chopin studeerde in die tijd aan het conservatorium van Warschau en volgde daarnaast colleges aan de universiteit in die stad.

45


Na een quasi improvisatorische inleiding (waarin Mozart niet geciteerd wordt), komt ‘La ci darem la mano’ voorbij, het duet waarin de Don het boerenmeisje Zerlina poogt te verleiden. Chopin maakt er een uitgebreide varatiereeks op die de pianist de mogelijkheid geeft om te epateren met al zijn virtuositeit. Hoewel het duet het uitgangspunt is voor zijn variatiereeks, horen we in Chopins compositie ook de slotscène voorbijko­ men. Het werk werd in 1829 voor het eerst uitgevoerd in Wenen en het publiek was uitzinnig van enthousiasme. De componist liet zijn ouders weten dat ‘iedereen zo hard applaudisseerde na elke variatie dat ik met moeite de orkestrale tutti’s kon horen’. En toen Robert Schumann het werk twee jaar later hoorde, verleidde het hem tot zijn beroemde ontboeze­ ming: ‘Hoed af, heren! Een genie.’

Het Granada van Manuel de Falla De stap van het Sevilla van Don Juan naar het Granada van Manuel de Falla is geografisch niet zo groot. Als ergens in Andalusië de enorme invloed van de Moorse heerschappij duidelijk voelbaar is, dan is het wel in deze stad, die pas in 1491 (na een overheersing van bijna acht eeuwen) door Los Reyes Católicos werd ingenomen. Het imposante Alhambra, met zijn oogverblindende tuinen van het Generalife, geldt nog steeds als een van de belangrijkste islamitische bouwwerken ter wereld. Het was op de heuvel tegenover het Alhambra dat Manuel de Falla een deel van zijn leven doorbracht, en het is dan ook niet toevallig dat hij in het eerste deel van zijn Nachten in de tuinen van Spanje de prachtige tuinen van het Generalife eer bewijst. De twee andere panelen van dit drieluik belichten twee andere tuinen, de tweede niet nader te identificeren, de derde die van de Sierra de Cordoba. De Falla omschreef zijn Nachten als ‘symfonische impressies’, ook al waren ze aanvankelijk bestemd voor piano solo – het was de pianist Ricardo Viñes die de componist overhaalde ze voor piano en orkest te zetten. Met dit in 1915 voltooide werk laat De Falla horen hoe schatplichtig hij is aan het Franse impressionisme. Niet zo vreemd, omdat De Falla van 1907 tot 1914 in de lichtstad woonde en er kennis maakte met alle belangrijke componisten van dat moment. Onder wie ook Igor Stravinsky, die de Spanjaard, na zijn terug­ keer, in 1917 vereerde met een bezoek en bij die gelegenheid El corregidor y la molinera hoorde, een pantomime die De Falla kort daarvoor had geschreven op het verhaal El sombrero de tres picos. Samen met Diaghilev haalde Stravinsky de componist

46


Zuidelijke passie

over deze pantomime uit te breiden tot een volledig ballet, en dat ging in 1919 in première in Londen, met kostuums en decors van Picasso. Het ballet was een groot succes en De Falla stelde er naderhand twee suites uit samen van de bekendste dansen. Het is een van de populairste werken van de Spaanse componist geworden. Al zijn successen ten spijt, moet vermeld worden dat De Falla niet alle werken die hij voor het theater wilde schrijven tot een goed einde bracht. Zo werd een project met de naam Fuego fatuo nooit voltooid: het zou een opera zijn geweest, gebaseerd op thema’s van Chopin. En ook een ander project, uit diezelfde tijd, realiseerde hij nooit. Het onderwerp daarvan? Geen ander dan Don Juan... Frits de Haen

CD-voordeel

Zie bladzijde 86-87 voor HGO/Bergmann cd-voordeel.

47


Beethovens Vioolconcert Adrian Prabava dirigent Simone Lamsma viool

Apeldoorn

do. 7 april (Serie II-5) Orpheus, 20.00 uur

Inleiding Martin Buninga, 19.15 uur Relatieconcert Stichting Partners

Doetinchem

vr. 8 april (Serie D) Schouwburg Amphion, 20.00 uur Inleiding Martin Buninga, 19.00 uur

Arnhem

za. 9 april (Serie A) Musis Sacrum, 20.15 uur

Inleiding Martin Buninga, 19.15 uur Adoptieconcert Rabobank Arnhem e.o.

Nijmegen

zo. 10 april (Serie M) De Vereeniging, 14.15 uur

50

Inleiding Martin Buninga, 13.15 uur


Beethovens Vioolconcert

Programma Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Vioolconcert in D, opus 61 zz Allegro non troppo zz Larghetto zz Rondo (Allegro) pauze

Johannes Brahms (1833-1897) Symfonie nr. 3

zz zz zz zz

Allegro con brio Andante Poco allegretto Allegro

51


Adrian Prabava dirigent In 2005 deed de Indonesische dirigent Adrian Prabava voor het eerst echt van zich spreken toen hij in dat jaar het dirigenten­ concours van Besançon won. Aanvankelijk studeerde hij viool in zijn geboorteland Indonesië. Deze studie zette hij voort aan het conservatorium van Detmold waarna hij in 2002 ook directie­ lessen in Hannover kreeg. In 2006 kwam hij bij het Orchestre National de France als assistent onder de hoede van Kurt Masur. Een jaar later kon hij in het kader van het Bernard Haitink Fonds voor jong talent zich verder bekwamen bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Inmiddels was hij al benoemd tot leider van het Theater & Philharmonie Thüringen waar hij twee jaar lang talloze opera­ voorstellingen en symfonische concerten leidde. En daarvoor had Prabava al de leiding gehad van de Mitteldeutsche Kammerphilharmonie en het Kammerorchester Hannover. Maar ook bij andere orkesten is hij een veelgevraagd maestro, zoals de orkesten van Hannover, Trondheim, Toulouse en Luzern. In Nederland maakte hij vorig seizoen een succesvol debuut bij het Nederlands Philharmonisch Orkest. Adrian Prabava staat voor het eerst voor Het Gelders Orkest.

52


Beethovens Vioolconcert

Simone Lamsma viool Het officiële debuut van de Nederlandse violiste Simone Lamsma (1986) was opvallend: als veertienjarige soleerde zij met groot succes in een vioolconcert van Paganini bij het Noord Nederlands Orkest. Haar opleiding vond grotendeels in London plaats waar zij in 2005 met vele onderscheidingen afstudeerde aan het Royal College of Music. Simone Lamsma heeft in korte tijd al een indrukwekkende carrière opgebouwd. Zij won verschillende competitieprijzen bij onder meer het 19e Nationaal Vioolconcours in 2003 en de China International Violin Competition in 2005. Inmiddels toert zij de hele wereld rond met haar spraakmakende optredens waarbij zij samenwerkt met gerenommeerde orkesten en dirigenten. Daarnaast koestert zij een hartstochtelijke liefde voor de kamermuziek en ook op dat vlak heeft zij haar sporen verdiend met deelname aan verscheidene festivals, waaronder het Grachten Festival in Amsterdam. Simone Lamsma heeft al enige succesvolle cd-opnames gemaakt. Haar debuut-cd met werk van Elgar, uitgekomen in juli 2006 werd in de Classic FM Magazine meteen tot cd van de maand uitgeroepen. Een jaar later bracht zij een opname uit met drie vioolconcerten van Louis Spohr. Nog zeer onlangs heeft zij van de Vereniging van Schouwburgen en Concert­ gebouwdirecties de Klassieke Muziekprijs in de categorie ‘Nieuwe generatie musici’ in ontvangst mogen nemen.

53


Beethovens Vioolconcert Johannes Brahms bewaarde goede herinneringen aan Nederland, waar hij verschillende malen kwam dirigeren. Zijn Derde symfonie op. 90 echter maakte aan die succesvolle reeks een eind. Toen hij op 27 februari 1884 dit gloednieuwe werk aan het Nederlandse publiek voorstelde, in gebouw De Vrije Gemeente aan de Amsterdamse Weteringschans (het tegen­ woordige poptheater Paradiso) liep het uit op een totale deceptie. Een Amsterdammer herinnerde zich: ‘Men had voor deze gelegenheid een orkest samengesteld uit verschillende krachten dat volkomen onvoldoende was om een nieuw werk van Brahms te vertolken. Brahms was dan ook wanhopend op de repetities en ik hoor hem nog zeggen, toen het na ontzaglijke moeite van de componist toch niet marcheren wilde: Wie kann man mich auf so etwas einladen!’ Nederland liet zich dus niet van zijn beste kant zien, de musici begrepen de muziek niet. Terwijl een kleine drie maanden tevoren dirigent Hans Richter in Wenen had aangetoond dat Brahms’ partituur toch echt kon worden omgezet in een indrukwekkende klankenpracht. Wel waren er ook toen kritische geluiden geweest. Er had zich namelijk een polemiek voltrokken in het internationale muziekleven, een taaie controverse die leidde tot twee kampen, met als voormannen respectievelijk Wagner en Brahms. De Neudeutsche Schule van Wagner stond muziek voor die werd ingegeven door een buitenmuzikaal programma, zoals een gedicht, een verhaal, een historische gebeurtenis of een sprookje. Brahms en consor­ ten, de neoklassieken, zwoeren bij de voorstellingsloze vormen van de Weense klassieke stijl, ofwel ‘absolute’ muziek. Met zijn

54


Dat was wat al te pretentieus. Want Brahms mocht dan in de voetsporen van Beethoven treden, een doorbraak als diens Derde (Eroica) was de Derde van Brahms nu ook weer niet. Het was geen hemelbestormende, ‘heroïsche’ symfonie, maar een bedachtzaam spel met de muzikale materie. Er gebeurt veel in het werk, maar het is geen opeenvolging van gemoedsexplosies. Het is muziek voor het verstand, mis­ schien meer nog dan voor het gevoel. Het hoofdmotief bijvoorbeeld is een motto dat bestaat uit drie noten (f-as-f), afgeleid van de woorden ‘frei aber froh’. Daarmee wilde Brahms niet een boodschap verkondigen, ofschoon er allerlei diepere betekenissen achter zijn gezocht (zoals liefde voor Schumanns weduwe Clara), het is eerder een grapje voor ingewijden. Brahms bouwt in het openingsdeel een machtige sonatevorm op, met als hoogtepunt een contrapuntisch stemmenweefsel in de doorwerking. De karakteristieken van de thematiek beantwoorden aan de destijds gangbare theorieën in muziekhandboeken: het ene thema is majestu­ eus-mannelijk, het andere verfijnd en ingetogen-vrouwelijk. Voor het lyrische tweede deel benutte Brahms schetsen die hij al een tijdje in de la had liggen, oorspronkelijk bedoeld voor muziek bij Goethe’s Faust. Dat plan had hij opgegeven, maar de muzikale ideeën vormden een reservoir voor iets nieuws. Dit verklaart wellicht de melancholieke ondertoon van het tweede deel, waaraan deels de klarinetpartij debet is.

Beethovens Vioolconcert

Derde symfonie stookte Brahms dit vuurtje flink op. Uitda­ gender kon hij zijn opvattingen niet demonstreren: elk van de vier delen was gebaseerd op een vormschema zoals eertijds aangewend door Haydn, Mozart en Beethoven. Wagner-adepten vonden dat oubollig, ouderwets en inspira­ tieloos. Voor de aanhang van Brahms was het juist groots, vaderlandslievend en getuigend van respect voor traditie. De gezaghebbend muziekcriticus Eduard Hanslick doopte Brahms’ Derde zelfs de ‘nieuwe Eroica’.

De ABA-vorm van het Poco allegretto (deel 3) is van Schubertiaanse snit. De tweede A is dan ook niet zomaar een herhaling maar een rijk georkestreerde variatie. Ook hier geen uitersten aan expressie, de muziek blijft reflectief en bedachtzaam. Voor een echte wervelwindpassage moeten we wachten op de finale, ofschoon deze van voorbijgaande aard is. Uiteindelijk einigt deze finale zoals de symfonie begon, romantisch en met referenties aan het motto f-as-f, dat de symfonie een cyclische structuur geeft.

55


In 1994 verscheen van Beethovens Vioolconcert een nieuwe, wetenschappelijk verantwoorde uitgave. Dat werd tijd, want er heeft altijd veel verwarring bestaan over de juiste noten. Beethovens bewaard gebleven manuscript is namelijk moeilijk te ontcijferen en de Originalausgabe, de druk uit Beethovens tijd, is niet erg betrouwbaar. In zijn manuscript noteerde Beethoven drie versies door elkaar heen: de oorspronkelijke versie van het concert (zoals dat klonk bij de première op 23 december 1806), een gereviseerde versie die voor publicatie was bedoeld én nog eens een piano-arrangement waarvoor vanuit Londen een bestelling was gedaan. Die wirwar aan notities is moeilijk te ontrafelen. Nu het gelukt is, zijn veel fouten in zowel orkest- als solopartij gecorrigeerd. De eerste versie van het concert, die we tegenwoordig dus nooit meer horen, is ook afgedrukt in die nieuwe uitgave. Je kunt er aan aflezen hoezeer Beethoven gebukt ging onder tijdgebrek. Hij had maar een paar weken om zijn Vioolconcert te compone­ ren, in partituur te brengen, de partijen uit te schrijven en repetities te houden. Van dat laatste schijnt weinig te zijn gekomen en de solist, Franz Clement, moest het concert nagenoeg van blad spelen. Het kan niet anders of het moet belabberd hebben geklonken, althans naar hedendaagse maatstaven. Clement speelde ook gewoon mee met de tuttiviolen in het orkest, anders wist hij niet wanneer hij als solist weer aan de beurt was. Dit verklaart waarom Beethoven voor de solopartij een nogal hoge ligging koos: zo ontstond contrast met de violen in het orkest. Vliegende haast en toch een hoogstaand werk – die combinate komt bij Beethoven vaak voor. Een deadline zweepte de componist op tot grotere prestaties. Toch heeft over het concert niet altijd consensus bestaan. In Engeland vond men in Beethovens tijd dat het maar een tweederangs product was. En in Wenen stoorde men zich aan de ‘eindeloze herhalingen, structuurloosheid en de bonte orkestratie’. Wat die herhalingen betreft doelde men waarschijnlijk op het motief dat Beethoven in het openingsdeel zo intensief benut en waarmee de paukenist het werk subtiel opent. Doodstil moet het dan ook zijn wanneer Beethovens Vioolconcert begint, anders gaan die zo saillante paukenslagjes verloren, terwijl ze de meest markante tonen van het concert vormen. Het motief keert hierna onophoudelijk terug, nu eens als onderdeel van de

56


Misschien was de kritiek in Londen en Wenen van destijds wel enigszins gerechtvaardigd, want na de première bracht Beethoven heel wat wijzigingen aan. Hij deed dat vaker: de première afwachten om te bezien wat er nog aan verbeterd kon worden, niemand is onfeilbaar. Beethoven werkte vooral de cadensmatige passages nader uit, die bij de première nog grotendeels improvisatorisch waren ingevuld, en hij maakte overgangszinnen soepeler en organischer. De herhalingen van de lyrische hoofdmelodie in het tweede deel, het verstilde Larghetto waarin de solist bijna fluistert, werden gevarieerder, en tussenspelen uit de finale spannender.

Beethovens Vioolconcert

melodie, dan weer als begeleidingsfiguur, als fundament in de bassen of als materiaal van sequenzen. Net als het beken­ de hoofdmotief van de Vijfde symfonie loopt het als een rode draad door het deel. Deze werkwijze is typerend voor Beethoven: met een minimum aan materiaal gestalte geven aan een heel deel.

Alle inspanningen ten spijt werd het concert toch geen succes. Vrijwel geen violist waagde zich aan de voor die dagen reusachtig moeilijke solopartij en tijdens Beethovens leven werd het Vioolconcert dan ook maar heel sporadisch gespeeld. Het slapende bestaan kwam pas tot een eind toen een halve eeuw later de meesterviolist Joseph Joachim er zijn licht op liet schijnen – sindsdien wordt het elke dag wel ergens ter wereld uitgevoerd. Jos van der Zanden

CD-voordeel

Zie bladzijde 86-87 voor HGO/Bergmann cd-voordeel.

57


CONCERTGEBOUW KAMERORKEST Britten, Chausson, Ravel en Schubert zaterdag 26 maart, Musis Sacrum, concertzaal, 20.15 uur

Simone Lamsma

dirigent soliste

Marco Boni Simone Lamsma, viool

Britten Chausson Ravel Schubert

Simple symphony, opus 4 Poème, opus 25 Tzigane Der Tod und das Mädchen

Tijdens dit concert kunt u live kennis maken met de jonge violiste Simone Lamsma, de beschermelinge van Jaap van Zweden. Zij speelt onder leiding van Marco Boni het lyrische en zeer romantische ‘Poème’ van Chausson en de ‘Tzigane’ van Ravel. Als opening klinkt de ‘Simple symphony’ van Benjamin Britten. Tot slot hoort u het strijkkwartet ‘Der Tod und das Mädchen’ van Franz Schubert in een versie voor strijkorkest. www.concertgebouwkamerorkest.nl


AMSTERDAM SINFONIETTA Schnittke en Mahler dinsdag 12 april, Musis Sacrum, concertzaal, 20.15 uur

Liza Ferschtman Inon Barnatan

concertmeester solisten

Candida Thompson Liza Ferschtman, viool Inon Barnatan, piano

Mahler Schnittke Schnittke Schnittke Mahler

Pianokwartet in a Pianokwartet in a Andante uit ‘Strijkkwartet nr. 3’ Concerto grosso nr. 6 (piano, viool en strijkers) Adagio uit ‘Symfonie nr. 10’ (arr. H. Stadlmair)

Amsterdam Sinfonietta heeft met dit programma een bewijs geleverd dat het op een uitmuntende manier kan programmeren. Het is werkelijk een vondst te noemen Mahler en Schnittke, een groot bewonderaar van Gustav Mahler, in één programma te presenteren in het Mahler-jaar 2011. www.sinfonietta.nl

Kaartverkoop en informatie: www.mssa.nl of 026-443 73 43


Koorbegeleiding

De Passies van Bach

Johann Sebastian Bach (1685-1750) Matth채uspassion, BWV 244

Joop Schets dirigent Bachkoor Apeldoorn (15 april) Toonkunst Arnhem (16 en 17 april) Apeldoorn

vr. 15 april Orpheus, 19.00 uur

Arnhem

za. 16 april Musis Sacrum, 19.00 uur

Arnhem

zo. 17 april Musis Sacrum, 14.00 uur Voor de solisten en meer informatie verwijzen wij u graag naar de websites van de betreffende koren.

60


De passies van Bach

Johann Sebastian Bach (1685-1750) Johannespassion, BWV 245

Rob Vermeulen dirigent Bachkoor Nijmegen Nijmegen

wo. 20 april De Vereeniging, 20.15 uur Voor de solisten en meer informatie verwijzen wij u graag naar de website van het betreffende koor.

‘Met de kreet van een gebroken akkoord dat zij uit de eigen boezem slaan als op een klavier, met een kreet, welke terstond zwervende, zoekende, melodie wordt, schudden zij de Gelovigen wakker’. Met deze woorden trachtte componist Matthijs Vermeulen het openingskoor van Bachs Mattheus Passie te omschrijven. ’Hun viervoudige zang stroomt aaneengeschakeld door, houdt nergens een seconde halt om adem te scheppen’. Dit seizoen klinken die ‘kreten’ weer uit de monden van de leden van het Bachkoor Apeldoorn en Toonkunst Arnhem, met een keur aan vocale solisten. Het Bachkoor Nijmegen zingt dit jaar de Johannes Passie.

61


Passie voor muziek op

gelderse kastelen

Peter Verduyn Lunel fluit

Kasteel Cannenburch

zo. 17 april Vaassen Arrangement inclusief drankje en rondleiding

Kasteel ophemert zo. 24 april ophemert

62


Gelderse kastelen

Programma Passie voor muziek op Gelderse Kastelen

Geniet van een tweetal concerten waarin de fluit centraal staat, op Gelderse kastelen. Onze eerste fluitist Peter Verduyn Lunel, tevens veelvuldig werkzaam als solist, heeft een bijzonder programma voor u samengesteld. Met veel plezier. Want hij doet niets liever dan zijn publiek kennis laten maken met de veelzijdigheid van zijn instrument, de fluit. ‘Het instrument kan met gemak als solo-instrument een concert ‘dragen’, aldus Peter. ‘En zijn klank kan je betoveren, maar ook compleet van je hoeven slaan. Er is prachtig klassiek repertoire, maar ook gewaagd nieuw werk waarin de fluit een prominente rol speelt. In het programma dat ik voor u heb samengesteld zal de klank van de fluit zowel in zijn eentje de ruimte vullen, als in samen­ spel met viool en altviool. Ook laat ik u horen hoe fascinerend verschillend de fluit kan klinken in het barokke, klassieke, romantische of moderne repertoire.’ Laat u verrassen door de veelzijdigheid van Peter Verduyn Lunel en de fluit in een programma dat zowel toegankelijk is voor mensen die kennis willen maken met het instrument, als voor hen die zichzelf tot de kenners en liefhebbers rekenen. De concerten duren ongeveer een uur en Peter Verduyn Lunel zal tussen de stukken door meer vertellen over de fluit, zijn passie voor dit instrument en de stukken die hij voor u gaat spelen. In Ophemert kunt u na afloop van het concert nog wat drinken in de gezellige ambiance van het kasteel. In kasteel de Cannenburch wordt u ontvangen met koffie, thee en iets lekkers. Na afloop van het concert leiden gidsen van Het Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen u rond in het kasteel en vertellen u honderduit over de geschiedenis en andere interessante wetenswaardigheden van het kasteel.

63


Kamermuziek PLUS

HGO Strijkkwintet Roeland Gehlen viool Cindy Albracht viool Bart Peters altviool Meintje de Roest altviool Inge Grevink cello

nijmegen

di. 26 april De Vereeniging, 20.15 uur

Arnhem

do. 28 april Musis Sacrum, 20.15 uur

64


HGO Strijkkwintet

Programma Anton Webern (1883-1945) Langsamer Satz 6 Bagatellen, opus 6

Felix Mendelssohn (1809-1847) Strijkkwintet in Bes, opus 87

zz zz zz zz

Allegro vivace Andante scherzando Adagio e lento Allegro molto vivace

Borrel na afloop

65


HGO Strijkkwintet Ons HGO Strijkkwintet bestaat uit aanvoerders van Het Gelders Orkest. Het ensemble debuteerde in Tokio. Tijdens de tournee van Het Gelders Orkest door Japan in het voorjaar van 2009, speelde dit kwintet de sterren van de hemel tijdens een recep足 tie in de Nederlandse ambassade. Na een aantal concerten vorig seizoen verzorgt dit inmiddels vaste ensemble ook nu weer een aantal concerten in Gelderland, aan het einde van het seizoen gevolgd door een cd-opname. Op het programma een aantal korte werken van Anton Webern en het prachtige Strijkkwintet in Bes van Mendelssohn. Onder de titel Kamermuziek PLUS presenteert Het Gelders Orkest een aantal nieuwe kamermuziekconcerten. De formule kan soms wat verschillen, maar in alle gevallen gaat het om een concert van een uur door musici van HGO. Tijdens de concerten zullen de musici wat vertellen over zichzelf, de muziek of hun instrument. Na afloop van het concert nodigen we u graag uit om met de musici een borrel te drinken (in de prijs inbegrepen).

66


Het is werkelijk:

Ongehoord! webshop.hetgeldersorkest.nl

Onze eigen webshop ONGEHOORD!

Hier bestelt u alles. Van CD’s tot posters, van kaartjes tot miniabonnementen. Alles van Het Gelders Orkest, altijd beschikbaar. Makkelijk thuis te bestellen vanuit uw luie stoel.

Neem snel een kijkje en maak uw keuze!

Het Gelders Orkest daar horen we


Kamermuziek PLUS

HGO Rebels met Martijn Padding Charlotte Riedijk sopraan

Nijmegen

wo. 25 mei De Vereeniging, 20.15 uur

Arnhem

vr. 27 mei Musis Sacrum, 20.15 uur

68


HGO Rebels met Martijn Padding

Programma Louis Andriessen (1939)

A very Sharp trumpet sonata

Martijn Padding (1956)

Slow March to Moscow

Luciano Berio (1925-2003) Folksongs

Martijn Padding (1956)

Short stories on nothing So-solo

Louis Andriessen (1939) Miserere

Martijn Padding (1956)

Three summer pieces

Martijn Padding is vanaf seizoen 2010 – 2011 als Composer in Residence aan Het Gelders Orkest verbonden. Hij zal tijdens deze concerten zelf iets vertellen over zijn muziek. De concerten duren een uur met een borrel na afloop.

69


Martijn Padding Toen ik zeventien jaar oud was kreeg ik les van de fantastische pianiste Fania Chapiro. Ik moest een stukje uit Bartóks Mikro­ kosmos studeren waarbij de linkerhand in vier mollen en de rechterhand in vier kruizen was genoteerd of andersom. Ik had dat niet in de gaten en studeerde de verkeerde noten in. Het klonk erg goed, en het kostte me moeite om het stukje daarna nog op de originele ‘juiste’ manier te spelen. Verkeerd begrepen muziek, maar die wel tot iets nieuws leidt. Later veranderde ik bewust noten in de stukken van andere, vooral zeer respectabele collega’s uit het verleden. Het verbete­ ren van, en het rommelen aan andermans noten is goed, want muziek is het domein van de vrijheid en die vrijheid dient vooral te worden misbruikt. Daarom streef ik naar een onbevangen manier van componeren. Dus niet zo zuinig! Het leven is geen generale repetitie voor iets dat hierna komt. Gewoon doorschrijven, met of zonder systeem, aan de piano, met extra veel aandacht voor de akkoordverbindingen, dubbele streep, volgend stuk. Kopiëren? Waarom niet. Jezelf herhalen? Ook goed. Onze hersenen zijn uitgerust met een geweldig vermogen; het vermogen van de vergissing. Ik kan mijn muziek niet eens kopië­ ren of mezelf werkelijk herhalen, ergens gaat het altijd fout. De pen schiet uit, de noten glibberen door of ze gaan snel de bocht om. Ik verzeil in onbedoelde muzikale situaties. Hopelijk slaat de vervreemding toe, want dat is het beste wat gebeuren kan. Echte vernieuwing in de kunst ontstaat vooral per ongeluk. Het sluipt ongemerkt binnen en blijkt later grote gevolgen te hebben. Daarom is voor muziek vergissen niet menselijk, zelfs niet wenselijk. Vergissen is noodzakelijk!

70


HGO Rebels met Martijn Padding

Charlotte Riedijk sopraan

Al weer heel wat jaren laat Charlotte Riedijk haar schitterende sopraanstem horen op de vele podia in binnen- en buitenland. Daarbij werkt ze samen met gerenommeerde dirigenten als Ed Spanjaard, Ingo Metzmacher en Hartmut Haenchen. Ook is zij te gast bij grote internationale festivals zoals het Holland Festival, het Festival van Vlaanderen en de Frankfurter Feste. Met pianiste Ellen Corver vormt zij al enige jaren een succesvol duo. Het repertoire van Charlotte Riedijk is veelomvattend maar concentreert zich vooral op de nieuwere muziek. Zo maakte haar scenische voorstelling van Poulencs La voix humaine met Holland Symfonia onder regie van Monique Wagemakers diepe indruk. Met gezelschappen als het Ensemble Intercontemporain, Ensemble Modern, het Asko | Schönberg en het Osiris Trio was zij te horen in spraakmakend hedendaagse composities, zoals de speciaal voor haar en laatstgenoemd gezelschap geschreven liederencyclus In grosser Sehnsucht. Maar ook andere compo­ nisten als Klaas de Vries en René Samson schreven voor haar. Charlotte Riedijk maakte enkele cd’s die met enthousiasme werden ontvangen. Met het Vlaams Radio Orkest onder leiding van Yannick Nézet-Séguin nam zij de orkestliederen op van de Belgische componist Arthur de Greef. Maar ook haar cd met de liederencyclus Harawi van Messiaen met pianiste Joanna MacGregor oogstte grote bewondering.

71


hgo rebels Met als doel wonderlijke, verrassende en net iets andere of soms misschien wel totaal dwarse programma’s en voorstellin­ gen te maken, was daar in 2010 ineens HGO Rebels. Een club van vier jonge musici uit Het Gelders Orkest, Alexander de Blaeij, Meintje de Roest, Gudrun Bourel en Mark Voermans, die zelf aan het programmeren zijn geslagen onder de vleugels van Het Gelders Orkestlab. Niet alleen, maar met behulp van bijvoorbeeld Martijn Padding, jonge componisten, theater­ makers, dansers, acteurs…. En niet voor een kwartet, maar een ensemble, enkel bezet, van ongeveer vijftien musici. Begin dit seizoen maakten zij een onwerkelijk programma voor het Brachen-Siedlung festival, waar zij dan weer de rauwe industriële omgeving in hun muziek lieten klinken en dan juist weer met hun muziek een zacht licht over de roestige omgeving lieten schijnen. Daarna maakten zij met twee jonge componisten en een acteur een voorstelling rondom twee Gelderse sagen, die tijdens de Muziekbiënnale Niederrhein werd uitgevoerd. En dan is er de MuziekDansVoorstelling LoveSeat, over de liefde begin maart 2011, op heel bijzondere locaties – waaronder Radio Kootwijk. In dit concert in de serie Kamermuziek PLUS maken de HGO Rebels nieuwe muziek van voornamelijk Nederlandse compo­ nisten.

72


Operabegeleiding

Puccini: ` La Boheme

Het Gelders Orkest Koor en kinderkoor van de Nationale Reisopera Patrick Davin muzikale leiding Jim Lucassen regie Silke Willrett en Marc Weeger decor & kostuums

74


Puccini: La Bohème

Programma Met onder andere: Anita Watson (Mimi), Rafael Davila (Rodolfo), Thomas Olie­ mans (Marcello), Nicolas Lester (Schaunard), Hee-Saup Yoon (Colline) en Stephanie Corley (Musetta)

Speeldata: Van 21 mei t/m 28 juni 2011 in grote theaters door het hele land. Kijk op www.nationalereisopera.nl voor meer informatie. La Bohème is niet voor niets één van de meest geliefde opera’s aller tijden. De schitterende muziek, de fijnzinnige karakterise­ ring van de personages en het tragische verhaal raken ieders hart en laten zelfs de meest verstokte operahaters ontroerd achter. Puccini’s meest geliefde opera is opgezet als een vocale symfo­ nie in vier delen. Vanaf de eerste maat wordt de luisteraar overstelpt met meeslepende melodieën en opwindende aria’s en duetten. Elk karakter wordt door Puccini in zijn eigen muzikale wereld geplaatst: de gekwelde Marcello, de vamp Musetta, de grillige Rodolfo en de breekbare Mimì, zij maken deze opera tot een zeer afwisselend en meeslepend geheel.

75


´ nr. 7 Dvorak

Jakub Hrusa dirigent Cédric Tiberghien piano

Arnhem

vr. 3 juni (A6) Musis Sacrum, 20.15 uur

Voorprogramma: Het Groot Gelders Dvorák Orkest

Nijmegen

za. 4 juni (1-6 en 2-6) De Vereeniging, 20.15 uur

Inleiding door Kees Wisse om 19.15 uur

76


Dvorák nr. 7

Programma César Franck (1822-1890)

Variations Symphoniques

zz Poco allegro – l’istesso tempo – allegretto quasi andante

Maurice Ravel (1875-1937)

Pavane pour une infante défunte

zz Lent

César Franck (1822-1890)

Les Djinns pauze

Antonin Dvorák (1841-1904) Symfonie nr. 7 in d, opus 70

zz zz zz zz

Allegro maestoso Poco adagio Scherzo: vivace Finale: allegro

77


Jakub Hrusa dirigent Hoe vliegend een carrière van start kan gaan bewijst wel de Tsjechische dirigent Jakub Hruša. ˚ Geboren in 1981, studeerde hij tot 2004 aan het conservatorium van Praag onder Jirí ˇ Belohlávek, waar hij met excellente cijfers zijn diploma haalde. ˇ Al tijdens zijn studie werkte hij als assistent-dirigent bij het Tsjechisch Philharmonisch Orkest. Na zijn studie werkte hij als assistent bij het Orchestre Philharmonique de Radio France waarvoor hij uit meer dan 90 kandidaten gekozen werd. ˚ een stevige reputatie opgebouwd, In zijn vaderland heeft Hruša waarbij hij vrijwel alle nationale orkesten leidde, niet alleen in symfonische concerten maar ook in opera. Van 2005 tot 2008 ˚ Philharmonisch was hij chef-dirigent van het Bohuslav Martinu Orkest. Vanaf september van dit jaar is hij benoemd tot chef van het Praags Philharmonisch Orkest. Met dit orkest werkt hij aan een serie cd-opnames met werk van Tsjechische componisten. Maar ook buiten zijn vaderland is Hruša ˚ een veelgevraagd dirigent. Zo stond hij de afgelopen jaren onder meer voor het Deutsches Symphonie Orchester Berlin, het BBC Symphony Orchestra, de London Philharmonic Orchestra en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In 2009 stond hij ook bij ons op de bok en speelde Het Gelders Orkest onder zijn leiding een succesvolle concertserie met Mà vlast van de Tsjechische componist Smelana. ˚ zijn opleiding ruimschoots heeft afgerond Hoewel Jakub Hruša is hij voorlopig nog niet uitgestudeerd. Momenteel werkt hij aan een dissertatie over moderne Tsjechische componisten en de opera.

78


Dvorák nr. 7

Cédric Tiberghien piano De in 1975 geboren Franse pianist Cédric Tiberghien behoort tot de nieuwe generatie jonge pianisten, die hun artistieke naam al wereldwijd gevestigd hebben. Dit was de reden dat Het Gelders Orkest deze opmerkelijke musicus februari 2007 uitnodigde en hij nu weer bij het orkest te gast is. Na zijn studie aan het Conservatoire National Supérieur de la Musique in Parijs, werd hij bij ettelijke concoursen gelauwerd. Hoogtepunt daarin was wel de ‘grand premier prix in 1998 van het Concours Long-Thibaut in Parijs, waar hij ook nog vijf andere prijzen in de wacht sleepte. Sindsdien is zijn ster verder gerezen en speelt hij samen met grote orkesten als de Tokyo Philharmonic, het Halle Orchestra en het Orchestre Paris onder dirigenten als Kurt Masur en Ivan Fischer. Tiberghien is een hartstochtelijk kamermuziekliefhebber. Hij geeft veel recitals en vormt met violiste Alina Ibragimova een bekend duo. Spraakmakend waren hun concerten met de volledige vioolsonates van Beethoven in de Londense Wigmore Hall, waarvan inmiddels ook een opname is verschenen. Maar ook de zeer onlangs verschenen solo-cd waarop Tiberghien mazurka’s van Chopin vertolkt werd als uitmuntend door de pers ontvangen. Bepaald niet onterecht voor een artiest waarvan een recensent schreef dat zijn “beheersing van kleur, dynamiek, frasering en virtuositeit verbazingwekkend was”.

79


´ nr. 7 Dvorak Een havenstad aan een duistere zee. Een klagend geluid klinkt, als van een ziel die altijd door de vlammen wordt gevolgd. Het geluid als van een belletje van een dwerg, die hinkt in galop. Het rumoer nadert, het is als een klok van een menigte. Een geluid dat dan weer afzwakt dan weer aanzwelt. De grafstem van de Djinns! Wat een herrie… Laten we vluchten onder de keldertrap. Helse kreten! De muur zwicht onder het zwarte bataljon. Profeet… red me van de duistere nachtdemonen… Het geluid van hun vleugels wordt zwakker. De Djinns haasten zich verder het duister in en grommen als de onzichtbare branding. Het onbestemde geluid is als de weeklacht van een heilige om een gestorvene. Alles is voorbij… De ruimte lost het geluid op. Hoewel het onmogelijk is poëzie samen te vatten, geven bovenstaande woorden wellicht een idee van de beelden en sferen die de beroemde Franse dichter Victor Hugo in Les Djinns oproept. Het gedicht over de ‘djinns’ – oosterse doodsgeesten – kreeg in 1829 een plaats in diens bundel Orientales en decennia later ook in de muziekgeschiedenis. Gabriël Fauré gebruikte het in 1874 in een werk voor koor en orkest, Louis Vierne in 1925 voor een symfonisch gedicht. Ook César Franck werd door de tekst gegrepen. In 1884 gebruikte hij het gedicht als uitgangs­ punt van een symfonisch gedicht voor piano en orkest. In de jaren zeventig had Franck – die zich vooral als orgelcomponist manifesteerde – al symfonische gedichten als Rédemption, Le Chausseur maudit en Les Éolides geschreven. Dit keer bedeelde hij in zo’n gedicht ook een virtuoze rol toe aan de piano, al is de pianopartij niet echt solistisch. Bij het eendelige, turbulente stuk – vol groei, dynamiek en spanning – is het niet moeilijk de fantasiewereld van Hugo op te roepen.

80


Dvorák nr. 7

Les Djinns ontstond op verzoek van de Franse pianovirtuoze en Liszt-pupil Caroline Montigny-Rémaury maar werd in 1885 met succes ten doop gehouden met Louis Diémer achter de piano. Franck was zo onder de indruk van diens prestatie dat hij besloot een nieuw werk te schrijven voor dezelfde combinatie: de Variations symphoniques. De titel van het werk is een vlag die de lading dekt: de vorm waarin Franck dit korte meesterwerk giet, houdt het midden tussen een symfonische vorm en de variatievorm. Twee kernmotieven – respectievelijk een ritmisch gegeven in de strijkers en een lyrisch antwoord van de piano – komen in dit knappe ‘pianoconcert’ aanvankelijk tot ontwikkeling. Het middendeel wordt gevormd door een thema met een zestal variaties waarna een zachte pianotriller in de finale uitmondt. De première van de Variations symphoniques vond plaats op 1 mei 1886 met Diémer aan de piano en Franck zelf op de bok. Het werd een doorslaand succes, het bezoek dat Antonin Dvorák in 1884 aan Engeland bracht. Uitvoeringen van werken als de Zesde symfonie, de Tweede Slavische rapsodie en het Stabat mater vielen enorm in de smaak bij de Engelsen. Een hele opsteker voor Dvorák. Terwijl in Duitsland zijn muziek niet onverdeeld enthousiast werd ontvangen, werd met zijn bezoek aan Engeland zijn naam ook internationaal gezien steeds bekender. Meer en meer kon de wereld gaan genieten van Dvoráks originaliteit, spontane lyriek, meesle­ pende emotionaliteit en van zijn typisch Slavische inborst. Toen de componist huiswaarts keerde, had hij drie opdrach­ ten voor nieuwe werken op zak: een cantate, een oratorium en, voor de Philharmonic Society of London, een symfonie. Eind 1884 zette Dvorák zich aan zijn Zevende symfonie in d-klein, op. 70. Dat hij besloot een heel ander werk te maken dan de Zesde, had voor een deel te maken met de invloed van zijn Duitse vriend, collega en promotor, Johannes Brahms. Brahms had hem laten weten dat hij zich een nieuwe symfonie van Dvorák heel anders voorstelde dan diens Zesde. Dvorák schreef in februari 1885 aan zijn uitgever Simrock dat hij die woorden van Brahms niet wilde logenstraffen en dat hij al lange tijd bezig was iets ‘Ordentliches’ op papier te zetten. Mede onder de indruk van Brahms’ Derde symfonie uit 1883, besloot hij bij zijn Zevende een andere weg in te slaan dan voorheen.

81


De Zevende werd uiteindelijk een van Dvoráks beste symfo­ nieën – zo niet zijn beste. De verschillen met de optimistische Zesde, die boordevol Slavische elementen zit, zijn duidelijk Opus 70 is veel donkerder en agressiever van toon, en folklo­ ristische elementen zijn niet of nauwelijks te bekennen. Die meer duistere kant heeft onder meer te maken met de mineur- toonsoort en Dvoráks rijkelijk gebruik van vermin­ derde septiemakkoorden (bijvoorbeeld in deel een en in het begin van de finale). Meer dan anders houdt de componist dit keer streng vast aan de traditionele symfonievorm. Later constateerde hij dan ook trots; ‘Ik ben ervan overtuigd dat er in het werk geen noot te veel staat.’ Zou het eerste thema van het openingsdeel een nationalisti­ sche ondertoon hebben? In ieder geval noteerde de componist in de partituur dat dit thema hem inviel bij ‘de binnenkomst van de feesttrein uit Pest op het Staatsstation.’ Die trein bracht een groot aantal patriotten naar Praag, die in het Nationaal Theater een manifestatie voor de vrijheid hielden. Op 31 december schreef Dvorák over het tweede deel: ‘Ik heb zojuist het Andante van mijn nieuwe symfonie af en bij het werk voelde ik me weer heerlijk en gelukkig, zoals het tot nu toe altijd was en met Gods hulp ook zal blijven, want mijn lijfspreuk is en blijft: God, Liefde en Vaderland! En dat alleen voert naar een gelukkig einddoel’ Na een wat nerveus Scherzo, dat ook maar weinig Boheemse ingrediënten bevat, volgt een meeslepende en bij tijd en wijle heroïsche finale. Halverwege maart 1885 was Dvorák klaar en ruim een maand later leidde hij zelf de première in Londen. ‘De symfonie is goed bevallen en ik denk dat hij bij de volgende uitvoering meer en meer indruk zal maken’, schreef de componist aan het thuis­ front. Op het vasteland sprong later dirigent Hans von Bülow voor de symfonie in de bres. Na een van diens uitvoeringen te hebben meegemaakt voorzag Dvorák de titelzijde van de symfonie met een fotootje van de dirigent en de woorden ‘Slava! (bravo!), U was het die het werk tot leven bracht.’ Dirk Luijmes

CD-voordeel

Zie bladzijde 86-87 voor HGO/Bergmann cd-voordeel.

82


MaanDag 9 Mei 2011

Cédric Tiberghien piano L. van Beethoven R. Schumann M. Ravel C. Debussy

Sonate nr. 14 in cis, opus 27/2 Mondschein Kreisleriana, opus 16 Gaspard de la Nuit Masques; D’un cahier d’esquisses; L’isle joyeuse

Op maandag 9 mei geeft pianist Cédric Tiberghien in de Internationale Kamermuziekserie Arnhem een recital. Tiberghien wordt geroemd om zijn verfijnde, gracieuze spel. Het programma bestaat met onder meer uit pianowerken van Claude Debussy en Maurice Ravel, de twee belangrijkste boegbeelden van het muzikale impressionisme. Hun kleurrijke, mysterieus en bij vlagen extreem moeilijke pianowerken, zijn bij deze gevoelige virtuoos in uitstekende handen. arnhemse vereniging voor kamermuziek

losse kaarten: € 30,–


Passie voor muziek op

gelderse kastelen

Mette Laugs fagot

Kasteel amersoyen

zo. 19 juni Ammerzoden, 11.00 uur

84


Gelderse kastelen

Programma Onze eerste fagottist Mette Laugs heeft de vrije hand gekregen om een programma voor u samen te stellen en uit te voeren in de bijzondere ambiance van Kasteel Ammersoyen in Ammerzo­ den. Het precieze programma is nog een verrassing, maar zij zal u ongetwijfeld betoveren. U kunt niet alleen van haar spel genieten, en dat van een aantal collega’s die zij heeft uitgeno­ digd voor dit concert, maar zij zal u ook meer vertellen over haar passie voor muziek en de fagot. Na het concert, dat ongeveer een uur zal duren, leidt een gids u rond in het kasteel en vertelt u over de architectuur en de geschiedenis. Bij aankomst staat de koffie voor u klaar en in de pauze wordt een lokale lekkernij gepresenteerd. Dit concert is er een in de serie Passie voor muziek op Gelderse Kastelen van Het Gelders Orkest in samenwerking met de Vrienden van Het Gelders Orkest en het Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen.

85


HGO/Bergmann cd-voordeel Op deze cd’s krijgt u 10% korting bij Muziekhandel Bergmann in Arnhem. Natuurlijk kunt u ook voor andere werken bij Bergmann terecht. U vindt de winkel op nr. 19 in de Koningstraat in Arnhem, tel. 026-442 30 14 of www.bergmann.nl.

Stravinsky: Vuurvogelsuite

Bergmann voordeel-cd bij ‘Vuur van Stravinsky’ Paavo Järvi, dirigent Cincinnati Symphony Orchestra (Label: Telarc)

Beethoven: Symfonie nr. 3 ‘Eroica’

Bergmann voordeel-cd bij ‘Beethovens ‘Eroica’’

Herbert von Karajan, dirigent Berliner Philharmoniker (1963) (Label: DGG)

Sibelius: Symfonie nr. 3

Bergmann voordeel-cd bij ‘Finlandia’ Vladimir Ashkenazy, dirigent Royal Stockholm Philharmonic (Label: Exton)

Bruckner: Symfonie nr. 4 ‘Romantische’ Bergmann voordeel-cd bij ‘Bruckner nr. 4‘

Sergiu Celibidache, dirigent Münchener Philharmoniker (Label: EMI)

86


Bergmann voordeel-cd bij Zuidelijke Passie De Falla: 3 dansen uit El sombrero

de tres picos, Nachten in de tuinen van Spanje.

Josep Pons, dirigent Orchestra Ciudad de Granada (Label Harmonia Mundi France)

Beethoven: vioolconcert

Bergmann voordeel-cd bij ‘Beethovens vioolconcert’ Isabella Faust, viool; Jirí Belohlávek, dirigent Prague Philharmonic (Label: Harmonia Mundi France)

Dvorák: Symfonie nr. 7

Bergmann voordeel-cd bij ‘Dvorák nr. 7’ Iván Fischer, dirigent Budapest festival orchestra (Label: Channel classics)

87


Biografie Het gelders orkest Stevig verankerd in de Gelderse en Nederlandse samenleving geeft Het Gelders Orkest een groot aantal concerten per seizoen op de belangrijke podia in Nederland. Het orkest etaleert zich daarnaast graag met tournees en concerten in het buitenland. Daarmee is Het Gelders Orkest een van de meest actieve Nederlandse orkesten, en vervult het een ambassadeursrol zowel in als buiten Nederland. Dit maakt HGO tot ÊÊn van de toporkesten van Nederland. Passie is een sleutelbegrip voor Het Gelders Orkest. Het orkest investeert in de ontwikkeling van creativiteit en dynamiek in de organisatie. Enthousiaste, jonge en getalenteerde musici weten we hiermee aan ons te binden. Naast de vele symfonische concerten geven de speciale kamermuziekconcerten unieke kansen voor de musici en werken we aan de toegankelijkheid van het veelzijdige klassieke repertoire. Deze intieme concerten brengen musici en publiek letterlijk en figuurlijk dichter bij elkaar. Vanuit maatschappelijk oogpunt beschouwt het orkest het als zijn taak om de passie voor live klassieke muziek over te dragen op zowel jong als oud. Daartoe organiseert het orkest jaarlijks een groot aantal familieconcerten, educatieconcerten en speciale participatieprojecten voor amateurs en neemt het jaarlijks meerdere (live) cd’s op. Het orkest voelt zich in zijn missie gesteund door een trouw publiek en een steeds groter wordende groep Vrienden, Partners en Mecenassen. Hoofdsponsor van Het Gelders Orkest is Teijin Aramid B.V.

88


1ste viool

altviool

Cécile Huijnen 1ste 1ste concertmeester Roeland Gehlen 1ste 1ste concertmeester Rémy Baudet 2de 1ste concertmeester Jelena Risti´ c 1ste 2de concertmeester Alexej Pevzner 2de 2de concertmeester Farinaz Kherad Picheh Janneke Roelofs Anna Wiersum Sylvia van der Grinten Aimée Broeders Pieternel van Lent Alexander de Blaeij Melanie Jansen Ewoud Mahler Mara Mikelsone-Mahler

Bart Peters aanvoerder Meintje de Roest aanvoerder Eileen McEwan plv. aanvoerder Elka Berberich plv. aanvoerder Wouter van Ettinger Marieke Wenink Peter van Praagh Wim Traa Jan Willem van der Eyk Marian van den Berg

2de viool Marjolein van Dingstee aanvoerder Cindy Albracht aanvoerder Arthur Orneé plv. aanvoerder Bert Neisingh Saskia Bos Martijn Tjoelker Christien Gerritsen Marjo Finke Wouter Schmidt Michaela van Buuren Mark Levin Eva Bengtsson Boukje Raes Eszter Frauenholz Marte Straatsma

Biografie Het Gelders Orkest

Orkestbezetting

violoncello René Berman solo-cellist Maike Reisener solo-cellist Ran Varon plv. aanvoerder Inge Grevink plv. aanvoerder Liliana Rupp Joke den Heijer Eveline Rosenhart Mariëlla Duindam Agaath Kooistra

contrabas Aristotelis Potamianos aanvoerder Veit-Peter Schüßler aanvoerder Hans Blok plv. aanvoerder Joost Hillen plv. aanvoerder Jacinta Molijn

89


Peter Rikkers Julianne Vogel

fluit Peter Verduyn Lunel 1ste fluitist Eveline Poser plv. 1ste fluitist Heleen de Witte Gudrun Bourel piccolo誰st

hobo Bram Kreeftmeijer solo-hobo誰st Jeroen Soors solo-hobo誰st Arthur Mahler Sigurd Smit

klarinet Oscar Ramspek 1ste klarinettist Arno Stoffelsma plv. 1ste klarinettist Irene Teepe

fagot Mette Laugs 1ste fagottist Joop Bremer

hoorn Stefan Blonk 1ste hoornist Laurens Woudenberg 1ste hoornist Syta IJpma Kirsten Jeurissen Jose Luis Sogorb Jover

90

trompet Tonnie Kievits 1ste trompettist Bob Koertshuis 1ste/plv. 1ste trompettist Jacq Sanders

trombone Jilt Jansma 1ste trombonist Christian Ansink plv. 1ste trombonist Dick Bolt bastrombonist

tuba Arjan Stroop 1ste tuba誰st

slagwerk Mark Voermans 1ste paukenist/ aanvoerder slagwerk Peter Wolterinck plv. 1ste paukenist/ 1ste slagwerker Jan Roel Hamersma

harp Diana de Vries 1ste harpist


Concertagenda Vuur van Stravinsky Zutphen

do. 24 februari (Z4) Hanzehof, 20.00 uur

Inleiding door Jochem van der Heide om 19.00 uur Reserveren: 0575 - 512 013 of www.hanzehof.nl

Arnhem

vr. 25 februari (B5) Musis Sacrum, 20.15 uur

Inleiding door Jochem van der Heide om 19.15 uur Reserveren: 026 - 443 73 43 of www.musissacrum.nl Adoptieconcert Teijin Aramid

Nijmegen

za. 26 februari (2-4) De Vereeniging, 20.15 uur

Inleiding door Jochem van der Heide om 19.15 uur Reserveren: 024-322 11 00 of www.keizerkarelpodia.nl

LoveSeat: HGO Rebels & Gif.t Arnhem

do. 3 maart Luxor Live, 20.30 uur

Reserveren: webshop.hetgeldersorkest.nl

Nijmegen

vr. 4 maart LUX, 20.30 uur

Reserveren: webshop.hetgeldersorkest.nl

Apeldoorn

za. 5 maart Radio Kootwijk, 20.30 uur

Reserveren: webshop.hetgeldersorkest.nl

91


Beethovens ‘Eroica’ Doetinchem

do. 10 maart (D4) Schouwburg Amphion, 20.00 uur

Inleiding door Martin Buninga om 19.00 uur Reserveren: 0314 - 376 000 of www.amphion.nl

Ede

za. 12 maart (E3) Cultura, 20.15 uur

Inleiding door Martin Buninga om 19.15 uur Reserveren: 0318 - 672 800 of www.cultura-ede.nl

Arnhem

zo. 13 maart (M6) Musis Sacrum, 14.15 uur

Inleiding door Martin Buninga om 13.15 uur Reserveren: 026-443 73 43 of www.musissacrum.nl Vriendenarrangement

Finlandia Arnhem

vr. 18 maart (A4) Musis Sacrum, 20.15 uur

Inleiding door Jacob Jansen om 19.15 uur Reserveren: 026 - 443 73 43 of www.musissacrum.nl

Nijmegen

zo. 20 maart (M3) De Vereeniging, 14.15 uur

Inleiding door Jacob Jansen om 13.15 uur Reserveren: 024 - 322 11 00 of www.keizerkarelpodia.nl

Bruckner nr. 4 Nijmegen

vr. 25 maart (2-5) De Vereeniging, 20.15 uur

Inleiding door Maarten Brandt om 19.15 uur Reserveren: 024 - 322 11 00 of www.keizerkarelpodia.nl

Zutphen

za. 26 maart (Z5) Hanzehof, 20.00 uur

Inleiding door Maarten Brandt om 19.00 uur Reserveren: 0575 - 512 013 of www.hanzehof.nl

Apeldoorn

zo. 27 maart (I-5) Orpheus, 16.00 uur

Inleiding door Maarten Brandt om 15.15 uur Reserveren: 0900 - 123 0123 op www.orpheus.nl

92


Zuidelijke passie Arnhem

wo. 30 maart Musis Sacrum, 12.45 uur

Gratis lunchconcert: aangepast programma

Arnhem

vr. 1 april (B5) Musis Sacrum, 20.15 uur

Inleiding door Jacob Jansen om 19.15 uur Reserveren: 026 - 443 73 43 of www.musissacrum.nl Muzikale Proeverij / Adoptieconcert De Gelderlander

Nijmegen

za. 2 april (1-5) De Vereeniging, 20.15 uur

Inleiding door Jacob Jansen om 19.15 uur Reserveren: 024 - 322 11 00 of www.keizerkarelpodia.nl Muzikale Proeverij / Adoptieconcert De Gelderlander

Beethovens Vioolconcert Apeldoorn

do. 7 april (II-5) Orpheus, 20.00 uur

Inleiding door Martin Buninga om 19.15 uur Reserveren: 0900 - 123 0123 of www.orpheus.nl Relatieconcert Stichting Partners

Doetinchem

vr. 8 april (D5) Schouwburg Amphion, 20.00 uur

Inleiding door Martin Buninga om 19.00 uur Reserveren: 0314 - 376 000 of www.amphion.nl

Arnhem

za. 9 april (A5) Musis Sacrum, 20.15 uur

Inleiding door Martin Buninga om 19.15 uur Reserveren: 026-443 73 43 of www.musissacrum.nl Adoptieconcert Rabobank Arnhem e.o.

Nijmegen

zo. 10 april (M4) De Vereeniging, 14.15 uur

Inleiding door Martin Buninga om 13.15 uur Reserveren: 024-322 11 00 of www.keizerkarelpodia.nl

93


Koorbegeleiding

De Passies van Bach Matth채uspassion:

Apeldoorn

vr. 15 april Orpheus, 19.00 uur

Reserveren: 0900 - 123 0123 of www.orpheus.nl

Arnhem

za. 16 april Musis Sacrum, 19.00 uur

Reserveren: 026 - 443 73 43 of www.musissacrum.nl

Arnhem

zo. 17 april Musis Sacrum, 14.00 uur

Reserveren: 026 - 443 73 43 of www.musissacrum.nl

Johannespassion:

Nijmegen

wo. 20 april De Vereeniging, 20.15 uur

Reserveren: 024 - 322 11 00 of www.keizerkarelpodia.nl

Passie voor muziek op

Gelderse Kastelen Vaassen

zo. 17 april Kasteel Cannenburch, 11.00 uur Inclusief drankje en hapje Reserveren: webshop.hetgeldersorkest.nl

Ophemert

zo. 24 april Kasteel Ophemert, 16.00 uur

Reserveren: webshop.hetgeldersorkest.nl

Kamermuziek PLUS

HGO Strijkkwintet Nijmegen

di. 26 april De Vereeniging, 20,15 uur

Arnhem

Reserveren: 024 - 322 1100 of www.keiserkarelpodia

do. 28 april Musis Sacrum, 20,15 uur

Reserveren: 026 - 443 73 43 of www.musissacrum.nl

94


Kamermuziek PLUS

HGO Rebels en Martijn Padding Nijmegen

wo. 25 mei De Vereeniging, 20.15 uur

Reserveren: 024 - 322 11 00 of www.keizerkarelpodia.nl

Arnhem

vr. 27 mei Musis Sacrum, 20.15 uur

Reserveren: 026 - 443 73 43 of www.musissacrum.nl

Operabegeleiding

` Puccini: La Boheme Enschede

za. 21 mei Stadsschouwburg, 20.00 uur

Maastricht

di. 24 mei Theater a/h Vrijthof, 20.15 uur

’s-Gravenhage

do. 26 mei Lucent Danstheater, 20.00 uur

’s-Gravenhage

za. 28 mei Lucent Danstheater, 20.00 uur

Groningen

wo. 1 juni Stadsschouwburg, 20.15 uur

Zaandam

di. 7 juni Zaantheater, 20.15 uur

Den Bosch

do. 9 juni Theater aan de Parade, 20.00 uur

Utrecht

di. 14 juni Stadsschouwburg, Utrecht, 20.00 uur

Zwolle

do. 16 juni Theater de Spiegel, 20.15 uur

95


Arnhem

za. 18 juni Schouwburg, 20.15 uur

Doetinchem

di. 21 juni Schouwburg Amphion, 20.00 uur

Heerlen

vr. 24 juni Parkstad Limburg Theaters, 20.00 uur

Apeldoorn

do. 26 juni Orpheus, 20.00 uur

Amsterdam

di. 28 juni Stadsschouwburg, 20.30 uur

Zie voor prijzen en adressen kaartverkoop www.nationalereisopera.nl

Dvoraá´ k nr. 7 Arnhem

vr. 3 juni (A6) Musis Sacrum, 20.15 uur

Voorprogramma: Het Groot Gelders Dvorák Orkest Reserveren: 026 - 443 73 43 of www.musissacrum.nl

Nijmegen

za. 4 juni (1-6 en 2-6) De Vereeniging, 20.15 uur

Inleiding door Kees Wisse om 19.15 uur Reserveren: 024 - 322 11 00 of www.keizerkarelpodia.nl

Passie voor muziek op

Gelderse Kastelen Ammerzoden

zo 19 juni Kasteel Ammersoyen, 11.00 uur Inclusief drankje en hapje Reserveren: webshop.hetgeldersorkest.nl

96


Colofon Gehoord is een uitgave van Het Gelders Orkest

Samenstelling en eindredactie:

Marco van Es, Christine Fleischhacker, Het Gelders Orkest Vormgeving: Buro voor de Boeg, Rotterdam

Aan dit nummer werkten mee: Frits de Haen, Jos van der Zanden, Kees Wisse, Dirk Luijmes .

Fotografie: Marco Borggreve, Steven Walthem, Bokkie Vink, Eneharry, Kurt Pinter, Sussie Ahlburg, J-N Doumont, J.F. Leclercq, Mark van Vugt, Otto van den Toorn, Hanya Chlala-Arena Pal, Gerrit Scheurs, Marc Theis Bureau Het Gelders Orkest Postbus 1180 6801 BD Arnhem telefoon: 026 - 789 01 30 e-mail: info@hetgeldersorkest.nl www.hetgeldersorkest.nl Š Het Gelders Orkest, Arnhem, februari 2011


5 50V777 Omslag 7_004

04.05.2009 13:19:59

Pdf_Moniq

The best things in life are created in harmony Working together as a real team not only makes the work itself more pleasurable, it delivers a better end product every time. In music and in business. That’s why Teijin Aramid, one of the worlds biggest producers of the ultra strong, lightweight and sustainable aramid fiber focuses on partnership with its customers. To create the best and most sustainable solutions. Time and time again. Teijin Aramid is the main sponsor of the Arnhem Philharmonic Orchestra since 2002.

www.teijinaramid.com

100


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Gehoord feb-jun 2011 by Buro voor de Boeg - Issuu