Skip to main content

ALIBI jan. 2019 - Wet afwikkeling massaschade

Page 1

ARTIKEL

WET AFWIKKELING MASSASCHADE IN EEN COLLECTIEVE ACTIE; EEN STOK ACHTER DE DEUR OF EEN STOK OM MEE TE SLAAN?

GASTAUTEUR

MARINUS PRAKKE

Masterstudent Commerciële Rechtspraktijk aan de Universiteit van Amsterdam

Eerder dit jaar annuleerde Ryanair veel vluchten als gevolg van stakingen van het personeel. Tienduizenden reizigers konden niet vliegen of hadden last van vertraging.1 Hoe nu verder met al die mensen wiens vlucht werd geannuleerd? Krijgen zij het geld van hun ticket en geboekte hotelkamer terug? Zo ja, op welke manier en wie moeten zij aanspreken? Bij gebeurtenissen als deze, waarbij veel mensen een groot bedrag aan schade lijden, is het een kwestie van tijd voordat er claimorganisaties opduiken die namens de gedupeerden het geld willen verhalen. Ook na de geannuleerde vluchten bij Ryanair duurde het niet lang voordat claimorganisaties als EUclaim, Flight Claim en Airhelp gedupeerden opriepen zich te melden. Vervolgens dienen zij namens de passagiers schadeclaims in en vragen een vergoeding, meestal 30 procent van het geclaimde bedrag. Er is een aantal jaar gesleuteld aan de wet die dergelijke claims makkelijker moet maken. Maar het makkelijker maken van dergelijke claims roept ook vragen op. Hoe gaat deze wet Ryanair beschermen tegen twijfelachtige organisaties met lichtvoetige claims? Waar moeten organisaties als EUclaim, Flight Claim en Airhelp aan voldoen om een massaclaim in te stellen? Mogelijkheden voor de afwikkeling van massaschade naar huidig recht Men spreekt van massaschade wanneer sprake is van een groot aantal gelijksoortige schadevorderingen.2 In beginsel kan een gedupeerde een vordering instellen tot schadevergoeding van zijn eigen schade, maar om het proces makkelijker en minder kostbaar te maken bestaan er mogelijkheden om schadevorderingen te bundelen. Een belangenorganisatie kan een rechtsvordering instellen namens een groot aantal gedupeerden. Er is geen sprake van volmacht, want de belangenorganisatie procedeert in eigen naam en voor eigen rekening.3 Het huidige recht biedt twee mogelijkheden om schadevorderingen collectief af te wikkelen.

januari 2019 | ALIBI Magazine

De collectieve actie van 3:305a BW Voordat artikel 3:305a BW in 1994 in werking trad, bestond het collectief actierecht alleen in bepaalde rechtsgebieden, zoals bijvoorbeeld het consumentenrecht.4 Artikel 3:305a BW voorziet in een algemene regeling, de zogeheten collectieve actie. Het geeft belangenorganisaties de bevoegdheid om een rechtsvordering in te stellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belang van andere personen. 5 Op grond van dit artikel hebben bijvoorbeeld ook milieuorganisaties een collectieve actie in stellen. Zo heeft milieuorganisatie Urgenda met succes een collectieve actie ingesteld tegen de Staat over het landelijke klimaatbeleid.6 De Staat heeft vorige maand aangekondigd in cassatie te gaan.7

“BIJ GEBEURTENISSEN ALS DEZE, WAARBIJ VEEL MENSEN EEN GROOT BEDRAG AAN SCHADE LIJDEN, IS HET EEN KWESTIE VAN TIJD VOORDAT ER CLAIMORGANISATIES OPDUIKEN DIE NAMENS DE GEDUPEERDEN HET GELD WILLEN VERHALEN” 33


ARTIKEL

De collectieve actie kan resulteren in een gebod, verbod of verklaring voor recht. Een schadevergoeding in geld is echter op grond van lid 2 niet mogelijk. Logischerwijs is dat het grootste nadeel van deze procedure. Reden van de wetgever om een geldelijke schadevergoeding uit te sluiten, was dat schadevergoeding in te grote mate afhankelijk zou zijn van factoren die met het individu te maken hebben zoals de schuldomvang, de mate van eigen schuld en factoren die het causaal verband kunnen beïnvloeden.8 De WCAM Als respons op de onmogelijkheid van het instellen van een vordering tot schadevergoeding in geld, is in 2005 de Wet Collectieve Afwikkeling van Massaschade (WCAM) ingevoerd.9 De wet verschaft de mogelijkheid om een overeenkomst betreffende de afwikkeling van een grote hoeveelheid gelijksoortige schadevorderingen verbindend te verklaren voor de gehele groep van gedupeerden. Zo’n schikkingsovereenkomst kan op verzoek van beide partijen verbindend worden verklaard door het Gerechtshof Amsterdam. Hiervoor moet wel aan een aantal wettelijke eisen worden voldaan. De WCAM schrijft meer vereisten voor dan de collectieve actie van artikel

34

3:305a BW. De rechter toetst onder andere of de hoogte van de toegekende vergoedingen in de overeenkomst redelijk is, of de groep van personen ten behoeve van wie de overeenkomst is gesloten van voldoende omvang is om een verbindendverklaring te rechtvaardigen en of de schadeveroorzaker wel over voldoende financiële middelen beschikt om aan de overeenkomst te voldoen. Als het hof de overeenkomst verbindend verklaard, dan heeft dat de gevolgen van een vaststellingsovereenkomst. Wat deze overeenkomst speciaal maakt, is dat zij geldt voor alle gedupeerden. Zij geldt dus ook voor benadeelden die niet bij de schikkingsovereenkomst zelf betrokken zijn geweest. Benadeelden die onder de schikking vallen, hebben wel de mogelijkheid zich binnen een bepaalde termijn aan de schikking te onttrekken. Dit noemt men de opt-out mogelijkheid.10 Via de WCAM-procedure kan een schikkingsovereenkomst verbindend worden verklaard waarin een schadevergoedingsregeling in geld is opgenomen. Probleem van de WCAM-procedure is echter dat de totstandkoming van zo’n vaststellingsovereenkomst ook afhankelijkheid is van de bereidheid van de aangesproken partij. Een aangesproken partij kan simpelweg

alle aansprakelijkheid ontkennen of weigeren in overleg te treden met de benadeelde partijen. In dit opzicht missen gedupeerden nog steeds een stok achter de deur. Initiële Wetsvoorstel In november 2016 werd het Wetsvoorstel Afwikkeling Massaschade in een Collectieve Actie (WAMCA) ingediend bij de Tweede Kamer.11 Dit wetsvoorstel moet een zogenoemde collectieve schadevergoedingsactie mogelijk maken. Aansprakelijke partijen kunnen gedwongen worden om een op collectief niveau vastgestelde schadevergoeding uit te keren. Daarmee gaat het wetsvoorstel een flinke stap verder dan hetgeen mogelijk is onder de huidige collectieve actie en de WCAMprocedure. Hieronder geef ik eerst beknopt de belangrijke veranderingen en de

“DAARMEE GAAT HET WETSVOORSTEL EEN FLINKE STAP VERDER DAN HETGEEN MOGELIJK IS ONDER DE HUIDIGE COLLECTIEVE ACTIE EN DE WCAMPROCEDURE” januari 2019 | ALIBI Magazine


ARTIKEL

eisen voor ontvankelijkheid van claimorganisaties die het initiële wetsvoorstel beoogde weer. Eén regime Er komt één regime voor collectieve acties op grond van art. 3:305a BW, waarbij het niet uitmaakt of ze strekken tot een schadevergoeding in geld of niet.12 De collectieve actie kan worden ingezet voor de afwikkeling van alle soorten schade. Alle collectieve acties moeten onder het wetsvoorstel worden aangebracht bij de Rechtbank Amsterdam.13 Dit alles op de voorwaarde dat het aantal benadeelden en het financiële belang groot genoeg zijn.14 Strengere ontvankelijkheidseisen Om een kwalitatief goede vertegenwoordiging van de gedupeerden te garanderen, worden de ontvankelijkheidseisen voor belangenorganisaties aangescherpt.15De belangenorganisatie moet voldoende middelen hebben om de kosten van de procedure te dragen, er dient een toezichthouden orgaan te zijn en er moet voldoende ervaring en deskundigheid ten aanzien van het instellen en voeren van de rechtsvordering zijn.16 In het voorgestelde artikel 3:305a lid 6 BW wordt hierop een uitzondering gemaakt: Wanneer de rechtsvordering

januari 2019 | ALIBI Magazine

wordt ingesteld met een ideëel doel en een zeer beperkt financieel belang, of wanneer de aard van de vordering of de personen tot bescherming van wier belangen de rechtsvordering strekt, daartoe aanleiding geeft, hoeft niet aan de strenge ontvankelijkheidseisen te worden voldaan. Milieubescherming is een voorbeeld van een ideëel doel. Een belangenorganisatie die alleen wil dat bepaalde algemene voorwaarden worden veranderd, hoeft ook niet aan de strenge ontvankelijkheidseisen te voldoen aangezien de aard van de zaak hier geen aanleiding toe geeft.17 Exclusieve Belangenbehartiger Voordat de inhoudelijke behandeling van de collectieve actie van start gaat worden ook andere belangenorganisaties in de gelegenheid gesteld om een collectieve actie in te stellen voor dezelfde gebeurtenis(sen).18Op het moment dat er meerdere belangenorganisaties, binnen de termijn van drie maanden na aantekening in het register, een collectieve actie instellen, wijst de rechter de meest geschikte organisatie als de “Exclusieve Belangenbehartiger” aan.19Uiteindelijk worden alle collectieve acties samen behandeld als één zaak.20De rechter bepaalt voor welke nauw omschreven groep personen de belangen worden behartigd en of de

aard van de collectieve actie aanleiding geeft voor behandeling bij een ander gerecht.21 De vuurwerkramp in Enschede en de gaswinningsschade in Groningen zijn voorbeelden van massazaken met een plaatsgebonden karakter. Een lokale afdoening kan dan voor een gevoel van procedurele rechtvaardigheid zorgen.22 De eiser die als Exclusieve Belangenbehartiger wordt aangewezen, treedt op voor de belangen van de nauw omschreven groep en als vertegenwoordiger van de niet als Exclusief Belangenbehartiger aangewezen eisers. De laatst genoemden blijven wel partij in het proces.23 Nadat de Exclusieve Belangenbehartiger is aangewezen, wordt dit zo spoedig mogelijk bekendgemaakt aan alle gedupeerden. Bekende gedupeerden worden aangeschreven en de collectieve actie wordt aangekondigd in een of meer nieuwsbladen.24 Finaliteit en opt-out De rechter stelt, na de aanwijzing van de Exclusieve Belangenbehartiger, een termijn voor het beproeven van een schikking tussen partijen.25 Indien partijen tot een schikking komen, moet deze door de rechter worden goedgekeurd. Als de schikking wordt goedgekeurd dan is deze bindend voor

35


ARTIKEL

QUOTE alle gedupeerden, tenzij zij binnen de opt out-termijn aangegeven zich te willen onttrekken aan de schikking.26 De opt out-termijn wordt door de rechter vastgesteld en bedraagt ten minste één maand. Wanneer de Exclusieve Belangenbehartiger en de aangesproken partij gedurende het proces niet tot een schikking komen, dan stelt de rechter zelf een collectieve schadeafwikkeling vast.27 Dit bevordert de finaliteit enorm, aangezien de rechter zelf het geschil kan oplossen en daarbij tot een schadevergoeding kan veroordelen. De uitspraak waarin een collectieve schadeafwikkeling is vastgesteld, wordt zo snel mogelijk bekendgemaakt.28 Deze bekendmaking geschiedt bij gewone brief aan de bekende personen ten behoeve van wie de collectieve schadeafwikkeling is vastgesteld. Ook wordt van de uitspraak zo spoedig mogelijk aankondiging gedaan in één of meer door de rechter aan te wijzen nieuwsbladen. Daarnaast wordt de uitspraak op de internetpagina van de Exclusieve Belangenbehartiger geplaatst en aangetekend in het register. De collectieve actie heeft voorts voorrang op procedures van individuele benadeelden die betrekking hebben op dezelfde feiten of rechtsvragen. Die procedures kunnen zo nodig worden geschorst.29 Het werd niet redelijk geacht als een individuele partij te lang zou moeten wachten op voortzetting van zijn procedure in afwachting van een einduitspraak in procedure over de collectieve vordering. Daarom kunnen individuele partijen verzoeken dat de schorsing, indien deze langer dan een jaar heeft geduurd, wordt opgeheven. Voldoende nauwe band met Nederlandse rechtssfeer Tot slot moet de rechtsvordering een voldoende nauwe band met de Nederlandse rechtssfeer hebben. Deze reikwijdteregel wordt ook wel de scope rule genoemd. Van een voldoende nauwe band met de Nederlandse rechtssfeer is bijvoorbeeld sprake wanneer de

36

meerderheid van de vertegenwoordigde gedupeerden of degene tegen wie de rechtsvordering zich richt, woonplaats in Nederland hebben.30Volgens de Memorie van Toelichting voorkomt dit “dat de invoering van collectieve schadevergoedingsactie een aanzuigende werking tot gevolg heeft voor zaken die een onvoldoende band met de Nederlandse rechtssfeer hebben.”31 Kritiek en recente wijzigingen Op het initiële wetsvoorstel is de nodige kritiek geuit. Om te beginnen stelde de Raad van Rechtspraak in 2014 al dat de beoogde concentratie bij één rechtbank (de Rechtbank Amsterdam) niet wenselijk was aangezien “geen bijzondere rechterlijke expertise is vereist en het naar verwachting om een zodanig gering aantal zaken zal gaan dat concentratie ook vanuit doelmatigheidsoverwegingen geen meerwaarde biedt.”32 Een ander punt van kritiek was dat het wetsvoorstel maar één opt out-moment bood. Enkel na vaststelling van de Exclusieve Belangenbehartiger – en dus voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling – konden gedupeerden zich aan de collectieve actie onttrekken.33 Op dat moment heeft de gedupeerde te weinig inzicht in de zaak om een goede inschatten te maken hoe de procedure zal eindigen. Ook de voorgestelde scope rule was punt van kritiek. VNO-NCW, MKB-Nederland en de Consumentenbond schreven samen een brief aan de wetgever waarin zij hun zorgen uitten.34 De kritiek richtte zich met name op de ontvankelijkheidseis.35 Van een voldoende nauwe band met de Nederlandse rechtssfeer was al sprake wanneer degene tegen wie de rechtsvordering zich richt, woonplaats in Nederland heeft. “Nederlandse bedrijven die internationaal opereren, zouden dan op grote schaal door buitenlandse gedupeerden

januari 2019 | ALIBI Magazine


ARTIKEL

“OP HET INITIËLE WETSVOORSTEL IS DE NODIGE KRITIEK GEUIT” kunnen worden aangesproken op gebeurtenissen in het buitenland. Dit heeft mogelijk nadelige effecten voor het Nederlandse vestigingsklimaat en concurrentiepositie”, aldus de briefschrijvers.36 Minister Dekker zag in (onder meer) deze punten van kritiek genoeg reden om het Wetsvoorstel aan te passen. Nota van wijziging In de nota van wijziging van 12 januari 2018 komt de Minister de critici tegemoet met de volgende belangrijke aanpassingen: 1.

2.

3.

De concentratie bij de Rechtbank van Amsterdam wordt geschrapt. Daardoor kunnen collectieve acties voor alle rechtbanken in Nederland worden ingesteld.37 Nadat een collectieve schikking is bereikt wordt een tweede opt outmoment aan gedupeerden geboden. Op die manier wordt meer recht gedaan aan de rechten en belangen van de gedupeerden.38 De scope rule van de collectieve schadevergoedingsactie wordt beperkt. Voor buitenlandse gedupeerden gaat een opt inregime gelden in plaats van een opt out regime, tenzij de rechter op verzoek van een partij in de procedure bepaalt dat ook voor deze gedupeerden een opt outregime geldt. De rechter zal daartoe kunnen beslissen wanneer hij heeft

vastgesteld dat een dergelijke opt out ook in het belang is van de partij, die hier niet om verzocht heeft, bijvoorbeeld omdat daadwerkelijke en algehele finaliteit wordt bereikt. Met deze aanpassing wil de Minister tegemoetgekomen aan zorgen dat de voorgestelde procedure ongewild een te ruim bereik zou krijgen.39

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Tot slot Op het moment van schrijven is het wetsvoorstel in behandeling bij de Tweede Kamer. Het is nu afwachten of het wetsvoorstel in deze vorm zal worden aangenomen en zo ja, hoe het middel zich vervolgens in de praktijk gaat ontwikkelen. Volgens Kortmann geldt de meeste onzekerheid voor partijen die bij lopende massaschadezaken zijn betrokken.40 Respectievelijk is er in de wet overgangsrecht vastgesteld waarin staat dat het huidige recht van toepassing blijft voor procedures die zijn ingesteld vóór de datum van inwerkingtreding van de wet. Er wordt alleen niet voorkomen dat straks met betrekking tot één en dezelfde gebeurtenis zowel een collectieve actie ‘oude stijl’ als een collectieve actie ‘nieuwe stijl’ aanhangig kan zijn. Aangezien het via de collectieve actie ‘nieuwe stijl’ wél mogelijk is om collectieve schadevergoeding te vorderen, kan dat oneerlijke concurrentie tussen belangenbehartigers opleveren. 41 Samenvattend is dit zeker een onderwerp om de komende tijd in de gaten te houden. •

9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34.

35. 36.

37. 38. 39. 40. 41.

januari 2019 | ALIBI Magazine

https://nos.nl/artikel/2253989duizenden-reizigers-eisen-geld-vanryanair.html Kamerstukken II 2003/04, 29 414, nr. 3 (MvT), p. 1. Arons & Koster, Ondernemingsrecht 2014/68, p. 1. Kamerstukken II 1991/1992, 22 486, nr. 3 (MvT), p. 15-16. Kamerstukken II 1991/1992, 22 486, nr. 3 (MvT), p. 15-16. Rb. Den Haag, 24 juni 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:7145. https://www.nrc.nl/nieuws/2018/11/17/ staat-in-cassatie-om-urgenda-a2755563. Kamerstukken II 2003/04, 29 414 nr. 3 (MvT), p. 5. Kamerstukken II 2003/04, 29 414 nr. 3, p. 3; De WCAM is vastgelegd in de artikelen 7:907 BW en verder. Kamerstukken II 2003/04, 29 414 nr. 3 (MvT), p. 4. Kamerstukken II 2016/2017, 34 608, nr. 1-2. Kamerstukken II 2016/2017, 34 608, nr. 3 (MvT), p. 1. Voorgesteld art. 1018b lid 3 Rv. Voorgesteld art. 1018c lid 5 sub b Rv. Voorgesteld art. 3:305a BW. Voorgesteld art. 3:305a lid 2 sub e BW. Kamerstukken II 2016/2017, 34 608, nr. 3 (MvT), p. 29. Voorgesteld art. 1018c lid 3 juncto art. 1018d lid 1 Rv. Voorgesteld art. 1018e lid 1 Rv. Voorgesteld art. 1018d lid 3 Rv. Voorgesteld art. 1018e lid 2 Rv. Kamerstukken II 2016/2017, 34 608, nr. 3 (MvT), p. 44. Voorgesteld art 1018e lid 3 Rv. Voorgesteld art. 1018f lid 3 Rv. Voorgesteld art. 1018g Rv. Voorgesteld art. 1018f lid 1 Rv. Voorgesteld art. 1018i Rv. Voorgesteld art. 1018j Rv. Voorgesteld art. 1018m Rv. Voorgesteld art. 3:305a lid 3 sub b BW. Kamerstukken II 2016/2017, 34 608, nr. 3 (MvT), p. 11. Reactie Raad voor de rechtspraak op het Voorontwerp, 11 november 2014, p. 2. Voorgesteld art. 1018g Rv. https://www.vno-ncw.nl/brieven-encommentaren/wetsvoorstel-om-deafwikkeling-van-massaschade-eencollectieve-actie-mogelijk. Voorgesteld art. 3:305a lid 3 sub b onder iii BW https://www.vno-ncw.nl/brieven-encommentaren/wetsvoorstel-om-deafwikkeling-van-massaschade-eencollectieve-actie-mogelijk. Kamerstukken II 2016/2017, 34 608, nr. 7 (Nota van wijziging), p. 5. Kamerstukken II 2016/2017, 34 608, nr. 7 (Nota van wijziging), p. 7-8. Kamerstukken II 2016/2017, 34 608, nr. 7 (Nota van wijziging), p. 9. Kortmann, NJB 2018/407, afl. 8, p. 558559. Kortmann, NJB 2018/407, afl. 8, p. 558559.

37


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook