Sociaal isolement onder ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel als gevolg van geldgebrek Onderzoekvoorstel
Dilbar Abilova Atachan Abilov Inholland 2015
Dilbar Abilova & Atachan Abilov (2015). Sociaal isolement onder ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel als gevolg van geldgebrek. Rotterdam.
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Probleemstelling ............................................................................................... 3 1.1. Inleiding ..................................................................................................................... 3 1.2. Hoofd- en deelvragen................................................................................................. 4 1.3. Doelstelling ................................................................................................................ 4 1.4. Type onderzoek ......................................................................................................... 4 1.5. Leeswijzer .................................................................................................................. 5 Hoofdstuk 2. Theoretisch kader ............................................................................................. 5 2.1. De aard en gevolgen van sociaal isolement ................................................................ 5 2.2. Omvang van sociaal isolement onder ouderen in Nederland....................................... 6 2.3. Situatie met betrekking tot sociaal isolement onder ouderen en hun participatie in de gemeente Capelle aan den IJssel ...................................................................................... 8 2.4. De relatie tussen inkomen en participatie van sociaal geïsoleerde ouderen ...............10 Hoofdstuk 3. Onderzoeksopzet ............................................................................................12 3.1. Typering hoofd en deelvragen....................................................................................12 3.2. Type onderzoek .........................................................................................................12 3.3. Operationalisatie ........................................................................................................13 3.4. Dataverzamelingsmethode.........................................................................................14 3.5. Onderzoeksprocedure................................................................................................14 3.6. Populatie en eenheden ..............................................................................................14 3.7. Wijze van analyseren .................................................................................................14 3.8. Validiteit, betrouwbaarheid en risico’s ........................................................................15 Hoofdstuk 4. Planning en begroting ......................................................................................16 4. 1. Planning ....................................................................................................................16 4.2. Begroting ...................................................................................................................17 Bronnenlijst ..........................................................................................................................18 Bijlage 1. De enquêtevragen ................................................................................................20
2
Hoofdstuk 1. Probleemstelling 1.1. Inleiding De armoede is in 2013 volgens het Armoedesignalement 2014 dat door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gezamenlijk wordt uitgebracht opnieuw toegenomen in Nederland. In 2011 begon de armoede flink toe te nemen en in 2012 was de stijging nog groter. De armoede is onder ouderen verder gestegen. Zoals uit de gegevens blijkt is de armoede vooral onder ouderen met een inkomen onder de lage-inkomensgrens toegenomen. Bij paren ouder dan 65 jaar liep het aandeel verder op tot 2,6% in 2013 en bij alleenstaande ouderen steeg het tot 6,4%1. Iedereen dient te kunnen deelnemen aan het sociale en maatschappelijke leven en het is een belangrijke voorwaarde voor maatschappelijke betrokkenheid. Mensen die in een sociaal isolement leven beschikken niet over een netwerk met personen. Dit netwerk kan zo nodig mantelzorg of andere vormen van steun bieden. Mensen die in een sociaal isolement leven kunnen ook niet participeren in sociale netwerken. Ze nemen minder deel aan maatschappelijke activiteiten. Daardoor hebben ze weinig mogelijkheden om solidariteit met anderen te betuigen2. Sociaal isolement onder ouderen is een actueel maatschappelijk probleem. De laatste jaren staat het probleem hoog op de maatschappelijke agenda. Er is van de kant van de overheid veel aandacht voor het probleem om sociaal isolement onder ouderen terug te dringen. Volgens Staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) vermindert sociaal isolement bij ouderen als er goede plannen van maatschappelijke organisaties komen om kwetsbare ouderen met een laag besteedbaar inkomen beter aan de Nederlandse samenleving te kunnen laten meedoen3. In 2014 werd door de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport drs. M.J. van Rijn een actieplan uitgebracht om de aanpak van sociaal isolement te intensiveren en duurzaam te verankeren op lokaal niveau4. Dit betekent voor gemeenten dat ze maatwerkvoorzieningen moeten bieden ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie van burgers die daar op eigen kracht, of met hulp van anderen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende toe in staat zijn5. Dit onderzoek is gericht op sociaal isolement onder 65-plussers in verband met geldgebrek6 in de gemeente Capelle aan den IJssel. In het kader van de Wet op maatschappelijke ondersteuning (Wmo) beoogt de gemeente het huidige beleid ten aanzien van sociaal 1
Sociaal en Cultureel Planbureau & Centraal Bureau voor de Statistiek (2014). Armoedesignalement 2014. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. p. 8. 2 Machielse, A. (2011). Sociaal isolement bij ouderen: een typologie als richtlijn voor effectieve interventies. Journal of Social Intervention: Theory and Practice 20 (4), pp. 40-61. 3 https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2014/11/25/klijnsma-sociale-participatie-ouderen-met-een-laaginkomen-bevorderen 4 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (16.07.2014). Kamerbrief over het intensiveren en verankeren aanpak eenzaamheid, <www.rijksoverheid.nl> 5 Machielse, A. (2015). Ouderen in sociaal isolement. Ervaren baat van hulp. Utrecht: Movisie. p.8. 6 In dit onderzoekvoorstel wordt onder 'geldgebrek' verstaan het inkomen dat volgens het “niet-veel-maartoereikendcriterium� van het SCP laag is. Dit criterium komt uit Armoedesignalement 2014. Het SCP gebruikt het niet-veel-maar-toereikendcriterium als centrale indicator van armoede. Bij het criterium past een referentiebudget, op basis waarvan de scheiding tussen arm en rijk wordt gemaakt. Als alleenstaande wordt je als 'arm' bestempeld als je moet rondkomen van minder dan ongeveer 1042 euro per maand (2014). Voor een echtpaar met twee kinderen ligt de grens op 1960 euro (2014).
3
isolement onder ouderen te verbeteren. Daarom heeft de gemeente Capelle aan den IJssel ook de afgelopen jaren een actief armoedebeleid gevoerd, met tal van voorzieningen om mensen met een laag inkomen te ondersteunen7. Aanleiding voor het onderzoek is sociaal isolement onder ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel als gevolg van financieel gebrek. Ouderen zijn een kwetsbare groep in onze samenleving. Vooral ervaart deze groep mensen veelal moeite bij het aangaan en onderhouden van sociale contacten. Deze contacten zijn van belang voor hen om persoonlijk en maatschappelijk te functioneren. Door verlies van partner, vrienden, verminderende vitaliteit en gezondheid neemt de mobiliteit van ouderen af. FinanciĂŤn spelen ook een belangrijke rol onder ouderen voor hun maatschappelijk functioneren. Door financieel gebrek worden ouderen nog kwetsbaarder en hun sociale netwerk wordt steeds kleiner.
1.2. Hoofd- en deelvragen Het voorgaande leidt tot de volgende hoofdvraag: In hoeverre is er sprake van sociaal isolement onder ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel als gevolg van geldgebrek? Deze hoofdvraag wordt beantwoord aan de hand de volgende deelvragen: 1) Wat betekent sociaal isolement? 2) In hoeverre is er sprake van sociaal isolement onder ouderen in Nederland? 3) Wat is de situatie met betrekking tot sociaal isolement onder ouderen en hun participatie in de gemeente Capelle aan den IJssel? 4) Hoe ervaren de ouderen het feit dat hun participatie in de gemeente Capelle aan den IJssel wordt bemoeilijkt als gevolg van geldgebrek?
1.3. Doelstelling De doelstelling van dit onderzoek is inzicht te krijgen in de mate van sociaal isolement onder ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel en na te gaan in hoeverre dit het gevolg is van financieel gebrek. Verder is het doel gericht op het inzichtelijk maken van de manier waarop ouderen geldgebrek ervaren, zodat er beleidsaanbevelingen gedaan kunnen worden voor de gemeente Capelle aan den IJssel. Centraal in het onderzoek staat sociaal isolement onder ouderen als gevolg van geldgebrek. Het probleem zal verder geanalyseerd worden op grond van enquĂŞteresultaten of interviewresultaten. Dus het doel is om aan de hand van deze verkregen kennis advies te geven hoe sociaal isolement onder ouderen als gevolg financieel gebrek bestreden kan worden in de gemeente Capelle aan den IJssel. 1.4. Type onderzoek Dit onderzoek is zowel kwantitatief als kwalitatief van aard. Door middel van enquĂŞtes zal er onderzocht worden hoe groot het sociale isolement als gevolg van financieel gebrek is.
7
http://www.kwiz.nl/Info/Nieuws.html?cId=Nieuws
4
1.5. Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt het theoretisch kader van dit onderzoek beschreven. Hier worden de aard en gevolgen van sociaal isolement, de omvang van sociaal isolement onder ouderen in Nederland, de situatie met betrekking tot sociaal isolement onder ouderen en hun participatie in de gemeente Capelle aan den IJssel en de relatie tussen inkomen en participatie van sociaal geïsoleerde ouderen beschreven. In hoofdstuk 3 wordt op de onderzoeksopzet ingegaan. In dit hoofdstuk worden begrippen geoperationaliseerd, de procedure van dit onderzoek verder toegelicht en wordt de wijze van analyseren beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 nader ingegaan op de planning en begroting voor dit onderzoek. De bijlage van dit onderzoeksvoorstel bestaat uit de enquêtevragen.
Hoofdstuk 2. Theoretisch kader 2.1. De aard en gevolgen van sociaal isolement Sociaal isolement ontstaat door een gebrek aan sociale contacten waardoor mensen niet kunnen participeren in de samenleving. Bij sociaal isolement zijn mensen niet in staat om sociale contacten aan te gaan en te onderhouden. In deze paragraaf zal sociaal isolement gedefinieerd worden. Vervolgens worden de oorzaken van sociaal isolement besproken. En tot slot zullen de gevolgen van sociaal isolement uitgelegd worden. Er bestaan verschillende opvattingen over sociaal isolement. Onderzoeker Anja Machielse definieert het begrip als volgt: „Mensen die leven in staat van sociaal isolement hebben geen of weinig betekenisvolle contacten en voelen zich daar eenzaam en ongelukkig bij‟8. Er worden twee aspecten onderscheiden. Het eerste aspect betreft de objectieve belevenis van sociaal isolement. Door het objectieve aspect wordt bepaald in hoeverre deze persoon alleen is. Dat is meetbaar door de omvang van het netwerk. Bij het tweede aspect gaat het om een subjectieve ervaring van gemis die men ‘eenzaamheid’ noemt. Het subjectieve aspect beantwoordt de vraag: in hoeverre voelt deze persoon zich afgezonderd en niet verbonden met andere mensen? De definitie van eenzaamheid is: ‘het subjectief ervaren van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties’9. Deze definitie kent een aantal belangrijke elementen. Ten eerste is eenzaamheid een negatieve situatie. Ten tweede gaat het om een persoonlijke, subjectieve ervaring die de uitkomst is van een persoonlijke waardering van een situatie waarin iemand zijn bestaande relaties afweegt tegen zijn eigen wensen of verwachtingen ten aanzien van relaties. Ten derde is het moeilijk eenzaamheid van buitenaf waar te nemen. Er zijn verschillende oorzaken waarom mensen in een sociaal isolement raken. Bijvoorbeeld een scheiding, mishandeling, overleden partner, geldgebrek of werkloosheid kunnen redenen zijn. In het algemeen wordt sociaal isolement beschouwd als gevolg van toename
8
Machielse, A. (2006). Onkundig en onaangepast. Een theoretisch perspectief op sociaal isolement. Utrecht: Jan van Arkel. p. 18. 9 Tilburg T van & Jong Gierveld J de (red.) (2007). Zicht op eenzaamheid: Achtergronden, oorzaken en aanpak. Assen: Van Gorcum. p. 14.
5
van culturele verschillen en vergrijzing in combinatie met een toenemend aantal alleenwonende ouderen en verdergaande individualisering van de samenleving10. De oorzaken van sociaal isolement worden onderscheiden in maatschappelijke oorzaken en individuele oorzaken. Op maatschappelijk niveau gaat het om de invloed van maatschappelijke factoren zoals moderniseringsprocessen waardoor bepaalde groepen mensen niet kunnen participeren in de samenleving. Zulke processen hebben ertoe bijgedragen dat het voor burgers lastiger is geworden om aan de eisen van de geïndividualiseerde en complexe samenleving te voldoen. Bij maatschappelijke oorzaken kan ook gedacht worden aan moderne armoede die ook als de oorzaak van sociaal isolement wordt gezien11. Als oorzaken van sociaal isolement op individueel niveau kunnen wij gezondheidsproblemen (een plotselinge ziekte, een pessimistisch toekomstperspectief, depressieve klachten enzovoorts), ingrijpende gebeurtenissen (bepaalde jeugdervaringen en het verlies van een partner et cetera) en leeftijd noemen. Als gevolg van de hoge leeftijd is het voor veel mensen soms lastig om contacten te onderhouden met de vrienden en kennissen die zij nog hebben. Wanneer mensen een zekere leeftijd bereiken, wordt hun sociale netwerk kleiner door het verlies van partner, vrienden en bekenden. Ook kan de financiële toestand van mensen verslechteren wanneer mensen ouder worden, waardoor de mobiliteit mogelijk vermindert. Door de veranderingen in het leven nemen de sociale relaties en de kwaliteit van het leven van ouderen af en vermindert hun betrokkenheid bij het maatschappelijk leven. Zulke ouderen hebben dus een grotere kans om zich eenzaam te voelen of sociaal geïsoleerd te raken. Het verkeren in een sociaal isolement heeft negatieve gevolgen voor iemands functioneren. Zo iemand neemt slechts in beperkte mate deel aan het maatschappelijk leven. Veel van de sociaal geïsoleerde mensen zijn werkloos, hun inkomens zijn laag. Aan de ene kant geven ze geen burenhulp en verrichten geen vrijwilligerswerk. Aan de andere kant krijgen ze weinig steun van anderen, omdat ze geen of slechts een beperkt sociaal netwerk hebben. Dus sociaal geïsoleerde mensen zijn in dat opzicht dubbel kwetsbaar. Ze maken vaker gebruik van collectief gefinancierde professionele voorzieningen als thuiszorg, maaltijdendienst, algemeen maatschappelijk werk, telefonische hulpdiensten, sociale dienst en gemeentelijke kredietbank12. Dus personen die minder participeren en geen sociale steun krijgen uit hun netwerk zijn uitgesloten van bepaalde delen van de samenleving. Zij staan langs de zijlijn en spelen nauwelijks een rol van betekenis in de maatschappij. 2.2. Omvang van sociaal isolement onder ouderen in Nederland Er wordt gesproken over sociaal isolement en men is het erover eens dat het een belangrijk risico vormt in de samenleving. Maar hoeveel sociaal geïsoleerden onder ouderen zijn er in Nederland? Daar willen we in dit hoofdstuk een empirisch antwoord op geven, in aanvulling 10
Ibidem, p. 16. Hoeksema, K. J. & Werf, van der S. (2010). Sociologie voor de praktijk. Een inleiding. Bussum: Coutinho. p. 166. 12 Bogaart, A. & Broenink, N. (2011). Samen sterk. Eenzaamheid en sociaal isolement en de rol van de gemeenten. Amsterdam: DSP-groep BV. p. 22. 11
6
op de voorgaande paragraaf 1, die aandacht besteedde aan de betekenis van het begrip. Doel van deze paragraaf is een landelijk beeld te geven van de omvang van sociaal isolement onder ouderen in Nederland. In 2013 was 17% van de bevolking 65 jaar of ouder, 4% van de bevolking was tachtig jaar of ouder13. Volgens een grootschalig onderzoek naar sociaal isolement van Hortulanus, Machielse en Meeuwesen14 leeft in Nederland ongeveer zes procent van de bevolking van 18 jaar en ouder in een sociaal isolement. Hoewel sociaal isolement in alle leeftijdscategorieën voorkomt, is de kans om geïsoleerd te raken groter naarmate mensen ouder zijn. Volgens de onderzoekers is 12% van de 65-plussers in Nederland sociaal geïsoleerd15. Het inkomenstekort levert in de keuzevrijheid van ouderen ook beperkingen op. Bijvoorbeeld de gekorte AOW-uitkering kan leiden tot een beperkt bestedingspatroon, wat mogelijk het sociaal isolement van ouderen tot gevolg heeft. De onderstaande figuur laat zien dat ouderen een van de groepen in Nederland zijn waarin financiële problemen het meest te vinden zijn. De figuur is afkomstig uit Kerk in de Actie16.
Dus ouderen zijn een kwetsbare groep in de Nederlandse maatschappij. Ze ervaren moeite bij het aangaan en onderhouden van sociale contacten, die belangrijk zijn voor het persoonlijk en maatschappelijk functioneren. Ze hebben last van verminderende gezondheid. Hun sociale netwerk wordt steeds kleiner omdat familieleden, vrienden en kennissen wegvallen. Vooral is het lastiger bij psychische problemen om sociale contacten te onderhouden. Door het gebrek aan zelfvertrouwen, sociale vaardigheden, 13
http://www.nationaalkompas.nl/bevolking/huidig/ Hortulanus, R., Machielse A. & Meeuwesen L. (2003). Sociaal isolement. Een studie over sociale contacten en sociaal isolement in Nederland. Den Haag: Elsevier Overheid. 15 Ministerie van VROM, DGWWI (2008). Sociaal geïsoleerden en Ruimte voor Contactprojecten. Kwalitatieve deelstudie 2007. Utrecht: Oberon. p. 8. 16 Kerk in de Actie (2013). Armoede in Nederland 2013. Onderzoek naar hulpverlening door diaconieën, parochiële caritasinstellingen en andere kerkelijke organisaties in Nederland. Utecht: Kerk in Actie. p. 42. 14
7
probleemoplossende vermogens en financiële mogelijkheden zijn ze niet in staat om sociale relaties aan te gaan en te onderhouden.
2.3. Situatie met betrekking tot sociaal isolement onder ouderen en hun participatie in de gemeente Capelle aan den IJssel
Aan de ene kant vormt sociaal isolement een probleem voor de sociaal geïsoleerden zelf omdat ze zich eenzaam voelen en daar niet voor kiezen in tegenstelling tot de sociaal weerbaren. Aan de andere kant is sociaal isolement een probleem voor de gemeente, omdat het een beroep doet op de gemeente in het kader van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). Dus sociaal isolement vormt een belemmering voor de in de Wmo gewenste participatie, waar de gemeente verantwoordelijk voor is gemaakt17. Volgens de Wmo moet iedereen kunnen meedoen. In de Wmo is de zogenaamde compensatieplicht opgenomen, die de verantwoordelijkheid van gemeenten regelt om mensen met een beperking en ouderen te ondersteunen. Het proces van gemeenten en burgers om tot een invulling te komen volgens de bedoeling van deze wet, heet de Kanteling18. Dus het aanpakken van sociaal isolement bij ouderen vraagt van gemeenten om anders te gaan denken. In deze paragraaf gaan wij de situatie van de sociaal geïsoleerde ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel en hun participatie bespreken. Sociaal isolement speelt ook in gemeente Capelle aan den IJssel. Cijfers uit de jaarlijkse gezondheidsenquête van de Gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) Rotterdam-Rijnmond duiden hierop. In vergelijking met de andere regiogemeenten zijn er in Capelle aan den IJssel meer mensen eenzaam (39% tegenover 35% gemiddeld in de regio). Volgens deze cijfers geeft 46% van de 65-plussers aan matig tot (zeer) ernstig eenzaam te zijn in Capelle aan den IJssel. De mate waarin mensen zich eenzaam voelen, is redelijk stabiel tot een leeftijd van zeventig jaar. Daarna volgt een toename. Van de mensen die 90 jaar of ouder zijn, zegt bijna 65% zich eenzaam te voelen, waarvan 17% zeer eenzaam19. Daarnaast is er een samenhang te zien tussen economische kenmerken en de ervaren mate van sociaal isolement. Van de mensen die geen moeite hebben om rond te komen, voelt één op de drie (34%) zich eenzaam. Van degenen die wel moeite hebben om rond te komen geeft 55% aan zich eenzaam te voelen. Ook zijn mensen met betaald werk of een hoog opleidingsniveau minder vaak eenzaam. Sociaal isolement komt in het algemeen vaker voor bij mensen van 75 jaar en ouder, allochtonen, mensen met een laag of middelbaar opleidingsniveau en mensen die moeite hebben om van hun inkomen rond te komen. In de onderstaande figuur is te zien dat de eenzaamheid in de regio is toegenomen tussen 2008 en 2012. Onder de 19- tot 65-jarigen zijn zowel de sociale als de emotionele eenzaamheid toegenomen, evenals het totale percentage matig en ernstig eenzamen. Onder
17
Velzen, C. M. J. van., Franchimont, M. & Voet, R. (2010). Sociaal isolement ouderen in Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel. Rotterdam: STOEL. p. 9. 18 http://www.aandachtvooriedereen.nl/wmo/handreiking-compensatieplicht.html 19 De Berg- de Ruiter, A.E., Schouten, G.M., Smit, N. & Veelen- Dieleman, van N.F.A. (2014). Gezondheid in kaart 2014. Capelle aan den IJssel. GGD Rotterdam-Rijnmond. p. 38-39.
8
de 65-plussers is er alleen een significante toename van de sociale eenzaamheid. De figuur is afkomstig van de GGD Rotterdam-Rijnmond20.
Er is in Capelle aan den IJssel al lange tijd aandacht voor de problematiek van sociaal isolement van ouderen. Er worden veel verschillende activiteiten uitgevoerd, individueel of groepsgericht. Lokaal beleid voor de aanpak van sociaal isolement maakt vaak deel uit van een hiermee samenhangend gezondheidsbeleid, bijvoorbeeld van ouderen- en welzijnsbeleid en van beleid voor preventie van depressie. Sociaal isolement tegengaan vergt vaak oplossingen op verschillende terreinen. Om sociaal isolement te bestrijden worden verschillende manieren gebruikt in Capelle aan den IJssel, zoals inzet van sociale wijkteams, inzet op het stimuleren van sociale netwerken, sportaanbod gericht op ouderen, Boodschappenplusbus voor ouderen, ‘Open Inloop’ op meerdere locaties voor sociale contacten, informele dagbesteding, respijtzorg, ‘wijkrestaurants’, subsidiëring van wijkoverlegplatforms voor de organisatie van activiteiten gericht op sociale cohesie op wijk- en buurtniveau, activiteiten van ouderenbonden en vele andere vrijwilligersorganisaties, stimuleren van het verrichten van vrijwilligerswerk (ook via maatschappelijke stages), bekendheid geven aan het bestaan van een steunpunt mantelzorg en een vrijwilligersinformatiepunt, mantelzorgcafé (lotgenotencontact), seniorenvoorlichters die op huisbezoek gaan, enzovoort21. Daarnaast werkt de gemeente Capelle aan den IJssel samen met de maatschappelijke partners aan de preventie en bestrijding van armoede in Capelle aan den IJssel onder de vlag ‘De armoede voorbij…’22. De gemeente voert al jaren een actief armoedebeleid, met tal van voorzieningen om mensen met een laag inkomen te ondersteunen. Het Beleidsactieplan Aanpak Armoede 2013–201623 bouwt daarop voort en geeft aan welke acties de gemeente inzet ter verbetering van de signalering, de preventie en de bestrijding van de armoede. Daarbij staat voorop dat inwoners van de Capelle aan den IJssel zo veel mogelijk in hun 20
Ibidem. p. 39. Ibidem. p. 40. 22 http://www.capelleaandenijssel.nl/zorg-en-welzijn/armoedebeleid_41571/ 23 Gemeente Capelle aan den IJssel (n.d.). De armoede voorbij… Beleidsactieplan Aanpak Armoede 2013-2016. Gemeente Capelle aan den IJssel. p.3. 21
9
eigen levensonderhoud moeten voorzien. Maar Capellenaren die (tijdelijk) niet daartoe in staat zijn, kunnen onder bepaalde voorwaarden rekenen op ondersteuning. Onder het motto ‘Voor een krachtige aanpak van armoede’ nodigt de gemeente diverse organisaties en instellingen die een rol spelen bij de aanpak van armoede uit zich aan te sluiten bij dit convenant. Op dinsdag 3 maart 2015 gaven de gemeente en de woningbouwcoöperatie Havensteder de aftrap voor de ondertekening. Doel van het Pact is een extra impuls te geven aan de samenwerking en afstemming tussen de vele partijen die betrokken zijn bij de aanpak van armoede. Dus sociaal isolement is in Capelle aan den IJssel net als elders in de regio een omvangrijk probleem. Dit vraagt om passend beleid per doelgroep. 2.4. De relatie tussen inkomen en participatie van sociaal geïsoleerde ouderen Tot nu toe zijn in dit onderzoek vooral de aspecten van de problematiek van sociaal isolement onder ouderen aan bod gekomen. Zoals wij al hebben aangegeven is armoede een van de oorzaken van sociaal isolement. In deze paragraaf kijken wij naar de relatie tussen de financiële problemen van ouderen en hun maatschappelijke participatie. Dit doen wij aan de hand van de vraag of het geldgebrek onder ouderen invloed heeft op hun participeren. En zo ja, op welke wijze? Volgens het Armoedesignalement 2014 hadden 87.000 mensen van 65 jaar en ouder een inkomen beneden de armoedegrens in 201324. Het armoederisico manifesteert zich bij ouderen vooral wanneer zij worden gekort op hun Algemene Ouderdomswet (AOW)uitkering en niet of nauwelijks over andere inkomsten beschikken. Een onvolledige AOWopbouw heeft een inkomenstekort tot gevolg vanaf het 65ste levensjaar. Iedereen die in de opbouwperiode niet alle jaren in Nederland gewoond heeft, krijgt een korting op de AOWuitkering van 2% voor elk ontbrekend jaar. Dit tekort kan worden aangevuld met aanvullende middelen. Wie onvoldoende aanvullende middelen heeft en ook niet kan of wil werken, is aangewezen op een aanvullende bijstandsuitkering waarvoor strenge voorwaarden gelden wat betreft middelen, eigen vermogen en inkomen van partner. Tussen 2010 en 2013 steeg het aandeel bij paren ouder dan 65 jaar met een laag inkomen van 1,5% naar 2,6% en bij alleenstaanden van 65 jaar en ouder van 3,4% naar 6,4%. ‘Deze stijging hangt mede samen met de daling van de koopkracht van gepensioneerden in elk van de jaren 2010-2013. Wel ligt het aandeel 65-plushuishoudens met een laag inkomen in 2013 nog steeds ruim onder het gemiddelde van 10,3%, en blijven de ouderen in termen van armoederisico’s een gunstige positie innemen’25. De signalen die uit de literatuur en het werkveld zijn verkregen laten zien dat er drie groepen ouderen in Capelle aan den IJssel zijn waar sociaal isolement sterk speelt en die nu minder goed bereikt worden: 1) Molukkers (65-plussers); 2) 75-plussers, behalve degenen wonend in verzorgings- en verpleeghuizen; 3) de grote groep ongeschoolden, veelal (weduwen van) schippers en metaalarbeiders.
24
Sociaal en Cultureel Planbureau & Centraal Bureau voor de Statistiek (2014). Armoedesignalement 2014. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. p. 12. 25 Ibidem. p. 20.
10
Naast de Molukkers woont in Capelle aan den IJssel nog een tweede grote groep oudere allochtonen: Surinamers. Daarnaast zal in de toekomst onder meer door de globalisering en de culturele diversiteit een steeds grotere groep mensen zoals ex-emigranten en vluchtelingen met een gekort inkomen zoals AOW-uitkering te kampen krijgen. Ze worden op hun 65e levensjaar overvallen door een slechte financiĂŤle situatie. Participatie van allochtone vrouwen wordt ook belemmerd door culturele verschillen. Ze zijn de Nederlandse taal niet machtig en ze zijn niet gewend om van het openbaar vervoer gebruik te maken. Uit een demografische analyse van de wijken van Capelle aan den IJssel blijkt dat de meeste ouderen wonen in de wijken Oostgaarde en Middelwatering26. Men geeft aan dat sociaal isolement in wijk Oostgaarde onvoldoende wordt herkend. Omdat ouderen zelf geen ondersteuning zoeken is het van belang om sociaal isolement eerder en beter te signaleren vanuit de huidige voorzieningen, om het eigen netwerk van ouderen te versterken, om het bestaande beleid af te stemmen op het thema sociaal isolement, o.a. door het verbinden van activiteiten. Het merendeel van de bestaande activiteiten in Oostgaarde27 valt onder de sociaal culturele activering zoals laagdrempelige activiteiten, met veel keuzevrijheid voor de deelnemers, waarbij deelnemers niet specifiek worden aangesproken op sociaal isolement. Er vinden ook persoonlijke activiteiten plaats, zoals huisbezoek, telefonische hulpdienst, website voor 50plussers, computercursussen en dergelijke. Het verrichten van vrijwilligerswerk door ouderen is ook een optie. Het gaat om het verrichten van onbetaalde arbeid buiten het gezin. Ouderen met een laag inkomen verlenen vooral informele hulp als mantelzorg28. Allochtonen verrichten vrijwilligerswerk vooral binnen de eigen kring. Maar de participatie van ouderen met een laag inkomen voor wat vrijwilligerswerk betreft is laag. Ouderen met een laag inkomen hebben ook moeite om lid van verenigingen te zijn. Er bestaat wel behoefte aan sportbeoefening, maar de middelen ontbreken vaak. De meeste ouderen hebben een huiselijke leefstijl, dat wil zeggen dat ze weinig buiten de deur doen en niet deelnemen aan het maatschappelijke of sociale leven. Ze doen niet mee in het verenigingsleven en zijn geen lid van organisaties. Soms staan sommige organisaties zoals bewonersorganisaties, patiĂŤntenorganisaties niet open voor de minderheden en hebben ze geen oog voor hun specifieke problemen. Er zou meer op de diversiteit van de vraag naar deelname aan maatschappelijke activiteiten moeten worden aangesloten. Daarbij zouden intergenerationele en interculturele contacten voorop moeten staan.
26
Velzen, C. M. J. van., Franchimont, M. & Voet, R. (2010). Sociaal isolement ouderen in Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel. Rotterdam: STOEL. p. 26. 27 Ibidem. p. 27. 28 Nederland, T., Raijer, C. & Stavenuiter, M. (2005). 65-plussers in de min, leven op en onder het minimum met een gekorte AOW-uitkering. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. p. 42.
11
Hoofdstuk 3. Onderzoeksopzet 3.1. Typering hoofd en deelvragen Hoofdvraag: In hoeverre is er sprake van sociaal isolement onder ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel als gevolg van geldgebrek? Deze hoofdvraag is beschrijvend van aard. Er wordt gevraagd naar de mate van sociaal isolement onder ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel en in hoeverre dit het gevolg is van geldgebrek. Deelvragen: 1) Wat betekent sociaal isolement? In deze deelvraag worden de aard en gevolgen van sociaal isolement beschreven. Het is belangrijk om te weten wat de aard en gevolgen van sociaal isolement zijn om verder dit probleem nog uitgebreider te onderzoeken. Deze deelvraag zal door middel van literatuuronderzoek beantwoord worden. 2) In hoeverre is er sprake van sociaal isolement onder ouderen in Nederland? Deze beschrijvende deelvraag gaat om de hoeveelheid sociaal geïsoleerden onder ouderen in Nederland. Het geeft een landelijk beeld van de omvang van sociaal isolement onder ouderen in Nederland. Deze deelvraag zal door middel van literatuuronderzoek beantwoord worden. 3) Wat is de situatie met betrekking tot sociaal isolement onder ouderen en hun participatie in de gemeente Capelle aan den IJssel? Deze oordelende deelvraag zal door middel van zowel literatuuronderzoek als enquêtes beantwoord worden. Zoals uit het theoretisch kader blijkt gaat deze deelvraag over de situatie van de sociaal geïsoleerde ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel en hun participatie. 4) Hoe ervaren de ouderen het feit dat hun participatie in de gemeente Capelle aan den IJssel wordt bemoeilijkt als gevolg van geldgebrek? Deze oordelende deelvraag zal beantwoord worden door middel van enquêtes. Deze deelvraag gaat over de relatie tussen de financiële problemen van ouderen en hun maatschappelijke participatie. 3.2. Type onderzoek Dit onderzoek is zowel kwantitatief als kwalitatief van aard. Het zal bestaan uit praktijkonderzoek op basis van enquêtes (kwantitatief en kwalitatief) en uit literatuuronderzoek (kwalitatief). Bij dit onderzoek kunnen wij diverse onderzoeksinstrumenten inzetten, zoals interviews met verschillende experts en sleutelpersonen, aanvullende bronnenstudie, enquêtes onder ouderen, gesprekken met ouderen.
12
3.3. Operationalisatie Operationaliseren is een manier waarop de kenmerken bij het onderzoek worden gemeten29. Het begrip sociaal isolement onder ouderen als gevolg van geldgebrek staat centraal in dit onderzoek. In de hoofdvraag wordt gesproken over sociaal isolement onder ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel als gevolg van geldgebrek. In deze tabel worden de indicatoren bij deze begrippen weergegeven. Begrippen sociaal isolement onder ouderen
sociaal isolement onder ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel als gevolg van geldgebrek
Methoden om participatie onder sociaal geĂŻsoleerde ouderen te bevorderen in de gemeente Capelle aan den IJssel in verband met geldgebrek
Indicatoren - gebrek aan sociale contacten; - eenzaamheid; - scheiding; - mishandeling; - overleden partner; - geldgebrek; - werkloosheid; - culturele verschillen; - vergrijzing in combinatie met een toenemend aantal alleenwonende ouderen; - verdergaande individualisering van de samenleving; - moderniseringsprocessen; - gezondheidsproblemen. -
-
armoede; onvolledige AOW-opbouw (met als gevolg inkomenstekort vanaf het 65ste levensjaar); daling van de koopkracht onder ouderen; slechte financiĂŤle situatie ex-emigranten en vluchtelingen door een gekort inkomen (AOW-uitkering); door lage inkomens wonen ouderen in arme wijken; deelname vrijwilligerswerk is laag door laag inkomen; moeite om lid van verenigingen te worden; niet deelnemen aan het maatschappelijke of sociale leven.
-
laagdrempelige activiteiten; veel keuzevrijheid voor de deelnemers; huisbezoek; telefonische hulpdienst, website voor 65-plussers, computercursussen; interculturele activiteiten; boodschappenplusbus voor ouderen
-
29
Van Schaaijk, G.A.F.M. (2011). Praktijkgericht juridisch onderzoek. Den Haag: Boom Juridische uitgevers. p.156.
13
3.4. Dataverzamelingsmethode Dit onderzoek bestaat uit praktijkonderzoek en literatuuronderzoek. De enquête kan met een aantal open vragen uitgevoerd worden. Er kan aan zo veel mogelijk organisaties (die betrekking hebben op sociaal isolement onder ouderen en hun participatie in de gemeente Capelle aan den IJssel) een mail gestuurd worden met uitleg over het onderzoek en de vraag of ze de enquête willen invullen. Er zal per organisatie gevraagd worden of één medewerker de enquête binnen 2 weken wil invullen. Er wordt ook gegarandeerd dat de respondent anoniem blijft. Op de website www.capelleaandenijssel.nl staat alle informatie over de wijze van de dataverzameling. 3.5. Onderzoeksprocedure Enquête Op de website www.capelleaandenijssel.nl staat een enquête die door de ouderen ingevuld zal worden en die daar is geplaatst om het probleem (sociaal isolement onder ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel als gevolg van geldgebrek) verder te leren kennen. Er wordt één e-mail voor de medewerkers van de organisaties (die betrekking hebben op sociaal isolement onder ouderen en hun participatie in de gemeente Capelle aan den IJssel) opgesteld met daarin vragen over de aard, gevolgen en huidige situatie van sociaal isolement onder ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel als gevolg van geldgebrek. De hyperlink naar de enquête staat eveneens in de e-mail. Er wordt gegarandeerd dat het anoniem is. Literatuuronderzoek Er wordt informatie verzameld over de aard en gevolgen van sociaal isolement onder ouderen, omvang van sociaal isolement onder ouderen in Nederland, situatie met betrekking tot sociaal isolement onder ouderen en hun participatie in de gemeente Capelle aan den IJssel en de relatie tussen inkomen en participatie van sociaal geïsoleerde ouderen. Deze informatie komt uit Armoedesignalement van SCP en CBS, de WMO, Beleidsactieplan aanpak armoede van de gemeente Capelle aan den IJssel, uit boeken over sociaal isolement en sociaal geïsoleerde ouderen. De bronnen worden geselecteerd en geanalyseerd. 3.6. Populatie en eenheden Het onderzoek heeft betrekking op de bestrijding van sociaal isolement onder ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel als gevolg van geldgebrek. De respondenten van de enquêtes zijn de medewerkers van de organisaties die betrekking hebben op sociaal isolement onder ouderen en hun participatie in de gemeente Capelle aan den IJssel. 3.7. Wijze van analyseren Enquête De enquête wordt online gedaan via SurveyMonkey30. Als er weinig reacties binnenkomen zullen wij onze oproep herhalen. Vervolgens zullen de gegevens verzameld worden en 30
https://nl.surveymonkey.com/home/
14
zullen deze geïmporteerd worden naar SPSS. Door middel van SPSS zullen deze gegevens geanalyseerd worden. Zo kunnen we inzicht krijgen in de mate van sociaal isolement onder ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel en in hoeverre dit een gevolg is van financieel gebrek. De antwoorden op de open vragen zullen met elkaar vergeleken worden en aan de hand daarvan geanalyseerd worden. Dit betekent dat de antwoorden op deze open vragen in fragmenten worden verdeeld. Daarna worden de fragmenten gegroepeerd door middel van open codering. Op deze manier wordt er gekeken naar verbanden en combinatie van sommige begrippen. Literatuuronderzoek Bij het literatuuronderzoek worden de bronnen geselecteerd op basis van bruikbaarheid. Bij het literatuuronderzoek wordt de bruikbaarheid bepaald door de betrouwbaarheid van de bron, waarbij het jaartal en de auteur duidelijk zijn. Verder moet het betrekking hebben op de sociaal isolement onder ouderen in de gemeente Capelle aan den IJssel als gevolg van geldgebrek, omdat sociaal isolement als gevolg van geldgebrek in dit onderzoek centraal staat. De inhoud zal dan geanalyseerd en verwerkt worden in de beantwoording van de deelvragen. 3.8. Validiteit, betrouwbaarheid en risico’s Validiteit is de kern als het gaat om de vraag wat nu eigenlijk wordt gemeten. De vragen moeten helder en duidelijk zijn. Als respondenten de betekenis van de vraag niet kunnen begrijpen, komt dat het resultaat van het onderzoek niet ten goede. De betrouwbaarheid eist voldoende respondenten die de vragenlijst moeten invullen. Hoeveel respondenten nodig zijn, is afhankelijk van de vraag hoe groot de onderzoekspopulatie is. Het hangt ervan af welke organisaties in de praktijk worden gehanteerd. Door een paar interviews kunnen deze vragen niet adequaat beantwoord worden. Daarom heb je bij een grote onderzoekspopulatie meer respondenten nodig dan bij een kleine. Met een groot aantal enquêtes is het beter mogelijk een betrouwbaar beeld te creëren. Betrouwbaarheid heeft ook te maken met het feit of je de juiste mensen hebt gevraagd. Meedoen aan een onderzoek brengt ook risico’s met zich mee. Het risico bestaat, dat de medewerkers van organisaties die betrekking hebben tot sociaal isolement onder ouderen en hun participatie in de gemeente Capelle aan den IJssel niet mee willen werken aan dit onderzoek of dat ze vergeten om de enquête in te vullen. Om dit risico in te perken zullen wij onze oproep herhalen. Bij het literatuuronderzoek is het van belang dat de bron betrouwbaar en de auteur daarvan deskundig is.
15
Hoofdstuk 4. Planning en begroting 4. 1. Planning Datum 5 september t/m 10 september 2015
11 september t/m 16 september 2015
17 september t/m 21september 2015 25 september t/m 9 oktober 2015
10 oktober t/m 31 oktober 2015
1 november t/m 25 november 2015
28 november t/m 20 december 2015
21 december t/m 11 januari 2016
12 januari t/m 31 januari 2016
Activiteit Oriëntatie: Verdiepen en inlezen in de problematiek betreffende sociaal isolement onder ouderen in Nederland. Oriëntatie: Verdiepen in en inlezen van de aard en gevolgen van sociaal isolement onder ouderen in de gemeente Capelle aan de IJssel als gevolg van geldgebrek. Opstellen van het onderwerp en bespreken met de docent. Probleemanalyse: - Voorlopige hoofdvraag en deelvragen opstellen; - Literatuuronderzoek; - Opstellen van het theoretisch kader. Onderzoeksontwerp: - Verdiepen en oriënteren in de onderzoeks- en dataverzamelingsmethoden; - Uitwerken onderzoeksopzet
Duur 38
- Bespreken concept van hoofdstukken 1, 2 en 3 met de docent; - Feedback verwerken van docent en verbeteren van onderzoeksvoorstel. - Verwerken feedback van de docent in theoretische kader; - Opstellen enquête vragen; - Enquête maken met SurveyMonkey; - Mail sturen met hyperlink naar de enquête. Rapportage: - Deelvragen 1, 2, 3 en 4 beantwoorden;
25
48
4 40
60
40
25
120
16
1 februari t/m 29 februari 2016
1 maart t/m 15 maart 2016
- Concept daarvan bespreken met de docent Rapportage: - Data verzamelen en verwerken in SPSS; - Data analyseren. - Schrijven van de inleiding en de bibliografie; - inleveren van de rapportage bij de docent. Totaal aantal uren
120
20
540
4.2. Begroting Soort kosten Printkosten onderzoekvoorstel Inbinden onderzoekvoorstel Onvoorziene uitgaven Totaal kosten
Kosten(₏) 5 5 4 14
17
Bronnenlijst Bogaart & Broenink 2011 A. Bogaart, & N. Broenink, Samen sterk. Eenzaamheid en sociaal isolement en de rol van de gemeenten, Amsterdam: DSP-groep BV 2011. De Berg- de Ruiter, Schouten, Smit & van Veelen- Dieleman 2014 A. E. de Berg- de Ruiter, G. M. Schouten, N. Smit, & N. F. A. van Veelen- Dieleman, Gezondheid in kaart 2014. Capelle aan den IJssel, GGD Rotterdam-Rijnmond 2014. Hoeksema & Werf 2010 K. J. Hoeksema & S. van der Werf, Sociologie voor de praktijk. Een inleiding, Bussum: Coutinho 2010. Hortulanus, Machielse & Meeuwesen 2003 R. Hortulanus, A. Machielse & L. Meeuwesen, Sociaal isolement. Een studie over sociale contacten en sociaal isolement in Nederland, Den Haag: Elsevier Overheid 2003. Machielse 2006 A. Machielse, Onkundig en onaangepast. Een theoretisch perspectief op sociaal isolement, Utrecht: Jan van Arkel 2006. Machielse 2011 A. Machielse, Sociaal isolement bij ouderen: een typologie als richtlijn voor effectieve interventies, Journal of Social Intervention: Theory and Practice 2011, 20 (4), pp. 40-61. Machielse 2015 A. Machielse, Ouderen in sociaal isolement. Ervaren baat van hulp, Utrecht: Movisie 2015. Nederland, Raijer & Stavenuiter 2005 T. Nederland, C. Raijer & M. Stavenuiter, 65-plussers in de min, leven op en onder het minimum met een gekorte AOW-uitkering. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut 2005. Van Schaaijk 2011 G.A.F.M van Schaaijk, Praktijkgericht juridisch onderzoek, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2011. Van Tilburg & de Jong Gierveld 2007 T. van Tilburg & J. de Jong Gierveld, Zicht op eenzaamheid: Achtergronden, oorzaken en aanpak, Assen: Van Gorcum 2007. Van Velzen, Franchimont & Voet 2010 C. M. J. van Velzen, M. Franchimont & R. Voet, Sociaal isolement ouderen in Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, Rotterdam: STOEL 2010. Armoedebeleid (n.d.). Opgehaald op 15 september 2015 van http://www.capelleaandenijssel.nl/zorg-en-welzijn/armoedebeleid_41571/
18
Armoede in Capelle aan den IJssel in beeld (n.d.). Opgehaald op 15 september 2015 van http://www.kwiz.nl/Info/Nieuws.html?cId=Nieuws Bevolking: Wat is de huidige situatie? (n.d.). Opgehaald op 15 september 2015 van http://www.nationaalkompas.nl/bevolking/huidig/ Gemeente Capelle aan den IJssel (n.d.). De armoede voorbij… Beleidsactieplan Aanpak Armoede 2013-2016. Gemeente Capelle aan den IJssel. Handreiking compensatieplicht (29 juni 2010). Opgehaald op 20 september 2015 van http://www.aandachtvooriedereen.nl/wmo/handreiking-compensatieplicht.html Kerk in de Actie (2013). Armoede in Nederland 2013. Onderzoek naar hulpverlening door diaconieën, parochiële caritasinstellingen en andere kerkelijke organisaties in Nederland. Utecht: Kerk in Actie. Klijnsma: Sociale participatie ouderen met een laag inkomen bevorderen (25 november 2014). Opgehaald op 25 september 2015 van https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2014/11/25/klijnsma-sociale-participatieouderen-met-een-laag-inkomen-bevorderen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (16 juli 2014). Kamerbrief over het intensiveren en verankeren aanpak eenzaamheid, <www.rijksoverheid.nl> Ministerie van VROM, DGWWI (2008). Sociaal geïsoleerden en Ruimte voor Contactprojecten. Kwalitatieve deelstudie 2007. Utrecht: Oberon. Sociaal en Cultureel Planbureau & Centraal Bureau voor de Statistiek (2014). Armoedesignalement 2014. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
19
Bijlage 1. De enquĂŞtevragen I.
Achtergrondvragen:
1. Wat is uw leeftijdscategorie? 0 65 t/m 74 0 75 t/m 84 0 85 jaar en ouder 2. Wat is uw geslacht? 0 Man 0 Vrouw 3. Wat is uw leefsituatie? 0 Alleenstaande 0 Gehuwd/samenwonend 4. Wat is uw culturele achtergrond? 0 westerse 0 niet westerse 5. Hoe zou u over het algemeen uw gezondheid noemen? 0 Goed 0 Matig 0 Slecht II.
Inhoudelijke vragen
6. Voelt u zich weleens eenzaam? 0 Nooit 0 Zelden 0 Regelmatig 0 Altijd 7. Kunt u aangeven hoe vaak u de volgende activiteiten uitvoert? U kunt aankruisen of u de activiteit nooit, soms, regelmatig of vaak doet.
Betaald werken Een opleiding volgen Vrijwilligerswerk doen Televisie kijken Op bezoek bij vrienden Op bezoek bij buren Op bezoek bij familie Sporten
nooit
soms
regelmatig
vaak
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0
20
Creatieve dingen zoals schilderen, schrijven, handwerken of knutselen
0
0
0
0
Overig, namelijk …………………………………………………………………………………
8. Kunt u aangeven hoe vaak u een uitje maakt? Denkt u bijvoorbeeld aan naar een restaurant gaan, een voorstelling bezoeken of naar de dierentuin gaan. 0 Nooit 0 Soms 0 Regelmatig 0 Vaak 9. Kunt u toelichten waarom u niet deelneemt aan de activiteiten? 0 Ik heb gebrek aan financiële middelen 0 Ik weet niet welke activiteiten ik kan doen 0 Laat mijn gezondheid niet toe 0 Ik heb geen vrienden en kennissen om mee te bewegen of mee uit te gaan 0 anders 10. Krijgt u een volledige AOW uitkering? 0 Ja 0 Nee 11. Hebt u voldoende geld om per maand rond te komen? 0 Ja 0 Nee 12. Welke sociale voorzieningen gebruikt u? 0 Huurtoeslag 0 Zorgtoeslag 0 Langdurigheidstoeslag 0 ouderenzorg 0 overige 13. Bent u tevreden met uw huidige woonsituatie, betreffende uw woning? 0 Ja, ik ben tevreden met mijn huidige woning 0 Nee, ik ben niet tevreden met mijn huidige woning profiel 14. Vindt u dat er in Capelle aan den IJssel genoeg activiteiten georganiseerd worden voor ouderen? 0 Ja, er worden genoeg activiteiten georganiseerd voor ouderen 0 Nee, er worden niet genoeg activiteiten georganiseerd voor ouderen 21