Skip to main content

Aqua 2023-3

Page 1

Driemaandelijks - juli-augustus-september 2023 - afgiftekantoor Leuven Masspost P209940

Bouwen in vertrouwen 4 Ecoscore kwantificeert impact van projecten

10 Gespreide aanbestedingen verlichten de druk


AQUA 2023/3

E-facturatie verplicht vanaf 1 november 2023

INHOUD 4

Ecoscore zal de impact van onze projecten kwantificeren

7

Waterzuivering komt naar de klas

8

A

ls voorbereiding op de veranderende wetgeving rond elektronische facturatie (KB 9 maart 2022) is ook Aquafin sinds 1 mei 2023 beginnen omschakelen naar e-facturatie. Elektronische facturatie, dat zijn efacturen in een gestructureerd XML-formaat die worden verstuurd via het Europese afsprakenkader Peppol. Concreet betekent dit dat een factuur in PDFformaat (via Basware) vanaf 1 november 2023 niet meer zal aanvaard worden. Vanaf die dag zal alle facturatie via e-facturatie moeten verlopen. Leveranciers die al met Peppol of het Mercurius-platform werken, kunnen hun factuur nu al via die weg aanbieden. Al onze leveranciers kregen de nodige communicatie in mei van dit jaar. Peppol (Pan European Public Procurement On-Line) is een Europees afsprakenkader om e-facturatie te bevorderen. Het is een duurzame oplossing waarbij facturen op een betrouwbare manier verzonden kunnen worden en de verwerking ervan sneller kan gebeuren. De meeste boekhoudpakketten zijn reeds voorzien op het gebruik van e-facturatie. Ook bestaan er verschillende gratis boekhoudpakketten die deze optie bevatten.

E-FACTURATIE Meer info over e-facturatie voor leveranciers vind je op onze website: www.aquafin.be/nl-be/bedrijven/opdrachten/digitale-facturatie of in de brochure van de Vlaamse Overheid. Heb je nog vragen? Mail gerust naar servicecenter@aquafin.be of bel op het nummer03 450 45 13.

Meer infiltreren op openbaar domein wordt verplicht

10

Aannemers waarderen betere spreiding van aanbestedingen

12

Waterplezier in je tuin

14

Er zit meer in slib dan je denkt!

18

Natuur als grootste bondgenoot

20

Hoe het maximum uit een hemelwater- en droogteplan halen?

22

“Elk stukje natuur moet je koesteren”

V.u.: Jan Goossens, Dijkstraat 8, B-2630 Aartselaar, ondernemingsnummer 0440.691.388 Het contactcenter van Aquafin is op weekdagen te bereiken van 8 uur tot 17 uur, op het nummer 03 450 45 45, of via contact@aquafin.be Noodnummer buiten de werkuren: 0800 16 603 Ombudsdienst: ombudsdienst@aquafin.be Aqua niet meer ontvangen? Mail naar redactie@aquafin.be Aqua wordt gedrukt op milieuvriendelijk papier. Fotografie: Aquafin, Frederik Beyens, Silke Van Rooy, Shutterstock

Volg Aquafin NV op

2.


VOORWOORD Een straat opengooien, verkeer omleiden, het geduld van omwonenden op de proef stellen, ... We moeten een kat een kat durven noemen: (riolerings)werken zijn ingrijpend.

W

e moeten van de gelegenheid gebruikmaken om verder te kijken dan werken in functie van de kaderrichtlijn Water. We willen samen met onze stakeholders de maatschappelijke waarde van projecten maximaliseren, zodat het noodzakelijk kwaad – die rioleringswerken soms zijn – ook een meerwaarde kan betekenen voor onze leefomgeving en de omwonenden. En dat betekent de publieke ruimte kwalitatief en klimaatrobuust inrichten door de opportuniteiten te benutten en plaats te maken voor een leefomgeving in harmonie met water. Dat is niet alleen de visie van Aquafin, het is ook de doelstelling van de nieuwe hemelwaterverordening (GSVH): meer infiltreren op openbaar domein. Een dwingend kader voor steden en gemeenten dat flink wat uitdagingen met zich meebrengt. Aquafin wil en kan een duidelijke rol spelen in dit verhaal. Vanuit ervaring en kennis gaan we samen met onze klanten, onze stakeholders op zoek naar de beste oplossing. Zo onderzoeken we al enkele jaren de werking van verschillende infiltratiesystemen. Op pagina 8 maak je kennis met waterdoorlatende onderfundering. Een innovatieve manier om de openbare weg klimaatrobuuster in te richten, zonder in te boeten op mobiliteit en stabiliteit. Maar de meerwaarde zit ‘m ook in andere belangerijke maatschappelijke uitdagingen. Inzetten op biodiversiteit bijvoorbeeld. Op pagina 22 wandel je mee met stadsbioloog Frederik Thoelen, de schakel tussen de Hasselaars, de biodiversiteit in de stad, en al het blauwgroene wat daarrond hangt. De bruggenbouwer die Frederik in Hasselt is, is Aquafin in de Werf van de Toekomst. Geen dromerig concept, wel een échte werf, binnenkort in uitvoering, waarin we de krachten bundelen om samen tot het uiterste te gaan naar veiligheid, minder hinder, interactie en communicatie met de omgeving. Leren van elkaar met een duidelijk doel voor ogen: de werf van de toekomst als fundament voor elk project.

Dromen mag, maar realisme brengt ons het verst. Projecten uitvoeren, is keuzes maken om binnen een bepaalde timing, budget en scope die meerwaarde te creëren. Want kies je nu voor het ontharden van een parking, of voor een CO2-neutrale rioolbuis? In de toekomst wil Aquafin die keuzes staven met onderbouwde berekeningen die resulteren in een ecoscore (pagina 4), om zo de maatschappelijke meerwaarde van onze projecten objectief in kaart te brengen, nog voor het project start. Al het bovenstaande, doen we niet alleen. Het vertrouwen van en de verbinding met onze bouwpartners is voor Aquafin van cruciaal belang.

Wederzijds respect als basis om samen het uitvoeringstempo van projecten hoog te houden om de uitdagingen waar we voor staan te realiseren, zonder daarbij de noden en wensen van onze partners uit het oog te verliezen. Dat resulteerde in een betere spreiding van onze aanbestedingen, een werkwijze die gesmaakt wordt door de sector. Lees er meer over op pagina 10. Wat we doen, is ingrijpend, en net daarom koesteren we onze partnerships, vanuit verbinding en vertrouwen, vanuit het geven en nemen van verantwoordelijkheden. Het is een verhaal van samen. Samen maatschappelijke meerwaarde creëren in de ingrijpende projecten die we doen. Danny Baeten Directeur Projectmanagement

“

We willen de maatschappelijke waarde van onze projecten maximaliseren.”

3.


AQUA 2023/3

“Ecoscore zal de impact van onze projecten kwantificeren”

4.


“

We willen het gebruik van duurzame materialen stimuleren.” Marjolein Weemaes

Elk project dat Aquafin uitvoert, heeft als doel om een stapje dichter te komen bij ‘propere waterlopen en een leefomgeving in harmonie met water’. Maar hoeveel dichter dat precies is, daar kunnen we niet altijd een sluitend cijfer op kleven. Met de ontwikkeling van een ecoscore zal die vooruitgang in de toekomst veel beter meetbaar zijn.

H

oeveel wateroverlast wordt er nu echt vermeden door een parking te ontharden? Of: wat is de exacte impact van een blauwgroen ingericht gebied op de biodiversiteit? En in welke mate draagt de aanleg van een rioolbuis bij aan de CO2-uitstoot? In de toekomst wil Aquafin de ecologische impact van zijn projecten staven met onderbouwde berekeningen. Marjolein Weemaes, directeur Business Development en Innovatie: “We willen zo beter kunnen opvolgen of en in welke mate we voor het klimaat én onze omgeving stappen vooruit zetten met een project. Dat is ons eerste en voornaamste doel. Bijkomend zijn die berekeningen een goede basis voor de rapportering volgens de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), de duurzaamheidsrapportering waaraan ook Aquafin vanaf 2026 zal moeten voldoen. Het onderbouwen van je verhaal met accurate metingen en berekeningen is trouwens de beste manier om greenwashing tegen te gaan. En bovendien kan het helpen om mensen te overtuigen van het nut van bepaalde projecten of keuzes.”

Blauw en groen

In de blauwgroene score zal onder meer berekend worden hoeveel regenwater kan infiltreren door ontharding in een project. ©Denis Dujardin

De ecoscore die Aquafin ontwikkelt, bestaat uit twee componenten: een blauwgroene score en een CO2-score. De blauwgroene score geeft een indicatie van hoe klimaatadaptief een project is. “We berekenen zowel een blauwe als een groene score,” verduidelijkt Marjolein.

“In onze projecten willen wij vermijden dat er kostbaar regenwater verloren gaat, dat er te veel water naar de zee loopt. Maar we willen ook wateroverlast vermijden, wat uiteindelijk ook een vorm is van ‘verloren water’. Voorbeelden van parameters die de blauwe score bepalen, zijn dan ook: volume geïnfiltreerd, gebufferd of hergebruikt regenwater, watervolume dat we niet meer verliezen door lekkende riolen te vervangen, … Vandaag hebben we daar niet overal exacte cijfers van. We weten bijvoorbeeld wel hoeveel m² regenwater we hebben afgekoppeld en vaak ook hoeveel we hebben onthard, maar hoeveel regenwater daardoor precies infiltreert, niet.”

Herstel na de werken Voor het groene getal van de blauwgroene score verkent Aquafin momenteel hoe ver het daarin kan gaan en welke tools het meest geschikt zijn om de impact van projecten op de biodiversiteit te meten. Marjolein: “Onze keuze voor zoveel mogelijk bovengrondse infiltratie gaat gepaard met meer groen, liefst inheems, dat de lokale biodiversiteit stimuleert. Die impact willen we in de toekomst kunnen staven met metingen. Maar ook omgekeerd kunnen onze werken tijdelijk groen en dus biodiversiteit schaden omdat we een zone moeten opbreken. Daarom moeten we in de groene score ook meenemen hoe lang het duurt vooraleer het ecosysteem terug hersteld is na de werken.” >

5.


AQUA 2023/3

CO2-impact De tweede component van de ecoscore brengt de CO2-voetafdruk van een project in kaart. Hiervoor heeft Aquafin al heel wat onderzoekswerk verricht. Dankzij levenscyclusanalyses en metingen van broeikasgasemissies in de volledige riolerings- en zuiveringsinfrastructuur, kan het de impact van materialen en activiteiten berekenen. Daardoor wordt het mogelijk om verschillende materiaalen productkeuzes met elkaar te vergelijken. In een volgende stap zou de CO2-voetafdruk van een materiaal dan mee kunnen doorwegen in het aankoopbeleid. “Vandaag passen we dat al toe voor de aankoop van koolstofbron, een product dat nodig is om stikstof te verwijderen in het zuiveringsproces. Welk type koolstofbron je gebruikt, geeft grote verschillen in de uitstoot van lachgas, een krachtig broeikasgas dat vele malen sterker is dan CO2,” volgens Marjolein. “Aquafin kan een sturende rol spelen in de sector om dit ook voor andere materialen toe te passen. Voorwaarde is wel dat die duurzamere materialen beschikbaar zijn op de markt én dat ze kunnen concurreren met de bestaande, gangbare materialen.”

Starten bij concept In Nederland gebeurt het al. Daar hebben de waterschappen al wat ervaring met het in rekening brengen van de klimaatscores bij aanbestedingsprocedures. “Maar eigenlijk willen nog een stap verder gaan en de CO2-uitstoot al mee in rekening brengen bij de conceptuele keuze van een project. In plaats van op zoek te gaan naar de buis met de minste CO2impact, is het eerste wat we ons zouden moeten afvragen: is deze buis in feite wel nodig of kunnen we het anders oplossen? Die totaal andere denkwijze willen we nog mee verwerken in onze ecoscore want pas dan ben je echt op weg naar klimaatneutraliteit,” volgens Marjolein. Aquafin wil in de toekomst zelfs nog meer componenten integreren om een beeld te krijgen van de complete impact van zijn projecten. Daarbij wordt onder meer gedacht aan het effect op welzijn en mobiliteit. Maar eerst ligt de focus op de ecologische aspecten.

“

Met de rioolbeheerders moeten we bekijken hoe er met kwantificering wordt omgegaan in bestekken.” Wendy Francken

VLARIO WERKT AAN EEN TOOL VOOR DE SECTOR Ook op sectorniveau wordt momenteel gewerkt aan een tool om de impact van een rioleringsproject te berekenen. Vlario, kenniscentrum voor de rioleringssector, werkt daarvoor samen met partners als Aquafin en AWV verder op de TOTEM-tool die nu al bestaat voor gebouwen. “De rioleringssector heeft als betrekkelijk kleine sector toch een significante CO2-uitstoot. Klimaatneutraal worden is dan ook een enorme uitdaging,” volgens Wim Van Gils, voorzitter Werkgroep Beleid en Financiering van Vlario. “Als we de impact van de sector naar beneden willen brengen, dan is het nodig om de hele waardeketen mee te nemen in de omslag. Je kan die verantwoordelijkheid niet alleen bij producenten van materialen leggen. De hele manier van plannen, ontwerpen en denken moet evolueren. Hoe je bijvoorbeeld een fundering opbouwt, kan al een groot verschil maken. Als je over de verschillende impactcijfers beschikt, dan kan je alternatieven gaan bedenken. We weten dat er veel winst te boeken is in de ontwerpfase. Tot nog toe is daar nog niet veel naar gekeken.” Binnen de Vlario-Werkgroep Circulariteit werd in eerste instantie de CO2-uitstoot van de sector in kaart gebracht. Samen met de rioolbeheerders wordt momenteel de laatste hand gelegd aan de Product Category Rules, de spelregels zeg maar, om die impact te kwantificeren. Wendy Francken, directeur Vlario: “Er zijn heel veel parameters waarmee we rekening moeten houden. Een volgende stap is om met de aannemers te bekijken of de kwantificering per werf haalbaar is. Naast de rioolbeheerders zijn ook zij én de studiebureaus vertegenwoordigd in de werkgroep. Met de rioolbeheerders moeten we dan vervolgens bepalen hoe er met die kwantificering wordt omgegaan in de bestekken bij de toewijzing van opdrachten. Het is natuurlijk belangrijk dat dit op dezelfde manier gebeurt, zeker bij projecten met meerdere opdrachtgevers. De uitdaging is dan ook om de klimaatambities van de opdrachtgevers goed af te stemmen. Het zijn zij die het tempo bepalen, al moet de sector wel kunnen volgen natuurlijk.”

“

In de ontwerpfase van projecten liggen nog veel mogelijkheden om duurzamer te worden.” Wim Van Gils

6.


Ontdek ons educatief materiaal voor elke leeftijd op www.aquafin.be/onderwijs

Waterzuivering komt naar de klas Wat gebeurt er als je het toilet doorspoelt en hoe wordt afvalwater weer proper? Boeiende onderwerpen voor in het klaslokaal, toch? Wij ontwikkelden educatieve pakketten op maat van elke schoolgraad. Want jong geleerd, da’s oud gedaan.

alles over waterzuivering in vijf korte, heldere filmpjes. Of duik samen met CleanEarthAdventure virtueel onder in onze installaties. Kort, bondig en speels, zo heeft de jeugd het graag!

Hoger onderwijs Lager onderwijs Van een speciale editie van Zonnekind tot een podcast. Het aanbod voor het lager onderwijs is dynamisch en divers. De juffen en meesters van de 2de graad lager onderwijs kunnen aan de slag met een gratis educatief pakket over waterzuivering. In een interactieve lessenreeks vind je voldoende afwisselende doe- en denkopdrachten op maat van de leerlingen en volledig in lijn met het leerplan.

Heb je liever iemand van Aquafin voor de klas? Ook dat kan. Vanaf het najaar 2023 kan je één van onze gidsen boeken in je klas. Ook hier weer alles op maat van de leerlingen en dit voor alle graden en volledig gratis.

Secundair onderwijs Voor Gen Z van het secundair trekken we de digitale kaart. Ontdek samen met waterwetenschapster Marjolein Vanoppen

Ook studenten van het hoger onderwijs vinden bij Aquafin interessante leermogelijkheden. Van hands-on stages als technisch medewerkers of HR-assistent, tot boeiende thesisonderwerpen over bemalingsmethoden of elektromechanica. Voor elke opleiding wat wils.

Wist je dat leerlingen vanaf 14 jaar een bezoek kunnen brengen aan een rioolwaterzuiveringsinstallatie? Onze gidsen nemen je live mee door het hele proces. Zie met eigen ogen hoe afvalwater weer proper wordt!

7.


AQUA 2023/3

Meer infiltreren op openbaar domein wordt verplicht Steeds meer steden en gemeenten kiezen voor een klimaatrobuuste wegopbouw. En dat is een goede zaak, want vanaf 2025 zal er op openbaar domein verplicht en meer geïnfiltreerd moeten worden. Dat zegt de nieuwe gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV) inzake hemelwater. Een grote ommezwaai. Maar voor Aquafin is infiltratie niets nieuws. We exploreren en meten al enkele jaren de werking van verschillende infiltratiesystemen.

O

m onze steden en gemeenten te wapenen tegen droogte en wateroverlast en ze ook in de toekomst leefbaar te houden, moeten we maximaal inzetten op hergebruik, infiltratie en buffering van regenwater. “In al onze rioleringsprojecten streven we daarom naar een minimale afstroom en maximale ontharding”, zegt Evi Vinck, studieverantwoordelijke bij Aquafin, “maar in een dichtbebouwd Vlaanderen is dat laatste vaak een uitdaging. Zeker in steden zijn er door de beperkte ruimte weinig mogelijkheden tot ontharding, of bovengrondse infiltratie- en buffersystemen.” Om ook deze gebieden beter te kunnen beschermen tegen wateroverlast, brengen ondergrondse infiltratiesystemen soelaas. De poreuze infiltratiebuis is hierbij de meest klassieke vorm, maar waterdoorlatende onderfundering wint steeds meer aan belang en populariteit. “Bij waterdoorlatende onderfundering stroomt het regenwater via infiltrerende U-goten aan de zijkant van de weg in de onderfundering waar het kan infiltreren”, legt Evi uit. “De grote plus van dit systeem is dat het toepasbaar is over heel Vlaanderen, ongeacht het bodemtype en grondwaterstanden. Het systeem zit namelijk minder diep in de grond dan poreuze infiltratiebuizen of verticale infiltratiepalen, waardoor het minder gevoelig is voor grondwater.”

Infiltratiecapaciteit meten In onze eigen rioleringsprojecten testen en bemeten we al enkele jaren verschillende infiltratiesystemen. “Afstromend regenwater is niet volledig proper. Er zitten allerlei zwevende stoffen in die afkomstig zijn van stedelijke vervuiling”, weet Evi. “We onderzoeken of de ophoping van de vuildeeltjes op termijn de infiltratiewerking van de systemen doet afnemen.”

8.

“Via een waterpeilmeter meten we hoe hoog het water in het infiltratiesysteem staat en gaan we het aantal overstort werkingen na. Door dat laatste in kaart te brengen, krijg je een duidelijk zicht op de infiltratiewerking. Te veel overstortwerking zou betekenen dat het systeem de hoeveelheid regenwater niet tijdig kan verwerken en het systeem dus niet goed werkt. We ontwerpen de systemen zodanig dat ze ca. 90% van de neerslag opvangen.”

Waterdoorlatende onderfundering in Staden Een van de meetcampagnes loopt in Staden waar we al twee jaar een waterdoorlatende onderfundering bemeten. De resultaten van deze (korte) meetperiode zijn alvast positief en geruststellend. “Er zijn geen indicaties dat de infiltratiecapaciteit doorheen de tijd afneemt en er werd ook geen enkele overstortwerking waargenomen. Dat betekent dat het systeem goed werkt”, vertelt Evi. “Over de langetermijnwerking is het nog te vroeg om uitspraken te doen. Doordat het systeem in Staden zo innovatief is, kunnen we ons niet baseren op bestaand onderzoek. Aquafin zal de waterdoorlatende onderfundering – net als de andere infiltratiesystemen – daarom nog verschillende jaren opvolgen. Zo kunnen we snel ingrijpen indien nodig, de systemen verder optimaliseren en de openbare ruimte optimaal inrichten. Dat laatste doen we graag in nauwe samenwerking met gemeenten en steden die we als regisseur zien van de publieke ruimte”, besluit Evi.


NIEUWE VERORDENING HEMELWATER Vanaf 2025 moet er op openbaar domein verplicht (meer) geïnfiltreerd worden. Lees alles over de nieuwe wetgeving GSVH op de website van VLARIO.

Bewezen stabiliteit Naast de goede werking is ook de stabiliteit van het systeem geen onbelangrijk element in stedelijke omgevingen. Op vraag van Aquafin ontfermde een team van experten uit de wegenbouw (OCW), het Agentschap Wegen en Verkeer en specialisten uit de betonsector zich over het stabiliteitsvraagstuk van waterdoorlatende onderfundering. “Men is gaan kijken naar welke parameters uit de klassieke wegopbouw verzwakt worden door het water, en hoe de nieuwe opbouw hierop aangepast moet worden – naar materialen, diktes en aanleg toe – om dezelfde duurzaamheid te bekomen”, legt projectmanager Rik Debusschere uit. Op basis van zowel technische berekeningen als praktijkproeven kwamen de experts tot een wegopbouw die draagkrachtig is tot een bouwklasse B7. “Dat kan je vergelijken met een kleine gewestweg die van dorp naar dorp loopt. De waterdoorlatende onderfundering is dus een mogelijkheid voor heel wat wegen in Vlaanderen.”

Waterdoorlatende onderfundering is een efficiënt systeem om in een stedelijke omgeving voldoende water te laten infiltreren.

Voor 2024 staat er op dit moment 12 kilometer extra waterdoorlatende onderfundering op de planning, onder andere in Tielt, Waregem en Kapellen. De stad Turnhout maakt al gebruik van het systeem. “De klimaatrobuuste wegopbouw ligt in onze stad al in enkele straten”, zegt Steven Mateusen, coördinator van de Stad Turnhout. “Het systeem zorgt ervoor dat het afwaartse rioleringsstelsel sterk wordt ontlast. Zo kunnen we wateroverlast vermijden bij intense regenbuien en het grondwater aanvullen in de strijd tegen verdroging.”

“

Met waterdoorlatende onderfundering gebruik je het ganse wegdek als infiltratiezone, wat het risico op wateroverlast sterk verkleint.” Evi Vinck

Op blauwgroenvlaanderen.be vind je heel wat inspiratie voor infiltratie van regenwater op openbaar domein. Verschillende zoekfilters helpen je eenvoudig op weg naar de juiste maatregelen voor jouw stad of gemeente.

9.


AQUA 2023/3

Aannemers waarderen betere spreiding van aanbestedingen Dit jaar zal Aquafin voor net geen 300 miljoen euro aan aanbestedingen op de markt brengen. Mede op vraag van VlaWeBo , de federatie van Vlaamse aannemers van wegen- en rioleringswerken, is het de bedoeling de aanbestedingen zo goed als mogelijk te spreiden over het ganse jaar. Geert Van Aerschot, manager Projectmanagement bij Aquafin en Eli Desmedt, directeur van VlaWeBo, gaan hierover in gesprek voor Aqua.

G

eert Van Aerschot: Momenteel zitten we op schema met zo’n 80% van het totaalbudget voor dit jaar aanbesteed. Wat betreft de bovengemeentelijke projecten zitten we in lijn met de vordering van het jaar, voor de gemeentelijke projecten zitten we zelfs al boven de jaartarget. De traditionele piek in aanbestedingsvolume op het einde van het jaar gaan we dus wel kunnen vermijden en dat voor het tweede jaar op rij. Op het periodiek overleg tussen Aquafin en VlaWeBo werd er duidelijk appreciatie uitgesproken voor die verbeterde spreiding. Het is natuurlijk erg fijn om te horen dat onze inspanningen gewaardeerd worden. Eli Desmedt: Dat is absoluut zo, die gunstige evolutie juichen wij als sector ten zeerste toe. Een goede spreiding van aanbestedingen is erg belangrijk voor de aannemersbedrijven.

Net daarom is de opvolging van de uitvoering van het jaarprogramma en de spreiding van de aanbestedingen een vast punt op de agenda van het gestructureerd overleg dat we twee of drie keer per jaar met de aannemersvereniging en Aquafin hebben. We stellen nu inderdaad vast dat de aanbestedingen van Aquafin tegenwoordig veel beter gespreid en met een regelmatiger ritme verlopen, terwijl er vroeger telkens een zware eindejaarspiek was. We zijn ook erg tevreden dat Aquafin is ingegaan op onze vraag om een indicatieve lijst van de aanbestedingen van de komende kwartalen ter beschikking te stellen. Dat is nuttige informatie voor onze aannemers om een zicht te krijgen op de toekomstige aanbestedingen die het best schikken volgens de noden van hun orderboek. We hebben natuurlijk ook wel steeds begrip getoond voor de redenen die een gelijkmatige doorstroming van de opdrachten bemoeilijken: onteigeningen, omgevingsvergunning, bemalingsproblematiek, PFAS-problematiek, … heikele punten die er trouwens vandaag nog steeds zijn.

Halfjaarlijks bijsturen GVA: Inderdaad, het is niet zo dat het nu makkelijker is om vergunningen te verkrijgen of dat onteigeningen veel vlotter verlopen. Het grote verschil is dat we nu van in het begin van het jaar het aanbestedingsritme bepalen en de aanbestedingen gespreid inplannen. Aan onze projectmanagers maken we duidelijk dat we verwachten dat die planning aangehouden wordt.

“

Een betere spreiding neemt stress weg bij de aannemers en hun werknemers.” Eli Desmedt

10.


“

In het begin van het jaar bepalen we het aanbestedingsritme en halfjaarlijks sturen we bij als het nodig is.” Geert Van Aerschot

Maar ook extern, bij partners als studiebureau en medeopdrachtgevers, hameren we op het belang van een gespreid aanbestedingsritme en het nakomen van de vooropgestelde targets. Per half jaar voeren we een tussentijdse controle uit. Als we dan merken dat er pieken zijn, gaan we die uitmiddelen door enkele projecten te verschuiven. We kijken dan vooral naar het aantal projecten en de waarde van de projecten. In sommige maanden zie je dat het investeringsniveau toch nog beduidend hoger is, maar dat is dan vaak omdat er een project van hele grote investeringswaarde bijzit. Een 100% budgettair gelijkmatige verspreiding zal daarom nooit mogelijk zijn. Maar als we bijvoorbeeld merken dat er twee heel grote projecten op min of meer hetzelfde moment aanbesteed zullen worden, grijpen we in. We lichten ook de studiebureaus in over welke projecten er zitten aan te komen en vragen tijdig een engagement van hen.

Betere planning, minder stress ED: Het is een oud zeer, we pleiten met VlaWeBo al lang bij al onze opdrachtgevers voor continuïteit in het aanbod van de opdrachten en een gelijkmatige spreiding van de aanbestedingen. Er is meestal wel gehoor voor onze grieven, maar je moet het ook nog altijd realiseren. Gelijkmatigheid, continuïteit, een constanter aanbestedingsritme, een betere spreiding,… dat laat aannemers toe om hun werking en organisatie in het ganse proces van bedrijfsvoering te optimaliseren. Bij pieken en dalen moet er steeds ad-hoc bijgestuurd en geïmproviseerd worden op veel fronten. Aannemers voelen dat doorheen het volledige bedrijfsproces: op de calculatiedienst, maar ook op de aankoopdienst, voldoende personeelscapaciteit voorzien, voldoende materiaal ter beschikking hebben, … Als een aannemer na een piek van aanbestedingen een aantal werken heeft binnengehaald, dan is het zeer waarschijnlijk dat hij voor diezelfde werken ook vrij geconcentreerd de aanvangsbevelen zal krijgen, met alle nodige organisatorische aanpassingen tot gevolg.

Mensen staan minder onder stress als het allemaal wat constanter verloopt. En het verlaagt het risico op fouten, er is immers meer tijd. Onregelmatigheid en onstabiliteit bevorderen geenszins het welzijn van de mensen en het kan ertoe leiden dat werknemers vertrekken bij bedrijven. Net als in zoveel andere sectoren is ook in onze sector één van de grootste problematieken het vinden van geschikte mensen. We geven mensen liever werk op basis van regelmaat en in een stabiele omgeving. Mensen die het bedrijf verlaten, zijn mensen die we wellicht nooit terugzien, niet op het bedrijf maar waarschijnlijk ook niet in de sector. En dat is toch heel jammer voor een sector die zo kreunt onder personeelstekort.

Snel naar onze opdrachten Op www.aquafin.be/bedrijven/opdrachten vind je een overzicht van al onze opdrachten en een link naar de indicatieve lijst van aanbestedingen in het laatste kwartaal van 2023.

11.


AQUA 2023/3

Waterplezier in je tuin Een (zwem)vijver is voor mens en dier een leuke en blauwgroene oplossing om in de zomer verkoeling te zoeken. Maar waar let je op bij de aanleg? En met welk soort vijver help je de natuur het best? De zwemvijver

Vijver als opvang voor regenwater

oen Patrick Dewitte van De Zwemvijver uit Zoersel de ingeving kreeg om zich te focussen op de aanleg van zwemvijvers moest hij daar twintig jaar geleden niet lang over nadenken. “Ik kwam vanuit de tuinbouw, en volgde instinctief gewoon mijn buikgevoel. Ik dacht: misschien is het wel een schot in de roos. Een week later hadden we onze eerste klant. Sindsdien hebben we niets anders meer gedaan.” Zwemvijvers zijn in, zoveel is duidelijk. Maar hoe begin je eraan?

Is zwemmen geen noodzaak en wil je vooral de natuur een handje helpen? Dan kan je, net zoals doe-het-zelver Dennis Roelants uit Rotselaar, zelf een kleine vijver aanleggen waarin het regenwater afloopt. “Toen ik een verzameling van zeven aquaria in huis had, besloot ik dat het tijd was voor een volgende stap: een vijver in mijn tuin. Nadat ik met een schop een groot gat in de grond had gemaakt, heb ik een plastic kuip van 650 liter geplaatst. Die kuip vulde ik met regenwater en planten die zuurstof afgeven, zoals waterpest. Ik heb een aantal lelies geplaatst, die bij zonnig weer bloemen geven aan de oppervlakte, en in de vijver zelf zwemmen vissen rond.”

T

Om een zwemvijver aan te leggen heb je ten eerste flink wat buitenruimte nodig, vertelt Patrick. Dit omdat een zwemvijver uit een natuur- en zwemgedeelte bestaat. Net daarom hamert hij op het belang van een voorgesprek. “We raden aan om een checklist van wensen mee te nemen naar je aannemer. Hij zal je kunnen vertellen wat mogelijk is en wat vooral niet.” Daarna wordt een tekening gemaakt en de oppervlakte van de vijver wordt met een machine uitgegraven. “De meeste zwemvijvers zijn een meter en vijftig centimeter diep. Vervolgens wordt een betonnen vloerplaat gegoten in de put en wordt de gemetselde wand bekleed met een waterdichte folie die uit synthetisch rubber bestaat.” Na de opbouwfase komt het technische gedeelte aan bod. In de plantenzone, die een vierde van de totale oppervlakte van de zwemvijver moet beslaan, wordt eerst een plantenfilter geplaatst. Die bestaat uit een collector voor het gezuiverde water, dat terug in de vijver gespoten wordt, en een substraat dat meestal uit lava bestaat. Net zoals bij een zwembad wordt leidingwater in het zwemgedeelte gespoten. Alleen wordt dit water aangezogen door de plantenfilter. Daar passeert het door de wortelzone van de planten, die tjokvol organismen en bacteriën zitten om het water op een natuurlijke manier te zuiveren. Ook kleine regenbuien kunnen in de vijver worden opgevangen. En dan is het tijd voor het leukste gedeelte: planten kiezen. Voorwaarde: de planten moeten met hun wortels goed in het water staan. Kalmoes, blauwe of gele lis, egelskop, Amerikaanse moerasiris, zegge, beekpunge, dotterbloem, watermunt, dwerglisdodde (vermijd de grote variant wegens beschadiging aan je folie), lidsteng, naaldkruid of aarvederkruid zijn aanraders. Om mooi helder water te verkrijgen, heb je ongeveer vijf bosjes zuurstofplanten per 1.000 liter nodig. Ook dieren vertoeven graag in het plantengedeelte van een zwemvijver. Waterinsecten en schelpdieren zoals libellen, waterjuffers en waterslakken maar ook amfibieën zoals kikkers, padden en salamanders en vijvervissen zijn ideale bewoners.

12.

Roelants kreeg helaas al twee maal een reiger op bezoek die alle vissen opat. Om de reiger het moeilijker te maken, heeft hij de bovenkant van de vijver afgebakend met visdraad. “Het water in de vijver moet ik wekelijks testen op de zuurtegraad. Omdat regenwater weinig kalk bevat, vul ik het water aan met een product om het water harder te maken zodat organismen hierin kunnen leven. Ik gebruik enkel regenwater dat ik via het dak heb opgevangen in mijn ondergrondse waterput. Leidingwater gebruiken ter aanvulling vind ik echt een no go aangezien waterschaarste in de zomer steeds meer voorkomt. Daar blijf ik dus ver van weg.”

Infiltrerende vijver Wil je een vijver die maximaal regenwater opvangt én het ook infiltreert? Dan kies je voor de meest natuurlijke oplossing: een regenwatervijver. Dit soort vijver heeft verschillende niveaus en vanzelfsprekend varieert het waterpeil naargelang de neerslag. Als je vissen wilt houden, dan breng je in het diepste stuk van de vijver folie aan, zodat daar zeker altijd water in blijft staan. De rest van de uitgegraven oppervlakte blijft doorlatend, ofwel met stenen, ofwel met beplanting. Omdat de vijver in droger periodes bijna leeg kan staan, zijn groene oevers wel het mooiste. Plant in dat geval oeverplanten aan die zowel tegen droge als natte periodes bestand zijn. Ideaal is om de regenpijp van het dak te laten uitkomen in de regenwatervijver. Hou er wel rekening mee dat ook de opslagcapaciteit van een regenwatervijver nog altijd beperkt is. Een overloop naar een wadi, gracht of in het slechtste geval de riolering, is nodig.


DE VOORDELEN VAN EEN VIJVER + Natuurlijk en zacht water zonder chloor + Afkoeling op natuurlijke manier + Mogelijkheid om kleine of iets grotere buien op te vangen + Biotoop en huisvesting voor tal van organismen + Weinig onderhoud

Meer informatie over de aanleg van een regenwatervijver vind je bij de maatregelen voor huis & tuin op blauwgroenvlaanderen.be

13.


AQUA 2023/3

Er zit meer in slib dan je denkt! Van afvalverwijdering naar energie- en grondstoffenrecuperatie

De slibverwerkingsinstallaties in Brugge en Deurne bereiken in 2026 het einde van hun levensduur. Dit leidde – samen met de ambitie van Aquafin om klimaatneutraal te worden - tot een grondige vernieuwing van de slibstrategie. Tegen 2027 plant Aquafin de overstap naar twee nieuwe installaties die het slib zullen drogen met restwarmte in plaats van aardgas en een nieuwe monoverbrander. Dit levert niet alleen zekerheid op lange termijn, maar leidt ook tot een forse verlaging van energie- en transportkosten en CO2-uitstoot. Tegelijk komen er extra kansen voor grondstoffenrecuperatie.

B

ij de zuivering van afvalwater blijft slib over. Zuiveringsslib bestaat voor een groot deel uit organisch materiaal. Dat zijn microorganismen die op een biologische manier de vervuiling van het huishoudelijke afvalwater afbreken. Doordat de slibmassa continu aangroeit, moet het teveel worden verwerkt. Wat we al veel langer weten, is dat slib best waardevol is. Slib kan namelijk omgezet worden in energie. Vandaag hergebruiken we al een derde van dit slib als brandstof via eigen verbranding in onze installatie in Brugge. Twee derde wordt afgevoerd naar externe partners voor coverbranding met huisvuil en toepassingen in de cementindustrie.

Richting klimaatneutraal “Uit een evaluatie van onze slibverwerkingsinstallaties kwam naar boven dat de slibverbrander in Brugge die ondertussen al dateert van de jaren ‘80, einde levenstermijn is” vertelt, Nathan Hellinck, Manager Levenscyclusbeheer bij Aquafin.

14.

“Ook bij de slibdroger in Deurne doken er recent veiligheidsissues op en krijgen we te maken met vervangingsinvesteringen. Dit maakte dat we de slibketen die vandaag vooral een afzetketen is, moesten herbekijken. Het aspect duurzaamheid daarbij betrekken was evident. Het project past volledig binnen de ambitie van Aquafin om tegen 2030 geen gebruik meer te maken van fossiele brandstoffen en op termijn te evolueren naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering.” “Eén van de manieren om slib om te zetten in duurzame energie, is het slib te ‘ontwateren’,” vervolgt Nathan. “Toch bestaat dit ontwaterd slib nadien nog steeds voor 75% uit water. In een vervolgstap moet er dus warmte toegevoegd worden zodat ook de rest van het water kan verdampen. Het slib is dan voldoende waterarm zodat het verbrand kan worden om energie op te leveren. Het rare vandaag aan heel deze keten is dat we om tot die nieuwe hoogwaardige brandstof te komen, eerst zelf gebruik moeten maken van een andere hoogwaardige brandstof zoals ons zelf

geproduceerde biogas (afkomstig uit de vergisting van het slib) of extern aangeleverd aardgas. Vooral dit laatste is gezien de huidige geopolitieke context onzeker en moeilijk in de hand te houden, zowel qua prijs als beschikbaarheid. Ook vanuit energetische efficiëntie is de huidige keten niet logisch. Daarom willen we overstappen naar het gebruik van restwarmte.”

Benutten van restwarmte Aquafin zet maximaal in op energierecuperatie uit slib. In Roeselare en Beringen plannen we daarom de bouw van een installatie waarin we het slib gaan drogen met restwarmte uit de industrie. Zo besparen we fors op het gebruik van aardgas in het droogproces en kunnen we onze CO2-impact drastisch verlagen. Tegen 2027 willen we minstens een derde van het slib kunnen drogen met restwarmte, om te evolueren naar het drogen van minstens twee derde van het slib tegen 2040. Het drogen van slib met lage temperatuur restwarmte is kostentechnisch gezien de meest voordelige en duurzame oplossing. Het granulaat dat overblijft na het drogen kan als alternatieve duurzame brandstof gebruikt worden in de plaats van aardgas. Twee keer een win-win op fossiele brandstof dus!

Van 17.000 ton CO2 per jaar naar 0 Ivo Verschueren van het projectteam bij Aquafin: “We zijn gaan kijken waar er in Vlaanderen nog warmte over was om onze drogers op aan te sluiten en na een marktbevraging zijn we terechtgekomen bij Mirom in Roeselare en Biostoom in Beringen.” >


“

Door de omschakeling daalt de CO2-uitstoot van onze slibdrogers van 17.000 ton per jaar naar 0!” Ivo Verschueren

15. LOKAAL SAMENWERKEN OP LANGE TERMIJN Dat de keuze van Aquafin voor de droging uitgaat naar een lokale samenwerking met Mirom en Biostoom is geen toeval. Voor alle partijen is het een win-win situatie die perfect aansluit bij hun visie. In Roeselare verhogen we het rendement van het warmtenet door onze jaarcontinue afname. In Beringen zorgen we er mee voor dat de ontwikkeling van het terrein en het industrieel warmtenet (samen met andere warmteafnemers) kan uitgerold worden. Op beide locaties is Aquafin verzekerd van de aanlevering van restwarmte op lange termijn.


AQUA 2023/3

Actief slib doet het biologisch zuiveringswerk.

VAN RESTPRODUCT TOT LEVERANCIER VAN ENERGIE EN GRONDSTOFFEN Deze figuur toont de verwerkingsroute van het slib vanaf 2027, waarbij minstens een derde van al het slib wordt gedroogd op restwarmte. Tegen 2040 willen we evolueren naar twee derde. Het drogen van slib met lage temperatuur restwarmte is kostentechnisch de meest voordelige en duurzame oplossing.

Ontwaterd slib 1/3e

Vloeibaar slib SLIBONTWATERING

1/3e

1/3e

16.

2 SLIBDROGERS

Gedroogd slib


BUDGETNEUTRAAL DANKZIJ ENERGIEFONDS De bouw van de twee nieuwe slibdrogers heeft een stevig prijskaartje. Het Vlaamse Gewest gaf ondertussen goedkeuring voor het budget omwille van de substantiële bijdrage die het project levert aan de Vlaamse klimaatdoelstellingen. Bovendien zorgt het voorgestelde financieringsmechanisme ervoor dat het project voor Vlaanderen budgetneutraal wordt. De investering wordt namelijk deels gecompenseerd door het uitgespaarde aardgas (met onzekere prijzen) en deels door het terugverdieneffect van eerdere gerealiseerde energiebesparende investeringen.

Het drogestofgehalte van het ontwaterde slib stijgt na het drogen van 27% naar 90%.

STOOM 2/3e MONOVERBRANDING • energie recuperatie • fosfor recycling

ELEKTRICITEIT FOSFOR

CO-VERBRANDING • met industrieel afval

“Om die restwarmte te kunnen gebruiken, moeten we eerst nieuwe drooginstallaties bouwen. Het is niet mogelijk de oude slibdrogers te ontmantelen en te recupereren want het gebruik van laagwaardige warmte vraagt om een andere technologie. De nieuwe slibdrogers komen telkens naast de afvalenergiecentrales te staan.”

“De restwarmte die anders ongebruikt de lucht in gaat, zal nu benut worden voor het droogproces van ons slib. Plan is dat de nieuwe slibdrogers tegen 2027 in bedrijf gaan. Door de omschakeling daalt onze CO2-uitstoot van 17.000 ton per jaar naar 0!”

SLIBVERWERKING IN EIGEN BEHEER = KANS VOOR MAXIMALE GRONDSTOFFENRECUPERATIE Aquafin beheert een derde van de eindafzet van het slib zelf. Voor twee derde van het slib zijn we afhankelijk van externe spelers. Dit maakt ons vandaag marktafhankelijk en staat mogelijke initiatieven zoals grondstoffenrecuperatie in de weg. De nieuwe installaties in Roeselare en Beringen zullen hier verandering in brengen. Een concreet voorbeeld is de recuperatie van fosfor, een essentieel element in onze voedselcyclus dat op wereldvlak zowel naar fysieke reserves als geopolitiek onder druk staat. Als je weet dat er per jaar 3.600 ton fosfor toekomt in onze rioolwaterzuiveringsinstallaties, biedt dit heel wat kansen voor recuperatie. Ongeveer 84% van het fosfor wordt namelijk opgeslagen in ons slib. Door na de droging gebruik te maken van monoverwerking, wordt het slib niet verdund met andere stoffen, wat een maximale recuperatie mogelijk maakt. Aquafin wil de monoverwerking van het slib daarom verhogen van 33% vandaag naar minimum 66% tegen 2027 en 100% tegen 2040.

17.


AQUA 2023/3

Natuur als grootste bondgenoot Over behoud van ecosystemen

Ecosystemen zijn essentieel voor een aangename en leefbare omgeving, zowel in de natuur als in de stad. Door onze krachten te bundelen met die van de natuur, streven we bij Aquafin naar het behoud van die ecosystemen. Met nature-based solutions krijgen natuurlijke processen terug de kans om te versterken en zo onze leefomgeving klimaatbestendiger te maken.

ature-based solutions zijn oplossingen om gebieden beter te wapenen tegen de klimaatverandering. De maatregelen zijn geïnspireerd en ondersteund door de natuur en zijn bedoeld om de natuurlijke ecosystemen te beschermen, duurzaam te beheren en te herstellen. Naast ecologische voordelen leveren deze oplossingen ook sociale en economische voordelen.

N

Binnen het project zullen verschillende testcases over heel Europa uitgevoerd worden over een periode van vijf jaar. Op basis daarvan zal een plan van aanpak opgemaakt worden die regio’s en gemeenten kunnen gebruiken om aanpassingsmaatregelen te plannen en te ontwikkelen.

Project NATALIE

Blauw en groen versterken elkaar

Natuurkracht benutten Aquafin is partner van NATALIE, een Europees project dat kadert in het Horizon Europe-programma van de Europese Unie dat de uitrol van nature-based solutions wil versnellen én opschalen. Vaak zijn er wel technieken mogelijk om onze natuur in te zetten als bondgenoot in het oplossen van problemen, maar blijft het bij pilootstudies of testcases. “We willen meer mensen betrekken en draagvlak creëren, om zo de oplossingen versneld ingang te doen vinden,” vertelt studieverantwoordelijke Birgit De Bock. Aquafin draagt bij met een testcase over ASR (aquifer storage and recovery) en gezuiverd effluent. ASR is het proces waarbij er water wordt opgeslagen in de ondergrond om het later te kunnen oppompen voor gebruik. Deze testcase is gelijkaardig aan het Deeper Blue Project van Waterunie, in samenwerking met Aquafin en het onderzoeksplatform CAPTURE in Aalst. Hier wordt gezuiverd afvalwater van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) verder opgewaardeerd tot drinkwater. Daarna wordt het ondergronds gebufferd in de watervoerende laag, om het bij waterschaarste weer op te pompen. De testcase voor project NATALIE doet iets gelijkaardigs in Sint-Truiden. Het effluent van de RWZI in Sint-Truiden wordt verder gezuiverd en wordt nadien geïnfiltreerd in de bodem om het later te kunnen oppompen. Drinkwaterbedrijf De Watergroep kan dit opgewaardeerde water gebruiken voor drinkwaterproductie. Zo zetten we in op circulair watergebruik en vermindert de druk op ons grond- en oppervlaktewater.

18.

Nature-based solutions in de stad Ook in de stad kunnen nature-based solutions hun plekje vinden. Dankzij blauwgroene maatregelen krijgen natuurlijke processen de ruimte om onze steden klimaatbestendiger en leefbaarder te maken. Op de website blauwgroenvlaanderen.be zijn allerlei maatregelen gebundeld om bijvoorbeeld wateroverlast te voorkomen, verdroging te beperken of de biodiversiteit te versterken. Blauwgroenvlaanderen.be ontstond in 2021 als een initiatief van Aquafin en Vlario (Kenniscentrum voor de rioleringssector) om Vlaanderen te informeren en inspireren rond klimaatadaptatie en het natuurvriendelijk en klimaatbestendiger maken van de omgeving. Nu komen daar ook Departement Omgeving, het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) bij.


Scan de code voor nog meer natuurgebaseerde oplossingen.

Krachten bundelen De samenwerking kwam tot stand doordat instanties zoals het INBO merkten dat niet alleen zij steden en gemeenten bevragen over groene infrastructuurprojecten in de stad. Ewaut Van Wambeke van INBO vertelt over het idee om een databank aan te maken met nature-based solutions of groenontwikkelingen in de stad: “Toen we merkten dat er al een soortgelijk overzicht bestond op de website blauwgroenvlaanderen.be, ontstond het idee om de krachten te bundelen en één gezamenlijke databank te maken om alle projecten rond blauwgroene maatregelen samen te brengen. Zo hebben de lokale besturen geen dubbel werk en bestaat er een centraal punt om alle informatie te vinden.” De uitbreiding van de website zal zorgen voor meer projecten en een grotere diversiteit aan projecten.

Nu is de website voornamelijk gericht op projecten met water, maar door de medewerking van Departement Omgeving, ANB en INBO zal ook het groene aspect meer belicht worden. “We hopen zo mensen die veel bezig zijn met het groene aspect, ook mee te krijgen met het blauwe aspect van Blauwgroen Vlaanderen, en omgekeerd natuurlijk”, stelt Birgit De Bock.

Blik op de groene toekomst De samenwerking zal ervoor zorgen dat onderzoek, praktijk en beleid meer op elkaar zullen aansluiten. Hoe de nieuwe website vorm zal krijgen, is nog even af te wachten. Maar Ewaut Van Wambeke hoopt alvast om op hetzelfde elan verder te gaan: “Door samen te werken zullen onze verschillende expertises elkaar aanvullen.”

Een wadi is een typisch nature-based solution. Gecombineerd met een recreatief element worden meerdere functies vervuld.

19.


AQUA 2023/3

Hoe het maximum uit een hemelwater- en droogteplan halen? Een ambitieus hemelwater- en droogteplan is een voorwaarde voor steden en gemeenten om vanaf 2025 nog aanspraak te kunnen maken op watergerelateerde subisidies vanuit Vlaanderen. Maar een plan alleen wapent niet tegen de klimaatverandering, daar zijn concrete acties voor nodig. In Ninove en Geraardsbergen tonen de Provincie Oost-Vlaanderen, Departement Omgeving en Aquafin dat een geïntegreerde aanpak van projecten en domeinen nog meer voordelen oplevert.

E

en hemelwater- en droogteplan is per definitie een blik op de lange termijn. Het is een integrale en gebiedsdekkende visie op het hele watersysteem in de stad of gemeente met idealiter voorgestelde maatregelen om die visie in praktijk te brengen. Die maatregelen hangen uiteraard sterk af van de lokale context, maar vertrekken vanuit de basisprincipes van een slimme omgang met hemelwater. En dat is het respecteren van deze volgorde: het zoveel mogelijk ter plaatse houden en infiltreren of hergebruiken, lokaal bufferen en pas als laatste stap vertraagd afvoeren. Het gevaar van elk beleidsmatig plan is echter dat het dode letter blijft. Dat geldt ook voor het hemelwater- en droogteplan dat de facto verplicht is voor steden en gemeenten. Maar wat als je de redenering eens omdraait en niet vertrekt vanuit bedreigingen of verplichtingen, maar vanuit nieuwe kansen?

T.OP DENDER? Het Territoriaal Ontwikkelingsprogramma (T.OP) Dender werd in 2020 opgestart onder regie van Departement Omgeving en de Provincie Oost-Vlaanderen. Het T.OP werkt aan een geïntegreerde aanpak van bovenlokale uitdagingen in de Denderstreek, o.a. overstromingsproblematiek, groen-blauwe dooradering, duurzame tewerkstelling en de bouwshift. Het zet hierbij in op gebiedsgerichte samenwerking tussen Vlaamse, provinciale en lokale actoren.

20.

Het overtollige water vanuit de Hollebeek wordt in retentiezones opgehouden d.m.v. 9 getrapte dijken, verbonden met een wandelpad. © PlusOffice-Witteveen + Bos


Door de huidige tweerichtingsstraat in de Ninoofse wijk Ter Duyst om te vormen tot éénrichtingsverkeer, komt ruimte vrij voor bovengrondse waterbuffering en fietsen en wandelen. © Atelier Horizon

Dat is exact wat er gebeurde in Ninove en Geraardsbergen. In het kader van het Territoriaal Ontwikkelingsprogamma Dender koppelden Aquafin, Provincie Oost-Vlaanderen, Departement Omgeving en de betrokken gemeenten de principes uit het hemelwaterplan aan geplande ontwikkelingen in het gebied. Het resultaat is een gedragen, holistisch plan dat winsten combineert op verschillende domeinen.

Heraanleg biedt kansen Elk hemelwaterplan start met een knelpuntenanalyse. In Ninove werd meteen breder gekeken dan enkel naar de knelpunten die met water te maken hadden. “Doordat we samen met de stad Ninove en met alle mogelijke stakeholders ook andere noden, wensen en plannen die leefden voor watergevoelige locaties samenbrachten, konden we op zoek naar mogelijke koppelkansen,” zegt Hannelore Mees, beleidsmedewerker ruimtelijke planning bij de Provincie Oost-Vlaanderen. “We selecteerden wijk Ter Duyst als case, niet omdat de waterproblematiek er het grootst was, maar omdat de stad hier op korte termijn een heraanleg van het publieke domein plant.”

Durf mobiliteit in vraag stellen “Volgens het hemelwaterplan dat wij maakten, waren retentiegrachten in die wijk een optie als deel van de oplossing van de waterproblematiek,” gaat Yves Lenaerts, hemelwaterplanner bij Aquafin, verder. “Studiebureau Atelier Horizon nam ook de mobiliteitssituatie onder de loep en stelde voor om van een dubbele naar een enkele rijrichting over te schakelen en de wegindeling aan te passen. Zo komt er niet alleen ruimte vrij voor waterbufferende grachten en meer groen, maar wordt de wijk ook veiliger voor elke weggebruiker en is het er aangenamer wonen.”

Water en recreatie Voor Geraardsbergen maakte Aquafin het hemelwaterplan al enkele jaren geleden op. Bij de zware regenbuien van mei-juni 2016 kreeg onder meer de lagergelegen deelgemeente Moerbeke de volle laag. De Hollebeek brengt het regenwater namelijk in sneltempo naar het dorpscentrum.

In het hemelwaterplan dat Aquafin opmaakte, werd voorgesteld om de vallei van de Hollebeek in te schakelen als een waterretentiegebied, waarin het overtollig afstromend regenwater wordt opgehouden. “Het Studieteam PlusOffice-Witteveen+Bos werkte het concept verder uit en voorzag een cascade van meerdere retentiezones. Elke retentiezone wordt begrensd door een dijkje, dwars op de Hollebeek,” weet Hannelore. “De Hollebeekvallei krijgt zo een sterkere sponsfunctie. De waterafvoer wordt hierdoor afgeremd én de natuur- en landbouwgebieden verdrogen minder. Ook hier is de winst dubbel: de dijken kunnen verbonden worden door een wandelpad. Voor wandelaars een fijne manier om te kuieren tussen Moerbeke station en het welbekende Raspaillebos.”

ENKELE TIPS VOOR GEMEENTEN + Vaak zijn er heel wat quick wins die je snel en eenvoudig kan uitvoeren. + Andere ingrepen vragen wat meer afstemming. Stel hiervoor een coördinator aan die aanjager is voor de uitvoering en de ruimte krijgt om in te spelen op kansen. + Kijk breder dan het waterverhaal. Breng ook andere ruimtelijke uitdagingen en wensen in kaart en ga op zoek naar koppelkansen, bv. met mobiliteit, heraanleg publieke ruimte, groen-blauwe dooradering, recreatie, etc. + Betrek daarom ook andere experten (mobiliteit, ruimtelijke ordening, duurzaamheid, landbouw, …). Zo kunnen geïntegreerde doelstellingen geformuleerd worden. + Schenk bijzondere aandacht aan locaties waar projecten in de pijplijn zitten en probeer er op aan te haken. + Maak een onderscheid tussen ‘must haves’ en ‘nice to haves’ en bepaal telkens timing en prioriteiten. + Denk in projecten en niet in acties. Door een actie niet individueel uit te werken maar als onderdeel van een breder project, kunnen (financiële) middelen en engagementen gekoppeld worden. + Tussentijdse afstemming met politiek en bewoners is van groot belang voor draagvlak.

21.


AQUA 2023/3

“Elk stukje natuur moet je koesteren” Op stap met de stadsbioloog

Met de aanwerving van Vlaanderens eerste stadsbioloog zet Hasselt vol in op meer biodiversiteit. Frederik Thoelen staat daarmee voor een flinke uitdaging. ‘Mensen denken vaak dat grote compromissen moeten worden gesloten, maar het zijn juist die kleine stapstenen die we nodig hebben.’ Tijd voor een babbel met de kersverse stadbioloog.

V

oor we op wandel vertrekken, kadert Thoelen even zijn nieuwe functie. “Ik ben sedert lange tijd bioloog bij het Natuurhulpcentrum in Oudsbergen. Omdat ik het daarnaast ook tof en waardevol vind om mensen te wijzen op het belang van natuur in een stedelijke omgeving, ben ik sinds kort ook stadsbioloog voor Hasselt. Als stadsbioloog probeer ik een brugfiguur te zijn tussen de bewoners van Hasselt en haar biodiversiteit en alles wat daarrond hangt van blauwgroene maatregelen in de stad. Met veel plezier spendeer ik een paar dagen per maand aan het opzetten van initiatieven en het maken van filmpjes om zo meer bewustzijn te creëren.” We staan aan de ingang van het Kapermolenpark in Hasselt, dé plek bij uitstek om verschillende soorten vogels, insecten en planten te zien leven. Het vroegere speelpark werd omgetoverd tot een blauwgroen paradijs. Thoelen leidt ons, verrekijker in de aanslag, rond door het park en het bos. Want biodiversiteit begint niet alleen bij onze voeten. “Soms klagen mensen wel eens over bladeren die van de bomen vallen. Een keer per jaar is dat misschien vervelend, maar zeker oude bomen hebben zoveel voordelen. Ze zijn een broedplaats voor vogels, insecten kunnen er schuilen en ze leveren zuurstof.”

22.

Vleermuiskelder Terwijl we naar het insectenhotel wandelen, legt Thoelen uit waarom het zo moeilijk is om meer bewustzijn te creëren rond biodiversiteit. “Wanneer de stad beslist om het onkruid in een berm zoals hier te laten groeien, is dat vaak een bewuste keuze. Mensen denken dan: wat een rommelig boeltje. Eigenlijk is het bedoeld om verschillende soorten bloemen en planten een kans te geven om te groeien, wat dan weer goed is voor insecten zoals de vlinders die je hier ziet vliegen.” Het insectenhotel blijkt een ingenieus werkje van honderd verschillende gaatjes die in verschillende huisvormige boomstammen zijn gemaakt. Hierin leggen insecten zoals solitaire bijen en wespen hun eitjes. Na elk gelegd eitje metselen ze het gaatje dicht met speeksel en grond. “De dennenappels die tussen de gaatjes liggen, worden gebruikt door oorwormen en andere insecten om zich te verstoppen. Zeker in de winter is dat handig. De gleuven die je ziet worden ingenomen door rupsen en vlinders.” Bomen zijn in dit gedeelte niet welkom. De ondergroei kan rekenen op heel wat zon, die zorgt voor veel meer planten. Daar komen insecten op af die op hun beurt weer als voedsel dienen voor de broedende gierzwaluwen, pimpelmeesjes en zwartkoppen.

“Hier onder de brug hebben we een vleermuiskelder aangelegd. Het is nog even wachten tot de eerste vleermuizen hier komen overnachten, maar ze hebben alvast ruimte genoeg. Het gebouw is 20 m2 groot en moet een constante temperatuur hebben van gemiddeld 10 graden”. Terwijl we over de brug lopen, schittert de Demer links van ons. “Je zou het misschien niet verwachten, maar je kan hier ook bevers vinden en ook heel wat watervogels verblijven hier residentieel. De waterkwaliteit van de Demer wordt steeds beter en dat is goed nieuws voor alles wat in en rond het water leeft.”

Geen grote compromissen nodig In de loop van ons gesprek haalt Thoelen meerdere keren het belang van meer biodiversiteit aan. “Iemand zei me ooit dat de natuur begint bij de paardenbloem die tussen de stoeptegels uitgroeit.”


Op zoek naar ideeën voor meer biodiversiteit op het openbaar domein of in je tuin? Neem een kijkje op www.blauwgroenvlaanderen.be

“Dat klopt ook echt, want eigenlijk is er overal wel wat natuur te vinden. Maar momenteel gaat het niet goed met de natuur. Elk stukje natuur dat we kunnen krijgen, of het nu gaat om een klein balkonnetje van vier meter waar een inheemse plant groeit, dit park of een natuurreservaat, moeten we proberen omvormen tot iets positiefs dat leidt tot meer biodiversiteit. Mensen denken vaak dat grote compromissen moeten worden gesloten, maar het zijn juist die kleine stapstenen die we nodig hebben. We moeten elke kans aangrijpen, want er zijn enorm veel voordelen.” De voordelen van dichtbij natuur te wonen, zijn inderdaad al vaak wetenschappelijk aangetoond (en die van niet in de buurt van natuur te wonen ook). Zowel voor de fysieke als mentale gezondheid van de mens is het belangrijk om een stukje groen in de buurt te hebben.

Natuurlijke airco We kijken ondertussen uit over het park vanop de verhoging die in het midden ervan ligt. Vogels fluiten en tsjilpen vanuit alle hoeken. De zon blakert op onze huid en de koelte van het bos waar we naartoe lopen, is welgekomen. “Je merkt hier al snel een verschil van vijf graden tussen de bomen”, voegt Thoenen toe. Bomen nemen water op via hun wortels en verdampen het via hun bladeren. Daardoor hebben ze een sterk verkoelend effect dat wel eens wordt vergeleken met maar liefst tien airco’s! Wat verderop ligt een uitgestrekt grasveld. “Als je nu een vierkante meter uit dit grasveld neemt en bestudeert, merk je dat er maar weinig verschillende soorten planten in groeien. De biodiversiteit is hier bedroevend laag.”

“Als je hetzelfde doet met dàt gras (wijst naar een stuk waar onkruid volop doorheen het gras groeit), zul je een groot verschil merken. Maar mensen willen hier ook naartoe komen om op het gras te liggen, dus het is altijd zoeken naar een evenwicht, zeker in de stad. Toch begint het belang van biodiversiteit gelukkig almaar meer door te dringen,” besluit de stadsbioloog. “Tegenover tien jaar geleden staan we al een behoorlijk stuk verder.”

“

Het belang van biodiversiteit begint gelukkig almaar meer door te dringen”

23.


DIGITAAL

Bezoek ons virtueel en … … loop rond op een waterzuiveringsinstallatie … voor één keer mag je de werf wél betreden … ontdek hoe we riothermie en blauwgroene maatregelen zélf toepassen … check welke job jou op het lijf geschreven is

www.openbedrijvendag.be/bedrijven/aquafin


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Aqua 2023-3 by Aquafin - Issuu