PLATFORM VOOR PROFESSIONALS IN BRANDPREVENTIE
NEGENDE JAARGANG NR. 1 FEBRUARI 2016
THEMA
ISOLATIE & AFDICHTING LET OP: meer informatie vindt u op brandveilig.com
BRANDVEILIGHEID BESTAANDE GEBOUWEN NIET GEBORGD
BRANDVEILIGHEID EN OUDEREN: CASUS DE NOTENHOUT
GROTE BRANDCOMPARTIMENTEN, GROTE RISICO'S?
Een extreem lange vluchttijd is met Pyrobel geen probleem! Alstublieft, ons brandwerend glas is verkrijgbaar in de klasse EW30 tot zelfs EI120! En door een slim voorraadbeleid kunnen we snel leveren. Pyrobel is zeer geschikt voor het scheiden van brandcompartimenten in een gebouw en door zijn tweezijdige brandwerendheid ook geschikt in gevels. Meer weten over Pyrobel en onze overige brandwerende beglazing? We delen graag onze kennis met u en bieden u daarom een workshop brandwerend glas aan. Schrijf u nu in via www.agcnederland.nl/workshop. AGC Glass - Tel. 0344 679911 - sales.nederland@eu.agc.com - www.yourpyrobel.nl - www.agcnederland.nl
Brandwerend glas van Pyrobel en Pyropane
Alstublieft,
8
Inhoud
Thema Isolatie & Afdichting 8 | Pieren op Schiphol onder cellulair glas 12 | Stichting MEB: Maak kwaliteit brandveilige voorzieningen zichtbaar
12
Verder in dit nummer
24
16
6
NIEUWS
11
COLUMN RICARDO WEEWER
15
NATIONAAL BRANDVEILIGHEIDSEVENEMENT
16
BRANDVEILIGHEID BESTAANDE GEBOUWEN
18
GROTE BRANDCOMPARTIMENTEN
20
UIT HET BRANDLAB
24
BRANDVEILIGHEID EN OUDEREN
28
TRENDS IN BRANDVEILIGHEID
30
VLAMMENMELDERS
33
COLUMN JORIC WITLOX
34
PRAKTIJK
37
SCHADEPRAKTIJK
38
BEDRIJVENINDEX
nummer 1
februari 2016
3
Colofon
Vergrijzing Brandveilig.com is een uitgave van Vakmedianet Hoofdredacteur Arjen de Kort, arjendekort@vakmedianet.nl Eindredacteur Christine Linneweever Medewerkers aan deze uitgave Arjan Anderiesen (coverontwerp), René Hagen, Johan Jansen, Rob Jastrzebski, Leo Porrio, Betty Rombout, Danny Ruytenbeek, Arno Scherpenisse, Aad van den Thoorn, Clemon Tonnaer, Hans van Waes, Ricardo Weewer, Lieuwe de Witte en Joric Witlox Redactieraad De redactieraad adviseert de redactie van Brandveilig.com. De uitingen geven echter niet per se de mening weer van de leden.
Coen van Beek, Eric Bosscher, Maarten de Groot, Dingeman de Jong, Micha de Jong, Johan Koudijs, Leo Oosterveen, en Joric Witlox Uitgever Frederique Zeemans Accountmanager Marion Smits, marionsmits@vakmedianet.nl tel. 06-52867200 Vormgeving & opmaak colorscan, www.colorscan.nl Druk Ten Brink, Meppel Adres Vakmedianet, Postbus 448, 2400 AK Alphen aan den Rijn Tel. 088-5840918 www.brandveilig.com, info@brandveilig.com Abonnementenadministratie klantenservice@vakmedianet.nl, tel. 088-5840888 Abonnementen Brandveilig.com verschijnt 6 keer per jaar. Abonnement: Nederland € 141,00, verzending buitenland € 29,50 (EU) en € 41,50 (niet-EU-landen); prijzen zijn exclusief btw. Op alle uitgaven van Vakmedianet zijn de Algemene Voorwaarden van toepassing. Deze zijn te vinden op www.vakmedianet.nl. Doelgroep Professionals op het gebied van brandveiligheid, zoals architecten, aannemers, preventisten, brandweer, adviseurs, installateurs, leveranciers en beslissers op het gebied van facilitair management in bedrijf en gebouw. Oplage Door onafhankelijk accountant gecontroleerde oplage. Zie voor accountantsverklaring van Grant Thornton www.vakmedianet.nl Partners Hoefnagels, Stöbich, Trigion Brand en Beveiligingstechniek Copyright Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. © Vakmedianet 2016 Publicatievoorwaarden Op iedere inzending van een bijdrage of informatie zijn de standaardpublicatievoorwaarden van Vakmedianet van toepassing. Deze zijn te vinden op www.vakmedianet.nl. Disclaimer Alle in deze uitgave opgenomen informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. De juistheid en volledigheid kunnen echter niet worden gegarandeerd. Vakmedianet en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor schade die het directe of indirecte gevolg is van het gebruik van de opgenomen informatie.
Nederland vergrijst. Ongetwijfeld is dit geen nieuws voor u. Immers, kijk om u heen - of in de spiegel - en u ziet de grijze medemens, al dan niet achter rollator of in scootmobiel. En de komende decennia zal het aantal 65-plussers verder toenemen tot 4,7 miljoen rond 2040. De komen- Arjen de Kort de jaren zal vooral het aandeel hoofdredacteur Brandveilig.com 65-79-jarigen sterk stijgen en van- arjendekort@vakmedianet.nl af 2025 neemt ook de groep 80-plussers sterk toe (de dubbele vergrijzing). In 2040 is naar schatting 26% van de bevolking 65-plusser. (Bron: Nationaal Kompas Volksgezondheid / RIVM.) Is dit nu goed of slecht nieuws? Oordeelt u zelf op basis van wat ‘koppen’ uit het nieuws: 'Autobranche vaart wel bij vergrijzing', ‘Vergrijzing zorgt voor hogere AOWuitgaven’, 'Vergrijzing dempt economische groei', 'Nederland hardst getroffen door vergrijzing', ‘Brandveiligheid ouderen grote zorg’. De laatste kop stond boven een recent bericht naar aanleiding van het begin januari door de Brandweeracademie gepubliceerde rapport met oplossingsrichtingen om gewonden en doden als gevolg van een woningbrand bij ouderen te voorkomen. Want al langere tijd is bekend dat ouderen kwetsbaar zijn bij brand. Uit eerder onderzoek blijkt dat er onder 65-plussers ruim 2,5 keer zoveel doden vallen dan bij mensen jonger dan 65 jaar. Met een vergrijzende bevolking is de logische verwachting dat als er niets wordt gedaan het aantal brandslachtoffers onder ouderen zal toenemen. De in het rapport gepresenteerde oplossingsrichtingen zijn onder te verdelen in drie categorieën: (1) Voorlichting aan 65-plussers over voorkomen van brand en de mogelijkheden tot ontvluchting. (2) Aanscherping van wet- en regelgeving voor de specifieke doelgroep ouderen: zij zijn bij brand vaker sterk verminderd zelfredzaam. (3) Toepassen van technische voorzieningen om brand te voorkomen of zodanig te beperken dat 65-plussers voldoende tijd hebben zichzelf in veiligheid te brengen of door anderen in veiligheid gebracht te worden. Dat dit geen kwaad kan, bleek uit het Journaal-item naar aanleiding van de publicatie van het rapport. De reporter was ‘op locatie’ en volgde een hoogbejaarde vrouw in haar woonomgeving. Zij vertelde dat zij “uit laksheid” nog geen rookmelder had laten monteren. Maar gelukkig had zij wel nagedacht over een vluchtweg. Trots gaf zij een demonstratie: met een wankel keukentrapje zou zij via het raam uit haar woonkamer klimmen richting een onderliggend dakterras, klaar om gered te worden. Ziet u het voor u in geval van een brand? Op de website van de NOS kunt u het item (zoek op René Hagen, datum 6 januari) nog terugkijken. Hagen c.s. hebben nog een stevige uitdaging in 2016.
ISSN 1876-5750
nummer 5
november 2014
5
NIEUWS
Meer branden door vuurwerk met jaarwisseling
AGENDA Meer informatie over alle activiteiten: www.brandveilig.com
5 EN 6 APRIL 2016
EMERGENCY EXPO ROTTERDAM
WWW.EMERGENCYEXPO.NL
14 APRIL 2016
NATIONAAL BRANDVEILIGHEIDSEVENEMENT 2016
Met oud en nieuw zijn 39 branden waarschijnlijk door vuurwerk veroorzaakt. Dat meldt de Stichting Salvage, een samenwerkingsverband van de gezamenlijke Nederlandse brandverzekeraars. Volgens de stichting is sinds 2010 een duidelijke toename zichtbaar van het aantal vuurwerkgerelateerde branden tijdens de jaarwisseling. In totaal kwamen er 91 meldingen van
DELFT
WWW.SBRCURNET.NL
19 EN 20 APRIL 2016
FIRE SPRINKLER INTERNATIONAL MÜNCHEN
branden binnen, 34 op oudjaarsdag en 57 op nieuwjaarsdag. Deze aantallen komen overeen met die tijdens vorige jaarwisselingen. Alleen was vuurwerk met 39 gevallen (42,9 procent) nu vaker de oorzaak dan voorgaande jaren. Tijdens de jaarwisseling van 2014 naar 2015 kwamen er 104 meldingen binnen. In 35 procent van de gevallen werd de brand toen vermoedelijk veroorzaakt door vuurwerk.
Chubb en BHV.NL bundelen krachten
WWW.FIRESPRINKLERINTERNATIONAL.COM
7 JUNI 2016
NATIONALE KENNISDAG BRANDPREVENTIE ECHTELD
Twee spelers op de markt voor bedrijfshulpverlening - Chubb Fire & Security en BHV.NL bundelen hun krachten en zijn een samenwerking aangegaan op het onderdeel ‘individuele veiligheidscursussen’. Gezamenlijk bieden de partners een omvangrijke cursuskalender en met een 60-tal trainingslocaties een regionale spreiding voor het volgen van de aangeboden cursussen.
Winnaar Don Berghuijs Award
WWW.KENNISDAG.NET
ADVERTEERDERSINDEX AGC Flat Glass Nederland
2
Ahoy Rotterdam
4
Dictator Productie
29
Tremco illbruck Productie
26
Trigion Brand en Beveiligingstechniek
40
Vetrotech Saint-Gobain Benelux
23
6
nummer 1
Het innovatieve veiligheidsconcept 'Ik laat mijn ouders niet stikken' van het coalitieteam Stephan Wevers (regionaal commandant Veiligheidsregio Twente) en Steven van de Looij (regionaal commandant Veiligheidsregio Noord-Holland Noord) is de winnaar van de Don Berghuijs Award 2015. Ook genomineerd waren de veiligheidsconcepten Brandweer Radar van het team van Arjen Littooij (directeur Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond) en Dynamisch Risico Model van het team van Carlo Post (directeur Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid). Meer informatie over de winnaar en de andere innovatieve projecten voor een veilige samenleving is te vinden via www.donberghuijsaward.nl.
februari 2016
NIEUWS
Zondag ook rustdag van brand Wereldwijd woedden er tussen 2001 en 2013 meer dan een miljard branden. Hiervan woedden 'slechts' 104 miljoen branden op zondag. Blijkbaar worden branden wereldwijd sterk beïnvloed door de cyclus van werk- en rustdagen en is er een verband tussen religie en het uitbreken van een brand, concludeert onderzoeker Nick Earl. De onderzoeker verzamelde gegevens van branden die wereldwijd tussen 2001 en 2013 woedden. Het ging om meer dan een miljard branden. Slechts 104 miljoen branden hiervan vonden plaats op zondag. Dat is 8 procent minder dan de branden die woedden op dinsdag. Er is dus een wekelijks patroon, stelt Earl. “De natuur past zich niet aan die wekelijkse cyclus, dus dit benadrukt de invloed die we op de planeet hebben.” Niet overal op de wereld woedden op zondag minder branden. Vooral in Australië en in de VS was dit effect te zien. In gebieden waar veel moslims wonen, woedden er op donderdag en vrijdag opvallend weinig branden. Earl: “Vrijdag is voor de moslims de dag van samenkomst en gebed. Dat onderschrijft dus de theorie dat religie van invloed is op het klimaat.”
Bijna recordaantal miljoenenbranden in 2014
Miljoenenbranden ontstaan vooral in WestNederland. De brand met de grootste geldschade was bij een fabriek. En 2014 was het jaar waar na 2013 de meeste miljoenenbranden plaatsvonden. Dat blijkt uit het eind 2015 gepubliceerde onderzoek van Nivre naar miljoenenbranden in 2014. Sinds 1998 registreert Nivre grote branden. De bij Nivre aangesloten verzekeraars en expertisebureaus geven die cijfers door. Opvallend is dat alleen in 2013 meer miljoenenbranden waren. Behalve in 2013 viel de schadelast ook hoger uit in 2003 (636,8 miljoen), 2000 (onder andere vuurwerkramp in Enschede, 571,1
miljoen) en 2001 (508,9 miljoen). Het gaat om 129 miljoenenbranden. Deze hebben allemaal een schade van één miljoen of meer. Gezamenlijk komt de schade uit op ongeveer 495 miljoen euro. Hiervan kent 56,6 procent van de miljoenenbranden een schadebedrag tussen de één en twee miljoen euro, 14,7 procent tussen de twee en drie miljoen euro, 14 procent tussen de drie en vier miljoen euro, en 4,7 procent tussen de vier en vijf miljoen euro. De meeste branden woedden bij productie- en fabricagebedrijven; 28,7 procent. Daarna volgen woningen met 11,6 procent, agrarische bedrijven met 10,1 procent, horeca met 8,5 procent, en bedrijfspanden met 7,0 procent. De meeste miljoenbranden ontstonden in West-Nederland. Om precies te zijn 36,4 procent. Verder volgen 19,8 procent in Midden-Nederland, 17,4 procent in het Noorden, 15,7 procent in Zuid-Nederland, en 10,7 procent in OostNederland. Verder blijkt uit het onderzoek dat het derde kwartaal gevoelig is voor branden; 37 branden om precies te zijn. In ditzelfde kwartaal ontstond de grootste ‘klapper’: een fabriek in het noorden van het land met 85 miljoen euro schade.
Witlox voorzitter EAPFP Joric Witlox, voorzitter van Brandveilig Bouwen Nederland (BBN) en vaste columnist van dit blad is benoemd tot voorzitter van de European Association for Passive Fire Protection (EAPFP). EAPFP kan beschouwd worden als de Europese koepelorganisatie van BBN. Leden zijn soortgelijke verenigingen uit België, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Spanje, Italië, Duitsland, Denemarken, Noorwegen, Slovakije, Cyprus, Turkije. Witlox wil de komende voorzitterstermijn van drie jaar de goede lijn die is ingezet door zijn voorgangers consolideren. “Daarnaast zal ik net als bij BBN beginnen met een soort nulmeting. Waar staan we nu? Wat willen de leden? Hoe tevreden zijn ze? Welke doelen hebben ze”, zegt hij. “Ik ga inventariseren wie de stakeholders zijn en wat ze willen. Zodra dit bekend is zal ik een
strategie met actiepunten formuleren die in de vergadering van juli 2016 zal worden besproken. "Doel is in ieder geval dat bouwkundige brandveiligheid op een nog hoger plan komt, de veiligheid van gebouwgebruikers toeneemt en dat gebruikers een brand niet alleen overleven maar er ook (heel snel) verder gewerkt kan worden zodat de continuïteit van de bedrijven veilig gesteld wordt.” Daarnaast zal Witlox ook de positieve gevolgen van goede bouwkundige brandpreventie voor de ecologische footprint op de agenda willen krijgen. Witlox: “Denk daarbij ook aan BREEAM.” De EAPFP is opgericht om te kunnen communiceren met Europese instanties toen de nationale normen werden samengevoegd in een Europese standaard. “Naast deze technische kant is EAPFP ook een vereniging die werkt aan een hogere mate
van brandveiligheid in Europa. Door onderling overleg kunnen we zaken coördineren en hopen we van elkaars kennis en ervaring gebruik te kunnen maken.” nummer 1
februari 2016
7
thema isolatie & afdichting
Rob Jastrzebski
Pieren op Schiphol
Duurzaam en brandveilig onder cellulair glas Amsterdam Airport Schiphol bouwt en verbouwt op grote schaal, om de komende tien jaar te kunnen doorgroeien naar een capaciteit van 65 miljoen passagiers per jaar. Als onderdeel van het masterplan werden in 2014 en 2015 de E-, F- en G-pier ingrijpend verbouwd en voorzien van een extra bouwlaag. De luchthaven daagde de markt uit om voor het daksysteem een oplossing te bedenken die voldoet aan de hoogste eisen van duurzaamheid en brandveiligheid. Dat is gelukt, met een combinatie van TPO kunststof dakbanen op een isolatielaag van Foamglas.
D
e uitdaging waarvoor Schiphol stond was fors. Vanuit security oogpunt moesten de aankomendeen vertrekkende passagiersstromen op de E-, F en G-pier fysiek worden gescheiden. De luchthaven koos voor een verticale bouwkundige scheiding door de pieren ‘op te toppen’ met een extra bouwlaag en gatehuizen te realiseren. Het project diende te
worden uitgevoerd in een zo kort mogelijke doorlooptijd, met zo min mogelijk logistieke bewegingen en zonder de passagiersstromen op het bestaande pierniveau te hinderen. Een mega-verbouwing terwijl de winkel door draait. Het kon, zo bleek, met een heel strakke planning en perfecte samenwerking tussen Schiphol en de betrokken uitvoerders.
8
nummer 1
februari 2016
Uitgangspunten Asset Management Schiphol, de beheerder van ruim 800.000 vierkante meter pieren en gebouwen, stelde hoge eisen aan de dakconstructie en vooral de dakbedekking. Vakspecialist Bouwkunde Ronald Wesselink: “Schiphol Airport is als economische motor voor Nederland een heel speciďŹ eke omgeving met veel vitale processen. Cruciaal voor de luchthaven is dat de afhandeling van de intensieve passagiersstroom zo min mogelijk wordt belemmerd. De realisatie van een extra bouwlaag op de pieren moest dus bij vol bedrijf gebeuren. Veiligheid was daarbij een van de voornaamste uitgangspunten. We wilden zo min mogelijk hijsbewegingen boven de pieren en vanuit het oogpunt van brandveiligheid wilden we ook geen gasessen en open vuur op de daken en dus een vorm van dakbedekking die zonder gebruik van open vuur kon worden bevestigd. Het te gebruiken isolatiemateriaal zelf moest voldoen aan de hoogste brandveiligheidseisen.â€? Tegelijk wilde Schiphol met de verbouwing van de pieren een slag maken in duurzaamheid, door het gebruik van robuuste materialen met een lange levensduur, grote weerstand tegen beschadiging, een lage onderhoudsgraad en hergebruik van het
thema isolatie & afdichting
# ! # % ! # ! # $ ! #"" " ! ! ' !! "
materiaal bij het einde van de levensduur. Wesselink: “We waren dus op zoek naar een slimme combinatie van materialen en montagetechnieken.�
Samenwerking Asset Management Schiphol bracht marktpartijen uit de bouwsector bij elkaar om een ontwerp voor een robuust, brandveilig en duurzaam dak te maken. Dat resulteerde in een projectmatig samenwerkingsverband van KĂśster Afdichtingssystemen en Foamglas, fabrikant van cellulaire glasisolatie. Gezamenlijk ontwierpen de partijen een gelaagd dakbedekkingssysteem met isolatieplaten van cellulair glas en daaroverheen banen kunststof dakbedekking van thermoplastische polyoleďŹ ne (TPO). Cellulair glas is op zich niet nieuw. Uit recycling verkregen cellulair glas werd al in de jaren dertig voor het eerst in de bouw toegepast en Foamglas heeft al heel wat gebouwen van deze ‘opgeschuimde’ glasisola-
tie voorzien. De verbouwing van de pieren op Schiphol is met ruim 40.000 vierkante meter dakoppervlak een van de grootste projecten in Nederland waarin Foamglas is verwerkt. Het is tevens het eerste project waarin al vanuit de ontwerpfase nauw werd samengewerkt aan een nieuw sys-
aan de hoogste brandveiligheidseisen. “Gebruik van gas en open vuur in combinatie met traditionele dakbedekking van bitumen, geeft altijd een verhoogd risico. Dat wilden we niet op een drukke pier die een essentiĂŤle schakel is in de afhandeling van internationale passagiersstromen. Een inci-
‘Het isolatiemateriaal moest voldoen aan hoogste brandveiligheidseisen’ teem met een andere constructiepartner, KĂśster Afdichtingssystemen. Een samenwerkingsconstructie die naar meer smaakt, vinden beide partners.
Brandveilig Het onmiskenbare voordeel van de materiaalkeuze is volgens Wesselink van Asset Management Schiphol, dat ze zowel in de bouwfase als in de gebruiksfase voldoen
dent tijdens de bouw, waardoor de pier zou moeten worden ontruimd en gesloten, kan grote gevolgen hebben voor het operationele proces van de luchthaven. Het mooie van KĂśster TPO dakbanen is dat ze met hete lucht aan elkaar worden gelast. Daardoor is er geen brandgevaar. Ook in de gebruiksfase draagt de materiaalcombinatie bij aan een hoge brandweerstand van het gebouw. We zijn blij dat de samenwerking tussen de
nummer 1
februari 2016
9
thema isolatie & afdichting
leveranciers tot zo’n mooi systeem heeft geleid.”
Duurzaam Een oplossing die volgens Wesselink ook helemaal aansluit bij de duurzaamheidsambities van de luchthaven. Amsterdam Airport Schiphol hecht grote waarde aan materialen met een lange levensduur die volledig recyclebaar zijn en dat geldt zowel voor Foamglas als voor de TPO dakbedekking. Foamglas heeft een levensduur van tientallen jaren, met volledig behoud van al zijn eigenschappen. Zowel Foamglas als de toplaag van Köster TPO vereisen vrijwel geen onderhoud. Hoewel de materialencombinatie in initiële investering misschien iets duurder uitvalt dan traditionele dakbedekking en isolatie, komt de luchthaven door die grote duurzaamheid en lange levensduur er qua ‘total cost of ownership’ over de gehele levensduur van zijn gebouwen heel gunstig uit.
Drukweerstand Een extra eis van de luchthaven was dat het daksysteem ook een hoge drukweerstand moest hebben, want de daken van de ter-
10
nummer 1
minals en pieren hebben meer functies dan alleen afdichting. Wesselink: “Door de enorme bouwvolumes van de terminal en de pieren, kunnen we niet overal bij met kranen en steigers, dus de daken worden ook gebruikt als transportroute voor werkzaamheden en voor inspecties van gebouwen en installaties. Dat wil zeggen dat ze optimaal beloopbaar moeten zijn en geschikt om flink wat gewicht te dragen. Ook vanuit dat oogpunt is Foamglas een ideaal materiaal, omdat het vormvast is en niet indrukt. En een gunstige eigenschap van de Köster TPO dakbedekking is tenslotte dat het materiaal niet kwetsbaar is voor inwerking van chemicaliën. Ook niet onbelangrijk in een luchthavenomgeving met kerosinedampen.”
Realisatie en kwaliteit Bij de realisatie van de pierverbouwing werd niets aan het toeval overgelaten. De materialencombinatie Foamglas-Köster TPO werd uitvoerig getest in een mock-up opstelling en ook werd het systeem door derden kritisch beoordeeld op onder andere brandveiligheid. Vóór de start van het project organiseerde Schiphol als opdrachtgever een kick-off bij-
februari 2016
eenkomst voor alle betrokken leveranciers en aannemers. Zo werd de uitvoering van het project gestroomlijnd en kon de door Schiphol geëiste snelle doorlooptijd worden gerealiseerd. Tijdens de bouw hielden zowel de fabrikanten van de materialen als bouwexperts van Schiphol toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden, om de kwaliteit van het montageproces te waarborgen.
Geslaagd De partners kijken terug op een geslaagd samenwerkingsproject met een paar unieke elementen. Behalve het gezamenlijk onderzoeks- en ontwerptraject van twee fabrikanten, sprong de bijzondere rol van Schiphol als verbinder van marktpartijen eruit. Ronald Wesselink besluit: “De samenwerkingsconstructie heeft ons opgeleverd waarom we hebben gevraagd: een duurzaam en brandveilig dak dat tevens bruikbaar is voor logistiek en als looproute en dat ook nog esthetisch is door de subtiele grijze kleurstelling. Ook dat laatste is niet onbelangrijk, want onze daken zijn vanuit de lucht zichtbaar voor tientallen miljoenen klanten die Schiphol jaarlijks aandoen.” Rob Jastrzebski is freelance journalist
Column
Ricardo Weewer
Belang van onderzoek Op 1 december 2015 heb ik mijn lectorale rede uitgesproken, getiteld ‘De rode kroonjuwelen. Over de noodzaak tot kennisontwikkeling voor de brandweer’. Hierin heb ik onder andere gesteld dat (wetenschappelijk) onderzoek en kennisontwikkeling noodzakelijk zijn om het brandweervak verder te ontwikkelen en de samenleving en de veiligheid van brandweermensen zo goed mogelijk te dienen. De verbinding tussen wetenschap en praktijk is hierbij cruciaal. Onderzoek moet daadwerkelijk brandweermensen helpen, bij zowel het geven van goede preventieadviezen als het veilig en effectief bestrijden van een brand.
Waarom is onderzoek nodig? Onderzoek is om drie redenen van belang. Allereerst omdat het helder is dat branden zich tegenwoordig anders ontwikkelen dan in het verleden. Hier moeten tactieken en technieken op worden aangepast. Ten tweede vanwege de innovatie van repressie. Het doel van innovatie is de brandbestrijding veiliger, flexibeler en effectiever te maken, de grenzen van de repressieve mogelijkheden te verduidelijken en in te spelen op huidige knelpunten. Tot slot is onderzoek, uitgevoerd samen met het brandweerveld, noodzakelijk om vakkennis te ontwikkelen die op feiten is gebaseerd en niet op mythen. Dat bevordert het leren en innoveren in de frontlinie, zo is bekend uit de vakliteratuur. Ricardo Weewer is Lector Brandweerkunde Brandweeracademie
Mythe of waarheid? Mijn primaire drive als lector is om door kennisontwikkeling eraan bij te dragen dat brandweercollega’s veilig kunnen werken. Daarom stel ik mij als doel om aan de brandweer kennis te leveren, gebaseerd op feiten. Er blijken echter veel mythen of onbegrepen fenomenen te zijn. Een paar voorbeelden. t Mythe: er is een standaard brandverloop bij een woningbrand. Busted in Zutphen. t Mythe: branden gaan zo snel, dat er nooit meer iemand kan worden gered. Busted in Zutphen. t Mythe: van buiten naar binnen spuiten bij een uitslaande brand jaagt de brand naar binnen. Daarom mogen we dit nooit doen. Busted door onderzoek in de Verenigde Staten. t Mythe? Branden slaan over bij 15 kW/m2 en de brandweer voorkomt overslag binnen 30 minuten. Dit laatste wil ik graag nader toelichten.
Defensieve buiteninzet Het doel van een defensieve buiteninzet is te voorkomen dat een brand overslaat naar een naastgelegen gebouw. Hiertoe wordt besloten als het brandende gebouw niet meer met beschikbare middelen is te redden. Ten onrechte denken burgers dat de brandweer dan niets doet. Dat doet geen recht aan het vakmanschap dat erachter zit. Het gaat hier om een gefundeerde keuze, waarbij bekend is dat het inbrengen van water in een brandend gebouw geen effect zal hebben, anders dan veel verontreinigd water en meer rook dan nodig is. Toch is ook hier optimalisatie mogelijk. Hoe kan uitbreiding zo effectief mogelijk worden voorkomen, met zo weinig mogelijk water? Bij een eerste verkenning van het mechanisme van brandoverslag blijkt dat er nog veel niet is onderzocht. Bouwregelgeving berust op aannames, de uitgangspunten ook. Een belangrijke reden om hiernaar uitgebreider onderzoek te doen. Mijn volledige lectorale rede kan gelezen worden op www.ifv.nl
nummer 1
februari 2016
11
thema isolatie & afdichting
Aad van den Thoorn
Stichting MEB
Maak kwaliteit brandveilige voorzieningen zichtbaar Er worden op de Nederlandse markt zeer goede producten op het gebied van brandveiligheid geleverd. Maar die producten moeten wel goed worden gemonteerd. En juist daaraan ontbreekt het nog wel eens. Dat was voor Joric Witlox aanleiding om een register en opleiding voor Montage Expert Brandveiligheid (MEB) te starten. Doel is het bevorderen van de kwaliteit en vakkundigheid op dit gebied, want goede producten die onjuist worden toegepast dragen niet bij aan de vereiste brandveiligheid.
G
ebouweigenaren moeten erop kunnen vertrouwen dat de brand- en rookwerende voorzieningen in hun gebouw goed functioneren als het erop aankomt. CertiďŹ caten op basis van duidelijke eisen zijn de beste garantie dat de voorzieningen optimaal presteren in geval van brand. Maar worden die kwaliteitsproducten ook altijd goed geĂŻnstalleerd en bevestigd? Vol-
gens Joric Witlox, zelf al jaren werkzaam in de installatiebranche, is dit niet altijd het geval. “Er worden heel goede producten op de markt gebracht, waarvan de kwaliteit wordt aangetoond met uitgebreide testrapporten. Maar helaas worden die niet altijd goed geinstalleerd. Dus wat is de waarde van al die certiďŹ caten als het bij de uitvoering misgaat? Naast vele deskundige installatiebe-
drijven is er in deze sector helaas ook sprake van wat ik cowboys noem; bedrijven en bedrijfjes die het niet zo nauw nemen met de kwaliteit en het vakmanschap. Om de kwaliteit en de vakkundigheid op dit gebied te bevorderen heb ik het initiatief genomen om een stichting op te richten die zich inzet voor een brandveiliger Nederland, onder meer door de professionaliteit bij de montage van brandwerende voorzieningen.�
STICHTING REGISTER MEB
!
12
nummer 1
februari 2016
De stichting heeft als doel het bevorderen en beschermen van de kwaliteit en vakkundigheid op het gebied van brandveiligheid ĂŠn van montage van brandwerende producten. De Stichting Register MEB wil zich inzetten voor een brandveiliger Nederland, onder andere door een hogere mate van professionaliteit in montage. Dat doen we door het bijhouden van registers zoals het register Montage Expert Brandveiligheid (MEB). De aangesloten deelnemers zijn in staat om vanuit hun specialismen aan opdrachtgevers de gewenste kwaliteit te bieden waardoor goede producten ook op een professionele manier geĂŻnstalleerd worden. Meer informatie: www.meb-register.nl
thema isolatie & afdichting
PUBLICATIE BRANDVEILIGE DOORVOERINGEN Zijn doorvoeringen potentieel zwakke schakels in brand- en rookscheidende wanden? Niet als deze door een deskundig bedrijf volgens de voorschriften en aan de hand van de publicatie ‘Brandveilige doorvoeringen’ worden uitgevoerd. ‘Doorvoeringen’ is een verzamelterm voor alle plaatsen waar buizen, kanalen en kabels voor elektriciteit en data door een wand of vloer worden gevoerd. Het kan dan onder andere gaan om metalen en kunststof leidingen, kabels en kabelgoten, ventilatiekanalen en kanalen voor rookgasafvoer. Om te bepalen aan welke brand- en rookwerendheidseisen een wand of vloer met hun doorvoeringen moeten voldoen, gaat deze publicatie nader in op de wbdbo-eisen voor brand en de wrd-eisen voor rook. Daarbij wordt specifiek aandacht besteed aan schachten en meterruimten, omdat daarover in de praktijk soms onduidelijkheid bestaat. Bij alle oplossingen voor doorvoeringen ligt de nadruk op toepassing van het product dat past bij de toepassing en de gekozen materialen. Immers: een goed product toepassen op een onjuiste wijze (zoals een manchet voor een metalen leiding bij een kunststof leiding) leidt tot onveilige situaties. In het geval van ventilatiekanalen wordt extra aandacht besteed aan de juiste montage van brandkleppen door wanden. Voor de gevallen waarin standaardoplossingen niet voldoen of niet mogelijk zijn, geeft de publicatie een denkstrategie met onder meer criteria waaraan moet worden voldaan. EĂŠn en ander aan de hand van goed geĂŻllustreerde voorbeelden. De publicatie ‘Brandveilige doorvoeringen’ van SBRCURnet/ISSO is verkrijgbaar bij SBRCURnet, onder artikelnummer 809.14. Prijs: ₏195,- voor de online of gedrukte versie.
Register
De Stichting MEB is april vorig jaar opgericht en in juni in de openbaarheid gekomen. Na consultatie van de belangrijke marktpartijen: producenten, installateurs, gebouweigenaren, adviesbureaus en bevoegd gezag/brandweer is er een oplei-
dingscurriculum en zijn de toelatingscriteria voor het eerste register van de stichting vastgesteld. Witlox: “Op basis daarvan richten we ons eerst op het onderwerp waar het meest te halen is, namelijk brandveilige doorvoeringen. Daarbij is besloten de kwaliteit van het vakmanschap op twee manieren te stimuleren: door het opzetten van een register van deskundige monteurs en het opzetten van een opleiding voor die monteurs. Doel daarvan is de mensen van onbewust onbekwaam, bewust bekwaam te maken. In overleg met de marktpartijen is voor die opleiding een curriculum opgesteld met de competenties waarover een monteur moet beschikken. Zo moeten zij globale kennis hebben van de wet- en regelgeving, tekeningen kunnen lezen en bijvoorbeeld weten hoe je een (sub)brandcompartiment herkent.â€? De opleiding staat volgens Witlox open voor iedereen die iets wil weten over brandwerende doorvoeringen. Monteurs die zelf brandwerende producten monteren en installeren en willen deelnemen aan het register zullen het examen met goed gevolg moeten aeggen. Los van deze toelatingseis zijn er ook andere toelatingscriteria voor het register. Het gaat erom dat je kunt aantonen over het vereiste vakmanschap te beschikken door praktijkervaring en kennis van de theorie. Kandidaten moeten ook in
nummer 1
februari 2016
13
thema isolatie & afdichting
staat zijn handboeken van producenten van brandwerende voorzieningen te kunnen lezen. Verschillende producenten en opleidingsinstituten bieden daarvoor productgerelateerde cursussen aan.
Alertheid Witlox wil hieraan nog graag toevoegen dat van monteurs een alerte houding wordt verwacht. Zij moeten in staat zijn onjuist gemonteerde afdichtingen of verkeerd gemonteerde brandkleppen op te merken en dat te melden aan hun direct leidinggevende of opdrachtgever als het een ZZP’er betreft. Daarvoor is een alerte houding nodig en de nodige tact vereist om dit op een juiste manier onder de aandacht te brengen.
Belangstelling Vanuit de sector is al inke belangstelling getoond voor de initiatieven van de stichting. Witlox: “De eerste opleidingen zijn al gestart. Ik schat dat in het eerste kwartaal van 2016 zeker 50 mensen de opleiding zullen volgen. Met het register en de opleiding zetten we de nodige stappen om kwaliteit bij de montage van brandwerende voorzieningen zichtbaar te maken. We zijn dus gestart met een register voor monteurs van doorvoeringen, maar er zijn al besprekingen gaande over een register voor montagebedrijven van doorvoeringen en een register voor montage van brandwerend glas.â€?
Publicatie Brandveiligheid: Ontwerpen en Toetsen Twee publicaties van deze zesdelige BOT-serie besteden ook aandacht aan brandveilige doorvoeringen: r %FFM $ 0OUXFSQSJDIUMJKOFO WPPS VUJliteitsbouw: in par. 2.14 wordt ingegaan op brandveilige leidingkokers en -kanalen en schachten. r %FFM % #PVXEFFM FO NBUFSJBBMHFESBH CFTUFFEU JO QBS FWFOeens aandacht aan doorvoeringen en ventilatiekleppen. ,JKL WPPS EF[F QVCMJDBUJFT PQ www.sbrcurnet.nl
Aad van den Thoorn werkt bij SBRCURnet
BLIJF OP DE HOOGTE VAN TRENDS, NIEUWS, PRODUCTONTWIKKELINGEN & EVENTS. Abonneer u op de tweewekelijkse e-mailnieuwsbrief van Vakblad Warmtepompen
WP POMPEN
WARMTE
DUURZAME KLIMAATOPLOSSINGEN
In deze gratis nieuwsbrief krijgt u een overzicht van het laatste nieuws, ontwikkelingen en events. Ook kunt u regelmatig columns lezen en wordt er een artikel uit het magazine uitgelicht. Schrijf u eenvoudig in voor de e-mailnieuwsbrief:
WWW.VAKBLADWARMTEPOMPEN.NL/NIEUWSBRIEF
14
nummer 1
februari 2016
congres
Breder dan het Bouwbesluit
Nationaal Brandveiligheidsevenement 2016 SBRCURnet organiseert op 14 april het Nationaal Brandveiligheidsevenement 2016. Met een afwisselend programma vol praktijkervaringen wordt voor ge誰nteresseerden vanuit de gehele bouwkolom een inspirerende middag gerealiseerd.
B
randveiligheid gaat verder dan het Bouwbesluit. Het Nationaal Brandveiligheidsevenement zet dit jaar een vergrootglas op de aspecten los van de regelgeving. De bouw innoveert en er is steeds meer sprake van maatwerk. Hoe vertaalt u dit naar de praktijk? Wat betekent dit voor uw gebouw en personeel? Waar heeft u nog meer mee te maken op het gebied van brandveiligheid?
Programma
Innovatieprijs Ook wordt dit jaar weer de Innovatieprijs uitgereikt. De verkiezing werkt als volgt: de genomineerden worden geselecteerd door een deskundige vakjury. Tijdens het evenement verzorgen zij een pitch, waarna het publiek kan stemmen op hun favoriete genomineerde.
in De Bouwcampus, Van der Burghweg 1 te Delft. t Tijd: van 15.00 tot 20.15 uur. t Meer weten of aanmelden? Kijk op: www.sbrcurnet.nl/producten/bijeenkomsten-en-cursussen/nationaalbrandveiligheidsevenement-2016
Mediapartner Aanmelden t Locatie: Het Nationaal Brandveiligheidsevenement 2016 wordt gehouden
Net als voorgaande jaren is Brandveilig. com ook in 2016 mediapartner van het Nationaal Brandveiligheidsevenement.
Het programma staat nog niet vast, maar zeker is wel dat wordt gestart met een aansprekende keynote speaker in het plenaire gedeelte. Daarna volgt een aantal praktische masterclasses, die zowel met De Bouwcampuspartners als met externe partners verder zullen worden ingevuld. Deze staan in het teken van praktische vragen, zoals: t Hoe zorgt u er in de praktijk voor dat uw hoogbouw brandveilig is? t In welke situaties heeft u te maken met brandveilige doorvoeringen en hoe bepaalt u welke geschikt zijn in uw situatie? t Ik ben door private kwaliteitsborging straks zelf verantwoordelijk voor mijn project, maar wat betekent dit voor de brandveiligheid? t Hoe past brandveiligheid in mijn business case voor vastgoed?
nummer 1
februari 2016
15
brandveiligheid
Hans van Waes en Johan Jansen
Brandveiligheid bestaande gebouwen niet geborgd De afgelopen jaren zijn bij branden in woon- en zorggebouwen herhaaldelijk slachtoffers gevallen. Die incidenten zijn een wake-up call voor de brandveiligheidssector. De brandveiligheid in bestaande gebouwen is nog onvoldoende geborgd. Gezamenlijke actie van gebouweigenaren en de overheid is dringend geboden om het brandveiligheidsniveau van de bestaande gebouwvoorraad op peil te brengen en te houden.
D
e kern van het probleem is dat de basis van het brandveiligheidsregime in Nederland nog teveel is gebaseerd op regelgericht denken. Maar enkel aan de regeltjes voldoen maakt een gebouw niet brandveilig. In het planstadium en vergunningtraject voor nieuwbouw weten we het allemaal wel. Dan worden plannen door de overheid kritisch getoetst aan het Bouwbesluit, kunnen de eisen niet streng genoeg zijn en zijn de intenties meer dan goed. Er is in de vergunningsfase vaak meer dan voldoende aandacht voor brandbeveiligingsinstallaties, bouwkundige maatregelen en organisatorische aspecten om restrisico’s op papier af te dekken. Maar dat gaat over nieuwbouw. Het verkrijgen van vergunningen is hier vaak een drijfveer. Echter, 90 procent van de gebouwenvoorraad in Nederland is bestaande bouw. In de gebruiksfase weet na enige tijd bijna niemand meer welk doel de gerealiseerde brandveiligheidsvoorzieningen dienen en is de verantwoordelijkheid voor brandveiligheid veel diffuser. Wie is dan verantwoordelijk voor het brandveilig gebruik van het bouwwerk? De eigenaar? De beheerder? De gebruiker? Wie neemt initiatief voor periodieke controle om na te gaan of het brandveiligheidsniveau nog steeds aansluit op de gebruikerspopulatie en de wijze van gebruik? En wie houdt in de gebruiksfase toezicht op naleving van de wettelijke voorschriften?
Alarmerende cijfers De brandveiligheidswereld is in transitie. Met name de veranderende rol van de over-
16
nummer 1
heid heeft grote consequenties voor de brandveiligheid in de samenleving. De overheid wil minder regelgeving, doet op steeds meer terreinen een stap terug en legt meer verantwoordelijkheid neer bij marktpartijen. Ook in relatie tot brandveiligheid wordt al gesproken over deregulering en er zijn pilots met zelf-audit door bedrijven en instellingen. In de praktijk blijkt meer dan eens dat de markt daar nog niet klaar voor is, omdat een solide basis voor brandveiligheid vaak ontbreekt. Onderzoek naar het brandveiligheidsniveau van bestaande gebouwen in een veiligheidsregio leverde op dat slechts drie procent van die gebouwen voldoet aan de minimale eisen van het Bouwbesluit. Dat zijn alarmerende cijfers. Tijdens het onderzoek kwamen veel tekortkomingen aan het licht. Zoals ontbrekende vluchtwegtransparan-
vaak. Onder deze omstandigheden is het wachten op het volgende betreurenswaardige incident dat de headlines van het nieuws haalt. Na de eerdere spraakmakende brandincidenten van de afgelopen vijftien jaar zou je verwachten dat partijen, gedreven door de gebleken urgentie, alles op alles zetten om Nederland brandveiliger te maken. Toch is vijftien jaar na Volendam de brandveiligheid in een groot deel van de gebouwenvoorraad nog steeds niet op orde.
Denk in scenario’s! Waar gaat het mis? Primair bij het gebrekkig vermogen van verantwoordelijke gebouwbeheerders om te denken in scenario’s. Het brandveiligheidsbeleid is traditioneel sterk regelgericht. Voor een bepaalde gebouwfunctie schrijft het Bouwbesluit risicoredu-
Enkel aan de regeltjes voldoen maakt een gebouw niet brandveilig ten, onderbrekingen in de bouwkundige compartimentering en geblokkeerde nooduitgangen. De geconstateerde gebreken zijn terug te voeren op een gebrek aan kennis en risicobewustzijn bij gebouwbeheerders en –gebruikers en onduidelijkheid over wie nu precies verantwoordelijk is voor het bewaken van het brandveiligheidsniveau in de gebruiksfase. Ook aan een adequate noodorganisatie of –plan ontbreekt het
februari 2016
cerende maatregelen voor en die worden simpel afgevinkt op een lijstje. Ook veel preventieadviseurs in de brandweersector zijn primair gericht op bouwkundige en installatietechnische oplossingen. Om de brandveiligheid in een gebouw echt een solide basis te geven, moet veel meer aandacht worden besteed aan de ‘Organisatie’ van de BIO-matrix (Bouwkundig-In-
brandveiligheid
handhavend worden opgetreden en moeten ondernemers en gebouwbeheerders worden geprikkeld tot een gedragsverandering. Anno 2015 mogen ze niet meer wegkomen met uitspraken dat brandveiligheid voor hen geen ‘core business’ is en dat ze er geen verstand van hebben. Ook mogen zij niet gemakzuchtig de bal bij de brandweer
Brandveiligheid is nog teveel een papieren werkelijkheid
stallatietechnisch-Organisatorisch). Voldoen aan minimumregels zoals de aanwezigheid van een brandmeldinstallatie of een extra vluchttrappenhuis, is niet voldoende als gebouwgebruikers niet weten hoe ze in een noodsituatie moeten handelen. Vaak wordt dit organisatorisch aspect schromelijk onderschat. Neem de casus van een kinderdagverblijf op de eerste etage van een verbouwd pand, waar twintig kinderen slapen. Een brandmeldinstallatie werd in het advies- en vergunningtraject niet voorgeschreven, omdat de instelling weg kwam met de continue aanwezigheid van ÊÊn leidster als gelijkwaardige oplossing. Een recept voor een potentiÍle ramp, want is ßberhaupt nagedacht over hoe je twintig slapende kinderen in een noodsituatie snel en veilig beneden krijgt? Bij het handhaven van een afdoende brandveiligheidsniveau moet, zowel door de overheid als door de verantwoordelijke gebouwbeheerder, veel meer vanuit scenario’s en organisatie worden gedacht. Kunnen we daadwerkelijk instaan voor de veiligheid van de mensen die in ons gebouw wonen of verblijven? Dat vraagt meer dan het simpelweg afvinken van technische brandveiligheidsvoorschriften.
Gedragsverandering Wat te doen om het tij te keren? Om te beginnen moet er een beter inzicht komen in de staat van de brandveiligheid in Nederland. De brandweer heeft nog onvoldoende totaalinzicht in de gebouwenvoorraad en de tekortkomingen op brandveiligheidsgebied en stuit nog op teveel onaangename verrassingen. Met Big Data, het koppelen van gegevensbestanden van gemeenten en andere overheden, kunnen gebouwen en gebruiksfuncties waar het brandveiligheidsniveau onder de maat is, beter worden opgespoord. Zo kan een prioriteitenlijst worden gemaakt op basis van reÍle risico’s en scenario’s.
neerleggen. Als men wel nadenkt over een aantrekkelijke inrichting van bijvoorbeeld een cafĂŠ of een jongerencentrum en over concepten om klanten te trekken, waarom denken ze dan niet na over het waarborgen van de brandveiligheid van hun gasten? Daar zit de crux van de problematiek; brandveiligheid is nog niet verweven in de haarvaten van de bedrijfsvoering en in het beleid van de onderneming. Terwijl de wet die verantwoordelijkheid daar wel heel nadrukkelijk neerlegt.
Vervolgens heeft het brandveiligheidsbewustzijn een nieuwe impuls nodig. Veiligheidsregio’s worden daar weliswaar actiever in, met programma’s voor ‘brandveilig leven’, rookmelderacties en doelgroepencampagnes, maar dat is nog maar een begin. Een nieuwe generatie brandveiligheidsadviseurs die denkt en werkt vanuit reĂŤle risico’s en scenario’s, moet actief aan de slag om gebouwbeheerders ervan te doordringen hun verantwoordelijkheid te nemen.
Als er eenmaal per regio inzicht is in de gebouwenvoorraad en de staat van de brandveiligheid, kunnen overheid en bedrijfsleven via een gedifferentieerde aanpak werken aan het oplossen van knelpunten. Onderscheid bedrijven en instellingen waar het wel goed gaat van de zwakke schakels. Laat de koplopers hun brandveiligheid bewijzen via zelfregulering en zelf-audits. Waar nog grote tekortkomingen zijn en de regelgeving niet wordt nageleefd, moet consequent en streng worden gehandhaafd om de zaken op orde te brengen. Met controles door brandveiligheidsexperts die denken vanuit risico’s en scenario’s en niet vanuit afvinklijstjes en met stevige handhaving daar waar men nog steeds niet voldoet. Brandveiligheid is nog teveel een papieren werkelijkheid. Een omslag naar risicodenken brandveiligheid is een eerste stap naar een nieuw fundament voor een brandveilige samenleving.
En waar herhaaldelijk gebrekkige brandveiligheid wordt geconstateerd moet strenger
Hans van Waes en Johan Jansen, partners bij Briks Advies|Loopbaan|Academy
nummer 1
februari 2016
17
fire safety engineering
Aad van den Thoorn
Grote brandcompartimenten, grote risico’s? Moeten bedrijfsgebouwen met grote brandcompartimenten voldoen aan strengere eisen voor brandoverslag? In de praktijk komen soms verschillen van inzicht voor tussen gemeente en bedrijfseigenaar. Die spitsen zich dan toe op de methode die wordt gebruikt om het risico van brandoverslag te berekenen. In dit artikel twee voorbeelden uit de praktijk, waarover de Adviescommissie praktijktoepassing brandveiligheidsvoorschriften een uitspraak heeft gedaan.
E
en machinefabriek is gevestigd in een bedrijfspand met een totale gebruiksoppervlakte van 9.200 m2. Het bedrijfspand is niet gecompartimenteerd en vormt dus één groot brandcompartiment. Twee gevels van het gebouw, de linker zijgevel en de achtergevel, zijn op de perceelgrens gebouwd. De linker zijgevel grenst aan een aantal tuinen van woningen, aan de achterzijde loopt een tien meter brede weg die de scheiding vormt met een aangrenzend bedrijventerrein. In verband met de grootte van het brandcompartiment en de WBDBO-eis heeft het
18
nummer 1
bedrijf een notitie laten opstellen door een adviesbureau. In dat advies staat dat de grootte van het brandcompartiment geen bezwaar vormt als de linker zijgevel en de achtergevel, inclusief hoofddraagconstructie, alsnog 30 minuten brandwerend zouden worden gemaakt. Het bedrijf, de aanvrager van de vergunning, is echter van mening dat de voorgestelde voorziening ter plaatse van de linker zijgevel niet nodig is. Deze grenst immers aan een aantal achtertuinen en het is zeer onwaarschijnlijk dat deze open ruimte alsnog bebouwd zou worden.
februari 2016
De gemeente echter is van mening dat dit - omdat het bedrijfspand groter is dan 3.000 m2 - in strijd is met het Bouwbesluit 2003 en brand in dit bedrijfspand moeilijk beheersbaar is, omdat het is ingesloten door andere panden en daardoor moeilijk bereikbaar is voor de brandweer. De adviescommissie heeft zich bij haar oordeel gebaseerd op het risico van brandoverslag en of dit - in dit geval- ten minste de mate van brandveiligheid biedt die hiermee door de wetgever is beoogd en dus maatschappelijk aanvaardbaar is in Nederland. De maatgevende vuurbelasting van 450 MJ/ m2 komt voor 98 procent voor rekening van het houten dakbeschot. De bijdrage van het interieur van de bedrijfshal is dus gering. Het dak is dan ook het enige deel van het gebouw waar een reële kans op het ontstaan van een ontwikkelde brand aanwezig is. Het meest waarschijnlijke is dat het dak in brand vliegt door onderhoudswerkzaamheden aan het dak of door oververhitting van elektrische installaties tegen of nabij het dak. Bij het betreffende bedrijfspand, waarbij twee gevels op de perceelgrens staan, moet dan ook rekening worden gehouden met brandoverslag naar het dak van aangrenzende fictieve gebouwen. De kans op brandoverslag via de gevels is verwaarloosbaar klein. Dat geldt ook voor de kans dat het brandende dak leidt tot het bezwijken van de gevel op de perceelgrens. Geconcludeerd wordt dat de kans op brandoverslag via het dak aanvaardbaar klein is als de bovenzijde van de dakbedek-
fire safety engineering
king tot twee meter uit de perceelgrens bestaat uit onbrandbaar materiaal. Dit kan worden bereikt door op de bitumineuze dakbedekking betontegels aan te brengen. Geconcludeerd wordt verder dat met betrekking tot de WBDBO met de bestaande gevels van de het bedrijfspand kan worden volstaan, onder voorwaarde dat de gevels een brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie van minimaal tien minuten hebben en dat het dak met de bovengenoemde tegels geen gevaar oplevert voor brandoverslag. Een en ander betekent dat het gebouw met relatief eenvoudige aanpassingen kon voldoen aan Bouwbesluit 2003.
Brandoverslag distributiecentrum In deze tweede casus gaat het om een nieuw distributiecentrum met industriefunctie, met een totale gebruiksoppervlakte van 17.456 m2. Als gelijkwaardige oplossing voor de overschrijding van de maximale compartimentsgrootte van 2.500 m2 is een automatische sprinklerinstallatie voorzien. Het bedrijf heeft als aanvrager van de vergunning op basis van NEN 6068 aangetoond dat bij een perceelgrens op vijf meter van de gevel, voldaan wordt aan de eis van branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) van 60 minuten, volgens artikel 2.84 lid 1 van het Bouwbesluit 2012. De gemeente heeft echter voorgeschreven om de WBDBO te bepalen met de methode Beheersbaarheid van Brand (BvB 2007). Deze methode is speciaal ontwikkeld voor het beoordelen van de brandveiligheid van grote brand-
compartimenten. Aanvankelijk was het bedrijf met de gemeente overeengekomen om de perceelgrens te vergroten en extra perceel aan te kopen, om te voldoen aan de eis volgens de BvB 2007. Het bedrijf is daar op teruggekomen en wenst vast te houden aan de oorspronkelijke perceelgrens van vijf meter. De gemeente blijft bij het eerder ingenomen standpunt, waarop partijen besloten dit meningsverschil voor te leggen aan de adviescommissie. Het verschil van inzicht gaat in feite om de vraag welke methode geschikt is om te bepalen of de WBDBO ter plaatse van de perceelgrens voldoende is: moet dit in dit grote brandcompartiment volgens de BvB 2007, of mag dit ook volgens de door het Bouwbesluit direct aangestuurde NEN 6068? Het FSE-rapport van de brandveiligheidsadviseur baseert zich op de vereenvoudigde methode volgens D.3. (iv) van NEN 6068. De adviescommissie stemt hiermee in, omdat deze methode kan worden gebruikt ongeacht de gebruiksoppervlakte van het brandcompartiment. De commissie constateert dat daardoor niet ook voldaan hoeft te worden aan de bepalingsmethode voor de brandoverslag ter plaatse van de perceelgrens volgens de BvB 2007. Met deze uitspraak wordt de gemeente dus ook hier in het ongelijk gesteld. Er wordt nog wel aan toegevoegd dat deze uitbreiding van de toepasbaarheid van NEN 6068 niet altijd aanvaardbaar is. Een voorbeeld is een gebouw met hoge magazijnstellingen met brandbare goederen.
WERKEN MET FIRE SAFETY ENGINEERING De principes en de praktijk van FSE worden uit de doeken gedaan in de SBR-publicatie ‘Werken met Fire Safety Engineering’ uit 2013. Bij FSE draait het niet om de regels, maar om functionele eisen en (innovatieve) manieren om daaraan te voldoen. Zie ook: www.sbrcurnet.nl
Conclusie is dat het bevoegd gezag geen eisen mag stellen die boven het in het Bouwbesluit beschreven brandveiligheidsniveau uitkomen. Het is aan de eigenaar/belanghebbende om te bepalen of er een hoger brandveiligheidsniveau wenselijk is om bijvoorbeeld het risico op daadwerkelijke brandoverslag in geval van brand verder te verkleinen. Dit kan echter niet afgedwongen worden door het bevoegd gezag. De brandweer kan hier uiteraard wel in adviseren. In dit geval gaf de brandweer aan dat de gevel ter plaatse van de perceelgrens te groot is om in geval van brand door de brandweer te laten koelen om daadwerkelijke brandoverslag te voorkomen. Naar de mening van de adviescommissie is dit echter niet vastgelegd in de wettelijke technische bouwvoorschriften van het Bouwbesluit.
FSE De bepaling van de werkelijke brandveiligheidsrisico’s en de wettelijk toegestane grens voor brandveiligheidsrisico’s is altijd maatwerk. Compartimentsgrootte, constructie en geometrie van het gebouw en de inrichting en vuurlast van de opgeslagen materialen zijn daarop allemaal van invloed. Bij het bepalen van (gelijkwaardige) maatregelen om aan de risico’s te kunnen voldoen kan Fire Safety Engineering kosteneffectieve oplossingen bieden voor eenzelfde mate van brandveiligheid. Bronnen: Advies 1103 en advies 1309 van de Adviescommissie praktijktoepassing brandveiligheidsvoorschriften. Zie ook: www.adviescommissiebrand.nl Aad van den Thoorn is marketing- en communicatieadviseur bij SBRCURnet
nummer 1
februari 2016
19
Uit het brandlab
Isolatie & Afdichting Als je tegenwoordig iets zoekt, start je vaak bij een van de zoekmachines op internet, dus heb ik dat ook eens gedaan voor het schrijven van dit artikel over isolatie & afdichting.
D
e combinatie afdichting en brand geeft een lijst van bedrijven die afdichtingen brandwerend kunnen afwerken. Maar ook vind je aanbiedingen op marktplaats en zelfs een website van een verzekeraar. Met deze resultaten wordt het allemaal niet duidelijker.
Wat dient afgedicht en geïsoleerd te zijn bij brand? Het antwoord op deze vraag is overigens eenvoudig. Indien in een brandwerende scheiding een opening wordt gemaakt om een product door te voeren moet deze doorvoering brandwerend worden afgedicht, zodat het geheel de functie heeft van de oorspronkelijke brandwerende wand.
Dus als er een opening in een brandwerende scheiding wordt gemaakt, moet deze hersteld worden met geschikte brandwerende materialen. De Europese norm EN 1366-3 schrijft voor hoe producten voor het afdichten van doorvoeringen getest moeten worden op brandwerendheid. Afdichtingen voor doorvoeringen rond schoorstenen, luchtkanalen, brandwerende luchtkanalen, dienstleidingen en schachten, en rookafvoerkanalen zijn uitgesloten van deze norm. De brandweerstand van deze producten kan namelijk niet worden bepaald met deze testmethode. De doorvoeringen die het meeste voorkomen zijn elektraleidingen in een goot, en kunststof- en metalen leidingen.
Bij isolatie en afdichting kan men denken aan het isolatiecriterium dat bij brandwerendheid gesteld is op 180°C voor de maximale temperatuurstijging. Dit criterium wordt ook gesteld aan doorvoeringen in Nederland. Daarnaast kan er gedacht worden aan het doorvoeren van leidingen van koelruimten die een brandwerend compartiment penetreren. Deze leidingen zijn lager in temperatuur dan de omgeving, waardoor condensatie ontstaat. Om dat tegen te gaan zijn deze leidingen geïsoleerd met bijvoorbeeld een elastomeer isolatiemateriaal. Dit soort isolatie moet continu worden aangebracht om condensatie tegen te gaan, dus ook door de brandwerende scheiding. In het verleden werd het isolatiemateriaal ter plaatse van de scheiding weggenomen en werd de leiding ingesmeerd met een coating. Of het isolatiemateriaal werd plaatselijk behandeld met een coating. Dit was gebruikelijk in de praktijk, totdat iemand met brandproeven aantoonde dat dit niet voldoende was. Dat maakt het aanbrengen van een voorziening die de brandwerendheid positief beïnvloedt noodzakelijk. Bij brand zal de elastomeer smelten dan wel verbranden, waardoor de brand zich snel kan verspreiden naar het volgende brandcompartiment. Er dient een voorziening te worden aangebracht die de ruimte snel kan opvullen als de elastomeer verbrandt. Vele soorten en vormen van bij brand opschuimende middelen zijn inmiddels beproefd op isolatiematerialen om koelleidingen. Met deze kennis kan men uit de lijst met zoekresultaten gericht contact opnemen met één van de bedrijven die afdichtingen voor doorvoeringen brandwerend kunnen afwerken.
20
Isolatie & Afdichting bij brand
nummer 1
februari 2016
Uit het brandlab
Brandvoortplanting en rookproductie van vloerproducten De brandklasse van isolatiematerialen wordt vastgesteld volgens de EN 13501-1. Als de materialen worden toegepast tegen de wand of tegen een plafond, worden ze vastgesteld met de bekende Single Burning Item Test volgens EN 13823 in combinatie met de EN ISO 11925-2.
V
oor gebruik op de vloer wordt de eerstgenoemde testmethode vervangen door de Flooring Radiant Panel Test volgens EN ISO 9239-1.
Testnorm Deze testnorm bepaalt de horizontale vlamuitbreiding over een strook vloerproduct en de daarbij optredende rookproduc-
tie. De strook wordt blootgesteld aan straling die in de lengterichting van de strook afneemt van 11 kW/m2 tot 1 kW/m2. De gebruikte stralingsniveaus voor dit vloeren-
nummer 1
februari 2016
21
Uit het brandlab
Meer aandacht Een controle van de producten wordt dan ook aanbevolen. Dat het brandgedrag en de rookproductie van bouwproducten bij een andere brandbelasting verschillen is bekend. Waar het mis kan gaan, is als producten voldoen aan klasse B-s2 en vervolgens op de vloer worden toegepast waarbij de verwachting is dat dit minder kritisch is. Door de lagere belasting kan het materiaal ernstiger roken. Bij toepassing op schepen en boorplatforms wordt hier veel aandacht aan besteed. In de gebouwde omgeving is het minstens zo belangrijk en kan het rookgedrag nog wel eens voor verrassingen zorgen. In ieder geval is het van belang dat de autoriteiten meer aandacht gaan geven aan het brandgedrag en de rookproductie van producten die op de vloer worden aangebracht.
scenario zijn veel lager dan voor wand- en plafondproducten. Een product dat goed presteert volgens de ene methode hoeft dat zeker niet te doen in de andere, omdat de thermische belastingen verschillen. De oriĂŤntatie is namelijk anders - horizontaal versus verticaal. De Flooring Radiant Panel Test komt echter minder vaak voor, omdat over het algemeen de focus ligt op de wand en het plafond. In een van de vorige edities is ook al aangegeven dat het vaststellen van de
composieten zijn in opkomst. Dit zijn veelbelovende producten, omdat je hiermee een stuk lichter kan construeren en deze materialen minder onderhoud nodig hebben. Maar de hoeveelheid rook die bij verbranding vrijkomt, kan verrassend hoger zijn.
Isolatiematerialen Er vallen jaarlijks nog steeds enkele duizenden slachtoffers door brand, en in zo’n 95 procent van de gevallen komt dit door
Een opening in een brandwerende scheiding moet hersteld worden met geschikte brandwerende materialen brandklasse vaak te laat wordt gedaan met mogelijk nadelige gevolgen.
Composieten Nu er tegenwoordig duidelijk meer en meer composieten toegepast gaan worden in de gebouwde omgeving, is het belangrijk hier aandacht aan de besteden. Met name de zogenaamde houtvezel PVC
22
nummer 1
rookvergiftiging. Het is daarom van belang dat mensen de vluchtwegen kunnen vinden. Dat kan door de rookontwikkeling te beperken. Deze slag is gemaakt bij isolatiematerialen die onderworpen worden aan de Single Burning Item Test als de focus in de toekomst ook op vloeren komt te liggen dan wordt het vluchten weer een stukje eenvoudiger.
februari 2016
UIT HET BRANDLAB In elke uitgave van Brandveilig.com verzorgt Efectis enkele pagina’s. Met meer dan tweehonderd medewerkers is Efectis de grootste organisatie die is gericht op brandveiligheid in Europa. De Efectis groep heeft vestigingen in Nederland (Bleiswijk), Frankrijk (Parijs, Metz, Lyon, Montpellier en Bordeaux), Spanje (Madrid) en Turkije (Istanbul) en beschikt naast deskundig personeel over een uniek en breed scala aan beproevingsfaciliteiten en moderne computersimulatiemiddelen. Verder onderhoudt Efectis actief relaties met de brandweer en toezichthouders en ook met kennisinstellingen, zoals universiteiten en onderzoeksinstanties. Hierdoor is Efectis in staat voor haar brede klantenkring altijd snel een pasklaar antwoord of oplossing te genereren. Meer informatie: www.efectis.nl
Advertorial
“Vetrotech Saint-Gobain Benelux lanceert nieuwe website www.testreports.nl
Hét technisch portaal voor het vinden van de juiste veiligheidsbeglazingen.” Onzichtbare veiligheid; iets wat u toch dagelijks ziet, maar waar u zich misschien niet direct bewust van bent. Met de huidige gevaren is het prettig om te weten dat u binnen de muren van een pand tegen diverse gevaren beschermd bent; zoals brand, inbraak en zelfs geschut. Een schil die is uitgedacht door engineers, al ver voordat het gebouw überhaupt werd gebouwd.
Vetrotech Saint-Gobain Benelux lanceert technisch portaal voor het vinden van de juiste veiligheidsbeglazingen Vanaf vandaag is er een vernieuwde versie van de website www.testreports.nl beschikbaar. De originele website bestond al een tiental jaren, heeft duizenden gebruikers en is inmiddels een begrip binnen de bouw bij het vinden van de juiste veiligheidsbeglazingen. Het doel bij de vernieuwde website is geweest om middels nieuwe functionaliteiten de website gebruikersvriendelijker dan ooit te maken en de juiste informatie en documentatie voor uw project snel en eenvoudig te vinden. Niet alleen vanaf uw pc, maar ook vanaf uw telefoon of tablet.
Nieuwe functionaliteiten die dagelijks werken gemakkelijker maken De kern van de website is het voorzien van testrapporten, Declaration of Performances en bestekteksten van brandwerende-, kogelwerende-, in- en uitbraakwerende en explosiewerende beglazingen. Middels een uitgebreide zoekmachine specificeert u die toepassing waarnaar u op zoek bent. Denk bijvoorbeeld aan zoeken op opbouw, brandwerende classificatie, toepassing of weerstandsklassen. Daarnaast kunt u voorbeeldprojecten op de website vinden die reeds zijn gerealiseerd en FAQ.
Werk gemakkelijk in uw persoonlijke log-in omgeving Om de website volledig te kunnen inzien, kunt u gemakkelijk een account aanmaken en inloggen. Uw persoonlijke log-in onthoudt voor u uw laatst bekeken rapporten, slaat uw favoriete rapporten op en geeft de algemeen veel bekeken rapporten weer die wellicht ook interessant kunnen zijn voor u. In de toekomst zal deze log-in meer functies bevatten om u nog beter van dienst te kunnen zijn. Had u al een log-in op de oude website www.testreports.nl, dan is uw log-
in behouden en dient u alleen een nieuw wachtwoord aan te vragen.
Advies op maat? Indien u dit wenst of vragen heeft, neem gerust contact met ons op via ons telefoonnummer +31 (0)495 – 574435 of mail vetrotech.benelux@saint-gobain.com
onderzoek
RenĂŠ Hagen, Clemon Tonnaer
Casus De Notenhout
Brandveiligheid en ouderen In 2015 hebben vele tientallen woningbranden het nieuws gehaald. Bij een opvallend groot deel van deze branden waren ouderen betrokken. Nederland vergrijst in snel tempo en tegelijkertijd zien we dat ouderen steeds vaker en steeds langer zelfstandig blijven wonen. Ook als het vermogen afneemt om zichzelf in veiligheid te brengen wanneer er brand uitbreekt. De brandveiligheidsregelgeving houdt hiermee geen rekening en stelt geen speciale op de doelgroep ouderen gerichte brandveiligheidseisen, zolang er niet formeel sprake is van een ‘woonfunctie voor zorg’ (zoals een verzorgingstehuis).
S
eniorenats moeten aan dezelfde brandveiligheidsregels voldoen als ieder ander atgebouw (zie ook Brandveilig.com 4/2015). Ook ten aanzien van de vluchtroute. En ook als een groot deel van de ouderen in een seniorenat verminderd mobiel is. Wanneer er brand uitbreekt in een dergelijk complex en er moet geÍvacueerd worden, komt de brandweer voor de vaak onmogelijke taak te staan om iedereen tijdig in veiligheid te brengen. Dit werd onder andere weer eens aangetoond bij de brand in seniorencomplex De Notenhout in Nijmegen in februari 2015. In dit artikel wordt deze brand nader toegelicht en wordt deze in een breder perspectief geplaatst.
De brand Wanneer de eerste eenheden van de brandweer in de vroege ochtend van vrijdag 20 februari 2015 aankomen op de O.C. Huismanstraat in Nijmegen om een brand in een snackbar te blussen, zien zij dat er dikke rook uit het bovengelegen atgebouw komt. Bewoners proberen met roepen en met het zwaaien met doeken en lampen de aandacht van de brandweer te trekken. De boodschap is duidelijk: het atgebouw staat onder de rook en een groot deel van de 98 bewoners (van wie de meeste verminderd mobiel zijn) kan geen kant uit. De brandweer staat voor een dilemma.
24
nummer 1
Moet de brand eerst bestreden worden of kunnen de bewoners beter eerst gered worden? Besloten wordt om de brand met een straal hoge druk ‘onder controle’ te houden en tegelijkertijd zo veel mogelijk ploegen het atgebouw in te sturen om te kijken wat ze kunnen doen om de mensen eruit te krijgen. Ook worden er al snel twee extra hoogwerkers gealarmeerd om de bewoners vanaf de straatzijde te redden. Een belangrijk deel van het atgebouw is echter niet met hoogwerkers bereikbaar. Uiteindelijk komen, na een zware en langdurige inzet, waarbij in totaal zo’n 100 brandweerlieden betrokken zijn, alle bewoners levend uit het pand, zij het dat sommige in kritieke toestand zijn. Zestien mensen worden naar het ziekenhuis vervoerd. Vier bewoners zullen in de weken na de brand overlijden ten gevolge van de brand. Het pand is gedurende lange tijd onbewoonbaar. Bij ongeveer de helft van de bewoners zit de schrik er na de brand goed in. Zij hebben aangegeven dat zij niet meer willen terugkeren naar hun woning.
Geen verzorgingstehuis in zin van Bouwbesluit Een belangrijk deel van de bewoners van De Notenhout was op leeftijd en verminderd mobiel. De verhuurder had deze at speciaal bedoeld voor de huisvesting van ouderen en stelde dan ook een minimale leeftijdsgrens
februari 2016
" ! ! " ! # $ " $ ! ! $ $
onderzoek
om in aanmerking te komen voor een appartement. Veel bewoners woonden er al vele jaren en waren deze leeftijdsgrens ruim gepasseerd. Ook adverteerde de verhuurder met het feit dat er allerlei (zorg)faciliteiten in de directe omgeving aanwezig waren en dat het gebouw rolstoelvriendelijk was. Zoals hiervoor aangegeven was het gebouw hiermee echter nog geen ‘verzorgingstehuis’. In termen van het Bouwbesluit 2012
was er nog steeds sprake van ‘zelfstandig wonen’. Er waren dan ook geen specifieke op de doelgroep ouderen toegesneden maatregelen geëist of genomen ten aanzien van de brand- en vluchtveiligheid. Integendeel: door het flatgebouw liep een luchtafvoerkoker van de snackbar naar het dak van het flatgebouw. Deze was met brandbare sandwichpanelen afgeschermd van de inpandige galerijen. Doordat het iso-
latiemateriaal (polyurethaan) van deze sandwichpanelen mee ging branden en de sandwichpanelen het (wegens een gebrekkige bevestiging) snel begaven, konden grote hoeveelheden rook de besloten galerijen op stromen. En aangezien de appartementen onder onderdruk stonden (bedoeld om verse lucht van buiten aan te zuigen), kon deze rook gemakkelijk de appartementen in stromen.
nummer 1
februari 2016
25
onderzoek
Onorthodoxe maatregelen In die zin was De Notenhout een optelsom van ongelukkige omstandigheden: branduitbreiding via sandwichpanelen, rook in de besloten galerijen, een ventilatiesysteem dat rook de appartementen in zoog in combinatie met de aanwezigheid van een grote groep verminderd zelfredzame mensen. Om ‘te redden wat er te redden valt’ heeft de brandweer onorthodoxe maatregelen genomen. Allereerst is de
van de evacuatie. De inzet van de liften heeft de evacuatie aanzienlijk versneld. De betreffende bevelvoerder had hiervoor overigens goede argumenten en had ook nagedacht over een scenario wanneer een lift vast zou komen te zitten. In de Verenigde Staten wordt er al langer genuanceerd gedacht over het gebruik van liften tijdens brand, maar in Nederland is dit nog tamelijk revolutionair.
Er waren geen specifieke op de doelgroep ouderen toegesneden maatregelen geëist of genomen strikt hiërarchische commandostructuur zoals we die ‘uit de boekjes’ kennen losgelaten. Eenheden kregen van de officier van dienst de opdracht om ‘naar bevind van zaken’ te handelen. Deze manier van commandovoering wordt in de literatuur ‘swarming’ genoemd en uit recent onderzoek van de Brandweeracademie is gebleken dat deze aanpak in sommige situaties inderdaad de voorkeur geniet, maar ‘swarming’ is als zodanig nog niet opgenomen in opleidingen en trainingen van de brandweer. In die zin is de keuze voor ‘swarming’ dus zeker onorthodox te noemen.
Ten vierde kan gemeld worden dat individuele brandweermensen persoonlijke risico’s hebben genomen die ver over de grenzen gaan van wat normaal gesproken nog acceptabel gevonden wordt. Hierbij moet vooral de fysieke uitputting van de eerste eenheden genoemd worden. Terwijl sommige brandweerkorpsen de stelregel hanteren dat de inzet van een brandweerman of -vrouw afgebroken moet worden als er één ademluchtfles verbruikt is, hebben sommige brandweermensen bij deze brand vijf of zes ademluchtflessen verbruikt.
Wat ook onorthodox in de aanpak was, was dat er zeer snel zeer groot is opgeschaald. Binnen een uur was er al sprake van een compagnie-inzet en na een uur is zelfs een tweede compagnie (uit een andere regio) gealarmeerd. De inzet van meer dan één compagnie is in Nederland uitzonderlijk en komt meestal voor bij zeer grote natuurbranden. De snelle opschaling naar twee compagnieën bij een gebouwbrand is dus ook onorthodox.
Geen extra eisen brandveiligheid bij ouderenhuisvesting
Een derde onorthodoxe maatregel die de brandweer bij de brandbestrijding nam, was om de twee aanwezige liften in te zetten om bewoners te evacueren. Het adagium ‘bij brand liften niet gebruiken’ werd overboord gezet met het oog op de snelheid
Vooral dit laatste punt raakt de kern van het vraagstuk over de brandveiligheid van ouderenhuisvesting. We laten in Nederland een steeds maar groter en ouder wordende groep mensen zelfstandig wonen, zonder dat daarbij de benodigde extra eisen gesteld worden aan de brandveiligheid (inclusief de vluchtveiligheid). Het Bouwbesluit gaat ervan uit dat mensen zelfstandig kunnen vluchten en dat ze daarbij gedurende 30 seconden over een afstand van 30 meter door de rook kunnen vluchten. En dat ze gebruik kunnen maken van een vluchttrappenhuis, ook al bestaat dat vluchttrappenhuis uit smalle, steile treden. Maar wat als je verminderd mobiel bent en een rollator
nodig hebt om je voort te bewegen? Dan is een gewoon trappenhuis in normale omstandigheden al een hele uitdaging. Een beroep op buren of je partner werkt ook niet, want in een seniorenflat zijn die vaak net zo verminderd mobiel. Wanneer bij brand de rook zich door het hele complex verspreidt (iets wat niet uniek is voor De Notenhout, maar ook bekend is uit andere casuïstiek), zijn de bewoners voor het ontvluchten aangewezen op de hulp van de brandweer.
Brandpreventieve oplossingen De relevante vraag is: mogen, kunnen en willen we dit verwachten van de brandweer? Bij de brand in De Notenhout is de grens van wat er in de brandbestrijding mogelijk is wel bereikt. Er is zeer snel maximaal opgeschaald, de brandweer heeft de juiste keuzes gemaakt en heeft daarbij onorthodoxe oplossingen niet geschuwd. Het is niet reëel nog meer van de brandweer te verwachten op dit gebied. De problemen ten aanzien van de brand- en vluchtveiligheid bij ouderenhuisvesting kunnen niet meer repressief opgelost worden. Als we het probleem serieus willen aanpakken en de toename van brandslachtoffers onder ouderen een halt willen toeroepen, moet er naar brandpreventieve maatregelen gekeken worden. Deze maatregelen hoeven niet uitsluitend technisch van aard te zijn, er kan ook gekeken worden naar manieren om brandveilig gedrag te bevorderen. En ten slotte moet er onderzocht worden hoe wet- en regelgeving behulpzaam kan zijn bij het bevorderen van de brand- en vluchtveiligheid in wooncomplexen voor senioren. De huidige situatie, waarbij ouderen bij brand overgeleverd zijn aan hulp van buitenaf, moeten we niet willen. Niet voor de ouderen en niet voor de hulpverleners die we voor een onmogelijke taak stellen. René Hagen is lector Brandpreventie bij de Brandweeracademie van het IFV. Clemon Tonnaer, onderzoeker bij de Brandweeracademie, was projectleider van het lerend onderzoek dat de Brandweeracademie en Veiligheidsregio Gelderland-Zuid hebben uitgevoerd naar de brand in De Notenhout in Nijmegen.
nummer 1
februari 2016
27
trends
Lieuwe de Witte
5 trends in brandveiligheid Minder regels, goed geïsoleerde woningen en een ouder wordende bevolking - zomaar een aantal trends die de visie op brandveiligheid verandert. Lieuwe de Witte, docent en onderzoeker bij de Brandweeracademie, behandelt in dit artikel de vijf belangrijkste trends in brandveiligheid.
1
Veranderende weten regelgeving
De overheid verandert wet- en regelgeving. Technische voorschriften worden in de toekomst vastgelegd in doelvoorschriften en middelvoorschriften. De doelvoorschriften worden beter verwoord, zodat er naast het toepassen van middelvoorschriften ook ruimte is voor innovatie door het toepassen van gelijkwaardige oplossingen. Daarnaast komt de kwaliteitsborging bij de markt te liggen. Kortom: de verantwoordelijkheid voor een brandveilige omgeving ligt meer bij de branche.
2
3
Energiezuinig bouwen en kunststof meubels
Er worden steeds meer goed geïsoleerde woningen gebouwd. Fijn voor de energierekening. Maar door de betere luchtdichtheid van dergelijke woningen zijn er mogelijk ook nieuwe potentiële brandrisico’s voor inwoners en hulpdiensten. Het risico op een gesmoorde brand (ventilatiebeheerste in de pre flashover fase) neemt bij luchtdichtere woningen toe ten opzichte van traditionele woningen. Overigens kunnen dergelijke branden dus ook in minder luchtdichtere woningen optreden. Dit blijkt onder ander uit het onderzoek van de
groep van 65 jaar en ouder. Gezien de toenemende vergrijzing en het beleid met betrekking tot de ouderenzorg zal dit percentage naar verwachting toenemen. Deels komt dit doordat ouderen langer thuis wonen en daarnaast verminderd zelfredzaam zijn. Ook wonen ouderen vaker bij elkaar in traditionele woongebouwen. De brandveiligheid van deze gebouwen is veelal onvoldoende afgestemd op deze specifieke doelgroep. Met als gevolg een hoger slachtofferrisico en een grotere hulpvraag bij brand. Om het slachtofferrisico te verlagen zal de brandveiligheid meer afgestemd moeten worden op deze doelgroep en daar zullen we met zijn allen aan moeten werken.
Van regelgericht naar risicogericht
Bij een doelgerichte aanpak hoort een goede risicobeoordeling. Tot nu toe keken we nauwelijks naar kansen/waarschijnlijkheden, maar vooral naar het effect van een brand. Onze bouwregelgeving is een voorbeeld van een dergelijke effectbenadering. Deze visie verandert meer richting een brandbeveiligingsbenadering op basis van risico’s. Oftewel de kansen/waarschijnlijkheden worden in samenhang met de gevolgen/effecten beoordeeld. Is er sprake van: t een grote kans, klein effect; t kleine kans, klein effect; t grote kans, groot effect; t of kleine kans, groot effect. En wat doen we met deze risico’s? Deze benadering levert meer inzicht op in de nut en noodzaak van specifieke voorzieningen. Anderzijds is het ook lastig, omdat kwantitatieve data over kansen en een duidelijk referentieniveau over acceptabele restrisico’s veelal ontbreken. Hoe groot het restrisico mag zijn, wordt vooral acceptabel gevonden op consensusniveau.
28
nummer 1
Bij een doelgerichte aanpak hoort een goede risicobeoordeling Brandweeracademie en Brandweer Nederland over de brandproeven in Zutphen. Een bijkomende trend zijn de toegenomen kunststoffen in de inrichting (meubels, etc.) van woningen. Dit leidt bij brand in combinatie met de luchtdichtere woningen tot het vrijkomen van meer en ook giftigere rook door onvolledige verbranding. Hierdoor is het risico op een onveilige ontvluchting en een onveilige brandweerinzet toegenomen.
4
Vergrijzende bevolking
Ieder jaar zorgen woningbranden voor tientallen doden en gewonden. Vooral in de
februari 2016
5
Professionalisering brandweer
Ook bij de brandweer heeft een visieverandering plaatsgevonden. Twee belangrijke uitgangspunten in deze visie zijn: t meer doen aan brandpreventie, t en repressieve brandbestrijding innoveren. Met betrekking tot het eerste uitgangspunt luidt de nieuwe visie ‘voorkomen, is beter dan genezen’. De brandweer zet meer in op doelgroepenbenadering en brandveilig leven. Bij de repressieve brandbestrijding was voorheen het credo ‘we gaan naar binnen en bestrijden de brand’. Nu is dat anders.
trends
Op basis van het kwadrantenmodel wordt per situatie een inschatting gemaakt van de inzettactiek en bijbehorende inzetstrategie. In dit kader worden bij de brand-
weeracademie diverse onderzoeken uitgevoerd naar verschillende inzettechnieken voor het verder vullen van het kwadrantenmodel.
Lieuwe de Witte is onderzoeker-adviseur Brandpreventie, Instituut Fysieke Veiligheid, Brandweeracademie
Brandveiligheid voor deuren Elektromagneten, Rook- en warmtemelders
DICTATOR vastzetinrichtingen 3
Voor branddeuren waarvan de brandweer eist dat deze zelfsluitend moeten zijn, maar waar dit in de praktijk niet altijd wenselijk is.
3 3 3 3
Kan als stand-alone worden uitgevoerd of aangesloten op de brandmeldcentrale Alle componenten zijn getest en voldoen aan alle hiervoor geldende normen Compleet programma elektromagneten voor vloer-, wand of plafondmontage Voor dubbelvleugelige deuren zijn er de SR 90 en SR 2000 sluitvolgorderegelaars
Bent u geĂŻnteresseerd en wilt u meer informatie over deze of andere DICTATOR oplossingen? Kijk dan op onze website of vraag onze expert Marcel Reijntjens om een bezoek bij u ter plaatse in te plannen.
nummer 1
februari 2016
29
branddetectie
Arno Scherpenisse
Branddetectie met vlammenmelders Voor het detecteren van brandverschijnselen zijn er diverse mogelijkheden aanwezig, zoals vlammenmelders. Toepassing hiervan is echter een specialisme en verdient een nadere toelichting.
K
ennis en ervaring welke mogelijkheden aanwezig zijn, zijn onontbeerlijk voor het maken van een goed ontwerp en de installatie van deze techniek. Daarnaast is het goed de beperkingen van het toepassen van vlammenmelders te onderkennen. Vlammenmelders zijn in principe alleen geschikt voor het detecteren van open vuur, waarbij de volgende indeling wordt aangehouden: TF4: Open vuur, vlammen met weinig of geen koolstof Voorbeelden: t Waterstofbrand t Metaalbrand, zoals Magnesium TF5: Open vuur, vlammen met koolstof en weinig of geen rook Voorbeelden: t Methaan t Aceton TF6: Open vuur, vlammen met koolstof en veel rook Voorbeelden: t Diesel t Transformatorolie t Hout t Kunststof
treft de IR-vlammenmelder en de UV-vlammenmelder. Van deze types zijn diverse varianten. De keuze hangt onder andere af van de soort brandstof die er gedetecteerd moet worden en de oppervlakte van de brand. Een UV-detector kan vrijwel elke brand detecteren, zowel koolwaterstofbranden als niet-koolwaterstofbranden. Een IR-vlammenmelder gebaseerd op 4,4 micron straling (CO2 emissie van de brand) kan alleen koolwaterstofbranden detecteren zoals brandend hout, benzine, de meeste plastics, en propaan. Niet-koolwaterstoffen zoals waterstof of magnesium branden zonder dat er CO2 bij vrijkomt en kunnen dus niet met een traditionele IR-sensor worden gedetecteerd. In tabel 1 is een indicatie gegeven van de detectie-afstand. Hierbij is de detectie-afstand afhankelijk van de soort te detecteren brandstof. Daarnaast is de ingestelde gevoeligheid van de vlammenmelder van belang, en deze is leveranciersafhankelijk. Deze tabel dient slechts als indicatie.
Bron: ISO/TS 7240-9:2012-12 Vlammenmelders detecteren geen rook of rookverschijnselen en kunnen niet worden vergeleken met rookmelders.
Keuze vlammenmelders Bij het toepassen van vlammenmelders is er, in basis, de keuze uit twee types. Dit be-
30
nummer 1
Aanwezige stoorinvloeden De stoorinvloeden kunnen per fabrikant verschillen, omdat bepaalde stoorinvloeden kunnen worden ondervangen. Een stoorbron is een stof of damp die het de vlammenmelder onmogelijk maakt vlammen te detecteren en in feite wordt de vlammenmelder hierdoor ‘blind’ gemaakt. Voorbeelden hiervan zijn: t UV-detector wordt verblind door: olie op de lens, koolwaterstofdampen (zoals Xyleen, Tolueen, Chloorhoudende dampen, en zovoort. t IR-detector wordt verblind door: mist, water, ijs of zoutďŹ lm op de lens (zout neemt water op). t Multi IR-melder kan worden verblind door warmtestraling (black-body straling) van bijvoorbeeld machines of direct zonlicht. Daarnaast zijn er nog andere invloeden waardoor de vlammenmelder een onechte of ongewenste melding kan geven. Hier
Soort brandstof
UV
IR
IR2
UV/ IR
MULTI-IR
n Heptane (1 ft x 1 ft)
90
85
18
60
210
Diesel (1 ft x 1 ft)
65
65
-
40
150
JP5 (2 ft x 2 ft)
100
100
-
100
210
Methanol (1 ft x 1 ft)
50
50
5
55
150
Methane (30 inch)
80
45
-
45
100
Hydrogen (30 inch)
50
-
5
-
-
Metal Fires
-
-
5
-
15
februari 2016
branddetectie
hebben we te maken met onechte-alarmbronnen, zoals onder andere: t UV-vlammenmelder is gevoelig voor: straling van elektrisch lassen, halogeen of hoge-druk-kwiklampen (zonder beschermglas), corona en statische vonken. t IR-vlammenmelder is gevoelig voor: warmtestraling, akkerend direct zonlicht. t Multi IR-sensoren hebben minder last van onecht alarm door warmtestraling en zonlicht, maar worden er ongevoelig van. In tabel 2 zijn de verschillende stoorinvloeden opgenomen, gerelateerd aan het type vlammenmelder. Stoorinvloeden kunnen worden ondervangen door bijvoorbeeld een safďŹ er venster (lens) te gebruiken in plaats van een Kwarts venster of een aangepaste gevoeligheidsinstelling.
Gevoeligheid vlammenmelder Bij diverse vlammenmelders is het mogelijk de akkerfrequentie van een brand (1 tot 20 Hz) in te stellen, waardoor het mogelijk is om de detector minder gevoelig te maken voor stoorinvloeden zoals bijvoorbeeld warmtestraling van machines. Daarnaast is het mogelijk het aantal samples in te stellen, waardoor de vlammenmelder nauwkeuriger wordt bij het bepalen of er al dan niet vlammen aanwezig zijn. Multi IR-detectoren gebruiken algoritmen om de effecten van achtergrondstraling (blackbody radiation) te onderdrukken. Hierdoor is het mogelijk dat sommige detectoren ongevoeliger worden.
Toepassingsgebied In tabel 3 is een globaal overzicht opgenomen van de soort vlammenmelder en het toepassingsgebied. Dit is slechts ter indica-
tie en op het gebied van vlammenmelders zijn er nog vele mogelijkheden.
Projectering Doordat het detectiegebied van een vlammenmelder ballonvormig is en wordt beperkt door obstakels, moet de inrichting van de ruimte c.q. object en de verwachte brandgrootte bekend te zijn voor de projectering. Naast de grenswaarde zoals vermeld in de NEN 2535, dienen de richtlijnen voor de projectering van de leverancier te worden gehanteerd. Het detectiegebied van een vlammenmelder is kegelvormig en wordt de ‘Cone of Vision’ genoemd. Hierbij dient er rekening te worden gehouden dat het grootste detectie-oppervlak op ca.70 procent van de afstand ligt die bij de betreffende brandgrootte wordt vermeld (ďŹ guur 1; bron: SenseWare). 30Âş
15Âş
0Âş
100%
45Âş
Stoorinvloeden
UV
IR
IR2
UV/ IR
MULTI-IR
Laswerkzaamheden
X
#
#
#
#
IR-Straling
O
#
#
O
O
Elektrische vonken
X
O
O
O
O
70% 60Âş
15Âş 30Âş
Straling (nucleair)
X
O
O
O
O
Bliksem
X
O
O
O
O
Slijpwerkzaamheden
X
O
O
O
O
Kunstlicht
X
O
O
O
O
Zonlicht/reflectie
O
O
#
O
O
Rook
X
O
O
X
O
Condens op de lens
X
X
X
X
X
IJsvorming op de lens
O
X
X
X
X
Olie op de lens
X
O
O
X
O
Zoutlaag op de lens
X
#
#
X
#
Hete oppervlakte (blackbody radiation)
O
X
X
0
X
Mist en regen
O
#
#
#
#
O = geen effect
X = veel effect
# = weinig effect
Vlammenmelder Voorbeelden toepassingsgebied UV
Accuruimte, ruimte met hoge temperatuur, munitie, poedercoating
IR
Olieplatform, pijpleidingen, koolwaterstof branden, ruimte waar hoge concentraties olie- of luchtverontreinigingen aanwezig zijn
IR2
Halfgeleiders, gaskasten, metaalverwerking, oplosmiddelen, chemische opslag
UV/IR
Vliegtuighangars, loading platforms, poedercoating
MULTI-IR
Vliegtuighangars, compressoren, waterstofcompressors, off-shore, tankinstallaties, turbines, oplosmiddelen, chemische opslag
45Âş
0Âş 210 ft 180 ft
15Âş 30Âş
150 ft
45Âş
120 ft 90 ft 60 ft
Het detectiegebied bestrijkt 360 graden (ďŹ guur 2; bron: Sense-Ware).
Om een sluitende projectie te verkrijgen in een ruimte moet dus ook in de projectie worden uitgegaan van de 70 procent regel. Daarnaast is het van belang dat men realiseert dat de detectie in een punt begint en er dus in het eerste deel van de detector geen detectie plaats vindt. Daarom moet de detector bij voorkeur onder een hoek van 450 worden geprojecteerd. Bij toepassing van vlammenmelders in de utiliteit, ziekenhuizen en dergelijke is het mogelijk om vlammenmelders op te nemen in een ringlus van een brandmeldcentrale. Deze zijn vormgegeven als een puntmelder. Waardoor deze ook op een afwijkende wijze
nummer 1
februari 2016
31
branddetectie
XPSEFO HFNPOUFFSE LBO FWU NFU CSBDLFUT XPSEFO BBOHFQBTU )JFSEPPS POUTUBBU FS FFO A$POF PG 7JTJPO mHVVS CSPO 5ZDP
)FU EFUFDUJFHFCJFE WBO FFO WMBNNFONFM EFS XPSEU CF©OWMPFE EPPS EF PCTUBLFMT JO [JKO [JDIUWFME &FO WMBNNFONFMEFS LBO OJFU EPPS FFO PCTUBLFM IFFO EFUFDUFSFO &FO CSBOE JO IFU ATDIBEVXHFCJFE [BM EVT OJFU XPSEFO HFEFUFDUFFSE mHVVS CSPO 4FOTF 8BSF %F WJFSLBOUTXFU JT WBO UPFQBTTJOH PQ WMBN EFUFDUJF FO IFFGU CFUSFLLJOH PQ EF BGNFUJO HFO WBO FO EF BGTUBOE UPU EF WMBN "MT FFO WMBNNFONFMEFS FFO CFQBBMEF CSBOE NFU FFO CFQBBMEF PQQFSWMBLUF " PQ FFO CFQBBM EF BGTUBOE LBO EFUFDUFSFO EBO JT FFO WJFS NBBM HSPUFSF CSBOEPQQFSWMBLUF OPEJH XBO
OFFS EF BGTUBOE UVTTFO EFUFDUPS FO CSBOE UXFFNBBM [P HSPPU XPSEU ,PSU HF[FHE EVCCFMF BGTUBOE WJFSNBBM HSPUFSF CSBOE mHVVS CSPO 4FOTF 8BSF
t %F *3 NFMEFS EPPSTUBBU EF UFTU OJFU HPFE NBBS [BM CJK CSBOEFO JO EF QSBLUJKL FFO LMFJOFSF CSBOE OPEJH IFCCFO PN JO BMBSN UF HBBO
Proefbranden
*O EF NFFTUF HFWBMMFO MFJEU QSPFGCSBOE UPU POKVJTUF DPODMVTJFT [PXFM XBU CFUSFGU NFM EFSLFV[F BMT XBU CFUSFGU QSPKFDUFSJOH 0N EF DPSSFDUF XFSLJOH WBO EF QSPKFDUFSJOH BBO UF UPOFO JT IFU JO TPNNJHF TJUVBUJFT NPHFMJKL PN EF UF WFSXBDIUFO CSBOETUPG JO FFO LMFJ OF IPFWFFMIFJE UPU POUCSBOEJOH UF CSFOHFO 8BBSCJK FS PQ XPSEU HFMFU EBU PNTUBOEJH IFEFO BMT UFNQFSBUVVS MVDIUWPDIUJHIFJE FO WFOUJMBUJF PWFSFFOLPNFO NFU EF MBUFSF QSBLUJKLTJUVBUJF *OEJFO EJU OJFU NPHFMJKL JT EBO JT O IFQUBBO FFO HPFEF UFTUCSBOETUPG WPPS IFU UFTUFO WBO WMBNNFONFMEFST %F[F CSBOETUPG WFSCSBOEU SFEFMJKL TDIPPO FO IFFGU FFO MBOHFSF LPPMTUPGLFUFO EBO FUIB OPM &S LPNU WPMEPFOEF $02 WSJK PN FFO *3 NFMEFS UF LVOOFO UFTUFO
%PPS IFU POUCSFLFO WBO QSPKFDUFSJOHTSJDIU MJKOFO EJFOU EF DPSSFDUF XFSLJOH WBO FFO WMBNNFONFMEFS EPPS VJUWPFSFO WBO FFO QSPFGCSBOE UF XPSEFO BBOHFUPPOE 1SPFG CSBOEFO TUBBO PNTDISFWFO JO /&/ %F[F IFFGU CFUSFLLJOH PQ VUJMJUFJUTHFCPV XFO UFSXJKM WMBNNFONFMEFST WFFMBM XPS EFO UPFHFQBTU JO JOEVTUSJÂ¥MF PNHFWJOHFO *O /&/ TUBBU QSPFGCSBOE CSBOETQJSJ UVT CFTDISFWFO EJF EJFOU UF XPSEFO HF CSVJLU WPPS WMBNNFONFMEFST %F QSPFG CSBOE HBBU EVT VJU WBO IFU OBCPPUTUFO WBO FFO LPPMXBUFSTUPGCSBOE %F[F QSPFGCSBOE JT OJFU BMUJKE HFTDIJLU WPPS IFU BBOUPOFO WBO EF DPSSFDUF XFSLJOH WBO EF CFUSFGGFOEF EFUFDUJFNFUIPEF %F 67 NFMEFS FO EF *3 NFMEFS SFBHFSFO WFSTDIJM MFOE PQ FFO QSPFGCSBOE NFU TQJSJUVT t %F 67 NFMEFS EPPSTUBBU EF UFTU HPFE NBBS [BM CJK CSBOEFO JO EF QSBLUJKL FFO TJHOJmDBOU HSPUFSF CSBOE OPEJH IFCCFO PN JO BMBSN UF HBBO
Vlammenmelder -hoogte = 2 X
X
X
Brandmeldinstallatie &FO WMBNNFONFMEFS EFUFDUFFSU WMBNNFO FO LPNU IJFSEPPS JO FFO BMBSNTUBUVT %F[F TUBUVT EJFOU UF XPSEFO EPPSHFWFO BBO FFO CSBOENFMEDFOUSBMF %F[F LPQQFMJOH JT NP HFMJKL PQ DPOUBDUCBTJT BMT FMFNFOU JO FFO NFMEFSMVT PG PQ QSPUPDPM CBTJT )"35 FE
Vlammenmelders in gevarenzone 45°
Objekthoogte = 1X
Schaduw
Inklapbare mast
Zichtkonus
7MBNNFONFMEFST LVOOFO XPSEFO UPFHF QBTU JO FYQMPTJFHFWBBSMJKL HFCJFE %JU HFMEU [PXFM WPPS EF WMBNNFONFMEFST JO EF NFM EFSMVT BMT EF WMBNNFONFMEFST PQ DPOUBDU CBTJT %F FYQMPTJFWFJMJHIFJE LBO PQ WFSTDIJM MFOEF NBOJFSFO XPSEFO CFSFJLU CJKWPPSCFFME EPPS JOUSJOTJFL WFJMJHF VJUWPF SJOH ESVLWBTUF CFIVJ[JOH FO[PWPPSU #JK JO USJOTJFLF WFJMJHF VJUWPFSJOH EJFOU EJU UF XPS EFO BBOHFUPPOE NFU EF CJKCFIPSFOEF CFSFLFOJOH
Regelgeving 7PPS WMBNNFONFMEFST [JKO EF WPMHFOEF OPSNFO WBO UPFQBTTJOH t /&/ &/ " t /&/ 1BSBHSBBG HFFGU BMMFFO HSFOTXBBSEFO BBO %F QSPKFDUF SJOH JT BGIBOLFMJKL WBO EF HFXFOTUF CSBOEHSPPUUF UF EFUFDUFSFO CSBOETUPG FO EF JOSJDIUJOH WBO EF SVJNUF ;JF IJFS WPPS JUFN AQSPKFDUFSJOH
Oppervlakte 1xA
Vlammenmelder
32
nummer 1
februari 2016
Oppervlakte 4xA
Arno Scherpenisse, senior projectleider bij EFPC N.V.
Column
Joric Witlox
Brandveiligdenken Hoe lang houdt het gebouw stand bij brand? Is het wel brandsterk? Hoe kom ik hier met mijn collega’s, partner, kinderen ooit weer uit? Is het wel vluchtveilig? Zijn de doorvoeringen van de parkeergarage onder mijn appartementencomplex wel brand- en rookdicht? Is het wel branddicht? Allemaal vragen die je je gaat stellen als je meer denkt in termen van brandrisicovermindering. Ik zou dat brandveiligdenken willen noemen.
Joric Witlox is voorzitter van vereniging Brandveilig Bouwen Nederland (BBN).
Zo was ik laatst met mijn vrouw heerlijk uit eten in een prachtig restaurant. Eten en bediening waren uitstekend. Het was echter wel vol met bezoekers en de ruimte tussen de tafeltjes was krap. Het lag ook half ondergronds en toen ik rustig rondkeek, zag ik dat er maar een smalle uitgang was via een draaitrapje… Dat maakte mij toch wat onrustig, want als er brand zou uitbreken zou de toch vrij lage ruimte binnen de kortste keren vol rook staan. En in geval er paniek zou uitbreken dan nog met zijn allen over dat smalle trapje… Dat leek mij kansloos. Maar goed, wellicht was het raam een vluchtroute? Oef, veel te kleine raampjes… Gelukkig liep het restaurant snel leeg, waardoor ik toch nog rustig heb gegeten. Ofschoon ik me toen wel weer zorgen maakte waarom het zo leeg liep. Toch raar dat zo’n restaurant open mag blijven, dacht ik. Maar ja daarna verder denkend, waarom stapte ik zelf niet meteen op. Sterker nog, waarom was ik daar gaan zitten? Zo zie je maar, zelfs als je gedreven werkt aan brandveiligheid zijn er steeds weer beslissingen die je kunt nemen om het brandveiliger te maken. Met dit in het achterhoofd is het toch altijd weer verbazingwekkend als je spreekt met mensen die nadenken over het ontwerpen van gebouwen en die dan steeds weer als uitgangspunt de vraag hanteren: ‘Waaraan moet ik volgens de wet voldoen?’ Ik zou veel rustiger zitten in gebouwen, als die ontworpen en beheerd zouden worden door mensen die denken in termen van veiligheid. Die wél zorgen voor meerdere vluchtmogelijkheden! Of het nu wel of niet moet van de wet. En die bij het ontwerpen van een ziekenhuis wél zorgen dat de constructie blijft staan bij brand no matter what, aangezien het verticaal ontruimen van bedden in geval van een brand in een beperkte tijd uitgesloten is. Illustratief daarvoor is de overstroming waarmee het VUmc vorig jaar werd geconfronteerd. Hoe lang duurde de ontruiming van het ziekenhuis toen wel niet? Kortom, is het ziekenhuis wel brandsterk, vluchtveilig en branddicht? Het mag duidelijk zijn, vermindering van risico’s op brand en de gevolgen ervan vereisen brandveiligdenken. Het vergt, zelfs als je het wilt en kunt, toch nog doorzettingsvermogen. Dat hoop ik met deze column duidelijk te hebben gemaakt.
nummer 1
februari 2016
33
Praktijk
Danny Ruytenbeek
Isolatie en afdichting Isolatie en afdichting spelen een grote rol bij brandveiligheid. Als in een gebouw brand ontstaat brengt dat een aantal onprettige dingen met zich mee zoals vlammen, hitte en rook. In een gebouw maken we daarom constructies die dit tegenhouden, zodat een brand niet uit de hand loopt en iedereen die in het gebouw is veilig naar buiten kan.
Achtergrond Het Bouwbesluit stelt hier ook eisen aan: een gebouw moet zijn verdeeld in brandcompartimenten en subbrandcompartimenten (en beschermde subbrandcompartimenten als er ook geslapen wordt). Brandcompartimenten worden voorgeschreven om de brand te kunnen beheersen, subbrandcompartimenten om veilig te kunnen vluchten. Ondanks de verschillende doelen is de uitvoering van de schil rondom beide soorten compartimenten gelijk met als mogelijk verschil de hoogte van de wbdbo-eis. Afdeling 2.10 van het Bouwbesluit geeft de eisen ten aanzien van brandcompartimenten, afdeling 2.11 doet dat voor subbrandcompartimenten. De titel van afdeling 2.11
noemt ook het tegenhouden van rook, wat al aangeeft dat vluchtveiligheid hier het doel is. Het tegenhouden van rook is echter iets dat op dit moment nog niet wordt vereist, dit is opgenomen als eis die kan worden gesteld in de Regeling Bouwbesluit, dat is nu alleen nog niet het geval. Alle brandwerende scheidingsconstructies, zowel die van brandcompartimenten als subbrandcompartimenten, houden nu alleen brand tegen. Een scheidingsconstructie rondom een brandcompartiment of subbrandcompartiment moet voldoen aan een bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag, ofwel wbdbo. Om die wbdbo te halen is een brandwerendheid nodig. Die brandwerendheid wordt bepaald met NEN 6069.
34
nummer 1
februari 2016
NEN 6069 maakt in onderscheid in vier criteria die de brandwerendheid bepalen: R (bezwijken), E (afdichting), W (straling) en I (isolatie). Het R-criterium is altijd van toepassing, waardoor in de dagelijkse praktijk vaak alleen wordt gesproken over de criteria E, W en I. Het E-criterium wordt gebruikt om te beoordelen of een scheidingsconstructie voldoende dicht is. Openingen zijn toegestaan, zolang deze niet te groot zijn, geen hete rook doorlaten (koude rook mag wel) en er geen vlammen doorheen komen. Die laatste twee punten zorgen ervoor dat de constructie meestal gewoon helemaal dicht moet zijn. Om te voldoen aan het W-criterium mag een scheidingsconstructie niet teveel straling doorlaten, maar mag wel heet worden aan de zijde die beschermd moet worden. Als de scheidingsconstructie ook niet te heet mag worden aan de niet-brandzijde dan wordt hiervoor het I-criterium gebruikt. Het W-criterium wordt gebruikt voor constructies waarbij een hoge temperatuur van het wandoppervlak geen directe gevolgen heeft voor de branduitbreiding. Dit is het geval bij bijvoorbeeld deuren, waar het aannemelijk is dat daar geen brandbare inventaris tegenaan staat. Voor de meeste brandwerende scheidingsconstructies zijn de criteria E en I van toepassing, zoals bij wanden tussen brandcompartimenten en doorvoeringen die daar doorheen gaan. Een ofďŹ ciĂŤle notatie van zo’n brandwerendheid van 60 minuten in beide richtingen is dan EI60 (i o).
Praktijk
maar ook nieuwbouw is niet gevrijwaard hiervan. Nieuwbouw is wel een stuk eenvoudiger als vooraf goed wordt nagedacht over hoe een brandwerendheid moet worden gemaakt en de juiste uitvoeringsvolgorde wordt aangehouden. Het brandwerend afwerken van een kabelgoot voordat de bekabeling van de brandmeldinstallatie is aangebracht, is vragen om problemen. Bij een opname van een bestaand gebouw of de renovatie van een gebouw wordt eerst gekeken wat het rechtens verkregen niveau daarvan is (eenvoudig gezegd is dat de staat van het gebouw voordat de eventuele verbouwing begint en voor zover die rechtmatig is, ofwel is gerealiseerd op basis van vergunningen en van toepassing zijnde eisen). Op basis hiervan wordt een tekening gemaakt waarop alle brandwerende scheidingsconstructies zijn aangegeven, hoe brandwerend die moeten zijn, welke criteria van toepassing zijn en in welke richting de brandwerendheid geldt. Tijdens een inspectie wordt geconstateerd dat op de plek waar een brandwerende wand moet staan, sprake is van een brandwerende metal-studwand maar boven het verlaagde plafond geen afschotting aanwezig is (de wand loopt dus niet door tot de betonnen vloer boven het plenum). De brandwerendheid is hier dus nul.
Probleem Een brandwerende doorvoering moet dus in veel gevallen voldoen aan EI60 (i o) of (bijvoorbeeld bij verbouw) aan EI30 (i o). Praktisch vertaald betekent dit dus een doorvoering waar gedurende 60 minuten geen gaten ontstaan, geen hete rook of vlammen doorheen komen en niet te warm wordt aan de andere zijde.
Elke doorvoering heeft een eigen manier waarop deze brandwerend moet worden gemaakt. Bij kunststof doorvoeringen ligt de focus op afdichting van het gat dat ontstaat als de leiding smelt of ontbindt, bij metalen doorvoeringen is dat de thermische isolatie van de leiding. Problemen met dit soort brandwerendheden treden vaak op bij bestaande bouw,
Of een steenachtige wand heeft een sparing waar een stalen leiding doorheen loopt. De sparing is veel groter dan de stalen leiding en de tussenliggende ruimte is afgedicht met PUR-schuim. Ook als dit brandwerend PUR-schuim zou zijn dan brandt dit in langs het leidingoppervlak, ontstaat een naad en wordt niet aan het E-criterium (afdichting) voldaan. Daarnaast kan de leiding ook nog eens zoveel temperatuur geleiden dat ook niet aan het I-criterium (isolatie) wordt voldaan.
PRAKTIJK
nummer 1
Brandveiligheid is een specialisme. In de dagelijkse praktijk helpt Danny Ruytenbeek opdrachtgevers om brandveilige ontwerpen te maken en deze ook te realiseren, het te bereiken doel en de ambitie van de opdrachtgever staan hierbij centraal. Danny Ruytenbeek is adviseur bij Nieman Raadgevende Ingenieurs, auditor voor diverse certiďŹ ceringsregelingen en treedt ook op als docent voor cursussen op het gebied van ontwerpen, toetsen en realiseren van brandveiligheid. Daarnaast is hij (mede) auteur van diverse publicaties zoals de NEN Praktijkgids Brandveiligheid.
februari 2016
35
Praktijk
Op een andere plek in het gebouw komt de inspecteur bij wat een brandwerende wand zou moeten zijn een grote glazen pui met aluminiumproďŹ elen tegen. De hier toegepaste aluminiumproďŹ elen zijn niet brandwerend en ook het glas is geen brandwerend glas. De toegangsdeuren van de patiĂŤntenkamers van een ziekenhuis hebben een te grote naad aan de onderzijde van de deur. Deze naad is wel nodig om voldoende te kunnen ventileren en kan daarom niet worden verkleind.
Overwegingen Welke mogelijkheden zijn er nu voorhanden om deze problemen op te lossen? Gelukkig kunnen we hier meerdere invalshoeken kiezen, afhankelijk welke voor de situatie het meest geschikt is. We kunnen ervoor kiezen om de scheidingsconstructie (inclusief de doorvoeringen daar doorheen) op te waarderen naar de gewenste brandwerendheid. Een andere optie is om te kijken of het niet handiger is om de indeling in brandcompartimenten te wijzigen zodat een andere wand, die beter geschikt is om als brandscheiding te dienen, de brandscheiding kan zijn en dat de oorspronkelijk aangewezen wand kan worden ontzien. We kunnen ook de prestatie-eisen in het Bouwbesluit loslaten en teruggrijpen op de vraag: wat is eigenlijk het doel dat we willen bereiken? We willen een veilig gebouw
VVBA De VVBA is in 2002 op initiatief van een aantal gerenommeerde bureaus opgericht om daarmee inhoud te geven aan de eigen verantwoordelijkheid van ingenieursbureaus op het gebied van brandveiligheid. Van de aangesloten bureaus wordt verlangd dat de doelstelling wordt onderschreven. Om de eenduidigheid en kwaliteit van de adviezen te bevorderen, worden door de leden richtlijnen opgesteld voor standaard verrichtingen. Deze zorgen voor een eenduidige interpretatie van regelgeving, normen en richtlijnen.
36
nummer 1
zonder slachtoffers als er brand is, we willen dat een brand beheersbaar blijft voor de brandweer en we willen misschien ook wel schadebeperking in bepaalde cruciale delen van het gebouw (denk aan bijvoorbeeld bedrijfscontinuĂŻteit of archieven). Vervolgens moeten we kijken hoe we die doelen kunnen bereiken en dat kan of moet misschien wel op een heel andere manier dan brandcompartimenten van maximaal 2.000 m2 en een brandwerendheid van EI30 (i o). Wij noemen dat doelgericht adviseren.
Oplossing Bij de stalen leiding in de steenachtige wand waar omheen de sparing is afgedicht met PUR, zal de PUR moeten worden verwijderd en moet de sparing worden opgevuld met een geschikt materiaal. Een geschikt materiaal is in dit geval mortel of een steenwol afdichtingsplaat. Bij de brandscheiding waar boven het verlaagde plafond een afschotting ontbreekt, kan alsnog een afschotting worden aangebracht. Alle aanwezige installaties die door die afschotting heen gaan moeten natuurlijk ook op de juiste manier brandwerend worden afgewerkt. Het kan zijn dat er dusdanig veel installaties aanwezig zijn dat het maken van een afschotting onbegonnen werk is. Het is dan beter om te onderzoeken of de brandscheiding kan worden verlegd naar een andere wand.
februari 2016
Het verleggen van de brandscheiding is zeker een goede oplossing bij de niet-brandwerende glazen pui. Het volledig vervangen hiervan brengt teveel kosten met zich mee en is het veel eenvoudiger, sneller en goedkoper om in plaats daarvan de nabijgelegen steenachtige wand als brandscheiding aan te merken en daar de niet-brandwerende deur te vervangen. Bij het ziekenhuis moet een alternatieve oplossing worden bedacht, hier kan niet zomaar de spleet onder de deur worden gedicht. Een doelgerichte aanpak is hier op zijn plaats en kijken we eerst naar wat de te bereiken doelen zijn (in dit geval het kunnen ontruimen van de afdeling). Vervolgens wordt met een rekenmodel beoordeeld wat de vluchtcondities zijn bij een brand op de afdeling en wordt dat vergeleken met de inzet die de organisatie kan plegen. Uit het model blijkt in dit geval dat gedurende de ontruimingstijd de ruimtecondities zodanig zijn dat daarin veilig kan worden ontruimd waardoor de spleet onder de deur is toegestaan en geen aanpassing nodig is. Elke situatie heeft zijn eigen meest geschikte oplossing. Soms is dat het realiseren van de eis die er al ligt en soms is het beter de eis aan te passen. Het is belangrijk het uiteindelijke doel waarom je iets doet voor ogen te houden en je maatregelen daarop af te stemmen, dat levert altijd de beste oplossing!
schadepraktijk
Leo Porrio
Brand in appartementencomplex D
e brandweer had de handen vol aan de ontruiming van het complex. De appartementen werden in hoofdzaak bewoond door senioren. Velen werden door de brandweer met een hoogwerker in veiligheid gebracht. Maar uiteindelijk zijn de gevolgen van de brand toch zeer dramatisch: vier doden en een groot aantal gewonden. Normaal gesproken lees je dit soort berichten, waarna je over gaat tot de orde van de dag. Je realiseert je pas wat zich daar heeft afgespeeld, als je het relaas te horen krijgt van een bewoner die door de brandweer uit zijn woning is gered: “Nadat de brandweer je wakker heeft gemaakt door je deur open te breken moet je mee naar buiten de rook
in. Via een ladder van een hoogwerker ga je naar beneden, om daarna op straat bij te komen van de schrik. Je hebt het gered. Anderen hebben minder geluk…”
Salvage Eerste opvang vindt plaats in een buurthuis tegenover het complex. Ook familie zorgt voor opvang. Er moet veel geregeld worden, maar gelukkig is de Stichting Salvage door de brandweer gewaarschuwd en die neemt de regie over een aantal noodzakelijke stappen. De Stichting Salvage bestaat sinds 1986 en is opgericht door de gezamenlijke Brandverzekeraars. Eén van de ruim 140 coördinatoren gaat de zaak begeleiden en hanteert daarbij drie actiepunten: aandacht, actie en advies.
Discussie Vervolgens komt de zaak groots in de pers, waarbij de vraag of het complex voldoet aan de voorschriften centraal staat. De discussie spitst zich toe op de aanwezigheid van twee nooduitgangen, waarvan er één op de eerste etage eindigt. Rapportages van deskundigen geven geen gelijkluidende conclusies. Is het Bouwbesluit gevolgd, en waar niet? De gemeente speelt een niet onbelangrijke rol en komt uiteindelijk tot de conclusie dat de zaak voldoet aan de vigerende eisen ten tijde van de bouw. En het Bouwbesluit is nu juist toegespitst op het veilig ontvluchten. De zaak wordt extra ingewikkeld, doordat het winkelcentrum (1967-1968) eerder is gebouwd dan het appartementencomplex (1994-1995).
Aanvullende maatregelen Blijft de vraag of het niet beter is meer aandacht te schenken aan dergelijke wooncomplexen voor senioren. Op andere plaatsen zijn aanvullende maatregelen genomen die het veiligheidsniveau enorm hebben verbeterd. Te denken valt aan een watermistsysteem. Regelmatige veiligheidsinspecties zijn een goed begin, en controle van rook- en brandscheidingen kost niet veel tijd. Leo Porrio is risk consultant
Lees ook het artikel ‘Brandveiligheid en ouderen: casus De Notenhout’ in deze editie van Brandveilig.com.
nummer 1
februari 2016
37
Brandveilig.com bedrijvenindex ADVIESBUREAUS
SenseTek www.sensetek.nl
Altavilla Brandveiligheid www.altavilla.nl
BHV
AMMA de Bruin www.ammadebruin.nl
BOUWPLANTOETSING Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl
Saval Brandbeveiliging www.saval.nl
Birks Advies www.briksadvies.nl
Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
BRAND/GASDETECTIE
Birks Advies www.briksadvies.nl
BINNENDEUREN
DGMR dgmr.nl/brandveiligheid DVTadvies www.DVTadvies.nl Dijkoraad Viavesta www.brandweerondersteuning.nl
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
AED
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl BBWest www.bbwest.nl
DMS Brandwerende Systemen www.brandwerendeconstructies.nl
IBMO www.ibmo.eu Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
38
BLUSMIDDELEN Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl
Nu-Swift Brandbeveiliging www.nu-swift.nl
Gerco Beveiligingen www.gerco.com
Hefas Branddetectie www.hefas.nl
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
BRANDTESTEN
Efectis (voormalig TNO) www.efectis.com/nl Peutz www.peutz.nl
BRANDVERTRAGING Finivlam www.finivlam.nl
Fireprevention.NL www.fireprevention.nl
BRANDWACHTEN SERIS Safety www.seris-group.nl
Hugen Brandbeveiliging en Adviesbureau www.hugen.com
BRANDWERENDE COATINGS
Saval Brandbeveiliging www.saval.nl
Sika Nederland www.sika.nl
SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com
BRANDWERENDE DEUREN
Smeba Brandbeveiliging www.smeba.nl Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
BRANDKLEPPEN BBWest www.bbwest.nl
FSS International www.firestopsystems.nl Systemair www.systemair.nl
BRANDMELDINSTALLATIES
DMS Brandwerende Systemen www.brandwerendeconstructies.nl
Alprokon Aluminium www.alprokon.com
Brandwerende Deuren en Constructiefabriek Enschede www.bdc-enschede.nl Hoefnagels Branddeuren www.hoefnagels.com Merford Special Doors www.specialdoors.nl REINÆRDT Deuren www.reinaerdt.nl Sapa Building System www.sapabuildingsystem.nl
BD Service Nederland www.bdservice.nl
Stöbich Fire Protection www.stoebichfireprotection.nl Theuma DoorSystems www.theuma.nl
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
Hefas Branddetectie www.hefas.nl Hertek www.hertek.eu
Unica Automatic Sprinkler www.unica.nl
Protec Brandbeveiliging www.protecbrandbeveiliging.nl
Wolter & Dros Safety Partners www.wd-safetypartners.nl
SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com
BOUWMATERIALEN
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
Saval Brandbeveiliging www.saval.nl
Gerco Beveiligingen www.gerco.com
AerOcheck www.aerocheck.eu
Wagner www.wagner-nl.com
Hugen Brandbeveiliging en Adviesbureau www.hugen.com
AFDICHTINGEN
ASPIRATIESYSTEMEN
BRANDBEVEILIGING
SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com
RPS Advies- en ingenieursbureau www.rps.nl
EHCM www.ehcm.nl
REINÆRDT Deuren www.reinaerdt.nl
SenseTek www.sensetek.nl
Peutz www.peutz.nl
AFVALBAKKEN
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl
Obex www.obex.nl
BERMAD Fire Protection www.bermad.nl
Limburgia Utiliteitsdeuren www.limburgia.nl
Breman Brandbeveiliging www.bremanbrandbeveiliging.nl
Nieman Raadgevende Ingenieurs www.nieman.nl
AFSLUITERS
Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl
BLUSGASINSTALLATIES
INNAX gebouwmanagement www.innax.nl
Walraven www.walraven.com
Berkvens www.berkvens.nl
Theuma DoorSystems www.theuma.nl
Floriaan www.floriaan.nl
Breman Brandbeveiliging www.bremanbrandbeveiliging.nl
Saval Brandbeveiliging www.saval.nl
Draka Kabel www.draka.nl
Promat www.promat.nl Reppel www.reppel.nl Walraven www.walraven.com
nummer 1
februari 2016
Unica Automatic Sprinkler www.unica.nl Wolter & Dros Safety Partners www.wd-safetypartners.nl
BRANDSLANGHASPELS Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl
CFD
Colt International www.coltinfo.nl Efectis (voormalig TNO) www.efectis.com/nl Exiss www.exiss.eu Peutz www.peutz.nl
DEUREN INDUSTRIE
Brandwerende Deuren en Constructiefabriek Enschede www.bdc-enschede.nl Merford Special Doors www.specialdoors.nl
Brandveilig.com bedrijvenindex VUURLASTBEREKENING
REINÆRDT Deuren www.reinaerdt.nl
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
DEURVERGRENDELINGEN
PARKEERGARAGE-VENTILATIE Colt International www.coltinfo.nl
Floriaan www.floriaan.nl
DROGE BLUSLEIDINGEN
Systemair www.systemair.nl
WATERMIST
Alprokon Aluminium www.alprokon.com
Saval Brandbeveiliging www.saval.nl
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl Van Walraven www.vanwalraven.com
GLAS
AGC Flat Glass Nederland www.yourpyrobel.com Vetrotech Saint-Gobain Benelux www.vetotech.nl
INSPECTIEBUREAUS
Brand Veiligheid Inspecties BVI www.bvibv.nl Bureau Veritas www.bureauveritas.nl Dijkoraad Viavesta www.brandweerondersteuning.nl R2B Inspecties www.r2b.nl
ROOK- EN WARMTEAFVOER
SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com
Colt International www.coltinfo.nl
Technoship www.ultrafog.com
ROOKMELDERS
Unica Automatic Sprinkler www.unica.nl
First Alert – Sprue Safety www.firstalert.nl
ROOKSCHERMEN Brakel Atmos www.brakelatmos.com Colt International www.coltinfo.nl Hoefnagels Brand- en Bedrijfsdeuren www.hoefnagels.com Stöbich Fire Protection www.stoebichfireprotection.nl
ROOSTERS
FSS International www.firestopsystems.nl
RWA
ISOLATIEMATERIAAL
SPRINKLERS
Unilin Insulation www.unilininsulation.com
KABELS
Cable Masters www.cablemasters.nl Draka Kabel www.draka.nl Eldra www.eldra.nl Nexans Nederland www.nexans.nl
LADDERS
Fire Technology www.firetechnology.nl
Brakel Atmos www.brakelatmos.com
INFRA
Colt International www.coltinfo.nl
Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl
Klimakon Systems B.V. www.klimakon.nl Breman Brandbeveiliging www.bremanbrandbeveiliging.nl Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl Unica Automatic Sprinkler www.unica.nl Van Walraven www.vanwalraven.com
Gorter Luiken www.dakluiken.nl
Wolter & Dros Safety Partners www.wd-safetypartners.nl
LUIKEN
TRAINING/OPLEIDING
NOODVERLICHTING
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
Ook in de bedrijvenindex?
VLUCHTLUIKEN
Bel of mail accountmanager
Gorter Luiken www.dakluiken.nl Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl Hertek www.hertek.eu
Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl
Gorter Luiken www.dakluiken.nl
Marion Smits:
Nu-Swift Brandbeveiliging www.nu-swift.nl
marionsmits@vakmedianet.nl tel. 06-52867200
Saval Brandbeveiliging www.saval.nl
nummer 1
februari 2016
39
Trigion Brand en Beveiligingstechniek | Houttuinlaan 18 | 3447 GM Woerden | tel. (0348) 40 55 00 | fax (0348) 40 55 99 info@trigionbbt.nl | www.trigion.nl | Onderdeel van Facilicom
Trigion. Toonaangevend in veiligheid