Page 1

jaargang 2 nr.2 november 2007

Blad voor amateurkunst in Groningen


in dit nummer

Licht als leidraad

2

Lutje IJe en de Hond

5

Van honger en een gebraden kalkoen

8

de kunst van het improviseren

9

De zwarte molen in zeerijp

11

Het circus strijkt neer in tilburg

14

links

17

impressie van een toneelrepetitie

18

column

19

afwachten

20

Waar kan ik informatie vinden over voorstellingen en manifestaties? In ‘Blick’ is geen agenda opgenomen. Voor informatie over voorstellingen, uitvoeringen en manifestaties in stad en provincie kunt u terecht op verschillende websites. Enkele belangrijke zijn: de site van ‘Blick’ www.blickmagazine.nl de site van het Groninger Centrum voor Amateurtheater: www.gca-nvagroningen.nl de site van Kolder & Ko: www.kolderenko.nl De site van 050 Uitmagazine Groningen: www.groningeruitburo.nl www.regionalecultuurplannen.nl

Colofon Blick is het blad voor amateurkunst in Groningen en verschijnt zes keer per jaar. Het is een gezamenlijke uitgave van De Theaterwerkplaats De Prins van Groningen, de Regionale Cultuurplannen (samenwerking provincie Groningen en 22 Groninger gemeenten), het Gronings Centrum voor Amateurtheater, Kolder & Ko Redactieadres De Theaterwerkplaats, t.a.v. redactie Blick (Hans Sissingh), Noorderbuitensingel 11, 9717 KK Groningen Tel. 050-8507159 e-mail info@blickmagazine.nl website www.blickmagazine.nl Redactie Jan Boland (hoofdredacteur), Jan Dol, Gradus de Groot, Ben Smit, Barbara Vonk Bureauredactie Hans Sissingh Medewerkers aan dit nummer Fenna Besijn, Willeke en Harm Jan Doornbos, Obbert Nieuwenhuis, Nynke Oele, Jim Rotteveel, Rense Sinkgraven, Dominic van Vree Grafische Vormgeving Jos Hendrix Druk Scholma Druk BV Oplage 2500 Losse nummers te verkrijgen bij Hans Sissingh (zie redactieadres) Het volgende nummer verschijnt december 2007 Kopij voor 19 november 2007 Kopij/nieuws/persberichten/mededelingen t.a.v. Hans Sissingh (zie redactieadres) Overname van artikelen met bronvermelding is toegestaan Foto voorpagina Cor Groenenberg; De Zwarte Molen Foto achterpagina Fleur Faber; Jeugdtheaterfestival Winschoten


1

Bij het ter perse gaan van dit nummer bereikte ons het droevige bericht dat Gradus de Groot, redacteur van ‘Blick’, is overleden. In het volgende nummer zullen we stilstaan bij deze markante persoon en theaterman.

Herfst op het land, de donkere dagen ko- populariteit, wie zijn ermee bezig? In dit en men nabij, de lampen moeten vroeg aan. het volgende nummer schrijven we erover. Geen probleem. Nederland baadt in het licht, dag en nacht. 2007 Is het jaar van de molen. Ter gelegenheid daarvan zijn er in onze provincie theaHonderd jaar geleden was het nog een trale evenementen opgezet. Zo ook in Fiveduistere toestand in ons land, maar daar lingo, rijk aan molens. In diverse molens in kwam snel verandering in toen de electrici- dat gebied was ‘De Meester van de Zwarte teit begin twintigste eeuw werd ingevoerd. Molen’ te zien. Locatietheater in optima Dat betekende een ware revolutie op ver- forma, vond onze recensent. Hij bezocht lichtingsgebied. De theaterwereld ontdekte ook nog ‘Het Hek van de Dam’ in Ekehaar heel snel de mogelijkheden die deze nieu- en bekeek daar ‘een absurd sprookje voor we energiebron bood. Een van de eersten volwassenen’, hoewel hij het meer een die er volop gebruik van maakte was de sprookje voor het hele gezin vond. theatervormgever Frits Lensvelt, nu nog bij weinigen bekend, maar een beroemdheid Onze striptekenaar neemt ons mee naar in zijn tijd. We keken naar zijn werk en we een camping en brengt ons even terug in lazen erover. Zie ons verslag. zomerse sferen. Dat een toneelrepetitie (soms of vaak?) Nog meer geschiedenis en dichter bij huis. traag op gang komt, wisten we al, maar zo In 1929 schiet IJe Wijkstra vier veldwach- traag… (lees de dialoog). ters dood in Grootegast. Over dit drama ‘Links’ informeert u over het Theater Instiwordt een kerstvoorstelling (ja, zeker!) ge- tuut Nederland, een rijke bron voor iedermaakt. Lees de voorbeschouwing hierover. een die in toneel is geïnteresseerd. We sluiten poëtisch af met onze columnist Theatersport, een vorm van improvisatie- en de stadsdichter van Groningen. theater, is een hype. In steden en dorpen, in grote en kleine ruimten, openbaar en be- Doe het licht maar aan, bekijk en lees het sloten, overal duikt ’t op. Wat is het eigen- herfstnummer van Blick. lijk, waar komt het vandaan, vanwaar die De redactie


ls leidraad Licht als leidraad Licht als leidraad Licht als leidraad Licht als le Over Frits Lensvelt, theatervormgever en binnenhuisarchitect

Licht als leidraad

We stonden even voor een dilemma in het Drents Museum in Assen. Gingen we links af naar de grote tentoonstelling ‘Expeditie Archeologie!’voor ‘onderzoekers’ van 8 tot 88 jaar’ of rechts af naar een expositie onder de wat raadselachtige naam ‘Licht als leidraad’? We kozen voor rechts. Archeologie is toch wel erg duister en licht sprak ons meer aan. Van onze keuze hebben we geen spijt gekregen.

2

De bescheiden expositie ‘Licht als leidraad’ is gewijd aan Frits Lensvelt (1886 – 1945), een naam die tegenwoordig slechts ingewijden iets zegt , maar in het begin van de vorige eeuw was hij een bekende persoonlijkheid in de Nederlandse kunstwereld. Een veelzijdig man die naam heeft gemaakt als theatervormgever én binnenhuisarchitect. Hij heeft in de periode 1908 – 1921 met zijn gestileerde en functionele decors een grote reputatie opgebouwd. In een tijd waarin ook het theater een overgang maakte van ‘afbeelding’ naar ‘verbeelding’, werd hij beschouwd als een van de allerbesten. Als een van de eersten in Nederland onderkende Lensvelt het belang van een optimale belichting. Zijn toenmalige bekendheid was vooral te danken aan zijn samenwerking met toneelacteur en regisseur Willem Royaards, voor wie hij gedurende vele jaren decors ontwierp. Tussen 1908 en 1921 was Lensvelt betrokken bij vrijwel alle producties van Royaards’gezelschap (de ‘NV Het Toneel’), terwijl zijn vrouw, Nel Brongers, de kostuums ontwierp. Zo werkten zij onder andere mee aan opvoeringen van stukken van Shakespeare, Vondel, Goethe en Strindberg. Lensvelt oogstte veel succes met zijn decors en werd alom gezien als een belangrijke vernieuwer die een groot stempel heeft gedrukt op de ensceneringspraktijk van zijn tijd. Decors en maquettes

In een bovenzaal van het museum lopen we direct aan tegen de ontwerpen voor de decors voor Vondels ‘Gijsbrecht van Aemstel’. Tijdens de opvoering in 1912 baarden die decors veel opzien. Juist omdat het een stuk betrof waarmee iedereen vertrouwd was, sprongen de vernieuwingen in de vormgeving duidelijk in het oog. De sobere, blauwgrijze decors die het Middeleeuwse Amsterdam slechts aanduiden, worden een mijlpaal in de Nederlandse theatergeschiedenis genoemd. Lensvelt maakte hier voor het eerst gebruik van een vast kader, een principe waarop hij later regelmatig terug zal vallen. Zijn Gijsbrecht decor is decennialang - zelfs tot ver na de tweede wereldoorlog - in gebruik gebleven. De maquette van Shakespeares ‘Driekoningenavond’ spreekt ons zeer aan. Tot in details en met veel kleur is het toneel verbeeld. Er zijn in Nederland maar weinig voorstellingen geweest, die zo zijn geprezen als de ‘Driekoningenavond’, die in 1917 in premiére ging. De lof geldt de regie van Royaards, de acteursprestaties, maar ook de decors en kostuums van het echtpaar Lensvelt/Brongers. Lensvelt kiest opnieuw voor een vast kader


eidraad Licht als leidraad Licht als leidraad Licht als leidraad Licht als leidr

3

Decor voor Driekoningenavond

met als belangrijkste onderdeel een roomkleurige achterwand met drie boogvormige doorgangen. Met een paar simpele zetstukken, wat bankjes en wat bomen in potten verandert de ruimte in handomdraai van karakter. Drie principes zijn bij Lensvelt belangrijk. In de eerste plaats het principe van de stilering: niet weergeven, maar aanduiden. Het tweede is dat van het vast kader, waarmee eenheid in de enscenering werd gebracht en dat een snelle scènewisseling mogelijk maakte. Concreet betekende dit een indeling van het toneel in tweeën of drieën, waarbij het achtertoneel vaak verhoogd was. Het derde principe is dat van de soberheid, zodat alle aandacht naar de acteurs uitgaat. Licht als bron

De invoering van de elektriciteit zorgde vanaf het begin van de twintigste eeuw voor een ware revolutie op verlichtingsgebied en Lensvelt maakte dankbaar gebruik van de vele mogelijkheden die deze nieuw energiebron met zich meebracht. De sprookjesachtige, maanverlichte bosscènes in ‘Midzomernachtdroom’ moeten prachtig geweest zijn, als we de recensenten van die dagen mogen geloven. Lensvelt heeft zelf verteld hoeveel moeite hem het had gekost om in ‘Driekoningenavond’ de diepazuurblauwe lucht die de


4

Ontwerp voor Faust, met plattegrond

voorstelling gaandeweg meer beheerste, in de juiste kleur te krijgen. Nadat hij het toneel in 1921 definitief de rug had toegekeerd, werkte hij – met de kennis en ervaring die hij in het theater had opgedaan – achtereenvolgens als ontwerper van lampen en binnenhuisarchitect. In een van de zalen zijn lampontwerpen en enkele spectaculaire lampen te zien. Een sobere expositie, maar wel een die duidelijk maakt wat voor een veelzijdig kunstenaar Lensvelt is geweest en wat hij heeft betekend voor de ontwikkeling van het theater in Nederland. Jammer genoeg is dit moois niet meer met eigen ogen te aanschouwen, want de expositie is inmiddels afgelopen. Gelukkig verscheen er bij de tentoonstelling een mooi boek over Lensvelt onder dezelfde titel ‘Licht als leidraad’. In deze publicatie wordt aan alle facetten van Lensvelts kunstenaarschap recht gedaan. De uitgave is prachtig geïllustreerd met meer dan 150 fullcolour afbeeldingen, waaronder veel foto’s van decorontwerpen en maquettes. Het boek is nog te koop in de winkel van het museum in Assen, maar het is ook te bestellen bij het Theater Instituut Nederland. Meer informatie over de publicatie: www.theaterinstituut.nl Jan Boland


Je en De Hond Lutje IJe en De Hond Lutje IJe en De Hond

Lutje IJe en De Hond

De terugkeer van een kersttraditie? Lutje IJe en De Hond

Zondagmiddag zeven oktober. Terwijl Nederland geniet van een zonnig herfstweekend wordt in Het Prinsentheater gerepeteerd aan de bijzondere Kerstvoorstelling ‘Lutje IJe en De Hond’. Het ‘Stille nacht, heilige nacht’ klinkt tweestemmig door het gebouw en in het repetitielokaal is regisseur Fenna Besijn bezig de eerste scène van het stuk te ‘zetten’. Een scène waarin alle spelers meespelen. Zeventien amateurs, jong en oud, uit de hele provincie spelen een surrealistische droom van IJe Wijkstra. Er wordt gedanst, gedronken en er worden vogels uit de lucht geschoten. Het gaat er vrolijk aan toe en er wordt hard gewerkt.

De jonge spelers zijn geselecteerd via de Jeugd Theaterschool, de JTS, en de oudere acteurs deels uit het bestand van de Amateur Theaterschool, de ATS. ‘Lutje IJe en De Hond’ is een coproductie van Theaterwerkplaats De Prins van Groningen en Theater De Steeg. Het idee voor deze coproductie komt van de artistiek leider van De Steeg, Dominic van Vree, die ook het script schreef. Hoe is het idee ontstaan? Dominic van Vree: Eigenlijk heel simpel. Al jaren hoor ik mensen, vooral ouders van kinderen in de leeftijd acht tot twaalf jaar, dat er in de Kerstvakantie zo weinig te beleven is voor het hele gezin. Veel mensen herinneren zich nog de tijd dat er jaarlijks rond Kerst in de Stadsschouwburg een speciale familievoorstelling werd gespeeld en dat missen ze. Dus dacht ik “laten we eens kijken of we zo iets opnieuw kunnen proberen”. Maar wat heeft De Steeg daarmee te maken? Dominic: De Steeg is een professionele theaterorganisatie die jaarlijks zo’n tweehonderd voorstellingen speelt voor jongeren in de leeftijd van twaalf tot en met achttien jaar in Groningen en Drenthe. Naast het maken en spelen van voorstellingen hebben we ook een budget beschikbaar om initiatieven te ontplooien waarbij jongeren zelf actief met theater bezig kunnen zijn. Het idee voor een kerstproductie werd gekoppeld aan deze doelstelling van De Steeg. In ‘Lutje IJe en De Hond’ spelen negen kinderen en jongeren mee.

5


e partners Plannen van twee partners Plannen van twee partners Plannen va

De Steeg en De Prins van Groningen zitten in hetzelfde gebouw (het Prinsentheater) en hadden elkaar daarom snel gevonden. Fenna Besijn, onder andere regisseur van de ATS-productie ‘De Dames Macbeth’ en regisseur bij Waark, was onmiddellijk enthousiast over dit initiatief.

6

Fenna Besijn: Wat ik heel interessant vind aan deze productie is de combinatie van jong en oud, ervaren en onervaren. Het ene moment sta ik een jochie van tien te regisseren en het andere moment een oude rot van 63. Om dat bij elkaar te brengen, in sfeer en prestatie, is een enorme uitdaging. Waarom ik het ook interessant vind is vanwege het feit dat de voorstelling straks twaalf keer gespeeld gaat worden. Veel van de acteurs waar ik mee werkte, onder andere bij ‘De Dames Macbeth’, vonden het steeds zo jammer dat een stuk vaak maar drie tot maximaal zes keer gespeeld wordt. Juist het trainen van de herhaling, het elke keer opnieuw dezelfde sfeer neerzetten, is voor deze acteurs leerzaam.

IJe Wijkstra (Doezum, 4 juli 1895 – Eindhoven 6 juni 1941) van beroep metselaar en voeger. Hij zou anarchist zijn geweest, moest niets hebben van gezag en was zelf van mening dat hij leed aan een zenuwziekte. In 1928 krijgt hij een verhouding met Aaltje Wobbes, de vrouw van zijn vriend Hendrik Wobbes, die vast zit wegens diefstal. Aaltje trekt bij IJe in en laat haar zes kinderen in de steek. Hierover wil justitie in Groningen Aaltje horen. De burgemeester van Grootegast krijgt opdracht Aaltje aan te houden en naar Groningen te laten brengen. Kennelijk voorziet de burgemeester problemen, want hij laat maar liefst vier veldwachters de opdracht uitvoeren. Op 18 januari 1929 wacht Wijkstra de veldwachters op met een karabijn. Volgens de overlevering zou het die dag zo’n achttien graden hebben gevroren. IJe schiet alle vier veldwachters neer en van drie snijdt hij nog de keel door. Hij vlucht naar Groningen en op weg naar het ziekenhuis (hij is gewond geraakt) wordt hij aangehouden. In april 1929 wordt hij door de rechtbank in Groningen tot levenslang veroordeeld. In hoger beroep krijgt hij twintig jaar. In 1941 wordt Wijkstra van de strafgevangenis in Leeuwarden overgeplaatst naar het Rijkskrankzinnigengesticht te Woensel. Daar sterft hij enige weken later aan de gevolgen van TBC. Het drama in Doezum baarde destijds veel opzien. De begrafenis van de vier veldwachters was een nationale gebeurtenis. In het gemeentehuis te Grootegast is een plaquette aangebracht ter herinnering aan de veldwachters.


an twee partners Plannen van twee partners Plannen van twee partners Plann

Waar gaat het stuk over? Fenna: Het stuk is gebaseerd op het levensverhaal van IJe Wijkstra. IJe werd wereldberoemd in Nederland toen hij op achttien januari 1929 in Grootegast vier politiemannen neerschoot, omdat zij probeerden om zijn geliefde Aaltje van der Tuin bij hem weg te halen. Een drama dat zijn weerga niet kende.

Voor meer informatie: www.desteeg.info

Niet direct een onderwerp voor een Kerstvertelling Dominic: Op het eerste gezicht niet, nee. Maar tegelijkertijd, als je je erin verdiept, heeft het verhaal heel veel elementen in zich die vergelijkbaar zijn met de stukken van Dickens: armoede, onrecht, onderdrukking, onbegrip en, last but not least, een onmogelijke liefde. Allemaal elementen kortom die passen bij de sfeer van Kerstmis. Fenna: Dat is ook de opdracht aan de regie. Zorg ervoor dat het stuk, ondanks het zware thema, licht blijft. Dat het mooi is, en levendig en spannend en ontroerend. Het script geeft gelukkig voldoende aanleiding om dat te kunnen doen. Dominic: En daar helpen de liedjes van Mariken Jonkman ook bij. Mariken schrijft kinderboeken en heeft geschreven en gezongen in Diadeem. Zij weet op een mooie manier liedjes toe te voegen aan de voorstelling die de sfeer versterken. En die De Hond? Dominic: Tja, die De Hond. Ik wil er niet teveel over verklappen, maar het boek over IJe, geschreven door Rink van der Velde, is getiteld ‘De hond zal om je huilen’ en de film van Pieter Verhoef heette ‘Het teken van het beest’. IJe was spiritist en occultist en toen hij op een dag van zijn moeder hoorde dat er een hond de hele nacht had liggen janken, wist hij zeker dat er iets vreselijks te gebeuren stond. Vandaar. En verder is De Hond bij ons in de voorstelling ook een dominee met verstand van peilingen en percentages. En daarna? Willen jullie volgend jaar weer opnieuw? Dominic: Het speelt wel in het achterhoofd. Stel dat deze voorstelling inderdaad succesvol is en voldoet aan de behoefte van ouders om met hun kinderen met Kerst naar het theater te gaan, waarom dan niet proberen de traditie te herstellen en ook volgend jaar een mooie Kerstvoorstelling te maken? ‘Lutje IJe en De Hond’ gaat op 22 december in premiére in het Prinsentheater. Het is een familievoorstelling voor ouders met kinderen vanaf acht jaar. De voorstelling speelt de hele kerstvakantie, door de week ’s avonds en in het weekend ’s middags. Alle voorstellingen worden in het Prinsentheater gespeeld, behalve de laatste twee, op vijf januari in Assen in theater De Schalm.

7


Toneel is kennelijk voor de toneelmakers belangrijker om te maken dan dat er mensen naar komen kijken.

8

De vraag waarom zijn wij op aarde is van een andere orde dan de vraag waarom zijn de theaters leeg. Maar toch. Toneel is kennelijk voor de toneelmakers belangrijker om te maken dan dat er mensen naar komen kijken. Het blijft jammer om in een halfgevuld zaaltje te zitten kijken naar spelers die een forse tijdsinvestering achter de rug hebben om er iets moois van te maken. Al moesten we er deze keer, om dat moois te zien, wel een beetje inkomen, want het spel kwam traag op gang. De houthakker nam alle tijd (twintig jaar) in zijn gebed tot God om een gebraden kalkoen. Pas toen hij zijn kalkoen in bezit had kwam er leven in het Hek. Want de houthakker wilde eigenlijk zijn kalkoen het liefst helemaal zelf opeten. Daar kreeg hij de kans niet voor, want er waren nogal wat kapers op de kust van diverse pluimage. Allemaal wilden ze delen in de winst. Ook de dood komt zijn deel opeisen. Met de dood valt dit keer prettig te onderhandelen. Niks geen Holleeder toestanden, van als ík niet krijg dan laat ik jóu een kopje kleiner . . . Gewoon een zakelijke overeenkomst, de houthakker en de dood gaan de buit delen. Zolang de houthakker de dood geen hand geeft, zal hem niks gebeuren. En bovendien krijgt hij een geneeskrachtig drankje. Dat geeft de houthakker veel macht, want hij kan nu doodzieke mensen redden. Heerlijk zou je zeggen. De macht om mensen voor de dood weg te slepen en er niet speciaal iets voor te vragen. De Hofdokter is daar nogal jaloers op. ‘Een kwakzalver, iemand die mensen geneest zonder er geld voor te vragen.’ Zelfs het babyprinsje van de Koningin weet de houthakker te redden. Hij heeft succes en wordt alom gerespecteerd. Bij een nieuwe ontmoeting wordt het blijde handen schudden met de dood hem fataal. De makers hebben een degelijk sprookje in elkaar getimmerd. Alles erop en eraan. Mooie kostuums en functioneel bordkartonnen rekwisieten en panelen. Hoewel de ondersteunende muziek trefzeker is, is het ook een beetje saai. Het valt dan ook een beetje tegen dat er geen life muziek en vooral a capella zang te bewonderen is, wat toch de specialiteit was van de voorloper van Goesting, Marot. Eigenlijk komt er bij de entree van de grappige maar ook gevaarlijke hofdokter dynamiek in het spel. Vooral in contrast met de bedaarde houthakker. De ingrediënten van dit sprookje zoals jaloezie, macht, hebzucht, goed en kwaad komen dan tot volle wasdom.

gezien

Van honger en een gebraden kalkoen

Theatergroep Goesting Kalkoen voor de dood Regie: Saskia Jeulink Het Hek v/d Dam – Ekehaar 13-10-07


n rondje langs diverse zomerse theatervelden

Een rondje langs diverse zome

Ze noemen het ‘een absurd sprookje voor volwassenen’. Ik zou zeggen een sprookje voor het hele gezin. Trouwens geschreven en uitgegeven onder een andere naam. Door wie? Dat kan ik niet zeggen want dat laat het budget niet toe. Het blijft een moeilijk dilemma: de auteur niet betalen om het stuk te kunnen opvoeren. Eigenlijk zou je bij elke opvoering standaard volledige subsidie moeten krijgen voor de auteursrechten. Jan Dol

9

De Kunst van het Improviseren

Over theatersport en andere vormen van improvisatie theater Improvisatietheater is de laatste jaren behoorlijk populair geworden in Nederland. Televisieprogramma’s als ‘De Lama’s’ en ‘De Vloer Op’ trekken grote aantallen kijkers. Overal zie je groepen ontstaan die zich met deze vorm van toneelspelen bezig houden. In dit artikel gaan we op zoek naar de herkomst en de verschillende variaties van improvisatietheater. We praten met Harm Jan en Willeke Doornbos, beiden lid van het impro-collectief Sub Rosa uit Groningen. Daarnaast zijn ze trainer bij theatersportvereniging Ulteam. Hoe is het improvisatietheater zoals we dat nu kennen eigenlijk ontstaan? De meeste mensen kennen improvisatietheater onder de naam Theatersport, de meest gespeelde vorm van impro, over de hele wereld, ook in Groningen. Theatersport is bedacht en ontwikkeld door de Canadees Keith Johnstone. Hij wilde in het theater graag hetzelfde enthousiasme van het publiek als een ‘echte’sportwedstrijd. Zo ontwikkelde hij een vorm van improvisatietheater die beide elementen, theater en sport, in zich had.


iverse zomerse theatervelden

10

n rondje langs diverse zomerse theatervelden

En wat gebeurt er tijdens een avond Theatersport? Wat maak ik mee? In plaats van een voorstelling die van te voren gerepeteerd is, zie je als publiek een improvisatiewedstrijd. Twee teams van vier personen strijden tegen elkaar. Ze doen hun best om de mooiste, grappigste, spannendste of verdrietigste scènes te spelen. De inhoud van die scènes wordt bepaald door het publiek, dat gevraagd wordt een voorwerp te noemen, of een plek waar het zich af moet spelen, de relatie tussen de personages, een muziekgenre om de sfeer aan te geven. Met die gegevens moet de spelers ter plekke een scènes improviseren. Kern van theatersport is dat spelers nooit weten wat er komt. Alles moet ter plekke bedacht worden. En het sportelement zit ’m in de twee teams die spelen? Ja, de scènes worden namelijk beoordeeld door een jury, de zogenaamde rechters. Zij geven punten aan beide scènes. Maar het publiek kan dan weer laten zien dat ze het niet met de jury eens door ze met natte sponzen te bekogelen. En het publiek kan ook stemmen welke van de twee scènes zij het leukst vonden. Daarnaast kunnen toeschouwers tijdens de scènes rozen op het podium gooien, als ze vinden dat daar iets heel bijzonders gebeurt. En aan het eind van de avond heeft het team met de meeste punten dan gewonnen. Maar Theatersport is niet de enige vorm van improvisatietheater. Er zijn meerdere. Ik begrijp dat jullie bij Sub Rosa andere vormen beoefenen. Zoals? Dan moeten we eerst even zeggen dat Sub Rosa een collectief is van ervaren improvisatoren. De leden spelen allemaal ook bij andere improvisatieverenigingen. Een mooi voorbeeld van wat wij doen is de Monologisch. Dat is een zogenaamde longform, ofwel een lange vorm. Aan het begin wordt aan het publiek een thema gevraagd. Bijvoorbeeld ‘liefde’, of ‘een onvervuld verlangen’; laatste keer was het ‘op reis gaan’. De Monologisch wordt gespeeld door vier tot vijf spelers. De structuur is als volgt: Speler begint met zijn monoloog; deze wordt op een gegeven moment onderbroken, dat wil zeggen dat ergens anders op het podium de eerste scènes begint die voortkomt uit die monoloog. De monoloog sterft weg. De eerste scènes vloeit op zijn beurt dan weer over in monoloog 2; vervolgens scènes 2, monoloog 3 en scènes 3. Dat is in zijn geheel de eerste ‘ronde’. En in totaal zijn er dan 3 van dat soort rondes. Wat is er leuker of waardevoller aan zo’n andere vorm van improviseren? Het gevaar van theatersport is dat soms meer om de sport lijkt te gaan dan om het theater dat moet onstaan. Sommige spelers willen te snel en te gemakkelijk scoren. Daar


b Squad Gob Squad Gob Squad Gob Squad Gob Squad Gob Squad Gob Squ

Foto’s; Koos Meijering, 17 februari 2007, Huis de Beurs tijdens de theatersport wedstrijd van Sub Rosa & Fluffy Suicie Bunnies,

Meer informatie: www.ulteam.nl. www.primo-impro.nl gaat het volgens ons niet om. Daar ging het Keith Johnstone ook niet om. Waar gaat het volgens jullie dan wel om? Wat is de kern van improvisatietheater? De kern is eigenlijk het kwetsbaar durven zijn. Samen scènes en verhalen maken vanuit het niets vraagt vertrouwen van elkaar. Dat moet je leren. Tijdens onze trainingsavonden doen we allerlei oefeningen daarvoor. Zoals het leren accepteren van je eerste impuls. En het aanvaarden dat wat de ander zegt waar is. En niet denken maar doen. Dat soort dingen. Wat moet er gebeuren om het improvisatietheater nog beter te maken? Mensen goed opleiden. Dat is de basis. Goede cursussen organiseren, maar ook workshops met ervaren trainers. Die zitten vaak in het westen en in het buitenland. Die zou je regelmatig hierheen moeten halen. Dan leer je namelijk steeds nieuwe dingen. Dat houdt je ook kwetsbaar.

Zwarte molens zetten wieken op scherp

2007 is het jaar van de molens. Molens zijn markante herinneringen aan het verleden. In 1407 werd de eerste poldermolen gebouwd. Een goede reden om 600 jaar na dato het ‘jaar van de molens’ te vieren. Zeker gezien het achterstallige onderhoud en de dalende overheidssteun. Er is geld nodig. Vandaar een actie. Ter gelegenheid van dit molenjaar zijn in juni van dit jaar een reeks voorstellingen van ‘Klucht van de Molenaar’ bij diverse molens gespeeld. Stichting Kronkels door Fivelingo vroeg meesterverteller Erik van Dort een hoorspel te maken van ‘Meester van de zwarte molen’. Te spelen in molens of op scholen. Doelgroep: 7 en 8 van het basisonderwijs en klas 1 en 2 van het voortgezet onderwijs. Een uur durende voorstelling met speciale geluidseffecten (uit zes boxen rondom), met de stemmen van o.a Joost Prinsen en Peter Faber. Speelperiode van april tot october ’07 waren steeds volgeboekt. Daarom een reprise van april tot october 2008.

11


Mede door dit succes van ‘De Zwarte Molen’ zijn de molenaars van de Groninger molens enthousiast geworden. Met liefde stonden zij hun molen af voor nog een andere versie van ‘De Zwarte Molen’, voor volwassenen. Een gelegenheidsgezelschap van jongeren en Regisseur Philippien Bos. Alle boeken van de Duitse kinderboekenschrijver Otfried Preussler zijn min of meer gebaseerd op bestaande oude verhalen, sprookjes en sagen. Zijn hoofdpersonen zijn vaak fantasiefiguren zoals spoken of heksen. Voor jongere kinderen schrijft hij vriendelijke, grappige verhalen die altijd goed aflopen. Zijn boeken voor oudere kinderen zijn griezeliger, beklemmender. De hoofdpersonen hier moeten strijd leveren met machtige tegenstanders. Het zijn uiteindelijk de goede karaktereigenschappen - behulpzaamheid, doorzettingsvermogen – van de hoofdpersonen, die zorgen voor de overwinning. Ook Krabat moet het opnemen tegen een machtige tegenstander. Hij is verzeild geraakt in een soort molenaarsleerlingen sekte, compleet met wrede molenaar. Het spookt daar, rare rituelen en keihard werken. Niks voor hem. Maar vluchten kan niet meer. De molenaar heeft iedereen in een ijzeren greep. Elke poging tot vluchten moet men met de dood bekopen. Toch gaat hij de confrontatie aan. Met hulp van een paar aardige en slimme mensen daar weet hij de molenaar te verslaan. Locatietheater in optima forma. Het stuk lijkt geknipt voor in een molen. Maar dat is de verdienste van regie, vormgeving, muziek en geluid. Regie is zeer fantasievol. De kleine ruimte op de eerste verdieping lijkt een beperking. Maar het tegendeel is waar. De vele scènes en op - en afgangen lopen soepel in elkaar over. De teksten krijgen een mooie ondersteuning van muziek en geluid. En de jeugdige spelers spelen het spel symphatiek, naturel en overtuigend. Een veelbelovend gezelschapje. Jan Dol Voor meer informatie over activiteiten in 2007: www.jaarvandemolens.nl Informatie over hoorspel Erik van Dort: info@vertellus.nl

‘De Zwarte Molen’ gezien

stuk het 12

‘De Meester van de Zwarte Molen’ speelt zich af diep in de donkere bossen van de Bohemen. Door een mysterieuze kracht wordt Krabat naar de zwarte molen gedreven. In de molen gebeuren merkwaardige dingen. Twaalf knechten ofwel twaalf leerlingen heeft de molenaar. Weglopen kunnen ze niet, want de toverkunsten van de meester zorgen ervoor dat ze steeds weer naar de molen worden teruggeleid. Krabat vlucht niet, maar kiest een andere weg, gesteund door de liefde van een meisje. Uiteindelijk overwint het goede het kwade.

Opdrachtgever: Stichting Kronkels door Fivelingo naar Otfried Preussler Bewerking: Philippien Bos en Bas Zuyderland Regie: Philippien Bos Molen De Leeuw, Zeerijp 28-09-07 Verder in de Widde Meul’nTen Boer; Adam-Delfzijl; De Stormvogel- Loppersum; Aeolus-Farmsum


over dingen die er toe doen Zingen over dingen die er toe doen Zingen o

13

Waar kan ik informatie vinden over voorstellingen en manifestaties? In ‘Blick’ is geen agenda opgenomen. Voor informatie over voorstellingen, uitvoeringen en manifestaties in stad en provincie kunt u terecht op verschillende websites: www.blickmagazine.nl www.gca-nvagroningen.nl (Groninger Centrum voor Amateurtheater) www.kolderenko.nl www.groningeruitburo.nl www.regionalecultuurplannen.nl


“Dit theater te gek!” roept Wessel AS GRAS GRAS GRAS isGRAS GRAS GRAS GRAS GRAS GRAS GRAS GRAS GRAS GRAS

Het Circus strijkt neer in Tilburg Gehts Gutt

14

“In Tilburg valt meer te beleven dan je denkt!”, is de leus waarmee de VVV haar stad aan de toeristen probeert te verkopen. Van 4 tot en met 7 oktober was dat in ieder geval een waarheid al een koe voor liefhebbers van amateurtheater, omdat de Theater4Daagse dat weekend haar intrek had genomen in de stad. Tientallen voorstellingen en performances waren er te zien; in theaters, op bijzondere locaties en op straat. De voorstelling ‘Circus Sjaak Spier’ van Jeugdtheaterschool Groningen is ook voor het festival geselecteerd. Samen met zes andere voorstellingen dingt de groep mee naar de Arend Hauer Prijs, de prijs voor de beste amateurvoorstelling van het seizoen. Blick ging mee om te kijken hoe het de groep verging. “Er gaat tenslotte niets boven...” Precies. De zeven geselecteerde groepen spelen hun voorstelling allemaal een keer, en zondagmiddag is (als laatste) de Jeugdtheaterschool aan de beurt. Een aantal spelers is op vrijdag al naar het festival gekomen, om sfeer te proeven en natuurlijk zoveel mogelijk van de ‘concurrenten’ met eigen ogen te kunnen zien. De meningen zijn verdeeld, de voorstellingen zijn bijna niet met elkaar te vergelijken; dat wordt nog een hele kluif voor de jury. In de kleedkamers van theater De Nwe Vorst is op zondagochtend de groep druk bezig met schminken en omkleden. Het circus bestaat naast de gezusters Spier en de muzikant uit twee apen, een leeuw, een beer, en een luipaard, en dat vergt de nodige voorbereiding achter de schminktafel. Vanaf ’s ochtends vroeg is ook de techniek al bezig met het neerzetten van het decor en het inhangen van het licht. “Dit theater is te gek!” roept Wessel, de technicus van de Jeugdtheaterschool. Het theater is na een grondige verbouwing in september weer geopend, en beschikt nu naast een glimmende foyer, ook over een theaterzaal met loopbruggen voor de techniek. “Hartstikke handig!” aldus Wessel. De spelers van Sjaak Spier zijn tot hun eigen verbazing zenuwachtiger dan tijdens de voorstellingen in het Prinsentheater in Groningen. Het theater is groter dan ze gewend zijn, er is veel onbekend publiek en het gaat nu ten slotte om een echte prijs... Maar eenmaal aan het spelen is er van die zenuwen niks meer te merken. Ze bespelen de zaal alsof ze er al jaren staan en weten het publiek moeiteloos mee te nemen in de vrolijke wereld van het Circus. Uitgelaten gaan we met de spelers na de voorstelling naar de nabespreking met de jury. De jury heeft gekozen voor een losse manier van nabespreken wat goed werkt: ze kijken bijvoorbeeld naar het Grote Geheim van de voorstelling (‘Die was er niet’), de Gemiste Kans (‘De pauze’) en het Ontroerendste Moment (‘Het lied van de moeder’). Aan de hand van die punten ontstaat er een gesprek met de spelers en de regisseur, en wordt er gepraat over ieders ervaringen. De jury was erg positief, zou de JTS kans maken op de prijs...?


GRAS GRAS GRAS GRAS GRAS GRAS GRAS GRAS GRAS GRAS GRAS GRAS GRAS GRA

Lang hoeven we niet te wachten. De jury heeft een aantal prijzen uit te reiken. De Arend Hauer Prijs gaat naar de groep ‘Wild Vreemd’ uit Utrecht, maar de Jeugdtheaterschool gaat niet onbekroond naar huis. Majd Mardo krijgt de prijs voor Aanstormend Talent voor zijn vertolking van een van de apen en de manier waarop hij contact maakt met het publiek. Een mooie opsteker voor de Jeugdtheaterschool Groningen in het algemeen en Majd in het bijzonder! Nynke Oele

15

Circus Sjaak Spier

foto’s; Jeroen van Krimpen en Marijke van Eijk


voor de Kunsten De Passie voor de Kunsten De Passie voor de Kunsten De Passi Gezocht: Duizendpoot

OPLEIDING PRODUCTIELEIDER

Bij het produceren van een theatervoorstelling spelen vele artistieke, maar ook steeds meer zakelijke en organisatorische aspecten een rol.

16

gezoch t duizen dpoot

Er is behoefte aan veel deskundigheid en vaardigheden, als het even verenigd in één persoon, het beroemde schaap met de vijf poten. Verstand hebben van theater, de taal spreken van het podium, van de regisseur en spelers, kennis van financiën, kunnen regelen en organiseren en een grote mate van sociale vaardigheden zijn belangrijke kwalificaties van een goede productieleider. Vaak zijn deze duizendpoten echter ‘toevalligen’, bekenden uit de omgeving van de spelers, familie en soms een doorVoor m gegroeide autodidact. e Of mail er informatie :w naar: n Naarmate verenigingen en gezelschappen uit de amaynke.o ww.theaterw ele e teurwereld grotere, ingewikkelder voorstellingen en Bellen @theaterwe rkplaatsgron inge k r a kp n: 050 projecten maken, waarbij de zakelijke belangen groei85071 laatsgroninge n.nl 50 n.nl en, neemt de behoefte aan de deskundigheid van de productieleider toe. Daarom biedt de Theaterwerkplaats de Prins van Groningen vanaf februari 2008 een opleiding aan tot productieleider. In het programma zijn modules opgenomen over de juridische, financiële, fiscale en inhoudelijke aspecten van het produceren. Ook wordt er aandacht besteed aan het organiseren, plannen, de marketing en pr en de sociale rol van de productieleider. Een stage is onderdeel van de opleiding.


Amateurtheater is niet alleen in het plaatselijke buurthuis te vinden, maar ook steeds meer op internet. In Blick bespreekt Nynke Oele de websites van verenigingen, voorstellingen en regisseurs in Stad en Ommeland.

LINKS

Heeft u ook een leuke link voor Blick? Laat het me weten via info@blickmagazine.nl

17

Het Theater Instituut Nederland (TIN) heeft, een tijdje geleden alweer, zijn site vernieuwd. Hij is nu toegankelijker geworden en het is makkelijker om te navigeren. Weliswaar richt het TIN zich uitsluitend op het professionele theater, maar de site kan ook zeer behulpzaam zijn voor makers van amateurtheater. Vandaar dat er in deze Links wordt ingezoomd op www.theaterinstituut.nl “De databank en catalogus van Theater Instituut Nederland biedt online toegang tot 65.000 titels van voorstellingen, 140.000 beschrijvingen en afbeeldingen van materialen uit onze collecties en 2300 adressen (ook weblinks) van professionele theaterinstellingen,” zo valt te lezen op de site. Daarnaast hebben ze ook een uitgebreide collectie aan eigen publicaties die via de site te bestellen zijn. Denk bijvoorbeeld aan de DVD box van Ko van Dijk of het boek ‘Licht als leidraad’ over Frits Lensveld. Jan Boland beschrijft in deze Blick de tentoonstelling in Assen over deze decorontwerper. Die tentoonstelling is niet meer te zien, maar u kunt wel de website van het Theater Instituut er nog eens op naslaan of het boek bestellen. Ook is er een handige Theaterwebwijzer met links naar theaters, gezelschappen, productiehuizen, fondsen en andere overheidsinstellingen in Nederland. Het TIN organiseert ook regelmatig lezingen, workshops en discussies, veelal in Amsterdam maar ook in de rest van het land. Dit staat allemaal aangekondigd op de activiteitenagenda van de site. Kortom; een bron aan informatie!ww


n een toneel repetitie Impressie van een toneel repetitie Impressie van een toneel repetitie im

Impressie van een toneel repetitie

(Klaas, Dorien, Joleen en Geert druppelen binnen) Goedenavond ... oh ... nog niemand (gaat koffie halen) Dorien (op) Klaas! Klaas Dorien! (gaat De Kampioen lezen) Dorien Koffie? (gaat verder met de koffie) Klaas Hmm! Joleen (op) Dorien, Klaas! Marga komt niet. ‘n verjaardag (telefoon Joleen) Joleen Ja... Klaas Verjaardag? Dorien Ik haar rol overnemen! Joleen ... even ver weg ... (pakt kaart Puerto Rico erbij) Klaas Geert? Dorien Zag hem gisteren. Zei niks (schenkt koffie in) Moeder in verpleeghuis. Klaas Hmm! (blijft lezen) Dorien (serveert koekje) Klaas Hmm! Dorien (laat koekje vallen in koffie) Klaas Ahjjj! Dorien Ehhh! (gaat vlekken schoonmaken) Joleen (rommelt met de kaart) ...heerlijk... Porto Rico... Dorien Puerto Rico. Joleen Puerto. Klaas Wat Rico? Geert (op) Hallo. Laat! Geen Rudolf. Heeft dienst. Koffie hmm! Klaas Zullen we dan maar... (gaat decorstukken klaarzetten) Geert Druk. Druk om tekst te leren. Dorien Wil wel souffleren (Geeft Geert koffie) Geert Hmm! Kijk, sms’je. Moet zo even bellen Klaas Rol van Rudolf? Klaas (op)

18

Geert Klaas

Joleen Geert Joleen

Geert Joleen Klaas Joleen Geert Dorien Geert

Geert Klaas Joleen Dorien

Geert Joleen Geert Klaas Dorien

Klaas

Neem ik erbij. Mèt boekje. Zullen we dan... (gaat verder met de decorstukken) (sluit telefoon) Tekst oh nog thuis. Druk vandaag. Heksenketel (geluid telefoon) ....Hai ...Rudolf komt niet? .... Dat zei ik al. Zei Geert al (sluit af) Zullen we ... (gaat verder met decorstukken) (pakt weer de kaart) Porto Puerto Rico. Super! Prachtig! Warm! Nog even hmm! (Dorien schenkt allen nog eens in) Hmm! Volgende week verhinderd. Zullen ... Hoe laat is het. Tegen tienen. (allen behalve Joleen pakken hun tekstboekje) Sta op tijd. Morgen vroeg. Wat zouden we doen? Tweede bedrijf? Laatste helft Eerste! Zulle ... Iemand fris of bier ... (gaat glazen etc. klaarzetten) (laat decorstuk kletteren).

Einde (Een oefening in minimalisme) Jan Dol


column column column column column column column column colu c

Stadsdichter Je kon niet zeggen dat-ie er verveeld bij zat. Rug recht, armen op het bureaublad, één vuist onder de kin: een gepimpte pose van De Denker, dat beeld van Rodin. Maar of hij me navenant serieus nam, wist ik niet. De stadsdichter hield spreekuur. Zijn bureau bevindt zich in een hoek op de tweede verdieping van de Openbare Bibliotheek. Recht boven hem zweeft een bord: stadsdichter. Vóór het bureau twee stoelen – mocht het stormlopen – en op de rand zo’n zwart conferentiebordje met witte letters: stadsdichter, om elke twijfel weg te nemen met wie we hier van doen hebben. ‘Dus u wilt poëtischer gaan leven? En waar dacht u aan?’ ‘Tja, ehhh, daarvoor kom ik juist bij ú,’ zei ik lichtelijk verbaasd. Tussen ons in lag een volgekrabbeld papiertje met een pen ernaast. De stadsdichter kwam uit zijn Rodinpose, schoof pen en papier opzij en leunde achterover. ‘U bent de eerste met die vraag. De meesten komen hier met hun prutgedichten waarover ik mijn mening moet geven. En dat moet natuurlijk opbouwende kritiek zijn, want ze weten donders goed dat ik hier op kosten van de gemeenschap zit. Koffie?’ In zijn kortstondige afwezigheid wilde ik op zijn papiertje kijken. Ik had het lef niet. Dat doe je op het spreekuur bij je huisarts ook niet. ‘Wat hier al niet langskomt. Laatst een dame met de vraag of ik wat met water heb. Ik zeg: “Water? Hoe bedoelt u?” “Nou, associatief,” zegt ze. Ik zeg: “Nee, dan heb ik meer op met andere vloeistoffen.” Zijn pretoogjes verraadden dat-ie niet op de koffie doelde, die even zijn stadsdichterlijke neus in condens hulde. ‘En onlangs nog een man die mijn hulp vroeg om zijn vriendin, en ik citeer, “oraal te verrassen”. Ik zeg: “Vérbaal, u bedoelt vérbaal.” Treffender kun je een slip of the tongue niet krijgen, dacht ik zo.’ Weer die pretoogjes. Stadsdichters kennen geen beroepsgeheim, vrees ik. Ik herinnerde hem aan mijn vraag hoe ik poëtischer kon leven. Hij pakte een blanco briefje en begon te glimlachen. ‘Ik schrijf een recept voor u uit. Lees dit, en uw vraag is beantwoord.’ Hij overhandigde het briefje. Granaatbloei. Apotheek Selexyz. Ik speelde het spel mee: ‘En wat is dat dan voor medicinaal kruid?’ ‘Mijn laatste dichtbundel.’ Tevreden met het consult stapte ik op. ‘Ik ben misschien wat nieuwsgierig,’ zei ik tot besluit, wijzend op het volgekrabbelde papiertje dat hij weer voor zich had gelegd, ‘maar bent u nu met een stadsgedicht bezig?’ ‘Nee, met het boodschappenlijstje voor het weekend.’ Hij zei het bloedserieus, één vuist onder de kin. Jim Rotteveel

19


Afwachting bij Afwachting van Sattar Kawoosh*

20

Ben ik het op wie je wacht? Altijd te laat, altijd op jacht. Je blik aan blauw teveel. Stilleven van een strijdtoneel. Het doek al haast gevallen. Zou ik de schepper zijn van je bestaan. Sta op! Ga weg! Ik laat je t贸ch niet gaan. Rense Sinkgraven (uit de bundel Bombloesem, Uitgeverij kleine Uil 2005)

* De in Bagdad geboren beeldend kunstenaar,Sattar Karwoosh, woont inmddels een aantal jaren in Nederland. Hij heeft al aan diverse tentoonstellingen in Nederland deelgenomen. Zijn werk kenmerkt zich door een po毛tisch kleurengebruik. Liefde is een belangrijk thema in zijn werk.


Theatergroep Goesting, Kalkoen voor de dood


Blick 2.2  

Blick is een tijdschrift voor amateurkunst in Groningen.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you