Skip to main content

Column: Onderweg naar Lyon #1 – Taal

Page 1


ONDERWEG NAAR LYON ONDERWEG NAAR LYON

Over een paar weken vertrek ik naar Lyon. Op het internationale congres van de ACBS mag ik daar een workshop geven over ACT4life. Voor het eerst gaan we daarmee echt de grens over. Letterlijk natuurlijk, maar ook figuurlijk.

Omdat ik merk dat deze reis me nu al allerlei vragen, inzichten, twijfels, grappige momenten en nieuwe ervaringen oplevert, leek het me leuk om jullie de komende tijd mee te nemen onderweg naar Lyon. Niet in de vorm van een reisverslag, maar als een reeks columns over de dingen die ik onderweg tegenkom. Het eerste onderwerp diende zich de afgelopen weken vanzelf aan: taal.

Het geven van een workshop op een internationaal congres betekent dat alles in het Engels zal zijn. Mijn uil heeft daar uiteraard een mening over. Die vindt al jarenlang dat mijn Engels eigenlijk niet goed genoeg is. Niet dramatisch slecht, maar net onvoldoende om ontspannen voor een internationale groep te staan. Bovendien heeft

mijn uil een bijzonder talent om van een klein praktisch probleem een complete bioscoopfilm te maken. In die film sta ik ergens in Lyon naar woorden te zoeken terwijl een zaal vol mensen beleefd zit te wachten tot ik weer weet hoe ik mijn volgende zin moet afmaken.

De werkelijkheid blijkt meestal minder spectaculair.

Toevallig heb ik momenteel een cliënt uit Hongarije. Dat gebeurt zelden. De vorige buitenlandse cliënt die ik behandelde kwam uit Rusland en dat is inmiddels alweer een jaar of vijf geleden. Toen deze cliënt zich aanmeldde, trapte ik zelf behoorlijk in de valkuil van vermijding. Ik probeerde hem zelfs voorzichtig te ontmoedigen om bij mij op intake te komen. Niet omdat ik twijfelde aan zijn motivatie of omdat ik dacht dat ik hem niet zou kunnen helpen, maar omdat ik twijfelde aan mijn Engels. Gelukkig bleek mijn cliënt een stuk beter in staat om contact te maken met het huidige moment dan ik. Zijn voorstel was eenvoudig: laten we gewoon uitvinden of we elkaar verstaan.

We hebben elkaar inmiddels al een aantal keer gesproken in het Engels en dat gaat eigenlijk verrassend goed. Natuurlijk zoek ik soms naar

woorden en formuleren we allebei wat omslachtiger dan we in onze moedertaal zouden doen, maar over het algemeen begrijpen we elkaar prima. Totdat we laatst, vraag me niet meer waarom, op paprika's terechtkwamen. Op dat moment ontdekte ik dat ik het Engelse woord voor paprika niet wist. Terwijl ik nadenkend omhoog keek, alsof het antwoord zich ergens boven mijn hoofd bevond, besloot ik uiteindelijk maar gewoon het Nederlandse woord te gebruiken: "Paprika."

Mijn cliënt begon breed te glimlachen: "In het Hongaars heet dat ook paprika."

We concludeerden dat je soms heel veel tijd besteedt met iets te zoeken, terwijl het al die tijd al voor je ligt. Vervolgens grapten we dat het misschien wel veel efficiënter zou zijn als we allebei gewoon onze eigen taal zouden spreken.

Dat voorval bracht me terug naar een ervaring tijdens een wereldcongres van ACBS in Sevilla in 2017. Tijdens de pre-workshop van Kelly Wilson zat ik tegenover een collega uit Polen. We kregen de opdracht om elkaar te vertellen over een bijzonder moment uit ons leven: de bekende Sweet Spotoefening. Ik zou mijn verhaal vertellen in het Nederlands en hij startte met zijn ervaring in het Pools.

In eerste instantie voelde ik me ongemakkelijk. Ik deed wat mensen meestal doen wanneer ze een taal niet verstaan: ik probeerde de woorden te begrijpen. Mijn hoofd bleef zoeken naar betekenis en vond die niet. Daardoor dwaalde mijn aandacht af. Ik zag vooral zijn oren, zijn neus, zijn haarlijn. Af en toe ving ik een woord op, probeerde daar iets van te maken en verloor vervolgens opnieuw de draad.

Op een gegeven moment verschoof er iets. Mijn aandacht ging niet langer naar de betekenis van de woorden, maar naar de ervaring van het

luisteren. Ik hoorde de melodie van zijn stem, de intonatie, het bijna zangerige van de taal. Ik zag zijn gezichtsuitdrukking veranderen terwijl hij vertelde, zijn handen die meebewogen met het verhaal, de momenten waarop hij even stilviel voordat hij verder sprak.

En toen gebeurde er iets merkwaardigs: Ik verstond hem!

Niet letterlijk natuurlijk. Ik had nog steeds geen idee wat de afzonderlijke Poolse woorden betekenden. Maar op de een of andere manier wist ik precies waar zijn verhaal over ging. Alsof zijn lichaam het verhaal vertelde. De manier waarop hij sprak, bewoog, stilviel, glimlachte of ontroerd raakte vormde samen een verhaal dat ik kon volgen zonder de woorden te begrijpen. Toen ik daarna mijn verhaal vertelde, leek hij precies hetzelfde te ervaren.

We verstonden geen woord van elkaar. En toch begrepen we elkaar verrassend goed.

Misschien is dat ook wat mij zo fascineert aan taal. We doen vaak alsof woorden een vaste betekenis hebben, terwijl dat in de praktijk zelden zo is. Vraag tien mensen wat acceptatie betekent en je krijgt waarschijnlijk tien verschillende antwoorden. Voor de één betekent het berusten, voor de ander loslaten, voor weer iemand anders verdragen, toelaten of opgeven. Hetzelfde geldt voor woorden als mindfulness, waarden, zelf-als-context of defusie.

En eigenlijk geldt dat ook voor de manieren waarop we proberen deze begrippen uit te leggen. Omarm jezelf. Omarm je pijn. Heb vrede met wat lastig is. Maak ruimte voor negatieve gedachten. Het klinkt vaak prachtig, maar wat dóe je dan eigenlijk precies?

Hoe ziet dat eruit wanneer iemand dat daadwerkelijk aan het doen is?

Juist die vraag heeft me jarenlang beziggehouden tijdens het werken met ACT. Want tegelijkertijd zag ik hoe krachtig ACT-oefeningen kunnen zijn. Soms gebeurt er tijdens een oefening iets waardoor iemand opeens begrijpt wat acceptatie, defusie of zelf-als-context betekent. Niet omdat het beter wordt uitgelegd, maar omdat het ervaren wordt.

Alleen gebeurt dat vaak binnen de context van die specifieke oefening. Op dat moment voelt iemand het verschil. Er ontstaat ruimte. Er verschuift iets. Er wordt iets zichtbaar dat daarvoor nog verborgen was. Maar zodra de oefening voorbij is, ontstaat er een nieuwe uitdaging. Hoe vertaal je die ervaring naar het dagelijks leven? Hoe herken je datzelfde proces wanneer je morgen in de file staat, ruzie hebt met je partner, een moeilijk gesprek voert of wakker ligt van zorgen? En misschien nog wel belangrijker: hoe maak je zichtbaar wat iemand dan precies doet?

Daarbij verschoof mijn aandacht steeds meer naar wat er eigenlijk concreet gebeurt wanneer iemand vastloopt of juist in beweging komt. Niet naar de woorden die we eraan geven, maar naar de interactie tussen wat iemand waarneemt, denkt, voelt en doet. Naar de manier waarop lichaam, brein en omgeving elkaar voortdurend beïnvloeden. Want zodra je daarnaar leert kijken, worden veel ACT-processen opeens verrassend concreet.

Dan gaat acceptatie niet langer over een abstract begrip, maar over wat iemand doet wanneer hij zichzelf omarmt, ruimte maakt voor een moeilijke ervaring of het gevecht met die ervaring even loslaat. Je ziet schouders zakken. Er klinkt een diepe zucht. Het gezicht ontspant zich een beetje.

Defusie gaat niet meer over een ingewikkeld woord, maar over wat er gebeurt wanneer aandacht verschuift van de inhoud van gedachten naar het opmerken dat je aan het denken bent.

Ogen worden groter. Iemand lijkt letterlijk meer te zien. Het lichaam voelt minder zwaar. Soms verschijnt er zelfs een glimlach, omdat het eigenlijk best grappig is wat ons hoofd allemaal weet te verzinnen. En ook waarden blijven geen abstracte woorden als verbinding, vrijheid of authenticiteit, maar worden zichtbaar in keuzes, voelbaar in het lichaam en soms zelfs zichtbaar in de twinkeling van iemands ogen.

Vanuit die zoektocht ontstonden uiteindelijk ook de symbolen en de beeldtaal van ACT4life. Niet als vervanging van woorden, maar als hulpmiddelen om deze processen zichtbaar te maken en er samen naar te kunnen kijken.

Goed, allemaal helder voor mij, Maar is dat ook zo voor iemand anders?

Dat is misschien wel één van de vragen die ik meeneem naar Lyon. Want wat blijft er overeind wanneer de woorden veranderen? Wanneer de voorbeelden anders zijn? Wanneer de mensen tegenover je een andere taal spreken en een andere culturele achtergrond hebben? Over een paar weken ga ik het ontdekken.

En ondertussen ben ik al onderweg naar Lyon. Met een vocabulaire dat waarschijnlijk toereikend is, een workshop waar ik veel zin in heb en met een uil die nog altijd afwisselt tussen het uitwerken van een dramatisch rampscenario en het schamper opmerken dat ik het net zo goed (slecht) in het Hongaars zal doen.

A jó ég tudja.

Oftewel: Joost mag het weten.

Paprika.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Column: Onderweg naar Lyon #1 – Taal by ACT4lifeNL - Issuu