Driemaandelijks - april-mei-juni 2022 - afgiftekantoor Leuven Masspost P209940
AQUA Tuinstraten in opmars
14 Nazuivering zal extra stoffen uit effluent halen
18 Ecologisch bemalen beschermt grondwatertafel
INHOUD VOORWOORD
4
Op naar een klimaatneutraal Aquafin!
6
Al kennis gemaakt met Rosi? In één moeite door kijken we of het gezuiverde afvalwater tot meer kan dienen dan het enkel te lozen in de waterloop. Vanuit die ambitie ontstond er een groots project: Waterkracht genaamd. In samenwerking met publieke drinkwatermaatschappijen en private spelers zullen we vanaf 2025 gezuiverd afvalwater afkomstig van enkele Antwerpse rioolwaterzuiveringsinstallaties verder opwaarderen tot koelwater voor de chemische industrie in de Antwerpse haven. En zo het potentieel van ons ‘product’ optimaal benutten.
A
fvalwater zuiveren, dat kunnen we bij Aquafin. Meer dan 500 operators en ingenieurs zijn er dag en nacht mee in de weer. Samen met het aanleggen van bijkomende riolering is water zuiveren dan ook onze ‘core business’. Met propere waterlopen in heel Vlaanderen als ultieme ambitie. Dat neemt niet weg dat we blijven nadenken over wat beter kan. Wat meer kan. Verdiepen en verbreden. Stilstaan is immers achteruitgaan. Zo doen we al langer dan vandaag onderzoek naar de verwijdering van zogeheten micropolluenten uit afvalwater. Denk aan microplastics, medicijnresten, maar bijvoorbeeld ook zware metalen en PFAS. Onze huidige waterzuiveringsinstallaties zijn niet ontworpen om dergelijke stoffen uit het afvalwater te verwijderen. Bij wijze van full scale test wordt nu de zuiveringsinstallatie van Aartselaar, in samenwerking met de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), de komende jaren uitgebreid met een nabehandeling. Om te leren welke problemen en opportuniteiten deze nieuwe technologieën met zich meebrengen, maar ook om te bepalen welke extra kosten hiermee gepaard gaan. We gaan hiermee verder, dieper dan het klassieke zuiveringsproces. We dagen onszelf uit, we willen klaar zijn voor wat komen gaat.
2.
Tegelijkertijd blijven we ook kritisch sleutelen aan het klassieke waterzuiveringsproces zelf. Zo is voor het zuiveren van afvalwater veel, heel veel energie nodig. Aquafin is daarmee één van de grootste stroomverbruikers van Vlaanderen. Onder meer daarom hebben onze activiteiten best wel een betekenisvolle ecologische voetafdruk. Een intern team van energie-experts neemt ons energieverbruik daarom kritisch onder de loep. We onderzoeken hoe we onze energie-efficiëntie jaar na jaar verder kunnen optimaliseren en hoe we zelf nog meer hernieuwbare energie kunnen produceren. Deze acties en inspanningen moeten op termijn leiden tot een fossielvrije en klimaatneutrale procesvoering bij Aquafin.
8
20 miljard liter circulair koelwater per jaar voor Antwerpse havenbedrijven
10
Uitgebreid overstortmeetnet voor betere waterkwaliteit
12
WaterProof boekt waterwinsten op Tielts bedrijventerrein van de toekomst
14
Nazuivering zal extra stoffen uit effluent halen
16
Nieuwe installatie zuivert beter en energievriendelijker
18
Ecologisch bemalen beschermt grondwatertafel
20
Dender en Mark herleven
22
Antwerpse tuinstraten volop in bloei
Verdiepen en verbreden dus, want er is nog veel werk aan de winkel.
“
Ik wens u alvast een mooie zomer. En verdiep en verbreed met deze Aqua uw kennis samen met ons.” Jan Goossens, CEO
V.u.: Jan Goossens, Dijkstraat 8, B-2630 Aartselaar, ondernemingsnummer 0440.691.388 Het contactcenter van Aquafin is op weekdagen te bereiken van 8 uur tot 17 uur, op het nummer 03 450 45 45, of via contact@aquafin.be Noodnummer buiten de werkuren: 0800 16 603 Ombudsman: ombudsman@aquafin.be Aqua niet meer ontvangen? Mail naar redactie@aquafin.be Aqua wordt gedrukt op milieuvriendelijk papier. Fotografie: Aquafin, Frederik Beyens, Silke Van Rooy, Nicolas Herbots, Shutterstock
Volg Aquafin NV op
Leven in harmonie met de bever
M
aak kennis met de beaver deceiver. Een buizenconstructie van maar liefst 10 meter lang. En vergis u niet, de buis dient niet om bevers te vangen, wel om het waterpeil in de waterloop te regelen. Dat zit zo: de bever wordt steeds vaker gespot in Vlaanderen. Hij bouwt zijn schuilplaats in de oevers van een waterloop. De ingang van de burcht bevindt zich onder het waterniveau. Dit om zonder pottenkijkers zijn burcht te kunnen betreden. De bever streeft daarom naar een waterpeil van minstens 80 centimeter. Is dit lager, dan bouwt hij een dam die ervoor zorgt dat het waterpeil stijgt. Deze stijging lijkt onschuldig, maar kan soms wel voor wat problemen zorgen. Zo ook in Lommel. Daar zorgde een beverdam ervoor dat het waterpeil steeg naar een hoogte van maar liefst 1,30 meter. Gevolg: het bekken van Aquafin liep onder water en de terugslagkleppen van de overstort openden niet meer zoals het moest. Tijd voor een bevervriendelijke oplossing: de beaver deceiver of bevermisleider. “De beaver deceiver is heel eenvoudig gezegd een buis die we dwars door beverdammen plaatsen”, vertelt Gert Vanautgaerden, gebiedsingenieur en ambassadeur ecologische landschapsinrichting bij Aquafin. “De beverdam wordt in eerste instantie afgebroken, om ze nadien rondom de buis weer op te bouwen.” De buis waar het water instroomt (1), ligt op 80 centimeter, het minimum voor de bever. Het waterpeil tussen de instroom en de dam zelf zal dus nooit stijgen boven de 80 centimeter en kan daardoor ook geen wateroverlast veroorzaken. De rest van het water loopt vlot door de buis naar de uitstroom (2). Een verankering op de oever zorgt voor de stevigheid van de constructie.
Slim beestje De bever is een slim beestje en zal er alles aan doen om zijn gewenste waterpeil in stand te houden. “We proberen op twee manieren de bever voor te zijn”, aldus Gert. “Zo voorkomen de kooien rond de openingen van de buis dat de bever de buis zou dichtstoppen. Ze zijn dus niet bedoeld om bevers te vangen”, verzekert Gert. “Aanvullend hebben we de buis aanzienlijk langer gemaakt dan bestaande versies. Op die manier zou de bever minder snel de associatie maken tussen de buis en het waterpeil.” De beaver deceiver verzekert het waterpeil voor de bever en voorkomt wateroverlast. Een win-win dus!
1 2
3.
AQUA 2022/2
Op naar een klimaatneutraal Aquafin! Tegen 2030 wil Vlaanderen de uitstoot van broeikasgassen met 40% verminderd hebben ten opzichte van 2005. Dat staat in het Vlaams energie- en klimaatplan dat in november 2021 werd voorgesteld. Aquafin aligneert zich op die doelstelling en wil zelfs nog een stapje verder gaan. Met concrete doelstellingen en duurzame initiatieven willen we op langere termijn helemaal klimaatneutraal worden.
D
e zuivering van huishoudelijk afvalwater is een zeer energieintensief proces met veel pompen en een groot verbruik in de beluchting. Bovendien brengt waterzuivering door de biologische processen ook specifieke broeikasgassen zoals lachgas en methaan voort. En als we de volledige ecologische voetafdruk van transport tot en met zuivering in kaart willen brengen, dan moeten we daar ook de indirecte emissies van bijvoorbeeld de productie van rioolbuizen en andere infrastructuur, transport en gebruikte chemicaliën bijtellen. Daarom spreekt Aquafin vanaf nu niet meer over energiedoelstellingen, maar over klimaatdoelstellingen in een gloednieuw energie- en klimaatplan.
4.
Uitstoot inventariseren “Het is de ambitie van Aquafin om in de toekomst te evolueren naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering,” stelt Energie Portfolio Manager Jeroen Deurinck. “Op welke termijn zoiets haalbaar is, hangt af van welke impact je wel niet beschouwt en hoe je die exact in rekening brengt. Op korte termijn maken we werk van een inventarisatie van onze totale broeikasgasuitstoot, uitgedrukt in CO2equivalenten. We willen weten wat we vandaag uitstoten, maar ook wat het streefdoel is op lange termijn.” Aquafins R&D departement heeft veel ervaring met het monitoren van de uitstoot van de verschillende onderdelen van de zuiveringsinfrastructuur. Heel wat gegevens zijn dus al beschikbaar. Het is nu zaak om ze samen te brengen in een rapport over alle locaties heen.
Zo valt meteen op waar zich de belangrijkste uitstoten situeren en welke reducties al meteen mogelijk zijn. Jeroen: “Voor die inventarisatie gebruiken we het model met de 3 scopes: scope 1 staat voor directe emissies door je bedrijfsvoering, zoals de uitstoot tijdens het zuiveringsproces. Scope 2 zijn indirecte emissies waarvan je de bron inkoopt om je activiteiten uit te voeren. Voor ons is dat voornamelijk elektriciteit, ook al kopen we enkel groene stroom aan. Scope 3 tot slot zijn indirecte emissies die geproduceerd worden bij leveranciers en dienstverleners. Denk aan transport of de productie van materialen. Op die emissies heb je als bedrijf minder vat, maar het is wel onze ambitie om hier de markt te stimuleren voor duurzame transitie via bijvoorbeeld ons aankoopbeleid. Tot slot brengen we ook een vierde scope in kaart, met name de emissies die we bij anderen vermijden met onze activiteiten of producten, zoals riothermie.”
Roadmap uitstippelen Met de inventarisatie van de totale broeikasgasuitstoot zal Aquafin een sterke tool in handen hebben om een ambitieuze en onderbouwde roadmap uit te stippelen op weg naar klimaatneutraliteit, gegroepeerd rond twee pijlers. Enerzijds zijn er concrete en zeer ambitieuze doelstellingen voor acties waar het bedrijf een duidelijk zicht op heeft. Zo wil het bedrijf de jaarlijkse daling van het energieverbruik met 1% ten opzichte van het modelverbruik gedurende 20 jaar blijven verderzetten en rolt het de productie van wind- en zonne-energie op zijn installaties verder uit. Daarnaast is het de ambitie om het gebruik van fossiele brandstoffen tegen 2030 volledig af te bouwen. Anderzijds zal de roadmap voorzien dat Aquafin kansen grijpt om mee te bouwen aan een duurzame energietransitie. “We doen dat door onderzoek en innovatie,” zegt Jeroen. “En we stellen daarbij de maatschappelijke meerwaarde voor het klimaat voorop, ook al boeten we er op bedrijfsniveau soms voor in. Een concreet voorbeeld daarvan is riothermie.”
“Door de toepassing ervan verbruiken we meer elektriciteit maar we leveren wel duurzame restwarmte uit het rioolwater voor de verwarming van gebouwen.”
Van virtuele naar echte taks Tegelijk wil Aquafin een methodiek ontwikkelen waarbij voor elk nieuw project de berekening van de CO2-equivalent wordt toegevoegd aan de Total Cost of Ownership berekening. Jeroen: “Alleen zo ben je zeker dat je de ecologische impact van dat project minimaliseert. Bovendien ziet het ernaar uit dat die CO2-equivalent, wat nu nog een virtueel bedrag is, in de toekomst een echte taks wordt, een soort klimaatbelasting zeg maar. Dan kunnen we er beter vanaf nu al rekening mee houden, ook in onze adviezen naar klanten toe. Sommige investeringen hebben een zeer gunstig rendement, voor andere liggen de voordelen op langere termijn of op andere vlakken. Enkel door de combinatie kunnen we met zijn allen bijdragen aan de Vlaamse en Europese doelstellingen.”
“
We hebben de luxe om in-house kennis te combineren met onderzoek, monitoring en inventarisatie om nieuwe inzichten te bekomen over de impact van onze activiteiten en zo onze targets telkens aan te scherpen.” Jeroen Deurinck
5.
AQUA 2022/2
Al kennis gemaakt met ? Nauwelijks een half jaar na de lancering van Rosi, is het digitale platform een overweldigend succes. Ondertussen kunnen al 70 steden en gemeenten de toestand van hun rioolstelsel in real time opvolgen én hebben ze een actueel zicht op geplande inspecties, voorgesteld onderhoud en renovaties, inclusief financieel overzicht.
90% VAN DE GEMEENTEN HEEFT RIOOLINVENTARIS Vorig jaar legde de Vlaamse Regering aan de steden en gemeenten minimumvoorwaarden op voor het asset management van hun rioolstelsel. Daarbij hoorde een te volgen stappenplan om tegen 2027 een betrouwbaar beeld te hebben van de toestand van de Vlaamse riolen. In april van dit jaar werd de eerste mijlpaal uit dat stappenplan bereikt. Tegen dan moesten alle gemeenten beschikken over een rioolinventaris, een opdracht die 90% van de gemeenten heeft gehaald. Een 10-tal gemeenten waren op dat moment nog niet klaar en moeten de nodige acties ondernemen om in de toekomst nog recht te hebben op subsidies voor de aanleg en het onderhoud van riolering. Eind dit jaar dient zich al de volgende mijlpaal aan: dan moeten ook de risicopunten in het rioolstelsel in kaart gebracht zijn en moet er een inspectieplan zijn tot 2027.
R
osi staat voor “Return On Sewer Investment” en biedt duidelijk een antwoord op de behoefte aan transparantie over het ondergronds patrimonium en de voorspelbaarheid van het gemeentelijke budget. Eigenlijk is dat logisch, want Aquafin ontwikkelde het platform in co-creatie met een aantal gemeenten. “Toen Vlaanderen begin vorig jaar de minimumvoorwaarden voor asset management van het rioolstelsel publiceerde, was dat voor ons de aanleiding om bij onze klanten te polsen naar hun ervaringen met die service bij Aquafin,” zegt Maarten Raemdonck, manager Innovatie. “Met hun bezorgdheden en wensen zijn we aan de slag gegaan om voor hen een nieuw businessmodel en een bijhorende klantenbeleving te ontwikkelen. We zijn hen gedurende het ganse proces blijven betrekken met gebruikerstesten en als klankbord. Vier pilootgemeenten konden dan in oktober 2021 van start gaan met de bètaversie van Rosi. Ondertussen werken al 70 steden en gemeenten met het nieuwe platform.”
Gebruiksvriendelijk en praktisch Stad Turnhout zat in de pilootgroep en heeft de ontwikkeling van Rosi van dichtbij gevolgd. “We zijn enkele keren bevraagd over onze bevindingen en ook welke prioriteiten we zagen voor verdere ontwikkeling,” zegt Steven Mateusen, coördinator Wegen en Riolen. “Volgens mij zijn er nog veel interessante zaken die in de toekomst zouden kunnen opgenomen worden in Rosi.” De stad werkt sinds 2016 met Aquafin samen voor het rioolbeheer, inclusief het actueel houden van de databank en de opmaak van het inspectie- en onderhoudsprogramma. Met Rosi heeft de Technische Dienst een helder zicht op de geplande inspecties en de resultaten ervan. “Het platform is zeer gebruiksvriendelijk en het is dan ook makkelijk om de voorgestelde inspecties goed te keuren of aan te passen als er delen extra of minder moeten geïnspecteerd worden. We kunnen bovendien eenvoudig zelf inspecties aanvragen. De visuele weergave op kaart maakt het overzichtelijk. Eens een aanvraag is goedgekeurd, kan je duidelijk de status van het dossier opvolgen. Ook praktisch is dat we een beter zicht hebben op de kwaliteit van de riolen en dus het budget dat we moeten voorzien voor asset management en het herstellen van verzakkingen. Daar hadden we vroeger wat moeite mee.”
Proactief ingrijpen voorkomt erger
Dankzij de visuele weergave kent de gemeente in één oogopslag de toestand van de riolering.
6.
Voor de gemeente Wevelgem was Rosi de aanleiding om een samenwerking met Riopact, een samenwerking tussen De Watergroep en Aquafin, als rioolbeheerder aan te gaan. Wevelgem heeft met 94% een hoge rioleringsgraad en de inventarisatie van het stelsel is bijna afgerond.
Meer weten over Rosi? Scan de QR-code en bekijk het webinar.
Voor de uitrol van het inspectieprogramma had de gemeente nood aan een gebruiksvriendelijk overzicht dat toelaat om planmatig te werken en in één oogopslag de toestand van het stelsel weergeeft. “Wij geloven dat Rosi als tool en de samenwerking met Riopact voor ons het meest efficiënt is om te voldoen aan de gestelde eisen rond asset management,” vertelt Gilles Parent, stafmedewerker Openbare Infrastructuur en Mobiliteit van Wevelgem. “Alle noodzakelijke informatie is op één locatie terug te vinden, wat veel handiger is dan bijvoorbeeld een logge boomstructuur met verschillende folders.”
De gemeente liet tot nu jaarlijks telkens in een deel van het grondgebied de riolen reinigen en ruimen en voorzag ook de middelen om problemen aan te pakken. Maar preventieve ruimingen zijn duur. Gilles Parent: “Op termijn willen we die reinigingen gerichter aansturen waardoor betere controle mogelijk is. Doordat Rosi de toestand van de riolen in beeld brengt, worden proactieve ingrepen mogelijk en kan erger voorkomen worden.”
Inspecties met camera leggen de knelpunten in de riool bloot.
NIEUW: MODULE VOOR LEVERANCIERS Om de keten helemaal te sluiten, ontwikkelde Aquafin naast Rosi ook een platform voor leveranciers van rioolinspecties. Zij kunnen hier centraal alle bestellingen raadplegen, opdrachten aanvaarden, hun planning doorgeven en in een latere fase ook de beelden van de rioolinspecties opladen. Op die manier wordt alle administratie rond deze service op één plaats beheerd en beschikken alle partijen op elk moment over actuele informatie. De eerste versie van het leveranciersplatform wordt eind juni verwacht.
7.
AQUA 2022/2
8.
Vorig jaar voerde water-link voor dit project al een aantal piloottesten uit op RWZI Antwerpen-Noord.
20 miljard liter circulair koelwater per jaar voor Antwerpse havenbedrijven De afgelopen jaren werd duidelijk dat onze watervoorraden in Vlaanderen niet onuitputtelijk zijn. Gezuiverd afvalwater komt daardoor almaar vaker in het vizier als alternatieve waterbron. Ook bij Ekopak, water-link en PMV die de bouw plannen van een nieuwe, hoogtechnologische zuiveringsinstallatie in de Antwerpse haven. Vanaf 2025 zal hier jaarlijks 20 miljard liter gezuiverd huishoudelijk afvalwater worden opgewerkt tot koelwater voor bedrijven in het havengebied.
‘
W
aterkracht’ is de naam van het project waarmee Ekopak, Water-link en PMV de Antwerpse havenbedrijven een duurzaam alternatief willen aanbieden voor het gebruik van de klassieke zoetwatervoorraden. Water-link levert vandaag jaarlijks ruim 50 miljard liter proceswater aan de haven. Dat is voor 100% afkomstig van het productiecentrum in Oelegem, dat uit het Albertkanaal put. In de toekomst verwacht het waterbedrijf een stijging van de vraag naar proceswater, in combinatie met toenemende verdroging door de klimaatverandering. “We moesten dus op zoek naar een uitbreiding van onze capaciteit, maar zonder de druk op onze zoetwatervoorraden verder te verhogen,” zegt Franky Cosaert, CEO van water-link. “Het hergebruik van gezuiverd afvalwater van Aquafin ligt dan voor de hand. Waterkracht is voor ons een belangrijke stap om de levering van water voor al onze klanten, van huishoudens tot bedrijven, te blijven verzekeren op een toekomstgerichte en duurzame wijze.”
Nieuwe fabriek en distributienetwerk in de haven Met Ekopak en de Vlaamse investeringsmaatschappij PMV zet water-link een joint-venture op die de koelwaterfabriek zal ontwikkelen.
Waterkracht plant om de fabriek te bouwen in het NextGen-district, de voormalige Opel-site die omgebouwd wordt tot circulaire hub in de haven. Ekopak zal de fabriek bouwen en exploiteren. Met membraantechnologie zal het aangeleverde gezuiverde afvalwater of effluent opgewaardeerd worden voor verdere industriële toepassingen. Het gezuiverde afvalwater zal worden aangevoerd vanuit de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Aquafin aan de Moerstraat, centraal in het Antwerpse havengebied, en van de installaties in Deurne en Merksem. Ook het gebruik van effluent van Antwerpen-Zuid wordt onderzocht om de capaciteit nog op te drijven. Aquafin zal in de samenwerking instaan voor de aanleg van de nodige toevoerleidingen en de levering van het gezuiverde afvalwater. Naast de toevoerleidingen om het effluent vanuit de zuiveringsinstallaties tot bij Waterkracht te krijgen, zal er ook een nieuw distributienetwerk moeten aangelegd worden om bedrijven op linker- én rechteroever te kunnen bedienen. Die opdracht neemt water-link op zich.
PMV investeert De volledige kostprijs van de investeringen bedraagt meer dan 100 miljoen euro.
Het project wordt ook vanuit de Vlaamse Regering met aandacht gevolgd.
PMV investeert via een investeringsfonds mee in het project. Michel Casselman, CEO van PMV: “Projecten die bijdragen tot het succesvol doorzetten van de transitie naar een circulaire economie in Vlaanderen, moeten daarvoor financiering vinden. Met deze investering willen we een oplossing bieden voor één van de grootste uitdagingen op dat vlak, namelijk het hergebruik van water.” Waterkracht zal een van de grootste hergebruikprojecten in Vlaanderen zijn en wellicht ook ver daarbuiten. De duurzame uitstraling die dit project aan Vlaanderen geeft, is ook Vlaams minister-president Jan Jambon en Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir niet ontgaan. Beiden waren aanwezig bij de voorstelling van het project en benadrukten hun steun voor het project. “Elke druppel die we kunnen hergebruiken, is een druppel die we niet moeten oppompen uit de grond of uit oppervlaktewater,” aldus minister Demir. “Circulair watergebruik is dan ook één van de speerpunten in de Blue Deal die Vlaanderen beter moet wapenen tegen extreme weersomstandigheden. Met dit project bewijzen we niet alleen tot welke huzarenstukjes Vlaanderen in staat is als innovatieve regio, we garanderen ook de leveringszekerheid van water voor de industrie en voor onze gezinnen in periodes van langdurige droogte.”
9.
AQUA 2022/2
Uitgebreid overstortmeetnet voor betere waterkwaliteit Voor een goede coördinatie
Bron van informatie
van de bovengemeentelijke
Zo’n overstortmeetnet is een registratiesysteem dat gebruikmaakt van meters die in het rioleringsnetwerk worden geplaatst en data doorsturen naar een centrale databank. Ze meten aan de hand van de waterhoogte op welke momenten water uit het rioleringsnetwerk wegvloeit via overstorten. “Het heeft ons de voorbije jaren veel kennis opgeleverd”, verzekert Marc Van Erdeghem, Toezichter Beheer Saneringsinfrastructuur bij VMM. “Dankzij de analyse van de meetdata konden we operationeel laten bijsturen waar nodig om incidenten met impact op onze Vlaamse waterlopen maximaal te beperken.”
en de gemeentelijke infrastructuur is inzicht in de interactie van die netten noodzakelijk en daarvoor zijn metingen nodig. Op de bovengemeentelijke infrastructuur, en dan vooral op zuiveringsinstallaties, zijn er al tal van metingen met daaraan gekoppelde alarmering. Wat Aquafin nog niet continu of automatisch bemeet, zijn overstorten. Daar komt in de volgende jaren verandering in.
E
en overstort op het rioleringsnetwerk is een beveiliging tegen wateroverlast bij extreme regenval of hoge debieten. Het teveel aan water gaat dan via een nooduitlaat naar een waterloop. “In Vlaanderen zijn er ongeveer 9.500 overstorten, waarvan zo’n 5.400 in beheer van Aquafin”, zegt Hans Bruynooghe, directeur Operations bij Aquafin. “Om de kennis rond overstortwerking te vergroten, gaf de Vlaamse Regering Aquafin de opdracht om een groot schalig overstortmeetnet uit te bouwen. Tot medio 2021 werden ruim 300 overstorten in Vlaanderen gecontroleerd door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Die taak zal Aquafin nu overnemen. Daarnaast willen we het netwerk verder uitbouwen met 3.000 bemeten overstorten. Eerste doelstelling: een meetnet van 1.600 overstorten binnen 3 jaar.”
10.
“De data dienen ook om onder andere beleidsvoorbereidend werk te leveren, investerings- en renovatieprojecten te definiëren of prioriteren en om kennis te vergaren om Europese richtlijnen te beantwoorden. De Vlaamse Milieumaatschappij voelt dat overstorten in de toekomst nog aan belang gaan winnen. Ook in Vlaanderen wordt dit al jaren aangestipt, omdat de waterkwaliteit in vergelijking met pakweg 20 jaar geleden momenteel te veel stagneert”, zegt Van Erdeghem. Als overstortevents in tijd en/of in aantal kunnen worden beperkt, zal dat de waterkwaliteit uiteraard positief beïnvloeden.
“
De verzamelde data kunnen we ook met VMM of rioolbeheerders delen.” Joris Spiessens Als de riool de hoeveelheid water niet aankan, stort het verdunde afvalwater over in de beek.
Marc Van Erdeghem: “Het meetnet dat Aquafin vooropstelt, omvat drie categorieën. Een eerste deel zal de infrastructuur opvolgen waar debieten worden beperkt, zoals bij knijpleidingen of wervelventielen. Dat zijn locaties die erg verstoppingsgevoelig zijn en aanleiding kunnen geven tot lozingen van afvalwater. Een tweede categorie zijn de overstortmetingen die belangrijk zijn in het berekenen van de Ecologische Performantie Indicatoren (EPI). EPI’s hebben als doel om de prestaties van de riolerings- en zuiveringsinfrastructuur op ecologisch vlak te kwantificeren en te evalueren aan de hand van beschikbare meetgegevens.”
Joris Spiessens toont Marc Van Erdeghem het type overstortmeters dat geplaatst wordt.
“Een derde en laatste categorie zijn overstorten die hun nut moeten bewijzen bij de opmaak van inspectieplannen en toekomstige visievorming om de gemeentelijke rioleringsnetten te optimaliseren.”
“Problemen, zoals verstoppingen, kunnen dan tijdig gemeld worden en er kan versneld ingegrepen worden. Dat resulteert in minder verlies van vuilvracht en dus een betere waterkwaliteit.”
Meetnet van 1.600 overstorten Naast de ruim 300 locaties die al door VMM bemeten werden, zal Aquafin in totaal nog 1.300 andere overstorten uitrusten met continue metingen. “Voor een 900-tal daarvan kijken we naar de locaties die de meeste impact hebben op de waterloop”, zegt Geert Wellens, Manager Plan W. “Hoeveel volume en met welke frequentie is er overstort en over welke waterloop gaat het? Een kleine, reeds gesaneerde waterloop zal meer invloed ondervinden van een overstortincident dan een grote, niet-gesaneerde waterloop. We maken nu op basis van de modellen en AWIS* een inventarisatie om een prioritering uit te tekenen. Die modellen kunnen ook bijgestuurd worden in functie van de kennis die het overstortmeetnet zal opleveren.” Daarnaast zijn er 400 locaties die vanuit operationeel standpunt zullen worden uitgerust met de nodige meetapparatuur. Regiomanager Frans Diels: “Zuiveringsinstallaties en pompstations beschikken over gealarmeerde infrastructuur: bij problemen komt er melding. Maar de zuiveringsinfrastructuur omvat meer dan RWZI’s en pompstations. Er zijn ook plaatsen in het stelsel waar overstorten aan gekoppeld zijn maar die niet gealarmeerd zijn. Om die toch te bewaken, voeren we momenteel regelmatig een controle uit ter plaatse. Dat is natuurlijk een momentopname, waardoor langdurige overstortperiodes nog steeds onder de radar blijven. Alarmering op die overstorten zou een grote hulp zijn.”
UITROL IN DE PRAKTIJK Aquafin heeft heel wat ervaring met het aankopen en plaatsen van meettoestellen. Maar het opzetten van zo’n uitgebreid meetnet is logistiek toch een stevige uitdaging, volgens Joris Spiessens die de uitrol met zijn team Onderhoud Procesmetingen coördineert: “Na de installatie van alle apparatuur, waarvoor we voor het eerst met externe installateurs samenwerken, zullen de meettoestellen hun data aanbieden op een cloudserver van Aquafin. Van hieruit stromen de gegevens verder door naar bijvoorbeeld onze supervisiesoftware waar onze medewerkers ze kunnen raadplegen. We stellen ook alarmen in om problemen snel te kunnen detecteren. Uiteindelijk is het de bedoeling om de kennis die het overstortmeetnet zal opleveren ook te delen met derden zoals de VMM of gemeentelijke rioolbeheerders. Zij kunnen de informatie gebruiken voor milieumodellering of voor prioritering van projecten of ingrepen op het stelsel.”
* AWIS is het AfvalWaterInformatieSysteem dat VMM ontwikkelt in samenspraak met rioolbeheerders en gemeenten.
11.
AQUA 2022/2
WaterProof boekt waterwinsten op Tielts bedrijventerrein van de toekomst Van extreme droogte tot wateroverlast: heel Vlaanderen ervaart er de gevolgen van. Onder meer met de WaterProof demosite in Tielt-Noord wil de Vlaamse Overheid dit aanpakken en een versnelling hoger schakelen in de Blue Deal. Door meer te doen met regenwater – infiltreren, bufferen, zuiveren en hergebruiken – kunnen heel wat waterwinsten gerealiseerd worden.
12.
M
et het project in Tielt slaan Aquafin, VITO, De Watergroep, Vlakwa, POM West-Vlaanderen en WVI de handen in elkaar om een visie en methodiek uit te werken voor duurzaam en innovatief waterbeheer op een bedrijventerrein. Dat is dringend nodig want de toekomst zal alleen maar meer hete zomers brengen. Hevige regenbuien zorgen voor overstromingen terwijl water tegelijkertijd een schaars goed wordt. Op het bedrijventerrein Tielt-Noord worden acties uitgedacht die meteen ter plaatse geïmplementeerd kunnen worden, zowel op openbaar als op privéterrein. Slimme ingrepen laten het regenwater infiltreren in de bodem of bufferen het voor lokaal hergebruik. Tegelijkertijd wordt de gelegenheid aangegrepen om van Tielt-Noord een aangename werkplek te maken met meer groen en een betere verkeersveiligheid.
“Op dit moment ligt op de site een combinatie van een gescheiden rioleringsstelsel en gedateerde gemengde rioleringsstelsels”, verduidelijkt Katrien Moubax, gebiedsingenieur bij Aquafin. “Binnen het bestaande gescheiden rioleringsstelsel stroomt het regenwater al af naar een groot bufferbekken, dat net naast de bedrijfssite ligt. Het idee is enerzijds om dat regenwater te laten zuiveren door projectpartners De Watergroep en VITO, en dat vervolgens via een secundair netwerk terug te sturen naar de watergebruikers. Dat kunnen bedrijven zijn, de landbouw of andere grote waterafnemers. Momenteel wordt het water van dat bekken al gebruikt door de landbouw en brandweer, maar is er geen controle op kwaliteit en hoeveel water er wordt verbruikt. Dat willen wij veranderen door het beter te gaan monitoren en sturen.” “Anderzijds willen we meer water beschikbaar maken door het gemengde rioleringsstelsel om te zetten naar een gescheiden stelsel. Hierbij wordt het afvalwater gescheiden van het regenwater, zodat dit laatste ter beschikking komt voor hergebruik en infiltratie.”
©VITO Vlaanderen WaterProof Wim Schiettecatte en Katrien Moubax op het Tieltse bedrijventerrein
“Het bedrijventerrein kan, waar mogelijk, toegankelijker gemaakt worden voor de gewone burger door bijvoorbeeld een informatieve wandelroute uit te werken langsheen verschillende bouwstenen van de demo-site, waarbij extra informatie verstrekt wordt via infoborden of te scannen QR-codes.”
Lokale zuivering “Om het water te zuiveren, bouwen we een piloot op het terrein”, voegt Wim Schiettecatte toe, onderzoeker Circulair Water bij VITO. “In een zeecontainer plaatsen we een zuiveringsinstallatie die het water van lokale bufferbekkens zuivert totdat het gezuiverd genoeg is om weer in productieprocessen van lokale bedrijven te gebruiken. Dezelfde kwaliteit als drinkwater wordt het niet, maar het komt toch aardig in de buurt.” Het demoproject op Tielt Noord wordt zo de voorloper van veel andere Vlaamse bedrijventerreinen van de toekomst. Ook de integratie van de openbare ruimte en de noden van de lokale bewoners krijgen aandacht. Schietecatte: “We willen in Tielt van het idee afstappen dat een bedrijventerrein een grijze, ontoegankelijke vlakte voor de burger is aan de rand van de stad.”
“
Het demoproject op Tielt-Noord wordt de voorloper van veel andere Vlaamse bedrijventerreinen van de toekomst.”
13.
AQUA 2022/2
Nazuivering zal extra stoffen uit effluent halen Op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) van Aartselaar is de bouw gestart van een full scale opstelling voor de verwijdering
de ozonisatie. Door de combinatie van de twee technieken hopen we een soort optimum te bereiken”, aldus Birte.
van schadelijke micropolluenten. In deze nabehandeling van gezuiverd afvalwater worden twee bewezen technieken gecombineerd: een ozonbehandeling en een behandeling via actief kool. Samen met de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) werd eind mei alvast de monitoringscampagne opgestart met het oog op een relevante nulmeting als betrouwbare basis voor verdere analyses. Vanaf de zomer 2023 moet de installatie operationeel zijn.
A
ntiaanbaklagen, geneesmiddelen, pesticiden, … Micropolluenten verschuilen zich overal. Restproducten ervan komen onder andere via urine in ons afvalwater terecht. Micropolluenten zijn vaak persistent, en worden niet goed afgebroken door de biologische waterzuivering. Ook geldt er op dit moment nog geen verplichting vanuit Vlaanderen of Europa voor de verwijdering ervan. Toch kunnen micropolluenten, ook in lage concentratie, een negatief, toxisch effect hebben op het milieu. Daarom startten de VMM en Aquafin met de bouw van een installatie die micropolluenten uit het effluent moet verwijderen. “We willen klaar zijn voor eventuele verplichtingen”, klinkt het.
Technieken combineren Binnen Europa zijn o.a. Zwitserland, Duitsland en Nederland koplopers in het onderzoek naar micropolluenten. In die landen worden al technologieën gebruikt waarvan bewezen is dat ze micropolluenten verwijderen: ozonbehandeling en een behandeling met actief kool. Ozon breekt micropolluenten af, bij actief kool hechten de stoffen zich aan het kool dat nadien geregenereerd wordt. Maar die technieken hebben ook nadelen.
14.
Zo is de ozonbehandeling een echte energievreter. Er is veel energie nodig om ozon te maken en om het ozon via de beluchting door het water te sturen. Bovendien kunnen er bij ozonisatie ook bijproducten ontstaan waarvan nog niet helemaal duidelijk is of en hoe schadelijk deze zijn. Het nadeel van kool is dan weer de ecologische voetafdruk, aangezien de aangehechte micropolluenten op hoge temperatuur weer van het kool moeten worden gehaald. “Met de installatie in Aartselaar willen we inspelen op deze negatieve effecten en gaan we de twee technieken combineren”, vertelt Birte Raes, studieverantwoordelijke R&D bij Aquafin. “Zo kunnen we lagere ozondoseringen toepassen, omdat het actieve kool de resterende micropolluenten nog zal afvangen. Een lagere ozondosis betekent dan weer minder energieverbruik en minder bijproducten. En doordat er een deel van de micropolluenten al werd afgebroken in de eerste ozonstap, heeft het kool minder werk, gaat het veel langer mee en is er minder vaak regeneratie op hoge temperatuur nodig. Bovendien kan het kool een extra barrière zijn voor de bijproducten die toch ontstaan zijn bij
Meten is weten Het afvalwater volgt eerst de weg van het traditionele zuiveringsproces. Daarna wordt een deel van dat gezuiverde afvalwater extra nabehandeld op micropolluenten door de ozon en het actief kool. “Op jaarbasis zullen we zo’n 75% van al het afvalwater dat toekomt op de RWZI in Aartselaar nabehandeld hebben”, vertelt Birte. Het project zegt natuurlijk niets zonder metingen. VMM en Aquafin voorzien daarom een grootse monitoringscampagne met twee duidelijke doelen: “Enerzijds willen we de efficiëntie van de installatie duidelijk in kaart brengen: wat gebeurt er na elke stap, wat gebeurt er als we bepaalde operationele parameters aanpassen, … Anderzijds gaan we kijken naar het effect op de waterkwaliteit van de Grote Struisbeek, de waterloop waar het effluent geloosd wordt.” De stalen voor de analyse worden op verschillende relevante plaatsen in het zuiveringsproces genomen. “Naast enkele interessante basismetingen, zijn we vooral benieuwd naar het effect van de installatie op de verwijdering van micropolluenten en op de waterkwaliteit”, vertelt Birte. “De manier waarop je micropolluenten en toxiciteit meet, kan je uitzetten over een horizontale as”, legt ze uit. “Aan de ene kant heb je de chemische stof, aan de andere kant het visuele effect op een organisme, en daartussen zitten de reacties die bepalen hoe je van stof tot het eindresultaat komt. Door op de verschillende niveaus te meten, krijgen we een veelzeggend, algemeen beeld van het effect van de installatie op het waterleven.”
WAAROM AARTSELAAR?
Restanten van onder meer 'de pil' blijven achter in het effluent.
We kozen voor de RWZI van Aartselaar omwille van verschillende redenen. Zo kampt deze RWZI bij hevige regen met een probleem van zwevende stoffen. Hiervoor wordt er binnenkort een discfilter geplaatst. Minder zwevende stoffen is altijd beter voor de werking van eender welke nabehandeling. Anderzijds is Aartselaar een goede optie omdat de Grote Struisbeek bij droog weer ongeveer uit 50% geloosd effluent bestaat. Concreet: als we het gezuiverde afvalwater niet meer zouden lozen in de beek, zou de beek 50% minder water bevatten. Het effluent heeft dus een aanzienlijke impact op de kwaliteit van die beek, en eventuele milieueffecten kunnen daar duidelijk ontdekt worden.
Eind mei namen VMM en Aquafin de eerste stalen voor de nulmeting. “We beginnen nu al met maandelijkse metingen om de huidige situatie, de situatie zonder nabehandeling, in kaart te brengen. Wanneer de installatie volgende zomer effectief opstart, lopen de metingen gewoon verder en kunnen we relevante vergelijkingen maken”, klinkt het. De verschillende stalen zullen geanalyseerd worden in de labo’s van VMM en van Aquafin, aangevuld met drie externe labo’s: het Provinciaal Instituut voor Hygiëne, ECCA en BioDetection Systems (NL). Later zal VMM aanvullend onderzoek doen naar invertebraten, dat zijn grotere waterdieren zoals insecten, slakken en kreeftachtigen. “In 2024 gaan we kijken welke dieren er in de Grote Struisbeek leven. Die resultaten vergelijken we met de resultaten van een aantal jaren geleden, om zo te achterhalen of er al dan niet meer gevoelige soorten leven. Dat kan dan te danken zijn aan de betere waterkwaliteit.”
Toekomst? Of er meerdere van deze installaties komen, zal sterk afhangen van de evoluties in de wetgeving. “We voelen wel dat de wetgeving volop in beweging is. Wanneer de verplichting om micropolluenten te verwijderen er effectief komt, wil Aquafin graag voorbereid zijn”, zegt Birte Raes. “De installatie en bijhorende monitoringscampagne hier in Aartselaar zal ons alvast heel wat kunnen leren.”
Dave Fransen (VMM), terreinmedewerker bij de dienst monsterneming en inventarisatie (DMIW) in Herentals en Birte Raes (Aquafin), studieverantwoordelijke
15.
AQUA 2022/2
Nieuwe installatie zuivert beter en energievriendelijker
Aan de Kuilenstraat in Bree bouwde Aquafin naast de sterk verouderde rioolwaterzuiveringsinstallatie een compleet nieuwe zuivering, op enkele behouden onderdelen na. Met moderne technologie kan de nieuwe RWZI het afvalwater van 30.000 inwoners nu probleemloos zuiveren volgens de huidige, strenge normen.
D
e oude rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) werd eind jaren ’70 gebouwd door de stad Bree en de gemeente Meeuwen-Gruitrode. Ze zuiverde en zuivert nog steeds het afvalwater van de inwoners van Bree en Meeuwen-Gruitrode, dat nu tot de fusiegemeente Oudsbergen behoort. Het was een van de eerste zuiveringen in de regio en bij uitbreiding in heel Vlaanderen, lang voor de oprichting van Aquafin.
Verouderde technologie Door de jaren heen verstrengden de normen voor rioolwaterzuivering sterk en kwamen er normen bij voor de verwijdering van stikstof en fosfor. Met de ondertussen sterk verouderde technologie, die bovendien erg energieverslindend was, kon de RWZI almaar moeilijker voldoen aan de Vlaamse en Europese milieuwetgeving. “Er werden in de loop der jaren wel zandfilters bijgeplaatst en de oude voorbezinktank werd omgebouwd naar een anoxische tank, maar om stikstof te kunnen verwijderen zoals het hoort, waren nu eenmaal grotere beluchtingsvolumes nodig,” vertelt Danny Vanderhoydonck, die als teammanager verantwoordelijk is voor onder meer de RWZI Bree.
16.
Een grondige renovatie drong zich op. Alleen, op het bestaande terrein was er helemaal geen plaats voor uitbreiding. Uiteindelijk werd beslist om een naastliggend perceel aan te kopen waar een volledig nieuwe RWZI werd gebouwd. Daar was eerst een gewestplanwijziging voor nodig, waardoor de plannen een tijdje in de koelkast bleven. Maar in 2018 kon de spade in de grond en in maart 2021 werd de omschakeling van de oude naar de nieuwe installatie gemaakt. “Een wereld van verschil,” getuigt Danny. “Van al het opgepompte afvalwater konden we vroeger maar 800 m³ per uur biologisch zuiveren. De rest ging na bezinking in de regenweertank naar de waterloop, de Breeërstadsbeek. Sinds de opstart kan de nieuwe RWZI bijna 2.000 m³ per uur biologisch verwerken. Daardoor voldoen we nu probleemloos aan de opgelegde normen.”
Van oud naar nieuw De bouw en ingebruikname van de nieuwe installatie liepen nochtans niet van een leien dakje. Onder meer door corona liep de werf meer dan een jaar vertraging op. Hoewel er nog een aantal zaken moesten afgewerkt worden, beslisten het projectteam en het operationele
“
De periode na de omschakeling was voor het operationele team niet evident. Er moesten nog heel wat werken uitgevoerd worden terwijl de installatie al in werking was.” Danny Vanderhoydonck
team om in maart vorig jaar toch al het afvalwater naar de nieuwe RWZI te leiden. “Dat was best een spannend moment,” herinnert projectmanager Peter Gillis zich. “De toevoercollector komt vooraan aan de straat toe maar de nieuwe installatie ligt een stuk verder van de straat. Het rioolwater dat vroeger niet kon verwerkt worden, ging via de overstortdrempel rechtstreeks naar de waterloop.”
De Breeërstadsbeek geniet mee van de fel verbeterde zuiveringsresultaten.
“Die oude overstortleiding gebruiken we nu als toevoer naar de nieuwe RWZI. Daarvoor moest de overstortdrempel weggenomen worden en een nieuwe tussenmuur gebouwd worden om te verhinderen dat het water nog naar de oude RWZI zou lopen. En dat allemaal terwijl het rioolwater bleef toestromen en we het liefst zo kort mogelijk via tijdelijke pompen naar het influentgemaal brachten.”
Slib opnieuw welkom Ondertussen worden de laatste details afgewerkt en is de oude RWZI afgebroken.
Projectmanager Peter Gillis op de nieuwe RWZI Bree.
Het dienstgebouw is wel gebleven maar werd compleet gerenoveerd. De slibhal met centrifuge en hydrofoorinstallatie is ook behouden en dankzij de vernieuwing van de installatie kan ze opnieuw ten volle benut worden. Danny Vanderhoydonck: “Voor de nieuwbouw hadden we al grote slibbuffers maar door de procesproblemen met de installatie mochten we geen slib van andere RWZI’s meer ontvangen. Nu kunnen we hier naast ons eigen slib ook dat van onder meer de RWZI’s Kinrooi, Bocholt en Hamont centrifugeren tot een drogestofgehalte van 27%.”
“Daardoor daalt het te transporteren volume voor verdere verwerking en zijn er minder wegtransporten nodig. Deze renovatie heeft dus op een ruimere regio effect.”
“
De beluchting werkt nu met fijnbellenbeluchting, waardoor de installatie veel energiezuiniger is.” Peter Gillis
17.
AQUA 2022/2
Ecologisch bemalen beschermt grondwatertafel grondwateronttrekking vergund voor bemalingen. Die hoeveelheid komt dus in de buurt van de hoeveelheden die onze industrie en landbouw verbruiken. “In het kader van het project “Herbronnen”, dat door Aquafin wordt getrokken en waarin Werfwater en de VUB partner zijn, hebben we berekend hoeveel water er in Vlaanderen wordt opgepompt door bemalingen. Toen de vergunde hoeveelheid 63 miljoen kubieke meter bleek te zijn, kon ik dat eerst amper geloven”, zegt Marijke Huysmans. “Het gaat dan nog enkel om de tijdelijke bemalingen. Permanente bemalingen, zoals bijvoorbeeld bij tunnels, zijn niet eens meegerekend. Ik was ervan overtuigd dat we ergens een berekenings- of interpretatiefout moesten gemaakt hebben. Maar na controle bleek dat het wel degelijk om zo’n grote hoeveelheid ging.”
Marijke Huysmans
Onze grondwatertafel staat behoorlijk onder druk. De lange droogteperiodes door de klimaatverandering en de hoge mate van verharding zijn daar natuurlijk niet vreemd aan. Maar wat is de rol van bemalingen en vooral: hoe kunnen we hun impact op het grondwaterpeil verkleinen?
V
olgens VUB-professor hydrologie Marijke Huysmans zijn er verschillende factoren die inspelen op het grondwaterniveau. “De klimaatverandering met lange droogteperiodes is maar een deel van het verhaal. Daarnaast telt ook hoe kwetsbaar we zijn voor die periodes van droogte. Zo zorgt de hoge verhardingsgraad in Vlaanderen ervoor dat water niet goed in de bodem kan infiltreren. Maar we zijn ook een dichtbevolkte regio met veel landbouw en industrie en dus een grote watervraag. Bovendien is ons landschap vooral ingericht op het snel afvoeren van water. Daarin moeten we een omslag maken en water proberen vast te houden in plaats van het zo snel mogelijk af te voeren. Op jaarbasis valt er voldoende neerslag.”
18.
“Als we die kunnen bufferen, kunnen we ons echt wel wapenen tegen die periodes van droogte.”
“Vaak wordt grondwater bij bemalingen beschouwd als afval, iets waar je vanaf moet. Het onderzoek van de werkgroep “Herbronnen” toont met cijfers aan dat inzetten op duurzaam bemalen een verschil kan maken. Het argument dat bemalingen niet zoveel uitmaken en het vooral bedrijven en boeren zijn die grondwater oppompen, houdt hierdoor alleszins geen stand.”
Duurzaam bemalen Verrassend veel bemalingswater De beste plek om water bij te houden is in de grond, in het grondwater. Hoe hoger de grondwaterpeilen zijn wanneer er zo’n periode van droogte aankomt, hoe beter we er tegen bestand zijn. Elk jaar wordt ongeveer 300 miljoen kubieke meter grondwater opgepompt. Ongeveer de helft daarvan is voor drinkwatervoorziening. De andere helft wordt verbruikt door industrie en landbouw. Daarnaast wordt jaarlijks voor meer dan 60 miljoen kubieke meter
Minder water verliezen door veel duurzamer of ecologisch te bemalen is de boodschap. Hoe je dat aanpakt, legt de professor uit: “Er zijn verschillende manieren en er is een zekere prioritering volgens de bemalingscascade die ook de Vlaamse Milieumaatschappij naar voor schuift. Een eerste stap is proberen het volume te beperken. Bij heel veel bemalingen wordt er eigenlijk veel te veel grondwater weggepompt. Je kan dat bijvoorbeeld beperken door de duurtijd van de werf te verkorten maar ook door voortdurend het grondpeil te monitoren.”
“
Ik kon amper geloven dat er zoveel water wordt opgepompt door bemalingen. Maar het klopt wel degelijk.”
Meer weten over duurzame bemalingstechnieken? Scan de QR-code en check onze website.
Marijke Huysmans
“Vaak wordt zo’n pomp gewoon aangezet en zolang de bouwput droog is, maakt niemand er zich zorgen over. Maar het zou wel kunnen dat men het grondwaterpeil veel verder aan het verlagen is dan strikt noodzakelijk. Om het opgepompte debiet nog veel drastischer te beperken kan je ook in een gesloten bouwput werken, met waterremmende wanden. Of er zijn ook meer innovatieve technieken zoals waterglasinjectie waarbij je de bouwput afgesloten maakt. Daardoor kan er niet continu grondwater in de put stromen.” “Een tweede stap is retourbemaling. Dat is trouwens wettelijk verplicht als het technisch mogelijk is. Het principe is dat we het opgepompte grondwater terug in dezelfde waterlaag krijgen als waar het vandaan komt. Dat kan op verschillende manieren. Je kan het actief terug in de grond injecteren, maar je kan het opgepompte water bijvoorbeeld ook in een infiltratieveld of een infiltratiegracht lozen zodat het daar terug de grondwatertafel kan voeden.” Voor retourbemalingen gelden wel enkele randvoorwaarden, bijvoorbeeld voldoende ruimte.
Op een werf op het platteland is er die wellicht wel, maar in een stadscentrum zal dat al wat moeilijker zijn. “Vaak zijn er ook kwaliteitsaspecten,” vervolgt Marijke Huysmans. “Zeker en opnieuw in een grootstedelijke context is er een redelijke kans dat het bemalingswater vervuild is. Dan mag je het niet zomaar terug in de ondergrond injecteren. Er zijn dus wel een aantal gevallen waar retourbemaling niet per se mogelijk of wenselijk is, maar dat is het alleszins wel op veel meer plaatsen en in veel meer gevallen dan nu de praktijk is.”
Opgelet met hergebruik Na beperken en retourneren, is het bemalingswater hergebruiken een derde optie. De kwaliteit van het water is dan wel een belangrijke barrière en moet heel goed gemonitord worden. Professor Huysmans: “Afhankelijk van de kwaliteit kan je aangeven waarvoor het water wel of niet mag gebruikt worden. In bemalingswater kan bijvoorbeeld redelijk wat ijzer zitten, wat op zich tamelijk onschuldig is. Maar als je er je terras mee gaat poetsen, dan krijg je overal ijzerplekken…”
WAAR NAARTOE MET BEMALINGSWATER? Respecteer deze volgorde: Volume beperken t
Retourneren t
Hergebruiken t
Lozen
“En laat ons eerlijk zijn: we gaan ook geen 63 miljoen kubieke meter water kunnen hergebruiken door mensen die bij wijze van spreken met een emmertje of een gieter aan een container komen vullen. Ik zie zeker heil in hergebruik, maar dan vooral in situaties waar bijvoorbeeld op een grote werf in de stad het water ter beschikking wordt gesteld van de groendienst van de stad, een structurele afnemer met een grote watervraag dus. In zulke situaties denk ik dat hergebruik heel slim is, maar in andere situaties denk ik dat dat niet de beste oplossing is.” In allerlaatste instantie, als beperken, retourneren en hergebruik de revue zijn gepasseerd, komt het lozen van bemalingswater in het vizier. Liefst in een infiltratievoorziening, als die er is. Vervolgens gaat de voorkeur naar lozen in een waterloop. Pas als al die opties zijn uitgeput, mag er geloosd worden in de riolering. “Zo is het voorzien in de wet. Helaas stellen we vast dat theorie en praktijk soms wat uit mekaar liggen. Velen beginnen de bemalingscascade aan de verkeerde kant en gaan standaard uit van een lozing op riool. Daar moeten we écht van afstappen”, besluit professor Huysmans. Waterglasinjectie is een innovatieve bemalingstechniek waarbij een waterremmende laag wordt aangebracht die het grondwater tegenhoudt. Scan de QR-code voor meer technieken!
19.
AQUA 2022/2
Dender en Mark herleven Stilte, rust en ruimte zijn schaars geworden in Vlaanderen. Zogenaamde ‘stiltegebieden’ moeten beschermen wat nog rest. Ook in Oost-Vlaanderen strekt zich een stiltegebied uit tussen de Dender en de Mark, twee rivieren die ontspringen in de provincie Henegouwen. Eric Cosyns, doctor in de biologie en geboren en getogen in de streek, bundelde de rijke geschiedenis van dit waardevolle stuk natuur in het boek Tussen Dender en Mark.
O
“
m het nu van de streek rond de Dender en de Mark te begrijpen, moeten we even terug in de tijd”, begint Eric Cosyns. “In de Middeleeuwen was de Dender een belangrijke waterloop voor schippers, molenaars en vissers. Later nam de economische betekenis voor de scheepvaart alleen maar toe. De Dender was namelijk een belangrijke verbindingsas tussen Vlaanderen en de Henegouwse steenkoolcentra. Het economische belang had jammer genoeg ook een keerzijde. De waterloop werd langzaamaan een open riool. Fabrieken loosden hun vuil water ongezuiverd in de waterloop met alle gevolgen van dien.” Eric herinnert zich uit zijn jeugdjaren een pikzwarte Dender. “De vervuiling was zodanig groot dat er in de rivier geen leven meer te bespeuren was.”
“Een schrijnend beeld, wetende dat de Dender en de Mark vóór die tijd bekend stonden als druk beviste waterlopen”, getuigt de auteur.
De luide roep naar waterzuivering Vooral vanuit de visserij gingen er stemmen op om de rivieren opnieuw zuiver te krijgen, en ook geëngageerde burgers kwamen op straat om te protesteren tegen de watervervuiling. Met resultaat, want in 1951 werd in Geraardsbergen het allereerste waterzuiveringsstation gebouwd. Helaas van korte duur. De vele kinderziekten, torenhoge kosten en een gebrek aan de juiste expertise dwongen de stad, de voormalige bouwheer, om het zuiveringsstation al snel buiten werking te stellen.
Dirk Sturtewagen, coördinator van Waerbeke vzw, die het boek uitgeeft & Eric Cosyns, auteur Tussen Dender en Mark
20.
STILTEGEBIED Stiltegebieden zijn unieke regio’s waar stilte en rust domineren. Stilte betekent niet de totale afwezigheid van geluid. Het zijn vooral natuurlijke, gebiedseigen geluiden van fauna en flora, bewoners, bezoekers, … die de bovenhand nemen. Agressieve geluiden afkomstig van verkeer of andere gemotoriseerde bedrijvigheden komen beperkt voor. Steden en gemeenten die eigen stiltegebieden extra willen koesteren, kunnen die door de Vlaamse overheid laten bekrachtigen met het Kwaliteitslabel Stiltegebied. Op basis van een aantal akoestische criteria krijgt een gebied een beoordeling van een tot drie sterren. In 2018 kreeg het Stiltegebied Dender-Mark het kwaliteitslabel met twee sterren.
Onder druk van de milieubeweging verhoogde de Vlaamse overheid in 1992 de streefnorm voor waterkwaliteit in het Denderbekken tot viswater. Het signaal voor het ondertussen opgerichte Aquafin om er alle zeilen bij te zetten.
Fauna en flora herleven De rioleringsinfrastructuur die Aquafin in de jaren die volgen aanlegt en de geleverde zuiveringsinspanningen, resulteren in een aanzienlijke verbetering van de waterkwaliteit. Zowel in de Dender als de Mark is er een duidelijke terugkeer van vissen, vogels, de weidebeekjuffer, … wat wijst op een gunstig ecologisch beekherstel. “We zien bijvoorbeeld stelselmatig meer blauwe reigers, meer visetende vogels zoals futen en aalscholvers die 20 à 30 jaar geleden ondenkbaar waren, omdat er gewoonweg niets te rapen viel”, aldus Eric. Ook stalen van het zuurstofgehalte en andere biologische en chemische parameters bewijzen zwart op wit dat de Dender en de Mark het aanzienlijk beter doen.
Dit artikel is slechts een kleine smaakmaker van het boek. Graag meer weten over de streek? Tussen Dender en Mark is verkrijgbaar in de boekhandel en op de website van Waerbeke (www.bronhuis.be).
“We zijn er nog niet helemaal, maar als je ziet vanwaar deze streek komt, mogen we trots zijn op de resultaten die vandaag al zichtbaar zijn. De Dender en de Mark herleven”, glundert Eric.
Een belangrijke toekomstfunctie Het herstel van de Dender en de Mark is van groot belang. De rivieren spelen namelijk een cruciale rol in het stiltegebied op de grens van de Vlaamse Ardennen en het Pajottenland. Niet alleen dragen ze bij aan een biodivers en waardevol landschap, de valleivlaktes langs de rivieren kunnen de streek ook wapenen tegen de klimaatverandering.
“De vlaktes kunnen een enorme capaciteit aan regenwater bufferen. Woonkernen worden op die manier beschermd tegen overstromingen. Ook in periodes van lange droogte kunnen de vlaktes een rol spelen”, legt Eric uit. “We moeten de riviervlaktes dus blijven beschermen, herstellen en vrijwaren van ophoging en bebouwing. Zo is onder andere het hermeanderen van de waterlopen iets wat in de toekomst betekenisvol kan zijn om nog meer buffercapaciteit te creëren, maar ook als ecologische en cultuurhistorische maatregel. Er blijft dus zeker nog werk aan de winkel”, besluit de auteur.
BRONHUIS In Waarbeke, de kleinste deelgemeente van Geraardsbergen in het hart van het Stiltegebied Dender-Mark, ligt het Bronhuis Dender-Mark. “Het Bronhuis is recent geopend als een kleinschalig bezoekersportaal, een uitvalsbasis voor wie het omliggende stiltegebied komt verkennen en op zoek is naar meer informatie”, vertelt Dirk Sturtewagen, coördinator Waerbeke vzw, de sociaal-culturele organisatie die het boek uitgeeft. “Ook inspiratie over het stiltethema in het algemeen kan je hier opdoen.” Bronhuis Dender-Mark – Waarbekeplein 19, 9506 Waarbeke (www.bronhuis.be)
Monding van de Mark in de Dender in Deux-Acren Foto: Sabien Verduyn
21.
AQUA 2022/2
Antwerpse tuinstraten volop in bloei
“
Tuinstraten geven bewoners zonder tuin de kans om zelf een stukje groen te onderhouden.” Marianne Hubeau
22.
Eind mei huldigde het district Wilrijk zijn eerste tuinstraat in. Voor de stad Antwerpen was dat geen primeur, want in het centrum maken ze binnenkort de evaluatie op na één jaar toepassing van dit klimaatadaptatieve concept. En er zijn nog meer plannen…
I
n een stad als Antwerpen worden de meest extreme gevolgen van de klimaatverandering het snelst voelbaar. De dichte bebouwing en de vele verharding houden de hitte vast op zomerse dagen en bij felle regen is de kans op lokale wateroverlast groot omdat het water niet weg kan. Antwerpen liet jaren geleden dan ook al een hemelwaterplan opmaken door Aquafin binnen de samenwerking met water-link. Op basis van dat hemelwaterplan ontwikkelde de stad het Waterplan met een visie op lange termijn over hoe ze, met het oog op een veranderend klimaat, met water wil omgaan op haar grondgebied. Die stadsbrede visie beschrijft de ambities op het vlak van infiltratie en buffering van hemelwater. “Uiteraard is zo’n visie niet een-op-een te vertalen naar de verschillende wijken,” volgens Marianne Hubeau, die als procescoördinator ‘Antwerpen breekt uit’ deel uitmaakt van een team waterexperten bij de stad. “Daarom zijn er wijkinrichtingsplannen groen en blauw in opmaak waarin op wijkniveau concrete doelstellingen voor vergroening en verblauwing van de wijk zijn opgenomen.”
Geen druppel afvoeren De inrichting van tuinstraten is een van die doelstellingen. Antwerpen heeft er intussen vijf afgewerkt of in uitvoering in verschillende districten en er zitten er nog acht in ontwerpfase. Allemaal projecten waarbij ook Aquafin nauw betrokken is. “Vanuit het perspectief van waterbeheersing is dit echt het summum,” zegt Gert Luyckx, gebiedsingenieur en betrokken bij het ontwerp van de tuinstraat Aziëlaan in Wilrijk, die nog maar pas werd ingehuldigd.
“In een tuinstraat wordt in normale omstandigheden geen druppel regenwater afgevoerd, alles blijft ter plaatse. Op het openbaar domein wordt bijna uitsluitend met waterdoorlatende materialen gewerkt zodat het regenwater in de bodem kan dringen. Water uit dakgoten wordt in eerste instantie afgevoerd naar plantvakken of regenwaterputten die uitgerust zijn met handpompen voor hergebruik. Mocht dat overal kunnen, dan waren we er!” Maar het kan natuurlijk niet overal want niet elke straat komt in aanmerking als tuinstraat, legt Hubeau uit: “Tuinstraten zijn typisch straten in een dichtstedelijk gebied. Ze worden ingericht zoals een woonerf. Dat betekent gelijkgronds, zonder voetpaden of duidelijke rijbaan. Er zijn natuurlijk ook vereisten naar het gebruik van de straat. Ze mag geen aanrijroute zijn voor de brandweer of op een traject van De Lijn liggen, geen deel uitmaken van een hoofdfietsnet werkroute en er mag geen publieke parking zijn. Doorgaans zijn het straten waar geen grote private percelen zijn en geen voortuinen. De inrichting als tuinstraat geeft de bewoners de kans om zelf een stukje groen te onderhouden en met de buren samen te komen in een groene omgeving.”
Brunchen met de buren
“Zo’n projecten brengen mensen samen, maar de respons varieert van straat tot straat,” weet Marianne Hubeau. “In sommige straten wordt er nu regelmatig samen buiten gebruncht bijvoorbeeld, maar in andere straten is die sociale cohesie minder. We laten het project ook niet los eens het is afgewerkt. De tuinstraten zijn voor ons experimenten die we nauw opvolgen. Zo gaan we binnenkort bij de bewoners van de Lange Riddersstraat in het centrum, de allereerste tuinstraat, een jaar na de aanleg luisteren naar hun bevindingen. Zij zijn uiteindelijk de belevingsexperten. Daarnaast evalueren we de staat van de materialen, het groen en het onderhoud ervan en Aquafin volgt de werking van de hemelwatermaatregelen op.”
In een tuinstraat blijft het water ter plaatse.
“Dat klopt,” zegt Gert Luyckx. “Wij hebben metertjes geplaatst om de infiltratieprestaties te controleren en na te gaan of er niet meer regenwater overstort dan we in onze berekeningen voorzagen. En dat is alvast in de Lange Riddersstraat perfect in orde. Zelfs bij enkele stevige zomerse buien vorig jaar, liep er niets naar de gemengde riolering. Voor ons het bewijs dat het systeem zijn werk doet.”
Ook dat verbindende, participatieve aspect is een doelstelling voor de stad. Aan de aanleg van de eerste vijf tuinstraten ging een zeer intensief participatietraject vooraf en ook voor de toekomstige projecten werden de bewoners geconsulteerd.
23.
buitengewone jobs!
HR -am bas sad eur
202 1-2 022
Een buitengewone job? Die vind je bij Aquafin! B
ij ons werk je mee aan propere waterlopen en een klimaatbestendige leefomgeving. Dat vertaalt zich in unieke jobs waarin je écht een steen kan verleggen en je talenten volop verder kan ontwikkelen.
Surf snel naar www.aquafin.be/jobs en word onze nieuwe collega!