Skip to main content

Aqua 2021-4

Page 1

Driemaandelijks - oktober-november-december 2021 - afgiftekantoor Leuven Masspost P209940

AQUA Weer of geen weer, wij gaan voor proper water

4 Persleidingen gezien vanuit de ruimte

8 Zo weinig mogelijk water naar zee


INHOUD VOORWOORD

4 Persleidingen gezien vanuit de ruimte

6 Wat doet een kletsnat jaar met de zuiveringsresultaten?

9 Kan waterzuivering een rol spelen in de waterstofeconomie?

10 Zo weinig mogelijk water naar zee…

12 Blauwgroen over (gemeente)grenzen heen

14 Minder verkeer, meer ruimte voor water

16 Onderzoek naar droogte en hitte werd er een naar sponsfunctie van tuinen

18 Project in de kijker

20 Een kwarteeuw carrière in de watersector

22 Klimaatrobuuste wegopbouw doorstaat de test met glans

Een nieuw jaar. Traditiegetrouw het moment om even terug te blikken en nadien hoopvol vooruit te kijken.

T

erugblikken doen we alvast met een ontzettend trots gevoel. We kwamen dit jaar namelijk voor uitdagingen te staat omwille van de natte weersomstandigheden. Onze mensen van Operations hebben ondanks dat kletsnatte jaar toch mooie zuiveringsresultaten kunnen neerzetten. En u mag hen op hun woord geloven wanneer ze zeggen dat het allesbehalve evident was. De inzet die het afgelopen jaar geleverd werd, is bewonderenswaardig. En niet alleen onze mensen moesten kort op de bal spelen. Ook de onderzoekers van Curieuzeneuzen, het grootste burgeronderzoek naar hitte en droogte waar Aquafin trotse partner van is, hebben de opzet van hun onderzoek holderdebolder moeten herbekijken, omwille van het aanhoudende regenweer. Trots zijn we ook op de mooie stappen die we gezet hebben in het kader van innovatie. Zo werd onze biomethaaninstallatie op de zuivering van AntwerpenZuid officieel in gang gezet door minister Zuhal Demir. Met die installatie injecteren we vanaf nu groen gas, afkomstig uit de afvalwaterzuivering, waarmee we het aardgasnet vergroenen.

Een duurzame oplossing voor o.a. onze eigen vloot CNG-wagens, een rendabele economische business case én een Belgische primeur. Vooruitblikken doen we met een ambitieuze blik, want bij Aquafin blijven we ook dit jaar sterk inzetten op innovatie en blijven we zoeken naar duurzame en efficiënte oplossingen. Voor de controle van onze persleidingen bijvoorbeeld, loopt er op dit moment een veelbelovend pilootproject om via satellietbeelden lekken te detecteren. We kijken vol verwachting uit naar de resultaten, maar we weten als geen ander dat innovatie een gegeven is van trial-and-error, wie niet waagt, niet wint. In deze Aqua presenteren we u een mooie mix van onze core business, innovatie, het groenblauwe en projectmanagement. Dat het u inspiratie en leesplezier mag brengen!

Marjolein Weemaes - Directeur Business Development & Innovatie

V.u.: Jan Goossens, Dijkstraat 8, B-2630 Aartselaar, ondernemingsnummer 0440.691.388 Het contactcenter van Aquafin is op weekdagen te bereiken van 8 uur tot 17 uur, op het nummer 03 450 45 45, of via contact@aquafin.be Noodnummer buiten de werkuren: 0800 16 603 Ombudsman: ombudsman@aquafin.be Aqua niet meer ontvangen? Mail naar redactie@aquafin.be Aqua wordt gedrukt op milieuvriendelijk papier. Fotografie: Aquafin, Frederik Beyens, Jonathan Ramael, Silke Van Rooy, Shutterstock

Volg Aquafin NV op

2.


Minister Demir start injectie groen gas op net Met een druk op de knop zorgde Vlaams minister van Omgeving en Energie Zuhal Demir ervoor dat er voortaan groen gas uit waterzuivering door het aardgasnet stroomt. De productie van biomethaan uit ruw biogas van zuiveringsslib is een Belgische primeur.

O

p onze rioolwaterzuiveringsinstallatie in Antwerpen-Zuid plaatsten we vorige zomer een opwaardeerunit die ruw biogas omzet in biomethaan. Dat ruwe biogas is afkomstig van de vergisting van slib, een restproduct van het waterzuiveringsproces. De biomethaaneenheid vervangt de vroegere warmtekrachtkoppeling waarmee we tot voor kort groene stroom produceerden uit het biogas. Door het gas zelf te valoriseren, gaat er geen restwarmte verloren, wat voordien wel het geval was.

De opwaardeerunit brengt het biogas op het juiste kwaliteitsniveau om het op het aardgasnet te kunnen brengen. Voor de effectieve injectie wordt de kwaliteit nog eens gecontroleerd in een nageschakelde installatie van Fluvius en krijgt het net zoals aardgas de specifieke gasgeur mee zodat het detecteerbaar wordt. Groen gas is een waardevolle aanvulling van het aanbod aan hernieuwbare energie, dat vindt ook minister Demir: “Bij hernieuwbare energie denken we in de eerste plaats aan wind- en zonne-energie maar ook afval kan een geweldige energiebron zijn.”

De lokale productie van groen gas heeft ook het voordeel dat we minder fossiele brandstoffen, vaak aan hoge prijzen, moeten importeren uit het buitenland.” Een belangrijke troef van het biomethaan van Aquafin is dat het geproduceerd wordt uit biomassa die continu beschikbaar is. Zeker in de logistieke en transportsector, voor de scheepvaart en zelfs voor de verwarming bij renovaties heeft het een beloftevolle toekomst. Het kan ook gebruikt worden als groene koolstofbron voor productie in de chemische industrie. Aquafin zet het biomethaan zelf in om er 185 CNGwagens op te laten rijden. Ondertussen ligt er een plan klaar om het concept uit te rollen op enkele andere locaties, wanneer dit eerste proefproject gunstig geëvalueerd wordt.

3.


AQUA 2021/4

Persleidingen gezien vanuit de ruimte Voor de inspectie van gewone, gravitaire riolen zijn er doeltreffende technieken zoals bijvoorbeeld rijdende camera’s. Die kunnen niet gebruikt worden in persleidingen, waar het rioolwater onder druk wordt doorgestuurd. Voor het opsporen van lekken in deze kritische leidingen start Aquafin binnenkort een proefproject met satellietbeelden.

WAT ZIJN PERSLEIDINGEN? Vanuit pompstations wordt afvalwater onder druk door persleidingen naar een hoger gelegen punt gestuwd, vanwaar het weer kan verder stromen met behulp van de zwaartekracht (gravitair). Aquafin beheert 1.125 km bovengemeentelijke persleidingen. Dat is ongeveer 1/6de van het volledige leidingenpatrimonium.

4.


P

ersleidingen zijn binnen de rioleringsinfrastructuur vandaag een blinde vlek. Over het algemeen doen zich weinig problemen voor, maar het is wel zo dat we de status van onze persleidingen niet kunnen staven met harde gegevens. Omdat lekkende persleidingen best wel risico’s inhouden zoals milieuschade of verzakkingen, gaat Aquafin op zoek naar een kostenefficiënte manier om ze preventief op te sporen. “Maar dat is niet evident”, weet Asset Ingenieur Wim Bonte. “De diameter, de lengte en de bochten laten niet toe om met een klassieke camera in de persleidingen te rijden. Bovendien kan een persleiding moeilijk uit bedrijf gehaald worden voor zo’n onderzoek. Hoogtechnologische sensoren voor persleidingen in bedrijf bestaan, maar ze zijn ofwel ontzettend duur, niet standaard beschikbaar in Vlaanderen of praktisch niet zomaar inzetbaar omwille van bochten of vernauwingen. Een inspectietechnologie die zonder graaf- of breekwerk toch risicozones kan aanduiden, zou heel welkom zijn.”

Waarom twee beelden? Als dezelfde ‘vlek’ telkens opnieuw wordt opmerkt, is de kans groot dat het effectief om een lek gaat. “De kaart die Utilis ons zal aanleveren, toont de zogenaamde points of interests (POI’s), verdachte stukjes leiding zeg maar. De POI’s worden onderverdeeld volgens risicoklasse en afhankelijk van het toegewezen risico kunnen we beslissen om al dan niet op het terrein te gaan controleren”, vertelt Simon Amelinckx. “De satelliet technologie geeft een eerste indicatie van mogelijke problemen met persleidingen. Zo kunnen we veel gerichter te werk gaan. We willen ons trouwens niet enkel focussen op de grote, impactvolle gebeurtenissen. Ook lekkages van kleine debieten willen we kennen. Ze kunnen de voorbode zijn van ernstigere problemen die we zo kunnen voorkomen.”

Wat op Mars kan…

5 VOORDELEN VAN DE SAR-TECHNIEK 1. 2. 3. 4.

“In de pilootstudie zullen we gebruikmaken van de SAR-technologie (Synthetic Aperture Radar)”, zegt gebiedsingenieur Simon Amelinckx. “De satelliet technologie is ooit bedacht en ontworpen om water te detecteren op de planeet Mars. Wat op het verre Mars kan, moet toch ook lukken op aarde, dacht men. En dat bleek inderdaad zo te zijn. De technologie werd verder ontwikkeld zodat er ook een verschil is waar te nemen tussen soorten water, namelijk gelekt drinkwater, zout water en huishoudelijk afvalwater.” “Voor de studie selecteerden we een kleine 100 kilometer aan leidingen, waarvan 64 kilometer persleidingen, aangevuld met gravitaire leidingen. Zo hebben we meteen de toets met bekend terrein”, vertelt innovatiespecialist Gertjan Winten. “We kozen bewust voor de regio’s Antwerpen en Noorderkempen”, gaat Simon Amelinckx verder. “In die streken vinden we een mooie mix van enerzijds een stedelijke omgeving met veel verharding en wegenis, en anderzijds ruraal gebied met veel zandgronden. Het verstedelijkt gebied zal voor de SAR-techniek een grotere uitdaging zijn dan de zandgronden van de Antwerpse Kempen. Zo dekken we de twee uitersten en kunnen we nadien eventueel uitbreiden naar leem- en kleigronden.”

Praktisch en kostenefficiënt Waaier aan informatie Geen onnodige breekwerken Kan tot wel 5 meter diep in de bodem kijken 5. Samenwerkingen met drinkwatermaatschappijen mogelijk = kostenbesparend

POI’s spotten Voor de analyse baseert Utilis, het Israëlische bedrijf dat gespecialiseerd is in deze techniek, zich op de combinatie van twee satellietbeelden, telkens genomen in de zomer of het najaar. Dit geeft de grootste kans om lekken op te sporen, omdat verondersteld wordt dat hoge grondwaterstanden die we in de winter en het voorjaar zien, het beeld vertroebelen.

Vlnr: Gertjan Winten, Simon Amelinckx en Wim Bonte

Innoveren is durven De eerste resultaten worden verwacht in het voorjaar van 2022. “Of uit die resultaten ook bruikbare informatie komt, moeten we afwachten”, nuanceert Simon Amelinckx. “De techniek werkt namelijk niet op elke locatie even goed, omdat je van heel wat zaken afhankelijk bent, zoals de hoeveelheid grondwater, de bodemgesteldheid, mate van verharding, diepte van de leidingen, … Daar zijn we ons wel degelijk van bewust. Zo werkt onderzoek en innovatie nu eenmaal. Het is een kwestie van durven proberen en weten dat niet alles het gewenste resultaat oplevert.” Als het project wél de gehoopte resultaten oplevert op de eigen infrastructuur, dan wil Aquafin de techniek in de toekomst verder uitrollen en ook aanbieden voor de inspectie van gemeentelijke leidingen. Dat zou een primeur zijn voor België.

NIEUW? De inspectie van rioolwater via satellietbeelden is in België nog vrij onbekend, maar is niets nieuws. Het Israëlische Utilis voerde al projecten uit in Israël, China, het Verenigd Koninkrijk, de VS, … Die succesvolle voorbeelden uit het buitenland waren een inspiratiebron om de techniek ook bij ons uit te proberen. In België werd hij wel al met succes toegepast door drinkwatermaatschappijen om lekkages in de drinkwaterleidingen op te sporen. Dat geeft hoop!

5.


AQUA 2021/4

Wat doet een kletsnat jaar met de zuiveringsresultaten? In de 800 miljoen m3 rioolwater die Aquafin jaarlijks zuivert, zit niet alleen het huishoudelijke afvalwater van de Vlaamse gezinnen. Een aanzienlijk deel is ook parasitair water (grondwater dat bij een hoge grondwaterstand binnensijpelt in de riolering) én regenwater. We hoeven u wellicht niet te vertellen dat de hoeveelheid van die laatste categorie het afgelopen jaar de pan uit rees. Hans Bruynooghe, Directeur Operations, legt uit wat zo’n nat jaar betekent voor de waterzuivering.

H

et gezuiverde afvalwater moet voldoen aan heel wat wettelijk bepaalde kwaliteitsnormen die zijn vastgelegd in de Vlaamse milieuwetgeving (VLAREM). Zowel het binnenkomend rioolwater (influent), als het gezuiverd afvalwater (effluent), wordt gecontroleerd op vijf parameters: BZV, CZV, ZS (zwevende stoffen), stikstof en fosfor. “Voor elk van deze parameters gelden er concentratienormen en verwijderingspercentages”, vertelt Hans Bruynooghe. “Concentratienormen geven aan hoeveel milligram per liter er van een bepaalde stof in het effluent mag zitten. De verwijderingspercentages bepalen hoeveel procent van de stoffen we op jaarbasis uit het binnenkomende water moeten halen vooraleer het naar een waterloop mag.”

Verdund influent Jaar na jaar kunnen we een uitstekend 99% van onze 323 RWZI’s die voldoen aan alle normen. In 2019 behaalden we zelfs 100%. In 2021 was het een stuk moeilijker. En dat heeft alles te maken met de extreme weersomstandigheden van het afgelopen jaar.

6.

2021 begon met een natte winter, gevolgd door een koud voorjaar en de natste zomer ooit. Die enorme hoeveelheid regenwater mengt zich in de riolering met het huishoudelijke afvalwater waardoor er sterk verdund influent op onze installaties toekomt. Hans Bruynooghe: “Een sprekend voorbeeld: in 2018, een droog jaar, kwam er op RWZI Eksel gemiddeld op een staalnamedag 3.800 kubieke meter afvalwater toe. In 2021 was dat bijna 8.000 kubieke meter afvalwater, meer dan het dubbele! Daartegenover blijft de vuilvracht van de mensen vrij stabiel. Zij lozen gemiddeld evenveel afvalwater als anders. Dat betekent dat de vuilvracht dus in meer dan 2 keer zo veel water zit. Gevolg? Sterk verdund afvalwater met zeer lage influentconcentratiewaarden. Die lage concentratiewaarden zijn een probleem, omdat we nog steeds de ambitieuze verwijderingspercentages moeten halen. Het is nu eenmaal een veel grotere uitdaging om 80% van een stof te verwijderen als er maar 10 mg/l in zit, dan wanneer er 40 mg/l in zit.”

“

Hoe lager de concentratiewaarden in het influent, hoe moeilijker het is om onze verwijderingspercentages te halen.” Hans Bruynooghe


Extra bijsturen “Uiteraard sturen we bij waar nodig en waar het kan. Sinds een aantal jaren maken we gebruik van automatische sturingen. Sensoren meten de concentratiewaarden in het beluchtingsbekken en op basis daarvan kunnen onze mensen kort op de bal spelen en snel bijsturen indien nodig. Zo moet er voor de verwijdering van bijvoorbeeld stikstof voldoende vuilvracht aanwezig zijn in het influent. Is dat niet het geval, dan voegen we zelf extra koolstofbronnen toe om alsnog voldoende stikstof te kunnen verwijderen. Maar de trukendoos is helaas niet eindeloos. Je kan je uiterste best doen, soms stoot je nu eenmaal op limieten”, vertelt Hans. Het is duidelijk dat 2021 niet het laatste jaar met extreme weersomstandigheden zal zijn. Daarom wil Aquafin in de toekomst nog meer werken met voorspellingen en zo anticiperen op wat gaat komen.

Daarnaast blijft het belangrijk om zoveel mogelijk regenwater en parasitair water van het rioolstelsel te halen door het afkoppelen van grachten en verharde oppervlaktes. Tegelijk is ook de infiltratie van grondwater via oude rioleringen een factor die we nog lang meedragen. “Voor 2021 zit een 100 % op het rapport er niet in. Het was een moeilijk zuiveringsjaar omwille van de samenloop van omstandigheden zoals de strengere zuiveringsnormen en het erg verdunde influent”, zegt Hans Bruynooghe. “Maar we zijn wel trots op het resultaat. Het is dankzij de enorme inzet van onze operationele teams dat we erin geslaagd zijn om ondanks alles toch knappe resultaten neer te zetten. Het exacte resultaat kennen we pas in januari.” >

5 PARAMETERS VOOR ZUIVER WATER + BZV: Biologisch zuurstofverbruik hoeveelheid zuurstof nodig om de vervuiling biologisch af te breken. + CZV: Chemisch zuurstofverbruik hoeveelheid zuurstof nodig om de vervuiling via een chemisch proces af te breken. + Zwevende stoffen: Alle niet-opgeloste stoffen in een volume afvalwater. + Stikstof & Fosfor: Nutriënten aanwezig in huishoudelijk afvalwater. Een teveel ervan in de waterloop zorgt voor een te sterke algengroei waardoor het zuurstofgehalte afneemt.

Dankzij sensoren en sturingen kunnen we kort op de bal spelen

7.


AQUA 2021/4

NOG MEER RISICOFACTOREN Verdund afvalwater maakt het moeilijker om de verwijderingspercentages te halen, maar ook koude heeft een invloed op de zuiveringsresultaten. De bacteriën die het water biologisch zuiveren, zijn bij koud weer aanzienlijk minder actief. Het kost dan meer moeite om de opgeloste vuildeeltjes te verwijderen. Als het ook nog gesneeuwd heeft en het dooiwater meespoelt, dan zakt de temperatuur van het rioolwater plots zeer snel.

Team Lommel

Speciale omstandigheden vragen extra focus De ongunstige omstandigheden van het afgelopen jaar zorgden enerzijds voor extra kopzorgen, maar zeker ook voor extra motivatie bij onze mensen op het terrein. Erik Hermans, teamcoördinator van team Lommel getuigt: “We waren extra gefocust, net omdat we wisten dat het moeilijk zou worden. De afgelopen jaren zijn we namelijk verwend met enkele droge jaren. Die zorgden voor minder verdunning en dus dikker influent, waardoor we onze streefdoelen gemakkelijker haalden. Bijgevolg werden de VLAREMnormen strenger”, legt Erik Hermans uit. “Na het natte en koude voorjaar, dachten en hoopten we in de zomer aan een inhaalbeweging te kunnen starten, maar die ademruimte kregen we dit jaar helaas niet… De regen, de hoge grondwaterstanden, het verdunde influent, het liep gewoon door. Het was een jaar met ups en downs. Alle collega’s hebben zich zo hard ingezet en dan is het extra zuur om te zien dat het niet de gehoopte vruchten afwerpt.” “Maar, elk nadeel heeft zijn voordeel”, gaat Erik positief verder.

8.

“We hebben enkele sturingen kunnen verbeteren, pijnpunten kunnen scherpstellen én we hebben de grenzen van onze installaties beter leren kennen. Het is nu van belang om te kijken wat we extra kunnen doen om die grens toch nog een beetje te verleggen.”

“

We hebben enkele sturingen kunnen verbeteren, pijnpunten kunnen scherpstellen én we hebben de grenzen van onze installaties beter leren kennen.” Erik Hermans

Naast het weer kunnen ook onverwachte lozingen in het rioolwater het zuiveringsproces danig in de war sturen. Op de RWZI wordt zo’n lozing zichtbaar als bijvoorbeeld het zuurstofgehalte daalt of soms zelfs al aan de kleur of de geur van het binnenkomende afvalwater. De ene lozing veroorzaakt al meer schade dan de andere. Soms duurt het weken of maanden vooraleer de RWZI weer draait zoals het moet. Vaak komen daar ook heel wat extra kosten bij die verhaald worden op de veroorzaker als hij gevonden wordt.

Niet altijd schadelijk maar wel spectaculair zijn verhoogde concentraties van detergenten in het afvalwater zoals op de foto. De RWZI lijkt dan wel één grote schuimparty.


Kan waterzuivering een rol spelen in de waterstofeconomie? Zuurstof, dat is wat de micro-organismen in het biologische zuiveringsproces nodig hebben om hun werk te doen. In Essen testen we een uitbreiding van de beluchtingscapaciteit met pure zuurstof, compact en efficiënt.

Deze compacte opstelling met pure zuurstof verhoogt de beluchtingscapaciteit van RWZI Essen.

E

en aantal van onze rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) kampen af en toe met piekaanvoeren van afvalwater waardoor er te weinig capaciteit is in het biologische zuiveringsproces, zeg maar de beluchtingsbekkens. In die bekkens worden automatisch en op geregelde tijdstippen blowers in werking gezet die omgevingslucht gebruiken om zuurstof in het afvalwater te brengen. De bacteriën hebben die afwisseling van beluchting en niet-beluchting nodig om in goede conditie te blijven zodat ze het opgeloste vuil kunnen opnemen. Bij veel regen of een eerste regenbui na een droge periode kan het zijn dat de beluchters de toestroom niet aan kunnen.

100% zuurstof Het uitbreiden van de klassieke beluchting met blowers is meteen een groot renovatieproject met een aanzienlijk prijskaartje. “In onze zoektocht naar een kleinschaligere oplossing kwamen we terecht bij beluchtingsapparatuur op basis van zuivere zuurstof”, zegt Jeroen Deurinck, Energiemanager bij Aquafin. “Omgevingslucht bevat maar 21% zuurstof, dus beluchten met pure zuurstof is een pak efficiënter. Die pure zuurstof is als grondstof wel duurder maar doordat het systeem compact kan ingepast worden in de bestaande beluchting en minder investeringen vraagt, zou de totaalkost wel eens lager kunnen liggen.” Het concept wordt momenteel getest op de RWZI in het Antwerpse Essen.

Procestechnoloog Wouter Maenhout: “Bij een klassieke beluchting komt maar 4% van het ingebrachte gas, de omgevingslucht dus, in de biomassa terecht als zuurstof. De resterende zuurstof en het stikstofgas ontsnappen. Bij een beluchting met pure zuurstof zou die voor 100% in de biomassa terechtkomen waardoor er 25 keer minder gas nodig is. We testen nu of dat daadwerkelijk ook zo is.”

Rendabelere waterstof Voor de testen werkt Aquafin samen met Nippon Gases, de leverancier van de beluchtingsapparatuur en de pure zuurstof. Jeroen Deurinck: “Pure zuurstof

ontstaat bij de productie van groene waterstof door zuurtstof en waterstof van elkaar te scheiden via elektrolyse. Door dat ‘nevenproduct’ in te zetten in de waterzuivering, kan ook de waterstofeconomie rendabeler worden.” Ondertussen kijkt Aquafin nog een stap verder. Het bedrijf zet volop in op de uitbreiding van de eigen productie van hernieuwbare energie. “Daarom denken we ook na over hoe we in de toekomst misschien wel zelf lokaal zuivere zuurstof kunnen produceren. We zouden daarvoor het overschot aan hernieuwbare energie van de zonnepanelen op onze installaties kunnen gebruiken”, besluit Jeroen ambitieus.

9.


AQUA 2021/4

Zo weinig mogelijk water naar zee… Elk jaar zuivert Aquafin ongeveer 800 miljoen kubieke meter afvalwater van de Vlaamse gezinnen volgens strenge Vlaamse en Europese normen. In plaats van het allemaal naar zee te laten lopen, verkennen we met verschillende private en publieke partners hoe het nuttig kan hergebruikt worden om ons watersysteem te versterken.

V

oor de productie van drinkwater wordt vandaag voornamelijk een beroep gedaan op twee bronnen: oppervlaktewater en grondwater. Beide bronnen komen sterk onder druk in lange, droge periodes wanneer het aanbod daalt en het verbruik piekt. Bij zeer lage peilen van het oppervlaktewater zal er een captatieverbod worden opgelegd. Op dat moment is grondwater de enige buffer die kan aangesproken worden. Het komt er dus op aan om het grondwater zo veel mogelijk te sparen.

Geen omweg Dat kan door gezuiverd afvalwater (effluent) structureel in te zetten als stabiele, aanvullende waterbron. Met zijn constante beschikbaarheid en kwaliteit heeft het veel potentieel om ons watersysteem beter in balans te brengen. “We zuiveren dagelijks het equivalent van afvalwater. Na behandeling gaat het rechtstreeks naar een waterloop en van daaruit naar zee, waar het zich mengt met zout water. Wil je zeewater gebruiken, dan moet je het eerst terug ontzilten. Een dure omweg die niet nodig is als je start vanaf het gezuiverde afvalwater. Dat kan opgewaardeerd worden tot elke gewenste kwaliteit, van proceswater tot ultrapuur water”, zegt Marjolein Weemaes, directeur Business Development & Innovatie.

10.

“Op die manier kunnen we helpen om de andere waterbronnen te beschermen, de grondwaterlagen aan te vullen én moet er minder grondwater worden opgepompt om er drinkwater van te maken.”

Drinkwatermaatschappijen en bedrijven erkennen potentieel Aquafin staat open voor alle samenwerkingsvormen met publieke en private partners die leiden tot een ecologisch, sociaal en economisch waardevol hergebruik van het effluent. Daarom werken we vandaag samen met zowel drinkwatermaatschappijen als bedrijven die de mogelijkheden van duurzaam hergebruik verkennen. Een greep uit de lopende initiatieven: • Optimale buffering van wateroverschotten in de ondergrond Drinkwatermaatschappijen De Watergroep en FARYS werken samen met Aquafin en Capture in het project DEEPER Blue. Dat combineert de lokale opwaardering van gezuiverd afvalwater tot drinkwater met de ondergrondse buffering ervan om het bij waterschaarste weer op te pompen. De locatie van dit project is de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Aquafin in Aalst (Hofstade).

• Van afvalwater naar industrieel koelwater Op de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Aquafin in Antwerpen-Noord voert water-link momenteel piloottesten uit voor de opwaardering van effluent tot industrieel koelwater voor bedrijven in het havengebied. Water-link staat voor ‘zeker van water’ en focust op duurzaamheid. De opstelling in AntwerpenNoord is de technische oplossing die in de lokale context het beste resultaat geeft. Een full-scale installatie kan al tegen 2025 operationeel zijn. • Decentrale productie van drinkwater met gezuiverd afvalwater Vandaag zijn er een aantal centrale drinkwaterproductieplaatsen die de huishoudelijke bevoorrading in Vlaanderen moeten garanderen.


Gezuiverd afvalwater is een waardevolle grondstof. Het hoeft niet meteen naar beken en rivieren maar kan hergebruikt worden voor ecologisch en economisch zinvolle projecten.

ECOLOGISCH EVENWICHT NIET VERSTOREN Gezuiverd afvalwater kan als waardevolle grondstof hergebruikt worden voor ecologisch en economisch zinvolle projecten. Al het effluent opnieuw gebruiken, is evenwel geen optie. Sommige kwetsbare, kleine waterlopen zijn voor hun ecologisch evenwicht tijdens droogteperiodes voor een deel afhankelijk van het gezuiverd afvalwater dat Aquafin erin loost. Uiteraard is dat onze eerste zorg en kan het effluent van die zuiveringsinstallaties niet of maar gedeeltelijk hergebruikt worden. Het inzetten van effluent om natuurlijke watervoorraden te sparen, is in de eerste plaats dan ook een proactieve oplossing die ons watersysteem moet versterken. En dat altijd met onze ambitie voor ogen: afvalwater zuiveren zodat beken en rivieren weer proper worden én water in harmonie brengen met de leefomgeving.

Drinkwatermaatschappijen De Watergroep, Pidpa en FARYS voelen dat klassieke waterbronnen onder druk komen. Om de bevoorrading te garanderen, voerden ze een studie uit naar mogelijkheden om ook decentraal drinkwater te produceren vanuit alternatieve waterbronnen. Een piste die hierin onderzocht werd, is het hergebruik van gezuiverd afvalwater. Vandaag gebeurt dit ook al door Aquaduin in Koksijde. Zij infiltreren het gezuiverd afvalwater van een rioolzuiveringsinstallatie in de buurt in de duinen en behandelen het verder tot drinkwater. De studie identificeerde het potentieel om de druk op het natuurlijke watersysteem te verminderen door effluent in te zetten voor drinkwaterproductie.

• Gezuiverd afvalwater voor ontziltingsfabriek in de Antwerpse haven Het Amerikaanse Dockwater zal brak - half zout, half zoet - water uit de Antwerpse dokken omzetten in proceswater zodat chemische bedrijven het kunnen gebruiken in hun industriële processen in plaats van drinkwater. Dockwater bereikte een akkoord met Aquafin om te onderzoeken hoe gezuiverd afvalwater, afkomstig van huishoudens, kan worden hergebruikt in de ontziltingsinstallatie. Dit kan een belangrijke stap zijn in de richting van een meer circulaire waterkringloop. Het valoriseren van afvalwater en brak water zou moeten leiden tot een vermindering van het drinkwaterverbruik van de havenbedrijven met meer dan 95%, wat ook de druk op de drinkwatervoorraden in de Antwerpse regio verlaagt.

“

Van proceswater tot ultrapuur water, met gezuiverd afvalwater kan je alle kanten op.” Marjolein Weemaes

11.


AQUA 2021/4

Blauwgroen over (gemeente) grenzen heen

Overijse, Hoeilaart, Tervuren en Sint-Genesius-Rode worden via groenblauwe structuren verbonden met het Zoniënwoud.

Stel u voor dat u als gemeente de natuur tot in de dorpskern krijgt. Te mooi om waar te zijn? Niet voor project Horizon+ dat het Zoniënwoud in de zuidrand van Brussel met de open ruimte van vier omliggende Vlaams-Brabantse gemeenten wil verbinden. Overijse, Hoeilaart, Tervuren en Sint-Genesius-Rode willen de verstedelijking begrenzen en de resterende open ruimte een duidelijke blauwgroene rol geven. ©Horizon+ is een interbestuurlijke samenwerking is tussen de gemeenten Tervuren, Overijse, Sint-Genesius-Rode en Hoeilaart, Agentschap voor Natuur en Bos, Departement Omgeving en de provincie Vlaams-Brabant.

12.

A

f en toe krijg je als organisatie een aanbod dat je niet kan weigeren. De vraag van Horizon+ aan Aquafin om een intergemeentelijk hemelwaterplan op te stellen over vier gemeenten in de zuidrand van Brussel was er zo één. “Een interessant en boeiend project, dat volledig past in deze tijdsgeest”, zo omschrijft accountmanager Catherine De Raedt het ambitieuze strategische plan dat voortvloeit uit de visie van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.


Hoe worden acties vertaald op lokaal niveau en hoe worden burgers betrokken? In de vier gemeenten werden pilootwijken gedefinieerd waar ingezet wordt op burgerparticipatie. De Raedt: “Dit project overstijgt het pure hydraulische werk dat tot vandaag in onze hemelwaterplannen overheerst. We maken al mooie toekomstbeelden van hoe blauwgroene straten en wijken er kunnen uitzien, maar het kan nog ruimer. Doordat elke partij die ‘iets op het terrein’ doet, samenwerkt in dit project, is elke competentie vertegenwoordigd en het resultaat veelbelovend.”

Horizon+ ging met de steun van het Departement Omgeving in 2017 van start regio van het Zoniënwoud te versterken. Het project is ontstaan doordat er zich nieuwe ruimtelijke uitdagingen stellen op het gebied van verstedelijking, natuurontsnippering en recreatieve ontsluiting. De verschillende opdrachten vragen om een regionale samenwerking, met het Zoniënwoud als verbindende factor. De klimaatadaptatie en de recreatieve ontsluiting zijn voor Horizon+ de motor om de omslag te maken naar een aantrekkelijke en leefbare regio.

Doelstellingen rond water concretiseren Aquafin werd in dit verhaal aangesproken als partner om een intergemeentelijk hemelwaterplan op te maken, het eerste in Vlaanderen. Het plan moet de ruimtelijke doelstellingen rond water en het beleidskader concretiseren. “Gemeenten zijn overtuigd dat bepaalde maatregelen nuttig zijn, maar weten niet altijd hoe ze dat concreet kunnen afdwingen op het terrein. Op dit soort vragen zoeken we een antwoord. Water stopt niet aan de gemeentegrens, maar toch worden hemelwaterplannen vandaag afgebakend op die grenzen”, zegt Catherine De Raedt. De samenwerking met Horizon+ is extra boeiend voor Aquafin omdat we ook de concrete aanpak naar de wijken leren kennen.

Aquafin streeft ernaar om tegen eind 2022 het intergemeentelijke hemelwaterplan af te ronden. In tussentijd starten de gemeenten met hun inwoners al burgerparticipatie- en sensibiliseringsmomenten op. Voor de vier geselecteerde pilootwijken bestaan er al hemelwaterplannen. Hier wordt op korte termijn actie ondernomen met bijvoorbeeld een bebossingsproject.

“

Gemeenten zijn overtuigd dat bepaalde maatregelen nuttig zijn, maar weten niet altijd hoe ze dat concreet kunnen afdwingen op het terrein.” Catherine De Raedt

“DROMEN VAN EEN VOER WAARIN WE WEER KUNNEN ZWEMMEN” Tervuren is van oudsher verbonden met water en groen. De gemeente stapte in dit project omdat ze haar strategische ligging aan het Zoniënwoud in de verf wil zetten. Maar ook de intergemeentelijke aanpak was een motivator, volgens Maximilien Fontaine, afdelingshoofd Ruimte. De Voer ontspringt in Tervuren en er liggen verschillende vijvers en een belangrijk deel van het Zoniënwoud op het grondgebied. Bovendien wordt de gemeente gekenmerkt door een zeer gevarieerd reliëf met valleien, hellingen en plateaus. Maxilimilien Fontaine: “Dat reliëf zorgt ervoor dat elke regenbui op de één of andere manier een impact heeft op onze inwoners. Een doordacht waterbeheer in combinatie met de verbinding van het Zoniënwoud met achterliggende groene structuren is dus cruciaal om een leefbare gemeente te zijn en te blijven. Want door de wederkerende waterproblematiek is hemelwater een materie die heel wat bewoners bezighoudt.” “Ook de verhoogde aandacht rond klimaatopwarming maakt dat veel inwoners met hernieuwde interesse naar groen en blauw kijken. Het is echter duidelijk dat voor velen het grote plaatje nog erg abstract is. We zijn ons ervan bewust dat we nog heel wat moeten investeren in informatie, sensibilisering en burgerparticipatie. Onze deelname aan dit project is alvast een stap in de goede richting. We hopen een beleidsplan uit te werken dat een strategisch kader geeft voor de toekomstige ordening van onze ruimte, het beheer van het (hemel)water en het inbedden van hoogwaardig groen in de openbare ruimte. Onze ultieme droom? De Voer weer zo proper krijgen dat we er terug in kunnen zwemmen.”

13.


AQUA 2021/3

aar n n i W rio Vla atie Innorvijs p

Minder verkeer, meer ruimte voor water

De Marnixwijk in Overijse is een complexe wijk wat betreft ruimtelijke ordening. Ze ligt in een sterk hellend landschap met heel wat verharding. De lager gelegen zones van de wijk kampen dan ook geregeld met wateroverlast. Bijkomend is er stroomafwaarts een overstort op de Nellebeek, een ecologisch kwetsbare zijloop van de Ijse. Via die noodoverlaat op het rioolstelsel komt bij regenweer te vaak verdund huishoudelijk afvalwater in de beek terecht. En ook het naburige dorp Eizer ondervindt wateroverlast door afstroming vanuit de Marnixwijk. Een oplossing drong zich op…

Herinrichting Marnixlaan

14.


Herinrichting Kasteellaan

I

n 2015 startte Aquafin in samenwerking met de gemeente Overijse met een alternatief traject rond bronmaatregelen om een oplossing te bieden voor de wateroverlastproblematiek. De standaardmaatregelen boden namelijk geen structurele oplossing voor de wijk. Het veilig afvoeren van regenwater en verminderen van wateroverlast in de centraal gelegen Marnixlaan definieerden de eerste fase van het ambitieuze plan. Gezien de urgentie ervan werd de uitvoering van een centrale, bovengrondse buffering al uitgevoerd in 2018. Om de wijk écht klimaatrobuust te maken, werd er een alomvattend visieplan opgemaakt voor de volledige wijk met als doel afstromend hemelwater maximaal ter plaatse te houden. Niet evident, gezien de grote hellingen…

Mobiliteit en blauwgroene inrichting gaan hand in hand Binnen een bestaande wijk met bestaande infrastructuur is het geen evidentie om voldoende ruimte te vinden voor water, maar er is vaak meer mogelijk dan je op het eerste gezicht zou denken. De sleutel tot succes voor de Marnixwijk werd gevonden in het ‘Fix The Mix’-principe, een alternatieve benadering van mobiliteit waarbij alle verkeersvormen op een veilige en uitnodigende manier gemengd worden. In zowat alle straten maakt het tweerichtingsverkeer plaats voor eenrichtings-, bestemmingsverkeer. Op die manier creëer je meer mogelijkheden voor ontharding en bevorder je de verkeersveiligheid, in één klap. Mooie opportuniteiten bieden zich aan op het vlak van ontharding en het ter plaatse houden van het afstromende hemelwater. Op strategische plaatsen worden er bufferen infiltratiezones voorzien, bermen worden vergroend en parkeerplaatsen worden waterdoorlatend. De Marnixwijk is een mooi voorbeeld van het belang om uit te zoomen en verder te kijken dan die ene straat of projectzone. Door oplossingen op schaal van een volledige wijk te bedenken, komen we tot meer duurzame scenario’s en zullen ook de fasering en afbakening van de verschillende maatregelen of projectzones beter op elkaar afgestemd worden.

Burgerparticipatie Om ook de burger maximaal te sensibiliseren en te betrekken in de keuzes die gemaakt worden op openbaar terrein, wordt een participatietraject opgezet in samenwerking met de provincie Vlaams-Brabant, in het kader van het interbestuurlijk beleidsplan Horizon+. (zie p.12) Gezien de grote bijdrage van afstromend hemelwater van het privaat terrein, wil Overijse lokale infiltratie en hergebruik stimuleren. Aquafin zal samen met de gemeente en de burgers bekijken hoe gerichte sensibilisering en subsidiëring daarbij kunnen helpen. De gezamenlijke benadering van waterproblematiek op grotere schaal (wijk of dorp) draagt bij aan een projectenportefeuille die gefaseerd kan worden aangepakt zonder de algemene visie te ondermijnen. Iets wat ook andere gemeentebesturen niet is ontgaan, gezien de vele lovende reacties die zowel de gemeente Overijse als Aquafin ondertussen ontvingen.

IN DE PRIJZEN Op de Vlariodag die in september plaatsvond, sleepte de Klimaatrobuuste Marnixwijk de Innovatieprijs ‘Visie en concept’ in de wacht. Blauwgroen denken wordt beloond!

15.


AQUA 2021/4 AQUA 2021/4

Onderzoek naar droogte en hitte werd er een naar sponsfunctie van tuinen Als het van het onderzoeksteam van CurieuzeNeuzen afhing, werd ‘gazondolk’ het woord van 2021. CurieuzeNeuzen liet afgelopen jaar 5000 burgers zo’n gazondolk in hun tuin steken. Doel: de droogte en hitte in Vlaanderen in kaart brengen. Het werd dan wel geen hete zomer, toch leverde ook het natte jaar zeer interessant onderzoeksmateriaal op. Het belang van de sponsfunctie van de bodem werd nauwkeurig in kaart gebracht met de data die de gazondolken via het Internet of Things doorstuurden.

C

urieuzeNeuzen in de Tuin is een grootschalig burgeronderzoek naar hitte en droogte in Vlaanderen. In april 2021 kregen 5000 enthousiaste burgers een gazondolk die ze in het midden van hun tuin moesten steken om de bodemtemperatuur en -vochtigheid een half jaar lang te meten. Via het Internet of Things werden de data dagelijks naar de databank van CurieuzeNeuzen doorgestuurd. Bedoeling was om na te gaan hoe weerbaar Vlaanderen is tegen toekomstige droogteperiodes en hittegolven. Filip Meysman, professor biogeochemie aan de Universiteit Antwerpen, vertelt hoe de verwachtingen van het onderzoeksteam tijdens de campagne werden bijgesteld: “De meetcampagne liep van april tot oktober 2021. We gingen ervan uit dat in die periode wel een hittegolf of lange droogteperiode zou vallen, net zoals vorige zomers. Dat bleek dus niet het geval… Maar niet getreurd, de data die binnenliepen uit de tuinen bevestigden de meerwaarde van het meetnetwerk.”

Duidelijke patronen “Eigenlijk hebben we zelfs drie zeer interessante periodes gezien in 2021. In april was er een periode met late en strenge nachtvorst. Dat was een eerste belangrijke test voor de gazondolk. Door ons netwerk van 5000 sensoren kregen we direct data binnen en konden we duidelijke patronen tussen stad en platteland herkennen: tuinen op het platteland waren gemiddeld 5 graden kouder dan in de stad. In juni was er een korte droge en warme periode, met op 18 juni de warmste dag van de meetperiode. Ook daar zagen we behoorlijke verschillen: tuinen met bomen waren gemiddeld 3 graden koeler dan tuinen zonder bomen. Kortom, bomen zorgen voor een natuurlijk airco-effect. De temperatuurdata die de gazondolken ‘s nachts doorstuurden, toonden dan weer de effecten van hitte-eilanden. Steden zoals Antwerpen en Gent steken er dan met kop en schouders bovenuit.” “En dan was er natuurlijk die kletsnatte zomer. Plots veranderde het grootste burgeronderzoek naar hitte en droogte in het grootste burgeronderzoek naar de

sponswerking van tuinen. We kregen ontzettend mooie data binnen over infiltratie en doorlaatbaarheid van de bodem. De gemiddelde CurieuzeNeuzen-tuin infiltreerde 440 liter water over de periode van mei tot oktober. Het gazondolkmeetnetwerk liet duidelijk zien hoe een om water te laten doorsijpelen dieper naar het grondwater in plaats van af te voeren naar de riolering. Op onze kaart van CurieuzeNeuzen zagen we op 15 juli een heel groot verschil tussen Limburg, dat een groot deel van de waterbom over zich kreeg, en de rest van Vlaanderen. In Limburg waren onze sensoren compleet verzadigd. De cijfers van de gazondolk correspondeerden bovendien mooi met de neerslaggegevens van het KMI.”

Resultaten Bij het drukken van deze Aqua, waren de exacte resultaten nog niet bekend, maar Filip Meysman licht al graag een tipje van de sluier: “Om te beginnen, zijn wij als onderzoeksteam ontzettend blij met de rijke dataset die we dankzij de 5000 meetpunten binnenkregen. Dat stelt ons in staat om statistisch relevante conclusies te trekken, patronen te herkennen en bepaalde effecten met harde cijfers te onderbouwen. Zonder een uitgebreid netwerk met duizenden meetpunten is het moeilijk om het airco-effect van bomen in de tuinen te kwantificeren. Nu is ons dat wel gelukt. Daarenboven geven de data ons inzicht waarom bepaalde bodems beter infiltreren dan andere en illustreren ze heel duidelijk het belang van die sponswerking van tuinbodems.”

De deelnemers van CurieuzeNeuzen kregen eind december hun persoonlijk tuinrapport. Benieuwd naar de algemene resultaten voor Vlaanderen? Check www.curieuzeneuzen.be of scan de QR-code.

16.


“Sommige bodems hebben zelfs meer water verwerkt dan er gevallen is. Die tuinen hebben niet alleen hun eigen regenwater geabsorbeerd, maar ook een deel van de buren, of water dat afstroomt van verharde oppervlaktes in de omgeving.”

Wegens succes verlengd! Het succes van het gazondolken-netwerk was niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. “Dit is de eerste keer internationaal dat een dergelijk groot netwerk van sensoren via het Internet of Things wordt uitgerold”, gaat Filip verder. “Het was dan ook bang afwachten tot de eerste data binnenstroomden. Gelukkig verliep alles vlot en heeft het netwerk van de gazondolken zijn kracht bewezen.” Daarom organiseert CurieuzeNeuzen in 2022 een nieuwe meetcampagne. “We hebben nog een hele reeks onderzoeksvragen die we willen beantwoorden en een langere datareeks zal daarbij helpen. Mogelijk capteren we volgend jaar ook langere droogteperiode die we misten in 2021”, argumenteert Filip. Ook bij de deelnemers was er veel enthousiasme om verder te gaan. Van de bestaande deelnemers wilden er maar liefst 3000 opnieuw hun tuin opnieuw ter beschikking stellen aan de onderzoekers.

Ze krijgen hiervoor een verbeterde gazondolk, met nieuwe software, die het netwerk nog robuuster moet maken.

Blauwgroene oplossingen Ook Aquafin blijft in 2022 partner van CurieuzeNeuzen. De link met het project is dan ook zonneklaar. Door de klimaatverandering krijgen we niet alleen te maken met langere droogteperiodes, soms kan het lokaal ook heel hard regenen met wateroverlast tot gevolg. Een klimaatbestendige inrichting met zo weinig mogelijk verharding en meer ruimte voor water en groen is de beste oplossing om ons te wapenen tegen deze weersextremen. Op www.blauwgroenvlaanderen.be vindt u ideeën om uw tuin, oprit, gevel of dak klimaatbestendig te maken. Daarnaast adviseren we steden en gemeenten ook met de opmaak van hemelwater- en droogteplannen voor een duurzaam waterbeheer. Verder passen we ook in onze eigen rioleringsprojecten blauwgroene maatregelen toe waar het kan.

5 EENVOUDIGE TIPS VOOR EEN KLIMAATROBUUSTE TUIN 1. Onthard! Creëer natuurlijke terrassen, plaats grasdallen in plaats van stenen, denk aan groene hagen. Kortom: vervang grijs door groen en geniet van verkoeling op hete dagen, zwoele nachten én vang zo ook regenbommen op. 2. Zorg voor schaduw. Bomen zijn natuurlijke airco’s: ze verdampen water, creëren luchtstroming en verkoelen instant. 3. Lui zijn brengt op! Laat je gras wat langer staan en maai het een keer minder. Langere vegetatie zorgt voor meer verkoeling in de zomer en beschermt je gras tegen uitdroging. 4. Wees nog luier en laat je afgereden gras liggen. Dat zorgt voor extra koolstof in de bodem, de grond wordt rijker aan organisch materiaal waardoor de waterabsorptiecapaciteit van de bodem vergroot. 5. Geniet nog meer van je tuin! Mensen met een tuin spenderen gemiddeld 9u22min per week in hun tuin. Verdubbel dat. Je tuin is van ongelooflijke en kostbare waarde!

17.


AQUA 2021/4

PROJECT IN DE KIJKER

Renovatie pompstation ontlast Kruibeekse polders Via het pompstation aan de Ganzemeerstraat in Bazel passeert

Alles in één project

maar liefst 45% van al het rioolwater dat door de zuiverings-

De renovatie was een uitdagende combinatie van complexe elektromechanische, elektrische en bouwkundige aanpassingen. Want naast het vervangen van de pompen en het vernieuwen van de volledige elektrische installatie, werd ook het leidingwerk grotendeels gerenoveerd en werd er een solventvrije coating aangebracht in de natte kelder. Verder werd het pompstation nog uitgerust met een installatie voor de dosering van ijzerchloride. Bram Bogaerts: “Ijzerchloride zorgt ervoor dat er geen waterstofsulfide (H2S) gevormd wordt aan de uitstroom van de persleiding. Waterstofsulfide in de rioollucht kan betonnen buizen of constructies aantasten, geurhinder veroorzaken in de omgeving en in bepaalde gevallen een situatie veroorzaken waarbij het gevaarlijk wordt om de rioolinfrastructuur te betreden.”

installatie in Temse behandeld wordt. Vorige zomer werd deze belangrijke schakel volledig gerenoveerd binnen een complex en uitdagend project. Doordat het pompstation nu aanzienlijk meer rioolwater kan verpompen, wordt het overstortvolume sterk beperkt.

H

et uitgebreide patrimonium van Aquafin vraagt niet alleen een zorgvuldig periodiek onderhoud, maar op het juiste moment ook een grondigere aanpak. Een team specialisten op het gebied van elektromechanica renoveert en optimaliseert de assets om ze naar hogere standaarden te brengen op het vlak efficiëntie, bedrijfszekerheid, veiligheid, … Het project in Bazel (Kruibeke) is zo’n mooi voorbeeld van een sterk staaltje projectmanagement.

Meer rioolwater verpompen “Het hoofddoel van dit project was om het EPI (Ecologische Performantie Indicatoren)debiet te verhogen. Dat is het debiet rioolwater dat minimaal moet verpompt worden volgens het aantal aangesloten inwoners op het rioleringsstelstel en het type rioleringsstelsel”, zegt projectleider Bram Bogaerts.

Hiervoor moesten er nieuwe, krachtigere pompen geplaatst worden. Maar het vervangen van pompen komt niet alleen. “Krachtigere pompen plaatsen, betekent natuurlijk ook dat je meer elektrisch vermogen nodig hebt. Daarom werd ook de lokale hoogspanningstransformator, de sturingkast (met frequentiedrives) en de volledige bekabeling vernieuwd.” De verhoging van het EPI-debiet was nodig om de werking van een noodoverlaat of overstort iets verderop te beperken. Het afvalwater dat niet kan verpompt worden, ontsnapt via die weg naar een waterloop en komt in dit geval terecht in de Kruibeekse polders, een waardevol natuurgebied. Door de capaciteit van de pompen op te voeren, kan er meer water verpompt worden naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Temse. “Zo wordt er meer afvalwater gezuiverd én beperken we de overstortwerking”, zegt Bram.

POMPSTATION GANZEMEERSTRAAT IN CIJFERS 16.500 inwoners aangesloten (Kruibeke en deelgemeenten) EPI-debiet van 315 l/s 45% van het totaal toekomende debiet op RWZI Temse passeert hier 3 krachtige pompen in een 2 (actieve) + 1 (reserve)-opstelling

18.

Doordat al deze verschillende disciplines gecombineerd werden in één project, moest alles ook op elk moment mooi in elkaar passen. Dat vraagt om voortdurende afstemming, soms zelfs letterlijk tot op de minuut. “Zo hadden we voor de renovatie van een cruciaal gedeelte van het leidingwerk drieënhalf uur de tijd. Als de installatie na die periode niet terug opgestart was, hadden we een overstort van afvalwater als gevolg. Loskoppelen, omhoog en omlaag hijsen, plaatsen en aansluiten van nieuwe leidingdelen op die korte tijdspanne, dat was toch spannend”, geeft Bram Bogaerts toe. “Ik stond die dag letterlijk met de chronometer in de hand (lacht). Ook onze aannemer Maestro Pumps was goed voorbereid. Hij stelde een zeer gedetailleerde planning op waarin elke handeling tot op de minuut beschreven stond.”


vlnr: Johan De Bruyn, Bart Van Der Eecken (Maestro Pumps), Wim Pauwels, Bram Bogaerts

“Hij testte vooraf onder andere waar de stroppen rond het nieuwe leidingwerk precies moesten komen zodat het stabiel hing en vlot naar beneden kon worden gelaten, zonder tijdsverlies. De goede voorbereiding en het engagement van alle partijen hebben vruchten afgeworpen tijdens de uitvoering.” De combinatie van alle facetten in één project was een ambitieuze maar bewuste keuze. Volgens Bram levert het meer efficiëntie op: “Wanneer we het project zouden hebben opgedeeld in verschillende deelprojecten, hadden we nooit hetzelfde resultaat bekomen. Je mist dan opportuniteiten doordat er minder overlapping is. Nu konden we alles gestructureerd en gelijktijdig onder handen nemen waardoor we konden inspelen op implicaties tijdens de werffase.”

HET IS ‘MAAR’ EEN POMPSTATION? Een pompstation is de cruciale schakel tussen het gecollecteerde afvalwater en onze rioolwaterzuiveringsinstallaties. Een pompstation bestaat, het woord zegt het zelf, uit pompen. Die onttrekken het toekomende afvalwater uit een ondergrondse kelder en brengen de watermassa naar de uitstroom van de persleiding. De uitstroom van deze persleiding stroomt soms rechtstreeks, soms nog via een gravitaire collector naar de dichtstbijzijnde rioolwaterzuiveringsinstallatie. Pompstations spelen dus een cruciale rol in het rioolwaterzuiveringsverhaal. “De RWZI mag nog zo groot en efficiënt zijn, als het afvalwater niet toekomt, valt er niets te zuiveren”, zegt Bram Bogaerts.

Spectaculair resultaat Aquafin werkt voor veel projecten goed en intensief samen met studiebureaus, maar realiseerde dit renovatieproject met eigen knowhow. “We hebben veel waardevolle, specifieke kennis in huis die we maximaal willen benutten”, zegt Bram. En het resultaat mag er zijn. De totaalrenovatie maakte van het pompstation een bedrijfszekere en energie-efficiënte installatie waarbij de grotere hoeveelheid afvalwater die toekomt ook effectief wordt doorgepompt naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Daardoor zal het overstortvolume zeer sterk beperkt worden. Volgens berekeningen is het gewonnen netto-overstortvolume op jaarbasis 50.000 m³, dat zijn maar liefst 5 miljoen emmers water.

2.

3.

5. 4.

1. 1. Natte kelder (instroom afvalwater) 2. Aanzuigleiding 3. Stijgleiding 4. Droog opgestelde pomp 5. Lokale sturingskast

19.


AQUA 2021/4

Een kwarteeuw carrière in de watersector Al snel na de opstart van Aquafin kwam Alain Vandelannoote aan boord als milieucoördinator en manager Milieu. In het najaar van 2021 ging hij met pensioen, maar niet zonder een fijn gesprek met Aqua over opmerkelijke evoluties en zijn passie voor vissen.

T

erwijl het coronavirus in een vierde golf om zich heen grijpt en ons doen en laten alweer beperkt, maakt Alain Vandelannoote stiekem toch plannen voor verre reizen wanneer het weer kan. Hij heeft er de tijd voor, nu hij de deur bij Aquafin achter zich dicht trok na een indrukwekkende loopbaan. De pracht van de natuur en de interesse in vervallen steden van oude culturen trokken hem altijd al aan.

BEEKPRIK TERUG VAN BIJNA UITGESTORVEN Zuiver water geeft letterlijk zuurstof aan vissen. De beekprik is zo’n typisch voorbeeld van een soort die tot in de jaren ’70 veel voorkwam in de Kleine Nete en al haar zijtakken. Door de vervuiling verminderde het aantal exemplaren jaar na jaar, tot er enkel nog overbleven in één tak stroomopwaarts van de Zwarte Nete, daar waar er in Retie een rioolwaterzuiveringsinstallatie was. Vandaag is de beekprik opnieuw wijdverspreid te vinden in de regio, zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts.

20.

Goudzoeker Nadat hij aan de Universiteit Antwerpen doctoreerde als bioloog na er 10 jaar lang wateronderzoek te hebben gedaan, kreeg Alain de kans om eind jaren ‘80 beroepshalve voor enkele jaren naar de DR Congo, toen nog Zaïre, te trekken. Hij doceerde er aan de universiteit van Kisangani en deed er onderzoek naar de waterkwaliteit en visbestanden in de lokale waterlopen. Zo onderzocht hij er de link tussen de scheikundige toestand van de waterloop en de aanwezigheid van kleine waterbeestjes. Hij ging na of dat verband hetzelfde was als in Vlaamse beken. Later keerde hij nog eens voor vier jaar terug naar Midden-Afrika. In Burundi startte Alain mee een hydrobiologisch instituut op aan de oevers van het Tanganyikameer. Hij bracht er de invloed van de zijbeken en -rivieren in kaart, de waterkwaliteit en de aanwezige macroinvertebraten. “Elke steen in die beken en rivieren keerden we om, op zoek naar soorten. De mensen daar dachten dat we goud of diamanten zochten”, lacht hij. Zijn Afrikaanse avonturen leerden Alain dat de ecosystemen ginds veel minder geïmpacteerd waren dan bij ons. En ook dat het er met de waterkwaliteit midden in een grote stad als Kisangani best goed zat toen hij er met zijn ploeg bij een allereerste elektrische visvangst in een stedelijk beekje zelfs een nieuwe cichlidensoort ontdekte. “Riolen lagen er bijna niet en elke vorm van waterzuivering ontbrak, maar iedereen had een sterfput waardoor er geen afvalwater in het oppervlaktewater terechtkwam”, zegt Alain.

“Wellicht ten nadele van het grondwater maar als bioloog kijk je natuurlijk in de eerste plaats naar het leven in de beken en rivieren.”

Snelheid gemaakt in Vlaanderen Het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater stond voor Alain ook tijdens zijn hele carrière bij Aquafin op het voorplan. In tegenstelling tot veel andere natuurliefhebbers was hij wél een grote voorstander van de grootschalige aanpak bij de uitbreiding van de waterzuiveringsinfrastructuur in stedelijk gebied. “We hadden hier zoveel achterstand ten opzichte van onze buurlanden dat het echt wel vooruit moest gaan”, motiveert hij zijn standpunt. “Dat de visbestanden in regio’s waar al collectoren lagen en er waterzuivering was het opmerkelijk beter deden dan elders, was het beste bewijs dat die grootschalige nieuwbouwoperaties onmiddellijk veel impact hadden. Bovendien zijn de zuiveringsnormen voor klassieke grotere rioolwaterzuiveringsinstallaties veel strenger dan voor kleinschalige installaties en zijn ze minder kwetsbaar voor sluiklozingen.” Met de versnelde uitbouw van de bovengemeentelijke zuiveringsinfrastructuur steeg het percentage huishoudelijk afvalwater dat gezuiverd werd in Vlaanderen gedurende de eerste decennia met 2 à 3% per jaar. Te weinig volgens kritische stemmen maar in absolute cijfers wel degelijk spectaculair. Alain: “Waterzuivering is nu eenmaal een werk van lange adem. Het tempo van die beginjaren betekende tegelijk wel dat elk jaar cumulatief het afvalwater van 150.000 inwoners niet meer in een waterloop terechtkwam. Op 10 jaar tijd werd de zuiveringsgraad met maar liefst 25% opgetrokken door gigantische investeringen. Helaas is die stijging de laatste jaren wel wat stilgevallen.”


“

Trots op de evolutie die de Vlaamse waterlopen doormaakten.” Alain Vandelannoote

“We halen in Vlaanderen nu nog amper een halve percent per jaar. En dat terwijl die laatste 15% nog heel belangrijk zijn voor het leven in de beek. Aquafin heeft dus een belangrijke taak om samen met de gemeentelijke beheerders en lokale besturen de krachten te bundelen.”

Zuurstof is leven Als bioloog en milieucoördinator focust de blik van Alain zich steevast op het zuurstofgehalte in het oppervlaktewater: “Zuurstof is de bron van alle leven. Volgens de Vlaamse Milieumaatschappij was het zuurstofgehalte van slechts 61% van onze beken en rivieren anno 2020 op peil en dit met een zuiveringsgraad van 85%. Dat onderstreept nog maar eens het belang van de zuivering van huishoudelijk afvalwater in het buitengebied én de optimalisatie van het bestaande netwerk, zodat de impact van de meer dan 8.000 overstorten kan verminderd worden. Niet alleen voor de vissen, maar ook voor macro-invertebraten, fytoplankton, kiezelwieren en zelfs hogere water- en oeverplanten, die allemaal belangrijk zijn voor de Europese Kaderrichtlijn Water. ” Als één van de pioniers van Aquafin is Alain trots op de duidelijke evolutie die de Vlaamse waterlopen de afgelopen 30 jaar doormaakten en de rol die het bedrijf daarin speelde. “We hadden bijvoorbeeld een belangrijke inbreng in het masterplan, de zoneringsplannen en de gebiedsdekkende uitvoeringsplannen die het Vlaamse Gewest opstelde om op hetzelfde niveau te geraken als onze buurlanden. Ik hoop dat de nieuwe rol van Aquafin om bovengemeentelijke en gemeentelijke investeringen beter op elkaar af te stemmen, een nieuwe stimulans zal zijn om het ecologische doel te halen, te beginnen met overal voldoende opgeloste zuurstof in het oppervlaktewater. Natuurlijk zal ik dat van nabij blijven volgen, via de rapporten van de VMM en misschien ook in de praktijk als ik mijn vishobby weer oppik!”

OPMERKELIJKE EVOLUTIES OP 30 JAAR 1990

2020

Aantal rioolwaterzuiveringsinstallaties

100

323

Zuiveringsgraad

26%

85%

Rioleringsgraad

79%

88%

Zuurstofgehalte waterlopen op peil

25%

61%

21.


AQUA 2021/4

Klimaatrobuuste wegopbouw doorstaat de test met glans

De aanleg vraagt een iets andere aanpak dan een klassieke wegopbouw.

Een waterinfiltrerende onderfundering in combinatie met een klassieke toplaag. Deze nieuwe vorm van wegopbouw werd voor het eerst toegepast in het West-Vlaamse Staden. Een behoorlijk nat jaar verder bewijst het concept dat het werkt én sleept het de FEBE Element Award in de wacht.

22.

R

egenwater ter plaatse houden en het de ruimte geven om in de bodem te dringen, is de beste manier om onze omgeving aan te passen aan een veranderend klimaat. Daarvoor zijn vaak eenvoudige bovengrondse oplossingen mogelijk. Maar niet overal is er voldoende plaats om regenwater langs de rijweg op te vangen en te laten infiltreren in grachten, wadi’s of bufferbekkens. En een waterdoorlatend wegdek kan niet aangelegd worden op wegen met veel verkeer.

Rik Debusschere, projectleider en infiltratiespecialist bij Aquafin, ontwikkelde daarom in samenwerking met AB Roads en het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw (OCW) twee jaar geleden een onderfundering die niet alleen zorgt voor stabiliteit maar die ook als buffer dient om het water te laten infiltreren in de bodem. En dat met een afwerking in eender welke klassieke toplaag. Het regenwater stroomt van het wegdek af in een extra grote infiltratiekolk die ook als filter dient. Vervolgens loopt het verder via een U-goot in de onderfundering die het langzaam afgeeft aan de bodem.


Anders denken “Onze redenering ging natuurlijk recht in tegen het gangbare principe dat de onderfundering vooral droog moet blijven om de stabiliteit te garanderen,” zegt Rik Debusschere. “Dat nooit eerder nieuwe standaardbepalingen zo snel in het standaardbestek voor de wegenbouw werden opgenomen, bewijst dat de sector vertrouwen heeft in het concept. We hadden de specifieke samenstelling dan ook uitgebreid getest samen met het OCW en AB Roads.” Eigenlijk begint het omgekeerd denken al bij de ontwerpfase. Het ontwerp van de bovenbouw bepaalt namelijk hoe de onderfundering eruitziet. Factoren als het type bestrating en of er al dan niet bomen zijn, beïnvloeden de opbouw. Ook de aanleg vraagt een andere aanpak dan wat aannemers gewend zijn. Eens er is afgegraven tot de onderkant van de nieuwe onderfundering, mogen er geen zware machines meer over. Die kunnen de bodem verdichten en zo de waterdoorlatende functie tenietdoen.

Nog beter dan verwacht Dat de klimaatrobuuste wegopbouw wel degelijk werkt, blijkt nu ook uit de praktijk. Het concept werd voor het eerst toegepast bij de heraanleg van de Slijperstraat in Staden (Oostnieuwkerke). De rijweg kreeg een waterdoorlatende onderfundering met een asfaltlaag. Het regenwater van de fiets- en voetpaden stroomt ook af naar de infiltrerende om een eerste toepassing gaat, wordt het sponseffect van de nieuwe weg voortdurend gemonitord. De resultaten zijn nog beter dan verwacht. Rik Debusschere: “Het voorbije jaar was bijzonder nat met zowel langdurige regen als korte, hevige buien. Een goede test dus voor het systeem. Daarenboven heeft het gebied een leemachtige ondergrond, niet meteen de meest waterdoorlatende. Desondanks heeft de overloop op geen enkel moment gewerkt.”

Via monitoring kunnen we opvolgen hoeveel regenwater het systeem infiltreert.

“Daarom onderzoeken we nu of we dit kunnen oplossen door bijvoorbeeld om de 20 meter een afdamming in te bouwen. In een toekomstig project in Turnhout gaan we dit voor het eerst toepassen bij een hellingsgraad van 5% waar bovendien geen aparte leiding meer komt voor hemelwater.”

“

Onze redenering ging in tegen het gangbare principe dat de onderfundering vooral droog moet blijven om de stabiliteit te garanderen.” Rik Debusschere

MONITORING TOONT GOEDE VOCHTOPNAME De nieuwe wegopbouw werd voor het eerst toegepast in de Slijperstraat in Staden. De werking van de infiltrerende onderfundering wordt er continu gemeten op drie punten. Benieuwd naar het resultaat? Scan de QR-code!

EEN VLIEGENDE START De waterinfiltrerende wegopbouw is het voorbije jaar met veel interesse opgemerkt in binnen- en buitenland. Het eerste project waar het concept werd toegepast, won in november de FEBE Elements Award in de categorie ‘Precast in Infrastructure’. De jury loofde deze innovatieve benadering die resulteert in de combinatie van een goed berijdbare weg en optimaal waterbeheer zonder extra volume in te nemen. Eerder stelde Rik Debusschere het concept ook al voor aan geïnteresseerde Nederlandse gemeenten en werd het gedeeld door de Europese federatie van de prefabbetonindustrie. Bij ons zien het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) en Infrabel potentieel en wordt er ook in Brussel en Wallonië over gepraat. Aquafin zelf heeft plannen voor een verdere uitrol op acht extra locaties, waaronder een gewestweg en een industriezone met zwaar verkeer.

Debusschere neemt wel een aandachtpunt mee uit dit eerste project: “Zo’n hoge doorlatendheid zou bij steile hellingen eventueel opstuwing van het wegdek kunnen veroorzaken op het laagste punt.”

23.


Al deze warmte verloren laten gaan? Niet met riothermie! Webinar 'Duurzame warmte met riothermie' Save the date

8 maart 2022 15u

Duurzame warmtebron

Lange levensduur

Snel & efficiënt geplaatst

R

ioolwater bevat veel restwarmte uit douches, wasmachines, vaatwassers, … Met een warmtewisselaar kan die perfect gebruikt worden om bijvoorbeeld warmtenetten te voeden. Ontdek in ons webinar waar en hoe riothermie zich leent voor collectieve verwarming. Steden en gemeenten ontvangen binnenkort een digitale uitnodiging.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Aqua 2021-4 by Aquafin - Issuu