Als schoonheidsspecialist heb je dagelijks contact met cliënten met verschillende wensen.
Zij verwachten dat jij de gewenste behandeling goed uitvoert en dat jij je vriendelijk en professioneel opstelt. Als je dat doet, komen cliënten graag weer bij je terug! In dit hoofdstuk leer je wat het vak van schoonheidsspecialist inhoudt.
Welke vaardigheden heb je nodig? Welke achtergrondkennis heb je hiervoor nodig en waarom? En waar kun je werken als schoonheidsspecialist?
1.1 Vaardigheden
Bij een schoonheidsspecialist kunnen mensen terecht voor verschillende behandelingen
gezichtsbehandelingen
lichaamsbehandelingen
cosmetische hand-, nagel- en voetbehandelingen
Bij de behandelingen moet je rekening houden met het huidtype, de huidconditie en eventuele huidproblemen. Om de behandelingen te kunnen uitvoeren, heb je vaktechnische vaardigheden nodig. Zo moet je bijvoorbeeld weten hoe je het beste de wenkbrauwen in vorm brengt of hoe je nagels lakt. Een ander belangrijk onderdeel van je vak is de omgang met mensen. Je hebt als schoonheidsspecialist veel contact met je cliënten. Dat betekent dat je over sociale en communicatieve vaardigheden moet beschikken zodat je professioneel met anderen om kunt gaan.
Waarschijnlijk heb je voor de opleiding schoonheidsspecialist gekozen omdat het je een interessant beroep lijkt. Naast het uitvoeren van behandelingen zijn ook commerciële vaardigheden van belang. Je denkt na over hoe je de omzet kunt verhogen. Hoe trek je bijvoorbeeld nieuwe cliënten naar de salon en op welke manier kun je producten verkopen? Vaktechnische, sociale, communicatieve en commerciële vaardigheden zijn de basis van je toekomstige beroep als schoonheidsspecialist. Aan deze vaardigheden ga je de komende jaren werken.
Vaktechnische vaardigheden
De behandelingen die je als schoonheidsspecialist uitvoert, zijn vaktechnische vaardigheden
Behandelingen die veel voorkomen zijn gezichtsbehandelingen, lichaamsbehandelingen en cosmetische hand-, nagel- en voetbehandelingen.
Gezichts- en lichaamsbehandeling
Komt een cliënt voor een gezichtsbehandeling?
Dan begin je als schoonheidsspecialist met een analyse van de huid. Je kijkt naar het huidtype, de huidcondities en huidveranderingen. Ook stel je vragen om informatie te verzamelen over eventuele ziektes die de cliënt heeft gehad of nog heeft, die invloed kunnen hebben op de huid. Naast de huidanalyse, vraag je welke verwachtingen de cliënt heeft. Aan de hand van de verwachtingen en de huidanalyse stel je een behandelplan op.
Hetzelfde geldt voor een lichaamsbehandeling, maar dan kijk je naar andere aspecten, bijvoorbeeld of de cliënt overbeharing heeft. Voorbeelden van gezichtsen lichaamsbehandelingen zijn:
oppervlakte- en dieptereiniging
gezichtsmaskers
gezichts- en lichaamspakkingen
gezichts- en lichaamsmassage
ontharen
wimpers en wenkbrauwen verven
make-up
Hand- en voetverzorging
Een schoonheidsspecialist geeft ook cosmetische hand- en voetverzorgingsbehandelingen. Daarbij ligt de nadruk op verzorging van de huid en nagels.
Instrumenten en apparatuur
Tijdens behandelingen gebruik je verschillende instrumenten en apparatuur. Bij het epileren van de wenkbrauwen gebruik je bijvoorbeeld een pincet. Daar ga je mee leren werken. Ook leer je apparaten te gebruiken. Hoe zet je bijvoorbeeld het borstelapparaat in bij de reiniging van de huid? En hoe gebruik je een harsapparaat op de juiste manier tijdens het verwijderen van lichaamshaar?
Schoonheidsspecialist of allround schoonheidsspecialist
Dit leerboek richt zich op de basisbehandelingen die je nodig hebt als schoonheidsspecialist. De specialistische behandelingen, zoals acnebehandelingen, anti-agingbehandelingen en bindweefselmassage, komen aan bod in de niveau 4-opleiding tot allround schoonheidsspecialist.
Vaktechnische vaardigheden leren
De vaktechnische vaardigheden leer je tijdens de praktijklessen op school. Je oefent op medestudenten en op modellen. Ook kun je thuis oefenen met familieleden en vrienden. Tijdens je stage breng je het geleerde in de praktijk. Dan mag je, meestal onder begeleiding van een ervaren schoonheidsspecialist, op cliënten werken.
Achtergrondkennis
Als schoonheidsspecialist moet je voor het uitvoeren van verschillende behandelingen veel weten van anatomie, fysiologie en pathologie. Zo heb je voor het maken van een huidanalyse bijvoorbeeld veel kennis van de huid en het menselijk lichaam nodig. Voor het geven van een massage moet je weten waar de spieren liggen en hoe ze lopen. Je hebt ook kennis nodig van huidafwijkingen zodat je weet wat je wel of niet mag behandelen.
Bij het uitvoeren van behandelingen gebruik je cosmetische producten en apparaten. Om de producten en apparaten op de juiste manier te gebruiken, is kennis nodig van chemie en natuurkunde. In het hoofdstuk ‘Chemie’ leer je over de stoffen die in cosmetica verwerkt worden. Om veilig om te gaan met apparatuur, leer je in het hoofdstuk ‘Algemene natuurwetenschappen’ onder meer hoe je met elektriciteit werkt.
Epileren met een pincet is een voorbeeld van een vaktechnische vaardigheid.
Commerciële vaardigheden
Commerciële vaardigheden zijn vaardigheden die je gebruikt om geld te verdienen. Denk aan:
productverkoop;
behandelingen verkopen en de goede prijs ervoor rekenen;
cliënten naar de salon trekken.
Om een goed inkomen te verdienen, zijn commerciële vaardigheden vereist. Dat betekent dat je een reële prijs voor je behandelingen berekent en vanuit een goed advies producten verkoopt. Bedenk ook hoe je mensen naar de schoonheidssalon trekt. Adverteer je? Zo ja, waarin en hoe vaak? Gebruik je sociale media? Laat je folders drukken en breng je die rond? Bedenk je aantrekkelijke acties? Heb je een uitnodigende etalage? Ook dat is commercieel denken.
Productverkoop
Naast inkomsten uit behandelingen komt een deel van de omzet van een schoonheidssalon uit de verkoop van huidverzorgende producten en make-up. De verkoop van een product neemt veel minder tijd in beslag dan een behandeling. Met productverkoop kun je in korte tijd omzet behalen.
TIP
PROBEER JE CLIËNT NIET EEN ZO DUUR MOGELIJK PRODUCT TE VERKOPEN, MAAR KIJK WAT GESCHIKT IS VOOR HET HUIDTYPE EN DE HUIDCONDITIE.
De cliënt kan een aantal van de cosmetische producten die je in de salon gebruikt ook als persoonlijke verzorging gebruiken. Daarmee kun je het effect van de behandeling versterken. Tijdens en na de behandeling geef je uitleg over die producten. In feite geef je daarmee een huidverzorgingsadvies. Het is uiteraard aan de cliënt of hij/zij dat advies opvolgt.
Zoek bij productverkoop naar de juiste balans. Je laat verkoopkansen liggen als je bang bent opdringerig over te komen. Dring je te veel aan, dan raak je mogelijk cliënten kwijt. Het verkopen van producten is een kwestie van ervaring. Hoe meer je het oefent, hoe beter het gaat.
Uitdagingen
Vaktechnische, communicatieve, sociale en commerciële vaardigheden brengen uitdagingen met zich mee. Je leert in de opleiding hoe je hiermee kunt omgaan.
Tijdsdruk
Als schoonheidsspecialist heb je beperkte tijd voor een behandeling. Bijvoorbeeld anderhalf uur voor een gezichtsbehandeling. Daarin wil je kwaliteit leveren. Dat betekent dat je niet elke mogelijke behandeling kunt uitvoeren. Daarom moet je keuzes maken. Je stelt prioriteiten. Dat betekent dat je bepaalt wat het belangrijkst is voor die cliënt.
Planning van de behandeling
Om geld met je vak te verdienen, is het van belang dat je efficiënt met je tijd omgaat. De tijd die je aan een behandeling besteedt, moet in verhouding staan met de prijs die je ervoor rekent. Een goede voortgang van de behandeling vraagt om een goede planning van de werkzaamheden. Je kunt je werk goed voorbereiden door zoveel mogelijk materialen klaar te leggen en de behandeling logisch op te bouwen.
Voor jezelf opkomen
Voor jezelf durven opkomen is een sociale vaardigheid.
Als schoonheidsspecialist wil je aan de wensen van je cliënten, je werkgever en je collega’s voldoen. Maar daar zijn natuurlijk grenzen aan. Niemand mag het onmogelijke van je eisen. Soms vragen mensen te veel van je. Geef duidelijk je grenzen aan als dat gebeurt.
Willen voldoen aan verwachtingen
Cliënten komen met allerlei wensen en verwachtingen bij je in de salon. Als schoonheidsspecialist sta je voor de uitdaging die wensen en verwachtingen te vertalen naar een behandeling. Er zijn cliënten die wonderen verwachten van een behandeling. Of cliënten die vragen om een behandeling die niet past bij hun huidtype. Dan moet je afwegingen maken.
Laat daarbij merken dat je professioneel met je werk bezig bent en je het beste met de cliënt voor hebt.
Grenzen bepalen
Cliënten kunnen met vragen en wensen komen die niet tot jouw vakgebied behoren. Dan moet je een andere behandeling aanbieden of de cliënt wijzen op andere beroepsbeoefenaars, zoals een huidtherapeut of een sportmasseur. Laat je niet verleiden tot een behandeling waartoe je niet bevoegd bent. Bij elke afweging moet je je bewust zijn van wat wel en wat niet tot het werkgebied van de schoonheidsspecialist hoort.
1.2
Werkplekken
Met je diploma als schoonheidsspecialist kun je op allerlei plekken werken. Zo kun je bijvoorbeeld:
een eigen salon beginnen;
werken in een salon;
werken in een wellnesscentrum;
werken als consultant voor een cosmeticabedrijf;
werken in een massagepraktijk.
De meeste schoonheidssalons zijn eenmansbedrijven. Veel schoonheidsspecialisten beginnen een salon aan huis. Een pand dat speciaal voor het bedrijf is ingericht, kan natuurlijk ook. Er zijn ook grotere schoonheidsinstituten waar meerdere schoonheidsspecialisten werken. Soms zijn ze onderdeel van een sauna, een kuuroord of een gezondheidscentrum. Je kunt ook in een parfumerie, drogisterij of als reizend schoonheidsspecialist voor een cosmeticamerk gaan werken. Wil je erachter komen waar jij in de toekomst het liefst zou willen werken? Neem dan in al die verschillende bedrijfsvormen een kijkje.
Wtza
Wanneer een schoonheidsspecialist een eigen onderneming start, moet hij/zij zich volgens de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) melden als zorgverlener.
2.Communicatie
IN DIT HOOFDSTUK
Vandaag geef je Bram een gezichtsbehandeling. Zodra hij de salon binnenstapt, begin je met communiceren. Je verwelkomt hem vriendelijk en zegt: “Goedemiddag Bram, zal ik je jas aannemen?”
Dit is een voorbeeld van verbale communicatie. Bram is een vaste cliënt. Hij vindt het prettig als je tijdens de behandeling uitleg geeft over de handelingen die je uitvoert. Zo weet hij wat er gebeurt en kan hij lekker tot rust komen van zijn drukke baan als advocaat.
Hij is tevreden over hoe jij werkt. Bij een andere salon vertelde de schoonheidsspecialist niet wat ze deed. Dat vond hij vervelend. Daar gaat hij nu niet meer heen.
Communiceren is een belangrijk onderdeel van je vak. Door goed te communiceren, zal een cliënt sneller tevreden zijn en een nieuwe afspraak maken. Je wisselt continu informatie uit met je cliënt. Vanaf het moment dat je de cliënt ontvangt in de salon, totdat hij of zij de deur weer uitgaat. Zo begroet je elkaar en stel je jezelf voor. Voordat je begint met de behandeling vraag je naar de wensen van de cliënt en geef je een advies. Tijdens de behandeling communiceer je bijvoorbeeld over welke handelingen je uitvoert en waarom je dit doet. Afsluitend geef je advies over producten voor de persoonlijke verzorging omdat je de cliënt wilt stimuleren om deze te kopen. Naast de gesprekken met de cliënt heeft communiceren ook te maken met presentatie, bijvoorbeeld hoe verzorgd je eruitziet. Wat staat er in de etalage en hoe is de salon ingericht? Soms komt het voor dat je cliënt niet tevreden is.
Hij of zij kan dan een klacht hebben. Door goede communicatie kun je proberen het probleem op te lossen en er iets van leren.
2.1 Verbale en non-verbale communicatie
Communicatie is het overbrengen van informatie of een boodschap. Een gesprek met de cliënt, telefoneren met een vertegenwoordiger en een cliënt adviseren over werkstoffen in een product zijn allemaal voorbeelden van communicatie.
Communicatie kun je verdelen in verbale communicatie en non-verbale communicatie. Verbale communicatie is communicatie met gesproken of geschreven woorden. Nonverbale communicatie noemen we ook wel lichaamstaal. Je kunt hiermee zonder woorden een boodschap overbrengen.
In onderstaande tabel vind je voorbeelden van de twee soorten communicatie.
Je boodschap komt het beste over als je verbale en non-verbale communicatie bij elkaar passen. Bijvoorbeeld als je een cliënt vraagt naar zijn of haar wensen (verbaal) en je daarbij geïnteresseerd luistert door hem of haar aan te kijken (non-verbaal).
Als je de boodschap goed verwoordt en je lichaamstaal klopt met wat je zegt, dan zal de cliënt:
begrijpen wat je bedoelt;
vertrouwen in je hebben;
geloven wat je zegt.
Communicatie
Verbale communicatie
Non-verbale communicatie communicatie met gesproken woorden communicatie met geschreven woorden communicatie met lichaamstaal
face-to-face advertentie gezichtsuitdrukkingen
podcast WhatsAppbericht lichaamshouding telefoongesprek social media oogcontact vlog (nieuws)brief
lichaamshouding is een voorbeeld van non-verbale communicatie
Wil je jouw boodschap goed overbrengen en een goede indruk maken? Er zijn enkele zaken waar je op kunt letten. Wat kun je beter wel doen?
Doen bij verbale en non-verbale communicatie
Praat duidelijk en verstaanbaar.
Stem je woordkeuze af op de cliënt.
Luister goed.
Kijk je cliënt aan.
Controleer regelmatig of degene met wie je het gesprek voert jou goed begrijpt en andersom. Dit kun je controleren door dit te vragen of aan het eind het gesprek samen te vatten.
Wil je voorkomen dat jouw boodschap niet goed overkomt en je een slechte indruk maakt? Ook dan zijn er aspecten waar je op kunt letten. Wat kun je beter niet doen?
Niet doen bij verbale en non-verbale communicatie
Onduidelijk praten.
De cliënt onderbreken of tegenspreken.
De boodschap niet duidelijk verwoorden.
De telefoon oppakken als je in een gesprek met de cliënt bent zonder dit aan te geven.
Geen oogcontact maken tijdens het praten.
Praten met een collega zonder de cliënt in het gesprek te betrekken.
TIP
ZORG ERVOOR DAT JE BEWUST BENT VAN WAT JE ZEGT EN WAT JE LICHAAM DAARBIJ UITSTRAALT. DIT MERKT JE CLIËNT
ALLEMAAL EN HET KAN EEN REDEN ZIJN OM WEL OF NIET TERUG TE KOMEN.
2.2 In gesprek met de cliënt
Een gesprek met de cliënt zal vaak bestaan uit drie stappen: kennismaking, tijdens de behandeling en na de behandeling.
1. Intakegesprek
In een gesprek met de cliënt wil je erachter komen welke behandeling gewenst is. Ook wil je te weten komen of een bepaalde behandeling niet mogelijk is of minder geschikt is. Dit noem je contraindicaties. Om achter deze informatie te komen, maak je kennis met de cliënt in een intakegesprek. Tijdens het gesprek leg je in een formulier de NAW- en medische gegevens van de cliënt vast. Ook stel je open vragen om zijn of haar wensen te achterhalen. Je kunt open of gesloten vragen stellen. Gesloten vragen zijn vragen die vaak met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden zijn. Open vragen nodigen de cliënt uit informatie te geven. Open vragen beginnen vaak met wie, wat, waar, waarom, wanneer, welke, hoe of in hoeverre. Je legt de cliënt voorafgaand aan de behandeling uit wat je gaat doen en waarom. Voor elke behandeling vraag je even wat de wensen zijn en controleer je opnieuw op contra-indicaties.
2. Tijdens de behandeling
Tijdens de behandeling leg je de cliënt uit wat je doet en waarom. Zo weet een cliënt wat hij of zij kan verwachten. De cliënt weet precies waarom je bepaalde producten gebruikt voor zijn of haar huid. Vertel hoe de cliënt een bepaalde behandeling kan uitvoeren door informatie te geven over producten.
3. Na de behandeling
Na de behandeling geef je een verzorgingsadvies. Bij een verzorgingsadvies kun je de cliënt een product laten zien en voelen. Je licht toe wat het te verwachten effect is op de huid. Ook leg je uit hoe de cliënt het product kan gebruiken. Je geeft daarbij aan:
hoeveel van het product er nodig is;
hoe vaak het gebruikt moet worden;
hoe het product aangebracht kan worden;
eventueel hoe het product verwijderd kan worden.
Daarna benoem je de prijs van het product en vertel je hoe lang de cliënt ermee kan doen.
TIP
JE LEERT MEER OVER INDICATIES EN CONTRA-INDICATIES IN HET HOOFDSTUK ‘VOORBEREIDEN EN AFRONDEN’.
LSD-methode gebruiken
Een techniek om je te helpen bij het communiceren is luisteren, samenvatten en doorvragen. Dit heet de LSDmethode. Je luistert eerst naar de cliënt, dan vat je samen wat je hebt gehoord en vervolgens vraag je door. Zo weet je zeker dat je de cliënt goed begrijpt en kun je aansluiten op de wensen en behoeften.
Luisteren
Als je luistert ben je stil en laat je de ander uitpraten. Luisteren is niet alleen horen wat de ander zegt, maar ook begrijpen wat de ander zegt. Mensen kunnen dezelfde situatie verschillend ervaren. Je probeert je in te leven in wat de ander denkt of voelt. Dit wordt ook wel empathie genoemd. Met je lichaamstaal (non-verbale communicatie) kun je duidelijk laten zien dat je luistert.
Dat doe je als volgt:
maak oogcontact;
maak aanmoedigende gebaren, zoals knikken en handgebaren;
zorg voor een geïnteresseerde houding door licht naar voren te buigen en je schouders naar de ander toe te draaien.
Samenvatten
Een samenvatting is een korte herhaling van wat je hebt gehoord. Je laat merken dat je goed hebt geluisterd en je controleert of je de boodschap hebt begrepen. Door samen te vatten, moedig je de ander aan om nog meer te vertellen. Geef bijvoorbeeld een samenvatting als de ander even stilvalt, niet goed meer weet hoe hij of zij verder moet of als het verhaal onduidelijk is.
Je kunt samenvatten op:
inhoud: je vertelt in eigen woorden wat je hebt gehoord.
emotie: je benoemt de emoties die je ziet, voelt of hoort in het gesprek.
Welke samenvatting je gebruikt, hangt af van het gesprek. Een adviesgesprek vat je meestal inhoudelijk samen. Je zegt bijvoorbeeld: “Dus u wilt een gezichtsbehandeling van 60 minuten voor de gevoelige huid.”
Een klachtgesprek vat je meestal samen op inhoud en emotie, omdat je wilt laten merken dat je de gevoelens van de cliënt begrijpt. Je zegt bijvoorbeeld: “Ik begrijp dat het heel vervelend voor u voelt dat u zo lang heeft moeten wachten. Helemaal als u nog een andere afspraak heeft”.
Doorvragen
Met doorvragen kun je meer informatie van de ander krijgen. Vraag bijvoorbeeld door als je iets niet goed begrijpt of wanneer iets niet helemaal duidelijk is.
Je kunt hierbij open en gesloten vragen stellen. Vraag pas door als de ander klaar is met het verhaal.
Je merkt dit doordat de ander iets gaat herhalen, stilvalt of jou vraagt wat je ervan vindt.
Voor een goede communicatie tijdens een cliëntgesprek kun je letten op je gedrag. In onderstaand schema lees je wat je beter wel en niet kunt doen in gesprek met een cliënt.
Doen Waarom wel?
Luisteren naar de cliënt De cliënt voelt zich serieus genomen. Je komt achter de wens van de cliënt en kunt zo een goed advies geven.
Samenvatten wat je hebt gehoord
Je kunt erachter komen of je hetzelfde hebt gehoord als je cliënt heeft bedoeld.
Doorvragen Het helpt je om de cliënt beter te begrijpen.
2.3 Adviesgesprek en verkoopgesprek
Tijdens een adviesgesprek adviseer je de cliënt, bijvoorbeeld over een behandeling of een product. Een adviesgesprek is geslaagd als de cliënt met een tevreden gevoel de salon verlaat. Een adviesgesprek kan leiden tot de verkoop van een behandeling of een product, maar dit hoeft niet. Een verkoopgesprek gaat verder waar het adviesgesprek eindigt. Een verkoopgesprek is pas geslaagd als je een product of een behandeling hebt verkocht.
Niet doen Waarom niet?
Half luisteren en met andere dingen bezig zijn
Ieder woord dat de cliënt gezegd heeft herhalen
Een conclusie trekken met te weinig informatie
De cliënt voelt zich niet serieus genomen. Je hoort niet alles en geeft mogelijk een verkeerd advies.
Bij een samenvatting noem je alleen kort het belangrijkste op.
Je kunt zo een verkeerd advies geven en een verkeerde behandeling uitvoeren die niet past bij de wensen van de cliënt.
De onderdelen van een adviesgesprek of verkoopgesprek
Een advies- of verkoopgesprek begin je op dezelfde manier. Je kunt hiervoor het VOCATIO-model gebruiken.
Bij een adviesgesprek volg je alleen de eerste vier fasen van het model. Bij een verkoopgesprek volg je alle fasen. Het hele model bestaat uit zeven fasen, namelijk:
1 Verkennen
2 Omschrijven
3 Confronteren
4 Argumenteren
5 Tegenwerpingen
6 Instemming
7 Opdracht
Binnen het VOCATIO-model gebruik je de LSD-methode.
Bij een adviesgesprek volg je alleen de eerste vier fasen van het model. Bij een verkoopgesprek volg je alle fasen.
1. Verkennen
In de verkenningsfase achterhaal je de wens of het probleem van de cliënt. Dit doe je door vragen te stellen. Het beste is om open vragen te stellen. Zo krijg je de meeste informatie. Ook kun je vragen stellen over de situatie, zoals: “Wanneer heb je het meest last van een droge huid?”
2. Omschrijven
Na de verkenningsfase geef je een samenvatting. Je omschrijft de wens of het probleem zo duidelijk mogelijk. Vraag je cliënt of je samenvatting klopt. Dit doe je met een simpele “Toch?” of “Klopt dit?”.
3. Confronteren
Nu je weet wat het probleem is, bied je een oplossing aan. Leg uit op welke manier deze oplossing aansluit bij de wensen en behoeften van de cliënt. Sluit hierbij ook aan op koopmotieven. Dit zijn de redenen en gevoelens die cliënten hebben om iets te kopen. Denk bijvoorbeeld aan het kopen van een product omdat de cliënt een huidprobleem heeft dat hij of zij wil verbeteren. Ook tijdsbesparing kan een verkoopmotief zijn. Dat kun je bijvoorbeeld gebruiken wanneer een cliënt een product koopt dat minder tijd kost om te gebruiken dan wat de cliënt voorheen gebruikte. Daarna geef je een advies en prijsindicatie.
4. Argumenteren
Je hebt de cliënt een oplossing gegeven. Nu ga je uitleggen waarom deze oplossing het beste is. Je geeft argumenten waarom nou juist deze behandeling of dit product het probleem oplost en voldoet aan de wensen, verwachtingen en koopmotieven van de cliënt. Gebruik hiervoor je kennis van de cliënt, die je al eerder in het gesprek hebt opgedaan, en je vakkennis.
Als de cliënt tevreden is met je advies, kun je overstappen op het verkoopgesprek. Wil je cliënt alleen geadviseerd worden? Dan eindigt het adviesgesprek.
5. Tegenwerpingen
Je cliënt kan met tegenwerpingen komen op jouw argumenten. Een tegenwerping is een reden voor de cliënt om het product of de behandeling niet te kopen. Probeer deze tegenwerping om te buigen en de cliënt toch over te halen. Voorbeelden van tegenwerpingen zijn:
“Ik vind het te duur.”
“Ik denk er nog even over na.”
“Ik heb er slechte verhalen over gehoord.”
“Ik vind het te veel tijd kosten.”
“Ik gebruik al een ander product dat goed bevalt.”
Een tegenwerping kan lastig zijn. Denk niet te snel: laat maar. Dan verkoop je niets en dat is zonde. Een tegenwerping is vaak een uitstel van de aankoop. Wil je cliënt het product echt niet, dan had hij of zij namelijk allang “Nee bedankt” gezegd. Let erop dat je niet te opdringerig bent. Cliënten kunnen bijvoorbeeld ja zeggen tegen een product omdat ze het moeilijk vinden om nee te zeggen. Het gevaar is dat cliënten hier een ongemakkelijk gevoel aan over kunnen houden, waardoor ze de volgende keer niet meer bij je terugkomen. Probeer de signalen van cliënt daarom goed te lezen.
Gebruik verkoopmotieven om de tegenwerpingen van de cliënt om te buigen, zoals:
“Het lijkt veel werk om een masker aan te brengen, maar je wordt er snel handiger en sneller in.”
“Je schrikt misschien van de prijs, maar je doet er wel lang mee. Zo’n 3 tot 6 maanden.”
“Een goede huidverzorging hoeft niet zoveel tijd in beslag te nemen.”
6. Instemming
Is het gelukt de tegenwerpingen om te buigen en is de cliënt nog steeds geïnteresseerd? Dan merk je dit aan de houding van de cliënt en wat hij of zij zegt. In deze fase let je op de koopsignalen. Koopsignalen zijn tekenen dat een cliënt een behandeling of product wil kopen. Een cliënt kijkt je bijvoorbeeld vriendelijk en met open houding aan. Hij of zij spreekt positief over het product, kijkt steeds naar het product en raakt het aan. Dan kun je de cliënt om de opdracht vragen.
TIP
KOOPMOTIEVEN
KUNNEN VERANDEREN. BLIJF DAAROM NIEUWSGIERIG NAAR WAT DE CLIËNT BELANGRIJK VINDT.
Dit doe je bijvoorbeeld zo:
“Wilt u de producten meenemen?”
“Zullen we het zo doen?”
“Zal ik het voor u inpakken?”
7. Opdracht
Heeft je cliënt ingestemd, dan heb je de opdracht gekregen! Plan een nieuwe afspraak en maak de verkoop rond. Sla het bedrag aan op de kassa of bereid de behandeling voor.
2.4
Presen tatie
Presentatie is een vorm van communicatie. Met je presentatie laat je jezelf aan de buitenwereld zien. Bijvoorbeeld met je persoonlijke presentatie, zoals de manier waarop je de cliënt benadert en je eigen uiterlijk.
Daarnaast hoort bij presentatie ook de inrichting van je salon. Hoe ziet bijvoorbeeld de etalage eruit? Daarmee laat je cliënten zien wat je te bieden hebt.
Persoonlijke presentatie
Ontvangst
Hoe je de cliënt ontvangt, hangt af van het soort salon en het type cliënt. Is er een receptionist, werken er meerdere schoonheidsspecialisten? Is de cliënt man of vrouw, oud of jong? Iedere cliënt vraagt om een eigen aanpak.
Je hebt te maken met mensen die allemaal verschillend zijn. Verlegen, brutaal, besluiteloos, zelfverzekerd, stil, praatgraag, geduldig of ongeduldig. Een oudere vrouw begroet je meestal anders dan een meisje van 20. Daarom zal de ontvangst per cliënt verschillen.
Je ontvangt de cliënt vaak als volgt:
1 Begroet de cliënt.
2 Loop naar de cliënt toe. Geef een hand en neem de jas aan.
3 Begeleid de cliënt naar de behandelstoel.
4 Ben je nog bezig met een andere cliënt? Of moet je de praktijkruimte nog op orde brengen? Dan laat je de cliënt plaatsnemen in de wachtruimte.
Jezelf voorstellen
Het werk van de schoonheidsspecialist is persoonlijk. Meestal behandel je één cliënt in je salon en breng je langere tijd met elkaar door. Stel jezelf daarom van tevoren voor. Ook aan andere mensen met wie je op je werk te maken krijgt, stel je jezelf voor. Bijvoorbeeld aan collega’s, stagiairs en vertegenwoordigers die de salon bezoeken. Probeer de namen van deze mensen te onthouden. Zo kun je laten zien dat je iemand herkent en zal de persoon zich gezien voelen.
Uiterlijk van de schoonheidsspecialist
Meestal bezoeken mensen een schoonheidsspecialist om hun uiterlijk te laten verzorgen en om te ontspannen. Om te laten zien dat jij een echte professional bent, zorg je ervoor dat je er zelf verzorgd uitziet. Dat wil zeggen: draag schone werkkleding, zorg voor schone handen en korte nagels, draag geen sieraden aan je handen en steek lang haar op. Draag zorg voor je persoonlijke hygiëne. Je werkt dicht op de cliënt en daarom is het belangrijk dat je erop let dat je niet te sterk ruikt naar parfum, transpiratielucht, rook of etenslucht en dat je een frisse adem hebt.
TIP STA DE CLIËNT ALTIJD OP EEN NETTE MANIER TE WOORD EN GEBRUIK DE JUISTE AANSPREEKVORM. SPREEK HELDER EN BELEEFD.
Lichaamshouding
Je lichaamshouding heeft te maken met de positie van je lichaam, zoals hoe je je hoofd, schouders, heupen en voeten houdt. Je lichaamshouding laat zien hoe je je voelt. Ben je zenuwachtig? Dan knipper je misschien vaak met je ogen, wiebel je op je voeten of pluk je aan je haren. Leun je juist achterover of gaap je? Dan kom je ongeïnteresseerd over. Dit merkt je cliënt allemaal en het kan een reden zijn voor je cliënt om wel of niet een nieuwe afspraak te maken.
Cliëntvriendelijkheid
Cliëntvriendelijkheid heeft te maken met aandacht voor cliënten. Je luistert goed, toont begrip en bent behulpzaam. Daarnaast bied je een goede service, bijvoorbeeld door je cliënt een ander product aan te bieden bij een allergische reactie op een huidverzorgingsproduct. Cliëntvriendelijk zijn helpt om cliënten tevreden te houden. Hierdoor willen de cliënten bij je terugkomen, waardoor je je werk behoudt.
Presentatie van de salon of jouw werkplek
Een schone, opgeruimde salon draagt bij aan een professionele uitstraling. Daarbij helpt het je om je werk goed uit te voeren. Je vindt de materialen en apparaten die je gebruikt gemakkelijk terug en je kunt hygiënisch werken.
TIP
NEEM EEN OPEN
HOUDING AAN: HOUD JE HOOFD RECHTOP EN KIJK JE CLIËNT AAN.
Ontvangst
Bij een goede ontvangst hoort een vriendelijke, persoonlijke begroeting van de cliënt. Ook de ruimte waarin je de cliënt ontvangt, draagt bij aan een goede ervaring. De ruimte moet cliënten op hun gemak stellen. Richt daarom bijvoorbeeld de wachtruimte in met comfortabele meubels. Tijdens het wachten lijkt de tijd langzamer te gaan. Zorg er dus voor dat de cliënt zich kan vermaken. Leg tijdschriften neer en biedt een kop koffie of thee aan.
Inrichting
De inrichting en uitstraling van de schoonheidssalon heeft een grote invloed op de beleving van de cliënt. Je kunt een bepaalde sfeer oproepen. Ga je bijvoorbeeld voor ultieme rust en ontspanning, een gevoel van luxe of een hippe uitstraling? Ben je gespecialiseerd in bijvoorbeeld oosterse massages, dan kun je dat laten zien met een inrichting in oriëntaalse sfeer. Bied je ook make-up en haarstyling aan? Dan is dat bijvoorbeeld te zien aan een make-uphoek met een grote verlichte spiegel in de salon. Zorg in ieder geval dat de behandelruimte er netjes uitziet en dat de materialen en producten klaarstaan die je voor de behandeling nodig hebt.
Een schone en opgeruimde salon wekt vertrouwen.
2.5 Feedback
Feedback is een reactie op wat iemand doet. Soms krijg je feedback. Bijvoorbeeld: op je stage zegt je collega dat je het masker netjes en dekkend hebt aangebracht.
Feedback kun je ook zelf geven. Bijvoorbeeld: je zegt tegen je stagebegeleider dat de uitleg niet duidelijk voor je is.
Feedback krijgen
Feedback kun je verdelen in positieve feedback en kritische feedback. Als je positieve feedback krijgt, dan hoor je dat wat jij doet goed werkt. Krijg je kritische feedback, dan hoor je dat wat jij doet nog niet goed werkt en hoe je dit kunt verbeteren.
Het vak van schoonheidsspecialist leer je door veel te oefenen. Feedback helpt je om beter te worden in je vak. Je leert wat er goed gaat, wat er nog niet goed gaat en hoe je het anders kunt doen. Hierdoor verbeter je de kwaliteit van de behandelingen.
Feedback geven
Met feedback maak je de ander duidelijk wat het effect is van zijn of haar gedrag of prestatie. Een methode die je kunt gebruiken bij feedback geven, is de HEG-methode. HEG is de afkorting van drie stappen die je helpen om je feedback duidelijk over te brengen.
Hetgeen je waarneemt: je zegt wat je hoort, ziet, voelt of ruikt. Dit gaat over concreet waarneembaar gedrag.
Effect: je vertelt wat dat met je doet. Dit gaat over het gevolg.
Gewenste resultaat: je maakt afspraken over de toekomst. Dit gaat over wat de volgende keer anders kan.
De HEG-methode gebruiken
Je kunt de HEG-methode gebruiken bij het geven van positieve en kritische feedback.
Voorbeeld positieve feedback
Door positieve feedback te geven, laat je de ander weten wat je prettig vindt en wat de ander in jouw ogen goed doet. Bijvoorbeeld: je vertelt je medestudent dat je blij bent met je gelakte nagels.
“Zo, je hebt mijn nagels supermooi gelakt! Zonder strepen!” (H)
“Ik ben er happy mee. Jij drukt niet zo met het kwastje, dan wordt het veel gladder.” (E)
“Mag ik het op jouw nagels proberen?” (G)
Voorbeeld kritische feedback
De drie stappen van de HEG-methode kun je ook gebruiken als een cliënt ontevreden is. Door de situatie direct te bespreken, kun je deze vaak meteen oplossen. Bijvoorbeeld: je reageert op een cliënt die haar negatieve ervaringen over nieuwe nachtcrème met jou deelt.
“Ondanks de crème bleef je huid dus droog aanvoelen?” (H)
“Dat is jammer, ik dacht dat deze crème meer effect op je huid zou hebben.” (E)
“We kunnen kijken naar een product met een extra hydraterende werking?” (G)
2.6 Kwaliteit en klachten
We vinden het eigenlijk heel gewoon dat iets goed is. Pas als dat niet zo is, ga je nadenken over kwaliteit. Wat is eigenlijk ‘kwaliteit’? Als een cliënt niet tevreden is, dan kan hij of zij een klacht hebben. Hoe ga je met klachten van cliënten om?
Wat is kwaliteit?
Kwaliteit is ‘de mate waarin iets goed is’. Dit betekent: in hoeverre voldoe je aan de eisen van de cliënt?
Er zijn verschillende soorten kwaliteit:
productkwaliteit
proceskwaliteit
integrale kwaliteit
Productkwaliteit
Het eindresultaat van de behandeling bepaalt de productkwaliteit. Denk bijvoorbeeld aan een goed eindresultaat van het shapen van de wenkbrauwen.
Je kunt de productkwaliteit op twee manieren verbeteren:
Door op de hoogte te blijven van de nieuwste ontwikkelingen. Dit kun je doen door regelmatig vakliteratuur te lezen, maar ook door het volgen van cursussen.
Door te luisteren naar de cliënt. Cliënten hebben verschillende wensen en verwachtingen. De ene cliënt wil bijvoorbeeld een dikkere wenkbrauw dan de andere cliënt. Hierop pas je jouw handeling aan.
TIP
BEDANK VOOR DE FEEDBACK EN GEBRUIK
Proceskwaliteit
De proceskwaliteit is de manier waarop het eindresultaat is ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan of de cliënt netjes en op tijd wordt geholpen. Ook bij bijvoorbeeld het shapen van de wenkbrauwen is de proceskwaliteit erg belangrijk. Al zijn de wenkbrauwen nog zo mooi, als het proces niet goed is verlopen, bijvoorbeeld als de cliënt te weinig inspraak heeft gehad, is de kans groot dat de cliënt toch niet terugkomt. Al deze dingen dragen bij aan de proceskwaliteit.
Integrale kwaliteit
Integrale kwaliteit zijn alle factoren buiten de behandeling om. Stel je voor dat je zelf naar een schoonheidssalon gaat. Voordat de behandeling begint, heb je al een idee over de kwaliteit van de salon. Je let dan bijvoorbeeld op het interieur van de salon, de hygiëne en de service.
De productkwaliteit, de proceskwaliteit en de integrale kwaliteit bepalen samen of de cliënt tevreden is.
Een cliënt die vaktechnisch goed behandeld is, kan toch ontevreden naar huis gaan. Bijvoorbeeld omdat de schoonheidsspecialist met een collega sprak zonder de cliënt erbij te betrekken. De persoonlijke presentatie van de schoonheidsspecialist was in dit geval niet goed. Ook het omgekeerde kan voorkomen: een cliënt is erg tevreden, maar de behandeling werd niet perfect uitgevoerd. De sfeer en service waren zo prettig, dat de cliënt zeker terugkomt.
Klachten
Klachten zijn meningen van cliënten als ze niet tevreden zijn. Een klacht moet je serieus nemen. Veel cliënten die klagen komen niet meer terug. Klachten kunnen gaan over de kwaliteit van een behandeling of een product of over de schoonheidsspecialist of een andere medewerker.
Omgaan met een klacht over huidirritatie Als een cliënt last heeft van een geïrriteerde huid na de behandeling, vraag je of hij of zij langs wil komen. Je kunt dan vaststellen of het om een huidallergie of een huidirritatie gaat. Het is belangrijk om door te vragen op de klacht van de cliënt. Is de huidirritatie ontstaan als reactie op jouw behandeling of geadviseerde product? Of heeft de cliënt zich niet gehouden aan je instructie? Bij een huidallergie gaat het om een reactie van de huid op een bepaald ingrediënt uit een door jou gebruikt product. Je noteert in het dossier van de cliënt dat je dit product bij een volgende behandeling niet kunt gebruiken. Als de huidallergie ernstig is, verwijs je de cliënt door naar de huisarts. Een huidirritatie kan ontstaan nadat de huid intens is behandeld of doordat de cliënt een product verkeerd heeft gebruikt. Samen met de cliënt zoek je naar een oplossing voor de irritatie. Dit kan zijn dat je een product meegeeft dat kalmerend werkt op de huid. Neem na een paar dagen contact op met de cliënt om te vragen of de oplossing helpt. Of je vraagt de cliënt na een bepaalde tijd weer langs te komen. Je bekijkt dan samen het herstel en bepaalt of er nog meer gedaan kan worden om het herstel te bevorderen.
Procedure klachtenafhandeling
Soms is een cliënt niet tevreden over het effect van de behandeling. Ze klaagt bij jou over het resultaat.
Wat kun je dan doen?
1 Toon begrip.
Begrip toon je bijvoorbeeld door te zeggen: “Wat vervelend voor u”, of “Ik begrijp het”.
2 Bekijk de oorzaak van het probleem.
Ligt het aan jou of aan iets anders dat er een probleem is? Soms kun je niets aan het probleem doen. Leg dan uit hoe het zit. Bijvoorbeeld als de haargroei na een harsbehandeling te snel terugkomt. Waarschijnlijk had de cliënt te hoge verwachtingen van de behandeling. Leg uit hoe haargroei werkt. De kans is groot dat de cliënt daarna tevreden is. Vind je het resultaat ook tegenvallen en ben je het eens met de cliënt? Laat dit dan merken. De cliënt zal zich begrepen voelen.
3 Vraag de cliënt wat ze van jou verwacht. Stel de vraag: “Hoe wil je dat we dit gaan oplossen?” Door deze vraag te stellen, krijg je een goed idee van wat de cliënt precies wil. Een cliënt kan bijvoorbeeld verwachten dat je een korting geeft op een volgende behandeling.
4 Probeer samen tot een oplossing te komen. Geef aan dat je samen tot een goede oplossing wilt komen. Door gebruik te maken van het woord ‘samen’, creëer je een band met de cliënt.
Wkkgz
De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is er om de kwaliteit van de behandelingen in een schoonheidssalon te verhogen. Ook moet er in de salon een aanpak zijn voor het omgaan met klachten van cliënten en een systeem voor het veilig kunnen melden van een incident.
Meer weten over de communicatie?
Bekijk de les communicatie
Snelcode 14161
Kwaliteit verbeteren door klachten Klachten zijn vervelend, maar je kunt het ook zien als iets positiefs.
Klachten:
geven informatie over je behandeling;
zijn een kans om te leren;
zijn een aanmoediging om je behandeling of producten te verbeteren.
Neem bijvoorbeeld een cliënt die ontevreden was. Ze liet haar wenkbrauwen en wimpers verven, maar het resultaat verbleekte snel.
De oplossing kan hierbij zijn om een ander verfproduct aan te schaffen of om de inwerktijd te verlengen.
Zo leer je welk product goed werkt of hoe je de werking van een product kunt verbeteren.
2.7 Ethiek
Ethiek gaat over wat je mag en moet doen als schoonheidsspecialist. Als je kritisch nadenkt over wat goed en fout is, ben je met ethiek bezig. Je denkt bij ethiek ook na over hoe jij als schoonheidsspecialist je werkt wilt doen.
Ethiek in de salon
Ethiek maakt duidelijk wat je mag doen en wat je moet doen. Schoonheidsspecialisten voeren steeds meer behandelingen uit. Sommige behandelingen, zoals chemische peelings, brengen risico’s met zich mee. Het is belangrijk dat je weet hoe je een verantwoorde dienstverlening levert en dat je hier scherp op blijft.
Ethiek helpt je ontdekken hoe jij als schoonheidsspecialist je werk wilt doen. Het stimuleert je om jezelf en je professionele handelen te blijven verbeteren. Dat vergroot de kwaliteit die je levert en maakt dat je trots op jezelf en op je vak kunt zijn.
Hoe jij je werk doet als schoonheidsspecialist, heeft te maken met ethiek. Natuurlijk denk je niet de hele dag na over wat je doet en waarom. Veel dingen zijn een gewoonte geworden. In de manier waarop jij communiceert met cliënten en hoe je jezelf presenteert, laat je zien hoe je wilt overkomen. De dingen die jij belangrijk
vindt, noem je normen en waarden. Bijvoorbeeld: op tijd komen en afspraken op tijd afzeggen. Deze normen en waarden bepalen hoe je met je cliënten omgaat.
Ethisch dilemma
Tijdens je werk in de salon kun je in een situatie terechtkomen waarin je een moeilijke beslissing moet nemen. Een cliënt deelt bijvoorbeeld een verhaal dat vertrouwelijk is. Een situatie waarin het niet gelijk duidelijk is wat je het beste kunt doen, noem je een ethisch dilemma. In een ethisch dilemma kun je kiezen uit een paar mogelijkheden die even goed of even slecht lijken te zijn. Er is niet duidelijk één goede oplossing. Bijvoorbeeld als een cliënt om een behandeling vraagt waar je zelf niet achter staat. Als je de behandeling toch uitvoert, doe je iets wat niet bij je past. Maar als je besluit om de behandeling niet uit te voeren, is je cliënt ontevreden. Hoe kun je dit oplossen? Je kunt de situatie van verschillende kanten bekijken. Door je te verplaatsen in de ander en door te bepalen wat je zelf belangrijk vindt, denk je goed na over het besluit dat je neemt.
Thema’s beroepsethiek
Ethiek in je werk kan over vijf thema’s gaan: integriteit, informatie, verantwoordelijkheid, zorg en professionaliteit. Deze thema’s staan in het richtsnoer Beroepsethiek (ANBOS).
Meer weten over ethiek in je werk?
Bekijk de les Ethiek. Snelcode 14248
Thema ethiek Dit gaat over:
Integriteit professionele, persoonlijke en commerciële grenzen
Informatie informatie en advies, informed consent (geïnformeerde toestemming) en beroepsgeheim
Verantwoordelijkheid leeftijdsgrenzen, kwetsbare groepen, schoonheid en samenleving en eigen verantwoordelijkheid cliënt
Zorg nevenbevindingen (signaleren) en huiselijk geweld
Professionaliteit bedrijfsvoering, dossiervorming, scholing, nascholing, kwaliteit, omgaan met klachten, fouten en missers en omgaan met collega’s en andere hulp- en zorgverleners
3. Hygiëne, arbeidsomstandig heden en milieu
IN DIT HOOFDSTUK
Je behandelt een cliënt met onzuiverheden. Voor de behandeling was jij je handen en reinig je de huid van de cliënt. Daarnaast draag je handschoenen bij het ledigen van comedonen. Waarom je dat doet en hoe dit bijdraagt aan een goede hygiëne leer je in dit hoofdstuk.
Een voorwaarde om je werk als schoonheidsspecialist goed te kunnen uitvoeren, zijn goede arbeidsomstandigheden. Denk hierbij aan het veilig werken met apparaten en het werken in een goede houding. Als schoonheidsspecialist zul je ook je verantwoordelijkheid moeten nemen om goed om te gaan met het milieu. In dit hoofdstuk krijg je tips over waar je op kunt letten. Ook leer je welke hygiënerichtlijnen er zijn en leer je meer over het belang van de Arbowet.
Een voorwaarde om je werk als schoonheidsspecialist goed te kunnen uitvoeren, zijn goede arbeidsomstandigheden.
Hygiëne,
3.1 Richtsnoer
Hygiëne,
arbeids
omstandigheden en milieu
Het is belangrijk dat je in je vak voldoet aan de wetgeving over hygiëne, arbeidsomstandigheden en milieu. De branchevereniging ANBOS heeft daarvoor een document opgesteld waarin staat hoe je de wet kunt toepassen in de salon. Dit document heet een richtsnoer. In het richtsnoer vind je aanbevolen richtlijnen voor een goede bedrijfsvoering.
Het richtsnoer hygiëne, arbeidsomstandigheden en milieu (H.A.M.) beschrijft de uitgangspunten en handelswijze voor in de salon. Je kunt het richtsnoer downloaden via de website van ANBOS en vindt hierin richtlijnen over:
hygiëne
arbeidsomstandigheden
milieu
Het volgen van de richtlijnen in het richtsnoer draagt bij aan de veiligheid van de schoonheidsspecialist en aan de cliëntveiligheid. Cliëntveiligheid betekent dat je cliënt zo min mogelijk risico loopt op onbedoelde lichamelijke of psychische schade tijdens een behandeling. Door te werken volgens het richtsnoer en je salon goed te controleren, werk je hygiënisch, veilig en arbo-verantwoord. Daarmee voorkom je ongelukken en ziekte in de salon.
3.2 Hygiëne
Hygiëne kun je omschrijven als ‘schoon en netjes zijn’. Hygiëne is belangrijk in je werk. Je cliënten worden graag geholpen in een schone omgeving. Ook maakt het de kans op overdracht van ziekten zo klein mogelijk. Door zo hygiënisch mogelijk te werken, neem je de gezondheid van je cliënten en die van jezelf serieus.
Door zo hygiënisch mogelijk te werken, neem je de gezondheid van je cliënten en die van jezelf serieus.
Risico’s
Als schoonheidsspecialist sta je nauw in contact met je cliënten. Ook werk je steeds met andere cliënten. Er bestaat daardoor een kans op overdracht van besmettelijke ziektes. Besmettelijke ziektes worden overgedragen door micro- en macro-organismen.
Micro-organismen
Microorganismen zijn zo klein dat je ze met het blote oog niet kunt zien. Niet alle micro-organismen zijn ziekteverwekkers. Ze kunnen ook nuttig zijn. Zo bevinden zich in ons darmstelsel bacteriën die zorgen voor een goede vertering van ons voedsel. Micro-organismen die ziektes veroorzaken, noem je pathogeen. Micro-organismen die onschadelijk zijn voor je gezondheid, noem je niet-pathogeen. Of je ziek wordt van een pathogeen micro-organisme, hangt af van je weerstand. Als je gezond en fit bent, is je weerstand groot. Dat betekent dat je lichaam de micro-organismen snel opruimt en je er niet ziek van wordt. Er zijn drie soorten micro-organismen:
bacteriën
virussen
schimmels
Van micro-organismen kan je cliënt een ontsteking krijgen. Bijvoorbeeld als er een wondje ontstaat na het epileren. Als er schadelijke bacteriën op je hand, het pincet of ergens in de wenkbrauw van de cliënt zitten, kunnen die in de wond komen. Dan is dat overdracht van micro-organismen.
Macro-organismen
Macroorganismen kun je met het blote oog zien.
Voorbeelden zijn: hoofdluis, teken en lintwormen.
Ze kunnen ziektes overbrengen of zeer vervelend zijn.
Macro-organismen komen in de salon nauwelijks voor.
Besmetting
Besmetting is het binnendringen van ziektekiemen (pathogene micro-organismen) in je lichaam. Dat kan via de luchtwegen, het spijsverteringskanaal of open wondjes. Besmetting in de salon kan bijvoorbeeld ontstaan door:
instrumenten die niet (goed) gereinigd en gedesinfecteerd zijn;
handen die niet gewassen zijn na de pauze, een toiletbezoek, nadat je een vorige cliënt hebt geholpen of voor de start van de behandeling;
een klein wondje dat ontstaat bij een behandeling van een cliënt die pathogene micro-organismen op de huid heeft zitten.
Na besmetting wordt je niet altijd ziek. Het immuunsysteem van je lichaam gaat meteen aan het werk om ziektekiemen op te ruimen. Hoe gezonder je bent, hoe beter je immuunsysteem werkt. Je hebt dan een goede weerstand tegen ziektes.
Besmetting is het binnendringen van ziektekiemen (pathogene microorganismen) in je lichaam.
Persoonlijke hygiëne
Als schoonheidsspecialist volg je de hygiënerichtlijnen. Persoonlijke hygiëne is de verzorging van je eigen lichaam. Voor persoonlijke hygiëne zijn vier onderwerpen belangrijk: de bedrijfskleding, sieraden, handen wassen en hulpmiddelen, zoals het dragen van handschoenen.
Persoonlijke bescherming tegen hepatitis B Hepatitis B is een ontsteking van de lever die ontstaat door besmetting met het hepatitis B-virus. Dit virus wordt overgedragen door contact met bloed. Als schoonheidsspecialist kun je besmetting met hepatitis B voorkomen door bij de behandeling veilig te werken volgens de hygiëne richtlijnen. Voorkom prikgevaar door een naald meteen na gebruik in de naaldencontainer te plaatsen.Om jezelf te beschermen tegen een infectie kun je jezelf laten vaccineren tegen het hepatitis B-virus.
WIST JE DAT BEDRIJFSKLEDING MOET MINIMAAL WASBAAR ZIJN OP 60 °C.
Bedrijfskleding
Bedrijfskleding draag je alleen tijdens je werk. Je kunt bedrijfskleding dragen over je eigen kleding, maar dit is niet aan te raden omdat het je beweegbaarheid kan beperken. Draag bedrijfskleding daarom in plaats van je eigen kleding. Bedrijfskleding beschermt je eigen kleding. Ook ben je herkenbaar als schoonheidsspecialist. Dit draagt bij aan een professionele uitstraling.
Bedrijfskleding moet voldoen aan de volgende eisen:
is wasbaar op 60 °C of meer;
biedt een goede bescherming tegen vuil en chemicaliën;
kan goed vocht opnemen;
zit lekker en niet te strak, je kunt je er vrij in bewegen;
heeft korte of driekwartmouwen in verband met een goede handhygiëne;
schoenen zijn gesloten en zijn gemakkelijk te reinigen, ademend en veroorzaken zo min mogelijk geluidsoverlast.
Bedrijfskleding moet niet alleen goed wasbaar zijn om vlekken te kunnen verwijderen, maar ook om besmetting te voorkomen. Een deel van de ziektekiemen wordt namelijk gedood door warmte bij minimaal 60 °C. Heet strijken is ook een methode om een deel van de ziektekiemen te doden.
Sieraden
Draag tijdens het werk geen sieraden aan je handen of polsen, zoals ringen of armbanden. Sieraden doe je af omdat:
sieraden een plek zijn waar micro-organismen leven. Het is onmogelijk om voor en na iedere behandeling de sieraden te reinigen;
sieraden wondjes kunnen veroorzaken bij jou of je cliënt;
sieraden, zoals een losse armband of grote oorbellen, ergens achter kunnen blijven hangen.
Handen wassen
Regelmatig en op de juiste manier je handen wassen draagt bij aan een goede hygiëne.
Bij handen wassen neem je de volgende stappen:
1 Maak je handen nat met water.
2 Gebruik genoeg zeep.
3 Wrijf handpalm tegen handpalm.
4 Wrijf met gekruiste vingers je rechterhandpalm over je linkerhandrug en omgekeerd.
5 Wrijf handpalm tegen handpalm met gekruiste vingers.
6 Wrijf met de achterkant van je vingers tegen je handpalmen.
7 Maak cirkels met je linkerduim in je rechterhand en omgekeerd.
8 Maak cirkels met je vingers over je handpalm en handrug.
9 Spoel je handen af met water.
10 Droog je handen.
11 Draai de kraan dicht met een doekje.
Handschoenen dragen
Draag handschoenen bij alle behandelingen waarbij je de huid openmaakt of in contact bent met bloed. Bijvoorbeeld bij het ledigen van comedonen en milia, acnebehandelingen en elektrisch ontharen. Draag ook handschoenen of een vingercondoom als je zelf wondjes hebt.
Eisen handschoenen Handschoenen moeten voldoen aan de volgende eisen:
NEN-EN 455-1, 2 en 3. Dit zijn de eisen voor medische handschoenen voor eenmalig gebruik. Zo wordt er bijvoorbeeld gekeken naar de afwezigheid van gaten.
Ze zijn voor eenmalig gebruik (= wegwerp).
Ze zijn goed passend.
Ze zijn hypoallergeen en van nitril.
LET OP! DRAAG HANDSCHOENEN ALS ER KANS BESTAAT OP CONTACT MET NIET-INTACTE HUID (ZOALS WONDVOCHT, BLOED, PUS EN DERGELIJKE), BIJ KANS OP PATHOGENE MICRO-ORGANISMEN, BIJ BESMETTE MATERIALEN OF BIJ GEVAARLIJKE STOFFEN, ZOALS HET GEBRUIK VAN ZUREN.
Naast de regels die gelden voor bedrijfskleding, sieraden en het gebruik van handschoenen, werk je volgens de hygiëneregels uit het richtsnoer. Belangrijke aandachtspunten zijn:
Zorg voor korte en schone nagels. Nagellak is niet beschadigd. Draag bij voorkeur geen kunstnagels.
Draag je haren vast.
Was je handen met desinfecterende zeep voor en na iedere behandeling en na elk toiletbezoek.
Desinfecteer je eigen huid en de huid van de cliënt als er sprake is van een wondje. Als je zelf een wondje hebt, bescherm je deze na desinfectie door handschoenen of een vingercondoom te dragen.
Werp instrumenten die door de opperhuid heen zijn gegaan, na gebruik weg.
Spatels gebruiken
Om hygiënisch te werken zijn spatels onmisbaar in de salon. Hiermee haal je producten uit een pot, zodat deze niet in aanraking komen met je huid. Spatels zijn van roestvast staal, kunststof of hout. Je kunt spatels reinigen, desinfecteren en hergebruiken of wegwerpspatels gebruiken.
TIP
DRAAG TIJDENS SCHOONMAAK WERKZAAMHEDEN
(HUISHOUD)HAND SCHOENEN
OM DE HUID TE BESCHERMEN
TEGEN REINIGINGS MIDDELEN.
Reinigen en desinfecteren
In de schoonheidssalon is hygiëne van groot belang. Je zorgt altijd voor:
een schone werkomgeving;
schone instrumenten;
een schone huid van de cliënt.
Daarbij maak je onderscheid tussen reinigen, desinfecteren en steriliseren.
Reinigen van de werkplek of instrumenten is het verwijderen van zichtbaar vuil, bijvoorbeeld met water en een doekje. Vuil kan droog of nat zijn. Een voorbeeld van droog vuil zijn kruimels. Een voorbeeld van nat vuil zijn druppels van een product. Met reinigen maak je de oppervlakte schoon van zichtbaar vuil. Het is in de salon een dagelijkse bezigheid. Na elke behandeling reinig je de werkplek en desinfecteer je de instrumenten. Ook vervang je de gebruikte handdoeken. Aan het einde van de werkdag poets en ontsmet je de behandelruimte grondig.
Desinfecteren betekent ontsmetten. Met desinfectie verklein je het aantal micro-organismen, maar je doodt er niet alle micro-organismen mee. Om goed te desinfecteren, moet je eerst reinigen. Zonder reinigen werkt desinfectie niet. Micro-organismen groeien goed in een vuile omgeving. Dus is het van belang dat je eerst het vuil verwijdert (reinigt) en dan pas desinfecteert.
Toegelaten desinfectiemiddelen De overheid stelt eisen aan de kwaliteit van desinfectiemiddelen. Bij het gebruik van desinfectiemiddelen voor de huid wordt er onderscheid gemaakt tussen intacte en niet-intacte huid. De huid die je na het desinfecteren gaat openen of doorboren, hoort ook bij de niet-intacte huid.
Voor het desinfecteren van de intacte huid gebruik je een middel dat onder de biocidewetgeving valt, zoals handalcohol en Podiskin. Een door de overheid toegelaten desinfectiemiddel herken je aan een N-nummer (N staat voor Nederland) op het etiket. Deze eis geldt niet voor alcohol van 70-80%. Welke middelen onder de biocidewetgeving vallen, kun je vinden op de website van de Nederlandse Voedsel- en Waren autoriteit (NVWA).
Een middel dat je gebruikt voor de niet-intacte huid valt onder de Geneesmiddelenwet en is te herkennen aan het RVG-nummer (Registratie van Geneesmiddelen) op het etiket. Een RVG-nummer is een nummer van geregistreerde middelen met bewezen werkzaamheid en veiligheid. Een voorbeeld van een middel met RVG-nummer is Dettol chloorxylenol.
Desinfectie kun je bereiken met:
ontsmettingsmiddelen
verhitting
Desinfectie is niet voldoende:
voor instrumenten die door de opperhuid heen gaan, zoals mesjes en naalden. Gebruik daarom altijd steriel verpakte wegwerpmesjes en wegwerp naalden.
als het instrument in aanraking is geweest met bloed, pus of wondvocht. Dan moet je het instrument steriliseren of weggooien.
Steriliseren is het doden van alle micro-organismen. Je kunt instrumenten steriliseren met een autoclaaf. In dit apparaat worden instrumenten onder hoge druk door stoom gesteriliseerd. In de salon komt steriliseren niet vaak voor; meestal gebruik je steriel verpakte wegwerpmesjes en wegwerpnaalden.
WIST JE DAT
DESINFECTEREN IS VAAK VOLDOENDE IN JOUW VAK. DE BELANGRIJKSTE
BACTERIËN EN SCHIMMELS
DIE ZIEKTEN OVERDRAGEN
ZIJN DAN GEDOOD.
De werkomgeving reinigen en desinfecteren
In een schoonheidssalon voer je veel huishoudelijke taken uit, zoals afwassen, wassen, stoffen, de vloer reinigen en het sanitair schoonmaken. Daarbij gebruik je schoonmaakmiddelen en schone doeken. Met een stofbindende of vochtige doek verwijder je dagelijks het stof van het meubilair en voorwerpen. Hiermee wordt voorkomen dat stof in de lucht gaat dwarrelen.
Met een stofzuiger of stofwisser verwijder je het droge vuil van de vloer. Daarna kun je de vloer dweilen. Gebruik bij het dweilen twee emmers. Eén emmer is bedoeld voor schoon water waaraan een reinigingsmiddel is toegevoegd. In de andere emmer kun je de vuile dweil uitwringen. Gebruik altijd schoongewassen dweilen, moppen of wegwerpdoeken. Was ze op 95 °C.
Sanitair schoonmaken
Sanitair kun je verdelen in ‘schoon’ sanitair, zoals wastafels en tegels, en ‘vuil’ sanitair, zoals de binnenzijde van de toiletpot, de toiletbril en de lage tegels naast het toilet. Voor schoon en vuil sanitair gebruik je aparte emmers en aparte, schone doekjes. Maak de wastafel dus nooit schoon met hetzelfde doekje als waarmee je het toilet hebt gedaan. Voor de dagelijkse reiniging van wasbakken en toiletten gebruik je een reinigingsmiddel. Voor het voorkomen en verwijderen van kalkaanslag kun je een zuur reinigingsmiddel zoals huishoudazijn of een ander anti-kalkproduct gebruiken. Het vuile sanitair reinig je met een schoonmaakmiddel dat een ontsmettende werking heeft. Maak de toiletten elke dag schoon.
Je kunt steriliseren met een autoclaaf.
TIP
GEBRUIK VOOR
HET NAT REINIGEN TWEE VERSCHILLEND
GEKLEURDE EMMERS.
LET OP! GEBRUIK BIJ
VOORKEUR VOCHTIGE
DOEKEN EN STOFBINDENDE
DOEKEN. DAARMEE
VOORKOM JE DAT JE STOF EN MICRO-ORGANISMEN IN DE LUCHT VERSPREIDT.
Hygiëne, arbeidsomstandigheden
De salon desinfecteren
Oppervlakten in de salon, zoals vloeren, meubilair en apparaten, houd je schoon. Je begint altijd met reinigen. Nadat je de oppervlakken gereinigd hebt, behandel je de plekken waar bloed of andere lichaamsstoffen kunnen zitten met een desinfecterende oplossing. Volg daarbij de gebruiksaanwijzing van het desinfectiemiddel. Laat het gedesinfecteerde oppervlak aan de lucht drogen.
Textiel reinigen
Voor iedere cliënt gebruik je schoon textiel. Gebruik schone handdoeken, stoelhoezen, kompresdoekjes, bandeaus en dekens. Zo voorkom je de verspreiding van micro-organismen.
Tips voor het wassen van textiel:
Gebruik het wasmiddel volgens de aangegeven dosering.
Voeg in gebieden met hard water eventueel een waterontharder toe.
Was op hoge temperaturen (60 °C) en strijk heet.
WIST JE DAT DE WERKTAFEL REINIG EN DESINFECTEER JE ALTIJD NA GEBRUIK. DIT GELDT
OOK VOOR APPARATEN
ZOALS EEN LOEPLAMP.
Instrumenten reinigen en desinfecteren
Reinig en desinfecteer instrumenten:
na de behandeling;
wanneer deze op de grond zijn gevallen;
wanneer deze een dag op het werkblad liggen zonder gebruikt te zijn.
Instrumenten waarbij geen direct contact is geweest met de cliënt hoef je alleen te reinigen. Instrumenten waarbij wel direct contact is geweest met de cliënt moet je na het reinigen nog desinfecteren. Er zijn verschillende manieren om instrumenten te reinigen en/of te desinfecteren: met water en zeep, een ultrasoonreiniger, een instrumentenwasmachine of een desinfectiebak.
Water en zeep
Je instrumenten kun je met de hand reinigen. Dit doe je bij instrumenten waarbij geen direct contact is geweest met de cliënt. Het werkt je als volgt:
1 Reinig het instrument met water en zeep.
2 Spoel het instrument af met koud leidingwater.
3 Droog het instrument af met een schone wegwerpdoek of laat het aan de lucht drogen.
Na het reinigen kun je de instrumenten desinfecteren.
Ultrasoonreiniger
Ultrasoon reinigen is een techniek waarbij instrumenten worden ondergedompeld in een bad met een speciale reiniger. Door de trilling van geluidsgolven weekt het vuil los. Hiermee reinig je de instrumenten, maar je desinfecteert of steriliseert ze niet. Na het reinigen kun je de instrumenten desinfecteren in bijvoorbeeld alcohol 70%.
Instrumentenwasmachine
In de instrumentenwasmachine worden instrumenten eerst gereinigd en dan gedesinfecteerd door de hoge temperatuur. De reiniging en thermische desinfectie in een instrumentenwasmachine zijn zeer grondig en betrouwbaar.
Ultrasoon reinigen
Bekijk de stappen voor het reinigen en desinfecteren van instrumenten online.
Snelcode 15182
Onderdompeling
Dompel de instrumenten onder in een desinfectiemiddel voorzien van een
N-nummer of in 70-80% alcohol in een afsluitbare bak. De inwerktijd is afhankelijk van het desinfectiemiddel dat je gebruikt. Het is meestal 5 tot 10 minuten. De inwerktijd staat in de gebruiksaanwijzing.
Laat de instrumenten aan de lucht drogen.
Borstels, kwasten en onderdelen van apparaten
Na gebruik reinig en desinfecteer je borstels, kwasten en de glazen opzetstukken van de vacuümapparatuur.
Ook pads, banden en kunststof omslagen die niet in de wasmachine mogen, horen hierbij. Dit doe je als volgt:
Stappen borstels, kwasten en onderdelen van apparaten reinigen en desinfecteren
1 Week de materialen in een biologisch inweekmiddel.
2 Spoel ze af met koud leidingwater.
3 Droog ze af met een schone wegwerpdoek.
4 Desinfecteer de materialen door ze 5 minuten onder te dompelen in alcohol 70-80%.
5 Laat de materialen drogen aan de lucht.
6 Berg de materialen droog en schoon op.
De huid desinfecteren
De huid van de cliënt desinfecteer je bij een wondje of als de kans bestaat op het maken van een wondje, bijvoorbeeld bij epileren, harsen en het ledigen van milia en comedonen. Desinfectie van de huid is ook nodig als de huid in aanraking is geweest met bloed of wondvocht. Hiervoor gebruik je een desinfectiemiddel voor de niet-intacte huid (RVG-nummer). Een voorbeeld van een middel dat je kunt gebruiken, is Dettol chloorxylenol.
Een blijvend intacte huid kun je desinfecteren met een middel dat valt onder de biocidewetgeving, zoals Podiskin.
Vervang het desinfectiemiddel dagelijks. WIST JE DAT JE KUNT ALLEEN DE BLIJVEND INTACTE HUID VAN DE CLIËNT DESINFECTEREN MET ALCOHOL.
Stappen huid desinfecteren
1 Kies het juiste desinfectiemiddel voor de huid. Bij de keuze van het desinfectiemiddel voor de huid moet je je beperken tot 80% alcohol of een huiddesinfectiemiddel voorzien van een RVG-nummer. Met een percentage lager dan 80% bereik je niet het gewenste resultaat. Lees voor gebruik altijd eerst de gebruiksaanwijzing. Hierin staat ook de inwerktijd van het middel.
2 Desinfecteer de huid.
Stappen snij- en prikaccidenten
Ondanks dat je zorgvuldig werkt, kan er per ongeluk een snij- of prikaccident voorkomen tijdens een behandeling. Denk bijvoorbeeld aan een situatie waarbij je jezelf prikt met een naald. Een snij- of prikaccident is een naam voor verwondingen waarbij het mogelijk is dat de persoon die verwond is geraakt, besmet raakt met een via bloed overdraagbare aandoening. Dit zijn aandoeningen zoals hepatitis B, hepatitis C en hiv.
Handel bij snij- en prikaccidenten aan je handen als volgt:
1 Trek je handschoenen uit.
2 Laat zo mogelijk het vuil uit de wond bloeden.
3 Spoel de wond grondig met water of fysiologisch zout.
4 Dep de wond droog met een steriel gaasje.
5 Desinfecteer de wond met een wonddesinfectiemiddel (middel met RVG-nummer).
6 Plak de wond af met een wondpleister of een steriel gaasje met hechtpleister.
7 Trek nieuwe handschoenen aan.
8 Ruim eventueel gemorst bloed direct op met een vochtig wegwerpdoekje.
9 Desinfecteer de plek met een tissue met alcohol 80%.
10 Verwijder het instrument waarmee de huid is beschadigd.
11 Trek de handschoenen uit.
12 Neem binnen 2 uur contact op met de GGD of GG&GD, eerstehulppost van een ziekenhuis of huisarts.
13 Registreer de accidenten met de naam van de schoonheidsspecialist, cliënt, datum en soort behandeling.
14 Herzie de werkmethode als snijden of prikken vaker voorkomt.
Handel bij infecties bij de cliënt als volgt:
1 Trek handschoenen aan.
2 Behandel nooit in een geïnfecteerd gebied.
3 Dek het geïnfecteerde gebied af met een steriel gaasje.
4 Vervang je handschoenen.
5 Adviseer de cliënt om naar de huisarts te gaan.
3.3 Arbowet
Een slechte werkplek kan gezondheidsklachten veroorzaken. In Nederland bestaat een wet met regels die bijdraagt aan een gezonde werkplek. Dit heet de Arbeidsomstandighedenwet, ofwel Arbowet. Het doel van de Arbowet is ervoor zorgen dat je gezond en veilig kunt werken, waardoor je minder snel ziek of arbeidsongeschikt wordt. Een werkgever moet zich aan de regels van deze wet houden. Ook voor je eigen gezondheid is het belangrijk om deze regels te volgen.
Het doel van de Arbowet is ervoor zorgen dat je gezond en veilig kunt werken, waardoor je minder snel ziek of arbeidsongeschikt wordt.
Arbeidsomstandigheden zijn alle situaties in de werkomgeving die invloed hebben op de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van medewerkers, inclusief jezelf. Je kunt hierbij denken aan veilige apparaten, een goede geventileerde werkruimte of de sfeer op het werk.
Verplichtingen werkgever
In de Arbowet staan regels waar werkgevers zich aan moeten houden. Zo moet de werkgever bijvoorbeeld zorgen dat er wegwerphandschoenen in de salon beschikbaar zijn.
Arbeidsinspectie
De Arbeidsinspectie controleert of bedrijven zich aan de Arbowet houden. De inspectie komt onverwacht langs bij het bedrijf en let dan bijvoorbeeld op ventilatie. Als de Arbeidsinspectie een probleem vindt, moet het bedrijf daar wat aan gaan doen. Een probleem is bijvoorbeeld dat er in de salon te veel vuile lucht blijft hangen, omdat er te weinig geventileerd wordt. Meestal krijgt de werkgever enige tijd om het probleem op te lossen. Als een bedrijf het probleem niet oplost, kan de Arbeidsinspectie maatregelen nemen.
Plichten van de werkgever zijn:
risico’s inventariseren en evalueren;
zorgen voor bedrijfshulpverlening (bhv);
samenwerken met een arbodienst of bedrijfsarts;
de medewerkers voorlichting geven en een preventiemedewerker aanstellen.
Risico’s inventariseren en evalueren
De werkgever moet inventariseren en evalueren welke risico’s er in de salon zijn. Zo’n risico-inventarisatie en -evaluatie noemen we kortweg RI&E. Naar aanleiding van die inventarisatie maak je een plan van aanpak.
Een arbodienst of bedrijfsarts kan hierbij helpen.
Een plan van aanpak kan er bijvoorbeeld zo uitzien:
Probleem
Oplossing Start Wie regelt het?
stankoverlast ventilatiesysteem maart werkgever orde en netheid extra afvalvakken januari Marian rugklachten gezondheidsschoenen december Evelien ongewenste intimiteiten contactpersoon december werkgever
Zorgen voor bedrijfshulpverlening (bhv)
Ondanks alle preventie kunnen er toch ongelukken gebeuren op de werkplek. In een klein bedrijf moet minimaal één persoon als bedrijfshulpverlener (bhv’er) zijn opgeleid. Een bhv’er kan bijvoorbeeld eerste hulp bij ongevallen verlenen en weet hoe er gehandeld moet worden bij brand.
Samenwerken met een arbodienst of bedrijfsarts
Werkgevers moeten een contract hebben met een arbodienst of een bedrijfsarts. Bij de arbodienst en de bedrijfsarts kun je terecht voor:
advies over bijvoorbeeld ergonomisch verantwoord meubilair en goede verlichting;
het opstellen en laten toetsen van de RI&E;
het toetsen van alle arbeidsomstandigheden in het werk op de aspecten gezondheid, welzijn en veiligheid;
het laten uitvoeren van een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO).
Voorlichting geven aan medewerkers
Medewerkers moeten goed voorgelicht worden over zaken die met arbeidsomstandigheden te maken hebben, zoals:
de risico’s die zij in het werk lopen;
het vermijden van deze risico’s;
de rechten en plichten van de werknemers op het gebied van arbeidsomstandigheden.
Voor die taken moet de werkgever een preventiemedewerker aanstellen. Bij bedrijven met minder dan vijftien werknemers - dat is meestal het geval in een schoonheidssalon - mag de werkgever die taak zelf uitvoeren.
WIST JE DAT MET EEN PAGO KUN JE INSPELEN OP ZO MIN MOGELIJK ARBEIDS VERZUIM.
TIP
ZORG DAT JIJ EN JE COLLEGA’S BEWUST ZIJN VAN DE RISICO’S IN DE SALON. ZO KUN JE SAMEN BIJDRAGEN AAN EEN GEZONDE WERKSITUATIE.
Verplichtingen werknemer
Voor werknemers zijn er regels waar ze zich aan moeten houden. Deze regels zorgen voor veiligheid voor de schoonheidsspecialist en de cliënt. Zo moet je als schoonheidsspecialist wegwerphandschoenen dragen tijdens de behandeling waarbij dat vereist is. Ook moet je veilig werken met apparaten en cosmetische stoffen.
Punten waar je als werknemer op moet letten zijn:
Vermijd gevaren. Ga bijvoorbeeld niet op een stoel met wieltjes staan om iets te pakken waar je niet bij kunt. Pas op met gespannen snoeren, bij bijvoorbeeld het gebruik van de loeplamp. Let ook op met water en elektronica.
Gebruik apparaten en materialen op de juiste manier. Pak bijvoorbeeld geen nagelschaartje om een blikje open te maken.
Gebruik middelen om je te beschermen. Draag bijvoorbeeld handschoenen bij huiddoorborende behandelingen.
Berg middelen om je te beschermen op de daarvoor bestemde plaats op. Doe dit in verband met hygiëne. Plaats middelen ook uit het zicht. Dit draagt bij aan een nette, opgeruimde salon.
Werk mee als je werkgever voorlichting geeft over gezond werken. Toon initiatief. Kom bijvoorbeeld zelf met ideeën.
Meld gevaarlijke en ongezonde situaties bij je werkgever en collega’s. Bijvoorbeeld als je ziet dat het snoer van de loeplamp kapot is.
WIST JE DAT VEEL VAN DE PUNTEN WAAR JE ALS WERKNEMER OP MOET LETTEN, STAAN IN HET RICHTSNOER.
Vermijd gevaren. Zet bijvoorbeeld kaarsen op een veilige plaats of plaats ze in een kaarsenhouder.
TIP
BLIJF IN BEWEGING EN WISSEL JE WERKZAAMHEDEN AF.
Lichamelijke klachten
Er wordt in de salon veel van je lichaam gevraagd, zoals bij het geven van een lichaamsmassage. Hoe kun je in de salon zo gezond, veilig en prettig mogelijk werken? Voor een deel hangt dat af van de werkgever. Die moet zorgen voor een ergonomisch ingerichte werkplek. Ergonomie betekent aanpassen van het werk en de omstandigheden aan de mens, zodat het werk gezond en prettig blijft. In de salon kun je daarbij denken aan een in hoogte verstelbare behandelstoel en taboeret.
Jouw werk kan door verschillende oorzaken leiden tot lichamelijke klachten. Bijvoorbeeld klachten aan de nek, schouders, armen en handen. De belangrijkste oorzaken zijn:
eenzijdige belasting, bijvoorbeeld steeds dezelfde bewegingen maken;
te lang achter elkaar werken;
een verkeerde houding tijdens het werken, bijvoorbeeld met een gebogen rug staan of met de armen boven schouderhoogte werken;
verkeerd gebruik van instrumenten;
contact met cosmetische stoffen;
verkeerde schoenen dragen.
Een veelvoorkomende oorzaak van lichamelijke klachten is een verkeerde werkhouding, bijvoorbeeld met een gebogen rug staan of met de armen boven schouderhoogte werken.
Lichamelijke klachten voorkomen
Om lichamelijke klachten te voorkomen, kun je een aantal maatregelen nemen. Denk aan:
werkzaamheden afwisselen;
pauzeren en op tijd stoppen;
een goede werkhouding tijdens het staan en zitten;
een goede houding van schouders, armen en handen;
hulpmiddelen gebruiken.
Een goede werkhouding voorkomt veel lichamelijke klachten. Hieronder vallen:
goed staan;
goed zitten;
goede houding schouders armen en handen;
goed tillen.
Wil je weten waar je precies op moet letten bij bovenstaande punten? Hoe zit je bijvoorbeeld goed op een taboeret en hoe stel je de juiste werkhoogte van de behandelstoel in? Bekijk het online! Snelcode 15145
Door een goede stahouding heb je minder kans op rugklachten.
3.4 Milieu
Je werk in de salon heeft invloed op het milieu en de maatschappij. Je gebruikt energie en produceert afval. Wat is milieuvervuiling en hoe kun je daarmee omgaan in de salon? Hoe onderneem je maatschappelijk verantwoord? En welke duurzame keuzes kun je maken in de salon?
Milieuvervuiling
Milieuvervuiling is de aantasting van het milieu door de mens. Het zorgt voor beschadiging van de natuur. Mensen, dieren en planten zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van het milieu. Mensen, dieren en planten leven in een onderling evenwicht. Het ene levende wezen voedt zich met het andere. Als een dier of plant verdwijnt, dan verdwijnen vaak ook andere levensvormen. Als het milieu uit evenwicht is, ontstaan er milieuproblemen. Er zijn verschillende soorten milieuvervuiling, zoals water vervuiling en luchtvervuiling.
Watervervuiling
Het lijkt zo gewoon: schoon water dat uit de kraan komt. Maar daar is heel wat zuivering aan vooraf gegaan. De zuivering van water kost energie en is dus belastend voor het milieu. Veel huidverzorgingsproducten bevatten stoffen die schadelijk zijn voor het milieu, zoals bepaalde conserveringsmiddelen en kleurstoffen. Het grootste gedeelte van die stoffen wordt door de afvoer weggespoeld en komt in het water terecht. Ga daarom zorgvuldig om met alles wat in de waterafvoer terecht kan komen. Sommige producten, zoals lege batterijen of verfresten, zijn zo schadelijk dat je ze niet mag weggooien of wegspoelen, maar moet inzamelen als klein chemisch afval (KCA). Geef het KCA af bij het afvalstation van de gemeente of in de milieubox bij de chemokar of laat het ophalen.
Voedselketen: mensen dieren en planten zijn afhankelijk van elkaar.
TIP
PROBEER DE HOEVEELHEID KCA ZO KLEIN MOGELIJK TE MAKEN. GA
STEEDS NA OF ER VOOR EEN
PRODUCT DAT CHEMISCH
AFVAL VEROORZAAKT EEN
GOEDE VERVANGER BESCHIKBAAR IS.
Tips om watervervuiling te voorkomen:
Spoel schadelijke stoffen niet weg. Zamel deze in als KCA.
Gebruik producten met natuurlijke conserveringsmiddelen die goed afgebroken kunnen worden.
Gebruik producten met een laag percentage conserveringsmiddel in plaats van een hoog percentage.
Klein chemisch afval scheiden
Middel/product Gebruik
desinfectiemiddelen
desinfecteren van instrumenten en de huid
conserveringsmiddelen toevoegingen aan (cosmetische) producten om de groei van micro-organismen tegen te gaan, waardoor de producten langer houdbaar zijn
Klein chemisch afval (KCA) KCA is gevaarlijk afval en bedreigend voor het milieu. Als je deze stoffen zomaar weggooit of verbrandt, kunnen ze het milieu vervuilen. Daarom moeten ze gescheiden worden van het normale afval. Je bewaart het KCA in de milieubox en brengt het naar de chemokar of naar een afvalstation van de gemeente.
Doen
Giet restanten in de originele lege verpakking. Plak er een oranje sticker met het opschrift ‘afval’ op.
Gooi restanten van producten in de prullenbak. Gooi lege verpakkingen gescheiden weg.
verfproducten verven van wimpers en wenkbrauwen Houd verfresten apart.
Verfproducten zijn een voorbeeld van KCA. Bewaar de lege verpakkingen en resten in de milieubox.
KCA logo waaraan je gevaarlijk afval kunt herkennen
WIST JE DAT
MICROPLASTICS ZIJN
STUKJES PLASTIC DIE
KLEINER DAN 5 MM ZIJN.
Plastic soep
Een vorm van watervervuiling is plastic soep. Plastic soep is de opeenhoping van een grote hoeveelheid plastic in oceanen en zeeën. Plastic soep doodt jaarlijks veel vissen en zeedieren. Dieren verwarren de stukjes plastic met voedsel en eten het op. Omdat de dieren de stukjes plastic niet kunnen verteren, hoop het plastic zich op in hun lichaam en kunnen de dieren uiteindelijk overlijden.
Ook heeft plastic soep effect op de hele voedselketen. Zodra plastic afval in rivieren en oceanen terechtkomt, vallen de plasticsoorten uiteen in hele kleine deeltjes plastic, dat noem je microplastics. Microplastics zijn polymeren kleiner dan 5 mm. Het zijn vaste deeltjes die niet in wateroplosbaar en die niet biologisch afbreekbaar zijn. Deze deeltjes zijn ook een direct gevaar voor de mens. Wij eten immers vissen die microplastics in zich kunnen hebben. Op deze manier krijgen wij ook microplastics binnen.
Luchtvervuiling
Zonder lucht kunnen mensen, planten en dieren niet leven. Zuivere lucht is een mengsel van de volgende gassen:
78% stikstof
21% zuurstof
1% overige gassen
Vooral zuurstof is erg belangrijk. Zonder zuurstof blijf je maar enkele minuten in leven. Bij luchtvervuiling zitten er te veel gassen en vaste stoffen in de lucht die er niet thuishoren. Meestal heb je dat niet in de gaten, maar er zijn wel verschijnselen die daar op kunnen wijzen. Denk aan prikkende ogen of benauwdheid. Op lange termijn kan luchtvervuiling de longen aantasten of ziektes als kanker veroorzaken. Luchtvervuiling verlaagt de verwachte levensduur van mensen.
Tips voor schone lucht in de schoonheidssalon:
Lucht regelmatig of zorg voor een lucht zuiveringsinstallatie.
Voer werkzaamheden met chemische producten uit in een aparte of goed geventileerde ruimte.
Gebruik handpompjes in plaats van spuitbussen. Spuitbussen bevatten drijfgassen die schadelijk voor het milieu zijn.
Rook niet.
Aan sommige producten in de cosmetica-industrie worden microplastics toegevoegd, zoals scrubs, gezichtcrèmes of lippenstift. Je kunt ze herkennen aan het etiket met namen zoals: polyethyleen, polypropyleen. Microplastics in cosmetica zijn onnodig en kunnen vervangen worden door natuurlijke producten, zoals gemalen notenschillen en zoutkristallen.
WIST JE DAT DE BELANGRIJKSTE VEROORZAKERS VAN LUCHTVERVUILING ZIJN: INDUSTRIE, VERKEER, BIO-INDUSTRIE EN HUISHOUDENS.
TIP
VOORKOM AFVAL.
GEBRUIK EEN HERBRUIKBARE TAS EN DRINKFLES.
duurzaam werken
Milieuvriendelijk werken noem je ook wel duurzaam. Duurzaam betekent gemaakt of verkregen op een manier die het milieu en de natuur zo min mogelijk belast. Er zijn verschillende manieren waarop je duurzaam kunt werken in de salon, namelijk:
gebruik van producten en afval beperken;
afval scheiden;
kiezen voor natuurlijke cosmetica;
gebruik van grondstoffen beperken;
verduurzamen van de salon.
Gebruik van producten en afval beperken
Om het gebruik van producten en afval te beperken, kun je beginnen met de hoeveelheid verpakkingen te verminderen.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Duurzaam betekent naast mileuvriendelijk werken ook dat je met je bedrijf iets positiefs bijdraagt aan de maatschappij. Bijvoorbeeld dat je zorgt voor een werkomgeving waarin iedereen zich gerespecteerd voelt en gelijke kansen krijgt.
Er zijn veel mogelijkheden om de hoeveelheid verpakkingen te verminderen.
Neem verpakkingen voor grootverbruik. Dit geeft minder afval dan kleine verpakkingen. Bijvoorbeeld: 1 fles van 1 liter geeft minder afval dan 100 flesjes van 10 ml.
Koop zoveel mogelijk navulbare verpakkingen. Bijvoorbeeld een handpompje met zeep waarvan je het pompje opnieuw kunt gebruiken op een navulverpakking.
Kies voor een merk waarvan de verpakking is gemaakt van gerecycled plastic of waarvan de verpakking herbruikbaar of biologisch afbreekbaar is.
TIP
VERZAMEL ORGANISCH
AFVAL, PAPIER EN KARTON, CHEMISCH AFVAL, PLASTIC AFVAL EN RESTAFVAL GESCHEIDEN IN.
Gebruik precies voldoende product voor de behandeling zodat je minder resten van het product hoeft weg te gooien.
Daarnaast kun je ervoor zorgen dat je minder wegwerpmaterialen gebruikt.
Gebruik alleen wegwerpmaterialen als dat echt noodzakelijk is vanuit hygiënische of praktische redenen. Bijvoorbeeld bij handschoenen, mondmaskers, bandeau, kartonnen vijlen en steriel verpakte naalden. Als het niet nodig is, gebruik je zoveel mogelijk duurzame artikelen.
Gebruik geen plastic tasjes. Vraag cliënten of ze zelf een tas bij zich hebben of bied een kartonnen tasje aan.
Probeer zoveel mogelijk te hergebruiken, ofwel te recyclen. Kies tot slot zoveel mogelijk voor verpakkingsvrije producten. Naast het aantal producten te beperken, kun je ook je waterverbruik verminderen.
Tips om het waterverbruik te verminderen zijn:
Gebruik een towel warmer om kompressen te verwarmen.
Laat de waterkraan niet onnodig lopen.
Gebruik thermostaatkranen, dat scheelt waterverbruik tijdens het mengen.
Gebruik een ‘doorstroombegrenzer’ bij de wastafel op het toilet. Deze stopt de toevoer van water na een aantal seconden. Hierdoor gaat er minder water verloren.
Gebruik spaardouchekoppen, waterbesparende kranen en waterbesparende stortbakken voor de toiletten.
Laat lekkende kranen niet doordruppelen, maar vervang de leertjes.
Gebruik textiel van dezelfde kleur zodat je deze in dezelfde was kunt doen.
Zet de (vaat)wasmachine pas aan als deze vol is.
Afvalscheiding
Door afval te scheiden, blijft er minder restafval over en kunnen grondstoffen beter hergebruikt worden. Dat is beter voor het milieu. Richt in de salon een plek in voor afval scheiden. Denk daarbij aan lege productverpakkingen, verfverpakkingen en jerrycans.
TIP
SERVEER KOFFIE EN THEE IN STENEN OF GLAZEN KOPJES IN PLAATS VAN WEGWERPBEKERS.
Natuurlijke cosmetica
De ingrediënten waaruit cosmeticaproducten zijn samengesteld, kunnen synthetisch of natuurlijk zijn. Synthetische ingrediënten zijn stoffen die door de mens zijn gemaakt in een laboratorium. Natuurlijke ingrediënten zijn afkomstig uit de natuur. Natuurlijke cosmetica zijn helemaal of voor een groot deel gemaakt van natuurlijke ingrediënten.
Sommige mensen associëren ‘natuurlijk’ met gezond en veilig, maar natuurlijke stoffen zijn niet in alle gevallen beter dan synthetische stoffen. In de natuur komen ook stoffen voor die schadelijk zijn voor de gezondheid, bijvoorbeeld giftige paddenstoelen.
Of een stof door de mens gemaakt is of direct uit de natuur komt, zegt niets over de veiligheid. Het gaat om de werkzame stoffen en de dosering daarvan. Een voordeel van natuurlijke ingrediënten is dat de huid hier vaak minder snel op zal reageren dan op synthetische ingrediënten. Natuurlijke cosmetica en synthetische cosmetica worden op dezelfde manier getest en volgens strenge maatstaven beoordeeld op veiligheid.
Er bestaat geen wettelijke definitie van ‘natuurlijke cosmetica’. Er zijn wel criteria en keurmerken opgesteld. Als een product een milieukeurmerk heeft, weet je dat er aan alle strenge milieueisen voldaan is en het zo puur en natuurlijk mogelijk is gehouden. Voorbeelden van milieukeurmerken zijn: Certified Natural Cosmetics BDIH, Cosmebio, Ecocert, ICEA en NaTrue.
Leveranciers en producten
Bij de inkoop van producten kun je erop letten waar deze vandaan komen. Kies voor leveranciers en producten uit Nederland als dat kan.
WIST JE DAT NIET ALLE MERKEN DIE DUURZAAM PRODUCEREN, HEBBEN EEN KEURMERK. BIJVOORBEELD OMDAT ZE GEEN GELD HEBBEN OM HET KEURMERK AAN TE VRAGEN.
Cosmetische stoffen
Informeer je cliënt goed over hoe hij/zij een product moet gebruiken. Door verkeerd gebruik kunnen cosmetische stoffen van een product onbedoeld in het lichaam terechtkomen en bij de cliënt klachten veroorzaken zoals huidirritatie, eczeem of allergie. Denk bijvoorbeeld aan het overschrijden van de aanbevolen hoeveelheid oogcrème waardoor deze gemakkelijk in de ogen komt. Ook door jouw werkwijze kunnen cosmetische stoffen in het lichaam komen, bijvoorbeeld wanneer er wimperverf in de ogen terechtkomt. Uiterste zorgvuldigheid tijdens het gebruik van bepaalde stoffen is daarom een pre.
TIP BESPAAR ENERGIE
DOOR ’S AVONDS DE LAMPEN EN APPARATUUR UIT TE ZETTEN.
Als schoonheidsspecialist kun je kiezen voor het gebruik van plantaardige grondstoffen.
Duurzame salon
In de salon gebruik je energie, bijvoorbeeld voor de verlichting, de verwarming en het gebruik van apparatuur. Het energieverbruik op aarde neemt toe. Het nadeel van meer energieverbruik is dat hierdoor ook de vervuiling toeneemt. Ook kan de vraag naar energie op den duur groter worden dan wat energieleveranciers kunnen aanbieden. Zo raken de gasreserves op. Als schoonheidsspecialist kun je een bijdrage leveren door te kiezen voor een duurzame salon.
Je kunt je salon verduurzamen door:
het energieverbruik te minimaliseren. Isoleer bijvoorbeeld de salon of schaf energiezuinige apparatuur aan.
te kiezen voor duurzame energieopwekking, bijvoorbeeld met zonnepanelen.
Materialen
Hernieuwbare en niet-hernieuwbare grondstoffen
Grondstoffen zijn ruwe materialen die nog bewerkt moeten worden om er een product van te maken.
Grondstoffen kunnen in twee categorieën worden ingedeeld: hernieuwbare en niet-hernieuwbare grondstoffen. Hernieuwbare grondstoffen zijn grondstoffen waarvan de voorraad niet op raakt. De voorraad kan in een korte periode worden aangevuld. Een voorbeeld van een hernieuwbare grondstof is bio-plastic gemaakt van planten of hout. Niethernieuwbare grondstoffen zijn grondstoffen waarvan de voorraad op raakt. Een voorbeeld van een niet-hernieuwbare grondstof is aardolie.
Het gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen heeft twee problemen:
1 Stoffen raken op een gegeven moment op;
2 Veel producten die van deze niet-hernieuwbare grondstoffen worden gemaakt, worden niet hergebruikt en worden afval. Dit vervuilt schone omgeving en lucht.
In de salon kun je ook op het gebied van materialen en middelen duurzamere keuzes maken. Kies bijvoorbeeld bij het inrichten van de salon voor natuurlijke of gerecyclede materialen. Gebruik tijdens de behandelingen handdoeken van bamboekatoen. De handdoeken zijn zacht, nemen goed vocht op en zijn beter voor het milieu dan katoenen handdoeken.
4.Chemie
IN DIT HOOFDSTUK
Je geeft een cliënt in de salon een gezichtsreiniging. Je gebruikt hierbij verschillende soorten cosmetische producten, zoals een reinigingsmilk. Deze milk is opgebouwd uit allerlei stoffen die bepaalde eigenschappen geven aan het product. Zo hebben de meeste producten dezelfde zuurgraad als de huid. Wanneer een product te zuur is, kan dit huidbeschadiging geven. Daarom is het belangrijk dat een product de juiste stoffen bevat. In dit hoofdstuk lees je hoe cosmetische stoffen zijn opgebouwd. Ook lees je wat de werking ervan is.
4.1
Opbouw
van stoffen
In de meeste cosmetische producten zit water. Water ziet er op het oog uit als één geheel. Toch is water opgebouwd uit meerdere elementen. Misschien heb je wel eens van H2O gehoord. De letters verwijzen naar het element waar water uit is opgebouwd. Dat zijn waterstof (H) en zuurstof (O). In dit geval bestaat water uit twee atomen waterstof en één atoom zuurstof. Een atoom is het kleinste deeltje van een stof dat nog alle eigenschappen van de stof heeft. Meerdere atomen vormen samen een molecuul. Meerdere moleculen vormen samen de stof die wij kunnen zien.
Elementen
Op aarde zijn er inmiddels zo’n 118 elementen ontdekt. Bekende elementen zijn bijvoorbeeld ijzer en magnesium. Ze worden allemaal aangeduid met een hoofdletter of soms een hoofdletter en kleine letter. Zo is het symbool voor ijzer Fe. Alle elementen staan op een bepaalde volgorde in een tabel. Deze tabel heet het periodiek systeem
Alle stoffen op aarde bestaan uit één of meerdere elementen. Ingrediënten van cosmetische producten bevatten dus ook verschillende elementen. Je kunt elementen indelen op twee manieren:
metalen
niet-metalen
Metalen
Metalen hebben een vaste vorm en smelten bij een zeer hoge temperatuur. Ze voelen koud aan en het zijn stroomgeleiders.
Element Symbool Toepassing
kalk (calcium) Ca Vind je terug in cosmetica met een licht schurende werking, zoals peelings.
kalium K Vind je terug in nagelriemverweker. Dit gebruik je om de nagelriemen terug te duwen zonder ze te beschadigen. Kalium vind je ook terug in zeep. Kalium werkt verwekend op de huid.
natrium Na Wordt verwerkt in wasmiddelen, zeep en nagelriemverwekers. Natrium werkt verwekend op de huid en neutraliseert de werking van een zuur.
magnesium Mg Wordt gebruikt in gezichtspoeders vanwege de hechtende en dekkende werking.
ijzer (ferrum) Fe Zit in pakkingen en maskers. Daarnaast wordt ijzer gebruikt als kleurpigment in oogschaduw, eyeliner of lipstick.
koper Cu Heeft een wondgenezende werking. Het beïnvloedt de aanmaak van collageen in de weefsels, wat zorgt voor een klein, regelmatig gevormd litteken.
WIST JE DAT ATOMEN ZIJN ONVOORSTELBAAR KLEIN. ER GAAN MEER ATOMEN IN EEN GLAS WATER DAN GLAZEN WATER IN ALLE OCEANEN OP AARDE.
Metalen en mineralen
IJzer vind je in pakkingen of bijvoorbeeld in een voedingssupplement. IJzer vind je ook terug in metalen producten, zoals een hamer of stalen buis. Het ijzer in een pakking is niet hetzelfde ijzer als van een stalen buis. In de natuur kun je ijzererts vinden. Dit noem je een mineraal. Dit mineraal is nog geen metaal. Door ijzererts te bewerken in een hoogoven, krijg je metaal. Daar kun je metalen producten van maken. In een pakking of in een voedingssupplement vind je het mineraal ijzer.
Ook bij koper werkt dit zo. In de natuur vind je het mineraal koper. Dit mineraal vind je terug in cosmetische producten. Bewerk je dit mineraal, dan krijg je het metaal koper waar je bijvoorbeeld leidingen van kunt maken.
Niet-metalen
Niet-metalen zijn broos en zacht. Ze komen voor in vaste vorm, in vloeibare vorm en in gasvorm.
Element Symbool Toepassing
chloor (Chlorum)
fluor (Fluere)
fosfor (Phosphorus)
jodium (Iodium)
koolstof (Carboneum)
stikstof (Nitrogenium)
waterstof (Hydrogenium)
zuurstof (Oxygenium)
zwavel (Sulphur)
Cl Heeft een desinfecterende werking en zit in desinfecteermiddelen. Chloorhexidine is een vorm van chloor en wordt verwerkt in producten die de huid desinfecteren.
F Wordt gebruikt in tandpasta en mondwater. Fluoride is een vorm van fluor. Het is essentieel voor de opbouw van tanden en de bescherming van het tandglazuur.
P Komt veel voor in cosmetica als zuurteregelaar. Het is een belangrijke bouwstof voor het celmembraan en geeft stevigheid aan het skelet.
I Is sterk desinfecterend. Werkt vaatverwijdend en bevordert daardoor de uitscheiding van afvalstoffen. Werkt ook stimulerend op de schildklier, waardoor de stofwisseling beter verloopt. Er zit veel jodium in extracten van zeealg, blaaswier en waterkers. Door de werking van jodium vind je deze extracten vaak terug in afslankproducten.
C Vind je terug in cosmetica zoals make-uppotloden. De vorm die je daarin ziet is grafiet, een vorm van koolstof.
N Is het meest kenmerkende element van eiwit. Wordt verwerkt in hoornlaagverdunnende of exfoliërende producten.
H Vind je in veel molecuulverbindingen terug, zoals water.
O Komt in bijna alle molecuulverbindingen voor.
S Komt voor in eiwit. Vanwege de ontsmettende en hoornstofsplitsende eigenschappen is zwavel vaak verwerkt in cosmetica die helpt tegen acne.
Het gemalen mineraal ijzer reageert met zuurstof waardoor de rode kleur ontstaat.
4.2 Zuur, basisch of neutraal
Sommige stoffen zijn zuur, andere zijn basisch of neutraal. Voeg je een zure en een basische stof samen, dan krijg je een neutrale stof.
De stoffen in cosmetische producten kunnen zuur, basisch of neutraal zijn. Of een stof zuur, neutraal of basisch is, wordt bepaald door de pH-waarde van de stof.
Water
Zuiver water heeft een zuurgraad van 7,0. Door het reinigen van de huid met zuiver water wordt de zuurmantel van de huid aangetast. De huid wordt met water een beetje basischer gemaakt. Om de zuurgraad van de huid daarna te herstellen naar pH-huidneutraal, gebruik je altijd een lotion, omdat deze zuurder is.
pH-waarde
De pH-waarde heet ook wel de zuurgraad. De zuurgraad van producten ligt tussen de 0 en 14.
LET OP!
HOE LAGER DE PHWAARDE, HOE ZUURDER DE STOF IS. HOE HOGER DE PH-WAARDE, HOE BASISCHER DE STOF IS.
Van 0 tot 7,0 noem je een stof zuur.
Een stof die een pH-waarde van 7,0 heeft, noem je neutraal.
Tussen de 7,0 en 14,0 noem je de stof basisch.
Cosmetica en de huid
De gezichtshuid heeft een zuurgraad tussen 4,5 en 5,5. Dit wordt ook wel pHhuidneutraal genoemd. Stoffen met pH-waardes onder de 4,5 en boven de 5,5 tasten de zuurmantel van de huid aan. De zuurmantel is een natuurlijke huidbeschermingsbarrière. Het beschermt tegen infecties, irritaties en uitdroging. De zuurmantel bestaat uit zweet, talg en resten van het verhoorningsproces. Wanneer de zuurmantel aangetast is, of in sommige gevallen zelfs helemaal verwijderd, heeft de huid uren nodig om zich weer te herstellen en op de juiste zuurgraad te komen.
De pH-waarde van de meeste cosmetica ligt tussen 4,5 en 5,5 (pH-huidneutraal). Het gebruik hiervan zal de zuurmantel dus niet aantasten. Lotions, toners en tonics zijn meestal zuurder. De zuurgraad ligt vaak tussen de 4,0 en 4,5. Deze producten worden bewust met deze zuurgraad gemaakt om de zuurgraad van de huid te kunnen herstellen.
Zeep
Een traditioneel zeepblok heeft een pH-waarde van 9,0 of hoger. Door de huid hiermee te reinigen, verwijder je de zuurmantel van de huid en maak je deze basischer. De huid kan hierdoor uitdrogen en is vatbaarder voor invloeden van buitenaf. Vermijd daarom het gebruik ervan.
De pH-schaal loopt van 0 tot 14.
pH-indicatoren
Voor een goede behandeling van de huid is het belangrijk de pH-waarde van het cosmetische product te kennen. Die waarde kun je meten met drie speciale
pH-indicatoren:
lakmoesstrookje. Dit heet ook wel pH-papier. Als je het papiertje in een zure oplossing doopt, kleurt het papiertje rood. Doop je het in een basische oplossing, dan kleurt het papier blauw.
pH-meter. Dit is een elektrisch apparaat dat digitaal een indicatie van de pH-waarde geeft.
pH-pen. Je brengt het product aan op de huid en gaat met de pen over het product heen.
Het product krijgt nu een kleur die gekoppeld is aan de zuurgraadindicator.
Zuren
Afhankelijk van de pH-waarde hebben zuren bepaalde eigenschappen. Zwakke zuren hebben een verstevigende invloed op de hoornlaag en werken daardoor samentrekkend op de poriën. Sterke zuren werken eiwitsplitsend. Wanneer zuren worden opgelost in water, vallen ze uit elkaar. Hierbij krijgen de deeltjes elektrische lading. Deze eigenschap van zuren wordt toegepast bij behandeling met het iontoforese-apparaat.
Als schoonheidsspecialist werk je met verschillende zuurdere producten. Zo maak je gebruik van een lotion (pH-waarde tussen de 4,0 en 4,5) om de pH-waarde van de huid te herstellen en een reinigingsgel (pH-waarde rond de 4,5) voor de vette huid. Ook werk je als schoonheidsspecialist met (fruit)zuren (pH-waardes tussen de 1,0 en 3,5) vanwege de hoornlaagverdunnende werking hiervan.
Basen
Afhankelijk van de pH-waarde hebben basen bepaalde eigenschappen. Zwakke basen verweken de hoornlaag. Sterke basen werken eiwitsplitsend. Wanneer basen worden opgelost in water, vallen ze uit elkaar in elektrisch geladen deeltjes (ionen).
Als je een sterke base en een zwak zuur bij elkaar brengt, ontstaat er zout en water. Dit zout reageert basisch. Een voorbeeld hiervan is natriumbicarbonaat. In de salon gebruik je natriumbicarbonaat om de huid te neutraliseren na een zuurbehandeling. Het basische zout zorgt ervoor dat het zuur zijn werking verliest. Hierdoor voorkom je dat de zuurbehandeling door blijft werken en huidbeschadiging geeft.
4.3 Mengvormen
Cosmetische producten komen in veel vormen voor.
Zo bestaat een cosmetisch product nooit uit alleen water, maar worden er andere stoffen doorheen gemengd. Zo ontstaat een milk, een crème of een gel.
Dit noem je mengvormen. Bij cosmetische producten komen de volgende mengvormen voor:
oplossingen
suspensies
emulsies
mengsels
Oplossingen
Een oplossing is een verdeling van moleculen van een stof in een oplosmiddel. Water is het bekendste oplosmiddel waar je een andere stof in kan oplossen. Je kunt vaste stoffen oplossen in een oplosmiddel, zoals suiker of zout in warm water. Je kunt ook een vloeistof in het oplosmiddel oplossen, zoals alcohol in water. Tot slot kun je een gas oplossen in een oplosmiddel. De opgeloste stof in een oplossing blijft zweven en zakt dus niet naar beneden. Je kunt een opgeloste stof niet zien, maar de eigenschappen van de stof zijn niet veranderd. Je ziet de suiker bijvoorbeeld niet meer, maar het water is wel zoet geworden. In de salon is een lotion het bekendste voorbeeld van een oplossing.
Er bestaan twee soorten oplossingen:
ware oplossingen
colloïdale oplossingen
(On)verzadigd
Wanneer je een klein beetje van een stof oplost in een oplosmiddel, spreek je van een onverzadigde oplossing. Dit betekent dat je nog meer van die stof kunt oplossen in het oplosmiddel. Als je niet meer stoffen kunt oplossen, dan noem je dit een verzadigde oplossing. Doe je veel suiker in een kop koffie, dan zal de suiker op gegeven moment niet meer oplossen.
Suspensies
In een suspensie zijn een stof of meerdere stoffen gemengd in een andere stof. Dit is bij de oplossing ook zo, maar bij een suspensie lost deze stof niet op.
De stof blijft in kleine deeltjes aanwezig. Een voorbeeld van een suspensie is een kleimasker. Er bestaan twee soorten suspensies:
vloeibare suspensies
vaste suspensies
Meer weten over de soorten oplossingen en suspensies? Bekijk de les Oplossingen en suspensies. Snelcode 14015
Emulsies
Sommige stoffen zijn niet goed met elkaar te mengen, zoals olie en water. De olie blijft dan in een laagje op het water staan. Om toch te zorgen voor die vermenging, wordt er een emulgator toegevoegd. Dit is een natuurlijke of chemische stof die ervoor zorgt dat water en olie mengen. Na toevoeging van de emulgator ontstaat een emulsie. Er bestaan twee soorten emulsies:
ware emulsies
collaïdale emulsies
Mengsels
In een mengsel zijn verschillende stoffen met elkaar vermengd, maar daardoor niet van samenstelling veranderd. Dit kunnen vaste stoffen zijn die met elkaar gemengd worden of gas met daarin een vloeistof gemengd. In de salon zijn minerale poeders een voorbeeld van een mengsel. Er bestaan drie soorten mengsels voor cosmetische producten:
poedermengsels
aërosol (spuitbus)
watervrije vetmengsels
Mengsels bestaan uit twee of meer vaste stoffen die met elkaar gemengd worden. Ze veranderen niet van samenstelling. Denk bijvoorbeeld aan het mengen van kaneel door suiker.
Meer weten over de soorten emulsies en mengsels? Bekijk de les Emulsies en mengsels. Snelcode 14018
WIST JE DAT IN DE SALON ZIJN REINIGINGSMELK, EEN MASKER EN CRÈME VOORBEELDEN VAN WARE EMULSIES. EEN TWEEFASEN OOGMAKE-UPREMOVER IS EEN VOORBEELD VAN EEN COLLAÏDALE EMULSIE.
Werking van stoffen
Je weet nu in welke vormen cosmetische producten voorkomen. Door de stoffen in deze producten, hebben de producten bepaalde eigenschappen gekregen.
Deze eigenschappen zorgen ervoor dat een product op verschillende manieren kan werken. Hier worden begrippen voor gebruikt:
Begrip Werking Voorbeeld
hydrofiel/hygroscopisch vocht- en wateraantrekkend hydrofiele olie/glycerine en zout hydrofoob waterafstotend vaseline en paraffine
lipofiel vetaantrekkend poedermasker
lipofoob vetafstotend waterige producten hydratant vochtvasthoudend hydraterende crème of een moisturizer
5. Al gemene natuurwetenschappen
IN DIT HOOFDSTUK
De werking van een behandeling of apparaat is gebaseerd op natuurwetenschappen. Het is belangrijk dat je hier kennis van hebt, zodat je de juiste behandeling kunt kiezen en je cliënten kunt informeren. In dit hoofdstuk lees je hoe straling en elektriciteit werken en hoe je deze gebruikt bij schoonheidsbehandelingen.
In de salon krijg je met de volgende natuurkundige onderwerpen te maken:
straling
elektrische lading
elektrische eenheden
gelijkstroom en wisselstroom
geleiders en isolatoren
5.1 Straling
Als je werkt met een infraroodlamp of een laserapparaat, dan werk je met straling. Straling is het uitzenden van energie door een bron. De zon is een natuurlijke stralingsbron. Tijdens een behandeling gebruik je straling uit een kunstmatige stralingsbron, namelijk een apparaat. Of je de straling kunt zien, hangt af van het soort straling dat je gebruikt.
Straling bestaat uit trillingen die een golvende beweging maken. De afstand die een golvende beweging in een bepaalde tijd aflegt, noem je de golflengte. Deze druk je uit in nanometer (nm). De golflengte bepaalt of straling zichtbaar of onzichtbaar is voor de mens.
Zichtbare straling heeft een golflengte tussen 400 en 790 nm. Straling met een golflengte korter dan 390 nm of langer dan 790 nm is onzichtbaar. Onzichtbare stralingen zijn:
infrarode straling (golflengte langer dan 780 nm)
ultraviolette straling (uv-straling) (golflengte korter dan 400 nm)
Zichtbare straling
Zichtbare stralen worden gevormd door alle kleuren in het kleurenspectrum: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet. Dit zijn de kleuren waar een straal wit (zon)licht uit bestaat.
Zichtbare straling tijdens een behandeling
Je kunt tijdens een behandeling gebruikmaken van zichtbare straling. Dit doe je bijvoorbeeld als je een blauwlichtlamp gebruikt. Hierin wordt alleen het blauwe licht uit het kleurenspectrum gebruikt. Dit licht wordt toegepast voor een kalmerend effect. De andere kleuren zijn uit het kleurenspectrum gefilterd.
Zichtbaar
Infraroodlicht
Infraroodlicht zie je niet, maar is wel voelbaar als warmte. Infraroodlicht wordt afgegeven door apparaten en door de zon. Infrarode straling van de zon heeft een negatief effect. Het versnelt het verouderingsproces van de huid en versterkt daarmee de schade door uv-straling.
Infraroodlicht tijdens een behandeling
Apparaten die gebruikmaken van infraroodlicht zijn de infraroodlamp en infraroodsauna. De infrarode straling heeft een dieptewerking en dringt tot ongeveer 8 mm door in de huid. Dit verbetert de huiddoorbloeding.
Ultraviolette straling
De zon geeft ultraviolette straling af. We hebben zonlicht nodig, maar te veel zonlicht is niet goed.
Uv-straling beschadigt namelijk de huid. Voor het grootste deel herstelt de huid vanzelf, maar dat is niet altijd zo. Hoe vaker en hoe ernstiger de huid verbrandt, hoe meer onherstelbare schade dit aanricht. Op lange termijn kan dit leiden tot huidkanker.
Zonlicht bestaat uit drie soorten ultraviolette straling:
uv A-straling
uv B-straling
uv C-straling
Straling
Positieve effecten
Laser en IPL
Andere vormen van straling zijn laser en Intensief Pulserend Licht (IPL). Hierbij worden lichtflitsen omgezet in warmte. Laser is monochromatisch. Dit houdt in dat een laser één kleur licht gebruikt en alle lichtdeeltjes in dezelfde richting bewegen. Hierdoor heeft de lichtstraal één bepaalde golflengte en bevat deze veel energie. IPL is niet monochromatisch en minder krachtig dan een laser. Dit omdat IPL meerdere kleuren licht gebruikt waardoor de huid aan meerdere lichtenergieën wordt blootgesteld.
Laser en IPL tijdens een behandeling
Laser en IPL kun je allebei gebruiken bij het definitief ontharen. Het gebruik van een laser is hierbij effectiever dan IPL. Je hebt minder behandelingen nodig als je een laser gebruikt in plaats van IPL. Dit heeft twee redenen:
Laser is selectief waardoor het licht alleen naar het haarzakje gaat. Bij IPL gaat een deel van het licht naar andere plekken waardoor het minder effectief is.
Laser gaat dieper in de huid dan IPL. Hierdoor is het effect op het haarzakje krachtiger dan bij IPL.
Negatieve effecten
uv A-straling directe pigmentatie aantasting van de huidstructuur
uv b-straling indirecte pigmentatie
verdikking van de hoornlaag
aanmaak van vitamine D
uv C-straling geen
zonverbranding
veranderingen in de structuur van kerneiwitten WIST JE DAT IN HET HOOFDSTUK ‘APPARATUUR’ LEER JE MEER OVER DE TOEPASSING VAN STRALING.
Straling wordt toegepast in de salon.
5.2 Elektrische lading
Elektriciteit is een belangrijke natuurkracht. Het is niet weg te denken uit het dagelijks leven. In de schoonheidssalon werken niet alleen de apparaten op elektriciteit, maar pas je ook stroom toe direct op het lichaam. Daarom is het belangrijk om te weten hoe elektriciteit werkt.
Atomen
Atomen zijn de kleinste deeltjes van een element. Atomen zijn opgebouwd uit:
protonen
neutronen
elektronen
De kern van een atoom bestaat uit protonen en neutronen. Protonen zijn de positieve deeltjes en neutronen zijn ongeladen deeltjes. Om de kern heen draaien elektronen. Deze hebben een negatieve lading. Bij een neutraal atoom is het aantal protonen in de kern hetzelfde als het aantal elektronen eromheen.
TIP
HET EZELSBRUGGETJE KNAP HELPT JE ONTHOUDEN WAT DE MIN- EN PLUSPOOL IS: KATHODE IS NEGATIEF, ANODE IS POSITIEF.
Elektrische stroom
Een stof heeft delen met meer of minder elektronen dan gemiddeld. Het gebied met meer elektronen (negatieve deeltjes) heeft een negatieve lading. Dit is de minpool. Het gebied met minder elektronen dan gemiddeld heeft een positieve lading. Dit is de pluspool. In een schoonheidssalon noem je een minpool de kathode en een pluspool de anode.
Elektronen bewegen zich altijd van een deel waar veel elektronen zitten naar een deel waar weinig elektronen zitten, ofwel van de minpool naar de pluspool. Dit wordt de elektronenstroom genoemd. Door de elektronenstroom ontstaat er een elektrische stroom de andere kant op, van de pluspool naar de minpool. Hierbij is het wel belangrijk dat de twee polen met elkaar zijn verbonden door een geleider.
Neutronen
Protonen
meer elektronen lagere spanning
Ionen
Atomen kunnen elektronen opnemen of afstaan. Hierdoor ontstaan elektrisch geladen atomen, ook wel ionen genoemd. De elektrische lading van een ion wordt bepaald door het aantal protonen (positieve deeltjes) en het aantal elektronen (negatieve deeltjes) die in de kern zitten. Er zijn twee soorten ionen:
anionen: negatief ion (meer elektronen dan protonen)
kationen: positief ion (meer protonen dan elektronen)
Het aantal neutronen (deeltjes zonder elektrische lading) in de kern blijft altijd gelijk.
Reductie en oxidatie
Het opnemen van elektronen heet reductie. Bij reductie neemt een stof (de oxidator) elektronen op van een andere stof (de reductor). Het afstaan van elektronen heet oxidatie. Bij oxidatie staat de geoxideerde stof (de reductor) elektronen af aan een andere stof (de oxidator).
stroom
minder elektronen hogere spanning
De kathode is de pool waar elektronen het systeem in gaan. Daar vindt reductie plaats. De anode is de pool waaruit de elektronen worden weggezogen. Daar is oxidatie.
Reductie en oxidatie vinden dus tegelijkertijd plaats. Tijdens deze processen ontstaat elektrische energie.
Toepassing
De processen van reductie en oxidatie bij de kathode en anode zie je terug bij behandelingen met elektrische desincrustatie of iontoforese waarin elektrische stroom wordt gebruikt.
elektronenstroom
Minpool (kathode)
Pluspool (anode)
elektrische
Elektronen- en elektrische stroom
5.3 Elektrische eenheden
Elektriciteit heeft een aantal kenmerken:
spanning
stroomsterkte
vermogen
weerstand
frequentie
Het is belangrijk dat je hier kennis van hebt als je met elektrische apparaten werkt.
Spanning
Elektronen hebben allemaal een negatieve lading. Dit zorgt ervoor dat zij elkaar afstoten. In een gebied waar veel elektronen zitten, drukken zij elkaar weg. De druk achter het afstoten is de elektrische spanning.
Elektrische spanning druk je uit in volt (V). Hoe meer volt, hoe hoger de elektrische spanning. Het lichtnet in Nederland werkt op 230 V.
Stroomsterkte
De stroomsterkte geeft aan hoeveel elektronen per tijdseenheid in een elektrische geleider bewegen. Dit druk je uit in ampère (A). Hoe groter het spanningsverschil tussen de pluspool en de minpool, hoe meer elektronen er bewegen, hoe groter de stroomsterkte is.
De maximale stroomsterkte in een huis of bedrijf wordt bepaald door het aantal zekeringen in de meterkast. Een zekering is een beveiliging tegen overbelasting van kabels en snoeren. De meeste zekeringen zijn 10 A en 16 A.
Vermogen
Het elektrisch vermogen van een apparaat is de hoeveelheid energie die per tijdseenheid wordt verbruikt. Dit druk je uit in watt (W).
Elektrische apparaten hebben verschillende vermogens. Een borstelapparaat heeft bijvoorbeeld een vermogen van 25 W en een waterdampapparaat van 750 W. Vaak is op het apparaat vermeld hoe groot het vermogen is.
Het kan belangrijk zijn om te weten hoeveel stroom een apparaat gebruikt als je wilt weten hoeveel apparaten je veilig tegelijkertijd kunt gebruiken.
Weerstand
Elektrische stroom kan zich bewegen door stoffen die stroom geleiden. Weerstand is de mate waarin de elektronenstroom weerstand ondervindt in een bepaalde stof. Weerstand druk je uit in ohm (Ω).
Alle elektrische apparaten hebben een bepaalde hoeveelheid weerstand. De hoeveelheid weerstand is afhankelijk van twee factoren: het materiaal van de stof en de dikte van de buis of geleider. Een geleider heeft een kleine elektrische weerstand en geleidt makkelijk stroom. Koper is een goede geleider van stroom. Elektrische bedrading bestaat daarom uit leidingen van koperdraad. Daarnaast is een dikke buis een betere geleider dan een dunne buis. Dit komt doordat de weerstand in een dunne buis hoger is.
Frequentie
De frequentie geeft aan hoeveel trillingsgolven een elektrische stroom per seconde maakt. Dit druk je uit in hertz (Hz). De frequentie gebruik je als je werkt met wisselstroom.
spanning volt V stroomsterkte ampère A vermogen watt W weerstand ohm Ω frequentie hertz Hz
5.4
Gelijkstroom en wisselstroom
Er zijn verschillende soorten elektrische stroom:
gelijkstroom
wisselstroom
interferente stroom
Welk soort stroom je gebruikt, is afhankelijk van het apparaat dat je tijdens de behandeling inzet.
Gelijkstroom
Gelijkstroom betekent dat de stroom door een geleider voortdurend in dezelfde richting loopt. Dit gebeurt als de spanning bij punt A altijd lager is dan bij punt B.
Gelijkstroom is alleen geschikt voor stroom met een
lage spanning, bijvoorbeeld bij accu’s en batterijen. Het nadeel van stroombronnen voor gelijkstroom is dat ze na enige tijd uitgeput raken en geen stroom meer leveren.
Gelijkstroom tijdens een behandeling
Tijdens cosmetische behandelingen kun je twee soorten gelijkstroom toepassen: continue gelijkstroom of onderbroken gelijkstroom. Bij continue gelijkstroom loopt de stroom zonder onderbreking met dezelfde sterkte door de geleider. Bij onderbroken gelijkstroom wordt de stroom regelmatig onderbroken. Op bepaalde momenten loopt er dan geen stroom door de geleider.
Gelijkstroom gebruik je bij de volgende behandelingen:
desincrustatie
iontoforese
elektrokinesie
Stroom omzetten
Wisselstroom kan worden omgezet in gelijkstroom. Dit wordt gedaan door een transformator. Hierdoor kan de wisselstroom uit het stopcontact gebruikt worden voor cosmetische behandelingen met gelijkstroom.
Gelijkstroom
Spanning
Wisselstroom
Wisselstroom
Wisselstroom betekent dat de stroomrichting door de geleider regelmatig verandert. De stroom gaat afwisselend van punt A naar punt B en van punt B naar punt A. Dit komt omdat het aantal elektronen bij punt A en B wisselen. De elektrische stroom uit een stopcontact is wisselstroom. Een voordeel van wisselstroombronnen is dat deze constant energie leveren en nooit uitgeput raken.
Er zijn drie soorten wisselstroom:
laagfrequente wisselstroom (1 tot 100 Hz)
middelfrequente wisselstroom (100 tot 10.000 Hz)
hoogfrequente wisselstroom (meer dan 10.000 Hz)
Wisselstroom tijdens een behandeling
Wisselstroom gebruik je bij de volgende behandelingen:
diathermie
elektrokinesie (met middelfrequente wisselstroom)
gezichts- of lichaamsbehandelingen (met een hoogfrequentieapparaat)
Interferente stroom
Interferentie is het gelijktijdig werken van twee bewegingen (trilling of golfbeweging) die elkaar belemmeren of versterken. Een interferente stroom ontstaat als je twee wisselstroomkringen van verschillende frequenties tot stand brengt.
Interferente stroom tijdens een behandeling
Tijdens een behandeling creëer je interferente stroom door vier elektroden op de huid te plaatsen. Twee elektroden, die samen één stroomkring vormen, worden kruislings aangelegd met twee andere elektroden die samen ook één stroomkring vormen. Hierdoor ontstaat een laagfrequente stroom in het interferentieveld tussen de vier elektroden.
Je gebruikt interferente stroom bij behandelingen met een kinesieapparaat.
5.5 Geleiders en isolatoren
Geleiders
Geleiders zijn stoffen waarin elektriciteit zich kan voortbewegen. Een geleider heeft daarom een lage elektrische weerstand. Goede stroomgeleiders zijn metalen zoals koper, ijzer en goud.
Elektriciteit kan zich ook verplaatsen door edelgassen, zoals helium en argon, en door elektrolyten. Elektrolyten zijn basen, zuren en zouten opgelost in water.
Isolatoren
Isolatoren zijn stoffen waarin elektriciteit zich niet kan voortbewegen. Deze stoffen hebben een hoge elektrische weerstand. Voorbeelden van isolatoren zijn rubber, vetten, plastics en porselein.
De niet-geleidende stoffen worden vaak aan de binnenkant (de bedrading) en de buitenkant van elektrische apparaten gebruikt. Een apparaat is dan dubbel geïsoleerd. Bij veel cosmetische apparaten is de buitenkant van kunststof waardoor de stroom in een apparaat blijft. Hierdoor kun je het apparaat veilig gebruiken zonder dat je een schok krijgt.
Train je kennis over dit hoofdstuk met de online trainer. Snelcode 16229
WIST JE DAT DE AARDE IS OOK EEN GOEDE GELEIDER.
Symbool dubbelgeïsoleerd
6.Cosmetische stoffen
IN DIT HOOFDSTUK
Een cliënt geeft aan dat hij allergisch is voor parfum. Je controleert daarom de producten die je tijdens de behandeling wilt gebruiken. Op de ingrediëntenlijst zie je veel verschillende termen die je niet kent. Als schoonheidsspecialist is het belangrijk om te weten welke stoffen er zitten in de cosmetische producten die je gebruikt. Wat zijn grondstoffen, werkstoffen en hulpstoffen en welke invloed hebben zij op cosmetica? Dat leer je in dit hoofdstuk.
De producten die jij dagelijks gebruikt in de schoonheidssalon bestaan uit allerlei stoffen. Deze stoffen kun je opdelen in drie soorten:
grondstoffen
hulpstoffen
werkstoffen
De stoffen beïnvloeden de werking van de cosmetische producten. Ze gaan bijvoorbeeld huidveroudering tegen of herstellen het vochtgehalte van de huid. Ze kunnen ook een product langer houdbaar of beter smeerbaar maken.
6.1 Grondstoffen
Grondstoffen zijn de basis van cosmetische producten. De belangrijkste grondstoffen zijn water, vet, olie of was. Aan deze basis worden de werk- en hulpstoffen toegevoegd. Er bestaan veel soorten grondstoffen. Ze zijn op te delen in plantaardige, dierlijke, minerale en synthetische stoffen.
Plantaardige grondstoffen
Plantaardige grondstoffen zijn natuurlijke stoffen die afkomstig zijn uit bloemen, bomen, planten of vruchten. De oliën, vetten en wassen die daaruit komen, worden vaak gebruikt als drager van werkstoffen. Plantaardige vetten zijn vetzuurverbindingen die lijken op de lipiden (vetten) op het huidoppervlak. Door deze eigenschap
worden de vetten en de werkstoffen goed opgenomen door de huid. Ze kunnen vaak goed water opnemen, zijn huidvriendelijk en hebben een verzachtende werking op de huid. Door deze kenmerken zijn ze ook geschikt als tussenstof voor het uitvoeren van massages. Plantaardige grondstoffen die vaak gebruikt worden in cosmetische producten zijn druivenpitolie en jojobaolie.
Plantaardige stoffen bevatten veel vitaminen, mineralen en enzymen, maar ook veel onverzadigde vetzuren en vetalcoholen. Ze oxideren snel en kunnen dan ranzig worden. De stof gaat er anders uitzien en krijgt een scherpe geur. Oxideren is een chemische reactie waarbij een stof reageert op zuurstof. Roesten is een voorbeeld van ijzer dat in aanraking komt met zuurstof en oxideert. Cosmetische stoffen kunnen ook oxideren als je de verpakking open laat staan. Je kunt de stof dan niet meer gebruiken.
Wassen
Wassen werken stimulerend en beschermend op de huid. Ze hebben vaak de functie van een stabilisator in een emulsie. Ze zorgen ervoor dat de emulsie stabiel en stevig is. Daarnaast zorgt een was ervoor dat een crème goed smeerbaar blijft. Een voorbeeld van een plantaardige was is cacaoboter.
Dierlijke grondstoffen
Dierlijke oliën, vetten en wassen bevatten vaak meer verzadigde vetzuren dan plantaardige stoffen. Net als plantaardige vetten lijken ze op de lipiden op het huidoppervlak. Deze vetten worden daarom ook goed opgenomen in de huid. Voorbeelden van dierlijke vetten die in cosmetica worden verwerkt zijn bijenwas en lanoline. Deze natuurlijke stoffen vind je terug in producten voor huid- en haarverzorging, gezichtsmaskers en verschillende soorten crèmes.
Zuivere bijenwas is rijk aan vitamine A, dit bevordert het huidherstel en de wondgenezing. Daarnaast vormt bijenwas een natuurlijke barrière en beschermt het de huid. Vooral bij de oudere huid waarvan het vetgehalte en de elasticiteit afnemen kan bijenwas de huid beschermen.
Lanoline of wolvet is het vet dat overblijft na het wassen van schapenwol. Lanoline wordt goed opgenomen door de hoornlaag en kan veel water vasthouden. Door deze eigenschappen vind je lanoline vaak terug in crèmes.
Minerale grondstoffen
Minerale stoffen komen uit de aardbodem, bijvoorbeeld aardolie. Het kunnen ook stoffen zijn die bij de verwerking van producten uit de aardbodem ontstaan, zoals benzine, paraffine en vaseline. Minerale stoffen zijn natuurproducten, maar daarmee nog geen natuurlijke stoffen.
Minerale stoffen worden gezuiverd voordat ze in de cosmetica worden verwerkt. Minerale vetten en oliën zijn waterafstotend (hydrofoob). Hydrofiele olie verandert in een melkachtige substantie wanneer het in contact komt met water. Hydrofiele olie geeft een crème een romig en vol gevoel. Omdat minerale vetten zich makkelijk vermengen met vuil en talg, worden ze veel toegepast in reinigende producten. Minerale vetten leggen een laagje op de huid dat de huid afsluit. Daarom vind je ze vaak in lippenbalsems.
WIST JE DAT
MINERALE VETTEN OF OLIËN VERBINDEN ZICH GOED MET VERSCHILLENDE KLEURSTOFFEN, WAARDOOR ZE VAAK WORDEN VERWERKT IN MAKE-UPPRODUCTEN.
Bijenwas is een dierlijke stof die veel gebruikt wordt in cosmetica.
Synthetische grondstoffen
Synthetische grondstoffen zijn vetten of oliën die door de mens kunstmatig zijn gemaakt. Dit kunnen ook grondstoffen zijn van natuurlijke bronnen die zijn bewerkt, bijvoorbeeld om allergenen te verwijderen. Er zijn meerdere redenen om stoffen synthetisch te produceren:
Natuurlijke producten hebben niet altijd dezelfde kwaliteit. Dit komt doordat de omstandigheden waarin deze producten ontstaan niet constant zijn. Er kan bijvoorbeeld weinig regen vallen waardoor planten minder groeien. De olie uit die plant is dan van mindere kwaliteit. Ook kun je dan minder olie produceren en dat kost geld.
Het kost extra middelen om natuurlijke producten te maken, denk aan de grond die nodig is en de arbeid die het kost.
Natuurlijk versus synthetisch
Veel mensen denken dat natuurlijke stoffen altijd beter zijn dan synthetische stoffen, maar dit hoeft niet zo te zijn. Alle stoffen die in cosmetica zitten, zijn getest en goedgekeurd door de Europese Unie (EU).
De omstandigheden waarin synthetische producten worden gemaakt zijn altijd constant. Dit gebeurt namelijk in een fabriek. Daarom hebben synthetische producten altijd dezelfde kwaliteit en kan er eenzelfde hoeveelheid geproduceerd worden. Een voorbeeld van een synthetisch product is een siliconenolie.
Meer weten over grondstoffen? Bekijk de online les. Snelcode 14116
6.2 Hulpstoffen
Aan bijna alle cosmetische producten worden geuren kleurstoffen toegevoegd. Zo krijgen ze een aangename of aantrekkelijke kleur. Daarnaast worden conserveringsmiddelen en emulgatoren toegevoegd aan cosmetische producten. Deze toevoegingen noem je hulpstoffen of additieven.
Geurstoffen
De meeste stoffen in cosmetica hebben geen fijne geur. Het is belangrijk dat er een kleine hoeveelheid geurstoffen aan een product wordt toegevoegd zodat dit een prettige geur krijgt. Huidreacties op een cosmetisch product worden meestal veroorzaakt door de geurstof (parfum) in het product. Een geurstof beval van nature veel allergenen. Dit zijn stoffen waarop de huid snel kan reageren. Er zijn ook allergeenvrije geurstoffen waarop de huid minder snel reageert.
WIST JE DAT
OM DE GEUR LANGER TE BEHOUDEN, WORDEN SOMS VERBINDINGEN VAN METALEN TOEGEVOEGD AAN COSMETICA. EEN VOORBEELD HIERVAN IS MAGNESIUMCARBONAAT.
Er zijn twee soorten geurstoffen: natuurlijke en synthetische. Natuurlijke geurstoffen zijn plantaardig of dierlijk. Plantaardige geurstoffen zijn bijvoorbeeld citrusgeur, vanille of kaneel. Ook worden vaak essentiële oliën uit planten gehaald, zoals jasmijn, roos en oranjebloesem. Dierlijke geurstoffen zijn bijvoorbeeld amber van de potvis of muskus van het muskushert. De geurstoffen in cosmetica zijn meestal synthetisch. Dit zijn vooral zogenaamde aldehyden. Aldehyden zijn complexe koolwaterstofverbindingen.
Kleurstoffen
Zoals de naam al zegt geven kleurstoffen kleur aan cosmetische producten. Niet alleen aan make-up worden kleurstoffen toegevoegd, maar ook een crème of shampoo heeft vaak een bepaalde kleur. Dit wordt gedaan om het product een bepaalde uitstraling te geven. Kleurstoffen in een cosmetisch product kunnen een huidreactie veroorzaken.
Er zijn twee soorten kleurstoffen: kleurstoffen die oplosbaar zijn in water en kleurstoffen die niet oplosbaar zijn in water. Deze laatste soort noem je ook wel pigmenten. Oplosbare kleurstoffen zitten vaak in shampoos en zeep. Make-up bevat juist pigmenten. Lippenstift moet natuurlijk goed blijven zitten en mag niet oplossen.
Net als de andere cosmetische stoffen kun je kleurstoffen ook onderverdelen in drie groepen met een bepaalde oorsprong:
natuurlijke kleurstoffen (plantaardig, dierlijk of mineraal)
synthetische kleurstoffen
chemische kleurstoffen (mineraal)
Synthetische kleurstoffen hebben enkele voordelen ten opzichte van natuurlijke kleurstoffen. Met synthetische kleurstoffen kun je meer met kleuren variëren. Daarnaast is de kleurbestendigheid beter en heeft licht er minder invloed op. Het maken van synthetische kleurstoffen is goedkoper dan het verkrijgen van natuurlijke kleurstoffen.
Voorbeelden van synthethische kleurstoffen zijn tartrazine (geel) en patentblauw. Voorbeelden van plantaardige natuurkleurstoffen zijn bietenrood en calendula (geel). Een voorbeeld van een dierlijke natuurkleurstof is karmijnzuur (perenrood). Karmijnrood wordt gemaakt van gedroogde en vermalen cactusluizen. Voorbeelden van minerale natuurkleurstoffen zijn metaal en metaaloxiden. De meest gebruikte pigmenten zijn ijzeroxide en titaandioxide. IJzeroxide zorgt voor een rode kleur.
Goedgekeurde kleurstoffen
Kleurstoffen mogen alleen gebruikt worden als ze goedgekeurd zijn door de EU. De goedgekeurde kleurstoffen staan op een speciale lijst. De kleurstoffen op de lijst hebben een E-nummer. Het E-nummer geeft aan dat de stof gecontroleerd is en of de stof veilig is voor gebruik of niet. Niet alleen kleurstoffen worden gecontroleerd, dit wordt gedaan met alle stoffen die in cosmetica zitten.
gecontroleerd en goedgekeurd door de EU. Als ze zijn goedgekeurd, komen ze op een speciale lijst te staan. Dit is de Annex V van de Cosmeticaverordening.
Conserveringsmiddelen kunnen natuurlijk of synthetisch zijn. Een voorbeeld van een natuurlijk conserveringsmiddel is citroenzuur. Soms worden natuurlijke conserveringsmiddelen chemisch bewerkt, dan zijn het chemische conserveringsmiddelen. Het bekendste synthetische conserveringsmiddel is fenoxyethanol.
Emulgatoren
Een emulgator is een hulpstof die wordt gebruikt om een emulsie te maken. De emulgator zorgt ervoor dat olie en water in een product zich aan elkaar binden. Een emulsie bestaat dus uit olie, water en een emulgator.
Op de huid zitten van nature emulgatoren. Samen met de natuurlijke huidvetten vormen ze een dun vetlaagje. Hierin kunnen waterdruppels worden opgeslagen. Het vetlaagje voorkomt vochtverlies van de huid en beschermt tegen uitdroging.
Er zijn natuurlijke en synthetische emulgatoren. Een voorbeeld van een natuurlijke emulgator is lecithine. Het wordt aan veel cosmetische producten toegevoegd. Een voorbeeld van een synthetische emulgator is lanettewas. Het voordeel van synthetische emulgatoren is dat ze stabiel en langer houdbaar zijn dan sommige natuurlijke emulgatoren.
Meer weten over hulpstoffen? Bekijk de online les. Snelcode 14117
Conserveringsmiddelen
Door gebruik komen cosmetische producten in contact met bacteriën en schimmels. Hierdoor kunnen de producten bederven en kun je ze niet meer gebruiken. Om dit bederf tegen te gaan, worden conserveringsmiddelen aan de producten toegevoegd. Conserveringsmiddelen werken antioxiderend, schimmelwerend en bacteriewerend of -dodend. Dit zorgt ervoor dat de producten langer houdbaar zijn.
Cosmetische producten mogen niet te veel conserveringsmiddelen bevatten, omdat het product anders niet goed meer werkt. Ook conserveringsmiddelen worden
TIP
IN HET HOOFDSTUK
‘CHEMIE’
LEES JE MEER OVER DE WERKING VAN EMULGATOREN.
6.3 Werkstoffen
Een werkstof wordt aan een product toegevoegd om het extra werking te geven. Bijvoorbeeld de huid hydrateren, kalmeren of verzachten.
Goede werkstoffen ondersteunen de natuurlijke huidprocessen, waarbij de ene werkstof beter en dieper door de huid wordt opgenomen dan de andere. Er zijn verschillende soorten werkstoffen: vitaminen, enzymen, lipoïden, algen, essentiële oliën zoals lavendelolie en rozenolie, sporenelementen en mineralen.
Aan een product kunnen meerdere werkstoffen zijn toegevoegd. Een werkstofcomplex is een mix van werkstoffen die het product een intensere werking geeft.
Regels
De werking van stoffen mag niet in de vorm van een claim op een cosmetisch product staan. Je leest dus op een verpakking niet wat de eventuele geneeskrachtige werking is van het product. Op de verpakking mag ook niet vermeld zijn welke verandering van de huid het product als effect heeft. Je zal bijvoorbeeld ‘tegen acne’ niet tegenkomen op de verpakking. Deze regels zijn bedoeld om de consument te beschermen tegen foutief gebruik van producten. Deze regels zijn door de Rijksoverheid bepaald en worden gecontroleerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Meer weten over werkstoffen? Bekijk de online les. Snelcode 14118
7.Cosmetische producten
IN DIT HOOFDSTUK
Je bereidt je werkdag voor en zet de producten voor de eerste behandeling van de dag klaar.
De eerste cliënt krijgt een gezichtsbehandeling. Die behandeling begin je altijd met een reiniging van de huid. Tijdens de behandeling verzorg je de huid en je adviseert de cliënt hoe hij/zij de huid het beste kan beschermen. Welke cosmetische producten zijn er allemaal en welke producten kun je jouw cliënt adviseren? Je leert het in dit hoofdstuk.
Cosmetische producten zijn producten voor de persoonlijke verzorging. Ze zijn te verdelen in reinigende, verzorgende en beschermende producten. Deze producten zijn er voor zowel het gezicht als het lichaam. Cosmetische producten zijn afgestemd op het huidtype, de huidconditie en eventuele huidaandoeningen. Zo heb je speciale producten voor een droge huid of een vette huid, maar ook voor mannen, vrouwen of een specifieke leeftijdsgroep. Producten die je na het aanbrengen op de huid laat zitten, noem je stay on producten. Producten die je na het aanbrengen weer verwijdert van de huid zijn rinse off producten. Om de huid van je cliënt zo goed mogelijk te kunnen verzorgen, is het belangrijk dat je weet waarvoor de verschillende cosmetische producten bedoeld zijn en hoe ze werken.
7.1
Reinigende producten
Reinigende producten gebruik je om de huid schoon te maken. Je verwijdert er onder andere vuil, vet en make-up resten mee. Er zijn speciale reinigende producten voor de gezichtshuid, maar ook voor de lichaamshuid. Je gebruikt een reinigend product vooral aan het begin van een schoonheidsbehandeling.
Een goede huidverzorging begint bij de reiniging. Door de huid goed te reinigen, zorg je ervoor dat er geen talg, zweet of ander vuil meer aanwezig is. Breng je na de reiniging verzorgende producten aan, dan worden deze niet meer beïnvloed door het vuil. De producten kunnen dan beter hun werk doen.
TIP ADVISEER JE CLIËNT
OM DE HUID OOK ZELF GOED TE REINIGEN, VOORDAT ER EEN VERZORGEND PRODUCT AANGEBRACHT WORDT.
Reinigende producten voor het gezicht
Voorbeelden van reinigende producten voor het gezicht zijn:
reinigingsmilk
reinigingscrème
reinigingsgel
micellair water
Verzorgende producten kunnen hun werk niet doen als de huid niet gereinigd is.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen reinigende producten voor het gezicht en reinigende producten voor het lichaam.
WIST JE DAT LEVERANCIERS VAN COSMETISCHE PRODUCTEN BIEDEN VAAK PRODUCTTRAININGEN AAN VOOR PROFESSIONALS. IN ZO’N TRAINING LEER JE HOE JE DE PRODUCTEN HET BESTE KUNT GEBRUIKEN IN DE SALON.
hydrofiele reinigingsolie
reinigingsmousse of foam
gezichtslotion
Werking
Je gebruikt reinigende producten voor het gezicht om de huid te reinigen. Vaak gebruik je een reinigingsmilk, -crème of -gel in combinatie met een lotion. Met de reinigingsmilk verwijder je op milde wijze make-up, vet en vuil. Vervolgens herstel je de zuurgraad van de huid met een lotion. Met de lotion verwijder je ook de laatste restanten van het reinigingsproduct en sluit je de poriën. Hierna voelt de huid verfrist aan.
Bekijk de uitleg over alle reinigende producten voor het gezicht online!
Snelcode 15090
Reinigende producten voor het lichaam
Reinigende producten voor het lichaam gebruik je in de salon bij welnessbehandelingen of wanneer een cliënt doucht na een behandeling. Voorbeelden van reinigingsproducten zijn:
bad- en doucheolie
reinigingsmousse
douchecrème
shampoo
Werking
Reinigende producten voor het lichaam reinigen de lichaamshuid. Ze verwijderen vuil, maar ook huidschilfers en zweet van de huid. Een shampoo is specifiek voor het hoofdhaar en de hoofdhuid geschikt.
Eisen
Een reinigend product moet goed te verdelen zijn over de huid en mag geen huidirritaties geven.
Na de reiniging mogen er geen restanten van het reinigingsproduct achterblijven op de huid.
Bekijk de uitleg over reinigende producten voor het lichaam online!
Snelcode 15091
Het lichaam reinigen
Bij een saunagang begin je met het nemen van een douche. Je reinigt met doucheschuim en shampoo. Voor de beste reiniging scrub je ook.
Als voorbereiding op een lichaamspakking wordt een totale scrubbehandeling gegeven. Een wellnessbehandeling sluit je soms af met een douche. Na een saunagang douche je ook weer opnieuw om je te reinigen van zweet.
7.2 Verzorgende producten
Verzorgende producten zijn er voor zowel de gezichtshuid als de lichaamshuid. Ze helpen de huid herstellen en regelen de zuurgraad van de huid. Ze zijn vaak geschikt voor een specifiek huidtype of een bepaalde huidconditie.
Verzorgende producten kunnen op verschillende manieren werken:
de huid voeden
de huid hydrateren
de huid stimuleren
de huid kalmeren
de huid regenereren
de talgproductie reguleren
TIP ADVISEER JE CLIËNT OM OOK ZELF VERZORGENDE PRODUCTEN TE GEBRUIKEN.
Dagcrème
Een dagcrème heeft naast een verzorgende ook een beschermende werking. Welke crème je gebruikt of adviseert, is afhankelijk van de huid van de cliënt, maar kan ook afhankelijk zijn van het seizoen. Zo kan de lucht in de winter heel erg droog zijn, waardoor de huid sneller uitdroogt en vochtarm wordt. Gebruik of adviseer dan een dagcrème die wat meer hydrateert of meer vet bevat. In de zomer kan het juist erg vochtig zijn en zweten mensen snel. Dan is een vollere crème niet prettig.
Verzorgende producten voor het gezicht
Er zijn veel verschillende verzorgende producten voor het gezicht. Je gebruikt ze voor de ogen, het decolleté of het hele gezicht.
Voorbeelden van verzorgende producten voor het gezicht zijn:
dagcrème
nachtcrème
oogcrème
serum
hals- en decolletécrème
Werking
Je gebruikt verzorgende producten tijdens een schoonheidsbehandeling. Zo kun je een verzorgend masker aanbrengen tijdens een gezichtsbehandeling. De cliënt kan deze producten ook zelf toepassen.
Voordat je make-up aanbrengt, gebruik je verzorgende producten die ook beschermend werken. Dit kan bijvoorbeeld een dagcrème zijn.
Bekijk de uitleg over verzorgende producten voor het gezicht online! Snelcode 15093
Verzorgende producten voor het lichaam
Producten voor het lichaam gebruik je om de huid te verzorgen of te beschermen. Er zijn verschillende verzorgende producten voor het lichaam:
bodymilk of lotion
huidolie
aftersun
hand- en voetcrème
Werking
Een bodylotion, milk, crème of olie gebruik je om de huid te hydrateren en soepel te houden. Afhankelijk van de wensen én het huidtype van de cliënt adviseer je het geschikte product. Een aftersun gebruik je om de huid weer in balans te brengen na een dagje zonnen. Aftersun bevat voornamelijk hydraterende en kalmerende ingrediënten en is vaak dunner van structuur zodat de huid het product snel opneemt. Hand- en voetproducten gebruik je voor de verzorging van de huid en nagels van handen en voeten.
Bekijk de uitleg over verzorgende producten voor het lichaam online!
Snelcode 15094
Eisen
Een verzorgend product moet aan verschillende eisen voldoen. Zo moet het de huidfuncties ondersteunen en de natuurlijke vochtigheidsgraad van de huid in stand houden. Daarnaast komt in veel producten de pH-waarde zoveel mogelijk overeen met de pHwaarde van de huid.
7.3 Beschermende producten
Beschermende producten beschermen de huid tegen schadelijke invloeden van buitenaf. Beschermende producten helpen bijvoorbeeld om zonverbranding door uv-straling van de zon te voorkomen. Er zijn ook beschermende producten die de huid beschermen tegen vochtverlies door airconditioning, kou of warmte. Zo bevatten (dag-/nacht-/hand)crèmes ingrediënten die vochtverlies in de huid tegengaan en vocht vasthouden.
De meest voorkomende beschermende producten zijn:
zonnebrandcrème
lippenbalsem
dagcrème
bodylotion
basecoat
insectenwerende producten
Werking
Zonnebrandcrèmes bevatten uv-filters. Deze filters blokkeren en reflecteren de schadelijke straling van de zon. Op deze manier beschermt zonnebrandcrème de huid tegen verbranding. Zonnebrandcrème is altijd voorzien van een Sun Protection Factor (SPF). Op het product staat bij de SPF een getal. Hoe hoger het getal, hoe langer je huid beschermd is tegen de uv-straling van de zon. Welke factor je adviseert, hangt altijd af van het huidskleurtype (Fitzpatrick-indeling) van de cliënt.
Dagcrèmes bevatten tegenwoordig steeds vaker een lage SPF. De huid is zo altijd beschermd tegen schadelijke uv-straling van de zon als je bijvoorbeeld even naar buiten gaat.
WIST JE DAT
ONDANKS DAT DE ZON IN DE WINTER NIET WARM IS, HEEFT DE UV-STRALING
OOK DAN INVLOED OP JE HUID. ADVISEER DAAROM OOK IN DE WINTER EEN CRÈME MET UV-FILTER.
Lipproducten
Een lippenbalsem is een lipproduct met een verzorgende én beschermende werking. Het hydrateert de huid en helpt vochtverlies in de huid voorkomen. Een toegevoegde SPF-factor beschermt tegen schadelijke uv-straling van de zon.
Naast handproducten die de huid verzorgen, bestaan er ook handproducten die de huid beschermen. Deze handcrèmes laten een laagje op de huid achter, waardoor de crème beschermt tegen warmte, kou, vocht en allerlei stoffen die de huid irriteren.
Eisen
Beschermende producten moeten voldoende kunnen worden opgenomen door de huid. Ze creëren vaak een dunne beschermingslaag over de huid zonder deze af te sluiten. De gebruikte oliën/vetten komen zoveel mogelijk overeen met huideigen vetten.
Bekijk de uitleg over beschermende producten online! Snelcode 15096
8.Apparatuur
IN DIT HOOFDSTUK
Bij het uitvoeren van een behandeling kun je apparatuur gebruiken om je behandeling te intensiveren. Zo kun je bijvoorbeeld bij de oppervlaktereiniging een borstelapparaat gebruiken voor een intensievere reiniging.
De apparatuur die je in de salon gebruikt, kun je opdelen in vier soorten:
hydroapparatuur
mechanoapparatuur
elektroapparatuur
actinoapparatuur
Je kunt apparatuur gebruiken bij de reiniging, bij het verdunnen of verweken van de huid, als massage en ter afsluiting. Om apparatuur zo goed mogelijk in te zetten, is het belangrijk dat je weet wat de functie is van de verschillende apparaten.
8.1 Hydroapparatuur
Het woord hydro is afgeleid uit het Grieks en betekent ‘met water’. Bij hydroapparatuur maakt het apparaat dus gebruik van water.
Koeldampapparaat
Een koeldampapparaat verstuift lotion en/of water tot een koele en fijne nevel. Dit bevochtigt en verfrist de huid.
Het koeldampapparaat gebruik je ter afsluiting van een behandeling om de zuurgraad van de huid te herstellen, poriën te sluiten en de huid te verfrissen. De fijne nevel prikkelt de zenuwuiteinden in de huid en heeft daardoor een kalmerend en verkoelend effect.
Gebruik
Je kunt het koeldampapparaat gebruiken bij verschillende behandelingen:
na een oppervlaktereiniging
na een dieptereiniging
na een massage
na een masker of pakking
Bekijk de uitleg over de werkwijze van het koeldampapparaat online. Snelcode: 15205
Koeldampapparaat
Waterdampapparaat
Een waterdampapparaat wordt ook wel een vapozone genoemd. In een waterdampapparaat wordt water verhit waardoor er stoom ontstaat. Deze stoom vernevel je over de huid. Door de warme stoom openen poriën, verweekt de huid en worden de zenuwuiteinden geprikkeld, wat een ontspannend effect geeft.
Gebruik
Je kunt het waterdampapparaat gebruiken bij verschillende behandelingen:
als voorbehandeling voor het verwijderen van comedonen
als vochtbehandeling
tijdens het inwerken van een dieptereiniging
Bekijk de uitleg over de werkwijze van het waterdampapparaat online.
Snelcode: 15204
Geozoniseerd
waterdampapparaat
Een waterdampapparaat kan ook een ozoniserende functie hebben. Dit noem je ook wel een geozoniseerd waterdampapparaat. Er zit dan een ozonlamp in het apparaat. Het toevoegen van ozon zorgt ervoor dat de huid niet alleen verweekt, maar ook licht wordt gedesinfecteerd.
Let op: de ozonfunctie kun je uitsluitend toepassen zonder aangebrachte producten. Ozon kan namelijk een reactie aangaan met ingrediënten uit het aangebrachte product. Dit kan huidreacties veroorzaken.
Gebruik
Je kunt het geozoniseerde waterdampapparaat gebruiken bij verschillende behandelingen:
als voorbehandeling voor het verwijderen van onzuiverheden zoals comedonen
als vochtbehandeling
Bekijk de uitleg over de werkwijze van het geozoniseerde waterdampapparaat online. Snelcode: 15206
Hydromassageapparaat
Bij hydromassageapparatuur wordt het lichaam gemasseerd door middel van krachtige waterstralen. Deze waterstralen noem je ook wel hydro- of aquajets. Met deze intensieve massage worden spieren gemasseerd en wordt de doorbloeding actief gestimuleerd.
Voorbeelden van deze apparatuur zijn een hydromassagebad, een aquajetbehandeling of een voetenbad.
Gebruik
Je kunt het hydromassageapparaat gebruiken bij verschillende behandelingen: intensieve spiermassa panniculosebehandeling
Indicaties en contra-indicaties
Voor behandelingen met hydroapparatuur gelden de algemene absolute en algemene relatieve contraindicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Apparaat Indicaties Aanvullende contra-indicaties
Koeldampapparaat alle huidtypen en huidcondities geen
Waterdampapparaat alle huidtypen onzuivere (acne)huid slecht doorbloede huid
Geozoniseerd waterdampapparaat
onzuivere (acne)huid
Hydromassageapparaat alle huidtypen slecht doorbloede huid spieren met hoge of lage spiertonus ontspanning
gevoelige en sterk doorbloede huid huid met teleangiëctasieën(couperose)
gevoelige en sterk doorbloede huid huid met teleangiëctasieën (couperose)
stofwisselingsziekten
TIP IN HET HOOFDSTUK ‘VOORBEREIDEN EN AFRONDEN’ LEES JE WAT DE ALGEMENE CONTRAINDICATIES VOOR SCHOONHEIDSBEHANDELINGEN ZIJN.
Hydromassageapparaat
8.2
Mechano
apparatuur
Mechanoapparatuur zet elektrische energie om in bewegingsenergie. Het zijn de bewegende delen van deze apparatuur die de werking geven en je behandeling intensiveren. Denk hierbij aan de ronddraaiende borstel van het borstelapparaat of de trillende opzetstukken van het vibratieapparaat.
Borstelapparaat
Een borstelapparaat is een elektrisch apparaat waar je verschillende opzetstukken op kunt aansluiten: grote en kleine borstels, sponzen en slijpstenen. Door de ronddraaiende beweging van de borstels wordt de huid tot diep in de poriën gereinigd. Hierdoor worden dode huidcellen en vuil verwijderd.
Gebruik
Je kunt het borstelapparaat gebruiken bij verschillende behandelingen:
bij het uitwerken van een oppervlakte- of dieptereinigingsproduct
bij een slijpbehandeling
Bekijk de uitleg over de werkwijze van het borstelapparaat online.
Snelcode: 15209
Vacuümzuigapparaat
Met een vacuümzuigapparaat voer je een massage uit met behulp van glazen klokjes die vacuüm zuigen op de huid. Deze klokjes worden ook vaak cups genoemd. Behandelingen met dit apparaat kunnen op het gezicht (kleine klokjes) en het lichaam (grote klokjes) worden toegepast. Door de huid vacuüm te zuigen, wordt de doorbloeding intensief gestimuleerd, het weefsel losgemaakt, de vochtcirculatie verbeterd en rimpels behandeld.
Een vacuümspray is onderdeel van een vacuümzuigapparaat. Je koppelt een flesje lotion aan het apparaat waarmee je de lotion als koele, fijne spray over de huid vernevelt. Je gebruikt dit apparaat ter afsluiting van de behandeling om de zuurgraad van de huid te herstellen, poriën te sluiten en de huid te verfrissen. De nevel prikkelt ook zenuwuiteinden, wat een kalmerend effect geeft.
Gebruik
Je kunt het vacuümzuigapparaat gebruiken tijdens een anti-agingbehandeling.
Je kunt de vacuümspray gebruiken bij verschillende behandelingen:
ter afsluiting van een dieptereiniging
na een oppervlaktereiniging
na een massage
na een masker of pakking
Bekijk de uitleg over de werkwijze van het vacuümzuigapparaat online.
Snelcode: 15207
Vacuümzuigapparaat
Vibratieapparaat
Een vibratieapparaat wordt ook wel een G5-apparaat genoemd. Dit brengt intense mechanische trillingen over op de spieren en de huid. Met een vibratieapparaat worden spieren op een diepe wijze gemasseerd en wordt de doorbloeding intensief geactiveerd, de spieren huidspanning verbeterd en de vochtafvoer gestimuleerd.
Gebruik
Je kunt het vibratieapparaat gebruiken bij verschillende behandelingen:
intensieve (bindweefsel)massage
panniculosebehandeling
WIST
JE DAT ER ZIJN VERSCHILLENDE OPZETSTUKKEN VOOR HET VIBRATIEAPPARAAT.
Bekijk de uitleg over de werkwijze van het vibratieapparaat online.
Snelcode: 15240
Drainageapparaat
Je gebruikt een drainageapparaat om vocht af te voeren. Dit gebeurt door zachte, pompende bewegingen die een lichte druk zetten op het lichaam. Hierdoor wordt de vochtafvoer gestimuleerd.
Er zijn verschillende soorten drainageapparaten. Deze zorgen allemaal voor zachte, pompende bewegingen, maar op een andere manier.
Gebruik
Je kunt het drainageapparaat gebruiken bij verschillende behandelingen:
als ondersteunende behandeling wanneer iemand veel vocht vasthoudt;
als ondersteunende behandeling bij het afslanken.
Indicaties en contra-indicaties
Voor behandelingen met mechanoapparatuur gelden de algemene absolute en algemene relatieve contraindicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Apparaat Indicaties
Borstelapparaat alle huidtypen vale huid met verdikte hoornlaag slecht doorbloede huid schilferige huid
Vacuümzuigapparaat alle huidtypen rijpe huid met rimpelvorming slecht doorbloede huid panniculose
Vibratieapparaat alle huidtypen verminderde huidspanning verminderde spierspanning slecht doorbloede huid rijpe (verslapte) huid verdikte onderhuid panniculose hyper- en hypotonische spieren
Aanvullende contra-indicaties
dunne huid huid met teleangiëctasieën (couperose) rijpe (verslapte) huid
bij gezichtsbehandeling: gevoelige (sterk doorbloede) huid
te weinig onderhuids bindweefsel bloeduitstortingen
Drainageapparaat alle huidtypen vochtophopingen geen
Drainageapparaat
8.3 Elektroapparatuur
Bij elektroapparatuur wordt er gebruikgemaakt van elektrische stroom. Deze elektrische stroom geeft de werking aan het apparaat. Denk hierbij aan iontoforese waarbij werkstoffen dieper de huid in worden gebracht door middel van stroom.
De diverse elektroapparaten werken met verschillende soorten stroom. Dit kan gelijkstroom of wisselstroom zijn, maar ook allebei. Je leert hier meer over in het hoofdstuk Algemene natuurwetenschappen.
Elektrische desincrustatie
Bij elektrische desincrustatie gebruik je een zoutoplossing die de huid op effectieve wijze verweekt en basischer maakt. Hierdoor verzeept de talg, wat betekent dat de talg soepeler wordt. Onzuiverheden zoals comedonen kunnen daardoor beter worden verwijderd. Bij elektrische desincrustatie maak je gebruik van gelijkstroom.
Gebruik
Je kunt elektrische desincrustatie gebruiken als voorbehandeling bij het verwijderen van comedonen.
Bekijk de uitleg over de werkwijze van elektrische desincrustatie online. Snelcode: 15232
Iontoforese
Bij iontoforese sluis je werkstoffen dieper de huid in door elektrische gelijkstroom te gebruiken. De werkstoffen komen uit een ampul en hebben een bepaalde lading: positief of negatief. Als de werkstof positief is geladen, dan moet de kathode ook positief geladen stroom geleiden.
Bij iontoforese gebruik je hetzelfde apparaat als bij elektrische desincrustatie.
Gebruik
Je kunt iontoforese gebruiken om werkstoffen dieper in de huid te brengen (insluizen).
Bekijk de uitleg over de werkwijze van iontoforese online. Snelcode: 15236
WIST JE DAT JE LEERT MEER OVER VERSCHILLENDE SOORTEN STROOM IN HET HOOFDSTUK ‘ALGEMENE NATUURWETENSCHAPPEN’.
Iontoforese
WIST JE DAT
HET WOORD DIATHERMIE
BETEKENT ‘DOOR WARMTE’.
DIA BETEKENT ‘DOOR’ EN THERMIE BETEKENT ‘WARMTE’.
Ontharen met de diathermiemethode
Bij de diathermiemethode gebruik je elektrisch opgewekte warmte om definitief te ontharen. Er wordt hoogfrequente wisselstroom naar de haarfollikel geleid waar een stroomstootje wordt gegeven. Hierbij ontstaat warmte, waardoor de eiwitmoleculen in de haarpapil stollen en afsterven. Dit proces heet coaguleren. Hierdoor groeien er geen haren meer terug.
Gebruik
Je kunt de diathermiemethode gebruiken bij het definitief ontharen.
Bekijk de uitleg over de werkwijze van de diathermiemethode online.
Snelcode: 15238
Ontharen met de blendmethode
Bij de blendmethode voeg je twee stroomsoorten samen: gelijkstroom en wisselstroom. Door het geven van gelijkstroom ontstaat een chemische reactie waarbij basevorming en loogvorming optreedt. Hierdoor worden de cellen van de wanden van de haarfollikels aangetast. De wisselstroom geeft vooral warmte af waardoor het proces wordt versneld. Hierdoor worden de haarpapil en haarfollikel verwijderd en groeien er geen haren meer terug.
Gebruik
Je kunt de blendmethode gebruiken bij het definitief ontharen.
Bekijk de uitleg over de werkwijze van de blendmethode online.
Snelcode: 15237
Spiercontraherend apparaat
Spiercontractie is het samentrekken van spieren. Een spiercontraherend apparaat gebruik je om spieren te prikkelen. Dit doe je door elektroden te plaatsen op het te behandelen gebied. De stroomsterkte voer je langzaam op zodat de spieren samentrekken. Met een spiercontraherend apparaat stimuleer je de doorbloeding waardoor afvalstoffen beter worden afgevoerd.
Behandelingen met het spiercontraherend apparaat noem je ook wel elektrokinesie. Je kunt daarom verschillende elektrische stromen gebruiken: gelijkstroom en wisselstroom.
Gebruik
Je kunt het spiercontraherend apparaat gebruiken als ondersteunende behandeling bij het afslanken.
Bekijk de uitleg over de werkwijze van het spiercontraherend apparaat online.
Snelcode: 15239
Spiercontraherend apparaat
Indicaties en contra-indicaties
Voor behandelingen met elektroapparatuur gelden de algemene absolute en algemene relatieve contraindicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Een behandeling met actinoapparatuur staat voor een vorm van behandeling waarbij zonlicht of kunstmatige lichtbronnen (straling) worden gebruikt. Dit wordt ingezet voor therapeutische doeleinden. Denk hierbij aan infraroodlicht met een verwarmende dieptewerking op spieren in een infraroodsauna.
Infrarood
Infrarood is een warmtestraling. Je kunt de straling niet zien, maar wel voelen. Infraroodlampen kunnen een warmte geven van 40 tot 60 °C. Deze warmte stimuleert de bloedsomloop, verbetert de stofwisseling, maakt spieren en gewrichten soepeler en zorgt voor het afvoeren van afvalstoffen.
Er zijn verschillende soorten infraroodapparaten; de infraroodlamp en de infraroodsauna/-cabine. Houd er altijd rekening mee dat je cliënt niet te dicht op de lamp zit, anders kan diegene verbranden.
Gebruik
Je kunt een infraroodlamp gebruiken bij verschillende behandelingen:
voor en/of tijdens het verwijderen van comedonen
tijdens het inwerken van een masker
Nieuwe apparatuur
Er komt steeds nieuwe apparatuur op de markt. Dit is trendgevoelig. Vaak wordt hierbij gebruikgemaakt van een bestaande techniek. Ook worden bestaande technieken gecombineerd in één apparaat. Een voorbeeld van nieuwe apparatuur is het infraroodmasker.
tijdens het indrogen van een poedermasker of dieptereiniging
tijdens een massage
Je kunt een infraroodsauna gebruiken bij verschillende behandelingen:
bij vermoeide spieren
bij een verminderde weerstand
ter ontspanning
Bekijk de uitleg over de werkwijze van het infraroodapparaat online.
Snelcode: 15235
WIST JE DAT IN HET HOOFDSTUK ‘ALGEMENE NATUURWETENSCHAPPEN’ LEER JE MEER OVER VERSCHILLENDE SOORTEN STRALING.
Zonnebank
Een zonnebank maakt gebruik van uv-stralen om de huid te bruinen. Het hele lichaam wordt aan de bovenen onderzijde bestraald. Een zonnebank geeft een hogere dosis uv A-straling en een lagere dosis uv B-straling af dan de zon. Hierdoor verbrandt de huid minder snel en wordt deze sneller bruin. Een professionele zonnebank is voorzien van een koelsysteem en een tijdsinstelling.
Blauwlichtlamp
Een blauwlichtlamp geeft alleen blauw licht. De andere kleuren zijn eruit gefilterd. Blauw licht heeft een kalmerende en rustgevende werking.
Gebruik
Je kunt een blauwlichtlamp gebruiken bij verschillende behandelingen:
tijdens het inwerken van een masker
op de achtergrond bij een massage
Zonnebank
Woodlight
Bij een woodlightanalyse wordt de huid blootgesteld aan ultraviolet licht dat door een blacklight (365 nm) wordt uitgestraald. Hierdoor worden aspecten van de huid die met het blote oog onzichtbaar zijn zichtbaar gemaakt. De kleurverschillen die op de huid zichtbaar zijn, tonen onzuiverheden, pigmentvlekjes of dehydratatie aan.
Gebruik
Je kunt een woodlight gebruiken ter aanvulling bij een huidanalyse.
IPL
IPL staat voor Intensief Pulserend Licht. Bij een behandeling met IPL maak je gebruik van lichtflitsen. Deze dringen door tot in de haarwortel. Het licht wordt omgezet in warmte, waardoor haarzakjes worden vernietigd.
Gebruik
Je kunt IPL gebruiken bij het definitief ontharen.
WIST JE DAT WOODLIGHT IS GEEN BEHANDELAPPARAAT.
Laser
Bij laser maak je ook gebruik van lichtflitsen om te ontharen. Het licht wordt omgezet in warmte waardoor haarzakjes worden vernietigd. Een laser heeft een hoger vermogen en een smallere straal dan flitslampen bij IPL, waardoor je ook dieper gelegen haarzakjes vernietigt.
Gebruik
Je kunt een laserapparaat gebruiken bij het definitief ontharen.
Indicaties en contra-indicaties
Voor behandelingen met actinoapparatuur gelden de algemene absolute en algemene relatieve contraindicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Apparaat Indicaties
Infrarood
alle huidtypen
slecht doorbloede huid
rijpe huid
pijnlijke spieren en gewrichten
vermoeide spieren
winterhanden
wintervoeten
pakking
Zonnebank
acne
psoriasis
bruiningswens
weerstand verhogen
Blauwlichtlamp
acne
gevoelige huid
gestuwde huid
huid met teleangiëctasieën
Woodlight
IPL
Laser
geen
hirsutisme
hypertrichose
ongewenste haargroei
hirsutisme
hypertrichose
ongewenste haargroei
Aanvullende contra-indicaties
geen
huidtype 1
vitiligo
gevoeligheid voor pigmentvlekken
geen
geen
moedervlekken
pacemaker, inwendige defibrillator
keloïdvorming
metalen schroeven, pinnen of implantaten
moedervlekken
pacemaker, inwendige defibrillator
keloïdvorming
metalen schroeven, pinnen of implantaten
Train je kennis over dit hoofdstuk met de online trainer. Snelcode: 16216
9.voorbereiden en afronden
IN DIT HOOFDSTUK
Er zijn veel stappen die je doorloopt voordat je kunt beginnen met een behandeling. Je doet een huidanalyse en stelt een behandelplan op. Dit doe je zodat de behandeling helemaal aansluit bij het huidtype, de huidconditie en de wensen van de cliënt. Naast een goede voorbereiding is een goede afronding ook belangrijk. Door de behandeling goed af te ronden, gaat de cliënt met een tevreden gevoel naar huis en komt hij of zij sneller terug. In dit hoofdstuk leer je welke voorbereidingen je doet voordat je een behandeling uitvoert en hoe je de behandeling afrondt.
Voor bereidende werkzaamheden
Voordat je een cliënt kunt behandelen, maak je de ruimte gereed en zet je de materialen die je gaat gebruiken klaar.
Intake
Een cliënt maakt meestal online of telefonisch een afspraak voor een behandeling. Omdat je persoonsgegevens opslaat tijdens het maken van een afspraak, moet de cliënt toestemming geven voor het opslaan van deze gegevens. Ook is de cliënt geinformeerd over risico’s en moet de cliënt toestemming geven om de behandeling bij hem of haar uit te laten voeren. Dit wordt informed consent genoemd. Voor een aantal behandelingen, zoals permanente make-up of een behandeling met zuren, is het van belang dat de cliënt van tevoren schriftelijke voorzorginstructies meekrijgt.
LET OP! IS DE CLIËNT NOG
GEEN 18 JAAR? DAN IS ER EEN TOESTEMMINGSVERKLARING NODIG VAN DE OUDERS.
Ruimte voorbereiden
Als je een ruimte gereed maakt voor een behandeling, voer je een aantal stappen uit:
1 Dek het werkblad af met bijvoorbeeld een dental towel.
2 Verschoon de behandelstoel.
3 Reinig of desinfecteer je handen.
4 Bekijk het cliëntenbestand.
Materialen klaarzetten
Als je de ruimte hebt voorbereid, begin je met het klaarzetten van het materiaal. Het materiaal dat je klaarzet, hangt af van de soort behandeling die je gaat uitvoeren.
9.2 Huidanalyse en diagnose
Voor het bereiken van een optimaal resultaat na een gezichtsbehandeling is het gebruik van de juiste producten erg belangrijk. Om te weten welke producten je voor welke huid kunt toepassen, is een huidanalyse nodig. Door middel van een huidanalyse breng je het huidtype en de huidconditie van de cliënt in kaart. Hierdoor kun je bepalen wat de huid nodig heeft en goed afstemmen op de wensen en behoeften van de cliënt.
De huidanalyse bestaat uit drie onderzoekstechnieken: de anamnese, de inspectie en de palpatie. Met de verkregen gegevens stel je een diagnose (oordeel), bijvoorbeeld dat de cliënt een droge, gevoelige en vochtarme huid heeft. Tijdens de huidanalyse noteer je jouw bevindingen.
Een huidanalyse pas je het liefst toe op een gereinigde huid. Je kunt immers niet beoordelen of een huid bijvoorbeeld vochtarm is wanneer deze zwaar is opgemaakt. Je start daarom met een reiniging waarbij je het reinigingsproduct gelijk zoveel mogelijk aanpast op het huidtype. Voor het reinigen van de huid kun je kiezen uit de volgende producten:
Product Huidtype
oogmake-upreiniger alle huidtypen
reinigingsmelk alle huidtypen
reinigingsolie- of crème droge, rijpe en gevoelige huidtypen
reinigingsgel- of mousse gecombineerde tot vette (acne) huid
Bekijk hoe een professional de huidanalyse uitvoert. Snelcode 12028
Verschoon de behandelstoel voordat je de cliënt ontvangt.
Anamnese
Tijdens de anamnese ga je in gesprek met je cliënt. Je noteert alle verkregen persoonsgegevens en medische gegevens op een anamneseformulier. Je kunt ook vragen stellen over de levensstijl van de cliënt, bijvoorbeeld of iemand rookt. Hoe meer gegevens je verzamelt, hoe beter je een diagnose kunt stellen.
Doorverwijzen cliënt
Je kunt niet elke cliënt zelf helpen. Bijvoorbeeld bij huidproblemen die je niet zelf kunt behandelen. Je kunt de cliënt adviseren om naar de huisarts te gaan voor een verwijzing naar een specialistische arts of naar bijvoorbeeld een huidtherapeut.
Daarnaast kan een cliënt een wens hebben die buiten jouw deskundigheid valt. Denk bijvoorbeeld aan een cliënt die een cosmetische ingreep wil laten doen. Je kunt de cliënt adviseren om naar een andere deskundige te gaan, bijvoorbeeld een pedicure, fysiotherapeut, sportmasseur of diëtist.
Inspectie
Tijdens de inspectie bekijk en onderzoek je de huid van de cliënt. Om dit goed te kunnen doen, maak je gebruik van een loeplamp. Dit instrument geeft licht en bevat een grote loep waardoor je de huid goed kunt beoordelen. Je houdt rekening met de verkregen informatie uit de anamnese. Bij de inspectie bepaal je het huidtype van de cliënt. Dit kan normaal, droog, gecombineerd of vet zijn. Verder inspecteer je de huid op eventuele huidafwijkingen en huidaandoeningen, bijvoorbeeld acne, eczeem, rosacea of pigmentatieproblemen.
Huidtype
Het huidtype wordt bepaald door de hoeveelheid talg die de talgklieren produceren. Op basis van de grootte van de poriën en de dikte van de hoornlaag kun je het huidtype bepalen.
LET OP! JE VOERT DE HUIDANALYSE ALTIJD UIT OP EEN GEREINIGDE HUID.
Anamnesegesprek
Inspectie met loeplamp
Huidtype Kenmerken
normale huid
droge huid
vette huid
gecombineerde huid
normale hoeveelheid talg
fijne poriën
normale hoornlaag
weinig talg
zeer fijne poriën
dunne hoornlaag
schilfertjes
doffe, vale huid
veel talg
grove, ronde poriën
verdikte hoornlaag
onzuiverheden
glanzende huid
hoeveelheid talg plaatselijk verschillend
combinatie fijne poriën (wangen) en grove poriën (voorhoofd, neus en kin)
TIP IN HET HOOFDSTUK ‘HUID’ VAN BEAUTYBOEK #2 LEES JE MEER OVER DE VERSCHILLENDE HUIDTYPEN.
Bekijk de factcard over huidtypen.
Snelcode 25264
Rimpelvorming
Rimpels beginnen op plekken die vaak in beweging zijn zoals de huid rondom de ogen en de mondhoeken. Plooien zijn diepe rimpels. Deze ontstaan op plekken waar de huid dikker is, zoals tussen de neus en lippen.
Huidafwijkingen
Huidafwijkingen kunnen groot of klein zijn, maar ook goed- of kwaadaardig. Je spreekt van een huidafwijking als de normale functies van de huid afwijkend zijn. Het is belangrijk om huidafwijkingen te herkennen, omdat je ze niet allemaal mag behandelen. Het is daarom belangrijk dat je weet of een huidafwijking een relatieve of absolute contra-indicatie is. Adviseer bij twijfel de cliënt om naar de huisarts te gaan.
Rimpels
Plooien
Het is belangrijk dat je weet of de huidafwijking van de cliënt een absolute of relatieve contraindicatie is.
Er kunnen huidafwijkingen zijn in:
talgklieren, zoals vetbulten, talgcysten en acne;
zweetklieren, zoals overmatig zweten;
verhoorning, zoals psoriasis;
pigment, zoals moeder- en pigmentvlekken en maligne melanoom;
bindweefsel, zoals littekens;
beharing, zoals overmatige beharing;
bloedvaten, zoals teleangiëctasieën.
Absolute en relatieve contra-indicaties
Soms mag je geen schoonheidsbehandelingen uitvoeren bij een cliënt omdat de cliënt een bepaalde aandoening of kenmerken heeft. Dit noem je absolute contra-indicaties.
Daarnaast zijn er algemene relatieve contraindicaties. In die gevallen mag je de behandeling alleen uitvoeren als je rekening houdt met de relatieve contra-indicatie. Het kan bijvoorbeeld gaan om een plaatselijke contra-indicatie: het gedeelte van de huid waar de contra-indicatie zich voordoet moet je vermijden bij je behandeling.
Bijvoorbeeld: de cliënt heeft een ontstoken oog. Je mag geen behandeling in het gezicht uitvoeren, maar je kunt wel een cosmetische voetbehandeling of manicure geven.
Bij sommige relatieve contra-indicaties moet je kiezen voor andere producten, ingrediënten of materialen of voor een andere methode. Het is belangrijk dat je bij een relatieve contra-indicatie overlegt met je cliënt. Eventueel adviseer je de cliënt om eerst toestemming te vragen aan een behandelend arts voordat je overgaat tot de behandeling. Tijdens de behandeling houd je de reactie van de cliënt goed in de gaten.
Absolute contra-indicaties voor schoonheidsbehandelingen
De cliënt heeft een algehele verminderde weerstand: hiermee wordt algehele malaise, lichamelijk ongemak, zwakte, vermoeidheid, koorts en een gebrek aan welzijn bedoeld. De behandeling kan de symptomen verergeren en het lichaam extra belasten wanneer het al ziek is.
De cliënt ondergaat chemotherapie of bestraling en/of heeft een kwaadaardige tumor: de behandeling kan complicaties veroorzaken bij mensen die kankerbehandelingen ondergaan vanwege gevoeligheid, risico op bloedingen of infectiegevaar.
Relatieve contra-indicaties voor schoonheidsbehandelingen
Allergieën voor producten, ingrediënten of materialen: in dit geval moet je deze producten, ingrediënten of materialen vermijden in je behandeling.
Auto immuunziekten (bijvoorbeeld lupus): de behandeling kan het immuunsysteem activeren waardoor de symptomen kunnen verergeren.
Bloedstollingsproblemen (bijvoorbeeld trombose, hemofilie, gebruik van bloedverdunners): door de behandeling is er een kans dat er een bloeding ontstaat en dit is een risico voor mensen met stollingsproblemen of ernstige vaatziekten.
Diabetes mellitus: bij deze ziekte hebben cliënten een hoger infectiegevaar en een slechte wond genezing.
Eczeem/schimmels: deze huid mag je niet behandelen omdat dit pijnlijk kan zijn voor de cliënt en de aandoening kan verergeren door de behandeling.
Ernstige hartklachten: je kunt een behandeling uitvoeren afhankelijk van de conditie van de cliënt.
Epilepsie: bij epilepsie moet je als schoonheidsspecialist zelf bepalen of je op een verantwoorde wijze een behandeling kunt uitvoeren.
Gebruik van prednison en andere steroïde medicijnen: de behandeling kan de ontstekingen verergeren.
Hart en vaatziekten: bij deze aandoeningen moet je als schoonheidsspecialist bepalen of je op een verantwoorde wijze een behandeling kunt uitvoeren.
Hoge of lage bloeddruk: door de behandeling kan de bloeddruk extra verlagen of verhogen.
Huidaandoeningen zoals actieve acne, actieve rosacea, psoriasis, huidinfecties, open wonden of herpesinfecties: deze huid mag je niet behandelen,
omdat de aandoeningen kunnen verergeren door de behandeling en infecties zich kunnen verspreiden.
Oncologische ziekten (kanker): de aandoening kan verergeren doordat ziekteverwekkers door de behandeling in de bloedbaan worden gebracht en zich verspreiden door het lichaam.
Ontstekingen: je moet het gebied dat ontstoken is vermijden in je behandeling, omdat de ontsteking anders kan verergeren en dit pijnlijk kan zijn voor de cliënt.
Medicijnen: bepaalde medicijnen kunnen de werking van een behandeling negatief beïnvloeden en andersom.
Onrealistisch verwachtingspatroon: als de cliënt geen realistische verwachting heeft van het resultaat van de behandeling, kan dit een reden zijn om de behandeling niet uit te voeren.
Reactieve huid: de behandeling kan de huid extra belasten.
Spataderen: op deze plaatsen is sprake van een slechte doorbloeding en genezing, deze huid mag je daarom niet behandelen.
Wonden: wanneer een wond nog in de reactiefase of regeneratiefase zit, kun je geen behandeling uitvoeren. De behandeling kan het genezingsproces verstoren of ongemak veroorzaken bij recente letsels of na een operatie. Door de behandeling kunnen bacteriën of virussen in de huid worden gebracht.
Zonbeschadigde huid: je moet het verbrande gebied vermijden in je behandeling zodat de huid kan herstellen.
Zwangerschap, borstvoeding: of je een behandeling kunt uitvoeren, is afhankelijk van de conditie van de cliënt, de gevoeligheid van de huid van de cliënt en van de werkzame stoffen.
Huidaandoeningen Naast huidafwijkingen zijn er huidaandoeningen. Een huidaandoening is een ziekte die de huid aantast, zoals een schimmel of een virus. Als schoonheidsspecialist mag je een huidaandoening vaak niet behandelen. Raad dan de cliënt aan om naar een huisarts te gaan.
Palpatie
Tijdens de palpatie onderzoek je de huid door deze aan te raken. Door de huid aan te raken, krijg je informatie over de huid die je niet of onvoldoende krijgt bij de inspectie. Bij de palpatie onderzoek je de doorbloeding, spier- en huidspanning en de vochtgraad van de huid. Je kunt palpatie ook gebruiken om het huidtype te bepalen; heeft de huid bijvoorbeeld een vettig laagje, zijn de poriën gevuld of is de huid ruw en schilferig?
Doorbloeding
De doorbloeding stel je vast op basis van de huidskleur.
De kleur van de huid zegt iets over hoe goed de huid doorbloed is. Je bepaalt de doorbloeding van de huid door met je vingers op de huid te drukken. Door het drukken ontstaat er een witte vlek. De doorbloeding is normaal als de eigen kleur binnen 2 seconden terug is.
De doorbloeding is traag als het langer dan 2 seconden duurt voordat de kleur terug is. De doorbloeding is sterk als er helemaal geen witte vlek is.
De doorbloeding kan ook onregelmatig zijn. Het is dan bijvoorbeeld op de wangen en de neus te sterk en op het voorhoofd, de kin en de hals normaal. Controleer de doorbloeding daarom altijd op verschillende plaatsen in het gezicht.
Doorbloeding Lichte huid Donkere huid goed roze bruine tint sterk rood paars- tot purperkleurig slecht bleek bleek onregelmatig vlekkerig vlekkerig
De doorbloeding moet je op verschillende plaatsen in het gezicht controleren.
Spier- en huidspanning
De spier- en huidspanning bepaal je door de huid op te pakken en vervolgens weer los te laten. Dit doe je op verschillende plaatsen in het gezicht. De huid van de wangen duw je met de zijkant van je vinger omhoog. De huid onder de ogen en bij de hals- en het kaakcontour pak je tussen twee vingers vast. Veert de opgenomen huidplooi soepel terug, dan is de spanning goed. Valt de opgenomen huid langzaam en slap terug, dan is de huidspanning niet goed.
huidspanning bepalen
Vochtgraad
De huid kan vochtarm of vochtrijk zijn. Een vochtarme huid herken je aan kleine nerfjes in de huid. Die geven een craqueléachtig effect als je erop duwt. Een vochtrijke huid ziet er gladder en strakker uit. De vochtgraad is niet op elke plaats hetzelfde, dus dit moet je op verschillende plaatsen in het gezicht controleren.
Dermografie
Vermoed je dat de huid van een cliënt gevoelig is, dan kun je een dermografie uitvoeren. Hierdoor kom je erachter hoe gevoelig de huid is. Dit wordt ook wel de reactiviteit van de huid genoemd. Je gebruikt voor de dermografie een spatel van hout of plexiglas. Met de spatel trek je lichte strepen over het decolleté en het gezicht. Als er witte strepen ontstaan die vervolgens snel wegtrekken, is de huid niet extra gevoelig. Als er rode strepen ontstaan die lang zichtbaar blijven, dan heeft de cliënt een gevoelige huid. Wordt de streep zelfs wat dikker en vurig rood? Dan heb je te maken met een extreem gevoelige huid. Als de cliënt een gevoelige huid heeft, pas je de behandeling daarop aan. Je kunt dan bijvoorbeeld producten of apparatuur gebruiken die de huid kalmeren.
9.3
Advies en behandelplan
Op basis van de huidanalyse en diagnose bedenk je welke behandelingen aan kunnen sluiten bij de cliënt. Je bespreekt de mogelijkheden met de cliënt en geeft advies. Wat je uiteindelijk gaat doen, noteer je in het behandelplan.
Behandelplan
Een behandelplan stel je op in overleg met de cliënt. In een behandelplan staan:
een beschrijving van de vraag of wens van de cliënt;
de beginsituatie die uit de diagnose naar voren is gekomen;
de gekozen behandelingen of behandelmethoden;
het aantal behandelingen en hoe lang de behandeling doorloopt;
de verwachte resultaten van de behandeling. Deze informatie zet je in het cliëntenbestand.
Vochtrijke huid
Dermografie wordt uitgevoerd met een spatel.
vochtarme huid
Soort behandeling
Behandelingen die je in je behandelplan kunt opnemen zijn:
gezichtsbehandeling
lichaamsbehandeling
ontharingsmethoden
massage
maskers en pakkingen
make-up
wimpers en wenkbrauwen verven
hand- en voetverzorging
Cliëntenbestand
Je vult het cliëntenbestand aan met de informatie uit de huidanalyse en het behandelplan. Alle informatie over een cliënt sla je op in het cliëntenbestand. Het cliëntenbestand bevat vier onderdelen:
Persoonsgegevens: de naam, leeftijd en contactgegevens van de cliënt.
Anamnes: de gegevens die je tijdens de anamnese verzameld hebt.
Huidanalyse: de gegevens die je tijdens de huidanalyse verzameld hebt over het huidtype, de huidconditie en eventuele huidafwijkingen.
Behandeldata: de behandeling die je gaat uitvoeren, eventuele bijzonderheden tijdens behandelingen, de prijs en de gebruikte en aanbevolen producten.
De beginsituatie die uit de diagnose is gekomen.
AVG
De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is ingevoerd om de privacy van mensen te beschermen en om ervoor te zorgen dat er netjes wordt omgegaan met persoonsgegevens.
In de schoonheidssalon moeten jouw cliënten weten welke persoonsgegevens jij van hen verwerkt en opslaat. Een cliënt moet voor het opslaan van bepaalde gegevens toestemming geven en kan deze toestemming ook weer intrekken.
TIP
JE KUNT HET CLIËNTENBESTAND SOMS OOK BIJWERKEN TIJDENS DE BEHANDELING, BIJVOORBEELD TIJDENS
HET INWERKEN VAN EEN MASKER.
9.4
Behandeling afronden
Behandeling afronden met de cliënt
Nadat je de behandeling hebt gegeven, moet je de behandeling afronden. Bij het afronden van een behandeling doorloop je de volgende stappen:
1 Controleer of de behandeling heeft voldaan aan de verwachtingen van de cliënt.
2 Geef productadvies.
3 Stem het vervolg van de behandeling af.
4 Reken af.
5 Werk het cliëntenbestand bij met het productadvies en de resultaten van de behandeling.
Als de cliënt weg is, zorg je dat je werkplek weer op orde is. Dit doe je door het linnengoed van de behandelstoel te verschonen en de materialen en de werkplek te reinigen en/of desinfecteren. Materialen kun je reinigen en desinfecteren met een ultrasoonreiniger en een desinfectiebakje met alcohol of met een instrumentenwasmachine.
Test je kennis over de behandeling voorbereiden en afronden.
Snelcode 17024
Reflecteren op de behandeling
Nadat je een behandeling hebt uitgevoerd, kun je terugkijken op hoe je de behandeling hebt gedaan. Het terugkijken op de behandeling noem je ook wel reflecteren. Je denkt na over de situatie, welke keuzes je hebt gemaakt en of je daar tevreden over bent.
Het kan lastig zijn om objectief (zonder oordeel) naar een situatie te kijken. Een reflectiemethode kan je daarbij helpen. Een voorbeeld van zo’n reflectiemethode is de STARR-methode. Deze methode helpt je in vijf stappen om goed terug te kijken op wat er is gebeurd.
Situatie. Je kijkt naar wat er is gebeurd en wat de aanleiding was.
Taak. Je kijkt naar wat er van jou in deze situatie werd verwacht.
Actie. Je kijkt naar hoe je de situatie hebt aangepakt en welke handelingen je hebt gedaan.
Resultaat. Je bekijkt in deze stap welk resultaat je acties hebben gehad.
Reflectie. Je staat stil bij wat je van de situatie hebt geleerd.
Naast je reflectie kun je ook aan de cliënt vragen wat hij of zij van de behandeling vond, bijvoorbeeld in een kort gesprek, met een online evaluatieformulier of via een review.
Bekijk de Factcard over de STARR reflectiemethode. Snelcode 15254
TIP IN HET HOOFDSTUK ‘HYGIËNE, ARBEIDSOMSTANDIG HEDEN EN MILIEU’ LEES JE MEER OVER HET REINIGEN EN DESINFECTEREN VAN MATERIALEN.
10.Hand-, nagel- en voetverzorging
IN DIT HOOFDSTUK
Level Online
Een cliënt werkt in de thuiszorg.
Dit betekent dat zowel haar handen als voeten veel te verduren krijgen.
Ze staat het grootste deel van de dag en maakt veel schoon. De huid op haar handen is droog door het gebruik van schoonmaakmiddelen en ze heeft last van brokkelende nagels. Ook de huid op haar voeten is ruw en droog. Voor haar verjaardag heeft ze daarom een hand en voetbehandeling cadeau gekregen. Ze is benieuwd wat ze bij jou kan verwachten.
Met een hand- en een voetbehandeling zorg je voor mooie en gezonde handen en voeten. De behandeling past goed binnen het aanbod van schoonheidsbehandelingen. Waarom je de handen en voeten verzorgt, welke producten en materialen je gebruikt en hoe je de behandelingen uitvoert, leer je in dit hoofdstuk.
Verschillen en overeenkomsten Een hand- en een voetverzorging lijken veel op elkaar. Bij beide behandelingen verzorg je de huid, nagelriemen en nagels. Je gebruikt daarom vaak dezelfde producten en materialen. Nagelriemverweker, nagellak en nagelverharder kun je bijvoorbeeld gebruiken voor zowel de nagels van de voeten als van de handen. Er zijn ook producten die alleen geschikt zijn voor de voeten of voor de handen. Een nagelheffer gebruik je bijvoorbeeld alleen voor de teennagels en een handbadje alleen voor de vingernagels. Bovendien moet je bij een voetbehandeling extra hygiënisch werken. Daarom draag je handschoenen tijdens de behandeling van de voeten.
10.1
Hand- en nagelverzorging
Met een hand- en nagelbehandeling houd je de handen, huid en nagels gezond en mooi. Zo kun je met een handmassage zorgen voor het verbeteren van de doorbloeding van de hand. Met een handmasker kun je de huid voeden en hydrateren. En met het aanbrengen van een nagellak zorg je voor een verzorgd uiterlijk van de handen. Een handen nagelbehandeling kan uitgebreid of kort zijn. Je kunt de hand- en nagelbehandeling uitvoeren als een volledige behandeling. In de praktijk worden de behandelingen ook wel als losse deelbehandeling gegeven, bijvoorbeeld alleen een handmassage of alleen de nagels lakken.
Bekijk de volledige uitwerking van deze behandeling online.
Les Hand, nagel en voetbehandeling. Snelcode 14078
Stappenplan Handverzorging. Snelcode 15081
Stappenplan Nagels lakken. Snelcode 15082
Behandelfilm Handverzorging. Snelcode 12075
Behandelfilm Nagels lakken. Snelcode 12076
Indicaties
en contra-indicaties
Voor het behandelen van de handen gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
Contra-indicaties
algemene absolute contra-indicaties voor een behandeling
algemene relatieve contra-indicaties voor een behandeling
Producten en materialen
Bij een hand- en nagelbehandeling gebruik je producten om de huid te verzorgen, producten voor de nagelriemen en producten voor de nagels. Hieronder vind je een lijst met producten en materialen die je mogelijk nodig hebt.
Producten
Producten voor de handbehandeling:
handzeep
huiddesinfectans of alcohol 80%
handscrub
handmasker
pakking voor de handen
handcrème
Producten voor de nagelriemen:
nagelriemolie
nagelriemverweker
Producten voor de nagels:
nagellakverwijderaar
basislak
gekleurde lak
toplak
nagelverharder
Materialen
Voor een hand- en nagelbehandeling gebruik je de volgende materialen:
handbadje
diamantvijl of glasvijl
houten of kartonnen vijl
bokkenpootje
vellentang
polijstvijl
paraffinebad
wattenschijfjes, tissues en wattenstaafjes
Bekijk de uitleg over de producten en materialen online.
Producten. Snelcode 15084
Materialen. Snelcode 15085
Stappenplan hand- en nagelverzorging
20-45 min
Uitgebreide hand- en nagelverzorging: 45 minuten
Korte behandeling of deelbehandeling: 20 minuten Nagels lakken: 20 minuten
Tijdens de behandeling houd je steeds dezelfde volgorde aan. Je begint bijvoorbeeld bij de linkerpink en werkt de linkerhand af. Daarna ga je verder met de duim van de rechterhand. Je eindigt bij de rechterpink. Je kunt er ook voor kiezen om bij de duim te beginnen en naar de pink toe te werken.
1 Reinig en desinfecteer de handen en nagels. Verwijder eventuele nagellak.
2 Analyseer de handen en nagels. Let daarbij op de huid- en nagelconditie.
3 1 Vijl de nagels van een hand in model. Laat de cliënt de hand in het handbad plaatsen.
2 Vijl de nagels van de andere hand in model. Laat de cliënt de hand in het handbad plaatsen.
4 1 Breng een nagelriemverweker aan.
2 Verwijder braampjes onder de nagels en duw de nagelriemen terug.
3 Verwijder losse velletjes met de vellentang.
5 Breng een verzorgend product aan.
6 Voer een massage uit.
7 Ontvet en lak de nagels.
8 Rond de behandeling af en reinig en desinfecteer je materialen.
TIP MEER OVER HET UITVOEREN VAN EEN HANDEN ARMMASSAGE LEES JE IN HET HOOFDSTUK ‘KLASSIEKE MASSAGE’.
10.2 Voetverzorging
De voetverzorging heeft als doel om de voeten van de cliënt te verzorgen en mooi te maken. Je masseert de voeten en verzorgt de huid en nagels van de voeten. Voor de cliënt is het ontspannend én het heeft een cosmetisch doel. De voeten zien er na afloop namelijk weer verzorgd uit.
Een voetbehandeling kun je als losse behandeling aanbieden of gecombineerd met een andere behandeling.
Je behandelt als schoonheidsspecialist alleen gezonde voeten en nagels. Cliënten die voetklachten hebben die samenhangen met diabetes of reuma, behandel je ook niet. Deze klachten moeten behandeld worden door een voetverzorger (pedicure) of arts.
Bekijk de volledige uitwerking van deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15083
Behandelfilm. Snelcode 12077
Indicaties en contra-indicaties
Voor het behandelen van de voeten gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
Contra-indicaties
algemene absolute contra-indicaties voor een behandeling
algemene relatieve contra-indicaties voor een behandeling
Producten en materialen
Bij een voet- en nagelverzorging gebruik je producten voor de huid, producten voor de nagelriemen en producten voor de nagels. Hieronder vind je een lijst met producten en materialen die je mogelijk nodig hebt.
Producten
Producten voor de voetbehandeling:
voetenbadproduct
huiddesinfectans of alcohol 80%
voetscrub
voetpakking
voetcrème
Producten voor de nagelriemen:
nagelriemverweker
nagelriemolie
Producten voor de nagels:
nagellakverwijderaar
basislak
nagelverharder
gekleurde lak
toplak
Materialen
Voor een voetbehandeling gebruik je de volgende materialen:
wegwerphandschoenen
voetenbad
wattenschijfjes, tissues en wattenstaafjes
nageltang
houten of kartonnen vijl
nagelheffer of excavator
vellentang
paraffinebad
Bekijk de uitleg over de producten en materialen online.
Producten. Snelcode 15086
Materialen. Snelcode 15087
TIP
GEBRUIK EEN OPGEROLDE OF OPGEVOUWEN TISSUE TUSSEN DE TENEN OM DEZE GESPREID TE HOUDEN TIJDENS HET LAKKEN.
Stappenplan voetverzorging
Duur: 20-45 min
Uitgebreide voet- en nagelverzorging: 45 minuten
Korte behandeling of deelbehandeling: 20 minuten
Nagels lakken: 20 minuten
1 Reinig en desinfecteer de voeten en nagels. Verwijder eventuele nagellak.
2 Geef een voetenbad. (Deze stap kan ook gewisseld worden met stap 3.)
3 Analyseer de voeten en nagels. Let daarbij op de huid- en nagelconditie.
4 Knip en vijl de nagels in model.
5 Breng een nagelriemverweker aan.
6 Verwijder het vuil onder de nagels. Duw de nagelriemen terug.
7 Verwijder velletjes met de vellentang.
8 Breng een verzorgend product aan. Voer een massage uit.
9 Ontvet en lak de teennagels.
10 Rond de behandeling af en reinig en desinfecteer je materialen
11. Gezichtsreiniging
IN DIT HOOFDSTUK
WIST JE DAT DE WOORDEN LOTION EN TONIC WORDEN VAAK VOOR HETZELFDE PRODUCT GEBRUIKT. EEN LOTION IS MEESTAL VRIJ VAN ALCOHOL. EEN TONIC BEVAT JUIST WEL ALCOHOL. DAAROM GEBRUIK JE BIJ EEN OOGKOMPRES WEL EEN LOTION, MAAR GEEN TONIC.
Je cliënt neemt plaats in de behandelstoel. Ze vertelt dat ze een drukke dag heeft gehad.
Ze voelt zich wat gehaast. Zodra je wilt beginnen met het reinigen van de huid, zegt ze: “Ik heb mijn huid vanmorgen nog gereinigd, hoor. Dat kun je overslaan!” Hoe reageer je?
De huid reinigen is één van de belangrijkste stappen van de behandeling. Een gezichtsbehandeling begin je daarom altijd met een oppervlaktereiniging. Bij een oppervlaktereiniging verwijder je op een milde wijze make-up, vet en vuil van de huid. Daarna voer je, indien gewenst, een dieptereiniging uit. Hierbij reinig je de huid intensiever. In dit hoofdstuk leer je hoe je een oppervlaktereiniging en een dieptereiniging uitvoert en welke producten en hulpmiddelen je hiervoor gebruikt.
Bij een gezichtsbehandeling begin je altijd met een oppervlaktereiniging.
11.1 Oppervlakte reiniging
Een gezichtsbehandeling begint met een oppervlaktereiniging Je reinigt hiermee de hoornlaag van de opperhuid. Van de huid verwijder je make-up, vet, talg en vuil.
Als de opperhuid schoon is, kun je de structuur van de huid beter zien en voelen. Het is dan gemakkelijker om een huidanalyse uit te voeren en je behandelplan op te stellen. Ook bereid je de huid hiermee voor op een vervolgbehandeling. Een behandeling heeft meer effect op een gereinigde huid.
Bekijk de volledige uitwerking van deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15060
Behandelfilm. Snelcode 12061
Indicaties en contra-indicaties
Voor de oppervlaktereiniging gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
Contra-indicaties
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling
alle huidtypen algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling
Producten en materialen
Bij een oppervlaktereiniging kun je kiezen uit de volgende producten en materialen:
Producten
een op de huid afgestemd reinigingsproduct
oogmake-upremover
lotion
Materialen
wattenschijfjes
wattenstaafjes
tissues
kompres
washandjes
sponzen
borstelapparaat
Bekijk de uitleg over de producten en materialen online.
Producten. Snelcode 15058
Materialen. Snelcode 15059
Stappenplan oppervlaktereiniging
Duur: 10 min
Er zijn verschillende methoden voor het uitvoeren van de oppervlaktereiniging. Dit is een voorbeeld met een reinigingsmilk.
1 Reinig de ogen en de mond met een oogmake-upremover of reinigingsmilk.
Met een oppervlaktereiniging reinig je de hoornlaag van de huid.
2 Reinig het gezicht, de hals en het decolleté met een reinigingsmilk.
1 Verdeel de milk tussen beide handen en stempel deze op het decolleté, de hals, het kaakcontour, het mondgebied, de wangen, het voorhoofd en de neus.
2 Werk de reinigingsmilk in door middel van effleurages en rotaties.
HET STAPPENPLAN VOOR HET UITVOEREN VAN EEN OPPERVLAKTE REINIGING KAN PER PRODUCT OF COSMETICAMERK VERSCHILLEN.
3 Verwijder de reinigingsmilk.
4 Herstel de zuurgraad van de huid met een lotion.
5 Rond de behandeling af. Reinig en desinfecteer je materialen.
Vaktechnieken bij oppervlaktereiniging
Bij een oppervlaktereiniging kun je verschillende vaktechnieken gebruiken:
Stempelen: het product verdelen over het totale te behandelen gebied met de handen licht aangesloten, waarbij je geen glijdende beweging maakt.
WIST JE DAT HET IS PRETTIG VOOR DE CLIËNT ALS JE HET REINIGINGSPRODUCT VERWARMT TUSSEN JE HANDEN VOORDAT JE HET AANBRENGT OP DE HUID.
11.3
Hoornlaagverweking
11.2
Diepte reiniging
Bij een dieptereiniging reinig je de huid intensiever dan bij een oppervlaktereiniging. Bij een dieptereiniging verwijder je onzuiverheden van de huid, zoals comedonen en milia.
Om deze onzuiverheden zo effectief mogelijk te kunnen verwijderen, kun je de huid verweken of verdunnen.
Een dieptereiniging stimuleert algemene huidfuncties zoals de celstofwisseling en voorkomt verstoppingen. In de volgende paragrafen leer je meer over de stappen van de dieptereiniging.
Bij een hoornlaagverweking maak je de hoornlaag zachter en gaan de poriën openstaan. Onzuiverheden zoals comedonen en milia zijn hierdoor gemakkelijker te verwijderen van de huid.
GEBRUIK NOOIT DE OZONFUNCTIE VAN HET WATERDAMPAPPARAAT IN COMBINATIE MET EEN AANGEBRACHT PRODUCT. DIT KAN NAMELIJK EEN HUIDREACTIE VEROORZAKEN.
Hoornlaagverwekende behandelingen
Er zijn verschillende manieren voor het verweken van de hoornlaag. Je bepaalt zelf welke methode je kiest. Dit doe je op basis van de huidanalyse.
De methoden voor het verweken van de hoornlaag zijn:
1 warm kompres: een badstof doekje dat je vochtig maakt met warm water. Het is geschikt voor alle huidtypen en condities. Het warme kompres is eenvoudig toe te passen. Het kost weinig tijd en je hebt geen apparaat nodig.
2 waterdampapparatuur: zoals het kruiden- en waterdampapparaat. Deze voorbehandelingen zijn geschikt voor alle huidtypen en condities, behalve een huid met rosacea of een huid met rode vaatjes. Het ozondampapparaat heeft een licht desinfecterende werking en kun je toepassen als voorbehandeling bij een acnebehandeling.
Elekrische desincrustatie
Elektrische desincrustatie voer je uit met een gelijkstroomapparaat. De opgehoopte talg in de talgklierafvoergangen kan heel hard zijn en daardoor moeilijk te verwijderen. Een voorbehandeling met behulp van elektrische desincrustatie maakt de talg zachter. Na deze behandeling is het makkelijker om comedonen te ledigen.
3 lijnzaad- of paraffinepakking : dit kun je toepassen als voorbehandeling bij het ledigen van comedonen.
4 elektrische desincrustatie: elektrische desincrustatie kun je uitvoeren als voorbehandeling bij het ledigen van comedonen.
5 huidverwarmende apparatuur: huidverwarmende apparatuur, zoals een infraroodlamp, kun je gebruiken als voorbehandeling bij het ledigen van comedonen. Tevens zorgt de infrarood voor het stimuleren van de doorbloeding. Infrarood is dus minder geschikt voor een huid met roodheden.
Een voorbehandeling met bijvoorbeeld een warm kompres of waterdampapparatuur duurt tussen de 2 en 5 minuten. Een behandeling met een lijnzaad- of paraffinepakking duurt vanwege de inwerktijd langer (minimaal 10 minuten). Een elektrische desincrustatie duurt ongeveer 10 minuten om uit te voeren.
waterdampapparatuur
warm kompres
11.4 Hoornlaagverdunning
Bij een hoornlaagverdunning verwijder je dode opperhuidcellen (exfoliatie). De hoornlaag wordt hierdoor iets dunner. Na het verdunnen van de hoornlaag zijn onzuiverheden zoals comedonen en milia makkelijker te verwijderen.
Door een hoornlaagverdunning kan de talg beter afvloeien en worden verstoppingen voorkomen. Nadat dode huidcellen zijn verwijderd, kan de huid werkstoffen dieper opnemen.
Bij een verdikte hoornlaag is de huid minder soepel en kan deze er dof uitzien. Vooral in de zomer kan de huid grijzig van kleur worden. Als het vochtgehalte van de huid ook laag is, kan de huid stroef aanvoelen.
Een verdikte hoornlaag heeft een aantal nadelen. Dode huidcellen liggen stevig en dakpansgewijs op elkaar waardoor er nauwelijks iets doorheen komt. Talg vloeit moeilijker af waardoor de kans op onzuiverheden en ontstekingen toeneemt, het opnamevermogen van de huid vermindert en de huid minder snel op prikkels reageert. Dit betekent dat de huid minder goed functioneert. Dit heeft gevolgen voor de huidconditie, afhankelijk van de leeftijd en het huidtype van de cliënt.
Hoornlaag
Doorschijnende laag
Korrellaag
Stekelcellenlaag
Basaalcellenlaag
Doorsnede opperhuid
WIST JE DAT
VOOR
EEN HOORNLAAGVERDUNNING WORDT VAAK HET WOORD EXFOLIËREN
GEBRUIKT. BIJ EXFOLIËREN
VERWIJDER JE DE DODE HUIDCELLEN.
Door een hoornlaagverdunning uit te voeren, stimuleer je de algemene huidfuncties. De talg wordt beter afgevoerd. Je bevordert de celstofwisseling, vergroot het vermogen van de huid om stoffen op te nemen en verbetert de huidstructuur. De huid voelt soepel en zacht aan na deze behandeling en zal weer een natuurlijke glans terugkrijgen.
hoornlaagverdunnende behandelingen
Bij een hoornlaagverdunnende behandeling kun je verschillende producten gebruiken. Deze producten noem je exfolianten. Exfoliëren betekent de hoornlaag verdunnen door het verwijderen van dode huidcellen. Je komt in hoornlaagverdunnende behandelingen ook regelmatig het woord ‘peeling’ tegen. Peeling komt van het Engelse woord ‘to peel’, dat afpellen betekent. Een hoornlaagverdunnend product verwijdert dode huidcellen waardoor de huid dunner wordt. Elk product heeft bepaalde kenmerken, zoals hoornstofverwekend, hoornstofsplitsend, schurend en slijpend.
De producten waarmee je de hoornlaag kunt verdunnen zijn: 1 peeling: een peeling heeft een dubbele werking; het werkt eiwitsplitsend en slijpend. Eiwitsplitsende enzymen, zoals (fruit)zuren, zorgen voor het losweken van eiwitten die zich tussen de cellen
bevinden. Hierdoor weekt het product de dode huidcellen los van de huid. De slijpdeeltjes in het product schuren de dode huidcellen van de huid. Een peeling is geschikt voor de droge, normale, gecombineerde en vette huid.
2 lysing: een lysing bevat eiwitsplitsende enzymen die zorgen voor het losweken van eiwitten die zich tussen de cellen bevinden. Hierdoor worden dode huidcellen losgeweekt van de huid. Een lysing is geschikt voor alle huidtypen.
3 scrub: een scrub bevat slijpdeeltjes. Deze slijpdeeltjes hebben een schurend en slijpend effect op de huid. Dode huidcellen worden hierdoor van de huid verwijderd. Een scrub wordt meestal op het lichaam toegepast en is geschikt voor de droge, normale, gecombineerde en vette huid.
4 gommage: een gommage is een soort kitsubstantie die zich hecht aan de dode huidcellen en licht indroogt. Door de huid te spannen, kan dit product met gummende bewegingen van de huid worden verwijderd. Dit heeft een licht schurende werking, waardoor dode huidcellen worden verwijderd. Een gommage is geschikt voor de droge, normale en gecombineerde huid.
5 (fruit)zuur: zuren verbreken de verbindingen tussen de dode huidcellen waardoor je de dode huidcellen makkelijk kunt verwijderen. Een hoornlaagverdunning met zuren is geschikt voor alle huidtypen. Het huidtype bepaalt welk zuur je gebruikt.
Hoornlaagverdunning uitvoeren
Er zijn verschillende methoden voor het uitvoeren van een hoornlaagverdunning. Dit is een voorbeeld met een peeling.
Een peeling kan de volgende ingrediënten bevatten:
eiwitsplitsende enzymen zoals (fruit)zuren;
slijpdeeltjes zoals puimsteen, zand of zout.
Bekijk de volledige uitwerking van deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15064
Behandelfilm. Snelcode 12065
Indicaties en contra-indicaties
Voor een hoornlaagverdunning met een peeling gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contraindicaties vind je op pagina 129.
Indicaties Contra-indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling
algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling
rijpe (verslapte) huid
gevoelige en sterk doorbloede huid
Producten en materialen
Voor een hoornlaagverdunning met peeling gebruik je de volgende producten en materialen:
Producten Materialen
peeling
zuurgraadherstellende lotion
kompres
kwast
sponsjes of wattenschijfjes
Bekijk de uitleg over de producten en materialen online.
Producten. Snelcode 15062
Materialen. Snelcode 15063
Stappenplan hoornlaagverdunning met een peeling
Duur: 15-20 min
De tijdsduur is exclusief het uitvoeren van een oppervlaktereiniging.
1 Voer een oppervlaktereiniging uit.
2 Voer een voorbehandeling uit met een warm kompres.
3 Dek de ogen af met vochtige wattenschijfjes.
4 Breng de peeling aan met een kwast.
5 Laat de peeling indien nodig inwerken. Houd de inwerktijd van het product aan.
6 Bewerk de peeling met aangepaste druk door middel van effleurages en rotaties. Bevochtig je handen tussendoor regelmatig.
7 Verwijder de peeling met een warm en vochtig kompres, vochtige sponsjes en/of wattenschijfjes.
8 Herstel de zuurgraad met een zuurgraadherstellende lotion.
9 Rond de behandeling af en reinig en desinfecteer je materialen.
WIST JE DAT HET WOORD PEELING IS AFKOMSTIG VAN HET ENGELSE ‘TO PEEL,’ DAT SCHILLEN BETEKENT.
11.5 Comedonen ledigen
Een comedo is een afgesloten talgklieruitvoergang met een ophoping van talgkliermateriaal. Comedonen ontstaan als de talg niet goed naar buiten kan afvloeien, bijvoorbeeld bij een te hoge werking van de talgklieren en een verdikte hoornlaag.
Na een voorbehandeling die de talg zachter maakt, kun je gemakkelijk open comedonen (blackheads) ledigen met je vingers. Als het niet lukt om de open comedo uit te drukken, maak dan een opening met een naald of mesje. Gesloten comedonen open je altijd eerst met een naald of mesje voordat je ze ledigt. Daarbij werk je hygiënisch volgens de regels en richtlijnen.
Bekijk de volledige uitwerking van deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15068
Behandelfilm. Snelcode 12069
Indicaties en contra-indicaties
Voor comedonen verwijderen gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Indicaties Contra-indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
comedonen
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling
algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling
Bekijk de uitleg over de producten en materialen online.
Producten. Snelcode 15066
Materialen. Snelcode 15067
Producten en materialen
Voor het verwijderen van comedonen gebruik je de volgende producten en materialen:
Producten Materialen
alcohol (80%)
huiddesinfectans met RVG-nummer
afvalzakje of afvalbakje
loeplamp
naaldcontainer
naalden
steriele (non-woven) gaasjes
tissues
twee kleine bakjes
wattenstaafjes
watjes
wegwerphandschoenen
Stappenplan comedonen ledigen
Duur: 10-20 min
Bij het ledigen van comedonen haal je weg wat kan of nodig is. De tijdsduur hangt af van de hoeveelheid aanwezige comedonen, de conditie van de huid en de pijngrens van de cliënt.
Verweek of verdun eerst de hoornlaag van de huid als deze verdikt is. Hierdoor kun je comedonen makkelijker ledigen. Verwarm en verzacht de huid eventueel met een infraroodlamp tijdens het verwijderen.
1 Trek wegwerphandschoenen aan. Zet het licht van de loeplamp aan.
2 Ledig de comedo.
1 Wikkel gaasjes of tissues rondom je wijsvingers. Pak voor elke nieuwe comedo nieuwe gaasjes of tissues.
2 Plaats je wijsvingers naast de comedo en span de huid. Druk met de zijkant van je wijsvingers onder de comedo.
3 Breng de inhoud naar boven door met je wijsvingers rustig heen en weer te bewegen vanuit verschillende richtingen. Let erop dat je de huid niet beschadigt.
4 Til met het gaasje of de tissue de vrijgekomen talg op van de huid. Controleer met een nieuw gaasje of tissue om je vingers of de comedo helemaal leeg is.
WIST JE DAT ER ZIJN OPEN EN GESLOTEN COMEDONEN. EEN OPEN COMEDO (BLACKHEAD) IS ZWART EN LIGT DIRECT AAN HET HUIDOPPER VLAK. EEN GESLOTEN COMEDO (WHITEHEAD) IS WIT EN LIGT ONDERHUIDS.
3 Open de gesloten comedo (whitehead) met een naald.
1 Desinfecteer het gebied op en rond de gesloten comedo.
2 Breng de huid op spanning tussen twee vingers.
3 Plaats de naald loodrecht in het midden van de comedo. Doe de gebruikte naald in de naaldcontainer. Ledig daarna de comedo met je vingers (zie stap 2).
4 Desinfecteer het gebied op en rond de comedo.
5 Rond de behandeling af. Reinig en desinfecteer je materialen.
WIST JE DAT
EEN GESLOTEN COMEDO KAN GAAN ONTSTEKEN, HET IS DE VOORLOPER VAN EEN PUSTEL (PUISTJE). DAAROM IS HET BELANGRIJK DEZE TE LEDIGEN.
11.6 Milia verwijderen
Een milium (meervoud: milia) of gerstekorrel is een kleine cyste (bolrond knikkertje) gevuld met hoornstof en eventueel wat talg.
Een milium (meervoud: milia) of gerstekorrel is een kleine cyste (bolrond knikkertje) gevuld met hoornstof en eventueel wat talg. Milia zijn zichtbaar als witte huidoneffenheden en ontstaan vaak in vochtarme gebieden en bij een verdikte hoornlaag. Milia ontstaan als de uitvoergang van een haarzakje (follikel) of een zweetkliertje verstopt raakt. Een milium bestaat vooral uit hoorncellen en daarnaast uit talg.
Milia behandelen en voorkomen
Milia behandelen hoeft niet. Ze zijn niet schadelijk voor de gezondheid en verdwijnen vaak binnen een paar weken of maanden. De schoonheidsspecialist verwijdert milia vanwege cosmetische redenen. Met cosmetische bezwaren wordt bedoeld dat de cliënt het er niet mooi vindt uitzien, bijvoorbeeld omdat de milia opvallen in het gezicht.
Milia kun je voorkomen. Adviseer je cliënten om hydraterende producten te gebruiken en regelmatig een peeling of lysing toe te passen. Maar let op. Een peeling of lysing is niet altijd mogelijk. Vaak bevinden de milia zich rondom het ooggebied. Dit gebied is te gevoelig om dit soort huidverdunnende behandelingen uit te voeren. Denk er ook aan dat milia vaak voorkomen bij een droge, vochtarme, gevoelige huid. Een hoornlaagverdunning moet dan ook voorzichtig gebeuren.
Voor het verwijderen van een milium maak je met een steriele naald een klein sneetje in de dode huidcellenlaag. Je maakt een opening die groot genoeg is om het milium er zonder druk uit te laten rollen. Om bij een milium te komen, moet je de hele opperhuid doorboren. .
Bekijk de volledige uitwerking van deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15072
Behandelfilm. Snelcode 12073
Indicaties en contra-indicaties
Voor milia verwijderen gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Indicaties Contra-indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
algemene absolute contra-indicaties voor een behandeling
milia algemene relatieve contra-indicaties voor een behandeling
Producten en materialen
Voor een het verwijderen van milia gebruik je de volgende producten en materialen:
Producten
huiddesinfectans met RVG-nummer
Materialen
wegwerphandschoenen
naald
naaldcontainer
gaasjes of tissues
Bekijk de uitleg over de producten en materialen online.
Producten. Snelcode 15070
Materialen. Snelcode 15071
Stappenplan milia verwijderen
Duur: 2-3 min
Dit is de tijdsduur per milium.
1 Trek wegwerphandschoenen aan.
2 Desinfecteer het gebied op en rond het milium met een huiddesinfectans.
3 Maak met een steriele naald een kleine inkerving in de hoornlaag boven het milium.
4 1 Houd de naald plat en evenwijdig aan het huidoppervlak.
2 Maak een inkerving van het begin tot het einde van het milium. Let erop dat je de aangrenzende huid niet beschadigt.
3 Doe de gebruikte naald in de naaldcontainer.
WIST JE DAT EEN VOORBEHANDELING BIJ MILIA VERWIJDEREN IS NIET PER SE NODIG. JE MAG EEN WARM KOMPRES GEBRUIKEN ALS VOORBEHANDELING.
5 Verwijder het milium.
1 Wikkel gaasjes of tissues rondom je wijsvingers.
2 Span de huid, kom onder het milium en geef druk met de zijkanten van je vingers.
6 Controleer of je het milium volledig hebt verwijderd.
7 Desinfecteer het gebied op en rond het milium.
8 Rond de behandeling af en reinig en desinfecteer je materialen.
TIP
GEBRUIK HET SNIJVLAK VAN DE STERIELE NAALD. MAAK DE INCISIE GROOT GENOEG ZODAT JE HET MILIUM IN ÉÉN KEER KAN VERWIJDEREN.
en contra-indicaties 174 Producten en materialen 174 Stappenplan gezichtspakking aanbrengen 175
12.5 Lichaams pakking 177
12.6 Lichaams pakking aanbrengen 178
en materialen 178
lichaamspakking aanbrengen 179
Beauty Level Online
Maskers en pakkingen 10010
Een cliënt komt bij jou voor een gezichtsbehandeling. Ze heeft een vette huid en last van onzuiverheden. Je adviseert haar, naast de gezichtsbehandeling, een poedermasker. Dit type gezichtsmasker heeft een diepreinigende werking en is daarom geschikt voor de onzuivere huid van de cliënt. Je mengt het poedermasker met water en brengt het aan op de huid.
Na de inwerktijd verwijder je het masker en herstel je de zuurgraad van de huid. Je behandelt de huid na met een dagcrème. De huid van de cliënt ziet er weer stralend en fris uit.
Naast een gezichtsmasker kun je ook gezichtspakking en lichaamspakking aanbrengen. Wat het verschil is tussen deze behandelingen, hoe je deze behandelingen uitvoert en welke producten en materialen je hierbij gebruikt, leer je in dit hoofdstuk.
Naast een masker speciaal voor het gezicht zijn er ook hand- en voetmaskers.
12.1 Gezichtsmasker
Gezichtsmaskers bevatten werkstoffen van een hoge kwaliteit. Deze werkstoffen bepalen de werking van het masker, bijvoorbeeld hydrateren.
Door een gezichtsmasker egaal en dekkend aan te brengen, sluit het de huid af en kan de temperatuur van de huid plaatselijk stijgen. Hierdoor worden de werkstoffen beter en dieper opgenomen door de huid. Een gezichtsmasker kun je met verschillende doelen aanbrengen:
de huid voeden en verzachten;
de temperatuur van de huid verhogen;
het opnamevermogen van de huid vergroten;
de doorbloeding van de huid verbeteren;
de huidcondities verbeteren.
ontspanning bieden.
Naast een verzorgende werking kan een gezichtsmasker ook een reinigende functie hebben. Je noemt dit een reinigend masker. Reinigende maskers worden toegepast om hun absorberende en reinigende werking.
Voorbeelden van reinigende maskers zijn:
witte en groene klei
fango
groene leem
Er zijn verschillende soorten gezichtsmaskers: kant-en-klare maskers:
crèmemasker
geleimasker
pastamasker
vliesmasker
poedermaskers: (om aan te maken)
kleimasker
mineraal masker
gipsmasker
plastificerend masker (peel-off)
WIST JE DAT KANT EN KLARE MASKERS KUN JE DIRECT UIT DE VERPAKKING GEBRUIKEN.
12.2 Gezichtsmasker aanbrengen
Bij het aanbrengen van een gezichtsmasker kun je kiezen uit verschillende soorten gezichtsmaskers. Elk gezichtsmasker heeft specifieke werkstoffen. Je kiest een gezichtsmasker dat past bij het huidtype en de huidconditie van de cliënt.
Bekijk de volledige uitwerking van deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15103
Behandelfilm. Snelcode 12104
Indicaties en contra-indicaties
Voor het aanbrengen van een gezichtsmasker gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contraindicaties vind je op pagina 129.
Indicaties Contra-indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling alle huidtypen algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling
Producten en materialen
Voor het aanbrengen van een gezichtsmasker gebruik je de volgende materialen:
Producten Materialen
een op de huid afgestemd masker
lotion
kompresdoeken
kompresbak
oogkompressen
maskerbakje
wattenschijfjes
reinigingssponsjes
maskerkwast
Bekijk de uitleg van de producten en materialen online.
Producten. Snelcode 15101
Materialen. Snelcode 15102
GEZICHTSMASKER
INTENSIVEREN.
Stappenplan gezichtsmasker aanbrengen
Duur: 10 min
In dit voorbeeld wordt een kant-en-klaar crèmemasker gebruikt. De tijdsduur is exclusief de inwerktijd van het product.
1 Voer een voorbehandeling uit.
2 Breng het masker zoveel mogelijk dekkend en egaal aan. Laat het masker inwerken. Houd de inwerktijd van het product aan.
TIP IN HET HOOFDSTUK ‘GEZICHTSREINIGING’ LEES JE MEER OVER HET REINIGEN VAN DE HUID.
3 Verwijder het masker.
4 Voer een nabehandeling uit.
5 Rond de behandeling af en reinig en desinfecteer je materialen.
De werking, de wijze van aanbrengen en het verwijderen verschilt per soort gezichtsmasker.
12.3
Gezichtspakking
Je kunt van de meeste gezichtsmaskers een gezichtspakking maken. Dit doe je door het masker af te sluiten met folie. Hierdoor ontstaat er extra warmte en krijgt het masker een diepere en intensievere werking. Tijdens het inwerken van de pakking kun je met een infraroodlamp de behandeling intensiveren. Door de warmte van de infraroodlamp blijft de pakking warm.
Een gezichtspakking kun je met verschillende doelen aanbrengen:
de werking van het gezichtsmasker intensiveren;
de doorbloeding van de huid stimuleren;
de temperatuur van de huid plaatselijk verhogen;
het opnamevermogen van de huid vergroten;
de huidconditie verbeteren.
Er zijn verschillende soorten gezichtspakkingen:
crèmepakking
paraffinepakking
modelagemasker (gipspakking)
plastificerend masker (peel-off pakking)
lijnzaadpakking
Er zijn gezichtspakkingen die je niet met folie hoeft af te dekken omdat ze van zichzelf de huid al afsluiten, zoals een modelagemasker (gipspakking) en plastificerend masker (peel-off pakking). Sommige pakkingen breng je op een tussenlaag aan. Een lijnzaadpakking breng je op hydrofiele gaasjes aan. Dit zijn vochtvasthoudende gaasjes die voorkomen dat de pakking te snel opdroogt. Bij een paraffine- en bij een gipspakking gebruik je ook gaasjes. De gaasjes voorkomen dat de gezichtsharen vast komen te zitten, waardoor je de pakking kunt verwijderen zonder de haartjes mee te trekken.
WIST JE DAT ER ZIJN PAKKINGEN DIE ALS DOEL HEBBEN DE DOORBLOEDING EXTRA TE STIMULEREN.
12.4 Gezichtspakking aanbrengen
Bij het aanbrengen van de gezichtspakking herhaal je dezelfde stappen als bij het aanbrengen van een gezichtsmasker. Daarna sluit je het masker extra af met folie.
Bekijk de volledige uitwerking van deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15108
Behandelfilm. Snelcode 12109
Indicaties en contra-indicaties
Voor het aanbrengen van een gezichtspakking gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contraindicaties vind je op pagina 129.
Indicaties Contra-indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling
alle huidtypen algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling
claustrofobie
Het stappenplan voor het aanbrengen van een gezichtspakking kan per product verschillen.
Producten en materialen
Voor het aanbrengen van een gezichtspakking gebruik je de volgende materialen:
Producten Materialen
een op de huid afgestemde pakking
lotion
kompresdoeken
kompresbak
oogkompressen
maskerbakje
afdekfolie
wattenschijfjes
reinigingssponsjes
maskerkwast
Bekijk de uitleg van de producten en materialen online.
Producten. Snelcode 15106
Materialen. Snelcode 15112
Stappenplan gezichtspakking aanbrengen
Dit is exclusief de inwerktijd van het product. Duur: 10 min
1 Voer een voorbehandeling uit.
2 Breng de gezichtspakking aan en dek deze af.
3 Laat de pakking inwerken. Houd de inwerktijd van het product aan.
4 Verwijder de pakking.
WIST JE DAT DOOR DE HUID TE VERWARMEN, VERBETERT DE HUIDDOORBLOEDING. HIERDOOR KUNNEN DE WERKSTOFFEN BETER WORDEN OPGENOMEN.
TIP DEK TIJDENS HET INWERKEN VAN DE PAKKING GOED DE SCHOUDERS EN HET DECOLLETÉ AF OM TE VOORKOMEN DAT DE CLIËNT HET KOUD KRIJGT.
5 Voer een nabehandeling uit.
6 Rond de behandeling af en reinig en desinfecteer je materialen.
12.5 Lichaamspakking
De werking van een lichaamspakking is vergelijkbaar met de werking van een gezichtspakking. Een lichaamspakking breng je alleen niet op het gezicht, maar op het lichaam aan. Voor een lichaamspakking gebruik je voornamelijk natuurlijke ingrediënten. Er zijn verschillende soorten lichaamspakkingen:
algenpakking
fangopakking
karwendelpakking
cacaopakking
modderpakking
kleipakking
paraffinepakking
kant-en-klare pakking (zoals crème- of gelpakking)
Elk natuurlijk product bestaat uit bepaalde stoffen en heeft daardoor een specifieke werking. Algen werken bijvoorbeeld ontgiftend en fango houdt warmte vast. De eigenschappen van de stoffen worden versterkt door de huid af te sluiten met folie en de cliënt te bedekken met een deken of warmtedeken. Hierdoor stijgt de lichaams-
temperatuur, wordt de doorbloeding gestimuleerd en de stofwisseling geactiveerd.
Niet iedere lichaamspakking is geschikt voor iedere cliënt. Bij het kiezen van een geschikte lichaamspakking gebruik je de gegevens uit de analyse van de cliënt. Iemand met een hoge bloeddruk of hartklachten behandel je niet met algen, karwendel, fango of modder, maar kun je wel behandelen met bijvoorbeeld een cacao- of een crèmepakking waarbij de intensiteit van de warmtedeken laag is.
In plaats van een complete lichaamspakking kun je ook een deelpakking geven. Je behandelt dan bijvoorbeeld alleen de rug van de cliënt.
Bij het geven van lichaamsbehandelingen zijn de te behandelen lichaamsdelen ontbloot. Dit betekent dat je altijd moet zorgen dat je cliënt goed bedekt is met bijvoorbeeld een deken of een warmtedeken. Als jouw cliënt het koud heeft, zal hij of zij niet kunnen ontspannen en zal de behandeling niet geslaagd zijn.
Werk het liefst met donker textiel in verband met de donkere kleuren van de pakkingen. Maak om deze reden ook gebruik van handschoenen tijdens het aanbrengen van pakkingen. Resten zijn namelijk moeilijk te verwijderen van nagels en nagelriemen.
TIP IN HET HOOFDSTUK ‘COSMETISCHE STOFFEN’ LEES JE MEER OVER WERKSTOFFEN.
12.6
Lichaams pakking aanbrengen
Om een lichaamspakking aan te kunnen brengen, heb je een massagebank of behandelstoel nodig. Deze moet je op de juiste hoogte kunnen instellen.
Bij het aanbrengen van een lichaamspakking kun je kiezen uit verschillende soorten pakkingen. Elke pakking heeft specifieke werkstoffen. Je kiest een pakking die past bij het huidtype en de huidconditie van de cliënt.
Bekijk de volledige uitwerking van deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15113
Behandelfilm. Snelcode 12114
Indicaties en contra-indicaties
Voor het aanbrengen van een lichaamspakking gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contraindicaties vind je op pagina 129.
Indicaties Contra-indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling alle huidtypen algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling claustrofobie
Producten en materialen
Voor het aanbrengen van een lichaamspakking gebruik je de volgende materialen:
Producten Materialen
een op de huid afgestemde pakking
bodylotion, milk of crème
wegwerphandschoenen
kompresdoeken
kompresbak
mengbak
afdekfolie
sponsjes
Bekijk de uitleg van de producten en materialen online.
Producten. Snelcode 15111
Materialen. Snelcode 15112
Stappenplan lichaamspakking aanbrengen
Duur: 25 min
In dit voorbeeld wordt een deelpakking op de rug aangebracht. Dit is exclusief de inwerktijd van het product.
1 Voer een voorbehandeling uit.
2 Maak de pakking klaar.
3 Breng de pakking aan en laat de pakking inwerken. Houd hierbij de inwerktijd van het product aan.
TIP SCRUB BIJ DE VOORBEHANDELING DE HUID. JE VERDUNT DAARMEE DE HOORNLAAG, WAARDOOR DE PAKKING BETER KAN INWERKEN.
WIST JE DAT BIJ LICHAAMSPAKKINGEN GEBRUIK
JE VAAK NATUURLIJKE
PRODUCTEN ZOALS
ALGEN, MODDER EN KLEI.
4 Verwijder de pakking.
5 Voer een nabehandeling uit.
6 Rond de behandeling af en reinig en desinfecteer je materialen.
Pakkingen aanbrengen
Net zoals bij de gezichtsmaskers hebben ook pakkingen werkstoffen. Per soort gezichtsen lichaamspakking verschillen deze werkstoffen. Er zijn hierdoor verschillende manieren voor het aanbrengen van gezichtsmaskers en -pakkingen.
Maskers
13.Ontharen
IN DIT HOOFDSTUK
13.1 Ontharings technieken 184
Heb jij ongewenste haargroei wel eens als storend ervaren, bijvoorbeeld op je kin, bovenlip of wenkbrauwen? Dan ben je waarschijnlijk niet de enige. Veel mensen hebben last van ongewenste haargroei. In het gezicht zijn deze haren vaak het meest storend, omdat ze voor iedereen zichtbaar zijn. Als schoonheidsspecialist kun je ongewenste haargroei tijdelijk verwijderen. Met een vakspecialisatie kun je ook definitief ontharen. In dit hoofdstuk leer je meer over de verschillende ontharingstechnieken, zodat jij weet waar je op moet letten bij het uitvoeren van een ontharingsbehandeling.
13.1
Ontharingstechnieken
Ontharingstechnieken kun je onderverdelen in tijdelijke en definitieve ontharingstechnieken. Er zijn verschillende technieken die je kunt gebruiken om het haar tijdelijk of definitief te verwijderen. De keuze voor een ontharingstechniek hangt af van de behandeling die de cliënt wil en het resultaat dat de cliënt met de behandeling wil bereiken.
Tijdelijke ontharingstechnieken
Bij het gebruik van een tijdelijke ontharingstechniek, zullen de verwijderde haren weer teruggroeien. Deze ontharingstechniek kun je onderverdelen in depileren en epileren.
Depileren
Bij depileren wordt het haar tot op het niveau van het huidoppervlak verwijderd. Hierbij wordt alleen de haarschacht verwijderd. Dat is het zichtbare deel van de haar. Depileren kun je door middel van:
scheren
schuren
knippen
ontharingsproducten
Ontharen door middel van scheren, schuren en knippen noem je mechanisch ontharen. Als je een ontharingsproduct zoals een crème gebruikt, noem je dit chemisch ontharen.
Scheren gebeurt met een scheermes of met een elektrisch scheerapparaat. Hierbij kunnen nat en droog scheren gecombineerd worden. Scheren wordt in de salon vaak gebruikt als voorbehandeling bij een IPL- of laserbehandeling.
Schuren van lichaamsharen gebeurt met speciale schuurpads. Schuren kan alleen op plaatsen waar de hoornlaag dik is, zoals op de onderbenen en onderarmen. Deze techniek heeft namelijk een hoornlaagverdunnend (peelend) effect.
Knippen kan worden ingezet om de wenkbrauwen te modelleren en neus- en oorhaar weg te knippen of om haren in pigmentvlekjes weg te knippen. Daarnaast kan deze techniek gebruikt worden als voorbehandeling.
Voorafgaand aan een harsbehandeling bijvoorbeeld, om de langste haren in de oksel alvast weg te knippen.
Ontharingsproducten, zoals een ontharingscrème of -spray, kunnen gebruikt worden voor het ontharen van armen, benen, bikinilijn en oksels. Deze producten lossen de haarschacht op, waardoor de haren afbreken.
WIST JE DAT CHEMISCHE ONTHARINGSPRODUCTEN EN SCHUURPADS WORDEN NAUWELIJKS GEBRUIKT IN
EEN OMDATSCHOONHEIDSSALON, DE CLIËNT DIT EENVOUDIG ZELF KAN DOEN.
Epileren
Bij epileren verwijder je het haar tot onder het huidoppervlak. Hierbij verwijder je zowel de haarschacht als de haarwortel. Doordat er een nieuwe haar gevormd moet worden, heeft epilatie een langduriger effect dan depilatie. Als bij het epileren de haarpapil beschadigd wordt, groeit een haar zelfs helemaal niet meer terug.
Epileren kun je met behulp van
pincet
draad of touw
hars
Pincetten zijn er in verschillende soorten: een pincet met schuine bek, een pincet met ronde bek, een puntpincet en een automatische pincet. In de schoonheidssalon maak je meestal gebruik van een handmatig pincet met een schuine bek.
Suikerhars
Suikerhars is een mengsel van water, suiker en citroenzuur. Suikerhars kapselt de haren in. Deze hars werkt hierdoor effectief bij zowel lange als korte haren. Door de inkapseling neemt de hars de haren goed op, waardoor je de haren in één beweging kunt verwijderen. Ook de harsresten kun je eenvoudig verwijderen met een vochtig kompres of washand.
Hars kun je overal op het lichaam gebruiken.
Het verwijdert zowel de haarschacht als de haarwortel. Hars komt voor in vaste vorm, zoals blokjes, schijfjes en korreltjes. Ook is er vloeibare hars. Deze zachte hars zit vaak in blik. Voor het aanbrengen van hars gebruik je spatels van hout of metaal, kwasten, wattenstaafjes, rolstokjes of harsrollers. Hars kun je met of zonder strips verwijderen. Hars die stolt, verwijder je zonder strips. Deze hars wordt ook wel filmhars genoemd. Warme, vloeibare hars die zacht blijft, verwijder je met strips. Deze vloeibare hars zit vaak in een harsroller. Naast de veelgebruikte vloeibare hars en filmhars, bestaat er ook suikerhars.
Epileren met draad of touw wordt ook wel threading genoemd. Om de haren te verwijderen, beweeg je twee touwtjes langs elkaar heen. Het is een snelle methode om meerdere haren tegelijkertijd te epileren. Een threading behandeling kun je bijvoorbeeld uitvoeren in het gezicht.
Haargroeiremmende producten
Haargroeiremmende producten zoals crème kun je gebruiken om de haargroei af te remmen. Je kunt een haargroeiremmend product bijvoorbeeld gebruiken na een epileerbehandeling, zodat het langer duurt tot er een nieuwe haar is gevormd. Haargroeiremmende producten kunnen zowel op het lichaam als op het gezicht gebruikt worden.
WIST JE DAT
EPILEREN IS EEN
SPECIALISTISCHE BEHANDELING DIE
CLIËNTEN GRAAG AAN
HUN SCHOONHEIDSSPECIALIST OVERLATEN.
Definitieve ontharingstechnieken
Bij een defintieve ontharingstechniek zullen de behandelde haren, mits deze in de anagene (groei)fase verkeren, niet meer teruggroeien. Verkeert de verwijderde haar in de katagene (overgangs)fase of in de telogene (rust)fase, dan zal de haar wel teruggroeien. Daarom zijn er altijd meerdere behandelingen nodig om alle haren definitief te kunnen verwijderen. Om een haar definitief te verwijderen, moet de hele haarfollikel verwijderd of kapotgemaakt worden. Hierbij mag de huid niet beschadigen. Bij een definitieve ontharingstechniek kun je kiezen voor elektrisch ontharen met de diathermiemethode of de blendmethode of voor ontharen met lichtflitsen/laser.
Diathermiemethode
De diathermiemethode is een methode van elektrisch ontharen door middel van warmte. Je gebruikt hiervoor een apparaat op basis van hoogfrequente wisselstroom, waardoor warmte ontstaat. De wisselstroom wordt door een geleider naar de haarfollikel geleid. Onder invloed van wisselstroom ontstaat warmte.
De naald, die als geleider dient, wordt naast de haarschacht in de haarfollikel gebracht. Dit moet heel precies gebeuren, je mag de haarfollikel niet doorboren en de huid niet beschadigen. Vervolgens wordt er een stroomstootje gegeven. Door de warmte die daardoor ontstaat, verandert de structuur van de haarpapil en de matrix. De weefseleiwitten coaguleren (stollen). Ook het bloedvaatje onder de haarpapil coaguleert, waardoor er geen voedseltransport naar de haarpapil meer mogelijk is. Na één of meerdere behandelingen is de haarfollikel vernietigd. De behandelde haren zullen niet meer teruggroeien.
Vakspecialisatie
Je kunt behandelingen met de diathermie- en blendmethode en ontharing met lichtflitsen/ laser niet zomaar uitvoeren. Je hebt hier een specialisatie voor nodig en de nodige training.
Blendmethode
Het woord ‘blend’ betekent samenvoegen. Bij de blendmethode voeg je twee stroomsoorten samen: gelijkstroom en wisselstroom. Deze stromen worden via een geleider (de naald) naar de haarfollikel geleid. Bij het geven van gelijkstroom ontstaat een chemische reactie, waarbij basevorming of loogvorming optreedt. Door deze basevorming worden de cellen van de wanden van de haarfollikels aangetast. Hierdoor wordt de kans op nieuwe haargroei kleiner. De hoogfrequente wisselstroom vormt nog steeds warmte en versnelt het chemische proces. Hierdoor wordt zowel de haarpapil als de haarfollikel verwijderd en is er geen haargroei meer mogelijk.
Je gebruikt bij de blendmethode en diathermiemethode verschillende soorten naalden die variëren in dikte en lengte, zodat je bij elk type haar een passende naald kunt vinden.
IPL en laserbehandeling
Net als bij de IPL-behandeling zet de laser licht om in warmte. Dit zorgt ervoor dat de haarzakjes vernietigd worden. Een laser heeft een hoger vermogen dan de flitslampen die gebruikt worden bij een IPL-behandeling. Hierdoor bereikt de laser ook dieper gelegen haarzakjes waardoor je meer haren in een keer kunt verwijderen. Bij het ontharen door middel van een laser wordt vaak gebruikgemaakt van een diodelaser.
Bij het uitvoeren van een definitieve ontharingstechniek kunnen er absolute en relatieve contra-indicaties gelden.
Lichtflitsontharing
Lichtflitsontharing, ook wel Intense Pulsed Light (IPL) genoemd, is een behandelmethode die de haarzakjes vernietigt zodat er geen nieuwe haar kan teruggroeien. Je noemt deze behandeling ook wel foto-epilatie.
Je maakt namelijk gebruik van flitslampen om de haarzakjes te vernietigen.
De flitslampen geven gedurende een aantal milliseconden een reeks lichtflitsen aan de huid af. Deze lichtflitsen dringen door in de haarwortel. De energie die hieruit voortkomt, wordt door het pigment van de haar in de wortel geabsorbeerd en daarna omgezet in warmte. Wanneer de kiemcellen in de haarwortel zijn opgewarmd, zal het haar inclusief de wortel loslaten van de haarpapil (de voedingsbodem).
Indicaties en contraindicaties
Voor definitieve ontharingsbehandelingen gelden de algemene absolute en algemene relatieve contraindicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Indicaties
Blend- en diathermiemethode
WIST JE DAT GEMIDDELD TWEE TOT VIER WEKEN NA DE EERSTE IPL BEHANDELING BEGINT HET HAAR UIT TE VALLEN.
IPL- en laserbehandeling
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
hirsutisme (overbeharing)
hypertrichose
ongewenste haargroei
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
hirsutisme
hypertrichose
ongewenste haargroei
Contra-indicaties
algemene absolute contra-indicaties voor een behandeling
algemene relatieve contra-indicaties voor een behandeling
moedervlekken
keloïdvorming
metalen schroeven, pinnen of implantaten
algemene absolute contra-indicaties voor een behandeling
algemene relatieve contra-indicaties voor een behandeling
moedervlekken
pacemaker, inwendige defibrillator
keloïdvorming
metalen schroeven, pinnen of implantaten
13.2 Gezichts haar harsen
Ongewenste haargroei komt het meest voor op de bovenlip, de kin en het kaakgebied. Toch kun je overbeharing in het gehele gezicht tegenkomen. Denk dus ook aan de hals, wangen, wenkbrauwen, neus en oren. Overbeharing in het gezicht kun je goed verwijderen door middel van harsen. Harsen kan een onderdeel zijn van een totale gezichtsbehandeling, maar een cliënt kan jou ook alleen om een harsbehandeling vragen. Je kunt voor de behandeling verschillende harsen gebruiken, zoals filmhars, vloeibare hars of warme striphars.
Bekijk de volledige uitwerking van deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15137
Behandelfilm.Snelcode12138
Indicaties en contra-indicaties
Voor het harsen van gezichtshaar gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
Contra-indicaties
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling
overbeharing algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling
Bij het harsen van gezichtshaar met filmhars gebruik je de volgende producten en materialen:
Producten
filmhars
afterwax
desinfectans of prewax
talkpoeder (optioneel)
kalmerend product of afterwax
Materialen
spatels
tissues
wattenschijfjes
pincet met schuine bek
Bekijk de uitleg van de producten en materialen online.
Producten. Snelcode 15135
Materialen. Snelcode 15136
Ongewenste haargroei komt het meest voor op de bovenlip, de kin en het kaakgebied.
Als je een harsbehandeling uitvoert, kun je werken met bijvoorbeeld zachte hars of filmhars.
Filmhars
Filmhars heeft een lagere plakkracht en hecht alleen aan haren en niet aan de huid. Hierdoor wordt deze hars vaker toegepast op het gezicht. Een nadeel is dat je deze hars heel dik moet aanbrengen. Daardoor heb je veel van dit product nodig. Ook moet je filmhars laten stollen en dat kost tijd. Verder dien je de handeling minimaal twee keer te herhalen om alle haren te kunnen verwijderen. Daardoor is deze techniek kostbaarder dan de striptechniek.
Filmhars breng je aan tegen de haargroeirichting in en verwijder je ook tegen de haargroeirichting in.
Striphars
Striphars heeft een grotere plakkracht dan filmhars. Hierdoor kun je de huid, bij onjuist gebruik van de hars, sneller beschadigen. Je brengt de hars flinterdun aan op de huid, plakt er een strip op en verwijdert deze direct na het plakken. Voor deze techniek heb je dus minder product nodig dan bij het gebruik van filmhars.
Ook werkt het sneller omdat je de hars direct kunt verwijderen en door de hogere plakkracht is één applicatie voldoende.
Striphars breng je aan met de haargroeirichting mee en verwijder tegen de haargroeirichting in.
Stappenplan gezichtshaar harsen
Duur: 5-25 min
Tijdsduur is afhankelijk van het te ontharen gebied en de hoeveelheid haar. In dit voorbeeld wordt filmhars gebruikt.
1 Zet het harskomfoor aan.
2 Desinfecteer en ontvet de huid.
3 Breng eventueel talkpoeder aan.
4 Controleer de temperatuur van de hars.
5 Breng de hars aan.
6 Verwijder de hars.
WIST JE DAT TALKPOEDER ABSORBEERT VET EN VOCHT EN DIENT ALS BESCHERMLAAGJE TUSSEN DE HUID EN DE HARS.
WIST JE DAT
NA HET GEBRUIK VAN HARS KUN JE EEN NABEHANDELINGS PRODUCT ZOALS CRÈME OF GEL GEBRUIKEN OM DE HUID TE KALMEREN.
7 Verwijder de achtergebleven harsresten en haren.
8 Rond de behandeling af en reinig en desinfecteer je materialen.
Ontharen
WIST JE DAT
WENKBRAUWEN
ZIJN BEDOELD OM OGEN TE BESCHERMEN. ZE VOORKOMEN DAT ZWEET
VANAF JE VOORHOOFD IN JE OGEN KOMT.
13.3
Wenk
brauwen epileren
Wenkbrauwen spelen een belangrijke rol bij de uitstraling van een persoon. Om ervoor te zorgen dat de wenkbrauwen van je cliënt er verzorgd uitzien, kun je ze epileren. Door het epileren van wenkbrauwen maakt je cliënt niet alleen een verzorgde indruk, maar kun je ook de oogvorm licht corrigeren.
Geëpileerde wenkbrauwen kunnen je oogvorm licht corrigeren.
De ideale wenkbrauw
De ideale wenkbrauw zul je niet snel van nature bij iemand tegenkomen. Door middel van epileren kun je proberen om de ideale vorm zo goed mogelijk te benaderen. De ideale vorm wordt bepaald door de oogvorm en de natuurlijke wenkbrauwen. Als schoonheidsspecialist moet je in staat zijn om dit uit te leggen aan je cliënt. Bij het epileren van de wenkbrauwen probeer je een goede mix te vinden tussen de ideale wenkbrauw en de wens van de cliënt.
De ideale wenkbrauwen hebben de volgende kenmerken:
de haargroei is regelmatig;
beide wenkbrauwen hebben dezelfde vorm;
2/3 van de wenkbrauw loopt naar boven, 1/3 naar beneden;
de haren hebben dezelfde kleur en liggen glad op de huid;
de basis is breder dan het eindpunt;
de ruimte tussen het geopende ooglid en de wenkbrauw is net zo groot als de iris.
Typen wenkbrauwen
hangende wenkbrauwen
ronde wenkbrauwen
Als je wenkbrauwen gaat epileren, kun je verschillende typen tegenkomen. Denk aan:
LET OP! EPILEER BEIDE WENKBRAUWEN ALTIJD SYMMETRISCH. DE WENKBRAUWEN MOETEN QUA VORM GELIJK ZIJN.
Hangende wenkbrauwen
Rechte wenkbrauwen
Ronde wenkbrauwen
Bepaal voordat je begint met epileren de wensen van de cliënt en de lengte, de vorm en de dikte van de wenkbrauw. Daarna voer je de behandeling uit.
Bekijk de volledige uitwerking van de behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15141
Behandelfilm. Snelcode 12142
Indicaties en contra-indicaties
Voor een epileerbehandeling gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Indicaties Contra-indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling
overbeharing algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling donshaar
Producten en materialen
Bij een epileerbehandeling gebruik je de volgende producten en materialen:
Producten Materialen
make-upverwijderaar of milk en lotion
desinfectans
kalmerende crème, gel of olie
wattenschijfjes
spatel
pincet met schuine bek
automatisch pincet
klein schaartje
wenkbrauwborsteltje
Bekijk de uitleg van de producten en materialen online.
Producten. Snelcode 15139
Materialen. Snelcode 15140
Stappenplan epileerbehandeling
Duur: 10-20 min
Tijdsduur is afhankelijk van het te ontharen gebied en de hoeveelheid haar.
1 Reinig en desinfecteer de huid.
2 Bepaal de wenkbrauwvorm.
3 Borstel de wenkbrauw in de gewenste vorm.
Bepaal voordat je begint met epileren de lengte, de vorm en de dikte van de wenkbrauw.
4 Epileer de wenkbrauwen.
5 Breng een kalmerend product aan.
6 Rond de behandeling af. Reinig en desinfecteer je materialen.
Een goed resultaat!
Je epileerbehandeling is geslaagd als:
beide wenkbrauwen symmetrisch zijn;
de onderzijden een strakke lijn vormen;
de haren op de neusbrug verwijderd zijn;
er geen wondjes zijn;
het resultaat aan de wensen van de cliënt voldoet.
13.4 Lichaams haar harsen
Op verschillende plekken van het lichaam kun je lichaamshaar harsen. Denk aan de haren onder de oksels, in de liezen (bikinilijn) en op de armen en benen. Bij mannen kun je ook denken aan de haren op de rug, borst en buik. Elk lichaamsdeel hars je op bijna dezelfde wijze. De hars bepaalt of je bijvoorbeeld met de haargroeirichting mee of juist tegen de haargroeirichting in harst.
Een harsbehandeling bestaat uit een aantal onderdelen. Je start een harsbehandeling met een goede voorbereiding. Vervolgens ga je de huid voorbehandelen, de hars aanbrengen en de hars verwijderen. Tot slot behandel je de huid na.
Bekijk de volledige uitwerking van deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15143
Behandelfilm. Snelcode 12144
Indicaties en contra-indicaties
Voor harsen van lichaamshaar gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Indicaties Contra-indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling
overbeharing algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling
hirsutisme ernstig verslapte (dunne) huid
Producten en materialen
Bij het harsen van lichaamshaar gebruik je de volgende producten en materialen:
Producten
striphars
desinfectans of prewax
talkpoeder
kalmerend product of afterwax
Materialen
harskomfoor
spatels of rollers
harsstrips
tissues
wattenschijfjes
kompres
pincet met schuine bek
Bekijk de uitwerking van de producten en materialen online.
Producten. Snelcode 15135
Materialen. Snelcode 15136
Stappenplan lichaamshaar harsen
Duur: 15-60 min
Tijdsduur is afhankelijk van het te ontharen gebied en de hoeveelheid haar.
1 Zet het harskomfoor of harsapparaat aan.
2 Desinfecteer en ontvet de huid.
3 Controleer de temperatuur van de hars.
LET OP! BIJ HET ONTHAREN VAN BIJVOORBEELD LIEZEN EN OKELS KUN JE OOK FILMHARS GEBRUIKEN DIE JE ZONDER STRIP VERWIJDERT.
4 Breng de hars aan.
5 Verwijder de hars.
6 Verwijder achtergebleven haren.
7 Rond de behandeling af. Reinig en desinfecteer je materialen.
WIST JE DAT BIJ HET HARSEN VAN OKSELHAAR OF BIKINILIJN DRAAG JE ALTIJD HANDSCHOENEN. OP DEZE PLEKKEN KUNNEN NAMELIJK PUNT BLOEDINGEN ONTSTAAN.
Test je kennis over ontharen.
Snelcode 17134
Ontharen
14. make-up en verven
IN DIT HOOFDSTUK
In de schoonheidssalon komt ’s ochtends je eerste cliënt binnen. Het is een vrouw van 32 jaar, die ’s middags naar een bruiloft gaat. Ze wil er op de bruiloft graag mooi en verzorgd uitzien. Om deze reden wil ze een dagmakeup, maar ze heeft hier weinig verstand van.
Jij als makeupexpert weet precies wat deze cliënt nodig heeft.
In deze situatie kun je het beste een uitgebreide dagmake-up adviseren. Bij deze make-up breng je een basis aan op de gezichtshuid, de ogen en de lippen. Je gebruikt hiervoor verschillende producten en materialen.
In dit hoofdstuk leer je welke soorten make-up je aanbrengt en hoe je hierbij verschillende technieken, kleuren en make-upstijlen gebruikt. Ook leer je hoe je de wimpers en wenkbrauwen van een cliënt verft.
14.1 Kleurgebruik
Bij het aanbrengen van make-up is het gebruik van kleuren belangrijk. Felle kleuren geven de cliënt bijvoorbeeld een levendig uiterlijk en lichte kleuren zorgen voor een meer natuurlijk uiterlijk. Daarnaast passen niet alle kleuren bij alle huidtinten. Als je weet hoe kleuren elkaar versterken of juist afzwakken, kun je deze op de juiste manier gebruiken bij het aanbrengen van make-up. Kleuren kun je onderverdelen in primaire en secundaire kleuren.
Primaire kleuren
Primaire kleuren zijn de hoofdkleuren. De primaire kleuren zijn rood, geel en blauw. Deze kleuren zijn niet ontstaan door het mengen van verschillende kleuren.
Secundaire kleuren
Secundaire kleuren zijn de mengkleuren. Deze kleuren ontstaan als je twee primaire kleuren met elkaar mengt. De secundaire kleuren zijn oranje, groen en paars. Oranje ontstaat als je rood en geel met elkaar mengt. Groen ontstaat als je blauw en geel met elkaar mengt. Een paarse kleur krijg je als je rood en blauw met elkaar mengt.
Warme en koele kleuren
Kleuren kun je ook onderverdelen in warme en koele kleuren. Bij warme kleuren kun je denken aan rood, oranje en geel. Koele kleuren zijn bijvoorbeeld blauw, paars en groen.
Complementaire kleuren
Complementaire kleuren heffen elkaars werking op als je ze mengt. Als je groen met rood mengt, ontstaat er een grijze, grauwe kleur. Daarentegen versterken complementaire kleuren elkaar als je ze naast elkaar gebruikt. Een blauwe oogkleur kun je bijvoorbeeld versterken met een oogschaduw met een oranje tint.
In de kleurenster en de kleurencirkel zie je welke kleuren
elkaar opheffen of juist versterken. Elke primaire kleur ligt recht tegenover een secundaire kleur. De kleuren die tegenover elkaar liggen, zijn complementaire kleuren.
Als je de kleurenster en de kleurencirkel bekijkt, zie je de volgende complementaire kleuren:
oranje en blauw
groen en rood
violet en geel
Camou�leren met complementaire kleuren
Je maakt gebruik van complementaire kleuren om oneffenheden in de gezichtshuid van de cliënt te camoufleren. Blauwe kringen onder de ogen kun je bijvoorbeeld het beste camoufleren met een camouflageproduct met een oranje tint.
14.2 Dagmake-up
Het doel van dagmake-up
Dagmake-up breng je aan om de huid van de cliënt er verzorgd uit te laten zien. Je gebruikt dagmake-up voor gelegenheden die overdag plaatsvinden. Denk hierbij aan een sollicitatiegesprek, een belangrijke presentatie op school of een zakelijke bijeenkomst. Je kiest hierbij vaak voor wat lichtere kleuren. Een avondmake-up gebruik je bij gelegenheden die ’s avonds plaatsvinden. Je kunt hierbij denken aan feestjes, zoals een gala of een themafeestje. Bij een avondmake-up breng je meestal meer en donkerdere kleuren aan dan bij een dagmake-up.
Met dagmake-up kun je nadruk leggen op gelaatstrekken en kun je gelaatsvormen shapen. Gelaatstrekken zijn lijnen in het gezicht die zorgen voor een bepaalde uitdrukking. Je kunt hierbij denken aan ronde wangen of een smalle neus. Met een lichte kleur haal je zulke gelaatstrekken naar voren en vallen ze meer op. Met een donkere kleur laat je gelaatstrekken minder opvallen. Gelaatsvormen zijn de verschillende vormen die een gezicht kan hebben, zoals een ronde en een ovale gelaatsvorm. Bij het shapen van een gelaatsvorm verleg je accenten in het gezicht, waardoor je gelaatsvormen kunt veranderen. Je kunt dagmake-up ook gebruiken om huidoneffenheden te corrigeren. Voorbeelden van huidoneffenheden zijn (rode) vlekken of pigmentvlekken in het gezicht van de cliënt.
Onderdelen van dagmake-up
Een dagmake-up op het gezicht van de cliënt kan bestaan uit drie onderdelen:
huidmake-up
oogmake-up
lipmake-up
TIP KIES DE KLEUREN VAN DE MAKE UP VOLGENS DE WENS VAN DE CLIËNT EN PASSEND BIJ DE OGEN EN HAARKLEUR.
Bij een uitgebreide dagmake-up breng je alle drie de vormen aan. Huidmakeup breng je aan op het gezicht van de cliënt. Je kunt met deze make-up bijvoorbeeld de huid een egaler uiterlijk geven of de teint verbeteren. Oogmakeup gebruik je om de ogen op te maken. Je kunt ervoor kiezen om de ogen te accentueren, bijvoorbeeld door een kleur oogschaduw te kiezen waardoor
de oogkleur meer opvalt. Daarnaast kun je met oogmake-up de oogvorm veranderen. Je kunt bijvoorbeeld de ogen groter of kleiner laten lijken. Met lipmakeup maak je de lippen van de cliënt op. Je kunt hiermee de lippen een vollere vorm geven, laten glanzen of voorzien van een kleur.
In de meeste gevallen wil een cliënt alle drie de vormen van dagmake-up. Een cliënt kan ook voor één vorm kiezen, bijvoorbeeld alleen het opmaken van de ogen. Houd hierbij altijd rekening met de wensen van de cliënt.
Door de make-up te fixeren, blijft deze beter zitten. Dit kan door het aanbrengen van een primer als basis. Je kunt daarna een langhoudende foundation en een fixatiepoeder gebruiken. Afsluitend kun je de make-up fixeren met een setting- of fixatiespray.
Met een dagmake-up geef je de cliënt een verzorgd uiterlijk.
14.3 Huid make-up aanbrengen
Huidmake-up breng je aan op de gezichtshuid. Hierbij houd je rekening met de wensen van de cliënt en de indicaties en contra-indicaties.
Bij het aanbrengen gebruik je verschillende producten en materialen.
Vaak werk je in een vaste volgorde, maar de volgorde kan ook afhangen van de producten die je gebruikt. Een poedervormige rouge breng je bijvoorbeeld aan na de gezichtspoeder. Een crèmevormige rouge breng je juist aan voor de gezichtspoeder.
Bekijk de volledige uitwerking van deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15049
Behandelfilm. Snelcode 12037
Indicaties en contra-indicaties
Voor het aanbrengen van huidmake-up gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Indicaties Contra-indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling
algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling
Bekijk de uitleg van de producten en materialen online.
Producten. Snelcode 15047
Materialen. Snelcode 15048
Producten en materialen
Bij het aanbrengen van huidmake-up gebruik je de volgende producten en materialen:
Producten Materialen
primer
camouflage- of concealerproducten
getinte dagcrème, BB cream of foundation
(losse) poeder
rouge
setting- of fixatiespray
camouflagepenseel
foundationspons
beautyblender of make-upspons
foundationkwast
poederkwast
rougekwast
poedervelour
wattenschijfje
Stappenplan huidmake-up aanbrengen
Duur: 5 min
1 Breng de dagcrème aan.
2 Breng de camouflage aan.
3 Breng de foundation aan, ook op de hals, oren en ogen.
4 Breng de gezichtspoeder aan.
Fixeren
Maak gebruik van een of meerdere fixatiemethoden tijdens het aanbrengen van de huidmake-up. Hierdoor blijft de make-up beter zitten.
LET OP! HET STAPPENPLAN VOOR HET AANBRENGEN VAN HUIDMAKE UP KAN PER COSMETICAMERK VERSCHILLEN.
5 Breng de rouge aan.
6 Rond de behandeling af. Reinig en desinfecteer je materialen.
14.4 Oogmake-up aanbrengen
Oogmake-up breng je aan rondom de ogen en op de oogleden. Hierbij houd je rekening met de wensen van de cliënt en de indicaties en contra-indicaties. Bij het aanbrengen gebruik je verschillende producten en materialen. Wees bij het aanbrengen van de make-up voorzichtig. Zorg altijd voor een steunpunt en let op dat er geen producten of materialen in de ogen terechtkomen.
Bekijk de volledige uitwerking van deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15052
Behandelfilm. Snelcode 12039
Indicaties en contra-indicaties
Voor het aanbrengen van oogmake-up gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
Contra-indicaties
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling
algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling
Producten en materialen
Bij het aanbrengen van oogmake-up gebruik je de volgende producten en materialen:
Producten Materialen
wenkbrauwgel
wenkbrauwpotlood
oogschaduw
oogpotlood
eyeliner
mascara
wenkbrauwborstel of -kam
oogschaduwpenseel
blendingpenseel
eyelinerpenseel
mascararoller
wattenstaafjes
Bekijk de uitleg van de producten en materialen online.
Producten. Snelcode 15050
Materialen. Snelcode 15051
Stappenplan oogmake-up aanbrengen
Duur: 10 min
1 Kam de wenkbrauwen in vorm. Teken de wenkbrauwen bij.
2 Breng de oogschaduw aan.
3 Breng het oogpotlood aan onder het oog. (Je kunt stap 3 en 4 ook omwisselen.)
4 Breng het oogpotlood aan boven het oog.
LET OP! POEDERVORMIGE OOGSCHADUW KAN DE OGEN VAN DE CLIËNT IRRITEREN.
WIST JE DAT VOOR EEN
SYMMETRISCH RESULTAAT KIJK JE AF EN TOE VAN EEN AFSTAND NAAR DE MAKE UP.
5
Breng de mascara aan.
6 Rond de behandeling af. Reinig en desinfecteer je materialen.
14.5 Lipmake-up aanbrengen
Lipmake-up breng je aan op de lippen. Hierbij houd je rekening met de wensen van de cliënt en de indicaties en contra-indicaties. Bij het aanbrengen gebruik je verschillende producten en materialen. Door een lijn aan te brengen met een lippotlood voorkom je dat de kleur uitloopt en kun je het lipcontour extra accentueren. Let erop dat een lippotlood niet te scherp is, maar ook niet te stomp. Dan kun je geen strakke lijnen trekken met het potlood.
Bekijk de volledige uitwerking van deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15054
Behandelfilm. Snelcode 12041
Indicaties en contra-indicaties
Voor het aanbrengen van lipmake-up gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Indicaties Contra-indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling
algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling
Producten en materialen
Bij het aanbrengen van lipmake-up gebruik je de volgende producten en materialen:
Producten Materialen
lippotlood
lippenstift
lipgloss
lippenseel
Bekijk de uitleg van de producten online.
Producten. Snelcode 15053
Stappenplan lipmake-up aanbrengen
Duur: 5 min
1 Teken de lipcontouren.
TIP
GEBRUIK EEN WIT POTLOOD OM DE CONTOUREN VAN DE CUPIDOBOOG EXTRA TE ACCENTUEREN.
2 Breng de lippenstift aan.
3 Breng de lipgloss aan.
4 Rond de behandeling af. Reinig en desinfecteer je materialen.
WIST JE DAT MET EEN ZACHT LIPPENPOTLOOD KUN JE HET MOOISTE RESULTAAT BEHALEN.
14.6
Wimpers en wenkbrauwen verven
Naast het aanbrengen van een dagmake-up kun je de wimpers en wenkbrauwen van een cliënt verven. Het lijkt hierdoor of de cliënt langere en vollere wimpers en wenkbrauwen heeft. Het verven van de wimpers en wenkbrauwen is daarom ook prettig voor cliënten met lichte wenkbrauw- en wimperhaartjes.
Het verven van de wimpers en wenkbrauwen kan een onderdeel zijn van een complete gezichtsbehandeling. Je kunt de wimpers en wenkbrauwen ook verven als een deelbehandeling. In beide gevallen verf je eerst de wimpers en daarna de wenkbrauwen. Hieronder lees je de meest gebruikte werkwijze voor het verven van wimpers en wenkbrauwen.
Bekijk de volledige uitwerking van deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15057
Behandelfilm. Snelcode 12044
Indicaties en contra-indicaties
Voor het verven van wimpers en wenkbrauwen gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contraindicaties vind je op pagina 129.
Indicaties Contra-indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling
algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling
Bekijk de uitleg van de producten en materialen online.
Producten. Snelcode 15055
Materialen. Snelcode 15056
Producten en materialen
Bij het verven van de wimpers en wenkbrauwen gebruik je de volgende producten en materialen:
Producten Materialen
waterstofperoxide (H2O2)
wimperverf
beschermingsproducten
wimperblaadjes
penseel
verfbakje (een voor de wimpers en een voor de wenkbrauwen)
wattenstaafjes en -schijfjes
kommetje voor oogbadje
Stappenplan wimpers en wenkbrauwen verven
Duur: 20 min
1 Reinig en ontvet de wenkbrauwharen en het gebied rondom de ogen.
2 Bepaal de verfkleur.
3 Bescherm de gezichtshuid.
4 Meng de wimperverf met de waterstofperoxide in de juiste verhouding.
5 Verf de wimpers en laat de verf intrekken. Maak het bakje schoon.
TIP BEPAAL DE VERFKLEUR AAN DE HAND VAN DE HUIDSKLEUR EN HAARKLEUR EN DE WENS VAN DE CLIËNT.
Je verft altijd eerst de wimpers en daarna de wenkbrauwen.
6 Meng de wenkbrauwverf met de waterstofperoxide tijdens de inwerktijd van de wimpers.
7 Verf de wenkbrauwen en laat de verf intrekken.
8 Verwijder eerst de wenkbrauwverf en daarna de wimperverf.
9 Geef eventueel een oogbadje.
10 Rond de behandeling af. Reinig en desinfecteer je materialen.
LET OP! GEEF ALLEEN EEN OOGBADJE ALS DE CLIËNT NA HET VERWIJDEREN VAN DE VERF BRANDENDE OGEN HEEFT.
WIST JE DAT
WATERSTOFPEROXIDE
ZORGT ERVOOR DAT DE KLEUR VAN WIMPERVERF
TOT ONTWIKKELING KOMT.
15.Klassieke massage
IN DIT HOOFDSTUK
Beauty Level Online
Voor je cliënt is een behandeling bij jou meestal een moment om te ontspannen. Een massage maakt vaak deel uit van de behandeling. Je kunt verschillende delen van het lichaam masseren. Zo geef je bijvoorbeeld gezichtsmassages, hand en voetmassages en lichaamsmassages. Elke massage is opgebouwd uit verschillende massagegrepen. Met de keuze van grepen bepaal je de werking van de massage.
Voor een goede massage moet je weten hoe, wanneer en welke techniek je kunt toepassen en op welke plaats. Alleen zo kun je je massagedoel bereiken. In dit hoofdstuk leer je de basis van een goede massage. Je leert meer over de soorten massages, de doelen en de grepen die je kunt toepassen.
Masseren lijkt eenvoudig, maar is het niet!
15.1 Doel
Elke massage heeft een bepaald doel. Uit je anamnese blijkt of je de cliënt het best een ontspannende of stimulerende massage kunt geven. Met een ontspannende massage voer je afvalstoffen af waardoor het spierweefsel kan ontspannen. Deze massage heeft ook vaak een rustgevend effect op je cliënt. Een stimulerende massage wordt gegeven om de spieren te activeren en de doorbloeding te stimuleren.
Aan de hand van het doel bepaal je hoe de massage opgebouwd wordt en welke grepen je gebruikt. Massages die worden uitgevoerd door een schoonheidsspecialist hebben daarnaast altijd een cosmetisch doel. Ze zijn namelijk gericht op het verbeteren van de huidfuncties.
WIST JE DAT VOOR MASSAGES MET EEN PARAMEDISCH DOEL KAN JE CLIËNT TERECHT
BIJ DE SPORTMASSEUR OF DE FYSIOTHERAPEUT.
Toniseren
Iedere spier heeft van nature een basisspanning. Deze basisspanning kan per persoon verschillen en hangt bijvoorbeeld af van je leefstijl en gezondheid. Als je ouder wordt, neemt de basisspanning vaak af. Een spier terugbrengen naar de basisspanning wordt toniseren genoemd. Bij hypertonische (verharde) spieren geef je een ontspannende massage. Bij hypotonische (verslapte) spieren geef je een stimulerende massage.
15.2 Effecten
Een massage is opgebouwd uit verschillende grepen, onder andere effleurages (strijkingen), petrissages (knedingen) en tapotements (kloppen of hakken). De grepen hebben directe en indirecte effecten op de huid.
Directe effecten
Door een massagegreep ontstaat wrijving, druk en rek op de huid. Dit heeft een direct effect op de huid, de bloed- en lymfevaten en het huid- en spierweefsel. Dit effect heet ook wel een primair effect of een mechanisch effect.
Met een massage kun je volgende directe effecten bereiken:
prikkeling van de sensibele zenuwuiteinden;
warmteontwikkeling;
Zorg ervoor dat tijdens een massage de cliënt
vermeerdering van het aantal mestcellen;
verbeteren van de afvoer van aderlijk bloed en lymfe;
afvoeren van een teveel aan vocht in het weefsel;
losmaken van talgophopingen;
losmaken van weefsel;
loslaten van dode opperhuidcellen.
Indirecte effecten
De primaire effecten van een massage beïnvloeden ook andere systemen in het lichaam. Hierdoor ontstaan indirecte effecten. Deze effecten noem je ook wel secundaire effecten en kun je onderverdelen in reflectorische effecten, biochemische effecten en psychische effecten.
Reflectorisch effect
Een reflectorisch effect ontstaat als het centrale zenuwstelsel prikkelingen van de massage doorgeeft aan de weefsels. Via een motorische baan worden de prikkelingen doorgegeven. De bindweefselcellen, klieren, bloedvaten en spieren reageren hierop.
Het psychische effect van een massage merk je aan de gemoedstoestand van je cliënt.
Met een massage kun je de volgende reflectorische effecten bereiken:
verbetering van de doorlaatbaarheid van de vaatwanden;
verbetering van de stofwisseling via de celwanden;
tonisering van verslapte of verharde spieren;
prikkeling van glad spierweefsel;
productie van weefselhormonen.
Biochemisch effect
Het biochemisch effect van een massage houdt in dat de stofwisseling in de weefsels toeneemt. De prikkeling van de zenuwuiteinden wekt de vorming van chemische stoffen in de huid op. Ook zorgt deze prikkeling ervoor dat het onderhuids bindweefsel wordt geactiveerd. De weefselhormonen acetylcholine en histamine komen hierdoor vrij. Histamine maakt de doorlaatbaarheid van de bloedvatwanden groter. Hierdoor verbeteren de doorbloeding en de stofwisseling van de weefsels en ontstaat er een vlekkerige roodheid op de huid.
Acetylcholine zorgt ervoor dat de motorische prikkel goed wordt doorgegeven naar spieren en klieren.
Psychische effecten
Het psychische effect van een massage merk je aan de gemoedstoestand van je cliënt. De prikkeling van de zenuwuiteinden zorgt vaak voor een ontspannen gevoel. Dit effect bereik je ook door de omstandigheden waarin de massage plaatsvindt af te stemmen. Je wilt bijvoorbeeld dat de cliënt zich op zijn/haar gemak voelt, kan ontspannen en het niet koud heeft.
TIP IN HET HOOFDSTUK ‘ZENUWSTELSEL’ VAN HET BOEK FYSIOLOGIE, ANATOMIE EN PATHOLOGIE LEES JE MEER OVER DE WERKING VAN HET ZENUWSTELSEL.
Beïnvloedende factoren
Er zijn verschillende factoren die je massage kunnen beïnvloeden. Denk aan:
de richting van de toegepaste massagegrepen;
de drukintensiteit van de gebruikte massagegrepen;
de snelheid van de gebruikte massagegrepen;
de duur;
de voorbehandeling;
het massageproduct dat je gebruikt;
het reactievermogen van de huid;
de gemoedstoestand van de cliënt;
de omgeving.
Sommige factoren pas je op dezelfde manier toe bij elke massage. Denk aan de inrichting van de omgeving.
Bij andere factoren, zoals de massagerichting, drukintensiteit, snelheid van de grepen en de duur, is de inzet afhankelijk van het doel dat de massage heeft: ontspannend of stimulerend.
Duur van de massage
Een te korte of te lange massage heeft geen zin. Met een te korte massage bereik je het doel niet. Duurt de massage te lang, dan bestaat de kans dat de huid door de overprikkeling voor het verkeerde effect zorgt. De huid kan te heftig of juist te weinig reageren op de massageprikkels. Ook kan de cliënt bij een te lange massage last krijgen van het in één houding liggen.
Massagerichting
Drukintensiteit
Snelheid van de grepen
Duur van de massage
Ontspannende massage
Massageproducten
In de salon gebruik je meestal massagecrème of massageolie als tussenstof. Je kunt ook een plantaardige olie gebruiken en hier etherische oliën aan toevoegen. Zo kun je ook een vorm van aromatherapie toepassen bij je massage.
Voorbehandeling
Bij een massage kun je een voorbehandeling toepassen. Zo bereid je de huid voor op de massage. Je kunt bijvoorbeeld de huid verwarmen met warme kompressen. Hierdoor wordt de doorbloeding gestimuleerd en kan de cliënt beter ontspannen.
Massageproduct
Bij een massage kun je een massageproduct aanbrengen op de huid van je cliënt. Dit product zit tussen jouw handen en de huid van de cliënt en wordt daarom ook wel tussenstof genoemd. Met tussenstof voorkom je huidverschuivingen en zorg je ervoor dat je gemakkelijk over de huid glijdt.
Een massageproduct mag niet te snel intrekken, geen huidirritaties veroorzaken en de poriën niet afsluiten. Bij een droge huid of sterk behaarde huid gebruik je meer massageproduct dan bij een normale huid of normaal behaarde huid, anders kunnen er irritaties ontstaan.
Stimulerende massage
Grepen in de lengterichting van de spieren. Grepen in de dwarsrichting van de spieren.
Massage met minimale of oppervlakkige druk. Massage met maximale of intensieve druk.
Massage waarbij langzame grepen worden gebruikt.
Massage waarbij meer tijd wordt genomen voor de opbouw van de drukintensiteit gedurende de massage. De nadruk ligt op effleurages en minder op de diepere technieken.
Massage waarbij snelle grepen worden gebruikt.
Massage waarbij de drukintensiteit snel toeneemt. Je besteedt hierbij vooral aandacht aan de diepere en stimulerende technieken en minder aan de effleurages.
LET OP!
CONTROLEER ALTIJD OF JE CLIËNT PRETTIG OP DE MASSAGETAFEL LIGT, DIT HELPT OM TE ONTSPANNEN.
Als je te veel massageproduct gebruikt, voel je de huid minder goed en kun je bepaalde massagegrepen moeilijk uitvoeren. Voorbeelden hiervan zijn petrissages en fricties. Hoe minder massageproduct je gebruikt, hoe intensiever de massage voelt. De hoeveelheid massageproduct is niet alleen afhankelijk van de huidcondities, maar ook van de massage die je gaat uitvoeren.
Reactievermogen van de huid
Stem de massage af op het reactievermogen van de huid. Een cliënt met een slechte doorbloeding heeft baat bij een activerende massage. Een cliënt met een rode huid met veel teleangiëctasieën (verwijde bloedvaatjes) geef je een kalmerende massage.
Gemoedstoestand van de cliënt
Het is belangrijk dat je cliënt ontspannen is voordat de massage begint en dus vertrouwen heeft in jouw deskundigheid als schoonheidsspecialist. Vertel de cliënt daarom voor de massage wat er gaat gebeuren. Een cliënt die weet wat er gaat gebeuren, kan zich beter ontspannen tijdens de behandeling.
Een aangename, warme temperatuur in de massageruimte is belangrijk.
Omgeving
Zorg ervoor dat je cliënt zich kan ontspannen in de massageruimte. Creëer een rustige sfeer en houd hierbij rekening met licht, geluid en kleurgebruik.
Een aangename, warme temperatuur in de massageruimte is ook belangrijk. De huid geeft namelijk meer warmte af omdat de doorbloeding wordt gestimuleerd. Daarnaast is de temperatuur in de massageruimte lager dan de temperatuur van de huid, waardoor de cliënt afkoelt. Je voorkomt afkoeling door de cliënt met een handdoek toe te dekken op de gebieden die je niet masseert.
De inrichting van de massageruimte heeft invloed op de mate waarin je cliënt zich kan ontspannen.
15.3 Soorten massages
Massages kun je onderverdelen in drie soorten:
klassieke lichaamsmassage
klassieke gezichtsmassage
speciale massage
Klassieke lichaamsmassage
Bij een klassieke lichaamsmassage masseer je het hele lichaam of een deel hiervan.
Een lichaamsmassage is vaak een aparte behandeling. Als je cliënt alleen voor een massage komt, voer je eerst een anamnese en een huidanalyse uit. Zo weet je zeker dat je de cliënt de juiste massage geeft. Je analyseert door middel van palperen de huidconditie, het huidtype, de huidtemperatuur, de conditie van het spierweefsel en of er spierverhardingen zijn. Dit doe je door handcontact met de huid te maken en het spierweefsel op te pakken of er druk op uit te voeren.
WIST JE DAT
NIET ALLE LICHAAMSMASSAGES ZIJN APARTE BEHANDELINGEN. HANDEN VOETMASSAGES MAKEN
MEESTAL DEEL UIT VAN EEN HAND- EN VOETBEHANDELING.
Klassieke gezichtsmassage
Bij een klassieke gezichtsmassage masseer je het decolleté, de hals en het gezicht. Deze massage combineer je vaak met een hoofdhuid- en oormassage. Omdat je een gezichtsmassage vaak uitvoert als onderdeel van een gezichtsbehandeling, heb je al een huidanalyse uitgevoerd en het doel van de massage bepaald.
Gezichts- en lichaamsmassage
Een gezichtsmassage voer je minder krachtig uit dan een lichaamsmassage. Dat heeft een aantal oorzaken:
De huid van het gezicht, de hals en het decolleté zijn dunner en kwetsbaarder dan de huid van de rest van het lichaam. De lichaamshuid is dikker en steviger en heeft op een aantal plaatsen veel onderhuids bindweefsel.
De mimische spieren (aangezichtsspieren) zijn minder stevig en minder goed apart op te pakken dan de skeletspieren, die groter en sterker zijn.
De mimische spieren zijn door middel van dunne pezen aan het bindweefsel van de huid verbonden, terwijl de skeletspieren met stevige pezen met het bot verbonden zijn.
Speciale massages
Je kunt je als schoonheidsspecialist specialiseren in verschillende massages:
bindweefselmassage
lymfedrainage
pincementsmassage
shiatsumassage
Daarnaast kun je cursussen volgen voor bijvoorbeeld hotstonemassage en penseelmassage. Ook kun je een aromatische behandeling geven.
Bindweefselmassage
Een bindweefselmassage pas je toe op de bindweefsellaag van het lichaam. Dit is de laag tussen de spieren en de huid. Een bindweefselmassage verbetert de structuur en de doorbloeding van de huid door de aanmaak van nieuw bindweefsel. Een bindweefselmassage kan helpen bij het verbeteren van de huidstructuur en huidelasticiteit, het verminderen van rimpels en fijne lijntjes en het verlichten van spanning in de gezichtsspieren. Littekens kunnen kleiner worden of vervagen. Een bindweefselmassage kan ook bijdragen aan ontspanning en vermindering van stress.
Je kunt een bindweefselmassages op verschillende manieren opbouwen. Je begint met zachte, oppervlakkige technieken, zoals een voorzichtige effleurage met behulp van je vingertoppen. Vervolgens gebruik je steeds diepere technieken en eindig je met de meest diepe techniek, zoals het rollen van de huidplooien en de haaktechniek.
Na een bindweefselmassage
Bij een bindweefselmassage is een goede nazorg erg belangrijk. Door deze massage is de huid namelijk overprikkeld geraakt.
Het is belangrijk dat je de cliënt adviseert om rustig aan te doen en veel water te drinken.
Shiatsumassage
Tijdens de shiatsumassage oefen je met je vingers, duimen en handpalmen druk uit op de drukpunten die op een meridiaan (energiekanaal) liggen. Ook geef je een meridiaanmassage op de meridianen van het lichaam van de cliënt. Je gebruikt hiervoor je eigen lichaamsgewicht, in plaats van je spierkracht. De hoeveelheid druk die je geeft, pas je aan op de huidconditie van de cliënt. Door het uitoefenen van druk op de drukpunten en het geven van de meridiaanmassage kun je energieblokkades in het lichaam opheffen. Hiermee breng je het lichaam in balans en bevorder je de vitaliteit en gezondheid van de cliënt. Daarnaast stimuleert een shiatsumassage de bloed- en lymfecirculatie en activeert hiermee het natuurlijk herstellend vermogen van het lichaam.
Lymfedrainage
Lymfedrainage is een subtiele, zachte massagetechniek die het lymfestelsel stimuleert om vocht en afvalstoffen af te voeren. Daarnaast zorgt de massage voor kalmering van het zenuwstelsel en ondersteuning van het immuunsysteem. Deze massage kun je voor meerdere doelen inzetten, zoals bij behandeling van littekens of acne of na een ooglidcorrectie of facelift. Specifiek voor anti-aging zet je de lymfedrainage vooral in als een cliënt vochtophopingen onder de ogen heeft die door veroudering zijn ontstaan.
Pincementsmassage
Een pincementsmassage bestaat uit een knijptechniek. Hierbij maak je korte, fijne en gedoseerde knijpbewegingen. Daarbij prikkel je het weefsel in een snel tempo met verschillende uitvoeringen en sterktes. Deze massage werkt in op de zenuwuiteinden in de huid en brengt deze in balans. De massage activeert de doorbloeding en verbetert het bindweefsel.
De pincementsmassage voer je uit op het decolleté, de hals en het gezicht. Er zijn verschillende soorten pincements (pincementsgrepen): de oppervlakkige pincement, de middeldiepe pincement en de diepe pincement.
bindweefselmassage: haaktechniek langs de rugstrekkers
Aromatische behandeling
Een aromatische behandeling is een behandeling met geuren. Door een geur te gebruiken tijdens een massage krijgt de behandeling een extra effect. Bijvoorbeeld stimulering of ontspanning. Je gebruikt hiervoor aromatische oliën. Dit zijn geurstoffen die uit planten worden gehaald. Iedere geur heeft een ander effect.
Veelgebruikte oliën zijn:
tea treeolie
lavendelolie
sinaasappelolie
mandarijnolie
geraniumolie
rozenolie
Aromatische oliën hebben een sterke werking. Daarom heb je er maar weinig van nodig. Bij verkeerd gebruik kunnen aromatische oliën schadelijk zijn. Let daarom goed op de juiste dosering. Je kunt aromatische olie toevoegen aan massageolie in een verhouding van 2%.
Dat wil zeggen dat je 2 druppels aromatische olie op 5 milliliter (ml) vette plantenolie gebruikt.
Bekijk de uitleg over de werking van aromatische oliën online! Snelcode 15256
15.4
Soorten massagegrepen
Er zijn verschillende massagegrepen. Elke massagegreep heeft een eigen werking op het weefsel. Gebruik een combinatie van grepen om je massage zo goed mogelijk op te bouwen.
Bij een massage kun je de volgende massagegrepen toepassen:
effleurages
petrissages
tapotements
fricties
vibraties
intermitterend drukken
Bekijk de filmlessen van de massagegrepen online.
Massagegrepen lichaam. Snelcode 12154
Massagegrepen gezicht. Snelcode 12156
Effleurages
Een effleurage is een vloeiende, ononderbroken beweging. Het wordt ook wel een strijking genoemd. Je kunt een effleurage uitvoeren met beide handen, met één hand of met delen van je handen, bijvoorbeeld met je beide duimen.
Toepassing
Effleurages gebruik je in de hele massage, bijvoorbeeld als inleidende greep, als afsluitende greep of als overgang van de ene massagegreep naar de andere.
Effecten
Effleurages kunnen een stimulerende of ontspannende werking hebben. Voor een stimulerende massage gebruik je snelle effeurages dwars op de spier en voer je de effleurages snel na elkaar uit. Gebruik langzame effleurages in de lengterichting voor een ontspannende massage.
Soorten
Er zijn verschillende soorten effleurages. Denk aan een lengtestrijking, dwarsstrijking en cirkelvormige strijking. Elke effleurage heeft zijn eigen effect.
Gebruik langzame effleurages voor een ontspannende massage.
Een lengtestrijking loopt gelijk met de bloed- en lymfevaten en de spieren. Een rustige lengtestrijking bevordert de afvoer van bloed en lymfevocht. Een zacht uitgevoerde lengtestrijking werkt kalmerend en ontspannend.
Een dwarsstrijking loopt loodrecht op de bloeden lymfevaten en de spieren. Dit werkt stimulerend en activerend.
Een cirkelvormige strijking wordt ook wel rotatie genoemd. Je kunt hem uitvoeren met de hele hand, delen van de hand of met de vingers. Een rotatie bestaat uit een drukfase en een fase zonder druk. Het contact met de huid blijft tijdens de greep behouden. Het effect van een cirkelvormige strijking is vergelijkbaar met het effect van een lengtestrijking.
Petrissages
Een petrissage (kneding) is ritmisch druk uitoefenen op spier- en vetweefsel door middel van een knedende beweging. Een petrissage heeft de grootste dieptewerking van alle massagegrepen. Je kunt een petrissage met beide handen, met één hand of met delen van je hand uitvoeren. Dit is afhankelijk van het gebied dat je masseert.
kneding toepassen bij spieren met een slechte doorbloeding, bij verslapte spieren en bij hypertonus of verharde spieren (ontspannen).
Na een petrissage voer je altijd een effleurage uit.
Effecten
Met petrissages activeer je de stofwisseling in de spieren. Daardoor worden de afvalstoffen beter afgevoerd en komt de spanning van de spieren in balans.
Soorten
Er zijn verschillende soorten petrissages. Denk aan een lengtekneding, dwarskneding en parallelkneding. Elke petrissage heeft zijn eigen effect.
Een lengtekneding voer je uit op overbelaste spieren. Een soepele, rustige lengtekneding werkt kalmerend en ontspannend. Een krachtige, maar rustige lengtekneding zorgt ervoor dat afvalstoffen beter afgevoerd worden en dat de spierspanning verbetert.
Een dwarskneding voer je dwars op de lengterichting van de spier uit. Deze kneding heeft een sterkere prikkel dan een lengtekneding en verbetert de doorbloeding en spierspanning. Een dwarskneding werkt stimulerend.
Een parallelkneding voer je vooral uit op zwaardere spieren en spiergroepen, zoals de bovenbenen. Deze kneding werkt stimulerend.
Toepassing
Als je een gezichtsmassage uitvoert, kun je petrissages toepassen op de wenkbrauwen, de kaakcontour, de bovenarmen en het schouder- en nekgebied. Bij een lichaamsmassage kun je een WIST JE DAT EEN DWARSKNEDING KUN JE MET ÉÉN HAND UITVOEREN, EEN PARALLEL KNEDING NIET.
Tapotements
Een tapotement is een beweging waarbij je de huid kort en snel achter elkaar raakt. Je voert een tapotement bij een gezichtsmassage anders uit dan een tapotement bij een lichaamsmassage.
Je voert een tapotement bij een gezichtsmassage anders uit dan een tapotement bij een lichaamsmassage.
Toepassing
Op het gezicht kun je tapotements bijvoorbeeld toepassen op de hals, de wangen, onder de kaakcontour en rond de ogen. Deze greep kun je ook toepassen bij een lichaamsmassage, bijvoorbeeld op de benen.
Battre l’air
Battre l’air is een vorm van kloppen. Hierbij maak je met je hand een kommetje. Deze hou je ongeveer 5 centimeter boven de huid. Je werkt vanuit je polsen waarbij je met je handen om en om het weefsel beklopt. Door de holle hand te gebruiken, ontstaat er een tegendruk van de lucht. Hierdoor is de greep minder intensief dan wanneer je de vuist gebruikt.
Effecten
Met tapotements prikkel en stimuleer je de sensibele zenuwuiteinden van de huid. De bloedvaten en de spieren reageren op deze prikkel, waardoor de stofwisseling en spierspanning verbetert.
Soorten
Op het lichaam kun je verschillende soorten tapotements toepassen. Denk aan kloppen en ulnair hakken. Elke tapotement heeft zijn eigen effect.
Kloppen. Korte, krachtig uitgevoerde vuisttapotements werken stimulerend en tonusverhogend. Langdurig en mild uitgevoerde vuisttapotements werken tonusverlagend en ontspannend.
Ulnair hakken. Krachtig hakken met gestrekte en aangesloten vingers is stimulerend en tonusverhogend. Het hakken is milder als je je vingers losjes strekt en licht spreidt.
Tapotements op het gezicht
Op het gezicht kun je ook waaiertapotements uitvoeren, bijvoorbeeld op de wangen en de hals. Bij waaiertapotements laat je je vingers in een licht scheppende waaiervorm het weefsel een voor een aanraken. Je kunt deze symmetrisch met beide handen uitvoeren of aan één kant.
LET OP! TE ZWAAR KLOPPEN OF HAKKEN IS PIJNLIJK EN KAN HET WEEFSEL BESCHADIGEN. DIT GELDT VOORAL VOOR ATROFISCH HUID- EN SPIERWEEFSEL.
Fricties
Bij een frictie oefen je kleine, cirkelvormige bewegingen uit in de diepte. De huid beweegt hierdoor over de onderlaag. Je laat de druk toenemen naarmate je dieper komt. Je zorgt voor constante druk tijdens het dieper gaan en laat deze tussentijds niet los.
Toepassing
In het gezicht kun je fricties toepassen langs de haargrens, rond de mond, de oren en de ogen. Ook kun je fricties toepassen op het lichaam.
Effecten
Met fricties activeer je de doorbloeding, waardoor afvalstoffen beter afgevoerd worden en de spierspanning verbetert. Daarnaast maak je met deze greep verhardingen en verklevingen van de spieren los en voorkom je huidstuwingen en vochtophopingen.
Vibraties
Bij een vibratie gebruik je fijne trillingen die je met zeer lichte druk in een hoge frequentie loodrecht op het weefsel uitvoert. Dit doe je door je armspieren aan te spannen en je handen te laten ontspannen. Hierdoor ontstaat de trilling in de pezen van je handen.
Toepassing
Vibraties pas je vaak toe aan het einde van een (deel) massage. Je kunt deze greep toepassen op grote en kleine huidgedeelten, zoals het decolleté, het kaakcontour of de slaap.
Effecten
Met vibraties prikkel je de zenuwen. Of je de zenuwen ontspant of stimuleert, is afhankelijk van het type vibratie.
Soorten
Je kunt een vibratie lopend of statisch uitvoeren. Elke vibratie heeft zijn eigen effect.
Een lopende vibratie heeft vooral een ontspannende en kalmerende werking. Bij deze vorm van vibratie verplaats je je handen.
Een statische vibratie werkt vaak stimulerend. Bij deze vorm van vibratie blijven je handen op dezelfde plaats.
Intermitterend drukken
Bij intermitterend drukken leg je beide handen op de huid en geef je een lichte druk. Daarna verplaats je je handen en geef je opnieuw een lichte druk met beide handen. Deze greep kun je ook uitvoeren met de handdoek tussen je handen en de huid.
Toepassing
Intermitterend drukken wordt vooral toegepast op de armen en benen. Deze greep gebruik je vaak als inleidende greep bij een lichaamsmassage.
Effecten
Het belangrijkste effect van intermitterend drukken is vocht afvoeren. Daarnaast kan deze greep ontspannend werken.
15.5 Totale lichaams massage
Een lichaamsmassage kun je op veel manieren uitvoeren. De opbouw is afhankelijk van het doel en welke grepen je daarvoor gebruikt.
Let er op dat je tijdens een menstruatie of zwangerschap de buik van een cliënt niet mag masseren.
Bekijk deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15155
Filmles massagegrepen lichaam. Snelcode 12154
Indicaties en contra-indicaties
Voor het uitvoeren van een totale lichaamsmassage gelden een aantal indicaties en contra-indicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Indicaties Contra-indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling
algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling
Producten en materialen
Bij het uitvoeren van een lichaamsmassage gebruik je de volgende producten en materialen:
Producten Materialen
massagecrème of massageolie kompressen knierol (optioneel)
Stappenplan totale lichaamsmassage
Duur: 50 min
Voorbehandeling
1 Installeer de cliënt.
2 Reinig het te behandelen gebied.
3 Breng het massageproduct aan.
Uitvoering massagegrepen
4 Voer inleidende grepen uit die vooral in de lengterichting en richting het hart worden uitgevoerd.
5 Voer grepen uit die dieper werken.
LET OP! VERWIJDER ALLE RESTEN VAN HET MASSAGEPRODUCT. ALS JE DIT NIET GOED DOET, KUNNEN ER VERSTOP PINGEN ONTSTAAN DIE HUIDPROBLEMEN KUNNEN GEVEN.
De intensiteit (druk) van de massagegrepen pas je altijd aan op het weefsel van de cliënt.
6 Voer afrondende grepen uit die vooral in de lengterichting en richting het hart worden uitgevoerd.
Nabehandeling
7 Ontvet de huid die je gemasseerd hebt.
8 Rond de behandeling af.
Deelmassage
Naast een totale lichaamsmassage, kun je de cliënt ook een massage op een deel van het lichaam geven. Er zijn verschillende deelmassages mogelijk, bijvoorbeeld:
armen
benen
billen
rug
nek
schouders
buik
Een deelmassage duurt tussen de 25 en 30 minuten. Een voorbeeld van een deelmassage is: rug, voor- en achterkant benen, armen en schouderpartij.
WIST JE DAT JE KUNT DE OLIE VOOR EEN GROOT DEEL VAN DE HUID VERWIJDEREN DOOR MIDDEL VAN FROTTEREN. JE BEWEEGT HIERBIJ MET EEN OPGEROLDE, DROGE HANDDOEK IN EEN HOOG TEMPO HEEN EN WEER OVER DE HUID.
15.6 Gezichtsmassage
Een gezichtsmassage kun je op verschillende manieren opbouwen. Bij de uitvoering houd je rekening met de indicaties en contra-indicaties en gebruik je een aantal producten en materialen.
Bekijk deze behandeling online.
Stappenplan. Snelcode 15157
Filmles massagegrepen gezicht. Snelcode 12156
Indicaties en contra-indicaties
Voor het uitvoeren van een gezichtsmassage gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contra-indicaties vind je op pagina 129.
Indicaties Contra-indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling alle huidtypen algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling
Producten en materialen
Bij het uitvoeren van een gezichtsmassage gebruik je de volgende producten en materialen:
Producten
massagecrème of olie
reinigingsproduct, lotion
verzorgende crème
Materialen
tissues
kompressen
wattenschijfjes
Stappenplan gezichtsmassage
Duur: 20-25 min
Voorbehandeling
1 Installeer de cliënt.
2 Reinig de huid.
3 Verwarm de huid (optioneel).
4 Breng het massageproduct aan.
Uitvoering massagegrepen
5 Voer inleidende grepen uit die ervoor zorgen dat de cliënt zich ontspant en de ogen sluit tijdens de massage.
6 Voer (diepe) grepen uit op de nek/het decolleté met extra aandacht voor de monnikskapspier.
7 Voer grepen uit in het gezicht.
De intensiteit (druk) van de massagegrepen pas je altijd aan op het weefsel van de cliënt.
8 Voer afrondende grepen uit.
Nabehandeling
9 Verwijder de massagecrème met een op de huid afgestemd reinigingsproduct.
LET OP! HET STAPPENPLAN IS EEN VOORBEELD VAN HOE DE OPBOUW KAN ZIJN. JE KUNT EEN GEZICHTSMASSAGE OOK ANDERS OPBOUWEN.
10 Breng een verzorgende crème aan.
11 Rond de behandeling af.
15.7 Hand- en voetmassage
Een hand- en voetmassage voer je meestal uit als onderdeel van een cosmetische hand- of voetverzorging. Beiden kunnen ook los geboekt worden en zitten meestal (beknopt) verwerkt in een complete lichaamsmassage.
In een hand- en voetmassage kun je de volgende grepen toepassen:
effleurages
petrissages
fricties
vibraties
Indicaties en contra-indicaties
Voor het uitvoeren van een hand- en voetmassage gelden de volgende indicaties en contra-indicaties. De algemene contraindicaties vind je op pagina 129.
Indicaties Absolute contra-indicaties
behandeling passend bij de wens en gezondheid van de cliënt
algemene absolute contraindicaties voor een behandeling
algemene relatieve contraindicaties voor een behandeling
Producten en materialen
Bij het uitvoeren van een hand- en voetmassage gebruik je de volgende producten en materialen:
Producten Materialen
massagecrème of olie
verzorgende hand- of voetcrème
materialen
kompres
tissue
handschoenen (bij voetmassage)
h a n den voetv e r zorging
Stappenplan hand- en onderarmmassage
Duur: 7-10 min
Voorbehandeling
1 Installeer de cliënt.
2 Reinig het te behandelen gebied.
3 Breng het massageproduct aan.
Uitvoering massagegrepen
4 Voer inleidende grepen uit, vooral in de lengterichting en richting het hart.
5 Voer grepen uit die dieper werken.
6 Voer afrondende grepen uit.
Nabehandeling
7 Verwijder achtergebleven resten van het massageproduct.
8 Ontvet de huid die je gemasseerd hebt.
9 Rond de behandeling af.
Een handmassage wordt vaak gecombineerd met een onderarmmassage.
Klassieke
h a n den voetv e r zorging
Stappenplan voetmassage
Duur: 7-10 min
Voorbehandeling
1 Installeer de cliënt.
2 Reinig het te behandelen gebied.
3 Breng het massageproduct aan.
Uitvoering massagegrepen
4 Voer inleidende grepen uit, vooral in de lengterichting en richting het hart.
5 Voer grepen uit die dieper werken.
6 Voer afrondende grepen uit vooral in de lengterichting en richting het hart.
Nabehandeling
7 Verwijder achtergebleven resten van het massageproduct.
8 Ontvet de huid die je gemasseerd hebt.
9 Rond de behandeling af.
Test je kennis over klassieke massage. Snelcode 17153
Klassieke
AAbsolute contra-indicaties 128
Actinoapparatuur 117
Additieven 89
Adviesgesprek 22
Allround schoonheidsspecialist 10
Anamnes 132
Anamnese 126
Anode 78
Arbeidsomstandigheden 50
Arbowet 50
Aromatische oliën 231
Atomen 64, 78
AVG 132
BBehandelplan 131
Beschermende producten 102
Besmetting 39
Bindweefselmassage 230
Biochemisch effect 225
Blauwlichtlamp 119
Blendmethode 114, 188
Borstelapparaat 110
CCirkelvormige strijking 233
Cliëntveiligheid 37
Comedonen 159
Commerciële vaardigheden 12
Communicatie 19
Communiceren 11
Complementaire kleuren 205
Conserveringsmiddelen 91
Contra-indicaties 20
DDagmake-up 206
Defintieve ontharingstechniek 187
Depileren 185
Desinfecteren 43
Diathermiemethode 114, 187
Dieptereiniging 152
Drainageapparaat 112
Duurzaam 58
Dwarskneding 233
Dwarsstrijking 233
EEffleurage 232
Effleurages 151
Elektriciteit 78
Elektrische desincrustatie 113
Elektrische stroom 78
Elektroapparatuur 113
Elektronen 78
Elektronenstroom 78
Elementen 64
Empathie 21
Emulgator 70, 91
Emulsie 70
Epileren 186
Ergonomie 53
Ethiek 32
Ethisch dilemma 32
FFeedback 28
Filmhars 186, 191
Fixeren 207
Frequentie 80
Frictie 235
GGelaatstrekken 206
Gelaatsvormen 206
Geleiders 83
Gelijkstroom 81
Geozoniseerd waterdampapparaat 108
Gerstekorrel 162
Geurstof 89
Gezichtsmasker 169
Gezichtsmassage 228
Gezichtspakking 173
Golflengte 75
Grondstoffen 61, 87
HHaargroeiremmende producten 186
Hars 186
HEG-methode 29
Hepatitis B 39
Hoornlaagverdunning 154
Hoornlaagverweking 152
Huidanalyse 125
Huidmake-up 207
Hulpstoffen 89
Hydroapparatuur 107
Hydromassageapparatuur 109
Hygiëne 38
IInfectieziektes 38
Infrarood 117
Infraroodlamp 117
Infraroodlicht 76
Infraroodsauna 117
Inspectie 126
Integrale kwaliteit 30
Intensief Pulserend Licht (IPL) 76
Interferente stroom 82
Intermitterend drukken 236 Ionen 79
Iontoforese 113 IPL 120
Isolatoren 83
KKathode 78
KCA 56
Kleurstoffen 90 Kloppen 234
Knippen 185
Koeldampapparaat 107
Koopmotieven 24
Kwaliteit 29
LLaser 76, 120
Lengtekneding 233
Lengtestrijking 233
Lichaamsmassage 228
Lichaamspakking 177
Lichtflitsontharing 189
Lipmake-up 207
Lopende vibratie 235
LSD-methode 21
Luchtvervuiling 57
Lymfedrainage 230
MMacro-organismen 39 Mechanisch effect 224
Mechanoapparatuur 110 Mengsel 70
Mengsels 70
Mengvormen 69 Metalen 65
Micro-organismen 38
Microplastics 57
Milieuvervuiling 55
Milium 162
Mineraal 66
Minerale stoffen 88
Moleculen 64 N
Natuurlijke cosmetica 60
Niet-metalen 66
N-nummer 43
Non-verbale communicatie 19
OOntharingsproducten 185
Ontspannende massage 223
Onverzadigde oplossing 69
Onzichtbare stralingen 75
Oogmake-up 207
Oplossing 69
Oppervlaktereiniging 149
Oxidatie 79
Oxideren 87
PPalpatie 130
Parallelkneding 233
Pathogeen 38
Periodiek systeem 65
Persoonlijke hygiëne 39
Petrissage 233
PH-huidneutraal 67
PH-waarde 67
Pigmenten 90
Pincementsmassage 230
Pincetten 186
Plantaardige grondstoffen 87
Plastic soep 57
Primaire kleuren 205
Proceskwaliteit 29
Productkwaliteit 29
Psychische effect 225
RRecyclen 59 Reductie 79
Reflecteren 133
Reflectorisch effect 224
Reinigen 43
Reinigende producten 97
Relatieve contra-indicaties 128
Richtsnoer 37
Richtsnoer Beroepsethiek 32
Richtsnoer hygiëne, arbeidsomstandigheden en milieu (H.A.M.) 37