Skip to main content

Barbier_Basis_Hoofdstuk 7

Page 1


Intro

Je hebt een klant in de behandelstoel die graag een knipbehandeling wil. Voorafgaand aan de knipbehandeling stel je vast welke coupe past bij de klant en welke materialen en gereedschappen je nodig hebt, zoals een grove kam of een tondeuse. Voor en tijdens het knippen volg je een aantal vaste basisstappen die je altijd uitvoert.

In dit hoofdstuk leer je de basis van het knippen. Je leert onder meer welke materialen je nodig hebt en wat de vijf basisstappen bij het knippen zijn.

7.1 Benodigdheden

Voor knippen heb je verschillende materialen en gereedschappen nodig. Als je begint met een behandeling, zorg je ervoor dat je alle benodigdheden klaar hebt liggen. Zo begin je goed voorbereid aan de behandeling.

7.1.1 Materialen

Bij knippen gebruik je de volgende materialen:

• afdeelklemmen

• kapmantel

• handdoek

• knipkraag

• halskraag

• waterspuit

• nekkwast

• pompstoel

• kappersfiets

• werkwagen

7.1.2 Gereedschappen

Naast de materialen heb je voor knippen ook gereedschappen nodig. Denk aan borstels, kammen, scharen en messen. Om de coupe na het knippen en föhnen in model te kunnen brengen, gebruik je stylingproducten.

Een borstel gebruik je bijvoorbeeld om het haar te ontwarren of glad te maken. Het gladmaken van het haar noem je polijsten. Je kunt niet met elke borstel het haar ontwarren of polijsten. Welke borstel je kunt gebruiken, hangt af van de afstand tussen de haren van de borstel en van de vorm van de spiegel van de borstel.

De spiegel is de bovenkant van het borstelbeslag. Het borstelbeslag noem je ook wel de haren van de borstel. De vorm van de spiegel kan recht, bol of hol zijn.

Bekijk online welke stylingproducten je kunt gebruiken.

Snelcode 1 3 1 6 5

Een borstel met een rechte spiegel is geschikt voor het ontwarren van zowel nat als droog haar dat middellang tot lang is.

Een borstel met een ronde spiegel gebruik je om het haar te polijsten en wordt ook wel een polijstborstel genoemd. Een polijstborstel gebruik je om het haar te laten glanzen na een föhnbehandeling of watergolfbehandeling.

Een grove kam heeft grove tanden. Deze gebruik je om het haar te ontwarren. Er zijn verschillende soorten grove kammen, met grovere of fijnere tanden. Je kunt het soort kam dat je gebruikt afstemmen op het type haar van een klant. Bij krullen gebruik je bijvoorbeeld een grovere kam dan bij fijn haar.

Na het ontwarren van het haar met de grove kam gebruik je de knipkam Een knipkam bestaat uit een grof en een fijn gedeelte. Het grove gedeelte van de kam gebruik je om het haar af te delen. Met de fijne kant kam je de passés door.

Borstel met rechte spiegel
Borstel met ronde spiegel
Grove kam Knipkam

Flexibele knipkam

Een flexibele knipkam gebruik je bij het opknippen. De kam is flexibel omdat deze zich aanpast aan de vorm van de nekpartij. De kam is verkrijgbaar in verschillende maten: dik, normaal en dun. Hoe dunner de knipkam, hoe korter je het haar kunt opknippen.

Kappersschaar

Maten van scharen

Kappersscharen zijn in verschillende maten verkrijgbaar. De maat geeft de totale lengte van de schaar aan en wordt in inch aangegeven. 1 inch is 2,54 centimeter en een schaar heeft gemiddeld een lengte tussen de 4 en 6 inch. Voor het knippen van dames worden meestal scharen tussen de 4 en 5,5 inch gebruikt. Voor opknippen gebruik je een schaar van 6 inch of meer. Met een grotere schaar maak je namelijk beter gebruik van de snijbladen. Dit zorgt voor een gelijkmatig effect.

Voor het knippen gebruik je een kappersschaar. Deze schaar gebruik je specifiek voor het opknippen van de contouren. Een kappersschaar is meestal gemaakt van roestvrij staal, met een coating van chroom eroverheen. Dit laagje chroom zorgt ervoor dat de schaar niet gaat roesten. Er zijn scharen voor links- en rechtshandigen. Het verschil tussen een linkshandige en een rechtshandige schaar zie je aan de stand van de snijbladen. Bij een linkshandige schaar is de stand van de bladen andersom vergeleken met een rechtshandige schaar.

De meeste kappers kiezen voor een schaar die gemakkelijk is vast te houden en ongelijke benen heeft. Je noemt dit offset. De ongelijke benen zorgen ervoor dat de schaar beter in de hand ligt. Doordat je duim een kortere afstand naar je ringvinger aflegt, worden je spieren minder moe. Hierdoor heb je minder kans op overbelasting van je spieren.

Een effileerschaar wordt gebruikt om het haar uit te dunnen. Dit noem je ook wel effileren. Een effileerschaar heeft tanden aan beide snijbladen. Dit zorgt voor een licht uitdunnend effect.

Je kunt ook een coupeschaar gebruiken om het haar uit te dunnen. Een coupeschaar heeft aan één blad tanden, het andere snijblad is gesloten. Hierdoor dunt de coupeschaar heel sterk uit, vergeleken met de effileerschaar.

Ook een channelschaar kun je gebruiken als je het haar wilt uitdunnen. Een channelschaar heeft aan één blad brede tanden. Dit noem je ook wel kanalen. Met deze schaar kun je veel verschil in lengte knippen. Je krijgt met een channelschaar een losser effect in de coupe dan met een effileerschaar.

Een open mes wordt ook wel nekmes of scheermes genoemd. Je gebruikt dit mes om te effileren, nekharen weg te halen en te scheren. Ook kan je met het open mes het haar snijden.

Coupeschaar
Channelschaar
Open mes

Tondeuse

Een tondeuse gebruik je om op te scheren. Deze haalt in korte tijd veel haar weg. Het is daarom belangrijk dat je de tondeuse niet te snel beweegt. Je kunt een tondeuse gebruiken met of zonder opzetstukken. De opzetstukken zijn in verschillende ma-ten verkrijgbaar. De maat van het opzet-stuk wordt aangegeven in millimeters. Hoe kleiner de maat, hoe kleiner het opzetstuk en hoe korter je het haar opscheert.

7.2 Een passende coupe

Voordat je begint met knippen, bekijk je altijd wat de meest passende coupe is voor de klant. Daarom is het belangrijk om te weten waar een coupe uit bestaat. Als je een coupe bekijkt, let je op:

• de vorm. Als je alle haarpunten geknipt of gesneden hebt, zie je een vorm in de coupe. De vorm kan vierkant, rechthoekig, driehoekig of rond zijn. De lijn van de omtrek van de coupe noem je de vormlijn

• de massa. Op de lijn waar de meeste haarpunten elkaar raken, ontstaat massa. Door het lengteverschil in het haar heeft het haar op deze lijn het meeste volume. Je noemt deze lijn de massalijn

• de textuur. Deze geeft aan of er veel, weinig of geen lengteverschil in het haar zit. Bij een drukke textuur zit er veel lengteverschil in het haar en zie je veel haarpunten. Bij een rustige textuur zit er weinig of geen lengteverschil in het haar en zie je weinig haarpunten.

Met de techniek toenemende lengten maak je een rechthoekige vorm.
Met de techniek éénlengtelijn maak je een vierkante vorm.

7.2.1 De vorm van een coupe

De vormlijn van een coupe maak je door het haar te knippen volgens een bepaalde basistechniek. Dit zijn kniptechnieken die elke kapper moet kunnen uitvoeren, zoals éénlengtelijn, toenemende lengten, afnemende lengten en gelijke lengten. Met elke basistechniek maak je een bepaalde basisvorm.

Je knipt een passende coupe wanneer de vormlijn die je maakt aansluit bij de wens van de klant, de technische aspecten van het haar en de uiterlijke kenmerken van de klant. Om ervoor te zorgen dat de vormlijn bij de klant past, maak je gebruik van één basistechniek of van een combinatie van basistechnieken. Met de gekozen technieken zorg je voor volume op bepaalde plaatsen in het haar en kies je voor een kortere of langere lengte.

TIP

Hoe je de verschillende basistechnieken moet toepassen, vind je in hoofdstuk 8 (éénlengtelijn), hoofdstuk 9 (toenemende lengten), hoofdstuk 10 (gelijke lengten) en hoofdstuk 11 (afnemende lengten).

de vormlijn past bij de klant maak je gebruik van één basistechniek of van een combinatie van basistechnieken.

Met de techniek afnemende lengten maak je een driehoekige vorm.
Met de techniek gelijke lengten maak je een ronde vorm.

7.2.2 Herkenningspunten van het hoofd

Tijdens een knipbehandeling maak je gebruik van een aantal herkenningspunten op het hoofd:

1. bovenpartij

2. middenpartij (kruinstrook)

3. onderpartij

4. hoogste punt hoofd

5. lokpartij

6. zijpartij

7. achterhoofdsbeen (atlasknobbel)

8. achterpartij

9. nekpartij

10. voorpartij

7.2.3 De basisstappen van een coupe

Voor en tijdens het knippen volg je een aantal vaste basisstappen die je altijd uitvoert. De manier waarop je de stappen uitvoert, bepaalt het uiteindelijke resultaat. De basisstappen zijn:

a. scheidingen trekken en afdelingen maken

b. passé opnemen

c. knippen

d. coupe afwerken

e. coupe controleren

TIP

In de volgende paragrafen van dit hoofdstuk lees je hoe je de basisstappen een voor een uitvoert.

7.3 Scheidingen trekken en afdelingen maken

Voordat je begint met knippen deel je het haar af. Afdelen doe je altijd in handdoekdroog haar. Kam het haar eerst door, zodat er geen knopen in zitten. Maak daarna een afdeling door scheidingen te trekken met het grove gedeelte van de knipkam. Door afdelingen te maken, kun je het haar nauwkeurig en overzichtelijk knippen. Je knipt het haar dan vak voor vak of baan voor baan.

7.3.1 Scheidingen

Een scheiding is een lijn die je met de kam trekt om een gedeelte van het haar af te delen. Trek de scheiding in één vloeiende beweging en zorg ervoor dat je deze mooi recht trekt over de rondingen van het hoofd. Bij het maken van afdelingen gebruik je vier soorten scheidingen:

• horizontale scheidingen

• verticale scheidingen

• diagonale scheidingen naar achteren

• diagonale scheidingen naar voren

Scheidingen trekken

Je gebruikt scheidingen om een afdeling in het haar te maken. Daarna trek je scheidingen binnen elk afgedeeld vak om een onderverdeling te maken. Dit helpt je om tijdens je werk het overzicht te houden. Met elke scheiding die je binnen een afdeling trekt, deel je een nieuwe passé af. Dit is een afgedeelde haarpartij van ongeveer een centimeter breed. Je gebruikt deze passé steeds als gidslijn om de volgende lijn op aan te sluiten.

Je gebruikt voor het afdelen van de passés verticale, horizontale of diagonale scheidingen. Welke scheidingen je trekt, hangt af van de basistechniek die je gebruikt bij het knippen. Horizontale en diagonale scheidingen kun je bij alle basistechnieken gebruiken. Verticale scheidingen gebruik je alleen wanneer je lengteverschil in het haar wilt, zoals bij toenemende lengten en gelijke lengten. Het is belangrijk dat bij het afdelen van de passés de afstand tussen de scheidingen overal even groot is. Ook moeten de scheidingen evenwijdig aan elkaar lopen.

Kruinen

Bij iedere afdeeltechniek hebben de scheidingen vaste plaatsen op het hoofd. Zo loopt de horizontale scheiding bij de viervaksafdeling altijd van het hoogste punt van het hoofd naar beide oren. Soms is het nodig om van deze vaste plaats af te wijken, bijvoorbeeld als de klant een kruin heeft. Meestal valt het haar bij een kruin vanzelf in een scheiding. Voor een mooi eindresultaat is het belangrijk om de scheiding van de afdeling hierop aan te passen. Dit betekent dat je de scheidingen precies door het midden van de kruin trekt, zodat het haar vanzelf in het gewenste vak valt.

7.3.2 Afdeeltechnieken

Er zijn drie afdeeltechnieken die elke kapper moet kunnen toepassen:

• viervaksafdeling

• sterafdeling

• vijf- of zesbanenafdeling

Welke afdeling je kiest, is afhankelijk van de kniptechniek die je gebruikt. Ook zijn de vorm van het hoofd, de lengte van het haar en de wens van de klant van invloed op je keuze. Bij het knippen van afnemende lengten kun je bijvoorbeeld een viervaksafdeling gebruiken, maar ook een vijf- of zesbanenafdeling.

Bij het knippen van éénlengtelijn gebruik je meestal een viervaksafdeling. Bij gelijke of toenemende lengten kies je vaak voor een vijf- of zesbanenafdeling. Je kunt bij toenemende lengten ook voor een sterafdeling kiezen.

Afdelingen maken

Bij het maken van een viervaksafdeling, een sterafdeling of een vijf- of zesbanenafdeling volg je een aantal stappen. Je leest meer over deze stappen op de volgende pagina.

Welke afdeling je kiest,techniek die je gebruikt.

Stappenplan viervaksafdeling

Trek een middenscheiding vanaf het midden van het voorhoofd tot het midden van de nek.

Trek vanuit het hoogste punt van het hoofd een horizontale scheiding naar het hoogste punt van beide oren.

Zet de vier vakken vast met een afdeelklem.

Stappenplan sterafdeling

Trek een middenscheiding vanaf het midden van het voorhoofd tot het midden van de nek.

Trek vanuit het hoogste punt van het hoofd een horizontale scheiding naar het hoogste punt van beide oren.

Verdeel elk vak in twee gelijke vakken door vanuit het middelpunt een diagonale scheiding naar beneden te trekken.

Zet de acht vakken vast met een afdeelklem.

Stappenplan vijf- of

Trek een scheiding over de kruinlijn en verdeel het haar in twee vakken: boven en onder de kruinlijn.

Verdeel de bovenpartij in drie verticale banen (baan 1, 2 en 3) en zet elke baan vast met een afdeelklem.

Trek horizontale scheidingen van oor tot oor over het achterhoofd heen.

Verdeel zo het haar in twee banen (baan 4 en 5) of drie banen (4, 5 en 6)van gelijke dikte en zet elke baan vast met een afdeelklem.

Afdelen in kort haar

Als een klant kort haar heeft, kun je de afgedeelde partijen niet altijd vastzetten met afdeelklemmen. Maak in dat geval een denkbeeldige afdeling en deel de vakken af door het haar te kammen. Als je het haar iets vochtig maakt, wordt het makkelijker om het haar in de juiste vorm te kammen. Je kamt het haar weg van de haarpartij die je op dat moment knipt.

7.4 Passé opnemen

Wanneer je het haar hebt afgedeeld, ben je klaar om te gaan knippen. Je knipt passé voor passé, dus voordat je begint met knippen neem je eerst een passé op. Een passé is een afgedeelde haarpartij van ongeveer één centimeter breed. Het opnemen van een passé kun je op verschillende manieren doen.Je kunt de passé opnemen in een hoek van verschillende graden ten opzichte van de hoofdhuid. Je noemt deze hoek de projectiehoek. Ook kun je ervoor kiezen om een passé te verplaatsen naar een vast punt of een vaste lijn.

7.4.1 Projectie

Je maakt een projectiehoek door de passé verticaal naar boven op te nemen vanuit de natuurlijke valling. De projectiehoek die de passé ten opzichte van de hoofdhuid maakt, geef je aan in graden. De vormlijn van de coupe wordt bepaald door de projectiehoek die je gebruikt. Door de projectiehoek krijg je een verschil in lengte tussen de bovenste en de onderste haren. Dit noem je gradatie. Hoe groter je de projectiehoek maakt, hoe sterker de gradatie is. Hoe sterker de gradatie, hoe meer lengteverschil in het haar.

Projectiehoeken

Je kunt verschillende projectiehoeken maken: een kleine, een middelmatige of een grote projectiehoek. Ook kun je het haar in de natuurlijke valling knippen: de 0-gradenprojectiehoek.

Natuurlijke valling (0 graden)

Bij een 0-gradenprojectiehoek knip of snijd je de haren zoals ze vanzelf naar beneden vallen door de zwaartekracht. Je noemt dit de natuurlijke valling. Je neemt de haren dus niet in een hoek ten opzichte van het hoofd op, maar je kamt de haren naar beneden. Je gebruikt deze projectiehoek bij het knippen van éénlengtelijn.

Kleine projectiehoek (0-30 graden)

Bij een kleine projectiehoek neem je het haar op in een hoek tussen de 0 en 30 graden. Je krijgt hiermee een lichte gradatie in het haar. Je gebruikt deze hoek bij het knippen van afnemende lengten.

Middelmatige projectiehoek (30-60 graden)

Bij een middelmatige projectiehoek neem je het haar op in een hoek tussen de 30 en 60 graden. Je krijgt hiermee een iets sterkere gradatie in het haar. Je gebruikt deze hoek bij het knippen van afnemende lengten.

Sterke projectiehoek (60-89 graden)

Als je de projectiehoek nog groter maakt (tot 89 graden), dan krijg je een sterke gradatie. Je knipt dan nog steeds afnemende lengten. Als je een projectiehoek van precies 90 graden opneemt, dan knip je gelijke lengten. Pas als je een hoek van meer dan 90 graden opneemt, knip je toenemende lengten.

7.4.2 Verplaatsing

Bij verplaatsing breng je de passé naar een vast punt of een vaste lijn. Doordat je de haren naar een vast punt brengt, leggen de haarpunten allemaal een andere afstand af. Dit zorgt ervoor dat de lengte van de haren na het knippen verschillend is.

Je kiest voor het verplaatsen van de passé om een lengteverschil te krijgen of om verschillende haarpartijen met elkaar te verbinden. Denk aan een klant die een korte voorpartij wil, maar wel veel lengte in de nek wil behouden. Als je een passé naar een vast punt aan de voorkant verplaatst, knip je automatisch meer lengte in de nek dan in de voorpartij. Of je een passé verplaatst, is dus afhankelijk van de coupe die je knipt. Het verplaatsen kun je bij horizontale, verticale en diagonale scheidingen toepassen.

Of je een passé verplaatst, is van de coupe die je knipt.

7.4.3 Aandachtspunten

Bij het opnemen van een passé moet je rekening houden met een aantal aandachtspunten.

Stand van de vingers

De stand van je vingers is van invloed op de coupe die je knipt. Bij de stand van je vingers gaat het om de richting waarin je je vingers ten opzichte van de scheiding houdt. Je vingers kunnen evenwijdig of niet evenwijdig aan de scheiding staan (zie de twee illustraties hiernaast). Hoe de stand van je vingers is ten opzichte van de scheiding, is van invloed op de vormlijn van de coupe. Als je een horizontale scheiding opneemt en je vingers evenwijdig aan de scheiding zet, knip je een horizontale vormlijn (zie de eerste illustratie op de rechterpagina). Als je vingers niet evenwijdig staan, maar bijvoorbeeld diagonaal naar voren, dan knip je een diagonale vormlijn naar voren (zie de tweede illustratie op de rechterpagina). Het is dus belangrijk om de stand van je vingers tijdens het knippen van een vak hetzelfde te houden. Hierdoor blijft de vormlijn hetzelfde.

Spanning

Bij het opnemen van de passé is het belangrijk dat je de passé met de juiste spanning vasthoudt. Zorg ervoor dat de spanning overal gelijk is, anders knip je niet overal op dezelfde lengte. Vooral bij de oren is het belangrijk om hier goed op te letten. Bij het oor springt het haar altijd een beetje omhoog. Als je dan te veel spanning op het haar houdt en de passé knipt, wordt het haar bij het oor een beetje korter.

TIP

Zorg ervoor dat je voor het opnemen van een passé het haar goed hebt doorgekamd. Zo voorkom je ongelijkheden.

De vingers staan evenwijdig aan de scheiding.
De vingers staan niet evenwijdig aan de scheiding.

Scheiding horizontaal

Stand van de vingers evenwijdig

Stand van de vingers niet evenwijdig

Scheiding verticaal

Stand van de vingers evenwijdig

Stand van de vingers niet evenwijdig

Resultaat vormlijn horizontale lijn (met of zonder gradatie)

Resultaat vormlijn diagonaal naar voren of naar achteren (met of zonder gradatie)

Resultaat vormlijn gradatie

Resultaat vormlijn sterkere of minder sterke gradatie

Scheiding diagonaal naar voren

Stand van de vingers evenwijdig

Stand van de vingers niet evenwijdig

Scheiding diagonaal naar achteren

Stand van de vingers evenwijdig

Stand van de vingers niet evenwijdig

Resultaat vormlijn

• diagonale lijn naar voren (met of zonder gradatie)

Resultaat vormlijn

• sterkere of minder sterke diagonale lijn naar voren (met of zonder gradatie)

• horizontale lijn

Resultaat vormlijn

• diagonale lijn naar achteren (met of zonder gradatie)

Resultaat vormlijn

• sterkere of minder sterke diagonale lijn naar achteren (met of zonder gradatie)

• horizontale lijn

Stand van het hoofd

Let bij het opnemen van een passé op de stand van het hoofd. Deze is namelijk van invloed op het eindresultaat. De stand van het hoofd is bijna altijd rechtop. Als de stand van het hoofd niet recht is, heeft dat invloed op de vormlijn en de textuur van de coupe. Denk aan het knippen van éénlengtelijn. Als je een strakke horizontale lijn wilt knippen, moet je het hoofd van de klant niet naar voren kantelen. In plaats van een horizontale lijn krijg je dan een diagonale lijn. Dit is goed zichtbaar als je de klant weer rechtop laat zitten. Bij het knippen van éénlengtelijn zul je het hoofd van de klant dus niet zo snel naar voren of opzij bewegen.

Je wilt bij deze coupe juist een strakke lijn knippen, waarbij alle haren op dezelfde lengte zijn geknipt.

Bij sommige basistechnieken kun je er juist wel voor kiezen om het hoofd van de klant naar voren of opzij te bewegen. Dit doe je bijvoorbeeld als je ter hoogte van de schouder van de klant knipt. Houd er rekening mee dat het haar op deze plaats naar binnen gaat vallen. Je beweegt het hoofd van de klant dan iets opzij, zodat je minder last hebt van de schouder van de klant bij het knippen. Als je het haar te veel zou optillen, zorg je ongewild voor verschil in lengte tussen de bovenste en de onderste haren, oftewel gradatie.

7.5 Basis- en gidslijn

De eerste lijn die je knipt, bepaalt de lengte en de richting waarin je de rest van het haar knipt. Je noemt deze eerste kniplijn de basislijn. De basislijn gebruik je als gidslijn voor de volgende passés die je gaat knippen. Dit doe je door in elke nieuwe passé een stukje van de vorige passé op te nemen. Zo zie je precies op welke lengte je de nieuwe passé moet knippen.

7.5.1 Basislijn knippen

Je knipt de basislijn op de plaats waar je het kortste punt in de coupe wilt hebben. De richting van de basislijn is afhankelijk van de vormlijn die je wilt gaan knippen. De vormlijn kan horizontaal, verticaal of diagonaal zijn. Een basislijn knip je in een aantal stappen.

Stappenplan basislijn knippen

Bepaal de natuurlijke valling van het haar.

Maak een viervaksafdeling.

Maak een horizontale scheiding in vak 1 en 2 en neem een passé op in de natuurlijke valling.

Knip de basislijn in vak 1 en 2.

Reinig en desinfecteer je materiaal.

Bekijk de volledige uitwerking van de behandeling online.

Behandelfilm snelcode 1 2 0 5 0

Stappenplan snelcode 1 3 0 5 1

7.5.2 Gidslijn gebruiken

Op welke manier je de gidslijn meeneemt naar de nieuwe passé is van invloed op de vormlijn van de coupe. Je kunt een vaste of een mobiele gidslijn gebruiken.

• Bij een vaste gidslijn breng je alle passés onder dezelfde projectiehoek naar een vaste lijn. Deze lijn gebruik je als gids voor de volgende passés. Doordat het haar in lengte verschilt, legt niet iedere passé dezelfde weg af naar de vaste gidslijn. Hierdoor krijg je lengteverschil in het haar.

• Een mobiele gidslijn neem je wel mee naar elke nieuwe passé. Daardoor neem je alle passés onder dezelfde projectiehoek op. De lengtetoename is bij elke passé hetzelfde, waardoor je geen lengteverschil in het haar krijgt.

Aandachtspunten

Zorg ervoor dat je de passés die je opneemt niet te dik of te breed maakt. Een passé hoort namelijk ongeveer één centimeter breed te zijn. Als de passé te dik of te breed is, kun je de gidslijn niet meer in je nieuwe passé zien. Je weet dan niet op welke lengte je moet knippen. Als je met een mobiele gidslijn wilt werken, zorgt een te brede passé er ook voor dat je onbedoeld werkt met een vaste gidslijn. Hierdoor wordt elke nieuwe passé steeds langer, waar door je lengteverschil in het haar krijgt. Dit verandert de vormlijn van de coupe.

Je knipt de basislijn op de plaats waar je het kortste punt in de coupe wilt hebben.

7.6 Coupe knippen

Als je een strakke lijn in de coupe wilt, kies je er meestal voor om met een schaar te knippen. De schaar knipt het haar bot af, waardoor je die strakke lijn krijgt. Je knipt meestal in handdoekdroog haar. Het is dan makkelijker om het haar in bedwang en op spanning te houden. Je kunt er ook voor kiezen om in droog haar te knippen. Het voordeel van knippen in droog haar is dat je direct kunt zien hoe het haar valt.

7.6.1 Werkwijzen voor knippen

Er zijn verschillende werkwijzen waarop je het haar kunt knippen.

Als je een strakke lijn in de coupe wilt, kies je er meestal voor om met een schaar te knippen.

Bovenhands knippen

Als je bovenhands knipt, knip je langs de bovenzijde van je vingers. Je gebruikt deze werkwijze meestal als je de haren van de bovenpartij knipt.

Palm-to-palm

Bij de palm-to-palm-werkwijze wijzen je handpalmen tijdens het knippen naar elkaar toe. Hierdoor beweeg je tijdens het knippen alleen het bovenblad van de schaar. Dit zorgt ervoor dat je pols minder belast wordt.

Onderhands knippen

Als je onderhands knipt, knip je langs de onderzijde van je vingers.

Aandachtspunten

De werkwijze die je gebruikt, hangt af van wat je zelf prettig vindt. Het is bij alle werkwijzen belangrijk om je armen niet boven schouderhoogte te houden. Zo voorkom je dat je je hand, pols of schouders overbelast.

Ook is het belangrijk om nooit verder dan je tweede vingerkootje te knippen. Je wijsvinger wordt namelijk na het tweede vingerkootje wat dikker. Dit zorgt ervoor dat je de lijn niet meer recht knipt. Daarbij is de kans groter dat je in je vinger of hand knipt.

7.6.2 De kappersschaar

De kappersschaar bestaat uit verschillende onderdelen.

1

Snijbladen

Elk snijblad heeft een snede en een rug. De rug is het botte deel van het blad. De snede is het scherpe deel van het blad, waarmee je knipt. Meestal is de snede glad, maar het kan ook kleine ribbels hebben. Dit noem je microgolven. Deze zorgen ervoor dat het haar niet wegglijdt uit de schaar. Als je het haar wilt slicen, gebruik je altijd een schaar met microgolven.

2

Schroef

De schroef houdt de bladen van de schaar bij elkaar. Zorg ervoor dat de schroef van de schaar tijdens het knippen naar je toe wijst.

3

Half maantje

Aan de binnenkant van het blad waar de schroef zit, zie je een bolling in de vorm van een halve maan. Door deze verdikking zijn de bladen licht gebogen en raken ze elkaar maar op één punt. Dit noem je het snijpunt. Het snijpunt zit bij een geopende schaar vlak bij de schroef. Als je de schaar sluit, gaat het snijpunt naar de uiteinden van de schaar.

Benen

De benen zijn de delen tussen de ogen en de schroef van de schaar. Je noemt ze ook wel halmen.

Ogen

De ogen zijn de openingen waarin je je vingers steekt. Houd je hand zo ontspannen mogelijk en beweeg alleen je duim als je gaat knippen.

Pinksteun

Op een kappersschaar zit ook altijd een pinksteun. Je noemt dit ook wel een angel. Je legt je pink hierop voor meer stevigheid. Dit zorgt ervoor dat je schaar minder beweegt in richtingen waarin je niet wilt bewegen. Daarnaast geeft de pinksteun de pink rust, wat klachten kan voorkomen.

De kappersschaar vasthouden

Houd de kappersschaar als volgt vast:

1. Steek je duim door het ene oog van de schaar.

2. Steek je ringvinger door het andere oog van de schaar.

3. Leg je pink op de pinksteun voor meer stevigheid.

4. Leg je andere vingers op het bovenste oog van de schaar.

7.6.3 Kam en schaar in ruststand

Als je het haar aan het kammen bent, houd je de schaar in ruststand. Als je knipt, zorg je ervoor dat je de kam in ruststand houdt. Het is belangrijk dat je dit op de juiste manier doet.

Schaar in ruststand vasthouden terwijl je kamt:

1. Laat je ringvinger in het oog van de schaar en houd de schaar met gesloten blad in de palm van je hand.

2. Houd met je duim en de andere vrije vingers van dezelfde hand de kam vast. Deze gebruik je nu voor het kammen.

Kam in ruststand vasthouden terwijl je knipt:

1. Draai de schaar, zodat de schroef naar je toe wijst.

2. Steek je duim door het ene oog van de schaar en je ringvinger door het andere oog.

3. Houd je pink op de pinksteun.

4. Houd de kam in je andere hand vast, tussen je duim en handpalm.

7.7 Coupe afwerken

Nadat je het haar hebt geknipt, ga je door met het afwerken van de coupe. Dit kun je op verschillende manieren doen:

• Effileren: door het haar te effileren (uit te dunnen), maak je het haar luchtiger en geef je het haar volume. Ook zorgt dit ervoor dat de haarpunten of de verschillende haarpartijen vloeiend in elkaar overlopen.

• Contouren afzetten: bij herencoupes en korte damescoupes zet je de contouren af. Dit betekent dat je de haren aan de haargrens bijwerkt, zodat je een strakke lijn krijgt. Je kunt er ook voor kiezen om de contouren luchtig af te zetten, waardoor ze minder strak worden.

7.8 Coupe controleren

Het controleren van de coupe doe je op verschillende momenten: tijdens en na het knippen. Je doet dit zodat je nog kunt corrigeren als dat nodig is. Je controleert of:

• de vormlijn klopt en er geen haren uitsteken;

• de lengten van de zijpartijen gelijk zijn.

Je controleert de vormlijn van de coupe bij de meeste basistechnieken met een kruiscontrole. Hierbij controleer je tegengesteld aan de richting waarin je het haar opgenomen hebt om te knippen. Als je horizontale passés hebt opgenomen tijdens het knippen, controleer je de coupe door verticale passés op te nemen.

Na het controleren verwijder je losse achtergebleven haren met een nekkwast of tissue, of door met de föhn de haren weg te blazen.

TIP

Controleer de geknipte vormlijn ook in droog haar. Je kunt dan de laatste onregelmatigheden bijwerken.

Test je kennis over knippen: de basis.

Snelcode 1 1 0 5 0

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Barbier_Basis_Hoofdstuk 7 by bespeakbv - Issuu