Skip to main content

ALIBI mar. 2019 - Hoe gaat de EU digitale reuzen belasten?

Page 1

ARTIKEL

(HOE) GAAT DE EU DE DIGITALE REUZEN BELASTEN?

masterstudent Internationaal en Europees Belastingrecht aan Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam

Maart 2019 | ALIBI Magazine

Photo by Bethany Leggw

MAURITS VAN DE SANDE


ARTIKEL

In het licht van de mondiale discussie over belastingontwijking door multinationals en de globalisering van de economie, vindt ook een Europees debat plaats over de belasting van de digitale economie. Denk hierbij aan het belasten van de activiteiten van internet-giganten zoals Facebook, Google en Twitter. Deze bedrijven zijn in alle lidstaten van de Europese Unie (EU) actief, maar betalen geen belasting zoals andere buitenlands belastingplichtigen binnen de respectievelijke jurisdicties dit doen. Dit heeft te maken met het verdienmodel van Facebook en consorten, dat ervoor zorgt dat bijvoorbeeld inkomsten uit advertenties die aan Nederlandse Facebook-gebruikers worden gepresenteerd, binnen het huidige internationale belastingrecht niet als ondernemingswinsten uit Nederlandse vaste inrichting kwalificeren. In dit artikel leg ik eerst uit hoe op dit moment internationaal opererende internetbedrijven geld verdienen zonder daarover (een redelijke) belasting te betalen. Tevens schets ik de oplossingen die tot op heden voor dit probleem zijn aangedragen. Op 21 maart 2018 zijn namelijk een tweetal voorstellen door de Europese Commissie gedaan inzake de belasting van digitale ondernemingsactiviteiten. Tot slot ga ik in op de vraag in hoeverre deze oplossingen ook daadwerkelijk in de praktijk worden gebracht en waarom dit tot moeilijkheden leidt. Tot op heden is het namelijk alleen Frankrijk gelukt een belasting op digitale ondernemingsactiviteiten in te voeren.

Geld verdienen zonder belasting te betalen Digitale diensten vormen een belangrijk onderdeel van de economie. Meer en meer winst wordt in deze sector gegenereerd. Echter, dit betekent niet per se dat er ook een evenredige stijging aan te innen belastingen ontstaat. Het huidige internationale belastingrecht is gestoeld op de gedachte dat ondernemingen fysieke entiteiten zijn die belast dienen te worden daar waar zij fysiek aanwezig zijn in de vorm van een fabriek of een kantoor of veel eerder nog in de vorm van vaste vertegenwoordiging. Dit is een notie die gelet op de huidige economische realiteit weinig actueel is. Immers, wat nodig is om Facebook geld te laten verdienen is enkel een server en goedwerkende algoritmes die advertenties aan de juiste consument tonen. De enige manier waarop een bedrijf als Facebook aanwezig is in Nederland, is in de vorm van een groep marketingspecialisten die helpen de advertenties van Nederlandse Facebook-pagina’s te ontwikkelen.1 Het probleem rond de gebrekkige belastingheffing van digitale ondernemingen is voor het eerst op internationaal niveau bekend geworden door publicatie van een rapport2 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in 2015 (in een reeds van meerdere publicaties over belastingontwijking) dat problemen op het gebied van internetbelasting identificeerde en hiervoor ook oplossingen aandroeg. Na publicatie van dit rapport is ook de Europese Commissie overgegaan tot het ontwikkelen van voorstellen op het gebied van de belasting van de digitale

economie. Alhoewel deze voorstellen in de loop van 2018 zijn gesneuveld door de weerstand die zij opriepen bij sommige lidstaten, is het mijns inziens toch relevant erop in te gaan. De voorstellen illustreren namelijk goed hoe de digitale-diensteneconomie in de belastingheffing kan worden betrokken, omdat bijzonder nauwkeurig wordt opgesomd welke soorten inkomsten belast dienen te worden. Voorstellen van de Europese Commissie op het gebied van de digitale economie Op 21 maart 2018 heeft de Europese Commissie twee voorstellen gedaan aangaande de hervormingen op het gebied van de directe belasting van digitale ondernemingen. Het eerste voorstel3 betreft een lange termijnmaatregel die digitale ondernemingen onder bepaalde omstandigheden in de belastingheffing betrekt. In dit voorstel wordt het begrip aanmerkelijke digitale aanwezigheid geïntroduceerd. Dit begrip komt neer op herdefiniëring van het begrip vaste inrichting binnen de nationale vennootschapsbelasting. Een vaste inrichting wordt onder de definitie van artikel 4 aanwezig geacht indien ‘sprake is van een aanmerkelijke digitale aanwezigheid door middel waarvan een onderneming geheel of gedeeltelijk wordt gedreven’. Van digitale aanwezigheid wordt geacht sprake te zijn indien de onderneming ‘geheel of gedeeltelijk bestaat in de levering van digitale diensten’ en er wordt voldaan aan de voorwaarde dat ‘het aandeel in de totale inkomsten die in dat belastingtijdvak zijn verworven uit de levering van deze digitale diensten aan gebruikers die zich in dat belastingtijdvak in die lidstaat

“DE ENIGE MANIER WAAROP EEN BEDRIJF ALS FACEBOOK AANWEZIG IS IN NEDERLAND, IS IN DE VORM VAN EEN GROEP MARKETINGSPECIALISTEN DIE HELPEN DE ADVERTENTIES VAN NEDERLANDSE FACEBOOK-PAGINA’S TE ONTWIKKELEN”


ARTIKEL

bevinden’ hoger is dan 7 miljoen euro Daarnaast dient ‘het aantal gebruikers van een of meer van deze digitale diensten die zich in dat belastingtijdvak in die lidstaat bevinden’ hoger te zijn van 100.000. Tot slot dient ‘het aantal zakelijke overeenkomsten voor de levering van een dergelijke digitale dienst dat wordt gesloten in dat belastingtijdvak door gebruikers die zich in die lidstaat bevinden’ hoger te zijn dan 3.000, aldus het derde lid van artikel 4 van de conceptrichtlijn. Artikel 5 geeft een nadere uitleg bij het winstbegrip, dat wordt gerelateerd aan ‘economisch wezenlijke activiteiten die door de aanmerkelijke digitale aanwezigheid via een digitale interface worden verricht’. Dit omvat ‘het verzamelen, de opslag, de verwerking, de analyse, het inzetten en de verkoop van data op gebruikersniveau’, ‘het verzamelen, de opslag, de verwerking en het vertonen van door gebruikers gegenereerde content’, ‘de verkoop van onlineadvertentieruimte’, ‘het op een digitale marktplaats beschikbaar stellen van content van derden’ en overige digitale diensten die niet onder eerdere begrippen vallen. De met behulp van deze indicatoren vastgestelde winst is belastbaar voor de vennootschapsbelasting van de lidstaat waar de winst wordt gesitueerd. De tweede conceptrichtlijn4 betreft een voorlopige maatregel, de digitale dienstenbelasting genaamd. Deze verschilt van de eerste variant in die zin dat een bepaald aantal diensten en dienstaanbieders wordt belast tegen een tarief van 3%. Het is als het ware een belasting die, buiten de nationale vennootschapsbelasting omgaand, een specifiek aantal type inkomsten

belast te weten digitale advertenties, ‘het ter beschikking stellen van een […] digitale interface, die gebruikers in staat stelt andere gebruikers te vinden en in interactie met hen te treden’ en tot slot ‘doorgifte van over gebruikers verzamelde data die zijn gegenereerd uit de activiteiten van gebruikers op digitale interfaces’. De inkomsten omvatten ‘de totale bruto-inkomsten, exclusief belasting over de toegevoegde waarde en andere soortgelijke belastingen’, aldus het tweede lid. Uitgezonderd van deze belasting worden bijvoorbeeld het gereglementeerd aanbieden van ‘crowdfundingdiensten’. Verder geeft de conceptrichtlijn in het vierde artikel een definitie van het begrip belastingplichtige, te weten een entiteit die een wereldwijde jaaromzet heeft van ten minste 750 miljoen euro en een jaaromzet binnen de EU van ten minste 50 miljoen. Zoals gezegd wordt over het totaal aan inkomsten een tarief van 3% geheven, zo bepaalt artikel 8. Deze belasting wordt betaald in de lidstaat van identificatie, te weten de lidstaat waar de betreffende inkomsten van de entiteit kunnen worden gealloceerd. Mijns inziens is deze overgangsmaatregel een veel robuustere maatregel dan de uiteindelijke belasting, omdat in wezen volledig wordt afgeweken van winsttoerekening op grond van het vaste inrichting begrip van de vennootschapsbelasting. Er wordt een volledig buitenvennootschappelijke heffing voorgesteld die zeer duidelijk gericht is op de internet-reuzen. Dat invoering van beide heffingen uitermate controversieel is zal uit de volgende alinea blijken.

“MIJNS INZIENS IS DEZE OVERGANGSMAATREGEL EEN VEEL ROBUUSTERE MAATREGEL DAN DE UITEINDELIJKE BELASTING, OMDAT IN WEZEN VOLLEDIG WORDT AFGEWEKEN VAN WINSTTOEREKENING OP GROND VAN HET VASTE INRICHTING BEGRIP VAN DE VENNOOTSCHAPSBELASTING”

Maart 2019 | ALIBI Magazine


ARTIKEL

Weerstand binnen de EU, maar wel een Frans alternatief Ondanks de uitvoerigheid van de voorstellen van de Europese Commissie en de brede steun die beide voorstellen genieten binnen het Europese Parlement, hebben beide voorstellen het tot op heden niet gehaald door het ontbreken van de benodigde steun van de lidstaten. Reden hiervoor zit hem met name in de weerstand die de belasting oproept bij het Verenigd Koninkrijk, Malta en Denemarken door de dreiging die uitgaat van de huidige Amerikaanse regering en de mogelijkheid dat belasting van met name Amerikaanse internetgiganten ertoe kan leiden dat de EU te maken krijgt met tegenmaatregelen uit transAtlantische hoek. Alhoewel afwijzing tot grote verbazing van met name Italië en Spanje leidde, wisten de voorstanders van een specifieke belasting van digitale activiteiten tegenstanders niet te overtuigen.5 Inmiddels heeft de Franse minister van Financiën Bruno Le Maire, na met Duitsland eerst nog tevergeefs getracht te hebben tot een gematigder voorstel binnen de EU te komen6, er voor gekozen per 1 januari 2019 zelfstandig een digitale belasting in te voeren.7 Dit gebeurde nadat begin december 2018 overleg om tot een gezamenlijke belastingen van digitale ondernemingen over te gaan strandde en in de straten van Parijs ‘gele hesjes’ tegen het grootkapitaal protesteerden. De Franse digitale belasting ziet toe op inkomsten uit advertenties, winst die voortvloeit uit het ter beschikking stellen van online verkoopplatforms waarop derden transacties verrichten en de winst die daaruit voortvloeit en

Maart 2019 | ALIBI Magazine

tot slot de winst die wordt gerealiseerd met de verkoop van gebruikers data voor advertentiedoeleinden.8 Het is de vraag of het ooit van een multilaterale belasting van de Europese digitale economie zal komen. De belangen voor lidstaten als bijvoorbeeld Luxemburg en Ierland zijn in dit verband groot. Anderzijds vormt mijns inziens de belasting van digitale economie geen bedreiging voor digitale werkgelegenheid in de heffende lidstaat. Immers, een digitaal bedrijf zal in zo veel mogelijk lidstaten actief willen zijn, ook de belastende, daar zij zoveel data wil verzamelen.

“HET IS DE VRAAG OF HET OOIT VAN EEN MULTILATERALE BELASTING VAN DE EUROPESE DIGITALE ECONOMIE ZAL KOMEN”

wetgeving introduceert die het risico met zich meebrengt dat consumenten en producenten door de bomen het bos niet meer zien. Ook is het bestaan van een grote regeldiversiteit binnen de EU niet een praktijk die uitvoering geeft aan de idee van een geharmoniseerde interne (digitale) markt waarbinnen digitale ondernemingen niet met wezenlijk andere (fiscale) regels geconfronteerd worden in verschillende lidstaatjurisdicties en het vrije verkeer van vestiging niet wordt belemmerd. Het is te hopen dat op Europees niveau snel consensus wordt gevonden en op die basis de internet-giganten aan regels worden onderworpen.•

1.

2. 3.

Komt het ooit van belasting van de digitale economie op EU-niveau? In dit artikel is ingegaan op de vele obstakels die op de weg liggen in de weg naar een eerlijke belasting van de digitale economie. Er bestaat onder de lidstaten nog veel weerstand tegen een dergelijke belasting en het is tot nog toe slechts op nationaal niveau gelukt over te gaan tot welke vorm van digitale belasting ook. Uit de wetgeving van Frankrijk spreekt mijns inziens een vooruitstrevendheid die veel andere lidstaten niet nagedragen kan worden. Echter, het lijkt mij niet de bedoeling dat binnen de EU iedere lidstaat eigen

4.

5. 6.

7. 8.

Voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot vaststelling van regels betreffende de vennootschapsbelasting op een aanmerkelijke digitale aanwezigheid. Commissiedocument 147 van 2018, laatste definitieve versie, p. 2. Addressing the Tax Challenges of the Digital Economy, Action 1 - 2015 Final Report. Paris: 2015. Voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot vaststelling van regels betreffende de vennootschapsbelasting op een aanmerkelijke digitale aanwezigheid. Commissiedocument 147 van 2018, laatste definitieve versie. Voorstel voor een Richtlijn van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van een digitaledienstenbelasting op inkomsten uit de levering van bepaalde digitale diensten. Commissiedocument 148 van 2018, laatste definitieve versie. Bjarke Smith-Meyer, ‘France left isolated in digital tax fight as UK backs away’, Politico 28 april 2018, Politico.eu. Mehreen Khan en Jim Brunsden, ‘France and Germany abandon plans for EU digital tax’, Financial Times 4 december 2018, FT.com. ‘France to introduce unilateral digital tax on 1 January 2019’, Out-Law 18 december 2018, Out-Law.com. 2ème lecture PLF Assemblée Nationale Discours de Bruno Le Maire, ministre de l’Economie et des Finances Assemblée Nationale 17 décembre 2018.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
ALIBI mar. 2019 - Hoe gaat de EU digitale reuzen belasten? by ALIBImagazine - Issuu