INTERVIEW
IN GESPREK MET SIDNEY SMEETS MEREL HUIZER & JORDY ESSCHENDAL Sidney Smeets is strafrechtadvocaat bij Spong Advocaten en staat ook regelmatig homoseksuele slachtoffers van geweldsdelicten bij. Hij was onder andere als advocaat betrokken bij de mishandeling van een koppel in Arnhem, naar aanleiding waarvan bekende Nederlanders en politici hand in hand liepen in solidariteit voor de slachtoffers.2 Onlangs stond hij ook een van de slachtoffers bij in de zogenaamde ‘Grindr-zaak’. Een groep van maar liefst dertien verdachten lokten via een account op Grindr homoseksuele mannen in een hinderlaag, om ze daar te mishandelen. Hoewel hierbij werd gescholden met onder andere ‘kankerhomo, flikker en gay’, oordeelde de rechter dat er geen sprake was van homofobie, omdat deze scheldwoorden onderdeel uitmaken van het dagelijks taalgebruik van de verdachten.3 Om te weten wanneer er dan wél sprake is van homofobie in dergelijke zaken, ging ALIBI op bezoek bij de heer Smeets.
6
januari 2019 | ALIBI Magazine
INTERVIEW
In het strafrecht wordt terughoudend omgegaan met het aannemen van homofobie, waar denkt u dat dit aan ligt? Dat ligt aan een aantal dingen. Sommige officieren van justitie zijn terughoudend om feiten die met homofobie te maken hebben in de tenlastelegging op te nemen. De ervaring leert dat dit bewijstechnisch ook best wel moeilijk is. Sommige officieren denken daardoor dat die omstandigheden niet meegenomen kunnen worden in een zaak, maar dat is niet zo. Bij een vrouw van 95 mag je ook meenemen dat ze 95 is. Hetzelfde geldt bij homofobie, dergelijke omstandigheden mag je gewoon meenemen. Bij de bewezenverklaring moet je rekening houden met de feiten die ten laste zijn gelegd. Bij de strafmotivering hoeft dat niet, dan mag je alle omstandigheden van het geval meewegen. Sommige officieren begrijpen dit niet, die denken dat de aanleiding voor het geweld homofobie moet zijn geweest, maar dat is niet zo. Bij een Joodse man die een keppeltje draagt en wordt mishandeld, mag de rechter zijn religie ook gewoon meewegen in het oordeel. En hoe gaan rechters hier mee om? Rechters vinden dat homofobie moeilijk te bewijzen is. Ze grijpen al snel terug op het bewijsstelsel. Ze hebben het idee dat je niet aan iemand kan zien of hij of zij LHBT’er is. Dan wordt het ook moeilijk om te bepalen dat een strafbaar feit een discriminatoir karakter heeft. Er zijn echter ook veel LHBT’er die duidelijk laten zien dat ze tot die gemeenschap behoren. Sommige van mijn cliënten zijn transgender. Ik heb slachtoffers bijgestaan die op de dam in Amsterdam zijn mishandeld. Onder deze groep bevond zich een jongen die in drag was gekleed. In dat geval kan je als verdachte, en als rechter die terugkijkt op de feiten, wel degelijk zien dat het slachtoffer LHBT’er is.
januari 2019 | ALIBI Magazine
Wat vrijwel alle zaken waarin homofobie meespeelt gemeen hebben, is dat verdachten ontkennen dat ze iets tegen homo’s hebben. Hoe kijkt u hier tegenaan? Het gaat om de aanname die de verdachte doet. Als blijkt dat hij het slachtoffer als LHBT’er heeft gezien, moet dat worden meegewogen. Bijna elke verdachte zegt inderdaad dat ze niet homofoob zijn. Ze hebben allemaal een broertje, zusje of ander familielid die ook tot de LHBT-gemeenschap behoort. Ze komen allemaal met het argument dat ze homo als stopwoordje gebruiken. In het kader van belediging is het gebruik van de woorden ‘kankerhomo’ en ‘flikker’ per definitie homofoob. Je valt iemand namelijk aan op het feit dat diegene homo is. Het is ook wel erg toevallig dat de slachtoffers ook altijd homo blijken te zijn. Dergelijk taalgebruik is gewoon homofoob.
“IN EEN DEMOCRATISCHE RECHTSSTAAT HEERST GEEN DICTATUUR VAN DE MEERDERHEID”
Waar gaat het volgens u dan fout in de samenleving met betrekking tot homogeweld? Er is momenteel een heel breed maatschappelijk probleem. Twee jongens hebben vorige week een brief geschreven aan de KNVB.4 Ze vertelden daarin dat ze homo en voetbalfan zijn, maar dat bij voetbalwedstrijden nog veel met ‘homo’ wordt gescholden. Ze willen dat de KNVB daar wat aan doet. Als we dit soort scheldpartijen allemaal normaal gaan vinden, gaat er ook niks veranderen. Strafrecht is een ultimum remedium, een laatste redmiddel. Het begint in de maatschappij zelf, er moet meer aandacht voor dit probleem komen. Dan is er voor de rechter vervolgens een minder grote drempel om te oordelen dat dit soort homofobe taalgebruik niet in Nederland wordt geaccepteerd.
7
INTERVIEW
“ALS JE NU JURISPRUDENTIEONDERZOEK DOET KOM JE NAMELIJK VRIJWEL NOOIT EEN VEROORDELING VOOR AANZETTEN TOT DISCRIMINATIE TEGEN”
“WAT DAT BETREFT ZIT DE RECHTER EEN BEETJE AAN DE TAFEL BIJ EEN PROGRAMMA ALS VOETBAL INSIDE”
Bent u in dat licht voorstander van het voorstel van Margriet van der Linden5 om naast maatschappijles ook ‘homoles’ op de middelbare school verplicht te stellen? Er is een Amerikaanse professor die les geeft over hoe je homo moet zijn. Hij vertelt over de geschiedenis van de LHBT’ers en wat deze groep heeft meegemaakt. Hij laat zien dat je van een gemeenschap kan spreken, ondanks dat niet alle LHBT’ers elkaar kennen. Dat doet Margriet van der Linden ook met haar programma. Er zijn bepaalde dingen die de LHBT’ers met elkaar verbinden, zoals vechten voor gelijkheid en toegang tot het burgerlijk huwelijk. Het is daarom goed om op scholen uit te leggen waarom er een Pride is en waarom het zo naar is dat er mensen zijn die zeggen dat al die bootjes overdreven zijn. Er is een groep mensen die dit niet begrijpt. En als mensen iets niet begrijpen, dan moet je het uitleggen. Daarmee kun je op school beginnen. Op scholen wordt ook nog altijd met erg veel normatieve heterovoorbeelden gewerkt, dat kan anders. Je moet juist begrip creëren voor de HEMA die tegenwoordig alle kleding op één rek hangt of de NS die van ‘beste reizigers’ spreekt. Je moet kinderen leren dat kleine veranderingen geen last met zich meebrengen. Momenteel leeft er in de bevolking het idee dat de minderheden eens op moeten houden. Het idee dat de meerderheid de rechten van de minderheid moet toestaan klopt niet. In een democratische rechtsstaat heerst geen dictatuur van de meerderheid. In de Amsterdamse Dam-zaak, waarin de rechter homofobie wel heeft aangenomen, spelen twee bewijsmiddelen mee. Een van de daders had de slachtoffers vanaf de Reguliersdwarsstraat al achtervolgd en
8
uitgescholden. Verder is na afloop een filmpje aangetroffen op de telefoon van een van de verdachten waarop hij lachend vertelt dat hij homo’s in elkaar heeft geslagen. Wat is volgens u het springende punt waardoor de rechtbank in deze zaak wel homofobie kon aannemen? De Dam-zaak is zowel een positief als negatief voorbeeld. Positief omdat homofobie werd aangenomen, negatief omdat er blijkbaar ongelooflijk veel bewijs nodig is om tot een bewezenverklaring van homofobie te komen. De daders schopten een jongen op straat in elkaar en zeggen na afloop: ‘we hebben een homo gekrast.’ Zelfs onder deze omstandigheden zei de verdachte dat hij niet homofoob was. Ik vind dat wanneer er sprake is van een mishandeling en er wordt daarbij gescholden met ‘kankerhomo’, er dan voldoende is om homofobie mee te nemen in de strafmaat. Hoe zou het strafrecht aangepast moeten worden om dit te realiseren? Voor een groot deel is dit al mogelijk in het strafrecht. We hebben in Nederland de neiging om de wet te willen veranderen om dingen mogelijk te maken die al kunnen. Een wet tegen homofobie klinkt mooi, maar je kunt op basis van de huidige wetgeving al heel veel. Wellicht is er dan nog wat ontwikkeling in de jurisprudentie nodig. De discriminatiefeiten kunnen wel iets worden versoepeld in de wet. Als je nu jurisprudentieonderzoek doet kom je namelijk vrijwel nooit een veroordeling voor aanzetten tot discriminatie tegen. Het moet eenvoudiger worden om een hate crime te bewijzen, dan kan het OM ook sneller ten laste leggen. Ik ben verder een voorstander van het omdraaien van de bewijslast in discriminatiezaken waarbij LHBT’ers betrokken zijn. Ik kijk
januari 2019 | ALIBI Magazine
INTERVIEW
“WE HEBBEN IN NEDERLAND DE NEIGING OM DE WET TE WILLEN VERANDEREN OM DINGEN MOGELIJK TE MAKEN DIE AL KUNNEN”
daarbij naar de omgekeerde bewijslast in bijvoorbeeld witwaszaken. Wanneer een LHBT’er in elkaar wordt geslagen en daarbij is met ‘homo’ gescholden, dan moet het uitgangspunt zijn dat er sprake is van homofobie. Laat de verdachte dan maar aantonen dat het niet zo is. Ik denk daarbij ook altijd, waarom zou het slachtoffer dit verzinnen? Als je mishandeld bent, waarom zou je dan verzinnen dat je ook nog uitgescholden bent? Even over de Grindr-zaak. Daarin erkent de rechtbank enerzijds dat de LHBT-gemeenschap in zijn bijzonder is geraakt, maar wil vervolgens niet aannemen dat het geweld gericht was tegen homoseksuelen. Is dat niet vreemd? De Grindr-zaak is een opmerkelijk vonnis. Alle omstandigheden wijzen erop dat het geweld wel degelijk tegen homoseksuelen gericht was. Grindr is namelijk bedoeld voor homoseksuele mannen die meerderjarig zijn. De verdachten hebben bovendien afspraken gemaakt met mannen van wie ze weten dat ze homoseksueel zijn. Verder was het codewoord om uit de bosjes te springen en de slachtoffers in elkaar te slaan ‘kankerhomo’. Toen de politie vroeg hoe het gesprek op Grindr met de slachtoffers verliep, lieten de verdachten weten de mannen te vragen ‘hoe het dan was om homo te
november 2018 | ALIBI Magazine
zijn’. Alle omstandigheden wijzen dus op homofobie. Ik vind het dan een rare constatering om, als iemand elke dag ‘kankerhomo’ roept, niet te zeggen dat diegene homofoob is. Hoe vind u de redenering van de rechtbank dat het account op de datingapp Grindr was bedoeld om pedofielen op te sporen, terwijl deze datingapp toch specifiek voor bi- en homoseksuelen is? Het oorspronkelijke idee van de verdachten was om geld te verdienen, ze wilden eerst misschien nog drugs gaan dealen. Toen kwam echter dat programma van Stegeman6, en ontstond ook contact met een jongen uit Zwolle die afspraken maakte met mannen die daarvoor betaalden. Toen dachten ze, dat kunnen wij ook, maar dan beroven we die mannen. Zo zijn ze op het idee gekomen. Wellicht op het idee gebracht door Stegeman, maar de keuze om op Grindr afspraken te maken hebben zij wel degelijk gemaakt. Als je dan vervolgens ook nog eens ‘kankerhomo’ roept, dan hoef je daar als rechtbank niet moeilijk over te doen. Wat is volgens u de reden dat het OM heeft besloten niet in hoger beroep te gaan? Ik heb daarover een stevige discussie gevoerd met de Officier van Justitie die niet in beroep ging. Het OM zegt tevreden te zijn met de veroordeling, ze hebben veel tijd en moeite in de zaak gestoken en ze achten het niet de moeite waard om in hoger beroep te gaan. Ik ben dan afhankelijk van het OM, slachtoffers kunnen namelijk niet in hoger beroep. Maar ook het COC7 dat vroeg om een hoger beroep hebben ze geweigerd. Dat vind ik te ver gaan. Wat is de reden om niet in hoger beroep te gaan? Welk nadeel is er voor het OM? Slechter kan het niet worden, zou ik zeggen. Tot slot: hoe beoordeelt u het argument van de rechtbank dat schelden met
homo onderdeel is van het dagelijks taalgebruik van verdachten? Het is helaas immers wel zo dat een gedeelte van Nederland ‘homo’ nog steeds als scheldwoord gebruikt. In bepaalde gedeelten van Nederland zou het zeker zo zijn dat deze woorden regelmatig als scheldwoord worden gebruikt. Dan is dit echter nog steeds homofoob. De rechtbank sluit uit dat het homofoob is, alleen omdat het dagelijks taalgebruik is! Wat dat betreft zit de rechter een beetje aan de tafel bij een programma als Voetbal Inside. Een harde grap maken neemt niet weg dat het dan alsnog een homofobe grap kan zijn. Problematisch is ook dat sommige mensen opmerkingen maken maar niet denken dat ze homofoob zijn. Daar is Voetbal Inside een voorbeeld van. Het is dan aan de rechtbank om aan te tonen dat het wel degelijk homofoob is en verdachten daarop te wijzen. •
“STRAFRECHT IS EEN ULTIMUM REMEDIUM, EEN LAATSTE REDMIDDEL. HET BEGINT IN DE MAATSCHAPPIJ ZELF” 1. 2.
3. 4.
5.
6.
7.
‘Deze Nederlanders gaan hand in hang tegen homomishandeling’, 3 april 2017, https://nos.nl/artikel/2166369-dezenederlanders-gaan-hand-in-hand-tegenhomomishandeling.html, laatstelijk bekeken op 20 december 2018. Rb Rotterdam 1 november 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:9066, r.o. 8.2.1 Zie voor meer informatie over deze brief: ‘Kap met homo als scheldwoord gebruiken in stadions’, 21 november 2018, https://www. metronieuws.nl/in-het-nieuws/2018/11/ kap-met-homo-als-scheldwoordgebruiken-in-stadions, laatstelijk bekeken op 20 december 2018. ‘Margriet van der Linden pleit voor verplichte homolessen’, 23 november 2018, https:// www.parool.nl/kunst-en-media/margietvan-der-linden-pleit-voor-verplichtehomolessen~a4608137, laatstelijk bekeken op 20 december 2018. Referentie naar Undercover in Nederland, zie ook: T. I. Snijders, ‘Daders van Grindrmishandeling wilden ‘pedo’s’ een lesje leren, maar of dat het hele verhaal is?’ Volkskrant 1 november 2018, https://www.volkskrant.nl/ nieuws-achtergrond/daders-van-grindrmishandeling-wilden-pedo-s-een-lesjeleren-maar-of-dat-het-hele-verhaalis-~bbef1079/, laatstelijk bekeken op 21 december 2018 COC Nederland is de belangenorganisatie die opkomt voor de rechten van LHBT’ers.
9