THEMA
Duurzaamheidswetgeving
EDITIE 6 • OKTOBER 2026
‘We moeten greenhushing voorkomen’ PPWR-wet is ingegaan
‘Niet concurreren met claims’
Zoektocht naar eiwitvervangers
Jamael Food Group trekt aan de bel
Wat zijn de belangrijkste aankomende eisen?
Mars is voorstander van EmpCo
Reststroom tarwevezels blijkt kansrijk
Leveringszekerheid weegt zwaarder dan prijs
2
IN DIT NUMMER
COVERSTORY: DUURZAAMHEIDSCLAIMS Door strenger toezicht werken producenten hard aan het maken van de juiste duurzaamheidsclaims. Maar angst voor een verkeerde claim kan leiden tot greenhushing, stelt Danone.
06
Thema Duurzaamheidswetgeving
FOTO: DANONE
Niets is zo veranderlijk als duurzaamheidswetgeving. Waar sommige wetten worden uitgesteld of afgezwakt, worden andere ingevoerd zonder dat alles compleet duidelijk is. In dit nummer meer over hoe producenten omgaan met duurzaamheidsclaims en de PPWR.
CLAIMS Mars is voorstander van de nieuwe EmpCo, want voedselproducenten moeten consumenten eerlijk en duidelijk informeren over duurzaamheid, zegt Catrien d’Ancona van Mars. “Maar voorkom concurrentie op duurzaamheidsclaims.”
12 10
PPWR: DE EISEN De PPWR is per 12 augustus van kracht. Wat komt er aan en waar moeten fabrikanten zich op voorbereiden? Vier belangrijke aankomende eisen op een rij.
VMT 6 • oktober 2026
3
Inhoud
Redactioneel
‘Lege’ doos
4 Meest gelezen op vmt.nl 6 Coverstory: ‘Voorkom greenhushing’ 10 Mars: ‘Niet concurreren met claims’ 12 PPWR: de belangrijkste eisen op een rij 16 Cloetta over de impact van de PPWR 19 Young QA 20 Hoe communiceer je over hybride producten? 22 Eiwitvervangers: tarwevezels kansrijk 26 Jamael over inkoop: zekerheid levering belangrijker dan prijs 29 Innovatie gespot: X-ray detecteert moeilijk vindbare verontreiniging 30 Taxonomie schimmels: nieuwe naam voor oude bekenden 33 Safe met Karin 34 Colofon
/VMTredactie
/Vakblad VMT
Ik bestel regelmatig producten online, net zo makkelijk en het scheelt tijd. Bovendien heb ik een hekel aan shoppen en de bijbehorende mensenmassa’s. Dus voor de introvert in mij is thuisbezorging ideaal. Wat me steeds vaker opvalt, is hoeveel karton er gebruikt wordt voor het bezorgen van pakketjes. Steeds vaker krijg ik een enorme omdoos voor een heel klein pakje. Waar in de supermarkten hersluitbare verpakkingen verdwijnen om zo verpakkingsmateriaal te verminderen, krijg ik bij mijn pakketjes thuis heel veel ‘lege ruimte’. Sommige voedselverpakkingen worden duidelijk minder gebruiksvriendelijk om aan de PPWR te voldoen. Maar ondertussen vliegen de ‘te grote’ kartonnen dozen je om de oren. Werkt de voedingsindustrie harder dan andere sectoren? Waar duurzaamheid de afgelopen jaren bovenaan de agenda stond, lijkt het nu wat weg te zakken. Natuurlijk dwingt wetgeving tot aanpassingen van verpakkingen (PPWR) en het opnieuw bekijken van claims (EmpCo). Maar wetgeving kan ook averechts werken en leiden tot ‘greenhushing’. Daarnaast leiden de vele aanpassingen in de wetten soms tot een afwachtende houding bij producenten. Want wat als je helemaal compliant bent, maar de eisen vervolgens toch weer veranderen? In dit nummer meer over hoe voedselproducenten omgaan met deze vele duurzaamheidswetten. CARMEN GROENEVELD Redacteur carmengroeneveld@vmnmedia.nl
Foto cover: Danone
Food Law Academy Nieuwe Europese regels, strengere handhaving en hogere eisen aan voedselveiligheid, etikettering en productontwikkeling. Je kunt niet achterblijven. Daarom organiseren VMT en het European Institute for Food Law (EIFL) de Food Law Academy op 26 en 27 november 2026. Je krijgt een overzicht van de belangrijkste Nederlandse en Europese wet- en regelgeving; kennis die direct toepasbaar is.
Meer weten? Scan de QR-code
4
Consumentenbond vindt nog steeds krimpflatie Consumentenbond blijft krimpflatie in de supermarkt vinden. Bedrijven geven verschillende redenen waarom de prijs per 100 gram product gestegen is. Vijf voorbeelden. ervoor gekozen het formaat van de reep te verkleinen in plaats van de prijs fors te verhogen.”
Overlijden Emeritus hoogleraar en toxicoloog Ivonne Rietjens is op 11 augustus 2026 overleden. Rietjens had een lange en indrukwekkende loopbaan bij Wageningen University & Research (WUR). Van 2014 tot en met 2023 was zij een gewaardeerd lid van de redactiecommissie van VMT.
Enkhuizer Jodekoek Original: de inhoud is van 372 gram naar 298 gram gegaan, de prijs van € 2,59 naar € 2,39. Dit betekent dat de prijs per 100 gram met 15 procent is toegenomen. Enkhuizer vertelt: “We hebben gekozen voor minder inhoud en een lagere prijs, zodat de prijs per bus zo eerlijk mogelijk blijft en het product voor iedereen beschikbaar blijft.” Blue Band Vloeibaar: de inhoud ging van 750 naar 700 milliliter. Volgens Blue Band zijn de kosten door wereldwijde ontwikkelingen flink gestegen. Het bedrijf paste daarom de inhoud aan maar hield de adviesprijs voor de verkoop op € 3,65.
Claims vezels Claims als ‘vezelrijk’ en ‘bron van vezels’ verschijnen op steeds meer producten. “Maar deze claims voldoen niet altijd aan de wet en staan regelmatig op ongezonde producten”, stelt de Consumentenbond in een nieuw onderzoek.
Johma Rundvleessalade: de inhoud van de salade ging van 500 naar 400 gram. De prijs blijft € 2,99. Dit betekent een prijsstijging per 100 gram van 25
procent. Johma heeft het recept aangepast. De hogere grondstofprijzen zijn doorgevoerd in de kostprijs. Verkade Extra Puur-chocoladereep: de inhoud ging van 111 naar 90 gram. De prijs ging weliswaar omlaag van € 2,65 naar € 2,35, maar per saldo nam de prijs per 100 gram met 9 procent toe. Verkade vertelt dat dit komt door de aanhoudende stijging van de cacaoprijzen. “We hebben
Peijnenburg Gemberkoek: de inhoud ging van 465 gram naar 348 gram, de prijs van € 2,69 naar € 2,29. Dit betekent per saldo een prijsstijging van 14 procent per 100 gram. Peijnenburg: “Wij hebben gekozen voor minder inhoud en een lagere prijs om het product betaalbaar te houden voor consumenten.” De producenten geven aan dat de uiteindelijke verkoopprijs wordt bepaald door de retailer.
Meer lezen? Scan de QR-code en bekijk online ons andere nieuws, video’s en achtergrondverhalen. Altijd op de hoogte blijven? Neem een online abonnement op vmt.nl met toegang tot alle artikelen en verdieping.
VMT 6 • oktober 2026
Nieuws
Machines failliete vleesfraudeur Esro geveild De gehele inventaris van het frauderende failliete vleesbedrijf Esro is in de uitverkoop gegaan. Vleeshaken, lintzagen en volledige verpakkingslijnen werden online geveild. Esro Vlees moest in mei dit jaar noodgedwongen de deuren sluiten als gevolg van een grote fraudezaak. Het Brabantse vleesbedrijf uit Nuenen verwerkte runderkoppen. dingsmiddelenbedrijven zien welke spullen werden geveild. Het ging onder andere om machines van fabrikanten als Marel, Laska, Kolbe en RMA Techniek.
Een grote verscheidenheid aan machines en materialen voor vleesverwerking werd verkocht door Industrial Auctions. In een online catalogus konden voe-
Op de veiling waren onder andere te vinden: vleeshaken, rekken en uitbeenlijnen voor runderkoppen, lintzagen, vlies- en zwoerdmachines, separatoren, trimmachines, vleesmolens, brekers, tumblers, mengers, persen en pompen, dieptrekkers, vacuümmachines, verpakkingsmachines
en verpakkingsrobots, plaatvriezers, transportbanden en nog veel meer. De veiling liep tot 24 september 2026 14.00 uur. Wie een kijkje wilde nemen voordat de veiling sloot, was welkom op 22 september 2026 van 09.00 tot 13.00 uur. VMT was ook op de locatie. Er waren veel geïnteresseerden. Onder andere vleesproducenten uit Nederland, Duitsland, Venezuela en Bolivia waren aanwezig.
Europol: wederom fraude met paardenvlees Europol is op een netwerk gestuit dat op grote schaal frauduleus paarden aan de slacht leverde. Met vervalste paspoorten en gemanipuleerde microchips verkochten de handelaren afgekeurde dieren alsnog als slachtpaard. Vervalste paspoorten en dubbele of gemanipuleerde microchips moesten de herkomst van de dieren verhullen. Handelaren verkochten oudere paarden als jonge dieren en verplaatsten de dieren voortdurend tussen de vier landen, zodat toezichthouders de herkomst moeilijker konden achterhalen. Als slachtpaard leverde zo’n dier alsnog tot 1500 euro op, aanzienlijk meer dan handelaren er anders voor kregen, meldt VRT.
Bijna 200 agenten doorzochten op 8 en 9 september 24 locaties in Nederland, België, Frankrijk en Ierland, meldt Europol. Ze controleerden meer dan duizend paarden en hielden in België twee verdachten aan. Het gaat om een netwerk dat op grote schaal frauduleus paarden aan de slacht leverde.
De Belgische federale politie leidde de actie, met steun van Europol. Zeven doorzoekingen vonden plaats in Nederland, zeven in Frankrijk, zes in Ierland en vier in België. Europol stuurde experts naar België en Ierland om paardendatabases te controleren en informatie tussen de landen te kunnen uitwisselen. Het onderzoek loopt door, meldt Europol: de betrokken landen zoeken naar meer verdachten.
Bijna 200 agenten doorzochten op 8 en 9 september 24 locaties in Nederland, België, Frankrijk en Ierland
Kort nieuws BIERBELASTING De brancheorganisatie Nederlandse Brouwers is een petitie gestart tegen een verhoging van de belasting op bier. HUISMERKEN De opmars van het huismerk zet door. Het huismerkaandeel kan oplopen tot 60 procent, stelt Rabobank. Dit is volgens de FNLI een symptoom van de groeiende macht van supermarkten. PLANTAARDIG Een brede coalitie van fabrikanten en supermarkten tot ngo’s en boerenorganisaties dringt er bij het kabinet op aan een actieplan te maken om de vraag naar plantaardige voeding te stimuleren. MINDER SUIKER Suikerproducent Cosun verwacht dit jaar een kwart minder suiker te produceren als gevolg van de aanhoudende droogte. VEETRANSPORT De NVWA kondigt een boete aan voor vier veetransporteurs. Aanleiding is dat Ierse kalfjes tijdens het transport veel te lang geen voeding kregen. KOFFIEPRIJS Fairtrade meldt een verhoging van de Fairtrademinimumprijs voor koffie. Op 1 december 2026 gaat de prijs voor arabica met 11 procent omhoog en voor robusta met 8 procent. KEURMERK Nederlandse consumenten besteedden in 2025 6 procent meer aan producten met een duurzaamheidskeurmerk dan een jaar eerder, meldt de Wageningse Universiteit.
5
6
DUURZAAMHEIDSWETGEVING
‘Greenhushing moeten we voorkomen’ ZO GAAT DANONE OM MET DUURZAAMHEIDSCLAIMS Door strenger toezicht van onder andere de Autoriteit Consument & Markt (ACM) werken producenten hard aan het maken van de juiste duurzaamheidsclaims. Angst voor een verkeerde claim kan leiden tot greenhushing, stelt Rachelle den Hartog, Sustainability Manager bij Danone Benelux. VMT sprak met haar over hoe Danone omgaat met duurzaamheidsclaims.
Tekst Carmen Groeneveld Beeld Alpro/Danone - Mats Palinckx
In Nederland hanteert de ACM strikte normen op het gebied van duurzaamheidsclaims. “Deze normen sluiten gelukkig goed aan bij de Empowering Consumers in the Green Transition (ECGT). Met deze Europese wetgeving komt er een gelijk speelveld in Europa. Dat is voor ons als multinational natuurlijk heel prettig”, vertelt Den Hartog. “Kijkend naar de hoeveelheid rondslingerende duurzaamheidsclaims, is het denk ik goed dat er Europese wetgeving komt. De ECGT-wetgeving beschermt de consument nog beter. Producenten mogen enkel nog eerlijke, transparante claims plaatsen. Daardoor neemt hopelijk het consumentenvertrouwen in milieuclaims toe.”
‘Claims moeten begrijpelijk zijn voor consumenten’
alleen grote bedrijven met veel middelen. Dus het is lastig hoe we het precies in de praktijk gaan brengen.” Den Hartog geeft een voorbeeld. “Voor onze plantaardige variaties op yoghurt hebben we wetenschappelijk bewijs dat de CO2-uitstoot lager is dan voor de dierlijke yoghurt. Maar wat moet je allemaal wetenschappelijk aantonen en hoe kun je dat naar de consument vertalen?”
Er kunnen volgens Den Hartog nog wel wat dingen verbeteren in de duurzaamheidswetgeving voor claims. “Op Europees niveau hebben we de ECGT. Deze kan zeker wat duidelijker qua praktische richtlijnen. De afstemming tussen wet en sectorspecifieke criteria zijn hier en daar onduidelijk. Dat geeft soms onzekerheid.” Den Hartog heeft behoefte aan een paar goede voorbeelden en concretisering. “Bepaalde begrippen zijn lastig te interpreteren. Sommige claims mag je alleen toekennen met een ‘erkend uitstekende milieuprestatie’. Maar hoe je dat precies moet aantonen, is nog onduidelijk. Natuurlijk kun je Life Cycle Analyses (LCA’s) doen, maar dat kost veel tijd en geld. En je wilt het toegankelijk houden voor alle bedrijven, niet
FOTO: ALPRO
Van theorie naar praktijk
De plantaardige yoghurt van Alpro zorgt volgens Danone voor ‘een lage uitstoot tijdens je ontbijt’.
VMT 6 • oktober 2026
7
Coverstory
CLAIM
FOTO: DANONE/MATS PALINCKX
Het lanceren van een claim is volgens Danone altijd spannend.
Communicatie naar de consument Dat is dan ook een bottleneck waar Danone tegenaan loopt. Hoe vertaal je de milieu-impact en hoe communiceer je dit naar consumenten? “Claims moeten begrijpelijk zijn voor consumenten. Onze sojabonen zijn bijvoorbeeld Pro Terra-gecertificeerd. Daardoor vinden wij dat het duurzaam is ingekocht. Het zou heel logisch zijn om te zeggen ‘duurzaam ingekochte sojabonen’; dat is voor iedereen begrijpelijk. Maar dat is een te absolute claim. Dus moeten we zeggen ‘Pro Terra-ingekochte sojabonen’. Het is volgens Milieu Centraal een topkeurmerk, maar geen consument kent het. We moeten uitleggen waar Pro Terra voor staat, maar dat wordt weer te lang. En consumenten beslissen in een paar seconden voor het schap.”
Gebruik QR-codes Consumenten overtuigen en eerlijk informeren dus. “Het is goed dat de wetgeving iedereen dwingt om eerlijk en transparant te zijn zonder te overdrijven. Maar we moeten uitvinden hoe we de consument triggeren.” Lange en ingewikkelde claims werken niet voor consumenten. Maar QR-codes ook niet, stelt Den Hartog. “We weten door eerdere QR-codes op verpakkingen dat niet veel consumenten deze scannen. Consumenten kijken bij de aankoop vooral naar de
prijs. Dan maken ingewikkelde zinnen over duurzaamheid geen verschil.” Een lastige tweestrijd dus. “We willen aan de wet voldoen en eerlijk zijn. Maar het blijft lastig communiceren naar de consument.”
Samen communiceren
‘Juist heel logische dingen mag je niet automatisch claimen’
Danone heeft volgens Den Hartog niet heel veel claims op de verpakkingen, maar wel in campagnes eromheen. Zo deed de producent mee aan een campagne van Albert Heijn over de B Corp-certificering. “Dit was de campagne ‘een beetje beter’. Hierbij probeerden we te vertellen waarom we B Corp zijn. De campagne legde ook uit wat B Corp is en wat producenten doen om een beetje beter te zijn. Dat geeft handvatten om consumenten te helpen. We communiceren op verschillende manieren: op de verpakking, in campagnes en in de supermarkt. En zo knip je een moeilijk verhaal in stukjes voor de consument”, stelt de duurzaamheidsexpert. Ook het gezamenlijk communiceren, zoals voor deze campagne, is volgens Den Hartog fijn. “Alléén een logo of claim op je verpakking gaat niet helpen. Je moet op meerdere momenten communiceren, waardoor je boodschap begrijpelijk wordt.”
Duidelijkheid creëren Er zijn veel claims in omloop, beaamt Den Hartog. Dit maakt het voor consumenten moeilijker om
WELZIJN VOOR JE VOETEN
ELTEN ORTHOPEDIECONCEPT Ons voetgezondheidsprogramma reikt verder dan traditionele levering van veiligheidsschoenen. Onze orthopedische consultatiedag staat centraal: we komen naar uw bedrijf en voeren een professionele voetmeting uit. Op basis van de individuele resultaten beoordelen we welke maatregelen nodig zijn om de gezondheid van de werknemers te optimaliseren. We maken niet alleen orthopedische inlegzolen voor ELTEN-schoenen, maar ook voor modellen van andere fabrikanten.
VOORDELEN
Vermindering ziekteverzuim Zorg voor de gezondheid van je medewerkers Positieve invloed op de werkprestaties Waardering Expertise uit eerste hand Onbureaucratische afhandeling Duurzame productie (geen productieafval)
3D VOETMETING
01
SEMI-ORTHOPEDISCHE INLEGZOLEN
02
BEOORDELING VAN ORTHOPEDISCHE NOODZAKELIJKHEID
03
ORTHOPEDISCHE INLEGZOOL
ORTHOPEDISCHE AANPASSING
VMT 6 • oktober 2026
9
FOTO: DANONE/MATS PALINCKX
Coverstory
Danone juicht het toe dat er Europese wetgeving komt voor duurzaamheidsclaims.
door de bomen het bos te zien. Danone probeert duidelijkheid te creëren. “Wij werken met bepaalde keurmerken en die herhalen we vaak. Zoals Pro Terra en B Corp. We willen met Milieu Centraal kijken hoe we Pro Terra bekender kunnen maken.” Bij het bekender maken van keurmerken is er volgens Den Hartog een belangrijke rol weggelegd voor producenten. “Kies een paar keurmerken waar je achter staat en maak die groot. Keurmerken hebben hier zelf geen budgetten voor. Maar als merken samenwerken kunnen we keurmerken samen sterker maken.”
‘Het blijft lastig, de wet is nooit zwart-wit’
No-brainer Het is volgens Den Hartog soms moeilijk te bepalen wat je wel en niet kunt communiceren naar consumenten. “Soms lijkt het een no-brainer. Maar juist die heel logische dingen mag je niet automatisch
claimen. Denk aan het vermelden van ‘duurzamere keuze’: wat is duurzaam? Deze claim is te absoluut. Daarbij is ‘duurzamere’ een vergelijking met een ander product; daar kun je beter vandaan blijven.” Tijdens de ‘een beetje beter’-campagne van Albert Heijn communiceerde Danone over de plantaardige variant op yoghurt van Alpro. “We vermeldden ‘voor een lage uitstoot tijdens je ontbijt’ met een QR-code naar de wetenschappelijke onderbouwing. Zoals wij de wet interpreteren, mogen we volgens ons zeggen dat deze plantaardige variatie op yoghurt een lagere uitstoot heeft dan dierlijke yoghurt en daardoor duurzamer is. Maar het blijft lastig, de wet is nooit zwart-wit.” Het lanceren van een claim is volgens Den Hartog altijd spannend. “Klopt het precies? Is het duidelijk? Wij denken echt dat we aan de wet voldoen. Maar toch is er een kleine angst om iets fout te doen als het nieuw is.”
4 tips van Rachelle den Hartog Enkele tips voor producenten op het gebied van duurzaamheidsclaims. 1. Werk altijd samen met collega’s in de driehoek marketing-legal-duurzaamheid. Met z’n drieën vorm je een goede eenheid om claims te testen. 2. Blijf elkaar intern uitdagen. Het is oké om een goede discussie te hebben en dan samen tot de beste claim te komen. 3. Blijf communiceren over duurzaamheid, hoe moeilijk het soms ook is. Het is belangrijk om consumenten mee te nemen in de verduurzaming van de voedingsindustrie. We doen veel meer dan consumenten denken. 4. Vier ook de kleine stappen. Blijf hierover communiceren en neem de consument daarin mee.
Greenhushing Ondanks die angst om iets fout te doen, wil Den Hartog waken voor greenhushing. “Het is mijn grootste angst dat we in de voedingsindustrie straks niet meer communiceren over duurzaamheid. Het is een moeilijk verhaal en dat moeten we gezamenlijk blijven communiceren. We kunnen van elkaar leren. Want er gebeurt veel in de voedingsindustrie op het gebied van duurzaamheid. Ik hoop gewoon dat we met elkaar kunnen communiceren om de consument te blijven helpen.” •
10
DUURZAAMHEIDSWETGEVING
‘Concurreer niet met duurzaamheidsclaims’ MARS VOORSTANDER VAN EMPCO Producent Mars is voorstander van de nieuwe Empowering Consumers for the Green Transition-wetgeving (EmpCo). Voedselproducenten moeten consumenten eerlijk en duidelijk informeren over duurzaamheidsinspanningen, zegt Catrien d’Ancona, market head bij Mars.
Tekst Carmen Groeneveld Beeld Mars
Mars vindt het als familiebedrijf belangrijk om duurzaam te groeien. “De wereld van morgen is duurzamer en inclusiever. Dat begint bij hoe we vandaag zakendoen. Duurzaamheid zit daarom in ons hart en vormt de kern van onze strategie”, vertelt d’Ancona. De consument staat daarbij voor Mars centraal, vertelt de expert. “Op het gebied van duurzaamheidsclaims is het belangrijk dat we de consument goed informeren door middel van duidelijke, begrijpelijke en wetenschappelijk onderbouwde communicatie.” Omdat Mars op deze manier wil communiceren, staat het ook achter de EmpCo-wetgeving. “Deze wet stelt strengere regels om misleidende en generieke informatie te voorkomen. Het uiteindelijke doel is om de consument goed te informeren. We hebben allemaal een verantwoordelijkheid in duurzaamheid. Ook de consument. En onze rol als producent is om de consument correct te informeren.”
Handhaving wetgeving De EmpCo-wetgeving is sinds 27 september van toepassing. Toch is nog niet alles volledig uitgekristalliseerd. Voor Mars is de wetgeving op dit moment duidelijk genoeg. “Het is een nieuwe wet. Zoals bij alle nieuwe wetten heb je te maken met een aanloopperiode. Daarnaast moeten we gaan zien hoe de wetgeving gehandhaafd wordt. Ook dat is bepalend voor het uiteindelijke succes van de invoering van deze wetgeving”, stelt d’Ancona. Hoe die handhaving er exact uit gaat zien, is nog niet helemaal duidelijk. Wel is duidelijk dat de handhaving bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM)
ligt. “Duurzaamheid is heel complex. Maar juist daarom is strenge en consistente handhaving essentieel. Alleen dan kunnen we consumenten echt helpen om te begrijpen hoe de regels bedoeld zijn.”
Emissiereductie
‘Zoals bij alle nieuwe wetten heb je te maken met een aanloopperiode’
Duurzaamheidsclaims zijn voor Mars een belangrijke manier om over duurzaamheidsinspanningen te communiceren. Toch ligt de grootste uitdaging voor de producent bij het verduurzamen zelf. “65 procent van onze emissies wordt bepaald door de ingrediënten die we gebruiken. Dus we willen emissies buiten onze eigen invloedssfeer terugdringen.” Om die reductie te bereiken, is ketensamenwerking volgens d’Ancona essentieel. “Zo werken we samen met Rainforest Alliance en Care op het gebied van mensenrechten, educatie en gelijkheid in de herkomstlanden van de cacao. Daarnaast werken we nauw samen met FrieslandCampina op onze flagship-boerderij in Zwolle. Hier testen we alle technologieën en innovaties op het gebied van duurzaamheid en emissiereductie. Vanuit deze boerderij kijken we hoe we deze innovaties kunnen opschalen”, legt de expert uit. Daarnaast heeft Mars een samenwerking met logistiek partner Einride. Samen gaan ze over naar 300 elektrische vrachtwagens in Europa per 2030. “Deze vormen van samenwerking zijn essentieel omdat de uitstoot dus veelal extern ontstaat.” Mars wil graag over deze duurzaamheidsinitiatieven communiceren naar consumenten. Maar dit is lang niet altijd gemakkelijk. “Het belangrijkste is dat we transparant en begrijpelijk communiceren. Daarom
VMT 6 • oktober 2026
11
Interview
DUURZAAM Catrien d’Ancona voor de flagshipboerderij in Zwolle. Hier test Mars alle technologieën en innovaties op het gebied van duurzaamheid en emissiereductie.
staan wij ook achter de EmpCo. Voor ons gaat het niet enkel om de duurzaamheidsclaims naar de consument toe. We dragen een grotere verantwoordelijkheid op het gebied van duurzaamheid”, stelt d’Ancona.
Producenten kunnen niet alles communiceren
Verduurzaming fabriek D’Ancona vertelt over de duurzaamheidsinitiatieven van Mars. “Wij investeren 20 miljoen euro per jaar in verduurzaming van onze fabriek. Alle Europese fabrieken draaien op hernieuwbare energie en biomethaan. In de fabriek in Veghel hebben we een e-boiler, waarmee we 50 procent van de emissies reduceren. Daarnaast zuiveren we proceswater tot 96 procent met microbacteriën voordat het teruggaat in het riool. Het biogas dat bij die zuivering vrijkomt, gebruiken we vervolgens weer als brandstof voor onze Twix-ovens. Dit zijn belangrijke verduurzamingsstappen voor ons als producent in ons totale
verduurzamingsverhaal. Maar dit kunnen we niet allemaal op de verpakking zetten.” Daar komt bij dat de duurzaamheidsclaims die wél de verpakking halen, ook voor onduidelijkheid kunnen zorgen bij de consument, stelt d’Ancona. “Als alle producenten een eigen taal spreken, kan de consument geen onderscheid maken. Daarom is de EmpCo zo belangrijk. We moeten de consument informeren door middel van heldere, aantoonbare, wetenschappelijk onderbouwde criteria”, stelt zij.
Keuzes maken Producenten kunnen niet alles communiceren, maar willen wel duidelijk zijn naar consumenten. Daarom moeten zij volgens d’Ancona keuzes maken in wat ze wel en niet vermelden. “Duurzaamheidsclaims zijn niet iets om mee te concurreren. Het is een middel om de consument te informeren, zodat die een verantwoorde keuze kan maken. We mogen op veel dingen concurreren, zoals kwaliteit, maar niet op duurzaamheid en duurzaamheidsclaims. Hierin dragen we met z’n allen dezelfde verantwoordelijkheid.”
5 tips van Catrien d’Ancona Verantwoorde cacao 1. Focus op heldere, specifieke, wetenschappelijk onderbouwde communicatie naar consumenten. 2. Voorkom generieke en/of misleidende claims. 3. Ga niet concurreren op duurzaamheidsclaims, dan schiet de EmpCo haar doel voorbij. 4. Werk samen met de hele keten. De verantwoordelijkheid voor duurzaamheid ligt in de hele keten; van boer tot en met consument. 5. Als producent wil je misschien veel dingen op je verpakking zetten omdat je veel aan duurzaamheid doet. Maar maak keuzes en zorg voor een heldere en geloofwaardige onderbouwing zodat de consument de juiste keuze kan maken.
Een belangrijke claim die Mars maakt op haar chocoladeproducten is de claim ‘100% verantwoorde cacao’. Een gewaagde claim, maar wel een die Mars volgens d’Ancona goed onderbouwt. “Wij werken met Rainforest Alliance, omdat de consument dit herkent.” De 100 procent verantwoorde cacao is volgens d’Ancona gebaseerd op drie onderdelen: geen ontbossing, geen kinderarbeid en een premium prijs voor de cacao. “Dit kunnen we garanderen en onderbouwen en wordt gecontroleerd door Rainforest Alliance en door eigen controles in de keten.” •
12
DUURZAAMHEIDSWETGEVING
PPWR: de belangrijkste eisen die eraan komen VOOR LABELING, RECYCLEBAARHEID, MINIMALISATIE EN GERECYCLEDE CONTENT De PPWR is per 12 augustus van kracht. Fabrikanten moeten al aan bepaalde eisen voldoen, maar er komen nog vele eisen bij. Wat komt er aan de komende jaren en waar moeten fabrikanten zich op voorbereiden? Tijdens een webinar vertelden twee experts hier meer over. VMT zet de belangrijkste punten op een rij.
Tekst Carmen Groeneveld Beeld Shutterstock
Tijdens een webinar van Simvia en Schuttelaar & Partners vertelden Dagmar Sanderink (Schuttelaar & Partners) en Sander Frericks (Data & Supply Chain-specialist bij Simvia) meer over de PPWR-wetgeving. Frericks legde uit dat Simvia de afgelopen maanden een survey deed onder verschillende fabrikanten om te kijken waar ze staan op het gebied van PPWR-compliance. Volgens de specialist is 58 procent van de 100 ondervraagde bedrijven momenteel bezig met het verzamelen van verpakkingsdata, 27 procent is nog bezig met het begrijpen van de wetgeving, 10 procent is bezig met het inregelen van systemen en processen en 5 procent is de impact op het verpakkingsportfolio aan het bepalen.
58 procent van de bedrijven is nog bezig met het verzamelen van data
Daarnaast noemt Frericks op basis van gesprekken met fabrikanten de volgende uitdagingen waar voedselfabrikanten tegenaan lopen: • Retailers leggen bedrijven verantwoordelijkheden op die wettelijk niet bij hen liggen. • Onduidelijke wetgeving: inconsistente, soms onlogische dataverzoeken. • Elke wijziging aan een component kan een nieuwe DoC vereisen (Declaration of Conformity, verklaring van overeenstemming); statische systemen kunnen dat niet bijhouden. • Verpakkingsdata verzamelen bij grondstofleveranciers buiten de EU. • Klanten willen één DoC voor meerdere verpakkingen, wat op de lange termijn niet houdbaar is.
Geldende en nieuwe eisen Sanderink zoomde vervolgens in op de verschillende eisen in de PPWR die gelden en nog gaan gelden. Sinds 12 augustus moeten fabrikanten voldoen aan verschillende eisen op het gebied van PFAS-limieten (artikel 5), herbruikbaarheid van verpakkingen (artikel 11), recyclebaarheid (artikel 6), minimalisatie van verpakkingen op basis van de eisen van de PPWD en traceerbaarheid (artikel 15 en 18) en documentatie in de vorm van een technisch dossier en conformiteitsbeoordelingen en -verklaringen. De komende jaren komen er nog verschillende eisen aan op het gebied van de PPWR. Tijdens het webinar zoomde Sanderink vooral in op een aantal komende eisen op het gebied van labeling, recyclebaarheid, minimalisatie en gerecyclede content. Fabrikanten kunnen zich momenteel namelijk al voorbereiden op deze eisen en deze eisen gelden voor zo goed als alle fabrikanten, stelt Sanderink. Hierna per onderdeel de eisen waaraan fabrikanten volgens Sanderink de komende jaren moeten voldoen en waarop ze zich dus al moeten voorbereiden.
1
Labeling
Op het gebied van labeling worden de volgende zaken uitgefaseerd: • Per 12 februari 2027 worden beeldmerken of logo’s afgeschaft voor het voldoen aan UPV (Uitgebreide
VMT 6 • oktober 2026
13
Achtergrond Reportage
PPWRWETGEVING Door de PPWR lopen fabrikanten tegen veel zaken aan op het gebied van het verpakken van producten.
• Breng de situatie voor jouw verpakking per land in kaart: welke logo’s gebruik je nu, welke gaan eraf en welke komen erbij? • Kijk vooruit en maak een planning. • Wacht nog even met het invoeren van de (nu nog draft) weggooilogo’s, want het ontwerp van de draft-logo’s is nog aan verandering onderhevig.”
Producentenverantwoordelijkheid, bijvoorbeeld de groene punt). • Per 12 augustus 2028 worden de nationale weggooilogo’s afgeschaft (let op: deze worden twee jaar na publicatie van de nieuwe geharmoniseerde weggooilogo’s afgeschaft. De logo’s zijn nog niet gepubliceerd, dus deze datum schuift op naar twee jaar vanaf publicatie). • Per 12 augustus 2028 worden cijfercodes en afkortingen voor het identificeren van gebruikte verpakkingsmaterialen afgeschaft (ook hier geldt een termijn van twee jaar na publicatie van de geharmoniseerde weggooilogo’s; zie vorige punt). Op het gebied van labeling komt er nog een introductie van de volgende symbolen: • Per 12 augustus 2028 worden de verplichte uniforme weggooilogo’s ingevoerd (dit wordt dus later: twee jaar na publicatie van de logo’s). • Per 12 februari 2032 worden de verplichte logo’s voor herbruikbare verpakkingen ingevoerd (dit is afhankelijk van wanneer de verpakking op de markt is gebracht). • Per land kunnen er nog nationale identificatielogo’s worden ingevoerd voor statiegeldverpakkingen. Dit is niet verplicht, maar mag wel. Sanderink geeft enkele tips aan fabrikanten: wat kunnen ze nu al doen om zich voor te bereiden op de komende eisen?
2 Per 1 januari 2035 moet alles op grote schaal te recyclen zijn
Recyclebaarheid
Op het gebied van recyclebaarheid komen de volgende eisen er aan volgens Sanderink: • Per 1 januari 2028 gelden er definitieve ontwerpcriteria voor recyclebaarheid en worden er prestatieklassen gepubliceerd. • Per 1 januari 2030 moeten alle verpakkingen ontworpen zijn voor recycling (klasse A/B/C). Klasse D mag vanaf dat moment niet meer. • Per 1 januari 2030 wordt er een beoordeling gepubliceerd voor recyclebaarheid op grote schaal. • Per 1 januari 2035 moeten alle verpakkingen op grote schaal recyclebaar zijn en zo voldoen aan de eisen die op 1 januari 2030 gepubliceerd worden Sanderink geeft ook hier enkele tips: wat kunnen fabrikanten nu al doen ter voorbereiding? • Beoordeel de recyclebaarheid van je verpakkingen op basis van nu beschikbare tools en het No Regrets Playbook. • Zoek alternatieven voor niet-recyclebare verpakkingen.
14
DUURZAAMHEIDSWETGEVING
VERPAKKEN Wat kunnen fabrikanten doen ter voorbereiding op de aankomende eisen in de PPWR-wetgeving?
3
4
Minimalisatie
Op het gebied van minimalisatie komen de volgende eisen er de komende jaren aan volgens Sanderink:
Tot slot gerecyclede content. Op dit gebied kunnen we volgens Sanderink de komende eisen verwachten: • Per 31 december 2026 komt er een publicatie van een berekeningsmethode voor het percentage PCR en de criteria voor verificatie van PCR. • Per 1 januari 2029 moet het PCR dat is toegepast in verpakkingen, berekend zijn volgens bovengenoemde methode en moet het aan deze criteria voldoen. • Per 1 januari 2030 geldt een verplichte inzet van recyclaat in het plastic deel van verpakkingen.
Artikel 10: • Per 12 februari 2027 geldt er een update van geharmoniseerde standaarden voor de beoordeling van minimalisatie. • Per 1 januari 2030 is de onderbouwing van minimalisatie volgens nieuwe standaarden verplicht. Artikel 24: • Per 12 augustus 2028 komt er een publicatie van een methode om lege ruimte te berekenen. • Per 1 januari 2030 moet je laten zien dat je lege ruimte in verpakkingen maximaal 50 procent is. Tips van Sanderink op dit onderdeel zijn: • Zorg voor een onderbouwing van minimalisatie per prestatiecriterium. Criteria: productbescherming, productieproces van de verpakking, logistiek, functionaliteit van de verpakking, informatievereisten, hygiëne en veiligheid, wettelijke vereisten, gerecyclede content, recyclebaarheid en hergebruik, dus geen marketing. • Verzamel de onderbouwing voor je technische dossier: valtestrapport, transporttestrapport, vergelijking met verpakkingen van de concurrentie, et cetera. • Breng de lege ruimte in je verzamel-, verzend- en e-commerceverpakkingen in kaart. • Zoek alternatieven voor te zware of grote verpakkingen.
Gerecyclede content
Sanderink geeft tot slot een aantal tips aan fabrikanten: wat kunnen zij op dit gebied al doen?
PET moet in 2030 30 procent recyclaat bevatten
• Onderzoek of de inzet van recyclaat voor jouw (plastic) verpakkingen mogelijk is. • Als je al recyclaat inzet, denk dan vast na over: hoeveel recyclaat gebruik ik per verpakkingstype/jaar/productielocatie, waar komt het vandaan (binnen of buiten de EU) en is het gecertificeerd? • Bestudeer de delegated act die op 31 december 2026 gepubliceerd wordt. • Houd de doelen voor gerecyclede content voor 2030 in gedachten. PET voor voedingsmiddelen en drankflessen moet dan 30 procent recyclaat bevatten, overige contactgevoelige plastic verpakkingen moeten 10 procent recyclaat bevatten en overige plastic verpakkingen moeten 35 procent recyclaat bevatten. •
SPONSORED CONTENT
Met een desinfectiemat van Flexxolutions vond Aviko een praktische oplossing die voedselveiligheid combineert met gebruiksgemak.
Van audit-actiepunt naar slimme hygiëneoplossing In de Belgische Aviko-fabriek in Proven worden kleine aardappelen verwerkt die niet geschikt zijn voor de reguliere frietproductie. Ze krijgen een tweede kans als puree of gratin waaraan soms ook groente, vlees of vis wordt toegevoegd. Voedselveiligheid staat in de fabriek vanzelfsprekend hoog op de agenda. Een hygiëneaudit bracht een aandachtspunt rond het in- en uitgaande verkeer aan het licht. Met een desinfectiemat van Flexxolutions vond Aviko een praktische oplossing die voedselveiligheid combineert met gebruiksgemak.
A
viko heeft voor het personeel een hygiënesluis bij de ingang van de fabriek. Bij de uitgang voor afval en binnenkomende grondstoffen ontbrak zo’n voorziening. Daardoor was er geen desinfectiestap voor de mensen en het verkeer dat daar naar buiten en weer naar binnen gaat. ‘Bij een audit kwam naar boven dat wij daar iets aan moesten doen om ons certificaat te behouden’, vertelt Nicolas Debeuf, productiemanager bij Aviko in Proven.
Omslachtige overtrekschoentjes Een eerste oplossing met overtrekschoentjes bleek al snel omslachtig en onveilig; medewerkers gleden regelmatig uit. Bovendien vormden heftrucks een probleem: ook de banden moeten worden gedesinfecteerd. Aviko ging daarom op zoek naar een praktischere oplossing en kwam via de kwaliteits- en veiligheidsafdeling in contact met Flexxolutions. Na een uitgebreide testfase bleek de desinfectiemat erg goed te werken. ‘Ook microbiologische testen bevestigden dat het
korte contactmoment voldoende is voor een effectieve desinfectie. Uit de gaatjes van de mat komt een dusdanige hoeveelheid desinfectiemiddel, die precies doet wat het moet doen’, verduidelijkt Debeuf.
Eigen desinfectiemiddel Een belangrijk voordeel voor Aviko is dat de mat kan worden gebruikt met het desinfectiemiddel dat al in de fabriek aanwezig is. Een nieuw middel of een ingewikkelde werkwijze was daardoor niet nodig. Debeuf: ‘De verhouding die we voor ons eigen desinfectiemiddel al gebruikten, kon ook voor de desinfectiemat gebruikt worden. De installatie is daardoor heel gemakkelijk en snel gegaan. We hoeven nu alleen af en toe het bijbehorende vat te vullen. Het is heel gebruiksvriendelijk.’
Dun en op maat gemaakt Ook in het dagelijkse gebruik blijkt de oplossing praktisch. De op maat gemaakte desinfectiemat is dun, waardoor heftrucks en de dagelijkse schoonmaakmachine er probleemloos overheen kunnen. Door het ontwerp en het gewicht van het water met desinfectiemiddel blijft de mat bovendien goed op zijn plaats liggen. Voor medewerkers is vooral het gemak een pluspunt. De onhandige overtrekschoentjes zijn verleden tijd en zowel schoenen als heftruckbanden worden bij het passeren van de mat gedesinfecteerd. Tegelijkertijd voldoet de doorgang aan de eisen van de audit. ‘Met dit desinfectiesysteem is het geen enkel probleem meer’, aldus Debeuf. Voor hem is de oplossing daarmee geslaagd: praktisch voor de medewerkers, eenvoudig in onderhoud en belangrijk voor het borgen van de voedselveiligheid. Dit artikel is gesponsord door Flexxolutions.
16
DUURZAAMHEIDSWETGEVING
Betekent minder plastic ook minder zichtbaarheid? CLOETTA OVER IMPACT PPWR Sinds 12 augustus geldt de PPWR, die in verschillende fases wordt ingevoerd. Alle producenten moeten aan deze wetgeving gaan voldoen. Maar hoe pakken voedselproducenten dit aan? En tegen welke bottlenecks lopen zij aan? VMT sprak met Leon Oudehand, packaging director bij Cloetta, een toonaangevend snoepbedrijf in West-Europa. “Het is soms pijnlijk als je, om te voldoen aan de wet, een minder duurzame keuze moet maken.”
Tekst Carmen Groeneveld Beeld Cloetta
Cloetta is blij met de PPWR. “Wij werken vanuit intrinsieke motivatie aan het verduurzamen van verpakkingen. Maar met de PPWR komt er een level playing field. Deze wetgeving ‘dwingt’ de voedingsindustrie om te verduurzamen.” Toch is de PPWR volgens Oudehand niet enkel een hosanna-verhaal. Er zijn namelijk nog veel onduidelijkheden rondom de wetgeving. “Een aantal definities zijn nog onduidelijk. Zo is niet helemaal duidelijk wat onder een bundelpack valt. De PPWR zegt enkel ‘verpakking die stimuleert om meer dan één stuk te kopen’. Wij hebben verschillende verpakkingen die in een grijs gebied vallen.”
‘Er zitten onderdelen in de PPWR die resulteren in een hogere CO2-voetafdruk’
geld. Voor nu werken we met aannames over wat Europa als recyclebaar ziet. Maar bij een verkeerde aanname wordt het ingewikkeld.”
Handhaving PPWR Ook het handhaven van de wet is voor Oudehand een vraagteken. “Worden producten die op 1 januari 2030 niet aan de PPWR voldoen, daadwerkelijk uit het schap gehaald? Worden er boetes uitgedeeld? En door wie?” Volgens de verpakkingsexpert liggen er momenteel nog veel producten in de schappen die nog niet compliant zijn volgens de PPWR.
Definitie ‘recyclebaar’ Daarnaast is volgens de verpakkingsexpert de definitie van ‘recyclebaar’ niet geheel duidelijk. “De PPWR bevat een eis om 70 procent recyclebare verpakkingen te hebben in 2030. Maar wat is recyclebaar? Er zijn heel veel definities. Wij gebruiken de Ceflex-definitie. In 2025 wilden we 100 procent recyclebare verpakkingen hebben. We hebben 98 procent gehaald. Maar of Europa uiteindelijk ook deze Ceflex-definitie gaat hanteren?” Een tweede bijkomende uitdaging is de publicatiedatum van deze definitie. “Deze is gepland voor 2028. Europa kennende loopt dit uit naar 2029. In 2030 moeten de verpakkingen compliant zijn. Dan hebben we één jaar om verpakkingen aan te passen indien nodig. Die transities duren jaren en kosten veel
Productiefaciliteit van Cloetta in Slowakije.
VMT 6 • oktober 2026
17
Interview Reportage
SNOEP Productie van Cloetta in Zweden.
Chemische recycling
Desalniettemin vindt Oudehand niet dat de wet te vroeg is ingevoerd. “Zonder de PPWR was niemand aan de slag gegaan. En met een latere deadline waarschijnlijk ook niet. Nu doen bedrijven iets omdat 2030 dichtbij is. Ik hoop alleen dat we sneller kunnen schakelen over de definities en exacte uitwerkingen. De wet is nog niet geheel duidelijk. Toch heb ik liever de PPWR zoals die nu is, dan helemaal niks.”
Circulariteit versus CO2-voetafdruk Een ander ‘niet perfect’ onderdeel van de PPWR is volgens de verpakkingsexpert dat de wet zich richt op circulariteit en niet op intrinsieke duurzaamheid. “Circulariteit, recycling en hergebruik zijn maar één manier om te verduurzamen. Er zitten onderdelen in de PPWR die ons dwingen om dingen te doen die wel circulair zijn, maar resulteren in een hogere CO2-voetafdruk.” En die CO2-voetafdruk is volgens Oudehand erg belangrijk. “Uiteindelijk komt vrijwel elk probleem terug op CO2. Maar dat woord komt niet voor in de PPWR. Het gaat enkel om circulariteit. Veel circulariteitsacties zijn met het idee dat het uiteindelijk leidt tot een lagere CO2-uitstoot. Maar dat is niet altijd het geval. Door het verbieden van plastic gaan veel producenten over op karton. Maar kartonnen verpakkingen hebben vaak een hogere CO2-voetafdruk dan plastic. Bereik je dan wel je doel?”
‘Sinds 2025 is 98 procent van onze verpakkingen recyclebaar’
Er zijn een aantal bottlenecks voor Cloetta. “Ik worstel met de eis van gerecyclede content. Niet omdat het niet kan, het kan wel. Maar ook daar zit een definitieverschil. Wij hebben voedselcontactmaterialen met de eis van 10 procent gerecyclede content. Dat kan op dit moment enkel met chemisch gerecycled materiaal via een mass balance-constructie. Daar is niks mis mee, maar het is onduidelijk of dit wordt geaccepteerd.” Er is nog iets waar Oudehand tegenaan loopt. “De CO2-voetafdruk van chemisch gerecycled materiaal is hoger dan die van fossiel plastic. Je kunt dus beter fossiel plastic gebruiken en het verbranden dan dat je het chemisch recyclet. Chemisch recyclen is energie-intensief, ook bij eventuele opschaling. We gebruiken nu het duurdere biobased plastic, een duurzamere oplossing. Ik kan relatief gemakkelijk over op chemisch gerecycled materiaal, maar dan gaat de CO2-voetafdruk omhoog. Daar worstel ik mee. Waar we aan de ene kant verpakkingen milieuvriendelijker moeten gaan maken, is er een risico dat het door meer CO2-uitstoot milieuonvriendelijker wordt.”
Al genomen stappen Hoewel er nog veel onduidelijkheid is, zette Cloetta toch al verschillende stappen voor verduurzaming van verpakkingen. “Sinds 2025 is dus 98 procent van onze verpakkingen recyclebaar. We werken nu hard
18
DUURZAAMHEIDSWETGEVING
aan die laatste 2 procent”, vertelt Oudehand trots. “Daarnaast proberen we minder en dunner materiaal te gebruiken.” Voor sommige verpakkingen paste Cloetta het materiaal aan. “We hebben best wat snoep in plastic kuipjes. Die zetten we nu om naar bag-in-box. Daar zit nog steeds plastic in, maar veel minder. We gebruiken nu biobased plastic. Dat is niet gerecycled, maar wel recyclebaar en het zorgt wel voor een lagere CO2-voetafdruk.”
Er kunnen volgens Oudehand genoeg dingen verbeteren qua verduurzaming van verpakkingen in de voedingsindustrie.
PPWR versus SBTi Het snoepbedrijf zette dus al verschillende stappen, maar Oudehand heeft nog meer plannen. “We gaan
3 tips van Leon Oudehand Enkele tips voor voedselproducenten op het gebied van de PPWR. 1. Wacht niet tot alles 100 procent duidelijk is, begin gewoon. Anders ben je echt te laat. 2. Begin met het in kaart brengen van de verpakkingen die je hebt en kijk waar de grootste problemen liggen. 3. Soms wachten mensen met beginnen omdat ze bang zijn het verkeerde te doen. Maar iets doen is beter dan niets doen.
aan de slag met bundelpacks. We moeten gaan inschatten wat de Europese definitie wordt van recyclebaar, en kijken of onze verpakkingen daaraan voldoen. En we gaan kijken naar de eis van gerecyclede content in verpakkingen”, vertelt de verpakkingsexpert. Daarnaast committeerde het bedrijf zich aan het Science Based Target initiative (SBTi). “Wij willen onze CO2-voetafdruk in 2030 met 46 procent verlagen ten opzichte van 2019. Om dat te bereiken is alleen circulair zijn niet afdoende. Dan moeten we ook naar biobased plastic en verpakkingsreductie.” Hoewel Oudehand het jammer vindt dat CO2-uitstoot niet in de PPWR staat, snapt hij het wel. “Dat maakt deze complexe wet nog ingewikkelder. Het liefst heb ik een holistische wet die kijkt naar intrinsieke duurzaamheid met circulariteit als onderdeel. Maar dat is niet haalbaar. Uiteindelijk willen we natuurlijk gewoon voldoen aan de wet. Maar het is soms wel pijnlijk als je, om te voldoen aan de wet, een minder duurzame keuze moet maken.”
Balans duurzaamheid en commercie Er kunnen volgens Oudehand genoeg dingen verbeteren in de voedingsindustrie qua verduurzaming van verpakkingen. Een bottleneck hierbij is volgens de expert het conflict tussen duurzaamheid en commercie. “We kunnen een heel duurzame, kleine, transparante snoepverpakking maken. Dan zijn we qua duurzaamheid optimaal. Maar we hangen naast mooie grotere bedrukte verpakkingen. Dan koopt niemand onze snoep”, stelt de expert. “Wij hebben producten waarvan we het zakje kleiner kunnen maken. Maar dan lijkt ons zakje – met hetzelfde gewicht – voor de consument kleiner dan die van de concurrent. Een kleiner zakje verkoopt minder goed. Duurzame verpakkingen maken is an sich niet zo moeilijk. Maar duurzame verpakkingen maken die de consument ook wil kopen, is een stuk moeilijker.” •
VMT 6 • oktober 2026
VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
Nadine Turk, kwaliteitsmedewerker Luiten Food
Hoe bepaal je welke kwaliteitsprocessen geschikt zijn voor automatisering? In de rubriek Young QA stellen jonge kwaliteitsmanagers vragen aan ervaren vakgenoten. Dit keer vraagt Nadine Turk van Luiten Food: “Technologie speelt een steeds belangrijkere rol in bedrijfsprocessen. Hoe bepaal je welke kwaliteitsprocessen wel of juist niet geschikt zijn voor automatisering? En op welke manier kan AI hierbij helpen zonder de menselijke beoordeling te verliezen?” Daniel Zwiers van Blue-Canary geeft antwoord.
“Welke processen juist wel of niet geschikt zijn, worden bij mij in eerste instantie bepaald door de betrouwbaarheid van de uitkomsten. Ik heb altijd het idee dat ik er zelf verstand van moet hebben om de resultaten veilig te kunnen gebruiken. Jouw vraag beantwoord ik samen met Rea-Joanne Zijp. Zij is afkomstig uit het werkveld en heeft veel ervaring met AI binnen QA. Ze verbindt AI met voedselveiligheid en kwaliteit. Haar stelregel is: gebruik AI als slimme collega om je werk te versnellen. Jij blijft uiteindelijk zélf verantwoordelijk voor het eindresultaat. Bewustzijn van de werking van AI en AI-geletterdheid is hierbij zeer van belang. Je moet een AI-tool juist gebruiken, shit in is namelijk shit out. Ook geeft ze aan dat je niet per se ingewikkelde nieuwe AI-software hoeft te gebruiken. Je kunt bekende AI-chatbots (zoals Copilot, Gemini, ChatGPT, Claude) laagdrempelig inzetten als assistent voor je kwaliteitswerkzaamheden. Er zijn genoeg repeterende taken die je iedere week of maand uitvoert. Als je AI hiervoor inzet, kun je al snel meerdere uren per week besparen.
wilt geen hallucinaties in lab-data. Dit is ook onderdeel van de nieuwe Europese AI Act. Deze wet verplicht bedrijven om rekening te houden met de risico’s van het gebruik van AI. Ook het trainen van kwaliteitsteams en medewerkers op de werkvloer is belangrijk. Hierbij komt natuurlijk een menselijke component kijken. Ik ben er echt van overtuigd dat de AI’s van nu, het proces van voel-experimenteer-faal-probeer opnieuw nog niet in de vingers hebben. In die gevallen is het bedenken en uitvoeren van de training echt mensenwerk. Maar het opstellen van een praktijkgids is heel goed te automatiseren met jouw standaard AI-chatbot. Kortom: wees je bewust van de risico’s, maar laat dat je er niet van weerhouden om technologische vernieuwing in te zetten en meer te automatiseren binnen jouw organisatie.” •
Daniel Zwiers En als je specifieke (AI-)software gaat integreren in bedrijfsprocessen, zorg dan dat je goed valideert of de uitkomsten betrouwbaar zijn. Je wilt zeker weten dat de output consistent is en je deze kunt vertrouwen. Je
Eigenaar Blue-Canary
19
20
INGREDIËNT & PRODUCT
Luid: front-of-pack of stil: back-of-pack? HOE COMMUNICEER JE OVER HYBRIDE PRODUCTEN? Waar veel producenten eerst volledig inzetten op plantaardig, is hybride nu steeds meer in opkomst. Een moeilijk aspect bij hybride is: hoe communiceer je naar de consument? Luid of stil? Tijdens het Plant FWD-event eerder dit jaar gaven verschillende experts hier hun visie op.
Tekst Carmen Groeneveld Beeld Volksportret en VMT
Over het algemeen zijn er twee veelgebruikte manieren om op de verpakking te communiceren dat een product – naast dierlijke eiwitten – ook plantaardige eiwitten bevat. Namelijk luid op de voorkant van de verpakking, of juist stil enkel aan de achterkant van de verpakking. Wat zijn de voor- en nadelen van deze twee verschillende communicatiewijzen? En wat vinden experts hiervan?
Drie voorbeelden Tijdens het Plant FWD-event eerder dit jaar bespraken Jeroen Willemsen, Innovation Lead Protein Transition bij Foodvalley, en Petra van der Aa, belangenbehartiger bij de Consumentenbond, verschillende verpakkingen.
Op de voorkant staat niet duidelijk dat het om een hybride product gaat
Als je een receptuur wijzigt, adviseren wij altijd zo’n sticker op de voorkant te plakken. Dus dit voorbeeld is ook oké.”
Voorbeeld 3: Gehakt cordon bleu Het laatste voorbeeld is een gehakt cordon bleu. Hierover zegt Van der Aa: “Voor dit product kan de communicatie veel beter. Achterop staat enkel ‘varkensvleesbereiding’. Hier moet staan ‘varkensvleesbereiding met plantaardige eiwitten’. Daarbij willen we in de ingrediëntenlijst het percentage zien van de plantaardige vezels. Ook weten we nu niet of de plantaardige vezels in het vleesproduct zijn toegevoegd of in de coating.” Ruimte voor verbetering dus.
Volksportret Voorbeeld 1: AH Volle Zuiveldrink Het eerst besproken voorbeeld is de AH Volle Zuiveldrink. Hierover zegt Van der Aa: “Dit is transparante communicatie. Je ziet duidelijk dat het product 60 procent dierlijk en 40 procent plantaardig is. Allemaal aan de voorkant van de verpakking. En het product is wat goedkoper dan de dierlijke variant.” Voorbeeld 2: Slavink van Jumbo De slavink van de Jumbo wordt iets minder enthousiast ontvangen. “We zijn minder blij met deze communicatie dan bij het vorige voorbeeld, omdat op de voorkant niet duidelijk staat dat het om een hybride product gaat. Wel zijn we blij met de sticker ‘nieuwe receptuur’. Zo weten consumenten dat de receptuur anders is en dat ze achterop de verpakking bij de ingrediënten kunnen kijken als ze meer willen weten.
Jens Hellewaard, oprichter van het Volksportret, gaf tijdens het event een live demonstratie. “Producenten kijken bij nieuwe producten te weinig naar de consumentenbehoeften en doen te weinig marktonderzoek. Het Volksportret bestaat uit honderd door
Verpakkingen onder de loep tijdens het Plant FWD-event.
VMT 6 • oktober 2026
21
Achtergrond
Met het Volksportret wordt marktonderzoek gedaan door honderd AI-vertegenwoordigers van de Nederlandse bevolking te vragen hoe ze over een product denken.
AI gevormde gezichten, die allemaal 1 procent van de Nederlandse bevolking vertegenwoordigen. Bij het Volksportret doen we marktonderzoek door deze honderd AI-vertegenwoordigers van de Nederlandse bevolking te vragen hoe ze over een product denken. Deze AI-vertegenwoordigers zijn gebaseerd op data van het CBS en uit andere overheidsdatabases. Op die manier zijn deze honderd gezichten een goede weergave van de Nederlandse bevolking en dus een goede vertegenwoordiging”, legt Hellewaard de werking van het Volksportret uit. Tijdens de sessie voert Hellewaard verschillende hybride producten in, met elk andere stille en luide communicatie op de verpakking. 73 procent van de Nederlandse bevolking in het Volksportret bestaat uit mensen die vlees eten. 27 procent bestaat uit mensen die minder of geen vlees eten. Bij een normaal marktonderzoek stelt het Volksportret veel verschillende vragen aan de AI-bevolking. Tijdens de demonstratie gaat Hellewaard voor één vraag: zou je dit product kopen?
Boos en geïrriteerd Uit de demonstratie blijkt dat bij de Jumbo-hamburgers de koopbereidheid het hoogst is, zowel bij de vleeseters als bij de mensen die minder vlees eten. “Dit was een van de producten met de meest stille communicatie. Afgaand op dit mini-onderzoek kun je dus zeggen dat stil misschien een betere keuze is.” Wel blijkt ook uit het onderzoek dat het hybride gehakt van de Lidl, met meer luide communicatie aan de voorkant, goed scoort bij de mensen die minder vlees eten. Uit eerder uitgebreider onderzoek voor FoodValley naar luide en stille communicatie op hybride producten blijkt volgens Hellewaard: “Als mensen bij stille communicatie achteraf horen dat het product deels plantaardig is, zijn ze vaak boos. Ze voelen zich misleid. Zelfs als de producten goedkoper, lekkerder
en/of gezonder zijn, reageert het grootste deel van de Nederlanders boos op de stille communicatie. De kleinste kans op irritatie heb je als het product lekkerder is dan de 100 procent dierlijke variant. Consumenten willen dus transparantie, maar zijn iets minder geïrriteerd over stille communicatie als het product uiteindelijk lekkerder is.”
Geen weg terug
‘Er zijn risico’s verbonden aan stil communiceren’
Marleen Onwezen, expert consumentengedrag aan Wageningen University & Research, reflecteert op het luid of stil communiceren. “Er zijn risico’s verbonden aan stil communiceren. Consumenten kunnen zich misleid voelen. En als je dat vertrouwen kwijt bent, is er geen weg terug. Denk dus goed na over hoe stil je wilt communiceren. Consumenten willen dat je transparant bent. Een ander nadeel van stil communiceren is dat consumenten zich niet bewust zijn van de verandering naar meer plantaardig. Dus ik adviseer om iets luider te communiceren.” Over het doen van marktonderzoek zegt de gedragsexpert het volgende: “Ik merk één overeenkomst bij mensen die een nieuw product willen lanceren: ze geloven in hun product. Ze geloven ook dat ze consumenten wel overtuigen als ze het proeven. Maar dat is niet genoeg. Het belang van marktonderzoek wordt hierbij zeker onderschat. Ik hoop dat meer mensen goed marktonderzoek gaan doen voordat ze een product lanceren. Dan wordt duidelijker wat consumenten willen en welke route je kunt nemen naar de markt.” Het blijft dus een lastig speelveld voor producenten. Consumenten willen eerlijke en transparante communicatie. Maar op het moment dat een producent front-of-pack communiceert dat het om een hybride product met plantaardige eiwitten gaat, blijven verkoopcijfers achter. Er is dus geen eenduidig antwoord op de vraag of je luid front-of-pack of stil back-of-pack moet communiceren. •
22
DUURZAAMHEID & MVO
Jaarlijks verwerkt Royal Koopmans ruim 200.000 ton tarwe. Ongeveer 17 tot 18 procent daarvan bestaat uit tarwevezel.
Reststroom tarwevezels blijkt kansrijk ZOEKTOCHT NAAR EIWITVERVANGERS BIJ ROYAL KOOPMANS Tarwevezels belanden nu grotendeels in veevoer, maar Royal Koopmans ziet kansen voor een hoogwaardigere bestemming. Het bedrijf onderzoekt hoe uit deze reststroom functionele eiwitten kunnen worden gewonnen die inzetbaar zijn als eiwitvervanger in bakkerijproducten én als natuurlijke emulgator voor sauzen. De komende maanden moet een businesscase uitwijzen of industriële opschaling haalbaar is.
Tekst Wendy Noordzij Beeld Shutterstock
VMT 6 • oktober 2026
23
Interview Reportage
Bij de verwerking van tarwe blijft een grote hoeveelheid tarwevezels over. Hoewel deze vezelrijke fractie rijk is aan eiwitten, vindt slechts een klein deel zijn weg naar voedingsmiddelen. Royal Koopmans onderzoekt daarom hoe uit deze reststroom functionele eiwitten kunnen worden gewonnen voor nieuwe toepassingen in voeding. Deze zoektocht sluit aan bij de bredere duurzaamheidsambities van de meelleverancier. “We werken aan een duurzaamheidsprogramma waarbij we onder meer inzetten op zoveel mogelijk graan uit eigen land”, vertelt Jan Krijgsheld, R&D Technologist bij Royal Koopmans. “In dat kader zijn we ook gaan nadenken over de tarwevezel die vrijkomt tijdens het maalproces.”
‘De vezels zijn heel goed toepasbaar in biscuits, maar die hebben een lage prijs in de winkel’ besloten te beginnen met de meest eenvoudige stap: het winnen van het wateroplosbare eiwit. Dat kan op een manier die zo min mogelijk milieubelastend is.” Hiervoor werd samenwerking gezocht met de afdeling ENTEG van de Rijksuniversiteit Groningen, onder leiding van prof. dr. G.J.W. Euverink. “Binnen ENTEG is veel kennis aanwezig over het winnen van eiwitten uit verschillende grondstoffen”, legt Krijgsheld uit. “Bovendien is de gekozen methode inmiddels succesvol toegepast en kan het proces, samen met ZAP Groningen, worden opgeschaald naar een schaal waarop toepassingen in verschillende marktsegmenten kunnen worden getest.”
Aanzienlijke stroom De omvang van die stroom is aanzienlijk. “Jaarlijks verwerken we ruim 200.000 ton tarwe. Ongeveer 17 tot 18 procent daarvan bestaat uit tarwevezel. Dat is dus een grote grondstofstroom waar nog veel meer waarde uit te halen valt.” Momenteel vindt een groot deel van de tarwevezels zijn weg naar de veevoerindustrie. Royal Koopmans wil dat veranderen. “We willen meer nutritionele componenten uit de tarwe geschikt maken voor humane voeding. Vooral hoogwaardige plantaardige eiwitten zijn schaars. Door deze eiwitten uit tarwevezel te halen, kunnen we bijdragen aan meer plantaardige voedingsmiddelen.”
Micronisatie Als eerste werd gekeken naar de mogelijkheid om de tarwevezels te microniseren. “Helaas is dat een relatief kostbare bewerking”, weet Krijgsheld. “De vezels zijn heel goed toepasbaar in producten als biscuits, maar dat is een productcategorie met een lage verkoopprijs. Daardoor is de businesscase lastig en zijn we verder gaan kijken.” De aandacht verschoof vervolgens naar de eiwitten. “De vezelfractie bestaat voor ongeveer 16 procent uit eiwit, naast zo’n 74 procent hemicellulose en 10 procent zetmeel. Dat eiwit vormt een interessante grondstof.” Een deel van het eiwit zit echter opgesloten in de hemicellulose. “We hebben ook onderzocht of we dat eiwit konden vrijmaken door de hemicellulose af te breken. Op basis van onze berekeningen verwachten we echter dat dit bedrijfseconomisch niet haalbaar is en geen gunstige businesscase oplevert.”
Jan Krijgsheld: “Uit de tarwevezels kan ongeveer 80 procent van de eiwitten worden geëxtraheerd.”
Economische haalbaarheid Bij de ontwikkeling van de scheidingstechniek staat niet alleen de opbrengst centraal, maar ook de duurzaamheid en economische haalbaarheid. Het doel is een proces te ontwikkelen dat op industriële schaal rendabel kan worden toegepast, met zo min mogelijk milieubelasting. “Een belangrijke voorwaarde is dat we geen chemicaliën of andere milieubelastende hulpstoffen gebruiken”, zegt Krijgsheld. “Daarnaast willen we het water dat nodig is voor de extractie zoveel mogelijk hergebruiken. Ook aspecten als de behandeling van afvalwater nemen we vanaf het begin mee in de ontwikkeling.”
Eiwiteigenschappen Vervolgens onderzochten de onderzoekers de eigenschappen van het gewonnen eiwit. “Uit de tarwevezels kan ongeveer 80 procent van de eiwitten worden geëxtraheerd. De verkregen eiwitfractie wordt vervolgens gevriesdroogd, waardoor een eiwitpoeder overblijft.” Ook het rendement van het proces is inmiddels in beeld. “Met verschillende oplosmedia, ultrafiltratie en een droogstap kunnen we momenteel ongeveer 75 procent van het eiwit terugwinnen. Daaruit krijgen we een wateroplosbare eiwitfractie die voldoet aan de gewenste functionele eigenschappen.”
Geschikt voor cake en koekjes Wateroplosbare eiwitten Het bedrijf koos daarom voor een andere route. “We
‘Bij mayonaise werkt het, maar het eiwit is lichtbruin’
De eerste analyses laten zien dat het eiwit interessante functionele eigenschappen heeft. “Het werkt zowel emulgerend als schuimvormend. Daardoor blijkt het een uitstekende eiwitvervanger te zijn, die een-op-een kan worden toegepast in onder meer cake en koekjes. Eigenlijk is het geschikt voor alle producten waarin ei zorgt voor emulgerende en
De keten verduurzaamt, de consument schuift op… hoe speel ik daarop in?
Zeker in de energietransitie. De Nederlandse agro-food-industrie is extreem efficiënt. Van grond tot mond: elke schakel is onmisbaar. Maar tegelijkertijd wél vervangbaar. Gestuwd door de energietransitie, Europese regelgeving én de stijgende vraag naar verantwoorde producten zal de keten steeds duurzamer worden. De vraag is hoe jij, als een van de schakels in de keten, daarop kan inspelen. Hoe blijf je relevant en maak je op een slimme manier gebruik van de nieuwe ontwikkelingen? Begin bij ENTRA, het nieuwe platform van VMN Media voor energieprofessionals. Wij bieden concrete handvatten om kansen te pakken en valkuilen te vermijden. Praktische journalistiek voor complexe tijden. En dat is precies wat je nodig hebt. Zeker in de energietransitie. Ook meer zekerheid in de energietransitie? Doe jezelf een plezier, check entra.nl.
VMT 6 • oktober 2026
25
Interview
de reststroom nog steeds als veevoer worden ingezet. Daarvoor hoeft het materiaal niet eerst te worden gedroogd. Het kan als natte voerstroom rechtstreeks bij de veehouder worden afgeleverd.”
Businesscase bepaalt vervolg
Het eiwit kan werken als ei-vervanger in cakes en koekjes. Validatie in een voedselveilige omgeving moet dat formeel bevestigen.
schuimende eigenschappen. In praktijktesten leverde dat een luchtige cake met een sponsachtige textuur op, iets wat zonder ei lastig te bereiken is.” Krijgsheld plaatst daar wel een kanttekening bij. “De eerste proeven laten zien dat ei een-op-een kan worden vervangen, zonder dat we smaakverschillen waarnemen. Formeel kunnen we dat echter nog niet concluderen, omdat de proeven zijn uitgevoerd in een niet-voedselveilige onderzoeksomgeving. Dat zullen we in een volgende fase verder moeten valideren.”
Toepassing in sauzen Naast bakkerijtoepassingen ziet Royal Koopmans ook kansen voor sauzen. “Het eiwit is bijvoorbeeld heel geschikt voor sauzen. Dankzij de emulgerende eigenschappen kan het olie en water goed met elkaar verbinden en zo bijdragen aan een stabiele saus. Voor mayonaise werkt dat functioneel goed, maar het eiwit heeft een lichtbruine kleur. Om het in mayonaise toe te passen, zou het eerst moeten worden ontkleurd. Dat brengt extra kosten met zich mee. Voor gekleurde sauzen, zoals tomatensaus en barbecuesaus, is die kleur veel minder een belemmering.”
De komende maanden staat de economische haalbaarheid centraal. “We werken nu aan een businesscase om te bepalen of we binnen de gestelde randvoorwaarden voldoende eiwit kunnen winnen. Daarbij kijken we niet alleen naar de opbrengst, maar ook naar criteria als milieubelasting en rendement op de investering (ROI). Als de businesscase positief uitvalt, zien we veel kansen en starten we een vervolgonderzoek.” Binnen enkele maanden moet duidelijk zijn of het onderzoek wordt voortgezet. Een eventuele opschaling zal niet bij Royal Koopmans zelf plaatsvinden. “In onze molen vinden alleen droge processen plaats. Dat is niet goed te combineren met de natte verwerking die voor de eiwitwinning nodig is. Daarvoor is een locatie zoals een zuivelfabriek veel geschikter.”
Veel kansen Krijgsheld ziet veel potentie voor de gewonnen eiwitten. “Juist die combinatie van functionaliteit, voedingswaarde en ruime beschikbaarheid biedt veel kansen voor toekomstige toepassingen in voedingsmiddelen.” •
Veel potentie Volgens Krijgsheld heeft het gewonnen eiwit ook vanuit voedingskundig oogpunt veel potentie. “Het heeft een gunstig aminozuurprofiel.” Al zijn er nog wel technische uitdagingen. “Het aanwezige zetmeel moet eerst worden verwijderd, omdat het de filters gemakkelijk kan verstoppen.” Ook de overblijvende vezelfractie houdt waarde. “Nadat het wateroplosbare eiwit is gewonnen, kan
‘We kijken niet alleen naar opbrengst, maar ook naar milieubelasting en rendement’
Royal Koopmans ziet kansen voor het eiwit als emulgator in met name tomatensaus vanwege de kleur van het ingrediënt.
26
INKOOP & PROCUREMENT
Leveringszekerheid moet zwaarder wegen dan prijs JAMAEL FOOD GROUP TREKT AAN DE BEL NA DROOGTE De langdurige droogte kostte Baltussen Konservenfabriek in Driel, onderdeel van Jamael Food Group, zo’n 10 procent van zijn normale volume. Volgens directeur Jasper Bringsken laat dat zien dat de sector zich moet aanpassen aan een toekomst met vaker voorkomende droge zomers. Hij wil af van de focus op de laagste prijs en pleit voor langdurige afspraken met telers. Ook supermarkten zouden volgens hem moeten meedelen in de risico’s als oogsten tegenvallen.
Tekst Maurice de Jong Beeld Koos Groenewold
De droogte van afgelopen zomer raakte de Nederlandse landbouw hard. Jamael Food Group merkte dat rechtstreeks in de aanvoer van groenten en peulvruchten. Het bedrijf uit Driel verwerkt via zusterbedrijf Baltussen vooral vollegrondsgroenten van akkerbouwers in de Flevopolder, Zeeland, Limburg en Groningen. De lange periode zonder regenval hakte er daarom hard in bij de familieonderneming. De oogst viel daardoor 10 procent lager uit en bij sommige gewassen liep dat percentage op tot 30 procent, beschrijft directeur Jasper Bringsken de impact van de droogte. Het had nog erger kunnen uitpakken. Zijn leveranciers hadden, anders dan telers in het Westland, niet te maken met een beregeningsverbod. Maar zelfs met beregening viel de oogst structureel tegen, stelt Bringsken. Was zo’n verbod verder uitgebreid, dan waren de gevolgen niet te overzien geweest, vreesde hij. Gelukkig kwam het niet zover: in de week van 17 augustus koelde het af en viel na lange tijd weer de eerste regen.
Door droogte viel de oogst 10 procent lager uit
schappen, maar vooral tot verschuivingen in de productieplanning. Pas als zulke verstoringen langere tijd aanhouden, komt ook het aanbod in de supermarkt onder druk te staan. De kwetsbaarheid van de keten heeft volgens Bringsken een structurele oorzaak. Inkoop in Nederland draait al jaren vooral om de laagste prijs, weet hij. “Dit wordt mede ingegeven door de prijsgevoeligheid bij consumenten en de impact van inflatie op voedingsprijzen. Hierdoor is er weinig financiële ruimte om tegenvallers op te vangen in de keten.”
Lege schappen De droogte had nog niet direct gevolgen voor het supermarktschap. De droge periode duurde daarvoor net niet lang genoeg. Bovendien beschikte Jamael over voldoende voorraden om tegenvallers op te vangen. “Wij zijn eigenlijk de buffer tussen de oogst en het supermarktschap”, aldus Bringsken. Tekorten aan grondstoffen leiden daarom niet meteen tot lege
Jamael beschikt over voldoende voorraden om tegenvallers op te vangen.
VMT 6 • oktober 2026
27
Interview Reportage
RENDEMENT Jasper Bringsken van Jamael Food Group: “We zien over de hele linie dat het risico toeneemt, maar dat onze beloning niet toeneemt en dat onze kosten wel stijgen.”
Laag rendement Juist daardoor komen misoogsten of stijgende grondstofprijzen hard aan bij boeren. Die speelruimte is beperkt: een gemiddelde Nederlandse akkerbouwer bewerkt circa 60 hectare en behaalt volgens Wageningen University & Research een omzet van ongeveer 400.000 euro en een winst van rond de 60.000 euro. “Daar is een boer het hele jaar, zeven dagen per week, mee bezig. Zestig hectare in Flevoland is tegenwoordig ruim 10 miljoen euro waard. Als je dan onderaan de streep rond de 60.000 euro verdient, moet je constateren dat het rendement op zo’n bedrijf buitengewoon laag is.” Toch is dat naar zijn mening niet het enige probleem. Terwijl de kosten voor energie, arbeid en grondstoffen stijgen en het weer steeds grilliger wordt, blijft de prijsdruk in de keten onverminderd hoog. “We zien over de hele linie dat het risico toeneemt, maar dat onze beloning niet toeneemt en dat onze kosten wel stijgen”, aldus Bringsken. Die kostenstijgingen kan Jamael bovendien niet zomaar doorberekenen. Het bedrijf werkt met vaste jaarcontracten met supermarkten, waardoor hogere uitgaven, bijvoorbeeld door een stijgende gasprijs of de kilometerheffing voor vrachtwagens die sinds 1 juli geldt, vaak voor eigen rekening komen.
Verlies contracten Franse retailers In omringende landen weegt leveringszekerheid volgens Bringsken zwaarder dan in Nederland. Zo eisen
Je moet constateren dat het rendement buitengewoon laag is
Franse retailers steeds vaker dat groente en peulvruchten in eigen land worden geteeld en verwerkt. Daardoor verloor Jamael contracten met Franse retailers waaraan het bedrijf vijftien tot twintig jaar leverde. “Ongeacht dat ze nog volledig tevreden waren, willen ze vanaf nu inkopen in Frankrijk”, zegt Bringsken. Ook in Duitsland ziet hij dat retailers meer bereid zijn om op langere termijn afspraken te maken over hun inkoop, in plaats van telkens voor één jaar. Droogte is niet het enige risico. Geopolitieke ontwikkelingen spelen ook een steeds grotere rol in de inkoop. De oorlog in Iran dreef de gasprijs flink op. De kale gasprijs, exclusief belastingen, ligt volgens Bringsken ongeveer 60 procent hoger dan vóór het uitbreken van het conflict. Omdat Jamael zijn producten verhit, vormt gas een substantieel deel van de kostprijs.
Meer protectionisme Ook het protectionisme neemt toe. Turkije is van oudsher een belangrijke leverancier van onder meer linzen, kikkererwten en witte bonen aan Europa. Toen de oogst er vorig jaar tegenviel, kondigde het land een exportverbod op witte bonen af. Voor bedrijven die daarvan afhankelijk zijn, betekent dat een verplichte zoektocht naar alternatieve, vaak duurdere leveranciers. “Op het moment dat er structureel misoogsten zijn, wordt iedereen protectionistisch”, zegt Bringsken. Hij verwacht dit soort ont-
28
INKOOP & PROCUREMENT
Jamael Food Group bestaat uit vijf ondernemingen, waaronder Baltussen Konservenfabriek.
wikkelingen door toenemende geopolitieke spanningen vaker te zien, ook in andere landen waar Jamael zijn grondstoffen vandaan haalt. Om dat risico te beperken, spreidt het bedrijf de inkoop over meerdere landen en leveranciers. Dat verkleint de afhankelijkheid, maar drijft ook de kostprijs op. Wie niet altijd voor de goedkoopste optie kiest, betaalt daarvoor, weet de directeur van het familiebedrijf.
‘Je moet als Nederland je eigen boontjes kunnen doppen’
Beschikbaarheid versus prijs Bringsken pleit voor een omslag: beschikbaarheid moet een net zo zwaarwegende factor worden in de inkoop als prijs. Dat vraagt volgens hem vooral om een bredere horizon. Een nieuwe teelt in Nederland opzetten, bijvoorbeeld voor kidneybonen of andere
Profiel Jamael Food Group Jamael Food Group (70 medewerkers) staat sinds ruim een jaar onder leiding van Jasper Bringsken, zoon van oprichter Ruben Bringsken. Het Gelderse familiebedrijf richt zich op de productie van houdbare, plantaardige voedingsmiddelen en levert zowel producten onder eigen merken als private label voor retailers. De groep bestaat uit vijf ondernemingen, waaronder Baltussen Konservenfabriek, volgens het bedrijf de oudste nog actieve conservenfabriek van Europa sinds 1868, en het peulvruchtenmerk Boon. Daarnaast is Jamael actief in biologische voedselproductie, lokale ketens en de verwerking van groente- en fruitconserven voor klanten in binnen- en buitenland. Volgens de onderneming ligt de focus op gezond, betaalbaar en duurzaam geproduceerd voedsel.
peulvruchten die van oudsher niet hier geteeld werden, kost jaren. Een teler moet erop kunnen rekenen dat de afname op peil blijft, ook als de prijs een keer tegenvalt. “Als we een teelt in Nederland willen opzetten, geven we vanaf de start drie jaar commitment af”, zegt Bringsken. Voor het eigen merk Boon, met lokale peulvruchten, bepaalt Jamael zelf de sourcing en kan het bedrijf langetermijnafspraken maken met telers. Bij private label voor supermarkten ligt dat anders: de retailer bepaalt de productspecificaties en contractvoorwaarden, waarna Jamael binnen die kaders de inkoop organiseert. Initiatieven als het Beter voor Boeren-keurmerk van Albert Heijn en het inzetten van Jumbo op lokale teelt noemt Bringsken een positieve ontwikkeling, al richten die zich volgens hem vooral op verse producten. Terwijl dezelfde teler ook grondstoffen levert voor conserven zoals rode kool en doperwten, blijft de aandacht voor langdurige ketenafspraken in die categorie volgens hem achter.
Risico’s blijven toenemen Volgens Bringsken zit daar ook de sleutel tot een weerbaardere keten. Zolang inkoop vooral draait om jaarlijkse contracten en de laagste prijs, blijven de risico’s liggen bij boeren en verwerkers. Meerjarige afspraken tussen retailers, verwerkers en telers zouden volgens hem meer ruimte bieden om te investeren in beschikbaarheid, lokale teelt en weerbaarheid. “Je moet als Nederland je eigen boontjes kunnen doppen”, zegt hij. •
VMT 6 • oktober 2026
VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
29
Innovatie gespot X-ray detecteert moeilijk vindbare verontreiniging Mettler Toledo ontwikkelde een nieuw x-ray-inspectiesysteem om verontreiniging met een lage dichtheid – zoals rubber en plastic – te detecteren. Het systeem controleert ook de verpakking, de inhoud en registreert inspectieresultaten in real time.
Meerdere producten tegelijk De x-ray heeft een maximale inspectiebreedte van 500 millimeter. Het apparaat kan zowel één brede productstroom als meerdere kleine productstromen tegelijk inspecteren. Ook is de x-ray geschikt voor verschillende productielijnen, productieomgevingen en een groot aantal transportbandhoogtes. Het systeem heeft een doorvoersnelheid van 500 producten per minuut. De AI-functies van de x-ray moeten de kwaliteit en betrouwbaarheid van de inspecties verbeteren. Ook complexe producten Het apparaat is volgens de producent zelfs betrouwbaar bij de inspectie van complexere producten – zoals gemengde of overlappende producten – waar conventionele detectiemethoden soms tekortschieten. Mettler Toledo belooft een hoge detectiegevoeligheid: de x-ray zou nauwkeuriger en effectiever zijn dan conventionele detectiemethoden. Zelfs producten met veel ruis of contrast kan deze x-ray volgens de producent nauwkeurig inspecteren.
FOTO’S: METTLER TOLEDO
De naam van de installatie is een hele mond vol: X56 DXD+ Dual Energy Photon-Counting x-ray (hierna: x-ray). Het is Mettler Toledo’s nieuwste toevoeging aan de al bestaande X6-reeks. De x-ray maakt gebruik van photon-counting, dual energy en heeft optioneel ook AI-functies. De combinatie van deze drie technologieën maakt het mogelijk om moeilijk detecteerbare verontreiniging op te sporen. Denk hierbij aan een afgebroken stukje plastic of een glassplinter in een zak chips. Ook kan de x-ray producten met wisselende diktes en dichtheden nauwkeurig inspecteren, zoals multipacks en grote dozen.
Het X56 DXD+ x-ray-installatiesysteem.
Kwaliteitscontrole De x-ray gaat verder dan alleen verontreinigingsdetectie. Het systeem heeft productkwaliteitstools waarmee het onder andere kan controleren of verpakkingen volledig zijn. Daarnaast beschikt de x-ray over ingebouwde clipdetectie en een functie voor het inspecteren van afdichtingen, waarmee de afsluiting van verpakkingen wordt gecontroleerd. Hierdoor ondersteunt de installatie een bredere kwaliteitscontrole in het productieproces. Naast het opsporen van verontreiniging en de kwaliteitscontrole registreert de x-ray ook automatisch alle inspectieresultaten in real time. Snel reinigen De x-ray is ontworpen met het oog op gebruiksgemak en efficiëntie. Zo kan de transportband zonder gereedschap worden verwijderd, waardoor het systeem volgens Mettler Toledo snel en eenvoudig kan worden gereinigd. •
Het systeem detecteert deeltjes die er niet in horen.
In Innovatie gespot zoomen we in op de innovatie in de voedselindustrie. Dat kan van alles zijn: een nieuwe machine, procestechnologie, een innovatief ingrediënt, een eindproduct of een slimme toepassing ergens in de keten. We laten zien wat de innovatie is, hoe het werkt en waarom dit relevant is voor foodprofessionals.
30
VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
Oude bekenden krijgen een nieuwe naam ONTWIKKELINGEN IN DE TAXONOMIE VAN SCHIMMELS In de afgelopen decennia heeft de classificatie en naamgeving van schimmels, meestal aangeduid als taxonomie, een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Voor de voedingsmiddelenindustrie is het van belang te weten met welke bederffactor we precies te maken hebben en wat de eigenschappen daarvan zijn. Daarom is een nauwkeurige en betrouwbare identificatie op soortniveau belangrijk.
Tekst en beeld Jan Dijksterhuis en Jos Houbraken
Schimmelsoorten kunnen sterk verschillen in hun eigenschappen, zoals hun vermogen om hittebehandeling (pasteurisatie) te overleven, mycotoxinen te produceren en op bepaalde voedselproducten te kunnen groeien. Een juiste soortidentificatie helpt bij het bepalen waar een contaminant zich in het productieproces kan bevinden, omdat verschillende soorten vaak uiteenlopende eigenschappen en verspreidingsroutes hebben, zoals overdracht via direct contact of via de lucht. Deze soortspecifieke verschillen hebben dus directe gevolgen voor de voedselveiligheid en kwaliteitscontrole.
Identificatie soorten
Het blijft werk in uitvoering
Idealiter wordt de identificatie van schimmelsoorten gebaseerd op een combinatie van verschillende benaderingen: 1. Fenotypische kenmerken: dit zijn kenmerken waarin het vóórkomen (morfologie) en de groei van de schimmel worden beschreven. Dit was tot 35 jaar geleden de belangrijkste methode om taxonomie bij schimmels uit te voeren. 2. Biochemische methoden: daarnaast worden biochemische methoden gebruikt, bijvoorbeeld een bepaalde kleuringsreactie of de productie van bepaalde stoffen. 3. Moleculaire technieken: de moleculaire technieken, waaronder sequentie (bepaling van de volgor-
de van de basen) van bepaalde specifieke stukjes DNA, die daarna worden vergeleken in een database, zijn de standaard om tot betrouwbare identificatie te komen. De ITS-barcode (internal transcribed spacer) wordt daarbij algemeen beschouwd als de primaire standaard voor vergelijking en identificatie van schimmels.
Geen eenduidig systeem Ondanks de grote vooruitgang bestaat er nog geen volledig en universeel geaccepteerd taxonomisch systeem voor alle schimmels. Het blijft werk in uitvoering. Schimmels kunnen namelijk best veel op elkaar lijken, en het is daarom speuren naar methodieken om de soorten van elkaar te kunnen onderscheiden. Een mooi voorbeeld is de ontdekking van de schimmelsoort Penicillium salamii. Wanneer salami rijpt, worden op de buitenkant van de worst sporen van de schimmel Penicillium nalgiovense aangebracht. Dit is een witte Penicillium-schimmel, wat best bijzonder is omdat van de ongeveer 600 verschillende Penicillium-soorten het merendeel groen is. Door het gebruik van P. nalgiovense zit er een witte laag op deze worsten. Salamimakers brengen deze schimmel aan voor bescherming tegen groei van bederf en pathogene micro-organismen, wat bijdraagt aan de voedselveiligheid. Daarnaast heeft P. nalgiovense invloed op het rijpingsproces en de smaak.
VMT 6 • oktober 2026
31
Achtergrond Reportage
PENICILLIUM Opnames van de schimmel Penicillium salamii op verschillende voedingsbodems. Ook zijn er foto’s gemaakt van de onderzijde van de kolonies (onderste rij).
Gecontroleerde toepassing Een andere groene Penicillium die goed op worstoppervlakten groeit, is P. nordicum. Deze maakt echter het mycotoxine ochratoxine A en dat is niet gewenst. Daarom worden de worsten voorbehandeld met P. nalgiovense, die dan de groei van P. nordicum voorkomt. Ondanks deze gecontroleerde toepassing wordt salami soms ook via spontane fermentatie geproduceerd. Op deze salami ontdekte men een groene Penicillium-soort. Deze schimmel werd in cultuur gebracht en is uiteindelijk als nieuwe schimmelsoort beschreven.
De groene Penicillium van salami is vergeleken met veel andere schimmelstammen die we in de collectie hadden, waaronder een paar stammen van theebladeren uit Oeganda, van gedroogde ham uit Slovenië en vanuit grond uit Australië.
Betrouwbare identificatie
Boomdiagram
Daartoe moest deze schimmel ook los kunnen groeien. De kolonies werden gefotografeerd terwijl ze groeiden op verschillende groeibodems. Specifieke stukjes DNA werden verkregen. De ITS-barcode werd aanvankelijk beschouwd als de meest veelbelovende marker voor de identificatie van schimmels. Inmiddels is echter duidelijk geworden dat voor een betrouwbare identificatie op soortniveau van P. salamii, dit stukje DNA helemaal geen goed onderscheid geeft en dat andere DNA-stukjes, zoals uit het beta-tubuline- of calmoduline-gen, noodzakelijk zijn voor een goed onderscheid.
De verschillen tussen de stukjes DNA van de schimmelstammen worden weergegeven in een boomdiagram. Een stukje DNA bestaat uit honderden DNA-basen, ‘letters’, en die bouwen verschillen op in de tijd. Hoe verder de stammen van elkaar afstaan, hoe meer verschillen. Mooi te onderscheiden groepjes met weinig onderlinge verschillen, worden beschouwd als een ‘soort’. Andere Penicillium-soorten, zoals P. tularense, hebben veel meer verschil (de ‘takken’ van de boom zijn langer). De totale beschrijving, foto’s en microscopie, DNA-sequentie en de productie van bepaalde stoffen (specifiek voor de schimmel) leiden tot de introductie van een nieuwe soort: Penicillium salamii sp. nov (species novum).
Speuren naar methodieken Maar hoe kom je tot de beschrijving van een nieuwe soort? Foto’s helpen goed, maar in combinatie met DNA-sequentie wordt het veel beter. Met deze kennis gewapend, zouden we in de toekomst met geavanceerde technieken, zoals specifieke stukjes DNA herkennen, onderscheid kunnen maken tussen schimmels met verschillende eigenschappen.
Schimmels kunnen zich op twee manieren voortplanten: seksueel en aseksueel
Veranderende regels Naast de veranderende methoden om schimmels te identificeren, zijn ook de regels voor het toekennen van de juiste naam aan schimmels (nomenclatuur) aan verandering onderhevig.
32
VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
Op deze tortilla groeit één Aspergillus-soort die zowel groene (aseksuele) als geel/oranje (seksuele) sporenstructuren vormt.
Veranderde beschrijvingen De veranderingen in beschrijvingen zijn bijzonder relevant voor schimmels die een rol spelen bij voedselbederf en voedselveiligheid. Dit zijn enkele wijzigingen in classificatie: • Byssochlamys spectabilis heet nu Paecilomyces variotii (hittebestendig) • Byssochlamys nivea heet nu Paecilomyces niveus • Byssochlamys fulva heet nu Paecilomyces fulvus • Eurotium chevalieri heet nu Aspergillus chevalieri (droogteminnend = xerofiel) Wanneer deze soort seksuele structuren vormt (zogenaamde ascocarpen en ascosporen), kan dit worden aangeduid als de ‘eurotium-vorm’, terwijl de officiële soortnaam Aspergillus chevalieri blijft. Op de foto van de tortilla (zie hierboven) is te zien dat de eurotium-vorm herkenbaar is aan gele structuren op de schimmelcontaminant, terwijl de aseksuele structuren (‘klonen’) de groene kleur verklaren. Op vergelijkbare wijze zijn de hittebestendige soorten Neosartorya fischeri en Neosartorya spinosa hernoemd naar respectievelijk Aspergillus fischeri en Aspergillus spinosus. De term ‘neosartorya-vorm’ wordt nog wel gebruikt om de seksuele verschijningsvorm aan te duiden en geeft aan dat de stam hitte-resistente ascosporen kan vormen.
Schimmels kunnen zich grofweg op twee manieren voortplanten: seksueel en aseksueel. Wanneer schimmels zich seksueel voortplanten worden speciale vruchtlichamen gevormd, zoals bij paddenstoelen. Dat kunnen echter ook microscopisch kleine structuren zijn. Van heel veel Penicillium-soorten is deze seksuele vorm niet bekend en wordt aangenomen dat ze zich aseksueel voorplanten: het zijn ‘klonen’. Maar wanneer ergens elders in de wereld ineens wel een seksuele vorm werd gevonden, kreeg die een eigen naam. Dus de seksuele vorm (teleomorf) en de aseksuele vorm (anamorf) van dezelfde schimmel werden vaak als afzonderlijke soorten beschouwd en kregen verschillende namen. Dit systeem stond bekend als ‘duale nomenclatuur’.
Wereldwijd principe Moleculaire analyses hebben aangetoond dat deze verschillende verschijningsvormen vaak tot dezelfde soort behoren. Daarom is wereldwijd het principe ‘one fungus = one name’ ingevoerd. Dit betekent dat voor elke schimmelsoort nog slechts één officiële wetenschappelijke naam wordt gebruikt. •
VMT 6 • oktober 2026
VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
Voedselveiligheid is de basis
Column
Safe met Karin QA is een samenspel, net als dansen Wat doe je als je als QA-medewerker wordt afgevaardigd voor een project en bij de eerste vergadering schuift ineens je manager aan? Als gedreven werknemer voel je misschien teleurstelling en verwarring. Want wat is jouw rol nu? Je krijgt de verantwoordelijkheid, maar niet de ruimte.
Over Karin Karin heeft ruime ervaring als zelfstandige in de kwaliteit. Van hondenbrokjes tot aan medische voeding en verpakkingsmaterialen. Ze wordt ingehuurd voor projecten waarvoor de kennis of capaciteit niet in huis is. Met humor en een praatje bouwt ze snel een band op. Het enige moment dat je haar niet hoort is als ze aan het zwemmen is. In de zomer gebeurt dat in open water, zo ver mogelijk. Karin woont met haar man en kinderen op een Drentse boerderij.
Het is net als bij dansen: zet de één een stap naar voren, dan doet de ander een stap naar achter. Zo voorkom je dat je op elkaars tenen staat. Op de werkvloer heb je de beruchte micromanager, maar ook een teamgenoot kan behoorlijk veel ruimte innemen. Of misschien ben jij die teamgenoot en zijn de rollen omgedraaid. Denk aan de stillere collega die tijdens het afdelingsoverleg ook goede ideeën heeft, maar er niet tussen komt. Een uitspraak die ik mezelf voorhoud: “Als je vindt dat iemand weinig zegt, moet je zelf eens je mond houden.” Met andere woorden: doe een stapje terug om de ander een stapje vooruit te laten zetten. Als extraverte kletskous heb ik dat goed in mijn oren geknoopt. Een leidinggevende die altijd boven op het proces zit, doet dat meestal uit betrokkenheid. Toch heeft het een keerzijde. Rollen worden vaag: wie beslist, wie voert uit, wie is waarvoor verantwoordelijk? Als iedere beslissing alsnog langs de manager moet, verliezen medewerkers de prikkel om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Ze gaan werken zoals de manager het wil, in plaats van hun eigen vakkennis in te zetten. Het maakt medewerkers afhankelijk en de manager onmisbaar: die moet dan altijd bereikbaar zijn om te kunnen beslissen. Denk aan een medewerker die tijdens een controle een afwijking signaleert, maar twijfelt of hij de productielijn zelf mag stilleggen terwijl de manager net in overleg zit. Zo komt er onnodig veel druk op één persoon te liggen en dat raakt uiteindelijk de continuïteit. Het goede nieuws is dat loslaten niet alleen de manager iets kost, maar dat het ook iets oplevert. Namelijk: minder brandjes blussen, een team dat scherper meedenkt en voor de manager meer ruimte voor zijn managementwerk. Tip aan de QA-manager (en elke leidinggevende): probeer de neiging te weerstaan om de weg naar het resultaat te blijven sturen. Steek die energie in het concreet maken van verwachtingen: wat moet het eindresultaat zijn? En benoem de middelen en bevoegdheden die iemand heeft. Welke beslissingen mag diegene nemen en wanneer moet diegene escaleren? Faciliteer, coach en laat medewerkers af en toe een kleine fout maken. Laat je verrassen door een andere aanpak; er is niks mooiers dan een idee van een werknemer te zien slagen. Diezelfde aanpak geldt voor vacatures: beschrijf niet hoe de dag van de vorige werknemer er uit zag, maar wat er bereikt moet worden. Tip aan de medewerker: vraag expliciet naar je verantwoordelijkheden én bevoegdheden. Mag je een batch afkeuren? Een lijn stilleggen? Een leverancier aanspreken? Een klant informeren? •
33
34
COLOFON
VMT (Voedingsmiddelen, Management en Technologie) is hét mediaplatform voor de voedingsmiddelenindustrie in Nederland en België. VMT verschijnt 8x per jaar en is een uitgave van VMN media.
Vormgeving Colorscan bv www.colorscan.nl
VMN media Bezoek- en postadres Utrechtseweg 44 3704 HD Zeist T 088-584 08 00 E redactie.vmt@vmnmedia.nl www.vmt.nl
Abonnementen
Uitgever Maciek Piasecki T 06-13 85 80 30 E maciekpiasecki@vmnmedia.nl
Voor vragen over abonnementen, bezorging en/of adreswijzigingen bel of mail je met 088-584 08 88, klantenservice@vmnmedia.nl
Hoofdredactie Willem Paul de Mooij T 06-45 07 45 28 E willempauldemooij@vmnmedia.nl
Abonnementsprijzen Online abonnement: € 30,- per maand Online en vakblad: € 41,- per maand Teamlicentie: € 90,- per maand De tarieven zijn exclusief 9% btw.
Eindredactie Henk Hogewoning T 06-51 55 03 48 E henkhogewoning@vmnmedia.nl Redactie Dionne Irving T 06-48 27 29 28 E dionneirving@vmnmedia.nl Carmen Groeneveld T 06-31 67 77 93 E carmengroeneveld@vmnmedia.nl Didi de Koning T 06-15 28 61 21 E dididekoning@vmnmedia.nl Maurice de Jong T 06-50 84 50 55 E mauricedejong@vmnmedia.nl Redactie-adviesraad Drs. J. Stark (voorzitter) Prof. dr. E.J. Smid (WUR) Dr. ir. C.D. de Gooijer (Topsectoren voor Kennis en Innovatie) M. Vencken (Vencken QIS) K. Cuperus (Nestlé) D. Linssen (Danone) E. Cornelissen (Vezet) H. Vriend (ViaVriend) J. Schilstra (Mérieux Nutrisciences) P. Meewisse (Hilton Foods Holland) M. Molenaar (DO-IT) Dr. ir. M. van Wells-Bennik (NIZO) S. van der Pijll (Schuttelaar & Partners) S. Kanters (Bakkerij van der Westen) Advertenties Voor online, print en events: Wouter Vink T 06-52 81 40 84 E woutervink@vmnmedia.nl Levi Kramer T 06-55 03 03 13 E levikramer@vmnmedia.nl
Druk Wilco BV, Amersfoort
Scan de QR-code en abonneer je op VMT
SPICY PIRI PIRI Een pittig stukje kip dankzij de perfecte marinade Master Spice Spicy Piri Piri en de Master Sauce Sweet Piri Piri & Garlic, een vol zoete saus met een pittige nasmaak!
Meer info op www.vmt.nl/abonneren. Studenten lezen gratis online wanneer de opleiding een contract heeft met VMT. Informeer naar de mogelijkheden.
© 2026 VMN media. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. Alle in deze uitgave opgenomen informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. De juistheid en volledigheid kunnen echter niet worden gegarandeerd. VMN media en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor schade die het directe of indirecte gevolg is van het gebruik van de opgenomen informatie.
Tolboomweg 16 3784 XC Terschuur The Netherlands +31 (0) 88 55 777 55 info@dkbfoodsolutions.com www.dkbfoodsolutions.com
%ÙÙ ? ą £Ñċ DzǶ £Ò DzǷ ÒÙĄ£Ñ £è F¸£ù࣠ùèÙå£ì£ 裯£Ëìɠ ìôè£Ò¯£è£ µ Ò µ Ą¸Ò¯ £Ò ôÙ£Ò£Ñ£Ò £ £¸ì£Ò Ò ĄÙ£ ì£ËĄ£¸Ë¸¯µ£¸ Ñ È£Ò µ£ô ĄÙÙè £ è¸ÄĄ£Ò ìô££ ì £Ë Ò¯è¸ÄÈ£è ÙÑ µùÒ È£ÒÒ¸ì Ùå å£¸Ë ô£ µÙù £Òɟ £ ôࣣ ¯ì£ ÙåË£¸ ¸Ò¯ %ÙÙ ? ą £Ñċ ¸£ ô µ¸£èÙå µ£ô ÒôąÙÙè ɟ ?££ì Ñ££è