Driemaandelijks • oktober-november-december 2017 • afgiftekantoor Leuven Masspost
P209940
DRIEMAANDELIJKS MAGAZINE VAN AQUAFIN 2017/4
Innovatie geeft afvalwater een nieuwe toekomst 14
Duurzaam samenwerken met ontwerpers
16
Exoten in Vlaanderen: spannend of verontrustend?
2
AQUA 2017/4
VOORWOORD
A
f en toe maak ik graag tijd om een kijkje te nemen bij medewerkers die ergens buiten het hoofdkantoor aan de slag zijn. Zo stond recent een routinecontrole van een ‘IBA’ op het programma. Dat is een kleine waterzuiveringsinstallatie, bedoeld voor slechts één woning. Na wat zoekwerk door Flanders’ Fields rijden Gudrun, manager van het IBA onderhoudsteam, en ikzelf uiteindelijk de juiste oprit op.
Specialist Frankie wacht ons op. Vanachter een ‘voilegordijn’ worden we door een bewoner vriendelijk toegeknikt. Een paar tuinkabouters in het gazon verbazen zich over deze winterse drukte. Het afsluitdeksel van de IBA wordt open gelegd en een fijn stukje techniek openbaart zich. Dezelfde bacteriën die in onze grote installaties het afvalwater van soms honderdduizenden inwoners zuiveren doen hier een privéklus voor dit Werviks gezin. Het gezuiverde afvalwater blijkt prima aan de normen te voldoen. Maar binnenin de behuizing van de pompjes die de bacteriën van lucht voorzien, heeft Frankie een kleine aanpassing gedaan om schade door trillingen te vermijden. Ook na het installeren van zoveel IBA’s blijken verbeteringen dus nog steeds mogelijk. We geven het door aan de ontwerpers.
Continu verbeteren. Innovatie. Dat is wat we ook op grote schaal doen. In deze steeds sneller draaiende wereld is de toekomst aan ondernemingen die opportuniteiten vroegtijdig identificeren en vertalen naar nieuwe technologie. Ons research team verricht dan ook onderzoek op vele fronten waaronder het recupereren van energie en het recycleren van nutriënten uit afvalwater. Fosfor is een belangrijk voorbeeld, want een essentieel voedingselement waarvan de voorraden wereldwijd slinken. Dergelijke research beoogt niet alleen duurzaamheid, maar is eveneens van strategisch belang. Naast IBA’s en innovatie komen in deze Aqua nog veel andere thema’s aan bod. Ik wens jullie dan ook veel leesplezier en meteen een gezond 2018! l Jan Goossens Algemeen directeur
INHOUD 6 8
Onderzoek met maatschappelijke meerwaarde Hemelwaterplan wordt staaltje integraal waterbeleid
10 14 16 18
Meander
20 22
Voor Protos naar Madagaskar
24
Ons Contactcenter: eerste aanspreekpunt bij vragen
26
Door de lens van Misjel Decleer
Awards 2017 - de winnaars! Duurzaam samenwerken met ontwerpers
4 INNOVATIE GEEFT AFVALWATER EEN NIEUWE TOEKOMST
Exoten in Vlaanderen: spannend of verontrustend?
Vochtige doekjes verstoppen nog altijd pompen
Coverfoto: Marjolein Weemaes en Jan Goossens bij de ultrafilter, een extra zuiveringsstap die we testen.
12 OP STAP MET EEN IBAONDERHOUDSTECHNIEKER
V.u.: Jan Goossens, Dijkstraat 8, B-2630 Aartselaar, ondernemingsnummer 0440.691.388 Het contactcenter van Aquafin NV is op weekdagen te bereiken van 8 uur tot 19 uur, op het nummer 03 450 45 45, of via contact@aquafin.be Noodnummer buiten de werkuren: 0800 16 603 Ombudsman: 0472 450 450 of ombudsman@aquafin.be Aqua wordt gedrukt op milieuvriendelijk papier. Fotografie: Aquafin, Yves Vermeulen, Misjel Decleer, Frederik Beyens, Shutterstock
Volg ons op
3
An Dina
Dina De Vadder en An Devaere leidden het groenteam dat van Chap’eau een milieuvriendelijk evenement maakte.
Aquafin schenkt prijzengeld GroeneVent aan Limburgs Landschap
I
n oktober sleepte Aquafin de GroeneVent award van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) in de wacht in de categorie “kleine evenementen tot 3.000 bezoekers” voor de organisatie van Chap’eau. Met de GroeneVent wil OVAM de organisatoren van festivals, sportmanifestaties, fuiven, stoeten en andere openbare evenementen helpen bij het verduurzamen van hun evenement. De award wordt toegekend aan het evenement dat op dat vlak de meeste inspanningen toonde. “Chap’eau is een evenement dat we nu al vier keer georganiseerd hebben samen met de Vlaamse Milieumaatschappij, Natuurpunt en lokale partners om de verbeterde waterkwaliteit te vieren. Logisch dus dat we het zo ecologisch mogelijk houden,” vertelt An Devaere van het Chap’eau-groenteam. “We genereren bijvoorbeeld zo weinig mogelijk afval dat we gescheiden inzamelen, gebruiken herbruikbare bekers, leggen een milieu-
vriendelijke shuttledienst in en plaatsen een trampoline in plaats van een springkasteel dat veel energie vraagt.” “Dat we Chap’eau elk jaar op een andere locatie organiseren en ondanks die logistieke uitdagingen toch veel aandacht hebben voor milieu en duurzaamheid, was doorslaggevend om de GroeneVent award te winnen,” vult haar collega Dina De Vadder aan. Naast de award zelf mocht Aquafin ook een cheque ter waarde van duizend euro in ontvangst nemen. Het bedrijf schonk het geld aan de vzw Limburgs Landschap, de beheerder van het natuurdomein in de Warmbeekvallei waar Chap’eau in september plaats vond. “Een leuke verrassing,” reageerde Heleentje De Brauwer in naam van de vzw. “Dit bedrag gaat in het spaarpotje voor de Warmbeekvallei zodat het zeker daar geïnvesteerd wordt voor natuurherstelwerken.”
“Momenteel staat er nog geen concreet project op stapel maar we hebben er zeker nog plannen in de toekomst. Dat kan gaan van het graven van poelen tot het herstellen van laagtes en het inrichten van voorzieningen om amfibieën aan te trekken. Met duizend euro kunnen we absoluut al mooie dingen realiseren.” l
4
AQUA 2017/4
DOSSIER RESEARCH Innovatie geeft afvalwater een nieuwe toekomst Zullen we in de toekomst onze huizen verwarmen met warmte uit rioolwater? Of wat te denken van bioplastic dat gemaakt is met de restanten van toiletpapier? Aquafin focust zijn onderzoek meer en meer op het belang ervan voor de klant en de maatschappij in het algemeen.
A
quafin heeft in zijn betrekkelijk korte bestaan in binnen- en buitenland een reputatie opgebouwd als kenniscentrum en gewaardeerde onderzoekpartner in de watersector. “Dat fundamentele onderzoek in samenwerking met de academische wereld en andere spelers in de watersector blijven we zeker verder zetten. Op die manier werken we mee aan oplossingen die breed toepasbaar zijn en die volgens mij ook vrij beschikbaar moeten zijn in het algemeen belang,” legt algemeen directeur Jan Goossens uit.
“Ik denk bijvoorbeeld aan het grensoverschrijdende Impakt!-project, waarin we samen met de Vlaamse Milieumaatschappij, Infrax en het Nederlandse Waterschap De Dommel werken aan een verdere verbetering van de ecologische toestand van de Dommel. Een ander voorbeeld is ons onderzoek naar de uitstoot van het broeikasgas lachgas op onze zuiveringsinstallaties. We werken dan wel aan propere waterlopen, maar waterzuivering is op zich best een belastende activiteit voor het milieu die we graag ecologischer willen maken.”
Voor Aquafin moet onderzoek echter meer zijn dan het zoeken naar oplossingen voor bestaande problemen. Het komt erop aan om toekomstige uitdagingen en behoeften vroegtijdig te identificeren en op basis hiervan keuzes te maken. Technologische ontwikkelingen vergen immers makkelijk vijf tot tien jaar vooraleer ze effectief inzetbaar zijn. Die behoeften kunnen zowel in het bedrijf liggen als daarbuiten, bij de klant of de maatschappij in het algemeen. Vaak zijn er ook onderlinge raakvlakken. Want hoe beter de technieken om onze waterzuiveringsinfrastructuur in goede vorm te houden en het stelsel te beheren, hoe lager de kans op falen én op een hoog prijskaartje voor de herstelling. Een drievoudige win-situatie dus en een mooi voorbeeld van hoe onderzoek zich vertaalt tot bij de eindgebruiker.
5
Schaalgrootte maakt van Aquafin de ideale onderzoekpartner “De accentverschuiving in ons onderzoek past in de totale evolutie die Aquafin doormaakt.” JAN GOOSSENS
Op de foto: Marjolein Weemaes en Jan Goossens bij een testopstelling voor fijnbellenbeluchting
DUURZAME OPLOSSINGEN Dat Aquafin in zijn onderzoek meer en meer het standpunt van de klant en de maatschappij opzoekt, past volgens Jan Goossens in de totale evolutie die het bedrijf doormaakt. “Onze portfolio is de laatste jaren aanzienlijk verbreed en dat trekken we door in ons onderzoek. De buitenwereld moet iets hébben aan ons onderzoek. Denk maar aan ‘slimme riolen’ die we zo kunnen sturen dat het ondergrondse stelsel optimaal benut wordt en het de toenemende hoeveelheid regenwater beter aan kan. Net zoals infiltratie van regenwater als alternatief voor gescheiden afvoer, is het een eenvoudige maar toch duurzame en goedkope manier om het doel te bereiken. Ook in onze hemelwaterplannen reiken we bij voorkeur dat soort oplossingen aan.” Op het vlak van duurzaamheid heeft het waterzuiveringsproces zelf overigens ook wel wat te bieden. Rioolwater, afkomstig van onder meer douches en wasmachines, heeft een temperatuur die, zeker in de winter, een stuk hoger ligt dan de omgevingstemperatuur. Op een zuiveringsinstallatie kan die warmte aan het water onttrokken worden en gebruikt worden voor een warmtenet. Aquafin werkt momenteel mee aan een studie voor zo’n warmtenet in Deurne. Behalve warmte bevat afvalwater nog andere grondstoffen zoals fosfor, cellulose en vetzuren, waarvan we de recuperatie onderzoeken. “Toepassing op grote schaal is nog niet voor morgen, maar dat de zuivering van afvalwater steeds meer evolueert naar een recyclageproces, staat alleszins vast. Het kan daardoor een belangrijke schakel worden in een circulaire economie,” besluit Jan Goossens. l
D
e onderzoeksthema’s waarbinnen Aquafin actief is, zijn gegroepeerd in drie pijlers (zie figuur) die alle uitdagingen bundelen waar we als bedrijf en maatschappij tegenaan kijken. Het onderzoek binnen de pijler ‘integraal waterbeheer’ vloeit rechtstreeks voort uit onze bedrijfsmissie: een betrouwbaar afvalwater- en hemelwaterbeheer uitbouwen. Onderzoek rond de recuperatie van energie en grondstoffen uit het waterzuiveringsproces legt dan weer de link naar een circulaire economie, terwijl we binnen de pijler ‘betrouwbare en performante installaties’ op zoek gaan naar de beste aanpak om onze infrastructuur in goede conditie te houden en bijvoorbeeld corrosie en geurhinder tegen te gaan.
“Binnen al deze pijlers werken we vandaag al samen met externe partners waarbij we streven naar een zo groot mogelijke complementariteit,” weet Marjolein Weemaes, groepsleider Onderzoek bij Aquafin. “Dat geeft ons ook de mogelijkheid om verder te kijken dan ons eigen werkdomein en het zorgt ervoor dat het resultaat van het onderzoek breed toepasbaar wordt.”
PILOTEN Voor de academische wereld is Aquafin een gedroomde onderzoekpartner. Marjolein: “In dat fundamentele onderzoek, meestal op Europees niveau, vullen wij de rol van eindgebruiker in. Wat ons zo interessant maakt voor die projecten is onze schaalgrootte. We staan in voor de zuivering van het huishoudelijke afvalwater voor heel Vlaanderen, terwijl dat beleid in veel andere landen en ook in Wallonië, meer versnipperd is. De infrastructuur die wij in Vlaanderen beheren is dan ook veel representatiever in het kader van upscaling van bijvoorbeeld nieuwe technologie. Wij hebben overigens continu een aantal pilootopstellingen verspreid over onze installaties. Hiermee kunnen we volop nieuwe technieken uittesten in reële omstandigheden om ze klaar te maken voor latere opschaling. En dat is een grote meerwaarde.”
INTEGRAAL WATERBEHEER
ONDERZOEKSSTRATEGIE
BETROUWBARE EN PERFORMANTE INSTALLATIES
ENERGIE EN GRONDSTOFFEN
6
AQUA 2017/4
Onderzoek met maatschappelijke meerwaa Vandaag zuivert Aquafin ruim 83% van alle huishoudelijk afvalwater in Vlaanderen. Daarvoor bouwde het bedrijf de afgelopen decennia een enorm infrastructuurnetwerk uit. Door die infrastructuur slim in te zetten, kan ze nog meer gaan betekenen voor de maatschappij. We lichten er twee onderzoeken uit die dat doel hebben. SLIMME RIOLEN STUREN HET AFVALWATER Met ‘slimme riolen’ of Real Time Control (RTC) kunnen we de overstorten in het rioolstelsel beter controleren op een kostenefficiënte manier. Sensoren in het stelsel registreren informatie over bijvoorbeeld neerslag en waterpeilen.
Francis Meerburg
Met behulp van algoritmes kunnen we vervolgens de ingebouwde regelstructuren zoals kleppen en schuiven automatisch aansturen. Hiermee beïnvloeden we het debiet van het rioolwater en kunnen we de stromen doorheen het stelsel beter beheersen. De belangrijkste bedoeling is om zoveel mogelijk te vermijden dat
ongezuiverd afvalwater bij hevig regenweer via een overstort in de beek terecht komt. “Standaard gebruiken we het algoritme ‘gelijke vullingsgraad’,” licht studieverantwoordelijke Geert Dirckx toe. “Door alle delen in het stelsel zo gelijk mogelijk te vullen, benutten we de bergingscapaciteit van het stelsel optimaal en zal het overstort minder snel in werking treden. Het systeem heeft niet het potentieel om elke overstortwerking te voorkomen maar afhankelijk van de situatie kan het wel twintig tot zestig procent ervan vermijden. En dat terwijl de investering meestal een pak lager ligt dan bijvoorbeeld de aanleg van extra bovengrondse berging.”
7
rde Ook de Vlaamse Milieumaatschappij ziet de meerwaarde van RTC. Steven Van Den Broeck van de dienst Uitbouw en beheer saneringsinfrastructuur: “Het verstandig omvormen van de infrastructuur van een passief naar een actief gebeuren, kan grote ecologische winsten opleveren, vaak tegen beperkte kosten. Natuurlijk moet de beveiliging van burgers en bedrijven tegen wateroverlast wel op de eerste plaats komen. Ondertussen heeft Aquafin al enkele Vlaamse gebieden uitgerust met RTC. Voor de verdere uitrol is een tienjarenplan voorzien. Vanaf 2018 zullen dan jaarlijks tien extra gebieden ‘slimme riolen’ krijgen.
RIOOLGEUR VERMIJDEN
TOPONDERZOEKERS Het onderzoeksteam van Aquafin bestaat uit 15 researchers, waaronder 4 techniekers die de pilootopstellingen exploiteren. Daarnaast zijn er altijd wel een aantal thesis- en doctoraatsstudenten aan de slag, waarvan sommigen ook na hun studies maar wat graag verder werken bij Aquafin. Zo ook Francis Meerburg, die aan de Universiteit Gent doctoreerde over waterzuivering. Tijdens dit onderzoek zocht hij naar manieren om zo veel mogelijk organisch materiaal uit afvalwater af te scheiden om nadien om te zetten in nuttige energie. Na zijn stage bij Aquafin verkoos hij om hier aan de slag te blijven als onderzoeker, boven een job bij de universiteit: “Voor mij is het belangrijk dat het effect van mijn onderzoek direct in de praktijk zichtbaar is. Onderzoek aan de universiteit is ook heel interessant maar de resultaten sijpelen minder makkelijk door naar de praktijk. Dat is hier wel anders. Ik vind het knap dat Aquafin zo’n sterke eigen onderzoeksafdeling heeft, dat is niet altijd evident in een bedrijf.”
Afvalwater gaat onvermijdelijk gepaard met geur. Aquafin doet al enige tijd onderzoek naar de oorzaken van geurhinder afkomstig uit de riool en hoe die te beperken. Studieverantwoordelijke Brecht Donckels legt uit: Naast rioolwater bevat een rioolbuis ook rioollucht die, vooral afwaarts van persleidingen, behoorlijk kan stinken. Zolang die rioollucht in het rioolstelsel blijft, hebben we daar geen last van. Maar in bepaalde gevallen wordt ze uit het rioolstelsel geduwd.” Dat kan met het ontwerp van het rioolstelsel te maken hebben, maar vaak komt het voor wanneer een gescheiden rioolstelsel wordt aangelegd en er opwaarts nog een gemengd stelsel is aangesloten. Bij regenweer stijgt het niveau in de vuilwaterbuis snel. De rioollucht, die bij een gemengd stelsel via de regenpijpen van woningen het rioolstelsel verliet, komt via de riooldeksels op straat terecht en in het slechtste geval in huis (ondanks het geurslot). Recent werden de ontwerprichtlijnen van Aquafin aangepast met extra aandacht voor ontluchting, maar ook bij afkoppelingen moet hier de nodige aandacht aan gegeven worden. “Daarom moet er bij het afkoppelen van een woning een goede verluchting voorzien worden. Toch wordt die vaak vergeten. Om de burger te informeren, hebben we een folder uitgebracht die met het afkoppelingsplan wordt overhandigd door onze afkoppelingsdeskundigen.” Zo kan de bewoner een juiste keuze maken bij de afkoppeling van zijn woning. l
8
AQUA 2017/4
Hemelwaterplan wordt staaltje integraal waterbeleid
Eind mei, begin juni 2016: Geraardsbergen krijgt te maken met historische hoeveelheden neerslag. Buien blijven hangen tussen de Muur en de Bosberg. Moerbeke, Viane en Onkerzele krijgen de volle laag. In meer dan 100 woningen stromen water en modder binnen, voor de zoveelste keer.
De stad was zich natuurlijk al langer bewust van die gevoeligheid en met het oog op de klimaatverandering was er de intentie om zich weerbaarder te maken. En toen was er de zondvloed van mei - juni 2016…
Vanaf dan komen de plannen van de stad voor de opmaak van een hemelwaterplan in een stroomversnelling. Maar liefst zes verschillende partijen werken samen oplossingen uit voor het complexe waterprobleem, gecoördineerd door Aquafin. “Bij zware regen hebben we hier een geografisch nadeel” steekt burgemeester Guido De Padt van wal. “Geraardsbergen is gelegen langs de Dender, een typische regenrivier. Bij langdurige of hevige regen zwelt die flink aan, in extreme gevallen kan ze overstromen.”
“Bovendien is het hier erg heuvelachtig. In de laaggelegen gebieden komen grote hoeveelheden afstromend hemelwater samen. En net als in de rest van Vlaanderen bevinden zich ook hier een aantal gebouwen in die overstromingsgevoelige gebieden.”
“Onder impuls van de dorpsraden heeft Geraardsbergen dan een infovergadering bijeengeroepen waarop alle actoren uit het waterlandschap aanwezig waren. Ironisch genoeg opnieuw onder apocalyptische weersomstandigheden,” herinnert Aquafin accountmanager Nico De Schepper zich. “We kregen allemaal een veeg uit de pan van de aanwezigen, van wie sommigen bij hun thuiskomst opnieuw water mochten scheppen. Na de vergadering, bij de pint aan de toog, kwamen dan de meest schrijnende
9
“Burgers verwachten van ons dat we voor oplossingen zorgen. Het liefst zouden ze onmiddellijk maatregelen op het terrein zien, maar dat we het aanpakken lijken ze wel te appreciëren.” GUIDO DE PADT, BURGEMEESTER GERAARDSBERGEN
Om alle informatie van de verschillende actoren te verzamelen, organiseerde Aquafin in september vorig jaar een eerste verkennende vergadering. “Van bij het begin was er bij alle partijen een grote bereidwilligheid om samen voor de juiste oplossingen te gaan,” vertelt Dominique Van Erdeghem, studieverantwoordelijke hemelwaterplannen bij Aquafin. “Na een aantal workshops hadden we een goed zicht op de bestaande watersystemen, de knelpunten en mogelijke maatregelen. Een jaar na de startvergadering hebben we dan de eerste fase van het hemelwaterplan klaar. Daarin ligt veel focus op het oplossen en voorkomen van wateroverlast in de drie deelgebieden Viane, Moerbeke en Onkerzele. Per betrokken partij werden concrete oplossingen geformuleerd. Ondertussen zijn er op het terrein zelfs al een aantal kleinschalige ingrepen uitgevoerd, andere worden ingepland of verder uitgewerkt.” Een ongezien aantal betrokken partijen werken samen aan oplossingen voor de wateroverlast.
Parallel aan de uitvoering van enkele prioritaire maatregelen, bouwt de stad verder aan een langetermijnvisie die ze tracht te vertalen in het beleid. l
individuele verhalen boven. Onderweg naar huis speelde er maar één gedachte door mijn hoofd: hier moéten we iets aan doen.”
MAXIMALE WATERVEILIGHEID De situatie bleek erg complex en het aantal betrokken partijen om ze op te lossen groot: de Vlaamse Milieumaatschappij als beheerder van de Mark, de Provincie als beheerder van de provinciale waterlopen, Steunpunt Erosie, Waterwegen en Zeekanaal als beheerder van de Dender, de stadsdiensten van Geraardsbergen en tot slot Aquafin. “Dit is echt integraal waterbeleid in de praktijk!” getuigt Liesbet Van de Casteele, duurzaamheidsambtenaar van de stad Geraardsbergen. “Het gaat hier om een meerlaags verhaal dat geen enkele waterbeheerder in zijn eentje kan waarmaken. Er zijn nu eenmaal beperkingen aan wat je binnen je eigen bevoegdheden kan doen. Wij geloven dat we door samen te werken én ook de burger te betrekken tot een maximale waterveiligheid kunnen komen. We hadden iemand nodig om een en ander diepgaand te bestuderen en te berekenen. En daar was Aquafin de geknipte partner voor.”
EEN PLAN DAT RUIMTE GEEFT AAN WATER Door een veranderend klimaat en de alsmaar toenemende verharding van de openbare ruimte wordt de beheersing van hemelwater complexer. Het water kan onvoldoende in de bodem dringen en zoekt een uitweg. In gebieden met veel reliëf zoals in Geraardsbergen kan dat gepaard gaan met erosie. De hemelwaterplannen die Aquafin maakt op maat van de gemeente hebben altijd als doel om water de ruimte te geven die het nodig heeft. Infiltratie en buffering staan voorop, afvoeren is pas de laatste optie. Door regenwater te integreren in de openbare ruimte creëren we met onze hemelwaterplannen bovendien een hogere belevingswaarde voor de omgeving. Meer informatie: accountmanagement@aquafin.be
AQUA 2017/4
MEANDER
10
Gemeente Herent beloond voor hemelwaterplan
S
inds 2012 heeft de gemeente Herent een langlopende dienstverleningsovereenkomst met Aquafin. Een aantal locaties in de gemeente zijn gevoelig voor wateroverlast. Het is een sterk hellende regio, er zijn lokaal hoge grondwaterstanden en de afvoercapaciteit van de bestaande riolering en waterlopen wordt zwaar belast. Herent wil een doordacht en toekomstgericht hemelwaterbeleid voeren over zijn grondgebied en bestelde daarom vorig jaar een hemelwaterplan bij Aquafin. Herent was de eerste gemeente in Vlaams-Brabant met een afgewerkt hemelwaterplan en dat is de provincie niet ontgaan. Ze beloonde de gemeente met een cheque die begin oktober werd overhandigd. l
van links naar rechts: voormalig schepen Jo De Clercq, gedeputeerde Monique Swinnen, schepen Openbare Werken Arlette Claes en schepen Milieu Luk Draye.
Vlaamse waterbodems blijven sterk vervuild
D
e waterkwaliteit in de Vlaamse beken en rivieren is onder meer dankzij de waterzuivering de laatste decennia sterk verbeterd. Dat is duidelijk te merken aan de herstellende fauna en flora.
Toch is er nog altijd geen enkele waterloop die de door Europa beoogde “goede toestand” al heeft bereikt. Naast huishoudelijk afvalwater zijn er dan ook wel meer factoren die een invloed hebben op de waterkwaliteit. Als bijvoorbeeld de waterbodem sterk verontreinigd is, wordt het water door de stroming alsmaar opnieuw vervuild. En daar knelt nu net het schoentje. Cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) voor 2015 tonen aan dat de kwaliteit van de waterbodem niet langer verbetert. Hoewel het aantal waterbodems met sterke verontreiniging blijft afnemen, is het aandeel waterbodems met matige verontreiniging aanzienlijk toegenomen. En dat terwijl het aantal Vlaamse waterbodems dat niet of licht verontreinigd is, zowat gehalveerd is in vergelijking met vijf jaar eerder (bron: MIRA milieurapport Vlaanderen).
De VMM werkte een plan van aanpak uit voor het in kaart brengen van de zogenaamde hotspots of plaatsen waar de waterbodem het meest vervuild is en waar die verontreiniging een reëel risico vormt voor de waterkolom. UMiO, de Unie van Milieuondernemingen ijvert nu voor een integraal plan rond de sanering van waterbodems, met maatregelen om verontreiniging in de toekomst te voorkomen, om reinigingsprioriteiten te bepalen en om de reiniging te realiseren. De Unie is ook voorstander van een solidariteitsfonds, zodat bedrijven niet individueel zouden opdraaien voor de saneringskosten wanneer verontreiniging van de waterbodem wordt vastgesteld ter hoogte van het punt waar ze lozen. De vervuiling kan immers dateren uit het verleden en is vaak niet eenduidig toe te wijzen aan een bepaalde lozer. l Meer informatie: www.umio.be
11
Ecologische verwarming voor onze Oostendse bedrijfsgebouwen
D
e coöperatieve vennootschap BeauVent legt in Oostende een warmtenet aan dat duurzame restwarmte afkomstig van afvalverbranding recupereert, transporteert en distribueert. Aquafin stapt in dit warmtenet en zal er in de toekomst zijn bedrijfsgebouwen aan de Zandvoordestraat mee verwarmen.
“In die eerste fase zitten vooral grote industriële verbruikers. Daarna volgen nog verdere uitbreidingen richting de Oostendse binnenstad. Daar mikken we op scholen, een ziekenhuis, het stadhuis en appartementsgebouwen als klanten.” Warmte gebruiken die anders verloren gaat, heeft naast een economisch ook een ecologisch voordeel.
Een warmtenet brengt via ondergrondse, geïsoleerde buizen een warmteoverschot naar plaatsen met een warmtevraag. In dit geval zullen bedrijven en woningen de restwarmte ontvangen die vrijkomt bij de verbranding van huishoudelijk afval door IVOO, de afvalintercommunale voor Oostende en Ommeland. Voor de aanleg van een warmtenet is weinig infrastructuur nodig in de gebouwen die aansluiten. Natuurlijk moeten de ondergrondse leidingen voor de toevoer wel aangelegd worden. “Daar zijn we mee gestart in oktober en de werken vorderen goed. We voorzien de aansluiting van de eerste groep klanten op het warmtenet, waaronder Aquafin, in het najaar van 2018,” zegt BeauVent-projectingenieur Bram Pauwels.
Twee belangrijke redenen voor Aquafin om in het project te stappen. Joris Roels, die het project voor Aquafin opvolgt, legt uit: “Tot nu verwarmen we in Oostende met gasketels, wat toch een bepaalde CO2-uitstoot genereert. Met de restwarmte via het warmtenet vermijden we zowel de emissie van CO2 als van rookgassen. Een belangrijke winst voor het milieu dus.” l
Deze zuivering wordt vanaf eind 2018 verwarmd met restwarmte.
Kinrooi is meest visvriendelijke gemeente van Vlaanderen!
D
© foto Ton & Rita Marisael
e laatste jaren is hengelen weer bijzonder populair in Vlaanderen. Daar heeft de verbeterde waterkwaliteit natuurlijk veel mee te maken. Zowel de aantallen als de soorten vis in onze beken en rivieren zijn sterk toegenomen. Sommige gemeenten leverden zelf ook extra inspanningen om de hengelsport op hun grondgebied weer hip te maken. Dat leidde in november tot de eerste verkiezing van de “visvriendelijkste gemeente”, een initiatief van de Belgische Federatie van Hengelsport Bedrijven en Sportvisserij Vlaanderen vzw. Drie kandidaten kwamen prominent naar voor bij de hengelaars: de gemeenten Zedelgem en Kinrooi en de cluster Vlaamse Ardennen. De onderscheiding ging uiteindelijk naar Kinrooi, onder meer omwille van de aanleg van visplaatsen en de goede logistieke ondersteuning. Maar ook de twee andere genomineerden mogen zichzelf voortaan “visvriendelijke gemeente” noemen. l
12
AQUA 2017/4
Op stap met een
IBA-onderhoudstechnieker
Al meer dan een kwart eeuw bouwt Aquafin aan de zuiveringsinfrastructuur in Vlaanderen. Waar nieuwe collectoren worden aangelegd, is ook voorzien om alle aangrenzende woningen aan te koppelen. Sommigen huizen liggen echter te ver van het rioleringsstelsel of in een zone waar geen riolering wordt voorzien. Die woningen moeten een IBA krijgen, een Individuele Behandelingsinstallatie voor Afvalwater. De plaatsing is in principe de verantwoordelijkheid van de eigenaar, maar in sommige gemeenten komt de rioolbeheerder tussen.
E
en IBA is eigenlijk een miniwaterzuivering die op het private terrein van de bewoner wordt geplaatst, ondergronds of bovengronds. Op dit moment beheert Aquafin zo’n 1.400 IBA’s en tegen eind 2018 zal dat aantal oplopen tot bijna 1.800 stuks. Een team van drie technisch medewerkers staat in voor het onderhoud. Aqua liep een voormiddag mee met Frankie Beyaert, één van de IBAonderhoudstechniekers.
9:30
STAALNAME IN EEN ONDERGRONDSE IBA Eerste stop van de dag is een pas geplaatste IBA in het landelijke Merelbeke. Doel is om te kijken of die naar behoren functioneert. Frankie vertelt: “We starten met een visuele controle van het gezuiverde water of effluent. Daarna neem ik een staal voor het labo dat de kwaliteit zal nakijken en voer ik ook een technische controle uit.”
Frankie controleert nog of de communicatie met de alarmbewaking functioneert. Hij verduidelijkt: “Occasioneel kan er al eens een klein incident voorkomen, bijvoorbeeld een stroompanne. Dan moet de IBA een alarm uitzenden naar de centrale alarmbewaking, waarop wij dan gepast reageren. De test verloopt perfect en we kunnen naar de volgende post, maar niet zonder bij de bewoner van het perceel even af te toetsen of hij tevreden is: “Geen klachten,” geeft de man aan. En blij toe dat het water dat we lozen van goede kwaliteit is!” 10:45
ONDERHOUD EN CONTROLE VAN EEN BOVENGRONDSE IBA
Frankie registreert de resultaten van de inspectie ter plaatse.
“Een niet-standaard IBA”, vertrouwt Frankie ons toe. “Maar tegelijk het ideale voorbeeld van de mogelijkheden die Aquafin aan de gebruikers en gemeenten aanbiedt. Dit perceel ligt op een zeer moeilijk te bereiken locatie en een gewone IBA plaatsen was dus niet mogelijk. Met deze oplossing kunnen we toch het afvalwater van dit gezin zuiveren.”
13
Een staal geeft alle informatie over de kwaliteit van het gezuiverde afvalwater.
Ook hier weer een visuele controle van het effluent, zonder het technische aspect te vergeten: werkt de pomp, de sturing en vinden we foutmeldingen in het logboek? 13:00
NOG KORT EVEN NAPRATEN Frankie: ”De grootste zorg die onze klantgemeenten hebben, als het over IBA’s gaat, is de permanente werking. Kortweg: renderen onze investeringen? We passen via onze verschillende services een mouw aan alle vragen. Daarnaast zorgen we ervoor dat, als er al iets misgaat, we onmiddellijk op de hoogte zijn en gepast kunnen reageren.” “Ons team bestaat uit IBA-specialisten zodat we alle kennis maximaal kunnen inzetten én we de verplaatsingen tot een minimum kunnen beperken, wat ook de kosten reduceert. Verder krijgt elke gemeente na controle een mooi overzicht van de uitgevoerde controles en eventuele l werken en ruimingen.”
WIE MOET EEN IBA PLAATSEN? De zoneringsplannen van de Vlaamse Milieumaatschappij bepalen waar in Vlaanderen nog riolen worden aangelegd en waar de zuivering moet gebeuren door IBA’s. Het gebiedsdekkend uitvoeringsplan, dat is gebaseerd op het zoneringsplan, specifieert verder welke prioriteit de IBA’s krijgen en binnen welke periode ze moeten worden aangelegd. Vooral de milieuimpact speelt een grote rol in het bepalen van de prioriteit, maar uiteraard is ook de economische factor belangrijk. Per gemeente moest een deel van de IBA’s met prioriteit 1 voor het einde van 2017 in dienst zijn. Deze fase werkt Aquafin momenteel af. De volgende fase is gelinkt aan de overige IBA’s met prioriteit 1 en een deel van de IBA’s met prioriteit 2. Die deadline is eind 2021. In de laatste fase worden dan alle overige IBA’s geplaatst. Aquafin werkt nu al volop aan de planning van de tweede fase, en die loopt al aardig vol. Als gemeente wacht u dus best niet te lang met het plaatsen van de opdracht. Op www.vmm.be/data.zonering-en-uitvoeringsplan kunt u opzoeken voor welke zones binnen uw gemeente een collectieve dan wel individuele zuivering voorzien is.
14
AQUA 2017/4
Awards 2017 de winnaars! In november reikte Aquafin naar jaarlijkse traditie zijn awards uit voor het advies- en ingenieursbureau en de aannemer die het voorbije jaar het meest kwaliteitsvol en omgevingsvriendelijk te werk gingen.
A
annemersbedrijf Verhegge Marc uit Zedelgem sleepte de Minder Hinder award in de wacht. Het was de eerste keer dat het bedrijf in de selectie zat en meteen nam het de hoofdprijs mee naar huis. “Dit is een grote verrassing,” reageerde Gunther De Meulenaere van Verhegge. “Voor ons is het een signaal dat we goed bezig zijn en dat we op dit elan moeten verder gaan. Die bevestiging krijgen we niet alleen van Aquafin, maar ook van de buurtbewoners waar we werken. Dat vernemen we van de werftoezichters en de projectmanagers van Aquafin.”
Aannemersbedrijf Verhegge Marc uit Zedelgem
BESIX Infra uit Schelle werd tweede en Gebr. Van den Berghe uit Beveren eindigde op de derde plaats. Astro-plan uit Aalst
STUDIEBUREAU JONCKHEERE BEWIJST DAT INFILTRATIE OVERAL KAN Tijdens de awarduitreiking benadrukte Aquafin dat het van de advies- en ingenieursbureaus verwacht dat infiltratie het uitgangspunt wordt in nieuwe ontwerpen. Studiebureau Jonckheere uit Brugge kreeg een eervolle vermelding omdat het dat principe al toepast, zelfs in een regio met een ondergrond die op dat vlak niet de meest ideale is. Bij de advies- en ingenieursbureaus wordt de top drie nu al zes jaar lang gedomineerd door dezelfde bedrijven. Het zijn de bureaus die al die jaren constant de meest doordachte en kwaliteitsvolle ontwerpen voor Aquafin-projecten afleveren. Astro-plan uit Aalst blijft de onklopbare nummer één en won opnieuw de Kwaliteitsaward. Toch went het niet, zo vindt Rik Rosseneu van Astro-plan: “Het blijft speciaal en ook deze award zal een ereplaats krijgen. Wat mij opvalt is dat alle genomineerden in onze categorie familiebedrijven zijn. Misschien ligt bij kleinere bedrijven de druk om kwaliteit te leveren nog net iets hoger.” Cnockaert uit Wervik en Irtas uit Sint-Niklaas werden respectievelijk tweede en derde.
l
15
EERVOLLE VERMELDING VEILIGHEID VOOR BESIX INFRA
E
én van de criteria die al jarenlang meetellen bij de toekenning van de Minder Hinder award, zijn de veiligheidscijfers. Een ernstig ongeval op de werf sluit de aannemer meteen uit voor de award dat jaar. Maar het is de combinatie met andere criteria, zoals het aantal klachten en schadegevallen, de kwaliteit en de algemene tevredenheid die bepalen wie de award wint. Met verscherpte procedures en regels rond het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen voor eigen medewerkers en contractors, legde Aquafin het afgelopen jaar nog meer nadruk op veilig werken. Algemeen directeur Jan Goossens motiveert: “We willen het aantal arbeidsongevallen op onze sites en werven tot nul herleiden. Om dat te bereiken, moet veiligheid altijd ‘top of mind’ zijn. Iedereen die voor of met ons werkt, heeft op elk moment het recht en zelfs de plicht om de werken tijdelijk stil te leggen als ze niet 100% veilig kunnen gebeuren. De komende jaren willen we duidelijke stappen voorwaarts zetten op dat vlak.”
Hoe meer veiligheid ingebakken zit in de bedrijfscultuur, hoe breder het draagvlak ervoor. De bedoeling is dat veilig denken en handelen een automatisme wordt. Tijdens de uitreiking van de Minder Hinder award, beloonde Aquafin BESIX Infra met een eervolle vermelding voor hun initiatief op dat vlak. Het bedrijf zette de nieuwe veiligheidsprocedures van Aquafin proactief om in concrete werkinstructie voor haar eigen medewerkers op de werf. Gedelegeerd bestuurder van BESIX Infra Bart Verhulst: “Wij zijn blij dat Aquafin als opdrachtgever de veiligheid op onze gezamenlijke werven zo prominent op de agenda zet en er ten opzichte van onze andere klanten duidelijk een voortrekkersrol in neemt. Dat maakt het voor ons ook veel makkelijker om de maatregelen en bewustwording rond veiligheid naar onze medewerkers door te zetten. De eervolle vermelding die wij kregen van Aquafin waarderen wij zeker, maar tegelijk beseffen we dat we er nog lang niet zijn!”
16
AQUA 2017/4
Duurzaam samenwerken met ontwerpers Met een eerste multilaterale overeenkomst (MLO) voor studieopdrachten, zette Aquafin in 2012 een belangrijke stap in het smeden van partnerships met zijn technische partners. Binnenkort gaat een nieuwe MLO in voege, met geactualiseerde verwachtingen en afspraken.
E
en MLO laat toe om capaciteit te reserveren bij de advies- en ingenieursbureaus. Bijkomend en belangrijk voordeel voor Aquafin is de tijdswinst, aangezien niet meer voor elke opdracht afzonderlijk de markt bevraagd moet worden. En natuurlijk de kwaliteitsgarantie, die mee verwerkt zit in de toewijzingsprocedure. Ook voor de advies- en ingenieursbureaus zelf biedt de samenwerking onder de MLO een aantal belangrijke voordelen. Zo is er de snelle en regelmatige toewijzing van opdrachten, administratieve vereenvoudiging en voortdurend overleg met Aquafin over contracten, targets en kwaliteit. De voorbije maanden konden de bureaus inschrijven voor de nieuwe MLO. Vijf jaar ervaring met dit soort samenwerking heeft geleid tot een aantal belangrijke aanpassingen, waarvan we hopen dat ze tegemoet komen aan de behoeften van zo veel mogelijk partners. Directeur Infrastructuur Dirk De Waele: “Bij het opzetten van zo’n MLO, proberen we niet alleen onze eigen belangen te verzekeren. Onze intentie om een partnership aan te gaan, is oprecht. Daarom hebben we met de sectorvertegenwoordigers overlegd om hun verwachtingen van de nieuwe MLO in kaart te brengen. Door het grote aantal, vaak uiteenlopende, suggesties is het helaas onvermijdelijk dat de uiteindelijk gepubliceerde opdracht niet in alle aspecten voldoet aan ieders verwachtingen.”
HERZIENINGSFORMULE Toch meent Aquafin dat de nieuwe overeenkomst opnieuw een stap in de goede richting is om tot een volwaardig partnership te komen, zo getuigt technisch aankoper Britt Verhoeven: “Een belangrijk aspect van eender welke overeenkomst, is natuurlijk de vergoedingswijze. Typisch voor studieopdrachten is dat ze vergoed worden aan een percentage van het aannemingsbedrag. Omdat de bouwsector bijzonder conjunctuurgevoelig is, hebben we in de formule voor de vergoeding nu een herzieningsfactor opgenomen, die het ereloon onafhankelijk maakt van de tendensen op de aannemingsmarkt. Het percentage wordt bovendien aangepast in functie van de complexiteit van de opdracht. Daarnaast is de vergoedingsstructuur zo opgebouwd dat facultatieve opdrachten apart vergoed worden. Met deze vernieuwde structuur zijn de bureaus voor hun vergoeding dus minder afhankelijk van de ups en downs van de aannemersmarkt en is het bedrag meer op maat van de inhoud van de opdracht.”
KWALITEIT ALS STUURMIDDEL Om het aspect kwaliteit zo veel mogelijk te borgen binnen de lopende opdrachten, gebruikt Aquafin een kwaliteitsbeoordeling als stuurmiddel bij de toewijzing van de opdrachten. Kwaliteit is in de gunningscriteria evenwaardig aan de prijs. Concreet betekent dit dat een bureau met een hoge kwaliteitsscore, mogelijk een grotere garantie op het volume aan nieuwe opdrachten krijgt. Bureaus die opvallend goed presteren en een score boven een bepaalde drempel halen, krijgen hier voor hun nieuwe opdrachten
zelfs een bonus voor. Deze bonus wordt nog groter als die kwaliteit geleverd werd voor een groter aantal opdrachten. Business Unit Manager Christophe Van der Gucht: “Via periodieke evaluaties scoren we de bureaus op een zevental criteria, zoals het hydraulisch/technisch concept en maatschappelijke impact en proactiviteit. Vanaf onze nieuwe MLO evalueren we ook op een extra criterium dat elk jaar kan wijzigen. Hiermee willen we kunnen inspelen op maatschappelijke of technische tendensen. De evaluatie resulteert in een globale score, die niet alleen van belang is voor de uitreiking van de Kwaliteitsaward, maar dus ook bij de toewijzing van de opdrachtenportefeuille.”
FOCUS OP INFILTRATIE Dirk De Waele: “Een leefomgeving in harmonie met water, dat is de ambitie van Aquafin. We rekenen op onze partners om ons innovatieve ideeën aan te reiken die ons daarbij helpen. De klimaatverandering vraagt immers om ruimte te creëren voor regenwater, niet alleen in het stelsel, maar vooral buiten het stelsel: in wadi’s, retentiebekkens, … In onze nieuwe MLO’s dagen we onze partners uit om infiltratieoplossingen waar mogelijk te integreren in het ontwerp. Dat moet dan ook de eerste stap zijn: het water houden waar het valt via buffering en infiltratie.” Met aandacht voor onder andere kwaliteit, correcte vergoeding, maatschappelijke impact en klimaatadaptatie, is Aquafin ervan overtuigd dat de nieuwe MLO’s de deur openen voor een duurzame samenwerking. Tegelijk staan ze garant voor het creëren van extra maatschappelijke meerwaarde.
l
17
Christophe Van der Gucht en Britt Verhoeven, de drijvende krachten achter de nieuwe MLO.
18
AQUA 2017/4
Exoten in Vlaanderen: spannend of verontrustend?
Robin Verachtert, beleidsmedewerker klimaatadaptatie bij Natuurpunt.
H
et ‘positieve’ nieuws van fraaie soorten die steeds meer worden waargenomen in Vlaanderen kan maar beter niet overheersen want zo positief is het verhaal erachter niet. Die voor ons nieuwe soorten zijn immers het rechtstreekse gevolg van de klimaatverandering.
Het is trouwens niet alleen het wijzigende klimaat dat de natuur rake klappen bezorgt. De combinatie met reeds bestaande milieuproblemen zoals verdroging, verzuring, watervervuiling en lage grondwaterstanden zetten onze ecosystemen serieus onder druk.
GE
EL B
AN
DK
RI E
LTJ E
S
toe te wijzen. Vaak vormt een samenspel van factoren de oorzaak, vertelt
©
VA E
vooruitgang van planten- of dierenpopulaties aan de klimaatverandering
IV
O
RA
EO
klimaat dat hen naar hier lokt? Het is niet eenvoudig om de achter- of
EM
©L
onze contreien gespot. Toevallige koersafwijking of is het ons veranderend
“Toch kunnen we enkele duidelijke gevolgen van de klimaatverandering onderscheiden”, gaat Robin verder. “Door de mildere en onstabiele winters ontwaken sommige dieren, vooral amfibieën, vroeger uit hun winterslaap. De vetreserves die ze opstapelden in de zomer moeten ze tijdens de wintermaanden aanspreken waardoor ze verzwakt uit hun winterslaap komen. Ook trekvogels worden gedwongen om steeds vroeger terug te komen naar hun broedplaatsen omdat de lente hier alsmaar vroeger begint. Deze die van Afrika komen, dreigen te laat neer te strijken en zo de piek van bijvoorbeeld rupsen te mislopen. En minder eten betekent minder eieren per nest.”
AK
ER
S
V U U R LI B EL
Vuurlibel, geelbandkrieltje, slangenarend… deze dieren werden recent in
19 B I J E N E T E R © LU C
M EE RT
Maar het gevaarlijkste gevolg van een veranderend klimaat is dat de van nature op elkaar afgestemde processen ontkoppeld raken. Verschillende organismen reageren niet op dezelfde manier op een ander klimaat waardoor een ‘mismatch’ ontstaat.
RUIMTE VOOR WATER
E
Met de klimaatverandering mogen we zachte winters, veel regen en extreme droogte verwachten. En de gevolgen van korte, krachtige buien zijn niet te overzien. Overvolle riolen zorgen voor de lozing van ongezuiverd afvalwater in de waterlopen en natuurgebieden worden overspoeld met slib van akkers. Graslanden die jaren beheerd worden, zijn op slag verwoest. “Nesten met jonge vogels verdrinken en plantenrijkdom rot weg. Regenwater moet uit de riolen blijven en opgevangen worden in grachten of buffers. Maar ook als burger kan je je steentje bijdragen. Je kan het opvangen en hergebruiken, infiltreren of bufferen op eigen terrein. Daarom pleiten we ook voor een duurzaam waterbeleid en willen we met al het goede dat de natuur ons oplevert, mensen overtuigen van het belang van de klimaatverandering” , besluit Robin. l YS S
“Door deze versnippering stoten planten en dieren op barrières wanneer ze zich willen verspreiden, voortplanten of vluchten voor een te nat of te droog gebied. Daarom is een groen-blauwe dooradering van steden en platteland zo belangrijk. Alleen zo kan de fauna en flora de natuurlijke paden volgen en zich makkelijk in het landschap verplaatsen. Wat zeker niet zal verdwijnen, zijn de exoten of pestsoorten. Zij breiden makkelijker uit en houden beter stand in een warmer en vochtiger klimaat”.
Denk maar aan een wilde bij die voor stuifmeel en nectar afhankelijk is van één bloem. Als deze niet meer op elkaar afgestemd zijn, kan dat zware gevolgen hebben voor het voorbestaan van de soorten.
CRU
“Toch verwachten we een vergrijzing van de natuur als we de klimaatverandering geen halt toeroepen”, zegt Robin. “Door de verschuiving zullen meer soorten verdwijnen dan er bijkomen omdat bepaalde soorten zich genetisch niet zo snel aanpassen als de klimaatverandering. De soorten die zich makkelijk kunnen aanpassen en uitbreiden, de zogenaamde generalisten, zullen de effecten van een veranderend klimaat minder voelen. Een ander verhaal geldt voor de habitatspecialisten. Denk bijvoorbeeld aan een vlinder die afhankelijk is van een bepaald type heide. Zulke soorten kunnen sterk in de problemen komen. Zeker in Vlaanderen omdat het zo’n versnipperd gebied is”.
TS KO P © WA R D V E R
Een van de best bestudeerde effecten van klimaatverandering is de verschuiving van het verspreidingsgebied van planten en dieren. Zuidelijke soorten schuiven op naar het noorden en de noordelijke soorten zoeken nog koelere oorden op. Of deze soorten in staat zijn om hun nieuwe leefgebied te koloniseren, hangt onder meer af van de versnippering van dat leefgebied.
TE S PI G RO
VERGRIJZING VAN DE NATUUR
Robin Verachtert volgt als beleidsmedewerker bij Natuurpunt onder meer het thema klimaatadaptatie op. Daarvoor houdt hij het Europese, nationale en Vlaamse adaptatiebeleid in de gaten. “Ik ben een groot voorstander van de oplossingen die de natuur zelf naar voor schuift. Een krachtig natuur- en biodiversiteitsbeleid is volgens mij van cruciaal belang om het hoofd te kunnen bieden aan de gevolgen van de klimaatverandering.”
20
AQUA 2017/4
s o t o r P r Voo Madagaskar naar Zaterdag 13 mei 2017 Een beetje last minute ingepakt, maar niets vergeten. Via de Parijse luchthaven Charles De Gaulle gaat het rechtstreeks naar Antananarivo, de hoofdstad van Madagaskar. Na 10 uren in de lucht komen we aan. Feno, een lokale Protos-medewerker wacht ons op, waarna we naar ons logement worden gebracht. Straf hoe je op minder dan 24 uur in een andere wereld kan terechtkomen.
Zondag 14 mei 2017 De ochtendgeluiden zijn opvallend anders: er wordt in de tuin geschoffeld, een vrouw doet zingend de was, een haan kraait. Het is nazomer in Madagaskar en op een hoogte van 1300 meter is de temperatuur zeer aangenaam. Na het ontbijt komt de energieke Francesca van Protos ons oppikken. We rijden naar Moramanga en dan verder naar Toamasina. Onderweg kijken we onze ogen uit: overal rijstvelden, zelfs in het midden van de stad, de was die gedaan wordt in kleine riviertjes, een hanengevecht. Tijdens de urenlange rit bespreken we het project uitvoerig met Francesca. Ik ben vooral geïnteresseerd in mogelijkheden voor hergebruik van het slib. We wisselen een massa informatie uit en ontdekken een aantal plaatselijke do’s en don’ts.
Maandag 15 mei 2017 Protos zet zich al 40 jaar in voor een beter waterbeheer in ontwikkelingslanden en sensibilisering rond water in België. Aquafin steunt de projecten van de ngo in Mali en Madagaskar. Niet alleen financieel, het bedrijf levert via zijn medewerkers die zich vrijwillig inzetten voor deze projecten ook expertise aan. Na een goede voorbereiding met Protos om de lokale noden af te stemmen, trokken onze studieverantwoordelijken Wouter Maenhout en Stijn Van Goethem naar Madagaskar. Ze gaven er opleiding over analyses van gedroogd slib en het opzetten van een milieuimpact rapportering van de nieuwe slibverwerkingsinstallatie waarvoor ze eerder advies over het ontwerp gaven. Hun verwondering en bewondering blijken uit het reisverslag van Stijn.
We rijden eerst naar een klein magazijntje van Protos en bekijken het gereedschap om septische putten te ledigen. In Toamasina zijn er geen riolen en staan er bij alle huizen latrines met septische putten die vroeg of laat vol zijn. Een ruimdienst was er voor de komst van Protos ook niet. Daarna gaat het richting de slibverwerkingsinstallatie die Protos bouwde. Hier wordt het septisch materiaal verwerkt dat door de nieuw opgezette ruimdienst wordt opgehaald. De planten in de slibdroogbedden zijn inheems en blijven drie jaar staan. Daarna kunnen het slib en de planten op een veilige manier afgevoerd worden en als meststof gebruikt worden. Enkel het meest homogene slib komt hierin terecht. De planten en de lange verblijftijd zorgen ervoor dat de pathogenen in het slib afsterven en ziektes zoals worminfecties en diarree vermeden worden. Wat voor ons hoogstens vervelend is, wordt hier in combinatie met andere ziektes (malaria, aids) en gebrek aan gezondheidszorg of geld immers een dodelijke cocktail. Nadien bezoeken we een “deep row entrenchment”, putten waarin het slib begraven wordt en later als meststof dient. Later gaan we nog enkele latrines bekijken. De inwoners moeten zelf de bovenbouw voorzien, de opvangbakken worden door Protos geplaatst.
21
Dinsdag 16 mei 2017 Zenuwachtig voor de presentatie, maar het loopt al snel los: er worden vragen gesteld en dingen in vraag gesteld, wat wij een goede zaak vinden. We geven aan dat een drinkwaterpomp en een latrine niet te dicht bij elkaar mogen staan om besmetting te vermijden. Maar wat is dicht? Bij de World Health Organization (WHO) vinden we er weinig concrete cijfers over. De grootste opschudding ontstaat wanneer er even wordt gedacht dat we voorstellen om van menselijke uitwerpselen bakstenen te maken. We bedoelen alleen maar dat het slib kan verbrand worden in een baksteenoven. Voor het hergebruik van menselijke uitwerpselen, zelfs in de vorm van biogas na vergisting, bestaan blijkbaar duidelijke culturele en sociologische bezwaren.
Het slib wor dt
Een medewerker van de lokale partner van Protos voor dit project, wil graag de slibophaling en –verwerking overnemen van Protos als de ngo het gebied verlaat. Hij stelt gerichte vragen en ziet zakelijke opportuniteiten.
manueel in d e
droogbedden gedro
pt.
Knap, dat Protos zich niet beperkt tot landelijke projecten. Zeker in stedelijk gebied is de realisatie van een slibverwerking immers een huzarenstukje. Met ruiming is hier en daar al ervaring maar een slibverwerkingsinstallatie voor septisch materiaal, laat staan riolen en waterzuiveringsinstallaties, bestaan niet in Madagaskar en in de meeste Afrikaanse landen. Protos verricht dus als het ware pionierswerk in een erg complexe omgeving. l
Veruit de beste informatie over de behandeling van septisch materiaal heb ik n gesprokkeld uit de MOOC’s " bestaat uit putten waari De "deep row entrenchment (massive open online cours) en het slib begraven wordt. het compendium van EAWAG (Zwitsers kenniscentrum rond o.a. faecal sludge management). We bevelen de aanwezigen dan ook sterk aan om deze cursus te volgen, of de filmpjes te bekijken op youtube. Marc Despiegelaere van Protos: “Onze hoofdmissie is Er staat nog een bezoek aan de slipophaling op het programma. Dat gebeurt heel basic. Hier op het terrein blijkt dat de angst voor besmetting met pathogenen heel relatief is. Ruimers staan blootsvoets in de beer. Beschermingsmiddelen zijn er wel maar worden niet altijd gebruikt. Vanavond zit ons officiële bezoek aan het project erop. Vooraleer we terug naar België reizen maken Wouter en ik van de gelegenheid gebruik om kort de prachtige natuur van Madagaskar te verkennen. Samen met Francesca bezoeken we ook nog een drinkwaterproject van Protos in Ampitatafika op het Centraal Plateau.
het opkrikken van de knowhow van de organisaties die lokaal hun verantwoordelijkheid moeten opnemen voor hun bevolking. Wij zijn dankbaar dat Aquafin met zijn professioneel personeel daaraan heeft bijgedragen. In dit geval meer specifiek aan de stadsdiensten van Toamasina, de lokale partner CNGEAR en vertegenwoordigers van het Ministerie van Milieu van Madagaskar.”
> Doel van het project: sluiten van de sanitatieketen
in Toamasina, Madagaskar > Inbreng Aquafin: financiële steun en technisch advies bij
de bouw en de uitbating van de slibverwerking > Primair: betere volksgezondheid door aanzetten tot
hygiëne en bouw van basissanitair in de vorm van latrines > Secundair: private slibruimdienst opzetten en valorisatie
van het verwerkte slib > Aantal inwoners: 300.000
Wouter en Stijn met de lokale verantwoordelijken. Binnenkort draagt Protos de slibverwerking aan hen over.
MEER INFORMATIE: WWW.PROTOS.NGO
22
AQUA 2017/4
Vochtige doekjes verstoppen nog altijd pompen De laatste jaren komen alsmaar meer afvalproducten van persoonlijke verzorgingsartikelen in het rioolstelsel terecht, waar ze voor verstoppingen zorgen. Vochtige doekjes zijn dan wel erg handig in gebruik, maar ze zijn niet bedoeld om door te spoelen in het toilet! Greet De Gueldre, manager Strategische Informatie en Klimaat
“Soms moeten er ook pompen vervangen worden, wat meteen een extra kost van 50.000 tot 120.000 euro betekent. Daarom pleiten we voor een aanpak bij de bron. Het toilet is geen vuilnisbak, alleen droog toiletpapier hoort erin thuis. Alle andere afval blokkeert de werking van onze zuiveringsinfrastructuur waardoor het afvalwater ongezuiverd overstort in beken en rivieren. Die ecologische schade moeten we absoluut vermijden.” België is dan wel het eerste land met een duidelijke wetgeving (KB van 18 september 2015) rond wat wel en niet mag doorgespoeld worden, de effecten blijven tot nu toe uit.
W
ateroperatoren over heel de wereld maken consumenten via campagnes duidelijk dat producten zoals vochtige doekjes, maandverband en condooms afval zijn en niet thuishoren in het toilet. Ze wijzen er vaak ook op dat uiteindelijk de consument zélf moet opdraaien voor de extra kosten via de waterfactuur. En die extra kosten kunnen soms hoog oplopen. “We ramen dat bedrag voor België op drie miljoen euro op jaarbasis”, zegt Greet De Gueldre, manager Strategische Informatie en Klimaat. “Ook Aquafin ondervindt steeds vaker problemen met verstoppingen. Het bedrijf heeft zo'n 1.500 pompen in gebruik, 10% daarvan zijn grote strategische pompen. De kost om verstoppingen op te ruimen bij dit type pompen is hoog: 150.000 tot 335.000 euro gemiddeld op jaarbasis.”
“We pleiten voor een aanpak bij de bron. Het toilet is geen vuilnisbak.”
Internationaal is de (afval-)watersector al langer vragende partij om de problematiek aan te pakken. Het probleem met producten voor persoonlijke hygiëne in afvalwater is niet nieuw, maar was tot voor kort redelijk onder controle. De laatste jaren wordt de markt echter overspoeld met zogenaamde ‘doorspoelbare’ vochtige doekjes ter vervanging van het klassieke toiletpapier. Vooral in het Verenigd Koninkrijk wordt het doorspoelen van dergelijke producten een alsmaar groter probleem. De markt van deze producten steeg daar de laatste jaren met 15% per jaar.
VETHOOP Misschien is het dan niet eens zó verwonderlijk dat eerder dit jaar in London een uitzonderlijke ‘fatberg’, zoals de Britten het noemen, gevonden werd: een gigantische berg van aaneen geklit afval bestaande uit gestold vet, natte doekjes, luiers, oliën en condooms. De omvang van deze fatberg was fenomenaal: ongeveer 250 meter groot en 130 ton zwaar.
23
Pompen blokkeren door vast afval
De oorzaak is volgens experts simpel: mensen spoelen veel producten door het toilet en de gootsteen die daar niet thuis horen. “Het is ongelooflijk wat we allemaal in het rioolstelsel vinden”, zegt Johnny Hoof, teamcoördinator bij Aquafin. “Handdoeken, dweilen, onderbroeken, schoenen, maandverbanden, pampers, … je kan het zo gek niet bedenken.
“Door de mensen te sensibiliseren hopen we op beterschap. We hebben al een paar keer flyers rondgestuurd en dat blijkt succesvol te zijn, althans voor een korte termijn. Mensen beseffen vaak niet welk risico ze zélf lopen. Zo’n verstopping kan net zo goed al op het privé-gedeelte van de afvoer zitten. En dan spoelen de toiletten niet meer door, met alle gevolgen van dien.” l
HET KAN OOK ANDERS… Nergens worden zoveel vochtige doekjes gebruikt als in een kindercrèche. En dus trokken we naar “Huisje Kakelbont” in Aartselaar om te kijken hoe zij het aanpakken. Dagelijks verblijven er 17 baby’s en peuters wiens billen regelmatig geveegd worden met vochtige doekjes. Verantwoordelijke Ilse Colson kent de regels goed: “Ik ben daar heel duidelijk in naar al wie hier werkt: vochtige doekjes worden niet in het toilet gegooid, punt. Aan de kindertoiletjes hangen die instructies bovendien groot afgedrukt op. Het staat ook expliciet vermeld in de leidraad die een stagiaire ontvangt. Om heel eerlijk te zijn, doe ik dat vooral uit eigenbelang: ik wil verstoppingen vermijden en de daarbij horende ruimingskosten. Papier is dun en soms moeilijk om alles proper te maken zonder de handen vuil te maken. Daarom gebruiken we ook vaak vochtige washandjes. Iedereen die bij ons werkt wéét dat de doekjes in het afvalbakje horen en niet in het toilet.” “Toch sta ik er soms ook van versteld wat mensen allemaal doorspoelen. Ik vrees dat het een beetje gemakzucht is. Mensen denken misschien ook wel dat het wordt afgebroken. Ik sprak onlangs met een verpleegster die zelf toegaf dat ze ook soms vochtige doekjes in het toilet gooide. Ze wist gewoon niet beter en besefte het probleem niet. Het pictogram mag dan wel op de verpakking staan, maar het is toch niet altijd duidelijk. Er is meer sensibilisering nodig. Ouders zouden het hun kinderen alvast moeten aanleren.”
24
AQUA 2017/4
HET AQUAFIN CONTACTCENTER IN CIJFERS
4 medewerkers ±70 behandelde telefoons/dag
±40 behandelde mails/dag
TIP OP ZOEK NAAR DE RIOOLBEHEERDER IN UW GEMEENTE? WWW.AQUAFLANDERS.BE
25
Ons Contactcenter: eerste aanspreekpunt bij vragen 03 450 45 45. Doet het een telefoonbelletje rinkelen? Dat doet het in elk geval in het Aquafin Contactcenter. Elke dag beantwoorden we er tientallen heel uiteenlopende vragen, aan de telefoon en per mail, van gemeenten, bedrijven en particulieren. Enkele van de vaakst gestelde vragen op een rij en hun antwoorden of oplossingen.
Q. Waarom moet ik afval- en regenwater afkoppelen?
A. Als we onze beken, grachten en rivieren terug proper willen krijgen, dan moeten we zorgen dat we met zijn allen ons afvalwater zuiveren vooraleer we het terug in de natuur lozen. Aquafin vervoert het afvalwater langs een stelsel van riolen en collectoren naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties waar het wordt gezuiverd en in een nabijgelegen beek of gracht geloosd. Regenwater moet niet gezuiverd worden en moet dus ook niet naar de waterzuiveringsinstallatie worden gebracht. Het is veel duurzamer om regenwater te hergebruiken (vb. opslaan in een regenwaterput en gebruiken om de WC mee door te spoelen of de auto te poetsen), te laten infiltreren in de ondergrond of te bufferen in een vijvertje. Bovendien: hoe minder regenwater in de riolen, hoe minder kans op wateroverlast bij hevige regens. Om dit te bereiken, is het nodig dat we afval- en regenwater scheiden. En dat noemen we ‘afkoppelen’.
Q. Water in mijn kelder na werken, wat nu?
A. We horen het wel vaker: kelders die voor de aanleg van een nieuw, gescheiden rioleringsstelsel kurkdroog waren, vertonen nadien vochtplekken. Of het water staat er zelfs enkele centimeters hoog. Zeker in straten met oudere woningen, waarvan de kelders niet waterdicht zijn gemaakt, valt dit al eens voor. De verklaring is eenvoudig. De oude rioolbuizen zijn dikwijls in slechte staat: ze zijn heel poreus of vertonen barsten. Hierdoor dringt grondwater in deze buizen, ze worden als het ware een enorme drainagebuis. Het grondwater wordt mee afgevoerd met het afval- en/of het regenwater, waardoor de ondergrond uitdroogt en de kelders droog blijven. De nieuwe rioolbuizen zijn uiteraard waterdicht en het grondwater geraakt er niet meer in.
Gevolg: het grondwater stijgt naar het natuurlijke niveau en zoekt een uitweg… langs de kelders die niet waterdicht zijn. De enige oplossing is dat de bewoner een firma onder de arm neemt om zijn kelder waterdicht te maken.
We zorgen ervoor dat de huizen langs het traject van de werken buiten de werkuren bereikbaar zijn. Daartoe legt de aannemer bijvoorbeeld Minder Hinder-steenslag. Bovendien moet de aannemer de bewoners vooraf verwittigen als hun woning tijdelijk niet met de wagen bereikbaar is. Maar soms loopt het niet zoals voorzien en gaat de bewoner te rade bij ons Contactcenter. De collega’s daar vormen zich aan de hand van enkele gerichte vragen een beeld van de situatie en bellen dan de werfleider of de projectverantwoordelijke. Meestal volstaat een kleine actie, vb. een rijplaat leggen of een hoop zand enkele meters verplaatsen, om de woning terug toegankelijk te maken en de bewoner tevreden te stellen.
Q. Hoe krijg ik die rioolgeur uit ons huis?
03 450 45 45* Q. Een losliggend deksel zorgt voor geluidshinder, kunt u dit herstellen?
A. Een zwaar gietijzeren riooldeksel dat rammelt telkens er een auto over rijdt, laat staan een bus of vrachtwagen, kan de rust zwaar verstoren. De oplossing ligt echter niet altijd voor de hand. Eerst zoeken we uit of het riooldeksel van Aquafin is. Ja? Dan is het makkelijk: ons lokale team gaat ter plaatse poolshoogte nemen, zorgt eventueel voor een tijdelijke oplossing (vb. door rubbers onder het deksel te steken waardoor het geluid gedempt wordt) en zet alles in gang als er een grotere ingreep nodig is om de lawaaihinder te beëindigen. Is het riooldeksel niet van Aquafin? Dan zoeken onze medewerkers van het Contactcenter snel op wie de rioolbeheerder is en geven ze zijn contactgegevens door aan de vraagsteller.
Q. Help, ik geraak niet meer op mijn oprit!
A. Aquafin zet op zijn werven sterk in op Minder Hinder.
A. Dat elke afvoer in huis – WC, spoelbak, douche, … – een sifon moet hebben om kwalijke geuren te vermijden, is algemeen geweten. Maar dat volstaat meestal niet om onwelriekende luchtjes buiten te houden. Geur voorkomen of afvoeren, doet u best door voldoende be- en ontluchting te voorzien. Bij een nieuwbouw kan dat meteen lucht in het sanitair stelsel te laten, voorkomt u dat de sifons luchtledig trekken van de sanitaire toestellen die op één afvoerleiding zijn aangesloten. Buitenshuis ontluchten via de regenwaterafvoer is ook een mogelijkheid, maar dan bent u verplicht om er foto’s van de maken met het oog op de keuring van uw afvoer. Derde mogelijkheid: buitenshuis een nieuwe verluchting bijplaatsen. En wilt u elke vorm van geurhinder vermijden? Plaats de verluchting dan ver genoeg van ramen, terras of andere luchttoevoeren. Anders komt het luchtje dat langs de achterdeur buiten gaat langs de voordeur weer binnen. Bij wijze van spreken…
* Doorlopend bereikbaar van 8 tot 19 uur contact@aquafin.be Contactformulier via de website www.aquafin.be
AQUA 2017/4
Een stel schaatsenrijders copuleert op het wateroppvervlak.
Macro-invertebraten als indicator van de
waterkwaliteit Macro-invertebraten zijn ongewervelde dieren die zichtbaar zijn met het blote oog. Meestal is de norm hiervoor wat overblijft
DOOR DE LENS VAN MISJEL DECLEER
26
na het vissen van waterbeestjes met een net met openingen van vijf bij vijf millimeter. Natuurfotograaf Misjel Decleer gidst regelmatig in het Zwin en begeleidt er de zoet- en zoutwaterlabo’s voor de observatie van waterinvertebraten.
W
etenschappers hebben vastgesteld dat met de vervuiling van het oppervlaktewater, sommige waterdieren zeer snel afnemen in aantallen en soorten. Anderen overleven of komen zelfs voornamelijk voor in vervuild water. Ook het type water speelt een rol: stilstaand of (sterk) stromend water, kalkrijk of zuur, open of rijk aan vegetatie…
Het zuurstofgehalte in het water houdt meestal sterk verband met de waterkwaliteit. Tijdens de zomer is het water warmer en neemt het minder zuurstof op. ‘s Nachts nemen planten zuurstof op en in de ochtenduren is het zuurstofgehalte dus op zijn laagst. Hoe groter het wateroppervlak en hoe ondieper het water, hoe meer zuurstof er zal worden opgenomen vanuit de atmosfeer. Dieren die hun zuurstof rechtstreeks vanuit de lucht kunnen opnemen zullen minder gevoelig zijn voor watervervuiling. Larven van steenvliegen of haften verdwijnen zeer vlug bij een afnemende waterkwaliteit. Het zijn dus goede indicatoren van zeer zuiver water, terwijl muggenlarven en wormen soms nog gedijen bij sterke vervuiling. Door de aantallen en soorten van de meest kwetsbare families op te tellen kunnen we de ‘biotische index’ van het water bepalen en een kwaliteitscijfer toekennen van 0 tot 10. Hoe hoger de waarde, hoe beter de kwaliteit. Vanaf een index van 7 spreken we van een goede kwaliteit.
27
Haften zijn larven van eendagsvliegen. Eens volwassenen leven ze nog slechts enkele uren.
HET ZOETWATERLAB In het Zwin werd een houten hut gebouwd met een aantal faciliteiten zoals microscopen en binoculairen, verbonden met hoge resolutie schermen. Er is ook een gids die je wegwijs maakt in de onderwaterwereld. ’s Morgens wordt er gevist met een fijnmazig net en de buit wordt tentoongesteld in een aantal platte witte waterschalen. We selecteren regelmatig organismen die we dan bekijken op een vergroting van 10 tot 40x. Dat schept meermaals verbazing over een zeer gevarieerde, wonderlijke en vooral ongekende wereld. In de aanpalende vijver werd een houten ponton gebouwd van waarop je in de stille diepte kunt turen. Vanuit de duistere bodem reikt groen hoornblad met jonge blonde koppen naar het licht en de oppervlakte. Kleine zwarte kopstaartjes (larven) van padden doorkruisen het nat met hun wiebelende staartjes of hangen vertikaal aan het nieuwe groen. Tussenin dansen eenoogkreeftjes en watervlooien in de waterkolom. Net boven de waterspiegel scheren eendagsvliegen in haakse vlucht over het oppervlak.
De larve van de spookmug leeft met behulp van hydrostatische blaasjes horizontaal in de waterkolom.
De roodoogjuffer mijdt de oevers en nestelt zich op watervegetatie.
Met de eerste warme dagen van mei verlaten ze massaal het water, ontdoen zich een laatste keer van hun huid en ondergaan hun grootste metamorfose. Ze hebben dan een jaar (soms twee) als larven in het water doorgebracht op een voornamelijk plantaardig dieet, ademend door plaatvormige kieuwen op hun achterlijf. Nu rest hen nog slechts enkele uren. Hun monddelen zijn gereduceerd of onbruikbaar en dus zullen ze ook geen voedsel meer opnemen. Een paar goed ontwikkelde voorvleugels, grote ogen en lange staartdraden moeten ze in staat stellen om vlug een partner op te sporen en te bevruchten.
AANPASSEN AAN WATERKWALITEIT De meeste larven zijn zeer gevoelig voor dalingen van het zuurstofgehalte in het water en sommigen kunnen die situatie zelfs kortstondig ontvluchten door tijdelijk op de vochtige oevers te kruipen. Ook zware metalen, pesticiden of onderhoudswerken aan waterlopen kunnen nefast zijn voor veel soorten. Er zijn de vele kevers en wantsen die zich hebben aangepast aan een waterleven. Toch zijn velen van hen nog in staat om te vliegen en betere oorden op te zoeken wanneer de waterkwaliteit faalt of het aantal prooidieren niet voldoet.
De kleine eenoogkreeftjes of cyclopsen en watervlooien zijn ook meer dan een studie waard. Soms is hun huid zo dun dat je los door hun lijf kan kijken. Ze zijn uitgerust met een paar grote gevederde antennes waarmee ze zowat “hoppen” door het water en bezitten vier tot zes borstelvormige aanhangsels. Daarmee veroorzaken ze een kleine waterstroom die naar de monddelen wordt gebracht en gefilterd. Ze vallen ten prooi aan heel wat onderwaterleven en ook vogels gaan dikwijls het water filteren om ze in grote aantallen te verorberen. Waterdiertjes zijn fascinerend en geven hun geheimen beetje bij beetje prijs naarmate de seizoenen vorderen. Wanneer je aandacht verscherpt, krimpt het begrip tijd en vervliegen de uren. l
Het eenoogkreeftje of cyclops zwemt met zijn voorste paar antennes en met de pootjes op het achterlijf.
28
AQUA 2017/4
O
oit al zo’n kerstboom gezien? Audrey, Nicolas en Geert voelen zich ook in de kerstperiode verbonden met hun job. Hoe dat komt? Wel, samen met meer dan 1000 collega’s zorgen ze ervoor dat het afvalwater van toiletten, douches, wasmachines, … eerst gezuiverd wordt vooraleer het in een waterloop terecht komt. Zo werken we bij Aquafin dagelijks aan proper oppervlaktewater en een leefomgeving in harmonie met water. Wil jij ook een job met een ‘wauw’-gevoel? Bij ons maak je een zichtbaar verschil voor mens en milieu. Daarbovenop krijg je nog een boel dingen die er toe doen: een prima balans tussen werk en privé, toffe collega’s in een open sfeer, afwisselend werk waarin je jouw eigen touch legt en de kans om je verder te ontplooien.
Rep je dus gauw naar www.werkenaanzuiverwater.be