ACTA
Nº 29 • JULI 2019
GROENINGE WETENSCHAPPELIJK TIJDSCHRIFT VAN AZ GROENINGE
DR. DIRK PEETERS
neemt afscheid als hoofdredacteur LAPAROSCOPISCHE PANCREASCHIRURGIE
van kop tot staart INTRACRANIALE ANEURYSMA’S
KANKERCENTRUM KORTRIJK behaalt
OECI-label
PATIËNTENPARTICIPATIE
interactiever dankzij mynexuzhealth
AZ GROENINGE ERKEND
als supraregionaal traumacentrum Foto: Dr. Francky Vansteenkiste (l.) en Dr. Mathieu D’Hondt
IN DIT NUMMER 10 03
04
Dr. Dirk Peeters neemt afscheid als hoofdredacteur
Laparoscopische pancreaschirurgie van kop tot staart
11
12
Intracraniale aneurysma’s
Nieuwe artsen
16
20
Kankercentrum Kortrijk behaalt OECI-label
Patiëntenparticipatie interactiever dankzij mynexuzhealth
24
az groeninge erkend als supraregionaal Traumacentrum 2
ACTAGROENINGE
30
Wetenschappelijke publicaties
Beste lezer Toen ik 34 jaar geleden als jonge neuroloog in het toenmalige H.Hartziekenhuis in Kortrijk startte, was het ziekenhuislandschap in Kortrijk verbrokkeld in 5 relatief kleine elkaar beconcurrerende ziekenhuisjes. Toen reeds was het inzicht gegroeid dat dit geen bestendige situatie kon blijven en er werd in verschillende stappen overgegaan tot fusie van alle Kortrijkse ziekenhuizen.
Zij publiceren hier een reeks van 2 artikels over cerebrale aneurysma’s, waarvan het eerste nu verschijnt. Het Kanker Centrum Kortrijk is het eerste niet-universitaire centrum in België dat de Europese accreditatie en certificatie ‘Clinical Cancer Centre’ ontving, met een officiële overhandiging in Poznan (Polen) tijdens de OECI Oncology Days 2018. Dit is een erkenning voor elke zorgverlener die zich dagelijks binnen de oncologische zorgverlening inzet. AZ Groeninge is ook het eerste niet-universitaire ziekenhuis dat in België erkend is als supraregionaal traumacenter door het Deutsche Gesellshaft fur Unfallchirurgie, waarbij we voldoen aan de strengste internationale standaarden.
‘Momenteel werk ik in één van de grootste en meest dynamische ziekenhuizen van België.’
Het aanvankelijk onderling wantrouwen maakte geleidelijk plaats voor een toenemende samenwerking en gezamenlijke ambitie en maakte van de fusie een succes met de prachtige nieuwbouw als bekroning. Momenteel werk ik in één van de grootste en meest dynamische ziekenhuizen van België. Hierbij werd cardiochirurgie wel misgelopen maar de samenwerking met deze dienst van het Maria Middelares ziekenhuis in Gent vormde de ruggengraat voor het latere E17 ziekenhuisnetwerk. We kijken uit naar de verdere uitbouw van dit 7 ziekenhuizen tellende netwerk.
De schaalvergroting geeft niet alleen grotere volumes maar schept hierdoor ook opportuniteiten om betere kwaliteit aan te bieden. Verschillende ambitieuze projecten staan op stapel of zijn reeds verwezenlijkt. In dit nummer belicht Acta Groeninge enkele van deze verwezenlijkingen. We maken overduidelijk aanspraak op erkenning voor het uitvoeren van pancreaschirurgie via een uitmuntend abdominaal chirurgieteam met wereldfaam voor zowel lever- en pancreaschirurgie. Ter illustratie hiervan een artikel met de gegevens over meer dan 100 laparoscopische pancreatectomies.
Ook op wetenschappelijk en educatief gebied wensen we de reeds goede samenwerking met de KULAK verder uit te diepen en het volgend nummer van Acta (dat dan na de zomer verschijnt) zal hier deels aan gewijd worden. We trachten via Acta Groeninge een diverse medische berichtgeving te verzorgen niet alleen over wetenschappelijke en medisch technologische verwezenlijkingen maar ook wensen we het menselijke aspect te belichten via artikels vanuit het zorgdepartement. Het ziekenhuis heeft overigens zopas voor de derde keer een JCI –accreditatie gekregen. Bij dit alles mogen we wel niet uit het oog verliezen dat het menselijk contact één van de belangrijkste kwaliteitsfactoren blijft en dat dit op geen enkele manier mag inboeten ten voordele van administratie. Dit blijft een belangrijke uitdaging voor de toekomst. Ik wens alle medewerkers van de redactie en vooral de medewerkers van de pers en communicatiedienst en last but not least de vele auteurs, die belangeloos vrije tijd opofferden voor artikels, te danken voor de goede samenwerking in de 10 jaar van mijn hoofdredacteurschap en ik wens mijn opvolgers het allerbeste,
We voldoen al meer dan 4 jaar aan alle erkenningsvoorwaarden voor een gespecialiseerd (S2) centrum voor beroertezorg mede dankzij multidisciplinaire samenwerking en een team van interventionele radiologen met internationale ervaring. Zij behandelen niet alleen ischemische CVA’s maar ook aneurysma’s en AVM’s via endovasculaire weg.
Nog veel leesgenot. DR. DIRK PEETERS HOOFDREDACTEUR ACTA GROENINGE
COLOFON ACTA GROENINGE Dit tijdschrift
verschijnt tweemaal per jaar en wil een overzicht geven van de medische, zorgverstrekkende en organisatorische activiteiten binnen az groeninge.
REDACTIECOMITÉ dr. Jeroen Ceuppens, dr. Stefan Clockaerts, dr. Kathleen Croes, dr. Wouter De Corte, dr. Marc Decupere, Guido Demaiter, Lore Ketelaars, dr. Tom Moerman, dr. Dirk Peeters, Stefaan Lammertyn (coördinatie) REDACTIEADRES dr. Dirk Peeters, Pres. Kennedylaan 4 | 8500 Kortrijk; t. 056 63 34 20 - f. 056 63 34 29, dirk.peeters@azgroeninge.be OPMAAK SIX creative agency FOTOGRAFIE Marloes Desterbercq @azgroeninge VU Inge Buyse, Pres. Kennedylaan 4 | 8500 Kortrijk Uitgegeven in opdracht van het wetenschappelijk comité van az groeninge
DIT TIJDSCHRIFT IS OOK TE RAADPLEGEN VIA WWW.AZGROENINGE.BE Volg az groeninge op de sociale media: www.twitter.com/azgroeninge www.facebook.be/azgroeningekortrijk www.linkedin.com/company/azgroeninge www.instagram.com/azgroeninge
3
LAPAROSCOPISCHE PANCREASCHIRURGIE VAN KOP TOT STAART
RESULTATEN VAN DE EERSTE HONDERD LAPAROSCOPISCHE PANCREASRESECTIES IN AZ GROENINGE KORTRIJK
M. D’HONDT (*), F. VANSTEENKISTE (*), C. DE MEYERE (*), I. PARMENTIER (**) *CENTRUM ABDOMINALE HEELKUNDE ** KANKERREGISTER 4
ACTAGROENINGE
INLEIDING De laparoscopische aanpak is sinds vele jaren aanvaard als gouden standaard in de behandeling van vele gastro-intestinale tumoren, in het bijzonder voor colorectale carcinomen. Meer en meer worden ook laparoscopische resecties verricht voor tumoren ter hoogte van de lever, slokdarm en maag. In de behandeling van pancreastumoren bleef de rol van de laparoscopie tot voor enkele jaren beperkt tot staging laparoscopies en palliatieve drainage procedures bij inoperabele pancreastumoren. Er was steeds veel kritiek op de laparoscopische aanpak van pancreastumoren, in het bijzonder was er scepsis ten opzichte van de laparoscopische pancreaticoduodenectomie (LPD) of Whippleprocedure. De retroperitoneale ligging van de pancreas is vrij complex en de pancreas wordt omgeven door vitale structuren waardoor de resectiefase bij een laparoscopische pancreaticoduodenectomie of whippleprocedure uitdagend is. Daarbij komt nog dat na de resectiefase een technisch moeilijke reconstructiefase volgt waarbij 3 laparoscopische anastomosen dienen te worden geconstrueerd (figuur 1, 3, 4 en 5). Tijdens de voorbije jaren hebben wereldwijd enkele chirurgen toch de stap gezet om pancreaticoduodenectomies laparoscopisch te verrichten en hebben zij stap voor stap de noodzakelijke chirurgische vaardigheden ontwikkeld om deze procedure veilig te verrichten met goede resultaten.
FIG 1
Op heden zijn reeksen beschreven van LPDs voor benigne en kwaadaardige letsels. In dit artikel willen wij de resultaten weergeven van de eerste 100 laparoscopische pancreasresecties die verricht werden in AZ Groeninge Kortrijk. We zullen ook een beschrijving geven van de manier waarop we laparoscopische pancreaschirurgie veilig hebben geĂŻmplementeerd rekening houdend met het hospitaalvolume en de ervaring van de chirurgen. Het is immers aangetoond dat de resultaten van laparoscopische pancreaschirurgie sterk gecorreleerd zijn met het hospitaalvolume en de ervaring van de chirurg zelf. Om de veiligheid te evalueren werden de resultaten van de laparoscopische pancreatectomies op zich bekeken en ook vergeleken met open procedures.
METHODE Voorbereidingsfase en implementatiefase van het minimaal invasief pancreasprogramma AZ Groeninge Sinds 2007 bezochten de 2 pancreaschirurgen van AZ Groeninge bijna jaarlijks de Mayo Clinic in Rochester (Minnesota, USA) waar Dr. Michael Kendrick destijds het laparoscopisch pancreasprogramma opstartte. De bedoeling was om via deze kijkstages inzicht te krijgen in de verschillende stappen van de LPD of Whipple procedure en op deze manier later de ingreep te introduceren in Kortrijk. Het duurde tot 2012 alvorens de eerste LPD of laparoscopische Whipple procedure werd verricht in AZ Groeninge Kortrijk.
Figuur 1. Pancreaticoduodenectomie. A: Figuur toont de pancreaskoptumor en de geplande resectie. B: Resectiefase. C: Reconstructiefase met de drie anastomoses: pancreaticojejunostomie (1), hepaticojejunostomie (2) en bulbo-enterostomie (3). 5
FIG 2
Figuur 2. Evolutie van aantal laparoscopische pancreasingrepen. Toename van aantal laparoscopische ingrepen sinds 2012 is te wijten aan het feit dat sindsdien ook pancreaticoduodenectomies laparoscopisch worden verricht. LPD
LDP
Totaal*
N = 62
N = 36
N =100
TABEL
1
Geslacht (M:V)
31:31
22:14
46:54
Leeftijd
70 (62-77)
68 (49-75)
69 (49-77)
Duur heelkunde –minuten
330 (300-360)
158 (150-210)
307.5 (240-353)
Bloedverlies (ml)
200 (100-450)
200 (150-200)
120 (100-450)
Conversies (%)
15 (24.2%)
4 (11.1%)
19 (19%)
Majeure complicaties (%) Clavien Dindo >III
9 (14.8%)
5 (14.7%)
15 (15%)
Postoperatieve pancreasfistel (graad B of C) (%)
8 (12.9%)
4 (11.1%)
12 (12%)
Embolisatie voor postoperatieve bloeding (%)
2 (3.2%)
0
2 (2%)
30 dagen mortaliteit
0
0
0
90 dagen mortaliteit
1
2
3
R0 resectie bij maligniteit (%)
43/50 (86%)
18/19 (94.7%)
61/69 (88.4%)
Hospitalisatieduur (dagen)
13 (10-19)
9 (5-12)
12 (9-18)
Tabel 1. Demografische gegevens en perioperatieve data van de laparoscopische pancreaticoduodenectomies (LPD) en laparoscopische distale pancreatectomies (LDP). Waarden uitgedrukt als mediaan en IQR. *: 1 patiënt onderging een enucleatie en 1 patiënt een centrale pancreatectomie. TABEL
Laparoscopische pancreatectomies (N=100)
2
Benigne pathologie
30
- IPMN
9
- Sereus cystadenoma
3
- Mucineus cystadenoma
4
- Pancreatitis of andere
14
Maligne pathologie
70
- Adenocarcinoma
60
- Neuroendocrien carcinoma
9
- Solitaire metastase colorectal
1
Tabel 2. Tumorkarakteristieken van de patiënten die een laparoscopische pancreasresectie ondergingen. 6
ACTAGROENINGE
Om deze complexe laparoscopische chirurgie op te starten werd beslist om tijdelijk de laparoscopische lever en pancreaschirurgie op te splitsen. Dr. Franky Vansteenkiste nam de laparoscopische pancreaschirurgie op zich en Dr. Mathieu D’Hondt de laparoscopische leverchirurgie. De bedoeling van deze strategie was om een zo hoog mogelijk volume van elke pathologie te concentreren per chirurg. Zo zou de leercurve van de laparoscopische pancreaschirurgie en van de complexe laparoscopische leverchirurgie sneller worden doorlopen. Het team dat de laparoscopische pancreasresecties verrichtte bestond uit een pancreaschirurg, vaste operatieverpleegkundigen en een vast team anesthesisten dat zich vooral toelegt op abdominale chirurgie. Sinds 2016, drie en een half jaar na de opstart, worden de laparoscopische pancreasingrepen opnieuw verricht door de twee hepatobiliaire/pancreaschirurgen. Hierbij kan Dr. D’Hondt gebruik maken van de leercurve van Dr. Vansteenkiste om een nieuw leercurve-effect te vermijden. Minimaal invasieve pancreaschirugie in AZ Groeninge Sinds 2010 werden 100 consecutieve laparoscopische pancreasresecties verricht. Alle oncologische en perioperatieve data van deze patiënten werden geïncludeerd in een prospectieve database. Deze database werd retrospectief geëvalueerd met betrekking tot demografische data, indicatie tot pancreasresectie, peroperatieve data, postoperatieve morbiditeit en mortaliteit. Doel van deze analyse is om na te gaan of er een veilige implementatie gebeurde van deze complexe minimaal invasieve chirurgie door de resultaten ook te vergelijken met resultaten van identieke open procedures.
RESULTATEN Van de 100 procedures waren er 62 LPDs en 36 laparoscopische distale pancreatectomies (LDPs), 1 enucleatie en 1 centrale pancreatectomie. De enucleatie die verricht werd betrof een resectie van een neuroendocriene tumor in de processus uncinatus. De centrale pancreatectomie werd verricht omwille van een intraductale papilaire mucineuze neoplasie (IPMN) in het pancreaslichaam. Patiënten –en tumorkarakteristieken alsook perioperatieve data zijn vermeld in tabel 1 en 2. De mediane leeftijd van de patiëntenpopulatie was 69 jaar. In 70% toonde de pathologie aan dat het ging om een maligne tumor. In de meeste gevallen ging het om een adenocarcinoom. In 30% betrof het benigne pathologie waarbij IPMN samen met pancreatitis de belangrijkste benigne pathologie vormen. In geval van maligniteit werd in 88% van de gevallen een resectie verricht met microscopisch tumorvrije marge (R0 resectie). Door de jaren heen zien we dat nog steeds één derde van de pancreasresecties via open weg geopereerd wordt (figuur 2). In 2010 gebeurde 50% van de resecties laparoscopisch. Sinds 2012 ligt dit percentage rond de 65% en het laparoscopische aandeel blijft rond de 65% schommelen in de daarop volgende jaren.
LAPAROSCOPISCHE PANCREATICODUODENECTOMIE OF WHIPPLEPROCEDURE (Figuur 3, 4, 5) Er werden in totaal 62 LPDs verricht. De mediane operatietijd betrof 330 minuten. Het peroperatieve bloedverlies was mediaan 200 ml en in 24.2% diende geconverteerd te worden. De reden voor conversie was een bloeding bij 4 patiënten en peripancreatische fibrose bij 5 patiënten. Andere redenen voor conversie waren aberrante anatomie, obesitas en de nauwe relatie van de pancreastumor met de vena porta. In 42 van de 62 gevallen gebeurde de pancreaticojejunostomie door middel van een duct to mucosa anastomose en in 20 gevallen opteerde men voor een dunking anastomose omwille van een te klein kaliber van de ductus pancreaticus en/of omwille van een te zachte pancreas. In 14.8% van de gevallen trad een Clavien Dindo graad III of graad IV complicatie op. Bij 8 van de 62 patiënten ontwikkelde zich een graad B of C pancreasfistel (volgens de ISGPS classificatie). Eén patiënt stierf binnen de 90 dagen na de ingreep omwille van een cathetersepsis, deze patiënt had eveneens een graad C pancreasfistel.
Dit valt te verklaren door het feit dat vaak kleinere tumoren laparoscopisch worden geopereerd. In deze groep van patiënten is de ductus pancreaticus vaak niet uitgezet en smaller wat ertoe leidt dat de chirurg vaker verplicht wordt een dunking anastomose aan te leggen in plaats van een duct to mucosa anastomose (figuur 5). De hospitalisatieduur was ook significant korter voor de laparoscopische resecties (13 dagen versus 16 dagen voor open groep). Het aantal R0 resecties in de laparoscopische groep (86%) was ook identiek in vergelijking met de open groep (87%, p=0.81)
FIG 3
LAPAROSCOPISCHE DISTALE PANCREATECTOMIE In totaal werden 36 LDPs verricht waarbij de mediane duur van de ingreep 150 minuten bedroeg en het bloedverlies 150 cc. In 4 (11%) gevallen diende geconverteerd te worden. In 2 gevallen gebeurde de conversie omwille van een bloeding en in 2 gevallen omwille van tumoringroei in het meso van colon. Het majeure complicatieratio was 14.7% (5 gevallen). In 1 patiënt betrof het een respiratoir falen met nood aan verlengde intubatie (Clavien Dindo IVa) en bij 1 patiënt was er een hemorragische shock door een zeer ernstige bloeding uit duo-
Figuur 3. trocarplaatsing tijdens laparoscopische pancreaticoduodenectomie. Ter hoogte van de navel bevindt zich de camerapoort..
Figuur 4. Status na resectie bij laparoscopische FIG 4
pancreaticoduodenectomie. VMS: vena mesenterica superior.
Twee patiënten die een LPD ondergingen, dienden in de postoperatieve fase geëmboliseerd te worden door de interventionele radioloog omwille van een ernstige bloeding ter hoogte van de arteria gastroduodenalis. Beide patiënten konden uiteindelijk in goede conditie het ziekenhuis verlaten. De mediane hospitalisatieduur was 13 dagen. Teneinde na te gaan of de LPD veilig werd geïntroduceerd in AZ Groeninge, werden de cijfers van de LPD vergeleken met een historische groep van 97 open pancreaticoduodenectomies of Whippleprocedures. Hieruit blijkt dat het mediane bloedverlies identiek is (200 ml), de operatietijd van de laparoscopische procedures significant langer is (open: 300 (255-300) min versus laparoscopisch 330 (300-360) min) en de totale complicatieratio niet verschilt (p=0.96). Wel waren er in de laparoscopische groep significant meer pancreaticojejunostomies die via dunking anastomose werden verricht (open: 7.2% versus laparoscopisch 31.2%, p<0.001).
7
FIG 5
Figuur 5. Aanleggen van duct do mucosa pancreaticojejunostomie na pancreaticoduodenectomie. Figuur links: buitenste laag running. Middenste figuur: apart implanteren van de ductus van Wirsung over een stent.Figuur rechts: finaal resultaat na sluiten anterieure laag running.
denale varices waarna evolutie naar leverfalen en uiteindelijk een fataal multipel orgaan falen (Clavien Dindo V). Vier patiënten ontwikkelden een klinisch relevante pancreasfistel (2 patiënten met Graad B fistel en 2 met graad C fistel). De mediane hospitalisatieduur bedroeg 9 dagen. Ook voor LDPs werden de resultaten vergeleken met de resultaten van 20 open procedures. Bloedverlies, operatietijd, complicatieratio en incidentie van postoperatieve pancreasfistels was identiek in beide groepen. Ook aantal R0 resecties was identiek en in beide groepen en bedroeg 100%. FIG 6
8
ACTAGROENINGE
DISCUSSIE Hoewel veel langzamer, en in beperktere mate dan in andere subdisciplines van de gastrointestinale chirurgie, neemt het aantal minimaal invasief verrichte pancreasresecties duidelijk toe (1). Bij vele chirurgen heerst bezorgdheid met betrekking tot LPDs omtrent ernstige vasculaire letsels ter hoogte van de mesenteriële vaten, een mogelijks verhoogd risico op pancreasfistulisatie, te lange operatietijden, en de mogelijkheid om de tumorvrije marges te compromitteren bij laparoscopische
resecties. Op heden worden LPDs wereldwijd verricht door zo’n 124 chirurgen, waarvan 22 Europese chirugen. Daarentegen verrichten zo’n 345 chirurgen LDPs (figuur 6) (2).
Figuur 6. Wereldwijde ervaring met minimaal invasieve pancreasresecties (2). MIDP = minimaal invasieve distale pancreatectomie. MIW = minimaal invasieve Whippleprocedure of pancreaticoduodenectomie.
Tot voor enkele jaren waren er geen gerandomiseerde studies die open en laparoscopische pancreaticoduodenectomies vergeleken. De laatste 3 jaar verschenen enkele belangrijke gerandomiseerde studies die open en laparoscopische pancreasresecties met elkaar vergelijken (tabel 3). In 2017 en 2018 verschenen de eerste twee weliswaar kleine gerandomiseerde trials die open en laparoscopische pancreaticoduodenectomies vergelijken (3,4). De studie van Palanivelu uit 2017 toonde aan dat de hospitalisatieduur significant verkortte bij de LPDs. De operatieduur in de laparoscopische groep was wel langer maar het bloedverlies in de minimaal invasieve groep was significant minder. Complicatieratio was identiek in beide groepen. De andere gerandomiseerde trial uit Spanje toonde ook een kortere hospitalisatie bij de laparoscopische groep en een langere operatietijd. De laparoscopische groep had in deze studie wel minder majeure complicaties. Uit een grote meta-analyse van 2017 die open en laparoscopische pancreaticoduodenectomie met elkaar vergelijkt en gebaseerd is op 26 studies, blijkt dat de laparoscopische aanpak technisch haalbaar is en veilig op basis van de voorhanden zijnde historische studies. De LPD gaat gepaard met minder bloedverlies, sneller herstel postoperatief, kortere hospitalisatieduur maar wel met een langere operatieduur (5). Recent verscheen in 2019 een derde gerandomiseerde studie die open pancreaticoduodenectomie (OPD) met LPD vergelijkt. Het betreft een multicentrische studie uit Nederland, de LEOPARD-2 trial (6). Daarin vond men dat in de laparoscopische groep een hogere complicatie-gerelateerde mortaliteit was en dat er geen verschil was in functioneel herstel wanneer men de laparoscopische groep met de open groep vergeleek. Vandaar dat toekomstige studies en onderzoek zeker noodzakelijk zijn om de veiligheid van de laparoscopische procedure te garanderen. Dit was ook de voornaamste reden waarom we in ons eigen centrum de LPD en OPD met elkaar vergeleken. In Kortrijk kon de LPD veilig geïntroduceerd worden zonder toename in complicatieratio wat blijkt uit de vergelijkende analyse met onze open procedures. Daarenboven werd er in de laparoscopische groep een groter aantal klieren gereseceerd. In beide groepen was het percentage R0 resecties identiek. In onze eigen reeks was er overeenkomend met de literatuur ook een kortere hospitalisatieduur. Ook was er een langere operatieduur in de laparoscopische groep. Mediaan duurden
TABEL
3
AUTEUR/JAAR
AANTAL TYPE PATIËNTEN PROCEDURE
TUMOR TYPE
De Rooij 2018 (8)
108
ODP vs MIDP
Alle types
OPD vs MIPD
Periampullaire
MIPD gaat gepaard met kortere
carcinomen
hospitalisatie (P = 0.001)
UITKOMST
MIDP is geassocieerd met kortere tijd t ot functioneel herstel (P<0.001)
Palanivelu 2017 (3) 64
MIPD geassocieerd met meer complicatieVan Hilst 2019 (6)
105
OPD v MIPD
Alle types
gerelateerde mortaliteit (P=0.2). Geen verschil in tijd tot functioneel herstel. MIPD resulteerde in kortere hospitalisatie
Poves 2018 (4)
66
OPD vs MIPD
-
(P=0.024) en een gunstiger postoperatief verloop (P= 0.04) MICP gaat gepaard met kortere hospitalisatie
Chen 2017 (10)
100
OCP vs MICP
Benigne of
(P=0.002), kortere operatietijd (P=0.002),
borderline
bloedverlies (P< 0.001), klinisch relevante pancreasfistels (P=0.043) en sneller postoperatief herstel (P<0.001).
Tabel 3. Overzichtstabel met alle gerandomiseerde studies over minimaal invasieve pancreaschirurgie. ODP: open distale pancreatectomie, MIPD: minimaal invasieve distale pancreatectomie, OPD: open pancreaticoduodenectomie, MIPD: minimaal invasieve pancreaticoduodenectomie, OCP: open centrale pancreatectomie, MICP: minimaal invasieve centrale pancreatectomie.
de procedures 30 minuten langer. Eén van de belangrijkste factoren die bijdraagt tot het succes van de implementatie van de minimale invasieve pancreaschirurgie in Kortrijk, is het teamwerk. De toewijding van de chirurg, vaste operatieverpleegkundigen, anesthesisten en intensievisten waren hierbij doorslaggevend. Bij de opstart van laparoscopische pancreasresecties werd telkens gebruik gemaakt van hetzelfde team, vooral bij de eerste 30 procedures. De tips en tricks die bij complexe pancreaschirurgie noodzakelijk zijn werden vooral gezien bij Dr Michael Kendrick tijdens de kijkstages in de Verenigde Staten (Mayo Clinic, Rochester, Minnesota). Van cruciaal belang was ook de beslissing om de pancreaschirurgie tijdelijk te concentreren op één chirurg om op die manier de opstart van de laparoscopische resecties veilig te laten verlopen zonder lange leercurve of toename van de morbiditeit. Het aantal cases om LPDs op een veilige manier te verrichten wordt immers geschat rond de 40 procedures (7). Wat de LDP betreft konden we aantonen dat de minimaal invasieve aanpak zorgde voor identieke resultaten wat betreft operatietijd, bloedverlies, postoperatieve complicaties, aantal pancreasfistels. Deze ingreep is wereldwijd ook meer verspreid dan de LPD
gezien bij een LDP enkel een resectie dient te gebeuren en geen reconstructie. De conversieratio van 24.2% mag dan hoog lijken, in andere reeksen ligt het conversiecijfer eveneens rond de 24% (4). De LPD wordt dan ook aanzien als de meest complexe laparoscopische procedure in de abominale chirurgie en doel van de ingreep is niet de ingreep ten allen koste laparoscopisch uit te voeren maar een veilige oncologisch correcte ingreep te verrichten. Met betrekking tot LDPs is er op heden 1 gerandomiseerde studie (de LEOPARD trial) die duidelijk een sneller functioneel herstel aantoonde voor de laparoscopische procedure in vergelijking met de open procedure (8). Voor distale pancreatectomies hebben verschillende studies aangetoond dat de laparoscopische aanpak zelfs betere resultaten kan bieden in vergelijking met open chirurgie. Een review die 24 studies includeerde, toonde aan dat in 14 op 18 van de studies gerapporteerd werd dat de kans op miltsparende resectie bij distale pancreatectomie groter was bij laparoscopische groep, de resterende 4 studies toonden geen verschil in miltpreservatie en geen enkele studie toonde voordeel van de open approach (9). Dertien van de 21 papers toonden 9
een langere operatietijd en 7 van de 21 studies toonden een korte operatietijd. Uit de 19 studies waarin bloedverlies werd gerapporteerd blijkt dat de laparoscopische aanpak gepaard gaat met minder bloedverlies. Het behoud van de milt is vooral van belang bij resectie van benigne of borderline maligne letsels terwijl in geval van een ductaal adenocarcinoom de milt altijd wordt gereseceerd ten einde een adequaat lymfeklierevidement te kunnen verrichten. Dit verklaart waarom vele retrospectieve reeksen een duidelijk voordeel aantonen voor de laparoscopische groep vooral betreffende benigne of borderline maligne tumoren. Sinds de introductie van de laparoscopische pancreaschirurgie in Kortrijk in 2010 zien we sinds 2012 en lichte stijging in het aantal resecties. Sinds 2012 worden ongeveer twee op de drie resecties laparoscopisch verricht. De toename sinds 2012 is louter te wijten aan het feit dat sinds 2012 ook LPDs worden verricht en niet enkel LDPs. Dat op heden nog steeds één op de drie resecties open gebeurt, is niet te verwonderen. Ook in de toekomst zal de open pancreaschirurgie blijven bestaan. De indicatie om tot een pancreasresectie over te gaan is immers meestal een maligne tumor. Tumoren die dicht bij de mesenteriële vaatas liggen (arteria en vena mesenterica superior) opereren we op heden altijd via open weg, zeker wanneer een vaatreconstructie noodzakelijk is. Onze prioriteit blijft immers een veilige en oncologisch correcte ingreep. Toch zijn enkele pioniers in de laparoscopische pancreaschirurgie momenteel bezig de veiligheid van vasculaire reconstructies bij LPD te onderzoeken wat resulteerde in enkele kleinere gepubliceerde reeksen (11,12). Voorlopig wachten we in Kortrijk deze volgende stap te zetten tot er meer data beschikbaar zijn betreffende veiligheid en oncologische resultaten.
REFERENTIES 1.
De Rooij T, van Hilst J, Boerma D et al. Impact of a Nationwide Training Program in Minimally Invasive Distal Pancreatectomy (LAELAPS). Ann Sur 2016; 264: 754-762.
2.
Van Hilst J, De Rooij T, Abu Hilal M et al. Worldwide survey on opinions and use of minimally invasive pancreatic resection. HPB 201; 19(3): 190-204
3.
Palanivelu C, Senthilnathan P, Sabnis SC et al. Randomized clinical trial of laparoscopic versus open pancreatoduodenectomy for periampullary tumours. Br J Surg. 2017 Oct;104(11):1443-1450. doi: 10.1002/bjs.10662.
4.
Poves I, Burdío F, Morató O et al. Comparison of Perioperative Outcomes Between Laparoscopic and Open Approach for Pancreatoduodenectomy: The PADULAP Randomized Controlled Trial. Ann Surg. 2018 Nov;268(5):731-739.
5.
Chen K, Pan Y, Liu X et al. Minimally invasive pancreaticoduodenectomy for periampullary disease: a comprehensive review of literature and meta-analysis of outcomes compared with open surgery. BMC Gastroenterol. 2017 17(1): 120
6.
Van Hilst J,De Rooij T,Bosscha K, et al.Laparoscopic versus open pancreatoduodenectomy for pancreatic or periampullary tumours (LEOPARD-2): a multicentre, patient-blinded, randomised controlled phase 2/3 trial. Lancet Gastroenterol Hepatol. 2019.https://doi. org/10.1016/S2468-1253(19)30004-4.
7.
Wang M, Meng L, Cai Y et al. Learning Curve for Laparoscopic Pancreaticoduodenectomy: a CUSUM Analysis. J Gastrointest Surg. 2016 May;20(5):924-35.
8.
De Rooij T,van Hilst J,van Santvoort H et al. Minimally invasive versus open distal pancreatectomy (LEOPARD): a multicenter patientblinded randomized controlled trial. Ann Surg. 2018. https:// doi.org/10.1097/SLA.0000000000002979.
9.
Liang S, Hameed U, Jayaraman S. Laparoscopic pancreatectomy: Indications and outcomes. World J Gastroenterol. 2014 20(39): 14246-14254.
DANKWOORD Bij deze zouden wij het verplegend personeel van de afdeling, operatiezaal en intensieve zorgen alsook de kinesisten en de collega’s artsen willen bedanken voor de dagelijkse inzet bij de zorg voor de patiënten die deze ingrepen dienen te ondergaan. Ook dank aan Mevr. Isabelle Parmentier (kankerregister) voor de statistische analyses en aan de directie van AZ Groeninge voor hun ondersteuning in de uitbouw van de pancreaschirurgie. Ten allerlaatste ook onze oprechte dank aan Mevr. Celine De Meyere (Studynurse lever –en pancreaschirurgie) voor beheer van de pancreasdatabase en haar inzet en drive bij deelname aan internationale studies omtrent pancreaschirurgie.
“The best interest of the patient is the only interest to be considered, and in order that the sick may have the benefit of advancing knowledge, union of forces is necessary.” William J. Mayo, M.D. (1861-1939)
10
ACTAGROENINGE
10. ChenS,ZhanQ,JinJB et al.Robot assisted laparoscopic versus open middle pancreatectomy: short-term results of a randomized controlled trial. Surg Endosc.2017;31(2):962–71. 11. Garbarino GM, Fuks D, Cowan J et al. Total Laparoscopic Pancreaticoduodenectomy with Venous Reconstruction for Pancreatic Head Cancer with Involvement of the Superior Mesenteric Vein-Portal Vein Confluence.Ann Surg Oncol. 2018 Dec;25(13):4035-4036 12. Croome KP, Farnell MB, Que FG et al. Pancreaticoduodenectomy with major vascular resection: a comparison of laparoscopic versus open approaches. J Gastrointest Surg. 2015 Jan;19(1):189-94
NIEUWE ARTSEN Dr. Karen Beke studeerde aan de Universiteit Gent. Ze droomde er al langer van spoedarts te worden. “Vooral het samenwerken in teamverband en de grote variatie aan allerlei trauma’s spreken mij aan. Elke dag is anders,” aldus Dr. Beke. “Die dynamiek op de werkvloer vind ik fantastisch.”
“Ik koos voor az groeninge omdat ik hier nog als assistente heb gewerkt. Er was toen al een klik met de andere artsen en verpleegkundigen.” Naast haar job in az groeninge is ze ook als spoedarts verbonden aan Maria Middelares in Gent dat eveneens deel uitmaakt van het E17 ziekenhuisnetwerk. DR. KAREN BEKE SPOEDARTS
IN THE PIPELINE
Deze zomer starten heel wat nieuwe artsen in az groeninge. Artsen gespecialiseerd in o.a. anesthesie – NKO – radiologie – endocrinologie – neurologie – pathologische anatomie – radiotherapie – urgentiegeneeskunde … vervoegen binnenkort ons (zieken)huis. In het volgende nummer van ACTA stellen we ze één voor één aan u voor. #Welkom
11
INTRACRANIALE ANEURYSMA’S (I)
12
ACTAGROENINGE
In dit overzicht zal in een eerste deel de pathofysiologie, factoren die het ontstaan en de ruptuur van intracraniale aneurysma’s, en de epidemiologie besproken worden. Een tweede deel handelt over de beeldvorming en mogelijke behandelopties en tenslotte enkele speculaties over de toekomst.
proces start in het aangetaste arteriële segment en de term “aneurysmale vasculopathie” is daarom meer geschikt te noemen.
Pathophysiologie
MOGELIJKE OORZAKEN
We dienen ons te realiseren dat de term “intracraniaal aneurysma” bij verschillende ziekteprocessen kan betrokken zijn en dat het aneurysma een manifestatie is van zulk een specifiek ziekteproces. Aneurysma’s worden gedefinieerd naargelang hun :
Genetisch Er is een genetische voorbeschiktheid waardoor aneurysma’s zich kunnen ontwikkelen in bepaalde omstandigheden. In de meeste studies kon men echter geen associatie met een specifiek gen voor aneurysmavorming of ruptuur aantonen. Er zijn genetische polymorphismen, maar blijkbaar zijn deze in een hoog aantal en zeer variabel in verschillende populaties. In theorie, kan eender welk genetisch polymorphisme die controle over de structuur van de arteriële wand uitoefent, een verhoogd risico voor de creatie of de ruptuur van een intracerebraal aneurysma betekenen. De genetische associaties voor aneurysma formatie en ruptuur zijn echter laag in vergelijking met roken, hypertensie en vrouwelijk geslacht. Er is echter wel een familiale vorm die resulteert in een hogere incidentie. Ongeveer 10% SAH patienten hebben 2 of meer eerste graads verwanten met aneurysma’s (geruptureerd of niet). De prevalentie in zulke families is rond 10% en er was lange tijd een aanbeveling om een screening uit te voeren ( preferentieel met MR/MRA) indien iemand 2 of meer eerste graads verwanten had met gekende aneurysma’s; iets wat best om de 5 jaar herhaald zou worden. Waarschijnlijk spelen echter beïnvloedbare factoren een grotere rol voor het risico op SAH dan de genetische achtergrond.
• Voorkomen – sacculair/berry, serpentien, fusiform, breedbasisch (bloedblaar ), dysplastisch • Grootte – klein, groot, giant • Onderliggende gekende aandoening – mycotisch, oncotisch • Onderliggend gekend genetisch probleem – familiaal, polycystische nieren, Ehler-Danlos disease type IV en fibromusculaire dysplasie • Onderliggend verondersteld mechanisme – dissecerend, pseudo, vals, flow-gerelateerd Uiteraard kan er een mix zijn van de verschillende terminologieën. Verschillende aneurysmale aandoeningen hebben een verschillend natuurlijk verloop en benodigen geïndividualiseerde behandelstrategieën. In dit overzicht focussen we ons op het aneurysma-type dat we meest zien en meest behandelen in onze dagelijkse praktijk : het sacculaire aneurysma.
SACCULAIR/BERRY ANEURYSMA DEFINITIE Sacculaire intracraniale aneurysma’s zijn niet-congenitale (worden nooit gezien in zuigelingen en zeer zelden bij kleine kinderen ) pathologische dilataties van intracraniale arteries welke kunnen scheuren vanwege een abnormaal verzwakte vaatwand, Het is onmogelijk om uit te maken waar het
RISICO FACTOREN Risico factoren voor de vorming van aneurysma’s zijn roken, onbehandelde hypertensie en vrouwelijk geslacht terwijl risicofactoren voor ruptuur en subarachnoidale bloeding (SAH) behelzen : roken, tractie en spanning op de vaatwand, en verder de grootte, vorm en locatie van het aneurysma en de aanwezigheid van andere geruptureerde aneurysma’s.
Er bestaan wel enkele systemische autosomaal dominante erfelijke ziekten met een verhoogd risico op ontwikkelen van een aneurysma en aneurysmale SAH, zoals polycystische nieren, Ehler-Danlos ziekte type IV en fibromusculaire dysplasie. Deze zeldzame aandoeningen vertegenwoordigen echter maar een kleine fractie van de aneurysma’s welke we in onze dagelijkse praktijk zien. Verzwakking van de arteriele vaatwand en hemodynamische stress. Intracraniale aneurysma’s zijn verworven lesies
die zich vormen en groeien gedurende jaren. De incidentie neemt toe met de leeftijd. Van dierproeven en ook van patënten series weten we dat intracraniale aneurysma’s worden gevormd ofwel door een vezwakking van de arteriële vaatwand of door een verhoogde hemodynamische stress. En in veel gevallen waarschijnlijk een combinatie van beide. Als men hypertensie combineert met een storing in collageen synthese in een diermodel, worden er aneurysma’s gevormd. In experimentele modellen, wordt de disruptie van de lamina elastica en verlies van gladde spiercellen in de lamina media gevolgd door een inflammatoire cel infiltratie en alzo de groei van een aneurysmale uitstulping. In patiënten populaties zullen zowel onbehandelde hypertensie en verzwakking van de arteriele wand, de vorming van aneurysma’s in de hand werken. In dit verband is roken, waarvan geweten is dat dit inflammatie in de arteriële vaatwand veroorzaakt, een onafhankelijke risicofactor voor de ontwikkeling van aneurysma’s. Samenvattend kunnen we stellen dat intracraniale aneurysma’s gevormd worden door een combinatie van verzwakking van de arteriële wand, welke genetisch of verworven kan zijn, en hemodynamische stress, wat betekent dat alle situaties die op één van deze factoren betrekking hebben, potentiële risicofactoren zijn. WAAROM RUPTUREREN SOMMIGE ANEURYSMAS ? De vorming van een aneurysma is een ander proces dan ruptuur ervan en aneurysma’s die ruptureren kunnen een verschillende pathophysiologie hebben dan van deze die niet scheuren. Wanneer de hemodynamische krachten op de aneurysmale wand groter zijn dan de sterkte van de wand , dan barst het areurysma. Er is een evenwicht in de aneurysmale wand tussen degradatie en herstel. Vele actieve cellen kunnen in beide richtingen ageren. Vooral gladde spiercellen hebben de capaciteit om de aneurysmale wand te herstellen en te versterken. Het blijkt dat het verlies van deze murale cellen en de degradatie van het endothelium met trombusformatie belangrijke oorzakelijke factoren zijn in de ontwikkeling naar een ruptuur van een aneurysma. Excessief oxidatieve stress en aberrante stroomcondities in het aneurysmale lumen welke gedetermineerd wordt door de geometrie zijn de hoofdrolspelers in deze ontwikkeling. Nogmaals, het evenwicht tussen de hemodynamische krachten en het onderhoud van de vaatwand en de herstelcapaciteit bepaalt het lot van het gevormde aneurysma. In de niet zo verre toekomst, zullen moderne neuroradiologische technieken, vooral MR, in 13
staat zijn om een ruptuur-gevaarlijk aneurysma detecteren. In een mogelijks verdere toekomst zullen we misschien aan de patiënten met ongeruptureerde aneurysma’s een pharmacologische behandeling kunnen aanbieden die het aneurysma beveiligen tegen ruptuur, door bevorderen van de vaatwand versterkende factoren.
Epidemiologie De prevalentie en natuurlijk verloop van intracraniale aneurysma’s variëren duidelijk al naargelang het type van aneurysma. Dit is niet hetzelfde voor sacculaire aneurysma’s als voor een dissecerend of een blister aneurysma. We richten ons nu vooral op de klassieke sacculaire aneurysma’s.
PREVALENTIE EN INCIDENTIE De prevalentie van ongeruptureerde intracraniale sacculaire aneurysma’s wordt op ongeveer 2% geschat (van 0.4 tot 6%) in de ganse bevolking en iets hoger bij de ouderen tot 3.5-4%. De meeste van deze gegevens komen uit autopsiestudies en vermits autopsies de laatste tijd minder worden uitgevoerd, zijn deze cijfers miscchien een beetje verouderd.
kunnen we niet voorbijgaan aan de ISUIA-study, waarvan het 2de prospectieve deel is gepubliceerd in 2003. Het kwam bij velen als een verrassing dat het jaarlijkse ruptuur percentage van intracraniale aneurysma’s eigenlijk zeer laag was. Niet verwonderlijk dat de studie vrij veel gecontesteerd was en dat velen de resultaten betwijfelen. Anderzijds mogen we de meeste resultaten van de ISUIA studie beschouwen als basis kennis voor elke neurochirurg, neuroloog of interventionele radioloog. In de ISUIA-studie werden 1692 van 4060 geïncludeerde patienten niet behandeld en bijgevolg gebruikt voor ruptuur-risico berekeningen. De overige patienten hadden endovasculaire of open chirurgische therapie. Volgens de 5-jaar cumulatieve resultaten in deze mijlpaal-studie, is het risico op ruptuur afhankelijk van de ligging en de afmeting van het aneurysma. In de groep van aneurysma’s kleiner dan 7 mm, hing het ook af of de patiënt reeds een SAH van een ander geruptureerd aneurysma had gedaan. In deze studie (ISUIA-2), was het ruptuurpercentage voor de posterior circulatie significant hoger dan deze in de anterior circulatie. (zie tabel onderaan deze pagina).
De meest opvallende bevinding was het jaarlijkse ruptuur risico voor aneurysma’s kleiner dan 7 mm in de anterior circulatie dat de 0 % benaderde, indien de patient geen eerdere SAH van een ander geruptureerd aneurysma had gedaan. Het jaarlijks risico op ruptuur verhoogde dan gradueel met de toename van de diameter totdat het echt hoog komt voor giant aneurysma’s. Het jaarlijks risico in de groep van anuerysma’s kleiner dan 7 mm was iets hoger voor patiënten met eerdere aneurysmale SAH (niet gerapporteerd voor deze met een grotere diameter), zowel in de anterior als posterior circulatie. Te bemerken is dat de posterior communicans aneurysma’s in de groep van de posterior circulatie aneurysma’s zijn geïncludeerd, die meer vatbaar zijn voor ruptuur dan deze van de anterior circulatie.
Kritiek op ISUIA De grootste kritiek, die reeds vrij vroeg opklonk, was het extreem lage ruptuur risico voor kleine aneurysma’s in vergelijking met de klinische praktijk waar een relatief grote proportie van SAH kwamen door ruptuur van zulke kleine aneurysma’s en die in sommige reeksen de 60% benaderden.
Ondertussen zijn de rookgewoontes over het algemeen verminderd, althans in bepaalde gedeelten van de wereld, en hypertensie wordt tegenwoordig meestal vrij agressief behandeld, zodat we kunnen veronderstellen dat de prevalentie de laatste tijd iets verminderd moet zijn. Wat we in elk geval kunnen concluderen is dat de prevalentie zeker veel hoger is dan de incidentie van aneurysmale SAH, zelfs in Finland en Japan waar de incidentie ongeveer het dubbele is van de rest van de wereld. De incidentie van SAH is 10-11/100000 in de meeste Westerse populaties, 2 keer zo hoog in Finland en Japan. Sommige epidemiologische data van aneurysmale SAH includeren gemiddelde leeftijd van 55-60 jaar, mortaliteit van 30-40% en ongeveer 60% van de overlevers hervatten het werk. NATUURLIJK VERLOOP Wanneer we het over het natuurlijk verloop van ongeruptureerde aneurysma’s hebben, 14
ACTAGROENINGE
TABEL
5-year cumulative rupture rates of unruptured aneurysms in ISUIA
FIG 1
Massive SAH from a ruptured AComA-aneurysm
Deze discrepantie was te wijten aan de mogelijkheid dat geruptureerde en niet geruptureerde aneurysma’s eigenlijk verschillend zijn. Geruptureerde aneurysma’s zouden zich sneller ontwikkelen en dan tenslotte barsten terwijl toevallig gevonden niet geruptureerde aneurysma’s meestal gestabiliseerd zijn. Volgens deze uitleg ontwikkelen aneurysma’s zich doorgaans snel en een minderheid ruptureert en dan meestal als ze nog klein zijn. De meerderheid echter blijft groeien maar stabiliseren, en zijn dan degenen die meestal toevallig ontdekt worden. En die dan eerder een laag ruptuur risico hebben zoals gezien in de ISUIA. Met toename van de diameter vergroot dan terug het ruptuur risico gradueel tengevolge van factoren die gerelateerd zijn aan de vaatwand en de aneurysmale bloedflow. Andere punten van kritiek waren de brede inclusie- en exclusiecriteria; verdenking van inclusiebias als participerende centra in staat waren om veel meer patiënten te includeren dan ze eigenlijk deden; onder-representatie van ACA en AComA-aneurysma’s en arbitraire exclusie van aneurysma’s < 2mm.
BESLUIT Intracraniale aneurysma’s kunnen verschillende entiteiten behelzen en de term “aneurysmale vasculopathie” is een meer geschikte term; deze verschilende vormen vragen verschillende behandelstrategieën. Het meest voorkomend type is het sacculair aneurysma met roken, hypertensie en vrouwelijk geslacht als grootste risicofactor voor de ontwikkeling ervan. Een ruptuur treedt op als de balans tussen de hemodynamische krachten en de vaatwand herstel capaciteit ongunstig is. De prevalentie is ongeveer 2% en het ruptuur risico voor toevallig gevonden kleine aneurysma’s, <5-7 mm in diameter, is zeer laag vooral in de anterior circulatie.
FIG 2
CTA revealing the ruptured AComA-aneurysm as the cause of the SAH
REFERENTIES Frösen, Transl. Stroke Res. 5, 347-356, 2014 Frösen et al, Acta Neuropathol, 123, 773-786, 2012 (3) Krings et al, Nature reviews. Neurology 7, 547-559, 2011 (4) Rinkel GJ et al, Stroke, 29(1):251–6, 1998 (5) Wiebers DO et al, Lancet, 362(9378): 103–10, 2003 (6) White PM and Wardlaw J, Lancet, 362(9378): 90-1, 2003 (1)
(2)
- Prof. Dr. Tommy Andersson, MD, PhD AZ Groeninge Kortrijk, Belgium Karolinska University Hospital, Stockholm, Sweden - Dr Olivier Francois, MD AZ Groeninge, Kortrijk, Belgium - Dr Tom Dewaele, MD AZ Groeninge, Kortrijk, Belgium
FIG 3
3D-reconstructions from digital subtraction angiography outlining the details of the AComA-aneurysm.
15
Het Kanker Centrum Kortrijk van AZ Groeninge behaalde het kwaliteitslabel van
‘CLINICAL CANCER CENTRE’ BIJ DE ORGANISATION OF EUROPEAN CANCER INSTITUTES (OECI) OECI? De Organisation of European Cancer Institutes (OECI) is een non-gouvernementele organisatie zonder winstoogmerk die in 1979 is opgericht om de samenwerking tussen Europese kankercentra en -instituten te bevorderen. OECI verenigt 93 Europese instellingen en hun structuur is gericht op het bevorderen van efficiënt partnerschap in heel Europa, ondanks de taalbarrières en de traditionele heterogeniteit tussen zorg en onderzoek. Het accreditatie programma wordt sinds 2008 door OECI aangeboden aan Europese kankercentra om de volgende hoofddoelen te bereiken: • De kwaliteit en toegang tot hoogwaardige oncologische zorgverstrekking in Europa 16
ACTAGROENINGE
tot een gelijk niveau te brengen en de strijd tegen kanker beter te organiseren op Europees niveau. • Ondersteunen van Europese kankerinstituten bij het implementeren van een kwaliteitssysteem met behulp van de OECI-kwaliteitsnormen en het peer reviewsysteem. Naast een accreditering heeft OECI ook een certificering van Europese kankercentra ontwikkeld volgens 2 types: de “Clinical Cancer Centres” die zich vooral toeleggen op het aanbieden van hoogwaardige multidisciplinaire oncologische behandeling en totaalzorg, en de “Comprehensive Cancer Centres”, voorbehouden voor de instellingen die naast de zorgverlening ook grensverleggend onderzoek en opleiding voor zorgprofessionals integreren.
De meerwaarde zit hem eerst en vooral in de deelname zelf. De OECI accreditering zorgt vanaf de initiatie met het invullen van de zelfevaluatietools, het peer review bezoek en uiteindelijk het opstellen van een verbeterplan op basis van externe review en gefundeerde aanbevelingen, voor het in kaart brengen van de volledige oncologische zorgverlening en een kritische kijk naar de huidige structuur en manier van werken. Op lange termijn resulteert deelname aan het proces in een betere communicatie tussen de departementen, disciplines en met de patiënten; krijgen we een verduidelijking van de verschillende rollen, flexibiliteit en autonomie; wordt “kritisch denken” gestimuleerd; verhogen we de betrokkenheid en gedeelde verantwoordelijkheid voor wat betreft kwaliteit van zorg; en creëren we een verhoogde geloofwaardigheid nationaal en internationaal.
“Collega Eva Vaneeckhout (Onco-Psycholoog az groeninge en lid van OECI Werkgroep Palliatieve Zorg) ontvangt het Certificaat voor het Kanker Centrum Kortrijk van az groeninge uit de handen van Prof Thierry Philip (OECI President en Président de l’Institut Curie à Paris, France) en Mr Simon Oberst (Chair Accredication& Designation Board OECI en Director of Clinical Development, Cambridge Cancer Centre, UK) op de Annual OECI Oncology Days 2018 in Poznań (Polen).
Accreditatie – Certificatie Het Kanker Centrum Kortrijk is het eerste niet-universitaire centrum in België dat de accreditatie en certificatie ‘Clinical Cancer Centre’ met een officiële overhandiging op 22 juni in Poznan (Polen) tijdens de OECI Oncology Days 2018 ontving. Een erkenning voor elke zorgverlener die zich dagelijks binnen de oncologische zorgverlening inzet. Kernachtig omschreven betekent dit dat onze huidige oncologische zorgverlening in termen van organisatie van geïntegreerde en multidisciplinaire kwaliteitsvolle kankerzorg; deelname en integratie van onderzoek in de klinische zorg; educatie van professionals; patiënttevredenheid; en kwaliteitsbewaking en –verbetering, voldoet aan de Europese kwaliteitsstandaarden die een continue verbetering van de dienstverlening aan patiënten beogen.
Volgens OECI zijn de belangrijkste sterktes van ons kankercentrum: • De algemeen goede integratie van de 4 verschillende ziekenhuizen • De kwaliteit van de multidisciplinaire samenwerking en de indrukwekkende MOC’s • Een goed geïmplementeerd kwaliteitssysteem waardoor kwaliteit van zorg merkbaar hoge prioriteit krijgt • ICT met sterke focus op kwaliteit en veiligheid • Netwerking, samenwerkingsverbanden en artsen vanuit andere centra met vaste consultatiedagen in het Kankercentrum • Beschikbaarheid en implementatie van richtlijnen en protocollen • Beschikbaarheid en kwalitatieve samenwerking met alle supportieve diensten en het palliatief support team • Deelname en organisatie van klinische studies
De auditoren waren daarnaast bijzonder tevreden over de goed voorbereide en uitgevoerde audit. Het hoog competentieniveau van enthousiast personeel met een realistische attitude en openheid voor suggesties blijft hen zeker bij. Na de accreditatie kregen we ook een lijst met opportuniteiten om in de toekomst mee aan de slag te gaan. Stuk voor stuk uit te bouwen projecten om onze externe visibiliteit te verhogen, de kwaliteit en veiligheid van de zorg nog verder te kunnen verbeteren, het niveau van patiënten participatie op te trekken en het personeel te ondersteunen in hun dagelijkse praktijkvoering. Het proces tot het behalen van de accreditatie/certificatie heeft heel wat tijd gekost maar we zijn trots en het is het resultaat van een constante inzet vanwege
17
elke zorgprofessional die het welzijn van onze patiĂŤnten steeds voorop plaatst. Het behalen van ons label is echter geen eindpunt. We hebben ons geĂŤngageerd voor een proces van continue kwaliteitsverbetering en nieuwe doelstellingen om de komende jaren aan te werken. We zullen blijven inzetten om de opgerichte divisionele structuur binnen een algemeen ziekenhuis verder uit te bouwen en te focussen op de projecten om onze strategische doelstellingen uit te dragen. Het rapport van OECI met gedetailleerde beschrijving van sterktes en opportuniteiten, het improvementplan met actiepunten voor de komende 5 jaar , de divisionele structuur en het strategische plan van het Kankercentrum zullen in de toekomst elektronisch beschikbaar zijn.
Wie interesse heeft om deze documenten nu al in te kijken, stuur gerust een mail naar annelies.courtens@azgroeninge.be
18
ACTAGROENINGE
TER INFO STANDAARD TIJDSLIJN ALGEMEEN
Tijdslijn kankercentrum Kortrijk AZ Groeninge:
Juli 2016
Febr 2016 Goedkeuring kwantitatieve en kwalitatieve zelfevaluatielijsten AZ Groeninge komt in aanmerking = audit wordt gepland
Peer review audit
Definitief audit rapport + 6 maand uitstel tot accreditatie → voorwaarden? Opzetten divisie oncologie binnen algemeen ziekenhuis + strategisch plan specifiek voor oncologie
dec 2016
Juni 2017
Documenten overkoepeld management team divisie oncologie + aanzet strategisch plan
“The OECI Board discussed your documentation based on advice of the Accreditation Committee and the audit team and concluded that the changes already made by AZG are sufficient for a Clinical Cancer Centre designation now. Sept 2017
This designation would be given under the requirement for further organisational development in the next year. Therefore the A&D Board has decided to postpone the decision for the designation till 30 April 2018, in order to enable your centre to additionally fulfill these necessary conditions (the new 5-year Strategy has been agreed by the MOC, the division oncology and management team are operational)”
April 2018
Opnieuw uitstel van accreditatie → voorwaarden? Operationeel maken van de divisie oncologie + definitief en goedgekeurd strategisch plan
Juni 2018
Documenten operationeel management team, gevalideerd strategisch plan en gedetailleerde procesbeschrijving van beide werden opgestuurd
19
PATIËNTENPARTICIPATIE INTERACTIEVER DANKZIJ MYNEXUZHEALTH Sinds begin april 2017 krijgen patiënten van ons ziekenhuis via het digitale patiëntenportaal www.mynexuzhealth.be rechtstreeks inzage in hun elektronisch gezondheidsdossier. Bij het ter perse gaan van dit nummer, zullen hier reeds ongeveer 8.000 unieke patiënten van ons ziekenhuis gebruik van hebben gemaakt. Eénmaal het systeem ontdekt wordt, merken we dat er op geregelde basis terug ingelogd wordt (ongeveer 60.000 sessies). In eerste instantie werd mynexuzhealth voornamelijk gebruikt voor het inzien van de medische verslaglegging en afspraken. Sinds de opstart zijn echter heel wat initiatieven ondernomen om de patiëntenparticipatie en interactiviteit tussen gezondheidsverlener en patiënt nog meer te stimuleren. Mynexuz willen we vanuit az groeninge namelijk niet alleen gebruiken voor het opvragen van informatie, maar ook meer en meer om interactief met onze patiënten vanuit de thuissituatie in opvolging te gaan. In dit artikel gaan we graag even kort in op een aantal van die nieuwe initiatieven:
20
ACTAGROENINGE
1. Dolora@Home: Dolora@Home is een initiatief van de pijnkliniek van az groeninge. Initieel was het één van de mHealth-projecten die door de overheid werden goedgekeurd in 2017 waarbij een aantal, heel specifieke pijnbehandelingen, digitaal opgevolgd werden via een onlineplatform. Na positieve evaluatie werd dit project verder gezet en uitgebreid naar alle pijnbehandelingen op de pijnkliniek. Patiënten krijgen meteen na hun behandeling een mynexuz-vragenlijst aangeboden via een tablet. De patiënt maakt op die manier meteen kennis met het systeem en leert hoe een vragenlijst kan helpen in de opvolging van effectiviteit van behandeling. Nadat de dag van behandeling een onmiddellijke zelfevaluatie wordt ingevuld in az groeninge, krijgt de patiënt meestal na één week (afhankelijk van het type behandeling) een tweede, meer uitgebreide vragenlijst om een eindbeoordeling door te sturen naar het ziekenhuis. Via de vragenlijsten kan de patiënt ook aangeven dat hij/zij wenst gecontacteerd te worden
door ofwel een secretariaatsmedewerker van de pijnkliniek (voor bijvoorbeeld het regelen van een extra consultatie) ofwel door een pijnverpleegkundige van het centrum (om meer pijn-specifieke tips te geven.) Sinds opstart van deze uitgebreidere fase van het dolora@Home project, zijn reeds een 500-tal patiënten geïncludeerd.
2. Bekkenbodemkliniek: Ook het centrum urologie en gynaecologie hebben voor een heel specifiek patiëntentraject gekozen via het platform mynexuzhealth. Reeds enkele jaren werden patiënten die instappen in een behandeling op de bekkenbodemkliniek,
via een studieverpleegkundige op geregelde tijdstippen bevraagd rondom hun behandeling en symptomen. Een dergelijke bevraging is uiteraard heel arbeidsintensief. Vandaar dat overgestapt werd naar een systeem waarbij, op basis van een heel specifiek type afspraak in het KWS-afsprakenboek, een reeks vragenlijsten naar de patiënt worden gestuurd één week voor de afspraak. Bedoeling is om patiënten zoveel mogelijk te stimuleren om die vragenlijsten op voorhand in te vullen, zodat de bevraging niet meer op het consultatietijdstip zelf dient te worden uitgevoerd. Er worden vragenlijsten naar de patiënt gestuurd op drie vaste momenten: voor de behandeling (baseline), 3 maand nà de behandeling en 1
jaar nà de behandeling. Bij aanmelding op de polikliniek wordt voortaan gecontroleerd of de patiënt reeds op voorhand de vragenlijsten heeft ingevuld. Indien dit alsnog niet het geval zou zijn, dan krijgt de patiënt een tablet om die vragenlijsten in te vullen in de wachtzaal, of – indien patiënten niet voldoende overweg kunnen met de hulpmiddelen – kan ook nog steeds een manuele invulling gebeuren door een medewerker van de poli-kliniek. De grootste uitdaging in dit project was vooral de reeds bestaande beschikbare data op een efficiënte manier te verenigen met de nieuw gegenereerde data. Ook daar zijn we informatica-technisch in geslaagd.
21
3. Dagziekenhuis gastro-enterologie: Op het dagziekenhuis inwendige ziekten zijn we gestart met een mynexuz-project waarbij patiënten op basis van hun geplande ingreep (coloscopie, gastroscopie,…) heel specifieke voorbereidende informatie kunnen terugvinden in hun mynexuz-dossier. Als patiënt krijg je bijvoorbeeld een coloscopie gepland op een specifieke dag en een specifiek uur. Op basis van de registratie van die planning zal via een automatisch proces (dataminer mynexuz) de juiste informatie doorgestuurd worden naar de patiënt. Wordt er bijvoorbeeld een coloscopie gepland om 9u ’s morgens, dan zal de patiënt op www.mynexuzhealth.be een informatiefolder terugvinden omtrent die coloscopie, en krijgt hij zelfs een voorbereidingsfilmpje te zien hoe hij/zij zich idealiter kan voorbereiden op die ingreep. Stel nu dat diezelfde ingreep om 12u wordt ingepland door een medewerker van ons ziekenhuis, dan zal andere voorbereidingsinformatie beschikbaar worden gesteld. Op die manier proberen we zoveel mogelijk patiënten op een efficiënte en correcte manier van de noodzakelijke informatie te voorzien.
4. Nefrocare: Op de dienst nierziekten worden transplantatiepatiënten gevraagd om via mynexuzhealth een wekelijks dagboek in te vullen met een aantal specifieke parameters: gewicht, bloeddruk, pols,… Op basis van een reeks instellingen die heel specifiek voor die patiënt door de arts worden ingebracht, kan automatische alarmering worden gegeneerd. Zo kan de behandelende arts bijvoorbeeld een maximum diastolische en systolische bloeddruk ingeven bij lancering van het nefrocare-dagboek. Als de patiënt dan over die drempelwaarde zou terechtkomen, komt automatisch een alarmeringsberichtje in de mailbox van de behandelende arts. Op die manier kunnen niertransplantatiepatiënten op een veel efficiëntere en vlottere manier opgevolgd worden.
5. Perorale chemotherapie: Kankerbehandelingen kunnen hoe langer hoe meer ambulant uitgevoerd raken. Dit betekent uiteraard ook dat de patiënt minder fysiek aanwezig is in het ziekenhuis. 22
ACTAGROENINGE
Voor een aantal behandelingen (orale chemotherapie) wordt sinds kort ook gewerkt met een maandelijks dagboek waarbij patiënten doorgeven in welke mate ze last hebben van specifieke symptomen. Op basis van die antwoorden kan dan kort op de bal en gerichter opgevolgd worden door een oncocoach of een apotheker van ons ziekenhuis. Patiënten krijgen bij instap in dit systeem een eerste, uitgebreide infosessie omtrent wat van hen verwacht wordt. Het maandelijks in te vullen dagboek wordt de eerste keer onder begeleiding van de oncocoach ingevuld in het ziekenhuis samen met de patiënt en/of z’n begeleider. Daarna krijgen patiënten maandelijks via email en sms een herinnering dat er een nieuwe invulling verwacht wordt van hun symptoomlast. Op basis van de antwoorden kan dan alarmering
voorzien worden naar het behandelteam. Er is ook mogelijkheid voorzien om los van de maandelijks in te vullen vragenlijst, rechtstreeks via mynexuzhealth contact op te nemen met het behandelteam.
6. mynexuz-mailboxen Tot op heden wordt nog heel vaak medische informatie rechtstreeks naar de patiënt gestuurd vanuit een onbeveiligde mailbox. Patiënten mailen bijvoorbeeld naar een medisch secretariaat of arts met de vraag om een kopie van een attest op te sturen, of vragen via mail meer informatie omtrent hun medische behandeling. Via de mynexuz-mailboxen kan dit voortaan op een veilige manier via de eHealthkluizen. Een patiënt logt hiervoor in op www. mynexuzhealth.be en kan via de berichtenmodule een beveiligde mail versturen. Deze
mail komt na versturen rechtstreeks in het elektronisch patiëntendossier van az groeninge terecht (KWS) en kan meteen opgevolgd worden. Aangezien de patiënt zich reeds geauthentificeerd heeft bij inloggen op mynexuz, is er ook geen twijfel van wie dit bericht komt. Er is meteen een link in het bericht naar het elektronische patiëntendossier van deze specifieke patiënt én de historiek wordt ook permanent bijgehouden in het EPD. Reeds een twintigtal geadresseerden binnen az groeninge tekenden in op een mynexuz-mailbox en zijn hierdoor via deze veilige weg bereikbaar voor de patiënt:
Toekomst Sinds de opstart van mynexuzhealth in az groeninge zijn al heel wat initiatieven genomen om de interactiviteit en patiëntenparticipatie te stimuleren. Op dit moment zijn we in opstartfase met betrekking tot opvolging van patiënten met chronische darmklachten (colitis ulcerosa, ziekte van Crohn,…). Ook patiënten die een totale knieprothese krijgen worden extra gemonitord via vragenlijsten op mynexuzhealth. In de (nabije) toekomst zal dit nog verder toenemen. Zo wordt op dit moment gewerkt aan een systeem om patiënten toe te laten zélf specifieke afspraken te laten maken en/of annuleren op poliklinieken. Patiënten zullen binnenkort ook hun radiologische verslagen kunnen raadplegen op mynexuzhealth. De radiologische beelden zijn ondertussen ook al ontsloten op mynexuzhealth. Ook thuismedicatie wordt binnenkort zichtbaar op mynexuzhealth. Hierdoor zal de patiënt ook digitaal kunnen terugvinden welke medicatie er dient te worden genomen na ontslag uit het ziekenhuis. Meer weten over de vele mogelijkheden van mynexuz? Contacteer Tom Lecoutere Manager zorggebonden toepassen tom.lecoutere@azgroeninge.be Christophe Wybo Configurator/Implementator mynexuzhealth christophe.wybo@azgroeninge.be
23
MET MULTIDISCIPLINAIR TEAM INZETTEN OP NOG BETERE ZORG VOOR ZWAARGEWONDE SLACHTOFFERS.
AZ GROENINGE ERKEND ALS SUPRAREGIONAAL TRAUMACENTRUM INLEDING Het belang van een adequate, gespecialiseerde traumazorg kan moeilijk overschat worden. Een recent rapport van de Wereld Gezondheidsorganisatie toonde dat trauma in Europa nog steeds de voornaamste doodsoorzaak blijft in de leeftijdsgroep van 5-49 jaar (fig. 1). Ook bij ouderen eisen trauma hun tol, waarbij er een toename blijkt van het aantal fatale valincidenten boven de leeftijd van 70 jaar. Daarenboven heeft de morbiditeit na trauma een enorme impact op de kost van onze gezondheidszorg. Ondanks de inspanning die we verwachten op het gebied van verkeersveiligheid, preventiecampagnes, veiligheid op het werk,… zien we dat de zorg voor de traumapatiënt in ons land weinig geëvolueerd is en de gemeten mortaliteit in ons land ligt dan ook duidelijk hoger dan in de ons omliggende landen. (fig 2) FIG 1
24
ACTAGROENINGE
Leeftijdsdistributie (%) van ‘mortaliteit’ en verloren ‘disability-adjusted life- years (DALY)’ tgv letsels. WHO 2015
FIG 3
Trends in odds of surviving major trauma: April 2008 - March 2017. All NHS Hospitals. ISS ≥9
Meer en meer landen organiseren de zorg voor de zwaargekwetste patiënt in traumacentra waar voldoende expertise aanwezig is. Deze visie ontstond in de VS, maar sindsdien werden gelijkaardige systemen ontwikkeld in o.a. Australië, Zuid- Afrika, Engeland, Nederland, Duitsland. Na aandringen van de Belgische Trauma Task Force, een vereniging met de belangrijkste stakeholders omtrent trauma- opvang, verscheen in 2017 een rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) waarin een kritische evaluatie werd gemaakt van de trauma- opvang in ons land.
FIG 2
Standarized Death Rate (DSR) per 100.00 tgv alle letsels in de WHO Europese regio (quintiles). WHO 2015
Het KCE concludeerde dat de zorg voor de traumapatiënt in ons land te versnipperd is, dat er een gebrek is aan een degelijke registratie van traumapatiënten en dat traumazorg best georganiseerd wordt in traumacentra waar de nodige expertise en gespecialiseerd materiaal aanwezig is. Uit internationaal onderzoek blijkt namelijk dat zwaargekwetste patiënten die door een team van gespecialiseerde artsen en verpleegkundigen worden behandeld, een betere kans hebben op herstel. Na de introductie van traumanetwerken in Engeland in 2012 steeg de overlevingskans van de traumapatiënt met 19% wanneer die levend het ziekenhuis bereikte (fig. 3). 25
Door onze centrale ligging aan belangrijke verkeersknooppunten en in een grote industriële en agrarische regio worden we in az groeninge sinds jaar en dag geconfronteerd met dergelijke zwaargekwetste traumapatiënten. Ook op basis van de MUG registratie blijken er in onze regio een groot aantal interventies voor majeure trauma te zijn. (fig 4) Deze vaststellingen hebben ertoe geleid dat we in az groeninge besloten om nog meer in te zetten op de uitbouw van kwalitatieve traumazorg.
ZORGKETEN De zorg na een zwaar ongeval bestaat in ons ziekenhuis uit een multidisciplinaire keten die wordt doorlopen. Deze zorg start al op de plaats van het ongeval en duurt tot het moment dat de patiënt gerevalideerd is. We hanteren het principe ‘van thuis tot thuis.’ Daarbij volgen we de patiënt tijdens het ganse proces op via een ziekenhuisbreed zorgtraject waarbij vanaf het begin ingezet wordt op een vroegtijdige start van de revalidatie (fig. 5).
FIG 4
Plaats van interventie voor ernstige trauma (FOD Volksgezondheid, MUREG 2015)
Pre- hospitaal 24u/7d hebben we twee MUG- teams ter beschikking, met een spoedarts en gespecialiseerde verpleegkundige, die kunnen uitrukken om op de plaats van het ongeval de eerste zorgen toe te dienen (fig. 6). We zijn uitgerust en opgeleid om onmiddellijke levensreddende handelingen uit te voeren waardoor we de patiënt kunnen stabiliseren alvorens naar de spoedafdeling te transporteren. Met onze MUG- dienst bedienen we een zeer uitgebreide regio; in 2018 voerden we meer dan 2500 interventies uit, waarbij een aanzienlijk aantal voor traumapatiënten (fig. 7).
FIG 5
Trauma zorgketen az groeninge Kortrijk.
De bevindingen ter plaatse worden doorgebeld naar onze spoedopname. Op basis van duidelijke criteria wordt dan beslist of het traumateam geactiveerd dient te worden. We houden rekening met: leeftijd van de patiënt, tijdstip van het ongeval, ongevalsmechanisme, letsels die we vermoeden, vitale parameters en ingestelde therapie (fig. 8).
FIG 8
ATMIST
Spoedopname
FIG 7
Aantal interventies Mobiele Urgentie Groep (MUG) az groeninge Kortrijk
Bovendien hebben we ook een ziekenwagen beschikbaar die uitgerust is om ernstig gekwetste patiënten vanuit een naburig ziekenhuis te transporteren indien meer gespecialiseerde zorg in ons ziekenhuis nodig blijkt.
26
ACTAGROENINGE
In de meeste gevallen zal de patiënt per ziekenwagen vervoerd worden, maar er is ook een landingsplaats voor een helikopter op onze site voorzien (fig. 9). Indien de patiënt zichzelf aanmeldt, zal de ernst onmiddellijk ingeschat worden door een triageverpleegkundige, die zo nodig het traumateam nog kan activeren. Doordat het traumateam, met één druk op de
knop, automatisch geactiveerd kan worden nog vooraleer de patiënt arriveert, kunnen we een optimale voorbereiding garanderen. Alle leden van het traumateam zijn 24u/7d beschikbaar in het ziekenhuis en staan dan ook paraat in de traumabox wanneer de patiënt toekomt. Het is een gespecialiseerd team, opgeleid voor de opvang van de traumapatiënt, bestaande uit: twee urgentieartsen, een anesthesist - intensivist, een orthopedisch chirurg, een radioloog en twee gespecialiseerde verpleegkundigen. Op basis van de aanmelding kan het team uitgebreid worden met extra chirurgen, een gynaecoloog, een kinderarts,… Ook het laboratorium, de dienst intensieve zorgen en het operatiekwartier worden reeds gealarmeerd zodat alle nodige voorbereidingen kunnen getroffen worden voor de verdere zorg voor de patiënt. Op onze spoedopname zijn er drie shockboxen, ingericht om de meest kritische patiënten te behandelen, waardoor we tot drie ernstig gekwetste patiënten tegelijk kunnen opvangen. De eerste fase na een ernstig ongeval is van levensbelang. Sommige patiënten overlijden in de eerste seconden of minuten na het ongeval, hier-
FIG 9
FIG 6
Wagenpark Mobiele Urgentie Groep (MUG) en rampenwagen van az groeninge Kortrijk
bij zijn de letsels vaak van die aard dat geen hulp meer kan baten. Maar voor andere patiënten is het van levensbelang dat er geen kostbare tijd verloren gaat. Dit is het bekende principe van het ‘golden hour’. Hoewel dit concept ter discussie staat, is er wel consensus dat er alles aan gedaan moet worden om te vermijden dat een patiënt in de lethale triade terecht komt, waarbij acidose – coagulopathie – hypothermie elkaar versterken waardoor overlevingskans snel daalt (fig. 10).
Airway maintenance with cervical spine protection Breathing and ventilation Circulation with hemorrhage control Disability: Neurologic status Exposure/Environmental control: Completely undress the patient, but prevent hypothermia
FIG 11
ABCDE- benadering. ATLS Student Course Manual. 9th edition.
Dringende interventies kunnen onmiddellijk worden uitgevoerd, zoals: intubatie, plaatsen van een thoraxdrain, controleren van een majeure bloeding, bloedtransfusie,… (fig. 12)
FIG 10
The lethal triad of trauma. (Duncan Banks, Open University)
Bij de opvang van een traumapatiënt werken we volgens de internationale principes van ATLS® (Advanced Trauma Life Support) en ETC® (European Trauma Course). Hierbij evalueren we de patiënt volgens een gestructureerde systematische ABCDE- benadering (Airway/c-spine, Breathing, Circulation, Disability, Exposure) (Fig. 11) Elk lid van het traumateam heeft tijdens deze ‘primary survey’ een specifieke functie waarbij we snel parallel een evaluatie kunnen maken van de luchtweg, ademhaling, hemodynamiek en neurologische status.
De opvang van de zwaargekwetste is al lang geen verhaal meer waarbij één arts alle zorg op zich neemt, het is een multidisciplinair team- gebeuren waarbij een teamleader de hele zorg coördineert. Een speciale traumaklok, geactiveerd bij aankomst, geeft ons continue informatie over het tijdsverloop.
permanent bemand door een radioloog zodat de beelden onmiddellijk kunnen bekeken worden en we snel tot een diagnose komen. Na de scan herevalueren we de vitale functies en onderzoeken we tijdens de ‘secondary survey’ de patiënt van hoofd-tot-teen, zodat we geen letsels missen. Op basis van al deze bevindingen kunnen we dan een verder plan opstellen. Zo nodig worden extra disciplines in advies gevraagd.
Operatiekwartier Soms blijken de verwondingen van die aard dat een onmiddellijke operatie of interventie zich opdringt. Vaak gaat het hier dan om het controleren van inwendige of intracraniële bloedingen, exploreren van gekwetste organen of het stabiliseren van breuken. We spreken van ‘damagecontrol surgery’, wat betekent dat die urgente ingrepen initieel vooral gericht zijn op de stabilisatie van de fysiologie van de patiënt, meer dan op een herstel van de anatomie (fig. 13).
Op basis van deze ‘primary survey’ zal besloten worden om de patiënt onmiddellijk naar het operatiekwartier te transfereren of eerst verdere beeldvorming uit te voeren. Bij de uitbouw van onze nieuwe spoedopname enkele jaren terug, hebben we gekozen voor het vooruitstrevende concept waarbij de CT- scan zich net naast de traumabox bevindt met directe doorgang. Hierdoor gaat wederom geen tijd verloren, wordt maximale veiligheid gegarandeerd en kunnen continu de meest intensieve zorgen gegeven worden. Deze CT- scan wordt
FIG 13
Damage Control Surgery.
27
FIG 12
Sfeerbeelden traumateam az groeninge Kortrijk
Er is 24u/7d een operatiezaal beschikbaar om dringende ingrepen uit te voeren en er is steeds een anesthesist in het ziekenhuis om de perioperatieve zorg op zich te nemen. Daarenboven hebben we ook nog een operatiezaal die specifiek werd ingericht om dagelijks alle orthopedische traumatologie te behandelen. Bij inwendige bloedingen is er een toenemende trend om deze heel selectief te stelpen d.m.v. interventionele radiologie. De dienst radiologie van az groeninge is reeds lange tijd gerenommeerd voor het uitvoeren van thrombectieën bij stroke, maar heeft ook zijn grote verdienste in traumazorg waarbij ze er vaak in slagen om met een katheter via de lies actieve inwendige bloedingen te stelpen zonder dat de patiënt daarvoor een veel ingrijpendere operatie moet ondergaan. De dagen nadien volgen dan nog eventuele heringrepen om gaandeweg de anatomie weer te corrigeren: ingrepen t.h.v. van de organen worden verder uitgevoerd, breuken worden definitief gestabiliseerd. We bieden niet alleen de klassieke heelkunde, maar hebben in az groeninge bijvoorbeeld ook bijzondere expertise in de orthopedische traumatologie en bekkenchirurgie, complexe handchirurgie, lever- en pancreaschirurgie, thoraxchirurgie en neurochirurgie.
Intensieve Zorgen De meest ernstig gekwetste patiënten zullen worden opgenomen op de dienst Intensieve Zorgen, waar een gespecialiseerd team zorgt voor deze kritieke patiënten. Voor traumapatiënten werd een speciaal klinisch pad ontwikkeld om optimale zorg te garanderen. Onder leiding van de revalidatie- arts wordt er al vanaf de opname op de dienst Intensieve Zorgen volop ingezet op een snelle start van de revalidatie door een team van kinesisten, ergotherapeuten en logopedisten.
Opname en revalidatie Na een eventuele opname op de dienst Intensieve Zorgen, zal de patiënt verder opgevolgd worden op de zaalafdeling. Ook hier zal multidisciplinair overleg en zorg centraal blijven staan waardoor opvolging van alle letsels en optimale zorg gegarandeerd blijven. Er wordt maximaal ingezet op verdere revalidatie, eventueel wordt de patiënt getransfereerd naar de campus Reepkaai waar het revalidatieziekenhuis zich bevindt. 28
ACTAGROENINGE
“Het einddoel blijft om de patiënt met zo weinig mogelijk restletsels terug thuis te laten functioneren.” KWALITEIT VAN ZORG Opleiding De laatste jaren hebben we fors ingezet om onze knowhow te versterken. Enkele van onze artsen volgden specifieke opleidingen omtrent traumazorg in buitenlandse centra; o.a. in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Australië. De orthopedisch chirurgen die deel uitmaken van ons traumateam volgden allen de internationale ATLS®- opleiding. Als erkend lescentrum van de Europese reanimatieraad ERC, bieden we in az groeninge ook de opleiding ‘European Trauma Course®’ aan, deze opleiding bouwt verder op de ATLS®- principes, maar hier ligt de nadruk echt op de team- approach. Zowel onze artsen als verpleegkundigen, betrokken bij de initiële opvang, leiden we op volgens deze internationale principes. Dat zorgt ervoor dat we allemaal ‘dezelfde taal’ spreken en we efficiënt te werk kunnen gaan. Ook de levensreddende technische procedures - zoals thoraxdrainage, cricothyreotomie, pericardiocentesis, plaatsen van een botboor - oefenen we. In samenwerking met de KULAK kunnen de deze handelingen oefenen op menselijke lichamen wat een enorme meerwaarde biedt. Hierdoor zijn we maximaal opgeleid voor de opvang van de zwaargekwetste patiënt. Regelmatig organiseren we een traumakrans, hier zijn alle betrokken diensten vertegenwoordigd en op basis van een recente casus verdiepen we ons in de meeste recente richtlijnen en literatuur.
Reflectie Daarbovenop is er een maandelijkse ‘Morbidity & Mortality’- staf waarin we alle trauma’s nabespreken waarbij het traumateam betrokken was. Op die manier willen we onze zorg continu kritisch evalueren en verbeteren waar nodig.
Materiaal
ERKENNING DGU
Er werd uiteraard niet alleen geïnvesteerd in mensen, maar ook in middelen. Na onze recente verhuis naar de nieuwbouw op campus Kennedylaan, beschikken we over ‘state-of-the-art’ apparatuur: CT-scan aansluitend aan de traumabox, beschikbaarheid van echografie voor FAST en vasculaire acces, nieuwe transfusiesytemen, ROTEM voor bloedanalyse,…
Door al deze investeringen voldoen we ondertussen aan de strengste internationale standaarden. We werden dan ook door het Deutsche Gesellschaft für Unfallchirurgie (DGU) erkend als supraregionaal traumacentrum, het hoogste niveau.
Daarmee bewijst az groeninge over de competenties te beschikken om een belangrijke rol op te nemen in een nationaal traumanetwerk, in samenwerking met nabije ziekenhuizen en universitaire referentiecentra.
Na deze succesvolle audit door DGU zijn we uiteraard trots op wat reeds verwezenlijkt werd, maar zijn we vooral gedreven om vol enthousiasme dit project verder uit te bouwen.
Registratie Al sinds 2013 registreren we nauwgezet alle patiëntengegevens in het register van het DGU (Deutsche Gesellschaft für Unfallchirurgie), het grootste Europese traumaregister. Dit laat ons toe om elk incident heel precies te analyseren en te evalueren. Jaarlijks ontvangen we een rapport waarbij al onze gegevens a.d.h.v. verschillende kwaliteitsindicatoren vergeleken worden met andere Europese traumacentra (Fig. 14) Deze data helpen ons om de uitgestippelde trajecten verder te optimaliseren en zo de kwaliteit van onze traumazorg te verbeteren. Mede onder impuls van dr. Guy Putzeys, orthopedisch traumachirurg in az groeninge, zal er binnenkort ook gestart worden met een nationaal Belgisch traumaregister, dat hopelijk een aanzet kan geven om de traumazorg in België beter te gaan organiseren.
Aangezien we al sinds jaren registeren in het DGU Trauma register, was een accreditatie via DGU een logische keuze. Ze hebben in Europa steeds een erg vooruitstrevende rol opgenomen en hun witboek biedt een leidraad, o.b.v. de recente literatuur en guidelines, bij de opvang van majeure trauma. Ze zijn actief in verschillende Europese landen waaronder Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Nederland en België. De accreditatie was uiteraard geen doel op zich, maar eerder een manier om onszelf te toetsen t.o.v. andere Europese centra en de hoogst mogelijke kwaliteit van zorg te kunnen nastreven waarbij de patiënt centraal staat. We zijn het eerste niet-universitaire centrum in Vlaanderen dat zo’n erkenning krijgt.
FIG 14
DGU Annual Report
dr. Dries Helsloot - dr. Guy Putzeys - dr. Vincent Van Belleghem
BRONNEN Injuries: a call for public health action in Europe. World Health Organisation regional office for Europe. An update using the 2015 WHO global health estimates. Published 2017. (2) Naar één geïntegreerd systeem voor de behandeling van ernstige traumata’s. KCE Reports 281A. 2017 (3) Moran et al. Changing the System - Major Trauma Patients and Their Outcomes in the NHS (England) 2008–17. EClinicalMedicine 2018;08 (4) The trauma call. Mercer et al. BMJ 2018; 361:k2272 (5) Advanced Trauma Life Support®. Student Course Manual. American College of Surgeons. (6) The European Trauma Course® Manual. European Trauma Course Organisation. (7) ‘Damage control’: an approach for improved survival in exsanguinating penetrating abdominal injury. Rotondo et al. J Trauma. 1993;35(3) (8) Level 3 guideline on the treatment of patiënts with severe/ multiple injuries. German Trauma Society (DGU). Eur J Trauma Emerg Surg. 2018;44 (Suppl 1) (1)
29
WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES 18F-FDG-PET before starting glucocorticoid therapy improves the diagnostic accuracy compared with a clinical scoring system in patients with clinical suspicion of PMRImaging of Bacteria: Is there Any Hope for the Future Based on Past Experience? Ebenhan, T,Lazzeri, E,Gheysens, O, et.al. Current Pharmaceutical Design, 2018, 24(7),772-786 68Ga-PSMA PET/CT Replacing Bone Scan in the Initial Staging of Skeletal Metastasis in Prostate Cancer: A Fait Accompli? Lengana, T,Lawal, I,Maes, A, et.al. Clinical Genitourinary Cancer, 2018, 16(5),392-401 68Ga-PSMA-11 PET/CT in primary staging of prostate carcinoma: preliminary results on differences between black and white South-Africans. Sathekge, M,Lengana, T,Maes, A, et.al. European Journal of Nuclear Medicine and Molecular Imaging, 2018, 45(2),226-234 68Ga-PSMA-HBED-CC PET/CT imaging in Black versus White South African patients with prostate carcinoma presenting with a low volume, androgen-dependent biochemical recurrence: a prospective study. Lengana, T, Van de Wiele, C,Lawal, I, et.al. Nuclear Medicine Communications, 2018, 39(2),179-185 A 64-year-old woman with interstitial lung disease and positive antibodies against aminoacyl-transfer RNA synthetases in the absence of myositis: presentation of an anti-PL-12 positive antisynthetase syndrome. Ghysen K, Leys M. Acta Clinica Belgica, 2018, 73(5), 389-392 A Comparison of the Learning Curves of Laparoscopic Liver Surgeons in Differing Stages of the IDEAL Paradigm of Surgical Innovation: Standing on the Shoulders of Pioneers. Halls MC, Alseidi A, Berardi G, Cipriani F, Van der Poel M, Davila D, Ciria R, Besselink M, D’Hondt M, Dagher I, Alrdrighetti L, Troisi RI, Abu Hilal M. Annals of Surgery, 2018, 269(2), 221-228 A pragmatic bottom-up approach to harmonize the units of clinical chemistry tests among Belgian clinical laboratories, focusing on immunoassays. 30
ACTAGROENINGE
Cammaert P, Vandevelde NM, et.al. Clinical Chemistry and Laboratory Medicine, 2018, 57(1), 12-19 A severe case of ulcerative esophagitis in an immunocompetent host. Callens R, Persyn D, Van Moerkercke W. Acta Gastroenterology Belgica, 2018, 1, 115 A Solitary Pulmonary Nodule: Pulmonary Amyloidosis. Standaert, C., Herpels, V., Seynaeve, P., et.al. Journal of the Belgian Society of Radiology, 2018, 102 (1), 20 Advanced Neuroradiology Course: Imaging in Brain – AVM. EVT in AIS: A performance analysis of different tools of the trade Flow diversion for intracranial aneurysms: Is it a single remedy to all maladies? EVT in AIS: Present and future. Andersson, T. Oktober 2018, Singapore Ankle instability: repair versus reconstruction 5th International Congress of Foot & Ankle Minimally Invasive Surgery. Michels F. March 2019, Marrakech Annals of the rheumatic diseases. Verstraete K, Van den Bosch F., Elewaut D., et.al. 2018, Chicago Antitumour Activity and Safety of Enzalutamide in Patients with Metastatic Castration-resistant Prostate Cancer Previously Treated with Abiraterone Acetate Plus Prednisone for ≥24 weeks in Europe. Feyerabend S, Elliot T, Werbrouck P, et al. European Urology, 2018, 74(1), 37-45 Biotin and anti-streptavidin antibodies interference on Roche thyroid function tests: validation of the new Elecsys FT4 III. Royal Belgian Society of Laboratory Medicine. Verougstraete N, Callewaert N. november 2018, Brussel Blood-brain barrier transport kinetics of NOTA-modified proteins: the somatropin case. Bracke, N, Janssens, Y,Maes, A, et.al. The Quarterly Journal of Nuclear Medicine and Molecular Imaging, 2018 Bone Scintigraphy in Poststreptococcal Periostitis With Dysproteinemia. Bourgeois, S,Peetermans, W, Noppe, N, et.al. Clinical Nuclear Medicine, 2018, 43(10) Buikpijn en koorts bij een 88-jarige man. L. Follet, M. Verhamme, F. D’heygere Tijdschrift voor Geneeskunde, 2017, Volume 73 Bunionette & Quintus Varus : results of a survey study
5th International Congress of Foot & Ankle Minimally Invasive Surgery. Michels F, Demeulenaere B. March 2019, Marrakech Cellulitis bij een immuungecompromitteerde patiënt. Louwagie, A., Boudewijns, M., Vankeirsblick, C., et.al. Tijdschrift voor Geneeskunde, 2018, 74 (2), 138-141 Choices of Stent and Cerebral Protection in the Ongoing ACST-2 Trial: A Descriptive Study. Dormal P, Lerut P, ACST-2 Collaborative Group et al. European Journal of Endovascular Surgery, 5, 53, 617-625. Chronic refractory constipation due to neurogenic bowel dysfunction can be successfully treated by sacral neurostimulation. Nuytens F, D’Hondt M, et.al. Acta Chirurgica Belgica, 2018, 118(4), 246-249 Circulating microRNA biomarkers for metastatic disease in neuroblastoma patients. Zeka, F, Decock, A, Van Goethem, A, et.al. CI Insight, 2018, 3(23), e97021 Circumflex coronary artery injury after mitral valve surgery: A report of four cases and comprehensive review of the literature. Hiltrop, N., Bennett, J.,Desmet, W. et.al. Catheter Cardiovasc Intervention, 89, 1, 78-92 Clinicopathological characteristics of de novo and secondary myeloid sarcoma: A monocentric retrospective study. Claerhout, H, Van Aelst, S, Melis, C, et.al. European Journal of Haematology, 2018, 100(6), 603-612 Current concepts in the pathogenesis and diagnosis of subtalar instability 5th International Congress of Foot & Ankle Minimally Invasive Surgery. Michels F. March 2019, Marrakech Disease and treatment characteristics of polycythaemia vera patients in Belgium: results from a scientific survey. Devos T, Beguin Y, Noens L, Van Eygen K, et. al. European Journal of Hematology, 2018, 100(4), 361-366 Distal metatarsal mini-invasive osteotomy (DMMO): a cadaveric study 5th International Congress of Foot & Ankle Minimally Invasive Surgery. Michels F, Clockaerts S, Baekelandt L, Callens K, Matthys E, Stockmans F, Vereecke E. maart 2019, Marrakech EVT in AIS: Where are we today? Stroke Academy. Andersson, T. December 2018, Hamburg - Duitsland Een hardnekkig geval van «reuma» met vermagering en rode ogen F. Couvreur, H. Alaerts, W. Meersseman, F. D’heygere
Tijdschrift voor Geneeskunde, 2017, Volume 73 Een slepend geval van proctitis Debeuckelaere C., D’heygere F. Tijdschrift voor Geneeskunde jaargang 2017, Volume 73 Flow diversion for intracranial aneurysms: Always, never of sometimes? & Tandem occlusions in AIS: Background and suggested management. Annual Spanish Neuroradiology meeting. Andersson, T. November 2018, Granada - Spanje Fluorodeoxyglucose-Positron Emission Tomography/ Computed Tomography After Concurrent Chemoradiotherapy in Locally Advanced Head-and-Neck Squamous Cell Cancer: The ECLYPS Study. Van den Wyngaert T, Helsen N, Carp L, Hakim S, Martens MJ, et al. Journal of Clinical Oncology, 30, 35, 3458-3464 Foreign body granuloma reaction following SIRT mimicking peritoneal metastases: a word of caution. Willems, E,Smet, B, Dedeurwaerdere, F, D’Hondt M. Acta Chirurgica Belgica, 2018, 9, 1-3 Heart failure with preserved ejection fraction: blame the veins. Jorge, C., Hiltrop, N., Desmet, W., et.al. European Heart Journal, 38, 5, 376 Histologic characteristics of the arciform fibers (poster) 5th International Congress of Foot & Ankle Minimally Invasive Surgery. Michels F, Batista J, Quintero D, Del Vecchio JJ. Maart 2019, Marrakech How to drill the calcaneal tunnel in calcaneofibular ligament reconstruction? 5th International Congress of Foot & Ankle Minimally Invasive Surgery. Michels F, Wastyn H, Van Compernolle K, Clockaerts S, Stockmans F, Vereecke E. Maart 2019, Marrakech How to drill the tunnels in ATFL and CFL reconstruction? 43rd Annual meeting of Japanese Society for Surgery of Foot (JSSF) Michels F. October 2018, Tokyo How to optimize the fibular tunnel trajectory in a combined ATFL and CFL reconstruction 5th International Congress of Foot & Ankle Minimally Invasive Surgery. Michels F, Matricali G, Stockmans F. March 2019, Marrakech Human tissue-engineered skeletal muscle: a novel 3D in vitro model for drug disposition and toxicity after intramuscular injection. Gholobova D., Gerard M., Callewaert N., Thorrez L., et. al. Scientific Reports, 2018
31
I 125 brachytherapy in younger prostate cancer patients: outcomes in low and intermediate risk disease. Kindts, I, Stellamans, K,Billiet, I, et.al. Strahlentherapie und Onkologie, 0, 193(9):, 707-713 Impact of PET reconstruction protocols on quantification of lesions that fulfil the PERCIST lesion inclusion criteria. Devriese, J,Beels, L, Maes, A, et.al. European Journal of Nuclear Medicine and Molecular Imaging Physics, 2018, 5(1), 35-48 Implementation of check of appropriateness (COA) in the back office validation of electronic prescriptions in az groeninge. ESCP (European Society of Clinical Pharmacy), Wittezaele, J. oktober 2018, Belfast - Ierland Incidence of medication-related osteonecrosis of the jaw in patients treated with both bone resorption inhibitors and vascular endothelial growth factor receptor tyrosine kinase inhibitors. Van Cann T, Loyson T, Verbiest A, Clement PM, Bechter O, et al. Supportive Care in Cancer, 3, 26, 869-878.
Mechanical Thrombectomy-A Brief Review of a Revolutionary new Treatment for Thromboembolic Stroke. Bhogal, P., Andersson, T., Maus, V., et.al. Clinical Neuroradiology, 2018, Volume 28 Issue 3, 313-326 Mixed response on regorafenib treatment for GIST (gastro-intestinal stromal tumor) according to 18F-FDG-PET/ CT. Van Weehaeghe, D,Gheysens, O,Vandecaveye, V, et.al. BMC Cancer, 2018, 18(1),253 MRI of the sacroiliac joints in spondyloarthritis : the added value of intra-articular signal changes for a ‘positive MRI’. Verstraete, K., & Jans, L., et.al. Skeletal Radiology, 2018, Volume 46, p 1-11
Laparoscopic right posterior sectionectomy: singlecenter experience and technical aspects. D’Hondt M, Ovaere S, Knol J, Vandeputte M, Parmentier I, De Meyere C, Vansteenkiste F, Besselink M, Pottel H, Verslype C. Langenbeck’s archives of surgery, 2019, 21-29 Laparoscopic versus open parenchymal preserving liver resections in the posterosuperior segments: a casematched study. D’Hondt, M, Tamby, E, Boscart, I, et.al. Surgical Endoscopy, 2018, 32(3), 1478-1485
Neoatherosclerosis: an emerging and conceptually unexpected cause of very late bioresorbable vascular scaffold failure. Hiltrop, N.Desmet, W.Adriaenssens, T.Bennett, J. et.al. EuroIntervention, 12, 16,2031
Le Fort-colpocleisis als behandeling voor urogenitale prolaps van graad 3 en 4. Bauters E, Batyr A, Ghesquiere S, et.al. Gunaïkeia, 2019, 23, 18-21
Neutrophil extracellular traps in ischemic stroke thrombi. François, Andersson, Deckmyn, et.al. Annuals of radiology, 2018, 82 (2), 223 - 232
Lethal Injection of a Castor Bean Extract: Ricinine Quantification as a Marker for Ricin Exposure Using a Validated LC–MS/MS Method. Verougstraete, N, Helsloot, D, Deprez, C, et.al. Journal of Analytical Toxicology, 2018, 1-5 Louwagie, A., Boudewijns, M., Vankeirsblick, C., et.al Tijdschrift voor Geneeskunde, 2018, 74 (2), 138-141 Magnetic resonance imaging of third molars in forensic age estimation : comparison of the Ghent and Graz protocols focusing on apical closure. De Tobel, J, Parmentier, ACTAGROENINGE
Management of patients with dural sinus thrombosis. ECMINT 3.1 Andersson, T. December 2018, Oxford - United Kingdom
Multicentre propensity score-matched study of laparoscopic versus open repeat liver resection for colorectal liver metastases. Van der Poel MJ, Barkhatov L, Fuks D, Berardi G, Cipriani F, Aljaiuossi A, Lainas P, Dagher I, D’Hondt M, Rotellar F, Besselink MG, Aldrighetti L, Troisi RI, Gayet B, Edwin B, Abu Hilal M. British Journal Surg. 2019 Feb 1
Lenalidomide Maintenance Compared With Placebo in Responding Elderly Patients With Diffuse Large B-Cell Lymphoma Treated With First-Line Rituximab Plus Cyclophosphamide, Doxorubicin, Vincristine, and Prednisone. Van Eygen K, Bosly A, Coiffier B. et.al. Journal of clinical oncology, 35, 22, 2473-2481
32
G, Phlypo, I, et.al. International journal of legal medicine., 2019
Nontuberculous mycobacteria among pulmonary tuberculosis patients: a retrospective Belgian multicenter study. Van De Vyvere, M., Jonckheere, S., De Beenhouwer, H., De Bel, A., et.al. Acta Clinica Belgica, 72, 1, 45-48 Oligometastatic prostate cancer: The game is afoot. Lancia, A, Zilli, T, Achard, V, et.al. Cancer Treatment Reviews, 2019, volume 73, 84-90 Organization, quality and cost of oncological homehospitalization: a systematic review. Cool, L,Vandijck, D, Debruyne, P, et.al. Critical Reviews in Oncology/Hematology, 2018, 126 (2018), 145-153 Papillary muscles contribute significantly more to left ventricular work in dilated hearts. Duchenne, J,Turco, A,Bézy, S, et.al. European Heart Journal - Cardiovascular Imaging, 2019, 20(1), 84-91 Patient-specific lean body mass can be estimated from limited-coverage computed tomography images.
Devriese, J,Beels, L,Maes, A, et.al. Nuclear Medicine Communications, 2018, 39(6), 521-526
Lawal, I,Ankrah, A,Maes, A, et.al. Nuklearmedizin, 2018, 57(5), 190-197
PCSK9-inhibitoren in secundaire preventie voor ischemisch CVA : praktische implementatie in Belgische praktijk. Serrien A, Pinson H,Vanacker P, et.al. Neuron, 2018, 23 (7):, 13–17
Pulmonale reumanoduli en reumatoïde artritis ontrafeld: een case report met review. Debrouwere, T,Ghysen, K,Herpels, V, et.al. Tijdschrift voor geneeskunde, 2018, 74 (21), 1454-1462
Percutaneous treatment of a posterolateral calcaneal bump (Poster) 5th International Congress of Foot & Ankle Minimally Invasive Surgery Michels F March 2019, Marrakech Performance of the preanalytical check module of the Stago STAR Max2 mechanical endpoint detection analyzer for assessing the impact of hemolysis, lipemia, and icterus on aPTT and PT. Florin, L, Oyaert, M, Van Maerken, T, et.al. International Journal of Laboratory Hematology, 2018, 40(6), 109-112
Results from the Belgian mantle cell lymphoma registry. André M, Bonnet C, Maerevoet M, et.al. Acta Clinica Belga, 72, 3, 172-178 Rivaroxaban with or without Aspirin in Stable Cardiovascular Disease Elegeert I, Lerut P, COMPASS Investigators et al. The New England Journal of Medicine, 14, 377, 1319-1330 Role of 18F-FDG PET/CT in Restrictive Allograft Syndrome after lung transplantation. Verleden, S,Gheysens, O,Goffin, K, et.al. Transplantation, 2018
Perioperative radiotherapy is an independent risk factor for major LARS: a cross-sectional observational study. Nuytens, F, Develtere, D, Sergeant, G, Parmentier I, D’Hoore A, D’Hondt M. International journal of colorectal disease, 2018, 33(8), 1063-1069
Ruminococcus gnavus bacteremia associated with fecal peritonitis secondary to small bowel perforation Struyve M, De Vloo C, Lefever S, Boudewijns M, De Bel A, D’Hondt M, Del Carmen Alegret Pampols M, Van Moerkercke W, Van den Bossche D. Acta gastro-enterologica Belgica, 2018, 81(3), 451-452
Pirfenidone in restrictive allograft syndrome after lung transplantation: A case series. Vos, R, Wuyts, W, Gheysens, O, et.al. American Journal of Transplantation, 2018, 18(12), 3045-3059
Screening Methods for Age-Related Hearing Loss in Older Patients with Cancer: A Review of the Literature Lycke, M,Lefebvre, T, Cool, L, et.al. Geriatrics, 2018, 3, 48,1-12
Postoperative treatment of toe deformities 5th International Congress of Foot & Ankle Minimally Invasive Surgery. Michels F, March 2019, Marrakech
Searching for consensus in the approach to patients with chronic lateral ankle instability: ask the expert. Michels F, Pereira H, Calder J, Matricali G, Glazebrook Knee Surgery, Sports Traumatology, Arthroscopy, 2018,26(7), 2095-2102
Predictors of baseline cancer-related cognitive impairment in cancer patients scheduled for a curative treatment. Lycke M, Pottel L, Pottel H, Ketelaars L, Stellamans K, et.al. Psycho-Oncology, 5, 26,632-639
Stroke course, Stroke Academy - history, organization and selection Stroke academy - the problem plus treatment and procedure protocols Andersson, T., Oktober 2018,Hamburg - Duitsland
Prevalence and prognosis of low-volume, oligorecurrent, hormone-sensitive prostate cancer amenable to lesion ablative therapy. De Bruycker, A, Lambert, B, Claeys, T, et.al. BJU International, 0, 120 (6), 815-821 Primary Results of the Multicenter ARISE II Study (Analysis of Revascularization in Ischemic Stroke With EmboTrap). Zaidat,O,Bozorgchami,H,Andersson,T, et.al. Stroke, 2018, Volume 49 - Edition 5, 1107-1115 Prognostic Value of Pre-treatment F-18 FDG PET Metabolic Metrics in Patients with Locally Advanced Carcinoma of the Anus with and without HIV Infection.
Surprising Bone and Soft Tissue Lesions of the Chest: Pictorial Review Degrieck, B,Bazzocchi, MD,Verstraete, K, et.al. Seminars in Musculoskeletal radiology., 2019, 23,85-96 Surveillance or Metastasis-Directed Therapy for Oligometastatic Prostate Cancer Recurrence: A Prospective, Randomized, Multicenter Phase II Trial. Ost, P,Reynders, D,Decaestecker, K, et.al. Journal of clinical oncology, 0, 36(5),446-453 Synovial fluid fatty acid profiles differ between osteoarthritis and healthy patients Van de Vyver, A,Clockaerts, S,van de Lest, CHA, et.al. Cartilage, 2018 33
The added value of an assessment of the patient’s hand grip strength to the comprehensive geriatric assessment in g8-abnormal older patients with cancer in routine practice. Lycke, M., Ketelaars, L., Martens, E., Lefebvre, T., Pottel, H., Van Eygen, K., Cool, L., Pottel, L., Kenis, C., Schofield, P., Boterberg, T., Debruyne, PR. november 2018, Nederland The distress thermometer predicts subjective, but not objective, cognitive complaints six months after treatment initiation in cancer patients. Lycke M, Lefebvre T, Pottel L, Pottel H, Ketelaars L, et al. Journal of Psychosocial Oncology, 6, 35, 741-757 The effective and collective dose to patients undergoing abdominopelvic and T trunk computed tomography examinations: A Belgian multicentre study. Verstraeten, K,De Roo, B, et.al. European Journal of Radiology, 2019, 111, 81-87 The Effectiveness of a Clinical Pathway in Liver Surgery: a Case-Control Study. Ovaere S, Boscart I, Parmentier I, Steelant PJ, Gabriel T, Allewaert J, Pottel H, Vansteenkiste F, D’Hondt M. Journal of Gastrointestinal Surgery, 2018, 22(4),684-694
ACTAGROENINGE
Tuberculosis. Ankrah, A,Glaudemans, A,Maes, A, et.al. Seminars in Nuclear Medicine, 2018, 48(2), 108-130 Unraveling the Cause of Anuria Post Kidney Transplantation by Renal Scintigraphy. Van Keerberghen, C,Naesens, M,Gheysens, O, et.al. Clinical Nuclear Medicine, 2018, 43(12), 458-459 Updated Alternative Fistula Risk Score (ua-FRS) to Include Minimally Invasive Pancreatoduodenectomy: Pan-European Validation. Mungroop TH, Klompmaker S, Wellner UF, Steyerberg EW, Coratti A, D’Hondt M, de Pastena M, Dokmak S, Khatov I, Saint-Marc O, Wittel U, Abu Hilal M, Fuks D, Poves I, Keck T, Boggi U, Besselink MG; European Consortium on Minimally Invasive Pancreatic Surgery (E-MIPS). Annals of Surgery. 2019
The Spinnaker-Sail Sign: Neonatal Pneumomediastinum. Vanden Berghe, S,Devlies, F,Seynaeve, P, et.al. Journal of the Belgian Society of Radiology, 2018, 102 (1), 51
Use of 18F-fluorodeoxyglucose positron emission tomography in the diagnosis of polymyalgia rheumaticaA prospective study of 99 patients. Henckaerts,L,Gheysens,O,Vanderschueren, S, et.al. Rheumatology, 2018, 57(11), 1908-1916
The use of magnetic resonance imaging (MRI) in forensic age estimation of living children, adolescents, and subadults : protocol for a systematic review and preliminary results Pauwels, N., Verstraete, K., Thevissen, P, et.al. 2018, Seattle – Amerika
Vascular anatomy of the posterior circulation Parts I and II Organization and patient triage Balloon Guide Catheters EXMINT 1.1 Andersson, T. November 2018,Praag - Tsjechië
The use of uHear™ to screen for hearing loss in older patients with cancer as part of a comprehensive geriatric assessment. Lycke M, Debruyne PR, Lefebvre T, Martens E, Ketelaars L, et.al. Acta Clinica Belgica, 2, 73, 132-138
Weightbearing CT analysis of the normal hindfoot – Presence of a constitutional valgus? Burssens, A,Leenders, T,Clockaerts, S, et.al. Foot Ankle Surgery, 2018, 24,213-218
Three-dimensional displacement after a medializing calcaneal osteotomy in relation to the osteotomy angle and hindfoot alignment. Peiffer, M,Belvedere, C,Clockaerts, S, et.al. Foot Ankle Surgery, 2018
34
Trapeziometacarpal stabilization through dorsoradial ligament reconstruction: An early post-surgery in vivo biomechanical analyses. Kerkhof, F,Vereecke E,Vanovermeire O, et.al. Journal of orthopaedic research, 2018, 36(11), 2851-2864
Weightbearing CT in normal hindfoot alignment – Presence of a constitutional valgus? Burssens A, Van Herzele E, Leenders T, Clockaerts S, Buedts K, et al. Foot and Ankle Surgery, 2018,24(3),213-218
AZ GROENINGE BEHAALT VOOR DE DERDE MAAL HET JCIKWALITEITSLABEL
INTERNATIONALE ERKENNING VOOR VEILIGE EN KWALITEITSVOLLE ZORG Het label staat synoniem voor kwaliteitsvolle en veilige zorg. JCI legt internationale standaarden en normen vast die erover waken dat patiënten in een ziekenhuis kunnen rekenen op de beste zorg. az groeninge is sinds 2013 JCI-geaccrediteerd. “In de maand mei bezocht een team van 4 internationale experts onze campus Kennedylaan en onze stadscampus Reepkaai. Van de kelder tot het dak werd ons ziekenhuis uitgekamd,” zegt Veerle Van Hauwaert, kwaliteitsmedewerker.
Niet minder van 1100 meetpunten werden afgetoetst. Slechts bij 26 werd een opmerking tot verbeteren geformuleerd. “Op geen enkel meetpunt kregen we een onvoldoende. De auditoren waren het er over eens: az groeninge is een excellent ziekenhuis met een enthousiaste staf wat resulteert in tevreden patiënten,” aldus CEO Inge Buyse. “Het doet deugd om een goed rapport te krijgen, wat als ziekenhuis met deze schaalgrootte niet zo vanzelfsprekend is.
We gaan gemotiveerd aan de slag met de feedback die we kregen om nog betere kwalitatieve en veilige zorg te verstrekken. De erkenning is geen einddoel. Veilige zorg van de hoogste kwaliteit is een continu proces,” vult kwaliteitsmanager Dave Allegaert aan. “Ik hou eraan om alle 3000 medewerkers, 250 artsen en 200 vrijwilligers te bedanken voor hun inzet en engagement. Dat we voor de derde keer dit kwaliteitslabel krijgen, is de verdienste van hen allemaal. Samen elke dag werken aan de beste zorg. Yes, we can.” besluit een gelukkige CEO.
35
TRAVEL CLINIC AZ GROENINGE Reisplannen naar een (sub)tropische bestemming? U kan bij de reiskliniek van az groeninge terecht voor de nodige vaccinaties en gezondheidsadviezen. U krijgt er uitleg over bescherming tegen malaria, reizigersdiarree en andere gezondheidsrisico’s op reis. Het team van de reiskliniek bestaat uit Dr. Olivier Schockaert en Dr. Pieter Samaey.
#REISKLINIEK
AM PASSAGIERSNA
VLUCHT
AZG001
DATUM
ZETEL
01A
AK:
SPRA MAAK EEN AF
VAN: NAAR: GATE:
E BOARDING TIM
E043 RTRIJK AN 4, 8500 KO T KENNEDYLA EN ID ES PR E, GROENING REISKLINIEK AZ
MAAK EEN AFSPRAAK VIA • azgroeninge.be/reiskliniek • MyNexuzApp • T 056 63 35 20
t k kan je terech In de reisklinie id he nd zo je ge voor alles rond inaties, malaria cc va : en iz re en s, ie dv sa id ndhe middelen, gezo ... e ën gi hy /reiskliniek azgroeninge.be p MyNexuzAp t. 056 63 35 20
.BE AZGROENINGE REISKLINIEK@