Skip to main content

Magna Charta magazine Parsifal

Page 1

L

jaargang 3 | april 2017 | nr.49 | LIMITED EDITION

magazine

A PA RSI F

www.avdr.nl

# The Article Arbeidsrecht

# The Article

Wanneer moet een onder­ nemer de ondernemingsraad om advies vragen en bij welke beleidsbeslissing?

# The Interviews Met Rik de Groot & Joke Everts

april 2017 |

1


NO FEAR NO EQUAL NO LIMITS 2

| april 2017


JUST MAGNA CHARTA

april 2017 |

3


OUT NOW!

magna charta magazine presents:

NATIONAAL MILITAIR MUSEUM

Be the first one to read it all!

www.avdr.nl


CONTENT

COLOFON Uitgave Magna Charta magazine is een uitgave van Academie voor de Rechtspraktijk

Curriculum vitae

Jaargang 3

p. 07 Anna van Bracht

Citeerwijze: MagnaCM, 2017-49

Redactie: Etienne van Bladel en Sharon Olivier van Genderen

p. 13 Rik de Groot

09

Ontwerp en realisatie: Mark Pollema, Eline van Roosmalen, Roosmalen

p. 08 Anna van Bracht

Met dank aan:

Contactgegevens:

17

Academie voor de Rechtspraktijk Interne cursuslocatie G.E.H. Tutein Noltheniuslaan 7 4181 AS WAARDENBURG

F: 030-220 53 27

The Interview p. 30 Joke Everts

(navigatie: nr 1),

T: 030-303 10 70 Webinar cursussen

p. 22 CĂŠline van Waesberge

p. 14 Rik de Groot

Kasteel Waardenburg

T: 030-220 10 70 Traditionele cursussen

p. 29 Joke Everts

The Article

Melanie Hament en Manon van

Nationale Opera & Ballet

p. 21 CĂŠline van Waesberge

23

E-mail: info@avdr.nl

Advertenties: Etienne van Bladel

ISBN: 9789462286375 Behoudens door de auteurswet gestelde

31

uitzonderingen mag niets uit deze uitgave verveelvoudigd of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

www.avdr.nl

april 2017 |

5


www.avdr.nl

6

| april 2017


CURRICULUM VITAE

Anna van Bracht

Anna van Bracht (1988) is sinds augustus 2012 in dienst bij Baker&McKenzie. Daar werkt zij als advocaat in de praktijkgroep arbeidsrecht en adviseert zij (multi)nationale bedrijven over (onder meer) (collectief) ontslag en medezeggenschapsrechtelijke kwesties ten aanzien

van complexe reorganisaties en herstructureringsmaatregelen. Het individuele ontslagrecht vormt eveneens een belangrijk onderdeel van haar praktijk. Zo adviseert Anna over (de wijziging en harmonisatie van) arbeidsvoorwaarden, beloningen in de financiĂŤle sector en ontslag in brede zin (waaronder het ontslag van statutair-bestuurders). Met enige

regelmaat publiceert zij in vakbladen en voert zij juridische procedures. Onlangs heeft zij de Postacademische Leergang Arbeidsrecht (PALA) afgerond.

april 2017 |

7


The Article by Anna van Bracht

0067

Arbeidsrecht Bij arbeidsrecht denkt men in eerste instantie aan wetgeving waarbij enkel de Nederlandse regelgeving van toepassing is. Het arbeidsrecht omvat echter veel meer dan dat en wordt ook beïnvloed door Europese regelgeving. Hierbij kan worden gedacht aan thema's zoals medezeggenschap, arbeidsomstandigheden en gelijke behandeling. Arbeidsrecht is een hoek waarbij het internationale karakter ook een zeer belangrijke rol speelt. Dit komt niet alleen naar voren in de regelgeving zelf, maar ook in onze cliënten. In onze dagelijkse praktijk hebben wij elke dag te maken met internationale cliënten en grensoverschrijdende onderwerpen en vraagstukken.

WWZ Poster

gevallen). Sinds 1 juli 2015 zou het

­begeleiden en door het Nederlandse

voordat partijen duidelijkheid krijgen

Om deze cliënten goed te kunnen arbeidsrecht te leiden, heeft

­Baker&McKenzie een poster

gemaakt, die het Nederlandse

arbeidsrecht visueel weergeeft. Op deze poster is voor (buitenlandse)

cliënten snel te zien dat bijvoorbeeld de mogelijk­heden van beroep en

cassatie geopend zijn wanneer de rechter heeft geoordeeld over een

beëindiging van een dienstverband

met een werknemer. Vóór 1 juli 2015 (dus voor de invoering van de Wet,

Werk en Zekerheid (WWZ)) hadden

partijen doorgaans binnen circa twee a drie maanden duidelijkheid over

het al dan niet definitief eindigen van de arbeidsovereenkomst. Voorheen was het namelijk niet mogelijk om van een ontbindingsprocedure bij de kantonrechter of een

ontslagprocedure bij het UWV in

hoger beroep of cassatie te gaan (behoudens zeer uitzonderlijke

8

| april 2017

echter jaren kunnen gaan duren

over de rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Met invoering van de WWZ is dus de

mogelijkheid tot hoger beroep en

cassatie geopend. Dit betekent dat er vier rechtsinstanties open staan indien de wens bestaat om de

arbeidsovereenkomst op te zeggen,

namelijk opeenvolgend het UWV, de kantonrechter, het hof en als laatste mogelijkheid de Hoge Raad.

Een ander aandachtspunt, die ook

naar voren komt op de WWZ poster, is de onder de WWZ ingevoerde bedenktermijn. Dit houdt - kort

gezegd - in dat indien de werknemer

een beëindigingsovereenkomst heeft ondertekend, hij het recht heeft om

de beëindigingsovereenkomst binnen veertien dagen na de datum waarop de beëindigingsovereenkomst tot

stand is gekomen, zonder opgaaf


april 2017 |

9


The Article by Anna van Bracht

van redenen, te ontbinden. In de

beëindigingsovereenkomst moet de werkgever de werknemer op deze mogelijkheid hebben gewezen.

Doet de werkgever dit niet, dan

wordt de bekentermijn automatisch verlengd naar drie werken. Onze regering vond het wenselijk om

de werknemer op die manier extra

bescherming te bieden. Elk beding waarbij het "bedenkrecht" wordt

beperkt of uitgesloten is nietig. Deze bedenktermijn is in de praktijk erg

onpraktisch. Pas na het verstrijken van twee of drie weken weet de werkgever of de gesloten deal doorgang zal

vinden. Komt de werknemer terug op de beëindigingsovereenkomst, dan begint het onderhandelingsproces

opnieuw. Onderhand wordt er daarom naar manieren gezocht om de bedenktermijn te omzeilen.

Een volgende uitdaging om uit te

leggen aan (buitenlandse) cliënten

is de verandering sinds de WWZ dat zieke werknemers in beginsel niet ontslagen kunnen worden tijdens

een reorganisatie. Onder het oude recht konden zieke werknemers,

die nog geen twee jaar ziek waren, in geval van een reorganisatie

worden ontslagen, mits de ziekte

geen verband hield met het ontslag. Dat kon niet via het UWV, maar

de werkgever kon zich wel tot de kantonrechter wenden om het

dienstverband te ontbinden. Dit is

sinds de invoering van de WWZ niet

langer mogelijk. Een zieke werknemer kan alleen worden ontslagen in geval van een algehele bedrijfssluiting.

Hierbij benadruk ik dat de aandacht van buitenlandse cliënten al is

getrokken bij de vermelding dat

werknemers twee jaar lang moeten

10

| april 2017

worden doorbetaald tijdens ziekte.

Nederland is hierin de koploper. Dat is extra duidelijk al je beseft dat de

loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte in andere Europese landen bijvoorbeeld 26 weken is.

staan wij voor een aantal uitdagingen. Ten eerste moeten we onze cliënt,

mogelijk aan de hand van de WWZ poster, uitleggen wat de stappen

zijn of kunnen zijn in het kader van een mogelijke reorganisatie. Zoals

hierboven al even genoemd, hebben Reorganisaties en

wij daarnaast altijd te maken met

Bij reorganisaties zijn veel

deze moeten allen op juiste wijze

medezeggenschap

verscheidene belanghebbenden,

(buitenlandse) cliënten extra

worden benaderd. Daarnaast is

voorzichtig. Dit niet alleen

door bovengenoemde nieuwe

wetswijzigingen, maar ook omdat

de belangen van alle stakeholders in acht dienen worden genomen.

Een kort voorbeeld uit de praktijk: wij

begeleiden veel Amerikaanse cliënten die moeten reorganiseren waarbij een belangrijk deel van hun organisatie in Nederland is gevestigd. Hierbij

het van belang dat wij ons kunnen verplaatsen in de verschillende

partijen die bij een reorganisatie

betrokken zijn. Denk hierbij aan de

vakbonden en de ondernemingsraad. Aangezien in veel situaties de

belangen uiteenlopen, is het een uitdaging deze belangen in een medezeggenschapstraject voor

zoveel als mogelijk op elkaar te laten


Wanneer moet een ondernemer de ondernemingsraad om advies vragen en bij welke beleidsbeslissing?

aansluiten. Een tip die ik hierbij kan meegeven is om 'open minded' te

zijn, zodat aan verschillende visies

van verschillende belanghebbenden kunnen worden meegewogen.

Een mooi aspect van mijn baan als arbeidsrecht advocaat bij

Baker&Mckenzie is dat wij cliĂŤnten bij reorganisaties begeleiden, die in het

Werkgevers zijn in toenemende

mate verplicht om werknemers te betrekken bij de besluitvorming

binnen hun organisatie. Dit zorgt voor een besluitvormingstraject

wat steeds ingewikkelder in elkaar zit en roept daarnaast vragen op.

Wanneer moet een ondernemer de

ondernemingsraad om advies vragen en bij welke beleidsbeslissing?

nieuws te volgen zijn. Je bent hierdoor Van belang is daarnaast wanneer betrokken bij de meest recente ontwikkelingen in verschillende

bedrijven en daardoor op de hoogte wat er speelt binnen verschillende sectoren.

Reorganisaties zijn een onderdeel van het medezeggenschapsrecht

waarbij de ondernemingsraad (indien aanwezig) moet worden betrokken.

er sprake van een belangrijk

besluit in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden. Vragen die

hierbij opkomen zijn onder meer de

vraag wat kunt een onderneming kan doen als de ondernemingsraad niet tijdig reageert op een verzoek om

advies of instemming? Wat zijn de

rechten en bevoegdheden van de ondernemingsraad?

Als arbeidsrecht advocaat bij

Baker&Mckenzie begeleiden wij

ondernemingen ook bij het instellen van een ondernemingsraad of een personeelsvertegenwoordiging. Wij adviseren over de wettelijke

verplichtingen tot het vragen van advies en instemming aan de

ondernemingsraad. Voorbeelden

zijn adviestrajecten ten aanzien van

reorganisaties, fusies en overnames en instemmingstrajecten over

bijvoorbeeld het harmoniseren van

arbeidsvoorwaarden of het wijzigen van arbeidsomstandigheden.

Naast het begeleiden en adviseren

van de ondernemer staan wij ook vaak de ondernemingsraad. Dit maakt het werk uitdagend en interessant.

april 2017 |

11


www.avdr.nl

12

| april 2017


CURRICULUM VITAE

Rik de Groot

Ik ben geboren op 8 september 1984 in Apeldoorn. Na daar het VWO gevolgd te hebben

ben ik in 2002 naar de AKI (kunstacademie) in Enschede gegaan. Dat bleek niet helemaal te zijn wat ik ervan verwachtte, waarna ik me uiteindelijk heb ingeschreven voor de

bachelor Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht. Na het afronden van de master

Transnationale CommerciĂŤle Rechtspraktijk aan de Universiteit Utrecht (cum laude, 2008) ben ik op reis gegaan, om vervolgens mij Norton Rose (Fulbright) LLP te beginnen als

advocaat-stagiair. Na bijna zes jaar daar gewerkt te hebben op de afdeling Banking &

Finance, ben ik overgestapt naar Baker & McKenzie Amsterdam N.V. Daar werkte ik een jaar op de banking-afdeling met veel plezier, om vervolgens over te stappen naar CoĂśperatieve Rabobank U.A.. Ik werk daar als senior jurist in het WRR Legal team Lending.

Buiten mijn studie/werk heb ik altijd veel aan sport gedaan (roeien, judo, jui-jitsu, boksen,

fitness, hardlopen), schilder ik en breng ik graag tijd door met mijn vrouw en twee kinderen.

april 2017 |

13


Interview by Rik de Groot

INTERVIEW 1 Hoe omschrijf je je functie - Wat zijn de voornaamste werkzaamheden van de afdeling Corporate Legal?

al langer behoefte aan meer ruimte om me met

Rabobank’s WRR Legal houd ik mij primair bezig

flexibeler te werken, in een toch uitdagende praktijk,

Als senior jurist in het team Lending van

met financieringstransacties waarbij wij worden

geadviseerd door een advocatenkantoor. Mijn rol

in dergelijke transacties is dan ervoor te zorgen dat de transacties binnen de (risico-)parameters blijft waarvoor interne goedkeuring is verkregen, dat

andere dingen bezig te houden dan alleen werk. Ik

had al een dochter en een tweede op komst, dus de mogelijkheden om minder en ook nog eens

spraken me direct aan. Ik ben wel fulltime blijven werken, maar fulltime in het bedrijfsleven is niet hetzelfde als fulltime in de advocatuur.

beoogde juridische positie. Ook onderhoud ik

3 Wat is het grootste verschil tussen advocatuur/notariaat en het bedrijfsleven?

samenwerking en hou ik me bezig met het schrijven

vorige werk, waarbij ik dus eigenlijk actief ben

Rabobank’s beleidsregels worden gevolgd en dat de transactie in algemene zin zorgt voor de

contact met diverse advocatenkantoren over de

van beleid en het vastleggen van afspraken voor/met de diverse andere afdelingen binnen

Rabobank waarmee wij samenwerken. Het

opleiden en coachen van meer junior collega’s en

het monitoren van de verdeling van werkzaamheden/

Het verschil zoals ik het zie in mijn werk nu en mijn gebleven bij hetzelfde soort transacties maar dan in een andere positie, zit hem met name in de rol die

je vervult en de taken en verwachtingen die daarbij horen. Als advocaat ben je veel intensiever in het

proces betrokken en wordt er ook een veel groter

10 vragen aan

Rik de Groot

capaciteit binnen mijn team voor zover het

beroep op je beschikbaarheid en flexibiliteit

werkzaamheden, evenals het rapporteren van

laatste stuk van een transactie betrokken, terwijl ik

dergelijke transacties betreft, hoort ook bij mijn juridische ontwikkelingen en ontwikkelingen in

de markt die een impact op Rabobank (kunnen) hebben.

nu al van begin af een taak heb; ik adviseer ook op

de structurering van transacties, of er wel of niet met

advocaten gewerkt moet worden voor een specifieke transactie en zo ja, welke dan, etc. Het is daarbij

2 Wat is de reden geweest om de overstap naar het bedrijfsleven te maken of niet te kiezen voor de advocatuur?

De reden om over te stappen was vrij cliché; ik had

14

gedaan. Tegelijkertijd ben je vaak alleen op het

| april 2017

ook een groot verschil dat de commercie – die de transactie draait – niet van mij verwacht dat ik alle dagen te allen tijde beschikbaar ben; daarvoor

kijken ze naar de advocaat. Binnen mijn team zijn

er dan ook veel mensen die parttime werken en in tegenstelling tot in de advocatuur (althans in mijn


ervaring) is daar hier meer respect/begrip voor en wordt daar ook meer rekening mee gehouden.

4 Wat kan de advocatuur/notariaat leren van het bedrijfsleven? Flexibeler werken. In mijn team nu werken er best veel mensen één of meerdere dagen vanuit huis. Uiteraard brengt dat ook aandachtspunten met zich mee, maar het leidt ook tot veel vrijheid en

8 Wat is je grootste uitdaging op dit moment?

De grootste uitdaging momenteel is met het hele

team efficiënter werken; we moeten om verschillende redenen méér werk met mínder mensen doen,

zonder dat dat mag leiden tot slechtere kwaliteit. Dat brengt best wat interessante dilemma’s met zich mee.

onder lijdt. In mijn ervaring is in de advocatuur thuis

9 Wat moet een externe jurist vooral niet doen?

hoge uitzondering omdat bijvoorbeeld de loodgieter

zoveel processen door elkaar heen met zoveel

tevredenheid, terwijl de productiviteit er zeker niet werken alleen mogelijk buiten kantoortijden of bij langskomt.

5

Zaken (onuitgesproken) veronderstellen. Er lopen verschillende mensen met weer verschillende

ervaringsniveau’s en achtergronden, dat je niet

Welke bepaling van boek 6 BW mag volgens jou worden aangepast en waarom?

Geen idee.

6 Welke uitspraak van de Hoge Raad heeft voor jouw praktijk belangrijke wijzigingen teweeg gebracht? Tsja, dat zijn er nogal wat. De meest recente

"De grootste uitdaging momenteel is met het hele team efficiënter werken" die enige impact heeft op mijn dagelijkse

iedere transactie over dezelfde kam kunt scheren en

Rabobank/Reuser, over de verhouding pandrecht

eerdere transactie is gelopen.

werkzaamheden in de transactiepraktijk is versus eigendomsvoorbehoud.

7 Wat zou je willen toevoegen aan boek 6 BW?

Ik mis niet echt iets, maar wat bepalingen over

(abstracte) garanties bijvoorbeeld zou geen kwaad kunnen.

kunt uitgaan van hoe een discussie of proces in een

10 Wat verwacht je van een externe jurist als adviseur? Los van uiteraard een uitstekende kennis van het recht en de relevante market practice moet een

externe jurist kritisch zijn, goed communiceren (mondeling en schriftelijk, tenminste in het Nederlands

en het Engels) en zich pro-actief opstellen. En een beetje prettig in de omgang als het kan.

april 2017 |

15


They think we do BAD THINGS but we do them very well

16

| april 2017


april 2017 |

17


CĂŠline van Waesberge

Anna van Bracht

18

| april 2017


Tinga Kleefman

Joke Everts

magazine

Rik de Groot


www.avdr.nl

20

| april 2017


CURRICULUM VITAE

CĂŠline van Waesberge

CĂŠline van Waesberge is sinds december 2011 advocaat bij Loyens & Loeff N.V. in

Rotterdam. Zij is werkzaam op de praktijkgroep Litigation & Risk Management en is lid van

het Life Sciences en Data Protection & Privacy Team en is gespecialiseerd in privacyrecht, farmaceutisch recht en (internationaal) contractenrecht.

april 2017 |

21


The Article by Céline van Waesberge

0068

Voorstel ePrivacy Verordening: het einde van de cookie banners, of toch niet? Op 10 januari 2017 publiceerde de Europese Commissie het voorstel voor een nieuwe ePrivacy Verordening. Een onderdeel waarop veel winst lijkt te behalen, is de herziening van de cookieregels. Het voorstel bepaalt dat toestemming voor het plaatsen en uitlezen van cookies ook verkregen kan worden via privacy instellingen in browsers en gelijksoortige applicaties. Dit zou het einde kunnen betekenen van de omslachtige cookie-banners die door de gemiddelde consument (toch) niet wordt gelezen (terwijl zij wel ter bescherming dienen van deze consument). Of hebben bepaalde partijen wel degelijk belang bij het plaatsen van de cookie-banners?

Inleiding

Deze zogenoemde “Over-The-Top”

Europese Commissie haar voorstel

de reikwijdte van de ePrivacy Richtlijn.

Op 10 januari 2017 publiceerde de voor een nieuwe Verordening

betreffende Privacy en Elektronische Communicatie (“ePrivacy

Verordening”)1. In december 2016,

lekte een eerdere (onofficiële) versie van het voorstel al uit2.

Het is de bedoeling dat de ePrivacy

Verordening de verouderde ePrivacy Richtlijn3 vervangt. Sinds de laatste

herziening van de ePrivacy Richtlijn in 2009, volgen technologische

ontwikkelingen elkaar in rap tempo

niet aan dezelfde eisen hoeven te

voldoen als de traditionele aanbieders van openbare elektronische

communicatieaanbieders (zoals

telecomproviders). Dit heeft volgens de Europese Commissie niet alleen geleid tot ongelijkheid tussen aanbieders van communicatiediensten, maar ook tot

een gebrek aan bescherming van de

(privacy van) gebruikers van dergelijke OTTs.

Om die reden introduceert het voorstel

van ‘nieuwe’ communicatiediensten via

nieuwe set bepalingen met als doel

ondernemingen steeds meer gebruik het internet, zoals Skype, WhatsApp, FaceTime en Facebook Messenger.

Voorstel voor een Verordening van het Europese Parlement en de Raad betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van persoonsgegevens in elektronische communicatie en tot intrekking van Richtlijn 2002/83/ EC (Verordening betreffende Privacy en Elektronische Communicatie), op het moment van schrijven slechts nog beschikbaar in het Engels via de volgende link: https://ec.europa.eu/digital-single-market/en/ news/proposal-regulation-privacy-and-electroniccommunications. 2 Beschikbaar via: http://www.politico.eu/ wp-content/uploads/2016/12/POLITICO-e-privacydirective-review-draft-december.pdf. 3 Richtlijn 2002/85/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie.

| april 2017

Dat betekent dat aanbieders van OTTs

op en maken consumenten en

1

22

diensten (“OTTs”) vallen nu niet onder

voor de ePrivacy Verordening een het vertrouwen in elektronische

communicatiediensten te versterken, een hoog beschermingsniveau

te bieden aan gebruikers van die

diensten en een gelijk speelveld tussen marktpartijen te creëren.

Een belangrijke wijziging in het

voorstel, is de herziening van de

cookie-regels. In dit artikel zal ik op deze (nieuwe) regels ingaan. Verordening vs. Richtlijn

Een van de eerste dingen die opvalt

is het feit dat de Europese Commissie


april 2017 |

23


The Article by Céline van Waesberge

heeft gekozen voor een nieuwe

verordening en niet voor aanpassing van de (verouderde) richtlijn. Anders dan een richtlijn die in nationale

wetgeving moet worden omgezet, is een verordening rechtstreeks

toepasselijk in elke Europese lidstaat. Dit heeft als grote voordeel dat

bedrijven die in meerdere Europese lidstaten opereren in al deze landen aan dezelfde wetgeving moeten voldoen.

Zo zijn de huidige cookie-

regels uit de ePrivacy Richtlijn in Nederland bijvoorbeeld

geïmplementeerd in artikel 11.7a van de Telecommunicatiewet. Hoewel de nationale cookie-regels in hele

Wanneer de cookies worden gebruikt

(ii) een door de gebruiker gevraagde

de gebruiker te verzamelen, moet

analytische doeleinden.

gegeven (en dus bijvoorbeeld niet

Daarnaast wordt het gebruik van

voorwaarden).

gebruiker daartoe toestemming heeft

om bepaalde persoonsgegevens over die toestemming uitdrukkelijk worden kunnen zijn verstopt in algemene

Dit heeft geresulteerd in lange cookie

betekent dat aanbieders van websites die zich richten op gebruikers in de

hele Europese Unie en daarbij cookies willen gebruiken (zoals bijvoorbeeld Facebook) moeten nagaan welke

regels in elk van die landen gelden met betrekking tot het gebruik van

cookies. Daar komt met de ePrivacy Verordening wellicht een einde

aan. Een website-aanbieder hoeft

dan slechts nog te voldoen aan de

cookie-regels zoals neergelegd in die verordening.

en de ontelbare verzoeken om op

browsers en gelijksoortige applicaties

langere cookie en privacy policies)

worden via privacy instellingen in

“akkoord” te klikken waarmee je wordt

(hierna: “browser instellingen”).

surft. Waar de informatieplicht bedoeld

Omdat de Nederlandse wetgeving al

tegen onder meer ongewenste

plaatsen en uitlezen van functionele en

gebruiker nu blindelings elke cookie

name de laatste wijziging interessant.

cookie voor wordt gebruikt en welke

Tot nu toe werden (Do-Not-Track-

worden verzameld. Een handelwijze

als onvoldoende beschouwd voor het

de gebruiker, maar ook voor website

voor bepaalde cookies. Dat standpunt

rompslomp en kosten.

voorgestelde ePrivacy Verordening

Betekent ePrivacy Verordening dan

moeten worden gegeven om voor

De voorgestelde ePrivacy Verordening

te geven of te weigeren via browser

regels . Het voorgestelde artikel 8

alle cookies” tot “accepteer nooit

overspoeld wanneer je op het internet was om de gebruiker te beschermen

een versoepeld regime kent voor het

spyware, accepteert de gemiddelde

bepaalde analytische cookies5, is met

gegevens daarmee over hem/haar

systemen in) browser instellingen nog

die niet alleen nutteloos lijkt te zijn voor

al dan niet geven van toestemming

aanbieders leidt tot administratieve

lijkt nu te wijzigen. Volgens de

bepaalde cookies hun toestemming

introduceert daarom nieuwe cookie-

instellingen, variërend van “accepteer

4

bevat de hoofdregel dat het plaatsen hoofdregel gelden dan vervolgens een

Een veel gehoord geluid is dat de

cookies zal bijvoorbeeld toegestaan

schieten. Onder de ePrivacy Richtlijn is

communicatie uit te voeren,

voorbij

aantal uitzonderingen. Het gebruik van

huidige cookie-regels hun doel voorbij

zijn indien dat (i) noodzakelijk is om de

over de desbetreffende cookies.

24

| april 2017

bijvoorbeeld “weiger third party

cookies”. De door een gebruiker

ingestelde browser instellingen zouden dan tegenover iedere derde (in het

bijzonder natuurlijk tegenover degene

die de cookies wil plaatsen) gelden en dus kunnen betekenen dat de cookie-

de meeste gevallen slechts toegestaan

duidelijk en volledig is geïnformeerd

cookies” en opties ertussenin, zoals

ingeroepen kunnen worden. Dit zou

het plaatsen en uitlezen van cookies in

toestemming heeft gegeven nadat hij

zouden gebruikers de mogelijkheid

het einde van de cookiebanners?

van cookies verboden is. Op die

dat wil zeggen indien de gebruiker

gegeven.

Deze toestemming kan ook verkregen

Huidige cookieregels schieten doel

op basis van ‘informed consent’,

cookies ook toegestaan indien de

banners (met een link naar nog

Europese Unie op hoofdlijnen hetzelfde en dus zonder te weten waar de is, bestaan er toch verschillen. En dat

dienst te leveren of (iii) voor bepaalde

4

Overigens spreekt de ePrivacy Richtlijn noch de voorgestelde ePrivacy Verordening van het begrip “cookies”. Onder de voorgestelde ePrivacy Verordening gaat het om “the use of processing and storage capabilities of terminal equipment and the collection of information from end-user’s terminal equipment, including about its software and hardware”.

banners en walls zullen verdwijnen.

5

Zie artikel 11.7a, derde lid, Telecommunicatiewet.


Als cookies worden gebruikt om

Het antwoord luidt waarschijnlijk

Ik heb daar mijn twijfels bij, zeker

(bijvoorbeeld in het geval van tracking

van de AVG wordt bepaald dat

browser instelling heeft gekozen

persoonsgegevens te verwerken

cookies), zal de toestemming per 25 mei 2018 moeten voldoen aan de

(strenge) vereisten die de Algemene Verordening Gegevensbescherming

6

(“AVG”) aan die toestemming stelt7

Zo dient toestemming onder meer vrij, specifiek en geïnformeerd te zijn. Interessant in dit kader is onder

meer de vraag of toestemming voor bepaalde cookies wel vrijelijk is

gegeven als die toestemming vereist is om überhaupt een bepaalde website te kunnen bezoeken, zoals in geval

van de zogenoemde “cookie walls”.8

6

Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EC (Algemene Verordening Gegevensbescherming 7 Zie artikel 4 onder (11) en artikel 7 van de AVG. 8 Zie in dit kader ook European Data Protection Supervisor, Opinion 5/2016, Preliminary EDPS Opinion on the review of the ePrivacy Directive (2002/58/EC), p. 14 -15.

ontkennend. In de overwegingen

als een gebruiker bijvoorbeeld als

toestemming wordt geacht niet

voor “accepteer alle cookies”. Een

vrijelijk te zijn gegeven indien het

verlenen van een dienst afhankelijk

is van de toestemming ondanks het feit dat dergelijke toestemming niet noodzakelijk is voor die uitvoering.

9

Volgens de Europese Commissie

voldoet een gegeven toestemming via browser instellingen aan het

toestemmingsvereiste van de AVG, als de gebruiker geïnformeerd en

actief een bepaalde setting kiest10.

9

Zie overweging 43 van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EC. 10 Overweging 24 van het voorstel voor de ePrivacy Verordening: “For web browsers to be able to obtan end-user’s consent as defined under Regulation (EU) 2016/679, for example, to the storage of third party tracking cookies, they should, among others, require a clear affirmative action from the end-user of terminal equipment to signify his or her freely given, specific informed, and unambiguous agreement to the storage and access of such cookies in and from the terminal equipment.””

dergelijke instelling is algemeen en

zou moeten gelden voor elke website

die wordt geopend via de betreffende

browser. Die browser kan op voorhand nooit weten welke cookies door al

die websites precies zullen worden

gebruikt, laat staan welke gegevens van de gebruiker door die cookies

allemaal zullen worden verzameld,

voor welke doeleinden en met welke andere partijen deze gegevens

vervolgens kunnen worden gedeeld. Dit zijn echter allemaal wel details

waarover een gebruiker moet worden

geïnformeerd voor een geldig gegeven toestemming onder de AVG. Het is

dus nog maar de vraag hoe dit in de praktijk zal uitwerken.

De in december 2016 uitgelekte versie van het voorstel voor de ePrivacy

Verordening bepaalde nog specifiek

dat indien de gebruiker geen actieve

april 2017 |

25


The Article by Céline van Waesberge

keuze maakt ten aanzien van zijn/haar

Dat zou tot gevolg kunnen hebben dat

instelling zou moeten gelden dat third

gratis aangeboden worden

browser instellingen, als standaard party cookies en tracking cookies geweigerd moeten worden . Het 11

voorstel bevat die overweging niet

langer. Het huidige voorstel vereist

slechts dat een gebruiker bij installatie van bepaalde software of bij de

eerstvolgende update van software

de betreffende diensten niet langer en voor de diensten betaald zal

moeten worden. Dat betekent kort

gezegd dat de consumenten eigenlijk voor de keuze worden gesteld om

voor de diensten te betalen met hun persoonsgegevens of in euro’s.

de gebruiker wordt gevraagd voor

Handhaving

kiezen.

toezichthouders betrokken bij de

bepaalde browser instellingen te

Of de cookie-banners écht zullen verdwijnen, hangt volgens mij af

van de browser instellingen die de gemiddelde gebruiker zal kiezen

en het type website dat je bezoekt. Partijen zullen er namelijk ook

voor kunnen kiezen om gewoon

toestemming te (blijven) vragen via de gebruikelijke cookie banner . 12

En ik kan me zo voorstellen dat dit

voor bepaalde partijen interessant

zal blijven. Zeker voor websites en

applicaties die hun diensten gratis

kunnen aanbieden juist doordat op

die websites en applicaties ook third party cookies worden aangeboden

(zoals www.nu.nl en Facebook). Voor deze partijen is het zeer nadelig als

de gemiddelde consument dergelijke

cookies standaard weigert via browser instellingen.

handhaving van de cookie-regels: de

Autoriteit Consument & Markt (“ACM”) en de Autoriteit Persoonsgegevens (“AP”). In beginsel ziet de ACM

erop toe dat websites die cookies plaatsen bij gebruikers, zich aan

de cookieregels houden, zoals aan het toestemmingsvereiste en de

informatieverplichting. Naast de ACM, is de AP bevoegd tot handhaving waar er door middel van cookies

persoonsgegevens worden verwerkt

(bijvoorbeeld door third part tracking cookies). Zowel de ACM als de AP

kunnen bij overtreding van de cookieregels hoge boetes opleggen (van maximaal EUR 900.000).

Uit het Voorstel volgt dat (slechts) AP de bevoegde toezichthouder wordt

voor de geldende cookie-regels onder de ePrivacy Verordening. Daarbij

11

Overweging 28 van gelekte (onofficiele) versie van het voorstel voor de ePrivacy Verordening: “In case of no active choice or action from the use, the web browser shall be set so that it blocks by default the storage of third party cookies or other types of trackers”, beschikbaar via http://www.politico.eu/ wp-content/uploads/2016/12/POLITICO-e-privacydirective-review-draft-december.pdf. 12 Zie paragraaf 3.4 van het Explanatory Memorandum bij het voorstel voor de ePrivacy Verordening.

26

In Nederland zijn op dit moment twee

| april 2017

krijgt de AP dan de bevoegdheid om boetes op te leggen tot EUR

10.000.000, of indien dit hoger is, 2%

van de wereldwijde jaaromzet van een rechtspersoon. Dit maakt het belang van compliance met de (nieuwe) cookie-regels direct duidelijk.


april 2017 |

27


www.avdr.nl

28

| april 2017


CURRICULUM VITAE

Joke Everts

Joke Everts (1986) begon haar carrière als advocaat bij het internationale advocatenkantoor Norton Rose Fulbright te Amsterdam. Zij deed daar ervaring op in de Corporate Litigation

praktijk, waar zij adviseerde en procedeerde over vennootschapsrechtelijke- en commerciële geschillen.

Vervolgens maakte zij de switch naar het Corporate team binnen Norton Rose Fulbright, waar zij adviseerde op het gebied van ondernemingsrecht. Haar dagelijkse praktijk bestond onder

andere uit het onderhandelen over SPA’s, SHA's, private equity- en investeringsdocumentatie en de coördinatie van fusie en overname transacties vanuit een juridisch perspectief.

Na zes jaar maakte zij de overstap naar het bedrijfsleven, waar zij nu werkzaam is bij wehkamp, een van de grootste webwinkels van Nederland. Als Legal Counsel is zij verantwoordelijk voor de juridisch commerciële zaken van wehkamp.

In 2016 rondde Joke de Grotius opleiding Nationaal en Internationaal Contracteren cum laude af, waar zij in haar huidige praktijk veel gebruik van maakt.

april 2017 |

29


Interview by Joke Everts

INTERVIEW 1 Wat maakt uw bedrijf uniek vergeleken met de andere bedrijven?

van verschillende disciplines en functielagen

postorderbedrijf de switch te maken naar een

als Legal ook direct contact mee hebt en overlegt.

wehkamp is erin geslaagd om van een

moderne klantgerichte webwinkel. wehkamp is getransformeerd naar de e-commerce wereld, waarin de groeipotentie groot is.

wehkamp is niet alleen een (online) retail bedrijf,

maar ook een technologie en databedrijf, als gevolg waarvan wij een nog persoonlijker contact met

de klant kunnen realiseren. De professionaliteit, diversiteit en informele sfeer die wehkamp kenmerken, maakt dit bedrijf uniek.

geschakeld. Daarnaast staat wehkamp onder

toezicht van verschillende toezichthouders, waar je

De rol en de werkzaamheden van onze Legal

Counsels zijn divers, wat het werk afwisselend en uitdagend maakt.

3 Wat is de reden geweest om de overstap naar het bedrijfsleven te maken?

Als advocaat vlieg je voor een bepaald advies of

project in en vlieg je zodra dit is afgerond weer uit.

2 Hoe omschrijf je je functie – wat zijn de voornaamste werkzaamheden van de afdeling Legal? Het Legal team binnen wehkamp adviseert de

business over een breed scala aan (juridische)

onderwerpen. Zo adviseer je onder meer op het

gebied van consumentenrecht en data privacy en

voer je onderhandelingen over tal van commerciële contracten. Onder andere op marketing, buying &

Je staat als Legal Counsel dichter op de business en je maakt een traject van A tot Z mee. Ook

moet je als Legal Counsel nog pragmatischer en

commerciëler naar juridische vraagstukken kijken dan als advocaat. De interne klant heeft geen

juridische achtergrond, terwijl de externe klant van

de advocaat dat meestal wel heeft. Dit betekent dat je een directe vertaalslag naar de business moet maken.

sales, operationeel en IT gebied.

Een ander verschil is de diversiteit aan onderwerpen

Legal kijkt verder mee met campagnes en reclame-

vergader je op het distributiecentrum met de

uitingen en zorgt voor de bescherming van de

eigen merken, zoals whkmp’s OWN. Ook wordt

en collega’s in het bedrijfsleven. De ene dag

operationeel manager en de volgende dag werk je

samen met een campagne manager aan een nieuwe

10 vragen aan

Joke Everts

Legal actief betrokken bij wehkamp-brede projecten

‘Living’ campagne op social media.

gebied van design en content van de website

de reden is geweest om de overstap naar het

om het bedrijf verder te ontwikkelen, zoals op het en contractmanagement. Er wordt met collega’s

30

| april 2017

Deze aspecten trokken mij aan, wat voor mij bedrijfsleven te maken.


april 2017 |

31


Interview by Joke Everts

4 Wat is het grootste verschil tussen advocatuur/notariaat/ander en het bedrijfsleven?

E-commercerichtlijn. Hier is door de wetgever mijn

advocatuur. Collega’s in het bedrijfsleven zitten

elkaar kruisten, is de vrijstelling korte tijd uit artikel

Het bedrijfsleven is nog wat commerciëler dan de niet te wachten op een uitgebreid memorandum of verwijzingen naar jurisprudentie en wetsartikelen. Zij verwachten snel, bondig en adequaat advies, waarmee zij direct aan de slag kunnen. Als

Legal Counsel wordt verder van je verwacht dat je belangrijke risico’s snel identificeert, zonder

bij iedere punt komma een discussie te starten.

Choose your battles is daarbij belangrijk. Ook dit is een verschil met de advocatuur.

5 Wat kan de advocatuur/notariaat/ander leren van het bedrijfsleven? Nog meer modernisatie. De advocatuur is in

mijn ogen soms nog wat conservatief en zou

wat mij betreft nog meer kunnen moderniseren

om van toegevoegde waarde te kunnen blijven en interessante kandidaten te kunnen blijven

trekken. Zo is het uurtje-factuurtje in veel gevallen achterhaald, omdat de klant een duidelijk vooraf afgesproken vast bedrag voor de klus of het

project vereist, om ook intern de kosten te kunnen

verantwoorden. Wij zien dat al veel kantoren vaste pakketten aanbieden, wat denk ik een goede verandering is.

inziens niet voldoende over nagedacht.

De vrijstelling kent verder een ongelukkige

geschiedenis. Doordat twee wetgevingstrajecten 6:234 BW verdwenen en vervolgens (in een

hergeformuleerde vorm) teruggekeerd. Al met al een behoorlijk verwarrende bepaling, die voor

meerdere interpretaties vatbaar is. Een herziening van dit artikel kan wat mij betreft dan ook geen kwaad.

7 Welke uitspraak van de Hoge Raad heeft voor jouw praktijk belangrijke wijzigingen teweeg gebracht? Algemeen gezien zou ik direct het beroemde Haviltex-arrest van de Hoge Raad uit 1981

antwoorden, over de uitleg van overeenkomsten en de bedoelingen van partijen. Specifiek voor mijn praktijk zou ik het Gemeente De Ronde

Venen/SNU en Stedin arrest van de Hoge Raad uit 2011 aanhalen. Dit arrest bepaalt dat een

duurovereenkomst voor onbepaalde tijd in principe opzegbaar is als de overeenkomst en de wet

geen opzeggingsregeling kent. Redelijkheid en

billijkheid kunnen wel meebrengen dat opzegging alleen mogelijk is als daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat.

In mijn praktijk wordt veel onderhandeld over

6 Welke bepaling van boek 6 BW mag volgens jou worden aangepast en waarom? Artikel 6:234 BW. In artikel 6:234 BW zijn

duurovereenkomsten. Daarbij is het belangrijk in

iedere (duur)overeenkomst een expliciete regeling over de duur en opzegging op te nemen. Je komt nog wel eens duurovereenkomsten tegen waarin een dergelijke bepaling niet is opgenomen. In

"Zij verwachten snel, bondig en adequaat advies, waarmee zij direct aan de slag kunnen." dienstverleners in de zin van de Dienstenrichtlijn

die gevallen worden de criteria van dit arrest

algemene voorwaarden worden verstrekt.

als wehkamp op een gegeven moment de

vrijgesteld van het opslagvereiste, wanneer Deze vrijstelling lijkt in strijd te zijn met de

32

| april 2017

en samenhangende arresten belangrijk, zeker samenwerking zou willen beëindigen.


8 Wat zou je willen toevoegen aan boek 6 BW

In de Europese Richtlijn Koop en Garantie is een

wettelijke garantietermijn van twee jaar opgenomen. Dit is een garantietermijn die als minimum is

voorgeschreven aan de lidstaten van de EU. Elke

lidstaat mag daar andere regels voor maken. Zolang

deze regels maar voordeliger zijn voor de consument. Bij het omzetten van de Europese Richtlijn naar

Nederlands recht is er door Nederland, als een van de weinige lidstaten, voor gekozen om deze twee jaar niet over te nemen. In de Nederlandse wet

staat dat het product dat wordt gekocht 'deugdelijk' moet zijn, wat betekent dat de garantietermijn

oneindig kan zijn. Ik zou pleiten voor een wettelijke garantietermijn van twee jaar om te voorkomen dat er afwijkende regelingen op dit gebied gelden in de verschillende lidstaten, wat de uniformiteit en rechtszekerheid niet ten goede komt.

9 Wat is je grootste uitdaging op dit moment?

Een groot project voor ons Legal team komend jaar zal de implementatie van de Algemene

Verordening Gegevensbescherming (AVG) binnen onze organisatie zijn. De AVG brengt veel nieuwe

verplichtingen op het gebied van data privacy met zich mee voor bedrijven die persoonsgegevens verwerken. Dit resulteert daarom in nieuwe

procedures en door te voeren maatregelen binnen ons bedrijf op dit gebied.

10 Wat moet een externe jurist vooral niet doen en wat verwacht je van een externe jurist als adviseur? Van een external counsel verwacht ik advies op specialistisch gebied, voor zover wij dit zelf niet

in huis hebben. Ook is het prettig als je external counsel je sparring partner kan zijn en er een

goede relatie ligt. Verder moet een external counsel mijn inziens net wat verder kijken dan zijn/haar

eigen vakgebied, om zo de juiste verbanden te

kunnen leggen en toegespitst advies te kunnen

geven. Een external counsel moet wat mij betreft

niet te uitgebreid het theoretische kader neerzetten

(zeker niet als een groot deel daarvan al bekend is), maar juist praktisch en to the point zijn.

april 2017 |

33


Scratching in the dark, in the dark with no remark And you’re human yet. Searching for belief, with the grit in your teeth And you’re human yet.

Tom Smith

| november 2016

34 34

| april 2017


www.avdr.nl

april 2017 |

35


this is magna charta


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Magna Charta magazine Parsifal by Academie voor de Rechtspraktijk - Issuu