Skip to main content

Acta Groeninge 41

Page 1

ACTA

Nr. 41 � SEPTEMBER 2026

GROENINGE

WETENSCHAPPELIJK TIJDSCHRIFT VAN AZ GROENINGE


IN DIT NUMMER

10 04

06

De MUG van de toekomst: het ziekenhuis dat naar de patiënt rijdt

Zorg met een stem: spreken met een tracheacanule tijdens beademing

12

15

Behandelplan op maat van dagelijkse anatomie van patiënt

Pionierswerk in zorg voor oudere kankerpatiënten

18

23

PROSA-magie verovert az groeninge …!

Oudervriendelijk ziekenhuis

27

28

Interview Stefan Grosjean Founder Smappee Group

Overzicht symposia

32

Neurochirurgische expertise dichter bij de patiënt: microchirurgie in Izegem 2

ACTAGROENINGE

34

Stephanie Demeyer is allereerste schepen van Senioren in Kortrijk.


HOT Beste lezer De wereld staat in brand. Zelfs letterlijk. In het heetst van

In Izegem werd intussen van wervel-wal gestoken met een

mondiaal politiek strijdgewoel lijken we van de natuur

multidisciplinair micro-neuro-chirurgisch programma, u

zelf nog de meest hete adem in onze nek te voelen. Op

geserveerd in een Spine Flash. Indoor innovatie wordt

snelheid gepakt. Onvoorbereid. Maar geregeld wordt het

aangevuld met out of the box denken door ondernemer

wel. Over-gereguleerd.

Stefan Grosjean. En aan de basis van innovatie ligt wetenschap als onwrikbare pijler en het verspreiden

Brood en voetbalspelen brachten verstrooiing. Een

van kennis, te volgen in het overzicht van de geplande

beetje buiten de ‘Infant’-iele waard gerekend…

symposia.

Mogen we evenwel hopen dat de grootheidswaanzin van menig één a self limiting disease zal blijken. Justice after all. Naïviteit is nog steeds niet strafbaar. Temidden deze globale climatologische slippery slope nemen we u graag mee

“Deze zomer heeft een ‘mug’ gebaard, en wat voor één!”

volop recruteren. We stellen u de nieuwe welgekomen denkers-doeners graag voor. Dat az groeninge dit al 25 jaar met brio doet, getuigt het boek ‘Samen zorgen, voor & met elkaar’. Een genietbare ‘trip down to memory lane’… Een blik achterom

in ons Groeninge micro-klimaat… met enkele topics die echt ‘hot’ zijn. Bent u chaud?

Ons huis blijft intussen op de 2 sites

die perspectief biedt en doet hunkeren naar nog nieuwe horizonten. Recubans sub tegmine fagi, in de natuurlijke

Deze zomer heeft een ‘mug’ gebaard, en wat voor één!

airco van een beuken-lommer.

Een co-creatieve MUG, state of the art, is een feit. Een ‘flying hospital’, all inclusive. De zorg-violen worden gelijk

We hopen u hierbij een verfrissend Acta-nummer aan te

ge-‘stem’-d door de collega’s logopedisten.

bieden. Om de hart-verwarmende herinneringen aan die hot summer of ’26 gepast te laten acclimatiseren. Laat

In een stad waar Stephanie Demeyer schepen van

ons hierbij bovenal het hoofd koel houden. En cool blijven.

senioren mag zijn, kan een oudervriendelijk ziekenhuis

We zijn alvast een eclips

niet ontbreken. Online adaptieve radiotherapie draagt niet

rijker, de apocalyps blijft

alleen medisch bij, maar betekent ook absoluut inzetten

nog even uit.

op het welbevinden van de patiënt. Een symbiose tussen beide wordt vertaald in 15 jaar oncogeriatrie. Aan het

(Indian) summer

andere einde van de leeftijdspiramide wordt d.m.v. het

antieke groet,

Prosa-project ingezet op het comfort tijdens de perioperatieve beleving van de allerjongsten.

Uw dienaar, Jeroen

COLOFON ACTA GROENINGE Dit tijdschrift

verschijnt tweemaal per jaar en wil een overzicht geven van de medische, zorgverstrekkende en organisatorische activiteiten binnen az groeninge.

REDACTIECOMITÉ dr. Jeroen Ceuppens (Hoofdredacteur), dr. Kathleen Croes, dr. Marc Decupere, Guido Demaiter, dr. Tom Moerman, dr. Hans Detienne, Stefaan Lammertyn (Coördinatie), Bram Claeys, dr. Gert-Jan Vereecke, dr. Jonas Dewulf, Delphine Bertrand, Heidi Verdonckt REDACTIEADRES dr. Jeroen Ceuppens, Pres. Kennedylaan 4 | 8500 Kortrijk; t. 056 63 34 20, jeroen.ceuppens@azgroeninge.be OPMAAK SIX creative agency FOTOGRAFIE Christophe De Muynck - Kurt Desplenter - az groeninge VU Inge Buyse, Pres. Kennedylaan 4, 8500 Kortrijk az groeninge is lid van het E17-ziekenhuisnetwerk Uitgegeven in opdracht van het wetenschappelijk comité van az groeninge

DIT TIJDSCHRIFT IS OOK TE RAADPLEGEN VIA WWW.AZGROENINGE.BE Volg az groeninge op sociale media: www.twitter.com/azgroeninge www.facebook.be/azgroeningekortrijk www.linkedin.com/company/azgroeninge www.instagram.com/azgroeninge

3


INNOVATIE IN DE SPOEDZORG

DE MUG VAN DE TOEKOMST: HET ZIEKENHUIS DAT NAAR DE PATIËNT RIJDT HOE MEER DAN VIJFTIG ZORGACTOREN, EEN INNOVATIEDIENST EN ANDERHALF JAAR CO-CREATIE LEIDDEN TOT ZIEKENHUIS OP WIELEN.

KAREL DECALUWÉ - DR. FRANCIS DESMET - BRIAN DESPLINTER

Wanneer een MUG uitrukt, telt elke seconde. Maar wat als je die seconden niet alleen kon winnen op de weg, maar ook in de zorg zelf door diagnostiek en behandeling naar de patiënt te brengen in plaats van omgekeerd? Met de lancering van de MUG van de Toekomst zet az groeninge die gedachte om in de praktijk: een volledig geconnecteerd zorgplatform op wielen, uitgerust met point-of-care diagnostiek, prehospitale transfusiecapaciteit, 5G-connectiviteit en slimme verkeersintegratie. Het voertuig, een omgebouwde Mercedes V-klasse, werd op 6 juli 2026 officieel voorgesteld en is in de zomer van 2026 in gebruik genomen.

buiten de bestaande werkwijzen kwamen aan bod. Grafisch designers zetten deze voorstellen live om in schetsen, waardoor abstracte suggesties meteen tastbaar en bespreekbaar werden. De data uit die sessies spraken een duidelijke taal. Bij de vraag naar wat ontbrak, stonden netwerkverbinding, toegang tot het elektronisch patiëntendossier en 5G-connectiviteit bovenaan. Daarnaast bleken immobilisatiemateriaal en een te ruime medicatievoorraad vaak overbodig. Connectiviteit was de rode draad: minder ballast en meer verbinding werd het kompas voor de technische specificaties.

VAN END-OF-LIFE VOERTUIG NAAR VISIE De oudste MUG-wagen van de spoeddienst was aan vervanging toe. Voor The Greenhouse, de innovatiedienst van az groeninge, en de spoeddienst was dat echter meer dan een aankoopdossier. Het was een kans om na te denken over de prehospitale spoedzorg van de toekomst. Eerdere ervaringen met een 5G-connectiviteitskoffer toonden de mogelijkheden van mobiele technologie, terwijl collega’s met ervaring in het buitenland nieuwe ideeën aanreikten, zoals het toedienen van bloedproducten in het veld. Al die inzichten kwamen samen in één ambitieus project. Niet de vraag ‘welke wagen kopen we?’ stond centraal, maar wel ‘wat heeft de prehospitale spoedzorg van morgen nodig?’

CO-CREATIE ALS WETENSCHAPPELIJKE METHODE Voor het antwoord op die vraag keek het projectteam bewust verder dan de eigen muren. Meer dan vijftig experten uit Vlaanderen, Brussel en Nederland namen deel aan gestructureerde co-creatiesessies. Verpleegkundigen, artsen, ambulanciers, zorgverleners van de eerstelijn, vertegenwoordigers van Volksgezondheid en Economie, en beleidsmakers brachten elk hun eigen expertise en praktijkervaring in. De sessies werden georganiseerd in namiddag- en avondblokken, zodat ook wie in ploegen werkt kon deelnemen. De methodiek was even eenvoudig als doeltreffend. Aan de hand van de huidige MUG-voertuigen bracht het team eerst de bestaande situatie in kaart. Daarbij werd gekeken naar wat vandaag goed werkt, welke elementen overbodig zijn en wat nog ontbreekt. Ook innovatieve ideeën 4

ACTAGROENINGE

Soms leverde de co-creatie ook ontnuchterende inzichten op. Zo bleek dat er in België geen nationale standaard bestaat voor de inrichting van een MUG-voertuig, maar dat dit regio-specifiek wordt ingevuld. Of ook, toen een deelnemer zonder medische achtergrond vroeg waarom verpleegkundigen nog steeds zware metalen koffers uit de wagen moesten tillen, was het antwoord opvallend: ‘Omdat we het altijd zo doen.’ Die vraag leidde tot een herziening van het ontwerp, met rugzakken op grijphoogte als ergonomische oplossing. “De beste innovaties ontstaan niet achter een bureau, maar op de werkvloer. Wij hebben tijdens de co-creatiesessies voortdurend de vraag gesteld: wat heeft de MUG van de toekomst echt nodig, en wat is overbodig? Door de brede zorgsector van bij het begin te betrekken, werd dit geen project van az groeninge alleen, maar een blauwdruk die kan doorstromen naar de hele sector.”

Brian Desplinter, projectleider innovatie, The Greenhouse by az groeninge

WETENSCHAPPELIJKE ONDERBOUWING: PLASMA VÓÓR AANKOMST IN HET ZIEKENHUIS De meest impactvolle toepassing aan boord is de mogelijkheid om onderweg gevriesdroogd bloedplasma en bloed ter plaatse toe te dienen. Deze combinatie is niet alleen innovatief maar ook wetenschappelijk onderbouwd. In de PAMPer-studie (Prehospital Air Medical Plasma), gepubliceerd in The New England Journal of Medicine, werd aangetoond dat traumapatiënten met risico op hemorragische shock baat hebben


Brian Desplinter - Tom Vermoote - dr. Frederick Deleu - dr. Francis Desmet - Karel Decaluwé

bij plasmatoediening nog voor aankomst in het ziekenhuis (Sperry et al., 2018).. De studie rapporteerde een daling in de 30-dagenmortaliteit van 33,0% naar 23,2% met daarnaast een gunstiger stollingsprofiel bij aankomst .Gevriesdroogd plasma maakt die winst praktisch haalbaar. Waar klassiek vers ingevroren plasma een strikte koude keten vereist, is de gevriesdroogde variant tot twee jaar houdbaar bij een temperatuur tussen 2 en 25 °C. Aan boord van de MUG is een ingebouwde, bewaakte koelkast met gesloten koude keten met rechtstreekse koppeling met het klinisch laboratorium van az groeninge. Het klinisch labo staat daarbij garant voor de operationele continuïteit, de analytische betrouwbaarheid van reagentia en externe kwaliteitscontroles.

HET MINI-LABO: BESLISSEN OP BASIS VAN REALTIME DATA Even fundamenteel is de point-of-care testing (POCT) aan boord. Met amper 96 microliter vol bloed levert het compacte toestel na ongeveer twee minuten bloedgaswaarden, elektrolyten en hematocriet; een troponinebepaling volgt na een tiental minuten op 22 microliter. De klinische meerwaarde laat zich samenvatten in één woord: tijdswinst. Het team kan ter plaatse therapeutisch ingrijpen, en tegelijkertijd organisatorische beslissingen maken rond de juiste triage, de keuze voor het meest geschikte ziekenhuis, en het vooraf activeren van gespecialiseerde teams. Via de 5G-verbinding, met network slicing van Proximus NXT die de MUG prioriteit geeft op het netwerk, stromen resultaten en cardiogrammen realtime door naar het patiëntendossier en de spoeddienst, waar het ontvangende team zich al kan klaarzetten nog vóór de patiënt arriveert. “Innovatie zit in het DNA van az groeninge. Technologie ondersteunt ons werk, maar neemt nooit het menselijke over. Deze MUG helpt ons om overal nog beter voorbereid aan te komen en patiënten sneller de juiste zorg te geven.”

Karel Decaluwé, hoofdverpleegkundige spoedgevallen, az groeninge

OOK DE ZORGVERLENER WINT De aandacht ging niet alleen naar de patiënt. MUG-interventies worden langer door het hertekende ziekenhuislandschap, en dat weegt op wie erin werkt. De ruimere Mercedes V-klasse biedt ergonomisch instelbare zetels met geheugenfunctie, uitruktassen volgens de AB/C-benadering werden voorzien op grijphoogte en medicatie werd herzien volgens de recentste richtlijnen met voorgevulde spuiten. Ook steekwerende vesten zijn aanwezig, samen met 360°-camera’s, een bedienbaar zoeklicht en een anticarjackingsysteem. Slimme verkeerslichtaansturing en automatische waarschuwingen via Waze, Google Maps en Flitsmeister maken het traject zelf veiliger. Bij grootschalige incidenten kan het voertuig bovendien fungeren als mobiele commandopost (CP-MED) en als lokaal 5G-netwerkpunt voor andere hulpdiensten.

LESSEN VOOR WIE WIL INNOVEREN Het totale traject van anderhalf jaar, waarvan zes maanden co-creatie en technische specificaties, zes maanden publieke aanbesteding en zes maanden ombouw door het Harelbeekse Vanassche verliep niet zonder hindernissen. De tijdsdruk op het spoedpersoneel was reëel, er waren personeelswissels, en de ombouw moest worden gegund nog vóór het voertuig fysiek gezien was. Een eenvoudige WhatsApp-groep met artsen, verpleegkundigen en de ombouwer bleek goud waard voor snelle afstemming. De belangrijkste lessen? Betrek vanaf dag één de mensen die het eindproduct echt moeten gebruiken, durf vragen stellen die niemand stelt en voorzie een partner die het innovatieproces mee vormgeeft en coördineert. In dit project nam The Greenhouse die rol op zich: als bruggenbouwer tussen zorg, technologie en de organisatie. Hierdoor creëerde The Greenhouse de ruimte voor de clinici om zich te focussen op de inhoud en op de patiënten. Het project, mede gefinancierd door de FOD Economie binnen het 5G CARE-project en gerealiseerd met partners Proximus NXT, Hogeschool VIVES en UZA, is uitdrukkelijk bedoeld als blauwdruk. De inzichten van de inrichtingsprincipes tot de prehospitale transfusieketen liggen klaar om door te stromen naar andere spoeddiensten in binnen- en buitenland. Of zoals het tijdens de lancering klonk: het ziekenhuis rijdt voortaan naar de patiënt. 5


ZORG MET EEN STEM: SPREKEN MET EEN TRACHEACANULE TIJDENS BEADEMING LIESELOT MOERKERKE - DIENST LOGOPEDIE PROJECTMEDEWERKER CANULEZORG

6

ACTAGROENINGE


ABSTRACT Het vermogen om al dan niet te kunnen spreken bij patiënten met een tracheacanule op Intensieve Zorg (IZ) heeft een aanzienlijke impact op hun welzijn, autonomie en communicatie. Logopedisten bieden gespecialiseerde ondersteuning om de communicatie voor deze patiënten te optimaliseren. Traditioneel was spreken pas mogelijk nadat de mechanische ventilatie was afgebouwd, waardoor patiënten tijdens beademing lange tijd niet konden spreken. In az groeninge Kortrijk werd als eerste ziekenhuis in België een innovatieve techniek geïntroduceerd die spreken mogelijk maakt bij patiënten met een tracheacanule die nog beademd worden. Deze tekst is een herwerking van het artikel ‘Zorg met een stem: de rol van de logopedist bij patiënten met een tracheacanule op Intensieve Zorg’, dat verscheen in het vaktijdschrift van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten (VVL) (Moerkerke, 2025).

INLEIDING De zorg voor patiënten met een tracheacanule op IZ vormt vanwege de diverse en complexe patiëntengroep een unieke uitdaging binnen de gezondheidszorg. Verschillende zorgprofessionals werken binnen een multidisciplinair team samen aan een holistische benadering, met aandacht voor zowel fysieke als psychosociale aspecten. Vanwege de interactie tussen ademhaling, slikken en communicatie heeft de logopedist hier een cruciale rol. Dit artikel richt zich uitsluitend op communicatie.

ondersteunt het multidisciplinair team (Yoo et al., 2020) en verhoogt het gevoel van herstel en patiënttevredenheid (Freeman-Sanderson et al., 2016). De meest effectieve manier om communicatie te herstellen is een spreekventiel (Pathak & Thomas, 2022).

MECHANISCHE VENTILATIE Patiënten in kritieke toestand hebben vaak mechanische ventilatie nodig. In eerste instantie gebeurt dit via een endotracheale tube, die door de mond wordt ingebracht en direct in de luchtwegen uitkomt. Bij verbetering van de toestand start het weaningproces, waarbij de beademing geleidelijk wordt afgebouwd en de patiënt opnieuw zelfstandig leert ademen. Wanneer dit moeilijk verloopt, is een tracheotomie noodzakelijk (Bonvento et al., 2017; Jaeger et al., 2002; Pierson, 2005; Khammas & Dawood, 2018; Skoretz et al., 2020). Bij een tracheotomie wordt via een opening in de hals een tracheacanule geplaatst, waardoor de hogere luchtwegen gescheiden worden van de lagere luchtwegen. Dit biedt verschillende praktische voordelen: secreties kunnen efficiënter worden verwijderd, het comfort neemt toe waardoor minder sedatie nodig is, de patiënt is mobieler, en bij een goede slikfunctie is orale voeding mogelijk. Bovendien verbetert de ademhaling en daalt de luchtwegweerstand, wat het weaningproces ondersteunt (Bonvento et al., 2017; Morris et al., 2015; Mussa et al., 2021). Andere indicaties voor een tracheotomie zijn bovenste luchtwegobstructie, bescherming tegen aspiratie en bij hoofd-halschirurgie. Ongeveer 8-13% van de IZ-patiënten krijgt een tracheacanule (Lian et al., 2020) en dit met een gemiddelde duur van 28 dagen (Wallace et al., 2023). Hoewel een tracheotomie technisch gezien een relatief eenvoudige ingreep is, heeft ze een aanzienlijke impact op de luchtwegfysiologie en op functies zoals spraak en slikken (Gross et al., 2012; Newman et al., 2022; Zuercher et al., 2022). Bij volwassenen wordt doorgaans een tracheacanule met cuff geplaatst. De cuff is een kleine opblaasbare ballon rond de canule (figuur 1) die een afgesloten circuit creëert, luchtlekkage tijdens beademing voorkomt en enige bescherming biedt tegen aspiratie. Wanneer de cuff opgeblazen is, verlopen in- en uitademing uitsluitend via de tracheacanule. Dit maakt spreken onmogelijk, wat vaak leidt tot frustratie, psychologische belasting en stress (Mills et al., 2023; Sutt et al., 2022; Khalaila et al., 2011). Het herstellen van communicatie vermindert sociale isolatie, verbetert de levenskwaliteit (Freeman-Sanderson et al., 2016; Freeman-Sanderson et al., 2018; McGrath et al., 2019; Sutt et al., 2016; Wallace et al., 2023),

Figuur 1: tracheacanule met opgeblazen cuff

SPREKEN MET EEN SPREEKVENTIEL ZONDER BEADEMING Een spreekventiel kan uitsluitend worden gebruikt met geloste cuff. Het ventiel werkt als een eenrichtingsmechanisme: het opent tijdens de inademing en sluit bij de uitademing (figuur 2). Hierdoor stroomt de inademingslucht via de tracheacanule, terwijl de uitademingslucht langs de canule omhoog passeert en de stembanden in trilling brengt. Zo wordt spreken mogelijk. Een belangrijke voorwaarde voor het gebruik van een spreekventiel is dat er voldoende lucht naar de bovenste luchtwegen kan stromen (Mills et al., 2023; Sutt et al., 2021).

Figuur 2: spreekventiel zonder beademing 7


Het herstel van de bovenste luchtwegfysiologie tijdens uitademing heeft naast spraak ook andere belangrijke positieve effecten. Het herstelt de fysiologische positieve eindexpiratoire druk (PEEP), die bijdraagt aan een goede zuurstoftoevoer (Mills et al., 2023; O’Connor et al., 2019) en de subglottische druk (de druk van de lucht onder de stembanden), die essentieel is voor effectief hoesten en het activeren van de laryngeale adductorreflex (het sluiten van de stembanden ter bescherming tegen aspiratie) (Wallace et al., 2023). Daarnaast draagt het gebruik van een spreekventiel bij aan de mobiliteit van de patiënt door het mogelijk maken van het Valsalva-manoeuvre, waarbij de adem wordt vastgehouden tijdens het zetten van kracht (zoals bij duwen of persen) (Ceron et al., 2020). Tot slot stimuleert het de laryngofaryngeale sensibiliteit, essentieel voor het bewustzijn van secreties en een effectief secretiemanagement, wat op zijn beurt een positief effect heeft op slikken en het aspiratierisico vermindert (Gross et al., 2003; Gross et al., 2012; Mills et al., 2023; O’Connor et al., 2019; Sutt et al., 2022; Wallace et al., 2023). Het herstel van deze fysiologische luchtpassage—laryngeale weaning—is een noodzakelijke stap in het decanulatieproces (Sutt et al., 2022; Wallace et al., 2023).

kan dit veilig worden toegepast en verlengt het de duur van beademing niet (Freeman-Sanderson et al., 2016; Gurnari & Martin, 2011; O’Connor et al., 2019; Sutt & Fraser, 2015; Sutt et al., 2015a; 2015b; 2016; 2017). Patiënten kunnen gemiddeld 9 tot 11 dagen eerder spreken dan wanneer het spreekventiel pas na het stoppen van de beademing wordt gebruikt (Freeman-Sanderson et al., 2016; O’Connor et al., 2019). Dankzij een multidisciplinaire samenwerking en een inspirerend congresbezoek in Leeuwarden, paste az groeninge in december 2023 als eerste in België deze techniek succesvol toe. Voor een veilige en effectieve toepassing van deze techniek moet vooraf worden voldaan aan de voorwaarden weergegeven in figuur 4.

Tot voor kort konden enkel niet-beademde patiënten spreken met een spreekventiel. Dankzij een speciaal type spreekventiel is dit nu ook mogelijk bij bepaalde patiënten die nog beademd worden (Lohmeier & Hoit, 2003; Sutt & Fraser, 2017; Sutt et al., 2022; Wallace et al., 2023). Als eerste ziekenhuis in België past az groeninge Kortrijk deze innovatieve techniek sinds december 2023 met succes toe.

SPREKEN MET EEN (INLINE) SPREEKVENTIEL TIJDENS BEADEMING De term inline verwijst naar de montage van het spreekventiel in lijn met de beademingsslang. Het werkingsprincipe is vergelijkbaar met dat bij nietbeademde patiënten en biedt dezelfde hierboven beschreven voordelen. De techniek is echter complexer omdat de patiënt nog afhankelijk is van de ventilator: de ventilator levert de inademing via de canule, waarna het spreekventiel sluit en de uitademing langs de bovenste luchtwegen verloopt (figuur 3).

Figuur 4: voorwaarden gebruik inline spreekventiel tijdens beademing Aan het begin van de procedure wordt de ventilator bij voorkeur overgeschakeld naar de niet-invasieve modus, aangezien deze lekkage tolereert en daardoor voorkomt dat er voortdurend alarmen zijn. Daarna wordt de cuff traag gelost en wordt het percentage lekkage bepaald om te evalueren hoeveel lucht er naar de bovenste luchtwegen ontsnapt (=lekkagetest). Een lekkage van minder dan 65% is onvoldoende. Hierdoor kan de uitademing niet volledig verlopen en is er risico op airtrapping. Mogelijke oorzaken zijn een te grote canulediameter of een obstructie van de bovenste luchtwegen. In deze situatie is het gebruik van een inline spreekventiel niet veilig en kan downsizen en/of het gebruik van een gevensterde canule worden overwogen. Bij een lekkage van meer dan 90% is het spreekventiel evenmin bruikbaar, omdat het luchtlek te groot wordt voor de ventilator om te compenseren, waardoor de ademhalingsondersteuning onvoldoende wordt.

Figuur 3: inline spreekventiel met beademing Net als bij niet-beademde patiënten moet de cuff gelost kunnen worden en moet er voldoende luchtstroom naar de bovenste luchtwegen mogelijk zijn (Lian et al., 2022). Hoewel dit een luchtlek in de beademing veroorzaakt, 8

ACTAGROENINGE

Bij een lekkage tussen de 65% en 90% is de lekkagetest geslaagd en kan het inline spreekventiel veilig tussen het beademingscircuit geplaatst worden. Nadat de verpleegkundigen de handelingen uitvoeren, krijgt de patiënt de tijd om te wennen aan de luchtstroom in de keel. Vervolgens evalueert de logopedist de stemkwaliteit, het slikken en de mogelijkheid om secreties op te hoesten. De intensivist superviseert dit hele proces en past, zo nodig, nog enkele ventilatorinstellingen aan.


Afhankelijk van het verloop van de procedure en hoe de patiënt dit verdraagt, wordt een geïndividualiseerd plan voor het gebruik van het inline spreekventiel opgesteld. De optimale momenten hiervoor zijn tijdens de bezoekuren. Deze momenten van spreken zijn van grote waarde voor de patiënt en zijn naasten maar de gunstige effecten van deze techniek strekken zich verder uit tot het volledige multidisciplinaire team rond de patiënt (Zaga et al., 2023). Als zorgverlener is het een privilege om de eerste woorden, vaak na lange tijd, weer mogelijk te maken. De dame op deze foto verwelkomde haar man, na 29 dagen stilte, met de woorden: “Mon amour pour toujours”… (figuur 5)

De subglottische suctielijn wordt gebruikt om secreties boven de cuff te verwijderen en kan omgekeerd ook dienen om zuurstof of perslucht (1–5 L/min) door te blazen. Figuur 7 illustreert hoe deze externe luchtstroom, ondanks een opgeblazen cuff, een trans-tracheale luchtstroom creëert die het trillen van de stembanden mogelijk maakt (McGrath et al., 2016; Petosic et al., 2021; Wallace et al., 2023). De stemkwaliteit is niet altijd optimaal. Naast de positieve effecten op spraak en kwaliteit van leven (Mills et al., 2022; Pandian et al., 2020) groeit de evidentie dat ACV ook de laryngeale functie verbetert (Kothari et al., 2017; McGrath et al., 2019; Wallace et al., 2023). ACV kan bovendien al heel kort na plaatsing van de tracheacanule worden toegepast.

Figuur 5 Vanwege de specifieke voorwaarden is een inline spreekventiel niet voor elke patiënt mogelijk. Indien dit niet haalbaar is, zijn er twee alternatieve technieken om te kunnen spreken tijdens beademing.

LEAK SPEECH TIJDENS BEADEMING Leak speech lijkt op de techniek hierboven, maar gebruikt geen spreekventiel. Door de cuff te lossen ontstaat bewust een luchtlek. Dit luchtlek zorgt ervoor dat er een deel van het ventilatorvolume via de bovenste luchtwegen ontsnapt waardoor spreken mogelijk is. Deze luchtstroom is dus kleiner dan bij gebruik van een spreekventiel en herstelt onvoldoende de subglottische druk om aspiratie te voorkomen (Suiter et al., 2003). Het spreken is ook minder natuurlijk en efficiënt (Wallace et al., 2023).

ABOVE CUFF VOCALISATION (ACV) Above Cuff Vocalisation (ACV) maakt spreken mogelijk bij patiënten die een geloste cuff niet verdragen, bijvoorbeeld door ventilatievereisten of een verhoogd aspiratierisico (McGrath et al., 2016). De techniek kan zowel bij beademde als niet-beademde patiënten worden toegepast wanneer een tracheacanule met subglottische suctielijn geplaatst werd, zoals de Tracoe Twist Plus Extract (figuur 6).

Figuur 7: Above Cuff Vocalisation (ACV)

BESLUIT Het herstel van spreken bij patiënten met een tracheacanule is veel meer dan een technische handeling; het vormt een essentieel onderdeel van comfort, participatie en revalidatie. Dankzij nieuwe en innovatieve technieken hoeft beademing dit herstel niet langer te belemmeren. Dat az groeninge dit project als Belgische pionier kon realiseren, is te danken aan de hechte interdisciplinaire samenwerking die onze dienst Intensieve Zorg kenmerkt.

Figuur 6: tracheacanule met cuff en subglottische suctielijn 9


REFERENTIES 1. Bonvento, B., Wallace, S., Lynch, J., Coe, B., & McGrath, B. A. (2017). Role of the multidisciplinary team in the care of the tracheostomy patient. Journal of multidisciplinary healthcare, 391-398.

25. Pandian, V., Cole, T., Kilonsky, D., Holden, K., Feller Kopman, D. J., Brower, R., & Mirski, M. (2020). Voice‐related quality of life increases with a talking tracheostomy tube: a randomized controlled trial. The Laryngoscope, 130(5), 1249-1255.

2. Ceron, C., Otto, D., Signorini, A. V., Beck, M. C., Camilis, M., Sganzerla, D., ... & Teixeira, C. (2020). The effect of speaking valves on ICU mobility of individuals with tracheostomy. Respiratory Care, 65(2), 144-149.

26. Pathak, L. & Thomas, AJ (2022). Patient Experience of Communication Options Following Tracheostomy Insertion. Anaesthesia & Critical Care Medicine Journal, 7(2).

3. Freeman-Sanderson, A. L., Togher, L., Elkins, M. R., & Phipps, P. R. (2016). Return of voice for ventilated tracheostomy patients in ICU: a randomized controlled trial of earlytargeted intervention. Critical Care Medicine, 44(6), 1075-1081. 4. Freeman-Sanderson, A. L., Togher, L., Elkins, M. R., & Phipps, P. R. (2016). Quality of life improves with return of voice in tracheostomy patients in intensive care: An observational study. Journal of Critical Care, 33, 186-191. 5. Freeman-Sanderson, A. L., Togher, L., Elkins, M., & Kenny, B. (2018). Quality of life improves for tracheostomy patients with return of voice: A mixed methods evaluation of the patient experience across the care continuum. Intensive and Critical Care Nursing, 46, 10-16. 6. Gross, R. D., Mahlmann, J., & Grayhack, J. P. (2003). Physiologic effects of open and closed tracheostomy tubes on the pharyngeal swallow. Annals of Otology, Rhinology & Laryngology, 112(2), 143-152. 7. Gross, R. D., Carrau, R. L., Slivka, W. A., Gisser, R. G., Smith, L. J., Zajac, D. J., & Sciurba, F. C. (2012). Deglutitive subglottic air pressure and respiratory system recoil. Dysphagia, 27, 452-459. 8. Gurnari, D., & Martin, C. (2011). Early collaboration of respiratory and rehabilitation department improves ventilator weaning rates. In 22nd annual meeting of the national association of long term care hospital. 9. Jaeger, J. M., Littlewood, K. A., & Durbin Jr, C. G. (2002). The role of tracheostomy in weaning from mechanical ventilation. Respiratory care, 47(4), 469-80. 10. Kaut, K., Turcott, J. C., & Lavery, M. (1996). Passy-Muir speaking valve. Dimensions of critical care nursing: DCCN, 15(6), 298-306. 11. Khalaila, R., Zbidat, W., Anwar, K., Bayya, A., Linton, D. M., & Sviri, S. (2011). Communication difficulties and psychoemotional distress in patients receiving mechanical ventilation. American journal of critical care, 20(6), 470-479. 12. Khammas, A. H., & Dawood, M. R. (2018). Timing of tracheostomy in intensive care unit patients. International archives of otorhinolaryngology, 22(04), 437-442. 13. Kothari, M., Bjerrum, K., Nielsen, L. H., Jensen, J., & Nielsen, J. F. (2017). Influence of external subglottic air flow on dysphagic tracheotomized patients with severe brain injury: preliminary findings. Annals of Otology, Rhinology & Laryngology, 126(3), 199-204.

28. Pierson, D. J. (2005). Tracheostomy and weaning. Respiratory care, 50(4), 526-533. 29. Skoretz, S. A., Anger, N., Wellman, L., Takai, O., & Empey, A. (2020). A systematic review of tracheostomy modifications and swallowing in adults. Dysphagia, 35, 935-947. 30. Suiter, D. M., McCullough, G. H., & Powell, P. W. (2003). Effects of cuff deflation and one-way tracheostomy speaking valve placement on swallow physiology. Dysphagia, 18, 284-292. 31. Sutt, A. L., Cornwell, P., Mullany, D., Kinneally, T., & Fraser, J. F. (2015a). The use of tracheostomy speaking valves in mechanically ventilated patients results in improved communication and does not prolong ventilation time in cardiothoracic intensive care unit patients. Journal of Critical Care, 30(3), 491-494. 32. Sutt, A. L., & Fraser, J. F. (2015b). Speaking valves as part of standard care with tracheostomized mechanically ventilated patients in intensive care unit. Journal of Critical Care, 30(5), 1119-1120. 33. Sutt, A. L., Caruana, L. R., Dunster, K. R., Cornwell, P. L., Anstey, C. M., & Fraser, J. F. (2016). Speaking valves in tracheostomised ICU patients weaning off mechanical ventilation-do they facilitate lung recruitment?. Critical Care, 20, 1-9. 34. Sutt, A. L., & Fraser, J. F. (2017). Patients want to be heard–loud and clear!. Critical Care, 21, 1-2. 35. Sutt, A. L., Anstey, C. M., Caruana, L. R., Cornwell, P. L., & Fraser, J. F. (2017). Ventilation distribution and lung recruitment with speaking valve use in tracheostomised patient weaning from mechanical ventilation in intensive care. Journal of Critical Care, 40, 164-170. 36. Sutt, A. L., Hay, K., Kinneally, T., Fisquet, S., & Fraser, J. F. (2020). Sedatives, analgesics and antipsychotics in tracheostomised ICU patients–Is less more?. Australian Critical Care, 33(5), 407-411. 37. Sutt, A. L., Wallace, S., & Egbers, P. (2021). Upper airway assessment for one-way valve use in a patient with a tracheostomy. American Journal of Speech-Language Pathology, 30(6), 2716-2717.

14. Lian, S., Teng, L., Mao, Z., & Jiang, H. (2022). Clinical utility and future direction of speaking valve: A review. Frontiers in Surgery, 9, 913147.

38. Sutt, A. L., Cornwell, P. L., Hay, K., Fraser, J. F., & Rose, L. (2022). Communication success and speaking valve use in intensive care patients receiving mechanical ventilation. American Journal of Critical Care, 31(5), 411-415.

15. Lohmeier, H. L., & Hoit, J. D. (2003). Ventilator-supported communication: a survey of ventilator users. Journal of Medical Speech-Language Pathology, 11(1), 61-73.

39. Wallace, S., & McGrath, B. A. (2021). Laryngeal complications after tracheal intubation and tracheostomy. BJA education, 21(7), 250.

16. McGrath, B., Lynch, J., Wilson, M., Nicholson, L., & Wallace, S. (2016). Above cuff vocalisation: A novel technique for communication in the ventilator-dependent tracheostomy patient. Journal of the Intensive Care Society, 17(1), 19-26.

40. Wallace, S., McGowan, S., & Sutt, A. L. (2023). Benefits and options for voice restoration in mechanically ventilated intensive care unit patients with a tracheostomy. Journal of the Intensive Care Society, 24(1), 104-111.

17. McGrath, B. A., Wallace, S., Wilson, M., Nicholson, L., Felton, T., Bowyer, C., & Bentley, A. M. (2019). Safety and feasibility of above cuff vocalisation for ventilator-dependant patients with tracheostomies. Journal of the Intensive Care Society, 20(1), 59-65.

41. Yoo, H. J., Lim, O. B., & Shim, J. L. (2020). Critical care nurses’ communication experiences with patients and families in an intensive care unit: A qualitative study. Plos one, 15(7), e0235694.

18. Mills, C. S., Michou, E., King, N., Bellamy, M. C., Siddle, H. J., Brennan, C. A., & Bojke, C. (2022). Evidence for above cuff vocalization in patients with a tracheostomy: a systematic review. The Laryngoscope, 132(3), 600-611.

42. Zaga, C. J., Chao, C., Cameron, T., Ross, J., Rautela, L., Rollinson, T. C., ... & Howard, M. E. (2023). A multidisciplinary approach to verbal communication interventions for mechanically ventilated adults with a tracheostomy. Respiratory Care, 68(5), 680-691.

19. Mills, C. S., Cuthbertson, B. H., & Michou, E. (2023). What’s new in reducing the impact of tracheostomy on communication and swallowing in the ICU. Intensive care medicine, 1-4.

43. Zuercher, P., Moser, M., Waskowski, J., Pfortmueller, C. A., & Schefold, J. C. (2022). Dysphagia post-extubation affects long-term mortality in mixed adult ICU patients—data from a large prospective observational study with systematic dysphagia screening. Critical care explorations, 4(6).

20. Moerkerke, L. (2025). Zorg met een stem: de rol van de logopedist bij patiënten met een tracheacanule op Intensieve Zorg. Logopedie, 38(1), 22-30. 21. Morris, L., Bedon, A.M., McIntosh, E., & Whitmer, A. (2015). Restoring speech to tracheostomy patients. CriticalCareNurse, 35(6). 22. Mussa, C. C., Gomaa, D., Rowley, D. D., Schmidt, U., Ginier, E., & Strickland, S. L. (2021). AARC clinical practice guideline: management of adult patients with tracheostomy in the acute care setting. Respiratory Care, 66(1), 156-169. 23. Newman, H., Clunie, G., Wallace, S., Smith, C., Martin, D., & Pattison, N. (2022). What matters most to adults with a tracheostomy in ICU and the implications for clinical practice: a qualitative systematic review and metasynthesis. Journal of critical care, 72, 154145. 24. O’Connor, L. R., Morris, N. R., & Paratz, J. (2019). Physiological and clinical outcomes associated with use of one-way speaking valves on tracheostomised patients:A systematic review. Heart & Lung, 48(4), 356-364.

10

27. Petosic, A., Viravong, M. F., Martin, A. M., Nilsen, C. B., Olafsen, K., & Berntzen, H. (2021). Above cuff vocalisation (ACV): A scoping review. Acta Anaesthesiologica Scandinavica, 65(1), 15-25.

ACTAGROENINGE

AFBEELDINGEN: Figuur 1, 2, 3, 7: foto’s gemaakt te az groeninge Kortrijk van het Tracheostomy Observation Model (TOM): https://www.passy-muir.com/products_edu/) Figuur 5: foto gemaakt te az groeninge Kortrijk, met toestemming van patiënt. Figuur 6 : Tracoe Twist Plus Extract (https://www.atosmedical.nl/producten/tracoe-twist-plusextract)


ABSTRACTBOEK 2025 In 2025 werden in totaal 122 peer-reviewed publicaties gerealiseerd met coauteurs verbonden aan az groeninge. Deze output illustreert de brede wetenschappelijke activiteit binnen het ziekenhuis en de betrokkenheid van verschillende diensten bij onderzoek en kennisdeling. RAADPLEEG HET ABSTRACTBOEK 2025 https://issuu.com/azgroeninge/ docs/abstractboek_2025

11


15 JAAR ONCOGERIATRIE IN AZ GROENINGE:

PIONIERSWERK IN ZORG VOOR OUDERE KANKERPATIËNTEN

LORE KETELAARS - DR. PHILIP DEBRUYNE

In een tijdperk waarin de vergrijzing van de bevolking een steeds grotere impact heeft op de gezondheidszorg, neemt de geriatrische oncologie een sleutelrol in bij het bieden van gepersonaliseerde en multidisciplinaire zorg aan oudere patiënten met kanker. Vijftien jaar geleden zette az groeninge een vooruitstrevende stap met de oprichting van een kliniek oncogeriatrie, waarin deze complexe doelgroep centraal staat. Wat begon als een ambitieus initiatief bij hoofd- en halskankerpatiënten, is uitgegroeid tot een ziekenhuisbreed, gespecialiseerd en warm zorgaanbod voor de oudere kankerpatiënt. In dit artikel schetsen we de evolutie, de belangrijkste verwezenlijkingen en toekomstige uitdagingen van vijftien jaar geriatrische oncologie in az groeninge.

EEN TWEESTAPPENMODEL De vergrijzing van de bevolking stelt het oncologische zorgsysteem voor grote uitdagingen. Wereldwijd is er een stijgende incidentie van kanker bij ouderen. De meest typerende eigenschap van deze groep is hun heterogeniteit: de fysiologie verandert, functionele afhankelijkheid neemt toe en ze krijgen te kampen met allerlei comorbiditeiten (1) Daarom is niet de chronologische, maar biologische leeftijd bepalend voor het opstellen van een therapieplan (2). Als gevolg van de heterogene profielen, variërend van fit, kwetsbaar tot frail, is er behoefte aan een gestroomlijnde methodiek om fysiologische veroudering te karakteriseren. In az groeninge werd hiervoor een tweestappenmodel ontwikkeld (3). In een eerste stap worden ouderen met kanker gescreend aan de hand van de Geriatric-8 (G8) vragenlijst door een psycholoog van de kliniek oncogeriatrie. Als een patiënt hier goed op scoort, spreekt men over een fit geriatrisch profiel en kan de standaardzorg voorgesteld worden. Indien de patiënt onvoldoende scoort op deze vragenlijst (G8<15/17), wordt deze patiënt beschouwd als iemand met een kwetsbaar geriatrisch profiel. In dat geval volgt de Figuur 1: flowchart werking kliniek geriatrische oncologie tweede stap: een diepte-evaluatie genaamd ‘short Comprehensive In sommige gevallen is het aangewezen om een nog uitgebreidere evaluatie Geriatric Assessment (sCGA)’. Een sCGA omvat verschillende te doen. Dit heet een extended CGA (eCGA), uitgevoerd in het geriatrisch leeftijdsgerelateerde domeinen zoals functionele status, fysieke toestand, dagziekenhuis (figuur 1) onder leiding van de geriater. cognitie, voeding, sociale status, emotionele draagkracht, comorbiditeit en polyfarmacie. Dit gebeurt via een ondersteunend gesprek en een korte batterij Aan de hand van dit model streven we naar optimalisatie van de algemene screeningstesten. Het resultaat geeft een objectieve weerspiegeling van de toestand van de patiënt. Met individuele adviezen kunnen kwetsbaarheden algehele gezondheidstoestand van de oudere patiënt. zowel preventief als curatief worden aangepakt. Zo vermijden we dat kwetsbare patiënten een oncologisch traject doorlopen dat niet afgestemd Indien de sCGA bevestigt dat de patiënt een kwetsbaar geriatrisch profiel is op hun geriatrisch profiel, wat hun algemene gezondheidstoestand zou heeft, wordt een aangepast behandel- of ondersteuningsplan voorgesteld. kunnen ondermijnen. 12

ACTAGROENINGE


Deze holistische visie over de patiënt kan mee het behandelplan op maat bepalen. Daarbij is ook de timing van de geriatrische screening van belang. Idealiter gaan de oncopsychologen langs voordat de patiënt op de MOC besproken wordt. Door deze aanpak kunnen we de doelstellingen van een gepersonaliseerd behandelplan realiseren: • Betere afstemming van de behandeling op maat • Minder negatieve bijwerkingen van de oncologische therapieën • Verhoogde levenskwaliteit tijdens en na het behandeltraject • Grotere tevredenheid bij patiënten en hun familie over de zorg KLINIEK ONCOGERIATRIE: MULTIDISCIPINAIR SAMENWERKEN De kliniek geriatrische oncologie draagt bij aan een integrale zorg die niet enkel de tumor behandelt, maar ook de algehele gezondheidsstatus en levenskwaliteit van de oudere patiënt bewaakt en optimaliseert. Hierbij wordt het biopsychosociaal model gevolgd.

Figuur 2: het team van de kliniek geriatrische oncologie Wat ooit begon als een oncogeriatrische evaluatie bij een beperkt aantal patiënten met een hoofdhalstumor, is uitgegroeid tot een volwaardige pijler binnen de oncologische zorg in az groeninge. Jaarlijks screenen we intussen ruim zeshonderd patiënten. Sinds 2024 behalen we het target van 80% van onze beoogde doelgroep (figuur 3).

az groeninge is, voor zover bekend, het enige ziekenhuis in België dat de oncogeriatrische screening en assessment routinematig en ziekenhuisbreed toepast. Ons tweestapsmodel of ook wel Kortrijks zorgmodel genoemd, volgt daarbij telkens de meest recente internationale richtlijnen en implementeert deze in de praktijk (3). Dit model vraagt om een sterke multidisciplinaire samenwerking. In 2009 nam az groeninge de strategische beslissing om een deel van het budget uit het nationaal kankerplan van minister Onckelinkx aan de kliniek geriatrische oncologie toe te wijzen. In 2010 werd de eerste oncopsycholoog aangesteld binnen het departement Zorg voor afname van de CGA’s. De afgelopen vijftien jaar kreeg de kliniek steeds meer vaste voet binnen het zorgaanbod van az groeninge. Het team bestaat momenteel uit Dr. Philip Debruyne (medisch oncoloog en klinisch farmacoloog), Dr. Laurence Depoorter en Dr. Dorien Vreys (centrum geriatrie), Laura Keunebrock, Lisa Gysel, Marie Delabie, Lore Ketelaars en Fenne De Clercq (oncopsychologen), Lore Mertens (wetenschappelijk medewerker) en Laura Tack (procesbegeleider kwaliteit oncologie) (figuur 2). De psychologen voeren de geriatrische screenings en sCGA’s uit. De wetenschappelijk medewerker en procesbegeleider kwaliteit staan in voor procesoptimalisatie van de werking. INNOVATIE EN WETENSCHAPPELIJKE VOORUITGANG

Figuur 3: Oncogeriatrische screening: dekkingsgraad sinds 2017 Bovendien biedt de ervaring en kennis die in deze vijftien jaar werd opgebouwd, een stevige basis voor verdere innovatie, zoals de integratie van digitale hulpmiddelen en de ontwikkeling van sensitieve pre-screeningsinstrumenten. Doorheen de jaren kon onze werking geoptimaliseerd worden met initiatieven ondersteund door het KWS team. Het target van 80% kan altijd beter, daarom werd een knop ACTA oncogeriatrische screening beschikbaar gesteld. Op heden kan een ACTA oncogeriatrie aangevraagd worden in KWS via “aanvraag andere”, nadien te klikken op “consult paramedisch” en vervolgens op “oncogeriatrische screening”.

De voorbije vijftien jaar werd ons Kortrijks zorgmodel bijgesteld volgens de meest recente internationale richtlijnen. Daar heeft onze eigen onderzoeksgroep o.l.v. prof. Philip Debruyne en prof. Patrica Schofield (University of Plymouth) toe bijgedragen (4-8). Zo loopt momenteel een validatiestudie voor een korter screeningsinstrument voor depressieve symptomen bij ouderen met kanker, volgend op de eerdere SCREEN-pilotstudie (9). Verder heeft onze groep reeds een 30tal internationale publicaties op naam staan, dikwijls in samenwerking met de gerenommeerde onderzoeksgroep van UZ Leuven o.l.v. van prof. Hans Wildiers en dr. Cindy Kenis. 13


VOORUITBLIK

REFERENTIES

In het komende decennium wil het team van de kliniek geriatrische oncologie zijn pioniersrol verder versterken met onderzoeksprojecten die focussen op de optimalisering van oncogeriatrische zorg. We hebben hierbij bijzondere aandacht voor vroegtijdige screening en zetten daarbij in op technologische ondersteuning. We beogen om verder een hoogwaardige, gepersonaliseerde zorg te bieden aan oudere patiënten met kanker, afgestemd op hun individuele noden en mogelijkheden. Hier zullen we steeds de meest recente wetenschappelijke richtlijnen volgen en vertalen naar de praktijk. Zo blijven we streven naar warme, gepersonaliseerde zorg die het verschil maakt.

(1) Li D, de Glas NA, Hurria A. Cancer and aging: general principles, biology, and geriatric assessment. Clin Geriatr Med 2016;32(1):1-15.

KEY NOTES

(4) Pottel L, Boterberg T, Pottel H, et al. Determination of an adequate screening tool for identification of vulnerable elderly head and neck cancer patients treated with radio(chemo)therapy. J Geriatr Oncol 2012;3(1):24-32

• Geriatrische oncologie • Doel: gepersonaliseerd behandelplan voor de kwetsbare patiënt met kanker, ter bescherming van levenskwaliteit en vermijden van toxiciteit • Denk aan oncogeriatrische screening bij elke patiënt 70 + met nieuwe kankerdiagnose • Aanvraag via ACTA • Vragen: oncogeriatrie@azgroeninge.be

(2) Soto-Perez-de-Celis E, Li D, Yuan Y, Lau YM, Hurria A. Functional versus chronological age: geriatric assessments to guide decision making in older patients with cancer. Lancet Oncol 2018;19(6):e305-e16. (3) Oncogeriatrie in de praktijk: Kortrijks zorgmodel https://www. oncohemato.be/nl/nieuws/medisch-nieuws/oncogeriatrie-in-depraktijk-kortrijks-zorgmodel.html#

(5) Tack L, Schofield P, Boterberg T, Chandler R, Parris CN, Debruyne PR. Practical implementation of the Comprehensive Geriatric Assessment to optimise care for older adults with cancer. Geriatrics 2023; 8(1):18. (6) Lycke M, Ketelaars L, Boterberg T, et al. Validation of the Freund Clock Drawing Test as a screening tool to detect cognitive dysfunction in elderly cancer patients undergoing Comprehensive Geriatric Assessment. Psychooncology 2014;23(10):1172-7. (7) Lycke M, Pottel L, Boterberg T, Mohile SG, Brain E, Debruyne PR. Handbook of Positive Aging, Chapter 5: Cancer. London,2017. 270 p. (8) Tack L, Lefebvre T, Lycke M, et al. Underrepresentation of vulnerable older patients with cancer in phase II and III oncology registration trials: A case-control study. J Geriatr Oncol 2020;11(2):320-6. (9) Depoorter V, Vanschoenbeek K, Decoster L, et al. Longterm healthcare utilization in older patients with cancer and the association with the G8 geriatric screening tool: a post-hoc analysis using linked clinical and population-based data in Belgium. The Lancet Healthy Longevity 2023. (10) Tack L, Maenhoudt A-S, Ketelaars L, et al. Diagnostic performance of screening tools for depressive symptoms in vulnerable older patients with cancer undergoing Comprehensive Geriatric Assessment (CGA): results from the SCREEN pilot study. Curr Oncol 2023;30(2):1805-17.

14

ACTAGROENINGE


ONLINE ADAPTIEVE RADIOTHERAPIE:

BEHANDELPLAN OP MAAT VAN DAGELIJKSE ANATOMIE VAN PATIËNT MET DE ETHOS LINEAIRE VERSNELLER BOUWT AZ GROENINGE VERDER AAN PRECISIE-ONCOLOGIE IN RADIOTHERAPIE

DR. AURÉLIE DE BRUYCKER - RADIOTHERAPEUT HOOGTECHNOLOGISCHE EVOLUTIE: VAN STANDAARD RADIOTHERAPIE NAAR DAGELIJKSE ADAPTATIE Radiotherapie is de voorbije decennia geëvolueerd van een techniek gebaseerd op vaste anatomische aannames, naar een hoogtechnologische behandeling die zich dagelijks kan aanpassen aan de patiënt. Met de ingebruikname van de Ethos lineaire versneller (firma Varian) behoort ook in az groeninge online adaptieve radiotherapie (oART) tot de klinische realiteit. Hierdoor kunnen we het bestralingsplan op het behandelmoment zélf afstemmen op de anatomie van die dag, met als doel een maximale dosis op het doelvolume (maximale tumorcontrole) en een minimale dosis op omliggende gezonde organen (minimale toxiciteit). Bij klassieke, externe radiotherapie wordt voor de start één behandelplan opgesteld op basis van een simulatie-CT. Dankzij IGRT (image-guided radiotherapy) controleren

we dagelijks met een cone beam CT (CBCT) of de positie van de patiënt correct is. Wanneer anatomische veranderingen zich geleidelijk ontwikkelen zoals gewichtsverlies, tumorreductie (of groei) of wisselende blaas- en rectumvulling, kan via offline review en adaptatie een nieuw plan worden gemaakt voor de daaropvolgende fracties. Bij sommige indicaties zijn deze veranderingen echter dagelijks en minder voorspelbaar. In dergelijke situaties kan een positionele correctie ontoereikend zijn en biedt oART een fundamenteel verschil: het plan wordt onmiddellijk tijdens dezelfde behandelsessie opnieuw ingetekend, herberekend en gevalideerd, terwijl de patiënt op tafel blijft liggen (Figuur 1). Deze evolutie weerspiegelt de bredere ontwikkeling binnen de radiotherapie: niet langer de patiënt aanpassen aan één vooraf bepaald plan, maar dagelijks een precisiebehandeling op maat van de actuele anatomie. Onze Ethos lineaire versneller, dewelke werd geïnstalleerd op onze dienst in juli 2024, biedt ons de mogelijkheid om oART aan te bieden aan onze patiënten voor specifieke indicaties. az groeninge is het eerste nietuniversitaire centrum in België met een online adaptieve lineaire versneller; vandaag zijn er in totaal zeven centra in België.

IMPLEMENTATIE VAN OART OP ONZE DIENST

Fig 1: Schematische voorstelling van het verschil tussen offline en online adaptieve radiotherapie. Bron: Citrin & Timmerman, N Engl J Med 2026;394:996-1009.

De ingebruikname van de Ethos lineaire versneller creëerde de mogelijkheid om naast conventionele IGRT ook oART klinisch in te zetten. Waar bij standaard radiotherapie dagelijkse beeldvorming vooral dient om de patiënt ten opzichte van het oorspronkelijke plan te positioneren, laat adaptieve radiotherapie toe om het plan zelf aan te passen aan de anatomie van die dag, wat voornamelijk klinisch relevant is in situaties waarin doelvolume en omliggende organen sterk variëren tussen de fracties zoals in het kleine 15


bekken. Het markeerde ook de start van een andere manier van werken, waarbij radiotherapie evolueert van een vooraf volledig voorbereid traject naar een dynamisch behandelproces op maat van de anatomie van de dag. Na een gefaseerde opstart met hoogkwalitatieve IGRT-behandelingen werd parallel een uitgebreid commissioning- en validatietraject doorlopen, waarbij dosimetrische controles, workflowtesten en multidisciplinaire training de basis vormden voor een veilige en reproduceerbare klinische implementatie. Tijdens een adaptieve fractie werken arts, fysicus en radiotherapeutisch technologen hierbij gelijktijdig samen aan beeldvorming, contourcorrectie, herplanning en kwaliteitscontrole.

OART BIJ PROSTAAT(LOGE) ALS EERSTE MATURE KLINISCHE TOEPASSING

FAST-METS: PALLIATIEVE RADIOTHERAPIE IN ÉÉN BEZOEK Een bijzonder patiëntgerichte en -vriendelijke toepassing van oART is de FASTMETS workflow, oorspronkelijk ontwikkeld in Amsterdam UMC en door ons als eerste centrum in België geïmplementeerd. Deze CT-simulatie-loze aanpak heeft als doel palliatieve bestraling voor patiënten met symptomatische metastasen zo efficiënt en comfortabel mogelijk te organiseren. Waar een klassieke palliatieve workflow meerdere ziekenhuiscontacten vereist met consultatie, simulatie-CT, (planning) en vervolgens behandeling, worden deze stappen bij FAST-METS gebundeld in één gestroomlijnde sessie (Figuur 3-4). Na een telefonisch consult ter indicatiestelling wordt de behandeling voorbereid op basis van recente diagnostische beeldvorming

Actueel vormt online adaptieve radiotherapie voor prostaat(loge) indicaties de meest mature toepassing van deze workflow (Figuur 2). De rationale hiervoor is sterk: de dagelijkse variatie in blaas- en rectumvulling heeft een directe impact op de positie van de prostaat(loge) en de dosisverdeling. Recente studies tonen aan dat dagelijkse CBCT-gebaseerde online adaptatie leidt tot betere doelvolumedekking (covering van het Planning Target Volume [PTV]), minder hoge dosis op het rectum en de blaas, en een trend naar minder acute gastro-intestinale toxiciteit. Vooral bij hypofractionatie, waar marges klein zijn en elke fractie een hoge biologische impact heeft, is deze winst klinisch bijzonder relevant. Recente gegevens suggereren bovendien dat online adaptatie met gereduceerde PTV-marges de dosisbelasting voor omliggende organen verder kan verlagen zonder in te boeten aan doelvolumedekking.

Figuur 3: Klassieke palliatieve radiotherapie workflow. Figuur 4: FAST-METS palliatieve adaptieve radiotherapie workflow op basis van diagnostische beeldvorming.

(een CT, PET-CT of SPECT-CT van maximaal 6 weken oud, én volledige lichaamscontour zichtbaar). De patiënt wordt vervolgens slechts éénmaal op de dienst verwacht voor de effectieve bestralingssessie, waarbij op basis van de Hypersight CBCT de doelvolumes online worden aangepast aan de actuele anatomie, gevolgd door onmiddellijke planoptimalisatie en behandeling. De technische haalbaarheid en dosimetrische meerwaarde van deze workflow werden aangetoond door Nelissen et al., met een gemiddelde behandeltijd op het toestel van ongeveer 30 minuten.

Figuur 2: Online adaptieve radiotherapie bij prostaatkankerpatiënt met wisselende blaas- en rectumvulling.

16

ACTAGROENINGE

Binnen onze dienst groeit de ervaring met FAST-METS dagelijks. Patiënten ervaren vooral de bundeling van alle stappen in één vlot bezoek als een grote meerwaarde, omdat extra verplaatsingen in een vaak kwetsbare palliatieve fase worden vermeden. Deze combinatie van snelheid, comfort en efficiëntie maakt dat zij deze aanpak bij een gelijkaardige situatie opnieuw zouden verkiezen. De indicaties beperken zich voorlopig tot relatief stabiele lokalisaties ter hoogte van het axiale skelet en het bekken, zonder noodzaak aan immobilisatie met masker. Dit wensen we in de nabije toekomst uit te breiden naar meer mobiele regio’s zoals schouders en extremiteiten, én symptomatische situaties waar snelle behandeling gewenst is zoals een bloedende tumor of een mediastinale massa met vena cava superior syndroom. Een volgende belangrijke evolutie bestaat erin deze workflow


ook zonder voorafgaande diagnostische CT mogelijk te maken. In dat scenario zou, met uitzondering van het telefonische consult, de volledige voorbereidende fase wegvallen en wordt de patiënt onmiddellijk op de behandeltafel gepositioneerd, waarna intekening, planning en bestraling in één aansluitend traject plaatsvinden. In het bijzonder voor spoedindicaties lijkt dit een veelbelovende stap, omdat kostbare tijd tussen aanmelding en behandeling verder kan worden gereduceerd.

TOEKOMSTPERSPECTIEVEN Met de klinische ervaring binnen prostaat(loge) en palliatieve behandelingen als stevige basis, richten wij ons nu op een verdere uitbreiding naar pelvische tumorlocaties zoals rectum, blaas en gynaecologische oncologie. Net in deze tumorlocaties is dagelijkse, anatomische variatie vaak uitgesproken door wisselende blaas- en rectumvulling, positie- en volumeveranderingen in darmlissen en variaties in de positie van het doelvolume. Hierdoor blijft het kleine bekken een ideale regio om de meerwaarde van dagelijkse planadaptatie verder te benutten. Door doelvolumes en risico-organen bij elke fractie opnieuw te evalueren, ontstaat de mogelijkheid om marges verder te reduceren en tegelijk de dosis aan gezonde structuren beter te sparen. Daarnaast biedt adaptieve radiotherapie perspectieven bij slokdarm-, long-, borst- en hoofd-halstumoren, waar anatomische veranderingen zoals gewichtsverlies, tumorregressie, atelectase en pleurale effusie kunnen optreden. Internationale data tonen veelbelovende resultaten, waarbij onder meer de onderzoeksgroep van Amsterdam UMC een belangrijke pioniersrol speelt. Voor slokdarmkanker werd door Bruijs en van Rossum et al. aangetoond dat dagelijkse CBCT-gebaseerde online adaptatie met kleinere PTV-marges leidde tot een betere target coverage en een significante dosisreductie ter hoogte van hart en longen (Figuur 5). De gemiddelde hartdosis daalde met 10%, terwijl de long-V20 met bijna 40% afnam. Deze resultaten zijn relevant in een neoadjuvante setting, waar toxiciteitsreductie kan bijdragen aan het verminderen van postoperatieve complicaties.

INNOVATIE IN DAGELIJKSE ZORG (BESLUIT) Met de implementatie van online adaptieve radiotherapie heeft ons centrum Radiotherapie een belangrijke stap gezet in de verdere evolutie naar precisiebestraling op maat van de patiënt. Wat startte met prostaaten prostaatlogebehandelingen groeide intussen uit tot een breder klinisch platform, met FAST-METS als voorbeeld van hoe technologische innovatie rechtstreeks kan bijdragen aan patiëntcomfort en efficiëntie van zorg. De verdere verbreding naar nieuwe indicaties bevestigt dat adaptieve radiotherapie niet langer een nichetoepassing is, maar een logische volgende stap in moderne radiotherapie.

REFERENTIES Citrin DE, Timmerman RD. Effects of Radiotherapy in Normal Tissue. N Engl J Med. 2026;394(10):996-1009. doi:10.1056/NEJMra2506017. Nelissen B, Versteijne E, et al. Fast and efficient palliative treatment of metastases using online adaptive radiotherapy (FAST-METS). Radiother Oncol. 2023;[Epub ahead of print]. Fischer J, et al. CBCT-based online adaptive radiotherapy of the prostate: improved target coverage and reduced organ-at-risk dose variability. Radiother Oncol. 2025;196:110325. Fischer J, et al. CBCT-based online adaptive radiotherapy of the prostate bed: first clinical experience and dosimetric evaluation. Strahlenther Onkol. 2024;200(11):987-995. Scheele NC, et al. CBCT-based Online Adaptive Radiotherapy for Prostate Cancer. Cancers (Basel). 2026;18(2):245. Zhu L, et al. CT online adaptive radiotherapy is associated with dosimetric and acute toxicity improvements in prostate cancer treatment. Radiother Oncol. 2025 Bruijs L, et al. Daily CBCT-guided online adaptive radiotherapy for esophageal cancer reduces heart and lung dose with maintained target coverage. Int J Radiat Oncol Biol Phys. 2025;[Epub ahead of print].

Figuur 5: Schematische voorstelling van voordelen van online adaptatie bij slokdarmradiotherapie. Bron: Bruijs et al., phiRO 2026, https://doi.org/10.1016/j.phro.2026.100946

Ook voor borstbestraling groeit de interesse in oART, vooral in situaties waarin veranderingen in het borstvolume, postoperatief oedeem of een wisselende arm- en schouderpositie de reproduceerbaarheid van de behandeling beïnvloeden. In dergelijke gevallen kan online adaptatie een elegante oplossing bieden om de precisie te behouden zonder nood aan complexe tussentijdse herplanningen. Deze aanpak werd ook succesvol klinisch geïmplementeerd in de BREAST-ART-trial van Van Vlaenderen en Van den Bongard et al., met bijzondere aandacht voor workflowduur, patiëntervaring en dosimetrische robuustheid.

Nelissen B, et al. Clinical implementation of cone-beam CT-guided online adaptive whole breast irradiation: results of the BREAST-ART trial. Radiother Oncol. 2025;[in press]. van Vlaenderen A, et al. Cone beam computed tomography-guided online adaptive radiation therapy: Clinical implementation in breast and axillary target volumes. Clin Transl Radiat Oncol. 2025 Nov 27;56:101086.

17


OUDERVRIENDELIJK ZIEKENHUIS DR. PIETER SAMAEY (DIENSTHOOFD GERIATRIE) - JOHAN VAN DE WOESTIJNE (ZORGMANAGER GERIATRIE) FIEN GRÉGOIR (AFDELINGSHOOFD GERIATRIE 4 - VERANTWOORDELIJKE ZORGPROGRAMMA GERIATRIE)

toegenomen verwardheid, etc.) en acute ziekte vormen een verhoogd risico op nadelige gevolgen na een bezoek aan de spoedafdeling of een ziekenhuisopname 1,3. Internationale richtlijnen benadrukken het belang van vroegtijdige risicodetectie en een multidisciplinaire aanpak. Het eisenkader geriatrie sluit aan bij deze aanbevelingen 6,7 . De missie en visie en de waarden van ons ziekenhuis zijn richtinggevend voor de keuzes die in het beleidsplan van het zorgdepartement worden gemaakt. De strategische doelstellingen, met in het bijzonder de aandacht voor de patiënt en medewerker, ambulante zorg en geïntegreerde transmurale zorg helpen hier concreet mee vorm aan te geven. Seniorfriendly hospital of oudervriendelijk ziekenhuis is hier één van. (az groeninge, 2025). 8 In dit artikel wordt stil gestaan bij de stappen die genomen worden om deze doelstelling te behalen.

INLEIDING Het aantal personen ouder dan 70 jaar neemt wereldwijd toe. De veranderende demografie heeft bijgedragen tot een hoger aantal geriatrische patiënten op de spoedafdeling en de ziekenhuisopnames in het algemeen 1. In 2024 werden 10.030 patiënten ouder dan 75 jaar gehospitaliseerd in az groeninge. Uit het jaarverslag 2024 van het GST blijkt dat 3413 geriatrische patiënten (75+) zijn opgenomen op de afdelingen geriatrie. Het grootste aantal 75 plussers komt echter terecht op niet geriatrische afdelingen. In het totaal werden 6617 geriatrische patiënten (75+) opgenomen op een niet G-afdeling (ongeacht de oorsprong: spoed/geplande opname/transfer) in 2024 2. De geriatrische populatie wordt gekenmerkt door multipathologie, multimorbiditeit, polyfarmacie en complexe sociale zorgbehoeften waarbij specifieke zorg en een andere aanpak is vereist 3,4,5 . De combinatie van multimorbidteit, leeftijdsgebonden kwetsbaarheid (vallen, verminderde mobiliteit, 18

ACTAGROENINGE

Tabel 1: Negatieve druktherapie (NDT): overzicht per indicatie, az groeninge (2022-2023) GERIATRISCHE SUPPORT TEAM (GST) In België is de ouderenzorg officieel georganiseerd door een koninklijk besluit van 2007. Het zorgprogramma omvat onder andere een intramuraal geriatrisch consultatieteam. Het multidisciplinaire team kan bestaan uit geriaters, verpleegkundigen gespecialiseerd in ouderenzorg, een fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist, psycholoog en sociaalassistent en wordt gekenmerkt door geriatrische expertise. De concrete samenstelling van het team is afhankelijk van het ziekenhuis.


Multidisciplinair team: Katia, Ann, Valerie, Sören, Fien, Conny, Inge. (Sara ontbreekt) Het GST van az groeninge beschikt over een budget van 4,75 FTE en is als volgt samengesteld: • 3,35 FTE verpleegkundigen (incl. afdelingshoofd) • 0,4 FTE sociale dienst • 0,75 FTE ergotherapie (incl. 0,5 FTE extra bestaffing) • 0,5 FTE diëtiek • 0,25 FTE logopedie Deze samenstelling laat toe om kwetsbaarheid breed te benaderen: medisch, functioneel, cognitief, nutritioneel en sociaal. De werking van het GST wordt gekenmerkt door verschillende onderdelen zoals geriatrische risicoscreening, een uitgebreid comprehensive geriatric assessment (CGA), geriatrische aanbevelingen en verwijzingen die resulteren in een geïndividualiseerd zorgplan en nazorg bij ontslag op de spoedafdeling9 . Het uitvoeren van globale zorg door middel van gerichte geriatrische zorg en geriatrische evaluatie leidt tot betere resultaten in termen van snellere en veiligere besluitvorming, mortaliteit, morbiditeit (delirium, ondervoeding, decubitus, etc.), duur van de ziekenhuisopname, heropnames, geschikte afdeling, etc. Het inzetten van het GST team zal ook de continuïteit van de zorg voor de geriatrische patiënt verbeteren 5,6,10.

in kaart te brengen. In az groeninge is gekozen om met de GRP (geriatrisch risicoprofiel) te werken. De GRP omvat 5 vragen en kijkt naar verschillende domeinen van functioneren. Hoe hoger de score, hoe hoger de kwetsbaarheid van de 75 plusser.

Ja

Nee

Aanwezigheid van een cognitieve stoornis (vb desoriëntatie, dementie, delirium) Alleenwonend of geen hulp mogelijk van inwonende partner/ familie Moeilijkheden bij het stappen/ transfers of gevallen in de laatste 6 maanden. Hospitalisatie in de laatste 3 maanden Gebruik van >5 geneesmiddelen

Deze screening wordt tijdens de anamnese afgenomen op de spoedafdeling door de spoed verpleegkundige, pre op door de pre op verpleegkundige of bij rechtstreekse opname op de verpleegeenheid door de zone verpleegkundige.

GERIATRISCHE RISICOSCREENING: AFNAME GRP BIJ ALLE 75 PLUSSERS Zoals vanuit het eisenkader geriatrie verwacht wordt, wordt bij iedere gehospitaliseerde 75 plusser een screening gedaan om de kwetsbaarheid 19


GERIATRISCHE AANBEVELINGEN EN VERWIJZINGEN

Het percentage gescreende patiënten is sinds oktober 2023 in stijgende lijn, wat wijst op een verbeterde implementatie van de systematische screening.

Op basis van het CGA worden aanvullende disciplines ingeschakeld. In 2025 werd de diëtist het meest ingeschakeld, gevolgd door de sociale dienst, de ergotherapeut, dienst zingeving en de logopedist. Het aantal acta’s kinesitherapie kunnen we omwille van administratieve verwerking niet achterhalen.

In 2025 had 75,4% van de via spoed gehospitaliseerde 75 plussers een GRP van 2 of meer. Ziekenhuisbreed had 67,96% van de 75 plussers een GRP van 2 of meer. De verpleegkundige van het GST gaat langs bij patiënten met een GRP 2 of meer (systematisch bij alle patiënten opgenomen via spoed of bij rechtstreekse opnames via doorverwijzing pre op verpleegkundige of op aanvraag op de verpleegeenheden). Hoewel het absolute aantal consulten licht daalde, steeg het proportioneel bereik bij deze risicopatiënten. Dit wijst op een gerichtere inzet van het team.

Top 5 aantal uitgevoerde acta’s

COMPREHENSIVE GERIATRIC ASSESSMENT (CGA) Om de kwaliteit van zorg te verbeteren en om tegemoet te komen aan de behoeften van deze kwetsbare populatie, is de gouden standaard een ‘comprehensive geriatric assessment (CGA)’ toe te passen bij geriatrische patiënten met een verhoogde kwetsbaarheid (GRP 2 of meer) in het gehele ziekenhuis. De CGA werd ontwikkeld als reactie op de bezorgdheid over de problemen die geriatrische patiënten ervaren op ziekenhuisniveau. Een CGA is “Een multidimensionaal, interdisciplinair diagnostisch proces gericht op het bepalen van de medische, functionele, cognitieve en sociale capaciteiten van een kwetsbare oudere persoon om een gecoördineerd en geïntegreerd plan voor behandeling en follow-up op lange termijn te ontwikkelen”1,4 . Een CGA heeft het potentieel om de gezondheidsresultaten te verbeteren terwijl de kosten van de gezondheidszorg en de sociale zorg worden verlaagd. In de praktijk zijn verschillende modellen van CGA aanwezig om te voldoen aan de noden van de verschillende zorgomgevingen. Gemeenschappelijke kenmerken van de CGA zijn de volgende: gespecialiseerde expertise, multidimensionale beoordeling en identificatie van medische, functionele, mentale en sociale omgevingsproblemen, gecoördineerde multidisciplinaire vergaderingen, opstellen en evalueren van een zorgplan aan de hand van patiëntgerichte doelen. Volgens de literatuur zijn de aanbevelingen van het multidisciplinair team en het vermogen om de behandeling uit te voeren de sleutelcomponenten van een CGA1. Bij het CGA in az groeninge worden volgende testen afgenomen - Ziekenhuisbrede anamnese met aandacht voor valgeschiedenis, KATZ, decubitus, … - MNA (malnutritie) - 4AT (cognitie/delier) - IADL (functioneel) - EAT-10 (slikproblemen) - Clinical Frailty Scale 20

ACTAGROENINGE

KWALITEITSPROJECTEN GST Naast de screening en opvolging van kwetsbare patiënten op niet geriatrische afdelingen, werkt het GST ook aan verschillende kwaliteitsprojecten mee. - Delierdag (sensibiliseren via nieuwsbrief, screensaver voor medewerkers, onder aandacht brengen van procedure). - Infodagen/ meeloopmomenten: werking van het GST kenbaar maken bij collega’s/ externen. - Week van de oudere zorgvrager: ziekenhuisbrede sensibiliseringsactie, inclusief spoedafdeling en interne communicatiekanalen.

OUDERVRIENDELIJK ZIEKENHUIS DELIERPREVENTIE OP CHIRURGIE Een delier wordt gedefinieerd als een acute, fluctuerende stoornis van het bewustzijn en de aandacht, gepaard gaand met cognitieve veranderingen, veroorzaakt door een onderliggende somatische aandoening of externe factor. Een delier komt vaak voor bij oudere mensen in vrijwel alle zorgsettings. De prevalentie en incidentie variëren sterk afhankelijk van de patiëntenpopulatie en de zorgomgeving. Bij algemeen opgenomen patiënten ouder dan 65 jaar bedraagt de prevalentie van delier ongeveer 23%. Bij oudere patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen, ontwikkelt 13.5% een delier tijdens hun hospitalisatie. De cijfers liggen nog hoger in bepaalde hoog risicogroepen. Zo komt delier voor bij ongeveer 15–25% van de oudere volwassenen die een grote electieve operatie ondergaan, en tot wel 50% bij hoog risicoprocedures zoals heupfractuurherstel of hartchirurgie.11 Daarom werkte az groeninge in 2023 mee met de PIPRA-studie 12


Na afloop van de PIPRA-studie bleek dat de preventieve aandacht voor delier op chirurgische afdelingen verminderde. Het GST wordt vaak pas gecontacteerd bij aanwezigheid van een reeds manifest delier. Daarom startte in az groeninge in januari 2026 een nieuw traject: Preoperatief wordt bij alle 75-plussers de GRP bepaald. Bij een GRP van 2 of meer wordt het GST automatisch ingeschakeld. De GST verpleegkundige komt de dag van operatie langs bij de patiënt op de chirurgische afdeling, neemt een CGA af en kan gericht preventieve maatregelen opstarten om een postoperatief delier te voorkomen.

patiënten hun actuele ervaringen. Thema’s die aan bod komen zijn de communicatie en begrijpelijkheid, betrokkenheid van familie, ontslag & continuïteit… 13 Basis hupmiddelen op niet-geriatrische afdelingen Het GST stelde vast dat adviezen vaak moeilijk implementeerbaar waren door: - Onbekendheid met materialen. - Niet-uniforme opslag. - Onwetendheid over aanvraagprocedures. Daarom werd er een overzichtelijk basispakket geriatrische hulpmiddelen ontwikkeld (met foto’s en toelichting), verspreid via referentiepersonen geriatrie. Dit project draagt bij tot uniformiteit en verhoogde oudervriendelijkheid.

PROJECT “ZORG NA ZORG” (VOORKOMEN VAN HEROPNAMES FRAILE PATIËNTEN). Ongeplande heropnames vormen een groot probleem bij geriatrische patiënten, zowel vanuit gezondheid, sociaal als financieel oogpunt.13 In 2024 werden in az groeninge 4,03% van de gehospitaliseerde patiënten binnen de 7 dagen via spoed heropgenomen. Het project “Zorg na zorg” (start maart 2026) is een samenwerking tussen az groeninge, dienst maatschappelijk welzijn en stad Kortrijk. Het doel van dit project is om heropnames van oudere fraile patiënten (met GRP 2 of meer) te voorkomen door na ontslag uit het ziekenhuis dienst maatschappelijk welzijn in te schakelen. PATIËNTENPARTICIPATIE Omdat de bevraging van het Vlaams Instituut voor kwaliteit van zorg (Vlaamse patiëntenpeiling) VPP en de eigen tevredenheidsbevraging van az groening (Net Promotor Score) een beperkt inzicht geven in de beleving van de oudere patiënt werd binnen az groeninge op zoek gegaan naar een andere manier om inzichten te verkrijgen.13 In 2021 werden de eerste stappen gezet voor de oprichting van een senioren adviesraad. In september 2024 ging de eerste officiële vergadering door. In de adviesraad zitten vrijwilligers van az groeninge die 70 plus zijn. Zij zijn de huidige mantelzorgers en de mogelijk toekomstige patiënten op onze afdelingen geriatrie. De adviesraad komt 4 keer per jaar samen en overlegt rond verschillende thema’s: negatieve perceptie over geriatrie, patiëntenborden, communicatie met familie, maaltijden bij oudere patiënten (zie verder). Naast de seniorenadviesraad gaan ook focusgroep gesprekken door op onze afdelingen geriatrie. Tijdens deze gesprekken vertellen opgenomen

PROJECT MAALTIJDEN OUDERE PATIËNTEN Onder leiding van dienst logopedie, diëtiek en in samenwerking met de werkgroep maaltijdbegeleiding, de seniorenadviesraad en de keuken werd gekeken om de maaltijden in az groeninge aan te passen voor oudere patiënten. Er werd nagedacht over samenstelling, consistentie, smaak… OPLEIDING REFERENTIEPERSONEN In az groeninge heeft iedere verpleegafdeling een referentiepersoon geriatrie. Deze functie heeft als doel: - De kwaliteit van zorg voor kwetsbare 75-plussers te verbeteren, - Geriatrische expertise te verankeren op afdelingsniveau, - De samenwerking met het Geriatrisch Support Team (GST) te versterken, - Bij te dragen aan een oudervriendelijk ziekenhuis. De referentiepersoon neemt geen bijkomende zorgverantwoordelijkheid over, maar vervult een brugfunctie tussen afdeling en GST. 21


De referentiepersoon geriatrie wordt 2 keer per jaar uitgenodigd op de opleiding ‘dag van de geriatrie’. Aanvullend vindt ook 2 keer per jaar een overleg met alle referentieverpleegkundigen geriatrie plaats onder leiding van het team GST. CONCLUSIE De toenemende vergrijzing zorgt ervoor dat ziekenhuizen steeds meer geconfronteerd worden met kwetsbare geriatrische patiënten met complexe zorgnoden. Binnen ons ziekenhuis wordt hierop actief ingespeeld via de uitbouw van een oudervriendelijk ziekenhuisbeleid, waarin vroegtijdige risicoscreening, multidisciplinaire samenwerking en patiëntgerichte zorg centraal staan. De werking van het GST is hierbij cruciaal.

Daarnaast tonen de verschillende kwaliteitsprojecten aan dat oudervriendelijke zorg verder reikt dan klinische screening alleen. Initiatieven zoals delierpreventie op chirurgische afdelingen, het project “Zorg na zorg”, patiëntenparticipatie via de seniorenadviesraad, en de optimalisatie van voeding en hulpmiddelen versterken de zorgcontinuïteit en verhogen de patiëntveiligheid en -ervaring. Hoewel er al belangrijke stappen zijn gezet, blijft verdere implementatie en verankering van deze initiatieven noodzakelijk om de zorg voor oudere patiënten verder te optimaliseren. Het geheel van deze acties onderstreept dat een oudervriendelijk ziekenhuis niet enkel een strategische doelstelling is, maar een continu proces van kwaliteitsverbetering, samenwerking en innovatie in de zorg voor de geriatrische patiënt.

LITERATUURLIJST 1. Ellis, G., Gardner, M., Tsiachristas, A., Langhorne, P., Burke, O., Harwood, R. H., Conroy, S., Kircher, T., Somme, D., Saltvedt, I., Wald, H. L., O’Neill, D., Robinson, D., & Shepperd, S. (2017). Comprehensive geriatric assessment for older adults admitted to hospital. Cochrane Database of Systematic Reviews.   2. Grégoir, F. & Az Groeninge. (2025). Jaarverslag GST 2024. 3. Cassarino M, Cronin U ́ , Robinson K, Quinn R, Boland F, Ward ME, et al. (2022) Development and delivery of an allied health team intervention for older adults in the emergency department: A process evaluation. PLoS ONE 17(5): e0269117.

Geraadpleegd op 27 februari 2026, van https://www.ejustice. just.fgov.be/cgi_loi/loi_a1.pl?DETAIL=2007012955%2FN&caller=list&row_id=1&numero=16&rech=34&cn=2007012955&table_name=wet&nm=2007022208&la=N&ddfm=01&dt=KONINKLIJK+BESLUIT&language=nl&choix1=EN&choix2=E N&fromtab=wet_all&nl=n&sql=dt+contains++%27KONINKLIJK%27%26+%27BESLUIT%27+and+dd+between+date%272007-01-29%27+and+date%272007-01-29%27+and+actif +%3D+%27Y%27&ddda=2007&tri=dd+AS+RANK+&trier=afkondiging&ddfa=2007&dddj=29&dddm=01&ddfj=29&imgcn.x=54&imgcn.y=14 8. Jaarverslag az groeninge, strategische doelstellingen, 2025

4. Heeren, P., Hendrikx, A., Ceyssens, J., Devriendt, E., Deschodt, M., Desruelles, D., Flamaing, J., Sabbe, M. & Milisen, K. (2021). Structure and processes of emergency observation units with a geriatric focus: a scoping review. BMC Geriatrics, 21(1).   5. Salini, S.; Giovannini, S.; Covino, M.; Barillaro, C.; Acampora, N.; Gravina, E.M.; Loreti, C.; Damiano, F.P.; Franceschi, F.; Russo, A. Frailty Network in an Acute Care Setting: The New Perspective for Frail Older People. Diagnostics 2022, 12,1228. 6. Closon Marie-Christine, Gobert Micheline, Pepersack Thierry, Falez Freddy, Baeyens Jean-Pierre, Kohn Laurence, Swartenbroekx Nathalie, Léonard Christian. Financiering van het zorgprogramma voor de geriatrische patiënt in algemene ziekenhuizen. Health Services Research (HSR). Brussel. Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). 2007. KCE Reports 73A. 7. Koninklijk besluit houdende vaststelling eensdeels, van de normen waaraan het zorgprogramma voor de geriatrische patiënt moet voldoen om te worden erkend en, anderdeels, van bijzondere aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten. (2007, 29 januari). LOI - WET. 22

9. Devriendt, E., De Brauwer, I., Vandersaenen, L., Heeren, P., Conroy, S., Boland, B., Flamaing, J., Sabbe, M., & Milisen, K. (2017). Geriatric support in the emergency department: a national survey in Belgium. BMC Geriatrics, 17(1).   10. Cassarino M, Robinson K, Trepel D, O’ShaughnessyI, Smalle E, White S, et al. (2021) Impact of assessment and intervention by a health and social care professional team in the emergency department on the quality, safety, and clinical effectiveness of care for older adults: A randomised controlled trial. PLoS Med 18(7): e1003711.   11. Briganti G (2025) Delirium in the elderly. Psychiatria Danubina, Vol 37, suppl 1, 104-111. 12. az groeninge (2023) Baanbrekende AI-innovatie in de preventie van acute verwardheid na operatie voor het eerst bij Belgische patiënten geïntroduceerd. 13. az groeninge (2026) Symposium kwaliteit.


PROSA-MAGIE VEROVERT AZ GROENINGE …! DR. ETHEL BALEMANS, PEDIATER - DR. NATHALIE BECAUS, ANESTHESIST

Een ziekenhuisbezoek is vaak spannend, zeker voor een ziek kind, met bijhorende vaak ongeruste ouders. Tijdens een consultatie of ziekenhuisopname zijn onderzoeken en medische procedures vaak onvermijdelijk. Hoewel deze handelingen noodzakelijk zijn, verlopen ze niet altijd pijn- of stressvrij. De ervaring die een kind hierbij opdoet, kan een grote invloed hebben op hoe het toekomstige zorgmomenten beleeft. Daarom zet az groeninge volop in op PROSA (PROcedurele Sedatie en Analgesie). Met deze ziekenhuisbrede visie willen we ervoor zorgen dat kinderen medische procedures zo comfortabel mogelijk ervaren. Door pijn te verminderen, angst weg te nemen en de aandacht van het kind op een positieve manier te verleggen, bouwen we samen aan meer vertrouwen tussen kind, ouders en zorgverleners. Zo maken we van een spannend ziekenhuisbezoek een warmere en veiligere ervaring.

az groeninge PROSA team op cursus in UZ Gent

PROSA (PROcedurele Sedatie en Analgesie) staat voor een kindvriendelijke aanpak waarbij we tijdens medische procedures streven naar vertrouwen in plaats van angst. We willen de stress die kinderen, ouders én zorgverleners ervaren tijdens een medische handeling zoveel mogelijk verminderen en liefst tot nul herleiden. Een “medische procedure” is voor een kind vaak meer dan een prik of een onderzoek. Ook een vaccinatie, bloedafname, lumbaalpunctie, blaassonde of zelfs de start van een narcose, waarbij een masker in het gezicht wordt geduwd door een aantal onbekenden, kan veel spanning veroorzaken. Procedureel leed ontstaat door drie factoren: PIJN (sensatie/beleving) tijdens de procedure, ANGST (emotie) voor de procedure en FOCUS van de aandacht op de procedure (psychologisch-cognitieve activiteit). Door op elk van deze factoren in te spelen, kunnen we de ervaring voor kinderen aanzienlijk verbeteren.

“Het is toch maar een klein prikje…?” Procedurele stress heeft gevolgen voor iedereen, en in de eerste plaats voor het kind. Door een eerdere stressvolle ervaring kunnen kinderen angst ontwikkelen voor toekomstige zorgcontacten, slecht slapen, nachtmerries krijgen of zelfs tijdelijk terugvallen in hun ontwikkeling, zoals opnieuw bedplassen. Ouders voelen zich vaak machteloos wanneer ze hun kind zien lijden. Bovendien komt de band tussen ouder en kind in het gedrang op het moment dat ouders worden ingeschakeld om hun eigen kind onder dwang vast te houden. Door de stress bij het kind en de ouders kan er op lange termijn zelfs “zorgvermijding” ontstaan, waardoor ouders (en op latere leeftijd kinderen zelf) ingrepen, bloedafnames of andere medische handelingen gaan uitstellen. 23


Ook voor zorgverleners zijn procedures onder dwang emotioneel belastend. Niemand houdt er een goed gevoel aan over wanneer je met meerdere mensen een kind moet fixeren voor een bloedafname of anesthesie en achteraf voel je je vaak schuldig. Persisterende dwang kan uiteindelijk leiden tot empathische blindheid, waarbij zorgverleners blijven volharden tot de procedure gelukt is, zelfs al geeft het kind aan dat het niet meer wil. “Maar het kan (gelukkig) ook anders…” PROSA vertrekt vanuit de overtuiging dat elk kind recht heeft op warme, respectvolle zorg, waarbij we pijn zoveel mogelijk voorkomen, angst verminderen en de aandacht verleggen naar iets positiefs. Ouders worden hierbij actief betrokken en we laten kinderen, waar mogelijk, zélf keuzes laten maken. Volgens de internationale iSupport-richtlijn hebben kinderen het recht om ondersteund te worden tijdens een procedure, maar dwang moet men zoveel mogelijk vermijden. Kinderen hebben bovendien recht op informatie die ze begrijpen én op haalbare keuzes, zoals wel of geen verdovende crème, bellen blazen of een zoekplaat bekijken tijdens een bloedafname.

Centraal hierbij stelt zich in eerste instantie de vraag: wat betekent deze procedure voor dit kind (en omgekeerd) (Procedure evalueren)? Eenzelfde procedure vraagt een andere comfort-aanpak bij een jonger of ouder kind en een ogenschijnlijk niet pijnlijke procedure kan anderzijds door een ander kind als zeer pijnlijk en stressvol worden ervaren. Ten tweede (Preventie) moet men zich steeds afvragen of de betreffende procedure wel écht (nú) nodig is (of eventueel kan wachten tot een ander, minder stressvol moment). Ook het anticiperen op mogelijke frequente procedures, bvb. door het plaatsen van een diepe lijn bij langdurige antibioticatherapie, is hierbij een vorm van preventie. Onder psychologie en cognitie verstaat men de, aan de leeftijd aangepaste, afleidingstechnieken om angst te reduceren of vermijden en vertrouwen op te bouwen. Pijn is een belangrijke factor bij het ontstaan van procedureel leed en dient standaard voorkomen en ten alle tijde adequaat behandeld te worden. Het toepassen van topicale pijnstilling, door Emla®, Rapydan® en LAT-gel, zijn hierbij cruciaal en een absolute “game-changer”. Omgevingsfactoren kunnen eveneens zeer storend werken, waardoor een goede voorbereiding van het procedurele proces, en een aangepaste omgeving (geen zichtbaar medisch materiaal, gedimd licht, rustige omgeving,..) sterk worden aanbevolen.

“Toch niet sederen voor een simpel prikje …?” PROSA omvat meerdere facetten, waarbij procedurele comfortzorg centraal staat. Soms dient men ook procedurele sedatie of analgesie toe te passen, maar enkel wanneer nodig. Het doel van comfortzorg is om, aan de hand van verscheidene, aan ieder kind aangepaste technieken, het vertrouwen van het kind te winnen, zodanig dat het zich comfortabel genoeg voelt om de gewenste procedure te ondergaan, zonder hierbij fysisch, psychisch of chemisch gedwongen te worden. Connectie maken met het kind en de ouders is hierbij belangrijk, met initieel observatie van het kind en zijn gedrag, alsook evaluatie hoe het zich voelt en reageert op de situatie, om dan met afleidingsmaneuvers, vragen, spelletjes, etc. tot aansluiting en afstemming te komen en het vertrouwen te winnen. Om PROSA concreet te kunnen toepassen in de dagelijkse praktijk, maar zeker ook opleiding en implementatie te bevorderen, werd het 7 – P model ontwikkeld, bestaande uit 7 complementaire strategieën.

24

ACTAGROENINGE

Het vraagt soms om een “out-of-the-box” denken, met mogelijkheid tot afwijken van de klassiek gangbare manier van werken. Bij sommige kinderen zal, naast comfortzorg, procedurele sedatie nodig zijn om een onderzoek comfortabel en succesvol te kunnen uitvoeren. Het toedienen van deze sedatie zelf (intranasale medicatie, lachgas met masker,…) kan als minder aangenaam ervaren worden en ook de nodige neveneffecten hebben (nausea, controleverlies,…), zeker bij angstige kinderen. Het kan dan ook alleen in combinatie met de 6 andere strategieën toegepast worden, waarbij men pijnpreventie zeker niet mag vergeten. Zo niet kan de sedatie ervaren worden als chemische dwang. Tot slot dient er aandacht te zijn voor post-procedure zorg, waarbij kort en op een positieve manier overlopen wordt hoe de procedure door het kind en de ouders werd ervaren, en hoe het bij een volgende gelegenheid eventueel anders/beter kan.


PROSA IN AZ GROENINGE OVER DE AFDELINGEN HEEN… Overtuigd van het nut en de meerwaarde van deze aanpak waren, los van elkaar en op diverse afdelingen, reeds verschillende initiatieven opgestart met als doel PROSA te implementeren en verder te verspreiden, vooralsnog met beperkt succes en soms zelfs wat weerstand. Als PROSA-superfans bleven we elkaar enthousiasmeren, waarbij een multidisciplinair team in mei 2026 de PROSA-basiscursus volgde in UZ Gent. Artsen, verpleegkundigen, spelbegeleiders, medewerkers van het operatiekwartier, recovery en spoedgevallen bundelden er hun expertise, om deze visie ziekenhuisbreed te kunnen uitrollen. Het uiteindelijke doel is duidelijk: élk kind moet overal in az groeninge dezelfde warme, kindvriendelijke zorg ervaren, ongeacht op welke afdeling het behandeld wordt. Kindergeneeskunde Op de afdeling kindergeneeskunde wordt Emla® al anderhalf jaar standaard gebruikt bij bloedafnames en niet-dringende opnames. De combinatie van een verdovende crème met leeftijdsgerichte afleiding vormt hierbij de sleutel tot succes. Collega’s spelbegeleiding ondersteunen onze verpleegkundigen met afleidingsmateriaal zoals bellenblazen, glitterstaven, VR-brillen, Buzzy® Bee, zoekplaten enzovoort. Daarbij krijgt een actieve opdracht steeds de voorkeur boven passieve afleiding, zoals TV kijken.

Een veelbelovende innovatie is The Little Nirvana, waarbij kinderen via een VR-bril spelenderwijs opdrachten uitvoeren tijdens een procedure, vooral succesvol bij kinderen tussen 4 en 10 jaar. Dankzij een schenking van Rotaract Kortrijk hopen we dit systeem binnenkort structureel te kunnen inzetten. Ook ouders spelen een actieve rol. In plaats van hun kind vast te houden, ondersteunen zij hun kind door samen te spelen, bellen te blazen of een zoekplaat vast te houden. Zo blijven zij een veilige vertrouwenspersoon en helpen ze mee de stress te verminderen. Consultatie kindergeneeskunde Binnen een verbeterproject rond ambulante bloedafnames, alsook naar aanleiding van haar eindwerk in kader van de BanaBa zorgmanagement, onderzocht hoofd-verpleegkundige Camille Dubois hoe het gebruik van Emla® verder geoptimaliseerd kon worden. Via een Design Thinking-traject werden kinderen, ouders en zorgverleners betrokken bij de ontwikkeling van een uniforme, oudergerichte aanpak, met duidelijke informatie en ondersteunende communicatiemiddelen. Het project benadrukt het belang van atraumatische zorg, waarbij comfort, pijn- en angstreductie en ouderparticipatie centraal staan. Dit project vormt een concrete toepassing van de PROSA-principes en legt de basis voor een verdere uitbouw van een uniforme en kindgerichte pijnzorg binnen ons ziekenhuis. Kinderdagziekenhuis Spelbegeleiders kregen een mini-PROSA-opleiding en bereiden kinderen nu spelenderwijs voor op een narcose. Kinderen krijgen op voorhand hun anesthesiemasker en mogen dit versieren met stickers, zodat het masker vertrouwder aanvoelt nog vóór de operatie. Zo laten we hen wennen aan het idee dat ze later, al blazend in het masker, in slaap zullen worden gebracht, wat de angst voor het masker kan verminderen (=desensitisatie). Daarnaast wordt afhankelijk van de leeftijd en de situatie gekozen voor ondersteunende medicatie (bv. Midazolamsiroop), een masker of inductie van anesthesie met een infuus, waarbij kinderen zoveel mogelijk inspraak krijgen. Operatiekwartier Sinds eind 2025 werd ook het operatiekwartier stap voor stap kindvriendelijker ingericht.

Deze patiënt vergeet even zijn hoofd- en buikpijn tijdens het gebruik van The Little Nirvana (testfase).

In operatiezalen waar potentieel kinderen onder narcose gebracht worden, zorgt een sterrenhemel voor een rustige omgeving en leidt de aandacht af van de medische apparatuur. 25


Zorgverleners gebruiken bewust positief taalgebruik en erkennen de gevoelens van het kind. Goedbedoelde woorden als “je moet niet bang zijn”, worden bij voorkeur vervangen door “ik zie dat je het spannend vindt, maar het is super dapper dat je hier bent”. Hierdoor worden hun gevoelens erkend, waardoor het kind in zijn kracht gezet wordt en met meer vertrouwen naar de procedure gaat.

Recovery Na de operatie wordt de warme zorg verdergezet. Men investeerde eveneens in sterrenhemels, gedimd licht, afleidingsmateriaal en herkenbaarheid, bijvoorbeeld door de sticker van het anesthesiemasker bij aankomst op recovery op het infuus te kleven. Kinderen krijgen sneller iets te drinken of mogen een waterijsje eten wanneer dit medisch verantwoord is. Bij sommige ingrepen kunnen ze ook vroeger naar huis, zodat ze sneller terugkeren naar hun vertrouwde omgeving.

Spoedgevallen

We reduceren angst door het toepassen van het One Voice-principe, waarbij slechts één zorgverlener met het kind spreekt, met zachte stem én op ooghoogte van het kind. Intussen begeleidt een andere zorgverlener de ouder. Hierdoor ontstaat meer rust en duidelijkheid.

Ook op de spoedgevallendienst was er reeds vruchtbaar overleg en wordt PROSA verder uitgerold. Er werd een afleidingsbox voorzien met materiaal om de FOCUS te verleggen tijdens een procedure en verpleegkundigen krijgen bijkomende opleiding. Op de dag van de spoedgevallen, een E17 – netwerkbreed event, zullen workshops georganiseerd worden, samen met collega’s van OLV Lourdes Waregem, waar PROSA reeds succesvol wordt toegepast. Het mooie aan PROSA is dat je het niet alleen doet. Het is een constante samenwerking en overleg tussen artsen, verpleegkundigen, spelbegeleiding én ouder, afgestemd op het kind.

Samen bouwen aan warme zorg

We laten het kind dicht bij wat het kent. Baby’s kunnen bij ouders op schoot blijven, kleuters zittend op tafel met ouders ervoor, hoofd gericht naar sterrenhemel. Kinderen krijgen bovendien haalbare keuzes, zoals zelf het masker vasthouden, kiezen tussen zitten of liggen of het masker inkleuren met een geurstift. Hierdoor geven we het kind meer controle en verminderen we opnieuw de angst.. Tijdens de gasinductie worden ze spelenderwijs uitgenodigd om “naar de sterren te vliegen” of figuren te blazen in hun masker. Ook bij het plaatsen van een infuus wordt gewerkt met duidelijke taakverdeling en actieve afleiding.

26

ACTAGROENINGE

PROSA is veel meer dan een verzameling technieken. Het is een gedeelde visie waarbij artsen, verpleegkundigen, spelbegeleiders en ouders samenwerken om medische zorg comfortabeler en minder belastend te maken. Door pijn te beperken, angst te verminderen en de aandacht van het kind te verleggen, creëren we meer vertrouwen, minder stress en betere zorgervaringen, op korte en langere termijn. Want elk kind verdient dezelfde warme, veilige en kindvriendelijke zorg, overal in az groeninge.


Overtuigd van de meerwaarde van deze aanpak zijn we, als PROSA-team, steeds op zoek naar bondgenoten. Werd je getriggerd door dit verhaal en wens je de PROSA-magie mee te verspreiden, aarzel niet om contact op te nemen.

OVERZICHT SYMPOSIA

2026-2027

V.l.n.r.: Elise Baekelandt, Camille Dubois, Margaux Vandevijvere, Heleen Six, Cindy Vandenbroucke, Dr. Annemie Deconinck, Dr. Ethel Balemans

V.l.n.r.: Elke Corneille, Ine Van Tieghem., Florine Gunst, Annelore Denys, Lisa Hillewaere, Dr. Nathalie Becaus PROSA – TEAM: Dr Nathalie Becaus (anesthesie/spoed), Dr. Annemie Deconinck (pediatrie) en Dr. Ethel Balemans (pediatrie/neonatologie); pediatrisch verpleegkundigen Heleen Six, Margaux Vandevijvere en Elise Baekelandt; Cindy Vandenbroucke (spelbegeleidster pediatrie); Camille Dubois (hoofdverpleegkundige pediatrie). OK – verpleegkundigen Ine Vantieghem en Florine Gunst, verpleegkundigen Recovery Elke Corneille en Annelore Denys, spoedverpleegkundige Lisa Hillewaere.

08/09/2026

Neurovasculair Symposium

15/09/2026

The Greenhouse Inspiratieavond: Smaakmakers in de zorg

21/09/2026

Kennisdag Orthopedie-Fysische Geneeskunde

28/09/2026

Symposium Medische Ethiek

02/10/2026

Symposium Chronische Pijn

07/10/2026

Open Science Symposium Wetenschappelijk Comité

15/10/2026

Symposium Pijn (organisatie HZW, spreker dr Bert Vanneste)

28/10/2026

Symposium Wondzorg

29/10/2026

Symposium Cardiologie

09/11/2026

Netwerkevent Canulezorg

17/11/2026

Symposium Urologie

25/11/2026

Symposium Diabetische Voetkliniek

30/11/2026

The Greenhouse Inspiratieavond: Van exclusief naar inclusief innoveren

01/12/2026

MS Symposium

12/12/2026

Symposium Dementie (ism Bedeco)

14/01/2027

E17-netwerk Symposium: Van testen tot gerichte therapie

22/02/2027

Symposium Slaap

09/03/2027

Orthopodium

Een overzicht van en inschrijven op onze symposia: https://www.azgroeninge.be/nl/professionals/ symposia-en-opleidingen

REFERENTIES PROSA basiscursus UZ Gent 2026 (www.PROSAnetwork.com) “Van trauma naar vertrouwen” drs. P.L.J.M. Leroy [Praktische Pediatrie 2021;2: 5-13] “Managing the frightened child” Benjamin Krauss & Baruch Krauss [Ann Emerg Med. 2019;74:30-35] 27


INTERVIEW STEFAN GROSJEAN FOUNDER SMAPPEE GROUP DOOR DR. RIK DEMAEREL Az groeninge zet met The Greenhouse hard in op innovatie. Enerzijds kijken we hoe we kunnen profiteren van nieuwe ontwikkelingen, anderzijds onderzoeken we of we een draaischijf kunnen zijn voor start-ups en voor bedrijven in de omgeving. Vandaag zitten we samen met Stefan Grosjean, CEO van Smappee Group. Smappee is een internationaal cleantechbedrijf, opgericht in 2012 door Stefan Grosjean en met hoofdkantoor in Harelbeke, België. Het bedrijf ontwikkelt intelligente energiebeheer- en laadoplossingen voor particulieren en bedrijven. Smappee combineert slimme laadtechnologie met energiemanagement dat energiestromen in real time monitort, beheert en optimaliseert. Door onder meer zonne-energie, batterijen, gebouwen en elektrische voertuigen slim met elkaar te verbinden, helpt Smappee mensen en bedrijven om energie efficiënter te gebruiken en hun energie-infrastructuur toekomstbestendig te maken. Stefan Grosjean is oprichter en CEO van Smappee en al jarenlang actief als ondernemer en innovator in de energiesector. Met Smappee bouwt hij verder op zijn ervaring in energiemanagement en zijn overtuiging dat technologie een belangrijke rol speelt in de manier waarop we in de toekomst met energie zullen omgaan. 28


WE BEGINNEN SIMPEL MET EEN ELEVATOR-PITCH. U KRIJGT 1 MINUUT OM UIT TE LEGGEN WAT SMAPPEE KAN BETEKENEN VOOR EEN BEDRIJF. WAT WAS OOIT HET PROBLEEM? WAT IS JULLIE OPLOSSING? Wij focussen op energiemanagement en helpen onze klanten op twee manieren. Eerst geven we inzicht in hun verbruik. Door te meten waar en wanneer elektriciteit wordt verbruikt, kunnen we tonen waar er mogelijkheden zijn om te besparen. De volgende stap is om hernieuwbare energie zo goed mogelijk te benutten. Dat vraagt een andere manier van denken. Waar we vroeger vooral elektriciteit gebruikten wanneer we die nodig hadden, wordt het steeds belangrijker om ook rekening te houden met wanneer ze beschikbaar en voordelig is. Dat wordt nog belangrijker naarmate we meer afhankelijk worden van zon en wind. Die bronnen leveren lokaal hernieuwbare energie, maar niet noodzakelijk op het moment waarop we ze nodig hebben. Daarom moeten we slimmer kunnen schakelen tussen productie, opslag en verbruik. Dat is waar Smappee een rol speelt: ervoor zorgen dat beschikbare energie op het juiste moment wordt gebruikt of opgeslagen door alles intelligent op elkaar af te stemmen. Wij zien de zon daarbij als de ultieme fusiereactor die ons energie geeft. JULLIE ZIJN OOK INTERNATIONAAL AANWEZIG. HOE VER REIKEN DE AMBITIES? WAT NEEM JE ALS WEST-VLAMING MEE OM HET OOK OP ANDERE MARKTEN GOED TE DOEN? Wij zijn inderdaad in verschillende landen buiten België actief. Ons hoofdkantoor bevindt zich in Harelbeke, maar onze oplossingen worden ook internationaal gebruikt. Onze producten worden in België ontwikkeld en geproduceerd, zowel de software als de hardware. Zo kunnen we lokaal en bewust werken. Voor onze producten maken we onder meer gebruik van recycleerbaar aluminium. Daarnaast werken we vanuit een energiepositief gebouw, dat meer energie produceert dan het verbruikt, en werken we samen met sociale maatwerkbedrijven. We denken daarbij niet alleen aan onze impact op het milieu, maar ook aan onze medewerkers en de bredere maatschappelijke impact.

Hieruit is een nieuw bedrijf ontstaan dat inzette op energiemetingen. Ik was toen 28 jaar en vrij snel werkten we voor grote klanten als Walmart, Carrefour en enkele luchthavens. Door inzicht te krijgen in hun energieverbruik konden zij aanzienlijke energiebesparingen realiseren. Uiteindelijk verkocht ik het bedrijf in 2011 aan Honeywell. Veel vrienden vroegen me toen of ik hen ook kon helpen om thuis inzicht te krijgen in hun energieverbruik en energie te besparen. Daaruit ontstond het idee dat uiteindelijk de basis legde voor Smappee: een soort Shazam voor energie bij je thuis. Een technologie dat de verschillende elektrische toestellen als het ware aan hun eigen “melodietje” herkent. Via één meetpunt kan je zien welke toestellen er actief zijn. De principes die ik bij grote bedrijven toepaste, bracht ik zo naar een kleinere schaal voor particulieren. Een volgende stap kwam er met onze laadoplossingen. Onze laadpalen zijn slim en kunnen het laden afstemmen op de beschikbare energie. Zo kan bijvoorbeeld rekening worden gehouden met lokale zonneproductie en het energieverbruik op dat moment. Zo evolueerde Smappee van het meten en inzichtelijk maken van energie naar het intelligent beheren en sturen van energiestromen. WAAR VINDT U TALENT? Vandaag werken hier mensen van ongeveer 15 verschillende nationaliteiten. We merken dat Smappee talent uit verschillende landen aantrekt. Onze missie speelt daarin een belangrijke rol: mensen willen werken aan technologie die een concrete bijdrage levert aan de energietransitie en aan de maatschappij. Ook onze werkomgeving speelt daarin een rol. Met Snowball hebben we een bijzondere werkplek gecreëerd waar technologie, duurzaamheid en mensen samenkomen. We vinden het belangrijk om een omgeving te creëren waar mensen graag werken, elkaar ontmoeten en samen aan innovatieve oplossingen kunnen bouwen. HEBBEN JULLIE OP DIT MOMENT EEN CONCURRENT? Er zijn verschillende spelers op de markt met een breed aanbod. Wij proberen ons te onderscheiden door verschillende energieoplossingen binnen één geïntegreerd systeem samen te brengen. HOE FEL BEN JE LOKAAL VERANKERD? KOOS JE OM EEN BEPAALDE REDEN VOOR HARELBEKE?

HOE ZIJN JULLIE BEGONNEN? Smappee is opgericht in 2012 en vrij snel had ik mijn eerste 5 werknemers. Mijn parcours begon natuurlijk al veel vroeger. Ik ben afgestudeerd in 1986 en ben daarna meteen beginnen werken als ingenieur bij een bedrijf dat modems ontwikkelde om meterstanden van op afstand uit te lezen. Zo hoefde er niet telkens iemand ter plaatse te komen. Daarna heb ik gewerkt als zelfstandig consultant in energiemanagement.

Ik ben geboren en getogen in Kortrijk en voel me nog altijd sterk verbonden met deze regio. Voor mij was het dan ook een logische keuze om Smappee hier verder uit te bouwen. Als ik hier ’s morgens aankom, ben ik nog steeds trots op wat we met Snowball hebben neergezet. Maar Snowball is meer dan onze thuisbasis. We delen de site met andere bedrijven en willen zo een omgeving creëren waar ondernemers elkaar ontmoeten, ideeën uitwisselen en van elkaar leren. De ruimte die hier beschikbaar is, biedt bovendien kansen aan jonge bedrijven om zich verder te ontwikkelen en te groeien. 29


HOEVEEL VAN JE PERSOONLIJKHEID ZIT ER IN SMAPPEE? Smappee betekende voor mij de start van een nieuw ondernemershoofdstuk. Na de verkoop van mijn eerste bedrijf wilde ik de kennis en ervaring die ik doorheen de jaren had opgebouwd opnieuw inzetten om iets nieuws te creëren. Met Smappee kreeg ik de kans om van nul te beginnen en opnieuw heel dicht bij innovatie en ondernemerschap te staan. Sinds de oprichting in 2012 hebben we stap voor stap gebouwd aan het bedrijf dat Smappee vandaag is. Het doet dan ook deugd om te zien wat we samen hebben gerealiseerd. Voor mij gaat dat niet alleen over het succes van het bedrijf zelf, maar ook over de positieve impact die we kunnen creëren voor onze medewerkers, onze omgeving en de regio.

Ik ben altijd gefascineerd geweest door visionairs zoals Jules Verne. In hetzelfde rijtje heb je mensen als Leonardo Da Vinci, Steve Jobs en Picasso. Maar nog meer dan door kunst of boeken, ben ik geboeid door kwantumfysica. Ik volg graag wetenschappelijke kanalen en mensen die met nieuwe ideeën komen. Ik denk dat daar mijn nieuwsgierigheid zit: ik ben voortdurend op zoek naar nieuwe inzichten, zowel in wetenschap en technologie als in de manier waarop we naar het leven kijken. DOET U IETS BIJZONDERS VOOR UW GEZONDHEID?

HEB JE NOG TIPS OM GROTE ORGANISATIES AAN TE STUREN? IDEEËN DIE JE AL OPDEED OM DE WERKVREUGDE TE VERHOGEN? DOEN JULLIE IETS SPECIFIEK OM ‘UITVAL’ VAN MENSEN TE VOORKOMEN?

Ik probeer bewust en gedisciplineerd te leven en besteed veel aandacht aan mijn levensstijl. Tijdens de week doe ik aan intermittent fasting en vast ik 16 uur per dag. Voor mij werkt dat goed: het helpt me om mijn gewicht op peil te houden en ik voel me er fitter bij.

Passie en enthousiasme zijn altijd een belangrijke drijfveer voor mij geweest. Ik krijg veel energie van nieuwe ideeën en probeer dat enthousiasme ook over te brengen op de mensen rondom mij.

WAT ZIJN DE MOMENTEN DAT JE VOLLEDIG KAN ONTSPANNEN?

Die nieuwsgierigheid en drang om nieuwe dingen te creëren, vormen een belangrijk deel van wie ik ben als ondernemer. Om die ideeën op een goede manier te vertalen naar de organisatie, omring ik mij met een sterk managementteam. Het geeft mij de ruimte om mij meer te focussen op waar mijn sterkte ligt: nieuwe ideeën ontwikkelen en nadenken over wat de volgende stap kan zijn. Dit zou ik graag nog enkele jaren blijven doen. Voor jullie ziekenhuis zie ik veel mogelijkheden: Als we nu eens alles zouden inzetten om privé en werk zo te verbinden dat iedereen maximaal bespaart, dan kan dit een mooi project worden. Zo kan het ziekenhuis een voorloper worden en niet alleen besparen maar ook bewijs leveren hoe werkgever en werknemer samen de wereld vooruit kunnen helpen. WELK NIEUWS HEEFT U RECENT BANG OF BOOS GEMAAKT? Ik geef toe dat we ons zorgen maken over de recente evoluties in de internationale handel en de impact van nieuwe handelstarieven. Die onzekerheid maakt bedrijven en consumenten voorzichtiger en kan ertoe leiden dat investeringsbeslissingen worden uitgesteld.

30

WELK KUNSTWERK - BOEK, FILM, MUZIEK, SCHILDERIJ... HEEFT U HET MEEST GERAAKT OF GEVORMD?

ACTAGROENINGE

Dat is op vrijdag met mijn partner en een glaasje wijn. Of een vrije zondagvoormiddag met een croissant en een stukje chocolade. In mijn vakanties trek ik er graag op uit met jeep en daktent. ONS ZIEKENHUIS WIL (MET ONZE WEST-VLAAMSE DRIVE) EEN SPILFIGUUR ZIJN EN DE OMGEVING CREËREN DIE INNOVATIE AANSTUURT. HOE DENK JIJ INDUSTRIËLE PARTNERS EN/ OF SMAPPEE DIT ZOU KUNNEN BEVORDEREN? Ik deel graag mijn inzichten en denk dat een van mijn sterktes is om complexe zaken eenvoudig uit te leggen. Ik zie vaak verschillende puzzelstukken en probeer die met elkaar te verbinden. Als het ziekenhuis daarvoor openstaat, kom ik dan ook graag eens spreken om mensen te inspireren en mijn ervaringen te delen. Misschien kan ik vanuit mijn eigen parcours ook iets betekenen voor ondernemers en werknemers die voor uitdagingen staan. Daarnaast lijkt het me bijzonder interessant om samen te bekijken wat er op het vlak van energie mogelijk is binnen het ziekenhuis.


LEESTIP

SAMEN ZORGEN

VOOR & MET ELKAAR

In 2000 begon een nieuw tijdperk voor de zorg in Kortrijk: az groeninge werd officieel erkend als nieuw ziekenhuis. Vijfentwintig jaar later wordt de laatste vleugel van het moderne ziekenhuis feestelijk in gebruik genomen. Een kwarteeuw van samenwerken, samen bouwen, samen vernieuwen en samen zorgen. Voor én met elkaar. Dit boek neemt je mee door de opmerkelijke evolutie van az groeninge. Van een rijke geschiedenis tot een toekomstgerichte visie, gedragen door een fantastisch team. Kwaliteitsgedreven, innovatief, ondernemend, mensgericht en verbindend. Maak kennis met az groeninge als (zieken)huis van de toekomst.

Het boek kost 25 EUR en is verkrijgbaar in de boekhandel en online. De opbrengst van dit boek gaat integraal naar het Fonds Warme Zorg. Dit fonds ondersteunt wetenschappelijk onderzoek, vernieuwende patiëntenzorg, inrichting en opleidingen in az groeninge. Zo maken we het verblijf in het ziekenhuis voor alle patiënten aangenamer en werken we mee aan innovatie.

Uitgeverij Bibliodroom – ISBN: 97894964783315 31


SPINE FLASH

NEUROCHIRURGISCHE EXPERTISE DICHTER BIJ DE PATIËNT: MICROCHIRURGIE IN IZEGEM DR. FRÉDÉRIC VERVERKEN - NEUROCHIRURG

32

ACTAGROENINGE


De neurochirurgische zorg in de regio wordt verder uitgebreid. Sinds november 2025 maakt dr. Frédéric Ververken deel uit van ons neurochirurgische team. Samen met collega’s Jeroen Ceuppens en Luc Fidlers bouwen we de zorgverlening in Izegem verder uit. Naast de bestaande chirurgische activiteit in Kortrijk worden er voortaan naast consultaties ook geselecteerde microchirurgische ingrepen uitgevoerd.

MICROCHIRURGIE IN IZEGEM, COMPLEXE CHIRURGIE IN KORTRIJK De uitbreiding naar Izegem biedt de mogelijkheid om bepaalde microchirurgische ingrepen dichter bij de patiënt uit te voeren. Het gaat voornamelijk om geselecteerde ingrepen waarbij een gerichte decompressie van zenuwstructuren aangewezen is, bijvoorbeeld bij bepaalde discus- en zenuwwortelpathologieën. Voor complexere spinale chirurgie blijft Kortrijk de aangewezen locatie. Patiënten met meer uitgebreide of technisch complexe spinale problemen kunnen vanuit Izegem naar Kortrijk worden verwezen, waar wij als neurochirurgisch team de behandeling verder opnemen. Op die manier ontstaat een duidelijke wisselwerking tussen beide locaties:

laagdrempelige toegang tot neurochirurgische expertise en geselecteerde microchirurgie in Izegem, met behoud van de mogelijkheden voor complexe spinale chirurgie in Kortrijk.

en radiologische bevindingen een duidelijke indicatie bestaat, bespreken we of de opportuniteit van een chirurgische interventie. Op deze manier willen we vermijden dat een patiënt te snel wordt geopereerd, maar evenzeer dat een noodzakelijke chirurgische behandeling onnodig wordt uitgesteld. De uiteindelijke beslissing wordt steeds afgestemd op de individuele patiënt. Daarbij worden niet alleen de kliniek, beeldvorming en functionele beperkingen in rekening gebracht, maar ook de verwachtingen, bezorgdheden en voorkeuren van de patiënt. Het is belangrijk dat de patiënt goed geïnformeerd is, de verschillende behandelingsmogelijkheden begrijpt en zich mee kan vinden in de voorgestelde aanpak.

INVESTEREN IN MODERNE MICROCHIRURGIE Om deze activiteit verder uit te bouwen, hebben we inmiddels aanzienlijk geïnvesteerd in moderne chirurgische infrastructuur. Zo werd een nieuwe, state-of-the-art operatiemicroscoop aangeschaft, samen met een nieuwe operatietafel en vernieuwde microchirurgische instrumentensets. Deze investeringen zijn gericht op het creëren van een moderne en aangepaste omgeving voor microchirurgische ingrepen. De nieuwe microscoop biedt optimale visualisatie tijdens delicate neurochirurgische procedures, terwijl de nieuwe operatietafel een ergonomische en stabiele positionering van de patiënt mogelijk maakt. Op die manier willen we ervoor zorgen dat ook in Izegem gebruik kan worden gemaakt van de meest recente technologie en moderne microchirurgische technieken, met als uiteindelijke doel een zo veilig en kwalitatief mogelijke behandeling voor onze patiënten.

EÉN TEAM, TWEE LOCATIES

MULTIDISCIPLINAIR OVERLEG ALS BASIS VOOR EEN OPTIMALE BEHANDELING

De uitbreiding van de activiteit in Izegem betekent geen opsplitsing van de neurochirurgische zorg. Integendeel: we willen vanuit één team, over beide locaties heen, een coherent zorgtraject aanbieden.

Om de zorg voor de patiënt zo optimaal mogelijk te laten verlopen, zetten we sterk in op multidisciplinaire samenwerking. In Izegem werken we nauw samen met de dienst Fysische Geneeskunde en Revalidatie, de dienst Neurologie en de Pijnkliniek.

Van de eerste consultatie en diagnostische evaluatie tot de eventuele ingreep en postoperatieve opvolging blijven we nauw betrokken. Wanneer een patiënt een ingreep nodig heeft die beter binnen de infrastructuur van Kortrijk wordt uitgevoerd, wordt het traject daar verdergezet.

Daarnaast plannen we op regelmatige basis een multidisciplinair spinaal overleg (Spine-Unit) waarbij patiënten met complexe spinale pathologie gezamenlijk worden besproken. Hierbij brengen de verschillende disciplines hun expertise samen om het behandeltraject zo zorgvuldig mogelijk uit te stippelen.

Voor de huisarts betekent dit een bijkomende, laagdrempelige toegang tot neurochirurgische expertise in de regio, met de mogelijkheid om patiënten binnen hetzelfde team te behandelen en op te volgen, zowel in Izegem als in Kortrijk.

Een belangrijk aandachtspunt tijdens deze besprekingen is de vraag of de conservatieve behandelingsmogelijkheden voldoende werden benut en of verdere niet-operatieve behandeling nog zinvol is. Wanneer het conservatieve traject is uitgeput of wanneer er op basis van de klinische

Met de uitbreiding van de microchirurgische activiteit in Izegem willen we gespecialiseerde neurochirurgische zorg nog dichter bij de patiënt brengen, met aandacht voor een correcte indicatiestelling, een multidisciplinaire aanpak in een technologisch fris kader.

33


“SENIOREN HEBBEN EEN ENORME LEVENSERVARING, DIE MOETEN WE OMARMEN” 34


Stephanie Demeyer is allereerste schepen van Senioren in Kortrijk.

Toen Stephanie Demeyer in 2025 schepen van Senioren werd, was dat een primeur voor Kortrijk. Voor het eerst kreeg de stad een schepen die zich specifiek toelegt op de levenskwaliteit van haar oudere inwoners. Die keuze kwam er niet toevallig. “Meer dan één op vijf Kortrijkzanen is vandaag ouder dan 65 jaar en die groep groeit verder. Er was altijd al een schepen van Jeugd, het was hoog tijd voor een schepen van Derde Jeugd.” “Let op”, zegt Demeyer. “Er gebeurt heel wat voor ouderen in onze stad. Uit de meest recente stadsmonitor leren we dat in geen enkele centrumstad de tevredenheid over ouderenvoorzieningen zo groot is als in Kortrijk. De stad biedt een hele waaier van diensten aan voor senioren in de wijkcentra, ontmoetingscentra, woonzorgcentra… Maar mijn taak als schepen van Senioren bestaat erin om bij elke beleidsbeslissing de belangen van ouderen te bewaken. Het stadsbestuur heeft een verantwoordelijkheid om voorwaarden te scheppen zodat alle senioren veilig, comfortabel en gezond ouder kunnen worden in Kortrijk.”

SENIOREN EEN STEM GEVEN “Stap één in het uitwerken van een ambitieus seniorenbeleid is luisteren, te weten komen wat er leeft bij senioren”, zegt Demeyer. “Hoe ervaren zij het leven in onze stad? Wat vinden zij belangrijk? Wat kan volgens hen beter? De ‘Kortrijkse senior’ bestaat niet, iedereen is verschillend en heeft andere noden en behoeften. Daarom organiseerden we van april tot juni inspraakmomenten voor senioren. Tijdens negen intensieve namiddagen gingen we in dialoog met onze ‘Zilveren Generatie’ over thema’s zoals gezondheid, wonen, zorg, beleving en mobiliteit. De bevindingen uit die gesprekken nemen we mee in het beleid.”

SENIORENWEEK “Gezondheid en zorg zijn belangrijke thema’s voor de senioren, dat blijkt ook uit die inspraakmomenten”, zegt Demeyer. “Dat gaat niet alleen over een toegankelijk, beschikbaar en begrijpelijk zorg- en gezondheidsaanbod, maar ook over mentaal welzijn en eenzaamheid. Ik wil alle senioren bereiken. Via meer belevings- en ontmoetingsmomenten op maat van senioren, willen we senioren samenbrengen. In de afgelopen zomervakantie organiseerden we ‘seniorennamiddagen’ tijdens de Zomermarktjes. Dat was een succes met telkens veel volk en sfeer. We informeren senioren ook maandelijks over activiteiten en dienstverlening via onze nieuwe digitale nieuwsbrief De Zilverkrant. Na enkele maanden hebben we al bijna 500 abonnees. Zet ook 16 t.e.m. 22 november in de agenda. Dan organiseren we voor de tweede keer een Kortrijkse Seniorenweek. Tijdens die week zetten we het culturele, sportieve en hulp- en zorgaanbod voor senioren in de kijker.”

ERVARING ALS VERPLEEGKUNDIGE Ook voor haar politieke loopbaan had Demeyer al ervaring met werken met senioren. “Voor ik werd verkozen tot schepen werkte ik als verpleegkundige in het woon- en zorghotel Heilig Hart in Kortrijk. Dat heeft mij veel inzichten gegeven in de leefwereld van senioren en de zorg. Maar seniorenbeleid moet veel verder gaan dan het voorzien in specifieke zorgnoden voor onze oudere inwoners. Niet elke senior is hulpbehoevend. Ik wil senioren niet benaderen vanuit wat ze niet meer kunnen, maar wel vanuit wat ze elke dag bijdragen. Velen zetten zich in als vrijwilliger, zijn flexi-jobber, mantelzorger, actieve buurtbewoner of geëngageerd lid van een vereniging. Onze ‘Zilveren Generatie’ heeft een enorme levenservaring. Die moeten we gebruiken.”

35


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Acta Groeninge 41 by az groeninge - Issuu