32ste jaargang / oktober 2026
Excellent ondernemen in flex
Edwin Schilling en Remco Valkman over stijgende kosten en verzuim
Zo blijft de uitzendondernemer overeind 8
16
WTTA
Verzuim
Flexondernemers zetten stappen
Gelijkwaardig belonen zet kosten onder druk
p ! pĢāŽƒāėāĢł
SALARIS KENNISFESTIVAL $ " ACTUELE THEMA’S ÂŋũùŶ Ģł ĂĂł ùÖė ùŋŋũ āƗťāũŶŭ ðĢıėāťũÖÖŶ ŋƑāũ ÖóŶŽāķā ŶĞāĿÖ̪ŭ
" "
!
! "
" # # " VERBREED JE NETWERK 1ũ Ģŭ Ƒŋķŋť ĿŋėāķĢıĴĞāĢù ŋĿ Ŷā ŭťÖũũāł ĿāŶ ƑÖĴėāłŋŶāł āł ıŋŽƒ łāŶƒāũĴ Ŷā Ƒāũðũāùāł
& dŋŋłĞāƧłėāł NāŶ ðāķÖŭŶĢłėťķÖł
NEEM JE COLLEGA MEE EN PROFITEER VAN KORTING!
KOM TOT NIEUWE INZICHTEN bũĢıė ĢłơĢóĞŶ Ģł ùā Ŷũāłùŭ̇ ėāƑÖũāł̇ ŽĢŶùÖėĢłėāł āł ĴÖłŭāł ƑÖł ùā ĞƘðũĢùā ŋũėÖłĢŭÖŶĢā
SCAN MIJ "
% " "
inhoud
Ook in dit nummer 12 Cees Maat over WTTA 19 Column Hendarin Mouselli 23 Column Frank van Gool 24 Portret GreenFox Social Return 27 Column Franziska Szabó 31 Flexvraag 32 WTTA verrast interim-
20 NAU over WTTA De invoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) op 1 januari komt steeds dichterbij. Vooral buiten de traditionele uitzendbranche is nog veel onduidelijkheid over wie precies onder de wet valt.
bureaus 35 Overnamemarkt komt weer op stoom 38 Colofon
8 Onderzoek WTTA
16 Verzuimkosten onder druk
28 Nieuwe wegen
Slechts een kwart van de flexondernemers verwacht dat de WTTA bonafide bedrijven daadwerkelijk beter beschermt tegen concurrentie van partijen die zich niet aan de regels houden. Dat komt naar voren uit een enquête van Flexmarkt en Payingit naar de WTTA. Vooral handhaving, administratieve lasten en onzekerheid over de uitvoering baren zorgen.
Toen op 1 januari de regels rondom gelijkwaardig belonen ingingen, lag de focus van veel uitzendorganisaties op de loonadministratie en het in kaart brengen van arbeidsvoorwaarden. Inmiddels worden ook andere effecten duidelijk zichtbaar. Alexandra Nieuwenhuizen, Director Sales & Accounts bij Acture, en Jochem Köster, directeur van Ascot Advies, geven hun visie op de impact.
Onder meer de verzuimkosten maken uitzenden duurder dan ooit. Twee flexondernemers, Edwin Schilling van Zebra Uitzendbureau en Remco Valkman van NestrX, vertellen hoe zij overeind blijven: door slim om te gaan met verzuim, onbenut arbeidspotentieel aan te boren en steeds verder over de grens te kijken.
oktober 2026 /
/3
voorwoord
WTTA: wie vertelt het de opdrachtgever? De flexbranche bereidt zich voor op de WTTA. Althans, een groot deel van de branche. Uit onderzoek dat we samen met Payingit hebben gedaan (uitkomsten in dit magazine), blijkt dat de meeste flexondernemers stappen zetten. Ze laten zich certificeren, passen processen aan en verdiepen zich in de eisen die straks gelden. Of, zoals Kees van Nieuwamerongen van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt zegt: “De markt wordt langzaamaan wakker.” Echter, zodra we buiten de muren van het flexbedrijf kijken, ontstaat een ander beeld. Slechts 35,6 procent van de ondervraagde flexondernemers heeft stakeholders geïnformeerd, zo blijkt uit het eerdergenoemde onderzoek. Een derde noemt het informeren en meekrijgen van opdrachtgevers bovendien als een van de belangrijkste knelpunten bij de invoering van de wet. Dat is zorgelijk. De WTTA is namelijk niet alleen een zaak van uitleners. Ook opdrachtgevers krijgen een (keten)verantwoordelijkheid. Zij mogen straks geen arbeidskrachten inhuren via een partij die niet is toegelaten. Als je toch zakendoet met een niet-toegelaten uitlener, kun je een boete krijgen. Opdrachtgevers moeten daarom weten met wie ze zakendoen, welke bedrijven in de keten betrokken zijn en of die partijen over de juiste toelating beschikken. Je zou verwachten dat opdrachtgevers volop vragen stellen. Hoever zijn jullie met de voorbereiding? Vallen jullie onder de WTTA? Wanneer kunnen wij jullie toelatingsstatus controleren? Maar volgens WTTA-specialist Alexander Kist (zie verderop in dit magazine) gebeurt dat nog nauwelijks. Veel inlenende organisaties hebben de gevolgen simpelweg nog niet scherp. Als flexbedrijf kun je daarover je schouders ophalen. De opdrachtgever heeft immers ook een eigen verantwoordelijkheid. Maar dat lijkt me niet de bedoeling. Een professionele flexondernemer levert niet alleen mensen. Die ontzorgt de klant, signaleert risico’s en helpt opdrachtgevers om grip te houden op complexe wet- en regelgeving. Als je de WTTA begrijpt, heb je dus ook de verantwoordelijkheid om het gesprek met je klanten aan te gaan. Niet wanneer de handhaving voor de deur staat, maar nu. Vooral in de interim- en consultancymarkt is dat nodig. Daar leeft nog vaak de gedachte dat de WTTA alleen voor klassieke uitzenders geldt. Niet het etiket op de dienstverlening is bepalend. Het gaat om de feitelijke situatie bij de opdrachtgever. Werkt een professional tegen vergoeding bij een derde, onder leiding en toezicht van die opdrachtgever, dan komt de WTTA in beeld. Ook als er consultancy, interimmanagement of projectorganisatie boven het contract staat. Daarmee ligt er voor bedrijven die flexibele arbeid (in welke vorm dan ook) aanbieden een duidelijke opdracht. Breng niet alleen de eigen organisatie op orde, maar neem ook klanten mee. Leg uit wat er verandert, bespreek de keten en maak duidelijk wat jouw opdrachtgever straks moet controleren. Als je je opdrachtgever nu informeert, verkoop je geen angst, maar verkoop je zekerheid.
Ronald Bruins Hoofdredacteur Flexmarkt ronaldbruins@vmnmedia.nl
LinkedIn-groep Flexmarkt Flexmarktredactie Abonneer je op de Flexmarkt nieuwsbrief
4/
/ oktober 2026
update
Ruim 33.000 banen voor mensen met beperking minder dan afgesproken Het aantal extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking blijft flink achter bij de banenafspraak. Eind 2025 hadden er in totaal 125.000 extra banen moeten zijn gerealiseerd, maar de teller bleef steken op 91.812. Daarmee ontbreken ruim 33.000 banen. Dat meldt minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie in een brief aan de Tweede Kamer, schrijft het ANP. In 2025 kwamen er per saldo slechts 2.196 banen voor mensen met een beperking bij. De doelstelling van de banenafspraak wordt daarmee voor het derde jaar op rij niet gehaald. Aartsen verwacht bovendien dat ook de doelstelling voor 2027 niet wordt bereikt.
Minder banen via inleenverbanden Opvallend voor de flexbranche is de ontwikkeling van het aantal banen via inleenverbanden. In 2025 kwamen er 6.042 banen via formele dienstverbanden bij. Tegelijkertijd nam het aantal banen via inleenverbanden met 3.846 af. Daardoor bleef de totale groei beperkt tot 2.196 banen. Onder inleenverbanden vallen onder meer uitzendrelaties en detacheringen vanuit de sociale werkvoorziening. De daling hangt volgens de minister vooral samen met ontwikkelingen binnen de Wsw-doelgroep. Mensen uit deze groep stromen onder meer uit vanwege pensionering of keren vanuit een detachering terug naar een interne beschutte werkplek.
Doel voor derde jaar op rij niet gehaald De banenafspraak werd in 2013 gemaakt om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. Sindsdien zijn 91.812 extra banen gerealiseerd. De groei stagneert echter en de afgesproken doelstelling wordt inmiddels voor het derde achtereenvolgende jaar niet gehaald. Aartsen noemt dat een “teleurstelling: voor ons, voor onze economie, maar vooral voor de mensen die nu ongewild langs de kant blijven staan”.
Nieuwe banenafspraak in de maak De minister wil met werkgevers en gemeenten in gesprek over wat nodig is om meer banen te realiseren. Ook werkt het kabinet samen met onder meer sociale partners, UWV, gemeenten en ervaringsdeskundigen aan een nieuwe banenafspraak. Volgens Aartsen is het huidige systeem “ingewikkeld en stimuleert werkgevers niet genoeg om mensen met een beperking kansen te bieden”. Bij de nieuwe aanpak moet meer centraal komen te staan welke ondersteuning iemand nodig heeft, in plaats van de uitkering die iemand ontvangt. Het kabinet wil daarnaast vanaf 2027 alle onderdelen van de Wet banenafspraak in werking laten treden. Daarbij verdwijnt onder meer het onderscheid tussen markt en overheid bij het tellen van gerealiseerde banen.
ING: uitzendtarieven stijgen dit jaar gemiddeld 6,5 procent Uitzendorganisaties verhogen hun tarieven dit jaar naar verwachting met gemiddeld 6,5 procent. Daarmee probeert de branche de stijgende kosten op te vangen. Vooral de nieuwe cao voor uitzendkrachten maakt personeel duurder, blijkt uit een rapport van ING waarover persbureau ANP bericht. Volgens ING heeft de flexbranche tegelijkertijd te maken met structurele personeelstekorten, strengere regelgeving en technologische ontwikkelingen die de resultaten onder druk zetten.
Nieuwe cao maakt uitzendkrachten duurder Een belangrijke oorzaak van de hogere kosten is volgens ING de nieuwe uitzend-cao. Volgens de bank zijn uitzendkrachten door de nieuwe cao duurder en
minder flexibel geworden. “Uitzendkrachten zijn begin dit jaar aanzienlijk duurder geworden door de invoering van de nieuwe uitzend-cao. Hiermee is een belangrijke hervorming van de uitzendmarkt ingezet”, schrijft ING. Om de hogere kosten op te vangen, verwacht de bank dat uitzendorganisaties hun tarieven in 2026 gemiddeld met 6,5 procent verhogen.
ganisaties het nog altijd moeilijk hebben. Van een breed herstel in de sector is volgens ING dan ook nog geen sprake.
Beperkte groei in gewerkte uren De hogere tarieven gaan niet gepaard met een sterke groei van het aantal gewerkte uren. ING verwacht voor 2026 een stijging van 1 procent. Voor 2027 voorzien de economen een iets hogere groei van 1,5 procent. Binnen de branche zijn bovendien duidelijke verschillen zichtbaar. Volgens ING groeien kleinere en gespecialiseerde flexbedrijven, terwijl veel grotere uitzendor-
oktober 2026 /
/5
update
Mkb-ondernemers slaan alarm over regeldruk en loondoorbetaling bij ziekte Ondernemersorganisatie ONL roept het kabinet-Jetten op om snel maatregelen te nemen om het ondernemersklimaat te verbeteren. Volgens de organisatie staat het mkb onder toenemende druk door hogere kosten, dalend ondernemersvertrouwen en een opeenstapeling van regels. In een brandbrief aan het kabinet spreekt ONL van “code rood voor ondernemers”. Voorzitter Erik Ziengs wijst erop dat het mkb een belangrijke rol speelt in de Nederlandse economie. Zonder snelle en gerichte maatregelen komen volgens ONL “ondernemerschap, investeringen en de werkgelegenheid steeds verder onder druk te staan”. Kritiek op stapeling van regels ONL wil dat het kabinet stopt met het stapelen van nieuwe verplichtingen en pleit ervoor om voor iedere nieuwe regel minimaal twee bestaande regels te schrappen. De organisatie noemt onder meer de handhaving van de regels tegen schijnzelfstandigheid, Europese regels rond loontransparantie en de vrachtwagenheffing. Ook moeten ondernemers eerder worden betrokken bij het maken van nieuwe wet- en regelgeving, zodat vooraf kan worden
getoetst of regels in de praktijk uitvoerbaar zijn. Ten slotte wil de organisatie af van aanvullende Nederlandse regels bovenop Europese wetgeving. Daarmee moet worden voorkomen dat Nederlandse ondernemers met strengere eisen worden geconfronteerd dan bedrijven in andere Europese landen. ONL maakt zich daarnaast zorgen over stijgende belastingen, heffingen en uitvoeringskosten: die verkleinen de financiële ruimte van bedrijven om te investeren en te groeien. De organisatie vraagt het kabinet daarom om ondernemers niet met verdere belastingverhogingen te confronteren. Bedrijven hebben volgens ONL behoefte aan een stabiel en voorspelbaar belastingstelsel, zodat zij investeringsbeslissingen voor de langere termijn kunnen nemen.
Oplossing voor loondoorbetaling bij ziekte Daarnaast wil ONL dat uiterlijk voor Prinsjesdag 2027 een keuze wordt gemaakt over een structurele oplossing voor de loondoorbetaling in het tweede ziektejaar. Daarbij moet de rekening volgens de organisatie niet langer volledig bij de ondernemer worden neergelegd. Ziengs ziet hierin een kans voor het kabinet: “Uw kabinet kan ervoor kiezen om het investeringskabinet te worden dat Nederland zo ontzettend hard nodig heeft.”
QUOTE “Uw kabinet kan ervoor kiezen om het investeringskabinet te worden dat Nederland zo ontzettend hard nodig heeft.” Aldus ONL-voorzitter Erik Ziengs inzake het ondernemersklimaat.
Kabinet mikt op Zelfstandigenwet per 1 januari 2028 Het kabinet wil de nieuwe Zelfstandigenwet op 1 januari 2028 laten ingaan. De wet moet opdrachtgevers en zelfstandigen vooraf meer duidelijkheid geven over de vraag wanneer iemand daadwerkelijk als zelfstandige kan werken. Naar verwachting is het wetsvoorstel bij het ter perse gaan van dit magazine gepubliceerd. Minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie schrijft in een Kamerbrief dat deze zomer verder is gewerkt aan de invulling van de Zelfstandigenwet. Met de nieuwe regels wil het kabinet opdrachtgevers en zzp’ers vooraf meer zekerheid bieden over de beoordeling van hun arbeidsrelatie.
Twee toetsen voor zelfstandigheid In de beoogde systematiek staan twee toetsen centraal: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Ook de onafhankelijkheid van de zelfstandige en het ontbreken van gezag zijn belangrijke uitgangspunten. Met het nieuwe toetsingskader moet vooraf duidelijker worden of iemand een opdracht daadwerkelijk als zelfstandige kan uitvoe-
6/
/ oktober 2026
ren. Aartsen spreekt over “duidelijke spelregels vooraf” en een “veilige haven” voor zelfstandigen en opdrachtgevers.
Meer duidelijkheid voor opdrachtgevers De vraag wanneer iemand werknemer of zelfstandige is, zorgt al jaren voor discussie. Rechterlijke uitspraken laten zien dat bij de beoordeling van een arbeidsrelatie naar de omstandigheden van het individuele geval moet worden gekeken. Zo oordeelde het gerechtshof Amsterdam dat Uber-chauffeurs in principe als zelfstandige ondernemers kunnen werken, maar dat individuele chauffeurs ook op basis van een arbeidsovereenkomst kunnen werken. De Hoge Raad oordeelde eerder dat de maaltijdbezorgers van Deliveroo werknemers waren. Met de Zelfstandigenwet wil het kabinet opdrachtgevers en werkenden vooraf meer houvast geven.
Ingangsdatum nog niet definitief Naar verwachting is het wetsvoorstel eind september gepubliceerd. Het kabinet streeft naar inwerkingtreding van de Zelfstandigenwet per 1 januari 2028. Die datum staat nog niet definitief vast: het voorstel moet eerst verder worden uitgewerkt en vervolgens het wetgevingsproces doorlopen.
update
KORT Rectificatie Flexmarkt Barometer 2026 In het deelnemersoverzicht van de Flexmarkt Barometer 2026, gepubliceerd in het juninummer van Flexmarkt Magazine, worden de omzetcategorieën van HappyNurse en Carrière gecorrigeerd. De juiste indeling op basis van de omzet over 2025 is: • Carrière: 250–500 miljoen euro (circa 340 miljoen euro) • HappyNurse: 50–100 miljoen euro (circa 70 miljoen euro) De online versie van de Flexmarkt Barometer is hierop aangepast.
Wat betekenen de Prinsjesdagplannen voor de flexbranche? Prinsjesdag brengt dit jaar weinig grote verrassingen voor de flexbranche. In de Miljoenennota en begrotingen bevestigt en wijzigt het kabinet vooral eerder aangekondigde plannen. Zo worden ingrepen in de sociale zekerheid uitgesteld, dalen fiscale voordelen voor zelfstandigen verder en wil het Rijk minder extern personeel inhuren. Een aantal eerder aangekondigde bezuinigingen in de sociale zekerheid wordt uitgesteld of geschrapt. Zo gaat de geplande verlaging van het maximumdagloon niet door. De verkorting van de maximale WW-duur van 24 naar 12 maanden schuift door naar 1 januari 2029. Ook kunnen werkgevers in 2027 nog compensatie aanvragen voor de transitievergoeding bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid. Voor zelfstandigen verandert eveneens het nodige. De zelfstandigenaftrek daalt in 2027 van € 1.200 naar € 900. Daarnaast werkt het kabinet aan een nieuwe Zelfstandigenwet, die opdrachtgevers en zzp'ers vooraf meer duidelijkheid moet geven over hun arbeidsrelatie. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Al vanaf 1 januari 2027 komt er een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst voor zelfstandigen met een laag uurtarief. Uit-
gangspunt is € 38 per uur op prijspeil 1 januari 2026. Ook voor uitzend- en detacheringsbedrijven zijn er relevante plannen. Het Rijk wil externe inhuur terugbrengen tot maximaal 10 procent van de totale personele uitgaven. Daarnaast wil het kabinet het gebruik van uitzendkrachten in de vleesverwerkende industrie vanaf medio 2028 verbieden. Dat voorstel is nog niet definitief. De mogelijkheid om onder voorwaarden huisvestingskosten in te houden op het minimumloon van arbeidsmigranten moet per 1 juli 2028 verdwijnen. Werkgevers krijgen verder te maken met hogere gemiddelde Whk-premies. Tegelijkertijd stelt het kabinet voor de maximale onbelaste kilometervergoeding te verhogen naar € 0,25 per kilometer. Ook wordt gewerkt aan veranderingen rond loondoorbetaling bij ziekte en re-integratie. Een deel van de plannen moet nog door het parlement of verder worden uitgewerkt. Wat verandert er nog meer? Scan de QR-code voor het volledige overzicht van alle Prinsjesdagmaatregelen voor de flexbranche op Flexmarkt.nl.
Kabinet wil e-facturatie vanaf 2030 Het kabinet wil bedrijven vanaf 1 juli 2030 verplicht elektronisch laten factureren bij zakelijke transacties. De verplichting moet gaan gelden voor zowel grensoverschrijdende als binnenlandse transacties tussen bedrijven. Het nationale wetsvoorstel wordt de komende tijd verder uitgewerkt.
Werkgevers positiever over personeelsgroei Q4 De Nederlandse arbeidsmarkt laat voor het vierde kwartaal van 2026 een duidelijk herstel zien. Een derde van de Nederlandse werkgevers, 33 procent, verwacht meer personeel aan te nemen. Dat is tien procentpunten meer dan een kwartaal eerder en vijf procentpunten meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Dat blijkt uit de ManpowerGroup Employment Outlook Survey (MEOS).
oktober 2026 /
/7
thema: wet- en regelgeving
Onderzoek Flexmarkt en Payingit naar WTTA
Flexbranche zet vraagtekens bij effectiviteit, maar steunt doel Slechts een kwart van de flexondernemers verwacht dat de WTTA bonafide bedrijven daadwerkelijk beter beschermt tegen concurrentie van partijen die zich niet aan de regels houden. Dat komt naar voren uit een enquête van Flexmarkt en Payingit naar de WTTA. Vooral handhaving, administratieve lasten en onzekerheid over de uitvoering baren zorgen. Wel geeft een meerderheid aan achter het doel van de wetgeving te staan. Tekst: Ronald Bruins
Beschermt de WTTA bonafide flexondernemers straks beter tegen concurrentie van niet-conforme partijen? De flexbranche is daar allerminst van overtuigd. 24,2 procent zegt ‘ja’. Bijna een derde, 32,8 procent, verwacht niet dat de wet betere bescherming biedt. De grootste groep, 43,0 procent, twijfelt. Daarmee weet ongeveer driekwart van de respondenten niet zeker of de WTTA één van haar belangrijkste bedoelde effecten in de praktijk zal bereiken.
Daadwerkelijke controle cruciaal Uit de open antwoorden die flexondernemers konden geven, blijkt waar die twijfel vandaan komt. Ondernemers keren telkens terug naar dezelfde voorwaarde: regels hebben alleen effect als ze daadwerkelijk worden gecontroleerd en overtredingen consequent worden aangepakt. “Alles valt en staat met het handhavingsbeleid van de overheid. Als dat wankelt, kunnen verkeerde partijen nog steeds zakendoen”, schrijft een respondent. Een andere respondent betwijfelt of extra verplichtingen het gewenste onderscheid
De flexbranche steunt het doel van de WTTA, maar twijfelt over de uitwerking in de praktijk. tussen bonafide en malafide ondernemingen maken: “De boeven vang je er niet mee. De totale impact is groot, maar we kunnen niet meer bonafide worden dan we al zijn.” Volgens deze ondernemer lost de wet zonder voortdurende controle weinig op. Ook klinkt de waarschuwing dat nietconforme partijen voorlopig ruimte houden. “Doordat er geen controle is, hebben de cowboys nog een jaar vrij spel.”
Over het onderzoek naar de WTTA 151 respondenten vulden in de periode juni tot en met augustus een of meer vragen van het onderzoek in. Voor de leesbaarheid zijn percentages in de tekst afgerond op één cijfer achter de komma. Daardoor tellen percentages bij sommige vragen mogelijk niet exact op tot 100 procent. Bij vragen waarop meerdere antwoorden mogelijk waren, kan het totaal logischerwijs boven de 100 procent uitkomen.
8/
/ oktober 2026
WTTA volgens meerderheid wel nodig Dat de verwachte bescherming ter discussie staat, betekent niet dat de sector de WTTA massaal afwijst. Op de vraag of de wet als geheel nodig is, antwoordt ruim een kwart van de respondenten (27,6 procent) dat deze absoluut nodig is. De grootste groep, ruim veertig procent, vindt de WTTA nodig, maar wel in aangepaste vorm. Daartegenover staat een vijfde die de wet grotendeels onnodig noemt en bijna tien procent die verwacht dat de WTTA schadelijk is voor de sector. Bij elkaar vinden zeven van de tien flexondernemers de wet absoluut of in aangepaste vorm nodig. Van de respondenten is 37,0 procent het met de doelstelling eens en 20,5 procent
thema: wet- en regelgeving
volledig eens. Samen is dat 57,5 procent. Een neutrale positie wordt ingenomen door 15,8 procent. Verder is 11,8 procent het oneens en 15,3 procent volledig oneens. De weerstand richt zich daarmee niet bij voorbaat tegen iedere vorm van regulering.
Ruim één op vijf niet of nauwelijks begonnen Ondanks de kritiek wachten de meeste flexondernemers niet af. Ruim een derde bevindt zich in de fase waarin concrete voorbereidingen zijn gestart. Nog eens ruim twintig procent noemt de voorbereiding vergevorderd en eenzelfde deel zegt al bijna of volledig compliant te zijn. Een kleinere groep zit in de oriëntatiefase, ruim één op de zes, terwijl zo’n 5 procent nog niet is begonnen.
Verwacht je dat de WTTA bonafide flexondernemers beter beschermt tegen concurrentie van niet-conforme partijen? 50
42,97%
40
32,81%
30
24,22%
20 10 0
Ja
Nee
Ik twijfel
Vind je de WTTA als geheel nodig voor de sector? 60 50
43,31%
40 27,56%
30
20,47%
0
Ja, maar in aangepaste vorm
Ja, absoluut nodig
Nee, grotendeels onnodig
Nee, schadelijk voor de sector
72,73%
Welke impact verwacht je van de WTTA op de verschillende onderdelen van je organisatie? 80
Co n
cu
rre
nti
An
de
rs
0% 3,03%
12,12% 12,12%
40,91% 12,73%
8,18% 13,64% 24,55%
ep os
es roc ep ern Int
lu Aa
nta
itie
1,82%
n se
ten dk ra itz en
nta Aa
18,18% 18,18%
2,73%
16,36%
22,73%
45,45%
50,91% 5,45%
20%
25,45%
lan
ch
s rge Ma
tru ctu
ur
0
lk
10
3,64%
3,64% 1,82%
10% 0,91%
13,64%
20%
20
20%
30
4,55%
40
ten
50
16,36%
43,64% 31,82%
60
48,18%
54,55%
70
ns
Voor een deel van de ondernemers vormt bestaande certificering de basis voor het vertrouwen dat zij op tijd aan de eisen kunnen voldoen. “We zijn SNA-gecertificeerd en daarnaast hebben we een check gedaan op de toelatingseisen. We voorzien dat we aan de gestelde eisen voldoen”, schrijft een respondent. Een ander stelt: “We zijn op de hoogte van de stappen die we moeten zetten en hebben hiervoor een tijdlijn gecreëerd.” Ook eerdere audits, nulmetingen en bestaande procedures worden geregeld genoemd als redenen voor vertrouwen. 56,8 procent van de respondenten verwacht 1 januari 2027 zeker aan de WTTA te voldoen. Nog eens 31,8 procent denkt dat dit waarschijnlijk lukt. Daar staat tegenover dat 6,8 procent twijfelt, 1,5 pro-
8,66%
10
ste
Ondernemers bedacht op wijzigingen
20
Ko
De meest genoemde actie is, logischerwijs, het behalen of aanvragen van een SNA-certificering. 86,0 procent noemt deze stap. Daarnaast heeft 64,7 procent interne processen aangepast en heeft 43,4 procent een toets door een inspectie-instelling laten uitvoeren. Dat betekent dat 56,6 procent nog geen toets door een inspectie-instelling heeft laten uitvoeren. Dat met nog enkele maanden te gaan. Ruim een derde, 36,0 procent, heeft stakeholders geïnformeerd. Dat terwijl er een ketenverantwoordelijkheid geldt en opdrachtgevers boetes kunnen krijgen als ze een uitzendbureau inhuren dat niet aan de WTTA voldoet. Een financiële voorbereiding, bijvoorbeeld voor de waarborgsom, wordt door 16,2 procent genoemd. Slechts 5,9 procent zegt nog geen actie te hebben ondernomen.
Verwacht je op 1 januari te voldoen aan de WTTA? 80 70 60
56,82%
50 40
31,82%
30 20 6,82%
10 0
Ja, zeker
Waarschijnljik wel
Ik twijfel
1,52%
3,03%
Waarschijnlijk niet
Zeker niet
oktober 2026 /
/9
thema: wet- en regelgeving Welke acties heeft jouw organisatie al ondernomen? (meerdere antwoorden mogelijk) 100
86,03%
80
64,71%
60 43,38%
36,03%
40 20
16,18%
5,88%
2,94%
be SN ha Aald ce /in rtific aa er nv ing raa g Int ern ep r aa oces ng se ep n as t ins pe To cti et e-i s d ns oo tel (bi Fin lin r jvo an g orb cië ee le v ld oo wa rb arb ere org idin St ak so g eh m) old ers ge ūnf orm Ne Aa de nvr ee rla aa rd nd g t se oe Au lati tor ng ite ing it U ed itle ien en d b ma ij rkt No gg ee na cti es
An de rs
6,62%
0
In welke fase bevindt jouw organisatie zich ten aanzien van WTTA-implementatie? 50 45 40
36,17%
35 30 25
17,02%
20
21,99%
19,86%
15 10
4,96%
5 0
t
tar
es
g iet
gn
No
e
fas
tie
ta iën
en
ing
Or
te cre
id ere
orb
vo
nt
erd
plia
ord
v rge
Ve
jn
n
Co
(Bi
dig
olle
v a)
m co
cent waarschijnlijk niet op tijd zal voldoen en 3,0 procent verwacht zeker niet te voldoen. Het beeld wordt in de toelichtingen wel van voorwaarden voorzien. Ondernemers wijzen onder meer op mogelijke wijzigingen of verduidelijkingen van de regels, het tijdstip van certificering, de waarborgsom en afhankelijkheid van software.
Praktische uitwisseling mogelijk moeilijk “Met deze overheid weet je niets zeker. De regels kunnen zomaar weer veranderen”, schrijft een respondent. Een ander zegt: “Nog niet alles is duidelijk. Op het laatste moment kan in de wetgeving iets verduidelijkt worden, waardoor nog aanpassingen nodig zijn.” Ook de praktische uitwisseling van gegevens met opdrachtgevers wordt genoemd. Zo schrijft een ondernemer dat de norm rond het aanleveren van uren moeilijk uitvoerbaar kan zijn, omdat de benodigde informatie van inleners moet komen. De grootste implementatie-uitdaging is de verwachte administratieve belasting. Bijna zestig procent noemt de administratieve lasten als een van de maximaal drie belangrijkste uitdagingen. Onzekerheid over de uitvoering door de overheid wordt door ruim de helft genoemd, terwijl bijna de helft onzekerheid over de regels noemt. Voor een derde is het informeren en meekrijgen van opdrachtgevers een belangrijk knelpunt. Kosten, capaciteit en interne kennis en IT-systemen worden respectievelijk door 19, 18 en 14 procent genoemd.
Heeft volgens u de WTTA impact op uw organisatie? 100
Vooral bij kleinere bedrijven lastenverzwaring
85,27%
80 60 40 20
14,73%
0
Ja, denk het wel
Nee
In hoeverre ben je het eens met de doelstelling van de WTTA? 45 40
37,01%
35 30 25
20,47%
20
15,75%
14,96%
15
11,81%
Vooral kleinere ondernemingen vrezen dat de verplichtingen relatief zwaar op de organisatie drukken, komt naar voren uit de open antwoorden. “Zeer zware administratieve lastenverzwaring voor een relatief klein bedrijf”, duidt een respondent. Een andere ondernemer spreekt van “een hoop administratie voor een klein detacheringsbureau” en stelt dat de impact van alle regels groot is. Ook bestaande keurmerken en controles roepen vragen op. Een respondent vindt dat de toelating en controle voor uitzendorganisaties die al jarenlang aantoonbaar aan normen voldoen, eenvoudiger zouden moeten worden. Het liefst zonder extra kosten of nog een inspectie. Een ander noemt “tijdrovende en telkens terugkomende audits”.
10
Grote impact, verschillend oordeel
5 0 di
olle
v 1=
10 /
ns
ee
n go
ns
ee
2
n =o
/ oktober 2026
al
tra
3=
u ne
s
en
e 4=
dig
olle
v 5=
e me
ns
ee
85,3 procent verwacht dat de wet impact heeft op de eigen organisatie. Slechts 14,7 procent verwacht geen impact. Waar de gevolgen precies terechtkomen, verschilt sterk.
thema: wet- en regelgeving Welke externe specialisten of adviseurs ondersteunen jouw organisatie bij de invoering van de WTTA? (meerdere antwoorden mogelijk) g
80 70
62,50%
60
53,13%
50
38,28%
40
32,03%
30
26,56% 21,09%
20
7,81%
45 40 35
31,21%
30 25
20,57%
20
15,60%
15
15,60% 10,64% 6,38%
5 0
n
50
00
-1
50
de
in
M
a rd
50
00
-5
-2
1 10
1 25
0
00
1.
01
an
0
00
1.
rd
5
ee
M
Hoeveel fte aan interne medewerkers heeft jouw organisatie? 50 45 40 35
36,17%
30
26,24%
25 20
17,73%
15 9,22%
10
6,38%
4,26%
5
fte
fte
da n
-2
25
0
50
fte
ee r M
51
-1
00
fte 0 -5 21
6-
20
fte
0
fte
De uitkomsten van het onderzoek schetsen een sector die geen breed vertrouwen heeft dat de WTTA bonafide ondernemers een eerlijker speelveld bezorgt. De bepalende factor is volgens veel respondenten niet alleen wat er op papier wordt verlangd, maar wat er straks in de praktijk gebeurt. Een van de flexondernemers vat het goed samen: “Alles valt en staat met handhaving.”
de rs
50
15
Wat gebeurt er in de praktijk?
An
ch ad vis eu ftw r are lev era nc Ba ier cko ffic e lev Co era mp nc lian ier ce/kw alit eits Bra ad nc vis he org eu r an isa tie( AB U/N HR BB -o U) fo pe rat Ac ion co sad un vis tan eu t/fi r n an Ins cie pe el a ctie dvi -o seu Ex fc ter ert r ne ific erin co nsu gsi ltan nst an t/ i tie mp lem en Ge tat en iep ext art e ne voe rne o r ren nd de erst WT eun TA ing inte ; we rn uit
dis
So
juri ist/
Hoeveel uitzendkrachten zendt jouw organisatie op dit moment uit?
10
Bij de voorbereidingen zoeken veel ondernemingen externe ondersteuning. Van de respondenten krijgt bijna twee derde hulp van een inspectie- of certificeringsinstantie. Brancheorganisaties als ABU en NBBU worden door ruim de helft genoemd. Softwareleveranciers ondersteunen bijna veertig procent en juristen of juridisch adviseurs bijna een op de drie. Verder noemt een op de vijf een backofficeleverancier en eenzelfde deel een accountant of financieel adviseur. Een kwart voert de implementatie zonder externe ondersteuning uit.
3,91%
3,13%
0
Te duur voor klanten Sommige ondernemers vrezen bovendien dat hogere kosten worden doorberekend aan opdrachtgevers. “We worden te duur voor klanten”, schrijft een respondent. Een ander verwacht dat uitzendkrachten duurder worden ten opzichte van zzp’ers door hogere tarieven en meer administratie. Ook wordt erop gewezen dat niet iedere vorm van arbeidsbemiddeling met dezelfde problemen te maken heeft. “Wij als IT-organisatie zijn niet hetzelfde als bijvoorbeeld ingehuurde tomatenplukkers”, aldus een deelnemer aan het onderzoek.
13,28%
10
Jur
De concurrentiepositie springt eruit als het onderdeel waarop respondenten relatief vaak een positief effect voorzien. Een groot deel van de respondenten voorziet een positieve of zeer positieve invloed op de concurrentiepositie. De sector ziet dus wel degelijk mogelijkheden voor een betere concurrentiepositie. Dat optimisme vertaalt zich niet automatisch in vertrouwen dat niet-conforme partijen daadwerkelijk uit de markt worden gedrukt.
19,53%
10 1
Bij de kostenstructuur verwachten 81 van de respondenten die deze matrixvraag invulden een negatief of zeer negatief effect. Bij marges gaat het om 62 respondenten. Ook de interne processen worden relatief vaak negatief beoordeeld: 67 respondenten verwachten daar een negatief of zeer negatief effect. Bij het aantal klanten en het aantal uitzendkrachten kiest de grootste groep voor een neutrale impact.
oktober 2026 /
/ 11
thema: wet- en regelgeving
Cees Maat, CEO Payingit:
“WTTA vraagt meer dan voldoen aan nieuwe regels”
12 /
/ oktober 2026
thema: wet- en regelgeving
De WTTA moet de flexbranche eerlijker en beter gereguleerd maken. Over die bedoeling is Cees Maat, CEO van Payingit, niet zozeer kritisch. “Mijn twijfel zit ergens anders: gaan de nieuwe regels er daadwerkelijk voor zorgen dat malafide partijen worden aangepakt? Door middel van handhaving moet er een gelijk speelveld ontstaan.” Tekst: Elske Muis
ie twijfel ziet Maat terug in het onderzoek dat Flexmarkt en Payingit uitvoerden naar de komst van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA). Met Payingit runt Maat zelf een flexbedrijf dat diensten levert aan andere flexbedrijven. Daardoor ziet hij van dichtbij wat er bij flexondernemers speelt en welke trends en sentimenten er in de markt leven. De uitkomsten van het onderzoek verrassen hem dan ook niet. “Ik dacht eigenlijk dat ik cynisch op mijn eigen eilandje zat, maar nu staat het gewoon in cijfers. Dan denk ik wel: oei, we hebben echt werk aan de winkel.”
D
Klaar voor de WTTA? Opvallend vindt Maat vooral het vertrouwen waarmee veel ondernemers naar de deadline kijken. Een ruime meerderheid verwacht op tijd aan de WTTA te voldoen. Tegelijkertijd is een deel nog niet begonnen of pas bezig zich te oriënteren. Maat vraagt zich af of ondernemers goed kunnen inschatten hoeveel werk hen nog te wachten staat. “Ik denk dat ze de opdracht onderschatten, hun eigen kunnen wat overschatten en daarnaast bagatelliseren hoe snel ze aan de beurt zijn met een pittige controle.” Payingit heeft zelf al ervaren dat zo’n controle verrassingen kan opleveren. “Wij hebben al voorinspecties gehad en daar kwamen dingen uit, ondanks dat we dachten: wij zijn het braafste jongetje van de klas.” Voor Maat is dat precies waarom ondernemers niet te snel moeten aannemen dat ze klaar zijn. Zeker wanneer nog geen voorinspectie is gedaan of
“Ik denk dat ondernemers de opdracht onderschatten”
externe expertise is ingeschakeld. “Dan ga je er ook niet achter komen.”
Kleine ondernemers voelen de druk De zorgen van respondenten zitten onder meer bij administratieve lasten, onduidelijkheid over de regels en onzekerheid over de uitvoering door de overheid. Volgens Maat zijn die lasten niet voor iedere flexondernemer hetzelfde. Voor bedrijven die al jaren gecertificeerd zijn en hun complianceprocessen hebben ingericht, verwacht hij relatief minder problemen. Bij kleinere uitzenders en detacheerders kan de impact groter zijn. “Het gaat natuurlijk allemaal over complianceprocessen inrichten en de certificering halen. Je gaat veel meer schaal nodig hebben als uitzender.” Daar zit volgens hem een pijnlijke tegenstelling. De wet is bedoeld om misstanden tegen te gaan, terwijl bonafide kleinere bedrijven eveneens met extra eisen worden geconfronteerd. “Ik denk dat met name de kleine partijen die het netjes willen doen, worden geraakt door deze wetgeving. En ik vraag me heel erg af of de partijen die het niet netjes willen doen, nu wél netjes gaan opereren.”
Zonder handhaving geen gelijk speelveld Uit het onderzoek blijkt dat maar ongeveer een kwart van de respondenten verwacht dat de wet bonafide flexondernemers daadwerkelijk beter beschermt tegen niet-conforme concurrenten. De grootste groep twijfelt. “Ik begrijp die terughoudendheid. Regels toevoegen heeft weinig zin wanneer bedrijven die zich nu al bewust niet aan bestaande regels houden, ook straks buiten schot blijven. We kunnen bij wijze van spreken nog vijf hoofdstukken toevoegen aan de regelgeving. Maar ga je je er dan wel aan houden? Deze wetgeving gaat alleen werken als je flexbedrijven er ook aan houdt.” “Een uitzendbureau beginnen is een koud kunstje”, beschouwt Maat. “Om het dan netjes en compliant te doen, is vers twee.
Een hogere toetredingsdrempel kan een deel van het opportunisme uit de markt halen en past bij een branche die steeds professioneler wordt.” Daarbij moet volgens hem wel worden voorkomen dat bedrijven simpelweg naar andere constructies uitwijken. “Bijvoorbeeld: partijen die werk als opdracht aannemen en daarmee stellen dat zij geen arbeidskrachten ter beschikking stellen. Ook daar geldt: de regels hebben alleen effect als daadwerkelijk wordt gecontroleerd.”
Eerlijk werk vraagt om een eerlijk tarief De WTTA raakt niet alleen flexondernemers. Ook opdrachtgevers moeten mee in de professionalisering van de markt. In de praktijk hoort de CEO regelmatig van ondernemers dat zij willen voldoen aan de regels, maar tegelijkertijd concurreren met partijen die goedkoper werken. “Ik hoop dat de nieuwe situatie leidt tot een oprecht partnerschap, waarin we eerlijke tarieven mogen vragen voor eerlijk werk en voor de eerlijke behandeling van mensen. Dat is uiteindelijk ook de diepere gedachte achter de WTTA.”
Werk aan de winkel De discussie gaat volgens de CEO uiteindelijk over meer dan certificering, controles en administratieve processen. De overheid moet ook vertrouwen creeren dat de nieuwe regels daadwerkelijk effect hebben. Daar ligt volgens hem een belangrijke taak voor de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. “Ik hoop dat ze een plan hebben om autoriteit niet af te dwingen, maar ook dat respect te verdienen.” Flexondernemers moeten volgens Maat vooral niet te lang wachten of ervan uitgaan dat ze er al zijn. Een goede voorbereiding kan immers alsnog verbeterpunten blootleggen, weet Payingit uit eigen ervaring. Of de WTTA uiteindelijk daadwerkelijk het gewenste gelijkere speelveld oplevert, wil Maat nog niet voorspellen. “The proof of the pudding is in the eating.”
oktober 2026 /
/ 13
Sponsored content
Van negen labels naar gezamenlijke processen
Team EIFFEL werkt als één collectief door standaardisering Ga er maar aan staan: negen organisaties onder één vlag samenvoegen. Bij Team EIFFEL krijgen ze het met succes voor elkaar. Als één collectief van specialisten in legal, finance, data en projectmanagement helpt Team EIFFEL organisaties om toekomstbestendig te blijven. AFAS ondersteunt daarbij als bronsysteem voor alle administratieve bedrijfsprocessen. erst een kleine stap terug in de tijd. De keuze voor het ERP-pakket van AFAS maakt Team EIFFEL in 2022 op basis van eerdere positieve ervaringen. Detacheringsbedrijf DPA, een van de bedrijven die onderdeel werd van Team EIFFEL, werkte namelijk al sinds 2019 naar tevredenheid met de bedrijfssoftware. Daar werd een grote sprong voorwaarts in kwaliteitsverbetering gerealiseerd, met meer structuur in de backofficeprocessen en een sterkere focus op digitalisering en procesoptimalisatie.
E
Overgang naar AFAS voor standaardisatie Niet verwonderlijk dus dat de procesinrichting die destijds bij DPA is opgezet, nu als basis dient voor de volledige Team EIFFEL-organisatie. “AFAS biedt ons daar een hele mooie standaard voor waardoor er nauwelijks maatwerk nodig is”, vertelt Marc Lukkien, manager Business Applications bij Team EIFFEL. Ook Francien Berg, head of HR Services, heeft meerdere goede ervaringen die bevestigen dat AFAS het ERP-pakket voor de toekomst van Team EIFFEL is. “Het systeem is goed geintegreerd met payroll en ontzettend goed onderhouden als het
gaat om de Nederlandse wet- en regelgeving, bijvoorbeeld op het gebied van ouderschapsverlof en rapportageverplichtingen. AFAS gaat snel mee met veranderingen door nieuwe functionaliteit te ontwikkelen. Omdat we standaardisatie nastreven in de volledige organisatie, was de overgang naar één platform voor al onze labels de meest logische keuze.”
Manager & Employee Self Service-oplossing Daarbij leeft de wens om voor de verschillende stafdiensten van Team EIFFEL meer volgens een Manager Self Service- en Employee Self Service-oplossing te gaan werken. AFAS brengt dat met zich mee. Zo ook voor HR, ervaart Berg. “Hiervoor werkten we met een apart personeelssysteem en een apart salarissysteem. Het was geen geïntegreerd totaalpakket en het had gebrekkige mogelijkheden tot self service en het maken van rapportages. Er was weinig eenheid en standaardisatie. Dat hebben we nu bereikt door AFAS te implementeren in de volledige organisatie. Bedrijven die we overnemen gaan uiteindelijk over op AFAS en sluiten daarmee aan bij dezelfde manier van werken en dezelfde standaarden. Ondertussen houden we, ei-
AFAS ondersteunt Team EIFFEL inmiddels als bronsysteem voor alle administratieve bedrijfsprocessen.
14 /
/ oktober 2026
Sponsored content
Over Team EIFFEL Team EIFFEL is ’s lands grootste speler in projectmanagement, consultancy en integrale oplossingen. Door multidisciplinaire domeinkennis te combineren met data, processen en AI helpt het bedrijf organisaties in public en profit om grote vraagstukken op te lossen, prestaties te verbeteren en mee te bewegen met verandering.
Marc Lukkien en Francien Berg: “We hebben AFAS geïmplementeerd in de volledige organisatie.” genwijs als we zijn, die manier van werken en standaarden continu kritisch tegen het licht en voeren we waar nodig verbeteringen door.”
Efficiënte en schaalbare werkprocessen Anno 2026 is Team EIFFEL erg ver in dat proces van standaardisatie en optimalisatie. Hoe krijgt de organisatie het voor elkaar om maar liefst 3500 mensen met verschillende bedrijfsachtergronden volgens de standaard in AFAS te laten werken? “Dat is uitdagend en omvangrijk, maar de self service-oplossing die AFAS biedt, verkoopt zichzelf”, zegt Lukkien. “Het systeem brengt ons inzicht, eigen regie en zorgt ervoor dat we administratieve werkzaamheden efficiënter doen en werkprocessen schaalbaarder worden.” Geduld is daarbij een sleutelwoord. Berg: “We besteden er veel tijd aan om iedereen continu mee te nemen in de veranderingen die we doormaken. Je kunt niet verlangen dat iedereen op de eerste de beste dag om is. We leggen uit wat en hoe we het gaan doen, wat de randvoorwaarden daarbij zijn en toetsen continu hoe dat in de praktijk uitpakt.”
Goede beheerorganisatie Een goede interne beheerorganisatie is essentieel. Bij Team EIFFEL plukken ze daar de vruchten van; de organisatie speelt snel in op verandering en heeft daarbij het stuur stevig in handen, zonder te hoeven kiezen voor ingrijpende en dure implementatietrajecten. “Het Business Applications team bestaat uit zes collega’s inclusief mezelf, en houdt zich met name bezig
Over AFAS Software In de flexbranche draait alles om snelheid, grip en een foutloze administratie. Met AFAS breng je medewerkers, plaatsingen, uren, verloning, facturatie en financiën samen in één geïntegreerd ERP-systeem. Je automatiseert processen, houdt inzicht in kosten, opbrengsten en marges en houdt grip op wet- en regelgeving. Zo werk je efficiënt én in control. Meer weten? Ga naar afas.nl/flexbranche.
met de inrichting en het beheer van AFAS en de koppelingen met andere applicaties”, licht Lukkien toe. “Vanaf het begin doen we veel zelf, ook de complexe onderdelen. Als we er niet uitkomen kunnen we altijd bij AFAS terecht voor ondersteuning. Daardoor hebben we veel kennis opgebouwd. Het is continu leren, maar omdat we met een kleine groep heel veel weten komen we een heel eind. Ondertussen is er veel AFAS kennis aanwezig in andere teams zoals bij HR en Finance. Dit maakt optimalisaties en integraties steeds eenvoudiger.”
Medewerkers ervaren meer gebruikersgemak De oogst van al die inspanningen mag er zijn. “Medewerkers ervaren gebruikersgemak”, vertelt Berg. “Processen gaan simpel en snel en ze worden er stap voor stap doorheen geleid. Ook is er veel handmatig werk uitgehaald. Gegevens overkloppen in Excel om bijvoorbeeld een mutatie door te voeren is verleden tijd. Iedereen ziet het gemak van een happy flow.” “Leidinggevenden kunnen nu makkelijk zelf een mutatie opstarten, in plaats van dat ze ons daarvoor een e-mail moeten sturen. De voortgang is altijd inzichtelijk, net als bijvoorbeeld het verlofsaldo. Inzicht, regie en flexibiliteit door in workflows bepaalde stappen te zetten: dat is wat werken met AFAS leidinggevenden brengt. Wij zijn er ontzettend blij mee.” Vooral standaardisatie levert in de praktijk voordelen op. Lukkien: “Dat voedt het gebruikersgemak dat medewerkers ervaren. Want we kunnen zeggen: dit is hoe we werken. Er is een beetje bewegingsvrijheid voor specifieke wensen, maar verder: dit is wat het is. We merken dat die duidelijkheid helpt.”
Fundament voor verdere groei Ambities en wensen zijn er zeker nog. “Centraal in de toekomstvisie van Team EIFFEL staat het verder harmoniseren van de labels naar één sterke organisatie, waarbij we bovendien onze backoffice-processen verregaand willen optimaliseren door AI toe te passen. Daarvoor is het belangrijk dat onze werkprocessen schaalbaar zijn en blijven. AFAS biedt ons een fundament voor verdere groei.” Dit artikel is gesponsord door AFAS.
oktober 2026 /
/ 15
thema: wet- en regelgeving
Gelijkwaardig belonen zet verzuimkosten verder onder druk
“De impact is groter dan we vooraf hadden berekend” Toen op 1 januari de regels rondom gelijkwaardig belonen ingingen, lag de focus van veel uitzendorganisaties op de loonadministratie en het in kaart brengen van arbeidsvoorwaarden. Inmiddels worden ook andere effecten duidelijk zichtbaar. Volgens Alexandra Nieuwenhuizen, Director Sales & Accounts bij Acture, en Jochem Köster, directeur van Ascot Advies, komen drie ontwikkelingen samen: het aantal uitzenduren daalt, de verzuimkosten stijgen en de financiële risico’s rond verzekerbare arbeidsvoorwaarden zijn bij uitzendorganisaties nog niet altijd voldoende bekend. Tekst: Elske Muis
e invoering van gelijkwaardig belonen draaide eerder vooral om de juiste toepassing van cao’s en arbeidsvoorwaarden. Toch valt nu op dat de aandacht ook verschuift naar de financiële gevolgen van ziekteverzuim. Volgens Nieuwenhuizen was al voor de invoering duidelijk dat de nieuwe cao financiële gevolgen zou hebben. “Wij hebben eind vorig jaar met onze klanten gekeken wat de impact ongeveer zou zijn. Door het vervallen van de wachtdag en de toename van de loondoorbetaling van 90 naar 100 procent, kwamen we uit op een stijging van 10 tot 15 procent. Nu in de praktijk zien we bij de meeste klanten zelfs een stijging van ongeveer 20 procent.”
D
Veranderend gedrag Die stijging is niet alleen terug te zien in de kosten, maar ook in het aantal ziekmeldingen. Nieuwenhuizen: “Wij zien in onze data dat het aantal ziekmeldingen is gestegen. Deze trendbreuk valt samen met het vervallen van de wachtdag. In januari en februari is het verzuim altijd hoog vanwege de griepgolf. Normaal zien we daarna een daling. Die zagen we dit jaar niet zoals gebruikelijk.” Die stijging komt boven op een ontwikkeling die Acture al langer in de eigen
16 /
/ oktober 2026
data ziet. Uit hun cijfers blijkt dat tussen 2022 en 2025 de gemiddelde duur van fysiek verzuim met 14 procent toenam. Het aantal ziekmeldingen met een fysieke oorzaak steeg in diezelfde periode met 62 procent. Bij sociaal-emotioneel verzuim nam de gemiddelde duur met 10 procent toe en het aantal meldingen met 50 procent.
Onbekend terrein Voor veel uitzenders komt dat op een ongelukkig moment. Het aantal uitzenduren loopt al terug en de vraag is waar de rekening voor alle extra kosten komt te liggen. “Onze klanten zeggen: ‘wij gaan daar niet voor betalen’. Daardoor staan de marges nog verder onder druk en wordt verzuim voor veel uitzenders een nog veel belangrijker thema dan het al was. Bij organisaties die veel met arbeidsmigranten werken, spelen bovendien nog andere kostenverhogingen een rol, zoals de gewijzigde btw-regels rondom tijdelijke huisvesting. Die combinatie zorgt er juist voor dat sommige bedrijven hun kosten nauwelijks nog kunnen beheersen.” Ascot Advies ziet nog een ander risico ontstaan. Directeur Jochem Köster ziet dat veel uitzenders na de invoering van gelijkwaardig belonen vooral bezig zijn geweest met de verloning. Pas daarna re-
Gelijkwaardig belonen vraagt van uitzendorganisaties om verder te kijken dan de loonadministratie: ook verzuimkosten en verzekerbare arbeidsvoorwaarden kunnen grote financiële gevolgen hebben.
thema: wet- en regelgeving
aliseren zij zich dat ook aanvullende inkomensvoorzieningen onderdeel kunnen zijn van de cao’s waarvoor zij personeel leveren. “Toen die verloning eenmaal ingeregeld was, merkten we – en dat merken we nog steeds – dat uitzenders zich nu gaan richten op de verzekerbare arbeidsvoorwaarden. Dan komen ze op voor hen heel onbekend terrein, waarbij ze eigenlijk niet goed weten welke risico’s ze lopen.”
Zelf dragen of verzekeren? Goed risicomanagement begint met inzicht, aldus Köster. “Wij helpen werkgevers eerst in beeld te brengen welke cao’s ze bedienen, welke bepalingen daarin staan en wat dat betekent voor hun werknemers. Pas daarna kun je bepalen of je risico’s zelf wilt dragen of dat verzekeren verstandiger is.” De mogelijke financiële gevolgen zijn aanzienlijk. “Stel je voor dat
een uitzendkracht van ongeveer dertig jaar arbeidsongeschikt raakt. Als er recht bestaat op een aanvullende inkomensvoorziening en dat is niet geregeld, dan kan één aanspraak oplopen tot drieënhalf à vier ton. Als werkgevers die bedragen zien, schrikken ze zich natuurlijk een hoedje.” “De financiële impact van dit probleem gaat zich pas over twee jaar voor het
oktober 2026 /
/ 17
thema: wet- en regelgeving
“Organisaties die verzuim structureel onderdeel maken van hun bedrijfsvoering boeken aantoonbaar betere resultaten” Verzuimbeheersing begint bij recruitment
Jochem Köster: “Als je niet weet welk risico je loopt, maak je je misschien ook niet zoveel zorgen. Daarom draait het nu vooral om awareness.”
eerst aandienen. Dan zijn de eerste mensen door de wachttijd heen en komen ze met inkomensachteruitgang bij hun werkgever terecht. Dan kun je dat specifieke risico niet meer verzekeren. Het is niet zozeer dat werkgevers fouten maken. De kennis ontbreekt gewoon. Als je niet weet welk risico je loopt, maak je je misschien ook niet zoveel zorgen. Daarom draait het nu vooral om awareness.”
Verschil klein en groot Het zijn vooral kleinere uitzenders die moeite hebben om alle wijzigingen bij te benen, zien ze beiden. Nieuwenhuizen: “De grotere organisaties hebben meer capaciteit, vaker een juridische afdeling en hebben het over het algemeen beter geregeld. Bij kleinere bureaus doet de directeur-eigenaar vaak alles zelf. Dan ontbreekt soms gewoon de kennis of de tijd.” De hoeveelheid en complexiteit van de veranderingen maken het volgens Köster begrijpelijk dat nog niet iedere uitzendorganisatie alle risico’s in beeld heeft. “Het verbaast me niet dat er met deze complexiteit en de omvang van de wijzigingen nog steeds flexbedrijven zijn die hier niet actief mee bezig zijn, ondanks alle aandacht vanuit brancheorganisaties en de vakmedia.”
18 /
/ oktober 2026
De grootste winst in verzuimbeheersing valt niet te behalen tijdens een ziekmelding, maar daarvoor. “Maak verzuim een heel belangrijk onderdeel van je bedrijfsvoering. De gesprekken met medewerkers, het aannemen van ziekmeldingen en de begeleiding moeten echt aandacht krijgen. Doe je het erbij, dan gaat het geheid stijgen”, aldus Nieuwenhuizen. Ook het wervingsproces verdient volgens haar meer aandacht. “Door de druk op het behouden van marktaandeel is de verleiding groot om iedereen maar aan te nemen. Kijk ook goed naar de doelgroep die je binnenhaalt. Anders haal je soms ook problemen binnen.” Organisaties die verzuim structureel onderdeel maken van hun bedrijfsvoering boeken aantoonbaar betere resultaten, zien ze. “Klanten die dit onderwerp heel serieus nemen en echt investeren in aandacht voor medewerkers, zien uiteindelijk dat het verzuim daalt. Aandacht is gewoon superbelangrijk.” Daarbij zet de organisatie steeds vaker gespecialiseerde ondersteuning in, zoals arbeidsdeskundigen, fysiotherapie en externe re-integratiepartners. Ook loopt sinds 1 mei 2026 een proef rond de Eerstejaars Ziek-
tewet-beoordeling (EZWB). UWV voert tot en met 31 december 2026 3.400 EZWB’s uit voor eigenrisicodragers voor de Ziektewet. De proef is gestart met de private uitvoerders Acture, HCS en Robidus. Zij leveren gericht dossiers aan waarbij de kans groot is dat een werknemer uit de Ziektewet stroomt. Het doel is daarmee ook het aantal WIA-aanvragen en benodigde WIA-beoordelingen te verminderen.
Aandacht voor de mens Beiden verwachten dat werkgevers de komende jaren steeds nadrukkelijker moeten nadenken over de manier waarop zij verzuim en werkgeversrisico’s organiseren. Volgens Köster zal de verzekeringsvraag verder toenemen, naarmate de financiële risico’s groter worden. “Aan de voorkant gaat aandacht dan het verschil maken. Op het moment dat er eenmaal verzuim is, komt het vaak ook gewoon neer op UWV die zijn wettelijke taak goed moet uitvoeren.” Nieuwenhuizen rekent vooral op een beter functionerende samenwerking tussen publieke en private partijen bij langdurig verzuim. “Tenslotte kan ook daar op het gebied van AI en digitalisering nog vooruitgang worden geboekt, maar blijft aandacht het verschil maken”, zegt zij. “Uiteindelijk blijft persoonlijk contact essentieel voor de kortste route naar herstel.”
Alexandra Nieuwenhuizen: “Uiteindelijk blijft persoonlijk contact essentieel voor de kortste route naar herstel.”
column Hendarin Mouselli is advocaat flexibele arbeid bij VRF Advocaten en promovenda aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is zij spreker en schrijver over allerlei onderwerpen in de flexbranche. hendarin@vrfadvocaten.nl
Hendarin Mouselli Wachten op Godot bij het UWV De WIA begint steeds meer op het toneelstuk Wachten op Godot te lijken. Iedereen wacht op een WIA-beslissing die misschien ooit komt, maar niemand weet precies wanneer. Werkgever niet. Werknemer niet. Advocaat niet. En het UWV zelf ook niet. Na twee jaar ziekte ontstaat regelmatig discussie: de werknemer wil eerst de beslissing van het UWV over zijn WIA-aanvraag afwachten, terwijl de werkgever het dienstverband liever direct beëindigt. Zolang de arbeidsovereenkomst blijft bestaan, loopt de werkgever risico’s. Denk aan een werknemer die herstelt en zich weer beschikbaar stelt voor werk, een hernieuwde discussie over re-integratie of een claim voor uitbetaling van opgebouwde vakantiedagen tijdens een slapend dienstverband. Werkgevers kunnen in een dergelijk geval een ontslagaanvraag bij het UWV wegens langdurige arbeidsongeschiktheid indienen. Ze hoeven niet lijdzaam te wachten op de WIA-beslissing. Wel moet de werkgever aannemelijk maken dat de werknemer ten minste 104 weken arbeidsongeschikt is geweest. Dat kan blijken uit medische stukken of een verklaring van de bedrijfsarts. Daarnaast gelden twee belangrijke voorwaarden. Ten eerste moet er een actuele 26-wekenprognose van de bedrijfsarts liggen waaruit blijkt dat herstel voor de eigen functie, ook in aangepaste vorm, binnen die periode niet te verwachten is. Ten tweede moet de werkgever aantonen dat herplaatsing binnen de onderneming niet mogelijk is. Juist over die herplaatsingsplicht ontstaat vaak discussie. In de praktijk worden re-integratie en herplaatsing regelmatig door elkaar gehaald. Een werknemer kan nog wel passend werk verrichten in het kader van re-integratie, zonder dat sprake is van een structurele functie waarin hij kan worden herplaatst. Voor het UWV draait het vooral om de vraag of er passende vacatures zijn of binnen afzienbare tijd zullen ontstaan. Toch moeten werknemers zich niet te snel neerleggen bij een ontslagaanvraag. De re-integratiedocumentatie kan namelijk belangrijke aanknopingspunten bieden. Als uit de poortwachterstukken blijkt dat jarenlang is ingezet op terugkeer in aangepast werk of ander passend werk binnen de organisatie, rijst de vraag waarom die mogelijkheden na precies twee jaar opeens zijn verdwenen. Waarom was terugkeer in spoor 1 steeds het doel als daarvoor geen structurele plek beschikbaar zou zijn? Ook de verklaring van de bedrijfsarts verdient aandacht. De relevante vraag is niet of de werknemer binnen 26 weken passend werk kan verrichten, maar of hij zijn eigen functie, eventueel met redelijke aanpassingen in uren, taken of arbeidsomstandigheden, kan hervatten. Dat onderscheid kan beslissend zijn voor de uitkomst van de procedure. De belangrijkste les is dat een werkgever en werknemer niet hoeven te wachten op de WIA-beslissing van het UWV. Een ontslagvergunning wegens langdurige arbeidsongeschiktheid kan eerder worden aangevraagd. Van een automatisme is echter geen sprake. Vooral de herplaatsingsmogelijkheden en de inhoud van het re-integratiedossier kunnen het verschil maken. Net als bij Godot staat iedereen te wachten. Het verschil is alleen dat de werkgever soms gewoon mag vertrekken voordat Godot eindelijk verschijnt. Maar wie te vroeg opstaat zonder goed naar het dossier te kijken, loopt het risico dat de voorstelling alsnog een onverwachte wending krijgt.
oktober 2026 /
/ 19
thema: wet- en regelgeving
NAU over WTTA
Van Nieuwamerongen: “Markt wordt wakker, maar kennisachterstand is nog groot” De invoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) op 1 januari komt steeds dichterbij. Vooral buiten de traditionele uitzendbranche is nog veel onduidelijkheid over wie precies onder de wet valt. “De markt wordt langzaamaan wakker”, zegt Kees van Nieuwamerongen van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). “Maar ik zie ook hoe groot de kennisachterstand nog is en hoeveel er nog moet gebeuren.” Tekst: Elske Muis
orig jaar sprak Flexmarkt Van Nieuwamerongen over de opbouw van de nieuwe toezichthouder en de komst van de WTTA. Zijn boodschap destijds: laat je niet overvallen. Bijna een jaar later is de wet aangenomen en komt de uitvoering steeds dichterbij. Vanaf 1 november kunnen uitleners zich melden bij de NAU. De daadwerkelijke toelatingsaanvraag volgt later. Op 1 januari 2027 gaat het nieuwe stelsel van start en een jaar later begint de handhaving.
V
Markt wordt wakker, maar niet overal even snel Dat de WTTA eraan komt, is binnen de traditionele uitleenmarkt inmiddels behoorlijk doorgedrongen, ziet Van Nieuwamerongen. Toch bestaan er grote verschillen. “Ik denk dat de leden van de brancheverenigingen goed aan de hand meegenomen zijn. Ook bij hen is de achterstand in kennis en voorbereiding soms nog groot, maar zij zijn substantieel verder dan uitleners die niet bij een branchevereniging zijn aangesloten.” Buiten de brancheverenigingen is het beeld anders. Er zijn volgens hem nog veel uitleners die niet precies weten wat
20 /
/ oktober 2026
er gaat gebeuren. Bij inleners is die kennisachterstand nog groter. Grote opdrachtgevers zijn doorgaans op de hoogte, maar bij detacheerders en andere zakelijke dienstverleners die zichzelf niet direct als uitlener beschouwen, ziet Van Nieuwamerongen nog een zekere ‘ontkenningsfase’. Om die kennisachterstand te verkleinen, probeert de NAU uitleners en inleners op verschillende manieren te bereiken. Zij moeten niet alleen weten dat de WTTA eraan komt, maar ook begrijpen wat de wet van hen vraagt en wanneer zij in actie moeten komen. De NAU werkt daarvoor samen met partners en brancheorganisaties, beantwoordt vragen in het land en probeert ondernemers via onder meer campagnes, PR, LinkedIn en de eigen website te bereiken.
“Het geldt voor veel meer partijen dan die zich daarvan bewust zijn” Een belangrijk deel van de onduidelijkheid zit bij de vraag wie precies onder de WTTA valt. Daarbij gaat het niet alleen om traditionele uitzendbureaus. Ook bedrijven die zichzelf bijvoorbeeld als detacheerder of dienstverlener zien, krijgen met de wet te maken. Bepalend is volgens Van Nieuwamerongen hoe de arbeidsrelatie er in de praktijk uitziet. Werkt een medewerker bij een andere organisatie en staat diegene daar onder leiding en toezicht, dan is er sprake van het ter beschikking stellen van arbeid. “Dat geldt voor veel meer partijen. Vooral bij detacheerders is er nog werk aan de winkel. Die moeten nog wel een poot bijtrekken.” Hoewel de wettelijke kaders houvast geven, is de grens in de praktijk niet altijd
“De sector heeft het succes zelf ook voor een belangrijk deel in handen”
thema: wet- en regelgeving
Kees van Nieuwamerongen (Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt): “Er is een hele grote groep die nog totaal niet het idee heeft dat ze straks onder deze wet vallen.” eenvoudig te trekken. “The devil is always in the details”, zegt Van Nieuwamerongen. Zijn oproep aan flexondernemers is daarom om niet af te wachten, maar actief uit te zoeken of de WTTA op hun situatie van toepassing is.
Consultancy en detachering: kijk naar wat je daadwerkelijk doet Voor consultancy- en detacheringsbedrijven kan die beoordeling lastig zijn. Zij verkopen hun dienstverlening niet altijd als het ‘uitlenen’ van personeel, terwijl de feitelijke arbeidsrelatie toch onder de wettelijke definitie kan vallen. Van Nieuwamerongen begrijpt dat daar discussie over ontstaat. “Het zijn vaak ingewikkelde constructies. En laten we wel wezen: soms zijn die er ook op gericht om net onder wettelijke kaders uit te komen.” Zijn oproep is dan ook om het niet ingewikkelder te maken dan nodig. “Daarvan zeggen wij steeds: doe het gewoon niet. Hou op met het maken van die ingewikkelde constructies. Kijk liever naar de feitelijke verhouding: wordt er arbeid ter beschik-
king gesteld en hoe is leiding en toezicht geregeld?”
men, werkprocessen en de informatievoorziening.
Dat de doelgroep breder is dan veel flexondernemers denken, merkt de NAU in gesprekken met de markt. Bijvoorbeeld de uitleners die aangeven niet met arbeidsmigranten, maar uitsluitend met hoogopgeleid personeel te werken. Ze veronderstellen daarom dat de WTTA niet op hen van toepassing is. “Er is een hele grote groep die nog totaal niet het idee heeft dat ze straks onder deze wet vallen. De sterke aandacht voor arbeidsmigranten in de maatschappelijke en mediaberichtgeving kan het beeld hebben versterkt dat de wet alleen voor dat deel van de arbeidsmarkt bedoeld is. Voor hen nogmaals: de WTTA gaat verder dan arbeidsmigranten.”
In het voorjaar hield de NAU de belangrijkste risico’s voor de invoering opnieuw tegen het licht. Daarbij keek de organisatie naar de eigen informatievoorziening, de gereedheid van inspectie-instellingen en afhankelijkheden van andere organisaties. De informatievoorziening blijft volgens Van Nieuwamerongen het grootste risico. Toch ziet de NAU op dit moment geen reden om de invoering te vertragen. “We hebben nog steeds het vertrouwen dat we er op tijd mee klaar zijn. Voor 1 januari.”
Genoeg inspectiecapaciteit? Niet alleen de markt moet zich voorbereiden. Ook de NAU zelf is nog volop in ontwikkeling. De organisatie groeit geleidelijk en werkt ondertussen verder aan syste-
Een ander belangrijk aandachtspunt is de inspectiecapaciteit. Is er voldoende capaciteit om alle uitleners te beoordelen? Van Nieuwamerongen is daar duidelijk over. “Nee. En ligt het aan de inspectie-instellingen? Nee, die kunnen er ook niets aan doen.” Volgens hem hadden inspectie-instellingen eerst duidelijkheid van de politiek nodig over de start van het stelsel, voordat zij konden investeren in uitbrei-
oktober 2026 /
/ 21
thema: wet- en regelgeving ding. “Als je die duidelijkheid niet hebt, dan gaan zij natuurlijk ook niet uitbreiden en extra personeel aannemen.” Inmiddels ziet hij die beweging wel. “Je ziet dat inspectie-instellingen nu ook echt aan het werven zijn. Dus die worden langzamerhand ook groter. Voordat ze volledig op kracht zijn, moeten ze echt nog hele grote stappen maken.” Dat betekent volgens Van Nieuwamerongen niet dat het stelsel niet op 1 januari 2027 kan beginnen. Er is overgangsrecht en niet iedere uitlener hoeft vanaf de eerste dag al over een inspectierapport te beschikken. Wel waarschuwt hij voor de verwachting dat alles dan direct staat. “We beginnen op 1 januari 2027. Op 1 januari 2028 begint de handhaving. Helemaal klaar zijn voor het ingevoerde stelsel? Ik denk dat we daar nog wel een paar jaar mee bezig zijn.”
Wel steun voor het doel, nog twijfel over de uitkomst Die lange adem sluit aan bij recent onderzoek van Flexmarkt en Payingit naar de WTTA. Een meerderheid van de ondervraagde flexondernemers staat achter het doel van de wet, maar een aanzienlijk deel twijfelt of de WTTA bonafide ondernemingen daadwerkelijk beter gaat beschermen tegen niet-conforme concurrenten. Van Nieuwamerongen begrijpt waar die terughoudendheid vandaan komt. Flexondernemers kijken nu vooral naar de administratieve lasten, kosten en nieuwe verplichtingen die op hen afkomen. Daar komt bij dat de invoering eerder is uitgesteld, waardoor sommige ondernemers lang onzeker zijn geweest over de vraag of het stelsel er daadwerkelijk zou komen. Tegelijkertijd waarschuwt Van Nieuwamerongen dat het succes van de wet niet alleen bij overheid en toezichthouders ligt. Ook de sector zelf heeft daar volgens hem invloed op. “Als we nu met z’n allen nadenken over manieren waarop we die wet kunnen omzeilen, bijvoorbeeld via zzp-constructies of aanneming van werk, dan weten we één ding zeker: dan gaat het niet werken. Dus de sector heeft het succes zelf ook voor een belangrijk deel in handen.”
Meer stappen nodig De WTTA is bovendien niet de enige maatregel die nodig is om problemen op de arbeidsmarkt aan te pakken. “Er zijn meer stappen nodig. In het rapport-Roemer staan meer maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat mensen beter behandeld worden. Maar de wet kan
22 /
/ oktober 2026
“Je moet als ondernemer niet in de ontkenningsfase blijven hangen” wel bijdragen aan verdere professionalisering van de uitleenmarkt.” Toch is er volgens Van Nieuwamerongen nu al een verandering zichtbaar. Sommige uitleners besluiten dat zij onder de nieuwe voorwaarden niet verder willen en verkopen hun onderneming. Anderen veranderen hun manier van werken. Vanaf 1 januari 2028 wordt het onderscheid nog scherper, wanneer alleen nog zaken mag worden gedaan met partijen die in het register staan. Ook inleners krijgen daardoor een nadrukkelijke verantwoordelijkheid. Zijn advies aan hen: “Ga nu al met je uitleners in gesprek en vraag of zij op tijd klaar zijn.”
1 november snel dichterbij Voor de NAU ligt de focus nu eerst op 1 november. Van 1 november tot en met 31 december 2026 kunnen uitleners zich aanmelden voor de overgangsregeling. Die aanmelding is belangrijk om gebruik te kunnen maken van het overgangsrecht en is volgens de NAU in zo’n vijf minuten gedaan. Voor de aanmelding zijn wel een Berichtenbox Zakelijk en eHerkenning op niveau 3 nodig. Het aanvragen daarvan kost tijd, waardoor de NAU ondernemers
adviseert dit zo snel mogelijk te regelen. “Daarmee beginnen als het loket al open is, is te laat.” Daarna volgt de volgende belangrijke stap. Van 1 mei tot en met 30 juni 2027 kunnen uitleners hun aanvraag voor toelating indienen. In de loop van dat jaar krijgt de NAU steeds beter zicht op welke partijen actief willen blijven binnen het nieuwe stelsel en hoe de uitleenmarkt zich ontwikkelt. Vanaf 1 januari 2028 start vervolgens de handhaving.
Wakker worden Maar zover is het nog niet. Voor flexondernemers is de boodschap op dit moment vooral praktisch: zorg dat je weet wat er van je wordt verwacht en wacht niet tot de deadlines voor de deur staan. Vorig jaar waarschuwde Van Nieuwamerongen in Flexmarkt al: laat je niet overvallen door de WTTA. Bijna een jaar later is die boodschap alleen maar urgenter geworden. De wet is aangenomen, de NAU maakt zich op voor de volgende fase en de tijd om in actie te komen wordt steeds korter. Van Nieuwamerongen: “Je moet als ondernemer niet in de ontkenningsfase blijven hangen.”
column Frank van Gool is medeoprichter en CEO van OTTO Work Force, lid Raad van Advies (Werk en Inkomen) van de Gemeente Rotterdam en medeoprichter van KaFra Housing. fvangool@ottoworkforce.eu
Frank van Gool Wat geloofd wordt is waar Soms staan meningen, aannames en beelden de feiten hinderlijk in de weg. Beeldvorming wordt steeds vaker werkelijkheid. Mensen praten elkaar na, verhalen worden herhaald en voor je het weet is iets ‘waar’ omdat voldoende mensen het geloven. We hebben er allemaal mee te maken. In de samenleving, in de uitzendbranche en soms ook persoonlijk. Je kunt proberen ongefundeerde meningen met feiten te bestrijden. Soms helpt het meer om er een ander beeld tegenover te zetten. Maar beide kosten tijd, geduld en aandacht. In de beginjaren kreeg de uitzendbranche te maken met forse maatschappelijke weerstand. Vooral Frits Goldschmeding trok ten strijde tegen de heersende beeldvorming bij politiek en vakbonden. Uitzenden werd geassocieerd met mensenhandel en uitbuiting. Met veel geduld en op kracht van argumenten veranderde dat beeld. Uitzendbureaus hielpen bedrijven pieken en dalen op te vangen en uitzendkrachten werden uiteindelijk zelfs ‘uitzendprofessionals’ genoemd. Decennia later gebeurde iets vergelijkbaars met de komst van arbeidsmigranten. Natuurlijk kwamen we in Nederland arbeidskrachten tekort en natuurlijk is vrij verkeer binnen Europa een groot goed. Toch bleef negatieve beeldvorming hardnekkig aan onze sector kleven. Ik herinner mij goed hoe we samen met andere bedrijven zochten naar een antwoord. We gingen arbeidsmigranten ‘internationale medewerkers’ noemen en benadrukten dat het hardwerkende mensen zijn, net als jij en ik, die een fatsoenlijke behandeling verdienen. Maar ook hier bleek hoe moeilijk het is een eenmaal gevestigd beeld te veranderen. Hetzelfde zien we bij de huisvesting van arbeidsmigranten, asielzoekers en statushouders. Verschillende groepen worden in discussies regelmatig op één hoop gegooid en op sociale media wordt al snel geroepen: “die mensen willen we hier niet”. Tegelijkertijd worden vergunningstrajecten voor nieuwe huisvestingslocaties steeds ingewikkelder. Ook persoonlijk ontkom je niet aan beeldvorming. Omdat ik de VVD financieel heb gesteund, is mij regelmatig verweten dat ik politieke invloed zou uitoefenen. Er werd zelfs gesuggereerd dat ik bij minister Paul zou hebben aangedrongen op de beleidswijziging rond het verbod op inhouding van huisvestingskosten op de loonstrook én haar zou hebben geadviseerd de betreffende brief pas na de verkiezingen van 2025 te versturen. De werkelijkheid is veel eenvoudiger: ik heb minister Paul nooit gekend of betrokken ambtenaren hierover gesproken. Van aandringen op een beleidswijziging of adviseren over het moment van bekendmaking kan dus geen sprake zijn geweest. Sterker nog: ik was het met die beleidswijziging eens, juist omdat ik voorstander ben van het scheiden van wonen en werken en dat dit zwaarder weegt dan de looninhouding. Maar misschien doet zelfs dat er uiteindelijk nauwelijks toe. Want wanneer een beeld eenmaal is ontstaan, is het buitengewoon moeilijk het met feiten alleen te corrigeren. Wie zich voortdurend verdedigt, loopt bovendien het risico het beeld alleen maar groter te maken. Dat heb ik in ruim vijfentwintig jaar in de flexbranche misschien wel het vaakst geleerd: feiten zijn belangrijk, maar onderschat nooit de kracht van perceptie. Want wat geloofd wordt, wordt uiteindelijk maar al te vaak als waarheid behandeld.
oktober 2026 /
/ 23
aantrekkelijk werkgeverschap
Renzo Deurloo: “Veel bedrijven zien social return en de Participatiewet als een ‘moetje’, maar het biedt ook kansen.”
24 /
/ oktober 2026
aantrekkelijk werkgeverschap
Renzo Deurloo, oprichter detacheringsbureau GreenFox Social Return
“Niet de werkzoekers, maar werkgevers hebben een afstand tot de arbeidsmarkt” Met zijn Haagse detacheringsbureau GreenFox Social Return geeft Renzo Deurloo mensen die dat nodig hebben een extra zetje en koppelt ze aan organisaties en overheden die zoeken naar diversiteit. tekst: Ellen Nap
ij is blij met zijn ‘tweede brein’, een AI-app die zijn e-mails, agenda, gesprekken enzovoort vastlegt en beheert. “Het zorgt voor meer structuur in mijn werk”, zegt Renzo Deurloo, oprichter van detacheringsbureau GreenFox Social Return. “Stel, ik heb een gesprek gehad over ziekte-uitval en de volgende dag staat een afspraak bij Sociale Zaken gepland. Dan neemt hij dat in de voorbereiding mee als relevante informatie voor die afspraak.”
H
“Het helpt bij het bepalen wat ik heb te doen”, aldus Deurloo, die vertelt een vorm van ADD en autisme te hebben. “Liever omschrijf ik mezelf als iemand die wat sneller denkt. Ik zit vaak al bij de oplossing, terwijl ik het probleem nog niet eens heb verteld.” Nu heet dat neurodivergent, vroeger was je ‘gewoon lekker druk’, aldus Deurloo.
Status van geld Vijf middelbare scholen bezocht hij. Om uiteindelijk te vertrekken met een havo-
diploma. Tijdens een bijbaantje op de beurs kwam hij in beeld voor een snelrekentest – ‘een op de duizend dat je die haalt, maar ik haalde hem’. Bakken met geld verdiende hij en toen volgde de erkenning. “Wat natuurlijk heel krom is. De status die geld verdienen je geeft, vind ik heel verkeerd want ik was gewoon nog steeds dezelfde persoon.” Maar Deurloo ging zoals hij zelf zegt ‘van een afstand tot de arbeidsmarkt naar een voorsprong’. Het moge duidelijk zijn waar de motivatie tot het oprichten van GreenFox Social Return bij Deurloo vandaan komt; het is zijn eigen verhaal. “Ik heb geluk gehad en ouders die in mij geloofden. Iedereen heeft kwaliteiten - daar ben ik van overtuigd - maar je moet wel de kans krijgen om ze te laten zien.”
Kanteling Wat twintig jaar geleden begon als een installatiebedrijfje met een aantal anderen, mondde uit in detacheringsbureau GreenFox Social Return in Den Haag. Deur-
oktober 2026 /
/ 25
aantrekkelijk werkgeverschap
loo: “Toen we met ons installatiebureau op zoek waren naar personeel, kwam ik bij de sociale werkvoorziening terecht. Dat was een wereld die ik niet kende, maar waar ik gelijk zag dat het veel beter en efficiënter kon. Benader mensen bijvoorbeeld niet als cliënten; het zijn gewoon mensen die moeten werken. Met z’n allen, en als het werk af is hebben we het goed gedaan en kunnen we met voldoening naar huis.” Toen hij de kanteling maakte van installatiebedrijf naar bemiddelaar van werk, kreeg Deurloo de wind in de zeilen. “We zijn garnalen gaan pellen, energiemeters uitlezen - allerlei soorten repeterend werk.” Ook de markt zat mee, want in 2011 kwam de overheid met de eis om bij een aanbesteding een deel van het werk te laten uitvoeren door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt - de zogenaamde contracteis ‘social return’. Vier jaar later kwam daar de Participatiewet met de Banenafspraak bij, die werkgevers verplicht meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Begin dit jaar is deze wet herzien met als doel het makkelijker te maken deze groep van 1 miljoen mensen aan het werk te helpen.
Basis op orde brengen Hij vindt het trouwens een beroerde term, ‘mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt’. “Het zijn vaak niet de werkzoekers maar werkgevers die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Hoe vaak wij niet van opdrachtgevers te horen krijgen: ‘maar ik zie of merk niets aan hem, hij kan gewoon werken’. Er is ook niks mis aan hem, zeggen wij dan. Maar hij had schulden en zat in de schuldsanering. Dan lukt
“Iedereen heeft kwaliteiten - daar ben ik van overtuigd - maar je moet wel de kans krijgen om ze te laten zien” werken niet, want dan heb je geen geld om te ontbijten of naar je werk te gaan. Dus wat wij doen is de basis op orde brengen: we regelen een ov-kaart of een fiets, een voedselpakket en de juiste kleren. En dan lukt werken wel.” Deurloo neemt al zijn kandidaten aan op contract. “We investeren in mensen met als doel dat ze weggaan. Het eerste jaar krijgt iedereen een loopbaancoach. In die tijd proberen wij mensen van een afstand naar een voorsprong te brengen.” Zijn medewerkers hebben gemiddeld dertig afwijzingen gehad, vertelt Deurloo. “Dat doet wat met je zelfvertrouwen. Wij kijken wat iemand kan en zoeken daar werk bij. Om mensen weer vertrouwen en ruimte te geven om te laten zien wat ze kunnen.” “We leggen uit hoe je solliciteert. Dat je niet gelijk achterover moet gaan hangen, maar rechtop moet zitten. Je geeft een hand en kijkt iemand aan. We oefenen zelfs het binnenkomen: kloppen voor je binnengaat en jezelf netjes voorstellen. We hebben ook een hygiëneprotocol. Op dat niveau zit het.” En dat is geen verwijt, zegt Deurloo. “Het zijn zaken die soms niet zijn aangeleerd. Als niemand jou dat heeft geleerd, kun je het jou ook niet verwijten dat je dat niet weet.”
GREENFOX SOCIAL RETURN Zo’n 100 tot 150 mensen zijn dagelijks namens GreenFox (omzet 8 miljoen euro in 2025) aan het werk. In de kleine tien jaar dat de Haagse detacheerder dit doet, heeft het meer dan duizend mensen ‘naar werk gebracht’, aldus oprichter Deurloo (52). “Tachtig procent van onze mensen komt uiteindelijk in vaste dienst bij de opdrachtgever.” Sinds een paar jaar zit Deurloo zelf meer op afstand. Het bedrijf heeft twee directeuren in dienst die GreenFox en het 20-koppige team runnen.
26 /
/ oktober 2026
Geluksmomentje Het zijn vooral profielen met een hoog verloop waar de kandidaten tot hun recht komen. “Onze mensen willen niets liever dan een vast contract voor een lange termijn.” Veel bedrijven zien social return en de Participatiewet als een ‘moetje’. En dat is het natuurlijk ook wel, zegt Deurloo. “Maar het biedt ook kansen. De kans om een vacature in te vullen die al jaren openstaat of waar je hoog verloop hebt.” Het vraagt van werkgevers om ‘anders te kijken en andere mensen een kans te geven’. “Wat je daarvoor terugkrijgt, is extreem gemotiveerd personeel dat heel loyaal is.” Neem Zarina, bijstandsmoeder met twee kinderen. “Ze ging aan de slag bij de tijdelijke Tweede Kamer. Iedereen was sceptisch. Behalve haar leidinggevende Maarten, die zei: ‘het komt goed’. Op een gegeven moment is ze zijn assistent geworden. Toen werd ze directie-assistent en nu is ze de directiesecretaresse van de directeur-generaal van het Rijksvastgoedbedrijf.” Soms moet je ook de mazzel hebben dat iemand jouw kwaliteiten ziet, zegt Deurloo. “In onze begeleiding richten we ons zo veel mogelijk op het creëren van zo’n geluksmomentje.” Van opdrachtgevers vraagt het dus een andere blik. “Maar eenmaal binnen, blijven ze”, zegt Deurloo, die opdrachtgevers heeft als Q-park, Universiteit Utrecht en technisch dienstverlener Unica. “En vanwege de krapte op de arbeidsmarkt zien we steeds vaker bedrijven bij ons komen zonder dat er sprake is van social return of de Participatiewet. Gewoon omdat ze zien dat onze mensen wél graag bij je blijven.”
column Franziska Szabó (1962) is voormalig internationaal personal assistant (vliegtuig in, vliegtuig uit met de ceo en coo in haar kielzog om in Europa kantoren op te zetten namens haar Amerikaanse werkgever). In 2000 richtte zij PA Online op, recruiter van zeer ervaren, meertalige personal assistants en topsecretaresses. hq@paonline.nl
Franziska Szabó
AI en creatief omgaan met capaciteitsproblemen Op LinkedIn las ik een bericht over een IT-organisatie, vooral gericht op AI, die na een reorganisatie vooral IT’ers aan het werk heeft in verschillende gebieden in de wereld. Geen Nederlanders, maar mensen in diverse landen. Mensen die goed zijn opgeleid, veel goedkoper zijn dan de Nederlander hier, hard werken en een hoge productiviteit tentoonspreiden. De boodschap in de betreffende post was dat de AI-discussie misschien wel zou moeten gaan over ons belastingstelsel dat voornamelijk geënt is op loon uit arbeid. Temeer omdat er steeds meer organisaties zijn die werk uitbesteden in landen buiten Europa. Dit terwijl veel discussies van deze tijd gaan over of de opmars van AI niet te snel gaat. Of ons leven bedreigd wordt door steeds sneller zelflerende AI. Wat de consequenties kunnen zijn voor de werkgelegenheid in Nederland. Zelf gebruik ik AI de hele dag door. Ik spar met AI, doe zelfs een salesrollenspel met AI en gebruik AI voor m’n marketing. Ik begrijp echter wel wat de schrijver van de post bedoelt. In dit geval worden banen niet ingenomen door AI, maar door mensen in landen waar arbeid veel goedkoper is. Deze mensen zijn inmiddels goed opgeleid. Bovendien is er in ons land een capaciteitstekort. Dus ga je als ondernemer andere oplossingen zoeken. En ongetwijfeld wordt dit voorbeeld al door meer organisaties gevolgd. Dat betekent dat er aan de ene kant een capaciteitsprobleem wordt opgelost binnen sommige organisaties en sectoren. Aan de andere kant staan werknemers op zoek naar zo’n zelfde baan aan de zijlijn en mist de schatkist de loonbelasting. Ik kan het de ondernemers niet kwalijk nemen. Het doel van een onderneming is winst maken. Daarvoor moet werk worden verricht. Als dat werk niet of in mindere mate in Nederland gedaan kan worden en je besteedt het uit, dan begrijp ik de oplossing. Dat een overheid achterloopt op technologische ontwikkelingen en daarbij werkt met achterhaalde systemen waar regels en aanpassingen als pleisters op zijn geplakt, is niet aan de ondernemer. Al jaren wordt gesproken over een vereenvoudigd belastingstelsel. Gesproken. Aan enige uitvoering wordt niet gewerkt. Er komen wel steeds weer nieuwe regels bij. Dat dan weer wel. Ik begrijp dat het ontzettend ingewikkeld is. Het is tenslotte zeer complex gemaakt met al die regels en uitzondering op uitzondering. Mijn advies: laat het eens goed bekijken door AI. Zonder gegevens van ons allemaal. Laat AI eens ‘nadenken’ en met voorstellen voor oplossingen komen. Wedden dat het kan? Hebben we ook minder ambtenaren nodig. En die kunnen dan aan de slag bij organisaties met een capaciteitsprobleem. Win-win!
oktober 2026 /
/ 27
interview
Stijgende kosten en verzuim
Flexondernemers zoeken nieuwe wegen Onder meer de verzuimkosten maken uitzenden duurder dan ooit. Twee flexondernemers, Edwin Schilling van Zebra Uitzendbureau en Remco Valkman van NestrX, vertellen hoe zij overeind blijven: door slim om te gaan met verzuim, onbenut arbeidspotentieel aan te boren en steeds verder over de grens te kijken. tekst: Paul Poley
et uurtarief is intussen wel zo’n beetje verdubbeld. Zo schetst Edwin Schilling, vestigingsmanager en eindverantwoordelijke van Zebra Uitzendbureau in de regio Velsen/IJmond, de ontwikkeling van zijn kostprijs. Wettelijke doorbetaling bij ziekte, hogere minimumlonen en verplichte gelijke beloning van uitzendkrachten hebben de prijs voor een ‘handje’ omhooggestuwd. “Dat betekent dat een opdrachtgever heel kritisch kijkt: kan en wil ik iemand nog wel inzetten?” Ook Remco Valkman, die met NestrX vooral ervaren vakmensen bemiddelt, herkent het beeld. Hij wijst met name op de nieuwe cao, die van gelijkwaardige beloning een recht maakt. Dat raakt niet alleen de prijs, maar ook de uitvoering: opdrachtgevers hanteren allemaal hun eigen cao, en die moet Valkman stuk voor stuk verwerken. “Als je met heel veel cao’s van opdrachtgevers moet werken en met alle componenten rekening moet houden, is dat in de praktijk onuitvoerbaar.” Hij illustreert het met een voorbeeld: “Ik heb nog nooit een ijzerwerker uit het buitenland gehad die aan mij vroeg waar dat yoga-abonnement nou blijft waar hij recht op heeft. Dan denk je: zijn we niet een beetje doorgeschoten?”
H
Duur en bureaucratisch Niet alleen de prijs, ook de administratieve last rond de inlenersbeloning schrikt klanten af, merkt Valkman. “Alle elementen moeten op papier komen en daar-
28 /
/ oktober 2026
voor moet getekend worden. Het is nu voor een bedrijf een hele klus om een uitzendkracht aan te trekken. Dat stoot af.” NestrX probeert opdrachtgevers daarom al in het eerste gesprek voor te bereiden op de administratieve last en die zoveel mogelijk uit handen te nemen. Toch haken bedrijven soms alsnog af zodra de prijs concreet wordt. Ook Schilling ziet het effect op zijn omzet, al pakt dat voor Zebra opvallend genoeg toch nog positief uit. “Steeds meer opdrachtgevers kiezen ervoor om mede-
zonder dat er productie tegenover staat. Bij Zebra ligt het kortdurend verzuim rond de 1,5 procent, vertelt Schilling, en dat cijfer stijgt licht. Opvallend: zijn ziekmeldingen pieken bij mooi en extreem slecht weer en grote evenementen. “Als Nederland op zondagavond een WK-wedstrijd speelt, hebben we zomaar twee tot drie keer zoveel ziekmeldingen als normaal.” Hij wijt de stijging mede aan de snellere uitbetaling via het uitzendbureau zelf, in plaats van via het UWV, waar vroeger weken overheen gingen.
“Als Nederland op zondagavond een WK-wedstrijd speelt, hebben we zomaar twee tot drie keer zoveel ziekmeldingen als normaal” werkers na verloop van tijd zelf in dienst te nemen, tegen betaling van een overnamevergoeding.” Zijn flexomzet daalt daardoor licht, maar onder aan de streep blijft Zebra dankzij die fees gezond.
Verzuim drukt op de marge Nu de marges zo onder druk staan, wordt iedere ziekmelding financieel zwaarder: bij ziekte betaalt het uitzendbureau door,
Ook het ontbreken van een drukmiddel zoals bij het vroegere fasesysteem speelt mee: waar hij vroeger iemand snel kon laten gaan bij te veel ziekmeldingen, moet hij nu eerst vaste uren bieden. “Bij twijfel nemen we daarom iemand nu niet aan, en dat deden we in het verleden echt anders.” Wat wel werkt: direct contact bij een ziekmelding. Bij Zebra krijgt iedereen die zich ‘s ochtends ziekmeldt dezelf-
Beeld: Fotoburo Dijkstra bv.- Salverius fotografie
interview
Edwin Schilling, Zebra Uitzendbureau: “Ik denk dat de uitzendbranche enorm ondergewaardeerd wordt, en dat doet me echt pijn.”
de dag nog een brief met de exacte procedure, inclusief de afspraak om dezelfde middag te bellen over de voortgang. Dat heeft volgens Schilling merkbaar bijgedragen aan het lage verzuimcijfer. Toch groeit de groep langdurig zieken: zo’n zes, zeven mensen zitten in een re-integratietraject van ongeveer een jaar, met wekelijks overleg en een bedrijfsarts die al snel 2.500 euro per traject kost. Bij NestrX valt het verzuim juist al jaren mee en blijft het cijfer stabiel: rond de 3 procent, ruim onder het gemiddelde. Valkmans verklaring: hij werkt veel met wat hij ‘nestor experts’ noemt, ervaren vakmensen van vaak 50-plus. “Als zij ziek zijn, zijn ze ook echt ziek. En zodra het weer kan, gaan ze gewoon weer aan de bak.” Ook bij NestrX geldt een strak verzuimreglement, zoals geen ziekmelding per app of mail, maar telefonisch contact.
Gezonde luiheid als les voor jongeren
Wie helpt onbenut arbeidspotentieel aan werk?
Bij die nestor experts ziet Valkman een verrassende sleutel tot duurzame inzetbaarheid, die hij ‘gezonde luiheid’ noemt. Hij vertelt over een 70-jarige verpleegkundige, actief in de ouderenzorg en daarnaast vrijwilliger bij de Zonnebloem. “Zij kon iemand wassen en aankleden met slechts twee of drie draaibewegingen, terwijl jongere collega’s er vijf of zes voor nodig hadden. Dat had ze zich al vroeg aangeleerd: met minimale inspanning toch maximaal resultaat boeken.” Valkman adviseert bedrijven om dat soort kennis juist bij oudere vakmensen op te halen en organisatiebreed te delen, zodat jongeren het werk op hun 45e of 60e nog steeds kunnen doen. “Dit gaat puur over duurzame inzetbaarheid, en daar kun je als organisatie je voordeel mee doen.”
Beide ondernemers benutten doelgroepen die moeilijker aan werk komen. Zebra hielp vorig jaar mensen van 16 tot 76 jaar aan een baan, onder wie Oekraïners die beperkt Engels spreken. Hen plaatst Schilling bewust in groepjes met één vertaler. Ook jongeren van een nabijgelegen azc bemiddelt hij naar werk. Een bewuste doelgroepkeuze is het overigens niet: “Er komt iemand binnenlopen en dan kijken we naar de kansen die er voor hem of haar liggen.” Schilling wijst daarbij op een verschil dat volgens hem cruciaal is. Bij een reguliere werkgever krijgt iemand een proeftijd van een maand, en daar komen negen van de tien mensen uit zijn doelgroep niet doorheen. Bij het uitzendbureau hadden ze vroeger tot wel een jaar de tijd om fouten te maken en te groeien, met
oktober 2026 /
/ 29
interview
“Er zijn veel ex-gevangenen die heel graag een tweede kans willen”
begeleiding op de werkvloer. “Ik denk dat daar een kans gemist gaat worden, want bedrijven gaan hun vingers niet branden aan mensen die moeite hebben om in het werktraject te komen. Die hebben echt begeleiding nodig, de ruimte om fouten te kunnen maken.” Door de regelgeving staat die rol van het uitzendbureau als opstapje onder druk, terwijl de behoefte eraan alleen maar groeit. NestrX zet naast ouderen in op ex-gedetineerden. “Het aardige van deze doelgroep is dat het vrijwillig is. Er zijn veel exgevangenen die heel graag een tweede kans willen.” Ze staan onder een streng regime van de instelling, tot op de minuut geregisseerd, waardoor ziekmeldingen nauwelijks voorkomen. “Ze kunnen zich dat gewoon niet veroorloven”, aldus Valkman. Daarnaast zoekt hij steeds vaker over de grens: niet meer alleen in Polen, dat inmiddels tot de twintig rijkste landen ter wereld behoort en waar de noodzaak om in het buitenland te werken wegvalt, maar ook in Duitsland, Roemenië en onder derdelanders uit India en de Filipijnen.
Duur, maar onmisbaar Beide ondernemers zien de toekomst met gemengde gevoelens tegemoet, maar ook met concrete kansen. Valkman ziet die vooral in het verder professionaliseren van de dienstverlening rond internationale arbeidskrachten en het onbenutte potentieel: wie nu investeert in huisvesting, onboarding en begeleiding, bouwt volgens hem een voorsprong op. “Nederland kan op dat gebied niet zonder de uitzendbranche”, zegt hij, wijzend op alles wat erbij komt kijken; van huisvesting tot BSN-registratie.
Remco Valkman, NestrX: “Nederland kan niet zonder de uitzendbranche.”
30 /
/ oktober 2026
Schilling ziet ook een andere kans voor de toekomst: nu opdrachtgevers steeds vaker uitzendkrachten overnemen tegen een vergoeding, verschuift zijn verdienmodel geleidelijk van pure bemiddeling naar een model waarin hij uitzendkrachten klaarstoomt voor een vast contract elders. Tegelijk maakt hij zich zorgen over de waardering van zijn vak. “Ik ben bang dat als de regelgeving doorgaat zoals nu, de uitzendbranche eraan gaat”, zegt hij. Hij zou het liefst een politicus uitnodigen om een dag mee te draaien, puur om te laten zien wat het werk inhoudt. “Ik denk dat de uitzendbranche enorm ondergewaardeerd wordt, en dat doet me echt pijn. Ik hou van mijn werk, en ik zou zo graag laten zien waarom wij de grootste werkgever van Nederland zijn.”
flexvraag
In de rubriek Flexvraag beantwoordt Hans Scheers van Experts in Flex vragen over de flexbranche. Ook een vraag? Stuur een mail naar info@expertsinflex.nl
7 vragen over… Adoptie van software in de flexbranche Wat versta je onder software adoptie? Adoptie van software betekent dat de gebruikers gemotiveerd zijn om de software te gebruiken zoals het bedoeld is. Dat ze begrijpen waarom de software op deze manier is ingericht en dat ze er maximaal effect uit halen. Een mooi meetpunt is de vraag “worden er buitenom de software nog Excelletjes gebruikt om het primaire proces te ondersteunen?”. Als het antwoord “ja” is, dan zit er iets niet goed in de implementatie óf – waarschijnlijker – in de adoptie.
1
Waarom wordt (nieuwe) software vaak slecht geadopteerd? Vaak is het management de belangrijkste oorzaak van slechte adoptie. Men denkt dat de implementatie voltooid is bij het neerzetten van een fantastisch systeem. Er wordt te weinig aandacht besteed aan opleiding en begeleiding. En in de praktijk zie ik vaak dat de aansturing op het juiste gebruik na de livegang tekortschiet. Daarnaast moeten we ons realiseren dat weerstand tegen verandering heel menselijk is. Zeker in een hectische omgeving is het begrijpelijk dat mensen terugvallen op het vertrouwde. Ook dat moet je managen.
2
Wanneer moet je met adoptie beginnen? Begin al vóór de softwareselectie. Neem met een vertegenwoordiging van toekomstige gebruikers hun huidige werkproces door. Bedenk waar verbeterpunten zitten en verwerk die in je pakket van wensen en eisen.
3
Je zult merken dat je waardevolle input krijgt, maar vooral dat de medewerkers merken dat ze onderdeel van de oplossing zijn. Daar pluk je later de vruchten van. Is een goede training dan niet voldoende? Een goede training is een belangrijke randvoorwaarde. Maar één keer uitleg maakt nog geen nieuwe gewoonte. Zorg na de start voor laagdrempelige hulp en organiseer vervolgsessies waarin je samen met de gebruikers kijkt hoe ze beter en slimmer kunnen werken met de software. En ‘manage’ het gebruik. Stuur je medewerkers aan met behulp van cijfers uit de software. Als je bijvoorbeeld wilt dat er snel contact wordt opgenomen met een nieuwe kandidaat of als je het aantal looncorrecties wilt verminderen, maak de resultaten dan zichtbaar in de software.
4
Hoe ga je om met weerstand? Neem weerstand serieus en onderzoek eerst wat err achter zit. Kan iemand niet met het systeem overweg, is het voordeel onduidelijk of past de inrichting niet bij het werk? Dat vraagt telkens om een andere oplossing. Laat een medewerker een concrete taak voordoen: waar loopt het vast? Soms blijkt een verplicht veld onnodig of ontbreekt een handige standaardinstelling. Los zulke knelpunten zichtbaar op. Wees tegelijkertijd helder over wat je van je medewerkers verwacht. Het gebruik van de software is niet vrijblijvend!
5
Wie is verantwoordelijk voor de adoptie? Uiteindelijk ben je er als flexbedrijf zelf verantwoordelijk voor dat de software goed gebruikt wordt. De leverancier is verantwoordelijk voor een goed werkend product. In dat opzicht is adoptie een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Organiseer de vertaling tussen software, werkprocessen en gedrag. Juist daar helpt iemand die de flexpraktijk én implementaties begrijpt om knelpunten te herkennen en keuzes werkbaar te maken.
6
Hoe weet je of de adoptie geslaagd is? Meet of het werk verbetert. Worden kandidaten sneller opgevolgd? Is beschikbaarheid actueel? Hoe snel hebben we de tijdregistraties binnen? Leg vóór de invoering vast waar je staat en bespreek daarna regelmatig de voortgang. Vraag medewerkers ook waar nog winst te behalen valt. Mijn advies: reserveer bij de aanschaf meteen tijd en budget voor begeleiding na de livegang. Dan krijgt de investering de kans zich op de werkvloer te bewijzen.
7
oktober 2026 /
/ 31
thema: wet- en regelgeving
WTTA verrast interimbureaus
“Niet het etiket bepaalt” Veel interimbureaus en hun opdrachtgevers zien de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) nog altijd als regelgeving voor klassieke uitzenders. “Dat is een riskante aanname”, zegt Alexander Kist, partner bij W&RK Advies en gespecialiseerd in de WTTA. “Niet het etiket op de dienstverlening, maar de feitelijke manier waarop een professional bij de opdrachtgever werkt, bepaalt of sprake is van terbeschikkingstelling.” Tekst: Ronald Bruins
ist benadrukt dat ook consultancybedrijven, gespecialiseerde detacheerders en interimbureaus daardoor een toelating nodig hebben. “Tegelijkertijd stellen opdrachtgevers nog nauwelijks vragen over de toekomstige toelatingsstatus van hun leveranciers.” Die onduidelijkheid blijkt ook uit een rondgang langs bureaus die interimprofessionals leveren. Het ene bureau zegt dat de WTTA voor zijn activiteiten verplicht wordt. Een ander bureau stelt dat de wet alleen geldt voor de uitzendtak en niet voor interim en consulting. Een derde partij wilde alleen op achtergrondbasis reageren, omdat binnen de branche volgens het bureau nog veel onduidelijkheid bestaat over de interpretatie en uitwerking van de wet.
K
Kalkoen weet niet dat het kerst wordt Dat laat volgens Kist vooral zien dat maar weinig bureaus hun eigen dienstverlening juridisch bekijken. “Om het zo te zeggen: er zijn heel veel kalkoenen in de markt die
nog niet eens weten dat ze een kalkoen zijn. Laat staan dat het volgende week kerst wordt.” De kern van de WTTA is dat partijen die arbeidskrachten ter beschikking stellen onder leiding en toezicht van een opdrachtgever, worden toegelaten tot een publiek stelsel. De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt beoordeelt de aanvragen en beheert het openbare register. De Nederlandse Arbeidsinspectie houdt toezicht op zowel uitleners als inleners. De woorden ‘onder leiding’ en ‘toezicht’ zijn bepalend. Een bedrijf kan zichzelf interimbureau, consultancybedrijf, adviesbureau of projectorganisatie noemen, maar die benaming is niet doorslaggevend. Kist: “Uitzenden betekent in de volksmond iets totaal anders dan in de wet. Daarom hanteer ik steeds die langere term: terbeschikkingstelling van arbeid onder leiding en toezicht van de opdrachtgever. Dat maakt de reikwijdte breder dan veel bureaus denken. Een interimprofessional kan op papier worden ingezet voor een afgebakend project, ter-
DE WTTA-TIJDLIJN Wie denkt dat de WTTA nog ver weg is, doet er verstandig aan de planning nu al goed te bekijken. · 1 november - 31 december 2026: Aanmelden overgangsregeling Bestaande uitleners kunnen zich aanmelden voor de overgangsregeling. Voor uitleners die al SNA-gecertificeerd zijn, geldt daarbij een versoepelde route. · 1 januari 2027: WTTA treedt in werking · 1 mei - 30 juni 2027: Toelatingsaanvraag indienen · 1 juli 2027: Register zichtbaar voor opdrachtgevers · 1 januari 2028: Start handhaving
32 /
/ oktober 2026
thema: wet- en regelgeving
wijl die persoon in de praktijk meedraait binnen het team van de klant, instructies ontvangt van een manager en werkzaamheden uitvoert volgens de processen van de opdrachtgever. In zo’n situatie kan sprake zijn van terbeschikkingstelling, ook
als op de overeenkomst ‘consultancy’ of ‘interimmanagement’ staat.”
Praktijk is leidend “De praktijk is leidend, niet wat er in het contract staat”, benadrukt Kist. “Een con-
tract aanpassen zonder de uitvoering van de opdracht te veranderen, biedt dus geen veilige uitweg. Bureaus moeten per type inzet onderzoeken wie de professional inhoudelijk aanstuurt, wie verantwoordelijk is voor het resultaat en hoe zelfstan-
Alexander Kist: “Zodra een werknemer tegen vergoeding bij een derde wordt ingezet en daar onder leiding en toezicht werkt, komt de WTTA in beeld.”
oktober 2026 /
/ 33
thema: wet- en regelgeving
dig de opdracht werkelijk wordt vervuld.” De reacties uit de interimmarkt illustreren het probleem. Een groot bureau liet bijvoorbeeld weten dat de WTTA van toepassing zal zijn op zijn Nederlandse uitzendactiviteiten en dat veel vereisten aansluiten op bestaande processen en het SNA-keurmerk. Op de vervolgvraag of de wet daarmee niet geldt voor interim en consulting, antwoordde het bureau: “Dat klopt. Bij interim en consulting is terbeschikkingstelling van arbeidskrachten niet aan de orde.” Kist vindt een algemene scheiding tussen uitzenden enerzijds en interim of consulting anderzijds niet houdbaar. “Die stelling is feitelijk onjuist.” Het kan volgens hem wel zo zijn dat een organisatie alle toelatingsplichtige activiteiten via één bedrijfsonderdeel laat lopen. Maar ook dan moet per inzet worden beoordeeld wat er feitelijk gebeurt. “Veel consultancyactiviteiten waarbij iemand wat langduriger in de organisatie van de opdrachtgever werkt, zijn vaak ook toelatingsplichtig.”
Tegen vergoeding bij een derde Het voorbeeld van het interimbureau uit finance staat niet op zichzelf. Hetzelfde vraagstuk speelt bij IT-specialisten, juristen, technici, marketeers, administratieve professionals of medewerkers die via een accountantskantoor tijdelijk bij een klant werken. Kist: “Zodra een werknemer tegen vergoeding bij een derde wordt ingezet en daar onder leiding en toezicht werkt, komt de WTTA in beeld. Ook brokers, managed serviceproviders en andere schakels in de keten moeten hun positie beoordelen.” Opdrachtgevers van de bureaus agenderen de kwestie nog maar beperkt, constateert Kist. “Veel inlenende organisaties hebben de gevolgen nog niet scherp.” Bij de inhuur van hoogopgeleide interimprofessionals vertrouwen klanten er vaak op dat het bureau de regels kent en daarnaar handelt. “Onder de WTTA is dat onvoldoende, omdat ook de inlener geen zaken mag doen met een niet-toegelaten uitlener.” Commercieel speelveld verandert Dat kan het commerciële speelveld vóór de start van de handhaving veranderen. Opdrachtgevers zullen hun risico willen beperken en toelatingsstatus waarschijnlijk meenemen in aanbestedingen, contractverlengingen en leveranciersselecties. Een bureau dat zegt geen toelating nodig te hebben, zal die positie overtui-
34 /
/ oktober 2026
“Wie blijft denken dat de wet alleen voor traditionele uitzenders is bedoeld, kan in 2027 ontdekken dat niet alleen de toezichthouder, maar ook de klant een andere conclusie trekt” gend moeten onderbouwen. Kist verwacht dat sommige opdrachtgevers eenvoudiger redeneren: “Het kan wel zijn dat jij beweert dat je niet hoeft te worden toegelaten. Daar heb ik niet zoveel mee te maken. Als jij niet bent toegelaten, ga ik geen zaken met jou doen.” Daarmee ontstaat een marktrisico voor bureaus die denken buiten de toelatingsplicht te vallen. “Juridisch gelijk hebben is niet altijd genoeg als klanten alleen nog willen werken met partijen die zichtbaar in het register staan of een ontheffing hebben. Tegelijkertijd moeten opdrachtgevers controles kunnen vastleggen, periodiek herhalen en kunnen reageren als een toelating wordt geschorst of ingetrokken. Voor interimbureaus wordt communicatie over de eigen status daarom onderdeel van klantbehoud.” Geldige registratie Voor bestaande bureaus is de SNA-registratie belangrijk. Een geldige registratie kan toegang geven tot de zogeheten overgangsroute, maar betekent niet dat een bureau automatisch aan alle WTTAeisen voldoet. Voor toelating zijn onder meer een inspectie op het normenkader, een verklaring omtrent het gedrag, een correcte administratie en naleving van arbeidsvoorwaarden vereist. Voor ondernemingen die korter dan vier jaar actief zijn, kan bovendien een waarborgsom van 100.000 euro gelden. Wachten tot opdrachtgevers vragen gaan stellen, is daarom onverstandig. Kist zegt over het juiste startmoment: “Het antwoord
op je vraag is niet nu, maar gisteren. Inspectiecapaciteit is niet onbeperkt en bureaus zonder voorbereiding lopen het risico dat herstelwerk, bewijsvoering of de aanvraag meer tijd vraagt dan verwacht.” Wat gebeurt er bij vertraging? De eerste stap voor interimbureaus is een inventarisatie. Welke professionals werken bij klanten? Wie geeft dagelijkse, werkinhoudelijke instructies? Is sprake van tijdelijke vervanging binnen de organisatie van de klant? Of levert het bureau zelfstandig een overeengekomen resultaat? Welke entiteit sluit het contract, welke tussenpartijen zijn betrokken en welke route richting toelating past daarbij? “Vervolgens moet het bureau bepalen welke dossiers op orde moeten worden gebracht”, stelt de deskundige. “Ook klantcommunicatie verdient een vaste plaats. Opdrachtgevers willen weten of het bureau onder de WTTA valt, welke toelatingsroute het volgt, wanneer de status controleerbaar wordt en wat er gebeurt bij vertraging, schorsing of intrekking.” Kortom, de WTTA maakt geen uitzondering omdat een bureau uitsluitend hoogopgeleide professionals levert of zichzelf consultant noemt. Kist benadrukt het voor de duidelijkheid nogmaals: “Het gaat om de feitelijke uitvoering bij de klant. Wie dat nu onderzoekt, kan tijdig toelating aanvragen en opdrachtgevers zekerheid bieden. Wie blijft denken dat de wet alleen voor traditionele uitzenders is bedoeld, kan in 2027 ontdekken dat niet alleen de toezichthouder, maar ook de klant een andere conclusie trekt.”
WTTA: IN- EN UITLEENVERBOD Kist benadrukt dat er door de WTTA een in- en uitleenverbod gaat gelden. “En daarmee krijgen inleners die inlenen van niet-toegelaten bureaus ook een boete. En dus moeten alle partijen in de keten zijn toegelaten. Dat geldt ook voor brokers: die zijn én inlener én uitlener.” Zie ook www.toelatinguitleenmarkt.nl
overnames
Pieter de Vries:
“Overnamemarkt in flex komt weer op stoom” De overnamemarkt in de flexbranche is duidelijk in beweging gekomen. Waar begin dit jaar nog veel onzekerheid bestond over de impact van nieuwe wet- en regelgeving, laat de reeks transacties in de eerste helft van 2026 zien dat kopers en verkopers elkaar steeds vaker weten te vinden. Daarmee komt uit wat Pieter de Vries, partner bij CFI en specialist in de flexmarkt, eerder al voorzag: een backlog aan overnames wordt nu stap voor stap zichtbaar. Tekst: Ronald Bruins
et is echt een groot verschil met een paar maanden geleden”, concludeert De Vries. “Er komen veel nieuwe intakes voor overnames binnen en veel nieuwe dossiers worden opgestart. Waar het eerder relatief rustiger was, is het nu duidelijk drukker.”
“H
Een breed scala aan overnames De transactielijst over het eerste halfjaar laat volgens hem een breed scala zien. Wat betreft kopers is er een onderverdeling tussen strategische partijen (al dan niet met een investeringsmaatschappij erachter die een buy-and-build-strategie
voert) en investeringsmaatschappijen die een platforminvestering doen. Wat betreft verkopers is er een onderscheid tussen partijen die vanuit hun eigen kracht verkopen en partijen die vanuit noodzaak aansluiting zoeken bij een grotere groep. De verkoop van Highcare is een voorbeeld van die laatste groep. De rode draad is dat bij de meeste deals private equity-partijen betrokken zijn. De Vries: “Meestal in de vorm van een buyand-build-strategie. Dat is logisch: private equity-investeerders beheren fondsen en dat kapitaal moet renderen. Groei via overnames is een snelle manier om een portfoliobedrijf groter te maken en de waarde te verhogen. Wat ik positief vind, is dat er daarnaast ook platforminvesteringen worden gedaan. Dat is een goed teken voor de toekomst van de flexmarkt.” Als voorbeelden noemt De Vries de betrokkenheid van Avedon Capital Partners bij de overname van Atlas NextWave en die van Quadrum Capital bij Werkis.
Aansluiting zoeken bij grotere partij
Pieter de Vries: “Voor kleinere partijen kan de regeldruk een reden zijn om aansluiting te zoeken bij een grotere organisatie.”
Dat vertrouwen is opvallend, omdat de flexbranche onder druk staat door nieuwe regels. Denk aan de gelijkwaardige beloning, de toepassing van cao van de klanten, de Wet meer zekerheid flexwerkers en de WTTA. Toch ziet De Vries die regelgeving niet alleen als risico. “Voor kleinere partijen kan de regeldruk een reden zijn om aansluiting te zoeken bij een grotere organisatie. Grotere partijen beschikken vaak over meer schaal, betere systemen
oktober 2026 /
/ 35
overnames en meer kennis op het gebied van compliance, backoffice en cao-toepassing. Of ze kunnen die kennis relatief goedkoper inschakelen dan kleinere partijen.” “Wat voor de één negatief is, is voor de ander positief”, zegt De Vries. “Er zullen meer kleinere partijen zijn die het lastig krijgen. Bijvoorbeeld omdat hun compliance niet goed op orde is of omdat het gewoonweg niet goed met ze gaat. Wellicht omdat ze minder uitzenduren draaien als gevolg van de gelijkwaardige beloning. Daar kunnen grotere partijen van profiteren.”
Op twee niveaus in beweging De overnamemarkt lijkt daarmee volgens hem op twee niveaus in beweging. Aan de ene kant zijn er partijen die uit kracht verkopen of samengaan om verder te groeien. Aan de andere kant zijn er bedrijven die door financiële druk, wetgeving of operationele problemen genoodzaakt zijn om te handelen. “Er zijn gradaties”, zegt De Vries. “De ene partij wordt uit een faillissement opgepikt, de ander zit bij bijzonder beheer. En weer een ander onderneemt liever nu actie dan te wachten tot het misgaat.” Volgens De Vries zet de huidige dealflow zich de komende tijd verder door. Hij verwacht daarbij vooral meer beweging vanuit het middensegment. “Ik verwacht dat die eerdergenoemde backlog zich het komende halfjaar nog meer gaat uiten. Vooral in het midden, tussen 2 en 10 miljoen EBITDA, gaat veel meer gebeuren.” EBITDA is een maatstaf voor de operationele winst van een bedrijf en staat voor winst voor rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie.
Structurele waarde Ondanks de economische onzekerheid en de veelvuldig veranderende weten regelgeving, heeft de flexmarkt nog steeds structurele waarde. De Vries: “De arbeidsmarkt blijft krap en opdrachtgevers houden, ondanks gelijke beloning met vast personeel, behoefte aan flexibele oplossingen. De groei is tot nu toe minder hard dan in piekjaren, maar de markt blijft aantrekkelijk voor kopers die goed georganiseerde, onderscheidende of regionaal sterke partijen willen toevoegen aan hun portfolio.” Ook technologie speelt een steeds grotere rol. Overnames van HR-techbedrijven en talentmanagementplatforms horen misschien niet tot de klassieke flexbranche, maar ze laten wel zien waar de markt naartoe beweegt. De Vries: “Door strengere regelgeving en complexe-
36 /
/ oktober 2026
re cao-toepassing wordt technologie belangrijker om processen schaalbaar, compliant en efficiënt te organiseren.”
Duidelijk weer vol in beweging Kortom, de overnamemarkt in de flexbranche komt op stoom na een rustigere periode. Als het middensegment zich ook gaat melden voor overnametransacties, gaat het nog drukker worden. “Wat we nu zien, is nog niet de hele backlog. Daarnaast zijn er ook nieuwe partijen die richting verkoop gaan. Dus ik verwacht de komende tijd volop beweging in de overnamemarkt in flex.”
De overnamemarkt in de flexbranche komt op stoom na een rustigere periode
Overnametransacties eerste helft 2026 Hieronder de overnames in de Nederlandse flexbranche in het eerste halfjaar van 2026 (totaal zestien overnames):
Solsbury Labour Group neemt TW Industrie over Solsbury Labour Group neemt TW Industrie over, een specialist in detachering en werving in de technische industrie. De overname versterkt de positie van Solsbury in de technische flexmarkt en biedt TW Industrie toegang tot een groter ondersteunend platform voor backoffice en compliance.
Kasparov Finance & BI Group en Public Search nemen Interim Finance Group over Kasparov Finance & BI Group en Public Search hebben Interim Finance Group overgenomen. Door de krachtenbundeling ontstaat meer schaal en landelijke dekking binnen recruitment, detachering en consultancy voor finance professionals.
Highberg neemt Consultday over
TMA neemt BrainsFirst over Met de overname van BrainsFirst voegt TMA cognitieve assessmentsoftware toe aan zijn platform. BrainsFirst staat bekend om neurowetenschappelijk onderbouwde, game-based assessments waarmee cognitief potentieel wordt gemeten. De combinatie van beide technologieën moet leiden tot rijkere talentprofielen.
Avedon Capital Partners neemt Atlas NextWave over van HAL Investments Avedon Capital Partners neemt Atlas NextWave over van HAL Investments. Atlas NextWave is wereldwijd actief in workforce solutions voor de energie-, maritieme en hernieuwbare energiesector. De overname past binnen de strategie van Avedon om verder te groeien in gespecialiseerde zakelijke dienstverlening en internationale arbeidsbemiddeling.
Consultancyorganisatie Highberg neemt Consultday over, een specialist in HR-ITtransformaties en HCM-implementaties. Met de overname breidt Highberg zijn dienstverlening verder uit en krijgt het toegang tot aanvullende kennis en een groter klantennetwerk. Highberg is eigendom van de Duitse investeerder Auctus Capital Partners.
Quadrum Capital en DDF People nemen Werkis over
TMA neemt STYR over
Daan neemt activiteiten Highcare over
TMA heeft softwarebedrijf STYR overgenomen. STYR levert oplossingen voor organisatieontwerp en beloningsmanagement en beschikt over meer dan 230 klanten in de Benelux. De acquisitie versterkt de positie van TMA op het gebied van compensatie- en beloningsvraagstukken.
Investeerder Quadrum Capital en DDF People verkrijgen gezamenlijk de zeggenschap over Werkis. Met de investering willen beide partijen de verdere groei van het uitzendbureau ondersteunen en de positie van Werkis in de Nederlandse arbeidsmarkt versterken.
Daan heeft de activiteiten van het failliete Highcare overgenomen. Daarmee breidt de organisatie zijn positie in de zorgdetachering verder uit. De overname zorgt bovendien voor continuïteit van werk voor honderden zorgprofessionals die eerder via Highcare actief waren.
overnames
Home of Synergy neemt Magic Match en Public Match over Met de overname van Magic Match en Public Match breidt Home of Synergy zijn activiteiten uit naar de zorg- en publieke sector. Beide organisaties zijn gespecialiseerd in arbeidsbemiddeling in respectievelijk de zorg en bij de overheid.
MatchWorks neemt meerderheidsbelang in Uitzendbureau Salland MatchWorks heeft een meerderheidsbelang verworven in Uitzendbureau Salland. De overname past binnen de strategie van MatchWorks om regionale HR-labels te bundelen en de positie in Oost-Nederland verder uit te bouwen. Uitzendbureau Salland is actief in productie, logistiek en techniek.
TMA neemt PRiMAN volledig over TMA heeft alle resterende aandelen in PRiMAN overgenomen. PRiMAN ondersteunt organisaties bij talentontwikkeling en performanceverbetering en was al jarenlang implementatiepartner van TMA. De overname zorgt voor een volledige integratie van software, consultancy en
dienstverlening. Met het eerdergenoemde STYR en BrainsFirst heeft TMA in totaal drie overnames gedaan in het eerste halfjaar van 2026.
BCS HR Software neemt Timegrip over BCS HR Software neemt het Deense Timegrip over. Door de combinatie ontstaat een breder Europees platform voor HR-software, salarisverwerking en workforce management. De overname versterkt de aanwezigheid van BCS in Scandinavië en de DACH-regio. BCS is, evenals het eerdergenoemde TMA, eigendom van investeerder Main Capital Partners.
Venturion Flex Holding neemt SUSA over Studentenuitzendbureau SUSA sluit zich aan bij Venturion Flex Holding. SUSA behoudt zijn eigen merknaam en organisatie, maar krijgt toegang tot extra schaalgrootte, investeringskracht en kennisdeling binnen de groep. Voor Venturion betekent de overname een verdere uitbreiding binnen het segment studentenwerk.
Welten neemt Novadia over Welten heeft detacheerder Novadia over-
genomen. Met deze transactie versterkt Welten zijn positie in de pensioen- en verzekeringssector, die het bedrijf ziet als een derde groeipijler naast de bancaire en publieke sector.
Werkhelden Investments neemt Talent4Taxi over Werkhelden Investments heeft Talent4Taxi toegevoegd aan zijn portefeuille. Het bedrijf is gespecialiseerd in de detachering van chauffeurs voor school- en zorgvervoer. Met de overname vergroot Werkhelden zijn aanwezigheid in deze niche van de flexmarkt.
Kasparov Finance & BI Group neemt Impactsearch over Kasparov Finance & BI Group versterkt zijn positie in finance recruitment met de overname van Impactsearch. De Amsterdamse specialist brengt aanvullende expertise mee op het gebied van executive search en recruitment van finance professionals. Kasparov is in handen van oprichter Jasper van Eck en investeerder Bolster Investment Partners. Naast het eerdergenoemde Interim Finance Group deed Kasparov in totaal twee overnames in het eerste halfjaar van 2026.
oktober 2026 /
/ 37
agenda & loopbanen Flexmarkt is een uitgave van VMN media en verschijnt 4x per jaar. Uitgever Laura Driezes
IN SAMENWERKING MET
Hoofdredacteur Ronald Bruins Eindredacteur Charlotte Dekker
## " ! MR^MGLXIR 1IZIV IIR RSK IǺ IGXMIZIVI FMNHVEKI EER HI KVSIM IR # "
% " !"" # % ! ! % ! % " % " ! % % ! ! ! ! ! $ ! # ! !" ! ! !
Loopbanen & overnames WATwerkt en Selekt Schilders gaan samen verder. Selekt Schilders gaat verder onder de naam WATwerkt Zuid-West. Met de fusie versterken de bedrijven hun positie in Zuid-Nederland. BE-YND Group heeft cybersecurityspecialist Typ B.V. overgenomen. Typ blijft onder eigen naam en met het huidige team opereren; oprichter Fred Smulders en mede-aandeelhouder Wouter Bongers blijven aan boord. paraDIGMA groep wil Master Arbo Nederland, ASK Arbo Artsen en het Arbogezondheidscentrum overnemen. De drie voorgenomen acquisities zijn onderdeel van de groeistrategie van de arbospecialist.
Nieuwe baan? Mail een korte omschrijving van je oude en nieuwe functie, liefst voorzien van een digitale kleurenfoto, naar flexmarkt@vmnmedia.nl. Zie voor de laatste vacatures www.flexmarkt.nl.
38 /
/ oktober 2026
Aan deze uitgave werkten mee: Frank van Gool, Hendarin Mouselli, Elske Muis, Ellen Nap, Hans Scheers, Paul Poley, Franziska Szabó Accountmanager Nicole van Lierop, tel. 06-10 83 30 03 nicolevanlierop@vmnmedia.nl Vormgeving & opmaak colorscan, www.colorscan.nl Druk Wilco, Amersfoort Adres VMN media, Utrechtseweg 44, 3704HD Zeist Abonnementenadministratie klantenservice@vmnmedia.nl, tel. 088-5840888 Abonnementen Jaarabonnement € 435,- per jaar ex btw. Een proefexemplaar is gratis op te vragen bij de klantenservice. Op alle uitgaven van VMN media zijn de algemene voorwaarden van toepassing. Deze zijn te vinden op www.vmnmedia.nl Copyright Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. © VMN media 2026 Publicatievoorwaarden Op iedere inzending van een bijdrage of informatie zijn de standaardpublicatievoorwaarden van VMN media van toepassing. Deze zijn te vinden op www.vmnmedia.nl. Disclaimer Alle in deze uitgave opgenomen informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. De juistheid en volledigheid kunnen echter niet worden gegarandeerd. VMN media en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor schade die het directe of indirecte gevolg is van het gebruik van de opgenomen informatie. ISSN 2542-8020
11 leugens over leiderschap €34,95 (incl btw)
Te veel onzin over leiderschap doet de ronde. Het is hoog tijd dat de mythes ontkracht worden, en dat gebeurt in dit boek. Elf leugens, die op het eerste gezicht niet altijd onzinnig zijn, worden op de snijtafel gelegd.
Bestel nu op: vakmedianetshop.nl