

![]()


Ik hou van ballonnen. Op de laatste manifestatie waarin ik meestapte – voor het Franstalige onderwijs –vulden ze kleurrijk de lucht boven Brussel. De sfeer was goed: veel gezinnen, veel leerlingen en studenten. De ballonnetjes die de politiek oplaat, zijn daarentegen niet goed – vooral niet voor de sérieux – en moeten dringend de lucht uit worden gehaald.
Al even hypocriet: minister Jan Jambon die dezelfde eventuele loonmarge via de commerciële aanbieders wil laten vloeien naar het aanvullend pensioen.
Als de bezorgdheid het pensioen is: zet dan in op het wettelijk pensioen. Als koopkracht de bezorgdheid is: laat dan vrije loononderhandelingen toe.
¬ Foto BIB
Wat serveert men eigenlijk op de nieuwjaarsrecepties van de partijen? Sammy Mahdi die aankondigt de hoogste pensioenen van Europa te willen, maar zijn partij laat meegaan in een akkoord dat onze pensioenen afbreekt – en ze waren al bij de laagste in Europa. Conner Rousseau die begonnen is om de index ten grave te dragen, en vervolgens mensen denkt te paaien met een netto koopkrachtpremie.
Ik zag een video passeren, tot zelfs in Terzake toe, waarin de draak wordt gestoken met btwtarieven die verschillen afhankelijk van het uur en de houdbaarheid van de aankoop. Straks haalt een bekende ondernemer het nog in zijn hoofd om zelf aan politiek te doen. We weten waartoe dat geleid heeft een continent verderop.
De dans die de politiek vandaag uitvoert, is niet mooi om zien. Maar met actie in

het straatbeeld en op de werkvloer blijven wij elkaar warm maken voor een andere choreografie. De regeringsmaatregelen doen mensen achteruitgaan, terwijl stappen voorwaarts en sociale vooruitgang mogelijk zijn. Richting meer gelijkheid. Richting haalbare loopbanen en een welverdiend en leefbaar pensioen. Richting een rechtvaardigere en herverdelende fiscaliteit en een warmmenselijke samenleving. Daarom: kom in beweging, op 12 maart in Brussel. Alleen zo zetten we de juiste koers in.
Ann Vermorgen, Voorzitter ACV
MIDDENVELD
NAAR GRONDWETTELIJK HOF
‘Nieuwe gezinsherenigingswet scheidt kinderen van ouders’
Vijfentwintig organisaties stappen naar het Grondwettelijk Hof tegen de nieuwe wet op gezinshereniging. Het recht op gezinshereniging is immers een mensenrecht, zegt het ACV.
De wet werd in juli goedgekeurd en trad al in augustus in werking. De hervorming maakt gezinshereniging voor veel gezinnen zo goed als onhaalbaar, aldus de organisaties, waaronder het ACV.
Zo moeten mensen met subsidiaire of tijdelijke bescherming twee jaar wachten voor ze een aanvraag tot gezinshereniging kunnen indienen. Bovendien geldt een inkomensvoorwaarde van minimaal 2.369,52 euro per maand, verhoogd met 236,95 euro per extra gezinslid. Erkende vluchtelingen moeten binnen de zes maanden een aanvraag indienen zonder bijkomende bewijsstukken, met slechts beperkte mogelijkheid om een onvolledig dossier later aan te vullen.
De nieuwe wet treft niet alleen mensen met een subsidiaire bescherming, maar ook arbeidsmigranten die legaal in België verblijven en werken. Voor hen vormt de verhoogde inkomensvoorwaarde een hoge drempel.
Met een vereiste van minstens 2.323 euro netto per maand, verhoogd per extra gezinslid, sluit de wet grote groepen mensen structureel uit van het recht op gezinsleven.
Expert migratie van het ACV Stefaan Peirsman: ‘Minister van Migratie Anneleen Van Bossuyt (NVA) wil vluchtelingen ontraden naar België te komen door hoge – en voor veel jonge mensen onhaalbare – loonvoorwaarden te koppelen aan de mogelijkheid tot gezinshereniging. Met als resultaat dat vluchtelingen soms jaren worden gescheiden van hun partner en kinderen. Dat gaat volledig in tegen internationale regels en ontneemt mensen de mogelijkheid om hun kinderen te zien opgroeien.’
‘De maatregel heeft ook een impact op arbeidsmigranten die een vergunning hebben en nuttig werk leveren op onze Belgische arbeidsmarkt. Zij kunnen hun familie niet meebrengen als ze niet aan de buitensporig strenge inkomensvoorwaarde voldoen. Dat zal vooral impact hebben op werknemers die komen werken in de zorg of andere knelpuntberoepen.’
Redactieadres Visie, PB 20, 1031 Brussel ¬ e-mail: info@visieredactie.be ¬ Lezersbrieven lezers@visieredactie.be ¬ Abonnementen www.visie.net/contact ¬ Verantwoordelijke uitgever Liesbeth De Winter ¬ Redactie Djorven Ariën, Simon Bellens, Nils De Neubourg, Dominic Zehnder, Lies Van der Auwera, Lieven Bax, Tinne Van Woensel, Rooni Theeboom, An-Sofie Bessemans, Rachel Michel, Hannah Wellens, Tom Vrancken ¬ Hoofdredactie Wim Troch ¬ Vormgeving Gevaert Graphics ¬ Druk Coldset Printing Partners ¬ Visie verschijnt maandelijks en is inbegrepen in het lidmaatschap van CM, ACV bouw - industrie & energie, ACV-CSC METEA, ACV-Transcom en ACV Voeding en Diensten ¬ De beschrijving van de CM-diensten en -voordelen in deze publicatie heeft enkel een informatieve waarde. Bij twijfel of betwisting gelden enkel de statuten van het ziekenfonds. Meer info: www.cm.be/statuten ¬








DEELTIJDS HUISHOUDHULP LIANE:
‘Ik neem pijnstillers en ontstekingsremmers.
Moet ik straks met de rollator gaan werken?’

De arizonaregering van premier Bart De Wever (N-VA) blies haar eerste kaarsje uit, maar veel reden om te feesten is er niet.
Voor 1,1 miljoen deeltijds werkenden ziet de toekomst er somber uit.
‘Jaren na de feiten worden nu de spelregels aangepast, terwijl ons toen is gezegd dat er geen gevolgen waren voor onze pensioenrechten.’
¬ Tekst Dominic Zehnder ¬ Foto Karolien Coenen
Sinds het aantreden van de regeringDe Wever komen tal van maatregelen op ons af die vooral werknemers treffen. Zo worden onder andere overuren en nachtwerk goedkoper voor werkgevers, wordt de concurrentie door flexijobs opgevoerd, stijgt de btw op allerlei
producten, wordt er gemorreld aan de index en staat een pensioenhervorming op til, die een groot deel van de werkende bevolking zal raken.
‘Het zijn voornamelijk vrouwen, oudere werknemers, mensen met zorgtaken of gezondheidsbeperkingen die vaker
deeltijds werken en de kop van jut zijn’, zegt ACVvoorzitter Ann Vermorgen.
‘Dat is bijzonder onrechtvaardig. Deeltijds werk is in veel gevallen geen keuze, maar een noodzaak. Daarnaast zijn in de zorg en welzijnssectoren, dienstencheques en horeca vaak zelfs geen voltijdse banen te vinden, of zijn ze niet werkbaar op lange termijn.’
Uit cijfers van statistiekbureau Statbel blijkt dat in 2024 meer dan een kwart van de Belgische werknemers deeltijds werkte. Van die groep geeft een op de vijf aan voor deeltijds werk te kiezen om te kunnen zorgen voor kinderen of naasten, 18,1 procent zegt dat hun baan niet voltijds wordt aangeboden en een op de twintig werknemers vindt geen voltijds werk.

‘Ik combineerde twintig jaar lang de mantelzorg voor mijn schoonmoeder en de zorg voor mijn kinderen met een deeltijdse baan in de horeca. Voltijds werken was geen optie. Na mijn scheiding wilde ik mijn droom verwezenlijken om bij de politie te werken. Twee schouderoperaties deden me mijn droom opbergen. De revalidatie heeft drie jaar geduurd. Mijn werkgever heeft me toen ontslagen wegens medische overmacht.’
‘Sinds 2014 werk ik 35 uur per week als huishoudhulp. Dat is enorm belastend. Ik moet dagelijks pijnstillers en ontstekingsremmers nemen, naast regelmatige kinebezoeken. Mijn polsen en bovenarmen zijn op. Door de nieuwe regels kom ik niet in aanmerking voor het vervroegd pensioen en zou ik door de pensioenmalus getroffen worden. Daarom ga ik deze zomer vroeger dan ik had gewild met pensioen. Maar nog zes jaar werken is onmogelijk. Of wil de regering mij met mijn rollator huizen laten schoonmaken?’
Nog een deel werkt om gezondheidsredenen deeltijds.
Onrechtvaardige pensioenhervorming
Vooral de pensioenhervorming viseert deeltijdse werknemers. Op pensioen gaan voor de wettelijke pensioenleeftijd van 67 wordt voor velen een pak moeilijker. Zelfs voor wie voldoende jaren gewerkt heeft. Vanaf 1 januari 2027 zouden immers alleen nog jaren meetellen waarin je minstens 156 dagen gewerkt hebt. Dat wil zeggen dat je minstens halftijds moet werken, over het hele jaar genomen, zonder onderbreking door werkloosheid of periodes zonder loon. Vanaf 60 zou je met 44 loopbaanjaren vervroegd pensioen kunnen nemen.
Maar ook op 63 moet je nog steeds 42 jaren kunnen bewijzen.
Vandaag telt een loopbaanjaar na 104 dagen. Dat stemt overeen met het wettelijke minimum waaraan een reguliere arbeidsovereenkomst moet voldoen, namelijk een derde van een wekelijkse voltijdse arbeidsduur, uitgerekend over een jaar. ‘Maar nu zien we dat de regering de voorwaarde voor een loopbaanjaar aan de ene kant optrekt en aan de andere kant komaf maakt met die minimale arbeidstijd van contracten. Vroeger bouwde iedereen gelijkmatig rechten op. Nu zal een groep werknemers niets opbouwen voor hun vervroegd pensioen. Het negatieve effect van de hervorming op deeltijds werkenden zal enkel nog toenemen’, aldus Vermorgen.
Deeltijdse werknemers die desondanks vroeger met pensioen willen, omdat hun gezondheidstoestand achteruitgaat of omdat ze al een lange loopbaan hebben, lopen nog eens een verhoogd risico op de pensioenmalus. Wie voor zijn 67 met pensioen wil, moet immers minstens 35 loopbaanjaren én 7.020 effectief gewerkte dagen voorleggen. Dat wil zeggen dat je 35 jaar lang minstens vier vijfde of meer gewerkt moet hebben om aan de malus te ontsnappen.
Zelfs wie voltijds gewerkt heeft, maar volgens de toenmalige regels tijdskrediet heeft opgenomen, kan voor een verrassing komen te staan. Hoewel dankzij vakbondsprotest periodes als tijdelijke werkloosheid en zorgverloven werden toegevoegd als gelijkgestelde dagen, blijkt uit een navraag van het ACV bij de Federale Pensioendienst dat deeltijds tijdskrediet tussen 2002 en 2011 niet meetelt voor de pensioenberekening. Uit cijfers van de RVA blijkt dat alleen in 2011 al bijna 128.000 werknemers deeltijds tijdskrediet hebben opgenomen, en dus nu getroffen worden. Ook in de jaren daarvoor gaat het telkens om meer dan honderdduizend werknemers per jaar.
‘Jaren na de feiten worden de spelregels aangepast, terwijl mensen toen wel is gezegd dat er geen gevolgen waren op vlak van pensioenrechten. Daarmee straf je mensen op het einde van hun loopbaan, terwijl zij er niets meer aan kunnen veranderen’, stelt ACVvoorzitter Ann Vermorgen. ‘De redelijkheid in dit dossier is ver zoek. We dringen er op aan dat periodes van deeltijds tijdskrediet gelijkgesteld worden.’
1.
PODCAST
Van de ‘Jodenpakker’ tot Sky ECC
De podcast De kunst van het verdwijnen, waarin Bart Van Nuffelen en Lucas Derycke in opmerkelijke verhalen uit de Antwerpse diamantwijk duiken, heeft een tweede seizoen. Ze steken de oceaan over en landen op Amerikaanse bodem, waar ze losse verhaaleindjes weer oppikken maar evengoed nieuwe verhalen sprokkelen.

‘Meer personen met verhoogde tegemoetkoming, maar niet door misbruik’
Na een aanval van Anders (voorheen Open vld) en NVA tegen de manier waarop een verhoogde tegemoetkoming wordt toegekend, wil minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) de toegang ertoe beperken.
Te beluisteren op VRT Max of je favoriete podcastplatform
2.
JEUGDCINEMA
Een week lang filmplezier
Krokusvakantie? Dat betekent traditiegetrouw een volle week filmplezier voor jonge kijkers met het Jeugdfilmfestival, in Antwerpen, Brugge en tal van andere locaties. Ambassadeurs Manu van Acker en Nona ’t Jolle zullen het festival plechtig openen met de animatiefilm Miss Moxy. De hele krokusvakantie zijn er films, workshops en veel meer.

~ www.jeugdfilmfestivalantwerpen.be
De verhoogde tegemoetkoming zorgt voor een hogere terugbetaling van medische kosten. Het aantal Belgen met een verhoogde tegemoetkoming steeg sinds 2020 tot 2,4 miljoen, maar volgens CMvoorzitter Luc Van Gorp heeft het merendeel van hen daar sowieso recht op. ‘Sinds 2024 onderzoeken we voor alleenstaanden en eenoudergezinnen die langdurig werkloos of langdurig ziek zijn automatisch of ze recht hadden op
een verhoogde tegemoetkoming. Dat doen we om administratieve drempels voor die kwetsbare groep mensen weg te werken. Die vereenvoudiging wil men nu afschaffen.
Het afschaffen van het automatische inkomensonderzoek voor bepaalde groepen mensen werpt volgens CM opnieuw drempels op en vergroot zo zorguitstel uit angst voor kosten. Dat valt uiteindelijk duurder uit voor de gezondheidszorg. CM benadrukt dat de verhoogde tegemoetkoming geen hangmat is: inkomens worden jaarlijks gecontroleerd, de gezinssamenstellingen zelfs dagelijks. De grootste stijging zit bij mensen met een leefloon, die al lang recht hebben op het voordeel.
Onthaalouders worden extra hard geraakt door de nieuwe pensioenmaatregelen. Onthaalouders werken vaak in een uitzonderlijk statuut: het suigenerisstatuut. Dat geeft slechts beperkte sociale rechten. Het werd in 2003 in het leven geroepen om hun werkvoorwaarden te verbeteren.
Voor 2003 ontvingen ze slechts een onkostenvergoeding. Daardoor hadden ze geen toegang tot de sociale zekerheid. Pas sinds 2015 werd het via een proefproject voor een beperkt aantal onthaalouders mogelijk om daarin te stappen. Toch bleven heel wat onthaalouders in het suigenerisstatuut werken, wat hen zuur opbreekt bij hun pensioen.
In 2022 zorgde een nieuw wetsvoorstel van Nahima Lanjri (CD&V) voor een eerste rechtzetting, waarbij de jaren na 2003 zwaarder zouden doorwegen. Let wel: voor de uiteindelijke berekening van hun loopbaanjaren gelden de normale regels en tellen enkel de effectief gewerkte jaren na 2003 als onthaalouder mee.
‘Vervroegd pensioen is voor onthaalouders vandaag geen optie’, stelt Nathalie Winters van ACV Puls. ‘Dit is zwaar werk dat moeilijk vol te houden is tot 67 jaar. Hun statuut bestaat pas sinds 2003, waardoor ze nooit aan de vereiste 42 loopbaanjaren raken om vanaf 63 jaar vervroegd wettelijk pensioen te kunnen nemen. We willen dan ook een rechtzetting.’

Medicijnen redden levens’, zei mijn oncoloog. ‘Sport ook’, zei ik hem. Alleen: het wordt onvoldoende gepromoot in de ziekenhuizen.
¬ INGE VAN MEENSEL
Sporzajournalist Inge Van Meensel blikt in Humo terug op de diagnose borstkanker die ze in het voorjaar van 2023 kreeg.

Rechter geeft vader gelijk in zaak rond ontslag tijdens ouderschapsverlof
Een vader die door zijn werkgever werd ontslagen tijdens zijn ouderschapsverlof, heeft klacht ingediend wegens discriminatie. Hij kreeg gelijk van de Brusselse arbeidsrechtbank. Als werknemer ben je immers beschermd tegen ontslag tijdens je ouderschapsverlof.
Volgens Marte Billen van ACV Gender is dit een belangrijk precedent. ‘Mannen nemen nog steeds minder ouderschapsverlof op en ervaren regelmatig druk en stigmatisering op het werk wanneer zij dit wel doen.’
Ook Liesbet Stevens, adjunct directeur van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, vindt de uitspraak bemoedigend: ‘Vaders maken nog steeds maar 38 procent uit van wie ouderschapsverlof opneemt. Dit is een essentieel signaal om gewoontes en de mentaliteit te veranderen.’
Beide organisaties wijzen verder nog op financiële drempels. Hogere uitkeringen zouden gezinnen helpen om zorgtaken evenwichtiger te verdelen.
Dat bedrag maakt de Vlaamse regering vrij om de industrie in ons land te ondersteunen. Het ACV hoopt dat de industrie daarbij rekening houdt met duurzame arbeids en loonvoorwaarden.



BIO
PETER ADRIAENSSENS
• Kinder- en jeugdpsychiater
• Voormalig diensthoofd kinder- en jeugdpsychiatrie UZ Leuven
• Was in 2010 voorzitter van de parlementaire commissie rond seksueel misbruik in de Katholieke Kerk
• Auteur van onder meer De flexgeneratie
Op het moment dat we afspraken met psychiater Peter Adriaenssens verzamelden jongeren in heel Vlaanderen voor een schoolstaking tegen het beleid van minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA).
‘Met bewondering’ kijkt Adriaenssens naar de jongeren die opkomen voor hun rechten en in overleg durven te gaan. Die mildheid, mét optimisme, is de rode draad in zijn verhaal.
¬ Tekst Lies Van der Auwera ¬ Foto’s Maarten De Bouw
Een roestbak, dat is wat de gemiddelde volwassene onder de schedel heeft zitten, vindt Peter Adriaenssens. En dat botst weleens met het razendsnel ontwikkelende brein van de zogenaamde ‘flexgeneratie’. ‘Pas op 25 jaar is het brein volgroeid’, verheldert hij. ‘Voordien zou je beter een bordje Sorry, werken onder constructie aan jongeren hangen.’
U spreekt over de ‘flexgeneratie’, wat bedoelt u daarmee?
ADRIAENSSENS ¬ ‘De oudere generatie blijft denken vanuit het wereldbeeld zoals zij dat kenden. Behaal een diploma en je bent vertrokken, luidt hun advies. Maar in die wereld leven wij niet meer. Jongeren zijn beter aangepast aan de snel veranderende wereld. Veel volwassenen zijn bang van wat er gebeurt. Terwijl jongeren beseffen: er is niks meer voorspelbaar.’
‘Zij kijken meer in fragmenten naar hun toekomst. Onlangs had ik een gesprek met een jongen die zich verbaasde over het feit dat ik 35 jaar op dezelfde plek had gewerkt. Kon u dan echt niets anders vinden? Terwijl mijn generatie doorgaans loyaal was aan een werkgever.’
‘Op de werkvloer geeft dat soms wrijving. Jongeren komen hier alles leren en dan zijn ze weg, klinkt het. Maar de jonge generatie is minder bang voor verandering. Wie vandaag flexibel is, is beter gewapend tegen deze tijd. Daar kunnen volwassenen van leren.’
U raakte onlangs een gevoelige snaar met een potje spaghetti in de diepvries.
ADRIAENSSENS ¬ ‘Klopt. ( lacht) Mijn advies in De Afspraak was: Zie ze doodgraag, praat, en vries spaghettisaus in om vrienden te laten mee-eten. Dat fragment ging plots viraal. Samen eten is zo belangrijk, toch gebeurt dat steeds minder. Te veel tieners eten op hun kamer, voor een scherm. Terwijl samen eten een moment van vorming is in het gezin. Je discussieert, praat over school, de actualiteit … Je hoort waar je kinderen mee bezig zijn. Door je huis open te stellen, krijg je zicht op hoe je kind zich omringt. Zie dat je genoeg spaghettisaus in je diepvries hebt, werd zo in één klap een gouden advies.’
Je mag jongeren niet loslaten, zegt u.
ADRIAENSSENS ¬ ‘(Fel ) We moeten ons moeien! Ik pleit voor vasthoudend loslaten. Een kind moet weten: jij bent mijn zorg. Ik zal pas slapen als ik hoor dat je bent thuisgekomen.’
Vertelt de manier waarop we met kinderen omgaan, veel over de samenleving?
ADRIAENSSENS ¬ ‘Absoluut. De jeugd draagt eigenlijk de vlooien van deze tijd. We kijken vaak met een pessimistische blik naar jongeren en zijn bezorgd over dalende schoolresultaten, gewelddadige incidenten waar jongeren bij betrokken zijn, jonge
drugskoeriers … Iedere keer neigen we naar oplossingen die daar bijna lineair tegen ingaan. Strenger straffen. Meer jeugdgevangenissen. De lat hoger leggen in het onderwijs. Maar wil je die problemen aanpakken, dan moet je ook in gesprek gaan met de volwassenen. Wij ontkennen namelijk dat we met dubbele tong spreken.’
We grijpen amper in op de giftige industrie van techmiljardairs, terwijl zij mikken op de jeugd voor winstbejag.
¬ PETER ADRIAENSSENS
Denkt u daarbij aan onze omgang met smartphones en sociale media?
ADRIAENSSENS ¬ ‘Zeker. Volwassenen kunnen het zelf al niet meer uit hun handen houden, terwijl we jongeren een eenzijdig verbod willen opleggen. Bovendien grijpen we amper in op de giftige industrie van techmiljardairs. Terwijl we perfect weten dat ze doelbewust mikken op de jeugd voor eigen winstbejag.’
‘Hou het rechtvaardig. Je kunt niet eisen dat jongeren van hun telefoon afblijven, terwijl je de techgiganten de hand boven het hoofd blijft houden.’

Bent u daarom geen voorstander van het smartphoneverbod op school?
ADRIAENSSENS ¬ ‘Het is oneerlijk om de dialoog eenzijdig op jongeren te richten. Een smartphoneverbod is gewoon een machtsoptreden. In de voorbije jaren heb ik meerdere scholen gezien waar het debat tussen leerlingen en school gaande was. Op basis van overleg vond men een akkoord. We verbieden het, maar drie halve dagen per week mag je het wel gebruiken. Dan is de winst vele malen groter. Jongeren leren in debat gaan en volwassenen leren luisteren naar hun argumenten. In de meerderheid van de scholen kun je tot een akkoord komen op basis van dialoog.’
Met de mentale gezondheid van onze jongeren gaat het klaarblijkelijk erg slecht. Klopt dat?
ADRIAENSSENS ¬ ‘Een complex verhaal. Cijfers over mentale gezondheid bij jongeren zijn alarmerend.
Win het boek De flexgeneratie. Stuur voor 1 maart een mail naar lezers@visieredactie.be of een kaartje naar VISIE, Postbus 20, 1030 Brussel met je gegevens en het antwoord op de vraag ‘In welk ziekenhuis werkte Peter Adriaenssens?’
Praat met je kinderen over je eigen leven. Die verhalen kunnen hen helpen.
¬ PETER ADRIAENSSENS
Tegelijk hebben we geen cijfers uit het verleden om mee te vergelijken. Zou het kunnen dat wij vandaag gewoon te maken hebben met een transparantere generatie, die het zegt als het niet goed gaat? We schamen ons minder voor kwetsbaarheid.’
‘Er zijn altijd uitersten: mensen met een zware depressie, ernstige ADHD … hebben gespecialiseerde hulp nodig. Maar er is een vrij grote groep jongeren die tussen die uitersten in zit, waarin mentale kwetsbaarheid een fase is in hun ontwikkeling. De eerstelijnspsychologische zorg (waarbij jongeren voor één euro naar een geconventioneerde psycholoog kunnen, red.), vind ik dan ook een vooruitgang.’
‘Daarnaast is mijn advies: praat met je kinderen en kleinkinderen over je eigen leven. Veel volwassenen hebben nooit het levensverhaal meegekregen van hun ouders of grootouders. Zwijgen was de standaard. Die verhalen kunnen wij vandaag wel schenken. Dat helpt hen.’
De cijfers rond kinderarmoede blijven erg hoog: in Vlaanderen wordt 12,1 procent van de kinderen geboren in een kansarm gezin, in Brussel een op de drie. ADRIAENSSENS ¬ ‘Dat is een grote zorg. We weten dat armoede chronische stress creëert die inwerkt op de ontwikkeling van kinderen.’
‘Zo is het idee van gezonde maaltijden op school slechts symptoombestrijding, al kan het specifieke scholen echt wel helpen. Ze verbergen het fundamentele probleem. Je moet kansarmoede structureel aanpakken. Daarbij zijn een fatsoenlijke woonst, voeding en voldoende middelen van vitaal belang. Denk aan het kindergeld optrekken voor gezinnen in nood. Iedereen vindt kinderarmoede beschamend en wil er iets aan doen. Toch zijn weinigen bereid om in te leveren. Het mag niets kosten.’
We worden om de oren geslagen met pessimistische berichten. Maar in uw boek schudt u ons wakker met de plicht om hoopvol te zijn.
ADRIAENSSENS ¬ ‘Te veel jongeren horen van hun (groot)ouders: Ik hoop dat jij het nog goed zal hebben. Ze pikken die negatieve boodschappen sterk op. Hun hersenen zijn daar heel gevoelig voor. Dat leidt tot twijfel of studeren er nog wel toe doet. Terwijl we reikhalzend moeten uitkijken naar de volgende generatie. Zeg liever: We hebben nieuwe ideeën nodig voor het klimaat, het verkeer, de economie, vrede. Wij geloven te veel in continuïteit. Alles zou moeten blijven zoals het is of beter moeten worden. Sorry, misschien moet het wel eens ánders worden. Laat je niet doen door de volwassenen. Pubers, verras ons!’


Studietoelagen afnemen bij slechte resultaten vergroot de kans dat studenten onnodig afhaken. De maatregel gaat misbruik amper tegen, maar treft wel studenten voor wie een toelage het verschil maakt tussen kunnen blijven studeren of moeten stoppen.
Wie twee jaar na elkaar nauwelijks studievooruitgang boekt, moet sneller heroriënteren. Dat zit in een nieuw plan van Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (NVA). De Leuvense studentenkrant Veto legde bloot hoe een decreetontwerp studenten hun studietoelage wil ontnemen of zelfs wil laten terugbetalen. Het gaat om studenten die in hun eerste jaar voor geen enkel vak slagen en in het tweede jaar minder dan 30 procent van hun studiepunten behalen. Wat bedoeld is als ondersteuning om ongelijkheid aan te pakken, dreigt zo als een zware boete boven het hoofd van studenten te hangen.
Volgens Veto spreekt het kabinetDemir over een ‘denkoefening’ om misbruik tegen te gaan. Wie naar de cijfers kijkt, ziet vooral hoe
beperkt de groep is waarop de maatregel mikt. Vorig academiejaar kregen 71.547 studenten een studietoelage.
Van hen voldeden 1.319 studenten niet aan de opgelegde studie eisen. ‘Nauwelijks 1,8 procent’, zegt Wim Van Lancker, professor sociaal beleid aan de KU
Leuven. ‘De studietoelage biedt de nodige zekerheid en stabiliteit voor wie het minder breed heeft. Een betere investering is moeilijk te bedenken. Maar de voorgestelde maatregel staat daar haaks op.’
Studenten uit financieel kwetsbare gezinnen starten immers niet vanop dezelfde lijn. Ze combineren hun studie vaker met werk, of nemen zorg op binnen het gezin. Slechte resultaten zijn in die context zelden een kwestie van onwil. ‘Hun
materiële omstandigheden maken het moeilijker om goede studieresultaten te behalen’, aldus Van Lancker.
Dat is precies waarom studietoelagen bestaan. Ze moeten inkomenszekerheid en voorspelbaarheid bieden, zodat studenten zich op hun studie kunnen richten. Als die toelage afhankelijk wordt van onmiddellijke prestaties, verliest ze die beschermende functie en wordt ze een risico.
Van Lancker wijst erop dat financiële onzekerheid studenten doet afhaken. Wie weet dat een slecht jaar kan eindigen in terugbetaling of schulden, zal minder snel volhouden. Sommigen stoppen vroegtijdig, anderen durven de steun waar ze recht op hebben niet meer aan te vragen.

Wanneer
heb ik recht op gewaarborgd loon bij ziekte?
Werknemers die ziek worden, hebben in België doorgaans recht op gewaarborgd loon tijdens de eerste weken ziekte. Dat betekent dat je hetzelfde basisloon krijgt als wanneer je werkt. Je behoudt het recht op aanvullende voordelen zoals premies en gsm gebruik, maar niet op maaltijdcheques. Voor bedienden duurt het gewaarborgd loon 30 dagen, voor arbeiders één week en een bijkomende week waarin je van de werkgever een uitkering krijgt die ongeveer gelijk is aan je nettoloon.
Op die regel zijn er uitzonderingen. Zo hebben arbeiders en uitzendkrachten recht op het gewaarborgd loon als ze een maand onafgebroken in dienst zijn geweest. Voor bedienden geldt geen minimale wachttermijn. Enkel bij een tijdelijk contract van minder dan drie maanden, geldt dezelfde voorwaarde als bij arbeiders.
Herval je na je terugkeer naar werk in dezelfde ziekte? Dan geldt er sinds begin dit jaar een wachttijd van acht weken. Je werkgever moet je dus geen gewaarborgd loon betalen, als je opnieuw ziek wordt binnen die termijn en je het gewaarborgd loon reeds volledig hebt gekregen bij je eerdere ziekteperiode. Wie deeltijds het werk hervat, valt meteen terug op het ziekenfonds. Ook in de andere gevallen – na afloop van het gewaarborgd loon of wanneer je geen recht daarop hebt – kun je terecht bij je ziekenfonds.
www.hetacv.be/ziekte
Op hun strooptocht door de sociale zekerheid zijn N-VA en MR aanbeland bij de ziekenfondsen. Commerciële verzekeraars dromen al van een privatisering van de ziekteverzekering.
¬ Tekst Nils De Neubourg, Simon Bellens
Op de nieuwjaarsreceptie van de Franstalige liberalen zette MRvoorzitter GeorgesLouis Bouchez vol de aanval in op de ziekenfondsen. NVA diende dan weer een wetsvoorstel in om OCMW cliënten weg te houden van de ziekenfondsen. Het Laatste Nieuws maakte recent zelfs een weinig genuanceerde artikelreeks over ‘de miljarden van de ziekenfondsen’. De rol van de ziekenfondsen ligt meer dan ooit onder vuur.
Onvervalste stemmingmakerij, die vooral één agenda dient: een privatisering van de ziekteverzekering. Niet toevallig had de koepel van private verzekeraars Assuralia in Het Laatste Nieuws felle commentaar op de ziekenfondsen. Kritiek hoort bij een democratisch debat, vindt welvaartseconoom Erik Schokkaert. ‘Maar ik heb het gevoel dat er een agenda is tegen de

ziekenfondsen. Sommigen willen meer overheid, anderen meer vrije markt en private verzekeraars. Ik heb niet de indruk dat men ernstig heeft nagedacht over de gevolgen van die keuzes.’
CD&V en Vooruit reageerden fors tegen de aanval op de ziekenfondsen: ‘Wij weigeren terecht te komen in een Amerikaans model waarin iedereen zelf jaarlijks duizenden euro’s moet betalen voor een privéverzekering.’
Zodra winst een drijfveer wordt, dreigt het scenario dat verzekeraars cliënten met een hoger gezondheidsrisico weren.
¬ FREEK LOUCKX
Om te begrijpen waarom rechtse partijen en commerciële verzekeraars de ziekenfondsen vandaag bestoken, helpt het om te kijken naar hun oorsprong. De mutualiteiten begonnen in de 19de eeuw als een organische samenwerking, legt professor socialezekerheidsrecht Freek Louckx uit. ‘Organisaties brachten mensen bijeen om elkaar te helpen in ziekte en rampspoed. In een geest van solidariteit en zonder winstoogmerk. Dat onderscheidt ziekenfondsen fundamenteel van commerciële verzekeraars.’
Voor de ziekteverzekering betekent dat concreet dat jouw bijdragen niet afhangen van jouw individuele gezondheidsrisico. Wie bijvoorbeeld op
oudere leeftijd is, valt niet uit de boot. ‘Het is cruciaal dat je spelers hebt die zonder winstbejag opereren’, aldus Louckx. ‘Zodra winst een drijfveer wordt, dreigt het scenario dat verzekeraars cliënten met een hoger gezondheidsrisico weren. Dat maakt een ziekteverzekering minder toegankelijk of helemaal onbetaalbaar.’
Erik Schokkaert vraagt zich dan ook af of private verzekeraars de ziekteverzekering efficiënter zouden organiseren. ‘Sommige artsen vinden de ziekenfondsen vandaag te machtig en geloven dat private verzekeraars hen minder zouden controleren. Maar overal waar private verzekeraars actief zijn, zoals in Nederland, controleren ze nog strenger. Toch is het Nederlandse systeem niet goedkoper.’ Burgers moeten er zelf een private ziekteverzekering nemen.
NVA lijkt aan te sturen op een centralisering van de ziekteverzekering bij de overheid, naar voorbeeld van de National Health Service (NHS) in het Verenigd Koninkrijk. ‘Daar is de gezondheidszorg structureel ondergefinancierd’, zegt Schokkaert. ‘De overheid houdt er de uitgaven onder controle door eenvoudigweg te besparen.’ Met ellenlange wachttijden als resultaat. Ook dat kan op termijn

een opstap vormen naar een privatisering, wat Britse politici zoals Nigel Farage (Reform UK) bepleiten.
MRvoorzitter Bouchez maakt er een programmapunt van dat de ziekenfondsen dezelfde vennootschapsbelasting
Op de nieuwjaarsreceptie van zijn partij ging MR-voorzitter Bouchez voluit in de aanval tegen de ziekenfondsen.
moeten betalen als commerciële bedrijven. ‘Omdat ze een wettelijke sociale zekerheidstaak uitvoeren, zijn ze niet onderworpen aan de vennootschapsbelasting’, reageerde gezondheidseconoom Dominique Vandijck. Ze worden wel op specifieke inkomsten en activiteiten belast. Toch wil minister van Financiën Jan Jambon (NVA) hun belastingregime nu ‘herbekijken’.
Ziekenfondsen mogen wettelijk geen winsten uitkeren aan aandeelhouders, stelt Freek Louckx het verschil met commerciële spelers scherp. ‘De reserves worden als buffer aangelegd om zorg toegankelijk te maken, ze vloeien terug naar de samenleving in de vorm van zorg.’ Het vermogen van de ziekenfondsen, samen 6 miljard euro, kunnen ze daarom niet vrij gebruiken. Het dient om de ziekteverzekering uit te voeren voor de overheid, of gaten te dichten in de zorg waar de overheid in gebreke blijft, zoals voor het ziekenvervoer. Een groot deel van hun middelen zijn – naar verplichtingen in de Europese wetgeving – noodzakelijk om de waarborgen van
Een bepaalde politieke partij werd in het verleden weleens lacherig de plek ‘in het midden van het bed’ toegewezen, als eeuwige compromiszoekers. Maar in het midden gebeurt zoveel meer dan compromissen maken. Het middenveld, de publieke ruimte tussen de overheid en de burger, staat vandaag onder druk. Elke euro subsidie wordt uitgebreid bestudeerd. De bril gaat op de neus, de wenkbrauwen omhoog: heeft die organisatie daar wel récht op? Zijn ze niet te kritisch?
Ik zal u eens een prachtig voorbeeld geven van de leemte die het middenveld vult. Vorige week schrok Brussel op door extreem geweld onder jongeren: een 15-jarige jongen werd in Anderlecht in brand gestoken door leeftijdsgenoten en sprong in het kanaal om aan zijn belagers te ontkomen. Hij herstelt vandaag in het brandwondencentrum van Neder-Over-Heembeek. Daar bezocht Jurgen De Landsheer, korpschef van de politiezone Brussel-Zuid, de jongen en zijn ouders. Zijn bijbehorende pleidooi was luid en duidelijk: ‘We moe-
ten investeren in meer verenigingen die kinderen van de straat houden. Zo krijgen ze een positieve plek waar ze samen kunnen komen zonder in de criminaliteit te belanden.’ Twee dagen later klopte procureur des Konings Carol Vercarre in De Standaard op dezelfde nagel, met een pleidooi voor verdere investeringen in faciliteiten die jongeren op het juiste pad kunnen houden.
In diezelfde week kwam de subsidiëring van Kazou onder vuur te liggen. Het Laatste Nieuws vroeg zich af of mutualiteiten wel jeugdvakanties moeten organiseren met belastinggeld. Die vooronderstelling is compleet fout: er gaat geen euro subsidie naar de vakantiewerking, die is volledig zelfbedruipend. Wat Kazou wel doet met de middelen van de Vlaamse overheid? Meer dan 2.000 kinderen met een beperking aangepaste ondersteuning geven om mee op vakantie te kunnen én 1.350 monitoren vormen. Sinds 2024 zet Kazou daarbij extra hard in op Brussel. In de paasvakantie is het opnieuw zover, dan gaan zo’n
bijvoorbeeld hospitalisatieverzekeringen te garanderen.
‘NVA en MR hebben het absoluut niet begrepen op een kritisch sociaal middenveld in het algemeen’, vat Louckx samen. ‘Ze zijn historisch niet vertegenwoordigd in die ideologisch gegroeide families. Als ze hun politieke macht willen verstevigen, moeten ze dus die fronten breken. Dat zijn ze volop aan het proberen.’
Er is nog iets dat de ziekenfondsen afzet tegen commerciële spelers. ‘Zorg draait niet alleen draait om structuren en budgetten’, zegt Erik Schokkaert, ‘maar ook om nabijheid, betrokkenheid en solidariteit. Enkel de overheid en de markt? Dat is voor mij de verkeerde maatschappijvisie. Een sterk middenveld is nodig om een samenhangende gemeenschap te vormen. Mijn moeder bezocht als 75jarige vrijwilliger van Samana nog oudere mensen met zorgnoden die hun huis niet uit konden. In de dorpen is dat ongelooflijk belangrijk. Dat soort laagdrempelige nabijheid zullen de overheid of de markt nooit organiseren.’
30 Brusselse jongeren op animatorcursus. Zo kunnen zij een nieuwe generatie ketten mee op vakantie nemen, doen ze skills op die de rest van hun leven bijblijven – en netjes staan op hun cv –én hangen ze niet op straat rond. Al mag er bij Kazou ook wel wat gehangen worden: daarvoor richtte de jeugdwerkorganisatie vorig jaar Atelier TKT in, een open ontmoetingsruimte voor jongeren in hartje Brussel. Atelier TKT – geopend door een enthousiaste minister Cieltje Van Achter (N-VA) – groeide uit tot een hotspot voor 12- tot 15-jarigen in de hoofdstad.
In het midden, lieve lezers, daar ligt een warm deken dat onze samenleving vandaag de dag meer dan ooit nodig heeft. Laten we dat niet vergeten.
Luc Van Gorp, Voorzitter CM



De 83-jarige Annie woont al haar hele leven in Boekhoute, een deelgemeente van Assenede. Maar het dorp van weleer is drastisch veranderd en dat voelt ze elke dag. Begin 2024 zag Annie bus 96 op het dorpsplein om de hoek van haar huis verdwijnen. Volgens het plan basisbereikbaarheid, waarmee minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) naar eigen zeggen wil inzetten op efficiënter, duurzamer en flexibeler openbaar vervoer, vervoerde deze buslijn te weinig passagiers. Schrappen dus.
Voortaan vervoert bus 96 enkel nog ’s ochtends schoolgaande jeugd en zet ze hen weer af na school. Overdag, in het weekend, tijdens vakanties? Geen bus meer.
Op het leven van Annie is de impact enorm: boodschappen doen gaat niet meer zonder de hulp van haar kinderen in te roepen, want in Boekhoute is er – op een slager na – geen winkel, zelfs geen bakker. En de wekelijkse uitstap naar Eeklo op zaterdag met haar schoonzus is eveneens verleden tijd. Afgelopen jaar zag ze ook de bankautomaat verdwijnen.
Annie was haar hele leven zelfstandig, een plantrekker , maar vandaag lukt dat simpelweg niet meer. ‘Mevrouw de minister’, doet ze een oproep, ‘wij zijn toch ook mensen? Tellen wij dan niet meer mee?’
~ Bekijk Annies aanklacht in de videoreportage op www.visie.net.
¬ Foto Maarten De Bouw
Een nieuw leven geven aan meer dan 42.000 ton spullen per jaar, en een zinvolle en duurzame baan voor meer dan 6.000 medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt: daar zorgen 140 kringwinkels in Vlaanderen voor. Tuur* werkt al 25 jaar in de kringloopwinkel. ‘Wij zijn geen gewone winkel. Wij zijn een spiegel van de samenleving.’
¬ Tekst Djorven Ariën ¬ Illustratie Peter Goes
Wie aan een kringloopwinkel denkt, denkt aan tweedehands spullen. Maar voor Tuur ligt de kern ergens anders. ‘Het belangrijkste doel is niet de omzet, maar mensen kansen geven. Ik begeleid medewerkers die om allerlei redenen moeilijkheden ondervinden op de arbeidsmarkt, zoals door een handicap of psychosociale problemen.’
‘Werk is voor iedereen belangrijk, het bepaalt mee je identiteit en biedt houvast. Ik voer dagelijks gesprekken met medewerkers, vooral informeel. Een functioneringsgesprek terwijl je samen iets in elkaar steekt, dat zegt vaak meer dan een formeel gesprek.’
In zijn kringinkel werken mensen van meer dan 40 verschillende nationaliteiten samen. ‘Dit is de multiculturele samenleving zoals ze zou moeten zijn. Mensen met totaal verschillende achtergronden die hier in harmonie samenwerken.’
Soms gebruiken mensen de kringloopwinkel om hun geweten te sussen voor hun overconsumptie.
¬ KRINGLOOPMEDEWERKER TUUR
Tuur gelooft sterk in begeleiding op maat. Daar ziet hij dagelijks de meerwaarde van in. ‘Te vaak worden mensen verplicht om te solliciteren. Kijk maar naar de groep werkzoekenden die hun uitkering verliezen. Ik geloof meer in trajecten en mensen laten nadenken over wie ze zijn en wat ze kunnen. Snoei niet in zaken zoals de sociale economie. Dat zijn geen kosten, dat zijn investeringen. Wie twijfelt, moet eens komen meedraaien. Dan zie je wat dit werk echt betekent.’
Doorheen de jaren werd de kringloopwinkel veel toegankelijker, volgens Tuur. ‘De schaamte is weg. Vroeger was de kringloopwinkel ‘voor arme mensen’. Nu komt iedereen hier binnen. Omdat het duurzaam is, omdat het betaalbaar is, of omdat ze iets unieks zoeken. We zien drie soorten klanten: bewuste kopers, mensen die financieel niet anders kunnen, en verzamelaars.’

Dat succes heeft ook een keerzijde. ‘De groep die hier komt uit financiële noodzaak krijgt minder kansen en de prijzen gaan soms zelfs omhoog. Dat is jammer, want dit is nog steeds een plek waar armoede tastbaar wordt. Als iemand zegt dat die geen tien euro meer heeft om eten te kopen, dan blijft dat hangen. Ik vraag me af waarom we dat vandaag nog toelaten.’

Een functioneringsgesprek terwijl je samen iets in elkaar steekt, dat zegt vaak meer dan een formeel gesprek.
¬
KRINGLOOPMEDEWERKER TUUR
Zijn job leert Tuur bewust omgaan met het consumeren van spullen. ‘Wat mensen binnenbrengen is hallucinant. Soms vijf tot zes ton op één dag. Wij zijn eigenlijk een kringloopwinkel en een mini containerpark tegelijk. Veel spullen zijn nog nieuw, zelfs ongeopend. Dat toont hoe hard mensen verleid worden om dingen te kopen die we niet nodig hebben. Zolang de grote kopiemachine in onder meer China blijft draaien, zullen wij dat blijven doen. Soms gebruiken mensen de kringloopwinkel om hun geweten te sussen voor hun overconsumptie. Dan zeggen ze: Ik had het eigenlijk niet nodig maar ik heb er een ander mee geholpen Zo werkt het niet.’
‘Bij ons niets op bestelling, het zijn allemaal unieke stukken met een verhaal. Ik zeg altijd tegen mensen: Als je het graag ziet, neem het mee. Want het kan zijn dat we dat in geen honderd jaar nog binnenkrijgen. We vonden eens verstopte obligaties in een kast. Maar de opmerkelijkste vondst was een 8mmprojector met antieke erotische films. Jammer genoeg was die snel weg, want ik had hem zelf graag gehad.’ ( lacht)
*Tuur is een schuilnaam.
WELZIJN OP HET WERK
Werkgevers liggen dwars over loodgrens bij vrouwen op vruchtbare leeftijd
Werknemers en werkgevers eindigden in een verdeeld advies over lood op de werkvloer. Vooral voor vrouwelijke werknemers op vruchtbare leeftijd is lood problematisch, omdat het schade kan toebrengen aan ongeboren kinderen.
Een nieuwe Europese richtlijn beveelt nu een maximum van 4,5 microgram lood per 100 ml bloed aan. Het ACV wil dat deze waarde als harde grens geldt. ‘Een veilige grenswaarde bestaat eigenlijk niet’, waarschuwt Kris Van Eyck van het ACV. ‘Lood is de belangrijkste toxische stof die ingrijpt op vruchtbaarheid en voortplanting. Bijzonder verontrustend daarbij is het risico dat ongeboren kinderen lopen, zelfs bij minimale blootstelling. Daarom pleiten wij voor een strikte hantering van de richtwaarde voor vrouwelijke werknemers die nieuw in de sector starten.’
Dat is niet naar de zin van werkgeversfederatie Agoria, die vraagt om meer flexibiliteit en bij overschrijding eerst wil ingrijpen via aanpassingen op de werkvloer.
In april moet de richtlijn in Belgische wetgeving worden omgezet. Federaal minister van Werk David Clarinval (MR) zal finaal de knoop doorhakken.
Op 1 februari trekt de NMBS haar tarieven voor de woonwerkabonnementen op. Standaardhalftijdse en flexabonnementen worden 2,6 procent duurder. De verplichte minimale tussenkomst van de werkgever in de pendelkosten volgt slechts gedeeltelijk de tariefverhoging. Werknemers met een minimale tussenkomst van de werkgever betalen dus vanaf 1 februari zelf een groter deel. De persoonlijke bijdrage zal gemiddeld met 4,8 procent toenemen voor afstanden tot 120 kilometer.
Werknemers die genieten van de zogenaamde 80/20regeling, waarbij de werkgever 80 procent van de kosten voor zijn rekening neemt en de overheid het overblijvende deel, voelen niets van de verhoging. De werkgever kan die gestegen kosten volledig aftrekken van de vennootschapsbelasting.
CM zoekt
• Paramedisch adviseur – Herentals Antwerpen ~ www.cm.be/jobs

GRENSARBEID IN WEST-VLAANDEREN
Al meer dan dertig jaar steekt Franck Carpentier (58) de grens over om in België te werken. Na een aantal interimcontracten kwam hij eerst terecht in de textielsector. Ondertussen is hij al heel wat jaren aan de slag in TVH bij de Pre-Packaging, waar hij zich ook engageert als militant voor het ACV. We spraken met hem over zijn traject, de uitdagingen van grensarbeid en zijn engagement in de vakbond.
Waarom heb je gekozen om in België te werken?
Na mijn legerdienst vond ik in Noord-Frankrijk moeilijk werk. Werkgevers vroegen altijd ervaring, die ik toen nog niet had. Mijn schoonvader werkte al in Vlaanderen en via hem ontdekte ik de kansen aan de andere kant van de grens. Hier ging het sneller om een job te vinden en het loon lag duidelijk hoger. Ik werkte eerst via interimjobs, maar toen deze door besparingen werden stopgezet ging ik aan de slag bij Tyberghien in Menen. Zo is mijn traject op de Belgische arbeidsmarkt stap voor stap gegroeid. Ondertussen werk ik al heel wat jaren bij TVH in Waregem.
Werken in België is je duidelijk goed bevallen?
Absoluut! Hier is er veel meer werkzekerheid dan in Noord-Frankrijk. Daar heerst veel werkloosheid en armoede. In België heb je veel meer kansen, ook vandaag nog. Drie van mijn vier kinderen werken inmiddels zelf ook in Vlaanderen.
Het loon in België is ook veel beter dan in Frankrijk. In Frankrijk eindig je vaak met het absolute minimumloon, en dan is je loon sneller op dan de maand voorbij is. Voor heel veel mensen die in Noord-Frankrijk werken, is het onmogelijk om ook maar iets aan de kant te zetten, of zelfs wat over te houden om boodschappen te doen. Dat is zeker niet de uitzondering.
Wat zijn naast werkzekerheid en salaris nog verschillen?
Het werk op zich is niet veel anders in België als in Frankrijk. Ook de sfeer tussen collega’s onderling verschilt niet zoveel. Er zijn wel een aantal grote verschillen. Een wettelijk bepaalde index, eindejaarspremie, vakantiegeld … bestaat eigenlijk niet standaard in Frankrijk. Omgekeerd heb je er wel meer wettelijk verlof dan in België. Maar voor mij weegt dat niet op tegen de voordelen om de grens over te steken.
Taal is een uitdaging, vooral in het begin. Ik volgde zelf lessen Nederlands, maar de begrippen en dialecten op de werkvloer
leer je daar niet. Ik heb ervaren dat als je zelf bereid bent om inspanningen te doen alles uiteindelijk in orde komt. Ik doe inspanningen om Nederlands te begrijpen en te praten, en mijn collega’s doen inspanningen om Frans te spreken. We vinden elkaar vlot op dat vlak en er zijn altijd wel oplossingen. Gewoon ‘goeiedag’ of ‘bonjour’ opent soms al veel deuren.
Het lijkt me niet eenvoudig om zowel rekening te moeten houden met de Franse en de Belgische wetgeving. Vandaag is het al wat minder complex dan vroeger. Vroeger moest je bij elke werkgeverswissel speciale documenten invullen voor de sociale zekerheid bijvoorbeeld. Nu is dat eenvoudiger geworden. De belastingen blijven wel complex en Frankrijk heeft ook een andere pensioenregeling dan België. Ook op vlak van mutualiteit zijn er verschillen.
Hoe gaat jouw onderneming om met verschillen op de werkvloer? Vormt taal soms een uitdaging? Je staat er niet alleen voor!
De Samenwerkers van het ACV ondersteunen jou graag bij het uitbouwen van een inclusief (taal) beleid. Met praktische tips en begeleiding op maat helpen ze jou om van diversiteit een echte troef te maken. Neem contact op via Samenwerker.West-Vlaanderen@acv-csc.be.
<< Dimitri De Munck
(ACV syndicaal verantwoordelijke grensarbeiders Frankrijk) en Franck Carpentier (grensarbeider en ACV-militant)
Maar eerlijk … als lid van de vakbond heb ik daar persoonlijk weinig last van. Daarvoor kan ik op de ondersteuning rekenen van de specialisten bij het ACV die bezig zijn met grensarbeid. Als ik vragen heb, dan zijn ze er om mij te helpen en de weg te wijzen. Zonder hun ondersteuning zou het een stuk minder eenvoudig zijn.
Je bent verkozen als vakbondsvertegenwoordiger voor het ACV in TVH. Waarom de keuze om je daarvoor te engageren?
Ik ben lid geworden van het ACV toen ik aan de slag was in de textielsector, een zeer onzekere sector. Een ACV-afgevaardigde sprak me toen aan omdat ze vertegenwoordigers zochten voor de Franse collega’s, en zo was ik vertrokken.
Bij TVH was ik de eerste Franse militant. Intussen heb ik al heel wat extra collega’s warm kunnen maken. We zijn met zeven Franse afgevaardigden. In TVH werken een 700-tal arbeiders, waarvan de helft Franstalig is. Het is dus belangrijk dat deze groep ook correct vertegenwoordigd wordt. Franstalige collega’s stappen makkelijk naar me toe met vragen. Dat vind ik belangrijk: mensen helpen, dat is voor mij de essentie van het ACV.
Duidelijke, toegankelijke informatie is een noodzaak. Je vindt informatie wel online, maar vaak is het heel versnipperd en ingewikkeld. Mensen moeten snel kunnen begrijpen welke rechten ze hebben en hoe beide landen samenwerken voor zaken zoals belastingen en pensioen.
Hoe zie jij zelf de toekomst van grensarbeid in West-Vlaanderen?
Ik ben alvast van plan om in België te blijven werken tot aan mijn pensioen. Ik voel me thuis op de Belgische werkvloer. Ondanks het feit dat er inspanningen gedaan worden in Noord-Frankrijk en er nieuwe sectoren hun intrede doen, blijft de werkloosheid er hoog en de arbeidsvoorwaarden veel minder interessant. Mijn broer werkt in Frankrijk, heeft daar een kaderfunctie en toch verdien ik als arbeider hier bijna evenveel. Dat zegt genoeg. Grensarbeid zal ook in de toekomst nog heel wat kansen bieden.
STAFMEDEWERKER STREEKWERKING REGIO WESTHOEK POM WEST-VLAANDEREN
POM West-Vlaanderen (Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij West-Vlaanderen) is een zelfstandig agentschap dat het sociaal-economisch beleid van de provincie uitvoert.

In de ruime regio Duinkerke is een grote economische omslag bezig. Er wordt sterk ingezet op bedrijven (ook Vlaamse) die actief zijn op vlak van hernieuwbare energie en batterijproductie, met vooruitzichten van 20.000 tot 30.000 nieuwe jobs de komende jaren.
Voor West-Vlaanderen vormt deze evolutie zowel een opportuniteit als een mogelijke bedreiging. Op korte termijn wordt geen grote uitstroom van werknemers verwacht, door de sterke loyaliteit en goeie arbeidsvoorwaarden in onze regio. Op langere termijn, wanneer oudere werknemers uitstromen en de voorwaarden in Noord-Frankrijk aantrekkelijker zouden worden, kan de concurrentie om talent toenemen. Langs de andere kant zal de groei ook een impact hebben op wonen, dienstverlening en vrije tijd en kan dat kansen bieden voor onze provincie. Via streekoverleg wordt de situatie nauw opgevolgd, zodat we vooral op zoek kunnen naar samenwerking met Noord-Franse partners.
CM EEN UNIEKE B2B-DIENSTVERLENING BIEDT
AAN ORGANISATIES MET INTERNATIONALE MEDEWERKERS?
Met een gebruiksvriendelijke online tool regelt het bedrijf snel en eenvoudig de verplichte ziekteverzekering voor de buitenlandse medewerkers. Zo zijn die vanaf de eerste werkdag correct verzekerd tegen ziekte en ongeval.
De voordelen?
¬ volledig gratis voor de werkgever
¬ tijdsbesparing (vereenvoudigde administratie)
¬ één vast aanspreekpunt voor alle vragen.
~ Meer weten? Neem contact met de vaste B2B-adviseur in West-Vlaanderen: Charlotte Vanoverbeke – 0479 85 71 16 – b2b@cm.be.
CM in West-Vlaanderen
Contacteer ons via 02 204 32 10 of surf naar www.cm.be/contact om ons makkelijk te bereiken.
ACV in West-Vlaanderen
Contacteer ons via www.hetacv.be/stel-je-vraag of 02 244 30 00. Boek een gesprek via www.hetacv.be/plan-je-contact. Regioredactie Beweging.net West-Vlaanderen, westvlaanderen@beweging.net
gevat in 5 woorden
‘We hebben Zondag de negenste in een woonzorgcentrum gefilmd, tussen echte bewoners met alzheimer en dementie. In mijn ogen zijn zij de echte sterren van de film. Dat was bijzonder, maar ook confronterend. Als acteur ken je de angst om je tekst te vergeten, maar de angst om je hele leven en wezen te vergeten? Dat is andere koek. Je ziet bij hen zoveel schaamte en paniek, zeker wanneer ze het ten volle beseffen, maar langs de andere kant zijn er heel onverwachte, mooie momenten vol humor en plezier.’
‘We vergeten precies dat zorgbehoevende ouderen ook allemaal mensen zijn, en niet alleen maar patiënten. We plaatsen hen gemakshalve buiten de samenleving en kijken liever weg. Daarom is warme zorg zo belangrijk. Ik heb niets dan respect voor de zorgverleners die er elke dag staan en zorgen dat mensen een waardig leven kunnen leiden. Maar ze botsen nog te vaak op een rigide systeem.’
‘Het klinkt cliché, maar de persoon die ik het meest bewonder is mijn moeder. Zij is nu 98 maar straalt nog veel levensvreugde uit. Uiteraard is het een klein mirakel dat zij nog gezond is en zelfstandig kan wonen, maar ik kijk vooral op naar haar veerkracht en positivisme. Dat je op die leeftijd nog steeds de kracht vindt om van elke situatie het beste te maken, dat inspireert mij.’
‘Ik ben bezorgd over de opkomst van AI. Voor velen is het vandaag moeilijk om het onderscheid te maken tussen wat betrouwbaar is en wat niet. Vroeger waren we het eens over welke bronnen je kon vertrouwen. Iets wat in de encyclopedie stond, daar kon je van op aan dat het klopte. Maar tegelijk ben ik nieuwsgierig hoe die technologie verder ontwikkelt. De vraag is vooral: hoe kunnen we hier als mensheid beter van worden?’
‘Laat ons hopen dat we wat er nu in de VS gebeurt als waarschuwing zien waartoe polarisering en een doorgedreven identitair beleid kunnen leiden. Helaas schuifelen we ook bij ons stapje voor stapje die richting uit. Alles is zwart-wit: links tegen rechts, winnaars tegen losers ... Het enige verschil tussen wie het goed heeft en wie niet, is nochtans vooral een grote portie geluk. Daarom is het zo onrechtvaardig dat er geen mededogen meer lijkt te zijn met wie een minder gunstig lot getrokken heeft.’
Zondag de negenste is nu in de bioscoop te zien.
¬ Tekst Dominic Zehnder ¬ Foto Belga

