RICHTLIJNEN RONDOM HERINVESTERING STUFI MOETEN CONCRETER
LUCKY FONZ III WIL NIET DE DOMINEE UITHANGEN
STEWARDS HOUDEN PETER KNOOPE ORDE TIJDENS OVER HAAT TEGEN N.E.C. - ADO HET WESTEN
ANS SCHOKT ZWEEFT
Algemeen Algemeen Nijmeegs Nijmeegs Studentenblad Studentenblad // jaargang jaargang 32, 31, nummer nummer 7 5
Vooraf Tekst: Redactie P. 2
COMMENTAAR Hihi, er staat een piemel op de voorkant. Een piemel met een heel rimpelige balzak. Hihi. Echt schokkend en gedurfd. Lekker provoceren, nu denkt iedereen vast: jeetje, een piemel. Zo een heb ik er nog nooit gezien. En het is ook nog eens ambigu, want als je zo’n pornosite doorscrolt dan staat er ook wel eens ‘schokkend klaarkomen’, wat grappig. Natuurlijk zouden we niet zomaar een piemel op de voorkant zetten om te provoceren. Achter de illustratie zit een verhaal. Dit is namelijk de laatste ANS van dit collegejaar en daarom wilden we symbolisch afsluiten. Het fallussymbool op de voorkant staat voor het leven en de vruchtbaarheid van ANS, waar nieuwe inzichten, kritische geluiden en bijzondere verhalen tot stand komen. Een piemel symboliseert een nieuw begin. De achterkant van deze ANS gaat daarentegen over de dood. Dat maakt dit compacte pakketje pagina’s een metafoor voor het leven: de geboorte, de dood en alles daartussenin. Wat zit daar dan tussenin? Nou, in zo’n leven produceer je heel veel vuilnis. Dat wordt opgehaald door mannen die vishaken in hun hand krijgen omdat jij je afval niet goed scheidt. Daarnaast kan het ook zomaar voorkomen dat je in zo’n leven naar een festival gaat en daar Lowlandsdirecteur Eric van Eerdenburg tegen het lijf loopt. Minder feestelijk: ooit word je oud. Als je nu alvast wil oefenen met wat je in die laatste uren van je leven moet doen, kan je in De Graadmeter een aantal handige tips vinden. Het leven en de dood dus. Heel slim, heel kunstzinnig. Nog meer artistieke dingen: seksrobots. Daarmee combineer je verschillende vakgebieden, namelijk technologie, ethiek en esthetica. Maar goed, daarom staat er dus een piemel op de voorkant. Geniet ervan, wij gaan lekker vakantie vieren. De hoofdredactie
ANS
ONLINE ANS-Online is de digitale tegenhanger van het papieren blad. Hieronder is te lezen over de hoogtepunten van de afgelopen tijd en dingen om naar uit te kijken de komende periode. Muzikaal gestemd De afgelopen periode viel er veel te kiezen rond de campus van de Radboud Universiteit (RU). Zo vond de finale plaats van studentenbandwedstrijd Kaf en Koren, georganiseerd door Cultuur op de Campus. Gelukkig kwam het Radboudlied hier niet aan te pas en kon het publiek deze keer wel met een tevreden gevoel naar huis. Verder konden muziekliefhebbers Kraantje Pappie zien optreden op Radboud Rocks en konden pseudo-intellectuelen hun hart ophalen bij het voorprogramma Radboud Open Air, waar Arjen Lubach vertelde over verandering. Studenten die graag inspraak hebben op de beslissingen van de RU konden tijdens de studentenverkiezingen hun stem uitbrengen op asap of AKKUraatd. Dat waren dit jaar de enige keuzes, aangezien de Vrije Student het hazenpad heeft gekozen. Actief de zomer in Op vrijdagmiddag 29 juni vindt de jaarlijkse universiteitssportdag Radboud Sports plaats om sportief de zomer in te gaan. Medewerkers, studenten en alumni van de RU en het Radboudumc strijden om de eer en de Radboud Cup in verschillende onderdelen, zoals schaken, hockey en een pubquiz. Om het extra spannend te maken, kunnen de sportteams dit jaar een joker inzetten om hun punten te verdubbelen. ANS staat langs de lijn en doet verslag. Een nieuw begin Aan het eind van de zomervakantie is van zondag 19 augustus tot en met zondag 26 augustus de introductieweek voor de nieuwe eerstejaar. Op maandag 20 augustus mengt ANS zich op de introductiemarkt onder de andere verenigingen en instellingen die hun best doen om nietsvermoedende eerstejaars binnen te hengelen. De introductie wordt dit jaar afgesloten met het nieuwe Introfestival, waar ANS niet alleen de eerstejaars zal verwelkomen, maar ook verslag doet van het spektakel. Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan www.ans-online.nl, volg ons op Twitter (twitter.com/ANS_Online) of like de ANS-pagina op Facebook (facebook.com/ANSnijmegen).
DEZE ANS
Tekst: Redactie Deze ANS P. 3
04 Radboud, change perspective! Door interdisciplinair onderwijs kunnen studenten hun blik verbreden en blijven ze niet vastzitten in het stramien van hun eigen onderzoeskveld. Daarom moet de Radboud Universiteit pakketten van interdisciplinaire minoren aanbieden.
08 Talk dirty to me 04
Nog voordat de brakke student wakker wordt, halen medewerkers van afvalinzamelingsbedrijf Dar vuilniszakken van de straat. Hun werk is zwaar, maar daarom niet minder gezellig. ‘In de wagen hebben we geen baas in de buurt die ons op de vingers kijkt. Die vrijheid is fijn.’
13 Over moslims gesproken De Rotterdamse journalist Rachid Benhammou interviewde voor zijn boek Nieuwe vrijdenkers moslims die van hun geloof zijn afgestapt. Het boek riep veel reacties op binnen de moslimgemeenschap. ‘Vanuit mijn omgeving werd wel eens gevraagd of ik genoeg op mijn hoede was met het schrijven van dit boek.’
22 Festival op maat 08
13
Lowlandsdirecteur Eric van Eerdenburg is druk bezig met het rondkrijgen van het programma van de 26e editie van Lowlands. Hiervoor werkt hij samen met een groot team. De meeste beslissingen maken ze op gevoel. ‘Studenten willen alles wetenschappelijk vastleggen, maar het is gewoon vaag.’ 05
Side Salad
07
Het Laatste Oordeel
11
De Invaller
16
Middenpagina
18
Als de camera’s weg zijn
21
De Graadmeter
26
Het Issue
28 Kamervragen 30
Deze ANS niet/ GoedVoorEenConsumptie/ Colofon
31 Crypto 32 Van de Baan
22
Radboud, change perspective! Tekst: Joep Dorna en Julia Mars/ Illustratie: Simone Zwitserloot P. 4
RADBOUD, CHANGE PERSPECTIVE! Veel Nederlandse universiteiten bieden interdisciplinaire minoren aan. De Radboud Universiteit blijft achter en doet nauwelijks moeite om studenten over de schutting van hun eigen opleiding te laten kijken. Zonde, want interdisciplinair onderwijs zorgt voor betere studenten en betere wetenschap. De grootste uitvinders beheersen vaak meerdere disciplines. Steve Jobs, de oprichter van Apple, zag dat de toenmalige telefoons technisch goed waren gebouwd, maar nog niet aantrekkelijk waren voor het grote publiek. Hij gebruikte zijn vaardigheden als industrieel ontwerper en marketeer om telefoons met touchscreens tot een succes te maken. Het voorbeeld van Jobs laat zien dat een brede visie veel voordelen kan hebben. Hoewel het beheersen van meerdere disciplines dus voordelig kan zijn, kiest de Radboud Universiteit (RU) er bewust voor om dit links te laten liggen. ‘Binnen de bachelor kiezen wij voor disciplinaire programma’s, waarin ruimte is voor verdieping, voordat je je gaat verbreden’, vertelt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU. De mogelijkheden tot interdisciplinair studeren zijn beperkt en onderbelicht. Een van de opties is het volgen van een vrije minor, waarbij studenten zelf een vakkenpakket kunnen samenstellen. Bij sommige studies, zoals bij Rechtsgeleerdheid, is deze optie er niet. Bovendien zijn de eisen waaraan de vrije minor moet voldoen lastig te achterhalen en erg vaag. Tot slot bestaat er nog de mogelijkheid dat de examencommissie het voorstel afwijst. Een gestructureerd aanbod aan interdisciplinair onderwijs is er op de RU niet, waardoor studenten die over de schutting willen kijken, worden gedwongen om een vrije minor samen te stellen. Het wordt daarom hoog tijd dat de universiteit een vast pakket aan interdisciplinaire minoren gaat aanbieden.
Outside the box-denken Wanneer studenten niet leren om problemen vanuit meerdere invalshoeken te benaderen, kan dit leiden tot tunnelvisie. Binnen een discipline werken wetenschappers veelal op dezelfde manier, met dezelfde methoden en theorieën. Een disciplinaire aanpak heeft als voordeel dat studenten veel kennis binnen hun eigen vakgebied opdoen, maar tegelijkertijd ontwikkelen ze door deze benadering oogkleppen voor andere disciplines. Tsjalling Swierstra, hoogleraar Filosofie aan de Universiteit Maastricht, waarschuwt voor de gevolgen hiervan. ‘Sommige wetenschappers beweren dat bepaalde andere disciplines geen echte wetenschap zouden zijn. “Het moet op deze manier, want zo doen wij het”, gebruiken ze als argument.’ Zo hebben studenten Sociologie vaak commentaar op het gebrek aan kwantitatief onderzoek binnen de studie Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies en vinden studenten Moleculaire Levenswetenschappen dat Biologie geen echte bètastudie is. Deze onwetendheid kan voortkomen uit het gebrek aan kennis van elkaars studie. Interdisciplinair brood bakken Ook weerhoudt deze onwetendheid studenten ervan verschillende visies op een probleem te ontwikkelen. Dit is een van de redenen waarom de Universiteit van Amsterdam (UvA) het Instituut voor Interdisciplinaire Studies (IIS) heeft opgericht. ‘Het is belangrijk dat je
Column Thom Wijenberg P. 5 Ans deze maand P. 5
vanaf het begin van je studie verschillende perspectieven op hetzelfde probleem leert kennen’, legt IIS-directeur Lucy Wenting uit. ‘Als je je eerst gaat verdiepen in een specifiek vakgebied, is het veel lastiger om daarna nog een open blik te houden.’ De UvA biedt dan ook verschillende interdisciplinaire minors en bachelorprogramma’s aan, zoals de bèta-gammabachelor. Hierbij worden elementen van exacte wetenschappen, zoals natuurkunde, gecombineerd met gammawetenschappen, bijvoorbeeld sociologie. Dit levert verrassende projecten op. Zo kwamen vier interdisciplinaire bachelorstudenten van de UvA met het innovatieve idee om van bierbostel, het belangrijkste afvalproduct in het brouwproces, brood te maken. Ook werkten wiskundigen en biologen samen aan de vraag hoe snel kankercellen zich vermenigvuldigen. Grenzenloos bedrijfsleven Studenten die maar binnen een vakgebied zijn opgeleid, kunnen tegen hindernissen aanlopen wanneer ze de arbeidsmarkt betreden. Hier wordt namelijk wel van hen verwacht dat ze vanuit verschillende invalshoeken kunnen werken. ‘Juist op de universiteit, wat eigenlijk een soort rare subcultuur is, worden de grenzen tussen wetenschappelijke disciplines heel serieus genomen. Daarbuiten gebeurt dat een stuk minder’, betoogt Swierstra. Bedrijven hebben geen boodschap aan de hokjes van je studie. ‘Veel mensen die in het bedrijfsleven of bij de overheid werken, weten niet eens wat hun collega’s hebben gestudeerd’, zegt de filosoof. Leren samenwerken met andere disciplines is dus geen extraatje, maar in het bedrijfsleven broodnodig. Waar de UvA in haar Onderwijsvisie veel belang hecht aan de voordelen van interdisciplinair onderwijs, besteedt de RU hier nauwelijks aandacht aan. Alleen het Honoursprogramma van de RU heeft hier bijzondere belangstelling voor. Dit programma is echter alleen weggelegd voor studenten die naast hun gewone opleiding nog iets extra’s willen doen. Studenten die hun handen al vol hebben aan hun eigen voltijd studieprogramma, hebben dus niet dezelfde mogelijkheden tot interdisciplinaire ontwikkeling. Om dit probleem te verhelpen, moet de RU investeren in nieuwe, interdisciplinaire minoren waar studenten bij verschillende disciplines vakken volgen. Op deze manier kunnen studenten proeven van andere disciplines. Waar andere universiteiten in Nederland er al op hameren hun studenten een brede visie bij te brengen, blijft de RU nog krampachtig vasthouden aan de traditionele disciplinaire benadering. Alleen excellente studenten krijgen de optie een brede visie te ontwikkelen. Dat is jammer, want interdisciplinair onderwijs levert interessante en innovatieve ideeën op. Het wordt tijd dat de RU haar tunnelvisie doorbreekt en haar blik op de horizon verbreedt. Een goede eerste stap om dit doel te bereiken is het aanbieden van interdisciplinaire minoren. Het wordt tijd dat de RU haar slogan Change Perspective in de praktijk brengt. ANS
SIDE SALAD Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten. Zo nu en dan verschijnen er op Kamersite studentenkamers op exotische locaties, zoals Lent, Beuningen en Ravenstein. Het aantal reacties (‘Mailtje van mij!!’) op deze kamers is doorgaans niet zo heel groot. Hoewel ze meestal spotgoedkoop zijn, is de ligging een stuk minder aantrekkelijk. Niet iedereen is bereid om zich dagelijks in de drukte van het OV te werpen, laat staan om na een avondje bij de El Sombrero nog een paar lichtjaren te fietsen. Toch woon ik ook in zo’n afgelegen kamer – of eigenlijk vind ik dat zelf wel meevallen. Het zijn vooral mijn vrienden die me eraan herinneren dat ze zo’n pokkeneind moeten fietsen als ze willen langskomen. De ligging (te weten: bijna in Groesbeek) is echter niet het enige dat mijn studentenhuis zo bijzonder maakt. Van de grote gemeenschappelijke woonkamer tot de kast met bordspellen en de rode picknicktafel in onze tuin; alles ademt kneuterige vakantiebungalow. Bovendien staat het huis op een parkachtig terrein dat verwantschap vertoont met de formule van Centerparcs. Nee, een subtropisch zwemparadijs of campingwinkel is er dan weer niet, maar we hebben wel een paar revalidatiecentra, een kapel en een kliniek voor plastische chirurgie. Altijd handig. Je denkt nu vast: dat wil ik ook! Zijn er nog meer van die leuke studentenbungalows daar, Thom? Het antwoord is nee. Ons leuke huisje is one of a kind en wordt omringd door een paar toch wel vrij riante (bejaarden)woningen. De bewoners daarvan zijn trouwens wel een tikje nieuwsgierig. In dat opzicht is het net een camping. Wij trekken evenveel bekijks als die ene white trash-familie van caravan 172 in de Dordogne. Ik heb al een paar buren betrapt terwijl ze door onze haag probeerden te gluren. Onze overbuurman heeft er zelfs een sport van gemaakt. En hij schaamt zich er niet voor. Sterker nog, wanneer hij vindt dat ons gras te hoog is, zet hij zijn grasmaaier bij ons voor de deur. Mijn vriend vraagt wel eens waarom ik niet op zoek ga naar een andere kamer, eentje die wat centraler ligt. Ik moet toegeven dat ik daar wel eens over heb nagedacht. Maar als ik dan ’s ochtends vogels hoor fluiten in plaats van bussen passeren en ik ga hardlopen door de bossen en bergen in de omgeving, dan weet ik het weer. Hier is het elke dag vakantie.
Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 6
ANS ZOEKT ILLUSTRATOREN, VERTALERS EN FOTOGRAFEN Vind jij het leuk om te illustreren, te vertalen of te fotograferen? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ans-online.nl.
Tekst: Siebe Konst/ Foto: Website Radboud Universiteit Het Laatste Oordeel Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 7 P. 7
HET LAATSTE OORDEEL Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. STUDIE: Geografie, Planologie en Milieu COLLEGE: Theorising Spatial Practices, 24
EINDCIJFER:
april, 15:45-17:30, TvA 1.0.35 DOCENT: Prof. dr. Huib Ernste UITSTRALING: Gezellige oom PUBLIEK: Thuiszoekende landlopers INHOUD: Huisje, boompje, beestje
Voor sommigen is de Radboud Universiteit een plek die ze zo snel mogelijk willen verlaten, voor anderen voelt het als thuiskomen. In het college Theorising Spatial Practices legt prof. dr. Huib Ernste enthousiast uit aan een groep toekomstige geografen hoe een plaats een place, simpel uitgelegd een thuis, wordt. Doordat de collegezaal nog leger is dan een filiaal van V&D, krijgt Ernste de gelegenheid om een persoonlijk praatje te maken met de studenten die wel aanwezig zijn. Wanneer hij een klein kwartier na de oorspronkelijke starttijd begint met de stof die hij gaat behandelen, luisteren de studenten aandachtig. Ernste heeft veel passie voor de stof. Door zijn enthousiasme is het net of het ook voor hem de eerste keer is dat hij dit hoort. Net zoals een eerstejaars die zijn eerste semester beleeft, lijkt alles voor Ernste nog mooi en nieuw. Hij is echter lang niet zo onwetend als de gemiddelde eerstejaars, want Ernste weet alles over het belang van veiligheid om een place voor jezelf creëren. Als voorbeeld gebruikt hij de Thomas van Aquinostraat, waar fietsen verdwenen en voetgangers verdwaalden. Volgens Ernste waren de onveilige fietskelders onder de straat reden voor onrust. Daardoor kon het nooit een veilige place worden. Terwijl Ernste vertelt over deze turbulente tijden zit een groot deel van de studenten rustig en comfortabel onderuitgezakt in hun stoel. Sommigen turen naar de PowerPoint, anderen scrollen toch liever door Facebook. De studenten voelen zich in elk geval op hun plek. De docent lijkt dit gevoel te delen en mengt zich tijdens de pauze onder zijn studenten. Hoewel de sfeer in het lokaal dus vooral gezellig is, is de lokaalkeuze ietwat dubieus. Buiten het lokaal is de sloop van de Thomas van Aquinostraat in volle gang. Gelukkig
blijft TvA1 voorlopig overeind, want Ernste neemt alle tijd voor zijn verhaal. Het enige wat zijn lange monoloog dreigt te verstoren, is zijn eigen mobiel, die herhaaldelijk afgaat. Hij negeert het geluid echter en ook het publiek trekt zich er niks van aan. Ernste houdt zijn enthousiaste manier van vertellen lang vol, waardoor het college bijna twintig minuten uitloopt. Wanneer het einde uitblijft, raken verschillende studenten afgeleid door hun mobiel. Pas wanneer Ernste roept dat de les erop zit, zijn ze er weer met hun volle aandacht bij. De docent bedankt de aanwezigen voor hun aandacht en wenst ze succes met de veldopdrachten die deze week moeten worden ingeleverd. De studenten en de docent kunnen hierna weer naar hun eigen place terugkeren.
Het Laatste Oordeel der Studenten De behandelde stof staat ver af van het normale curriculum van de geografen, vertellen sommige studenten. Ze vinden het filosofischer en abstracter dan hun normale lesprogramma. Slechts een enkeling blijft anderhalf uur lang betrokken bij de les. Hoewel de studenten de collegestof vrij droog vinden, nemen ze dat de docent niet kwalijk. Ze spreken vol lof over Ernste en noemen hem enthousiast en gepassioneerd, maar vooral gezellig. Een student zegt zelfs dat Ernste hem doet denken aan die ene gezellige oom op een familiefeest. Misschien dat het college hierdoor zo’n huiselijke sfeer krijgt, want het eindoordeel van de studenten is overwegend positief. ANS
TALK DIRTY TO ME
Jaarlijks produceren Nederlanders zo’n 500 kilo afval. Een deel daarvan wordt aan de straat gezet en wordt nog voor dag en dauw opgehaald. ANS reed een ochtend mee achterop de vuilniswagen van afvalinzamelingsbedrijf Dar.
Tekst: Danique Janssen/ Foto’s: Ted van Aanholt Talk dirty to me P. 9 Ans deze maand P. 9
Wanneer de prille ochtendzon nog amper aan de hemel staat, verzamelen de medewerkers van Dar zich op de parkeerplaats van het afvalinzamelingsbedrijf. Het terrein, gelegen op het Nijmeegse industrieterrein net achter Oud-West, kleurt langzaam neongeel. De meeste afvalinzamelaars zijn brede mannen van in de 30 of 40, maar er lopen ook mensen rond die pas net onder moeders vleugels vandaan lijken te komen. Het aantal vrouwen op de parkeerplaats is op een hand te tellen. De medewerkers praten nog even rustig bij onder het genot van een bekertje koffie of een sigaret, voordat het tijd is om aan de slag te gaan. Rustig opstarten Wanneer de klok bijna half acht slaat, sjokken de afvalinzamelaars naar het groezelige magazijn om hun werkhandschoenen op te halen. Deze liggen in een conciërgehok dat is bekleed met naaktkalenders en bordjes met opbeurende teksten als “Ik zit niet 24 uur per dag op je schouder”, met daarboven een engel. Romario Nannekhan is een van de afvalverzamelaars en is vandaag de chauffeur van zijn wagen. Naast chauffeurs zijn er ook beladers, die achterop de wagen staan om de vuilniszakken erin te gooien. Deze taakverdeling ligt niet vast: de meeste afvalinzamelaars zijn de ene rit belader en de andere rit chauffeur. Nannekhan werkt nu vijf jaar voor Dar en is er nog lang niet op uitgekeken. ‘We zijn de hele dag lekker actief bezig. Ook hebben we in de
wagen geen baas in de buurt die ons op de vingers kijkt. Die vrijheid is fijn.’ Het zijn vooral de collega’s die het werk leuk maken, benadrukt hij. Terwijl Nannekhan in de wagen op de belader wacht, begroet hij de collega’s die voorbij lopen luidkeels. Een van hen komt nog even een praatje maken. Hij grapt op theatrale wijze dat Nannekhan zijn ex-vriend is en na werk een lekkere beurt van hem krijgt. ‘Mooie vent’, constateert Nannekhan.
‘Ik heb wel eens een vishaak in mijn vinger gehad.’ Vandaag wordt Nannekhan vergezeld door belader Pieter Kleijn. Nadat Kleijn de wagen van Nannekhan is ingestapt, vertrekken ze richting Nijmegen-Oost om daar zakken restafval op te halen. Het plastic+-afval, de zakken met plastic, blik en pak, wordt vandaag door andere vuilnisauto’s opgehaald. ‘De wijk Altrade duurt niet zo lang’, vertelt Nannekhan. ‘Als we straks klaar zijn, moeten we andere wagens gaan helpen.’ Zo blijven de twee tot ongeveer half vier ’s middags bezig. Stank voor dank De grote vuilniswagen baant zich een weg door de smalle straten van Nijmegen-Oost. Sommige bewoners komen
Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 10
nog met vuilniszakken in hun hand aansnellen om ze aan Kleijn te geven en vanuit een huis zwaaien er kinderen naar het grote voertuig. Nannekhan toetert naar ze. De reacties die ze ontvangen, zijn lang niet altijd zo positief. ‘Automobilisten zijn weleens geïrriteerd als ze achter je staan en moeten wachten’, zegt de chauffeur. ‘Als het mogelijk is, gaan we natuurlijk aan de kant. Dit kan alleen niet altijd. Meestal reageren we rustig op zulke mensen, anders kun je bijna elke dag wel met iemand in discussie gaan. Onderling kunnen we er wel om lachen.’
‘We hebben een collega die Politieke Geschiedenis heeft gestudeerd.’ Op sociale media ziet Nannekhan soms dat zijn werk wordt afgedaan als een makkelijke baan voor wie geen zi heeft om te studeren. Kleijn herkent dit vooroordeel over vuilnismannen ook, maar volgens hem klopt het niet. ‘We hebben een collega die Politieke Geschiedenis heeft gestudeerd, maar nu hier werkt omdat hij dit leuker vindt.’ Nannekhan heeft zelf Accountancy gestudeerd en werkt toch bij Dar, om dezelfde reden. Het stigma over vuilnismannen doet de twee naar eigen zeggen niet zo veel. Het belangrijkste voor hen is dat ze genieten van het werken in de buitenlucht en de gezelligheid onderling.
Zelfs de stank stoort niet, volgens Nannekhan. ‘Die ruik je na een dag al niet meer, ook niet met een kater’, grinnikt hij. Kleijn grapt: ‘Als alcoholist ben jij natuurlijk wel wat gewend.’ Niet van porselein Nannekhan moet rustig rijden vanwege de smalle straten en de vele voorbijgaande fietsers, waaronder schoolkinderen. Kleijn staat ondertussen achterop de wagen. Hierdoor kan de belader sneller de vuilniszakken pakken, die in het drukke Nijmegen-Oost soms al om de tien meter verzameld liggen. Deze werpt hij vervolgens in de grote pers achterop de vuilniswagen. Telkens als de chauffeur stopt, springt Kleijn van het plateautje en gooit hij behendig vijf zakken tegelijk de pers in. ‘Zakken met kattengrit en poepluiers zijn het zwaarst’, zegt hij. Hij veegt de zweetdruppels van zijn voorhoofd. Door al dat gesjouw kweken de medewerkers de nodige spierballen. ‘Romario en ik zijn toevallig de enige twee met een buikje, maar verder is iedereen natuurlijk heel fit’, voegt Kleijn lachend toe. Het werk is niet alleen fysiek zwaar, het is ook verbaal een harde wereld. De vuilnisophalers praten luid en maken graag grove grappen met en over elkaar. Dit maakt het werk voor hen leuker, maar volgens Kleijn kan het nieuwe medewerkers ook afschrikken. Via een uitzendbureau werken er ook studenten bij Dar. Zij hebben soms moeite om te wennen aan hun intimiderende taal en vertrekken daardoor snel. Kleijn ziet grote verschillen tussen
Talk dirty to me/ Column Chiel Nijhuis P. 11 Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 11
de sfeer op zijn werk en in de studentenwereld. ‘Het gaat er hier heel anders aan toe dan op een universiteit. Daar val je als student niet snel buiten de boot, maar hier moeten medewerkers hun respect verdienen.’ Mogelijk zijn er daarom, en door de zware fysieke inspanning, ook maar een paar vrouwen te vinden in het grote inzamelaarsteam. ‘Ik wil zeker niet zeggen dat het geen werk voor vrouwen is, maar ze zullen het wel moeilijk hebben tussen al deze ruwe mannen’, zegt Kleijn. Vishaken en gayporno In een zijstraat waar de auto van Nannekhan en Kleijn langsrijdt, staat een ander voertuig van Dar. Kleijn zwaait en roept naar zijn collega, die zakken met plastic in de wagen aan het laden is. Deze liggen er meer dan de groene en rode restafvalzakken. Nijmegenaren zijn fanatiek als het op afval scheiden aankomt en doen het zo veel dat ze zelfs tot de top van Nederland behoren. Toch komen de mannen er soms op pijnlijke manieren achter dat er alsnog dingen tussen het vuilnis kunnen zitten die er niet thuishoren. ‘Ik heb wel eens een vishaak in mijn vinger gehad’, vertelt Nannekhan. Hij moest toen een Hepatitis B-injectie halen. ‘Soms gooien we in rap tempo de zakken achterin. Als we er een verkeerd beetpakken en er zit wat scherps in, dan kunnen we gewond raken.’ De inzamelaars hebben handschoenen aan die hen tot op zekere hoogte beschermen, maar deze zijn niet erg dik. Scharen, messen en andere scherpe voorwerpen horen dan ook niet thuis in de vuilniszakken. Nannekhan vertelt over een collega die scherven in zijn gezicht kreeg, nadat er een bierfust tussen de pers terechtkwam en uit elkaar spatte. ‘Als mensen hun afval niet goed sorteren, kan het voor ons dus gevaarlijk worden.’ Naast scherpe voorwerpen vindt Nannekhan ook weleens andere eigenaardigheden tussen het afval. ‘Laatst haalden we oud papier op en toen vond ik een doos vol met gayporno’, grinnikt hij. Niet zijn ding, maar wat als hij wel wat interessants tussen het afval ziet? ‘Wanneer ik waardevolle spullen of geld vind, dan laat ik die natuurlijk liggen...’ Er verschijnt een ondeugende glimlach op Nannekhans gezicht. ‘Nee, geintje. We vinden eigenlijk nooit waardevolle spullen. Mocht het wel een keer gebeuren, dan mogen we het voor onze veiligheid niet uit de pers halen.’ Wanneer de mannen hun wijk weer afvalvrij hebben gemaakt en alle afvalzakken achterin de wagen zijn geperst, rijden ze terug naar het industrieterrein om het afval te storten. Uit het restafval dat ze hebben opgehaald, wordt energie en warmte gewonnen. Het plastic+-afval, dat vandaag ook aan de straten lag, wordt direct naar een verwerker gebracht. Die sorteert alle verschillende soorten plastic en stuurt het naar fabrieken die het tot nieuwe voorwerpen verwerken. Gft-afval wordt tenslotte gebruikt voor compost en biogas waar bijvoorbeeld bussen op kunnen rijden. Dankzij Kleijn, Nannekhan en de andere inzamelaars rijd je je volgende busrit dus mogelijk op je eigen voedselresten. ANS ‘Pieter Kleijn’ is een gefingeerde naam. De echte naam is bij de redactie bekend.
DE INVALLER Chiel Nijhuis mag voor een keer invallen als columnist. Een exercitie die, volgens hemzelf, beslist niet voor herhaling vatbaar is. Waar moet je het over hebben wanneer je, na zelf te hebben aangedrongen, gevraagd wordt om eenmalig een column te schrijven? Je hebt zoiets nog nooit gedaan, dus als een echte amateur begin je met een opsomming van een aantal mogelijke onderwerpen. Schreeuwende studenten die de academische vrijheid onder druk zetten door sprekers met de verkeerde mening uit te joelen? Blijkbaar zitten die neomarxisten overal behalve in Nijmegen en vallen ze daarom als onderwerp af. Een provocerend stuk over mbo-scholieren leidt tot conflicten met de hoofdredactie en is dus ook ongeschikt. Je zou ook nog kunnen schrijven over de scholieren die zich tijdens hun eindexamenperiode in de UB hebben verschanst. De anekdote dat je per ongeluk hebt zitten staren naar een meisje uit 6 vwo is als je er goed over nadenkt toch te gênant. Je besluit het voor je te houden. Sinds asap er een punt van heeft gemaakt tijdens de verkiezingen voor de Universitaire Studentenraad boeien die scholieren toch niemand meer. Wat overblijft zijn wat algemene ergernissen. Eikels die het nodig vinden om een korte broek te dragen, zodra het kwik boven de twintig graden uitstijgt, of Erasmusstudenten die niet kunnen fietsen. De column kan natuurlijk ook gaan over mensen die te pas en te onpas “wilt” schrijven, terwijl die -t op het eindt in negen van de tien gevallen totaal overbodig is. Het enige dat deze thema’s met elkaar gemeen hebben, is dat ze alle drie te licht zijn om een goede column te kunnen dragen. Daarnaast heet je geen Jan Mulder en zit dus niemand te wachten op een uiteenzetting over waar jij je van dag tot dag over opwindt. Nadat je een paar uur hebt zitten staren naar deze bescheiden lijst met ideeën dringt het eindelijk tot je door. Met de onderwerpen zelf is niets mis. De enige reden waarom je geen fatsoenlijk stuk kan schrijven, is vanwege je eigen gebrek aan talent. Daar sta je dan met je grote bek, hopeloos door de mand gevallen.
Interview Roy Santiago Tekst: Tijs Sikma/ Foto’s: Simone Both P. 12
Universitaire Studentenraad NU!Medezeggenschap Universitaire Studentenraad (USR) Nijmegen Wil jij op de hoogte blijven van de bezigheden van de USR? Like ons op Facebook, volg ons op Twitter en neem eens een kijkje op onze website. Heb je tips of opmerkingen? Loop gerust even langs bij de USR-kamer (TvA 1.034) of stuur een mail naar usr@ru.nl. Website: www.numedezeggenschap.nl Twitter: @NUMedezeggsch Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggenschap E-mail: usr@ru.nl
Hallo studerend Nijmegen, We zitten inmiddels alweer ver in het tweede semester en daarmee alweer aan de laatste ANS van het collegejaar. Voor ons als studentenraad betekent dit dat we veel dingen kunnen gaan afronden waar wij afgelopen jaar mee bezig zijn geweest. Daarnaast worden de eerste stappen al gezet om onze opvolgers na de verkiezingen in te werken. Hierbij dus het laatste tekstje in het ANS van de 21e studentenraad! Duurzaamheid Afgelopen maand is Radbouds nieuwste aanwinst feestelijk geopend, namelijk het Radboud Green Office! Het doel hiervan is om duurzame initiatieven op de universiteit te stimuleren en zichtbaarder te maken. Dit is vanaf nu het aanspreekpunt rondom duurzaamheid voor zowel studenten als personeel. Daarnaast zijn we bezig met het opstellen van een duurzaamheidsconvenant. Dit is een document waarin allerlei duurzame doelstellingen staan opgesteld waar verenigingen voor kunnen tekenen. Op die manier kunnen verenigingen gezamenlijk een bijdrage leveren aan een milieubewuste en
groenere campus. Om input te vergaren hebben we tijdens de Groene Week een brainstormsessie gehouden. We hopen dat veel verenigingen bereid zijn om te tekenen en dat we gaandeweg nog meer ambitieuze doelstellingen kunnen toevoegen! Fonds We hebben eindelijk de laatste hand aan FONDS gelegd. De trouwe lezers weten inmiddels dat dit het document is dat vaststelt wanneer je als student wordt gecompenseerd voor opgelopen studievertraging. Een belangrijke verandering die wij erin willen opnemen is dat we het ook mogelijk willen maken voor besturen van kleinere verenigingen om een financiële compensatie te ontvangen. Op deze manier hopen wij ook kleine initiatieven die een toevoeging zijn aan het Nijmeegse studentenleven te stimuleren. Dit was ‘m dan, onze laatste tekst in ANS, maar afscheid nemen bestaat niet. Mocht je toch nog vragen of opmerkingen hebben dan kan je ons altijd mailen via usr@ru.nl of langskomen bij ons, of de volgende USR, in onze kamer in TVA 1.
(Advertentie)
Ans deze maand P. 13
OVER MOSLIMS GESPROKEN
Over de voormalige moslim mag meer worden gesproken, vindt de Rotterdamse journalist Rachid Benhammou. Daarom schreef hij met Boris van der Ham het boek Nieuwe vrijdenkers, waarin twaalf mensen die de islam achter zich hebben gelaten hun verhaal doen. ‘De moslim, of ex-moslim, bestaat niet.’
Over moslims gesproken Tekst: Jonathan Janssen/ Foto’s: Erik van Zummeren P. 14
De helft van de mensen die hun verhaal vertelt in het boek Nieuwe vrijdenkers leidt een dubbelleven, omdat ze hun islamitische omgeving niet teleur willen stellen. Ze geloven namelijk niet meer in Allah. Samen met Boris van der Ham van het Humanistisch Verbond besloot journalist Rachid Benhammou twaalf verhalen te bundelen van Nederlanders die geen moslim meer willen zijn. ‘Een dergelijk boek was er nog niet. Wij hopen dat het gesprek over voormalige moslims hierdoor wordt opengebroken.’ De publicatie leidde tot honderden reacties op sociale media, van positieve geluiden tot haatgeluiden. ‘We hadden wel boze reacties verwacht, maar dit was wel heel triest.’ In een Midden-Oosters restaurant in Rotterdam vertelt Benhammou verontwaardigd en soms zelfs kwaad over conservatieve Arabische invloeden op de islam, zijn eigen verhaal en de rol die hij voor de gematigde moslim ziet weggelegd. ‘Gematigde moslims zijn veel te stil.’
‘Het komt zelfs voor dat islamitische jongeren hun ouders afvalligen noemen.’ Is het voor moslims moeilijk om hun geloofstwijfels met hun omgeving te bespreken? ‘Vaak gaat dat niet makkelijk, nee. Zo vertellen veel van de geïnterviewden hun verhaal anoniem, omdat ze bang zijn voor de reactie van hun omgeving. Ze zijn niet zozeer bang voor de reacties die zij zelf krijgen van familie en vrienden, maar willen vooral hun ouders beschermen voor commentaar over hun afvallige kind. Een schrijver die we hebben geïnterviewd, beschreef dit heel mooi: “Mijn grootste strijd was niet met mijn ouders, maar met mijn omgeving.” De sociale druk in de islamitische gemeenschap is immens. ‘Je zou denken dat jongere moslims zulke twijfels beter met elkaar kunnen bespreken dan de oudere generaties dat onder elkaar kunnen. Op school leren ze namelijk over wetenschappelijke theorieën die niet stroken met de leer van de islam, zoals de evolutietheorie van Darwin. Juist islamitische jongeren blijken er echter veel conservatievere denkbeelden op na te houden dan hun ouders of grootouders. De eerdere generaties waren in hun land van herkomst vaak best liberaal. Het komt zelfs voor dat jongeren hun ouders afvalligen noemen.’ Hoe komt het dat die jongeren conservatiever zijn? ‘Veel jongeren worden beïnvloed door een panarabistische en conservatieve interpretatie van de islam, die zich via de satelliet, internet en sociale media verspreidt. Deze conservatieve stromingen komen uit het Midden-Oosten, en dan vooral uit Saudi-Arabië. Het panarabisme is de bijbehorende politieke ideologie die de islam probeert te arabiseren. Zo zeggen panarabisten dat Arabisch de taal van het paradijs is en dat daarom alle moslims Arabisch moeten kunnen
spreken en lezen. Dat is natuurlijk belachelijk, alsof God maar een taal spreekt. In Indonesië, het land met de meeste moslims, spreken ze geen Arabisch. Toch is de invloed van het panarabisme groot, ook hier in Nederland.’ Wat voor gevolgen heeft het Arabisme in Nederland? ‘In Nederland wonen bijvoorbeeld 400.000 mensen met een Marokkaanse achtergrond, waarvan 90 procent Berbers is en geen Arabisch spreekt. Toch worden er voor deze groep vanuit de Nederlandse overheid al dertig jaar koranlessen ‘in eigen taal’ gesubsidieerd. Die koranlessen zijn echter in het Arabisch, terwijl kinderen met een Marokkaanse achtergrond die taal helemaal niet spreken. Nederlanders verspreiden dus onbewust het panarabisme. Wat moet er gebeuren om islamitisch conservatisme en panarabisme tegen te gaan? ‘Het is tijd voor meer progressievere stromingen in de islam. Je zou kunnen zeggen dat de islam achterloopt op het christendom; het ontstond immers 600 jaar later. Vanuit dat perspectief zou er nu ook een soort Verlichting moeten plaatsvinden in de islam, zoals die zich een paar honderd jaar geleden ook voltrok in de christelijke wereld. De islamitische Verlichting zal voorlopig echter niet beginnen als westerse landen als Nederland zaken blijven doen met
gesproken P. 15 Leef, Over woon,moslims werk, feest... met ANS P. 15
landen als Saudi-Arabië, de oorsprong van de conservatieve invloeden die zich nu verspreiden.’ Identificeren voormalige moslims zich nog wel met de moslimgemeenschap, die steeds conservatiever wordt? ‘Alle mensen die we hebben geïnterviewd zeggen dat geloof voor hen losstaat van familie en cultuur. Familie en vrienden hebben wel vaak het gevoel dat zij ook in de steek worden gelaten als iemand uit de islam stapt. Een aantal van de geïnterviewden wil ook nog graag het Suikerfeest blijven vieren, ook al hebben ze die religieuze achtergrond niet meer. Je zou dat kunnen vergelijken met niet-christelijke Nederlanders die nog steeds Kerstmis en carnaval vieren.’ Hoe was het voor uzelf om de islam te verlaten? ‘Mijn verhaal is best wel saai. Mijn ouders waren praktiserend moslim, maar op een liberale manier. Bij ons thuis was religie belangrijk, maar school nog belangrijker. Mijn ouders hebben mij geleerd om kritisch na te denken. Toen ik veertien of vijftien was, vertelde ik hen dat ik me niet thuisvoelde in de islam en zei dat ik mijn eigen pad ging bewandelen. Mijn ouders vonden dat niet leuk, maar ze hebben het geaccepteerd.
‘Mijn omgeving vroeg of ik wel op mijn hoede was bij het schrijven van dit boek.’ ‘Ik identificeer me nog wel met andere Berbers, ook degenen die nog moslim zijn. Zoals 90 procent van de Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond ben ik Berber, ofwel Amazigh. De Amazigh-cultuur van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Afrika is duizenden jaren oud, veel ouder dan de islam. Ook mijn zoontje, die niet gelovig wordt opgevoed, probeer ik wat bij te brengen over zijn achtergrond. Zo leer ik hem wat woordjes in het Berbers en neem ik hem mee naar Amazigh-festivals.’ Voor u was het dus relatief makkelijk om naar buiten te komen als niet-gelovige. Een paar van de verhalen in Nieuwe vrijdenkers zijn vrij dramatisch, zoals die van Halima, die geen contact meer heeft met haar familie. Zijn die dan wel representatief? ‘Ja, maar ik heb er best wel op gehamerd dat er niet alleen maar heel ellendige verhalen in het boek zouden komen. We wilden een divers beeld schetsen van hoe het is om als moslim te besluiten dat je niet meer gelooft. Dat hoeft niet altijd met veel problemen en drama gepaard te gaan. We zeggen dan ook: de typische moslim bestaat niet, de typische ex-moslim ook niet. ‘Over ex-moslims gesproken, ik haat dat woord. Ik gebruik liever “voormalige moslim”. Een aantal voormalige moslims heeft zich nooit moslim gevoeld. Je bent eigenlijk maar
even ex-moslim in je transitieperiode van gelovige naar niet-gelovige. Daarna ben je gewoon weer moeder, vader, vrouw, of welke rol je dan ook voor jezelf ziet weggelegd in de maatschappij.’ Hoe reageren conservatieve moslims op de verhalen uit het boek? ‘Vrijwel direct na het uitbrengen van het boek kwamen er honderden reacties binnen van Nederlandse islamitische jongeren. Ze schelden en vloeken tegen de mensen in het boek. Anderen zeggen dat de verhalen in het boek leugens zijn, dat de geïnterviewden worden betaald om de islam in een kwaad daglicht te zetten. Sommige moslims reageren iets milder door te zeggen dat ze het prima vinden dat deze mensen niet meer geloven, maar dat ze daar niet mee te koop hoeven lopen. ‘Gelukkig zijn er ook positieve reacties op het boek, maar die komen van ongelovigen en van meer liberale moslims. De gematigde moslims, de meerderheid, hoor je niet of nauwelijks. Die groep hoort eigenlijk het voortouw te nemen en zich publiekelijk uit te spreken tegen dit soort haat. Zij zouden ook de radicalen moeten wijzen op de vrijheid van het geloof. Ik verwijt die groep gematigde moslims dat ze hun mond niet vaker opentrekken. Van de honderden reacties op Facebook waren er maar een handvol mensen die zich afvroegen waar die scheldpartijen voor nodig waren. Meer gematigde moslims lezen mee, maar houden hun mond. Dan denk ik: waarom laat je je nu niet horen? Deze mensen spreken zich wel uit als iemand als Geert Wilders de islam aanvalt, maar ze komen niet op voor iemand die de keuze heeft gemaakt uit de islam te stappen. Ze worden boos als hun hele bevolkingsgroep gelijk wordt gesteld aan een kleine groep extremisten, maar ze trekken zelf nooit hun mond open tegen dit soort radicalen.’ Hield u tijdens het schrijven van het boek rekening met bedreigingen? ‘Vanuit mijn omgeving werd er weleens gevraagd of ik genoeg op mijn hoede was met het schrijven van dit boek. Hoe vaker zij dat zeiden, hoe duidelijker het voor mij werd dat het boek er wel moest komen. Door toe te geven aan die dreigingen, houd je het taboe in stand. Boris en ik hebben alleen naar de geïnterviewden geluisterd en hun verhalen opgeschreven. Daar hebben we geen eigen mening in verwerkt. Toch word je wel gezien als degene die de afvalligheid verspreidt. Dat vinden we onzin en daarom laten we ons niet afschrikken door negatieve reacties. ‘De groep mensen die de islam verlaat wordt, niet alleen in Nederland, maar wereldwijd, steeds groter. Zo heeft in Saudi-Arabië, waar de oorsprong van het islamitische conservatisme ligt, inmiddels een groot deel van de bevolking de islam achter zich gelaten. Toch heeft heeft niemand het daarover. Het gaat alleen maar over zaken als IS en het gevaar van de islam. Het thema van niet-gelovigen onder islamitische bevolkingsgroepen moet daarom meer worden besproken.’ ANS
www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 16
Illustratie: Roos van’t Velt De Radboud Universiteit (RU) heeft ‘aandacht voor diversiteit’, zo legt de universiteit op haar website uit. Daarom onderneemt de RU actie om ‘mannen en vrouwen van verschillende nationaliteiten in alle posities te benoemen en te behouden’. In 2020 wil de universiteit dat op elk mogelijk niveau minimaal 25 procent vrouwen en minimaal 25 procent mannen werken. Op een specifiek werkgebied zou de RU daar wel erg veel haast voor moeten maken: de rector magnificus is namelijk al 95 jaar zo wit en mannelijk als… nou ja, als de rector magnificus. Daarom verzorgt ANS een heuze invulkleurplaat van onze eigen Han van Krieken. Als de RU het niet voor elkaar krijgt, dan jij wel. Ans deze maand P. 17
Als de camera’s weg zijn Tekst: Edwin Jonkman en Aaricia Kayzer/ Illustratie: Anne Rombouts P. 18
ALS DE CAMERA’S WEG ZIJN
Deelnemers die elkaar uitschelden, huilend biechten voor de camera of gefilmd worden tijdens de seks: in de wereld van realitytelevisie is niets te gek. Een genot voor de kijkers, maar soms minder voor de mentale gesteldheid van de deelnemers. Nemen producenten hier genoeg verantwoordelijkheid voor? Toen Bart en Sabine in 1999 samen onder de bloemetjeslakens van hun Big Brother-bed doken, hadden ze een ware primeur te pakken. Nog nooit eerder had een koppel seks in een Nederlands realityprogramma. Tegenwoordig lopen de deelnemers van Adam zkt. Eva naakt door het beeldscherm en is het teleurstellend als de koppels van Temptation Island na aflevering vier nog steeds niet zijn vreemdgegaan. Realitytelevisie wordt steeds extremer, vindt zelfs Hummie van der Tonnekreek, destijds eindredacteur van Big Brother. ‘Ik sta niet aan de wieg van real-life-televisie zoals die nu wordt gemaakt’, zegt ze stellig in een aflevering van Andere Tijden. De grenzen van realitytelevisie verschuiven en dat kan gevolgen hebben voor deelnemers. Staan producenten wel garant voor het welzijn van hun sterren? Sluipende gevolgen Begin januari sneed Samantha de Jong, bekend geworden als Barbie uit Oh Oh Cherso, onder invloed van medicijnen en cocaïne haar pols door. Na deze mislukte zelfmoordpoging vertelde ze in een interview met Privé dat alle aandacht en al het commentaar op haar privéleven haar tot wanhoop hadden gedreven. ‘Overal las ik dat ik een slechte moeder ben en de hoer speel.’ Haar problemen wijt ze aan haar deelname aan realityprogramma’s. ‘Door ooit mee te doen aan Oh Oh Cherso heb ik mijn kinderen in de ellende gebracht.’ RTL is de hoofdschuldige, zo vertelt ze in het Algemeen Dagblad: ‘Zij hebben mijn leven laten ontsporen.’ Kijkcijfers waren volgens Barbie belangrijker dan haar mentale welzijn. Het geval van Barbie is een extreem voorbeeld, maar toch lopen deelnemers risico op uiteenlopende mentale klachten. ‘Het is voor deelnemers aan realitytelevisie lastig om een scheiding te vinden tussen privé en werk, omdat de camera’s constant draaien. Daardoor is het moeilijk om voldoende rust te nemen’, stelt psycholoog Najla Edriouch, werkzaam bij de gespecialiseerde GGZ en op YouTube actief als Psycholoog Najla. Dit kan leiden tot bijvoorbeeld burn-outklachten. Ook worden opnames in scène gezet door producers. ‘Realityseries zijn vaak gescript. De productie plant welke activiteit je die dag
gaat ondernemen, zodat het interessant is voor het programma. Daar heb je geen grip op, ook al zit je die dag niet lekker in je vel.’ Handle with care Maarten Reesink, docent Media en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam, beaamt dat de meeste realityseries gescript zijn. Dit betekent dat de series een beoogde verhaallijn hebben, zonder dat de regels tekst vooraf vaststaan. Met behulp van sturing van de productie kan het gewenste verloop worden waargemaakt. ‘De productie zet bepaalde prikkels in, in de hoop dat mensen daar zo authentiek mogelijk op reageren. Dit kan van alles zijn, van een budget om een activiteit te ondernemen, tot letterlijke opdrachten.’ Zo vertelt verleider Tomas uit Temptation Island aan Glamour dat hij van de productie een slagroomspuit in handen geduwd kreeg en werd gevraagd of hij slagroom van het lichaam van een van de deelnemers wilde likken. Ook Barbie verwijt RTL het gebruik van zulke prikkels: ‘Wilden ze op tv een “hysterische Barbie”, dan maakten ze me zo overstuur dat ik vanzelf door het lint ging’, vertelt ze aan het Algemeen Dagblad. Excessen als de situatie van Barbie probeert EndemolShine Nederland, producent van onder andere Big Brother en Holland’s Next Top Model, in haar eigen programma’s te voorkomen door tijdens en na de opnames begeleiding te bieden. ‘Deelnemers kunnen met vragen terecht bij een aangewezen persoon en bij sommige projecten organiseren we informatieavonden voor de betrokkenen’, legt manager Communicatie Eva Peters uit. Hoe de begeleiding precies is geregeld, verschilt per programma. ‘We bekijken per programma wat nodig is. Soms is dat begeleiding door de redactie of productie, bij andere programma’s begeleiding van een externe professional.’ Voorkomen is volgens haar altijd beter dan genezen. ‘We houden bij het selecteren van kandidaten uitvoerige, persoonlijke gesprekken en screenings.’ Het is echter onbekend welke vragen precies worden gesteld. ‘We gaan inhoudelijk niet in op de screening, dat is iets tussen de kandidaten en de productie’, zegt Peters.
Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 19
Kijkcijferkanon Volgens Peters is er dus sprake van begeleiding, maar toch zijn realityprogramma’s saai zonder kandidaten met emotionele uitbarstingen en irrationele uitspattingen. Niemand wil naar een seizoen van Temptation Island kijken waarbij iedereen braaf een boekje zit te lezen in de Thaise zon. Huub Evers, zelfstandig mediaethicus en lid van de Raad voor de Journalistiek, denkt dat het belang van veel producenten vooral ligt bij het maken van spraakmakende televisie, en niet bij het welzijn van de kandidaten. ‘Programmamakers willen een spannend programma maken dat kijkcijfers scoort. Zij hebben geen belang bij klachten en gezeur.’
‘Deelnemers weten vaak niet wat hun rechten precies zijn.’ Toch zijn zenders zich volgens Reesink steeds meer bewust van hun verantwoordelijkheid tegenover deelnemers, al is het maar om hun imago op peil te houden. ‘De ophef rond Barbie heeft het imago van RTL geen goed gedaan’, stelt Reesink. Zenders willen niet geassocieerd worden met negatieve voorvallen die in de media breed worden uitgemeten. Ook producenten hebben er geen baat bij om een programma te maken
dat door het publiek en de media wordt afgewezen. ‘Een zender zal minder programma’s bij een producent afnemen wanneer het imago van een zender negatieve gevolgen van het bekritiseerde programma ondervindt.’ Geen plichten maar rechten Kijkers vragen zich wellicht af waarom deelnemers met klachten niet gewoon stoppen met het programma. Volgens Evers is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Deelnemers kunnen vastzitten aan een contract of druk ervaren om maar gewoon zonder te klagen mee te doen. Evers meent dat er vaak sprake is van groepsdruk, niet alleen tussen de deelnemers onderling, maar ook vanuit de kijkers. ‘Je maakt je namelijk niet populair bij het publiek door je voortdurend te verzetten of te roepen dat je iets niet wil.’ Daarnaast weten deelnemers vaak niet wat hun wettelijke positie is, terwijl televisiemakers beter op de hoogte zijn van de gang van zaken. ‘Programmamakers kennen de wetten van de televisie. Deelnemers die, soms tegen hun eigen verwachtingen in, geselecteerd worden om aan zo’n programma mee te doen, weten vaak niet wat hun rechten precies zijn.’ Televisiemakers hebben dus een zekere machtspositie ten opzichte van deelnemers, omdat ze voorkennis hebben. Deelnemers die hier klachten over hebben, kunnen volgens Peters terecht bij een aangewezen contactpersoon. Deelnemers mogen aan externen vanwege hun contract vaak
Als de camera’s weg zijn P. 20
niks zeggen over het verloop van het programma en de begeleiding die ze krijgen. Briefje in de klachtenbus Kijkers kunnen natuurlijk ook de stoute schoenen aantrekken en klagen over een programma dat volgens hen morele grenzen overschrijdt. Mensen die met een klacht bellen naar omroepen, worden volgens Evers echter van het kastje naar de muur gestuurd. ‘Met een belletje gebeurt vaak niks. Weet jij veel wie je moet hebben of waar je moet zijn.’ Om duidelijk te maken waar kijkers met klachten terecht kunnen, heeft de Nederlandse Publieke Omroep sinds kort een ombudsman. Deze neemt klachten over programma’s of artikelen in behandeling en onderzoekt of journalisten zich aan de normen en waarden van correcte journalistiek houden. Bij commerciële omroepen bestaat zoiets niet, al hebben veel programma’s wel een mediacode. Navraag bij Talpa leert dat in deze code slechts staat welke doelgroepen programma’s hebben en welke uitstraling hierbij hoort, maar niets over concrete regels waar producenten aan zijn gebonden. Daarbij komt dat zulke mediacodes volgens Evers überhaupt niet afdwingbaar zijn. Voor het publiek is het dus onduidelijk welke grenzen zenders aan programmamakers opleggen. De meeste kijkers voelen echter niet de behoefte om een
VUILNISMAN WORDEN, MAAR NIET VOOR ALTIJD? KOM SCHRIJVEN BIJ ANS. STUUR EEN MAIL NAAR REDACTIE@ANS-ONLINE.NL OF LOOP LANGS BIJ ONS KANTOOR ONDER HET GYMNASION.
klacht in te dienen over de grenzen van een programma, maar klimmen eerder in de pen om flinke kritiek te uiten op het gedrag van realitysterren. Veel druk voor deelnemers komt dan ook van sociale media, meent Edriouch. ‘Mensen krijgen in korte tijd heel veel aandacht. De deelnemers van Temptation Island krijgen bijvoorbeeld van de ene op de andere dag tienduizend extra volgers op Instagram. Natuurlijk heeft dat impact op hoe je je voelt.’ Ook Reesink ziet de grenzen van realitytelevisie verschuiven en de nadelige gevolgen toenemen door sociale media. ‘Door de komst van sociale media is de hoeveelheid reacties die mensen krijgen verveelvoudigd. Je wil niet weten wat je allemaal over je heen krijgt wanneer je zelfs maar een paar seconden op televisie verschijnt.’ Het publiek zou uit morele overwegingen er natuurlijk ook zelf voor kunnen kiezen om bepaalde programma’s te boycotten, benadrukt Evers. ‘Als kijkers via Facebook of Twitter oproepen om te stoppen met kijken naar een programma, heeft het publiek wel degelijk macht.’ De kijker kan dus heldhaftig de afstandsbediening opzij gooien en besluiten geen boze tweets meer te sturen naar Barbie over haar geblondeerde haren en zonnebankhuid. Zolang programmamakers de televisie vullen met excentriekelingen zoals Terror Jaap of Geile Geert, zullen de spottende opmerkingen toch wel binnen blijven stromen. ANS
Tekst en foto’s: Sander Nederveen en Jesse Timmermans De Graadmeter P. 21 Ans deze maand P. 21
DE GRAADMETER In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Activiteiten voor je innerlijke bejaarde
Wat: Ritje op een e-bike Moeite: Liegen bij Halfords Resultaat: Sneller dan Dumoulin Wanneer je tijdens een tocht door de Spoorkuil weer eens door een hoogbejaarde snelheidsduivel op een e-bike wordt ingehaald, ben je er klaar mee. Met een bezwete rug loop je de lokale Halfords in en spreek je een van de medewerkers aan. Een flutleugentje later (‘Ik moet elke dag 15 kilometer fietsen voor mijn werk’) zit je met een brede grijns op je gezicht een testrit te maken op zo’n elektrisch racemonstertje. Die verrookte longen en uitgelodderde kapsalonpens zijn eindelijk geen belemmering meer voor een relaxte fietstocht door de zon. Als je bergopwaarts een verbaasde wielrenner inhaalt, voel je je de koning van de wereld. Helaas blijft het bij een proefritje, want aan een instapmodel e-bike hangt een prijskaartje van 1200 euro.
Wat: Testament opmaken Moeite: Mememto mori Resultaat: Persoonlijk faillissement Als jongere ben je een oudere in wording en daarom kan je maar beter zo goed mogelijk voorbereid zijn op het naderende einde. Tijd om na te denken over de verdeling van je bezittingen. Na het vaststellen van je schamele inventaris besluit je om je hele fortuin in een vlaag van naïeve weldoenerij te schenken aan het Radboud Fonds. Na aftrek van je studieschuld blijft er maar weinig over om weg te geven na je dood. Ook kost het opstellen van een testament niet minder dan 195 euro, oftewel 429 gulden en 72 cent. Ongehoord! Henk Krol kocht vroeger nog een huis van dat geld! Er rest niets anders dan al je rijksdaalders te begraven in de achtertuin en te hopen dat je toekomstige kleinkinderen groene vingers hebben.
Benieuwd naar meer activiteiten voor je innerlijke bejaarde? Kijk op ANS-Online.nl.
Wat: Stevenskerk bezoeken Moeite: Mokerveel trappen Resultaat: Mooi uitzicht, matige foto’s Wanneer je week net zo hectisch is als die van de gemiddelde oudere op begraafplaats Jonkerbos, dan is zelfs een beetje cultuur snuiven in Nijmegen een hoogtepunt. ‘Bij een bezoek aan Nijmegen hoort een bezoek aan de Stevenskerk’, staat op de website van diezelfde Nijmeegse bezienswaardigheid. Echte ouderen weten waarschijnlijk niet eens wat een website is, maar jij hebt binnen drie klikjes ontdekt dat je de toren kunt beklimmen. Na een lange tocht omhoog kun je eindelijk genieten van het uitzicht over Nijmegen. Toch is er naast het volgen van een korte rondleiding en het maken van een paar foto’s eigenlijk niets te doen. Na een kwartiertje rondkijken, ga je daarom met een lichtzure nasmaak weer naar huis. Genoeg gesnoven voor vandaag. ANS
FESTIVAL OP MAAT
Tekst: Wout Zerner/ Foto’s: Ted van Aanholt Festival op maat P. 23
Festivaldirecteur Eric van Eerdenburg wil Lowlands onderscheiden van andere evenementen. Hier komt niet altijd een strak uitgedacht plan bij kijken, want vaak maakt hij keuzes gevoelsmatig.‘We programmeren op gevoel en dat is vaag.’ In de informele sfeer van Restaurant Amsterdam werkt Lowlands-directeur Eric van Eerdenburg afspraak na afspraak af. Sinds 2000 staat hij aan het roer van het festival dat in augustus alweer voor de 26ste keer wordt gehouden. Zijn jarenlange ervaring betekent echter niet dat Van Eerdenburg het rustig aan kan doen. ‘Voor mij zijn april en mei de drukste maanden’, vertelt hij. ‘Het festivalprogramma moet klaar zijn voordat ik halverwege mei op vakantie ga, want vanaf dat moment moet het productieteam ermee aan de slag.’ Inmiddels heeft Van Eerdenburg nog maar een paar weken over voor die vakantie plaatsvindt en moeten de laatste plekjes in de muziekprogrammering nog worden ingevuld. Naast muziek is er op Lowlands, net als op veel andere festivals, een randprogramma met bijvoorbeeld film en theater. De festivaldirecteur moet daar het meeste nog voor regelen. ‘Mijn focus ligt nu vooral bij het randprogramma en de sponsoren’, legt Van Eerdenburg uit. ‘Voor dit interview had ik een afspraak met Amnesty International. Zij komen dan vertellen dat ze graag op Lowlands willen staan en wat ze daar willen doen.’ Plots rinkelt de telefoon van de festivaldirecteur. Verstoord kijkt hij naar het scherm en verontschuldigt zich. ‘Sorry, maar deze moet ik echt even opnemen.’ Eenmaal terug aan tafel vertelt Van Eerdenburg over de sfeer van Lowlands, het onderscheidende karakter van het festival en de complexiteit van het samenstellen van een line-up. ‘Ik vind dat we als festival voorop moeten blijven lopen.’ Haantje de voorste Lowlands wil graag een koppositie binnen de festivalwereld innemen. Door de grote concurrentie van andere festivals is dat volgens Van Eerdenburg niet makkelijk. ‘Tegenwoordig is het moeilijker om je te onderscheiden met het muziekprogramma, omdat er een beperkte keuze is uit acts die op dat moment in Europa op tournee zijn. Deze artiesten zijn maar een bepaalde tijd in Europa en staan in die periode op veel andere festivals die rond dezelfde tijd worden gehouden. De bezoeker is bereid om op de trein of het vliegtuig te stappen om naar bijvoorbeeld Pukkelpop en Sziget te gaan.’ Lowlands moet dus op zoek naar andere manieren om op te vallen. Niet alleen op het gebied van de muziek zijn festivals meer op elkaar gaan lijken. ‘Het onderscheidende vermogen van Lowlands is nu minder groot dan het bij de eerste editie was’, vertelt Van Eerdenburg. ‘In die tijd waren eigenlijk alle festivals een groot podium in een weiland met een biertent en een hamburgerkraam. Wij
zijn toen begonnen met meerdere podia en meer variatie aan eten, waardoor het festivalterrein een ministadje werd. Veel concurrenten hebben dit overgenomen.’ Toch probeert Lowlands zich, in de ogen van de festivaldirecteur nog steeds te onderscheiden van andere festivals. Volgens hem is de sfeer op Lowlands een belangrijke factor. ‘Die sfeer ontstaat doordat er alleen maar kaarten voor het hele weekend te koop zijn’, vertelt Van Eerdenburg. De festivaldirecteur heeft duidelijk een voorkeur voor mensen die een heel weekend naar een festival gaan. Door geen dagkaarten te verkopen, probeert Lowlands een bepaalde sfeer te creëren, waarbij de festivalbezoekers een sterke verbondenheid voelen. ‘Door enkel weekendkaarten te verkopen, komen er niet elke dag nieuwe mensen binnen die alleen komen voor de hoofd-act. Die mensen nemen weer andere energie mee.’ Lachend voegt Van Eerdenburg toe: ‘In plaats daarvan valt iedereen langzaam samen om naarmate het weekend vordert. Omdat iedereen hetzelfde meemaakt ontstaat een verbondenheid.’
‘Naarmate het weekend vordert, valt iedereen samen om.’ Omdat bezoekers drie dagen lang op het festivalterrein zijn, wil de organisatie van Lowlands ze ook andere vormen van vermaak aanbieden. Het randprogramma met onder andere film en theater wordt volgens Van Eerdenburg op maat gemaakt voor de festivalbezoekers. ‘Wij denken dat mensen die houden van de muziek die op Lowlands staat geprogrammeerd ook interesse hebben in daaraan gerelateerde maatschappelijke onderwerpen en films.’ ‘De bezoeker van Lowlands bevindt zich nog vooral in de alternatieve scene, al lopen die hokjes nu meer in elkaar over dan twintig jaar geleden.’ Sinds het ontstaan van het festival richt de organisatie zich dus vooral op deze doelgroep. Dat betekent niet dat Lowlands niet open staat voor nieuwe dingen. ‘We gaan met de tijd mee’, legt Van Eerdenburg uit. ‘Zo programmeren we meer hiphop en elektronische muziek, maar er is er geen harde lijn. We boeken gevoelsmatig en dat is vaag.’ Hij voegt daar lachend aan toe: ‘Studenten willen alles wetenschappelijk vastleggen, maar het is gewoon vaag
en niet goed onder woorden te brengen.’ Een divers geluid Hoewel Lowlands zich graag als vooruitstrevend presenteert, kunnen ze dat niet op alle fronten waarmaken. Momenteel is het programma op het gebied van genderverhoudingen echter nog niet zo divers. Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd. In het programma van 2018 vormen vrouwen slechts een fractie van de grote namen op het affiche. Wanneer Van Eerdenburg hiermee wordt geconfronteerd, valt er een stilte, waarna hij bekent: ‘Een goede verdeling tussen man en vrouw in het muziekprogramma is niet het voornaamste waar wij naar kijken bij het samenstellen van het programma. We kijken vooral hoeveel kaarten een act verkoopt, dus of zij een kleine zaal als Doornroosje of juist een grote zaal zoals de Ziggo Dome uitverkopen. In mijn ogen beslist het publiek vooral wat er op welke plaats in het programma staat, doordat zij kaartjes voor de zaalshows kopen.’ Lowlands denk dus niet alleen vanuit idealen, maar hecht ook veel waarde aan commercie. De festivaldirecteur heeft wel een verklaring voor de scheve verhouding tussen mannen en vrouwen. ‘In de muziekwereld zijn er gewoon minder acts die vrouwen als lead hebben’, zegt Van Eerdenburg peinzend. ‘We programmeren niet bewust weinig vrouwen. Ik zou het toejuichen als er meer acts met een frontvrouw komen.’ Het is overigens niet zo dat elke artiest die veel kaarten verkoopt door Lowlands wordt geboekt. Een act moet wel passen bij het festival en die beslissing is niet altijd te verklaren, legt Van Eerdenburg uit. ‘Dit jaar hebben
we Dua Lipa geboekt. Dat is pop, maar haar vinden we wel passen op ons festival, terwijl wij een ander popmeisje te glad kunnen vinden. We kunnen niet met harde argumenten onderbouwen waarom we dat vinden. Het is meer een gevoel dat we volgen.’ Dat vrouwen op het festival minder vertegenwoordigd zijn dan mannen, betekent niet dat Lowlands niet bezig is met diversiteit. ‘Bij de acts hebben we als festival beperkte invloed op de genderverhoudingen, maar bij onderdelen waar we dat wel hebben, letten we daar goed op. Zo zorgen we bij de presentatoren voor een goede man-vrouwverdeling. Daarnaast zijn er door het binnenhalen van hiphop en wereldmuziek allerlei verschillende etniciteiten vertegenwoordigd in de line-up.’ Ook was er in 2017 voor het eerst een gaybar op Lowlands, vertelt Van Eerdenburg. ‘Deze bar wordt dit jaar alweer groter en zal volgend jaar ongetwijfeld nog verder groeien’, voegt hij trots toe. De diversiteit is een aandachtspunt voor de festivaldirecteur, maar dat vindt hij zeker niet het belangrijkste. ‘Voor mij moeten de grote lijnen binnen de line-up kloppen. Alle genres moeten evenwichting vertegenwoordigd zijn.’ Deze manier van kijken zorgt ervoor dat je wel eens een buitenkansje links laat liggen. ‘Dit jaar konden we een grote hiphop-act boeken, maar we hadden al veel acts binnen dit genre op het programma. We kiezen er dan voor om die grote naam niet te boeken, maar dan nemen we een artiest uit een genre dat nog minder is vertegenwoordigd.’ Over de grote act die Lowlands dit jaar niet heeft geboekt, wil Van Eerdenburg niks loslaten. Glimlachend zegt hij: ‘Volgens de pr-wetten moet je nooit zeggen wie je niet hebt kunnen krijgen.’ ANS
Ans deze maand P. 25
Het Issue Tekst: Pleun Weijers/ Illustratie: Bibi Queisen P. 26
HET ISSUE
In deze rubriek staat iedere editie een ander issue centraal dat de gemoederen flink bezighoudt. Deze editie: de ontwikkeling van seksrobots.
Seks met een robot? Volgens een recent afgenomen enquête van Middlesex University staat een op de vijf mensen ervoor open. Sex tech bedrijven hebben de laatste jaren veel geld geïnvesteerd in de ontwikkeling van seksrobots. De eerste robots zijn gepresenteerd, al kunnen ze momenteel weinig meer dan een simpel gesprek voeren en houterige bewegingen maken. Heel sexy zijn ze dus nog niet, maar daar zou verandering in kunnen komen. Met behulp van kunstmatige intelligentie functioneren seksrobots in de toekomst mogelijk als volwaardige levenspartners, die zowel de seksuele als emotionele behoeftes van mensen kunnen bevredigen. Voorstanders zijn enthousiast, omdat seksrobots mensen meer vrijheid kunnen geven om hun seksualiteit uit te oefenen. Anderen zijn kritisch over de sociale gevolgen die de ontwikkeling met zich mee kan brengen. Is de opkomst van seksrobots positief voor onze samenleving, of juist niet? ANS geeft het woord aan drie specialisten. Lambèr Royakkers, universitair hoofddocent Ethiek van de Techniek aan de Technische Universiteit Eindhoven ‘Ik denk dat de opkomst van seksrobots geen positieve ontwikkeling is, omdat het aangaan van relaties met seksrobots kan leiden tot desocialisatie. Wanneer we seks en relaties overlaten aan machines lopen we het gevaar om de sociale vaardigheden die hierbij komen kijken te verliezen. Seksrobots hebben geen imperfecties zoals mensen dat hebben, ze doen en zeggen precies wat jij wilt horen. Waarom zou je dan nog de moeite nemen om een relatie aan te gaan met een mens? ‘Het zou jammer zijn als seksrobots ervoor zorgen dat we menselijke relaties te grabbel gooien. Het is misschien makkelijk om een relatie met een robot te beginnen, maar het blijft een simulatie. Je wordt eigenlijk continu voor de gek gehouden. Als we echt gaan fantaseren over robots die op een gegeven moment beseffen dat ze bestaan, komen we wat dichter in de buurt van een ‘’echte’’ relatie. Tegelijkertijd ontstaat er daardoor een nieuw dilemma, omdat we dan moeten gaan praten over hun rechten. Als robots een bewustzijn krijgen, kun je er niet langer zomaar mee doen wat je wilt. ‘Voor mij zijn seksrobots ethisch gezien dus problematisch. Een algeheel verbod gaat me daarentegen te ver. Wat mensen in hun slaapkamer doen, is hun eigen keuze. Wel zou ik een verbod willen op robots die op kinderen lijken. Daarmee kweken we een subcultuur waarbij we het normaal vinden dat mensen seks hebben met kinderen. Zo keur je pedofilie indirect goed. Daarnaast bestaat de kans dat kindseksrobots seksueel misbruik juist aanmoedigen.’
Chloé De Bie, klinisch psycholoog en seksuoloog en bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie ‘De ontwikkeling van seksrobots is een ontzettend boeiend onderwerp, waar genuanceerd over nagedacht moet worden. Een groot voordeel van seksrobots is dat mensen op een vrije manier hun eigen seksualiteit kunnen onderzoeken zonder anderen daarmee te schaden. Je kan van alles uitproberen om te kijken of het jouw ding is. Hoewel lang niet iedereen seksrobots zal willen gebruiken, zie ik voor veel mensen mogelijkheden. Voor een koppel dat een trio wil uitproberen bijvoorbeeld, of voor iemand van wie de partner vaak van huis is. Ook kunnen ze worden ingezet op scholen om betere seksuele voorlichting te geven. ‘Toch moeten we niet te naïef zijn, want er zijn zeker negatieve effecten. Een nadeel is dat seksrobots mogelijk de indruk geven dat seks moet kunnen wanneer we maar willen. We moeten ons daarom afvragen of een robot altijd “ja” moet zeggen. Dan zijn er nog andere ethische kwesties, zoals het maken van robots van kinderen, of een robotversie van je ex of overleden partner. ‘Het is belangrijk dat we ons realiseren dat seksrobots nog lang niet gelijk zijn aan de mens. Het blijven veredelde seksspeeltjes. Soms gaat men erg ver in het pleiten voor de rechten van seksrobots. In de toekomst zal de technologie misschien zo ver zijn dat we ons moeten afvragen of een seksrobot nog wel een object is, maar nu is het nog een ding zonder eigen wil. Ze zijn in ieder geval een mooi middel om ons te laten nadenken over menselijke relaties en de normen en waarden rondom onze eigen seksualiteit.’
Het Issue P. 27
Rob van den Hoven van Genderen, docent Robot Law en directeur van het Centre for Law and Internet aan de Vrije Universiteit Amsterdam ‘Ik denk dat de opkomst van seksrobots een goede ontwikkeling is voor mensen die hun afwijkende seksuele behoeftes niet kunnen bevredigen, omdat die een bedreiging vormen voor anderen. Ik geloof bijvoorbeeld niet dat kindrobots de behoefte aan seks met kinderen zouden stimuleren, maar dat ze juist kunnen helpen om misbruik te voorkomen. Een seksrobot kan ook mensen helpen die moeilijk in contact komen met andere personen. De man die onlangs in Toronto op een menigte inreed, deed dat waarschijnlijk om wraak te nemen op vrouwen, omdat hij vond dat hij te weinig aandacht kreeg. Misschien dat seksrobots kunnen helpen om dit soort gedrag te voorkomen. ‘Verder denk ik niet dat seksrobots de sociale relaties van mentaal gezonde mensen zullen beïnvloeden. Een enkeling zal vervreemden van de maatschappij, maar dat ligt eerder aan het feit dat iedere behoefte tegenwoordig kan worden bevredigd via het internet en andere technologieën. Seksrobots zijn een eigenaardig fenomeen, maar ik denk niet dat je hun opkomst kunt of moet tegenhouden. Net zoals andere robots passen ze goed bij onze huidige samenleving. ‘Privacy zou mogelijk een probleem kunnen vormen. Een Amerikaanse producent is ooit veroordeeld, omdat hij via Wi-Fi gebruiksgegevens van vibrators verzamelde zonder toestemming te vragen. Seksrobots zullen waarschijnlijk zijn voorzien van cameraogen en geluidsopnameapparatuur, dus kunnen ze de meest intieme gegevens van hun gebruikers opslaan. Toch is het delen van persoonlijke data zo geïntegreerd in ons dagelijks leven dat het verschil tussen een robot en een app die je gegevens bijhoudt erg klein is.’
Seksrobots in de huidige samenleving In zijn boek Love and Sex with Robots voorspelde robotspecialist David Levy dat seks en relaties met robots halverwege deze eeuw genormaliseerd zouden zijn. Inmiddels zijn we tien jaar verder, maar zover is de ontwikkeling nog niet gekomen. Momenteel komt robot Roxxxy, die op je reageert met flirterige zinnetjes, enigszins in de buurt. Volgens de website van de producent, TrueCompanion, heb je haar voor 9.995 dollar met je favoriete haarkleur in huis. Een ander bedrijf, Realbotix, werkt hard aan hun robot Harmony, die al expressie toont en je lievelingsboek kan onthouden. Ook zijn deze bedrijven bezig met de ontwikkeling van een mannelijke variant. Seksrobots zijn echter nog lang geen ideale bedpartners. Voorlopig kunnen ze geen diepgaand gesprek voeren en zijn ze fysiek gezien makkelijk te onderscheiden van een mens. Bovendien zijn producenten niet altijd even open over hun producten en verkoopcijfers, waardoor het onduidelijk is hoe ver de industrie rondom seksrobots daadwerkelijk reikt. Tot dusver zijn er dan ook geen plannen bekend om robots te ontwikkelen die op kinderen lijken. Het scenario dat Levy schetst is voor mensen dus nog een ver-van-mijn-bed-show. Toch leidt het onderwerp al tot veel discussie. Waar Levy bijvoorbeeld positief is over het idee van seksrobots, probeert robotethicus Kathleen Richardson met haar Campaign Against Sex Robots juist de negatieve kanten, zoals objectivering van vrouwen en kinderen, te belichten. Ondertussen blijft de opkomst van seksrobots vooral een theoretisch dilemma, maar het debat hierover leidt in ieder geval tot bewustwording van de ethische kwesties die ermee gepaard gaan. ANS
Kamervragen Tekst: Julia Mars en Jeyna Sow/ Foto’s: Steven Huls P. 28
KAMERVRAGEN IN KAMERVRAGEN GAAN TWEE STUDENTEN OP ONTDEKKINGSTOCHT IN ELKAARS KAMER EN SPECULEREN ZE OVER DE PERSOONLIJKHEID, ACTIVITEITEN EN VREEMDE TREKJES VAN DE BEWONER. KUNNEN ZE UITVINDEN WAT VOOR PERSOON ER ACHTER DE KAMER SCHUILGAAT? DEZE EDITIE: LISA EN TIM. Lisa bij Tim ‘Jezus, wat een kamer!’ Wanneer Lisa het luxe vertrek van Tim binnenstapt, is ze totaal overdonderd. De woning bestaat uit meerdere kamers en is van alle gemakken voorzien, waaronder een dure speakerinstallatie, een enorme flatscreen-TV en maar liefst twee goedgevulde koelkasten. ‘Wat ruikt het hier lekker’, zegt Lisa verwonderd, terwijl een verzameling geurstokjes haar aandacht trekt. ‘De hele inrichting straalt rust uit. Misschien moeten we vrienden worden, zodat ik kan leren om ook zo netjes te worden.’ Ze is vastberaden: ‘Hier moet wel een meisje wonen.’ Lisa besluit een kijkje te nemen in de keuken. Wat ze daar aantreft, slaat alles. ‘Een elektrische wijnkoeler, dat kan toch niet!’ Lisa komt niet meer bij van het lachen. Op de vensterbank staat een verzameling lege bierflesjes. ‘Het is vast een echt verenigingsbeest’, concludeert ze. ‘Ondanks alle luxe kan ze ook genieten van een biertje op de bank.’ De loungeset die in de woonkamer
Tim bij Lisa Tim ziet door de bomen het bos niet meer als hij de ruime kamer van Lisa binnenstapt. ‘Wauw, hier staat een kokosnotenboom, en daar een ananasplant’, zegt hij. Hij kijkt verbluft om zich heen in de mini-jungle. ‘Hoe langer je kijkt, hoe meer planten je ziet. Ze zal wel erg van planten houden’, merkt hij droogjes op. Dan valt hem de badjas op, die toepasselijk genoeg voorzien is van een bloemenmotief. ‘Ah, dat is een weggevertje. Hier zal wel een meisje wonen.’ Het duurt even, maar na een tijdje begint Tim te acclimatiseren. Een glimlach verschijnt op zijn gezicht bij het zien van een aantal flesjes speciaalbier en een verzameling reisboeken over Zuidoost-Azië. ‘Ze lijkt me een echte levensgenieter’, zegt hij terwijl hij een potje gevuld met festivalbandjes en andere prullaria van dichtbij bekijkt. Daarin ziet hij een overeenkomst. ‘Ik heb zelf ook zo’n verzameling festivalbandjes aan mijn tas hangen.’ Voorzichtig trekt
Kamervragen Ans deze maand P. 29 P. 29
VRAGENUURTJE Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis?
Tim
Lisa
staat, bevalt haar wel. ‘Daar zou ik graag eens op willen chillen.’ Lisa is nieuwsgierig naar hoe de slaapkamer eruit ziet. De inhoud van de kledingkast, die enkel bestaat uit petten en mannenschoenen, kan ze niet plaatsen. ‘Dat is wel erg minimalistisch’, besluit ze uiteindelijk. Lisa blijft met een prangende vraag zitten. ‘Hoe kom je aan zo’n kamer?’, vraagt ze zich hardop af terwijl ze rondsnuffelt in de badkamer, die ook tot in de puntjes is afgewerkt. ‘De bewoner zal wel veel werken om bij te verdienen. Of misschien studeert ze Economie en weet ze hoe ze haar geld moet investeren.’ Lisa laat haar hand over een stapeltje keurig opgevouwen witte handdoeken glijden. Ze schudt haar hoofd. ‘Het is net een hotel hier.’ In de la onder de wastafel ontdekt Lisa allerlei verzorgingsproducten voor mannen. Pas nu valt haar op dat er wel erg veel mannenartikelen te vinden zijn. ‘Ik raak in de war, misschien woont hier toch een man’, zegt ze met een frons. ‘Maar hoe kan een man zo opgeruimd zijn?’
hij een kastje open. ‘Ballen!’, roept hij iets te enthousiast. ‘Zou ze kunnen jongleren? Dat zou echt cool zijn.’ Toch voelt hij zich nog niet helemaal geworteld in de kamer, want na bijna alle kastjes open te hebben getrokken, laat hij de onderste laatjes toch maar dicht. Tim blijkt een nette jongeman te zijn: ‘Daar zit waarschijnlijk ondergoed in, die zal ik maar niet open doen.’ Tim grinnikt als hij sportschoenen en weckpotten vol met noten en zaden ziet staan. ‘Dat is wel een beetje hashtag fitgirl.’ Wat voor sport de bewoner beoefent, durft hij niet te zeggen. Op zoek naar aanwijzingen kijkt hij de kamer rond, tot zijn oog valt op iets wat hij veel interessanter vindt. In de tuin, te midden van het ongemaaide gras, ziet hij een konijnenren staan. ‘Wat gaaf ’, roept hij uitgelaten. ‘En wat lekker, zo’n tuin.’ De ruimte en de inrichting van de kamer bevallen Tim wel. ‘Mijn kamer is heel anders, maar ik zou hier wel kunnen leven’, zegt hij goedkeurend.
Wanneer Lisa (20, tweedejaars Psychologie) ziet dat de bewoner van de kamer helemaal geen meisje is, slaat ze haar hand voor haar mond. ‘Wat erg, ik had verwacht dat je een vrouw zou zijn!’ Gelukkig kan Tim (20, eerstejaars Biologie) er wel om lachen. ‘Tja, mijn moeder heeft de inrichting gedaan’, bekent hij. Lisa wil weten hoe Tim aan zijn kamer is gekomen. Hij bloost een beetje en geeft toe dat zijn ouders het appartement hebben gekocht. Hij besluit alles maar op te biechten en vertelt dat zijn moeder af en toe de ramen komt lappen. ‘Wil ze niet ook eens bij mij langskomen?’ lacht Lisa. ‘Die van mij zijn belachelijk smerig.’ Ondanks Tims grote drankvoorraad en luxe accessoires, is hij niet de verenigingsfanaat die Lisa had verwacht. Hij is alleen lid van zijn studievereniging en maakt een bescheiden indruk. Wel komen zijn vrienden vaak bij hem over de vloer. ‘Dat is makkelijk, met zo’n grote bank. De afgelopen donderdagen wilden mijn vrienden steeds per se bij mij Temptation Island kijken.’ Later komt het gesprek onvermijdelijk terug op de planten van Lisa. Gebaseerd op de inrichting zou het logischer zijn geweest dat bioloog Tim in deze kamer had gewoond. De twee moeten lachen als ze de ironie opmerken. ‘Als psycholoog had ik inderdaad beter in zo’n klinische setting gepast waar alles heel strak is ingericht.’ Het gesprek leeft helemaal op als Tim zijn verwondering over de hoeveelheid planten op Lisa’s kamer uitspreekt. ‘Ze zijn niet allemaal van mij hoor, sommige zijn de oppasplanten van mijn huisgenoten. Als ze op vakantie gaan, vragen ze altijd aan mij of ik op hun plantjes wil passen’, zegt ze met zichtbare trots. Wanneer Tim naar de kokosnotenboom vraagt, lacht ze een beetje betrapt. ‘Gisteren was ik naar de stad om oordoppen te kopen en kwam ik langs de bloemenzaak. Daar zag ik hem staan. Je raadt het al, toen kwam ik zonder oordoppen thuis.’ ANS
Dit jaar niet/ GoedVoorEenConsumptie/ Colofon Tekst: Redactie P. 30
DIT JAAR NIET Een beschuitje eten met Dar Dar kon de reportage in deze ANS op zijn zachtst gezegd niet waarderen. Grappen over seks en alcoholisme, o jee, dat was niet wat de marketingafdeling wilde uitstralen! Wellicht hadden we concessies kunnen doen: misschien iets over third base in plaats van een beurt? High functioning alcoholisme in plaats van alledaags alcoholisme? Het mocht niet baten. Dar trok met veel poeha de toestemming voor publicatie in. Ook dat mocht, zoals je op pagina 8 kan zien, niet baten. Tip: als je iets niet wil uitstralen, moet je zorgen dat je het ook niet uitstraalt. Toontje lager Het zure bericht over de Radboud Song Contest op ANS-Online werd niet bepaald in dank afgenomen door de universiteit. Ellis Moesker-Hamelink, cultuurcoördinator van de universiteit, mailde verongelijkt dat de zaal echt wel voller zat dan wij in het artikel beweerden. ‘Er waren 130 bezoekers plus 70 artiesten aanwezig.’ Ja, als je het hele achtergrondkoor van Martijn Gerritsen meetelt, komen wij ook wel aan zo’n astronomisch hoog bezoekersaantal. Themanummers Net als vorig jaar had ANS dit jaar geen themanummer. Voor de lezers die net als wij niet weten waarom dit een ding is, zullen we het even toelichten. Themanummers zijn zwaar kut. Waar Vox elk jaar strooit met nummers die in een of ander uitgemolken thema vallen, van vrouwen tot de Tweede Wereldoorlog, willen wij ons liever niet beperken tot een onderwerp. ‘Hee, mensen, het thema is dieren, hoe kunnen we zorgen dat elk klein artikeltje met dieren te maken heeft?’ Nee, wij laten ons niet sturen. Mocht je per se een thema willen, dan kunnen we er best een themajaar van maken: seks. We tippelden, we schokten, we waren wild, we straalden als iemand die net een beurt heeft gekregen, we bloedden toen het even niet helemaal goed ging. Hoe ‘ANS reist’ en ‘ANS trapt af’ daarin passen, laten we aan je eigen fantasie over.
32e jaargang Hoofdredactie Aaricia Kayzer en Vincent Veerbeek Redactie Julia Mars en Elisa Ros Villarte Medewerkers Joep Dorna, Danique Janssen, Jonathan Janssen, Bram Jodies, Edwin Jonkman, Siebe Konst, Sander Nederveen, Jeyna Sow, Jesse Timmermans, Pleun Weijers en Wout Zerner Illustraties Joost Dekkers, Bibi Queisen, Anne Rombouts, Roos in’t Velt en Simone Zwitserloot Foto’s Ted van Aanholt, Steven Huls, Sander Nederveen, Jesse Timmermans, Rein Wieringa en Erik van Zummeren Voorpagina Sjoerd van der Heyden / Sjoehad Columnisten Chiel Nijhuis en Thom Wijenberg Eindredactie Jasper Bakkers, Pieter Hengst, Noor de Kort, Chiel Nijhuis, Tom Plaum, Dennis van der Pligt, Tijs Sikma, Silke Spierings, Auke van der Veen en Rein Wieringa Crypto Janneke Elzinga Cartoon Dennis van der Pligt Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Aaricia Kayzer Dagelijks bestuur Stijn Verhagen (voorzitter), Aniek de Vries (secretaris), Roy van den Heuvel (penningmeester)
Druk MediaCenter Rotterdam Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36428931 Mail: redactie@ans-online.nl
Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni.
CRYPTO
Crypto Ans deze maand P. 31 P. 31
NADAT HET VOORJAAR BARST VAN DE FEESTDAGEN EN LANGE WEEKENDEN. VEEL NEDERLANDERS TREKKEN ER DAN GRAAG OP UIT, IN DE AUTO, OP DE FIETS OF MET HET OV. DEZE CRYPTOGRAM GAAT OVER HET REIZEN MET DE TREIN. BIJ WELKE OM-SCHRIJVING RAAK JIJ HET SPOOR BIJSTER? 1 2
3 4
5
6 7 8 6 9
10
11
12
De oplossingen van het cryptogram in de zesde ANS vind je op www. ans-online.nl.
13 6
ANS mag dit keer een bon voor Heldro-ijs t.w.v. tien euro weggeven. Heldro Nijmegen maakt continu ter plaatse vers schepijs en dat proef je. Vanzelfsprekend wordt ook hier niet aan het geheime en unieke Heldro-recept getornd. Bij ons kun je kiezen uit de bekende en geliefde Heldro-toppings zoals warme chocolade, karamel, kersen of heerlijke verse slagroom. Maar ook cookie-dough, Oreo en verse aardbeien zijn echte aanraders! Graag tot snel bij Heldro Nijmegen (Burchtstraat 122). Wil jij kans maken op deze romige verfrissing? Stuur dan voor 1 juli je oplossingen naar redactie@ans-online.nl.
HORIZONTAAL: 2. MET SCHAATSPASSEN VAN PERRON NAAR PERRON (11), 3. SAAI KAPSEL? (11), 5. COUPÉ VOOR BRUGPIEPERS (6,4), 6. VAARWEL, PAPIEREN TICKETS! OF TOCH NIET? (8), 9. EEN CIRCUSDOCENT LIEP VERWARD KAARTJES TE CONTROLEREN IN DE COUPÉ (11), 10. BINNEN DIT TIJDSCHEMA RIJDEN GELE EN RODE TREINEN DOOR ELKAAR (20), 12. KLINKT ALS EEN RECEPT VOOR HET BAKKEN VAN BROOD (13), 13. HIER IS ZES HORIZONTAAL NIET GELDIG (10). VERTICAAL: 1. VERVOERSBEWIJS MET EEN VERHAAL (18), 4. GEEN SMOKKELVERKEER (8,7), 7. HET WIJZIGEN VAN DE SPITS GAAT NIET HEEL ERG SOEPEL (13), 8. OOIT EEN SPOORWEGBEDRIJF (2), 11. NU IN LONDEN, LATER IN RIEN (11).
VAN DE BAAN www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 32
Tekst: Bram Jodies en Aaricia Kayzer Foto: Rein Wieringa
Wie: Jolien Stals (21), tweedejaars Geneeskunde Bijbaan: Hoornvliezen afnemen voor Multi Tissue Centre ETB-BISLIFE, veertien euro per uur Hoe ziet jouw werkdag eruit? ‘Ik werk bijvoorbeeld van elf uur ’s avonds tot zes uur ’s ochtends. Tijdens mijn dienst kan ik gewoon slapen, maar word ik wakker gebeld als een hoornvliesdonor overlijdt. Dan kan ik door heel Nederland gestuurd worden, bijvoorbeeld naar Heerlen of Groningen. Eenmaal op locatie begin ik met het identificeren van het lichaam. Ook neem ik bloed af om te kijken of er geen infecties zijn. Daarna haal ik het hele oog uit het lichaam en plaats ik een prothese, zodat de nabestaanden niet zien dat er iets weg is gehaald. De ogen stop ik in een potje in een doos met ijs. Dat breng ik naar de oogbank in Rotterdam. Omdat zij pas overdag open gaan, moet het weefsel goed gekoeld blijven.’ Je hebt dus een grote verantwoordelijkheid. Hoe ga je daarmee om? ‘Ik wil natuurlijk geen fouten maken, dus ik zorg dat ik als ik moet werken goed uitgerust ben. Omdat ik regelmatig lange afstanden rijd en de hele nacht bezig ben, stop ik soms bij een tankstation om een rondje te lopen of een dutje te doen, anders ga ik knikkebollen. ‘Soms sta ik op een avond voor lastige keuzes. Een keer waren
er nabestaanden aanwezig in het mortiarum die vroegen of ze mee mochten kijken bij de afname. Meekijken bij de procedure zou ze kunnen helpen bij het verwerken, maar het kan ook een tegengesteld effect hebben. Ik moest toen voor de nabestaanden een inschatting maken en op basis daarvan een beslissing nemen.’ Hoe reageren mensen op je bijbaan? ‘Ik krijg niet echt negatieve reacties, maar sommige mensen vinden mijn baan eng omdat ze niet weten wat het inhoudt. Misschien is dat wel goed, want sommige mensen willen het ook liever niet weten. Mijn zus kan bijvoorbeeld helemaal niet tegen bloed, dus toen ik vertelde over mijn baan, zei ze: “Gadverdamme, wat ben jij een viezerik”. Door zulke reacties houd ik rekening met wat ik erover vertel.’ Vind je het zelf niet moeilijk om met overleden mensen om te gaan? ‘Voordat ik solliciteerde, vroeg ik me wel af hoe ik erop zou reageren, maar het viel uiteindelijk mee. Als ik in het medisch dossier van de overledene lees dat diegene heel jong is doodgegaan of kleine kinderen had, probeer ik daar niet te lang bij stil te staan. Het is triest om overleden mensen te zien, maar iedereen gaat een keer dood. Ik vind het fantastisch dat mensen de keuze hebben gemaakt om weefsel af te staan voor donatie.’ ANS