P. 1
ANS TEKENT Algemeen Nijmeegs Studentenblad / jaargang 33, nummer 6
Tekst: Redactie Commentaar/ Deze ANS P. 2
COMMENTAAR ‘Vo!’ Met een adtje van zijn bier neemt hij afscheid van zijn dispuutsgenoten. Het was weer gezellig met de vrinden. Eindelijk is het gelukt om de bangalijst af te ronden. In zijn gedachten denkt hij terug aan Anne-Sophie, op wie hij stiekem een oogje heeft. Ergens baalt hij dat ze zo ver bovenaan staat, maar ach, ze mag best even rondgaan voordat ze bij hem terecht komt.
DEZE
ANS
Op de fiets naar huis denkt hij nog even aan haar, maar wanneer hij thuis zijn laptop openklapt, is hij haar alweer vergeten. Nu heeft hij veel belangrijkere zaken aan zijn hoofd: het verdedigen van de superieure westerse normen en waarden. Hij is nog steeds in extase dat Forum voor Democratie zoveel zetels heeft gewonnen bij de Provinciale Statenverkiezing. Thierry heeft gelijk: het boreale Europa wordt steeds verder verziekt. Tijd om er iets aan te doen. Op Facebook logt hij snel in onder de naam van zijn anonieme trollaccount. Meteen stuurt hij een dreigberichtje naar Özcan Akyol. Het wordt hoog tijd dat die Turkse columnist een toontje lager gaat zingen. Na hem een pijnlijke dood te hebben toegewenst, richt hij zijn pijlen op Marian Spier. ‘Deze diversiteitsgekte is te absurd voor woorden’, plaatst hij in de reacties onder een interview. Van het typen krijgt hij kramp in zijn handen. Tijd voor een korte pauze. Terwijl hij naar de koelkast loopt om een blikje bier te halen, denkt hij even terug aan zijn college Wetenschapsfilosofie van vandaag. Woedend wordt hij als hij zich de woorden van de oude linkse professor herinnert. ‘We bespreken vandaag alleen maar niet-westerse filosofen. Het wordt eens tijd dat de wetenschappers die onderbelicht zijn wat meer aandacht krijgen.’ Wat een onzin! Het blikje bier valt bijna uit zijn handen. Het enige perspectief dat in het Westen belangrijk is, is dat van de westerse man. Helemaal opgewonden gaat hij weer achter zijn laptop zitten, maar deze klapt hij snel weer dicht. Als hij zo geagiteerd is, kan hij beter niet op Facebook zitten. Nog even kijkt hij op zijn telefoon in de hoop een berichtje van Anne-Sophie te zien, maar WhatsApp blijft stil. Gedesillusioneerd zoekt hij zijn bed op en pakt de ANS erbij. Normaal gesproken gebruikt hij deze exclusief als vliegenmepper, maar op zijn nachtkastje ligt niks anders om te lezen. Het is niet anders. Alleen al na een vluchtige blik op de inhoudsopgave valt zijn mond open. ‘Hoe links kan een tijdschrift zijn!’ schreeuwt hij woest vanuit zijn bed. Tijd voor een omvolking van de ANS. De redactie
08 08 Reportage Dubbelspel De meeste mensen kennen topsporters alleen van tv, maar ook op de Radboud Universiteit (RU) lopen ze rond. Een aantal jonge topsporters volgt namelijk een studie op de RU. Eerstejaarsstudent Economics and Business Economics Leon Luini neemt ANS mee naar Papendal en vertelt over zijn dubbelleven als student en topsporter.
12 12 Interview ‘Mensen zijn online totaal ontspoord’ Columnist en documentairemaker Özcan Akyol wordt regelmatig bedreigd door personen die het niet met hem eens zijn. Hij denkt dat harde debatten in de Tweede Kamer hier een rol in spelen. ‘Als het in dat circus al wordt toegestaan om op zo’n manier met elkaar om te gaan, is het niet gek dat mensen op internet ook zo praten.’
Tekst: Redactie Deze ANS/ Deze ANS niet P. 3
DEZE ANS 18 18 Achtergrond Oost west, alles best Studenten zijn vaak bekend met Kant en Darwin, maar hebben minder kennis van alternatieve perspectieven. Hoewel er vanuit zowel docenten als studenten geluiden opgaan dit meer te integreren, gebeurt dit nog maar weinig. Waarom is het belangrijk om minder bekende perspectieven te verwerken in het onderwijs en waarom gebeurt dit nog weinig in college?
26
NIET
Undercover reportage Tijdens het inplannen van deze ANS vroeg de redactie zich af waarom er nog nooit eerder een reportage over een RUstudent was gemaakt die op Papendal sport. Aan het begin van de meeloopreportage wordt dat meteen duidelijk. ‘Eigenlijk mag je op Papendal geen foto’s maken’, is het eerste wat Leon zegt. Ted, trouwe ANS-fotograaf, kijkt hem nog wat schaapachtig lachend aan. ‘En eigenlijk mocht ik ook maar één iemand uitnodigen’, gaat Leon vrolijk verder. Ineens krijgt het plan voor een leuke en luchtige reportage een nieuwe dimensie. In ware Peter R. de Vries-stijl houden de redacteuren en de fotograaf zich gedeisd. Dat gaat zo’n 15 minuten goed, totdat ANS tijdens de lunch een bord van het dienblad stoot. Met een oorverdovende knal valt het bestek op de grond en breekt het bord in ontelbaar veel stukken. De hele kantine werpt een blik op het incident. Tot zover de undercover missie.
Let één keer niet goed op bij het invullen van je emailadres op een webpagina en al je persoonsgegevens liggen op straat. Nooit eerder was het zo makkelijk om iemands privégegevens te verkrijgen. Toch zag men het ooit als een plaats waar je volledig anoniem kon zijn. Hoe is deze visie op het internet zo veranderd?
Too much information In de rubriek Tijdsgeest wordt elke editie verleden, heden en toekomst van een bepaald onderwerp besproken. Dat levert zo nu en dan sentimentele herinneringen op bij de experts die over het onderwerp worden geïnterviewd. Journalist Olaf Tempelman zat midden in zijn verhaal over de opkomst van het internet in de jaren negentig toen redacteur Vincent opmerkte dat hij in 1997 is geboren. ‘1997’, herhaalde Tempelman dromerig. ‘God wat fantastisch. Dat was het jaar dat ik mijn eerste emailadres kreeg.’
04 Ongezien een tien 05 Gevarendriehoek 07 Het Laatste Oordeel 16 Middenpagina 20 ANS-Online 21 De Graadmeter 22 Dialoog voor diversiteit 24 Even denken 28 Kamervragen 30 GoedVoorEenConsumptie/ Colofon 31 Crypto 32 Van de Baan
Strak van de morfine Op de dag dat onze site-redacteur het interview met Steven Brunswijk gepland had staan, rinkelde de telefoon. Een opgewekte Brabantse stem: ‘Hoi! Ik ben de broer van Steven. Hij is geopereerd en het interview kan niet doorgaan vanmiddag.’ Er werd meteen een nieuwe datum gepland, probleem opgelost. Tot de manager mailde: ‘Waarom zijn jullie niet komen opdagen? Hier zijn wij niet van gediend.’ Na een belletje met de manager werd duidelijk waar het probleem zat: Steven had zijn broer gevraagd om het interview af te zeggen, maar was dit vervolgens zelf vergeten. ‘Onder invloed van morfine’, zo verklaarde zijn manager.
26 Tijdsgeest Privacy in het digitale tijdperk
Ongezien een tien Tekst: Camee Comperen en Jonathan Janssen/ Illustratie: Joëlla Verschoor P. P. 44
Opinie
ONGEZIEN EEN TIEN Bij het beoordelen van tentamens spelen vooroordelen op basis van naam, geslacht en andere kenmerken van de student een rol. Anoniem tentamineren beperkt de invloed van deze vooroordelen. Voor een objectieve beoordeling van de student moet de Radboud Universiteit daarom anoniem tentamineren. Je hebt een onconventionele achternaam en krijgt daarom een lager cijfer voor een tentamen. Onwaarschijnlijk? Dit gebeurt constant aan universiteiten. Onderzoek van de Universiteit van New England uit 2016 laat zien dat naam, geslacht of reputatie van een student zowel een negatieve als een positieve invloed uit kan oefenen op de beoordeling. Daardoor krijgen studenten vaak andere cijfers van hun docenten dan ze, puur op basis van de inhoud van hun werk, verdienen. Anoniem tentamineren, waarbij docenten niet kunnen zien wie ze beoordelen, kan dit makkelijk en effectief voorkomen. Om de kwaliteit van het werk van de student centraal te stellen, moet aan de Radboud Universiteit (RU) anoniem worden getentamineerd. Onbevooroordeeld beoordelen Iedereen is bevooroordeeld wanneer ze anderen moeten beoordelen. ‘Niemand wil mensen ongelijk behandelen, maar bij iedereen kan dat wel gebeuren, ook bij docenten’, vertelt Gijs Bijlstra, sociaal psycholoog aan de RU. ‘Als je andere mensen waarneemt, activeer je allerlei kennis, zoals stereotypen, vooroordelen of andere verwachtingen. Zo kun je een label op iemand plakken als man of vrouw, Nederlander of niet-Nederlander, of goede of minder goede student.’ Bij deze labels kun je verschillende verwachtingen hebben, bijvoorbeeld dat een ‘goede student’ per definitie betere antwoorden geeft dan een minder goede student. ‘Het activeren van die kennis kan vervolgens je gedrag en beoordelingsvermogen beïnvloeden’, legt Bijlstra uit. Deze bias heeft ook invloed op de beoordeling van studenten. Het onderzoek van de Universiteit van New England wijst uit dat een leuke naam of een aantrekkelijk uiterlijk al invloed kan hebben op de beoordeling van een student. Wanneer docenten zich bewust zijn van de benadeelde positie van bepaalde studenten, kan er reverse bias optreden. Hierdoor kunnen ze studenten uit bepaalde groepen juist hoger beoordelen. Bewustwording alleen is dus geen oplossing, maar anoniem tentamineren kan de invloed van deze bias wel inperken.
Eenvoudig en effectief De stap naar anoniem tentamineren is zo gemaakt. Zo zouden studenten alleen hun studentnummer of een uniek tentamennummer in kunnen vullen op het tentamenvel. Zeker nu steeds meer tentamens digitaal worden afgenomen, zoals bij Rechten en Psychologie, is het makkelijker om anoniem te tentamineren. Digitaal is het eenvoudig in te stellen dat studenten geen naam in hoeven te vullen, zodat docenten daar niet door worden beïnvloed. Ondanks dat het zo voor de hand ligt, experimenteert nu maar een enkele docent aan de RU op eigen initiatief met anoniem tentamineren. Dat terwijl anoniem tentamineren in Groot-Brittannië al jaren standaard is. Studenten met bijvoorbeeld een niet-Britse etnische achtergrond halen daar nu gemiddeld hogere cijfers dan daarvoor. Ook in Leuven, Groningen en Utrecht maken de universiteiten steeds meer gebruik van anonieme toetsing. In Nijmegen is de Universitaire Studentenraad slechts voorzichtig in gesprek met de afdeling Strategie Onderwijs en Onderzoek van de universiteit over de haalbaarheid van anoniem tentamineren, maar dit heeft nog geen resultaat opgeleverd.
‘Het anoniem beoordelen van tentamens kan de invloed van bias beperken.’ Aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht (UU) is vorig jaar een initiatief voor anoniem tentamineren opgezet. Door een succesvolle pilot kan elke docent op de faculteit nu zelf bepalen of hij anoniem tentamineert. Docenten waren over het algemeen tevreden over de resultaten van de pilot, de kritiek was vooral praktisch. ‘Het enige bezwaar van docenten was dat het invoeren van de cijfers nu iets minder makkelijk is, maar dat is eenvoudig op te lossen met de zoekfunctie van de computer’, zegt Sander Werkhoven, ethicus aan de UU en een van de initiatiefnemers. ‘Een eerlijke behandeling
Column Roel van Koeverden P. 5
van alle studenten is erg belangrijk en het is een taak van universitaire medewerkers om daar goed mee om te gaan. Anoniem toetsen is een eenvoudige manier om docenten daarbij te ondersteunen.’ Meer dan symptoombestrijding Toch zijn niet alle universiteiten voorstander van anoniem tentamineren. De discussie wordt ook aan de Vrije Universiteit (VU) gevoerd. Karen van Oudenhoven-Van der Zee, Chief Diversity Officer aan de VU, is verantwoordelijk voor het tegengaan van bias binnen de universiteit. Zij vindt anoniem tentamineren slechts een vorm van symptoombestrijding en geen duurzame oplossing. ‘Als je de dieperliggende vooroordelen in de maatschappij niet aanpakt, dan doe je niets aan het daadwerkelijke probleem. Daarom proberen wij docenten te trainen om goed om te gaan met bias.’ Natuurlijk is het zo dat dieperliggende discriminerende vooroordelen zoveel mogelijk moeten worden aangepakt, maar deze helemaal uitroeien is onmogelijk. ‘Het is een fijne gedachte om te denken: onderscheid maken in groepen, dat doen alleen racisten en seksisten, ik niet’, reageert Bijlstra. ‘Ons brein is echter ingesteld om met gebruik van onderscheid in groepen allerlei informatie te verwerken.’ Hierdoor kan iedereen worden beïnvloed door vooroordelen en is bias niet volledig uit te roeien. Het anoniem beoordelen van tentamens kan de invloed van bias in ieder geval beperken. Mensen zullen altijd worden beïnvloed door bias, op een negatieve dan wel positieve manier. Anoniem tentamineren is een makkelijke manier om de invloed van bias te beperken en de studenten eerlijker te behandelen. Daarom moet het ook op de RU de standaard worden. Studenten moeten worden beoordeeld op de inhoud van hun werk, niet op hun uiterlijk, achtergrond of geslacht. Een objectievere wereld begint bij RU zelf. ANS
GEVARENDRIEHOEK Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten, is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren. Tindertroubles ‘Ben jij toevallig-?’ Haar stem valt een stuk lager uit dan je had verwacht. Ook is ze bijna even lang en minimaal even zwaar als jij. Aldus lijkt ze evenveel op haar profielfoto als jij op je oma lijkt. Je had ergens gehoopt dat die avond op Nijmegen Centraal een nieuw liefdesavontuur zou beginnen, maar de eerste ontmoeting is gelijk al een ontnuchterende ervaring. Je herpakt jezelf met de insteek om er alsnog een leuke avond van te maken. ‘Ja, klopt. Dat ben ik.’ En nu? Een knuffel? Drie kussen alsof het je tante is? Een zakelijke, ferme hand? Uiteindelijk ga je toch maar voor een veilige hand. De eerste etappe van de Tour de Tinder is achter de rug. Vele zullen volgen in de sociale hindernisbaan. Eenmaal aangekomen in het datecafé, staat de tweede uitdaging op je te wachten. Er is nog maar één tafeltje vrij: die bij de ingang waar je vijf keer per minuut de voordeur in je harses geramd krijgt. Daar komt bovenop dat de tent afgeladen is. Hierdoor versta je geen zak van wat je date te zeggen heeft en komt de conversatie even langzaam op gang als een drol in een trechter. Nadat je een half uur loze opmerkingen en open vragen naar elkaar toe geflikkerd hebt, is er eindelijk iets van een gesprek ontstaan. Of ja, gesprek? Eerder oeverloos geouwehoer over niets. Er is niets terug te vinden van de spontaniteit die haar kroeg- en festivalprofiel uitstraalde. Terwijl ze doorratelt over haar passieve huisdieren en studie Bedrijfseconomie vervloek je het moment dat je haar naar rechts hebt geswipet tijdens een van die vele Tindersessies op het toilet. Zodoende trek je al halverwege je eerste biertje de conclusie dat je een gruwelijke fout hebt gemaakt en je een einde moet breien aan de date. Je date lijkt daar echter anders over te denken en ontpopt zich ineens tot FBI-rechercheur. De ene naar de andere persoonlijke vraag wordt op je afgevuurd. ‘Heb je veel relaties gehad?’, ‘Wat is je grootste angst?’, ‘Heb je veel contact met je ouders?’, ‘Frikadellen of kroketten?’ Verbijsterd geef je antwoord op haar vragen totdat er ineens een stilte valt. Je date kiepert haar chai latte achterover en vermeldt daarna dat ze denkt dat het waarschijnlijk niets gaat worden. Voor je het weet heeft ze al afgerekend en het pand verlaten. Daar gaat je match. En dat met Tinder Gold.
Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 6
STUDENTEN 20% KORTING
ALWAYS TRUST YOUR GUT BASISCURSUS INTUÏTIEVE ONTWIKKELING
Kom eens een kijkje nemen op onze Open Dag op 5 januari 2019. In januari, april en september kun je bij ons starten met een cursus. www.intuitieftraject.nl
Al 15 jaar scho ol om de jez en je intuït elf ie te ontw ikkele n.
Tekst: Wouter van der Laan/ Foto: Irene Wilde Het Laatste Oordeel P. 7
HET LAATSTE OORDEEL Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. STUDIE: Pedagogische wetenschappen COLLEGE: Inleiding orthopedagogiek, 14 maart,
EINDCIJFER:
10:30 - 12:15 CC1 DOCENT: Dr. M. P. J. Vervloed UITSTRALING: Onhandige lieverd PUBLIEK: Leergierige kwebbelaars INHOUD: Speciale onderwijsheden
Een zachte, lage, monotone stem klinkt door CC1. IJsberend achter zijn bureau, met zijn handen in elkaar gevouwen en hier en daar een handgebaar is dr. Mathijs Vervloed begonnen aan zijn college. Tussen het geroezemoes van de studenten door vertelt Vervloed stoïcijns over speciaal- en clusteronderwijs. ‘Speciale basisscholen zijn een vangnet voor kinderen met leerproblemen, opvoedingsmoeilijkheden en gedragsproblemen. Deze kinderen worden uit de maatschappij gehaald om ze te leren functioneren binnen diezelfde maatschappij. Een schrijnende paradox’, aldus Vervloed. Door een bataljon van grafieken en tabellen maakt het getik op de laptops na een half uur plaats voor Snapchat, vakantiekiekjes en een croissant. Door middel van een filmpje probeert Vervloed de rust terug te brengen. Bij het filmpje over kinderen met een auditieve beperking in regulier onderwijs is er ironisch genoeg geen geluid te horen. Een gewiekste grap, of gewoon de onkunde van Vervloed? Na minuten durend geklungel achter zijn bureau loopt hij zonder iets te zeggen de zaal uit om versterking te halen. De studenten maken dankbaar gebruik van zijn zoektocht naar hulptroepen en lassen alvast een pauze in. Na enige tijd komt Vervloed terug met de mannen van de technische dienst. Die hebben niet lang nodig om de volumeknop te vinden, waardoor de laatste minuut van het filmpje wél met geluid te beluisteren is. Na de pauze komt de docent een stuk energieker uit de hoek. Hij bespreekt namelijk zijn specialisme: kinderen met een visuele beperking en doof-blindheid. Met foto’s en interactieve vragen brengt hij leven in het college. Vervloed vraagt de studenten eerst om een boom op papier te tekenen, wat resulteert in een kunstzinnig bos vol met bladeren, takken en wortels. Vervolgens laat hij zien hoe een blind kind een boom tekent. De studenten
zijn stomverbaasd wanneer ze alleen een cirkel te zien krijgen. Vervloed wijst de studenten erop dat een blind kind interpreteert via tast. Een blind kind dat een boom knuffelt kan de omtrek hiervan interpreteren; een cirkel. ‘De beleving is niet fout maar anders’, geeft de docent aan. Wanneer Vervloed tegen het einde van het college begint te bazelen over een Poolse collega-hoogleraar met een midlifecrisis vinden zijn studenten het welletjes. Laptops worden dichtgeklapt en het geroezemoes neemt flink toe. Vervloeds zachte stem kan niet op tegen het geluid in de zaal en even lijkt het erop dat het college zonder slotakkoord eindigt. Toch gebeurt dit niet, want met een tweede filmpje zorgt Vervloed voor een passend slot. En jawel, ditmaal op vol volume.
Het Laatste Oordeel der Studenten Op persoonlijk vlak kunnen de studenten het goed vinden met Vervloed. Ze zien hem als een ‘schattige en aardige kerel’ die ‘zijn best doet’. De studenten waarderen dat Vervloed gepassioneerd over zijn vakgebied spreekt, en dat hij zijn overvloed aan kennis met alle plezier in het college deelt. Met zijn zachte, monotone klanken zorgt hij er echter tegelijk voor dat zijn studenten snel afdwalen naar weekend- en eetplannen. Duidelijker en harder praten is dan ook het advies. Het oordeel luidt: ‘Expert in zijn vakgebied, maar niet de beste spreker.’ ANS
P. 8
Reportage
DUBBEL SPEL
Sommige studenten ervaren hun studie al als topsport, maar op de Radboud Universiteit lopen ook studenten rond met een ĂŠchte Olympische droom. Zij combineren hun studie met urenlange, dagelijkse training op Papendal, het grootste topsporttrainingscomplex van Nederland.
Dubbelspel Tekst: Julia Mars en Madelon Thevis/ Foto’s: Ted van Aanholt P. 9
Verscholen in de bossen bij Arnhem ligt Papendal, het grootste topsporttrainingscomplex van Nederland. Honderden topsporters maken hier dagelijks gebruik van zeer uiteenlopende trainingsfaciliteiten: waar aan de ene kant van het terrein de golfballen meters ver door de lucht worden geslagen, stunten aan de andere kant BMX’ers over de baan en dribbelen basketballers over het veld. Bijzonder op Papendal zijn de jeugdtalententeams. Deze zestien- tot twintigjarige sporters zitten naast de trainingen nog op school of doen een vervolgopleiding. Ook op de Radboud Universiteit lopen studenten rond die naast hun studie op Papendal wonen en trainen. Eén van hen is eerstejaarsstudent Economics and Business Economics Leon Luini, die hier traint om de volleybaltop te bereiken. Om beide balletjes hoog te houden, leeft hij volgens een strak schema. ‘Ik moet veel vrije tijd inleveren, maar uiteindelijk is het ontzettend gaaf om op Papendal te mogen trainen.’ Best of both worlds Het is een gure, regenachtige ochtend in maart. Met een afwezige blik in zijn ogen staat Leon voor de Universiteitsbibliotheek te wachten op de bus. Leon zit met zijn hoofd bij de oefenwedstrijd van gisteren. Een harde tik echoot door de sportzaal, waardoor de bal met fikse snelheid over het net heenvliegt. ‘Voor mij!’ roept Leon. Op fervente wijze duikt hij op zijn knieën om te voorkomen dat de bal en de grond zich met elkaar verenigen. Helaas, niet fervent genoeg. ‘Allemachtig Luini, dat kan beter!’ galmen de woorden van zijn strenge coach na in zijn hoofd. Leon schrikt op uit zijn gedachten en checkt of hij de bus al ziet naderen. Hoewel zijn collegedag nog niet is afgelopen, staat Leon iets na elven alweer op het punt om naar huis te gaan. Om zijn droom ooit voor een grote, internationale club te mogen spelen waar te maken, traint zijn team elke middag drie uur lang intensief volleybaltechnieken in de zaal. Vervolgens zweten ze nog een uur verder tijdens een uitvoerige krachttraining. De bus arriveert en Leon neemt plaats tussen de andere studenten. Het klinkt misschien overbodig: een volledige studie volgen wanneer je toch al weet dat je topsporter wilt worden. Leon legt gepassioneerd uit waarom hij deze keuze maakte. ‘Ik vind het leuk om de combinatie van twee werelden te hebben. Bovendien kun je natuurlijk niet je hele leven sporten. Stel je raakt geblesseerd of je haalt de top niet, dan moet je wel iets achter de hand hebben.’ Het combineren van het vele sporten met het universiteitsleven is niet altijd makkelijk. Zo heeft de sporter laatst een wiskundetoets moeten missen, die hij niet kon inhalen. ‘Volleybal gaat voor mij altijd voor’, zegt Leon. ‘Gelukkig
Boven: Leon komt teamgenoot Jesper tegen in de bus. Onder: Leon en zijn team luisteren aandachtig naar hun coach.
telde de toets niet zo zwaar.’ Echte studievertraging heeft hij nog niet opgelopen. Met een beetje gepuzzel lukt het hem meestal de twee schema’s te combineren. ‘Vaak kan ik met mijn docenten regelen dat ik verplichte werkgroepen mag skippen’, vertelt hij. Voor wat hoort wat ‘Hé Luini!’ klinkt een enthousiaste kreet, wanneer Leon op station Arnhem Centraal in de bus richting Papendal stapt. Het is de achttienjarige Jesper van Muiden, een teamgenoot van Leon. Ook hij komt net uit zijn college. Leon begroet hem met een handdruk en de twee beginnen meteen een gesprek over de training van straks. ‘Gelukkig mogen we elkaar, want je teamgenoten kies je niet uit’, zegt Jesper met een grijns. Leon stemt daarmee in. ‘Het grootste gedeelte van de tijd breng ik met mijn teamge-
P. 10
De jonge topsporters vertonen acrobatische kunsten tijdens de warming-up.
noten door. Op de uni heb ik wel een paar vrienden, maar helaas mis ik een hoop lunch- en stapplannen vanwege mijn drukke schema.’ Student of niet, voor een topsporter zitten uitgaan en alcohol drinken er niet in. Zelfs in het weekend is er geen tijd voor feestjes. ‘Tijdens het competitieseizoen spelen we op zaterdag wedstrijd en zijn we alleen op zondag vrij. Daarnaast hebben we maar weinig vakantie: met kerst hebben we vijf dagen vrij en in de zomer twee of drie weken.’
‘De feedback is soms pijnlijk om te horen, maar je moet het niet persoonlijk opvatten.’ Voordat de training begint, luncht Leon samen met twee teamgenoten in de algemene kantine van het sportcomplex. In de kantine, waar de kleur oranje in vrijwel al het meubilair terugkomt en alle muren vol staan met grote afbeeldingen van nationale Olympische helden, wordt eten geserveerd waar de nieuwe Refter jaloers op zou zijn. Naast verse sappen, broodjes en een saladebar is er een kok die voor je neus grandioze omeletten klaarmaakt. Iets ongezonds valt niet te bespeuren in de ruimte. ‘Ik heb geen specifiek dieet waaraan ik me moet houden, het is mijn eigen verantwoordelijkheid dat ik gezond eet’, vertelt Leon. ‘Wel worden een aantal lichaamswaarden, zoals mijn vetpercentage, bijgehouden.’
Jongeren onder elkaar Na het eten gaat Leon naar zijn kamer om zich om te kleden voor de training. Zijn kamer bevindt zich in een oud, maar mooi gebouw binnen Papendal. Hij mag dan wel een topsporter zijn, maar ook deze eerstejaarsstudent wordt gewoon wakker in een compact kamertje dat iets weg heeft van de kamers op het SSH&-complex Hoogeveldt. Tussen zijn eenpersoonsbed en de muur past net een bureautje. Op twee kasten na zijn dit de enige meubels. Deze soberheid wordt enigszins gecompenseerd door het luxe espressoapparaat. ‘Ik ben toch half Italiaans, hè’, grapt hij daarover, terwijl hij op het bed gaat zitten om zijn sportschoenen aan te trekken. Leon vertelt dat hij gezellige huisgenoten heeft: ‘Op deze verdieping wonen voornamelijk volleyballers en volleybalsters, we kennen elkaar heel goed. Na de training chillen we vaak met zijn allen in de woonkamer.’ In het midden van de ruimte staat een grote tafeltennistafel. ‘Er komen hier alleen maar topsporters, dus fanatieke partijtjes zijn hier geen uitzondering’, vertelt Leon met een grote glimlach. Wanneer hem wordt gevraagd hoe het eigenlijk zit met de volleybalsters, moet hij een beetje lachen. ‘Je zit met allemaal jonge mensen in één huis, dus natuurlijk gebeurt er wel eens wat. Maar we zijn voornamelijk gewoon vrienden, hoor.’ De condoomautomaat op het gemeenschappelijke toilet doet andere dingen vermoeden. Het Darwin-principe Hoewel de training pas om twee uur begint, is het grootste gedeelte van het team al een half uur van tevoren in de zaal. Deze ziet eruit als een doodgewone gymzaal, op het grote tv-scherm aan de muur na. Hierop is live te zien wat
Dubbelspel P. 11
er in de zaal gebeurt. ‘Zo kunnen we onze bewegingen in slow motion terugkijken’, legt Leon uit. Als de rest van Leons team binnenkomt, is de jeugdigheid van het team goed te merken. Een groot kabaal breekt los als zeventien jongens door de zaal stuiteren. Even later komen ook de twee coaches binnen, ze begroeten het team met een vriendschappelijke schouderklop of een speelse duw. Wanneer de training van start gaat, is het ineens muisstil. Eerst wordt de oefenwedstrijd die het team de dag ervoor heeft gespeeld uitvoerig besproken. Deze ging helaas niet al te best en de nabespreking is pittig. De teamgenoten moeten van zichzelf en van elkaar zeggen wat er beter kon. ‘Het is belangrijk dat de trainers streng zijn’, vertelt Leon. ‘De feedback is soms pijnlijk om te horen, maar je moet het niet persoonlijk opvatten. Onze trainers doen er alles aan om ons beter te maken en daarvoor zijn we uiteindelijk hier.’
‘Het team is een selectie van enkel de beste spelers. Het is hard werken om erbij te kunnen horen.’
Na de bespreking begint de fysieke training. De jongens doen intensieve oefeningen, die bestaan uit een combinatie van volleyballen en fitness. Bij één jongen, die nog niet zo lang bij het team speelt, gaan die oefeningen niet zo soepel, waar hij met een partij scheldwoorden op reageert. ‘Waarom was je zo aan het schelden?’, vraagt de coach hem als het team na de oefening weer bij elkaar komt. De jongen kijkt naar de grond en geeft toe dat de oefeningen hem nog niet zo goed lukken. Een seconde later loopt er een traan over zijn wang. Dit geeft het fanatisme van het team goed weer. ‘Het team is een selectie van enkel de beste spelers’, legt een van de coaches later uit. ‘Dat realiseren de jongens zich heel goed. Het is hard werken om erbij te kunnen horen.’ Erbij horen na te zijn geselecteerd, is dus een kwestie van hard werken, maar topsport is volgens Leon niet voor iedereen weggelegd. ‘Je moet hard zijn. Niet alleen de trainers kunnen kritisch zijn: ook moet je zelf soms gemeen kunnen zijn tegen je teamgenoten. We moeten samen presteren.’ De druk is hoog en het is niet altijd makkelijk, maar ‘als je echt wil en bereid bent er dingen voor op te offeren, is het zeker goed te combineren’, spreekt de jonge sporter temperamentvol. ‘Het is het me allemaal dubbel en dwars waard.’ ANS
Ballen vliegen door de lucht tijdens de training.
P. 12
‘Mensen zijn onlineTerrorist totaal ontspoord’ in toga? Tekst: Joep Dorna/ Foto’s: Mark van Doorn P. 13
Interview
‘MENSEN ZIJN ONLINE TOTAAL ONTSPOORD’ Özcan Akyol heeft een hotline met de politie vanwege extreme reacties op zijn columns en programma’s. Hij gaat er nuchter mee om. ‘Een beetje columnist wordt tegenwoordig uitgescholden en bedreigd.’ ‘Waar mensen op straat mij van herkennen?’ Özcan Akyol lacht. ‘Dat weet ik eigenlijk nooit zo goed. Als columnist van het Algemeen Dagblad, schrijver, gast bij De Wereld Draait Door, documentairemaker of soms zelfs van mijn radioshow.’ De Deventenaar brak door als schrijver van de autobiografische roman Eus, maar is tegenwoordig vooral bekend als opiniemaker. Talkshows en televisiezenders zijn dol op zijn ongezouten mening over de maatschappij. ‘Ik probeer mijn mediaoptredens te doseren, maar voor sommige mensen is het altijd te veel.’ Kritiek is nooit ver weg als Akyol in de media verschijnt. Online is hij vaak boksbal voor meestal anonieme gebruikers die het niet eens zijn met zijn mening. Recent kreeg hij dierenrechtenextremisten op zijn dak nadat hij in zijn column kritiek uitte op activisten die inbraken bij boerderijen. ‘De berichten die ik daarop kreeg, waren ronduit extremistisch. Ik vind dat je met iedereen moet kunnen praten, maar met die extremisten valt online echt niet te communiceren. Mensen jutten elkaar op internet enorm op.’ Zelf probeert Akyol wel het gesprek aan te blijven gaan met personen die anders denken dan hijzelf. Zo is hij onlangs begonnen met de webserie Brieven met Eus, waarin hij langsgaat bij schrijvers van opvallende brieven uit de krant. ‘De kranten waar mijn columns in staan hebben allemaal een pagina voor ingezonden brieven. Dat zijn vaak best maffe brieven, soms racistisch of juist heel ontroerend. In Brieven met Eus zoek ik deze mensen op om te kijken wat ze heeft bewogen om deze brieven te schrijven.’ In de eerste aflevering gaat Akyol langs bij gepensioneerd chemicus Toon van der Wal, die een brief naar zijn regionale krant heeft gestuurd met het verzoek of Akyol ontslagen kan worden. De kwaliteit van Akyols column schiet danig tekort, beweert Van der Wal, waarover de columnist met hem in gesprek gaat. Wat voor mensen kom je tegen in Brieven met Eus? ‘Ik ontmoet vooral ouderen die enorm vastgeroest zijn in hun denken over de maatschappij. De huidige generatie opa’s
en oma’s heeft een heel sterk beeld van hoe Nederland eruit zou moeten zien, maar dat strookt helemaal niet met de veranderende maatschappij. Het is wel aandoenlijk om te zien hoe zij een beeld van Nederland koesteren dat helemaal niet meer bestaat. ‘Het beeld van die ouderen is vooral gebaseerd op vooroordelen. Tegelijkertijd zijn ze ook blind voor hun eigen tekortkomingen. Meneer Van der Wal beweerde bijvoorbeeld dat ik hoogstwaarschijnlijk uit een vrouwonvriendelijke cultuur kom. Slechts een paar tellen later noemde hij de krant waarop hij is geabonneerd een wijvenkrant omdat er steeds minder mannen in de krant zouden staan. “Wat is jouw beeld van vrouwen’’, vraag ik me dan af.’
‘Ik krijg af en toe politiebegeleiding bij erge bedreigingen.’ Maak je je zorgen om de inhoud van krantenbrieven over de maatschappij? ‘Krantenbrieven zijn altijd al hard geweest. Ik maak me meer zorgen om sociale media, omdat iedere dorpsgek daar een podium heeft gekregen.’ Op verrassend onbewogen toon: ‘Een beetje columnist wordt tegenwoordig uitgescholden en bedreigd op sociale media. Ik krijg af en toe politiebegeleiding bij erge bedreigingen en ik heb ook een hotline met de politie. Ik kan me voorstellen dat beginnende columnisten erg van de dreigementen schrikken. Mensen zijn online totaal ontspoord. Ik heb wel het idee dat veel van die mensen gewoon gek zijn. Gestoorde lui die op een zolderkamer de held uithangen.’ Wat doet het met je als je een bedreigende reactie krijgt? ‘Over het algemeen doet het niks meer met me, ik ben na vijf jaar columns schrijven redelijk gehard. Maar laatst had
‘Mensen zijn online totaal ontspoord’ P. 14
iemand ergens foto’s van mijn twee kinderen gevonden. Daar zette hij bij: “Ik hoop dat je langzaam zal sterven en dat deze twee klootzakken daar getuige van zullen zijn’’. Dat raakte me wel. Je hebt ook echt een zieke geest als je zoiets stuurt.’ Kan je via sociale media iets doen tegen zulke reacties? ‘Mensen die bijvoorbeeld via Twitter iets sturen zijn bijna niet op te sporen. Ik speel alle reacties door naar de politie en ze weten dat de berichten niet deugen, maar ze kunnen niks doen. Praktisch gezien kan het weken duren voordat Twitter een verzoek om informatie inwilligt. Daarnaast heb je, omdat Twitter Amerikaans is, bij die verzoeken ook nog te maken met de Amerikaanse definitie van freedom of speech, die toch wat ruimer is dan in Nederland. Er is dus op Twitter geen enkele rem op wat je mag zeggen, waardoor het een broedplaats wordt voor anonieme shit.’ Waarom denk je dat er op sociale media met zo’n harde toon wordt gesproken? ‘Ik denk dat de manier waarop er in de politiek wordt gepraat zeker meespeelt. Onlangs was er een debat tussen PVV-kamerlid Machiel De Graaf en DENK-kamerlid Selçuk Öztürk. Die gingen in de Tweede Kamer enorm tekeer. De een betichtte de ander van fraude, waarop de ander zei: “Ik zal je blijven najagen’’. Erg dreigende taal. Als het in dat circus al wordt toegestaan om op zo’n manier met elkaar om te gaan, is het niet gek dat mensen op internet ook zo praten. Die taal zie ik ook terug in de reacties die ik ontvang op mijn columns. Politici hebben het recht niet om te klagen dat de maatschappij verhuftert, want daar doen ze zelf net zo hard aan mee.’
‘Iedereen noemt harde taal onbeschaafd, maar je scoort er wel mee.’ Waarom doen ze dat? ‘Iedereen noemt harde taal onbeschaafd, maar je scoort er wel mee. Mensen zien graag tegenstellingen en conflict. DENK zette bijvoorbeeld na de confrontatie met De Graaf meteen een filmpje online. Dat kreeg meer dan 2.000 likes. Ze proberen dus zelfs een slaatje te slaan uit wangedrag. ‘Ik denk dat er te veel mensen in de media en politiek zijn die er een belang bij hebben om tegenstellingen te cultiveren. Heb je ooit een politicus horen zeggen: “Ik wil dat
de energietarieven omhoog gaan”? Dat zegt niemand, want iedereen wil lagere energiekosten. Over energie ontstaat vervolgens in de Tweede Kamer een enorm debat, waarin partijen doen alsof andere partijen dat niet voor elkaar willen krijgen. Het zijn allemaal schijndiscussies in de politiek, het gaat helemaal nergens over.’ Merk je op straat zelf eigenlijk iets van deze polarisatie? ‘Ondanks alle reacties online heb ik zelf op straat nooit echte problemen gehad. Er wordt weleens iets nageroepen, maar ik heb mijn uiterlijk mee. Ik zie er niet uit als iemand met wie je ruzie gaat zoeken. Als pensionado kan je me vanaf een veilige zolderkamer wel uitschelden, maar als diegene me in de stad tegenkomt, weet ik zeker dat hij me niet gaat uitschelden.’ Denk je dat de polarisatie in de politiek gevolgen gaat hebben voor de maatschappij? ‘In de samenleving zie je op het moment wel dat groepen steeds vaker met elkaar botsen, maar ik betwijfel of dit in de toekomst tot iets gaat leiden. In Nederland kwamen de gele hesjes bijvoorbeeld amper van de grond, omdat de problemen waarover ze spraken nauwelijks worden gevoeld. Weet je, heel veel mensen in Nederland vergeten dat wij het hier verdomd goed hebben. In sommige landen hebben ze geen eten, als je het zo bekijkt hebben we in Nederland geen problemen. Misschien is dat wel het grootste probleem in ons land: we verzinnen allerlei dingen om ruzie over te maken, terwijl er helemaal geen fundamentele problemen zijn.’ ANS
P. 15
Veel studenten kennen het wel: je ziet een joint of een pilletje rondgaan op een feest en er wordt gevraagd of je ook wilt proberen. De meeste studenten kunnen verantwoord omgaan met drugs, maar soms loopt het uit de hand. Dit is wat bij Daan Schippers gebeurde. Tijdens zijn eerste jaar van de studie Psychologie raakte hij verslaafd aan cocaïne. Inmiddels is Schippers afgekickt en volgt hij een master Psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Hij heeft zelfs zijn masterscriptie over verslaving geschreven. ‘Ik wil dat mensen meer nadenken over het hebben van een verslaving’, vertelt hij. Door het schrijven van zijn scriptie en open over zijn verslavingsverleden te praten, probeert Schippers het onderwerp uit de taboesfeer te halen.’
speelde, had ik eigenlijk geen hechte vriendschappen’, legt hij uit. Toen hij begon aan zijn studie Psychologie was hij hierdoor vrij ongemakkelijk in de omgang en had hij moeite met vrienden maken. Schippers probeerde de moeizame omgang met mensen gemakkelijker te maken door drugs te gebruiken. ‘Het ging dan niet over wiet, maar over XTC of coke.’ Door het gebruik van cocaïne had Schippers minder moeite met sociaal contact en voelde hij zich een interessanter persoon dan wanneer hij nuchter was. ‘Ik proNU!Medezeggenschap beerde voor Universitaire Studentenraad (USR) Nijmegen mijn sociWil jij op de hoogte blijven van de bezigheden van ale zwakke de USR? Like ons op Facebook, volg ons op Twitter en punten te neem eens een kijkje op onze website. compenseHeb je tips of opmerkingen? Loop gerust even langs ren’, geeft bij de USR-kamer (TvA 1.034) of stuur een mail naar hij toe. Waar usr@ru.nl. de meeste mensen Website: www.numedezeggenschap.nl opstaan met Twitter: @NUMedezeggsch een kop Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggenkoffie, stond schap Schippers E-mail: usr@ru.nl op met een lijntje. ‘Er lag vaak nog coke naast mijn bed van de avond ervoor.
Universitaire Studentenraad
Sociale ongemakken Schippers is zeker niet de enige student die weleens verdovende middelen heeft gebruikt. Toch kreeg hij, in tegenstelling tot de meeste gebruikers, een verslaving. Volgens psychologen raakt iemand verslaafd door een combinatie van vatbaarheid voor verslaving en een bepaalde trigger die de verslaving opwekt. Dit komt beide naar voren in het verhaal van Schippers. ‘Ik was eigenlijk al verslaafd, maar dan aan gamen’, vertelt hij. ‘Van mijn twaalfde tot mijn achttiende speelde ik dagelijks wel zeven uur World of Warcraft.’ Op het moment dat hij ging studeren, sloeg deze gameverslaving om in het gebrui-
Beste ANS-lezer, Hier weer een nieuwe update van de Universitaire Studentenraad! Afgelopen officiële cyclus waren er niet zoveel stukken te bespreken, maar toch hebben we niet stil gezeten. Zo hebben we onze tijd met het College van Bestuur (CvB) benut door het stellen van vragen over uiteenlopende onderwerpen. Ook zijn er vragen gesteld over dat de incidentele bestuursbeursen stop zijn gezet, omdat de bestuursmaanden uitgedeeld aan studentbestuurders over het gestelde plafond heen zijn gegaan. We zijn nu in overleg met Student Life en het CvB om hier het beste uit te halen voor de studenten. Daarnaast is er een vraag gesteld over bespottende opmerkingen van hoogleraren tijdens hoorcolleges, voornamelijk over het christelijk geloof. ANS (en Vox) hebben daar een stuk over geschreven, dus lees dat vooral als je er meer over wilt weten. Ook is er gevraagd naar de regels omtrent de toegang tot tentamens; veel faculteiten willen gaan handhaven dat een collegekaart niet meer genoeg is om je te identificeren bij een tentamen. In plaats daarvan moet je je nu identificeren met een geldig identiteitsbewijs. Verder mag je maar tot uiterlijk 15 minuten na start van je tentamen naar binnen. Omdat de regels nu nog erg verschillen doe je er goed aan uit te zoeken wat de regels voor jouw faculteit zijn en of die zijn veranderd.
ken van drugs. ‘In de periode dat ik World of Warcraft
Verder hebben we een preview gekregen van het nieuwe strategisch plan en mochten we daar wat feedback over geven. In het strategisch plan staat waar de universiteit heen wil de komende vijf jaar. Helaas kunnen we daar nog niet zoveel over zeggen, want dat was vertrouwelijk. Los daarvan zijn we ook buiten de officiële vergaderingen met van alles bezig. Eenzaamheid onder studenten staat hoog bij ons op de agenda, en we starten nu initiatieven om daar wat aan te doen. Verder zijn we aan het kijken hoe verenigingen die willen internationaliseren het best kunnen worden ondersteund. Ook zijn we aan het kijken naar oplossingen voor mensen die twee tentamens op hetzelfde moment hebben geroosterd. Hopelijk kunnen we daar snel een oplossing voor vinden in samenwerking met Student Life. Als je meer wilt weten over wat we doen kan je natuurlijk altijd naar onze website of een mailtje sturen naar usr@ru.nl. Of kom even langs in de USR-kamer in TvA 1 (naar rechts, aan het eind van de gang). Groeten,
De XXIIe Universitaire studentenraad
Zo werd ik wakker’, vertelt hij zichtbaar aangedaan. ‘Nu
(Advertentie)
Benieuwd naar meer illustraties van Timon Vader? Check @john_egg_art op Instagram.
Oost west, alles best Tekst: Rindert Oost/ Illustraties: Roos in’t Velt P. 18
Achtergrond
OOST WEST, ALLES BEST
Zowel op middelbare scholen als op universiteiten wordt er gesproken over het integreren van diversere perspectieven in het curriculum. Deze zijn in colleges vaak nog eenzijdig. Waarom willen docenten en studenten meer perspectieven in colleges aandragen, maar blijkt dat in de praktijk vaak lastig?
Oost west, alles best P. 19
Het vak geschiedenis op de middelbare school moet op de schop. Daarvoor pleit VGN Kleio, de vereniging van geschiedenisleraren in het voorgezet onderwijs. Er zou op dit moment nog onvoldoende aandacht voor andere landen en culturen zijn binnen het geschiedenisonderwijs. Volgens voorzitter Ton van der Schans is het geschiedenisonderwijs te eenzijdig en wordt er te weinig aandacht besteed aan onderwerpen als de geschiedenis van Turkije. ‘Aangezien wij leven in een veranderende en sterk geglobaliseerde wereld, wordt het steeds belangrijker nieuwe, niet-westerse perspectieven aan het curriculum toe te voegen.’ Niet alleen binnen het voortgezet onderwijs wordt hierover nagedacht, ook op de Radboud Universiteit (RU) gaan er geluiden op dat het onderwijs van de universiteit te westers zou zijn. Wie een syllabus van een willekeurige studie onder de loep neemt, zal voornamelijk grote namen als Kant, Darwin en Einstein vinden. Al decennialang worden vaak dezelfde denkers behandeld en daarmee blijven een hoop alternatieve perspectieven onderbelicht. In een open bijeenkomst van actiegroep Changing Perspective beaamde rector magnificus Han van Krieken al dat dit een probleem is. ‘Achter de schermen zijn we druk bezig met het inbrengen van meer perspectieven, maar op dit moment is er nog geen pasklare oplossing.’ Wat zijn de argumenten om andere perspectieven in college aan te dragen en waarom blijkt het zo lastig om dit te implementeren? Dekoloniseren kun je leren Het probleem ligt niet bij de inhoud van westerse perspectieven, maar vooral bij het feit dat er vanuit vrijwel één dominant perspectief wordt lesgegeven. Dat dominante perspectief bestaat uit grote namen zoals Darwin, Kant of Marx: dezelfde wetenschappers die al decennialang worden aangehaald. Door te focussen op één perspectief, worden ook steeds dezelfde onderwerpen behandeld en blijft het wetenschappelijke discours hetzelfde.
‘De groep onderbelichte wetenschappers of denkers is groot.’ Dat betekent niet dat bijvoorbeeld Darwins evolutietheorie niet meer moet worden onderwezen, maar wel dat er aandacht moet worden besteed aan theorieën die niet vanuit het dominante perspectief zijn opgesteld. Anya Topolski, ethicus en politiek filosoof aan de RU, noemt dit dekoloniseren: laten zien dat een verhaal
of geschiedenis meerdere kanten heeft. Met behulp van dekolonisatie kunnen ook vormen van kennis terug worden gehaald die verloren zijn gegaan in de wetenschap, omdat er decennialang maar één verhaal is verteld. Cultureel antropoloog aan de RU Anouk de Koning beaamt dit: ‘Door een onderbelichte stem te laten horen, verbreed je de wetenschappelijke discussie. Neem bijvoorbeeld W.E.B. Du Bois, een zwarte socioloog die zich begin twintigste eeuw al inzette voor rassenrelaties. Dit thema is tot op de dag van vandaag vrijwel onderbelicht. Zou Du Bois wel behoren tot de canon, dan zou er ook veel meer aandacht worden besteed aan dit onderwerp.’ De groep van onderbelichte wetenschappers of denkers is groot. Hierbij hoeft niet alleen te worden gedacht aan ras of etniciteit. ‘Ook bijvoorbeeld vrouwen of wetenschappers uit de arbeidersklasse behoren tot deze groep. Veel wetenschappers die nu besproken worden komen namelijk uit academische families’, legt Topolski uit. ‘Ook kan worden gedacht aan verschillende politieke stromingen die tegenover elkaar staan. Al die verschillende perspectieven bieden studenten een verfrissende kijk op de wetenschap.’
‘Een theorie wordt altijd vanuit een bepaalde context bedacht.’ Man in the mirror Door alternatieve perspectieven te behandelen, laat je zien waar kennis vandaan komt en welke verhalen er wel en niet worden gehoord binnen de wetenschap. Dit wordt ook wel gepositioneerde kennis genoemd. ‘Dankzij feministische stemmen is er bijvoorbeeld bewustwording gecreëerd dat wetenschap voornamelijk vanuit een mannelijk perspectief is geschreven. Hierdoor zijn wetenschappelijke theorieën vooral van toepassing op mannen’, vertelt De Koning. ‘Het is van belang dat studenten daarover nadenken.’ Een theorie wordt namelijk altijd vanuit een bepaalde context bedacht. ‘Iedereen ontwikkelt een bepaald perspectief dat is beïnvloed door zijn omgeving. Dat heet standplaatsgebondenheid’, vertelt Niels Spierings, socioloog aan de RU. ‘Elke wetenschapper schrijft een theorie vanuit zijn eigen context.’ Het is belangrijk in colleges te laten zien wat standplaatsgebondenheid met een theorievorming doet. ‘Op die manier leren studenten zichzelf een spiegel voor te houden en kritisch op hun eigen perspectief te reflecteren’, legt Topolski uit.
Oost west, alles best/ ANS-Online P. 20
Borduurwerk Daarom is het belangrijk dat er verschillende perspectieven worden behandeld. Waarom blijven deze dan toch nog onderbelicht in colleges? ‘Het uitlichten van andere perspectieven is een recent aandachtspunt’, vertelt De Koning. ‘Het vereist veel omdenken na het decennialange gebruik van dominante perspectieven.’ Om deze reden is het lastig om het vastgeroeste canon zomaar te veranderen. ‘Bij het invullen van een cursus moet er met van alles rekening worden gehouden’, vertelt Spierings. ‘Cursussen bouwen op elkaar voort, dus de inhoud kan niet zomaar ineens 180 graden worden gedraaid.’ De Koning voegt daaraan toe: ‘Als wetenschapper ben je vooral met de inhoud bezig. Daardoor heb je soms misschien wat minder aandacht voor hoe belangrijk het is om verschillende stemmen te laten horen.’ Bovendien zijn er zoveel verschillende perspectieven, dat het lastig kan zijn om te kiezen welke stemmen aan bod moeten komen. Er moet dus in elk geval worden nagedacht over het integreren van meerdere perspectieven in het onderwijs. Rector magnificus Han van Krieken is het hiermee eens. ‘Wij gaan ons, als College van Bestuur, echter niet bemoeien met de inhoud van onderwijs of wetenschap. Dat is aan de docenten en hoogleraren zelf ’, benadrukt Van Krieken. Wel wil hij de discussie aangaan met verschillende docenten en studenten over dit onderwerp. Bijvoorbeeld door te vragen waarom docenten in colleges bepaalde verhalen aanhalen en andere negeren. ‘Maar het is niet mijn plaats om curricula inhoudelijk te toetsen.’ Hij verwacht dat docenten in de toekomst dit zelf ook meer gaan aanpassen. ‘Er is een cultuuromslag nodig. Docenten en disciplines zijn gewend te werken vanuit een bepaalde kennis’, vertelt Van Krieken. ‘Het zal daarom niet van de ene op andere dag zijn opgelost.’ De visie van de universiteit is niet perfect en dus is het belangrijk te kijken wat anderen daarvan vinden. ‘Maar’, benadrukt Van Krieken, ‘we moeten ook onze eigen waarden en de normen die daaruit voortkomen belangrijk blijven vinden. Je moet daar wel rekening mee houden.’ ANS
ANS
ONLINE ANS-Online is de digitale tegenhanger van het papieren blad. Hieronder is te lezen over de hoogtepunten van de afgelopen tijd en dingen om de komende periode naar uit te kijken. Geduld is een schone zaak Leven op kleffe broodjes van de Spar of een ongezonde maaltijd bij de Fest, is nu verleden tijd. De langverwachte heropening van de Refter vond deze maand plaats. Studenten die de lange rijen in de food court durfden te trotseren, konden al een hapje voorproeven van een veganistische burger of een vegetarische pizza. Wie ook hun geduld op de proef stelden, waren de betogers van de extremistische christelijke beweging Civitas Christiana. De folders die ze uitdeelden voor de Universiteitsbibliotheek, waarin ze de lgbtq+-gemeenschap beschuldigden van het kapotmaken van de samenleving, vonden weinig weerslag bij de Nijmeegse studenten. Aanbevolen door Stephen King Net buiten Nijmegen, op de grens met Duitsland, ligt het dorpje Beek. Voor de gewone bezoeker lijkt het bijna een vakantiebestemming: rustiek, idyllisch en rustig. Voor een lezer van het boek Hex is het echter een plaats met een mysterieuze uitstraling. Dat verhaal beschrijft hoe de inwoners worden vervloekt door een heks die ze gevangen houdt in het dorp. Schrijver Thomas Olde Heuvelt vertelt aan ANS waar hij de inspiratie vond om het onschuldige Beek de locatie te laten zijn van een horrorthriller. Even de beentjes strekken Waar de bekende (en voor sommige studenten beruchte) Campusrun voorheen altijd als start van het collegejaar gold, is hij dit jaar verplaatst. Studenten mogen in de tweede week van april weer meedoen met de ronde van vier kilometer over de Nijmeegse campus. Studenten van verschillende verenigingen krijgen in deze hardloopwedstijd de kans om te laten zien dat ze niet alleen mentaal maar ook fysiek in staat zijn om op de top van hun kunnen te presteren. ANS zal langs de lijn staan om de studenten op beeld vast te leggen en ze het laatste steuntje in de rug te geven.
Tekst: Jonathan Janssen en Rindert Oost/ Foto’s: Julia Mars/ Illustratie: Joost Dekkers De Graadmeter P. 21
DE GRAADMETER
In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: YouTube tutorials.
Wat: NikkieTutorials Moeite: Uit je comfortzone stappen Resultaat: It’s raining men
Anno 2019 is make-up al lang niet meer alleen voor vrouwen. Toch weet je hier als man nog weinig vanaf. Met haast onbetaalbare crèmepjes en poedertjes legt Nikkie uit hoe je een ‘natuurlijke’ look creëert met make-up. Jouw make-upverzameling is er niet een waar Kylie Jenner u tegen zou zeggen, dus de eerste drie stappen moet je noodgedwongen overslaan. Als je uiteindelijk de foundation erbij mag pakken, blijkt deze vijftig tinten te licht. Onder het gelach van vrienden schilder je het toch maar op je prinsessengezichtje. Het gewenste resultaat wordt echter niet bereikt. Je lijkt eerder een ziekenhuispatiënt op weg naar het mortuarium. Maar met de blush, mascara en lippenstift ben je net zo fabulous als Doutzen Kroes. Je bloost als je wordt nagefloten door een stel geile bouwvakkers.
Wat: Mongoolse keelzang Moeite: Een toontje lager zingen Resultaat: Keelpijn Het is lente en dat betekent dat het paringsseizoen is begonnen. Tijd om je lokroep te oefenen. Een tutorial Mongools keelzingen lijkt hier geknipt voor. De geluiden die de man in de video produceert zijn magisch. Naast een kilometers diepe bastoon, weet hij tegelijkertijd een fluittoon uit zijn keel te krijgen. Het keelzingen blijkt echter geen fluitje van een cent. Eerst word je omver geblazen door Mongoolse woorden als Kargyraa, Khoomei en Sygyt, daarna moet je zelf aan de slag met opdrachten waarbij je je stembanden in onmogelijke posities wringt. Het kost al moeite om de constante basistoon aan te houden, laat staan dat je ook nog je mond moet openzetten en tegelijkertijd moet fluiten. Na een uur ploeteren doet je uitgedroogde keel pijn en ben je geen toonladder opgeschoten.
Benieuwd naar meer tutorialterror? Kijk op ANS-Online.nl.
Wat: Schilderen met Bob Ross Moeite: Just go with the flow Resultaat: Goed uit de verf
Op zoek naar een moment van rust en harmonie schilder je mee met landschapsschilder en internetfenomeen Bob Ross. De vreemde kwast Ross heet je vriendelijk welkom in de aflevering en zegt met een glimlach dat het tijd is om wat plezier te maken. En plezier heb je, terwijl hij je stap voor stap meeneemt bij het vastleggen van de lucht, de boompjes en het idyllische riviertje op het doek. Waren jouw docenten maar zo sympathiek als de Amerikaan met zijn rossige afro, die een boompje of een wolkje liefkozend een ‘little devil’ noemt. Hij vertelt je dat je geen fouten kunt maken met schilderen: jouw schilderij is immers jouw wereld. Voor je het weet zijn de uren voorbijgevlogen en heb je een sprookjesachtige nieuwe decoratie voor aan de muur van je studentenkamer. ANS
P. 22
De thema’s diversiteit en inclusiviteit lopen als een rode draad door het werk van sociaal ondernemer Marian Spier. Zo brengt ze als medeoprichter van TEDxAmsterdamWomen onderbelichte onderwerpen onder de aandacht. ‘We moeten nooit verslappen.’ Bij het schrijven voor een editie van ANS die bol staat van artikelen over diversiteit, is introspectie onvermijdelijk. Tijd om het boetekleed aan te trekken: ANS heeft de afgelopen jaren systematisch minder vrouwen dan mannen geïnterviewd. Dat terwijl de redactie van het blad al drie jaar wordt aangestuurd door een vrouwelijke hoofdredacteur. Volgens sociaal ondernemer Marian Spier komt dat zeker niet omdat er te weinig interessante vrouwen zijn: ‘Soms is een redactie te lui om goed te zoeken.’ Spier houdt zich al jaren bezig met diversiteit. In onze geglobaliseerde samenleving is het volgens Spier namelijk een voorwaarde dat organisaties een uiteenlopende samenstelling hebben. Momenteel assisteert ze in het kader van diversiteit onder andere de gemeente Amsterdam. In die stad ontwikkelt ze programma’s die kwetsbare groepen moeten helpen hun plek in de samenleving in te nemen. Daarnaast is Spier medeoprichter van TEDxAmsterdamWomen. Met dit evenement geeft ze een podium aan onderwerpen die vaak buiten de schijnwerpers blijven, zoals vrouwen in de technologie. ANS spreekt Spier over diversiteit bij organisaties en het belang van een podium voor groepen en onderwerpen die te weinig aandacht krijgen.
Interview
DIALOOG VOOR DIVERSITEIT
ANS heeft dit redactiejaar nog maar twee vrouwen geïnterviewd. Verrast: ‘Hoe kan dat?’ Misschien zijn vrouwen minder prominent aanwezig in de media? ‘Het kost soms zoekwerk om een vrouw te vinden om te spreken. Ik organiseer TEDxAmsterdamWomen al tien jaar en elk jaar denk ik opnieuw: “Waar ga ik die vrouwen vandaan halen?”, maar ze zijn er. Je moet alleen goed zoeken en daar zijn redacties soms te lui voor. Ik word vaak gevraagd voor interviews omdat mensen mijn interview in bijvoorbeeld de Volkskrant hebben gezien. Een redacteur benadert dan mij, terwijl er zo tien vrouwen zijn met een interessanter verhaal.’ Hoe kan een redactie wel een divers blad leveren? ‘Voor een divers blad is het belangrijk om een diverse redactie te hebben. Niet alleen wat betreft geslacht, maar ook op het gebied van bijvoorbeeld etniciteit, leeftijd of handicap. Een blinde redacteur komt misschien wel met
Dialoog voor diversiteit Tekst: Aaricia Kayzer/ Foto’s: Lynn Leeneman P. 23
heel andere ideeën dan een iemand zonder handicap. ‘Hetzelfde geldt voor bedrijven. Organisaties moeten divers zijn. Hoe diverser een organisatie, hoe sterker diensten kunnen worden. Door de democratisering van internet leven we in een geglobaliseerde samenleving waarin iedereen met elkaar in contact staat. Daardoor is de vraag naar producten ook diverser geworden. Iemand die blind is, denkt na over dingen waar mensen die wel kunnen zien nooit bij stilstaan. Het ontwerp van een koffiezetapparaat, bijvoorbeeld. Tegenwoordig hebben veel apparaten een touchscreen in plaats van knopjes, waardoor iemand die blind is niet zelfstandig koffie kan zetten. ‘Een ander voorbeeld: als Apple zich alleen maar zou richten op de westerse gebruiker en niet stilstaat bij de behoeften van een Chinese klant, missen ze een groot deel van de markt.’
‘Het doel is om denkwijzen die al jaren bestaan te beïnvloeden.’ Een minder diverse organisatie kan door goed na te denken toch alsnog rekening houden met de verschillen tussen mensen? ‘Ik geloof van niet, want er bestaat bewust of onbewust altijd een blinde vlek. Als de organisatie zich niet kan verplaatsen in de doelgroep, ontstaat het risico dat bepaalde groepen buiten beschouwing worden gelaten. In Silicon Valley zijn bijvoorbeeld weinig topvrouwen en maar een heel klein deel van de investeringen gaat naar Nederlandse vrouwelijke ondernemers. Het is voor mannen aan de top makkelijker om te investeren in mensen waarmee ze zich kunnen identificeren. Een diverse groep komt juist sneller in aanraking met andere denkwijzen, omdat iedereen een eigen referentiekader meeneemt.’ Kan een diverse groep er niet juist voor zorgen dat mensen in hun eigen straatje blijven, doordat bijvoorbeeld het idee ontstaat dat alleen vrouwen in een organisatie iets kunnen zeggen over feminisme? ‘Als dat gebeurt, komt dat door de beperkingen in de denkwijze van die mensen. Het is bekrompen om iemand gebaseerd op geslacht, leeftijd of afkomst tot één onderwerp te reduceren. Door te zeggen dat alleen vrouwen over feminisme mogen praten, vul je iets in voor andere mensen. Ik geloof juist dat er samen naar bepaalde thema’s moet worden gekeken. Het is belangrijk om bij het praten over diversiteit niets voor elkaar in te vullen, maar de dialoog aan te gaan.’ Hoe ga je in dialoog met mensen die een heel ander wereldbeeld hebben? ‘Door een safe space te creëren kunnen onderwerpen op een heel open manier besproken worden. Op de American University in Washington D.C. was ik betrokken bij de ontwikkeling van een programma waarin Afro-Amerikaan-
se studenten, lgbtq+-studenten en Trumpsupporters met elkaar in gesprek gingen. Het doel was dat alle studenten hun studie op een vredige manier konden afronden. De gesprekken waren niet gericht op verschillen in hun ideologie, maar juist op overeenkomsten.’ Maken safe spaces de wereld niet juist klein, doordat ze een bubbel creëren? ‘Ik geloof van niet. Een safe space houdt voor mij niet in dat bepaalde dingen niet mogen worden gezegd, maar juist dat alles gezegd mag worden zonder oordeel. Als je in een safe space met iemand praat, kan je zonder bitterheid gevoelige onderwerpen bespreken.’ Hoe creëer je een dialoog met een evenement als TEDxAmsterdamWomen, dat vooral gericht is op vrouwen? ‘Het evenement is niet exclusief voor vrouwen. Er komen en spreken ook mannen. TEDxAmsterdamWomen is een platform gericht op onderbelichte thema’s die vrouwen aangaan, zoals baarmoederhalskanker of zelfmoord onder vrouwen. ‘De reden waarom ik met TEDxAmsterdamWomen ben begonnen, is omdat ik het belangrijk vond dat zulke onderbelichte thema’s een podium zouden krijgen. Toen het evenement in 2010 voor het eerst werd georganiseerd, was er bijvoorbeeld heel weinig aandacht voor de manier waarop hartklachten van vrouwen verschillen van die van mannen. Daarom hebben we een cardioloog over hart- en vaatziekten bij vrouwen laten spreken. Dat was een van de eerste keren dat het onderwerp de aandacht kreeg die het verdiende. Daarna werd het grootschaliger opgepikt en nu is er bijvoorbeeld een campagne van de Hartstichting over hartziekten bij vrouwen. Tegenwoordig zijn er veel meer evenementen die gericht zijn op onderwerpen die vrouwen aangaan.’ Zijn er niet al genoeg evenementen gericht op onderwerpen die vrouwen aangaan? ‘Eigenlijk is het nooit genoeg. Kijk maar naar de groei van Forum voor Democratie bij de Provinciale Statenverkiezing. Ik denk dat er nog veel werk nodig is en dat er nog veel aandacht moet worden besteed aan onder andere het bieden van een platform voor marginale groepen. Uiteindelijk is het doel om denkwijzen die al jaren bestaan te beïnvloeden, bijvoorbeeld het idee dat er niet genoeg vrouwen zijn om te spreken. Bij TEDxAmsterdamWomen zijn al meer dan tweehonderd vrouwelijke sprekers geweest, dus dat idee is ontkracht. Voor vrouwelijke ondernemers met een startup heb ik vijf jaar geleden een platform opgezet en ook daar is nu verbetering te zien. Toen ik daar destijds mee begon kwam Elsevier naar me toe om te vragen of zo’n platform wel echt nodig was. Nu is er veel meer aandacht voor ondernemerschap bij vrouwen. Toch zijn er nog genoeg systemen om te doorbreken. Er is bijvoorbeeld weinig aandacht voor mensen met een zichtbare of onzichtbare handicap. We moeten nooit verslappen.’ ANS
Column Sanne de Kroon P. 24
EVEN DENKEN Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens. Noem me ornitholoogje Het was een hele normale middag toen ik erachter kwam. Ik zat gewoon op de bank uit het raam te staren bij de ouders van mijn vriend, toen het plots gebeurde. Een roodborstje streek neer op een dun twijgje. ‘Kijk’, zei mijn vriend, ‘datzelfde roodborstje komt hier altijd, nooit een ander.’ Ik knikte. ‘Ja dat is niet gek’, zei ik, ‘roodborstjes zijn erg territoriaal.’ Hij keek me verward aan. ‘Hoe weet jij dat nou?’ Ik haalde mijn schouders op en mompelde iets over dat dit hele normale kennis was. Maar was dat wel zo? Al die tijd had ik gedacht een normaal meisje te zijn, maar misschien werd het tijd om te erkennen dat ik een net iets bovengemiddelde kennis heb over vogels. Dat ik een fladderfanaat ben, een ornitholoog in spe, een vogelspotter! Het was natuurlijk geen geïsoleerd incident, waarop ik mijn theorie baseerde. Eerder al stuitte ik op verbazing bij het vertellen van vogelfeitjes. Zoals bijvoorbeeld toen ik vertelde dat vogels holle botten hebben of dat zwaluwen voor het slapengaan heel hoog de lucht in vliegen en dan gedurende de nacht al slapende naar beneden zweven. Hoe ik aan deze kennis kom weet ik niet, er is vast iets misgegaan in mijn jeugd. Toen ik in Engeland zat, had ik een Engelsetalige vriendin aan wie ik alles kon vragen. Van de namen van exotische groentes tot aan specifiek bakgereedschap. Alles behalve vogelnamen. En dat terwijl ik in het Nederlands zowat alle vogels kan benoemen die ik tegenkom! Behoren vogelnamen dan niet tot de algemene kennis? Uiteindelijk gaf ze toe dat ze tot een jaar geleden had gedacht dat ooievaars mythologische wezens waren. Dat stelde me gerust. Blijkbaar wist deze persoon gewoon bovengemiddeld weinig over vogels. Maar later begon het toch weer te knagen. Misschien ben ik toch degene die anders is, de vreemde eend in de bijt. Mijn vriend en ik hadden nog steeds onze aandacht op de achtertuin gericht toen daar plots een nieuwe vogel neerstreek in dezelfde boom. ‘Kijk, een Vlaamse gaai!’ riep ik enthousiast. ‘Een Vlaamse wat?’ Oh nee, dacht ik, niet alweer. Gelukkig kwam op dat moment net de moeder van mijn vriend uit de keuken tevoorschijn, die mij bijstond. ‘Ja, inderdaad,’ zei ze, ‘dat is een Vlaamse gaai.’ Ik zuchtte opgelucht. Eindelijk was er iemand met net zoveel vogelkennis als ik. Misschien was ik zo gek nog niet.
Ben jij creatief, enthousiast en betrokken? Met andere woorden: kun jij koffie zetten?
ANS ZOEKT: Interesse? Stuur een mail naar - Schrijvers redactie@ans-online.nl of - Fotografen kom langs op ons kantoor - Illustratoren onder het Elinor Ostromgebouw. - Vertalers - Mensen die mooie advertenties kunnen maken
Tijdsgeest Tekst: Vincent Veerbeek/ Illustratie: Inge Spoelstra P. 26
Achtergrond
TIJDSGEEST
In Tijdsgeest wordt iedere editie verleden, heden en toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Privacy in het digitale tijdperk. Als een website je emailadres heeft, weten ze vaak direct je geboortedatum, drie doopnamen en het adres van je oma. Omdat de voorwaarden van het bezoek aan een website vaak in de kleine lettertjes verstopt staan, is er geen beginnen aan om elke keer precies te achterhalen welke informatie je afstaat. Grote bedrijven als Google en Facebook maken hier handig gebruik van en verdienen bakken met geld aan het verzamelen en doorverkopen van data. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het publieke debat over het internet steeds meer draait om privacy: de mate waarin mensen controle hebben over de informatie die ze met anderen delen. Hoe heeft privacy-schending zo uit de hand kunnen lopen en valt privacy nog te redden in een wereld die alsmaar digitaler wordt?
Verleden: Terra incognita Begin jaren negentig werd het wereldwijde web met open armen ontvangen. ‘Het internet gold als een terra incognita, waar alles kon en alles mocht’, vertelt journalist Olaf Tempelman, auteur van de rubriek De bewust digibete burger in de Volkskrant. Het internet was in de begindagen niet meer dan een verzameling losse pagina’s. Het was een plek waar iedereen met mensen overal ter wereld contact kon hebben zonder hun huis uit te komen of hun identiteit te onthullen. Dat deze uitvinding grote gevolgen zou hebben voor de manier waarop gebruikers bewust en onbewust persoonlijke gegevens delen, leek op dat moment onvoorstelbaar. Sceptici, zoals de bezorgde burgers die in 1998 de privacy-vriendelijke browser Startpage lanceerden, waren fors in de minderheid. Omdat het internet een plek was om vrij te zijn, was er weinig noodzaak om wetgeving in te voeren of voorlichting te geven over mogelijke risico’s. Zo verspreidde dit nieuwe medium zich binnen tien jaar zonder enige controle als een olievlek over de wereld. ‘Zoals iedere nieuwe techniek bracht het wereldwijde web een type privacy met zich mee waar we even aan moesten wennen’, vertelt Marcel Becker, universitair hoofddocent praktische filosofie aan de Radboud Universiteit (RU). ‘In de beginperiode was er een ontzettende naïviteit over de privacy-problematiek.’ Het duurde dan ook lang voordat men de gevaren inzag van het wereldwijde web. ‘Omdat er bij digitale privacy niet iemand is die je vanuit de bosjes bespiedt, merk je niet meteen dat je in de gaten wordt gehouden. Daardoor bleef het probleem lange tijd onder de radar.’
Heden: Profileringsdrang Dat de digitale wereld ooit werd gezien als het summum van anonimiteit is haast niet meer voor te stellen. Tegenwoordig draait alles online juist om het delen van persoonlijke informatie. Met het verdwijnen van concurrenten als Hyves en Yahoo kregen de grote technologiebedrijven meer macht, met desastreuze gevolgen voor online privacy. ‘Vanaf het moment dat Silicon Valley het monopolie heeft gekregen, zijn die bedrijven uit commercieel winstbejag profielen van gebruikers op gaan stellen’, vertelt Becker. Terwijl mensen steeds meer tijd online doorbrachten, ontwikkelden Facebook en Google nieuwe algoritmes om digitaal gedrag van hun gebruikers te volgen en zoveel mogelijk data te verzamelen. Deze gegevens worden verwerkt in profielen die voor grof geld worden doorverkocht aan adverteerders. Zo zijn mensen niet langer anoniem, want technologiebedrijven weten soms meer dan gebruikers zelf. De afgelopen jaren werden de gevolgen van deze monopolisering mondjesmaat duidelijk. Toch kwamen deze problemen pas in 2018 echt in de schijnwerpers te staan na een reeks schandalen bij Facebook. Vooral toen bleek dat databedrijf Cambridge Analytica gegevens van 87 miljoen Facebookgebruikers had doorgespeeld aan de campagne van de Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump, reageerden mensen geschokt. Hoewel in Nederland het aantal Facebookgebruikers afgelopen jaar daalde, groeide het bedrijf wereldwijd gestaag verder. Dit heeft er vooral mee te maken dat mensen ondanks groeiende bewustwording een gevoel van onmacht hebben. ‘Mensen zijn het er niet mee eens dat hun privacy wordt geschonden, maar ze hebben het gevoel dat het een onmogelijke strijd is’, vertelt Bart Jacobs, hoogleraar Digital Security aan de RU.
Tijdsgeest P. 27
1991: het wereldwijde web wordt publiek toegankelijk
1998: oprichting Google door Larry Page en Sergey Brin
1998: lancering privacyvriendelijke browser Startpage.com
2004: oprichting Facebook door Mark Zuckerberg
2018: Cambridge Analytica schandaal
2018: Europese Unie introduceert de Algemene verordening gegevensbescherming
Toekomst: Innovatie binnen de perken Op individueel niveau valt er op dit moment niet zoveel te bereiken en technologiebedrijven zullen zelf niet snel maatregelen nemen. Daarom kunnen overheden niet langer aan de zijlijn blijven staan. De Europese Unie heeft inmiddels de eerste stappen gezet met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), die regelgeving introduceert over wat internetbedrijven wel en niet mogen. Hiermee is begonnen aan een inhaalslag, maar er is nog een lange weg te gaan. ‘Iets wat 25 jaar lang zijn tentakels heeft kunnen uitslaan, kan niet in één keer worden teruggedrongen’, legt Tempelman uit. Volgens Becker is deze achterstand inherent aan de menselijke verhouding met techniek. ‘Als mens loop je altijd achter technologie aan. Eerst is er technologie en vervolgens denken we pas na over hoe we ermee moeten omgaan.’ Hoewel er nog veel moet gebeuren voordat het internet volledig privacy-vriendelijk is, is er wel hoop voor de technologie van morgen. Volgens Jacobs helpt de AVG namelijk om nieuwe technologie in goede banen te leiden. De verordening is zo geschreven dat die ook betrekking heeft op technieken die we ons nu amper kunnen voorstellen. ‘De AVG creëert kaders waaraan nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen. Strenge wetgeving is niet belemmerend voor innovatie, maar juist bevorderend.’ Becker: ‘De komende jaren gaan informatici steeds meer technologieën ontwikkelen die het mogelijk maken om verschillende soorten gegevens van elkaar te scheiden.’ Zo is het internet van de toekomst niet langer een regelvrij terra incognita, maar krijgen gebruikers steeds meer grip op de gegevens die ze delen. ANS
Kamervragen Tekst: Loïs Machelessen/ Foto’s: Britt Teffer P. 28
KAMERVRAGEN
In Kamervragen gaan twee studenten op ontdekkingstocht in elkaars kamer en speculeren ze over de persoonlijkheid, activiteiten en vreemde trekjes van de bewoner. Kunnen ze uitvinden wat voor persoon er achter de kamer schuilgaat? Deze editie: Hilde en Felix. Hilde op bezoek bij Felix ‘Ik schaam me wel een beetje, ik dacht eigenlijk dat dit een bejaardenflat was’, zegt Hilde lachend wanneer ze aankomt bij SSH&complex Heidepark. Maar als ze de ruime studio van Felix binnenstapt, is ze verkocht. ‘Poe, dit is wel een opgeruimde kamer.’ Nadat ze wat beter heeft gekeken, blijkt dit toch Hilde tegen te vallen. ‘De koffietafel zit vol vlekken van mokken en bekers, dus ik denk dat de bewoner voor deze gelegenheid goed heeft opgeruimd.’ Terwijl ze rondloopt, bestudeert Hilde de posters aan de muur. Als een heuse kunstkenner recenseert ze wat de bewoner in huis heeft. Over de Warhol-achtige kattenposter is ze zeer te spreken, maar een grote zwart-wit poster van de Amsterdamse grachten valt minder in de smaak. Wel geeft deze kitscherige foto haar een indruk van de bewoner. ‘Hier woont denk ik een huiselijk en burgerlijk persoon, want anders heb je geen Ikeaposter.’
Felix op bezoek bij Hilde Na aardig wat trappen van een grijs flatgebouw te hebben beklommen, komt Felix in de kamer van Hilde aan. Het eerste wat hem opvalt, zijn de artistieke portretfoto’s en de fiets aan de muur. ‘Hier moet wel een kunstzinnig persoon wonen, een beetje hipster ook.’ Over het geslacht van de bewoner twijfelt Felix Felix niet. ‘Deze kamer is zo kleurrijk, hier woont zeker een vrouw. Ik had wel wat meer plantjes verwacht’, grapt hij. De teleurstelling is dan ook van zijn gezicht af te lezen wanneer de enige plant in de kamer nep blijkt te zijn. Felix kijkt verder en ziet een dwarsfluit en een keyboard. Op basis van de bladmuziek concludeert hij dat de bewoner van klassieke muziek houdt. ‘Het is zeker geen Adele-achtige drieakkoordenmuziek.’ Naast muziek is ook kunst een onderwerp dat terugkomt in de boekenkast. Het zijn de vele boeken over
Als het op de studie aankomt, tast Hilde nog in het duister. Ze gaat actief op zoek, maar studieboeken lijken te ontbreken. Wanneer Hilde dan toch een essay onder een berg oud papier ontdekt, schiet haar ineens een hele specifieke studie te binnen. ‘De inleiding van dit artikel ziet er economisch uit, dus ik gok dat de bewoner International Business Administration studeert.’ In Felix’ keuken trekt Hilde de koelkast open en ziet daar een verzameling kwarkjes staan. ‘Vast een fitboy’, zegt ze lachend. ‘Ik zag net een halter op de grond liggen en boven op het keukenkastje staat ook nog een zak eiwitpoeder. Dan moet je wel veel met sport bezig zijn.’ Toch begint Hilde te twijfelen als ze tijdens een inspectie van de badkamer een ander sportattribuut vindt.‘Wat is dit?’, vraagt ze verbaasd als ze op de verwarming een hoopje roze stof met de tekst Dragon Slayers ziet liggen. ‘Ik dacht dat hier een man woonde, maar dit lijkt wel een bikini? Of een hoedje voor het duiken?’ Door de kunststof bescherming op de stof twijfelt Hilde nog even of het misschien toch een gasmasker is, maar uiteindelijk besluit ze dat de bewoner aan watersport doet.
Nederlandse taal die Felix overtuigen dat de bewoner Nederlands studeert. Bovenop de kast die het bureau van het bed scheidt, doet Felix een verrassende vondst: twee busjes pepperspray. Voorzichtig voelt hij of ze nog vol zitten. ‘Ik kan moeilijk bedenken waarom iemand pepperspray heeft. Misschien zit ze in een bepaalde scene waar ze zich onveilig voelt? Het verontrust me ook dat het twee bussen zijn.’ Lachend voegt hij toe: ‘Ik durf nu eigenlijk niks vervelends meer over deze kamer te zeggen.’ Dan is de keuken aan de beurt, die de bewoner deelt met huisgenoten. Het is een kleine ruimte waar Rob Geus volgens Felix niet blij van zou worden. ‘Een typische studentenkeuken: vol en een beetje vies.’ Toch durft Felix het aan om de keuken te onderzoeken. Hij vindt een zak eiwitpoeder terug boven op een van de kastjes, die lijkt op de zak die hij zelf thuis heeft staan. Het leukste vindt Felix toch echt de kalender van Poetin boven de eettafel. ‘Dit is niet eens gefotoshopt!’ brengt hij vol verbazing uit, wanneer hij een foto van een halfnaakte, vissende Poetin ziet bij de maand april. ‘Dit had ik liever in de kamer gezien als decoratie.’
Kamervragen P.P.29 29
VRAGENUURTJE Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis? ‘Hé, we hebben dezelfde bril’, roept Felix (24, tweedejaars masterstudent Financiële Economie) enthousiast, wanneer hij Hilde (24, eerstejaars student Nederlands) ontmoet in de rij bij Café C. Als ze met hun koffie gaan zitten, komt het gesprek gemakkelijk op gang. ‘Ik moet zeggen dat ik je niet bij je kamer vind passen’, geeft Hilde toe. ‘Het was allemaal erg tegenstrijdig. Het fitboyeten, zoals het eiwitpoeder en de kwark, paste helemaal niet bij de posters.’ Felix glimlacht. ‘De kwark was in de aanbieding afgelopen week. Normaal gesproken ben ik daar niet zo van. Die Ikea-poster heb ik ooit gekocht toen ik iets aan mijn muren wilde hebben. Op een gegeven moment wordt je kamer dan een mengelmoes van spullen.’ Dan is Felix aan de beurt om wat opheldering te vragen. ‘Op basis van je boekenkast zou ik zeggen dat je Nederlands studeert, al was kunst ook een terugkerend thema.’ Hilde legt uit dat ze inderdaad Nederlands studeert, maar ook in het laatste jaar van de Kunstacademie zit. ‘Die portretfoto’s heb ik zelf gemaakt.’ Dan komt Hildes collectie pepperspray ter sprake. Felix is erg benieuwd waarom ze deze illegale verzameling bij elkaar heeft gehamsterd. Ze blijkt er een goede reden voor te hebben: ‘Ik was met een vriendin aan het liften in Polen en toen kwam er een keer een vreemde man onze tent in. We vonden dat we onszelf voortaan moesten kunnen beschermen. De andere pepperspray heb ik van mijn moeder gekregen. Ik heb ze verder nooit gebruikt.’ De Poetinkalender blijkt te zijn meegenomen tijdens dezelfde roadtrip. ‘Ik heb de kalender bij een postkantoor in Moskou gekocht. Het was de laatste’, vertelt Hilde tevreden. ‘Ik heb trouwens van mijn moeder een Angela Merkel-citruspers gekregen. Hebben jullie die ook gezien?’ ANS
Ook altijd al eens naar binnen willen gluren bij een onbekende? Stuur een mailtje naar redactie@ans-online.nl of stuur ons een Facebookberichtje.
GoedVoorEenConsumptie/ Colofon P. 30
33e jaargang
ANS ZOEKT MEDEWERKERS! Vind jij het leuk om te schrijven, illustreren, vertalen of fotograferen? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ans-online.nl.
Hoofdredactie Julia Mars en Irene Wilde Redactie Joep Dorna, Jonathan Janssen, Rindert Oost en Jeyna Sow Medewerkers Camee Comperen, Madelon Thevis, Aaricia Kayzer, Wouter van der Laan, Loïs Machelessen, Daniëlle Udo en Vincent Veerbeek Illustraties Joost Dekkers, Inge Spoelstra, Timon Vader, Roos in’t Velt en Joëlla Verschoor Foto’s Ted van Aanholt, Syl Bogers, Mark van Doorn, Lynn Leeneman, Julia Mars, Britt Teffer en Irene Wilde
Voorpagina Gigi van Grevenbroek Columnisten Roel van Koeverden en Sanne de Kroon Eindredactie Simone Bregonje, Julia Meijlink, Chiel Nijhuis, Myrte Nowee, Tom Plaum, Jean Querelle en Floor Toebes Crypto Janneke Elzinga en Jelle Siemens Cartoon Dennis van der Pligt Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Julia Mars Dagelijks bestuur Britt Teffer (voorzitter), Djuna Bánki (secretaris) en Kübra Saginci (penningmeester)
Druk MediaCenter Rotterdam Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36458763 Mail: redactie@ans-online.nl
Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni.
CRYPTO ALS JE EEN BEETJE VOORUIT WIL KOMEN IN HET LEVEN, IS HET ONVERMIJDELIJK OM VAN TIJD TOT TIJD EEN VERVOERSMIDDEL TE GEBRUIKEN. OM ENKELE OPTIES VOOR DE LEZERS VAN ANS NOG EENS UIT TE LICHTEN, HEBBEN WIJ ONDERSTAAND CRYPTOGRAM GEMAAKT. VOOR DE OPTIMALE ERVARING IS HET AAN TE BEVELEN OM DE PUZZEL OP TE LOSSEN TERWIJL JE JE OP/IN/ONDER EEN VERVOERSMIDDEL BEVINDT. TIP: TELEFOONGEBRUIK OP DE FIETS IS BINNENKORT VERBODEN, DUS IEDEREEN HEEFT EEN NIEUWE BEZIGHEID NODIG ONDERWEG NAAR DE UNI. VEEL SUCCES!
Crypto P. 31 P. 31
1 2
3 4
5 6
7
8
9 10 11
De oplossingen voor het cryptogram in de vijfde ANS vind je op ans-online.nl Deze maand mag ANS twee vaasjes bier en een schaal nacho’s bij PACHO weggeven. Hola! PACHO is een latin food bar met een all-day concept. Je bent van harte welkom van 10:00 uur tot laat voor een ontbijt, lunch, diner of gewoon een drankje. Kip van het spit & cocktails, muy bueno! ¡Hasta luego! Kans maken? Stuur dan voor 13 mei de oplossing naar redactie@ans-online.nl.
13
12
14
15
16
17
Kijk voor meer informatie op www.pachonijmegen.nl.
HORIZONTAAL: 2. ASRIJK? HET HEEFT SLECHTS TWEE WIELEN! (6) 4. MET VLEUGELS OVER HET WATER? (8) 8. OF DE LADING AANKOMT, BLIJFT EEN GOK. (11) 11. MET GRATIS KRANT. (5) 12. ENGELSE BENAMING VOOR MILAAN. (9) 13. PARKEERPLAATS MET KARAKTER. (5) 14. HEEFT RUIMTE NODIG IN DE DIEPVRIES. (5) 15. ALLE PASSAGIERS HIER HEBBEN TE MAKEN MET DEZELFDE SITUATIE. (8) 16. IS OP ZOEK NAAR EEN CIRKELEIGENSCHAP. (11) 17. (GEEN) TRANSPORT VOOR MINDERBEDEELDEN. (10) VERTICAAL: 1. GRATIS MEEREIZEN IN VERTICALE RICHTING. (6) 3. ZONDER I KAN JE HIERMEE OP WERELDREIS! (11) 5. GEVULD MET AMANDELSPIJS, VOORTBEWOGEN DOOR PEDDELS. (4) 6. OVEN OP TWEE WIELEN. (8) 7. BAND MET EEN BUDDY. (7) 9. MET WIELEN OVER HET IJS? (12) 10. VERVOER VOOR OF NAAR COLLEGES. (7)
VAN DE BAAN P. 32
Tekst: Daniëlle Udo/ Foto: Syl Bogers
Wie: Anne Rasing (24), eerstejaars masterstudent Burgerlijk recht Bijbaan: Junior juridisch medewerker civiel recht, team familie en jeugd, rechtbank Gelderland, 17,30 euro per uur Wat houdt je werk precies in? ‘Ik ben eigenlijk de rechterhand van de rechter. Als er een zaak binnenkomt bij de rechtbank, bereid ik de bijbehorende stukken voor. Ik schrijf bijvoorbeeld een samenvatting van de inhoud van de zaak voor de rechter. Ook controleer ik of alle informatie over de betrokken partijen aanwezig is om de zitting goed te laten verlopen. Als alle voorbereidingen zijn getroffen, vindt een zittingsdag plaats waarop verschillende zaken worden behandeld. Ik typ dan mee met wat er wordt gezegd door de rechter en de betrokkenen. Na de zitting wordt er geraadkamerd, waarbij ik samen met de rechter overleg over de zaak. Tijdens dit overleg geef ik mijn mening, maar de rechter spreekt natuurlijk het uiteindelijke vonnis uit.’ Over wat voor onderwerpen gaat het? ‘Het zijn heel uiteenlopende casussen. Ik kan niet te veel in detail treden vanwege een geheimhoudingseed die ik heb afgelegd, maar het zijn bijvoorbeeld zaken over jongeren en ouders die zich niet aan de Leerplichtwet houden. Ook behandelen we kinderbe-
schermingsmaatregelen. Zo gaan we over de vraag of een kind uit huis moet worden geplaatst wanneer de thuissituatie niet goed is voor de ontwikkeling van het kind. De impact van zo’n beslissing is enorm en kan daarom voor emotionele reacties bij de betrokken gezinnen zorgen.’ Wat doen zulke zaken met je? ‘Een zaak doet altijd wel iets met je. Het is heel triest als je het gevoel hebt dat ouders het beste willen voor hun kind, maar dit op dat moment niet zelf kunnen bieden. Als blijkt dat de ontwikkeling van een kind vooruitgaat na uithuisplaatsing, heb ik daar toch aan kunnen bijdragen. Hoewel dit een heftige beslissing is, hoop ik dat betrokkenen over een paar jaar toch inzien dat het een goede beslissing is geweest.’ Zie je jezelf van “hulpje” naar rechter gaan in de toekomst? ‘Nu ik er zo dichtbij sta, merk ik dat een rechter behoorlijke ervaring en mensenkennis nodig heeft om te kunnen omgaan met onvoorziene situaties. Omdat dit mijn eerste baan is, heb ik die ervaring op dit moment nog niet. Toch zie ik mezelf hier de komende jaren nog wel rondlopen. Met het werk dat ik nu doe, kan ik de rechter scherp houden en op die manier een bijdrage leveren. Dat maakt dit beroep zo bijzonder.’ ANS