Skip to main content

Alibi nov. 2019 - Pastafarisme

Page 1

ARTIKEL

GAAT DE STAAT ZIJN BOEKJE TE BUITEN DOOR HET PASTAFARISME NIET ALS GELOOF TE ERKENNEN? Het was het gesprek van de maand augustus. Een vrouw die een paspoortfoto indiende waarop zij een vergiet als hoofddeksel droeg. Zij stelde dat zij het vergiet droeg vanwege haar geloof. De vrouw draagt het vergiet te allen tijde en wenste geen uitzondering te maken voor haar paspoortfoto. Het geloof dat de vrouw aanhangt, is die van de Kerk van het Vliegende Spaghettimonster. Aanhangers van dit geloof noemen zichzelf Pastafari.1 Pastafari voeren in verschillende landen al langdurig strijd om met hun vergiet op de paspoortfoto te mogen. Op dit moment lopen er in Australië, Nieuw-Zeeland en Tsjechië enkele Pastafari’s rond met een ‘vergiet’-foto in hun paspoort.2

34

november 2018 | ALIBI Magazine


ARTIKEL

GUILLIANO PAYNE

“PASTAFARI VOEREN IN VERSCHILLENDE LANDEN AL LANGDURIG STRIJD OM MET HUN VERGIET OP DE PASPOORTFOTO TE MOGEN. OP DIT MOMENT LOPEN ER IN AUSTRALIË, NIEUW-ZEELAND EN TSJECHIË ENKELE PASTAFARI’S ROND MET EEN ‘VERGIET’FOTO IN HUN PASPOORT”

november 2018 | ALIBI Magazine

masterstudent Staats en Bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam en algemeen raadslid voor de Facultaire Studentenraad De betreffende paspoortfoto van de vrouw werd geweigerd. Op grond van artikel 28 Paspoortuitvoeringsregeling mag een foto worden geweigerd indien er niet aan de matrixeisen voldaan. Deze eisen staan opgesomd in de bijlage van de regeling en komen erop neer dat de foto een ‘goedgelijkend’ beeld van indiener geeft.3 Zonnebrillen, filters en andere modieuze verschijnselen zijn dus niet toegestaan. Een beperking van de hoofdregel is opgenomen in lid 3 van het artikel: “een afwijkende foto kan worden geaccepteerd, indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd’’. Op deze beperking beriep de Pastafari zich. Religieuze plicht of eigen keuze In eerste aanleg speelde met name de vraag of de Kerk van het Vliegende Spaghetti Monster het vergiet daadwerkelijk verplichtte.4 Het lukte de vrouw niet om dat aan te tonen. Het zou goed kunnen dat het vergiet heilig is in het Pastafarisme, maar dat het bedekken van het hoofd voorgeschreven is, kon de vrouw niet aannemelijk maken. De

vrouw gaf aan dat zij het vergiet overal draagt, omdat zij dat als een plicht ziet. De rechtbank concludeerde naar aanleiding van deze uitleg dat het een eigen keuze betrof en geen verplichting vanuit het Pastafarisme. De vrouw ging hierop in hoger beroep. Bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) stond de vraag centraal of het Pastafarisme een godsdienst is, zoals bedoeld in artikel 6 Grondwet en artikel 9 EVRM. Bij de analyse van de ‘godsdienstige’ teksten kwam het satirische karakter van het Pastafarisme sterk naar voren. Hierbij is onder andere gekeken naar de ontstaansgeschiedenis van deze Amerikaanse stroming en de voor de Pastafari heilige boeken.5 Het Pastafari als protestgeluid Bob Swanson heeft de Kerk in de Verenigde Staten opgericht als protestactie tegen het voornemen om naast de wetenschappelijke evolutieleer ook het op het Bijbelse scheppingsverhaal geïnspireerde ‘Intelligent-design’ te onderwijzen. De Amerikaan vond in het kader van

35


ARTIKEL

dit voornemen en vanuit de gedachte om kinderen verschillende zienswijze mee te geven, dat men net zo goed ook het geloof van het Vliegende Spaghetti Monster kon onderwijzen. In de heilige boeken valt een satirische ondertoon te bespeuren. Bijvoorbeeld het feit dat de ‘Liever Nietjes’ veel gelijkenissen vertonen met de Tien Geboden draagt bij aan dit satirische karakter. Ook wordt de Bijbelse figuur Moses in een soortgelijk verhaal Mosey genoemd. De persiflage van het Onze Vader is eveneens gelijk te herkennen in de heilige teksten van het Pastafari.6 De Afdeling stelt voorop dat het erg belangrijk is dat er kritiek geuit mag worden op religieuze dogma’s, instituties en religies. Dergelijke kritiek is volgens de Afdeling echter niet meteen als geloofsovertuiging aan te merken. Dit kritische, satirische karakter is volgens de Afdeling zo overheersend aanwezig in het Pastafarisme, dat er niet voldaan is aan de vereiste ernst en samenhang om te kunnen spreken van een geloofs- of levensovertuiging. Naar aanleiding hiervan beslist de Afdeling om de vrouw in het ongelijk te stellen.7 De vrouw overweegt deze zaak aan het EHRM voor te leggen.8

36

Interpretatieve terughoudendheid Maar botst deze uitspraak van de Afdeling niet met het beginsel van interpretatieve terughoudendheid? Sinds 1957 is het vaste jurisprudentie dat de rechter interpretatieve terughoudendheid betracht. Dit houdt in dat het niet aan de staat is om te bepalen wat men onder geloofsbelijdenis verstaat.9 Daar zijn de meningen over verdeeld. Fokko Oldenhuis, Hoogleraar Religie en Recht aan de Rijksuniversiteit Groningen, vindt het een goede zaak dat de rechter duidelijkheid verschaft over wat wel of geen religie is. Volgens hem moeten we voorzichtig zijn met het begrip godsdienst voordat we het uithollen.10 Rechter Han Jongeneel stelt dat soms meteen kan worden bepaald of een gedraging wel of niet religieus is en of er wel of geen sprake van een religie is. Als iets in alle redelijkheid niet serieus te nemen valt, is er geen sprake van een religie. Om een stok achter de deur te krijgen, is marginale toetsing nodig. Anders wordt er misbruik gemaakt van het recht op religie.11 Opgemerkt wordt dat marginale toetsing moeilijk is bij termen als satire of mate van serieusheid. Waar trek je de grens? Is geloven in een maagd die zwanger wordt van een goddelijk kind niet even bizar als geloven in het Vliegende Spaghettimonster?

november 2018 | ALIBI Magazine


ARTIKEL Er zijn ook critici die stellen dat het niet de taak van de rechter is om te bepalen wanneer er sprake is van een geloof. Volgens drs. A. Vleugel staat deze uitspraak van de Afdeling op gespannen voet met het beginsel van interpretatieve terughoudendheid, omdat dit beginsel voortvloeit uit de scheiding van kerk en staat. Dit houdt in dat de rechter zich niet mag bemoeien met theologische kwesties, omdat die buiten zijn bevoegdheid vallen.12 De rechter is immers geen theoloog.

“SINDS 1957 IS HET VASTE JURISPRUDENTIE DAT DE RECHTER INTERPRETATIEVE TERUGHOUDENDHEID BETRACHT. DIT HOUDT IN DAT HET NIET AAN DE STAAT IS OM TE BEPALEN WAT MEN ONDER GELOOFSBELIJDENIS VERSTAAT”

november 2018 | ALIBI Magazine

Vanaf 1977 stelt het EHRM wel eisen aan een godsdienst om rechten aan artikel 9 te kunnen ontlenen. Volgens het artikel mag het niet gaan om een strikt interne godsdienst. De burger moet kunnen aangeven wat onder het belijden van de godsdienst wordt verstaan. Een voorbeeld is de Satanskerk. Deze voldeed niet aan die eis, omdat de gelijkenissen met een seksclub moeilijk te negeren waren. Er moet volgens het EHRM sprake zijn van a sufficient cogency, seriousness, cohesion and importance to attract the guarantees of Article 9’.13 Pas als aan die eisen voldaan is, wordt aan de hand van de Arrowsmith-test gekeken of de gedraging die in het geding is onder belijden valt.14 Er wordt aan de burger gevraagd om aan te tonen dat de handeling direct verband houdt met de geloofsovertuiging. Volgens religiewetenschapper dr. J.F. Jespers moet de rechtspraak er minstens rekening mee houden dat het in deze kwestie gaat om een levensbeschouwing. Het betreft immers een perspectief op het leven met bijbehorende leefregels. De meeste kenmerken van een religie

zijn ook terug te vinden in de kerk van het Vliegende Spaghettimonster: erediensten, hun heilige geschriften en een opperwezen.15 Op basis van het voorstaande is er binnen de theologie aardig wat meningsverschil over dit onderwerp. Rechtsgeleerde en rechtsfilosoof P. Cliteur stelt dat het nu moeilijker is om de vrijheid van religie in te kaderen dan vijftig jaar geleden. Dit komt onder andere doordat nog maar weinig mensen vandaag de dag in staat zijn aan te geven wat zo specifiek is aan godsdienst. Maar ook de grote veranderingen ten aanzien van onze visie op godsdiensten dragen hieraan bij. Denk bijvoorbeeld aan kruistochten. Weinig christenen zouden vandaag de dag stellen dat het voeren van heilige oorlogen deel van hun godsdienst is. Over wat precies godsdienst is, veranderen de visies constant en ook het multiculturalisme speelt daar een rol in. Cliteur vindt overigens wel dat het aan rechter is om te beslissen wat onder de juridisch beschermde vrijheid van religie valt. Juristen moeten daarvoor wel criteria ontwikkelen. Cliteur stelt de volgende criteria voor. Religie mag geen: (i) lijden vergroten of geweld veroorzaken, (ii) schade aan anderen toevoegen en (iii) gelijkheid schenden. Voldoet een godsdienst niet aan deze eisen, dan is hij volgens Cliteur niet als godsdienst te beschouwen.16 Hiermee geeft Cliteur een marginaal toetsingskader aan de rechter, dat zich beter verhoudt tot de interpretatieve terughoudendheid waar een rechter rekening mee zou moeten houden.

37


ARTIKEL

“IN DE HEILIGE BOEKEN VALT EEN SATIRISCHE ONDERTOON TE BESPEUREN. BIJVOORBEELD HET FEIT DAT DE ‘LIEVER NIETJES’ VEEL GELIJKENISSEN VERTONEN MET DE TIEN GEBODEN DRAAGT BIJ AAN DIT SATIRISCHE KARAKTER”

Door sommigen wordt gepleit voor een situatie waarin niet de rechter bepaalt wat wel of geen godsdienst is, maar de burger zelf. De rechter zou elke claim op de vrijheid van religie moeten honoreren. De Beer stelt dat het misschien beter is om artikel 6 uit de Grondwet te schrappen. Hiermee zou worden voorkomen dat de rechter zich steeds moet buigen over de vraag wanneer er sprake is van een godsdienst en dat daardoor de scheiding tussen kerk en staat vervaagt. Volgens hem bieden de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vergadering en de vrijheid van vereniging voldoende bescherming aan gelovigen. Wie de wet dan toch overtreedt moet zich verantwoorden aan een rechter. Dit biedt volgens De Beer voldoende zekerheid.17 Volgens Van der Wal is het problematisch dat ons beeld van religie zo verandert, net als dat het problematisch is dat de overheid zich enkel blind staart op westerse, traditionele vormen van religie die ons bekend zijn.18 Als we enkel meten aan onze eigen meetlat wordt het voor de gelovigen van een ons onbekende, nieuwe religie moeilijk om te bewijzen dat het een religie is. Dit gaat dan ten koste van het gelijkheidsbeginsel. Elk geloof verdient dezelfde behandeling, ook als wij moeite hebben met het

1.

2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

9. 10.

38

Zie de website van de kerk van het Vliegend Spaghetti Monster, te raadplegen via: http:// www.kerkvanhetvliegendspag- hettimonster. nl, laatstelijk bekeken op 3 oktober 2018. Rb. Gelderland 17 januari 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:275. M. Verheij, ‘AntiPas(foto)tafarisme’, NJB 2018/2, p. 9. Rb. Overijssel 25 juli 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:2970. ABRvS 15 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2715, JB 2018/146, m.nt. J.L.W. Broeksteeg. M. Verheij, Antipas(foto)tarisme, NJB 2018/2, p.5 ABRvS 15 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2715, JB 2018/146, m.nt. J.L.W. Broeksteeg. Redactie, ‘Pastafarisme geen serieuze godsdienst, dus pasfoto met vergiet mag niet’, NOS 15 augustus 2018, te raadplegen via: https://nos.nl/artikel/2246169-pastafarismegeen-serieuze-godsdienst-dus-pasfoto-metvergiet-mag-niet.html, laatstelijk bekeken op 6 oktober 2018. M. Verheij, Antipas(foto)tarisme, NJB 2018/2, p.4. Redactie, Raad van State: pastafarisme is geen godsdienst, Trouw 15 augustus 2018, te

herkennen van ons beeld van een religie in dat geloof. Conclusie De meningen verschillen over de vraag of de Afdeling met deze uitspraak buiten haar bevoegdheden is getreden. Alhoewel het onwenselijk wordt gevonden om de vrijheid van godsdienst geheel over te laten aan de claim van gelovigen, lijken de huidige maatstaven voor critici zoals Beer, Cliteur en Vleugel niet bevredigend. Deze wrijving ontstaat door ons veranderde beeld over religie, die zich niet altijd laat rijmen met het traditionele, westerse beeld van religie. De Nederlandse overheid zou zich vanuit het beginsel van de interpretatieve terughoudendheid niet over theologische kwesties moeten uitlaten. Het juridisch omgrenzen van het begrip religie lijkt echter onvermijdelijk. Het EHRM geeft de eisen van een ‘sufficient cogency, seriousness, cohesion and importance to attract the guarantees of Article 9’. Aangezien het Pastafarisme en satire onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, lijkt mij dat het EHRM ook hier zal oordelen dat er geen sprake is van een godsdienst. Mocht de vrouw de zaak aan het EHRM voorleggen, dan blijft het, gezien de verdeeldheid onder rechtsgeleerden, spannend hoe het EHRM de kwestie zal beoordelen.•

11. 12. 13. 14. 15. 16. 17.

18.

raadplegen via: https://www.trouw.nl/home/ raad-van-state-pastafarisme-is-geengodsdienst~ad43ef10/ H. Jongeneel, Pastafariers kun je niet serieus nemen, NJB 2018/547, p.1 A.Vleugel, Geloof-‘waardige’ godsdienst en het spaghettimonster-geloof: wat telt (wel) als godsdienst(ig)?, RMThemis/275 2017, p.232 EHRM 15 januari 2013, EHRC 2013/67 (Eweida/ Verenigd Koninkrijk), r.o. 82. ECRM 16 mei 1977, nr. 7050/75 (Arrowsmith/ Verenigd Koninkrijk) M. Verheij, Antipas(foto)tarisme, NJB 2018/2, p.6 P.B. Cliteur, ‘Criteria voor juridisch te beschermen godsdienst’, NJB 2012, p. 30903096. P. de Beer, ‘De paradox van de godsdienstvrijheid’, in: Godsdienstvrijheid: afschaffen of beschermen?, H.M.A.E. van Ooijen, L.F. van Egmond, Q.A.M. Eijkman, F. Olujic, O.P.G. Vos, red., Nr. 46, Leiden: Stichting NJCM-Boekerij 2008 K. van der Wal, Is de vrijheid van godsdienst in de moderne multiculturele samenleving nog een hanteerbaar recht?, Rechtsfilosofie & Rechtstheorie 2010/39- 2 2010, p.133

november 2018 | ALIBI Magazine


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Alibi nov. 2019 - Pastafarisme by ALIBImagazine - Issuu