PLATFORM VOOR PROFESSIONALS IN BRANDPREVENTIE
ACHTSTE JAARGANG NR. 5 NOVEMBER 2015
THEMA
RWA / BMI LET OP: meer informatie vindt u op brandveilig.com
TRENDS IN BRANDVEILIGHEID
ROOKBEHEERSINGSINSTALLATIES EN CERTIFICERING
FOCUS OP GROTE BRANDCOMPARTIMENTEN
*, %*, !, " ) ) % " ! ) " ) ' (" )
$( ) %$ ' %* ) + " "! + " (# " $ ' +%" $( %$ ) # ) $ * )
%$ ) # ) $ ( )%%" * + ') ") % ) ( () " # ) ) $ ( () ) + $ *, + " (# " $ " -% &' )) %# * +%%' ) !*$$ $ ' $ %& !%# $ !%() $ $ + $)* " ' ! $ ) ) (&%)) $ % ( ) * ' , " %' $ $ ' ) ( + " $"
Inhoud
8
10
Thema RWA / BMI 8 | Brandveiligheidinstallatie parkeergarage Groothandelsgebouw 10 | Uitgangspunten bestaande rookbeheersingsinstallaties en certificering 13 | Column: In rij voor certificaat 14 | Infobladen brandveiligheid geactualiseerd Verder in dit nummer 6
13
NIEUWS
16 TRENDS IN BRANDVEILIGHEID 20
BEDRIJFSNOODORGANISATIE
26 BHV PLATFORM 28 GROTE BRANDCOMPARTIMENTEN 32 VERSLAG VBE SEMINAR 34 SPRINKLERS 37 COLUMN JORIC WITLOX 38 COLUMN RENÉ HAGEN 39 SCHADEPRAKRIJK
14
40 PRAKTIJK 42 BEDRIJVENINDEX nummer 5
november 2015
3
Brandveiligheid voor deuren Design & Barrièrevrije toegang
Maak nu kennis met het vernieuwde programma van brandgestuurde TJSS deurdrangers volgens EN 1154
SIKAÂŽ UNITHERMÂŽ PLATINUM 2-COMPONENTEN, BRANDWERENDE EPOXYCOATING OPLOSMIDDELVRIJ EN GEURARM BRANDWERENDHEID TOT 90 MINUTEN (CE-GEMARKEERD VOLGENS ETAG 018) ZEER SNELLE DOORHARDING, NA 24 UUR GEREED VOOR TRANSPORT UITSTEKENDE CORROSIEBESCHERMING VOLGENS ISO 12944-5 (TOT C5-I MOGELIJK)
SIKA NEDERLAND B.V. Zonnebaan 56 3542 EG Utrecht Postbus 40390 3504 AD Utrecht
Tel: +31 (0)30 - 241 01 20 Fax: +31 (0)30 - 241 44 82 info@nl.sika.com www.sika.nl
Colofon
Gemiste kans Brandveilig.com is een uitgave van Vakmedianet Hoofdredacteur Arjen de Kort, arjendekort@vakmedianet.nl Eindredacteur Christine Linneweever Medewerkers aan deze uitgave Arjan Anderiesen (coverontwerp), Frank van Elsen, René Hagen, Daan Jansen, Rob Jastrzebski, Rianne Kofman, Gabriëlle van Leeuwen, John van Lierop, Leo Porrio, Anton Raap, Betty Rombout, Aad van den Thoorn, Xander Willekes, en Joric Witlox Redactieraad De redactieraad adviseert de redactie van Brandveilig.com. De uitingen geven echter niet per se de mening weer van de leden.
Coen van Beek, Eric Bosscher, Xander van Bree, Arnoud Breunese, Maarten de Groot, Dingeman de Jong, Johan Koudijs, Leo Oosterveen en Joric Witlox Uitgever Frederique Zeemans Accountmanager Marion Smits, marionsmits@vakmedianet.nl tel. 06-52867200 Vormgeving & opmaak colorscan www.colorscan.nl Druk Ten Brink, Meppel Adres Vakmedianet, Postbus 448, 2400 AK Alphen aan den Rijn Tel. 088-5840918 www.brandveilig.com, info@brandveilig.com Abonnementenadministratie klantenservice@vakmedianet.nl, tel. 088-5840888 Abonnementen Brandveilig.com verschijnt 6 keer per jaar. Abonnement: Nederland € 134,00, verzending buitenland € 27,00 (EU) en € 38,00 (niet-EU-landen); prijzen zijn exclusief btw. Op alle uitgaven van Vakmedianet zijn de Algemene Voorwaarden van toepassing. Deze zijn te vinden op www.vakmedianet.nl. Doelgroep Professionals op het gebied van brandveiligheid, zoals architecten, aannemers, preventisten, brandweer, adviseurs, installateurs, leveranciers en beslissers op het gebied van facilitair management in bedrijf en gebouw. Partners Hoefnagels, Stöbich, Trigion Brand en Beveiligingstechniek Copyright Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. © Vakmedianet 2015 Publicatievoorwaarden Op iedere inzending van een bijdrage of informatie zijn de standaardpublicatievoorwaarden van Vakmedianet van toepassing. Deze zijn te vinden op www.vakmedianet.nl. Disclaimer Alle in deze uitgave opgenomen informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. De juistheid en volledigheid kunnen echter niet worden gegarandeerd. Vakmedianet en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor schade die het directe of indirecte gevolg is van het gebruik van de opgenomen informatie. ISSN 1876-5750
Op het moment van schrijven van deze column heb ik net Safety & Security Amsterdam 2015 achter de rug. En u weet waarschijnlijk hoe dat voelt als je drie dagen op een vakbeurs bent geweest; vermoeid en een hoofd vol indrukken. En zeker als je zoals ik daar ook nog eens met verschillende Arjen de Kort hoofdredacteur Brandveilig.com petten op aanwezig bent. Als hoofdredacteur van ‘mijn’ an- arjendekort@vakmedianet.nl dere blad Security Management voelde ik mij op SSA natuurlijk als een vis in het water en was het interessant om te zien hoe de beveiligingsbranche zich verder ontwikkelt. Een andere pet die ik deze dagen mocht dragen was die van (mede-)organisator van het Solutions Theater. Dit driedaagse congresprogramma werd goed bezocht en was daarmee de bevestiging van wat ik in mijn column in de beursspecial schreef over de ontwikkeling die vakbeurzen doormaken: van uitsluitend productenshow naar een evenement gecombineerd met een gevarieerd kennisprogramma. En dan had ik uiteraard ook nog de pet van hoofdredacteur van Brandveilig.com bij mij. Immers, de beurs heet niet voor niets Safety & Security Amsterdam. Helaas werd ik met deze pet op tijdens mijn rondje beurs enigszins teleurgesteld. Slechts op een enkele stand vond ik iets van mijn gading en ook onder de bezoekers kon ik weinig brandpreventisten bespeuren. Jammer, want er waren een aantal interessante noviteiten op het terrein van brandveiligheid te zien. Zo waren er de SmokeTrace van Aerocheck waarmee brandmeldingen met camera’s kunnen worden geverifieerd, de camera’s van Axis waarmee vroegtijdig rook kan worden gedetecteerd, en wat te denken van de Award-winnende RescueMateApp waarmee de bedrijfshulpverlening kan worden georganiseerd en getraind. Nu was deze onderbezetting van het safety-deel van de beurs niet nieuw. Ook eerdere edities kenden dit probleem. Maar toch blijf ik dit vreemd vinden, zeker met de ervaring van bezoeken aan andere - internationale equivalenten van de SSA, zoals Ifsec Londen en Security Essen. Daar zijn de aanbieders van brandveiligheidsproducten en -oplossingen wel ruim vertegenwoordigd, die zo een breed publiek van niet alleen brandpreventisten maar ook security professionals en facilitair managers weten te bereiken. Is de Nederlandse markt dan zo anders? Volgens mij niet. Het lijkt mij dan ook dat hier sprake is van een gemiste kans in een tijd dat veiligheid - en dan bedoel ik dus security en safety - een meer dan gezamenlijke verantwoordelijkheid is.
nummer 5
november 2015
5
NIEUWS
Commentaar Norm verbrandingsinstallaties
AGENDA Meer informatie over alle activiteiten: www.brandveilig.com
4 NOVEMBER
NATIONAAL CONGRES FIRE SAFETY & SCIENCE ARNHEM
WWW.IFV.NL 5 NOVEMBER
NATIONALE KENNISDAG BRANDPREVENTIE ECHTELD
WWW.KENNISDAG.NET 19 NOVEMBER 2015
De norm NEN 3028 Eisen voor verbrandingsinstallaties is herzien. Deze norm geeft eisen voor het (brand)veilig opstellen van verbrandingsinstallaties, zoals cv-ketels. Nu staat de norm tot 15 november open voor commentaar. De norm is belangrijk voor installateurs van verbrandingsinstallaties. Vanuit het Bouwbesluit 2012 wordt vaak naar NEN 3028 verwezen. Wat is er aangepast? Het onderscheid stookruimte – opstellingsruimte is verduidelijkt en de eisen daaraan zijn nu in aparte hoofdstukken geplaatst. De norm is in overeenstemming gebracht met de Europese norm. Dit betreft een Europese norm met enige overlap met NEN 3028. Deels wordt daar nu naar verwezen en in ieder geval is nu voorkomen dat er sprake is van strijdigheid. Conform Bouwbesluit 2012 is de vrije doorgang bij de deur van een stookruimte van 0,6 m gewijzigd in 0,85 m. Naast ‘aanvullende eisen voor stookruimten voor verbrandingstoestellen gestookt met
vloeibare brandstof’ is ook een specifieke tekst voor situaties met vaste brandstof in voorbereiding. Dit is echter nog niet gereed. De verwijzing naar het ‘Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties’ (BEMS) is vervangen door verwijzing naar het Activiteitenbesluit, met verduidelijking van de verantwoordelijkheden voor keuring en onderhoud. Bijlage C met aanvullende eisen voor gasmotoren in opstellingsruimten en stookruimten is grondig herzien. Verwijzingen naar andere normen zijn geactualiseerd.
BBN STUDIEDAG NIEUWEGEIN
Brandpreventie op tweede plaats bij IT-beveiliger
WWW.BBN.NU 21 JANUARI 2016
CURSUS BRANDVEILIGHEIDSMANAGEMENT (1-DAAGS) BREUKELEN
WWW.CURSUSBRANDVEILIGHEIDSMANAGEMENT.NL
ADVERTEERDERSINDEX Colt International
19
Dictator Productie
4
Hertek
18
Saval Brandbeveiliging
2
Sika Nederland
4
Stöbich Fire Protection
18
Trigion Brand en Beveiligingstechniek
44
Unica Groep
25
6
nummer 5
Wanneer IT-beveiligers denken aan integrale samenwerking, staat fysieke beveiliging op nummer één. Daarna komt brandpreventie pas om de hoek kijken. Dat blijkt uit onderzoek van ICT-onderzoeksbureau Pb7 in opdracht van SSA 2015, de vakbeurs over (brand)veiligheid. Voor het onderzoek werden 114 ‘beslissers’ op het gebied van IT-beveiliging ondervraagd. Eén op de twee Nederlandse organisaties heeft een integraal beveiligingsplan, waarbij zowel naar de fysieke als naar de IT-beveiliging wordt gekeken. Echter vindt 82 procent vindt echter een integraal beveiligingsplan heel belangrijk. Zo blijkt dat vrijwel iedere organisatie met security-incidenten te maken heeft. “Hoewel er veel wet- en regelgeving is om de werkplek in fysieke zin veilig te maken, blijkt dat er juist op het gebied van de digitale beveiliging de meeste incidenten plaatsvinden”, vertelt Peter Vermeulen, di-
november 2015
recteur van het onderzoeksbureau Pb7. De IT-beveiligers denken bij integrale samenwerking met fysieke beveiliging vooral aan fysieke bescherming. Denk aan toegangsbewaking van IT-apparatuur. Daarna komt brandpreventie om de hoek kijken. Fysieke beveiligers denken bij integrale samenwerking juist aan IT-hulpmiddelen. Beide groepen geven aan dat samenwerken tussen de types beveiligers ‘dringend’ gewenst is.
NIEUWS
Controle op EHBOdiploma nodig
Utrecht: Geen vuurwerkvrije zones in binnenstad
EHBO-diploma's moeten gecontroleerd worden door een onafhankelijke organisatie. Daarvoor pleit het Oranje Kruis. Nu mag elke instantie die EHBO-cursussen geeft nog zijn eigen EHBO-diploma uitreiken, zonder dat duidelijk is of de kwaliteit daarvan in orde is. Uit onderzoek blijkt volgens het Oranje Kruis dat meer dan de helft van de Nederlanders ooit een EHBO-cursus heeft gevolgd. Veilig Verkeer Nederland sluit zich bij het pleidooi aan. “Wil een toets iets waard zijn, dan moet het op een onafhankelijke manier tot stand komen”, zegt VVNbaas Felix Cohen, die het “eigenlijk van de gekke vindt dat niet iedereen een EHBOdiploma heeft”.
Bij de komende jaarwisseling komen er in de binnenstad van Utrecht geen vuurwerkvrije zones. Het college van burgemeesters en wethouders ziet meer in een 'vuurwerkbrigade'. Coalitiepartijen Groenlinks en de Partij voor de Dieren wilden graag vuurwerkvrije zones. Maar bewoners kunnen zelf wel afspraken maken in hun straat of buurt over vuurwerk, vindt het college van B&W.
EN 50575 per 1 december van kracht Vanaf 1 december wordt de Bouwproductenverordening voor kabels met betrekking tot hun brandgedrag van kracht. EN 50575:2014 beschrijft de eisen van het brandgedrag van kabels in bouwwerken. Aan de hand van de norm kan een prestatieverklaring (DoP) worden opgesteld en kan een CE-markering op kabels worden aangebracht. De nieuwe EN 50575 is gepubliceerd als volgende stap in de verordening voor bouwproducten, de Construction Products Regulation (CPR). De publicatie van de EN 50575 betekent voor kabels dat de CPR per 1 december 2015 kan worden toegepast. Na 1 jaar als ‘overgangsperiode’ wordt de norm echt van kracht..
'Haast bij evacuatie VUmc had levens gekost’ Bron: Nessluop / Shutterstock.com
Het is een wonder dat bij de evacuatie van 339 patiënten uit het VUmc in Amsterdam op 8 september niemand om het leven is gekomen. Dat zegt professor Ira Helsloot, hoogleraar rampenbestrijding aan de Radboud Universiteit Nijmegen. “Elke vorm van haast had welhaast voorspelbaar mensenlevens gekost”, aldus Helsloot, die daarmee reageert op kritische geluiden over het vermeende gebrek aan snelheid. De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) overweegt of een onderzoek noodzakelijk is nadat een gesprongen waterleiding kritische installaties van het ziekenhuis buiten werking had gesteld. Naar het oordeel van Helsloot was er geen enkele reden voor een acute evacuatie. Door het kortstondig uitvallen van de
stroom viel het gevaar voor kortsluiting en brand weg. Alleen schoon drinkwater ontbrak. Kritische medische apparatuur werd door een noodstroomaggregaat aan de praat gehouden. Ziekenhuizen zijn blijkens het Bouwbesluit zodanig ontworpen dat elke vleugel is afgesloten door branddeuren. Patiënten in ziekenhuisbedden kunnen bij brand en niet-werkende liften namelijk alleen horizontaal worden verplaatst. Ziekenhuizen zijn in brandveilige compartimenten opgedeeld. Dat werkte volgens Helsloot goed bij een brand in acht operatiekamers van het VUmc in 2007. Niet iedereen is echter lovend over de gang van zaken. Architect Arnold Sikkel, ontwerper van ziekenhuizen in binnen- en buitenland, kapittelde in het Noordhollands Dagblad de plaatsing van belangrijke technische installaties in de kelder van het VUmc. “In je ontwerp moet je rekening houden met brand en overstromingen. Bij dat soort calamiteiten gebeurt echt alles tegelijk”, aldus de architect.
Amsterdam sluit illegale hotels Een speciale kliklijn heeft deze zomer in Amsterdam 27 illegale hotels aan het licht gebracht. Acht hiervan moesten direct sluiten vanwege de gebrekkige brandveiligheid. De rest van de illegale hotels is gemaand om het gebruik van de woning als hotel direct te staken. Gebeurt dat niet, dan kan een eventuele boete oplopen tot 12.000 euro. nummer 5
november 2015
7
thema RWA / BMI
Betty Rombout
Brandveiligheidinstallatie parkeergarage Groothandelsgebouw
‘We zijn niet over één nacht ijs gegaan’ Naast Rotterdam Centraal staat het Groot Handelsgebouw, het grootste bedrijfsverzamelgebouw van Nederland. Een dergelijk gebouw vraagt om veel parkeerruimte. Deze is inmiddels gecreëerd in de aangrenzende, voormalige Ton Menken ijshal. Het unieke van de nieuwe P4 parkeergarage is het natuurlijke brandveiligheidssysteem, gebaseerd op de NEN 6093.
O
nder de voormalige ijshal bevindt zich al een parkeergarage: P2. De plannen om deze parkeergarage te revitaliseren zijn er al enige tijd. Voor het voorkomen van grote gevolgen bij brand in P2 is in het verleden nagedacht over de mogelijkheid om een watermistsysteem of een ventilatiesysteem te installeren. Het leek de beste oplossing voor de opdrachtgever – het Groothandelsgebouw – om door te gaan met een watermistsysteem, daar de gehele infrastructuur hiervoor al aanwezig was. Na nader onderzoek bleek echter dat met een watermistsysteem niet aan de eisen van de gemeente Rotterdam voldaan kon worden. Verder kreeg het Groothandelsgebouw de mogelijkheid de bovengelegen hal te kopen. Besloten werd eerst in deze hal (P4) parkeergelegenheid te realiseren en hierbij te kiezen voor een ander brandveiligheidssysteem.
Tweeledig systeem Colt International realiseerde in opdracht van ingenieursbureau Grontmij uit Amersfoort een uniek brandbeveiligingssysteem in P4. Erik Peeters is commercieel manager Brandveiligheid/Infratechniek binnen de organisatie. Hij vertelt: “Normaliter varieert de hoogte in een parkeergarage tussen de 2.50 en 2.70 meter. Vaak wordt in dergelijke situaties gewerkt met stuwdruk- en afvoerventilatoren. De voorma-
8
nummer 5
lige ijshal is echter 15 meter hoog. Daar waar hoogte is, kun je bij brand een onderscheid maken tussen een rookvrije zone en een verrookte zone. We maken gebruik van de thermiek van rook. De oppervlakte van de hal bedraagt circa 6.000 m2. Met rookschermen hebben we het dak onderverdeeld in drie rooksegmenten van elk circa 2.000 m2. Elk segment kent tien natuurlijke afvoereenheden, oftewel ‘gaten’ in het dak. Normaal gesproken zijn de eenheden gesloten. Breekt er brand uit, dan gaat er een detectiesysteem af die de units aanstuurt; de units gaan open. Door de natuurlijke trek kunnen de rook en de hitte er uit door het dak.” Er is goed nagedacht over het brandveiligheidssysteem. Peeters: “We zijn niet over één nacht ijs gegaan. Met alleen een natuurlijk rookventilatiesysteem kom je er niet, wil je zorgen voor een optimale (brand)veiligheid. In een parkeergarage hebben we ook te maken met CO en LPG, de dagelijkse vervuiling. De gassen stijgen niet op, maar blijven hangen op circa 15 centimeter en 1.50 meter boven het vloerniveau en verspreiden zich. Dus hier moest een oplossing voor komen. Aanvullend op het natuurlijke rookventilatiesysteem hebben we twee afvoerventilatoren aangebracht aan de overzijde van de ingang. In de garage zelf bevinden zich een aantal stuwdrukven-
november 2015
tilatoren, die continu verse lucht door de garage blazen. Ook kent P4 een CO/LPG-detectiesysteem om de vervuiling te detecteren. Op basis van de vervuiling toert het systeem op. Kijkende naar het Bouwbesluit moet een parkeergarage drie liter per m2 gebruiksoppervlakte per seconde ventileren. Door het plaatsen van genoemd detectiesysteem is het mogelijk terug te gaan naar 30 procent van het geheel. Wat energetisch natuurlijk interessant is. Immers, draaien op lagere toeren kost minder vermogen wat de prijs drukt.” Bij P2 zal – gezien de normale hoogte van de parkeergarage - gewerkt worden met verdringing. Stuwdrukventilatoren die de rook en hitte naar een bepaald punt toe duwen. Bij dit punt worden afvoerventilatoren aangebracht. “Bij een calamiteit wordt ongeveer 900.000 m3 per uur mechanisch geventileerd. Dat is enorm. Vergelijk je deze installatie met die in P4, dan is de conclusie dat met natuurlijke ventilatie heel wat te besparen valt ten opzichte van een mechanisch systeem”, aldus Peeters.
Uitdagingen De uitdaging van het brandveiligheidssysteem lag niet zozeer in het ontwerp. Peeters: “We hadden de hoogte en konden terugvallen op relatief eenvoudige berekeningsmethodes. Het probleem lag bij
thema RWA / BMI
de grote, gelamineerde houtspanten, waarmee de hal is opgebouwd. Normaliter in bouwwerken zijn dit stalen of betonnen spanten. Kijkende naar inbranding en secundaire brandhaarden, had de gemeente Rotterdam vraagtekens. Zeg je ‘hout’, dan denk je eerder aan brand dan bij staal. Maar dat is een misvatting. Die grote gelamineerde, houtspanten kunnen veel beter tegen warmte dan staal. Een stalen spant heeft een 2% bezwijkingsgrens bij 482 graden Celsius. Wat betekent dat staal bij deze temperatuur week wordt en de boel dus kan inzakken. Hout heeft daar helemaal geen last van. Veel mensen denken dat hout snel brandt. Een gedroogd takje oké, dat brandt wel. Maar die grote, gelamineerde, houtspanten gaan echt niet in brand. Die smeulen in. Kortom, om de gemeente te overtuigen hebben we aanvullende berekeningen qua temperaturen moeten maken.”
NEN 6093 P4 heeft gezien de hoogte een uniek karakter, wat een natuurlijk brandveiligheidssysteem in combinatie met een mechanisch ventilatiesysteem mogelijk maakt. Het leuke is, volgens Erik Peeters, dat hij zich daarom heeft kunnen baseren op de NEN 6093. Deze norm geeft de eisen voor het beoordelen van voorzieningen voor de afvoer van rook en warmte (RWA-installaties) in gebouwen en wordt toegepast voor zowel mechanische als natuurlijke rooken warmteafvoer, waarbij de toevoer van buitenlucht niet mechanisch plaats heeft. “Nederland kent de NEN 6098 voor parkeergaragesystemen. In dit project konden we terugvallen op een oude en vertrouwde ontwerpnorm. Voor het bepalen van de afmetingen en het vermogen van de brandhaard hebben wij hierbij overigens gebruik gemaakt van de TNO-onderzoeken zoals deze zijn opgenomen in de NEN 6098.”
‘Door de natuurlijke trek kunnen de rook en de hitte er uit’
Eind juli van dit jaar is P4 – bestaande uit ruim 220 plaatsen voor auto’s - met de brandbeveiligingsinstallatie in gebruik genomen. P2 wordt binnenkort aangepakt. Betty Rombout is freelance journalist
nummer 5
november 2015
9
thema RWA / BMI
Daan Jansen
Bestaande rookbeheersingsinstallaties en certificering
Uitgangspunten Sinds 1 januari 2015 moeten alle rookbeheersingsinstallaties zoals rook- en warmteafvoerinstallaties, overdrukinstallaties en stuwdrukventilatie worden voorzien van een inspectiecertiďŹ caat. Het Bouwbesluit (artikel 6.32 lid 2) vereist dat voor al deze installaties een inspectiecertiďŹ caat moet worden afgegeven volgens het inspectieschema van het CCV.
H
et certiďŹ ceren van deze systemen volgens deze regeling vraagt vaak enige inspanning, omdat er vaak bij deze systemen geen sprake was van een certiďŹ caat. Bij brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties en zeker bij sprinklerinstallaties was het al veel meer gebruikelijk de kwaliteit te borgen met een certiďŹ caat.
Helderheid over uitgangspunten Het certiďŹ ceren door een inspectie-instelling van bestaande installaties betekent nogal wat. Rookbeheersingsinstallaties
Opdrachtgever
worden al lang gebruikt als een belangrijke bouwsteen in een brandbeveiligingsconcept. In de loop der tijd zijn echter wel de ontwerprichtlijnen met enige regelmaat veranderd. Daarnaast zijn in de praktijk de doelstelling of prestatie-eisen van de geĂŻnstalleerde installaties niet altijd duidelijk vastgelegd. Voor het verkrijgen van een inspectie-certiďŹ caat is een goede uitwerking van de uitgangspunten wel van groot belang. In het CCV inspectieschema wordt dit aangeduid als het basisontwerp (zie onderstaande ďŹ guur).
Inspectie-instelling
Basisontwerp en detailontwerp (§4.1)
Detailontwerp, basisontwerp en normatief kader uit UPD (§4.1)
Installatiecertificaat (§ 7.3)
InitiÍle Inspectie (§ 7.3 t/m § 7.6)
Inpectierapport (§ 7.11)
Eventuele acties onder verantwoordelijkheid van opdrachtgever
NEE
Beveiliging voldoet? (§ 7.10)
Inspectieplan (§4.1)
Collegiale toets (§ 5.4)
JA
Inspectiecertificaat (§ 7.11)
10
nummer 5
november 2015
Om tot een gecertiďŹ ceerde installatie te komen moeten de doelstelling, prestatie-eisen en ontwerpuitgangspunten goed worden vastgelegd. Een inspectie-instelling moet immers weten hoe het systeem ontworpen is en wat men aan prestaties mag verwachten om de doelmatigheid te kunnen beoordelen. Het is voor de hand liggend dat deze uitgangspunten moeten zijn vastgelegd in een zogenaamd uitgangpuntendocument (kortweg UPD).
Veranderende inzichten Meetmiddelen (§ 8)
Herinspectie (§ 7.7)
Inspectiecertificaat beschikbaar voor andere partijen
Het doel van de vereiste certiďŹ ceren is uiteraard niet om systemen af te keuren. De maatregel moet vooral ervoor zorgen dat de bedrijfszekerheid van het systeem is geborgd, zodat we erop kunnen vertrouwen dat de systemen correct werken wanneer het er echt op aan komt bij een calamiteit.
Een belangrijke vraag bij het vastleggen van de uitganspunten is natuurlijk wel wat er in het UPD aan prestaties wordt vastgelegd bij bestaande installaties. Als er kortweg wordt uitgegaan van de hedendaagse eisen kan dit grote gevolgen hebben. Een rookbeheersingsinstallatie met stuwdrukventilatie in een parkeergarage die gestoeld is op gedeeltelijk natuurlijke ventilatie, of bijvoorbeeld de LNB richtlijn voor ventilatie van parkeergarages, voldoet waarschijnlijk niet aan een hedendaagse standaard als de NEN 6098. Als toch uitgegaan wordt van hedendaagse eisen is het basisontwerp (dus het UPD) wel certiďŹ ceerbaar maar kan dat betekenen dat men voor de bestaande installatie op slopershoogte
thema RWA / BMI
is. Om te komen tot goede en dus certiďŹ ceerbare uitgangspunten met een zorgvuldige afweging van de benodigde ingrepen is het belangrijk om twee zaken goed vast te stellen..
Huidige installatie Allereerst moet bekend zijn wat de prestatie van de huidige installatie is. Er is een kans dat dit is vastgelegd in een ontwerpdocument, een bestek of bijvoorbeeld een PVE, of misschien de aanbieding van de installateur. Er zijn echter ook situaties dat niets over het ontwerp kan worden teruggevonden. Dan kan er natuurlijk nog naar de speciďŹ caties van de componenten worden gekeken. Met rekenmodellen kan eventueel de resulterende prestatie worden vastgesteld. Ook kan natuurlijk met metin-
gen worden vastgesteld wat de prestatie is.
Aangepaste ontwerprichtlijnen Daarnaast is het van belang dat we ons ervan bewust zijn dat niet voor niets de ontwerprichtlijnen met enige regelmaat zijn aangepast in de voorbije jaren. Door ongelukkige ervaringen, voortschrijdende inzichten en veranderde procedures zijn de eisen aan deze systemen veranderd. Het is daardoor mogelijk dat een systeem dat correct volgens de gebruikelijke methodes in het verleden is ontworpen, niet leidt tot een goed beveiligingsniveau volgens de hedendaagse principes. Hiermee wil ik zeggen dat er een risico bestaat dat het systeem bij een brand uiteindelijk niet de veiligheid kan borgen zoals we verwachten van het systeem. We hebben bij de brand in parkeer-
garage De Appelaar in Haarlem gezien dat een ventilatiesysteem in een parkeergarage dat is ontworpen volgens de LNB richtlijn niet altijd zorgt voor een beheersbare brand. Zeker omdat de systemen veelal zijn toegepast als een gelijkwaardige oplossing vormen ze een belangrijk element in het hele veiligheidsconcept. Uiteindelijk moeten we ons zorgvuldig afvragen of de prestaties van het verleden nog veilig zijn. Volgens het Bouwbesluit is bij bestaande gebouwen het rechtens verkregen niveau (in vergunningen vastgelegde eisen) bepalend voor het eisenniveau met het niveau bestaande bouw als absolute ondergrens. Voor bouwkundige elementen is er een toelichting gegeven op het principe van veroudering. Het doel van de wetgever is namelijk niet om ervoor te zorgen dat een
nummer 5
november 2015
11
thema RWA / BMI
vluchten of een inzet van de brandweer niet mogelijk is.
Zorgvuldig afwegen doelstelling Door de voortschrijdende inzichten en veranderende principes vereisen mogelijk maatregelen aan bestaande installaties. Dit kan nodig zijn om tot een prestatie te komen die past bij de hedendaagse verwachtingen van deze systemen, ofwel de doelstelling. Bij de noodzaak om de systemen te voorzien van een inspectie-certificaat kan boven water komen dat het systeem niet past bij de doelstelling. . Het simpelweg in een UPD vastleggen van de ontwerpgegevens uit het verleden leidt mogelijk niet tot een acceptabel veiligheidsniveau. Het is daarom belangrijk kritisch te kijken naar de beoogde prestaties en de bestaande installatie. Door kritisch te kijken naar de gebruikte ontwerprichtlijnen en de beoogde prestaties kan bepaald worden of de gebruikte ontwerpnorm nog altijd past bij de situatie. Mocht dit niet het geval zijn, dan is het wellicht noodzakelijk het systeem aan te passen. Voordat echter uitgegaan wordt van de nieuwste standaarden kunnen ook de eisen zorgvuldig worden afgepeld. De prestatie-eisen moeten passen bij de doelstellingen. Een zorgvuldige afweging bepaalt de omvang van de ingreep.. bestaande situatie, bij verandering van regelgeving ineens niet meer voldoet. Als een bestaande constructie in het verleden voldeed aan de eis is het geaccepteerd als deze behouden blijkt, ook al weten we dat het volgens de huidige principes niet voldoet aan de prestatie. Voor installaties is het principe van veroudering niet expliciet benoemd. Wel is het zo
Als een overdrukinstallatie ervoor moet zorgen dat bij brand een deur op de brandverdieping geopend moet kunnen worden zonder dat er rook het trappenhuis instroomt en uit metingen blijkt dat er op de hoogste verdieping nauwelijks of geen overdruk kan worden gecreëerd, voldoet het systeem niet aan de doelstelling en kan men niet spreken van een veilige situatie.
Er bestaat een risico dat het systeem uiteindelijk niet de veiligheid kan borgen dat wanneer er een bestaande installatie is met een geldig inspectiecertificaat, er voldaan wordt aan de eisen van het Bouwbesluit. Er is dan formeel geen noodzaak tot aanpassingen. Maar dit betekent niet zonder meer dat een bepaald ontwerp uit het verleden nog altijd leidt tot een veilige situatie en daarom verantwoord is. Voorbeeld
12
nummer 5
Dit kan bijvoorbeeld wanneer het overdruksysteem ook wordt gebruikt voor liftschachten, of als er enkel een aanvoerrooster laag in een trappenhuis aanwezig is. In parkeergarages die ontworpen zijn met (gedeeltelijke) natuurlijke ventilatie kan bijvoorbeeld uit stromingssimulaties blijken dat rookverspreiding helemaal niet gecontroleerd en beheerst wordt, waardoor veilig
november 2015
Optimalisatie Daarnaast is het ook van belang dat de situatie integraal wordt bekeken. Wanneer de certificering van de installaties leidt tot de noodzaak van (ingrijpende) aanpassingen kan ook worden gekeken naar andere, in het gebouw beter passende maatregelen, die daardoor aantrekkelijker zijn. Uiteindelijk gaat het erom dat de veiligheid middels een keten van BIO-maatregelen wordt geborgd. Door de balans tussen bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen af te wegen, kan een alternatief plan met hetzelfde veiligheidsniveau tegen lagere kosten worden gerealiseerd. De voorinvestering in engineering werkzaamheden is aanzienlijk lager dan de uitvoeringskosten. Door in het voortraject het vizier goed in te stellen, kunnen tijdens de uitvoering veel kosten bespaard worden.
Daan Jansen MSc, Fire Safety Consultant & Teamleader Buildings, Royal Haskoning DHV
Column
Xander Willekes
In rij voor certificaat 1 januari 2015 was de dag waarvan we wisten dat die zou komen. Maar hoe komt het dan dat het lijkt alsof veel organisaties zich hebben laten verrassen door de nieuwe eisen die worden gesteld aan brandbeveiligingsinstallaties? Vanaf 1 april 2012 is al bekend dat er veel zou gaan veranderen in de regelgeving voor brandbeveiligingsinstallaties; deze aankondiging was opgenomen in het Bouwbesluit. Kort samengevat: vanaf begin dit jaar moeten alle brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties zijn voorzien van een inspectiecertificaat, dat wordt afgegeven door een inspectie-instelling (en dus niet door een branddetectiebedrijf). Naast een certificaat voor brandmeldingen, moeten gebouwen dus ook beschikken over een certificaat voor ontruimingsalarmen. De voorbereidingen voor de nieuwe wetgeving kwamen niet meteen op gang, zoals vaak het geval is. Dit had tot gevolg dat inspectie-instellingen medio vorig jaar allemaal tegelijk geaccrediteerd wilden worden door de Raad van Accreditatie. Het heeft tot nu toe niet geleid tot grote problemen, met name doordat er nog overgangsregels van kracht waren; dit was eigenlijk een escape in het Bouwbesluit.
Xander Willekes, PvE opsteller bij Ascom Nederland
Natuurlijk komt er een punt dat de overgangsregels niet meer gelden. En dat punt kwam aan het einde van vorig jaar. De ‘oude’ afgegeven certificaten in 2014 zijn nog geldig in 2015. Wat ik verwacht is dat er later dit jaar een run ontstaat op aanvragen bij inspectie-instellingen, omdat veel brandbeveiligingsinstallaties nog niet beschikken over de juiste certificaten. Ik vraag me af wat de reden is dat organisaties nog niet massaal aan de slag zijn met de nieuwe wetgeving. Het is geen kwestie van prioritering. Om me heen zie ik (gelukkig!) dat er veel aandacht wordt besteed aan brandveiligheid en ontruiming. Het ligt waarschijnlijk ook niet aan onwetendheid bij de doelgroep. Er zijn voldoende marktpartijen die seminars en andere bijeenkomsten hebben georganiseerd. Ook zijn de nieuwe regels na te lezen in diverse naslagwerken die speciaal voor dit doel zijn geproduceerd. Wat ik denk is dat, zoals in veel gevallen, organisaties afwachten tot het laatste moment met het nemen van de nodige maatregelen. Organisaties laten de nieuwe regels rustig op zich afkomen en gaan aan de slag op het moment dat de uiterste deadline dichterbij komt. Daarbij komt ook dat ze worden geconfronteerd met extra kosten. Waar bij een controle in de oude situatie de inspecteur af mocht gaan op waarneming van derden, moet hij in de nieuwe situatie de waarneming zelf doen. Ook moeten alle installaties fysiek en live worden getest, wat een behoorlijk tijdrovende klus is. Dit betekent dat de inspecteur meer tijd kwijt is dan voorheen, wat consequenties heeft voor de kosten. Eén ding staat vast: in 2015 komen alle organisaties aan de beurt als het gaat om een inspectie voor een brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie. Het oude certificaat is nog tot ultimo eind van dit jaar geldig. Als marktpartijen de handen ineen slaan en samenwerken waar mogelijk, dan hoeven we in december niet in de rij voor een certificaat.
nummer 5
november 2015
13
thema RWA / BMI
Aad van den Thoorn
Infobladen brandveiligheid geactualiseerd Recent zijn acht infobladen op brandveiligheidsgebied geactualiseerd, onder andere aan het Bouwbesluit 2012. In dit artikel worden twee van deze infobladen op het gebied van vluchten bij brand nader voor het voetlicht gehaald.
S
BRCURnet heeft in de loop van de jaren een groot aantal infobladen gepubliceerd. Dit zijn gratis online publicaties met praktijkgerichte instructies en checklists, onder andere op het gebied van brandveiligheid.
Infoblad 470: Maximale loopafstand tot uitgang subbrandcompartiment Het Bouwbesluit 2012 heeft wat betreft brandveiligheid twee centrale doelstellingen, namelijk beschermen van personen en voorkomen dat een brand zich uitbreidt naar een ander pand. Een belangrijk punt bij de eerste doelstelling is te voorkomen dat personen die in het pand aanwezig zijn veilig kunnen vluchten door een ruimte die met (giftige) rook is gevuld. Aannemende dat mensen in staat zijn maximaal 30 seconden met ingehouden adem door een subbrandcompartiment met rook te lopen met een snelheid van 1 m/s, volgt een loopafstand die niet groter is dan 30 m. Voor gebruiksfuncties met minder personen per oppervlak dan bijvoorbeeld woonfuncties gelden andere maximale loopafstanden. Zo mag de maximale loopafstand 60 m zijn in bijvoorbeeld winkels of industriepanden, vooropgesteld dat er minder dan 1 persoon per 30 m2 aanwezig is. De vermelde maximale loopafstand geldt voor nieuwbouw;;voor bestaande bouw en verbouw gelden andere waarden. Voor de woonfunctie bijvoorbeeld geldt dan 45 m. Het infoblad geeft een uitgebreide uitleg over de berekening (bij nieuwbouw) van de
14
nummer 5
maximaal toegestane loopafstand en de gecorrigeerde loopafstand. Dit is een denkbeeldige lijn van het verste punt in een verblijfsruimte tot aan de uitgang van het subbrandcompartiment (maximaal uitbreidingsgebied voor rook). Al dan niet dragende wanden en de scheiding tussen gebruiksgebied en verkeersruimte binnen een subbrandcompartiment zijn bepalend voor de gecorrigeerde loopafstand. Voert die denkbeeldige looplijn door een gebruiksgebied zoals een woonkamer, dan moet de lengte ervan worden vermenigvuldigd met een factor 1,5. Als de vluchtroute over trappen voert, maakt een te berekenen klimlijn over de trap daarvan deel uit. De hierboven beschreven gecorrigeerde loopafstand voert dus tot aan de uitgang van een subbrandcompartiment, zoals de voordeur van een woning of de rookpui in een kantoorgebouw. Als de uitgang van het
Infoblad 247: Veilig vluchten uit een woning Een brand in een hedendaagse woning kan zich veel sneller ontwikkelen dan in het verleden. In moderne interieurs worden veel kunststoffen en schuimen toegepast in bijvoorbeeld matrassen, meubels en gordijnen. Deze materialen zijn veel brandbaarder dan de materialen die in de meubels van enkele decennia geleden werden gebruikt. Zijn er geen brandvertragende materialen toegepast, wat wettelijk niet verplicht is, dan moet hiermee rekening worden gehouden. Een brand zal zich sneller ontwikkelen en de (giftige) rook kan zich snel door een woning verplaatsen als bijvoorbeeld de deuren tussen de verschillende vertrekken open staan. Daarom is het van groot belang dat bewoners bij een beginnende brand snel gewaarschuwd worden.
In gebouwen met een zorgfunctie is een brandmeldinstallatie vereist subbrandcompartiment de enige vluchtroute is en niet het aansluitende terrein, dan moet de verdere vluchtroute voldoen aan de eisen voor een beschermde of extra beschermde vluchtroute. Vanaf daar gelden ook weer maximale loopafstanden tot de volgende uitgang van die vluchtroute. Dit is afhankelijk van de status van de vluchtroute en de gebruiksfunctie waardoor die vluchtroute voert.
november 2015
Rookmelders Deze apparaten zijn bij bestaande bouw wettelijk niet verplicht (desalniettemin wel wenselijk!), maar bij nieuwbouw moeten ze worden aangebracht in alle ruimten die gepasseerd worden na het verlaten van een verblijfsruimte; in de praktijk meestal een overloop of een gang. In studentenwoningen (woonfunctie voor kamergewijze verhuur) geldt dat als een
thema RWA / BMI
wooneenheid/studentenkamer wordt uitgevoerd als beschermd subbrandcompartiment (30 minuten brandwerende wooneenheden binnen de totale woning, alleen alle ruimten die tot aan de uitgang gepasseerd worden na het verlaten van de wooneenheid, moeten worden voorzien van rookmelders. Zijn de studentenkamers niet brandwerend uitgevoerd, dan moeten ook in de studentenkamers zelf rookmelders worden aangebracht. Voor het plaatsen van rookmelders is NEN 2555 van kracht. Daarin staat onder andere dat rookmelders bij voorkeur aan het plafond moeten worden aangebracht, en dat voor elke 80 m2 bewakingsoppervlak een rookmelder nodig is. Rookmelders moeten werken op het elektriciteitsnet en daarnaast - met het oog op de bedrijfszekerheid - zijn voorzien van een batterij. Het plaatsen van een rookmelder in of nabij een keuken of badkamer is niet verstandig, want stoom en vocht in de lucht worden niet onderscheiden van rookdeeltjes en kunnen een vals alarm tot gevolg hebben. Om te zorgen dat rookmelders overal vol-
doende hoorbaar zijn, kan het noodzakelijk zijn om de rookmelders onderling te koppelen. In gebouwen met een zorgfunctie en waar patiĂŤnten wonen, gelden verscherpte eisen. Hier is een brandmeldinstallatie vereist. Het is dan niet nodig om tevens rookmelders aan te brengen.
Overzicht Het volledige overzicht van geactualiseerde infobladen op brandveiligheidsgebied vindt u hierna. Deze zijn gratis te downloaden vanaf www.sbrcurnet.nl : t 342: http://www.sbrcurnet.nl/producten/infobladen/garage-en-bergruimtebouwen-naast-een-woning t 100: http://www.sbrcurnet.nl/producten/infobladen/bepaling-van-het-aantal-toegestane-personen-in-een-gebouw-bezetting-en-ontruiming t 466: http://www.sbrcurnet.nl/producten/infobladen/bepalen-van-het-rechtens-verkregen-niveau t 467: http://www.sbrcurnet.nl/producten/infobladen/brandveiligheid-bij-her-
bestemmen-van-gebouwen t 468: http://www.sbrcurnet.nl/producten/infobladen/gelijkwaardige-oplossingen-en-bouwbesluit-2012 t 469: http://www.sbrcurnet.nl/producten/infobladen/gebruiksfuncties-enruimtebenamingen-volgens-bouwbesluit-2012 t 470: http://www.sbrcurnet.nl/producten/infobladen/maximale-loopafstandtot-uitgang-subbrandcompartiment t 247: http://www.sbrcurnet.nl/producten/infobladen/veilig-vluchten-uit-eenwoning
Handboeken Wie als professional betrokken is bij brandveiligheid, vindt in de zogeheten BOT-serie alle benodigde informatie. Deze serie van handboeken, deel A t/m F, is verkrijgbaar via www.sbrcurnet.nl. De handboeken zijn alle aangepast aan het Bouwbesluit 2012, evenals de bovengenoemde infobladen. Aad van den Thoorn is marketing- en communicatieadviseur bij SBRCURnet
nummer 5
november 2015
15
trends
Rob Jastrzebski
Trends in brandveiligheid Brandveiligheid blijft weerbarstige materie. De overheid beperkt zijn rol als regelgever en controleur en legt een steeds grotere eigen verantwoordelijkheid bij burgers en bedrijven. Tegelijk verandert ook de maatschappelijke rol van de brandweer, met een verschuiving naar brede veiligheidsadvisering en een nieuwe doctrine voor brandbestrijding. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor het bedrijfsleven? Ricardo Weewer, lector Brandweerkunde bij de Brandweeracademie van het Instituut Fysieke Veiligheid, duidt de trends en ontkracht een aantal hardnekkige mythen.
H
et is een rijksbrede trend, de terugtredende overheid, die meer verantwoordelijkheid en beslissingsruimte legt bij de samenleving. Als het over brandveiligheid gaat: bij gebouwbeheerders en gebruikers. Het realiseren van een passend brandveiligheidsniveau is primair hĂşn verantwoordelijkheid. Maar dan moeten bedrijven die beleidsruimte wel gebruiken en dat gebeurt volgens brandweerlector Ricardo Weewer nog onvoldoende.
Brandveiligheidsmythen “De overheid heeft in de regelgeving, met name het Bouwbesluit 2012, minimale wet-
telijke vereisten vastgelegd waaraan gebouwen moeten voldoenâ€?, aldus Weewer. “Die eisen zijn uitsluitend gericht op tijdige en veilige ontvluchting van aanwezige personen en op het voorkomen van branduitbreiding naar de buren. Veel gebouwbeheerders denken dat, als zij aan die wettelijke eisen voldoen, ze automatisch een brandveilig gebouw hebben, maar dat is een hardnekkige mythe. Want een gebouw dat volledig compliant is aan het Bouwbesluit 2012, kan nog steeds afbranden. Extra preventieve maatregelen voor snelle detectie, brandbeheersing en dus behoud van het gebouw en bedrijfscontinuĂŻteit, zijn geen zaak voor de overheid,
maar voor de ondernemer. Ik zie een trend waarin bedrijven gemakshalve kiezen voor uitsluitend het wettelijk minimum, omdat dat moet. Zonder gedegen eigen risicoanalyse en een eigen visie op brandveiligheid. Zo zijn er onvoldoende waarborgen voor een integraal brandveilig gebouw. Bijkomend probleem is dat gebouwbranden in stedelijk gebied steeds vaker een grote impact hebben op de omgeving. Vaak moeten andere gebouwen worden ontruimd, wegen afgezet, het openbaar vervoer omgeleid of raakt vitale infrastructuur ontwricht. Bovendien leveren grote branden vaak ook gevaar op voor het milieu en de volksgezondheid, want bij elke brand komen schadelijke stoffen vrij. Met al deze effecten wordt in de regelgeving geen rekening gehouden.� Dat investeren in extra brandveiligheid bovenop het wettelijk minimumniveau weggegooid geld is omdat de verzekeraar toch wel de schade vergoedt, is volgens Weewer een tweede mythe. Want verzekeraars dekken vaak wel de directe brandschade, maar niet altijd de economische gevolgschade van productieverlies en verlies van omzet. Niet voor niets gaat een groot deel van de door brand getroffen bedrijven binnen twee jaar failliet.
16
nummer 5
november 2015
Maar de brandweer komt toch om de boel tijdig te blussen? Daar is mythe nummer drie. Het beeld dat de brandweer bij bedrijfsbranden altijd naar binnen gaat om het vuur te temmen en het bedrijf te redden, moet volgens Weewer behoorlijk worden genuanceerd. Want dat kan niet altijd. Weewer: “Natuurlijk, de brandweer doet
trends
altijd haar best en zeker als er mensenlevens in het geding zijn, gaat zij tot het uiterste. Maar als het louter gaat om schadebeperking, neemt de brandweer geen risico’s. Branden veranderen van karakter, doordat steeds meer kunststoffen worden
toegepast en gebouwen beter worden geisoleerd. Branden ontwikkelen zich sneller, genereren grotere hitte en meer giftige rook en raken sneller onbeheersbaar. Dat zien we bij woningbranden, maar ook bij bedrijfsbranden. Als dan de preventieve
PUBLIEK-PRIVATE ALLIANTIES Het Landelijk Netwerk Risicobeheersing van Brandweer Nederland richt de aandacht op het herijken van het stelsel van brandveiligheid, onder andere door te stimuleren dat regelgericht beleid plaats maakt voor risicogericht beleid. Optimale veiligheidswinst wordt bereikt door de combinatie van heldere regels en handhaving, beĂŻnvloeding van gedrag, het verhogen van (brand)veiligheidsbewustzijn, bijdragen aan continuĂŻteitszorg, vanuit een heldere verantwoordelijkheidsverdeling. Daarvoor is overleg nodig tussen het brandweerveld en maatschappelijke organisaties. Het landelijk netwerk overlegt met koepels van onder andere de zorg, woningbouwcoĂśperaties en het verzekeringswezen. In het land zijn al diverse samenwerkingsinitiatieven gestart. Zo is in de Veiligheidsregio Midden en West Brabant een project gestart om publiek-private allianties te sluiten met onder andere zorginstanties en de chemische industrie. De samenwerking met maatschappelijke organisaties dient een gemeenschappelijk doel: minder slachtoffers, minder branden en minder schade.
voorzieningen in gebouwen onvoldoende zijn om branden beheersbaar te houden, bijvoorbeeld met een automatische blusinstallatie, dan is het voor de brandweer simpelweg te gevaarlijk om naar binnen te gaan. De mogelijkheden en onmogelijkheden tijdens een brand worden in feite al bepaald in het ontwerpproces van een gebouw, door keuzes over het brandveiligheidsniveau die door de gebouweigenaar zijn gemaakt.� Sinds een fatale brand in een scheepswerf in De Punt in 2008, waarbij drie brandweerlieden omkwamen, werkt de brandweer aan de invoering van een nieuwe brandweerdoctrine. Uitgangspunt is het minimaliseren van risico’s voor het brandweerpersoneel, vanuit het oogpunt van arbeidsveiligheid. De terughoudendheid bij binnenbrandbestrijding volgens de nieuwe brandweerdoctrine betekent niet dat de brandweer alle gebouwen maar lukraak laat afbranden, een mythe die leeft bij som-
nummer 5
november 2015
17
Nodeloos alarm verleden tijd: VeriďŹ catie PLUS beperkt overlast en kosten op slimme wijze! Hertek rekent af met de overlast en kosten die nodeloze alarmen de maatschappij bezorgen. De oplossing is eenvoudig: een software-update in de Penta 5000 brandmeldcentrale (bmc). Wie deze centrale niet heeft, kan zijn huidige bmc met korting vervangen en zo profiteren van Verificatie PLUS. Slimme techniek en overal betrouwbaar De intelligentie van Verificatie PLUS zit in de Penta 5000 bmc. Met een doordachte softwareupdate is de slimme oplossing
eenvoudig en snel toe te passen. De combinatie van technische en persoonlijke verificatie zorgt voor optimale betrouwbaarheid in iedere situatie. Ook als er geen mensen in het gebouw aanwezig zijn, zorgt technische verificatie voor een betrouwbare verificatie van elke melding. Dankzij de vele opties in de software is Verificatie PLUS altijd een maatwerkoplossing: Voor ieder moment en in iedere situatie zijn de optimale instellingen
beschikbaar. Verificatie PLUS vereist geen speciale projectering en aangepast PvE. Nieuwsgierig? Bekijk onze website www.veriďŹ catieplus.nl.
Voorkomt nodeloos alarm
FIBERSHIELD S - Rechthoekig of polygoonvormig uitvoerbaar - Hoekverbindingen mogelijk zonder geleiding - Standaard sluitend op zwaartekracht (stroomloos) - Mogelijk tot EI 120 classificatie en in praktijk tot 227minuten brandwerend volgens Efectis - Ideaal voor afsluitingen met architectonisch belang
ÂŽ FIRE PROTEC TION
www.stoebichfireprotection.nl
trends
mige verzekeraars. “Dat past niet bij kwaliteit die de brandweer nastreeft en de passie voor haar vak. Daarom zoekt de brandweer naar nieuwe innovatieve inzetmethodieken om risicovolle branden van buiten af effectiever te bestrijden. Bijvoorbeeld met ultra hoge druk blussystemen, waarmee dwars door muren en deuren in brandende ruimten kan worden gespoten om te koelen. Dan lopen brandweerlieden minder risico.”
Innovatie en kennisbevordering De brandweer en de Brandweeracademie versterken op meerdere fronten de inspanningen op het gebied van onderzoek en kennisontwikkeling. Brandonderzoek en wetenschappelijke brandproeven geven beter inzicht in brandoorzaken en brandgedrag en in de werking van preventieve voorzieningen. Weewer: “De praktijkexperimenten die de Brandweeracademie samen met brandweer, kennisinstituten en be-
drijfsleven uitvoert, dragen bij aan effectievere vormen van brandbestrijding. Zo krijgt de brandweer bij branden in bedrijfsgebouwen meer mogelijkheden om een ‘afbrandscenario’ te voorkomen.” Maar de crux van een brandveilige samenleving zit volgens Weewer vooral in de vorming van maatschappelijke veiligheidsnetwerken, waarin overheid, burgers en bedrijven samen optrekken. Door gezamenlijk meer te investeren in de voorkant van de veiligheidsketen (preventie) is de grootste veiligheidswinst te behalen. En daarin ziet de brandweer voor zichzelf een stevige rol als brede kennis- en adviesorganisatie, die burgers en bedrijven faciliteert en ondersteunt bij het goed regelen van hun brandveiligheidsoplossingen. Weewer: “De brandweer wil breder adviseren dan alleen op de minimumeisen die de wet voorschrijft. Zwaardere brandveiligheidsvoorzieningen kan zij nu alleen eisen in risicovolle situaties, zoals panden waar
verminderd zelfredzamen verblijven. De brandweer is al heel actief in het domein wonen met projecten rond ‘brandveilig leven’, maar wil er ook zijn voor het bedrijfsleven. Er zijn veel particuliere adviesbureaus die bedrijven prima kunnen helpen met hun brandveiligheidsvraagstukken. Maar de brandweer wil ook haar bijdrage leveren, omdat repressie en preventie niet los van elkaar kunnen worden gezien. Het belangrijkste is dat we een groter brandveiligheidsbewustzijn kweken bij gebouweigenaren en hen doordringen van de gevolgen van hun beslissingen. We willen duidelijk maken dat brandveiligheid niet ophoudt bij het voldoen aan minimumeisen, maar dat er ook oog moet zijn voor bedrijfscontinuïteit en veiligheid voor de omgeving. Die maatschappelijke krachtenbundeling is de missie van de brandweer voor de komende jaren.” Rob Jastrzebski is freelance journalist
nummer 5
november 2015
19
BHV
Rianne Kofman
‘Bedrijfsnoodorganisatie anders inrichten’ Flexwerken, hoogbouw, oudere werknemers en een terugtrekkende overheid. Doordat omstandigheden de laatste decennia zoveel zijn veranderd en bedrijven zich daar niet aan hebben aangepast, zijn zij nauwelijks voorbereid op calamiteiten. “Bedrijfsnoodorganisaties moeten daarom anders worden ingericht”, stelt Thijs van Rooden, branch manager Safety Services van Securitas.
V
eranderende omstandigheden brengen nieuwe risico’s met zich mee. Een duidelijk voorbeeld daarvan is het populaire flexwerken. Dit geeft werknemers de mogelijkheid een eigen werkplek te kiezen, vaker thuis of op locatie te werken en zelfs ’s avonds en in het weekeinde tijd op kantoor door te brengen. “Zelf mogen bepalen waar je gaat werken. Deze visie in combinatie met een ontwikkeling als hoogbouw kan gevaarlijke situaties opleveren en vraagt om een nieuwe inrichting van de bedrijfsnoodorganisatie”, zegt Van Rooden. “Waar je voorheen op iedere verdieping één bedrijfshulpverlener (BHV’er) aanwees die verantwoordelijk was voor de ontruiming bij calamiteiten en het beheersen van risico’s en incidenten, moet je er tegenwoordig rekening mee houden dat ook BHV’ers flexwerken. Zo kan het gebeuren dat alle BHV’ers op de 20e verdieping zitten en er vervolgens op de eerste verdieping een incident plaatsvindt. Dit soort omstandigheden vormen de nieuwe risico’s waaraan bedrijfsnoodorganisaties nog niet zijn aangepast.”
Daarnaast stijgt het risico op hartfalen als mensen ouder worden. “Ook dat is een risico waarop veel bedrijfsnoodorganisaties nauwelijks zijn voorbereid.”
Kritische blik De wetgeving stelt dat een veilige werkomgeving moet worden gecreëerd. Volgens Van Rooden is de inrichting van de bedrijfsnoodorganisatie (BNO) nog hetzelfde georganiseerd als twintig jaar geleden. We beheersen de restrisico’s door het inzetten van medewerkers die opgeleid zijn tot BHVer. Van Rooden: “Het opleiden van medewerkers tot BHV’ers is niet voldoende. De vaardigheden die worden geleerd tijdens de opleiding vormen een goede basis, maar sluiten niet aan bij de veranderende omstandigheden. De ontwikkeling die wij
20
nummer 5
“Is er bijvoorbeeld sprake van een verhoogd risico op hartfalen in een bedrijf met veel oudere werknemers, dan zou je ervoor kunnen kiezen om naast de BHV’ers, extra collega’s op te leiden in het gebruik van een AED. Denk aan cateringmedewerkers of receptionisten”, zegt Van Rooden. “Een ander voorbeeld is een cursus crisiscommunicatie of een mediatraining voor de directie van een bedrijf. Als bij een calamiteit de media op de stoep staan dan zijn communicatievaardigheden nuttig. Het is van belang om goed te reageren in geval van een incident of calamiteit; dat beperkt gevolgschade.” Naast gerichte trainingen is het belangrijk om technische ontwikkelingen in de gaten te houden. Van Rooden: “Er komt steeds
Het is moeilijk om mensen bewust te maken van risico’s die ze niet kennen
Oudere werknemers Een belangrijke demografische ontwikkeling is de toename van oudere werknemers. “Werkgevers moeten meer oog krijgen voor de risico’s hiervan”, meent Van Rooden. “Ouderen zijn bijvoorbeeld minder snel. Als er brand uitbreekt, gaat een 65-jarige minder gemakkelijk twintig verdiepingen af dan een 20-jarige. De kans bestaat dat ze vluchtwegen blokkeren.”
Gericht opleiden
daarom inzetten, is het aanpakken van de gehele bedrijfsnoodorganisatie. De BHV-opleiding is de basis, daarnaast vinden we het belangrijk om mensen functieen taakgericht op te leiden door middel van modulaire trainingen gericht op specifieke bedrijfsrisico’s.”
november 2015
meer hoogbouw, wat risico’s met zich meebrengt en om een andere manier van ontruimen vraagt. Evacuatieliften bijvoorbeeld worden al wel gebruikt in Azië, maar nog niet in Nederland. Speciale brandweerliften worden in Nederland wel steeds vaker ingezet, maar het is in ons land nog steeds
BHV
een veilige werkomgeving, zegt Van Rooden. Hij vindt het een goede ontwikkeling dat bedrijven in de toekomst hun speciďŹ eke risico’s beter in kaart moeten brengen, processen in de gaten moeten houden en meer de nadruk moeten leggen op bewustwording. Hij is daarom blij met het nieuwe ontwerp voor de bedrijfsnoodorganisatie (NEN 8112) waarin deze richtlijnen zijn opgenomen. “Werkgevers krijgen in dit ontwerp meer verantwoordelijkheid. Er is een duidelijke verschuiving van verantwoordelijkheid van de overheid naar het bedrijfsleven zelf. Dat is een goede ontwikkeling, mits het bedrijfsleven handvatten krijgt om die verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk te kunnen nemen.â€? Het deďŹ nitieve normontwerp wordt later dit jaar gepresenteerd.
Bewust worden “Veranderende omstandigheden betekenen ook dat er een nieuw bewustzijn moet ontstaanâ€?, vindt Van Rooden. “Dat kan door goed te kijken naar speciďŹ eke bedrijfsrisico’s en die breed, dus niet alleen bij de BHV’ers maar bij alle medewerkers, onder de aandacht te brengen. Dat start met bewustwording. Veel mensen weten niet wat de vluchtroutes zijn, waar de brandblussers hangen en hoe ze werken. Zo weet men bijvoorbeeld vaak niet dat er eerst een pin moet worden verwijderd voordat er iets gebeurt. Alleen al een keer eens rustig een brandblusser bestuderen vergemakkelijkt het gebruik als het nodig is.â€?
een no go om liften te gebruiken om mensen te evacueren, terwijl dit zeker interessante mogelijkheden biedt. Er is een omslag in het denken nodig.�
Terugtrekkende overheid Behalve hoogbouw, exwerken, oudere werknemers en de 24-uurs economie is de terugtrekkende overheid een belangrijke
ontwikkeling, zegt Van Rooden. “Waar we het vroeger normaal vonden dat hulpdiensten binnen een kwartier ter plekke waren, zien we nu dat de aanrijtijden langer worden. De brandweer rukt niet meer na elke melding gelijk uit, maar veriďŹ eert steeds vaker een alarm.â€? Bedrijven zouden niet te vrij moeten worden gelaten als het gaat om het inrichten van
Volgens Van Rooden is het moeilijk om mensen bewust te maken van risico’s die ze niet kennen. Pas als je ze confronteert met het feit dat er jaarlijks 260.000 mensen gewond raken bij bedrijfsongevallen en daarbij twee doden per week vallen, schrikken mensen.â€? Toch zijn er ook voorbeelden waar wel aan bewustwording wordt gedaan. “Er zijn bedrijven waar je het pand niet binnenkomt voordat je een ďŹ lmpje hebt gezien en waar instructies worden verstrekt. Ik denk dat meer ondernemingen dat zouden moeten doen. Stel dat je op een zaterdagavond op kantoor zit, dan moet je weten wat je moet doen in geval van nood. Het is dan namelijk nog maar de vraag of er een BHV’er is die je komt vertellen dat je de 20e verdieping moet verlaten.â€? Rianne Kofman is redacteur bij MediaForta
nummer 5
november 2015
21
Uit het brandlab
Hoe beveilig je rookluiken tegen valgevaar? Wie aandacht wil besteden aan brandveiligheid, staat vaak voor dilemma’s. Zo voorzien bedrijven het dak van grote ruimten vaak van rookluiken, maar daar mogen geen mensen of objecten doorheen kunnen vallen. Efectis testte een oplossing.
B
ij een bezoek aan willekeurige groothandel hoeft u alleen maar naar boven te kijken en u ziet ze zitten: de rookluiken. Geen overbodige luxe, want de magazijnen staan vaak vol met
22
nummer 5
brandbaar materiaal. Als die materialen om wat voor reden dan ook vlam zouden vatten, kan de brand snel overslaan naar andere stellingen en wel zo snel dat mensen nauwelijks tijd hebben om te vluchten.
november 2015
Verstikking door rook is dan een van de grootste gevaren. Vandaar die rook- en warmteafvoerluiken in een dak. Bij een brandalarm schakelen die open en voeren warmte en rook af zo-
Uit het brandlab
dat er op vloerniveau een rookvrije laag ontstaat. Zo krijgen mensen langer de gelegenheid om te vluchten.
Testen Efectis heeft deze rookluiken in het verleden al talloze malen getest op diverse aspecten, volgens de norm EN 12.101-2. Want het boven geschetste beeld – rookluiken die vanzelf opengaan bij brandalarm – beschrijft natuurlijk een ideaal geval. Een van de redenen is de brand zelf. “Natuurlijk zijn die luiken niet bedoeld voor een brand die al ver is gevorderd”, zegt Peter Reijman, Senior Project Leader Special Testing and Fire Investigation bij Efectis. “Maar de wetgever heeft wel aangegeven dat ze bestand moeten zijn tegen temperaturen van 300°C. Dus plaatsen we die luiken op een oven die tot 300°C wordt verhit om het correct functioneren te testen.”
de praktijk is dat meestal het middelpunt, omdat de constructie daar het zwakst is. De hoogte van de val is niet precies wettelijk vastgelegd, maar ligt tussen 0,6 en 2,40 m, wat een kracht oplevert van respectievelijk 300 J en 1200 J.” Reijman moet het toegeven: hij had niet verwacht dat de gekozen oplossing als valbeveiliging voor de test zou slagen. Het rookluik-frame was beschermd met een soort metalen net, heel open van structuur zodat het zo min mogelijk weerstand oplevert. Natuurlijk zorgde Efectis ervoor dat het onderzoek volgens de norm verliep. “Wij waren aanwezig bij de bevestiging van het rookluik in het testframe. En ook hebben wij natuurlijk gecontroleerd of al het montagemateriaal precies zo is aangebracht zoals aangegeven op de tekening.”
Uitkomst Impact Zoals gezegd, de verhittingstesten zijn reguliere testen. Recent trad Efectis buiten de gebaande paden en organiseerde een zogenaamde impacttest. Rookluiken bevinden zich immers op het dak, en dat dak moet regelmatig worden onderhouden, waardoor mensen en objecten op het dak aanwezig zijn. Het mag natuurlijk niet zo zijn dat een mens of zwaar object door een rook en warmteafvoer luik heen zou kunnen vallen. Die kans is niet denkbeeldig, want het rookluik zelf is vaak heel licht en kwetsbaar; het moet immers licht genoeg zijn om gemakkelijk open te gaan. Een speciale beschermingslaag zou dan een oplossing kunnen zijn. Een bedrijf uit Duitsland had een mogelijke oplossing en het was aan Efectis om te testen of die ook voldoende bescherming biedt.
EN 1873 De wettelijke eisen wat dit betreft zijn redelijk scherp omschreven in de norm EN 1873. Die norm beschrijft precies hoe je een impacttest moet organiseren. Daarvoor neem je een 50 kg zware leren bal, gevuld met glasparels, en die laat je vallen op de meest ongunstige locatie in het rookluik. In
De 50 kg zware bal kwam naar beneden, in dit geval van de maximale hoogte van 2,40 m. En dus was het tijd voor het tweede deel van de test. “Wij deden, geheel volgens de norm, eerst een minuut niets, en vervolgens inspecteerden we de schade. We zochten naar eventuele vervormingen, en keken of die groot genoeg waren om een bal door te laten met een diameter van 300 mm. Dat is ongeveer het formaat van een basketbal. Gaat die door het net heen, dan is het product afgekeurd. Want dat zou namelijk betekenen dat een monteur die erop terechtkomt, helemaal door het luik zou
UIT HET BRANDLAB In elke uitgave van Brandveilig.com verzorgt Efectis enkele pagina’s. Met meer dan tweehonderd medewerkers is Efectis de grootste organisatie die is gericht op brandveiligheid in Europa. De Efectis groep heeft vestigingen in Nederland (Bleiswijk), Frankrijk (Parijs, Metz, Lyon, Montpellier en Bordeaux), Spanje (Madrid) en Turkije (Istanbul) en beschikt naast deskundig personeel over een uniek en breed scala aan beproevingsfaciliteiten en moderne computersimulatiemiddelen. Verder onderhoudt Efectis actief relaties met de brandweer en toezichthouders en ook met kennisinstellingen, zoals universiteiten en onderzoeksinstanties. Hierdoor is Efectis in staat voor haar brede klantenkring altijd snel een pasklaar antwoord of oplossing te genereren. Meer informatie: www.efectis.nl
kunnen vallen. Bijvoorbeeld doordat hij eerst bewusteloos raakt, vervolgens opkrabbelt en dan per ongeluk in dat gat terechtkomt.”
TESTEN VERSUS CERTIFICEREN Ook al ben je voor alle testen geslaagd, voor een CE-markering is dat nog niet voldoende. “De test die wij uitvoeren, is immers een momentopname”, zegt Reijman. “Het betreft alleen het geteste rookluik en het geteste veiligheidsnet in dit geval.” De overheid wenst meer zekerheid dat een product dat bij duizenden wordt geproduceerd een homogene kwaliteit heeft. De materialen die je gebruikt, en de methoden om het product te produceren moeten constant zijn. Een certificeringscommissie kijkt daarom ook naar het fabricageproces. Efectis is naast een notified body voor testen ook een notified body voor certificering volgens EN17065.
nummer 5
november 2015
23
Uit het brandlab
Rookwerendheid en ventilatiesystemen In Nederland bestaan weinig echt rookwerende scheidingen in gebouwen, terwijl de wetgeving dat wel verondersteld. Meestal wordt de regel ‘de rookwerendheid is 1,5 maal de brandwerendheid op vlamdichtheid’ gebruikt en worden brandwerende scheidingen geplaatst. Hierdoor zorgen de eisen aan rookwerendheid niet voor wat we er mee willen: rook weren.
D
e rookwerendheid van deuren en luiken kan al tien jaar met een Europese methode worden bepaald; en de NEN 6075 regelt een inschatting van deze ‘echte’ rookwerendheid voor de overige onderdelen van scheidingen. De ‘echte’ rookwerendheid is echter nog niet verplicht.
De opvolger van het Bouwbesluit, het ‘Besluit Bouwwerken Leefomgeving’ zal voor nieuwbouw wel echte rookwerendheid gaan eisen. De vraag naar brandwerende bouwproducten zal dan deels plaats maken voor de vraag naar rookwerende producten, omdat veel brandwerende producten geen rook weren bij lage temperaturen. Dit heeft gevolgen voor producenten en leveranciers van brandwerende bouwproducten en voor de toepassers ervan in de bouw. De Besluit-opvolger wordt in 2018 van kracht, maar komend voorjaar al voor ‘consultatie’ gepubliceerd, zodat de industrie ruim twee jaar heeft om de juiste producten te ontwikkelen, inclusief de ofďŹ ciĂŤle productklasseringen. De bouw kan echter al eerder besparen op bouwkosten door de nieuwe producten toe te passen, omdat de nieuwe rookwerendheideisen soms goedkoper uitvallen dan de oude eisen.
24
nummer 5
november 2015
Wat betekent dit nu voor de ventilatiesystemen in gebouwen?
Meestal bevatten ventilatiesystemen brandkleppen op de brand- en rookscheidingen die thermisch worden gesloten. Rookscheidingen zullen rook ook gaan weren bij lage temperaturen. De kleppen moeten dan door rookmelders worden gesloten in plaats van thermische elementen zoals smeltloodjes. Rookwerende kleppen hoeven overigens niet bestand te zijn tegen hoge brandtemperaturen, zodat eenvoudigere kleppen mogelijk zijn. Soms bevatten ventilatiesystemen geen brandkleppen op de brand- en rookscheidingen. Voor rookwerendheid moet het systeem de ventilatie dan twintig minuten kunnen waarborgen (zonder recirculatie) onder brandomstandigheden. Ondanks de afwezigheid van kleppen hoeven de kanalen binnen het brandcompartiment waaruit wordt geventileerd niet brandwerend te worden geĂŻsoleerd; daarbuiten is isoleren wel nodig. De aansturing van kleppen op de scheidingen zal met rookmelder-activering duurder worden dan met thermische activering. Mogelijk wordt de tweede optie dan interessanter: geen kleppen. Dat laatste vereist wel een integraal begrip van de installatie: blijft de ventilatie twintig minuten in stand en wat moet daarvoor gedaan worden?
Efectis verzorgt regelmatig themabijeenkomsten over onderwerpen in de brandveiligheid, waaronder de nieuwe rookwerendheid. En Efectis kan, als enig laboratorium in Nederland, voor u de testen en klassering verzorgen.
Advertorial
Installateur leeft het principe van ‘u vraagt wij draaien’ na
Unica Automatic Sprinkler is van alle markten thuis Unica Automatic Sprinkler (UAS) houdt zich bezig met meer dan alleen sprinklerinstallaties. Alles rondom automatische brandveiligheidssystemen wordt door dé allround technisch dienstverlener geleverd, ontworpen, geïnstalleerd en onderhouden. “De behoefte aan deze integrale aanpak en het specialisme van UAS neemt toe doordat de overheid de verantwoordelijkheid én aansprakelijkheid vaker bij de eindgebruiker neerlegt.”
B
randmeldinstallaties , ontruimingsinstallaties, blusgassytemen, droge stijgleidingen, kleine blusmiddelen, slanghaspels, lagedrukwatermist, hogedrukwatermist , sprinklerinstallaties, Hi-ex inside en outside schuiminstallaties… noem het allemaal maar op of UAS is erin thuis. “Gezien de complexiteit en de vele mogelijkheden is het een vak op zich de juiste oplossing te selecteren om de automatische brandmelding goed te kunnen detecteren”, vertelt Robert Marchal, adviseur brandbeveiliging bij Unica. Unica kan volgens hem iedere oplossing bieden en is bovendien fabricaat-onafhankelijk. “De enige restrictie die Unica oplegt is dat het brandmeldsysteem een open protocol moet hebben, waarbij de eindklant niet aan één specifieke leverancier vastzit als het gaat om de aanleg, de modificatie en service en het onderhoud”, aldus Marchal. Volgens hem past dat ook in de huidige tijd. “Keuzevrijheid is immers een gemeengoed en wordt door veel bedrijven belangrijk gevonden.” Doordat Unica als grootste E- en W-installateur van Nederland integraal projecten realiseert, verstaat zij als geen ander de kunst om de Brandmeldinstallaties (BMI) naadloos te integreren in bijvoorbeeld een gebouwbeheersysteem of een securityconcept. “Door een landelijke dekking zijn wij bovendien altijd dichtbij en 24 uur per dag, 7 dagen in de week bereikbaar voor storingen”, vervolgt Marchal. Daarnaast verzorgt Unica trainingen en opleidingen voor installatiebeheerders. Ook maakt de allround technisch dienstverlener beheerplannen. Marchal: “Door de terugtredende rol van de
overheid als regelgever ligt de verantwoordelijkheid steeds vaker bij de eindgebruiker. Hierdoor zal bij zowel nieuwbouw als bestaande bouw sneller gekozen moeten worden voor een integrale aanpak.”
Hoog kennisniveau De medewerkers van UAS hebben een hoog kennisniveau en worden permanent opgeleid op een breed gebied qua brandveiligheidsoplossingen. Dat in combinatie met kennis van fire safety engineering maakt het dat UAS als geen ander inspeelt op de
wensen van de klanten die te maken hebben met een veranderend ‘brandveiligheidslandschap’. Marchal: “Het is one-stop-shopping bij ons. We leveren, ontwerpen, installeren en onderhouden automatische brandveiligheidssystemen. Daarbij geldt het principe: u vraagt wij draaien. We leveren maatwerk en volgen trends op de voet, zoals bijvoorbeeld de toenemende vraag naar draadloze brandmeldsystemen. Ook daarin zijn wij thuis. Of beter: Unica is van alle markten thuis.”
nummer 5
november 2015
25
BHV
Gabriëlle van Leeuwen
Organisatie interne noodhulp: 15 tips Sinds kort bestaat het platform Goede BHV praktijken. Op dit online platform kunt u door middel van actieve inbreng van en met elkaar leren om BHV binnen uw bedrijf vorm te geven.
1.
2.
3. 4. 5.
Zorg bij calamiteiten dat elke interne hulpverlener een kaart krijgt waarop precies staat wat deze persoon moet doen of welk gebied hij of zij moet controleren. Oefenen, oefenen en nog eens oefenen! Liefst in de praktijk, maar een tabletop sessie kan ook (met Lego of Playmobil op een plattegrond of maquette). Betrek iedereen in je organisatie bij de interne noodhulp. Veiligheid is van en voor iedereen. Stem de opleidingen van interne hulpverleners af op de situatie bij jou. Maatwerk dus. Bekijk elke keer weer de risico’s en handel hiernaar. Omstandigheden veranderen, waardoor een andere aanpak noodzakelijk kan zijn.
6.
7.
8. 9. 10. 11.
Evalueer regelmatig, bij incidenten, oefeningen, onechte alarmen en bijvoorbeeld tijdens overleggen en voer verbeteringen door. Kijk om je heen hoe anderen het georganiseerd hebben. Leer van en met elkaar, deel informatie, kennis en ervaringen. Gebruik ongewenste of valse alarmen voor een oefening. Geef iedereen een taak, ook medewerkers die geen BHV’er of hulpverlener zijn. Zoek een kartrekker in de organisatie die met inzet en enthousiasme wil starten. Integreer interne hulpverlening in taken of rollen binnen de organisatie.
12.
13. 14.
15.
Begin de interne hulpverlening klein en bouw van hieruit langzaam op, op basis van positieve ervaringen. Waardeer en beloon mensen die zich inzetten voor interne hulpverlening. Denk in scenario’s. Kijk niet alleen naar wat er al is gebeurd, maar ook naar wat nog kan komen. Interne noodhulp hoeft niet duur of complex te zijn. Wees creatief en stem het af op jouw situatie. Laat gebrek aan geld nooit een belemmering zijn!
Gabriëlle van Leeuwen werkt bij Veiligheid.nl
ONLINE PLATFORM GOEDE BHV PRAKTIJKEN Het platform Goede BHV praktijken is hét nieuwe informatie- en communicatieplatform om u te helpen de interne hulpverlening bij noodsituaties eenvoudig en doeltreffend vorm te geven en te beheren. Op dit online platform kunt u door middel van actieve inbreng van en met elkaar leren om BHV binnen uw bedrijf vorm te geven. U kunt onder andere alle voorbeelden uit het Goede BHV praktijkenboekje vinden en het boekje gratis downloaden. Daarnaast vindt u tips en blogs over alles rondom BHV en uw bedrijfsnoodorganisatie. En stel uw vraag over BHV, die wordt beantwoord in ‘De vraag van de maand’. Graag nemen wij ook uw goede voorbeeld op zodat we deze met al uw collega’s kunnen delen. Kijk op www.goedebhvpraktijken.nl
26
nummer 5
november 2015
BHV CASE BEDRIJFSVERZAMELGEBOUW: DE BEVERWIJKSE BAZAAR t 4PPSU PSHBOJTBUJF .BSLU NFU HPFEFSFO FO MFWFOTNJEEFMFO t #F[FUUJOH UPU NFEFXFSLFST POEFSOFNFST FO o CF[PFLFST QFS XFFLFOE NBYJNBBM QFS IBM
t )VJTWFTUJOH NBSLUIBMMFO WFSTQSFJE PWFS FFO UFSSFJO WBO IFDUBSF NFU EBBSJO DJSDB XJOLFMT FO LSBNFO FO FFUHFMFHFOIFEFO %BBSOBBTU [JKO FS FFO LBOUPPS BGWBM WFSXFSLJOHTTUBUJPO FO QBSLFFSQMBBUTFO
Grootste uitdaging .FU [PWFFM WFSTDIJMMFOEF SVJNUFT XJTTFMFOEF EJFOTUFO FO HSPUF BBOUBMMFO CF[PFLFST JT IFU WPPS %F #B[BBS WPPSBM [BBL PN TOFM FO BEFRVBBU UF LVOOFO PQUSFEFO [POEFS EBU FS PQ HSPUF TDIBBM QBOJFL POUTUBBU )PF [PSH KF EBU JFEFSFFO XFFU XBU IJK NPFU EPFO FO IPVE KF UFHFMJKLFSUJKE EF HFNPFEFSFO JO CFEXBOH
Aanpak Calamiteitenkaartjes 7PPS JFEFSF IBM [JKO DBMBNJUFJUFOLBBSUKFT POUXJLLFME JFEFSF NFEFXFSLFS IFFGU FS ¢¢O CJK [JDI %BBSPQ TUBBO POEFS BOEFSF EF OPPEVJUHBOHFO BGTMVJUFST WPPS HBT XBUFS FO FMFLUSB EF QMFL XBBS EF "&% IBOHU FO EF QMBBUT XBBS IVMQEJFOTUFO OBBSUPF LVOOFO 0N FGmDJ¥OU UF LVOOFO DPNNVOJDFSFO IFFGU %F #B[BBS FFO WFSTUFSLU QPSUPGPPOLBOBBM WPPS DBMBNJUFJUFO *OUFSOF IVMQWFSMFOFST XFSLFO EBHFMJKLT NFU EF QPSUPGPPO FO LVOOFO FS PPL JO UJKEFO WBO TUSFTT HPFE NFF VJU EF WPFUFO Niet alle informatie voor iedereen #JK DBMBNJUFJUFO CJKWPPSCFFME FFO CSBOENFMEJOH IFCCFO BMMF NFEFXFSLFST EVJEFMJKLF JOTUSVDUJFT PN BEFRVBBU UF IBOEFMFO [POEFS QBOJFL UF [BBJFO %BBS XPSEU HFSJDIU PQ HFUSBJOE ,BTTBNFEFXFSLFST FO SFDFQUJPOJTUFO LSJKHFO EF NFMEJOH QMVT JOTUSVDUJF JO IVO TDIFSN EJF IFU TZTUFFN CMPLLFFSU UPUEBU [F IFN CFXVTU XFHUJLLFO %BBSOBBTU JT FS FFO PNSPFQJOTUBMMBUJF BBOHFMFHE PN NFU ¢¢O CPPETDIBQ HSPUF HSPFQFO UF CFSFJLFO %F #B[BBS IFFGU DBMBNJUFJUFOLBTUFO BBO MBUFO MFHHFO %BBSJO [JUUFO OBBTU EF TUBOEBBSEVJUSVTUJOH PPL TQVMMFO EJF TQFDJmFL HFSJDIU [JKO PQ EF SJTJDP T JO EJF SVJNUF %FOL CJKWPPSCFFME BBO PPHEPVDIFT WPPS EF NFEFXFSLFST WBO EF BGWBMWFSXFSLJOH FO IFU UFSSFJOCFIFFS EJF NFU HFWBBSMJKLF TUPGGFO XFSLFO Blijven oefenen &S XPSEU NJOJNBBM WJFS LFFS QFS KBBS HFPFGFOE NFU EF CSBOEXFFS %F #B[BBS IPVEU PPL HSPUF PFGFOJOHFO NFU EF WFJMJHIFJETSFHJP ,FOOFNFSMBOE %BBS [JKO BMMF IVMQEJFOTUFO CJK CFUSPLLFO CSBOEXFFS QPMJUJF FO BNCVMBODFT 0NEBU FS [P O mHVSBOUFO OPEJH [JKO [FU %F #B[BBS EBBSCJK PPL FJHFO QFSTPOFFM JO
Resultaat %PPS TUFFET PQOJFVX UF PFGFOFO PPL PQ EJSFDUJFOJWFBV NFU EF WFJMJHIFJETSFHJP LBO %F #B[BBS IBBS WFJMJHIFJETCFMFJE TUFFET WFSEFS BBOTDIFSQFO 1SBLUJTDIF UJQT t #FLFOE NBBLU CFNJOE ;PSH EBU KF IVMQWFSMFOFST WFSUSPVXE [JKO NFU EF NJEEFMFO EJF [F CJK FFO JODJEFOU OPEJH IFCCFO t (B EF XFSLWMPFS PQ FO CFTQSFFL EBBS PG XBU KF BDIUFS KF CVSFBV CFEBDIU IFCU PPL FDIU [P XFSLU t ,JKL HPFE OBBS TQFDJmFLF SFTU SJTJDP T EJF OBBS WPSFO LPNFO VJU EF 3* & 3JTJDPJOWFOUBSJTBUJF FO FWBMVBUJF (B EBO FFOT CJK TPPSUHFMJKLF CFESJKWFO QPMTFO IPF [JK IFU EPFO %F #B[BBS LJKLU CJKWPPSCFFME OBBS MVDIUIBWFOT FO WPFUCBMTUBEJPOT 4BNFOXFSLJOH CSFOHU KF OBBS FFO IPHFS OJWFBV t "MT KF FFO HSPUF HSPFQ JOUFSOF IVMQWFSMFOFST IFCU LVO KF NBBUXFSLUSBJOJOHFO JO[FUUFO %BBS LVO KF BMT PSHBOJTBUJF [FMG BBO NFFTDISJKWFO [PEBU EF DVSTVT HPFE BBOTMVJU PQ EF EBHFMJKLTF QSBLUJKL t ;PSH CJK JODJEFOUFO EBU KF TOFM BDUVFMF JOGPSNBUJF HFFGU [PXFM JOUFSO BMT FYUFSO CJKWPPSCFFME WJB EF XFCTJUF NBBS PPL WJB TPDJBMF NFEJB ;P IPVE KF EF SFHJF FO IFMQ KF IFU VJUCSFLFO WBO QBOJFL UF WPPSLPNFO t ;FU FJHFO QFSTPOFFM JO CJK PFGFOJOHFO CJKWPPSCFFME BMT mHVSBOU -FFT EF BOEFSF DBTFT PQ XXX HPFEFCIWQSBLUJKLFO OM
nummer 5
november 2015
27
normen
Frank van Elsen
NEN 6060
Focus op grote brandcompartimenten De toelaatbare oppervlakten voor brandcompartimenten zijn door de jaren heen nogal eens veranderd. En dan met name de compartimenten met een industriefunctie bleken onderhevig aan voortschrijdend inzicht. Met deze wijzigingen veranderde ook de visie op de ‘gelijkwaardigheid’ en hoe deze te onderbouwen.
28
nummer 5
november 2015
normen
I
n het verleden werd een A4-tje van een meer of minder gerenommeerd adviesbureau, waarin onomwonden werd gesteld dat de simpele aanwezigheid van een sprinklerinstallatie voldoende onderbouwing van gelijkwaardigheid voor het grote brandcompartiment was, nog wel geaccepteerd. Allerlei andere exotische oplossingen werden ook wel voorgesteld, en ja, soms geaccepteerd. Met de introductie van het rekenbeslismodel en later de ‘Methode Beheersbaarheid van Brand’, kortweg methode BvB genoemd, kwam er wat meer lijn in de onderbouwingsvoorstellen. Gelijktijdig was het
toelaatbaar gebruiksoppervlak (let op het voorvoegselgebruik) verlaagd van 2.500m2 naar 1.000m2, waardoor in de praktijk voor 80 procent van de nieuw te bouwen industriehallen een gelijkwaardigheidsrappor-
Gebruiksfunctie
tage noodzakelijk was voor het verlenen van de bouwvergunning. Ook methode BvB en de herziening hiervan in 2007 bleken niet zaligmakend en onderhevig aan het eerder genoemde voortschrij-
Nieuwbouw
Bestaande bouw
kg vh
kg vh
Industriefunctie
600 000
750 000
Andere gebruiksfunctie binnen het toepassingsgebied van 7.2
300 000
600 000
Tabel 1
Gebruiksfunctie
Nieuwbouw
Industriefunctie Andere gebruiksfunctie binnen het toepassingsgebied van 7.2
Bestaande bouw
kg vh
kg vh
1 200 000
1 500 000
600 000
1 200 000
Tabel 2 Gebruiksfunctie
Industriefunctie
Andere gebruiksfunctie binnen het toepassingsgebied van 7.2
Uitvoeringsniveau VBBsysteem
Nieuwbouw kg vh
Uitvoeringsniveau VBBsysteem
Bestaande bouw
Normaal
12 000 000
Normaal
15 000 000
Verbeterd
15 000 000
Verbeterd
18 750 000
Hoog
19 800 000
Hoog
24 750 000 12 000 000
kg vh
Normaal
6 000 000
Normaal
Verbeterd
7 500 000
Verbeterd
15 000 000
Hoog
9 900 000
Hoog
19 800 000
OPMERKING 3 Bij stapeling volgens 7.2.4 behoort de sprinklerinstallatie van het onderliggende NEN 6060compartimerit te zijn voorzien van een uitvoeringsniveau ‘verbeterd’ of 'hoog'.
Tabel 3
Gebruiksfunctie
Bijeenkomstfunctie Onderwijsfunctie
Gezondheidszorgfunctie (andere) Kantoorfunctie
Industriefunctie Sportfunctie Winkelfunctie
Bezetting
Nieuwbouw
m2 gebruiksoppervlakte per persoon
m
m
≤12
60
60
>12
60
60
>30
60
60
≤12
60
75
>12
90
90
>30
90
90
≤12
60
75
Bestaande bouw
>12
90
90
>30
120
120
Tabel 4
nummer 5
november 2015
29
PRAKTIJKDAG DINSDAG 8 DECEMBER 2015 Hotel Van der Valk Veenendaal
Aan de slag met de dynamische RI&E
€100,KORTING voor abonnees en LinkedIn leden
VAN PRODUCT- NAAR PROCES-DENKEN Maak van uw RI&E een dynamisch proces dat meebeweegt met de ontwikkelingsfase van uw organisatie. Ontdek hoe u veranderingen begeleidt en starheid en weerzin omzet in enthousiasme. U leert de verschillende veranderaanpakken en hoe deze aansluiten op uw organisatiecultuur. Ga meteen aan de slag • Ontdek de manier om uw RI&E niet in een la te laten verdwijnen. • Leer van praktijkvoorbeelden over hobbels en kansen. • Doe ideeën op voor het verbeteren en efficiënter maken van bestaande procedures. • Ontdek uw rol bij het beïnvloeden van gedrag- en cultuurverandering rondom veilig en gezond werken. • Kies de adviesstijl die daar het beste bij past.
Voor meer informatie en inschrijven ga naar:
www.arbo-online.nl/praktijkdag
Combinatie van theorie en praktijk PLENAIRE SESSIES
1. De RI&E als dynamisch bedrijfsproces 2. De dynamische RI&E in een managementsysteem 3. De dynamische RI&E als cultuurontwikkeling 4. De risicodialoog WORKSHOPS
Kies uit 9 interactieve sessies
normen
Basis voor onderbouwing is de aanwezige vuurlast
Wat opvalt zijn de ‘hoge’ vuurlasten, of anders gezegd, de grote brandcompartimenten die met toepassing van dit maatregelpakket mogelijk zijn. In dit licht gezien was die eerder genoemde brief van de adviseur niet eens zo ver naast de waarheid. Ik laat de discussie omtrent de faalkans van de VBB installatie maar even voor wat ze is.
Afstandbijdrage, Ca [min]
240
180
120
60
0 0
3
6
9
12
15
18
21
Warmtestraling die op de overliggende gevel valt, ϕ doel [kW/m2]
Figuur 1 dend inzicht. Bouwbesluit 2012 ‘verhoogde’ het toelaatbaar gebruiksoppervlak weer ‘terug’ naar 2.500m2 en methode BvB werd aangepast en ‘getransformeerd’ naar een NEN norm, de NEN 6060. Nagenoeg parallel aan het optuigen van de NEN 6060 werd - en wordt - gewerkt aan de NEN 6079, eveneens een methode om op gelijkwaardigheid tot grotere brandcompartimenten te komen maar dan op basis van een risico-afweging. In deze norm wordt, in tegenstelling tot de regelgeving (Bouwbesluit) zoals wij die thans kennen, wél rekening gehouden met de ‘kans op’. Simpel gezegd, hoe lager het risico, des te groter mag het brandcompartiment zijn. Aangezien de NEN 6079 nog concept is, laat ik deze hier buiten beschouwing.
NEN 6060 Geheel nieuw van opzet is de NEN 6060 toch ook weer niet. Nog steeds is de basis voor de onderbouwing de aanwezige vuurlast, en nog steeds zijn er de maatregelpakketten 1 tot en met 4 mogelijk. Wel is de grenswaarde van de 300 ton (bij maatregelpakket 1) maximale vuurlast vervangen voor een situatie-afhankelijk maximum. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen het niveau bestaande bouw en nieuwbouw, waarmee recht gedaan wordt aan het feit dat het Bouwbesluit eveneens dit onderscheid maakt. Bovendien zijn de maxima aanzienlijk hoger dan die zoals gehanteerd in BvB. In tabel 1 worden de maxima gegeven voor de industriefunctie.
Voor de overige maximaal toelaatbare vuurlast per maatregelpakket verwijs ik naar de norm zelf. Naast de situatie-afhankelijke maximaal toelaatbare vuurlasten en het feit dat deze significant hoger zijn dan voorheen in BvB toelaatbaar waren, zijn er nog een aantal wezenlijke verschillen. Zo mag bij toepassing van de NEN 6060 bij het bepalen van de brandwerendheid van buitenwanden géén brandwerendheid van een spiegel symmetrisch gelegen gebouw meegenomen worden! Wel wordt in de NEN 6060 ‘genuanceerder’ met het aspect ‘maatgevende vuurlast’ omgegaan. Er mag onder voorwaarden gerekend worden met de gemiddelde vuurlast, waardoor de uiteindelijke brandwerendheden toch lager liggen dan op basis van BvB het geval zou zijn. Maatregelpakket 2, het pakket dat ook onder BvB al zo ‘onder vuur’ lag omdat dit een ‘binnenaanval’ impliceerde, is ondanks alle kritiek toch opgenomen in de NEN. De voorwaarden zijn nog eens aangescherpt en uitdrukkelijk wordt in de NEN beschreven dat er geen enkel ‘recht’ aan de brandweerinzet dan wel het resultaat hiervan verleend kan worden. Het toepassen van dit maatregelpakket zal ook met toepassing van de NEN 6060 verder geminimaliseerd blijken. (Zie tabel 2.) Maatregelpakket 3 laten we even voor wat het is. Maatregelpakket 4, toepassing en een automatische blusinstallatie (VBB) (zie tabel 3).
WBDBO waarden De NEN gaat in grote lijnen op de zelfde wijze om met het bepalen van de WBDBO waarden voor wanden en gevels. Wel is de curve voor het bepalen van de in rekening te brengen afstandreductie aangepast. Daar waar de lijn tussen 240 minuten en 60 minuten voorbij de 9kW/m2 in BvB nog recht was, is deze in de NEN 6060 een gebogen lijn. De argumentatie hiervoor is in de NEN gegeven (zie figuur 1). Vluchten In de NEN 6060 is informatief een bijlage opgenomen met betrekking tot vluchtroutes. Bij grote brandcompartimenten - en zeker bij toepassing van maatregelpakket 4 kunnen de resulterende vluchtroutes maar moeilijk nog aan de waarden voldoen zoals deze in het Bouwbesluit worden gesteld (afhankelijk van, van 30 tot 75m). (Zie tabel 4.)
Conclusie Resumerend kunnen we stellen dat met het tot stand komen van de definitieve NEN 6060 het thema grote brandcompartimenten weer volop in de aandacht zal komen te staan. Zo zouden veel ‘oude’ situaties waarbij met BvB nog sprake was van noodzakelijkheid van toepassing van maatregelpakket 4, thans de blusinstallaties mogelijk kunnen vervallen. Of dit ook wenselijk is in het kader van bedrijfscontinuïteit is een andere discussie. Feit blijft dat de bepaling van de vuurlast op basis van aanwezige goederen de basis is en dat is niet anders dan bij methode BvB! Kortom, behoud het goede en verander wat verandert moet worden. Frank van Elsen is directeur van FE-Fire Safety Engineering (www.fe-fire-safety-engineering.nl) Verantwoording: In dit artikel zijn tabellen opgenomen uit de NEN 6060, zie https:// www.nen.nl/
nummer 5
november 2015
31
seminar
IndustriÍle brandveiligheid: regels of keuzes? Zo’n 200 vakexperts uit de brandveiligheidsbranche kwamen op 7 oktober bijeen in Gorinchem voor een VBE-seminar over industriÍle brandveiligheid. Een wereld apart, waar de regelgeving een minimum aan eisen oplegt, maar waar echte brandveiligheid wordt bepaald door kennis en keuzes.
H
et seminar in de Gorinchemse evenementenhal begon met een update van VBE-voorzitter Maarten de Groot over de veranderingen binnen de vereniging. Tot dusver was de VBE een schakel in de NOVB-structuur, maar na de fusie met VEBON heeft het bestuur van de VBE besloten om als zelfstandige vereniging verder te gaan. Een wijziging die begin december zijn deďŹ nitieve beslag zal krijgen. De zelfstandige VBE zal volgens De Groot wel intensief met VEBON-NOVB blijven samenwerken, net als met andere brancheorganisaties. Want het belang van samenwerking en kennisdeling tussen de vakorganisaties in de brandveiligheidsbranche blijft onverminderd groot.
Onzinnige regelgeving In het inhoudelijk programma van het seminar zoomden deskundigen van uiteenlopende origine in op de soms weerbarstige thematiek van brandveiligheid in industri-
ele objecten. Complexe vraagstukken op het grensvlak van techniek en menselijk gedrag. De dagvoorzitter voerde de ‘holenmens’ op als representant van de geprogrammeerde mens op wie regels niet veel invloed hebben. Want in noodsituaties handelen we toch meestal in een reex en worden bijvoorbeeld de in de regelgeving voorgeschreven groen oplichtende vluchtwegaanduidingen vrijwel nooit gevolgd. Waarom zou je ze dan nog verplicht stellen? Dit thema was het domein van professor Ira Helsloot, hoogleraar Besturen van veiligheid aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. Hij stelde dat er in het brandveiligheidsdomein veel onzinnige regelgeving is en dat het geen kwaad kan als de beleidsmakers, inspectiediensten en brandveiligheidsexperts samen eens de stofkam door de regelgeving zouden halen. Welke regels zijn zinvol en welke niet? In ieder geval moeten we af van het idee dat meer regel-
32
nummer 5
november 2015
geving automatisch leidt tot meer brandveiligheid. Zo zit de werkelijkheid niet in elkaar, want de regelgeving is de afgelopen decennia dan wel veel strenger geworden, het aantal industriĂŤle incidenten en ongevallen neemt niet af. Het aantal slachtoffers daalt gelukkig wel. Minder maar betere regels zijn volgens Helsloot de oplossing, waarbij de overheid en vakexperts veel nadrukkelijker moeten kijken naar de meetbare veiligheidswinst die ze opleveren. Een opmerkelijke conclusie van Helsloot was dat brandveiligheid in de industrie een merkwaardige relatie lijkt te hebben met de economische positie van bedrijven. Concreet: bedrijven die winst maken, blijken het qua veiligheidscultuur beter te doen dan economisch zwakkere bedrijven. Verklaarbaar, in de ogen van Helsloot, want bedrijven met een positieve boekhouding hebben meer te besteden aan preventieve voorzieningen. In slechter presterende bedrijven, waar de ďŹ nanciĂŤn voortdurend on-
seminar
based benadering voor een beveiligingsstrategie zijn gericht. Dat betekent: kritisch kijken wat je aan de voorkant van de ‘vlinderdas’ van de veiligheidsketen kunt doen (preventie), om incidenten beheersbaar te houden en investeringen aan de rechterkant (repressie) te beperken. Een sprinklerinstallatie voor het koelen van de opslag, in combinatie met een vloerbeschuiming via een Hi-Ex schuiminstallatie, is de meest effectieve combinatie voor het beheersbaar houden van brand in een opslag van gevaarlijke stoffen.
De praktijk van LNG
der druk staan, is veiligheid vaak een sluitpost. Een interessante eye-opener voor de deelnemers aan het seminar.
Performance based veiligheid Automatische blussystemen zijn verreweg de belangrijkste troef voor brandveiligheid in de industrie, werd duidelijk tijdens het VBE-programma. Ze kunnen het verschil maken tussen tijdelijke overlast door een kleine binnenbrand die in de kiem wordt gesmoord of totale verwoesting van het bedrijf, die niet zelden leidt tot het einde van de onderneming. Ter overdenking voor de verantwoordelijken voor industriĂŤle brandveiligheid: circa 25 procent van de door brand getroffen bedrijven gaat uiteindelijk failliet als gevolg van productieverlies en het kwijtraken van klanten. Maar automatische blusinstallaties zijn complexe systemen en de installatie, inspectie en onderhoud van die systemen vragen een hoge mate van kennis bij de hierin gespecialiseerde bedrijven. Dat lijkt een open deur, maar Jerry Krijn van Dr. Sthamer schuimproducten stelde dat lang niet alle onderhoudsbedrijven in de installatiebranche over de benodigde kennis en ervaring beschikken om complexe blussystemen te testen en te onderhouden. Dat de branche een eigen vakopleiding ontwikkelt om het
kennisniveau in het vakgebied te bevorderen ziet hij als een goede ontwikkeling. Ook in de adviserings- en planningsfase van brandveiligheid is kennis vereist, bleek uit de bijdrage van Jeanne van Buren, senior specialist Industrial Safety bij Marsh Risk Consulting. Zij hield een pleidooi voor een performance based aanpak van veiligheid rond gevaarlijke stoffen, met als casus de opslag van brandgevaarlijke vloeistoffen in intermediate bulk containers (IBC’s). Tijdelijke opslagvoorzieningen die grote risico’s kunnen opleveren als niet goed wordt nagedacht over maatregelen om lekkage en brand te beheersen. Van Buren presenteerde een performance based aanpak via een twaalfstappenplan, te beginnen bij het opstellen van geloofwaardige scenario’s. Als je die niet kent, kun je ook geen effectieve beveiligingsmaatregelen formuleren. Van Buren wees op de casus ChemiePack om te illustreren hoe een vloeistofbrandscenario met IBC’s eruit kan zien. Het risico zit in de kenmerken van de kunststof containers: ze zijn populair als tijdelijk opslagmedium in de industrie omdat ze goedkoop zijn en makkelijk in gebruik. Tegelijk kunnen ze bij brand snel falen, waardoor in korte tijd een onbeheersbare plasbrand kan ontstaan. Op het voorkomen van zo’n snelle branduitbreiding moet de performance
Bijzondere aandacht was er voor de veiligheid van LNG, Liquid Natural Gas. Een nog relatief nieuw fenomeen in Nederland, dat meerdere vakgebieden samenbrengt waar het de brandveiligheid betreft. LNG is een nieuwe brandstof op de energiemarkt, die onder andere wordt gezien als schone en duurzame oplossing voor het vrachtvervoer over de weg en de scheepvaart. Energiedeskundigen voorzien een verdere groei van de LNG-markt, ook in Nederland, wat betekent dat het door afkoeling tot vloeistof verdichte gas op steeds meer plaatsen zal worden opgeslagen, vervoerd en ‘gebunkerd’. Brandweerexpert Dick Arentsen vertelde wat deze ontwikkeling betekent voor de brandweer en voor andere veiligheidsdeskundigen in de sectoren industrie en gevaarlijke stoffen. De conclusies van Arentsen liegen er niet om: het hulpverleningsdomein is nog niet gewend aan LNG en heeft nog niet voldoende kennis voor het veilig en effectief beheersen van incidenten met het vloeibare gas. En dat terwijl er inmiddels al zo’n 500 vrachtwagens in Nederland rondrijden met LNG als brandstof en er op steeds meer plaatsen tankstations en bunkerstations verrijzen. Voor mensen die beroepsmatig in de LNG-branche werken is speciďŹ eke vakkennis vereist, maar ook brandweerlieden moeten weten wat ze doen als ze op een dag met een LNG-brand worden geconfronteerd. Het ontbreken van uniformiteit in veiligheidssystemen op LNG-installaties en van een gedegen LNG-noodplan voor de hulpverlening ziet hij als belangrijkste knelpunten in het LNG-veiligheidsbeleid. Aan zo’n LNG-veiligheidsplan wordt in het veiligheidsdomein samen met binnenlandse en buitenlandse kennispartners overigens wel gewerkt.
nummer 5
november 2015
33
sprinklers
John van Lierop
Verhoog bedrijfscontinuĂŻteit met sprinklers Actieve blussystemen, zoals sprinklers, zorgen ervoor dat de gevolgen van een brand tot een minimum worden beperkt. Logisch dus dat steeds meer bedrijven voor deze vorm van brandveiligheid kiezen.
I
n Nederland breekt per jaar ongeveer 40.000 keer brand uit, waarvan 15.000 binnenbranden. Daarbij zijn circa 60 slachtoffers en circa 1.000 gewonden te betreuren. In 2013 was sprake van 636.500.000 euro brandschade. Dit betreft overigens alleen de branden waar de directe schade groter was dan 1.000.000 euro!
Brand en faillissement Veel organisaties hebben na een brand een groot probleem. Nadat de brand geblust is, liggen kritische bedrijfsprocessen voor langere tijd stil. Er bestaat een relatie tussen een faillissement en een eerdere brand. De uitkomsten van diverse onderzoeken variÍren, maar de boodschap is duidelijk: ben je bewust van de risico’s en neem maatregelen. Onbewuste of onduidelijke keuzes en het streven om slechts te voldoen aan de minimale wettelijke eisen, zijn vaak de oorzaak van brandveiligheidsproblemen. Brand is uiteraard niet de enige mogelijke oorzaak van business interruptie. Voor een internationaal opererend productiebedrijf zullen lokale conicten en corruptie van invloed zijn. Daarbij geldt, net als bij brand, dat niet iedere gebeurtenis een hoge impact heeft.
sico’s in kaart worden gebracht en heel bewust maatregelen worden getroffen om de risico’s en/of de gevolgen te beperken.
op brand nooit helemaal uitsluiten, maar je kunt wel maatregelen nemen, die de gevolgen van een brand beperken.
Uit ervaring weten we dat de directe gevolgen van een brand slechts het topje van de ijsberg zijn. In de praktijk blijken vooral de indirecte kosten enorm. Deze lopen uiteen van verlies van belangrijke medewerkers tot verlies van marktaandeel en verhoging van verzekeringspremie. Je kunt het risico
Bewustwording Vebon-Novb wil de bewustwording van de risico’s vergroten en tegelijkertijd handvatten aanreiken waarmee de risico’s beheersbaar worden. Met een doordacht, effectief en efďŹ ciĂŤnt brandveiligheidsplan is het heel goed mogelijk om de gevolgen van brand
Brandveiligheid is een keuze We kunnen ons voorstellen dat ondernemers brandveiligheid een lastig onderwerp vinden. Het heeft weinig raakvlakken met de ‘core business’. Met dit artikel willen we geen angst voor brand creĂŤren, maar informatie geven waarmee bewuste keuzes kunnen worden gemaakt; welke gevolgen van brand zijn wel en welke zijn niet acceptabel. Het is net als bij ondernemen, waar ri-
34
nummer 5
november 2015
Ben je bewust van de risico’s en neem maatregelen
sprinklers
Honderd procent brandveiligheid bestaat niet voor de persoonlijke veiligheid, de directe schade en/of de bedrijfscontinuĂŻteit te voorspellen en te beperken. Zeker met een actief blussysteem, zoals sprinklers.
Keuze VEBON-NVOB is van mening dat brandveiligheid een keuze is. Het kan een keuze zijn om slechts te voldoen aan de minimale wettelijke eisen. Veel ondernemers weten niet dat het Bouwbesluit zich beperkt tot vluchtveiligheid en de bescherming van de belendende percelen. De overheid beschouwt schadebeperking namelijk niet als haar taak. Soms is het nog triester gesteld en wordt het Bouwbesluit als ontwerpnorm misbruikt. Wie houdt nu wie voor de gek? Schadebeperking is een zaak van de eigenaar en gebruiker van een pand. Die dient maatregelen te treffen.
taald’ te worden naar de BIO-mix: een mix van Bouwkundige, Installatietechnische en Organisatorische maatregelen die gezamenlijk het brandveiligheidsniveau bepalen. Dat is ingewikkeld, omdat kennis nodig is over de mogelijkheden en de betrouwbaarheid en de kosten van maatregelen. De individuele maatregelen dienen bij elkaar opgeteld integrale brandveiligheid op te leveren. De publicatie ‘Model Integrale Brandveiligheid Bouwwerken’ van het CCV geeft een goed overzicht.
brandveiligheidsniveau’ is maatwerk, waarbij investeringen afgewogen dienen te worden tegen het maximaal acceptabel verlies. Vebon-Novb adviseert om de installatie van actieve blussystemen, zoals sprinklers, te overwegen. Een goed onderhouden sprinklersysteem zorgt ervoor dat een brand geheel automatisch, zonder tussenkomst van mensen, snel en effectief wordt bestreden. Daardoor zullen de gevolgen van een brand minimaal zijn. En veel andere maatregelen, zoals investeringen in brandscheidingen inclusief brandkleppen of het inrichten van een bedrijfsnoodorganisatie, kunnen beduidend eenvoudiger of geheel achterwege blijven. De brand beperkt zich tenslotte tot ÊÊn ruimte!
Iedere organisatie is anders en heeft te maken met eigen speciďŹ eke risico’s en bijbehorende impact. Deskundigen van brandweer, adviesbureaus en Risk Managers van verzekeraars kunnen helpen met het oplossen van het brandveiligheidsvraagstuk en het maken van bewuste keuzes.
BedrijfscontinuĂŻteit gewaarborgd
Sprinklers
John van Lierop werkt voor het European Fire Sprinkler Network (EFSN) en Vebon-Novb (john@eurosprinkler.org)
Met sprinklerssystemen zijn de gevolgen van een brand voorspelbaar. Imagoschade wordt voorkomen, er wordt immers verantwoordelijk gehandeld, en de bedrijfscontinuĂŻteit is beter gewaarborgd. De vraag is niet waarom je voor sprinklers zou kiezen, de vraag is waarom niet!
Vertaling naar maatregelen Het brandveiligheidsplan, waarin onder meer staat welke gevolgen van brand wel en welke niet acceptabel zijn, dient ‘ver-
Honderd procent brandveiligheid bestaat niet. Het realiseren van ‘het gewenste
nummer 5
november 2015
35
Leer in 2 dagen theorie en praktijk over brandveiligheid & wetgeving
NIEUW!
2-daagse cursus
BRANDWERENDHEID EN BRANDOVERSLAG 5 & 12 NOVEMBER 2015 Hotel van der Valk, Breukelen
INHOUD VAN DE CURSUS U leert in korte tijd veel over de theoretische en praktische kennis van de verschillende oplossingen voor WBDBO, de weten regelgevingen en computerprogramma’s voor brandoverslag. Zo bent u in staat bent om de WBDBO te waarborgen. Voor wie? De cursus is opgezet voor o.a. brandpreventisten, brandweer, bouwkundig adviseurs, architecten en ontwerpers, installateurs, preventiemedewerkers, medewerkers bouw- en woningtoezicht, handhavers, projectmanagers & verzekeraars.
DBrandtheorie DWBDBO DWettelijke aansturing WBDBO DNormen WBDBO DVerdieping R, E, I, W DWBD versus WBO DBrandoverslag DBrandoverslag berekenen DWoningscheidende wanden D Brandwerende details utiliteitsbouw & industriehallen
D Brandwerende doorvoeringen DPraktijkvoorbeelden Kijk voor meer informatie en inschrijven op
www.brandveilig.com/opleidingen
Deze cursus wordt afgesloten met een toets. Als u de toets met goed gevolg aflegt, ontvangt u hiervan een certificaat
OPLEIDINGEN
Column
Joric Witlox
Brandveiliger gebouwen Wordt de Wet verbetering kwaliteitsborging komende maanden ingevoerd? Het is de wet die de controle op de nieuwbouw volledig anders gaat regelen. Er wordt al tien jaar aan gewerkt. En er zijn zoveel ontwikkelingen dat ik deze column nodig heb om de situatie en de positie van BBN hierin enigszins te verduidelijken. Het is na al die jaren zover dat het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gaat voor deďŹ nitieve goedkeuring. Het mag duidelijk zijn dat we met spanning kijken naar hoe het politieke proces in het parlement verloopt. Het lijkt er vooralsnog op dat een ruime meerderheid voor het voorstel is.
Joric Witlox is voorzitter van vereniging Brandveilig Bouwen Nederland (BBN).
Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, gaat er veel veranderen bij het nieuwbouwen van gebouwen. Een eigenaar die nieuw wil bouwen hoeft dan geen bouwplantoets meer te laten doen bij de gemeente. Hij kan dan gaan bouwen nadat hij een door de overheid erkende private toetser, en een door de overheid erkend toetsingsinstrument heeft gevonden, en gemeld bij het bevoegd gezag. Na de bouw moet de toetser een getekende verklaring overleggen, onderbouwd met een dossier dat het gebouw voldoet. De toets is dus dat het uiteindelijke gebouw voldoet aan het Bouwbesluit. De persoon die toetst slaapt bij wijze van spreken alleen rustig als alles op zijn minst aan het Bouwbesluit voldoet en waar nodig aan een hoger niveau. De verwachting is dat dit gaat leiden tot een veel betere bouwkwaliteit. De eerste pilots hiermee zijn voorzien voor begin 2017. Allereerst wordt dit systeem ingevoerd bij gebouwen met een laag risico, zoals woningen. Nadat hiermee ervaring is opgedaan, is het de bedoeling dat uit te breiden naar gebouwen met meer risico. Maar dan wel met een adviserende rol voor de brandweer erbij. Om de plannen voor verbetering kwaliteitsborging uit te voeren, moeten nog een aantal zaken geregeld worden. Niet alleen door de overheid, maar ook door de marktpartijen. Het erkennen van toetser en instrument wordt gedaan door een overheidsorganisatie die momenteel in oprichting is. Echter, er bestaan nog geen instrumenten voor de borging. Het instrument is het systeem van controlepunten, waarmee in het proces en uiteindelijk wordt getoetst. Een aantal private partijen is al aan het werk om een instrument voor verbetering van kwaliteitsborging te maken. Om dat tijdig te realiseren, staan zij voor een forse uitdaging. Als het doorgaat moet binnen een jaar een toetsinstrument gereed zijn en moeten de borgers zijn opgeleid. Bouwkundige brandveiligheid beslaat circa een derde van het Bouwbesluit. En juist op het voldoen aan het Bouwbesluit moet worden gecontroleerd. Daarmee valt voor kwaliteitsborgers dus veel te controleren op het gebied van brandveiligheid. Brandveilig Bouwen Nederland heeft een werkgroep opgericht die hiermee aan het werk is en plannen maakt voor het oppakken van deze uitdaging. Wat nu al wel duidelijk is, is dat samenwerking nodig is en dat controlepunten voor brandveiligheid wellicht eenmaal worden opgesteld en dan gebruikt zullen worden in verschillende toetsingsinstrumenten.
nummer 5
november 2015
37
Column
René Hagen
‘Acceptabele’ branden? Wie herinnert zich nog de brand in de verkeersleidingspost van ProRail bij Utrecht Centraal in november 2010? Of liever: de gevolgen van deze brand? Anderhalve dag reden er geen treinen van en naar Utrecht Centraal. Veel andere stations in de regio waren ook buiten gebruik. Treinen stonden urenlang stil, duizenden gestrande reizigers wachtten op Utrecht Centraal en er ontstond een kilometerslange file richting het station. En wie herinnert zich de gevolgen van de brand in een pand van Vodafone in Rotterdam (april 2012)? Door deze brand viel één van de grootste netwerkcentrales van Vodafone uit. Een kwart van de Vodafone-klanten, met name in de regio’s Rotterdam en Den Haag, had problemen met bellen, sms’en en mobiel internet. Of de gevolgen van de brand in vernietigingsbedrijf Van Gansewinkel in Breda (augustus 2014), of van de asbestbrand in de jachthaven van Roermond (december 2014)?
René Hagen, Lector Brandpreventie bij de Brandweeracademie van het IFV.
De Woningwet, met daarvan afgeleid het Bouwbesluit, gaat ervan uit dat branden ‘acceptabel’ zijn zolang er geen slachtoffers vallen en er geen overslag heeft plaatsgevonden naar belendingen. Bij de bovengenoemde incidenten was van beide uitgangspunten sprake. Daaruit kan geconcludeerd worden dat deze branden geaccepteerd worden: het is overmacht. Dat deze branden een maatschappelijke impact hebben gehad, wordt vooralsnog buiten beschouwing gelaten. De vraag dringt zich dan ook op of we ons hiervan bewust zijn en of we dergelijke branden niet óók willen voorkomen. Vanwege onder meer het intensieve gebruik van mobiel dataverkeer en een dichte infrastructuur, is de Nederlandse maatschappij de laatste decennia kwetsbaarder geworden. Inmiddels blijkt dat branden kunnen leiden tot het afsluiten van spoorwegen, snelwegen en zelfs woonwijken en winkelgebieden. Wil men in de toekomst een dergelijke maatschappelijke impact voorkomen, dan moet niet alleen gekeken worden naar regels en wetten in de bouwsector, maar ook naar wetgeving op het gebied van continuïteit en veiligheid. Het is helder dat de bouwregelgeving omtrent de brandveiligheid van het gebouw zelf voldoende is. Als het gebouw vervolgens ingericht en gebruikt wordt voor bijvoorbeeld dataverkeer, is dat echter iets anders. Op het gebied van een (mogelijke) maatschappelijke impact bij brand is de huidige bouwregelgeving niet toereikend en zouden er andere wetten en regels aangepast kunnen worden. Want het is onwenselijk dat de verantwoordelijkheid voor een dergelijke impact voornamelijk ligt bij (gebouw)eigenaren. I n het verlengde hiervan kan de vraag gesteld worden of we het nog acceptabel vinden dat bij branden dieren omkomen en cultureel erfgoed verloren gaat. Ook hier geldt namelijk dat deze branden geaccepteerd worden zolang er geen sprake is van slachtoffers en/of overslag. Noemen we de gevolgen van zo’n brand dan ‘overmacht’? Kortom: het is belangrijk dat er een discussie gestart wordt over zowel de uitgangspunten als de gevolgen van het begrip ‘acceptabele branden’. Op de tweede Incidentonderzoeksdag van de Brandweeracademie en Brandweer Nederland is dit onderwerp ook besproken, zie voor deze en andere presentaties www.ifv.nl
38
nummer 5
november 2015
Schadepraktijk
Leo Porrio
Brand in houtafval Regelmatig ontstaat er brand in opslag van rest-/bouw-/sloopafval en vergelijkbare locaties. Het gaat dan om grootschalige opslag in bedrijfshallen of in de open lucht. Vaak worden broei of brandstichting als oorzaak genoemd, soms een technische probleem met machines als shredders.
V
eelal is er sprake van bedrijven, die tevens ander afval opslaan en verwerken. De tabel geeft een beeld van de branden over de afgelopen tien jaar. Indien er een schadeopgave is vermeld, is deze afkomstig van het Verbond van Verzekeraars of het Nivre. Als er gebouwen betrokken zijn bij de brand resulteert dit doorgaans in een hogere schadeopgave. De afvalstoffen zelf vertegenwoordigen meestal een geringe waarde.
ken per opslaglocatie doorgaans over enorme hoeveelheden hout, die in hoeveelheden van circa 5.000 m3 tot grote hoogte liggen opgeslagen. Indien brand uitbreekt, is het in combinatie met een straffe wind al gauw een zeer grote brand. De brandweer heeft dan grote moeite het vuur te bestrijden. Bij de laatste reeks branden maakte de brandweer gebruik van een zogenaamde knock-down actie: enorme hoeveelheden water worden op het vuur gespoten, waardoor de brand sneller onder controle is.
Brandgevaar Jaarlijks wordt er in Nederland ongeveer 1.200.000 ton (cijfers 2012, ministerie I&M) A-, B- en C-hout geproduceerd. 50 procent van dit hout wordt geëxporteerd, 35 procent wordt gebruikt voor energieopwekking en 15 procent wordt hergebruikt. We spre-
Vervuiling Naast het brandgevaar is ook de vervuiling door rondvliegende stofdeeltjes een probleem. Bedrijven, die in de nabijheid liggen, kunnen problemen krijgen met hun ventilatiesysteem. Een producerend bedrijf in de
De systemen werken op basis van infrarood hotspot- of gasdetectie TIJDSTIP
PLAATS
Juni 2006 November 2007 April 2008 Juli 2010 Juli 2010 September 2010 Januari 2011 Februari 2011 Mei 2011 Juli 2012 Augustus 2013 November 2013 April 2014 Juli 2014 September 2014 Augustus 2015 Augustus 2015
Eindhoven Almelo Stadskanaal Helmond Son Maastricht Hengelo Roermond Vlaardingen Waalwijk Leiderdorp Helmond Tiel Wilp Velddriel Groot-Ammers Son: 2e maal dit jaar
SCHADE
2,0 mio 6 mio 2,5 mio 14,5 mio
22 mio 2,8 mio
directe omgeving van een houtopslag dreigde hierdoor in de problemen te komen. Stof veroorzaakt door de houtverwerker tegenover het bedrijfscomplex was hier debet aan. De vergunningverlener heeft vervolgens geëist, dat er een hal gebouwd werd over de houtopslag. Anderhalf jaar later stond de houtopslag in lichterlaaie…
Blussing Eind augustus 2015 ontstond brand bij een opslaghal van een afvalverwerker. De aanwezige automatische sprinklerinstallatie zorgde voor de blussing: voor binnensituaties een goede oplossing. Voor grootschalige houtopslagen is ook een brandmeldsysteem beschikbaar, dat broei kan detecteren. De detectie en vervolgens de alarmering dient wel gevolgd te worden door een blusactie. Een aantal houtopslagen is al op deze wijze beveiligd. Het systeem is in Duitsland ontwikkeld door energie-opwekkers, die te maken hebben met grootschalige opslag van brandstoffen bij hun centrales. Een aantal incidenten is op deze wijze al in een vroeg stadium ontdekt en bestreden. De systemen werken op basis van infrarood hotspot- of gasdetectie. Het systeem is zowel geschikt voor binnen als buiten en het geheel wordt aangesloten op de bijbehorende brandmeldcentrale. Leo Porrio is risk control consultant
nummer 5
november 2015
39
Praktijk
Anton Raap
Uitgangspuntendocumenten
Daarmee start je toch? Voordat men gaat denken aan technische oplossingen en bijhorend ontwerp, is het van belang dat de uitgangspunten helder zijn. Echter in de praktijk begint men vaak met het ontwerp en de installatie zonder een goed Uitgangspuntendocument of Programma van Eisen.
40
nummer 5
november 2015
Praktijk
D
eze case betreft een buitenlocatie waar tijdelijk tankauto’s staan geparkeerd. Voordat deze vrachtauto’s naar klanten toe gaan, vindt er een kwaliteitscontrole plaats waarbij een kleine hoeveelheid product wordt afgenomen en getest. Het product in deze tankauto’s betreft een brandbare vloeistof.
Achtergrond De opdrachtgever wenst een vroegtijdige detectie van een eventueel beginnende vloeistofbrand om zelf de eerste repressieve acties te kunnen ondernemen en te besluiten of inzet van aanvullende hulpdiensten nodig is.
Probleem Zoals vaker was men ook in deze case al begonnen met het ontwerp en de installatie zonder een goed Uitgangspuntendocument (UPD). Dat detectie van een beginnende brand in de open lucht ook zijn uitdagingen heeft, bleek later. Het resultaat was dat er een complete installatie opgebouwd was met onder andere een tiental vlammelders, waarvan later bleek dat deze installatie niet kon voldoen aan de initiële vraagstelling van de opdrachtgever. De faalkosten bedroegen circa 100.000 euro..
Overweging Enkele uitgangspunten waar men bij deze case onvoldoende of geen aandacht aan had besteed, waren:
t Wat wordt verstaan onder een beginnende vloeistofbrand, met andere woorden wat is de omvang van de plasbrand die men wilt detecteren? Met dit gegeven en het gegeven van de mogelijke locaties in het veld waar men daadwerkelijk apparatuur kan plaatsen, krijg je een duidelijke specificatie van het benodigde bereik (detectie afstand) die een vlammelder moet aankunnen. De initieel geinstalleerde vlammelders konden qua omvang pas een brand detecteren van enkele m2’s, terwijl de opdrachtgever maximaal 0,5 m2 eiste. t Wat moet er worden gedetecteerd, met andere woorden welke stoffen kunnen er in de tankauto voorkomen? In deze case was men ervan uitgegaan dat er sprake was van een koolwaterstofhoudende vloeistof (geven een meer gele vlam). Tijdens het opstellen van het uitgangspuntendocument werd duidelijk dat het hier om niet-koolwaterstofhoudende vloeistoffen ging. De initieel geïnstalleerde vlammelders waren qua specificaties niet geschikt om niet-koolwaterstofhoudende branden te detecteren.
Oplossing Een goede voorbereiding is een voorwaarde voor een succesvol project. Hierbij hoort een goed Uitgangspuntendocument. Zoals het maken van een ontwerp en het aanbrengen van een installatie een expertise is,
Bij een goede voorbereiding hoort een goed UPD
VVBA De VVBA is in 2002 op initiatief van een aantal gerenommeerde bureaus opgericht om daarmee inhoud te geven aan de eigen verantwoordelijkheid van ingenieursbureaus op het gebied van brandveiligheid. Van de aangesloten bureaus wordt verlangd dat de doelstelling wordt onderschreven. Om de eenduidigheid en kwaliteit van de adviezen te bevorderen, worden door de leden richtlijnen opgesteld voor standaard verrichtingen. Deze zorgen voor een eenduidige interpretatie van regelgeving, normen en richtlijnen.
zo is dat ook met het opstellen van een kwalitatief goed Uitgangspuntendocument. Een opsteller van zo’n document moet in staat zijn om afstand te nemen tot de techniek en zich te verplaatsen in de risico’s. Door de uitgangspunten die volgen uit de aanwezige risico’s en de eisen van de klant of overheid eenduidig vast te leggen in een Uitgangspuntendocument, kan het branddetectiebedrijf een betere keuze maken in de producten die geschikt zijn voor het te verwachten brandrisico, en deze producten en detectiemethodes toepassen in een goed ontwerp waarmee de gedefinieerde brandgrootte kan worden gedetecteerd. De faalkosten kunnen zo tot een minimum worden beperkt.
PRAKTIJK Brandveiligheid is een specialisme. In de dagelijkse praktijk adviseert Anton Raap opdrachtgevers hoe te komen tot een voor alle partijen optimaal brandbeveiliging concept in de context van het gebouw, het gebruik, alle regelgeving die van toepassing is en in het licht van alle belangen van alle betrokken partijen. Raap is naast senior adviseur tevens directeur van advies- en ingenieursbureau Floriaan, kernlid deskundigenpanel BMI van het Centrum Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV) en bestuurslid van de Vereniging Van Brandveiligheid Adviseurs (VVBA).
nummer 5
november 2015
41
Brandveilig.com bedrijvenindex AADVIESBUREAUS
ASPIRATIESYSTEMEN
AMMA de Bruin www.ammadebruin.nl
SenseTek www.sensetek.nl
Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl
BHV
AerOcheck www.aerocheck.eu
Altavilla Brandveiligheid www.altavilla.nl
Saval Brandbeveiliging www.saval.nl
Birks Advies www.briksadvies.nl
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
DGMR dgmr.nl/brandveiligheid
BINNENDEUREN Berkvens www.berkvens.nl
Dijkoraad Viavesta www.brandweerondersteuning.nl
Limburgia Utiliteitsdeuren www.limburgia.nl
Floriaan www.floriaan.nl
REINÆRDT Deuren www.reinaerdt.nl
INNAX gebouwmanagement www.innax.nl
Theuma DoorSystems www.theuma.nl
KappetijnBriks www.kappetijnbriks.nl
BLUSGASINSTALLATIES
Nieman Raadgevende Ingenieurs www.nieman.nl
Breman Brandbeveiliging www.bremanbrandbeveiliging.nl
Reppel www.reppel.nl
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
Walraven www.walraven.com
Unica Automatic Sprinkler www.unica.nl
BOUWPLANTOETSING
Wolter & Dros Safety Partners www.wd-safetypartners.nl
Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl Birks Advies www.briksadvies.nl
BRAND/GASDETECTIE
Breman Brandbeveiliging www.bremanbrandbeveiliging.nl Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
BRANDBEVEILIGING Dictator Productie www.dictator.nl
Gerco Beveiligingen www.gerco.com
BRANDSLANGHASPELS Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl
Saval Brandbeveiliging www.saval.nl Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
BRANDTESTEN
Efectis (voormalig TNO) www.efectis.com/nl Peutz www.peutz.nl
BRANDVERTRAGING Finivlam www.finivlam.nl
Hefas Branddetectie www.hefas.nl
Fireprevention.NL www.fireprevention.nl
DEF Nederland Fire-Technology www.def-firetech.nl
Hugen Brandbeveiliging en Adviesbureau www.hugen.com
BRANDWACHTEN
RPS Advies- en ingenieursbureau www.rps.nl
SenseTek www.sensetek.nl
Saval Brandbeveiliging www.saval.nl
BRANDWERENDE COATINGS
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com
SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com
AED
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
Smeba Brandbeveiliging www.smeba.nl
BLUSMIDDELEN
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
Obex www.obex.nl
Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl
Peutz www.peutz.nl
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
AFDICHTINGEN
Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl
BBWest www.bbwest.nl
DMS Brandwerende Systemen www.brandwerendeconstructies.nl Firestopsupply www.firestopsupply.nl
Hugen Brandbeveiliging en Adviesbureau www.hugen.com Nu-Swift Brandbeveiliging www.nu-swift.nl
BRANDKLEPPEN BBWest www.bbwest.nl
FSS International www.firestopsystems.nl Systemair www.systemair.nl
Gerco Beveiligingen www.gerco.com
Saval Brandbeveiliging www.saval.nl
IBMO www.ibmo.eu
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
Unica Automatic Sprinkler www.unica.nl
DEF Nederland Fire-Technology www.def-firetech.nl
Walraven www.walraven.com
Wolter & Dros Safety Partners www.wd-safetypartners.nl
AFSLUITERS
BOUWMATERIALEN
Hefas Branddetectie www.hefas.nl Hertek www.hertek.eu
BERMAD Fire Protection www.bermad.nl
AFVALBAKKEN EHCM www.ehcm.nl
42
Draka Kabel www.draka.nl
Promat www.promat.nl
nummer 5
november 2015
BRANDMELDINSTALLATIES BD Service Nederland www.bdservice.nl
SERIS Safety www.seris-group.nl
DMS Brandwerende Systemen www.brandwerendeconstructies.nl Sika Nederland www.sika.nl
BRANDWERENDE DEUREN Alprokon Aluminium www.alprokon.com
Brandwerende Deuren en Constructiefabriek Enschede www.bdc-enschede.nl Hoefnagels Branddeuren www.hoefnagels.com Merford Special Doors www.specialdoors.nl REINÆRDT Deuren www.reinaerdt.nl Stöbich Fire Protection www.stoebichfireprotection.nl Theuma DoorSystems www.theuma.nl
CFD
Colt International www.coltgroup.com
Protec Brandbeveiliging www.protecbrandbeveiliging.nl
Efectis (voormalig TNO) www.efectis.com/nl
SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com
Exiss www.exiss.eu
Brandveilig.com bedrijvenindex Peutz www.peutz.nl
DEUREN INDUSTRIE
LADDERS
Gorter Luiken www.dakluiken.nl
Brandwerende Deuren en Constructiefabriek Enschede www.bdc-enschede.nl
LUIKEN
Merford Special Doors www.specialdoors.nl
NOODVERLICHTING
REINÆRDT Deuren www.reinaerdt.nl
DEURVERGRENDELINGEN
Gorter Luiken www.dakluiken.nl Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl Hertek www.hertek.eu
Van Walraven www.vanwalraven.com Wolter & Dros Safety Partners www.wd-safetypartners.nl
TRAINING/OPLEIDING Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
VLUCHTLUIKEN Gorter Luiken www.dakluiken.nl
Alprokon Aluminium www.alprokon.com
Nu-Swift Brandbeveiliging www.nu-swift.nl
Dictator Productie www.dictator.nl
Saval Brandbeveiliging www.saval.nl
DROGE BLUSLEIDINGEN
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
Floriaan www.floriaan.nl
PARKEERGARAGE-VENTILATIE
WATERMIST
Van Walraven www.vanwalraven.com
Systemair www.systemair.nl
Fire Technology www.firetechnology.nl
GLAS
ROOK- EN WARMTEAFVOER
SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com
Vetrotech Saint-Gobain Benelux www.vetotech.nl
Colt International www.coltgroup.com
INSPECTIEBUREAUS
ROOKMELDERS
Bureau Veritas www.bureauveritas.nl
First Alert – Sprue Safety www.firstalert.nl
Dijkoraad Viavesta www.brandweerondersteuning.nl
ROOKSCHERMEN
Saval Brandbeveiliging www.saval.nl
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
AGC Flat Glass Nederland www.yourpyrobel.com
Brand Veiligheid Inspecties BVI www.bvibv.nl
R2B Inspecties www.r2b.nl
INFRA
Colt International www.coltgroup.com
Brakel Atmos www.brakelatmos.com
Stöbich Fire Protection www.stoebichfireprotection.nl
Cable Masters www.cablemasters.nl Draka Kabel www.draka.nl Eldra www.eldra.nl Nexans Nederland www.nexans.nl
Technoship www.ultrafog.com Unica Automatic Sprinkler www.unica.nl
Colt International www.coltgroup.com
ISOLATIEMATERIAAL
KABELS
DEF Nederland Fire-Technology www.def-firetech.nl
Brakel Atmos www.brakelatmos.com
Hoefnagels Brand- en Bedrijfsdeuren www.hoefnagels.com
Unilin Insulation www.unilininsulation.com
Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl
Dictator Productie www.dictator.nl
Colt International www.coltgroup.com Rockwool Benelux www.rockwool.nl
VUURLASTBEREKENING
ROOSTERS
FSS International www.firestopsystems.nl
SPRINKLERS
Breman Brandbeveiliging www.bremanbrandbeveiliging.nl Chubb Fire & Security www.chubbfs.nl SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com
Ook in de bedrijvenindex? Bel of mail accountmanager
Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl
Marion Smits: marionsmits@vakmedianet.nl
Unica Automatic Sprinkler www.unica.nl
tel. 06-52867200
nummer 5
november 2015
43
Trigion Brand en Beveiligingstechniek | Houttuinlaan 18 | 3447 GM Woerden | tel. (0348) 40 55 00 | fax (0348) 40 55 99 info@trigionbbt.nl | www.trigion.nl | Onderdeel van Facilicom
Trigion. Toonaangevend in veiligheid