HOOFDARTIKEL
HOMOFOBIE & STRAFRECHT: SCHELDEN MET ‘HOMO’ ACCEPTABEL ALS DAGELIJKS TAALGEBRUIK?
10
MEREL HUIZER Bachelorstudent Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam Begin november verscheen een opmerkelijk vonnis van de rechtbank Rotterdam. Maar liefst dertien verdachten werden veroordeeld voor mishandeling en het plegen van openlijk geweld in groepsverband, nadat zij twee homoseksuele mannen via een lokaccount op datingapp Grindr in een hinderlaag hadden gelokt en mishandeld.1 Onder de verdachten bevonden zich vijf minderjarigen.
januari 2019 | ALIBI Magazine
HOOFDARTIKEL
Ondanks het herhaalde gebruik van woorden als ‘(kanker)homo’, ‘flikker’ of ‘gay’, zag de rechtbank onvoldoende aanwijzingen om van homofoob geweld te spreken. De verdachten ontkenden dit motief ook, en beweerden dat het accounter was bedoeld voor 30-plussers die op zoek waren naar seks met een minderjarige. Niet homoseksuelen, maar pedofielen zouden hun beoogde slachtoffers zijn. De rechtbank concludeerde dat “hoe laakbaar en kwetsend het gebruik van dergelijke termen ook moge zijn, deze zijn naar het oordeel van de rechtbank betreurenswaardig meer illustratief voor het dagelijks taalgebruik van deze verdachten (…) ”.2 Vooral de door de rechtbank gevolgde redenering dat dergelijke termen onderdeel van het dagelijks taalgebruik zouden kunnen zijn, leidde tot onbegrip in de LHBT+ gemeenschap. Hieruit volgt immers dat schelden met homofobe termen niet per definitie homofoob hoeft te zijn. COC Nederland, de Nederlandse belangenvereniging voor LHBT+’ers, reageerde ook op de uitspraak: “Het is onacceptabel dat we ‘kankerflikker’ normaal gaan vinden.”3 Een zaak als deze roept de vraag op waar de grens ligt voor homofobie in het strafrecht. Wanneer neemt een rechter aan dat er sprake is van discriminatie en wanneer niet? Discriminatie in het strafrecht In het Wetboek van Strafrecht zijn een aantal artikelen opgenomen die discriminatie direct strafbaar stellen: 137c tot en met 137g en 429quater Sr. Samen stellen zij groepsbelediging, aanzetten tot discriminatie, het
januari 2019 | ALIBI Magazine
verspreiden van discriminerende uitingen of voorwerpen, steun verlenen aan discriminatie, en discrimineren in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf strafbaar. Dit zijn de zogenoemde discriminatiefeiten.4 Om deze artikelen draaide bijvoorbeeld de zaak van Geert Wilders, die door de rechtbank schuldig werd bevonden aan groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie.5 Daarnaast kan discriminatie ook een rol spelen bij ‘gewone’ delicten, zoals mishandeling of eenvoudige belediging. Discriminatie kan bijvoorbeeld het motief zijn geweest, of aanleiding om het feit indringender te plegen. Dit wordt door het OM een COmmuun feit met een DIScriminatie-aspect, oftewel CODIS-feit genoemd.6 Wanneer de rechter oordeelt dat er sprake is van zo’n discriminatie-aspect kan er tot 100% strafverzwaring volgen.7 Zo’n aspect hoeft, in tegenstelling tot een discriminatiefeit, niet in de tenlastelegging te staan. Het hoeft dus ook niet te worden bewezen. Het discriminatie-aspect moet echter wel aantoonbaar aanwezig zijn om tot strafverhoging te kunnen leiden.8 In de Grindr-zaak oordeelde de rechtbank Rotterdam dat dit niet het geval was. Hoewel de daders dus wel veroordeeld werden wegens mishandeling, kregen zij geen strafverhoging omdat niet was gebleken van een homofoob motief.
“ONDANKS HET HERHAALDE GEBRUIK VAN WOORDEN ALS ‘(KANKER)HOMO’, ‘FLIKKER’ OF ‘GAY’, ZAG DE RECHTBANK ONVOLDOENDE AANWIJZINGEN OM VAN HOMOFOOB GEWELD TE SPREKEN”
In context Een veelbesproken zaak is die van homopaar Ronnie Vernes en Jasper Sewratan, die in 2017 na een avond stappen mishandeld werden in Arnhem. Na een woordenwisseling met een groep jongens op de Nelson Mandelabrug, fietste een van de jongens achter
11
HOOFDARTIKEL
ontkenden –“Homo is gewoon een stopwoordje, meer niet”13 – oordeelde
het koppel aan. Toen de jongen de confrontatie zocht en werd weggeduwd, ontstond er een vechtpartij waarbij Sewratan vijf tanden kwijtraakte. Hun zaak kreeg al snel bekendheid via social media, waarop bekende Nederlanders en politici zich hand in hand lieten fotograferen uit solidariteit.9 Hoewel de rechtbank aannemelijk vond dat er door verdachten gescholden was met woorden als ‘homo’s’ en ‘flikkers’, werd ook hier niet uitgegaan van een homofoob motief. Niet bewezen was dat de mishandeling had plaatsgevonden omdat de slachtoffers homo zijn.10 Een zaak waarin homofobie wél werd aangenomen speelde zich af in Amsterdam. In de zomer van 2017 werden de twee slachtoffers uitgescholden in de omgeving van de Reguliersdwarsstraat. Een man riep naar hen dat het niet was toegestaan om homoseksueel te zijn, en dat hij homo’s wilde doodmaken.11 Nadat hij zijn vrienden had gebeld, werden de twee slachtoffers op het Damrak vanuit het niets overvallen, op de grond gegooid, en zelfs tegen het hoofd geschopt. Na afloop werd een filmpje op de telefoon van een van de daders aangetroffen, waarin hij lachend zegt “Ik zeg je eerlijk, ik heb die homo kanker erg gekrast. Haha, zijn hele hoofd eraf gebost.”12 Hoewel de daders enige homofobie
12
de rechtbank dat de mishandeling “onmiskenbaar homoseksueel gerelateerd” was.14 De rechtbank baseerde dit onder andere op de verklaringen van de slachtoffers dat zij door hun kleding duidelijk als homo herkenbaar waren (een van hun vrienden was bijvoorbeeld als drag queen gekleed), de scheldpartij en het videofragment achteraf. Bewijsproblemen De hiervoor genoemde zaak was er een waarbij door het overvloedige bewijs wel kon worden bewezen dat sprak van een homofoob motief was. Echter, bij de meeste zaken is juist het gebrek aan bewijs het probleem. Het Wetenschappelijk Onderzoeken Documentatiecentrum (WODC) kwam in 2015 tot de conclusie dat discriminatiezaken waarin homofobie een rol speelt, vaak worden geseponeerd. De verdachte ontkent en de aangever heeft vervolgens geen ander bewijs dan zijn verklaring.15 Over homofobe scheldpartijen wordt gezegd dat het niet zo werd bedoeld, want homo is “maar een stopwoordje”. Bewijsproblemen speelde ook mee in de zaak van Vernes en Sewratan. Diverse media berichtten naar aanleiding van hun verklaring dat zij hand in hand richting huis liepen.16 Dit detail komt echter niet terug in de bewijsoverweging van de rechtbank, omdat het OM dit feit niet kon bewijzen.17 Er waren geen camerabeelden van het voorval. Omdat verdachten hardnekkig ontkennen dat sprake was van homofobie, vond de rechtbank alleen de scheldpartij onvoldoende om homofobie als motief
“OVER HOMOFOBE SCHELDPARTIJEN WORDT GEZEGD DAT HET NIET ZO BEDOELD WERD, WANT HOMO IS “MAAR EEN STOPWOORDJE”...” voor de mishandeling aan te nemen. Camerabeelden dat de mannen hand in hand liepen had de uitkomst misschien wel veranderd. Hier komt bij dat homo’s minder direct herkenbaar zijn dan bijvoorbeeld een moslima die een hoofdoek draagt. Een discriminatiezaak waarbij een moslima wordt uitgescholden vanwege haar religie zal daardoor sneller kunnen worden aangenomen, omdat er geen aanvullend bewijs nodig is dat de verdachte het slachtoffer als persoon uit een bepaalde groep heeft herkend. Aanvullend bewijs? Het is logisch dat iemand geen strafverzwaring voor homofobie kan krijgen, tenzij overtuigend kan worden aangetoond dat sprake is van een discriminatoir aspect. Naar aanleiding van deze lijn van jurisprudentie komt het echter enigszins over alsof LHBT’ers een extra bewijsplicht dragen. Bewezen moet worden dat een strafbaar feit heeft plaatsgevonden omdat het slachtoffer homoseksueel is. Schelden is in deze context vaak onvoldoende voor een zwaardere veroordeling. Om tot een strafverzwaring te komen, moeten uiterlijke aspecten worden aangedragen waaruit duidelijk blijkt dat het de dader om de geaardheid van de slachtoffers ging.
januari 2019 | ALIBI Magazine
HOOFDARTIKEL
In een andere zaak waar wel homofobie kon worden bewezen, was er sprake van een groep studenten die in een vechtpartij belandden tijdens het stappen in Wageningen. Het groepje bestond onder meer uit twee jongens die elkaars hand vasthielden en zich als een stelletje gedroegen, waarop de verdachten reageerden door “flikkers, fucking gays, faggots” te roepen.18 De verdachten ontkenden echter dat ze discriminerende uitlatingen zouden hebben gedaan.19 Bewijs was er ten overvloede, omdat de slachtoffers met een grote groep op stap waren die hiervan konden getuigen. Als we in dit verband opnieuw teruggaan naar de zaak van Vernes en Sewratan roept dit vragen op. Zou het koppel uit Wageningen ook gelijk hebben gekregen indien het stel alleen naar huis was gelopen, zonder getuigen die konden bevestigen dat ze zich als een stel gedroegen? Sidney Smeets, strafrechtadvocaat bij Spong, staat regelmatig slachtoffers van anti-homogeweld bij. Hij ziet in het bewijsprobleem een misvatting bij justitie. Homofobie zou al naar voren kunnen worden gebracht wanneer er enkel gescholden wordt met homofobe termen, omdat de rechter ruimte heeft om zelf met de omstandigheden rekening te houden.20 Nu neemt het OM dit niet altijd mee, omdat ze denken dat het geen stand houdt in de zaak. Gezien de jurisprudentie is dit niet geheel onbegrijpelijk. Maar, zo betoogt Smeets, “als je het niet probeert te bewijzen, dan lukt het nooit. Het zou mooi zijn geweest als het OM iets meer lef had getoond en een helder signaal had afgegeven. Nu geeft het OM zich al gewonnen voordat de wedstrijd gespeeld is.”21
“NIET BEWEZEN WAS DAT DE MISHANDELING HAD PLAATSGEVONDEN OMDAT DE SLACHTOFFERS HOMO ZIJN” januari 2019 | ALIBI Magazine
Conclusie De rechter oordeelt dat sprake is van discriminatie wanneer dit aspect overtuigend kan worden aangetoond. In het geval van homofoob geweld komt dit vaak neer op schelden naar aanleiding van gedragingen waaruit iemands geaardheid blijkt, zoals hand in hand lopen. Ook kleding kan een rol spelen, zoals in de Damrak-zaak het geval was. Schelden alleen is vaak echter niet genoeg, zoals in de zaak van Vernes en Sewratan en de Grindr-zaak bleek. Bij de Grindr-zaak kun je je overigens nog afvragen of het feit dat de slachtoffers gelokt werden via een homodatingsapp niet een aanwijzing is – de daders hadden immers ook voor Tindr kunnen kiezen – maar de rechtbank liet dit verder niet meespelen. Wat wel meespeelde was dat de scheldwoorden illustratief waren voor het dagelijks taalgebruik van de mannen. Over een dergelijke spraakmakende zaak zijn de meningen doorgaans verdeeld. Sommigen zien voor deze problematiek een actieve rol voor politie en justitie om duidelijk te maken dat discriminatie niet getolereerd wordt in Nederland – dagelijks taalgebruik of niet. Anderen zullen voorzichtiger reageren, uit angst om een cultuur te creëren waarin sommigen te snel als homofoob worden weggezet. Beide kanten zullen het er echter over eens zijn dat een vonnis waarin een rechtbank oordeelt dat ‘kankerhomo’ illustratief is voor het dagelijks taalgebruik, reden geeft tot nadenken. Of je in deze kwestie een actievere rol voor politie of justitie ziet of niet: als dit soort taal in Nederland door kan als ‘normaal’, ligt er in elk geval voor onszelf ook een rol om in het dagelijks leven actiever op te treden tegen homofoob taalgebruik. •
1.
2. 3.
4. 5. 6.
7. 8.
9.
10. 11. 12. 13.
14. 15.
16.
17.
18. 19. 20.
21.
Rechtbank Rotterdam ‘Voorwaardelijke celstraffen en taakstraffen voor groepsgeweld en mishandeling Grindrgebruikers’ Rechtspraak.nl 1 november 2018, te raadplegen via: https://www.rechtspraak. nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/ Rechtbanken/Rechtbank-Rotterdam/ Nieuws/Paginas/Voorwaardelijkecelstraffen-en-taakstraffen-voorgroepsgeweld-en-mishandeling-Grindrgebruikers.aspx. Rb Rotterdam 1 november 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:9066, r.o. 8.2.1. N. Dekker & K. Goorts ‘COC eist dat het OM in hoger beroep gaat in Grindr-zaak’ AD 1 november 2018, te raadplegen via: https:// www.ad.nl/dordrecht/coc-eist-dat-hetom-in-hoger-beroep-gaat-in-grindrzaak~a3bd4a06/. Aanwijzing discriminatie, 2007A010, Strct. 2007, 233, p. 1. Rechtbank Den Haag 9 december 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:15014. Strafbare discriminatie in beeld 2017, bijlage 5 bij Kamerbrief inzake kabinetsaanpak en voortgangsrapportage over het Nationaal actieprogramma tegen discriminatie van 26 april 2018, 2018-0000255955, p. 8. Aanwijzing discriminatie, 2007A010, Strct. 2007, 233, p. 5. Strafbare discriminatie in beeld 2017, bijlage 5 bij Kamerbrief inzake kabinetsaanpak en voortgangsrapportage over het Nationaal actieprogramma tegen discriminatie van 26 april 2018, 2018-0000255955, p. 8. M. van Dinther, ‘Werkstraf voor mishandelen homopaar, rechter acht niet bewezen dat homohaat een rol speelde’ de Volkskrant 9 april 2018, te raadplegen via: https:// www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/ werkstraf-voor-mishandelen-homopaarrechter-acht-niet-bewezen-dathomohaat-een-rol-speelde~b2f8b9bf/. Rb Gelderland 9 april 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:1572 Rb Amsterdam 9 maart 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1329 r.o. 3.1. Rb Amsterdam 9 maart 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1329 r.o. 5.3. Redactie ‘Verdachte zware homomishandeling voor de rechter’ AD 23 februari 2018, te raadplegen via: https:// www.at5.nl/artikelen/178886/verdachtezware-homomishandeling-voor-derechter-haha-zijn-hele-hoofd-erafgebost. Rb Amsterdam 9 maart 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1329 r.o. 5.3 F. Schravesande, ‘Hoe bewijs je antihomogeweld?’ NRC 28 november 2017, te raadplegen via: https://www.nrc. nl/nieuws/2017/11/28/hoe-bewijs-jeantihomogeweld-14264829-a1582842. M. van Dinther, ‘Werkstraf voor mishandelen homopaar, rechter acht niet bewezen dat homohaat een rol speelde’ de Volkskrant 9 april 2018, te raadplegen via: https:// www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/ werkstraf-voor-mishandelen-homopaarrechter-acht-niet-bewezen-dathomohaat-een-rol-speelde~b2f8b9bf/ F. Schravesande, ‘Hoe bewijs je antihomogeweld?’ NRC 28 november 2017, te raadplegen via: https://www.nrc. nl/nieuws/2017/11/28/hoe-bewijs-jeantihomogeweld-14264829-a1582842. Rechtbank Gelderland 20 augustus 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:6081 r.o. 4.7. Rechtbank Gelderland 20 augustus 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:6081 Redactie, “Advocaat Smeets: ‘Ik snap niet dat rechter ‘dirty faggot’ niet homofoob vindt’” AD 30 september 2018, te raadplegen op: https://www.at5.nl/artikelen/186845/ advocaat-smeets-ik-snap-niet-datrechter-dirty-faggot-niet-homofoobvindt-2. J. van den Berg, “Advocaat: mishandeling Arnhem was wél homofoob geweld” de Volkskrant 26 november 2017, te raadplegen op: https://www.volkskrant.nl/nieuwsachtergrond/advocaat-mishandelingarnhem-was-wel-homofoobgeweld~b3088265/.
13