Skip to main content

Barbier_Basis_Hoofdstuk 8

Page 1


Intro

De eerste basistechniek die je op de kappersopleiding leert, is het knippen van éénlengtelijn. Dat klinkt misschien heel makkelijk, maar er komt meer bij kijken dan je denkt. Je wilt een strakke lijn knippen en er mogen geen lengteverschillen te zien zijn.

In dit hoofdstuk leer je wat de techniek éénlengtelijn inhoudt. Welke variaties zijn er en hoe trek je de scheidingen? Daarna volgen de stappenplannen éénlengtelijn horizontaal, diagonaal naar achteren en diagonaal naar voren.

8.1 De techniek

éénlengtelijn

Bij de techniek éénlengtelijn knip je alle haren op dezelfde lengtelijn af. Je knipt in de natuurlijke valling zonder projectiehoek (0-gradenprojectie). Je werkt met een vaste gidslijn, waardoor je een strakke vormlijn krijgt. Meestal knip je een éénlengtelijn. Dit geeft een strakker effect dan wanneer je snijdt. Doordat alle haren dezelfde lengte hebben, zie je geen lengteverschillen. De textuur van de coupe is rustig. Er zijn verschillende variaties op de techniek éénlengtelijn:

• horizontaal

• diagonaal naar achteren

• diagonaal naar voren

Bij een horizontale éénlengtelijn trek je horizontale scheidingen. Bij een diagonale éénlengtelijn trek je diagonale scheidingen naar voren of naar achteren. De hellingsgraad geeft de sterkte van de diagonale scheiding aan. Hoe sterker de hellingsgraad, hoe sterker de diagonale scheiding en hoe groter het verschil in lengte tussen het kortste en het langste punt in het haar.

Hoe sterker de hellingsgraad, hoe sterker de diagonale scheiding.

Convexe en concave vormlijn

Als je diagonale scheidingen naar achteren trekt, ontstaat er aan de achterkant van het hoofd een V-vorm. De vormlijn van je coupe is bol: convex. Als je diagonale scheidingen naar voren trekt, ontstaat er aan de achterkant van het hoofd een omgekeerde V-vorm. De vormlijn van je coupe is hol: concaaf.

Convexe vormlijn
Concave vormlijn

Eénlengtelijn

Eénlengtelijn diagonaal naar voren

Eénlengtelijn diagonaal naar achteren

8.2 Eénlengtelijn toepassen

Bij het knippen van éénlengtelijn gebruik je een aantal materialen. De techniek voer je uit in verschillende stappen.

8.2.1 Benodigdheden

Voor de verschillende variaties van het knippen van éénlengtelijn gebruik je dezelfde producten en materialen.

De föhn gebruik je om de coupe na het knippen te drogen en eventueel te stylen in combinatie met een ronde borstel.

Je gebruikt stylingproducten om de coupe na het knippen en föhnen in model te brengen.

Daarnaast gebruik je ook weer:

• afdeelklemmen

• kapmantel

• knipkraag

• waterspuit

• pompstoel

• kappersfiets met fiets- of ponyzadel

• werkwagen

• borstel en (knip)kam

• kappersschaar

Lees meer over de materialen in de hoofdstukken:

• Werken in de salon (pagina 17-19);

• Knippen: de basis (pagina 118-121).

Föhn
TIP

8.2.2 Stappenplan

Bij het toepassen van éénlengtelijn voer je verschillende stappen uit.

Viervaksverdeling

Stappenplan éénlengtelijn

Deel het haar af in vier vakken.

Knip een basislijn (nekpartij).

• Gebruik een projectiehoek van 0 graden.

Knip de achterpartij (vak 1 en 2).

• Gebruik een projectiehoek van 0 graden.

Knip de zijpartijen (vak 3 en 4).

• Gebruik een projectiehoek van 0 graden.

Controleer je werk.

Föhn en style het haar naar wens van de klant.

Reinig en desinfecteer je materiaal.

Bekijk de volledige uitwerking van de behandeling online.

Werk na het knippen altijd de contourlijn af en verwijder eventuele nekharen.

Stappenplan éénlengtelijn diagonaal naar achteren

Deel het haar af in vier vakken.

Knip de basislijn in de rechter zij- en achterpartij (vak 2 en 4).

• Gebruik een projectiehoek van 0 graden.

Knip de rechter zij- en achterpartij (vak 2 en 4).

• Gebruik een projectiehoek van 0 graden.

Knip de linker zij- en achterpartij (vak 1 en 3).

• Gebruik een projectiehoek van 0 graden.

Controleer je werk.

Föhn en style het haar naar wens van de klant.

Reinig en desinfecteer je materiaal.

Bekijk de volledige uitwerking van de behandeling online.

Stappenplan éénlengtelijn diagonaal naar voren

Deel het haar af in vier vakken.

Knip de basislijn in de nekpartij (vak 1 en 2).

• Gebruik een projectiehoek van 0 graden.

Knip de achterpartij (vak 1 en 2).

• Gebruik een projectiehoek van 0 graden.

Knip de zijpartijen (vak 3 en 4).

• Gebruik een projectiehoek van 0 graden.

Controleer je werk.

Föhn en style het haar naar wens van de klant.

Reinig en desinfecteer je materiaal.

Bekijk de volledige uitwerking van de behandeling online. Behandelfilm

Stappenplan éénlengtelijn

naar achteren combineren

8.2.3 Aandachtspunten

Deel het haar af in vier vakken.

Knip de basislijn in de nekpartij (vak 1 en 2).

• Gebruik een projectiehoek van 0 graden.

Knip de achterpartij (vak 1 en 2).

• Gebruik een projectiehoek van 0 graden.

Knip de zijpartijen (vak 3 en 4).

• Gebruik een projectiehoek van 0 graden.

Controleer je werk.

Föhn en style het haar naar wens van de klant.

Reinig en desinfecteer je materiaal.

Stappenplan snelcode 1 3 0 8 0 1 3 4 5 6 7

Bekijk de volledige uitwerking van de behandeling online.

Behandelfilm snelcode 1 2 0 4 0

Voor een strakke éénlengtelijn is het belangrijk dat je het haar in de natuurlijke valling knipt en gelijkmatige spanning op de passés houdt, ook bij het oor. Bij een te sterke spanning of te veel gradatie loopt de éénlengtelijn niet recht. Houd de spanning bij het oor niet te strak, omdat het haar anders omhoog wordt geduwd door het oor.

Houd de kam evenwijdig aan de scheiding en je vingers evenwijdig aan de kam. Als de lijn van de scheiding horizontaal loopt, dan staan je vingers dus ook horizontaal. Bij éénlengtelijn diagonaal naar achteren staan je vingers diagonaal naar achteren.

Let goed op de stand van het hoofd. Deze is bij een strakke éénlengtelijn altijd rechtop. Een schuin hoofd betekent dat je het haar met projectie knipt. Hoe klein die projectiehoek ook is, het betekent meteen dat je geen éénlengtelijn meer knipt, maar afnemende lengten.

Test je kennis over de techniek éénlengtelijn.

Snelcode 1 1 0 4 2

Voor een strakke éénlengtelijn is het belangrijk dat je gelijkmatige spanning op de passés houdt.

9. Toenemende lengten

9.1 De techniek toenemende lengten

9.1.1 Projectiehoek

9.1.2 Vaste of mobiele gidslijn

9.1.3 Meerdere gidslijnen

9.1.4 Variaties

9.2 Toenemende lengten toepassen

9.2.1 Benodigdheden

9.2.2 Stappenplan

9.2.3 Aandachtspunten

Intro

Een klant laat haar coupe altijd op één lengte knippen. Ze wil wel eens iets anders, maar ze weet niet zo goed wat en vraagt om advies. Je ziet dat ze lang, dik haar heeft. Je stelt voor om het haar van de klant in toenemende lengten te knippen. Dit geeft een speels effect en wat meer volume.

In dit hoofdstuk leer je wat de techniek toenemende lengten inhoudt. Welke projectiehoek gebruik je? Gebruik je een vaste of een mobiele gidslijn en hoeveel gidslijnen hanteer je? Daarna volgen de stappenplannen voor het toepassen van toenemende lengten met een horizontale opneemtechniek en toenemende lengten met een stervormige opneemtechniek.

9.1 De techniek toenemende lengten

Bij de techniek toenemende lengten is het haar boven op het hoofd korter en wordt het haar naar de onderkant toe langer. De textuur van deze coupe is druk: er is een sterke gradatie (of veel lengteverschil) zichtbaar.

Het verschil in lengte ontstaat doordat je het haar onder een projectiehoek van meer dan 90 graden knipt. Hierdoor is de afstand die de onderste haren naar de kniplijn afleggen langer dan de afstand die de bovenste haren afleggen.

Of je een geleidelijke of sterke lengtetoename knipt, is afhankelijk van verschillende factoren:

• de projectiehoek die je kiest

• of je een vaste of een mobiele gidslijn gebruikt

• hoeveel gidslijnen je gebruikt

Wist je dat?

Toenemende lengten kun je zowel knippen als snijden. Bij het snijden voer je dezelfde stappen uit, maar dan met een mes.

De afstand die de onderste haren naar de kniplijn afleggen is langer dan de afstand die de bovenste haren afleggen.

9.1.1 Projectiehoek

Hoe groter de projectiehoek, hoe sterker de lengtetoename: het verschil in lengte tussen de bovenste en de onderste haren. Bij verticale passés kun je de lengtetoename nog sterker maken. Dit doe je door je vingers niet evenwijdig aan de scheiding te zetten.

9.1.2 Vaste of mobiele gidslijn

De kniplijn kan mobiel of vast zijn. Bij een mobiele gidslijn bepaal je de lengtetoename met de projectiehoek. Deze is bij elke passé hetzelfde. Met een vaste gidslijn boven op het hoofd krijg je een sterkere lengtetoename. De projectiehoek wordt van boven naar beneden namelijk steeds sterker. Het onderste haar is dus het langst. Hoe verder je de lengten naar de vaste kniplijn trekt, hoe sterker de lengtetoename is.

9.1.3 Meerdere gidslijnen

Je kunt ook een combinatie van gidslijnen gebruiken, bijvoorbeeld door een mobiele en een vaste gidslijn te combineren. Je knipt de bovenpartij door horizontale passés steeds recht naar boven op te nemen. Hierdoor krijg je een geleidelijke lengtetoename. De achterpartij en de zijpartijen knip je vaak met een mobiele gidslijn als er meerdere gidslijnen worden gebruikt.

De kniplijn kan

projectiehoek

Door meerdere gidslijnen te combineren, kun je een geleidelijke lengtetoename creëren.

Met een vaste gidslijn wordt de projectiehoek van boven naar beneden steeds sterker.
Bij een mobiele gidslijn is de
bij elke passé hetzelfde.

9.1.4 Variaties

Er zijn twee variaties van toenemende lengten. Het verschil tussen de variaties zit in de opneemtechniek die je gebruikt. Je kunt een horizontale opneemtechniek of een stervormige opneemtechniek gebruiken. Bij de horizontale opneemtechniek maak je eerst een zesvaksverdeling. Bij de stervormige opneemtechniek maak je een sterafdeling met acht vakken.

Bij beide opneemtechieken houd je je vingers en de schaar evenwijdig aan de scheiding. De stand van je vingers bepaalt de sterkte van de gradatie en de hoeveelheid laagjes. Bij de horizontale opneemtechniek behoud je meer lengte in de achterpartij. Bij de stervormige opneemtechniek kun je meer lengteverschillen knippen, vooral wanneer de achterpartij niet de lengte heeft om tot de gidslijn boven het hoofd uit te komen.

9.2 Toenemende lengten toepassen

Bij het knippen van toenemende lengten gebruik je een aantal materialen. De behandeling voer je uit in verschillende stappen.

9.2.1

Benodigdheden

Voor beide variaties van het knippen van toenemende lengten gebruik je dezelfde materialen:

• afdeelklemmen

• kapmantel

• knipkraag

• waterspuit

• pompstoel

• kappersfiets met fiets- of ponyzadel

• werkwagen

• borstel en (knip)kam

• kappersschaar

• föhn

• föhnborstel

• feather razor

• stylingproducten

TIP

Lees meer over de materialen in de hoofdstukken:

• Werken in de salon (pagina 17-19);

• Knippen: de basis (pagina 118-121).

9.2.2 Stappenplan

Bij het toepassen van toenemende lengten voer je verschillende stappen uit.

Stappenplan toenemende lengten

Maak een zesvaksafdeling.

Stappenplan toenemende lengten met stervormige opneemtechniek

Maak een sterafdeling.

Knip de basislijn (voorpartij).

• Gebruik een projectiehoek van 90 graden.

Knip het haar (vak 1 t/m 8).

Knip de basislijn en de voorpartij (vak 1).

• Gebruik een projectiehoek van 0 graden voor de basislijn.

• Gebruik een projectiehoek groter dan 90 graden voor de voorpartij.

Knip de zijpartijen (vak 2 en 3).

• Gebruik een projectiehoek groter dan 90 graden.

Knip de achterpartij (vak 4, 5 en 6).

• Gebruik een projectiehoek groter dan 90 graden.

Knip de contourlijn en controleer je werk.

Föhn en style het haar naar wens van de klant.

Reinig en desinfecteer je materiaal.

Behandelfilm snelcode 1 2 0 4 2 Stappenplan snelcode 1 3 0 8 1 1 2 3

Bekijk de volledige uitwerking van de behandeling online.

Buig het hoofd naar voren en kam het haar naar beneden: de vormlijn is strak horizontaal.

• Gebruik een projectiehoek groter dan 90 graden.

Knip de contourlijn en controleer je werk.

Föhn en style het haar naar wens van de klant.

Reinig en desinfecteer je materiaal.

Bekijk de volledige uitwerking van de behandeling online.

Behandelfilm snelcode 1 2 0 4 3 Stappenplan snelcode 1 3 0 8 2

Hoe groter de projectiehoek, hoe sterker de lengtetoename tussen de bovenste en onderste haren.

9.2.3 Aandachtspunten

Gebruik de techniek toenemende lengten in halflang tot lang haar. Kam het haar vanaf de aanzet goed door naar boven. Bij fijn haar houd je de lengte niet te lang en de lijn van de gradatie niet te sterk. Anders lijkt het haar nog fijner. Bij dik haar kun je alle lengten en lengtetoenamen toepassen. Houd bij de stervormige techniek de stand van je vingers goed in de gaten voor de juiste gradatie.

Knip de eerste passés niet te dicht bij de hoofdhuid. Dit geldt vooral als je een wat langere lengte in de achterpartij wilt houden. De lengtetoename moet dan sterk zijn om een geleidelijke overgang te krijgen. Hierdoor is het mogelijk dat je een te dunne onderpartij krijgt. Neem niet te dikke passés op. Je hebt dan namelijk geen goede spanning, waardoor je ongelijke lengten creëert.

Neem een grote basislijn om de vorm te bepalen, zodat de basislijn niet te kort wordt. Knip deze basislijn in delen. Houd er rekening mee dat de lagen in droog haar korter zijn dan in nat haar. Je kunt ook eerst de gehele gidslijn knippen, zodat je de sterkte in de gradatie ziet. Je kunt de lengte dan goed bepalen.

Test je kennis over de techniek toenemende lengten.

Snelcode 1 1 0 4 4

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Barbier_Basis_Hoofdstuk 8 by bespeakbv - Issuu