security management
o na f h a n k e l i j k va k b l a d vo o r p ro f e s s i o n e l e b e v e i l i g i n g
Nieuwe regeling brandregres
n
w w w. s e c u r i t y m a nag e m e n t. n l
IB begint bij dataclassificatie
n
N u m m e r 6 j u n i 2014
Overleven in de 21e eeuw
Thema brandveiligheid
column
Niet mijn probleem? Sinds anderhalf jaar ben ik niet alleen hoofdredacteur van Security Management, maar ook van Brandveilig.com. Het is interessant om in de werelden van safety en security met professionals te praten die allemaal gemotiveerd zijn om de risico’s van de organisatie waarvoor zij werken tot een minimum te beperken. Toch blijkt in de praktijk dat dit nog vaak gescheiden werelden zijn, zoals u de afgelopen maanden in dit blad ook heeft kunnen lezen in de serie over harmonisatie van safety & security. Voor mij niet verrassend, want de afgelopen jaren hoorde ik regelmatig van security managers dat als ik iets over brandveiligheid had gepubliceerd dat toch niet hun probleem was.
arjen de kort hoofdredacteur security management Security management groep
Meer security management?
Ik was en ben het daar niet helemaal mee eens. Natuurlijk doet het stereotiepe voorbeeld dat security de deur dicht wil hebben, terwijl de brandweer diezelfde deur juist liever open ziet, het nog altijd goed. Maar wordt het niet eens tijd verder te kijken dan alleen het eigen vakgebied en alle organisatierisico’s - waaronder ook brand - in ogenschouw te nemen? Daartoe is reden genoeg, blijkt uit recente cijfers. Zo was 2013 met meer dan 110 grote bedrijfsbranden met een totaal schadebedrag van ruim een half miljard euro een recordjaar. Bovendien waren er in 2013 meer dodelijke slachtoffers als gevolg van brand dan in de jaren daarvoor: 52. En het is een feit dat menig bedrijf na te zijn getroffen door brand moeite heeft weer op te starten; een faillissement is geen uitzondering. Tja, wat heb je dan nog aan een mooi cctv-systeem?
Volg ons op twitter: www.twitter.com/@securIty_mgt
Maar los van de harde cijfers zijn er ontwikkelingen waardoor aandacht voor brandveiligheid voor organisaties - en de professionals die zich met de organisatierisico’s bezig houden - steeds belangrijker wordt. Zo zorgt de voortschrijdende deregulering dat gebouwbeheerder en gebouweigenaar - uw directie - een steeds grotere verantwoordelijkheid ervoor krijgen. En dan is er nog de financiële prikkel vanuit verzekeraars met de nieuwe regeling brandregres. Bedrijven kunnen sinds 1 januari geconfronteerd worden met regresacties van brandverzekeraars als het onvoldoende zorgen voor preventie heeft geleid tot het ontstaan van een brand en worden zo nadrukkelijker aangesproken op hun verantwoordelijkheid.
‘Brandveiligheid is een samenspel’
Laat ik afsluiten met een uitspraak van een brandveiligheidsprofessional: “Brandveiligheid is een samenspel van alle belanghebbenden.” Zo wordt het in elk geval een gedeeld probleem. n
5
inhoud
10 Nieuwe regeling Brandregres Per 1 januari van dit jaar is de nieuwe Bedrijfsregeling Brandregres (BBr) van kracht. Dit betekent dat het nemen van regres door brandverzekeraars op niet-particulieren mogelijk is. Doel van de nieuwe regeling: vergroten van de brandveiligheid en verminderen van de totale (brand)schadelast.
14 Veranderen van gebouwen
10
Wat vinden marktpartijen een acceptabel brandveiligheidsniveau in bestaande gebouwen? Waar loop je tegenaan als een gebouw van functie verandert? Wat is het van ‘rechtens verkregen niveau’? Deze en nadere vragen stonden centraal tijdens het Nationaal Brandveiligheidscongres 2014.
18 Bluswater verboden Hoogspanning schakelstations zijn onderdelen van de vitale infrastructuur van Nederland. Deze schakelstations staan bekend als zeer betrouwbaar. Maar wat gebeurt er als er onverhoopt tóch een calamiteit zoals brand optreedt?
21 Een bloeiende samenwerking FloraHolland heeft samen met Trigion Brand en Beveiligingstechniek de brandveiligheid van onder andere het hoofdgebouw op de locatie Aalsmeer geoptimaliseerd. Opvallend daarbij is dat op een aantal plaatsen een sprinklerinstallatie is geïnstalleerd.
24 Minder loze alarmen, maximale brandveiligheid
18
21
4 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
Als het gaat om brandveiligheid focussen bedrijven vaak op het wettelijk minimumniveau, terwijl dit achterblijft bij de technologische mogelijkheden. Door te profiteren van nieuwe technologie, kunnen bedrijven twee vliegen in één klap slaan: minder loze alarmen en toch maximale brandveiligheid.
Ondernemers worden nadrukkelijker aangesproken op hun verantwoordelijkheid
28 Stan de Krom (VEB): ‘Ik ben een verbinder’ Nadat Paul van der Velde zijn vertrek had aangekondigd, was de Vereniging Europese Beveiligingsbedrijven (VEB) op zoek naar een nieuwe voorzitter. Politieman Stan de Krom bleek de gewenste kandidaat.
31 Waar blijft Opleidingsstructuur Bewaken en Beveiligen? Nederland kent een grote diversiteit aan beveiligings- en securityopleidingen. Echter, anno 2014 ontbeert Corporate Security Nederland nog steeds een volledig uitgewerkte opleidingsstructuur. Bert Duijndam roept betrokkenen op om de Opleidingsstructuur Bewaken en Beveiligen Nederland te realiseren.
28
34 Dataclassificatie: vertrekpunt voor IB Eén van de meest kritische succesfactoren voor een optimale implementatie van informatiebeveiliging is het zorgen dat deze passend is. Maar wat is passend? Het antwoord op deze vraag wordt voor een belangrijk deel bepaald door de classificatie van de informatie.
34
36 The Dark Web Het internet biedt niet alleen kansen, maar kent ook risico’s. Een van de risico’s – of beter gezegd een verscheidenheid van bedreigingen - is het zogenaamde Dark Web. Peter Davies legt uit wat dit is en waarom security professionals het in hun veiligheidsstrategie moeten opnemen.
39 Overleven in de 21e eeuw Doordat de moderne wereld steeds sneller verandert, nemen de uitdagingen van de moderne corporate security professional exponentieel toe. In dit artikel introduceren Dick Oey en Erik de Vries richtlijnen om te ‘overleven in de 21e eeuw’.
36
42 Veilig studeren: een lastig pakket Kennis delen en het bewustzijn vergroten. Dat is in een notendop het doel van het platform Integrale Veiligheid in het Hoger Onderwijs. Maar de aandacht van studenten trekken, dat is zo makkelijk nog niet.
En verder ... 3 Column 6 Nieuws 46 Recherche 47 Recht 48 Producten 49 Young Professional: Rick Kuiper 50 Colofon
42
5
nieuws
Zelden jacht op smartphonedief IHoewel bezitters van een smartphone door de overheid worden aangespoord traceersoftware te installeren, biedt dat amper garantie dat een gestolen apparaat ook werkelijk door de politie gezocht wordt. Dat meldt De Telegraaf. Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) riep burgers in 2012 nadrukkelijk op de speciale software te gebruiken, zodat speciale eenheden van de Nationale Politie de gestolen mobiele telefoons kunnen opsporen. Een woordvoerder van de landelijke korpsleiding benadrukt echter dat er lang niet altijd iets met de traceerdata kan worden gedaan. n
Geen keurmerk BOA’s
Minister Opstelten (Veiligheid & Justitie) ziet geen aanleiding voor een kwaliteitskeurmerk voor BOA’s. Dat blijkt uit zijn antwoorden op Kamervragen na geuite zorgen in de beveiligingssector over beunhazerij. Inhuurboa’s moeten volgens Opstelten net als boa’s in gemeentedienst voldoen aan bestaande kwaliteitseisen. Ze vallen immers onder hetzelfde regime. De minister vindt de huidige eisen passend. Die zijn recent aangescherpt door invoering van een systeem van permanente her- en bijscholing en examinering van vaardigheden in conflicthantering en gesprekstechnieken. Ook het modeluniform en samenwerking met de politie zouden bijdragen aan professionalisering van de functie. n
6 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
Salarisonderzoek 2014 In 2010 deed het vakblad Security Management voor het eerst onderzoek naar de beloning van security managers in Nederland. Met de uitkomsten van de tweede editie in 2012 werd het ook mogelijk om ontwikkelingen en trends te signaleren. Editie 2014
Inmiddels zijn we toe aan de derde editie van het salarisonderzoek, waarvoor Security Management en Fortress een samenwerking zijn aangegaan. Het onderzoek heeft wederom betrekking op de arbeidsvoorwaarden van de security manager. Resultaten
De resultaten van het Security Management - Fortress Salarisonderzoek 2014 zullen worden gepresenteerd tijdens het ASIS Security Management Congres (20 november). Tevens zullen de resultaten worden gepubliceerd in Security Management nummer 12 (december). iPad
Bent u geïnteresseerd in een benchmark van uw organisatie, functie en beloning? Neem dan deel aan het Security Management - Fortress Salarisonderzoek 2014. Deelnemers die de enquête volledig hebben ingevuld, maken kans op een iPad of op 1 van de 5 toegangsbewijzen voor het ASIS Security Management Congres. De enquête staat op: www.securitymanagement.nl n
Tussen de 350.000 en 700.000 camera’s brengen de openbare weg in beeld. Toeschouwers voelen zich veilig in stadions De meeste toeschouwers in de stadions voelen zich meestal of altijd veilig bij een bezoek aan een wedstrijd in de ere- of eerste divisie. Dat blijkt uit het jaarlijkse Fan Onderzoek in de twee hoogste klassen van het Nederlandse voetbal. Bij de twee metingen onder 100.000 bezoekers liet 97 procent weten zich tijdens het seizoen 2013 - 2014 in het stadion op zijn gemak te voelen. De uitkomst is bijna gelijk aan vorig seizoen,
toen was het percentage 98 procent. Sinds het seizoen 2009-2010 organiseren de ere- en eerste divisie het onderzoek onder fans in samenwerking met de KNVB. Aan de hand van de ervaringen van de bezoekers willen ze de dienstverlening nog beter afstemmen op de wensen van de fans. Het onderzoek is gehouden onder geregistreerde seizoenkaart- en clubkaarthouders van alle profclubs n
Vier keer per dag geweld tegen politie
Anderhalf miljoen bewakings camera’s in Nederland Toezicht met behulp van camera’s wordt in Nederland al bijna twintig jaar toegepast door gemeenten, politie, ondernemers en bedrijventerreinen. Inmiddels hangen er in Nederland zo’n anderhalf miljoen bewakingscamera’s, blijkt uit de inventarisatie Cameratoezicht in Nederland. De overheid zet camera’s in voor allerlei doelen: toezicht, handhaving en opsporing. Bij de overheid horen in dit geval: politie, gemeenten, defensie, ambulances en de Belastingdienst. Er zijn ongeveer 5.000 van dit soort overheidscamera’s in Nederland. Private en semi-publieke instanties gebruiken naar schatting zo’n 50.000 camera’s, bijvoorbeeld voor verkeerstoezicht en in het openbaar vervoer. Maar ook dat aantal valt in het niet bij het aantal bewakingscamera’s in winkels, op parkeerterreinen en op bedrijventerreinen. Bijna elke geldau-
tomaat heeft inmiddels een camera, net als bijna elk benzinestation. Ook particulieren kiezen er steeds vaker voor om hun woning met elektronische ogen te bewaken. De meeste bewakingscamera’s filmen in besloten of niet-openbare ruimtes. Naar schatting zijn er tussen de 350.000 en 700.000 camera’s die (een stukje van) de openbare weg in beeld brengen. Naar schatting is twee procent van die straatcamera’s van een overheid en is de rest van particulieren. In de inventarisatie wordt geschat dat er minimaal anderhalf miljoen bewakingscamera´s in Nederland hangen. Smartphones, webcams, nannycams en dashcams (en Google Glass) worden dan nog niet meegeteld. De Inventarisatie Cameratoezicht in Nederland is uitgevoerd door Sander Flight van DSP-Groep. n
Stijging interne criminaliteit De kans is groot dat het bedrijfsleven in 2014 meer schade zal lijden als gevolg van interne criminaliteit dan in 2013 het geval was. Dat concludeert Hoffmann Bedrijfsrecherche op basis van onderzoeken die het bureau in het eerste kwartaal van dit jaar heeft uitgevoerd. De toename van interne bedrijfscriminaliteit komt voort uit onder andere
een dalende werknemersloyaliteit, veroorzaakt door kortere en flexibele arbeidsovereenkomsten. Tevens blijken veel werknemers in de afgelopen (recessie-)jaren in financiële problemen te zijn geraakt, waarvoor zij een uitweg zoeken. Wat ook meetelt is dat er in de achterliggende jaren door bedrijven veel minder geld aan preventie is uitgegeven. n
Iedere dag wordt meer dan vier keer buitensporig geweld gebruikt tegen politieagenten. De aanpak van de geweldplegers schiet volgens politiebonden tekort. Roland Wichser van Geweld tegen de Politie houdt dagelijks bij welke geweldincidenten er in de publiciteit komen. Sinds 1 april 2012 tot aan begin april van dit jaar waren dat er meer dan 3200. “Dan hebben we het dus niet over bedreigingen of scheldpartijen, want die halen allang de kranten niet mee”, aldus Wichser.
Volgens politiebonden als ACP en ANPV wijzen de cijfers uit dat de aanpak van het geweld tegen agenten en andere mensen met een publieke functie nog steeds niet voldoende is. “Minister Opstelten doet mooie toezeggingen”, zegt ACP-voorzitter Gerrit van de Kamp, “maar de realiteit wijst anders uit.” n
Camera verijdelt diefstal collectegeld Stelen uit een collectebusje voor de Dierenambulance, op het politiebureau, met camerabewaking. Is dat wel zo verstandig? Een man van vierentwintig besloot in een politiebureau in Amsterdam tot deze daad. Hij had niet door dat er twee camera’s in de ruimte stonden en agenten vanuit een andere ruimte zagen hoe hij het busje vernielde. Daardoor konden ze hem arresteren zodra hij het geld in zijn zak stak. n
7
nieuws
Wildcamera’s bedreigen privacy
SSA verhuist naar najaar
Rustig in alle anonimiteit een wandelingetje maken in een Duits bos is er steeds minder bij. In de bossen van onze oosterburen wemelt het van de wildcamera’s om dieren te fotograferen, maar die ook nietsvermoedende wandelaars vastleggen. Het College bescherming persoonsgegevens van de deelstaat Rijnland-Palts vermoedt dat er in heel Duitsland al meer dan 100.000 camera’s illegaal in bossen zijn opgehangen. College-voorman Edgar Wagner dreigt jagers die ondanks aanmaningen hun apparaten niet weghalen, met torenhoge boetes. Camera’s mogen alleen opgehangen worden op afgesloten plaatsen zoals bij wildviaducten en in het geval van wetenschappelijke projecten zoals het tellen van bedreigde diersoorten. Wildcamera’s zijn tegenwoordig voorzien van bewegingssensoren die ook aanslaan op wandelaars, joggers, en mensen die paddenstoelen plukken. n
Vanaf 2015 wordt de vakbeurs Safety Security Amsterdam (SSA) in het najaar gehouden. Reden hiervoor is een betere afstemming met Security Essen. SSA 2015 wordt van 22 tot en met 24 september gehouden in Amsterdam RAI. Beursmanager Nynke Lipsius van Amsterdam RAI: “Essen is de toonaangevende vakbeurs in Europa. Om onze (inter)nationale positie te kunnen versterken, zullen wij SSA na goed overleg met onze partners voortaan precies in het andere jaar programmeren. Uit onderzoek onder reeds ingeschreven deelnemers blijkt dat de datumwijziging enthousiaste reacties oproept.” SSA is het tweejaarlijkse trefpunt op het gebied van beveiliging en (brand) veiligheid. Op dit kennisplatform krijgen installateurs, eindgebruikers,
overheidsfunctionarissen en andere professionals inzicht in oplossingen voor branchespecifieke veiligheidsvraagstukken. De organisatie van het evenement is in handen van Amsterdam RAI.’ n
Arbeidsmarkt particuliere beveiliging ongunstiger Ecabo heeft onderzoek laten doen naar de arbeidsmarkt particuliere beveiliging. Hierbij zijn niet alleen leerbedrijven bevraagd naar de behoefte aan personeel, maar zijn ook algemene economische ontwikkelingen meegenomen. Gecombineerd leverden de cijfers een arbeidsmarktperspectief op voor leerlingen (kans op werk ) en voor werkgevers (ruimte op de arbeidsmarkt). Voor werkgevers is er sprake van een ruime arbeidsmarkt voor gediplomeerde beveiligers eind 2014. In het noorden en oosten is het aanbod van coördinatoren ruim, en in het noordwesten krap. Voor leerlingen is het arbeidsmarktperspectief berekend over vijf jaar (2013 - 2018). Landelijke gezien is het
8 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
perspectief in deze periode matig voor recent gediplomeerden van de opleiding Beveiliger. Dat geldt ook voor het perspectief in vijf van de zes districten. Alleen in noordwest is het arbeidsmarktperspectief voldoende. Daarmee is het perspectief ten opzichte van vorig jaar ongunstiger geworden. Voor gediplomeerden van de opleiding Coördinator Beveiliging is het landelijk arbeidsmarkt perspectief net als vorig jaar voldoende, maar in het noorden en
oosten is er sprake van matig perspectief. Het aanbod werkzoekenden daar is groter dan de vraag vanuit werkgevers. In het noordwesten is het perspectief juist ruim voldoende. De arbeidsmarktperspectieven zijn ook nog berekend voor de 35 arbeidsmarktregio’s. Daaruit blijkt dat de regionale perspectieven voor leerlingen van de opleiding Beveiliger variëren van voldoende tot gering, en bij coördinator van ruim voldoende tot matig. Voor werkgevers varieert de typering van de arbeidsmarktruimte bij beveiliger van zeer ruim tot gemiddeld en bij coördinator van ruim tot krap. De volledige Arbeidsmarktmonitor particuliere beveiliging is te lezen op: www.ecabo.nl n
Beveiligingsbranche ondertekent Brede Code Verantwoordelijk Marktgedrag Opdrachtgevers, opdrachtnemers, vakbonden en bemiddelaars hebben een gedragscode vastgesteld, waarin zij afspraken hebben vastgelegd over de inkoop van dienstverlenende werkzaamheden. Deze afspraken staan in de Brede Code Verantwoordelijk Marktgedrag die is ondertekend door de schoonmaak- en glazenwassersbranche, cateringbranche, beveiligingsbranche en opdrachtnemers. Partijen vinden dat bij een uitvraag allereerst gekeken moet worden naar de kwaliteit van de uitvoering, waar goede werkomstandigheden ook onder vallen. Vervolgens kan gekeken worden tegen welke prijs dit kan.
De Brede Code Verantwoordelijk Marktgedrag is een gezamenlijk initiatief van de ondertekenende branches en een aantal grote opdrachtgevers. De verbrede code heeft tot doel de kwaliteit van de diensten alsmede de werkomstandigheden en sociaal werkgeverschap te waarborgen en zo de neerwaartse prijsspiraal te doorbreken. Daarnaast bevordert de code de scholing van werknemers, zowel in vakopleidingen als in de Nederlandse taal en trainingen in veilig en gezond werken. Deelnemende partijen zijn: OSB, Veneca, Nederlandse Veiligheidsbranche, CNV Vakmensen, CNV Diensten-
bond (schoonmaak en beveiliging), FNV Bondgenoten (schoonmaak en beveiliging), FNV Catering, vakbond De Unie, De Unie Security, VMS, AWVN, NS, Schiphol, de Rijksoverheid en UWV. De volledige tekst van de Brede Code Verantwoordelijk Marktgedrag is te vinden op www.veneca.nl.n
Winkelier wil wapen tegen overvallers Om zich te weren tegen overvallers, willen winkeliers het recht krijgen op wapenbezit. Ruim 60 procent van hen pleit voor verruiming van de Wapenwet. Een op de vijf ondervraagde winkeliers heeft al een wapen achter de toonbank. Dat schrijft het AD op basis van onderzoek van EenVandaag onder duizenden winkeliers. De grote meerderheid van de winkeliers is gewapend met slagwapens als honkbalknuppels, maar ook ijzeren staven en stoelpoten met spijkers worden genoemd. Enkele juweliers erkennen over een vuurwapen te beschikken. Deskundigen vrezen voor ‘geweldsescalatie’ en een ‘wapenwedloop’. 88 procent van de winkeliers zegt begrip te hebben voor het wapenbezit van het juweliersechtpaar in Deurne. Een ruime meerderheid (63 procent) vindt dat het stel niet moet worden vervolgd wegens verboden wapenbezit.n
Opdrachtgevers, opdrachtnemers, vakbonden en bemiddelaars hebben een gedragscode vastgesteld. 9
thema brandveiligheid
Een nieuwe regeling
Brandregres 10 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
In 2011 is vanuit het Verbond van Verzekeraars besloten de Bedrijfsregeling Brandregres (BBr) opnieuw onder de loep te nemen. Dit resulteerde in het voorstel om de regeling aan te passen en inmiddels is de nieuwe BBr 2014 van kracht. Dit betekent dat het nemen van regres door brandverzekeraars op niet-particulieren, met uitzondering van de zakelijke huurder, per 1 januari 2014 mogelijk is. Tekst Marieke Beugel en Marko van Leeuwen *
D
e wet biedt brandverzekeraars het recht de uitgekeerde schadevergoeding te verhalen op de daadwerkelijke schadeveroorzaker. Brandverzekeraars hebben van dit recht altijd maar beperkt gebruik gemaakt. Dit omdat door een verhaalsactie van een verzekeraar de verhoudingen tussen verzekerden en verzekeraars en tussen verzekerden onderling verstoord worden. Met name in de relatie met particulieren vinden verzekeraars dit ongewenst. Historie
Om aan deze bezwaren tegemoet te komen kent de Nederlandse brandverzekeringsmarkt al tientallen jaren een voor Europa unieke regeling, te weten de Bedrijfsregeling Brandregres (de BBr). Onder verschillende namen zijn in de loop der jaren brochures verschenen, waarin de kaders van de regresbeperking precies staan beschreven. De Vereniging van Brandassuradeuren publiceerde in 1984 een editie onder de naam Bindend Besluit Regres. Deze versie is in 2000 door het Verbond van Verzekeraars vervangen door de Bedrijfsregeling Brandregres 2000 (BBr 2000). Daarin werd naast het opnemen van eurobedragen met name de tekst vereenvoudigd en werden verschillende onderdelen van de regeling nader toegelicht.
Verbondslidmaatschap. Gevolg hiervan was dat deze maatschappijen eenzijdig konden profiteren, terwijl Verbondsleden vast zaten aan een voor hen bindende regeling. Hierover waren zij op hun beurt weer ontevreden. Voorstanders van de regeling wezen op de nadelen van aanpassen of afschaffen van de regeling: verlies aan efficiency, reputatierisico, risico op lange en dure juridische procedures en onder- of onverzekerbaarheid van bepaalde bedrijven. Onderzoek
In 2011 is door het Verbond een onderzoek gestart, waarin de vraag centraal stond of de bedrijfsregeling nog te handhaven was. Diverse Verbondscommissies hebben zich over deze vraag gebogen. Een commissie, bestaande uit leden van de afdelingscommissies Brand en Algemene aansprakelijkheid, heeft uitgebreid alle voor- en nadelen van het handhaven van de regeling op een rijtje gezet. Ook is gesproken over diverse opties met betrekking tot de regeling, zoals onverminderd vasthouden aan de huidige regeling, de regeling alleen handhaven voor de particuliere markt, deelname op intekenbasis, (gefaseerde) verhoging van het grensbedrag, het afschaffen van de gehele regeling en gecombineerde oplossingen. Deze opties zijn samen met de voor- en nadelen aan het sectorbestuur Schade voorgelegd. Uiteindelijk heeft het sectorbestuur geconcludeerd dat de BBr voor de zakelijke markt moet worden afgeschaft. Als invoeringsdatum werd gekozen voor 1 januari 2014. Aan een werkgroep is gevraagd de afschaffing en de gevolgen hiervan verder te bestuderen en mogelijke problemen rond de invoering te inventariseren en hiervoor oplossingen aan te dragen. Deze werkgroep heeft gewezen op het probleem van de niet-particuliere huurder (waarover hierna meer). Hierop is voorgesteld dat ook de niet-particuliere (‘zakelijke’) huurder onder de regeling blijft vallen. Ook werd opnieuw bevestigd dat er geen cijfers beschikbaar zijn van het aantal zakelijke brandschades die onder de nieuwe regeling regreswaardig zouden zijn,
Ter discussie
De BBr stond echter al lange tijd ter discussie. Menig grootzakelijk verzekeraar pleitte al voor afschaffing van de BBr voor de zakelijke markt. Daarbij ondersteund door buitenlandse verzekeraars, die aangaven dat de regeling de internationale concurrentieverhoudingen beïnvloedt en binnen de vrijedienstenruimte in Europa uiteindelijk onhoudbaar is. Andere verzekeraars waren om principiële redenen tegen de regeling en zagen daarom soms zelfs af van het
Ondernemers kunnen nadrukkelijker worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid 11
thema brandveiligheid
Doel van de nieuwe regeling: vergroten brandveiligheid en verminderen totale (brand)schadelast.. evenals van de hoogte van de schadebedragen. Per 1 januari 2014 is de BBr niet meer van toepassing op de zakelijke markt; de regeling voor de particuliere markt en de niet-particuliere huurders zijn onveranderd van kracht. Verantwoordelijkheden en preventie
Een belangrijk punt dat heeft meegewogen bij de beslissing om de BBr voor de zakelijke markt af te schaffen, is dat ondernemers nadrukkelijker kunnen worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid om de brandveiligheid te vergroten en brandpreventie te stimuleren. Ook vanuit de maatschappij en politiek komt de wens om de verantwoordelijkheid voor de (brand)schade neer te leggen bij de partij die deze daadwerkelijk veroorzaakt. Door het afschaffen van de BBr voor de zakelijke markt worden bedrijven gestimuleerd om hun brandpreventie goed op orde te hebben. Omdat zij nu zelf aangesproken kunnen worden als er op dit vlak wordt verzuimd of als er anderszins onzorgvuldig wordt gehandeld. Bedrijven kunnen sinds 1 januari 2014 geconfronteerd worden met regresacties van brandverzekeraars als het onvoldoende zorgen voor preventie heeft geleid tot het ontstaan van een brand. Met name bedrijven die brandgevaarlijke werkzaamheden uitvoeren worden op deze wijze aangesproken op hun maatschappelijke verplichting om hun werkzaamheden op de juiste wijze uit te voeren en hun preventie op orde te hebben. Uitzondering: zakelijke huurders
In de nieuwe regeling is bewust voor de zakelijke huurder een uitzondering opgenomen. Onder de BBr 2000 en de voorgangers daarvan, werd geen regres genomen op niet-particuliere huurders, pachters, lessees, bruikleners en bewaarnemers van de beschadigde zaak. Deze groepen worden geacht via de brandpremie mee te betalen aan het afdekken van het risico. Indien de BBr 2014 enkel van toepassing is op particulieren, vallen de zakelijke huurders niet langer onder de regeling. Het nemen van regres op deze groep wordt dan mogelijk. Tegelijkertijd biedt de standaard aansprakelijkheids-
12 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
verzekering (AVB) van de huurder echter geen dekking voor schade aan de door hem gehuurde zaken. Dit is onderdeel van de opzichtbepaling die is opgenomen in de AVB. De zakelijke huurder zou daarmee tussen wal en schip terechtkomen en onverzekerd zijn. Hij zou dan de schade uit eigen middelen moeten vergoeden, met mogelijk ingrijpende gevolgen voor zijn bedrijfscontinu誰teit. Dit terwijl de brandverzekeraar, via de eigenaar van het gehuurde pand, premie heeft ontvangen voor het verzekerde risico. Een onwenselijke situatie. Daarom is besloten om ook voor deze groep de BBr te handhaven. De aanpassing van de BBr kan grote gevolgen hebben voor de verzekeringspositie van ondernemers. Voor de uitvoering van het besluit zijn verzekeringstechnische aanpassingen nodig, met name aan de kant van de aansprakelijkheidsverzekeraars. Het is aan verzekeraars zelf om hier invulling aan te geven. In verband met de mededingingsrechtelijke beperkingen mag en zal het Verbond hierbij geen rol spelen. Wel zal het Verbond samen met onder andere VNO-NCW/MKBNederland ondernemers in Nederland informeren over de wijzigingen in de brandregresregeling en de mogelijke gevolgen voor de bedrijfsvoering. Afsluiting
Omdat de BBr al jaren ter discussie stond, is door het Verbond de regeling onder de loep genomen. Dit resulteerde in afschaffing van de BBr voor de zakelijk markt per 1 januari 2014. Het gebrek aan vergelijkend cijfermateriaal maakt het lastig om het nieuwe risico van een ondernemer goed in te schatten en de benodigde aansprakelijkheidslimiet te bepalen. De bezwaren tegen het handhaven van de huidige regeling wogen echter niet op tegen het doel van de nieuwe regeling: stimuleren van preventie door de ondernemer, vergroten van de brandveiligheid en verminderen van de totale (brand)schadelast.n * Marieke Beugel en Marko van Leeuwen zijn als beleidsadviseur werkzaam bij het Verbond van Verzekeraars te Den Haag. Dit artikel is eerder gepubliceerd in: de Beursbengel, nr. 827, september 2013 en in Brandveilig.com 2013, nummer 6.
Brandveiligheid voor deuren
In combinatie met optimale toegankelijkheid HELAAS NOG VAAK DE PRAKTIJK
DICTATOR biedt u hiervoor: Ruim assortiment deurhoudmagneten en ankerplaten Betrouwbare rook- en warmtemelders Volledig programma deurdrangers; ook getest en
goedgekeurd voor toepassing op branddeuren (EN 1154) Ook oplossingen voor explosiegevaarlijke (ATEX) omgevingen leverbaar
Sluitvolgorderegeling voor dubbelvleugelige deuren Vrijloopdeurdrangers; optimale toegankelijkheid
MAAR GELUKKIG KAN HET OOK ANDERS
GEZOCHT:
stressvrije security manager m/v
U kunt flexibel en kosteneffectief inspelen op frequent veranderende wet- en regelgeving en rekent altijd snel af met alledaagse beveiligingsrisico’s.
Voldoet u aan dit profiel? Dan werkt u vast met het security management platform AEOS. Zo niet, kijk dan op www.nedapsecurity.com/nl/gezocht
thema brandveiligheid
Nationaal Brandveiligheidscongres 2014
Veranderen van gebouwen
M
Wat vinden marktpartijen een acceptabel brandveiligheidsniveau in bestaande gebouwen? Waar loop je tegenaan als een gebouw van functie verandert? Wat is het van ‘rechtens verkregen niveau’? En hoe kun je als gebouwbeheerder of -eigenaar zo goed mogelijk inspelen op toekomstige ontwikkelingen? Deze vragen stonden centraal tijdens het Nationaal Brandveiligheidscongres 2014. tekst Arjen de Kort
14 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
eer dan 200 bezoekers waren op 17 april naar het Cinemec in Ede gekomen om het Nationaal Brandveiligheidscongres bij te wonen en zich te informeren over twee belangrijke trends die de markt momenteel bezig houden: (1) verbouwen volgens het ‘rechtens verkregen niveau’ en (2) het veranderen van de functie (transformatie) van gebouwen. Het hierbij keurig volgen van de brandveiligheidseisen uit de wet- en regelgeving is niet voldoende en ontslaat gebouweigenaren en -beheerders niet van hun verantwoordelijkheid. Sterker nog: door de aanpassingen in 2012 van het Bouwbesluit geeft die regelgeving nog slechts een basis, waarmee eigenaar of beheerder de veiligheid in bestaande gebouwen onvoldoende kan garanderen. Dus moeten betrokkenen zélf een steeds scherper beeld hebben van het vereiste kwaliteitsniveau voor brandveiligheid in hun gebouwen.
tot ‘het kwaliteitsniveau van een rechtmatig gebouwd bouwwerk’. Vervolgens illustreerde hij aan de hand van een drietal casussen de dilemma’s wat het RVN in de praktijk betekent voor de brandveiligheid als bestaande bouw wordt verbouwd. Hierbij spelen de ondergrens (bestaande bouw) en de bovengrens (nieuwbouw) zoals vastgelegd in het Bouwbesluit een belangrijke rol, waarbij de gebouweigenaar nu de vrijheid heeft om het gewenste niveau te kiezen. Maar Van der Graaf merkte op dat de gebouweigenaar zich niet altijd bewust is van de gevolgen van zijn keuzes voor brandveiligheid en dat deze zich moet afvragen of het voldoen aan de ondergrens garant staat voor het borgen en actief beheren van brandveiligheid? Van der Graaf sloot zijn presentatie daarom af met het advies brandveiligheid integraal te benaderen vanuit risico’s: van regelgericht naar risicogericht.
Rechtens verkregen niveau
De tweede trend - veranderen van de functie van gebouwen - kwam aan de orde in de presentatie ‘Transformatie - een “brandend” probleem’ van Jean Baptiste Benraad (lid expertteam ministerie BZK). Volgens Benraad is als gevolg van de enorme leegstand van kantoren transformatie van bestaande gebouwen de komende jaren onontkoombaar. Transformatie is vooral de oplossing voor de groeiende behoefte aan huisvesting voor studenten, ouderen, alleenstaan-
Transformatie
Om dit beeld aan te scherpen ging Johan van der Graaf (adviseur Nieman Raadgevende Ingenieurs) in de eerste plenaire presentatie in op de ervaringen van de afgelopen twee jaar - sinds de wijziging van het Bouwbesluit per 1 april 2012 - met het zogenaamde rechtens verkregen niveau (RVN) voor de brandveiligheid, toegepast in de (ver) bouwpraktijk. Van der Graaf bracht om te beginnen de lastige definitie van het RVN terug
De omslag wordt gemaakt van norm- naar risicodenken
oplossing een gelijkwaardige oplossing kan zijn. Voorwaarde is dan wel dat er een goed bedrijfsnoodplan komt, met daaraan gekoppeld een plan-do-checkact cyclus, en dat dit geborgd is. Gebouwbeheerder
Danny van Goudzwaard (directeur Gerco) neemt de Innovatieprijs 2014 in ontvangst van Barbera Peters (SBRCURnet). den, arbeidsmigranten en kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen. Daar waar je bij nieuwbouw uitgaat van een Programma van Eisen, ga je bij transformatie uit van de kwaliteit van het bestaande gebouw. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de brandveiligheidseisen en toe te passen brandveiligheidsvoorzieningen. Het Bouwbesluit 2012 zegt hierover in artikel 1.12 Verbouw: op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn wat betreft de hoofdstukken 2 tot en met 6 de voorschriften van een te bouwen bouwwerk van toepassing tenzij in de desbetreffende afdeling voor een voorschrift anders is aangegeven. Maar bij (bijna) alle artikelen is dit uitgewerkt als artikel 2.110 Verbouw (bijv. capaciteit vluchtroutes): op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.103 tot en met 2.109 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.
BIO
In het middagprogramma kwamen in verschillende presentaties de bouwkundige, de installatie-technische en de organisatorische (BIO) oplossingen bij verbouwen aan de orde. Zo presenteerde Ralph Hamerlinck (Bouwen met Staal) een drietal voorbeelden van brandveilig verbouwen van gebouwen. Zijn conclusie was dat regels een goed raamwerk geven voor te realiseren brandveiligheid, maar dat een al te strikte naleving ervan kan leiden tot verkeerde keuzes en uiteindelijk zelfs een lager niveau van brandveiligheid. Verfrissend was de visie van Raphael Gallis (adviseur en onderzoeker bij TNO) die stelde dat in plaats van bouwkundige oplossingen ook de mens een oplossing kan zijn. Deze oplossing in organisatorische veiligheid is onderdeel van de ontwikkeling in het denken over veiligheid, waarbij de omslag wordt gemaakt van norm- naar risicodenken. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de BHV-/bedrijfsnoodorganisatie, waarbij volgens Gallis een goede BHV-
Ook de gebouwbeheerder kwam aan het woord. Bob de Jong (Garantienet), “intermediair tussen gebouweigenaar en gebouwgebruiker”, hield de brandveiligheidsexperts in de zaal voor dat de primaire doelstelling van een gebouweigenaar toch vooral het behalen van rendement op zijn investering is. En voor een gebouwgebruiker (huurder) zijn locatie en prijs belangrijke aspecten. Voor beiden is brandveiligheid ‘slechts’ onderdeel van het brede begrip veiligheid - arbo, omgeving, inbraak, maatschappelijke - en zeker geen showstopper bij de keuze voor een gebouw. Volgens De Jong is voor een gebouweigenaar vooral business continuity van belang en maakt hij bij eventuele investeringen in brandveiligheid die bovenop het door de overheid vereiste niveau komen vooral rendementsafwegingen. Toekomst
Ten slotte ging Peter van Veen (ministerie BZK) in op de aanstaande stelselwijziging Verbetering kwaliteitsborging in de bouw. Hij verwacht dat het betreffende wetsvoorstel eind van dit jaar naar de Tweede Kamer kan worden gestuurd, waarna eind 2015 het wettelijk stelsel van kracht kan zijn. n
15
thema brandveiligheid
Bluswater verboden Hoogspanningsschakelstations zijn onderdelen van de vitale infrastructuur van Nederland. Deze schakelstations staan bekend als zeer betrouwbaar. Maar wat gebeurt er als er onverhoopt t贸ch een calamiteit zoals brand optreedt? tekst Erwin van Leeuwen
Harm Straathof (links) en Maarten van Riet tussen het blusgas.
16 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
H
et hield Maarten van Riet ‘s nachts wakker. Het idee dat de hoogspanningsschakelstations waarvoor hij technisch verantwoordelijk is, onvoldoende beveiligd zijn tegen brand. De gevolgen van een brand zouden desastreus zijn, de economische schade zou in de honderden miljoenen euro’s lopen. Toen ook onderhoudsmonteurs angstig werden na een grote brand bij een vergelijkbaar transformatorstation van Tata Steel, werd een projectteam geformeerd om tot een passende oplossing te komen.
leiden. Wanneer deze brand niet direct wordt geblust en het schakelstation brandt af, ligt niet alleen het elektriciteitsnet van Noord Holland eruit, ook voor het internetknooppunt op Schiphol is dit kritiek.” Water en vuur
Security Management is op bezoek bij het hoogspanningsschakelstation van Amstelveen. Daar spreken we met Maarten van Riet, Manager R&D van netwerkbeheerder Liander en Harm Straathof, Manager Business&Product Development bij Saval. We krijgen uitleg over de bevredigende oplossing die uiteindelijk werd gevonden voor het complexe brandbeveiligingsprobleem van dit station. Zo bevredigend dat deze nu wordt uitgerold naar andere hoogspanningsschakelstations die bij Liander in beheer zijn. Hoogspanningsschakelstations zijn onderdelen van de vitale infrastructuur van Nederland. Op een station als deze wordt hoogspanning van 150 kilovolt (kV) teruggebracht en verdeeld over kabels van 50 kV. Nederland telt er zo’n twaalf. Bijna allemaal oliegeïsoleerde Coq-systemen. Ze zijn kort voor de oorlog ontwikkeld door firma Coq. Deze schakelstations staan bekend als zeer betrouwbaar. Maar wat gebeurt er als er onverhoopt tóch een calamiteit optreedt?
Doordat de Coq’s zo betrouwbaar waren, werd de noodzaak voor een blusinstallatie voorheen niet sterk gevoeld. Maar daarnaast ontbrak het ook aan blusmogelijkheden. Blussen deed je destijds met water. Maar hoogspanning en water is niet te combineren, net zo min als een oliebrand en water. In april 2013 werd het project ‘Veiligstelling Coqbatterijen’ gestart. Met in het projectteam de bouwer van de installatie, deskundigen op het gebied van olie, analyse en ontladingsmiddelen. Maar geen brandexperts. Van Riet moest met zijn collega’s zelf op zoek naar alternatieven voor blussen met water. In eerste instantie werd getest met aërosols. “We hebben een experiment gedaan met wat brandende olie op een schaaltje. Binnen een half uur waren we genezen”, zegt Van Riet. Want wat bleek? “De aerosol blust wel, maar vliegt op de olie af en vreet er in. En kopermaterialen die in aanraking kwamen met het mengsel van olie en aerosol waren binnen enkele dagen gecorrodeerd.” Via-via kwam Van Riet in contact met het Brandopleidingscentrum in Baak. Toen werd duidelijk dat het team met aërosol op het verkeerde pad zat en werd blussen met gas gesuggereerd. En zo kwam Liander vervolgens bij Saval terecht, een van de weinige partijen die blusgassystemen met deze complexiteit kan realiseren.
Worst case scenario
Koffie in ijle lucht
Op het Nederlandse elektriciteitsnet zijn er sinds de oorlog slechts vierentwintig zware verstoringen geweest. Daarbij is in vier gevallen het station volledig uitgebrand. Hoe ontstaat zo’n brand? ‘Schakelaars van de Coq-installaties zijn omgeven door olie voor de isolatie’, legt Van Riet uit. “Stel nu dat kortsluiting optreedt in één van die eindsluitingen en hij barst open, dan zal normaliter binnen 20 milliseconden automatisch de stroom van het systeem zijn. De isolatieolie druipt in de lekbak. Wanneer nu door onoplettendheid in de controlekamer of een nieuwe technische storing toch weer stroom wordt gezet op de leiding, dan kunnen de vonken (vlambogen) die ontstaan in combinatie met de gelekte olie tot brand
In een gesprek werden de randvoorwaarden van het benodigde blussysteem op een rijtje gezet: • er moest een blusproef worden uitgevoerd met brandende Shell-Coq isolatie-olie met een groter oppervlakte dan zes vierkante meter en een groter vermogen dan 10 megawatt; • een schriftelijke garantie dat de isolerende eigenschappen van de olie bij afblazing van blusgas ongewijzigd blijft; • een systeem dat bij 50 kV magnetische straling (EMC) niet tot storing leidt; • montage tijdens vol bedrijf (zorgvuldigheid geboden aangezien een monteur contact met 50kV niet zal overleven).
Bevredigende oplossing
17
thema brandveiligheid
De praktijktesten deden Liander en Saval bij het brandtestcentrum in Baak. Het blusgas bleek naar volle tevredenheid te werken. Al snel was de conclusie dat InerFlex hiervoor het meest geschikt was, een inert gasblussysteem. Hierbij blus je niet, maar je verdringt de zuurstof uit de ruimte met een combinatie van argon en stikstof.Tot een waarde van zo’n tien tot elf procent zuurstof (normaal is dit 21 procent). “Als mens kan je daarbij overleven”, verzekert Straathof. Om de acceptatie van dit idee te vergroten konden medewerkers van Liander tijdens een personeelsbijeenkomst in een afgesloten demo-unit koffie drinken bij een atmosfeer met elf tot twaalf procent zuurstof. “Dat was om te laten zien dat in die atmosfeer elke sigaret uit gaat. Je kunt absoluut geen lucifer aansteken, maar je kunt als mens gewoon ademhalen.” Daarmee was het personeel om en was de keuze voor Inerflex definitief. Straathof sloeg aan het rekenen: “Voor een ruimte van dit volume (zo’n 2000 kuub) moet je zo’n 50 cilinders gebruiken. Het blussysteem bestaat uit een detectiesysteem en een gasblusleiding met nozzles. Een juiste en, tijdens vol 50kV bedrijf, veilige plaatsing van de nozzles is essentieel. Plaatsing van de nozzles, maar ook de plaatsing en de grootte van de gaatjes daarin werden met speciale software berekend. Zo wordt bepaald waar, hoeveel kg uitstroomt om de ruimte optimaal te vullen. Hydraulische calibratie noemen we dat.”
Leidingen in het gelid. Na de brand
Mocht er brand ontstaan dan wordt deze gedoofd door verdrijving van de zuurstof door het mengsel van stikstof en argon. Uit proeven is gebleken is dat de olie spontaan ontvlamt bij 363 graden en dat het een half uur duurt om deze voldoende te laten afkoelen. De ruimte moet dus gegarandeerd een half uur afgesloten blijven (de standtijd) zodat er geen zuurstof kan binnendringen.
Dubbele beveiliging
Wordt het ontstekingsmechanisme geactiveerd, dan blazen alle 50 cilinders leeg. Stoppen is er dan niet meer bij, en hervullen is prijzig. Een onterechte afblazing moet dus worden voorkomen. Straathof en Van Riet bedachten daarom een uniek aanspreekcriterium. Wanneer detectie wordt geactiveerd is dat een vooralarm, maar de blusinstallatie gaat nog niet open. En ook een storing op zich geeft geen alarm. “Bij tachtig procent van alle storingen hoef je niks te doen”, geeft Van Riet aan. “Wanneer kortsluiting ontstaat gaat daarom eerst het systeem een half uur op scherp. Is er binnen een half uur na een sluiting geen detectie, dan is er geen brand. Pas wanneer een kortsluiting ontstaat én detectie aanspreekt gaat de installatie afblazen.”
Hoogspanning en water is niet te combineren
Verdriet brandbeveiliger
Wat zou het mooi zijn wanneer we het systeem toch eens écht in werking zouden zien, bij een échte calamiteit. Helaas, de kans dat de installatie in werking moet treden is klein. Het team moet het doen met het bevredigende gevoel dat de brandbeveiliging van het HS-tussenstation nu perfect op orde is. En er is veel praktijkkennis opgedaan. Van Riet: “We rollen dit systeem al uit naar andere locaties. Maar ik ben er ook van overtuigd dat dit blussysteem voor veel meer toepassingen interessant is. Bedrijven kiezen nu voor droge transformators in plaats van olie-geïsoleerde natte transformators vanwege het brandgevaar. Maar een natte installatie is veel betrouwbaarder, zuiniger en stiller. Met deze techniek plaats je gewoon een natte transformator in een gesloten ruimte, je zet er één kruik achter en het is klaar. Daarmee wordt het ook interessant voor bijvoorbeeld de elektriciteitsvoorziening van een ziekenhuis.” n Erwin van Leeuwen is redacteur bij Vakmedianet
18 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
thema brandveiligheid
Een bloeiende samenwerking FloraHolland heeft samen met Trigion Brand en Beveiligingstechniek de afgelopen tijd de brandveiligheid van onder andere het hoofdgebouw op de locatie Aalsmeer geoptimaliseerd. Opvallend daarbij is dat op een aantal plaatsen een sprinklerinstallatie is geïnstalleerd. tekst Trudy van Dijk *
FloraHolland is een coöperatieve organisatie van en voor kwekers van sierteeltproducten. Het veilingcomplex is een van de grootste handelsgebouwen ter wereld.
F
loraHolland is een coöperatieve organisatie van en voor kwekers van sierteeltproducten. Op vijf locaties in Nederland en via een joint-venture in Duitsland worden er dagelijks miljoenen bloemen en planten geveild. Het veilingcomplex is een van de grootste handelsgebouwen ter wereld. FloraHolland wil de veiligheid van medewerkers, klanten en bezoekers op topniveau brengen. Daarnaast noopten de verscherpte regels in het Bouwbesluit 2003 tot een aanpassing van de brandveiligheid. “Onze locatie in Aalsmeer is 1,3 miljoen m2 groot”, vertelt arbo-, milieu- en veiligheidsadviseur Wim Hoogervorst, die ongeveer
acht jaar bij FloraHolland in dienst is. “Het hoofdgebouw alleen al telt 750.000m2. Bij een brandveiligheidsproject van een dergelijke omvang kun je niet over een nacht ijs gaan. We hebben dan ook een adviesbureau in de arm genomen. Zij hebben met ons in 2005 een meerjarenmasterplan opgesteld dat zich over circa vijftien jaar uitstrekt.” Scepsis overwinnen
De brandbeveiliging bij het hoofdgebouw in Aalsmeer bestond uit verschillende onderdelen, waaronder een groot aantal brandwerende wanden. “Die wanden kunnen het vuur onge-
19
thema brandveiligheid
veer een uur tegenhouden”, vertelt Hoogervorst. “Deze wanden zijn opgewaardeerd en ook de brandmeldinstallatie heeft een upgrade ondergaan. Daarnaast beschikken we over een bedrijfsbrandweer. Het adviesbureau raadde ons echter aan om op een aantal plekken een sprinklerinstallatie toe te voegen. Van sprinklerinstallaties – een heel andere benadering van brandpreventie – hadden we nog geen verstand en we hadden ook nog geen ervaring met partijen die dergelijke projecten uitvoeren. Bovendien was er intern nogal wat scepsis te overwinnen. Sommigen waren bang dat sprinklers
zomaar afgaan. Anderen dachten dat sprinklers niet zouden helpen bij de kunststof emmers. Die angst hebben we weten te ontzenuwen.” Helder communiceren
“Vervolgens hebben we prioriteiten en randvoorwaarden gedefinieerd en bepaalden we de hoogte van de beveiligingsniveaus en de gevarenklassen”, vertelt Hoogervorst verder. FloraHolland liet vier bedrijven een aanbieding maken. De prijs was daarbij het belangrijkste criterium. “Daar draai ik niet omheen. Wat de aanbieding van Trigion speciaal maakte was dat ze een slim-
mere oplossing voorstelden, waardoor er – zonder in te leveren op veiligheid – minder brandsecties nodig waren en we bovendien een flink bedrag konden besparen. Verder stond in hun aanpak hoe ze met onze huurders in het complex zouden omgaan en hoe ze de overlast zoveel mogelijk gingen beperken.” Richard de Kuijer, operational manager bij Trigion Brand en Beveiligingstechniek, heeft daar een simpele verklaring voor: “We hebben veel ervaring in renovatieprojecten en in de retailsector. We weten welke impact het aanleggen van een sprinklerinstallatie heeft. Bovendien weten we hoe we per segment het slimst kunnen handelen. Verder is het een kwestie van helder communiceren, afspraken maken en ze nakomen.” Hart van het proces
Een standaardkarwei is dit volgens De Kuijer zeker niet. “Het is een project met een enorme omvang. Het pand telt drie verdiepingen. Er zijn ruimtes van vijf meter hoog waar we het basisnet hebben aangelegd. Maar er zijn ook ruimtes – kantoren, koelcellen en toiletblokken – die op tweeënhalve meter een verlaagd plafond hebben. Wil je sprinklers en buizen aanleggen op vijf meter hoogte, dan moet het verlaagde plafond er eerst uit. Dat is een bijkomende klus voor een bouwkundig aannemer die zorgt voor extra werkzaamheden en overlast. We zijn begonnen op de zogenaamde tussenvloer (niveau 1) met een oppervlakte van 25.000m2. Dat was een soort testfase om te kijken wat we zouden tegenkomen.” Hoogervorst: “We hadden zelfs een ontbindende voorwaarde in het contract opgenomen waarin stond dat als deze testfase niet volgens wens zou verlopen, we dan van verdere samenwerking zouden afzien.” Wim Hoogervorst, arbo-, milieu- en veiligheidsadviseur bij FloraHolland (links) en Richard de Kuijer, operational manager bij Trigion Brand en Beveiligingstechniek werken nauw samen bij het brandveiligheidsproject van FloraHolland.
20 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
De eerste fase verliep succesvol waarna kon worden gestart met fase twee: het plaatsen van de sprinklerinstallatie in
‘Sommigen waren bang dat sprinklers zomaar zouden afgaan’
Voor de aanleg van de sprinklerinstallatie is ongeveer tachtig kilometer leidingwerk geplaatst. een volgend deel van de tussenvloer en in een aantal laadkuilen. Dit zijn inpandige ruimtes waar de vrachtwagens worden geladen. “Ook een uitdagende klus”, vindt De Kuijer, omdat deze gebieden 24/7 in gebruik zijn en zich hier het hart van het proces afspeelt. “Daar mag dus niets verkeerd gaan. Om het proces zo min mogelijk te verstoren hebben we hier van 16.00 uur tot 04.00 uur gewerkt. Verder hebben we met FloraHolland aanvullende maatregelen getroffen om de veiligheid bij montagewerkzaamheden te vergroten.” Scherp
Ondanks de goede ervaringen en prestaties is fase drie opnieuw aanbesteed. “We moeten ons keer op keer bewijzen, maar dat houdt ons scherp”, antwoordt De Kuijer nuchter. Fase drie behelst het aanleggen van sprinklerinstallaties in een volgend deel van tussenvloer met een oppervlakte van 20.000m2 en in nog een deel van de laadkuilen (6.000m2). Daarnaast is onlangs een sprinklerinstallatie aangelegd in het grootste deel van het 35.000m2 grote groothandelscentrum, de Cultra. Dit is een speciale Cash &
Carry-sectie in het complex waar bloemisten, tuincentra en arrangeurs uit heel Europa bloemisterijproducten kunnen kopen en verkopen. “Bij de Cultra zijn we op tweederde van dat proces”, vertelt De Kuijer. “We hebben er nu wat meer handigheid in gekregen waardoor deze fase nog gestructureerder loopt dan de vorige twee. Voor aanvang van dit deelproject hebben we bij de huurders geïnventariseerd op welke dagen we het beste aan de slag zouden kunnen en op welke tijdstippen dat goed uitkwam.” In de drukste periode waren er twaalf medewerkers op de site. De Kujer: “Onze monteurs werken intensief samen met diverse stakeholders binnen FloraHolland. Elke twee weken is er een gezamenlijk werkoverleg. Bij een project van deze omvang moet je gewoon extra tijd steken in overleg en goede gedetailleerde planningen maken. En dan nog kom je soms voor verrassingen te staan. Waar we problemen verwachtten, liep het soepel en soms was het omgekeerde het geval.”
van het werk van Trigion. “Ze snappen wat er aan de hand is. Verder vind ik het kenmerkend dat zij het per se goed willen doen. En, niet onbelangrijk, ze hebben oog voor onze klanten en werken prima samen met andere partijen. Bijvoorbeeld met het sprinkleradviesbureau, de bouwkundig aannemer en het grondverzetbedrijf dat de grondleiding heeft aangelegd. Men is er goed van doordrongen dat we allemaal hetzelfde doel voor ogen hebben. Het is ook prettig dat de uitvoerder van alles op de hoogte is en precies weet wie hij waarvoor moet aanspreken. Of er een volgende fase komt en wanneer, is nu nog niet te zeggen. Dat hangt een beetje van marktonwikkelingen af. De markt in sierteeltproducten is dynamisch en kan onstuimig zijn. De sprinklerinstallatie is zo aangelegd dat als ruimtes in de toekomst eventueel een andere bestemming zouden krijgen, de installatie nog steeds toereikend is.” n * Trudy van Dijk is freelance journalist, tekstbureau De Nieuwe Lijn
Oog voor de klant
Hoogervorst heeft een goede indruk
21
thema brandveiligheid
Minder loze alarmen,
maximale brandveiligheid 22 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
Als het gaat om brandveiligheid focussen bedrijven vaak op het wettelijk minimumniveau, terwijl dit achterblijft bij de technologische mogelijkheden. Juist door te profiteren van nieuwe technologie, kunnen bedrijven twee vliegen in één klap slaan: minder loze alarmen en toch maximale brandveiligheid.
Zeventig procent minder loze brandalarmen GGZ Oost Brabant biedt cliënten specialistische, psychische zorg, zowel kort- als langdurig. De zorginstelling beschikt over verschillende locaties van waaruit jaarlijks ongeveer 11.000 cliënten worden behandeld. Op de locatie ‘Huize Padua’, een terrein van ruim één hectare met verschillende gebouwen, zijn ruim 200 cliënten in behandeling. Een groot aantal van de cliënten krijgt 24-uurs zorg en woont tijdelijk in de instelling.
tekst Ron van Eck*
D
e wijziging van het Bouwbesluit in april 2012 had een grote impact op de brandveiligheid. Zo ligt de verantwoordelijkheid voor brandveiligheid steeds meer bij de gebouweigenaar en -gebruiker. En waar voorheen brandmeldingen verplicht werden doorgemeld aan de Regionale Alarmcentrale (RAC) van de brandweer, geldt deze automatische doormelding na de wijziging van het Bouwbesluit in veel gevallen niet meer. Voordat de brandweer in actie komt, moet een melding eerst worden geverifieerd door een Particuliere Alarmcentrale (PAC). Het voordeel is dat er minder loze alarmen binnenkomen op de RAC en de brandweer dus minder vaak onnodig uitrukt. Inleveren op veiligheid
De nadelen van het vervallen van de automatische doormelding zijn echter groter dan de voordelen. De extra stap bij een brandmelding - de verificatie door een PAC - kost tijd en tijd is natuurlijk cruciaal bij een brand. In het geval van een echte melding is de brandweer later op de hoogte en kan dus ook pas later ter plaatse zijn. De gevolgschade van een brand kan in een dergelijk geval zowel materieel als immaterieel vele malen groter zijn dan voorheen. Met alle gevolgen van dien voor het betreffende gebouw, de omliggende gebouwen en de aanwezige mensen. Terwijl de overheid efficiënter wil werken, zijn kostenbesparingen ook voor bedrijven zelf aan de orde van de dag. In de praktijk betekent dit dat bedrijven vaak alleen de hoognodige maatregelen nemen om te zorgen dat ze voldoen aan de wettelijke eisen die worden gesteld in het Programma van Eisen (PvE). In het PvE wordt met name gefocust op de toepassing
In totaal beschikt de locatie over 24 brandmeldcentrales. De instelling had vaak te maken met loze brandmeldingen, voornamelijk veroorzaakt door rookgedrag van cliënten. Vanwege de complexe psychische problematiek was alleen een aanpassing van het rookbeleid niet voldoende. Charles van Oorschot, medewerker elektrotechniek bij GGZ Oost Brabant: “Onze instelling biedt 24-uurs zorg en daarom gaan de brandmeldingen automatisch naar de brandweer, ook de loze meldingen. Elke melding wordt uiteraard serieus genomen en zo kwam het helaas voor dat de brandweer regelmatig voor niets uitrukte. Ook voor onze organisatie zorgen loze meldingen voor veel overlast. De melder moet na elk alarm gereset worden door een gecertificeerde medewerker en dat kost elke keer onnodig veel tijd en geld.” De complexe gebruikersfunctie van de gebouwen, namelijk de combinatie tussen werk- en woonomgeving, stelt hoge eisen aan de brandbeveiliging. Van Oorschot: “In een zorgappartement bevinden keuken en slaapplek zich in één ruimte. Wettelijk gezien moet er daarom een optische melder worden geplaatst. Het nadeel is dat deze ook reageert op bijvoorbeeld stoom uit de magnetron en zo kunnen er veel loze meldingen ontstaan. In een keuken zou een thermische melder geschikter zijn, maar dat is weer niet toegestaan vanwege de slaapfunctie van de ruimte.” Om de loze meldingen drastisch te verminderen, is GGZ Oost Brabant op zoek gegaan naar een nieuw soort melder. De Triotec brandmelder van Tyco Integrated Fire & Security kwam als triple multisensormelder al snel in beeld, omdat deze melder op drie brandverschijnselen detecteert: rook, hitte én CO. GGZ Oost Brabant besloot een proef te doen met twintig melders. Van Oorschot: “We hebben de melders specifiek in ruimtes getest die problemen opleveren en het resultaat was bijzonder goed. Er waren geen loze brandmeldingen meer. We hebben de melder vervolgens in alle gebouwen toegepast en dat heeft geresulteerd in een daling van het aantal meldingen van 70 procent. Dit scheelt niet alleen onze organisatie veel kosten, maar ook de brandweer.”
23
thema brandveiligheid
GGZ Oost Brabant heeft de triple multisensormelder in alle gebouwen toegepast en dat heeft geresulteerd in een daling van het aantal meldingen van 70 procent.
betrouwbaarheid en reactiesnelheid zijn hierdoor dus steeds belangrijker geworden voor de brandveiligheid. De technologische ontwikkeling staat niet stil en er zijn inmiddels hoogwaardige oplossingen om de brandveiligheid niet alleen te verhogen, maar ook efficiënter te maken. Desondanks worden deze nog nauwelijks ingezet, simpelweg omdat de regelgeving achterblijft bij de technologische vooruitgang. Waar eenvoudige melders detecteren op hitte of rook, is het met moderne technologieën ook mogelijk om op koolstofmonoxide (CO) en op een combinatie van de brandverschijnselen rook, hitte en CO te detecteren. Een brand gaat tenslotte niet alleen gepaard met rook en hitte, maar ook CO is in de verschillende brandstadia in meer of mindere mate aanwezig. CO is een gas dat voor mensen onzichtbaar en reukloos is, maar wel dodelijk kan zijn. Een smeulende brand bevat bij-
Er zijn hoogwaardige oplossingen om de brandveiligheid te verhogen. van een optische of thermische brandmelder, ofwel een brandmelder die op rook of op hitte detecteert. Meestal zijn dit soort melders tevens de meest voordelige optie en ze worden dan ook vaak toegepast. Hoewel de nieuwe aanpak voor de overheid zeker resulteert in minder loze meldingen en een verlichting van de werkdruk voor de brandweer, betekent het niet dat loze alarmen verleden tijd zijn. In brandtechnisch complexe omgevingen zoals de zorg en in gebouwen met een logies-functie komen loze alarmen nog steeds veel voor, blijkt uit de CBS Brandweerstatistiek 2012: • ongeveer 50.000 ongewenste en/of onechte alarmdoormeldingen; • het merendeel van de loze brandalarmeringen was afkomstig uit gebouwen met een woon-, gezondheidszorg- of logies-functie. Om het aantal loze meldingen terug te dringen, kan het voorkomen dat branddetectiebedrijven hun melders ‘ongevoeliger’ gaan maken door de instellingen te veranderen. De melder geeft dan inderdaad minder snel alarm bij verstoringen door bijvoorbeeld stof en stoom, maar dit geldt ook in het geval van een echte brand op het moment dat snelheid wel geboden is. Een brand in een ruimte met hedendaags interieur en meubilair bereikt binnen drie minuten een dodelijk niveau, ten opzichte van dertig minuten in een ruimte met meubilair uit de jaren zeventig. Efficiency,
24 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
voorbeeld veel CO. De combinatie van verschillende brandverschijnselen zegt veel meer over het stadium waarin de brand verkeert. Door het detecteren van een combinatie van deze brandverschijnselen, kan er een betrouwbare, hoogwaardige en tijdige brandmelding worden gegeven, die gezien kan worden als een technisch geverifieerde brandmelding. Twee vliegen in één klap
Het is dus wel degelijk mogelijk om efficiënter met brandmeldingen om te gaan, zonder in te hoeven leveren op veiligheid. Een technische classificatie van brandmelders en daaraan verbonden wet- en regelgeving zou uitkomst kunnen bieden. Puntmelders die alleen op hitte of rook detecteren, vallen bijvoorbeeld in de laagste klasse, terwijl (triple) multisensormelders in de hoogste klasse vallen. Op basis van deze classificatie kan vervolgens worden bepaald of een automatische doormelding wel of niet hoeft te worden geverifieerd. Ook een PAC kan met deze classificatie sneller schakelen, door geen visuele verificatie, maar een technische verificatie door te zetten naar de RAC. De vergevorderde techniek op dit gebied heeft intussen bewezen een grote bijdrage te leveren aan de (efficiency van) brandveiligheid.n * Ron van Eck is product support manager branddetectiesystemen bij Tyco Integrated Fire & Security
Tunnelvisie in geval van brandveiligheid is killing. We know.
Innoveren, innoveren en nog eens innoveren. Alleen zo kan elk denkbaar brandrisico de nek om worden gedraaid. De voor u optimale oplossing ligt nergens standaard op de plank. Er zal altijd een deel maatwerk noodzakelijk zijn om uw organisatie optimaal te kunnen beschermen. Of het nu tunnels, hoogspanningsstations of een ondergronds gasopslag betreft. Omdat wij zelf systemen ontwikkelen, kunnen wij u die bescherming bieden. Dus als u er niet uit komt, kunt u rekenen op ons.
saval.nl
Interview
Stan de Krom, nieuwe voorzitter VEB:
‘Ik ben een verbinder’ Nadat Paul van der Velde zijn vertrek had aangekondigd, was de Vereniging Europese Beveiligingsbedrijven (VEB) op zoek naar een nieuwe voorzitter. In de de profielschets stond onder andere dat het iemand moest worden die kan verbinden. Politieman Stan de Krom bleek de gewenste kandidaat. Hij vertelt over zijn motivatie en ambities. tekst Arjen de Kort
Stan de Krom koestert de kernwaarden van de VEB en is voor iedereen aanspreekbaar.
D
e prangende vraag hoe een politieman voorzitter wordt van een branchevereniging van beveiligingsbedrijven hoeft niet eens te worden gesteld. Want Stan de Krom - “Ik ben nogal druk van mezelf” - neemt bij het begin van het interview als een volleerd voorzitter het initiatief en trapt af met een uitgebreide persoonlijke introductie. En daaruit blijkt dat ook al heeft hij geen banden met een beveiligingsbedrijf, hij toch al ruim dertig jaar meedraait in de branche. “In 1983, ik werkte toen al een aantal jaren bij de politie, werd ik technisch
26 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
preventieadviseur bij de Gemeentepolitie Eindhoven en kwam ik voor het eerst in aanraking met de beveiligingsbranche.” In de jaren die volgden werd zijn betrokkenheid bij de branche steeds intensiever. Zo startte hij als nevenactiviteit een bureau dat opleidingen verzorgde voor onder andere centralisten van PAC’s, stond hij aan de wieg van het Politiekeurmerk Veilig Wonen, en nam hij zitting in de klankbordgroep VRKI. Vorig jaar mei, De Krom werd 60 jaar, besloot hij dat het tijd werd wat gas terug te nemen en stopte hij met een aan-
tal nevenactiviteiten. “Mensen in mijn omgeving zeiden echter dat vrije tijd niets voor mij was. In diezelfde periode werd ik door de VEB gepolst voor een bestuursfunctie en in een eerste gesprek met mijn voorganger was zelfs sprake van het voorzitterschap. Maar aanvankelijk heb ik de boot afgehouden.” Wat heeft de doorslag gegeven het toch te doen? “Ze hadden het slim ingekleed en mij gevraagd om gewoon eens bij een bestuursvergadering aanwezig te zijn. Maar vanaf de eerste minuut was ik betrokken en had ik wel een mening over zaken die werden besproken. Ik kan mijn mond niet houden en dan is het net als drijfzand: als je beweegt kom je steeds vaster te zitten. Bovendien vond ik het leuk.”
‘Zowel de vereniging, als de leden moeten verder professionaliseren’
CV Stan de Krom (1953) Politie: Surveillant en rechercheur. Technisch preventieadviseur van het Regionaal Bureau Voorkoming Misdrijven van de Gemeentepolitie Eindhoven. nn Lid van het eerste Landelijke Overval Team. nn Huidige functie: coördinator politie-opleidingen. nn
Was er een profielschets voor de nieuwe voorzitter? “Ja, die was er. Een belangrijke eis was dat hij onafhankelijk moest zijn. En dat ben ik, want ik krijg mijn salaris van de politie. Ook moest hij vakbekwaam zijn. Dat betekent niet dat ik met een schroevendraaier overweg moet kunnen - mijn enige technische bagage is een opleiding MTS-elektronica voordat ik bij de politie kwam - maar dat ik op een ander niveau moet kunnen denken en acteren Ten slotte zochten ze iemand die kan verbinden, want de wereld is immers groter dan alleen de VEB. En ik ben een verbinder met goede contacten met bijvoorbeeld het CCV en Uneto-VNI.” Uiteindelijk besloot De Krom zich kandidaat te stellen voor een bestuursfunctie en later het voorzitterschap van de VEB. Tijdens de algemene ledenvergadering van 27 maart jl. werd hij officieel gekozen. “Dankzij de regeling partiële uittreding werk ik momenteel nog drie dagen in de week als coördinator politie-opleidingen. De andere dagen ben ik actief voor de VEB.”
nn
Daarnaast: Met TBBS (het latere NCP) de risicoklasse-indeling ontwikkeld en stond aan de wieg van het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW). nn Sinds 1985 docent van de TBV-opleiding. Daarna ook voor andere opleidingen zoals MBV, TBMB, PKVW, trainingen voor centralisten PAC’s, bouwkundig beveiligers. nn De laatste jaren betrokken bij regelgeving, zoals Installatievoorschriften Alarmapparatuur, de Verbeterde Risicoklasse Indeling (VRKI), Bouwkundige normen. nn 27 maart 2014: voorzitter VEB. nn
Wat zijn je ambities? “Ik wil zowel de vereniging, als de leden verder professionaliseren. We hebben als vereniging een uitstekende back office voor onze leden, maar er kan meer. Ik vind bijvoorbeeld dat wij als bestuur de leden nog duidelijker moeten maken wat voor hen de meerwaarde is van de VEB. De installateur moet verder professionaliseren door meer kwaliteit in te bouwen. Daarom wil ik dat er in de toekomst bij elk opgeleverd werk een VEB-kwaliteitsdocument wordt afgeleverd. Nu is het zo dat er weinig certificaten en opleveringsbewijzen worden afgegeven, omdat een installateur bang is dat hij aansprakelijk kan worden gesteld. Terwijl het toch heel normaal is dat als je bijvoorbeeld een reis boekt je het ANVR-certificaat krijgt waarmee je reis gegarandeerd is, ook als de touroperator failliet gaat. Dat zou in de installatiebranche ook zo moeten zijn. Een ander speerpunt is dat ik aansluiting zoek met de jeugd. Ik - en met mij het merendeel van het bestuur - ben van de oudere garde. Natuurlijk moeten alle generaties in het bestuur vertegenwoordigd zijn, veertigers maar ook twintigers. En dan vooral jonge IT-ers, daar ben ik naarstig naar op zoek. En tenslotte zie ik nog mogelijkheden om de VEB te laten groeien.” De VEB heeft al meer dan 500 leden. Waar zie je nog groeikansen? “We vertegenwoordigen nu zo’n 460 installatiebedrijven en ongeveer 50 PBO’s. Met name het aantal PBO’s in Nederland is vele malen groter, dus
27
Interview
Er spelen momenteel verschillende actuele zaken, die voor de VEBleden en voor de branche van belang zijn. Stan de Krom reageert.
Nieuwe versie VRKI
daar liggen zeker nog groeikansen. Maar groei is voor mij geen doel op zich, dus niet alles hoeft daarvoor te wijken.” Zijn dit zaken voor de langere termijn? “Ik ben niet zo van de lange termijn en wil dit allemaal snel in gang zetten. De contouren zullen al op de volgende ALV in maart 2015 worden gepresenteerd. Tussentijds zullen we de leden voortdurend informeren over de voortgang van alle plannen en vernieuwingen.” Wat voor soort voorzitter wil je zijn? “Ik wil, ook al worden wij groter, dat de leden de kernwaarden van de VEB blijven herkennen. Die staan niet zwart op wit, maar zijn: no nonsense, laagdrempelig, bereikbaar, kwaliteit, aanspreekbaar. Ik heb bij mijn aantreden gezegd dat ook ik voor iedereen aanspreekbaar ben. Ik ben niet van de titels en ik houd niet van status. Zoals Loesje zegt: ‘Op het strand is iedereen directeur’. Daarin herken ik mij wel.” n
kerngegevens VEB Leden: meer dan 500. Herkomst: beveiligingsinstallateurs, particuliere beveiligingsbedrijven, particuliere alarmcentrales, leveranciers van beveiligingsproducten. nn Missie: De veiligheid in Nederland optimaal waarborgen. nn nn
28 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
De VRKI 2014 is ingegaan op 1 januari en vervangt de versie van juli 2012. Naar aanleiding van bezwaren vanuit onder andere de VEB is in maart jl. alweer een nieuwe versie opgeleverd en is afgesproken dat de versie juli 2012 dit jaar nog mag worden gebruikt. Per 1 januari 2015 is de VRKI versie maart 2014 verplicht. “De belangrijkste wijziging is dat bij de risicoklassen 1, 2 en 3 Woningen en risicoklassen 1 en 2 Bedrijven een VOP (Verification of Performance) niet verplicht is. Wij zijn als VEB niet tegen een verplichte VOP, maar dan alleen voor hoog risico objecten.
Aanpak Veiligheid Kleine Bedrijven (VKB) “De VEB is nog altijd niet blij met deze regeling. Ik onderschrijf de mening zoals die eerder dit jaar door Paul van der Velde is verwoord, namelijk dat de regeling marktverstorend werkt. Het gaat hier om belastinggeld dat wordt gebruikt om bepaalde aanbieders te bevoordelen. Als VEB staan we hier niet achter, omdat veel van onze leden er door tekort worden gedaan.”
BORG-regeling “Ik heb goed contact met Uneto-VNI en de verwachting is dat voor de zomer de nieuwe BORG-regeling zal worden gepresenteerd. Die is echter vooral gericht op elektronische maatregelen en als VEB vinden we dat te beperkt. Wij geloven in de integrale aanpak: organisatorisch, bouwkundig, elektronisch. Bovendien wordt in BORG niet over alarmopvolging gesproken, terwijl dat voor ons een kritisch onderdeel is. Daarom is BORG voor ons niet bruikbaar.” Toch zegt de VEB één gezamenlijke regeling na te streven. “Wij gaan nooit onder BORG, dat is onbespreekbaar. Maar eigenlijk is het te gek dat we in zo’n klein land meerdere regelingen hebben. Dat is niet in ons belang, maar op de eerste plaats niet in het belang van de klant.” Hoe komt die ene regeling er dan? “Ik zie mogelijkheden om hierbij met het CCV samen te werken, waarbij zij leading zijn. Dat wil niet zeggen dat ik de VEB 3 Kwaliteitsregeling wil onderbrengen bij het CCV, maar ik wil best meewerken aan de totstandkoming van één regeling. Op dit moment wordt er een verkenning gedaan of partijen in beginsel bereid zijn mee te werken aan één gemeenschappelijke regeling. Die bereidheid heeft de VEB. En als de VEB 3 Kwaliteitsregeling op termijn zou moeten vervallen voor een nationale regeling, dan zou ik daar geen moeite mee hebben. Mits de uitgangspunten van de VEB verankerd zijn. Maar ik realiseer mij dat dit gevoelig ligt.” Je bent een verbinder. Zie je hierbij voor jezelf een rol weggelegd? “Ik wil niet te hoog inzetten, maar ik ben zeker bereid er energie in te steken. Maar mijn belangen liggen natuurlijk wel primair bij de leden van de VEB.”
security
Nederland kent een grote diversiteit aan beveiligings- en security-opleidingen. Echter, anno 2014 ontbeert Corporate Security Nederland nog steeds een volledig uitgewerkte opleidingsstructuur, uitgevaardigd door de ministeries van V&J en OC&W. Bert Duijndam roept betrokkenen - beleidsmakers, opleidingsinstituten en toezichthouders - op om vanuit hun gezamenlijk optreden de Opleidingsstructuur Bewaken en Beveiligen Nederland te realiseren. teks Bert Duijndam
Waar blijft Opleidingsstructuur Bewaken en Beveiligen?
C
orporate Security Nederland (CSN) betreft alle actoren die iets met beveiliging en security te maken hebben. CSN laat zich in een taartdiagram (figuur 1) als volgt weergeven: ■■ De rode cirkel: actoren die met elkaar Corporate Security Nederland vormen. ■■ De groene cirkel: de (niet aan elkaar verbonden) security opleidingen. ■■ Het gele middelpunt: Het BEVOB (beveiligen tegen onbevoegde beïnvloeding) bedrijf. Security als proces
Binnen ‘security als proces’ manifesteert de overheid zich anno 2014 op het vlak veiligheid in beleid, toezicht en handhaving. Veiligheid kent hierbij twee vormen: fysieke veiligheid = safety, en sociale veiligheid = security.
Het stelsel Bewaken & Beveiligen (juni 2003) is een richtsnoer voor uitvoering van het security-beleid betreffende beschermen van Personen, Objecten en Diensten. De daarop gebaseerde Circulaire Bewaking en Beveiliging - die periodiek wordt bijgesteld - geeft aan op welke wijze invulling aan de uitvoering moet worden gegeven.
29
security
Het moet haalbaar zijn de Opleidingsstructuur Bewaken en Beveiligen te realiseren Procesmatige weergave voor Corporate Security Nederland moet aantoonbaar beschikken over het Basisniveau Beveiliging. Palet van beveiligen
Afhankelijk van de verantwoordelijkheidskeuze is vanuit ambitieniveaus het volgende onderscheid in Corporate Security Nederland te maken: ■■ Veiligstellen van de eigen identiteit op grond van ‘eigen verantwoordelijkheid’. ■■ Politie Keurmerk Veilig Wonen, op grond van het Bouwbesluit. ■■ Verbeterde Risico Klasse Indeling (VRKI). ■■ Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) op grond van samenwerkingsconvenant. ■■ Goed Huisvaderschap Principe op grond van Stelsel Bewaken & Beveiligen. ■■ Bescherming Vitale Infrastructuur (12 sectoren, 23 diensten). ■■ Beveiligen op grond van wettelijke verplichting: - Circulaire Bewaking en Beveiliging - Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus - Wet bescherming persoonsgegevens - Drinkwaterwet - Havenbeveiligingswet - Luchtvaartwet - Kernenergiewet ■■ Beveiligen op grond van betreffende sector Alerteringssysteem Terrorismebestrijding. Systeemverantwoordelijkheid
In het WRR-rapport ‘Evenwichtskunst’ (november 2011) wordt geschreven dat de overheid de verplichting heeft tot het nemen van systeemverantwoordelijkheid. Op basis van deze systeemverantwoordelijkheid heeft het bedrijfsleven de verantwoordelijkheid om haar maatregelen te treffen en aantoonbaar te maken dat er sprake is van een juiste naleving van de regels. Oftewel: het bedrijfsleven
30 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
Gestructueerde aanpak
Op zowel het niveau van het Stelsel Bewaken & Beveiligen, als het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding moet door het bedrijfsleven aantoonbaar worden gemaakt dat verantwoordelijkheid is genomen en dat men beschikt over het Basisniveau Beveiliging. Er is echter wel een omissie: het is namelijk niet duidelijk wat het Basisniveau Beveiliging omvat én hoe het aantoonbaar wordt gemaakt, en door welke vakbekwame persoon het wordt opgesteld en onderhouden. Wat betreft die vakbekwaamheid: hoe krijgt dit zijn weerslag in de verschillende beroeps-/functieprofielen en eindtermen van de security actoren. De facto geldt op dit moment: 1. Doelstelling van het Corporate Security Management en de daarbij gehanteerde uitgangspunten vastleggen (bijvoorbeeld BEVOB bedrijf). 2. Op basis van security als proces. 3. Vanuit palet van beveiligen de van toepassing zijnde referentieregels (normen en wettelijke bepalingen) benoemen. 4. Systeem van security management toepassen dat erkenning heeft (of in ieder geval een positief advies hierop van de Algemene Rekenkamer is verkregen). 5. Datgene doen wat redelijkerwijs noodzakelijk kan worden geacht. 6. Beschikken over Verklaring Gewaarmerkt Basisniveau Beveiliging in de vorm van de security validatie. Het aantoonbaar beschikken over Basisniveau Beveiliging is de opmaat voor het realiseren van het responsplan door tussenkomst en onder regie van het lokaal bevoegd gezag.
Verantwoordelijkheid bedrijfsleven
Wie bepaalt uiteindelijk of er sprake is van beheersbare beveiligingsmaatregelen en een naadloze aansluiting op het politieresponsplan? Wie bepaalt uiteindelijk het vastgestelde beheersbaarheidsniveau? Over welke vakbekwame personen moet een bedrijf beschikken? Voor de goede orde: een Rijksoverheidsinspectie ziet alleen toe op de naleving van beveiligingsvoorschriften en niet of er sprake is van een beveiligingstekort. Of er wel of geen beveiligingstekort is, is uiteindelijk de verantwoordelijkheid van het bedrijf/de organisatie zelf! Ten slotte is het de taak van de Onderzoeksraad voor Veiligheid om in geval van een bijna incident dan wel een plaatsgevonden incident na te gaan of er wel of geen sprake was van nalatig handelen. Beveiligingsdeskundige
In Nederlands zijn in de Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus vakbekwaamheidseisen gesteld voor technische beveiligingsbedrijven en particuliere beveiligingsorganisaties (TBMB, MBV, TBV, DCB, Centralist, Onderzoeker). Tevens zijn binnen de verschillende departementen in functiebeschrijvingen vastgelegd welke post-hbo security registeropleidingen moeten zijn gevolgd, evenals de eis ingeschreven te staan in een security expert register. Voorts zijn in ministeriële regelingen opgenomen over welke (door stichting Post HBO Nederland gecertificeerde) security opleidingen een zogenoemde beveiligingsdeskundige dient te beschikken.
MBV TBMB BEV2 TBV PDM DCB ISM MSM MST HBO-4 SM HBO-4 BS HBO-4 PHBO SM PHBO ST PHBO SR PHBO SC PHBO SO
= Monteur Beveiligingsinstallaties = Technisch Beheerder Mechanische Beveiliging = Beveiliger 2 = Technisch Beheerder Beveiligingsinstallaties = Praktijkdiploma Midden Management = Diploma Coördinator Beveiliging = IRIS Security Management = Middelbaar Security Management = Middelbaar Security Techniek = HBO Security Management = HBO Bachelor Security = HBO Integrale Veiligheid = PHBO Security Management = PHBO Security Techniek = PHBO Security & Criminaliteit = PHBO Security & Recht = PHBO Security & Organisatie
Echter, anno 2014 ontbeert Corporate Security Nederland (nog steeds) een volledig met beroeps-/ functieprofielen en eindtermen uitgewerkte Opleidingsstructuur Bewaken en Beveiligen Nederland, uitgevaardigd door de ministeries van Veiligheid & Jusitie en van Onderwijs, Cultuur en wetenschap. Conclusie
Met dit artikel wil ik een appèl doen op de verantwoordelijkheden van Rijksoverheid (beleidsmakers), uitvoerders opleidingsinstituten en Rijkstoezichthouders. Vanuit hun gezamenlijk optreden zou het haalbaar moeten zijn om de Opleidingsstructuur Bewaken en Beveiligen Nederland (OBBN) te realiseren. Hiertoe zou de minister van Veiligheid & Justitie het initiatief kunnen nemen door een werkgroep OBBN in het leven te roepen. Wat betreft de oplossingsrichting denk ik dat vanuit het Stelsel Bewaken en Beveiligen het Opleidingengebouw zou moeten worden neergezet. Als vertrekpunt hierbij dienen de Nederlandse fysieke security opleidingen, gevolgd door de ICT security opleidingen, en als laatste maar zeker niet als minste de buitenlandse security opleidingen. Wellicht biedt bijgaande afbeelding inspiratie hoe de oplossing er idealiter uit zou kunnen zien. n Bert Duijndam
31
informatiebeveiliging
Vertrekpunt voor informatiebeveiliging
Dataclassificatie Eén van de meest kritische succesfactoren voor een optimale implementatie van informatiebeveiliging is het zorgen dat deze passend is. Maar wat is passend? Het antwoord op deze vraag wordt, naast de dreigingen en kwetsbaarheden, voor een belangrijk deel bepaald door de classificatie van de informatie. tekst Gerard Stroeve *
W
elke data moet na een calamiteit als eerste weer beschikbaar zijn? Hoe lang mag de salarisadministratie uit de lucht zijn? Wie mag de opgeslagen beelden van het cctv-systeem zien en hoe en waar worden deze beelden opgeslagen? En wat gebeurt er als een medewerker dossiers laat slingeren in de trein? Hoewel informatiebeveiliging een topic is binnen iedere organisatie, worden deze vragen vaak op ‘gevoel’ beantwoord. In de praktijk bepaalt de IT-afdeling hoe lang informatie onbeschikbaar mag zijn en op welke manier deze beveiligd wordt. De IT-afdeling kan in
32 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
veel gevallen echter niet bepalen hoe belangrijk de verschillende soorten informatie voor de organisatie zijn. De enigen die dat kunnen, zijn de eigenaren van de informatie en die bevinden zich juist in de ‘business’. Maar omdat die business informatiebeveiliging meestal vooral als een IT-aangelegenheid beschouwt, vindt dataclassificatie niet plaats en wordt het belang van data alleen op gevoel vastgesteld. Betrouwbaarheid van informatie
Dataclassificatie is bedoeld om aan informatie een bepaalde waarde toe te kennen. Deze waarde kan op verschillende niveaus worden bepaald, maar
wordt ten behoeve van informatiebeveiliging doorgaans vastgesteld op de VIB-aspecten. VIB staat voor Vertrouwelijkheid, Integriteit en Beschikbaarheid. We noemen dit de kernaspecten van de informatie. Samen zijn ze een maat voor de betrouwbaarheid van de informatie.
‘Organisaties besteden te weinig aandacht aan dataclassificatie ’
VIB
Vertrouwelijkheid is de mate waarin alleen geautoriseerde personen of processen kennis mogen nemen en/of gebruik mogen maken van informatie. Het telefoonnummer van een bedrijf heeft bijvoorbeeld een lage vertrouwelijkheidseis. De salarisgegevens, daarentegen, zijn zeer vertrouwelijk. Integriteit wordt bepaald door de juistheid, volledigheid en correctheid in tijd van (de verwerking van) informatie. Met andere woorden: in hoeverre is de informatie gelijk aan wat deze zou moeten zijn en hoe hij ooit bedoeld is? Beschikbaarheid wordt bepaald door de mate waarin de informatie op de juiste momenten, tijdig toegankelijk is voor geautoriseerde personen of processen. Als er brand uitbreekt in een bedrijfspand, is de data dan nog beschikbaar? Of ligt de organisatie dan dagen of misschien wel weken lang plat? Kortom, door data te classificeren wordt - vanuit de processen bekeken - vastgesteld welke informatie het belangrijkst is voor de organisatie. Deze data kan vervolgens passend beschermd worden. Business Impact Analyse
Om de data te kwalificeren wordt typisch een Business Impact Analyse uitgevoerd door de eigenaren van de data. Doorgaans zijn dat de proceseigenaren of afdelingshoofden. Door de impact van aantasting van de kernaspecten op de organisatie vast te stellen, wordt bepaald of de data laag, middelhoog of hoog scoort op vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid. Wat betekent de aantasting van de informatie bijvoorbeeld op operationeel, financieel, juridisch, politiek of maatschappelijk gebied? En, niet te vergeten, wat is het gevolg voor het imago? Daarbij worden uiteraard ook wet- en regelgeving meegewogen. Een voorbeeld zien we in de grote brand die enige tijd geleden uitbrak in een pand van Vodafone. Hierbij verloor de telecomprovider belangrijke gegevens, mede omdat de back-up in dezelfde ruimte stond. Niet alleen besteedde de media veel aandacht aan de gebeurtenis; er werden zelfs Kamervragen over gesteld.
Het begint met dataclassificatie
Het mag duidelijk zijn: dataclassificatie is, naast een informatiebeveiligingsbeleid, het vertrekpunt voor informatiebeveiliging en datamanagement. Het formuleert de eisen die vanuit de processen en de informatie worden gesteld aan de beveiliging en het beheer van de gegevens. Deze eisen kunnen dynamisch zijn. Dataclassificatie zou dan ook geen eenmalige actie moeten zijn, maar een proces waarbij informatie periodiek wordt geclassificeerd. Uit onderzoek van Centric bleek in 2012 dat slechts 37 procent van de ondervraagde organisaties de business laat bepalen hoe lang data niet beschikbaar mag zijn na een calamiteit. In de overige gevallen stelt de IT-afdeling de uitvalsduur vast of is er hierover zelfs helemaal niets vastgelegd. Blinde vlek
Het merendeel van de organisaties besteedt te weinig aandacht aan dataclassificatie. In veel gevallen bepaalt het gevoel van de IT-afdeling hoe lang data uit de lucht mag zijn en in welke mate data beveiligd wordt. Deze blinde vlek binnen organisaties zorgt vaak voor inadequate beveiligingsmaatregelen, waardoor men nog wel eens voor vervelende verrassingen kan komen te staan. Ik roep informatie- en proceseigenaren dan ook op om de verantwoordelijkheid voor hun data te nemen en te starten met de periodieke classificatie ervan. Alleen op die manier kan informatie passend beveiligd worden. n * Gerard Stroeve is als manager Security & Continuity Services verantwoordelijk voor de diensten die Centric levert op het gebied van informatiebeveiliging en continuïteitsmanagement. Vanuit zijn rol als management adviseur heeft hij veel organisaties geholpen bij het opstellen van beleid, het analyseren van bedrijfsrisico’s en het opstellen van beveiligings- en continuïteitsplannen. Ook begeleidt hij organisaties bij de certificering voor de ISO 27001- norm.
33
cybersecurity
The Dark Web:
redder van vrije meningsuiting of criminele speeltuin? Het internet biedt niet alleen kansen, maar kent ook vele risico’s. Een van deze risico’s – of beter gezegd een verscheidenheid van bedreigingen - is het zogenaamde Dark Web. Peter Davies legt uit wat het is en waarom security professionals het in hun veiligheidsstrategie moeten opnemen. tekst Peter Davies
34 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
A
angezien het internet steeds meer een integraal onderdeel van ons dagelijks leven wordt, en van het leven van de mensen en organisaties die we beschermen, is het gemakkelijk verlamd te raken door de verscheidenheid aan nieuwe risico’s. Geen van deze bedreigingen zijn echter volledig nieuw. In mijn ogen behoren ze tot de traditionele facetten van de menselijke natuur - zoals lust, hebzucht, afgunst, trots – die nu een nieuw medium hebben gevonden om zich te uiten. Een medium dat het effect vele malen kan versterken, waarbij de balans tussen risico en opbrengst sneller doorslaat in het voordeel van de overtreders. Via het medium worden bovendien gemeenschappen gecreëerd waar de meest extreme en perverse gedachten elkaar vinden en waar een vorm van normalisatie van deze mentaliteit optreedt.
Aangetast wereldbeeld
In het werk als politieagent wordt, net als in de beveiliging, je eigen wereldbeeld aangetast door het constante contact met de negatieve kanten van het leven. Ik ben de tel kwijt van het aantal artikelen in de media dat ik heb gelezen, waarin een hele negatieve waarde wordt toegekend aan nieuwe technologieën; vaak krijgt de technologie de schuld van de manier waarop sommige mensen het gebruiken. In mijn ogen is het zinloos om de snelheid van de vooruitgang te willen stoppen of te willen keren: het digitale tijdperk brengt zoveel zichtbare en onzichtbare voordelen voor het dagelijks leven, dat het onwenselijk is dit toch te proberen. Lage zichtbaarheid
Omdat het intensieve digitale, mobiele en data-verkeer een normaal onder-
Via de online marktplaats Silk Road werden tot vorig jaar wapens, data en drugs verhandeld.
Het niveau van criminaliteit op het Dark Web is alarmerend deel uitmaakt van ons leven, is het zaak dat wij als security professionals - net als wetshandhavers – onze kennis over bedreigingen verbreden en nadenken over hoe we deze te lijf moeten gaan. Tijdens de ASIS Europa Conferentie in april jl., raakte ik onder de indruk van hoe ver de security-industrie in relatief korte tijd is gekomen, om van zoveel nieuwe dreigingen de technische en menselijke middelen te identificeren, te kwantificeren, te begrijpen en af te zwakken. In vele opzichten (en dit is mijn persoonlijke mening) laat het een niveau van behendigheid en investeringen zien dat moeilijker te bereiken is gebleken in sommige gebieden van de rechtshandhaving. Maar zelfs voor de security manager zijn er risico’s die moeilijk te vinden, te volgen en aan te pakken zijn. En deze risico’s zijn allemaal dreigender vanwege hun lage zichtbaarheid.
TOR
Een van deze risico’s – of beter gezegd een verscheidenheid van bedreigingen - is wat velen noemen The Dark Web. Dit komt in verschillende vormen voor, maar de prijs voor het uitvinden van het concept gaat naar de Amerikaanse marine. Die heeft een manier ontwikkeld om een groot aantal uiteenlopende personal computers in een netwerk te combineren. Dit netwerk biedt een verwaarloosbaar risico van ontdekking tegen conventioneel online onderzoek. Doel van het netwerk is om agenten over de hele wereld informatie van punt naar punt te kunnen laten sturen zonder het risico van onderschepping. Wie weet hoeveel veiliger de wereld is dankzij de voordelen van The Onion Router (TOR) (US Patent 626704 , 1998)? Maar wij zitten in de beveiligingsbranche, dus hebben we de neiging om ons
te richten op de nadelen; dat is onze taak. En in dit geval zijn de nadelen aanzienlijk. In mijn ervaring is de TOR, onder andere, uitgegroeid tot een netwerk voor mensen die willen opereren buiten het zicht en bereik van de rechtshandhaving. Nu heeft iedereen recht om te streven naar handhaving van zijn privacy, en in het post-Snowden tijdperk zijn er waarschijnlijk meer mensen dan ooit die hard nadenken over hoe dit te doen. Maar veel van degenen die zich committeren aan hoge niveaus van codering doen dat niet om hun democratische rechten uit te oefenen, maar om strafbare feiten te plegen. Alarmerend
Als je op de juiste plek zoekt - en dankzij nieuwe eenheden zoals de Britse National Cyber Crime Unit en het Europese Cyber Crime Centre van Euro-
35
INBRAAKDETECTIE - VIDEOBEWAKING - TOEGANGSCONTROLE - BRANDBEVEILIGING - ALARMCENTRALEDIENSTVERLENING
www.stanleysecurity.nl
pol is officiĂŤle informatie makkelijker te vinden dan ooit - zul je zien dat het niveau van criminaliteit op het Dark Web alarmerend is. Het lijkt alsof de criminele wereld denkt dat er niet de minste kans is op ontdekking. Neem bijvoorbeeld Silk Road. Deze geanonimiseerde marktplaats fungeerde tot aan de ontmanteling in 2013 enkele jaren als de Amazon.com van smokkelwaar. Een enkele screenshot van de Silk Road website toont 502 verschillende drug items te koop, negen bronnen van wapens, en andere items zoals sieraden, gegevens enzovoort. Laten we onszelf niet wijsmaken dat al die verkopers en kopers na 2013 zijn verdwenen, maar laten we in elk geval hopen dat ze het nu een stuk moeilijker hebben hun handel te slijten. Strategie
Als de veiligheidsdreiging door het bestaan van een niet-detecteerbare manier van smokkelen van vertrouwelijke gegevens en dergelijke niet genoeg is om je te verbazen en je belangstelling te wekken, beschouw het Dark Web dan eens als een voertuig voor de levering of activering van andere vormen van vooral cybercrime. In februari jl. meldde Kaspersky dat TOR werd gebruikt om malware op te sporen die reeds in systemen is ingebed (een van de onzichtbare cybercrime dreigingen die moeilijker is te identificeren, totdat de schade is geleden). Net als in de rest van de digitale wereld, worden er nieuwe manieren gevonden om met gebruik van de technologie misdaden te begaan. Dus als we serieus op de hoogte willen
blijven van de cyberdreiging en deze voor willen zijn, moeten we het Dark Web opnemen in onze strategie. Geen enkele veiligheidsstrategie kan compleet zijn zonder. Het is een geavanceerd middel om tal van cyberrisico’s, inclusief verlies van gegevens, activa en intellectuele eigendom te lijf te gaan. Geen eenvoudige oplossing
Het goede nieuws is dat sinds de acties van Edward Snowden de snelle stijging van het gebruik van TOR is afgenomen. In geen land ter wereld zijn er momenteel meer dan 0,3 procent TOR-gebruikers, dus het is niet een doorgedrongen technologie - nog niet. Maar het slechte nieuws is dat de recente gebeurtenissen alleen maar meer gebruikers zal bewegen in codering en geheimhouding, naar de nog steeds donkere plaatsen van het internet waar bedreigingen kunnen floreren. Er is geen eenvoudige oplossing, maar er is genoeg reden tot bezorgdheid en om meer security managers op te leiden om deze dreiging te identificeren en te beperken met dezelfde innovatieve en vooruitstrevende gedachten die – zoals bewezen op de ASIS Conferentie in Den Haag - al zoveel heeft opgeleverd. n
Peter Davies is 28 jaar politieagent geweest in het Verenigd Koninkrijk, waarvan de laatste tien jaar betrokken bij het leiden van de strijd tegen de bedreigingen van zware en georganiseerde criminaliteit. Zijn meest recente functie was CEO van de Britse Child Exploitation & Online Protection Centre (CEOP).
37
security
Overleven in de
21 eeuw e
Tijdens de 13e ASIS European Security Conference verzorgden Dick Oey en Erik de Vries de workshop ‘Intelligence applications & intelligence led decision making for security professionals’. Dit artikel is een uitleg over de methodieken en achtergronden die bekend zullen worden onder de term Triple A. De auteurs introduceren richtlijnen om te ‘overleven in de 21e eeuw’. tekst Dick Oey en Erik de Vries
D
oordat de moderne wereld steeds sneller verandert, nemen de uitdagingen van de moderne corporate security professional exponentieel toe. Dit artikel gaat in op: 1. waarom de 21e eeuw anders is dan de 20e; 2. de gevolgen hiervan en waarom ‘in je comfort zone blijven’ geen optie is; 3. mogelijke oorzaken; 4. mogelijke oplossingsrichtingen. 21 e vs 20 e eeuw
De 21e eeuw wordt aangeduid als de ‘information age’. Dit betekent dat de wereld complexer, chaotischer en meer verbonden (genetwerkt) is geworden. Dit beïnvloedt onze perceptie van problemen en de wijze waarop wij denken dat deze opgelost moeten worden. Genetwerkte systemen, Informatie Operaties, cybercrime, (sociale ) media en ideologische manipulatie zorgen ervoor dat het steeds moeilijker wordt om onomstotelijk vast te stellen ‘wat belangrijk is’. Daarnaast moeten we op een andere manier problemen oplossen, omdat analoge logica de verkeerde oplossingen geeft in een digitale wereld. Bedrijven en overheden beseffen onvoldoende dat zij zich langzamer ontwikkelen dan de wereld om hen heen. Het invoeren van de computer ging toch ook
38 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
goed? De transformatie van potlood en papier naar het computertijdperk kostte weliswaar bijna twee decennia, maar verliep pijnloos omdat de wil tot veranderen en innoveren gepaard ging met een economische groei. Aanpassen aan het informatietijdperk is anders, omdat in een genetwerkte wereld de wet van Metcalfe van toepassing is. Het informatietijdperk heeft twee essentiële kenmerken: 1. Genetwerkte verbindingen. 2. Kennisdominantie. Volgens Metcafe’s wet geldt voor een netwerk van mensen dat de waarde van het netwerk exponentieel (kwadratisch) toeneemt met het aantal actieve gebruikers. Wanneer de waarde van het netwerk toeneemt, zal genetwerkte kennis ook exponentieel toenemen. Hierdoor ontstaat kennisdominantie waar het netwerk het meest actief is. Dit betekent dat zeer veel personen in een zeer korte tijd heel veel waarde kunnen hechten aan informatie die buiten het netwerk niet als waardevol wordt (h)erkend. Een voorbeeld hiervan is het Facebook feestje in Haren. De huidige economische recessie remt industriële ontwikkelingen en belemmert noodzakelijke staatsrechtelijke hervormingen. Hoewel ‘een stapje terug’ een begrijpelijke reactie is tijdens de recessie, kunnen we het ons in het licht van Metcalfe’s wet niet veroorloven een afwachtende houding aan te nemen,
sterker nog: het is zelfs onverantwoord! In plaats van ‘een pas op de plaats’ moet er maximaal geïnvesteerd worden in kennis en kennisprocessen. Wanneer bedrijven en overheden zich niet exponentieel ontwikkelen zullen ze zich steeds moeilijker kunnen aanpassen aan de realiteit en zal de waarde die ze toevoegen aan de maatschappij afnemen. De huidige krimp in de overheid is hier een voorbeeld van, evenals het onvermogen van de overheid adequaat te reageren op de gebeurtenissen in Haren. Daarom moet er vooruitstrevend, assertief en proactief gehandeld worden en zullen we ons probleemoplossend vermogen moeten transformeren naar een niveau dat aansluit bij de realiteit en complexiteit van de 21e eeuw. Maar waarom doen we dat dan niet? Waarom nemen bedrijven en overheden geen initiatief en investeert men niet, of te weinig, te laat in proactieve en creatieve processen? Survival of the smartest
Het blijkt dat intelligente en goed gemotiveerde personen in groepsverband regelmatig gezamenlijk de verkeerde oplossing kiezen. Ze faalden niet omdat ze dom waren, maar omdat ze een slecht proces volgden om tot hun besluit te komen. Interessant hierbij is de vraag waarom een (corporate) besluitvormingsproces nog geen onderdeel is van het business continuïteitsplan. Business continuïteitsmanagement is een onderdeel van security management en is daarmee geborgd in het corporate governance systeem.
Objective: Adress the preparatory steps required to provide a strong foundation on which to build a BCP READINESS
RECOVERY/ RESUMPTION
TEST & TRAIN EVALUATE & MAINTAIN
RESPONSE
Figuur 1. Business continuïteitsplan
PREVENTION
Om continuïteit te waarborgen en als bedrijf of overheid niet failliet te gaan in de 21e eeuw zijn drie zaken van belang: 1. Een (corporate) besluitvormingsproces. 2. Kennisdominantie. 3. Flexibele en veerkrachtige (agile) organisatie. Hierbij is het niet de vraag of men het zich wel kan veroorloven, maar is het de vraag of men het zich kan veroorloven om het niet te doen. Corporate besluitvormingsproces Het corporate besluitvormingsproces volgt een gestructureerd stappenplan en maakt gebruik van kennis in plaats van informatie. Kennis wordt gedefinieerd als geanalyseerde informatie geplaatst in de context van de concurrentie-omgeving. Wanneer we de kennis van het Militaire Inlichtingenproces toepassen op het bedrijfsleven bevat het corporate besluitvormingsproces de volgende elementen:
Figuur 2 Besluitvormers kunnen proactief beslissingen nemen door gebruik te maken van een gestructureerd besluitvormingsproces. Dit proces wordt gevoed door geanalyseerde informatie (kennis en kennismanagement) in de context van de commerciële omgeving (concurrenten en klanten). Kennismanagement Kennismanagement is het ontwikkelen, verspreiden en behouden van kennis in een netwerkorganisatie. Analyse speelt hierin een essentiële rol, omdat het ons in staat stelt te bepalen ‘wat belangrijk is’ in relatie tot ‘al het andere’. Afhankelijk van de complexiteit van het probleem geeft de analytische hiërarchie aan welke niveau analysetechniek gebruikt kan worden. Simpele problemen worden opgelost door het gebruiken van eenvoudige technieken. Complexe problemen vereisen geavanceerde modellering zoals ‘Geographic Profiling’ of ‘System Analysis’.
39
Zonder uw verhaal is het gewoon een afdeling De dagelijkse gang van zaken van uw bedrijf bepaalt onze veiligheidsoplossing
Geen situatie is hetzelfde. Alleen u weet wat uw
van uw veiligheidsniveau. Zo komen we tot de
afdeling uniek maakt. Daarom beginnen we altijd
ideale veiligheidsbalans voor uw situatie waarin
met heel goed luisteren om zo te doorgronden
de continuĂŻteit van uw bedrijfsprocessen
wat uw speciďŹ eke omstandigheden en wensen
gewaarborgd wordt.
zijn. Door de juiste inzet van mens, kennis en techniek bieden we veiligheidsoplossingen die veelal leiden tot kostenbesparing en verhoging
Ontdek hoe verhalen oplossingen zijn geworden op: securitas.nl/verhalen
Eerst luisteren, dan beveiligen
‘ Verwerven van kennis is de cruciale factor’
Figuur 3. Analytische hiërarchie: maat voor gebruik van analyse bij toenemende complexiteit
Veerkrachtige organisatie Een flexibele & veerkrachtige organisatie is een genetwerkte bedrijfsstructuur die positief gebruik maakt van Metcalfe’s wet. Om dit te bereiken moeten alle onderdelen van het bedrijf samenwerken. In een economische recessie met een teruglopende markt is het niet logisch meer groei te verwachten. Het business model van een veerkrachtige organisatie is dan ook zich proactief aan te passen aan een veranderende omgeving (overleven) in plaats van het 20e eeuw business model gebaseerd op oneindige groei. Bedrijfs-, analyse- en personeelsprocessen zullen op een hoger niveau moeten komen om te transformeren naar een flexibele netwerkorganisatie met kennisdominantie. Het verwerven van kennis is de cruciale factor en is essentieel. Tripe A: Applied Alternative Analysis
Het inburgeren van het informatietijdperk gaat ruwweg twee keer zo snel als het invoeren van de computer. Wanneer men rekent vanaf het millennium betekent dit dat we eigenlijk al achter de trein aan rennen. De VS en het VK hebben al maatregelen genomen om te kunnen anticiperen op de gevolgen van het informatietijdperk. Wanneer durven Europese bedrijven en overheden uit de slachtofferrol te stappen en zullen ze het initiatief en de verantwoordelijkheid nemen om niet vaker ‘verrast’ te worden door een toekomst die zich versneld aandient? Eén van de manieren is door opleidingen en trainingen te volgen die je kennis vergroten. ‘Applied Alternative Analysis’ (Triple A), oftewel toegepaste alternatieve analyse, is een managementopleiding op wetenschappelijk niveau die voorziet in de basiskennis van security intelligence. De opleiding vult bestaande kennis aan met inzichten die het mogelijk maken om te beginnen met transformeren naar de 21e eeuw. De
opleiding stond bekend onder de naam ‘Protective Intelligence’. Het is een gestructureerde methodische aanpak om potentiële bedreigingen en kwetsbaarheden te analyseren, te begrijpen en te modelleren. Het heeft als doel besluitvormers te coachen om tijdig, proactief, en op kennis gebaseerde operationele beslissingen te nemen. Het is een model dat gebaseerd is op het idee van een continu leerproces ‘De doorlopende leerlijn’ dat door de Stichting European Security Intelligence Foundation (ESIF) wordt gepropageerd om security professionals ‘actueel’ te houden. Conclusie
Om te overleven in de 21e eeuw moeten bedrijven en overheden investeren in: ■■ Transformatie van de passieve functie van security naar een proactieve functie. ■■ Integratie kennis- met security domein. ■■ Ontwikkelen (Europese) Security & Intelligence Standaarden en Definities. ■■ Ontwikkelen continu curriculum van Security & Intelligence opleidingen op wetenschappelijk niveau. ■■ Creëren Platform Information Exchange, een genetwerkte database waarin security professionals kennis kunnen ontwikkelen, delen en behouden n
Ir. Dick Oey, CPP CCIA is een ervaren misdaad & inlichtingen expert en voormalig officier van het ministerie van defensie. Hij is board member van de stichting European Security Intelligence Foundation (ESIF).
Erik de Vries, CPP is directeur van DutchRisk en als partner in European Security Academy adviseert en traint hij organisaties, managementteams en security managers.
41
Security
Hogere onderwijsinstellingen hebben een open karakter en zijn behoorlijk versnipperd. Dat komt de veiligheid natuurlijk niet ten goede. Tijd voor een integrale aanpak, dacht OCW. De VU Amsterdam wil daarbij studenten bewustmaken van de risico’s. Lukt dat ook? Tekst en fotografie: Dennis van Asselt
Veilig studeren:
een lastig pakket
T
assen op de gang, open laptops in een lege studieruimte, deuren niet op slot; het is de dagelijkse praktijk bij de meeste hogere onderwijsinstellingen. De veiligheidsrisico’s waar de instellingen hebben te maken hebben, zijn heel divers: van sociale veiligheid en arbo & milieu tot privacy en informatieveiligheid. Van efficiëntie is nauwelijks sprake: iedere instelling pakt de problemen op zijn eigen manier aan en zelfs binnen universiteiten zijn de faculteiten vaak behoorlijk autonome organen. “De afdelingen nemen ieder hun eigen maatregelen, die nog weleens langs elkaar heen lopen”, zegt Timo Stortenbeker, manager Safety & Security bij Hogeschool InHolland. “Er ontstaan gaten in de beveiliging of men neemt dubbele maatregelen. Er is weinig communicatie onderling. Er valt veel geld te besparen en
42 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
efficiency te behalen door dat integraal aan te pakken.” Stortenbeker is lid van het project Integrale Veiligheid Hoger Onderwijs, geïnitieerd en gesubsidieerd door het ministerie van OCW. In samenwerking met een aantal hogescholen, universiteiten en kenniscentra is in 2012 een platform gelanceerd die de kennis over en ervaring met integrale veiligheid in het hoger onderwijs bundelt. Een instelling die een tool heeft ontwikkeld, of die veel kennis heeft over een bepaald onderwerp, kan dit via het platform delen met anderen. Ook werken instellingen samen om producten en diensten te ontwikkelen die voor iedereen toepasbaar zijn zonder een al te lange implementatieperiode, zoals een toolkit voor het inventariseren van de veiligheidsrisico’s en een kant-en-klaar stappenplan voor het melden van huiselijk geweld. Het doel: van elkaar
De betrokken partijen Ministerie van OCW, Ministerie van Binnenlandse zaken, BIOS, VSNU, vereniging Hogescholen, SURF, UvA, Universiteit van Maastricht, TU Delft, Universiteit Utrecht, Avans Hogeschool, Hogeschool Inholland, Hogeschool Rotterdam en Hogeschool Windesheim.
leren in plaats van telkens opnieuw het wiel uitvinden. Er is vanuit het platform ook een nulmeting gedaan van het bewustzijn van de risico’s binnen de instellingen. Stortenbeker: “Die meting liet zien dat studenten zich van het ene onderwerp meer bewust waren dan van het andere. Vaak waren ze totaal niet op de hoogte van de veiligheidsvoorzieningen in het gebouw. Ze wisten niet wat er van ze gevraagd werd en wat ze moesten doen, bijvoorbeeld tijdens een ontruiming.” Campagne
Om het bewustzijn te vergroten, heeft de VU Amsterdam in samenwerking met Aes Security Management een bewustwordingscampagne ontwikkeld. De campagne, gelanceerd aan het begin van dit academisch jaar, is opgedeeld in vier actuele hoofdthema’s: brand, kennisveiligheid, diefstal en toegangsbeheer. Ieder onderdeel staat gedurende twee maanden op de agenda en wordt ondersteund met allerlei campagnematerialen, zoals posters, deurhangers, interactieve kennistools, ludieke filmpjes, stickers en content voor artikelen. Aanvullend is er een programma met mystery visits beschikbaar. De campagne is zo ontwikkeld dat iedere instelling deze kan adopteren. Het eerste thema van de campagne is diefstal. Dat is niet zomaar, vertelt Arjen Appelman, directeur van Aes Security Management en tevens extern veiligheidsadviseur bij de VU. “Bij de start van het academisch jaar is iedereen nieuw en met van alles en nog wat bezig. Studenten laten dan vaak spullen rondslingeren, waardoor wij relatief veel diefstal zien. Dus centraal stond diefstal en kennisnemen van de beveiligingsorganisatie. Waar zit de afdeling beveiliging, wat moet je weten als je het slachtoffer bent van diefstal en welke alarmnummers heeft de VU?” Sexy
Appelman, die eerder voor de zorgsector een dergelijke campagne uitrolde, weet hoe mensen in elkaar
‘ De afdelingen nemen ieder hun eigen maatregelen, die nog weleens langs elkaar heen lopen.’ steken als het over veiligheid gaat. En de aandacht trekken van studenten is ook zo makkelijk nog niet. “Veiligheid is geen sexy onderwerp. De meesten zeggen: ‘Dat gaat niet over mij, dat gebeurt mij niet. Laat maar.’ Studenten hebben dat helemaal. Daarbij moet de boodschap flashy zijn, wil je hun aandacht trekken.” Iedere awareness campagne begint met kennis, vertelt Appelman. “Je wilt kennis overdragen om mensen bewust te maken. Daarna zijn mensen bereid om te leren wat ze moeten doen om dat risico te verkleinen.” Maar wat is het effect van de campagne bij de VU? Volgens Rob Pel, hoofd Beveiliging, is dat nog niet duidelijk. “De campagne loopt nog maar helaas krijgen we nog niet veel feedback van studenten. Daar werken we nog aan, in de vorm van een uitgebreide evaluatie. We hebben bij de start een presentatie gehouden waar studenten wel enthousiast over waren. Ze waren ook enthousiast over de rondleiding voor nieuwe studenten, waarbij we de Security Desk laten zien en vertellen wat ze van ons kunnen verwachten als er bijvoorbeeld sprake is van diefstal. Als je alleen
Van links naar rechts: Rob Pel, hoofd Beveiliging, Timo Stortenbeker, manager Safety & Security bij Hogeschool InHolland en Arjen Appelman, directeur van Aes Security Management.
43
Toptitels Vakmedianet LEES
TIP
Praktijkboek arbeidsomstandigheden 2014
Praktijkgids arbeidsveiligheid 2014
ISBN: 9789462151451
ISBN: 9789462151635
dhr. K. Langenhuysen i.s.m. FNV Bondgenoten en FNV Formaat
dr. A.W. Zwaard e.a
€ 54,95
€ 222,00
De tekst van editie 2014 is weer volledig geactualiseerd.
Handleiding voor werknemers, ondernemingsraden en VGW(M)-commissies
Collectief Arbeidsrecht
Een handleiding voor de praktijk ISBN: 9789462150478 dr.mr. S.F.H. Jellinghaus, Mr. K. Maessen
€ 39,95
Praktijkgids Ziekte en reintegratie
Over ziekte en arbeidsongeschiktheid van werknemers ISBN: 9789462151277 mr. N. Ridder
€ 265,-
Memo Plus Ondernemingsraden 2014
Wat willen ze nou eigenlijk
En wat wil ik?
ISBN: 9789462152083 dhr. drs. H.A. Roele
€ 27,95
OR en pensioen
Dit boek gaat over pensioenen waarbij een ondernemingsraad is betrokken. ISBN: 9789462151000 dhr. Thijs Jansen
€ 34,95
Alle prijzen zijn inclusief btw
Compleet naslagwerk op het gebied van medezeggenschapsrecht en aanverwante terreinen ISBN: 9789462151413 Hoofdredacteur: mw. mr. E. Cremers-Hartman, mr. M.J.A.C. Driessen, drs. T. de Bondt, mr. A. Brons, mr. I. Zaal, mr. J.R. Wirschell
€ 52,95
www.vakmedianetshop.nl
een bewustwordingscampagne met middelen uitrolt, zonder iets ernaast te doen zoals een goede presentatie, krijg je niet veel feedback. Dus laat het zien en maak contact, zo hou je het onder de aandacht.” Twitter
Een ander verbeterpunt is de vindbaarheid van de middelen. Dat is niet zozeer een probleem van de campagne, maar van de VU zelf. Pel: “Van studenten en medewerkers horen we dat de filmpjes niet goed te vinden zijn op het intranet. Twitter en Facebook zijn natuurlijk dé platforms om studenten te bereiken. Je kunt ervoor kiezen om daar reminders op te zetten, zoals ‘doe je deur op slot, berg je laptop op’. Je kan ook melden dat er bijvoorbeeld veel laptops zijn gestolen de laatste tijd. We zijn nu bezig om dat met de afdeling Communicatie te organiseren.” Ook het succes meten van een bewustwordingscampagne is niet makkelijk. Pel: “Je kunt het aantal meldingen aan het einde van het jaar vergelijken met het aantal voor de campagne.” Timo Stortenbeker wijst erop dat de situatie dan wel goed geanalyseerd moet worden. “Want in theorie kan het aantal meldingen ook zijn toegenomen. Dan ben je niet onveiliger geworden, maar is het gelukt om meer meldingen te krijgen. Daar gaat het om, want dan kun je beter je maatregelen afstemmen.”
‘ Je begint telkens weer opnieuw, want je krijgt steeds nieuwe studenten en medewerkers’.
Turven
Volgens Appelman kan een simpele visuele check een indicatie geven van het effect van de bewustwordingscampagne. “Studenten laten bijvoorbeeld regelmatig onbeheerd spullen op de gangen liggen. Je kunt drie keer tijdens zo’n campagne op exact hetzelfde tijdstip een ronde lopen en de onbeheerde spullen of openstaande deuren turven. Als je dat ziet afnemen, zou dat een indicatie kunnen zijn dat de campagne heeft gewerkt.” Een dergelijk project kent echter geen einde, zegt Appelman. “Je begint ook telkens weer opnieuw, want je krijgt steeds nieuwe studenten en medewerkers. Uiteindelijk wil je dat het bij iedereen in de genen komt te zitten en geborgd raakt in de beoordelingsen waarderingsprocessen.”n
Video’s en placemats In het kader van de awareness campagne heeft de projectgroep in samenwerking met Aes Security Management een aantal campagnematerialen ontwikkeld. Zo zijn er vier ludieke filmpjes gemaakt over de hoofdthema’s van de campagne – brand, informatiebeveiliging, diefstal en toegangsbeheer – die studenten informeert over de risico’s. Tijdens de lunch worden studenten gewezen op de veiligheidsrisico’s met een boodschap op een placemat. “Want juist tijdens de lunch zien we veel diefstallen”, zegt Aes -directeur Arjen Appelman. “Mensen gaan eten en laten hun werkruimte open achter en laten hun tas met laptop erin in de onderwijsruimte liggen.” De boodschap: ‘Hoe heb je je waardevolle spullen achtergelaten? Wist je dat 75 procent van diefstallen tijdens de lunch plaatsvinden? Eet smakelijk’. De centrale vraag, die ook op andere materialen naar voren komt, is: ‘Hoe scoor jij op veiligheid?’ Appelman: “Daarmee benadrukken we dat iedere student en medewerker een eigen taak en verantwoordelijkheid heeft op het gebied van veiligheid. Dit is door de hele campagne heen het centrale thema, want we hebben ze allemaal heel erg hard nodig.” Meer informatie over het platform Integrale Veiligheid Hoger Onderwijs en de bewustwordingscampagne is te vinden op Integraalveilig-ho.nl en Aessecurity.nl/CenBonderwijs.
Tijdens de lunch worden studenten gewezen op de veiligheidsrisico’s met een boodschap op een placemat.
45
recherche
Retour nieuwe stijl Retailers bieden klanten steeds vaker de mogelijkheid aankopen te doen via internet. Als extra service kan de klant het artikel in de winkel terugbrengen als het niet aan de verwachting voldoet. Na een aantal recente onderzoeken is een nieuwe fraudetrend waarneembaar. René Terwey
René Terwey is directeur VMB security & solutions te Almere. (www.vmbrecherche.nl)
Bij een landelijke winkelketen werden door de marketingafdeling de internetverkopen per regio berekend. Om een goed beeld te krijgen, werden ook de retour gebrachte artikelen verwerkt. Hieruit bleek dat in regio Oost veel meer via internet bestelde artikelen retour werden gebracht dan in de rest van het land. Nader onderzoek leerde dat er in deze regio twee winkels waren met extreem hoge internetretouren. In de winkels bewaarde men een map met formulieren, waarop klantnaam, telefoonnummer en reden van retour moesten worden ingevuld. Bij een blik in de map viel het de rechercheurs direct op dat er veel algemene namen werden gebruikt en dat de reden van terugbrengen bijna nooit werd ingevuld. Ook was er een grote gelijkenis in het handschrift, waarmee de formulieren waren ingevuld. Bij het nabellen van de telefoonnummers bleken deze of niet te bestaan, of er kwam iemand aan de lijn die nog nooit in de winkel was geweest. Na een gesprek met de medewerksters bleek dat 1 dame, werkzaam in beide winkels, de formulieren had ingevuld en zo een groot geldbedrag had weten weg te nemen. Doordat er geen koppeling was tussen het winkel- en internetverkoopsysteem bleef deze fraude lange tijd onopgemerkt. Trend
Frauderisico’s worden vaak onderschat
Retailers willlen niet achterblijven in de mogelijkheid om artikelen ook via internet aan te bieden. Daarom worden snel nieuwe systemen en procedures geïmplementeerd. Daarbij worden de frauderisico’s vaak onderschat. Internetverkopen zijn veelal niet opgenomen in het reguliere verkoopsysteem. De ‘kassabon’ is vaak een eenvoudig na te maken printje. Voor klanten een uitgelezen kans om gestolen goederen ‘terug’ te brengen in de winkel en ze op deze manier om te zetten in contant geld. Het terug kunnen brengen van een artikel levert ook een extra risico op interne fraude. Er is een ontwikkeling waarneembaar dat medewerkers nieuwe fraudekansen zien, daarbij geholpen door het gebrek aan goede procedures en controle door collega’s. Tip
Vraag voor invoering van een nieuwe verkoopprocedure een buitenstaander om te kijken hoe er gefraudeerd zou kunnen worden. Door bij invoering ervan direct een goede procedure te introduceren, zullen medewerkers afhaken bij het zoeken naar de mazen om zichzelf te kunnen verrijken. n
46 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
recht
Ontslag na verduistering Een werknemer van een parkeergarage stopt € 24,- parkeergeld in zijn eigen zak. Hij wordt op staande voet ontslagen. Het gerechtshof acht dit terecht, omdat het vertrouwen is geschonden. Rob Poort
Een ‘parking host’ beheert een parkeergarage van Q-park. Hij werkt doorgaans vanuit een loge, werkt vaak alleen en heeft een grote mate van vrijheid. Gebruikers van de garage ontvangen bij binnenrijden een parkeerkaart. Daarmee kunnen zij bij de loge een chipkaart afhalen voor gratis openbaar vervoer. Een gebruikte OV-chipkaart geeft bovendien recht op € 4,- korting op het parkeertarief van € 12,- per dag. Dan moet de gebruikte chipkaart voor vertrek bij de loge worden vertoond en voorziet de host de parkeerkaart van een code. Betalingen worden automatisch geregistreerd. Waar dat niet het geval is, noteert de parking host dit in een elektronisch logboek.
Mr. ing. R.O.B. Poort is jurist en veiligheidskundige. (www. bureaupoort.nl)
Video-opnamen
Een gebruiker heeft Q-Park geschreven dat een parking host betaling van € 24,- met een creditcard weigerde en contante betaling verzocht. Uit onderzoek en videoopnamen blijkt, dat de contante betaling niet is geboekt. De dienstdoende parking host erkent de feiten en wordt wegens verduistering op staande voet ontslagen. Bezwaar tegen het ontslag bij de kantonrechter is vergeefs, waarop hij in beroep gaat. Oordeel
Volgens de host is het ontslag niet onverwijld gegeven. Maar het hof vindt dat de werkgever enige tijd mag nemen voor zorgvuldig onderzoek en de werknemer eerst mag horen alvorens ontslag op staande voet wordt gegeven. Verder blijkt uit de videobeelden dat de host geld ontvangt en later in zijn zak stopt. Het bedrag is niet geboekt, zoals hij zelf heeft toegegeven. Er was geen storing in het automatische betalingssysteem, zoals hij gesuggereerd heeft. Daarom oordeelt het hof dat hij een aan Q-park behorend bedrag heeft verduisterd en een interne procedure heeft overtreden. Na aanvankelijke ontkenning en pas na het tonen van de videobeelden, heeft hij dit ook erkend. Dit kan niet worden afgedaan als ‘een administratieve slordigheid’ en levert een dringende reden voor ontslag op. Dat wordt ook met een beroep op zijn leeftijd, slechte positie op de arbeidsmarkt en een onberispelijk dienstverband niet anders. Ondanks de beperkte omvang van het bedrag, is er sprake van grote inbreuk op de belangen van de werkgever en diens geschonden vertrouwen in de werknemer. Het beroep wordt verworpen.
Werkgever had een gerechtvaardigd belang bij het maken van video-opnamen
Opmerking
De werknemer beroept zich op het onterecht gebruik van de video-opnamen. Het Hof vindt echter dat de werkgever een gerechtvaardigd belang had bij het maken van die beelden. Gerechtshof Amsterdam, 27 augustus 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:2683 n
47
producten
Vaste dome netwerkcamera’s
Tweemaal CamTech
Axis introduceert een aantal nieuwe modellen binnen zijn assortiment vaste dome netwerkcamera’s. De Q35-serie netwerkcamera’s bieden HDTV 1080p-resolutie bij 60 fps, elektronische beeldstabilisatie of WDR-technologie (Wide Dynamic Range met dynamische registratie). De P32-serie netwerkcamera’s bieden HDTV-video, en zoomen en focussen op afstand. De Q35-serie voldoet aan de strengste eisen van gevoelige infrastructuren op luchthavens en treinstations. De P32-serie is vooral geschikt voor winkels en is bestemd voor klanten die meer letten op de prijs. n
Aras Security brengt twee nieuwe CamTech netwerkcamera’s op de markt. De fixed mini dome Full HD IP camera day/night is een 2 megapixel camera waarmee meer details kunnen worden bekeken. Verder is deze camera voorzien van de progressive scantechniek en van interlaced scan, waarbij een plaatje in twee stappen wordt opgebouwd. Ook de fixed bullet Full HD IP Smart LED camera real day/night is een 2 megapixel camera en is voorzien van een mechanisch IR-filter. De high intensity IR-leds worden ingeschakeld bij lage lichtomstandigheden en bieden infrarood verlichting met een bereik tot 20 meter. De Smart LED-technologie voorkomt overbelichting. Beide netwerkcamera’s zijn voorzien van een ingebouwde webserver. Tevens beschikken ze over ingebouwde bewegingsdetectie. Tenslotte zorgt de MAT (Motion Adaptive Transmission) functie ervoor dat het aantal beelden per seconde verminderd wordt als er geen activiteit is binnen het zichtveld van de camera. Dit bespaart bandbreedte en opslagcapaciteit. n
advertentie
telefoon +31(0)348 421 251 e-mail
info@veb.nl
website
www.veb.nl
Dé brancheorganisatie voor professionals op beveiligingsgebied. De VEB Erkende beveiligingsbedrijven zorgen ieder binnen hun specifieke vakgebied voor een gegarandeerde kwaliteit op het gebied van beveiliging en veiligheid. Beveiliging nodig? Kies voor veiligheid via de vakman. www.veb.nl
veilig en betrouwbaar
48 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
advertentie
Opleidingen
Toegangscontrolesystemen
young professional
Persoonlijk
Rick Kuiper, 20 jaar oud. En werk al enkele jaren bij VMB security & solutions. Ik ben bij VMB security & solutions begonnen als stagiair particulier digitaal onderzoeker. Aan het einde van mijn stage kwam ik er achter dat ik liever aan het werk ben, dan hele dagen op school zit. VMB heeft mij de kans gegeven om van opleiding te wisselen en bij hen te blijven werken. Tevens kreeg ik de mogelijkheid om opleidingen te volgen. Zo heb ik ook mijn diploma particulier onderzoeker behaald. Inmiddels werk ik alweer sinds november 2010 bij het leukste bedrijf van Nederland. In mijn vrije tijd drift ik op circuits en beoefen ik de sport kitesurfen.
naam Rick Kuiper Leeftijd: 20 Functie: Particulier onderzoeker
In deze rubriek aandacht voor jonge securityprofessionals. Zij komen aan het woord
Opleiding
over hun opleiding, carrière,
Diploma Particulier Onderzoeker. nn Huidige opleiding: systeembeheer in combinatie met Cisco.
vakgebied en ambities.
nn
Aanmelden van personen voor deze rubriek bij: arjendekort@vakmedianet.nl
Carrière
Ik heb ooit als verkoopmedewerker bij Blokker gewerkt. nn Mijn huidige werkgever is VMB security & solutions. Hier werk ik als particulier onderzoeker en ben ik Trace365 specialist. Tevens doe ik de digitale onderzoeken en help ik met het systeembeheer. nn
Wat ik heb geleerd van mijn managers…
Het logisch indelen van werkzaamheden, zodat alles op tijd afkomt. Oftewel: plannen. Verder heb ik van mijn managers de kneepjes van het recherchevak geleerd en het schijven van rapportages, observatierapporten en dergelijke. Wat mijn managers van mij hebben geleerd…
Ik denk dat het voornaamste wat zij van mij hebben geleerd het omgaan met een ‘jonge rechercheur’ is. Bij ons bedrijf werken voornamelijk mensen die al heel wat jaren ervaring hebben bij Politie en Marechaussee. Zij hebben dus moeten ontdekken hoe je een ‘rookie’ de kneepjes van het vak leert. De security manager verdwijnt niet,..
want zolang er nog mensen nodig zijn, zal de security manager blijven.
Social media
Social media gebruik ik op de werkvloer voornamelijk tijdens het doen van achtergrondonderzoeken. Mijn ervaring is dat mensen vaak teksten of foto’s op Facebook of Twitter plaatsen waar ze mogelijk later spijt van gaan krijgen. Dit merken we vaak bij het doen van screeningen. Verder ben ik beheerder van de VMB en Trace365Facebookpagina’s.n
49
security management
onafhankelijk vakblad voor professionele beveiliging n
www.securitymanagement.nl n
Colofon
Adverteerdersindex
SECURITY MANAGEMENT IS EEN UITGAVE VAN VAKMEDIANET
Aps BV bijsluiter Cameron Nederland NV 02 Dictator Productie BV 13 Nedap NV Security Management 13 NVD Beveiligingsgroep 51 Salto Systems BV 36 Saval Brandbeveiliging 25 Securitas Nederland BV 40 Stanley Security Solutions 36 Trigion Brand en Beveiligingstechniek 52 VEB 48
Hoofdredacteur Arjen de Kort, tel. 088-5840918, arjendekort@vakmedianet.nl Eindredacteur Christine Linneweever Uitgever Geert van den Bosch Accountmanager Marion Smits, tel. 06-52867200, marionsmits@vakmedianet.nl Vormgeving & opmaak Publish Impulse Group - Cross Media Solutions Alphen aan den Rijn Druk Ten Brink, Meppel Adres Vakmedianet, Postbus 448, 2400 AK Alphen aan den Rijn www.securitymanagement.nl Abonnementenadministratie klantenservice@vakmedianet.nl, tel. 088-5840888 Abonnementen Security Management verschijnt 10 keer per jaar. Jaarabonnement € 142,00, studenten betalen € 59,95, los nummer € 19,00; prijzen zijn exclusief btw. Op alle uitgaven van Vakmedianet zijn de Algemene Voorwaarden van toepassing. Die zijn te vinden op www.vakmedianet.nl. Partners Axis Communications, Trigion, G4S Beveiliging, Nedap, ARAS Security Coverontwerp Mr. Richardson Copyright Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. © Vakmedianet 2014 Publicatievoorwaarden Op iedere inzending van een bijdrage of informatie zijn de standaardpublicatievoorwaarden van Vakmedianet van toepassing. Deze zijn te vinden op www.vakmedianet.nl. Disclaimer Alle in deze uitgave opgenomen informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. De juistheid en volledigheid kunnen echter niet worden gegarandeerd. Vakmedianet en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor schade die het directe of indirecte gevolg is van het gebruik van de opgenomen informatie.
Binnenkort in Security Management thema PBO’s / PAC’s
• • • •
Omzetonderzoek PBO’s Rondetafeldiscussie business continuity Voetbal & Veiligheid Interview Gert Askes (algemeen directeur G4S)
ISSN 1386-0941
Deze aankondiging is onder voorbehoud
50 |
s e c u r i t y M a n ag e m e n t | 6 2014
JAAR
100
24/7
Beveiliging | Aviation Security | Receptie Services | Bedrijfsrecherche, ICT-security, Consultancy & Opleidingen Brand en Beveiligingstechniek | AlarmServiceCentrale | Toezicht & Handhaving | Evenementenlogistiek en verkeersbegeleiding
Veiligheid krijgt een gezicht Veiligheid blijft een basisbehoefte voor medewerkers en gasten van uw organisatie. Een basisbehoefte waar Trigion, als meest toonaangevende en meest complete beveiligingsbedrijf van Nederland, als geen ander aan voldoet. We staan voor decennia aan ervaring, opgedaan bij gerenommeerde en veeleisende opdrachtgevers. Het maakt Trigion tot dĂŠ toonaangevende partner in veiligheid. Een partner die veiligheid een gezicht geeft. Dat doen we met ruim 8.000 medewerkers die ingezet worden voor alle bekende diensten op het gebied van beveiliging en veiligheid. Uiteraard afgestemd op uw specifieke behoefte. Bent u benieuwd hoe wij veiligheid een gezicht kunnen geven binnen uw organisatie? Kijk dan op www.trigion.nl of bel (010) 298 11 33. Trigion. Toonaangevend in veiligheid
Onderdeel van Facilicom