Intro

Wassen en masseren gaan eigenlijk altijd samen. Een massage tijdens het wassen is niet alleen ontspannend voor de klant, maar heeft ook een reinigende en verzorgende werking door de shampoo. Daarnaast kan een massage tijdens het wassen de huid en spieren stimuleren of juist kalmeren. Of een massage kalmeert of stimuleert, bepaal je met de richting, de snelheid en de druk van de massage. Als kapper is het belangrijk dat je passende producten gebruikt en de was- en massagetechniek toepast die aansluit bij het huidtype van de klant.
In dit hoofdstuk leer je welke was- en massagetechnieken je kunt gebruiken en voor welk huidtype ze geschikt zijn. Ook leer je waarom en wanneer je het haar van de klant wast en masseert.
5.1 Wassen
Vaak was je het haar van de klant voordat je de behandeling uitvoert. Er zijn verschillende redenen waarom je dit doet:
• Je werkt hygiënischer met gewassen haar.
• Je werkt prettiger en overzichtelijker met nat haar bij bepaalde behandelingen, zoals knippen.
• Je besteedt tijdens het wassen aandacht aan haar- en/of huidproblemen doordat je een shampoo, conditioner of lotion kiest die past bij het probleem.
• Je geeft klanten een extra service. Het wassen van het haar en het masseren van het hoofd vinden veel klanten ontspannend.
• Je bereidt het haar voor op een volgende behandeling. Zo is het bij blijvend omvormen belangrijk dat je het haar van tevoren goed wast met een diep reinigende shampoo.
In veel salons wordt het haar zowel voor als na een behandeling gewassen. Voor de behandeling worden het haar en de hoofdhuid gereinigd. Na de behandeling dient het wassen als ontspanning voor de klant. Bij heren wordt het haar soms na het knippen of scheren gewassen om kleine haartjes te verwijderen.

Wist je dat?
Bij kleurbehandelingen was je het haar vaak juist na de behandeling. Je wast zo de resten van het kleurproduct uit het haar.

5.1.1 Wastechnieken
Je kunt klanten wassen met drie soorten wastechnieken:
1. de normale wastechniek
2. de oppervlakkige wastechniek
3. de dieptewastechniek
Welke wastechniek je gebruikt, hangt af van een aantal factoren en het effect dat je met het wassen wilt bereiken. De normale wastechniek wordt in kapsalons het meest toegepast.
Normale wastechniek
Druk
• gemiddelde druk
Gebruik
• bij normaal haar en een normale hoofdhuid
• als je het haar wilt reinigen en verzorgen voordat je met een behandeling begint
Effect
• reinigt het haar
• stimuleert de hoofdhuid en de talgproductie licht
Oppervlakkige wastechniek
Druk
• zeer lichte druk
Gebruik
• bij een vette hoofdhuid
• als je de huid niet extra gevoelig wilt maken
Effect
• reinigt het haar
• stimuleert de hoofdhuid
• stimuleert de talgproductie niet
Dieptewastechniek
Druk
• flinke druk
Gebruik
• bij een droge hoofdhuid en droog haar
• bij sterk verontreinigd haar
• niet bij klanten met een hoge bloeddruk of een gevoelige hoofdhuid
Effect
• reinigt het haar
• stimuleert de hoofdhuid en de talgproductie
Wist je dat?
Een shampoo bestaat vaak voor 50 tot 70% uit water.
5.1.2 Shampoo
Shampoos reinigen en verzorgen het haar. Er bestaan verschillende soorten shampoos. Elke shampoo bevat een aantal basisingrediënten.
Basisingrediënten
Een shampoo bevat de volgende basisingrediënten:
• werkzame stoffen
• conserveringsmiddelen
• geur- en kleurstoffen
• glansmiddelen
• conditioneringsmiddelen
• wasactieve stoffen
De werkzame stoffen zorgen voor de specifieke werking van een shampoo. Denk hierbij aan stoffen die de haarschubben openen of juist sluiten of stoffen die het haar voeden. Een shampoo is langer houdbaar door de conserveringsmiddelen.
De geur en kleur krijgt een shampoo door de geur- en kleurstoffen. De conditionerings- en glans middelen zorgen voor extra bescherming van het haar.

De conditioneringsmiddelen zorgen ervoor dat haarschubben kunnen sluiten, waardoor het haar gladder wordt. De haren krijgen dan minder snel knopen en worden zo beter beschermd. De glansmiddelen geven het haar daarnaast extra glans.
Een shampoo bevat ook wasactieve stoffen en water. De wasactieve stoffen zorgen ervoor dat het vet, het vuil en de dode huidschilfers in het water oplossen. De wasactieve stoffen gaan schuimen zodra ze in aanraking komen met water. De combinatie van wasactieve stoffen en water zorgt ervoor dat alle ingrediënten van een shampoo oplossen.
Kappersproducten
In kappersproducten, zoals een shampoo, zitten meer werkzame stoffen dan in vergelijkbare producten uit de detailhandel. Bij detailhandel kun je denken aan een drogisterij. Doordat kappersproducten meer werkzame stoffen bevatten, zijn deze producten vaak duurder dan in de detailhandel.





pH-waarde
Shampoos kun je indelen naar de pH-waarde. Deze waarde geeft aan of een shampoo zuur of basisch is. Een zure shampoo sluit de haarschubben, waardoor het haar gaat glanzen. Een basische shampoo opent juist de haarschubben, waardoor je het haar blijvend kunt omvormen. Je kunt een basische shampoo ook gebruiken voor haar dat verontreinigd is. De pH-waarde wordt aangegeven met een getal tussen de 0 en 14. Hoe lager de pH-waarde, hoe zuurder de shampoo is. Hoe hoger de pH-waarde, hoe basischer de shampoo is. Een pH-waarde van 7 wijst op een neutrale shampoo. Op basis van de pH-waarde kun je shampoos onderverdelen in:
• pH-neutrale shampoo;
• zwak zure shampoo;
• zwak basische shampoo.



pH-schaal





Soort shampoopH-waarde
pH-neutraal • 7
Zwak zuur • tussen de 5 en 7
Zwak basisch • tussen de 7 en 8

Functie
neutraal


De pH-waarde geeft aan of een shampoo
•reinigt en verzorgt de haren
•reinigt de haren
• sluit de haarschubben
•reinigt de haren
• opent de haarschubben
Gebruik
• voor de start van een behandeling
• nadat het haar blijvend omgevormd is
• voor gekleurd haar
• voordat je een blijvende omvorming uitvoert
• voor verontreinigd haar
Haar- en huidtypen
Naast de verdeling op basis van pH-waarden kun je shampoos ook onderverdelen naar haar- en huidtypen. Denk hierbij aan shampoos voor fijn haar of een vette hoofdhuid. Deze shampoos werken meestal niet alleen verzorgend en reinigend. Vaak hebben ze ook een andere werking, zoals je kunt lezen in het overzicht hieronder.
Wist je dat?
Er zijn shampoos die helpen bij haaraandoeningen of -problemen, bijvoorbeeld
bij extreme haaruitval.
Shampoo per haar- en huidtypepH-neutraal/zuur/basischWerking van de shampoo
Haar normale shampoo voor normaal haar
shampoo voor gekleurd haar
zwak basisch
zwak zuur
shampoo voor fijn haar
huidneutrale shampoo voor elk haartype
herstellende shampoo voor beschadigd haar
Hoofdhuid antiroosshampoo
pH-neutraal
pH-neutraal
zwak zuur
pH-neutraal
shampoo tegen haaruitval
Haar en hoofdhuid
shampoo voor droog of gevoelig haar
shampoo voor vet haar
pH-neutraal
zwak zuur
pH-neutraal
• reinigt het haar
• heeft uv-filter om kleur te beschermen
• kan kleurdeeltjes bevatten om kleur mooi te houden
• verstevigt het haar
• geeft het haar meer volume
• reinigt chemisch behandeld haar zonder blijvende omvorming of haarkleuring aan te tasten
• werkt extra verzorgend
• verbetert de doorkambaarheid van het haar
• doodt schimmels en/of bacteriën en breekt huidschilfers af
• herstelt de opperhuid
• alleen gebruiken bij roos
• kan gekleurd haar dof maken
• stimuleert de doorbloeding en haargroei
• zuivert en verfrist het haar
• stimuleert de talgproductie
• brengt het vochtgehalte van het haar op peil
• te lang gebruik kan het haar uitdrogen
• remt de talgproductie

Houdbaarheid en kwaliteit
Shampoos, conditioners, haarmaskers en lotions zijn beperkt houdbaar. Let op het tekentje:
5.2 Masseren
Een massage tijdens het wassen heeft meerdere doelen:
• Je zorgt voor een betere reinigende en verzorgende werking van de shampoo.
• Je kalmeert de huid en ontspant de spieren of je stimuleert juist de huid en spant de spieren aan.
• Je stimuleert de talgklieren of juist niet.
Of een massage kalmerend of stimulerend werkt, hangt af van:
Hieraan kun je zien hoeveel maanden je een product na het openen nog kunt gebruiken. Controleer altijd of het product nog goed is voordat je het gebruikt. Als het product geopend is, kun je er op de volgende manieren voor zorgen dat de kwaliteit langer goed blijft:
• Raak producten niet direct met je handen aan. Gebruik hiervoor pompjes.
• Schud en roer de producten alleen als dat nodig is.
1. de massagerichting; 2. de massagesnelheid; 3. de druk tijdens de massage. TIP
• Sluit de productverpakking goed af De producten moeten zo min mogelijk met zuurstof in aanraking komen.
• Bewaar producten op een koele, droge en donkere plaats.
Zet de openingsdatum op het product.

5.2.1 Massagerichting
Het hart pompt het bloed door de bloedvaten naar de organen, de ledematen en het hoofd. Om ervoor te zorgen dat het bloed makkelijk terugstroomt naar het hart, hebben de bloedvaten kleppen. Als het bloed de juiste kant op stroomt, dan duwt het bloed de kleppen open. Stroomt het bloed de verkeerde kant op, dan duwt het bloed de kleppen juist dicht. Het is belangrijk dat je bij een massage druk uitoefent in de juiste richting.
Oefen je namelijk druk uit in de richting waarin het bloed stroomt, dan stimuleer je de doorbloeding van de huid. Hierdoor worden afvalstoffen beter afgevoerd. Zuurstof en voedingsstoffen worden makkelijker aangevoerd. Oefen je te harde druk uit tegen de richting van het hart in?
Dan verminder je de doorbloeding, waardoor de klant hoofdpijn kan krijgen. Oefen daarom hardere druk alleen uit vanaf het hoofd naar beneden richting het hart.
5.2.2 Massagesnelheid
De snelheid waarmee je masseert, heeft invloed op de wijze waarop de klant de massage ervaart. Als je traag masseert, ontspant de hoofdhuid en haal je de spanning van de spieren. Snelle massagebewegingen activeren juist de hoofdhuid. De spieren spannen zich dan aan en het bloed gaat sneller stromen.
Oefen je druk uit in de richting waarin het bloed stroomt, dan stimuleer je de doorbloeding van de huid.
5.2.3 Druk
Pas de hoeveelheid druk altijd aan op de hoofdhuidconditie en het doel van de massage. Gebruik bijvoorbeeld bij een vette hoofdhuid die je alleen wilt reinigen een zeer lichte druk. Hoe meer druk je uitoefent, hoe meer je de talgklieren stimuleert. Het haar wordt hierdoor vetter, wat je bij een klant met vet haar juist wilt voorkomen.
5.2.4
Massagetechnieken
Bij het masseren van klanten kun je verschillende massagetechnieken gebruiken:
• klopmassage (tapotement)
• trilmassage (vibratie)
• kneedmassage (petrissage)
• wrijfmassage (frictie)
• strijkmassage (effleurage)
Iedere massagetechniek voer je op een andere manier en om een andere reden uit. Ook hebben ze verschillende effecten en gelden er in sommige gevallen specifieke contra-indicaties.
Algemene contra-indicaties
Controleer altijd voordat je begint met masseren of de klant geen contra-indicaties heeft. Je mag geen enkele massagetechniek uitvoeren als de klant:
• koorts heeft;
• een hoge bloeddruk heeft of bloedverdunners gebruikt;
• ontstekingen op het hoofd heeft;
• hoofdpijn heeft;
• opvallende pigmentvlekken, moedervlekken of gezwellen op het hoofd heeft;
• bloeduitstortingen of blauwe plekken op het hoofd heeft;
• vette roos heeft en je geen product gebruikt om de roos weg te nemen.
Hoofdpijn
Een klant met hoofdpijn mag je nooit masseren. Doe dat ook niet als de klant denkt dat het masseren verlichtend zal werken. Hoofdpijn kan namelijk verschillende oorzaken hebben. Je bent niet medisch geschoold en je kunt dus niet beoordelen of een massage gevaarlijk kan zijn.
TIP
Vraag de klant of de massage prettig aanvoelt. Te veel druk kan pijnlijk zijn.























































