ACTA
GROENINGE WETENSCHAPPELIJK TIJDSCHRIFT
NR 25 � JAN 2017
DYSFAGIE
diagnostisch tweeluik
STEREOTACTISCHE RADIOCHIRURGIE
van hersenmetastasen
ZORGPAD ALCOHOL
in en rond het algemeen ziekenhuis
1
IN DIT NUMMER 12
Behandeling hersenmetastasen door radiochirurgie
04
‘Golf na golf ontdekt de nieuwe wereld’
11
Zorgpad alcohol
Bewegenissen
24
18 VOLG ONZE VERHUISPLANNEN:
Dysfagie: diagnostisch tweeluik
Nieuwe artsen
28
29
Wetenschappelijke publicaties 2
ACTAGROENINGE
az groeninge verhuist MAART & APRIL 2017
H
et redactiecomité vroeg me om ditmaal het voorwoord te schrijven met de wens om bij het beëindigen van mijn taak als CEO van az groeninge een aantal “goede adviezen” mee te geven. Voor az groeninge breken nieuwe tijden aan. Na 17 jaar postfusionair opbouwen, betrekken we met alle acute zorg spiksplinternieuwe gebouwen. Dat samenbrengen schept heel wat nieuwe mogelijkheden om verder multidisciplinair en interziekenhuis betere zorg aan te bieden. De voorbije jaren hebben we in az groeninge niet alleen een fysiek nieuw gebouw gerealiseerd. az groeninge is fundamenteel in zijn kernbezigheden geëvolueerd en dat kon de lezer van dit tijdschrift nummer na nummer vaststellen. De verhuizing naar campus kennedylaan is geen eindpunt maar een startpunt voor een nieuwe maatschappelijke taakstelling en situering voor ons ziekenhuis. Heel wat medische en verpleegkundige diensten investeren zowel in materiaal als in menselijk kapitaal om een vooraanstaande plaats te kunnen innemen in het gezondheidslandschap in Vlaanderen. Brede samenwerking met ziekenhuizen en eerste lijn eist een grondig zelfonderzoek naar de taakstelling van az groeninge. Vaak staan de financieringssystemen van ziekenhuizen en van de zorgverleners een gezamenlijk aanbod in de weg. Wetenschappelijke argumenten om zaken samen te doen en op te bouwen, zijn voorlopig niet opgewassen tegen het financiële instellings- en
zorgverlenersdenken. De overheid zit bovendien vooral in een niet te stoppen besparingslogica, waardoor noodzakelijke herschikkingen, die dikwijls tussentijdse financiële middelen eisen, zeer moeizaam tot stand komen. Indien de besparingslogica verder de absolute overhand heeft, is elke zuurstof afwezig om een verantwoorde (wetenschappelijke) herschikking van het zorglandschap te realiseren. Ondanks die toch wel ernstige externe bedreiging, zowel inzake kwaliteitsvolle zorg als toegankelijkheid, zoekt az groeninge met het E17netwerk en de vele partners naar haalbare antwoorden waar patiënten en medewerkers beter van worden. Ik kijk met veel interesse uit naar de verdere uittekening van het nieuwe az groeninge en wil bij deze ook iedereen heel hartelijk danken voor het vertrouwen en het gemeenschappelijke engagement.
‘Geen testament noch zwanenzang’
JAN DELEU ALGEMEEN DIRECTEUR 2001-2016, MET PENSIOEN SINDS 1 JAN. 2017 (ELEKTRONISCH ADRES: DELEU.JAN@GMAIL.COM)
COLOFON ACTA GROENINGE Dit tijdschrift
verschijnt tweemaal per jaar en wil een overzicht geven van de medische, zorgverstrekkende en organisatorische activiteiten binnen az groeninge.
REDACTIECOMITÉ dr. Jeroen Ceuppens, dr. Kathleen Croes, dr. Wouter De Corte, dr. Marc Decupere, Guido Demaiter, Veerle De Wispelaere, Evi Martens, dr. Dirk Peeters REDACTIEADRES dr. Dirk Peeters, Pres. Kennedylaan 4 | 8500 Kortrijk; t. 056 63 34 20 - f. 056 63 34 29, dirk.peeters@azgroeninge.be GRAFISCH CONCEPT Stapel Magazinemakers www.stapel.be Uitgegeven in opdracht van het wetenschappelijk comité van az groeninge
DIT TIJDSCHRIFT IS OOK TE RAADPLEGEN VIA www.azgroeninge.be /azgpublicaties
VOLG DE ACTUALITEIT VAN AZ GROENINGE VIA www.twitter.com/azgroeninge www.facebook.be/azgroeningekortrijk
3
ALCOHOL IN EN ROND HET ALGEMEEN ZIEKENHUIS HET ZORGPAD DR. KOEN TITECA CENTRUM PSYCHIATRIE
4
ACTAGROENINGE
SANNE DECOSTER PROJECTMEDEWERKER ZORGPAD ALCOHOL
JASMIEN DE DONCKER VAD
Heel wat gebeurtenissen zoals een verjaardag, een geboorte of een etentje gaan gepaard met het drinken van een glas cava of een pintje bier. Het gebruik van alcohol is maatschappelijk aanvaard. Het is met andere woorden een deel van onze cultuur geworden. Maar niet iedereen kan het alcoholgebruik onder controle houden, wat heel wat risico’s met zich meebrengt. In dit artikel staan we stil bij die risico’s, de behandeling en de preventie van alcoholgerelateerde problemen in en rond het algemeen ziekenhuis.
steeds dezelfde hoeveelheid alcohol. Zo bevat een standaardglas in Vlaanderen gemiddeld 10g of ongeveer 12,7 ml pure alcohol. Het overzicht in figuur 1 geeft per soort alcoholhoudende drank en zijn respectievelijk volume weer met hoeveel standaardglazen dat overeenstemt. Door zijn verdovende werking onderdrukt alcohol het centrale zenuwstelsel. Het werkt in op de verschillende hersengebieden waardoor mensen zich wat losser, enthousiaster en socialer gedragen. Maar tegelijkertijd zal vaak ook de concentratie en de reactiesnelheid afnemen en geraakt het evenwicht verstoord. Die verschijnselen kunnen leiden tot gevaarlijke situaties, met een mogelijke ziekenhuisopname tot gevolg. Het effect van alcohol hangt niet alleen af van de hoeveelheid die je drinkt. Ook je geslacht, je leeftijd en je FIG 1 lichaamsgewicht bepalen mee het effect. Zo zijn Figuur 1: De Doncker, J., De Donder, E. & Möbius, D. (2015). Dossier alcohol. Brussel: VAD ouderen en jongeren bijvoorbeeld gevoeliger voor de negatieve WAT IS ALCOHOL? effecten van alcohol. Alcohol (ethanol, ethylalcohol) is een ALCOHOLGEBRUIK IN BELGIË kleurloze en smaakloze vloeistof. Het In 2012 dronken de Belge n gemiddeld is niet de alcohol die alcoholische 9,75 liter pure alcohol (per hoofd van de drankjes zo aantrekkelijk maakt maar de totale bevolking). 84% van de Vlamingen chemicaliën die erin worden verwerkt van 15 jaar of ouder dronk het afgelopen tijdens het productieproces. Zo ontstaat jaar alcohol (cijfers gezondheidsenquête alcohol door de gisting van de suikers uit 2013). Wat het dagelijks gebruik van granen of fruit. Op basis van het product alcohol betreft, dronk 13% van de waaruit men vertrekt, kunnen we drie Vlamingen in datzelfde jaar dagelijks belangrijke soorten alcoholhoudende alcohol. Dat fenomeen blijkt te stijgen dranken onderscheiden: bier, wijn en met de leeftijd en is het hoogst bij 55- tot sterkedrank. Door het distilleren wordt 64-jarigen. In die leeftijdsgroep drinkt één een hoger alcoholpercentage bereikt. op de vier personen dagelijks. Wekelijkse Het lijkt dus alsof je bij het drinken drinkers consumeren gemiddeld tien van een glas sterkedrank meer alcohol glazen alcohol per week. Bij 10% van de binnenkrijgt dan bij een glas wijn. Door Vlaamse bevolking is er problematisch standaardglazen te gebruiken is dat niet alcoholgebruik. Er is sprake van zo. In een standaardglas zit namelijk 5
FIG 2
FYSIEKE EN MENTALE EFFECTEN VAN ALCOHOL BIJ VERSCHILLENDE BAC-NIVEAUS
problematisch gebruik bij een score van 2 of hoger op de CAGE (cut down, annoyed, BAC Mg/100ml guilty, eye opener). Het problematisch Daarnaast noteren we ook heel wat lichamelijke gevolgen door gebruik van alcoholgebruik is met 5% gestegen tussen 2001 (figuur 4). de mond, keel en slokdarm in de maag terecht. Via maagen Remmingen verdwijnen, lichte euforie en 2013. 3030Alcohol komt via Afname van van vaardigheden en (90-98%) beoordelingsvermogen darmwand de alcohol in pure vorm in het bloed en 5050komt het merendeel Afname van de motoriek 80 wordt het ook 80 verspreid over het hele lichaam. Na ongeveer 10 minuten, wanneer alcohol Risico op ongevallen verdubbelt voelen we de effecten van alcohol.IMPACT VAN ALCOHOL ter hoogte van de hersenen begint in te werken, Praatziek, triomfantelijk, agressief 100 voor ongeveer Alcohol100 wordt 90% door de lever afgebroken. Doordat alcohol in hetZoals helehierboven al vermeld, heeft Risico op ongevallen vertienvoudigt 160 alcohol een verdovend effect op de lichaam160 terechtkomt, heeftMompelen, het ookwankelen een impact op heel wat organen. Zo blijkt er een 200 hersenen, wat maakt dat alcohol ook een verband te zijn tussen alcoholgebruik en meer dan 200 verschillende ziekten en 200 Coma 400 verwondingen zoals leverziekten, aandoeningen invloed heeft op vitale levensfuncties Dood door cardiovasculaire ademhalingsfalen of inademen van braakselof kankers. Heel wat 400 aandoeningen worden veroorzaakt door langdurig overmatig gebruik van alcohol, maar zoals ademhaling en bewustzijn. Een Figuur 2: De Doncker, De Donder, E & M Bius, D (20115).kan Dossier alcohol. Brussel ook een J.,laag consumptieniveau het risico op VAD bepaalde aandoeningen verhogen.teZo hoge dosis alcohol kan bijgevolg neemt het risico op borstkanker toe vanaf één standaardglas alcohol per dag. In 2012 bewusteloosheid veroorzaken. Hiernaast werd het aantal sterftes ten gevolge van alcohol wereldwijd geschat op 3,3 miljoen of wordt een overzicht gegeven van de 5,9% van het totale aantal sterftegevallen (WHO, 2014). fysieke en mentale effecten van alcohol FIG OVERZICHT LICHAMELIJKE GEVOLGEN bij verschillende concentraties van alcohol 3 in het bloed (Bloedalcoholconcentratie of BAC) (figuur 2). Daarnaast noteren we ook heel wat lichamelijke gevolgen door gebruik van alcohol (figuur 3). Alcohol komt via de mond, keel en slokdarm in de maag terecht. Via maag- en darmwand komt het merendeel van de alcohol (90-98%) in pure vorm in het bloed en wordt het verspreid over het hele lichaam. Na ongeveer 10 minuten, wanneer alcohol ook ter hoogte van de hersenen begint in te werken, voelen we de effecten van alcohol. Alcohol wordt voor ongeveer 90% door de lever afgebroken. Doordat alcohol in het hele lichaam terechtkomt, heeft het ook een impact op heel wat organen. Zo blijkt er een verband te zijn tussen alcoholgebruik en meer dan 200 verschillende ziekten en verwondingen zoals leverziekten, cardiovasculaire Figuur 4: Overzicht lichamelijke gevolgen (geraadpleegd van http://www.alcoholhulp.be/probleemgebruik-risicos) aandoeningen ofOpmerking kankers. Heel wat Sanne stuurt een [DWV2]: Figuur 3: www.alcoholhulp.be/probleemgebruikrisicos mailtje naar hen voor gebruik van illu aandoeningen worden veroorzaakt door Om de risico's van alcoholgebruik te beperken, wordt er aangeraden om niet meer dan langdurig overmatig gebruik van alcohol, tien standaardeenheden per week te drinken. Wie helemaal geen risico wil lopen, drinkt maar ook een laag consumptieniveau beter geen alcohol. Als je wel alcohol drinkt, spreid je het gebruik best over meerdere kan het risico op bepaalde aandoeningen dagen in de week en drink je een aantal dagen niet. Jongeren onder de 18 jaar drinken verhogen. Zo neemt het risico op best geen alcohol en ook bij zwangerschap is geen alcohol drinken de veiligste optie borstkanker toe vanaf één standaardglas (alcoholnorm VAD, 2016). alcohol per dag. In 2012 werd het Naast het feit dat alcohol een roesmiddel is en heel wat lichamelijke gevolgen kan aantal sterftes ten gevolge van alcohol veroorzaken, zijn er ook de maatschappelijke kosten en baten van alcoholgebruik. wereldwijd De geschat op 3,3 miljoen of directe en indirecte kosten van verslavende middelen in België werd in 2012 geraamd op 5,9% van het totale aantal sterftegevallen 4,6 miljard euro of 419 euro per inwoner. 45% of 2,1 miljard euro van de sociale kost (WHO, 2014). van middelenmisbruik is te wijten aan alcohol. In 2014 ging zo’n 10% van het Om de risico’s van alcoholgebruik te huishoudelijk budget uit naar alcoholische dranken. Hierbij gaat het uitsluitend over geld beperken, wordt er aangeraden om niet dat in winkels besteed wordt en dus niet in de horeca. meer dan tien standaardeenheden per week te drinken. Wie helemaal geen risico wil lopen, drinkt beter geen alcohol. Als 6
ACTAGROENINGE
je wel alcohol drinkt, spreid je het gebruik best over meerdere dagen in de week en drink je een aantal dagen niet. Jongeren onder de 18 jaar drinken best geen alcohol en ook bij zwangerschap is geen alcohol drinken de veiligste optie (alcoholnorm VAD, 2016). Naast het feit dat alcohol een roesmiddel is en heel wat lichamelijke gevolgen kan veroorzaken, zijn er ook de maatschappelijke kosten en baten van alcoholgebruik. De directe en indirecte kosten van verslavende middelen in België werd in 2012 geraamd op 4,6 miljard euro of 419 euro per inwoner. 45% of 2,1 miljard euro van de sociale kost van middelenmisbruik is te wijten aan alcohol. In 2014 ging zo’n 10% van het huishoudelijk budget uit naar alcoholische dranken. Hierbij gaat het uitsluitend over geld dat in winkels besteed wordt en dus niet in de horeca.
HOEVEEL IS TE VEEL? De vraag is uiteraard : ‘Wanneer gebruiken we te veel alcohol of hoeveel alcohol is te veel? ’. In de literatuur wordt er een onderscheid gemaakt tussen riskant, schadelijk en problematisch alcoholgebruik (Babor & Higgins-Biddle, 2010). Bij riskant gebruik spreken we van een verhoogd risico op schadelijke gevolgen door het gebruik. Er wordt te veel alcohol geconsumeerd zonder onmiddellijke gevolgen. Iemand die drinkt en daarna met de auto rijdt zonder schade te berokkenen, vormt hiervan een voorbeeld. Schadelijk alcoholgebruik is het drinken van alcohol met fysieke, psychische of sociale schade. Problematisch gebruik gaat gepaard met fysieke, psychische én sociale problemen. In feite is er een continuüm dat gaat van niet-problematisch naar riskant tot problematisch alcoholgebruik. In de DSM-V spreekt men over een ‘stoornis in het gebruik van middelen’, met drie subcategorieën namelijk beperkt, matig en ernstig. Op basis van elf criteria wordt de ernst van de stoornis vastgesteld (figuur 4).
FIG 4
STOORNIS IN HET GEBRUIK VAN ALCOHOL
1. Alcohol wordt vaak gebruikt in grotere hoeveelheden of langduriger dan de bedoeling was. 2. Er is een persisterende wens of er zijn vergeefse pogingen om het alcoholgebruik te minderen of in de hand te houden. 3. Veel tijd wordt besteed aan activiteiten die nodig zijn om aan alcohol te komen, alcohol te gebruiken, of te herstellen van de effecten ervan. 4. Hunkering, of een sterke wens of drang tot alcoholgebruik. 5. Recidiverend alcoholgebruik, met als gevolg dat de belangrijkste rolverplichtingen niet worden nagekomen op het werk, op school of thuis. 6. Aanhoudend alcoholgebruik ondanks persisterende of recidiverende sociale of interpersoonlijke problemen, veroorzaakt of verergerd door de effecten van alcohol. 7. Belangrijke sociale, beroepsmatige of vrijetijdsactiviteiten zijn opgegeven of verminderd vanwege het alcoholgebruik. 8. Recidiverend alcoholgebruik in situaties waarin dat fysiek gevaar oplevert. 9. Het alcoholgebruik wordt gecontinueerd ondanks de wetenschap dat er een persisterend of recidiverend lichamelijk of psychisch probleem is dat waarschijnlijk is veroorzaakt of verergerd door de alcohol. 10.Tolerantie, zoals gedefinieerd door één van de volgende kenmerken: a. Behoefte aan een duidelijk toegenomen hoeveelheid alcohol om een intoxicatie of het gewenste effect te bereiken. b. Een duidelijk verminderd effect bij voortgezet gebruik van dezelfde hoeveelheid alcohol. 11. Onttrekkingssymptomen, zoals blijkt uit minstens één van de volgende kenmerken: a. Het kenmerkende onttrekkingssyndroom van alcohol. b. Alcohol wordt gebruikt om onttrekkingssymptomen te verlichten of te voorkomen. Figuur 4: American Psychiatric Association. (2013). DSM5.
ALCOHOLPROBLEMEN IN HET ZIEKENHUIS Algemene ziekenhuizen en in het bijzonder spoeddiensten worden regelmatig geconfronteerd met alcoholproblemen. Uit de Minimale Klinische Gegevens (MKG) van az groeninge blijkt dat de reden van opname in 2014 bij 12% van het aantal gehospitaliseerde patiënten gelinkt was aan alcohol. Die problematiek situeert zich voornamelijk op de psychiatrische verpleegeenheden maar uit de registratie blijkt dat alcoholproblemen regelmatig op alle andere afdelingen voorkomen, in het bijzonder de afdelingen neurologie, gastro-enterologie en de spoeddienst. Uit een bevraging van 144 personeelsleden van az groeninge blijkt 77,1% wekelijks geconfronteerd te worden met probleemdrinkers. Daartegenover vindt ongeveer een derde van de medewerkers op somatische diensten dat ze onvoldoende weten over de aanpak van drankproblemen om hun taak uit te voeren bij het werken met probleemdrinkers. Daarnaast voelt 22,9% van de hulpverleners van somatische diensten zich tekortschieten in de behandeling van probleemdrinkers. Medewerkers gaven volgende probleemgebieden aan: screening op alcoholgebruik, nood aan opleiding,
nood aan eenduidige aanpak van delier, opvolging van patiënt na ontslag, afspraken tussen verschillende diensten, nood aan informatie en aandacht voor doorverwijzing.
2014, DE OPSTART VAN HET PROJECT Sinds 2014 rollen we in az groeninge het federaal project “zorgpad alcohol” uit. Dat project heeft als doel de aanpak van alcoholproblemen te optimaliseren. De projectmedewerker heeft onder meer volgende deeltaken: de sensibilisering over alcoholproblematiek, de vorming van het personeel, de ondersteuning van de medische teams in de psychosociale aanpak van alcoholproblemen, de uitbouw van een vroeg-interventieaanbod op de spoeddienst, de afstemming van de verschillende diensten in het omgaan met alcoholproblemen en de implementatie van een zorgpad alcohol. Die doelstellingen werden onder leiding van de stuurgroep van dit project (Katrien Smessaert, Koen Titeca, Sanne Decoster en Jasmien De Doncker) en met behulp van het zeven-fasenmodel van het Netwerk Klinische Paden KU Leuven (Vanhaecht, 2011) uitgewerkt. Zo werd
er samen met het verbeterteam met referenten van elke pilootafdeling (gastro-enterologie, spoeddienst,
7
neurologie, orthopedie, traumatologie en psychiatrie) een klinisch zorgpad ontwikkeld.
HET ZORGPAD ALCOHOL
‘Hoe vaak drinkt u 5(vrouw) of 7 (man) of meer standaardeenheden alcohol per gelegenheid?’
8
ACTAGROENINGE
Een eerste belangrijke doelstelling betreft screening op riskant of schadelijk alcoholgebruik. Momenteel bevragen de pilootdiensten en de preoperatieve dienst elke patiënt die opgenomen wordt in az groeninge naar zijn alcoholgebruik. Dat gebeurt aan de hand van de Modified Single Alcohol Screening Question (Coulton, 2009): “Hoe vaak drinkt u 5(vrouw)/7(man) of meer standaardeenheden alcohol per gelegenheid?”. Afhankelijk van het antwoord hierop worden een aantal acties ondernomen. Patiënten die positief scoren (antwoorden “dagelijks”, “wekelijks” of “maandelijks”) krijgen informatie. Die informatie bestaat uit een kort advies op basis van FRAMES (Miller & Rollnick, 2002, figuur 5) en de brochure ‘Alcohol, hoeveel is teveel?’ (figuur 6). Als de patiënt negatief scoort en er dus geen riskant of schadelijk gebruik is (antwoorden “bijna nooit”, “minder dan maandelijks”), hoeft de verpleegkundige geen acties te ondernemen, tenzij het een alcoholgerelateerde opname betreft (bv. snijwonde of fractuur na overmatig alcoholgebruik). Dan krijgt de patiënt alsnog een kort advies en een brochure. Onderzoek is het er immers over eens dat de spoeddienst een ideale plaats is om te screenen en kortdurend te interveniëren, gezien de hoge prevalentie van patiënten met alcoholgerelateerde problemen en de traumatische ervaring. Kortdurende interventies op basis van screeningsresultaten en op basis van FRAMES blijken effectief te zijn bij patiënten die overmatig of riskant drinken. De interventie dient wel zo snel mogelijk te gebeuren. Een eventuele opvolging door een andere medewerker (bv. door een liaisonmedewerker) kan de effectiviteit van de kortdurende interventie verhogen (Möbius et al., 2014). Op de spoeddienst van az groeninge werden van april t.e.m. juli 2016 gemiddeld 896 screenings per maand uitgevoerd. Daarvan screent 15% van
de patiënten positief op de MSASQ (antwoorden “dagelijks”, “wekelijks” of “maandelijks”) (figuur 7). Voor die laatste groep van patiënten voorzien we in zorg op maat door de kortdurende interventie, de eventuele opstart van het ontwenningsschema alcohol, dat geïntegreerd is in het elektronisch patiëntendossier, en een ondersteunend consult van het liaisonteam psychiatrie (zie verder). Delierpreventie is een tweede doelstelling. Wanneer een patiënt met problematisch alcoholgebruik plots stopt of mindert met drinken, kan dat ontwenning veroorzaken. We spreken dan over een alcoholonttrekkingssyndroom (figuur 8). De eerste symptomen van ontwenning treden meestal op tussen 6 en 24 uur na de laatste alcoholinname. Die symptomen zijn absoluut niet onschuldig. Wanneer niet behandeld, kunnen er tonisch-klonische insulten of delirium door onttrekking van alcohol optreden. Bij een positieve MSASQ schatten we bij opname het risico op ontwenning in door het dagelijks alcoholgebruik van de voorbije weken te bevragen. Bij patiënten die risico hebben op ontwenning starten we het ontwenningsschema alcohol op. Dat schema is gebaseerd op de opvolging van ontwenningsparameters a.d.h.v. de Clinical Institute Withdrawal Assessment for Alcohol scale revised (CIWA-Ar). Patiënten krijgen via dat staand order de juiste opvolging in het ziekenhuis. De verpleegkundige volgt hierbij de patiënt van nabij en controleert om de twee uur bloeddruk, hartslag en andere parameters zoals tremor, misselijkheid of braken, angst, agitatie, hoofdpijn (CIWA-Ar). Bij een score van 10 of meer op de CIWAAr wordt gestart met de toediening van Valium®. Dat gebeurt steeds per 2 comprimés van 10 mg (zie interne procedure ontwenningsschema alcohol). Ten derde biedt het ziekenhuis binnen dit zorgpad alcohol ook extra professionele ondersteuning voor deze groep patiënten. Bij elke positieve screening, of bij elke vraag van de patiënt zelf, wordt het liaisonteam psychiatrie in consult gevraagd.
en nt
ed oe heden d n die
FIG 5
FIG 6 Figuur 5: Möbius, D. (2013). Een gesprek over alcohol. Een korte interventie op de spoeddienst. Achtergronddossier. VAD
FIG 7
oordelijkheid benadrukt. Het is de gebruik.
emen en/of uit te voeren. Het kan ook erleningsmogelijkheden er bestaan.
n een goede manier is om een en aantal keuzemogelijkheden aan te ansluit bij zijn of haar leefsituatie.
een essentieel element in het n niet-veroordelende houding is veel e houding.
e cliënt is een voorwaarde voor een
e op de spoeddienst. Achtergronddossier. VAD
nst een ideale plaats is om te ge prevalentie van patiënten met aring. Kortdurende interventies op S blijken effectief te zijn bij tie dient wel zo snel mogelijk te
SCREENING MSASQ april - juli 2016 spoeddienst (n=896)
7% 5%7% 3%
4% 3%
at uit , eel?’ n Figuur 8: Brochure Alcohol. BROCHURE ALCOHOL. Hoeveel is te veel? (VAD, 2014) it”, HOEVEEL IS TE VEEL? geen de opname betreft (bv. snijwonde patiënt alsnog een kort advies en
zijn van zijn gezondheidstoestand robleem. Het is belangrijk om de n situatie kan gaan nadenken.
FRAMES (Miller & Rollnick, 2002)
(Bijna) nooit Minder dan maandelijks
15%
Maandelijks Wekelijks
70%
Dagelijks
Figuur 7: Feedbackfiche spoeddienst, mei 2016
FIG 8
ALCOHOLONTTREKKINGSSYNDROOM A. Staking (of mindering) van alcoholgebruik dat fors en langdurig is geweest. B. Twee (of meer) van de volgende kenmerking ontstaan binnen enkele uren tot een paar dagen na het staken (of minderen) van het alcoholgebruik zoals beschreven in criterium A: 1. Autonome hyperactiviteit (bijvoorbeeld transpireren of een polsfrequentie hoger dan 100 per minuut). 2. Toegenomen tremor van de handen. 3. Insomnia. 4. Misselijkheid of braken. 5. Passagère visuele, tactiele of auditieve hallucinaties of illusoire vervalsingen. 6. Psychomotorische agitatie. 7. Angst. 8. Gegeneraliseerde tonisch-klonische insulten. C. De klachten of verschijnselen van criterium B veroorzaken klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of in het functioneren op andere belangrijke terreinen. D. De klachten of verschijnselen kunnen niet worden toegeschreven aan een somatische aandoening en kunnen niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis, waaronder intoxicatie- of onttrekkingssymptomen van een ander middel.
Figuur 8: American Psychiatric Association. (2013). DSM 5.
9
Acties LTP Informatie gegeven Heropname/overname psychiatrie Doorverwijzing ambulante zorg Doorverwijzing residentiële zorg
145 8 27 6
73% 4% 14% 3% 1%
Wachtlijst psychiatrie (DAM) 1 Een liaisonmedewerker komt binnen 72 uur langs bij de patiënt om die Begeleiding sociale 33 17% dienst/psychologen/psychiaters verder te ondersteunen, motiveren en eventueel door te verwijzen. Met
zo’n consult bereikten we in 2016 gemiddeld 22 patiënten per maand, waar dat er in 2015 maar 13 waren. Het liaisonteam legt de focus op het Informatie geven 73% geven van correcte informatie aan de patiënt. In 18% van de consulten Doorverwijzing ambulant of residentieel 21% gebeurt er eenBegeleiding ambulante ofdienst residentiële (figuur 9). sociale en/of liaisondoorverwijzing psychiater 17% Sinds de opstart van het zorgpad in 2014 zag het liaisonteam 271 unieke patiënten. Slechts twee patiënten weigerden een gesprek met de liaisonmedewerker.
FIG 9
ANALYSE LIAISONCONSULTEN I.K.V. ZORGPAD ALCOHOL
Acties Liaison team psychiatrie 2016 80%
73%
Acties liaisonteam psychiatrie 2016
70% 60% 50% 40% 30%
21%
20%
17%
10% 0%
Informatie geven
Doorverwijzing ambulant of residentieel
Begeleiding sociale dienst en/of liaison psychiater
REFERENTIES - American Psychiatric Association (APA) (2014). Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen DSM-5. Nederlandse vertaling van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth edition. Amsterdam: Boom. - Babor, T.F., & Higgins-Biddle, J.C. (2001). Brief intervention for hazardous and harmful drinking: a manual for use in primary care. World Health Organization, Department of Blood Safety and Clinical Technology. - De Doncker, J., De Donder, E. & Möbius, D. (2015). Dossier alcohol. Brussel: VAD. - De Donder, E., Möbius, D. (2015). Factsheet alcohol. Brussel: VAD. - Gisle L, Demarest S. (ed.) Gezondheidsenquête 2013. Rapport 2: Gezondheidsgedrag en leefstijl. Samenvatting van de onderzoeksresultaten D/2014/2505/71 – Intern referentienummer: PHS Report 2014-49 - Lievens, D., Vander Laenen, F., Verhaeghe, N., Schils, N., Putman, K., Pauwels, L., ... & Annemans, L. (2016). The social cost of legal and illegal drugs in Belgium (Vol. 51). Maklu. - Möbius, D., Defillet, T., Titeca, K., Gunst, G., Kindt, K., & Rens, B. (2014). Met vallen en opstaan: alcohol aanpakken op de spoed. Verslaving, 10(2), 42-56. - Möbius, D. (2013). Een gesprek over alcohol. Een korte interventie op de spoeddienst. Achtergronddossier. VAD - Vanhaecht, K., Van Gerven, E., Deneckere, S., Lodewijckx, C., Panella, M., Vleugels, A., Sermeus, W. (2011). 7-fasenmodel voor de ontwikkeling, implementatie, evaluatie en continue opvolging van zorgpaden. Tijdschrift voor Geneeskunde, 67(10), 473-481. - World Health Organization. (2014). Global status report on alcohol and health. World Health Organization. - www.alcoholhulp.be/probleemgebruik-risicos
10
ACTAGROENINGE
BESLUIT Overmatig gebruik van alcohol is een vaak voorkomend en ernstig gezondheidsprobleem. In az groeninge worden hulpverleners regelmatig geconfronteerd met de negatieve gevolgen van alcohol. Met de ontwikkeling van het zorgpad alcohol krijgen patiënten met riskant, schadelijk of problematisch alcoholgebruik zorg op maat en trachten we hulpverleners een aantal handvatten aan te reiken om met die problematiek om te gaan. Dankzij dit project is er groeiende aandacht voor alcoholproblemen door de hulpverleners. Dit project zorgt in az groeninge voor gestandaardiseerde screening, detoxificatie, educatie en therapie bij patiënten met problematisch alcoholgebruik.
EXODUS
O
p het moment dat u dit leest, is het reeds gebeurd. Of juister, zou het moeten aan het gebeuren zijn. De ene na de andere golf nieuwe inwijkelingen overspoelt de nieuwbouw aan de President Kennedylaan. Hopend op een betere toekomst en vol goede moed trekt de één na de ander zwaar beladen pelgrim moeizaam, meter na meter, kilometer na kilometer, naar het beloofde land. In sommige ogen sluimert de gloed van herwonnen hoop. Andere bedrukte gezichten getuigen van de angst en onzekerheid die rondwaart in de schemering van de korte winterdagen. Naast de zichtbare bepakking worden ook verborgen lasten meegezeuld, vaker verzwegen dan schoorvoetend gedeeld met lotgenoten. Verhalen over donkere krochten en naargeestige gebouwen waar activiteiten werden uitgeoefend in een infrastructuur die op zijn laatste benen liep. Getuigenissen ook over de vele stille helden die in alle bescheidenheid, dag na dag, bleven vechten om dat kleine vonkje brandende te houden. Dat vonkje dat het de moeite waard maakt om door te zetten. Onwetend over de vele gevaren op hun tocht en voortgedreven door dat ene doel trekken ze voort, de einder tegemoet. Veel keuze wordt hun overigens niet gelaten; kort na het verlaten van hun onderdak sinds jaar en dag, zullen de bulldozers komen, onafwendbaar en ongenadig. Plaatsen waar dag in, dag uit, ondanks de soms onmenselijke omstandigheden, mensen hun hart in hun werk gestoken hebben, zullen herbestemd worden, met nieuwe bewoners die er
geen benul van hebben wat er zich daar vroeger afspeelde, welke offers gebracht werden, welke vreugde en verdriet daar gedeeld werden, hoeveel bloed werd vergoten in naam van een hoger doel. Kamer na kamer, gang na gang, blok na blok, onherroepelijk zal alles uitgewist worden tot er niets meer overblijft buiten de vage herinneringen in het hoofd van een enkeling. Herinneringen die hopelijk verzacht worden door de ontvangst die hen wacht. Sommigen hebben, in betere tijden, al een glimp mogen opvangen van het beloofde land; vriendschappen werden toen gesmeed, onvermoed dat deze een strohalm zouden vormen om aan vast te klampen in deze uittocht, waardoor een enkel bekend gezicht in deze mensenzee een nieuw lichtpunt wordt. Maar ook de vele onbekende helpende handen verzachten het leed; iedereen wordt de weg gewezen naar zijn of haar nieuwe verblijfplaats, voedselbedeling wordt georganiseerd, en in de mate van het mogelijke wordt iedereen een job toebedeeld, die als het wat meezit, past bij de job die vroeger werd uitgeoefend. Als in een wondere utopische wereld, in schril contrast met die andere exodus, lijkt
er niemand vergeten of achtergelaten. Gescheiden families raken herenigd, verbroken vriendschapsbanden worden hersteld. Golf na golf verlaat het oude continent en golf na golf ontdekt de nieuwe wereld. En na de laatste golf mag ook pathologische anatomie. dr. Herwig Alaerts pathologische anatomie
‘Golf na golf verlaat het oude continent en golf na golf ontdekt de nieuwe wereld’
11
INLEIDING Hersenmetastasen behoren tot de meest gevreesde complicaties van kanker. Verbeterde systemische therapie leidde de laatste jaren tot een verhoogde overleving bij patiënten met gemetastaseerde kanker maar ook tot een verhoogde incidentie van hersenmetastasen, vooral omdat goede penetrantie van systemische therapie door de bloed-hersenbarrière een probleem blijft. Hersenmetastasen ontwikkelen zich bij 20 à 40 % van de patiënten met systemische kanker (1) en vertegenwoordigen ongeveer 40 % van alle intracraniële tumoren. De meeste patiënten met hersenmetastasen zijn symptomatisch en 20 à 40 % zullen hieraan uiteindelijk ook overlijden. Tot enkele jaren geleden was de radiotherapeutische standaardbehandeling bij hersenmetastasen de pancraniële bestraling, en dat gedurende meer dan 50 jaar. Hierbij worden de hersenen in hun geheel bestraald tot een bepaalde dosis, met 5x4 Gy en 10x3 Gy als meest gebruikte schema’s (2, 4). We spreken hierbij van een gefractioneerde bestraling: de totale dosis wordt immers in kleine stukjes toegediend, gebaseerd op het feit dat het gezonde hersenweefsel sneller van de dagelijkse bestralingsschade herstelt dan het tumorweefsel. Meerdere studies toonden een voordeel aan qua overleving en palliatie van neurologische symptomen ten opzichte van best supportive care (1, 3). Ondanks het fractioneren blijft de grootste bezorgdheid bij pancraniële radiotherapie evenwel het risico op schade aan het functionele hersenweefsel. Die schade kan uitgesplitst worden in acute en laattijdige schade. De acute toxiciteit bestaat hoofdzakelijk uit vermoeidheid, nausea en/of hoofdpijn, transiënte totale alopecie en verminderde eetlust en is vaak reversibel. De laattijdige toxiciteit (12 à 14 maanden na radiotherapie) daarentegen, de radiatie-leukencephalopathie, die leidt tot neurocognitieve dysfunctie (verminderde concentratie, geheugen, 12
ACTAGROENINGE
dementieel beeld) is vaak permanent en progressief.
HUIDIGE EVOLUTIE Door recente technologische evoluties in de radiotherapie bestaat nu echter de mogelijkheid om hersenmetastasen heel gericht tot een zeer hoge dosis te bestralen met een scherp dosisverval rond de tumoraflijning. Daardoor kunnen het omgevende hersenweefsel en in het bijzonder kritische structuren, zoals onder andere het chiasma opticum en de hersenstam, maximaal gespaard worden. Bij een dergelijke high-tech bestraling gebruiken we de uiterst precieze stralenbundel als een chirurgisch mes, vandaar de term ‘radiochirurgie’. Initieel spraken we van radiochirurgie als de bestralingsdosis in één fractie werd toegediend en van stereotactische radiotherapie als de bestralingsdosis in meerdere fracties (meestal niet meer dan 5) werd toegediend. Dat onderscheid is de laatste tijd wel wat aan het vervagen en we spreken meer en meer van stereotactische radiochirurgie als zijnde een hoge precisiebestraling in één of enkele fracties. Ioniserende stralen in hoge dosis veroorzaken destructie van het genetische materiaal in de tumorcel waardoor reproductie niet langer mogelijk is en de cel uiteindelijk sterft. Het effect van een radiochirurgische behandeling is dus niet direct zichtbaar. Zo zien we bij de behandeling van metastasen meestal na een zestal weken effect. Vandaar dat we een eerste MRI-grafische controle pas een 2-tal maanden na therapie inplannen.
HOE WORDT EEN PRECISIEBESTRALING TOEGEDIEND? Toediening kan gebeuren door ofwel een geavanceerde klassieke lineaire versneller (vb. Truebeam STx Novalis met 6D-robotisch gestuurde bestralingstafel, dat is het toestel dat we in az groeninge gebruiken) (figuur 1) ofwel een lineaire
STEREOTACTISCHE RADIOCHIRURGIE
VAN HERSENMETASTASEN
DR. NICK LIEFHOOGHE CENTRUM RADIOTHERAPIE 13
berekend en aangepast worden aan het doelvolume zonder de kritische stralingsdosis van omliggende structuren te overschrijden (figuur 3a, b en c). De toegediende dosis bij ‘single fraction’ varieert tussen 15-24 Gy (5), de toegediende dosis bij een gefractioneerd schema meestal tussen 24-40 Gy in 3 à 5 fracties. Ter illustratie van de grootte van de toegediende dosis bij dergelijke bestralingsvorm: een dosis van 24 Gy in een éénmalige fractie is door zijn veel hogere biologische werking het equivalent van 78 standaardbestralingsfracties van 2 Gy.
RESULTATEN EN INDICATIES
FIG
VARIAN STx Novalis 1 1: BESTRALINGSTOESTEL Figuur bestralingstoestel Varian Truebeam TRUEBEAM STxNOVALIS STxNOVALIS
versneller gemonteerd op een robotische arm (Cyberknife) ofwel een Gammaknife (201 radioactieve cobaltbronnen in ringvorm). Tot op heden kon er geen verschil in effectiviteit en toxiciteit tussen de verschillende systemen aangetoond worden. Om de precisie van de toediening te kunnen verifiëren en garanderen, werd vroeger steeds gebruikgemaakt van een FIG PATIENT MET GEPERSONALISEERD 2 stereotactisch kader dat op het hoofd BRAINLAB HOGEPRECISIEBESTRAgefixeerd werd door de neurochirurg. LINGSMASKER Mede door de opkomst van zeer geavanceerde beeldvormingsgestuurde stereotactische lokalisatiemethoden wordt tegenwoordig meer en meer overgeschakeld naar een flexibeler en comfortabeler frameless systeem, waarbij gebruikgemaakt wordt van een gepersonaliseerd bestralingsmasker (figuur 2). Er wordt een nauwkeurigheid van toediening nagestreefd van ≤ 1 mm. Na de simulatie van de patiënt (d.i. de aanmaak van het bestralingsmasker en een CT-scan in bestralingshouding) worden alle beschikbare radiologische onderzoeken (CT, MRI, PET-CT …) doorgestuurd naar een geavanceerd softwareprogramma dat in staat is om die beelden met elkaar te fusioneren. Daardoor kan de tumor uiterst nauwkeurig ingetekend worden en de Figuur 2: patiënt met gepersonaliseerd Brainlab hogeprecisiebestralingsmasker stralingsdosis zo optimaal mogelijk
14
ACTAGROENINGE
De lokale controle een jaar na behandeling varieert van ongeveer 60 tot 90 % en is vooral afhankelijk van de grootte van de te behandelen metastasen en de toegediende dosis, waarbij de lokale controle daalt naarmate de te behandelen metastasen groter zijn en de toegediende dosis lager. (6) Gelijkaardige resultaten worden echter ook verkregen bij hersenmetastasen van wat men vroeger beschouwde als radioresistente tumoren zoals melanomen, niercelcarcinomen en sarcomen. De toegediende dosis bij radiochirurgie is immers zo hoog dat radioresistentie niet langer aan de orde is. Hoewel er geen gerandomiseerde trials beschikbaar zijn die radiochirurgie rechtstreeks vergelijken met heelkunde, zijn er wel retrospectieve gegevens die een gelijkaardige overleving aantonen en een betere lokale controle (7). Anderen hebben ook de combinatie pancraniële radiotherapie + radiochirurgie vergeleken met pancraniële radiotherapie + heelkunde, met eveneens gelijkaardige overlevingscijfers (8). Verder werd ook onderzocht of de combinatie pancraniële radiotherapie + radiochirurgie zowel voordeel bood qua lokale controle en overleving tegenover uitsluitend pancraniële radiotherapie. De combinatie leidde tot een superieure lokale controle, maar overlevingsvoordeel bleek alleen het geval bij een solitaire hersenmetastase (9, 10). Uiteindelijk werd dan ook onderzocht of pancraniële therapie bij patiënten met 1
Figuur 2: patiënt met gepersonaliseerd Brainlab hogeprecisiebestralingsmasker
à 4 metastasen vervangen kon worden door radiochirurgie (10). Er werd een gelijkaardige overleving aangetoond maar ook een hogere kans op ontwikkeling van andere hersenmetastasen, wat opgevangen kan worden door nauwgezette follow-up (MRI-controle om de 2 à 3 maanden) en bijkomende radiochirurgische behandelingen. Een groot voordeel van de radiochirurgie blijft, naast de goede lokale controle, echter de geringere impact op de neurofunctionaliteit van de patiënt, wat in 2009 nogmaals door Chang et al werd aangetoond (11). Meer en meer wordt radiochirurgie of stereotactische radiotherapie ook gebruikt voor nabestraling van de resectieholte na chirurgie in plaats van de pancraniële radiotherapie. Meerdere retrospectieve studies hebben een hoge lokale controle (variërend tussen 73 en 94%) en een acceptabele toxiciteit aangetoond (12, 13, 14, 15). Stereotactische radiotherapie/ radiochirurgie is dan weer niet aangewezen als primaire behandeling bij metastasen van een kleincellig bronchuscarcinoom, een primair centraalzenuwstelsellymfoom, een kiemceltumor of wanneer er aanwijzingen zijn voor leptomeningeale metastasering. Ook is deze therapie niet aangewezen bij patiënten met een Karnofsky-score < 70 (na behandeling met corticosteroïden) of een WHO performance score > 2 en bij patiënten met een progressieve extracraniële tumoractiviteit waarvoor geen (systemische) behandelingsopties bestaan. Metastasen in de hersenstam zijn dan weer geen absolute contra-indicatie voor radiochirurgie of stereotactische radiotherapie. Over het exacte aantal metastasen dat een voordeel biedt om de patiënt te behandelen met radiochirurgie is onvoldoende gekend. De meeste studies beperken zich tot op heden tot 1 à 4 metastasen. Bij patiënten bij wie een histologische diagnose verkregen moet worden (vb. onbekende primaire tumor of lang tijdsinterval tussen gekende tumor en ontstaan van hersenmetastase) wordt de voorkeur gegeven aan resectie. Evenzo voor metastasen met een symptomatisch
3a
3a
Figuur 3a
3b
3b Figuur 3b
Figuur 3b
3c FIG 3c Figuur VOORBEELDEN VAN RADIOCHIRURGISCHE BESTRALINGSPLANNEN 3 Figuur 3a, b en c: voorbeelden van radiochirurgische bestralingsplannen
SAMENVATTING INDICATIES RADIOCHIRURGIE - patiëntenselectie tijdens multidisciplinair neuro-oncologisch overleg - 1-4 metastasen, met een diameter < 3,5 cm en zonder belangrijk massa-effect op een MRI < 4 weken oud - bij patiënten met een KPS van minstens 70 én gecontroleerde extra-craniële ziekte of extra-craniële ziekte waarvoor nog voldoende behandelingsopties bestaan
15
massa-effect of bij metastasen groter dan 3,5 à 4 cm.
WELKE NEVENWERKINGEN? De patiënt verdraagt een radiochirurgische of stereotactische behandeling doorgaans goed. Ongewenste stralingseffecten kunnen evenwel optreden en zijn vooral afhankelijk van de toegediende dosis, de grootte en de lokalisatie van de te behandelen metastase. Acute nevenwerkingen worden veroorzaakt door een lokale, transiënte zwelling van het hersenweefsel en kunnen bestaan uit nausea, hoofdpijn, epileptisch insult en vermoeidheid; symptomen die snel onder controle gebracht kunnen worden met perorale corticoïden en antiepileptica. Laattijdige nevenwerkingen zijn zeldzaam maar kunnen ernstig zijn (onder andere definitieve schade aan craniale zenuwen en radionecrose wat eveneens kan leiden tot druk op het omliggende hersenweefsel). Rigoureuze kwaliteitscontroles tijdens planning en toediening van de bestralingsdosis en verdere follow-up in de jaren na therapie blijven dan ook een noodzaak.
TOEKOMST Radiochirurgie wordt stilaan beschouwd als een routinetechniek voor de behandeling van hersenmetastasen. De beschikbare software wordt steeds geavanceerder, waardoor steeds meer metastasen simultaan behandeld zullen kunnen worden, met nog minder belasting van het tussenliggende weefsel. Logischerwijs zullen de indicaties voor pancraniële radiotherapie in de toekomst dus verder afnemen en zal radiochirurgie steeds meer op de voorgrond treden.
16
ACTAGROENINGE
SAMENVATTING INDICATIES RADIOCHIRURGIE – Patiëntenselectie tijdens multidisciplinair neuro-oncologisch overleg. – 1-4 metastasen, met een diameter < 3,5 cm en zonder belangrijk massa-effect op een MRI < 4 weken oud – Bij patiënten met een KPS van minstens 70 en gecontroleerde extra-craniële ziekte of extra-craniële ziekte waarvoor nog voldoende behandelingsopties bestaan.
REFERENTIES – Cairncross, J.G. et al (1980). Radiation therapy for brain metastases. Ann Neurol. 7:529–41. – Horton, J. et al (1971). The management of metastases to the brain by irradiation and corticosteroids. Am J Roentgenol Radium Ther Nucl Med 111:334–6. – Coia, L.R. (1992). The role of radiation therapy in the treatment of brain metastases Int J Radiat Oncol Biol Phys 23(1): 229-238. – Gelber, R.D. et al (1981). Equivalence of radiation schedules for the palliative treatment of brain metastases in patients with favorable prognosis. Cancer 48(8):1749-1753. – Shaw, E. et al (2000). Single dose radiosurgical treatment of recurrent previously irradiated primary brain tumors and brain metastases: final report of RTOG protcocol 90-05. Int J Radiat Oncol Biol Phys 47(2): 291-298. – Vogelbaum, M.A. et al (2006). Local control of brain metastases by stereotactic radiosurgery in relation to dose to the tumor margin. J neurosurg 104(6):907-12. – O’Neill, B.P. et al (2003). A comparison of surgical resection and stereotactic radiosurgery in the treatment of solitary brain metastases –
– Auchter, R.M. et al (1996). A multiinstitutional outcome and prognostic factor analysis of radiosurgery for resectable single brain metastasis. Int J Radiat Oncol Biol Phys 35(1): 27-35 – Andrews, D.W. et al (2004). Whole brain radiation therapy with or without stereotactic radiosurgery boost for patients with one to three brain metastases: phase III results of the RTOG 9508 randomised trial. Lancet Oncol 363(9422): 1665. – Kondziolka, D. et al (1999). Stereotactic radiosurgery plus whole brain radiotherapy versus radiotherapy alone for patients with multiple brain metastases. Int J Radiat Oncol Biol Phys 1 45:427–34 – Chang et al (2009). Neurocognition in patients with brain metastases treated with radiosurgery or radiosurgery plus whole-brain irradiation: a randomised controlled trial. Lancet Oncol 10(11):1037-1044. – Soltys, S.G. et al (2008) Stereotactic radiosurgery of the postoperative resection cavity for brain metastases. Int J Radiat Oncol Biol Phys 70(1):187-193. – Iwai, Y. et al (2008) Boost radiosurgery for treatment of brain metastases after surgical resections. Surg Neurol 69(2):181-186. – Jagannathan, J. et al (2009) Gamma knife radiosurgery to the surgical cavity following resection of brain metastases. J Neurosurg 111(3):431-438. – Mathieu et al (2008). Tumor bed radiosurgery after resection of cerebral metastases. Neurosurgery 62(4): 817-823.
DYSFAGIE: DIAGNOSTISCH TWEELUIK
EMMA DECABOOTER LOGOPEDIST
YVES POIGNIE DIENST LOGOPEDIE
LIESELOT MOERKERKE DIENST LOGOPEDIE
DR. VINCENT HERPELS CENTRUM MEDISCHE BEELDVORMING
HENK LACAEYSE CENTRUM MEDISCHE BEELDVORMING
DR. MIEKE MOERMAN CENTRUM NEUS-, KEEL- EN OORZIEKTEN
LUC VANBELLE DIENST LOGOPEDIE
17
Dysfagie is een veelvoorkomend probleem na een acuut cerebrovasculair accident (CVA). Initieel heeft 50% van deze patiënten last met het slikken. Ook patiënten met neurodegeneratieve ziektebeelden zoals de ziekte van Parkinson of ALS hebben vaak slikproblemen (Dejaegher, 2006). Bij patiënten die dergelijke slikproblemen vertonen is een adequate slikevaluatie een conditio sine qua non voor verdere revalidatie. De concrete uitvoering van een slikevaluatie verschilt vaak van setting tot setting. In wat volgt gaan we dieper in op de verschillende evaluatievormen en de toepassing hiervan in az groeninge.
DIAGNOSTISCH TWEELUIK Binnen de diagnostiek van het slikproces maken we een onderscheid tussen evaluatie aan de hand van klinisch onderzoek en de meer technische onderzoeken. Voor we verder ingaan op die twee evaluatievormen willen we aanstippen dat beide vormen complementair zijn. De technische onderzoeken vormen een aanvulling op het klinisch onderzoek. AANMELDING
Het detecteren van slikproblemen is vaak geen sinecure. In een ziekenhuissetting is hier een grote rol weggelegd voor de verpleegkundigen. Zij kunnen tijdens de maaltijden symptomen van en indicaties voor een slikprobleem opsporen (tabel 1) en hier melding van maken aan de logopedist (Dejaegher, 2006). Daarnaast kunnen ze via een verpleegkundige slikscreening (figuur 1) al een onderscheid maken tussen patiënten die risico lopen op dysfagie en niet-risicopatiënten (Van den Steen et al., 2014).
KLINISCH ONDERZOEK Voor een klinische evaluatie van het slikken wordt een beroep gedaan op de logopedist. Hij/zij gaat aan de hand van enkele criteria na of er op een veilige 18
ACTAGROENINGE
BASISVOORWAARDEN
Swart, 2007). In dat onderzoek zijn zowel de inspectie van de mondholte als de sensibiliteit en motoriek opgenomen. De oraal-motorische vaardigheden worden per craniale zenuw gescoord aan de hand van een vierpuntenschaal.
Vooraleer gestart wordt met de slikscreening zelf moet worden nagegaan of er aan enkele basisvoorwaarden voldaan is (De Bodt et al., 2015). Allereerst wordt de alertheid en de aanspreekbaarheid van de patiënt nagegaan. Een patiënt die onvoldoende alert is, heeft immers een verhoogd risico op aspiratie (Smithard et al., 1998). Een tweede belangrijke basisvoorwaarde heeft betrekking op het gedrag en de mate van coöperatie van de patiënt in het slikonderzoek. Bij patiënten die ontremd of agressief zijn, wordt het klinisch onderzoek best uitgesteld (De Bodt et al., 2015). Een derde belangrijke conditie voor een vlot en veilig verloop van de slikscreening is de evaluatie van de algemene lichaams- en hoofdhouding (De Bodt et al., 2015). Bedlegerige patiënten moeten goed rechtop gepositioneerd worden aangezien een liggende houding (ook bij patiënten zonder dysfagie) tot aspiratie kan leiden. Daarnaast wordt ook nog nagegaan hoe het met de cognitie, de respiratoire mogelijkheden, het taalvermogen en de spraak van de patiënt gesteld is. Die elementen kunnen immers, indien verstoord, aanleiding geven tot een minder vlot verloop van de slikevaluatie (De Bodt et al. 2015). Tot slot is het van het allergrootste belang om de orale conditie (mondhygiëne), oraal-motorische vaardigheden en de orale sensibiliteit na te gaan. Een slechte mondhygiëne gaat gepaard met een verhoogd risico op ontstekingen of op een pneumonie bij aspireren (De Bodt, 2015). Voor een volledig overzicht van de componenten die worden nagegaan in het oraal onderzoek verwijzen we naar het Radboud Oraal Onderzoek (Kalf en de
Een genormeerd klinisch instrument waarop we ons in az groeninge baseren is de Volume-Viscosity Swallow Test (V-VST). Die test werd ontwikkeld om al in de acute fase (na een CVA) de eventueel gestoorde efficiëntie en/of veiligheid van het slikken op te sporen. Efficiëntie wordt beoordeeld aan de hand van lipsluiting, orofaryngeaal residu en de nood aan naslikken. De veiligheid van het slikken wordt nagegaan aan de hand van de volgende drie elementen: het al dan niet optreden van de “wet voice”, hoesten tijdens of na het slikken en de zuurstofsaturatie. Dat alles wordt dan beoordeeld voor verschillende bolusgroottes (Volume) en consistenties (Viscosity). Figuur 2 beschrijft het verloop van de V-VST (Rofes, Arreola & Clavé, 2012). Voor een vlot en meer gedifferentieerd verloop van de screening voegden we in az groeninge enkele stappen tussen. Bij de start van de screening, en wanneer dus aan de algemene basisvoorwaarden is voldaan, bieden we enkele koffielepels (5 cc) ingedikt water aan op honingdikte. Als dat klinisch gunstig is, kunnen we overgaan tot het aanbieden van een half glas (50 ml). Daarna verlagen we de viscositeit en doorlopen we dezelfde stappen maar met water op oliedikte. Pas wanneer dat opnieuw klinisch gunstig is, kunnen we overgaan tot de test met water in liquide vorm. Een klinisch gunstig verloop wordt hier gedefinieerd als de slikscreening verloopt zonder het optreden van de borrelige stem (“wet voice”), evacuerende hoestbuien en uitsluiting van een saturatiedip van 3% of meer. (Rofes, Arreola, Mukherjee & Clavé, 2014)
manier (d.i. zonder aspiratierisico) voeding opgestart kan worden en/of welke dieetaanpassingen ingevoerd moeten worden.
SILKSCREENING
VOOR layout: 1e lijntje is de titel van de categorie, dus op een andere manier aanduiden TAB 1
INDICATIES VOOR DYSFAGIE TIJDENS ZIEKENHUISOPNAME indicaties voor dysfagie
Tot slot nog een belangrijke voetnoot betreffende het indikken van vloeistoffen. In az groeninge maken we gebruik van het indikkingsmiddel Resource® ThickenUp Clear van Nestlé. Voor een overzicht van de verschillende consistenties verwijzen we naar tabel 2. De consistentie die op het moment van de screening het meest aangewezen lijkt voor een veilig verloop van het drinken (zie V-VST) zal de logopedist in de loop van de ziekenhuisopname meermaals opnieuw evalueren.
maaltijdgerelateerd hoesten tijdens of na het eten vochtig klinkende stemgeving na eten traag eten vermoeidheid na eten vertraagd oraal transport respiratoire last tijdens eten oral spilling orale stasen globusgevoel na eten nood aan naslikken
comorbiditeiten dehydratatie opvallend gewichtsverlies frequente bovensteluchtweginfecties regurgitatie verhoogde slijmproductie
Tabel 1: Dejaegher, 2006 Bijlagen
561
BIJLAGE 3.3: SCREENING Bijlage 3.3 – VERPLEEGKUNDIGE Verpleegkundige screening FIG 1
SCREENING VERPLEEGKUNDIGE SLIKSCREENING SLIKKEN Sticker patiëntgegevens
Datum onderzoek: …../…../…. Afdeling: …. Etiologie: ……………………….
FASE 1: ALGEMENE BASISVOORWAARDEN Is de patiënt wakker en alert gedurende minstens 15 minuten?
INSTRUMENTALE EVALUATIE Naast een klinische evaluatie van het slikken door de logopedist, kan ook een beroep gedaan worden op technische tools. De meest gebruikte instrumenten in Vlaanderen zijn Fiberoptic Endoscopic Evaluation of Swallowing (FEES) en VideoFluoroscopic Evaluation of Swallowing (VFES). Ook in az groeninge zijn dat de instrumenten die we inzetten bij de diagnostiek van dysfagie. Beoordeling van zowel FEES als VFES gebeurt op een kwalitatieve manier. Daarnaast kan voor de beoordeling van de beelden ook een kwantitatieve maat gehanteerd worden: de PenetratieAspiratieschaal van Rosenbek (figuur 3). Dat is een multidimensionele achtpuntenschaal die de diepte van de bolus in de luchtweg en de reactie van de patiënt in rekening brengt (Dejaegher, 2006). FEES
Een FEES geeft meer informatie over de anatomie van de slikstructuren en de mobiliteit van die structuren. Met een flexibele endoscoop kijken we via de neus naar de supraglottische regio (figuren 4 en 5). Zo krijg je een mooi zicht op de stemplooien en de valleculae en kan penetratie en/of aspiratie opgespoord worden. Lokale anesthesie is niet aangewezen omdat dit de sensibiliteit
Is de patiënt goed positioneerbaar (90 ° houding, enige hoofdcontrole) gedurende ongeveer 15 minuten?
nee
patiënt is niet onderzoekbaar
nee
NPO infuus inbrengen opnieuw screenen na 24 u
ja
ja
FASE 2: BASISVOORWAARDEN SLIKKEN Kan de patiënt stemgeluid maken?
nee ja
Klinkt de stem borrelig, rochelend (“natte” stem) of hees?
ja nee nee
Slikt de patiënt zijn speeksel weg?
opstarten sondevoeding én aanvragen consult logopedie
ja ja
Hoest de patiënt vaak? nee
Kan de patiënt krachtig hoesten op vraag?
nee ja
FASE 3: SLIKPROEF DEEL 1
Laat de patiënt 3 maal 1 kleine slok water drinken uit een beker of glas. Vertoont de patiënt één van volgende symptomen? verslikken (hoesten of benauwd worden voor, tijdens of na slikken) water uit de mond laten lopen zonder slikken of tijdens het slikken borrelige, rochelende ademhaling na het slikken borrelige, rochelende stem (“natte” stem) na het slikken water in de mond houden zonder te slikken
ja
stopzetten screening NPO én aanvragen consult logopedie (in weekend: opstarten sondevoeding of infuus)
nee
Is er een andere reden waardoor het slikken onveilig lijkt?
ja nee
FASE 4: SLIKPROEF DEEL 2
Laat de patiënt 90 ml water (halve beker) doordrinken zonder stoppen. Vertoont de patiënt één van volgende symptomen? verslikken: hoesten voor, tijdens of na slikken water uit de mond laten lopen zonder slikken of tijdens het slikken ja
Vertoont de patiënt één van volgende symptomen? niet mogelijk om de volledige hoeveelheid water op te drinken zonder stoppen benauwd worden voor, tijdens of na slikken borrelige, rochelende ademhaling na het slikken borrelige, rochelende stem (“natte” stem) na het slikken
ja
Is er een andere reden waardoor het slikken onveilig lijkt?
ja
nee
Figuur 1: Van den Steen et al., 2014
stopzetten screening NPO én aanvragen consult logopedie (in weekend: opstarten sondevoeding of infuus)
nee
Ga verder op achterzijde formulier
Van den Steen, L., Verhaeghe, E., Van Nuffelen, G., Guns, C., Gransier, R., Van den Putte,
Van den Steen, L., Verhaeghe, E., Van Nuffelen, G., Guns, C., Gransier, R., Van den Putte, L., Gehot, L., Opdebeeck, Gehot, H., B., Opdebeeck, B.,Nauwelaers, Baumans, V., R.,& Nauwelaers, V., & Verpleegkundige De Bodt, M.. (2014). VerH., Baumans, R., De Bodt, M.. (2014). pleegkundigeLogopedie, slikscreening. Logopedie, 27(4), 99-106. slikscreening. 27(4), 99-106.
525
19
FIG 2
DE VOLUME-VISCOSITY SWALLOW TEST
TAB 2
20
ACTAGROENINGE
CLASSIFICATIE VAN BOLUSCONSISTENTIE
FIG 3
PENETRATIE-ASPIRATIESCHAAL VAN ROSENBEK Protocol'
vermindert en het slikproces hierdoor wordt beïnvloed. Voor we een bolus Penetration/aspiration+scale aanbieden, kunnen we al de anatomie en NO'PENETRATION/ ASPIRATION 1 Contrast'does'not'enter'the'airway fysiologie van de larynx en farynx in rust Contrast'enters'the'airway/remains'above'the'vocal' evalueren. PENETRATION 2 folds/'no'residu Contrast'remains'above'vocal'folds/visible'residu' Die evaluatie richt zich zowel op de 3 remains motoriek als de sensibiliteit van de 4 Contrast'contacts'vocal'folds/no'residu slikstructuren. Op die manier krijgen we zicht op de bolusdrijvende en 5 Contrast'contacts'vocal'folds/visible'residu'remains sturende krachten. Hierna kunnen we ASPIRATION 6 Contrast'passes'glottis/'no'subglottic'residu dan de uiteindelijke slikact evalueren Contrast'passes'glottis/visible'sub'glottic'residu' FEES 7 despite'patients'response door aanbieding van verschillende boli Contrast'passes'glottis/visible'sub'glottic'residu'absent' (in verschillende consistenties). In az Een FEES geeft meer informatie over8de anatomie van de slikstructuren en de mobiliteit van die structuren. patients'response Met een flexibele endoscoop kijken we via de neus naar de supraglottische regio (zie figuren 4 en 5). groeninge Zo krijg doen we eerst een test met Tijdstip+penetratie/aspiratie: voor/tijdens/na methyleenblauwgekleurd water en daarna je een mooi zicht op de stemplooien en de valleculae en kan penetratie en/of aspiratie opgespoord worden. met volle, witte yoghurt. Het water wordt Lokale anesthesie is niet aangewezen omdat dit de sensibiliteit vermindert en het slikproces hierdoor wordt gekleurd om een goede evaluatie te beïnvloed. vergemakkelijken. Soms opteren we voor Swallowing+performance+status+scale “bakkersblauw” (blauw kleurstofpoeder) Voor we een bolus aanbieden, kunnen we al de anatomie en fysiologie van de larynx en farynx in rust in plaats van methyleenblauw. Tijdens 1.'Normal evalueren. Die evaluatie richt zich zowel op de motoriek als de sensibiliteit van de slikstructuren. Op de dieevaluatie van het slikken (a.d.h.v. manier 2.'WFL'/'abnormal'oral'or'pharyngeal'stage'but'able'tot'eat'regular'diet'without'modifications'or' krijgen we zicht op de bolusdrijvende en -sturende krachten. Hierna kunnen we dan de uiteindelijke verschillende consistenties) kunnen we swallowing'precautions. slikact evalueren door aanbieding van verschillende boli (in verschillende consistenties). In az groeninge de effectiviteit van enkele therapeutische doen we eerst een test met methyleenblauwgekleurd water en daarna met volle, witte yoghurt. Hettechnieken water die een veilig slikproces 3.'Mild'impariment'/'mild'dysfunction'in'oral'of'pharyngeal'stage.'Requires'modified'diet'or' therapeutic'swallowing'precautions. bevorderen evalueren. Zo kunnen we wordt gekleurd om een goede evaluatie te vergemakkelijken. Soms opteren we voor “bakkersblauw” 4.'Mild/moderate'impairment'/'need'for'therapeutic'precautions'/'mild'dysfunction'in'oral'or' bijvoorbeeld nagaan of een “chin tuck” (blauw pharyngeal'stage.'Requires'modified'diet'and'therapeutic'precautions'to'minimize'aspiration' kleurstofpoeder) in plaats van methyleenblauw. Tijdens de evaluatie van het slikken (a.d.h.v. (waarbij de patiënt het hoofd voorover risk. verschillende consistenties) kunnen we de effectiviteit van enkele therapeutische technieken die een veilig buigt, richting borstbeen) het risico op slikproces bevorderen evalueren. Zo kunnen we bijvoorbeeld nagaan of een “chin tuck” (waarbij de patiënt 5.'Moderate'impairment'/'moderate'dysfunction'in'oral'or'pharyngeal'stage,'aspiration'noted'on' aspireren bij die patiënt kan reduceren. het hoofd voorover buigt, richting borstbeen) het risico op aspireren bij die patiënt kan reduceren. exam.'Requires'modified'diet'and'swallowing'precautions'to'minimize'risk'of'aspiration. Aangezien dus zowel een diagnostische 6.Moderate/severe'dysfunction'/'requires'suppelemental'central'feeding'support'/'moderate' dysfunction'in'oral'of'pharyngeal'stage,'aspiration'noted'on'exam.'Requires'modified'diet'and' als een (beginnende) therapeutische swallowing'precaution'to'minimize'risk'of'aspiration. Aangezien dus zowel een diagnostische als een (beginnende) therapeutische evaluatie van het slikken kan evaluatie van het slikken kan gebeuren 7.'Severe'impairment'/'severe'dysfunction'with'significant'aspiration'or'inadequate' gebeuren a.d.h.v. FEES, is het wenselijk dat zowel de uitvoerende arts als de logopedist bij het onderzoek a.d.h.v. FEES, is het wenselijk dat zowel de oropharyngeal'transit'to'esophagus,'NPO,'requires'primary'enteral'feeding'support. betrokken zijn. Zij kunnen elk vanuit hun invalshoek de veiligheid van het slikken beoordelen. uitvoerende arts als de logopedist bij het Figuur 3: Braeken & Decabooter (2016) onderzoek betrokken zijn. Zij kunnen elk vanuit hun invalshoek de veiligheid van FIG Figuur 4: verloop van een FEES Figuur 5: momentopname tijdens FEES, met stase in de VERLOOP VAN FEES 4 (https://praxisprep.wikispaces.com/Dysphagia) sinus piriformis (Vaquero-Sosa et al., 2015) het slikken beoordelen. Een nadeel van het FEES-onderzoek is dat het alleen een zicht biedt op de fase vóór het slikken en na het slikken. Tijdens het slikken kunnen we niets zien. Er is een volledige white-out omdat de farynx dichtknijpt en het velum contact maakt met de farynxachterwand (De Bodt et al., 2015). Na de slikact hebben we dan opnieuw een volledig zicht op de supraglottische regio en kunnen we zien of er pooling is opgetreden en er dus al dan niet sprake is van residu. Daarnaast geeft een FEES alleen zicht op FIG MOMENTOPNAME TIJDENS FEES, 5 de faryngeale fase waardoor oordeel over MET STASE IN DE SINUS PIRIFORMIS (Vaquero-Sosa et al., 2015) de orale fase via klinische evaluatie (zie eerder) bekomen moet worden. Ook de functie van de bovenste slokdarmsfincter wordt met een FEES niet in beeld
Een nadeel van het FEES-onderzoek is dat het alleen een zicht biedt op de fase vóór het slikken en na het slikken. Tijdens het slikken kunnen we niets zien. Er is een volledige white-out omdat de farynx dichtknijpt en het velum contact maakt met de farynxachterwand (De Bodt et al., 2015). Na de slikact hebben we dan
21
slikken (De Bodt etzijn al.; 2015). is een onderzoek maat vanbij de patiënt aangezien we de bolusgrootte werking sleutelwoorden in de Het evaluatie van hetopslikken en -consistentie kunnen aanpassen naar de mogelijkheden van de patiënt.
Figuur 6: een radiologische momentopname FIG 6
Figuur 7: illustratie van de afname van een VFES, zijdelingse incidentie
van RADIOLOGISCHE een patiënt die aspireert EEN MOMENTOPNAME VAN EEN PATIËNT DIE ASPIREERT
de patiënt in zittende houding in profiel op een röntgentafel. Met een opnameratio van acht beelden per seconde maken we een zijdelingse serie waarbij de bolus nauwkeurig gevolgd wordt tijdens doorslikken (figuren 6 en 7). De beelden worden achteraf beoordeeld door de radioloog samen met de verpleegkundige en de logopedist. Op onze website vindt u een voorbeeld van een aanvraagformulier voor een slikvideo bij patiënten met dysfagie, zoals dat werd opgemaakt en Figuur 7: illustratie van de afname van een wordt gebruikt in az groeninge (www. VFES, zijdelingse incidentie azgroeninge.be/xxx). Aan de hand van het al dan niet verslikken wordt Als contrastproduct wordt vaak een verdunde hoeveelheid barium gebruikt. Is het risico op aspiratie echter de dikte van de bolus aangepast. Ook FIG ILLUSTRATIE VAN DE AFNAME VAN EEN VFES, ZIJDELINGSE INCIDENTIE groot, dan gaat de voorkeur uit naar een in water oplosbaar joodhoudend product met lage osmolariteit. 7 therapeutische compensatietechnieken Producten met hoge osmolariteit (zoals bijvoorbeeld barium) kunnen immers – indien ze(zoals in de“chin longen tuck”, zie eerder) kunnen op een eenvoudige manier gevisualiseerd terechtkomen – aanleiding geven tot luchtwegcomplicaties. In az groeninge kozen we na een uitgebreide worden. Zo kan dus ook de effectiviteit testing van verschillende contrastmiddelen uiteindelijk voor het laag-osmolaire en niet-ionische van die technieken worden nagegaan. TM ® TM Visipaque . Andere contrastmiddelen zoals bijvoorbeeld Optiray en Omnipaque werden niet VFES slaagt er in een groot gedeelte weerhouden vanwege de onaangename smaak. De smaak van VisipaqueTM wordt door de van vantoevoeging mogelijke afwijkingen tijdens het een fruitsiroop aangenaam gemaakt voor de patiënt. slikken in kaart te brengen. Toch is het belangrijk om te onthouden dat het De videofluoroscopie wordt uitgevoerd met de patiënt(e) in zittende houding in profiel op een röntgentafel. maar een momentopname is en dat Met een opnameratio van acht beelden per seconde maken we een zijdelingse serie waarbij de bolus men er rekening mee moet houden nauwkeurig gevolgd wordt tijdens doorslikken (zie figuren 6 en 7). De beelden worden achteraf beoordeeld dat het rechtop positioneren van de door de radioloog samen met de verpleegkundige en de logopedist. Hierna hebben we een voorbeeld van is. Bovendien patiënt een voorwaarde een aanvraagformulier voor een slikvideo bij patiënten met dysfagie opgenomen, zoals moet dat werd de duur van het onderzoek zo mogelijk wordt gehouden worden omwille opgemaakt en wordt gebruikt in az groeninge (figuur 8). Aan de hand van het al dan nietkort verslikken vantuck”, ioniserende straling. De diensten de dikte van de bolus aangepast. Ook therapeutische compensatietechnieken (zoals “chin zie eerder) logopedie en medische beeldvorming kunnen op een eenvoudige manier gevisualiseerd worden. Zo kan dus ook de effectiviteit van die gebracht, noch de slokdarmfase zelf. Als contrastproduct wordt vaak een van az groeninge werkten samen aan technieken worden nagegaan. VFES slaagt inverdunde een groot gedeeltebarium van mogelijke tijdens het voor het gebruik hoeveelheid gebruikt. Is het risico operaspiratie echter FEESbarium biedt het grote voordeel dat er geen hoeveelheid gebruikt. afwijkingen een gebruiksaanwijzing slikken in stralingsbelasting kaart te brengen. Toch is het lage belangrijk omrisico te onthouden hetgroot, maardan een momentopname sprake is van (wat welmet Is het op aspiratiedat echter van VisipaqueTM is in en combinatie met ter oplosbaar joodhoudend product osmolariteit. het geval is bij VFES, zie verder) en dat gaat de voorkeur uit naar een in water Resource® ThickenUp Clear van Nestlé. rbeeld barium) kunnen immers indien ze in deoplosbaar longen we het aan bed kunnen afnemen – (Kalf joodhoudend product met Een overzicht van de hoeveelheden et al., 2008). Hieruit blijkt nogmaals dat lage osmolariteit. Producten met hoge indikking en contrastmiddel per gcomplicaties. In az groeninge kozen we na eenosmolariteit uitgebreide complementariteit en interdisciplinaire (zoals bijvoorbeeld barium) indikkingsgraad kunt u in tabel 3 vinden. samenwerking sleutelwoorden zijn in kunnen immers – indien ze in de longen Hierbij dient nog opgemerkt te worden eindelijk voor het laag-osmolaire endeniet-ionische evaluatie van het slikken bij personen met terechtkomen – aanleiding geven tot dat wanneer het contrastmiddel en het ijvoorbeeld Optiray® en OmnipaqueTM werden niet dysfagie. luchtwegcomplicaties. In az groeninge indikkingsmiddel zijn samengevoegd, TM kozen we na een uitgebreide testing het mengsel goed doorroerd moet worden k. De smaak van Visipaque wordt door de toevoeging van VFES van verschillende contrastmiddelen en men een zestal minuten dient te atiënt. Een videofluoroscopische evaluatie van uiteindelijk voor het laag-osmolaire en wachten tot de gewenste consistentie is het slikken - ook wel gekend onder de niet-ionische VisipaqueTM. bereikt. e patiënt(e) in zittende houding in profiel op eenAndere röntgentafel. naam Modified Barium Swallow (MBS) - is contrastmiddelen zoals een dynamisch onderzoek. bijvoorbeeld conde maken we eenradiologisch zijdelingse serie waarbij de bolus Optiray® en OmnipaqueTM MANOMETRIE Een derde en laatste techniek die ingezet Het brengt niet alleen de anatomische werden niet weerhouden vanwege de (zie figuren 6 en 7).inDe beelden beoordeeld kan worden in de diagnostiek van het slikstructuren beeld maar ook deworden achteraf onaangename smaak. De smaak van slikproces is manometrie van de slokdarm. orale, faryngeale en cervicaal-oesofagale VisipaqueTM wordt door de toevoeging dige en de logopedist. Hierna hebben we een voorbeeld van Ook in az groeninge maakt dit deel uit boluspassage tijdens het slikken. De van een fruitsiroop aangenaam gemaakt atiënten met dysfagiewordt opgenomen, zoals dat werd van de gedifferentieerde evaluatie van videofluoroscopie uitgevoerd met voor de patiënt.
kken - ook wel gekend onder de naam Modified Barium h onderzoek. Het brengt niet alleen de anatomische ngeale en cervicaal-oesofagale boluspassage tijdens het zoek op maat van de patiënt aangezien we de bolusgrootte ogelijkheden van de patiënt.
(figuur 8). Aan de hand van het al dan niet verslikken wordt 22 ACTAGROENINGE utische compensatietechnieken (zoals “chin tuck”, zie eerder)
De diensten logopedie en medische beeldvorming van az groeninge werkten samen aan een gebruiksaanwijzing voor het gebruik van VisipaqueTM in combinatie met Resource® ThickenUp Clear van Nestlé. Een overzicht van de hoeveelheden indikking en contrastmiddel per indikkingsgraad kunt u in tabel 3 vinden. Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat wanneer het contrastmiddel en het indikkingsmiddel zijn samengevoegd, het mengsel goed doorroerd moet worden en men een zestal minuten dient te wachten tot de gewenste consistentie is bereikt.
het slikken. Manometrie wordt best uitgevoerd in combinatie met een VFES (De Bodt et al., 2015). Een manometrisch onderzoek kan bijkomende informatie verstrekken over de rustdruk in de bovenste slokdarmsfincter en de slokdarmfase van het slikken. Indicaties voor manometrisch onderzoek zijn bijvoorbeeld anamnese van retrosternale pijn bij of na de maaltijd of wanneer dysfagie niet verklaard kan worden door een videofluoroscopisch onderzoek of door een fiberendoscopisch onderzoek.
TAB 3
GEWENSTE INDIKKINGSGRAAD TIJDENS VFES
Tabel 3: verkrijgen van gewenste indikkingsgraad tijdens VFES (testing in samenwerking met dr. Vincent Herpels en Henk Lacaeyse, dienst medische beeldvorming az groeninge).
indikkingsgraad indikkingsgraad
hoeveelheid VisipaqueTM hoeveelheid Visipaque™
liquide oliedikte liquide honingdikte oliedikte puddingdikte
50 ml 50ml
honingdikte
2 schepjes (2,4gr.)
puddingdikte
3 schepjes (3,6gr.)
Dysfagie is een veelvoorkomend probleem bij neurologische patiënten (chronisch of in de (sub) acute fase). Een goede diagnostiek vormt de basis voor een succesvolle revalidatie. Die bestaat uit twee luiken die complementair zijn aan elkaar: het klinische en het instrumentele luik (FEES of VFES). In az groeninge streven we naar een grondige evaluatie van het slikken waarbij verschillende instrumenten en disciplines elkaar kunnen aanvullen. Alleen op die manier kan een veilig verloop van maaltijden en van het drinken gegarandeerd worden en kan de incidentie van aspiratie, dehydratatie en malnutritie laag gehouden worden op (sub)acute neurologische afdelingen.
hoeveelheid hoeveelheid fruitsiroop fruitsiroop 5 ml 5ml
Testing in samenwerking met dr. Vincent Herpels en Henk Lacaeyse, dienst medische beeldvorming az groeninge
REFERENTIES
BESLUIT
® hoeveelheid Resource hoeveelheid Resource ThickenUp Clear ThickenUp Clear -1 schepje (1,2 gr.) 2 schepjes (2,4 gr.) 13 schepje schepjes(1,2gr.) (3,6 gr.)
- Braeken, R., & Decabooter, E. (2016). Invloed van chemotherapie en tumorlocatie op objectieve slikpathofysiologie en correlatie tussen objectieve en subjectieve slikoutcomes bij patiënten met hoofd- en halskanker. Leuven: Katholieke Universiteit Leuven. - De Bodt, M., Guns, C., D’hondt, M., Vanderwegen, J., Van Nuffelen, G. (2015). Dysfagie. Handboek voor de klinische praktijk. Apeldoorn: Garant. - Dejaegher, E. (2006). Slikstoornissen. Leuven: Acco. - Dysphagia: Assessment. Verkregen op 3 november 2016, van https://praxisprep. wikispaces.com/Dysphagia - Kalf, H., Rood, B., Dicke, H., Keeken, van P. (2008). Slikstoornissen bij volwassenen. Een interdisciplinaire benadering. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. - Kalf, J.G. & de Swart, B.J.M. (2007). Handleiding ‘Radboud Oraal Onderzoek’. Nijmegen: UMC St Radboud. Verkregen op 8 november 2016, van www.umcn.nl/logopedie - Rofes, L., Arreola, V., & Clavé, P. (2012). The Volume-Viscosity Swallow Test for Clinical Screening of Dysphagia and Aspiration. Nestlé Nutrition Institute
workshop series, 72, 33-42. - Rofes, L., Arreola, V., Mukherjee, R., Clave, P. (2014). Sensitivity and specificity of the Eating Assessment Tool ande The Volume Viscosity Test for clinical evaluation of oropharyngeal dysphagia. Neurogastroenterology and motility: the official journey of the European Gastrointestinal Motility Society, 26 (9), 1256-1265. - Smithard, D.G., O’Neill, P.A., England, R., Renwick, D.S., Wyatt, R., Morris, J. et al. (1998). Can bedside assessment reliably exclude aspiration following acute stroke? Age and ageing, 27(2), 99-106. - Van den Steen, L., Verhaeghe, E., Van Nuffelen, G., Guns, C., Gransier, R., Van den Putte, L. et al. (2014). Verpleegkundige slikscreening. Logopedie, 27(4), 99-106. - Vaquero-Sosa, E., Francisco-Gonzalez, L., Bodas-Pinedo, A., Urbasos-Garzon, C., Ruiz-de-Leon-San-Juan, A. (2015). Oropharyngeal dysphagia, an underestimated disorder in pediatrics. Revista Espanola de Enfermedaded Digestivas, 107, 113-115. - Voeltz, M. D., Manoukian, S. V., Nelson, M. A., & McDaniel, M. C. (2007). The Important Properties of Contrast Media: Focus on Viscosity. The Journal of Invasice Cardiology, 19(3), 1A-9A.
23
NIEUWE ARTSEN ‘Ik hoop in az groeninge het sportcardiologisch/ sportmedisch advies verder te kunnen uitbouwen.’ DR. NICK HILTROP CARDIOLOGIE
OP 1 AUGUSTUS 2016 startte dr. Nick Hiltrop zijn activiteiten in az groeninge. Dr. Hiltrop studeerde geneeskunde aan de KU Leuven campus Kortrijk en campus Leuven en promoveerde in 2008 als arts aan de KU Leuven. Hierna volgde hij een verdere specialisatie in de cardiologie. Tijdens zijn opleiding assisteerde hij onder meer 2 jaar op de dienst inwendige ziekten van het AZ Damiaan (Oostende) en een jaar in het UZ Leuven. Gedurende zijn opleiding cardiologie werkte hij een jaar in het AZ Sint-Jan (Brugge) en 2 jaar in het UZ Leuven. In 2014 werd hij erkend als cardioloog. Via een aanvullend tweejarig fellowship in UZ Leuven bekwaamde hij zich nadien nog verder in de inter-
‘Op jongere leeftijd ben ik steeds erg geïnteresserd geweest in sport en beweging. Daarom koos ik voor een specialisatie rond het bewegingstelsel.’ DR. STEFAN CLOCKAERTS ORTHOPEDIE
OP 1 AUGUSTUS 2016 versterkte dr. Stefan Clockaerts het centrum orthopedie. Dr. Clockaerts studeerde in 2008 af als arts met grote onderscheiding aan de universiteit van Antwerpen waarna hij in 2015 zijn specialisatie in orthopedische chirurgie en traumatologie behaalde. Aanvullend volgde hij twee fellowships in het AZ Monica in Antwerpen en in de St. Maartenskliniek in Nijmegen waarmee hij zich in voet- en enkelchirurgie specialiseerde. De eerste jaren 24
ACTAGROENINGE
ventionele cardiologie onder de supervisie van prof. dr. W. Desmet. Tijdens die periode behaalde hij eveneens een aanvullende masteropleiding in de sportgeneeskunde. “Als stagiair ging mijn voorkeur uit naar het patiëntencontact en het diagnostische werk. Inwendige geneeskunde was dan ook een logische keuze, ook al boeiden de meer invasieve disciplines mij eveneens. Tijdens het assistentschap groeide daarna mijn interesse voor de cardiologie. Vooral de combinatie van acute en chronische pathologie, de technische en invasieve mogelijkheden van de hedendaagse cardiologie en het multidisciplinaire aspect spreken mij sterk aan. Als interventiecardioloog kan ik uiteindelijk al die facetten combineren om een kritiek zieke patiënt snel en efficiënt te helpen en nadien verder te begeleiden. az groeninge biedt mij als supraregionaal centrum de mogelijkheid om binnen een modern en dynamisch kader hoogwaardige zorg te bieden aan onze patiënten. Ik kom er terecht in een team met dynamische collega’s en ben ervan overtuigd dat ik een positieve bijdrage kan leveren om de dienst cardiologie verder te laten groeien in een tijd van steeds meer doorgedreven subspecialisatie. Daarnaast heb ik een bijzondere interesse in de sportgeneeskunde en hoop ik mijn aanvullende opleiding te kunnen aanwenden om in az groeninge ook het sportcardiologisch/sportmedisch advies verder te kunnen uitbouwen.”
van de opleiding orthopedie verrichte hij basaal wetenschappelijk onderzoek op vlak van kraakbeenpathologie aan het Erasmus MC in Rotterdam, wat uiteindelijk resulteerde in een doctoraatstitel die hij behaalde in 2013 aan de Universiteit Antwerpen. Dat werk werd bekroond met enkele prijzen en beurzen. Zo ontving hij onder andere uit handen van Prinses Astrid de FWRO Rotary Prijs voor beste PhD-thesis vanwege de Koning Boudewijnstichting in 2013. Dokter Clockaerts voltooide zijn klinische opleiding in het ZNA Middelheim Antwerpen, het Heilig Hart Ziekenhuis Lier, het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, het AZ Monica Antwerpen en de University College of London Hospital in het Verenigd Koninkrijk. Buiten zijn klinische werkzaamheden in az groeninge is hij wetenschappelijk actief op de Voet- Enkel research unit van het labo Biomechanica KU Leuven. Daarnaast is hij reviewer voor het tijdschrift van de European Foot and Ankle Society (EFAS) ‘Foot and Ankle Surgery’. Dr. Clockaerts is ook actief lid van het Communication committee van de International Cartilage Research Society.
‘Orthopedie, en in het bijzonder kniechirurgie, is een enorm boeiende discipline dankzij een enorme diversiteit aan pathologie.’ DR. JAAP VAN DER MAAS ORTHOPEDIE
Dr. Jaap van der Maas startte op 1 AUGUSTUS 2016 als specialist op het centrum orthopedie. Dr. van der Maas studeerde in 2009 af als arts aan de Universiteit van Gent. Vervolgens begon hij zijn opleiding orthopedie die hij doorliep aan verschillende perifere (ASZ Aalst, SZ Roeselare en AZ Damiaan Oostende) en universitaire diensten (UZ Gent en UZ Leuven). In 2015 studeerde hij af als
‘In samenwerking met prenatale diagnostiek wil ik mij toeleggen op een adequate en multidisciplinaire followup van hoogrisicozwangerschappen.’ DR. EVA SIMOENS GYNAECOLOGIE
OP 1 SEPTEMBER 2016 versterkte dr. Eva Simoens het centrum gynaecologie van az groeninge. Dr. Simoens volgde zowel de opleiding geneeskunde als de specialisatie gynaecologie en verloskunde aan de KU Leuven. Tijdens haar studies assisteerde zij onder meer op de dienst gynaecologie/verloskunde van az groeninge, AZ Sint-Lucas Brugge en UZ Leuven. Na haar masteropleiding specialiseerde ze zich verder in de hoogrisicoverloskunde en de prenatale echografie aan het UZ Leuven. “Ik ben altijd gefascineerd geweest door de ontwikkeling van de foetus in de
orthopedisch chirurg, waarna hij aanvullend nog een extra jaar fellowships volgde om zichzelf verder te specialiseren in de kniechirurgie. Gedurende zes maanden bekwaamde hij zich verder in de knieprothesechirurgie in een gerenommeerde dienst in Lyon onder leiding van dr. Bonnin. Hierna legde hij zich toe op arthroscopische technieken en ligamentaire chirurgie in het AZ Monica te Antwerpen onder leiding van prof. dr. Verdonk en dr. Lagae. “Orthopedie, en in het bijzonder kniechirurgie, is een enorm boeiende discipline dankzij een enorme diversiteit aan pathologie. Zowel aandoeningen van de jeugdige, sportieve knie als van de oudere artrotische knie, maar ook de traumatologie van de knie zorgen hiervoor. Binnen dat brede spectrum heb je als orthopedisch chirurg dan ook de kans om die te behandelen met verscheidende conservatieve maar ook chirurgische oplossingen. De keuze voor az groeninge is een keuze voor een grote, dynamische dienst waarin iedereen zijn subspecialiteit heeft. Dat zorgt ervoor dat je je kunt toeleggen op een bepaald deelgebied en hierbinnen een hoog niveau van expertise en innovatie kunt aanbieden. Hierdoor is er ook plaats voor onderling overleg en een multidisciplinaire aanpak van de meer complexe casussen.”.
baarmoeder. Bovendien heb je als gynaecoloog een zeer gevarieerde job waarin consultaties, bevallingen, echo’s en operaties elkaar afwisselen. Ik haal heel veel voldoening uit mijn job en zou het zeker opnieuw kiezen! Gynaecologie omvat een brede waaier aan subspecialisaties, toch heb ik steeds een bijzondere interesse gehad in de wereld van de verloskunde en prenatale echografie. Vandaar de logische keuze om na mijn 5 jaar algemene opleiding nog een subspecialisatie te volgen in de hoogrisicoverloskunde en prenatale diagnostiek. Het waren 2 boeiende jaren waarin ik te maken kreeg met uiteenlopende pathologieën en verloskundige uitdagingen. Mijn echografische vaardigheden heb ik in die periode ook verder kunnen uitbouwen. az groeninge is voor mij zeker geen onbekende. Zowel mijn verpleegstage, mijn stagejaar als mijn laatste jaar als assistent heb ik er vervolledigd. Door de uiterst aangename samenwerking ben ik bijzonder verheugd het team van gynaecologen te kunnen versterken. In de toekomst wil ik graag mijn steentje bijdragen om het centrum gynaecologie van az groeninge verder uit te bouwen. In samenwerking met het team prenatale diagnostiek wil ik mij toeleggen op een adequate en multidisciplinaire follow-up van hoogrisicozwangerschappen. Ik kijk uit naar deze nieuwe uitdaging!”
25
‘Ik hoop de kinderpneumologie mee uit te bouwen als ijkpunt in de regio.’ DR. JONAS DEWULF KINDERGENEESKUNDE
OP 1 OKTOBER 2016 versterkte dr. Jonas Dewulf de dienst kindergeneeskunde van az groeninge. Dr. Dewulf volgde de opleiding geneeskunde aan KULAK en KU Leuven, om vervolgens de weg van de kindergeneeskunde in te slaan. Waarom precies die keuze voor kindergeneeskunde? “Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît point. Wat zeker meetelt in mijn keuze voor de kindergeneeskunde, is de benadering van de patiënt in zijn geheel, zonder hokjesdenken. Het is een ontwapenende discipline waar het klinisch onderzoek centraal staat, en dat garandeert nog vaak een diag-
'Mijn interesse gaat vooral uit naar borstreconstructies, aangezichtsverjonging en bodycontouring.’ DR. BRITT COLEBUNDERS PLASTISCHE HEELKUNDE
OP 1 NOVEMBER 2016 versterkte dr. Britt Colebunders het centrum plastische chirurgie van az groeninge. Binnen de reconstructieve chirurgie heeft ze een bijzondere interesse in borstreconstructies. Wat esthetische ingrepen betreft, is ze vooral geboeid door aangezichtsverjonging en bodycontouring. Dr. Britt Colebunders studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Antwerpen. Tijdens haar Erasmus-stage in het Centre Hospitalier Universitaire Vaudois (CHUV) in Lausanne (Zwitserland) kreeg ze de passie voor de plastische chirurgie te pakken. Vervolgens deed ze gedurende een jaar onderzoek
26
ACTAGROENINGE
nostische uitdaging. Tijdens mijn opleiding ontwikkelde ik een bijzondere interesse voor de problematiek van het ademhalingsstelsel, waar kinderen nu eenmaal vaak mee te kampen krijgen. Toen ik afstudeerde, besliste ik dan ook mij tijdens een aanvullend subspecialisatiejaar te vervolmaken in de kinderpneumologie in het UZ Gent. Ik kon mij er verdiepen in een brede waaier van acute en chronische aandoeningen van de luchtwegen, astma en allergie, infecties, mucoviscidose en aangeboren immuniteitsstoornissen. De nauwe band met de dienst kinderpneumologie van het UZ Gent zal ik tijdens mijn verdere loopbaan onderhouden. Zowel tijdens mijn stagejaar als mijn assistentschap had ik de kans om az groeninge te leren kennen. De ambities van het ziekenhuis sluiten nauw aan bij mijn persoonlijke ambities. Bovendien had ik er een bijzonder aangename ervaring met collega’s, verplegend en ondersteunend personeel. Daarom keer ik met veel plezier en geestdrift terug naar m’n heimat. De huidige dienst is zeer solide en gediversifieerd, en ik hoop de kindergeneeskunde, en in het bijzonder de kinderpneumologie, mee uit te bouwen als ijkpunt in de regio. We willen staan voor kwaliteitsvolle zorg en expertise, op maat van de allerkleinsten, in een sfeer van open communicatie met de eerstelijnszorg en paramedici in de streek.”
naar zenuwregeneratie op de afdeling plastische heelkunde van de Universiteit van Yale, Connecticut, in de Verenigde Staten. Haar opleiding tot plastisch chirurg genoot ze aan de Universiteit van Gent waar ze de knepen van het vak kon leren van prof. dr. Blondeel, prof. dr. Van Landuyt, prof. dr. Monstrey, dr. Roche en dr. Stillaert. Hierbij kwamen alle facetten van de plastische en reconstructieve chirurgie aan bod, met een belangrijke focus op borstreconstructies en genitale chirurgie. Om zich verder te verdiepen in de esthetische chirurgie deed ze een esthetisch fellowship in Bergman Clinics in Zwolle en Heerenveen en in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), Nederland. Hier had ze het privilege samen te werken met prof. dr. Van Der Lei die een eigen techniek ontwikkelde voor facelifts en ooglidcorrecties, maar ook internationaal gekend is omwille van zijn borstvergrotingsoperaties en buikwandcorrecties. “De filosofie die ik van jongs af aan meekreeg, is ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’. Dat betekent voor mij niet alleen gezond eten en voldoende sporten, maar hoofdzakelijk streven naar een gevoel van algemeen welzijn. Lichaam en geest zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door plastische chirurgie tracht ik het lichaam, zowel functioneel als esthetisch, beter af te stemmen op de psyche van mijn patiënt."
‘Mijn specifieke interesse binnen de geriatrie gaat uit naar osteoporose. Los hiervan ben ik altijd gebeten geweest door beestjes.’ DR. PIETER SAMAEY GERIATRIE
OP 1 NOVEMBER 2016 startte dr. Pieter Samaey als geriater in az groeninge. Hij volgde zijn opleiding geneeskunde aan de universiteit Gent, waarna hij zijn zesjarige specialisatie inwendige ziekten en geriatrie vervolledigde aan het UZ Gent. “Geriatrie is voor mij een complete discipline. Je wordt geconfronteerd met een zeer brede waaier van aandoeningen bij onze patiënten, alsook polypathologie bij één en dezelfde patiënt. Functionaliteit en levenskwaliteit staan bij onze patiënten op de voorgrond, wat een specifieke aanpak vereist. Dat bekom je door multidisciplinair te werken, in nauw contact met collega’s specialisten en
‘‘Mijn specifieke interesse gaat uit naar sportgerelateerde klachten en de conservatieve aanpak en revalidatie van orthopedisch functionele stoornissen.’
huisartsen, kinesitherapeuten, ergotherapeuten, verpleging, sociale dienst … Ik ben altijd al een teamspeler geweest, wat ik in deze job dus terugvind. Mijn specifieke interesse binnen de geriatrie gaat uit naar osteoporose. Dat is een aandoening waarvan de gevolgen (met name fracturen en hun functionele impact) in het verleden sterk werden onderschat. De laatste jaren is meer kennis beschikbaar over hoe het proces van botontkalking verloopt, alsook over de mogelijkheden voor preventie en behandeling. Los hiervan ben ik altijd gebeten geweest door beestjes: ik heb mijn opleiding geriatrie dan ook gecombineerd met een opleiding infectieziekten via (antibiotica)cursussen, congressen en een consultfunctie infectiologie op het UZ Gent. Een combinatie die ik graag wens verder te zetten in az groeninge. Ik heb tijdens mijn laatste jaar assistentschap az groeninge leren kennen als een zeer dynamisch ziekenhuis. Op de dienst geriatrie mocht ik samenwerken met een goed georganiseerd team van zeer gedreven collega’s en entourage. Ik kijk er dan ook naar uit om dit team te versterken en de kwaliteitsvolle zorg voor onze ouderen mee te helpen garanderen.”
“Ik koos voor fysische geneeskunde omdat ik erg geïnteresseerd ben in de functionele locomotorische klachten, de bewegingsleer en de pijnproblematiek. Mijn specifieke interesse gaat uit naar sportgerelateerde klachten en de conservatieve aanpak en revalidatie van orthopedisch functionele stoornissen. In az groeninge kan ik deel uitmaken van een dynamisch en vooruitstrevend team dat een kwaliteitsvolle multidisciplinaire aanpak hanteert. Mijn focus zal liggen op de uitbouw van de sportrevalidatie en de manuele geneeskunde”.
DR. PIETER VOLCKE SPORTGENEESKUNDE / SPORTREVALIDATIE
BEGIN JANUARI 2017 startte Pieter Volcke zijn activiteiten op de dienst fysische geneeskunde/revalidatie van az groeninge. Dr. Volcke studeerde geneeskunde aan de KU Leuven waar hij zich verder specialiseerde in de fysische geneeskunde & revalidatie. Tijdens zijn opleidingsjaren verdiepte hij zich ook in de manuele geneeskunde en de sportgeneeskunde. Nadien volgde hij nog een fellowship sportgeneeskunde in Stellenbosch en Cape Town, Zuid-Afrika. 27
'Ik ben erg geboeid door het complexe spel van hormonen in het menselijke lichaam, wat het vaak een uitdaging maakt om tot een diagnose te komen.' DR. NELE MYNGHEER ENDOCRINOLOGIE/ DIABETOLOGIE
OP 1 JANUARI 2017 versterkte dr. Nele Myngheer het centrum endocrinologie/ diabetologie en het diabetescentrum. Haar bijzondere interesse gaat uit naar diabetes en ook naar schildklierpathologie/ schildklieroncologie. Dr. Myngheer studeerde geneeskunde aan de KULAK en de KU Leuven. Ze was assistent in het Jan Yperman Ziekenhuis in Ieper (1 jaar), UZ Leuven (4 jaar) en Royal Devon and Exeter Hospital in Exeter (UK).
'Als algemeen kinderarts met subspecialisatie kinderneurologie kan ik een brede waaier van zorg bestrijken.' DR. LORE VALLAEYS KINDERGENEESKUNDE
OP 1 JANUARI 2017 startte dr. Lore Vallaeys als kinderarts in az groeninge. “In az groeninge heb ik de mogelijkheid om mijn rol als algemeen kinderarts te combineren met mijn subspecialisatie kinderneurologie.” Dr. Vallaeys studeerde geneeskunde aan de KULAK en de KU Leuven en specialiseerde in de kindergeneeskunde in UZ Leuven. Als assistent was ze al actief in az groeninge en ook in AZ Sint-Jan Brugge. Ze genoot haar opleiding kinderneurologie in UZ Leuven, waar ze ook een bijkomen-
28
ACTAGROENINGE
“Ik koos voor endocrinologie/diabetologie omdat ik erg geboeid ben door het complexe spel van hormonen in het menselijke lichaam, wat het vaak een uitdaging maakt om tot een diagnose te komen. Bovendien draag ik graag zorg voor de patiënt met een chronische ziekte zoals diabetes. Mijn bijzondere interesse gaat uit naar diabetes en ook naar schildklierpathologie/ schildklieroncologie, waarvoor ik een fellowship deed in het Erasmus ziekenhuis in Rotterdam. Dat is een meerwaarde voor mijn klinische praktijk en voor het centrum endocrinologie. Ik zie als endocrinoloog in az groeninge de kans om een gevarieerde praktijk uit te bouwen, dankzij de grote, afwisselende populatie en dankzij de verschillende deelaspecten binnen de endocrinologie. Ik kan me goed vinden binnen het gedreven team van het centrum endocrinologie in az groeninge en sta samen met hen klaar voor de nieuwe uitdagingen die het centrum voor ogen heeft. Ik kijk ernaar uit om mee te werken aan een kwaliteitsvolle gezondheidszorg, in een multidisciplinaire samenwerking met de vele collega’s, verpleging en paramedische medewerkers, en in nauw contact met de eerstelijnszorg.”
de opleiding EEG volgde. “Kindergeneeskunde is een heel ruime discipline waarbij de patiënt in zijn geheel benaderd wordt. Naast de anamnese blijft het klinisch onderzoek heel belangrijk. Pathologie presenteert zich ook vaak nog in zijn 'pure' vorm, er is bijvoorbeeld minder comorbiditeit dan bij oudere patiënten. Uiteraard werk ik heel graag met kinderen. Ik heb gekozen voor az groeninge om deel uit te maken van een gemotiveerd en dynamisch team van kinderartsen. In az groeninge heb ik de mogelijkheid om mijn rol als algemeen kinderarts te combineren met mijn subspecialisatie kinderneurologie. Hierdoor ontstaat een brede waaier van zorg - opvang van een pasgeborene, neonatologie, urgente pediatrie, hospitalisaties, consultaties en EEG - wat zorgt voor een heel boeiende uitdaging. Ik wil als kinderneuroloog graag de diagnostische en therapeutische mogelijkheden voor die bijzondere patiëntenpopulatie verder uitbouwen, in nauwe samenwerking met andere disciplines. Ik ben me ervan bewust dat er niet voor elke patiënt een pasklare medicamenteuze therapie voor handen is, maar met een multidisciplinaire aanpak zijn er veel mogelijkheden om de zorg voor kinderen met een neurologische aandoening te verbeteren. Daarnaast vind ik het heel belangrijk om een vertrouwensrelatie op te bouwen met de ouders van chronisch zieke kinderen.”
'Wat mij het meeste fascineert, is de wondere wereld van de neonatologie: de overgangsfase bij de geboorte, de prematuriteit, de congenitale afwijkingen ...' DR. ISABEL GEORGE KINDERGENEESKUNDE
Op 1 januari 2017 startte ook dr. Isabel George als kinderarts in az groeninge, met als subspecialisatie neonatologie. “Naast algemene consultaties kindergeneeskunde wil ik mijn steentje bijdragen aan de perinatale zorg in het ziekenhuis en binnen het perinatale netwerk van de regio.” Dr. George behaalde in 2015 haar diploma als specialist in de kindergeneeskunde aan de KU Leuven. Na een fellowship neonatologie in UZ Leuven en op de NICU van het AZ St-Jan Brugge kreeg ze de erkenning van neonatoloog. “Voor mij blijft kindergeneeskunde een prachtige en uitdagende discipline
'Wat me zo aantrekt in de hematologie zijn de vele raakvlakken met quasi alle andere disciplines binnen de geneeskunde, naast de specifieke pathologie an sich.' DR. LIESBETH SCHAUVLIEGE HEMATOLOGIE
Op 1 januari 2017 startte dr. Liesbeth Schauvliege op het centrum oncologie: radiotherapie/medische oncologie/ hematologie van az groeninge. Dr. Schauvliege genoot haar opleiding inwendige ziekten met bijzondere beroepsbekwaamheid in de hematologie in het UZ Gent onder leiding van prof. dr. Lucien Noens. Ze behaalde haar diploma in september 2005. Sinds oktober 2005 was ze werkzaam in het Stedelijk Ziekenhuis
waarbij elke leeftijd zijn specifieke pathologie kent, van de pasgeborenen over de peuters en kleuters tot de oudere kinderen en tieners. Het gaat om een patiëntenpopulatie die de toekomst gaat bepalen, ook dat maakt het een voorrecht om als kinderarts te kunnen werken. Bijkomend moet je rekening houden met het kind als totaal wezen in een bepaalde sociofamiliale context en is het vaak onvoldoende om je op één orgaansysteem te concentreren. Die brede blik heeft me altijd geboeid. Wat mij het meeste fascineert, is de wondere wereld van de neonatologie: de overgangsfase bij de geboorte, de prematuriteit, de congenitale afwijkingen ... Het is soms heel acuut en je moet snel resultaat zien van je handelingen. Dat intensieve en technische kantje van de neonatologie doe ik heel graag. Dat vind ik ook terug in de meer intensieve setting binnen de kindergeneeskunde: om die reden ben ik instructor geworden bij het ERC (European Resuscitation Council) en neem ik geregeld deel aan EPALS-cursussen (European Pediatric Advanced Life Support). Ik heb specifiek gekozen voor de combinatie tussen kindergeneeskunde en neonatologie en dat kan perfect binnen az groeninge, waar meerdere subdisciplines vertegenwoordigd zijn binnen een grote dienst kindergeneeskunde. Dat maakt dat we samen veel pathologie kunnen behandelen. Naast de algemene consultaties kindergeneeskunde zal ik samen met dr. Balemans verantwoordelijk zijn voor de N*-afdeling. Ik blijf actief binnen het EPALS-gebeuren en start binnenkort ook als instructor voor de regionale NLS (Neonatal Life Support).”
Roeselare en sinds 2007 ook halftijds in de Sint Jozefskliniek Izegem. Vanaf 1 januari 2017 zal ze die halftijdse functie in Izegem combineren met haar activiteiten in az groeninge. “Ik ben blij dat ik samen met o.a. dr. Koen Van Eygen en dr. Tom Lodewyck de hematologie mee verder kan helpen uitbouwen. Wat me zo aantrekt in de hematologie zijn de vele raakvlakken met quasi alle andere disciplines binnen de geneeskunde, naast de specifieke pathologie an sich. Uiteraard is er vaak multidisciplinair overleg met onder andere de huisarts, de apotheker, de klinisch bioloog, de radiotherapeut … Bovendien is er de laatste jaren een boeiende opmars van erg efficiënte doelgerichte behandelingen die de klassieke chemotherapie in bepaalde ziektebeelden al volledig aan het vervangen zijn. Die doelgerichte of ‘targeted’ therapieën hebben veelal een betere tolerantie en zijn vaak krachtiger. Naast een vaak curatieve aanpak meen ik ook dat er voldoende aandacht moet gaan naar de patiënt en zijn familie in de meer palliatieve fase. Ik wil me dan ook engageren om een actieve rol op te nemen binnen het palliatiefsupportteam.”
29
'Samen met de interventioneel radiologen en neurochirurgen wil ik het stroke netwerk in een ruime regio verder uitbouwen.' DR. PETER VANACKER NEUROLOGIE
Op 1 februari 2017 startte dr. Peter Vanacker in az groenige om het team van neurologen te versterken, in afwachting van de officiële erkenning als stroke netwerk. Dr. Vanacker zal, naast zijn functie als neuroloog, de coördinatie en de verdere uitbouw van het stroke netwerk op zich nemen. Die taak zal hij combineren met een uitbreiding van zijn wetenschappelijke onderzoeksactiviteiten in het Neurovasculair Referentiecentrum van het Universitair
Ziekenhuis Antwerpen (UZA). Dr. Vanacker genoot zijn opleiding tot geneesheer aan de KU Leuven, en volgde nadien een verdere specialisatie in de neurologie (2012). Gedurende zijn opleiding werkte hij in het UZ Leuven en het AZ Sint-Jan Brugge. Nadien kon hij zijn ervaring en kennis aanscherpen tijdens een fellowship in beroertezorg aan de gerenommeerde Zwitserse stroke units van het Centre Hospitalier Universitaire Vaudois in Lausanne en van het Inselspital in Bern. De waardering voor zijn wetenschappelijk en klinisch werk leidde bovendien tot een opdracht als consulent neurovasculaire aandoeningen in het UZA. Door zijn intense betrokkenheid bij de beroertezorg behaalde dr. Vanacker in maart 2016 een klinisch doctoraat en lanceerde hij het project ‘beroertecoach’ in AZ Sint-Lucas Brugge, wat een Belgische primeur was. Dat project wil hij in az groeninge ook uitvoeren en coördineren. Samen met de interventioneel radiologen en neurochirurgen zal hij het stroke netwerk in een ruime regio, op het kruispunt van de provincie West-Vlaanderen met Oost-Vlaanderen en Henegouwen, verder uitbouwen ter bevordering van de zorg voor de beroertepatiënt.Dr. Vanacker zal vooral een superviserende functie opnemen in het stroke netwerk en zal zijn expertise aanwenden om de stroke unit van az groeninge aan te sturen.
ARTSEN DIE AZ GROENINGE VERLATEN Het einde van het jaar viel samen met het vertrek van enkele artsen met een lange loopbaan in az groeninge: dr. Guy Meersman (neurologie), dr. Paul Debucquoy (kindergeneeskunde), dr. Dany Nicolaij (endocrinologie/diabetologie), dr.Wim De Walsche (plastische heelkunde). We zagen hen met spijt in het hart vertrekken maar wensen hen allen een heerlijk pensioen met tijd voor familie, hobby’s en welverdiende rust.
30
ACTAGROENINGE
WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES PUBLICATIES F. Michels, G.Cordier, S. Guillo, F. Stockmans - ESKKA-AFAS Ankle Instability Group. Endoscopic Ankle Lateral Ligament Graft Anatomic Reconstruction. Foot Ankle Clin. 2016 Sep; 21(3):66580. A. Van de Vyver, S. Clockaerts, J. Somville, F. Spaas, T. Leenders - Mesenchymale stamceltransplantatie als behandeling van osteochondrale letsels in de enkel, Ortho/Reum, April 2016. S. Clockaerts, S. Ghassemi, M.J. Oddy - Lateral Inverted Fracture of Talus (LIFT) lesion in a 17y old. ICRS Newletter 19 2015. S. Clockaerts, F. Spaas, T. Leenders - A case of one-step bone marrow derived stem cell transplantation for a talar osteochondral defect: a valuable alternative? ICRS Newletter 20 2016.
WETENSCHAPPELIJKE KALENDER 07.03.2017 Workshop: Vertigo HET NOTENHOF, CAMPUS KENNEDYLAAN HZW
16.03.2017 Lichamelijk onverklaarde klachten: een werkmodel
15.06.2017 De trein in ons brein: hersencircuits en neurotransmitters HET NOTENHOF, CAMPUS KENNEDYLAAN HZW
LOK CENTRUM AZ GROENINGE HZW
19.04.2017 Symposium anesthesie/ kindergeneeskunde/ gynaecologie HET NOTENHOF, CAMPUS KENNEDYLAAN AZ GROENINGE
S. Clockaerts - One-step surgery with minced cartilage to treat osteochondral defects. How does it work? ICRS Newletter 20 2016.
20.04.2017 Diabetes: vandaag en morgen (symposium LMN) HET NOTENHOF, CAMPUS KENNEDYLAAN HZW
VOORDRACHTEN F. Michels – Arthroscopic Endoscopic anatomy of the lateral ligaments of the ankle. Sports Medicine Arthroscopic Stabilisation of the Lateral Ankle Advanced Course. Rotterdam, September 2016 F. Michels – Percutaneous surgery. Know your instrument. 9th International GRECMIP, Cadaver Labs at CEU San Pablo University Madrid, Juni 2016 F. Michels – Percutaneous surgery. Percutaneous HV techniques: dressings & orthoplasty, 9th International GRECMIP Cadaver Labs at CEU San Pablo University Madrid, Juni 2016 S. Clockaerts – free paper session, ICRS meeting, Sorrenty, Italy, september 2016 S. Clockaerts - Kraakbeenherstel in de enkel, Orthopodium Kortrijk, België, oktober 2016
05.05.2017 Symposium 10 jaar de bres HET NOTENHOF, CAMPUS KENNEDYLAAN DE BRES AZ GROENINGE
18.05.2017 (Bij)voedingbij de (oudere) geriatrische patiënt HET NOTENHOF, CAMPUS KENNEDYLAAN HZW
06.06.2017 Middag HZW Menen / HZW
08.06.2017 Cardiologie HET NOTENHOF, CAMPUS KENNEDYLAAN HARTCENTRUM AZ GROENINGE
31
VOLG ONZE VERHUISPLANNEN:
MAART & APRIL 2017
CAMPUS KENNEDYLAAN: OPENING NIEUWE VLEUGELS 32
ACTAGROENINGE
CAMPUSSEN LOOFSTRAAT & VERCRUYSSELAAN: SLUITING
CAMPUS REEPKAAI: GEDEELTELIJKE VERHUIZING